Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2692(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0104/2009

Debatten :

PV 11/03/2009 - 12
CRE 11/03/2009 - 12

Stemmingen :

PV 12/03/2009 - 7.9
CRE 12/03/2009 - 7.9
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0133

Debatten
Donderdag 12 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

8. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Aita (A6-0086/2009)

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil over dit verslag alleen zeggen dat ik verheugd ben dat amendement 1 van onze fractie is aangenomen, en dat ik daarom deze ontwikkeling toejuich. Er is in het kader van de bescherming van landbouwgronden in de Europese Unie sprake van een uitdaging, maar dit valt onder de bevoegdheid van de lidstaten en vereist geen EU-benadering, EU-richtlijnen en -verordeningen. Ik ben derhalve verheugd met de uitkomst van deze stemming.

 
  
  

- Ontwerpresolutie (B6-0104/2009)

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben heel blij dat dit belangrijke verslag met een grote meerderheid is aangenomen, en ik zou de heer Swoboda heel hartelijk willen bedanken.

Ik zou van de gelegenheid gebruik willen maken om een beroep te doen op onze Sloveense collega’s. Ik heb veel sympathie voor hen en voor hun land, en daarom hoop ik dat zij kunnen aanknopen bij de grote prestaties die Slovenië heeft geleverd voor de Europese integratie. Het was het eerste land dat na de toetreding de euro heeft ingevoerd, en het eerste land dat meedeed met Schengen. Slovenië is een pionier van de Europese eenmaking. Ik hoop dat Slovenië in zijn eigen nationaal belang ook de pionier wordt voor de toetreding van Kroatië tot de EU.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, ik ben principieel voorstander van de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie, maar ik heb niet voor dit verslag gestemd. Ik heb mij van stemming onthouden, omdat er zich toch nog een aantal problemen voordoen in Kroatië, zoals bijvoorbeeld het corruptieprobleem. Nu heeft de ervaring ons geleerd dat de corruptie nog is toegenomen in een aantal landen die zijn toegetreden tot de Europese Unie, maar die er eigenlijk nog niet helemaal klaar voor waren.

Het probleem met dit verslag is dat er vermeld wordt dat de afronding van de onderhandelingen misschien zou kunnen plaatsvinden in 2009, dus nog dit jaar, terwijl het eigenlijk volgens mij niet verstandig is om ons vast te pinnen op een datum en dat men Kroatië zou moeten laten toetreden op het moment dat het land er volledig klaar voor is. Dat is op dit moment nog helemaal niet het geval.

 
  
MPphoto
 

  Romana Jordan Cizelj (PPE-DE). (SL) Het is mijn oprechte wens dat Kroatië zo snel mogelijk lid van de Europese Unie wordt, en deze wens wordt gedeeld door Slovenië. Als onze wensen werkelijkheid worden, moeten we Kroatië helpen en er mee samenwerken. We kunnen geschillen oplossen door zorgvuldig naar alle betrokken partijen te luisteren. Maar er staat niets in dit vandaag door het Europees Parlement gesteunde verslag, dat suggereert dat we het juiste evenwicht hebben gevonden door te stemmen over het zogenaamde grensgeschil tussen Kroatië en Slovenië. Teneinde vooroordelen te voorkomen, zouden we ook het billijkheidsbeginsel moeten opnemen als minimumvereiste.

Tot slot zou ik er op willen wijzen dat, als we dit probleem daadwerkelijk willen oplossen, we er voor zouden moeten zorgen dat zowel Slovenië als Kroatië de uitkomst van het betreffende internationale lichaam naleven. Daarom zouden de parlementen van beide landen die uitkomst op voorhand moeten ratificeren.

