Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Waarschuwing
Dinsdag 21 april 2009 - Straatsburg Uitgave PB

16. Opmerkingen van één minuut over kwesties van politiek belang
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde zijn de opmerkingen van één minuut over kwesties van politiek belang.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Papastamkos (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, zoals bekend vertonen de internationale handelsstromen een zorgwekkende neerwaartse trend. Met het oog op het gewenst economisch herstel is het daarom van fundamenteel belang dat er een onmiddellijke ommezwaai wordt bewerkstelligd in deze situatie. Volgens ramingen zal door de hogere leningskosten en de verminderde kredietverstrekking de handel met 10 à 15 procent afnemen. Het multilateraal initiatief voor handelsfinanciering, waartoe de G20 in Londen heeft besloten, is ongetwijfeld een positieve stap. Mijns inziens moet de Unie ook bij de praktische tenuitvoerlegging van het pakket van Londen een hoofdrol blijven vervullen en streven naar drie doelstellingen:

- ten eerste een gericht optreden van de multilaterale en regionale financiële instellingen,

- ten tweede een gecoördineerd overheidsoptreden op nationaal niveau en

- ten derde aanpassing van de relevante multilaterale regels.

Dit is de boodschap die ik de Europese Commissie wil meegeven voor de desbetreffende initiatieven.

 
  
MPphoto
 

  Pierre Pribetich (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, naar islamofobie riekende uitlatingen van de leider van een populistische, extreemrechtse partij in Nederland, de hand over hand toenemende aanvallen op Roma in de Tsjechische Republiek, ongehoorde, onacceptabele uitlatingen van de Iraanse president over de vorming van een racistische regering in Palestina, doelend op de oprichting van de staat Israël, tijdens een VN-conferentie over racisme, die juist bedoeld was om een lans te breken voor verdraagzaamheid en verscheidenheid.

Hoe kan ons Parlement, afgezien van de verontwaardiging, nu géén krachtig en symbolisch signaal laten uitgaan om een lans te breken voor deze verscheidenheid, voor de broodnodige verdraagzaamheid in een geglobaliseerde wereld, door dergelijke uitlatingen krachtig te veroordelen? Hoe kan ons Parlement de Europese Raad, de Commissie, nu níet verzoeken om een serieuze waarschuwing uit te laten gaan naar landen die zich laten leiden door deze logica van de agressie, ook al is die dan verbaal, aangezien de geschiedenis ons maar al te vaak heeft geleerd dat de daad helaas bij het woord werd gevoegd?

Mijnheer de Voorzitter, hoe zou ons Parlement tijdens deze zitting níet zijn stem kunnen verheffen tegen dergelijke racistische, xenofobe gedragingen, in deze tijden van economische crisis waarin de reflex van mensen om zich in zichzelf te keren, om terug te grijpen op protectionisme, helaas ontkiemt als zaaigoed in het voorjaar?

 
  
MPphoto
 

  Cristian Silviu Buşoi (ALDE) . – (RO) De recente gebeurtenissen in Moldavië baren mij grote zorgen. De ernstigste gevallen betreffen mensenrechtenschendingen, arrestaties, ontvoeringen, martelingen, intimidatie en uitzetting van journalisten. De wil van de Moldavische burgers wordt geschoffeerd door de talrijke onregelmatigheden, hetgeen doet vermoeden dat er bij de verkiezingen gefraudeerd is. Voorbeelden hiervan zijn de extra lijsten, het drukken van extra stembiljetten, de intimidatie van de oppositie, het blokkeren van de toegang tot publieke televisiestations en de campagne die de staatsinstellingen hebben gevoerd voor de communistische partij. Hoewel er de afgelopen weken veel is geprotesteerd op Europese en internationale schaal, is de situatie in Moldavië helaas niet verbeterd. Ik hoop dat door de discussie deze week, het bezoek van de ad hoc delegatie aan Moldavië, maar vooral door de resolutie die naar verwachting tijdens de laatste vergaderperiode in mei zal worden aangenomen, het Europees Parlement een duidelijke boodschap zal afgeven dat de Europese Unie mensenrechtenschendingen niet tolereert en openlijk zal oproepen tot nieuwe verkiezingen in Moldavië.

