Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Waarschuwing
Woensdag 11 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

14. Vragenuur (vragen aan de Raad)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het vragenuur (B6-0009/2009). Wij behandelen een reeks vragen aan de Raad.

 
  
  

Vraag nr. 1 van Marian Harkin (H-0040/09):

Betreft: Betere kwaliteit, beschikbaarheid en financiering van langdurige zorg

De vergrijzing stelt Europa voor verschillende uitdagingen, zoals een groeiend aantal zorgbehoevenden in combinatie met veranderingen in gezinssamenstelling en -grootte, veranderingen op de arbeidsmarkt en een toegenomen mobiliteit. Al deze ontwikkelingen zijn van invloed op de beschikbaarheid van thuisverzorgers. In het verslag van de Commissie over demografische ontwikkelingen (SEC(2008)2911) wordt onderkend dat dergelijke uitdagingen vragen om verscheidene beleidsinitiatieven, onder meer gericht op de versterking van de solidariteit tussen de generaties aangaande langdurige zorg, een grotere mate van erkenning voor professioneel zorgpersoneel en bovenal een betere ondersteuning van mantelzorgers.

Het voorzitterschap heeft al aangegeven extra aandacht te willen besteden aan de verbetering van de kwaliteit, de beschikbaarheid en de financiering van langdurige zorg. Welke maatregelen beoogt de Raad tijdens dit voorzitterschap te treffen ter ondersteuning van mantelzorgers in de hele EU, waarvan er veel al langdurige zorg verlenen en de Europese gezondheidszorg daarmee een besparing opleveren van miljoenen euro's?

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Ik wil graag reageren op mevrouw Harkin's vraag.

Het voorzitterschap is zich terdege bewust van het belang van langdurige zorg in de context van de vergrijzing. Eurostat voorspelt tussen 1995 en 2050 een verdubbeling van het aantal 65-plussers in de EU. In zijn conclusies van 16 december 2008 betreffende gezondheidsstrategieën ter bestrijding van ouderdomsgebonden neurodegeneratieve ziekten toonde de Raad zich verheugd over het werk dat reeds is verricht door verenigingen die patiënten en hun verzorgers verdedigen en ondersteunen, en drong er bij de lidstaten en de Commissie op aan zich samen te beraden op de ondersteuning van verzorgers en na te gaan hoe deze verder kan worden ontwikkeld.

Daarnaast riep de Raad de lidstaten op om in samenwerking met de betrokken belanghebbenden een nationale strategie, een nationaal actieplan of een andere maatregel uit te werken, gericht op verbetering van de levenskwaliteit van patiënten en hun verzorgers en om de verspreiding van nuttige informatie onder patiënten, hun gezinnen en hun verzorgers te verbeteren, teneinde hen bewust te maken van de vastgestelde beginselen en beste praktijken op het gebied van verzorging.

Ook riep de Raad de lidstaten op zich te bezinnen op de complexiteit of de overbodigheid van de administratieve procedures waarmee patiënten en hun verzorgers te maken krijgen, en maatregelen te nemen om deze te vereenvoudigen.

In het door de Raad aan de Europese Raad toegezonden Gezamenlijk verslag over sociale bescherming en sociale integratie 2008 hebben de lidstaten zich er daarnaast toe verbonden meer toegang tot diensten van goede kwaliteit te bieden. Hiertoe diende er een juist evenwicht te worden gevonden tussen de verantwoordelijkheden van de overheid en van particulieren en tussen formele en informele zorg. Ook bevestigden de lidstaten dat het verlenen van een thuis- en gemeenschapszorgsetting de voorkeur verdient boven tehuiszorg.

De Raad heeft het comité voor de sociale bescherming bovendien opgeroepen de uitwisseling van ervaringen en beste praktijken op het gebied van de hoogwaardige langdurige zorg te blijven stimuleren, in het bijzonder wat betreft bijstand aan verzorgers, organisatie van langdurige zorg en het belang van geïntegreerde zorg.

Het voorzitterschap zal zich blijven inzetten voor de verwezenlijking van de doelstelling van het 18-maandenprogramma van de Raad op het gebied van de volksgezondheid en het zal op EU-niveau de inspanningen concentreren op een betere uitwisseling van ervaringen in verband met gezondheidszorg en solidariteit met verzorgers, waarbij rekening wordt gehouden met de door onze vergrijzende samenlevingen gecreëerde uitdagingen op gezondheidsgebied.

Het Tsjechische voorzitterschap zal extra aandacht besteden aan kwesties op het gebied van langdurige gemeenschapszorg, informele mantelzorg en de waardigheid en rechten van ouderen. Het zal op 25 mei 2009 in Praag een Europese conferentie over waardigheid en risico's voor ouderen organiseren.

De conferentie zal zich toespitsen op de hervorming van sociale en gezondheidsdiensten om zo beter aan te sluiten op de behoeften en voorkeuren van ouderen en gezinnen, en zal onder andere gaan over zaken als langdurige gemeenschapszorg, mantelzorg, verbeterpunten voor de geriatrie, preventie van misbruik en verwaarlozing van ouderen en de rol van gemeenten.

