De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0114/2009) van Francisco José Millán Mon, namens de Commissie buitenlandse zaken, over de stand van de trans-Atlantische betrekkingen in de nasleep van de VS-verkiezingen (2008/2199(INI)).
Francisco José Millán Mon, rapporteur. − (ES) Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats wil ik de schaduwrapporteurs bedanken, en met name de heren Severin, Lambsdorff en Lagendijk, en ook de Commissie buitenlandse zaken en de rapporteurs voor advies, de heer García-Margallo en mevrouw Quisthoudt-Rowohl. Ik wil hen allen bedanken voor hun medewerking bij de totstandkoming van dit verslag over de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten.
Op deze manier zijn we erin geslaagd om met brede consensus een verslag over een belangrijk onderwerp op te stellen. Het verslag waarover we morgen zullen stemmen vormt derhalve een krachtige en heldere boodschap van het Europees Parlement, een boodschap die op een zeer goed moment komt. En ik zeg dat dit een belangrijk onderwerp is omdat duidelijk is dat de Europese Unie en de Verenigde Staten twee uitermate relevante spelers op het wereldtoneel zijn die nauw met elkaar moeten samenwerken, zoals twee partners die dezelfde beginselen en waarden delen en veel gedeelde belangen hebben dat behoren te doen.
De grondstelling van dit verslag is dat dit een goed moment is om de trans-Atlantische relatie te versterken. En daarvoor bestaan in essentie drie redenen. De eerste is dat de Verenigde Staten een nieuwe regering hebben, die pragmatisch is, die beseft dat geen enkel land de mondiale uitdagingen alleen aan kan en die hoge verwachtingen heeft geschapen bij de Europese en de wereldbevolking. De tweede reden is dat de Europese Unie sterker is, beter in staat is om buiten de Unie op te treden dan in 1995, toen overeenstemming werd bereikt over de Nieuwe Trans-Atlantische Agenda; bovendien zal de Unie binnenkort worden versterkt met de instrumenten voor het buitenlands en defensiebeleid van het Verdrag van Lissabon. En de derde reden is dat de context is veranderd en we geconfronteerd worden met nieuwe mondiale uitdagingen, zoals de economische crisis of de klimaatverandering, en niet meer alleen met militaire uitdagingen, zoals destijds.
In verband met die nieuwe uitdagingen zal samenwerking met de Europese Unie zeer nuttig zijn voor de Verenigde Staten. Deze trans-Atlantische relatie moet op twee niveaus worden versterkt: op institutioneel niveau en op praktisch niveau. We moeten gebruik maken van het Verdrag van Lissabon om de institutionele structuren te versterken; niet één keer per jaar, maar twee keer per jaar een top, waaraan de nieuwe vaste voorzitter van de Europese Raad deelneemt; de oprichting van een Trans-Atlantische Politieke Raad, die elke drie maanden bijeenkomt in de personen van de Hoge Vertegenwoordiger – en vicevoorzitter van de Commissie – en de minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten; opwaardering van de wetgeversdialoog door de instelling van een trans-Atlantische parlementaire vergadering en ook versterking van de Trans-Atlantische Economische Raad. Al deze verbeteringen zullen een intensievere en effectievere coördinatie mogelijk maken en moeten worden vastgelegd in een nieuwe trans-Atlantische partnerschapsovereenkomst. De onderhandelingen hierover moeten van start gaan zodra het Verdrag van Lissabon in werking is getreden.
Het andere doel van het verslag is het versterken van de samenwerking in de praktijk. We moeten een agenda opstellen om samen oplossingen te vinden voor een aantal uitdagingen en conflicten, evenals voor bilaterale aangelegenheden. Om deze gezamenlijke agenda te verwezenlijken moeten de Raad en de Commissie in de komende maanden hun contacten met de nieuwe regering in Washington intensiveren. Daarom ben ik blij met de Top met president Obama van 5 april in Praag, zoals wordt opgemerkt in het amendement dat mijn fractie heeft ingediend.
In het verslag wordt een aantal uitdagingen op mondiaal niveau opgesomd waarvoor de Verenigde Staten en de Europese Unie een gemeenschappelijke aanpak moeten zien te vinden, zoals de economische crisis, een effectief multilateralisme waarbij ook de opkomende landen worden betrokken, de millenniumdoelstellingen, de klimaatverandering, de bevordering van de mensenrechten, enzovoort. Ook wordt een aantal regionale aangelegenheden genoemd waarbij een gecoördineerd optreden nodig is. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het Midden-Oostenconflict, het nucleaire programma van Iran of Afghanistan; ook de betrekkingen met Rusland en met de landen van Latijns-Amerika worden genoemd. Ontwapening en veiligheid zijn ook gebieden waarop deze betere coördinatie nodig is, en dat geldt ook voor de strijd tegen de ernstige bedreiging van het terrorisme, die moet worden gevoerd met volledige eerbiediging van het internationale recht en de mensenrechten.
Dames en heren, in het verslag worden ook bepaalde bilaterale aangelegenheden op het gebied van justitie en binnenlandse zaken aan de orde gesteld, waaronder het probleem met de visa. Ook wordt erop aangedrongen dat het trans-Atlantische partnerschap breed moet worden ondersteund door het maatschappelijk middenveld, in het bijzonder door jongeren. En ook de economische en handelsbetrekkingen komen aan bod in dit verslag, waarin wordt onderstreept dat de integratie van de trans-Atlantische markt verder moet worden bevorderd. In deze paragrafen heb ik uiteraard veel suggesties van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie internationale handel opgenomen.
Dames en heren, ik sluit af. Ik denk dat het Parlement met dit verslag, als het wordt aangenomen, morgen een duidelijke boodschap afgeeft. We vragen om een versterking van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, ook op institutioneel gebied. Ik denk dat deze versterking voor beide partijen gunstig is, en ook voor de internationale gemeenschap als geheel.
Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik biedt mijn verontschuldigingen aan voor het feit dat ik iets te laat ben als gevolg van een vergadering van de Conferentie van commissievoorzitters. Ik ben eigenlijk pas vanmorgen uit Washington teruggekomen. Ik dank u voor de uitnodiging om deel te nemen aan dit belangrijke en op het juiste tijdstip gevoerde debat over de trans-Atlantische betrekkingen en ik bedank met name rapporteur Millán Mon voor zijn waardevolle en breed opgezette verslag, dat ik op reis met veel belangstelling heb gelezen. Er staat veel in het verslag waarmee het voorzitterschap en de Raad kunnen instemmen.
Wat ook onze politieke achtergrond is, wij weten allemaal dat de trans-Atlantische betrekkingen van levensbelang zijn voor onze toekomst, voor de toekomst van Europa. Zestig jaar lang heeft het solide trans-Atlantische bondgenootschap de weg gewezen naar vrede, stabiliteit en welvaart voor Europa, Noord-Amerika en de hele wereld. Ik zeg u dat dit niet alleen geschiedenis is. Dit is ook de best mogelijke agenda voor de 21e eeuw. De trans-Atlantische betrekkingen maken dat we samen resultaten kunnen bereiken die geen van beide partners alleen kan realiseren. Ik zou hier vicepresident Joe Biden willen aanhalen, die tijdens zijn eerste bezoek aan München duidelijk heeft gesteld dat Amerika Europa nodig heeft en Europa Amerika. Ik denk dat wij zo’n uitspraak helemaal kunnen begrijpen. Wanneer we het met elkaar eens zijn, kunnen we de mondiale agenda bepalen. Wanneer we het niet eens zijn, is het moeilijk om welke agenda dan ook uit te voeren. Dus maken de trans-Atlantische betrekkingen het mogelijk dat we samen resultaten bereiken die we in ons eentje niet kunnen realiseren.
Afgelopen november hebben de Amerikaanse presidentsverkiezingen hier in Europa een ongekende golf van enthousiasme, verwachtingen en belangstelling teweeggebracht. Dat komt doordat de presidentskeuze van belang is voor Europeanen. President Obama staat een nieuwe aanpak voor van de uitdagingen waarmee we geconfronteerd worden. Velen in Europa voelden zich aangetrokken tot deze verandering en tot de geest van verandering. Er zijn hoge verwachtingen gewekt aan weerszijden van de Atlantische Oceaan. Deze verwachtingen vormen een mogelijkheid voor wederzijdse samenwerking in een tijd waarin daaraan de grootste behoefte is. Maar zij moeten zorgvuldig in bedwang gehouden worden, want niets zou schadelijker zijn voor onze betrekkingen dan onvervulde hoop – hoe hoger de verwachtingen, hoe moeilijker deze zijn waar te maken.
De nieuwe Amerikaanse regering is energiek van start gegaan. Zoals verwacht is een groot deel van de presidentiële agenda gericht geweest op de economische en financiële crisis. Heel bemoedigend was het snelle besluit over Guantánamo (we spraken er hier een paar weken geleden nog over), de nieuwe vastbeslotenheid om een rol te spelen in het Midden-Oosten en het bijeenroepen van de conferentie over Afghanistan die op 31 maart in Den Haag wordt gehouden. Al deze initiatieven waren door velen in Europa bepleit.
De dialoog met de Verenigde Staten heeft een nieuwe stimulans gekregen. Uit mijn contacten met de nieuwe regering, waaronder ontmoetingen met vicepresident Biden en minister van Buitenlandse Zaken Clinton hier in Brussel, blijkt duidelijk dat de VS een nieuwe toon willen zetten met de EU en onze partners. Ik ben blij met de pragmatische aanpak die deze eerste contacten heeft gekenmerkt.
Hoewel de verandering van toon belangrijk is, levert deze op zich natuurlijk geen concrete resultaten op. Als we constructief willen samenwerken moeten we met elkaar onze politieke prioriteiten bepalen en het functioneren van het trans-Atlantische bondgenootschap tegen het licht houden. Uw verslag is een waardevolle bijdrage aan dat proces. Het is uiteraard een proces dat vorig jaar van de kant van de EU is begonnen toen de ministers van Buitenlandse Zaken de trans-Atlantische betrekkingen bespraken tijdens de twee informele bijeenkomsten in Avignon en Marseille. Ik denk dat hier een dankbetuiging gepast is, zowel aan het Franse voorzitterschap voor het initiatief tot de bijkomsten als aan Portugal, dat ook een rol heeft gespeeld. Het is een proces dat de komende maanden verder zal moeten worden ontwikkeld. Een uitstekende gelegenheid doet zich volgende week voor tijdens de informele bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders met de Amerikaanse president in Praag. De trans-Atlantische betrekkingen zijn rijk en gevarieerd en omvatten een aantal beleidsterreinen. Ik kan ze niet allemaal behandelen maar ik wil graag die terreinen belichten die we vooral aan de orde willen stellen tijdens de komende bijeenkomst in Praag.
Ten eerste energiezekerheid en klimaatverandering. Deze met elkaar samenhangende onderwerpen zijn een bron van zorg voor zeer vele Europeanen. Energiezekerheid is een belangrijke prioriteit die moet worden nagestreefd via een alomvattende strategie die zich uitstrekt tot energie-efficiëntie en de bevordering van hernieuwbare energiebronnen alsmede de diversificatie van de energievoorziening, -bronnen en -routes. Waar dat mogelijk en noodzakelijk is zullen de EU en de VS op deze gebieden moeten samenwerken en een gemeenschappelijke agenda moeten stimuleren. Voor het klimaat wordt dit een cruciaal jaar. De VN-Klimaatconferentie in Kopenhagen, eind december, biedt een historische gelegenheid om de toepassing van bindende internationale doelstellingen voor de aanpak van de klimaatverandering te herzien en uit te breiden.
De EU heeft in de aanloop naar de conferentie ambitieuze energie- en klimaatafspraken vastgelegd. President Obama’s uitspraken en benoemingen in verband met de aanpak van klimaatverandering lijken te duiden op een belangrijke verschuiving in het beleid, maar hier ligt nog veel noeste arbeid in het verschiet. Vanzelfsprekend is de steun van de VS op dit gebied van vitaal belang, maar dat niet genoeg. We moeten ook de steun verwerven van gevorderde ontwikkelingslanden zoals China.
Ten tweede de economische en financiële crisis. De huidige crisis is zowel ernstig als wereldomspannend en eist een krachtig politiek antwoord op alle niveaus en op de hele wereld. De EU en de VS hebben in dit verband een speciale verantwoordelijkheid, niet alleen wat betreft de maatregelen die zij in het binnenland treffen maar ook in termen van internationale coördinatie. We moeten samenwerken met de VS om te waarborgen dat we een gecoördineerde reactie geven op de huidige wereldwijde crisis en financiële problemen. We moeten samenwerken om het vraagstuk van het toezicht op het financiële stelsel en de hervorming van internationale financiële instellingen aan te pakken. We moeten ook ons beleid voor meer groei en werkgelegenheid coördineren. We moeten ervoor zorgen dat de gekozen benaderingen verenigbaar zijn en niet leiden tot verstoring van de concurrentieverhoudingen in de trans-Atlantische markt. Veel van deze zaken zullen plaatsvinden in groepen zoals de G8 en de G20, in het bijzonder tijdens de top van de G20 in Londen waarmee het bezoek van president Obama aan Europa van start gaat. Maar het is duidelijk dat de trans-Atlantische betrekkingen heel belangrijk zijn voor het bepalen van de bredere mondiale agenda.
Ten derde Afghanistan, een belangrijk onderwerp voor zowel Europa als de VS. Dit is een gezamenlijk probleem: terroristische aanslagen in de VS en in Europa hebben hun oorsprong in deze regio. Het is een groot en ongemakkelijk probleem voor alle Europese politieke leiders dat zij aan hun burgers moeten uitleggen dat hun eigen veiligheid moet worden verdedigd in Kabul. Afghanistan is ook het hoofdonderwerp geweest op een informele bijeenkomst van de EU-trojka met vicepresident Biden op 10 maart in Brussel. De vicepresident sprak de hoop uit dat Afghanistan bovenaan de agenda van de EU zou blijven staan. Hij maakte duidelijk dat de VS niet alleen onze steun zoeken voor de algemene strategie in Afghanistan, maar ook toezeggingen om die steun kracht bij te zetten met concrete middelen. In de wetenschap dat de veiligheid van de Afghaanse bevolking een punt van grote zorg is, hebben we ons verplicht de omvang van onze politiemissie in het land te vergroten. Naast de civiele missie van EUPOL is er ook militaire politie nodig, de ‘gendarmerie’ waarover wij spreken. In dit verband is het zenden van instructeurs voor de gendarmerie, als bijdrage van de EU aan de NAVO-missie, een optie waarover het voorzitterschap heeft gesproken met de nieuw benoemde speciale gezant voor Pakistan en Afghanistan in de EU-landen. Ik heb bijvoorbeeld een ontmoeting gehad met Pierre Lellouche uit Frankrijk en we bespreken de zaak ook met Dick Holbrooke. We moeten er verder voor zorgen dat de juiste voorwaarden worden geschapen om de presidentsverkiezingen in Afghanistan tot een succes te maken en we moeten het regionale aspect in het oog houden, vooral door meer steun te geven aan de ontwikkeling van een duurzame burgerregering in Pakistan. Deze regionale dimensie is erg belangrijk en we houden er daarom rekening mee in aanvulling op de nationale en ook de mondiale dimensie.
