Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2632(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0029/2009

Debatten :

PV 16/09/2009 - 15
CRE 16/09/2009 - 15

Stemmingen :

PV 17/09/2009 - 4.6

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0019

Debatten
Woensdag 16 september 2009 - Straatsburg Uitgave PB

15. Situatie in Litouwen naar aanleiding van de aanneming van de wet ter bescherming van minderjarigen (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het debat over:

- de mondelinge vraag (O-0079/2009) van Sophia in ’t Veld, Jeanine Hennis-Plasschaert, Leonidas Donskis, Gianni Vattimo, Sarah Ludford, Ulrike Lunacek, Raül Romeva i Rueda, Jean Lambert en Judith Sargentini, namens de ALDE-Fractie en de Verts/ALE-Fractie, aan de Raad, over de Litouwse wet betreffende de bescherming van minderjarigen tegen de schadelijke invloed van openbare informatie (B7-0201/2009),

- de mondelinge vraag (O-0080/2009) van Sophia in ’t Veld, Jeanine Hennis-Plasschaert, Leonidas Donskis, Gianni Vattimo, Sarah Ludford, Ulrike Lunacek, Raül Romeva i Rueda, Jean Lambert en Judith Sargentini, namens de ALDE-Fractie en de Verts/ALE-Fractie, aan de Commissie, over de Litouwse wet betreffende de bescherming van minderjarigen tegen de schadelijke invloed van openbare informatie (B7-0202/2009),

- de mondelinge vraag (O-0081/2009) van Rui Tavares, Cornelia Ernst, Cornelis de Jong, Marie-Christine Vergiat, Willy Meyer en Kyriacos Triantaphyllides, namens de GUE/NGL-Fractie, aan de Raad, over de Litouwse wet voor de bescherming van minderjarigen tegen de negatieve gevolgen van publieksinformatie (B7-0204/2009),

- de mondelinge vraag (O-0082/2009) van Rui Tavares, Cornelia Ernst, Cornelis de Jong, Marie-Christine Vergiat, Willy Meyer en Kyriacos Triantaphyllides, namens de GUE/NGL-Fractie, aan de Commissie, over de Litouwse wet voor de bescherming van minderjarigen tegen de negatieve gevolgen van publieksinformatie (B7-0205/2009),

- de mondelinge vraag (O-0083/2009) van Michael Cashman, Claude Moraes en Emine Bozkurt, namens de S&D-Fractie, aan de Raad, over de Litouwse wet betreffende de bescherming van minderjarigen tegen de schadelijke invloed van openbare informatie (B7-0206/2009), en

- de mondelinge vraag (O-0084/2009) van Michael Cashman, Claude Moraes en Emine Bozkurt, namens de S&D-Fractie, aan de Commissie, over de Litouwse wet betreffende de bescherming van minderjarigen tegen de schadelijke invloed van openbare informatie (B7-0207/2009).

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld, auteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik vind het onderwerp dat we hier vandaag bespreken erg belangrijk. Het gaat om Europese waarden. Wij hebben de mondelinge vraag ingediend en ook een gezamenlijke ontwerpresolutie opgesteld over de Litouwse wetgeving die over de bescherming van minderjarigen zou gaan. In feite doet deze wet het tegenovergestelde, want deze wet zou wel eens onwetendheid, taboes en stigmatisering in de hand kunnen werken. Jonge en kwetsbare homo’s, lesbiennes en transseksuelen zullen erdoor worden blootgesteld aan intimidatie en uitsluiting. Dat zal enorm veel leed en pijn berokkenen bij jonge mensen, precies de mensen die deze wet bedoelt te beschermen. In plaats van het bieden van bescherming doet deze wet jonge mensen kwaad.

Dat is dan ook de reden dat we deze kwestie naar voren hebben gebracht, en tot mijn genoegen hebben we afgelopen zomer een schrijven van commissaris Barrot ontvangen waarin hij de bezorgdheid van de Europese Commissie over deze wet tot uiting brengt. Hij zei dat de Europese Commissie dit nauwlettend in het oog zal houden en ervoor zal zorgen dat alle nationale wetgeving aansluit op de Europese wetgeving en beginselen. Dit vind ik heel belangrijk, want de Europese Commissie dient niet alleen in te grijpen wanneer de regels van de interne markt worden geschonden, maar ook, en vooral, wanneer er Europese waarden worden geschonden. We kunnen geen discriminatie tolereren. Europa is een gemeenschap met waarden, waarden waarvan ik weet dat ze door het merendeel van onze medeburgers in Litouwen worden gedeeld. We zijn allemaal Europeanen.

Collega’s, voor wat betreft de resolutie zou ik u willen vragen deze duidelijk te ondersteunen, met name het amendement waarmee we trachten een verwijzing op te nemen naar de bestaande antidiscriminatierichtlijnen, want ik denk dat dit wel het minste is wat we kunnen doen. Ook vraag ik uw steun voor het verzoek in de resolutie om het Bureau voor de Grondrechten om een juridisch advies over deze wet te vragen.

Tot slot vind ik dat we er als Europees Parlement trots op kunnen zijn dat we, als de resolutie morgen wordt aangenomen, de stem zijn die de gezamenlijke waarden van Europa verwoordt.

 
  
MPphoto
 

  Ulrike Lunacek, auteur. (DE) Mevrouw de Voorzitter, zoals de vorige spreekster al heeft gezegd is deze wet, die in Litouwen is aangenomen, een gevaar voor de Europese waarden, het Europees recht, maar ook de vrijheid van mensen, met name die van jonge lesbiennes, homo’s, biseksuelen, of mogelijk ook transgenders, om hun leven zonder angst te kunnen leiden. Volgens deze wet is de specifieke informatie hierover kennelijk schadelijk voor minderjarigen. Ik kan u zeggen wat dat betekent: het betekent dat jongeren in angst moeten leven en een depressie kunnen krijgen. We weten dat juist bij jonge lesbiennes en homo’s of bij hen die tijdens deze coming-out-fase niet weten hoe zij verder moeten, een verhoogd percentage zelfmoordpogingen voorkomt.

