Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2663(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0054/2009

Debatten :

PV 17/09/2009 - 2
CRE 17/09/2009 - 2

Stemmingen :

PV 17/09/2009 - 4.7

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0020

Debatten
Waarschuwing
Donderdag 17 september 2009 - Straatsburg Uitgave PB

2. Crisis in de zuivelsector (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het debat over de mondelinge vraag (O-0085/2009) van Paolo De Castro, namens de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, aan de Commissie: Crisis in de zuivelsector (B7-0208/2009).

 
  
MPphoto
 

  Paolo De Castro, auteur. (IT) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, geachte collega’s, de zuivelsector gaat door een van de meest ernstige crises van de laatste decennia: het instorten van de melkprijzen en meer in het algemeen de noodsituatie op de zuivelmarkt zijn inmiddels een bron van zorg in heel Europa. Deze conjuncturele crisis wordt bepaald door de moeilijke economische situatie die de melkconsumptie heeft doen afnemen en die een stagnatie op de markt heeft teweeggebracht, waarbij de prijzen die betaald worden aan producenten in vrije val zijn.

De productieprijzen voor melk zijn overal ingestort en hebben in de Europese Unie een gemiddelde bereikt van 24 eurocent per liter. De situatie van vele marktdeelnemers is nog ernstiger, met prijzen onder de 20-21 eurocent waar economische kosten tegenover staan van minstens 40 eurocent per liter.

Alarmerende geluiden komen ondertussen ook van andere markten, zoals de graanmarkt, de markt voor olijfolie en de markt voor groente- en fruit. Op dit gebied is het vooral zaak gebruik te blijven maken van alle middelen die tot onze beschikking staan om de markt te stabiliseren en de consumptie te stimuleren. Tegelijkertijd is het noodzakelijk om te kijken naar de toekomst en het beleid op middellange en langere termijn, en om al het mogelijke te doen om duurzame en gemeenschappelijke oplossingen te vinden om het risico op fluctuerende prijzen te minimaliseren.

In deze context zijn de voorstellen van de Commissie om de interventieperiode voor boter en mageremelkpoeder te verlengen verwelkomd en wordt de motivatie erachter gedeeld in de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, zoals de unanieme stemming van 2 september jongstleden aantoont. We zijn echter van mening dat deze voorstellen niet voldoende zijn om de ernstige consequenties van de crisis in de sector afdoende te bestrijden. Daarom heeft de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, in de context van de goedkeuring van het voorstel van de Europese Commissie, een amendement aangenomen op mijn verslag waarin ook de steun wordt opgenomen aan de particuliere opslag van kazen, welke in het kader van de “check-up” van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in november 2008 was afgeschaft.

Dit besluit is unaniem genomen, mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, een teken van een gedeelde opvatting onder de leden van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling die ik de eer heb voor te zitten, en een uitdrukking van de wil om een krachtig signaal te geven aan de Raad en aan de Commissie op een gevoelig moment voor een sector die uiterst belangrijk is voor de Europese landbouw.

Een maatregel die, naast een eerste belangrijke uiting van de positieve hoofdrol die wij als Europees Parlement ook in landbouwzaken willen spelen met het oog op de medebeslissingsprocedure, tevens een direct antwoord kan zijn op de behoeften van de zuivelproducenten die te maken hebben met een steeds moeilijker markt en met een evidente en dramatische omzetdaling.

Toch zijn deze eerste maatregelen waarover we ons vandaag zullen uitspreken niet voldoende om de noodlijdende producenten te ondersteunen, en daarom verzoekt de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, met een mondelinge vraag en met een resolutie waarvan wij de stemming voorbereiden, de Europese Commissie om nieuwe en effectieve maatregelen om de crisis het hoofd te bieden en de sector te ondersteunen.

We willen de Europese Commissie aansporen en tegelijkertijd ondersteunen bij het maken van de noodzakelijke keuzes om de Europese crisis in de zuivelsector definitief op te lossen. Daarom hopen wij dat de Commissie een uitgebreid antwoord geeft op onze vragen en onze voorstellen serieus wil overwegen opdat de interinstitutionele samenwerking de resultaten oplevert die de Europese landbouw verdient. Verder hopen wij dat de Commissie haar solidariteit en tastbare ondersteuning toont aan de Europese boeren die in crisis verkeren en die onze hulp nu nodig hebben.

 
  
MPphoto
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, graag wil ik iets meer spreektijd dan de drie minuten die mij zijn verleend, omdat drie minuten voor dit belangrijke en serieuze onderwerp volgens mij niet genoeg zijn.

Allereerst wil ik zeggen dat ik erg blij ben met de vragen van de Commissie landbouw, omdat mij hierdoor een heel goede gelegenheid wordt geboden om informatie te geven over de reeds ondernomen acties.

Ik wil ook graag het Parlement bedanken voor zijn voortdurende inspanningen op dit gebied. We zijn allemaal op zoek naar oplossingen. Dat geldt voor u en ook voor mij.

Niet iedereen is het eens met de oplossingen die ik verkies, maar ik ben ervan overtuigd dat deze oplossingen effectief zijn, ook in de toekomst, en dat we deze oplossingen ook politiek kunnen verdedigen.

Paolo De Castro heeft ons namens de commissie gevraagd te vertellen wat we op dit gebied nu eigenlijk doen. Bovenal hebben we goed nieuws: de prijzen worden beter. In één maand zijn de boterprijzen bijvoorbeeld in Frankrijk met 4 procent gestegen, in Duitsland met 8 procent en in het Verenigd Koninkrijk zelfs nog meer.

De prijs voor mageremelkpoeder is in Frankrijk en Duitsland ook met 4 procent gestegen en gemiddeld in Europa met 2 tot 3 procent.

De gemiddelde melkprijs is gestegen, en Albert Deß heeft me vanmorgen nog verteld dat de spotmarktprijzen in sommige gebieden nu op 30 cent liggen.

We zien dat de interventie bij kaas bijna gestopt is, omdat de marktprijs hoger ligt dan de interventieprijs, wat ook weer een positief signaal is.

We zijn nog niet waar we wezen willen, maar het gaat de goede kant op. Hierdoor ben ik er meer dan ooit van overtuigd dat de beleidslijn die we meteen vanaf het begin hebben gevolgd, de juiste is.

U kent de voornaamste elementen van ons beleid. We hebben gebruik gemaakt van alle beschikbare marktmaatregelen, en we verwachten in een periode van twaalf maanden ongeveer zeshonderd miljoen euro te zullen besteden.

We hebben gewezen op de mogelijkheid voor de lidstaten om in plaats van vanaf 1 december vanaf 16 oktober directe steun te gaan verlenen aan individuele bedrijven, en we hebben in het kader van de hervorming van 2003 besloten om de melkpremie – vijf miljard euro per jaar – los te koppelen en rechtstreeks over te hevelen naar de regeling voor steun aan individuele bedrijven.

We hebben het herstelpakket en de in het kader van de GLB-check-up genomen beslissingen die nog eens 4,2 miljard euro opleveren om de nieuwe uitdagingen, inclusief de herstructurering van de zuivelsector, aan te gaan. Dit alles komt natuurlijk boven op de maatregelen die we in het kader van het plattelandsontwikkelingsbeleid kunnen nemen.

Even voor de duidelijkheid voor Paolo De Castro: de kaasinterventie is in 1994 afgeschaft. Ik denk dat interventie en particuliere opslag met elkaar worden verward, omdat de particuliere opslag door de beslissingen in het kader van de check-up is afgeschaft.

Zoals ik al zei, lijkt onze huidige aanpak te werken. Ik ben er daarom meer dan ooit van overtuigd dat we geen stap terug moeten zetten door maatregelen te nemen die onze zuivelsector op de lange duur zouden schaden en onze boeren geen enkele zekerheid voor de toekomst zouden geven.

Met andere woorden, terugkomen op de besluiten van de GLB-check-up is geen optie, en de Europese Raad, de staatshoofden, hebben mij ook expliciet gevraagd dit niet te doen.

Het idee om het quotasysteem na 2013 te handhaven is dus niet aan de orde. Het bevriezen van quota is niet aan de orde, evenmin als een terugkeer naar het gebruik van bepaalde dure, maar inefficiënte marktinstrumenten uit het verleden. Dit is allemaal niet aan de orde.

Dit betekent beslist niet dat we nu klaar zijn met het beleidswerk. Ik denk dat het tijd is voor verdere acties. We moeten maatregelen nemen naar aanleiding van het zuivelrapport van afgelopen juli, gebruik maken van de daarin beschreven maatregelen en dan besluiten nemen over andere acties voor de langere termijn.

Ik zal beginnen met dat rapport, en ik zal hierbij allereerst de staatssteun bekijken. In het rapport werd het idee geopperd dat lidstaten, krachtens dit tijdelijke crisiskader, boeren tijdelijk steun kunnen verlenen tot een bedrag van 15 000 euro. De Commissie heeft dit al in gang gezet en verwacht de regels de komende weken te veranderen.

Het tweede punt betreft de stroomlijning van de procedures voor het reageren op de prijzen in de zuivelsector. Momenteel is melk niet opgenomen in artikel 186 van de integrale gemeenschappelijke marktordening, op grond waarvan de Commissie de bevoegdheid heeft om snel tijdelijke maatregelen te nemen als zich verstoringen op de markt voordoen. Ik stel daarom voor om de zuivelsector in artikel 186 op te nemen, waardoor we in de toekomst snel maatregelen zullen kunnen nemen indien we met ernstige problemen in de zuivelsector te maken krijgen.

Onze recente uitbreiding van de interventie moest bijvoorbeeld door de Raad worden goedgekeurd, en ook het Parlement heeft hierover gestemd, maar als de zuivelsector in dit artikel 186 was opgenomen, hadden we onmiddellijk kunnen optreden.

Meer in het algemeen gesproken zouden we, met bijna onmiddellijk effect, maatregelen kunnen treffen die de vraag stimuleren en/of zouden we de verkoop van melk kunnen beperken. Dit alles zou slechts op tijdelijke basis gebeuren en op voorwaarde dat we over de nodige financiële middelen zouden beschikken.

De derde maatregel die voortvloeit uit het rapport betreft de opkoopregelingen door de lidstaten. Eén manier van herstructurering is dat lidstaten quota van boeren kunnen kopen en deze in de nationale reserve kunnen onderbrengen.

