Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2565(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B6-0183/2009

Debatten :

PV 23/04/2009 - 16
CRE 23/04/2009 - 16

Stemmingen :

PV 24/04/2009 - 7.24
CRE 24/04/2009 - 7.24
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0332

Debatten
Donderdag 23 april 2009 - Straatsburg Uitgave PB

16. Consolidatie van stabiliteit en welvaart in de Westelijke Balkan - Situatie in Bosnië-Herzegovina (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de gecombineerde behandeling van het verslag (A6-0212/2009) van Anna Ibrisagic, namens de Commissie buitenlandse zaken, over de consolidatie van stabiliteit en welvaart in de Westelijke Balkan [2008/2200(INI)], en van de verklaringen van de Raad en de Commissie over de situatie in Bosnië-Herzegovina.

 
  
MPphoto
 

  Anna Ibrisagic, rapporteur. − (SV) Mevrouw de Voorzitter, het is nu bijna vijftien jaar geleden sinds het einde van de oorlog in Bosnië en nagenoeg tien jaar geleden toen de bommencampagne van de NAVO Servische strijdkrachten dwong om Kosovo te verlaten. In december van dit jaar zal het tevens zeventien jaar geleden zijn dat ik zelf als vluchteling naar Zweden kwam uit een oorlog die mijn vroegere thuisland in brand zette, en die bittere vijanden van Bosniërs, Kroaten en Serviërs maakte, die voorheen als buren hadden samen geleefd. Het feit dat noch Bosnië, noch Kosovo, noch één van de andere landen van de Westelijke Balkan sindsdien weer in oorlogen terugvielen, hebben wij geheel aan de EU en de NAVO te danken. Maar ook nadat het wapengeweld is gestopt, leeft de erfenis van de oorlog in de politiek en in de samenleving van de regio voort. De enige mogelijkheid die er voor deze mensen in deze landen is om met hun verleden in het reine te komen, is om verder te gaan op de uitgezette weg naar het EU-lidmaatschap. Alleen door vrije wil en dwang die de centrale dynamiek in het toetredingsproces vormen, kunnen de regeringen van die landen zich focussen op het uitvoeren van het werk en de hervormingen die voor eens en voor altijd de stabiliteit en de welvaart op de Westelijke Balkan kunnen vastleggen.

In het verslag dat ik over dit thema heb geschreven, en waar het Europees Parlement morgen over zal stemmen, ga ik verder in op de verschillende initiatieven en projecten, waar de EU en haar lidstaten op een of andere manier bij betrokken zijn, om te proberen samenlevingen op te bouwen die klaar zijn voor de strenge eisen van het EU-lidmaatschap. Ik wil nu niet op de details van het verslag ingaan, maar er zijn twee kwesties die ik in het bijzonder wil benadrukken.

De eerste kwestie betreft het wezenlijke verschil tussen de landen in het uitbreidingsproces dat nu aan de gang is en de landen die zich tussen 2004 en 2007 aansloten. De landen op de Westelijke Balkan werden iets meer dan een decennium geleden geteisterd door een totale oorlog en door etnische zuiveringen. Gelukkig kan hetzelfde niet worden gezegd over Hongarije, Estland of Roemenië. Maar dat betekent ook dat de EU niet de gebruiksaanwijzing van vorige toetredingen kan kopiëren door deze op de Balkan toe te passen. Een voorbeeld hiervan dat ik in mijn verslag noem, betreft het verbod op het uitwijzen van verdachte misdadigers die in andere landen zijn aangeklaagd. Zulke verboden bestaan vandaag de dag in alle landen op de Balkan, maar de EU stelt in de huidige situatie geen eisen tot afschaffing van deze verboden. De reden hiervoor is dat dezelfde eisen niet aan landen als bijvoorbeeld Slowakije en Polen werden gesteld. Het zou duidelijk moeten zijn waarom deze analogie niet opgaat. Ik zou denken dat slechts uiterst weinig vermoedelijke oorlogsmisdadigers zich in Slowakije verborgen houden om hun straf te ontlopen, maar ik kan u vertellen dat het er in Servië of Bosnië beduidend meer zijn. Gerechtigheid kan de grondslag zijn waarop verzoening berust. Straffeloosheid is volstrekt onaanvaardbaar, en ik wil daarom de Commissie en de lidstaten oproepen om deze kwestie wederom aan de orde te stellen, om de landen in die regio de kans te geven maatregelen te treffen om deze verboden op een gecoördineerde manier af te schaffen.

De tweede kwestie die ik onder de aandacht wil brengen betreft het toetredingsproces, dat zoals gezegd enorm moeilijk en veeleisend is, en dat ook behoort te zijn. Stelt men geen strenge eisen en dringt men niet aan op de volledig nakoming ervan, dan bereikt men ook geen feitelijke resultaten. Als de eisen al zo streng zijn en zo moeilijk om na te komen, dan is wel het laatste wat wij moeten doen, de landen die lid willen worden een spaak in het wiel te steken, een spaak die niets te maken heeft met het vermogen van de landen om aan de lidmaatschapscriteria van de EU te voldoen.

Ik denk ook aan hen die beweren dat de EU al voltallig is en dus binnen afzienbare tijd niet meer leden kan opnemen. Maar ik wijs er in mijn verslag op dat er technisch gezien uitstekend kan worden doorgegaan met het opnemen van nieuwe lidstaten, zelfs als het Verdrag van Lissabon niet van kracht zou worden. Hier is echter politieke wil voor nodig, en het is de taak van mij en mijn collega’s in het Parlement om deze politieke wil te creëren.

 
  
MPphoto
 

  Petr Nečas, fungerend voorzitter van de Raad. − (CS) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren. Ik ben het Europees Parlement dankbaar voor het organiseren van deze buitengewoon belangwekkende discussie hier vanmiddag. Ik heb zowel het verslag van Anna Ibrisagic over de toekomstige stabiliteit en welvaart in de Balkan als de door Doris Pack opgestelde ontwerpresolutie over Bosnië-Herzegovina met buitengewone belangstelling gelezen. De Raad stemt in met een groot deel van het verslag en deelt veel van de opinies en zorgen die hier in verband met de situatie in Bosnië-Herzegovina te berde werden gebracht.

Om te beginnen zou ik meteen stil willen staan bij Bosnië-Herzegovina en wel omdat de stabiliteit van dit land van cruciaal belang is voor de toekomst van de Westelijke Balkan in zijn geheel, alsook omdat de huidige situatie ons nog altijd grote zorgen baart. De Raad heeft zich zowel bij de conceptie en tenuitvoerlegging van de strategie ter ondersteuning van de veiligheid en de integriteit van Bosnië-Herzegovina als bij de ondersteuning van de hervormingen die het land nodig heeft voor een welvarende, vredevolle toekomst, altijd buitengewoon actief opgesteld. Om die reden kan ik het niet eens zijn met de bewering dat de Raad onvoldoende aandacht zou hebben voor Bosnië-Herzegovina.

We weten allemaal dat we nog altijd met de gevolgen van de tragische gebeurtenissen in de jaren negentig van de vorige eeuw zitten waar ook mevrouw Ibrisagic over sprak. Bosnië-Herzegovina, een land dat decennialang bij uitstek het symbool was van vreedzaam samenleven van nationaliteiten, culturen en religies, werd toen het strijdperk van een vernietigend conflict. Het beleid van de Unie is er sinds die tijd op gericht te zorgen voor stabiliteit en verzoening door de hele Balkan een Europese toekomst in het verschiet te stellen. Desondanks zijn we nog steeds getuige van vaak hevige nationalistische retoriek die als enig doel heeft de etnische verschillen in Bosnië-Herzegovina te vergroten en nationale verzoening te voorkomen. De tijd heeft deze conflicten nog niet opgelost, noch heeft hij de wonden geheeld van de drie verschillende nationaliteiten van Bosnië-Herzegovina.