 
  
  

- Ontwerpresolutie (B6-0105/2009)

 
  
MPphoto
 

  Marusya Ivanova Lyubcheva (PSE). – (BG) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Ik heb het voortgangsverslag betreffende Turkije gesteund. De onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de Europese Unie vormen een gewichtige opgave voor alle lidstaten van groot politiek en economisch belang, ook wat de kwestie van de veiligheid aangaat. Het is bijzonder belangrijk dat het land aan de toetredingscriteria voldoet en de burgers van de Europese Unie consistentie, voldoende precisie en transparantie laat zien. Ik ben van mening dat het vooral belangrijk is dat er met het proces vooruitgang wordt geboekt door een goede samenwerking met de buurlanden. In dat opzicht ben ik van mening dat wij een zekere vooruitgang kunnen zien tussen Bulgarije en Turkije met de overeenkomst die is bereikt inzake het initiëren van onderhandelingen over zaken die tot nu toe onopgelost zijn gebleven, in het bijzonder over het oplossen van de eigendomskwesties van de vluchtelingen uit Thracië, hetgeen momenteel gebeurt dankzij de inspanningen van het Europees Parlement. Wij zullen dit proces bijzonder nauwlettend volgen, aangezien het de rechten van duizenden mensen betreft die op het grondgebied van de Europese Unie moeten worden geëerbiedigd. De kwestie-Thracië is net zo belangrijk als de betrekkingen tussen Turkije en de andere buurlanden. Dank u.

 
  
  

- Ontwerpresolutie (B6-0104/2009)

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE). – (SK) We weten wat een zware tijd onze vrienden in de Balkan hebben doorstaan. Dit geldt zowel voor Slovenië als voor Kroatië, toen ze werden aangevallen door Servië, en onze sympathie gaat naar beide kanten uit. Ik moet zeggen dat het genereus was van de EU om Slovenië tot de EU toe te laten voordat alle geschillen tussen Slovenië en Kroatië waren opgelost en ik ben van mening dat we Kroatië nu op dezelfde manier moeten benaderen.

Ik vind het jammer dat sommige politici in Slovenië de toetreding van Kroatië nu willen blokkeren, maar dat is wat mij is verteld door mevrouw Jordan Cizelj, die een verstandig en naar mijn mening evenwichtig standpunt heeft ten aanzien van deze politieke kwestie. Ik vertrouw erop dat de informele overeenkomst die verder moet worden besproken door Kroatië en Slovenië onder auspiciën van de Commissie succesvol zal zijn.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dames en heren, ik wil graag een punt uit ons Reglement toelichten. Wie tijdens de stemverklaringen het woord wil voeren, moet voor het begin van dit agendapunt een verzoek indienen bij de diensten. Flexibel als ik ben geef ik mijn collega’s hier aanwezig natuurlijk de gelegenheid het woord te voeren, maar we volgen niet de “catch the eye”-procedure. U moet u van tevoren, voor het begin van de stemverklaringen, opgeven.

 
  
  

- Ontwerpresolutie (B6-0105/2009)

 
  
MPphoto
 

  Kristian Vigenin (PSE). – (BG) Mijnheer de Voorzitter! Ik heb het verslag gesteund dat over de voortgang van Turkije is opgesteld, omdat ik meen dat het een objectief verslag is dat zowel Turkije als de Europese Unie de kans biedt gestaag vorderingen te maken met de voorbereidingen van Turkije voor het lidmaatschap. Tegelijkertijd zou ik een zekere onvrede willen uiten over het feit dat het Parlement het voorstel van de Sociaal-democratische Fractie heeft verworpen, want het moet toch duidelijk zijn dat het lidmaatschap van Turkije van de Europese Unie een doel is waar Turkije en de Europese Unie gezamenlijk naar streven.

