Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/0013(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0015/2009

Debatten :

PV 19/10/2009 - 18
CRE 19/10/2009 - 17

Stemmingen :

PV 20/10/2009 - 7.17
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0046

Debatten
Maandag 19 oktober 2009 - Straatsburg Uitgave PB

17. Evaluatiemechanisme voor toezicht op de toepassing van het Schengenacquis - Evaluatiemechanisme om de toepassing van het Schengenacquis te controleren (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van de volgende verslagen:

- het verslag (A7-0035/2009) van Carlos Coelho, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor toezicht op de toepassing van het Schengenacquis (COM(2009)0105 - C6-0111/2009 - 2009/0032(CNS));

- het verslag (A7-0034/2009) van Carlos Coelho, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme om de toepassing van het Schengenacquis te controleren (COM(2009)0102 - C6-0110/2009 - 2009/0033(CNS)).

 
  
MPphoto
 

  Carlos Coelho, rapporteur. (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barrot, dames en heren, ik ben voorstander van een evaluatiemechanisme voor Schengen dat het huidige systeem beter en efficiënter maakt zodat een transparante en samenhangende toepassing van het Schengenacquis is verzekerd.

Deze voorstellen van de Europese Commissie vormen dan ook een teleurstelling voor mij. De voorstellen brengen geen wijziging in de regels met betrekking tot het eerste gedeelte van het mandaat en blijven inhoudelijk beperkt tot de recente verbeteringen die in het bestaande evaluatiemechanisme zijn doorgevoerd met betrekking tot het tweede deel van het mandaat, namelijk de evaluatie van de manier waarop het Schengenacquis door de lidstaten die al deel uitmaken van Schengen wordt toegepast.

Het enige nieuwe element, waar ik overigens waardering voor heb, betreft de mogelijkheid onaangekondigde bezoeken af te leggen. Volgens de voorstellen wordt de huidige rol van de Raad met betrekking tot het evaluatiemechanisme in zijn geheel aan de Commissie overgedragen, waarbij in een beperkte samenwerking met de lidstaten is voorzien en het Europees Parlement op afstand van het hele proces wordt gehouden, zonder dat er enig bewijs wordt verstrekt van een toegevoegde waarde.

Ik ben ook bezorgd over het feit dat een totaal gescheiden doorvoering van de evaluatiemechanismen voor elk deel van het mandaat kan leiden tot minder doeltreffendheid en samenhang van het systeem. Voor de landen die willen toetreden tot Schengen moeten geen andere regels en evaluatiesystemen gelden dan voor de landen die er al deel van uitmaken.

Er zijn ook problemen in verband met de gegevensbescherming. Ik geef slechts drie voorbeelden: op de eerste plaats is de veiligheid van de consulaten niet volledig geregeld, daar de gebouwen van externe bedrijven – waarbij sprake is van outsourcing – niet gedekt zijn. Op de tweede plaats dienen de veiligheidsvereisten in verband met het Schengeninformatiesysteem (SIS) ook te gelden voor de visumverstrekking. Op de derde plaats moet artikel 7 van de verordening naast risicoanalyses ook melding maken van de audits en inspectierapporten die de lidstaten maken over de veiligheid, zodat de regels die op basis van de rechtsinstrumenten voor het SIS en het visuminformatiesysteem (VIS) zijn ingevoerd worden nageleefd.

Naast de problemen die ik heb genoemd en de verbeteringen die kunnen worden aangebracht, bestaat er een fundamenteel probleem. Dat probleem betreft de onbetekende rol die het Europees Parlement is toegekend. Volgens onze Juridische Dienst is de keuze van de rechtsgrond door de Europese Commissie gewettigd, maar het zou ook mogelijk zijn de medebeslissingsprocedure te hanteren voor het verordeningsvoorstel. De keuze tussen deze twee mogelijkheden is een kwestie van politieke wil. Bovendien is de verwachting dat binnenkort het Verdrag van Lissabon in werking treedt. In dat geval zullen deze voorstellen in één voorstel gegoten moeten worden en opnieuw moeten worden ingediend, daar de pijlerstructuur dan niet meer zal bestaan.

Wij mogen niet vergeten dat we het hier hebben over de veiligheid in de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, waar alle lidstaten en alle Europese instellingen bij betrokken moeten zijn. Het standpunt van het Europees Parlement dient niet zomaar een bijkomstig advies te zijn, maar moet in overeenstemming zijn met het gewicht van het Parlement in de vastgestelde basiswetgevingsinstrumenten.

Ik wil afsluiten met een woord van dank voor de steun die de schaduwrapporteurs hebben gegeven aan dit standpunt van het Europees Parlement. Voorts nodig ik vicevoorzitter Barrot, die altijd blijk heeft gegeven van respect voor dit Parlement, uit deze voorstellen opnieuw in te dienen en naast inhoudelijke wijzigingen een adequate rol voor het Europese Parlement bij de procedure te voorzien.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zal proberen antwoord te geven op de punten van zorg die de heer Coelho in zijn verslag heeft uitgesproken.

Het evaluatiemechanisme is een essentiële maatregel als het erom gaat de integriteit van de Schengenruimte te beschermen en het wederzijdse vertrouwen tussen de lidstaten in stand te houden. Om die reden stelt de Commissie voor om de deskundigen van de lidstaten volledig te betrekken bij de programmering van de evaluatiebezoeken, de controles ter plaatse, en het opstellen van de evaluatieverslagen en de follow-up.

De Commissie is er uiteraard van overtuigd dat het Parlement moet worden betrokken bij de Schengenevaluatie, hetgeen op dit moment niet het geval is. De burgers moeten kennis kunnen nemen van de resultaten van deze evaluaties. Daarom heeft de Commissie voorgesteld jaarlijks een verslag aan het Parlement voor te leggen dat informatie bevat over de conclusies naar aanleiding van elke evaluatie en de stand van zaken betreffende de corrigerende maatregelen.

Dit is dus een eerste antwoord. Het klopt dat de heer Coelho de kwestie van de medebeslissingsprocedure voor het Parlement aan de orde heeft gesteld. Met de Verdragen die momenteel van kracht zijn, is dit niet mogelijk. Hoewel er nog geen sprake is van medebeslissing, zorgen de voorstellen er wel degelijk voor dat het huidige mechanisme gecommunautariseerd wordt. Met deze voorstellen kan het evaluatiemechanisme doeltreffender worden gemaakt wat betreft de programmering, de controles ter plaatse en de follow-up van de evaluaties.

Daarnaast wordt de rol van de Commissie, als hoedster van de Verdragen, versterkt. Deze versterkte rol wordt echter hevig aangevochten door de Raad, mijnheer Coelho. Krachtens de geldende Verdragen waren er dus twee parallelle voorstellen nodig, aangezien het Schengenacquis zowel de eerste als de derde pijler omvat.

De Commissie heeft gemeend dat artikel 66 van het EG-Verdrag, dat voorziet in raadpleging van het Europees Parlement, de juiste rechtsgrondslag was voor het voorstel dat onder de eerste pijler valt. Deze rechtsgrondslag is gekozen als de juiste rechtsgrondslag voor het huidige Schengenevaluatiemechanisme, toen het Schengenacquis door het zogenoemde indelingsbesluit van 1999 in de Europese Unie werd geïntegreerd.

De artikelen 30 en 31 van het Verdrag zijn gekozen als rechtsgrondslag voor het voorstel dat onder de derde pijler valt. Dat is dus de reden dat wij naar twee verschillende artikelen moesten verwijzen voor de evaluatie van maatregelen van de eerste en van de derde pijler.

Op grond van de geldende Verdragen en van de juridische debatten die eruit voortvloeien, ziet de Commissie zich gedwongen haar voorstellen te handhaven. Gezegd moet worden, mijnheer Coelho, dat het gezien de moeizame onderhandelingen in de Raad over de versterkte rol van de Commissie, denkbaar is dat de onderhandelingen niet op korte termijn zullen worden afgerond. Wij mogen hopen, vooral nu, dat dit Verdrag van Lissabon zal worden geratificeerd, en op dat moment zal het dossier inderdaad worden heropend en zal de Commissie besluiten wat zij de meest geschikte rechtsgrondslag acht voor het voorgestelde mechanisme, terwijl zij het Europees Parlement daar zoveel mogelijk bij zal betrekken.

Als het zover is kan de Commissie natuurlijk, afhankelijk van de situatie, gewijzigde voorstellen of nieuwe voorstellen presenteren. Zoals u weet ben ik persoonlijk over het algemeen een groot voorstander van deze voorziening, die uw Parlement in staat zal stellen als medewetgever op te treden in de meeste dossiers op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid. Natuurlijk kan ik niet anders dan voorstander zijn van een veel actievere rol voor het Parlement. Maar gezien de huidige stand van zaken hadden wij volgens mij geen andere keuze dan deze wijziging op basis van de huidige rechtsgrondslagen voor te stellen. Zoals ik u heb gezegd verlopen de besprekingen met de Raad niet gemakkelijk; niet omdat wij geen inbreng van de lidstaten wilden, maar omdat de Commissie, in haar rol van hoedster van de Verdragen, het gevoel heeft dat het óók haar taak is alles rond dit evaluatiemechanisme in goede banen te leiden, een taak waarbij zij de lidstaten en – uiteraard – het Parlement wil betrekken.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil, namens de PPE-Fractie. (MT) Het creëren van het Schengengebied was voor diverse landen van de Europese Unie zonder meer een enorme stap vooruit. Het ging gepaard met een realistischere invulling van het begrip volledig vrij verkeer voor onze burgers. Er zou zelfs kunnen worden gezegd dat een burger die zich binnen het Schengengebied verplaatst, zich bijna hetzelfde voelt als wanneer hij of zij zich binnen het eigen land verplaatst. We zijn ons er echter allemaal van bewust dat er, om een ambitieus project zoals dit te laten slagen zoals is gebeurd, behoorlijk veel hard werk voor nodig is geweest en veel voor is opgeofferd. Toen we ervoor kozen de deur naar elkaar open te zetten, moesten we boven alles elkaar het vertrouwen geven op een gevoelig punt zoals dit, dat wil zeggen de bescherming van onze buitengrenzen. Als het gaat om buitengrenzen, wordt er vertrouwen in een land gesteld en wordt daar vertrouwen voor teruggekregen.

