Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2288(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0062/2009

Debatten :

PV 12/03/2009 - 5
CRE 12/03/2009 - 5

Stemmingen :

PV 12/03/2009 - 7.16
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0140

Debatten
Donderdag 12 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

5. Strategisch partnerschap EU-Brazilië – Strategisch partnerschap EU-Mexico (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van de volgende verslagen:

- A6-0062/2009 van Maria Eleni Koppa, namens de Commissie buitenlandse zaken, met een ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad betreffende het strategisch partnerschap EU-Brazilië (2008/2288(INI)), en

- A6-0028/2009 van José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra , namens de Commissie buitenlandse zaken, met een ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad betreffende het strategisch partnerschap EU-Mexico (2008/2289(INI)).

 
  
MPphoto
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, rapporteur. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, Latijns-Amerika is een continent dat meer dan zeshonderd miljoen mensen telt en dat met meer dan 10 procent bijdraagt aan het mondiale bnp, het herbergt 40 procent van de plantensoorten van deze planeet, en heeft tegelijkertijd een jong, dynamisch en buitengewoon actief menselijk kapitaal.

Ondanks de economische voorspoed van de afgelopen jaren maakt Latijns-Amerika vanuit het oogpunt van haar integratie niet zo’n gunstige periode door. President Oscar Arías heeft dit gezegd bij zijn ambtsaanvaarding, en we hebben het dit weekend vastgesteld op een in Sao Paolo georganiseerd seminar met deelneming van de voormalige president van Peru, Alejandro Toledo, en de voormalige president van Brazilië, Fernando Enrique Cardoso.

Er zijn spanningen geweest tussen Argentinië en Uruguay, het ALCA-project is mislukt, Venezuela is uit de Andesgemeenschap gestapt, er hebben zich problemen voorgedaan tussen Brazilië en Bolivia vanwege de nationalisering van energiebronnen, tussen Argentinië en Bolivia om dezelfde reden, tussen Ecuador en Colombia, tussen Colombia en Venezuela, tussen Mexico en Venezuela, enzovoorts.

Daarom is het onderhavige door Parlement en Raad ondersteunde initiatief van de Commissie om een strategisch partnerschap op te zetten, een duidelijk en niet mis te verstaan signaal dat Latijns-Amerika nog steeds een prioritaire plaats inneemt op de agenda van de Europese Unie, onder meer door de persoonlijke betrokkenheid van commissaris Ferrero-Waldner.

Wat Mexico betreft, beoogt dit strategisch partnerschap met name het belang van dit land te beklemtonen op Latijns-Amerikaanse en mondiale fora. Daarnaast is dit partnerschap een essentiële en onmisbare stap om de bestaande betrekkingen met Mexico te verstevigen en de samenwerking op het niveau van mondiale kwesties uit te breiden.

Deze nieuwe stap biedt de gelegenheid om de politieke dialoog verder uit te bouwen en de standpunten van beide partijen op mondiaal niveau, op verschillende multilaterale fora en bij internationale instellingen te coördineren, door middel van overlegmechanismen waarmee gezamenlijke standpunten kunnen worden ingenomen inzake concrete kwesties van globaal belang, zoals veiligheid, milieu of sociaaleconomische onderwerpen.

Voor de Europese Unie is dit tevens een uitstekende gelegenheid om een bevoorrechte relatie aan te gaan met een land dat een leidende positie inneemt in Latijns-Amerikaanse fora, zoals de Groep van Rio, waarvan Mexico tot het jaar 2010 voorzitter is, met een land ook dat deel uitmaakt van de G20, van de G8+5, van de Wereldhandelsorganisatie, van het Internationaal Monetair Fonds, en ook van de OESO, waarin Mexico als enig Latijns-Amerikaans land vertegenwoordigd is.

Als we dit strategisch partnerschap gestalte geven zoals hier wordt voorgesteld, zullen op de jaarlijkse toppen tussen de Europese Unie en Mexico dan ook meerdere doelen kunnen worden bereikt, zoals het zoeken naar gezamenlijke oplossingen voor de economische en financiële wereldcrisis, het formuleren van ambitieuze strategieën om de komende VN-Conferentie over klimaatverandering in Kopenhagen te doen slagen, het opzetten van een gestructureerde dialoog over immigratie, of het samenwerken voor de verwezenlijking van de Millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.

In de resolutie die het Parlement vanochtend zal aannemen zal het nogmaals zijn steun betuigen aan president Calderón in zijn strijd tegen de drugshandel en de georganiseerde misdaad. Ik denk dat wij daarnaast, vanuit respect, vanuit de dialoog en onze gedeelde verantwoordelijkheid gemeenschappelijke uitdagingen moeten aangaan, bijvoorbeeld de bescherming van kwetsbare groepen in de samenleving, zoals vrouwen, of vertegenwoordigers van de media.

Mevrouw de commissaris, dit jaar vieren wij de vijfentwintigste verjaardag van de politieke dialoog van San José, een periode waarin het door burgerconflicten geteisterde Midden-Amerika kon worden gepacificeerd dankzij een grootscheepse mobilisering van Midden-Amerikaans politiek talent en de begeleiding van de Europese Unie.

Het ondersteunen van de vrede, het begrip, de eensgezindheid en de verzoening is een eervolle taak, die de Europese Unie niet alleen in Midden-Amerika maar ook in andere gebieden vervult. Het is duidelijk dat nu deze waarden geconsolideerd worden, wat overigens niet zonder slag of stoot en ook niet overal in gelijke mate gebeurt, Mexico de kans krijgt zich te ontwikkelen. Zoals de ervaring in Europa ons echter geleerd heeft, zal dat zonder integratie een stuk moeilijker verlopen.

Met dit strategisch partnerschap met Mexico geven we een sterke impuls aan die ontwikkeling en vooral een duidelijk signaal van de Europese betrokkenheid bij Latijns-Amerika.

 
  
MPphoto
 

  Maria Eleni Koppa, rapporteur. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik ben heel blij dat wij vandaag discussiëren en stemmen over het verslag over de versterking van onze betrekkingen met Brazilië. De totstandbrenging van een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en dit land is voordelig voor beide partijen, omdat ten eerste de positie van Brazilië in de wereld is veranderd – het is een leidinggevende macht geworden onder de ontwikkelingslanden – maar ook omdat dit land een belangrijke rol speelt in de oplossing van geschillen over mondiale vraagstukken.

In de afgelopen jaren hebben de betrekkingen van de Europese Unie met Brazilië zich uitgebreid tot een groot aantal gebieden en bijgevolg is het noodzakelijk een gecoördineerd en samenhangend kader voor de betrekkingen tussen beide partijen tot stand te brengen. De versterking van de betrekkingen is gebaseerd op de onderlinge historische, culturele en economische banden maar ook op de gemeenschappelijke waarden van democratie, rechtsstaat en mensenrechten, op de ongerustheid over klimaatverandering, duurzame ontwikkeling en ontwapening, energie en non-proliferatie van kernwapens. Het strategisch partnerschap moet een samenhangend toepassingsgebied hebben en geleidelijk tot uitvoering worden gebracht.

Brazilië is eveneens een land van doorslaggevend belang voor de onderhandelingen met Mercosur. Daarom moet Brazilië toezeggen om via het partnerschap te zullen streven naar versterking van de betrekkingen van de Europese Unie met Mercosur en moet het zich bezighouden met vraagstukken van wederzijds belang. In dit kader zal het strategisch partnerschap het instrument zijn om de regionale, economische en commerciële betrekkingen uit te diepen.

Omdat de rol van Brazilië in het gebied is versterkt en omdat Brazilië actief deelneemt aan de VN, kan het mijns inziens een substantiële rol te spelen in het voorkomen en oplossen van regionale conflicten in Latijns-Amerika en op die manier bijdragen aan de consolidering van de vrede in het gebied.

Gezien de mondiale economische crisis moeten de Europese Unie en Brazilië samenwerken in het kader van de Wereldhandelsorganisatie om ervoor te zorgen dat de onderhandelingen over het ontwikkelingsprogramma van Doha op succesvolle wijze worden afgerond. Brazilië kan zich ook sterker inzetten voor de nieuwe uitdagingen van de wereldeconomie, daar regelgevingsvraagstukken een belangrijke rol spelen bij het waarborgen van eerlijke concurrentie en duurzame ontwikkeling.

Wat de hervorming van het financieel stelsel betreft kan Brazilië via de deelneming aan internationale fora bijdragen aan de herziening van de rol van de internationale organisaties bij het toezicht op en de regulering van de financiële markten.

Net als andere opkomende landen neemt ook Brazilië steeds actiever deel aan de internationale inspanningen voor de vermindering van armoede en ongelijkheid in de wereld door middel van samenwerkingsprogramma’s voor duurzame ontwikkeling op lange termijn.

Wat milieubescherming betreft is Brazilië het land met de grootste oppervlakte aan tropische bossen. De tropische bossen zijn van levensbelang. De Unie en Brazilië moeten dan ook actief samenwerken op internationaal vlak om de tropische bossen te beschermen maar ook om de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit aan te pakken. Het is noodzakelijk politieke verbintenissen aan te gaan met betrekking tot de toepassing van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake biodiversiteit. Ook moet actie worden ondernomen voor de bescherming en het beheer van de waterbronnen.

Dan moet ik nu nog vermelden dat Brazilië het eerste land is dat een belangrijke productie van biobrandstof heeft opgezet. Dankzij deze inspanningen heeft het tastbare resultaten kunnen bereiken bij de vermindering van de broeikasgasuitstoot. De uitwisseling van ervaringen en samenwerking op dit gebied zouden bijgevolg heel nuttig kunnen zijn voor de Unie en, omgekeerd, zullen hernieuwbare energiebronnen en energiebesparingsmaatregelen heel nuttig kunnen zijn voor Brazilië.

