Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2186(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0168/2009

Debatten :

PV 21/04/2009 - 19
CRE 21/04/2009 - 19

Stemmingen :

PV 23/04/2009 - 8.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0289

Debatten
Donderdag 23 april 2009 - Straatsburg Uitgave PB

9. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dames en heren, ik wil een voorstel doen: aangezien er meerdere mensen zijn die meerdere stemverklaringen willen afleggen, wil ik u verzoeken om uw verklaringen achter elkaar in één toespraak te geven zodra u van mij het woord krijgt.

 
  
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Casaca (A6-0184/2009)

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, voor mijn kiezers wordt het met de dag moeilijker om rond te komen. Dan lees ik een verslag als dit om erachter te komen dat 1,6 miljard euro uit de zak van de Europese belastingbetaler wordt uitgegeven aan dit gebouw dat zich het Europees Parlement noemt. Vervolgens lees ik dat 9,3 miljoen euro wordt verspild aan de fracties in het Europees Parlement. Tenslotte lees ik over een herbevestiging van een toezegging om in 2020 30 procent minder CO2 uit te stoten, terwijl er nergens wordt gerept over de meest buitensporige uitstoot – de uitstoot die voortvloeit uit de onnodige reis naar dit oord, twaalf keer per jaar. Dit verslag is misselijkmakend in zijn onthulling van het gedrag van dit Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Richard Corbett (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, laten we de opmerkingen van de heer Allister in de juiste context bezien: het Europees Parlement kost de burger 1,74 pond – ik zeg het speciaal voor de heer Allister in ponden – per jaar. Ter vergelijking, het Lagerhuis kost iedere burger 5,75 pond per jaar en het Hogerhuis 1,77 pond per inwoner van het Verenigd Koninkrijk. Met andere woorden, het laten functioneren van dit Parlement is per burger veel goedkoper.

Dat betekent echter niet dat we op onze lauweren kunnen gaan rusten. Natuurlijk moeten we waakzaam zijn en natuurlijk moeten we kosten besparen. Het punt van de heer Allister over het feit dat de twaalf jaarlijkse zittingen in Straatsburg zoveel geld kosten, is een juiste observatie. Maar dit besluit ligt niet in handen van het Europees Parlement: het ligt in handen van de lidstaten, die het voor het Europees Parlement, helaas – in Edinburgh, onder het voorzitterschap van John Major – een wettelijke verplichting hebben gemaakt om hier twaalf keer per jaar te komen. Ik doe een beroep op de lidstaten om dat besluit te heroverwegen.

 
  
  

- Verslag-Søndergaard (A6-0150/2009)

 
  
MPphoto
 

  Richard Corbett (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit gaat over de kwestie van het verlenen van kwijting aan de Raad. Het verslag gaat wederom in op dit herenakkoord – dat nog stamt uit de tijd van voor de rechtstreekse verkiezingen – dat het Parlement en de Raad, als twee exponenten van de wetgevende macht, elk volledig verantwoordelijk zijn voor hun eigen interne begroting zonder dat ze elkaars interne begrotingen bekijken of bekritiseren.

Ik denk dat het tijd wordt dat we dit herenakkoord opnieuw gaan onderzoeken, niet in de laatste plaats omdat de begroting van de Raad nu niet alleen bestaat uit een huishoudelijke begroting als instelling, als medewetgever naast ons, maar ook een begroting bevat, die in de toekomst mogelijk groter wordt, voor uitvoerende taken op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.

Het herenakkoord was nooit bedoeld om betrekking te hebben op uitvoerende taken. Het was nooit de bedoeling om die aan parlementair onderzoek te onttrekken, en ik denk dat het hoog tijd wordt om met de Raad in gesprek te gaan en dat akkoord te heroverwegen.

 
  
  

- Verslag-Casaca (A6-0184/2009)

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling (PPE-DE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik heb mij van stemming onthouden over de kwijting 2007 van de begroting van het Europees Parlement vanwege bepaalde paragrafen in dit verslag die gebaseerd zijn op de misleidende informatie en onwaarheden die in de media, met name hier, zijn verspreid met betrekking tot het vrijwillige pensioenfonds van de leden.

De heer Cohn-Bendit kan rustig slapen, want in zijn hoedanigheid van belastingbetaler zal hem niet gevraagd worden de rechten te waarborgen van de reeds gepensioneerde leden van dit fonds, hun weduwen of weduwnaars, hun weeskinderen of de leden die hun werkzaamheden op 14 juli neerleggen.

Als hij vindt dat parlementsleden die aangesloten zijn bij het vrijwillige pensioenfonds, niet aan de stemming over de kwijting zouden mogen deelnemen, dan kan hij beter zijn eigen straatje schoonvegen. Bovendien neemt hij vrolijk deel aan de stemming over de middelen van onze begroting waarmee zijn toelagen worden gefinancierd, terwijl onlangs bekend is geworden – zoals in het belang van de transparantie vereist is – dat hij bijvoorbeeld in vijf jaar tijd slechts één keer een vergadering heeft bijgewoond van een commissie waarvan hij lid is. Op grond van zijn legendarische ijver wat de wetgevingswerkzaamheden van dit Parlement betreft – het is niet genoeg om maar in het wilde weg wat te roepen en persconferenties te geven – zou hij zich wel wat bescheidener mogen opstellen. Maar als oudgediende van '68 kunnen we van hem zeker niet veel beters verwachten.

Bovendien, mijnheer de Voorzitter, zullen verklaringen die hier worden gegeven, zelfs als ze afkomstig zijn van fractievoorzitters, hoe dan ook niets veranderen aan de juridische verantwoordelijkheden van dit Parlement, die in marmer zijn gebeiteld.

 
  
  

- Verslag-Fjellner (A6-0148/2009)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (NI). - Mijnheer de Voorzitter, we hebben zojuist de financiering van een vast aantal Europese agentschappen en semioverheidsinstellingen goedgekeurd – het Europees Geneesmiddelenbureau, het Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen, het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, enzovoorts – en het lijkt erop dat ze laakbaar zijn op drie gronden. Er bestaat een eurosceptisch tegenargument, een juridisch tegenargument en een democratisch tegenargument.

Ik verwacht niet dat het eurosceptische argument veel aandacht zal krijgen in dit Parlement, te weten het evidente feit dat deze zaken niet in Brussel hoeven te worden geregeld. Ik verwacht ook niet dat het juridische argument veel aandacht zal krijgen, namelijk dat veel van deze agentschappen geen geldige rechtsgrondslag hebben op dit moment, hoewel ze met het Verdrag van Lissabon of de Europese Grondwet wel rechtskracht zouden hebben gekregen. Maar het democratische argument is denk ik het enige argument waar enige authenticiteit in doorklinkt, zelfs bij de federalisten onder ons. Als een Parlement als dit het dagelijks bestuur van zijn beleid uitbesteedt aan organisaties die we nauwelijks bezoeken, die we bijna nooit zien – we krijgen misschien één keer per jaar een onverwacht bezoek van een commissie – en van ze verwachten dat ze, zolang wij verplicht jaarlijks geld blijven storten het beleid zullen uitdragen, doen we onze democratie tekort.

Hayek zei dat het overdragen van macht aan externe agentschappen, ook al is dit heel normaal, desalniettemin de eerste stap is waarmee een democratie haar bevoegdheden uit handen geeft. De aanwezige collega’s, zowel de federalisten als de eurosceptici, moeten zich allemaal bewust zijn van dit gevaar.

 
  
  

- Verslag-Grosch (A6-0215/2009)

 
  
MPphoto
 

  Siiri Oviir (ALDE).(ET) Ik heb behoorlijk wat op- en aanmerkingen. Ik heb nog nooit op deze manier gereageerd, maar vond het belangrijk dit vandaag wel te doen. Eerst wil ik wat zeggen over het verslag van de heer Grosch, waar ik vóór heb gestemd, en ik steunde ook de aanbevelingen van de Vervoerscommissie, omdat ik denk dat er één geherformuleerde en geactualiseerde verordening moet komen in plaats van de twee huidige verordeningen over busdiensten. Dit zal namelijk duidelijkheid scheppen en zorgen voor minder bureaucratie.

 
  
  

- Verslag-Ticău (A6-0210/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) En dan het verslag van Silvia-Adriana Ţicău, dat ik ook gesteund heb, omdat ook dit verslag mogelijkheden biedt voor een nóg eenvormiger tenuitvoerlegging van de nieuwe verordening inzake wegvervoer. Gezien het internationale karakter van deze materie denk ik dat we de mogelijkheid moeten creëren om Europa-breed in registers te zoeken, teneinde klanten beter tegen oneerlijke concurrentie te beschermen.

 
  
  

- Verslag-Grosch (A6-0211/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Dit verslag van de heer Grosch heeft eveneens mijn steun gekregen, omdat het gaat over vervoer, bijdraagt tot de verbetering van de doeltreffendheid en rechtszekerheid van de interne markt voor vervoer over de weg, bijdraagt tot de verlaging van administratieve kosten en eerlijker mededinging mogelijk maakt. Ik denk dat we in het kader van de integratie van de gemeenschappelijke Europese markt in de komende jaren ook de beperkingen van de toegang tot de interne markten van de lidstaten moeten wegnemen.

 
  
  

- Verslag-Ticău (A6-0254/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Het tweede verslag van mevrouw Ţicău, betreffende de energieprestaties van gebouwen, verdient eveneens mijn steun, omdat het bijdraagt tot het vinden van een antwoord op de uitdagingen waar Europa voor staat op het gebied van energievraag en -aanbod. Het komt erop neer dat het verslag ertoe bijdraagt dat door een betere energie-efficiëntie 20 procent op het energieverbruik zal worden bespaard. Investeringen in energie-efficiëntie zullen de Europese economie nieuw leven inblazen, daar ze nagenoeg evenveel, zo niet meer banen zullen opleveren dan investeringen in traditionele infrastructuur. Verbetering van de energie-efficiëntie is voor de Europese Unie het meest doeltreffende middel om de CO2-emissiereductiedoelstelling te halen, banen te scheppen en de toenemende afhankelijkheid van de Europese Unie van energieleveranciers van buiten de Gemeenschap te beperken.

 
  
  

- Verslag- Jean-Paul Gauzès (A6-0191/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Ik heb het verslag van de heer Gauzès – ik weet niet zeker of ik zijn naam goed uitspreek – over ratingbureaus gesteund, omdat de tekortkomingen en fouten bij de beoordelingen en het toezicht op de bureaus hebben bijgedragen tot het ontstaan van de huidige financiële crisis. Het feit dat er maar een paar ratingbureaus zijn, dat hun werkgebied de hele wereld omvat en dat hun hoofdkantoren vaak buiten de EU gelegen zijn, doet bij mij de vraag rijzen hoe doeltreffend Europese wetgeving op dit terrein kan zijn. Ik ben het ermee eens dat de oplossing van dit probleem vraagt om intensievere samenwerking tussen de EU en derde landen en dat dit de enige manier is om tot een geharmoniseerde regelgevingsbasis te komen.

 
  
  

- Verslag-Teychenné (A6-0209/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Wat het verslag over de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen betreft: regelgeving op dit terrein is zeer welkom, omdat de rechten van Europeanen die op deze manier reizen daarmee worden versterkt en onze consumenten gelijke rechten worden gegarandeerd bij het gebruik van de verschillende vervoerwijzen.

 
  
  

- Verslag-Albertini (A6-0250/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Het verslag van de heer Albertini over de rechten van autobus- en touringcarpassagiers verdient mijn steun, omdat maatregelen ter bescherming van busreizigers zullen helpen bij het definitief wegnemen van de nog altijd bestaande ongelijkheid in de Europese Unie en zullen zorgen voor de gelijke behandeling van alle passagiers, zoals al het geval is bij luchtreizigers en reizigers per spoor. Aangezien dit stuk wetgeving zowel op vervoersondernemingen als op passagiers betrekking heeft en tal van nieuwe verplichtingen voor deze ondernemingen schept, is het – met het oog op een beter resultaat – redelijk dat de aanbieders van deze diensten iets meer tijd krijgen voor de uitvoering.

 
  
  

- Verslag-Jensen (A6-0226/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) En dan het verslag van mevrouw Jensen over intelligente vervoerssystemen. De doelmatigheid daarvan is aangetoond: het vervoer is efficiënter, veiliger en zekerder geworden en tegelijkertijd is een bijdrage geleverd tot het beleidsdoel het vervoer schoner te maken. Daarom heb ik voor het verslag gestemd.

 
  
  

- Verslag-Stockmann (A6-0217/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Het verslag van de heer Stockmann over het programma Marco Polo II verdient steun, omdat het mogelijkheden biedt de congestie op autosnelwegen te verminderen, de milieubeschermingsmethoden van vervoerssystemen te verbeteren en het gecombineerd gebruik van vervoerswijzen te bevorderen. Ik maak me er echter wel zorgen over dat er met het jaar minder financieringsaanvragen zijn, en daarmee ook steeds minder concrete projectvoorstellen die in het kader van dit programma voor financiering in aanmerking zouden kunnen komen.

 
  
  

- Verslag-Duchoň (A6-0220/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Ik heb mijn steun gegeven aan het verslag van de heer Duchoň omdat het vervoer per spoor nog altijd een zeer belangrijke rol speelt binnen het Europese vervoer, ondanks de voortdurende achteruitgang in het goederenvervoer. Ik heb het verslag ook gesteund omdat ik het met de rapporteur eens ben dat dit stuk wetgeving zodanig moet worden opgesteld dat het spoorwegnet in de toekomst voor alle gebruikers efficiënt wordt.