Ik geloof dat als wij snellere vooruitgang van Turkije willen inzake de problemen die wij zien met de ontwikkeling van het land, wij ook voldoende open moeten zijn en er bij onze partners geen twijfel over moeten laten bestaan dat het doel van dit proces feitelijk nog steeds de toelating van Turkije tot de Europese Unie is. De rol van Turkije zal groter worden en het is in het belang van de Europese Unie dat een van haar lidstaten een niet-christelijk land is, omdat dit ons een aantal kansen zal bieden om beleidsmaatregelen door te voeren die momenteel niet mogelijk zijn. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Dimitar Stoyanov (NI). – (BG) Dames en heren, de fractie van Ataka, de Nationale Aanvalsunie van Bulgarije, stemt tegen het voortgangsverslag betreffende Turkije omdat we helemaal geen vooruitgang zien. In feite kan er ook helemaal geen vooruitgang worden geboekt. Turkije houdt alleen maar rekening met zijn eigen belangen, waaronder niet de eerbiediging van de mensenrechten en de overige Europese en christelijke waarden vallen. Al meer dan tachtig jaar komt Turkije niet het Verdrag van Ankara na, volgens welk het Bulgarije tien miljard dollar schuldig is. Stelt u zich maar eens voor hoe het zich aan de Europese regelgeving zal houden.

Gisteren heeft de heer Wiersma gezegd dat het een probleem is dat Turkije de Armeense volkerenmoord van 1915-1916 niet wil erkennen. Wat zouden we dan moeten zeggen over de genocidedaden tegen de Bulgaren die vijfhonderd jaar lang hebben plaatsgevonden, zoals de moordpartijen in Stara Zagora, Batak en Perushtitsa, die door de Internationale Europese Commissie in 1876 zijn beschreven? De heer Wiersma zei verder dat er in de EU geen plaats is voor een islamistisch Turkije; twintig jaar geleden echter bliezen Turkse islamisten in Bulgarije bussen met vrouwen en kinderen op. Sterker nog, Turkije betaalde voor op te richten monumenten voor deze terroristen. Dit is het moderne Turkije, geregeerd door een fundamentalistische, islamistische partij. Dit zijn zijn waarden en wij menen dat zij niet passen bij Europa.

 
  
MPphoto
 

  Bruno Gollnisch (NI).(FR) Mijnheer de Voorzitter, “vergissen is menselijk, volharden in vergissingen is des duivels”. Dit gezegde is op geen enkel onderwerp treffender van toepassing dan op dit betreurenswaardige verhaal – de toetredingsonderhandelingen met Turkije.

Sinds 2005 heeft u ons steeds weer dezelfde negatieve verslagen voorgelegd, of het nu gaat over de mensenrechten en het respect voor minderheden, of over de wijze waarop Turkije zijn beloften aan de Unie gestand doet. En toch blijft de doelstelling – toetreding – ongewijzigd.

Nu is dat niet het werkelijke probleem. Het onderliggende probleem is dat de Europeanen niet langer bereid zijn de uit toetreding voortvloeiende consequenties op het gebied van de vrijheid van vestiging te accepteren.

En dat heeft ook te maken met het feit dat Turkije geografisch, cultureel, linguïstisch en spiritueel behoort tot een gebied dat niet binnen Europa valt. We moeten deze fictie dus opgeven. We moeten een einde maken aan deze klucht. We moeten de toetredingsonderhandelingen staken en direct beginnen met praktische onderhandelingen, om zo op basis van onze wederzijdse en gedeelde belangen een partnerschap op te bouwen. De toetredingsprocedure dient dus te worden opgegeven.

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, Turkije heeft vrijwel geen vooruitgang geboekt op essentiële terreinen zoals mensenrechten, rechten van minderheden, vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting. In de afgelopen dagen heeft het zelfs een paar stappen achteruit gezet.

Desondanks beweert de Commissie dat wij hoe dan ook verplicht zijn om een gunstig advies af te geven, aangezien dit land een strategisch belangrijke partner is. Dat is waar, maar dat is een zaak voor het buitenlands beleid. Daar hebben we strategische partnerschappen nodig, maar een criterium voor de toetreding is dit niet.