Immigratie is een fundamenteel vraagstuk op de Europese agenda. Daarom moet, in het licht van de Verklaring van Lima, met het strategische partnerschap een brede dialoog worden bevorderd over immigratie. In die dialoog moet worden gesproken over zowel legale als illegale migratie maar ook over de bescherming van de mensenrechten van immigranten.

Tot slot juicht het Europees Parlement de opening van de dialoog over visumvrijstelling door beide partijen toe. Daarmee zal kunnen worden bijgedragen aan het vrij verkeer van personen.

 
  
  

VOORZITTER: MIGUEL ANGEL MARTÍNEZ MARTÍNEZ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie.(FR) Geachte afgevaardigden, beste vrienden, staat u mij toe om allereerst de rapporteurs, mevrouw Koppa en de heer Salafranca Sánchez-Neyra, te bedanken voor hun uitstekende verslagen over twee strategische partnerschappen, het partnerschap tussen de Europese Unie en Brazilië en het partnerschap tussen de Europese Unie en Mexico.

Ik moet zeggen dat ik er als commissaris trots op ben dat we met betrekking tot Latijns-Amerika – en dan in het bijzonder Brazilië en Mexico – een groot aantal voorstellen en mededelingen hebben opgesteld. Ik geloof namelijk dat dit een goed moment was om dat te doen.

Brazilië en Mexico hebben zich de afgelopen jaren tot belangrijke mogendheden ontwikkeld, zowel in hun eigen regio als mondiaal gezien. De Europese Unie heeft op grond van dat gegeven erkend dat het een goed idee was om met deze landen strategische partnerschappen aan te gaan – zeker als je bedenkt welke economisch gewicht deze landen in Latijns-Amerika vertegenwoordigen. Ze spelen bovendien een rol als regionale leiders en hebben zeer vaak een belangrijke status als het gaat om regionale veiligheidsvraagstukken.

Onze betrekking zijn op uiterst solide fundamenten gebaseerd. Er bestaan met deze landen niet alleen, zoals we allen weten, nauwe historische en culturele banden; we delen ook gemeenschappelijke belangen en waarden, terwijl onze economische betrekkingen steeds sterker worden.

De Europese Unie is de belangrijkste handelspartner voor Brazilië, terwijl dit land in Latijns-Amerika het land is dat de meeste investeringen uit de Europese Unie aantrekt. In Brazilië alleen al zijn 87 miljard euro geïnvesteerd. Dat is meer dan al het kapitaal dat door diezelfde Europese Unie in de andere drie BRIC-landen – Rusland, India en China – is geïnvesteerd. Brazilië speelt verder een belangrijke rol in het kader van de samenwerking binnen de WHO. Als partner kan Brazilië soms lastig zijn, maar dat komt eenvoudigweg omdat natuurlijk ook dit land een eigen visie heeft.

Sinds de inwerkintreding van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Mexico – een baanbrekende overeenkomst tussen een Latijns-Amerikaans land en de Europese Unie – zijn de gemiddelde jaarlijkse Europese investeringen in Mexico verdrievoudigd, waardoor Mexico als handelspartner nu de tweede plaats inneemt. Ook Mexico deelt natuurlijk onze waarden en belangen. Daarom hebben we dit strategisch partnerschap opgezet, om zo een sterk instrument te creëren dat – naar we hopen – niet alleen gunstige consequenties zal blijken te hebben voor de burgers van de partnerlanden, maar ook voor mensen uit landen en regio’s in de rest van de wereld.

Ik wil er graag op wijzen dat de Europese Unie, Brazilië en Mexico blijven samenwerken om de financiële crisis het hoofd te bieden en er – zoals u opmerkt, mevrouw Koppa – voor te zorgen dat de G20-Top die in april in Londen zal plaatsvinden een succes wordt.

We proberen verder samen oplossingen te vinden voor problemen die ons allemaal aangaan, zoals klimaatverandering – voor ons een heel belangrijk onderwerp – en de bestrijding van de drugshandel. President Calderón speelt bij die laatste strijd een belangrijke rol: hij heeft er zijn handen vol aan. En dan is er het migratievraagstuk, een even lastige als gevoelig liggende materie.

We hebben gezien wat de Mexicaanse regering nu probeert te doen om de handel in illegale drugs te bestrijden. De regering heeft in die context te maken met een mate van geweld die vrijwel nooit eerder is vertoond. Het is dus van groot belang dat we Mexico helpen.

Geachte afgevaardigden, wat houdt dit strategisch partnerschap voor óns in? Ik geloof dat het ons zal helpen bij de voorbereidingen op onze toekomst. Een hele reeks bilaterale en mondiale kwesties die ons allemaal aangaan kunnen binnen een consistenter, beter gestructureerd en beter gecoördineerd kader worden besproken.

Ik heb verder met tevredenheid kunnen vaststellen dat we bij het uitwerken van de betrekkingen met deze twee landen de nadruk hebben gelegd op een aantal prioriteiten zoals die in het verslag van het Europees Parlement zijn genoemd, zoals coördinatie op multilateraal vlak – en dat betekent ook de VN –, democratie, mensenrechten en de mondiale vraagstukken die ik zojuist heb genoemd.

We zijn ook begonnen met het werk op het gebied van hernieuwbare energiebronnen, zoals biobrandstoffen. Ik heb het dan in de eerste plaats over Brazilië, aangezien dit land op dit gebied veel ervaring heeft. President Lula heeft ons daar tijdens het Portugees voorzitterschap op gewezen.

Wat het toezicht en de implementatie van dit partnerschap betreft, mijnheer de Voorzitter: onze belangrijkste uitdaging bestaat er voor 2009 – vooral met betrekking tot Brazilië – in om de in de gemeenschappelijk actieplannen opgenomen verplichtingen concreet uit te werken.

We willen nu graag de onderhandelingen over twee punten afsluiten. Om te beginnen de overeenkomst over de uitzondering met betrekking tot visa voor een kort verblijf en de toekenning, aan Bulgarije en Roemenië, van de status van markteconomie. Verder zijn we van plan in 2009 nieuwe dialogen op te zetten over onderwijs, cultuur en economische en financiële zaken. De bestaande dialogen zullen worden voortgezet, en we zullen met Brazilië verder blijven werken aan allerlei andere mondiale vraagstukken.

Wat Mexico betreft: het strategisch partnerschap waartoe de Raad besloten heeft zal – naar ik hoop – binnenkort op een Top EU-Mexico worden aangekondigd. Ondertussen zal de Commissie samen met de lidstaten en de Mexicaanse regering een werkdocument opstellen waarin wordt vastgelegd met welke concrete acties het strategisch partnerschap het best worden benut.

Tot slot wil ik iets zeggen over de rol van het Europees Parlement. Wij zijn er altijd voor als het Parlement iets bijdraagt aan de totstandbrenging van dit strategisch partnerschap, en we zijn dus heel blij met aanbevelingen die u vandaag heeft gedaan. Ik kan in dit verband opmerken dat ik ingenomen ben met het feit dat de parlementaire betrekkingen veelbelovend lijken te zijn: maar liefst 96 leden van de door het Braziliaanse parlement samengestelde parlementaire groep voor de Europese Unie zijn hier aanwezig.

Ik geloof dat we dezelfde belangen hebben, en wat de Gemengde Commissie EU-Mexico betreft: die is operationeel – de volgende vergadering zal eind maart plaatsvinden.

Samenvattend geloof ik, mijnheer de Voorzitter, dat we nu actief bezig zijn met het uitvoeren van de taken die we in het kader van dit partnerschap op ons hebben genomen. We hopen daarmee bij te dragen aan meer veiligheid over de gehele wereld.

 
  
MPphoto
 

  Juan Fraile Cantón, rapporteur voor advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik de Commissie gelukwensen met haar initiatief, dat ervoor zorgt dat Brazilië als regionale macht erkend wordt en zijn betrekkingen met de Europese Unie een strategisch karakter krijgen. Tot nog toe waren deze betrekkingen gebaseerd op de kaderovereenkomst voor samenwerking van 1992, en op de kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en Mercosur van 1995.

De afgelopen jaren echter is de rol van Brazilië op het wereldtoneel ten goede veranderd en het land heeft zich ontpopt als vitale gesprekspartner voor Europa. Deze nieuwe situatie leidt tot het intensiveren en diversifiëren van onze betrekkingen.

In de eerste plaats heeft dit strategisch partnerschap de taak Brazilië te ondersteunen bij het vervullen van een leidende rol op regionaal en mondiaal niveau.

In de tweede plaats moet worden vastgesteld, wat betreft de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, dat de regering er dankzij programma’s zoals het “Bolsa Familia”-programma (ofwel het ‘familiefonds’) dan wel in geslaagd is het ontwikkelingspeil van de bevolking op te trekken en de extreme armoede met bijna de helft terug te dringen, maar dat de inkomensverschillen nog steeds heel groot zijn, en dat er aanzienlijke armoedeconcentraties bestaan, alsook grote regionale verschillen tussen het noorden en het zuiden van het land.

In dit opzicht zou het een goede zaak zijn als we onze politieke ervaringen onderling uitwisselden, teneinde innoverende oplossingen te kunnen vinden om de armoede, ongelijkheid en sociale uitsluiting te bestrijden, om onevenwichtige situaties tegen te gaan, en om iedereen sociale bescherming en menswaardige arbeid te bieden.

Wat de bescherming van het milieu betreft, maken wij ons zorgen over dezelfde, belangrijke kwesties, en op grond daarvan dienen we een dialoog aan te gaan over zaken als klimaatverandering, waterbeheer, biodiversiteit en ontbossing, en over de rol die de inheemse volkeren daarin moeten vervullen.