Het voorzitterschap zal bovendien op 22 en 23 april in Praag een Europese conferentie organiseren met als thema: sociale diensten – een middel om de beroepsbevolking te mobiliseren en de sociale samenhang te bevorderen. Deze conferentie zal vooral aandacht besteden aan het feit dat er in de context van een vergrijzende bevolking steeds meer werk komt in de sociale diensten, aan de ondersteuning van mantelzorgers en de rol van de sociale diensten bij actieve sociale insluiting en het combineren van zorg en werk.

Een ander prioritair aandachtspunt is zelfstandig leven binnen de gemeenschap. De conferentie zou moeten bijdragen tot de uitwisseling van de beste praktijken.

Tot slot wijs ik nog op een recente ontwikkeling op belastinggebied. De Ecofin-raad heeft gisteren in Brussel afgesproken dat alle lidstaten de mogelijkheid moeten hebben om op permanente basis verlaagde btw-tarieven toe te passen op thuiszorgdiensten zoals hulp en zorg voor jongeren, ouderen, zieken of gehandicapten.

 
  
MPphoto
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM).(EN) Ik ben erg hoopvol gestemd dankzij het Tsjechische voorzitterschap, vooral doordat het de nadruk heeft gelegd op het gezin. Het verslag van de Commissie over demografie, dat aangeeft dat de bevolking van Europa vergrijst, heeft als subtitel "solidariteit tussen de generaties", maar eigenlijk is het binnen het gezin dat we leren wat solidariteit inhoudt en dat solidariteit is gebaseerd op liefde en zorg.

Ik ben ook erg blij dat het Tsjechische voorzitterschap het respect voor de menselijke waardigheid heeft benadrukt, omdat dit het basisbeginsel is van zorg. Ik verzoek u hierop te reageren omdat wij volgens mij dit beginsel in gedachten moeten houden, willen we dat er met respect voor de menselijke waardigheid zorg wordt verleend aan mensen die hiervan afhankelijk zijn.

 
  
MPphoto
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik vind het zeer positief dat er inspanningen worden gedaan om gezinsleden te steunen, zodat zij de langetermijnzorg kunnen overnemen. Echter, de werkelijkheid is helaas dat er niet genoeg gezinsleden zijn en dat we daarentegen in toenemende mate behoefte hebben aan hoogopgeleid zorgpersoneel. Vandaar dat ik wil vragen welke initiatieven de voorzitter van de Raad voornemens is te nemen om te zorgen dat er voldoende zorgpersoneel met een adequate beroepsopleiding beschikbaar is? Wordt er ook een vorm van geharmoniseerde opleiding overwogen, aangezien dit nieuwe initiatieven zijn?

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de afgevaardigden bedanken voor hun opmerkingen over de inspanningen van het voorzitterschap om de leefomstandigheden voor ouderen te verbeteren. Wij krijgen allemaal te maken met het verschijnsel 'ouder worden' en we moeten hier met enig respect mee omgaan.

Het is natuurlijk waar dat veel van deze uitdagingen onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen, maar in het begin van het debat noemde ik al de twee conferenties. Ik denk dat de lidstaten opleidings- en counselingsmogelijkheden kunnen scheppen voor mantelzorgers. Kwaliteitsonderwijs is een essentiële factor om de kwaliteit van de zorg te verbeteren, net als tijdelijke vervangende zorg en speciaal verlof voor werkende mantelzorgers. Hier zijn flexibele werktijden, parttimebanen en andere zorgvriendelijke werkregelingen van belang.

Sociale bescherming voor mantelzorgers is, tot slot, ook belangrijk. De door informele en professionele verzorgers verleende zorg moet door de samenleving worden gewaardeerd en georganiseerd. Economische zekerheid is derhalve een eerste vereiste om kwaliteitszorg te kunnen verlenen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 2 van Brian Crowley (H-0044/09):

Betreft: Werkloosheid in Europa

Welke initiatieven neemt de Europese Raad op dit moment om jeugdwerkloosheid en langdurige werkloosheid in Europa te bestrijden?

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Ik wil Brian Crowley graag voor deze vraag bedanken. Ik denk dat het u bekend is dat de lidstaten in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling en uitvoering van hun werkgelegenheidsbeleid. De Raad heeft echter ook een aantal verantwoordelijkheden op dit het gebied, waaronder de jaarlijkse vaststelling van de werkgelegenheidsrichtsnoeren, overeenkomstig artikel 128 van het Verdrag. Vooral nu Europa met een financiële en economische crisis wordt geconfronteerd, besteedt de Raad extra aandacht aan het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten.

U vroeg specifiek naar de huidige initiatieven van de Europese Raad ter bestrijding van de jeugd- en langdurige werkloosheid in Europa. In december 2008 is de Europese Raad het eens geworden over een Europees economisch herstelplan ten behoeve van een samenhangend kader voor acties die op het niveau van de Unie genomen moeten worden, alsmede voor maatregelen die door iedere lidstaat genomen moeten worden, rekening houdend met hun eigen omstandigheden. In de conclusie van de Europese Raad is vooral benadrukt dat het Europees Sociaal Fonds snel aanvullende actie ter ondersteuning van de werkgelegenheid moet ondernemen, vooral ten behoeve van de kwetsbaarste bevolkingsgroepen. De Europese Raad heeft toegezegd dat zij de uitvoering van het plan tijdens de komende voorjaarsbijeenkomst in maart zal evalueren, en aangegeven dat zo nodig aanvullingen of wijzigingen mogelijk zijn.

