15. EFRO, ESF en Cohesiefonds: bepalingen inzake financieel beheer - Nieuwe kosten die in aanmerking komen voor een bijdrage uit het ESF - Subsidiabiliteit uit hoofde van het EFRO van investeringen in energie-efficiënte en hernieuwbare energie op het vlak van huisvesting (debat)
De Voorzitter. − Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:
- de aanbeveling (A6-0127/2009), namens de Commissie regionale ontwikkeling, over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 houdende bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, wat een aantal bepalingen met betrekking tot het financieel beheer betreft (17575/2008 – C6-0027/2009 – 2008/0233 (AVC)) (rapporteur: Iratxe García Pérez),
- het verslag (A6-0116/2009) van Karin Jöns, namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1081/2006 betreffende het Europees Sociaal Fonds met het oog op de uitbreiding van de soorten kosten die voor een bijdrage uit het ESF in aanmerking komen (COM(2008)0813 – C6-0454/2008 – 2008/0232 (COD)), en
- het verslag (A6-0134/2009) van Emmanouil Angelakas, namens de Commissie regionale ontwikkeling, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1080/2006 betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling met betrekking tot de subsidiabiliteit van investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op het vlak van huisvesting (COM(2008)0838 – C6-0473/2008 – 2008/0245 (COD)).
Iratxe García Pérez, rapporteur. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats wil ik alle collega’s van de Commissie regionaal beleid bedanken, die hard hebben gewerkt om dit belangrijke akkoord te bereiken. Dit akkoord betreft de wijziging van een aantal verordeningen, waarmee een reeks veranderingen met onmiddellijke ingang kan worden ingevoerd.
De Europese Unie heeft te kampen met een economische crisis zonder weerga, die in de meeste lidstaten geleid heeft tot een recessie. In het kader van het Europees economisch herstelplan, waarin maatregelen voorkomen voor de stimulering van investeringen, heeft de Europese Commissie een reeks voorstellen goedgekeurd met als doel wijzigingen door te voeren in de verordeningen betreffende de structuurfondsen en het Cohesiefonds. Daarbij zijn twee duidelijke prioriteiten gesteld: enerzijds het versnellen van de uitgaven om te zorgen voor meer liquide middelen, en anderzijds het vereenvoudigen van de regels om een snellere uitvoering van projecten mogelijk te maken.
Dit pakket wijzigingen wordt beschouwd als een tijdelijke reactie op een kritieke situatie, ofschoon het ook inspeelt op het streven naar vereenvoudiging en meer flexibiliteit, waar het Europees Parlement herhaaldelijk om verzocht heeft.
Ik wil een korte opsomming geven van de voorgestelde wijzigingen om u duidelijk te maken hoe belangrijk deze zijn voor het verwezenlijken van onze doelstellingen:
- verhoging van de steun van de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds, waardoor ook meer financiële steun kan worden gegeven aan technische activiteiten in verband met de voorbereiding en uitvoering van projecten;
- vereenvoudiging van de subsidiabiliteit van de uitgaven;
- verhoging van de voorfinanciering voor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Europees Sociaal Fonds, waarbij het totaalbedrag aan aanvullende voorschotten 6,25 miljard euro zal belopen;
- versnelling van de uitgaven bij grote projecten, waarbij het huidige maximum van 35 procent voor voorschotten wordt gewijzigd en begunstigden van staatssteun voorschotten tot 100 procent kunnen ontvangen.
In het Parlement zijn wij ons ervan bewust dat deze maatregelen zo snel mogelijk moeten worden aangenomen om te beantwoorden aan de urgente behoefte aan liquide middelen die in de lidstaten bestaat. We twijfelen er ook niet aan dat deze maatregelen positieve gevolgen zullen hebben, ook in de regio’s en gemeenten van heel Europa.
In het debat van vorige week over de toekomst van het cohesiebeleid waren we het er unaniem over eens dat dit beleid enorme vorderingen in de economische en sociale ontwikkeling van een groot aantal van onze regio’s mogelijk heeft gemaakt.
In deze onzekere tijd is het belangrijker dan ooit dat we de beginselen van solidariteit en samenwerking tussen de regio´s verdedigen. Onze burgers moeten immers kunnen zien dat wij vanuit Europa in staat zijn om te helpen bij het ontsnappen uit de tunnel die voor miljoenen mensen uitloopt op werkelijk moeilijke omstandigheden. Nu hebben wij meer dan ooit sterke instrumenten nodig waarmee we deze problemen tot een oplossing kunnen brengen.
Met het doorvoeren van deze wijzigingen maken we het mogelijk investeringen in projecten aan te trekken en projecten sneller te laten uitvoeren. Bovendien zijn deze tegelijkertijd een belangrijke bron van werkgelegenheid.
Dankzij het Europees Sociaal Fonds kunnen verder initiatieven voor opleiding en herscholing worden ontwikkeld waarmee de meest kwetsbare groepen, die de grootste problemen ondervinden van de crisis, zoals vrouwen, mensen met een handicap, of langdurig werklozen, kunnen worden geholpen bij de herintreding op de arbeidsmarkt. Wij mogen namelijk niet vergeten dat ook in crisistijd zij de meest kwetsbare groepen blijven.
Net als in de toelichting op het verslag moet ik ook hier er nogmaals op wijzen dat dit Parlement graag sterker betrokken was geweest bij de dialoog over het formuleren van de voorstellen, zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin, ofschoon we begrijpen dat die voorstellen met spoed moesten worden behandeld.
Omdat wij ons bewust zijn van de huidige realiteit en omdat wij vorderingen willen maken bij de oplossing van de huidige situatie verlenen wij dan ook onze steun aan deze voorstellen voor bepalingen tot wijziging van de structuurfondsen.
Karin Jöns, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, beste collega’s, voor het eerst keuren we hier bijna zonder amendementen een voorstel van de Europese Commissie voor een verordening betreffende de structuurfondsen goed. Dat gebeurt niet vaak en eigenlijk blijkt daaruit hoe belangrijk de discussie en de huidige hervormingen zijn en hoe dringend het is om te handelen.
Ik ben opgelucht dat we zo eensgezind kunnen debatteren over dit voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende het Europees Sociaal Fonds, en ik zou u allemaal willen bedanken voor het feit dat u gevolg hebt gegeven aan mijn aanbeveling om op de tekst over het Europees Sociaal Fonds geen amendementen in te dienen. Een zaak is namelijk duidelijk: de financiële en economische crisis vereist van ons allen dat we de verantwoordelijkheid nemen voor een optimale en vooral snelle scholing van onze werknemers. Ondertussen hebben steeds meer mensen te kampen met de gevolgen van de internationale financiële crisis op de arbeidsmarkt. Ze verwachten van ons antwoorden, ze verwachten bescherming, en ze hebben die antwoorden vooral nu nodig, niet pas over enkele maanden.
Daarom zal de hervorming van de verordening betreffende het Europees Sociaal Fonds, die we morgen goedkeuren, ook onmiddellijk van kracht worden. Op die manier zorgen we ervoor dat het Europees Sociaal Fonds veel minder bureaucratisch wordt. Het toekennen van middelen wordt vereenvoudigd en daardoor wordt de opneming van de middelen ook versneld. Er komt een einde aan de maandenlange aanvraagprocedures en de moeilijke modaliteiten voor de afrekening, waarbij zelfs bus- en tramkaartjes van deelnemers aan de maatregelen moesten worden gedeclareerd.
Soms vraag ik me af waarom eerst een zo dramatische crisis nodig was om tot deze stap te komen. Maar goed, te laat is het nooit, en met deze hervorming zorgen we er tenminste voor dat de middelen volledig gebruikt kunnen worden en hopelijk ook zo snel en zo goed mogelijk bij de sterkst getroffen burgers aankomen. We moeten deze mensen de kans geven zo snel mogelijk weer hun plaats op de arbeidsmarkt in te nemen. Ze mogen zeker niet wegglijden in een lange periode van werkloosheid, want dan is de weg naar schaarste en armoede niet ver af.
Wat is er nu veranderd? Of wat zal veranderen wanneer we morgen de tekst goedkeuren? Aanvragers van projecten zullen in de toekomst aan de hand van vaste bedragen kunnen afrekenen en ze zullen bovendien forfaitaire bedragen tot 50 000 euro per maatregel kunnen aanvragen. Personen die daarbij nog bedenkingen hebben, kan ik geruststellen. Controle op de juiste verstrekking van middelen blijft gegarandeerd. Vaste en forfaitaire bedragen worden enerzijds vastgelegd door de lidstaten zelf en anderzijds wordt natuurlijk van tevoren door de Commissie nagegaan of ze – en ik citeer – eerlijk, evenwichtig en controleerbaar zijn. Deze procedure lijkt in orde te zijn, want ook onze begrotingscontroleurs hadden hiertegen, verbazingwekkend genoeg, geen bezwaren.
De procedure wordt dus vereenvoudigd. Wat we echter niet veranderen zijn de inhoudelijke prioriteiten van het Europees Sociaal Fonds. Daartoe is nu geen reden, want de aanvragers van de projecten krijgen genoeg speelruimte om zelf op gepaste wijze te reageren op de behoeften van de arbeidsmarkt.
Tot slot wil ik nog opmerken dat wij de lidstaten ook dit jaar de beschikking geven over een verhoging van de voorschotten van 1,8 miljard voor maatregelen op het vlak van bijscholing en opleiding. Ik denk dat dit een duidelijk signaal van het Parlement is dat we in deze crisistijd snel handelen en onze solidariteit tonen.
Ik wil me nog verontschuldigen voor het feit dat ik het debat niet tot het einde kan bijwonen, maar ik word nu verwacht in het bemiddelingscomité over de richtlijn betreffende de arbeidstijd.
Emmanouil Angelakas, rapporteur. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ook ik wil op mijn beurt de collega’s van de Commissie regionale ontwikkeling danken voor hun samenwerkingsgezindheid.
Wij weten allemaal dat de Europese Commissie, naar aanleiding van de enkele maanden geleden tot uitbarsting gekomen financiële crisis, op 26 november 2008 een mededeling heeft gedaan over het Europees programma voor economisch herstel van de lidstaten en hun regio’s. Haar uitgangspunt daarbij was de noodzaak de Europese economie te ondersteunen en de belangrijkste onderdelen van de strategie van Lissabon te versterken.
Met dit programma worden de lidstaten er onder meer toe aangespoord om de operationele programma’s in het kader van de structuurfondsen en in de energiesector te herzien en daarbij vooral de aandacht te richten op de verbetering van de energie-efficiënte van gebouwen. De bouwsector is namelijk een van de sectoren waarin talrijke banen worden gecreëerd.
Bijgevolg was het noodzakelijk de algemene verordening van 2006 - Verordening nr. 1083 inzake de structuurfondsen - te herzien. Daarom heb ik als rapporteur van het Europees Parlement een verslag geschreven over de herziening van de desbetreffende verordening en meer specifiek over de energie-efficiëntie van gebouwen.
Als rapporteur wil ik op het volgende wijzen. Volgens het EFRO komen in aanmerking voor subsidie alleen huisvestingsuitgaven, en met name uitgaven voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie in de huisvestingssector van de in mei 2004 toegetreden lidstaten.
Ik achtte het noodzakelijk om in mijn verslag duidelijk te maken dat bij de herziening van de verordening alle zevenentwintig lidstaten in ogenschouw moeten worden genomen en daarbij vooral moet worden gekeken naar de verbetering van de energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in de huisvestingssector. Mijns inziens is dit een zeer belangrijk voorstel. Daarbij wordt immers niet meer uitgegaan van de datum van toetreding maar van de economische situatie van een lidstaat of regio. Ik wil er hier op wijzen er zich huisvestingsproblemen voordoen in heel veel Europese steden en regio´s, die zich niet per se bevinden op het grondgebied van een nieuwe lidstaat.
Verder spreek ik mij uit voor een uitgavenlimiet voor dit soort investeringen ter hoogte van 4 procent van de totale EFRO-begroting, voor schrapping van de verwijzing naar huishoudens met een laag inkomen en voor de aanbeveling uit het oorspronkelijk voorstel van de Commissie op grond waarvan de lidstaten de mogelijkheid krijgen om naar eigen inzicht de subsidiabele woningcategorieën vast te stellen. Daarvan uitgaande achtte ik het van cruciaal belang dat de lidstaten werden belast met het vaststellen van de subsidiabele woningcategorieën. De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om speciale criteria vast te stellen, zoals de financiële situatie van de eigenaars, de geografische ligging (eilanden, berggebieden, niet-berggebieden, enzovoort). Tot slot is het zeer belangrijk dat het forfaitaire bedrag wordt verhoogd tot 50 000 euro, omdat dit strookt met het hedendaagse kostenplaatje.
Met dit verslag wil ik de standpunten van het Europees Parlement naar voren brengen, en aldus eveneens het compromis vertegenwoordigen dat in het kader van de medebeslissing werd bereikt over de door ons in het oorspronkelijk voorstel aangebrachte wijzigingen.
De herziening van deze verordening oefent geen invloed uit op de subsidiabele huisvestingskosten en ondersteunt een aantal belangrijke bedrijfstakken, zoals de bouw en de fabricage van energiesystemen en hernieuwbare energiesystemen.
Meer algemeen strookt deze herziening met het subsidiariteitsbeginsel, daar steun wordt verleend aan de lidstaten, evenals met het evenredigheidsbeginsel, daar de verordening nu geldt voor alle lidstaten. Ook wordt steun gegeven aan de in artikel 158 van het EG-Verdrag uiteengezette doelstellingen van het cohesiebeleid. Daarmee ontstaan trouwens geen extra lasten voor het financieel kader 2007-2013, maar wordt de uitbetaling van voorschotten en de tussentijdse betalingen versneld.