Ten vierde zal een multilaterale reactie cruciaal zijn voor de bestrijding van het risico van verspreiding van massavernietigingswapens. De EU en de VS hebben toenemende bezorgdheid geuit over de nucleaire activiteiten van met name Iran en de weigering van dat land om zich te houden aan zijn internationale verplichtingen op nucleair gebied. De EU en de VS moeten er samen voor zorgen dat de ontwikkeling van atoomtechnologie beperkt blijft tot legitieme, civiele doeleinden. De beste manier om dat te bereiken is de vastlegging van krachtige, internationaal bindende regels, geschraagd door geloofwaardige controlemechanismen. Tegelijkertijd zijn de EU en de VS bereid tot een constructieve toenadering met Iran over dit en andere problemen in de regio.
Een ander vraagstuk dat we moeten oplossen is hoe we kunnen samenwerken ter versterking van de praktische toepassingen van gereglementeerd multilateralisme op basis van onze gemeenschappelijke waarden. Op dit gebied kunnen we samen veel doen. Ik kan mij vinden in het gevoel van president Obama, onderstreept door minister Clinton en vicepresident Biden, dat elke keuze tussen veiligheid en idealen een schijnkeuze is. In dit verband verwelkom ik president Obama’s voornemen om stappen te zetten die tot sluiting van Guantánamo zullen leiden.
We juichen ook de snelle betrokkenheid van president Obama bij de oplossing van het Arabisch-Israëlische conflict toe, inclusief de benoeming van George Mitchell tot speciaal afgezant voor de regio. Een blijvende vrede die recht doet aan de aspiraties van zowel Israëliërs als Palestijnen is van levensbelang voor de mensen in de regio en blijft een belangrijk oogmerk voor de EU en de VS. Een vredesakkoord houdt ook de mogelijkheid van bredere voordelen in, niet in de laatste plaats een beter begrip tussen het Westen en de islamitische wereld in ruimere zin.
Ik heb met belangstelling de vele aanbevelingen in uw verslag gelezen ten aanzien van de institutionele structuur van de trans-Atlantische betrekkingen. Ik ben het er zeer mee eens dat de institutionele banden tussen de EU en de VS het belang van de betrekkingen moet weerspiegelen. De initiatieven van het Tsjechische voorzitterschap onderstrepen dit punt. Wij hebben vanaf het begin op alle niveaus samenwerking gezocht met de VS en hun nieuwe regering. En over tien dagen zal het voorzitterschap president Obama in Praag verwelkomen voor een informele top met de staatshoofden en regeringsleiders van de EU. Zoals gezegd zal daar de gelegenheid zijn om een aantal dimensies van de trans-Atlantische betrekkingen te evalueren en onze bereidheid tot samenwerking te bevestigen. Deze discussies zullen worden voortgezet, bijvoorbeeld tijdens regelmatige informele ontmoetingen van de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU en de VS. Ik geloof tevens dat het goed zou zijn als er vaker nauwere contacten zouden zijn tussen het Europees Parlement en het Amerikaanse Congres.
Ik ben het Parlement dankbaar voor de aanhoudende steun voor de ontwikkeling van de trans-Atlantische betrekkingen en in het bijzonder voor uw verslag. We krijgen dit jaar een nieuwe kans om de betrekkingen verder te ontwikkelen. Voor dit voorzitterschap, en voor de Raad, is de trans-Atlantische samenwerking altijd van strategisch belang geweest voor Europa als geheel.
Ik kan u verzekeren dat het Tsjechische voorzitterschap vastbesloten is te waarborgen dat die samenwerking het hart van onze bredere externe strategie zal blijven vormen en een beslissende rol zal spelen bij de aanpak van de vele uitdagingen en problemen waarmee wij vandaag de dag wereldwijd worden geconfronteerd.
Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten hebben een positieve, frisse start beleefd onder de nieuwe regering van president Obama. In de Commissie werken we allemaal heel hard om een evenredige bijdrage te leveren aan onze gemeenschappelijke, door nieuwe impulsen gevoede agenda. Daarom waardeer ik ook dit debat op dit juiste moment. Ik ben blij dat het Parlement en de Commissie het over zoveel prioriteiten eens lijken te zijn.
Wij kijken uit naar een volle agenda voor de EU en de VS. Mijn inleidende opmerkingen zullen gericht zijn op onze directe ‘actiepunten’, maar ik wil om te beginnen ook twee punten benadrukken ten aanzien van de institutionele structuren voor de samenwerking tussen de EU en de VS. Ten eerste geloof ik dat sterkere banden tussen de wetgevende machten van de EU en de VS van levensbelang zijn voor een succesvolle trans-Atlantische samenwerking. Ten tweede volg ik de aanbevelingen in het verslag inzake een herziening van de Nieuwe Trans-Atlantische Agenda van 1995.
Zoals velen heb ik minister Clinton van Buitenlandse Zaken al bij diverse gelegenheden ontmoet en ook heb ik met vicepresident Biden gesproken toen hij heel onlangs in Brussel was. Eén ding is duidelijk: deze Amerikaanse regering zoekt betrouwbare partners voor de aanpak van alle mondiale en regionale uitdagingen en beschouwt Europa als voorkeurpartner op grond van zijn betrouwbaarheid. We moeten deze kans aangrijpen.
Tegelijkertijd zullen de VS echter ook verwachten dat de Europese Unie bepaalde ‘toezeggingen’ op tafel legt – niet in de laatste plaats inzake moeilijke dossiers zoals Afghanistan en de sluiting van Guantánamo. We moeten daarom heldere standpunten ontwikkelen op basis van ons eigen gemeenschappelijk belang en met één mond spreken. Laat ik het duidelijk zeggen: deze cruciale trans-Atlantische vriendschap is geen eenrichtingsverkeer. Ook Europa en de Europese Unie moeten over de brug komen.
Een sterke EU is op deze manier een belangrijke partner voor de VS bij het oplossen van wereldproblemen. Ik geloof dat we ons daarbij aanvankelijk moeten concentreren op een beperkt aantal prioriteiten.
De zeer ernstige staat van de wereldeconomie speelt natuurlijk op de achtergrond mee bij alles wat we doen. Het eerste doel is meer samenwerking tussen de Europese Unie, de Verenigde Staten en andere grote spelers inzake het macro-economisch beleid en de hervorming van het toezicht op de financiële sector. We zullen beter moeten coördineren om herstel van de vraag en de werkgelegenheid te bevorderen, en we moeten ervoor zorgen dat onze maatregelen elkaar wederzijds versterken en de handel niet verstoren. We moeten ons verzetten tegen protectionistische elementen aan weerszijden van de Atlantische Oceaan. De Europese Unie en de VS dienen hecht samen te werken om de uitkomst van de G20-top van volgende week ten uitvoer te leggen, met inbegrip van de ontwikkeling van verenigbare maatregelen voor de hervorming van het toezicht in de financiële sector. Tijdens de laatste Europese Raad in Brussel is een grote stap in die richting gezet.
We moeten ook zorgen voor de trans-Atlantische economie, die verantwoordelijk is voor de helft van de productie en de handel in de wereld. In uw verslag wordt heel terecht veel nadruk op dit punt gelegd. We moeten de Trans-Atlantische Economische Raad (TEC) versterken, zodat deze enerzijds doeltreffender kan optreden ter beperking van belemmeringen door regelgeving en ter bevordering van de groei, en anderzijds een meer strategische rol krijgt. De TEC moet bijvoorbeeld kunnen bespreken hoe kan worden vermeden dat nationale herstelplannen ertoe leiden dat de een zijn dood de ander zijn brood wordt.
Wat betreft klimaatverandering beginnen de standpunten van de EU en de VS elkaar voor het eerst in tien jaar te naderen. We moeten ons concentreren op het sluiten van een overeenkomst in december in Kopenhagen. We moeten gezamenlijk het goede voorbeeld geven om China en India aan onze kant te krijgen in een multilaterale overeenkomst en om een geïntegreerde koolstofmarkt in te voeren als onderdeel van een toekomstige mondiale markt. We moeten allebei de boodschap uitdragen dat schone, efficiënte technologieën en ‘groene werkgelegenheid’ een rol kunnen spelen in het economisch herstel. President Obama heeft dit punt terecht al benadrukt. Het houdt ook in dat we nauwer moeten samenwerken in onze energieonderzoeksprogramma’s en onze dialoog over energiezekerheid moeten versterken – zoals onze voorzitter ook gezegd heeft.
Het belang van buitenlandse hulp en ontwikkelingssamenwerking in het kader van een volwaardig buitenlands beleid is door zowel president Obama als minister Clinton onderstreept. Dit sluit uitstekend aan bij de sterke positie van de EU als ‘s werelds grootste donor. We moeten streven naar een hernieuwd engagement van de VS met de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en de dialoog tussen EU en VS over ontwikkelingssamenwerking hervatten met de nadruk op zaken als doeltreffendheid van de hulp en beleidscoherentie.
De economie staat bovenaan president Obama’s agenda, maar de VS hebben ook al snel de belangrijkste kwesties in het buitenlands beleid in kaart gebracht.
Wat Afghanistan en Pakistan betreft is de nieuwe regering het eens over het belang van een meer integraal beleid – intensivering van de civiele operaties naast intensivering van de militaire operaties. De nieuwe Amerikaanse nadruk op civiele capaciteitsopbouw en de regionale aanpak gericht op Pakistan gaan in de richting van al langer bestaande beleidslijnen van de EU. Tot de inspanningen van de Commissie in Afghanistan behoren steun voor politieopleidingen, hervorming van de rechterlijke macht en bevordering van alternatieve inkomstenbronnen in plattelandsgebieden, bijvoorbeeld om het verbouwen van drugs tegen te gaan. Ik heb ook duidelijke signalen gekregen over Amerikaanse steun – onder anderen van vicepresident Biden zelf – voor ons actieve werk ter voorbereiding van een mogelijke waarnemersmissie van de EU naar de verkiezingen in Afghanistan, mits aan de veiligheidsvoorwaarden wordt voldaan. Ik ben actief op zoek naar mogelijkheden om op al deze gebieden meer steun te verlenen. Laatst hebben we dat ook besproken met Richard Holbrooke, de speciale afgezant voor Afghanistan en Pakistan. We zien ernaar uit aanwezig te zijn op de regionale conferentie in Den Haag en ook op de conferentie over Pakistan die in Tokio wordt gehouden.
Ook in het Midden-Oosten hebben we vanaf het eerste begin gevraagd om een grotere betrokkenheid van de VS. We zijn bemoedigd door de aanwezigheid van minister Clinton tijdens de conferentie in Sharm El-Sheik en door haar actieve rol tijdens haar eerste bijeenkomst met het Kwartet. We moeten bespreken hoe we het beste de nieuwe Israëlische regering – en hopelijk ook een Palestijnse regering van nationale eenheid – bij het proces kunnen betrekken om te bouwen aan een tweestatenoplossing. We zijn verheugd dat de regering-Obama zich ook wil verstaan met de rest van de regio, inclusief Syrië. We moeten ook – het is al eerder gezegd – met de VS werken aan betere contacten met Iran in het kader van de preventie van nucleaire proliferatie in de regio. Daarbij moeten we onze inspanningen uitbreiden met zowel stimulansen als sancties.
De EU speelt ook een belangrijke rol in haar oostelijke omgeving. We zullen in nauw contact blijven met de VS bij ons werk ter bevordering van democratische en marktgerichte hervormingen in de regio, onder meer via het nieuwe oostelijk partnerschap, dat streeft naar politieke samenwerking en economische integratie met onze zes oosterburen.
We zullen vaker dan in het verleden met de VS overleggen over de contacten met strategische partners zoals Rusland en China, maar ook Latijns-Amerika. Het meest direct wil ik ervoor zorgen dat de ontmoeting van de EU met president Obama op 5 april in Praag de betrekkingen op tastbare wijze verder brengt en meteen richt op concrete resultaten. Daarmee kan de toon worden gezet voor een succesvolle top van de EU en de VS in Washington, waarschijnlijk in juni.
In juni zal er ook gelegenheid zijn om een nieuwe trans-Atlantische agenda en een duurzaam programma van praktische samenwerking tussen de EU en de VS uit te werken.
Albert Deß, rapporteur voor advies van de Commissie internationale handel. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mevrouw de commissaris, geachte collega’s, allereerst zou ik de rapporteur, de heer Millán Mon, willen bedanken voor dit uitstekende verslag, dat alle punten noemt waaraan moet worden voldaan voor faire trans-Atlantische betrekkingen. In de voorgelegde ontwerpresolutie over de trans-Atlantische betrekkingen in de nasleep van de verkiezingen in de VS wordt gewezen op het belang van die betrekkingen.
Uit informatie van de Commissie blijkt dat bijna veertien miljoen banen in de Europese Unie en in de VS afhankelijk zijn van deze trans-Atlantische economische betrekkingen en van de samenwerking op het gebied van investeringen. Ik hoop dat de nieuwe president van de Verenigde Staten aan deze betrekkingen een hoge prioriteit zal geven, zoals hij voor de verkiezingen tijdens zijn toespraak in Berlijn in juli 2008 aankondigde. Toen heeft hij gezegd dat Amerika geen betere partner heeft dan Europa.
In de ontwerpresolutie stellen wij vast dat dit partnerschap ook voor Europa het belangrijkste strategische partnerschap is. Alleen op basis van dit partnerschap kunnen we de uitdagingen van de huidige mondiale financiële en economische crisis aannemen. Een voorwaarde voor een sterk trans-Atlantisch partnerschap is echter dat de Amerikanen ook rekening houden met de terechte wensen van de Europeanen op het gebied van de trans-Atlantische handel.
In de Europese Unie hebben we bijzonder strenge normen, bijvoorbeeld op het gebied van de consumentenbescherming, de dierenbescherming en de milieubescherming. Wij willen dat die normen ook gelden voor producten die vanuit de VS naar Europa worden geleverd. Ik hoop dat de nieuwe president en zijn nieuwe regering werken aan de invoering van deze normen in de VS. Dan zijn die problemen alvast opgelost.
