Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2542(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0145/2009

Debatten :

PV 23/03/2009 - 14
CRE 23/03/2009 - 14

Stemmingen :

PV 25/03/2009 - 3.14
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0180

Debatten
Woensdag 25 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

4. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Ludford (A6-0143/2009)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (NI) . (EN) Mevrouw de Voorzitter, duidelijk omschreven buitengrenzen zijn het wezenlijke kenmerk van het bestaan als natie. Allerlei soorten andere functies kunnen worden overgedragen aan de lokale overheid of zelfs worden gedelegeerd aan internationale associaties, maar een staat die niet langer bepaalt wie zijn grenzen mag passeren en zich op zijn grondgebied mag vestigen, is helemaal geen staat.

Eurofederalisten, onder wie de opsteller van dit verslag, de eerzame barones Ludford, begrijpen dit punt heel goed en daarom hebben ze zich de afgelopen vijf jaar hoofdzakelijk ingespannen om justitiële en binnenlandse zaken te harmoniseren. Onder de schitterende Orwelliaanse titel in de stijl van het ministerie van Waarheid “de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht” hebben ze immigratie en asiel geharmoniseerd, een Europese officier van justitie ingesteld, een pan-Europese magistratuur, één strafrechtsysteem en met Europol zelfs een gemeenschappelijk politiekorps. Uiteraard is het vanuit hun standpunt, het standpunt van degenen die één Europese staat willen tot zo ver allemaal logisch, maar ik zou willen dat zij de moed en het fatsoen zouden hebben om het eerst aan het volk te vragen en het Verdrag van Lissabon in stemming te brengen. Pactio Olisipiensis censenda est!

 
  
 

***

 
  
MPphoto
 

  Alexander Alvaro (ALDE) . (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou de Voorzitter van het Huis willen vragen om te overwegen, in weerwil van wat Martin Schulz heeft gezegd, dat wij Voltaire volgen, in het bijzonder omdat ik uit een liberale fractie kom: ook al zou ik het nog voor geen jota eens zijn met wat deze persoon te zeggen had, dan nog ben ik van mening dat hij het recht heeft om zijn standpunt kenbaar te maken, net zoals die twee hebben gedaan. Ik geloof in gelijke behandeling en wij kunnen omgaan met een mening. Wij dienen niets af te doen aan het recht op vrijheid van meningsuiting in deze kwestie, ook al ben ik het helemaal niet eens met wat hij te zeggen heeft.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Alvaro. Ik probeerde duidelijk te maken dat ik absoluut van plan was het woord te geven aan de heer Gollnisch, maar ik wilde de stemming afronden.

 
  
  

- Verslag-Seppänen (A6-0109/2009)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (NI) . (EN) Mevrouw de Voorzitter, wij hebben er zojuist over gestemd om het kapitaal van de Europese Investeringsbank te verdubbelen. Het is de moeite waard een stapje naar achteren te doen en te vragen: “Waar is de Europese Investeringsbank voor?” In theorie is deze er om zachte leningen beschikbaar te stellen aan bedrijven die het moeilijk hebben, maar bij wie komen die leningen feitelijk terecht?

In de jaren negentig van de vorige eeuw was de op een na grootste begunstigde van de vrijgevigheid van de EIB in het Verenigd Koninkrijk British Airways, dat nauwelijks een klein bedrijf te noemen is dat binnen krappe winstmarges opereert. Ik kan er niets aan doen dat ik tussen haakjes moet opmerken dat British Airways in deze periode ook de hoofdsponsor was van de campagne om de euro in Groot-Brittannië ingevoerd te krijgen.

Ik doe een stapje naar achteren en vraag opnieuw: wat is het doel van de Europese Investeringsbank? Ik denk dat het antwoord op die vraag is dat het doel van de EIB de werkgelegenheid van zijn eigen werknemers is. Hij is onderdeel geworden van het kabaal uit Brussel, dit omvangrijke mechanisme om geld van de belastingbetaler af te pakken en het uit te delen aan degenen die het geluk hebben om in het systeem werkzaam te zijn. De EU mag ooit een idealistisch, of op zijn minst ideologisch, project zijn geweest, maar het is al lang een handige manier geworden om de kost te verdienen, wat het uiteraard zo betreurenswaardig moeilijk maakt om haar aan het wankelen te brengen.

 
  
  

- Verslag-Marinescu (A6-0002/2009)

 
  
MPphoto
 

  Michl Ebner (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, tegen de heer Hannan zou ik willen opmerken dat de Europese Centrale Bank eveneens een goede zaak is, omdat bij ons geen sprake was van depreciatie van de valuta, zoals bijvoorbeeld het Britse pond de afgelopen maanden helaas heeft ondervonden. Dat is wellicht toch een signaal dat hij zijn standpunt moet herzien.

Voor wat betreft het verslag-Marinescu heb ik bewust vóór dit verslag gestemd. Mijns inziens zijn functionele luchtruimblokken het juiste antwoord op de uitdagingen van vandaag. Ze zijn wellicht aan de late kant, maar ze komen er in ieder geval. Ze zijn erg nuttig bij het terugdringen van holdings en verstopte corridors, ze zijn gunstig voor het milieu en houden de vliegkosten laag. Daarom ben ik van mening dat de luchtvaartnavigatiediensten hier goed werk zullen verrichten.

 
  
  

- Verslag-Marinescu (A6-0515/2009)

 
  
MPphoto
 

  Michl Ebner (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, hierbij wil ik van de gelegenheid gebruikmaken om niet alleen toe te lichten dat ik vóór heb gestemd, maar ook om de aandacht te vestigen op een vraagstuk dat mij zeer na aan het hart ligt, namelijk de problematiek rond belasting op vliegtuigbrandstof. Deze kwestie wordt nog steeds geregeld door het Verdrag van Chicago van 1944. Het is voor mij onbegrijpelijk waarom wij ons nog steeds aan deze regeling moeten houden en waarom de Verenigde Staten ons hier iets kunnen opdringen of ons niet toelaten iets te veranderen, wat al veel eerder had moeten gebeuren, omdat het niet eerlijk is dat op brandstof voor auto's, transportmiddelen, enzovoort belasting wordt geheven, maar op vliegtuigbrandstof niet. Dat is concurrentieverstoring en wij zouden, in ieder geval in een overgangsfase, belasting op vliegtuigbrandstof kunnen invoeren en betere concurrentie in de Unie van 27 kunnen realiseren.

 
  
  

- Verslag-Liotard (A6-0512/2009)

 
  
MPphoto
 

  Anja Weisgerber (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, de verordening betreffende nieuwe voedingsmiddelen zorgt voor harmonisering van de toelating en het gebruik van deze nieuwe voedingsmiddelen in de Europese Unie. Dat is een belangrijke stap voor een algehele waarborging van de voedselveiligheid. Zonder deze verordening zouden wij geen enkele controle hebben en geen beperkingen op toelatingen. Met deze verordening zorgen wij voor strenge criteria in het belang van de bescherming van de consument. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid zal bij toelating uiteindelijk beslissen over de veiligheid van nieuwe voedingsmiddelen, hetgeen harmonisering in heel Europa betekent.

Behalve bezwaren in verband met de veiligheid zijn echter ook ethische vragen met betrekking tot nieuwe voedingsmiddelen uiterst belangrijk. Daartoe behoort tevens het vraagstuk van dierproeven of het voorkomen van het gebruik van voedingsmiddelen afkomstig van gekloonde dieren. Daarom ben ik bijzonder verheugd dat bij de toelating rekening wordt gehouden met deze ethische aspecten. Wij wilden dat het advies van de Europese Groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën in geval van ethische bezwaren wordt meegenomen.

Het doet mij deugd dat dit is opgenomen en daarom heb ik vóór het verslag in zijn geheel kunnen stemmen.

 
  
  

- Verslag-Böge (A6-0110/2009)

 
  
MPphoto
 

  Antonio Masip Hidalgo (PSE).(ES) Mevrouw de Voorzitter, nu we het toch over de begroting hebben, zou ik willen zeggen dat we onze gedachten al zouden moeten laten gaan naar het overleg van volgend jaar over voortzetting van de steunmaatregelen voor steenkool, een inheemse energiebron die onmisbaar is.

Ik zeg dit tijdig omdat een of andere hoge ambtenaar zich blijkbaar gerechtigd heeft gevoeld om, volkomen ongepast, een tegenovergestelde mening te ventileren in een economische publicatie, waarmee hij verwarring heeft gezaaid in de publieke opinie.

Hiervan klopt dus niets. De steun aan de steenkoolindustrie in mijn land zal na 2012 moeten worden voortgezet, en ik wil dat dit zo in de notulen wordt vastgelegd. Mijne heren ambtenaren, beperkt u zich alstublieft tot het uitvoeren van de plannen die nu van kracht zijn en daarna, vanaf 2012, van het beleid waarover we komend jaar met de betreffende sector in overleg zullen gaan.

 
  
MPphoto
 

  Mario Borghezio (UEN). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het Europees Parlement moet als begrotingsautoriteit met zijn beoordelingen bijdragen aan de herziening van het financiële kader 2007-2013.

Ik zou graag de aandacht van de rapporteur vragen, maar ook van het voorzitterschap, vooral van het voorzitterschap, om met oog op deze beoordelingen zijn licht te werpen op het vraagstuk dat hier naar voren komt, namelijk de gehele of gedeeltelijke – dat weet ik niet – default van het vrijwillige, aanvullende pensioenfonds van de leden van het Europees Parlement.

Is het wel of niet waar dat er geld ontbreekt, dat er is belegd in God weet welke Luxemburgse fondsen? Is het wel of niet waar dat de verantwoordelijke organen van het fonds, dat door het Europees Parlement moet worden gecontroleerd, in fondsen hebben belegd die in dezelfde financiële ellende zitten als waar wij ons het hoofd over breken?

Ik zou willen dat het niet zo was, maar ik maak me niet zo’n zorgen om mijn eigen pensioen of dat van de andere Parlementsleden, ik maak mij zorgen over het feit dat de Europese belastingbetaler in de toekomst verplicht is om via het Europees Parlement om extra geld te vragen aan de Europese Unie om een gat te dichten waarvoor de verantwoordelijke personen zouden moeten opdraaien. Wij zijn een controleorgaan, dus laten we eerst onszelf en onze activiteiten controleren en het geld dat door het Europees Parlement en de leden ervan betaald is.

 
  
MPphoto
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het is altijd een genoegen om bij stemverklaringen in uw nabijheid te zijn. Er zal nu wel gauw geroddeld gaan worden.

De huidige financiële crisis heeft de problemen onderstreept van het aanhouden van zo’n lange termijn voor een financieel kader. Wie had enkele jaren geleden de omvang van de schade voorzien die door de kredietcrisis en haar gevolgen is veroorzaakt? Ik geloof dat deze herziening ons in dit Huis een grote kans biedt en een probleem blootlegt. Het blootgelegde probleem is er één dat we feitelijk zelf hebben teweeggebracht.

Er is nu een nieuwe industrie die in Brussel is opgebouwd. Het is geen productie-industrie, hoewel zij wel enkele banen schept. Het is een industrie die wordt voortgestuwd door lobbyisten en door ngo’s in het bijzonder. Het is een nogal ongure handel. Hij houdt zich in wezen zelf in stand. De Commissie raadpleegt ngo’s over een onderwerp, de ngo’s roepen op tot actie, zij lobbyen bij leden van het Europees Parlement om politieke steun te geven aan deze oproep, de Commissie voert uiteindelijk een programma op dit terrein uit en – ja, u raadt het al – de ngo’s die tegen de Commissie hebben gezegd dat dit programma nodig is, dienen een offerte in om het programma zelf uit te voeren. Dit is een gemiste kans omdat wij hadden kunnen zeggen dat wij dit in de toekomst niet zo gaan doen.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, het verslag Böge is één groot pleidooi voor meer middelen voor de Europese Unie en dat is natuurlijk geen verrassing. Maar wat mij bijzonder stoort, is dat we hier opnieuw een verslag hebben dat expliciet verwijst naar het Verdrag van Lissabon, terwijl dat verdrag nietig is na het referendum in Ierland. En omdat de Ieren zogezegd verkeerd hebben gestemd in hun referendum, moeten ze in het najaar opnieuw naar de stembus. Welnu, men zou hier in het Europees Parlement ten minste het fatsoen moeten hebben om te wachten op het oordeel van de kiezers alvorens men hier teksten goedkeurt die verwijzen naar het Verdrag van Lissabon. We hebben hier gisteren nog een verslag goedgekeurd over de dialoog met de burger in Europa. Welnu, als we van die dialoog echt werk willen maken, dan moeten we ten minste respect kunnen betuigen voor het oordeel van de kiezers.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI).(EN) Mevrouw de Voorzitter, er zijn twee redenen waarom ik tegen dit verslag heb gestemd. Ten eerste vanwege de onvoorzichtige, roekeloze voorstellen waarin ervoor gepleit wordt nog meer middelen vrij te maken voor verkwistende EU-uitgaven – wat voor het Verenigd Koninkrijk natuurlijk betekent dat men wil dat we een nog hogere jaarlijkse bijdrage zouden betalen, wat ons begrotingstekort nog verder zou opvoeren.