Desondanks heb ik van ganser harte voor het verslag gestemd, want het socialistische voorstel om in het verslag de nadruk primair op de toetreding te leggen is afgewezen. Dit verslag is een groot succes, en voor ons ook een doorbraak, omdat hierin uitdrukkelijk niet wordt bepaald dat de toetreding het doel is, en omdat er wordt gesproken over een proces zonder een bepaald vastgelegd doel, dat lang duurt, en waarvan we nu nog niet weten waartoe het zal leiden. We hadden liever een heel duidelijk nee tegen een volwaardig lidmaatschap opgenomen, maar deze formulering gaat toch al heel sterk die kant op, en is daarom een groot succes voor degenen die ‘ja’ zeggen tegen een partnerschap met Turkije als onderdeel van het buitenlands beleid, maar ‘nee’ tegen toetreding.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, ik heb mij van stemming onthouden bij de stemming over het verslag over Turkije, omdat ik van mening ben dat dit verslag enerzijds wel een hele waslijst bevat aan kritiek ten opzichte van een aantal grote misstanden die er nog altijd in Turkije zijn, maar de enige mogelijke conclusie van dit verslag had eigenlijk moeten zijn dat de onderhandelingen moeten worden stilgelegd, en wel definitief, omdat er na drie jaar nog altijd geen noemenswaardige verbetering in de situatie in Turkije is.

Ik ben sowieso van mening dat de Europese Unie een Europees project moet blijven, en dat er daarom voor een land als Turkije, wat geen Europees land is, geen plaats mag zijn binnen die Europese Unie.

Gisteren heeft een collega van de Socialistische Fractie gezegd dat hij nooit zou accepteren dat Turkije verder wordt geïslamiseerd, welnu, ik hoop dat hij en zijn fractie zich ook zullen verzetten tegen de islamisering van Europa, maar ik maak mij ter zake heel weinig illusies.

 
  
MPphoto
 

  Martin Callanan (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit verslag geeft een uiteenzetting van de vorderingen van Turkije op weg naar mogelijke toetreding tot de Europese Unie. Deze uiteindelijke doelstelling ondersteun ik. Ik maak me echter op een aantal punten zorgen over de vorderingen van Turkije op weg naar toetreding.

Een van mijn zorgen is de geleidelijke aftakeling van het seculiere republikeinse ideaal en de groeiende rol die religie speelt in de politiek. Ik maak me tevens zorgen over verscheidene gedocumenteerde schendingen van de mensenrechten in Turkije en een aantal maatregelen die tegen minderheden zijn genomen. Alvorens we de toetreding van Turkije kunnen overwegen, moeten we er eerst voor zorgen dat er op een aantal van deze terreinen maatregelen worden getroffen.

Het is voor ons echter ook belangrijk om eerlijk te zijn ten opzichte van Turkije, en helder en ondubbelzinnig te vermelden dat het het recht heeft om tot de EU toe te treden, mits het voldoet aan alle voorwaarden waar andere lidstaten ook aan hebben voldaan. Het is niet gepast wanneer afzonderlijke hoofden van lidstaten oneerlijke en onevenredige obstakels opwerpen op de weg naar Turkse toetreding. Indien Turkije voldoet aan de voorwaarden, heeft het recht om lid te worden van de EU en moet het hier dan ook toestemming voor krijgen. We hebben behoefte aan een bredere, en niet aan een minder toegankelijke, Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Kyriacos Triantaphyllides (GUE/NGL).(EL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag over Turkije gestemd omdat in de paragrafen 32 en 40 dingen staan die positief zijn voor Cyprus, ofschoon ik het niet eens ben met de inhoud van de amendementen 9 en 10.

Amendement 9 bevat een onaanvaardbaar standpunt met betrekking tot de voorlopige afwijkingen van de beginselen die ten grondslag liggen aan de Europese Unie, waaronder de vier grondvrijheden. Dit gebeurt in een tijd waarin onderhandelingen worden gevoerd tussen de leiders van de twee gemeenschappen op Cyprus, die als enige hierover kunnen beslissen.

Amendement 10 druist in tegen het feit dat het EVDB deel uitmaakt van het acquis van de Europese Unie. Bijgevolg mag men derde landen geen blanco cheque geven voor deelneming aan de planning- en besluitvormingsprocedures.