Het is echter verbazingwekkend te zien dat al deze nationalistische retoriek en opvattingen gepaard gaan met een door alle Bosnische gemeenschappen en hun politieke vertegenwoordigers gedeelde belangstelling voor een Europese toekomst voor hun land. De inwoners van Bosnië-Herzegovina willen gewoon een veiliger leven en welvaart. Ze willen gewoon verder en ze vertrouwen daarbij op de integratie van hun land in de Europese alsook andere structuren als zijnde de waarborg voor een stabiele toekomst. De politieke leiders van het land daarentegen hebben dan telkens wel hun mond vol van de toekomstige plaats van Bosnië-Herzegovina in de EU, uit hun daden valt hun engagement hiervoor maar moeilijk of geheel niet af te leiden. Met dit conflict tussen de belangstelling voor een Europese toekomst voor het land enerzijds en het nationalisme anderzijds loopt een naar binnen gekeerd en met zichzelf overhoop liggend Bosnië-Herzegovina het reële risico dat het - terwijl de rest van de Westelijke Balkan vooruitkomt - achterop blijft.

Gezien onze vrees dat het inderdaad een dergelijke kant opgaat met Bosnië-Herzegovina, staat dit land nog altijd bovenaan onze agenda en heeft het onze voortdurende aandacht. Bosnië-Herzegovina was en is onderwerp van intensieve besprekingen op alle niveaus in de Raad. De Commissie en het secretariaat van de Raad werken aan verdieping van de contacten met hun partners in dit land om het hele politieke proces op een hoger plan te brengen en Bosnië-Herzegovina te helpen in de pas te blijven met de rest van de regio. De lidstaten doen daar met eigen activiteiten op bilateraal niveau nog een schepje bovenop. Verder zijn we buitengewoon ingenomen met de aandacht van dit Parlement voor Bosnië-Herzegovina. Ook zou ik graag nog mijn erkentelijkheid willen uiten voor de steun van vele van de hier aanwezige afgevaardigden aan het brede scala activiteiten waarmee beoogd wordt van Bosnië-Herzegovina een stabiel en politiek volwassen land te maken.

De EU blijft zich inzetten voor een Europese toekomst voor de hele regio, dus ook voor Bosnië-Herzegovina. Dat neemt niet weg dat er, om aan alle criteria voor toetreding tot de EU te voldoen, nog veel werk verzet moeten worden. Dat betekent dat er een op consensus gebaseerde manier van werken ontwikkeld dient te worden en dat men bereid moet zijn tot verregaande veranderingen. Dit is niet van de ene op de andere dag voor elkaar te breien. Integendeel, het betekent niets meer en niets minder dan een volledige politieke, economische en maatschappelijke omschakeling.

Bosnië-Herzegovina dient verregaande wijzigingen aan te brengen aan zijn interne structuren en besluitvormingsprocessen. We zijn teleurgesteld over het feit dat er noch in de Bosnische raad van ministers, noch in het Bosnische parlement ook maar enige vooruitgang geboekt is. Het is allemaal vele malen minder dan zou moeten. De staatsinstellingen dienen dringend versterkt te worden en ook dienen zij beter werk te leveren om eindelijk tot echte resultaten te komen en tot daadwerkelijke vooruitgang bij de met de EU samenhangende programma’s. Dat is bitter hard nodig, want de Unie kan zich alleen met Bosnië-Herzegovina als één geheel bezighouden en niet met de samenstellende delen apart. Bovendien zijn de prioriteiten van het Europese partnerschap glashelder. De Unie is te allen tijde bereid een helpende hand te bieden, maar zij kan en wil de politici in Bosnië-Herzegovina het werk dat zij zelf te verrichten hebben, niet uit handen nemen.

Ondanks het feit dat er nog steeds nationalistische politieke programma's worden nagestreefd, zien wij ook wel dat het in Bosnië-Herzegovina wel degelijk mogelijk is om compromissen te sluiten en over bepaalde zaken tot overeenstemming te komen. Dat hebben wij eerder al meermalen kunnen zien, zoals bij de goedkeuring van de twee politiewetten die de weg bereidden voor de ondertekening van de stabilisatie- en associatieovereenkomst, of de oplossing van de Brcko-problematiek waarmee voldaan werd aan een van de voornaamste doelstellingen van de Vredesimplementatieraad. Maar ook in deze gevallen kwamen de vooruitgang en de overeenstemming pas op het allerlaatste moment tot stand onder verregaande druk van de internationale gemeenschap.

Dit vraagt dus om een veel volwassener houding. Het is van het allergrootste belang dat de plaatselijke politieke leiders zich verantwoordelijk opstellen, initiatief tonen en laten zien dat ze weten aan wie Bosnië-Herzegovina eigenlijk toebehoort en wie er daadwerkelijk verantwoordelijk is voor de toekomst van het land. De bevolking van Bosnië-Herzegovina verdient veel meer dan wat ze nu voor haar in de stembussen geworpen stembiljetten krijgt. Dit is overigens iets waaraan u als politici meer dan wie dan ook een steentje kunt bijdragen. Maar wanneer dit alles tot stand komt, wordt er ook verregaande vooruitgang geboekt wat betreft de aanwezigheid van de internationale gemeenschap in Bosnië-Herzegovina. Er moet per se iets veranderen. Zovele jaren na de ondertekening van de vrede moet Bosnië-Herzegovina nu eindelijk op eigen benen komen te staan en een punt zetten achter zijn protectoraatachtige manier van denken en een volwaardige betrouwbare staat worden. De stuurgroep van de Vredesimplementatieraad heeft met het oog hierop namens de internationale gemeenschap een lijst opgesteld met vijf doelstellingen alsook twee voorwaarden waaraan Bosnië-Herzegovina voldoen moet voor er überhaupt enige verandering tot stand kan komen. Het is echt een proeve van volwassenheid, eentje waar de EU volledig achter staat.

Deze 5+2-lijst is niet slechts een zoveelste opsomming van verdere voorwaarden, maar een zorgvuldig samengestelde lijst van fundamentele vereisten waaraan voldaan moet worden wil Bosnië-Herzegovina een moderne en volwaardige staat worden, een noodzakelijke voorwaarde ook om de aanwezigheid van het Bureau van de hoge vertegenwoordiger te beëindigen. Elk modern land heeft een behoorlijk functionerend rechtsbestel nodig, doeltreffende belastinginning, gelijke toegang tot het hoge gerechtshof voor alle burgers, alsook volstrekte duidelijkheid omtrent het staatsbezit.

We hebben bij vele gelegenheden onze ingenomenheid betuigd met het initiatief van de drie politieke leiders in november vorig jaar in Prud om zich gezamenlijk in te zetten voor de ontwikkeling van Bosnië-Herzegovina. Alle tot nog toe gesloten akkoorden hebben onze volledige steun en wij willen deze politieke spelers er dan ook zeker toe aanmoedigen verder te gaan op de ingeslagen weg, al helemaal met het oog op de volgende bijeenkomst van de Vredesimplementatieraad eind juni. We zijn met name van mening dat de nog niet opgehelderde kwesties met betrekking tot het staatsbezit wel degelijk kunnen worden opgelost en dat deze dus geen belemmering mogen vormen voor welke uitweg uit de huidige situatie dan ook. Initiatieven op politiek niveau vragen echter om brede steun. Daarom zou ik graag de samenleving van Bosnië-Herzegovina als geheel willen oproepen zich in te zetten voor het hervormingsproces. Met name de media zouden zich veel constructiever kunnen opstellen.