De tweede reden waarom ik tegen dit verslag heb gestemd, is dat hierin verondersteld wordt dat het Verdrag van Lissabon ten uitvoer zal worden gelegd, ongeacht het feit dat dit Verdrag de toets der bekrachtiging niet doorstaan heeft. Bovendien zou Lissabon zelf de uitgaven natuurlijk opdrijven door nieuwe bevoegdheden en nieuwe risico’s na te jagen, bijvoorbeeld de buitensporige verspilling van middelen voor het ruimtevaartbeleid, dat dan tot zijn toepassingsgebied zou behoren, en voor overige beleidsmaatregelen in verband met de klimaatverandering. Om die redenen heb ik tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Neena Gill (PSE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij met deze herziening van het financiële kader, maar ik vond het wel jammer dat het amendement waarin gepleit werd voor een radicale hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid gesneuveld is in de stemming van vandaag. Het lijkt mij bijzonder urgent dat het financiële stelsel van de EU herzien wordt, en het is jammer dat vele financieringsstromen oud zijn en dat er traditionele vastleggingen van geringe waarde aan zijn toegevoegd

Onze prioriteit ligt niet bij nieuwe vraagstukken waarvoor onvoldoende middelen beschikbaar zijn. Het is dringend noodzakelijk dat we geld steken in energie- en klimaatveranderingprogramma’s en substantiële investeringen doen in groene technologieën. Mijn grootste zorg betreft echter rubriek 4, die al jarenlang chronisch te weinig financiering ontvangt. De Europese Unie streeft ernaar een belangrijke rol op het wereldtoneel te spelen, maar dit streven wordt volkomen ondermijnd door het gebrek aan middelen om die doelstellingen te verwezenlijken. Verder vind ik het zorgwekkend dat het beleid is om alle externe financieringsprogramma’s uit te besteden. Dit heeft schadelijke gevolgen voor de rol van de EU als mondiale speler in ontwikkelingslanden. Niettemin heb ik deze herziening ondersteund.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: B6-0141/2009 (Economische partnerschapsovereenkomst EG – Cariforum-staten)

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin (ALDE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil een opmerking maken over amendement 9 van de resolutie over Cariforum en, ja inderdaad over amendement 4 van de resolutie over Ivoorkust. Dat was opgenomen in de volgende zes resoluties.

Het amendement dringt aan op geleidelijke afschaffing van de exportsubsidies, waarmee zo snel mogelijk een begin moet worden gemaakt. Ik kon dit amendement niet ondersteunen omdat die geleidelijke afschaffing volgens het EU-beleid moet ingaan in 2013. De Commissie is net bezig de exportrestituties in de zuivelsector te verhogen omdat de wereldprijs voor melk tot onder het niveau van de productiekosten gedaald is.

In het amendement wordt verder gesteld dat de exportsubsidies van de EU een ernstige belemmering vormen voor de producenten in de veehouderij- en zuivelsector in de ACS-landen.

Wij weten allemaal dat dit een schromelijke overdrijving is. Als we nu allerlei exportsubsidies gingen afschaffen, dan zouden we daarmee onze eigen zuivelbranche en de continuïteit van onze voedselvoorziening in gevaar brengen, en ik vraag me ten zeerste af of dat is waar dit Parlement op uit is.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, staat u mij toe om, voordat ik mijn betoog begin, blijk te geven van mijn respect voor een van de vorige sprekers, Jim Allister. Ik ben het niet altijd met zijn standpunten eens als ze al te krachtig verwoord worden, maar als ik een Noord-Ierse stemmer was, zou ik waarschijnlijk zeggen dat Noord-Ierland geen grotere vriend in dit Parlement heeft dan Jim Allister.

Wat de onderhavige stemming en de EU-Cariforum-overeenkomst betreft, moeten we mijns inziens erkennen dat het, ondanks de bedenkingen tegen die overeenkomst vanwege het zogenaamd agressieve EU-beleid voor het ontsluiten van markten, wel een feit is dat hiermee ook een tijdslimiet wordt gesteld met betrekking tot de liberalisering, en dat de Caribische landen duidelijk wordt gemaakt dat het zaak is dat ze proberen hun productie te diversifiëren. Veel te lang al hebben zij vertrouwd op het schuldgevoel van Engelse en andere voormalige koloniale bazen, om hun bananen en suiker zo in aanmerking te laten komen voor een preferentiële behandeling.

Je kunt niet ten eeuwigen dage een zogenaamde “dessert economy” blijven als je mee wilt doen in een geglobaliseerde digitale wereld, en dat is een van de aspecten van de economische partnerschapsovereenkomst die ik toejuich.

 
  
MPphoto
 

  Neena Gill (PSE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb voor de resolutie over de economische partnerschapsovereenkomsten gestemd, omdat we alleen door middel van een gelijkwaardig partnerschap andere landen kunnen helpen om van de economische vooruitgang te profiteren. Ik ben blij met de geruststelling van onze nieuwe commissaris, Cathy Ashton, waarmee zij de angst wegneemt die velen van ons hadden ten aanzien van de EPO’s. Ze verdient alle lof omdat ze op dit punt consensus heeft bereikt.

In deze resolutie worden vele voorstellen gedaan om de negatieve maatregelen van de oorspronkelijke tekst te ondervangen. De bepalingen inzake intellectuele-eigendomsrechten zullen het gebruik van locogeneesmiddelen toegankelijker en gemakkelijker maken, en met de voorstellen landen hun eigen ontwikkelingstempo te laten bepalen, zullen een te snelle liberalisering en haar schadelijke impact voorkomen kunnen worden.

Europa dient ook partnerschapsovereenkomsten te sluiten met de ACS-landen, als die landen daardoor tenminste niet het risico lopen er in intellectueel, sociaal of economisch opzicht op achteruit te gaan. Een recente ACS-missie naar Guyana heeft aangetoond dat handel, mits ten goede gebruikt, een buitengewoon krachtig effect kan hebben, maar de handelsovereenkomsten moeten eerlijk zijn, gekenmerkt worden door een open dialoog, en op wederzijds respect gebaseerd zijn.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: B6-0148/2009 (Economische partnerschapsovereenkomst EG - Ivoorkust)

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, net zoals bij de meeste andere economische partnerschapsovereenkomsten baarde het ook in dit geval velen zorg dat de aanpak van de Europese Unie bij de openstelling van de markten onevenwichtig zou zijn. Met name in het geval van Ivoorkust bestond er verontrusting over het feit dat er eigenlijk geen stabiele regering in dat land was, en men vroeg zich af of je wel een overeenkomst moet aangaan met een land in een dergelijke positie.

Nogmaals moet erkend worden dat de economische partnerschapsovereenkomsten het voordeel hebben dat ze het voor het eerst mogelijk maken om te luisteren naar wat de consumenten en ondernemers in deze landen te zeggen hebben, in plaats van alleen hun regeringen. Als je praat met ondernemers uit veel van die landen, dan zeggen ze: maak alsjeblieft de goederen en diensten voor ons toegankelijk waarvan jullie nu het genot hebben, in het noorden en het westen, zodat we welvaart kunnen creëren, zodat we banen kunnen creëren en op de lange termijn niet langer van hulp afhankelijk zijn.

Alleen door onze hand uit te steken naar de ondernemers in die landen, naar degenen die welvaart genereren, kunnen we deze landen helpen om te ontkomen aan armoede op de lange termijn.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: B6-0143/2009 (Economische partnerschapsovereenkomst EG - Staten van de Stille Oceaan)

 
  
MPphoto
 

  Martin Callanan (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, het spijt me dat we u met onze stemverklaringen van uw lunch afhouden.

Als voorzitter van de Commissie politieke aangelegenheden van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU heb ik tal van discussies gevoerd met een groot aantal van die kleine, perifere – en uiterst afgelegen – staten in de Stille Oceaan. Zij zijn niet gezegend met een overvloed aan natuurlijke hulpbronnen, en ze bevinden zich uiteraard in een bijzonder afgelegen en ontoegankelijk gebied. Daarom is het des te belangrijker dat wij er voor zorgen dat onze markten toegankelijker worden voor hun producten, en dat wij het mogelijk maken dat onze producten de ontwikkeling van hun markten in hun gebied ondersteunen. Wij zouden ons rekenschap moeten geven van hun unieke geografische omstandigheden, en maatregelen moeten nemen om hun situatie te verzachten en hen op weg te helpen naar de economische ontwikkeling en de voorspoed waarvan wij allen de voordelen genieten.

Deze economische partnerschapsovereenkomsten bevatten tal van goede punten en het deed mij groot genoegen voor het verslag te hebben kunnen stemmen.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: B6-0142/2009 (Economische partnerschapsovereenkomst EG - Ghana)

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, wat de overeenkomst met Ghana betreft, zou ik een belangrijk punt onder de aandacht willen brengen. Heel vaak namelijk wordt er betoogd, vooral door de socialisten in dit Parlement, dat we verlaging van de invoertarieven in veel van die landen niet moeten steunen.

Als je bij voorbeeld naar Ghana kijkt, zie je dat dit land maar 30 tot 35 procent van de rijst produceert die er geconsumeerd wordt. Als we doorgaan met het ondersteunen van invoertarieven voor rijst, dan zeggen we daarmee eigenlijk tegen de armste mensen in Ghana dat ze meer voor hun voedsel en voor hun geneesmiddelen zullen moeten betalen.

Ik vind het schandalig dat de socialisten in dit Parlement nog steeds invoertarieven ondersteunen die de armen nog armer maken. Ze zouden de openstelling van die markten juist moeten ondersteunen, en er voor moeten zorgen dat we de ondernemers en de armlastige burgers helpen.

 
  
  

- Verslag-Mitchell (A6-0135/2009)

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin (ALDE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil het verslag-Mitchell ondersteunen, met name daar waar de rapporteur er op wijst dat de twee banken nauwer moeten gaan samenwerken om overlapping van hun werkzaamheden te voorkomen. In het bijzonder echter juich ik het voorstel toe om de leningen aan KMO’s met 50 procent op te trekken. Aanvankelijk was een bedrag van vijf miljard euro voorgesteld, dat nu verhoogd is tot zeven en een half miljard euro voor een periode van vier jaar. De Europese Investeringsbank heeft aangegeven dat er nog meer geld beschikbaar is.

Dit is heel goed nieuws voor de KMO’s in Ierland, omdat wij de komende weken een investering van driehonderd miljoen euro in KMO’s tegemoet kunnen zien. Essentieel is dat dit geld de KMO’s bereikt – een punt dat ook door een eerdere spreker genoemd is - en wel zo snel mogelijk, want zij hebben moeite om het hoofd boven water te houden en voor vele van hen is haast geboden.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: RC-B6-0152/2009 (Toekomst van de auto-industrie)

 
  
MPphoto
 

  Martin Callanan (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb veel contact gehad met de automobielindustrie toen ik het geluk had om als schaduwrapporteur mee te werken aan het verslag-Sacconi over de CO2-uitstoot van auto’s, en dat heeft mij meer dan wat dan ook overtuigd van de enorme strategische en commerciële waarde die de auto-industrie ons in Europa te bieden heeft. Ik zeg dit met name omdat ik hier het noordoosten van Engeland vertegenwoordig, waar zich de kolossale productiefabriek van Nissan bevindt in de plaatsen Washington, Tyne en Wear, de meest productieve en efficiënte autofabriek van Europa.

Het afgelopen decennium is de auto-industrie vanaf hier echter bestookt met een spervuur van extra regels, bepalingen en verplichtingen. Het is meer dan ironisch de Commissie nu te horen klagen over de benarde economische situatie waarin deze sector beland is. Toch denk ik niet dat protectionisme de oplossing is, niet in de laatste plaats omdat bij een dergelijk beleid vele andere sectoren hun stem zouden verheffen om financiële steun van de belastingbetaler te krijgen.

In het bijzonder zou ik hier de aandacht willen vestigen op de ronduit onelegante acties van de Franse president Sarkozy, die de Franse producenten overheidssteun heeft verleend onder de voorwaarde van de expliciete garantie van hun kant dat ze productie uit andere lidstaten zouden terugtrekken en niet uit Frankrijk. Dat is een afschuwelijke weg richting protectionisme waarmee uiteindelijk niemand in Europa iets opschiet.

 
  
MPphoto
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, zoals u ziet, zijn mijn collega’s jaloers op onze verstandhouding, en daarom hebben ze u hier vanmiddag gechaperonneerd. Ik hoop dat mijn woorden voor de stempel van uw goedkeuring in aanmerking zullen komen.

We weten allemaal dat de auto-industrie in ernstige financiële moeilijkheden verkeert. Die worden elke dag in al onze nationale dagbladen in kaart gebracht. In de regio die ik hier vertegenwoordig, staat in Burnaston, in Derby, een grote Toyota-fabriek, waar verschillende maatregelen genomen zijn om op de nieuwe financiële omstandigheden in te spelen. In het uitstekende nieuwe Engelse kiesdistrict Daventry is de McClaren Formule I-fabriek gevestigd, waar meer dan zeshonderd mensen werken.

Iedereen hier is dus bekend met of vertegenwoordigt een deel van de auto-industrie, en we weten welke financiële problemen er zijn. Feit is echter dat wij die hier hebben klaar gestoofd door in de tijd dat het goed ging de ene verordening na de andere aan te nemen zonder vooruit te kijken naar tijden die wel eens wat magerder zouden kunnen zijn. De auto-industrie kan niet op tegen al die verordeningen die wij haar hebben opgelegd.