 
  
  

- Ontwerpresolutie (B6-0106/2009)

 
  
MPphoto
 

  Árpád Duka-Zólyomi (PPE-DE). (HU) Macedonië is nu al drie jaar kandidaat-lidstaat van de EU. Desondanks zijn de toetredingsonderhandelingen nog niet van start gegaan. Als de Europese Unie niet snel beslissende stappen onderneemt, zou het daaruit voortvloeiende verlies aan geloofwaardigheid destabiliserende gevolgen voor de regio kunnen hebben. Macedonië heeft de afgelopen jaren grote vooruitgang geboekt; het heeft goede economische resultaten geboekt, is dichter in de buurt gekomen van een functionerende markteconomie en laat goede resultaten zien op het gebied van de wetgeving. Er is overeenstemming bereikt tussen de regering en de oppositie, het maatschappelijk middenveld en de publieke opinie om zo snel mogelijk aan de criteria van Kopenhagen te voldoen. Ook is ervoor gezorgd dat nationale en etnische gemeenschappen goed met elkaar kunnen samenleven. Dat Griekenland zich zo hardnekkig tegen het op gang brengen van de onderhandelingen voor toetreding verzet, is onbegrijpelijk. De benaming van een land mag geen obstakel vormen! Er kunnen gelijktijdig bilaterale besprekingen worden gevoerd over de naam. Ik steun het verslag omdat het een belangrijke signaal afgeeft aan de bevolking van Macedonië en een beslissende impuls zal geven om voor het einde van dit jaar echte onderhandelingen op gang te brengen. Dank u zeer.

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dit verslag is een belangrijk signaal voor een land dat een stabiliserende rol speelt, dat een voorbeeldige wetgeving voor de minderheden heeft, dat wordt geregeerd door een brede coalitie met vertegenwoordigers van alle nationaliteiten, en dat onder leiding van minister-president Gruevski een duidelijke Europese koers heeft gekozen. Daarom heb ik met plezier voor dit verslag gestemd, en ik ben van mening dat we vooral twee punten heel duidelijk moeten noemen: ten eerste willen we dat de Raad en de Commissie nog dit jaar vertellen wanneer de onderhandelingen over de toetreding moeten beginnen, en ten tweede zullen we geen bilaterale onruststokerij dulden, en al helemaal niet in verband met die groteske kwestie van de naam. Het land heet Macedonië, of men dat nou leuk vindt of niet, en we moeten eindelijk beginnen om voor dit land de weg naar Europa te effenen.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Meijer gestemd, omdat ik en mijn partij van oordeel zijn dat er na de toetreding van Kroatië een onbepaalde uitbreidingsstop moet komen. De Europese burgers willen van geen verdere uitbreidingen weten op korte en middellange termijn, zeker niet van een uitbreiding naar Turkije natuurlijk. Maar het wordt tijd dat dit Parlement eens luistert naar degenen die het geacht wordt te vertegenwoordigen.

Ik kant mij dan ook tegen de aanzet tot toetredingsonderhandelingen met de FYROM, waartoe dit Parlement oproept en ook tegen de toekenning van een Europees perspectief aan gans de westelijke Balkan. Bepaalde van die landen of entiteiten zijn door en door islamitisch en mogen wat mij betreft niet toetreden tot de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben zeer verheugd over de stemming vandaag.

Onlangs bracht ik namens de Westminster Foundation for Democracy, die is opgericht door Margaret Thatcher toen zij nog premier was van mijn land, een bezoek aan Macedonië, en ik zag een land met krachtige politieke partijen, een groeiende economie en een fascinerend belastingbeleid, met vlaktaksen bij zowel de inkomsten- als de vennootschapsbelasting. Het is een land waar de komende maand vrije en eerlijke verkiezingen zullen plaatsvinden, die waarschijnlijk beter zullen verlopen dan de verkiezingen die onlangs in het Verenigd Koninkrijk zijn gehouden, waarbij per post is gestemd. Een dergelijk land zou, indien het hier uit eigen vrije wil voor kiest, toestemming moeten krijgen om lid te worden van de Europese Unie, en mijn collega’s die voor mij aan het woord waren zouden hier dan ook wellicht nog eens goed over na moeten denken.