Zoals u weet geldt de nationale reserve in zekere zin als een deel van de totale quota van de lidstaat. Dus als individuele producenten hun quotum overschrijden, maar de lidstaat in zijn geheel zijn quotum, met inbegrip van de nationale reserve, niet te boven gaat, wordt er geen superheffing betaald.

Wat ik wil voorstellen is dat het opgekochte quotum dat binnen de nationale reserve wordt gehouden niet als deel van het nationale quotum wordt meegeteld als we moeten beslissen of we de boeren al of niet moeten vragen om de superheffing te betalen.

Indien de superheffing dan toch wordt geïnd, zou het deel dat met de opgekochte quota overeenkomt voor herstructurering kunnen worden gebruikt. Het klinkt misschien een beetje ingewikkeld, maar dit is in feite een zeer efficiënt instrument.

Al deze stappen zijn acties die we nu ondernemen en die bijna een direct effect op de markten hebben, maar we moeten ook denken aan stappen voor de middellange en de langere termijn. Ik wil Frankrijk en Duitsland hier graag bedanken voor hun ideeën en hun inbreng bij deze verschillende mogelijkheden.

De eerste kwestie voor de langere termijn betreft het invoeren van contractuele betrekkingen tussen melkproducenten en de zuivelindustrie om vraag en aanbod in de zuivelindustrie meer met elkaar in evenwicht te brengen.

Ik denk dat deze benadering zeer veel beter is dan het quotasysteem, en in delen van de Europese Unie functioneert deze al.

Door de duidelijke afspraken die melkproducenten en zuivelbedrijven hebben gemaakt, wordt veel van de onzekerheid weggenomen. Aan de andere kant maken sommige lidstaten eenvoudigweg geen gebruik van deze mogelijkheid, maar hierin kan verandering worden gebracht als we een wettelijk kader voor deze contractuele betrekkingen proberen te vinden, natuurlijk met behoud van eerlijke concurrentie.

Het tweede punt voor de lange termijn is het machtsevenwicht, en u weet dat we hier al vaak over hebben gesproken. We moeten binnen de hele keten van primaire producent tot supermarktketens kunnen zien waar de toegevoegde waarde verdwijnt.

We zullen ook naar toekomstige markten kijken, en ik denk ten slotte dat er veel kan worden gedaan op het gebied van productiekosten en innovatie.

Om al deze ideeën voor de middellange en lange termijn te behandelen, wil ik een werkgroep instellen bestaande uit deskundigen van de lidstaten en de Commissie, die deze kwesties grondig kunnen onderzoeken.

Voor mij is het probleem van de zuivelmarkt niet slechts een zaak van de Commissie en de lidstaten. Het Parlement speelt hierbij ook een belangrijke rol, en ik verheug me op de discussie die we hier vandaag over dit belangrijke onderwerp zullen voeren.

Ik dank u voor al uw geduld.

 
  
MPphoto
 

  Albert Deß, namens de PPE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, Het is natuurlijk buitengewoon moeilijk om deze problematiek binnen twee minuten samen te vatten, maar ik zal proberen om het puntsgewijs te doen.

De melksector bevindt zich in een moeilijke situatie. Vele melkveehouders worden in hun bestaan bedreigd. De hoofdoorzaak hiervan is een enorme daling in de verkoop van zuivelproducten. De Commissie had hier werkelijk sneller op moeten reageren.

Ik had ook liever sterkere verkoopstimulerende maatregelen gezien in plaats van een grotere interventiehoeveelheid, bijvoorbeeld een hernieuwd gebruik van botervet in de ijsindustrie. Vorig jaar, toen de boterprijs korte tijd meer dan vier euro bedroeg, is de ijsindustrie op grote schaal van de verwerking van botervet afgestapt. Ik ken de cijfers uit Duitsland, waar het gaat om ongeveer 100 000 ton die de voedingsmiddelenindustrie niet meer heeft verwerkt. Dit komt overeen met een miljoen ton melk. Wij moeten proberen om de verkoop weer te stimuleren, zodat deze hoeveelheden van de markt verdwijnen.

Ik zou vandaag mijn dank willen uitspreken aan de fracties die hebben meegewerkt aan de uitwerking van onze gezamenlijke ontwerpresolutie. De Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie heeft helaas niet aan deze discussie deelgenomen.

Mevrouw de commissaris, wij vragen als maatregel voor de korte termijn in een aanvullende motie, die met veertig handtekeningen is ingediend, om een verhoging van de de-minimissteun, omdat hiermee in het bijzonder ook de kleinere melkveehouders kunnen worden geholpen. Het zou ook zinvol zijn een regeling voor vervroegde uittreding in te voeren. Ik ken veel landbouwers die 58 jaar oud zijn en binnenkort zouden willen stoppen. Hiervoor is een gepaste regeling noodzakelijk.

Mevrouw de commissaris, ik wil u hartelijk bedanken voor uw werk. Ik zou u willen vragen om gepaste regelingen in te voeren om de situatie van onze melkveehouders te verbeteren. Wellicht hebt u de komende tijd nog de kans om deze problematiek aan te pakken.

(De Voorzitter ontneemt spreker het woord)

 
  
MPphoto
 

  Luis Manuel Capoulas Santos, namens de S&D-Fractie.(PT) Mevrouw de commissaris, het heeft lang geduurd voordat de Commissie en de Raad gereageerd hebben op de ernstige crisis in de sector. Daarover zijn wij het allen eens. De dramatische situatie waarin de sector verkeert, vergt een snel en voortvarend antwoord. Anders lopen wij het risico dat vele duizenden boeren overal in Europa ten onder gaan.

Mijn fractie heeft een enorme inspanning geleverd om het compromis mogelijk te maken dat vervat is in de resolutie die wij hier vandaag behandelen. Ik hoop dat u onze voorstellen in overweging zult nemen, mevrouw de commissaris, want alleen acties die het aanbod inperken en tegelijkertijd de vraag stimuleren, kunnen ervoor zorgen dat het marktevenwicht wordt hersteld en de prijzen weer rendabel worden voor de producenten.

Ik betreur het dat de tijdelijke opschorting van de verhoogde quota en de invoering van een tijdelijke premie voor het verminderen van de productie niet in het compromis zijn opgenomen. Desondanks dragen de voorgestelde maatregelen bij aan een snellere oplossing van de crisis. Nu is het aan u, mevrouw de commissaris, om aan deze maatregelen gevolg te geven.

 
  
MPphoto
 

  George Lyon, namens de ALDE-Fractie.(EN) Mevrouw de Voorzitter, zoals we ook van andere sprekers hebben gehoord, is er sprake van een crisis in de melksector. We moeten natuurlijk actie ondernemen om de pijn te verzachten, maar ik wil erop wijzen dat het hier om een crisis op korte termijn gaat waarvoor de Commissie marktmaatregelen voor de korte termijn moet nemen, zoals die in de resolutie staan beschreven.

Het is ook duidelijk dat de Europese consumenten al te lang opdraaien voor een slecht functionerend landbouwbeleid, dat zowel voor de boeren als voor de consumenten tekortschoot. Deze crisis mag daarom niet als excuus worden gebruikt om ons af te keren van de weg naar een verdere hervorming en liberalisering van het GLB. Daarom hebben wij daartoe amendementen ingediend en daarom ben ik blij dat u ons wat dit betreft geruststelt.

We willen ook dat de Commissie orde op zaken stelt in de markt, die het duidelijk af laat weten. De consumenten worden benadeeld omdat zij niet van de dalende melkprijs profiteren. De boeren worden benadeeld omdat zij geen eerlijk deel van de melkprijs ontvangen. We zijn blij met het onderzoek dat de Commissie op het gebied van de voedselketen verricht, maar, commissaris, we willen dat u verdergaat.

Gaat u stappen ondernemen om te zorgen dat de supermarkten niet langer misbruik maken van hun monopoliepositie? Zult u zich inzetten voor een concurrerende markt, waarbij de producenten krijgen wat ze toekomt, en voor een goed functionerende melkmarkt waarbij boeren een redelijk deel krijgen en de consumenten een redelijke prijs betalen?

Ik kijk uit naar uw antwoord, commissaris.

 
  
MPphoto
 

  José Bové, namens de Verts/ALE-Fractie.(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, geachte collega’s, al maandenlang wijzen de melkveehouders de Commissie en de Raad op de ernst van de crisis. In plattelandsgebieden verdwijnen tienduizenden arbeidsplaatsen. De Europese Unie gokte op een groei van de wereldwijde vraag. Haar deskundigen hebben zich zwaar vergist. De financiële en economische crisis waar we momenteel mee geconfronteerd worden heeft rechtstreekse consequenties voor de landbouw en de consumptie.

De beslissing van de landbouwcommissaris om de verhoging van de quota te handhaven en de wens van de Raad om ze in 2015 af te schaffen vormen een provocatie aan het adres van de zuivelproducenten. De tijden zijn veranderd. Het Europees beleid moet aan de nieuwe mondiale omstandigheden worden aangepast. De aan producenten opgelegde melkprijzen zijn lager dan de productiekosten. Sommige boeren verliezen op elke liter melk liefst dertig cent. Veel boeren zullen aan het eind van het jaar niet één euro hebben verdiend, en zelfs geld hebben verloren. En sommigen, dat horen we van regionaal verantwoordelijken, zijn inmiddels zo wanhopig dat ze zelfmoord plegen.

Om deze ongekende crisis het hoofd te bieden, moet de Europese Unie snel belangrijke maatregelen nemen. Wij roepen de staatshoofden en regeringsleiders die vanavond bijeenkomen om de G20 voor te bereiden op de crisis in de zuivelsector op de agenda van hun vergadering te plaatsen, zodat maatregelen genomen worden die de melkveehouders uit hun lijden verlossen.

De Europese Unie moet de onderhandelingscapaciteit van de melkveehouders vergroten opdat ze niet meer aan de leiband van de voedingsmiddelenindustrie hoeven te lopen. Ook moet ze een vangnet invoeren dat een bodemprijs garandeert, zodat de prijs nooit onder de productiekosten zakt. De Europese Unie moet haar programma van uitvoerrestituties staken. Ze heeft zojuist, met de volmondige steun van diverse parlementaire fracties ter rechter- en ter linkerzijde, het kolossale bedrag van 480 miljoen euro vrijgemaakt om haar overschotten te verkwanselen op de wereldmarkten. Ze ruïneert honderdduizenden boeren in het zuiden, waardoor deze cynisch genoeg het platteland de rug toekeren om hun heil elders te zoeken.