 
  
  

- Verslag-Bowis (A6-0233/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) We hebben vanochtend ook een aantal verslagen van het gezondheidszorgpakket besproken, waar we net over hebben gestemd. Ik steunde de bescherming van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg, omdat ik van mening ben dat de gekozen vertegenwoordigers in het Europees Parlement zich er te lang mee tevreden hebben gesteld dat juristen als wetgevers fungeerden op dit vlak, terwijl wetgeving juist de taak is van politici, in casu de door de Europese kiezers gekozen leden van het Parlement. Dit is de laatste kans om deze richtlijn te behandelen en aan te nemen.

 
  
  

- Verslag-Trakatellis (A6-0231/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Het verslag van de heer Trakatellis over zeldzame ziekten kan worden beschouwd als een aanvulling op het verslag over patiëntenrechten, dat ik heb gesteund met uitzondering van amendement 15, omdat die aanbeveling iets is van de vorige eeuw en omdat de politiek geen invloed moet uitoefenen op genetisch onderzoek.

 
  
  

- Verslag-Savary (A6-0199/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Ik heb voor het verslag over de stedelijke mobiliteit en het actieplan daarvoor gestemd, omdat het stedelijk vervoer een uiterst belangrijke rol speelt in het vracht- en personenvervoer in de EU. Het opstellen van een afzonderlijke strategie voor het stedelijk vervoer is dan ook gerechtvaardigd.

 
  
  

- Verslag-Jensen (A6-0227/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Tot slot wil ik het verslag van mevrouw Jensen over het actieplan intelligente vervoerssystemen noemen, omdat dit plan een bijzondere nadruk legt op geografische samenhang.

 
  
  

- Verslag-Gauzès (A6-0191/2009)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (NI). - (EN) Vandaag vieren we de geboortedag van de grootste Engelsman en misschien wel de grootste toneelschrijver en schrijver uit de geschiedenis. Het is een kenmerk van Shakespeares werk dat, ongeacht iemands levenservaring, de toneelstukken altijd meer licht op onze ervaringen werpen dan dat onze ervaringen licht werpen op de toneelstukken. Ik kan vandaag niet anders dan uit de sterfscene van John of Gaunt uit Richard II citeren, die niet alleen prachtig onze begrotingsproblemen in Groot-Brittannië beschrijft maar ook onze situatie hier in Europa.

Als eerste over de begroting:

“This land of such dear souls, this dear dear land [...]

Is now leased out – I die pronouncing it – like to a tenement or pelting farm.”

En luister dan eens naar zijn beschrijving van het Verdrag van Lissabon of de Europese Grondwet:

“England, bound in with the triumphant sea,

Whose rocky shore beats back the watery siege

Of envious Neptune, is now bound in with shame,

With inky blots and rotten parchment bonds.

That England that was wont to conquer others

Hath made a shameful conquest of itself.”

Een betere omschrijving bestaat er niet.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ik wist niet dat u zoveel talent had voor de voordrachtskunst. U hebt het prachtig voorgedragen.

 
  
  

- Verslag-Ticău (A6-0254/2009)

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, bij het stemmen over bepaalde kwesties in het Europees Parlement zouden we er altijd voor moeten zorgen dat we het goede voorbeeld geven.

Het is heel terecht dat we het over energie-efficiëntie hebben. Als ik heel eerlijk ben maakt het me niet uit of we dat nu op Europees, nationaal of lokaal niveau doen. Ik denk dat er meer binnen de lokale overheden kan gebeuren, maar het is goed om goede praktijken en ideeën uit te wisselen op Europees en nationaal niveau.

We moeten bij het geven van dat voorbeeld echter ook moreel leiderschap tonen. Hoe kunnen we het nou over de energieprestaties van gebouwen hebben als we vanuit twee Parlementaire vergaderzalen blijven werken, eentje hier in Straatburg en een in Brussel? Hoe zit het met de CO2-emissies van het Parlement in Straatsburg, als we het over die tienduizenden tonnen aan CO2-emissies per jaar hebben? Het wordt tijd om met deze hypocrisie te stoppen, om leiderschap te tonen en om het Parlement in Straatsburg te sluiten.

 
  
  

- Verslag-Bowis (A6-0233/2009)

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als eerste wil ik respect betonen aan mijn collega, John Bowis, en ik weet zeker dat we hem allemaal veel beterschap wensen. Gelukkig kon hij gebruik maken van het gezondheidszorgstelsel van een ander land. Hij kon als Britse staatsburger gebruik maken van de uitstekende gezondheidszorg in België.

Dit zijn een aantal stappen in de goede richting, zodat burgers in de hele EU zelf kunnen beslissen waar ze gezondheidszorg willen ontvangen. Als patiënten informatie krijgen over de genezingskansen van verschillende ziekten in een aantal landen, en ze de keus hebben, kunnen ze kiezen in welk land ze het beste zullen genezen. Het gebruik maken van dergelijke gezondheidsdiensten is een duidelijke stap in de goede richting.

Ik heb vaak een aantal initiatieven die we hier bespreken bekritiseerd, maar ik denk dat dit een goede maatregel is. We kijken er naar uit om keuzemogelijkheid en een betere dienstverlening te bieden aan patiënten in de hele Europese Unie.

 
  
  

- Verslag-Crowley (A6-0070/2009)

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). - (CS) Verder wil ik nog graag een stemverklaring afleggen over het verslag van de heer Crowley over de beschermingstermijn van het auteursrecht en bepaalde naburige rechten. Ik heb tegen het verslag gestemd, omdat het niet goed doordacht is en tegelijkertijd voor de volgende 45 jaar mede bepalend is voor de prijsvorming van muziek voor de eindgebruiker. Wat ik wil is de gewone artiest helpen en daar is wetgeving voor nodig ter regulering van contractuele voorwaarden en collectieve beheerders, alsook een sociaal zekerheidsstelsel, een pensioenverzekering en een wijziging van de licentietarieven. Uit een effectrapportage over dit onderwerp blijkt dat slechts twee procent van de muziekinkomsten terechtkomt bij de artiesten zelf en dat de rest bij de platenmaatschappijen en de allergrootste artiesten terechtkomt. De herverdeling die vervolgens plaatsvindt gaat ten koste van de jonge veelbelovende artiesten. Bovendien betalen de consument en de belastingbetaler ook nog eens honderden miljoenen euro’s te veel. Het voorstel maakt het voor bibliotheken, archieven, kunstopleidingen en onafhankelijk filmmakers allemaal nodeloos ingewikkeld. Ook is niet duidelijk wat de gevolgen zullen zijn voor de makers van audiovisuele werken. Alle juridische autoriteiten waarschuwen voor het voorstel en daarom heb ik tegengestemd.

 
  
  

- Verslag-Jensen (A6-0226/2009)

 
  
MPphoto
 

  Brigitte Fouré (PPE-DE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag-Jensen gestemd, dat wil zeggen het verslag over het voorstel voor een richtlijn voor het toepassen van intelligente vervoerssystemen. Doelstelling van deze richtlijn is de interoperabiliteit van de informatie- en communicatietechnologieën die in de vervoerssystemen worden gebruikt, te waarborgen.

Innovatie op het gebied van vervoer dient te worden aangemoedigd, met name wanneer hierdoor de veiligheid van voertuigen kan worden verbeterd. Innovatie heeft echter minder nut als wij niet garanderen dat zij in de gehele Europese ruimte kan worden toegepast.

Deze richtlijn zou ertoe moeten bijdragen dat het aantal verkeersdoden op de Europese wegen afneemt, doordat zowel het risico op een aanrijding als de ernst van de ongevallen worden verminderd. Ik herinner u eraan dat de Europese Unie zich ten doel heeft gesteld het aantal verkeersdoden tegen 2010 te halveren, vergeleken met het niveau van 2000.

In dit opzicht betreur ik het dat de richtlijn ter facilitering van de grensoverschrijdende handhaving van de verkeersveiligheid die wij enkele maanden geleden hebben aangenomen, nog altijd niet door de ministers van Vervoer van de Europese Unie is goedgekeurd, want ook hiermee zouden levens kunnen worden gespaard, doordat het gemakkelijker wordt gemaakt om sancties ten uitvoer te leggen tegen automobilisten die een overtreding begaan in een andere lidstaat dan die waar hun voertuig is geregistreerd.

 
  
  

- Verslag-Duchoň (A6-0220/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Brigitte Fouré (PPE-DE).(FR) Wat het verslag van de heer Duchoň over goederencorridors per spoor betreft, wil ik opmerken dat het Europees Parlement dit verslag inzake het Europese spoorwegnet voor een concurrerend goederenvervoer zojuist heeft aangenomen. Ik heb voor dit verslag gestemd, dat zou moeten bijdragen aan een toename en een verbetering van het goederenvervoer per spoor.

Europees optreden op dit gebied was noodzakelijk. De wijze waarop het goederenvervoer per spoor momenteel functioneert is namelijk niet bevredigend, omdat het ondernemingen die het spoor willen gebruiken om hun goederen te vervoeren, te weinig garanties biedt als het gaat om de betrouwbaarheid van de tijdschema’s.

Welnu, wij moeten het goederenvervoer per spoor aantrekkelijker maken voor ondernemingen, want als een deel van het goederenvervoer zich van de weg naar het spoor verplaatst, betekent dit een evenredige vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en van het aantal vrachtwagens in verkeersopstoppingen op de wegen en autosnelwegen.

Daarom hoop ik nu dat de ministers van Vervoer van de lidstaten de weg zullen volgen die het Europees Parlement heeft gebaand naar een concurrerender Europees spoorwegnet voor het goederenvervoer.

 
  
  

- Verslag-Trakatellis (A6-0231/2009)

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Trakatellis gestemd vanwege het schandalige amendement 15. Het verwart niet alleen de genezing van ziekten met het doden van ongeboren mensen, maar ademt ook de geest van de eugenetica. Het moge duidelijk zijn: de mens heeft vanaf het moment van de bevruchting tot aan zijn natuurlijke dood het recht op leven, maar het amendement stelt dit recht radicaal ter discussie. Een ongeboren mens die ziek is, zou enkel vanwege dit feit niet langer recht op leven hebben. Dat is dus precies het tegenovergestelde van geneeskunde, namelijk levensberoving.

Daarom is het verslag-Trakatellis onaanvaardbaar en is dit schandalige amendement een smet op het blazoen van dit Parlement, dat zich voor het overige altijd zeer verdienstelijk heeft gemaakt voor de bio-ethiek en de bescherming van het ongeboren leven.

 
  
MPphoto
 

  Ingeborg Gräßle (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, bij de stemming over de kwijting heb ik voor het eerst sinds ik lid ben van het Parlement tegen de aan de Commissie te verlenen kwijting gestemd. Daarvoor heb ik mijn redenen. Het gaat mij vooral om de manier waarop de Europese Commissie gedurende het toetredingsproces van de nieuwe lidstaten Roemenië en Bulgarije de vinger aan de pols heeft gehouden.

We hebben in Roemenië en Bulgarije te maken met een waaier aan problemen, met een grote mate van corruptie, met veel geld, waaronder veel Europees geld, dat is zoekgeraakt. De Europese Commissie heeft pas in 2008 een begin gemaakt met het bevriezen van tegoeden. We zijn in 2007 veel geld kwijtgeraakt en hebben op dit moment te maken met gebrekkig functionerende controlemechanismen, voor zover ze al bestaan. In Roemenië tiert de corruptie welig en ondervindt het rechtsapparaat problemen. Dit is allemaal te wijten aan de manier waarop het pre-toetredingsproces is verlopen.

Het is mij er vooral om te doen een signaal af te geven. Ik wil de Europese Commissie duidelijk maken dat zij bij toekomstige toetredingen anders te werk moet gaan en dat zij, afgaande op het verloop van eerdere toetredingen, desgewenst veel effectiever sturing kan geven aan de uitbreiding.

Ik roep de Commissie op om beide lidstaten te helpen bij de totstandbrenging van degelijke financiële controlesystemen en om samen met beide lidstaten de structurele zwakke punten aan te pakken. Anders ontstaat er een hoofdpijndossier dat heel Europa voor structurele problemen zal plaatsen.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Casaca (A6-0184/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Alvaro (ALDE), schriftelijk. (DE) Het Europees Parlement heeft vandaag het verslag-Casaca over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2007 in stemming gebracht. In het verslag is ook aandacht besteed aan het pensioenfonds van het Europees Parlement.

Het pensioenfonds van het Europees Parlement voorziet in een vrijwillige pensioenregeling. Er zijn bij het pensioenfonds liquiditeitsproblemen gerezen en ook is er sprake van een tekort.

De FDP in het Europees Parlement vindt het niet goed dat er belastinggeld wordt gebruikt om het tekort aan te vullen. Het is onverantwoord om de Europese belastingbetaler op te laten draaien voor de verliezen. De FDP in het Europees Parlement stemt tegen de kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement, want het is niet helemaal uitgesloten dat er belastinggeld wordt gebruikt om het tekort aan te vullen.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard James Ashworth (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) De Britse Conservatieven hebben niet kunnen instemmen met de kwijting voor de Europese begroting voor het begrotingsjaar 2007, afdeling I – Europees Parlement. We staan erop dat de Europese belastingbetaler waar voor zijn geld krijgt met de parlementaire begroting en daarom steunen we het grootste gedeelte van het verslag van de rapporteur. We zijn vooral blij met de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van de parlementaire begroting, zoals gerapporteerd door de Rekenkamer in zijn verslag uit 2007. Ook steunen we de opmerkingen van de rapporteur over het vrijwillige pensioenfonds van de Parlementsleden. We zullen echter niet afwijken van onze gewoonte om tegen het verlenen van kwijting te stemmen, totdat we echte vooruitgang zien in de richting van een betrouwbaarheidsverklaring zonder voorbehoud van de Europese Rekenkamer.