Het is duidelijk waar de EU naar streeft. Het is cruciaal dat de politieke leiders van Bosnië-Herzegovina nog intensiever samenwerken om zo de historisch gegroeide conflicten te boven te komen en om het land op de weg te zetten naar verdere integratie in Europa. De EU van haar kant blijft ten volste bereid het land daarbij te helpen. Verdere integratie in Europa is bovendien niet alleen van cruciaal belang voor Bosnië-Herzegovina zelf, maar ook voor de stabiliteit en veiligheid van de regio als geheel. Ik weet dat we bij dit proces kunnen rekenen op de steun van de leden van het Parlement en ik ben u allen, dames en heren, buitengewoon erkentelijk hiervoor.

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij dat de Westelijke Balkan deze week weer op de agenda staat van het Europees Parlement. De afgelopen jaren vond er een geleidelijke stabilisatie plaats in de regio, niet in de laatste plaats dankzij het Europees perspectief van de regio met als einddoel het EU-lidmaatschap – mits alle landen aan de voorwaarden voldoen. De onderhandelingen met Kroatië zijn aanzienlijk gevorderd. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië wacht als kandidaat op de start van de onderhandelingen, en we hebben een netwerk van stabilisatie- en associatieovereenkomsten opgezet. Kosovo is in alle belangrijke ontwikkelingen van dit jaar stabiel gebleven.

We mogen deze resultaten niet in gevaar brengen door enige vorm van zelfgenoegzaamheid of afleiding door andere zaken, die soms urgenter kunnen zijn. Veel mensen zullen vragen hebben over de uitbreiding van de EU te midden van een economische crisis, de discussies hierover zullen vermoedelijk verder oplaaien naarmate we de volgende verkiezingen van dit Parlement naderen.

Dat is begrijpelijk en ik voel mee in het leed van onze burgers als het gaat om hun toekomst, werkgelegenheid en welvaart. Tegelijkertijd mogen we de EU-uitbreiding niet als zondebok gebruiken voor zaken die hieraan niet te wijten zijn. We kunnen onze eigen binnenlandse economische en sociale problemen niet afschuiven op de EU-uitbreiding. Daarom dient er een publiek debat plaats te vinden op basis van juiste informatie zodat wij op dit gebied niet verslappen, maar verder komen.

Er zijn stemmen opgegaan voor consolidatie van de Europese Unie. Dat is precies wat wij de afgelopen jaren hebben gedaan sinds de hernieuwde consensus inzake de uitbreiding, die in december 2006 door de Europese Raad en door het Europees Parlement werd goedgekeurd. De kern van deze hernieuwde consensus is niet om nieuwe verplichtingen aan te gaan, maar om de bestaande verplichtingen te behouden en te respecteren. Met andere woorden, als de landen van de Westelijke Balkan aan de gestelde voorwaarden voldoen, kunnen zij de weg naar het lidmaatschap van de EU inslaan.

In deze context ben ik bijzonder verheugd over het verslag van mevrouw Ibrisagic. Hierin wordt terecht beklemtoond hoe belangrijk het is dat de Westelijke Balkan een Europese toekomst geboden wordt. Het is de belangrijkste motor achter de dringend noodzakelijke hervorming en stabilisatie van de Westelijke Balkan. Tien jaar na de verschrikkelijke gebeurtenissen in Kosovo moeten we ons opnieuw realiseren welke kracht het Europees perspectief biedt. Het draagt nog altijd bij aan de consolidatie van stabiliteit en vrede in een regio die in feite onze eigen voortuin is – niet achtertuin, maar voortuin.

We kunnen geen sabbatsverlof nemen van ons werk voor vrede en stabiliteit in Europa. Terwijl de institutionele hervorming van de Europese Unie gaande is, moeten we parallel daaraan blijven werken aan een zorgvuldig en geleidelijk toetredingsproces in de Westelijke Balkan, waardoor zowel de instellingen als het maatschappelijk middenveld daar worden versterkt.

De toetredingsonderhandelingen met Kroatië zijn tot voor kort goed verlopen. Om die reden stelde de Commissie in november 2008 een indicatieve routekaart voor om tegen het einde van 2009 de slotfase van de toetredingsonderhandelingen in te gaan, mits Kroatië aan de voorwaarden zou voldoen. Er moet nog steeds veel werk gedaan worden en tal van hervormingen moeten nog verder worden doorgevoerd door Kroatië. Helaas liggen de onderhandelingen op dit moment stil vanwege het grensgeschil tussen Kroatië en Slovenië. Dit is een bilaterale kwestie die de facto nu een Europees probleem geworden is.

Sinds januari heb ik in nauwe samenwerking met het Tsjechische voorzitterschap en het trio van de Tsjechische, Franse en Zweedse regering het initiatief genomen om te helpen bij het vinden van een oplossing. Het doel is om een oplossing te vinden voor het grensgeschil en tegelijkertijd de toetredingsonderhandelingen van Kroatië weer op gang te brengen. Dit proces is nog gaande en het heeft veel geduld en doorzettingsvermogen gevergd om de voortgang te waarborgen. Wij hebben gisteren een hele dag gesprekken gevoerd met de ministers van Buitenlandse Zaken van Slovenië en Kroatië en het landentrio. Ik wil erop vertrouwen dat wij snel vooruitgang zullen boeken en deze obstakels zullen overwinnen zodat de toetredingsonderhandelingen met Kroatië snel kunnen worden hervat.

Wat betreft de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, ik ben zeer ingenomen over het al met al positieve verloop van de presidents- en gemeenteraadsverkiezingen. De afgelopen maanden hebben we telkens opnieuw beklemtoond hoe belangrijk deze verkiezingen zijn voor de Europese toekomst van het land. Macedonië heeft positief gereageerd op onze boodschap en heeft zodoende bevestigd dat het bereid is verder te gaan in het toetredingsproces. Er moeten echter belangrijke hervormingen worden doorgevoerd. Nu is het tijd om de zeilen bij te zetten zodat wordt voldaan aan de voorwaarden voor het openen van de toetredingsonderhandelingen.

Ik wil Doris Pack bedanken voor haar ontwerpresolutie en ben blij dat wij vandaag, op een cruciaal moment, van gedachten kunnen wisselen over Bosnië en Herzegovina. Het afgelopen jaar hebben Bosnië en Herzegovina goede vorderingen gemaakt op het traject van Europese integratie, met name door ondertekening van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst en de inwerkingtreding van de interimovereenkomst. Ook tijdens de afgelopen maanden waren er positieve ontwikkelingen, zoals het Verdrag van Prud, vooruitgang in de Brcko-kwestie en stappen ter voorbereiding van de volkstelling in 2011. Verder loopt de uitvoering van de interim-SAO over het algemeen op schema.

Hoewel we streng moeten zijn als het gaat om de “5+2”-voorwaarden voor sluiting van het bureau van de hoge vertegenwoordiger, is het nu mogelijk dat hieraan de komende maand wordt voldaan. De recente stappen in het kader van de opstelling van een inventaris van staatseigendommen is in dit opzicht ook positief .

We mogen hier echter, net als in de rest van de regio, niet achteroverleunen. De hervorming is in het algemeen traag verlopen, ook als het gaat om de belangrijkste EU-prioriteiten, en er liggen nog steeds uitdagingen. De nationalistische retoriek is nog altijd duidelijk aanwezig en leidt tot onnodige politieke spanningen. Hier moet verandering in komen als Bosnië en Herzegovina hun Europese koers willen aanhouden en niet achterop willen raken bij hun buurlanden.

De Servische regering blijft zich inspannen voor de realisatie van haar Europese agenda, en er zijn de afgelopen tijd verschillende positieve ontwikkelingen geweest. Een essentieel punt is echter dat het land ook onder de toenemende negatieve gevolgen van de mondiale financiële crisis de belangrijkste hervormingsmaatregelen niet uit het oog verliest. Het proces van structurele aanpassing moet doorgaan en het land moet aan de verplichtingen voldoen, met name als het gaat om de rechterlijke macht en de rechtsorde.