Wat betreft de samenwerking op energiegebied is er dankzij de in 2007 gestarte dialoog vooruitgang geboekt die moet worden geconsolideerd, op gebieden zoals die van de duurzame biobrandstoffen, hernieuwbare energiebronnen, energierendement, en energietechnologie met een lage CO2-uitstoot.

Voorts houdt het strategisch partnerschap met Brazilië ook de belofte in van een toenemende regionale integratie, wat zal leiden tot nauwere samenwerking tussen de Europese Unie en Mercosur.

 
  
MPphoto
 

  Erika Mann, rapporteur voor advies van de Commissie internationale handel. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, ik ben blij dat we dit debat voeren. Met beide landen hebben we tenslotte intensieve relaties, en ik zou natuurlijk met name op Mexico in willen gaan.

Als leden van de Commissie internationale handel hebben we er in onze debatten veel waarde aan gehecht die onderwerpen te behandelen die te maken hebben met ons taakgebied, en wij vinden het met name belangrijk dat we de vrijhandelsovereenkomsten nog sterker maken. Wanneer we naar de cijfers kijken zien we weliswaar dat onze handel in de afgelopen jaren wel degelijk is gegroeid, maar er moet nog veel gebeuren, en wij aan de Europese kant leggen nog heel wat beperkingen op voor de toegang tot de markt. Ik zou u werkelijk willen verzoeken, mevrouw de commissaris, om alles in het werk te stellen om de situatie samen met de andere betrokken commissarissen toch nog eens te analyseren, en die beperkingen op te heffen wanneer daardoor problemen ontstaan.

Het is onzinnig om met zulke belangrijke landen in Latijns-Amerika te spreken over strategische partnerschappen, en dan tegelijkertijd nog steeds zulke absoluut absurde beperkingen voor de markttoegang op te leggen. Sommige daarvan zijn wel zinvol, maar de meeste leveren eigenlijk niets op. Onze commissie en ik zouden u zeer dankbaar zijn wanneer we dat eens zouden kunnen oplossen.

Bovendien moeten we in het kader van onze mondiale internationale relaties Mexico de plaats geven die dit land verdient, dat is het tweede punt dat voor ons heel belangrijk is. Dat houdt natuurlijk vooral verband met de constellatie binnen de G20, die nog erg instabiel is. Als delegatie hebben wij u een brief gestuurd waarin we ervoor pleiten dat Mexico aan de tafel van de G20 zal zitten, en wel permanent, niet tijdelijk.

Ik heb nog een laatste verzoek. Ik weet dat u zelf niet naar onze delegatievergadering op 30 en 31 maart kunt komen, maar ik hoop dat u ervoor kunt zorgen dat er iemand uit uw ressort komt wanneer de heren Guadarrama, Buganza en Green komen. Zij zijn de voorzitters namens de Mexicaanse kant, en ik zou graag willen dat zij werkelijk het gevoel krijgen dat de Commissie veel waarde hecht aan de rol en aan het bezoek van de delegatie.

 
  
MPphoto
 

  Francisco José Millán Mon, namens de PPE-DE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, de Europese landen hebben nauwe historische en culturele banden met Latijns-Amerika. Als Spanjaard, die bovendien afkomstig is uit Galicië, ben ik me daarvan wel bewust. Daarnaast delen wij de beginselen en waarden die we van het christendom geërfd hebben.

In grote lijnen zijn Latijns-Amerika en de Europese Unie natuurlijke partners, en het is zaak dat we onze betrekkingen intensiveren. Ik juich het bijzonder toe dat er in dit Parlement brede overeenstemming bestaat over het feit dat de Europese Unie een strategische betrekking dient aan te gaan met Mexico en Brazilië. Wat Mexico betreft heb ik vorig jaar april al gewezen op die noodzaak, in een debat in dit Parlement over de Top van Lima.

Het strategisch partnerschap moet worden gekoppeld aan jaarlijkse, regelmatig te houden topconferenties. Met Brazilië houden we dergelijke topconferenties sinds 2007, en in het verslag-Salafranca wordt terecht hetzelfde bepleit voor Mexico, gezien een zekere dubbelzinnigheid in de conclusies van de Raad van oktober 2008. Ik hoop dat we dit jaar een dergelijke top kunnen houden met Mexico.

Dames en heren, het strategisch partnerschap van de Europese Unie met Mexico en Brazilië is op bilateraal en ook op globaal niveau een bijzonder gunstige ontwikkeling. Op het bilaterale vlak bestaan er tal van mogelijkheden om de relatie uit te bouwen. Neem bijvoorbeeld Mexico, waarvan de handel en de investeringen op spectaculaire wijze is gegroeid als gevolg van de associatieovereenkomst. Andere gebieden waarop we de handen ineen moeten slaan, zijn de bestrijding van de georganiseerde misdaad en de drugshandel, en de samenwerking op energiegebied, zoals we ook meer overleg moeten plegen op multinationale fora.

Wat Brazilië betreft, zou het intensiveren van de betrekkingen ook kunnen bijdragen tot het deblokkeren van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Mercosur.

Ik zou hier willen wijzen op de positieve balans die de economieën van Mexico en die van Brazilië te zien hebben gegeven in het afgelopen decennium, in tegenstelling tot voorafgaande perioden. Zonder die vooruitgang, die het gevolg is van een doeltreffend beleid, zouden hun economieën door de wereldcrisis geveld zijn. Op het ogenblik en dankzij de verkregen reserves kunnen hun regeringen echter een anticyclisch beleid voeren, net als de ontwikkelde en enkele opkomende landen.

Op wereldtoneel spelen Mexico en Brazilië ook een steeds belangrijker rol. Zij nemen deel aan het zogenaamde Heiligendamm-proces, en als economische grootmachten van Latijns-Amerika zijn zij lid van de G20.

In de wereld van vandaag, met al zijn complexiteit en onderlinge verbondenheid, met al zijn uitdagingen en gevaren van globale omvang, zoals de klimaatverandering, is het voor de Europese Unie en natuurlijk voor de hele internationale gemeenschap buitengewoon raadzaam om met zulke belangrijke actoren als Mexico en Brazilië samen te werken, in een sfeer van gedeelde verantwoordelijkheid.

 
  
MPphoto
 

  Vicente Miguel Garcés Ramón, namens de PSE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, op 15 juli 2008 heeft de Commissie een mededeling aan de Raad en het Parlement aangenomen, waarin zij de Unie aanbeveelt een strategisch partnerschap met Mexico aan te gaan.

Op 13 oktober jongstleden heeft de Europese Raad buitenlandse betrekkingen Mexico erkend als strategische partner, in afwachting van het standpunt ter zake van het Parlement.

Zoals wij op de zevende vergadering van de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Mexico van eind oktober vorig jaar al hebben gezegd, is een strategisch partnerschap tussen Mexico en de Europese Unie een noodzakelijke impuls om het feitelijke potentieel van onze bilaterale betrekkingen uit te bouwen en tot ontwikkeling te brengen.

Er zij op gewezen dat de betrekkingen tussen beide partijen een gunstige periode doormaken en dat de balans van de huidige overeenkomst positief uitvalt. Wij dringen aan op de noodzaak dat onze regeringen nauwer gaan samenwerken op het gebied van de politiek, economie en ontwikkelingssamenwerking. Die noodzaak is nog urgenter geworden in het licht van de nieuwe uitdagingen op allerlei niveaus, ten gevolge van de financiële en economische crisis die onze continenten op hun grondvesten doet schudden.

Mexico is een geweldig land, waarmee wij tal van waarden en doelstellingen gemeen hebben, zoals de ontwikkeling van democratische regeringsvormen, de verbintenis inzake gendergelijkheid, het consolideren van de rechtsstaat, een rechtvaardige en duurzame ontwikkeling, en eerbiediging van de mensenrechten. Wij pleiten voor nauwere samenwerking bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad, terrorisme en drugshandel, op grond van de beginselen van gedeelde verantwoordelijkheid en een strikte naleving van het internationale recht.

Daarom zullen wij onze steun geven aan de ontwerpaanbeveling over het strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en Mexico, die vanochtend aan het Parlement zal worden voorgelegd.

 
  
MPphoto
 

  Renate Weber, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is algemeen bekend dat Brazilië tot een steeds belangrijkere regionale en mondiale speler is uitgegroeid. De cruciale rol die Brazilië heeft gespeeld bij de oprichting van Unasur bevestigt eens te meer deze reputatie en verdient dan ook de nodige erkenning, net als de inspanningen die het land levert om de democratische evolutie in sommige Latijns-Amerikaanse landen te ondersteunen en beïnvloeden.

Net als de rapporteur vind ik dat Brazilië en de Europese Unie dezelfde waarden delen op het gebied van democratie, de rechtsstaat en de bevordering van de mensenrechten, en dezelfde beginselen voor wat de markteconomie betreft. Het is dan ook duidelijk dat Brazilië een zeer belangrijke partner is voor de Europese Unie.

De Braziliaanse economie heeft een groeiperiode van meerdere jaren gekend. Ik hoop dat de economie van het land niet al te zwaar zal worden getroffen door de huidige economische crisis. Helaas hebben de economische ontwikkeling en toenemende welvaart in Brazilië niet geleid tot een uitroeiing van de armoede. In het verslag staat dat Brazilië nog steeds een groot aantal armen telt en dat de welvaart nog steeds geconcentreerd is bij groepen met een bepaalde culturele of raciale achtergrond. Benadrukt moet worden dat 65 procent van de armste Brazilianen van zwart of van gemengde etnische afkomst is, terwijl 86 procent van de meest bevoorrechte klasse blank is. Ik waardeer de opvatting van president Lula dat zijn regering niet de rijkdom, maar wel de armoede moet bestrijden. Ik ben ervan overtuigd dat de ondersteuning en bijstand van de EU kunnen helpen in de strijd tegen deze polarisering tussen de zeer armen en de zeer rijken.