Vandaag zijn we getuige geweest van een belangrijke verandering, aangezien de Griekse leden van dit Huis zich tot op heden volslagen belachelijk hebben gemaakt en tot voorwerp van spot zijn geworden door hun discussies over de naam van dit land, die luidt de Republiek Macedonië.

 
  
MPphoto
 

  Martin Callanan (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het probleem van spreken na de heer Heaton Harris is dat hij veel van dezelfde punten heeft aangevoerd die ook ik over dit onderwerp te berde wilde brengen. Het lijkt mij volkomen absurd dat Griekenland deze oude en eerlijk gezegd belachelijke tirade tegen de naam Macedonië blijft voortzetten. In mijn kiesdistrict liggen enkele prachtige graafschappen – Durham, Northumberland – en het zou me werkelijk niet veel uitmaken als een andere lidstaat zich de naam van een van die fantastische graafschappen zou willen aanmeten.

Dat de toetredingsonderhandelingen worden opgehouden, niet vanwege een etnisch geschil of een democratisch geschil of een mensenrechtengeschil maar zuiver en alleen omdat het land besluit zich Macedonië te noemen, is absoluut belachelijk. Ik hoop dat de Griekse leden van dit Parlement de redelijkheid daarvan inzien. Ik hoop dat Macedonië wordt beoordeeld op neutrale criteria die ook voor ieder ander gelden. En als het voldoet aan die criteria, als het een democratische seculiere staat is, als het een correct mensenrechtenbeleid voert, dan moet het net als alle andere lidstaten het recht hebben toe te treden en geen doelwit te zijn van een belachelijk veto van Griekenland uitsluitend op grond van zijn naam.

 
  
  

- Ontwerpresolutie (B6-0140/2009)

 
  
MPphoto
 

  Martin Callanan (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Tamil Tijgers zijn door de Europese Unie en de Verenigde Staten aangemerkt als terroristische beweging, maar gelukkig lijkt het erop dat hun bloeddorstige campagne voor een onafhankelijk thuisland voor de Tamils nu ten einde loopt. Sri Lanka verdient het in vrede te leven, net als wij in Europa.

Zoals andere collega’s in dit Huis ben ik voorstander van een eenheidsstaat op Sri Lanka. Ik denk ook dat het gepast is hier te laten vastleggen dat het volgens mij waarschijnlijk een goed idee is om de Tamils binnen die eenheidsstaat een zekere mate van autonomie te verlenen. Ik steun de geweldscampagne van de Tijgers niet en acht het zelfs van essentieel belang dat het Srilankaanse leger zijn militaire campagne tegen de Tamil Tijgers kan voortzetten.

Het is echter ook gepast om te erkennen dat er op het ogenblik een humanitaire crisis heerst op Sri Lanka en dat de hulporganisaties moeten worden toegelaten. Misschien is het dus gepast om te verzoeken om een staakt-het-vuren zodat de hulporganisaties de betwiste gebieden kunnen bereiken en de burgerbevolking deze kan verlaten. Maar daarna moeten we het leger toestaan zijn campagne voort te zetten.

 
  
  

- Verslag-Neyts-Uyttebroeck (A6-0112/2009)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de groei van een corpus van internationale jurisprudentie dat niet verankerd is in enige gekozen volksvertegenwoordiging is een van de meest verontrustende ontwikkelingen van onze tijd. We gaan niet alleen voorbij aan driehonderd jaar juridisch inzicht in territoriale verantwoordelijkheid, dat wil zeggen dat een misdrijf de verantwoordelijkheid is van het rechtsgebied waar het wordt gepleegd, maar we gaan ook terug naar het premoderne idee dat mensen die besluiten over wetten geen verantwoording schuldig zijn aan de mensen die volgens die wetten leven, maar alleen aan hun eigen geweten.