We onderzoeken op dit moment of er manieren zijn om de gevolgen van de financiële crisis te verzachten, hierbij werk ik samen met mijn collega, Joaquín Almunia. We kijken bijvoorbeeld naar ons IPA-programma, waarbij we overwegen een deel van het nationaal totaalbedrag van 2009 om te zetten in rechtstreekse begrotingssteun, mede met steun van de internationale financiële instellingen.

Wij waarderen de voortdurende steun van het Parlement voor de inspanningen van de EU in Kosovo, dat nog steeds een Europese prioriteit is met een centrale betekenis voor de regionale stabiliteit. De Europese Raad heeft herhaaldelijk bevestigd dat Kosovo een Europees perspectief deelt samen met de rest van de Westelijke Balkan. De Raad heeft de Commissie verzocht communautaire instrumenten in te zetten ter bevordering van de economische en politieke ontwikkeling en om maatregelen in deze richting voor te stellen.

Dit najaar zal de Commissie hierover een studie presenteren. We zullen onderzoeken hoe Kosovo als onderdeel van de grotere regio kan toewerken naar integratie in de Europese Unie in het kader van het stabilisatie- en associatieproces.

Tot slot, gelet op het algemene beeld van 2009 en de Westelijke Balkan als geheel, is er veel vooruitgang geboekt op het gebied van visumliberalisatie, hetgeen mijns inziens aantoont dat als de juiste stimulans gegeven wordt, de landen reageren met effectieve hervormingen. Dit is waarschijnlijk het EU-beleid dat het belangrijkst is voor de gewone bevolking – de gewone burgers – van de Westelijke Balkan. Wij hopen voor het einde van het Tsjechische voorzitterschap een voorstel in te dienen voor vrij reizen zonder visumverplichting voor de landen die op dit punt het verst gevorderd zijn en aan de gestelde voorwaarden voldoen. Daarmee zou de weg vrij zijn voor besluiten van de Raad om tegen het einde van 2009 vrij reizen zonder visumverplichting te realiseren voor de verst gevorderde landen.

Beste vrienden, ik reken op uw steun voor deze essentiële visumkwestie en, in bredere zin, voor het Europees perspectief van de Westelijke Balkan.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder, rapporteur voor advies van de Commissie internationale handel. − De Commissie internationale handel onderstreept in haar advies bij het loffelijke verslag van collega Ibrisagic het belang van een tastbaar vooruitzicht op EU-lidmaatschap voor de politieke en economische ontwikkeling van de staten van de Westelijke Balkan.

Wanneer echter in de regio zelf sprake is van een monopolieachtige marktmacht in essentiële economische sectoren werpt zo een situatie een dubbele blokkade op, zeker wanneer deze gepaard gaat met partijpolitieke vervlechting. De interne ontwikkeling stagneert en Europese firma's blijven weg. Hét voorbeeld bij uitstek hiervan levert het ongehinderde optreden van Delta Holding in Servië met als "octopus" haar invloedrijke directeur Miroslav Mišković. De commissaris heeft hem in oktober nog ontmoet.

Commissie, welke tegenacties heeft u tot dusver ondernomen richting Belgrado? Al in mei 2007 riep een uitgelekt rapport van de Amerikaanse ambassade ter plaatse dringend op het monopolie van Delta Holding te beëindigen, voor Servië's welzijn en voor Servië's Europese integratie. De commissaris sprak over een motor voor ontwikkeling. Nou, er zit erg veel zand in die Servische motor.

 
  
MPphoto
 

  Doris Pack, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, toen in het najaar van het afgelopen jaar het zogeheten Verdrag van Prud werd gesloten waarbij de vertegenwoordigers van de drie belangrijkste partijen in Bosnië-Herzegovina afspraken maakten over gemeenschappelijke politieke stappen op tal van politieke terreinen, koesterden wij allen de hoop dat er nu in het politieke leven werkelijk iets zou veranderen. Maar waar staan we vandaag? Het waren grotendeels loze beloften die bij nader inzien op niets zijn uitgelopen. De etnische scheiding in Bosnië-Herzegovina is dieper geworden. Het wantrouwen is gegroeid. Er wordt geen aandacht besteed aan het aanpakken van problemen, in plaats daarvan wordt de bevolking gemanipuleerd door een onverantwoord beleid dat louter op etnische criteria is gebaseerd. De bevolking in Bosnië-Herzegovina heeft goede opleidingskansen nodig, een goed rechtssysteem, een goede werkgelegenheid, kortom, de hoop op een betere toekomst.

De EU helpt dit land al jaren met tal van financiële middelen, met manpower, maar er moeten natuurlijk ook bestuurlijke structuren zijn die deze steun kunnen opnemen en inzetten. Ik wil drie belangrijke punten noemen. De kwestie staatseigendom moet worden opgelost. Er moet een hervorming van de grondwet komen, die politiek en maatschappelijk breed gedragen wordt. Alleen de volledige staat Bosnië-Herzegovina kan tot de EU toetreden.

De routekaart voor de visumliberalisatie moet worden uitgevoerd. De burgers willen zich, net als hun politici, vrij kunnen bewegen. Daarom moeten de politici ervoor zorgen dat aan het einde van dit jaar het groene licht wordt gegeven. De burgers hebben een goed functionerend rechtssysteem nodig, niet een systeem dat bij elke persoon anders rechtspreekt. Er is sprake van een groeiende frustratie en daarom is het dringend noodzakelijk dat het maatschappelijk middenveld zich op alle terreinen luider laat horen, zodat de politici aan hun eigenlijke taken worden herinnerd.

Het is echter moeilijk om van de invloed van de partijpolitieke strijd los te komen, aangezien deze het gehele land overheerst. De weinige banen die aangeboden worden, zijn afhankelijk van de gunst van de partijen. Wij wensen de hoge vertegenwoordiger veel succes en hopen dat hij de gordiaanse knoop van passiviteit, van laissez-faire en laissez-aller onder politici zal doorhakken, zodat de rust en stabiliteit eindelijk zullen terugkeren en de bevolking een rooskleurigere toekomst krijgt dan zij nu heeft.

 
  
  

VOORZITTER: Manuel António DOS SANTOS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ten eerste wil ik de beide rapporteurs namens de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement bedanken. De opgestelde verslagen zijn weer voortreffelijk en kunnen rekenen op een brede steun.

Ik wil ingaan op datgene wat commissaris Rehn heeft gezegd, omdat het de centrale boodschap van dit debat lijkt te zijn. Het proces van de integratie, van de toenadering van de landen van Zuidoost-Europa mag niet worden onderbroken, en wel niet alleen in het belang van deze landen, maar ook in ons eigen belang. De commissaris gaf aan dat men in de Commissie realistisch moet zijn. Wellicht zouden we in dit Parlement wat meer idealistisch kunnen zijn. Uiteindelijk zullen ook wij ons echter realistisch moeten opstellen. Het is een moeizame en lange weg en het doel is niet van vandaag op morgen bereikt. Daarom zijn de opmerkingen die ik hier en daar hoor in de trant van “we nemen Kroatië er nog bij, maar dan is het weer een tijdlang afgelopen” een verkeerd signaal. Al datgene wat collega Doris Pack wenst en waartoe zij terecht oproept, zal niet gebeuren als de mensen daar het gevoel hebben dat zij bij voorbaat niet gewenst zijn in deze Europese Unie en dat hun toetreding hoe dan ook lang vertraagd zal worden.

Het tweede punt waarop we moeten hameren is dat de bilaterale problemen waarover wij nu bezorgd zijn, althans de procedure, het proces, op dezelfde manier moeten worden opgelost als alle bilaterale kwesties; in de toekomst moeten ze worden aangepakt voordat de onderhandelingen gestart worden. Zo kunnen we voorkomen dat het onderhandelingsproces hierdoor belast wordt.