Dank u voor de extra tijd. Ik weet dat het stukje aan het begin me misschien een paar seconden gekost heeft.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − En toch hebt u nog kans gezien om Daventry te noemen. Wat mij betreft mogen u en uw twee collega’s mij hierna wel op een lunch trakteren.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, het zou mijn twee collega’s en mij plezier doen om u en uw twee collega’s naast u uit te nodigen voor de lunch, al ben ik er niet zeker van of u ons gezelschap meer op prijs zou stellen dan onze betogen.

Het is ons allen bekend hoeveel problemen vele industrieën op het ogenblik ondervinden om krediet te verkrijgen. Er zijn tal van levensvatbare bedrijven die voor de crisis geweldige winsten zouden hebben gemaakt. Waar het hier om draait, is veeleer de beschikbaarheid van kredieten dan ernstige problemen met hun ondernemingsmodellen. Overigens zijn er ook vele bedrijven die al jarenlang bijna onderuit gingen maar overeind werden gehouden door overheidssteun, of verlieslijdend waren.

Als we naar het voorbeeld van Amerika kijken, waar steun is verleend aan een paar van de meest inefficiënte producenten, die geen rekening hebben gehouden met de ontwikkelingen, dan moet de les daarvan zijn dat we niet dezelfde fouten maken door staatshulp of welke vorm van hulp dan ook te verstrekken aan bedrijven die op de lange termijn geen levensvatbare toekomst hebben. Natuurlijk moeten we er voor zorgen dat er banen zijn met toekomst op de lange termijn, maar voorkomen moet worden dat we niet-rendabele ondernemingen de hand boven het hoofd houden.

 
  
MPphoto
 

  Neena Gill (PSE). (EN) Mevrouw de Voorzitter, het zal u niet verbazen dat ik het verslag over de toekomst van de auto-industrie gesteund heb, een industrie waarover sommigen soms niets goeds te melden hebben, maar die in mijn ogen in sommige regio’s een vitale productiesector is, zoals in mijn regio, de West Midlands.

Meer dan 20 procent van de productie in heel Europa komt voor rekening van deze branche. Naar mijn idee geeft de auto-industrie het voorbeeld van hoe een sector zichzelf kan veranderen, zoals ik tijdens een recent bezoek aan Jaguar Land Rover in Castle Bromwich met eigen ogen heb kunnen aanschouwen. Ik was daarbij echt onder de indruk van het vooruitdenken van de vakbonden en hun partnerschap met het management, met als doel de voortzetting van het onderzoek naar en de ontwikkeling van groene voertuigen veilig te stellen.

Tevens heb ik er bij de Commissie op aangedrongen de steun van de Britse regering voor de auto-industrie goed te keuren, wat zij gelukkig gedaan heeft. Er zijn echter ook betere regelingen en beginselen nodig voor de toekomstige EU-wetgeving, als het om motorvoertuigen gaat.

In deze tijden van economische achteruitgang moeten we een alomvattend beleid voeren ten aanzien van de bedrijfstak. Auto-onderdelen zijn net zo belangrijk als de auto-industrie zelf, wat betekent dat ook de toekomst van de toeleveringsketen moet worden veiliggesteld. Vorig week heb ik de Michelin-bandenfabriek in Stoke bezocht, en alweer was ik onder de indruk van het hoge niveau van onderzoek en ontwikkeling en de inspanningen om het rendement van de banden te verbeteren, waarbij wordt gekeken naar hun duurzaamheid voor milieu en samenleving. Het heeft weinig zin om de grootste industrieën te beschermen als kleine bedrijven onderaan de toeleveringsketen niet op adequate steun kunnen rekenen.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Ludford (A6-0143/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Guy Bono (PSE), schriftelijk.(FR) Ik heb voor deze aanbeveling van het Britse lid van de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa barones Ludford gestemd. Deze aanbeveling heeft betrekking op gemeenschappelijke instructies voor consulaire beroepsposten, biometrische identificatiemiddelen en visumaanvragen.

Dit akkoord in tweede lezing bewijst dat het invoeren van biometrische gegevens in het Europees visuminformatiesysteem (VIS) wenselijk wordt geacht. Met behulp van voornoemde gemeenschappelijke instructies hebben we nu eindelijk zekerheid dat alle lidstaten voortaan op basis van vergelijkbare criteria en gegevens visa afgeven aan onderdanen van een honderdtal landen.

Met deze tekst wordt dus een aantal cruciale maatregelen ingevoerd ten behoeve van de bescherming van de burgers, met inbegrip van een reeks bepalingen die de eerbiediging van de privésfeer en van de persoonsgegevens van onderdanen van derde landen moeten garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Dankzij biometrische gegevens kunnen paspoorten en reisdocumenten beter worden beveiligd tegen fraude, hetgeen bijdraagt aan de strijd tegen de georganiseerde misdaad en illegale immigratie. Dat is echter alleen mogelijk als de biometrische gegevens correct worden geregistreerd, maar daar lijken nog problemen mee te zijn. Nu hackers met veel bravoure op internet verkondigen hoe eenvoudig vingerafdrukken op Duitse registratieformulieren kunnen worden vervalst en erop wijzen dat als identiteitskaarten worden verkleind tot creditcardformaat, de foto’s digitaal kunnen worden bewerkt, waardoor biometrische herkenning wordt bemoeilijkt, kunnen er gemakkelijk twijfels rijzen ten aanzien van deze technologie. Hoe dan ook moet de bescherming van gegevens voor normale burgers worden gewaarborgd bij het gebruik van biometrische gegevens. In het licht daarvan stem ik in met dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Nu ik de aanbeveling voor de tweede lezing over biometrische identificatiemiddelen en visumaanvragen in verband met gemeenschappelijke visuminstructies nauwkeurig heb bestudeerd, stem ik voor het verslag. Ik ben het namelijk helemaal eens met de doelstellingen uit het verslag van mevrouw Ludford, namelijk de vergemakkelijking van de organisatie, de inontvangstneming en de behandeling van visumaanvragen.

 
  
  

- Verslag-Seppänen (A6-0109/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Ik kan het verslag van de heer Seppänen over de garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen en leninggaranties voor projecten buiten de Gemeenschap niet volledig onderschrijven, maar ik ben er ook niet helemaal tegen. Daarom onthoud ik mij van stemming over dit verslag.

 
  
  

- Verslag-Marinescu (A6-0002/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. – (EN) Ofschoon Malta en Gozo in territoriaal opzicht de kleinste EU-staten zijn, controleren zij een uitgebreid luchtruim. Naar mijn idee moeten we het functioneren en de houdbaarheid van het luchtvaartsysteem aan de orde stellen. Zoals de Commissie vervoer en toerisme heeft opgemerkt, is de meest doeltreffende en efficiënte manier om een gemeenschappelijk Europees luchtruim te creëren een top-downbenadering. Aangezien het echter nooit gelukt is om voldoende politieke steun voor die benadering te vinden, moeten wij nu inzetten op versnelling van het proces dat gestart is met de bottom-upbenadering.

We moeten er voor zorgen dat de geplande hervorming van Eurocontrol wordt doorgevoerd voordat deze verordening in werking treedt. Verder moeten we er naar streven het gemeenschappelijke luchtruim gestalte te geven in één lijn met de ontwikkelingsfase van SESAR (het onderzoeksprogramma betreffende luchtverkeersbeheer (ATM) in het gemeenschappelijk Europees luchtruim).

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Ik stem voor het verslag-Marinescu aangezien de Europese luchtvaartmarkt door het uitbreidingsbeleid van de EU en het actieve nabuurschapsbeleid is uitgebreid tot 37 landen.

Door de groeiende gemeenschappelijke luchtvaartmarkt is de EU een wereldspeler geworden. Het initiatief voor een gemeenschappelijk Europees luchtruim (SES) is in 2000 gelanceerd en heeft het luchtverkeersbeheer (ATM) opgenomen in het gemeenschappelijke vervoersbeleid. Voor het concurrentievermogen van de Europese luchtvaartindustrie is een volledige systeemaanpak vereist die wordt gekenmerkt door een gemeenschappelijke visie, doelstellingen en technologieën, gebaseerd op een solide regelgevingskader.

In dit verband is de Commissie met een pakket voorstellen gekomen waarvan sommige aspecten echter voor verbetering vatbaar zijn, zoals een gegarandeerde functionele onafhankelijkheid van de nationale veiligheidsagentschappen en een grotere betrokkenheid van alle partijen. Om dat te realiseren en het doel van SES te bereiken is samenwerking op politiek, sociaal en technisch niveau nodig.

Net als de rapporteur vind ik dat de Commissie in de eerste plaats kwantificeerbare en haalbare communautaire doeleinden moet opstellen. Deze doeleinden moeten gericht zijn op alle gevoelige kwesties als veiligheid, milieu, capaciteit en kostenefficiëntie.

 
  
MPphoto
 
 

  Guy Bono (PSE), schriftelijk.(FR) Ik heb vóór het verslag van mijn Roemeense collega, de heer Martinescu, over de prestaties en de duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem, gestemd.

Deze tekst maakt deel uit van het SES II-pakket en is erop gericht de prestaties van het Europese luchtvaartsysteem te verbeteren.

We kunnen zo op een aantal kwesties een antwoord formuleren: kwesties van ecologische aard (via maatregelen om de CO2-uitstoot te verminderen), kwesties van functionele aard (door de doeltreffendheid van het luchtverkeer te optimaliseren, via een vergroting van de capaciteit en het ontwerpen van een zo efficiënt mogelijke routestructuur), en – tot slot – vraagstukken met betrekking tot de veiligheid van de Europese burgers (door aan te dringen op samenwerking en coördinatie tussen de verschillende actoren).

Dit verslag sluit aan op het SES I-pakket en houdt een dynamische visie in op de huidige uitdagingen, en wel door langetermijnoplossingen aan te dragen voor een doeltreffende modernisering van de luchtvaartsector.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicodim Bulzesc (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Ik heb voor het verslag van mijn collega Marian-Jean Marinescu gestemd, aangezien dit wetgevingspakket bedoeld is om de prestaties en duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem te verbeteren. Een efficiëntere regulering betekent kortere vluchten, kortere vertragingen en minder brandstofverbruik.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik stem vóór de prestaties en duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem. Sinds 2004 worden luchtverkeerbeheerssystemen op grond van de verordening inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim meegenomen in het gemeenschappelijk vervoersbeleid. Door de uitbreiding is de Europese luchtvaartmarkt uitgebreid tot 37 landen waardoor de EU een wereldspeler is geworden. Een adequate actualisering was derhalve dringend noodzakelijk.

Centraal element bij het gemeenschappelijk Europees luchtruim is de totstandbrenging van functionele luchtruimblokken (FAB), die op verkeersstromen berusten in plaats van op nationale grenzen. Het moet daarbij mogelijk zijn om de huidige zestig blokken en controlecentra terug te brengen tot vijftien à twintig.

Dit is niet alleen in overeenstemming met het concept van een gemeenschappelijk Europa, het bespaart tevens tijd, geld en brandstof. Tot dusver was elke vlucht door de versnippering van het luchtruim gemiddeld 49 kilometer langer dan noodzakelijk. De Commissie verwacht de uitstoot van CO2 nu met 7 tot 12 procent te kunnen terugdringen. Functionele luchtruimblokken zijn van essentieel belang omdat daardoor de luchtverkeerscontrolesystemen van diverse lidstaten in één Europees verkeerssysteem kunnen worden geïntegreerd. Tevens moet er voor het FAB-systeem een coördinator worden aangesteld volgens het voorbeeld van de TEN-coördinatoren.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik sta achter de voorstellen in dit verslag die pleiten voor erkenning van de noodzaak om de efficiëntie van vluchten te verbeteren en vertragingen in het luchtverkeer tot een minimum te beperken. Verder juich ik de invoering van prestatiedoelen voor ATM (luchtverkeersbeheer) toe, die zouden moeten leiden tot een doeltreffender luchtverkeernetwerk om de vooruitgang op milieu en economisch gebied te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicolae Vlad Popa (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Ik heb gestemd voor het verslag dat is opgesteld door mijn collega Marian-Jean Marinescu en dat is gericht op een verbetering van de prestaties en duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem.

Dankzij het initiatief voor een gemeenschappelijk Europees luchtruim is de gemeenschappelijke luchtvaartmarkt de afgelopen jaren gegroeid en tot ontwikkeling gekomen. De totale efficiëntie van het ontwerp en het gebruik van de Europese routestructuur is echter nauwelijks verbeterd en als gevolg daarvan betalen luchtruimgebruikers en passagiers onnodige kosten.

Ik ben blij met de voorstellen van de Commissie die gericht zijn op het vaststellen van bindende prestatiedoelen voor verleners van luchtnavigatiediensten, een Europese netwerkbeheerfunctie om te zorgen voor convergentie tussen nationale netwerken en duidelijke termijnen waarbinnen de lidstaten de prestaties moeten verbeteren.

Ik wil Marian-Jean Marinescu feliciteren met dit verslag dat hij heeft opgesteld.

Ik ben blij met de voorstellen van de rapporteur voor de ontwikkeling van een initiatief voor een totale systeemaanpak op het terrein van de veiligheid om het luchtvervoer veilig en duurzaam te houden.

