Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2135(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0044/2009

Debatten :

PV 24/11/2009 - 13
CRE 24/11/2009 - 13

Stemmingen :

PV 25/11/2009 - 7.3
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0087

Debatten
Dinsdag 24 november 2009 - Straatsburg Uitgave PB

13. Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering: België - textielsector - en Ierland - Dell - Verplaatsing van bedrijven binnen de EU en de rol van financiële instrumenten van de EU (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- het verslag over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer [2009/2135(BUD)] - Begrotingscommissie. Rapporteur: Reimer Böge (A7-0044/2009)

- de mondelinge vraag (O-0120/2009) van Pervenche Berès, namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, aan de Commissie: Verplaatsing van bedrijven binnen de EU en de rol van financiële instrumenten van de EU (B7-0226/2009)

 
  
MPphoto
 

  Reimer Böge, rapporteur. (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, als rapporteur van de Begrotingscommissie presenteer ik vandaag het voorstel betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EGF) in relatie tot twee specifieke gevallen, een op basis van aanvragen uit België en een op basis van aanvragen uit Ierland. Ik wil er echter allereerst nogmaals op wijzen dat het de taak is van de Begrotingscommissie om te onderzoeken of aan de voorwaarden voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds is voldaan, en ik wil op dit punt ook benadrukken dat er in de afgelopen maanden altijd een uitstekende samenwerking is geweest, ook in vergelijkbare gevallen, tussen de Begrotingscommissie en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. We hebben ons ook tot het uiterste ingespannen om rekening te houden met de opmerkingen en kritische suggesties van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en, met dat in het achterhoofd, is het ook juist om de mondelinge vraag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken te behandelen, gezien de urgentie van vragen over dit onderwerp.

U zult weten dat het fonds voor aanpassing aan de globalisering beschikt over een maximumbedrag van 500 miljoen euro per jaar en dat het uitsluitend bedoeld is voor het geven van aanvullende ondersteuning aan door de globalisering getroffen werknemers die hun baan kwijt zijn en de gevolgen ondervinden van vergaande structurele veranderingen in wereldhandelspatronen. We hebben het in de resolutie nogmaals duidelijk gemaakt dat we onze vraagtekens blijven zetten bij het herhaaldelijk gebruik van middelen uit het Europees Sociaal Fonds voor de financiering van het EGF en ik sta erop, mijnheer de commissaris, dat u vandaag nogmaals bevestigt dat dit uiteindelijk niet ten koste gaat van betalingen uit het Europees Sociaal Fonds.

Ik wil nogmaals een beroep doen op de Commissie om vandaag haar belofte aan ons in de Begrotingscommissie te herhalen – namelijk om aanvragen voortaan niet samen in te dienen, maar in plaats daarvan afzonderlijk, omdat elke zaak een iets andere basis heeft en de mogelijkheid dat een ingewikkelde zaak de goedkeuring van een andere zaak vertraagt, moet worden voorkomen. Ik hoop dat u dit nogmaals kunt bevestigen vandaag.

Wat betreft de bijzonderheden van deze twee zaken, ook op basis van de gewijzigde voorschriften – omdat deze twee aanvragen na 1 mei 2009 zijn ingediend – hebben we het over de beschikbaarstelling van in totaal ongeveer 24 miljoen euro. Dit moet een deel van het verlies van arbeidsplaatsen dekken in de textielindustrie in België en in de computerproductie in Ierland. In België zijn in totaal 2 199 mensen ontslagen in 46 bedrijven in de textielindustrie die allemaal gevestigd waren in twee naburige NUTS 2-regio's, namelijk Oost- en West-Vlaanderen, en in één NUTS 2-regio, Limburg. De Belgische overheid heeft hiervoor 9,2 miljoen euro uit het fonds aangevraagd. Wat betreft de aanvraag van Ierland waren er terecht een paar vervolgvragen van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken waarover wordt gediscussieerd of die voor een deel al zijn opgehelderd door aanvullende informatie. De aanvraag heeft betrekking op 2 840 ontslagen bij het bedrijf DELL in de graafschappen Limerick, Clare en North Tipperary en in de stad Limerick, waarvan er 2 400 zijn aangemerkt voor bijstand. Hiervoor is een totaal van 14,8 miljoen euro voorzien. Na een intensief debat in de Begrotingscommissie hebben we in beide gevallen groen licht gegeven voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds. Ik wil u echter herinneren aan mijn eerdere opmerking waarin ik de Commissie gevraagd heb om hier nogmaals een duidelijk standpunt over in te nemen en ik juich het zeer toe dat de zeer fundamentele kwesties over de beschikbaarstelling van financiële instrumenten van de Europese begroting vandaag op de agenda zijn gezet door de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken.