Ten derde is ook de boodschap van de minister buitengewoon belangrijk. Wij kunnen niet het werk van de mensen en de politici in de desbetreffende landen uitvoeren. Dat moeten de mensen in deze landen zelf doen. De politieke krachten moeten – zoals werd gezegd door Doris Pack – hun eigen problemen oplossen. Dan is de weg naar de Europese Unie vrij, en die weg moet afhangen van de resultaten die in de landen geboekt worden, niet van onze bereidheid. Onze bereidheid moet er wel zijn.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Lebech, namens de ALDE-Fractie. – (DA) Mijnheer de Voorzitter, de hoofdlijn van de door mevrouw Ibrisagic opgestelde ontwerpresolutie over de Westelijke Balkan is zeer helder. In de resolutie wordt benadrukt dat er een verband bestaat tussen hervormingen in de regio en de kansen van de betrokken landen om toe te treden tot de EU. Dit is de dynamiek die we met zoveel succes hebben toegepast bij de laatste grote uitbreiding van de EU. In de ontwerpresolutie wordt gewezen op een aantal praktische gebieden waarop de landen nog beter kunnen presteren en op de vele welbekende problemen die in de regio voorkomen. Echter, ik vind het vandaag de dag ook van groot belang om tegenover deze landen, hun politici en hun bevolkingen te benadrukken dat zij zelf ook hun steentje moeten bijdragen. Ook zij moeten actief aan het proces deelnemen, want niet alleen de Europese Unie moet voor resultaten zorgen, het integratieproces moet ook vanuit de landen zelf worden bevorderd. Daarbij gaat het om de strijd tegen corruptie en criminaliteit en om het creëren van een sterk maatschappelijk middenveld en van een op kennis gebaseerde economie en samenleving. Dat is het proces dat wij willen zien, zodat we uit kunnen kijken naar het moment in de toekomst waarop alle landen in de Westelijke Balkan volwaardige lidstaten van de Europese Unie zullen zijn, wat de basis is van gegarandeerde vrede, veiligheid en samenwerking, ook in dat deel van Europa.

 
  
MPphoto
 

  Paul Marie Coûteaux, namens de IND/DEM-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, een verslag als dit kunnen wij onmogelijk steunen. Allereerst zijn de voortdurende verwijzingen naar het Verdrag van Lissabon onaanvaardbaar, aangezien dat Verdrag niet geratificeerd is en waarschijnlijk nooit geratificeerd zal worden ook. U zult eraan moeten wennen dat de poging om een onvervalste superstaat op te tuigen, die acht jaar geleden werd ingezet met de grote Conventie van Giscard, echt gestrand is.

Wat wij vooral niet kunnen accepteren is de ironische toonzetting van een verslag waarvan de titel alleen al, "Consolidatie van stabiliteit en welvaart in de Westelijke Balkan", verbijsterend hypocriet is. Het is helemaal een verbijsterend verslag, waarin vanuit het duidelijke streven om de toetreding van nieuwe landen, te weten Bosnië, het zogenaamde Macedonië, Albanië en – waarom niet – Kosovo, voor te bereiden, net gedaan wordt alsof de huidige situatie op de Balkan stabiel is, waarbij volstrekt wordt voorbijgegaan aan het vreselijke spel dat de twee grote grootmachten, de Verenigde Staten en Duitsland, hebben gespeeld door ijverig mee te werken aan de politieke desintegratie van de gehele regio.

Ik wil eraan herinneren dat de NAVO er daartoe zelfs niet voor is teruggedeinsd om de hoofdstad van een Europees land, Belgrado, te bombarderen. Natuurlijk zal de tiende verjaardag van die zwarte bladzijde uit de geschiedenis over enkele dagen in stilte voorbijgaan, maar ik hecht eraan om deze hier in herinnering te roepen.

Kosovo is het symbool bij uitstek voor deze exercitie van politieke desintegratie. Het is evident welk voordeel deze grootmachten kunnen trekken uit een dergelijke zone van rechteloosheid, die doorgang biedt aan alle vormen van smokkel en die uiteraard o zo goed van pas komt voor de vestiging van militaire bases in het hart van ons continent.

Maar Kosovo toont het ware gezicht van een politiek die gericht is op de balkanisering van Europa. Dat is Europa op z'n Duits, het Europa van de regio's of van de etnische groepen, dat Europa van honderd vlaggen dat, door de natiestaten uit te weg te ruimen, langzaam maar zeker de nationale volkswil zal ondermijnen om de volkeren te ontwapenen en uit te leveren aan allerhande oligarchieën.

Dit alles wordt in het verslag verzwegen. In stilte, zoals gebruikelijk verborgen achter het masker van de goede bedoelingen, wordt Europa gebalkaniseerd en geneutraliseerd, totdat het uit de geschiedenis is gewist. Maar het is de geschiedenis die over dit alles zal oordelen. Tot die tijd, dames en heren, houd ik mij verre van uw bezigheden.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het verslag-Ibrisagic benadrukt vanzelfsprekend dat de stabiliteit in de Westelijke Balkan onze grootste prioriteit is. In feite is het EU-lidmaatschap in mijn optiek de lijm die de regio samenbindt in vrede en stabiliteit. Wij verwachten nog steeds dat Kroatië het eerstvolgende land is dat tot de EU zal toetreden, maar dan moet eerst het grensgeschil met Slovenië worden bijgelegd. Het is overigens natuurlijk mogelijk dat het kleine IJsland nog eerder lid wordt.

De werkelijkheid is echter een stuk complexer, denk aan Bosnië na het Dayton-akkoord, Herzegovina dat nog een lange weg te gaan heeft voordat het een echte natie is, en Griekenland dat de vooruitgang van Macedonië blokkeert vanwege de naamkwestie. Denk ook aan de kredietschaarste en de algemene Duitse en Franse bezwaren tegen verdere uitbreiding als het Lissabon-Verdrag niet is geratificeerd, hoewel dit naar mijn idee slechts een voorwendsel is om iedere uitbreiding te stoppen.

Het besluit van vele EU-landen en de VS om Kosovo als onafhankelijk land te erkennen, heeft ook nieuwe scheidslijnen veroorzaakt in een regio die in het verleden al zo zwaar onder verdeeldheid heeft geleden. We weten al dat Kosovo geen lid van de EU kan worden, aangezien het door een aantal lidstaten niet zal worden erkend. Voor het lidmaatschap van de VN geldt een vergelijkbare situatie. De buurlanden Servië, Montenegro en Macedonië daarentegen komen langzaam dichterbij het einddoel van EU-lidmaatschap. Kosovo kan hierdoor eindigen als een geïsoleerde enclave die geen kans maakt op EU-lidmaatschap, maar wel decennialang zal leunen op de belastinggelden van de Europese belastingbetalers.

De poging om de kwestie op te lossen door internationaal eenzijdig optreden heeft meer problemen veroorzaakt dan opgelost, vooral in de regio zelf. Een meer evenwichtige en evenredige aanpak had de bevolking van Kosovo uiteindelijk de mogelijkheid kunnen bieden om van de voordelen van EU-lidmaatschap te profiteren. Geduld is een schone zaak, niet in de laatste plaats in buitenlands beleid.