Ik steun het initiatief van de rapporteur waarin volledige transparantie van heffingen wordt voorgesteld. De vastgestelde kosten moeten consistent zijn met de convergentiecriteria die gebaseerd zijn op de regeling voor prestatieverbetering.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Ik stem voor het verslag van de heer Marinescu over de prestaties en de duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem.

Ik ben het met de rapporteur eens dat het regelgevingskader van het initiatief voor een gemeenschappelijk Europees luchtruim (SES) moet worden herzien, omdat het sinds 2000, toen het initiatief werd gelanceerd, niet aan de verwachtingen heeft voldaan. Ik verwijs daarbij vooral naar een grotere vluchtefficiëntie, kostenvermindering, het terugdringen van versnippering en de nog steeds aanwezige, algemene inefficiëntie van het luchtvaartsysteem. Deze inefficiëntie leidt tot hogere kosten voor luchtruimgebruikers, zowel wat geld, tijd en brandstofverbruik betreft.

Ik denk verder dat het nodig is om aan te sporen tot een herziening van de wetgeving waarbij de voorstellen van de Commissie worden gevolgd. Deze hebben tot doel om onder andere de onafhankelijkheid van de nationale veiligheidsagentschappen te garanderen, de veiligheidsnormen te harmoniseren, een gemeenschappelijk Europees vluchtinformatiegebied op te richten zonder een grotere betrokkenheid van de sociale partners bij de systeemaanpak achterwege te laten, omdat ik vind dat alleen met een ruime consensus aan de basis de huidige technische en politieke obstakels kunnen worden weggenomen en de ambitieuze doelstellingen van het initiatief kunnen worden gehaald.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. − (SV) In het verslag wordt benadrukt dat een geïntegreerd systeem tot meer veiligheid en een effectiever gebruik van het luchtruim leidt, en bijgevolg tot kortere wachttijden. Tegelijkertijd gaat men in het systeem uit van voortdurend toenemend luchtvervoer. Ondanks alles stem ik toch voor het verslag, omdat de positieve aspecten zwaarder wegen dan de negatieve. Wij van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie zullen op andere manieren, bijvoorbeeld met voorstellen betreffende verschillende milieu- en vervoerstoeslagen, krachtdadig tegen luchtvervoer optreden.

 
  
  

- Verslag-Marinescu (A6-0515/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jaromír Kohlíček (GUE/NGL), schriftelijk. − (CS) Het gemeenschappelijk Europees luchtruim is een uitdrukking van de poging van de Europese landen om de doorstroming van het luchtverkeer voor de burgerluchtvaart te verbeteren. Oorspronkelijk bestond in 2000 het plan om het Europees luchtruim in te delen in afzonderlijke functieblokken met een geïntegreerd beheer. Op Tsjechië was het Verdrag betreffende een luchtverkeersleidingssysteem voor de middelgrote hoogte boven Midden-Europa van toepassing. Ik was daarvan destijds de rapporteur in het Tsjechische Huis van Afgevaardigden. Zoals rapporteur Marinescu in één van zijn verslagen constateerde, hebben deze verdragen hun doel niet bereikt. Het verdrag waarvan ik rapporteur was, is in onderling overleg door de afzonderlijke partijen opgeheven omdat het achterhaald was. In het kader van het zesde kaderprogramma is er een breed programma gestart voor het luchtverkeersbeheer boven heel Europa, genaamd SESAR. De resultaten van dit project moeten geleidelijk vanaf 2014 in de praktijk worden gebracht. Daarom zijn verslagen met betrekking tot het gemeenschappelijk Europees luchtruim ook gericht op deze datum. De GUE/NGL-Fractie heeft niet alleen bezwaar tegen de druk om diensten op het betreffende gebied (het luchtvervoer) te liberaliseren, maar vooral tegen het feit dat in de gepresenteerde verslagen de rentabiliteit van het gebruik van het luchtruim prevaleert boven de veiligheid.

Ook zijn we het er niet mee eens dat de aandacht uitsluitend wordt gevestigd op de luchtverkeersleiders, aangezien de veranderingen betrekking zullen hebben op alle medewerkers van het luchtverkeersbeheer. Tot slot moet er breed overleg plaats vinden met de werknemersvertegenwoordigers voordat de veranderingen kunnen worden doorgevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik stem vóór het verslag inzake luchthavens, luchtverkeersbeheer en luchtvaartnavigatiediensten.

Sinds 2004 worden luchtverkeerbeheerssystemen op grond van de verordening inzake het gemeenschappelijk Europees luchtruim meegenomen in het gemeenschappelijk vervoersbeleid. Door de uitbreiding is de Europese luchtvaartmarkt uitgebreid tot 37 landen waardoor de EU een wereldspeler is geworden. Een adequate actualisering was derhalve dringend noodzakelijk.

Met het tweede verslag van het pakket wordt het toepassingsgebied uitgebreid door harmonisering van de controle van luchthavens en de exploitanten ervan. Oostenrijkse luchthavens vallen eveneens onder deze nieuwe regeling.

Het is met name in tijden van economische crisis positief dat dankzij een aantal amendementen in het Parlement infrastructurele investeringen vooruit betaald kunnen worden, mits andere investeringsbronnen beschikbaar zijn, naast gebruiksheffingen en onder strenge voorwaarden. Dat is een belangrijke bijdrage om ons door de economische crisis te slepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik stem voor het verslag van de heer Marinescu over luchthavens, luchtverkeersbeheer en luchtvaartnavigatiediensten omdat dit past binnen het bredere kader van het initiatief over een gemeenschappelijk Europees luchtruim, waaraan ik ook al mijn goedkeuring heb verleend.

Ik ben het met mijn collega eens dat er een geharmoniseerd regelgevingskader nodig is op Europees niveau om de toekomstige uitdagingen op het gebied van de luchtvaartmarkt – en vooral op het gebied van de veiligheid van de luchtvaart – te kunnen aangaan. Tot op heden bestaan er nog veel verschillen tussen de diverse nationale veiligheidsprocedures die dienen te worden weggenomen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de voorstellen van de Commissie, in het bijzonder die over de bevoegdheden van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, een orgaan dat zeker belangrijk is voor de verhoging van de veiligheid van de luchtvaart in Europa.

Niettemin wil ik net als mijn collega beklemtonen dat de proportionaliteit van de maatregelen moet worden gewaarborgd door gebruik te blijven maken van plaatselijke kennis en deskundigheid . Ook moet de samenwerking tussen EASA en Eurocontrol worden gewaarborgd om extra bureaucratische rompslomp en een inefficiënte overlapping van taken en bevoegdheden te voorkomen.

 
  
  

- Verslag-Liotard (A6-0512/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Ik ben het eens met het voorstel van de Commissie tot wijziging van Verordening (EG) nr. 258/97 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten, met het oog op de nodige vereenvoudiging en centralisering van de procedures voor toelating en het in de handel brengen van nieuwe voedingsmiddelen.

De nieuwe verordening zal de consument beschermen doordat de voedselveiligheid wordt verhoogd en het milieu en het dierenwelzijn beter worden beschermd. Daarbij wordt het voorzorgsbeginsel zoals neergelegd in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, te allen tijde in acht gehouden.

Het voorstel van de Commissie beoogt de doeltreffendheid en transparantie van de toelatingsprocedure te verhogen en de uitvoering ervan te verbeteren. Daardoor wordt de verordening beter toegepast en krijgt de consument meer macht en meer keuzemogelijkheden, aangezien hij over meer informatie zal beschikken.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk.(PT) Ik heb voor de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over nieuwe voedingsmiddelen gestemd, omdat we daarmee de procedure voor het verkrijgen van een toelating voor nieuwe voedingsmiddelen en het in de handel brengen van die producten eenvoudiger maken. De procedure voor het verkrijgen van een toelating wordt bovendien efficiënter en transparanter, zodat consumenten een beter geïnformeerde keuze kunnen maken.

We moeten er intussen wel op wijzen dat nieuwe voedingsmiddelen pas op de markt mogen worden gebracht als ze veilig zijn en de consumenten niet misleiden. Bovendien is het zo dat voedingsmiddelen die bedoeld zijn om andere voedingsmiddelen te vervangen, niet minder voedzaam mogen zijn dan de producten die ze vervangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Wij hebben voor dit verslag gestemd, omdat het de problematiek rond nieuwe voedingsmiddelen op de juiste wijze benadert. Gunstig is ook dat de nefaste voorstellen van rechts, waarin aangedrongen werd op het opnemen van GGO’s, het niet gehaald hebben.

Zoals we in de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling hebben aangevoerd, horen genetisch gemodificeerde organismen niet in dit voorstel thuis. Nieuwe voedingsmiddelen mogen geen gezondheidsrisico’s inhouden en de consument mag niet misleid worden. De consumptie van voedingsmiddelen die andere voedingsmiddelen vervangen mag vanuit voedingsoogpunt niet nadelig zijn.

Naar de mening van de rapporteur zijn de doelstellingen van de nieuwe verordening betreffende nieuwe voedingsmiddelen het behalen van een hoog niveau van voedselveiligheid, consumentenbescherming, bescherming van het milieu en bescherming van de dierengezondheid terwijl te allen tijde het voorzorgsbeginsel zoals neergelegd in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europese Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden in acht dient te worden gehouden. Alle andere doelstellingen zijn van secundair belang.

Ook mogen nieuwe voedingsmiddelen de consument niet in gevaar brengen of misleiden. Waar nieuwe voedingsmiddelen dienen ter vervanging van een ander voedingsmiddel, mogen deze nieuwe voedingsmiddelen uit voedingsoogpunt niet nadeliger zijn voor de consument.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik stem vóór het verslag van Kartika Tamara Liotard betreffende een hogere veiligheid van nieuwe voedingsmiddelen.

Er moeten strengere eisen worden gesteld aan de toelating van nieuwe voedingsmiddelen, zoals producten van vlees van gekloonde dieren en de toepassing van nanotechnologie.

Onder het begrip ‘nieuwe voedingsmiddelen’ vallen inmiddels talloze voedingsmiddelen die met nieuwe methoden zijn geproduceerd en die op dit moment slechts in beperkte mate of helemaal niet op de Europese markt beschikbaar zijn, evenals voedingsmiddelen die de Europese consumenten eenvoudigweg onbekend zijn. Er vallen echter ook producten van gekloonde dieren onder, waarvan de gevolgen op de lange termijn nog nauwelijks zijn onderzocht. Sinds 1997 zijn meer dan honderd toelatingen voor nieuwe voedingsmiddelen aangevraagd en zijn er meer dan twintig toegelaten.

Ik ben er voorstander van dat er een afzonderlijke verordening voor producten van vlees van gekloonde dieren wordt vastgesteld en dat er geen nieuwe toelatingen worden afgegeven totdat deze verordening in werking treedt. Voedingsmiddelen die nanomateriaal bevatten, moeten verboden worden tot er een diervriendelijke en veilige beoordelingsmethode gevonden is. Indien dergelijke producten op de markt worden gebracht, moeten deze zodanig worden geëtiketteerd dat de consument meteen volledig wordt geïnformeerd over de herkomst ervan.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Het mag iedereen inmiddels duidelijk zijn dat de documenten die bij toelatingsprocedures worden ingediend vaak geflatteerd zijn en dat resultaten op de lange termijn ontbreken. Zeker als we horen hoe rigoureus en gewetenloos er klaarblijkelijk wordt getracht om een genmonopolie op te bouwen voor genetisch gemodificeerd zaad, moeten bij ons alle alarmbellen rinkelen als er sprake is van vlees van gekloonde dieren.

Hoe dan ook zijn de gevolgen van dat vlees, ook in combinatie met genetisch gemodificeerde diervoeders dan wel pesticiden en radioactieve straling, niet te overzien. Afgezien daarvan lijkt klonen in strijd te zijn met de Europese bepalingen inzake dierenwelzijn. Het klonen van dieren voor de productie van voedingsmiddelen moet derhalve in zijn algemeenheid worden afgekeurd en mocht het toch ooit zo ver komen, dan moet er een adequate etikettering worden ingevoerd, zodat burgers zelf kunnen beslissen. Om deze redenen heb ik vóór het verslag-Liotard gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Ik stem voor het voorstel van mevrouw Liotard over nieuwe voedingsmiddelen. Ik ben het met de collega eens dat het nodig is om te streven naar een hoog niveau van voedselveiligheid, bescherming van de consument, het milieu en het dierenwelzijn, waarbij het voorzorgsbeginsel te allen tijde in acht wordt gehouden. Verder vind ik het absoluut noodzakelijk dat nieuwe voedingsmiddelen de consument niet in gevaar mogen brengen en hem niet mogen misleiden, aangezien de gezondheid en de bescherming van de burger dan op gevaarlijke wijze in de waagschaal zouden worden gesteld.

 
  
  

- Verslag-Blokland (A6-0045/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Als het Protocol van Montreal, dat twintig jaar geleden in werking trad en werd ondertekend door 193 landen, de stoffen die de ozonlaag aantasten niet had uitgebannen, had ons op aarde een rampscenario gewacht.

De voornaamste stoffen die de ozonlaag afbreken zijn gehalogeneerde koolwaterstoffen, chemische stoffen die in 1928 zijn uitgevonden als koelvloeistof. In de jaren tachtig, toen het gat in de ozonlaag werd ontdekt, stelden onderzoekers vast dat deze chemische verbindingen, die op het aardoppervlak nauwelijks actief waren, in staat waren om te reageren met de ozonmoleculen, waardoor ze de laag vernietigen die bescherming biedt tegen de gevaarlijke UV-stralen. Om deze situatie aan te pakken werd in 1987 het Protocol van Montreal ondertekend, dat twee jaar later in werking trad.