Het lijkt misschien heel redelijk dat we moeten ingrijpen wanneer een man als Milošević of een man als Karadžić in eigen land niet voor het gerecht wordt gedaagd. Maar het bezwaar tegen autoritaire leiders zoals Milošević is nu juist dat zij de democratie van hun land ondergraven en zichzelf boven de wet plaatsen. Als wij die fout op internationale schaal herhalen, verlagen we ons tot zijn niveau, zoals we hebben gedaan met de farce van zijn proces in Den Haag, waar we in zes jaar tijd 27 veranderingen in de aanklacht, een aangewezen verdediging en uiteindelijk geen veroordeling hebben gezien.

Ik pleit niet voor de heer Milošević; hij was een verderfelijke communist die grote schade heeft aangericht. Maar slechte mensen verdienen een eerlijk proces – vooral slechte mensen verdienen een eerlijk proces – en als zij dat niet krijgen, wordt de rest van ons daar minder van.

 
  
  

- Ontwerpresolutie (B6-0113/2009)

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, we weten allemaal hoe belangrijk water is en dat in ontwikkelingslanden, waar de toegang tot water zeer problematisch is, vooral jonge meisjes en vrouwen daaronder lijden. Hun onderwijskansen worden sterk verminderd doordat zij, zeg maar, de waterdragers zijn. Ik heb dit in India gezien tijdens een delegatiebezoek en het is erg belangrijk dat we meer investeren in waterbeheer en ervoor zorgen dat dit geen belemmering vormt voor de voortgaande scholing van meisjes en vrouwen.

Ik ben vooral verheugd dat paragraaf 2 is aangenomen, waarin wordt verklaard dat water als een openbaar goed wordt beschouwd en onder openbare controle moet worden geplaatst, ongeacht de wijze van beheer. Het is een kostbare hulpbron die het algemeen belang dient, niet het belang van individuele controle of winst.

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik steun van harte onze ontwerpresolutie over water en verwelkom de uitkomst van de stemming over paragraaf 2, waarin wij krachtig uitspreken dat water een openbaar goed is en onder openbare controle moet worden geplaatst. Ik ben persoonlijk sterk gekant tegen de privatisering van water.

We hebben de laatste tijd gezien hoe het niet-aflatende winststreven de wereldeconomie op de knieën heeft gekregen. We willen beslist niet dat hetzelfde gaat gebeuren op het gebied van water. Om de waterkwaliteit en blijvende verbetering van het distributiestelsel te waarborgen zal er permanent moeten worden geïnvesteerd in het transportnet. Voor beheerders in de particuliere sector is er uiteraard geen aanleiding om dit te doen omdat de verleiding te groot is om de prijs voor de consument te verhogen in plaats van het transportnet te verbeteren. Ik heb dat in mijn eigen graafschap Sligo zien gebeuren, waar bepaalde delen van de gemeenschap uiteindelijk een onredelijk hoge prijs voor hun water zullen betalen omdat de particuliere sector gewoon niet investeert in het transportnet.

 
  
  

- Verslag-Koppa (A6-0062/2009)

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor deze resolutie en dit verslag gestemd, maar ik heb enkele bedenkingen. Vanmorgen heeft de Commissie erkend dat we niet weten wat de plannen van de Wereldhandelsorganisatie op dit punt zijn en dus ook niet hoe die plannen aansluiten bij dit strategisch partnerschap.

We kunnen geen situatie toestaan waarin het strategisch partnerschap – of zelfs een wereldhandelsovereenkomst – een negatieve uitwerking heeft op de continuïteit van de voedselvoorziening in Europa. Ik wijs opnieuw op de kwestie van de voorschriften voor voedselproductie, die in de Europese Unie strenger zijn. Wij bestraffen onze producenten wanneer zij niet aan die voorschriften voldoen. We kunnen geen situatie toestaan waarin we voedsel uit Brazilië of andere derde landen invoeren dat niet voldoet aan onze productievoorschriften en dat tot oneerlijke concurrentie leidt voor producenten van voedsel en agrarische grondstoffen in de Europese Unie.