 
  
MPphoto
 

  Libor Rouček (PSE). - (CS) Dames en heren, de Europese Unie mag ook in deze tijden van economische crisis niet vergeten welke beloftes zij gedaan heeft aan de landen van de Westelijke Balkan op het stuk van de toekomstige uitbreiding van de Unie. Ik ben dan ook ingenomen met dit debat, waarmee dit engagement wordt bevestigd. De Europese integratie is van levensbelang voor alle inwoners van de Westelijke Balkan, met inbegrip van de inwoners van Bosnië-Herzegovina, het land waaraan wij in het debat van vandaag speciale aandacht besteden. Wat dit betreft dient er nog weer eens aan herinnerd te worden dat het toekomstige lidmaatschap van de Unie in het vooruitzicht gesteld werd aan Bosnië-Herzegovina in zijn geheel en niet aan de verschillende onderdelen ervan. Om die reden - en daar hebben we reeds meerdere malen op gewezen - dienen de voor de toetreding tot de Europese Unie benodigde hervormingen voortvarend ter hand te worden genomen. Er dient middels een grondwetswijziging een naar behoren functionerende centrale overheid in het leven te worden geroepen, voorzien van de daartoe benodigde wetgevende, begrotingstechnische, uitvoerende alsook rechtsprekende bevoegdheden. Alleen op die manier zal deze overheid in staat zijn te zorgen voor zowel een goed functionerende interne markt als voor politieke en economische en sociale cohesie; alleen op die manier zal zij in staat zijn de belangen van het land in het buitenland te behartigen, ooit op een dag zelfs als lid van de Europese Unie. Ik zou graag de landen van de Westelijke Balkan, de Raad alsook de Commissie willen oproepen zich extra in te spannen voor afschaffing van de visumplicht. De weg naar de Europese Unie zou er voor de landen van de Westelijke Balkan veel makkelijker op worden indien er geen visumplicht meer was en er sprake was van vrij verkeer van personen

 
  
MPphoto
 

  Jules Maaten (ALDE). - Ik zal alleen ingaan op het onderwerp Bosnië en de resolutie van mevrouw Pack die wij morgen zeer graag zullen ondersteunen.

Praten over Bosnië is altijd frustrerend en ik ben blij dat de commissaris ook een aantal positieve punten heeft weten te noemen ten aanzien van de ontwikkelingen in Bosnië. Toch stel je jezelf soms de vraag of het glas nu halfvol of halfleeg is. Ik vraag me wel eens af waar het glas eigenlijk gebleven is, als je het over Bosnië hebt.

De heer Swoboda zei zojuist dat een probleem met de ontwikkelingen daar is dat men het gevoel heeft dat wat er ook veranderd wordt, er tóch niet toegetreden wordt. Ik heb eigenlijk wel eens de omgekeerde indruk als ik daar praat met mensen, namelijk dat zij zeggen: "Ook als wij niet veranderen, wij zullen toch wel toetreden want zij willen ons er zo graag bij hebben". Om welke van de twee misverstanden het ook gaat, wij moeten ze allebei uit de weg ruimen.

Als er wordt hervormd en als men gaat werken aan een behoorlijk rechtssysteem en aan het bestrijden van bureaucratie, dan is het Europese perspectief reëel. Maar als dat niet gebeurt, dan is het dat niet. Die boodschap moet duidelijk overkomen en ik vind dat de resolutie van mevrouw Pack daarin voortreffelijk slaagt.

 
  
MPphoto
 

  Pierre Pribetich (PSE). (FR) Mijnheer de Voorzitter, stabiliteit en welvaart in de Balkan, dat is een doelstelling, dat is dé doelstelling, want het achterliggende streven is vrede op ons continent.

Ja, het toetredingsproces is een instrument, maar dat toetredingsproces mag niet van lieverlee veranderen in een kleed van Penelope, dat wil zeggen dat we 's nachts uithalen wat we overdag geweven hebben.

De Balkan heeft een natuurlijke roeping om deel uit te maken van de Europese Unie. Dat is een duidelijk politiek streven, een licht dat, vooral voor de volkeren, een signaal vormt.

Ik heb het niet over uitbreiding, maar wat vooral moet gebeuren is dat we de integratie van die landen en die regio's van dat Balkangebied bevorderen. Ja, we moeten eisen stellen, op het vlak van democratie, op het vlak van de rechtsstaat, maar die eisen aangrijpen om die integratie uit te stellen is mijns inziens een fundamentele politieke fout. Als bewijs daarvoor wil ik vooral de problemen aanvoeren van de bilaterale conflicten. We moeten het eens zien te worden – en dat staat ook in het verslag – over een procedure voor de oplossing van bilaterale problemen, maar zonder dat dat het toetredingsproces lam legt. Op die manier kunnen we voortbouwen aan onze Europese Unie, uitgebreid met alle landen van de Balkan.

 
  
MPphoto
 

  Angelika Beer (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil commissaris Rehn bedanken omdat hij vandaag weer een algemeen overzicht van de Westelijke Balkan heeft gegeven.

Ik ben net terug uit Macedonië en Kosovo en wil drie punten aanstippen. Het eerste punt is de verdeeldheid van de Europese Unie. Als deze verdeeldheid binnen het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid blijft bestaan, zal er geen stabiliteit komen en zullen de etnische grenzen op de Balkan blijven bestaan.

Ten tweede: de strategie van de CDU, de Duitse conservatieven, is zogezegd als een bom op de Balkan ingeslagen, omdat hierdoor de geloofwaardigheid van het Europees perspectief wordt ondermijnd. Als de Europese verkiezingen zo gevoerd worden, kunnen er weer conflicten op de Balkan ontstaan.

Ten derde noem ik een punt dat onmiddellijke actie vereist, om het perspectief niet alleen te handhaven, maar ook concreet te maken: Griekenland moet met het oog op het NAVO-lidmaatschap van Macedonië de blokkade opheffen en wij moeten gemeenschappelijk de onafhankelijkheid van Kosovo erkennen, anders wordt onze EULEX-missie geschaad.

 
  
MPphoto
 

  Erik Meijer (GUE/NGL). - Bosnië-Herzegovina is eigenlijk een Joegoslavië in het klein, een federatie waarin verschillende volkeren voor de keuze staan om vreedzaam samen te leven of onderling conflicten over grondgebied uit te vechten.

Sinds het uiteenvallen van Joegoslavië in 1992 wordt geprobeerd om van Bosnië-Herzegovina een eenheidsstaat te maken, maar dat is niet gelukt. Ik verwacht dat dit ook in de nabije en verre toekomst niet mogelijk zal zijn. Overeenstemming tussen de drie volkeren en hun politieke leiders over een doelmatig bestuur is pas mogelijk als niemand zich meer bedreigd voelt door de anderen of door de buitenwereld. Pas nadat de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie en de buitenlandse militairen uit dit land zijn teruggetrokken wordt een binnenlands compromis mogelijk. Tot dan zal de stagnatie voortduren.

Daarom stem ik niet in met de voorgestelde resolutie over dit land, die slechts kan leiden tot de voortzetting van het protectoraat en daardoor van de stagnatie. Wij moeten er rekening mee houden dat Bosnië-Herzegovina in hoofdzaak wordt bewoond door drie volkeren die geen van alle de meerderheid in dit land uitmaken en een deel daarvan voelt zich verbonden met Servië, een deel met Kroatië en een deel wil een eigen Bosnische identiteit benadrukken. Daarmee moeten wij rekening houden.

 
  
MPphoto
 

  Мarusya Ivanova Lyubcheva (PSE).(BG) Mijnheer de Voorzitter, het is mij een genoegen om deel te nemen aan het debat over dit document, dat benadrukt dat de beste basis voor de toekomst van alle landen in de regio hun volledige integratie als lidstaten van de Europese Unie is.

De Balkan is een Europese regio. Dat is zo en dat zal altijd zo blijven. De bevordering van samenwerking op regionaal niveau dient altijd een van de fundamentele beleidsvormen van de Europese Unie te zijn. Ik wil de aandacht vestigen op de noodzaak om de interparlementaire dialoog op regionaal niveau als belangrijk onderdeel in het Europese integratieproces te ondersteunen.

