Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2124(REG)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0273/2009

Ingediende teksten :

A6-0273/2009

Debatten :

PV 05/05/2009 - 16
CRE 05/05/2009 - 16

Stemmingen :

PV 06/05/2009 - 4.13
CRE 06/05/2009 - 4.13
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0359

Debatten
Waarschuwing
Dinsdag 5 mei 2009 - Straatsburg Uitgave PB

16. Algemene herziening van het Reglement (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0273/2009) van Richard Corbett, namens de Commissie constitutionele zaken, tot algemene herziening van het Reglement (2007/2124(REG)).

 
  
MPphoto
 

  Richard Corbett, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben van plan wat minder tijd te besteden aan mijn inleiding dan de vier minuten die mij daarvoor ter beschikking staan en misschien wat meer tijd na afloop aan het beantwoorden van eventuele vragen die opheldering behoeven.

Er is zeer veel werk aan dit verslag voorafgegaan. De hervormingen die wij in het Reglement hopen aan te brengen, zijn deels gebaseerd op het werk van de door de Conferentie van voorzitters ingestelde werkgroep hervorming, onder de bekwame leiding van mijn collega Dagmar Roth-Behrendt. Zij deed een aantal voorstellen die door de Conferentie van voorzitters zijn goedgekeurd en naar ons zijn doorgestuurd met het doel deze zo goed mogelijk in het Reglement om te zetten.

De tweede bron bestaat uit een groot aantal kleine wijzigingen, die eigenlijk al lange tijd op stapel stonden. Maar in plaats van een reeks verslagen in te dienen waardoor de regels steeds op een aantal kleinere punten worden gewijzigd, hebben we deze wijzigingen bijeengevoegd. Soms gaat het om technische wijzigingen; soms om een verduidelijking die ervoor zorgt dat ons Reglement leesbaarder wordt, zoals de wijziging die de artikelen 141, 142 en 143 in één gecodificeerde tekst samenvoegt waarin de organisatie van onze plenaire debatten is vastgelegd. Daarmee in verband staat het innovatieve amendement over de wenselijkheid van de blauwekaartprocedure om elkaar te kunnen interrumperen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de heer Duff op dit moment een vraag wil stellen over wat ik heb gezegd, en op grond van deze regel, als deze zou worden goedgekeurd, zou ik hem daar dertig seconden de tijd voor geven. Ik ben ervan overtuigd, mijnheer de Voorzitter, dat u hem dat nu ook al zou toestaan als hij zou willen, maar gelukkig, wil hij dat niet.

Er zijn dus enkele innovatieve elementen waardoor onze debatten een beetje levendiger zouden worden. Ik kan me nog herinneren dat toen ik voor het eerst met het voorstel kwam van de “catch the eye”-procedure aan het eind van gewone debatten, iedereen zei: o nee, dat kan niet, het brengt de spreektijd van de fracties in gevaar, enzovoorts. Maar nu werken we ermee en is het een geaccepteerd onderdeel van onze procedures en zijn, denk ik, de meeste leden er blij mee. Ik denk dat het met de blauwekaartprocedure misschien hetzelfde zal gaan: er bestaat nu enige aarzeling over, maar laten we het eens uitproberen, laten we eens kijken hoe het werkt; ik ben er van overtuigd dat we er ook voor kunnen zorgen dat het werkt.

Er zijn ook enkele amendementen ingediend tijdens de besprekingen, op commissieniveau en ook nu tijdens de plenaire vergadering. Zo was er een voorstel dat alle eindstemmingen over wetgeving automatisch hoofdelijk zouden moeten plaatsvinden – ik geloof dat dit een voorstel was van mevrouw Dahl. Ik ben blij met dit amendement en heb het opgenomen in mijn verslag. Veel leden hebben voorgesteld dat we iets in de regels opnemen over interfractiewerkgroepen, al was het maar om heel duidelijk af te bakenen wat daaronder wordt verstaan en wat niet, en om te laten zien dat het hier om informele werkgroepen gaat en dat ze niet de verantwoordelijkheden van andere parlementaire organen mogen overnemen.