 
  
MPphoto
 

  Mieczysław Edmund Janowski (UEN). (PL) Mijnheer de Voorzitter, in de ochtend van 13 april, tijdens het paasweekend, heeft voor zonsopgang een enorme tragedie plaatsgevonden in het Poolse stadje Kamień Pomorski in de buurt van Szczecin. Meer dan twintig mensen, onder wie ook kinderen, zijn er levend verbrand in een gebouw. Deze tragische gebeurtenis was en is nog steeds een zeer pijnlijke ervaring voor heel Polen.

Ik zou hier vandaag in dit Parlement niet alleen de regeringen van alle lidstaten, maar ook de lokale en regionale overheden willen oproepen om dringend maatregelen te nemen die tot doel hebben de brandveiligheidsvoorschriften in alle woongebouwen te controleren, met name in gebouwen met sociale woningen. Ik denk in dit verband zowel aan het gebruik van geschikte bouwmaterialen als aan een strikt toezicht op de naleving van de brandveiligheidsregels. Het drama in Polen is een van de vele soortgelijke incidenten die zich jammer genoeg in Europa hebben voorgedaan. Ik hoop van harte dat deze brand en de slachtoffers van dit drama een luide waarschuwingskreet zijn voor de toekomst.

 
  
MPphoto
 

  László Tőkés (Verts/ALE). (HU) In mijn toespraak van 23 maart heb ik het Europees Parlement en de Europese Commissie gevraagd op te komen voor het Roemeense stadje Verespatak (Roşia Montană), waar de machteloze bevolking, het architectonische erfgoed en de natuurlijke omgeving worden bedreigd door het plan van een Canadees-Roemeense joint venture om een mijn te openen.

Onze angsten van toen zijn bewaarheid, want na twee jaar opschorting wil de nieuwe Roemeense regering nu de weg vrijmaken voor de investering, waardoor niet alleen voor de directe omgeving maar voor het hele gebied langs de Roemeens-Hongaarse grens een milieuramp dreigt vanwege de toepassing van op cyanidetechnologie gebaseerde productiemethoden in strijd met de Europese normen.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik om me met een aantal collega’s tot commissaris Stavros Dimas te wenden met het verzoek cyanidetechnologie te verbieden. Ik roep de Europese Commissie op om in de geest van het Europese milieubeleid een onderzoekscommissie naar Roemenië te sturen en op lange termijn zorg te dragen voor adequate Europese wetgeving inzake mijnbouw.

 
  
MPphoto
 

  Vittorio Agnoletto (GUE/NGL). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik zou iets willen zeggen over wat er in de Fiat-vestiging in Brussel is gebeurd. Fiat heeft een ontvoering van haar managers uit de duim gezogen die nooit heeft plaatsgehad, louter om de positie van de vakbond te verzwakken. Op 9 april noch op enig ander moment is er sprake geweest van een ontvoering. Fiat heeft dat nieuws opzettelijk verspreid met het doel de werknemers die hun toekomst verdedigen door te strijden tegen 24 ontslagen, in diskrediet te brengen. Fiat weigert de vakbondsvertegenwoordigers te ontmoeten voor besprekingen of onderhandelingen. Het enige doel van het bedrijf is 24 werknemers te ontslaan, onder wie 12 vakbondsvertegenwoordigers. Ik zou het raadzaam vinden indien het Parlement niet alleen deze gebeurtenis besprak, maar ook de vijandige houding tegenover de vakbonden en het gebrek aan respect voor werknemersrechten van Fiat en van talloze grote Europese multinationals. Die ondernemingen eerbiedigen de rechten van werknemers niet, terwijl zij juist voordeel hebben bij de regels, en vaak ook bij de subsidies, van de nationale overheden en de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Georgiou (IND/DEM). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, enkele dagen geleden heb ik samen met een grote groep collega´s uit het Europees Parlement de zuidoostelijke grenzen van Europa bezocht.

Wat wij in het bezochte gebied hebben gezien en beleefd, geeft ons geen enkele reden tot trots. Er wonen Europese burgers op kleine eilanden waar de bevolking uit niet meer dan 120 à 130 zielen bestaat. Elk van deze eilanden krijgt dagelijks 150, 200, 250 illegale immigranten te verwerken. Wegens het gebrek aan infrastructuur worden ze echter gedwongen om allemaal samen onder erbarmelijke omstandigheden te leven.