In de eerste helft van 2009 besteedt ook het Tsjechisch voorzitterschap speciale aandacht aan werkgelegenheidsmaatregelen, binnen de context van de voorjaarsbijeenkomst van de Raad. Op de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad wordt de werkgelegenheidssituatie in de Gemeenschap bekeken en er worden vervolgens conclusies aangenomen, aan de hand van het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid van de Raad en de Commissie.

Met het oog op de Europese Raad in maart vernemen wij graag hoe het Europees Parlement hierover denkt. Op grond van de beoordeling van de Europese Raad, zal de Raad richtsnoeren inzake het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten vaststellen. In de huidige, vorig jaar vastgestelde werkgelegenheidsrichtsnoeren, en eerdere versies, is steeds het belang van de aanpak van jeugd- en langdurige werkloosheid in de lidstaten onderstreept.

Sinds het najaar van 2008, toen de gevolgen van de huidige crisis voor de werkgelegenheid zichtbaar begonnen te worden, heeft het Comité voor de werkgelegenheid, dat overeenkomstig artikel 130 van het Verdrag door de Raad is opgericht, de nieuwe taak op zich genomen om voortdurend toezicht te houden op de werkgelegenheidssituatie van de lidstaten. De bevindingen van het comité worden aan de Raad doorgegeven.

Bovendien heeft het voorzitterschap besloten om de werkgelegenheidstop te organiseren, zodat er een platform voor debat en eventuele besluiten blijft bestaan, en deze zal op 7 mei worden gehouden. Na de voorjaarsbijeenkomst van de Raad zullen de te bespreken onderwerpen worden vastgesteld. We zullen het oriënterend debat hierover daarom volgende week voeren. Ook moet in dit verband worden opgemerkt dat het Europees Parlement en de Raad, als de medewetgevers, dit jaar wijzigingen evalueren en bekijken met betrekking tot het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, een instrument dat als doel heeft om de negatieve gevolgen van globalisering, waartoe het verlies van banen zeker ook behoort, uit te bannen, en om het risico te verminderen dat overtollige werknemers langdurig werkloos blijven. Het is de bedoeling dat langdurige werkloosheid wordt voorkomen, door getroffen werknemers op tijd bij te staan met activeringsprogramma's, zoals scholing, waardoor zij beter gekwalificeerd kunnen raken.

Samenvattend kan ik zeggen dat het stimuleren van de werkgelegenheid, met inbegrip van de bestrijding van langdurige werkloosheid en jeugdwerkloosheid, altijd hoog op de agenda van de Raad en de Europese Raad heeft gestaan. Het voorzitterschap steunt uitvoering van de flexizekerheidsbeginselen. Toepassing hiervan in nationaal beleid en voortdurende structurele hervormingen zullen de situatie van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, waaronder jongeren, ouderen, langdurig werklozen en mensen met lage kwalificaties, ten goede komen.

De geachte afgevaardigde kan er zeker van zijn dat dit in het voorjaar van 2009, tijdens de mondiale financiële en economische crisis, nog steeds het geval is.

 
  
MPphoto
 

  Brian Crowley (UEN).(EN) Ik wil de fungerend voorzitter graag bedanken voor zijn antwoord. Ik denk dat het voorzitterschap waardering verdient voor het feit dat het, voordat wij ons bewust waren van de ernst van de werkloosheid ten gevolge van de economische crisis, een werkgelegenheidsconferentie heeft voorbereid.

In het licht van de komende werkgelegenheidstop, moeten echter vooral de volgende drie kwesties de aandacht krijgen en afgehandeld worden: Ten eerste, dat het Europees Sociaal Fonds niet alleen maar voor scholing wordt gebruikt, maar dat wordt gewaarborgd dat deze scholing tot werkelijke banen leidt en dat zij niet slechts scholing om de scholing is. Ten tweede, dat ervoor wordt gezorgd dat het Fonds voor aanpassing aan de globalisering onmiddellijk actiever wordt, omdat er nu banen verdwijnen. Ten derde – en dit is het belangrijkst – dat onze collega's in de Raad worden aangespoord om niet, ten koste van banen in andere landen, de banen in hun eigen land te gaan beschermen, omdat we met coördinatie en samenwerking meer kans van slagen hebben.

 
  
MPphoto
 

  Gay Mitchell (PPE-DE).(EN) Is de fungerend voorzitter het met mij eens dat onze huidige situatie niet lijkt op die van de jaren dertig, maar meer op de situatie aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, en dat we eigenlijk behoefte hebben aan een soort nieuw Marshallplan voor herstel in Europa?

Is hij het daarom met mij eens, dat de Europese Investeringsbank een investeerder kan vinden, zoals China, om de EIB geld te lenen om dit in Europa te investeren, dat vervolgens terugbetaald zou kunnen worden door middel van de extra handelstarieven en btw die door de Unie worden geïnd, aan wie dat geld aan de EIB heeft geleend? Is hij het ermee eens dat het weliswaar goed is dat de werkgelegenheidsconferentie plaatsvindt, maar dat we behoefte hebben aan een nieuwe manier van denken en aan iets wat zo ingrijpend is als wat na het einde van de Tweede Wereldoorlog gebeurde?

