Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2718(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0119/2009

Debatten :

PV 20/10/2009 - 13
CRE 20/10/2009 - 13

Stemmingen :

PV 22/10/2009 - 8.7

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0056

Debatten
Dinsdag 20 oktober 2009 - Straatsburg Uitgave PB

13. Het steunen van democratisch bestuur in buitenlandse betrekkingen (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de mondelinge vraag (O-0093/2009) van Gabriele Albertini en Heidi Hautala, namens de Commissie buitenlandse zaken, en Eva Joly, namens de Commissie ontwikkelingssamenwerking, aan de Raad, over de opbouw van democratie in buitenlandse betrekkingen (B7-0213/2009).

 
  
MPphoto
 

  Heidi Hautala, auteur. – (FI) Mevrouw de Voorzitter, ik ben zeer blij dat het Zweedse voorzitterschap veel gewicht toekent aan de steun aan democratie in buitenlandse betrekkingen. Vanuit het oogpunt van de Subcommissie mensenrechten wil ik benadrukken dat democratie en mensenrechten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dat blijkt zeer duidelijk uit de verschillende definities van democratie en als voorbeeld wil ik u er op wijzen dat de Verenigde Naties in 2005 hebben geprobeerd een definitie van democratie te geven. Deze definitie omvat een lange lijst zaken, van een pluralistisch politiek systeem tot het beginsel van de rechtsstaat, transparantie in het bestuur, vrije media enzovoort. Hieruit blijkt al dat mensenrechten en democratie niet van elkaar kunnen worden gescheiden.

Wanneer zij die wil gebruiken, beschikt de Europese Unie over een grote hoeveelheid uiteenlopende middelen om democratie in de wereld te bevorderen. Het hele ontwikkelingsbeleid en het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid omvatten dit spectrum. De middelen waarover wij beschikken zijn bijvoorbeeld de dialoog met andere landen, verschillende financiële instrumenten alsmede de voor ons zeer belangrijke deelname aan internationale fora en waarnemingsmissies bij verkiezingen.

Er zijn ook situaties waarin wij verschillende negatieve maatregelen moeten overwegen. Ik wil minister Malmström erop wijzen dat de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen zich voorbereidt om volgende week te spreken over opheffing van het verbod op de export van wapens naar Oezbekistan. Volgens mij wijst alles erop dat dit een heel verkeerd signaal is, omdat Oezbekistan zich helemaal niets aantrekt van de eisen van de internationale gemeenschap. De internationale gemeenschap, met inbegrip van de Europese Unie, heeft van Oezbekistan geëist dat het een onafhankelijk, internationaal onderzoek instelt naar de tragische en schokkende gebeurtenissen in het voorjaar van 2005 in Andizjan, toen de democratie daadwerkelijk met voeten werd getreden. Ik wil weten wat minister Malmström over deze situatie denkt. Hoe kunnen wij democratie bevorderen nu enkele lidstaten dit verbod op de export van wapens willen opheffen?

Ik wil er ook op wijzen dat democratie niet kan worden geëxporteerd. Het is geen exportproduct. Democratie zal geen wortel schieten als zij van buitenaf wordt opgelegd en ik wil daarom benadrukken hoe belangrijk het is het maatschappelijk middenveld erbij te betrekken, omdat democratie op die manier als het ware organisch groeit vanuit de basis van de samenleving.

Ik wil ook nog zeggen dat Rusland een partner is die stelselmatig weigert ermee in te stemmen dat niet-gouvernementele organisaties worden betrokken bij dialogen over de mensenrechten tussen Rusland en de Europese Unie. Naar mijn mening mogen wij deze situatie niet langer accepteren.

Tot slot wil ik zeggen dat steun aan democratie hoger op de agenda van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid en ontwikkelingsbeleid moet staan. Er zijn ook meer financiële middelen voor nodig. Het Europees instrument voor democratie en mensenrechten beschikt bijvoorbeeld over zeer weinig middelen en wij moeten er meer geld aan geven.