Eén ding is zeker, we hebben onze uiterste best gedaan om deze verstikkende lucht te veroorzaken. De vooruitgang heeft hierin een belangrijke rol gespeeld en ons een aantal diensten en goederen opgeleverd die in de afgelopen decennia hebben bijgedragen aan een toenemende achteruitgang van ons klimaat. Het broeikaseffect, het gat in de ozonlaag en de klimaatverandering zijn slechts enkele van de fenomenen waar wij als vertegenwoordigers van onze medeburgers en toekomstige kinderen in Europa zo snel mogelijk oog voor moeten krijgen. Daarom ben ik voor.

 
  
MPphoto
 
 

  Šarūnas Birutis (ALDE), schriftelijk. – (LT) Daar deze herziening zich hoofdzakelijk ten doel stelt om de verordening te vereenvoudigen en in een nieuw jasje te steken, en tegelijkertijd de zinloze bureaucratische last in te perken, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de verplichting van de Commissie om ervoor te zorgen dat de regelgeving wordt verbeterd, het in 2007 gewijzigde Protocol van Montreal wordt nageleefd, toekomstige problemen worden opgelost zodat de ozonlaag zich bijtijds kan herstellen en negatieve gevolgen voor de volksgezondheid en het ecosysteem uitblijven, heb ik voor dit wetgevingsbesluit gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór deze wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen gestemd. De nu herschikte verordening is het belangrijkste communautaire instrument voor het garanderen van de naleving van het Protocol van Montreal over de ozonlaag afbrekende stoffen. Op die wijze garanderen we niet alleen een betere bescherming tegen de schadelijke gevolgen van UV-straling, maar verminderen we ook het broeikaseffect. De Europese Unie moet haar leidersrol op dit gebied voortzetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik stem vóór het verslag betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen.

Dit is een herschikking van de verordening betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen, die het belangrijkste instrument van de EU tot tenuitvoerlegging van het Protocol van Montreal vormt, dat vereist dat stoffen die de ozonlaag afbreken worden teruggebracht. Hoofddoel daarbij is dat de bepalingen van het protocol van 2007 worden nageleefd, zodat wordt veiliggesteld dat de ozonlaag kan herstellen en schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid en de ecosystemen worden voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Ik stem voor het verslag van de heer Blokland over stoffen die de ozonlaag afbreken. Ik ben het eens met de doeleinden van het ontwerp die erop gericht zijn de ozonlaag te beschermen en klimaatverandering te voorkomen. De verboden stoffen hebben immers niet alleen een aanzienlijk ozonafbrekend vermogen (ODP), maar evenzeer een aardopwarmingsvermogen (GWP).

Bovendien ben ik het ook eens met de ingediende amendementen die tot doel hebben om de verordening nog verder te verbeteren met oog op de problematiek, opdat de EU ambitieuzere doelstellingen voor zichzelf kan vaststellen en een voortrekkersrol in de wereld kan spelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Flaviu Călin Rus (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb gestemd voor de ontwerpwetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (herschikking) (COM(2008)0505 – C6-0297/2008 – 2008/0165(COD)), omdat ik van mening ben dat de emissie van ozonafbrekende stoffen moet worden verminderd of zelfs gestopt, zodat het leven op aarde zich onder normale omstandigheden kan ontwikkelen. Door dergelijke actie te ondernemen voldoen wij aan onze plicht jegens zowel de huidige generatie als toekomstige generaties.

 
  
  

- Verslag-Virrankoski (A6-0104/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Het staat buiten kijf dat we ervoor moeten zorgen dat communautaire financiële middelen op de juiste wijze en op het juiste moment worden ingezet (en dat is lang niet altijd het geval). Dit verslag bevat echter een aantal minder correcte en al te ambigu geformuleerde stellingen:

Het zou bijvoorbeeld een goed idee zijn om duidelijk te maken dat de “beperkte” middelen door de EU zelf worden vastgelegd. Het komt er nu op neer dat de zogenaamde landen van de brief van zes ons een communautaire begroting met een omvang van ongeveer 1 procent van het bbp opgelegd hebben.

Het is verder belangrijk toe te lichten wat er precies bedoeld wordt met “negatieve prioriteiten” en “positieve prioriteiten”. Anders is het onmogelijk akkoord te gaan met een beginsel dat bepleit dat aan de “negatieve prioriteiten minder prioriteit moet worden toegekend om ruimte te maken voor de belangrijkste prioriteiten”.

Als met “negatieve prioriteiten” bijvoorbeeld de zogenaamde “nieuwe prioriteiten” bedoeld zouden worden – zoals het concretiseren van het neoliberale beleid van de strategie van Lissabon, het veiligheidsbeleid van Vesting Europa of de militarisering van de EU – ,dan kunnen we het daarmee alleen maar eens zijn. Als dat echter de “positieve prioriteiten” en de “algemene meerjarige en strategische doelstellingen” blijken te zijn (en dat zijn ze natuurlijk), dan zijn wij beslist tegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Ik onthoud mij van stemming over het verslag van de heer Virrankoski over de ABB-ABM-methode als beheersinstrument voor de toewijzing van begrotingsmiddelen.

Ik ben het volledig met hem eens dat de behaalde resultaten en de noodzakelijke middelen om deze te verkrijgen duidelijk moeten zijn en dat de burger volledig geïnformeerd is over de kosten van het beleid van de Europese Unie. Ik ben er echter niet van overtuigd dat het systeem in kwestie dit kan oplossen en daarom onthoud ik mij van stemming.

 
  
  

- Verslag-Böge (A6-0110/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard James Ashworth (PPE-DE), schriftelijk. – (EN) De Britse conservatieven steunen het verslag-Böge, en wij zijn vooral ingenomen met de voorstellen van de rapporteur om de begroting flexibeler te maken en beter uit te rusten om in te kunnen spelen op veranderende omstandigheden. Waarschijnlijk zal zijn voorstel voor vijfjarige financiële vooruitzichten een positieve ontwikkeling blijken te zijn. Verder zijn wij blij met zijn erkenning van de “1 procent BNI”-limiet, en we dringen erop aan dat als deze formule een afnemend BNI in de lidstaten zou weerspiegelen, dit noodzakelijkerwijs terug moet zijn te zien in de EU-begroting.

Wij herhalen echter ons voorbehoud ten aanzien van het Verdrag van Lissabon, waartegen wij gekant zijn, net als tegen de voorgestelde stijging van de financiering voor het GBVB. Het is jammer dat de rapporteur deze gelegenheid niet heeft aangegrepen om de Raad en de Commissie te wijzen op hun verplichtingen zoals overeengekomen in het Interinstitutioneel Akkoord van 2006, om tijdig en op adequate wijze een verklaring te verschaffen aangaande EU-geld dat onder gemeenschappelijke beheersakkoorden is uitgegeven.

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. – (EN) De tussentijdse herziening van het financiële kader 2007-2013 is praktisch noch realistisch, gezien de onzekerheid in verband met het ratificatieproces van het Verdrag van Lissabon, het aflopen van de huidige parlementaire zittingsperiode, de uitslag van de Europese verkiezingen, en de samenstelling van de nieuwe Commissie onder de huidige economische omstandigheden.

Ik ben het er volkomen mee eens dat een ambitieuze herziening van de begroting een dringende prioriteit zou moeten zijn van het nieuwe Parlement en de nieuwe Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Ik stem voor.

De institutionele toekomst van de Europese Unie is nieuw leven ingeblazen door de Europese Raad van juni 2007. De 27 lidstaten hebben namelijk besloten een Intergouvernementele Conferentie bijeen te roepen om het nieuwe verdrag voor te bereiden op basis van de ontwerpgrondwet. Als de ratificatieprocedures volgens plan zullen verlopen, kan het nieuwe verdrag halverwege 2009 van kracht worden, ongeveer gelijk met de Europese verkiezingen. Een onderbreking van het ratificatieproces zal onvoorziene gevolgen hebben voor het Europese project. Daarom moet het herzieningsproces rekening houden met deze nieuwe context.

Als het tijdschema van de Raadsconclusies zal worden aangehouden, zouden de inwerkingtreding van het nieuwe verdrag, de verkiezing van het nieuwe Parlement (juni 2009) en de benoeming van de nieuwe Commissie in de tweede helft van 2009 moeten plaatsvinden. In dat geval zou het interinstitutionele debat over de herziening kunnen worden uitgesteld om mogelijke verwarring te voorkomen.

Ik ben van mening dat dit Parlement heel wat werk heeft verricht in zijn Tijdelijke Commissie beleidsuitdagingen en begrotingsmiddelen in de uitgebreide Unie 2007-2013, evenals via de jaarrekeningen en het wetgevende werk dat daaruit is voortgevloeid. Daarom zou het initiatiefverslag, een nalatenschap van het uittredende Parlement, de tot nu toe behaalde successen moeten vermelden, maar ook de nog bestaande gebreken moeten benadrukken.

 
  
MPphoto
 
 

  Katerina Batzeli (PSE), schriftelijk. – (EL) De tussentijdse herziening van de financiële vooruitzichten 2007-2013 wordt geacht een compromis te zijn bij het besluit van 2005. Misschien is deze herziening inderdaad onontbeerlijk in de huidige conjunctuur en economische crisis, maar zij mag in geen geval een alibi zijn voor een herverdeling van de middelen over de lidstaten en de beleidsvormen, zoals het beleid inzake de structuurfondsen en het GLB. Deze beleidsvormen zorgen onder meer voor cohesie, werkgelegenheid en territoriale cohesie en maken het mogelijk openbare en particuliere middelen vlot te trekken.

Het moet tevens onze prioriteit zijn om de huidige beleidsvormen, zoals het beleid inzake de structuurfondsen, verder uit te diepen en beter te beheren. Deze beleidsvormen hebben namelijk een achterstand opgelopen wegens onder meer een gebrek aan liquide middelen. En natuurlijk moeten wij investeringen bevorderen in groene ontwikkeling, en aldus de huidige communautaire beleidsvormen een nieuwe ontwikkelingsdimensie geven.

Een ding is echter onaanvaardbaar en moet worden vermeden: de invoering van nieuw beleid voor milieu- en klimaatbescherming en de aanpak van de huidige economische crisis zonder verhoging van de communautaire begroting. De begroting is namelijk ook na de nieuwe uitbreiding van de EU gelijk gebleven. Europa moet de moed hebben om meer middelen uit te trekken voor communautaire beleidsvormen en mag zich niet beperken tot een herverdeling van de middelen over oude en nieuwe beleidsvormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE-DE), schriftelijk. − (SV) Wij hebben voor het verslag over de tussentijdse herziening van het financiële kader 2007-2013 gestemd omdat het ondubbelzinnig meer transparantie en een duidelijkere koppeling tussen vastgelegde prioriteiten en resultaten eist.

In tegenstelling tot het verslag zijn wij van mening dat de “1 procent-aanpak” goed is. Wij zijn van mening dat terughoudendheid inzake uitgaven van het grootste belang is.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Dit initiatiefverslag van het Europees Parlement is heel belangrijk. Er wordt hier geprobeerd de grenzen aan te geven van het debat over zowel het huidige als het volgende meerjarig financieel kader. Zo wordt er een groot aantal vragen aan de orde gesteld – te veel om in deze stemverklaring allemaal te behandelen.

Zoals we al aangaven bevat dit verslag een aantal relevante stellingen die – zij het een in sterk een afgezwakte formulering – aansluiten bij hetgeen we nu al geruime tijd zeggen, en dat is dat de communautaire begroting niet voldoet om de behoeften te dekken, terwijl er elk jaar minder geld beschikbaar komt (de begroting is tussen 2007 en 2009 met ongeveer 29 miljard euro geslonken). De verantwoordelijken voor de situatie spelen verstoppertje. Maar de Commissie, het Europees Parlement en de Raad zijn alle drie begrotingsautoriteiten. Het Parlement kan dus niet alle schuld afwimpelen.

Het Parlement stelt dat “aanvullend beleid geen invloed mag hebben op het evenwicht tussen de hoofdcategorieën van het huidige MFK en de bestaande prioriteiten niet in gevaar mag brengen”, maar heeft de verwijzing naar de “twee belangrijkste beleidsterreinen van rubrieken 1b en 2” – convergentie resp. landbouw en visserij – geschrapt, iets waar wij tegen hebben gestemd. Het Parlement legt daarentegen de nadruk op de “nieuwe prioriteiten”, te weten: de neoliberale doelstellingen van de “Lissabon-strategie” (en de daarmee samenhangende “publiek-private partnerschappen”), “klimaatverandering” en de militarisering van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Ik stem tegen het verslag van de heer Böge over de tussentijdse herziening van het financiële kader 2007-2013 van de Europese Unie.

Ik ben er namelijk niet tevreden over dat niet alle programma’s van de nieuwe generatie in verband met het financiële kader 2007-2013 zijn aangenomen. Het gaat vooral om het belangrijke programma Galileo, waaraan onvoldoende middelen zijn toegekend, en het kaderprogramma voor grondrechten en rechtvaardigheid. Er had een grotere inspanning moeten worden geleverd om deze programma’s binnen de gestelde termijnen goed te keuren.

