Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/2209(REG)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0027/2009

Ingediende teksten :

A6-0027/2009

Debatten :

PV 05/05/2009 - 17
CRE 05/05/2009 - 17

Stemmingen :

PV 19/02/2009 - 5.2
CRE 19/02/2009 - 5.2
Stemverklaringen
Stemverklaringen
PV 06/05/2009 - 4.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0353

Debatten
Dinsdag 5 mei 2009 - Straatsburg Uitgave PB

17. Verzoekschriftenprocedure (wijziging van titel VIII van het Reglement) (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0027/2009) van Gérard Onesta, namens de Commissie constitutionele zaken, tot wijziging van het Reglement van het Europees Parlement met betrekking tot de verzoekschriftenprocedure (2006/2209(REG)).

 
  
MPphoto
 

  Gérard Onesta, rapporteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik weet niet of dit na de grote taart van het verslag-Corbett de kers op de taart is. Het is eerder een klein gebakje dat ze bij de koffie geven als ze u de rekening presenteren.

Ik ga het dus over verzoekschriften hebben. Wij hebben in het verleden geconstateerd dat het Reglement in zijn huidige vorm ons voor een aantal problemen stelt, omdat bepaalde artikelen soms moeilijk te interpreteren waren of zelfs tot politieke blokkeringen leidden voor wat betreft de ontvankelijkheid van bepaalde teksten. Daarom hebben we geprobeerd de artikelen hier en daar op te schonen, te specificeren en samen te voegen, wat het echter nog niet tot een revolutie maakt.

Ten eerste willen we de identiteit van de indiener beter vaststellen, want als we een halve ton verzoekschriften ontvangen, weten we niet zo goed wie de contactpersoon is aan wie we ons moeten richten. We vragen de indieners voortaan aan te geven wie als het ware hun leider is. En anders besluiten wij de eerste naam op de eerste bladzijde te gebruiken.

We hebben indieners ook het recht gegeven zich terug te trekken. We zeggen de burgers: “U kunt verzoekschriften indienen, maar u kunt ook van dit recht afzien en verzoeken dat uw naam uit de lijst van ondertekenaars wordt verwijderd”.

Zoals u weet kan ons Parlement post ontvangen in door de lidstaten erkende minderheidstalen, zoals Galicisch, Baskisch, Catalaans, enzovoort. Wij hebben besloten dit recht uit te breiden naar verzoekschriften. Als burgers ons brieven schrijven in talen die het Bureau erkent als talen voor schriftelijke communicatie met de burgers, antwoorden wij in dezelfde talen.

De werkelijke hervorming ligt echter op het gebied van de ontvankelijkheid. Tot nu toe voerden de leden van de Commissie verzoekschriften soms een felle strijd om uit te vinden of een bepaalde tekst daadwerkelijk betrekking had op het Europees recht. Tenslotte kwamen mensen altijd wel via een achterdeur binnen, aangezien Europa op alle gebieden betrekking heeft. We hebben dus geprobeerd de zaken te vereenvoudigen door een soort prikkel te geven voor het ontvankelijk verklaren van verzoekschriften.

Als een kwart van de leden van de Commissie verzoekschriften van mening is dat een document ontvankelijk is, wordt het in behandeling genomen, want wij mogen geen beperkingen opleggen aan een grondrecht, een recht dat tenslotte op het primaire recht is gegrondvest. Indien een verzoekschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard, proberen wij zelfs enkele mogelijkheden aan te wijzen om bezwaar aan te tekenen.

Er moet altijd transparantie zijn, aangezien de naam van de indiener en de inhoud van het verzoekschrift altijd in onze registers wordt gepubliceerd, maar als de indiener in verband met privacybescherming anoniem wenst te blijven, kunnen we daarvoor zorgen. Hetzelfde geldt bij een verzoek om geheimhouding bij de debatten.

Het spreekrecht voor indieners, waar de voorzitter van de commissie over beslist, blijft uiteraard bestaan.

Het recht van follow-up hebben wij iets uitgebreid, of eigenlijk verduidelijkt, omdat de Commissie verzoekschriften voorheen een initiatiefverslag over min of meer elk willekeurig onderwerp kon opstellen. Wij zien niet in waarom deze commissie meer rechten moet hebben dan andere commissies. De Commissie verzoekschriften behoudt uiteraard dit recht, mits er geen bezwaar komt van de Conferentie van de voorzitters.

Het elektronisch register blijft behouden. Er zullen verkennende bezoeken worden afgelegd om feiten te controleren of zelfs om een eventuele oplossing te vinden. Hierbij gaat het om een rol van bemiddelaar, een enigszins originele vernieuwing die we hebben ingevoerd en die zeker gunstig kan uitpakken voor ons Parlement.