Deze wet vormt een ernstige inbreuk op de Europese waarden. Het stemde mij dan ook zeer verheugd, commissaris Barrot, dat u al in juli een antwoord hebt gegeven. U hebt verder de Europese regionale afdeling van de Internationale Vereniging voor Homo’s en Lesbiennes (ILGA) geantwoord, dat de Commissie deze tekst zal analyseren en zich dan zal beraden op vervolgstappen. Ik zou u nu dit willen vragen: Wat bent u van plan te doen? Wat hebt u – en ook de Raad – al gedaan tegenover het Litouwse parlement? We weten dat de vorige Litouwse president en ook de nieuwe president, die vroeger commissaris was, deze wet niet goedkeuren. Het parlement houdt er echter aan vast. Ik ben blij dat hier nu een voorstel ligt, ook voor een resolutie.

Ik hoop van harte dat deze resolutie morgen door alle leden hier zal worden aangenomen zodat wij het Bureau van de Europese Unie voor de Grondrechten kunnen verzoeken zich over deze wet uit te spreken, dat is immers het doel van dit agentschap. Het moet in ons gemeenschappelijke Europa inmiddels glashelder zijn dat homoseksuele en lesbische geaardheid niet uit onze families en scholen verdwijnen enkel en alleen omdat een wet informatie daarover verbiedt. Anders zijn is normaal – ook in ons gemeenschappelijke Europa.

 
  
MPphoto
 

  Rui Tavares, auteur. (PT) Geachte collega’s, deze wet begint met de bewering dat minderjarigen beschermd moeten worden tegen de verspreiding van homoseksualiteit via publieksinformatie. Maar wat houdt dit precies in? Betekent dit dat als ik een bioscoop heb in Vilnius en een poster voor de film “Brokeback Mountain” wil ophangen, dat dit niet mag? Betekent dit dat ik geen presentatie mag geven over homoseksualiteit op een publieke plaats, een theater of een universiteit in Litouwen? Betekent dit dat ik – en hierover is reeds gesproken in het Litouwse parlement – volgens de wijziging op het wetboek van strafrecht waarover momenteel wordt gedebatteerd in Litouwen, een boete tegemoet kan zien die kan oplopen tot 1 500 euro, of een taakstraf van een maand kan krijgen? Mag een televisieprogramma bijvoorbeeld een gelukkig homoseksueel koppel laten zien, of mag alleen een ongelukkig homostel getoond worden?

Geachte collega’s, 14 juli 2009, de datum waarop de amendementen op de wet op de bescherming van minderjarigen werden goedgekeurd verbaasde me. 14 juli is uiteraard de dag waarop we hier voor het eerst samenkwamen in deze zevende zittingsperiode. Het is bovendien ook de 220e verjaardag van de Europese grondbeginselen. Deze grondbeginselen, het recht op het streven naar geluk, vrijheid van meningsuiting en zelfs het recht van vereniging komen in het gedrang omdat er in het Litouwse parlement ook is gesproken over mogelijke beperking van manifestaties als de “gay pride”.

Welnu, toen wij op 14 juli samenkwamen, was dat omdat we een plicht hebben, ik zou zelfs zeggen een heilige plicht, om deze waarden te verdedigen. Het zijn deze waarden die in het geding zijn. We weten hoe dit soort dingen beginnen en we weten ook waar ze altijd toe leiden. Wat is de volgende stap? Wordt er een commissie benoemd die in de gaten houdt wat wel en niet onder verspreiding van homoseksualiteit valt? Waar zal dit gebeuren, in boeken, theaters, in de bioscoop, in de publiciteit?

Vilnius is dit jaar terecht een van de Europese culturele hoofdsteden, en ongetwijfeld wordt dit toegejuicht door de Europese burgers. Maar de titel Europese culturele hoofdstad brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee, zoals het uitdragen van de Europese cultuur om zijn sterkste kant en het kan niet de bedoeling zijn dat dit jaar de minst mooie kant wordt belicht.

Daarom verzoek ik u om voor onze resolutie te stemmen en roep ik het Bureau voor de Grondrechten op om advies uit te brengen over dit ernstige feit. Dit is absoluut het minste wat ik van de leden van dit Parlement kan vragen.

 
  
MPphoto
 

  Michael Cashman, auteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, als homoseksueel zou ik graag willen zeggen dat ik er trots op ben dat dit Parlement en anderen zich tegen dit wetsvoorstel uitspreken. Dit wetsvoorstel zal een flagrante schending inhouden van de EU-verdragen over de mensenrechten, met name artikel 6, evenals de richtlijn tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep en algemene beleidslijnen met betrekking tot non-discriminatie. Wat ook belangwekkend is, is dat het een schending is van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, omdat het discriminatie aanmoedigt tegen jonge homo’s en lesbiennes. Dus wie wordt door deze wet beschermd, en waartegen?

De Britse conservatieve partij heeft in 1988 een soortgelijke wet in Groot-Brittannië ingevoerd. Toen zag men in – en ook nu nog – dat dergelijke wetgeving leidt tot censuur en het bevorderen van discriminatie en homofobie: discriminatie en homofobie die levens van mensen verwoesten en de ziel van degenen die ze bedrijven bezoedelen. Het wetsvoorstel is veroordeeld door ngo’s zoals de Internationale vereniging voor lesbiennes en homoseksuelen en Amnesty International, en ook de Raad van Europa evenals andere organisaties. Het wetsvoorstel treft jonge homo’s en lesbiennes – bijvoorbeeld leraren of ambtenaren – en kan worden gebruikt om jonge mensen toegang te ontzeggen tot alle soorten materialen – films, boeken, toneelstukken, kunstwerken – die door een homo of lesbienne gecreëerd zijn. Gaan ze proberen jonge mensen ervan te weerhouden de werken te bestuderen van Plato, Shakespeare, Oscar Wilde, Walt Whitman, Tennessee Williams, Tchaikovsky en anderen, naar de muziek van Elton John te luisteren, of tennissterren zoals Martina Navrátilová te vereren? De wet zal de feitelijke manier waarop jongeren en anderen spreken, denken en handelen aantasten. En waarom? Jonge mensen hebben educatie nodig, en geen isolatie; ze moeten de wereld in al zijn diversiteit leren begrijpen en hun moet respect worden bijgebracht voor mensen die anders zijn. De liefde van een mens voor een ander mens wordt nooit beperkt door geslacht of seksualiteit: het is gewoon liefde.

