17. Interne markt voor elektriciteit - Agentschap voor samenwerking tussen energieregulators - Toegang tot het net: grensoverschrijdende handel in elektriciteit - Interne markt voor aardgas - Voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten - Etikettering van banden volgens de brandstofefficiëntie - Energieprestaties van gebouwen (herschikking) (debat)
De Voorzitter. − Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:
– de aanbeveling voor de tweede lezing (A6-0216/2009) van mevrouw Morgan, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG (14539/2/2008 – C6-0024/2009 – 2007/0195(COD));
– de aanbeveling voor de tweede lezing (A6-0235/2009) van de heer Chichester, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (14541/1/2008 – C6-0020/2009 – 2007/0197(COD));
– de aanbeveling voor de tweede lezing (A6-0213/2009) van de heer Vidal-Quadras, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003 (14546/2/2008 – C6-0022/2009 – 2007/0198(COD));
– de aanbeveling voor de tweede lezing (A6-0238/2009) van de heer Mussa, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG (14540/2/2008 – C6-0021/2009 – 2007/0196(COD));
– de aanbeveling voor de tweede lezing (A6-0237/2009) van de heer Paparizov, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (14548/2/2008 – C6-0023/2009 – 2007/0199(COD));
– het verslag (A6-0218/2009) van de heer Belet, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de etikettering van banden met betrekking tot hun brandstofefficiëntie en andere essentiële parameters (COM(2008)0779 – C6-0411/2008 – 2008/0221(COD));
– het verslag (A6-0254/2009) van mevrouw Ţicău, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de energieprestaties van gebouwen (herschikking) (COM(2008)0780 – C6-0413/2008 – 2008/0223(COD)).
Eluned Morgan, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, dit energiepakket is het resultaat van jarenlang hard werk waarin het Parlement trots mag zijn op de veranderingen die nu zullen worden doorgevoerd. Een punt om bijzonder trots op te zijn, is het feit dat we de energieverbruikers in de EU voor het eerst centraal hebben gesteld in het energiedebat en dat het probleem van energiearmoede nu op Europees niveau wordt onderkend. Het inherente belangenconflict dat optreedt als een bedrijf zowel de opwekking als de transmissie van elektriciteit in handen heeft, is aangepakt. Bovendien is het regelgevingsregime voor de energiemarkten versterkt.
De Elektriciteitsrichtlijn, waarvoor ik als rapporteur fungeerde, is onderdeel van een pakket van vijf maatregelen ter verbetering van het functioneren van de elektriciteits- en gasmarkten in heel Europa, teneinde ervoor te zorgen dat de markten beter geïntegreerd zijn en eerlijker en minder discriminerend te werk gaan.
Ik wil mijn dank betuigen aan de andere rapporteurs voor hun enorme bijdrage aan dit pakket, en ook de schaduwrapporteurs, de Commissie en het Tsjechische voorzitterschap voor hun hulp om te komen tot een conclusie in het soms zeer uitdagende debat.
In de wetgeving is een scala aan nieuwe maatregelen voor consumentenbescherming opgenomen, waaronder de garantie dat consumenten binnen een termijn van drie weken van leverancier kunnen veranderen, de instelling van een solide en onafhankelijk systeem voor de afhandeling van klachten en het recht op compensatie indien de serviceniveaus niet worden gehaald. Deze wetgeving zorgt er verder voor dat in 2022 elk huishouden gebruik zal maken van zogeheten ‘slimme meters’. Met deze slimme meters kunnen consumenten hun energieverbruik beter beheersen, de energie-efficiëntie verhogen, de energiekosten verlagen en de CO2-emissies verminderen.
Op initiatief van het Europees Parlement bevat de nieuwe wetgeving ook speciale beschermingsmaatregelen voor kwetsbare afnemers van energie. Daarnaast zal het onderwerp energiearmoede nu voor het eerst serieus moeten worden genomen.
Ik zou commissaris Piebalgs willen vragen of hij wil toezeggen dat het energiekader van de EU voortaan niet meer alleen gericht zal zijn op voorzieningszekerheid, duurzaamheid en concurrentievermogen, maar als vierde punt ook op betaalbaarheid bij alle toekomstige voorstellen inzake energiebeleid. Een door de EU gesteund verslag heeft recentelijk uitgewezen dat niet minder dan 125 miljoen burgers te maken hebben met energiearmoede. De lidstaten moeten nu passende maatregelen nemen om honderden, zo niet duizenden doden in de armste gezinnen in Europa te voorkomen. Er zal ook een einde komen aan de discriminerende prijsbepaling bij meters op basis van vooruitbetaling.
Het meest controversiële deel van het pakket betrof de vraag of er behoefte bestond aan een volledige ontvlechting van de eigendom binnen de energiemarkten – met andere woorden een algehele scheiding van de transmissiesystemen en de opwekking. De markt is in sommige lidstaten zodanig gestructureerd dat er sprake is van een monopoliepositie van de transmissiesysteembeheerders, die ook de middelen voor elektriciteitsopwekking in handen hebben. Hierdoor worden andere spelers op de markt ontmoedigd, hetgeen de concurrentie ondergraaft. Het Parlement heeft nu een compromis aangenomen waarbij een beheerder zowel eigenaar van de transmissie als van de opwekking mag zijn, mits dit gepaard gaat met extra controles en balansen om te waarborgen dat het inherente belangenconflict dat hierdoor ontstaat, wordt weggenomen. Velen van ons gingen met tegenzin akkoord met dit compromis aangezien wij verwachten dat er een scheiding komt op groothandelsniveau, en dat deze geïntegreerde bedrijven zich zullen splitsen, ongeacht deze richtlijn.
De inspanning van de Commissie om het misbruik van sommige bedrijven aan het licht te brengen, begint haar vruchten af te werpen. Zo zijn bijvoorbeeld bedrijven zoals E.ON en RWE akkoord gegaan met de verkoop van hun transmissienetwerken na instelling van een antitrustonderzoek. Verder zullen de nationale regelgevende instanties versterkt worden.
Ik wil eenieder voor zijn medewerking bedanken; ik vind dat we trots mogen zijn op wat we voor de consumenten in de EU hebben gedaan.
Giles Chichester, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik hoop dat dit pakket een duurzaam kader schept en niet slechts ‘werk in uitvoering’ is. Naar mijn mening is de toekomstige rol van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators cruciaal voor de totstandkoming van de lang verwachte interne markt voor gas en elektriciteit.
Tijdens de trialoogonderhandelingen werd het mij duidelijk dat de verbeteringen die ik namens het Parlement naar voren bracht, essentieel zijn voor eerlijke en effectieve energiemarkten. Ik heb ernaar gestreefd een agentschap op te zetten met meer onafhankelijkheid en besluitvormingsbevoegdheden. Met name om effectief te kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van één concurrerende energiemarkt, zal het agentschap meer bevoegdheden moeten hebben om grensoverschrijdende kwesties aan te pakken en een effectieve samenwerking aan te moedigen tussen transmissiesysteembeheerders (TSB’s) en de nationale regelgevende instanties (NRI’s).
Als het agentschap meer bevoegdheden krijgt, zal het echter ook meer verantwoording moeten afleggen en meer transparantie moeten bieden. Ik denk dat als algemeen uitgangspunt moet gelden dat we de onafhankelijkheid van het agentschap moeten versterken zodat het zowel effectiever als geloofwaardiger wordt doordat het extra veantwoording moet afleggen, in het bijzonder aan het Parlement. Dit is wat er naar mijn verwachting zal gebeuren.
Wellicht is het zo dat een aantal van de rollen die we het agentschap hebben toegekend, meer raadgevend dan concreet klinkt. We hebben echter getracht mogelijkheden te creëren voor innovatieve regulering door de aandacht te vestigen op gebieden waarop actie nodig is, maar waarvoor het agentschap niet de passende bevoegdheden heeft.
Ik wil allereerst de nadruk leggen op de verhoogde mate van verantwoording waarover we onderhandeld hebben. De directeur zal voorafgaand aan zijn of haar aanstelling en tijdens zijn of haar ambtstermijn voor de betreffende commissie van het Parlement verschijnen om een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden. Op dezelfde wijze kan de voorzitter van de raad van regulators voor de betreffende commissie verschijnen en verslag uitbrengen van de werkzaamheden. Het Parlement heeft het recht gekregen om twee van de leden van de raad van bestuur aan te wijzen. Dit alles stelt het agentschap in de gelegenheid zich in het publieke domein uit te spreken over onderwerpen naar keuze.
Wat betreft de rollen die ik eerder noemde, denk ik aan het monitoren van de interne markten voor gas en elektriciteit, het bevorderen van de ontwikkeling van netcodes, het bevorderen van de tenuitvoerlegging van richtsnoeren inzake trans-Europese energienetwerken, het toezicht houden op de vorderingen bij de uitvoering van projecten om nieuwe interconnectiecapaciteit te scheppen, de besluitvormingsbevoegdheid inzake vrijstellingen van de vereisten voor investeringen in infrastructuur, het monitoren van de uitvoering van de tienjarige netwerkinvesteringsplannen en de bevoegdheid om adviezen en aanbevelingen te verstrekken aan TSB’s en nog andere aspecten die ik omwille van de tijd niet zal opsommen. Met dit alles zal het agentschap volop de gelegenheid krijgen om veranderingen teweeg te brengen.
Tot slot hebben we vereisten voor een gestroomlijnde besluitvorming geïntroduceerd. Ik hoop dat het agentschap opgewassen is tegen de uitdagingen die we gesteld hebben. We hebben verder voor de Commissie de mogelijkheid gecreëerd om een verslag op te stellen over de werking van het agentschap en om, op basis van ervaring, suggesties te doen voor aanvullende taken en rollen die het agentschap zou kunnen vervullen.
Ik wil mijn corapporteurs, de andere twee instellingen en de commissaris in het bijzonder bedanken voor hun grote en constructieve inspanningen bij de totstandbrenging van het definitieve compromispakket. Ik hoop dat het feit dat ik ben uitgenodigd om als tweede en niet als vijfde te spreken, aangeeft hoe belangrijk en zwaarwegend dit voorstel is.
Alejo Vidal-Quadras, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik mijn welgemeende dank betuigen aan de rapporteurs, de schaduwrapporteurs, commissaris Piebalgs en ambassadeur Reinišová voor de uitstekende samenwerking gedurende de eerste drie maanden van dit jaar. Deze samenwerking is de motor geweest achter het succesvolle resultaat waarover we deze week zullen stemmen. De onderhandelingen waren langdurig, complex en soms taai, maar ik denk dat we tot een akkoord zijn gekomen waarover alle partijen tevreden zijn.
Wat betreft het totale pakket, zoals het in de onderhandelingen tot stand is gekomen, mag het Parlement trots zijn op de definitieve tekst. Ons bijzonder sterke akkoord in eerste lezing over de ontvlechting van eigendom gaf het team van onderhandelaars een sterke positie bij de besprekingen. Daardoor hebben we een veel strikter regelgevend kader tot stand kunnen brengen, met name in landen met het model van de onafhankelijke transmissiexploitant (ITO-model), waar de nationale regulerende instanties meer bevoegdheden zullen krijgen en onafhankelijk zullen opereren van zowel overheden als de industrie. Door deze nieuwe rol wordt het risico van concurrentieverstorend gedrag verkleind, met name in situaties waarin verticaal geïntegreerde bedrijven hun positie misbruiken om investeringen in nieuwe capaciteit stop te zetten.
Er is verder overeenstemming bereikt over de beoordelingsclausule, op basis waarvan wij over een aantal jaren kunnen nagaan of alle modellen voldoen aan ons doel, namelijk het bereiken van een volledig concurrerende en gelegaliseerde markt. We hebben bovendien de bepalingen inzake de bescherming van consumenten vergaand uitgebreid, onder andere op het gebied van informatie over rekeningen en betere regels om van leverancier te veranderen.