 
  
MPphoto
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, medeverantwoordelijk voor de jeugdwerkloosheid zijn zonder twijfel ook de nog bestaande mobiliteitsbarrières. We hebben uitstekende grensoverschrijdende opleidingsprogramma's, ook voor leerlingen. Echter, de barrières op het gebied van de sociale rechten en de ziektekostenverzekering leiden ertoe dat al deze mogelijkheden van mobiliteit en aanvullende opleidingen over de grenzen niet gebruikt kunnen worden. Wat wordt daar door het voorzitterschap van de Raad tegen ondernomen?

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat het hier om twee verschillende punten gaat, het punt van mijnheer Crowley en het punt van mijnheer Michell. Ik denk dat we de verschillende verleidingen van protectionisme, die zelfs tot een grotere werkloosheid in verschillende lidstaten kunnen leiden, moeten vermijden. De nationale oplossing mag niet ten koste van de buren gaan en het mag niet zo zijn dat deze door toekomstige generaties moet worden betaald.

We hebben maatregelen nodig en we moeten een antwoord vinden voor de huidige situatie, en dat proberen we te bieden. Ik ben het eens met mijnheer Mitchell dat we een plan nodig hebben, ja, en we hebben ook een aantal plannen. We hebben het Europees economisch herstelplan en we moeten dit uitvoeren. Natuurlijk spreken we met de Europese Investeringsbank en werken we daarmee samen. De voorzitter van die bank, de heer Maystadt, heeft twee dagen geleden een conferentie georganiseerd waar hij heeft laten zien hoeveel de EIB heeft uitgegeven sinds het begin van de crisis: ongeveer tien miljard euro meer dan in het vorige jaar. Er bestaat een ander initiatief van de EIB, samen met de EBRD en de Wereldbank, om middelen toe te wijzen tot een bedrag van meer dan 24 miljard euro, bijvoorbeeld om in de behoeften van de verschillende KMO's te voorzien. Dat is belangrijk voor de instandhouding van de werkgelegenheid.

Wat betreft de herziening van verordeningen met betrekking tot het Europees Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, is er in de Raad een overeenkomst bereikt over het voorstel voor een herziening van de verordening betreffende het Europees Sociaal fonds, waarmee de registratie van de uitgaven en de groeiende voorschotten aan de lidstaten wordt vereenvoudigd. Momenteel wordt het standpunt van het Parlement tegemoet gezien en de herziene verordening zou in mei 2009 van kracht kunnen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 3 van Mairead McGuinness (H-0046/09):

Betreft: Ongelijke productnormen in de wereldhandel

Europa legt hoge normen op voor voedsel en andere producten binnen de eigen grenzen. Dat juichen we allemaal toe, maar Europa eist niet dat ingevoerde producten aan dezelfde normen voldoen. De Europese normen, vooral ten aanzien van voedsel, kledij en speelgoed, zijn de beste ter wereld, maar ze brengen meer kosten met zich mee en ze maken de productie binnen de EU-grenzen duurder. Geïmporteerde producten, die niet aan dezelfde hoge milieu- en andere normen hoeven te voldoen, worden ons vaak veel goedkoper aangeboden.

Wat doet de Raad binnen de Wereldhandelsorganisatie en andere wereldfora om meer bekendheid te geven aan deze situatie en hogere productnormen in de wereld aan te moedigen om het personeel en de consument beter te beschermen?

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad. (EN) Ik stel deze nieuwe vraag, opnieuw van een Ierse afgevaardigde, op prijs – de Ieren schijnen hier in het Vragenuur het actiefst te zijn.

Als het gaat om een initiatief bij de WTO voor het wereldwijd bevorderen van bewustwording en hogere productienormen, laat ik de geachte afgevaardigde er dan allereerst aan herinneren, dat de voornaamste onderhandelaar van de Europese Gemeenschap bij de WTO op het gebied van handel de Commissie is en dat zij opereert op basis van het mandaat van de Raad. Wat dat aangaat zouden we dus eigenlijk commissaris Ashton hier moeten hebben.

Wat productienormen betreft, kunnen regeringen volgens artikel 20 van de GATT op het gebied van handel actie ondernemen ter bescherming van het leven of de gezondheid van mens, dier en planten, zolang er geen sprake is van discriminatie of verkapt protectionisme.

Bovendien zijn er twee specifieke WTO-overeenkomsten over deze kwesties: de sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS) en de overeenkomsten inzake technische handelsbelemmeringen (TBT).

De SPS is een afzonderlijke overeenkomst bestaande uit basisregels voor voedselveiligheid en gezondheidsnormen voor dieren en planten. Landen staat het hierbij vrij om eigen normen te hanteren, mits hiervoor een wetenschappelijke basis bestaat. Op grond van de TBT-overeenkomsten zijn WTO-leden verplicht om ervoor te zorgen dat technische voorschriften, vrijwillige normen en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures geen onnodige belemmeringen voor de handel creëren.

WTO-leden worden daarom aangemoedigd om, als deze voorhanden zijn, internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen te gebruiken. Ze mogen alleen maatregelen treffen die leiden tot hogere normen, als hiervoor een wetenschappelijke rechtvaardiging bestaat.

De Europese Gemeenschap hanteert stringente normen om de consumenten te beschermen. We moeten er echter voor zorgen dat de vereiste normen niet in strijd zijn met bovengenoemde overeenkomsten.