Ik ben verder van mening dat het Parlement de begroting van de Europese Unie strenger moet controleren door middel van frequentere en strengere controles om te garanderen dat het overheidsgeld correct wordt beheerd.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: B6-0141/2009 (Economische partnerschapsovereenkomst EG – Cariforum-staten)

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk.(FR) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, wij hebben geen van de teksten over deze nieuwe partnerschapsovereenkomsten met de ACS-landen – die tot de armste landen ter wereld behoren – met onze stem vóór bekrachtigd.

Onze stem is niet gericht tégen deze landen – die verdienen een fair beleid voor samenwerking en ontwikkeling, een beleid dat hun bevolkingen uit hun armoede bevrijdt, hun grondgebied van de nodige infrastructuur voorziet en hun economieën verlost van de moeilijkheden waaronder deze gebukt gaan. Ze hebben verder recht op handelsbetrekkingen die niet alleen rekening houden met hun bijzondere omstandigheden, maar ook met onze eigen belangen, inzonderheid die van onze ultraperifere regio’s, die in uw beleid aan hun lot worden overgelaten.

Wat u ze echter voorstelt zijn overeenkomsten volgens de sacrosancte regels van de WTO, met als doel deze landen in de ultraliberale mondialisering op te nemen. Zo veroordeelt u ze tot een exporteconomie die deze landen uithongert en hun rijkdommen blootstelt aan exploitatie door multinationale ondernemingen die al lang niet meer ten dienste van het ene of andere land staan, maar zich anoniem en stateloos uitsluitend door hun eigen financiële belangen laten leiden.

Deze landen hebben het recht om zelf te beslissen welk ritme ze aanhouden bij het openstellen van hun grenzen en de liberalisering van hun economieën. Zoals ze ook het recht hebben – waarom niet? – om voor een andere oplossing kiezen: die van een redelijk protectionisme met voor alle partijen gunstige, op wederkerigheid gebaseerde betrekkingen. Dat is ook de optie die wij voor Frankrijk en Europa verlangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE-DE), schriftelijk. – (PL) Ik heb vóór de resolutie over de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap, anderzijds, gestemd. De beweringen dat de Caribische landen onder druk zouden zijn gezet en gedwongen zouden zijn om de overeenkomst te ondertekenen, zijn niet waar. Dat heb ik met eigen ogen kunnen zien, toen ik aanwezig was bij de eerste regionale bijeenkomst van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU met landen van het Caribisch gebied.

Vertegenwoordigers van de onderhandelaars en van de overheden van de Caribische landen verklaarden eensgezind dat zij de overeenkomst vrijwillig hadden ondertekend in de overtuiging dat dit gunstig is voor alle betrokken partijen. Zij voelden inderdaad enige druk, maar dat was tijdsdruk, en daar hadden alle partijen die betrokken waren bij de overeenkomst mee te kampen. Bovendien was de noodzaak om nieuwe overeenkomsten betreffende economische partnerschappen te ondertekenen het resultaat van besluiten die onafhankelijk van de Europese Unie waren genomen. Dat was overigens al jarenlang algemeen bekend.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik juich het toe dat de Commissie beloofd heeft zich flexibeler op te stellen, door van tijdelijke naar volwaardige EPO’s over te stappen, en door bij de onderhandelingen uit te gaan van ontwikkelingsbelangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Ik stem tegen de ontwerpresolutie over de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds.

Ik ben van mening dat de economische partnerschapsovereenkomsten de duurzame ontwikkeling van landen uit Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan moeten steunen, hun deelname aan de internationale handel en hun economische diversificatie moeten bevorderen. Ik geloof desondanks dat de overeenkomst in kwestie niet in de gewenste richting gaat, aangezien zij in de betrokken landen niet bijdraagt aan de ontwikkeling van een zelfredzame economie die in staat is zichzelf te onderhouden zonder afhankelijk te zijn van buitenlandse steun.

Ik ben verder van mening dat de instrumenten die in de overeenkomst worden voorzien noch de deelname van de overheden noch die van de plaatselijke particuliere sector bevorderen. Zij worden bijgevolg onvoldoende betrokken bij het ontwikkelingsproces van hun regio’s.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM), schriftelijk. – (EN) Het is ontzettend belangrijk dat de specifieke behoeften van elk ACS-land in de economische partnerschapsovereenkomsten in aanmerking worden genomen. Om die reden heb ik tegen deze overeenkomst gestemd. De economische partnerschapsovereenkomst met Cariforum is hier onderwerp van debat geweest terwijl de parlementen van de Cariforum-landen hierover nog niet hebben mogen debatteren. Uit respect voor die parlementen vind ik dat we er van af moeten zien deze resolutie aan te nemen.

Tevens moet tevens worden opgemerkt dat de Europese Commissie vele regeringen van ACS-landen onder druk heeft gezet om hen ertoe te bewegen de tijdelijke overeenkomsten te ondertekenen voordat de vrijstelling afliep.

Het is echt heel belangrijk dat deze voorstellen zorgvuldig worden bekeken en dat hierover in ieder ACS-land gedebatteerd wordt, voordat ze door de EU worden goedgekeurd.

 
  
MPphoto
 
 

  Margie Sudre (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Overeenkomstig de EPO’s zullen suiker en bananen uit de ACS-landen voor een – eventueel verlengbare – periode van tien jaar niet tot de Franse ultraperifere regio’s worden toegelaten, om zo deze twee pijlers van de overzeese landbouwproductie overeind te houden.

De formulering van deze specifieke vrijwaringsclausule, die het mogelijk maakt invoer te blokkeren als die de markt van de ultraperifere regio’s verstoort of schade toebrengt, moet echter nog wel wat worden bijgesteld teneinde de periode tot de inwerkingtreding ervan te verkorten.

De oproepen van de zijde van dit Parlement hebben er dus toe bijgedragen dat er bij de onderhandelingen rekening zal worden gehouden met de eisen van de ultraperifere regio’s.

De overzeese producenten menen dat ze schade ondervinden van het feit dat ze zich bij de productie aan Europese normen houden, als gevolg waarvan hun producten minder goed kunnen concurreren dan die van hun rechtstreekse concurrenten. Ik begrijp hun frustratie, maar wil ze toch aanmoedigen met hun ACS-buren te gaan samenwerken, om er op die wijze voor te zorgen dat ze elkaar met betrekking tot in overleg vastgestelde doelen kunnen aanvullen en op die punten ook solidair kunnen zijn.

De ultraperifere regio’s doen er onverstandig aan om zich aan een defensieve positie vast te klampen. Ze zouden veel meer baat hebben bij het tot stand brengenopzetten van mededinging tussen gelijken. Maar dan wel onder de voorwaarde dat de Europese Unie adequate instrumenten voor controle en arbitrage garandeert, om elke vorm van oneerlijke mededinging tegen te gaan.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: B6-0148/2009 (Economische partnerschapsovereenkomst EG - Ivoorkust)

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI), schriftelijk. − Dit parlement wil dat in de onderhandelingen over een tijdelijke partnerschapsovereenkomst met Ivoorkust ook werkvergunningen voor Ivorianen voor ten minste 24 maanden ter sprake worden gebracht. Ze zouden dan kunnen werken als thuisverzorger of in soortgelijke beroepen. Hoe men het ook draait of keert, dit is alweer een bijkomend immigratiekanaal, wat voor mij reeds een meer dan voldoende reden is om tegen deze resolutie te stemmen. Europa heeft al miljoenen werklozen en een bijkomende import van vreemde arbeidskrachten zal de bestaande problemen alleen nog maar verergeren. De beroepen waarvan sprake kunnen perfect door onze eigen arbeidskrachten worden ingevuld.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Wij zijn van mening dat de belangrijkste bijdrage ter bevordering van de verdere ontwikkeling van de armste landen ter wereld het openen van de EU-markten voor invoer uit die delen van de wereld zou moeten zijn. Wil zij verenigbaar zijn met de ambitie van meer vrijhandel, dan moet de hulp uitgaan van en voortvloeien uit besluitvorming van de lidstaten, niet van de EU. Wanneer de EU toch stug doorgaat met het verdelen en sturen van de hulp, mag de handel van de ontvangende landen onder geen beding aan voorwaarden worden onderworpen. Bepalingen om gevoelige sectoren in de ontwikkelingslanden gedurende een overgangsperiode te beschermen, kunnen echter aanvaardbaar zijn. In principe moeten we echter alle protectionistische voorschriften die de vrije markttoegang dreigen te ondermijnen, vermijden.

Wij hebben ons hierdoor laten leiden bij het bepalen van ons standpunt ten aanzien van de onderhavige ontwerpresoluties naar aanleiding van de handelsovereenkomsten die de Commissie nu voorbereidt.

Wij kanten ons tegen de ongelukkige formuleringen die uitsluitend ten doel hebben de invloed van het Europees Parlement op het handelsbeleid te versterken. Toch hebben wij ervoor gekozen om voor alle resoluties te stemmen, omdat ze stuk voor stuk het belang van verdere vrijhandel benadrukken in een tijd waarin de sterke wind van protectionisme nog in kracht toeneemt.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Ik heb voor de ontwerpresolutie gestemd over de tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen Ivoorkust, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds.

Ik ben het ermee eens dat een douane-unie tussen de West-Afrikaanse landen tot groot voordeel kan leiden voor Ivoorkust, dat commercieel en economisch leider is in dit gebied: gezien het feit dat de intraregionale handel slechts een klein deel vertegenwoordigt van de totale handel in Ivoorkust, zou het daarnaast goed zijn om de regionale handelsbetrekkingen aan te halen om zo een constante en duurzame groei op de lange termijn tot stand te brengen.

Verder is het wenselijk dat de Europese Unie meer en betere technische en administratieve ondersteuning biedt aan Ivoorkust, zodat deze economie erop toegerust is om ten volle te profiteren van de voordelen die voortvloeien uit deze tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: B6-0142/2009 (Economische partnerschapsovereenkomst EG - Ghana)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Ik heb tegen het verslag van de heer Fjellner gestemd over de tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Ghana, anderzijds.

Naar mijn idee kan een dergelijke overeenkomst met Ghana namelijk de cohesie in gevaar brengen en de regionale integratie van de ECOWAS verzwakken, terwijl we die juist moeten ondersteunen, omdat zij tot zeer positieve effecten kan leiden voor de plaatselijke economie op de middellange en lange termijn, door de betere mogelijkheden tot deelname van plaatselijke organen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM), schriftelijk. – (EN) Het is van het grootste belang dat de economische partnerschapsovereenkomsten rekening houden met de specifieke behoeften van ieder ACS-land. Om die reden heb ik tegen deze overeenkomst gestemd. Ieder ACS-land heeft immers zijn eigen behoeften, en heel wat ACS-landen zouden helemaal niet willen onderhandelen over de intellectuele-eigendomsrechten of de Singapore-kwesties. Verder zouden vele van hen voorstander zijn van het aanscherpen van de bepalingen rond de continuïteit van de voedselvoorziening en de opkomende industrieën. Ten slotte zouden deze overeenkomsten een herzieningsclausule moeten bevatten met daarin de verplichting de impact van duurzame ontwikkeling te beoordelen, alsook de mogelijkheid om de overeenkomst te wijzigen op grond van de conclusies van die beoordeling. We moeten ervoor zorgen dat we met deze overeenkomsten daadwerkelijk datgene bereiken wat het beste aansluit bij de behoeften van elk van deze landen, en we moeten vermijden dat er druk op hen wordt uitgeoefend om hen overeenkomsten te laten sluiten waarmee niet bereikt wordt wat goed voor hen is.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: B6-0144/2009 (Economische partnerschapsovereenkomst EG - SADC)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Ik heb tegen de ontwerpresolutie gestemd over de tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-landen, anderzijds.

Ik geloof niet dat de economische partnerschapsovereenkomst tot grote voordelen heeft geleid voor exporteurs vanuit ACS-landen naar de Europese Unie, na het verstrijken van de handelsovereenkomsten van Cotonou begin 2008, ook al kunnen producten afkomstig uit ACS-landen op de EU-markt worden gebracht zonder dat ze worden onderworpen aan douanetarieven of quota.

De overeenkomst draagt vooral niet bij aan de autonome ontwikkeling van deze landen, of aan het creëren van mogelijkheden waardoor de betrokken landen ook in de toekomst hun ontwikkeling voort kunnen zetten, zelfs zonder hulp van buitenaf. Bovendien denk ik dat ze in veel gevallen niet aan de voorwaarden van goed bestuur, transparantie binnen politieke posities en respect voor mensenrechten voldoen, waarbij het risico bestaat dat de schade die de bevolking van deze landen oploopt, groter is dan de hulp die ze ontvangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) In deze tijd van kapitalistische crisis en verscherpte tegenstellingen in het imperialistische kamp probeert de EU de posities van de Europese monopolies te versterken en nieuw terrein te winnen op de wereldmarkt. Zij maakt daarbij gebruik van een combinatie van: openlijke imperialistische interventies in heel de wereld, militaire en niet-militaire middelen en economisch ingrijpen van de monopolies via internationale handel en economische transacties.

De tussentijdse EPO’s zijn de tot nu toe meest wrede soort van overeenkomsten die de EU de ontwikkelingslanden heeft opgedwongen. Deze hebben tot doel de heerschappij van het kapitaal te vestigen en het menselijk potentieel en de natuurlijke hulpbronnen tot het uiterste uit te buiten. Door de ongunstige voorwaarden worden deze landen gedwongen hun markten te liberaliseren en alle dienstensectoren, met name energie, waterdistributie, gezondheid, onderwijs en cultuur, te privatiseren.