Ik ben ervan overtuigd dat deze resolutie morgen met een grote meerderheid zal worden aangenomen, omdat er volgens mij alles in staat wat nodig is voor goede betrekkingen.
José Manuel García-Margallo y Marfil, rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken. − (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mijn interventie beginnen met het bedanken van de rapporteur voor het werk dat hij heeft verricht om vandaag in dit Huis een volledig, nauwgezet en buitengewoon goed getimed verslag te presenteren.
Het voorzitterschap en de commissaris hebben gewezen op de komende bijeenkomsten die we hebben, eerst in Londen en daarna in Praag, waar de Europese Unie en de Verenigde Staten na de verkiezing van president Obama zullen beginnen te werken aan een nieuwe relatie.
Ik wil me concentreren op het advies van de Commissie economische en monetaire zaken, dat een goed advies is en dat met eenparigheid van stemmen is aangenomen. Het advies richt zich op de volgende doelstellingen.
In de eerste plaats moeten we uit de crisis komen. Of we komen samen uit de crisis, of we komen er niet uit. De fiscale pakketten die op dit moment worden uitgevoerd zijn de belangrijkste die onze generatie ooit heeft gezien en de belangrijkste sinds de crisis van 1929. De impact ervan zal groter zijn en de kosten voor de belastingbetaler zullen lager zijn als we in staat zijn om onze inspanningen te coördineren.
De tweede doelstelling is het hervormen van de institutionele financiële structuur, waarvan in de huidige crisis is gebleken dat ze niet werkt, en het herstellen van de transparantie van de financiële producten, instellingen en markten. Of dat gaat ons samen lukken, of het gaat ons niet lukken. Zoals de commissaris heeft gezegd, we vormen samen het belangrijkste economische blok van de wereld, en we delen – zoals de rapporteur heeft gezegd – waarden die deze aanpak mogelijk maken.
De derde doelstelling is de integratie van de financiële markten om de concurrentie met de opkomende markten te weerstaan. Daarvoor is een zekere convergentie tussen de regelgevingskaders nodig, die de praktische toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning en een beter toezicht aan beide zijden van de Atlantische Oceaan mogelijk moet maken.
De vierde doelstelling is door de commissaris verwoord, en op een betere manier dan ik dat zou kunnen: we moeten samen de verleiding van het protectionisme weerstaan en het zou goed zijn om in het kader van de Doha-ronde een gemeenschappelijke opstelling te kiezen.
En tot slot, commissaris, maar niet minder belangrijk, moeten we samen oplossingen vinden voor de mondiale onevenwichtigheden die voor een belangrijk deel aan de basis hebben gestaan van deze crisis.
We moeten een nieuw internationaal monetair systeem ontwikkelen en het zou triest zijn als onze stem verloren zou gaan in het mondiale debat omdat we het niet eens kunnen worden met onze belangrijkste bondgenoot.
José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, namens de PPE-DE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, het partnerschap tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie is in essentie gebaseerd op waarden en op een formidabel economisch potentieel.
Het product van beide regio’s samen is 23 miljard euro, ongeveer 60% van het mondiale bbp. Samen zijn ze goed voor 60% van de wereldhandel en nemen ze 75% van de wereldwijde netto-investeringen voor hun rekening.
Het nauwgezette en evenwichtige verslag van de rapporteur, de heer Millán Mon, had niet op een beter moment kunnen komen, zoals hijzelf zojuist heeft gezegd, zo aan de vooravond van het eerste bezoek van de onlangs gekozen president van de Verenigde Staten aan Europa naar aanleiding van de bijeenkomst van de G20, de zestigste verjaardag van de NAVO en de buitengewone top tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten.
De Europese Unie en de Verenigde Staten moeten laten zien dat ze samen een leiderschap kunnen consolideren dat in mijn visie in drie opzichten moet worden vernieuwd.
In de eerste plaats moeten we de beginselen en waarden die aan dit trans-Atlantische bondgenootschap ten grondslag liggen beschermen.
In de tweede plaats moeten we in de trans-Atlantische dialoog een grotere ambitie tonen met betrekking tot de onderwerpen die door zowel de rapporteur als de commissaris zijn genoemd: Iran, Irak, het Midden-Oosten, Afghanistan, enzovoort.
En in de derde plaats moeten we proberen een nieuwe dialoog aan te zwengelen over strategische aspecten die gerelateerd zijn aan mondiale problemen, zoals de strijd tegen de armoede, voedselveiligheid, energiezekerheid, het tegengaan van de klimaatverandering, enzovoort.
Mijnheer de Voorzitter, het is heel duidelijk dat we de positie van Europa als belangrijke speler op het wereldtoneel niet zullen kunnen consolideren als tegenstrever van de Verenigde Staten, maar alleen in samenwerking met de Verenigde Staten, als twee partners die een zeker wereldbeeld en bepaalde waarden delen en die elkaar wederzijds respecteren.
Dat betekent niet, mijnheer de Voorzitter, dat de Europese Unie een blanco cheque moet uitschrijven, maar dat ze haar standpunten moet verdedigen wanneer dat nodig is, bijvoorbeeld als het gaat om de doodstraf, het Internationaal Strafhof, het Protocol van Kyoto, Guantánamo en de wetten met extraterritoriaal effect, en dat de Verenigde Staten de Europese Unie moeten respecteren als een bron van stabiliteit en evenwicht in de wereld.
Dit wordt heel goed samengevat, mijnheer de Voorzitter – en hiermee sluit ik af – in de verklaring die de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, Hillary Clinton, heeft afgelegd tegenover de Commissie buitenlandse zaken van de Senaat: “De Verenigde Staten kunnen hun problemen niet oplossen zonder de rest van de wereld en de rest van de wereld kan zijn problemen niet oplossen zonder de Verenigde Staten.“
Adrian Severin, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Verenigde Staten van Amerika hebben sterke Verenigde Staten van Europa nodig. De Europese Unie heeft een sterke Amerikaanse Unie nodig. Samen zouden de Verenigde Staten en de Europese Unie een garantie voor de veiligheid en stabiliteit van de wereld en een model voor de wereldorde kunnen bieden.
Dit verslag gaat niet alleen over uitbreiding van de trans-Atlantische betrekkingen maar ook over een beter evenwicht in die betrekkingen. Er is sprake van asymmetrische verhoudingen tussen de beide oevers van de Oceaan die de trans-Atlantische samenwerking negatief beïnvloeden. Daarom is versterking van de politieke Europese Unie essentieel voor toekomstige samenwerking met de Verenigde Staten. Deze zal een betere lastenverdeling mogelijk maken bij de uitoefening van de internationale verantwoordelijkheden van beide partijen.
Tussen deze twee objectieve strategische partners is er behoefte aan diepere en beter gestructureerde betrekkingen en aan institutionalisering van die betrekkingen. In het verslag dat wij vandaag behandelen, wordt een strategisch versterkt partnerschap aanbevolen, alsmede het proces dat daartoe moet leiden. Langs die lijnen moeten we proberen te komen tot de oprichting van een echt confederatief trans-Atlantisch orgaan tussen ons en de Verenigde Staten van Amerika.
Tegelijkertijd moet de consolidatie van het trans-Atlantisch strategisch partnerschap een nieuwe mogelijkheid bieden voor uitbreiding van de samenwerking met de derde grote speler op het noordelijk halfrond, Rusland. De betrekkingen tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie moeten niet worden gezien als een trans-Atlantische alliantie tegen Rusland, maar als uitgangspunt worden beschouwd voor het vastleggen van een formule voor trilaterale samenwerking met het oog op handhaving van de veiligheid en stabiliteit in de wereld.
Concluderend is onze prioriteit niet onszelf een rad voor ogen te draaien met mooie verwachtingen, maar uit te gaan van realistische veronderstellingen over wat de Europese Unie en de Verenigde Staten tot stand kunnen brengen, en tegelijkertijd ons vermogen om resultaat te boeken te versterken. In dit licht steunen wij de aanbevelingen in het verslag. Staat u mij toe de heer Millán Mon persoonlijk te bedanken voor de geweldige en hartelijke manier waarop hij met ons heeft samengewerkt aan het opstellen van deze aanbevelingen.
Sarah Ludford, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag spreken over de justitie- en veiligheidszaken die in dit verslag aan bod komen, niet omdat ik niet geïnteresseerd ben in de economische aspecten maar omdat ik maar drie minuten spreektijd heb.
Er is duidelijk grote behoefte aan trans-Atlantische samenwerking ter bestrijding van terrorisme en zware criminaliteit, maar daarbij moeten de wet – zowel binnenlands als internationaal recht – en de grondrechten volledig geëerbiedigd worden. Voor gegevensuitwisseling moet er een krachtig en bindend juridisch kader voor gegevensbescherming bestaan.
De duidelijkste aanwijzing voor een verandering in aanpak van de kant van president Obama is zijn voornemen om Guantánamo Bay te sluiten. Dat voornemen is zeer verheugend en in dit Huis is een beroep op de lidstaten gedaan om positief te reageren op een formeel verzoek van de VS om zo’n zestig voormalige gevangenen te herhuisvesten die weinig of geen risico vormen en niet in staat van beschuldiging zullen worden gesteld. Dat verzoek is vorige week officieel gedaan ter gelegenheid van het bezoek van vicevoorzitter Barrot en minister Langer, en ik hoop dat we er spoedig resultaat van kunnen zien. Ik begrijp dat dit wordt bevorderd door de bereidheid die de Amerikanen nu tonen om een aantal van de gevangenen, zoals de zeventien Oeigoeren, zelf te huisvesten.
Het zou ook goed zijn als president Obama verder zou kunnen gaan dan hij in zijn decreten van januari heeft gedaan en de sluiting van alle detentiecentra van de CIA en een totale beëindiging van de buitengewone uitleveringen zou aankondigen. Volledige openbaarmaking van wat er de afgelopen zeven-en-een-half jaar is gebeurd, met inbegrip van de beschamende uitbesteding van foltering, is noodzakelijk om te waarborgen dat er geen herhaling komt, met name geen herhaling van de heimelijke medewerking vanuit Europa.
In dit verslag, met een door mij ingediend amendement, wordt de nieuwe Amerikaanse regering aangespoord het Statuut inzake het Internationaal Strafhof te ratificeren en tot dat statuut toe te treden. Hierdoor zou dat hof vanzelfsprekend versterkt worden. Afschaffing van de doodstraf door de VS zou een soortgelijk staaltje van mondiaal leiderschap betekenen.
De prompte inwerkingtreding van de overeenkomsten tussen de EU en de VS inzake uitlevering en rechtsbijstand zou de strafrechtelijke samenwerking versterken en het grijze gebied opheffen dat de buitengewone uitleveringsvluchten mogelijk heeft gemaakt. Maar zulke samenwerking kan alleen worden gesteund als zij een eerlijke behandeling oplevert. Een inwoner van mijn kiesdistrict wordt bedreigd met uitzetting en tientallen jaren opsluiting in een extra beveiligde gevangenis omdat hij heeft ingebroken in de computer van het Pentagon. Het is verontrustend dat hem dat gelukt is maar hij is een computernerd, geen terrorist, en hij lijdt aan het aspergersyndroom. De VS moeten hun verzoek om zijn uitlevering intrekken en zijn eventuele vervolging overlaten aan het Verenigd Koninkrijk.
Ten slotte wil ik de amendementen van de ALDE-Fractie met betrekking tot onlinekans- en gokspelen aanroeren. Het is van belang dat dit meningsverschil snel wordt opgelost; het betreft verboden en aanklachten van de VS die alleen gericht zijn tegen Europese internetbedrijven door middel van onwettig selectieve aanklachten. De VS voeren bij de Wereldhandelsorganisatie aan dat alle gok- en kansspelen op het internet in hun land verboden zijn, maar dat is niet waar. In de VS gevestigde paardenwedkantoren, en zelfs officiële staatsloterijen, worden wel op het internet toegelaten. Alleen buitenlandse aanbieders worden vervolgd.
Ik ben niet bijzonder gecharmeerd van onlinegokken – het verontrust me zelfs – maar discriminatie die overduidelijk in strijd is met de regels van de Wereldhandelsorganisatie hoort niet thuis in een gezonde trans-Atlantische relatie. Dat geldt overigens ook voor visa en daarom hoop ik dat we spoedig een visumontheffing voor alle burgers van de EU zullen hebben gerealiseerd.
Konrad Szymański, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, er is waarschijnlijk geen enkel belangrijk internationaal probleem dat we alleen zouden kunnen oplossen. Ik heb het niet alleen over Iran, Irak of Afghanistan. Door het internationale terrorisme komen de principes van de internationale orde in het gedrang. We zullen het Verdrag van Genève moeten herzien om beter in te kunnen spelen op dreigingen die niet aan het adres van een bepaalde staat gericht zijn.
Ondanks de optimistische verklaringen staat de toekomst van de NAVO vandaag ter discussie. Als we de alliantie als waarborg van onze veiligheid willen behouden, zullen de Europese landen hun politieke en militaire engagement moeten vergroten. Onze samenwerking moet echter een pragmatisch karakter hebben. We moeten erkennen dat de VS een ander, maar even waardevol democratisch model kent en we moeten matiging betrachten bij het verstrekken van advies over internationaal recht, het Internationaal Strafhof of de doodstraf.
Joost Lagendijk, namens de Verts/ALE-Fractie. – Voorzitter, we staan aan de vooravond van nieuwe betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. We weten allemaal hoezeer die beschadigd waren door acht jaar George Bush in het Witte Huis. Daarom waren zoveel Europeanen blij met de verkiezing van Obama en zijn belofte om een aantal zaken fundamenteel anders aan te pakken. In het verslag van de heer Millán Mon komen al die belangrijke kwesties aan de orde. Bijvoorbeeld de gezamenlijke aanpak van klimaatverandering en de financiële en economische crisis. Maar ook de noodzaak bijvoorbeeld om een nieuwe strategie in Afghanistan en Pakistan te volgen en de sluiting van Guantánamo. Die laatste kwestie, Guantánamo, was een van de misstanden die het morele gezag van de Verenigde Staten wereldwijd zwaar hebben beschadigd. Dat geldt ook voor zaken als martelingen en ontvoeringen. Aan al die praktijken wil Obama een einde maken en dat juicht ook mijn fractie van harte toe.