Er staan dus allerlei interessante punten in. Zo is er ook het amendement om iets te doen aan het merkwaardige systeem waarbij onze openingsbijeenkomst door het oudste lid wordt voorgezeten, in plaats van door, bijvoorbeeld, de vertrekkende Voorzitter, zoals in sommige parlementen gebeurt – of misschien zelfs een vertrekkende ondervoorzitter, als de Voorzitter misschien niet herkozen zou zijn. Dat is een heel verstandige verbetering in onze procedures.

Op dit punt wil ik afronden, ik heb niet al mijn tijd gebruikt, maar, indien nodig, zal ik graag aan het eind van het debat terugkomen om vragen te beantwoorden.

 
  
MPphoto
 

  József Szájer, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag mijn waardering uitspreken voor dit voorstel en ook Richard Corbett bedanken voor zijn harde en niet altijd dankbare werk.

Heel vaak is het zo dat wanneer we het Reglement wijzigen, onze collega’s zich zorgen gaan maken over wat er gebeurt. De meeste van hen realiseren zich pas wat er is gebeurd en welke veranderingen we hebben doorgevoerd, wanneer deze al een voldongen feit zijn en dan kan er niets meer worden veranderd. De meeste van de ingediende voorstellen hebben mijn volledige steun, met name omdat zij niet alleen blijk geven van uw harde werk, maar ook – zoals u aangaf – van dat van de parlementaire werkgroep hervorming onder voorzitterschap van Dagmar Roth-Behrendt, die dit voorstel bijzonder goed heeft voorbereid.

Gedurende het proces van de parlementaire hervorming heb ik ten aanzien van onze fractie echter ook duidelijk gemaakt toen we onze besprekingen voerden, dat dit verslag over parlementaire hervorming moet worden goedgekeurd door wijzigingen in het Reglement aan te brengen. Dit is een democratische procedure die wordt afgesloten met een stemming. Niets kan zomaar door middel van besprekingen in de fractie worden veranderd, dit is ook de procedure die wij voornamelijk hebben gevolgd.

Voorts wil ik nog zeggen dat ik enigszins kritisch stond tegenover wat er zojuist is gezegd, namelijk dat enkele van de informele procedures zoals we die in het Parlement kennen, worden geïnstitutionaliseerd. Ik ben hierover enigszins ongerust, want als we aan een bepaalde procedure gewend zijn, dan is het beter deze zo te houden dan, in plaats hiervan, de regels te veranderen.

Voor onze fractie is evenredigheid echter het belangrijkste punt. In ons Parlement vervullen de commissies een belangrijke rol. Bij de voorbereiding van de stemmingen hier in het Parlement nemen zij een belangrijk deel van de taak van dit Parlement over door in de commissies zelf te stemmen. Het gaat hier dus niet zozeer om een simpele procedurekwestie, maar om een kwestie van democratie, het gaat erom dat de samenstelling van de commissies een afspiegeling vormt van de verhoudingen binnen de plenaire vergadering wanneer er beslissingen worden genomen over belangrijke kwesties. Naar mijn idee is dit primair een kwestie van democratie. Namens de PPE-DE-Fractie steun ik dit verslag.

 
  
MPphoto
 

  Costas Botopoulos, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben een van die merkwaardige constitutionele wezens die denken dat het Reglement een afspiegeling vormt van ons eigen werk hier in ons eigen Parlement. Ik vind daarom dat dit een belangrijk stuk werk is van Richard Corbett, de specialist bij uitstek op dit gebied. Het strekt hem tot eer dat dit de tweede wijziging van het Reglement is. Sommige dingen die nog maar kort geleden waren gewijzigd, worden nu opnieuw gewijzigd, omdat gebleken is dat deze wijzigingen noodzakelijk zijn voor de gang van zaken in ons Parlement.