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Frassoni (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Vandaag heeft de Fractie De Groenen gestemd voor het verslag-Casaca over kwijting van het EP.

We willen benadrukken dat met de plenaire aanneming van het verslag, het voorzitterschap van dit Parlement zijn verantwoordelijkheid moet nemen en zich meteen moet buigen over de tot dusver aangenomen tekst over het vrijwillige pensioenfonds, en dat er duidelijke afspraken gemaakt moeten worden die ervoor zorgen dat het vrijwillige pensioenfonds in geen geval door extra geld uit de begroting van het Parlement wordt gesubsidieerd, direct of indirect, en dat de lijst met deelnemers aan het fonds, zonder verdere vertraging openbaar wordt gemaakt.

Duidelijk moet worden gemaakt dat, zolang het Parlement de pensioenrechten van zijn afgevaardigden moet garanderen, het EP volledige zeggenschap moet hebben over het fonds en zijn investeringsbeleid. We verwachten dat deze beslissingen voor het einde van april 2009 worden genomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Harkin (ALDE), schriftelijk. − (EN) Ik stem niet aangezien ik lid ben van het pensioenfonds.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) We hebben om drie redenen tegen het verslag-Casaca over de kwijting van het Europees Parlement voor 2007 gestemd. In de eerste plaats verzetten we ons tegen de omstandigheid dat het vrijwillige pensioenfonds van de Parlementsleden wordt gefinancierd met het geld van belastingbetalers. In de tweede plaats verzetten we ons tegen het feit dat het geld van belastingbetalers aan een particulier pensioenfonds wordt gegeven terwijl de lijst van deelnemers en begunstigden geheim wordt gehouden en niet bekend wordt gemaakt.

In de derde plaats zijn we helemaal tegen het gebruik van nog meer belastinggeld om het huidige tekort van het pensioenfonds, dat een gevolg is van speculatieve investeringen, op te vullen. We steunen de paragrafen 105 en 109 van het verslag-Casaca, die een oplossing bieden voor een aantal bezwaren van ons met betrekking tot het vrijwillige pensioenfonds van de Parlementsleden. Echter, omdat het verslag-Casaca geen verandering brengt in de huidige situatie, hebben we tegen het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2007 gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Kartika Tamara Liotard en Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) We hebben om drie redenen tegen het verslag-Casaca over de kwijting van het Europees Parlement voor 2007 gestemd. In de eerste plaats zijn we tegen een situatie waarbij het vrijwillige pensioenfonds van de Parlementsleden wordt gefinancierd met het geld van belastingbetalers. In de tweede plaats verzetten we ons tegen het feit dat het geld van belastingbetalers aan een particulier pensioenfonds wordt gegeven terwijl de lijst van deelnemers en begunstigden geheim wordt gehouden en niet bekend wordt gemaakt.

In de derde plaats zijn we helemaal tegen het gebruik van nog meer belastinggeld om het huidige tekort van het pensioenfonds, dat een gevolg is van speculatieve investeringen, op te vullen. We steunen de paragrafen 105 en 109 van het verslag-Casaca, die een oplossing bieden voor een aantal bezwaren van ons met betrekking tot het vrijwillige pensioenfonds van de Parlementsleden. Echter, omdat het verslag-Casaca geen verandering brengt in de huidige situatie, hebben we tegen het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2007 gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Toine Manders (ALDE), schriftelijk. − Helaas moest ik het begin van de stemming missen, maar ik deel volledig de strekking van de verslagen over de kwijting en van het verslag-Casaca in het bijzonder. Het zou onverantwoord zijn als we, zeker in deze tijden, met belastinggeld tekorten in het pensioenfonds zouden aanvullen. Een eventueel tekort in het fonds is een kwestie van het fonds en zijn leden, en niet van de Europese belastingbetaler.

Parlementariërs hebben een voorbeeldfunctie en moeten voorzichtig omgaan met gemeenschapsgeld. Dat geldt voor hun inkomsten, pensioenen en vergoedingen. Daarom ben ik blij dat het Parlement vandaag zijn goedkeuring aan het verslag heeft gehecht.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. − (SV) Ik weiger kwijting te verlenen aan een instelling die meer dan één miljard euro verspilt aan een aanvullende pensioenverzekering die voor tweederde met publieke middelen is gefinancierd. Leden van het Europees Parlement die bij dat aanvullend pensioenfonds zijn aangesloten moeten een verlaging van die luxepensioenen aanvaarden, zoals wie een klein inkomen heeft gedwongen is een verlaging van zijn of haar pensioen te aanvaarden. De kwijting slaat op 2007, maar wij kunnen geen jaar wachten met het bekritiseren van een besluit uit 2008 over aanvullende betalingen aan het pensioenfonds.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. − (SV) Ik heb van stemming afgezien, omdat ik op 21 april 2009 uit het vrijwillige pensioenfonds ben gestapt en daarom het stemresultaat niet wilde beïnvloeden.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM), schriftelijk. − (EN) Wij, als leden van het Parlement, zijn er om de Europese bevolking te vertegenwoordigen en te dienen. Al onze kiezers lijden aan de gevolgen van de economische crisis, vooral wat betreft hun pensioenen, die ze fors hebben zien slinken. In mijn eigen kiesdistrict van Munster in Ierland, gaan veel arbeiders een onzekere oude dag tegemoet, omdat de pensioenen die ze hebben opgebouwd, veel aan waarde hebben verloren; in sommige gevallen hebben ze zelfs met de sluiting van hun bedrijf hun hele pensioen verloren.

Met betrekking tot het stemmen over dit verslag ben ik blij te melden dat ik er belang bij heb, zoals de regels van het Parlement dat verlangen. Als Parlementslid doe ik mee aan een pensioenfonds. Ik zie dit echter niet als een belangenverstrengeling.

Het lijkt mij onredelijk dat leden van het Parlement immuniteit genieten, en wij zouden net zo goed de lasten van de economische crisis moeten dragen. Als lid van het Parlement stel ik het belang van de burger boven dat van mijzelf.

 
  
MPphoto
 
 

  Søren Bo Søndergaard (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Ik heb om drie redenen tegen het verslag Casaca over de kwijting van het Europees Parlement voor 2007 gestemd. In de eerste plaats ben ik tegen een situatie waarbij het vrijwillige pensioenfonds van de Parlementsleden wordt gefinancierd door het geld van belastingbetalers. In de tweede plaats verzet ik me tegen het feit dat het geld van belastingbetalers aan een particulier pensioenfonds kan worden gegeven terwijl de lijst van deelnemers en begunstigden geheim wordt gehouden en niet bekend wordt gemaakt.

In de derde plaats ben ik helemaal tegen het gebruik van nog meer belastinggeld om het huidige tekort van het pensioenfonds, dat een gevolg is van speculatieve investeringen, op te vullen. Wel steun ik de paragrafen 105 en 109 van het verslag-Casaca, die een oplossing bieden voor een aantal bezwaren die ik heb met betrekking tot het vrijwillige pensioenfonds van de Parlementsleden. Echter, omdat het verslag-Casaca geen verandering brengt in de huidige situatie, heb ik tegen het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2007 gestemd.

 
  
  

- Aanbeveling voor tweede lezing: Ticău (A6-0210/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Dit voorstel brengt verduidelijking in de regels voor het uitoefenen van het beroep van wegvervoerondernemer.

De nieuwe regels worden voorgesteld om de verkeersveiligheid en de kwaliteit in deze bedrijfssector te verbeteren en gezamenlijke criteria op te stellen voor het financieel management van deze bedrijven.

De verplichting dat het bedrijf aangestuurd dient te worden door een daartoe gekwalificeerde vervoersmanager en moet kunnen aantonen financieel gezond te zijn, is onderdeel van de nieuwe aanpak van deze bedrijfsactiviteiten.

Andere belangrijke elementen in deze tekst zijn de bescherming van persoonsgegevens, het bijhouden van een register, met een openbaar en een vertrouwelijk deel, en het beëindigen van de praktijk van zogenaamde "postcodebedrijven".

De voorwaarden voor de uitoefening van dit beroep, met name die met betrekking tot betrouwbaarheid, financiële gezondheid en vakbekwaamheid, moeten tot meer helderheid leiden in deze bedrijfstak, waardoor deze zich naar wij hopen op een meer transparante wijze kan ontwikkelen, klanten beter worden beschermd en meer veiligheid wordt gewaarborgd.

 
  
  

- Aanbeveling voor tweede lezing: Grosch (A6-0211/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Dirk Sterckx (ALDE), schriftelijk. − (EN) Ik verzet me tegen het compromis dat de rapporteur en de Raad hebben bereikt met betrekking tot de regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg. Wij vinden dat het scheppen van nieuwe grenzen en beperkingen voor cabotage in de vervoerssector niet de oplossing is voor de problemen waar het wegvervoer als gevolg van de economische crisis mee te maken heeft. Bovendien kunnen we, vanuit ecologisch oogpunt, beperkingen als de eis dat vervoerde goederen in het kader van inkomend internationaal vervoer volledig geleverd moeten zijn voordat er cabotageverrichtingen kunnen worden uitgevoerd, niet goedkeuren. Dit is geheel in strijd met de realiteit van het wegvervoer en staat een efficiënte organisatie van het vrachtvervoer in de weg. Dit zal leiden tot meer lege vrachtwagens.

Echter, ik ben sterk voor een hele strikte aanpak betreffende de toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer. Als we strikte regels hebben wat betreft de toegang tot het beroep, hoeven we niet te vrezen voor een open Europese vervoersmarkt.

 
  
  

- Verslag-Ticău (A6-0254/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Ik erken de noodzaak van het verbeteren van de energie-efficiëntie van gebouwen, en ik ben ervan overtuigd dat de EU hierin een duidelijke rol kan spelen. Eigenlijk denk ik dat dit verslag niet genoeg belang hecht aan de energie-efficiëntie van gebouwen in de bredere context van het aanpakken van milieuaangelegenheden zoals de klimaatverandering.

Gebouwen energie-efficiënter maken is relatief eenvoudig, relatief goedkoop en relatief voordelig. Het energie-efficiënter maken van gebouwen zou ook een enorm positieve invloed hebben op de CO2-uitstoot in de EU. De Europese Commissie heeft energie-efficiëntie echter consequent genegeerd en heeft liever de auto-industrie willen straffen. Ik ben ervan overtuigd dat het aanwijzen van autofabrikanten als de schuldigen van het klimaatprobleem, een zeer gebrekkige en averechts werkende tactiek is.

Helaas heeft Nissan, binnen mijn kiesdistrict van Noordoost-Engeland, onlangs aangekondigd banen te zullen schrappen en de productie te zullen terugschroeven. Het zou naïef zijn om de rol van EU-regelgeving in de huidige crisis die de auto-industrie treft, te negeren. Deze crisis had grotendeels voorkomen kunnen worden met een evenwichtiger EU-milieubeleid dat voldoende belang had gehecht aan het belang van energie-efficiënte gebouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE), schriftelijk. − (RO) Ik heb gestemd voor het verslag van mevrouw Ţicău, omdat ik van mening ben dat het verbeteren van de energieprestaties van gebouwen essentieel is voor de bescherming van het milieu, maar ook voor het terugdringen van de door de burgers gedragen energieverliezen.

Tegelijkertijd moeten de Europese burgers niet alleen opdraaien voor de kosten van het renoveren van gebouwen om deze energie-efficiënter te maken. De EU en de lidstaten moeten hiertoe financiële middelen ter beschikking stellen, zoals: de oprichting van een Fonds voor energie-efficiëntie, met bijdragen uit de communautaire begroting, van de Europese Investeringsbank en van de lidstaten dat ten doel heeft ervoor te zorgen dat er meer particuliere en openbare investeringen worden vrijgemaakt voor projecten ter verbetering van de energie-efficiëntie van gebouwen; een verlaagd Btw-tarief voor diensten en producten die dienen ter verbetering van de energie-efficiëntie van gebouwen of verband houden met energie uit hernieuwbare bronnen; uitbreiding van de subsidiabiliteitscriteria voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling van renovatie van gebouwen, niet alleen van woningen, om deze energie-efficiënter te maken; projecten met directe overheidsuitgaven; subsidies en garanties voor leningen; en sociale bijstand.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) De prijs van de energie en de veiligheid van de energievoorziening zijn van vitaal belang voor het concurrentievermogen van de EU. Verbetering van de energie-efficiëntie is voor de EU de goedkoopste manier om haar CO2-emissiedoelen te halen, banen te scheppen, de kosten voor het bedrijfsleven te verlagen, de sociale gevolgen van prijsstijgingen voor energie aan te pakken en de toenemende afhankelijkheid van de EU van energieleveranciers van buiten de Gemeenschap te verminderen.