 
  
MPphoto
 

  Eva Joly, auteur. (FR) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Malmström, commissaris, dames en heren, democratie en mensenrechten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een democratisch regime kan als het erop aankomt herkend worden aan het respecteren van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden.

We moeten het daarom toejuichen dat de Raad op 19 mei heeft aangegeven dat de Europese Unie een meer samenhangende aanpak moet ontwikkelen op het gebied van democratisch bestuur.

De inspanningen die tot dan toe geleverd werden, waren volstrekt ontoereikend. Het Israëlisch-Palestijnse conflict is daar een schrijnend voorbeeld van. Hoewel de missie die gestuurd werd om de Palestijnse verkiezingen in 2006 te observeren, de legitimiteit van de uitslag daarvan erkende, besloten de Europese Unie en haar lidstaten de gekozen regering te boycotten, evenals de regering van nationale eenheid die vervolgens gevormd werd om uit de impasse te komen.

Waar blijft de samenhang en de geloofwaardigheid van het Europees beleid als de besluiten van de Europese Unie zo schril in contrast staan met de beginselen die zij uitdraagt? En wat te zeggen van de lidstaten die weigeren het Goldstone-rapport te steunen? De conclusies daarin zijn rechtvaardig en evenwichtig en brede steun voor dit rapport zou een stap op weg naar de vrede zijn.

De grootmachten zijn bezig deze hoop de kop in te drukken en dat doen ze door hun gebrek aan moed en door niet trouw te blijven aan hun eigen waarden.

Het volstaat dus niet verkiezingswaarnemingsmissies te organiseren, vooral niet als men vervolgens weigert de uitslag te erkennen. We moeten consequent zijn en deze kwesties met een brede aanpak benaderen.

De Raad dient snel een actieprogramma op dit gebied aan te nemen, en een echte strategie te ontwikkelen op het gebied van de mensenrechten, die bindend moet zijn op alle niveaus van de EU. We moeten dus helder zijn over onze prioriteiten en deze concreet verankeren in al onze instrumenten: buitenlands beleid, mensenrechten en ontwikkelingsbeleid.

Op welke manier willen we de monitoring vormgeven in die derde landen waar de Europese Unie waarnemer is bij de verkiezingen om zich ervan te vergewissen dat er sprake is van politiek pluralisme en dat het maatschappelijk middenveld op lange termijn een rol speelt?

Welke eisen stellen we aan een onafhankelijk justitieel apparaat en aan instituties die transparant zijn en verantwoording afleggen aan hun burgers?

De vaagheid rond de plaats van de mensenrechten in ons beleid is laakbaar en contraproductief. Het wordt tijd dat we hier helderheid in brengen, als we willen dat de Europese Unie en haar meest fundamentele waarden serieuzer genomen worden op internationaal niveau.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, fungerend voorzitter van de Raad. − (SV) Mevrouw de Voorzitter, geachte Parlementsleden, in de Europese consensus betreffende ontwikkeling wordt de term ‘armoede‘ multidimensionaal gedefinieerd. Armoede betekent gebrek aan macht, mogelijkheden en veiligheid. Ontwikkeling wordt belemmerd als er geen vrijheid is en vrijheid wordt beperkt als er geen democratie is. Het is moeilijk vrede te hebben zonder democratie. Bijgevolg kan er geen ontwikkeling plaatsvinden zonder vrede. Beide vereisen totale eerbiediging van de mensenrechten. Deze begrippen zijn met elkaar verweven en we hebben een coherent algemeen kader nodig om bestaande beleidslijnen en instrumenten ter ondersteuning van democratieopbouw beter te kunnen gebruiken.

Ik wil het Europees Parlement bedanken voor zijn grote belangstelling en steun voor deze activiteiten. Na zeven jaar als Parlementslid, onder andere in de Commissie buitenlandse zaken, ken ik het vurige engagement van het Parlement en de concrete bijdragen die het heeft geleverd aan democratieopbouw in het kader van de buitenlandse betrekkingen van de EU maar al te goed.

Dit initiatief, dat door het Tsjechische en Zweedse voorzitterschap werd gelanceerd, is hier al meermaals behandeld, onder andere met een van mijn collega’s, mevrouw Carlsson.