Ik heb één algemene opmerking en drie specifieke opmerkingen voor u vanavond. De algemene opmerking is dat het mijns inziens ook erg belangrijk is om te praten over het tweede aspect van het verslag van de heer Corbett: de gevolgen van het Verdrag van Lissabon voor ons Reglement. Het is erg belangrijk om daar ook over te praten, omdat een wijziging van het Reglement zonder dat tweede element in beschouwing te nemen onbevredigend zou zijn.

Dan nu mijn drie specifieke opmerkingen: de eerste betreft een wijziging waarin ik zelf een kleine rol heb gespeeld, namelijk het feit dat we het idee van een agora in het Reglement proberen op te nemen, waardoor burgers de mogelijkheid wordt geboden zich ook tot het Europees Parlement te richten en deel te nemen aan de debatten in het Europees Parlement. Naar mijn mening is dit symbolisch gezien een belangrijk initiatief waaraan we samen met mijn vriend en collega Gérard Onesta hebben gewerkt, en ik denk dat het een goede zaak zou zijn als het zou worden vastgelegd in het Reglement.

Het tweede aspect dat mijns inziens van belang is, betreft de wijziging die we hebben doorgevoerd met betrekking tot de initiatiefverslagen: nu we hebben gezien hoe het er in de praktijk met de initiatiefverslagen aan toegaat, wordt de mogelijkheid tot het indienen van amendementen weer ingevoerd, zij het door slechts een tiende van de parlementsleden. Het derde aspect betreft de blauwekaartprocedure. Ik ben een voorstander van alles wat onze parlementaire besprekingen hier kan verlevendigen, dus deze mogelijkheid voor de parlementsleden om elkaar op een beschaafde manier te interrumperen en op deze wijze het woord te nemen, is een prima idee.

 
  
MPphoto
 

  Andrew Duff, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, eerst wil ik de heer Corbett bedanken voor zijn werk. De ALDE-Fractie zal dit pakket steunen. Het is een vernieuwende hervorming van het Parlement, en dat juichen we toe: het zal ervoor zorgen dat we efficiënter en ook pluralistischer worden, en ik hoop dat wij uiteindelijk daardoor ook aantrekkelijker zullen worden voor de publieke opinie en ook voor de pers.

Ik heb echter twee of drie punten van kritiek. Het eerste heeft betrekking op het punt waar de heer Szájer over sprak: de poging om af te dwingen dat de vertegenwoordiging in de commissies strikt in verhouding is met de verdeling van de fracties in het Parlement. Ik denk ook dat het volkomen juist is dat een fractie een voorkeur kan uitspreken om meer van haar leden zitting te laten nemen in een commissie die zij van specifiek belang acht. Ik denk dat als we amendement 42 aannemen, de fracties en de leden dit amendement als frustrerend zullen ervaren en er uiteindelijk meer flexibiliteit nodig zal zijn.

Ik wil ook graag een lans breken voor de wijzigingen van artikel 45, lid 2 die zijn overeengekomen in de Commissie constitutionele zaken, waar Costas Botopoulos het zojuist over had. Mijns inziens moeten we iets hebben om op terug te vallen om de initiatiefverslagen te verbeteren wanneer dat nodig is, en onze ervaring sinds juli, toen die vorige wijziging werd doorgevoerd, leert dat er tijdens de plenaire vergadering dikwijls verbeteringen moeten worden aangebracht.

Ik wil ook graag amendement 68 aanbevelen dat betrekking heeft op de herschikkingsprocedure. Ik denk dat het Parlement zich te veel beperkingen heeft opgelegd en dat we het Interinstitutioneel Akkoord van 2001 beter moeten laten doorklinken in onze procedures. In dat geval kunnen commissies substantiële wijzigingen in delen van richtlijnen of verordeningen behandelen die de Commissie wil herschikken, mits in zeer beperkte vorm.

Tot slot zou ik de toevoeging van stemmingen in onderdelen en aparte stemmingen uit de procedure willen halen zodat de Voorzitter verslag waarop meer dan vijftig substantiële amendementen zijn ingediend, naar een commissie terug kan verwijzen.