Voor wat betreft deze verslagen ben ik het daarom met mijn collega Carlos Coelho in zoverre eens dat ze bedoeld zijn om het evaluatiemechanisme voor het project van het Schengengebied te verbeteren. Het is een enorm belangrijk project, dat op wederzijds vertrouwen is gebaseerd. Toch stellen we ook dat deze evaluatie op een efficiënte en transparante manier moet geschieden. Het Parlement moet erin betrokken zijn, en moet in staat worden gesteld zijn volledige bevoegdheden uit te oefenen, vooral nu we – waarschijnlijk – een paar weken verwijderd zijn van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Ik ben er daarom zeker van dat de Commissie het zal begrijpen als we zeggen dat we, gezien het feit dat het Verdrag van Lissabon nabij is, verwachten dat voorstellen zoals deze alle bevoegdheden die het Europees Parlement onder dit Verdrag zal krijgen, volledig zullen respecteren.

 
  
MPphoto
 

  Ioan Enciu, namens de S&D-Fractie.(RO) Het creëren van een evaluatie- en controlemechanisme om de toepassing van het Schengenacquis te verifiëren is een belangrijke maatregel. Deze brengt namelijk de beslissingen over de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid in praktijk, met name de voorzieningen van het Den Haag-programma. De conceptvoorstellen die vandaag ter bespreking zijn aangeboden zijn een variant op een evaluatiemechanisme. Ze bevatten bepalingen die specifiek zijn voor het beoogde gebied en een passende controlemethodologie.

Nadere beschouwing leert echter dat bepaalde principes van interinstitutionele samenwerking worden genegeerd, zowel op het niveau van de Unie als tussen EU-lidstaten. Vanuit dat oogpunt bevat het ingediende voorstel bepalingen die een beperking aanbrengen in de samenwerking tussen de lidstaten met betrekking tot de evaluatie van de resultaten van het Schengenakkoord. Bovendien wordt de rol van de Commissie in dit proces onacceptabel groot, terwijl het Europees Parlement buiten het hele evaluatiemechanisme wordt gehouden.

Bovendien zijn sommige artikelen in de regeling zo verwoord, dat er ruimte blijft voor verschillende interpretaties van de relatie tussen de Commissie, het Parlement en de Raad met betrekking tot hun toegang tot informatie over de toepassing van het Schengenacquis.

Daarom benadrukt artikel 14, over gevoelige informatie, dat "de opgestelde rapporten naar aanleiding van bezoeken ter plaatse als vertrouwelijk zullen worden geclassificeerd. De Commissie zal, na raadpleging van de betrokken lidstaat, beslissen welk deel van het rapport openbaar kan worden gemaakt."

In verband met deze bepalingen wil ik niet onvermeld laten dat artikel 16, over het rapport dat aan het Europees Parlement en de Raad wordt uitgebracht, niet betekent dat het jaarlijkse rapport over de uitgevoerde evaluaties ook vertrouwelijke informatie zal bevatten. Wij moeten daarom concluderen dat de Commissie bepaalt welke informatie in het rapport wordt vermeld en welke niet. Daardoor krijgt de Commissie bevoegdheden die naar mijn mening niet gerechtvaardigd zijn.

Het Verdrag van Lissabon zal spoedig van kracht worden en vanaf dat moment is medebeslissing de normale wetgevende procedure, ook ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. De wetsvoorstellen die we op dit moment bespreken bevatten bepalingen die in strijd zijn met de principes van het Verdrag. Als gevolg daarvan zullen deze concepten, indien ze nu worden aangenomen, moeten worden herzien wanneer het Verdrag van Lissabon van kracht wordt.

Waarde collega’s, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid zijn thema's van zeer groot belang voor de burgers van Europa, van wie de belangen direct door de Europese wetgevende macht worden vertegenwoordigd. Het zou verkeerd zijn om de rol van een instelling als het Europees Parlement te beperken. Ik wil afsluiten met het uitspreken van steun voor het voorstel van de heer Coelho, dat dit concept in zijn huidige vorm moet worden verworpen en teruggezonden naar de Commissie. Ik stel voor om de ontwerpresolutie te steunen.

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, onze collega de heer Coelho heeft opnieuw zijn tweede voornaam Carlos “Schengen” Coelho eer aan gedaan. Hij is de interne deskundige van de Commissie burgervrijheden, justitie en binnenlandse zaken en we zijn hem erkentelijk voor zijn werk en zijn expertise. Hij heeft uitstekende forensische verslagen over deze voorstellen opgesteld, waarin naar voren komt wat voor warboel het in de Europese Unie is als het gaat om toezicht en evaluatie.

Ik begrijp sowieso niet waarom het volledig van de lidstaten zou moeten afhangen of een land tot de Schengenzone kan toetreden, nog los van een of andere geheimzinnige tweedeling tussen landen die vóór en landen die na Schengen tot de EU zijn toegetreden. In het voorstel voor een besluit van de Commissie wordt gesteld dat “aangezien het voor het winnen van wederzijds vertrouwen voor de lidstaten van essentieel belang is dat er vóór de inwerkingstelling controle plaatsvindt, [het redelijk lijkt] dat de lidstaten hiervoor verantwoordelijk blijven”. Maar we laten het niet aan de lidstaten over om de Balkan-landen te evalueren: vanavond stemt de Commissie burgervrijheden, justitie en binnenlandse zaken over de vraag of deze landen in aanmerking komen voor een visumvrijstelling, voor reizen zonder visum – de Commissie neemt de beoordeling en de evaluatie voor haar rekening. Het is dus totaal niet consequent als we zeggen dat we het aan de lidstaten zouden moeten overlaten om andere landen te beoordelen.

Eerlijk gezegd begrijp ik deze merkwaardige tweedeling niet tussen de evaluatie van de uitvoering van maatregelen die nodig zijn voor toetreding tot de Schengenzone, die volgens de Commissie intergouvernementeel moet blijven, en de controle op de tenuitvoerlegging van het Schengenacquis. De lidstaten blijken er duidelijk niet veel van te bakken, want het voorstel voor een besluit leert ons dat “[de lidstaten het de laatste jaren niet nodig achten] evaluaties ter plaatse te verrichten met betrekking tot justitiële samenwerking in strafzaken en drugs. Ook gegevensbescherming is niet altijd ter plaatse geëvalueerd.” Ik denk dat niet alleen in dit Parlement maar ook daarbuiten veel mensen samenwerking in strafzaken, drugs, de bestrijding van drugssmokkel en de bescherming van de privacy zo belangrijk vinden dat controles ter plaatse noodzakelijk zijn. Ik sta derhalve volledig achter de conclusies van Carlos Coelho dat we dit allemaal moeten combineren, dat er een consolidatie moet plaatsvinden van de procedures die gelden voor deze evaluatie, dat de taak verdeeld over de eerste en derde pijler moet worden geconsolideerd – ik hoop overigens dat de term “derde pijler” snel tot het verleden behoort en dat ik de term nooit meer in de mond zal hoeven nemen –, dat er één eenvoudige, effectieve, efficiënte en transparante evaluatie moet plaatsvinden en dat in het kader van de transparantie ook rekenschap moet worden afgelegd aan het Europees Parlement.

Het is heel vreemd dat de Commissie op dit kritieke moment dat, naar mijn overtuiging, kan worden gezien als de vooravond van de ratificatie van het Verdrag van Lissabon – waaraan ik vorig jaar in het Britse Hogerhuis overigens mijn steentje heb bijgedragen – met deze bijzonder rommelige en zinloze reeks voorstellen komt. Ik steun de afwijzing en ik verzoek de Commissie met een beter voorstel te komen, waarin wordt uitgegaan van het Verdrag van Lissabon en van het medebeslissingsbeginsel, dat voorziet in eenvoudig en doeltreffend toezicht en dat verenigbaar is met de verantwoordelijkheden van de Commissie en het Parlement op andere terreinen.

Je kunt vraagtekens zetten bij de wijze waarop in deze Europese Unie met haar 27 lidstaten peer reviews worden gehouden. Zoals ik al zei: daar moet naar worden gekeken, onder andere met het oog op de mensenrechten, want we lijken geen duidelijke beginselen en structuren te hanteren en op verschillende terreinen gewoon maar allerlei besluiten te nemen. Ik ben zeer gesteld op de lidstaten, maar ik vrees dat vaak wordt gehandeld volgens het principe “voor wat hoort wat”. Het komt erop neer dat ze geen kritiek op elkaar hebben en dus eigenlijk niet de aangewezen partijen zijn om elkaar te beoordelen. Als de Commissie op haar best is, is zij daarvoor de aangewezen instantie.