Het uitgangspunt van het initiatief is dat democratieopbouw een sleutelfactor is voor de ontwikkelingssamenwerking van de EU en voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Dat is onbetwist. Het is echter de bedoeling om met het initiatief een stap verder te zetten. Als mondiale speler, met 27 lidstaten en het Europees Parlement, en als ‘s werelds grootste donor van hulp speelt de EU een sleutelrol met betrekking tot democratieopbouw in haar buitenlandse betrekkingen. Dat heeft een symbolische dimensie, omdat wij hopen dat onze interne successen een inspiratiebron kunnen zijn voor onze partnerlanden in de hele wereld. Het is echter ook de bedoeling dat het initiatief op pragmatisch en operationeel niveau werkt. Het doel bestaat erin te verzekeren dat we op een gecoördineerde en effectieve manier ten volle gebruik maken van de instrumenten waarover we in het juridische en politieke kader van de EU en in onze instellingen beschikken.

We beginnen niet vanaf nul. We hebben al heel wat verwezenlijkt. We hebben ervaring in het steunen van democratieopbouw in buitenlandse betrekkingen. Het is een prioritair gebied in onze betrekkingen met de ACS-landen – vastgelegd in de Overeenkomst van Cotonou – en met andere regio’s zoals Azië, Latijns-Amerika en Oost-Europa. We hebben sterke regels inzake mensenrechten, die dialoog met derde landen en zeven gemeenschappelijke Europese strategieën omvatten.

Maar er is natuurlijk veel ruimte voor verbetering. We kunnen meer doen. We kunnen het beter doen. De essentie van democratie vergt een nieuw politiek kader en de huidige arbeidsverdeling tussen de verschillende pijlers weerspiegelt niet noodzakelijk de bestaande behoeften. Verschillende instrumenten worden parallel gebruikt, soms niet erg consistent. Dat ondermijnt het effect van wat we doen. Het kan ook de zichtbaarheid en de geloofwaardigheid beïnvloeden en onze mogelijkheden beperken om effectief samen te werken. Zonder daarom nieuwe instrumenten of modellen uit te vinden, willen we gewoon meer coördinatie en coherentie in de manier waarop wij werk maken van democratieopbouw.

Hoe kunnen we dat doen? Wel, door een concrete manier te identificeren om de Europese instrumenten effectiever te gebruiken in een uniform kader.

We kunnen enkele van onze succesverhalen als onze inspiratiebron gebruiken. Ons engagement in de westelijke Balkan is een voorbeeld daarvan. Daar worden instrumenten uit de eerste en derde pijler gecombineerd en ingezet om politieke hervormingen, met inbegrip van institutionele opbouw, te steunen. Daardoor ontstaat er een stabiel milieu voor democratie. De dubbele rol van de speciale vertegenwoordiger draagt bij tot betere coördinatie en coherentie van de verschillende instrumenten van de EU. We moeten echter nederig zijn. We staan in de regio voor grote uitdagingen.

Ik wil heel duidelijk zijn. Sommigen – misschien niet u – zijn bezorgd dat ontwikkelingshulp door dit initiatief aan nieuwe voorwaarden zal worden onderworpen. Dat is natuurlijk een gevoelige kwestie. Met onze partnerlanden over mensenrechten en democratie praten kan echter nooit de uitdrukking zijn van voorwaardelijkheid.

Waar staan we nu? De relevante werkgroepen zijn begonnen met besprekingen van de voorstellen voor conclusies van de Raad, die op diverse bijdragen zijn gebaseerd. We bouwen voort op de werkzaamheden die van start gingen onder het Tsjechische voorzitterschap, dat een speciale conferentie over de EU en democratieopbouw hield.

Ik heb ook een erg interessant rapport gezien van het International Institute for Democracy and Electoral Assistance, waarin onze bedoelingen wanneer we aan democratieopbouw doen worden vergeleken met de manier waarop onze partners ze waarnemen.