Hiervoor hebben wij echter de middelen nodig die beschikbaar zijn via het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voor Brazilië. We moeten deze financiële middelen gebruiken om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en doelstellingen op het gebied van duurzame ontwikkeling te verwezenlijken. Tegelijkertijd moet de Europese Unie zich blijven inzetten voor de strijd tegen de ontbossing. Dit is een cruciale kwestie, aangezien Brazilië beschikt over een rijk, maar ook kwetsbaar milieu. Wij moeten niet enkel sterke partnerschappen ontwikkelen, maar ook coördineren met andere donoren en projecten op touw zetten die, voor wat de bescherming van het milieu betreft, woorden omzetten in daden.

Daarnaast moet ons strategisch partnerschap de ontwikkeling ondersteunen van een sterk Braziliaans maatschappelijk middenveld, de contacten bevorderen tussen Europese en Braziliaanse ngo’s, tussen fora van ondernemers en zakenlui, en moet het educatieve en culturele uitwisselingen bevorderen. De samenwerking op het vlak van het hoger onderwijs via het “Erasmus Mundus”-programma of andere biregionale structuren moet beschouwd worden als een investering in het meest kostbare goed van elk land, namelijk het menselijk kapitaal.

 
  
MPphoto
 

  Roberta Angelilli, namens de UEN-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de dialoog met Brazilië en politieke en commerciële samenwerking met dit land is voor Europa een belangrijke doelstelling, die verder moet worden uitgewerkt en versterkt. Om te beginnen denk ik daarbij aan het bestrijden van armoede, met name onder kinderen, en het toewerken naar solide handelsovereenkomsten om de handel en investeringen op te voeren.

Maar er zijn enkele belangrijke zaken waar dit strategisch partnerschap niet omheen kan. Ten eerste moet er meer worden samengewerkt in de strijd tegen corruptie, georganiseerde criminaliteit, grensoverschrijdende criminaliteit, drugshandel, het witwassen van geld en internationaal terrorisme. Ten tweede moet er nauw worden samengewerkt op juridisch gebied, in het bijzonder wat betreft de samenwerking in uitzettingsprocedures en de wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken.

 
  
MPphoto
 

  Raül Romeva i Rueda, namens de Verts/ALE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, het lijkt me duidelijk dat we bij het debatteren over deze overeenkomst de huidige context niet kunnen negeren, te weten de crisis, waardoor in Europa vooral de op de export gerichte sectoren getroffen worden, en in Mexico vooral die actoren die het meest onder de gevolgen van de economische vertraging te lijden hebben.

Een overeenkomst als deze zou voor alle partijen gunstig moeten zijn, maar de ervaring heeft ons geleerd dat dit niet altijd zo is. Voor Europa is hij wel bijzonder gunstig. Dat lijkt me een feit, en het blijkt ook duidelijk als we de balans van de afgelopen acht jaar opmaken, waarin de handelsbalans sterk in het voordeel van de Europese Unie is doorgeslagen.

Het tekort op de handelsbalans was opgelopen tot 80 procent, wat ertoe heeft geleid dat Mexico thans sterk afhankelijk is van de Europese Unie. Dan bestaan er nog andere risico’s die we niet mogen vergeten, want de meeste investeringen die de Europese Unie gedaan heeft, zullen uiteindelijk ook positieve gevolgen hebben voor Europa. Een groot deel van de export vindt namelijk ‘in-house’ plaats, binnen dezelfde onderneming.

Ik zeg niet dat dit per se een slechte zaak is, maar wel dat we het in de gaten moeten houden, dat we moeten beseffen dat dit bijzonder negatieve gevolgen kan hebben. Nog zorgwekkender echter is de obsessie met liberalisering die sommige regeringen hebben, en die binnen een bepaalde logica past. Voorbeeld hiervan is de banksector. In Mexico is de banksector – een van de belangrijkste sectoren, die van essentieel belang is gebleken om de crisis het hoofd te bieden – op dit moment voor 90 procent in buitenlandse handen, en van die 90 procent is de helft in Europese handen.

Naar mijn idee is dit niet de beste manier om een dergelijke overeenkomst aan te gaan. Een overeenkomst zou situaties moeten verbeteren, in geen geval de risico’s moeten vergroten, en dat is nu juist waar we met sommige van onze amendementen op aansturen.

 
  
MPphoto
 

  Willy Meyer Pleite, namens de GUE/NGL-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, het verslag over het partnerschap met Brazilië telt ongetwijfeld heel wat positieve aspecten. Bijzonder constructief en zinvol vinden wij dat er gepleit wordt voor multilateralisme, voornamelijk op de internationale fora van de VN, voor samenwerking op milieugebied, op het gebied van duurzame ontwikkeling, bosbeheer en waterbeheer, en onderwijs, alsook op de gebieden gerelateerd aan hernieuwbare energiebronnen en technologische samenwerking.

Wat betreft de benadering van de immigratiekwestie: ondanks “de richtlijn van de schande” denk ik dat het op dit concrete punt gaat om mensenrechten en migranten, en daarom lijkt deze benadering mij heel terecht. Ander belangrijk punt is de samenwerking voor de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, evenals de sociale cohesie in verband met de belangrijke leidersrol van Brazilië op het gebied van de bestrijding van de armoede, die het land onder andere aanpakt met behulp van het ‘familiefonds’, het zogeheten ‘Bolsa de Familia”-programma. Binnen het partnerschap is het ongetwijfeld ook van belang dat Brazilië een voortrekkersrol speelt in het regionale integratieproces door middel van Unasur. Dat wil zeggen dat de overeenkomst tal van belangrijke punten bevat die er ook toe nopen maatschappelijke organisaties bij de onderhandelingen te betrekken.

Daarnaast bevat het verslag ook punten die ons niet bevallen – reden waarom wij ons van stemming zullen onthouden – zoals in de eerste plaats de aanbeveling om een einde te maken aan het economisch protectionisme in Brazilië. Deze tekst is vermoedelijk opgesteld vóór de crisis; volgens mij is protectionisme thans een realiteit. De thans heersende opvattingen over de manier om de crisis te beëindigen of te beperken, neigen ongetwijfeld naar ingrijpen door de overheid in de economie, in het bestuur. Ik denk dat de vrije markt aan zijn eind is gekomen met een crisis waarvan de gevolgen voor de mensheid niet te voorspellen zijn.

Dan is nog een ander belangrijk punt waarmee we niet blij zijn, en dat is het punt waarin gepleit wordt voor gezamenlijke deelneming aan projecten voor nucleair onderzoek, in het bijzonder het project van de thermonucleaire reactor ITER. Naar mijn idee is dit voor ons niet wenselijk, wij zijn niet voor kernenergie. Ik denk dat we het met een doelmatiger energiegebruik en meer hernieuwbare energiebronnen heel goed kunnen stellen zonder een energiebron die bijzonder schadelijk is voor de mensheid. Ondanks de positieve punten in dit verslag zullen wij vanwege dit laatste voorstel afzien van stemming.

Wat betreft het verslag over Mexico, dit is van heel andere aard, want de overeenkomst met Brazilië moet het daglicht nog zien. Met Mexico daarentegen hebben we al sinds 1997 een strategische samenwerkingsovereenkomst, en daarom kunnen we nu al een balans opmaken om te zien of alles al dan niet naar wens verloopt.

Ook wat dit verslag betreft zullen wij ons onthouden van stemming. In de eerste plaats omdat we van mening zijn dat negatieve economische gevolgen in dit verslag omzeild worden. Het is zeker een vooruitgang dat er aandacht is besteed aan aspecten betreffende de achteruitgang van de mensenrechten, met betrekking tot de vrouwenmoorden. Verder zijn er amendementen opgenomen die de tekst naar mijn idee toelichten en nuanceren, maar er is ook een gedeelte dat wij niet positief vinden, en dat is het hele deel dat betrekking heeft op de Vrijhandelsovereenkomst en de gevolgen daarvan voor de geringe Mexicaanse productie. Net zoals elk land op de wereld maakt Mexico op het ogenblik een moeilijke tijd door. De buitenlandse investeringen in Mexico zijn duidelijk in een klein aantal sectoren geconcentreerd, zonder bij te dragen aan een uitbreiding van de lokale economie.

Bijgevolg zal onze fractie, de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links, zich van stemming over dit verslag onthouden.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder, namens de IND/DEM-Fractie. – Voorzitter, het is de laatste jaren in de Unie meer en meer een trend geworden om strategische partnerschappen te sluiten met derde landen. Op zich heb ik hier niet veel moeite mee. Het kan nuttig zijn om de bilaterale verhoudingen in zo’n partnerschap verder vorm te geven, toch zijn er ten minste twee risico’s die aan deze constructie vastzitten.

In de eerste plaats kan Europa niet ieder land tot strategisch partner verklaren. Dit leidt mijns inziens tot een devaluatie van het begrip “strategisch”. Daarom pleit ik ervoor alleen de bilaterale betrekkingen met cruciale partners onder deze noemer onder te brengen. Wat mij betreft geldt dit trouwens eerder voor Brazilië dan voor Mexico, waarover eveneens vanochtend is gesproken.

In de tweede plaats krijg ik soms het onbestemde gevoel dat deze strategische partnerschappen een hoog symbolisch gehalte hebben. Er kan weer een top belegd worden en verder blijft veel bij het oude. Deze partnerschappen fungeren vaak uitsluitend als forum. De vraag naar de concrete resultaten blijft vaak onbeantwoord.

Dit proef ik ook enigszins in de ontwerpaanbeveling van het Parlement aan de Raad inzake Brazilië, waarover wij vanmorgen spreken. Ook hier mis ik nog teveel het benoemen van concrete problemen. Ik wil deze zorg, Voorzitter, met behulp van drie elementen uit de ontwerpaanbeveling illustreren.