Bovenal moet de Europese Unie de Europese melkquota onmiddellijk drastisch terugbrengen, met vijf procent, en wel op omgekeerd evenredige wijze aan de door de boeren geleverde hoeveelheid, om vraag en aanbod snel weer in evenwicht te brengen. Het moet afgelopen zijn met pappen en nathouden, want dat heeft vreselijke gevolgen voor de werkgelegenheid en het grondgebruik.

Zonder boeren geen Europa!

 
  
MPphoto
 

  James Nicholson, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb sterk het gevoel dat de Commissie bij dit probleem zeer laat in actie is gekomen. Zij heeft te lang niets gedaan, en veel boeren hebben daar zwaar onder geleden. We kunnen twee dingen doen: óf we besluiten om de sector te helpen óf we besluiten dat we onze boeren uiteindelijk hun bedrijven laten sluiten; dan moeten we alles uit het buitenland importeren, met alle problemen van dien.

Ik ben verheugd over uw woorden voor de toekomst, commissaris, maar niet over wat u zegt over de korte termijn. Ik denk dat we op korte termijn meer moeten doen om de sector door de huidige crisis heen te helpen. Voor die maatregelen op de korte termijn moeten we onmiddellijk actie ondernemen.

Natuurlijk herinner ik mij nog de tijd van de melkplassen en de boterbergen, en ik wil niet terug naar die tijd. Ik denk dat niemand in de sector naar die situatie terugverlangt: noch de boeren, noch de verwerkende bedrijven, noch de Commissie, noch wij in dit Parlement. Die situatie willen we niet meer, maar ik denk dat nu één van de grootste problemen is dat de boeren een veel lagere prijs voor hun melk krijgen, terwijl de consumenten vrijwel dezelfde prijs betalen als voorheen.

Het antwoord op dit probleem zullen we pas kunnen vinden wanneer we de macht van de supermarkten op dit gebied aanpakken. Die moeten onder toezicht komen te staan. We hebben een ombudsman nodig, iemand die de supermarkten kan vertellen dat ze hun boekje te buiten gaan, dat ze de mensen afzetten, de boeren afzetten en dat ze op die manier de bedrijven van de boeren kapot maken.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo, namens de GUE/NGL-Fractie.(PT) Mevrouw de Voorzitter, eens te meer kan ik de standpunten van de Raad en de woorden van de commissaris alleen maar betreuren. De commissaris wil ook nu niet tot de kern van de zaak doordringen en weigert te erkennen dat de beslissingen over de ontmanteling van de melkquota herzien moeten worden. In plaats daarvan wil zij de sector verder dereguleren ten koste van de landbouwers.

Daarom dringen wij aan op instandhouding van het quotasysteem, al moeten de quota worden aangepast aan de behoeften van elk land en moet de jaarlijkse verhoging met 1 procent tot 2015 worden afgeschaft. Bent u niet van oordeel dat het, in tijden van ernstige crisis in de zuivelsector, belangrijker is de landbouw en de zuivelsector in de lidstaten te steunen en op die manier de plattelandsgebieden nieuw leven in te blazen en werkgelegenheid met rechten te bevorderen dan de sector te dereguleren en de internationale handel te liberaliseren? Vindt u het niet noodzakelijk om op communautair niveau een bijzonder steunfonds voor de zuivelsector in het leven te roepen om de ergst getroffen producenten en landen te steunen en nieuwe steunmiddelen vast te stellen voor de productie van melk en vlees? Ik wel.

 
  
MPphoto
 

  Giancarlo Scotta', namens de EFD-Fractie. (IT) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega’s, ik wil graag mijn twijfel uitdrukken over de verlenging van de interventieperiode 2009-2010 voor boter en mageremelkpoeder omdat dit voorstel het risico in zich draagt dat conjuncturele maatregelen die worden genomen voor de korte termijn om de huidige marktcrisis het hoofd te bieden een structureel karakter krijgen waarmee de zuivelmarkt zou worden teruggebracht naar de situatie van vóór de quota.

Om de marktregulerende maatregelen meer in evenwicht te brengen zonder alleen de lidstaten te bevoordelen waar de productie van boter en mageremelkpoeder een rol speelt, vraag ik om de herintroductie van de communautaire steun voor particuliere opslag van kaas met een lange rijpingstijd.

Tenslotte zou ik uw aandacht willen vestigen op het thema van de oorsprongsbenaming en etikettering van zuivelproducten en de traceerbaarheid van de producten. Dit verzoek is direct afkomstig van een groeiend aantal Europese consumenten, en inwilliging ervan zou ons helpen om de crisis in de zuivelsector het hoofd te bieden. Ik hoop dat ook collega’s uit andere fracties dit voorstel kunnen ondersteunen.

 
  
MPphoto
 

  Diane Dodds (NI).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik bedank de commissaris voor wat zij vandaag tegen ons heeft gezegd. In mijn land, Noord-Ierland, is de zuivelsector van vitaal belang. Wanneer de zuivelsector in de problemen zit, zit de rest van de agrarische economie ook in de problemen. Momenteel krijgen zuivelboeren voor hun melk net iets meer dan 20 cent per liter, terwijl de kosten stijgen. In Noord-Ierland hebben ze niet alleen lage melkprijzen en hoge kosten moeten verduren, maar bovendien hebben we voor de derde achtereenvolgende keer te lijden van een natte zomer, en dit heeft een verwoestend effect op de zuivelsector in Noord-Ierland gehad.

Het was gisteravond pijnlijk om te zien dat boeren in België zo boos zijn en zich zo machteloos voelen dat ze melk op de akkers spuiten uit protest tegen de lage melkprijs en de problemen waarmee ook zij worden geconfronteerd. De Commissie heeft welkome stappen ondernomen om een bodemprijs in te stellen, maar we kunnen de prijzen niet op zo’n oneconomisch laag niveau houden.

Ik roep de Commissie op om met kortetermijnmaatregelen hulp te bieden: maatregelen waardoor de vraag naar melk zal stijgen, waardoor de productiekosten zullen dalen, maatregelen voor het aanpakken van de voorzieningsketen met zijn steeds lagere prijzen voor boeren en hoge supermarktprijzen en maatregelen die op de lange termijn een duurzame industrie creëren en een toekomst voor jonge boeren die in grote problemen verkeren met de lage prijzen en de hoge banklasten.

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, als boerinnen gaan protesteren, weet je zeker dat er ernstige problemen zijn. Dit weekend heb ik een groep Ierse vrouwen ontmoet die zich “Boerinnen voor een eerlijke prijs” noemen, en ik denk dat we op de woorden ‘eerlijke prijs’ moeten letten, omdat producenten geen behoorlijke of eerlijke prijs krijgen – en daar gaat dit debat over.

Het zou onbeleefd zijn om niet blij te zijn met wat de commissaris heeft gezegd over de stabiliteit die, weliswaar op een heel laag niveau, in de markt ontstaat, en ik erken dat de Commissie stappen heeft ondernomen en geld heeft geïnvesteerd om stabiliteit in de markt te brengen. Dit is echter niet genoeg en het is niet snel genoeg gebeurd, en we hebben nu een ernstige crisis.

Ik bedoel dat ik uw woorden vooral met het oog op de toekomst toejuich. Ik ben bang dat dit Parlement verdeeld is over de kwestie van de melkquota, omdat we, als we medebeslissingsrecht hebben wanneer het Verdrag van Lissabon van kracht wordt, meer als één groep moeten gaan denken. We moeten boeren duidelijke signalen geven in plaats van al die nogal uiteenlopende boodschappen. Ik wil dus nog eens zeggen dat we nader onderzoek moeten doen naar wat u hebt gezegd over het creëren van verbanden tussen producenten en verwerkende bedrijven, over productieniveaus, en dat we hier nog verder over moeten debatteren.

We moeten u, commissaris, echter vragen wat voor soort marktondersteunende maatregelen die een eerlijke en behoorlijke prijs voor onze producenten garanderen, er volgens u nog zullen bestaan als er geen quota meer gelden. En ook willen we u vragen om alstublieft de markt aan te pakken, want die functioneert niet. Alle partijen zeggen dat ze met melk geen geld verdienen, met inbegrip van de supermarkten – wat ik ernstig betwijfel – maar we hebben meer duidelijkheid nodig, en de boeren moeten krijgen wat hun toekomt.

 
  
MPphoto
 

  Stéphane Le Foll (S&D).(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, ik zal het kort houden.

Ik denk dat er twee elementen zijn in dit debat. Enerzijds het conjuncturele aspect: hoe geraken we uit deze crisis? Alle maatregelen, van landbouwsubsidie tot interventiemaatregelen, zijn noodzakelijk, en dan bedoel ik ook echt noodzakelijk. We moeten ze steunen en mogelijk zelfs uitbreiden. Dat is wat wij en een aantal collega’s hier in het Parlement voorstellen.

Daarnaast is er een structureel aspect, namelijk het beheer van de zuivelsector, en op dat punt verschillen wij van mening, commissaris. Uw voorstellen gaan in de richting van contracten. Ik kan u nu al zeggen dat door contracten tussen industriële bedrijven en landbouwers in te voeren we op termijn een situatie in de hand werken waarbij deze bedrijfstakken elkaar in heel Europa beconcurreren.

Om een markt te reguleren, hebben we overheidsregulering nodig. Er is geen andere oplossing. Dat is het debat dat op gang moet worden gebracht als deze crisis eenmaal voorbij is. Ik denk dat bij dit debat alle standpunten en alle opties in ogenschouw moeten worden genomen, en ik ben bang dat we bij de check-up te hard van stapel zijn gelopen ten aanzien van de quota, die ons, en daarbij richt ik me tot alle voorgaande sprekers, in staat hebben gesteld een melkproductie in Europa te behouden, een uiterst geavanceerde zuivelsector te waarborgen, en tevens een prijs voor de consument te handhaven die tot op heden alleszins redelijk was.

 
  
MPphoto
 

  Liam Aylward (ALDE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, in de afgelopen twaalf maanden heeft de meerderheid van de zuivelboeren in Ierland en de hele Europese Unie de melk voor minder dan de kostprijs verkocht. Zuivelboeren worden ernstig in hun bestaan bedreigd.