Ik wil hier ook nog wijzen op het belangrijke feit dat er drie nieuwe vormen van subsidiabele kosten worden toegevoegd: indirecte kosten, forfaitaire bedragen en forfaitaire kosten.
Tot slot wil ik nog vermelden dat commissaris Barrot hier vandaag commissaris Hübner vertegenwoordigt. Zoals afgesproken zal hij een bindende verklaring van de Commissie afleggen over de evaluatie van de nieuwe maatregelen in 2010. Die verklaring zal alle drie verordeningen betreffen.
Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mevrouw García Pérez, mevrouw Jöns en de heer Angelakas graag bedanken. U heeft drie kwalitatief hoogstaande verslagen opgesteld over de voorstellen tot wijziging van de verordeningen betreffende de structuurfondsen en het Cohesiefonds, die de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement had voorgelegd in het kader van het Europees economisch herstelplan dat in november 2008 is goedgekeurd.
Uit deze drie verslagen – over de algemene verordening, de verordening betreffende het Europees Sociaal Fonds en de verordening betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling – blijkt de betrokkenheid van het Parlement bij de pogingen om de Europese Unie uit te rusten met de middelen waarmee zij de gevolgen van de crisis voor de groei en de werkgelegenheid snel en op effectieve wijze kan bestrijden.
Het cohesiebeleid is een krachtige hefboom om de reële economie te stimuleren. Met 347 miljard euro aan middelen voor de periode 2007-2013 kan een stevige basis worden gelegd voor begrotingsstabiliteit en overheidsinvesteringen in de lidstaten en de regio's van de Europese Unie.
Dat is de reden dat het cohesiebeleid zo'n belangrijke rol speelt in het Europees economisch herstelplan. In dit herstelplan heeft de Commissie namelijk maatregelen aanbevolen die onder de vier prioritaire gebieden van de strategie van Lissabon vallen: burgers, bedrijven, infrastructuur en energie, en onderzoek en innovatie.
De Commissie heeft eveneens duidelijk gemaakt dat een weloverwogen combinatie van strategie en personele middelen een katalysator kan zijn voor essentiële investeringen, die de EU verder op weg moeten helpen naar een toekomstige duurzame welvaart. Wat het cohesiebeleid betreft, is de belangrijkste doelstelling van deze strategie om meer vaart te zetten achter zowel de uitvoering van de programma's als de investeringen in projecten waar de burgers en de economische activiteit baat bij hebben.
De rapporteurs hebben zojuist de bijzonderheden behandeld van de aan u voorgelegde wijzigingen van de verordeningen. Op enkele daarvan zal ik nader ingaan.
Ten eerste worden, om het beheer van de fondsen te verbeteren de lidstaten faciliteiten geboden, met name in de vorm van een verhoging van de voorfinancieringstranche met 2 tot 2,5 procent, waarmee in 2009 een totaalbedrag van 6,25 miljard euro is gemoeid. Het is van essentieel belang dat dit geld snel bij de begunstigden terechtkomt, zodat er ruimere financiële middelen beschikbaar zijn voor prioritaire projecten.
Op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie betekent de wijziging die in de EFRO-verordening wordt aangebracht, dat er maximaal 4 procent van de totale EFRO-toewijzing in woningen kan worden geïnvesteerd. Dit komt overeen met een totaal aan beschikbare middelen van 8 miljard euro voor alle lidstaten. Hiermee kan het cohesiebeleid een grotere bijdrage leveren aan de strijd tegen de klimaatverandering.
Wat grote projecten betreft, wordt met de voorgestelde wijziging van de algemene verordening beoogd de regels voor het financieel beheer te versoepelen, waardoor de beheersautoriteit in uitgavendeclaraties aan de Commissie uitgaven kan opnemen die verband houden met grote projecten waarover de Commissie nog geen besluit heeft genomen.
De financiële en economische crisis heeft eveneens specifieke gevolgen voor de kleine en middelgrote ondernemingen. Daarom was het, in het kader van het herstelplan, van essentieel belang om het voor hen gemakkelijk te maken een beroep te doen op de financiële instrumentering voor de uitvoering van hun projecten, met name dankzij JEREMIE (Gezamenlijke Europese middelen voor kleine en middelgrote ondernemingen). De overige voorstellen tot wijziging van de algemene verordening gaan eveneens in deze richting: rechtstreekse contracten met de Europese Investeringsbank, meer financiële steun bij technische activiteiten voor grote projecten, en subsidiabiliteit van bijdragen in natura in geval van financiële instrumentering.
De Commissie wilde in haar voorstellen tevens de toekenningscriteria voor steun van het EFRO en het Europees Sociaal Fonds vereenvoudigen. Dankzij de met elkaar overeenstemmende amendementen van het Parlement en de Raad zullen de specifieke verordeningen betreffende het EFRO en het ESF op identieke wijze worden gewijzigd, zodat nieuwe soorten van subsidiabele uitgaven, die op basis van vaste bedragen worden berekend, aan de communautaire cofinanciering zullen worden toegevoegd.
Deze veranderingen zullen de procedure ter staving van de uitgaven vereenvoudigen. Ze zullen de werklast verminderen, evenals het aantal bewijsstukken dat moet worden ingediend, zonder afbreuk te doen aan de principes inzake gezond financieel beheer. Deze rationalisatie zal gebruikmaking van de middelen uit het EFRO en het ESF vergemakkelijken, zonder de prioriteiten van deze twee fondsen, die relevant blijven in deze tijden van crisis, te ondermijnen. Dit is dus meer dan alleen een adequaat antwoord op de crisis; het is een antwoord op de herhaalde verzoeken van het Europees Parlement en de Rekenkamer om de structuurfondsen te vereenvoudigen.
Mijnheer de Voorzitter, ik ben de drie rapporteurs dankbaar voor hun steun voor deze reeks maatregelen. Deze zullen ons in staat stellen de uitvoering van de projecten in het veld te versnellen. Deze wetgevingsmaatregelen zullen vergezeld gaan van aanbevelingen aan de lidstaten. Deze aanbevelingen waren het onderwerp van een mededeling van de Commissie die op 16 december 2008 is goedgekeurd. De Commissie heeft onderstreept dat de operationele programma's geheroriënteerd kunnen worden, zodat de steun kan worden gebruikt voor de prioriteiten die het gevolg zijn van de crisis.
Het Europees Parlement heeft eveneens aangegeven graag te willen inspelen op de urgentie van de situatie door ervoor te zorgen dat deze drie ontwerpverordeningen zo snel mogelijk worden aangenomen en dat de maatregelen op korte termijn in de lidstaten worden toegepast. Ik ben het Parlement er dankbaar voor dat het deze ambitie deelt, want dit betekent met name dat de voorschotten aan de lidstaten in mei kunnen worden betaald.
De Commissie heeft rekening gehouden met de oproep van het Parlement. Zij heeft ervoor gezorgd dat de maatregelen die in het kader van het herstelplan zijn goedgekeurd, streng zullen worden gecontroleerd, en dat er een verslag over de uitvoering van de maatregelen en de concrete resultaten ervan aan het Europees Parlement zal worden gepresenteerd.
Daarom zal de Commissie in de tweede helft van 2010 een verslag opstellen over de in het kader van het herstelplan goedgekeurde maatregelen op het gebied van het cohesiebeleid binnen de Unie. Dit verslag, dat – ik herhaal het nog eens – in de tweede helft van 2010 zal worden opgesteld, zal worden gebaseerd op de uitvoeringsjaarverslagen die door de lidstaten in juni 2010 worden opgesteld. Aan de lidstaten zal dan worden gevraagd om in deze verslagen de balans op te maken van de uitvoering van de in het kader van het herstelplan goedgekeurde maatregelen, en om daarbij aan te tonen welke resultaten er in de context van het cohesiebeleid zijn behaald.
Welnu, mijnheer de Voorzitter, de Commissie heeft een verklaring van deze strekking aangenomen, die ik voorleg aan het Europees Parlement. Ik dank alle afgevaardigden en in het bijzonder onze drie rapporteurs voor hun aandacht. Ik zie uit naar een vruchtbaar debat en sta tot uw beschikking om te luisteren naar uw commentaar op de voorstellen tot wijziging van de verordeningen die aan u zijn voorgelegd.
(FR)
Verklaring van de Commissie
Verslag-Angelakas
De Commissie verwelkomt de inspanningen die in een zeer kort tijdsbestek zijn verricht om de in het kader van het Europees economisch herstelplan voorgestelde wijzigingen van de verordeningen betreffende de structuurfondsen en het Cohesiefonds goed te keuren.
Dit resultaat is de uitkomst van een vruchtbare en effectieve samenwerking tussen de Raad, het Europees Parlement en de Commissie, met de steun van het Comité van de Regio's en het Economisch en Sociaal Comité, ten gunste van de nationale en regionale economieën van de Europese Unie.
Dit wetgevingspakket draagt ertoe bij dat de uitvoering van de operationele programma's wordt vergemakkelijkt en dat er meer vaart wordt gezet achter de investeringen ten gunste van de Europese economie, in het bijzonder door middel van een aantal vereenvoudigingsmaatregelen.
De Commissie zal in de tweede helft van 2010 een verslag opstellen over de in het kader van het herstelplan goedgekeurde maatregelen op het gebied van het cohesiebeleid binnen de Unie. Dit verslag zal met name worden gebaseerd op de uitvoeringsjaarverslagen die door de lidstaten in juni 2010 worden opgesteld. Derhalve wordt de lidstaten verzocht om in deze verslagen de balans op te maken van de uitvoering van de in het kader van het herstelplan goedgekeurde maatregelen, en om daarbij aan te tonen welke resultaten er in de context van het cohesiebeleid zijn behaald.
Nathalie Griesbeck, rapporteur voor advies van de begrotingscommissie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik ben binnen de Begrotingscommissie permanent rapporteur voor de structuurfondsen en in die hoedanigheid heb ik twee goede gronden om tevreden te zijn over deze verslagen.
Om te beginnen worden we eraan herinnerd dat de structuurfondsen de belangrijkste begrotingspost van de Unie vertegenwoordigen. Ten tweede zien we nu, beste collega’s, hoe snel we kunnen werken als het erom gaat doortastende en concrete antwoorden op de economische crisis te formuleren, en dat terwijl we met een heel beperkte begroting moeten werken. Daarover zullen zeker opnieuw onderhandelingen met de lidstaten moeten worden gevoerd.
Ik wil u er in dat verband opnieuw op wijzen dat er een werkelijke wil moet bestaan om een Europese lening aan te gaan voor deze maatregelen. De faciliteiten voor het verbeteren van de kasstroom en het sneller aanspreken van de noodfondsen en –modaliteiten – iets waar we nu al heel lang om vragen – , zijn stappen in de goede richting en zullen in deze onzekere tijden bijdragen tot het herstel van onze economie.
Dat is het soort actie dat ons Europa moet ondernemen: we moeten de sectoren met een grote toegevoegde waarde stimuleren en daarbij meer dan ooit vooruit denken. We moeten een uitweg uit de crisis zoeken door behalve in de traditionele sectoren ook te investeren in die sectoren die garanties kunnen bieden tegen baanverlies van de burgers.
Ook al kan het Parlement snel en correct reageren, het is nu zaak – en dat is mijn boodschap aan u vanavond – dat de lidstaten zich organiseren om het hoofd te kunnen bieden aan deze toestand. We hebben namelijk vastgesteld dat er als gevolg van de administratieve inertie van de lidstaten zelf vertragingen zijn opgelopen. Soms slagen ze er niet in hun strategische doelstellingen goed te formuleren, soms zijn ze niet bereid projecten te cofinancieren. Met dat soort vertragingen zijn miljarden aan steun gemoeid.
In Europa zijn we dus allemaal gereed. Zoals we in mijn land zeggen: “een goede verstaander heeft maar een half woord nodig”. En dan richt ik me nu natuurlijk tot de lidstaten.
Gabriela Creţu, rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. – (RO) De financiële crisis noopt tot een veel voorzichtiger kredietbeleid, dat voor de banken noodzakelijk maar voor de economie zuur is. De nadelige gevolgen hiervan zijn voelbaar in de reële economie, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) en overheidsinstanties die projecten op stapel hadden staan om de sociale en regionale cohesie te verbeteren, banen te scheppen, plaatselijke hulpbronnen te gebruiken en de toegang tot of de terugkeer op de arbeidsmarkt te vereenvoudigen.
De begroting van de Gemeenschap die onder normale omstandigheden al van groot gewicht is, is op het moment een cruciaal financieringsmiddel om de lawine van nadelige gevolgen een halt toe te roepen. Daarom spreekt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken zich uit voor de vereenvoudiging van de regels en een snellere toegang tot de structuurfondsen en het Europees Sociaal Fonds. Dit levert op tweeërlei wijze voordelen op voor de landen die niet zoveel ervaring hebben met de toegang tot deze fondsen.
We denken dat het noodzakelijk en toe te juichen is dat de Europese financiële instellingen betrokken worden bij financieringsregelingen, dat de structuur van de subsidiabele uitgaven wordt aangepast en dat de plafonds betreffende voorfinancieringen en voorafgaande kennisgevingen worden afgeschaft. De toegang tot de fondsen mag echter geen doel op zich zijn. Met deze wijzigingen is een bedrag van meer dan 6,3 miljard euro gemoeid. Dit is inderdaad een aanzienlijke som.