 
  
MPphoto
 

  Monica Frassoni, namens de Verts/ALE-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega’s, de fracties van De Groenen/Vrije Europese Alliantie zijn nooit grote voorstanders geweest van de grote hervormingen van het Parlement van de heer Corbett – hij is een vriend van mij, wij werken al jaren samen, hij weet dit en hij zal me dit niet kwalijk nemen – omdat die van ons Parlement een bureaucratische machine maken waar de rol van de afzonderlijke parlementen en minderheidsgroeperingen en zelfs van de commissies onderschikt is aan de groeiende, deels arbitraire beslissingsbevoegdheid van de Conferentie van voorzitters en de administratie. Bovendien maken zij de verhouding tussen de ten principale bevoegde commissie en de commissies die mede adviseren over de wetgevingsprocedure verwarrend en mogelijk conflictueus.

Ik moet zeggen dat ik nogal verbaasd ben dat er vanavond, in dit debat, niet wordt gesproken over wat volgens ons de belangrijkste problemen zijn van deze procedurele hervorming. Het eerste is de eerdergenoemde verwarring die onvermijdelijk zal ontstaan tussen de ten principale bevoegde commissie en de medeadviserende commissie, want als de ten principale bevoegde commissie de door de medeadviserende commissie ingediende amendementen afwijst, zouden die amendementen rechtstreeks in de plenaire vergadering kunnen belanden, waardoor het risico op verwarring in het wetgevingsproces heel groot zou zijn, zoals we overigens bij REACH hebben gezien.

Voorts is er in feite geen medeadviserende commissie die werkelijk vrij is om haar werk te doen, vanwege de verwarrende en absoluut onaanvaardbare mogelijkheid om gezamenlijk te stemmen en gezamenlijke rapporteurs te hebben voor vraagstukken die bijzonder belangrijk zijn voor onze wetgevende macht.

Tenslotte, mijnheer de Voorzitter, is er nog iets dat ons veel zorgen baart. Een van de resultaten van de werkgroep over interne hervormingen, waar ik zitting in had, die wij positief vonden was het voorstel om de bevoegdheden en de rol van de Commissie verzoekschriften substantieel te versterken. Welnu, met deze hervorming zou de Commissie verzoekschriften in feite überhaupt geen rol meer spelen, aangezien de Commissie verzoekschriften niet meer rechtstreeks tot de vergadering kan toetreden, behalve na onnoembare complicaties en eventuele conflicten met de bevoegde commissie.

Om al deze redenen is onze fractie van mening dat deze hervorming nog niet klaar is en denken wij dat de meerderheid van het Parlement een fout zou begaan als zij de hervorming zou goedkeuren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u, mevrouw Frassoni. Uiteraard heeft de heer Corbett het recht te reageren, maar ik kan niet anders dan opmerken dat mevrouw Frassoni in afwachting van de proef met de blauwe kaart een rode kaart gebruikt heeft.

 
  
MPphoto
 

  Hanne Dahl, namens de IND/DEM-Fractie. – (DA) Mijnheer de Voorzitter, een reglement vormt de basis voor al het werk dat binnen een democratisch gekozen afvaardiging wordt verricht. Duidelijke regels garanderen dat alle deelnemers aan het politieke proces gelijk worden behandeld. We kunnen niet de vereisten gaan wijzigen om bepaalde groepen, personen of opvattingen ervan te weerhouden invloed uit te oefenen. We kunnen niet de regels gaan ombuigen, omdat dat een keer goed uitkomt.

Vorige week hebben wij bijvoorbeeld op de Conferentie van voorzitters een verzoek behandeld om de stemming over het verslag-Staes te omzeilen, wat de Juridische Dienst gelukkig heeft afgewezen. Het resultaat van een stemming moet geldend zijn. Om deze reden heeft mijn fractie ook amendementen ingediend om alle stemmingen elektronisch te laten plaatsvinden. Daarmee voorkomen we dat er fouten worden gemaakt en garanderen we tegelijkertijd dat er een quorum is. Ik wil u allen graag oproepen om voor deze amendementen te stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Jo Leinen (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de hervorming van de Europese Unie is al lastig, maar de hervorming van het Europees Parlement is nog lastiger, zoals we vandaag tijdens het debat over de herziening van het Reglement en aan het werk van de heer Corbett hebben kunnen zien. Ik wil de heer Corbett bedanken voor zijn enorme inzet om de uiteenlopende belangen met elkaar te verenigen en deze herziening van ons Reglement aan het Parlement voor te leggen. De Socialistische Fractie in het Parlement zal dit verslag steunen.