Hoewel het besluit van de Commissie om de interventieperiode voor boter en mageremelkpoeder tot 2010 te verlengen zeer wordt toegejuicht, kunnen kortetermijnmaatregelen de druk op de zuivelboeren op de lange termijn niet verminderen. Er moeten nu maatregelen worden genomen waarmee niet alleen de huidige problemen worden aangepakt, maar die ook op de lange duur effectief zijn en die ervoor zorgen dat de sector ook in de toekomst duurzaam en succesvol is. Zuivelboeren hebben nu onmiddellijk financiële bijstand nodig. Er is dringend behoefte aan de instelling van een EU-zuivelfonds van 600 miljoen euro, zoals het Parlement in de begrotingsprocedure van 2009 heeft gevraagd. Zuivelboeren hebben recht op een eerlijke prijs, en er is een passend prijsondersteuningssysteem nodig dat melkproducenten een redelijke literprijs en een redelijk inkomen garandeert, zodat ze kunnen overleven. Ierse en Europese zuivelboeren mogen niet gedwongen worden om hun bedrijf op te geven, en ik verzoek de Commissie en de Raad dringend om onmiddellijk effectieve maatregelen te nemen.

Commissaris, als u mij toestaat, zou ik u een zeer succesvolle commissaris willen noemen, en ik heb veel respect voor het enorme karwei dat u hebt verricht. U hebt onlangs aangekondigd dat u wilt opstappen, en ik verzoek u met klem om vóór uw vertrek dit probleem op te lossen of zo veel mogelijk aan de oplossing van dit probleem bij te dragen.

 
  
MPphoto
 

  Oriol Junqueras Vies (Verts/ALE). - (ES) Goedemorgen! Ik richt me tot dit Parlement zonder dat in mijn eigen taal te kunnen doen, namelijk het Catalaans, dat door meer dan tien miljoen Europese burgers wordt gesproken.

Namens mijn fractie wil ik vandaag onze solidariteit betuigen met de landbouwsector en met name met de staking van melkproducenten en hun acties in heel Europa. De huidige situatie is onhoudbaar en vereist een politieke oplossing. Het is duidelijk dat de maatregelen die tot op heden door de Commissie zijn genomen de crisis niet hebben kunnen oplossen en evenmin een levensvatbaar alternatief hebben opgeleverd voor de voor 2015 geplande regeling ter vervanging van de quota. Als gevolg daarvan hebben 14 000 zuivelproducenten in Spanje, in Galicië om precies te zijn, het hoofd moeten bieden aan een grote reorganisatie, om op het land te blijven leven en werken, maar ze dreigen nog steeds kopje onder te gaan.

Om al deze redenen dient de Commissie maatregelen te nemen op de melkmarkt, net zoals zij in andere sectoren heeft gedaan, door de productie te reguleren, de quota te herverdelen, voor tijdelijke compensatie te zorgen, de traceerbaarheid van producten te bevorderen en producenten en consumenten dichter bij elkaar te brengen, door de problemen die door het distributiemonopolie worden veroorzaakt op te lossen.

Waarom heeft de Commissie niet krachtig opgetreden om de negatieve gevolgen van het monopolie van de grote distributiemaatschappijen te voorkomen?

Waarom zorgen wij er niet voor dat zuivelproducenten – en landbouwers in het algemeen – op het platteland kunnen blijven? Zij zorgen tenslotte voor uiterst positieve economische, sociale en milieugevolgen.

 
  
MPphoto
 

  Hynek Fajmon (ECR). - (CS) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren. De crisis in de zuivelsector toont in volle omvang aan hoe slecht en ondoeltreffend het Europese stelsel van regulering op basis van quota wel niet is. Wat we nodig hebben is volledige afschaffing van de melkquota en niet nóg meer quotaregelgeving en allerlei geharrewar ermee. Melk dient eerst en vooral te kunnen worden geproduceerd door degenen die dat tegen een lage kostprijs en winstgevend doen kunnen. Dé manier om de melkcrisis te boven te komen is de melkquota zo snel mogelijk af te schaffen. Ik schaar mij dan ook achter de inspanningen van de commissaris om de melkquota uiterlijk in 2015 helemaal af te schaffen, maar zou het haar niet kwalijk nemen wanneer dit al eerder gebeurde.

 
  
MPphoto
 

  Patrick Le Hyaric (GUE/NGL).(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, geachte collega’s, als ik uw verklaring beluister, word ik nog alleen maar bezorgder. In de verklaring wordt onvoldoende rekening gehouden met de ernst van het leed dat zuivelproducenten en landbouwers in het algemeen wordt berokkend.

Zoals u hebt gezegd, gaat het om een structurele crisis, die niet wordt veroorzaakt door de huidige conjunctuur, maar het gevolg is van de achtereenvolgende dereguleringen. Daarom verzoeken wij om een buitengewone vergadering van de Europese Raad om de kleinschalige landbouw te redden.

De Raad zou ten eerste moeten besluiten een buitengewoon fonds ter ondersteuning van de niet-industriële zuivelproductie tot stand te brengen, ten tweede onmiddellijk een intra-Europese minimumprijs vast te stellen die de inkoopcentrales verplicht zouden moeten hanteren zonder de prijzen voor de consument te verhogen, en ten derde de nationale productiequota te bevriezen en oneerlijke importen van buiten de Gemeenschap een halt toe te roepen.

 
  
MPphoto
 

  John Bufton (EFD).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik maak me grote zorgen over de zuivelsector in het Verenigd Koninkrijk. Ik denk dat het grootste probleem bij de winkels ligt, die over de rug van onze zuivelboeren enorme winsten maken. Wanneer je ziet wat de consumenten in de supermarkt voor melk moeten betalen en wanneer je dat vergelijkt met wat de zuivelboeren eigenlijk krijgen, dan is dat een ongelooflijk verschil.

Bij de melkproductie wordt het werk door de boer verricht en hij maakt ook de voornaamste kosten, maar de supermarkten strijken tegelijkertijd enorme winsten op. De marge voor de boeren is zo oneerlijk. We moeten de supermarkten onder druk zetten om de sector een eerlijke prijs te bieden, en volgens mij hoeft de melkprijs in de supermarkt daarvoor niet te veranderen. De consument hoeft niet méér te betalen voor de melk. De supermarkten moeten hun winstmarges verkleinen. Het is schandalig dat die supermarkten ieder jaar zulke enorme winsten opstrijken, terwijl de sector ondertussen met moeite het hoofd boven water houdt. Ik denk werkelijk dat veel van onze zuivelboeren in Wales en de rest van het Verenigd Koninkrijk failliet zullen gaan wanneer er niet in de zeer nabije toekomst actie wordt ondernomen.

Ik wil nog kort iets opmerken over wat de commissaris vanochtend over de superheffing heeft gezegd. Ik maak me zorgen over die opmerkingen. Ik denk dat onze meest efficiënte producenten hierdoor getroffen zullen worden – degenen die de uitdaging zijn aangegaan, op de markt hebben gereageerd en grote investeringen in hun boerderijen hebben gedaan, na een suggestie van de Commissie dat de quota afgeschaft zullen worden. Het opleggen van een superheffing druist in tegen de structurele veranderingen die zowel de EU als de regering van het Verenigd Koninkrijk zegt te steunen.

 
  
MPphoto
 

  Dimitar Stoyanov (NI). - (BG) Mevrouw de Voorzitter, de Commissie is wederom zeer optimistisch gestemd omdat ze goed nieuws te melden heeft, maar ik zie niet in wat er zo goed is aan het lozen van duizenden tonnen melk uit protest tegen het huidige beleid.

De heer De Castro en de andere voorgaande sprekers hebben volkomen gelijk als ze zeggen dat de Commissie en de Raad tijdens de check-up niet genoeg hebben gedaan om deze crisis te voorkomen. Trouwens, waar zijn de vertegenwoordigers van de Raad die een standpunt over deze kwestie zouden moeten hebben, aangezien de Raad bij alle hervormingen de beslissende stem heeft?

Mijn Oost-Europese collega’s en ik van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling hebben er bij verschillende gelegenheden op gewezen dat een veel sterkere verhoging van de quota noodzakelijk is en dat we ze anders beter kunnen opheffen, omdat onze landen, waarvoor de systemen van de Europese Unie nieuw zijn, de gevolgen van de crisis als eerste voelden. Helaas zijn wij nog steeds eenzame roependen in de woestijn, en dat ligt aan het Parlement.

Ik betreur ten zeerste dat wij hervormingsgezinden, die echt voor hervorming van het landbouwbeleid waren, nu tot onheilsprofeten zijn geworden. Ik hoop dat u hier lering uit trekt.

 
  
MPphoto
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE).(RO) Veel mensen hebben in deze tijd, meteen vanaf het begin van de crisis, om een bevriezing van de verhoging van de melkquota gevraagd. Dit soort maatregelen zou niet alleen geen oplossing bieden, maar ook een vergissing zijn, vanuit de volgende standpunten althans.

Ten eerste bestaat er geen fundamenteel economisch verband tussen een verhoging van de melkquota en de scherpe daling van de marktprijzen. De quota zijn verhoogd, terwijl de productie scherp is gedaald. Ik zie het verband niet. De markt zelf is de verklaring voor de dalende prijzen. Ik geloof dat door vaste quota in te stellen de prijzen in de loop der tijd zouden stijgen. Degenen die daarvan profiteren zijn wederom niet de producenten, maar degenen die de melk verwerken en de detailhandel. Als we de productie willen beperken, moeten we de producenten misschien stimuleren om vrijwillig te stoppen met het fokken van vee, en wel door prikkels te bieden in plaats van maatregelen te nemen die de markt zouden kunnen verstoren. Stel dat de quota bevroren zijn, wat gebeurt er dan wanneer bijvoorbeeld de vraag op de wereldwijde markt weer aantrekt? Wat zouden de Europese producenten kunnen doen? Omdat er aan de zuivelproductie geen kraan zit die we zomaar aan en uit kunnen zetten…

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

Zoals ik al zei, wat zouden de Europese producenten kunnen doen, ervan uitgaande dat de vraag op de wereldmarkt weer aantrekt? Omdat er aan de zuivelproductie geen kraan zit die we zomaar naar eigen believen aan en uit kunnen zetten. Als we de productie nu zouden verlagen, dan is het duidelijk dat de boeren zouden stoppen met het fokken van koeien, maar het zou heel moeilijk zijn om de veestapel weer aan te vullen wanneer we beseffen dat wat sommige mensen nu als een goede maatregel beschouwen, in werkelijkheid een grote vergissing is.