Allereerst wordt enigszins verhullend opgemerkt dat dit partnerschap niet ten koste mag gaan van de relaties van de Unie met Mercosur. Hoe is het mogelijk dat de Europese Unie, die altijd als promotor van de regionale samenwerking optreedt, die bilaterale betrekkingen met Brazilië laat prevaleren boven de regionale samenwerking met de Mercosur? De Unie hanteert hier de verkeerde volgorde.

Vanuit onze betrokkenheid met de regio moet de Europese Unie Brazilië juist wijzen op het belang van een sterke Mercosur en moet zij het land aanmoedigen om zelf veel in deze samenwerkingsovereenkomst te investeren. In plaats daarvan gaat de Unie op bilateraal niveau met Brazilië om de tafel zitten en geeft ze daarmee het signaal af dat Mercosur voor ons op de tweede plaats staat.

Ook op handelsgebied vind ik de ontwerpaanbeveling niet scherp geformuleerd. Er wordt een oproep gedaan om in gezamenlijkheid aan het vlot trekken van de Doha-ronde te werken. Uiteraard een nobel streven, maar zou het niet beter zijn om eerst de kritieke punten van verschil tussen de Unie en Brazilië concreet te benoemen?

Het onderwerp van markttoegang is voor beide kampen een aangelegen punt. Ik denk dat de Doha-ronde al meer kans van slagen heeft, als deze kwestie op bilateraal niveau wordt uitonderhandeld. U hoort mij hiermee niet zeggen dat dit eenvoudig zal zijn, maar ik zie dit als een betere weg dan het uitspreken van retorisch goed klinkende verklaringen.

Ik heb ook vanuit mijn geopolitieke interesse naar de ontwerpaanbeveling gekeken. Ik mis hierin toch wel een oproep aan Brazilië om regionaal een leidersrol te vervullen. Daarmee wil ik mijn bijdrage afronden. Brazilië moet de politieke ontwikkeling in de regio goed peilen en doet dat primair op de ambitie van het buurland Venezuela om de hegemonie op het continent te verkrijgen.

Dit is een situatie die noch in het belang van het continent zelf, noch in het belang van de Europese Unie is. Het omstreden referendum over de grondwetswijziging in Venezuela illustreert voldoende dat er van Europese waarden als democratie dan weinig zal overblijven.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Claude Martinez (NI).(FR) Mijnheer de Voorzitter, het is allemaal heel mooi om een strategisch partnerschap te hebben, met een Volkswagenfabriek in Puebla en gemengde parlementaire commissies met Mexico en Chili, maar het is intussen wel zo – zoals de heer Salafranca Sánchez-Neyra in zijn verslag zelf aangeeft – dat we al dertig jaar bezig zijn met realistisch te blijven, een juiste sfeer te scheppen, een beetje te praten over landbouw, drugs, vrouwen, water en ga zo maar verder.

We moeten verder gaan. We moeten meer ambitie tonen – voor Europa én Latijns-Amerika. We moeten een streefdatum vastleggen; 2025 bijvoorbeeld. We moeten proberen de eerstvolgende twintig jaar, binnen één generatie dus, tussen Europa en Latijns-Amerika een alliantie van beschavingen te scheppen. En waarom geen integratie?

Om dat te bewerken bestaat er een kader: Eurolat. Ofwel het parlement dat Europa en Latijns-Amerika samenbrengt. We hebben voor dit kader een manifest nodig, een resolutie die voor dit kader hetzelfde betekent als 8 mei 1950 voor Europa betekende. Laten we onze mensen, onze hulpmiddelen, ons intelligentie, ouderen en jongeren van beide zijden bij elkaar brengen en op die manier zo vlug mogelijk een ruimte voor vrij verkeer van studenten, onderzoekers, intellectuelen en intellecten scheppen. Dat zou neerkomen op een automatisch cultureel visum. Malinche had geen visum nodig om Cortés Quecha of Maya te leren. Het zou de eerste stap zijn bij het creëren van een blok van één miljard Latino’s – één miljard christenen – om in de wedijver tussen de naties in te zetten.

Ik weet natuurlijk hoe onrealistisch dit mag klinken in de oren van economische realisten, maar als de droom die je najaagt niet voldoende groot is, verlies je hem bij het najagen uit het zicht.

 
  
MPphoto
 

  Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE) . – (RO) Ik steun het verslag van de heer Salafranca. Ik ben van oordeel dat we na de tenuitvoerlegging van de algemene overeenkomst moeten overgaan tot een hoger historisch niveau in het strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en Mexico.

Dit partnerschap is een noodzaak geworden. Mexico speelt immers niet alleen een belangrijke rol op het politieke en economische wereldtoneel, maar onderhoudt ook nauwe economische banden met de Europese Unie. Mexico heeft een bevolking van meer dan 100 miljoen inwoners. Het is de op negen na grootste economische macht in de wereld en maakt deel uit van de G20.

Tegen de achtergrond van mondiale uitdagingen zoals de economische crisis en de opwarming van de aarde zal samenwerking met Mexico de nodige vruchten afwerpen. Wij willen uiteraard dat in het kader van het nieuwe partnerschap jaarlijks een topbijeenkomst met de Europese Unie en Mexico plaatsvindt, op basis van het model voor soortgelijke vergaderingen op hoog niveau met andere strategische partners.

We moeten ook de parlementaire dimensie van dit partnerschap steunen met de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Mexico en de parlementaire vergadering Eurolat, die de afgelopen jaren een belangrijke bijdrage hebben geleverd. In het kader van het Europees Jaar van de creativiteit en innovatie moet er meer aandacht uitgaan naar samenwerking tussen de Europese Unie en Mexico op het gebied van onderzoek, cultuur en onderwijs, alsmede de mobiliteit van wetenschappers en studenten.

Mexicanen vormen de grootste Spaanstalige gemeenschap ter wereld en delen culturele waarden met Europeanen. Op grond van hun Latijnse erfenis zijn zij nauwe verbonden met het culturele erfgoed van Roemenië. Zo was tijdens een tentoonstelling in juli 2005 in het Museum van het Roemeense plattelandsleven in Boekarest de verbluffende gelijkenis te zien tussen Mexicaanse volkskunst en talrijke werken die de Roemeense volkskunst vertegenwoordigen. Ik ben van oordeel dat de instellingen van de Europese Unie de mogelijkheden die cultuur, onderwijs en kunst bieden om volkeren nader tot elkaar te brengen, op grotere schaal en constant moeten inzetten.

Tot slot moet in het kader van dit strategische partnerschap ook de veiligheid van Europese burgers die naar Mexico reizen, worden gewaarborgd. Mexico biedt uitzonderlijke mogelijkheden voor toerisme. Het land beschikt over prachtige cultuurhistorische schatten en is ook een favoriete bestemming van veel Europeanen. Deze moeten niet worden ondermijnd door de misdaad en corruptie die in bepaalde gebieden onmiskenbaar bestaan. De strijd tegen criminaliteit kan meer effect sorteren door trilaterale samenwerking tussen Mexico, de Europese Unie en de Verenigde Staten.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE).(RO) De samenwerkingsovereenkomsten tussen de Europese Unie en Mexico en de Europese Unie en Brazilië zijn van grote betekenis. Democratische waarden, de rechtsstaat en inachtneming van de mensenrechten moeten de pijlers zijn van deze overeenkomsten.

Ik wil benadrukken dat de Europese Unie en deze twee landen alle zeilen moeten bijzetten voor de bevordering van de overdracht van wetenschappelijke en technologische kennis. Zo kan door samenwerking daadwerkelijk een gemeenschappelijke bijdrage worden geleverd aan de bestrijding van klimaatverandering en verbetering van milieubescherming. Het Integraal Programma voor steun aan het MKB zal een essentiële bijdrage leveren aan de sociaaleconomische ontwikkeling van deze landen. Vooral in het licht van de huidige economische crisis moeten banen worden gecreëerd en behouden en moeten we ons blijven inzetten voor de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen.

Als rapporteur van de overeenkomst inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Mexicaanse Staten wil ik het belang van deze overeenkomst onderstrepen. Hiermee wordt vrije mededinging op het vlak van luchtdiensten bevorderd. De Verenigde Mexicaanse Staten mogen in voorkomend geval op niet-discriminerende wijze belastingen, heffingen, accijnzen, vergoedingen of kosten in rekening brengen voor de brandstof die op hun grondgebied wordt geleverd aan luchtvaartuigen van een door een lidstaat van de Europese Gemeenschap aangewezen luchtvaartmaatschappij die een plaats op het grondgebied van de Verenigde Mexicaanse Staten verbindt met een andere plaats op het Amerikaanse continent.

Ik wil erop wijzen dat deze kwestie van groot belang is, met name met het oog op de tenuitvoerlegging van het handelssysteem voor certificaten voor de emissie van broeikasgassen. Daarnaast hebben beide landen, Brazilië en Mexico, een bijzonder belangrijke rol te vervullen bij de ondertekening van de toekomstige post-Kyoto-overeenkomst, die hopelijk in december in Kopenhagen zal plaatsvinden.

 
  
MPphoto
 

  Monica Frassoni (Verts/ALE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie zal tegen het verslag over het partnerschap met Brazilië stemmen en zich van stemming onthouden wat betreft het partnerschap met Mexico. We doen dat niet van harte, maar onzes inziens laten we hiermee duidelijk onze onvrede zien met praktijken die wij nu al enige tijd van de hand wijzen. Neem bijvoorbeeld Brazilië. De kwestie van het partnerschap wordt opgelost met nog meer dumping binnen Mercosur. De nadruk wordt in het partnerschap gelegd op wat volgens ons de verkeerde prioriteiten zijn – mevrouw Ferrero­Waldner had het bijvoorbeeld over biobrandstoffen, maar in de resolutie staat een hele reeks overwegingen over nucleaire energie en CCS, ofwel het afvangen en opslaan van kooldioxide. Een land als Brazilië zou in plaats daarvan echter samen met ons moeten werken aan de ontwikkeling van hernieuwbare technologieën en energiebesparing: dát is de weg voorwaarts voor dat land.