Aangezien ik maar een paar seconden meer heb, zou ik de heer Bradbourn van de ECR-Fractie graag willen aanspreken over een kwestie inzake vrij verkeer. Hij riep op tot een wereldwijd verbod op de zogenaamde naked body scanners. Hij had er eigenlijk bij moeten zijn toen zijn collega’s vorig jaar tegen een verbod op het gebruik van deze lichaamsscanners stemden zonder dat er sprake was van een fundamentele beoordeling van de mensenrechtenaspecten. Zijn collega’s stemden tegen een verbod. De heer Bradbourn was zelf niet eens bij de stemming aanwezig, dus het staat hem netjes dat hij er nu over begint.

 
  
MPphoto
 

  Tatjana Ždanoka, namens de Verts/ALE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik dank onze collega, Carlos Coelho, voor zijn verslag. We hebben inderdaad een eenvoudig en doeltreffend, transparant evaluatiemechanisme nodig voor het Schengenacquis.

Ik ben het ermee eens dat de Commissie actiever betrokken moet zijn bij het evaluatiemechanisme waarover de heer Barrot zojuist sprak. Desondanks maken wij Parlementsleden ons over een aantal punten zorgen. U weet dat de Fractie De Groenen een zeer stellig standpunt inneemt over de bescherming van persoonsgegevens. De Commissie was vergeten outsourcing te noemen toen ze het had over de veiligheid van consulaire lokalen. De veiligheidsbepalingen inzake IT in dit verband werden ook niet genoemd.

Naast het jaarlijkse evaluatieprogramma moet in artikel 7 van de verordening niet alleen de risicobeoordeling die Frontex biedt, worden opgenomen maar moet ook worden verwezen naar de controles en onderzoeken door de lidstaten zelf. We eisen dus dat kwesties rond de bescherming van gegevens in aanmerking worden genomen.

Onze Fractie De Groenen/EVA, staat volledig achter het standpunt van de heer Coelho inzake de medebeslissingsprocedure en zijn voorstel. Ik hoef u niet te herinneren aan de rol van het Europees Parlement als gekozen instelling. We hebben al gehoord dat de medebeslissingsprocedure op grond van het Verdrag van Lissabon de enige optie is. We staan volledig achter de rapporteur en ook achter zijn voorstel.

 
  
MPphoto
 

  Rui Tavares, namens de GUE/NGL-Fractie. (PT) Het Schengengebied bestaat twintig jaar – of bijna twintig jaar – en de permanente Commissie Schengenevaluatie, later Groep Schengenevaluatie geheten, tien jaar. Het is nu tijd de evaluatieprocedures te verbeteren en een antwoord te geven op de zorgen in verband met het Schengengebied.

Het is jammer dat de Commissie bij het naderen van deze verjaardag onvoldoende werk heeft geleverd en te weinig stappen heeft gezet om te komen tot een doeltreffender en meeromvattend evaluatiemechanisme dat niet alleen beantwoordt aan de zorgen die in de eerste jaren van de Schengengebied voorop stonden, namelijk doeltreffendheid en samenhang tussen de lidstaten en een zekere mate van gelijkwaardigheid van de procedures, maar ook aan andere zorgen. Daarbij denk ik aan transparantie, controle door de burgers (democratische controle) en ook aan zorgen in verband met de mensenrechten, waar dit Huis zo aan hecht. Er zijn gefundeerde zorgen over het feit dat voorrang is gegeven aan doeltreffendheid ten koste van de rechten van de burgers. Het is nu tijd dit te corrigeren.

Ik zou ook wat willen zeggen over de medebeslissingsprocedure. De Europese Commissie wordt nu op de proef gesteld en ik vraag al degenen die het Verdrag van Lissabon verdedigd hebben door hoog op te geven van de democratische deugden van dat Verdrag de daad bij het woord te voegen en te zorgen voor meer parlementaire en democratische controle van de evaluatieprocedures in verband met Schengen. Ik kan de conclusies van de rapporteur, de heer Coelho, alleen maar onderschrijven. Ik denk dat hij de Europese democratie een goede dienst bewijst door van de Commissie te eisen dat zij haar huiswerk overdoet en een nieuw voorstel indient, dat aan de ene kant eenvoudiger, doeltreffender en transparanter is en aan de andere kant meer eerbied toont voor de mensenrechten en voor meer parlementaire en democratische controle zorgt.

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten, namens de EFD-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, het komt niet vaak voor dat ik het eens ben met wat de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken zegt. Ze zegt dat deze voorstellen betreffende de evaluatiemechanismen en het Schengenacquis zinloos zijn omdat ze, wanneer het Verdrag van Lissabon volledig geratificeerd is, toch zullen worden gewijzigd.

Wanneer het Verdrag van Lissabon van kracht wordt, worden de eerste en derde van de drie zogenaamde pijlers van verschillende beleidsterreinen samengevoegd. Als het Verdrag van Lissabon eenmaal van kracht is, zal het ongetwijfeld worden ingezet om te proberen het Schengenacquis in alle lidstaten, waaronder de lidstaten die nu vrijgesteld zijn, zoals het Verenigd Koninkrijk, tot uitvoering te brengen.

U hebt me zojuist horen zeggen “wanneer het Verdrag van Lissabon van kracht wordt” en niet “als”. Het schijnt dat het enige staatshoofd dat weigert toe te geven, Václav Klaus, de heldhaftige president van Tsjechië, binnenkort zal zwichten. De verraderlijke Britse Labourregering is haar belofte om een referendum over Lissabon te houden onder de Britse bevolking, niet nagekomen en de enige persoon die hoop kan bieden op een referendum, David Cameron, ontbreekt het aan lef of aan de principes of de zin om dat te doen.

Het Verenigd Koninkrijk heeft een volkomen onbeheerst, ongelimiteerd en chaotisch immigratie- en asielstelsel. Als lidstaat van de Europese Unie zijn we niet langer de baas over onze eigen grenzen en door het Verdrag van Lissabon zal de vloedgolf van immigranten waarmee we te maken hebben, omslaan in een tsoenami. Dit verslag verandert daar helemaal niets aan. De Commissie zal het commentaar van de Commissie burgerlijke vrijheden en het Parlement gewoon naast zich neerleggen.

De woorden vrijheid en rechtvaardigheid worden te pas en te onpas gebruikt tijdens dit debat. Kun je spreken van vrijheid wanneer de burgers niet over hun nieuwe grondwet in de vorm van het Verdrag van Lissabon worden geraadpleegd omdat ze die dan zouden afwijzen? Kun je spreken van vrijheid als ondemocratische instellingen wetten opstellen waartegen de kiezer niets kan doen? Kun je spreken van rechtvaardigheid als nationale rechtbanken, op grond van de Europese arrestatiebevelen, niet langer de bevoegdheden hebben om hun eigen burgers te beschermen tegen onterechte arrestaties en gevangenneming? De Unie is een Orwelliaanse creatie geworden waar woorden het tegenovergestelde betekenen van wat wordt gezegd.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, we hebben een revolutie in de democratie nodig. Als u hebt geluisterd naar wat de vorige spreker zei, dan zie je, zoals zo vaak, dat als je te ver gaat en te snel, je het tegendeel bereikt van wat je eigenlijk zou willen.

Het motto van deze fractie is: "De Europese Unie, die een te snelle ontwikkeling doormaakt, leidt precies tot het omgekeerde van wat zij wil bereiken, te weten nieuw nationalisme". Dat maken we momenteel in mijn geboorteland mee. Ik kom uit een inmiddels verdeeld land. In het westen, in Voralberg en nog een stukje verder, zijn we blij met de open grenzen, maar in het oosten ziet men dat met Schengen een stap te ver en te snel is gezet. Wat daarvan komt, dames en heren, is nieuw revanchisme en nationalisme in mijn geboorteland en elders.

Laten wij ons niet verschuilen achter technische debatten. Laten wij deze uitdagingen tegemoet treden. Uiteraard kan dat niet anders betekenen dan dat het Europees Parlement medebeslissingsrechten krijgt en dat u, geachte commissaris, wacht totdat dit medebeslissingsrecht ons, in ieder geval al dan niet standaard, wordt toegekend.

 
  
MPphoto
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra (PPE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wens Carlos Coelho geluk met zijn verslag dat ik ondersteun, en ik zou erop willen wijzen dat het met eenparigheid van stemmen is goedgekeurd in de Commissie burgerlijke vrijheden, rechtvaardigheid en binnenlandse zaken.

Het voorstel van de Raad heeft betrekking op het tweede deel van het mandaat waarmee de Groep Schengenevaluatie belast is, namelijk erop toe te zien dat het communautair acquis op de juiste wijze ten uitvoer wordt gelegd na de opheffing van de controle aan de binnengrenzen.

Doel van dat mandaat is het evaluatiemechanisme van Schengen doeltreffender te maken.

De evaluatie van de juiste toepassing van het Schengenacquis vindt zijn rechtsgrondslag in e derde pijler, terwijl de overige aspecten van het acquis hun rechtsgrondslag ontlenen aan instrumenten van de eerste pijler.