 
  
MPphoto
 

  Ulrike Rodust (S&D).(DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris, geachte Raad, allereerst zou ik mijn collega, de heer Capoulas Santos, willen bedanken, die deze resolutie mogelijk heeft gemaakt.

We spreken vandaag over onze melkveehouders en over de vraag of wij hen in de steek laten of eerlijk met hen omgaan. Ik ben van mening dat we hen niet in de steek mogen laten, en dat we eerlijk met hen moeten omgaan. Ja, maatregelen voor de korte termijn om de crisis het hoofd te bieden, zijn onontbeerlijk. Ja, wanneer de melkprijs zeer laag is, zijn kortdurende interventies alleszins acceptabel, en verdere subsidies, kredieten en fondsen in de strijd tegen de crisis zijn gerechtvaardigd. Absoluut onacceptabel is echter ten eerste de discussie over de melkquota weer te beginnen, en ten tweede de met belastinggeld gefinancierde exportsubsidies voor de verkoop aan de derde wereld weer in te voeren. Deze eenrichtingsweg hebben we al in 2003 achter ons gelaten, en ik doe een beroep op u om het, in het belang van onze melkveehouders, daarbij te laten.

 
  
MPphoto
 

  Britta Reimers (ALDE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, de economische crisis heeft het evenwicht op de wereldmarkt verstoord. Wij melkproducenten lijden onder de gevolgen van een recordlaagte van de prijzen. Er gaan steeds weer stemmen op om de aangenomen regelingen met betrekking tot de melkquota te wijzigen. Als melkboerin kan ik hier slechts tegen waarschuwen.

Met interventiemaatregelen is het de Commissie ook gelukt om een verdere inzinking van de melkprijzen te voorkomen, en de markt lijkt zich nu te ontspannen. Toch beschouw ik deze interventie niet echt als een goed middel om dit te bereiken, omdat er voorraden mee worden opgebouwd die op een later tijdstip een zich herstellende markt kunnen belasten. Ik zou de Commissie dan ook willen vragen om uit te leggen hoe zij dit probleem wil gaan aanpakken.

 
  
MPphoto
 

  Richard Ashworth (ECR).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de commissaris complementeren met haar visie op de toekomst van de sector, en ik kan zeggen dat ik haar plan voor de afschaffing van de melkquota volledig ondersteun. Ik denk dat dit de juiste beslissing is. Ook juich ik haar voorstellen voor de aanpak van de huidige crisis toe en ik beschouw ze als een verstandige en passende manier om de producenten in deze moeilijke tijd te steunen.

Ik wil echter twee opmerkingen maken. Ten eerste meen ik dat het opleggen van een superheffing op dit moment niet gepast is. Het is een automatische kortetermijnreactie. Hierdoor worden verkeerde signalen gegeven, en het zal slechts de efficiënte producenten straffen die plannen maken om ook op de lange termijn in de sector te kunnen blijven werken.

Ten tweede moeten we erkennen dat er geen of bijna geen rechtstreeks verband bestaat tussen de prijs in de winkel en de grondstofprijs die op de boerderij wordt ontvangen. Dat noem ik een disfunctioneel prijsketenmechanisme.

De invloed van de wereldmarkt is altijd het grootst, en we moeten erkennen dat de wereldmarkt altijd volatiel zal zijn. Ik verzoek de Commissie daarom dringend om plannen voor de lange termijn voor te leggen om voor een soort stabiliteitsmechanisme te zorgen, dat niet alleen de producenten ten goede komt, maar uiteraard op de lange termijn ook de consumenten.

 
  
MPphoto
 

  Esther Herranz García (PPE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, u sloot uw interventie af met te zeggen dat er een crisis is in de zuivelsector, maar aan het begin zei u dat alle benodigde maatregelen al zijn genomen en dat de problemen worden opgelost.

Kijk, fouten maken is menselijk. Dat is een Spaans gezegde dat we heel goed op deze kwestie kunnen toepassen. De zuivelsector wordt al maandenlang getroffen door een van de zwaarste crises uit zijn geschiedenis. Desondanks weigeren de Europese Commissie en diverse regeringen, waaronder naar het schijnt ook de mijne, de Spaanse regering, zich te laten overtuigen van het tegendeel en terug te komen op de besluiten van de check-up van het GLB.

Die besluiten zijn genomen zonder rekening te houden met de kwetsbaarheid van deze sector, die zich ook nog eens in een heel andere marktsituatie bevindt dan op het moment dat dit compromis werd gesloten. Het geeft de indruk dat de lidstaten op dat moment geen idee hadden van de storm die er aan zat te komen, of deze niet wilden zien. De hervorming bleek al snel niet meer relevant, vanwege de enorme draai die de markt heeft gemaakt, wat aantoont dat deze sector volledig aan prijsschommelingen is overgeleverd.

Het feit dat grote producenten als Frankrijk en Duitsland – landen die, in absolute zin, met dit akkoord de grootste stijging van de nationale productiequota hebben bewerkstelligd – nu vragen om een herziening van de besluiten van de check-up, is een teken aan de wand.

Volgens mij hebben de lidstaten een vergissing gemaakt en hadden ze beter moeten luisteren naar degenen, waaronder ik, die hebben verzocht om uitstel tot 2011 van elk definitief besluit over de toekomst van de zuivelsector.

Het is jammer dat niemand toen naar ons heeft geluisterd. Doe dat nu alstublieft wel!

 
  
MPphoto
 

  Iratxe García Pérez (S&D). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, het debat van vandaag is noodzakelijk om onze zorgen over de crisis in de zuivelsector te kunnen uiten. We moeten een oplossing vinden voor deze situatie, omdat ze de toekomst van een groot deel van de melkbedrijven in de Unie op het spel zet.

Dit is een Europese crisis, die we krachtig en vanuit een Europees perspectief moeten bestrijden, gebruik makend van alle beschikbare communautaire middelen, iets dat de Commissie tot op heden nog niet is gelukt.

Mevrouw de commissaris, legt u de bal alstublieft niet bij de lidstaten, zodat zij helpen wie ze kunnen. We hebben gemeenschappelijke oplossingen nodig.

Daarom is dit Parlement in grote mate verantwoordelijk voor het opleggen van maatregelen om de vraag te stimuleren, niet alleen de maatregelen die worden voorgesteld in de resolutie, maar alle maatregelen die de GMO tot haar beschikking heeft.

Een andere belangrijke kwestie is het gevolg van het enorme verschil tussen de prijzen die aan de producent worden betaald en de uiteindelijke prijs die de consument betaalt, een fenomeen dat zich niet alleen in de zuivelindustrie voordoet, maar in de hele landbouw- en veeteeltindustrie.

Er zijn veel mannen en vrouwen die, in de huidige periode van onzekerheid, behoefte hebben aan een duidelijk en onomwonden signaal van ons, teneinde het behoud van deze sector te waarborgen.

 
  
MPphoto
 

  Marc Tarabella (S&D).(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, gedesillusioneerd door de ergste crisis die deze sector ooit heeft gekend, hebben landbouwers in Wallonië gisteren drie miljoen liter melk geloosd. Zelf krijgen ze slechts 19 cent per liter. De crisis wordt veroorzaakt door een te groot melkaanbod, waardoor de prijzen sterk dalen. De deregulering leidt tot prijsschommelingen, en van de ene op de andere dag wordt de markt volledig op zijn kop gezet.

Commissaris, blijf niet halsstarrig vasthouden aan vorig jaar gemaakte keuzes en houd rekening met de werkelijkheid zoals die zich nu aandient!

De Raad is medeschuldig, ten eerste door hier niet aanwezig te zijn om te luisteren naar dit debat, maar ook door zijn besluiteloosheid, want hij laat zich meer leiden door louter nationale belangen dan door een Europese visie op de landbouw.

De markt werkt niet. Er is sprake van overproductie. Het zou zo eenvoudig zijn om de verhoging van de quota met één procent te bevriezen, of zelfs om deze quota onmiddellijk met 3 à 5 procent te verlagen, omdat het hoog tijd is voor oplossingen die op korte termijn effect sorteren. Door deze maatregel zouden we twee vliegen in één klap slaan: we zouden weer een fatsoenlijke prijs betalen aan de producenten, en door de productie te verlagen zou Europa honderdduizenden euro’s besparen op de bedragen die het uitgeeft aan diverse interventiemaatregelen, waaronder de uitvoerrestituties.

 
  
MPphoto
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D).(PL) De actie die is ondernomen – ik heb vandaag gesproken met Poolse melkveehouders en productfabrikanten – geeft aan dat er een verbetering heeft plaatsgevonden, hoewel tot nu toe nog geen significante verbetering in de situatie van de zuivelsector is opgetreden, maar dat er nog helemaal niets is veranderd aan de zeer moeilijke situatie van de Poolse en Europese melkveehouders. Zij krijgen nog steeds heel weinig geld voor hun producten, minder dan de bestaansgrens. Dit geldt ook voor de melkveehouders die veel geld hebben geïnvesteerd, waaronder financiering en leningen van de EU. Deze situatie brengt hen verder in moeilijkheden, en ze kunnen niet aan hun verplichtingen voldoen.

Met het oog op deze problemen wil ik het over de toekomst hebben. We moeten vandaag reageren op wat er nu gebeurt, maar we moeten ook nadenken over wat er komen gaat en ons gemeenschappelijk beleid zo plannen dat er ook rekening wordt gehouden met de melkveehouders. Op dit cruciale moment wil ik het volgende herhalen: het gemeenschappelijk beleid ten aanzien van melkveehouders moet plannen voor zinvolle investeringen in deze sector omvatten om te voorkomen dat we geld uitgeven dat ons, als gevolg van een toenemende productie, dezelfde problemen zal opleveren als die waar we nu mee kampen. Ik vertrouw er ook op dat alle politieke machten overeenstemming zullen bereiken over de toekomstige quota.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D). (HU) De sprekers vóór mij hebben er volkomen terecht op gewezen dat we niet terug moeten grijpen naar quota en exportsubsidies, maar aan de andere kant is het beleid van de Commissie op een volledig fiasco uitgelopen. De crisis is niet minder geworden, en daarom stellen de heer Le Foll en ik voor onmiddellijk de quota te bevriezen, maar dan wel tijdelijk.

