Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/0010(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0261/2009

Debatten :

PV 06/05/2009 - 2
CRE 06/05/2009 - 2

Stemmingen :

PV 06/05/2009 - 6.8
CRE 06/05/2009 - 6.8
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0366

Debatten
Woensdag 6 mei 2009 - Straatsburg Uitgave PB

2. Steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) - Programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie - Wijziging van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- het verslag (A6-0259/2009) van Petya Stavreva, namens de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) [COM(2009)0038 - C6-0051/2009 - 2009/0011(CNS)],

- het verslag (A6-0261/2009) van Eugenijus Maldeikis, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van een programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie [COM(2009)0035 - C6-0049/2009 - 2009/0010(COD)] en

- het verslag (A6-0278/2009) van Reimer Böge, namens de Begrotingscommissie, over het gewijzigd voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer ten aanzien van het meerjarig financieel kader (2007-2013) [COM(2009)0171 – C6-0508/2008 – 2008/2332(ACI)].

 
  
MPphoto
 

  Petya Stavreva, rapporteur. – (BG) Vandaag brengen we in het Europees Parlement een belangrijk debat op gang over de toekenning van aanvullende middelen uit de Europese begroting aan plattelandsgebieden in de Gemeenschap, met als doel deze gebieden te helpen omgaan met de gevolgen van de economische crisis. Er is in deze moeilijke tijd 1,02 miljard euro uitgetrokken voor steun aan de landbouwsector van de Europese Unie. Ik denk dat de landbouwers in de Gemeenschap het belang van deze boodschap, dat financiële middelen zijn uitgetrokken voor extra steun, zullen inzien.

Het bedrag dat elk land krijgt is bedoeld voor de ontwikkeling van breedbandinternet en voor de aanpak van de nieuwe uitdagingen die in de periodieke herziening van het gemeenschappelijke landbouwbeleid voor 2008 waren omschreven. Ik ben van mening dat investeringen in internetinfrastructuur, herstructurering van de zuivelsector, hernieuwbare energiebronnen, bescherming van biodiversiteit en waterbronnen essentieel zijn voor het oplossen van een groot deel van de problemen in deze regio’s. Daarmee worden de mensen alternatieve mogelijkheden geboden.

In mijn verslag stel ik, wat de voor 2009 gereserveerde financiële middelen betreft, voor om een extra 250 miljoen euro op de begrotingslijn voor plattelandsontwikkeling te zetten. Met deze wijziging zou het totale bedrag aan financiële middelen voor 2009 op bijna 850 miljoen euro uitkomen. Aangezien het noodzakelijk is om snel in te spelen op de huidige economische crisis, zou het om te beginnen een goed idee zijn om de voor 2010 en 2011 geplande betalingen in 2009 te verrichten.

Ik zou graag de mogelijkheid willen benadrukken om de middelen over de lidstaten te verdelen uitgaande van hun specifieke behoeften. Met deze flexibiliteit kan ieder land de financiële middelen aanwenden overeenkomstig de behoeften van hun landbouwers en plattelandsbewoners.

Gezien de krappe kredietbeschikbaarheid tijdens een financiële crisis en gelet op de obstakels die het gebruik van de financiële middelen van de plattelandsprogramma’s in de weg staan, denk ik dat dit een mooie kans is om een deel van deze middelen te reserveren voor kapitaal waarmee leningen en kredietgaranties kunnen worden verleend. Dan kunnen we echte hulp bieden aan mensen die projecten willen uitvoeren maar niet over genoeg startkapitaal beschikken.

Het is belangrijk dat de lidstaten zich aan de afgesproken datums houden en aanvullende activiteiten opnemen in de programma´s voor plattelandsontwikkeling, zodat deze financiële middelen kunnen worden gebruikt. Hoe sneller het geld naar de landbouwers en de regio’s gaat, hoe meer voordeel er uit deze financiële steun kan worden gehaald. Een andere belangrijke voorwaarde voor een succesvol gebruik van de middelen is dat elk land de betrokken regionale en plaatselijke organen en de mogelijke begunstigden snel voorziet van relevante, eenvoudig toegankelijke informatie over nieuwe projectmogelijkheden op grond van de herziene programma´s voor plattelandsontwikkeling.

Ik zou willen beklemtonen hoe plezierig ik het vond om aan een verslag te werken dat de actieve aanpak en steun van de Europese instellingen voor de toekomst van de communautaire landbouwsector en plattelandsgebieden zo benadrukt. Ik heb altijd geloofd dat steun het waardevolst is in tijden dat mensen die steun het hardst nodig hebben, en op dit moment hebben de plattelandsgebieden meer middelen nodig voor ontwikkeling en modernisering. Dit is de enige manier om migratie te stoppen, de natuur te beschermen en werkgelegenheid en nieuwe banen te garanderen.

Ik zou willen afsluiten met een woord van dank aan mijn collega’s van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling die betrokken waren bij het opstellen van dit verslag. Daarnaast wil ik de vertegenwoordigers van de Europese Commissie en de Raad bedanken voor hun behulpzame medewerking. Ik wil ook de brancheorganisaties bedanken voor de voorstellen die ze gedaan hebben. Ik vraag u om dit verslag te steunen en aldus de ontwikkeling van de plattelandsgebieden in de Europese Unie een nieuwe impuls te geven.

 
  
MPphoto
 

  Eugenijus Maldeikis, rapporteur.(LT) De Commissie is met een bijzonder belangrijk aanvullend pakket gekomen voor het programma om het economisch herstel op het gebied van energie te bevorderen. Het pakket is zo belangrijk omdat de economische crisis een uitdaging voor de Europese energie vormt.

Het pakket bestaat uit drie onderdelen. Het eerste betreft de infrastructuur van gas- en elektriciteitsvoorziening en projecten die over belangrijke interconnecties voor gas- en elektriciteitsnetwerken gaan. We weten dat dit een heel gevoelig en oud probleem is. Gezien de huidige crisis zou de financiering van interconnectieprojecten een grote impuls aan regionale energieontwikkeling en interregionale samenwerking kunnen geven. Bovendien zou daarmee de totstandbrenging van een gemeenschappelijke Europese energiemarkt worden ondersteund.

Het tweede onderdeel van het pakket heeft betrekking op windmolenparken op zee, en het derde op projecten voor het afvangen en opslaan van CO2 die rekening houden met de problemen rond klimaatverandering en de behoefte aan hernieuwbare energie. Ik vind dat de structuur en systemen van de Europese energiesector, gezien de economische crisis waarmee we geconfronteerd worden, fundamenteel moeten worden herzien. Dit zou echt een zeer geschikt moment zijn om de huidige situatie te evalueren en talloze energieproblemen opnieuw te bekijken.

Volgens mij zou dit pakket, met deze drie programma’s, de Europese energiesector aanzienlijk versterken, een effect hebben op andere sectoren en het economisch herstel in Europa enorm bevorderen.

De 3,9 miljard van dit pakket is mijns inziens een groot bedrag dat het bijzonder dringende probleem van de Europese energievoorzieningszekerheid kan helpen oplossen. Naast de gevolgen van de energiecrisis en de sociaaleconomische gevolgen dreigt voor bepaalde Europese landen het grote politieke gevaar dat zij te maken krijgen met problemen bij hun gasvoorziening. Dat gevaar is ook nu nog sterk aanwezig.

De financiering van interconnectieprojecten zou de positie van Europa in belangrijke mate versterken en extra garanties voor energievoorziening opleveren. Daar wil ik graag nog aan toevoegen dat het Europees Parlement tijdens het debat over dit document heeft voorgesteld de volgende punten in het pakket op te nemen.

Het Parlement heeft zich ten eerste geconcentreerd op de mogelijke herverdeling van de financiële middelen die niet voor projecten zijn gebruikt. Daar we zeer strenge termijnen voor de voorbereiding en ontwikkeling van projecten willen vaststellen, zou het eventueel onbenut geld volgens ons naar andere projecten moeten gaan die speciaal gericht zijn op energie-efficiëntie en hernieuwbare energie.

Binnen zeer korte tijd vond er een trialoog plaats, en we konden tot een akkoord met de Raad komen. De Raad heeft de voorstellen van het Parlement overwogen en in dit pakket opgenomen. Dat doet mij veel genoegen, en ik zou de vertegenwoordigers van de Raad, van het Tsjechische voorzitterschap en commissaris Piebalgs dan ook graag willen bedanken voor de zeer nauwe en succesvolle samenwerking. We zijn er binnen een zeer kort tijdsbestek werkelijk in geslaagd een goed resultaat te bereiken.

 
  
MPphoto
 

  Reimer Böge, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, zodra er overeenstemming over de Begroting 2009 was bereikt, heeft de Commissie een voorstel betreffende de herziening van het meerjarig financieel kader gepresenteerd voor de financiering van trans-Europese infrastructurele energie-interconnectie- en breedbandprojecten in het kader van het Europees economisch herstelplan.

Achteraf gezien moeten we ten eerste constateren dat de procedure hierdoor was bemoeilijkt, want wij achtten het niet correct en gepast dat er een paar dagen nadat er overeenstemming over de begroting was bereikt, nieuwe voorstellen werden gepresenteerd. Ten tweede moeten we vaststellen dat het bij de afsluiting van de begrotingsprocedure 2009 nauwelijks mogelijk was geweest om met de Raad tot overeenstemming te komen over zowel de voedselhulpfaciliteit als over deze onderdelen van het economisch herstelplan. Met haar oorspronkelijke voorstel om door middel van een herziening van de financiële vooruitzichten vijf miljard – opgesplitst in twee delen: 3,5 miljard in 2009 en 2,5 miljard in 2010 – ter beschikking te stellen, heeft de Commissie een les getrokken uit de begrotingsramp die het voorstel betreffende de voedselhulpfaciliteit teweeg had gebracht. Wat de Commissie destijds voorstelde, kwam niet overeen met de afspraken over de begroting, en dat is nu duidelijk opnieuw het geval.

Ik ben eveneens ingenomen met het feit dat de Commissie is ingegaan op de suggestie die de Begrotingscommissie tijdens haar eerste debat had gedaan, namelijk om de herziening te beperken en dat wat met plattelandsgebieden en met breedbandprojecten en modernisering van deze structuren in plattelandsgebieden te maken had, in rubriek 2, in de landbouwrubriek van de begroting, te laten staan en niet naar rubriek 1a over te hevelen. Dit was een goed voorstel van dit Parlement en dat is overgenomen.

In de tweede ronde zagen we dat het de Raad was die aanvankelijk zei dat wat de voedselhulpfaciliteit betreft de Commissie dit voorstel niet kon presenteren en dit in principe een herziening was. De Raad probeerde gewoon stilletjes de begrotingsvoorwaarden en -afspraken te omzeilen. Dat hebben wij tijdens de onderhandelingen en tijdens de trialoog van 2 april terecht recht gezet. Mijns inziens hebben wij de eerste goede stap gezet met ons totaalvoorstel om 2,6 miljard in een eerste fase beschikbaar te stellen, in 2009 de kredieten van subrubriek 1a met 2 miljard te verhogen en de kredieten van rubriek 2 met eenzelfde bedrag te verminderen, en eveneens vanaf 2009 een bedrag van 600 miljoen uit te trekken voor plattelandsontwikkeling. Wij streven ernaar de resterende 2,4 miljard tijdens de overlegprocedure voor de begroting 2010 en eventueel 2011 te financieren met behulp van een compensatiemechanisme door gebruik te maken van alle – en ik citeer, want dit is belangrijk – “alle in het rechtskader opgenomen begrotingsmiddelen en onverminderd de financiële middelen voor de programma's waarvoor de medebeslissingsprocedure geldt en de jaarlijkse begrotingsprocedure”.

Voor ons was het eveneens belangrijk dat niet, dwars door de rubrieken heen, werd getornd aan en het mes werd gezet in aangegane verplichtingen. Daarom was de overeengekomen verdeling het enige waarover binnen dit tijdsbestek kon worden onderhandeld, aangezien wij ons allemaal bewust waren van de verplichting om de kwestie van energiesolidariteit en infrastructuurmodernisering in de plattelandsgebieden, met inbegrip van de maatregelen in het kader van de “check-up”, nog binnen deze zittingsperiode vooruit te helpen.

Het is echter duidelijk dat hetgeen wij als Europees Parlement tijdens de plenaire vergadering op 25 maart met betrekking tot de herziening van het meerjarig financieel kader hebben gezegd, hoognodig op de agenda moet worden gezet. Wij dringen er bij de Commissie op aan om met al deze overwegingen wat betreft flexibiliteit en verbetering van de onderhandelingen over het jaarlijks en meerjaarlijks begrotingsbeleid rekening te houden bij de beraadslagingen over de herziening van het meerjarig financieel kader in het najaar. Deze jaarlijkse onderhandelingen met de Raad over dezelfde onderwerpen, waarin we ons jaar in jaar uit vastbijten omdat er geen beweging in de ene partij te krijgen is, zijn een puinhoop en daar moet een einde aan komen, want de buitenwereld begrijpt niet meer wat er aan de hand is. Er moet meer flexibiliteit, meer beweeglijkheid komen in de meerjarige begrotingsprocedure. Van de Commissie wordt nu verlangd dat ze lessen trekt uit deze ervaringen van de laatste twee à drie jaar en dat ze in het najaar relevante voorstellen presenteert. Dat is wat wij verwachten!

 
  
MPphoto
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de huidige economische neergang vereist ook op Europees niveau een stimulans. Dat is iets waarvan zowel u als wij sinds het begin van de crisis vorig jaar overtuigd zijn.

In november 2008 is de Europese Commissie met een alomvattend Europees economisch herstelplan gekomen dat kon rekenen op de steun van de staatshoofden en regeringsleiders. Daarop voortbouwend werd in januari een “pakket van vijf miljard” ter tafel gelegd om de Europese economie een onmiddellijke stimulans te geven. Die stimulans is vooral gericht op hoofddoelstellingen als de ontwikkeling van breedbandinternet, energiezekerheid en koolstofarme technologieën.