De EU-lidstaten in de regio kunnen in dit proces een belangrijke rol spelen. De beleidsvormen en beginselen van het Stabiliteitspact die van de Westelijke Balkan een gebied van veiligheid en stabiliteit moeten maken, worden door het Regionaal Samenwerkingscentrum succesvol voortgezet en hoog gehouden. Daarom is steun voor de activiteiten van dit Centrum van groot belang.

Ik sta achter de opheffing van de visumregeling als belangrijke stap naar de integratie van de Westelijke Balkan.

 
  
MPphoto
 

  Petr Nečas, fungerend voorzitter van de Raad. − (CS) Geachte Voorzitter, dames en heren. Ik zou u graag hartelijk willen bedanken voor dit buitengewoon nuttige debat. Ik ben ook zeer ingenomen met het feit dat alle lidstaten van de EU achter de gedachte van versoepeling van de visumplicht voor de landen van de Westelijke Balkan staan. Ik sluit mij dan ook helemaal aan bij de heer Rouček die hiertoe een dringend appèl op u deed. Intensivering van de contacten tussen de burgers van de landen van de Westelijke Balkan en de burgers van de EU is inderdaad zonder enige twijfel een stap in de goede richting en zal ook mede helpen het gevoel van relatief isolement in deze landen uit de weg te ruimen, alsook bijdragen aan de totstandbrenging van een Europa zonder barrières. Verder vind ik dat de huidige economische crisis geen excuus mag zijn voor vertraging van het uitbreidingsproces en ik sluit mij wat dat betreft aan bij sprekers als de heer Rouček. Voor de stabiliteit van de regio is het juist van eminent belang dat dit proces zijn dynamiek niet verliest.

Verder ben ik buitengewoon ingenomen met de vooruitgang bij de behandeling van het verzoek van Montenegro om toetreding tot de Europese Unie. Dit verzoek zal een dezer dagen aan de Commissie overhandigd worden ter beoordeling. Het voorzitterschap beschouwt deze stap als een uitermate belangrijk signaal voor de hele regio. Ook vinden we de hervatting van de toetredingsonderhandelingen met Kroatië een buitengewoon positieve ontwikkeling. De belasting van de uitbreidingsagenda met allerlei bilaterale problemen zien we echter met lede ogen aan. Verder zou er gewerkt moeten worden aan vooruitgang op het gebied van de Europese integratie van Servië. Voorwaarde daartoe is dat het land volledig samenwerkt met het desbetreffende internationale tribunaal en dat het de laatste verdachten aanhoudt en overhandigt aan justitie. Het voorzitterschap doet zijn uiterste best om ervoor te zorgen dat ook de Europese Unie de interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken ten uitvoer legt, zodat daaropvolgend een aanvang kan worden genomen met het ratificatieproces van de een jaar geleden gesloten stabilisatie- en associatieovereenkomst. Het belang van het stabilisatie- en associatieproces voor de algehele hervormingen in Servië en voor de ondersteuning van de zich met name in pro-Europese bewoordingen uitlatende regering, is niet onaanzienlijk. De presidentsverkiezingen en de lokale verkiezingen in de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië voldeden aan het merendeel van de internationale normen en de algemeen erkende voorwaarden voor een vrij en democratisch verloop van het verkiezingsproces. Het is echter duidelijk dat het land zonder oplossing van het bilaterale conflict over zijn naam zeer weinig kans heeft op verdere vooruitgang op de weg naar de status van kandidaat-lidstaat.

Dan hebben we nog Bosnië-Herzegovina. Wel, dat land moet nog de nodige vooruitgang laten zien. De afhankelijkheid van de internationale gemeenschap is niet erg bevorderlijk maar vormt eerder een inbreuk op het verantwoordelijkheidsbeginsel en ontdoet de politici in het land van hun verantwoordelijkheid, zoals de heer Swoboda zojuist terecht opmerkte. Ik zou graag van deze gelegenheid gebruik willen maken om de politieke leiders van Bosnië-Herzegovina op te roepen zich actief in te spannen en het land naar een betere toekomst te leiden. Het is volledig contraproductief te trachten weer politiek te bedrijven op etnische basis, zoals mevrouw Doris Pack zeer treffend verwoordde. De overgang van het Bureau van de hoge vertegenwoordiger naar een versterkt Bureau van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie zoals die gepland is, betekent niet dat de internationale gemeenschap of de Europese Unie Bosnië-Herzegovina in de steek laat. Integendeel, de Europese Unie is er om te helpen en is zich er volledig van bewust dat Bosnië-Herzegovina niet een zoveelste belangstellende is voor EU-lidmaatschap, maar dat het juist een zeer bijzondere geval is met zijn eigen gevoeligheden en problemen. De Europese Unie wil als onderdeel van haar strategie een op maat gesneden Bureau en beleid op poten zetten en is bereid om de algehele coördinatie van de activiteiten van de internationale gemeenschap in Bosnië-Herzegovina op zich te nemen. We gaan daar echter pas toe over wanneer Bosnië-Herzegovina zelf aantoont dat het goed op deze belangrijke kwalitatieve verandering is voorbereid. Met de ondertekening van de stabilisatie- en associatieovereenkomst is de eerste grote stap op weg naar Europa reeds gezet, maar dat was pas het begin. We zijn ten volste bereid om ook in de toekomst de nodige ondersteuning te bieden in dit onvermijdelijk langdurige proces.

Het jaar 2009 is een belangrijk jaar en zou voor de toekomst van Bosnië-Herzegovina wel eens van doorslaggevende betekenis kunnen zijn. Allereerst is er de overgang van het Bureau van de hoge vertegenwoordiger naar het Bureau van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie; die is nu binnen handbereik en vormt een belangrijke stap waarmee Bosnië-Herzegovina zich uit zijn afhankelijke positie kan bevrijden. Ten tweede dient de periode na de algemene verkiezingen in 2010 zoveel mogelijk gebruikt te worden voor de uitvoering van het broodnodige hervormingsprogramma, waaronder de hervorming van de grondwet, zoals mevrouw Pack zeer terecht opmerkte. Ten derde is er in de hele regio vooruitgang geboekt. Bosnië-Herzegovina kan het zich eenvoudigweg niet veroorloven om daarbij achter te blijven. Geachte voorzitter, dames en heren, ik zou graag willen afsluiten met te zeggen dat wij allemaal hetzelfde doel nastreven. We willen allemaal dat Bosnië-Herzegovina vooruitgang boekt. We zijn ingenomen met de steun die we hiervoor van u, leden van het Europees Parlement, mogen ontvangen

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. (FI) Geachte Voorzitter, dames en heren. Ik zou graag iedereen willen bedanken voor dit met veel verantwoordelijkheidsgevoel gevoerde debat en ook voor uw steun voor het Europese standpunt met betrekking tot de Westelijke Balkan. Ook ik maak me, net zoals afgevaardigden als mevrouw Pack, de heer Swoboda en de heer Maaten de nodige zorgen over de politieke ontwikkeling van Bosnië-Herzegovina.

Het lijkt soms wel alsof Bosnië-Herzegovina een onuitputtelijk talent heeft om politieke spanningen te creëren of deze nieuw leven in te blazen, ook al zegt het gezonde verstand ons dat er nu toch wel verbeteringen zouden moeten komen in een andere richting en dat politieke verzoening nu zo langzamerhand onderdeel zou moeten gaan uitmaken van de politieke toekomst van Bosnië-Herzegovina.

Ik ben het met de heer Maaten eens dat alle landen in de Westelijke Balkan ervan uitgaan dat ze ooit op een dag toe zullen treden tot de Europese Unie, zodra zij voldoen aan de voorwaarden voor het EU-lidmaatschap overeenkomstig de Kopenhagencriteria. Voor Bosnië-Herzegovina geldt dat evenzeer. Om duidelijk te zijn: er gelden hier geen speciale voorwaarden, er zijn geen sluiproutes en er valt ook niks af te pingelen. Eenieder die dit denkt, zit er faliekant naast. Het is erg belangrijk dat dit besef nu ook goed doordringt in het politieke debat van Bosnië-Herzegovina zelf, zodat de burgers aldaar hun eigen conclusies kunnen trekken over wat voor een soort beleid zij mogen verwachten van democratisch gekozen politici.