De nieuwe lidstaten verkeren in een extra nadelige situatie vanwege de phasing in, aangezien wij dit jaar slechts 60 procent van de subsidies uit de Brusselse envelop ontvangen. Om dit te compenseren, deed de Hongaarse regering een voorstel voor uitbreiding van op quota gebaseerde subsidies, maar noch hierop, noch op het voorstel van de Fransen, in concreto het Franse ministerie, reageerde de Commissie positief. Ten slotte wil ik u vragen de amendementen van de heer Le Foll en zijn collega’s te steunen. Wij steunen tevens het voorstel van Elisabeth Jeggle om een melkfonds van 600 miljoen euro in het leven te roepen en het schoolmelkprogramma uit te breiden.

 
  
MPphoto
 

  Christel Schaldemose (S&D). - (DA) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de commissaris bedanken voor de goede start, en ook voor de goede inleiding van het debat hier in het Parlement. Ik erken dat we met een crisis worden geconfronteerd met grote gevolgen voor onze zuivelboeren in Europa, maar ik begrijp eenvoudigweg niet hoe mijn collega-afgevaardigden van oordeel kunnen zijn dat u in de Commissie niet genoeg hebt gedaan. Ik wil u, mevrouw Fischer Boel, ook zeker verzoeken om te herhalen wat u reeds hebt ondernomen. Ik vind de lijst van initiatieven van de Commissie nogal lang, eigenlijk bijna te lang. Het is bijna alsof we de vooruitgang die we bereikt hebben in het kader van de ”check-up” van de GLB-hervorming weer terugdraaien. Daarbij wil ik ook opmerken dat de inspanningen die op dit moment ten behoeve van de zuivelboeren worden gedaan niet in overeenkomstige mate zijn geïnitieerd voor onze werknemers in de auto-industrie die hun baan kwijt zijn geraakt, of voor de werknemers in de scheepsbouwindustrie die ten gevolge van de crisis werkloos zijn geworden.

Ik kan daarom alleen maar oproepen tot enige voorzichtigheid in de manier waarop we met deze crisis omgaan, zodat we niet de vooruitgang terugdraaien die we, ondanks alles, in het kader van de ”check-up” van de GLB-hervorming hebben bereikt. Het idee om de melkquota te bevriezen, is naar mijn mening totaal hopeloos. Noch kunnen we teruggaan naar de ouderwetse modellen met uitvoerrestituties, omdat daardoor alleen maar de markt voor anderen elders ter wereld wordt verpest. We zijn genoodzaakt voorzichtig te handelen. Niettemin wil ik u verzoeken, mevrouw de commissaris, om de lange lijst van initiatieven die u reeds hebt ondernomen nog eens te noemen, zodat mijn collega's kunnen zien dat het niet nodig is om nu ineens waanzinnig veel extra maatregelen te treffen met het resultaat dat we de vooruitgang die reeds is bereikt weer tenietdoen.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Papastamkos (PPE). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, de maatregelen zijn zonder twijfel ontoereikend. We stellen ook andere, meer gerichte ingrepen voor, vooral voor de bergachtige en achtergestelde gebieden van de Unie, zodat alle lidstaten er evenveel baat bij hebben. Ingrepen zoals meer bescherming voor de oorsprongsbenaming – niet alleen binnen de Europese Unie, maar ook op de internationale markten – duidelijke waarschuwingen, verplichte etikettering van de oorsprong van het zuivelproduct en de reactivering – waarom niet – van de particuliere opslag van zuivelproducten en de beschikbaarstelling van toereikende steun. Verder een verhoging van de in aanmerking komende bestemmingen voor uitvoerrestituties, volledige transparantie binnen de toeleveringsketen en een vermindering van de prijskloof tussen groothandels- en kleinhandelsprijzen.

Commissaris, we zijn geen woordvoerders van de belanghebbende boeren. Wij zijn er om het lijden, de overlevingsdrang van de leidende machten van het Europese platteland kenbaar te maken. Het is deze pijn van de mensen van het Europese platteland om te overleven die voor ons een blijvende reden vormt om actie te ondernemen.

 
  
MPphoto
 

  Michel Dantin (PPE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris – ik had graag ook de voorzitter van de Raad begroet –, geachte collega’s, u hebt onlangs tegenover de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling zelf toegegeven, commissaris, dat de aan de zuivelproducenten betaalde prijs de productiekosten niet meer dekt. Dat wil dus zeggen dat onze producenten momenteel op hun spaargeld interen.

U hebt zojuist een overzicht gegeven van de maatregelen die u in de afgelopen negen maanden hebt genomen. Deze maatregelen bestaan, dat moeten we u nageven. Maar ze hebben niet het beoogde effect gesorteerd omdat ze naar ons idee niet ver genoeg gaan, en hun doeltreffendheid met te veel onzekerheid omgeven is.

U had het vanochtend over een herstel van de markt, maar de producenten zullen dat waarschijnlijk pas begin volgend jaar merken in hun inkomsten. De markt voor landbouwproducten is niet te vergelijken met de markt voor metaal of energie, en kan niet zonder regulering, omdat de marktcondities tevens bepaald worden door seizoenscycli en door de natuur.

Uw interpretatie van de onder het Franse voorzitterschap afgeronde check-up verbaast ons, omdat de tussentijdse check-ups voor de zuivelsector alle opties openlaten, ook de mogelijkheid van nieuwe beslissingen over instrumenten om de markt te reguleren.

De Franse delegatie, waarvan ik deel uitmaak, is ervan overtuigd dat een herzien quotastelsel na 2013 noodzakelijk is. De spanning die vóór de huidige economische crisis bestond op de markt voor voedingsmiddelen heeft aangetoond hoe kwetsbaar het evenwicht tussen productie en consumptie wereldwijd is.

Na de interventiemiddelen deels uit handen te hebben gegeven, hebben we niet het recht of de bevoegdheid om nu ook de productiemiddelen uit handen te geven die we op korte termijn nodig zullen hebben.

Commissaris, we moeten landbouwers hun waardigheid teruggeven; dit zijn mannen en vrouwen die niet bang zijn om hard te werken.

 
  
  

VOORZITTER: MIGUEL ANGEL MARTÍNEZ MARTÍNEZ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Antolín Sánchez Presedo (S&D). - (ES) We kunnen de zuivelsector niet laten vallen, aangezien deze van essentieel belang is voor ons platteland en voor de veiligheid en de kwaliteit van ons voedsel.

De termijnmarkten en de vooruitzichten op middellange en lange termijn van de markt voor melk en zuivelproducten van de Europese Unie tonen positieve signalen. We moeten voorkomen dat ze omslaan in een negatieve conjunctuur. We hebben anticyclische maatregelen en gemeenschappelijke initiatieven nodig.

Het inzakken van de prijzen bewijst dat de steunmaatregelen onvoldoende zijn. Verstoringen op de markt van zuivelproducten betekenen dat de verschillende aanvoerketens niet efficiënt zijn of gelijkwaardig functioneren.

Producenten zijn het slachtoffer van prijsdalingen die de markt uit balans brengen, niet worden doorberekend aan de consument en het herstel van de sector vertragen. Dit moet worden aangepakt. Er moet worden gezorgd voor eerlijke concurrentie, en tevens moet traceerbaarheid bij het op de markt brengen van producten worden verbeterd.

 
  
MPphoto
 

  Riikka Manner (ALDE). - (FI) Mevrouw de commissaris, u zei dat er niet langer sprake is van een terugkeer naar het quotasysteem. Hebben wij niet gezien wat er in de zuivelindustrie gebeurde nadat de Commissie in het voorjaar had besloten de quota in fasen af te schaffen? Dat was een zeer slecht en kortzichtig besluit. De volledige afschaffing van quota zal de doodsteek zijn voor veel kleine boerderijen. Is dit het soort beleid dat de Commissie wil voeren? Feit is dat wij een restrictief systeem voor de zuivelindustrie nodig hebben. Als er geen sprake is van quota, dan wil ik u verzoeken, mevrouw de commissaris, om te waarborgen dat de Commissie met andere maatregelen komt om de crisis op te lossen. Dit is een Europese crisis, en wij moeten een landbouwbeleid voeren dat ten minste een redelijke levensstandaard voor landbouwers garandeert, ongeacht het land of de regio.

 
  
MPphoto
 

  Yannick Jadot (Verts/ALE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, ik ben afgevaardigde van een gebied in het westen van Frankrijk met een zeer hoge concentratie melkveehouders, en ik denk dat u niet goed beseft wat voor menselijke tragedies zich daar momenteel voltrekken.

Commissaris, wanneer u het hebt over “producenten”, dan hoor ik “fabrikanten” en “distributeurs”. Zuivelproducenten hebben geen boodschap aan uw medelijden, commissaris. Ze hebben geen boodschap aan achterhaalde liberale theorieën die ons in een ongekende wereldwijde crisis hebben gestort. Zuivelproducenten hebben behoefte aan een echt landbouwbeleid. Ze hebben behoefte aan strenge quota. Daarom willen wij graag dat de Raad uw beleid afkeurt en in plaats daarvan echt beleid formuleert, dat zuivelproducenten steunt en een einde maakt aan dit beleid dat hen massaal te gronde richt.

 
  
MPphoto
 

  Janusz Wojciechowski (ECR). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, ons debat heeft echt plaatsgevonden in de schaduw van dramatische gebeurtenissen met betrekking tot veehouders die uit protest melk laten wegstromen. We zijn allemaal ernstig geschokt door wat er is gebeurd.

Ik wil verwijzen naar een probleem dat is genoemd door mijn collega, de heer Nicholson, namelijk de manier waarop grote commerciële ketens en hypermarkten misbruik hebben gemaakt van hun klanten en vooral ook van hun leveranciers. Ik wil u eraan herinneren dat het Europees Parlement tijdens de zittingsperiode 2008 een schriftelijke resolutie heeft aangenomen – ik was een van de auteurs daarvan – over de noodzaak om een einde te maken aan dit misbruik en de noodzaak van een grondig onderzoek van deze kwestie door de Commissie. Voor zover ik weet, is er wel actie ondernomen, maar het proces lijkt langzaam te verlopen. Ik wil vragen of de commissaris geïnteresseerd is in deze kwestie en wat in het algemeen de vooruitzichten zijn met betrekking tot dit soort activiteiten.

Er is iets ernstig mis met het economisch beleid van de Europese Unie, want landbouwers krijgen minder dan tien procent van de waarde van hun producten. Dat moet veranderen. Ik wil de commissaris vragen actie te ondernemen op dit gebied.