Het energieverbruik van gebouwen maakt momenteel veertig procent van het totale verbruik uit en deze situatie kan worden verbeterd door middel van de herschikking van de richtlijn betreffende de energieprestaties van gebouwen. Alle betrokkenen dienen op de hoogte te zijn van de voordelen van betere energieprestaties en toegang te hebben tot alle informatie over de manier waarop dit bereikt kan worden. Het is dan ook van belang dat de financiële instrumenten voor het verbeteren van de energie-efficiëntie van gebouwen toegankelijk zijn voor lokale en regionale overheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik ben blij met het initiatief om de doeltreffendheid van de energieprestaties van gebouwen te waarborgen. Er moet duidelijk naar een evenwicht worden gezocht tussen de noodzakelijke maatregelen om de uitstoot van CO2, waar maar we kunnen, tegen te gaan en de economische lasten. Het idee van een energiecertificering van zulke gebouwen is een van de hoofdpunten die bijdragen aan een bewust verbruik.

 
  
  

- Verslag-Gauzès (A6-0191/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm, Kartika Tamara Liotard, Erik Meijer en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) We zijn grote voorstander van strengere regels voor financiële activiteiten en ratingbureaus. We hebben er echter voor gekozen om vandaag tegen het verslag van de heer Gauzès te stemmen, omdat het verslag ontoereikend is en de punten waar het echt om gaat, onvoldoende worden benadrukt. Er bestaat een sterke behoefte aan publieke ratingbureaus zonder winstoogmerk, aangezien dit de enige manier is om belangenconflicten in het ratingproces te voorkomen. Dit probleem komt in het verslag onvoldoende aan bod.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik sluit mij zonder aarzelen aan bij het verslag van de heer Gauzès, die eens te meer blijk heeft gegeven van zijn kwaliteiten als onderhandelaar. Gelukkig kon er snel een compromis worden bereikt over deze tekst.

Door zich uit te rusten met een regelgevingskader voor ratingbureaus, loopt Europa voorop en wijst het de weg, terwijl de Verenigde Staten op dit gebied nog niet concreet hebben gereageerd. De geloofwaardigheid van en het vertrouwen in de kapitaalmarkten zijn voor een deel afhankelijk van de ratings die door deze bureaus worden opgesteld en afgegeven.

Het regelgevingskader dat wij vandaag opstellen, zou de voorwaarden waaronder deze ratings worden voorbereid, moeten kunnen verbeteren, indien ze in een toezichthoudend kader worden toegepast voor gereglementeerde activiteiten.

Het was echter belangrijk dat dit compromis niet zou uitlopen op oplossingen die er louter op gericht zouden zijn om iedere verwijzing naar ratings, in welke context dan ook, te verbieden, indien ze niet in het kader van deze verordening zouden zijn opgesteld. Een dergelijke aanpak zou niet alleen afbreuk doen aan de essentiële vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van handel, maar zou waarschijnlijk ook de niet-Europese markten hebben bevoordeeld, ten koste van de in Europa gevestigde markten, zoals zij waarschijnlijk ook particuliere en vertrouwelijke financiële operaties zou hebben bevoordeeld, ten koste van publieke operaties die aan regels inzake transparantie zijn onderworpen. Daarom heeft de gekozen oplossing mijn volledige instemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) De wereldeconomie verkeert nog altijd in zwaar weer en gisteren nog deelde het Internationaal Monetair Fonds mee dat het goed mogelijk is dat de financiële crisis nog ernstiger wordt. Het zal wel niemand verwonderen dat regeldrang en controlehysterie nu hoogtij vieren.

Verregaande controlesystemen voor het functioneren van de financiële markt beginnen te schetsen nog voor de onderzoeken uitgevoerd en de analyses afgerond zijn, is echter een vreselijke fout. Vele belangrijke actoren, waaronder de Zweedse nationale bank, zijn van mening dat de Commissie er niet op geloofwaardige manier in is geslaagd om een falen van de markt aan te tonen dat bijkomende regulering van ratingbureaus rechtvaardigt.

Daar trekt de EU zich klaarblijkelijk niets van aan. De wetgevers in Brussel zijn er in plaats daarvan op ingesteld dat de turbulentie op de mondiale financiële markten een aanleiding voor de EU vormt om haar standpunten naar voren te schuiven. Als er een systeem is dat in de wereld van vandaag letterlijk mondiaal is, zijn het de financiële markten. Bijkomende controle van bijvoorbeeld ratingbureaus zou daarom, indien en wanneer dit noodzakelijk wordt geacht, op mondiaal niveau ingevoerd en gepland moeten worden. Omdat men in dit Parlement oplossingen zoekt binnen het kader van de EU-samenwerking, heb ik gekozen om tegen het verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mary Lou McDonald (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Ik ben helemaal voor strengere regels voor financiële activiteiten en ratingbureaus.

Ik heb er echter wel voor gekozen om vandaag tegen het verslag van de heer Gauzès te stemmen, omdat het verslag ontoereikend is en de punten waar het echt om gaat, onvoldoende worden benadrukt. Er is een sterke behoefte aan publieke ratingbureaus zonder winstoogmerk, aangezien dit de enige manier is om belangenconflicten in het ratingproces te voorkomen. Dit vraagstuk komt in het verslag onvoldoende aan bod. Dit is slechts één voorbeeld van de vele tekortkomingen van dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Het is hoog tijd dat er een einde wordt gemaakt aan de grijze gebieden op de financiële markten en dat er strengere regels komen. Alleen doen we op die manier louter aan symptoombestrijding en pakken we de oorzaken niet aan. Dankzij de deregulering van de afgelopen jaren konden er legio financiële producten op de markt worden gebracht die dermate ingewikkeld zijn dat men er geen wijs uit kan worden. In verband hiermee heb ik vóór een strenger financieel toezicht gestemd, ook al besef ik dat daarmee bij lange na niet kan worden volstaan.

De enige manier om te voorkomen dat opnieuw dergelijke kaartenhuizen worden gebouwd, is het verbieden van gevaarlijke financiële producten. Met één enkele toezichthouder zou wel meer bureaucratie worden gecreëerd, maar groeit niet de economische rationaliteit en komt er evenmin een einde aan de goklust.

 
  
MPphoto
 
 

  John Purvis (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Hoewel de ratingbureaus enige schuld op zich zullen moeten nemen voor de mislukkingen in de securisatie van risicovolle hypotheekleningen die tot de financiële crisis hebben geleid, is het nogal spijtig dat de conservatieve delegatie van het Verenigd Koninkrijk voor goedkeuring heeft gestemd van de plannen om de ratingbureaus te controleren, zoals in het verslag-Gauzès is te lezen. Ratingbureaus moeten niet tot zondebokken worden gemaakt, aangezien het bankwezen en de regelgevingscultuur die risicostrategieën aan de achterkamertjes overlieten, evengoed schuld treft.

We hopen dat de EU, de Verenigde Staten en de ratingbureaus samen kunnen werken om een stelsel op te richten dat naar behoren functioneert. Hiertoe moet een logge regelgevingsaanpak plaats maken voor een aanpak die het risico-element dat inherent is aan alle investeringen erkent en die ruimte laat om ratings die aangegaan zijn buiten het bereik waar we vandaag over hebben gestemd, goed te kunnen keuren. De aanpak moet vooral flexibel genoeg zijn om zich aan nieuwe omstandigheden aan te passen en om de markt van ademruimte te voorzien.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. − (SV) Op grond van mijn speciale contacten met de ratingsector, heb ik niet deel aan deze stemming deelgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. (EN) De aanbevelingen van de G20 aan de werkgroep financiële diensten vragen duidelijk om meer transparantie en regulering van ratingbureaus. Dit verslag, dat een antwoord is van het Europees Parlement op de G20, is de juiste balans. Er blijft echter wel enige twijfel bestaan over het bevoegdheidsniveau van het CEER als dat een centrale rol wil spelen in zulke regelgeving.

 
  
  

- Verslag-Albertini (A6-0250/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Bedankt mijnheer de Voorzitter. Ik heb voor gestemd.

Verordeningen (EG) nr. 11/98 en nr. 12/98 van de Raad hebben geleid tot de vorming van de interne markt voor internationaal vervoer met touringcars en autobussen. Deze liberalisering heeft bijgedragen aan de constante toename van het verkeersvolume met betrekking tot de sector, die vanaf halverwege de jaren negentig tot heden continu is gegroeid.

De bescherming en inachtneming van de rechten van reizigers zijn echter niet gelijk opgegaan met deze positieve tendens: reizigers hebben melding gemaakt van talloze problemen, waaronder annuleringen, dubbele boekingen, zoekgeraakte bagage en vertragingen.

In tegenstelling tot reizigers die een ander vervoersmiddel kiezen, worden passagiers van touringcars en autobussen nog niet beschermd, vanwege een leemte in de communautaire wetgeving.

Ik juich daarom het voorstel toe van de Commissie vervoer en toerisme die, door middel van het document waarover wij op het punt staan te gaan stemmen, probeert hun rechten vast te leggen. Dit voorstel is met name bijzonder interessant omdat het vervoerders aansprakelijk stelt in geval van overlijden of letsel, vergoedingen en hulp in geval van annuleringen en vertragingen introduceert, de rechten van personen met een beperkte mobiliteit of andere handicaps erkent en zorgt dat er instellingen worden opgericht die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de naleving van deze verordening en voor de afhandeling van klachten.

Het is een belangrijke stap op weg naar gelijke rechten voor alle reizigers.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley (UEN), schriftelijk. (EN) De Europese Unie heeft een succesvolle interne markt gecreëerd met een ongekend niveau van verkeer van kapitaal, diensten en personen. Maar het creëren van deze vrijheid van verkeer alleen is niet genoeg. We moeten burgers van EU-landen beschermen wanneer zij door de Unie reizen en we moeten ervoor zorgen dat zij gelijke toegang hebben tot onze vervoersdiensten.

We hebben het succes gezien van EU-beleid voor toegang voor passagiers en recht op compensatie in de sector luchtvervoer, en ik ben zeer verheugd over het feit dat de EU koploper is geworden met soortgelijke voorstellen voor andere vervoerssectoren. Het is echter wel belangrijk dat we altijd de specifieke aard van elke vervoerssector respecteren. Hoewel dezelfde beginselen van rechten en eerlijke toegang en aanverwante rechten zouden moeten gelden voor alle vervoerswijzen, moeten we rekening houden met de specifieke eigenschappen van elke vervoerswijzen. Anders benadelen we zowel de passagier als de exploitant.

Ik ben blij dat het Europees Parlement voor dit pakket met rechten voor passagiers, dat vervoer over zee en binnenwateren en vervoer per autobus en touringcar omvat, wetgeving heeft gemaakt die eerlijk en gebalanceerd is en die zal bewijzen zeer effectief te zijn voor het beschermen en bevorderen van de passsagiersrechten in de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De conservatieven verwelkomen het algemene doel van het verbeteren van passagiersrechten, toegang voor gehandicapten en het creëren van een gelijk speelveld voor internationale busgebruikers, en hebben daarom voor het verslag gestemd. We hadden echter wel graag een uitzondering gezien voor regionale diensten aangezien het Verenigd Koninkrijk de markten heeft geliberaliseerd die verder zijn gegaan dan openbare dienstcontracten om zo de concurrentie te openen. Daarnaast lijkt het voorstel de lokale aard van busdiensten die in grensgebieden opereren, niet te erkennen. De conservatieven maken zich ook zorgen om de evenredigheid van bepaalde aspecten van de voorgestelde wetgeving, voornamelijk de aansprakelijkheidsbepalingen. Anders dan de spoorweg- en luchtvervoerssectoren bestaat de bus- en touringcarindustrie uit een groot aantal kleine en middelgrote ondernemingen met beperkte middelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Fernand Le Rachinel (NI), schriftelijk. – (FR) Autobus- en touringcarpassagiers zouden dezelfde rechten moeten hebben als luchtvaart- of spoorwegpassagiers. Dat is de filosofie van dit verslag.

In feite, en uit principe, moeten alle passagiers gelijk zijn voor de wet.

Nochtans dient op tal van punten een voorbehoud te worden gemaakt.

Dit hangt samen met de aard van deze sector, waarin micro-ondernemingen en KMO's de overhand hebben. Wij kunnen ons niet tevredenstellen met maatregelen zoals de in de plenaire vergadering voorgestelde maatregelen die, onder het mom van een betere bescherming van passagiersrechten, alleen maar zullen leiden tot onhanteerbare verplichtingen voor autobus- en touringcarchauffeurs en onvermijdelijke tariefverhogingen voor de passagiers zelf.

Waarom zouden wij van een chauffeur, wiens beroep eruit bestaat om veilig te rijden, verlangen dat hij een specifieke opleiding volgt, zodat hij gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit de nodige bijstand kan verlenen?

Waarom zouden wij stedelijke, voorstedelijke en regionale vervoersdiensten, die al onder contracten inzake openbare dienstverlening vallen, niet duidelijk uitsluiten van de toepassingssfeer van deze nieuwe Europese verordening?

Waarom zouden wij recht op compensatie van 200 procent van de prijs van het vervoerbewijs willen instellen in geval van instapweigering wegens overboeking?