Tot slot nog een ander groot succes: de invoering van een nieuwe bepaling in de derdelandenclausule. Volgens deze bepaling kan de certificering van een transmissiesysteembeheerder (TSB) van een derde land nu ook worden geweigerd als de voorzieningszekerheid van de Unie als geheel, of van een afzonderlijke lidstaat, niet zijnde het land waar de certificering is aangevraagd, gevaar loopt.
Ten aanzien van de elektriciteitsverordening zou ik willen opmerken dat deze verordening een cruciale rol speelt, aangezien zij de lidstaten de instrumenten in handen geeft om de interconnectiecapaciteit binnen de Unie significant te vergroten. Zo kunnen de lidstaten bindende netcodes ontwikkelen en vaststellen die door alle transmissiesysteembeheerders bij leveringen moeten worden toegepast. Daardoor wordt een van de belangrijkste obstakels voor de totstandkoming van de interne elektriciteitsmarkt weggenomen.
De overeengekomen tekst versterkt bovendien de rol van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators in dit proces, overeenkomstig de eerste lezing in het Europees Parlement. Ik moet toegeven dat het Parlement had gehoopt op een veel ambitieuzer agentschap. Wij zien dit echter pas als de eerste stap in een langdurig proces gericht op de integratie van regelgevingskaders.
We zijn erin geslaagd een nieuwe bepaling op te nemen die erin voorziet dat het agentschap de basiscriteria mag voorstellen die zullen worden meegenomen in de verlening van vrijstellingen voor nieuwe interconnecties. Dit is met name relevant aangezien dit een van de belangrijkste obstakels is waar nieuwe investeerders in capaciteit tegenaan lopen als zij te maken hebben met verschillende lidstaten. Het moeten volgen van verschillende regelgevingsprocedures kan leiden tot verwarrende resultaten en investeerders afschrikken –neem bijvoorbeeld het Nabucco-project.
Bij deze verordening wordt tevens het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit (ENTSB) opgericht en worden de rollen daarvan gedefinieerd. Dit netwerk dient de netcodes op te stellen en in te dienen bij het agentschap en bovendien gecoördineerde mechanismen te ontwikkelen voor noodsituaties zoals de recente black-outs op Europese schaal.
Tot besluit wil ik graag het technische personeel bedanken. Hoewel we aan het begin van de onderhandelingen soms twijfelden aan de goede afloop, zijn we er dankzij hun inspanningen in geslaagd deze overeenkomst te bereiken.
Antonio Mussa, rapporteur. − (IT) Mevrouw de Voorzitter, beste collega’s, ik dank het Tsjechisch voorzitterschap, de Commissie, de voorzitter van de Commissie industrie, onderzoek en energie, mevrouw Niebler, de collega’s die met mij rapporteur zijn voor dit energiepakket, de schaduwrapporteurs en het secretariaat van de commissie met al zijn ambtenaren, voor de samenwerking en de getoonde kundigheid bij de behandeling van dit dossier.
We kunnen en moeten allemaal trots zijn op het bereikte resultaat. Dat geldt in ieder geval voor mij, als ik denk aan de verrichte inspanningen na het erven van de richtlijn betreffende de interne markt voor aardgas, met een aantal problemen die niet makkelijk waren op te lossen. Ik ben verheugd dat ik mijn tweede mandaat als Europees afgevaardigde heb kunnen laten samenvallen met de afsluitende fase van dit pakket, dat ik als één van de belangrijkste dossiers beschouw van deze zittingsperiode ten gunste van de Europese burgers, onze kiezers.
De aardgasrichtlijn die in 2011 in werking treedt, levert belangrijke nieuwe ontwikkelingen op voor de sector. We dienen te onderstrepen dat de ITO-optie een belangrijk resultaat is dat een garantie vormt voor de opening van de markten en voor reële progressie richting een systeem dat de Europese Unie echt in staat stelt met één stem te speken op het gebied van energie. Het ITO-systeem is het echte novum van dit pakket en we kunnen stellen dat het Europees Parlement op dit vlak het beste resultaat heeft behaald.
De nieuwe richtlijn kent veel belang toe aan de regulerende instanties voor gas en aan het Agentschap. Deze richtlijn legitimeert de rol van regulatoren, met name in landen waar die instanties hun activiteiten nog moeten starten. Het is derhalve van fundamenteel belang dat hun rol en bevoegdheden beschreven zijn, want regulatoren krijgen de moeilijke taak de gemeenschappelijke energiemarkt te controleren.
Een andere schakel is er tijdens het driehoeksoverleg bijgekomen en betreft de ontheffing van de gemeenschappelijke regels voor de zogenaamde gesloten systemen, zoals luchthavens, ziekenhuizen, stations, industrievestigingen, enzovoort, die vanwege hun specifieke kenmerken vallen onder een gunstiger regeling. Dat is een bewijs van de aandacht die de nieuwe richtlijn heeft voor de eisen van de Europese burger.
Juist de Europese burger zal mijns inziens echt baat hebben bij deze richtlijn, want met intelligente meters krijgt hij toegang tot alle informatie betreffende de rekening en kan hij de beste aanbieding en de gunstigste leverancier uitkiezen. Weliswaar zal het nog jaren duren alvorens de effecten van deze liberalisering zichtbaar zullen zijn, maar de komst van nieuwe marktdeelnemers zal onmiskenbaar leiden tot lagere tarieven en gunstiger marktvoorwaarden voor de burgers van de Unie.
Een ander belangrijk element is de erkenning van Europese transmissienetsystemen waarmee de zekerheid van de gasvoorziening voor de Europese burgers is gegarandeerd. Daarvoor zijn de versterking van de bestaande en het creëren van nieuwe infrastructuurvoorzieningen nodig, zoals hervergassings- en opslaginstallaties, die de motor zullen zijn van dit derde pakket. Nodig is het openen van een concurrerende markt, die een garantie vormt voor langetermijninvesteringen en -contracten van de bedrijven in deze sector. Dat geldt met name voor de nieuwe lidstaten, waar het aanleggen van nieuwe infrastructuur problemen van eeuwenlange afhankelijkheid zou kunnen oplossen.
Er is rekening gehouden met de bescherming van de zwakste consument door de nationale en regionale regulatoren de mogelijkheid te geven de gasvoorziening op de meest kritieke momenten te garanderen. Het gelukkige resultaat van de aardgasrichtlijn en van het hele energiepakket vestigt nogmaals de aandacht op de rol van Europa en zijn instellingen voor de Europese burgers.
Atanas Paparizov, rapporteur. – (BG) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris, ik wil allereerst zeggen dat ik buitengewoon blij ben dat het Europees Parlement en de Raad overeenstemming hebben bereikt over het derde energiepakket, waaronder de verordening betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten, waarvoor ik als rapporteur fungeer. Ik noem in dit verband de bijdrage van het Tsjechische voorzitterschap en de actieve steun van de Europese Commissie in de zoektocht naar gemeenschappelijke oplossingen.
Ten aanzien van de toegang tot aardgastransmissienetwerken zijn de doelstellingen van het derde energiepakket gehaald. De basis is gelegd voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijke Europese energiemarkt, gestoeld op regels die in detail beschreven staan in de bindende netcodes. Er is vooruitgang geboekt bij de ontwikkeling van regionale samenwerking. Naast het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders en de regelgevende instanties zal nu ook het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators een belangrijke rol spelen.
Zo wordt de voorzieningszekerheid aanzienlijk vergroot en wordt de aanleg van een nieuwe infrastructuur aangemoedigd. Hiertoe stelt het netwerk van Europese beheerders een tienjarig plan op voor investeringen in het netwerk, waarvan de uitvoering wordt gecontroleerd door de nationale regelgevende instanties en het Agentschap. Zo krijgen alle marktdeelnemers de kans om deel te nemen aan de opstelling van de netcodes, gebaseerd op duidelijk omlijnde procedures, en daarop wijzigingen voor te stellen indien deze vanuit de toepassing in de praktijk nodig blijken. De voorwaarden voor concurrentie tussen leveranciers worden aangescherpt aan de hand van strengere regels over voorlichting en transparantie van de activiteiten van transmissiebeheerders.
Mijn dank gaat in het bijzonder uit naar degenen die deelgenomen hebben aan de onderhandelingen voor de voorstellen die ik heb opgesteld over het tienjarige investeringsplan en de ontwikkeling van regionale samenwerkingsinitiatieven. Ik ben blij dat wij door de onderhandelingen een beter evenwicht hebben bereikt tussen de bevoegdheden van het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders, het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators en de Europese Commissie, zodat er een soepele, efficiënte en concurrerende markt kan ontstaan.
Ik wil graag benadrukken dat er nauw is samengewerkt bij het tot stand brengen van de vijf wetgevingsonderdelen van het derde energiepakket. Er is tevens een algemeen kader gecreëerd waarin individuele elementen elkaar kunnen aanvullen en versterken. De actieve samenwerking met de corapporteurs heeft tot uitstekende resultaten geleid: mevrouw Morgan, de heer Mussa, de heer Vidal-Quadras en de heer Chichester. Ik wil ook de schaduwrapporteurs bedanken die aan elk stadium van de onderhandelingen hebben bijgedragen met constructieve en zeer nuttige suggesties. Een speciaal woord van dank wil ik ook richten tot de voorzitter van de Commissie industrie, onderzoek en energie en zijn secretariaat.
Mevrouw de Voorzitter, 2009 ging van start met de onderbreking van gasleveringen aan Bulgarije en Slovenië, en een sterke afname van leveringen aan andere landen in Midden- en Oost-Europa. Als ik kijk naar het derde energiepakket, de onverwachte voorstellen van de Europese Commissie inzake nieuwe inhoud voor de richtlijn betreffende de veiligstelling van de gasvoorziening, en de projecten voor verbinding van de gastransmissienetwerken met steun van het economisch herstelplan, zal de Europese Unie aan het einde van 2009 elke mogelijke leveringsonderbreking aan kunnen omdat we over meer materiële middelen en meer solidariteit beschikken. Gezien de resultaten die geboekt zijn, vind ik het gerechtvaardigd om al mijn collega’s in dit Parlement op te roepen om in tweede lezing de gemeenschappelijke tekst goed te keuren die samen met de Raad is opgesteld en aan u is gepresenteerd.
Ivo Belet, rapporteur. − De etikettering van energiezuinige autobanden zit hier vandaag een beetje vreemd geprangd tussen de elektriciteit en het gas. Niettemin gaat het over belangrijke en zeer tastbare maatregelen die voor alle consumenten, alle automobilisten, de meesten onder ons in Europa, rechtstreeks van belang zijn.
Het is een concrete ingreep die weinig of niets kost en die een wezenlijke bijdrage zal leveren tot het behalen van onze ambitieuze klimaatdoelstellingen. De band van een auto - ik weet niet of u dat weet - is verantwoordelijk voor 20 tot 30% van het totale brandstofverbruik van een auto. Het is dus logisch dat daar een enorm potentieel voor energie-efficiëntie en voor besparingen ligt.
Wat gaan wij concreet doen? Wij gaan alle autobestuurders, het gros van de bevolking dus, proberen ertoe te bewegen om voortaan aandacht te schenken aan de energiezuinigheid en de geluidsemissie van de banden. Wij verplichten niemand, we informeren enkel, zoals wij dat vandaag ook doen met ijskasten bijvoorbeeld, aan de hand van een duidelijk etiket, een label of een sticker. Wie wil er als consument nog met een B- of een C-band rondrijden als hij ook met een milieuvriendelijke A-versie kan rondrijden? Een A-versie die bovendien op termijn nog voordeliger is voor de portemonnee. Dat is pure winst, zoals dat heet, winst voor de consument en winst voor het milieu vooral.
Eén cijfer: uit de effectevaluatie blijkt een potentieel aan besparingen tot anderhalf miljoen ton CO2. Dit komt overeen met de verwijdering van de CO2-uitstoot van om en nabij één miljoen personenauto's op de Europese wegen. Als deze maatregel eenmaal op kruissnelheid is, betekent dit dat de CO2-uitstoot van één miljoen personenauto's wordt weggenomen. Dat is toch indrukwekkend!