Homo’s en lesbiennes zijn gewone mannen en vrouwen, die ongewoon worden gemaakt door de vooringenomenheid van extremisten met ons seksleven en de belastering dat homo’s en lesbiennes een bedreiging voor de maatschappij vormen. Dat is een verachtelijke verkeerde voorstelling van zaken. Elke beschaafde maatschappij wordt niet beoordeeld op de wijze waarop zij haar meerderheid behandelt, maar op hoe zij met haar minderheden omgaat. Daarom zeg ik tegen de Litouwers en mensen in heel Europa: verwerp deze gevaarlijke stap terug in de tijd.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, fungerend voorzitter van de Raad. − (SV) Mevrouw de Voorzitter, staat u mij toe om in de eerste plaats te onderstrepen dat vrijheid van meningsuiting en non-discriminatie op grond van seksuele geaardheid en genderidentiteit hoekstenen van onze democratische samenlevingen zijn. Onze Unie is gebaseerd op een aantal beginselen en waarden die alle lidstaten geacht worden te steunen. We kunnen niet aandringen op en ijveren voor mensenrechten in andere landen als we in de EU zelf de basisbeginselen niet kunnen handhaven.

De grondrechten, en met name de vrijheid van meningsuiting en het recht op non-discriminatie, zijn vastgelegd in artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en ook in artikel 10 en 14 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Die beginselen staan ook in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Er bestaat wetgeving op communautair niveau die op dit gebied bescherming verleent. Richtlijn 2000/78/EG verbiedt discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid op het terrein van arbeid en beroep. Vorig jaar legde de Commissie een voorstel voor om die bescherming naar andere terreinen uit te breiden.

Dat voorstel wordt momenteel in de Raad besproken en het Parlement heeft een positief advies gegeven. We zijn ingenomen met dat initiatief en hopen dat het binnenkort kan worden vastgesteld.

Het gaat hierbij om wetgeving op Europees niveau. Op nationaal niveau kunnen de lidstaten nationale wetgeving vaststellen op het gebied van grondrechten en fundamentele vrijheden op voorwaarde – ik herhaal: op voorwaarde – dat die wetgeving het primair en afgeleid recht van de Unie en de Gemeenschap ten volle respecteert, valt binnen een terrein waarop de Gemeenschap niet exclusief bevoegd is en wordt vastgesteld omdat er geen wetgeving op het niveau van de Unie of de Gemeenschap bestaat.

De wet in kwestie, die in juli door het Litouwse parlement werd aangenomen, en de voorgestelde wijziging van het wetboek van strafrecht en het wetboek bestuursrecht die momenteel wordt behandeld, veroorzaken grote ongerustheid bij het Zweedse voorzitterschap. We mogen echter niet vergeten dat de wet nog niet in werking is getreden.

Vanuit ons perspectief zou een wet die ten doel heeft het bevorderen van een bepaalde seksuele geaardheid te verbieden, een schending zijn van fundamentele waarden zoals vrijheid van meningsuiting en het feit dat alle mensen gelijk zijn. Het voorzitterschap heeft dat standpunt herhaaldelijk duidelijk gemaakt in contacten met de Litouwse regering.

Wat de meer juridische kwesties betreft die de leden in hun bijdragen aan de orde stellen, is het belangrijk erop te wijzen dat de Raad wat dat betreft geen formele rol speelt. De verenigbaarheid van nationale wetgeving en het Verdrag is geen kwestie voor de Raad. Ook niet voor het Bureau van de Europese Unie voor de Grondrechten. Het is aan de Commissie om te beoordelen of een lidstaat zich overeenkomstig het Verdrag van zijn verplichtingen kwijt. Dat houdt in dat de Commissie niet alleen moet toezien op de omzetting en toepassing van de regels van de Unie en de Gemeenschap, maar ook moet verzekeren dat het primair recht op Europees niveau ten volle wordt geëerbiedigd. Zoals de heer Barrot zeker zal zeggen, kan de Commissie geëigende procedures starten als ze van mening is dat een lidstaat het primair of afgeleid recht niet naleeft.

Wat artikel 13 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap betreft, zou het de Raad ernstig zorgen baren als er zich een geval van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid zou voordoen. Zonder voorstel van de Commissie kan de Raad er echter geen discussie over starten of er discriminatie plaatsvindt en welke maatregel desgevallend zou moeten worden getroffen. Analoog kan de Raad overeenkomstig artikel 7 van het Verdrag alleen maatregelen nemen als een derde van de lidstaten of de Commissie daartoe een gemotiveerd voorstel indient. Omdat de wet nog niet in werking is getreden, is nog geen dergelijk voorstel ingediend.

Ik kan de Parlementsleden verzekeren dat de kwestie van discriminatie van homo-, bi- en transseksuelen op de agenda van het Zweedse voorzitterschap staat. We zullen de kwestie op 16-17 november op een top over gendergelijkheid in Stockholm bespreken.

We nemen de ongerustheid in het Europees Parlement vanzelfsprekend zeer ernstig. Het gaat om respect voor de grondrechten en de mensenrechten. Formeel moet dit echter binnen de juridische en institutionele kaders worden behandeld. Als vertegenwoordigster van de Raad heb ik geprobeerd de bestaande vragen zo correct mogelijk te beantwoorden en heb ik ook proberen uit te leggen wat de beperkingen zijn. Ik kijk ernaar uit te horen wat de standpunten van de vertegenwoordigers van de Commissie met betrekking tot dit onderwerp zijn.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de minister heeft een zeer goede uiteenzetting gegeven van de juridische kanten van dit probleem.