De Commissie stelt met voldoening vast dat over dit pakket in een bijzonder strak tijdschema overeenstemming is bereikt, na moeilijke maar constructieve besprekingen.

Ik dank het Parlement voor de ondersteuning van ons voorstel en voor de flexibiliteit en de compromisbereidheid die het in de loop van de interinstitutionele debatten aan de dag heeft gelegd. Hieruit blijkt dat de EU in staat is snel te reageren wanneer een onmiddellijke respons nodig is op een crisissituatie.

Vanuit begrotingsoogpunt – en nu spreek ik namens vice-voorzitter Kallas – kan de Commissie instemmen met de oplossing die door de drie instellingen in onderling overleg is vastgesteld, ofschoon de overeengekomen aanpak verschilt van het oorspronkelijke voorstel dat wij in december 2008 hebben ingediend. Wij vertrouwen erop dat de projecten volgens plan zullen worden uitgevoerd.

Voorts wens ik te bevestigen dat de Commissie nota heeft genomen van de verwachtingen van het Parlement met betrekking tot de herziening van de begroting en de beoordeling van de werking van het Interinstitutioneel Akkoord. Zoals u weet, zijn deze kwesties thans in beraad en zullen wij in de herfst of uiterlijk eind dit jaar onze conclusies bekendmaken.

En nu ter zake: energie. De verordening inzake energieprojecten is een belangrijk instrument om tweeërlei doelstellingen te verwezenlijken: zij moet ons in de gelegenheid stellen het hoofd te bieden aan het fundamentele probleem van de energiezekerheid en de uitdagingen op milieugebied en tezelfdertijd moet zij bijdragen aan het herstel van onze economie. Het pakket is tevens een toonbeeld van solidariteit binnen de Europese Unie. Met name de gascrisis vereiste een snel antwoord.

Nooit tevoren heeft de Europese Unie ermee ingestemd om een dergelijk groot bedrag uit te trekken voor belangrijke energieprojecten.

Ik weet dat sommigen onder u graag meer maatregelen voor hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie in het pakket hadden opgenomen, maar desondanks ben ik van oordeel dat op dit vlak uiteindelijk een goed compromis is bereikt. De Commissie herbevestigt in een alomvattende verklaring dat zij de situatie in 2010 opnieuw zal bestuderen en verwijst daarbij uitdrukkelijk naar de eventuele suggestie om ongebruikte middelen aan te wenden voor maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen. Ik lees de verklaring hier niet voor omdat zij is toegezonden aan het Parlement en samen met de verordening in het Publicatieblad zal worden bekendgemaakt.

Het verheugt mij dat ook in de overwegingen en in een artikel van de verordening wordt gerefereerd aan het beginsel om nieuwe projecten in te dienen wanneer blijkt dat aan de tenuitvoerlegging van de bestaande projecten ernstige risico’s verbonden zijn.

U kunt er bovendien van op aan dat wij goede voortgang zullen maken met de vele andere initiatieven op het gebied van hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie die in onze verklaring worden genoemd.

Na de succesvolle en snelle afronding van de wetgevingsprocedure zal de Commissie nu haar aandacht richten op de tenuitvoerlegging van het pakket. Ik kan u alvast meedelen dat wij met betrekking tot de energieprojecten voornemens zijn om eind mei een oproep tot het indienen van voorstellen te lanceren en dat naar verwachting eind dit jaar de eerste beslissingen over de toekenning van steun zullen vallen.

Ik dank met name de rapporteurs, mevrouw Stavreva, de heer Maldeikis en de heer Böge, voor hun inspanningen om snel een oplossing te vinden voor dit uitermate belangrijke voorstel.

 
  
MPphoto
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zal mij beperken tot het onderdeel van het pakket dat betrekking heeft op plattelandsontwikkeling. In de eerste plaats wil ik, net als de heer Piebalgs, het Parlement, en met name de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, bedanken voor de samenwerking. De laatste maand heeft er een zeer goede en constructieve dialoog plaatsgevonden en het spreekt vanzelf dat uw steun voor dit initiatief van cruciaal belang is voor een succesvol resultaat.

De wetgeving moet zo spoedig mogelijk worden aangenomen, zodat het geld nog in 2009 kan worden geïnvesteerd in plattelandsontwikkeling en daadwerkelijk kan worden besteed. Kortom, planning en besteding van de uitgetrokken financiële middelen.

Het uiteindelijke compromis voorziet in iets minder geld voor plattelandsontwikkeling dan wenselijk is. Ons oorspronkelijke voorstel van 1,5 miljard euro is afgezwakt tot 1,02 miljard euro. De mogelijkheden voor breedbandinvesteringen in plattelandsgebieden worden vergroot en de lidstaten beschikken nu over de nodige flexibiliteit om te kunnen kiezen tussen breedband en nieuwe uitdagingen. Dat lijkt mij een goede zaak, omdat op deze manier geen beperkingen worden opgelegd aan mensen die van oordeel zijn dat de nieuwe uitdagingen in sommige delen van de Europese Unie voor specifieke moeilijkheden zorgen.

De Commissie neemt tevens nota van de amendementen. U verzoekt om uitbreiding van de subsidiabele breedbandacties met zachte maatregelen zoals ICT-training en investeringen in ICT-gerelateerde diensten en installaties. Ik moet u erop attenderen dat deze investeringen en activiteiten reeds ruimschoots worden ondersteund in het kader van zowel de structuurfondsen als de voor plattelandsontwikkeling beschikbare middelen. Dit initiatief is specifiek gericht op breedband, omdat dit instrument wordt beschouwd als de beste manier om de technologische ontwikkeling en de groei te stimuleren.

Ofschoon de Commissie het erover eens is dat het herstelpakket versterkt moet worden, is zij van oordeel dat de instrumenten waarover de plattelandsontwikkeling thans beschikt te dien einde volstaan. Het huidige beleidskader biedt ook de mogelijkheid om reeds in 2009 middelen te besteden aan projecten.

Wij hebben tevens het voorstel bestudeerd om de 250 miljoen euro die het Parlement vorig jaar in de eindstemming over de begroting aan de middelen voor plattelandsontwikkeling voor 2009 heeft toegevoegd nu reeds in de financiering op te nemen. Dit voorstel maakte echter geen deel uit van de overeenkomst over de financiering van het herstelpakket die in de trialoog is bereikt. Om te voorkomen dat de definitieve aanneming van dit pakket wordt uitgesteld ben ik van oordeel dat wij de kans moeten aangrijpen om later dit jaar op dit punt terug te komen, wanneer overeenstemming moet worden bereikt over de rest van de financiering van het herstelpakket.

Aangezien dit de laatste keer is dat wij hier in de plenaire vergadering bijeenkomen voordat de Europese verkiezingen plaatsvinden, wil ik hier mijn oprechte dank uitspreken voor de uitstekende samenwerking en de vruchtbare gedachtewisselingen die weleens overliepen van patriottisme en dynamisme, maar waaraan ik toch altijd met plezier heb deelgenomen. Aan degenen onder u die zich niet opnieuw kandidaat stellen, wil ik zeggen dat het een waar genoegen was om met u samen te werken.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. Hartelijk dank, mevrouw Fischer Boel. Het is bijzonder vriendelijk van u om dit te vermelden. Het was en is altijd weer een genoegen om met u en uw collega’s in de Commissie samen te werken. Uiteraard zijn wij het niet altijd met elkaar eens, maar wij hebben het altijd goed kunnen vinden met u en met commissaris Piebalgs. Ik dank u van harte namens het Parlement en ook op persoonlijke titel.

 
  
MPphoto
 

  Mario Mauro, rapporteur voor advies van de begrotingscommissie. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, uiteindelijk is tijdens de trialoog op 2 april een akkoord bereikt tussen het Parlement en het Tsjechisch voorzitterschap. In de hoedanigheid van rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie ben ik zeer verheugd over dit akkoord, omdat het aldus mogelijk wordt om het wetgevingsproces voor het herstelplan overeenkomstig de vastgestelde termijnen voort te zetten.

Voor 2009 zijn de financieringsmodaliteiten geheel duidelijk: van het totaal van 3,98 miljard euro is 2 miljard euro uitgetrokken voor energie via compensatie in rubriek 2, ‘instandhouding en beheer van natuurlijke hulpbronnen’. De resterende 1,98 miljard euro voor energie zal worden toegewezen in het kader van de begrotingsprocedure 2010 en, indien nodig, definitief worden besloten tijdens de begrotingsprocedure 2011.

Het lijkt mij van belang dat het op de verschillende rubrieken toegepaste compensatiemechanisme het financiële pakket van de via medebeslissing vastgestelde programma’s, of de jaarlijkse begrotingsprocedure niet in gevaar brengt. Bovendien vind ik dat wij, gezien de tekortkomingen ervan, het huidige Interinstitutionele Akkoord nader moeten bestuderen, zodat het flexibeler wordt en beter in staat is tegemoet te komen aan verdere financiële behoeften.

 
  
MPphoto
 

  Vicente Miguel Garcés Ramón, rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie. − (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik geef u bij dezen het advies van de Begrotingscommissie, waarvan ik rapporteur was, over het voorstel tot wijziging van de verordening inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling, welk voorstel deel uitmaakt van het Europees economisch herstelplan.

De Europese Raad van eind maart 2009 stelde voor om 3 980 miljoen euro aan de energiesector en 1 020 miljoen euro aan het Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling toe te wijzen voor het verwezenlijken van nieuwe en het verbeteren van bestaande breedbandinfrastructuur op het platteland en om te kunnen reageren op nieuwe uitdagingen: klimaatverandering, hernieuwbare energie, biodiversiteit en herstructurering van de zuivelsector.

De Begrotingscommissie besliste unaniem dat het referentiebedrag dat in het wetgevingsvoorstel wordt genoemd, in overeenstemming is met het plafond van rubriek 2 van het huidige meerjarig financieel kader 2007-2013.

 
  
  

VOORZITTER: MARTINE ROURE
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Rumiana Jeleva, rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling. – (BG) Als rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling wil ik zeggen hoe blij ik ben met de definitieve versie van het Europees herstelplan voor energie. Het Parlement heeft tijdens de onderhandelingen met de Raad voet bij stuk gehouden en heeft voor de burgers van Europa het best denkbare resultaat behaald.

Het herstelplan voor energie is zeer belangrijk voor de toekomst van onze Europese economieën. De huidige economische en financiële crisis brengt diverse programma’s op het gebied van energiezekerheid in gevaar, wat schadelijk is voor onze toekomstige economische groei en succes.

Daarom is het bieden van extra financiële prikkels voor projecten in de energiesector die bijdragen aan het herstel van onze economie en de bevordering van energievoorzieningszekerheid, de juiste aanpak. Bovendien worden daardoor de broeikasgasemissies verminderd.

Dit nieuwe plan zal ook in mijn land, Bulgarije, de energiezekerheid effectief versterken, dankzij de toekenning van financiële middelen voor de Nabucco-pijpleiding en onze verbinding met de infrastructuurnetwerken in Griekenland en Roemenië. Dit zal ons minder kwetsbaar maken in tijden van een crisis als die van afgelopen winter.

Collega’s, onze Europese economieën en onze infrastructuur hangt af van een goede toegang tot energie. In dit opzicht maakt het Europees herstelplan voor energie het mogelijk om een effectievere en efficiëntere energie-infrastructuur te verwezenlijken in Europa. Daarom zou ik nogmaals de noodzaak willen benadrukken van een gemeenschappelijk energiebeleid in de Europese Unie. Alleen samen kunnen we meer successen boeken en onze burgers de energiezekerheid geven die ze verdienen. Tot slot zou ik de rapporteur willen feliciteren met haar goede werk.

 
  
MPphoto
 

  Domenico Antonio Basile, rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling. − (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de Commissie regionale ontwikkeling werd gevraagd om de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling advies uit te brengen over het voorstel voor een verordening inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), dat vandaag in de plenaire vergadering wordt besproken in het kader van het algemene pakket van 5 miljard euro.

Het onderhavige voorstel is een prompt antwoord van de Europese Commissie op de uit het besluit van de Raad van de Europese Unie van 11 en 12 december 2008 naar voren komende noodzaak om een Europees economisch herstelplan aan te nemen met concrete maatregelen in tal van onder de communautaire en nationale bevoegdheid vallende sectoren voor de aanpak van de economische en financiële crisis die de Europese markten sinds 2007 doormaken.

Op het gebied van de plattelandsontwikkeling doet de Commissie een voorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad, teneinde de indicaties van het voornoemde Europese herstelplan daarin te verwerken.

Over het geheel genomen krijgt het voorstel van de Commissie – dat erop is gericht om 1,5 miljard euro via het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling ter beschikking te stellen aan alle lidstaten voor de ontwikkeling van breedbandinternet in plattelandsgebieden en voor de aanpak van de nieuwe uitdagingen die zijn vastgesteld tijdens de tussentijdse evaluatie van de hervormingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van november 2008 – alle steun van de Commissie regionale ontwikkeling. Onze commissie is van mening dat deze maatregelen, mits zij snel en op geïntegreerde wijze worden uitgevoerd en gepaard gaan met inspanningen tot het creëren van zoveel mogelijk bestedingskansen tijdens de eerste jaren, er zeker toe kunnen bijdragen om de nationale economieën uit het slop te halen, het vertrouwen van de consument in het systeem te herstellen en tevens op doeltreffende wijze de doelstellingen van territoriale en maatschappelijke convergentie in de regio’s van de Europese Unie te verwezenlijken.