Er is uiteraard ook winst voor de bandenfabrikanten zelf. Wij hebben uiteraard - dat is logisch - bij de totstandkoming van deze maatregel met de sector zelf overlegd. Het mag hier toch gezegd worden: het heeft geen zin om aan een sector die bijzonder zwaar te lijden heeft onder de crisis in de autosector, nieuwe regelgeving op te leggen als die extra geld kost en bureaucratische overlast met zich meebrengt. Dat zijn argumenten die hout snijden en die je niet zomaar aan de kant kunt schuiven. Deze etiketteringsrichtlijn is ook een goede zaak voor de fabrikanten van kwaliteitsautobanden. Daarom hechten wij zoveel belang aan de controle op de implementatie, die essentieel is voor het creëren van gelijke concurrentievoorwaarden, maar dan op hoog niveau.
Het spreekt voor zich dat de milieuvriendelijkheid nooit ten koste mag gaan van de veiligheid en daarom hebben wij ook in deze zin geamendeerd. Veiligheid blijft uiteraard criterium nummer één bij een autoband.
Nog een woord over het criterium geluidsemissie. Dat zit er ook in, dat weet u, omdat geluidsoverlast een van de grote ziektes van deze tijd is. Het is daarom een goede zaak, daarvan ben ik overtuigd, dat wij in dit verband een voorzichtig en haalbaar criterium hebben ingebouwd om ook de geluidsoverlast verder terug te dringen, maar zoals gezegd nooit ten koste van de veiligheid van de auto en de autoband.
Een laatste woord over de tijdslijn, de timing. Wij hebben hier volgens mij een ambitieus maar toch redelijk compromis bereikt. Wij rekenen er uiteraard op dat, zoals met de CO2-emissies van de auto's zelf, de constructeurs van de autobanden op dit terrein al veel vroeger met producten op de markt zullen komen die aan de milieuvriendelijkste normen zullen beantwoorden.
Silvia-Adriana Ţicău, rapporteur. – (RO) Geachte commissaris, dames en heren, gebouwen zijn verantwoordelijk voor 40 procent van het primaire-energieverbruik en 40 procent van de broeikasgasemissies. Daarom is de spoedige uitvoering van maatregelen ter verbetering van de energieprestaties van gebouwen de meeste betrouwbare, snelle en minst kostbare manier om de broeikasgasemissies te verminderen. Door de energieprestaties van gebouwen te verbeteren, kunnen wij bovendien een belangrijke bijdrage leveren aan het economisch herstel van de EU door het creëren van ruim 250 000 nieuwe banen, door de investeringen voor de bevordering van hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiënte gebouwen en tot slot door verbetering van de levenskwaliteit van de burgers in Europa dankzij lagere energiekosten.
Het nieuwe voorstel van de Commissie voor herziening van de bestaande richtlijn noemt de afschaffing van de 1 000 m2-drempel, de instelling van bepaalde minimumeisen voor energieprestaties van gebouwen en de invoering van een proces voor samenvoeging van de minimumeisen die op nationaal niveau zijn vastgesteld. Het voorstel omvat verder de bevordering van gebouwen die lokaal dezelfde hoeveelheid hernieuwbare energie produceren als zij aan primaire energie verbruiken, en beperking van de financiering uit openbare middelen tot de bouw van gebouwen die voldoen aan de minimumeisen voor energieprestaties.
Het Parlement heeft de volgende belangrijke amendementen ingediend: uitbreiding van het toepassingsgebied tot centrale verwarming en koelsystemen, vergroting van het belang van gestandaardiseerde energieprestatiecertificaten voor gebouwen, opzetten van een gemeenschappelijke methodologie om de minimumeisen voor energieprestaties vast te stellen, waarborgen dat overheden de aanbevelingen in het energieprestatiecertificaat uitvoeren binnen de geldigheidsperiode, de invoering van nieuwe bepalingen inzake het verstrekken van informatie aan consumenten en het geven van training aan auditors en deskundigen, het verstrekken van bouwvergunningen per 2019 voor gebouwen die lokaal ten minste dezelfde hoeveelheid hernieuwbare energie produceren als er aan energie uit conventionele bronnen wordt verbruikt, en de invoering van nieuwe bepalingen voor de inspectie van verwarmings- en koelsystemen.
Ik nodig mijn collega-afgevaardigden uit om de tentoonstelling te bezoeken die gewijd is aan dit soort gebouwen – energieneutrale gebouwen – en wordt gehouden in het Europees Parlement in samenwerking met het WWF.
Hoewel de richtlijn betreffende de energieprestaties van gebouwen sinds 2002 in werking is, laat de tenuitvoerlegging in de verschillende lidstaten te wensen over. De lidstaten wijten deze falende uitvoering met name aan een gebrek aan financiële middelen. Daarom heeft het Europees Parlement voorgesteld om maatregelen inzake de energieprestaties van gebouwen te financieren uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Het Parlement heeft verder voorgesteld om een Europees fonds voor energieprestaties van gebouwen op te richten en hernieuwbare energiebronnen te bevorderen door een bijdrage van de EIB, de Europese Commissie en de lidstaten. Andere voorstellen van het Parlement zijn de mogelijkheid van een verlaagd btw-tarief voor diensten en producten in verband met de energieprestaties van gebouwen en de ontwikkeling van nationale programma’s ter verbetering van de energie-efficiëntie van gebouwen met behulp van financiële instrumenten en bepaalde fiscale maatregelen.
Tot slot wil ik de schaduwrapporteurs bedanken, het technisch personeel van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het GBVB-personeel van deze commissie voor de uitstekende samenwerking. Ik ben benieuwd naar de reacties van mijn collega-afgevaardigden.
Andris Piebalgs, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, het is niet eenvoudig om in vijf minuten tijd het antwoord van de Commissie te geven op zeven uitstekende verslagen, maar ik wil niet nalaten van deze gelegenheid gebruik te maken om alle rapporteurs te bedanken: mevrouw Morgan, mevrouw Ţicău, de heer Chichester, de heer Vidal-Quadras, de heer Mussa, de heer Paparizov en de heer Belet – en alle schaduwrapporteurs. Ik wil eveneens mevrouw Niebler bedanken, die bijzonder hard gewerkt heeft om dit verslag in zeer korte tijd op te stellen.
Laat ik beginnen met de interne energiemarkt omdat we onszelf twee jaar geleden een ambitieus doel hebben gesteld: het tot stand brengen van een werkelijk concurrerende en werkelijk Europese energiemarkt ten behoeve van de burgers van de Europese Unie. Het middel om dit doel te verwezenlijken, is het derde pakket betreffende de interne energiemarkt voor gas en elektriciteit.
Dit pakket staat op het punt om te worden aangenomen en daarmee zal het doel worden bereikt. Door de trialoog is overeenstemming bereikt over het compromis. De Commissie staat volledig achter dit compromis. Als het morgen in de plenaire vergadering wordt aangenomen, zal de Europese Unie daarmee over een helder regelgevingskader beschikken dat nodig is om een goed werkende interne markt te garanderen en de dringend noodzakelijke investeringen te bevorderen.
De regelgeving zal allereerst de grensoverschrijdende handel in energie bevorderen door de oprichting van een agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators, dat bindende besluiten mag nemen en de regelgevende instanties aanvult. Daardoor kunnen grensoverschrijdende zaken op passende wijze worden afgehandeld en kan in de EU één echt Europees netwerk worden opgebouwd.
Ten tweede worden door de regelgeving grensoverschrijdende samenwerking en regionale samenwerking en investeringen bevorderd. Er komt een nieuw Europees netwerk voor transmissiesysteembeheerders, die samen netcodes en veiligheidsnormen zullen ontwikkelen, en zich verder zullen bezighouden met de planning en coördinatie van de investeringen die op EU-niveau nodig zijn.
Ten derde zorgt de regelgeving voor een effectiever regelgevend toezicht door de nationale regelgevende instanties, die een grotere mate van onafhankelijkheid verkrijgen en over alle nodige middelen zullen beschikken.
Ten vierde zal de regelgeving ervoor zorgen dat de opwekking en de transmissie van energie effectief worden ontvlecht om belangenconflicten op te heffen, netinvesteringen te bevorderen en discriminerend gedrag te voorkomen.
Deze regelgeving zal verder leiden tot grotere transparantie. Dankzij meer transparantie krijgt elke partij gelijke toegang tot informatie, wordt de prijsstelling doorzichtiger, ontstaat er meer vertrouwen in de markt en wordt marktmanipulatie voorkomen.
Het gaat er niet alleen om dat de interne markt goed functioneert, maar meer in het algemeen dat de EU is opgewassen tegen de uitdagingen die voor ons liggen op het gebied van energie, de klimaatverandering, de toegenomen afhankelijkheid van ingevoerde energie, de voorzieningszekerheid en de mondiale concurrentiepositie.
Een goed werkende interne markt is met name een cruciaal onderdeel in de strijd van de EU tegen de klimaatverandering. Zonder een concurrerende elektriciteitsmarkt kan een regeling voor de emissiehandel nooit goed functioneren, en ook onze plannen voor hernieuwbare energie zullen dan geen succes hebben.
Het bereikte compromis vormt daarbij een goed evenwicht tussen de standpunten van het Parlement en de Raad. De rapporteurs hebben u al medegedeeld op welke kernpunten het politieke compromis het gemeenschappelijk standpunt van de Raad van januari 2009 heeft aangescherpt.
Ik zou op enkele kernpunten willen ingaan.
Het Parlement heeft gepleit voor versterking van de consumentenbescherming en bestrijding van de energiearmoede; beide punten zijn nu verwerkt in de wetgevingsteksten. Het doel is om tegen 2020 80 procent van de consumenten te voorzien van slimme meters, waarmee consumenten precies op de hoogte zijn van hun verbruik en efficiënter met energie kunnen omgaan. De bevoegdheden en onafhankelijkheid van de nationale regelgevende instanties zijn versterkt, de bevoegdheden van het agentschap zijn uitgebreid en de regels voor een effectieve ontvlechting zijn efficiënter gemaakt.
Het belangrijkste is wel dat er in de markt ook ontwikkelingen gaande zijn. Veel bedrijven hebben hun bedrijfsvoering aangepast en gaan nu anders om met netwerken en consumenten. Ik was vandaag op de beurs in Hannover en zag dat er met slimme meetsystemen goede vooruitgang geboekt wordt en dat bedrijven deze nieuwe besluiten accepteren.
Energie-efficiëntie is zonder meer een van de kernpunten van het Europees energiebeleid. In de bouwsector kan de energie-efficiëntie nog vergaand worden verbeterd, waardoor tegelijkertijd nieuwe banen worden gecreëerd en de groei wordt gestimuleerd.
Ik wil het Parlement van harte bedanken voor zijn steun aan de door de Commissie voorgestelde herschikking van de richtlijn inzake de energieprestaties van gebouwen. Uit de debatten en voorstellen blijkt dat het Parlement dezelfde beleidsdoelstellingen nastreeft en de huidige prestaties vergaand wil verbeteren. Het betreft geen gemakkelijk beleidsterrein gezien de grote mate van subsidiariteit, we zullen daarom een goed evenwicht moeten vinden. De richtlijn voorziet in een kader voor de verbetering van de energieprestaties van de EU-gebouwen.
Er wordt een uitgebreide toelichting gegeven, waardoor de richtlijn effectiever kan worden ingezet. Zo zijn bijvoorbeeld de principes met betrekking tot de ‘kostenoptimale’ methode, de vereisten voor controlemechanismen en vele andere zaken gedefinieerd.
Een ander belangrijk punt wordt gevormd door de financieringsinstrumenten. Deze spelen een cruciale rol in de bevordering van energie-efficiëntiemaatregelen, maar moeten in de desbetreffende wetgeving en initiatieven worden geregeld. Bijgevolg is de gebouwenrichtlijn beperkt in wat zij kan betekenen op financieel en fiscaal gebied.