Het geval van de SADC (Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika) en de COMESA (Gemeenschappelijke Markt van Oostelijk en Zuidelijk Afrika) is typerend en staat in het teken van: ‘verdeel en heers’. De EU oefent druk uit en chanteert om de tijdschema’s en de inhoud van de overeenkomsten erdoor te drukken en elk land te doen instemmen met telkens andere voorwaarden.

Wij stemmen tegen de EPO’s omdat deze goed zijn voor de winst van het kapitaal en slecht voor de volkeren. Zij zijn het zoveelste bewijs dat de wereldhandel onmogelijk voordelen kan opleveren voor alle betrokkenen als de omstandigheden waarin deze plaatsvindt overheerst worden door het imperialisme en de monopolies.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: B6-0145/2009 (Economische partnerschapsovereenkomst EG – Staten in Oostelijk en Zuidelijk Afrika)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Ik heb tegen de ontwerpresolutie gestemd over een economische partnerschapsovereenkomst tussen de staten in Oostelijk en Zuidelijk Afrika, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds.

Ik ben ervan overtuigd dat deze economische partnerschapsovereenkomst niet geschikt is voor het bereiken van het doel, namelijk het bevorderen van de ontwikkeling van de betrokken landen, omdat eerst de controversiële vraagstukken aangepakt en opgelost moeten worden, zoals de meestbegunstigingsclausule en de exporttarieven. Deze zijn namelijk niet bevorderlijk voor de oprichting van een echte markt, die tot voordelen kan leiden voor alle betrokken bevolkingsgroepen.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: B6-0146/2009 (Economische partnerschapsovereenkomst EG – Partnerstaten van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Ik heb tegen de ontwerpresolutie gestemd over een economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de partnerstaten van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds.

Ik ben van mening dat de ontwikkeling van een echte regionale en intraregionale markt in deze landen belangrijk is om de voorwaarden te scheppen voor duurzame groei die niet volledig afhangt van buitenlandse hulp: deze overeenkomst voorziet echter niet in de eerste vereisten die noodzakelijk zijn om dit te bewerkstelligen, omdat in veel gevallen de geplande maatregelen weinig vooruitzicht bieden op betrokkenheid van de overheid en de plaatselijke particuliere sector.

Ondanks dat er controlemechanismen bestaan, denk ik dat deze landen daarnaast in veel gevallen niet aan de voorwaarden voldoen voor goed bestuur, transparantie binnen politieke posities en respect voor mensenrechten, bij gebreke warvan we een groter risico lopen de meerderheid van de bevolking van deze landen te schaden in plaats van ze echte hulp te bieden.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: B6-0147/2009 (Economische partnerschapsovereenkomst EG – Centraal-Afrika)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Ik heb voor de ontwerpresolutie gestemd over een tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Centraal-Afrika, anderzijds.

Ik ben er heilig van overtuigd dat de tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tot grote voordelen voor exporteurs in Centraal-Afrika heeft geleid, vooral sinds het verstrijken van de overeenkomsten van Cotonou in januari 2008, door de exportmogelijkheden naar de Europese Unie te vergroten. Wereldwijd moeten EPO’s te allen tijde als aanvullend worden beschouwd en niet als alternatieven voor de overeenkomsten die gebaseerd zijn op de ontwikkelingsagenda van Doha. Gelet op dit laatste punt roepen wij op tot een zo snel mogelijke hervatting van de onderhandelingen.

Ik ben het er ook mee eens om voor kleine en middelgrote bedrijven overgangsperiodes in te stellen, zodat ze de tijd hebben om zich aan te passen aan de veranderingen die uit de overeenkomst voortvloeien en, meer in het algemeen, met de steun aan KMO’s door de betrokken landen.

 
  
  

- Verslag-Martin (A6-0117/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Arlette Carlotti (PSE), schriftelijk.(FR) De socialisten hebben zich samen met hun Afrikaanse collega’s al jaren de nodige inspanningen getroost om de EPO’s tot goed functionerende instrumenten voor ontwikkeling te transformeren.

We hebben op een vastbesloten en vastberaden wijze met de Commissie onderhandeld om rechtvaardige overeenkomsten te bereiken en daarmee de millenniumdoelen voor ontwikkeling te verwezenlijken.

Wij hebben daarbij gekozen voor de optie regionalisatie. De ACS-landen moeten dat idee zelf invullen en gestalte geven.

Wij hebben ons verder gehouden aan de beloften die in 2005 met betrekking tot ondersteuning van de handel zijn gedaan. We wijzen het “plunderen” van het EOF af.

Onze inzet begint nu vruchten af te werpen, aangezien de commissaris voor het handelsbeleid zich namens de Europese Commissie nu verbonden heeft met betrekking tot:

- de uiteindelijke doelstelling van de overeenkomsten: ontwikkeling;

- het opnieuw onderhandelen over de knelpunten van de overeenkomsten, waarbij een open en flexibele aanpak zal worden gevolgd;

- de voedselveiligheid en de bescherming van kwetsbare industrieën in de ACS-landen.

Wij zouden graag meer garanties hebben gekregen voor de betrokkenheid van de nationale parlementen en de ACS-EU-Vergadering bij het toezicht op de tenuitvoerlegging van de overeenkomsten.

Toch is er in enkele weken veel bereikt.

Waarvan akte.

Ik zal de tenuitvoerlegging van de overeenkomsten echter nauwlettend volgen.

Dus geen carte blanche: ik heb me van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE), schriftelijk. (EN) Vandaag heb ik vóór kunnen stemmen waar het gaat om de instemming van het Parlement met de EPO en de tijdelijke EPO’s, doch enkel en alleen vanwege de beloftes en garanties van de nieuwe commissaris, mevrouw Cathy Ashton, en omdat de regeringen van de betrokken landen de economische partnerschapsovereenkomsten vooral als een stap vooruit beschouwen, zij het een te kleine stap.

De economische partnerschapsovereenkomsten dienen instrumenten te worden voor het terugdringen en uitroeien van de armoede, terwijl ook de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen en de geleidelijke integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie in deze overeenkomsten vervat zijn.

We moeten ervoor zorgen dat de handelsovereenkomsten die wij aangaan met de ACS-landen de belangen van die landen bevorderen, en dat zij worden aangegaan als ontwikkelingsinstrumenten.

 
  
MPphoto
 
 

  Mikel Irujo Amezaga (Verts/ALE), schriftelijk. – (ES) Ik heb gestemd tegen de verslagen over de EPO’s met de Caribische eilanden, en ook tegen de tijdelijke overeenkomst met onder meer Ivoorkust. Zo heeft het Parlement bijvoorbeeld gestemd voor de tijdelijke overeenkomst met Ivoorkust, terwijl dat land door interne conflicten geteisterd wordt en een wettige regering ontbeert.

Onder die omstandigheden ben ik gewoon van mening dat dit niet de beste tijd is om een internationale overeenkomst te sluiten die gevolgen heeft op de lange termijn. Onder druk van de Wereldhandelsorganisatie heeft de Europese Unie afgezien van de samenwerkingsovereenkomsten met de ACS-landen om ze te vervangen door de economische partnerschapsovereenkomsten met diverse landen apart, wat vaak fnuikend is voor de kracht van de regio’s.

Op de eerste overeenkomsten, die Europa zijn partners heeft opgelegd, is stevige kritiek geuit door de ngo’s en onderzoekers in die landen, en vandaag heeft het Parlement ze beoordeeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Glenys Kinnock (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik ben akkoord gegaan met de economische partnerschapsovereenkomst met Cariforum en de tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst met Ivoorkust op grond van de garanties die commissaris Ahston deze week gegeven heeft.

Sinds commissaris Ashton commissaris Mandelson vervangen heeft, zijn stijl en toon van de Commissie veranderd, en nu zijn er tekenen die er duidelijk op wijzen dat er inhoudelijk ook iets aan het veranderen is.

Wat de Cariforum-EPO betreft, heeft de Commissie duidelijke garanties gegeven aan rapporteur David Martin naar aanleiding van diens verontrusting over de toegankelijkheid van locogeneesmiddelen, over de herzieningsclausule, en over een flexibele houding ten aanzien van de werking van de meestbegunstigingsclausule.

Voordat we hebben ingestemd met de overeenkomst met Ivoorkust hebben we de duidelijke, niet mis te verstane verzekering gekregen dat Ivoorkust vrij zou zijn om naar believen elementen uit andere EPO’s over te nemen. Opvallend is dat de Commissie, wat de EPO met de SADC-landen betreft, heeft ingestemd met de herziening van een aantal omstreden clausules, waaronder de bescherming van opkomende industrieën, de mogelijkheid om nieuwe exportheffingen in te voeren om de industriële ontwikkeling te ondersteunen, en exportquota.

Ik heb deze beslissingen niet luchthartig genomen, maar pas na een zorgvuldige afweging te hebben gemaakt aangaande onze verplichting ervoor te zorgen dat de economische partnerschapsovereenkomsten als ontwikkelingsinstrument kunnen worden gebruikt en een afspiegeling zijn van ons partnerschap met en onderling respect voor de ACS-landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernard Lehideux (ALDE), schriftelijk.(FR) We stellen ons altijd heel kritisch op ten aanzien van de economische partnerschapsovereenkomsten. Wij menen dat deze onderhandelingen niet op de juiste wijze van start zijn gegaan, omdat met de specifieke omstandigheden van onze partners geen rekening is gehouden. Verder hebben we ons steeds op het standpunt gesteld dat we met deze onderhandelingen niet te veel vaart moeten proberen te maken. We mogen deze landen vooral geen hervormingen opleggen die later desastreus kunnen blijken te zijn voor hun sociale en economische cohesie.

Bij de stemming hebben we echter rekening gehouden met het standpunt dat commissaris Ashton tijdens de plenaire vergadering van 23 maart jongstleden heeft uiteengezet. Daarom hebben wij ons van stemming onthouden en niet tegen gestemd, zoals we enige weken geleden stellig nog zouden hebben gedaan.

Met onze onthouding brengen we ook een boodschap over, en die luidt dat we het optreden van de commissaris stapje voor stapje zullen blijven volgen en zeker geen blanco cheque willen afgeven voor wat alles nu komen gaat.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. – (EN) Het is dankzij de garanties die ik gekregen heb met betrekking tot locogeneesmiddelen, de herzieningsclausule, en de flexibiliteit ten opzichte van de werking van de meestbegunstiginsclausule dat ik het onderhavige verslag, waarvan ik rapporteur was, ondersteund heb. Dit verslag moet de juiste balans vinden tussen een voor de EU eerlijke overeenkomst en de garantie dat ontwikkeling een wezenlijk bestanddeel van de overeenkomst is, zodat de Cariforum-landen zich voorspoedig kunnen ontwikkelen en de vruchten kunnen plukken van een rechtvaardige handel met de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (PSE), schriftelijk. – (RO) Ik heb voor dit verslag gestemd in de overtuiging dat hiermee, op basis van het feit dat het Parlement instemt met de economische partnerschapsovereenkomst (EPO) tussen de Cariforum-staten enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten anderzijds, wordt gewaarborgd dat:

– de tenuitvoerlegging van toezeggingen ten aanzien van terreinen waarvoor nog geen regelingen zijn getroffen in het kader van de gemeenschappelijke markt en economie van de Caricom (CSME) of die nog niet volledig in praktijk zijn gebracht, waaronder financiële diensten, andere diensten, investeringen, mededinging, overheidsopdrachten, e-commerce, intellectuele eigendom, vrij verkeer van goederen en het milieu, in afwachting van de voltooiing van de CSME ten aanzien van deze onderwerpen wordt opgeschort;

– er een onafhankelijk controlemechanisme binnen de Cariforum-staten wordt ingesteld dat over de nodige middelen beschikt om de analyse te kunnen uitvoeren die noodzakelijk is om te kunnen bepalen in hoeverre de EPO aan haar doelstellingen voldoet;

– een redelijk deel van de 'Aid for Trade'-middelen spoedig wordt vastgesteld en verstrekt. Deze fondsen vormen een aanvulling op de EOF-middelen en fungeren niet alleen als nieuwe verpakking daarvan;

– de middelen overeenkomen met de prioriteiten van het Cariforum en dat de uitbetaling ervan tijdig, regelmatig en in overeenstemming met de uitvoeringsschema's van nationale en regionale strategische ontwikkelingsplannen plaatsvindt. Er moet efficiënt gebruik worden gemaakt van deze fondsen om het verlies aan douaneopbrengsten te compenseren.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Ik heb voor de aanbeveling van de heer Martin gestemd over de economische partnerschapsovereenkomst EG – Cariforum-staten. Het Europees Parlement heeft inderdaad de plicht deze overeenkomst af te sluiten, op voorwaarde dat de Commissie en de Raad afspreken dergelijke overeenkomsten iedere vijf jaar te beoordelen, de meestbegunstigingsbehandeling af te schaffen voor de Europese Unie en, bovendien, uiteenlopende bedragen van hulp voor handel zo snel mogelijk vast te stellen en toe te wijzen.