Onze commissie heeft zich in haar advies niet beperkt tot een eenvoudige beoordeling van de door de Commissie voorgestelde maatregelen maar besloten een eigen bijdrage te leveren door enkele amendementen in de aan haar voorgelegde tekst op te nemen. Het voornaamste aspect waar de Commissie regionale ontwikkeling de aandacht op heeft willen vestigen, houdt verband met de noodzaak van meer transparantie en informatie over de in de periode 2009-2011 behaalde resultaten en van geschikte instrumenten voor de coördinatie van de met het ELFPO en de structuurfondsen gefinancierde maatregelen voor breedbandinternet.

Daarom hebben wij de Commissie door middel van een specifiek amendement op de tekst van de voorgestelde maatregelen verzocht om in het jaarlijkse controleverslag over het Europees Fonds voor Plattelandsontwikkeling een hoofdstuk op te nemen dat speciaal is gewijd aan de evaluatie van de met de maatregelen behaalde resultaten.

 
  
MPphoto
 

  Romana Jordan Cizelj, namens de PPE-DE-Fractie. (SL) Met het aanpakken van de financiële en economische crisis wordt de eenheid en solidariteit van Europa zwaar op de proef gesteld. Wij moeten twee dingen laten zien: ten eerste dat wij gezamenlijke actie gaan ondernemen en dat wij hier profijt van kunnen trekken en, ten tweede, dat wij in staat zijn ons te houden aan de strategische prioriteiten die wij de afgelopen jaren hebben gesteld: namelijk, prioriteiten die een verschuiving bevordert naar een kennismaatschappij en een innovatieve maatschappij met lage uitstoot van broeikasgassen.

Ik ben verheugd te zien dat Europa deze uitdaging snel en eensgezind heeft opgepakt. Wij hebben ons uitgesproken tegen protectionisme en als een van de belangrijkste prestaties van Europa hebben wij de interne markt gecreëerd, en dit is een prestatie die in een tijd van crisis behouden moet blijven. Hiermee zijn wij er ook in geslaagd onze visie te handhaven en actie te ondernemen, zonder onze moeilijke taken op lange termijn, waartoe ook zeker de klimaatverandering behoort, uit het oog te verliezen.

Ik noem hier ook graag kort een aantal projecten op het gebied van energie. In een relatieve korte periode hebben wij voor extra financiële middelen kunnen zorgen, die wij willen reserveren voor de toekomstige ontwikkeling van nieuwe, schonere technologieën en voor het vergroten van een betrouwbare energietoevoer. In dit opzicht is het belangrijk dat wij binnen dit pakket ook ruimte maken voor technologieën voor het afvangen en opslaan van kooldioxide, het bevorderen van windenergie voor de kust, en het koppelen van gas- en elektriciteitstransmissienetwerken.

Ik wil uw aandacht echter vestigen op het feit dat er, ondanks de aanwezigheid van een aantal goede projecten waaraan extra steun dient te worden verleend, enkele belangrijke projecten in dit dossier ontbreken. Daarom verwacht ik dat er zorgvuldig toezicht wordt gehouden op deze projecten, dat de uitvoering ervan wordt begeleid en dat wij eveneens extra middelen vinden om projecten te financieren die een efficiënt energiegebruik en andere hernieuwbare energiebronnen bevorderen.

In deze context wil ik graag nog toevoegen dat geothermische energie beslist een andere belangrijke energiebron is die nog niet is aangeboord. Ik acht dit een van de belangrijkste taken waarvan wij ons direct aan het begin van ons volgende mandaat moeten kwijten.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het lijkt wel alsof de kerstvrede over ons is gekomen, zo vreedzaam als alles hier verloopt. Helaas moet ik toch enkele kritische kanttekeningen plaatsen.

De Raad – die hier vandaag niet aanwezig is – heeft immers maanden nodig gehad om de voorstellen van de Commissie te herzien en te overdenken en om tot een oplossing te komen terwijl wij te kampen hebben met een situatie van grote, toenemende werkloosheid. Het ligt dus niet aan het Parlement. In dit geval waren degenen die verantwoordelijk waren voor de begroting ons zelfs voor op het gebied van energie. Dat heeft ons leven er zeker niet makkelijker op gemaakt. Doorgaans zijn zij immers degenen die de zaak blokkeren. Toen zijn we echter op zoek gegaan naar een oplossing en de commissaris was daarbij zeer behulpzaam, maar de Raad daarentegen was halsstarrig.

Wij willen – en dat zou eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn – dat alle middelen uit de begroting die niet kunnen worden uitgegeven, beschikbaar worden gesteld voor projecten waarmee banen worden gecreëerd, met name voor projecten die gericht zijn op energiezekerheid, energie-efficiëntie en energiebesparing. Dat zou echt vanzelfsprekend moeten zijn. Als wij de burgers zouden vragen of zij er voorstander van zijn niet uitgegeven geld voor deze doelen beschikbaar te maken, dan zou een grote meerderheid daarmee instemmen. Alleen de Raad ziet nog niet in dat dit in feite is wat er moet gebeuren. In het licht daarvan moeten wij er allemaal – ook de leden van het nieuwe Parlement – op aandringen dat dit daadwerkelijk zodanig wordt geïmplementeerd.

Ik weet niet of de heer Piebalgs dan nog commissaris zal zijn en of hij nog steeds voor dit terrein verantwoordelijk zal zijn, maar ik hoop dat de Commissie eveneens van mening is dat wij ervoor moeten zorgen dat alle begrotingsmiddelen die niet kunnen worden uitgegeven, op andere terreinen beschikbaar worden gesteld voor projecten waarmee banen worden gecreëerd en die gericht zijn op energie-efficiëntie en energiezekerheid.

Tot slot wil ik de beide commissarissen namens mijzelf en ook namens mijn fractie hartelijk danken voor de samenwerking. Of het steeds een genoegen was, laat ik in het midden, maar u was altijd bereid om de dialoog aan te gaan, en ik hoop dat u dat ook van ons kunt zeggen. Wij zitten nu midden in de verkiezingscampagnes, terwijl het voor u nu wat rustiger wordt. Ik denk echter wel dat u zonder ons, leden van het Parlement, kunt leven.

 
  
MPphoto
 

  Donato Tommaso Veraldi, namens de ALDE-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het voorstel waarover wij vandaag debatteren, maakt deel uit van het pakket van 5 miljard euro voor het Europees economisch herstelplan, waarvan 1,04 miljard euro is bestemd voor de verwezenlijking en voltooiing van de breedbandinfrastructuur in plattelandsgebieden en voor de aanpak van de nieuwe uitdagingen die tijdens de “check-up” van het gemeenschappelijk landbouwbeleid aan het licht komen.

Om de huidige financiële crisis het hoofd te bieden, moeten wij vooral in plattelandsgebieden actie ondernemen en instrumenten inzetten die deze gebieden uit hun structureel isolement kunnen helpen. Het is daarom uitermate belangrijk om het gebruik van de beschikbare communautaire fondsen te waarborgen en de effectiviteit en de toegevoegde waarde ervan te verhogen. Op het gebied van plattelandsontwikkeling moet elke mogelijke maatregel worden getroffen om meer financiële flexibiliteit en effectiviteit te garanderen.

Ik vind het essentieel dat de Commissie de lidstaten helpt bij het vaststellen van nationale strategieën en programma’s voor plattelandsontwikkeling waarmee de werkgelegenheid kan worden bevorderd. Ik moet hier echter bij vermelden dat volgens de regels van het Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling, de breedbandprojecten grotendeels worden beheerd door de overheid – zoals provincies, gemeenten en berggemeenten – die echter geen BTW in hun boekhouding mogen opnemen. Dit is bij andere projecten niet het geval, waar andere basisverordeningen betreffende de structuurfondsen gelden, en waar dergelijke uitgaven toelaatbaar worden geacht.

De economische crisis heeft de bestaande moeilijkheden voor deze lokale overheden nog eens geaccentueerd, en daarom is de weerslag van de BTW op de begrotingen voor de implementatie van verschillende werken zó groot dat het risico bestaat dat de overheden afzien van investeringen en dat de niet uitgegeven middelen terugvloeien naar de communautaire begroting. Ten slotte vind ik, wat de verdeling van de middelen betreft, dat wij historische criteria moeten gebruiken, zoals voorgesteld door de Commissie.

 
  
MPphoto
 

  Guntars Krasts, namens de UEN-Fractie.(LV) Dank u, mevrouw de Voorzitter. Ik meen dat met het akkoord over de steunverlening aan het meerjarenbeleid van de Europese Unie op het gebied van energie, waarmee op korte termijn stimulansen worden geboden voor het herstel van de economie, beide doelen worden bereikt. Er is slechts één uitzondering, één geval waarin geen economische ommekeer op korte termijn kan worden bewerkstelligd, namelijk de financiering van projecten voor het afvangen en opslaan van kooldioxide. Daarmee wordt echter ongetwijfeld ingegaan op de uitdagingen van het energiebeleid op lange termijn, omdat de technologische concurrentiekracht van Europese bedrijven op de wereldmarkt, waar het stoken van kolen niet binnen afzienbare tijd zal worden vervangen door alternatieve vormen van energie, wordt versterkt. Ik juich het ten zeerste toe dat het grootste deel van de financiering naar projecten gaat voor de interconnectie van de Europese energienetwerken. Het doet mij genoegen dat substantiële middelen zijn uitgetrokken om de netwerken van de Baltische staten, de meest geïsoleerde regio van de EU, in de Europese elektriciteitsnetwerken op te nemen. Hoewel deze investeringen niet de volledige opneming van de markten van de drie Baltische staten in het Europese netwerk tot gevolg zullen hebben, is het niettemin een belangrijke, versterkende factor die bevorderlijk zal zijn voor de energievoorzieningszekerheid. Ik hoop dat dit voor de Baltische staten een aanmoediging zal zijn om hun energiesysteem structureel te verbeteren en marktvoorwaarden te creëren, waardoor de situatie voor de energieverbruikers in dat gebied kan worden verbeterd. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Claude Turmes, namens de Verts/ALE-Fractie.(EN) Mevrouw de Voorzitter, dit is een droevige dag voor de geloofwaardigheid van de Europese Unie. Het economische herstelpakket dat hier in stemming zal worden gebracht, is in feite een “non-herstelplan” dat vrijwel geen onmiddellijke economische stimulansen zal teweegbrengen. Wij hebben maandenlang onderhandeld met de Raad, soms intens. In plaats van in verzet te komen tegen regeringen als die van Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk, die een kortzichtige aanpak onder het motto “ik wil mijn geld terug” voorstonden, is de meerderheid van dit Parlement helaas eenvoudigweg gezwicht voor hun eisen.

Wij hebben een zeer slecht resultaat behaald en wij hadden dat kunnen voorkomen. Wij hadden een echt solidariteitsinstrument kunnen opzetten waarmee het merendeel van de middelen zou zijn terechtgekomen bij de economieën met de grootste behoefte aan steun: onze vrienden in Oost-Europa. Wij hadden de economische doeltreffendheid van dit pakket kunnen vergroten door gebruik te maken van innovatieve financieringsinstrumenten, zoals fondsen voor garanties op leningen en overheidsbanken, of de Europese Investeringsbank. Op die manier zouden wij de vijf miljard euro hebben omgezet in vijftig à tachtig miljard euro in investeringen, die de Europese economie op dit moment broodnodig heeft. Wij hadden onze investeringen kunnen richten op sectoren met een groot potentieel om nieuwe banen te creëren, bijvoorbeeld Europese steden die onderzoek doen naar de renovatie van gebouwen en openbaar vervoer, onafhankelijke energiebedrijven die investeren in hernieuwbare energiebronnen of onze eigen Europese industriesectoren die investeren in groene technologieën. In plaats hiervan hebt u besloten om het leeuwendeel van die vijf miljard euro te gebruiken als oubollige staatssteun voor degenen die dat kasgeld het minste nodig hebben: de oligopolies van de grote energiebedrijven in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk.

In plaats van met een sterk signaal te komen geven wij blijk van gebrek aan politieke moed: zwakke Europese instellingen die hebben toegegeven aan de grillen van regeringen met oogkleppen die niet verder zien dan het nationale belang.

Helaas ontbeert het de Commissievoorzitter aan moed en toekomstvisie. Helaas waren de liberalen en de socialisten in dit Parlement niet bereid om de groenen te volgen in hun strijd om van dit herstelpakket een echte eerste stap op weg naar een green new deal te maken. Om in Europa veranderingen op gang te kunnen brengen, moeten wij van Commissievoorzitter veranderen. En om die verandering te kunnen doorzetten, moeten wij de meerderheden in het Europees Parlement veranderen. “Stop Barroso – ga groen!”: ik kan me geen passendere slogan voorstellen voor de aanstaande Europese verkiezingen.

 
  
MPphoto
 

  Pedro Guerreiro, namens de GUE/NGL-Fractie. (PT) Met betrekking tot het zogenaamde pakket van 5 miljard van de Europese Unie voor het Europees economisch herstelplan, is het goed te wijzen op de resolutie die dit Parlement heeft aangenomen over de tussentijdse herziening van het financieel kader 2007-2013, waarin eraan herinnerd wordt dat het plafond van de eigen middelen 1,24 procent van het BBI van de EU aan betalingskredieten bedraagt en dat deze betalingskredieten in feite onder de 1 procent blijven, dat er elk jaar aanzienlijke marges overblijven onder het plafond dat is vastgesteld in het meerjaarlijks financieel kader en het plafond van de eigen middelen van de EU, met meer dan 176 miljard van 2010 tot 2013.

Dit gezegd hebbende, moeten we ons afvragen waarom, met het oog op de verslechterende economische situatie, niet op zijn minst de middelen worden gebruikt die in het meerjaarlijks financieel kader ter beschikking zijn gesteld.

Waarom opteert de Europese Unie ervoor 2 miljard van de landbouwmarge af te halen, als duizenden en duizenden boeren geconfronteerd worden met steeds grotere problemen?