In Frankrijk heeft de nationale federatie voor het reizigersvervoer (FNTV) voor al deze problemen pragmatische oplossingen voorgesteld. Sommige daarvan zijn in aanmerking genomen, maar niet allemaal. Dat is jammer.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Het verslag van collega Albertini beoogt een bijdrage te leveren aan het tot stand brengen van een duidelijker kader voor het gebruik en de exploitatie van autobus- en touringcarvervoer. Het verslag richt zich op de verbetering van de veiligheid voor passagiers én bedrijven, door in te gaan op kwesties als de rechten van personen met beperkte mobiliteit, en door duidelijkere regels te stellen voor aansprakelijkheid bij overlijden of letsel van passagiers en voor gevallen van verlies of beschadiging van bagage. Ook worden oplossingen aangedragen voor compensatie en bijstand bij annulering, vertraging of onderbreking van de reis.

Zo worden de voorwaarden gecreëerd voor de verbetering van de informatie aan de passagiers voor, tijdens en na de reis en worden de rechten van passagiers en de plichten van vervoerders duidelijker vastgelegd, om hun concurrentievermogen en de veiligheid te verbeteren.

 
  
  

- Verslag-Crowley (A6-0070/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag van Brian Crowley gestemd over de beschermingstermijn van het auteursrecht en van bepaalde naburige rechten omdat dit in het belang is van Europese artiesten en de Europese muziek.

Het voorstel van het Europees Parlement is in het belang van artiesten, omdat hun rechten gedurende hun hele leven beschermd worden, vergelijkbaar met de situatie in de VS en in overeenstemming met de Europese beginselen, waarin een belangrijke plaats wordt toegekend aan creativiteit en cultuur.

Ik denk dat de verlenging van de beschermingstermijn van 50 naar 70 jaar de investeringen in muzikale innovatie zal stimuleren en tot een grotere keuze voor de consument zal leiden, en dat Europa daardoor zal kunnen blijven concurreren met de grote wereldmarkten voor muziek.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasco Graça Moura (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) De managers in de Portugese muzieksector vinden deze kwestie van groot belang voor de Europese en Portugese muziekindustrie. Ze vinden het voorstel van de Commissie voor verlenging van de beschermingstermijn voor kunstenaars en producenten van fonogrammen ten aanzien van opnamen noodzakelijk, wil Europa kunnen blijven concurreren met de grote wereldmarkten op het gebied van muziek.

De steun voor dit voorstel bij artiesten en producenten is overduidelijk, gezien het feit dat bijna 40 000 artiesten en musici een petitie hebben getekend waarin de Europese Unie wordt opgeroepen het verschil in lengte van de beschermingstermijn met andere landen, waar deze langer is, terug te brengen.

Men hoopt dat de verlenging van de beschermingstermijn ertoe zal leiden dat er meer wordt geïnvesteerd in een grote variatie aan muziek en dat dit een grotere keuze zal opleveren voor de consument. Verder moet nog benadrukt worden dat de fonografische industrie belangrijk is voor de werkgelegenheid, een belangrijke fiscale opbrengst levert en een grote exporteur van intellectuele eigendom is.

Om deze redenen, die werden aangevoerd door de betrokkenen, heb ik mijn stem gegeven aan de compromistekst waarover vandaag gestemd wordt. De aanneming hiervan maakt een consensus mogelijk tussen de Raad en het Parlement en maakt de weg vrij voor de aanneming van de Richtlijn door de Raad.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik heb ingestemd met amendement 79 om het voorstel over het verlengen van de beschermingstermijn van het auteursrecht op geluid langer te maken dan 50 jaar, terug te sturen naar de Commissie.

Ik vind dat het voorstel van de Commissie beter moet worden voorbereid, en daarom moet het Parlement meer tijd uittrekken voor het nemen van deze beslissing. In zijn huidige versie lijkt het voorstel van de Commissie een objectieve reden te geven om kunstmatige monopolies te creëren op het gebied van cultureel werk.

Ik ben het er volledig mee eens dat veel artiesten te weinig voordeel kunnen halen uit hun werk. De oplossing is echter niet om het de productiebedrijven naar hun zin te maken, maar om werkelijk de opbrengsten te verschuiven van de bedrijven naar de artiesten.

 
  
MPphoto
 
 

  Arlene McCarthy (PSE), schriftelijk. (EN) Het is niet eerlijk dat de rechten van liedschrijvers of grafisch ontwerpers die de cd ontwerpen levenslang plus 70 jaar worden beschermd, terwijl de rechten van de artiest momenteel slechts 50 jaar vanaf het moment van publicatie beschermd zijn. De termijn is niet meegegroeid met de levensverwachting, wat betekent dat muzikanten precies wanneer zij met pensioen gaan geen vergoedingen meer voor hun werk krijgen, en dat is net wanneer zij het inkomen het hardst nodig hebben. In het huidige systeem worden getalenteerde muzikanten afgezet. 38 000 artiesten hebben onze steun gevraagd om deze discriminatie aan de kaak te stellen. Dit gaat om het gelijktrekken van rechten voor gewone werkende muzikanten.

Ik betreur het dat er veel onjuiste beweringen zijn gedaan over deze wetgeving. Nu, ten tijde van een economische neergang, moeten we steun geven aan onze creatieve sector en onze artiesten, die bijdragen aan ons bnp, onze banen, groei en wereldwijde export. Met deze wet zal er veel gedaan worden om arme muzikanten te helpen die het verdienen om gelijkwaardig te worden behandeld. Ik hoop dat de Raad en de Commissie de stem van het Parlement kunnen accepteren om deze wet te bekrachtigen voor het einde van deze zittingsperiode.

 
  
MPphoto
 
 

  Ieke van den Burg (PSE), schriftelijk. − De PvdA (PSE-Fractie) steunt het geamendeerde voorstel, omdat het een aanzienlijk aantal positieve elementen bevat voor artiesten, zoals de bescherming van de integriteit van de artiest en het fonds voor sessiemuzikanten. Wij hebben voor de amendementen gestemd waarmee wordt getracht de uit de verlengingstermijn voortvloeiende inkomsten voor 100 procent aan de artiesten te geven. Het aangenomen compromis is een stap in de goede richting, maar zeker nog niet optimaal.

De PvdA maakt zich dan ook ernstige zorgen over de positie van kleinere artiesten die, in ruil voor het opnemen van een plaat, de uit de opname voortvloeiende inkomsten die het voorschot overschrijden, moeten afstaan. Wij hopen daarom dat de Europese Commissie op korte termijn met voorstellen zal komen die de positie van de artiesten ten opzichte van platenmaatschappijen structureel verbeteren, ook met betrekking tot contracten die betrekking hebben op de eerste 50 jaar van de naburige rechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Wise (NI), schriftelijk. (EN) Hoewel ik het idee van verlenging van de termijn voor auteursrecht volledig ondersteun, is dit voorstel ongeschikt geworden voor het beoogde doel. De EU heeft getoond niet capabel te zijn om dit probleem op een logische en efficiënte manier te benaderen, en dus heb ik ervoor gekozen om tegen te stemmen.

 
  
  

- Verslag-Stockmann (A6-0217/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) De instelling van het tweede Marco Poloprogramma is een belangrijke stap, omdat het de toekenning garandeert van noodzakelijke financiële middelen voor maatregelen ter vergroting en verbetering van de milieuprestaties van het vrachtvervoerssysteem.

Het voorstel komt voort uit de evaluatie van het Marco Poloprogramma, waaruit bleek dat de doelstellingen van het eerste Marco Poloprogramma tot dusverre slechts voor 64 procent zijn bereikt, een getal dat heel wat lager ligt dan beoogd.

Het is te hopen dat de financiële voorwaarden voor het nieuwe Marco Poloprogramma beter zullen zijn, zodat de gestelde doelstellingen gehaald kunnen worden. Hieronder vallen nu ook projecten op het gebied van 'snelwegen op zee' en projecten in het kader van maatregelen om de congestie in het wegverkeer te verminderen.

Ik ben van mening dat dit programma, dat erop gericht is een shift te realiseren van het internationale goederenvervoer over de weg naar de korte vaart, het spoorvervoer en de binnenvaart, over alle noodzakelijke middelen moet kunnen beschikken om de congestie in het wegverkeer te verminderen, de vervuiling terug te dringen en het verkeerssysteem efficiënter en duurzamer te maken.

 
  
  

- Verslag-Duchoň (A6-0220/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Jeggle (PPE-DE), schriftelijk. (DE) Het verslag van de Commissie vervoer en toerisme heeft onvoldoende oog voor het werkelijke belang dat het spoorwegvervoer heeft bij een beter gebruik van het spoorwegennet.

De infrastructuurbeheerders moeten worden verplicht om in hun jaarlijkse dienstregeling voldoende reservecapaciteit achter de hand te houden voor ongeregeld vervoer. Door infrastructuurbeheerders ex ante deze verplichting op te leggen, kunnen zij niet naar eigen inzicht handelen als er tijdig over een dergelijke maatregel moet worden beslist. Het oorspronkelijke Commissievoorstel is daarmee zelfs nog verder aangescherpt, want de reservecapaciteit dient als waarborg voor voldoende kwaliteit van de tracés van het internationaal gefaciliteerde goederenvervoer.

Het is onmogelijk om op basis van de dienstregeling bij benadering aan te geven, hoeveel van de aanvragen van spoorwegbedrijven voor extra treinpaden ook daadwerkelijk worden gehonoreerd. Het gaat hier om capaciteit die bij het opstellen van de dienstregeling niet is meegenomen, met als gevolg dat treinpaden die op een later moment worden aangemeld niet kunnen worden gehonoreerd. Wanneer goederenvervoerders de toch al beperkte netwerkcapaciteit niet gebruiken, gaat deze ten koste van alle gebruikers verloren. In plaats van het eigenlijke doel – beter gebruik van de bestaande capaciteit – zou met deze regeling precies het tegendeel worden bereikt.

Om de negatieve effecten op het passagiersvervoer en op het kort van tevoren aanvraagde goederenvervoer te beperken, moet er een regeling komen die aan infrastructuurbeheerders zelf de ruimte laat om te beslissen of een dergelijke maatregel, gelet op de belangen van het passagiersvervoer per spoor, opportuun is, dan wel om te bepalen op welke manier het beste kan worden beantwoord aan de behoeften van het goederenvervoer per spoor.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. − Steeds meer grensoverschrijdend goederenvervoer over de lange afstand is verschoven van het spoor naar de weg. Belangrijke redenen hiervoor zijn dat steeds meer autosnelwegruimte is aangelegd, dat rechtstreekse spooraansluitingen naar bedrijven zijn opgeheven en dat het wegvervoer naar verhouding steeds goedkoper is geworden. Die oorzaken worden meestal vergeten. Alle aandacht gaat uit naar twee andere redenen. De ene is dat de coördinatie tussen spoorwegbedrijven in de verschillende lidstaten tekortschiet, waardoor goederenwagons nodeloos lang moeten wachten voordat ze worden gekoppeld achter een locomotief die ze verder brengt. Daarvoor bestaat nu al een oplossing in de vorm van shuttle-treinen met een vaste dienstregeling.

Het andere kritiekpunt is dat dit vervoer traag is omdat het moet wachten op passagierstreinen die voorrang krijgen. Het verslag-Duchoň was erop gericht die voorrang voor het passagiersvervoer af te schaffen. Op drukke trajecten kan dit betekenen dat de EU de verplichting oplegt om vaste uurdienstregelingen te doorbreken door een aantal treinen te laten uitvallen. De kiezers zullen snel weten dat ze deze verslechtering aan Europa te danken hebben. In plaats van een beperking van het passagiersvervoer is er een oplossing voor de knelpunten en capaciteitstekorten op het spoor nodig. Het is goed dat de tekst hierover is afgezwakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Op dit moment vindt het goederenvervoer vooral plaats over de weg, terwijl het vervoer per spoor, via het water en per vliegtuig afneemt. In tijden van steeds krapper wordende marges en een extreme concurrentiedruk zorgen de inhaalmanoeuvres van oververmoeide vrachtwagenschauffeurs met een te zware lading voor levensgevaarlijke verkeerssituaties. Het steeds verder inzakkende goederenvervoer over de weg brengt niet alleen een onaanvaardbaar grote kans op ongevallen met zich mee, ook de files, het lawaai en de milieuvervuiling die het veroorzaakt, zijn niet te verdragen.

Het is hoog tijd dat het vervoer eindelijk naar het spoor wordt verlegd. Om dat te bereiken, hebben we echter wel beter technische oplossingen nodig. Verder moeten er concepten worden bedacht om logistieke netwerken op elkaar af te stemmen en in organisatorisch opzicht aan elkaar te kunnen koppelen. Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat het op dit punt een stap in de goede richting zet.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) De vorming van een echte interne markt voor goederenvervoer per spoor is van groot belang voor de doelstellingen van het Europees beleid op het gebied van duurzaam vervoer. Dat wil zeggen: voor de toekomst van Europa en van het Europese vervoer. Het is ook van belang omdat de sector daarmee een integraal onderdeel gaat uitmaken van de maatregelen die moeten bijdragen aan het welslagen van de Strategie van Lissabon.

Het goederenvervoer per spoor is ook een uiterst belangrijke factor binnen het geheel van alle transportvormen.

De vorming van een Europees spoorwegnet, waarop treinen het goederenvervoer onder goede condities kunnen uitvoeren en gemakkelijk van het ene nationale spoorwegnet op het andere kunnen overschakelen, zal naar verwachting leiden tot een verbetering van het gebruik van de infrastructuur en een versterking van het concurrentievermogen van het goederenvervoer.