Er is nog één ander besluit, misschien wat minder opvallend maar in mijn ogen even beschamend, dat ook moet worden teruggedraaid en wel zo snel mogelijk. Dat is de weigering van de Verenigde Staten om samen te werken met het Internationaal Strafhof in Den Haag. Sterker nog, één maand nadat in juli 2002 het Internationale Strafhof van start was gegaan, nam het Amerikaans Congres vergelding door de goedkeuring van de zogenaamde American Service Members Protection Act.
Wat houdt die wet precies in? Die wet verbiedt het aan Amerikaanse instellingen en personen om samen te werken met of om informatie door te geven aan het Strafhof. Het verplicht Amerikanen voordat ze deelnemen aan operaties van de Verenigde Naties om een internationale garantie van immuniteit te krijgen. Zij kunnen met andere woorden niet vervolgd worden. Landen die wel meewerken met het Strafhof, kunnen daarvoor gestraft worden en die zijn daarvoor ook gestraft door de Verenigde Staten. Ten slotte een onderdeel dat in mijn land, Nederland, het meeste ophef veroorzaakte, de wet geeft de Amerikaanse president alle middelen – de mogelijkheid om die te gebruiken – om Amerikanen die gedetineerd zijn door het Internationale Strafhof te bevrijden. Vandaar dat de wet in Nederland bekend is als The Hague Invasion Act.
We kunnen daar veel grappen over maken en dat is ook gebeurd, terecht. Maar daarmee zouden we de betekenis ervan onderschatten. Deze wet was een uiterst vijandige en zeer symbolische reactie van Bush op de totstandbrenging van het Internationale Strafhof. Wat we nu nodig hebben is een even symbolische, maar ik hoop zeer vriendelijke reactie van de heer Obama. Trek deze wet in, werk samen met het Internationale Strafhof en ik roep de Commissie en de Raad op om ook dat punt onder de aandacht te brengen van de president wanneer zij hem volgende week ontmoeten.
Jiří Maštálka, namens de GUE/NGL-Fractie. – (CS) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s. Ik heb met grote belangstelling kennisgenomen van het onderhavige verslag en ik moet eerlijk zeggen dat ik er een beetje mee in mijn maag zit. Het is onderverdeeld in 61 punten, zeer uitgebreid, maar tegelijkertijd behoorlijk ondoorzichtig. De kwesties waarmee de gewone burgers in Tsjechië en Europa het meest zitten, raken daarin helemaal ondergesneeuwd of ontbreken eenvoudigweg. Zo ontbreekt er wat mij betreft een eenduidig standpunt met betrekking tot de huidige wereldwijde economische crisis en de door de Europese Unie en de Verenigde Staten in verband hiermee getroffen maatregelen. Ook mis ik een standpunt inzake de buitengewoon onsuccesvolle, door een aantal lidstaten van de Europese Unie samen met de Verenigde Staten gevoerde oorlog in Afghanistan. Dat wat er wel over gezegd wordt is onverantwoord voorzichtig. Wat betekent de oproep om “een nieuw strategisch concept te ontwikkelen”? Verder is het in een verslag als dit buitengewoon ongepast te zeggen dat we “de benoeming van Richard Holbrooke als speciaal gezant uitsluitend voor de Pakistaans-Afghaanse regio” toejuichen. Dit is niets meer dan een uiting van vriendjespolitiek binnen het kleine groepje politici dat tien jaar geleden besloot om Joegoslavië te bombarderen. Ook ontbreekt hier een duidelijk standpunt over de voorgenomen bouw van onderdelen van het nationale antiraketscherm van de Verenigde Staten in Midden-Europa, toch een grote splijtzwam in de internationale betrekkingen en het startsein voor een wapenwedloop in de ruimte.
Weliswaar is in het verslag zichtbaar dat we in verband met Oost-Europa zo langzamerhand niet langer met twee maten meten en wordt er een grotere nadruk op het internationaal recht gelegd, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het verslag een soort verweerschrift is van de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie, Javier Solana. Zo van: alles gaat goed, er zijn geen verregaande veranderingen nodig. Het verslag bevat oproepen tot de oprichting van twee nieuwe gemeenschappelijke organen van de EU en de Verenigde Staten, inclusief concrete voorstellen daartoe. Mijns inziens hoort dit soort literaire creaties niet te worden voorgelegd aan de voltallige vergadering van het Europees Parlement. Wat we in plaats daarvan nodig hebben, is een resolutie over hoe om te gaan met de fundamentele kwesties waar de wereld vandaag de dag werkelijk over inzit.
Bastiaan Belder, namens de IND/DEM-Fractie. – Voorzitter, de geest die het verslag van Millán Mon ademt over het ultieme belang van solide trans-Atlantische betrekkingen voor de Europese Unie, deel ik van harte. Terecht spreekt hij hier over werkelijk gedeelde politieke en sociale waarden.
Naast deze lof wil ik ook enkele kritische opmerkingen kwijt. Jammer vind ik dat de rapporteur in paragraaf 35 slechts terloops een gezamenlijke trans-Atlantische benadering van China aanbeveelt. Er volgen geen concrete voorstellen en dat in deze mondiale crisistijd en in de aanloop van de G-20 in Londen, waarbij aller ogen op de financiële reserves en macht van Peking zijn gericht. Zeker in paragraaf 47 wijst de rapporteur op gedeelde trans-Atlantische handelsbelangen, bijvoorbeeld de naleving van intellectuele-eigendomsrechten. Over een gezamenlijk zorgpunt, China, gesproken, mijnheer de rapporteur!
Mijn tweede commentaar betreft een relativering van het multilateralisme, dat hier zo vaak beleden wordt. Voor mondiale stabiliteit en veiligheid kunnen en willen vooralsnog alleen de Verenigde Staten zorgen op grond van politieke wil en militair vermogen. Kom dat maar eens in Europa halen! Aan Europa de schone taak Washington op een verantwoorde en betrouwbare wijze te steunen. Dat is voor mij pas werkelijke trans-Atlantische samenwerking, want de Verenigde Staten hebben Europa nodig maar let wel, omgekeerd heeft Europa de Amerikanen nog veel meer nodig. Laten we dat in onze oren knopen.
Jana Bobošíková (NI). - (CS) Dames en heren, mijn complimenten aan collega Millán Mon voor het nuttige en inspirerende verslag over de stand van de trans-Atlantische betrekkingen. Aangezien de mij toegewezen tijd niet volstaat voor een uitgebreide analyse wil ik slechts een aantal opmerkingen maken. Allereerst kan niet zonder meer in overweging B beweerd worden dat het Verdrag van Lissabon van kracht worden zal. Dat weten we nog niet. Ten tweede ontbreekt er in het deel waarin er terecht gesproken wordt over de noodzaak tot hervorming van het internationaal financieel systeem, de Wereldbank en het Internationaal Monetair fonds, enige vermelding van de noodzaak tot hervorming van en streng toezicht op de ratingbureaus. Want het waren juist deze bureaus die de banken en verzekeringsmaatschappijen de hoogst mogelijke rating gaven, namelijk Triple A, op het moment dat zij vol giftige activa zaten, de facto failliet gingen en het management ervan zichzelf tegelijkertijd miljarden aan bonussen uitkeerde. Ten derde wordt er in paragraaf 24 gesproken over een rapport van een Amerikaanse groep van 16 nieuwsagentschappen over globale trends tot 2025. Rusland en China hebben trouwens ook een dergelijke analyse opgesteld. Het verslag houdt echter te weinig rekening met deze analyses, want anders zou het niet slechts één enkel woord aan China besteden. Ik zou graag in verband hiermee willen wijzen op een bericht van de Financial Times van vorige week dat gemeten naar hun marktkapitalisatie de drie grootste banken ter wereld Chinese banken zijn. Het bnp van China is dat van de Verenigde Staten aan het inhalen. De Europese Unie dient zich daar op in te stellen. Ten vierde worden in paragraaf 31 en 32 een aantal zeer terechte plannen met betrekking tot Rusland uiteengezet. Zo wordt gesproken over de noodzaak tot constructieve samenwerking, maar meteen al in paragraaf 33 worden de Europese Unie en de Verenigde Staten opgeroepen een gemeenschappelijke strategie op te stellen met betrekking tot zes landen van de voormalige Sovjet-Unie, waar er veel Russisch gesproken wordt en ook Russen wonen. Dames en heren, volgens het verslag zou deze strategie zonder enige inbreng van Rusland gevoerd dienen te worden. Tja, dan vrees ik dat we het niet over constructieve samenwerking hebben, maar over een bron van talloze conflicten. Dat is hopelijk toch niet waar we naartoe willen.
Elmar Brok (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, geachte collega’s, de Europese Unie met haar lidstaten en de Verenigde Staten van Amerika zijn de pijlers van vrijheid en democratie. Meer dan bijna wie dan ook in de gemeenschap der naties op deze planeet gaan zij uit van duidelijke waarden.
De Verenigde Staten hebben tijdens de verkiezingen die net hebben plaatsgevonden weer eens bewezen dat ze uitstekend in staat zijn om zichzelf op basis van waarden en democratie te vernieuwen en te verjongen. De financiële crisis heeft eens te meer aangetoond dat het in dit mondiale systeem van groot belang is dat wij als Europeanen nauwer samenwerken met de Amerikanen en onze belangen sterker met elkaar verweven, dat is de enige manier om normen vast te leggen en de betrekkingen tussen onze landen te versterken.
Daarom komt het verslag van de heer Millán Mon volgens mij op een bijzonder belangrijk moment. We moeten ernaar streven om vooruitgang te boeken in de Trans-Atlantische Economische Raad, we moeten een beleid voeren om de niet-tarifaire handelsbelemmeringen uit de weg te ruimen, om op die manier te garanderen dat de belangen met elkaar verweven raken, dat er een trans-Atlantische markt ontstaat, en zo kunnen we ook de politieke betrekkingen duurzaam versterken.
We moeten echter wel onder ogen zien dat dit alleen maar lukt wanneer de parlementen erbij worden betrokken – de meeste wetsteksten kunnen namelijk alleen maar worden aangepast door de parlementen – en dat dit proces en de voorstellen die verband houden met de trans-Atlantische wetgeversdialoog en de gemeenschappelijke parlementaire commissie bijzonder belangrijk zijn.
Het is ook van het grootste belang dat we nu al werken aan strategieën voor de lange termijn, dat we in staat zijn om samen na te denken over de planning, dat we aan beide kanten weten wat over tien of twintig jaar onze gezamenlijke belangen zijn. Dan kunnen we ons beleid in de praktijk aanpassen. Ik denk ook dat het een goed idee is voor het Tsjechische voorzitterschap om op 5 april tijdens de ontmoeting met de Amerikanen hier heel specifiek op in te gaan, om er ook op die manier voor te zorgen dat we in ons gezamenlijk belang nauwer met elkaar gaan samenwerken.
Ik wil nog een laatste opmerking maken: dit kan allemaal alleen maar lukken wanneer de Europese Unie een sterke en geloofwaardige partner is, wanneer ze zoiets heeft als het Verdrag van Lissabon, en ook op het gebied van het buitenlands beleid krachtdadig kan optreden. Daarom zou ik u ook willen verzoeken om op dit belangrijke moment onze belangen te behartigen en onder ogen te zien dat we deze stappen vooruit moeten zetten, om op die manier met de Verenigde Staten van Amerika een echt partnerschap op voet van gelijkheid te kunnen sluiten.
Erika Mann (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil een paar woorden zeggen over onze economische betrekkingen. Ik bedank mijn collega de heer Millán Mon voor zijn uitstekende verslag.
We moeten onszelf herinneren aan wat we willen bereiken. Het was het Europees Parlement, veel later gesteund door de Raad en de Commissie, dat het idee opperde om sterkere economische betrekkingen aan te gaan en een trans-Atlantische markt te scheppen. Dit idee van een trans-Atlantische markt werd gevolgd door de Trans-Atlantische Economische Raad (TEC). Deze initiatieven kunnen slechts overleven als ze krachtige steun ontvangen van beide partijen. Dat de Verenigde Staten een nieuwe regering hebben betekent niet automatisch dat we krachtige steun zullen krijgen voor de Economische Raad, omdat we de handen vol hebben aan een enorme economische en financiële crisis.
Daarom vraag ik de Commissie en de Raad ervoor te zorgen dat de TEC alle noodzakelijke steun ontvangt, want deze wordt niet automatisch gegeven.
Ik wil u nog herinneren aan drie punten op de agenda die hoogst belangrijk zijn en die we hoe dan ook moeten oplossen. Het eerste betreft de agenda voor handelsgeschillen. Deze agenda is nog altijd heel breed, maar ik zou me willen concentreren op één onderwerp van belang en dat is de kwestie Airbus-Boeing, die ter beoordeling bij de Wereldhandelsorganisatie ligt en voortdurend wordt uitgesteld. Ik doe een beroep op u om een oplossing te vinden. Deze zaak staat niet op de agenda van de TEC maar we moeten haar wel snel oplossen, anders hebben we een probleem in een grote sector.
Ten tweede bepleit ik dat u ervoor zorgt dat we eindelijk over een routekaart beschikken met transparantie over de soorten onderwerpen die worden besproken in de TEC. We hebben hierom al vele malen gevraagd. Ik weet dat de Raad eraan werkt, maar we hebben nog steeds geen reële vooruitgang geboekt. We zouden graag een hoorzitting willen houden over containerveiligheid aan weerszijden van de Oceaan. Hiertoe is besloten op de laatste vergadering van de TEC, maar daaraan zal gevolg moeten worden gegeven.
Mijn laatste punt: breng ten aanzien van energie-intensieve sectoren onder de aandacht van de TEC dat we samen een benchmark kunnen aanwijzen. Dat is de enige manier waarop de problemen in de energie-intensieve sectoren kunnen worden opgelost.
VOORZITTER: MANUEL ANTÓNIO DOS SANTOS Ondervoorzitter
Anneli Jäätteenmäki (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, volgende week komt de president van de Verenigde Staten, president Obama, naar Europa voor zijn eerste overzeese bezoek om zijn betrokkenheid bij trans-Atlantische samenwerking en dialoog te tonen.
Met zijn verkiezing tot president heeft hij hoop en verandering gebracht, niet alleen in de Verenigde Staten maar in de hele wereld en dus ook in Europa. Het is van cruciaal belang dat de EU communicatienetwerken opbouwt om een krachtige dialoog met de Verenigde Staten gaande te houden over vele belangrijke kwesties, zoals het conflict in het Midden-Oosten, de economische crisis en de klimaatverandering. Deze zaken zijn mondiale problemen en moeten daarom in internationaal verband worden besproken, met de Verenigde Staten, de Europese Unie, andere Europese staten, China, India en alle landen van de wereld.