Wat hebben de boeren harder nodig: steun om het hoofd te kunnen bieden aan de stijgende productiekosten en de dalende producentenprijzen, of breedbandinternet?

Uit welke andere begrotingslijnen worden die 2 miljard euro gehaald om deze zogenaamd neutrale wijziging door te voeren? Ook uit de middelen voor cohesie?

Hoe gaan de bijna 4 miljard euro voor projecten op het gebied van energiebeleid en de bijna 1 miljard voor - zogezegd - stimulering van breedbandinternet in plattelandsgebieden toegekend worden? Hoe wordt deze onrechtvaardige ruil uitgevoerd?

En waar is de zo geroemde solidariteit van de Europese Unie gebleven? Of blijkt de berg weer eens een molshoop te zijn?

 
  
MPphoto
 

  Patrick Louis, namens de IND/DEM-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de roep om een herstelplan komt voort uit goede intenties. Op een laagconjunctuur moet weliswaar worden gereageerd met een keynesiaanse herstel, maar hier is de crisis structureel. Het middel is dus ontoereikend.

Financiële injecties toedienen in een ongebreidelde economie staat gelijk aan geld over de balk smijten. De economie weer op gang brengen zonder eerst aan onze grenzen de communautaire preferentie in ere te hebben hersteld, is in feite hetzelfde als proberen een huis te verwarmen waarvan alle ramen open moeten blijven staan, met als gevolg een kapotte cv-ketel en een torenhoge energierekening.

Na deze inleiding wil ik drie opmerkingen maken. Ten eerste is een energiemarkt niet op haar plaats. Mededinging zorgt hier namelijk niet voor lagere prijzen, omdat deze afhankelijk zijn van de kosten van de productiemiddelen. Wij vinden het dan ook van essentieel belang dat wordt geïnvesteerd in echt efficiënte energiebronnen en men niet in de valkuil valt van sterk gesubsidieerde energiebronnen, zoals windenergie, maar kiest voor zonne- en kernenergie.

Ten tweede is een interne elektriciteitsmarkt niet efficiënt. Over een grote afstand is het energieverlies evenredig aan de afgelegde afstand. De kans op stroomstoringen en stroomonderbrekingen groeit naarmate de geografische complexiteit van het net toeneemt. De interconnectie van het Europese elektriciteitsnet moet dus haar oorspronkelijke functie terugkrijgen, dat wil zeggen dat deze dient als wederzijdse reservebron aan de grenzen en alleen op de achtergrond zorgt voor een uitwisseling van elektriciteit. Hier zou onze prioriteit moeten liggen.

Ten derde, wat het verslag-Podimata betreft - dat verband houdt met het onderhavige verslag - bevelen wij aan niet alleen rekening te houden met het energieverbruik van een product, maar ook met de informatie over de voor de vervaardiging van dit product benodigde energie.

Het verstrekken van deze informatie aan de consument zal positieve gevolgen hebben voor de status van producten met een grote toegevoegde waarde en een laag energieverbruik. De toevoeging van deze informatie zal onze economieën - die te zeer worden benadeeld door een oneerlijke wereldwijde concurrentie - een noodzakelijk concurrentievoordeel bieden.

 
  
MPphoto
 

  Sergej Kozlík (NI). – (SK) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, mijns inziens hebben het Europees Parlement en de Raad een aantal uitzonderlijke maar effectieve beslissingen genomen door 5 miljard euro aan ongebruikte middelen over te dragen van 2008 naar 2009 ten behoeve van een stimuleringspakket om de gevolgen van de financiële crisis op te vangen, en door daarnaast met een bedrag van 4 miljard euro een aantal knelpunten in het Europese energienetwerk op te heffen. Aan de andere kant was de redevoering van de heer Turmes in vele opzichten terecht, vooral wat fondsbeheer betreft.

Ik acht het voor de regeringen van de lidstaten van belang dat zij flexibel reageren en dat alle toegekende middelen voor de jaren 2009-2010 inderdaad worden aangewend en zo effectief mogelijk worden aangewend. De crisissituatie in de gastoevoer aan het begin van dit jaar, na het geschil tussen Rusland en Oekraïne, heeft laten zien hoe kwetsbaar een belangrijk deel van Europa in crisissituaties is. De maatregelen die met behulp van dit pakket worden ingevoerd en gefinancierd zouden een herhaling van deze crisis moeten helpen voorkomen.

 
  
MPphoto
 

  Agnes Schierhuber (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissarissen, dames en heren, allereerst wil ik mevrouw Stavreva danken voor haar uitstekende verslag. Het is absoluut van essentieel belang dat dit economisch herstelplan, dat wij vandaag in zijn totaliteit hebben aangenomen, ook voor de plattelandsgebieden beschikbaar is. Breedbandinternet is een onmisbaar communicatiemiddel voor plattelandsgebieden, met name in Oostenrijk, voor nieuwe en moderne banen en snelle informatieverstrekking. We mogen niet vergeten dat nog altijd meer dan 50 procent van de bevolking in de Europese Unie in plattelandsgebieden woont.

Dames en heren, er komt een einde aan mijn politieke carrière. Ik wil al mijn collega’s, de Commissie en alle instellingen van de Europese Unie, met name ambtenaren en medewerkers, hartelijk danken voor hun hulp en steun. Het was een genoegen om met u allen samen te werken. Ten slotte wil ik ook de tolken danken, die mijn Oostenrijks Duits moesten vertalen.

Ik ben ervan overtuigd dat het absoluut duidelijk moet blijven dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid met zijn twee pijlers, van cruciaal belang is voor de Europese Unie. De landbouwers zijn zich zonder meer bewust van hun verantwoordelijkheid ten opzichte van de samenleving. Ik verwacht echter ook dat de samenleving van de Europese Unie zich bewust is van haar verantwoordelijkheid ten opzichte van hen die in hun levensbehoeften voorzien. In die zin wens ik de Europese Unie het beste voor de toekomst.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Gábor Harangozó (PSE). (HU) Mevrouw de commissaris, geachte collega’s, om te beginnen wil ik mevrouw Stavrera bedanken voor haar samenwerking en feliciteren met haar uitstekende werk, dat unanieme steun heeft gekregen in de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Na het debat in de Raad is ons een bedrag van ongeveer 1,2 miljard euro toegezegd om de negatieve effecten van de crisis op het platteland te kunnen verlichten. We hebben weten te bereiken dat, in vergelijking met het oorspronkelijk voorstel, het geld veel flexibeler en binnen een ruim genoeg kader kan worden besteed aan de ontwikkeling van toegang tot breedbandinternet in plattelandsgebieden en aan de nieuwe uitdagingen die tijdens de tussentijdse herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn bepaald.

De plannen voor plattelandsontwikkeling van de lidstaten moeten zo snel mogelijk worden beoordeeld, zodat de nu vastgestelde bedragen op zeer korte termijn beschikbaar kunnen worden gesteld. Dat is misschien wel het belangrijkst voor de plattelandsbevolking, aangezien met deze ontwikkelingen nieuwe banen, nieuwe opleidingen en nieuwe markten toegankelijk worden, de kosten zullen dalen en nieuwe, innovatieve technologieën kunnen worden toegepast.

De plattelandsbevolking is het kwetsbaarste slachtoffer van de economische crisis, en met het oog op de toekomst kan zelfs worden gezegd dat er een gevaar bestaat voor verdere territoriale en sociale uitsluiting, die verder reikt dan de economische crisis. Vóór het uitbreken van de crisis zag een groot deel van de lidstaten zich al geconfronteerd met de voortdurende achteruitgang van het platteland. Het is onze verantwoordelijkheid zo snel mogelijk de benodigde maatregelen uit te werken en toe te passen om onze plattelandswaarden te beschermen.

Geachte collega’s, aangezien mijn partij het volgens de peilingen bij de verkiezingen niet goed genoeg zal doen om mij in staat te stellen mijn werk de volgende vijf jaar in uw midden voort te zetten, wil ook ik u graag bedanken voor de bijzonder goede samenwerking die ik in dit Parlement heb ervaren. Als jonge politicus kan ik alle andere jonge politici alleen maar toewensen dat ze in net zo’n geweldige organisatie kunnen leren hoe de Europese politiek in elkaar zit.

 
  
MPphoto
 

  Lena Ek (ALDE).(SV) Mevrouw de Voorzitter, er zijn momenteel drie crises in de wereld en Europa: de financiële crisis, de daaruit voortvloeiende werkgelegenheidscrisis en de klimaatcrisis. Het maatregelenpakket zou gericht moeten zijn op het vinden van oplossingen voor alle drie de crises, maar ik zie niet hoe dat mogelijk zal zijn met dit pakket. Marilyn Monroe zei ooit: "Leid me niet in bekoring, die vind ik zelf wel”. Zo lijken de regeringen van de lidstaten ongeveer te hebben gehandeld met betrekking tot het geld dat we samen voor dit economisch pakket vrij hebben kunnen maken. Men kan er veel kritiek op hebben omdat het over het oude soort energie gaat en met name wat de tijdsfactor betreft. De maatregelen in het pakket liggen zo ver in de toekomst dat ze misschien banen creëren tijdens de volgende recessie in plaats van deze. Het was onze bedoeling nieuwe technologie, nieuwe ideeën en maatregelen ingang te doen vinden om nú, tijdens deze recessie in Europa, banen te scheppen. Daarom zullen we (als we hopelijk opnieuw verkozen worden) blijven volgen wat de Commissie via commissaris Piebalgs beloofd heeft, namelijk een behoorlijke, degelijke controle op de uitvoering en toezicht.

Tot slot, mevrouw de Voorzitter, zou ik commissaris Fischer Boel willen bedanken voor haar uiterst constructief werk, alsook commissaris Piebalgs met wie ik in de Commissie industrie, onderzoek en energie erg nauw samen heb gewerkt en die persoonlijk ontzettend veel heeft betekend voor het energiepakket, het klimaatpakket en wat we op dit gebied in de voorbije vijf jaar tot stand hebben gebracht. Ik bedank de rapporteur, die goed werk heeft geleverd, en mijn collega’s. Tot slot denk ik echt dat we een einde moeten maken aan het werk van het Europees Parlement in Straatsburg en voortaan nog op slechts één locatie moeten vergaderen.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Tomasz Zapałowski (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, het ondersteunen van plattelandsgebieden is een zeer belangrijke activiteit, ongeacht in welke vorm dat gebeurt. Dit geldt des te meer wanneer deze steun bestaat in de grootschalige invoering van nieuwe technologieën in plattelandsgebieden. Desalniettemin heb ik mijn twijfels over de volgorde waarin de prioriteiten ten uitvoer worden gelegd. Ik vraag me af wat op dit ogenblik belangrijker is voor de ontwikkeling van de plattelandsgebieden: breedbandinternet, de verdere uitbouw en modernisering van de vervoersinfrastructuur of maatregelen die gericht zijn op het creëren van meer werkgelegenheid op het platteland, in het bijzonder in tijden van crisis?

Volgens mij is het nu al duidelijk dat de financiële middelen die nodig zijn voor de invoering van breedbandinternet en voor de strijd tegen de klimaatverandering in plattelandsgebieden in eerste instantie terecht zullen komen bij de ondernemingen die de opdrachten zullen uitvoeren en niet bij de landbouwers en plattelandsbewoners. Misschien hadden we deze middelen beter kunnen gebruiken om de verschillen in subsidies voor middelgrote landbouwbedrijven te verkleinen, voornamelijk in de nieuwe lidstaten? De Europese Unie trekt vandaag enorme bedragen uit om de landbouwers breedbandinternet te geven in plaats van een antwoord te bieden op belangrijkere behoeften, zoals de noodzaak om de landbouwbedrijven – en niet de landbouwconcerns – op een hoger niveau te brengen.

 
  
MPphoto
 

  Konstantinos Droutsas (GUE/NGL).(EL) Mevrouw de Voorzitter, het economisch herstelplan van 5 miljard euro is erop gericht om munt te slaan uit de kapitalistische crisis en aldus de doelstellingen van het kapitaal te verwezenlijken en de kapitalistische hervormingen in strategische sectoren, zoals energie en telecommunicatie te bevorderen.

Breedbandinternet en netwerken zijn onontbeerlijk voor de ontwikkeling van de plattelandsgebieden, maar hebben op dit moment geen voorrang. Als de kleine boeren hun inkomen steeds verder zien inkrimpen, als zij van hun land worden verdreven en worden bedreigd met werkloosheid, als hele gebieden in een economische crisis verzeild raken wegens het GLB en de WTO-voorschriften, is het niet de ontwikkeling van netwerken die een bijdrage kan leveren aan plattelandsontwikkeling. Daarmee wordt de arme boeren alleen maar zand in de ogen gestrooid. 1,5 miljard euro wordt in feite ter beschikking gesteld voor de ontwikkeling van telecommunicatiebedrijven en niet voor de boerenbevolking en de plattelandsontwikkeling.

Precies hetzelfde gebeurt met de 3,5 miljard euro voor de voltooiing van het gemeenschappelijk elektriciteitsnetwerk en de voltooiing van de interne stroommarkt, waarmee in het kader van het derde liberalisatiepakket privatiseringen, fusies en overnames worden vergemakkelijkt, evenals voor het afvangen en opslaan van CO2, een peperduur en milieuonvriendelijk plan dat tot doel heeft de fabrieken in staat te stellen meer winst te maken en de luchtverontreiniging voort te zetten.

De werknemers en de boeren weten heel goed dat deze maatregelen genomen worden om het kapitaal en de monopolies te versterken, en daarom verwerpen zij deze. Zij strijden hiertegen en eisen dat aan de volksbehoeften wordt voldaan, zodat niet zij het gelag betalen voor de crisis.