Als het nodig is, vragen wij de Commissie, die vandaag op het hoogste niveau vertegenwoordigd is, om hulp om de toepassing van het gemeenschapsrecht te verduidelijken en om ons eventueel informatie te verschaffen. De verzamelde informatie wordt uiteraard aan de Commissie, aan de Raad en aan de indiener verstrekt.

Maar wat als het Verdrag van Lissabon wordt geratificeerd? Zoals u weet, voorziet dat verdrag een nieuw soort verzoekschrift naast het huidige verzoekschrift aan het Europees Parlement, dat nu al heel lang bestaat, namelijk een verzoekschrift aan de Europese Commissie met minstens een miljoen handtekeningen.

Wij hebben enkel besloten dat, ingeval het Verdrag van Lissabon wordt geratificeerd, wanneer een verwant onderwerp aan de orde wordt gesteld via een verzoekschrift van een miljoen burgers aan de Commissie, wij als Parlement nagaan of wij een identiek onderwerp aan het behandelen zijn en of het verzoekschrift aan de Commissie ons werk kan beïnvloeden, in welk geval wij de indieners van de verzoekschriften daarover zullen inlichten.

Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat ik hiermee de situatie ongeveer heb samengevat. Er is dus geen sprake van een revolutie, maar van verduidelijkingen en het voorkomen van blokkeringen.

 
  
MPphoto
 

  Richard Corbett, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, met groot genoegen spreekt mijn fractie haar steun uit voor het verslag van de heer Onesta, die zich op uitstekende wijze in dit onderwerp heeft verdiept; dit is overigens al enige tijd geleden. Het is wel wat merkwaardig dat de Conferentie van voorzitters zo lang heeft gewacht om dit verslag op de plenaire agenda te zetten.

Het feit dat zij zo lang heeft gewacht en het gelijktijdig met mijn verslag op de agenda heeft gezet, betekent echter dat er wat één punt betreft sprake is van een zeker raakvlak tussen onze verslagen, waar mevrouw Frassoni in ons vorige debat op zinspeelde. Dit betreft de kwestie van de samenwerking tussen de Commissie verzoekschriften en de vakcommissie. Iedereen is het erover eens dat ze moeten samenwerken. Er bestaat echter onenigheid over wat je het belangrijkste punt zou kunnen noemen: als ze het met elkaar oneens zijn, wie heeft dan het laatste woord?

Je kunt voor beide kanten begrip opbrengen. Vanuit het perspectief van de leden van de Commissie verzoekschriften hebben zij de verzoekschriften ontvangen, de betreffende zaak onderzocht, ze hebben misschien een hoorzitting georganiseerd en misschien mensen gehoord, ze hebben soms iets gevonden dat misschien onjuist is in de wetgeving die de vakcommissie heeft behandeld, en zijn dan van mening dat zij dat hebben aangepakt en het laatste woord zouden moeten hebben als de vakcommissie het met hen oneens is. Aan de andere kant kun je de vakcommissie ook wel begrijpen. Waarom zou zij opeens een andere commissie bevoegd achten voor het onderwerp alleen omdat iemand een verzoekschrift naar die andere commissie heeft gestuurd? Voor beide kanten valt begrip op te brengen.

In een poging om de twee met elkaar te verzoenen, heb ik gezegd dat er natuurlijk nauw met elkaar samengewerkt zou moeten worden en dat de Commissie verzoekschriften uiteindelijk naar het standpunt van vakcommissie moet luisteren. Eventueel kan er worden afgeweken van het standpunt van de vakcommissie – dat is toegestaan – maar als dit gebeurt dan is de prijs die daarvoor moet worden betaald dat de vakcommissie het recht heeft om amendementen in te dienen in de plenaire vergadering.

Mijns inziens is dat een redelijke compensatie. Ik begrijp niet waarom mevrouw Frassoni eerder heeft gezegd dat dat het einde zou betekenen van de Commissie verzoekschriften. Ik begrijp echt niet hoe ze tot een dergelijke conclusie heeft kunnen komen. De leden van de Commissie verzoekschriften in mijn fractie hebben zelfs tegen mij gezegd dat ze blij zijn met dat compromis en ik denk ook dat het een werkbaar compromis is. Het is een compromis. Als je een extreem standpunt inneemt in deze controverse dan zul je er niet erg gelukkig mee zijn, maar ik denk dat het een werkbaar compromis is. Het gaat mooi samen met het uitstekende verslag van de heer Onesta, en ik denk dat alles bij elkaar genomen dit pakket goed kan werken.