We weten allemaal dat er over deze kwesties verschillend wordt gedacht en dat de Europese Gemeenschap bij geschillen over dergelijke maatregelen vaak in het defensief was.

Het standpunt van de Gemeenschap is dat goede regelgeving er onder andere toe kan bijdragen dat onnodige belemmeringen voor internationale handel worden vermeden en ervoor kan zorgen dat de wetgeving de handel niet meer beperkt dan nodig is. Tegelijkertijd kan deze dienen ter bescherming van het recht op het formuleren van overheidsbeleidsdoelstellingen, bijvoorbeeld met betrekking tot het leven en het milieu van mens, dier en planten op een juist geacht niveau, mits deze niet worden toegepast op een manier die willekeurige of onrechtvaardige discriminatie zou inhouden.

In het licht van de huidige financiële beroering en economische ineenstorting, kan het belang van het volledig voldoen aan en het effectief uitvoeren van alle regels en overeenkomsten van de WTO, niet genoeg worden onderstreept.

De Europese Gemeenschap heeft gestreefd naar versterking van de internationale normen binnen de relevante WTO-commissies, vooral de handels- en milieucommissies TBT, SPS en TRIPS. Een recent voorbeeld dat hier kan worden aangehaald, is de harde houding die de Europese Gemeenschap eind februari heeft aangenomen in de SPS-commissie, ten aanzien van het door enkele leden niet naleven van de normen van de Wereldorganisatie voor diergezondheid.

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE).(EN) Ik wil de fungerend voorzitter bedanken voor zijn uitgebreide en technische antwoord, maar ter verduidelijking wil ik graag een praktisch voorbeeld geven. Over een paar jaar zal de Europese Unie de productie van eieren in legbatterijen verbieden. Dit systeem zal buiten onze grenzen echter blijven bestaan en we zullen eieren in vloeibare of poedervorm importeren uit precies zulke legbatterijen als in de Europese Unie verboden zijn, en producenten vragen zich af wat daar de logica van is.

Ik vraag aan u, als een man die zeer logische en uitgebreide antwoorden geeft: hoe rechtvaardigt u een dergelijk systeem, tenzij we zeggen dat je geen eiproduct in vloeibare of poedervorm uit legbatterijen mag importeren? Het is belachelijk om het alleen intern te verbieden.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI).(EN) Minister, ik denk dat die vraag in de eerste plaats over het concurrentievermogen ging en hoe we kunnen zorgen dat EU-producenten hun concurrentievermogen behouden. Mag ik u vragen of u ervan overtuigd bent dat het GLB moet worden gebruikt om de instandhouding van de concurrentiepositie van EU-producenten te financieren, gezien het feit dat EU-producenten, vooral voedselproducenten, extra kosten hebben om aan EU-normen te voldoen en tegelijkertijd moeten concurreren met import uit landen die deze kosten niet hebben? Zonder deze middelen zullen we het lot ondergaan dat mevrouw McGuinness heeft geschetst.

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad. (EN) Ik behoor niet tot de grootste voorstanders van het GLB. Ik ben in het algemeen voor verdergaande herziening van het GLB, maar ik hoop dat we niet in de situatie verzeild raken dat we ei in vloeibare of gedroogde vorm importeren. Ook ben ik van mening dat de meeste EG-normen met betrekking tot het in de handel brengen van producten niet alleen zijn gebaseerd op Europese afspraken, maar ook op de internationale normen van de Codex Alimentarius en de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa. Het is belangrijk dat iedereen bepaalde normen hanteert en dat we geen omstandigheden creëren die dit ernstig zouden ondermijnen.

Op grond van TBT-overeenkomsten zijn de WTO en haar leden verplicht om ervoor te zorgen dat technische voorschriften, vrijwillige normen en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures geen onnodige belemmeringen voor de handel creëren.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 4 van Claude Moraes (H-0047/09):

Betreft: Klimaatverandering

Welke voorbereidingen treft de Raad in verband met de G8-top in juli en de klimaatconferentie in Kopenhagen later dit jaar met het oog op het bereiken van vooruitgang bij de internationale onderhandelingen over klimaatverandering? Kan de Raad met name aangeven of er op dit gebied sprake is van verbeterde samenwerking tussen de EU en de nieuwe Amerikaanse regering?

Welke maatregelen ter bestrijding van klimaatverandering wil de Raad verder nemen om het pakket maatregelen waarover in december overeenstemming is bereikt te consolideren?

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) In december 2008 is tijdens de conferentie van Poznań overeenstemming bereikt over een werkprogramma voor 2009, waarin duidelijk wordt beschreven welke stappen er voor de klimaatconferentie in december 2009 in Kopenhagen moeten worden gezet. In Poznań is ook duidelijk geworden dat de huidige financiële crisis niet als een belemmering voor verdere actie tegen klimaatverandering mag worden gezien, maar juist als een nieuwe kans om ons economisch systeem grondig te hervormen en op weg te gaan naar een koolstofarme economie.

Toch moeten we ons ervan bewust zijn dat dit geen gemakkelijke taak zal zijn. Door de economische neergang zullen de betrokkenen minder bereid zijn om de extra kosten voor de reductieafspraken en de verzachtings- en aanpassingsmaatregelen op zich te nemen.