Het is te vroeg om het initiatief te evalueren, maar ik wil onderstrepen dat het proces nu al meerwaarde oplevert. Verantwoordelijken voor ontwikkelings- en mensenrechtenkwesties werken nauwer samen. De discussies in de werkgroepen van de Raad belast met ontwikkelings- en mensenrechtenkwesties vinden parallel of tijdens gemeenschappelijke vergaderingen plaats. Dat op zich biedt al meerwaarde en is een belangrijk doel van het hele initiatief. We zetten ons in om de conclusies van de Raad tijdens de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen in november vast te kunnen laten stellen.

Een van de voorstellen die worden besproken, is dat er specifiek op één land gerichte benaderingen worden gehanteerd die gebaseerd zijn op een diepgaande analyse van de situatie in een land en aansluiten op democratieopbouw op EU-niveau, waardoor de keuze van geschikte instrumenten mede wordt bepaald.

Een ander voorstel is dat er echte partnerschappen, op basis van dialoog en consultatie, worden aangegaan waarin het steunen van democratisch bestuur als een zelfstandig onderwerp wordt behandeld en waarin verschillende dialogen coherenter en beter gecoördineerd worden gevoerd.

De steun van de EU voor verkiezingsprocessen in de hele wereld is belangrijk. Wat dat betreft bestaat er grote eensgezindheid tussen de Raad en het Europees Parlement. We delen de bezorgdheid die het Parlement soms voelt met betrekking tot de noodzaak om de verkiezingen niet als begin- en eindpunt te zien. Verkiezingsondersteuning moet deel uitmaken van een continu proces waarin de politieke ontwikkeling lange tijd wordt gevolgd. Dat betekent dat we ons moeten concentreren op wat er voor de verkiezingen, tijdens de verkiezingen en tussen twee verkiezingen in gebeurt om ervoor te zorgen dat er werkende verantwoordingsmechanismen zijn.

Ik kan de rol van onze verschillende parlementen, met andere woorden de rol van het Europees Parlement en van de nationale parlementen, in democratieopbouw niet genoeg benadrukken. Zij moeten ten volle worden betrokken bij de activiteiten van de EU.

Ik hoop dat het Verdrag van Lissabon weldra van kracht wordt. Die nieuwe ‘spelregels‘ voor de Unie zullen de EU democratischer en effectiever maken. Door de oprichting van de Europese Dienst voor extern optreden draagt het Verdrag er ook toe bij dat Europa een sterkere speler wordt in de mondiale arena. Het idee erachter bestaat er immers in het externe beleid van de EU meer eendracht te verlenen en de kloof tussen de activiteiten van de Commissie en die van de Raad te overbruggen zodat het beleid op één lijn zit. Samen met de Europese Dienst voor extern optreden zal het politieke kader ter ondersteuning van democratieopbouw beter worden zodat de EU de ontwikkeling op diverse plaatsen in de wereld nog beter kan steunen.

De steun van de EU voor democratieopbouw is ontzettend belangrijk. Als een democratische staat niet kan voorzien in de fundamentele behoeften van zijn burgers en de economische en sociale ontwikkeling niet kan steunen, leidt dat tot misnoegdheid over de manier waarop democratie werkt. De regering dreigt dan zowel legitimiteit als politieke steun te verliezen.

Ik wil de leden van het Europees Parlement bedanken omdat u druk uitoefent in deze kwestie. U levert een bijdrage door uw engagement, door wetgevend werk, via uw betrekkingen en contacten met parlementen in de hele wereld en door uw deelname aan waarnemingsmissies van de EU bij verkiezingen. Daardoor bent u een centrale kracht in democratieopbouw, en ik hoop dat het Europees Parlement die rol nog lang zal blijven spelen.

 
  
MPphoto
 

  Véronique De Keyser, namens de S&D-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, hoe kun je een land democratie brengen? Wel, door te steunen op het maatschappelijk middenveld en dit te versterken, door armoede en uitsluiting te bestrijden en door de vrouwen te emanciperen.