Ik wil hier zeggen dat de Commissie elke vorm van homofobie herhaaldelijk zwaar heeft veroordeeld. Dit fenomeen is een duidelijke schending van de menselijke waardigheid. De Commissie heeft dit standpunt met name herhaald op 23 april 2007 ten overstaan van het Europees Parlement tijdens de plenaire vergadering waarin de resolutie over homofobie in Europa is aangenomen.

Op de beleidsterreinen die onder de communautaire bevoegdheden vallen, dienen de Unie, evenals de lidstaten wanneer zij het Gemeenschapsrecht ten uitvoer leggen, de grondrechten te eerbiedigen. Dit zijn dwingende beginselen die voortvloeien uit het Gemeenschapsrecht.

Het Litouwse wetsontwerp ter bescherming van minderjarigen tegen de schadelijke effecten van openbare informatie valt grotendeels onder de communautaire bevoegdheden, aangezien de inhoud van de wet betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van de richtlijnen inzake audiovisuele diensten en inzake elektronische handel.

Daarom heeft de Commissie de Litouwse autoriteiten zelfs al voor de goedkeuring van het wetsontwerp op de hoogte gesteld van het feit dat een aantal bepalingen van deze wet reden zou geven tot ernstige bezorgdheid in verband met de verenigbaarheid van deze bepalingen met de grondrechten en de communautaire wetgeving. Ondanks deze waarschuwing lijkt het er niet op dat de huidige versie van deze wet die op 14 juli jl. is goedgekeurd, de bezorgdheid wegneemt die de Commissie vooraf heeft geuit.

In deze context kan de Commissie slechts een voorbehoud maken, een serieus voorbehoud, ten aanzien van de verenigbaarheid van deze wet met het beginsel van de vrijheid van meningsuiting, het non-discriminatiebeginsel en met de rechten van het kind, waaronder zijn recht op toegang tot informatie die nodig is voor zijn ontwikkeling.

De Commissie zal niet aarzelen gepaste maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat het communautair recht, waaronder uiteraard de grondrechten, wordt nageleefd.

Uit gegevens waarover de Commissie beschikt, blijkt dat er in Litouwen een werkgroep is opgezet, op initiatief van de president, mevrouw Grybauskaité, om aanvullende amendementen op deze wet in te dienen. Deze amendementen moeten voor eind oktober worden ingediend. Uiteraard zal de Commissie het werk van deze commissie en de inhoud van de amendementen afwachten alvorens zich definitief uit te spreken over de wet zoals die in werking zal treden. Ik kan de minister, mevrouw Malmström, inderdaad alleen maar gelijk geven wanneer zij benadrukt dat het aan de Commissie is hierop toe te zien, en eventueel sancties voor te stellen en het niet naleven van de regels van de Europese Unie, en van de grondrechten a fortiori, te bestraffen.

Dit was de informatie die ik u wilde geven, waarmee ik u wil laten zien dat wij een zeer duidelijk standpunt hebben in deze kwestie.

 
  
MPphoto
 

  Vytautas Landsbergis, namens de PPE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, de wet die nu besproken en bekritiseerd wordt, ondanks het feit dat deze pas in maart in werking zal treden, bevat slechts één regel waarin bevordering van homoseksualiteit ten overstaan van minderjarigen wordt verboden; dat is het grote problematische onderdeel.

De president van de Republiek Litouwen heeft het initiatief genomen door onmiddellijk verduidelijkende amendementen in te dienen. Hierdoor is onze resolutie praktisch overbodig geworden. Wat we moeten doen, is ons concentreren op hetgeen het Parlement voor ogen heeft.

De trefwoorden in de problematische regel over bevordering van homoseksualiteit ten overstaan van minderjarigen zijn “bevordering” en “minderjarigen”, en niet “homoseksualiteit”, zoals sommige mensen denken. De mogelijkheid van een rechtstreekse bevordering ten overstaan van minderjarigen is aangepakt door de aanname van een wet. Het woord “bevordering” houdt een moedwillig handelen in dat verdergaat dan de gewone, benodigde informatie die momenteel wordt geboden door seksuele voorlichting, die ook een onderdeel behoort te bevatten over verdraagzaamheid ten aanzien van homoseksuele aantrekkingskracht en liefde.

Bevordering van homoseksualiteit tegenover minderjarigen kan, als we onze ogen openen, heel vaak veel meer inhouden – van het hen aanmoedigen het te proberen tot aan het verleiden van minderjarigen, zelfs voor homoseksuele prostitutie. De media kunnen daarvan profiteren, wellicht door het kanaal te vormen waarlangs een dergelijke bevordering zich naar minderjarigen toe kan verspreiden.

Beste collega’s, ouders en grootouders, luistert u nu alstublieft naar uw hart. Zou u er voorstander van zijn dit hele probleemgebied aan uw eigen nakomelingen open te stellen?

(Interruptie vanuit de zaal)

Oké, dat is voor u dan zo.

Wat als ze regelmatig en zonder beperkingen aan dergelijke speciale “bevordering” worden blootgesteld? Het lijkt erop dat we op twee benen hinken: het eerste – voor wie van een geraffineerde formulering houdt – is het recht van kinderen om geestelijk misbruikt te worden, en het tweede is het recht van kinderen om tegen misbruik beschermd te worden. Laat hun zelfbeschikking over tot het moment dat ze volwassen zijn.

Ik stel voor de standpunten die teruggrijpen op zowel het Verdrag inzake de rechten van het kind als de Verklaring van de rechten van het kind te ondersteunen, en paragraaf 1 te schrappen, die op dit moment niet relevant is en daarom niet gepast voor het hoogste Parlement van Europa.

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes (S&D). − (EN) Mevrouw de Voorzitter, de heer Landsbergis heeft een onderbouwing van deze wet gegeven die totaal niet overtuigend is. Het verbaasde mij, want ik dacht dat hij juist meer onderbouwing zou aandragen. De Raad en de Commissie hebben hun enorme bezorgdheid geuit, en dat is de juiste benadering. Antidiscriminatie en vrijheid van meningsuiting zijn absoluut fundamentele beginselen in de Europese wetgeving.