Wat Mexico betreft, mijnheer de Voorzitter, hebben wij een aantal amendementen ingediend – de rapporteur is bovendien tamelijk open geweest ten aanzien van bepaalde zaken die voornamelijk met mensenrechten te maken hebben. Wij zijn echter van mening dat een strategisch partnerschap en een parlementaire dialoog gericht moeten zijn op actuele politieke kwesties. Bovenaan de agenda staan op dit moment de grote economische crisis waar het land mee kampt, het probleem van terugkerende migranten en, uiteraard, geweld en georganiseerde criminaliteit. Het partnerschap moet zich veel en veel explicieter bezighouden met deze zaken, en niet zozeer met onderwerpen die we toch zeker minder belangrijk vinden.

Nog één opmerking, mijnheer de Voorzitter, over de interparlementaire dialoog, waaraan wij allemaal vanzelfsprekend veel belang hechten; ik denk en hoop dat de volgende Eurolat-vergadering in staat zal zijn zich te ontworstelen aan dat enigszins formele en, als ik eerlijk ben, weinig zinvolle kader dat veel van onze bijeenkomsten kenmerkt, en ik hoop van harte dat Eurolat van invloed zal zijn op het nationaal debat in die landen.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL).(PT) De veranderingen die in Latijns-Amerika plaatsvinden, moeten de Europese Unie aanzetten tot het aangaan van nieuwe samenwerkingsverbanden met de Latijns-Amerikaanse landen. Daarbij dient meer aandacht te worden besteed aan maatschappelijke en culturele elementen en aan ontwikkelingssteun op basis van wederzijds respect voor de verschillende ontwikkelingsniveaus en de verschillende politieke keuzen van de bevolking. Helaas zijn dit in de voorstellen van de Europese Unie elementen van ondergeschikt belang.

Gewoonlijk komt de economie op de eerste plaats. Hoofddoel is immers om de belangen van de grote Europese economische en financiële groepen te beschermen. Bepaalde maatschappelijke organisaties, met name in Brazilië, hebben deze situatie onder de aandacht gebracht, zoals wij hebben kunnen vaststellen tijdens het laatste bezoek van de delegatie van het Europees Parlement voor de betrekkingen met Mercosur aan Brazilië. Op een moment dat bijvoorbeeld het merendeel van de Mexicaanse bevolking lijdt onder de gevolgen van de ernstige economische recessie en de overgrote meerderheid van de Mexicaanse banken door buitenlandse maatschappijen, en vooral door Europese banken, wordt gecontroleerd, is het betreurenswaardig dat de Europese Unie haar overeenkomst met Mexico veeleer blijft gebruiken als toegangspoort tot de Verenigde Staten dan als instrument om de lokale ontwikkeling te steunen. Dit betekent dat zij bijdraagt aan de vernietiging van de Mexicaanse kleine en middelgrote ondernemingen en het productieapparaat van het land, met name op industrieel niveau, door aan te dringen op vrije handel, liberalisering van strategische sectoren en vercommercialisering van essentiële goederen zoals water.

Het Europees beleid inzake partnerschapsovereenkomsten is dan ook aan een grondige herziening toe. Daarbij moet prioriteit worden verleend aan de economische en sociale ontwikkeling. Op die manier kunnen wij bijdragen aan de totstandkoming van banen met rechten, de sociale vooruitgang, de bevordering van de rechten van de inheemse bevolking en de bescherming van de bossen en de biodiversiteit, onder eerbiediging van het soevereine recht van de Latijns-Amerikaanse landen op hoogwaardige openbare diensten, het recht van zeggenschap over de strategische sectoren van hun economie en de beslissingen van de door het volk gekozen instellingen.

 
  
MPphoto
 

  Luca Romagnoli (NI).(IT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, net zoals ik bij eerdere gelegenheden heb gedaan, zou ik willen betogen dat een versterkte samenwerkingsrelatie met Latijns-Amerika van strategisch belang is voor de EU. Immers – zoals de heer Salafranca in zijn verslag ook al terecht aangeeft – niet alleen de historische en culturele banden en de gedeelde waarden zijn een reden om nauwere betrekkingen tot stand te brengen. Een partnerschap biedt ook nog eens multisectorale, interregionale en intraregionale ontwikkelingsmogelijkheden voor beide partijen.

Ik sta dan ook achter de voorgestelde initiatieven om de wederzijdse investeringen en de handel tussen de Unie en Brazilië te intensiveren. Wel vraag ik mij af welke verbetering mogelijk is op het gebied van milieusamenwerking, eerbiediging van de mensenrechten en bescherming tegen georganiseerde criminaliteit, die vaak naar de Unie wordt geëxporteerd – deze kwesties zijn even belangrijk. Ook moet gekeken worden naar migratie en overschrijvingen van emigranten, want het lijdt geen twijfel dat winsten die gemaakt zijn via illegaal werk en andere clandestiene activiteiten op illegale wijze worden geëxporteerd. Wat migratie betreft, vraag ik mij verder af welke garanties ons geboden kunnen worden door een land dat criminelen en zwendelaars als Cesare Battisti en ‘tovenaar’ Mário Pacheco do Nascimiento in bescherming neemt. Dit voorbeeld alleen al maakt duidelijk waarom ik ten sterkste gekant ben tegen het openen van onderhandelingen over een overeenkomst betreffende de afschaffing van de visumverplichting tussen de Europese Unie en Brazilië.

 
  
MPphoto
 

  José Ribeiro e Castro (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, aangezien het Tsjechische voorzitterschap niet aanwezig is in het Parlement, zal ik Engels spreken omdat volgens mij mijn boodschap zo sneller zal overkomen.

Ik wil uw aandacht vestigen op paragraaf 1, lid 1 van de ontwerpaanbeveling over het partnerschap met Brazilië en ook op de mededeling van de Commissie van september 2008 over meertaligheid.

Wanneer we een strategisch partnerschap willen opzetten met Brazilië, spreken we Portugees. Wanneer we naar de VS of Australië gaan, spreken we Engels; wanneer we naar Mexico of Colombia gaan, spreken we Spaans; wanneer we naar Brazilië of Angola gaan, spreken we Portugees; wanneer we naar Senegal of Ivoorkust gaan, spreken we Frans. Dit is van cruciaal belang voor communicatie; dit is van cruciaal belang om zaken te doen.

Dit brengt mij bij wat ik een aantal jaren geleden de ‘Europese wereldtalen’ noemde: linguas europeias globais in het Portugees. Ik bedoel hiermee dat sommige Europese talen de mogelijkheid bieden om zeer nauwe en dichte banden te smeden met verschillende delen van de wereld. Meer in het bijzonder gaat het over het Engels, Spaans, Portugees, Frans en, in mindere mate en om andere redenen, het Duits en het Italiaans. De Commissie had dit goed begrepen en opgenomen in haar mededeling, maar wegens misverstanden in de Raad – voornamelijk bij de Duitse vertegenwoordigers, denk ik – werd uiteindelijk een sterk afgezwakte tekst aangenomen.

Ik moet verduidelijken dat dit geen gevolgen heeft voor de gelijke waarde die aan alle officiële talen van de Unie is toegekend. Dit gaat over de interne visie op meertaligheid, en wij zijn het er allemaal over eens dat iedere burger het recht heeft om in zijn eigen taal te spreken, te lezen en een antwoord te krijgen. Dit voegt echter een bijkomende dimensie toe aan het brede spectrum van de externe waarde van meertaligheid. Dat wij beschikken over deze Europese wereldtalen in de hedendaagse geglobaliseerde wereld, in de hedendaagse geglobaliseerde economie, in dit globale dorp – dat niet alleen een culturele en economische, maar ook een sociale en politieke dimensie heeft – is voor de gehele EU een uiterst waardevolle troef waar we ten volle rekening mee moeten houden en die we optimaal moeten benutten. Daarom vraag ik dat deze talen op passende wijze geïntroduceerd en beheerd worden in de externe jeugddiensten, en onderwezen worden in onze scholen als tweede, derde of vierde taal, als een gemeenschappelijke troef. Zoals duidelijk blijkt uit onze relaties met Brazilië, is de EU immers dankzij deze talen beter in staat wereldwijd nauwe banden smeden, meer contacten leggen, écht delen met anderen en deel uitmaken van dezelfde club. Dat is mijn oproep aan de Raad en ik begroet de rapporteur en dank haar voor haar steun.

 
  
MPphoto
 

  Vladko Todorov Panayotov (ALDE). – (BG) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik zou om te beginnen de heer Salafranca Sánchez-Neyra willen feliciteren met dit uitstekende verslag op zo’n belangrijk terrein als de mondiale samenwerking met onze strategische partners. Mondialisering brengt ons niet alleen voordelen, maar vergroot ook onze kwetsbaarheid voor wereldwijde crises en bedreigingen. Daarom zullen wij door het benoemen van strategische partners en het versterken van de samenwerking op mondiaal niveau het hoofd kunnen bieden aan huidige en toekomstige uitdagingen. Wij vestigen er in het verslag de aandacht op dat Europa na de Verenigde Staten de grootste partner van Mexico is. Benadrukt moet worden dat Europa Mexico als een belangrijke partner voor de levering van grondstoffen beschouwt. Dat de grondstoffenvoorziening gegarandeerd is, is duidelijk een van de belangrijkste factoren die de duurzame ontwikkeling van Europa ondersteunt. Europa speelt op zijn beurt een vooraanstaande rol bij de bescherming van het milieu en het overnemen van groene oplossingen voor de industrie.