Het Tsjechische voorzitterschap wil zich internationaal inspannen voor een succesvolle overeenkomst in december in Kopenhagen. Zoals u weet heeft de Raad, in aansluiting op de mededeling van de Commissie "Naar een uitgebreide klimaatovereenkomst in Kopenhagen" en op grond van de inbreng van de door het Europees Parlement ingestelde Tijdelijke Commissie klimaatverandering, hierover vorige week conclusies aangenomen waarbij het EU-standpunt met betrekking tot een uitgebreide overeenkomst na 2012 verder is uitgewerkt.

Tijdens de komende Europese Raad zal naar verwachting ook overeenkomst worden bereikt over belangrijke politieke mededelingen. Naast de gemeenschappelijke visie op de langetermijnmaatregelen voor verzachting en aanpassing, alsmede technologie, staat het vinden van geschikte middelen voor de financiering van effectieve klimaatmaatregelen voor de lange termijn, voor de EU centraal en dit zal, grotendeels, bepalend zijn voor het succes van de conferentie van Kopenhagen.

De EU heeft al toenadering gezocht, niet alleen tot de voornaamste onderhandelingspartners en de belangrijkste opkomende economieën, maar ook tot de regering van de VS, die al te kennen heeft gegeven hieraan weer echt mee te willen werken.

Het voorzitterschap heeft een eerste ontmoeting met de nieuwe regering van de VS gehad, en wil zo snel mogelijk verder overleg laten plaatsvinden. Klimaatverandering zal een van de onderwerpen zijn van de informele EU-VS-top op 5 april in Praag. De eerste signalen uit Washington zijn in ieder geval bemoedigend en dus is het van essentieel belang om voor een goede samenwerking tussen de EU en de VS te zorgen, opdat onze standpunten zo ambitieus mogelijk kunnen zijn en ervoor te zorgen dat vervolgens de belangrijkste opkomende economieën zich hierbij aansluiten.

Als we willen dat de EU-inspanningen ter bestrijding van klimaatverandering effect sorteren, is het van essentieel belang dat we andere grote CO2-producerende economieën meekrijgen. Daarom zijn verschillende van deze landen ook voor de G8-bijeenkomst uitgenodigd – Zuid-Afrika, Egypte, China, India, Australië, Mexico, Brazilië, Indonesië en Zuid-Korea.

Wat het klimaat- en energiepakket betreft, is het feit dat de EU in december 2008 een overeenkomst over dit pakket heeft bereikt, wereldwijd een zeer sterk politiek signaal voor al haar onderhandelingspartners. Nu beginnen we aan de uitvoering hiervan, die veel technisch werk met zich meebrengt.

De Raad is zich ervan bewust dat de criteria die de Europese Unie wil hanteren bij het besluit om niet een reductie van 20 procent, maar een reductie van 30 procent na te streven, verder uitgewerkt moeten worden en aan de hand van de mededeling van de Commissie, bekijkt hij momenteel de kwesties van de complementariteit van inspanningen en de adequaatheid van mogelijke acties van ontwikkelingslanden. De desbetreffende tekst is opgenomen in de conclusies van de Milieuraad van 2 maart 2009.

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes (PSE).(EN) Wat zou het Vragenuur zijn zonder onze Ierse collega's en hun effectieve en heldere bijdragen? Ik spreek nu als eerste, maar ik wil eigenlijk iets duidelijk maken aan het voorzitterschap.

Het punt van mijn vraag is dat we ons ervan bewust moeten zijn dat vooral onze jongere kiezers – en ik ben er zeker van dat ik niet de enige in deze situatie ben – zowel het huidige voorzitterschap, dat halverwege zijn termijn is, als het Zweeds voorzitterschap dringend willen verzoeken om goed te bekijken wat de Amerikanen doen, om ervoor te zorgen dat er geen tegenstelling bestaat – en mijnheer Vonda wees hier al op – tussen de urgente aanpak van de economische crisis, werkloosheid etc., en het stimuleren van maatregelen met betrekking tot klimaatverandering, het bevorderen van het klimaatveranderingspakket en het aanmoedigen van industrieën om zich betrokken te voelen bij de koolstofarme economie.

Ik vraag niet heel veel, maar ik wil wel graag zeggen: weest u zich er alstublieft altijd van bewust dat deze twee doelstellingen elkaar niet uitsluiten. Veel van onze jongere kiezers in heel Europa zeggen precies hetzelfde tegen onze voorzitterschappen.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE).(RO) Met een verwijzing naar de gevolgen van klimaatverandering – zoals lange perioden van droogte, de afname van de hoeveelheid drinkwater en woestijnvorming in grote delen van Europa – , wil ik de Raad graag vragen of hij overweegt een Europees irrigatiesysteem op te zetten.

Ik geloof dat investeringen in de landbouw een prioriteit moeten zijn bij deze economische crisis. De landbouw is voor het evenwicht op de Europese handelsbalans heel belangrijk, en we moeten garanderen dat de Europese burgers kunnen beschikken over voldoende hoeveelheden betaalbaar en gezond voedsel.

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE).(EN) Ik wil het fungerend voorzitterschap er graag aan herinneren dat alle staatshoofden en regeringsleiders bij de top van december vorig jaar hebben ingestemd met een verklaring waarin onder andere werd gezegd dat, in het kader van een internationale overeenkomst over klimaatverandering in 2009 in Kopenhagen, voor degenen die dat wensten, een deel van de veilingopbrengsten gebruikt zou worden om maatregelen ter verzachting van en aanpassing aan klimaatverandering mogelijk te maken en te financieren, in ontwikkelingslanden die deze overeenkomst hebben geratificeerd, in het bijzonder de minst ontwikkelde landen.