De toekomst van Bosnië-Herzegovina zie ik, mede op basis van mijn samenwerking met Javier Solana met wie ik meerdere mededelingen over de toekomst van het land en de rol van de Europese Unie aldaar het licht heb doen zien, als volgt: allereerst is het ons doel om het Dayton-tijdperk steeds verder achter ons te laten en meer en meer het Brussel-tijdperk binnen te treden, oftewel weg van het tijdperk van de hoge vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap richting de versterkte aanwezigheid van de Europese Unie in Bosnië-Herzegovina. Dat betekent wellicht ook in de richting van het “twee-pettensysteem” met de bijzondere vertegenwoordiger van de EU aan de ene en het Hoofd van de vertegenwoordiging van de Europese Commissie aan de andere kant. Op die manier kunnen we de Europese politieke en economische middelen het meest optimaal inzetten.

Uiteraard kan een protectoraat geen lid worden van de EU. Om die reden is deze transitie een organisch ingrediënt, een vitaal element van de nauwere betrekkingen van Bosnië-Herzegovina met de Europese Unie. Ook om die reden is het in het belang van de politici in het land en met name van zijn burgers dat voldaan wordt aan alle voorwaarden en elementen van dit veranderingsproces.

Deze kwestie is tevens van politiek belang, want het is wel heel gemakkelijk om de internationale gemeenschap de schuld te geven van de problemen van Bosnië-Herzegovina als mensen niet bereid zijn om zelf in de spiegel te kijken. Het is wel heel gemakkelijk om de hoge vertegenwoordiger overal de schuld van te geven terwijl je eigenlijk juist zou moeten proberen te onderhandelen en tot overeenstemming te komen met je eigen landgenoten. Ik hoop dat wat dit betreft de politieke cultuur van Bosnië-Herzegovina zal verbeteren en tot wasdom zal komen en dat ook de media van het land hun verantwoordelijkheid zullen nemen door ervoor te zorgen dat allerhande negatieve, nationalistische berichtgeving niet nog meer ruimte krijgt dan nu al het geval is in het land.

Ten tweede dient het land zijn grondwet te hervormen om überhaupt in staat te zijn een werkbaar landsbestuur op te bouwen. Op dit moment is het landsbestuur van Bosnië-Herzegovina veel te duur, ronduit ondoeltreffend en eenvoudigweg onverenigbaar met het lidmaatschap van de Europese Unie. De grondwet dient dus met het oog op dit alles te worden hervormd - geleidelijk en niet overhaast - en met groot genoegen zie ik voorzichtige tekenen dat belangrijke politieke leiders besprekingen voeren in deze richting.

Dan ten derde en tot slot is het voor de toekomst van Bosnië-Herzegovina van cruciaal belang dat het de visumplicht afschaft. Zodra Bosnië-Herzegovina hiertoe overgaat, zal het land kunnen opstoten in de vaart der Europese volkeren. Uiteraard is dat in het belang van het land, zijn burgers, maar ook van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Anna Ibrisagic, rapporteur. (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heer Nečas bedanken voor zijn betrokkenheid in dit debat vanavond. Ik wil ook de heer Rehn bedanken omdat hij de aandacht vestigde op de bilaterale conflicten die de facto Europese problemen zijn geworden, en omdat hij het belang heeft benadrukt dat wij de uitbreiding van de EU niet mogen opofferen vanwege de financiële crisis.

Bilaterale conflicten belemmeren nu de mogelijkheden van Kroatië en Macedonië om door te gaan op de weg naar het EU-lidmaatschap, terwijl zij in hun eigen tempo de noodzakelijke hervormingen doorvoeren. Door mijn verslag voegt het Europees Parlement zijn stem toe aan het spreekkoor dat er op aandringt dat bilaterale conflicten juist bilateraal moeten blijven, en niet met het toetredingsproces door elkaar mogen worden gehaald.

Ten slotte zou ik willen zeggen dat ik denk dat de uitbreiding met de Westelijke Balkan te belangrijk is voor de vrede, vrijheid en welvaart op ons eigen continent, om dit op het spel te zetten.

Het is deze boodschap in mijn verslag die ik aan de 500 miljoen Europeanen wil afgeven die binnenkort een nieuw Parlement zullen kiezen, aan de regeringen van de lidstaten, aan de Commissie en aan de mensen en de politici op de Westelijke Balkan. Het is een boodschap die extra belangrijk is om op tijd te af te geven, aangezien de economische crisis dreigt te leiden tot een steeds groter aantal mensen en politici in Europa die de deur achter zich willen sluiten, en die niet nog meer mensen willen laten wonen, werken en zaken doen waar ze willen op ons continent. Ik hoop daarom ook dat dit een boodschap is die mijn collega’s in dit Parlement in de komende verkiezingstijd zullen uitdragen. Als Europa zich koeler heeft opgesteld en zich meer in zichzelf heeft gekeerd, dan is het namelijk onze belangrijkste taak in dit Huis om er naar te streven dat Europa zich wederom verwelkomend en open opstelt.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ik deel u mee dat er een ontwerpresolutie(1) is ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt vrijdag 24 april plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandru Nazare (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) De Westelijke Balkan vormt een apart geval tussen de buurlanden van de Europese Unie. Het is een regio met vele uitdagingen en waar nog vele etappes doorlopen moeten worden voordat het integratieproces tot een goed einde gebracht kan worden. Het is echter een regio waarvan de toetredingsperspectieven helder en ondubbelzinnig zijn.

Zowel ik als mijn collega’s wilden zeker stellen dat dit feit in de ontwerpresolutie werd bekrachtigd, wat zowel het beginsel als de facetten van de wisselwerking tussen de Unie en de staten in de regio betreft. Zoals ik heb laten zien in mijn amendementen zijn de visumplicht, het proces van burgerinformatievoorziening over de EU, de economische samenwerking met de staten in de Westelijke Balkan, de rechten voor de minderheden, de studieprogramma’s voor de jongeren in de regio evenals het versterken van de interparlementaire dialoog al voor de toetreding van deze staten belangrijk voor ons.

Wij denken dat het Europese eenwordingsproces door kan gaan op het niveau van de burgers wanneer dit op institutioneel niveau op een laag pitje staat en ik denk dat we, wanneer we de zaken door dit prisma bezien, onze bezorgdheid voor de stabiliteit in de regio in het vervolg ook op praktische manieren kunnen laten zien in plaats van haar met de mond te belijden of in een historisch perspectief te plaatsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Csaba Sándor Tabajdi (PSE), schriftelijk. – (HU) Het uitbreidingsbeleid van de Europese Unie is het beste instrument voor het behoud van stabiliteit en vrede op de Westelijke Balkan. We kunnen Kroatië hopelijk al in 2011, tijdens het Hongaarse voorzitterschap, als lid van de Europese Unie begroeten, maar de voorwaarde hiervoor is dat Kroatië het eindelijk eens wordt met Slovenië over het aanvangen van bilaterale onderhandelingen met internationale bemiddeling. Het doel van de onderhandelingen is de beslechting van het grensconflict tussen de twee landen over de baai van Piran, want als dit niet gebeurt, kan Kroatië in geen geval lid worden van de Gemeenschap. Verder is het een vereiste dat Kroatië volledige medewerking verleent aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag voor de opsporing en uitlevering van oorlogsmisdadigers.

 
  

(1) Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 19 augustus 2009Juridische mededeling