Zoals de heer Cashman eerder zei, hebben we in mijn eigen lidstaat in 1988 een soortgelijke wet gehad, maar die is nu verleden tijd, en ook deze wet zal verleden tijd worden, want, als een Gemeenschap van waarden, ligt een van de sterkste kanten van de EU in onze gemeenschappelijke pogingen de mensenrechten en de bescherming van onze grondrechten naar een hoger plan te tillen. Dat is ook moeilijk wanneer één lidstaat in de schijnwerpers staat vanwege een potentiële schending door deze wet, maar dankzij onze Gemeenschap van waarden kunnen we dergelijke wetten analyseren en kunnen we zeggen, zoals de Commissie en de Raad hebben gedaan, dat ze ons grote zorgen baren.

Het Bureau voor de Grondrechten moet zijn werk doen en zijn advies uitbrengen. Zoals de Commissie en de Raad hebben gezegd, zijn er problemen ten aanzien van de bestaande wetgeving, de antidiscriminatiewetgeving in deze Europese Unie. Laten we verdedigen wat we hebben en ervoor zorgen dat de socialistische fractie, samen met onze zusterpartij in Litouwen, deze wet veroordeelt, en laten we hopen dat het volgende gaat gebeuren: dat deze wet tot het verleden gaat behoren.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Leonidas Donskis, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, de Litouwse wet ter bescherming van minderjarigen tegen de nadelige gevolgen van openbare informatie heeft mensenrechtenverdedigers en de media in Litouwen en daarbuiten getroffen als overdreven homofoob en uiterst ondemocratisch.

Ik zou u graag willen attenderen op het feit dat de voormalige president van Litouwen, Valdas Adamkus zijn veto over deze wet uitsprak, maar dat dit werd verworpen door het Litouwse parlement. Bovendien is deze wet ernstig bekritiseerd door de huidige president van Litouwen, Dalia Grybauskaitė. De wet is in heftige bewoordingen beoordeeld door de Litouwse media, commentatoren, en verdedigers van burgerlijke vrijheden en de mensenrechten, die de homofobe inhoud en ook de uiterst gevaarlijke politieke implicaties, zoals censuur en zelfcensuur, benadrukten

Deze wet heeft weinig of niets te maken met de bescherming van kinderen. In plaats daarvan is het een wet tegen homoseksuele en lesbische burgers van het land. Hoe dan ook is het gelijkstellen van homoseksualiteit met fysiek geweld en necrofilie moreel gezien weerzinwekkend en schandalig. Het is toch bijna ongelooflijk dat het aannemen van een dergelijke wet in een EU-land aan het begin van de 21e eeuw mogelijk is. Persoonlijk zie ik deze wet als een ongelukkig gekozen stap en als een grondig misverstand, om het maar heel voorzichtig uit te drukken.

Er zijn in het Litouwse parlement besprekingen gaande over wijzigingen van artikel 310 van het wetboek van strafrecht en artikel 214 van het wetboek bestuursrecht die iedereen die zich in een openbare ruimte bezighoudt met het bevorderen van homoseksualiteit strafbaar zullen stellen, onder bedreiging van een boete, taakstraf of detentie. Als dit niet onze verschuiving is naar door de staat gepropageerde homofobie en het strafbaar stellen van de openbare uiting van onze homoseksuele en lesbische burgers, wat is het dan wel?

Tot slot, maar zeker niet minder belangrijk: deze wet is een schande, maar het zou een nog grotere schande zijn te proberen deze wet te versluieren, te bagatelliseren, en feitelijk te rechtvaardigen. Daarmee wil ik zeggen dat ik de resolutie volkomen ondersteun.

 
  
MPphoto
 

  Raül Romeva i Rueda, namens de Verts/ALE-Fractie. – (ES) Beste collega’s, we bevinden ons op een cruciaal punt in het proces van de Europese integratie, want tot voor zeer kort zou een debat als dit ondenkbaar zijn geweest. Gewoon omdat geen enkel parlement op het idee zou zijn gekomen een wet als deze aan te nemen.

Dat betekent dat het niet gaat om een intern vraagstuk van de Litouwse politiek. Eenvoudig gezegd moeten we concluderen dat we hier te maken hebben met een kwestie die rechtstreeks van invloed is op het behoud van de geloofwaardigheid van de Europese Unie. De Europese Unie als geheel – en we zijn hier met drie instellingen – kan er niet het zwijgen toe doen terwijl in een van de lidstaten wetten worden aangenomen die een misdrijf maken en de vervolging instellen van zoiets universeels als het recht om te kiezen met wie men een liefdes- of een seksuele relatie wil hebben, onafhankelijk van geslacht en leeftijd.

Mijnheer Landsbergis, gewoon praten over homoseksualiteit, over biseksualiteit en transseksualiteit is de allerbeste manier om ervoor te zorgen dat een jongen of meisje zijn of haar eigen seksualiteit kan ervaren met respect voor zichzelf en voor de rest van de gemeenschap.

Dat is belangrijk, want waar we nu juist voor pleiten, is het waarborgen van de omstandigheden die een gezonde groei bevorderen, zonder dwang, zonder negatieve stereotypen of criminaliserende beeldvorming van de jeugd. Daarin zullen wij slagen door dit debat en dit verschijnsel te normaliseren, niet door het te verbieden of te criminaliseren.

 
  
MPphoto
 

  Konrad Szymański, namens de ECR-Fractie.(PL) De Litouwse wet ter bescherming van minderjarigen is opgesteld uit zorg om de emotionele en psychologische ontwikkeling van de jongste consumenten van media die steeds nadrukkelijker aanwezig zijn in het leven van kinderen. Een ander punt van zorg van de Litouwse wetgevers was dat ouders hun kinderen moeten kunnen opvoeden volgens hun eigen overtuigingen. Ik denk dat iedereen in dit Huis wel zal erkennen dat dit belangrijke en dringende problemen zijn. Deze intenties verdienen waardering, geen kritiek. Dat is echter niet het voornaamste waar het hier om gaat.