Ik heb een heel eenvoudige vraag. Zou u, minister, voor het einde van uw voorzitterschap, die op de top van vorig jaar december afgelegde verklaring in haar geheel hier in het Parlement kunnen laten optekenen, aangezien verklaringen op topbijeenkomsten in geen enkel publicatieblad verschijnen en nergens worden opgetekend? Het is heel belangrijk dat we dergelijke belangrijke verklaringen op papier hebben.

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Ik geloof dat die verklaringen zijn terug te vinden in de conclusies van de Milieuraad van begin maart. Ik heb de papieren nu niet bij me, dus ik zal dat moeten nagaan. Ik heb echter het gevoel dat ik ze daar heb gelezen. We lopen vóór met het werk aan de Europese Voorjaarsraad, en ik ga ervan uit dat al deze ambitieuze doelstellingen bij deze Raad bevestigd zullen worden.

Ik weet niet – en dat geeft dan weer aanleiding tot een aantal andere vragen – of we genoeg geld op tafel gaan leggen voor het samenstellen van fondsen om de zich ontwikkelende landen te helpen met de aanpassing aan klimaatverandering. De gesprekken met de VS en de andere partners zijn immers nog maar net begonnen, en het zou niet verstandig zijn onze kaarten nu al te laten zien.

Het debat met de Amerikanen gaat verder. De onderminister van milieuzaken heeft begin deze maand een gesprek gehad met Carol Browner, en Martin Bursík, de Tsjechische milieuminister, zal zijn ambtgenoten in Washington ontmoeten, ik meen aan het einde van deze week of begin volgende maand. Er is dus al een dialoog tot stand gebracht.

We zullen inderdaad punten van overeenstemming moeten vinden. We zitten in een economische crisis en dit zijn ambitieuze doelstellingen. U heeft gelijk als u zegt dat we het op veel punten eens kunnen zijn en er geen reden bestaat om te ruziën. Als u de Europese herstelplannen doorneemt zult u zien dat veel van die programma's groen getint zijn of in een groene jasje zijn gestoken. We zullen de burgers echter wel het één en ander moeten uitleggen. De omstandigheden zijn in de lidstaten van de EU niet overal hetzelfde, en dat betekent volgens mij dat we op dit punt nog veel uitleg zullen moeten verschaffen en daarbij heel diplomatiek zullen moeten zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  President. − Vraag nr. 5 van Liam Aylward (H-0050/09):

Betreft: Verkeersveiligheid

Overeenkomstig de prioriteiten van het Tsjechisch voorzitterschap vereist het hoge aantal verkeersslachtoffers in Europa een verhoogde inspanning in de gehele EU ter verbetering van de verkeersveiligheid.

Wat zijn de plannen van het voorzitterschap om dit probleem aan te pakken?

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Zoals u zelf zegt behoren het verbeteren van de verkeersveiligheid en het terugbrengen van het aantal verkeersdoden op de communautaire wegen tot de prioriteiten die het Tsjechisch voorzitter binnen het kader van het vervoer heeft geformuleerd. Dat hoeft niet te verbazen: ons land ligt immers in het midden van dit continent. De intensiteit van het verkeer en de met dat verkeer samenhangende gevaren zijn voor ons dus een topprioriteit.

Wij delen uw bezorgdheid en het voorzitterschap was dan ook van plan om in de lente van 2009 een Raadsvergadering te organiseren en dan in het kader van de voorbereiding van een nieuw actieplan voor verkeersveiligheid over dit onderwerp een ministerieel debat te voeren, om zo op korte termijn verbetering te brengen in de huidige situatie. De Commissie heeft de voorzitter er echter op gewezen dat ze de datum voor het aanvaarden van dit nieuwe actieplan vooruit wil schuiven, reden waarom het Tsjechisch voorzitterschap meent dat het nu te vroeg is om zo'n debat te voeren.

Eén voorbeeld van concrete actie op het gebied van verkeersveiligheid onder dit voorzitterschap is de afsluiting van de onderhandelingen tussen de Raad en het Parlement over een voorstel voor een Verordening betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen. Zoals u weet hebben de vertegenwoordigers van de Raad en het Parlement overeenstemming bereikt over dit voorstel; het Europees Parlement heeft de desbetreffende Verordening gisteren goedgekeurd. Deze Verordening schrijft voor dat alle voertuigen voorzien moeten worden van elektronische stabiliteitscontrolesystemen, terwijl zware voertuigen in de toekomst zullen moeten beschikken over geavanceerde noodremsystemen en waarschuwingssystemen voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook. Deze nieuwe technologieën kunnen de veiligheid van voertuigen aanzienlijk verbeteren en het is duidelijk dat de verkeersveiligheid zal toenemen als deze systemen standaard in nieuwe voertuigen worden ingebouwd.