Er wordt hier in deze zaal continu gesproken over Darfoer, Zuid-Sudan, Myanmar, enzovoort en volkomen terecht, maar wij moeten toch op een gegeven moment ook eens naar de Europese burgers kijken die daarginds wonen! Zij zijn niet minder Europeaan dan de mensen in Parijs, Madrid of Berlijn. Daarom beschouwde ik het als mijn plicht, mijnheer de Voorzitter, om dit naar voren te brengen, en ik hoop dat u iets zult ondernemen.

 
  
MPphoto
 

  Slavi Binev (NI).(BG) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de Bulgaarse maatschappij wordt geconfronteerd met een dreigend gevaar. Het is namelijk zo dat de politiemacht, die de burgers zou moeten beschermen, zich meer en meer schuldig maakt aan politieke afpersing en het werken voor criminelen. De avond voor paaszondag werd de 64-jarige Petko Petkov, een raadslid van de gemeente Burgas, op de grond geduwd en geslagen door twee politiemensen in uniform. Dit gebeurde voor de kerk ten aanschouwen van een groot aantal getuigen. In het officiële politierapport de volgende dag werd het incident helemaal niet genoemd. Dit is opnieuw een voorbeeld van politiegeweld tegen leden van de Attack-partij volgend op de mishandeling van het Parlementslid Dimitar Stoyanov, en een gemeenteraadslid uit Sofia. Naar niet één van deze aanvallen is een onderzoek gestart.

Een ander voorbeeld van bewuste passiviteit van de politie in gevallen waarin zij ‘onder orders’ staat, is het feit dat niet één ontvoering in Bulgarije geregistreerd is, terwijl er al vijftien gevallen zijn geweest, twee daarvan eveneens deze maand. Onze maatschappij is in de greep van angst en onmacht. Politiemensen in Bulgarije staan nu te boek als corrupte zakenmensen. Als de ambtenaren van de politie in feite criminelen zijn, tegen wie moeten wij ons dan beschermen en wie neemt het op voor de burgers? Deze vraag is nog altijd niet beantwoord.

 
  
MPphoto
 

  Richard James Ashworth (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de aandacht van het Parlement vragen voor de illegale blokkade van de havens Calais, Boulogne en Duinkerken aan het Kanaal door Franse vissers vorige week. Deze collectieve actie heeft de vrachtstroom via deze vitale trans-Europese route ernstig verstoord. Het heeft de industrie enorme kosten en vertragingen opgeleverd en gezorgd voor grote ongemakken voor de inwoners van Zuidoost-Engeland.

Dit is een telkens terugkerend probleem, ik verzoek de Commissie daarom om haar bevoegdheden aan te wenden en ervoor te zorgen dat deze belemmering van het vrije verkeer van goederen en personen binnen de Europese Unie onder controle wordt gebracht. Ik wil de Commissie ook nog deze vraag stellen: is er, naar haar opvatting, bij de toekenning van 4 miljoen euro aan de visserijsector door de Franse overheid sprake van staatssteun, die in dat geval zou moeten worden bestempeld als een verstoring van de mededinging en een inbreuk op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid?

 
  
MPphoto
 

  Ioan Mircea Paşcu (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, uit de recente negatieve ontwikkelingen in Moldavië volgen een aantal zaken die belangrijk zijn om aan de orde te stellen. Een eerste belangrijk punt is de reactie van het Parlement op de schendingen van fundamentele waarden van de Europese Unie. Deze schendingen zijn door de Moldavische autoriteiten begaan tijdens represailles tegen jongeren en journalisten volgend op protesten tegen de verkiezingsuitslag. Als wij hiertegen niet krachtig stelling nemen, zou dat de geloofwaardigheid van de EU in dit opzicht schaden.

Ten tweede noem ik de reactie van de EU op de procedureschendingen door de Moldavische autoriteiten bij de uitvoering van met ons gemaakte afspraken en de discriminatie van Europese burgers op grond van nationaliteit. Ook hierbij staan de geloofwaardigheid en autoriteit van de EU op het spel.

Als derde punt wijs ik op de solidariteit binnen de EU in het licht van de valse beschuldigingen tegen een van haar leden. Deze zijn mogelijk geuit als voorwendsel om de militaire situatie in de regio te bevriezen, hetgeen in strijd is met belangrijke toezeggingen in dit opzicht.