Door het strategisch partnerschap met Mexico zullen de bilaterale betrekkingen worden versterkt, met als specifiek doel een efficiëntere handel in technologie en grondstoffen tot stand te brengen en een goede basis te verschaffen voor bilaterale samenwerking op het gebied van milieubescherming. Om deze doelen te bereiken moeten we de sectorprogramma’s waarop de mechanismen en maatregelen voor de overdracht van wetenschap en technologie zijn gebaseerd ontwikkelen en verbeteren, omdat alleen door specifieke maatregelen dit een echte samenwerking wordt. Bovendien is deze overdracht van wetenschap en technologie ondenkbaar zonder dat er een onderwijsuitwisseling tot stand komt en een gezamenlijk netwerk van wetenschappelijke onderzoekscentra wordt opgezet. Ik verzoek daarom met klem om de bilaterale samenwerking ook op het gebied van onderwijs en innovatie uit te breiden. Dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Reinhard Rack (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de tijd dat Latijns-Amerika als de achtertuin van de Verenigde Staten werd beschouwd ligt gelukkig ver achter ons. Nu zien we dit gebied met heel andere ogen, en met name tussen Europa en Latijns-Amerika bestaan er buitengewoon veel gemeenschappelijke ideeën en belangen. Dat is een goede reden om strategische partnerschappen met landen in dit gebied af te sluiten.

Er is al gesproken over klimaatverandering, energiebeleid, de financiële crisis, drugshandel, enzovoort. We hebben werkelijk heel veel gemeenschappelijke ideeën en belangen. Het is een goede zaak dat we multilateraal samenwerken met landen in deze regio. Het is een goede zaak dat we ook bilaterale overeenkomsten sluiten. Het is echter ook belangrijk dat we altijd streven naar een evenwicht tussen de belangen van beide partners.

Wanneer we dus de visumplicht afschaffen moeten we ook overwegen wat we doen met bijvoorbeeld repatriëringen, uitleveringsovereenkomsten en dergelijke, zodat hier ….

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Marcin Libicki (UEN). (PL) Mijnheer de Voorzitter, wij hebben vanochtend gesproken over het partnerschap tussen de Europese Unie en landen als Brazilië en Mexico. We hebben het ook over het Oostelijk Partnerschap gehad. Ik wil zo sterk mogelijk benadrukken, en ik wend mij in het bijzonder tot mevrouw Ferrero-Waldner, dat als we debatteren over het buitenlands of extern beleid van de Europese Unie, zoals de betrekkingen van de EU met Brazilië, Mexico of Noord-Afrikaanse landen, onze debatten in zekere mate los staan van de realiteit. Aan de andere kant, als we debatteren over onze betrekkingen met het oosten, hebben we het over voor de EU fundamentele kwesties. Op dezelfde manier hebben we het ook over fundamentele kwesties als we debatteren over ons partnerschap met Turkije en de toetreding van dat land tot de EU. Als we debatteren over onze betrekkingen met Belarus, de Oekraïne en Rusland met het oog op de gaslevering of de situatie van Georgië, hebben we het over kwesties die voor de EU van fundamenteel belang zijn, kwesties die de Europese Unie in een ernstige crisis kunnen slepen.

 
  
MPphoto
 

  Bogusław Rogalski (UEN).(PL) Mijnheer de Voorzitter, de rol van Brazilië op het internationale en regionale toneel wordt elk jaar groter. Hierdoor is dit land een van de belangrijkste en grootste partners van de Europese Unie geworden. Historische, culturele en economische banden moeten een basis vormen voor acties in het kader van het strategisch partnerschap tussen de EU en Brazilië. Een van de centrale thema’s waar de politieke dialoog zich op moet richten is het bevorderen van gemeenschappelijke strategieën voor de aanpak van wereldwijde uitdagingen op gebieden als veiligheid, mensenrechten, de financiële crisis en, wellicht het allerbelangrijkste, armoedebestrijding.

We moeten ook proberen alternatieve pogingen te ondernemen om regionale conflicten in Zuid-Amerika te voorkomen. Onze prioriteit moet bestaan uit het versterken van de bilaterale samenwerking op handelsgebied en de samenwerking om de regenwouden in Brazilië te beschermen, want die vormen tenslotte de longen van onze wereld. Een strategisch partnerschap moet een basis vormen voor de oprichting van een permanent platform voor een dialoog tussen de Europese Unie en Brazilië.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als lid van Eurolat verwelkom ik het Strategisch Partnerschap tussen de EU enerzijds en Brazilië en Mexico, twee bloeiende democratieën, anderzijds. De afkorting ‘BRIC’ – Brazilië, Rusland, India en China – wordt vaak in de mond genomen door specialisten op het gebied van het buitenlands beleid, en Brazilië is inderdaad een opkomende wereldspeler.

President Lula heeft bewezen dat hij een gematigd beleid voert, en hij is een stabiliserende factor in het licht van de opkomst van populistische demagogen zoals Chávez in Venezuela en Morales in Bolivia. Brazilië zal de gevolgen ondervinden van de kredietcrisis en de daling van de grondstofprijzen. Mexico zal eveneens getroffen worden door de gevolgen van de enorme daling van de aardolieprijzen. Deze twee landen hebben stabiliteit gekend. Ik wil ook president Calderón van Mexico lof toezwaaien, die ook onze steun verdient in zijn strijd tegen de drugskartels.

Deze twee landen zijn respectievelijk lid van NAFTA en Mercosur en zijn grote spelers in de regio. Zij zijn dan ook van essentieel belang voor onze betrekkingen met Latijns-Amerika.

 
  
MPphoto
 

  Carlo Fatuzzo (PPE-DE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, een heel korte opmerking. Enige tijd geleden woonde ik een congres bij over pensioenen, pensioenuitkeringen en hoe lang gepensioneerden pensioen ontvangen voor zij het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen. Op dit congres werd een ranglijst van landen gepubliceerd aan de hand van het gemiddelde aantal jaren dat er pensioen werd uitgekeerd. Mexico werd beschouwd als lichtend voorbeeld dat navolging verdiende. Waarom? Omdat de gepensioneerden van Mexico, vanaf het moment dat ze hun pensioen ontvingen en ervan konden genieten, gemiddeld nog zes maanden leefden. En dat was het record, dat wil zeggen, dit land werd aangewezen als het beste ...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik steun paragraaf 1, letter (e) van dit verslag volledig. Deze paragraaf gaat over de behoefte aan een partnerschap dat belangrijke problemen aanpakt, zoals de klimaatverandering, zekerheid van energievoorziening en de strijd tegen armoede en uitsluiting.

Ik ben enigszins bezorgd over de WTO-akkoorden – of mogelijke akkoorden – wanneer ik deze benader vanuit het standpunt van de Europese landbouwers en voedselproducenten. Zoals u weet, werd er een hevige strijd gevoerd over productienormen voor levensmiddelen, en uiteindelijk heeft de Commissie erkend dat zij de import van Braziliaans rundvlees niet kon toestaan zolang het niet voldeed aan onze productienormen. Ik juich deze beslissing toe en ik denk dat wij dit moeten doen voor elk basisproduct. We kunnen van onze producenten niet verwachten dat zij bepaalde normen naleven wanneer derde landen dat niet doen. Als dat blijft gebeuren, zullen onze producenten niet meewerken aan een WTO-akkoord.

 
  
MPphoto
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, nu en dan doe ik mijn best om mijn meertaligheid in praktijk te brengen en daarom zal ik nu proberen om Spaans te spreken.

In de eerste plaats zou ik de heer Belder willen uitleggen om welke reden voor een strategisch partnerschap gekozen is. Het lijkt me heel belangrijk te beseffen dat de eerste die daar groot belang bij hebben, de bewuste landen zelf zijn. Natuurlijk gaat het om een politieke beslissing die een aantal beweegredenen heeft. Zo is Mexico een belangrijke brug tussen noord en zuid, en ondanks de binnenlandse problemen ook een factor van stabiliteit.

In de tweede plaats is Mexico op het ogenblik lid van de G20 en – om in te gaan op de woorden van mevrouw Mann – ik hoop natuurlijk dat het dat in de toekomst ook zal blijven.

In de derde plaats zijn Mexico en Brazilië bijzonder betrokken bij mondiale vraagstukken die wij inderdaad alleen gezamenlijk kunnen aanpakken, zoals met name het vraagstuk van de klimaatverandering of dat van de financiële crisis. Om die reden vind ik het concept van de strategische partnerschappen dan ook zinvol, natuurlijk niet met iedereen maar wel met de belangrijke actoren van de wereld.

Dan is er nog een hele reeks specifieke of sectorale kwesties, waarvan ik er hier enkele zou willen noemen.

Het is waar dat we met deze landen tal van moeilijke kwesties aan de orde stellen, zoals drugs, corruptie, terrorisme of georganiseerde misdaad. Zo hebben we bijeenkomsten georganiseerd van hoge ambtenaren, en ook bijeenkomsten op ministerieel niveau waarop gekeken wordt naar wat we kunnen doen om deze landen te helpen, maar waarop ook ervaringen worden uitgewisseld.

Speciaal voor het corruptievraagstuk hebben we samen met Mexico een forum over veiligheidszaken in het leven geroepen, en onderzocht wordt hoe we op een aantal gebieden kunnen samenwerken, zoals op het gebied van politietrainingen, beleidsmaatregelen betreffende het werk in gevangenissen, en beleidsmaatregelen inzake mensenhandel, drugs, wapenhandel, strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken, en het witwassen van geld. Ik denk dat het van groot belang is om deze specifieke dialogen voort te zetten.