Ik wil de plenaire vergadering voorts verzoeken het verslag goed te keuren.

 
  
MPphoto
 

  Pervenche Berès, auteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, tijdens de behandeling van deze twee aanvragen voor het gebruik van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering heeft de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken besloten een mondelinge vraag te stellen over verplaatsingen van bedrijven naar het buitenland, vooral van multinationals. Wat betreft het geval Ierland hebben wij ons namelijk rekenschap gegeven van de moeilijkheden of tegenstrijdigheden die het gebruik van een dergelijk fonds met zich mee kunnen brengen. Op geen enkel moment hebben de leden van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de Ierse werknemers in gijzeling willen nemen of willen dreigen hun niet te hulp te komen, nu zij zich in een kritieke situatie bevinden door de bedrijfsstrategie en bedrijfsverplaatsing van Dell.

Wij hebben in deze kwestie eenvoudigweg het volgende geconstateerd: zelfs toen voorzitter Barroso op 19 september aankondigde dat Dell – of liever de ontslagen werknemers van Dell – 19 miljoen euro aan steun zou ontvangen – het bedrag waarover wij vanavond debatteren – om de ontslagen werknemers te helpen de periode van omscholing die voor hen lag, door te komen, nam Dell op diezelfde dag Perot Systems over, waarmee de onderneming haar aandelenkoers kon verhogen. Enkele dagen later, op 23 september, keurde commissaris Kroes staatssteun van meer dan 54 miljoen euro goed voor de vestiging van een Dell-fabriek in Polen.

Hierover hebben wij vragen gesteld aan zowel commissaris Špidla als commissaris Kroes. In een lange brief antwoordden zij ons dat zij er zelf van uit waren gegaan dat Dell de Europese markt vanuit twee productielocaties zou bevoorraden. Ik constateer dat toen Dell een van deze productielocaties sloot, dat niets veranderd heeft aan onze totaalbeoordeling van de strategie van Dell.

Welke conclusie kunnen wij trekken? Dat Dell zich niet houdt aan de Europese wetten inzake de rechten van werknemers of van vakbonden, waarover wij elke dag spreken. We hebben hier dus echt een probleem: de begroting van de Europese Unie wordt gebruikt om enerzijds het investeringsrendement van de Amerikaanse aandeelhouders te vergroten en anderzijds in schril contrast daarmee binnen de Europese Unie de Ierse werknemers te confronteren met de situatie van Poolse werknemers, en dat terwijl wij de moeilijkheden met de begrotingsprocedure en met de financiering van het herstelplan onderkennen. Dat is zeker niet de filosofie die wij voor ogen hadden toen wij ons sterk maakten voor de toepassing van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Dat is vast niet uitsluitend de verantwoordelijkheid van commissaris Špidla, maar ik denk dat we door wat er nu gebeurt, wel heel precies moeten kijken naar de voorwaarden waaronder de Gemeenschapsbegroting wordt aangewend om strategieën van grote bedrijven te ondersteunen. Wij worden in deze overtuiging gesterkt door het herstelplan dat onder de verantwoordelijkheid van de huidige voorzitter van de Commissie, de heer Barroso, is uitgewerkt. Een van de belangrijkste werkgelegenheidsmaatregelen in dat plan houdt namelijk in dat we er in eerste instantie voor moeten zorgen dat werknemers hun baan behouden.

De Commissie was op de hoogte van de strategie van Dell met betrekking tot de beide locaties en toen bleek dat er wellicht een keuze tussen de locaties zou worden gemaakt, had de Commissie zich volgens mij proactiever moeten opstellen. Dan had zij met Dell kunnen onderhandelen over een transformatie van de vestiging in Ierland, aangezien de onderneming de locatie voor bureaucomputers in Ierland wilde omvormen tot een locatie voor draagbare computers, die inmiddels in Polen is ingericht. Nu de Commissie dit soort constructies van multinationals ondersteunt, vinden wij dat wij structureel meer mogelijkheden moeten krijgen om onze stem te laten horen.