Ten vierde zal de reactie van de EU opnieuw het verschil in status onderstrepen tussen landen die in 1940 een soortgelijk lot ondergingen en de richting aangeven van de toekomstige betrekkingen tussen de EU en Rusland.

 
  
MPphoto
 

  Chris Davies (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als iemand binnen uw kiesdistrict op frauduleuze wijze een uitkering ontvangt, wordt hij daarvoor vervolgd en hangt hem mogelijk gevangenisstraf boven het hoofd.

Soms lijkt het bij ons anders te werken. Afgelopen november werd publiekelijk in de kranten vermeld dat een van de leden van dit Parlement, Den Dover, een bedrag van 750 000 Britse pond, bestemd voor het personeel, had verstrekt aan een bedrijf van zijn vrouw en dochter en daarnaast een deel van dit geld had gebruikt voor de aanschaf van dure auto’s en andere persoonlijke zaken.

Door de meeste mensen wordt Dover beschouwd als een dief, een oplichter die in de gevangenis thuishoort, en ik nodig u uit, mijnheer de Voorzitter, om ons te vertellen hoeveel van dat geld al is terugbetaald.

Dit Parlement zou een lichtend voorbeeld van openheid, eerlijkheid en transparantie moeten zijn, maar in plaats daarvan lijkt er een soort code van geheimhouding te gelden die de ware omvang van het misbruik van vergoedingen door leden verborgen houdt. Het feit dat wij weigeren om dezelfde principes van financiële doorzichtigheid in te voeren als die welke wij van elke andere Europese instelling verwachten, is beschamend voor ons allemaal.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Davies, u kunt ervan uitgaan dat ook in dit geval overeenkomstig de wet zal worden gehandeld.

 
  
MPphoto
 

  Ewa Tomaszewska (UEN). (PL) Mijnheer de Voorzitter, de maand april is opnieuw een goede gelegenheid om stil te staan bij de gevolgen van beide totalitaire regimes. We herdenken het bloedbad van Katyń, de moord op duizenden Poolse officieren die als oorlogsgevangenen in de kampen van Ostaszków, Starobielsko en Kozielsko opgesloten werden en in maart 1940 op bevel van Lavrenty Beria ter dood veroordeeld werden. We herdenken deze maand ook het uitbreken van de opstand in het getto van Warschau in 1943 als een teken van protest tegen de massale deportatie van joden naar vernietigingskampen door de Duitse bezettingstroepen.

Het drama in het getto wordt overwonnen door de Mars der Levenden van vandaag, die ervoor zorgt dat we deze gebeurtenissen niet vergeten en verhindert dat ze zich in de toekomst herhalen. Helaas hebben de daders van het bloedbad van Katyń zich nog steeds niet voor de rechter moeten verantwoorden en zijn ze nog altijd niet veroordeeld. De goedkeuring door het Europees Parlement van de schriftelijke verklaring over de proclamatie van 23 augustus als Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van het stalinisme en het nazisme is echter een hoopgevend teken.

 
  
MPphoto
 

  Den Dover (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik begrijp dat de heer Davies mogelijk een toespraak heeft gehouden over een situatie die over mijzelf gaat, en ik zou daar graag op willen reageren. Ik heb alleen de laatste tien woorden gehoord. Hij heeft mij de afgelopen twintig minuten in ieder geval een e-mail gestuurd waarin hij aangaf van plan te zijn zich erover uit te spreken.

Het enige wat ik wil zeggen is dat ik de grote ophef rondom mijn uitgaven voor parlementaire assistentie, waaraan de afgelopen negen tot twaalf maanden in de media veel aandacht is besteed, als aangrijpend heb ervaren. Ik heb mijn stukken bij de rechtbank van eerste aanleg ingediend en ben dus van plan deze strijd grondig aan te pakken. Naar ik begrepen heb, maak ik in deze rechtzaak een goede kans en daarnaast zijn er voorlopige maatregelen getroffen, hetgeen betekent dat er geen geld hoeft te worden betaald totdat de rechtbank al het bewijs heeft gehoord en de juiste beslissing heeft genomen. Ik verzoek het Parlement om uitstel en bedank u voor deze gelegenheid.