Als we in eerste lezing overeenstemming bereiken, kan de verplichte invoering van elektronische stabiliteitscontrolesystemen in 2011 al een feit zijn – één jaar eerder dus dan voorzien in het oorspronkelijke Commissievoorstel. De Raad is nu ook begonnen met het analyseren van het actieplan van de Commissie voor het gebruik van Intelligente Vervoerssystemen (ITS) in Europa en het daarmee samenhangende voorstel voor een Richtlijn voor de vaststelling van een kader voor het toepassen van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen. Beide voorstellen zijn er, onder andere, op gericht de verkeersveiligheid te verbeteren, en wel door de toepassing van informatie- en communicatietechnologie op de sector wegverkeer.

Het voorzitterschap is van plan de ministers te bewegen om bij de Raadsvergadering van maart 2009 conclusies aan te nemen betreffende het actieplan; het is de bedoeling dat we het in juni 2009 eens worden over een algemene aanpak dan wel een politiek akkoord bereiken met betrekking tot het voorstel voor een Richtlijn. De rol van ITS binnen de context van de verkeersveiligheid zal worden besproken tijdens de informele ontmoeting van vervoersministers die eind april in Litoměřice, Tsjechië, zal worden gehouden.

Intelligente vervoerssystemen en toepassingen als noodoproepen, waarschuwingssystemen bij slaperigheid, snelheidswaarschuwers en alcoholsloten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de verbetering van de verkeersveiligheid. Elektronische stabiliteitssystemen en eCall alleen al zouden – als ze overal zouden worden gebruikt – in Europa jaarlijks 6 500 levens kunnen redden. Dit voorzitterschap hecht veel belang aan verkeersveiligheid en zal daarom – als de tot eind juni beschikbare tijd dat toelaat – elk voorstel dat de Commissie op dit vlak indient beslist bestuderen.

 
  
MPphoto
 

  Seán Ó Neachtain (UEN).(GA) Hier is weer een vraag uit Ierland, maar dit keer in onze eigen taal. Wat zijn de voornaamste oorzaken voor het grote aantal verkeersdoden, volgens u? Is het Tsjechisch voorzitterschap van plan om de verschillende normen die in de verschillende Europese landen ten aanzien van de conditie van auto's worden gehanteerd, op een of andere manier op elkaar te gaan afstemmen? Denkt u bovendien, dat er meer dan alleen maar technologie nodig is om het aantal dodelijke slachtoffers in het verkeer te verminderen?

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE).(RO) De EU heeft niet voldoende gedaan om het aantal verkeersongelukken terug te dringen. De veiligheid op de wegen kan worden verbeterd door investeringen in de infrastructuur, door het veranderen van het gedrag van de weggebruikers en door het naleven van de verkeerswetgeving.

De Europese Commissie heeft een voorstel gedaan voor een Richtlijn inzake grensoverschrijdende wetshandhaving als er boetes worden uitgedeeld voor het overtreden van de verkeersregels. Het Europees Parlement heeft daarvoor gestemd. In welke fase bevindt dat proces zich en wat zijn de kansen dat deze wetgeving het haalt in de Raad van de Europese Unie?

 
  
MPphoto
 

  Jim Higgins (PPE-DE).(EN) Ik zou de Raad om te beginnen willen vragen of hij het ermee eens is dat we behoefte hebben aan specifieke streefcijfers voor elke lidstaat met betrekking tot het aantal dodelijke ongevallen op onze wegen.

Ten tweede: is de Raad het ermee eens dat we behoefte hebben aan een systeem voor rechtspleging dat het mogelijk maakt om een in een bepaald rechtsgebied begaan delict voor de rechtbanken van dat gebied te berechten, ook al is de dader reeds teruggekeerd naar zijn of haar land van herkomst?

Tot slot – en beslist net zo belangrijk – wil ik graag aangeven dat ik ingenomen ben met de door de Raad verstrekte informatie aangaande het eCall-systeem. Ik wil echter wel graag weten wanneer het in alle lidstaten verplicht wordt. Dat punt is bij ongelukken, en dan vooral eenzijdige ongelukken, van levensbelang.

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad.(EN) Ik begrijp uiteraard dat dit soort zaken tijdens een verkiezingscampagne een prominente rol spelen – iedereen vindt verkeersveiligheid immers heel belangrijk. We mogen echter niet vergeten dat de Europese regeringen en – vooral – de Raad niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor elke verkeersdode. De belangrijkste verantwoordelijkheid blijft berusten bij de bestuurders van de voertuigen.

Dat neemt niet weg dat we ons met dit onderwerp zullen moeten bezig houden. Het behoort tot onze prioriteiten, en we moeten verder met dit onderwerp. Daarom hebben we het geselecteerd als één van de kernpunten op de agenda voor de eind april te houden informele ontmoeting van de vervoersministers. Ik zal mijn collega in onze regering – onze minister voor Vervoer – zeker vertellen hoeveel belang ook u aan dit onderwerp hecht.

Het gebruik van ITS in de EU is belangrijkste onderwerp bij deze informele ontmoeting. Verkeersveiligheid behoort tot de zes prioritaire actieterreinen zoals die door de Commissie in de context van het ITS-actieplan zijn vastgelegd. We willen dit debat vooruit helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − De vragen die wegens tijdgebrek niet zijn beantwoord, zullen schriftelijk worden beantwoord (zie bijlage).

 
  
 

Het vragenuur is gesloten.

(De vergadering wordt om 19.10 uur onderbroken en om 21.00 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: LUISA MORGANTINI
Ondervoorzitter

 
Laatst bijgewerkt op: 12 juni 2009Juridische mededeling