 
  
MPphoto
 

  Helga Trüpel (Verts/ALE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het is waar dat de Europese Unie een eigen bijdrage probeert te leveren in deze ernstige financiële en economische crisis. Het is eveneens waar dat ze, met name ten aanzien van de bevordering van breedbandinternet in plattelandsgebieden, het recht moet hebben om daadwerkelijk bij te dragen aan de overwinning van de digitale kloof, meer mensen de mogelijkheid te bieden om daaraan deel te nemen en de interne cohesie binnen de Europese Unie te versterken.

Als begrotingspolitica wil ik er echter op wijzen dat het, hoewel de aankondiging van een dergelijk programma maatschappelijke gevolgen heeft, niet duidelijk is waar het geld eigenlijk vandaan zal komen. Dat is tot op zekere hoogte dubieus. Daar kan ik niet mee instemmen, en als de Raad dergelijke besluiten neemt, en als de Commissie via de heer Barroso met iets dergelijks aan komt, dan moeten we er beslist voor zorgen dat duidelijk is waar het geld vandaan komt. Alleen dan voeren we inderdaad een overtuigend beleid dat we aan onze burgers kunnen presenteren. Op dit moment is het geld er helaas nog niet. De lidstaten moeten nogmaals een standpunt innemen, zodat wij duidelijk kunnen maken dat dit een bijdrage is aan een beter structuurbeleid en meer solidariteit in Europa. En dan moeten we ons er gezamenlijk voor inspannen dat dit daadwerkelijk wordt verwezenlijkt.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, de Europese Unie heeft weliswaar besloten om steun te verlenen aan de plattelandsontwikkeling, maar tegelijkertijd plattelandsontvolking in de hand gewerkt met de criteria van Maastricht, waardoor een ongebreideld enthousiasme ontstond voor liberalisering en de daarmee gepaard gaande ontmanteling van de infrastructuur in plattelandsgebieden.

Na het heengaan van Chrysler en de sluiting van politiebureaus en scholen zullen dankzij een door de EU besloten deregulering binnenkort ook postkantoren worden gesloten. De Commissie is nu kennelijk voornemens om verder euthanasie te plegen. Als vanaf 2014 inderdaad de selectiecriteria van benedengemiddelde economische kracht en ontvolking van het platteland wegvallen, dan zou dit voor vele kansarme gebieden de doodssteek kunnen betekenen. Dat is mijns inziens een aanslag op alle plattelandsgebieden, die wij niet mogen laten gebeuren. We hebben in de steden en op het platteland gelijkwaardige leefomstandigheden nodig. Anders zullen niet alleen afzonderlijke gebieden, maar spoedig complete dalen in Europa in de toekomst verlaten worden.

Steunvermindering is beslist de verkeerde aanpak als we vitale plattelandsgebieden en kleinburgerlijke structuren willen veiligstellen. Plattelandsgebieden kunnen echter niet alleen met landbouwsteun in leven worden gehouden. Dat blijkt eens te meer uit de inkrimping van de landbouw de afgelopen jaren. De steun voor kansarme gebieden mag niet worden gekort, maar moet juist worden verhoogd. Kleine, middelgrote en biologische landbouwbedrijven moeten overleven en voedselsoevereiniteit moet absoluut behouden blijven. Als de EU niet snel ophoudt om met name de intensieve veehouderij en grootgrondbezitters – zoals de Britse koningin – te bevorderen, dan wordt het de hoogste tijd voor een renationalisering of in ieder geval een gedeeltelijke renationalisering van de landbouw.

 
  
MPphoto
 

  Neil Parish (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wens mijn oprechte dank te betuigen aan de commissaris voor haar bijdrage aan dit debat en aan mevrouw Stavreva voor haar verslag.

Het is van uitzonderlijk belang dat wij een oplossing vinden voor dit “5 miljard pakket”. Ik ben zo vrij om de Commissie zonder omhaal te suggereren om in de toekomst, wanneer zij nog eens een vijf miljard pakket lanceert, te zorgen voor meer toezeggingen van de Raad voordat wij op dit punt aanbelanden. Ik begrijp dat het niet altijd gemakkelijk is om de Raad ertoe te bewegen de nodige middelen uit te trekken, maar wij moeten weten of dit geld uiteindelijk beschikbaar zal komen. Ik vermoed van wel en ik denk dat deze middelen zeer goed gebruikt zullen worden.

Het lijdt geen twijfel dat de landbouw in plattelandsgebieden een uitermate belangrijke rol speelt, maar dat neemt niet weg dat er nog vele andere economische activiteiten zijn. Met name kleine landbouwers hebben een extra inkomen nodig. Breedband biedt de mogelijkheid om tal van kleine bedrijfjes op te zetten op het platteland. Zodra breedband beschikbaar is, kunnen zelfs in de meest landelijke gebieden van de Europese Unie doorgaans zeer goede verbindingen tot stand worden gebracht. Breedband is tevens essentieel om bedrijven te helpen zich verder te ontwikkelen op het gebied van landbouw en toerisme en bij alle andere aan het internet gekoppelde activiteiten.

Gelet op de reële recessie die de Europese Unie thans treft, is dit stimuleringspakket van groot belang – uiteraard op voorwaarde dat wij de juiste middelen vrijmaken en dat bovendien tijdig doen –, aangezien de economie hoognodig moet worden gestimuleerd. Landbouw is belangrijk, maar op het platteland zijn er nog andere relevante activiteiten die onze aandacht verdienen en dit pakket kan ons daarbij helpen.

Ik wens de Commissie het beste toe met dit project. Ik hoop dat u aan geld komt, maar, zoals ik al zei, is het wellicht beter om in de toekomst voor een meer uniforme aanpak te kiezen.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Guy-Quint (PSE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, de Commissie heeft in november 2008 een herstelplan gepresenteerd dat niet tegen de omstandigheden opgewassen was, noch qua omvang noch qua inhoud. Zes maanden later moeten we constateren dat er vrijwel geen sprake is van uitvoering van dit herstelplan en ik zou willen weten wat er wordt gedaan met deze 30 miljard euro voor herstelmaatregelen.

Wat is er gebeurd met de 15 miljard euro die is aangekondigd via nieuwe acties en is toevertrouwd aan de EIB? Hoe valt een via de structuurfondsen en het Cohesiefonds aangekondigde injectie van 7 miljard euro te rijmen met de aangekondigde onderbesteding van 10 miljard euro in 2009 bij de structuuruitgaven?

Tot slot: wat de 5 miljard euro betreft waar wij het vandaag over hebben, constateer ik vier dingen. Ondanks de druk van het Europees Parlement heeft de Raad van ministers van Financiën de 5 miljard euro voor 2009 niet kunnen vrijmaken, doch slechts 2,6 miljard euro.

We hebben geen enkele zekerheid dat de Raad de ontbrekende 2,4 miljard euro zal kunnen vinden voor het begrotingsjaar 2010. Het Parlement is bereid om op reglementaire wijze alle mogelijke oplossingen te onderzoeken. De andere politieke prioriteiten mogen echter geenszins in twijfel worden getrokken. Dat zal het Parlement niet toestaan. Een herschikking is voor ons onaanvaardbaar; die grens willen we niet overschrijden.

Het zal moeilijk worden om deze 2,4 miljard euro te vinden aangezien het voorontwerp van begroting van de Commissie ons heeft geleerd dat er ten hoogste 1,7 miljard euro beschikbaar zal zijn. En dan moet de Raad er nog mee instemmen deze vrij te maken. Het mag dus niet meer zo zijn dat, in naam van budgettaire orthodoxie op korte termijn en een legale aanpak van begrotingsreglementering, lidstaten een stokje steken voor dit hele herstelplan.

Voor de toekomst van de Unie moeten we een goede begroting behouden, maar we moeten - ten vierde - ook constateren dat de omvang van de laatste financiële vooruitzichten en de wijze waarop hierover is onderhandeld en deze zijn goedgekeurd, de toekomst van Europa sterk benadelen.

 
  
MPphoto
 

  Jan Mulder (ALDE). - Voorzitter, luisterend naar dit debat, heb ik de indruk dat de meesten tevreden zijn, en toch heb ik de sterke indruk dat het een mager pakket is. Het voornaamste is volgens mij dat de eer van voorzitter Barroso en de eer van de Commissie zijn gered. Zonder enige twijfel zijn de voorgestelde maatregelen nuttig, maar de financiering is nog steeds onzeker.

Ik heb er wat bezwaar tegen dat de landbouwbegroting altijd als melkkoe wordt gebruikt voor allerlei onverwachte gebeurtenissen die zich voordoen. Volgens mij moet in de landbouwbegroting namelijk, zelfs bij een overschot, ook rekening worden gehouden met onverwachte gebeurtenissen. Ik ben van mening dat de Commissie en de Europese Unie heel weinig hebben geleerd van de uitbraken van besmettelijke dierziekten, zoals die zich in het verleden voordeden. Als dat weer eens zou gebeuren, dan moet dat uit de landbouwbegroting worden betaald.

Mijn vraag is: wat heeft dan de prioriteit? Het betalen van de voorgestelde maatregelen ter bestrijding van dierziekten, of dit pakket dat nog geregeld moet worden? Wat dat betreft blijft er grote onzekerheid bestaan, maar ik heb begrepen dat in ieder geval de inkomenstoeslagen altijd zeker zullen worden gesteld, en dat stelt mij gerust.

Over de maatregelen zelf: die hangen van de landen af. Ze zijn zonder enige twijfel nuttig. Ook ik ben voor meer energiezekerheid en ik denk dat alles wat wij in dit opzicht doen, zijn nut heeft.

Tot slot zou ik de twee commissarissen willen bedanken voor hun werk, en ik zou speciaal mevrouw Fischer Boel willen bedanken, met wie ik de laatste vijf jaar een hele goede samenwerking heb gehad.

 
  
MPphoto
 

  Inese Vaidere (UEN).(LV) Dames en heren, een initiatief van totaal 5 miljard euro is een goede basis voor de verdere ontwikkeling van het gemeenschappelijke energiebeleid en de plattelandsontwikkeling van de Europese Unie op lange termijn. De versterking van interne netwerken is ook belangrijk, evenals de totstandbrenging van interconnecties, zodat een enkel netwerk ontstaat. Mijns inziens zou sterker de nadruk moeten worden gelegd op energie-efficiëntie en energiediversificatie via de invoering van echte aanmoedigingspremies voor het gebruik van windenergie, geothermische energie en andere hernieuwbare energiebronnen. De plannen van de lidstaten - waaronder die van de grootste landen zoals Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk - moeten worden uitgewerkt in overeenstemming met het gemeenschappelijke energiebeleid van de Europese Unie. Voor de lidstaten die extra hard door de economische crisis worden getroffen, zou een cofinancieringsplafond van 50 procent moeten worden vastgesteld. Er zou echte steun moeten worden gegeven aan lokale en regionale initiatieven voor de invoering van hernieuwbare energiebronnen en voor de aanmoediging van het gebruik hiervan. Wat de plattelandsontwikkeling betreft moet meer aandacht worden besteed aan de werkelijke situatie dan aan historische indicatoren. Er is niet alleen sprake van de invoering van breedband, maar bijvoorbeeld ook van de ontwikkeling van plattelandswegen. Vooral de economisch zwakkere lidstaten zou toegang moeten worden geboden tot middelen uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf (Verts/ALE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissarissen, dit zogenaamd economisch herstelplan is geen meesterwerk. Met name voor de plattelandsgebieden blijft er niet veel over. Het leidt eveneens tot een verschuiving van kredieten van de landbouwbegroting naar de plattelandsontwikkeling. Bovendien, commissaris, leidt dit niet tot een zelfstandige regionale ontwikkeling voor plattelandsgebieden, maar wordt opnieuw een compensatielogica gevolgd.

Boven alles wordt het echter aan het eigen goeddunken van de lidstaten overgelaten om in dit verband compensatieprogramma’s in te voeren. In Duitsland wordt hierdoor het melkfonds getroffen. Een verlies van 15 cent per kilo melk betekent een tekort van 4,2 miljard euro voor melkboeren alleen al in Duitsland. Nu is het de bedoeling dat dit met 100 miljoen euro wordt gecompenseerd. Commissaris, ik zal hier duidelijk over zijn. Dat is een druppel op een gloeiende plaat, geen economisch herstelplan!

 
  
MPphoto
 

  Maria Petre (PPE-DE).(RO) Ten eerste zou ik mevrouw Stavreva graag willen feliciteren met de kwaliteit van het verslag dat zij vandaag aan ons heeft gepresenteerd.

Ik steun de amendementen van de rapporteur waarin zij bijvoorbeeld voorstelt om 250 miljoen euro beschikbaar te stellen voor activiteiten in verband met het aanpakken van de nieuwe uitdagingen, hoewel we nog wel moeten bekijken hoe we dit gaan inkleden, zoals de commissaris zelf al aangaf. Gezien de noodzaak snel op de huidige economische crisis in te spelen zou het, zoals we allen weten, een goed idee zijn te voorzien in betalingen die al gedurende het begrotingsjaar 2009 kunnen worden verricht. Deze aanpak weerspiegelt ook de conclusies waartoe het voorzitterschap van de Europese Raad op 12 december 2008 kwam.

Een van de belangrijke aspecten van de huidige economische crisis is dat er algemeen minder middelen en minder leningen beschikbaar zijn, afgezien nog van de strengere voorwaarden die banken aan kredietverlening opleggen. Daarom steun ik het voorstel van de rapporteur om de lidstaten de mogelijkheid te geven gebruik te maken van geld dat via leningen en kredietgaranties beschikbaar wordt gesteld, want daarmee kunnen de betrokken partijen in plattelandsgebieden in deze moeilijke tijden toch investeringen doen.