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten (IND/DEM). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, wat is de betekenis van 36 jaar EU-lidmaatschap voor Groot-Brittannië? Het betekent dat wij ons land niet meer zelf regeren. Tussen de 75 procent en 85 procent van onze wetten zijn afkomstig van de EU en niet van ons eigen parlement. De EU kost Groot-Brittannië ten minste 56 miljard Britse pond per jaar – of als equivalent daarvan jaarlijks 900 Britse pond per man, vrouw en kind. Verder is de controle van onze landsgrenzen niet meer in onze handen, met een onbeperkte en onbeheerste immigratie als gevolg.

Als gevolg van de EU-wetgeving inzake mensenrechten kunnen wij onszelf niet meer effectief beschermen tegen buitenlandse criminelen, illegale immigranten en pseudo-asielzoekers. Door het Europese aanhoudingsbevel en de verstekprocedures hebben wij onze meest fundamentele bescherming tegen onrechtvaardige arrestatie en gevangenneming verloren.

Het EU-lidmaatschap is een ramp voor Groot-Brittannië. Het is een pijnlijke en onnodige wond die Groot-Brittannië zichzelf heeft toegebracht. De enige oplossing voor dit probleem is de onvoorwaardelijke opzegging van het EU-lidmaatschap door Groot-Brittannië.

 
  
MPphoto
 

  Milan Horáček (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, een aantal weken geleden heeft een monsterverbond van Tsjechische sociaaldemocratische voorstanders van de EU, EU-tegenstander president Klaus, en de communisten de val van de regering-Topolánek veroorzaakt. Nu wordt gewerkt aan de vorming van een overgangsregering, die vanaf mei tot na de nieuwe verkiezingen in oktober de regeertaken moet waarnemen. Ik hoop dat dit nieuwe kabinet het tot nog toe erg goed waargenomen voorzitterschap van de Raad door Tsjechië tot een einde brengt en bijdraagt aan de noodzakelijke ratificatie van het Verdrag van Lissabon in Tsjechië. Dat zou een belangrijk positief signaal voor Europa zijn.

 
  
MPphoto
 

  Zsolt László Becsey (PPE-DE). (HU) De laatste maanden heeft angst opnieuw de kop opgestoken in de provincie Vojvodina in Noord-Servië, waar verschillende nationaliteiten, met name Hongaren, wonen. Ofschoon ons Parlement zowel in 2004 als in 2005 een resolutie heeft aangenomen inzake de fysieke en mentale aanvallen op niet-Servische bewoners, en een voorbeeld heeft gesteld door een onderzoeksmissie uit te zenden naar de regio in 2005, duren het geweld, de intimidatie en de vernedering van de minderheden aldaar – in de eerste plaats de Hongaren – onverminderd voort en lijkt de situatie zelfs te verergeren.

Sinds het begin van het jaar zijn er vijftien psychologische en vijf fysieke aanslagen gepleegd, waarvan twee ernstig. Helaas heeft men weinig vertrouwen in de politie. Dit wordt bevestigd door het feit dat er tot nu toe bij dergelijke etnische aanslagen geen enkele opgelegde straf daadwerkelijk ten uitvoer is gebracht, wat duidt op het inadequaat functioneren en helaas, zo kan na vele jaren ervaring worden geconstateerd, op een te milde houding van justitie. Dit wordt ook bevestigd door het feit dat de Servische meerderheid tot op heden niet in staat is onder ogen te zien dat de tienduizenden mensen die zonder veroordeling of individuele schuld zijn geëxecuteerd, moeten worden herdacht.

Hoe lang kan de Europese Unie nog tolereren dat mensen die van oudsher in een gebied wonen en een Europese taal spreken, aan het begin van de 21e eeuw fysiek en psychologisch worden geterroriseerd in een potentiële lidstaat? Is onze reputatie dan zo weinig waard?

 
  
MPphoto
 

  Jo Leinen (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, gisteren is in Genève de antiracismeconferentie van de VN van start gegaan. Er nemen 22 EU-landen deel, en vijf landen hebben besloten niet deel te nemen. Dit tast het imago van eensgezindheid van de Europese Unie bij zo’n belangrijke gebeurtenis aan.

Nu lees ik dat een aantal landen overweegt in de loop van de week toch nog naar Genève af te reizen, en daarom wil ik u vragen het Tsjechische voorzitterschap zover te krijgen dat we als EU ten aanzien van deze antiracismeconferentie de rijen sluiten.