Deze wet is nergens in strijd met de Europese wetgeving en meestal staat ze zelfs helemaal los van de Europese wetgeving. De kwesties die in de schriftelijke vraag aan de orde worden gesteld, vallen volledig onder de nationale wetgeving van de lidstaten. Niemand heeft de Europese Unie ooit de bevoegdheid verleend om op te treden op deze terreinen. Dat is de fundamentele reden waarom wij er bezwaar tegen maken dat deze kwestie op Europees niveau aan de orde wordt gesteld, en dat is de reden waarom we er nooit mee zullen instemmen dat op grond van een bepaalde ideologie een overschrijding van de bevoegdheidsgrenzen van de Europese wetgeving wordt gerechtvaardigd.

Daarom kunnen wij ook geen van de hierbij voorgelegde resoluties steunen.

 
  
MPphoto
 

  Eva-Britt Svensson, namens de GUE/NGL-Fractie. – (SV) Mevrouw de Voorzitter, dit is geen kwestie van ideologie. Ik zou willen zeggen dat het om de gelijkwaardigheid van iedereen gaat. Ik wil ook de Commissie en de Raad bedanken voor de ongewoon duidelijke stellingnamen. Ik ben ervan overtuigd dat het Parlement, de Commissie en de Raad nu de handen in elkaar slaan met betrekking tot deze schending van de fundamentele waarden.

We hebben het over de EU en het respect van de EU voor de fundamentele mensenrechten. Dat moet ook voor alle individuele lidstaten gelden. In de praktijk betekent dit wetsvoorstel dat alle informatie met betrekking tot aangelegenheden in verband met homo-, bi- en transseksuelen illegaal dreigt te worden. Stel u voor dat het plotseling verboden wordt om op te komen voor de gelijkwaardigheid van iedereen, ongeacht seksuele geaardheid.

Het wetsvoorstel is zonder enige twijfel een aantasting van de mensenrechten. Ik wil niet opsommen hoeveel mensenrechten het schendt. Ik wil slechts kort zeggen dat ik deze resolutie ten volle steun. Ik hoop dat het Parlement zich morgen bij de stemming zo eensgezind mogelijk achter deze resolutie zal scharen.

 
  
MPphoto
 

  Véronique Mathieu (PPE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, voor alles wil ik erop wijzen dat de bestrijding van elke vorm van discriminatie, en met name discriminatie op grond van seksuele geaardheid, zeer belangrijk is voor de Europese Unie, voor het Parlement en voor alle collega’s.

Waar praten wij vandaag over? Over een wetsontwerp in Litouwen dat voor problemen zorgt, dat voor zodanige problemen zorgt dat mevrouw Grybauskaité zich ermee bezig houdt. Zij heeft haar veto uitgesproken en zelfs een werkgroep opgericht die ons amendementen zal voorstellen. Ik heb dus alle vertrouwen in haar en ik weet zeker dat het probleem zal worden opgelost en dat de betreffende lidstaat een oplossing zal vinden voor dit ernstige probleem van discriminatie op grond van seksuele geaardheid. Wij hebben samen overleg gepleegd, een aantal fracties heeft een resolutie voorgesteld, en wij zijn gelukkig tot een gezamenlijke resolutie gekomen. Ik ben er dan ook van overtuigd, beste collega’s, dat deze gezamenlijke resolutie morgen zal worden aangenomen en dat het probleem wordt opgelost.

Het spreekt voor zich dat het belangrijk is de psychische en mentale gezondheid van onze kinderen te beschermen, maar toch wil ik u erop wijzen dat de bestrijding van elke vorm van seksuele discriminatie ook belangrijk is. We zetten ons er al vele jaren voor in. Wij hebben een Bureau voor de Grondrechten. Dat Bureau is ergens goed voor. Wij hebben voor de oprichting van het Bureau gestreden en er is geen sprake van dat wij onze handen er nu van aftrekken en het laten voor wat het is.

Ik wil u dan ook bedanken voor uw bereidheid deze gezamenlijke resolutie aan te nemen. Ik bedank alle collega’s die zich bij de onderhandelingen hebben ingezet. Het doet mij veel genoegen te zien dat wij erin geslaagd zijn om tot deze gezamenlijk resolutie te komen en ik hoop dat deze morgen in de vergaderzaal zal worden aangenomen.

 
  
MPphoto
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D).(LT) Ik verwelkom het initiatief van het Europees Parlement om het debat in te zetten over de kwestie van de Litouwse wet betreffende de bescherming van minderjarigen tegen de schadelijke invloed van openbare informatie. Het wetsvoorstel hiervoor is goedgekeurd dankzij de inspanningen van de rechtse partijen in Litouwen. Het is echter te betreuren dat de wet is aangenomen zonder dat voldoende is besproken en geëvalueerd of de wet wel overeenstemt met het internationaal en Europees recht. Ook de geluiden van niet-gouvernementele organisaties vonden weinig gehoor. Onder het mom van de nobele doelstelling om de rechten van kinderen te beschermen is een rechtsgrondslag gecreëerd om de samenleving te verdelen, de informatievoorziening te beperken en te discrimineren tussen afzonderlijke groepen binnen de samenleving. Onze voormalige president sprak nog zijn veto uit over het wetsontwerp, maar de nieuwe president heeft een werkgroep in het leven geroepen die tijdens de zitting van deze herfst een nieuw wetsontwerp bij het Parlement zal indienen.