Voor ons als vertegenwoordigers van de burgers is het van belang dat de fondsen voor de doeleinden worden gebruikt waarvoor ze in het leven zijn geroepen. Vandaag tekenen we een blanco cheque, maar we verlangen wel de nodige transparantie met betrekking tot de wijze waarop dit geld wordt uitgegeven. We hopen ook een positief precedent te scheppen. In het verleden werden talrijke, vooral sociale initiatieven verworpen omdat de nodige rechtsgrondslag ervoor ontbrak. De wijziging van deze regel toont ten overvloede aan dat er, wanneer er een politieke wil is, ook een rechtsgrondslag is. Dit moeten we voor ogen houden.
Jamila Madeira, rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling. − (PT) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, als antwoord op de mondiale financiële crisis geeft het herstelplan voor de Europese economie aan dat het cohesiebeleid een aanzienlijke bijdrage levert aan de openbare investeringen van de lidstaten en de regio’s voor het overwinnen van de huidige crisis. Meer specifiek worden maatregelen voorgesteld op de prioritaire terreinen van de strategie van Lissabon teneinde groei en werkgelegenheid tot stand te brengen. Al die in stelling gebrachte instrumenten proberen dit doel te bereiken en sneller resultaten te boeken.
In die zin hebben de uitbreiding van de werkingssfeer van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering en de stroomlijning van het Europees Sociaal Fonds een bijzondere verantwoordelijkheid voor het antwoord op de talrijke noodsituaties op sociaal en economisch gebied die steun vereisen. Evenals in het verleden ben ik er ook op dit moment zeker van dat de werking des te efficiënter zal zijn naarmate de activiteiten en het toepassingsgebied elkaar beter aanvullen. Daar er geen nieuwe kredieten of maatregelen in het veld beschikbaar zijn, is het erg belangrijk dat het volledig potentieel van het Europees Sociaal Fonds wordt gebruikt voor het aanpakken van de werkloosheid en de snelle stijging van de druk van de concurrentie op de Europese economie, die een gevolg zijn van de huidige financiële crisis en economische tegenwind.
Ik zou willen onderstrepen dat de Commissie regionale ontwikkeling er herhaalde malen op heeft gewezen dat vereenvoudiging een essentieel instrument is voor de verbetering van het beheer en de uitvoering van de structuurfondsen. Dat wordt nu door de Europese Commissie met dit voorstel nagestreefd. Er is ons om spoedbehandeling gevraagd van deze maatregelen en bij de goedkeuring van dit pakket verordeningen hebben we met dit verzoek rekening gehouden. Dit Parlement heeft zich immers nooit aan zijn politieke verantwoordelijkheid op dit vlak onttrokken. Hoewel er talrijke visies zijn op de bijzondere situatie van dit moment, hebben we er vooralsnog van afgezien nieuwe amendementen in te dienen, teneinde een snelle afwikkeling van dit proces te garanderen en de reële voordelen voor de burgers te realiseren die het voorstel beoogt. We wijzen er evenwel op dat het noodzakelijk is direct een begin te maken met het beoordelingsproces van dit fonds met het oog op een aanvullende herziening, die zo snel mogelijk tot stand moet komen.
Iosif Matula, namens de PPE-DE-Fractie. – (RO) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst wil ik graag het verslag van mevrouw García Pérez toejuichen.
De hervormingen zijn een belangrijk onderdeel van het cohesiebeleid en zijn erop gericht de nadelige gevolgen van de financiële crisis te verlichten. De nu mogelijk gemaakte flexibiliteit bij de verdeling van de Gemeenschapsmiddelen zal een onmiddellijke cashflow voor de nationale economieën opleveren, die hen in staat stelt investeringen te doen in de reële economie. Dat zal een onmiddellijk effect opleveren en we zullen hiervan in de komende maanden met zekerheid de eerste resultaten zien.
De Europese Commissie ondersteunt de economieën van de lidstaten op grond van vier belangrijke prioriteiten, waarvan de voorfinanciering uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Europees Sociaal Fonds en het verhogen van de steun door de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds de belangrijkste zijn. De voorfinanciering die met name de nieuwe lidstaten ontvangen, kan hen in 2009 helpen om de crisis te boven te komen en eveneens voor sociale en territoriale cohesie te zorgen.
Het verslag is ook van groot belang wat betreft de subsidiabiliteit van investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op het vlak van volkshuisvesting. De modernisering van verwarmingssystemen in woningen moet een belangrijke plaats op de prioriteitenagenda van de Europese Unie innemen, gezien de toegevoegde waarde die van deze maatregel uitgaat.
In een tijd waarin de verwarmingskosten continu toenemen, moeten de lidstaten ook projecten op het gebied van energie-efficiëntie opnemen in hun programma’s ter bestrijding van de financiële crisis. Ze bieden volgende belangrijke voordelen voor de economie en de bevolking: een geldinjectie ten behoeve van de economie, naast het scheppen van banen, vermindering van de verwarmingskosten, bescherming van het milieu door het terugdringen van de broeikasgasemissies, waarborging van sociale cohesie en ondersteuning van gezinnen met lage inkomens.
In Roemenië bestaat dringend behoefte aan investeringen in de modernisering van 1,4 miljoen woningen.
Constanze Angela Krehl, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, we bespreken deze drie verslagen op een moment waarop wij zijn geconfronteerd met de grootste en moeilijkste economische en financiële crisis die de Europese Unie ooit gekend heeft. Het klopt natuurlijk dat het cohesiebeleid een bijdrage moet leveren tot het beperken van de gevolgen van deze economische crisis, maar ik wil hier het volgende nogmaals duidelijk stellen. De begroting voor het cohesiebeleid mag dan wel de grootste individuele begroting van de Europese Unie zijn, maar helaas is het ook zo dat de lidstaten nauwelijks 1 procent van hun nationale BBP afstaan aan de begroting van de Europese Unie. Dus zelfs wanneer we meer dan 6,25 miljard euro uitgeven om tussentijdse betalingen en betalingen van voorschotten te financieren, is dat nog maar een druppel op de hete plaat. Het is niet voldoende! Het zal de gevolgen beperken, het zal een hefboom creëren, maar verder blijven ook nationale inspanningen nodig. Misschien moeten we hieraan blijven denken wanneer we spreken over de financiële vooruitzichten.
Onze fractie heeft zeer intensief gesproken over deze drie verslagen en heeft nog enkele goede ideeën. Soms – en collega Jöns zei het al – vragen we ons af of de Commissie een economische crisis nodig had om tot minder bureaucratie te komen. We zullen geen amendementen indienen omdat we weten dat in de regio’s nu snel gehandeld moet worden, en ook omdat we weten dat we elders over aanpassingen van het structuurbeleid moeten spreken.
Daarom kunnen we het hele pakket dat de Commissie voorstelt, steunen. We hopen dat het nu zo snel mogelijk in de regio’s terechtkomt en dat het geld echt gebruikt kan worden om de financiële crisis te bestrijden.
Jean Marie Beaupuy, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, beste collega’s, ik zal net als mijn collega’s van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie vóór deze verslagen stemmen, niet omdat ze ons op alle punten tevreden stellen – zoals mijn collega’s al hebben aangegeven hadden we graag een aantal amendementen ingediend – , maar eenvoudigweg omdat we snel moeten handelen. Mevrouw Krehl heeft dat net nog eens herhaald.
Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, beste collega’s, staat u mij toe dat ik me afvraag of we het eigenlijk wel bij het rechte einde hebben. Het is hier aangenaam warm, en goed verlicht. Weet u dat er nu in Europa dertig miljoen woningen zijn met een lekkend dak en vochtige muren?
Met de 4 procent uit het EFRO kunnen we één miljoen van dit soort woningen weer op orde brengen. Als we die herstelwerkzaamheden uitvoeren, mijnheer de commissaris – en ik zal u zo meteen vragen dat te doen –, creëren we 250 000 banen voor het verbeteren van één miljoen woningen. We stoten dan 40 miljoen ton CO2 minder uit, terwijl we de energierekening van elk gezin met 450 euro per jaar omlaag brengen. Dat zijn de cijfers die ik u geef – ze zijn mij verschaft door een belangrijke Europese organisatie die bekend staat om haar gedegenheid.
Het is dus zaak dat we bij de beslissing die we nu gaan nemen – en dan hebben we het niet alleen over het herstel van de economie, maar ook over het welzijn van de burgers – voldoen aan één heel belangrijke voorwaarde, en die luidt dat de beslissingen die we hier vandaag in dit Parlement samen met de Commissie nemen de eerstvolgende weken en maanden al tastbare gevolgen moeten hebben.
Mijnheer de commissaris, we hebben u zojuist goed naar u geluisterd. U heeft gezegd – en wij geloven u – dat u vóór 30 juni van het volgende jaar aan alle lidstaten zult vragen een verslag bij de Commissie in te dienen. Wij, en dan bedoel ik alle leden van de Commissie regionale ontwikkeling, van eender welke fractie, zijn gaarne bereid een weddenschap aan te gaan. De operationele programma’s zijn overal net goedgekeurd, en we hebben begrepen dat de meeste bestuurlijke autoriteiten van die landen niet graag willen dat die programma’s worden bijgesteld.
Welnu, mijnheer de commissaris, u hoeft op 30 juni – over vijftien maanden – niet al te veel personeel vrij te maken om de door u verlangde verslagen in ontvangst te nemen en te onderzoeken. Want als we op de lidstaten, de bestuurlijke autoriteiten en de partners moeten wachten om actie te ondernemen, zal er niet veel gebeuren.
We hebben nu acht miljard te besteden – en we hebben dertig miljoen woningen die herstel behoeven. Wat moeten we doen?
Mijnheer de commissaris, ik zal u samen met mijn collega’s een voorstel doen: ik stel voor dat de Europese Commissie buiten haar bevoegdheden treedt en de regeringen en de bestuurlijke autoriteiten op een vastberaden – ik wilde bijna zeggen: gewelddadige – wijze tegemoet treedt om ze te vertellen dat ze in gebreke zijn gebleven en dat ze deze bepalingen zo snel mogelijk moeten uitvoeren. Europese afgevaardigden doen niets liever dan teksten goedkeuren, dat is ons werk, maar wat we ook graag zien is dat zulke teksten concrete uitvoering krijgen. We hebben de Commissie daarbij nodig, en ik hoop dat de Commissie naar ons luistert.
Mieczysław Edmund Janowski, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, wij behandelen vandaag enkele verslagen over regionaal beleid die tot doel hebben nuttige veranderingen en vereenvoudigingen in te voeren. Het is alleen jammer dat de crisis ons gedwongen heeft om een snel en hopelijk efficiënt antwoord te bieden op de huidige toestand. Ik vind het positief dat er meer flexibiliteit kan worden ingevoerd, aangezien het onmogelijk is om de begroting van de Europese Unie te verhogen. Dat wil ik duidelijk benadrukken. Er is hier vandaag al sprake geweest van quota. Dit is slechts een druppel op een gloeiende plaat, aangezien de begroting van de Unie ongeveer 1 procent van het BBP van de lidstaten bedraagt. We kunnen dus alleen maar hopen dat dit druppeltje dit beleid nieuw leven zal inblazen. Dat is absoluut noodzakelijk!
Ik ben verheugd over de toegenomen flexibiliteit die mogelijk wordt dankzij de steun van de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds. Ik ben ingenomen met het feit dat de vereenvoudiging van de subsidiabiliteit van de uitgaven met terugwerkende kracht wordt ingevoerd. Het is een goede zaak dat we de betalingen in tranches uitbreiden, dat we de besteding van de financiële middelen versnellen voor grote projecten die vooraf worden ingediend en dat het voortaan mogelijk wordt om bedragen uit te betalen voor de goedkeuring ervan. Ik wil nogmaals de hoop uitspreken dat al deze maatregelen het regionaal beleid een nieuwe impuls zullen geven.
Elisabeth Schroedter, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, beste collega’s, als groenen zien wij een verband tussen de financiële crisis en de klimaatscrisis, want de klimaatsverandering heeft voor de regio’s negatieve gevolgen op de lange termijn en dit brengt enorm hoge kosten met zich mee. De klimaatsverandering leidt tot een belasting van de economische, sociale en territoriale cohesie. Daarom moeten we nu optreden!
De isolatie van gebouwen en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen voor woningen met behulp van het EFRO vormen een eerste stap. Maar waartoe dient deze vooruitgang wanneer de lidstaten tezelfdertijd via het EFRO mogen investeren in ruimtelijke ordening en overdreven grote afvalverbrandingsinstallaties, die schadelijk zijn voor het milieu en die een negatieve invloed hebben op de klimaatsverandering? Dat is halfslachtig en niet consequent.
Ook in uw bevlogen toespraak, mijnheer de commissaris, hebt u niet vermeld waarom de Commissie ons voorstel om het regionaal beleid duidelijker toe te spitsen op klimaat- en milieubescherming niet overneemt. Ontbreekt het de Commissie aan moed om een aanpassing van de klimaataspecten van de EFRO-verordening bij de lidstaten te bepleiten? Waarom is er geen actieplan voor het regionaal beleid? De bezwaren van DG REGIO tegen klimaatbescherming hebben er voor gezorgd dat onze amendementen in de Commissie geen meerderheid hebben gekregen. Maar we zullen ze nog een keer indienen en vragen om een hoofdelijke stemming. Dan zullen we zien of de kiezers er op kunnen vertrouwen dat ook u zich inzet voor de bescherming van het klimaat.
Bairbre de Brún, namens de GUE/NGL-Fractie. – (GA) Mijnheer de Voorzitter, ik wil vandaag het verslag van de heer Angelakas toejuichen. Daarmee geeft hij steun aan de voorstellen van de Europese Commissie om aan de lidstaten financiële middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling te verstrekken voor hernieuwbare energie in huizen.