De Commissie heeft een nieuw element in de richtlijn ingevoerd: zeer efficiënte gebouwen, of deze nu zeer-lage-energiegebouwen, energieneutrale gebouwen of de nieuwe generatie gebouwen worden genoemd.
Het is van essentieel belang om hierbij ambitieus, doch realistisch te zijn, en de nodige flexibiliteit in acht te nemen gelet op de verschillende klimaat- en economische omstandigheden binnen de EU. Het invoeren van uniforme vereisten zoals bij energieneutrale gebouwen zou in dit geval niet passend zijn en te ver voeren.
Harmonisatie is van groot belang voor de interne markt. Ik sta volledig achter de wens van het Parlement om één methodologie toe te passen bij de berekening van de kostenoptimale niveaus voor de vereisten. Het verplicht stellen van een gemeenschappelijke methodologie voor de berekening van de energieprestaties zelf, zou echter contraproductief kunnen zijn, en kan leiden tot jarenlange vertraging van de uitvoering van de richtlijn vanwege de complexiteit van de bouwvoorschriften van de lidstaten.
Deze regelgeving is al met al dus zeer complex, maar ik heb er alle vertrouwen in dat het Parlement dit rechtsinstrument zal steunen.
De rapporteur heeft ook aangegeven dat autobanden in het wegtransport een belangrijke rol kunnen spelen in het verlagen van de energie-intensiteit en de emissies. Het gecombineerde effect van dit voorstel en de regelgeving inzake bandentypegoedkeuring zou kunnen resulteren in een brandstofbesparing van circa 5 procent voor alle voertuigen in Europa tegen 2020. Dit voorstel geeft consumenten gestandaardiseerde informatie over het brandstofrendement. Verder krijgen consumenten informatie over de grip op nat wegdek, nog een belangrijke parameter voor banden, en de rolgeluidemissies. Op deze manier zorgt de etikettering ervoor dat beter presterende banden op de markt worden bevorderd. Verder wordt zo voorkomen dat alleen bepaalde aspecten worden verbeterd ten koste van andere.
Het verslag waarover deze week wordt gestemd, brengt een aantal belangrijke verbeteringen aan in het eerste voorstel, zoals de wijziging van de richtlijn in een verordening, waardoor de omzettingskosten dalen en de etikettering voor iedereen op dezelfde datum in werking zal treden. Nu ook sneeuwbanden onder de etikettering vallen en hiervoor zo spoedig mogelijk een specifieke indeling wordt aangenomen, zullen ook bestuurders die te maken hebben met sneeuw en ijs op de weg hiervan profiteren.
Het is belangrijk dat het etiket zo goed mogelijk zichtbaar wordt. Hierover zijn de meningen verdeeld. Wij hopen dat u instemt met ons voorstel om het label geïntegreerd aan te brengen op de sticker die op dit moment bij elke band wordt geleverd. Op deze sticker staat informatie vermeld zoals de afmetingen, de belastingindex, etc.
Ik denk dat we met deze regelgeving op het gebied van energie grote vooruitgang hebben geboekt. En het belangrijkste is wel dat we hierin de steun hebben van onze burgers en de industrie. Op de beurs in Hannover hebben we gezien dat veel bedrijven grote waarde hechten aan energie-efficiëntie, niet alleen op de terreinen die in de regelgeving zijn opgenomen, maar ook op andere gebieden. Dat betreft bijvoorbeeld andere toepassingen voor eindverbruik en de productie van instrumenten voor andere bedrijfstakken.
Energie-efficiëntie, energie en Europa: deze kernwoorden vatten samen wat we met deze regelgeving hebben bereikt. Ik wil alle betrokkenen bedanken en in het bijzonder alle leden van het Europees Parlement die hieraan hun steun hebben gegeven.
Tot slot een woord van verontschuldiging, ik zou zeker nog vijf minuten kunnen volmaken, maar bij een tweede spreekbeurt zal ik mij beperken tot één minuut spreektijd. Ik wil u bedanken dat ik mijn toespraak heb mogen afmaken.
Rebecca Harms, rapporteur voor advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Piebalgs, hartelijk dank voor dit bondige betoog. Volgens mij kan vooruitgang het beste worden gemeten aan de hand van de doelstellingen die bij het begin van het debat zijn gesteld. Voor zover ik mij herinner kwam onder andere Neelie Kroes destijds met de analyse dat de marktmacht in steeds meer landen van de Europese Unie in handen is van steeds minder players – grote energieconcerns –, en dat ondanks meerdere liberaliseringspakketten op Europees niveau. De concentratie in de energiesector, zowel op het gebied van gas als van elektriciteit, neemt dus toe. Daarom was ik er erg verheugd over dat de Commissie bij het begin van het debat, en later ook het Europees Parlement hebben gezegd dat de scheiding van de opwekking van energie en het energienet het meest effectieve instrument is tegen deze concentratie – juist ook in de elektriciteitssector.
Ik durf er hier vandaag met u om te wedden dat we de consument zonder deze scheiding – hetgeen u aanvankelijk bepleitte – niet werkelijk kunnen beschermen tegen willekeurige prijzen op de energiemarkt. Ik zou er ook op durven wedden dat dit Parlement binnen afzienbare tijd opnieuw over dit instrument gaat debatteren. Want dat waartoe we nu besluiten is ontoereikend om deze macht, deze hegemonie van een handjevol energieconcerns te breken. Het is niet toereikend om te voorkomen dat de prijzen voor elektriciteit en gas ondanks de steeds grotere winsten in de energiesector steeds verder stijgen. Onze maatregelen zullen niet tot meer transparantie en consumentenbescherming leiden, zoals veel collega’s hier vol goede bedoelingen beloven.
Ik moet toegeven dat veel collega’s hier flink hun best hebben gedaan. Helaas moet ik ook constateren dat de concerns en een aantal lidstaten het pleit hebben gewonnen, en niet de Europese politici met hun vooruitziende blik. Ik hoop dat u de weddenschap aangaat; dan praten we over vier jaar over de volgende stap in het liberaliseringsproces, maar dan zal het echt over ontvlechting gaan.
Gunnar Hökmark, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou mevrouw Morgan willen bedanken voor haar verslag over de elektriciteitsmarkten. Als schaduwrapporteur heb ik heel plezierig met haar samengewerkt, en ik denk dat we wel kunnen zeggen dat we het voor elkaar hebben gekregen om de energiemarkten te liberaliseren. We hebben op zijn minst een aantal belangrijke stappen gezet en op die manier de markt geopend. Ik denk dat we wel kunnen stellen dat het verslag over elektriciteit ook een leidende rol speelde bij de ontwikkeling die we hier vandaag bespreken.
Ik denk dat het belangrijk is om te stellen dat dit ook ingaat tegen degenen uit verschillende landen die beter beschermde grenzen zouden willen hebben met betrekking tot de energiemarkten. We voeren een debat in Zweden met degenen die een protectionistische houding aannemen met betrekking tot de uitvoer van elektriciteit. Maar dat zou al hetgeen we door middel van een open elektriciteitsmarkt zouden kunnen bereiken, belemmeren en schade berokkenen.
Juist door het openen van de markten kunnen we iets doen aan klimaatverandering en zorgen voor een optimale benutting van hernieuwbare energiebronnen en kernenergie. We kunnen ook zorgen voor een goede energievoorziening in de gehele Unie, waardoor landen en markten worden verenigd. Ik denk dat we belangrijke maatregelen nemen met dit energiemarktpakket. Hoewel er nog meer moeten worden genomen, hebben we al aan de energiezekerheid van Europa en aan de strijd tegen de klimaatverandering bijgedragen.
Edit Herczog, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, het derde energiepakket gaat over het versterken van de sector om niet alleen te zorgen voor meer zekerheid en transparantie, maar ook voor duurzame en betaalbare energie voor alle Europese burgers en ondernemingen. Het gaat om het aangaan van de uitdagingen met betrekking tot energie die voor ons liggen. Het gaat om het verminderen van de afhankelijkheid van de lidstaten van leveranciers in één land. Het gaat om meer klant- en consumenttevredenheid. Het gaat om het voorkomen van verstoringen op de markt, vooral tussen de landen die goedkoop produceren en de landen die goedkoop zouden willen inkopen, niet per se dezelfde landen. Het gaat om het aantrekken van investeerders op energiegebied.
Het Europees Agentschap zal een belangrijk rol spelen en zoals mijn collega, rapporteur Chichester, heeft gezegd hebben we een sterk en onafhankelijk agentschap tot stand gebracht en hebben we de rol van het Europees Parlement kunnen vergroten om de doelstellingen die ik hierboven heb genoemd, te halen. Ik vond het geweldig om samen te werken. Ergens is het jammer dat we dit energiepakket aan het afronden zijn.
Anne Laperrouze, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, beste collega’s, in september 2007 presenteerde de Europese Commissie haar derde energiepakket, dat gaat over de werking van de interne markt. De discussie spitste zich al heel snel toe op de scheiding tussen de productie en de levering van energie. Een belangrijk punt, maar niet het enige.
De kwestie van de eigendom van de netwerken, die naar mijn idee onvoldoende uit de verf kwam tijdens de eerste lezing, lijkt nu meer aandacht te hebben gekregen. Het lijkt mij een goede zaak dat er nu verschillende opties naast elkaar bestaan, waaronder de fameuze derde weg, die er niet alleen sterker, maar ook duidelijker op geworden is. Dat ik dit een goede zaak vind lijkt me duidelijk, aangezien ik mede-opsteller was van dit amendement.
Waar ik dus erg blij mee ben, is dat dit derde pakket over veel meer gaat dan ontvlechting van eigendom alleen. Er is echt vooruitgang geboekt: meer rechten voor de consument, meer bevoegdheden voor de regulators, meer samenwerking tussen regulators, tienjarige investeringsplannen, meer transparantie om de ontwikkeling van energie uit hernieuwbare bronnen te bevorderen, meer samenwerking op technisch vlak tussen netbeheerders, en ook instrumenten voor een efficiënter verbruik, zoals slimme meters.
Dit is een nieuwe stap in de richting van Europese solidariteit. De desbetreffende bepaling inzake "derde landen" mag dan misschien minder sensationeel lijken dan de oorspronkelijk door de Commissie opgestelde bepaling, maar zij geeft wel met zoveel woorden aan dat een lidstaat de certificering van een beheerder mag weigeren als die certificering een bedreiging vormt voor de eigen energievoorzieningszekerheid of die van een andere lidstaat.
Is er dan helemaal niets negatiefs te melden? Nee, of misschien toch, over het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators; wij hadden graag een sterk, onafhankelijk agentschap gezien, dat besluiten kan nemen zonder dat daarvoor de instemming van ons orgaan nodig is. Wij hebben het beroemde arrest-Meroni op onze weg gevonden. Laten we onszelf niet voor de gek houden, er moet, met name op institutioneel vlak, nog heel wat gebeuren voordat een echt Europees energiebeleid een feit is.
Het veiligstellen van de energievoorziening, de strijd tegen de klimaatverandering, de regulering van de markten, al deze doelstellingen moeten pragmatisch benaderd worden, niet dogmatisch.
De Europese burgers zitten niet te wachten op de toepassing van economische theorieën, wel op tastbare bewijzen dat de openstelling van de markten bepaalde voordelen oplevert: keuzevrijheid wat de leverancier betreft, en redelijke, stabiele en voorspelbare prijzen.
Ik bedank mijn geachte collega’s, onze geachte commissaris en de Raad voor hun constructieve bijdragen.
Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, in het kader van dit debat zou ik namens de Fractie Unie voor een Europa van Nationale Staten vier kwesties onder de aandacht willen brengen.
Allereerst moeten we ons in positieve zin uitspreken over de oplossingen die tot doel hebben de productie en de verkoop van elektriciteit en gas te ontkoppelen van de transmissie ervan. Dit zou de weg vrijmaken voor mededinging tussen energieproducenten en als gevolg daarvan tot een verlaging van de prijzen voor deze diensten leiden.