Europa is niet zo naïef geweest om te denken dat democratie met tanks en bommen gebracht kan worden, ook al waren sommige lidstaten geneigd dat te denken. Europa moet dus gaan staan voor zijn rol als “soft power”. Dat is een ondankbare en moeilijke rol. Het heeft een Europees instrument ontwikkeld voor democratie en mensenrechten dat momenteel als een pasgeborene is. Het is kwetsbaar, maar veelbelovend, als men er goed voor zorgt. NGO’s kunnen hier projecten indienen zonder de steun van hun regeringen, en dat is belangrijk.

Ook de verkiezingswaarnemingsmissies worden echter uit dit zeer beperkte budget gefinancierd. Deze missies zijn van essentieel belang en hebben zich in de afgelopen tien jaar bewezen, maar het Parlement heeft hier al eerder meer middelen voor gevraagd en, zeker, meer follow-up – dank u wel, mevrouw Malmström – maar ook een politiek meer samenhangend beleid bij het monitoren van hun legitimiteit, en ik sta volledig achter de uitspraken van mevrouw Joly over enkele van onze missies. Het is niet normaal dat een land dat een democratisch verkiezingsproces ingaat geen steun krijgt bij de consolidatie ervan.

Voor wie slechts naar de korte termijn kijkt, lijkt democratie ongetwijfeld een kostbaar goed. Het is in ieder geval minder duur dan een oorlog, en dat is een gegeven dat de Europese Dienst voor extern optreden ongetwijfeld zal meenemen in zijn functioneren.

 
  
  

VOORZITTER: LIBOR ROUČEK
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Charles Goerens, namens de ALDE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, kan er democratie bestaan zonder vrijheid? Nee. Kan er vrijheid bestaan zonder rechten? Natuurlijk niet. Dat brengt ons bij de opvatting van het begrip mensenrechten in dit debat.

Joseph Ki-Zerbo, een groot man uit Burkina Faso, beantwoordde deze vraag als volgt: “Wie in absolute armoede leeft, heeft geen vrijheid, omdat hij geen keuze heeft tussen verschillende opties.” Armoede is dus synoniem met het ontbreken van vrijheid. Er is dus een nauwe samenhang tussen vrijheid, democratie en mensenrechten.

Het is dan ook geen verrassing dat we veelvuldig referenties hieraan aantreffen in de basisteksten die ten grondslag liggen aan de betrekkingen tussen de Europese Unie en derde landen, te beginnen met de Overeenkomst van Cotonou, waarin met name een clausule is opgenomen over mensenrechten en democratie in het kader van dialoog met de ACS-landen. De bevordering van democratie werpt dan ook fundamentele vragen op met betrekking tot een intelligent systeem van voorwaarden.

Dit zijn slechts enkele observaties, die leiden tot de conclusie dat democratie niet zozeer de oorzaak van ontwikkeling is als wel vaak een gevolg daarvan. De partnerschappen tussen de Europese Unie en derde landen mogen hier niet aan voorbij gaan. Zonder vastberadenheid boeken we geen voortgang, maar ook niet zonder geduld. Er is momenteel een groot aantal landen bezig met een democratiseringsproces. Europa heeft aan deze processen bijgedragen met een strategie waarin de noodzaak van armoedebestrijding, het codificeren van mensenrechten en het bevorderen van de democratische beginselen en de beginselen van de rechtsstaat aan elkaar gekoppeld zijn. Ondanks de kritiek op het beleid, zoals die hier geventileerd is en die ik onderschrijf, blijf ik ervan overtuigd dat datgene waarvan in het verleden gebleken is dat het werkt ook in de toekomst onze leidraad zou moeten zijn.

 
  
MPphoto
 

  Richard Howitt (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, democratisering bevordert het vreedzaam doen aan politiek, politieke verandering en het beheer van macht in een samenleving, alsook respect voor mensenrechten. Steun voor democratie schraagt de doelstellingen van ons buitenlands beleid, te weten, conflicten te voorkomen en de armoede terug te dringen. Ik heb daarom met genoegen het Parlementair amendement ingediend dat opriep tot Europese consensus over democratisering, en ik feliciteer het Zweedse voorzitterschap met zijn initiatief op dit punt.