 
  
MPphoto
 

  Jaromír Kohlíček (GUE/NGL). - (CS) Mevrouw de commissaris, u beschouwt de prijsstijging van eindproducten zoals magere melk en boter met drie tot acht procent als vooruitgang. Ik beschouw dit echter als een klap in het gezicht van onze boeren. Het grootste probleem ligt in de prijs waarvoor melk wordt afgenomen van de boeren. In de Tsjechische Republiek bijvoorbeeld ligt de opkoopprijs van melk 25 procent onder de productieprijs, terwijl de prijzen van de eindproducten die u in de winkel kunt kopen wel volledig in overeenstemming zijn met de kosten die boeren moeten maken. Dat betekent dus dat er ergens een enorm gat zit. En dat gat moet nu nodig worden aangepakt. In de Tsjechische Republiek is er nu al minder vee dan na de napoleontische oorlogen. Daarmee is nu ook het onderhoud van het platteland in de gevarenzone terechtgekomen. De heer Bové heeft absoluut gelijk en de heer Fajmon zit er volledig...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Krisztina Morvai (NI). (HU) Mijnheer de Voorzitter, er is duidelijk behoefte aan noodmaatregelen, want de situatie is rampzalig. Maar kan het niet zo zijn dat er ergens iets mis is met de fundamenten? Is er niet iets mis met het model of het systeem waardoor er, onder andere uit Latijns-Amerika, enorme hoeveelheden soja worden geïmporteerd, als gevolg waarvan in Europa het overaanbod nog verder stijgt en het milieu in Latijns-Amerika wordt verwoest? In de ontstane crisis breken we vervolgens ons hoofd over het feit of we landbouwproducten tegen dumpprijzen moeten exporteren naar de derde wereld, waardoor de lokale markt en de toestand van kleine boeren en producenten te gronde wordt gericht. Is er geen nieuw model nodig, bijvoorbeeld de logica van food sovereignty, in plaats van de door de WTO gedicteerde vrijhandelslogica op te dringen aan de landbouw? Mijn andere vraag luidt: we willen een concreet advies, een voorstel over hoe…

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, we hebben de banken gered, omdat we geen keus hadden. Nu worden wij geconfronteerd met een situatie waarbij we moeten voorkomen dat vele duizenden boerenbedrijven op korte termijn failliet gaan, omdat de prijzen de productiekosten niet meer dekken.

Niettemin moeten we ervoor zorgen dat ons productiepotentieel behouden blijft om de bevolking van kwalitatief hoogwaardige levensmiddelen te voorzien. Ik behoor tot een generatie die nog heeft meegemaakt dat levensmiddelen gerantsoeneerd waren. Ik weet nog hoe ik in de winter van 1944 acht kilometer moest afleggen op de fiets om twee eieren te bemachtigen. Zo ver zal het hopelijk niet meer komen, maar leveringszekerheid – en niet slechts in de energiesector – is eveneens van belang.

Indien we niet bereid zijn die maatregelen te treffen waartoe in onze resolutie is opgeroepen, zal de kostenpost van de sociale, economische en milieugevolgen in de EU een veelvoud bedragen van ...

(De Voorzitter ontneemt spreekster het woord)

 
  
MPphoto
 

  Ricardo Cortés Lastra (S&D). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, collega’s, mevrouw de commissaris, zoals de Europese Commissie in haar mededeling van 22 juli jl. heeft aangegeven, is de situatie in de zuivelindustrie de afgelopen twaalf maanden dramatisch verslechterd.

Gezien de enorme impact van de crisis op de prijzen van zuivelproducten en met name op de inkomsten van zuivelproducenten, zijn de maatregelen die tot nu toe door de Europese Commissie zijn voorgesteld en in de ministerraad zijn besproken echter onvoldoende gebleken om de daling in de vraag en de gevolgen daarvan een halt toe te roepen.

De huidige crisis stelt ons voor de uitdaging om de afgenomen vraag weer een impuls te geven, maar biedt ons ook de kans om de consumptie en de promotie van zuivelproducten te verbeteren en ervoor te zorgen dat de onberispelijke kwaliteit van het oorspronkelijke product intact blijft totdat het de eindgebruiker bereikt.

Maatregelen als het verbeteren van etiketten, de toename van de consumptie van melk onder bepaalde bevolkingsgroepen of het gebruik van melk voor het voeden van kalfjes kunnen niet alleen het huidige probleem, maar ook de structurele problemen van de sector helpen oplossen.

 
  
MPphoto
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik de leden van het Parlement bedanken voor dit zeer inspirerende debat. Ik heb er zeer aandachtig naar geluisterd. Ik heb natuurlijk ook opgemerkt dat er verschillen in opvatting bestaan bij de verschillende leden van dit Parlement.

Het quotasysteem lijkt te worden gezien als de boosdoener van de hele situatie waarin we ons nu bevinden. Ik zie wel degelijk – en ik ben hierover meteen vanaf het begin van dit debat heel duidelijk geweest – dat de zuivelsector zich, niet alleen in Europa maar wereldwijd, in een niet eerder voorgekomen crisissituatie bevindt. Daarover moeten we heel duidelijk zijn. Ik heb daarom veel begrip voor de frustratie die ik zie bij boeren in verschillende delen van Europa, niet overal maar wel in verschillende delen van Europa.

Al in 2003 is besloten om het quotasysteem af te schaffen, dus deze beslissing is niet van de ene dag op de andere dag, terwijl niemand wist wat er gebeurde, genomen. Tijdens de GLB-check-up hebben we toen over het verhogen van de quota gediscussieerd om de melkveehouders uit de brand te helpen.

Ik denk echter dat degenen die het quotasysteem beschouwen als de oorzaak van alle problemen waarin de melkveehouders zich bevinden, het bij het verkeerde eind hebben. We zien namelijk dat het ons zelfs met een quotasysteem niet gelukt is om hoge prijzen te handhaven, en de structurele veranderingen in de zuivelsector zijn toch ingetreden. In 1984, het jaar waarin het quotasysteem werd ingevoerd, hadden we 1,6 miljoen melkveehouders in de oude EU-10. Nu hebben we 300 000 melkveehouders in de EU-10: minder dan een vijfde van het aantal in 1984, toen er een quotasysteem was. Deze structurele veranderingen vinden dus onafhankelijk daarvan plaats.

Ik denk niet dat het juist zou zijn om terug te komen op de beslissingen van de GLB-check-up, en hierin word ik gesteund door alle staatshoofden die in hun besluiten van de bijeenkomst in juni duidelijk hebben verklaard dat ik me moet houden aan de beslissingen die voortkwamen uit de GLB-check-up. Ik heb tijdens de discussies over de GLB-check-up echt nooit gezegd dat deze beslissingen herroepen zouden kunnen worden, omdat hierdoor de voorspelbaarheid voor boeren in de Europese Unie zeker op het spel gezet zou worden.

Maar, José Bové, volgens mij hebt u gezegd dat ik niet nauwkeurig te werk ben gegaan, dat wil zeggen dat ik een ‘laissez faire’-houding heb aangenomen. Ik denk dat er niet gezegd kan worden dat we niets hebben gedaan. Ik ga hier niet alle verschillende maatregelen herhalen die we hebben genomen. Ik denk dat lidstaten, indien ze speciale aandacht aan de zuivelsector willen besteden, nu met de GLB-check-up de mogelijkheid hebben om de rechtstreekse betalingen te herzien om speciaal de voorkeur te geven aan de graslandgebieden. Dat is een mogelijkheid, en ik weet dat ten minste één grote lidstaat van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt; voor de berggebieden zijn er heel veel verschillende mogelijkheden.

De productie in Europa ligt nu op 45 procent onder het quotaniveau, dus wat zou er gebeuren als we de quota werkelijk met 5 procent zouden willen verlagen? Dan zouden we de situatie verergeren voor jonge boeren die in hun toekomst hebben geïnvesteerd.

Ik adviseer daarom de lidstaten die hun zuivelsector werkelijk willen helpen, om gebruik te maken van de mogelijkheid van het opkopen van quota van degenen die de zuivelsector vaarwel willen zeggen. Zo kan er op een veel betere manier voor worden gezorgd dat degenen die geïnvesteerd hebben, kunnen blijven bestaan, terwijl tegelijkertijd de helpende hand wordt geboden aan degenen die de sector willen verlaten. Dát is volgens mij het juiste beleid.

Mag ik nu nog even het misverstand over de superheffing rechtzetten? We voeren niet een nieuw superheffingssysteem in. We bieden lidstaten slechts de mogelijkheid om het aantal kilo’s of tonnen van hun plafond terug te brengen als ze quota van boeren opkopen, maar dat is niet een nieuwe superheffing die de boeren zal straffen.

Nog even iets over de verkoopbevordering. We hebben al veertien miljoen euro gereserveerd voor bevorderingsdoeleinden voor de rest van dit jaar. We hebben afgesproken om de schoolmelkregeling uit te breiden en nu zal ook yoghurt met een laag suikergehalte – van niet meer dan zeven procent – in de schoolmelkregeling worden opgenomen. Dan etikettering – ik hoor van verschillende afgevaardigden dat er belangstelling is voor een etiketteringssysteem. Dat is iets waarover we kunnen discussiëren in het kader van het kwaliteitsdocument dat nu ter tafel ligt. Er zijn dus tal van mogelijkheden.

Ten slotte nog iets over de voedselketen. Ik ben het volledig met u eens dat hierin de transparantie ontbreekt en dat we niet kunnen zien waar de toegevoegde waarde verdwijnt. Daarom kijk ik uit naar de presentatie van dit verslag voor het eind van het jaar, zodat we kunnen zien wat nu eigenlijk de situatie is.

Ik moet zeggen dat er enorme verschillen bestaan in de situatie van supermarkten in heel Europa. Duitsland heeft traditioneel een aantal goedkope supermarkten. Deze supermarkten gebruiken zuivel- of melkproducten, melk, als een middel om klanten te trekken door deze tegen een heel lage prijs aan te bieden, maar de boeren krijgen hiervoor de rekening gepresenteerd, omdat ze hun ook zo’n lage prijs betalen. Ik denk dus dat het heel interessant en noodzakelijk is om te zien wat er nu eigenlijk gaande is in deze keten. Laten we daarom deze transparantie creëren en laten wij, intern in de Commissie maar ook binnen de mededingingsautoriteiten van de lidstaten, de markt onderzoeken.