Ik vind het van vitaal belang dat er steun wordt gegeven aan maatregelen die gericht zijn op het verbeteren van de situatie van het goederenvervoer per spoor, zodat de sector volledig wordt geïntegreerd in het toekomstige Europese vervoersnetwerk.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Simpson (PSE), schriftelijk. (EN) Ik wil de rapporteur en de Europese Commissie gelukwensen met hun moed bij hun poging om goederenvervoer per spoor in de gehele EU te prioriteren.

Persoonlijk had ik liever een radicaler voorstel gehad, een voorstel waarin wordt gezorgd voor een strategie met voorrangssporen op sommige trajecten en een erkenning van de rest van de spoorwegsector dat goederenvervoer per spoor belangrijk is en moet worden ontwikkeld en ondersteund.

Er zijn twee dingen die goederenvervoer per spoor in Europa tegenwerken. Ten eerste het echte gebrek aan interoperabiliteit, met name bij seinen, en ten tweede, de spoorwegindustrie zelf – met name passagiersvervoerders en infrastructuurbeheerders die samenspannen om ervoor te zorgen dat goederenvervoer per spoor achteraan in de rij komt wanneer het gaat om het toewijzen van rijpaden en het maken van dienstregelingen.

Dit verslag is in ieder geval een begin om dat handige verstandshuwelijk dat nu bestaat, te beëindigen, en exploitanten van goederenvervoer per spoor ten minste een kans te geven om hun onderneming te ontwikkelen.

Als we deze status quo laten voortbestaan, zal er over twintig jaar geen goederenvervoer per spoor meer plaatsvinden. We moeten nu iets doen om ervoor te zorgen dat goederenvervoer per spoor levensvatbaar, aantrekkelijk en competitief blijft, anders lukt het ons nooit om het goederenvervoer van de weg af te krijgen.

 
  
  

- Verslag-Bowis (A6-0233/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik juich het werk toe van mijn collega John Bowis aan dit dossier, dat een mijlpaal is op het gebied van patiëntenrechten. De Britse conservatieven ondersteunen patiëntenmobiliteit binnen de EU en zien het als een manier om de voorziening van volksgezondheidszorg te verbeteren.

Het is wellicht interessant om te weten dat dit vraagstuk voor het eerst in de belangstelling kwam wegens een geval bij het nationale gezondheidsstelsel van het Verenigd Koninkrijk, de NHS (National Health Service). Een vrouw besloot om naar Frankrijk te reizen voor een nieuwe heup omdat haar lokale gezondheidsdienst haar te lang liet wachten, en terug thuis kreeg zij daarvoor geen vergoeding. Zij maakte haar zaak aanhangig bij Europees Hof van Justitie, dat bij zijn uitspraak een belangrijk beginsel stelde: patiënten hebben het recht om naar een andere EU-lidstaat te reizen voor behandeling en deze vervolgens vergoed te krijgen door hun nationale volksgezondheidsdienst.

Ik ben geen fan van het Europees Hof van Justitie, dat een belangrijke rol speelt in de voortdurende groei van nieuwe bevoegdheden van de EU, maar deze uitspraak was enorm belangrijk. Ik hoop dat vele van de kiezers uit mijn kiesdistrict die zwaar teleurgesteld zijn door het wanbestuur van de NHS door de Labourregering, kunnen profiteren van de ideeën uit dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Ferreira (PSE), schriftelijk. – (FR) Ik heb tegen het verslag over grensoverschrijdende gezondheidszorg gestemd, omdat het niet beantwoordt aan de EU-doelstelling inzake een hoog niveau van de gezondheidszorg, overeenkomstig artikel 152 van het Verdrag, en aan de vraag van de Europese burgers om een kwalitatief hoogstaande en veilige gezondheidszorg in hun directe omgeving te kunnen krijgen.

De voorafgaande toestemming wordt in het verslag niet tot vaste regel verheven voor de mogelijkheid zich in een andere lidstaat van de EU te laten behandelen. Voorafgaande toestemming maakt het mogelijk het financiële evenwicht van de socialezekerheidsstelsels te beheersen, en biedt patiënten gegarandeerde voorwaarden voor terugbetaling en de informatie die zij nodig hebben, voordat zij zich in een buitenlands ziekenhuis laten behandelen.

Daarnaast is het niet aanvaardbaar om een verbetering van de kwaliteit van de gezondheidszorg te willen bereiken door zorgaanbieders met elkaar te laten concurreren, of om het vrij verkeer van patiënten tot grondbeginsel te verheffen: dit vrije verkeer hangt in de allereerste plaats af van hun gezondheidstoestand.

De aangenomen amendementen zijn te onnauwkeurig, waardoor de weg wordt vrijgemaakt om problemen door het Hof van Justitie van de EU te laten oplossen.

Door deze richtlijn wordt de ongelijkheid op het gebied van gezondheidszorg tussen de Europese burgers alleen maar versterkt, want alleen degenen die de zorgkosten kunnen voorschieten, zullen kwalitatief hoogstaande gezondheidsdiensten kunnen kiezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het is ernstig dat het verslag is aangenomen zonder de grondslag ervan, artikel 95, te wijzigen, waardoor de gezondheidszorg in de interne markt wordt gezien als handelswaar, hetgeen onacceptabel is. Het was om die reden beter geweest als het voorstel van de Commissie was afgewezen, zoals wij hebben bepleit. Helaas is ons standpunt niet door een meerderheid overgenomen.

Daardoor wordt in het kader van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg niet de exclusieve bevoegdheid gewaarborgd van de lidstaten ten aanzien van besluitvorming over de organisatie en financiering van hun gezondheidszorgstelsel. Daaronder valt ook hun bevoegdheid ten aanzien van de invoering van een systeem voor voorafgaande toestemming voor de vergoeding van de kosten van in een andere lidstaat verleende zorg.

Noch het recht van burgers op gezondheidszorg, noch de rechten van de beroepsgroep in de betreffende sector zijn gewaarborgd. Wat nodig was geweest, was het vergroten van de solidariteit en de coördinatie tussen de sociale zekerheidsstelsels van de verschillende lidstaten van de Europese Unie, door de toepassing en verbetering van de rechten van gebruikers van de gezondheidszorg en door beter in te gaan op de behoeften van deze gebruikers.

Om al deze redenen hebben wij tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Christa Klaß (PPE-DE), schriftelijk. (DE) Ik heb vóór de richtlijn betreffende de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg gestemd, want zij biedt patiënten meer rechtszekerheid. Vooral in de grensregio's van de Europese Unie, waaronder mijn geboortestreek in de "Grande Région" van Duitsland, België, Luxemburg en Frankrijk, alsook voor plattelandsgebieden met te weinig medische voorzieningen, levert het vergroten van de patiëntenmobiliteit een belangrijke bijdrage aan een betere en efficiëntere gezondheidszorg.

De Duitse gezondheidszorgsector heeft baat bij de grensoverschrijdende patiëntenmobiliteit als patiënten uit andere EU-lidstaten in toenemende mate gebruik gaan maken van onze hoogwaardige medische diensten, bijvoorbeeld op het gebied van revalidatie. Maar de soevereiniteit van de lidstaten moet wel worden geëerbiedigd. De lidstaten blijven zelf verantwoordelijk voor hun medische voorzieningen en voor de organisatie van hun eigen zorgstelsel. Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel mag de richtlijn alleen een regeling treffen voor de terreinen die te maken hebben met grensoverschrijdende patiëntenmobiliteit. Er mag niet worden getornd aan de hoge kwaliteits- en veiligheidsnormen die we in Duitsland hebben. De lidstaten hebben goede redenen om zich aan bepaalde ethische normen te houden, bijvoorbeeld op het gebied van kunstmatige bevruchting, DNA-analyse en stervensbegeleiding. Deze normen mogen niet ter discussie worden gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik ben blij met de doelstellingen van dit verslag, die erop gericht zijn gezondheidszorg aan patiënten in een andere lidstaat dan hun eigen lidstaat te vergemakkelijken en de procedures voor terugbetaling na de behandeling, die op dit moment in de Europese wetgeving ontbreken, te verhelderen. Veilige, effectieve en kwalitatief hoogstaande gezondheidsdiensten zouden dus met behulp van samenwerkingsmechanismen tussen de lidstaten voor alle Europese burgers toegankelijk moeten worden.

Ik wil niettemin de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten benadrukken als het gaat om de organisatie en de financiering van de gezondheidszorgstelsels. De voorafgaande toestemming voor een ziekenhuisbehandeling is een absoluut noodzakelijk instrument om dit sturende vermogen te kunnen uitoefenen. Het spreekt vanzelf dat bij de uitoefening van dit recht het evenredigheidsbeginsel, het noodzakelijkheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel moeten worden geëerbiedigd.

Wat de rechtsgrondslag betreft, pleit ik voor een dubbele rechtsgrondslag om te waarborgen dat de nationale bevoegdheden in acht worden genomen. Het voorstel van de Commissie bevatte namelijk tal van pogingen om op dit gebied via een achterdeur binnen te komen.

In de definitieve tekst moet een billijk evenwicht worden gevonden tussen de rechten van patiënten en de nationale bevoegdheden van de lidstaten in de gezondheidszorgsector.

 
  
MPphoto
 
 

  Linda McAvan (PSE), schriftelijk. (EN) Namens de delegatie van de Britse Labourpartij in het Europees Parlement juich ik vele van de positieve aspecten toe van het verslag van het Parlement voor een richtlijn betreffende grensoverschrijdende gezondheidszorg. We ondersteunen met name de amendementen die duidelijk maken dat nationale regeringen volledig verantwoordelijk blijven voor het organiseren van hun nationale gezondheidsstelsels en het vaststellen van de regels voor behandeling.

We blijven er echter bezorgd over dat de regels zoals die zijn opgesteld, niet duidelijk genoeg zijn. Patiënten die naar een ander EU-land reizen voor behandeling moeten weten of zij de behandeling vergoed krijgen en alle nodige informatie hebben over het type en de kwaliteit van de gezondheidszorg in het gastland. De Labourdelegatie roept er daarom toe op dat de richtlijn duidelijk moet maken dat lidstaten een systeem van voorafgaande toestemming kunnen implementeren. We ondersteunen een duale rechtsgrondslag van artikel 152 en artikel 95 zodat gezondheidsvraagstukken, en niet zorgen om de interne markt, de prioriteit hebben. De Labourdelegatie heeft zich van de eindstemming onthouden om aan te geven dat deze twee problemen in de tweede lezing aan de kaak moeten worden gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Arlene McCarthy (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb mij onthouden van stemming over dit verslag omdat het onvoldoende garantie biedt voor de bescherming van de integriteit en de financiering van het Britse nationale gezondheidszorgstelsel, de NHS (National Health Service), en het ook geen zekerheid of duidelijkheid zal bieden voor de minderheid van patiënten die het kunnen betalen om gebruik te maken van gezondheidszorg in een andere EU-lidstaat.

De leden van het Europees Parlement van de Britse conservatieve partij hebben slechts één doel in gedachten met hun voorstel om hun in diskrediet geraakte systeem van gezondheidsvouchers te herintroduceren via de Europese achterdeur; als hun voorstellen zouden worden aangenomen, zouden de rijkeren vouchers krijgen om NHS-geld buiten het Verenigd Koninkrijk uit te geven aan privébehandelingen in de rest van Europa. Belastingbetalers verwachten dat hun geld wordt geïnvesteerd in de NHS zodat er betaald kan worden voor gezondheidszorg in eigen land, en niet wordt weggestuurd naar andere gezondheidsstelsels in de EU. Het is geen verrassing dat Europees Parlementslid Dan Hannan van de conservatieven pasgeleden nog een geprivatiseerde aanpak van gezondheidszorg bepleitte.

In een recent debat over grensoverschrijdende betalingen voor gezondheidszorg tussen Groot-Brittannië en Ierland zei de schaduwminister voor gezondheidszorg Andrew Lansley dat de middelen van de NHS altijd kostbaar zijn. Hij veroordeelde tevens de betaling van 180 miljoen GBP aan NHS-geld aan Ierland. De conservatieven hebben echter ons voorstel voor een duidelijk systeem voor voorafgaande toestemming niet gesteund, terwijl dat cruciaal is om de kostbare NHS-middelen en -diensten te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Ik heb tegen het verslag-Bowis en tegen het voorstel van de Commissie gestemd. Uit de gekozen rechtsgrondslag blijkt namelijk dat de economische belangen en de teugelloze markt boven de rechten van patiënten op een betere en volledige gezondheidszorg komen. Met dit voorstel worden de bepalingen inzake het sociaal Europa en inzake solidariteit geheel onderuit gehaald en situaties teweeggebracht waarin alleen welgestelde mensen toegang zullen hebben tot grensoverschrijdende gezondheidszorg, waar zoveel reclame voor wordt gemaakt.