Naar mijn oordeel is de voorgestelde rechtsgrondslag de juiste, maar hij lijkt niet echt in overeenstemming te zijn met de meer dan belangrijke inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, waarbij de functies en de bevoegdheden die nu tussen beide pijlers verdeeld zijn, zullen worden geconsolideerd.

Het voorstel bevat nauwelijks nieuwe elementen met betrekking tot het thans van kracht zijnde evaluatiemechanisme, en Carlos heeft ze ex novo ter sprake gebracht. Niettemin voert het een wijziging in die zonder enige twijfel van belang is, want het onderhavige document voorziet in de overdracht aan de Commissie van een aantal functies die thans door de Raad vervuld worden.

Die overdracht van bevoegdheden komt er de facto op neer dat het Parlement en de lidstaten zelf vrijwel buiten het evaluatieproces worden gehouden, ondanks het feit dat zij het zijn die bevoegd zijn op het gebied van de veiligheid aan hun buitengrenzen.

Het Parlement, dat de Europese burgers vertegenwoordigt, speelt een vitale, leidende rol als het gaat om veiligheidskwesties. Onze taak is belangrijk en dat wordt ook erkend in het Verdrag van Lissabon.

Daarom, mijnheer de Voorzitter, willen wij drie maanden wachten, want als we drie maanden wachten zal het niet langer nodig zijn om het dossier te heropenen.

Mijnheer de Voorzitter, ik heb nog een andere vraag: ik zag net dat mijnheer de ondervoorzitter een trui aantrok, want het is hier afschuwelijk koud. Het spijt me zeer als ik er nu vandoor ga, niet omdat ik het debat niet langer wil volgen maar omdat ik bronchitis begin te krijgen, en dat is geen goede zaak, mijnheer de Voorzitter, dus ik verzoek u vriendelijk hier iets aan te doen.

 
  
MPphoto
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D). (SK) Misschien is het hier ook wel koud omdat de Commissie erg weinig rekening houdt met ons Parlement en de meningen van onze leden. Misschien worden onze betrekkingen in de toekomst wel warmer. Ik denk dat deze situatie en deze discussie niet erg prettig voor de commissaris zijn, want het ziet ernaar uit dat we allemaal, althans de meesten van ons, dezelfde mening zijn toegedaan. Maar toch zou ik de rapporteur willen bedanken voor zijn verslag.

Het creëren van het Schengengebied heeft onze burgers binnen het Schengengebied echt vrij verkeer gebracht en was volgens mij een van de grootste successen in de geschiedenis van Europa. Maar er moet nog veel gebeuren. Door de beëindiging van de controle aan de binnengrenzen is volledige beveiliging noodzaak geworden, evenals het onderlinge vertrouwen tussen de diverse partijen voor wat betreft hun mogelijkheid de benodigde maatregelen te treffen. Het scheppen van een controle- en evaluatiemechanisme is daarom van groot belang als we de steun van de burgers van de lidstaten willen verkrijgen. Deze agenda wordt heel vaak uitgebuit door rechtse extremisten, die beweringen verspreiden dat het Schengengebied misdadigers in feite toestaat binnen te dringen in de landen binnen het gebied, en de burgers van onze landen vragen ons terecht hoe we van plan zijn dit in de toekomst te voorkomen.

Het versterken van het beginsel van interinstitutionele coördinatie is ook een zeer belangrijk punt, dat de Commissie in haar voorstel nogal onderdrukt. Dat is beslist schadelijk, want zoals diverse eerdere sprekers al hebben gezegd, denken we allemaal dat het Verdrag van Lissabon weldra in werking zal treden, en daarom zou het een goede zaak zijn als er met deze context rekening wordt gehouden.

Wij zien ook geen reden waarom het Europees Parlement in het jaarverslag niet alle relevante informatie zou moeten ontvangen. Helaas heeft de Commissie verzuimd dit beginsel van democratie in haar advies op te nemen. Daarom verdient het mijn voorkeur, net zoals de rapporteur vindt, dat het ontwerp teruggaat naar de Commissie, dat wij erop aandringen dat er een gezamenlijk besluitvormingsproces in wordt opgenomen en dat het gehele beginsel wordt vereenvoudigd en het gehele proces transparanter wordt gemaakt.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Wikström (ALDE).(SV) Mijnheer de Voorzitter, net als de heer Coelho en veel andere collega’s wil ik onderstrepen dat de totstandbrenging van de Schengenruimte in de jaren tachtig en negentig één van de allerbelangrijkste hervormingen van onze tijd was. Jean Monnet, één van de belangrijkste persoonlijkheden van de EU zou ooit het volgende gezegd hebben: "De bedoeling van een Europese Unie is niet het verenigen van staten, maar het verenigen van mensen.”

In de loop der eeuwen is de mobiliteit van de mensen in Europa erg beknot geweest. De betrekkingen tussen de landen van Europa waren gekenmerkt door wantrouwen jegens de medemens. Het vertrouwen tussen de landen liet bij tijden veel te wensen over. De betrekkingen werden veeleer gekenmerkt door wantrouwen dan door vertrouwen. Gelukkig behoort dat tot het verleden en zien we nu nieuwe mogelijkheden voor Europa. De meesten van ons hier in het Europees Parlement hebben allang de mogelijkheid gehad om gebruik te maken van de vrijheden die de Schengenruimte biedt. De unieke mate van vertrouwen tussen de staten die aan de totstandkoming ervan ten grondslag ligt, wordt gemakkelijk vergeten. De moeizame weg erheen wordt gemakkelijk vergeten. Maar het vrije verkeer is een voorwaarde voor mensen om elkaar over de landsgrenzen te kunnen ontmoeten.

Mijnheer de Voorzitter, natuurlijk is het, zoals de heer Coelho terecht heeft gezegd, belangrijk dat er een doeltreffend en transparant evaluatiemechanisme voor het Schengenaquis bestaat, zodat de ruimte een door het vrije verkeer gekenmerkte ruimte wordt en blijft. De basis voor Schengen is echter vertrouwen tussen de staten die deelnemen aan de samenwerking, niet het mechanisme op zich. Het is belangrijk dat dit mechanisme zowel doeltreffend als transparant is. Daarom zie ik een probleem in het voorstel van de Commissie. Het probleem is dat de huidige rol van de Raad wordt overgedragen aan de Commissie en dat de speelruimte voor samenwerking ernstig ingeperkt wordt. Mijn belangrijkste bezwaar is echter dat de door het volk gekozen afgevaardigden in het Europees Parlement van het proces uitgesloten worden.

We hebben het over een zo technisch iets als een evaluatiemechanisme, maar we mogen niet vergeten dat het om de fundamentele grondslagen voor de Europese samenwerking gaat: vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Daarom is het belangrijk dat we allemaal betrokken zijn bij het nemen van nieuwe besluiten op dit gebied. Daarom wil ik de Commissie oproepen om de kritiek van dit Parlement ter harte te nemen. Ik roep de Commissie op zo snel mogelijk met een nieuw en beter voorstel te komen. Een nieuw voorstel moet inhouden dat de wijzigingen van het evaluatiemechanisme het voorwerp moeten vormen van medebeslissing door de Commissie, de lidstaten en, met name, de door het volk verkozen afgevaardigden in het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Kyriacos Triantaphyllides (GUE/NGL). (EL) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie probeert met haar voorstel de rol van de Groep Schengenevaluatie te versterken door dit mechanisme efficiënter en transparanter te maken om de effectieve en consistente toepassing van het Schengenacquis te waarborgen. Het is echter nogal merkwaardig dat de Commissie ondanks het vrij verkeer binnen de Europese Unie aandringt op de invoering van een systeem dat bij lange na niet voldoet aan alle procedures voor naleving van de mensenrechten. Ons probleem bij de evaluatie van de toepassing van het Schengenacquis ligt nu juist in het feit dat we moeilijk kunnen accepteren dat dit voorziet in de uitwisseling van gevoelige informatie, de “persoonlijke dossiers” en repressieve mechanismen die in het leven zijn geroepen onder het mom van bescherming van en vrij verkeer in Europa.

De Commissie maakt zich terecht zorgen. Afschaffing van controles aan de binnengrenzen moet samengaan met toereikende compenserende maatregelen zoals versterking van controles aan de buitengrenzen en samenwerking tussen de politie, de douane en rechtbanken. Ook was en is het nodig continu informatie uit te wisselen en biometrische visums voor toegang tot de Europese Unie te gebruiken. Naar onze mening moet bij een evaluatie niet alleen worden gekeken of alle relevante maatregelen worden uitgevoerd, maar ook of deze raadzaam zijn. We zullen in geen geval instemmen met een voorstel dat, indien het wordt goedgekeurd, via mechanismen voor de evaluatie van de maatregelen meer legitimiteit geeft aan deze maatregelen, die bovenal repressief zijn.

 
  
MPphoto
 

  Nicole Sinclaire (EFD). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik vond het altijd al tijdverspilling om lid van het Europees Parlement te zijn, maar wat hier vanavond gebeurt, slaat werkelijk alles. We hebben het hier over iets wat niet echt van belang is, omdat het Verdrag van Lissabon – dat u er, zoals u weet, gewoon doorheen gedrukt hebt – over een maand of zo van kracht wordt en dan kunnen we hier opnieuw over gaan debatteren. We zitten onze tijd dus te verdoen. Fijn. Heel erg bedankt.