Bogusław Rogalski (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten hebben een nieuw tijdperk ingeluid in de geschiedenis van onze betrekkingen met de VS, maar ook een nieuw tijdperk voor het land zelf. Ik hoop dat zich hiermee voor de Verenigde Staten een ‘evolutionaire’ verandering zal voltrekken, en niet een revolutionaire.
Ik ben echter bezorgd over de opmerkelijke versteviging van de banden tussen de Verenigde Staten en Rusland. Dit is ten nadele van internationale overeenkomsten die met sommige Europese landen zijn gemaakt, waaronder Polen en Tsjechië. Neem bijvoorbeeld de bouw van een raketafweerschild, waarbij de VS zich niet heeft gehouden aan eerdere toezeggingen die aan deze landen zijn gedaan. Een ander punt betreft de visa, die de Verenigde Staten nog steeds verplicht stelt voor sommige lidstaten. Dit is niet wenselijk binnen de trans-Atlantische betrekkingen tussen de EU en de VS.
Het versterken van de trans-Atlantische samenwerking is van groot belang in de strijd tegen het terrorisme met inachtneming van een volledige naleving van het internationaal recht. Barack Obama zegt hierover: “Geen land, hoe groot of machtig ook, kan de wereldproblemen in zijn eentje oplossen.” Laten we dit in het Parlement niet vergeten, het lijkt namelijk vaak alsof we denken dat de Europese Unie de wereldproblemen alleen kan oplossen.
Zbigniew Zaleski (PPE-DE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, in dit document van onze collega Millán Mon, en ook door de commissaris en de minister, worden mogelijke oplossingen, strategieën en doelstellingen voorgesteld als leidraad voor onze samenwerking met de VS. Ik wil graag ingaan op een ander punt en dit met u bespreken.
Ik denk dat de verkiezingsleus van Barack Obama, ‘The change we need’, ook voor ons als Europeanen geldt. Ik denk aan een verandering in onze houding tegenover de VS. Aan de ene kant bewonderen we de welvaart, economie, wetenschap, films, muziek en vrijheid van deze in historisch opzicht nog jonge maatschappij. Aan de andere kant bestaat, met name bij veel linkse Parlementsleden, ongenoegen en zelfs vijandigheid tegenover het Amerikaanse beleid, de Amerikaanse religiositeit en het Amerikaanse kapitalisme. Een paradox in dit verband is het feit dat Rusland altijd als vriend wordt bejegend, wat het ook doet. Zelfs als Rusland grove misdaden begaat, zoals het vermoorden van journalisten. De VS is een partner die als vijand wordt beschouwd, een vijand die, toegegeven, geholpen heeft Europa te bevrijden van de nazi’s, terwijl het niet verplicht was deze offers te brengen, maar daar heeft het zelf voor gekozen. Het land wordt gezien als vijand, dat weliswaar heeft meegeholpen aan de wederopbouw van Europa, maar het desondanks niet verdient een permanente coalitiepartner genoemd te worden.
Daarom is het mijns inziens belangrijk om gepaste normen en maatstaven te hanteren op basis van gezond verstand en niet alleen maar vanuit de juiste en gepaste ideologie, als een echo die vanuit Moskou weerklinkt. Als er iets mis is met de VS, dient het als zodanig te worden beoordeeld. Als er iets goed is en bevorderlijk kan zijn voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de EU, verdient het waardering. De samenwerking moet worden gebaseerd op de realiteit, en tegelijkertijd op de sterke wil om samen problemen op te lossen. Aan de vele verklaringen, het applaus, de amendementen en de complete resoluties van de linkse fracties in de afgelopen vier jaar lag vaak een negatieve, generaliserende houding ten grondslag, die niet noodzakelijkerwijs op de feiten gestoeld was. Mijnheer de Voorzitter, laat me nog één ding zeggen: Barack Obama is alleen president geworden door de wil van de natie, een natie die het waard is om ermee samen te werken, een natie die waarden verdedigt waaraan ook wij belang hechten.
Libor Rouček (PSE). - (CS) Dames en heren, Europa en de Verenigde Staten staan voor een hele reeks wereldwijde problemen en wereldwijde uitdagingen. De financiële en economische crisis, de wereldwijde opwarming, het terrorisme, de proliferatie van kernwapens, de onopgeloste problemen en conflicten in het Midden-Oosten, in Irak, in Afghanistan en nog veel meer andere kwesties. De Europese Unie noch de Verenigde Staten kunnen deze problemen in hun eentje oplossen en dus moet er worden samengewerkt. Strategische samenwerking dus, een strategisch partnerschap zoals we hier al eerder besproken hebben. Een partnerschap op basis van de gedeelde waarden van vrijheid, mensen- en burgerrechten en democratie, waarden die zich de afgelopen zestig jaar ten volste bewezen hebben.
Met de komst van de nieuwe regering in de Verenigde Staten is hier nu een enorme bereidheid tot samenwerking. Ik heb een aantal weken geleden met een aantal collega’s een bezoek afgelegd aan Washington en daar gesproken met een aantal staatssecretarissen van Buitenlandse Zaken, alsook met onze collega’s van het Congres, de Senaat en met uiteenlopende wetenschappelijke instituten. Ik heb daar een grote bereidheid tot samenwerking aangetroffen, de wil om dingen samen te doen en samen op te lossen. Daarom wil ook ik mij aansluiten bij de oproep om ook als Europees Parlement veel nauwere en intensievere samenwerking aan te gaan met onze collega’s.
De strategische samenwerking tussen Europa en de Verenigde Staten dient echter niet alleen gericht te zijn tegen andere landen, tegen EU-partners als Rusland en China. Zo kunnen problemen op bijvoorbeeld het gebied van de ontwapening of met betrekking tot de proliferatie van kernwapens niet worden opgelost zonder samenwerking met Rusland. Daarom ben ik het bijvoorbeeld eens met de hernieuwing van de gesprekken over het START-verdrag, omdat ik voorstander ben van overleg met onze Russische partners met betrekking tot zaken als het antiraketschild in Europa. Dat is allemaal van groot belang. Tot slot zou ik het Tsjechische voorzitterschap alle succes willen toewensen voor de aanstaande topontmoeting in Praag en zou ik de heer Millán Mon willen bedanken voor zijn verslag.
Ignasi Guardans Cambó (ALDE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, Gordon Brown heeft onlangs in een toespraak in de Verenigde Staten, in Washington, als eerste Europese leider die in die hoofdstad sprak, gezegd dat hij zich geen periode in de politiek kon herinneren dat er in Europa zo’n positieve houding tegenover de Verenigde Staten heeft bestaan. En hij heeft gelijk. Nooit zijn onze samenlevingen zo pro-Amerikaans geweest, zo Amerikaans, zouden we ook kunnen zeggen, en dat geldt natuurlijk ook voor onze politieke, culturele en sociale elites.
En daar moeten we gebruik van maken. Dit op één lijn zitten gaat verder dan persoonlijke sympathie voor de nieuwe regering en kan worden opgeteld bij een lange gezamenlijke agenda waaraan we kunnen werken en die hier, in dit verslag waarover we morgen gaan stemmen, heel duidelijk wordt uitgelegd.
Maar we mogen ook zeker niet vergeten dat we, hoezeer we het over veel zaken ook eens zijn, niet altijd dezelfde belangen hebben. En daarom zijn er op bepaalde gebieden kwesties waarover we, als vrienden die nu rechtstreeks met elkaar praten, elkaar in de ogen kijken en met elkaar kunnen samenwerken, van mening zullen blijven verschillen, vooral omdat de samenlevingen die we dienen van elkaar verschillen. Ik doel hierbij vooral op de economische en handelsbetrekkingen, waar meningsverschillen bestaan waarvoor alleen door een zeer nauwe samenwerking oplossingen kunnen worden gevonden, maar zonder uit het oog te verliezen waar elk van beide partijen staat.
En in dit verband moet de Europese Unie kritisch naar zichzelf kijken en zichzelf de vraag stellen wat er gedaan moet worden en wat er verbeterd moet worden. We weten dat we als het Verdrag van Lissabon eenmaal is aangenomen duidelijkere instrumenten in handen zullen hebben en vanaf dat moment zullen we die ook kunnen gebruiken. Maar we moeten nu al begrijpen dat als we willen dat de Verenigde Staten ons respecteren en als we op de radar van de Verenigde Staten willen verschijnen, we ook ons eigen functioneren zullen moeten verbeteren.
James Elles (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat er een heel belangrijk verslag voor ons ligt, gegeven het feit dat onze rapporteur, Francisco Millán Mon, het vrijwel unaniem door de Commissie buitenlandse zaken heeft kunnen loodsen. Ik heb dat niet eerder meegemaakt: dat alle fracties daadwerkelijk samenwerken om te laten zien dat zij voor een sterker trans-Atlantisch partnerschap zijn. Het is mij zelfs opgevallen dat we in dit verslag voor het eerst spreken van het meest strategische partnerschap dat we hebben. We hebben nog een heleboel andere, maar dit is het belangrijkste voor ons in de Europese Unie.
Zoals al eerder is gezegd, wordt er een nieuwe toon aangeslagen, maar ik heb ook het gevoel dat die toon afkomstig is van de Amerikanen die kijken wat Europa kan doen als partner in het mondiale stelsel en dat wij vervolgens moeten bedenken wat wij aan dat proces kunnen bijdragen.
Ik denk dat het hoogtepunt van het debat was toen u, mevrouw de commissaris, zei dat we op zoek zijn naar een meer strategische dialoog, de mogelijkheid om naar trends op lange termijn te kijken, zoals in het rapport van de National Intelligence Council (NIC) over de periode tot 2025 gebeurt, om nog verder te kijken en te ontdekken dat we een gemeenschappelijke analyse kunnen delen, om tot gezamenlijke actie te komen als gevolg daarvan. Ik vermoed dat er enige ontwikkeling binnen de Europese Unie nodig is, misschien in de vorm van steun in de begroting voor 2010, om onze eigen ideeën voor de lange termijn te formuleren – want er vindt erg weinig langetermijndenken plaats, noch in de Commissie, noch in dit Huis, over langdurige trends zoals beschreven in het rapport van de NIC.
Al doende zullen we een manier moeten vinden om een gelijkwaardiger speelveld in te richten voor de betrokkenheid van Europeanen en Amerikanen bij deze debatten. De laatste vijf jaar hebben we in Brussel een enorme toestroom beleefd van denktanks uit de VS die ons vertellen wat we op bepaalde beleidsaspecten zouden moeten doen, maar er zijn erg weinig Europeanen die in Washington aan de Amerikanen kunnen overbrengen wat onze ideeën zijn over de vormgeving van hun Europese beleid. We zullen ons daarop moeten richten om de juiste invloed op de begroting te hebben en zo’n effect te bereiken dat we een gelijkwaardige inbreng in onze trans-Atlantische discussies kunnen hebben.
Ana Maria Gomes (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het trans-Atlantisch partnerschap, uit de door de regering-Bush achtergelaten puinhopen gered door de verkiezing van Obama, is niet langer toereikend om de grote problemen van de mensheid op te lossen, maar het is nog altijd noodzakelijk.
Europa moet deze kans aangrijpen en met de VS een exitstrategie voor de huidige mondiale crisis formuleren waarmee de veiligheid van de mensheid wordt zekergesteld – en dat betekent niet alleen een hervorming van het internationale financiële stelsel maar ook regulering van het gehele globaliseringsproces en investeringen in een duurzame economie op wereldschaal.
We hebben meer Europa en een sterker Europa nodig om Obama te helpen Guantánamo te sluiten, een eind te maken aan de geheime gevangenissen, een alternatieve strategie te definiëren voor de veiligheidsproblemen in Afghanistan, Pakistan, Iran en Sudan, en gerechtigheid en vrede tot stand te brengen voor Israëliërs en Arabieren.
We hebben een sterker Europa en een reëel partnerschap met de VS nodig om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te bereiken. Alleen met een EU die in staat is een deel van de lasten te dragen en haar mondiale verantwoordelijkheid te nemen, een EU die meer is dan de som van haar delen, zullen we serieus worden genomen in Washington, het beleid van de regering-Obama kunnen beïnvloeden en een positie innemen die het reële trans-Atlantische partnerschap mogelijk maakt dat de wereld nog altijd nodig heeft.
István Szent-Iványi (ALDE). – (HU) Barack Obama zei vorig jaar tijdens zijn toespraak in Berlijn dat de Verenigde Staten geen betere partner in de wereld hebben dan Europa. Het is de hoogste tijd dat wij ook uitspreken dat we geen belangrijkere en betere partner in de wereld hebben dan de Verenigde Staten. We moeten bondgenoten zoeken bij landen die dezelfde waarden en belangen hebben en niet bij landen die heel ver van ons af staan.
Europa heeft geen alternatief voor de trans-Atlantische betrekkingen. De hele westerse wereld ziet zich geconfronteerd met grote uitdagingen: internationaal terrorisme, proliferatie, klimaatverandering en de economische crisis. Hiertegen kunnen we alleen samen succesvol optreden en resultaten boeken.
Wat betreft de economische crisis is in elk land de verleiding merkbaar om over te gaan tot protectionisme. Dat geldt ook voor de Verenigde Staten, daar werd immers een ‘Buy American’ programma aangekondigd. We moeten samen optreden tegen het protectionisme, want in plaats van ons te beschermen, schaadt het protectionisme ons allemaal.
De verwachtingen rondom de eerste Europese tournee en het bezoek van Obama zijn hoog gespannen. We verwachten van de G20-top dat hier de institutionele fundamenten worden neergelegd voor gezamenlijk optreden en gemeenschappelijke regels waarmee we de wereldwijde economische crisis de baas kunnen worden.
Europa heeft de ambitie om een serieuze speler op het internationale toneel te worden. In het Verdrag van Lissabon worden de institutionele voorwaarden hiervoor gecreëerd, maar niets kan in de plaats komen van politieke wil. We moeten een grotere rol opeisen in het internationale leven, alleen dan kunnen we onze ambities verwezenlijken.
Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE). – (RO) Ik dank de heer Millán Mon hartelijk voor zijn uitstekende verslag over de trans-Atlantische betrekkingen.
Als leden van het Europees Parlement dienen we erop aan te dringen dat de Europese Unie en de Verenigde Staten een gezamenlijke strategie voor de volgende zes landen in Oost-Europa ontwikkelen: Moldavië, Oekraïne, Georgië, Armenië, Azerbeidzjan en Wit-Rusland. Deze landen staan in het middelpunt van het Europese nabuurschapsbeleid en dus kunnen er op de lange termijn specifieke resultaten bereikt worden door uitvoering van het nieuwe Oostelijk Partnerschap en in relatie tot de Zwarte Zeesynergie. Het verheugt mij dat mijn amendement over dit onderwerp in het verslag is opgenomen en ik dank de collega’s voor hun steun voor dit idee.