We zijn in afwachting van het Verdrag van Lissabon, want dan heeft het Parlement aanmerkelijk meer wetgevingsbevoegdheid en we moeten ons voorbereiden om wetgeving centraal te stellen in onze werk. Initiatiefverslagen komen pas op de tweede plaats; wetgeving staat voorop.

Ook ons werk over de hele wereld moet meer gedegen zijn. Reizen van parlementaire delegaties naar verschillende landen, naar verschillende delen van de wereld moeten aan de technische commissies van het Parlement worden gekoppeld. Als een delegatie een onderwerp als klimaatbescherming of sociale bescherming behandelt, dan horen deskundigen van de betreffende technische commissies daar eigenlijk ook bij.

Ik ben ingenomen met het feit dat onze debatten aantrekkelijker worden gemaakt: in de toekomst zal niet de rode maar de blauwe kaart meer dynamiek brengen. Dat is prima. Samenwerking tussen de commissies, deze gezamenlijke commissies, is een test, omdat de praktijk tot dusver ook niet naar tevredenheid was. Laten we eerlijk zijn, de adviescommissie had feitelijk geen schijn van kans. In dat opzicht is de proef met gezamenlijke vergaderingen van twee commissies een nieuwe poging om een betere oplossing te vinden.

Deze herziening is absoluut noodzakelijk. Het is ook goed dat we deze nog voor de verkiezingen doorvoeren en niet wachten tot de volgende zittingsperiode. Nogmaals dank aan de heer Corbett en iedereen die hieraan heeft meegewerkt.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Wielowieyski (ALDE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, het zeer goede verslag van de heer Corbett bevat helaas een ernstige fout. Ons doel is als Parlement hoogwaardige prestaties te leveren. Daarom moeten we fouten vermijden en in staat zijn teksten te verbeteren.

Alleen amendement 8 over artikel 45 biedt ons de mogelijkheid om met steun van 75 afgevaardigden, die we niet zo eenvoudig zullen krijgen, amendementen in te dienen in de plenaire vergadering. De rapporteur en de Commissie constitutionele zaken hebben deze procedure verworpen uit vrees om te worden overspoeld met amendementen.

De vernieuwingen die wij namens de ALDE-Fractie en de Verts/ALE-Fractie hebben voorgesteld, waren bedoeld om dit recht toe te kennen aan twee of drie fracties. Wij hebben coördinatoren en schaduwrapporteurs die bevoegd zijn en de wettelijke procedure volgen.

Het verwerpen van deze door de Commissie constitutionele zaken voorgestelde vernieuwing, betekent het weigeren van de mogelijkheid om een tekst in het kader van een normale procedure te verbeteren, en dat is een ernstige fout.

 
  
MPphoto
 

  Nils Lundgren (IND/DEM).(SV) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Leedvermaak is de enige echte vreugde, zeggen cynici. Maar zelfs degenen onder ons die geen cynici zijn, geven natuurlijk toe dat leedvermaak een vorm van vreugde is en een dergelijke vreugde voel ik nu. Waarom? Wel, vorig jaar begonnen wij van Junilistan en de Fractie Onafhankelijkheid/Democratie voor elke eindstemming een hoofdelijke stemming te eisen. Ik herinner me hoe de Voorzitter, de heer Pöttering, tegen ons tekeerging, ons belachelijk maakte en beweerde dat het een fortuin kostte. Nu stelt de commissie voor om alle eindstemmingen over wetsvoorstellen hoofdelijk te laten gebeuren. Terecht! Om politieke verantwoordelijkheid van hun vertegenwoordigers in het Europees Parlement te kunnen eisen, moeten de kiezers kunnen controleren hoe ze hebben gestemd. Hoe stemde de heer Hannan, mevrouw Wallis of mevrouw Svensson, om slechts enkele van mijn favoriete collega’s te noemen? Dit voorstel is een belangrijke stap in de richting van een democratisch proces, het kan de controle door de kiezers op de jaknikkers in dit plenum versterken. Ik bedank de heer Corbett voor zijn voorstel en de Voorzitter dat mij het woord heeft gegeven.