 
  
MPphoto
 

  Jo Leinen (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de heer Onesta heeft opgemerkt dat zijn verslag geen revolutie teweeg brengt, maar het gaat hier toch om een belangrijke herziening, die de rechten van zowel de burgers als van de Commissie verzoekschriften versterkt. Het petitierecht is een recht van burgers en dienaangaande worden enkele verbeteringen doorgevoerd waardoor de burgers worden aangemoedigd om vragen aan het Parlement te stellen. Het is mijns inziens ook goed dat niet de voorzitter van een commissie bepaalt of een verzoekschrift toegelaten kan worden. Ik ben weliswaar zelf voorzitter van een commissie, toch ben ik het ermee eens dat als een kwart van de leden van mening is dat een onderwerp behandeld moet worden, het onderwerp ook daadwerkelijk moet worden behandeld.

Dan wil ik een opmerking van de heer Onesta corrigeren: het Europees burgerinitiatief is geen verzoekschrift – dat is een aliud. Het is eigenlijk een Europees volkspetitionnement, een ander soort recht. Het is ook niet aan het Parlement gericht, maar aan de Commissie en dat mogen we niet door elkaar halen. Daar hebben de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld veel waarde aan gehecht.

Dit is wellicht het laatste verslag dat de heer Onesta hier in het Parlement heeft opgesteld. Ik wil hem van harte danken voor zijn in velerlei opzicht uitstekende werk, als ondervoorzitter en ook als lid van onze commissie. Tevens wil ik Agora noemen, het forum van het Parlement met het maatschappelijk middenveld, dat geschiedenis schrijft en een bijzonder belangrijk instrument is. Wij ondersteunen daarom het verslag-Onesta en danken u nogmaals voor de uitstekende samenwerking.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ik moet de heer Leinen corrigeren: aangezien de heer Onesta zich heeft beziggehouden met het gebouwenbeleid, heeft zijn nalatenschap niet alleen met zijn politieke initiatieven te maken, maar laat hij ook vele permanente werken na.

 
  
MPphoto
 

  Costas Botopoulos (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ook ik wil de heer Onesta bedanken voor zijn werk en voor zijn aanwezigheid in het Parlement. Ik zou graag enkele opmerkingen willen maken over zijn laatste verslag. Net als mevrouw Frassoni ben ik ervan overtuigd dat het petitierecht een belangrijk recht is, maar ik moet zeggen dat de Commissie verzoekschriften een nogal merkwaardige commissie is: een belangrijke, interessante, maar merkwaardige commissie. Deze minirechtbank waar over alles en niets wordt gesproken, is belangrijk, maar interessant, en verschillend van wat wij doen.

Ik wil graag kort terugkomen op drie punten. Ten eerste de minderheidstalen. Ik ben het ermee eens, maar dit moet niet de deur open zetten voor talen waarvan het gebruik in dit Parlement niet geheel rechtmatig is. Vervolgens de ontvankelijkheid. Ik ben het er helemaal mee eens dat het goed is om zoveel mogelijk te proberen verzoekschriften aan te nemen in plaats van te verwerpen. Tot slot wil ik zeggen dat ik het eens ben met onze voorzitter, Jo Leinen. Het initiatiefrecht voor burgers heeft in wezen niets te maken met het petitierecht, dat een democratisch, grondwettelijk recht is ten aanzien van het Parlement, en deze twee rechten mogen niet met elkaar worden verward.

Als laatste wil ik zeggen dat ik vooral het woord heb genomen om de heer Onesta te bedanken voor zijn werk.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ik bied mijn geachte collega mijn verontschuldigingen aan, want ik werd meteen berispt voor mijn onjuiste uitspraak van zijn achternaam, die Botòpoulos en niet Botopoùlos is. Nogmaals mijn excuses.

 
  
MPphoto
 

  Monica Frassoni (Verts/ALE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ook ik wil de heer Onesta namens de fractie van De Groenen/Vrije Europese Alliantie bedanken voor zijn werk. Wij waren overigens eerder samen op een feestje en wij zullen daar straks naar terugkeren om de dankwoorden en de feestelijkheden af te ronden.

Ik wil allereerst graag zeggen dat wij dit rapport natuurlijk steunen, maar dat wij ook van mening zijn dat de kwestie over de verhouding met de ten principale bevoegde commissie in de hervorming van Corbett een lastig thema blijft. Hierover wil ik ook graag iets zeggen tegen de heer Botopoulos: het is niet zo dat de Commissie verzoekschriften een vreemde commissie is; het is een commissie met een hele specifieke rol en in de meeste gevallen hebben de verzoekschriften betrekking op de toepassing van het Gemeenschapsrecht, met schendingen van richtlijnen en wetten die uiteraard niet altijd een duidelijk verband hebben met de ten principale bevoegde commissie.