Een ander punt van bijzonder belang is het voorstel van de rapporteur om visa voor Europese ingezetenen die naar de Verenigde Staten willen reizen af te schaffen. Alle ingezetenen van Europa horen gelijk behandeld te worden. Het is onaanvaardbaar voor een bepaalde groep onder hen om als tweederangs burgers behandeld te worden.
Ik zou u willen wijzen op belangrijke stappen die zijn gezet om te komen tot een visumontheffing. Zo heeft Roemenië in januari 2009 nieuwe, biometrische paspoorten ingevoerd, die zijn voorzien van een chip waarop burgergegevens worden opgeslagen. In die gegevens zijn vijftig veiligheidselementen opgenomen, achttien meer dan in gangbare paspoorten. Dat neemt niet weg dat biometrische paspoorten voor mij geen voorwaarde zijn om tot het visumontheffingsprogramma toegelaten te worden.
Opname van alle lidstaten van de Europese Unie in het visumontheffingsprogramma hoort een van de prioriteiten in de dialoog tussen de Europese Commissie en de Verenigde Staten te zijn.
Józef Pinior (PSE). – (PL) (microfoon staat in eerste instantie uit) (...) zo verwoordde president Barack Obama zijn boodschap tijdens de G20-top in Londen. De economische crisis stelt een uitdaging aan de gehele wereld, maar biedt tevens de gelegenheid om de trans-Atlantische betrekkingen te verdiepen en te herformuleren. Het verslag van collega Mon gaat in op de strategische aspecten van het partnerschap tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Er blijkt duidelijk uit dat het Europees Parlement grote waarde hecht aan de trans-Atlantische betrekkingen.
Dit nieuwe hoofdstuk in de betrekkingen tussen de EU en de VS dient ook te worden aangewend om de activiteiten van EU-instellingen in de Verenigde Staten uit te breiden. Ik denk aan Europese instellingen, Europese universiteiten en Europese stichtingen. Nu is de tijd om onze samenwerking opnieuw vorm te geven, nu kan Europa zichzelf presenteren in Washington, nu kan het in de Verenigde Staten laten zien wat het in huis heeft op het gebied van Europese wetenschap, Europese cultuur en Europese beschaving. Laten we gebruik maken van het feit dat de Verenigde Staten een nieuwe president heeft, een president die de VS vertegenwoordigt zoals Europa het altijd beschouwd heeft: een symbool van democratie en vrijheid.
Toomas Savi (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, president Obama heeft gezegd: “Amerika heeft geen betere partner dan Europa.” Ik denk dat ik namens velen van ons spreek wanneer ik zeg dat dit gevoel wederzijds is. Met de verkiezing van president Obama is een nieuw hoofdstuk begonnen in de trans-Atlantische betrekkingen, die ernstig waren verslechterd. Als ondervoorzitter van de delegatie voor de betrekkingen met Canada heb ik zelfs een keer een situatie moeten meemaken waarin Canada optrad als bemiddelaar tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten.
Mijn tweede punt: ik verwelkom president Obama’s streven naar diplomatiek contact met de Islamitische Republiek Iran. Als aanhanger van de Vrienden van een Vrij Iran hoop ik echter dat ook de democratische oppositie in Iran bij het proces betrokken wordt. De onderhandelingen met Iran moeten in alle opzichten transparant zijn. Deze nieuwe fase in de betrekkingen tussen de EU en de VS zullen zich hopelijk ook uistrekken tot de Amerikaanse betrekkingen met derde landen. Europa’s hoge verwachtingen van president Obama moet nu kracht worden bijgezet met daden.
Alojz Peterle (PPE-DE). - (SL) De Nieuwe Trans-Atlantische Agenda was nieuw in 1995. In die jaren is er veel veranderd, daarom hebben we een nieuw partnerschapverdrag nodig.
We bevinden ons twintig jaar na de val van de Berlijnse muur waarna een historische uitbreiding van de Europese Unie is gevolgd. In die periode hebben we de tragische opleving van het terrorisme en nieuwe bedreigingen voor de vrede in de regio meegemaakt. We zijn ons van de klimaatsveranderingen bewust geworden, we werden met de financiële, economische en energiecrisis geconfronteerd. Het zou nuttig zijn als we na de ineenstorting van het communisme samen de balans zouden opmaken en de algemene toestand van de wereld met meer gevoeligheid voor de wederzijdse afhankelijkheid van de globale spelers zouden benaderen. We moeten een verdiept partnerschap met de VS ontwikkelen in de context van nieuwe uitdagingen en inzichten.
Het gaat niet enkel om de financiële en economische crisis, het gaat ook om een crisis van globaal leiderschap. We moeten op verschillende fronten tegelijk vooruitgaan. We zullen niet slagen in de hervorming van het internationale financiële systeem tenzij er vooruitgang is in het Doha-proces en tenzij we er beter in slagen vrede te brengen en armoede te bestrijden.
Als we het hebben over een doeltreffend multilateralisme, moeten we dat zo ontwikkelen dat we allemaal winnen. ‘Yes, we can.’
In die geest pleit ik voor regelmatige politieke raadplegingen tussen beide partners en vooral voor een versterking van de parlementaire dimensie bij de samenwerking met de instellingen van de trans-Atlantische gemeenschap. In het verslag verheugt me vooral de nadruk op het wegwerken van beperkingen voor investeringen en trans-Atlantische financiële diensten.
Tot slot ben ik tevreden met de wil die in het verslag tot uitdrukking komt om bij ruimteprogramma‘s een nauwere samenwerking te realiseren, vooral tussen het Europese Ruimteagentschap ESA en NASA. Dat betekent niet dat ik astronaut wil worden, ik ben eerder in nieuwe technologieën geïnteresseerd.
Helmut Kuhne (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de overgrote meerderheid van de burgers van de Europese Unie, waarschijnlijk de meerderheid van de regeringen in de Europese Unie en zeer waarschijnlijk de meerderheid van de leden van dit Parlement hebben in november gehoopt dat Barack Obama president zou worden. Dat is in orde, hoewel uit een aantal bijdragen aan dit debat is gebleken dat sommigen enigszins sceptisch waren of het allemaal wel zo goed is verlopen.
Natuurlijk moet Europa ook in de toekomst zijn eigen standpunten zelfbewust verdedigen. De tijden van leedvermaak in de commentaren over de Verenigde Staten zijn echter voorbij, omdat we niet alles meer zomaar op George Bush af kunnen schuiven, en dat betekent dat we een nieuwe taak hebben. Het beleid van de Europese Unie en van dit Parlement voor de trans-Atlantische betrekkingen mag zich er niet meer toe beperken om eisen te stellen aan de Verenigde Staten, we moeten van nu af aan ook vertellen wat we ertoe willen bijdragen dat dit partnerschap efficiënt wordt.
Neem bijvoorbeeld Afghanistan, dat meerdere malen is genoemd. Wat willen wij als Europese Unie doen om de politiemissie te versterken en een duidelijker profiel te geven, om de civiele ondersteuning en de civiele wederopbouw in dit land te versterken? Dat is eigenlijk onze taak als EU – het militaire deel kan in NAVO-verband worden aangepakt. Maar dit moeten wij heel concreet bespreken. Wat zouden wij te bieden kunnen hebben?
Janusz Onyszkiewicz (ALDE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, gedurende vijftig jaar na de oorlog gold als basis voor de veiligheid in West-Europa de nauwe samenwerking met de Verenigde Staten en het principe dat veiligheid ondeelbaar is, dat de veiligheid van de Verenigde Staten direct verbonden is met de veiligheid van Europa. Ook nu de Koude Oorlog ten einde is, en een mogelijk groot conflict in Europa hopelijk voor onbepaalde tijd is uitgesteld, dient dit principe echter niet te worden losgelaten. Integendeel, het dient te worden gehandhaafd als basis voor onze visie op gemeenschappelijke veiligheid.
Ten tweede wil ik refereren aan wat de heer Kuhne zojuist zei. De Verenigde Staten heeft het tijdperk van eenzijdige politiek achter zich gelaten en is klaar voor de dialoog met Europa, klaar om met Europa als partner gemeenschappelijke beslissingen te nemen. De vraag is of wij hier klaar voor zijn, en of we bereid zijn om deze gezamenlijke beslissingen op betrouwbare wijze uit te voeren.
Tunne Kelam (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de heer Millán Mon heeft een belangrijk en uistekend verslag gepresenteerd. Nu is de vraag hoe we het kunnen uitvoeren zonder tijd te verliezen.
De mondiale economische crisis vormt een praktische stimulans voor de twee grootste democratieën ter wereld om hun krachten te bundelen op basis van gemeenschappelijke waarden en soortgelijke economische stelsels, omdat meer dan de helft van het bruto binnenlands product van de wereld wordt gegenereerd door de Verenigde Staten en de Europese Unie bij elkaar. De heer Severin heeft heel terecht gewezen op de strategische wederkerigheid dat Europa een sterke VS nodig heeft en de VS een sterk Europa. Als deze beide partners hun activiteiten beter en doelmatiger zouden kunnen coördineren, zou dat een intens positief effect hebben op de stabiliteit in de wereld en op een groot aantal specifieke regionale problemen.
Ja, meer belangstelling voor Europa, meer flexibiliteit en openheid van de kant van de nieuwe Amerikaanse regering bieden welkome mogelijkheden die benut moeten worden. Maar we moeten te allen tijde onthouden dat de betrekkingen met de VS het belangrijkste strategische partnerschap van de EU blijven. Het is echter geen tijd voor plechtige verklaringen; het is tijd voor uitvoering en daarvoor worden in dit verslag drie concrete prioriteiten benadrukt. We roepen op tot overeenstemming over een gemeenschappelijke agenda met doelstellingen op korte en lange termijn voor zowel mondiale als regionale problemen. We roepen op tot vervanging van de veertien jaar oude relatie door een nieuwe trans-Atlantische partnerschapsovereenkomst waarin ook een Economische Raad moet worden opgenomen. En we roepen op tot de oprichting van een Trans-Atlantische Politieke Raad en opwaardering van de parlementaire betrekkingen in de vorm van een gemeenschappelijke parlementaire commissie.
Martí Grau i Segú (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, met de verkiezing van president Obama beleven de Verenigde Staten historische momenten, waarvan het belang in Europa ruimschoots wordt gevoeld en erkend.
Europa zit op dit moment op dezelfde golflengte als president Obama wanneer we het hebben over politiek handelen dat kan worden samengevat met de kernwoorden “wederopbouw”en “herstel”.
De toespraak die premier Brown hier gisteren heeft gehouden is een goed voorbeeld van dit wederzijdse begrip. De woorden “wederopbouw”en “herstel” verdienen ongetwijfeld een hoofdrol in de huidige situatie van crisis, die wij willen aangrijpen om een ontwikkeling naar een groene economie te bevorderen, waarin groei en bescherming van het milieu elkaar niet bijten, maar perfect aanvullen.
Maar ook kunnen we spreken van “wederopbouw”en “herstel” van de bruggen tussen Europa en de Verenigde Staten, die in het afgelopen decennium verzwakt waren.
De terugkeer van de Verenigde Staten naar het multilateralisme is een heel goed signaal voor Europa en maakt de verwezenlijking van onze doelen – wereldwijde vrede, rechtvaardigheid en welzijn – beter haalbaar.
Vanuit de Europese instellingen moeten we allerlei soorten interacties bevorderen tussen organisaties, de academische wereld, de media en vertegenwoordigers van de sociale sector om deze kloof te overbruggen.
Luís Queiró (PPE-DE). – (PT) In tegenstelling tot onze collega Ana Gomes, die zojuist heeft gesproken en meent dat de trans-Atlantische betrekkingen met de verkiezing van Obama uit hun as zijn herrezen, geloof ik dat de berichten over het verscheiden van deze betrekkingen zwaar overdreven waren. Dit verslag bewijst dat, en ik wil de rapporteur daarom gelukwensen.
Europa en de Verenigde Staten zijn al heel lang bondgenoten en ze zijn voor de welvaart, ontwikkeling en mondialisering onmisbaar. Europa en Verenigde Staten hebben al heel lang met dezelfde uitdagingen te maken en ze hebben zelfs dezelfde vijanden – al zijn er vooral aan deze zijde van de Atlantische Oceaan wel enkelen die dat niet graag erkennen. De Europeanen en Amerikanen weten bovendien al heel lang wat er moet worden gedaan om een antwoord te formuleren op de behoeften van een wereld die nog steeds onrechtvaardig en gevaarlijk is, sterke ongelijkheden vertoont en nu ook nog eens overal in een crisis verkeert.
De crisis mag ons echter niet bewegen om een stap terug te doen. We moeten diplomatieke vastberadenheid blijven tonen en al die politieke en militaire inspanningen doen die we als bondgenoten verplicht zijn te doen. We moeten niet terug naar een soort planeconomie of toestaan dat er weer protectionisme wordt bedreven. Dat zou voor het weer op gang komen van onze economieën fataal zijn.
Omdat we nu over een open wereldeconomie beschikken hebben Europa en de Verenigde Staten nu sterke bondgenoten in Japan, India, Brazilië en een aantal landen in Azië.
Niettegenstaande de huidige crisis zijn er nog steeds veel volkeren op deze wereld die de blik op onze landen gericht houden en ernaar streven ooit net als wij te leven. Voor al deze volkeren moeten Europa en de Verenigde Staten opnieuw het bondgenootschap worden dat de economie van de welvaart leidt, en deze welvaart deelt en over de gehele wereld verbreidt.
Daarom is de volgende G20-Top zo belangrijk. Niet omdat het een gelegenheid is om vast te stellen wie er het dichtst bij Barack Obama zit, maar omdat het een gelegenheid is om te bewijzen dat we antwoorden hebben en een leidersrol kunnen vervullen, dat we met de nieuwe landen kunnen samenwerken bij het doorvoeren van de nodige hervormingen, in de wetenschap dat alleen een economisch model dat is gebaseerd op de creatieve vermogens van mensen in staat is welvaart – ik zeg welvaart, niet rijkdom –, banen en ontwikkeling te verwezenlijken en de crisis te boven te komen.
Het is eenvoudigweg zo, mijnheer de Voorzitter, dat er geen enkele andere manier is – geen duurzame manier, althans – om nieuwe banen te creëren of daadwerkelijk solidair te zijn met degenen die onze solidariteit op dit moment het hardste nodig hebben.