Omdat de bevolking op het platteland vaak wijdverspreid is en de kosten voor breedbandinfrastructuur in zulke gemeenschappen hoog oplopen, hebben niet alle burgers daar persoonlijk toegang toe. Naast de voorgestelde activiteiten op het gebied van deze infrastructuur moeten de lidstaten daarom mijn inziens de mogelijkheid hebben om in plattelandsgemeenschappen openbare toegangspunten voor internet te ondersteunen, bijvoorbeeld in openbare bibliotheken en gemeentehuizen.

Daarom ben ik er voorstander van dat specifieke informatie wordt verstrekt aan het publiek en aan de plaatselijke autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van deze nieuwe maatregelen. Om een zo effectief mogelijk gebruik van de beschikbare middelen te verzekeren en de ontwikkeling van toegang tot breedbandinternet in plattelandsgebieden een aanzienlijke impuls geven, moet bij de gedifferentieerde toewijzing van deze middelen de huidige verschillen tussen de lidstaten wat de beschikbaarheid van breedbandinternet betreft als leidraad worden genomen.

 
  
MPphoto
 

  Jutta Haug (PSE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, op dit moment zijn we minder dan twee uur verwijderd van een definitief besluit over het zogenaamde European Economic Recovery Plan. We hebben vijf maanden nodig gehad – het is overbodig te zeggen dat dit te wijten was aan de haarkloverij binnen de Raad – vijf maanden, om tot overeenstemming te komen over het pakket dat nu op tafel ligt.

Als we de titel van het pakket met zijn allen serieus hadden willen nemen, dan hadden we beduidend sneller moeten zijn. Het pakket zelf is immers in orde, daarover is geen discussie mogelijk. Ik waag het echter te betwijfelen of het in de huidige crisis daadwerkelijk tot economisch herstel in Europa zal leiden. Kunnen de voorziene middelen daadwerkelijk binnen de voorziene periode naar de voorziene projecten vloeien?

Het is goed dat de leden van de Commissie industrie, onderzoek en energie deze twijfels deelden en via onderhandelingen erin geslaagd zijn een verklaring van de Commissie te verkrijgen waarin wordt gezegd dat niet uitgegeven middelen beschikbaar worden gesteld aan projecten voor energie-efficiëntie. De kans bestaat dus nog dat de 2,6 miljard euro waarover wij straks een besluit zullen nemen, verstandig wordt gebruikt. Zullen we er echter eveneens in slagen om in het najaar met de Raad tot overeenstemming te komen over de resterende 2,4 miljard euro, die nog in het economisch herstelplan van 5 miljard ontbreken?

5 miljard euro verdelen over twee jaar is een uiting van Europese solidariteit. Dat is allemaal goed en wel maar een veel effectievere hulp voor de Europese economie in haar geheel komt van het communautair regionaal en structuurbeleid: 38 miljard euro alleen al dit jaar! Deze middelen zijn de locomotief van de Europese conjunctuur.

 
  
MPphoto
 

  Roberts Zīle (UEN).(LV) Mevrouw de Voorzitter, commissarissen, het compromis om deze 5 miljard euro niet terug te geven aan de lidstaten maar te gebruiken voor plattelandsontwikkelingsprojecten voor energie en breedband bevat een belangrijke politieke boodschap. Het toont namelijk aan dat de Europese solidariteit zelfs ten tijde van crisis niet volledig is verdwenen. Ik heb begrip voor wat een aantal van mijn collega´s zei, namelijk dat het meeste geld gewoon weer is teruggegaan naar de lidstaten en naar hun energieprojecten, maar ik denk dat in dit voorstel het beginsel van solidariteit duidelijk zichtbaar is. Ik denk ook dat het opstarten van een meerjarenproject op energiegebied, zoals de koppeling van de Baltische landen aan het Noords elektriciteitsnetwerk, een goed signaal afgeeft, want het is eigenlijk aan de lidstaten zelf om de problemen aan te pakken waarmee ze de crisis op de korte termijn te boven kunnen komen en daarbij rekening te houden met hun specifieke omstandigheden. Een ander punt ten aanzien waarvan wij naar mijn mening uiterst voorzichtig moeten zijn betreft het tijdsbestek. Het tijdsbestek waarbinnen het project moet worden ingevoerd is zo kort dat het kan leiden tot groter verbitterdheid als de projecten die in dit voorstel zijn opgenomen niet worden voltooid. Op dit punt moeten wij allen gezamenlijk op een zeer verantwoordelijke manier handelen. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Esther De Lange (PPE-DE). - Voorzitter, we zitten nu in het derde jaar van onze financiële vooruitzichten, en ook voor het derde jaar zijn we hier bij elkaar om te spreken over een tussentijdse aanpassing ervan. In 2007 Galileo, dat viel nog wel uit te leggen; in 2008 de voedselfaciliteit van 1 miljard, waarbij we al de nodige kunstgrepen moesten uithalen om dat voor elkaar te krijgen, omdat er gefinancierd moest worden binnen de plafonds van de bestaande categorieën, terwijl daar eigenlijk niet de ruimte voor was. En nu staan we hier om te praten over een economisch stimuleringspakket, dat inderdaad een welkome bijdrage levert bovenop de nationale inspanningen op dit gebied, en dat op energiegebied en voor breedband ook hopelijk een stimulans is voor projecten in het noorden van mijn land.

Maar er moeten toch opnieuw twee kanttekeningen bij worden geplaatst. Ik ben blij dat we ons deze keer aan de spelregels houden en de financiële vooruitzichten daadwerkelijk aanpassen, maar toch heeft men ook nu weer de trukendoos moeten opentrekken door al een beroep te doen op de begrotingen van 2010 en eventueel 2011. Het is natuurlijk mooi om te zeggen dat dat de medebeslissingsprogramma's niet raakt, maar hoe zit het dan met de landbouw die, zoals we weten, nog niet onder de medebeslissing valt? Wat, en het is al gezegd, als er een dierziekte uitbreekt of zich een ernstige marktcrisis voordoet en we die middelen in de landbouw zelf nodig hebben? Kan de Commissie garanderen dat er ook aan die verplichtingen niet wordt getornd?

De tweede kanttekening is dat die uitgaven, waarover we nu met zijn allen beslissen, natuurlijk wel controleerbaar moeten blijven. Twee weken geleden heeft mijn delegatie niet ingestemd met de kwijting voor 2007, omdat er problemen zijn op het gebied van controleerbaarheid en financiële verantwoording. Dit pakket mag in elk geval geen verslechtering van die controleerbaarheid en verantwoording zijn. Zoals de Britten het zo mooi zeggen: the proof of the pudding is in the eating, en volgens mij is dit plan pas echt een succes als aan deze voorwaarde is voldaan.

Ik heb me precies aan mijn tijd gehouden, en ik ga toch nog drie seconden stelen om de commissaris te bedanken. We hebben hier vaak 's avonds laat na de landbouwdebatten het licht uitgedaan. Ik wil u bedanken commissaris, voor uw toegankelijkheid en uw samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Costas Botopoulos (PSE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, het verslag en meer algemeen het initiatief dat wij vandaag bespreken is weliswaar onontbeerlijk maar ik heb twijfels over de effectiviteit ervan. Wij geven eerder een spuitje dan een echte therapie. Europa moest iets doen want de crisis slaat om zich heen, en het is ook belangrijk dat Europa nu wat doet, maar toch geloof ik dat Europa niet opgewassen is tegen de uitdagingen. Ten eerste is dit, gezien de omvang van de crisis die wij doormaken, niet veel geld, en het is helemaal niet zeker of dit geld ook terecht zal komen bij degenen die er het meeste behoefte aan hebben. Energie en breedband zijn belangrijke sectoren maar ik weet niet of zij voorrang hebben boven alle andere sectoren en vooral de sectoren waarin de broodnodige banen kunnen worden gecreëerd en de broodnodige groei mogelijk is.

Ten tweede is, zoals alle andere collega´s reeds zeiden, nog onbekend welk lot een groot deel van het geld – bijna de helft, namelijk 2,4 miljard euro – beschoren zal zijn, of, wanneer en hoe het geld gevonden zal worden. Eergisteren hebben wij in de Begrotingscommissie een debat gehad met commissaris Kallas, die niet in staat was om ons een antwoord te geven op de vraag waar de kredieten vandaan zullen komen.

Ten derde, en dit is waarschijnlijk het belangrijkste punt, bieden wij hier oplossingen die ons niet zullen helpen om de problemen op lange termijn op te lossen. Voortdurend geld weghalen uit de marge voor het landbouwbeleid is geen oplossing, geachte collega´s; heimelijk het evenwicht tussen landbouwbeleid, regionaal beleid en andere behoeften van de Unie veranderen is geen oplossing. Europa heeft in de confrontatie met de crisis een alomvattend plan nodig, een plan dat momenteel in geen velden of wegen te bekennen is. Ik vrees dat dit een gemiste kans is voor de Europese Unie en ik vrees vooral dat dit een gemiste kans is voor de Commissie zelf.

 
  
MPphoto
 

  Salvador Garriga Polledo (PPE-DE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, commissarissen, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad (waar die ook moge zijn; hij is in ieder geval niet hier), in dit Parlement moeten we onze woorden goed kiezen: 5 miljard euro een “Europees economisch herstelplan” noemen laat weliswaar zien dat de Commissie gevoel voor humor heeft, maar komt niet overeen met de werkelijkheid. Het is gewoon een verschuiving binnen de begroting, van bescheiden omvang en geringe reikwijdte en met een beperkt effect.

Toch moeten we er blij mee zijn, niet zozeer vanwege de financiële toewijzing zelf, maar voor wat deze in politieke en begrotingszin betekent. Ten eerste wordt hiermee erkend dat het huidige, voor 2007-2013 goedgekeurde financiële kader geen eigen instrumenten bevat om een economische crisis te bestrijden. Om 5 miljard euro te vinden moest, zoals Reimer Böge zei, de begrotingsprocedure worden opengebroken, moest het Interinstitutioneel Akkoord worden opgerekt en moesten de drie instellingen hier zes maanden van hun tijd aan besteden. En dat alles, zoals al vele keren is gezegd, om vervolgens de helft van de financiering aan het toeval van nog een bemiddelingsprocedure over te laten.

Het is ook een vreemde manier om de communautaire landbouw te beschermen. Laten we ons niets wijsmaken: uiteindelijk worden uit de reserve van de landbouwbegroting de tekorten in andere uitgavencategorieën gefinancierd. En dat is een rechtstreeks gevolg van de slechte onderhandelingen over de financiële vooruitzichten. We zullen zien wat hiervan de gevolgen zijn wanneer we in 2013 over het volgende landbouwakkoord moeten onderhandelen.

Ik ben dus tevreden met de doeleinden van dit pakket, maar hoop dat we in de toekomst geen spijt zullen hebben van de middelen die we hebben gebruikt.

 
  
MPphoto
 

  Glenis Willmott (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, onze burgers verwachten van ons dat wij hen echt steunen in deze moeilijke tijden. De Europese economische herstelmaatregelen die wij hier voor ons hebben liggen, zijn een belangrijk pakket. Ik stel met voldoening vast dat sterk de nadruk wordt gelegd op groene banen en technologieën, die ons zullen helpen onze koolstofemissies terug te dringen en de energiezekerheid te waarborgen.

Ik ben uiteraard ook blij dat mijn land 500 miljoen euro zal ontvangen om offshore-projecten voor windenergie en voor het afvangen en opslaan van koolstof te stimuleren. Desalniettemin is het duidelijk dat het pakket als zodanig tekortschiet in zowel omvang als ambitie. Ik zou willen dat er meer aandacht werd besteed aan jongerenwerkloosheid. Wij moeten de jongere generatie hoop voor de toekomst geven. Hoe het ook zij, het pakket dat hier vandaag ter tafel ligt, is ongetwijfeld beter dan niets. Daarom zullen de afgevaardigden van de Labourpartij in het Europees Parlement deze maatregelen steunen, al laten wij er geen twijfel over bestaan dat er een nieuw economisch herstelplan nodig is.

Ik hoop dat ook de afgevaardigden van de Conservatieve Partij in het Europees Parlement voor deze maatregelen zullen stemmen en niet zullen toegeven aan het “nietsdoen” van hun isolationistische leider, David Cameron, die zich in het Verenigd Koninkrijk stelselmatig verzet tegen alle Labour-maatregelen waarmee reële steun wordt geboden aan degenen die het ergst door de crisis getroffen worden.

 
  
MPphoto
 

  Oldřich Vlasák (PPE-DE). - (CS) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de Europese lidstaten leveren miljardensteun aan hun financiële instellingen en industrie. Ook de Unie als geheel zet zich in voor investeringen in de Europese economie. Het voorstel voor ondersteuning van het economisch herstel door middel van financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie, dat we nu behandelen, maakt onderdeel uit van het plan voor Europees economisch herstel. Er zal daar naar schatting 30 miljard euro voor uitgetrokken worden. Het onderhavige plan voor 5 miljard euro aan publieke investeringen is met name gericht op energie-infrastructuur, snel internet en herstructurering van de landbouw. Daarbij dient in het oog te worden gehouden dat de Europese diplomaten er de afgelopen weken aardig over met elkaar in de clinch hebben gelegen. Het Tsjechisch voorzitterschap en de Commissie hebben middels dit pakket gepoogd een verantwoord antwoord te formuleren op de gascrisis en wat dit betreft een aantal pijnpunten in met name Midden- en Oost-Europa aan te pakken. Het is inderdaad waar dat een aantal van deze zaken nog altijd niet is opgelost. Het zou de paar lidstaten die wat trager zijn bij de aanwending van middelen uit de Europese fondsen nog wel eens duur kunnen komen te staan dat zij niet in staat zijn alle projecten voor volgend jaar voor te bereiden. Ook bestaan er de nodige twijfels over de financiering van dit pakket. Dit alles ontneemt ons naar mijn mening het recht om het zwaarbevochten compromis naar de prullenmand te verwijzen. Doen we dat wel, dan zou dat wel eens tot gevolg kunnen hebben dat er straks geen geld beschikbaar is voor zuinige energieprojecten en niet alleen dat, maar ook niet om te zorgen voor een veilige gaslevering tot aan huis. U kunt ervan op aan dat de kiezers ons dat bij een volgende gascrisis ernstig zullen aanrekenen.