Ik hoop dat er voldoende politieke wil in Litouwen zal zijn om de wetgeving te verbeteren, des te meer omdat wij een traditie hebben met het aannemen en uitvoeren van progressieve wetgeving op dit vlak. Zes jaar terug werd dankzij de inspanningen van de Litouwse sociaaldemocraten de Litouwse wet inzake gelijke kansen aangenomen. Deze wet verbiedt alle directe of indirecte vormen van discriminatie op grond van leeftijd, seksuele geaardheid, invaliditeit, ras of etnische herkomst op alle gebieden van het leven. Op het moment wordt door de Raad van ministers gesproken over een vergelijkbare ontwerprichtlijn. Deze resolutie van het Europees Parlement zou het Litouwse Parlement moeten aanmoedigen een vergelijkbare wet aan te nemen, waarin de mensenrechten en vrijheden worden gewaarborgd, en waarin geen plaats is voor enige vorm van discriminatie, met inbegrip van discriminatie op grond van seksuele geaardheid.

 
  
MPphoto
 

  Emine Bozkurt (S&D). - Voorzitter, geachte commissaris, minister en collega's, net als u allen ben ik ook geschokt door het feit dat er een parlement in Europa is dat dergelijke maatregelen niet alleen durft voor te stellen, maar ook nog weet aan te nemen. Deze wet is niet alleen een onacceptabele schending van de rechten van homo's en lesbiennes in Litouwen, het is een diepe belediging aan het adres van homoseksuelen in heel Europa. Zij krijgen van het Litouwse parlement te horen dat hun geaardheid iets is waar ze zich voor moeten schamen, waartegen kinderen beschermd moeten worden.

Ik verwacht van de Commissie en het Zweeds voorzitterschap dan ook dat ze het parlement van Litouwen heel duidelijk maken dat fundamentele waarden zoals gelijke behandeling en non-discriminatie in Europa niet onderhandelbaar zijn. Nu niet, nooit niet, door niemand niet. Daarom wil ik graag de concrete toezegging van de commissaris, hier en nu, dat de Commissie geen moment zal aarzelen Litouwen voor het Europese Hof te dagen, mocht deze wet van kracht worden.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE).(SK) In Litouwen is een wet aangenomen die belangrijke bescherming biedt aan kinderen en jonge mensen tegen de externe effecten van informatie die hen ernstig zou kunnen hinderen bij hun verdere ontwikkeling. Het is duidelijk dat sociaal beleid en gezinsbeleid onder de bevoegdheid van de afzonderlijke EU-lidstaten zelf vallen en dat daarom geen enkel Europees initiatief Litouwen hierom kan veroordelen.

De wet in kwestie is niet in strijd met welke internationale standaard ook op het vlak van de mensenrechten. Ik het dit vraagstuk bestudeerd en dit is simpelweg niet het geval. Ik ben er daarentegen vast van overtuigd dat deze wet een versterking vormt van de procedures ter bescherming van kinderen tegen de blootstelling aan informatie of beelden waartegen – en dit kan ik niet genoeg benadrukken – hun eigen ouders hen willen beschermen.

Ik wil daarom oproepen tot consistente toepassing van het subsidiariteitsbeginsel, dat door toedoen van Ierland in het protocol bij het Verdrag van Lissabon is veiliggesteld. Dat alles neemt niet weg dat dergelijke “waarschuwingen aan lidstaten en landen” een belangrijk precedent scheppen ten aanzien van duidelijk gevoelige beleidsterreinen als het gezin.

 
  
MPphoto
 

  Justas Vincas Paleckis (S&D).(LT) Voor het eerst in de geschiedenis van het Europees Parlement worden in dit eerzame Parlementsgebouw de acties van het Litouwse parlement in negatieve zin besproken. Ongeacht hoe onschuldig of goedbedoelend de auteurs en voorstanders van de wet in kwestie ook mogen zijn, zij hebben ons bepaald niet naar het Europa van de 21ste eeuw geleid. Hierbij speelt het feit een rol, althans naar mijn smaak, dat de meerderheid van de Seimas wat al te veel vertrouwen had in zijn eigen rechtsgevoel – wij voelen ons boven iedereen verheven, wij doen wat wij willen en wij maken ons niet druk om internationale verplichtingen. Dit debat geeft de ernst van de reactie van de Raad en de Commissie aan; het is een waarschuwing aan de Litouwse wetgevers dat wij niet terug moeten gaan in het verleden, bijna helemaal terug naar de Middeleeuwen, maar dat wij vooruit moeten kijken, en moeten profiteren van de ervaringen en tradities van de overigen landen in de Europese Unie. Dat is het belang van deze debatten, evenals van de resolutie.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Wikström (ALDE). - (SV) Mevrouw de Voorzitter, alle mensen worden gelijk geboren en bezitten dezelfde onschendbare waarde. Daarom moet het Parlement er vandaag geen enkele twijfel over laten bestaan dat we het over de burgers van Europa hebben, ongeacht om welke lidstaat het gaat. Omdat de fundamentele waarden van de EU verdraagzaamheid, openheid en vrijheid zijn, is het verheugend dat de pas verkozen voorzitter van de Commissie vandaag duidelijk heeft gemaakt dat hij een commissaris zal benoemen met een portefeuille waar precies mensenrechten en fundamentele vrijheden toe zullen behoren.

Vandaag stellen we tot onze spijt vast hoe beklemmend het is wanneer een land als Litouwen – dat ooit verdrukking en dictatuur meegemaakt heeft – nu als vrij en zelfstandig land een wet aangenomen heeft die verfoeilijk is en neerkomt op censuur, onvrijheid en intolerantie. Nu moet ieder van ons die democratische beginselen steunt en enig gezond verstand heeft, die Litouwse wet krachtdadig veroordelen, en morgen moeten we stemmen. Laten we elkaar er in dit Parlement aan herinneren dat niets boven de liefde gaat.

 
  
MPphoto
 

  Anna Záborská (PPE). (SK) In 2006 werd Slowakije veroordeeld omdat het vroeg om de vrijheid van geweten. Vandaag ziet Litouwen zich plotseling geplaatst tegenover deze gemeenschap omdat het zijn kinderen wil beschermen tegen de verseksualisering van de samenleving. Ik zie dit debat als een verdraaiing van het Handvest van de grondrechten, een document dat wettelijk bindend is.