We worstelen met een economische noodsituatie. De werknemers in de bouwsector zijn – bijvoorbeeld in mijn eigen land, Ierland – in ernstige problemen geraakt. Ik hoop dat we door dit besluit van de EU gedeeltelijke financiering kunnen verschaffen voor een renovatieprogramma voor ten behoeve van energie-efficiëntie. Van zo’n programma zal de bouwsector in Ierland (Noord en Zuid) profiteren, wat zal bijdragen tot het behoud van werkgelegenheid en het nakomen van onze verplichtingen met betrekking tot klimaatverandering en, zoals al eerder in dit debat is gezegd, ten aanzien van de bestrijding van brandstofarmoede (ondersteuning voor mensen die een te hoog percentage van hun inkomen aan brandstofkosten moeten besteden).
Naar mijn mening heeft de Commissie zich terecht geconcentreerd op huisvesting voor mensen met lage inkomens als doelgroep voor deze verandering van de criteria. Het zijn meestal deze mensen met lage inkomens die de klappen krijgen als onze economie verslechtert. Tegelijkertijd kunnen deze mensen hun huizen niet energie-efficiënt renoveren zonder financiële hulp. Met dit plan – mits op de juiste wijze toegepast – zouden daarom de ergste gevolgen van brandstofarmoede met extreem negatieve gevolgen voor zoveel mensen kunnen worden aangepakt.
Ik hoop dat de lokale, regionale en nationale overheden deze gelegenheid aangrijpen en niet zullen nalaten de middelen, waarover zij al beschikken, te gebruiken om het voorstel uit te voeren.
Fernand Le Rachinel (NI). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het regionaal beleid zal zich tussen 2007 en 2013 ontwikkelen tot de belangrijkste uitgavenpost van de Europese Unie: aan de structuurfondsen zijn 347 miljard euro toegewezen.
Zal die ontwikkeling ertoe bijdragen dat onze economieën beter beschermd zijn tegen de gevolgen van de mondiale economische crisis, zoals de Commissie beweert? Met alle respect, ik betwijfel dat.
Om te beginnen zal de uitbreiding van de regionale uitgaven negatieve consequenties hebben voor bepaalde lidstaten, inzonderheid Frankrijk. De verhoging van die uitgaven gaat immers ten koste van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en dus ook van de Franse landbouw, die tot enige jaren geleden de belangrijkste begunstigde van het GLB was.
Daar komt bij dat de bijdragen van de structuurfondsen aan de Franse regio’s gestaag afnemen. Het grootste deel gaat naar Oost-Europa, dat als gevolg van veertig jaar communisme geheel geruïneerd is.
Frankrijk, dat 16 procent van de Europese begroting bijdraagt, geeft dus steeds meer geld aan Brussel, terwijl het steeds minder ontvangt. En verder is het zo dat het regionale beleid de begunstigden van dat beleid helemaal niet beschermt tegen de economische crisis. Het regionale beleid is immers gebaseerd op de logica van de volkomen ongeremde vrijhandelsideologie van de strategie van Lissabon.
De door de Commissie voorgestelde wijzigingen in het beheer van de structuurfondsen zal onze lidstaten niet in staat stellen het hoofd te bieden aan deze crisis, die nu juist het gevolg is van de ondoordachte opening van de grenzen en de deregulering van de financiële markten.
Meer dan ooit moeten wij een nieuw Europa opbouwen, een Europa dat is gebaseerd op de drie volgende beginselen: economisch en sociaal patriottisme, Europees protectionisme en communautaire preferentie.
Richard Howitt (PSE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de wereldwijde economische neergang treft al onze landen en al onze regio's. Het is juist dat wij vanavond noodmaatregelen overeenkomen om ervoor te zorgen dat de Europese fondsen de mensen in nood, in deze tijden van nood, eerder bereiken. Ik juich in het bijzonder de vermindering van het papierwerk toe die mogelijk wordt met de betalingen in de vorm van vaste en forfaitaire bedragen, waardoor kan worden geïnvesteerd in energie-efficiëntie van woningen, met het beschikbaar maken van zo'n zes miljard pond aan subsidies met ingang van dit jaar en met de vereenvoudiging van de leningverstrekking door de Europese Investeringsbank. Op het moment waarop een call-center van een woningbouwvereniging in Hertfordshire in mijn kiesdistrict banen ging afstoten, slaagden wij erin om binnen 24 uur door de EU gesubsidieerde ontslagsteun te verkrijgen. Daaruit blijkt weer eens dat Europa werkelijke hulp aan onze plaatselijke gemeenschappen kan leveren.
Met betrekking tot de wijzigingen die wij vandaag overeenkomen, is het ontwikkelingsbureau East of England ingenomen met het feit dat er meer door bedrijven geleide, compacte en op maat gesneden opleidingsvoorzieningen worden toegestaan. Naar zijn zeggen zal dit ons helpen om de toezegging van onze regio om 124 000 mensen te helpen met alleen al Europese sociale subsidies te eerbiedigen.
Tot slot was ik er erg trots op dat commissaris Hübner zelf naar Lowestoft in mijn kiesdistrict is gekomen voor de lancering van ons Europese regionale ontwikkelingprogramma van 100 miljoen pond, waarin de nadruk ligt op de verlening van steun aan het bedrijfsleven in onze gemeenschappen bij de aanpassing aan een lage CO2-groei. De economische crisis mag onze aandacht niet afleiden van onze langetermijnuitdaging betreffende klimaatverandering. Investering in technologie voor milieuvriendelijke bedrijfsvoering zou zelfs een speerpunt moeten zijn van onze inspanningen voor economisch herstel. East of England is van plan om stevig vast te houden aan deze doelstelling.
Marian Harkin (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik ben ingenomen met dit voorstel, omdat het een directe en tastbare reactie van de EU is op de huidige economische crisis. Wij reageren door gebruik te maken van de beschikbare instrumenten, maar ik ben het roerend eens met mijn collega, de heer Beaupuy, die zei dat wij de boel op orde moeten krijgen en snel iets moeten doen voor de gezinnen en de gemeenschappen.
Ten tweede ben ik ingenomen met de vereenvoudiging van het voorstel en de flexibiliteit die daarin wordt gebracht. Daar was sowieso dringend behoefte aan. Telkens opnieuw hoor ik van groepen die subsidie aanvragen klachten over het papierwerk en de bureaucratie. Dit pakket zal niet al hun problemen oplossen, maar wel kunnen helpen.
Ten derde ben ik bijzonder tevreden over het feit dat bijdragen in natura nu worden erkend als subsidiabele uitgaven. In mijn verslag over de bijdrage van vrijwilligerswerk aan de economische en sociale samenhang, dat door dit Parlement werd aangenomen, heb ik daarvoor ook gepleit. Dat betekent dat bijdragen van vrijwilligers en anderen nu worden beschouwd als bijdragen aan de diverse projecten. Hoewel er een economische crisis nodig was om ons helemaal over de streep te trekken, ben ik er toch erg blij mee.
Met deze maatregel worden de bijdrage van vrijwilligers en vrijwilligerstijd op een praktische manier erkend en wordt tevens aangetoond dat ook dergelijke bijdragen onderdeel kunnen vormen van ons antwoord op de huidige crisis. Op die manier werken we als partners samen met de burgers. Van de satellietboekhoudingen die door verschillende lidstaten zijn gepubliceerd weten we dat de non-profitsector goed is voor vijf à zeven procent van het BBP. Wij onderkennen dit nu, zien er de waarde van in, en zeggen tegen onze burgers: jullie inspanningen, jullie tijd en jullie inzet zijn belangrijk, en wij werken samen met jullie.
Guntars Krasts (UEN). – (LV) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Ik steun de wijzigingen die de bevoegde commissie heeft voorgesteld voor het voorstel van de Europese Commissie inzake energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op het vlak van huisvesting. Het voorstel van de Commissie regionale ontwikkeling zal de groei van de vraag en een snellere geldstroom naar maatregelen ter verhoging van energie-efficiëntie bevorderen. De lidstaten krijgen nu mogelijkheden om deze middelen zo te besteden dat ze maximaal effect sorteren op het verhogen van de energie-efficiëntie. De omvangrijkste resultaten zullen worden bereikt als deze middelen worden aangewend voor doeleinden die ruim baan geven aan consumenteninitiatieven ter verhoging van de energie-efficiëntie, en de meest bemoedigende maatregelen zullen die zijn welke de risico’s verminderen voor degenen die zelf overwegen te investeren in energie-efficiëntie. Ik moet echter wel zeggen dat de commissie enkele richtsnoeren zou moeten geven voor de activiteiten van de lidstaten ter zake. Zo’n aanpak zou niet alleen een sterker effect hebben op de stimulering van de economie, maar ook het begrip energiebesparing sneller ingang doen vinden in de lidstaten. De omvang van de beschikbare middelen betekent echter dat de lidstaten het aantal begunstigden zullen moeten beperken, en daarom zou het verstandig zijn gevolg te geven aan het voorstel van de Commissie en deze middelen in eerste instantie te bestemmen voor huishoudens met lagere inkomens. Dank u.
Jan Olbrycht (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, we voeren vandaag een debat over bijzonder belangrijke wijzigingen. Deze zijn niet alleen van belang omdat we daarmee een antwoord trachten te bieden op de moeilijkheden in verband met de financiële crisis, maar ook omdat ze een impact kunnen hebben op de ontwikkeling van het cohesiebeleid na 2013. Het spreekt vanzelf dat de invoering van zulke belangrijke wijzigingen niet uitsluitend als een tijdelijke maatregel kan worden opgevat.
We hebben voor het eerst met eigen ogen kunnen zien hoe de Europese Commissie, in overleg met het Parlement en de Raad, maatregelen heeft genomen waarover al geruime tijd gedebatteerd werd en moeilijk overeenstemming kon worden bereikt. We zijn met name getuige van een daadwerkelijke vereenvoudiging, van een daadwerkelijke versnelling en uiteraard van een strategiewijziging, omdat investeringen op het gebied van energiebesparende maatregelen worden opgenomen. Op deze manier dragen we een zeer positieve boodschap uit en maken wij duidelijk dat we in staat zijn om reeds in de programmeringsfase in te spelen op de situatie en niet dogmatisch vasthouden aan eerder vastgestelde beginselen.
Ik kan me soms niet van de indruk ontdoen dat het Europees Parlement als het kleine broertje van de Raad en de Commissie wordt beschouwd. Toch is dit Parlement vastberaden om met zijn optreden duidelijk te maken dat het bereid is om mee te werken aan een snelle reactie op de nieuwe uitdagingen waarmee we worden geconfronteerd.
Gábor Harangozó (PSE). – (HU) Ik vind dat we vandaag eigenlijk iets te vieren hebben. Het Parlement pleit er al jaren voor dat we niet alleen nepmaatregelen op het vlak van huisvesting financieren maar ook echte maatregelen nemen.
Een groot deel van de bevolking van de EU woont in torenflats. Als we dergelijke woningbouwprojecten ontwikkelen, kunnen we de leefomstandigheden van de bewoners tastbaar verbeteren, het energieverbruik terugdringen, en bovendien banen creëren en behouden. Met de huidige wijzigingen kan 90 procent van de torenflats in mijn land gerenoveerd worden, en dit is hoe dan ook een enorme stap.
Aangezien de fondsen echter nog steeds uitsluitend bedoeld zijn voor dergelijke renovaties in stedelijke gebieden, is er niet helemaal reden tot juichen. De arme bevolking van de plattelandsgebieden, die deze financiële middelen het hardst nodig heeft, wordt weer eens aan haar lot overgelaten. Omdat we dit torenflatprogramma, dat voor ons allemaal belangrijk is, op geen enkele manier in gevaar willen brengen, hebben we echter toch besloten op dit moment geen amendementen in te dienen. We verwachten echter van de Commissie dat ze onze aanbeveling vóór het zomerreces in haar pakket opneemt.
De eerste en belangrijkste stap naar een effectieve en duurzame sociale integratie van de meest achtergestelde gebieden wordt gezet als wij voorgoed een einde maken aan elke vorm van uitsluiting en gettovorming. Het heeft eenvoudigweg geen enkele zin nederzettingen te renoveren die buitengesloten zijn. De oplossing is niet renovatie, maar wederopbouw, ondersteund door complexe programma's waarin sociale werkgelegenheid wordt gecreëerd.
Geachte collega's, we zullen pas echt iets te vieren hebben als mensen in plaats van in ontwortelde plattelandsgetto's in nieuw opgezette sociale coöperaties kunnen werken en bij thuiskomst tegen hun kinderen kunnen zeggen dat ze moeten studeren en hun best moeten doen omdat ze alles kunnen worden wat ze maar willen.
Samuli Pohjamo (ALDE). – (FI) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, allereerst wil ik de rapporteurs bedanken voor hun uitstekend voorbereidend werk. De voorgestelde amendementen op de structuurfondsverordeningen versnellen het gebruik van fondsen en vereenvoudigen de regels, en moeten daarom worden gesteund. Op die manier kunnen wij waarborgen dat geld van de structuurfondsen kan worden gebruikt voor herstel en voor het bestrijden van de negatieve gevolgen van de recessie op de economie en de werkgelegenheid. Het is ook een goed begin van de hervorming van het structuur- en regionaal beleid van de Europese Unie, waarmee de procedures moeten worden vereenvoudigd en versneld en gezorgd moet worden voor veel meer flexibiliteit en resultaatgerichtheid.