Ten tweede is het belangrijk dat de afzonderlijke lidstaten van de Unie, die verplicht zijn om de ontkoppeling van de productie van energie en de transmissie ervan in te voeren, voor een van de volgende drie modellen kunnen kiezen: een zo verregaand mogelijke ontvlechting van de eigendom, de overdracht van het netwerkbeheer aan een onafhankelijke systeembeheerder en de optie om de integratie van de productie en de transmissie van energie te behouden, maar alleen indien aan voorwaarden wordt voldaan die garanderen dat deze twee onderdelen van de onderneming in de praktijk onafhankelijk zullen opereren.
Ten derde moet de nadruk worden gelegd op de oplossingen die erop gericht zijn de positie van de consumenten op de elektriciteits- en gasmarkt te versterken, met name op de mogelijkheid om in maximaal drie weken tijd zonder extra kosten van energieleverancier te veranderen.
Ten vierde, en tot slot, zijn ook de oplossingen met een sociaal karakter het vermelden waard. Zij verbinden de lidstaten ertoe bijstand te verlenen aan verbruikers van gas en elektriciteit die hun energierekeningen niet kunnen betalen.
Claude Turmes, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst iets over het verslag-Ţicău, de Groenen zullen voor stemmen: het draagt een groen stempel en ik dank het gehele onderhandelingsteam.
Ik wil het in de paar seconden die ik hier heb over interne markten hebben. Het is nu, vanavond, al duidelijk dat we een vierde pakket over liberalisering nodig hebben, met vijf punten: in de eerste plaats, de ontvlechting van de eigendom van pijpleidingen en netwerken; in de tweede plaats, toegang tot opgeslagen elektriciteit en gas; in de derde plaats, meer bevoegdheden voor het Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators; in de vierde plaats, publieke eigendom van de elektriciteitsbeurzen, omdat dit anders nooit gaat werken; en in de vijfde plaats hebben we een specifieke kartelwet nodig voor economieën die over de infrastructuur beschikken.
Hoewel Eluned Morgan krachtig heeft gestreden voor de consument, heeft de consument alleen voordeel bij een functionerende groothandelsmarkt. Enel neemt Endesa over, RWE neemt Nuon over en Vattenfall neemt Essent over. Het resultaat is een markt met 10 megaspelers die niet geïnteresseerd zijn in een agenda die zich bekommert om het milieu of de consument. Het wordt een kartel en om dit kartel aan te kunnen hebben we strengere wetgeving nodig. In die zin is deze avond een nederlaag, in gang gezet door de heer Reul, mevrouw Niebler en hun medestanders. Het is een grote overwinning voor de energieoligopoliën en een nederlaag voor de consument in Europa.
Vladimír Remek, namens de GUE/NGL-Fractie. – (CS) Dames en heren, het is niet mogelijk in deze beperkte tijdsspanne het hele energiepakket te behandelen. Toch wil ik in de eerste plaats allen bedanken die hebben bijgedragen tot het opstellen van de voorliggende documenten. Laten we echter realistisch blijven. Het resultaat is nog verre van perfect. Desondanks denk ik dat er op dit moment niet meer kon worden bereikt. Het feit dat het mandaat van het huidige Parlement ten einde loopt, speelde daarbij beslist een rol. Persoonlijk wil ik het vooral hebben over het door de heer Chichester ingediende document betreffende de oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators. Als schaduwrapporteur heb ik me er onder meer voor ingezet dat het agentschap zou bijdragen tot de vorming van regionale markten. Tot nu toe is het echter niet mogelijk gebleken plannen uit te voeren die nog gunstiger zouden zijn, zoals de oprichting van een supranationale regulator voor heel Europa.
Ik heb me ook sterk gemaakt voor de bevestiging van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie om bij de besluitvorming in de Raad van Europese energieregulators het principe van “één lid, één stem” aan te houden. Dat is heel belangrijk voor de kleine lidstaten van de EU. Het streven van voornamelijk de grote lidstaten, zoals Duitsland en Frankrijk, om een zogenoemde gewogen stemverhouding door te drukken, zou de kleine lidstaten ernstig benadelen. Het aanhouden van het principe van “één lid, één stem” zou de Tsjechische Republiek, maar ook andere landen, bijvoorbeeld helpen tegenstand te bieden tegen pogingen van enkele grote nutsbedrijven om de markt te domineren. Wat dat betreft doet het mij genoegen dat mijn inspanningen niet vergeefs zijn geweest en dat beschouw ik ook als een succes van het Tsjechisch voorzitterschap.
Niet alle aspecten van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators zijn tot in detail uitgewerkt. De vraag waar het agentschap zal zetelen is bijvoorbeeld nog open. Ik zou het een goed idee vinden als het agentschap in Slowakije zou komen, dat daar interesse in heeft getoond. De minst gelukkige variant zou de zogenaamde tijdelijke oplossing zijn dat het agentschap in Brussel blijft. Daar zijn al genoeg agentschappen, mede als gevolg van wat oorspronkelijk tijdelijke oplossingen hadden moeten zijn.
Jim Allister (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, zo nu en dan hoor ik dat de gemeenschappelijke elektriciteitsmarkt van het eiland Ierland als voorbeeld wordt genoemd van zulke concepten in de praktijk. Afgaande op wat de consument het belangrijkst vindt – namelijk de prijs – moet ik concluderen dat dit geen succes is. Toen minister Dodds deze marktvorm lanceerde beloofde hij besparingen op efficiëntievlak en een versterkte mededinging om de groothandelskosten van elektriciteit te minimaliseren, waar de consument verreweg het meeste voordeel bij zou hebben. Dit klinkt inmiddels behoorlijk hol, vooral voor de consumenten uit Noord-Ierland die nu op de openbare tribune naar dit debat zitten te luisteren.
Naar mijn mening is het probleem deels gelegen in een ondoelmatige regelgevingsprocedure die te zeer gericht is op het bedrijfsleven en de steeds verder stijgende prijzen te veel tolereert, zelfs nu de olieprijs drastisch is gezakt. Betalingen op termijn tijdens de hoogconjunctuur, die de oorzaak zijn van de torenhoge prijzen van vandaag, laten de toezichthouder koud, waardoor consumenten die in moeilijkheden verkeren niet de steun krijgen die ze verdienen.
Herbert Reul (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, waarde collega’s, wij waren het erover eens dat we mensen meer energievoorzieningszekerheid moeten bieden, en ervoor moeten zorgen dat mensen over voldoende energie kunnen beschikken tegen een redelijke prijs. Waar we het niet over eens waren, was de vraag met welke instrumenten je dat het beste kunt bereiken.
Vandaag hebben we echter een resultaat dat er mag zijn, dat goed is, dat gedifferentieerd is. Het gaat immers om een ingewikkeld probleem waarvoor we geen pasklare oplossing hebben. De oplossing ligt in de uitbreiding van de investeringen in de energiesector, in netwerken, in koppellijnen, in nieuwe elektriciteitscentrales. Dat is een belangrijke kwestie, waarvoor ook het nodige kapitaal beschikbaar moet worden gesteld.
Omgekeerd moeten we er ook voor zorgen dat degenen die energie leveren, worden gecontroleerd en dat echte concurrentie tot stand wordt gebracht. Volgens mij hebben we er goed aan gedaan bij de organisatie van bedrijven gedifferentieerde modellen toe te staan en anderzijds te zorgen voor streng toezicht, een sterk agentschap, een nauwe samenwerking van regelgevende instanties, en ervoor te zorgen dat niet iedereen kan doen wat hij wil. Een gedifferentieerd aanbod – ook op basis van bijzondere nationale omstandigheden – is een goed idee waarmee we mits juist toegepast goed op de toekomst zijn voorbereid en flink vooruitgang kunnen boeken. Overigens – en ook dat is de waarheid – werd tijdens ons proces, tijdens de discussie in de lidstaten al duidelijk hoe veranderingen plaatshadden. De situatie ten opzichte van het begin van de enquête die de Commissie heeft uitgevoerd is immers veranderd. We hebben nu veel meer verschillende gegevens en feiten, en we hebben al de nodige vooruitgang geboekt, maar dat waartoe we nu besluiten zal ons nog verder vooruithelpen.
Norbert Glante (PSE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, waarde collega’s, in kleinere kring heb ik al eens gezegd dat dit debat over het energiepakket niet per se een kwestie van zwart of rood, links of rechts was. Maar ideologie speelde wel degelijk een rol, zoals we vandaag weer hebben gezien. Ik hoop dat mijn collega uit Duitsland, mevrouw Harms, er met mij om wil wedden dat we over vier jaar niet met een vierde pakket op de proppen komen, maar dat we het redden met de instrumenten die we hebben: regulering van de markt, toegankelijker maken van netwerken, zoals Duitsland al voor elkaar heeft gekregen. Het kan geen kwaad eens te kijken naar positieve voorbeelden. Ik pleit ervoor nu eens niet iets nieuws te bedenken, maar te roeien met de riemen die we hebben en ervoor te zorgen dat de bestaande instrumenten worden toegepast.
Ten tweede pleit ik ervoor dat het pas opgerichte Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators voldoende bevoegdheid krijgt, doortastend optreedt en de best practice uit de lidstaten toepast. Als dat gebeurt, ben ik er zeker van dat we een goed resultaat bereiken.
Leopold Józef Rutowicz (UEN). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, dit debat over het energiepakket voor de interne gas- en elektriciteitsmarkt is absoluut noodzakelijk. Om goed te kunnen functioneren, moet de regelgeving op dit gebied een antwoord geven op onder meer de volgende vragen: Zal er in de toekomst een gemeenschappelijke energiemarkt zijn in de Europese Unie of zullen we de nationale markten moeten coördineren? Met welke vorm van energie kunnen we de komende dertig jaar stabiele en toereikende leveranties aan een relatief lage prijs garanderen, wat belangrijk is voor de economie van de Unie en voor haar burgers? Welke energiebronnen zullen het broeikaseffect het meest efficiënt tegengaan en de kosten voor het bestrijden van de klimaatverandering beperken?
De maatregelen die tot dusver op dit vlak zijn genomen, waren helaas niet transparant en overtuigend. Dit kan in de loop van de volgende vijftien jaar negatieve gevolgen met zich meebrengen voor onze burgers en onze economie.
Jerzy Buzek (PPE-DE). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, het derde energiepakket was in de eerste plaats bedoeld om de consumenten op ons continent te dienen. Daar zijn we duidelijk in geslaagd – de klant neemt de belangrijkste plaats in. We moesten echter ook rekening houden met de fundamentele belangen van de energieproducenten. Daarbij werden we geconfronteerd met twee belangrijke problemen.
Wat het eerste probleem betreft – de voorzieningszekerheid – hebben we ons doel bereikt. Naar mijn mening hebben we in vergelijking met het eerste en het tweede pakket aanzienlijke vooruitgang geboekt. De totstandkoming van een gemeenschappelijke energiemarkt is een feit en het solidariteitsbeginsel staat vandaag niet ter discussie. Als onze voorzieningsbehoeften dit vereisen, kunnen we ook investeren buiten de grenzen van de Europese Unie.
Het tweede probleem betrof het beginsel van vrije mededinging op de Europese energiemarkt. Hier zijn we niet volledig in ons opzet geslaagd. Het is dus wellicht noodzakelijk om na te denken over nieuwe, meer specifieke oplossingen. Van nu af aan moeten we er echter op toezien dat voor investeerders uit derde landen dezelfde voorwaarden gelden op de Europese markt als voor investeerders uit EU-lidstaten – en geen betere voorwaarden. We moeten er ook voor zorgen dat onze energieconcerns op wederzijdse basis kunnen concurreren en vrij kunnen investeren buiten de Europese Unie.
Ik zou willen benadrukken dat het derde energiepakket een zeer belangrijke politieke stap is en niet alleen een technische en economische aangelegenheid. Met het oog hierop dienen deze maatregelen als een groot succes voor de Europese Unie te worden beschouwd.