Dit Parlement heeft geen oog voor de legitimiteit van een nationaal parlement dat een wet tot twee maal toe zonder kritiek heeft goedgekeurd. Dit Parlement heeft om een oordeel van het agentschap voor mensenrechten gevraagd, maar dit agentschap heeft niet de bevoegdheid om het effect van nationale wetgeving te beoordelen. Ik stel u de volgende vraag: wat moeten de Ieren wel niet denken in het licht van het aanstaande referendum? Zij zullen ongetwijfeld denken dat de tijd nabij is dat zij zelf in dit Parlement zullen worden bekritiseerd over hun eigen wetten ter bescherming van het gezin en ter bescherming van het leven.

Het stemt mij droevig dat wij hier in dit geachte Parlement nalaten respect te hebben voor Europese waarden, nalaten respect te hebben voor diversiteit en nationale cultuur, en nalaten respect te hebben voor kinderbescherming en voor het recht van ouders om hun kinderen op te voeden.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, fungerend voorzitter van de Raad. − (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat de drie instellingen hun standpunt in dit debat erg duidelijk hebben gemaakt. Respect voor mensenrechten, tolerantie, de onschendbaarheid van ieder individu, en het verbod op discriminatie op grond van, onder andere, seksuele geaardheid zijn in de Europese samenwerking fundamentele waarden en moeten dat ook blijven. De lidstaten hebben de plicht om de waarden en de feitelijke wetten die op die gebieden in de EU gelden, te respecteren.

Het voorzitterschap maakt zich grote zorgen over de wet in kwestie, maar we weten dat er in Litouwen over wordt gedebatteerd en kritiek op wordt geuit. Zoals is gezegd, heeft president Grybauskaitė – die commissaris is geweest en goed op de hoogte is van de waarden en regels van de EU – zelf een proces op gang gebracht om die wet te herzien en in overeenstemming te brengen met de communautaire wetgeving. Ik ben uitermate blij dat de Commissie zo duidelijk is geweest over wat er zal gebeuren als de wet, tegen de verwachting in, toch in zijn oorspronkelijke vorm van kracht wordt.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik sluit mij volledig aan bij de conclusies van mevrouw de minister. Ik kan ook alleen maar hopen dat de werkgroep die mevrouw Grybauskaitė heeft opgericht, kan voorkomen dat er een wet wordt ingevoerd die, op bepaalde punten, in strijd is met het Europees recht.

Ik wil een punt benadrukken: wij waren bang dat een aantal bepalingen van de wet in strijd zouden zijn met een aantal richtlijnen, die inzake audiovisuele diensten en die inzake elektronische handel. Wij kunnen in feite geen uitspraak doen over het familierecht, aangezien dit een bevoegdheid van de lidstaten betreft. Afgezien daarvan blijkt uit al hetgeen er vooraf en tijdens het debat is gezegd dat de zaken op nationaal niveau zonder meer beter moeten worden beoordeeld, in dit geval in Litouwen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Tot besluit van het debat zijn er vijf ontwerpresoluties ingediend(1), overeenkomstig artikel 115 van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen, donderdag 17 september 2009, plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Casini (PPE), schriftelijk.(IT) Mijn oordeel over de ontwerpresolutie voor de bescherming van minderjarigen in Litouwen is bedoeld om blijk te geven van een zeer ernstige institutionele bezorgdheid. Vaak claimen individuele leden van het Europees Parlement of fracties vraagstukken te kunnen aanpakken die liggen op het vlak van het interne beleid van de afzonderlijke landen: dit lijkt geen goede zaak te zijn. In zo’n geval wordt er schijnbaar op aangestuurd dat het Europees Parlement zich in essentie negatief uitlaat over een Litouwse wet, waarvan de inhoud niet volledig bekend is, met als prijzenswaardig doel de minderjarigen te beschermen, terwijl er stiekem een standpunt wordt opgedrongen hoewel het aan de afzonderlijke lidstaten is om dat naar eigen inzicht vast te stellen. Hier heeft het Europees Hof van Justitie mag ik wel zeggen al meermaals op gewezen. Het gelijkheidsbeginsel staat buiten kijf en niemand wil de waardigheid van personen met een bepaalde seksuele voorkeur in twijfel trekken. Mijn bedenking is van institutionele aard, omdat het gaat om de betrekkingen tussen de Europese Unie en de afzonderlijke lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Joanna Senyszyn (S&D), schriftelijk.(PL) Het Europese en het internationale recht verbieden discriminatie. Hiertoe zijn bepalingen opgenomen in de Verdragen, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en het Handvast van de grondrechten. Geen enkele lidstaat mag wetten maken die in strijd zijn met deze documenten.

Deze absurde en homofobe Litouwse wet is onaanvaardbaar. Homofobie is een ziekte. Mensen die lijden aan haat jegens homoseksuele personen verdienen geen enkele sympathie. Het zijn niet zozeer homofoben, maar chauvinisten wat betreft seksuele geaardheid. En net als alle andere chauvinisten moeten we de strijd met ze aangaan en moeten we passende wetten tegen ze aannemen.

In 1990 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie homoseksualiteit geschrapt uit de Internationale Statistische Classificatie van Ziekten en met Gezondheid verband houdende Problemen. Ze bevestigde bovendien dat geen enkele seksuele geaardheid een stoornis is.

In elke samenleving, ook in de Litouwse, zijn er holebi's. Met 4 tot 7 procent van de bevolking vormen ze een minderheid, voor wie niettemin gelijke rechten dienen te gelden. De gelijkheidsmarsen, waar sommigen zo'n probleem mee hadden, werden onder andere georganiseerd om aan dit onderliggende, fundamentele beginsel van gelijkheid te herinneren.

Ik roep de Raad en het voorzitterschap dan ook op om passende stappen te nemen om de lidstaten te beletten discriminerende wetgeving aan te nemen. We moeten laten zien dat de Europese Unie krachtig "NEE" zegt tegen elke vorm van discriminatie en intolerantie.

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
  

(1) Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 6 januari 2010Juridische mededeling