Wij moeten ons echter niet alleen richten op minder bureaucratie met betrekking tot de communautaire regelgeving en op het bereiken van meer resultaten, maar ook waarborgen dat de lidstaten dezelfde kant op gaan. De regio’s en plaatselijke actoren moeten meer macht krijgen en de centrale overheid moet haar verstikkende bemoeienis verminderen.
VOORZITTER: MARTINE ROURE Ondervoorzitter
Ewa Tomaszewska (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, met het oog op de huidige crisis is het van vitaal belang dat we de economische activiteit stimuleren, banen trachten te redden en zorgen voor bescherming voor personen die hun werk verliezen. Het Commissievoorstel betreffende de uitbreiding van het toepassingsgebied van de kosten die voor financiering uit het Europees Sociaal Fonds in aanmerking komen, is bijgevolg een stap in de goede richting.
Het opnemen van financiering voor vaste bedragen alsook voor directe en gemengde kosten en het afzien van een plafond voor de betalingen dragen in grote mate bij tot een betere besteding van de financiële middelen uit het Europees Sociaal Fonds. De invoering van de betaling van vaste bedragen voor zowel directe als indirecte kosten tot maximaal 50 000 euro zal tot een vereenvoudiging van de administratieve procedures leiden. Op deze manier zullen de vertragingen bij de tenuitvoerlegging van de doelstellingen van het ESF kunnen worden weggewerkt. Gezien het spoedeisende karakter van de invoering van deze maatregelen pleit ik ervoor om het voorstel zonder amendementen aan te nemen. Ik zou mevrouw Harkin nog van harte willen bedanken omdat ze de aandacht heeft gevestigd op de erkenning van de waarde van vrijwilligerswerk.
Maria Petre (PPE-DE). – (RO) Om te beginnen wil ik het idee van deze gecoördineerde maatregelen toejuichen. Ik zou ook een speciaal woord van dank aan de rapporteurs willen richten voor het door hen verrichte werk.
We zijn allemaal op de hoogte van de gevolgen die de crisis in elk van onze landen heeft. Deze variëren van een afname van de economische groei en de werkgelegenheid tot een toename van het begrotingstekort en de recessie. Het cohesiebeleid van de EU kan ook in dit kader een overtuigend en doeltreffend instrument zijn. Wij zijn ons terdege bewust van het feit dat Europa zwaar getroffen wordt door deze crisis, maar het is bemoedigend dat de EU snel heeft weten te reageren om oplossingen te vinden.
Het besluit om de regels aan te passen voor de bestaande fondsen die hun doeltreffendheid al hebben aangetoond, is de meest geschikte maatregel. De procedure voor de oprichting van een speciaal crisisfonds zou veel te veel tijd in beslag hebben genomen. De vereenvoudiging van de subsidiabiliteitscriteria, de verhoging van de voorfinancieringen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het Europees Sociaal Fonds en de bespoediging van de investeringen in grote projecten zijn maatregelen die naar ik hoop de lidstaten zullen helpen om uit de economische en financiële crisis te komen.
We zijn ons bewust van het feit dat Europa momenteel niet alleen een economische crisis doormaakt, maar ook een energiecrisis. De maatregel die het mogelijk maakt om het EFRO voor investeringen in energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie in de volkshuisvesting te gebruiken, zal naar mijn mening een groot effect sorteren. Roemenië heeft net als de andere landen van Centraal- en Oost-Europa veel problemen met de flatgebouwen. De oude gebouwen zijn uiterst slecht geïsoleerd en een groot aantal bewoners is niet in staat om de isolatie van hun woningen uit eigen zak te betalen.
We hopen dat deze maatregel de Europese burgers zal helpen energie te besparen, zodat ze over meer geld kunnen beschikken en ook hun steentje kunnen bijdragen tot de vermindering van de aardopwarming. De huidige Roemeense regering heeft verklaard dat deze maatregel de hoogste prioriteit heeft en de voorzieningen die zijn getroffen duiden erop dat deze prioriteit inmiddels is gewaarborgd.
Stavros Arnaoutakis (PSE). – (EL) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega´s, het onderhavig pakket met wijzigingen van de verordeningen inzake de structuurfondsen is een belangrijke stap vooruit in de richting van vereenvoudiging en een onmiddellijke activering van de middelen, zowel op Europees als op nationaal en lokaal vlak.
Dit is een belangrijke stap voor de ondersteuning van de Europese economie in deze tijd van diepe crisis, waarvan de weerslag op de reële economie, ongeacht het niveau, zich elke dag sterker doet gevoelen. Het is een stap die tegemoet komt aan de steevaste eis van het Europees Parlement dat de procedures worden vereenvoudigd en meer soepelheid wordt gebracht in de toepassing van de regels inzake de structuurfondsen.
Wat is eigenlijk het antwoord van onze leiders op de huidige grote crisis? Waar is het Europees beleid? Als wij ervoor willen zorgen dat de noodzakelijke liquide middelen aankomen bij degenen voor wie ze bestemd zijn en dat de werken onmiddellijk worden opgestart en tijdig worden voltooid, moeten de lidstaten aantonen opgewassen te zijn tegen de omstandigheden. De middelen van het cohesiebeleid moeten onmiddellijk en tijdig ter beschikking worden gesteld van de echte rechthebbenden op regionaal en lokaal vlak. De activering van de operationele programma´s moet tot doel hebben werkgelegenheid, ondernemerschap en concurrentiekracht te waarborgen en het natuurlijk, cultureel en menselijk kapitaal van elke regio te benutten.
Alleen op die manier kan een onmiddellijke activering van de programma´s bijdragen aan de bescherming van de cohesie en het ontstaan van nieuwe kloven worden voorkomen.
Waarde collega´s, de huidige crisis moet voor ons een gelegenheid zijn om een eensgezind geluid, een Europese stem voor de oplossing van de huidige problemen te laten horen.
Toomas Savi (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de toetreding tot de EU gaf toegang tot de structuur- en cohesiefondsen van de Europese Unie, waaruit de Republiek Estland in de periode van 2004 tot 2006 ongeveer 800 miljoen euro heeft ontvangen, terwijl nog eens 3,4 miljard euro in het kader van de financiële vooruitzichten 2007-2013 zijn toegekend.
In weerwil van de ernstige economische crisis is de verwezenlijking van de doelstelling van de fondsen van de Europese Unie, namelijk nivellering van de ontwikkelingverschillen binnen de Unie, dichterbij gekomen.
Ik ben zeer ingenomen met het voorstel van de Commissie aan de Raad om een extra bedrag van 6,3 miljard euro toe te wijzen aan bestrijding van de nadelige gevolgen van de economische crisis, dat wil zeggen aan versnelde tenuitvoerlegging van de fondsen ten gunste van de echte economie.
Ik ben het echter eens met de rapporteur, mevrouw García Pérez, dat in alle lidstaten een eensluidende aanpak is geboden om te voorkomen dat de ongelijkheid binnen de Europese Unie toeneemt en dat het geld van de Europese belastingbetaler verkeerd gebruikt wordt.
Rolf Berend (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega’s, er zijn allerlei manieren om de onverwachte gevolgen van de financiële en economische crisis aan te pakken. Dit pakket van herzieningen, deze wetgevende maatregel in het kader van het Europese conjunctuurprogramma, is bedoeld als een goed – maar niet afdoende - antwoord op deze situatie, die wel weer overgaat maar toch buitengewoon kritiek is.
Er wordt onder andere geëist dat de procedures in de verordening inzake de structuurfondsen verder worden vereenvoudigd, en dat de bestaande bepalingen flexibeler worden toegepast, een eis die het Europees Parlement in de afgelopen jaren al meerdere malen heeft gesteld. Ik ben blij dat men van plan is om artikel 7 – subsidiabiliteit van de uitgaven – te wijzigen om de lidstaten en de regio’s van de EU in staat te stellen subsidies uit het structuurbeleid te investeren in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie in de woningbouw, en het lijkt me ook een goede zaak dat niet alleen huishoudens met een laag inkomen voor deze maatregel in aanmerking komen. Dat is volgens mij een belangrijk punt. In het amendement hierover wordt daarom terecht voorgesteld om de regel “huishoudens met een laag inkomen” te schrappen, en in plaats daarvan voor dergelijke uitgaven een plafond in te voeren van vier procent van de totale EFRO-middelen voor iedere lidstaat. Dat is slechts één van de vele voorgestelde verbeteringen.
Kortom, wanneer dit hele pakket wordt doorgevoerd leidt dat ertoe dat het geld sneller kan worden uitgegeven en er dus ook meer liquiditeit ontstaat voor de uitvoering van de nodige voorbereidende maatregelen met geld uit de structuurfondsen van het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds. Door de regels te vereenvoudigen kunnen we de uitvoering van de programma’s versnellen.
Dit is volgens mij een doelmatige – maar nog niet afdoende – bijdrage aan de aanpak van de huidige crisis.
Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (PSE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, de Europese Unie heeft te kampen met een crisis zonder weerga waarvan de gevolgen momenteel nog niet te overzien zijn. De huidige situatie heeft niet alleen een vertraging van de groei veroorzaakt maar ook geleid tot een toename van de begrotingstekorten en een dramatische stijging van de werkloosheid. Het Europees cohesiebeleid, dat voor de periode 2007-2013 over een begroting van 347 miljard euro beschikt, lijkt een van de meest doeltreffende instrumenten om investeringen te stimuleren en aanvullende openbare financiering ter beschikking te stellen van de nationale economieën.
De Europese Commissie heeft al een reeks maatregelen aangenomen met het doel wijzigingen door te voeren in het bestaande pakket verordeningen betreffende de structuurfondsen. Deze aanpassingen hebben tot doel de uitgaven te versnellen, ervoor te zorgen dat er meer liquide middelen beschikbaar zijn voor de uitvoering van projecten en de regels te vereenvoudigen met het oog op een snellere tenuitvoerlegging van projecten in de regio's. De voornaamste actieterreinen betreffen het vergroten van de steun van de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds, evenals de vereenvoudiging van de subsidiabiliteit van de uitgaven. Er wordt tevens gepleit voor de uitbetaling van vaste bedragen en het versnellen van de uitgaven bij grote projecten.
Ik ben ingenomen met het snelle optreden van de Europese Commissie en met de door haar voorgestelde wetgevingswijzigingen. Er dient echter nog een belangrijke wijziging te worden doorgevoerd die tot op heden niet in overweging is genomen. Ik doel in dit verband op het opzetten van een beheers- en controlesysteem, teneinde het volledige economische systeem van de Europese Unie van echte liquide middelen te voorzien.
Oldřich Vlasák (PPE-DE). – (CS) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het voorstel van de Europese Commissie biedt alle lidstaten de mogelijkheid middelen uit de structuurfondsen te investeren in de renovatie en reparatie van flats en andere gebouwen. Dit is van bijzonder belang voor Tsjechië, omdat ongeveer 26 procent van de Tsjechische bevolking in verouderde flats woont. Als het voorstel morgen wordt aangenomen en in april ook formeel wordt goedgekeurd door de Raad, opent het de mogelijkheid om nog eens 16 miljard CZK te investeren in verwarmingssystemen voor flats en huizen, en niet alleen in Tsjechië. Ik juich het persoonlijk ook toe dat de eis wordt afgeschaft dat de fondsen alleen mogen worden gebruikt voor huishoudens met lage inkomens, een eis die ik problematisch acht omdat deze huishoudens per land verschillend worden gedefinieerd.
Naar mijn mening moeten de lidstaten in de gelegenheid worden gesteld te beslissen welke categorieën gebouwen in aanmerking komen voor financiering volgens hun eigen regels en moeten zij hun eigen criteria kunnen bepalen volgens hun eigen behoeften. We moeten betere en goedkopere huisvesting voor iedereen mogelijk maken, niet alleen voor bewoners van de sociale woningsector. Het is betreurenswaardig dat we de financiële crisis nodig hadden hebben gehad om meer investeringen in huisvesting mogelijk te maken en deze maatregelen in de hele EU door te voeren. Ik verwelkom het besluit echter van harte, omdat mensen hun geld tegenwoordig heel zorgvuldig moeten besteden en we hen op deze manier helpen te besparen op hun kosten van verwarming en heet water, dus op hun woonlasten. Volgens een schatting van de organisatie CECODHAS kunnen Europese huishoudens gemiddeld 450 EUR per jaar besparen op deze kosten en dat betekent tastbare hulp.
James Nicholson (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik de rapporteurs feliciteren met het uitstekende werk dat zij hebben gedaan met deze verslagen, die ik bij het Parlement aanbeveel. Ik denk dat deze steun van harte moet worden toegejuicht.
Als de lidstaten van deze gelegenheid gebruik maken om de 4 procent subsidie van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) te besteden aan het stimuleren van investeringen in energie-efficiëntie in huisvesting, dan zal dit een positieve bijdrage leveren aan zowel onze economieën als het milieu. Het doet mij deugd dat de Commissie met een dergelijk voorstel komt, waarmee gelijktijdig wordt ingespeeld op problemen rond de economische crisis en het milieu.
Het verslag is vooral goed nieuws voor veel oude lidstaten, en het doet mij deugd dat oude lidstaten van de EU nu de gelegenheid krijgen een deel van de EFRO-subsidies aan te wenden voor ingrepen ter bevordering van de energie-efficiëntie in huisvesting. Ik ben blij te zien dat de subsidiabiliteitscriteria zijn verruimd en niet beperkt zijn tot alleen huishoudens met een laag inkomen.
Wij moeten ons er echter ook van bewust zijn dat een en ander geen verhoging van de subsidie inhoudt. Het is nu de taak van de nationale en regionale autoriteiten om gebruik te maken van deze kans en het betreffende percentage van de EFRO-fondsen in de richting van subsidies voor dergelijke projecten te leiden. Hiervoor kan het nodig zijn dat zij nieuwe prioriteiten voor delen van hun lopende programma's stellen. Ik denk dat dit het op de lange termijn waard zal zijn.