Ik ben er vast van overtuigd dat democratisering alle beleid van de Europese Unie moeten bezielen dat betrekking heeft op derde landen. Ik moet zeggen dat ik de Fractie van Europese Conservatieven en Hervormers veroordeel wanneer deze zich verzet tegen paragraaf 10 van onze tekst, en wanneer zij lijkt te suggereren dat Europa het een kan zeggen over democratie en, wanneer het ons zo uitkomt, iets anders kan doen met betrekking tot ondemocratische landen. Nee!

Tot slot behelst het opbouwen van democratie, zoals mevrouw Malmström heeft gezegd, veel meer dan verkiezingen houden: het gaat om het opbouwen van een pluralistisch maatschappelijk middenveld. Dat is de reden waarom Europa NGO’s die de participatie van burgers vergroten, zou moeten financieren, alsook de insluiting van gemarginaliseerde groepen moet steunen, opleidingen moet bieden voor juristen, de vrijheid van meningsuiting en van vergadering moet bevorderen, en politieke partijen in het parlement moet versterken. Het betekent een ‘civilian surge’ steunen.

 
  
MPphoto
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil ingaan op de kwestie van de opbouw van democratie met betrekking tot onze oosterburen. De laatste jaren is er in deze landen sprake van stagnatie en in enkele gevallen van een terugval op het punt van de democratische normen. De ontwikkelingen in Georgië en Moldavië zijn het meest zorgwekkend.

Een goed functionerend maatschappelijk middenveld – en ik benadruk goed functionerend – is de ruggengraat van elke democratische maatschappij, maar ontbreekt in wezen in al onze oostelijke buurlanden. Ik feliciteer Zweden, het land dat momenteel voorzitter is, dat het een van de initiators is van het Oostelijk Partnerschapsbeleid. Dit beleid kan onze oostelijke buurlanden in potentie dichter bij de EU brengen. In veel opzichten biedt het Oostelijk Partnerschap deze landen echter geen werkelijk significante prikkels om te beginnen aan pijnlijke en langdurige hervormingen.

Mijn aanvullende vraag luidt: wat is het standpunt van de Raad op dit punt? Met andere woorden, wat zit er in de pijplijn? Zijn we van plan om robuuster op te treden, teneinde te waarborgen dat de democratie in dit land en in veel andere problematische en kwetsbare gebieden zal worden versterkt?

 
  
MPphoto
 

  Heidi Hautala (Verts/ALE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik wil nog tegen minister Malmström zeggen dat wij als Europese Unie naar mijn mening twee zwakke punten hebben met betrekking tot ons streven om democratie en mensenrechten in de wereld te bevorderen. Ten eerste hebben lidstaten vaak verschillende en zeer tegenstrijdige aspiraties. Het verbod op de export van wapens naar Oezbekistan lijkt een dergelijk geval te zijn: niet alle lidstaten zijn het met elkaar eens. Hoe kunnen wij op die manier een gemeenschappelijk beleid voeren?

Ten tweede is Oezbekistan een goed voorbeeld van een land dat ons zegt dat de Europese Unie hun niets hoeft te leren op het gebied van democratie en mensenrechten, omdat de Europese Unie haar eigen gebreken en problemen heeft. Hoe kunnen wij loskomen van deze dubbele standaarden? Wij hebben de gewoonte anderen de les te lezen, terwijl wij ons zelf niet altijd aan onze eigen lessen houden. Ik denk dat ook het door u genoemde idee van een verklaring van het democratisch gehalte van een organisatie de aandacht op deze dubbele standaarden vestigde.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, fungerend voorzitter van de Raad. − (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de afgevaardigden bedanken omdat ze zich voor deze kwestie inzetten. We zijn het volkomen eens over de noodzaak om de democratie in de externe betrekkingen van de EU te versterken. Juist vandaag, in een periode van economische crisis, is het extra belangrijk dat deze dimensie niet wordt vergeten. We weten dat veel ontwikkelingslanden erg hard worden getroffen door de crisis. Recessie leidt tot misnoegdheid en sociale onrust. Zonder goed werkende democratische instellingen kan het dan erg fout lopen. Daarom is het belangrijk dat er democratische instellingen zijn die zekerheid verschaffen en een sterk maatschappelijk middenveld die met deze crises om kunnen gaan.