Laten we eens kritisch kijken naar het Verdrag van Schengen en wat dit echt voor Europa heeft betekend: het heeft criminelen, mensensmokkelaars en drugshandelaars in staat gesteld zich ongehinderd over duizenden kilometers te verplaatsen; het heeft het mogelijk gemaakt dat aan de andere kant van Het Kanaal kampen zoals Sangatte en de Jungle ontstonden, waar mensen onder abominabele omstandigheden moeten leven. Ik hoop dat u trots op uzelf bent.

U bent bekend met het Vluchtelingenverdrag van 1951 waarin staat dat een vluchteling in het eerste veilige land asiel moet aanvragen – maar daar trekt u zich niets van aan. U trekt zich niets aan van het internationale recht maar u beweert een betrouwbare rechtspersoonlijkheid te zijn, wat u op grond van het Verdrag van Lissabon ook bent. Kom op zeg, maak dat een ander wijs: dit Parlement is een lachertje! De bevolking van het Verenigd Koninkrijk wil de baas zijn over haar eigen grenzen; ze wil niet langer door u worden geregeerd. Ik sluit af met deze waarschuwing: het Britse volk is rechtvaardig, tolerant en goed van vertrouwen, maar als u te ver gaat, slaan we terug. En als we terugslaan, winnen we.

 
  
  

VOORZITTER: Isabelle Durant
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, natuurlijk moet er een efficiënter evaluatiemechanisme komen voor de toepassing van het zogenaamde Schengenacquis. Maar ik heb de indruk dat we hier aan discuteren zijn over het geslacht van de engelen, terwijl onze Europese buitengrenzen zo lek zijn als een zeef. Dat heeft natuurlijk niet zozeer te maken met de afwezigheid van efficiënte evaluatiemechanismen, maar vast en zeker met het feit dat er bij de regeringen van de meeste lidstaten en bij de EU zelf geen politieke wil bestaat om de buitengrenzen effectief te bewaken.

We weten allemaal dat er lidstaten zijn die hun EU-buitengrenzen niet kunnen of niet willen bewaken tegen illegale immigratie. We weten allemaal dat er regeringen zijn die het hele Schengensysteem uithollen door de massale regularisaties van illegale vreemdelingen. Ik verwijs naar de regering-Zapatero in Spanje, maar evenzeer naar de Italiaanse regering, de Nederlandse regering en, last but not least, de Belgische regering, die zich op dit moment opmaakt om massaal nieuwe illegalen te regulariseren, en die zodoende het hele systeem op de helling zetten door het feit dat die geregulariseerde illegalen zich kunnen vestigen waar zij ook maar willen binnen de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Dames en heren, de modernisering van het Schengeninformatiesysteem begint op een nachtmerrie te lijken. Met de uitbreiding van de Unie groeit het risico op terrorisme en georganiseerde misdaad. Het is dus absoluut noodzakelijk het veiligheidsniveau onverwijld te verhogen. Dat de overgang naar de nieuwe database opnieuw wordt uitgesteld is ronduit laakbaar. Het systeem omvat gegevens over vermisten, gestolen goederen of rechtszaken. Het huidige systeem is sinds 1995 operationeel en werd geconcipieerd voor maximaal 18 lidstaten. Ik wil hierbij mijn waardering uitspreken voor de flexibiliteit van de Commissie aan wie we het te danken hebben dat Schengen ondanks de vertraging van SIS II uitgebreid kon worden. De opname van negen nieuwe lidstaten was echter uitsluitend mogelijk onder uitzonderlijke voorwaarden.

De tweede versie van het systeem heeft nu tot ten minste 2011 vertraging opgelopen. Versie II zou betere beheersfaciliteiten alsook meer flexibiliteit, een grotere datacapaciteit en andere nieuwe functies moeten bieden. Bovendien kunnen andere landen als Groot-Brittannië en Ierland zich met deze versie eveneens op het systeem aansluiten. En dan is er nog het Agentschap Frontex dat ook alle benodigde bevoegdheden nodig heeft voor een doeltreffende strijd tegen illegale immigratie. Desalniettemin heb ik bezwaren tegen de communautarisering van de werkgroep voor de evaluatie van Schengen, omdat ik vrees dat de lidstaten hun verantwoordelijkheid voor het toezicht van zich af zullen schuiven. Verder wil ik nog wijzen op ervaringen van Tsjechische burgers die, naar ik me heb laten vertellen, als automobilist om niets het leven zuur werd gemaakt door de Duitse en Oostenrijkse politie.

Het spijt mij zeer dat president Klaus de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon zo traineert, maar het is wel duidelijk dat over niet al te lange tijd - dus erna - de Commissie de wetgeving opnieuw zal moeten indienen en wel op basis van het medebeslissingsrecht van het Europees Parlement. Daarom sluit ik mij aan bij de oproep van de heer Coelho de ingediende teksten te verwerpen en wil ik hem tevens mijn complimenten overbrengen voor zijn uitstekende verslag.

 
  
MPphoto
 

  Marek Siwiec (S&D). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, het woord “Schengen” is in deze zaal al herhaaldelijk gevallen. De meesten van ons zijn het erover eens dat Schengen een belangrijk succes is. Voor de burgers van de nieuwe landen, de nieuwe lidstaten van de Europese Unie, is dit een opmerkelijk succesverhaal over integratie. Tegelijkertijd brengt Schengen echter een enorme verplichting met zich mee die de nieuwe EU-lidstaten – de Baltische Staten, Polen, Slowakije, Roemenië en Bulgarije – op zich hebben genomen. De verantwoordelijkheid voor de oostelijke landgrens van de Europese Unie rust op de schouders van de nieuwe lidstaten en zij kwijten zich uitstekend van hun taak.

Ik zou echter willen stilstaan bij een punt dat in dit Parlement nog niet ter sprake is gebracht. Wat voor ons onderwerp van bewondering en trots is – ik bedoel Schengen en het vrije verkeer binnen de Unie – is een nachtmerrie en een belangrijke bron van problemen voor al wie onder het visumbeleid valt en een zogenaamd “Schengenvisum” moeten aanvragen. Ik heb het over de inwoners van Oekraïne, Moldavië en andere landen ten oosten van de Europese Unie die naar de Unie willen komen. Hiervoor zijn de Schengenvisa ingevoerd, maar die zijn bijzonder duur. Mensen in deze landen moeten voor deze visa ongeveer evenveel betalen als ze in een maand verdienen. Ze worden onderworpen aan een vernederende procedure voor het verkrijgen van deze visa en moeten urenlang in de rij staan. Ook dit is een deel van Schengen. Voor hen is Schengen synoniem met vernedering, een muur en problemen.

In het licht van de totstandbrenging van een systeem om de werking van het Schengenbeleid te beoordelen, zou ik minstens enkele kwesties willen noemen met betrekking tot het visumbeleid. Ik zou dit beleid aan een evaluatie willen onderwerpen. Misschien was hier een gegronde reden voor, maar we weten niet hoe lang dit beleid nog van kracht zal blijven. Ik zou daarom willen onderzoeken hoe het mogelijk is dat wij instrumenten hebben ingevoerd die ons scheiden van een grote groep mensen die logischerwijs naar ons gebied, het Schengengebied, willen komen. Hoewel dit niet het onderwerp is van het verslag, wilde ik deze woorden uitspreken tijdens het debat van vandaag.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, zoals bekend wordt in inmiddels 28 landen, waaronder 25 EU-lidstaten, het personenverkeer niet meer aan de gemeenschappelijke grenzen gecontroleerd. Een dergelijke mate van vrij verkeer stelt voorop dat er een solide vertrouwensbasis tussen de betrokken landen bestaat.

Het is absoluut noodzakelijk dat het vrij verkeer van personen door middel van doeltreffende begeleidende maatregelen duurzaam wordt geregeld. In dit verband is het van cruciaal belang dat de buitengrenzen efficiënt worden gecontroleerd en bewaakt. Zoals men weet, zouden de controle en bewaking van de buitengrenzen door middel van het Schengeninformatiesysteem en door introductie van geharmoniseerde toegangsvoorwaarden voor derde landen op basis van uniforme normen moeten plaatsvinden. Daar zijn we echter nog mijlenver van verwijderd. Daar komt bij dat toepassing van de controlemechanismen een belangrijke factor is voor de veiligheid van de burgers.

Vanwege zijn geografische nabijheid tot de Oost-Europese landen wordt vooral mijn geboorteland Oostenrijk hierdoor geraakt. Ik denk dan aan de gebeurtenissen onlangs bij de inbeslagname van een koelwagen waarin 64 illegale Koerdische immigranten werden vervoerd van Turkije via Hongarije en Oostenrijk op weg naar Duitsland. Uit dit geval blijkt hoe belangrijk het is te kunnen vertrouwen op een adequate en doeltreffende bewaking van de buitengrenzen, maar ook hoe weinig daarvan terecht komt.

In veel gebieden van Europa hebben we te maken met een stijgende criminaliteit. Die stijging is in toenemende mate toe te schrijven aan grensoverschrijdend opererende criminele organisaties. We moeten daarom beslist overwegen de controles aan de binnengrenzen weer te herstellen. Bij het Europees kampioenschap voetbal in 2008 is dat een heel effectieve maatregel gebleken.

Aangezien de invoering van een evaluatiemechanisme om de toepassing van het Schengenacquis te controleren een kernbelang is voor de lidstaten en vooral hun burgers, is het naar mijn mening essentieel dat het Europees Parlement als vertegenwoordiger van de burgers bij de desbetreffende besluitvorming wordt betrokken.