Het kan toch niet zo zijn dat een vreselijke toespraak van de Iraanse president verdeeldheid zaait in de EU en de VN verzwakt. Dat mag niet het resultaat van deze toespraak zijn, en daarom ben ik van mening dat we nogmaals moeten proberen – ook naar wens van secretaris-generaal Ban Ki-moon – om te bereiken dat alle 27 EU-landen en de EU als geheel het slotdocument van de conferentie steunen en miljoenen mensen over de hele wereld die het slachtoffer zijn van racisme en discriminatie de helpende hand toesteken. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Marco Cappato (ALDE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, tijdens de laatste plenaire vergadering heb ik u met klem gevraagd de door het Parlement aangegane verplichtingen te respecteren wat betreft het publiceren van de gegevens over de aanwezigheid van de leden bij de parlementaire werkzaamheden. U, mijnheer de Voorzitter, hebt mij toen verzekerd dat dit punt bij de eerstkomende vergadering van het Bureau besproken zou worden. Welnu, die eerstvolgende vergadering vindt over 40 minuten plaats maar volgens mijn informatie staat dit punt niet op de agenda van de Bureauvergadering die om 18.30 uur begint. Er is nog maar net iets meer dan een maand te gaan tot de verkiezingen voor het Europees Parlement en het Parlement heeft zich ertoe verplicht de gegevens en informatie over de aanwezigheid van de leden bij de parlementaire werkzaamheden te publiceren. Er zal nauwelijks nog gelegenheid zijn, ik weet niet of er nog één Bureauvergadering kan plaatsvinden om de kwestie formeel te behandelen. De secretaris-generaal had trouwens toegezegd een rapport te maken op basis waarvan het Bureau een besluit had kunnen nemen. Gezien dit alles stel ik u, mijnheer de Voorzitter, de volgende vraag: kunnen de Europese burgers, de Europese kiezers, deze informatie krijgen vóór de Europese verkiezingen in juni, zoals dit Parlement heeft verzocht, bepaald en besloten, of komen we daarentegen onze eigen verplichtingen en besluiten niet na?

 
  
MPphoto
 

  Etelka Barsi-Pataky (PPE-DE). (HU) Gisteren is er een nieuwe socialistische Hongaarse regering gevormd. Ik wil het nu niet hebben over de politieke consequenties hiervan, maar over het feit dat deze nieuwe regering geen enkel vrouwelijk lid telt. Het is toch wel vreemd dat zich in 2009 in Europa een regering kan vormen waar geen van de veertien ministers vrouw is. In de Scandinavische landen bestaat meer dan de helft van de regering uit vrouwen. Frankrijk benadert dit aantal. In Duitsland is meer dan eenderde van de regering vrouw. Dit is de gangbare norm in Europa.

In dit Parlement hebben we de afgelopen vijf jaar elf verslagen aangenomen over de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Dit is een belangrijk doel dat is gebaseerd op Europese waarden, maar het is niets waard als het niet in de praktijk wordt gebracht. Ik roep dus mijn collega’s op, in dit geval mijn collega’s van de Sociaal-democratische Fractie, hun invloed aan te wenden zodat deze belangrijke en nobele aspiraties ook in de praktijk worden gebracht in de landen waar dit nog niet is gebeurd.

 
  
MPphoto
 

  Neena Gill (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik was onlangs in Birmingham en ging daar van deur tot deur – een typisch Britse manier van campagne voeren. Ik ontdekte tot mijn verbazing dat van de mensen die ik sprak, niemand ook maar enige notie had van het feit dat er over minder dan zes weken Europese verkiezingen zullen plaatsvinden.

U weet ongetwijfeld dat volgens de statistieken in het Verenigd Koninkrijk slechts 16 procent van de bevolking op de hoogte is van de verkiezingen. Dit probleem gaat echter ook u aan, daar deze statistieken in de andere lidstaten niets beter zijn. Het is zelfs zo dat 30 procent niet van plan is deel te nemen aan de komende verkiezingen. Dit gebrek aan interesse is evenzeer de verantwoordelijk van het Parlement als van ieder ander. De miljoenen die besteed zijn aan voorlichting van de burgers waren tevergeefs.