Dit was vandaag een zeer interessant debat. Ik hoop dat u de kortetermijnmaatregelen en de langetermijnmaatregelen hebt opgemerkt die samen met Frankrijk en Duitsland zijn uitgewerkt. Ik ben ervan overtuigd dat we nog enkele zeer interessante discussies over de toekomst van de zuivelsector in Europa zullen voeren, omdat we allemaal willen dat er een toekomst is voor onze zuivelsector.

 
  
MPphoto
 

  Paolo De Castro, auteur. (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik wil de Commissie bedanken voor het besluit om hier vandaag in het Parlement te komen met nieuwe voorstellen om de crisis in de zuivelsector het hoofd te bieden. Het is belangrijk dat de zojuist begonnen zittingsperiode van het Parlement wordt gekarakteriseerd door een positieve interinstitutionele dialoog tussen de Commissie en het Parlement, een dialoog waarmee de medebeslissingsprocedure in feite al in werking is gesteld.

Mevrouw de commissaris, we zullen uw nieuwe voorstellen met veel aandacht in beschouwing nemen, en het zal mijn taak zijn om aan de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling te vragen zo snel mogelijk te komen met een standpunt over uw nieuwe uitgangspunten.

Staat u mij echter toe af te sluiten met de opmerking dat wanneer het amendement, dat unaniem is aangenomen door de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, vandaag ook in deze plenaire zaal zou worden aangenomen, het politiek gezien een probleem zal worden als de Raad, na de ratificatie van Lissabon, het amendement zou afwijzen. Ik moedig u daarom aan, zoals ik ook de Raad aanmoedig, om het amendement in serieuze overweging te nemen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Tot besluit van het debat zijn er zeven ontwerpresoluties(1) ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Ik kom uit een ultraperifere regio, de Azoren, waar de melkproductie de pijler van de economie, de samenleving en het milieu vormt. Tijdens de afgelopen weken hebben wij producenten en vertegenwoordigers van hun organisaties en de verwerkende industrie ontmoet. Zij zijn allemaal dezelfde mening toegedaan. Het is van cruciaal belang dat de Commissie snel een doeltreffender en alomvattend antwoord biedt om het hoofd te kunnen bieden aan de huidige situatie.

De kasstroom in de sector droogt op. Het is absoluut noodzakelijk dat de ultraperifere regio’s bijzondere aandacht krijgen van de Europese Unie en worden opgenomen in de oplossingen die het effect van de huidige crisis moeten verlichten.

Alle partijen zijn het erover eens dat wij de verhoging van de quota een halt moeten toeroepen. Op een markt die uit evenwicht wordt gebracht door overschotten benadeelt een land dat zijn productie verhoogt alle andere landen. Anderzijds zijn zij van oordeel dat wij de quota in stand moeten houden als mechanisme om het aanbod te reguleren en hun activiteit te stabiliseren.

In het huidige scenario van absolute liberalisering moet dringend een studie worden gemaakt van het sociale, economische en milieueffect hiervan op de ultraperifere regio’s. Bovendien moeten specifieke maatregelen worden aangenomen om te voorkomen dat de bedoelde activiteit teloorgaat. Zij is immers verantwoordelijk voor onze mooie landschappen, de kwaliteit van ons milieu en onze plattelandsgebieden en de bereikte economische vooruitgang en convergentie.

 
  
MPphoto
 
 

  Béla Glattfelder (PPE), schriftelijk. – (HU) De hoofdoorzaak van de huidige crisis op de melkmarkt is de verhoging van de melkquota. De Europese Commissie en de regeringen van de lidstaten zijn medeverantwoordelijk voor de huidige ernstige situatie waarin de melksector zich bevindt, aangezien zij in 2008 de quotaverhoging hebben gesteund, die heeft geleid tot het ontstaan van melkoverschotten en de ineenstorting van de prijzen.

Deze beslissing was gebaseerd op de onjuiste marktvoorspellingen van de Europese Commissie. De Europese Commissie week echter zelfs nog niet van haar intentie af toen duidelijk werd dat een verhoging van de productie tegengesteld was aan de marktprocessen.

Daarom moet de Europese Commissie onmiddellijk de maatregelen intrekken die resulteren in een toename van de melkproductie. We blijven ook gekant tegen de definitieve afschaffing van de melkquota na 2015. Een belangrijke les van de huidige crisis is dat regulering van de melkmarkt nodig is. Anders worden de prijzen onvoorspelbaar. De Europese melkproducenten kunnen de verliezen als gevolg van grootschalige prijsschommelingen niet opbrengen.

Het is verheugend dat de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, in het belang van een verlichting van de crisis, vóór mijn voorstel heeft gestemd waarmee het bedrag voor exportsubsidies zou worden verhoogd van 450 miljoen naar 600 miljoen euro. Zonder exportsubsidies zou een deel van de overschotten op de interne markt van de EU blijven, wat tot een verdere verlaging van de prijzen zou leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Higgins (PPE), schriftelijk. (EN) Om de prijzen weer op een aanvaardbaar niveau te krijgen, moeten de melkquota met 5 tot 10 procent worden verlaagd. Quota alleen kunnen de zuivelsector echter niet redden. Hoewel de Commissie gelijk heeft dat zij haar blik op de lange termijn richt, kan zij zich niet van de realiteit afsluiten – en alles wijst erop dat de landbouwsector en met name de zuivelsector in groot gevaar verkeert. Door de laagste melkprijzen sinds 1983, gecombineerd met hoge kosten, slechte weersomstandigheden en gebrek aan kredietfaciliteiten is er voor de gezinnen van zuivelboeren in 2009 een niet eerder voorgekomen geld- en inkomenscrisis ontstaan. Hoewel er aanwijzingen zijn dat de markten het dieptepunt hebben bereikt, blijven de dringend noodzakelijke prijsverhogingen nog uit en is EU-ingrijpen nodig. Ik ben het met IFA-voorzitter Padraig Walshe en zuivelvoorzitter Richard Kennedy eens dat het prijsherstel het snelst wordt bereikt indien de EU-Commissie doortastender gebruikmaakt van alle mogelijkheden voor marktsteun, zoals exportrestituties, technische hulpmiddelen, uitgebreide prijsinterventies, een langduriger particuliere opslagregeling voor boter en een zorgvuldig beheer van voorraden.

 
  
MPphoto
 
 

  Anneli Jäätteenmäki (ALDE), schriftelijk. - (FI) Mijnheer de Voorzitter, vorig jaar verslechterde de situatie in de zuivelindustrie op dramatische wijze. De producentenprijs voor melk daalde, en momenteel moeten veel melkproducenten hun zuivelproducten verkopen voor een prijs die lager is dan de productiekosten. Het voortbestaan van melkproducenten wordt nu ernstig bedreigd. Het is niet mogelijk de crisis in de zuivelindustrie op te lossen met de maatregelen die de Commissie tot nu toe heeft genomen. Het is nu tijd de mouwen op te stropen en met nieuwe oplossingen te komen. De Commissie moet de situatie op de Europese zuivelmarkt stabiliseren. Tegelijkertijd moet zij samen met de actoren in de zuivelsector en de lidstaten een grondige beoordeling van de toekomst van de zuivelsector maken. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE), schriftelijk. – (FR) Om de bijzonder ongunstige conjunctuur waarmee de zuivelsector te maken heeft het hoofd te bieden, is een krachtige interventie van de Europese Unie dringend noodzakelijk. Ik ben net als de meeste lidstaten van mening dat de door de Commissie aangedragen oplossingen te wensen overlaten. Ik ben blij dat ze enige flexibiliteit toestaat, waardoor het plafond voor nationale steun aan in moeilijkheden verkerende producenten kan worden verhoogd van 7 500 naar 15 000 euro. Maar het is onontbeerlijk om doeltreffendere interventie-instrumenten aan te nemen. Om de toenemende prijsvolatiliteit het hoofd te bieden, moeten onze markten meer worden gereguleerd. De gemeenschappelijke verklaring die de zestien lidstaten hebben afgelegd over de situatie van de Europese zuivelmarkt biedt de Commissie waardevolle aanknopingspunten om te komen tot een betere regulering van de zuivelmarkten. Het lijkt me overigens noodzakelijk de verhoging van de quota tijdelijk op te schorten, iets waar zeven lidstaten om gevraagd hebben. Ook spreek ik opnieuw mijn steun uit voor de oprichting van een ‘Zuivelfonds’ voor hulp aan producentenverenigingen en coöperaties en ter ondersteuning van investeringen in landbouwbedrijven, modernisering, diversifiëring van de zuivelproductie, areaalgebonden maatregelen en de marketing van zuivelproducten.

 
  
MPphoto
 
 

  Ivari Padar (S&D), schriftelijk. – (ET) In het licht van de huidige situatie op de zuivelmarkt is het duidelijk dat onze sector nog steeds niet voldoende is voorbereid op het opvangen van de gevolgen van de wereldwijde economische crisis. Dientengevolge dient de ontwikkeling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid blijvend te zijn gericht op een beter concurrentievermogen en, op lange termijn, minder marktbeheer. Het doorvoeren van een ‘check-up’ voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid is een stap in de goede richting, en het vasthouden aan diezelfde richting in discussies over het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013 is de enige manier om de sector te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Daciana Octavia Sârbu (S&D), schriftelijk. – (RO) Momenteel maken we de zwaarste crisis in de zuivelsector mee, die veroorzaakt is door de wereldwijde crisis en in wezen het gevolg is van de discrepantie tussen vraag en aanbod. De sterke daling van de prijs van melk en andere zuivelproducten treft in de eerste plaats de boeren met een laag inkomen. Daarom ben ik van mening dat het quotasysteem niet in alle lidstaten bevroren zou moeten worden, maar dat elke staat zou moeten beslissen welke quota zij zelf wil instellen. Het probleem is dat vergeleken met 1983-1984 slechts een vijfde van de producenten nog voor de markt produceert, en momenteel lopen we het risico dat er nog meer boerenbedrijven moeten sluiten. We moeten daarom urgente maatregelen treffen om te voorkomen dat dit gebeurt. We zouden de volgende maatregelen moeten nemen om een einde te maken aan de crisis in deze sector: de maatregelen die voor de opslag van boter, melkpoeder en kaas zijn voorzien uitbreiden, de oprichting van een zuivelproductenfonds versnellen om tegemoet te komen aan de behoeften van kleine producenten en jonge boeren, en tot een overeenkomst met de supermarkten komen, waarbij het gaat om het stellen van eerlijke prijzen voor zowel de landbouwproducenten als de detailhandel.

 
  

(1)Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 6 januari 2010Juridische mededeling