Luca Romagnoli (NI). – (IT) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega's, deze maatregelen van de Commissie lijken min of meer correct te zijn. De directe toewijzing van contracten aan de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds lijkt een goed idee te zijn, net als het vereenvoudigen van procedures en het bespoedigen van betalingen.
Er is echter met name één fundamentele aanbeveling: nationale en regionale transparantie met het oog op het gebruik van fondsen, waar het in sommige gevallen, naar mijn mening, wel eens aan ontbreekt. Controles moeten adequaat worden uitgevoerd, evenals de betalingen. In bepaalde streken in Italië, zoals in Lazio, worden de subsidies voor landbouwers maanden of soms zelfs jaren na overboeking vanuit de Europese Unie pas uitgekeerd, en ik heb verder geen tijd meer om andere voorbeelden te geven. Laten we daarom de crisis een handje helpen door niet alleen verschillende vormen van interventie in overweging te nemen, maar ook door de fondsen effectief, tijdig en nuttig te gebruiken.
Zita Pleštinská (PPE-DE). – (SK) De structuurfondsen helpen ons ook de nieuwe economische realiteit te aanvaarden. Ze stellen de lidstaten in staat EU-investeringen optimaal in te zetten als doeltreffende remedie tegen de huidige economische crisis.
Het Europees Parlement pleit bij monde van de Commissie regionale ontwikkeling voortdurend voor vereenvoudiging van de administratieve regels. Ik ben verheugd dat de Commissie daarvan eindelijk nota heeft genomen en dat zij met de Raad tot een gezamenlijk standpunt is gekomen.
Kostbare administratieve procedures, vertraagde betalingen en ingewikkelde subsidiabiliteitscontroles scheppen problemen voor de uiteindelijke ontvangers. Veel ambtenaren in mijn eigen land, Slowakije, verwijten Brussel regelmatig dat het zo’n enorme nadruk legt op bureaucratie en het tig keer controleren van rekeningen. Zij vergeten hoe belangrijk de juiste keuze van activiteit, projectinhoud en -kwaliteit, doelmatige uitvoering en projectvoordelen is.
De leden van de projectteams moeten zich concentreren op projecten van goede kwaliteit die voordeel opleveren in de vorm van een concurrerende omgeving, en mogen niet urenlang in administratiekantoren zitten en daar kostbare tijd en energie verspillen, om nog maar te zwijgen van de bergen papierwerk die voor de verantwoording nodig zijn. Het controleren van verwaarloosbare posten kost vaak veel meer dan de posten zelf waard zijn.
Ik ben het daarom eens met de uitbreiding van het gebruik van eenmalige sommen en standaardschalen in de regelgeving betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en de invoering van drie nieuwe vormen van subsidiabele kosten: indirecte kosten tot maximaal 20 procent van de directe kosten, eenmalige bedragen tot 50 000 euro en overal gelijke standaardschalen voor afzonderlijke kosten.
Om deze reden beschouw ik de door de Europese Commissie genomen besluiten, die bedoeld zijn om de flexibiliteit bij de kredietopneming door de lidstaten uit de structuurfondsen te vergroten, als een positief antwoord op de huidige economische crisis.
Ik geloof dat vereenvoudiging van de regels en flexibele financiering de lidstaten zullen helpen goede projecten voor te bereiden die gericht zijn op sectoren waar zij een hoog rendement opleveren. We moeten investeringen richten op energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op het vlak van huisvesting met de bedoeling nieuwe banen te scheppen en energie te besparen. Door schone technologieën te stimuleren kunnen we bijdragen tot het herstel van zowel de auto-industrie als de bouwsector.
Avril Doyle (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik steun het voorstel tot wijziging van de verordening betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling teneinde aanvragen tot EFRO-subsidies voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op het vlak van huisvesting mogelijk te maken. Ik spreek ook mijn steun uit voor de wijziging van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie waarmee de beperking van de subsidiabiliteit tot huishoudens met een laag inkomen komt te vervallen, en de subsidiabiliteit in plaats daarvan wordt beperkt tot maatregelen die de sociale cohesie bevorderen, waarbij het aan het oordeel van de lidstaten wordt overgelaten om de precieze categorieën van subsidiabele huisvesting vast te stellen.
Ik wil echter, als u het goed vindt, een specifieke vraag aan de Commissie stellen. Wat bedoelen we met energie- efficiëntie (en dan hebben wij het over energie-efficiëntie in het kader van de EFRO-subsidies)? Zal er een geharmoniseerde methode zijn voor alle zevenentwintig lidstaten van de EU om energie-efficiëntie te berekenen, of zullen er verschillende berekeningen en verschillende factoren worden toegepast in verschillende lidstaten? Wanneer wij het bijvoorbeeld hebben over energie-efficiëntie en investeringen in energie-efficiëntie in huisvesting van particulieren, bedoelen we dan hetzelfde als wat is bedoeld in het kader van de richtlijn inzake energieprestaties van gebouwen, die momenteel wordt behandeld en waarbij een debat gaande is over de noodzaak van een geharmoniseerde - of een gelijke grondslag voor – berekening, ofwel over de feitelijke becijfering van energie-efficiëntie, teneinde er zeker van te zijn dat de investeringen worden gestoken in werkelijke energie-efficiëntie, het verbeteren daarvan of het verlagen van de CO2-emissies?
Dit is onderdeel van de discussie die wij vanmorgen hebben gehad tijdens een ontbijt voor kleine en middelgrote ondernemingen, waarvan mijn collega, de heer Rübig, gastheer was. Ons is toen zeer duidelijk verteld dat sprake is van knelpunten bij het rond krijgen van investeringen in energie-efficiëntie van gebouwen: knelpunten in de financiering vanwege het effect van de kredietcrisis op leningen. Wij moeten kijken naar subsidies en verschillende belastingvoordelen. De administratie moet eenvoudig zijn, zodat we gewone huishoudens aanmoedigen gebruik te maken van deze fondsen, zowel EFRO-fondsen als subsidies van lidstaten. Nu we het er toch over hebben wil ik meedelen dat onze regering onlangs de subsidieregeling Home Energy Saving Retrofit heeft geïntroduceerd.
Maar bovenal hebben we eenvoudige administratie nodig. Wij hebben promotie nodig zodat investeringen niet alleen leiden tot vermindering van de invoer van fossiele brandstoffen en verlaging van koolstofdioxide-emissies, maar ook huishoudens de verlaging van energiekosten te gelde zullen maken.
Ljudmila Novak (PPE-DE). - (SL) Ik steun ten volle de voorgestelde amendementen op de verordening waarmee de forfaitaire financiering wordt uitgebreid en het gebruik van een forfaitair betalingssysteem mogelijk wordt. Het is een gepaste maatregel die in deze economische omstandigheden de problemen van werklozen kan verlichten.
Alvorens die amendementen aan te nemen wil ik echter graag op het volgende wijzen: drie vierde van de burgers van de Europese Unie is van mening dat het Europees Parlement een belangrijke rol speelt bij de gemeenschappelijke vormgeving van het Europese beleid. Hetzelfde onderzoek heeft ook aangetoond dat het Europees Parlement onder de ondervraagden het meeste vertrouwen geniet: 51 procent vertrouwt het Europees Parlement, terwijl 47 procent de Commissie en 42 procent de Raad vertrouwt. Het vertrouwen in onze instelling ligt ook hoger dan dat in de Europese Centrale Bank.
Waarom som ik die statistische gegevens op? Omdat het Europees Parlement al in 2005 had vastgesteld dat er behoefte was aan een aanzienlijke vereenvoudiging van de structuurfondsen en vooral het Europees Sociaal Fonds. De Commissie is echter pas nu, in deze crisis, begonnen met de uitvoering van onze aanbevelingen om de voorwaarden waaronder bedrijven en burgers werken te verbeteren.
Ik ben tevreden over het feit dat onze bevindingen en aanbevelingen ten minste gedeeltelijk zullen worden gerealiseerd, maar ik ben tegelijk teleurgesteld over de aanpak van die problemen, waarbij enkel brandjes worden geblust. Ik hoop dat die ervaringen in de toekomst ertoe zullen bijdragen dat de Commissie sneller ingrijpt en dat vele substantiële en terechte opmerkingen en voorstellen van het Parlement vroeger zullen worden verwezenlijkt.
Colm Burke (PPE-DE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik verwelkom deze nieuwe voorstellen. Wij beleven op dit moment crisistijden en zien enorm veel werkgelegenheid in de gehele EU verloren gaan.
Vandaag zijn de meest recente werkloosheidscijfers in Ierland bekendgemaakt. Het cijfer staat nu op 11 procent, tegenover 5,4 procent slechts een jaar geleden, dat wil zeggen meer dan het dubbele in absolute cijfers. Deze cijfers zijn schokkend en angstaanjagend. Nu wij echter geconfronteerd zijn met dit sombere vooruitzicht, moeten we ervoor zorgen dat we creatieve oplossingen vinden om de mensen die zonder werk zitten de juiste vaardigheden, perspectieven en hoop op een betere toekomst te geven.
Het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het Cohesiefonds kunnen hierbij een cruciale rol spelen. Door deze subsidies gericht in te schakelen kunnen we onze economieën met de juiste instrumenten toerusten om uit de recessie te komen. Het is ons aller taak – als leden van het Europees Parlement en als burgers – om dit onder de aandacht van het publiek te brengen dat op dit moment zo bevreesd is. Het is ons aller taak om deze boodschap over te brengen aan onze nationale regeringen en hun duidelijk te maken dat zij overeenkomstige fondsen beschikbaar moeten stellen en deze zo snel en efficiënt mogelijk moeten inzetten. Ik verwelkom ook de vermindering van het papierwerk. Het is een stap in de juiste richting.
Silvia-Adriana Ţicău (PSE). – (RO) 2010 is het jaar waarin we een tussentijdse evaluatie zullen uitvoeren van de wijze waarop de structuurfondsen worden gebruikt en ik ben van mening dat hierbij prioriteit moet worden gegeven aan energie-efficiëntie. Ik vind het jammer dat bepaalde amendementen op deze verslagen niet zijn goedgekeurd.
Als rapporteur voor de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen heb ik voorgesteld het percentage van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) dat voor de verbetering van de energie-efficiëntie van gebouwen kan worden gebruikt, met maximaal vijftien procent te verhogen. Dit om meer flexibiliteit mogelijk te maken. Het is aan de lidstaten om te besluiten of zij middelen en hoeveel middelen zij hiervoor willen toewijzen.
Ik weet dat dit een urgente kwestie is. De vijftien oude lidstaten moeten in staat zijn om de structuurfondsen voor energie-efficiëntie te besteden. Ik meen dat hierdoor een uitwisseling van goede praktijken mogelijk wordt en de nieuwe lidstaten gesteund kunnen worden. Ik dring er bij de Commissie op aan om uiterlijk 30 juni 2010 een nieuw wetgevingsvoorstel in te dienen, zodat het plafond tot maximaal vijftien procent kan worden verhoogd of een drempel van minimaal tien procent kan worden vastgelegd voor het percentage EFRO-middelen dat kan worden uitgetrokken voor de energie-efficiëntie van gebouwen.
Fiona Hall (ALDE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, telkens weer wordt in de discussie over energie-efficiëntie gezegd dat er veel meer had kunnen worden bereikt, en sneller, als er rechtstreekse subsidie beschikbaar zou zijn geweest. Daarom is het zo belangrijk dat het mogelijk is subsidies uit het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) aan energie-efficiëntie te besteden, niet alleen in de twaalf nieuwe maar ook de vijftien oude lidstaten van de EU.
De aanzienlijke vooruitgang ten spijt heeft de Britse minister voor volkshuisvesting toegegeven dat momenteel slechts 1 procent van het huidige huizenbestand energie-efficiënt genoeg is om brandstofarmoede te voorkomen. In mijn eigen regio, Noordoost-Engeland, is een op de tien huizen ingedeeld in de eerste categorie van gezondheidsrisico's, omdat ze zo koud en tochtig zijn.
Ik verwelkom dus deze wijziging en wil alle lidstaten en regio's oproepen optimaal te profiteren van de nieuwe flexibiliteit. Omdat het belangrijk is klimaatverandering, brandstofarmoede, werkloosheid en energiezekerheid aan te pakken wil ik, in navolging van mevrouw Ţicău, de Commissie oproepen om de huidige percentagegrenzen op termijn aanzienlijk te verhogen, hetgeen dinsdag ook door de Commissie industrie, onderzoek en energie is gedaan in haar stemming over de herziening.
Catherine Stihler (PSE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de rapporteurs bedanken. Onderzoeken hoe de Europese Structuurfondsen effectiever kunnen worden gebruikt om degenen te helpen die door de economische wereldcrisis zijn getroffen, is een van de vele dingen die de lidstaten moeten doen om degenen die hun baan zijn kwijtgeraakt, zo snel mogelijk weer aan het werk te helpen.
Het is interessant dat wij dit onderwerp juist aan de vooravond van de G20 bespreken. De G20 bezit het potentieel om een begin te maken met het proces voor de opstelling van de wereldwijde financiële regels die noodzakelijk zijn om te voorkomen dat een dergelijke economische calamiteit zich weer voordoet.
Werkgelegenheid en de sociale agenda moeten hoofdthema's worden voor de Europese verkiezingen. De 25 miljoen mensen in de EU die tegen het eind van het jaar zonder werk zullen zitten, moeten het middelpunt zijn van onze inspanningen in dit Parlement om de economie weer op gang te brengen en mensen weer aan het werk te helpen.
Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik wil om te beginnen mevrouw García Pérez, mevrouw Jöns en de heer Angelakas bedanken voor hun uitstekende verslag. Ik bedank ook de afgevaardigden voor hun opmerkingen.
In de meeste interventies hebben de sprekers steun betuigd voor de maatregelen die de Commissie voorstelt. Daarin hebben zij ook duidelijk gemaakt dat die maatregelen volgens hen zullen bijdragen tot het verzachten van de gevolgen van de crisis voor de Europese economie. Namens de Commissie wil ik u voor deze steun bedanken.
In uw interventies heeft u erop gewezen dat het Parlement de Europese Unie graag van voldoende middelen voor het bestrijden van de reële gevolgen van de crisis wil voorzien. U heeft erop gewezen dat snel moet worden opgetreden – en dat is ook onze bedoeling. Ik wil het Tsjechisch voorzitterschap graag bedanken voor zijn steun. Dit voorzitterschap heeft al het nodige ondernomen om ervoor te zorgen dat de noodzakelijke verordeningen zo snel mogelijk kunnen worden aangenomen.
Volgens optimistische maar redelijke schattingen zullen de nieuwe verordeningen de eerstvolgende weken al in werking kunnen treden en dan snel gevolgen teweeg kunnen brengen voor de operationele programma’s. De voorschotten zullen dan begin mei reeds kunnen worden uitbetaald.
In ander interventies is erop gewezen dat we de implementatie van deze maatregelen nauwlettend moeten volgen, en dat we in 2010 een verslag moeten opstellen om te zien welke resultaten er behaald zijn. De Commissie heeft die verplichting op zich genomen en maakt daarvan ook melding in de verklaring die ze het Voorzitterschap heeft gegeven.
De Europese instellingen hebben dus nauwelijks vier maanden nodig gehad om dit wetgevingspakket op te stellen en goed te keuren. Dan wil ik nu graag nader ingaan op het onderwerp energie-efficiëntie, dat in een groot aantal interventies is genoemd.
Ik wil het Parlement er graag op wijzen dat er in juni, in het kader van een seminar voor de beheersautoriteiten van de lidstaten, een workshop zal worden georganiseerd. We vragen de lidstaten nu om aan te geven wat hun plannen zijn met betrekking tot de concrete invulling van de strategische verslagen die ze voor het einde van 2009 verwacht worden in te dienen.
In de huidige omstandigheden is het aan de lidstaten om de criteria en de maatregelen voor energie-efficiëntie vast te leggen. Dat volgt uit het subsidiariteitsbeginsel. Momenteel wordt echter ook een richtlijn inzake energie-efficiëntie besproken. Als die richtlijn eenmaal is aangenomen, zal ze natuurlijk moeten worden toegepast. Daarnaast sluit ik me graag aan bij alle afgevaardigden die hebben aangevoerd dat het verbeteren van de energie-efficiëntie van gebouwen extra voordelen zou opleveren, omdat je zo banen schept en tegelijk, door bij te dragen aan een oplossing voor de opwarming van de aarde, aan de toekomst werkt.
Deze crisis heeft aangezet tot een heel nauwe samenwerking tussen de drie instellingen, maar ik moet er toch op wijzen dat het steeds belangrijker wordt dat de Commissie en het Parlement een op sterk wederzijds vertrouwen gebaseerd partnerschap aangaan. De Commissie heeft geprobeerd een doeltreffend antwoord te formuleren op de uitdagingen waarmee de economische en financiële crisis ons geconfronteerd heeft, en daarbij tegelijkertijd gebruik willen maken van de interactieve discussie tussen de lidstaten en het Europees Parlement om zo tegemoet te kunnen komen aan de eisen die aan haar worden gesteld als het gaat om het vereenvoudigen van het beleid en de beleidsmodaliteiten.
Natuurlijk hadden er meer voorstellen kunnen worden opgenomen in het herstelplan. Niet alle voorstellen zijn opgenomen maar ze helpen de Commissie wel bij het nadenken over de wijze waarop we het herstelplan extra impact kunnen verlenen. Bovendien verschaffen ze de nationale overheden die met de uitwerking van de projecten belast zijn, extra faciliteiten. De Commissie heeft vorig jaar november een werkgroep opgericht die zich bezig moest gaan houden met vereenvoudiging. Dat werk heeft nu reeds een ontwerp opgeleverd voor de herziening van de uitvoeringsverordening van de Commissie. Er zullen vermoedelijk andere wijzigingsvoorstellen volgen, zowel voor de algemene verordening als voor de specifieke verordeningen voor elk fonds afzonderlijk.
Mevrouw de Voorzitter, dames en heren afgevaardigden, alle opmerkingen die in de loop van dit debat zijn gemaakt zullen hun nut bewijzen, en aanvullende opmerkingen zijn altijd welkom. Ik ben het Europees Parlement dankbaar voor zijn pogingen om zo snel mogelijk een antwoord te vinden op de ernstige problemen die deze crisis veroorzaakt.
Van de amendementen van mevrouw Schroedter op de ontwerpverordening inzake het EFRO hebben er drie betrekking op de overwegingen, en één op het beschikkend gedeelte. Als we de eerste categorie amendementen – de amendementen 8 tot en met 10 – zouden overnemen, zou weliswaar de omvang van de bedragen die met de door de Commissie ingediende voorstellen gemoeid zijn, niet worden gewijzigd, maar wel de procedure voor het aannemen van de verordening veel langer worden.
Wat het amendement op het beschikkende gedeelte betreft, verzet de Commissie zich niet tegen het beginsel. Op die wijze zouden we echter een beschikkend gedeelte krijgen dat niet aansluit bij de compromistekst van de Raad, en de Raad heeft nu juist voor die tekst gekozen omdat een andere tekst moeilijkheden zou opleveren bij de tenuitvoerlegging in de lidstaten.
Ik was u deze extra uitleg verschuldigd en heb u die uitleg nu aan het einde van mijn interventie verschaft. Ik bedank het Parlement opnieuw voor het feit dat het ons in staat heeft gesteld snel te handelen om zo de – door sommigen onder u raak geschetste – schadelijke gevolgen van de crisis te beperken.
Iratxe García Pérez, rapporteur. – (ES) Commissaris, ik wil u bedanken voor uw verklaringen naar aanleiding van het onderhavige debat. U zult wel begrijpen dat de vrijwel volledige unanimiteit in dit Parlement ten aanzien van het onderhavige voorstel niet uit de lucht is komen vallen.
Zoals mijn collega, mevrouw Creţu, al heeft opgemerkt, is dit feitelijk een teken van politieke wil, waaruit blijkt dat we ons steentje kunnen bijdragen aan het zoeken naar een oplossing voor de huidige crisis, die voor de bevolking van Europa werkelijk tot nijpende situaties en tekorten leidt.
Het was echter ook een exercitie in verantwoordelijkheid nemen, zoals u al gezegd heeft. Een exercitie in verantwoordelijkheid nemen, zeg ik, want wij waren ervan doordrongen dat het aan ons voorgelegde voorstel misschien voor verbetering vatbaar was. We hadden andere punten kunnen opnemen om een versnelling of vereenvoudiging van de procedures mogelijk te maken, maar het was ons duidelijk dat we, als we die maatregelen zo snel mogelijk wilden laten ingaan, wij de verslagen moesten laten zoals ze nu zijn.
Daarom wil ik de Commissie gewoon het volgende verzoek doen. Zoals u gezegd heeft, is er nu een herzieningsplan om de vereenvoudiging van de procedures verder uit te breiden. Ik hoop nu dat het Parlement een grotere rol krijgt toebedeeld in het debat over en bij het opzetten van de initiatieven voor de verbetering van die vereenvoudiging. Niet alleen dit Parlement eist hierbij betrokken te worden, ook de lokale overheden verwachten dat, want zij zijn het die rechtstreeks aan deze projecten deelnemen, en zij weten hoe noodzakelijk het is om de verschillende initiatieven van start te kunnen laten gaan.
Emmanouil Angelakas, rapporteur. – (EL) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, hartelijk dank. Ik heb een aantal opmerkingen over hetgeen hier werd gezegd.
Ik ben heel blij dat u, mijnheer de commissaris, hebt aangekondigd een begin te zullen maken met de betaling van voorschotten, eventueel zelfs begin mei al. Ik denk dan ook dat na morgen en binnen een redelijk tijdsbestek van twee, drie of vier weken, deze wijzigingen gepubliceerd zullen worden in het Officieel Publicatieblad van de Europese Unie en, zoals u zei, van kracht zullen worden. Dat was mijn eerste opmerking.
Ten tweede wil ik, evenals de andere collega’s, zeggen dat u in de nieuwe legislatuur snel moet overgaan tot de wijziging en vereenvoudiging van de andere verordeningen. Het Europees Parlement wil actief bijdragen aan de bestudering, evaluatie en opstelling van deze verordeningen.
Ik moet u nog zeggen dat ook wij ideeën en voorstellen hadden, maar dat de meeste collega´s in de commissie en het Parlement het niet wenselijk achtten op die wijzingen aan te dringen omdat wij ons bewust waren van de urgentie.
Er werd gezegd dat het opnemingspercentage van de kredieten voor hernieuwbare energiebronnen voor huisvesting omhoog zal gaan, maar uit de ons ter beschikking staande gegevens blijkt dat de nieuwe lidstaten tot nu toe slechts 1 à 1,5 procent hebben besteed, hetgeen zou kunnen duiden op moeilijkheden. Volgens mij is 4 procent, het maximumpercentage dat de EFRO-begroting hiervoor uittrekt, tevredenstellend, maar ik hoop dat het uiteindelijke resultaat veel beter zal zijn.
Ik ben ook blij dat u verklaard hebt in de tweede helft van 2010 een evaluatie te zullen presenteren van de herstelplannen uitgaande van de door de lidstaten ingediende programma´s.
Tot slot wil ik nog onderstrepen, mijnheer de commissaris, dat het grootste¨probleem gevormd wordt door de ingewikkelde procedures waarmee de lidstaten en de regio´s geconfronteerd zijn bij de toepassing. Daarom is vereenvoudiging broodnodig. Ik denk dat ook u daaraan een steentje zult bijdragen en onder degenen die u daarbij helpen, zult u ook het Europees Parlement aantreffen.
De Voorzitter. – De gecombineerde behandeling is gesloten.
De stemming vindt morgen plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 142)
Šarūnas Birutis (ALDE), schriftelijk. – (LT) De huidige financiële crisis en economische recessie hebben een negatieve uitwerking op de overheidsbegrotingen. In de meeste lidstaten is de economische groei aanzienlijk afgenomen en in sommige is zelfs sprake van economische stagnatie. De werkloosheidsindicatoren zijn verslechterd. Wanneer zich een situatie als een economische recessie voordoet, is het heel belangrijk dat het Europees Sociaal Fonds op brede schaal wordt ingezet om de problemen van de werklozen en vooral de zwaarst getroffen werklozen op te lossen.
Het is heel belangrijk dat de vier hoofdgebieden waarop het Europees Sociaal Fonds wordt ingezet, dezelfde blijven:
- een grotere aanpasbaarheid van werknemers en ondernemingen;
- het scheppen van betere werkomstandigheden, het voorkomen van werkloosheid, langer werken en het bevorderen van een actievere participatie aan de arbeidsmarkt;
- het verbeteren van maatschappelijke integratie door steuntrekkers ertoe aan te zetten deel te nemen aan de arbeidsmarkt en discriminatie te bestrijden;
- het bevorderen van partnerschap bij de uitvoering van hervormingen op het gebied van werkgelegenheid en integratie.
Sebastian Bodu (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Het uitgebreid economisch herstelplan van de EU, of preciezer gezegd: de herziening van de verordening betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), biedt de lidstaten van de EU een aantal mogelijkheden, zeer zeker nu de wereldwijde economische crisis tot een achteruitgang van de nationale economieën leidt. De nieuwe maatregel die in het verslag over de herziening van de EFRO-verordening wordt voorgesteld met betrekking tot investeringen in energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie op het vlak van huisvesting in alle lidstaten, is bevorderlijk voor zowel het scheppen van nieuwe banen als ook voor de verhoging van de energie-efficiëntie in de huisvesting. Het is van groot belang dat de doelstellingen van de energie- en klimaatstrategie van de Gemeenschap wordt verwezenlijkt, ongeacht de economische crisis of andere problemen. Met het oog daarop zijn de voorstellen voor de herziening van het EFRO een doeltreffende combinatie van maatregelen ter bestrijding van de gevolgen van de economische crisis (nieuwe banen, investeringsbevordering, enzovoorts) en maatregelen ter bescherming van het milieu (warmte-isolatie in woongebouwen en investeringen in hernieuwbare energie). Daarom ben ik van mening dat met het verslag over investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op het vlak van huisvesting de EU een belangrijke stap doet en ik ben ervan overtuigd dat de lidstaten de kans optimaal zullen benutten.
Corina Creţu (PSE), schriftelijk. – (RO) De pijnlijke sociale gevolgen van de crisis doen zich in alle lidstaten steeds sterker gevoelen. Vooral de werkgelegenheidssituatie in de lidstaten gaat hard achteruit. De secretaris-generaal van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling onderstreept dat het werkloosheidspercentage in de EU en de VS dit jaar naar verwachting de tien procent zou kunnen bereiken. Dit is een zorgwekkende stijging ten opzichte van het percentage dat in de EU in januari gemiddeld bij acht procent lag.