Wat ik met name frustrerend vind, is dat de beloofde advertentie ter promotie van de verkiezingen een zeer averechtse werking heeft gehad. De advertentie over het evenwicht tussen werk en privé is verkeerd gevallen bij werkende vrouwen en groepen die borstvoeding willen bevorderen. Dit is weer een schot in eigen doel. Mijnheer de Voorzitter, u moet snel iets aan deze situatie doen. De beledigende advertentie moet worden verwijderd en er moet een eenvoudige boodschap uitgaan die de mensen vertelt waarom ze aan de komende verkiezingen moeten deelnemen. Deze boodschap moet zichtbaar zijn en gemakkelijk te begrijpen.

 
  
MPphoto
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde het over hetzelfde hebben, namelijk de opkomst bij de volgende Europese verkiezingen, die naar het zich laat aanzien niet bijster hoog zal zijn. Een van de redenen daarvoor is dat de verkiezingscampagne die het Parlement op touw heeft gezet, niet spectaculair genoeg is, maar de belangrijkste reden is dat aanvallen worden gepleegd op de verworvenheden van de Europese Unie, op bijvoorbeeld de sociale markteconomie, een model dat na eeuwenlange ontwikkeling tot stand is gekomen en nu vruchten afwerpt voor de werknemers van de Europese Unie. De burgers hebben een negatieve kijk op de ontwikkelingen die, naar het zich laat aanzien, niet aangenaam of tevredenstellend zullen zijn. Het is dan ook jammer dat wij hier met elkaar zitten bekvechten over vraagstukken waarover, in het belang van de Europese burgers, eensgezindheid zou moeten bestaan.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Guy-Quint (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, als lid van de Begrotingscommissie heb ik op 14 en 15 maart jongstleden met Costas Botopoulos de gebieden op de Peloponnesos bezocht die in de zomer van 2007 het zwaarst door de branden werden getroffen. We hebben tot onze grote verbazing geconstateerd dat het toegezegde bedrag van 89,7 miljoen euro uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie deze gebieden nog niet heeft bereikt.

Wij vragen dan ook in alle ernst de aandacht van de Commissie hiervoor en willen graag weten waar de uitvoering van de besluiten van de begrotingsautoriteit stokt. Waarom heeft deze hulp, die al maanden geleden is goedgekeurd, nog steeds geen effect van betekenis gesorteerd in deze gebieden, waar de behoefte aan Europese solidariteit zich steeds sterker doet voelen?

Afgezien van de controle achteraf door de Commissie zouden wij graag uitleg van de Griekse regering krijgen over de aanwending van deze Europese hulp. De urgentie is hoog, zowel vanuit humaan als economisch oogpunt. Twee jaar wachten is echt veel te lang.

 
  
MPphoto
 

  Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE) . – (RO) Ik wil graag aandacht vragen voor de toenemende ongewenste ontwikkelingen sinds vorig jaar in Armenië en nu ook in Georgië en Moldavië. Nader beschouwd hebben deze drie landen twee zaken gemeen: zij zijn alle drie lid van het Oostelijk Partnerschap en vertonen elk een soortgelijk scenario. Ik denk dat dit onze aandacht verdient.

Afgelopen week heeft president Voronin van Moldavië zelfs gezegd dat hij uit het Oostelijk Partnerschap wil stappen zodat hij zijn omstreden acties tegen de mensenrechten in Moldavië kan doorzetten. Ik ben van mening dat de Europese Unie nauw moet samenwerken met de Raad van Europa en de OVSE.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de verheerlijking van terrorisme neemt vele vormen aan. Als echter een lid van dit Parlement zich lovend uitlaat over ordinaire moordenaars, die in hun gewelddadige acties gestuit werden door rechtmatige veiligheidsdiensten en zo hun verdiende loon kregen, dan gaat zij daarmee in tegen alles wat dit Parlement ooit heeft verklaard tegen terrorisme en degenen die terrorisme goedpraten en verdedigen. Dit is echter precies wat de Brún, lid van Sinn Fein, op paaszondag deed toen zij de terroristen van de IRA respectabel, onzelfzuchtig en eervol noemde. Terrorisme is op geen enkele manier respectabel of eervol, vroeger niet en nu niet. Elk Parlementslid dat op een dergelijke verwerpelijke wijze lof uitspreekt over moordenaars, moet zich schamen!