 
  
  

- Verslag-Salafranca Sánchez-Neyra (A6-0028/2009)

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, natuurlijk is een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en Mexico, en trouwens ook met landen zoals Brazilië, een goede zaak en iets dat in het belang is van de Europese Unie. Het verslag zelf is in grote lijnen evenwichtig opgesteld, maar wat volgens mij niet in het belang is van Europa en wat ook een heel aantal vragen zal doen rijzen bij het publiek, is de bepaling in het verslag die oproept om tot een gezamenlijke overeenkomst te komen over het immigratiebeleid. Dit voorspelt niet veel goeds, en dat is dan ook de reden waarom ik mij bij de stemming over dit verslag van stemming onthouden heb.

 
  
  

- Ontwerpresolutie (B6-0135/2009)

 
  
MPphoto
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE). – (SK) Ook ik heb gestemd voor de resolutie over de situatie in Tibet op de vijftigste verjaardag van de Tibetaanse opstand, omdat de Chinese autoriteiten onlangs de beveiliging in Tibet hebben aangescherpt en journalisten en buitenlanders hebben verboden om het gebied in te gaan.

Het debat dat vandaag in het Europees Parlement wordt gevoerd, geeft het signaal dat we uiterst bezorgd zijn over de situatie in Tibet, in het bijzonder over het lijden en de vergeldingsacties tegen onschuldige inwoners.

Ik roep de Raad op om een waarheidscommissie in te stellen overeenkomstig de resolutie, om uit te zoeken wat er daadwerkelijk is gebeurd in de onderhandelingen tussen de Volksrepubliek China en de vertegenwoordigers van Zijne Heiligheid de Dalai Lama.

Ik roep de Chinese regering op tot onmiddellijke vrijlating van iedereen die alleen maar werd gearresteerd vanwege deelname aan een vreedzaam protest.

 
  
MPphoto
 

  Marco Cappato (ALDE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mijn genoegen uiten over de brede steun die het Parlement heeft gegeven aan de resolutie die wij met de collega’s Pannella en Onyskiewicz hebben ingediend. In de resolutie wordt iets anders gedaan dan wat we vandaag hebben gehoord van mevrouw Ferrero­Waldner: er wordt partij in gekozen. Er wordt partij gekozen voor de zoektocht naar de waarheid, voor het zoeken naar de werkelijke redenen voor het vastlopen van de besprekingen tussen de Chinezen en de Tibetanen, in plaats van daarnaar te kijken vanuit een neutraal standpunt, zoals de Commissie en de Raad helaas blijven doen, alsof het voldoende is om alleen maar te hopen op een dialoog tussen twee partijen.

Ik wil benadrukken dat het gedrag van de Sociaal-democratische fractie in het Europees Parlement bijzonder onbegrijpelijk op mij overkomt. Eerst waren ze gekant tegen het debat, toen waren ze ertegen dat ik een ontwerpresolutie indiende, en vervolgens stemden ze er zelfs tegen, waarbij de heer Ford als politieke verklaring gaf dat we te veel resoluties over Tibet aannemen. Misschien begrijpen de partij en de heer Ford niet – of misschien begrijpen ze het juist maar al te goed – dat hier veel meer op het spel staat: de vrijheid en de democratie, zowel voor meer dan een miljard Chinese burgers als voor het Tibetaanse volk.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, vanzelfsprekend heb ik vóór deze resolutie gestemd, alhoewel we hier natuurlijk niet moeten denken dat deze al met al onschuldige resolutie veel indruk zal maken op het totalitaire communistische regime in China, waar we toch allemaal zo graag handel mee drijven.

Dit regime zou meer onder de indruk zijn als dit Parlement en de Raad de moed zouden hebben om te zeggen dat de bezetting en de daaropvolgende annexatie van Tibet in strijd zijn met het volkerenrecht en als zodanig dus niet door de Europese Unie kunnen worden erkend. We moeten hier blijven hameren op het feit dat Tibet een onafhankelijke staat en geen autonome provincie van China moet worden, en dat er in het verleden en nu in Tibet een genocide en een etnocide werd en wordt gepleegd.

 
Laatst bijgewerkt op: 15 juni 2009Juridische mededeling