 
  
  

- Verslag-Mann (A6-0144/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Ik heb besloten om mij te onthouden van stemming over het voorstel van mevrouw Mann voor een aanbeveling over de tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst EG – Ivoorkust. Ik ben het zelfs met meerdere punten van het voorstel niet eens. Aan de andere kant zijn de doelstellingen die het nastreeft bewonderenswaardig; daarom wil ik niet tegen deze aanbeveling stemmen.

 
  
  

- Verslag-Mitchell (A6-0135/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Ik heb voor het verslag gestemd.

Dit is de eerste keer dat het Parlement een afzonderlijk verslag over het werk van de Europese Investeringsbank (EIB) en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) heeft opgesteld. De twee banken bieden in toenemende mate financiële steun aan dezelfde geografische gebieden buiten de Europese Unie, waaronder Oost-Europa, de zuidelijke Kaukasus, Rusland, de Westelijke Balkan en Turkije.

De samenwerking tussen de twee banken heeft zich tot regionaal niveau ontwikkeld en daarom hangt de manier van samenwerken af van het gebied in kwestie. In de landen waar ze gezamenlijk opereren, komen drie verschillende vormen van samenwerking voor tussen de EIB en de EBWO: de gemeenschappelijke intentieverklaring in Oost-Europa, de methode die op de Westelijke Balkan wordt toegepast en flexibele methodes van samenwerking.

Dit is geen bevredigende ontwikkeling. In plaats daarvan zou het veel nuttiger zijn als er een allesomvattende beoordeling plaats zou vinden om te bekijken hoe de samenwerking tussen de twee banken en andere relevante partijen verbeterd kan worden, waarbij de belangen van de EU en de begunstigde landen in beschouwing worden genomen. Daarnaast kan de opsplitsing van de activiteiten en de samenwerking tussen de twee instellingen niet zomaar geregeld worden op regionaal niveau of door een lijn te trekken tussen de publieke en de particuliere sector wanneer het gaat om kredietverlening.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. – (IT) Ik heb tegen het verslag van de heer Mitchell gestemd over de jaarverslagen 2007 van de Europese Investeringsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. In plaats van de samenwerking tussen de banken en andere belanghebbende partijen te bespreken, lijkt het me beter om er eerst voor te zorgen dat er voor, tijdens en na kredietverlening controles worden uitgevoerd, aangezien beide banken in 2007 aanzienlijke bedragen hebben geleend. Zonder de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld in de betreffende landen kan het verlenen van financiële steun de situatie in deze landen alleen maar verergeren in plaats van verbeteren.

In dat opzicht ben ik het eens met het voorstel van de heer Mitchell dat de Commissie jaarlijks aan het Parlement en de Raad verlsag uitbrengt over de beoordeling van het effect van de financieringsactiviteiten. Dit punt kan er echter niet voor zorgen dat ik voor dit verslag stem.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: RC-B6-0152/2009 (Toekomst van de auto-industrie)

 
  
MPphoto
 
 

  Guy Bono (PSE), schriftelijk.(FR) Ik heb voor deze gezamenlijke resolutie over de automobielindustrie gestemd.

Deze tekst benadrukt hoe belangrijk het is dat we op Europees niveau een duidelijk en coherent beleid formuleren om zo het hoofd te bieden aan een crisis die alle landen van de EU treft. Volgens schattingen zouden in Europa ongeveer 12 miljoen banen direct of indirect samenhangen met de automobielindustrie. De verkoop loopt terug, de voorraden worden steeds groter, er worden steeds meer ontslagen aangekondigd. Om de maatschappelijke ramp die zich hier aftekent te keren, kunnen we beter niet op een wonder vertrouwen. Alleen gecoördineerde maatregelen kunnen deze sector redden.

Daarom heb ik vóór deze gezamenlijke resolutie gestemd. Ze roept de Europese autoriteiten op om samen met de lidstaten maatregelen te nemen en zo te verzekeren dat de Europese automobielindustrie ook in de toekomst kan blijven concurreren en duurzame banen garanderen.

De resolutie komt wel wat laat en voldoet niet aan alle verwachtingen. Het debat is nog lang niet voorbij en zal hoogstwaarschijnlijk heel heftig worden – er staat hier maatschappelijk immers veel op het spel en we moeten laten zien dat we een sociaal Europa willen dat zijn burgers beschermt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicodim Bulzesc (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Ik heb voor dit verslag over de toekomst van de auto-industrie gestemd aangezien hierin wordt opgeroepen tot consistente, geharmoniseerde initiatieven van de EU-lidstaten voor de Europese auto-industrie en tot het opstellen van een echt Europees actiekader.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk.(PT) Ik heb voor de gezamenlijke ontwerpresolutie over de toekomst van de automobielindustrie gestemd. De EU is de grootste motorvoertuigenproducent ter wereld en deze sector is één van de grootste particuliere werkgevers. Bij het formuleren van een antwoord op de huidige financiële en economische crisis is steun voor deze sector essentieel.

Ik ben dus voorstander van gecoördineerde actie op Europees niveau en maatregelen om de industrie te steunen door zowel de autoproducenten als hun leveranciers toegang tot krediet te verlenen. De aanschaf van nieuwe voertuigen moet worden gestimuleerd, onder andere door mensen aan te moedigen oude auto’s uit de circulatie te nemen en groene voertuigen te kopen. Het fonds voor de aanpassing aan de globalisering en het Europees Sociaal Fonds moeten optimaal worden benut om gekwalificeerde werknemers financiële steun te verlenen. Onderzoek en investeringen moeten worden gestimuleerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk.(FR) Wij hebben vóór de resolutie over de automobielindustrie gestemd. We zullen echter niet vergeten dat degenen die nu voorgeven deze industrie te willen redden, zelf verantwoordelijk zijn voor deze ramp.

Zij zijn verantwoordelijk voor het om zich heen grijpen van een op geld gegrondveste gemondialiseerde economie die geheel is losgekoppeld van de reële economie. In die economie gaat het er in de eerste plaats om de aandeelhouders een hoog rendement te garanderen – die overweging heeft de plaats van een industriële strategie ingenomen; de aankondiging van een sociaal plan doet de aandelen stijgen, terwijl lang niet altijd capabele directeuren zichzelf verzekeren van een bonus en een gouden valscherm. Zo hebben ze een systeem gecreëerd waarin het loon van de werknemer bij aanpassingen de enige variabele factor is. Ze zijn daarmee verantwoordelijk voor de daling van de koopkracht van gezinnen, wat ernstige consequenties heeft voor de vraag en zo een vicieuze cirkel tot gevolg heeft.

Ook nu nog, terwijl er honderdduizenden banen op het spel staan, blijft de Commissie vasthouden aan het dogma van de mededinging. Ze blokkeert nationale maatregelen die erop gericht zijn het verdwijnen van banen te verhinderen en verlangt van Renault uitleg en de verzekering dat de toegenomen productiviteit in deze of gene fabriek niet toe te schrijven is aan de verplaatsing van die productie.

Toen Europese ondernemingen hun activiteiten verplaatsen naar andere plekken, waar ook ter wereld, op zoek naar de laagste kosten en een minder dan non-existente sociale wetgeving, was u lang niet zo verontwaardigd.

Het is tijd om het beleid om te gooien. Voor het welzijn van Europa en – vooral – de Europeanen.

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE-DE), schriftelijk. – (PL) De automobielindustrie bevindt zich door de huidige economische crisis in een bijzonder lastig parket. De verwachtingen voor dit jaar zijn evenmin positief. Die wijzen op een verdere daling van de verkoopcijfers van nieuwe auto’s.

De Europese Commissie en het Europees Parlement zijn van mening dat de bedrijfstak de crisis grotendeels zelf moet oplossen. De bedrijfstak moet met name een oplossing zien te vinden voor de structurele problemen wat betreft een efficiënte productie en het gebruik van energie bij de productie, zodat het concurrentievermogen en de stabiliteit op de lange termijn worden verbeterd.

Maatregelen door de EU en lidstaten kunnen uitsluitend een ondersteunende rol spelen bij maatregelen die door de fabrikanten zelf worden genomen. Dat geldt met name voor maatregelen die erop gericht zijn om de toegang tot financiële middelen onder verstandige voorwaarden te herstellen, om de vraag naar nieuwe voertuigen te stimuleren, om de kwaliteitsnormen te handhaven en banen te beschermen, en om de sociale lasten tot een minimum te beperken.

Verschillende landen hebben plannen aangenomen om de automobielbranche te helpen, maar deze plannen moeten, zoals de Commissie heeft vastgesteld, in overeenstemming zijn met het communautair recht en de heersende beginselen ten aanzien van concurrentie, en met name de beginselen voor het verlenen van overheidssteun, teneinde de werking van de Europese interne markt niet te verstoren. Alle financiële of fiscale maatregelen of sloopregelingen moeten bovendien de nodige technologische omvorming van de sector ondersteunen en versnellen, met name op het gebied van energie-efficiëntie van motoren en de verlaging van emissies.

 
  
MPphoto
 
 

  Marine Le Pen (NI), schriftelijk.(FR) Het Europees Parlement zal de decreten van de Europese Commissie – die zich heftig verzet tegen alle pogingen van de lidstaten om hun nationale automobielindustrie te beschermen – bekrachtigen.

Alle volkeren dienen te beseffen dat het ultraliberale beleid van de Commissie en het Parlement de verplaatsing van Franse ondernemingen naar economisch “rendabeler” staten enorm stimuleert.

Nu duizenden banen in de automobielindustrie en de toeleveringssectoren worden bedreigd, is een dergelijke antinationale optie moreel gezien onbehoorlijk en economische gezien suïcidaal.

De afgevaardigden die medeverantwoordelijk zijn voor deze sociale en industriële ontmanteling zullen zich moeten verantwoorden ten overstaan van de werknemers en hun gezinnen, de rechtstreekse slachtoffers van hun blinde ideologie.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk.(PT) Als je kijkt naar het belang dat de automobielindustrie voor de Europese economie vertegenwoordigt, is het begrijpelijk dat de Europese regeringen en de Europese Unie zich grote inspanningen getroosten om een antwoord te formuleren op de huidige toestand en te verhinderen dat de gevolgen van deze – hopelijk tijdelijke (daar zetten we ons voor in) – crisis deze industrietak onherstelbaar beschadigen. Wij sluiten ons daarbij aan. We moeten echter wel enig voorbehoud aantekenen. Als de belangrijkste doelstelling gelegen is in het behouden van banen, dan moet die doelstelling ondergeschikt worden gemaakt aan een andere, fundamentele doelstelling: verzekeren dat een economisch rendabele industrie behouden blijft. Er zullen dus extra investeringen moeten worden gedaan in deze sector om hem te moderniseren en up-to-date te brengen en zo voor te bereiden op sterkere concurrentie. Wie denkt dat het mogelijk – en wenselijk is – een economische sector van eerlijke en gezonde concurrentie af te schermen en zo te behouden vergist zich, zowel in economisch als politiek opzicht.

De strategie van Lissabon is niet perfect, maar ze is er in principe wel op gericht de crisis in de automobielsector en de crisis als geheel te boven te komen en ons voor te bereiden op wat nu komen gaat: meer mededinging, meer innovatie, meer banen. Laten we de automobielsector helpen zich te herstellen, maar laten we niet proberen het wiel opnieuw uit te vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. – (EN) De auto-industrie in de EU is afhankelijk van het halen van normen die de invoering van strengere milieuregels kunnen vergemakkelijken. Dit is niet in strijd met het idee van een concurrerende industrie, maar veeleer een manier om bij te dragen aan de overleving van de sector. Er zijn tal van Europese instrumenten om de auto-industrie en vooral haar werknemers de helpende hand te reiken, onder meer de fondsen die bestemd zijn voor het bevorderen van scholing door middel van permanente educatie.

Een essentiële factor is beschikken over het juiste personeel dat geloven kan in de toekomst van een duurzame productie. Ik weet dat autoproducenten in het zuidoosten van Engeland nu de gelegenheid hebben om te profiteren van financieringsfaciliteiten waarmee de autoproductie van de toekomst kan worden bevorderd. Als tegenwicht moeten er wel voorwaarden worden gesteld op milieu- en sociaal gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. − Groene politici zijn ervan overtuigd dat we de economische en ecologische crises niet los van elkaar kunnen zien. Om de economie er weer echt bovenop te helpen hebben we een Green New Deal nodig. In de autosector is er een enorm potentieel aan groene banen. Maar om dat te benutten moeten overheden autofabrikanten dwingen en ondersteunen om in innovatie te investeren. Een meerderheid van het Europees Parlement besloot dat de Europese Unie flink geld moet pompen in haar auto-industrie. Een blanco cheque geven is natuurlijk geen oplossing. We moeten geen oude vergankelijke technieken subsidiëren. In plaats daarvan moeten we autofabrikanten per direct dwingen in innovatie te gaan investeren. Zo maak je de sector toekomstbestendig en bewijs je de miljoenen Europeanen die in de auto-industrie werken pas echt een dienst.

De Groene fractie stelde voor om alleen geld beschikbaar te stellen op voorwaarde dat de auto-industrie haar milieuprestaties flink verbetert. Vervoer is verantwoordelijk voor ongeveer een derde van alle CO2-uitstoot in de EU. Ik stemde tegen de resolutie van de meerderheid omdat die het verbeteren van de milieuprestaties niet als voorwaarde stelt voor het verkrijgen van publiek geld.

 
Laatst bijgewerkt op: 12 augustus 2010Juridische mededeling