Dushana Zdravkova (PPE-DE) . – (BG) Mevrouw de commissaris, ik wil de rapporteur, de heer Millán Mon, danken voor zijn uitvoerige verslag en voor het duidelijke standpunt dat daarin tot uitdrukking is gebracht inzake de intrekking van het visumregime.
Vier jaar na het begin van de onderhandelingen tussen de VS en de Europese Unie over visumvereisten moeten 80 miljoen burgers van de lidstaten nog steeds in de rij staan en een Amerikaans visum in hun paspoort aanvragen. Ondanks het feit dat tot dusver grote vorderingen zijn gemaakt, weigert de Amerikaanse regering om de beslissende stap te nemen en het beginsel van wederkerigheid toe te passen op de resterende vijf lidstaten, en deze landen op te nemen in het visumontheffingsprogramma.
In onze resolutie van 22 mei 2008 hebben we ertoe opgeroepen de onderhandelingen over de uitbreiding van het visumontheffingsprogramma tot alle lidstaten vóór de Europese verkiezingen in juni af te ronden. Het gebrek aan vooruitgang op dit punt is zorgwekkend, wat ook geldt voor de talrijke aanwijzingen in de pers dat de VS hun koers niet echt zullen wijzigen.
Ik zou ook willen wijzen op het bezoek dat commissaris Barrot vorige week aan Washington heeft gebracht, waar de onderhandelingen over de afschaffing van de visumbeperkingen werden voortgezet. Het is nog niet duidelijk wat de concrete resultaten van dit bezoek zullen zijn. Ik vrees dat we, ondanks alle inspanningen van de Commissie, onze doelstellingen niet voor het eind van deze zittingsperiode van het Europees Parlement zullen bereiken.
Ik wil echter opmerken dat het optreden van individuele lidstaten er in sommige gevallen helaas niet toe bijdraagt dat de Amerikaanse partners de Europese Unie als één geheel kunnen beschouwen. Daarom wil ik deze gelegenheid aangrijpen om alle Europese regeringen te verzoeken hun beleid te wijzigen en concrete stappen te ondernemen om de vertegenwoordigers van de Europese Commissie de nodige ruggensteun te geven.
Daarnaast dring ik er bij alle andere leden op aan hun steun te verlenen aan de verklaring waartoe sommige leden, waaronder ook ik, het initiatief hebben genomen en waarin zij ervoor pleiten dat de Verenigde Staten het visumregime voor burgers van alle lidstaten van de Europese Unie intrekken.
Urszula Gacek (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de verkiezing van president Obama is met groot enthousiasme begroet in zowel de Verenigde Staten als Europa, maar er wordt veel verwacht van de 44e president van de VS. Hij ziet zich gesteld voor een reeks uitdagingen waaraan sinds mensenheugenis geen enkele Amerikaanse leider in vredestijd het hoofd heeft hoeven bieden. In het binnenland heeft hij een financiële en economische crisis die grenst aan een ineenstorting van de financiële markten, die de wereldeconomie ondergraaft en die nog lang niet is opgelost. Hij heeft zich verplicht een oplossing te vinden voor het door oorlog verscheurde Afghanistan en voor de gevolgen die dat conflict oplevert in Pakistan. Hij wordt geconfronteerd met het gevaar van een Iran dat steeds dichter bij de status van kernwapenmacht komt.
Wij geloven in sterke trans-Atlantische betrekkingen op basis van onze gemeenschappelijke waarden: democratie en de vrijemarkteconomie. Wij respecteren de prioriteiten die president Obama en zijn nieuwe regering voor zichzelf hebben gesteld. Wij zijn niet beledigd als de VS ziet dat sommige van die doelen alleen kunnen worden bereikt in samenwerking tussen de VS en Rusland. Europa reikt de Verenigde Staten zijn open hand. Nog maar een paar weken geleden hebben wij ons in deze Kamer opengesteld voor samenwerking om tot sluiting van Guantánamo Bay te komen en voormalige gevangenen te herhuisvesten.
Lidstaten uit het voormalige Oostblok zijn een bijzondere dank verschuldigd aan de Verenigde Staten. Wij zijn al verscheidene jaren voordat wij lid werden van de EU, opgenomen in de trans-Atlantische gemeenschap. Polen heeft van zijn kant deze dankbaarheid uitgedrukt in de bereidheid om de VS te steunen wanneer dat maar nodig is, ook met militaire betrokkenheid in Irak en Afghanistan. Ik doe een beroep op de nieuwe regering om deze steun niet helemaal als vanzelfsprekend te beschouwen. Een jongere generatie Polen, die is opgegroeid in een democratie, heeft de verschuldigde dankbaarheid snel vergeten. Bij de realisering van hun bredere doelen mogen de VS niet vergeten dat deze loyale bondgenoten gevoeligheden hebben, vooral wanneer er op de Amerikaans-Russische reset-knop wordt gedrukt.
Geoffrey Van Orden (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil enkele waarschuwende woorden uitspreken, vooral in de richting van de nieuwe regering-Obama. Gedurende de afgelopen zestig jaar hebben de Verenigde Staten zich verschillende houdingen aangemeten tegenover de Europese integratie. Vanzelfsprekend bezien zij deze vanuit het perspectief van een buitenstaander en kunnen zij zich zelfs inbeelden – ten onrechte, naar ik meen – dat het proces vergelijkbaar is met Amerika’s eigen historische ervaring. Deze visie wordt aangemoedigd door de overheersende federalistische neiging in de Europese instellingen. Het gevaar bestaat dat Amerikaanse gesprekspartners het eigen verhaal van de EU als feit aannemen en niet als een verhaal dat wordt gepresenteerd als documentaire maar dat veel misleidende en verzonnen inhoud bevat.
De VS moeten begrijpen dat velen van ons vinden dat de EU de verkeerde richting opgaat en dat haar streven om een staat met de naam Europa te stichten niet de wensen weerspiegelt van onze burgers, gehecht als zij terecht zijn aan de soevereiniteit van onze natiestaten en de mogelijkheid om regeringen te kiezen en naar huis te sturen.
Het is ook niet in het belang van de Verenigde Staten als de uit vrije wil door veel Europese landen aangegane coalities worden overstemd door een Europese Unie met andere ideeën.
Ik moet zeggen dat ik veel respect heb voor de heer Millán Mon en dat ik het eens kan zijn met veel van de opvattingen in zijn verslag, maar niet met het belangrijkste streven ervan: het verheffen van de EU tot een instelling die onze enige woordvoerder in de omgang met de Verenigde Staten is.
Ioan Mircea Paşcu (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de eenheid van het Westen heeft ons weliswaar geholpen onze onafhankelijkheid te veroveren en een einde te maken aan de Koude Oorlog, maar tegen de tijd dat onze landen lid werden van de NAVO en de EU waren de trans-Atlantische betrekkingen niet op hun best.
De huidige crisis en de gemeenschappelijke problemen die zij veroorzaakt – verslechtering van de veiligheidssituatie, mondiale kwesties als energie, klimaatverandering, nucleaire proliferatie en de nieuwe machtscentra, regionale kwesties als het Midden-Oosten, Afghanistan, Pakistan, Iran en Afrika – vereisen maximale intensivering van de trans-Atlantische samenwerking.
In deze context betekent het verslag een positieve bijdrage doordat in de eerste plaats manieren aan de hand worden gedaan om die samenwerking te institutionaliseren, om gezamenlijk Rusland en de zes Oost-Europese landen te benaderen, om één trans-Atlantische markt tot stand te brengen, om geleidelijk onze financiële markten te integreren en het visumontheffingsprogramma van de VS uit te breiden tot alle lidstaten van de EU.
We mogen niet falen. De prijs die het Westen daarvoor zou betalen, zou het verlies aan initiatief in de wereldpolitiek zijn, mogelijk voor lange tijd.
Alexandru Nazare (PPE-DE). – (RO) Afgaande op de ontwikkelingen van de laatste jaren in de Europese Unie, binnen de regering van de VS en in de wereldpolitiek lijkt mij nu de tijd gekomen om het trans-Atlantische partnerschap te evalueren en aan de veranderde omstandigheden aan te passen.
Wat dat betreft komt het verslag van de heer Millán Mon als geroepen en ik maak van de gelegenheid gebruik hem ermee te feliciteren. Dit verslag vormt een bijzonder nuttige inventarisatie van Europa‘s prioriteiten in de omgang met de Verenigde Staten. Het doet mij verder deugd dat de amendementen die ik naar voren heb gebracht in het verslag zijn opgenomen.
Ik zou een paar opmerkingen willen maken.
Ten eerste vind ik dat de samenwerking op het gebied van veiligheid voortgezet moet worden. Het is tijd dat Europa een grotere bijdrage levert aan de oorlogsinspanningen in Afghanistan, waar de toekomst van de regio op het spel staat. Ik wil er tevens op wijzen dat mijn land, Roemenië, de inspanningen van Verenigde Staten in zowel Irak als Afghanistan gesteund heeft.
Wat vervolgens het energiedossier betreft, denk ik dat gezamenlijk optreden vereist is om onderzoeksprogramma’s op elkaar af te stemmen en nieuwe, schone energiebronnen aan te boren.
Wat de betrekkingen met Rusland betreft, denk ik dat dit een goed moment is om te komen tot een consistente opstelling in de relatie tussen enerzijds de Verenigde Staten en Europa en anderzijds Rusland.
Tot slot zou ik mijn waardering uit willen spreken voor de bijzonder constructieve voorstellen voor het oprichten van trans-Atlantische advieslichamen, ook op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid.
Luis Yañez-Barnuevo García (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, we zouden “Hoera! Hoera!” moeten roepen: weer een wonder van president Obama, die na vele jaren dit Parlement en de Europese Unie heeft verenigd in een gezamenlijk doel, het versterken van de trans-Atlantische betrekkingen.
Er is ooit een vergelijkbaar moment geweest, toen Bill Clinton en Felipe González in 1995 de trans-Atlantische overeenkomsten ondertekenden. Op dat moment bestond er groot optimisme over de toekomst. Daarna kwamen de acht zwarte jaren van het presidentschap van de heer Bush, die diepe verdeeldheid zaaide onder de Europese regeringen – niet zozeer onder de bevolking – en wiens regering steeds meer beginselen die voor de Europese Unie van wezenlijk belang zijn, zoals multilateralisme en het steunen van de Verenigde Naties en de internationale rechtsorde, overboord zette.
Dit wordt nu allemaal weer opgebouwd en we hebben gefundeerde hoop voor de toekomst van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Daarom feliciteer ik de heer Millán Mon met dit briljante verslag, dat op zo’n goed moment komt voor de versterking van de betrekkingen tussen beide continenten.
Íñigo Méndez de Vigo (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik sluit me aan bij het “Hoera!” van de heer Yañez-Barnuevo García, omdat ik denk dat dit verslag een keerpunt vormt in de betrekkingen met de Verenigde Staten.
Een goede vriendin van me zei niet zo lang geleden tegen me dat ze in de Verenigde Staten was geweest en dat ze zich had verbaasd over het gebrek aan kennis over de nieuwe instellingen en de nieuwe procedures die in het leven zullen worden geroepen als het Verdrag van Lissabon in werking treedt.
En als ik in het voortreffelijke verslag van de heer Millán Mon één ding als heel positief zou moeten beoordelen en waarderen, is het precies dat, het feit dat het de trans-Atlantische betrekkingen voor ons in de context van het Verdrag van Lissabon plaatst en alle grote mechanismen behandelt die door dat Verdrag van Lissabon worden gecreëerd om ervoor te zorgen dat de Europese Unie betrekkingen met de Verenigde Staten kan blijven onderhouden waarin we op vertrouwelijke voet met elkaar kunnen blijven omgaan.
Het verschaft ons Europeanen de instrumenten die nodig zijn om handen en voeten te geven aan die gisteren, vandaag en zonder twijfel ook morgen zo noodzakelijke Europese wens.
Mijn gelukwensen, mijn “Hoera!” ook aan het adres van de heer Millán Mon voor het uitstekende verslag dat hij heeft afgeleverd.
Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben dankbaar voor al uw bijdragen en opmerkingen in dit debat. Het verheugt mij dat het Europees Parlement, de Commissie en het voorzitterschap in hoge mate dezelfde visie hebben op de belangrijkste zaken met betrekking tot de strategische dialoog tussen de EU en de VS. Ik ben blij dat ik zoveel steun heb horen uitspreken voor de onderwerpen die we hebben uitgekozen voor onze eerste informele ontmoeting met president Obama: ten eerste energiezekerheid en klimaatverandering, ten tweede economische samenwerking en ten derde samenwerking op het gebied van veiligheid en externe betrekkingen.
Ik heb zorgvuldig geluisterd naar andere opmerkingen die zijn gemaakt, bijvoorbeeld over de noodzaak om een nieuwe trans-Atlantische agenda op te stellen, om de samenwerking in de buitenlandse hulpverlening en het ontwikkelingsbeleid te verdiepen, om samen te werken bij justitiële en binnenlandse zaken, om het momentum van de Trans-Atlantische Economische Raad vast te houden, om de oprichting van een Trans-Atlantische Politieke Raad te onderzoeken, enzovoort. We zullen daarmee rekening houden tijdens de voorbereiding van de reguliere top van de EU en de VS, te houden in juni.
Degenen van u die andere zaken aan de orde hebben gesteld, zoals de visumontheffing – omdat niet alle EU-landen daaraan deelnemen – zullen zich herinneren dat mijn land een jaar geleden initiatieven op dat gebied heeft genomen. Er is ook over gedebatteerd in dit Parlement, dus ik kan u verzekeren dat wij deze kwestie eveneens zullen blijven aankaarten bij de Amerikaanse regering.
Tot slot wil ik de volgende overwegingen toevoegen. Het lijkt duidelijk dat de nieuwe Amerikaanse regering goed heeft geluisterd naar veel van de boodschappen die wij haar de laatste maanden en jaren hebben gezonden over de trans-Atlantische betrekkingen. Zij reageert nu. Wij worden nu bijvoorbeeld gevraagd om een grotere strategische inbreng inzake Afghanistan. Ook is het duidelijk dat wordt verwacht dat die strategische inbreng gepaard gaat met heel praktische toezeggingen, dus ik ben ervan overtuigd dat u dit zult onthouden wanneer onze praktische bijdrage aan de toekomstige Afghaanse missie ter sprake komt. Het mag geen verrassing voor ons zijn zodra we eenmaal zijn verwikkeld in een diepgaand, serieus debat. Toen president Obama vorig jaar in Berlijn zei dat Amerika geen betere partner heeft dan Europa, legde hij niet simpelweg een beginselverklaring af maar nodigde hij Europa uit het bewijs te leveren.