Met dit voorstel zullen de nationale gezondheidszorgstelsels worden afgebroken en patiënten gedwongen worden hun heil in het buitenland te zoeken. Gezondheidszorg valt onder de bevoegdheid van de lidstaten en dat moet zo blijven. Het is onaanvaardbaar gezondheidszorg te behandelen als handelswaar, in plaats van een openbaar goed. Bovendien wordt in de ontwerprichtlijn een systeem voor kostenvergoeding voorgesteld dat geheel overbodig is. Vergoeding van kosten voor gezondheidszorg is al sinds 1971 geregeld met de verordening betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM), schriftelijk. (EN) Ik heb mij onthouden van stemming over dit verslag, omdat ik meer dan wat dan ook wil dat patiënten de behandeling krijgen die zij zo dringend nodig hebben. De kwestie van voorafgaande toestemming baart mij echter zorgen. Voorafgaande toestemming in deze richtlijn is een verloochening van de rechten van patiënten. Juist hierom stapten patiënten naar de rechter, en de gerechtelijke uitspraken zijn de reden dat we hier vandaag zijn om over grensoverschrijdende gezondheidszorg te stemmen. Door voorafgaande toestemming in deze richtlijn op te nemen zijn we weer terug bij af. Sterfte op basis van woonplaats zal de regel blijven en patiënten zullen dezelfde obstakels tegenkomen als nu wanneer zij toestemming vragen om te reizen voor een behandeling.

Ik betreur het ook ten zeerste dat dit verslag niet voorziet in een rechtsgrondslag die de gezondheid van patiënten vooropstelt. In plaats daarvan was het een gemiste kans waarbij de gezondheid van patiënten wordt gebruikt als een product om winst mee te genereren.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. (EN) De belangrijkste amendementen over voorafgaande toestemming zijn verworpen. Deze amendementen waren essentieel voor het behoud van de NHS in Schotland en het gehele Verenigd Koninkrijk. We hebben de stemming verloren over de twee rechtsgrondslagen, die het mogelijk zouden hebben gemaakt om volksgezondheid op te nemen, zodat de interne markt niet de enige rechtsgrondslag vormt. Vanwege het verlies van deze twee belangrijke punten en het feit dat dit de eerste lezing is, had ik geen andere keuze dan mij te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE-DE), schriftelijk. − Patiëntenmobiliteit is een feit maar de nodige rechtszekerheid voor de patiënten en de zorgverzekeraars is er nog niet. Daarom is het voorstel van de Commissie voor een richtlijn een goede zaak. Ik waardeer dan ook de inspanningen van collega Bowis om in dit aartsmoeilijke dossier tot een compromis te komen. Dankzij zijn inspanningen werden substantiële verbeteringen in het Commissievoorstel aangebracht. Toch heb ik het eindverslag niet kunnen steunen, omdat twee punten die verband houden met de bevoegdheid van de lidstaten om hun gezondheidszorgstelsel te organiseren en te financieren, niet werden opgenomen.

Wij hebben ervoor gepleit om een wettelijke basis in te bouwen die lidstaten toestaat om aan buitenlandse patiënten de werkelijke kostprijs te berekenen en ze te laten meebetalen voor de zorg die ze in ons land ontvangen. Voorts zijn we er steeds voorstander van geweest dat lidstaten, in bepaalde omstandigheden, patiënten kunnen weigeren, bijvoorbeeld bij dreigende wachtlijsten. Vooral voor België, een klein land met een relatief grote instroom van buitenlandse patiënten, is dit van belang.

De tekst zoals die vandaag in de plenaire vergadering is aangenomen, biedt hiervoor onvoldoende garanties. Om deze redenen heb ik me bij de eindstemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Het volksvijandige beleid van de EU en de bourgeoisieregeringen tast de openbare gezondheidszorg aan, met alle gevolgen van dien: groot ongerief voor patiënten en wachtlijsten, tekorten in diverse diensten, extra lasten, geen gezondheidszorg voor niet-verzekerden en immigranten, enzovoort.

De aanzienlijke beperking van de sociale prestaties, de commercialisering en verdere privatisering van de gezondheidsstelsels en de aanval op de socialezekerheidsrechten zijn koren op de molen van de grote concerns, die enorm verdienen aan de zeer winstgevende gezondheidssector.

Met de richtlijn betreffende patiëntenmobiliteit wordt de totstandbrenging van een gemeenschappelijke gezondheidsmarkt beoogd en de toepassing van de in het Verdrag van Maastricht opgenomen vrijheden en mobiliteit van patiënten en gezondheidswerkers. Het doel hiervan is de commercialisering van de gezondheidzorg te verankeren in de wetgeving.

De vergoeding van een deel van de in het buitenland gemaakte verpleegkosten is een valstrik en bedoeld om het volk over te halen in te stemmen met de commercialisering, met de totstandbrenging van patiënten ´van meerdere snelheden´ en met klassendiscriminatie bij het recht op leven.

Om patiëntenrechten te kunnen waarborgen is een uitsluitend openbaar en gratis gezondheidsstelsel nodig, een stelsel dat voldoet aan eenieders behoeften aan gespecialiseerde en niet-gespecialiseerde gezondheidszorg, ongeacht iemands financiële situatie en verzekeringstoestand. Alleen met een dergelijk systeem – dat alleen door de volksmacht binnen een volkseconomie tot ontwikkeling kan worden gebracht – kan toereikende en kwalitatieve dienstverlening en een efficiënte bescherming van de gezondheid en het leven van de werknemers worden verzekerd.

 
  
  

- Verslag-Sartori (A6-0239/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Ik heb voor gestemd.

Sectorstudies hebben uitgebreid aangetoond dat 10-12 procent van de patiënten die naar het ziekenhuis gaan voor behandeling van een aandoening, ziek wordt als gevolg van een ziekenhuisinfectie. Omgezet in cijfers zijn deze percentages nog schrikbarender: volgens berekeningen hebben in de Europese Unie ongeveer 5 miljoen patiënten een ziekenhuisinfectie opgelopen.

Ik grijp terug op de interventie van mijn collega, mevrouw Sartori; veiligheid en doeltreffendheid van de gezondheidszorg kunnen worden verbeterd door een programma op te stellen dat voornamelijk rekening houdt met de volgende essentiële punten: 1) het aanstellen van meer verpleegkundigen die gespecialiseerd zijn in de preventie van infecties; 2) het opzetten van cursussen voor personeel in de gezondheidszorg en de paramedische sector, waarbij voornamelijk aandacht wordt geschonken aan ziekenhuisinfecties en de resistentie tegen antibiotica van de virussen die deze infecties veroorzaken; 3) het mogelijk maken van nieuwe ontdekkingen die voortkomen uit onderzoek naar deze ziekten.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het voorstel over patiëntveiligheid gestemd. Hoewel de medische zorg in Europa sterk verbeterd is dankzij de vooruitgang in de medische wetenschap, kunnen medische verrichtingen in sommige gevallen schade toebrengen aan de gezondheid van de patiënt. Sommige van de ongewenste en vermijdbare effecten worden veroorzaakt door medische fouten of door infecties die tijdens de behandeling worden opgelopen.

Dit verslag bevat enkele belangrijke voorstellen: betere informatie-inzameling op plaatselijk en regionaal niveau; betere voorlichting van patiënten; ruimere aanwezigheid van verpleegsters of verplegers die gespecialiseerd zijn in het tegengaan van infecties; bevordering van de opleiding en scholing van gezondheidswerkers en paramedisch personeel; meer aandacht voor ziekenhuisinfecties. Maatregelen waar ik volledig achter sta.

 
  
  

- Verslag-Trakatellis (A6-0231/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (UEN), schriftelijk. (EN) Ik ben blij met het voorgestelde initiatief om de gezondheidszorg te verbeteren voor mensen die aan zeldzame ziekten lijden. Vanwege de specifieke aard van ziekten zoals zeldzame kankersoorten, auto-immuunziekten en vergiftigings- en infectieziekten, zijn hiervoor onvoldoende kennis en middelen beschikbaar, maar er zijn 36 miljoen EU-burgers die aan dit soort ziekten lijden.

Een betere samenwerking tussen specialisten en onderzoekscentra in heel Europa en uitwisseling van informatie en diensten is een vanzelfsprekende manier voor de Europese Unie om haar inwoners bij te staan. Het is een directe manier om u te laten profiteren. Dit voorstel spoort lidstaten aan om nieuwe centra en opleidingen op te zetten om het potentieel van wetenschappelijke bronnen over zeldzame ziekten te maximaliseren en samen te werken met bestaande onderzoekscentra en netwerken voor informatie over ziekten. Ik ondersteun deze maatregelen en moedig meer samenwerking tussen de lidstaten aan, zodat er meer mobiliteit van patiënten en experts mogelijk is om u, de burger, van dienst te zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór het verslag over zeldzame ziekten gestemd, omdat ik gecoördineerd optreden op het gebied van zeldzame ziekten, op Europees en op nationaal niveau, noodzakelijk vind. Hoewel zeldzame ziekten weinig voorkomen, zijn er in de hele Europese Unie toch miljoenen mensen die er aan lijden omdat er duizenden van dit soort ziekten bestaan.

Ik vind het van het allergrootste belang dat de activiteiten van onafhankelijke patiëntenorganisaties ondersteund worden, dat informatie over zeldzame ziekten toegankelijk wordt gemaakt, dat er deskundigencentra worden opgezet in de verschillende lidstaten, dat er opleidingen worden opgezet in de huidige centra en dat deskundigen en vakmensen worden gemobiliseerd. Er moeten voldoende middelen ter beschikking worden gesteld om onmiddellijk actie te kunnen ondernemen op het gebied van zeldzame ziekten.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik zal voor het verslag van de heer Trakatellis stemmen. Ik erken het feit dat er vele zeldzame ziekten zijn waarnaar geen onderzoek wordt gedaan, omdat medische instellingen een vorm van triage uitvoeren, waarbij zij hun verplichting negeren aan mensen die lijden aan ongebruikelijke ziekten waarvan weinig winst te verwachten valt, vergeleken met die winst die er mogelijk te halen valt uit algemene ziekten.

Dit is zeker van toepassing op zeldzame erfelijke genetische ziekten. Ik ben van mening dat we onderzoek op dit gebied moeten aanmoedigen door een deel van de onderzoekskosten te ondersteunen. Daarmee verklaar ik hier zelf een belang bij te hebben, omdat een van deze ziekten in mijn familie voorkomt.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Jeggle (PPE-DE), schriftelijk. (DE) Amendement 15 verlangt expliciet dat zeldzame erfelijke ziekten worden uitgeroeid via erfelijkheidsadvisering voor ouders die drager zijn van een dergelijke ziekte en via aan implementatie voorafgaande selectie van gezonde embryo's (PGD). Niet alleen is dit in strijd met het in Duitsland geldende recht. Het is met name ook de specifieke historische achtergrond van Duitsland die maakt dat het principieel onverteerbaar en bijzonder pijnlijk is om de selectie en uitroeiing van potentieel gehandicapten te eisen dan wel te adviseren, ook al gaat het om nog ongeboren leven.

Uit deze voorstellen en formuleringen spreekt op angstaanjagende wijze een volkomen gebrek aan respect voor de waarde van het menselijk leven, of het nu om zieke of om gezonde mensen gaat. Dit aanvullende amendement strekt er niet toe de therapeutische behandeling van zeldzame ziekten te stimuleren, maar beoogt in plaats hiervan de geboorte van zieke mensen te voorkomen.

Dit strookt niet met de geest en de inhoud van Europese en internationale verklaringen van de rechten van de mens. Een overtuigende Europese politiek zou zich eigenlijk ten doel moeten stellen om juist de zieken en de mensen die ziek dreigen te worden de helpende hand te bieden en zich niet moeten richten op een vroegtijdige selectie op basis van kwaliteitscriteria.

Het verslag en meer bepaaldelijk een aantal amendementen – met name amendement 15 – is niet te rijmen met mijn christelijke levensovertuiging. Om die reden heb ik tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Deze resolutie, die ik ondersteun, bevat vele vraagstukken. Ik kon echter niet het hele verslag steunen omdat er zaken in zijn opgenomen die naar ik meen een kwestie van subsidiariteit zijn, met andere woorden, die onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen, en daarom geen zaken zijn waarover het Europees Parlement een standpunt moet innemen. Het onderwerp eugenetische praktijken is zo’n onderwerp dat door de aanname van amendement 15 in deze resolutie is opgenomen. Ik was het niet eens met amendement 15. Dit onderwerp is een kwestie van subsidiariteit, en geen zaak voor de Europese Unie, die geen wetgeving maakt over eugenetische praktijken en dit ook niet zou moeten doen. Dus ik steun niet het hele verslag.

 
  
  

- Verslag-Audy (A6-0168/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard James Ashworth (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De Britse Conservatieven hebben de kwijting van de Europese begroting van 2007, afdeling III, Europese Commissie niet kunnen goedkeuren. We staan erop dat de parlementaire begroting waar voor het geld van de Europese belastingbetaler moet geven en daarom ondersteunen we het verslag van de rapporteur. We ondersteunen voornamelijk de kritiek van de rapporteur op het feit dat de Commissie er niet in is geslaagd om ervoor te zorgen dat Bulgarije en Roemenië fatsoenlijke standaarden op het gebied van financiële controle bereiken. We moeten er echter op wijzen dat de Europese Rekenkamer al veertien opeenvolgende jaren niet in staat is geweest om een betrouwbaarheidsverklaring zonder voorbehoud te geven voor de algemene Europese rekeningen. De Europese Commissie draagt de eindverantwoordelijkheid voor de rekeningen en daarom zullen wij niet afwijken van onze gewoonte om tegen het verlenen van kwijting te stemmen, totdat we werkelijke vooruitgang zien in de richting van het bereiken van een betrouwbaarheidsverklaring zonder voorbehoud van de Europese Rekenkamer.