 
  
MPphoto
 

  Bruno Gollnisch (NI).(FR) Mijnheer de Voorzitter, stelt u zich eens voor wat er zou gebeuren als het quorum in de praktijk zou gelden voor onze debatten. Vandaag zijn we met slechts elf personen om deel te nemen aan de vergadering over uiterst belangrijke onderwerpen die van belang zijn voor het volgende Parlement. Daarom vind ik het beginsel dat aan deze wijzigingen ten grondslag ligt, hoogst twijfelachtig.

Wat nog twijfelachtiger is – los van het werk dat de heer Corbett heeft verricht –, is dat een amendement dat door de Commissie constitutionele zaken is verworpen, weer opnieuw wordt ingediend door twee belangrijke fracties in dit Parlement, om een traditionele bepaling, die alle parlementen in de wereld met elkaar gemeen hebben, namelijk dat het oudste lid de openingszitting mag voorzitten, te wijzigen, waarbij we heel goed weten dat het hier om een specifieke persoon gaat.

Dit is een zeer terechte bepaling en het feit dat we deze alleen willen wijzigen omdat het volgende oudste lid de meerderheidsfracties wellicht niet bevalt, is natuurlijk een zeer bedrieglijke maatregel. Dat is trouwens het hele probleem van ons Parlement, waar ik nu al bijna twintig jaar zitting in heb. Ik merk dat telkens als de minderheid gebruik maakt van een recht, het Reglement wordt gewijzigd. In dat geval zou het nog beter zijn om het Reglement te ontbinden en gewoon de wil te volgen van de meerderheidsfracties.

 
  
MPphoto
 

  Richard Corbett, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mijn schaduwrapporteurs bedanken, die zich hebben beziggehouden met de details van dit vraagstuk: de heer Szájer, de heer Duff, mevrouw Frassoni en mevrouw Dahl. Zonder hun hulp en werk zou het ons niet gelukt zijn dit werk tot een goed einde te brengen.

In de tweede plaats wil ik bevestigen wat reeds genoemd is. Dit verslag bestond eigenlijk uit twee delen. Er is nog een ander verslag dat we nog niet aan de plenaire vergadering hebben voorgelegd – en waar we in het volgende Parlement nog op terug moeten komen – dat betrekking heeft op hoe we onze procedures aan het Verdrag van Lissabon gaan aanpassen als dat van kracht wordt. We hebben ons daar natuurlijk al op voorbereid, zonder vooruit te lopen op de ratificatie die hopelijk morgen in de Tsjechische senaat plaats zal vinden en later in het jaar ook in Ierland, maar we kunnen daar dan op terugkomen terwijl al het voorbereidende werk al achter de rug is als het Verdrag wordt geratificeerd.

Verder wil ik bevestigen dat er inderdaad regels zijn die, zoals de heer Szájer al aangaf, een herziening zijn van recente hervormingen die voortvloeiden uit het eerste verslag van de werkgroep hervorming van Dagmar Roth-Behrendt. Het betreft de kwestie van de initiatiefverslagen, waarbij we een procedure hebben die naar het gevoel van veel leden nogal star is. We hebben deze iets flexibeler gemaakt. Om te beginnen zal het debat niet alleen meer bestaan uit een korte presentatie van de rapporteur, een antwoord van de Commissie en verder niets. Er zal bij dergelijke gelegenheden ook een “catch-the-eye”-periode mogelijk zijn van hoogstens tien minuten.