Sterker nog, wie zich maar enigszins verdiept in het werk van de Commissie verzoekschriften, kan zien dat zij een soort Assepoester is in ons Parlement en dat de ten principale bevoegde commissie vaak niet reageert op de verzoeken van de Commissie verzoekschriften. Het Parlement heeft geen enkele zin te reageren op wat de Commissie verzoekschriften zegt, doet of voorstelt.

Dit is waar ik bang voor ben: dat de Commissie verzoekschriften die zich, niet altijd maar wel vaak, op de toepassing van het Gemeenschapsrecht richt, op een bepaalde manier op de goedkeuring moet wachten van de bevoegde commissies die wetgeving opstellen, en dus een andere rol spelen, en ook nog eens toestemming moet vragen aan de Conferentie van voorzitters wanneer het simpelweg gaat om toezicht op tenuitvoerlegging, dat overigens, ik zeg het nog maar eens, niets te maken heeft met de wetgevende functie van de parlementaire commissies.

Dit is waarom ik mijn zorgen uit over de door de heer Corbett voorgestelde hervorming inzake verzoekschriften, ook al ben ik het helemaal eens met wat de heer Onesta heeft gezegd. Nogmaals dank, Voorzitter, dat u zich flexibel heeft getoond met betrekking tot de tijd.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het was in feite bedoeld als hoffelijk gebaar omdat het de laatste interventie van vanavond was, afgezien van het antwoord van onze rapporteur, de heer Onesta, die ik nu het woord geef.

 
  
MPphoto
 

  Gérard Onesta, rapporteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zal proberen mijn collega’s een antwoord te geven. Mijnheer Leinen, u hebt helemaal gelijk, ik heb me versproken. De procedure voor het indienen van verzoekschriften aan de Commissie volgens de toekomstige bepalingen van het toekomstige verdrag is volkomen verschillend van de procedure voor het indienen van verzoekschriften aan het Parlement.

Maar voor het hypothetische geval waarin deze verzoekschriftenprocedures, die sterk van elkaar verschillen wat betreft plaats en formaat, betrekking hebben op hetzelfde onderwerp, hebben wij besloten dat de indieners moeten worden ingelicht, om te bepalen of wij ons onderzoek wel of niet moeten voortzetten. We hebben dus enkel besloten de coördinatie in deze situatie te versterken. Ik geef extra duidelijkheid, maar u hebt mij zeer terecht gevraagd op taalkundig vlak een nadere opheldering te geven.

Ik zal meer toelichting geven over het taalkundige aspect, op verzoek van de heer Botopoulos. Het gaat uiteraard niet om het uitbreiden van deze Toren van Babel, die nu al zo complex is. Kijkt u maar naar het aantal tolken dat vanavond nog aanwezig is. We hebben duidelijk vastgelegd dat het Bureau van het Parlement kan bepalen dat verzoekschriften en correspondentie met de indieners worden opgesteld in andere talen die in een lidstaat worden gebruikt. Deze talen moeten daarom in de lidstaat erkend zijn en de lidstaat moet erom vragen. Op dit moment is dat voor niet meer dan vier talen het geval. Als ik morgen in het Volapuk, een denkbeeldige taal, wil schrijven, zullen het Parlement en het Bureau niet in deze taal antwoorden, aangezien deze door geen enkele lidstaat wordt erkend. Dat alles is duidelijk vastgelegd.

Voor wat betreft conflicten tussen de commissies, een punt waar de heer Corbett ons op heeft gewezen, wil ik opmerken dat in mijn verslag duidelijk staat vermeld dat de Commissie verzoekschriften overeenkomstig artikel 46 en Bijlage VI al het advies kan inwinnen van andere commissies “die speciale bevoegdheden op het gebied in kwestie hebben”. U zegt dat er in dat geval desondanks een conflict kan ontstaan. We hebben echter een scheidsrechter aangesteld, omdat de Commissie verzoekschriften geen initiatiefverslag kan indienen en zich niet tegen een initiatiefverslag van een bevoegde commissie kan verzetten indien de Conferentie van de voorzitters dat niet toestaat. We hebben een poortwachter, namelijk de Conferentie van voorzitters, die besluit of het aan de Commissie verzoekschriften of aan de ten principale bevoegde commissie is om actie te ondernemen in een geval waarin de commissies het niet eens kunnen worden. We hebben dus wel degelijk aan een voorzorgsmaatregel gedacht.

Ik denk dat we na deze verduidelijkingen het debat kunnen sluiten, mijnheer de Voorzitter. Ik heb bijna twintig jaar gewacht om in de plenaire vergadering zes minuten het woord te mogen voeren. Maar voor zo’n publiek was het werkelijk een genoegen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag 6 mei 2009 plaats.

 
Laatst bijgewerkt op: 10 september 2009Juridische mededeling