 
  
MPphoto
 
 

  Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE), schriftelijk. − (RO) Samen met de Roemeense delegatie in de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten heb ik tegen het Verslag Jean-Pierre Audy over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007 gestemd, omdat amendement 13 niet is aangenomen. Het verslag van de Rekenkamer over het boekjaar 2007 behandelt alleen projecten van 2000-2006, omdat 2007 in wezen nog een voorbereidingsfase was voor de uitvoering van de programma's van 2007-2013. Daarom valt het effect van de nieuwe regels die voor de programmeringsperiode 2007-2013 zijn uitgevaardigd en die eenvoudiger en strakker zijn dan de regels die tot 2006 golden, nu nog niet te beoordelen.

Ik stel met nadruk dat procedures voor de uitvoering van de structuurfondsen, vooral de beheers- en controlesystemen, moeten worden vereenvoudigd. Onregelmatigheden van de zijde van de lidstaten zijn in zekere mate aan de gecompliceerdheid van het systeem toe te schrijven. Ik stel met nadruk dat de vereenvoudigingsmaatregelen die de Commissie bij de herziening van de verordeningen betreffende de structuurfondsen 2007-2013 heeft voorgesteld naar aanleiding van de huidige financiële crisis noodzakelijk zijn. Deze vereenvoudigingsprocedures zijn van cruciaal belang om de administratieve lasten op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau terug te brengen. Ik benadruk dat zulke vereenvoudigingsprocedures moeten bijdragen aan een verlaging van het foutenniveau in de toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Jeanine Hennis-Plasschaert, Jules Maaten, Toine Manders en Jan Mulder (ALDE), schriftelijk. − De VVD heeft tegen de kwijting aan de Europese Commissie gestemd. De VVD is van mening dat de Commissie te weinig vooruitgang heeft geboekt met het stimuleren van de invoering van de nationale verklaring in de lidstaten. Tot dusverre doen nog maar vier landen dat, waaronder Nederland. Daarnaast is de VVD van mening dat de Europese lidstaten nog steeds te veel fouten maken met de besteding van Europese gelden, zoals is gebleken uit de controles van de Europese Rekenkamer. De Rekenkamer gaf onder andere een afkeurende verklaring ten aanzien van plattelandsbeleid, cohesie- en structuurbeleid. De VVD vindt dat de controlesystemen op deze terreinen verbeterd moeten worden. De vooruitgang in de laatste vijf jaar was te gering.

 
  
MPphoto
 
 

  Rumiana Jeleva (PPE-DE), schriftelijk. (BG) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verlenen van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de EU-begroting voor 2007 gestemd.

Hier voeg ik echter wel aan toe dat ik tegen de passages in dit verslag heb gestemd waarin werd gepleit voor het opstellen van driemaandelijkse verslagen over het beheer van de middelen uit de structuurfondsen en het Cohesiefonds, met name wat Bulgarije en Roemenië betreft. Ik heb tegen gestemd omdat ik ervan overtuigd ben dat het in gevallen waarin we meer controle eisen, een goed idee is om die tegelijkertijd en in dezelfde mate uit te oefenen in álle lidstaten, en niet slechts in een of twee. Ik deel ook de bezorgdheid van het Parlement en de rapporteur, die aangeeft dat de middelen voor Bulgarije die door de Europese Commissie zijn geblokkeerd of ingetrokken, bijna 1 miljard euro belopen.

Zoals vermeld in het verslag zijn deze verliezen en blokkeringen hoofdzakelijk terug te voeren op onregelmatigheden op het gebied van de offerteaanvragen en de subsidiabiliteit van de kosten, de oneigenlijke besteding van middelen en een tekort aan administratieve capaciteit, naast andere redenen. Tot slot maak ik u deelgenoot van mijn bezorgdheid dat Bulgaarse burgers verstoken zullen blijven van instrumenten die de Europese solidariteit bevorderen en de tol zullen moeten betalen voor de fouten van hun regering, zonder dat ze daar zelf debet aan zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor de kwijting van 2007 voor de Europese Commissie gestemd, maar ik heb dat wel gedaan met enig voorbehoud.

Vijf jaar geleden beloofde voorzitter Barroso een vlekkeloos resultaat voor het einde van deze zittingsperiode, en daarmee doelde hij op begrotingscontrole en formele betrouwbaarheidsverklaringen. Ondanks dat er enige vooruitgang is geboekt, zijn er nog wel wat hiaten in dit proces.

Tot nu toe hebben 22 landen een jaarlijks overzicht ingediend om te voldoen aan de minimumvereisten van financiële regulering, maar ze zijn niet allemaal voldoende. Slechts 8 landen voldoen nu doordat ze een meer formele analyse of een betrouwbaarheidsverklaring hebben gegeven, en helaas hoort Ierland daar niet bij. We moeten ervoor zorgen dat er bij de kwijting van de begroting van 2008 aanzienlijk meer vooruitgang wordt geboekt.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandru Nazare (PPE-DE), schriftelijk. − (RO) De delegatie van de PD-L (Partidul Democrat-Liberal) binnen de PPE-DE-Fractie heeft tegen het Verslag Jean-Pierre Audy over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007 gestemd, dat verwijst naar het beheer van de Europese fondsen door Roemenië en Bulgarije.

Het Verslag over het verlenen van kwijting, dat verwijst naar onregelmatigheden bij het krijgen van toegang tot PHARE-fondsen vóór het jaar 2007, heeft de bepaling gehandhaafd met betrekking tot het opstellen van een speciaal verslag over het beheer van de communautaire fondsen in Roemenië en de maatregelen die zijn genomen in de strijd tegen de corruptie. Daarom heeft de PD-L-delegatie in het Europees Parlement tegen gestemd.

Dit speciale verslag is niet gerechtvaardigd nu er al een samenwerkings- en controlemechanisme bestaat dat in december door de Europese Raad is aangenomen. Het opstellen van een aanvullend rapport tast de geloofwaardigheid van het reeds functionerende samenwerkings- en controlemechanisme aan. Overigens bevestigt ook de reactie van de Europese Commissie, bij monde van woordvoerder Mark Gray, de nutteloosheid van een dergelijk stap, aangezien er al beproefde mechanismen voorhanden zijn om eventuele onregelmatigheden bij het beheer van gemeenschapsgelden op te sporen.

 
  
  

- Verslag-Søndergaard (A6-0153/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI), schriftelijk. − Ik heb tegen de kwijting gestemd omdat het Comité van de Regio's in zijn huidige gedaante door niemand serieus kan worden genomen. Onder meer door de onduidelijke definiëring van de term regio's is het Comité van de Regio's een uiterst heterogeen geheel waarin naast Europese naties ook bijvoorbeeld stedelijke agglomeraties vertegenwoordigd zijn. Zeer merkwaardig is ook het feit dat de regio's zich er sinds enige tijd gegroepeerd hebben tot politieke fracties zonder dat ze daarvoor enig democratisch mandaat van de kiezers gekregen hebben.

 
  
  

- Verslag-Fjellner (A6-0176/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De Britse conservatieven zijn tegen het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Ik betwist het idee dat de EU grondrechten kan verlenen en kan reguleren. Ik ben ook voornamelijk tegen het Handvest van de grondrechten omdat het is aangenomen door de EU ondanks dat geen enkele van de middelen die zijn bedoeld voor de implementatie van het Handvest, namelijk de Europese grondwet en het Verdrag van Lissabon, zijn geratificeerd.

Een agentschap opzetten dat het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie moest overzien was een enorme verspilling van belastinggeld en een exercitie in ijdelheid. Hetzelfde zou eigenlijk kunnen worden gezegd van veel van de EU-agentschappen, die het werk dat op nationaal niveau wordt gedaan, nog eens overdoen en onbeschaamd de federalistische agenda van de EU promoten. Veel mensen in mijn kiesdistrict voelen zich geschoffeerd door de bakken geld die worden verspild aan dit agentschap en aan andere agentschappen, zeker in tijden van economische crisis waarin zij steeds meer van hun geld opofferen aan belastingen voor het financieren van de spilzucht van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI), schriftelijk. − Ik heb tegen de kwijting gestemd, aangezien het Europees Bureau voor de grondrechten een overbodige instelling is, die zich bovendien vijandig opstelt tegenover het recht op vrije meningsuiting.

 
  
  

- Ontwerpresolutie (B6-0191/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. − (PT) Ik heb vóór de ontwerpresolutie gestemd over het aangaan van de uitdagingen van ontbossing en aantasting van bossen, omdat ik van mening ben dat ontbossing zeer ernstige en moeilijk omkeerbare milieuschade met zich meebrengt, zoals een verstoring van de waterhuishouding, woestijnvorming, gevolgen voor het klimaat en aantasting van de biodiversiteit.

Er moet meer samenhang komen tussen het behoud van de bossen en duurzaam bosbeheer en andere interne en externe beleidsterreinen van de EU. Daarom moet er een evaluatie komen van de gevolgen die het EU-beleid op het gebied van energie (met name biobrandstoffen), landbouw en handel heeft voor de bossen.

Ik vind het ook van het allergrootste belang dat aan ontwikkelingslanden substantiële financiële steun wordt gegeven om de tropische ontbossing tot staan te brengen. Het terugdringen van de ontbossing zal een belangrijke rol spelen in de beperking van en de aanpassing aan de klimaatverandering.

 
  
  

- Verslag-Savary (A6-0199/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Ik heb voor gestemd.

Het beheren van vervoer op grond van de vraag en de behoefte van burgers is een van de belangrijkste discussiepunten inzake het beleid van de Europese Unie. Het CIVITAS-programma (afgekondigd in 2002) is gericht op de bevordering van het op grote schaal verspreiden van stedelijk vervoer. In het Witboek "Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen" (gepubliceerd in 2001) wordt voorgesteld een betere stedelijke mobiliteit tot stand te brengen. Met het CIVITAS-programma en dit Witboek heeft de Commissie reeds een voorstel gedaan voor een daadwerkelijk actieplan om de kwaliteit van het Europese vervoer te optimaliseren. Zij heeft een systeem bedacht om de groeiende vraag naar mobiliteit geleidelijk los te koppelen van de economische groei, om zodoende milieuvervuiling op een min of meer doeltreffende manier in de hand te houden, zonder het behoud van de Europese productie uit het oog te verliezen. De Commissie, die kennis heeft genomen van de situatie, neemt het op zich om alle Europese burgers een vervoersnetwerk te garanderen dat tegelijkertijd doeltreffend en buitengewoon veilig is.

Wij moeten onze aandacht richten op de volgende punten: 1) het beschermen van de rechten en de plichten van passagiers; 2) het verhogen van de verkeersveiligheid; 3) het aanmoedigen van veiligheid; 4) het beperken van het vervoer over de weg om een eind te maken aan verkeersopstoppingen op de wegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Dit verslag van het Europees Parlement beoogt de huidige snelle groei van de steden en de concentratie van de Europese bevolking in stedelijke gebieden te analyseren, om een bijdrage te leveren aan de enorme hoeveelheid werk die op dit gebied nog verzet moet worden.

Met inachtneming van het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel, vind ik verschillende voorstellen die worden gedaan van groot belang.

Het meest relevante element van dit standpunt van het Parlement vind ik het feit dat de aandacht wordt gevestigd op het gebrek aan samenhang tussen de bestaande maatregelen en de tegenstrijdigheden die dit met zich mee kan brengen binnen de wetgeving, maar vooral ook in de uitvoering.

Ik onderschrijf de noodzaak van een samenhangende aanpak, waarin wordt gestreefd naar een optimaal gebruik van de verschillende vervoerswijzen in de stedelijke gebieden door de verbetering van de programmering. Ook steun ik de voortzetting van onderzoek en innovatie op dit gebied en ben ik voor de samenwerking van de Commissie met de lidstaten om daar waar nodig uitwisseling van informatie te stimuleren over beste praktijken in de verschillende landen. Tot slot wil ik de belangrijke rol onderstrepen van de Europese industrie bij het ontwikkelen van technologieën die kunnen bijdragen aan het verbeteren van het beheer, de veiligheid en de energie-efficiëntie van het stedelijk vervoer in de Europese steden.

 
  
  

- Verslag-Jensen (A6-0227/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Bedankt mijnheer de Voorzitter. Ik heb voor het verslag van mevrouw Jensen gestemd, dat een volledig beleidskader biedt en waarin de acties worden beschreven die nodig zijn voor een gecoördineerde toepassing van intelligente vervoerssystemen (ITS’en) op Europees niveau.

Verkeersopstoppingen, een verhoogde CO2-uitstoot en dodelijke verkeersslachtoffers zijn de belangrijkste problemen die het Europees vervoer het hoofd moet bieden. Ik ben van mening dat een ITS een essentieel instrument is om het vervoer efficiënter, veiliger, betrouwbaarder en milieuvriendelijker te maken en zodoende bijdraagt aan de ontwikkeling van duurzame mobiliteit voor burgers en de economie.

Ik deel de mening dat ITS’en de levensomstandigheden van de Europese burgers kunnen verbeteren, bijdragen aan een betere verkeersveiligheid en de uitstoot van schadelijke stoffen en milieuvervuiling terugdringen. Ik ben er stellig van overtuigd dat intelligente vervoerssystemen het verkeer efficiënter zullen maken, waardoor het verkeer afneemt.

Ondanks dat er diverse toepassingen zijn ontwikkeld of zijn ingevoerd voor verschillende vervoerswijzen (per spoor, over zee en door de lucht) bestaat er voor vervoer over de weg nog geen samenhangend Europees kader.

 
Laatst bijgewerkt op: 19 augustus 2009Juridische mededeling