 
  
MPphoto
 

  Jelko Kacin (ALDE). - (SL) President Ahmadinejad schaadt met zijn populistische en nationalistische hardliners-retoriek de naam en het imago van Iran aanzienlijk. Hij bedreigt ook de gematigde westelijke islam en verspreidt daarover negatieve stereotiepen.

We moeten vastberaden reageren op zulke provocaties. Door de veroordeling van Roxane Saberi heeft het Iraanse regime aangetoond dat het eigenlijk zwak en laf is. In zijn verbale confrontatie met de VS kiest het gijzelaars uit, deze keer een vrouw, een journaliste, om zijn volk ideologisch te mobiliseren. Het heeft lak aan alle democratische normen.

Fundamentele mensenrechten en de strijd voor het recht op informatie behoren tot de basis van de Europese Unie. De vierde macht, de media en pers, is een belangrijk hulpmiddel om democratische normen vorm te geven. Een regime dat journalisten vreest, gaat in de eerste plaats tegen hen tekeer. Ondemocratische regimes zijn altijd angstig waardoor journalisten er worden vervolgd, opgesloten, gemarteld en zelfs vermoord.

 
  
MPphoto
 

  Kinga Gál (PPE-DE). (HU) Op 1 mei is het vijf jaar geleden dat we met verscheidene Midden- en Oost-Europese landen lid werden van de Europese Unie. Toen zag het ernaar uit dat alle nieuwe lidstaten de basisbeginselen van de Europese Unie en het verbod op discriminatie zouden naleven, en de diversiteit van talen en de rechten van nationale minderheden zouden beschermen en respecteren.

Toch kan het ook na vijf jaar EU-lidmaatschap gebeuren dat de meerderheidstaal op openlijke en discriminerende wijze in bescherming wordt genomen tegen het taalgebruik van van oudsher bestaande minderheden, zoals momenteel het geval is in Slowakije, waar een taalwet uit 1995, die toen ook al op ernstige internationale kritiek kon rekenen, opnieuw van kracht is geworden. Dit wetsontwerp brengt het gebruik van de minderheidstaal op elk terrein van het leven in gevaar, zo ook bij de van oudsher bestaande Hongaarse minderheid van een half miljoen mensen. In plaats van taaldiversiteit te bevorderen en de identiteit van de minderheid te bewaren, worden er taalcontroleurs en inspecteurs op de minderheden afgestuurd om ze met grove geldbedragen te beboeten als ze zich niet houden aan de wetsbepalingen die vanuit Brussel gezien alleen als krankzinnig kunnen worden bestempeld. Daarom vraag ik de EU-commissaris voor meertaligheid om tussenbeide te komen en ook in Slowakije meertaligheid in de praktijk te brengen.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (PSE). (HU) De tien nieuwe lidstaten maken nu vijf jaar deel uit van de Europese Unie. Het is tijd om de balans op te maken. Ook onze termijn nadert zijn einde. Aanvankelijk bestond er wantrouwen bij de oude lidstaten, maar dit werd gaandeweg minder en na een tijdje bleek zelfs dat de nieuwe lidstaten bij bepaalde kwesties, zoals de dienstenrichtlijn of de vrijheid van werk, de voorvechters waren van de hervorming van de Europese Unie. Daarom denk ik dat we kunnen zeggen dat deze periode van vijf jaar een heel belangrijke leertijd is geweest. Tegelijkertijd moeten we erop wijzen dat er nog steeds discriminerende maatregelen bestaan jegens de nieuwe lidstaten. Ik volsta ermee te vermelden dat de boeren in de nieuwe lidstaten ook dit jaar slechts 60 procent krijgen van het bedrag dat de boeren in de oude lidstaten ontvangen. Wel moet ik zeggen dat de toetreding tot de Europese Unie een win-winsituatie was, en langs deze weg wil ik het Europees Parlement dan ook bedanken dat het ons, leden uit de nieuwe lidstaten, in zijn gelederen heeft opgenomen. We hebben ons hier de afgelopen vijf jaar volledig gelijkwaardig gevoeld.

 
  
  

VOORZITTER: LUISA MORGANTINI
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het punt is afgehandeld.

 
Laatst bijgewerkt op: 18 augustus 2009Juridische mededeling