 
  
MPphoto
 

  Margaritis Schinas (PPE-DE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, het debat van vandaag wordt bepaald door twee belangrijke factoren. Ten eerste lijdt het geen twijfel dat wij in Europa meer werk moeten maken van energieverbindingen en breedband, en ten tweede is vandaag in het debat op indirecte wijze ook het zeer belangrijke vraagstuk van het heden en de toekomst van de landbouwuitgaven op de communautaire begroting aan de orde gesteld.

Het goede bericht is natuurlijk dat Europa de communautaire begroting gebruikt als een instrument tegen de crisis. Dat is positief en dat moet zo blijven. 5 miljard euro is niet veel, maar qua systeem is het juist om de communautaire begroting te gebruiken als een wapen om nieuwe problemen aan te pakken. Zo zagen de staatshoofden en regeringsleiders dat tijdens hun recente topbijeenkomst ook en zij bevestigden deze oriëntaties dan ook. Wij moeten echter wel oppassen. Als deze systeemmethode leidt tot simplistische conclusies en redeneringen en als wij denken dat er in de landbouw altijd onbestede kredieten te vinden zullen zijn om nieuwe behoeften te kunnen betalen, en als wij daaruit de conclusie trekken dat de landbouw veel meer heeft dan hij op kan, zou dat een grote strategische fout zijn in Europa, zeer zeker met het oog op de uitermate belangrijke besprekingen over de toekomst van de landbouw na 2013. Men mag met andere woorden niet denken dat de landbouw het wel met “minder” kan doen, omdat uit de begroting is gebleken dat er tot 2013 altijd wel geld te vinden is in de landbouw voor bijvoorbeeld Galileo, energie of breedband.

De landbouw heeft altijd geld nodig, en zal ook na 2013 geld nodig hebben. Tegelijkertijd moeten wij ook in de Europese Unie iets verduidelijken dat vanzelfsprekend lijkt te zijn, namelijk dat voor nieuwe prioriteiten altijd nieuwe middelen nodig zullen zijn.

 
  
MPphoto
 

  Lutz Goepel (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Graefe zu Baringdorf, deze ‘druppel op een gloeiende plaat’ heeft in mijn kleine dorpje met 450 inwoners toch bewerkstelligd dat er op volle toeren wordt gewerkt om de breedbandkloof te dichten. Ik denk dat dit over uiterlijk drie à vier maanden gerealiseerd zal zijn.

Mevrouw Stavreva, hartelijk dank voor uw verslag. Dat was uitstekend.

Dames en heren, vijftien haar heb ik in dit Parlement mogen meewerken aan de ontwikkeling van de landbouw, deze mee mogen vormgeven, ongeacht bedrijfsomvang en rechtsvorm. Nu wordt het tijd om iets anders te gaan doen. Ik wil alle leden van het Parlement, de heer Piebalgs en met name u, mevrouw Fischer Boel, hierbij danken.

 
  
MPphoto
 

  Atanas Paparizov (PSE).(BG) Allereerst zou ik de rapporteur, de heer Maldeikis, willen bedanken en het belang willen benadrukken van de projecten die verband houden met energiezekerheid. Daarmee zullen de juiste voorwaarden worden gecreëerd voor een grotere solidariteit tussen de lidstaten via het diversifiëren van de gasvoorzieningsbronnen en de feitelijke leveranciers ervan.

Ik wil nog zeggen dat mijn land, dat het hardst is getroffen door de energiecrisis aan het begin van het jaar, na de onderhandelingen geldmiddelen heeft ontvangen en dat er verbindingen tot stand zijn gebracht met de systemen in Griekenland en Turkije. De voor Nabucco gereserveerde middelen en de reserve gasvoorziening zullen ook bijdragen aan de zekerheid in Zuidoost-Europa.

Ik denk dat deze maatregelen van de Commissie en deze voorstellen slechts het begin zijn van de uitwerking van een beleid voor energievoorzieningszekerheid. Ik verwacht een strategie om de richtlijn inzake de gasvoorziening te verbeteren, alsook een voorstel voor een gemeenschappelijk energiebeleid op korte termijn.

 
  
MPphoto
 

  Margarita Starkevičiūtė (ALDE).(LT) Ik zou graag het macro-economische effect van dit pakket aan de orde willen stellen. We zeggen vaak dat we de problemen van de banken moeten oplossen en de banken meer liquiditeit, meer geld moeten geven. Dit pakket is belangrijk, omdat het de liquiditeit van onze gemeenschappelijke markt stimuleert. Nu het kapitaalverkeer tussen de landen door de crisis stagneert – en dat is een natuurlijk proces in deze economische ontwikkeling – hebben bedrijven in veel landen vanwege geldtekort hun activiteiten gestaakt.

Een dergelijk pakket is nodig, niet als een soort subsidie of steun, maar om onze gezamenlijke Europese markt, onze integratie, die we over de jaren heen hebben opgebouwd, staande te houden.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE-DE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, om te beginnen wil ik commissaris Fischer Boel en commissaris Piebalgs danken. Dat is een goed teken: landbouw en energie naast elkaar, in onderlinge samenwerking. Dat geldt ook voor mevrouw Schierhuber en de heer Karas, die als afgevaardigden van dit Parlement zogezegd op de bres springen voor de landbouw en de kleine en middelgrote landbouwbedrijven. Dat is een goed teken. Uit dit debat over de 5 miljard euro blijkt dat we de juiste bedoelingen hebben en dat het ons er met name om gaat de koopkracht in de plattelandsgebieden te versterken. Met name in deze tijden van economische en financiële crisis is het voor ons een uitdaging en prioriteit om het geld dat wij voor energie nodig hebben, niet naar de Russische oligarchen en oliemagnaten te sturen, maar in Europa te houden om hier de plattelandsgebieden te versterken.

Ik wil mijn gelukwensen uitspreken voor dit initiatief en het doet mij bijzonder deugd dat wij dit vandaag nog kunnen aannemen.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE).(RO) Ik zou onze rapporteurs ook graag willen feliciteren. Dit is een belangrijk document, want interconnectie van energie-infrastructuur moet een prioriteit zijn.

Ik vind echter dat er meer geïnvesteerd moet worden in de modernisering van de infrastructuur voor productie en transport van elektrische energie. Ik zeg dit omdat ik terugdenk aan de problemen met de stroomvoorziening van een paar jaar geleden, waar veel Europese landen last van hadden. Mijns inziens moet er ook meer geld naar het Nabucco-project gaan. Het is überhaupt goed dat het belang van dit project door middel van dit document opnieuw benadrukt wordt.

Wat de energie-efficiëntie van gebouwen betreft vinden we in dit document niets terug over het beschikbaar stellen van financiële middelen, hoewel volgens de mededeling van de Commissie van oktober hiervoor 5 miljard euro moest worden uitgetrokken. Er is een bepaling met betrekking tot ‘slimme steden’, maar de middelen kunnen alleen worden ingezet als geld onbenut blijft. Volgens mij is deze situatie onacceptabel, want er moeten banen worden gecreëerd, en deze sector heeft een gigantisch potentieel.

 
  
MPphoto
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik stel vast dat ons voorstel op een ruime steun kan rekenen. Mijns inziens moeten wij goed voor ogen houden hoe de zaken ervoor stonden aan het begin van dit Parlement.

Wij hebben te maken met 27 nationale beleidsvormen voor energie en 27 meer of minder geliberaliseerde markten. Het is gebleken dat de samenwerking tussen de lidstaten op energiegebied niet van een leien dakje loopt. Wij hebben voorzien in twee uitermate belangrijke gemeenschappelijke sturingsinstrumenten, namelijk het energie- en klimaatpakket en de versterking van de Europese dimensie van de Europese interne energiemarkt. Het beschikbaar stellen van de nodige financiële middelen is altijd een probleem en tot dusver hebben wij eigenlijk nooit grote sommen uitgetrokken voor energie. De financiële crisis heeft tot gevolg dat tal van energie- en kapitaalintensieve projecten vertraging hebben opgelopen. Bovendien heeft de gascrisis aan het begin van het jaar opnieuw aangetoond hoe kwetsbaar de Europese energievoorziening is en hoe slecht onze energienetwerken op elkaar zijn afgestemd, waardoor het moeilijk is om maatregelen voor de Europese Unie in haar geheel ten uitvoer te leggen. Het leeuwendeel van dit pakket gaat dan ook naar de broodnodige interconnectie.

De heer Paparizov heeft hier het voorbeeld van Bulgarije aangehaald. Als Bulgarije over drie extra interconnecties zou beschikken, zou de bevolking het lang niet zo moeilijk hebben, en aan een dergelijk project zijn geen hoge kosten aan verbonden. De vraag is waarom die interconnectie nog steeds niet tot stand is gebracht. Hierbij komen tal van factoren kijken. Interconnectie kan niet worden ontwikkeld door één enkele lidstaat: er zijn minstens twee lidstaten voor nodig. Er zijn tevens bedrijven nodig die met dit soort zaken ervaring hebben. Dit pakket voorziet ook in politieke sturingsinstrumenten. De Baltische staten hebben uitvoerig gepraat over samenwerking en interconnectie met de noordse markt, maar tot aan de lancering van dit pakket zijn wij er niet toe gekomen om deze interconnectie daadwerkelijk te ontwikkelen. Tijdens een recente bijeenkomst van de eerste ministers van de Baltische staten zijn er zulke belangrijke beslissingen genomen dat deze landen op energiegebied niet langer een eiland zullen zijn.

Ik ben van oordeel dat dit pakket de elementen bevat die het Parlement nodig heeft om de drie volgende doelstellingen te bereiken: energiezekerheid, duurzaamheid en concurrentievermogen. Ik verzoek de leden van dit Parlement dan ook het voorstel te steunen, aangezien het werkelijk een mijlpaal in het Europese energiebeleid is.

 
  
MPphoto
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb aandachtig geluisterd naar de vele positieve en constructieve opmerkingen die hier vandaag in het debat zijn gemaakt.

Zoals sommigen onder u ook al zeiden, moeten wij in de eerste plaats duidelijk maken dat wij niet verzeild zullen raken in een situatie waarin er binnen de landbouwbegroting geen enkele marge meer bestaat. Er is een overschot omdat wij geen buitengewone uitgaven hebben moeten dekken – de interventiekosten en de met de uitvoerrestituties gemoeide kosten lagen bijzonder laag – en daarom zijn wij opgewassen tegen deze specifieke situatie. Wij brengen onszelf echt niet in een situatie waarin de begroting geen enkele manoeuvreerruimte meer toelaat om bijvoorbeeld een antwoord te bieden op de onverwachte gebeurtenissen waaraan de heer Mulder heeft gerefereerd. Ik verzeker u hier vandaag dat de eventuele uitbraak van een besmettelijke dierziekte niet zal leiden tot een scenario waarin geen of onvoldoende geld voorhanden is om het probleem te verhelpen.

Ook de solidariteit die tot uiting komt in de verdeling van de middelen verdient een bijzondere vermelding. Het is duidelijk dat de plattelandsontwikkeling geherstructureerd is overeenkomstig de middelen die in de begroting van de plattelandsontwikkeling zijn uitgetrokken voor de verschillende lidstaten, wat feitelijk in het voordeel speelt van de nieuwe lidstaten.

Het is tevens belangrijk dat deze financiële injectie wordt beschouwd als een eenmalig gegeven. Met betrekking tot de plattelandsontwikkeling zullen deze middelen worden gebruikt om het gat te dichten waarmee wij in 2009 worden geconfronteerd, omdat de "check-up" pas op 1 januari 2010 in werking treedt en wij derhalve geen geld hebben om in te spelen op de nieuwe uitdagingen. Die uitdagingen zijn in lijn met de ideeën van mijn collega, commissaris Piebalgs, over de toepassing van hernieuwbare energie in plattelandsgebieden. Ik denk dan met name aan het gebruik van nieuwe technologieën, het gebruik van landbouwafval om bij te dragen aan de reductie van de broeikasgasemissies, aan klimaatverandering, water, biodiversiteit en de uitdagingen waaraan de Europese zuivelsector thans het hoofd moet bieden.

Tot slot deel ik de overtuiging dat breedband nuttig is, niet alleen voor de landbouwsector maar voor iedereen. Daarom moeten wij waarborgen dat de plattelandsgebieden worden aangesloten op het breedbandnetwerk. Hiermee steunen en stimuleren wij de kleine en middelgrote ondernemingen en bieden wij de mensen de mogelijkheid om ook buitenshuis gebruik te maken van hun computer, zodat zij bijvoorbeeld één of twee dagen per week om beroepsredenen in de stad kunnen doorbrengen. Breedband is een van de technologieën van de toekomst.

Ter afronding nog dit: ik denk dat er over het geheel genomen brede steun voor dit voorstel bestaat en ik hoop dat de investering in deze eenmalige financiële regeling haar nut bewijst.

 
  
MPphoto
 

  Petya Stavreva, rapporteur. – (BG) Ik zou u willen bedanken voor uw positieve houding, alsook voor uw aanbevelingen en standpunten. Ook wil ik commissaris Boel bedanken voor haar positieve benadering en voor de steun die ze landbouwers en plattelandsbewoners blijft geven. Ik zou in het bijzonder mijn dank willen uitspreken aan de voorzitter van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de heer Parish, en onze coördinator, de heer Goepel, voor hun steun en vertrouwen.

Nu we het vandaag over de toekomst van het gemeenschappelijke landbouwbeleid en de mogelijkheid van voldoende steun hebben, is het heel belangrijk duidelijk te maken dat honderden miljoenen Europese burgers in plattelandsgebieden wonen en dat plattelandsgebieden een groot deel van het grondgebied van de Gemeenschap uitmaken. We moeten deze steunen door ons solidair te tonen.