Het Oostelijk Partnerschap is een erg belangrijk instrument, vooral voor het versterken van de democratie. We werken daar intensief aan. In december zullen we een vergadering van ministers van Buitenlandse Zaken houden en we hopen begin 2010 met een groot aantal concrete maatregelen te kunnen beginnen. Het Oostelijk Partnerschap is een belangrijk instrument voor de versterking van de democratie bij onze onmiddellijke buren.

Mevrouw Hautala stelde de kwestie-Oezbekistan aan de orde. Dat is natuurlijk een uitermate ernstige kwestie. De situatie van de mensenrechten is er verre van bevredigend. Zoals mevrouw Hautala weet, vereist een verlenging van de sancties eenparigheid in de Raad. Die eenparigheid bestaat momenteel niet. We zijn het echter wel eens over de doelstelling: het versterken van democratie en mensenrechten in Oezbekistan. We hopen dat een sterker engagement de manier is om dat te verwezenlijken. We hopen alternatieve manieren voor het versterken van de democratie te kunnen vinden door continu de situatie van de mensenrechten te evalueren en na te denken over het soort betrekkingen dat we met Oezbekistan zouden moeten hebben. Er zijn andere manieren om invloed uit te oefenen die misschien effectiever zijn dan een wapenembargo. Er zijn erg weinig landen die met Oezbekistan handel drijven in wapens zodat een wapenembargo misschien niet veel meer zou zijn dan een symbolisch gebaar. Misschien kunnen we andere manieren vinden. Maar, zoals gezegd, eerst hebben we eenparigheid in de Raad nodig, en die is er momenteel niet.

Als de EU op het gebied van mensenrechten en democratie geloofwaardig wil zijn in haar betrekkingen met de buitenwereld, moeten we ook in de EU sterk zijn. Er zijn tekortkomingen. Ze zijn misschien niet vergelijkbaar met de verschrikkelijke schendingen die in andere landen worden begaan, maar binnen de EU zijn er tekortkomingen. We moeten op dat gebied voortdurend waakzaam zijn om in onze omgang met de buitenwereld geloofwaardig te kunnen zijn.

Tot slot wil ik u bedanken voor dit debat en ook voor de uitstekende resolutie die het Europees Parlement voorgelegd heeft. Ik heb nog niet alle amendementen kunnen bekijken, maar de resolutie is volgens mij erg goed. Ze komt volledig overeen met de ambities van het Zweedse voorzitterschap. We hopen, zoals gezegd, in november op de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen conclusies van de Raad vast te kunnen stellen. Daarna kijken we uit naar verdere discussies met het Parlement over dit onderwerp.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 22 oktober om 11.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. – (EN) Ik sta volledig achter deze oproep voor een coherenter en effectiever kader voor EU-steun voor opbouw van de democratie, bevordering van democratische waarden en respect voor mensenrechten in de wereld. De Europese Unie zelf is gebouwd op precies deze waarden, democratie en mensenrechten. Kandidaat-lidstaten die lid willen worden van de EU moeten conform de criteria van Kopenhagen beschikken over “stabiele instellingen die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden garanderen”. Daarnaast versterkt het Verdrag van Lissabon het streven van de Unie haar basisbeginselen ook buiten de EU uit te dragen. Consolidatie van de democratie, de rechtsorde en respect voor mensenrechten is zelfs een van de speerpunten van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Ik pleit voor een snelle oprichting van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), niet alleen als ondersteuning bij het opbouwen van democratie, maar ook als dienst die democratische verantwoording aflegt aan het Europees Parlement. Democratie is een universele waarde. Democratisering en goed bestuur zijn geen doelen op zich, maar essentiële middelen om armoede te bestrijden en duurzame ontwikkeling, vrede en stabiliteit tot stand te brengen. Democratie, ontwikkeling en respect voor mensenrechten, maar ook economische, sociale en culturele rechten, zijn zelfs van elkaar afhankelijk en versterken elkaar.

 
Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2010Juridische mededeling