 
  
MPphoto
 

  Raffaele Baldassarre (PPE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, beide voorstellen dragen de huidige bevoegdheden van de Raad volledig over aan de Commissie.

Nu het Verdrag van Lissabon binnenkort in werking treedt, waardoor de communautaire pijlerstructuur wordt afgeschaft, zal er op juridisch vlak een heel andere situatie ontstaan. Het evaluatiemechanisme zal derhalve gestoeld moeten zijn op een coherente verdeling van taken die nu nog over de eerste en de derde pijler zijn verspreid.

Daarom acht ik het essentieel dat het voorstel een zo groot mogelijke mate van betrokkenheid van de lidstaten voorziet – mijnheer de commissaris, de aanwezigheid van deskundigen lijkt mij niet te volstaan – en met name reële participatie van het Europees Parlement in de coördinatiegroep van het evaluatiemechanisme voor toezicht en controle op de correcte toepassing van het Schengenacquis. Bovendien is het mijns inziens raadzaam via uitputtender en nauwkeuriger criteria de parameter migratiedruk beter te omschrijven. Die parameter dient een indicatie te geven van de grootste risicogebieden waar onaangekondigde bezoeken moeten worden afgelegd.

Tot slot wil ik opmerken dat de voorstellen als één pakket en niet afzonderlijk moeten worden behandeld, daar beide voorstellen gemeenschappelijke aspecten van hetzelfde probleem behandelen en dezelfde lacunes vertonen. Ook het feit dat door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon de medebeslissingsprocedure moet worden toegepast is hiervoor een reden.

Ik steun het standpunt dat de heer Coelho hier heeft toegelicht dan ook volledig, evenals de verzoeken aan de Commissie deze voorstellen in te trekken en nieuwe, betere voorstellen in te dienen die rekening houden met wat hier tijdens het debat naar voren is gekomen.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D).(RO) Lidmaatschap van het Schengengebied geeft de burgers van een lidstaat in dit gebied complete vrijheid van personenverkeer. De grenzen tussen lidstaten worden hierbij volledig opgeheven. De veiligheid van het Schengengebied is afhankelijk van de striktheid en effectiviteit van de door iedere lidstaat uitgevoerde beheersmaatregelen aan de buitengrenzen. Gegeven het feit dat er in dit geval een dubbel evaluatiemechanisme van kracht is, moet dit ook worden toegepast. We hebben het namelijk over evaluatie en verificatie van de toepassing van het communautair acquis van Schengen om te zorgen dat het op een transparante, effectieve en consistente manier wordt toegepast.

Hoewel we het voorstel van de Commissie voor zowel een besluit als een verordening moeten verwelkomen – wij denken dat het voorstel het wederzijds vertrouwen tussen lidstaten in een gebied zonder interne grenzen zal doen toenemen, en hoge uniforme standaarden biedt voor de specifieke toepassing van het Schengenacquis – zijn wij van mening dat het herzien moet worden, rekening houdend met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.

Ik verwelkom het feit dat in het voorstel van de Commissie de lidstaten met de Commissie samenwerken in de coördinatiegroep, om de Commissie in staat te stellen dit evaluatiemechanisme ten uitvoer te leggen. Ik verwelkom eveneens het feit dat er een aantal meerjarenprogramma’s wordt ontwikkeld en dat nationale experts worden betrokken bij de bezoeken ter plaatse. Hierdoor kan een betere informatie-uitwisseling plaatsvinden tussen de lidstaten op het terrein van het acquis communautaire. Echter, nadat het Verdrag van Lissabon in werking is getreden zal de samenwerking op het gebied van politie en justitie onderdeel worden van de eerste pijler, de pijler van de communautaire wetgeving.

Ik wil eveneens de aandacht vestigen op het feit, dat artikel 14 van het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de instelling van een evaluatiemechanisme voor toezicht op de toepassing van het Schengenacquis vermeldt dat de Commissie jaarlijks een rapport aan het Parlement en de Raad moet uitbrengen. Ik wil echter herhalen dat dit voorstel herzien moet worden om rekening te houden met de bepalingen van het Verdrag van Lissabon.

Ik zou hier nog een ding aan willen toevoegen. De suggestie van de Commissie met betrekking tot het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de instelling van dit evaluatiemechanisme heeft ook significante implicaties voor de nieuwe lidstaten. We bespreken in dit geval namelijk een procedure voor de uitvoering van de bepalingen van het Schengenacquis in twee fasen. Een aantal daarvan wordt beschreven in bijlage I van de toetredingsverdragen, en de andere treden in werking nadat de Raad een besluit heeft vastgesteld met betrekking tot een aantal bepalingen uit het Schengenacquis.

 
  
MPphoto
 

  Tadeusz Zwiefka (PPE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, het is een goede zaak dat het debat van vandaag over de evaluatie van het Schengenacquis samenvalt met de start van een breder debat in de Europese Unie – en uiteraard ook in het Europees Parlement – over het programma van Stockholm. Dit is een grootschalig project dat betrekking heeft op bijzonder belangrijke aspecten van het leven van de burgers van de Europese Unie, zoals rechtvaardigheid, vrijheid en veiligheid. Twee elementen uit het programma, met name de vrijheid en de veiligheid van de EU-burgers, zouden zonder twijfel in de evaluatie van het Schengenproject moeten worden opgenomen.

We moeten ons derhalve afvragen waarom de Europese Unie is opgericht en waarom het voor ons zo belangrijk is dat dit grote project met succes wordt bekroond. De Unie is tenslotte niet in het leven geroepen voor politici, internationale organisaties of afzonderlijke landen. Ze is in feite opgericht in het belang van de Europese burgers. Het belang van de burgers – hun vrijheid en onafhankelijkheid, maar ook het feit dat we hun de hoogst mogelijke normen op het gebied van veiligheid zouden moeten garanderen – is een van de belangrijkste aspecten waarover de EU-instellingen zich zouden moeten buigen.

Het is daarom jammer dat dit debat uitsluitend over het Schengengebied gaat en niet in verband wordt gebracht met een beoordeling van het communautaire programma inzake migratie, het visumprogramma en het programma voor samenwerking met de buurlanden van de Europese Unie. Alleen dan zullen een gemeenschappelijk debat en een gezamenlijke beoordeling van de situatie ons in staat stellen om passende conclusies te trekken. Dit maakt duidelijk waarom het zo belangrijk is om het Parlement te betrekken bij het nemen van deze besluiten. Ik hoop dat dit ook daadwerkelijk zal gebeuren.

Ik ben er derhalve van overtuigd dat wij met het Schengenproject goed werk hebben geleverd. Hoewel aanvankelijk was gezegd dat het zonder de goedkeuring van SIS II onmogelijk zou zijn om het Schengengebied uit te breiden met nieuwe landen, heeft de toetreding van tien landen in 2004 bewezen dat dit wel degelijk mogelijk was en geen rampzalige gevolgen heeft gehad. Nu dienen we er alleen op toe te zien dat de mechanismen die tot doel hebben de werking van het systeem te verbeteren en te verscherpen, zo spoedig mogelijk worden ontwikkeld, uiteraard in samenwerking met het Europees Parlement. Dit verklaart waarom ik zoveel waardering heb voor de heer Coelho. Ik sta volledig achter zijn verslag.

 
  
MPphoto
 

  Daciana Octavia Sârbu (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik sluit mij aan bij de oproepen aan de Commissie om dit voorstel in te trekken en een nieuw voorstel met een andere rechtsgrondslag in te dienen.

Er wordt duidelijk geprobeerd het Parlement bij deze belangrijke kwestie buiten spel te zetten. De Juridische Dienst van het Parlement heeft bevestigd dat er een andere rechtsgrondslag voor dit voorstel had kunnen worden gekozen die ervoor gezorgd had dat het Parlement volledig bij het proces betrokken was.

Het Schengeninformatiesysteem, het Schengenvisum, de Schengengrenscode en de visumcode vallen allemaal onder de medebeslissingsprocedure en naarmate de ratificatie van het Verdrag van Lissabon en een vereenvoudigde en geharmoniseerde rechtsstructuur in de Europese Unie dichterbij komen, zou de betrokkenheid van het Parlement in dergelijke kwesties groter moeten worden in plaats van kleiner. In het huidige voorstel is geen sprake van betrokkenheid.

Op commissieniveau is ten aanzien van deze kwesties sprake van grote overeenstemming tussen de partijen en ik hoop dat een krachtig, duidelijk standpunt van het hele Parlement in combinatie met een behoorlijke evaluatie van de juridische omstandigheden zal leiden tot herziening met een passender voorstel als resultaat.

 
  
MPphoto
 

  Véronique Mathieu (PPE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, net als veel van mijn collega's sta ik volledig achter het verslag van de heer Coelho, die ik hartelijk wil bedanken voor het uitstekende werk dat hij heeft verricht.

Van meet af aan werd het bestaansrecht, de conditio sine qua non, van het opheffen van de binnengrenscontroles ontleend aan de aanwezigheid van compensatiemaatregelen om de zo gevreesde veiligheidsgebreken te voorkomen. Deze maatregelen vormen de basis voor het wederzijdse vertrouwen dat van essentieel belang is voor een goede samenwerking in de Schengenruimte. Alleen met een doeltreffend en transparant mechanisme om de toepassing van dit Schengenacquis te evalueren, zullen wij dus in staat zijn dit vertrouwen, en daarmee een zeer hoog niveau van samenwerking tussen de lidstaten, in stand te houden.