Volgens mij moet deze bezinning ertoe leiden dat de volgende Commissie, en vooral de heer Mario Monti, de taak die haar is toevertrouwd, gaat uitvoeren. Zij moet veel proactievere voorstellen uitwerken over de wijze waarop wij Gemeenschapsgelden besteden in geval van bedrijfsverplaatsingen waarbij een confrontatie ontstaat tussen de werknemers van de ene lidstaat en de werknemers van een andere lidstaat. We hebben dan immers te maken met een strategie van multinationals die niet strookt met de geest van sociale wetgeving, zoals wij die graag in het kader van een sociale markteconomie belichaamd zouden willen zien.

 
  
MPphoto
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. (CS) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst zou ik de rapporteur hartelijk willen bedanken voor zijn steun voor het voorstel van de Commissie om het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering in te zetten in reactie op de ontslagen in de textielsector in België en de computerproductie in Ierland. Geachte rapporteur, u heeft een aantal opmerkingen verbonden aan uw steun voor het voorstel waarop ik nu zou willen reageren. Ik zal me daarbij beperken tot begrotingskwesties, aangezien we op een later moment nog tijd hebben voor de behandeling van de overige in uw verslag genoemde punten.

Het eerste begrotingsaspect waar u op ingaat, betreft de financieringsbronnen. U herinnert er ons aan dat het Europees Sociaal Fonds niet de enige bron van financiering zijn mag. Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering is gezien het feit dat het niet over eigen middelen beschikt vanuit begrotingsoogpunt een bijzonder instrument. De financiering van het fonds is niet gebonden aan vaste begrotingsperiodes. Het gaat er met name om te kijken welke begrotingsposten er op een bepaald moment beschikbaar zijn en in de tweede plaats gaat het erom de begrotingsautoriteit middels een herziene begroting een voorstel te doen tot vrijmaking van de benodigde bedragen. Dit proces wordt van geval tot geval vormgegeven, afhankelijk van wat er nodig is. Het klopt inderdaad dat het Europees Sociaal Fonds technisch gezien tot nog toe de belangrijkste bron van financiering was. Ik zeg met nadruk “technisch gezien”, aangezien het Europees Sociaal Fonds aan het einde van de begrotingsperiode niet met minder middelen komt te zitten. Dat is een uitermate belangrijk punt.

Het tweede door u genoemde onderwerp heeft niet zozeer met de begroting te maken, als wel met de besluitvorming. U vraagt namelijk de Commissie om voorstellen te doen voor vrijmaking van de gelden uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering middels zelfstandige documenten. De Commissie is zich zeer wel bewust van de voordelen van een dergelijke individuele benadering, bestaande uit de mogelijkheid het risico op mislukking of op gijzeling van het fonds volledig tot nul terug te brengen.

Het is desalniettemin tevens noodzakelijk te kijken naar de nieuwe subsidiabiliteitscriteria waarover we vorig jaar gedebatteerd hebben en waar u uw goedkeuring aan verbonden heeft. We verwachten als gevolg van deze nieuwe criteria de komende maanden een beduidend hoger aantal verzoeken. Het is dan ook geenszins zeker of de behandeling van de desbetreffende documenten sneller verlopen zal wanneer deze op individuele basis ingediend zouden worden. Dat neemt niet weg dat de Commissie ervan overtuigd is dat zonder te kijken naar dit risico op enige technische complicaties bij het werk, behandeling van geval tot geval uiteindelijk de beste keuze is, omdat het werk dan naar verwachting van betere kwaliteit zal zijn. De Commissie neemt dan ook kennis van uw belangstelling hiervoor en zal in de komende begrotingsperiodes haar methodes dienovereenkomstig aanpassen. In beide gevallen kan ik heel duidelijk zijn en ben ik dat dan ook.

Wat de tweede kwestie betreft, doet het de Commissie deugd dat het Parlement zich achter het besluit geschaard heeft om het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering in te zetten ter ondersteuning van ontslagen werknemers in de textielindustrie in België en in de computersector in Ierland. In verband met deze kwestie is hier een vraag gesteld voor wat betreft het mogelijke verband tussen bedrijfsverplaatsingen binnen de Europese Unie, de rol van de financiële instrumenten van de Europese Unie en het toezicht op staatssteun door de Commissie.