Ik ben erg blij dat alle verslagen waar we de afgelopen maanden over hebben gedebatteerd hier in het Europees Parlement in Straatsburg en waarin het gemeenschappelijk landbouwbeleid het hoofdonderwerp was, allemaal dezelfde geest en dezelfde algemene strekking hebben, namelijk dat we de behoeften en mogelijkheden van de landbouwers en plattelandsbewoners in alle lidstaten in aanmerking moeten nemen en erkennen.

Als vertegenwoordiger van Bulgarije, een van de laatst toegetreden lidstaten, vind ik het heel belangrijk dat de Europese instellingen, vooral het Europees Parlement, de inwoners van de Gemeenschap een duidelijke boodschap van steun meegeven vandaag, om te laten zien dat we er voor ze zijn in de moeilijke tijden van een economische crisis. Het is aan de vooravond van de Europese verkiezingen belangrijk dat de Europese instellingen laten zien dat ze dicht bij de mensen staan en dat ze hen willen helpen tijdens de moeilijke tijden waar we nu mee te maken hebben.

 
  
MPphoto
 

  Eugenijus Maldeikis, rapporteur.(LT) Ik zou al mijn collega’s graag voor hun steun willen bedanken. Uit dit debat is wel gebleken hoe enorm belangrijk het pakket is, en we mogen gewoon niet vergeten hoe ingewikkeld het voor de Commissie is geweest dit pakket op te stellen en ervoor te zorgen dat deze overeenstemming werd bereikt. Het feit dat de lidstaten binnen een zeer kort tijdsbestek overeenstemming konden bereiken, en dat dit document nu in het Parlement is besproken en in stemming wordt gebracht, verdient volgens mij onze waardering.

Het was mijns inziens geen gemakkelijke taak om tot een geografisch evenwicht te komen bij de financiering van deze projecten, om de herstelmaatregelen te evalueren – dat wil zeggen om te bepalen in welke mate ze van invloed zullen zijn op de macro-economische processen en de afzonderlijke sectoren – en om bij de financiering gebruik te maken van diverse projecten voor subsectoren op energiegebied. Ik denk daarom dat het pakket dat we nu hebben zeker resultaten zal opleveren, en ik was vandaag ook erg blij om commissaris Piebalgs te horen zeggen dat de aanbestedingsprocedure voor eind mei zou worden opgestart. Hieruit blijkt dat we strategisch gezien adequaat reageren en ons realiseren hoe gevoelig deze hele kwestie ligt.

Ik vind dit pakket ook erg belangrijk omdat de investeringsprocessen in de Europese Unie door de economische crisis behoorlijk worden vertraagd. Het pakket biedt zowel de lidstaten als de energiebedrijven namelijk een goede stimulans en een signaal om hun investeringsactiviteiten voort te zetten. Daardoor wordt het voor ons mogelijk onze strategische doelen op het gebied van energie binnen de Europese Unie te bereiken.

Nogmaals, iedereen bedankt voor de steun, en ik zou u met klem willen vragen dit pakket te ondersteunen en er voor te stemmen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag plaats.

***

 
  
MPphoto
 

  Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf (Verts/ALE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, u heeft mij bij de catch-the eye-procedure over het hoofd gezien. Dat kan uiteraard gebeuren, maar dan zou ik nu volgens het Reglement een persoonlijke verklaring willen afleggen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Dat is onmogelijk, mijnheer Graefe, want het debat is gesloten. Wat de "catch the eye"-procedure betreft, weet u heel goed dat hier vijf minuten voor zijn uitgetrokken en dat de afgevaardigden die tijdens het debat niet aan het woord zijn gekomen voorrang hebben. Ik kan u dus nu niet het woord geven. Het debat is gesloten. Het spijt me zeer.

***

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Gierek (PSE), schriftelijk. – (PL) Deze verordening stelt een programma vast dat erop gericht is de economie van de Europese Unie tijdens de crisis te ondersteunen. De toekenning van steun aan energieprojecten zal – zo wordt althans verondersteld – niet alleen bijdragen tot economisch herstel, maar zal ook leiden tot meer energievoorzieningszekerheid en minder broeikasgasuitstoot.

Hiervoor wordt een bedrag van 3,5 miljard euro uitgetrokken.

Zal dit programma ons daadwerkelijk helpen de crisis te boven te komen? Ik betwijfel het. Er zullen op korte termijn immers weinig nieuwe arbeidsplaatsen worden gecreëerd met dit geld. Aangezien de voorbereiding van elk van deze initiatieven tijd vergt, zullen deze projecten de economische situatie pas in een latere fase ten goede komen. Daarnaast zijn niet alle projecten even belangrijk. De voornaamste projecten hebben te maken met interconnectie van energienetwerken, aangezien deze de cohesie binnen de Europese Unie zullen versterken.

Mijns inziens zouden de projecten echter ook energieverbindingen tussen Polen en Duitsland moeten omvatten.

Voorts zijn de subsidiabiliteitscriteria voor de technologie voor het afvangen en opslaan van koolstof te hoog. Er wordt ook verondersteld dat deze technologie al op dergelijke schaal voorhanden is, hetgeen echter niet het geval is.

Het is onbegrijpelijk dat de Europese Commissie het geld van de Gemeenschap zomaar over de balk gooit. Naar mijn mening is deze nonchalante houding zowel te wijten aan een gebrek aan inzicht als aan de doctrine die achter haar benadering schuil gaat. Het lijdt geen twijfel dat het geld dat aan CCS-installaties wordt verspild, meer zou hebben bijgedragen tot het bestrijden van de crisis indien we het hadden gebruikt voor grootschalige renovatie en isolatie van gebouwen of voor de bouw van honderden biogasinstallaties. Dat zou tevens gunstig geweest zijn voor het milieu.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk (UEN), schriftelijk. – (PL) In dit debat over het verslag over begrotingsdiscipline en goed financieel beheer in het meerjarig financieel kader (2007-2013) zou ik drie punten onder de aandacht willen brengen.

1. We zouden steun moeten verlenen aan de toekenning van 5 miljard euro voor de financiering van energieprojecten in de periode 2009-2010, alsook voor de financiering van de ontwikkeling van internetinfrastructuur in plattelandsgebieden. We zouden 3,5 miljard euro moeten uittrekken voor energienetwerken en 1,5 miljard euro voor internetinfrastructuur in plattelandsgebieden.

2. Hoewel ik deze maatregel steun, zou ik mijn bezorgdheid willen uiten over het feit dat deze extra middelen afkomstig zijn uit rubriek 2, namelijk het gemeenschappelijk landbouwbeleid, waar de jaarlijkse plafonds die in de financiële vooruitzichten voor 2007-2013 zijn vastgesteld in 2009 met 3,5 miljard euro en in 2010 met 2,5 miljard euro zullen worden verlaagd. Dit is bijzonder zorgwekkend op een moment waarop de voedselzekerheid van de Europese Unie in gevaar is.

3. Wat me eveneens zorgen baart, is dat dergelijke fundamentele wijzigingen in de financiële vooruitzichten voor de periode 2007-2013 pas twee maanden voor het einde van de huidige zittingsperiode in allerijl worden doorgevoerd, zonder dat de mogelijkheid bestaat om over dit onderwerp een objectief debat te voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  James Nicholson (PPE-DE), schriftelijk.(EN) Als onderdeel van het Europese economische herstelplan is een extra bedrag van 1 miljard euro geoormerkt voor de ontwikkeling van breedbandinternetinfrastructuur in plattelandsgebieden via het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling.

Aangezien mijn aandacht in hoofdzaak uitgaat naar landbouw- en plattelandskwesties ben ik bijzonder ingenomen met dit initiatief. In tal van lidstaten, inclusief de mijne, laat het niveau van breedbandtoegang voor landbouwers en plattelandbewoners te wensen over. Dit betekent dat zij in een uitgesproken nadelige positie verkeren ten opzichte van de mensen in de stad.

Er zij aan herinnerd dat dit initiatief deel uitmaakt van een pakket dat bedoeld is om de verzwakte Europese economieën te stimuleren. Ik hoop dan ook dat een betere breedbandtoegang een impuls zal geven aan de kleine en middelgrote ondernemingen in plattelandsgebieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE-DE), schriftelijk. - (FI) Het is heel goed dat het pakket van 5 miljard, dat de Commissie al bij het vroegste begin van de economische crisis had beloofd, eindelijk is aangenomen. Dit geld voor economisch herstel is hard nodig en ik denk dat de door de Commissie gekozen prioriteiten - energie en plattelandsontwikkeling en vooral de ontwikkeling van breedbandnetwerken - de moeite waard zijn. De 100 miljoen die is toegewezen aan het zeekabelproject Estlink 2 is voor Finland van specifiek belang. Het is heel goed dat het Estlink-project sinds de indiening van het Commissievoorstel op de lijst is blijven staan zonder dat het bedrag hiervoor is gewijzigd.

Zeer betreurenswaardig zijn echter de prioriteiten van het herstelpakket voor energie en dan vooral het feit dat het oorspronkelijke idee van de Commissie om enkel en alleen elektriciteitsleidingen, het afvangen en opslaan van kooldioxide (CCS) en windprojecten op zee te steunen, ondertussen niet is gewijzigd. Elektriciteitsleidingen en windenergie op zee verdienen natuurlijk de aanvullende financiering, maar de nadruk op het afvangen en opslaan van kooldioxide is onbegrijpelijk, vooral omdat hiervoor waarschijnlijk veel geld vrijkomt uit de winsten van de emissiehandel.

Andere hernieuwbare energieprojecten hadden beslist eenzelfde kans voor het aanvragen van aanvullende herstelmiddelen moeten hebben als windenergieprojecten. In plaats van te investeren in onzekere CCS-technologie zou de nadruk moeten liggen op hernieuwbare energiebronnen. Vooral de verscheidene zonne-energieprojecten hadden het verdiend geld te krijgen.

Het pakket ging gepaard met een verklaring dat eventueel ongebruikte middelen kunnen worden doorgeschoven naar projecten tot bevordering van energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen. Volgens de oorspronkelijke plannen van de Commissie had men echter voor energie-efficiëntie middelen moeten oormerken, in plaats van gebruik te maken van eventueel overgebleven kruimels. Het is ook zeer betreurenswaardig dat de oorspronkelijk voor “intelligente steden” geplande component uiteindelijk buiten het herstelpakket is gebleven.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE), schriftelijk. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, het Europees economisch herstelpakket, dat ook wel het '5 miljard pakket' wordt genoemd, spitst zich toe op de ontwikkeling van de plattelandsgebieden in de Europese Unie. Daarnaast zal een extra bedrag van meer dan 1 miljard euro worden vrijgemaakt voor het bevorderen van internettoegang in plattelandsgebieden, alsook voor de nieuwe uitdagingen die naar aanleiding van de herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn vastgesteld. Het is jammer dat de beschikbare middelen enigszins zijn verlaagd. Het komt er nu echter op aan om het gehele wetgevingsproces zo spoedig mogelijk af te ronden. Deze maatregelen zullen ons in staat stellen om de kloof tussen plattelands- en stadsgebieden bij de ontwikkeling van breedbandinfrastructuur en van diensten in verband met nieuwe technologieën te verkleinen. Het internet is niet alleen een bijzonder venster op de wereld en een instrument om van gedachten te wisselen en kennis te vergaren, maar ook een manier om tal van administratieve kwesties te vergemakkelijken.

Met de aanneming van dit pakket zendt de Europese Unie een positief signaal uit naar onze plattelandsbevolking. De landbouw speelt uiteraard een belangrijke rol in plattelandsgebieden, maar er is eveneens ruimte voor een divers aanbod van kleine ondernemingen, zoals winkels, ateliers en opslagplaatsen. De verspreiding van het internet zal naar mijn mening bijdragen tot de ontwikkeling van het onderwijs en van kleine ondernemingen in deze gebieden, met inbegrip van toeristische diensten. Dit zou eveneens tot extra inkomsten kunnen leiden, voornamelijk voor kleine familiebedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimir Urutchev (PPE-DE), schriftelijk. – (BG) Dames en heren, de timing van het Europees plan voor economisch herstel, waarmee onder meer wordt voorzien in de investering van bijna 4 miljoen euro in energieprojecten, is perfect en zal minstens een tweeledig resultaat hebben: het bevorderen van het herstel van belangrijke bedrijfstakken en het oplossen van wezenlijke energieproblemen.

De recente gascrisis liet duidelijk zien dat de energievoorzieningszekerheid rechtstreeks afhangt van de interconnectie van de energie-infrastructuur tussen de lidstaten. Zonder interconnectie kan immers geen steun worden verleend aan getroffen landen. Zonder de totstandbrenging van goede verbindingen tussen de systemen van de landen is het niet mogelijk om een interne energiemarkt te creëren, noch om het beginsel van solidariteit in de EU toe te passen.

Voor de economische crisis zijn snelle oplossingen nodig. Daarom steun ik het voorgestelde plan, ofschoon ik me er tegelijkertijd heel goed van bewust ben dat de wijze waarop de projecten worden geselecteerd en de middelen worden verdeeld, niet helemaal eerlijk is.

Ik wil apart de aandacht vestigen op de steun voor de Nabucco-pijpleiding, want het wordt hoog tijd dat de EU zich meer inzet voor dit project, als we de kans om gas uit de Kaspische Zee te gebruiken voor het diversifiëren van onze bronnen niet mis willen lopen. Ik verzoek de Commissie dringend om daadkrachtiger op te treden en aldus zo snel mogelijk echte resultaten en vooruitgang te boeken met betrekking tot Nabucco.

Bedankt voor uw aandacht.

 
Laatst bijgewerkt op: 8 september 2009Juridische mededeling