Hannes Swoboda (PSE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik geloof dat hier – ik was schaduwrapporteur van mijn fractie voor de gassector – een compromis is bereikt dat ook op de overige gebieden een compromis is waar wij ons in kunnen vinden, omdat niet ideologisch naar de markt is gekeken, maar praktisch. Een gemeenschappelijke Europese markt betekent vooral dat we de nationale regelgevende instanties meer kansen en bevoegdheden geven, dat we de criteria gezamenlijk op Europees niveau uitwerken, zodat niet een regelgevende instantie iets heel anders besluit dan de rest, en de ene regelgevende instantie afhankelijk is van de regering en de andere niet, en dat we een Europees Agentschap hebben dat samen met de Commissie daadwerkelijk kan werken aan de totstandbrenging van een Europese markt.
Het tweede, zeer essentiële element is de versterking van de rol van de consument. Dit element is in principe in meerdere bepalingen terug te vinden – al hadden het er wat mij betreft nog meer mogen zijn. Consumenten moeten bij deze belangrijke voorziening iets te kiezen hebben en rechten hebben, en er is transparantie nodig. Aan beide voorwaarden is voldaan, en daarom onderschrijf ik dit pakket.
Inese Vaidere (UEN). – (LV) Geachte commissaris, dames en heren, de afgelopen winter liet duidelijk zien hoezeer wij afhankelijk zijn van geïmporteerd gas en hoe deze afhankelijkheid gebruikt wordt als instrument in de buitenlandse politiek. Ik wil daarom in het bijzonder benadrukken dat wij zo snel mogelijk een verenigde, open en effectieve interne markt voor aardgas moeten opzetten in de EU. Verder moet er een regelgevingscode voor het netwerk worden opgesteld om een transparante grensoverschrijdende toegang tot toevoernetten te waarborgen, waardoor planning en ontwikkeling op lange termijn mogelijk worden. In de planning op lange termijn moeten zowel de gastoevoernetten als de regionale interconnecties worden opgenomen. De regelgeving moet worden verbeterd om een niet-discriminerende toegang tot de infrastructuur te waarborgen. Ik wil tegelijkertijd het belang onderstrepen van diversificatie van de energiebronnen door te zorgen voor reële stimulansen voor een meer wijdverbreide invoering van hernieuwbare energie. Aangezien 40 procent van het totale energieverbruik in de EU voor rekening van gebouwen komt, dient er extra aandacht te worden besteed aan het gebruik van hernieuwbare energie in gebouwen zodat deze voldoen aan de eisen inzake energie-efficiëntie, energiezuinigheid en isolatie. Er moet één systeem komen voor bundeling van de maatregelen van de EU en van de overheden op nationaal en lokaal niveau, evenals de financiële stimulansen. Dank u wel.
Ján Hudacký (PPE-DE). – (SK) Voor ik nader in zal gaan op enkele aspecten van dit verslag wil ik de rapporteur, mevrouw Ţicău, en de schaduwrapporteurs graag bedanken voor hun goede samenwerking bij het tot stand brengen van dit verslag.
Voor mijn politieke fractie en mijzelf was het van belang dat dit verslag goede voorwaarden zou scheppen voor een spoedig definitief akkoord tussen de Commissie, de Raad en het Parlement over praktische maatregelen om de energie-efficiëntie van gebouwen in de diverse lidstaten te verhogen.
In verband hiermee moet ik zeggen dat ik kritisch stond tegenover sommige van de voorstellen, die neerkomen op onnodige bureaucratische maatregelen en te ambitieuze bindende doelstellingen voor verschillende lidstaten, en die de praktische uitvoering van zeer essentiële projecten uiteindelijk ernstig in de weg zouden staan. Een belangrijk aspect van dit verslag is het akkoord over een uniforme, geharmoniseerde methodologie voor de berekening van kostenoptimale energie-efficiëntie, op grond waarvan de lidstaten hun eigen minimumnormen zullen bepalen, en waarbij rekening wordt gehouden met regionale klimatologische verschillen.
Tot slot wil ik graag nog het aspect van de financiële steun noemen, die onontbeerlijk is voor de uitvoering van maatregelen voor het verhogen van de energie-efficiëntie in de diverse lidstaten. Ik ben het eens met het voorstel om in samenwerking met de Europese Investeringsbank een Europees fonds op te richten, dat de voorwaarden kan scheppen voor het verkrijgen van financiële middelen voor het vormen van nationale of regionale fondsen door middel van het zogeheten hefboomeffect. Ik sta ook achter het voorstel om een betere aanwending van de structuurfondsen voor de verhoging van de energie-efficiëntie in de diverse lidstaten te stimuleren.
Ter afsluiting wil ik nog één zeer belangrijk feit onder de aandacht brengen, dat betrekking heeft op de vlotte en nauwgezette beoordeling van maatregelen voor de verhoging van de energie-efficiëntie in de afzonderlijke lidstaten. De opbloei van de energiebesparende bouwsector heeft behalve een aanmerkelijke verlaging…
(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)
Reino Paasilinna (PSE). – (FI) Mevrouw de Voorzitter, ik wil met name de rapporteurs bedanken die daar in gesprek zijn. Wij hebben een belangrijk stadium bereikt. We hebben de juiste weg ingeslagen, hoewel we er daarmee nog lang niet zijn, zoals al eerder is gezegd. Er is nog veel te doen.
Slimme meters, de noodzaak van een levensvatbaar en open energiesysteem, de noodzaak van echte concurrentie: dat zijn kernpunten die voor ons belangrijk zijn, dat geldt ook voor de rechten van de consument. Energiearmoede is een ernstig probleem geworden. De energieprijzen stijgen, energie is een duur economisch goed en daarom moeten de rechten van burgers worden beschermd. Daarom wordt energie tot een publieke zaak gemaakt door middel van dit wetgevingspakket. Wat mijn fractie, de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, betreft laten we op deze manier zien dat wij de belangen van consumenten verdedigen en daardoor de markt zo transparant mogelijk maken. Laten we op deze weg verder gaan. Dank u.
(Applaus)
Neena Gill (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, vanaf het begin van onze onderhandelingen over het verslag-Belet hebben we ondervonden dat alle belanghebbenden – van de bandenfabrikanten tot de milieulobbyisten – het in vergaande mate eens waren over de noodzaak van deze wetgeving. Ik zou de rapporteur graag willen bedanken voor de manier waarop hij dit specifieke verslag heeft aangepakt en de manier waarop hij met de schaduwrapporteurs heeft samengewerkt.
Ik ben van mening dat deze wetgeving juist nu nodig is. Ze zal de auto-industrie stimuleren in deze zeer moeilijke tijden. Onlangs heb ik Michelin bezocht in Stoke en de Jaguar Land Rover fabrieken in mijn kiesdistrict, waar ik gezien heb hoe onderzoek en ontwikkeling met het oog op groene technologie hier al heel gangbaar is. Elke steun die de sector tijdens de crisis ontvangt moet tevens de aandacht vestigen op de milieueisen waar de sector zich aan dient te houden.
Wetgeving als deze zal ervoor zorgen dat onze fabrikanten wereldleiders worden binnen de technologie die we zo dringend nodig hebben. Het is een win-winvoorstel, omdat het ook de consument zal helpen door nodige helderheid te verschaffen. Banden zijn niet goedkoop, maar toch zijn de meeste particuliere kopers gedwongen om één soort band te kopen. Deze informatie zal ertoe bijdragen dat de overstap wordt gemaakt naar producten die zowel emissies als geluidshinder verminderen. Door middel van dit voorstel kunnen we een werkelijk concurrerende markt in groenere producten in gang zetten.
Dragoş Florin David (PPE-DE). – (RO) Geachte commissaris, het eerste voordeel voor de burgers in de nieuwe vrijemarktstructuur ligt in de essentie van het begrip democratie. Waar ik op doel, is vrijheid. Markten die efficiënt opereren en waarop nieuwkomers energiediensten kunnen aanbieden aan de burger zijn een gunstig alternatief voor consumenten. Hun rol verandert daardoor van passieve afnemers van de diensten in actieve spelers op de markt. Zo kunnen zij bijvoorbeeld van leverancier wisselen als de diensten tekortschieten, bij stroomstoringen of als de prijzen te hoog zijn. De vrije keuze stelt consumenten in staat om actief bij te dragen aan de strijd tegen de klimaatverandering, aangezien zij kunnen kiezen voor leveranciers van hernieuwbare energie met lage CO2-uitstoot. Het nieuwe pakket maatregelen omvat lagere prijzen, innovatieve producten en een betere kwaliteit van de dienstverlening. Nog een voordeel van de liberalisering van de energiesector voor burgers is de energievoorzieningszekerheid. Ik sta achter de tekst die in de nieuwe wetgeving is ingevoegd betreffende de bescherming van kwetsbare consumenten.
Romana Jordan Cizelj (PPE-DE). - (SL) Het is positief dat het Europees Parlement de consument centraal heeft gesteld bij zijn onderhandelingen, want de interne markt heeft behoefte aan een consument met meer rechten die over duidelijke informatie beschikt. De consument moet kunnen kiezen uit de aanbieders van diensten en heeft daarom ook een intelligente meter nodig.
Ik ben tevreden dat we een akkoord over dit omvangrijke en technisch veeleisende pakket hebben bereikt. Ik ben echter van mening dat het uitgewerkte compromis over het ontvlechten van eigendom nog steeds ruimte biedt voor grote organisatorische verschillen tussen de elektriciteits- en gasmarkten in de diverse lidstaten. Ik hoop dat de mechanismen en bepalingen uit dit pakket, zoals de grotere onafhankelijkheid van nationale regulatoren, van nut zullen zijn bij het overwinnen van die verschillen en bij het vormen van een interne elektriciteits- en gasmarkt.
Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, gemeenschappelijke en gecoördineerde investeringen in energie-infrastructuur zijn essentieel voor het welslagen van een onderneming als de totstandbrenging van een uniforme energieruimte. Het is van doorslaggevend belang dat we de productiecapaciteit van de Europese krachtcentrales verhogen en het grensoverschrijdende netwerk ontwikkelen. Tegelijkertijd dienen we oog te hebben voor het milieu en moeten we de richtsnoeren van het klimaat- en energiepakket in het achterhoofd houden. Een volgende uitdaging met betrekking tot de harmonisatie van de EU-energiemarkt is het garanderen van de voorzieningszekerheid van energiebronnen van buiten de Europese Unie.
Om economische redenen en met het oog op de voorzieningszekerheid is het niet alleen noodzakelijk om naar een sterkere diversificatie van de energievoorziening te streven, maar ook om meer inspanningen te leveren om het Europese energiesysteem verder te ontwikkelen. Tot slot bestaat de angst dat de volledige openstelling van de energiemarkt voor mededinging een bedreiging kan vormen voor de armste inwoners van de Unie, die in veel gevallen niet in staat zijn hun rekeningen normaal te betalen. In deze context is het de moeite waard om na te denken over mogelijke instrumenten die zouden garanderen dat deze mensen niet zonder stroom komen te zitten.
Iliana Malinova Iotova (PSE). – (BG) Mevrouw de Voorzitter, ik was schaduwrapporteur inzake de gasmarkt voor de Commissie interne markt en consumentenbescherming. Ik denk dat wij het er allemaal over eens zijn dat de bescherming van consumenten en burgers in Europa het belangrijkste resultaat is van het derde energiepakket. Het is de eerste keer dat deze teksten zo duidelijk zijn opgesteld. Ik wil met name verwijzen naar de definitie van energiearmoede en de verhindering van leveringsonderbrekingen, maar ook de mogelijkheid om kosteloos van leverancier te wisselen en de begrijpelijke, transparante afspraken. In de toekomst zal deze regelgeving echter gepaard moeten gaan met nog hardere garanties aan consumenten, beschermingsmaatregelen voor kwetsbare burgers, en nog meer transparantie en overeenstemming op het gebied van contractuele betrekkingen. Het volgende punt waarmee wij als afgevaardigden te maken krijgen, betreft de prijzen en de maatregelen voor regulering van de prijzen in een tijd waarin deze continu stijgen. Ik verwacht dat deze regelgeving zich verder in die richting zal ontwikkelen.