Voorts, wat betreft amendementen, die zijn bij initiatiefverslagen momenteel niet toegestaan. In plaats daarvan kunnen fracties een alternatieve ontwerpresolutie indienen. Het recht daartoe blijft gehandhaafd, maar daarnaast zouden we ook amendementen toestaan mits deze zijn ingediend door een tiende van de leden van het Parlement. De heer Wielowieyski, die ons zojuist verlaten heeft, heeft kritiek geleverd op dit punt, maar momenteel bestaat er geen enkel recht om amendementen in te dienen op initiatiefverslagen. Hiermee wordt een beperkt recht hierop mogelijk.

We willen niet de deur wagenwijd openzetten voor honderden amendementen, met als consequentie dat een commissie van zevenhonderd-zoveel leden ellenlange resoluties moet gaan herschrijven, maar aan de andere kant beschouwen we een beperkt recht van amendement wanneer de behoefte daartoe groot is, een redelijk compromis en een goede balans.

Een andere wijziging van een eerdere hervorming van een aantal jaren geleden, is het amendement dat is ingediend door de ALDE-Fractie inzake herschikking. Mijns inziens is dat ook een welkome aanpassing van onze huidige procedures

Ik wil verder nog bevestigen dat er veel ideeën afkomstig zijn van andere leden. Ik heb er al een aantal genoemd. Ik ben vergeten het artikel over de agora te noemen, waarvan de heer Botopoulos en de heer Onesta de geestelijke vaders zijn. Er zijn nog andere ideeën bijvoorbeeld over de hoofdelijke stemming over wetgevingsverslagen – dit geldt niet voor alle eindstemmingen maar voor eindstemmingen over wetgevingsverslagen, maar ik denk dat ik dit reeds eerder heb genoemd.

Ten slotte nog de punten waarover ik met sommige leden van mening verschil. Mijnheer Duff, de regel die betrekking heeft op de situatie waarbij er in de plenaire vergadering een groot aantal amendementen wordt ingediend en de Voorzitter aan een commissie kan vragen om daar nog eens naar te kijken: dit is geen terugverwijzing van het verslag naar de commissie. De commissie fungeert slechts als filter voor de eventuele amendementen tijdens de plenaire vergadering zodat we geen uren bezig zijn met stemmen, maar alleen hoeven te stemmen over de amendementen die een zekere mate van steun hebben. Het is geen terugverwijzing.

Ten tweede het punt dat mevrouw Frassoni naar voren bracht over de adviserende commissies die het recht zouden moeten hebben om amendementen in te dienen tijdens de plenaire vergadering. Persoonlijk heb ik er ernstige twijfels over of dat nu wel zo’n goed idee is, maar het is afkomstig van de werkgroep hervorming waarin u zitting had. En het werd door de Conferentie van voorzitters onderschreven. Omdat er een bepaalde mate van consensus over bestond, leggen we het voor aan het Parlement om te worden goedgekeurd of misschien wel verworpen. We zullen wel zien hoe morgen de stemming in het Parlement uitvalt.

Tot slot, ik ga niet in op de kwesties van de Commissie verzoekschriften, omdat we daar zo dadelijk een specifiek debat over zullen voeren en dan zal ik daar op terugkomen. Ik wil ten slotte alleen nog zeggen, in antwoord op hetgeen de heer Gollnisch heeft gezegd, dat hij het op twee punten bij het verkeerde eind heeft. Dit is niet hetzelfde amendement als het amendement dat in de commissie werd verworpen. Dit is een ander amendement, en een andere benadering van de kwestie. Ik had ernstige bedenkingen over het amendement dat in de commissie was ingediend, maar ik sta volkomen achter hetgeen aan de plenaire vergadering is voorgelegd.

Ten tweede het systeem van het oudste lid is niet bij alle parlementen in de wereld gangbaar, zoals hij suggereert. Het komt veelvuldig voor, maar het is zeker niet het enige systeem dat er bestaat, en het is voor ons als Europees Parlement volkomen legitiem om te kijken naar de diverse systemen die er zijn en er een te kiezen die bij onze situatie past. Het is aan het Parlement om hierover te beslissen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag 6 mei 2009 plaats.

 
Laatst bijgewerkt op: 10 september 2009Juridische mededeling