Wij staan dus voor een enorme uitdaging, en de rol van het Parlement bij het instellen van dit nieuwe mechanisme moet afgestemd zijn op deze uitdaging. Daarom moet dit mechanisme – of in ieder geval het deel dat onder de eerste pijler valt – volgens de medebeslissingsprocedure worden goedgekeurd, mocht deze tekst voor de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon worden aangenomen.

En hoewel wij natuurlijk onze conclusies moeten trekken uit de integratie van het Schengenacquis in het Gemeenschapsrecht en in het recht van de Unie, betekent dit nog niet dat het beheer van deze evaluatie uitsluitend aan de Commissie zou moeten worden toevertrouwd.

De lidstaten moeten meer betrokken worden bij dit evaluatiemechanisme. Als dit niet gebeurt, dan zou dat wel eens afbreuk kunnen doen aan dit wederzijdse vertrouwen. Hetzelfde geldt voor de binnenlandse veiligheid van onze lidstaten. Als een lidstaat dit acquis niet correct toepast, dan ondergaan alle andere lidstaten daar de gevolgen van.

Tot slot, met het oog op doeltreffendheid lijkt het mij niet juist om twee aparte mechanismen in te stellen voor elk van de twee evaluatiefasen, namelijk de controle voorafgaand aan de toepassing van het acquis en de toepassing van het acquis door de Schengenlanden.

Ik sluit mij dan ook aan bij de heer Coelho met het verzoek aan de Commissie om dit voorstel in te trekken en ons een nieuw voorstel voor te leggen waarin meer rekening wordt gehouden met de filosofie van het acquis en met de rol van de lidstaten bij de evaluatie van de toepassing ervan.

 
  
MPphoto
 

  Alan Kelly (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik richt mij tot het Parlement als Parlementslid uit een land dat helaas nog niet aan het Verdrag van Schengen deelneemt. Ik ben voorstander van toetreding tot de Schengenzone. Ik hoop dat de Groep Schengenevaluatie Ierland, en ook ons buurland Groot-Brittannië, uiteindelijk zal wijzen op de onbetwijfelbare voordelen van Schengen.

Vrij verkeer is een basisrecht en een pijler van het EU-burgerschap waar we allemaal naar streven. Het is heel opmerkelijk dat we erin geslaagd zijn de grenzen te reduceren en EU-burgers te laten genieten van de vrijheid en voordelen van het reizen, zeker gezien de Europese geschiedenis. Het was een belangrijke historische prestatie en een van de grootste successen van de EU tot nu toe dat dit gebeurde terwijl tegelijkertijd het vermogen van onze autoriteiten om grensoverschrijdende misdaad aan te pakken, werd vergroot. Het Verdrag van Schengen heeft Ierland ertoe aangezet een complete database met informatie over misdaad op te zetten die de komende jaren hopelijk gekoppeld wordt aan een Europees systeem. Schengen heeft uitstekend gefunctioneerd en is zichtbaar voor iedereen.

Vanwege deze opmerkelijke prestatie is het betreurenswaardig dat mijn eigen land slechts mondjesmaat deelneemt aan Schengen. De Ierse veiligheidsautoriteiten en onze Europese tegenhangers hebben op het gebied van politiezaken uitgebreid samengewerkt, maar de Ierse burgers delen niet ten volle in de voordelen van de EU. Het afschaffen van de grenscontroles vereist wederzijds vertrouwen tussen alle betrokken lidstaten. Tot nu toe is het standpunt van de Ierse regering helaas dat ze haar Europese buren niet volledig kan vertrouwen en ze houdt zich in bescheiden mate bezig met het vrije verkeer van personen in Europa. Ik betreur dit ten zeerste. Wat we echt nodig hebben is een EU-breed visumstelsel waaraan Schengen en het debat van vandaag hopelijk zullen bijdragen.

Wat betreft het voorstel dat voor ons ligt: ik vraag de Commissie het in te trekken. Ik ben van mening dat de Commissie hierdoor te veel macht zou krijgen. In feite is het een poging het Europees Parlement buiten spel te zetten. De Commissie moet met voorstellen komen die in overeenstemming zijn met de medebeslissingsprocedure. Los van dit debat moeten er na het Verdrag van Lissabon sowieso nieuwe voorstellen komen.

 
  
MPphoto
 

  Petru Constantin Luhan (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ten eerste feliciteer ik de heer Coelho met het voortreffelijke werk dat hij heeft verricht. Het initiatief om een eenvoudig, effectief en transparant evaluatiemechanisme ter aanvulling van de huidige Schengenevaluatie in te stellen, moet worden toegejuicht.

Er zijn echter ook verschillende problemen in verband met gegevensbescherming die de rapporteur eerder naar voren haalde. Helaas worden wij volgens de huidige procedure, ondanks de noodzakelijke verbeteringen, alleen maar geraadpleegd. Als het Verdrag van Lissabon eenmaal van kracht is, heeft het Parlement automatisch medebeslissingsbevoegdheden inzake kwesties die onder de derde pijler vallen. Aangezien het gaat om de veiligheid van de Schengenzone en haar burgers, zouden alle spelers zeer nauw bij de inrichting van deze evaluatiesystemen betrokken moeten zijn om het zo mogelijk te maken het beginsel van wederzijds vertrouwen dat van essentieel belang is voor het behoud van de Schengenzone, te garanderen en te consolideren.

Om al deze redenen steun ik het initiatief van de rapporteur om er bij de Commissie op aan te dringen het voorstel in te trekken en een nieuw, vollediger voorstel in te dienen.

 
  
MPphoto
 

  Elena Oana Antonescu (PPE).(RO) Ik wil de heer Coelho feliciteren met zijn succesvol afgeronde taak en voor de vasthoudendheid die hij heeft laten zien in zijn streven naar een evaluatiemechanisme ter verificatie van de toepassing van het Schengenacquis op een eenvoudige, efficiënte en transparante wijze.

Ik beschouw de invoering van vrij verkeer binnen de EU en het afschaffen van de interne grenscontroles als twee van de meest belangrijke successen van de Europese Unie. Aangezien de grenzen open zijn hebben we hoge standaarden nodig bij het in praktijk brengen van het Schengenacquis, zodat we een sterk vertrouwen tussen lidstaten kunnen behouden, inclusief in het wederzijds vermogen om maatregelen te implementeren die de afschaffing van controles aan de binnengrenzen vergezellen.

We moeten het evaluatiemechanisme voor controle van de toepassing van het Schengenacquis verbeteren. De noodzaak van het vasthouden van een hoog niveau van veiligheid en vertrouwen vraagt een goede samenwerking tussen de regeringen van de lidstaten en de Commissie. Gegeven het belang van de regelgeving op dit terrein vanuit het oogpunt van fundamentele rechten en vrijheden moet het Europees Parlement aandringen op handhaving van het Verdrag van Lissabon als voorwaarde voor wetgevende ontwikkelingen met betrekking tot het verhogen van de veiligheid aan de grenzen.

Gezien het belang van dit wetgevende initiatief, is het spijtig dat het Europees Parlement een raadgevende rol heeft en niet de rol van medewetgever, zoals had gemoeten.

Het creëren van een ruimte van rechtvaardigheid, vrijheid en veiligheid is een hoge prioriteit voor de Europese Unie. Daarom is het van vitaal belang dat de lidstaten, de Commissie en het Europees Parlement op gelijke voet betrokken zijn bij het onderhouden en ontwikkelen hiervan.

Daarom geef ik mijn volledige steun aan de suggestie van de rapporteur om de Commissie te vragen een verbeterd voorstel aan het Europees Parlement te sturen, zodat het Parlement invulling kan geven aan zijn rol als medewetgever.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie.(FR) Mevrouw de Voorzitter, wij hebben de kou doorstaan die in deze vergaderzaal heerst.

Er is waarschijnlijk sprake van een misverstand in dit debat, in die zin dat het voorstel bedoeld was om dit evaluatieproces te communautariseren. Het is waar dat wij het Verdrag van Schengen hebben, en ik heb gemerkt dat de overgrote meerderheid van de parlementsleden verheugd was over dit succes van Schengen, dat de vrijheid van verkeer en – tegelijkertijd – de veiligheid waarborgt.

Het is waar dat de Schengenevaluatie aanvankelijk een intergouvernementele basis had, en dat de Commissie slechts de rol van waarnemer vervulde. Maar aangezien de Commissie hoedster van de Verdragen is, is het ook waar dat zij verantwoordelijk moet zijn voor de evaluatie. Er is echter geen sprake van dat de Commissie het monopolie op de evaluatie heeft – daar moeten we heel duidelijk over zijn. Natuurlijk zullen wij de lidstaten erbij betrekken, en de deskundigen van de lidstaten zullen meewerken aan de programmering van de evaluatiebezoeken, de controles ter plaatse en het opstellen van het evaluatieverslag.

Het is overduidelijk dat de terughoudendheid die wij binnen de lidstaten bespeuren, eveneens te wijten is aan een misverstand. Aangezien wij willen dat er wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten heerst, is er geen sprake van om ze niet nauw te betrekken bij de evaluatie van de maatregelen die zijn getroffen om Schengen en het Schengenacquis toe te passen.