Paul Rübig (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris, ik wil u vooral met dit pakket feliciteren, dat een grote vooruitgang betekent voor onze burgers in Europa. Zij zullen het merken in hun portemonnee en op hun rekening. Ook voor kleine en middelgrote ondernemingen is dit een grote stap voorwaarts, omdat zij in tijden van economische en financiële crisis concurrerender moeten worden. Een energiepakket zoals dit is hiervoor het juiste middel.
Kenmerkend voor deze regulering is de oprichting van een regelgevende instantie op Europees niveau, die de eigen bedrijven in een lidstaat helpt in de overige 26 lidstaten hetzelfde te worden behandeld, waardoor energiebedrijven op de overige 26 markten geheel nieuwe kansen krijgen.
Wat de wetgeving ten aanzien van passief- en actiefhuizen betreft wil ik nog zeggen dat het feit dat we zorgvuldig omgaan met de efficiëntie van gebouwen, ons de hoop geeft dat in de toekomst ook hier nieuwe banen zullen worden gecreëerd.
De Voorzitter. − Mijnheer Stolojan, gezien uw aanwezigheid in dit debat en hoewel ik gezegd heb dat het aantal is overschreden, vind ik dat uw verantwoorde aanpak en uw aanwezigheid beloond moeten worden. Ik geef u daarom bij wijze van uitzondering één minuut het woord.
Theodor Dumitru Stolojan (PPE-DE) . – (RO) Mevrouw de Voorzitter, ik wil alle rapporteurs bedanken voor hun uitstekende werk. Ik weet zeker dat iedereen zich afvraagt waarom er nog geen interne markt voor elektriciteit of een interne markt voor aardgas is. Ik ben van mening dat elke lidstaat die de bepalingen van de Europese richtlijn nog niet heeft omgezet, dat zou moeten doen.
Ten tweede sta ik achter het besluit om het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators op te richten en ik wil het Europees Parlement er graag op wijzen dat Roemenië heeft aangeboden om te voorzien in de huisvesting van het agentschap.
Andris Piebalgs, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik beloof dat ik het erg kort zal houden. Ik ben tevreden over het aan te nemen pakket. Ideale wetgeving bestaat niet. Dit is wetgeving die via debatten en compromissen wordt aangenomen. We begonnen erg verdeeld, maar uiteindelijk nam de Raad het voorstel zo goed als unaniem aan.
Binnen de parlementaire Commissie industrie, onderzoek en energie was een grote meerderheid voorstander van dit compromis. We hebben het dus bij het rechte eind gehad.
Ik weet dat er nog veel werk verzet moet worden wat betreft de uitvoering, de voortzetting en de noden van het agentschap, maar we hebben onze burgers wel van de basisinstrumenten voorzien.
Allen hartelijk dank voor de verrichte werkzaamheden. We kunnen er echt trots op zijn.
Eluned Morgan, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou de collega’s nogmaals willen bedanken voor hun medewerking. Ook wil ik Bethan Roberts en René Tammist bedanken, die zeer behulpzaam zijn geweest bij het opstellen van dit verslag.
Dit is mijn zwanenzang na vijftien jaar in het Europees Parlement, en ik ben verrukt dat we een dergelijke grote verbetering in de energiemarkten teweeg hebben gebracht namens de Europeanen. Het is verre van perfect, maar wel zeker een stap in de goede richting.
Ik denk dat de energiecrisis in de aankomende jaren heviger wordt, dus het is van cruciaal belang dat er een geschikt marktkader wordt opgezet en de juiste stimulansen worden gecreëerd voor de juiste investeringen. We hebben naar schatting een bedrag van 1 biljoen euro nodig om in de markten te investeren, om ervoor te zorgen dat het licht in de toekomst niet uitgaat.
Maar er moet nog veel meer gebeuren. Er zijn in de Europese Unie twaalf landen waar één bedrijf de elektriciteitsmarkt voor 70 procent domineert. We bevinden ons momenteel in de slechtst denkbare situatie. We denken dat we concurrentie hebben, maar eigenlijk hebben we een situatie waarin zeer grote bedrijven een enorme macht hebben en bepaalde markten domineren. De nationale regelgevende instanties en de mededingingsautoriteiten zullen maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat we niet op dezelfde manier door blijven gaan.
De echte uitdaging voor de toekomst ligt in de tenuitvoerlegging. Laten we niet vergeten dat er binnen de energiemarkten al veel EU-wetgeving bestond en dat het juist omdat deze wetgeving niet werd geëerbiedigd, nodig was om haar te herzien. Of we nu wel of niet een vierde pakket nodig hebben zal afhangen van de mate waarin de Commissie goed toezicht en de tenuitvoerlegging van deze nieuwe wetgeving door de nationale regelgevende instanties en de mededingingsautoriteiten, kan waarborgen. Dus laat de Commissie eens wat actie ondernemen, en ook de nationale regelgevende instanties.
Giles Chichester, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, mag ik eerst zeggen dat mijn collega, de heer Vidal-Quadras, zich verontschuldigt? Hij is niet in staat om zijn plaats in te nemen. Hij is verhinderd, maar heeft me gevraagd – wat erg aardig van hem was – om te zeggen dat we het er allebei mee eens waren dat ik namens onze fractie zou spreken.
Ik zou graag een of twee punten die in het debat ter sprake zijn gekomen nog eens willen aanstippen. Het eerste is de collega die bezorgd was dat we uiteindelijk te maken zullen hebben met een machtsconcentratie in een beperkt aantal nutsbedrijven. Mocht dat gebeuren dan heeft de Commissie de bevoegdheid om dat onder de mededingingsregels aan te pakken en we hebben een precedent in andere delen van de wereld, waaronder de Verenigde Staten, waar ze diepgewortelde monopolies of dominante marktmachten aan banden hebben gelegd. Dus dat is het allerlaatste redmiddel, mocht deze wetgeving mislukken.
Moeten we terugkomen voor een vierde pakket? Ik wil de commissaris eraan helpen herinneren dat ik hem heb verzocht om niet te snel aan een derde pakket te beginnen: dat het beter was om eerst af te wachten wat er met het tweede pakket kon worden bereikt als het eenmaal was uitgevoerd. Ik denk dat we de omzetting van dit pakket de tijd moeten geven: om het ten uitvoer te leggen en te kijken hoe het werkt voordat we besluiten dat er nog van alles moet gebeuren.
Ik moet zeggen dat mijn teleurstelling over het feit dat we er niet in zijn geslaagd om de kwestie van de ontvlechting van de eigendom aan te pakken, niet opweegt tegen mijn optimisme over de mogelijkheid van het agentschap om de bevoegdheden die we het hebben gegeven om de situatie aan te pakken, op een creatieve manier te gebruiken. Daarnaast zou ik mijn andere collega willen bedanken, die meer macht wil voor de energieregulators.
Marktkrachten gaan deze kant al op. Twee Duitse nutsbedrijven ontdoen zich van hun transmissiesystemen omdat ze zich hebben gerealiseerd dat ze daar beter van zullen worden.
Zou ik de argumenten voor concurrentie tot slot nog eens mogen noemen? Concurrentie betekent betere prijzen en diensten voor de consument, daarnaast brengt ze een efficiënter gebruik van middelen met zich mee. Daarom is concurrentie een goede zaak.
Antonio Mussa, rapporteur. − (IT) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega’s, uit deze gecombineerde behandeling komt een gevoel van grote tevredenheid naar voren, tevredenheid over het feit dat er met de totstandkoming van dit derde pakket van de Commissie industrie, onderzoek en energie belangrijke maatregelen voor de Europese burgers getroffen zijn. Het zal echt niet het laatste pakket maatregelen zijn, want zoals u weet bestaat er een sterke tendens in de richting van het gebruik van andere energiebronnen zoals hernieuwbare en kernenergie. Het is echter zeker dat dit pakket de komende tien, vijftien, twintig jaar toereikend zal zijn waar het gaat om de vraag naar en de behoefte aan energie, en voorzorgsmaatregelen zal treffen voor en natuurlijk bescherming zal bieden aan de consumenten, met name de zwaksten onder hen.
Ik meen dat mevrouw Morgan, ondergetekende en alle andere leden een belangrijke rol hebben gespeeld bij de bescherming van de kwestbare consument door de nationale en regionale regelgevende instanties een sterke positie te verschaffen. Op kritieke momenten kan die regulator energie dan wel niet gratis leveren maar in ieder geval wel de regelgeving wijzigen en de continuïteit van de energievoorziening mogelijk maken.
Het tweede kernpunt betreft het feit dat van alles wat de Commissie, de Raad en het Parlement hebben gedaan met betrekking tot dit essentiële pakket voor de energieverbruikers – denk eens aan wat er deze winter is gebeurd – de Europese bevolking niet op de hoogte is. Ik meen dat er niets erger is dan degenen aan wie dit omvangrijke stuk wetgeving ten goede komt, niet te informeren. Ik denk dat de Commissie, de Raad en het Parlement, nog voor zich bezig te houden met de toepassing van dit pakket, de consumenten moeten laten weten dat dit pakket bestaat en wat er voor hen is gedaan.
Atanas Paparizov, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, net als mijn collega’s zou ik willen zeggen dat hoewel het derde energiepakket niet perfect is, het wel een hele goede basis is om onze gemeenschappelijke markt te ontwikkelen, vooral met betrekking tot gas, en voor het verbeteren van de zekerheid van de gasvoorziening.
Voor kleine landen binnen de Europese Unie, zoals mijn eigen land, is het heel belangrijk dat er een compromis wordt bereikt over ontvlechting van de eigendom, omdat het ons de zekerheid geeft dat we nog steeds onze energiezekerheid kunnen garanderen binnen het kader van het gehele pakket van de verbeterde regelgeving, transparantie, de derdelandenclausule en alle andere onderdelen van het pakket die ons de kans zullen geven om de kwestie van de energiezekerheid op de voorgrond te stellen.
Het pakket biedt de consumenten ook de garantie dat ze hun rechten kunnen uitoefenen en het schept een beter concurrentiekader voor de ontwikkeling van de energiemarkten en voor hun efficiënt functioneren. Dit pakket is afhankelijk van zijn uitvoering, zoals mijn collega Eluned Morgan zojuist heeft gezegd, en ik denk niet dat het vierde pakket de oplossing is. De oplossing is eerder een precieze tenuitvoerlegging en solidariteit onder de lidstaten bij het tot stand brengen van de markt, vooral door nieuwe initiatieven te ontwikkelen voor regionale samenwerking, met name voor de landen die het meest kwetsbaar zijn in energieleverantieopzicht en voor landen die, momenteel, onderdeel uitmaken van energie-eilanden.
Ivo Belet, rapporteur. − Over de etikettering van energiezuinige autobanden, een maatregel die ook in dit pakket is beland. Graag nog een woord over de kosten. Het gaat om een maatregel die de bandenindustrie en dus ook de consument eigenlijk bijna niets kost. Voor de fabrikanten zijn de kosten begroot op minder dan 1 eurocent per autoband en dat is dus verwaarloosbaar voor wie daarop kritiek zou hebben. De eventuele meerkosten van energiezuinige autobanden voor de consument zullen volgens berekeningen na acht maanden zijn terugverdiend. Dan begint de winst voor de automobilist en voor het milieu.
Dit gezegd zijnde, wil ik nog even nader accentueren dat het essentieel is dat deze maatregel op gelijke wijze wordt toegepast in alle lidstaten en voor alle producenten binnen en buiten de EU. Daarom gaat onze voorkeur ook uit naar een verordening in plaats van naar een richtlijn.
Nog één puntje ter afsluiting: wij beseffen dat op een aantal punten nog uiteenlopende meningen tussen een aantal fracties in dit Parlement bestaan, maar wij hopen toch dat wij deze maatregel morgen met een grote meerderheid zullen goedkeuren. Op kruissnelheid zullen wij met deze eenvoudige ingreep een besparing op de CO2-uitstoot realiseren die gelijkstaat met het van de weg halen van één miljoen personenauto's. Het spreekt derhalve voor zich dat wij hiermee eerder vroeg dan laat moeten beginnen.