In Roemenië viel verleden jaar een stijging van de werkloosheid met één procent tot 5,3 procent te constateren, ook al ligt het officiële percentage onder het Europese gemiddelde. Naar verwachting zal dit percentage evenwel sneller toenemen, aangezien steeds meer bedrijven zich genoodzaakt zullen zien personeel te ontslaan en aangezien landgenoten die in het buitenland werken, naar huis zullen komen omdat zij hun baan hebben verloren.
Daar deze situatie dreigt uit te monden in een sterke toename van de sociale ongelijkheid, die mogelijk uit de hand zou kunnen lopen, wil ik benadrukken dat het noodzakelijk is om meer aandacht te besteden aan de problemen van de werklozen, die het sterkst worden getroffen door de huidige crisis en het kwetsbaarst zijn.
Dragoş Florin David (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Ik ben verheugd over het voorstel van de Commissie om de verordening betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) te wijzigen zodat alle lidstaten en regio’s met steun uit de structuurfondsen kunnen investeren in maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op het vlak van huisvesting.
Volgens de huidige bepalingen kunnen met het EFRO alleen in de nieuwe lidstaten (EU-12) en onder bepaalde voorwaarden maatregelen in de huisvestingssector worden ondersteund. Dit geldt ook voor maatregelen met betrekking tot energie-efficiëntie.
Het is belangrijk dat de lidstaten in staat worden gesteld hun prioriteiten te verleggen en hun operationele programma’s bij te stellen, teneinde desgewenst maatregelen op dit gebied te kunnen financieren.
Er zij aan herinnerd dat tot dusver voor uitgaven ter verbetering van de energie-efficiëntie en voor het gebruik van hernieuwbare energie in bestaande huizen een plafond is vastgelegd van 4 procent van de totale, aan de lidstaten toegekende EFRO-middelen. Dit plafond moet worden verhoogd tot 15 procent, zodat de investeringen op dit terrein een zo groot mogelijk effect hebben ten bate van de burgers van de Europese Unie.
Tot slot ben ik de rapporteur, de heer Angelakas, dank verschuldigd voor zijn bijdrage aan dit verslag.
Rumiana Jeleva (PPE-DE), schriftelijk. – (BG) We zijn samen in deze crisis terecht gekomen en we moeten er samen ook weer uit zien te komen. Dat wil zeggen dat we moeten samenwerken, zowel in Europa als in de rest van de wereld. We moeten echter eerst ons werk afmaken in de Europese Unie, om precies te zijn in het Europees Parlement, waar de belangen van alle Europese burgers zijn vertegenwoordigd.
De voorstellen van de Europese Commissie die wij vandaag bestuderen, zijn erop gericht om de Europese economieën een nieuwe impuls te geven en uit de recessie te helpen. De wijziging van de verordening betreffende de structuurfondsen, die is voorgesteld om rekening te kunnen houden met het cohesiebeleid, biedt de kans een nieuwe impuls te geven aan investeringen en het vertrouwen in de economieën te herstellen.
Deze wijzigingen zijn bijzonder nuttig voor de landen die in geringe mate gebruik maken van Europese middelen. Het doel kan echter alleen bereikt worden als de nationale regeringen ook de algemene normen inzake goed bestuur en partnerschap toepassen. We moeten een einde maken aan inefficiënte werkmethoden en corrupte praktijken, die helaas nog steeds worden toegepast.
We moeten nu reageren, gezamenlijk. Als rapporteur van de PPE-DE-Fractie verzoek ik u steun te betuigen aan het voorstel van de Europese Commissie tot wijziging van de verordeningen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, wat een aantal bepalingen met betrekking tot het financieel beheer betreft.
Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk (UEN), schriftelijk. – (PL) In het kader van dit debat over de Europese fondsen zou ik de aandacht willen vestigen op vier voorstellen van de Commissie, die tot doel hebben het gebruik van de financiële middelen uit de structuurfondsen door de begunstigden te versnellen.
1. Het verhogen van de steun van de Europese Investeringsbank (EIB) en het Europees Investeringsfonds (EIF) voor projecten die gecofinancierd worden uit de structuurfondsen.
2. Het vereenvoudigen van de procedures betreffende de subsidiabiliteit van de uitgaven met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2006, zoals het erkennen van de bijdragen in natura van de begunstigden als subsidiabele uitgaven.
3. Het verhogen met 2 procent van de voorfinanciering uit de structuurfondsen, waardoor er in 2009 voor 6,25 miljard euro aan aanvullende voorschotten kan worden uitbetaald.
4. Het versnellen van de uitgaven bij grote projecten door de begunstigden onder meer de mogelijkheid te bieden om betaalaanvragen in te dienen voordat het project door de Europese Commissie is goedgekeurd.
Alle bovengenoemde wijzigingen leiden tot een toename van de liquide middelen voor de begunstigden. Ze verdienen onze volmondige steun en dienen zo spoedig mogelijk ten uitvoer te worden gelegd. Hetzelfde geldt voor de vereenvoudiging van de bepalingen.
Adrian Manole (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Uit onderzoek is gebleken dat Roemenië tot de landen met het hoogste energieverbruik in Centraal- en Oost-Europa behoort. De verbetering van het energiebeheer is een factor die van rechtstreekse invloed op de economische groei kan zijn en zou eveneens voor minder vervuiling en voor een besparing en productiever gebruik van hulpbronnen zorgen.
De bevolking van Roemenië moet daarom worden voorgelicht over de economische voordelen van energiebeheersmaatregelen. In dit verband dienen adviezen te worden verstrekt aan allen die zich met het oog op de invoering van de nieuwste energiebesparingsmethoden voor EFRO-subsidies interesseren.
Hierdoor zouden de Roemeense consumenten worden geholpen en hun energierekeningen worden verlaagd, terwijl in de hele energieketen een efficiënter energiegebruik zou worden bevorderd en de naleving van de huidige wetgeving inzake energie-efficiëntie zou worden gewaarborgd. Hierdoor zou een cruciale bijdrage worden geleverd tot de omschakeling van een op energieproductie gebaseerd energiebeleid naar een actief, op zuiniger energiegebruik gericht beleid, dat ten doel heeft hulpbronnen te besparen.
Alexandru Nazare (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Ik ben blij dat we eindelijk concrete stappen nemen om de bureaucratie te verminderen die de toegang tot Europese fondsen in de weg staat. Het is echter jammer dat alleen in tijden van crisis voorstellen worden ingediend voor eenvoudigere en flexibelere regelgeving met betrekking tot Europese fondsen.
Ik zou op een belangrijk aspect van deze regelgeving willen wijzen: de verhoging van de drempel voor investeringen in energie-efficiëntie op het vlak van huisvesting. In landen waar een systematische stadsontwikkeling en geforceerde industrialisering hebben plaatsgevonden, hebben miljoenen burgers te kampen met energie-efficiëntieproblemen in hun woningen. Tot dusver is slechts een zeer klein deel van de beschikbare middelen gebruikt, maar ik denk dat we, nu pas twee jaar van de huidige financiële programmeringsperiode zijn verstreken, het feitelijke bestedingspercentage nog niet exact kunnen inschatten. Daarom was de verhoging van die drempel noodzakelijk, gezien het grote aantal begunstigden en de kansen die dit biedt om werkgelegenheid te scheppen. Toch blijft de regeling voor Roemenië problematisch zolang, conform het Commissievoorstel, voor dergelijke maatregelen alleen steden in aanmerking komen die als groeipolen zijn aangewezen. Ik hoop dat de Commissie zich ook aan haar toezegging zal houden om opnieuw te onderhandelen over bepaalde bestaande programmazwaartepunten, zodat de middelen kunnen worden toegewezen voor maatregelen die een groter potentieel bieden voor economische groei.
Rareş-Lucian Niculescu (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Het in dit verslag behandeld voorstel voor een verordening is een voorbeeld voor de manier waarop men het Europees geld kan laten werken ten behoeve van de Europese burgers.
Zo kunnen belangrijke resultaten worden bereikt zonder meer te moeten uitgeven of maatregelen te moeten nemen die gevolgen hebben voor de Gemeenschapsbegroting. Met andere woorden, we hoeven daarvoor alleen de regels te veranderen.
Ik zou erop willen wijzen dat Roemenië, het land dat ik vertegenwoordig, door deze wijzigingen over twee keer zoveel Gemeenschapsmiddelen zal kunnen beschikken voor investeringen in de modernisering van verwarmingssystemen in woonhuizen dan tot nu toe.
Deze middelen zullen een aanvulling vormen op het uiterst ambitieuze programma van de Roemeense regering voor de modernisering van de verwarmingssystemen in woonhuizen.
Wat betekent dit allemaal? Ten eerste minder verspilling van energie, dus – ten tweede – minder energie-import en dus – ten slotte - lagere verwarmingskosten voor de burgers.
Ik hoop dat dit slechts het begin is en dat de Europese Unie nog meer investeringen in energie-efficiëntie zal stimuleren.
Vanaf het begin van mijn mandaat als lid van het Europees Parlement heb ik dit idee gesteund. Daarom zal ik morgen voor het verslag van mijnheer Angelakas stemmen en voor het door de Commissie geïnitieerde voorstel voor een verordening.
Nicolae Vlad Popa (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Het verslag-Angelakas zorgt voor een welkome vereenvoudiging van de subsidiabiliteitsvoorwaarden voor investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op het vlak van huisvesting.
De wijziging van artikel 7 van de EFRO-verordening, waardoor alle lidstaten in staat worden gesteld met steun uit de structuurfondsen te investeren in maatregelen met betrekking tot energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op het vlak van huisvesting, is een goede zet, niet alleen in verband met de huidige economische crisis.
Met de toetreding tot de EU zijn hernieuwbare energie en energie-efficiëntie ook in Roemenië bindende doelstellingen geworden. Bijgevolg wordt de wetgeving inzake de modernisering van verwarmingssystemen in woningen gewijzigd, opdat 50 procent van de vereiste middelen door de staat worden gefinancierd, terwijl de eigenaars slechts 20 en de gemeenten slechts 30 procent betalen. Laat mij ter illustratie een paar cijfers geven: eind 2008 waren de verwarmingssystemen van 1 900 flats gemoderniseerd. Voor 2009 zal het Roemeense ministerie van Regionale Ontwikkeling en Volkshuisvesting 130 miljoen euro uittrekken voor de modernisering van verwarmingssystemen, onder meer in kinderdagverblijven, scholen en bejaardentehuizen.
Theodor Dumitru Stolojan (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Ik ben verheugd over het initiatief van de Commissie om een aantal financiële voorwaarden voor subsidies uit de structuur- en cohesiefondsen te wijzigen, zodat de lidstaten sneller over meer geld kunnen beschikken. Ik ben van mening dat deze door de Commissie uitgezette lijn moet worden voortgezet door ook de financiële middelen voor de faciliteiten JASPER, JEREMIE, JESSICA en JASMINE te verhogen, die op doeltreffende wijze hebben bijgedragen tot een snellere toegang tot de Europese fondsen.
Margie Sudre (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) De herziening van de drie verordeningen inzake het beheer van de structuurfondsen zal de regio’s van de Europese Unie meer flexibiliteit geven bij het beheer en de programmering van de middelen die ze in het kader van het Europees beleid voor economische en sociale cohesie ontvangen.
De financieringscapaciteit die de regio’s aangeboden krijgen blijft ongewijzigd, maar deze bepalingen zullen de regio’s wel in staat stellen hun prioriteiten opnieuw te bepalen, zodat ze de Europese steun kunnen concentreren op de projecten met het hoogste groei- en werkgelegenheidspotentieel.
De regio’s kunnen voortaan via het EFRO cofinanciering ontvangen voor investeringen in de energie-efficiëntie van alle categorieën woningen. Er kunnen dus programma’s worden opgezet voor de isolatie van woningen of de installatie van zonnepanelen.
De Europese economie vertraagt, en daarom ben ik heel blij met de nu geschapen mogelijkheid om de aan de regio’s beloofde steun sneller uit te keren. Ook de vereenvoudiging van de gebruiksregels is gunstig. Het is de bedoeling om op deze wijze snel liquide middelen vrij te maken voor een gezwinde implementatie van nieuwe projecten in de reële economie.
De staten-generaal van de Franse overzeese gebiedsdelen (DOM), die belast zijn met het vinden van nieuwe mogelijkheden voor de ontwikkeling van die gebiedsdelen, moeten de lokale autoriteiten van de ultraperifere regio’s aansporen om van deze mogelijkheden gebruik te maken en zo de impact van het communautaire beleid in die regio’s te optimaliseren.
Csaba Sándor Tabajdi (PSE), schriftelijk. – (HU) Door de economische crisis hebben in de Europese Unie honderdduizenden mensen hun baan verloren, waarvan meer dan twintigduizend in Hongarije. In alle Europese landen is de werkloosheid met sprongen toegenomen. De economische crisis wordt steeds meer een werkgelegenheidscrisis en uit peilingen blijkt dat de Europese burger zich momenteel het meest zorgen maakt over het risico van werkloos worden. Het effectiefste middel van de Europese Unie in de bestrijding van werkloosheid is het Europees Sociaal Fonds. We gaan de regels daarvan nu aanzienlijk vereenvoudigen om de betalingen daaruit te versnellen.
De door de Europese Commissie voorgestelde wijzigingen dringen de bureaucratie terug bij de inzet van dit fonds en vereenvoudigen en versnellen de betalingen. Door het plafond van 50 000 euro, de eerder overeengekomen vaste of forfaitaire bedragen en de strikte controle achteraf wordt de kans op misbruik tot een minimum beperkt. Met deze maatregel geeft de Europese Commissie er blijk van dat ze, ondanks de beperkte financiële middelen, creatief is.