Dan kom ik nu op het Parlement. Ook hier is sprake van een misverstand. Wij zijn er niet op uit om het Parlement buiten te sluiten, zoals ik iemand hoorde zeggen. Gezien de huidige stand van zaken willen wij simpelweg bekijken hoe wij het Parlement er nu al beter bij kunnen betrekken, door middel van regelmatige verslagen. Dit sluit echter geenszins de mogelijkheid uit dat wij het Parlement een grotere rol geven in dit gecommunautariseerde mechanisme, als het Verdrag van Lissabon eenmaal is geratificeerd. Ik benadruk dit enigszins, omdat wij weten dat wij met deze methode het Europees algemeen belang voorop kunnen stellen, ook al is er soms wel eens een lidstaat die treuzelt als het erom gaat dit Europees algemeen belang te verdedigen.

Er is dus sprake van enkele misverstanden, die ik uit de weg wil trachten te ruimen.

Verder wil ik tevens opmerken dat de voorstellen een zekere toegevoegde waarde opleveren vergeleken met het huidige mechanisme. De evaluaties zullen veel vaker worden uitgevoerd en zullen veel duidelijker zijn. Er zullen bezoeken ter plaatse worden gepland, op basis van een risicoanalyse; er zal sprake zijn van onaangekondigde bezoeken en een hoog niveau van expertise tijdens de gehele evaluatie, en dankzij het grote aantal deskundigen dat eraan meewerkt, zullen de bezoeken effectief zijn.

De beoordeling van de follow-up van de aanbevelingen die na afloop van de evaluaties ter plaatse worden gedaan, zal worden verbeterd.

Zo denk ik erover, mevrouw de Voorzitter, dames en heren. Ik begrijp heel goed dat u er reikhalzend naar uitziet dat het Parlement er nauwer bij betrokken wordt, als het Verdrag van Lissabon eenmaal is geratificeerd. Het lijdt geen twijfel dat het Parlement een belangrijke rol moet spelen in deze communautaire methode, maar wij hebben dit voorstel gedaan met het oog op communautarisering, ervan uitgaande dat de deur vervolgens wagenwijd open zou staan voor de inbreng van het Europees Parlement.

Ik heb aandachtig geluisterd naar alle betogen en ik heb er goede nota van genomen dat het Parlement vrijwel unaniem is in zijn standpunt. Ik denk echter dat dit alles op een misverstand berust dat kan worden opgehelderd.

 
  
MPphoto
 

  Carlos Coelho, rapporteur. (PT) Nog drie opmerkingen tot slot. Op de eerste plaats wil ik de collega’s bedanken voor de steun die ze hebben gegeven aan mijn verslag en voor de waarderende woorden die ze tot mij hebben gericht tijdens dit debat. Voorts dank ik vicevoorzitter Barrot voor hetgeen hij hier verklaard heeft over het aanmoedigen van de betrokkenheid van het Europees Parlement als medewetgever door de uiterste grenzen te verkennen van de mogelijkheden die het Verdrag van Lissabon ons zal bieden. Voor mij komt dat niet als een verrassing, want ik weet dat commissaris Barrot al sinds lange tijd dat standpunt huldigt. Toch is het een goede zaak dat hij als vicevoorzitter van de Commissie hier deze formele verklaring heeft afgelegd.

Op de tweede plaats neem ik nota van wat commissaris Barrot heeft gezegd over de moeilijke onderhandelingen met de Raad. Die berichten hebben ons ook bereikt en wij hadden begrepen dat het bij deze materie moeilijk anders had kunnen zijn. Daarom hadden we ook gehoopt dat de Commissie het Parlement als partner zou zien, een partner met medebeslissingsbevoegdheid. Wat betreft een Europese aanpak van deze materie staan zowel de Commissie als het Parlement op het standpunt dat het niet langer louter een intergouvernementele zaak kan blijven.

Op de derde plaats wil ik twee zaken onderstrepen die ik uit dit debat als conclusie trek. Ten eerste meen ik dat er geen sprake mag zijn van een breuk in de samenhang. Er kunnen niet twee evaluatiesystemen naast elkaar bestaan, er moet één evaluatiesysteem zijn dat zowel geldt voor de landen die nu al deel uitmaken van Schengen als voor de landen die nog zullen toetreden. Ook mag er geen afbreuk worden gedaan aan het principe van wederzijds vertrouwen; alle partijen moeten erbij betrokken zijn. De lidstaten dienen betrokken te zijn bij het evaluatiemechanisme, evenals de Europese instellingen. De Europese instellingen zijn niet alleen de Commissie en de Raad maar ook dit Parlement. Dat is de reden waarom wij om toepassing van de medebeslissingsprocedure vragen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – De gecombineerde behandeling is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. (LT) Het is van essentieel belang om een eenvoudig, effectief, efficiënt en transparant evaluatiemechanisme te hebben waarmee het Schengengebied als een gebied met vrij verkeer kan worden behouden, en tegelijkertijd is het onontkoombaar het intergouvernementele kader voor de evaluatie van Schengen aan het EU-kader aan te passen. De Juridische Dienst van het Europees Parlement heeft een onderzoek uitgevoerd en vastgesteld dat voor het debat over dit voorstel de medebeslissingsprocedure de voorkeur zou moeten hebben boven de raadplegingsprocedure. Volgens het Verdrag van Lissabon, dat binnenkort in werking zal treden, zal het Europees Parlement meer bevoegdheden krijgen ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid en dit voorstel valt daaronder. Omdat de veiligheid van het Schengengebied en zijn burgers van levensbelang is, moeten we voor de medebeslissingsprocedure kiezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kinga Gál (PPE), schriftelijk. – (HU) Over de Schengensamenwerking kan men zich op verschillende manieren uitlaten. Er kunnen veel verzoeken worden uitgelicht en onder een vergrootglas worden gelegd. Het is in mijn optiek de moeite waard om als lid van het Europees Parlement hier en nu ook te vermelden dat een van de basisvoorwaarden voor het vrije verkeer van personen een compleet Schengensysteem is dat goed functioneert en dat is gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Grenscontroles, ons gemeenschappelijke visumbeleid, grensoverschrijdende politiesamenwerking en kwesties van gegevensbescherming zijn slechts onderdelen van dit geheel. Het zijn uiteenlopende kwesties die echter door een zeer belangrijke schakel worden verbonden: Europese burgers hebben extra vrijheid gekregen en krijgen die nog elke dag, die voor hen het symbool is van een van de meest concrete resultaten van het bestaan van de Europese Unie.

Dit kan ik, als parlementaire vertegenwoordiger van de kiezers van een enkele jaren geleden toegetreden lidstaat, met een gerust hart zeggen. Als er geen voorstel was geweest van het Portugese EU-voorzitterschap, zouden de nieuwe lidstaten geen deel uitmaken van het Schengensysteem; tot op heden werkt immers de nieuwe (tweede) generatie van het Schengeninformatiesysteem niet. Het behoud van deze vrijheid, waarover ook de twee vragen op de agenda gaan, legt een grote verantwoordelijkheid op de schouders van de Commissie en de lidstaten. Het Europees Parlement deelt in deze verantwoordelijkheid en juist om die reden kan het zichzelf niet veroorloven in kwesties met betrekking tot de vrijheid van de bevolking niet zijn steentje bij te dragen. Daarom steun ik het werk van de rapporteur nadrukkelijk en ben ik het eens met zijn voorstellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE), schriftelijk. (ET) Het creëren van het Schengengebied aan het eind van de jaren tachtig en begin van de jaren negentig van de vorige eeuw was een van de grootste successen in de Europese geschiedenis. De bepalingen van het Schengenacquis zijn al sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam in 1999 opgenomen in het kader van de Europese Unie. Een essentieel onderdeel van het nakomen van de toepassing van de regels van het Schengenacquis, die onder de Europese wetgeving vallen, is het evaluatiemechanisme, dat bedoeld is om de transparante, efficiënte en consequente tenuitvoerlegging van het Schengenacquis te waarborgen, en tevens de wijzigingen in de wetgevingssituatie die na de integratie van het Schengenacquis in het kader van de EU zijn ontstaan te weerspiegelen.

Ik ben het met het standpunt van de rapporteur eens dat de voorstellen die op dit moment in de ontwerpwetgeving worden gedaan, zich beperken tot het aannemen van een aantal van de algemene suggesties die onlangs naar voren zijn gebracht ter verbetering van het geldende evaluatiemechanisme voor Schengen. Het enige nieuwe idee in het gehele ontwerp is de regel betreffende de mogelijkheid van onaangekondigde controle, die zeer welkom is. Ik kan echter het feit dat de rol die de Raad op dit moment speelt, in zijn geheel naar de Commissie zou worden overgeheveld, niet accepteren. Dit voorstel laat zeer beperkte mogelijkheden over voor samenwerking met de lidstaten, en houdt het Europees Parlement weg van het proces. We moeten niet vergeten dat het hier gaat om vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, en ook dat de verantwoordelijkheid voor het behouden en verbeteren van dit gebied niet alleen bij de Commissie ligt om het toezicht op de tenuitvoerlegging van het Grondwettelijk Verdrag te waarborgen, maar bij de lidstaten, die continu verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van hun buitengrenzen, en ook bij het Europees Parlement, dat de burgers van de Europese Unie vertegenwoordigt.

 
Laatst bijgewerkt op: 27 maart 2010Juridische mededeling