Tot slot een woord van dank aan de schaduwcollega's, aan Alix Chambris van de Europese Commissie en aan Alfredo Sousa Pinto van de EVP-Fractie, voor de prima samenwerking.
Silvia-Adriana Ţicău, rapporteur. – (RO) Dames en heren, het voorstel tot wijziging van de richtlijn betreffende de energieprestaties van gebouwen is een van de belangrijkste maatregelen die door het Parlement zijn goedgekeurd, niet alleen vanwege de verbetering van de levenskwaliteit van de Europese burgers, maar ook vanwege de bijdrage aan het economisch herstel in de EU. De Europese burgers verwachten dat er actie wordt ondernomen en dat er concrete oplossingen komen voor de problemen en specifieke behoeften die zij hebben.
Ik ben persoonlijk van mening dat wij niet anders kunnen dan het maximumbedrag van de toewijzing van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling te verhogen tot 15 procent, welk bedrag door de lidstaten gebruikt mag worden ter ondersteuning van investeringen in energie-efficiëntie in woongebouwen. Zo krijgen de lidstaten meer flexibiliteit en kunnen zij de tussentijdse evaluatie benutten om na te gaan hoe de structuurfondsen worden gebruikt. Op basis daarvan kunnen de operationele programma’s opnieuw worden gedefinieerd teneinde een betere absorptie van de structuurfondsen te bereiken .
Ik zou willen beklemtonen dat deze richtlijn veel te bieden heeft als het gaat om nieuwe werkgelegenheid: op Europese schaal zouden er 500 000 banen kunnen worden gecreëerd, hetgeen grote gevolgen heeft voor de regionale of nationale arbeidsmarkt.
Geachte commissaris, ik hoop dat u deze ontwikkeling zult blijven steunen, onder meer door de invoering van een minimumbijdrage uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling voor de energie-efficiëntie in gebouwen, in ieder geval in de toekomst. Ik wil opnieuw alle schaduwrapporteurs bedanken en het personeel van de Commissie industrie, onderzoek en energie, evenals de corapporteurs die ons hebben ondersteund en met wie wij uitstekend hebben kunnen samenwerken.
De Voorzitter. – Het debat is gesloten.
De stemming vindt woensdag 22 april 2009 plaats.
De stemming over het verslag van mevrouw Ţicău vindt donderdag 23 april 2009 plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 142)
Adam Gierek (PSE), schriftelijk. – (PL) Niet eens zo lang geleden stond het verkrijgen van een betonnen prefabwoning voor miljoenen mensen nog synoniem met een trapje hoger op de sociale ladder en een verbetering van hun levensstandaard. Door de goedkope energie maakte niemand zich zorgen over de verwarmingskosten.
Vandaag wonen bijna 100 miljoen mensen in gebouwen uit geprefabriceerde betonnen platen. Ik zou de Europese Commissie willen vragen om op EU-niveau uitgebreide financiële steun te verlenen voor de modernisering van deze gebouwen en van volledige woonwijken, met name in Midden- en Oost-Europa. Bij de tussentijdse herziening van het financieel kader voor de periode 2007-2013 zouden middelen moeten worden vrijgemaakt voor deze doelstelling. De bestaande, voor huisvestingsuitgaven geldende limiet van 3 procent van de middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling is zonder enige twijfel te laag.
Door werk te maken van de grootschalige modernisering en renovatie van geprefabriceerde gebouwen en woonwijken in de Unie zullen niet alleen de verwarmingskosten dalen, maar zal ook de levensstandaard stijgen. Daarnaast zullen tienduizenden nieuwe arbeidsplaatsen worden geschapen en zal het energieverbruik verminderen. Dit zal zich rechtstreeks vertalen in een aanzienlijke daling van de uitstoot van broeikasgassen, die ons dichter bij een van de componenten van de "3x20"-doelstelling zal brengen.
De steun voor de modernisering van de bestaande geprefabriceerde gebouwen zou een van de taken moeten worden van het nieuwe Europees Parlement. De vraag naar dit soort diensten kan immers een belangrijke rol spelen bij het overwinnen van de huidige economische crisis, het terugdringen van de werkloosheid en het bestrijden van armoede.
Louis Grech (PSE), schriftelijk. – (EN) Energiekosten rijzen de pan uit, waardoor de energiegerelateerde armoede door heel de EU sterk is toegenomen. Echter, de marktprijs van energie is slechts een deel van het probleem. De consument draagt nog een belangrijke extra financiële last vanwege de ondoelmatigheden en verstoringen van de energiemarkt. In Malta bijvoorbeeld hebben consumenten en bedrijven hun energierekening buitensporig zien stijgen toen de olieprijs op zijn hoogtepunt was, maar er vond geen verlaging plaats toen de olieprijs meer dan de helft zakte. We hebben een EU-breed beleid nodig om de consument en het MKB te beschermen tegen kwade praktijken van openbare nutsbedrijven met betrekking tot hun prijsstelling. Een mogelijke oplossing is een nationale onafhankelijke toezichthouder die de nodige checks and balances tot stand zou kunnen brengen ten aanzien van elk verkeerd of niet-transparant optreden van particuliere handelaars en/of overheidsorganen met betrekking tot eventuele prijsstijgingen van openbare voorzieningen zoals gas, elektriciteit, water, luchthaventoeslagen enzovoorts.
Dit zou uitgevoerd moeten worden door de bestaande EU-wetgeving en richtlijnen over consumentenbescherming te verbeteren, vooral om het volgende te bereiken:
- Betere transparantienormen en prijsstijgingen die op redelijkheid zijn gebaseerd, alsook betere toegang en informatie wat betreft consumentenrechten.
- Minder kosten en minder bureaucratie voor consumenten die een echte zaak hebben om schadevergoeding te eisen.
András Gyürk (PPE-DE), schriftelijk. – (HU) Wij hechten er veel waarde aan dat het Europees Parlement het derde energiepakket al in de tweede lezing heeft goedgekeurd. De nieuwe regelgeving kan de concurrentie op de elektriciteits- en gasmarkt van de Europese Unie stimuleren. Vóór het aannemen van het voorstel kunnen we echter niet onvermeld laten dat de uiteindelijke regelgeving lang niet zo ambitieus is als het oorspronkelijke voorstel van de Commissie was.
Tijdens de onderhandelingen over het pakket heeft de ontvlechting van productie- en netwerkexploitatie-activiteiten de hevigste discussies losgemaakt. De uitkomst hiervan zal een fundamentele impact hebben op de structuur van de Europese energiemarkt. Ik ben van mening dat het door de lidstaten bereikte compromis niet zal leiden tot transparante wetgeving op dit gebied, aangezien de lidstaten maar liefst drie verschillende modellen voor ontvlechting kunnen toepassen. Dientengevolge zullen er aanzienlijke verschillen blijven bestaan die leiden tot de versplintering van de Europese energiemarkt.
Tegelijkertijd juich ik het toe dat verscheidene aanbevelingen van het Parlement in verband met consumentenbescherming terugkomen in het compromis van de Raad. Maatregelen zoals de mogelijkheid om binnen drie weken van leverancier te wisselen, meer gedetailleerde informatie op de factuur en de harmonisatie van schadevergoedingsprocedures maken de voordelen van de opening van de markt voor een groter aantal burgers tastbaar. Daarnaast is het een belangrijke ontwikkeling dat de nieuwe wetgeving de pogingen van andere landen om energie aan te kopen bemoeilijkt. Het is onder andere hieraan te danken dat het energiepakket, dat nu zal worden aangenomen, een belangrijke stap is op weg naar een gemeenschappelijk Europees energiebeleid.
Zita Pleštinská (PPE-DE), schriftelijk. – (SK) De kosten en de betrouwbaarheid van de energievoorziening zijn niet alleen belangrijke factoren voor het concurrentievermogen van de EU, maar vooral voor het welzijn van haar inwoners. Daarom heeft het Parlement in zijn derde energiepakket de consument centraal gesteld. Het Parlement heeft de richtlijn betreffende de energieprestaties van gebouwen herzien en verbeterd, zodat de consument kan profiteren van deze belangrijke wetgeving. Het energieverbruik van gebouwen maakt zo’n 40 procent van het totale energieverbruik in de EU uit.
Projectontwikkelaars en bouwinspecteurs zullen op passende wijze door deze richtlijn worden gestuurd. Ik hecht veel belang aan de methodiek voor de berekening van de kostenoptimaliteit en de bepaling van minimumeisen met betrekking tot de energie-efficiëntie van onderdelen van de buitenschil en de technische systemen van gebouwen en de toepassing daarvan in nieuwe en bestaande gebouwen. De doelstellingen voor energieneutrale gebouwen zijn een belangrijk onderdeel van de herschikte versie van de richtlijn.
Ik ben voorstander van de oprichting van een Europees fonds voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie ter ondersteuning van de uitvoering van deze richtlijn. Tot nu toe was alleen in de twaalf nieuwe lidstaten een beperkte aanwending van de structuurfondsen toegestaan voor de verhoging van de energie-efficiëntie van gebouwen. Nu wordt deze mogelijkheid uitgebreid tot alle lidstaten. Tevens wordt het maximum aan middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling voor dergelijke projecten verhoogd van 3 naar 15 procent.
Voor een geslaagde uitvoering van deze richtlijn is het van essentieel belang dat de lidstaten alle aspecten van de richtlijn bespreken met de vertegenwoordigers van plaatselijke en regionale organen en met consumentenorganisaties.
Katrin Saks (PSE), schriftelijk. – (ET) Ik wil de rapporteurs bedanken die gewerkt hebben aan de ontwerpen van het energiepakket, met name mevrouw Morgan, die veel belangrijk werk verricht heeft op het gebied van consumentenbescherming. Ik ben met name blij dat het nieuwe pakket ook aandacht besteedt aan de problematiek van de energiearmoede. De lidstaten die dat nog niet gedaan hebben, waaronder Estland waar ik vandaan kom, moeten een nationaal actieplan tegen energiearmoede opzetten ter vermindering van het aantal mensen dat onder energiearmoede lijdt. Dat is zeker in de huidige economische omstandigheden belangrijk. In Estland is er dringend behoefte aan een oplossing voor deze kwestie aangezien de kosten voor verwarming de afgelopen jaren sterk zijn gestegen. Het verlenen van directe steun aan kwetsbare consumenten, zoals dat gebeurt in het Verenigd Koninkrijk, is een belangrijke maatregel. Daarnaast is het zaak de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren, dat zou met name in Estland veel effect sorteren.
Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. – (PL) Europa moet het hoofd bieden aan tal van uitdagingen in verband met de vraag naar en het aanbod van energie op korte, middellange en lange termijn.
Wij hebben ons – als Europese Gemeenschap – zeer ambitieuze doelen gesteld. Tegen 2020 willen we zowel de uitstoot van broeikasgassen als het energieverbruik met 20 procent verminderen.
In dit verband ben ik van mening dat we bijzondere aandacht moeten besteden aan de kwestie van de energieprestaties van gebouwen, aangezien deze verantwoordelijk zijn voor maar liefst 40 procent van het totale energieverbruik in de Unie.
Daarnaast zou ik mijn steun willen verlenen aan de rapporteur. Ik ben van oordeel dat we een informatiecampagne op touw zouden moeten zetten om de burgers bewust te maken van de mogelijkheid om geld te besparen door het isoleren van gebouwen. Bovendien zouden we de regeringen van alle landen van de Gemeenschap moeten oproepen om subsidies beschikbaar te stellen voor dit initiatief. We zouden een lijst moeten opstellen van EU-wijde uniforme minimumnormen inzake de isolatie van gebouwen.
Ik schaar me ook achter het voorstel om het gebruik van de structuurfondsen uit te breiden tot werkzaamheden in verband met het bevorderen van de energie-efficiëntie van gebouwen in alle landen van de Gemeenschap. Dat geldt eveneens voor de verhoging van 3 tot 15 procent van de financiële middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling voor projecten op dit gebied.