Aangaande de vraag over bijeenkomsten in de toekomst, kan ik u zeggen dat we ernaar streven dit jaar een bijeenkomst te houden op het hoogste niveau, maar of dat lukt, is mede afhankelijk van de vraag of het voorzitterschap dit onderwerp op de agenda zet, wat hopelijk in de tweede helft van het jaar zal gebeuren. In elk geval hebben we een ministeriële bijeenkomst voor de boeg in Praag, over vraagstukken met betrekking tot Mercosur, Mercosur en het strategisch partnerschap met Mexico of Brazilië. Noch het ene noch het andere partnerschap wordt uitgesloten, want we hebben ons bijzonder ingezet voor een overeenkomst met Mercosur. Zoals u allen echter bekend is, bestond noch bij ons noch bij de landen van Mercosur, met name bij Brazilië en Argentinië, de bereidheid om een overeenkomst aan te gaan op een moment waarin onduidelijk is welke kant Doha zal opgaan. Er heeft altijd een parallel verband met Doha bestaan.

Uiteraard hebben we in mei weer een ministeriële bijeenkomst in Praag, waarop we nogmaals zullen proberen de mogelijkheid af te dwingen om tot een beslissing te komen, maar ik denk dat we elkaar met het oog op die uitdaging nog wel zullen treffen.

Ook de migratiekwestie is van essentieel belang, en ik denk dat we hierover met Mexico bijvoorbeeld een evenwichtige dialoog hebben die niet op confrontatie gericht is, met name over de terugkeerrichtlijn. Wij waarderen het bijzonder dat Mexico positief en met begrip gereageerd heeft op onze voorstellen inzake een kwestie die zoals iedereen weet buitengewoon gecompliceerd is. Want enerzijds moeten we natuurlijk de mensenrechten eerbiedigen, maar anderzijds dienen we ook rekening te houden met de gevoeligheden die in onze landen bestaan. Ik denk dat dit in aanmerking is genomen.

Verder moet gezegd dat de grote vraagstukken altijd ter tafel gebracht worden. In december van het afgelopen jaar bijvoorbeeld hebben president Sarkozy, president Lula en voorzitter Barroso een speciale bespreking gewijd aan de kwestie van de financiële crisis, en aan de mogelijkheden om die gezamenlijk aan te pakken. Ook is overlegd over het vraagstuk van de hernieuwbare energiebronnen, waarover we met Brazilië de handen al ineen hebben geslagen om een tweede generatie biobrandstoffen te ontwikkelen.

Voorts zullen we in het jaar 2009 voor de eerste maal een dialoog aangaan over de mensenrechten, waarin ook de rechten van de inheemse volkeren ter sprake zullen komen, ook een van de prioriteiten van de VN-Raad voor de rechten van de mens.

Ik denk dat ik het hierbij houd, mevrouw de Voorzitter, want het waren zoveel vragen dat ik niet elke vraag apart kan behandelen.

 
  
  

VOORZITTER: LUISA MORGANTINI
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, rapporteur. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, ter afsluiting van dit debat zou ik niet meer willen zeggen dan dat de beslissing om Mexico en Brazilië de status van strategische partners toe te kennen, een juiste beslissing is. Gezien hun politieke, economische, strategische en demografische belang zou dit besluit een kwalitatieve sprong in de betrekkingen inhouden, wat deze landen de gelegenheid geeft om mee te spelen in de eerste divisie van de betrekkingen die de Europese Unie onderhoudt met andere globale partners, zoals de Verenigde Staten, China, Rusland, enzovoorts.

Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris heeft ons er zojuist nog eens op gewezen dat het verschil dat op dit ogenblik tussen Mexico en Brazilië bestaat, gelegen is in het feit dat Mexico door een associatieovereenkomst met de Europese Unie verbonden is, terwijl Brazilië die band nog niet heeft.

Ik ben het niet eens met de manier waarop de balans van deze associatieovereenkomst hier beoordeeld is. Zoals mevrouw Mann, de voorzitster van de Gemengde Parlementaire Commissie, ook erkend heeft, zijn in het kader van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Mexico al vele successen geboekt. De reden daarvoor is dat de Europese Unie er bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten van uitgaat dat haar partners, in dit geval Mexico of de Mexicanen, niet alleen een markt zijn maar ook staan voor een bepaalde zienswijze die gebaseerd is op beginselen, op waarden, op de representatieve democratie, op eerbiediging van de mensenrechten, op de rechtsstaat en het gezag van de wet.

Daarom moeten we denk ik goed beseffen dat deze overeenkomst onze betrekkingen een impuls heeft gegeven, die moet worden bevestigd met dit biregionaal strategisch partnerschap.

De commissaris heeft ons gezegd dat de volgende vergadering vooralsnog die van de Groep van Rio is op de bijeenkomst in Praag, onder het Tsjechisch voorzitterschap van de Unie in mei aanstaande. Latijns-Amerika en onze partners hebben geen cadeautjes nodig maar kansen, en die kansen worden nu geboden in de vorm van associatieovereenkomsten.

Wat Mercosur betreft, heb ik alle begrip voor de beperkingen waarop de commissaris ons gewezen heeft, want om een associatieovereenkomst te sluiten moet de wil hiertoe aan beide zijden aanwezig zijn. Naar mijn mening vullen de Doha-ronde van de Wereldhandelsorganisatie en de route via het bilateraal partnerschap elkaar perfect aan, en Mexico en Chili zijn hiervan het overtuigend bewijs.

Daarom, mevrouw de commissaris, moeten wij van onze kant alle zeilen bijzetten om dit strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika te consolideren dat met deze partnerschappen met Mexico en Brazilië op de rails wordt gezet en een heel stuk vooruit zal worden geholpen.

 
  
MPphoto
 

  Maria Eleni Koppa, rapporteur. – (EL) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de commissaris, mevrouw Ferrero-Waldner, en alle collega’s bedanken voor hun commentaar op de twee verslagen van vandaag. Ik ben het met de heer Salafranca eens dat Latijns-Amerika uitermate interessant en belangrijk is voor de Europese Unie en dat wij met deze verslagen duidelijk moeten doen uitkomen dat wij willen samenwerken, zeer zeker in deze cruciale tijd. Wij hebben een samenhangend kader nodig dat alle vraagstukken afdekt en duidelijke antwoorden biedt.

Ik wil slechts kort ingaan op hetgeen hier naar voren is gebracht. Ten eerste moet ik erop wijzen dat de versterking van de betrekkingen geenszins tot doel heeft Mercosur op een zijspoor te zetten. Integendeel, wij zijn van mening dat het strategisch partnerschap met Brazilië, dat het grootste en misschien belangrijkste land van Latijns-Amerika is, een nieuwe impuls kan geven aan Mercosur. Ook moet er een helder financieel kader komen waarbinnen de betrekkingen met Brazilië moeten worden gedefinieerd.

Ik wil hier ook nog aan toevoegen dat Brazilië steeds actiever samenwerkt met de Portugeessprekende landen van het Zuiden en Afrika. Dus zou het in dat opzicht ook actief kunnen samenwerken met de Europese Unie.

Wij moeten het evenwicht zien te behouden tussen de ontwikkeling van biobrandstoffen en voedselzekerheid, zeer zeker in deze cruciale tijd.

Mevrouw Weber sprak over de ongelijkheid. Ik geloof dat de regering van de heer Lula belangrijke stappen heeft gezet in die richting. Er moet hiervoor nog heel wat werk worden verricht, maar mijns inziens is het pad afgebakend.

Tot slot wil ik nog vermelden dat wij de mogelijkheid om een gemeenschappelijke parlementaire commissie EU-Brazilië in te stellen, serieus in overweging moeten nemen. Brazilië is het enige BRIC-land waarmee wij versterkte, maar niet institutioneel verankerde betrekkingen onderhouden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag om 12.00 uur plaats.

***

 
  
MPphoto
 

  Ewa Tomaszewska (UEN).(PL) Mevrouw de Voorzitter, gisteren heeft een gestoorde puber met de naam Tim Kretschner in een school in Zuid-Duitsland 15 mensen doodgeschoten, waarvan de meesten kinderen. Een van de docenten werd gedood toen zij probeerde een leerling met haar lichaam te beschermen. Ik wil de Voorzitter graag verzoeken om een minuut stilte voor de stemming als eerbetoon aan de slachtoffers van dit drama.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het spijt me, maar hier is gisteren al aandacht aan besteed, toen u kennelijk niet aanwezig was. Na een verklaring van de Voorzitter is toen ook een minuut stilte in acht genomen. Het spijt me dat u er niet bij was en dat u niet wist dat dit al had plaatsgevonden.

***

Schriftelijke verklaring (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Flaviu Călin Rus (PPE-DE), schriftelijk.(RO) Beide partijen zullen de vruchten plukken van het strategisch partnerschap EU-Brazilië. De Europese Unie is naar mijn oordeel een boegbeeld van democratie. In Europa staat ook de wieg van onze beschaving. Als strategische partner vormt Brazilië een bastion van evenwicht en stabiliteit in Latijns-Amerika.

Door versterking van de banden tussen de EU en Brazilië kan een gemeenschappelijk kader ontstaan waarmee de ontwikkeling van beide regio’s wordt gestimuleerd, wat bijdraagt tot een toegenomen samenwerking. Het strategisch partnerschap EU-Brazilië kan, niet alleen in mijn ogen maar ook in die van de rapporteur, een instrument zijn waarmee de democratie en de mensenrechten kunnen worden bevorderd. Dit partnerschap kan tevens bijdragen aan de bevordering van goed bestuur wereldwijd en aan goede samenwerking binnen de VN.

Ik steun de ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over een strategisch partnerschap EU-Brazilië en ik wil de rapporteur complimenteren met haar verslag.

 
Laatst bijgewerkt op: 15 juni 2009Juridische mededeling