Ten tweede is het voor ons allen duidelijk dat de uitdagingen waarvoor wij staan talrijker en complexer worden. Om terug te komen op een van mijn inleidende opmerkingen: wanneer de EU en de VS het eens worden kunnen we helpen de mondiale agenda op te stellen. Dat betekent ook dat wij ons aandeel nemen in het leiderschap en dat wij anderen ertoe brengen hun steun te geven en middelen te verschaffen voor de gestelde doelen. Maar als zij dat wil kunnen doen en een geloofwaardige partner van de VS wil zijn, moet de EU zoveel mogelijk met één stem spreken.
Het Tsjechische voorzitterschap zal ervoor blijven zorgen dat het trans-Atlantisch partnerschap een van de hoekstenen van het buitenlands beleid van de EU blijft. Ik zie ernaar uit deze relatie verder te ontwikkelen terwijl we samen nieuwe uitdagingen aangaan en ik zie daarbij uit naar voortgaande samenwerking met dit Parlement.
Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals velen hebben gezegd toont dit debat aan dat het gaat om de manier waarop we de belangrijkste zaken samen kunnen uitvoeren met zo’n cruciale strategische partner als de Verenigde Staten van Amerika.
Omdat ik aan het begin nogal wat heel duidelijke en praktische opmerkingen heb gemaakt, zal ik mij nu beperken tot een paar concrete opmerkingen.
Ten eerste is de rol van wetgevers in en het institutionele kader van de betrekkingen tussen de EU en de VS heel belangrijk. In beginsel zijn wij ondubbelzinnig voor sterkere banden tussen de wetgevende machten in de EU en de VS. Uiteraard moet de drijvende kracht hiervoor primair uitgaan van de wetgevers zelf. Ik weet dat het Europees Parlement daartoe bereid is en hetzelfde moet gelden voor het Congres. Toch denk ik dat het de moeite waard is als wetgevers uit de EU ook intensievere contacten ontwikkelen met de Senaat, die een langere electorale cyclus heeft, en met Congresleden wier sectordeskundigheid de agenda van de Trans-Atlantische Economische Raad ten goede zou kunnen komen.
Zoals gezegd zal het Verdrag van Lissabon, als en wanneer het in werking treedt, ook het Parlement een krachtiger rol geven bij de vormgeving van de dialoog tussen de EU en de VS, in het bijzonder op het gebied van toezichtzaken; zoals is opgemerkt zullen ook denktanks heel belangrijk zijn, niet alleen vanuit de VS in onze richting maar ook vanuit de EU in de richting van de VS.
Wat betreft Europees-Amerikaanse instellingen wil ik eerst waarschuwen dat de trans-Atlantische agenda moet worden bepaald door de inhoud en niet door het proces. In onze eerste ontmoetingen met president Obama zal het daarom, zoals ik eerder heb gezegd, belangrijk zijn om te tonen dat we ons kunnen focussen op resultaten.
Ik heb echter goede nota genomen van uw oproep tot een herziening van de bestaande afspraken in het kader van de nieuwe trans-Atlantische agenda. Ik ben van plan een herziening van de structuren te initiëren om te bevorderen dat ze betere resultaten opleveren, en de Commissie zal voorstellen ter zake presenteren.
Laat ik ook kort iets zeggen over de Trans-Atlantische Economische Raad (TEC). De heer Verheugen heeft op 23 maart 2009 al een ontmoeting gehad met zijn nieuwe Amerikaanse collega Froman. De belangrijkste onderwerpen voor de TEC zijn onder de nieuwe regering de volgende. Allereerst het zichtbaarder maken van politiek-strategische kwesties en een vermindering van de hoeveelheid technische zaken op de agenda’s van topontmoetingen. Ten tweede de tijdshorizon voor een toekomstig werkprogramma – hier wil de heer Verheugen een perspectief voor de zeer lange termijn vastleggen, maar dit moet worden afgewogen tegen het mandaat van deze Commissie en we hebben ook enkele resultaten op korte termijn nodig. Ten slotte de manier van omgaan met druk van de lidstaten, die we een tussentijds programma hebben beloofd (maar nog niet hebben geleverd), om meer te worden betrokken bij het werk van de TEC.
Vervolgens wil ik erop wijzen dat we een gemeenschap zijn die waarden deelt met de Verenigde Staten, al moeten er nog wel dingen gebeuren. Daarom zullen we de VS moeten blijven aanmoedigen de belangrijkste mensenrechtenverdragen van de Verenigde Naties te ondertekenen, waaronder die tegen de discriminatie van vrouwen en voor de rechten van het kind, om er maar een paar te noemen. Dit geldt ook voor ons standpunt over het Internationaal Strafhof, zoals bij verscheidene gelegenheden is benadrukt tegenover de regering-Bush, een onderwerp dat opnieuw zal worden opgepakt.
Ten derde, wat betreft visumontheffing en visumwederkerigheid, door velen van u genoemd: we weten dat in november/december 2008, dankzij aanzienlijke inspanningen van lidstaten en op EU-niveau, zeven lidstaten zijn toegelaten tot het visumontheffingsprogramma. Er zijn echter nog altijd vijf lidstaten die niet kunnen profiteren van visumvrij reizen naar de VS. We zullen daarom dit onderwerp aan de orde blijven stellen.
Ik kan u vertellen dat vicevoorzitter Barrot en de Tsjechische minister Langer het onderwerp vorige week in Washington weer ter sprake hebben gebracht en dat van Amerikaanse zijde in het algemeen begrip is getoond voor ons standpunt. Daarbij werd tegelijkertijd benadrukt dat de maatregel van de federale regering gebaseerd is op wettelijke voorschriften waarin een duidelijk kader is afgebakend voor toekomstige uitbreidingen van het programma en die nauwkeurig worden gecontroleerd door het Congres. Minister Napolitano liet ons weten dat nog één lidstaat op het punt staat tot het visumontheffingsprogramma te worden toegelaten.
Ten slotte over Afghanistan: niet alleen hebben we in het verleden al veel concreets gedaan, maar zoals ik al eerder heb gezegd zijn we ook bereid bij te dragen aan het opvoeren van de civiele inspanningen en wordt er enige extra financiering uit de begroting voor Azië toegewezen aan de verkiezingen, aan de politie en hoogstwaarschijnlijk aan de landbouw omdat het belangrijk is dat er aanvullende middelen van bestaan komen.
Ik sta altijd open voor nieuwe ideeën en één voorbeeld, dat in uw verslag is opgenomen, zou de opwaardering van de ontmoetingen van de ministers van Buitenlandse Zaken tot Trans-Atlantische Politieke Raad kunnen zijn, met meer nadruk op strategische onderwerpen. Zoals ik eerder heb gezegd, zijn we in dat perspectief van plan te kijken naar een andere opzet van de bestaande trans-Atlantische agenda tegen de achtergrond van het vijftienjarig bestaan van de Nieuwe Trans-Atlantische Agenda in 2010.
Francisco José Millán Mon, rapporteur. − (ES) Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats wil ik de sprekers bedanken voor hun interventies en ook voor alle felicitaties. Wat ik het belangrijkste vind aan dit debat is dat er brede consensus bestaat over het belang van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten en over de noodzaak om deze te versterken, niet alleen door middel van een gezamenlijke agenda om ernstige uitdagingen en conflicten het hoofd te bieden, maar ook door middel van nieuwe institutionele mechanismen.
Op een enkele uitzondering na heb ik geen grote bezwaren gehoord tegen de twee toppen per jaar of de oprichting van een Trans-Atlantische Politieke Raad, en uiteraard ook niet tegen de verbetering of opwaardering van de wetgeversdialoog tot een versterkte dialoog, tot een soort gemeenschappelijke parlementaire commissie, zoals in het verslag wordt aanbevolen.
Ook verwelkom ik in dit verband het feit dat de commissaris deze versterking van de wetgeversdialoog als zinvol heeft bestempeld en dat noch zij, noch de vertegenwoordiger van de Raad zich verzet tegen deze andere versterking van andere instellingen, die het Verdrag van Lissabon naar mijn mening in belangrijke mate noodzakelijk maakt. Dit zal voor beide partijen heel zinvol en heel gunstig zijn.
Ik kan in een minuut niet reageren op alle opmerkingen die ik heb gehoord, maar ik wil wel zeggen, over Rusland, dat, zoals de heer Severin weet, in het verslag wordt aanbevolen om tot een constructieve samenwerking te komen, maar natuurlijk onverminderd de eerbiediging van de mensenrechten en het internationale recht; en over China dat er expliciet en impliciet naar dit land wordt verwezen wanneer er in het verslag wordt gezegd dat de opkomende machten betrokken moeten worden bij het vinden van oplossingen voor wereldwijde problemen. Uiteraard kon ik – en dit is een opmerking waarmee ik ook verwijs naar het gelukkig beperkte aantal amendementen dat ik heb ontvangen – in het verslag niet alle onderwerpen aan bod laten komen.
Er moesten prioriteiten worden gesteld; het verslag is al te lang. En prioriteiten stellen betekent kiezen, keuzes maken en soms schrappen. Ik kan de belangrijke punten niet mengen met andere punten, die ook belangrijk zijn, maar toch minder. Het verslag moet wel leesbaar blijven. En daarom moet het niet, zoals we in Spanje zeggen, “uit je handen vallen” bij het lezen.
Dames en heren, ik denk dat samenwerking met de Verenigde Staten van zeer groot belang is; daar heeft premier Gordon Brown ons hier gisteren nog aan herinnerd. Ik denk dat het Parlement morgen, door dit verslag aan te nemen, zijn plicht vervult: het signaal afgeven dat we een strategische relatie met de Verenigde Staten willen en oproepen tot een verdere versterking daarvan. In het verslag wordt erop gewezen – en dat heeft James Elles enkele minuten geleden ook gedaan – dat de belangrijkste strategische relatie die de Europese Unie heeft de relatie met de Verenigde Staten is.
Ik ben er zeker van, en ik hoop en vertrouw erop dat de Commissie en de Raad in deze zo cruciale weken en maanden al het mogelijke zullen doen om deze relatie te versterken, inclusief de institutionele dimensie.
De Voorzitter. – Het debat is gesloten.
De stemming vindt morgen plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 142)
Corina Creţu (PSE), (PSE), schriftelijk. – (RO) De verkiezing tot president van Barack Obama zou het begin van een nieuw tijdperk in de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie kunnen betekenen, als beide partijen hun goede wil en vriendschapsbetuigingen in concrete stappen omzetten, gericht op het aanhalen van de banden en op effectievere vormen van samenwerking.
De economische crisis en het huidige geostrategische klimaat vergroten het belang van een betere trans-Atlantische samenwerking, nu we ons voor dezelfde grote uitdagingen gesteld zien. De VS en de EU onderhouden een band die voor beide kanten van wezenlijk belang is en elk terrein van hun activiteiten bestrijkt, van handel tot een militair bondgenootschap.
Onder deze omstandigheden lijkt het mij van het grootste belang om de laatste resten van discriminatie in de betrekkingen tussen de VS en de EU weg te nemen. Het feit dat voor burgers van zes EU-lidstaten nog steeds een visum verplicht is voor toelating tot de VS dient hoog op de agenda te staan van de dialoog die de Europese Commissie en het Europees Parlement met de Amerikaanse overheid voeren, om te komen tot een gelijke behandeling van burgers van alle EU-lidstaten, uitgaande van een volkomen wederkerigheid. Wat dat betreft ben ik ingenomen met de opname in dit verslag van een verzoek aan de Verenigde Staten om de visumverplichtingen voor de zes landen die nog niet zijn opgenomen in het visumontheffingsprogramma op te heffen.
Daniel Petru Funeriu (PPE-DE), schriftelijk. – (EN) “Amerika heeft geen betere partner dan Europa,” heeft president Obama in juli 2008 in Berlijn verklaard. Europa heeft op zijn beurt geen betere partner dan Amerika. Dat is de hoofdconclusie van dit uitstekende verslag en het motto dat daaruit kan worden afgeleid.
Europa en Amerika staan in de geglobaliseerde wereld van de 21e eeuw voor gemeenschappelijke uitdagingen maar delen ook dezelfde waarden en strijden voor dezelfde idealen. Daarom zijn alle aanbevelingen in het verslag om de betrekkingen tussen de EU en de VS te intensiveren niet alleen welkom maar ook zeer noodzakelijk.
Binnen die betrekkingen vind ik persoonlijke contacten de echte sleutel tot blijvende relaties en samenwerking. Daarom blijf ik keer op keer hameren op en mijn volledige steun geven aan de oproep aan de Amerikaanse regering om de visumregeling voor burgers van de EU zo spoedig mogelijk helemaal op te heffen. Het is onaanvaardbaar dat de staatsburgers van vijf lidstaten nog altijd met belemmeringen te maken hebben en visa nodig hebben om naar Amerika te kunnen reizen. Europa is een verenigd geheel en daarom dient de benadering van alle rechten en vrijheden van al zijn burgers dat ook te zijn.
Laat mensen elkaar ontmoeten, laat onderzoekers samenwerken en laat bedrijven gezamenlijke oplossingen vinden voor de huidige economische crisis. Vrij verkeer tussen de beide continenten is een urgente noodzaak geworden en moet al tijdens de ontmoeting van 5 april 2009 in Praag een prioritair onderwerp zijn.
Csaba Sógor (PPE-DE), schriftelijk. – (EN) De laatste achttien jaar zijn de VS vaak beschimpt – en in het geval van de vorige Republikeinse regering onder president Bush misschien bij veel gelegenheden om een heel goede reden.
Ik wil u eraan herinneren dat zonder Amerikaanse steun en betrokkenheid sommige problemen op het Europese continent nog altijd niet opgelost zouden zijn. Heel vaak is in de genoemde periode gebleken dat de Europese Unie machteloos kan worden, niet in staat conflicten te beslechten die zich aan onze achterdeur, op ons continent voordoen.
Zonder Amerikaanse betrokkenheid en het vredesakkoord van Dayton zou er misschien nu nog oorlog zijn in Bosnië. En ik weet zeker dat ik niet hoef te onderstrepen dat de status van Kosovo dan nog altijd onduidelijk en dus zeer frustrerend zou zijn geweest, niet alleen voor de bevolking van Kosovo maar ook voor de Europese grootmachten.
Ondanks de vele tekortkomingen van de Amerikaanse democratie hebben de Amerikanen op dit moment iets bereikt waarvan wij alleen maar kunnen dromen: zij hebben een zwarte president. Ik heb hoge verwachtingen van de trans-Atlantische betrekkingen en ik hoop oprecht dat de zaken beter zullen worden ten gunste van zowel de EU als de VS.