Allereerst wil ik erop wijzen dat de Commissie zich zeer welbewust is van het feit dat de verplaatsing van bedrijven allesbehalve gunstig is voor de desbetreffende werknemers, hun gezinnen en de regio in kwestie en dat zij daar ook allesbehalve onverschillig tegenover staat. Het is echter niet aan de Commissie om in te grijpen in het besluitvormingsproces van bedrijven, zolang er maar geen inbreuk gepleegd wordt op het communautaire recht. De Commissie wijst er tevens op dat zij over geen enkele bevoegdheid beschikt om bedrijven te doen afzien van ook maar enige beslissing of om deze te doen opschorten en dat bedrijven geen enkele algemene meldingsplicht hebben aan de Commissie voor wat betreft de billijkheid van hun beslissingen. Dienaangaande is de Commissie zich eveneens bewust van de verontrusting over het feit dat regionale staatssteun, inclusief mogelijke bijdragen uit de structuurfondsen, gebruikt zou kunnen worden als middel om investeringen te onttrekken aan andere regio's.

De Commissie wijst erop dat de regelgeving van de Gemeenschap met betrekking tot staatssteun er mede op gericht is ervoor te zorgen dat dergelijke steun ter beïnvloeding van de besluitvorming van ondernemingen over waar zij hun geld investeren alleen toegekend wordt in achtergestelde regio's en dat deze steun nooit ten koste mag gaan van andere regio's. Deze kwestie maakt tevens onderdeel uit van de verordening waarin de algemene voorwaarden voor de structuurfondsen en het Cohesiefonds zijn vastgelegd, alsook van de voorschriften met betrekking tot de regionale steun voor 2007-2013. Dit alles is heeft tot doel ervoor te zorgen dat deze investeringen een werkelijke en ook duurzame bijdrage vormen aan de regionale ontwikkeling.

Overeenkomstig artikel 57 van de algemene verordening inzake de structuurfondsen dienen de lidstaten erop toe te zien dat investeringen waarvoor subsidie werd toegekend gedurende vijf jaar na afronding van het desbetreffende project in stand blijven (drie jaar in geval van kleine en middelgrote ondernemingen). Subsidie dient verplicht te worden terugbetaald ingeval een project wijzigt door veranderingen in de eigendomsverhoudingen of door beëindiging van de productie en deze wijziging van dusdanige aard is dat het karakter van het project of de omstandigheden waaronder het wordt uitgevoerd substantieel veranderen, of ingeval deze wijziging de onderneming of de overheidsinstelling een onevenredig voordeel verschaft. Van de lidstaten wordt geëist dat zij de Commissie elk jaar informeren over dergelijke verregaande wijzigingen, en wel middels verslaglegging van de tenuitvoerlegging van de operationele programma's. Het is dan aan de Commissie om de overige lidstaten van dergelijke wijzigingen op de hoogte te stellen.

In de programmeringsperiode 2007-2013 werd tevens een speciale juridische bepaling ingevoerd om ervoor te zorgen dat ondernemingen die naar aanleiding van de verplaatsing van hun productie binnen een lidstaat of naar een andere lidstaat een terugvordering ontvangen hebben van onterecht uitbetaalde bedragen, geen verdere steun meer uit de fondsen kunnen ontvangen. Hetzelfde geldt voor punt 40 van de richtsnoeren voor regionale steun. Daarin wordt gesteld dat om in aanmerking te komen voor steun, de desbetreffende investering ten minste voor een periode van vijf jaar na beëindiging ervan voor de desbetreffende regio behouden dient te blijven. Indien de steun bovendien berekend wordt op basis van de loonkosten, dienen ook de desbetreffende arbeidsplaatsen gedurende drie jaar na beëindiging van het project ingevuld te blijven. Alle dankzij de investering gecreëerde arbeidsplaatsen dienen voor een duur van vijf jaar vanaf de datum dat deze arbeidsplaatsen voor het eerst ingevuld werden, behouden te blijven voor de desbetreffende regio. Als het om kleine en middelgrote ondernemingen gaat, mogen de lidstaten deze periode inkorten tot drie jaar.

Met deze bepalingen wordt beoogd te vermijden dat er een jacht op subsidies ontstaat en dat fabrieken uitsluitend op basis van de hoogte van de her of der binnen te halen overheidssteun verplaatst worden. Daarbij dient overigens te worden aangetekend dat er rekening wordt gehouden met het feit dat staatssteun slechts een van de vele factoren is die van invloed zijn op de besluitvorming van ondernemingen over een mogelijke verplaatsing van de productie en dat andere factoren, zoals bijvoorbeeld lonen, vaardigheden, belastingen en geografische ligging, gewoonlijk een veel grotere rol spelen.

Dames en heren, ik acht het uiteraard volledig terecht en ook geheel natuurlijk om te debatteren over kwesties met betrekking tot het gebruik van Europese gelden op strategisch niveau, laat dat vooral duidelijk zijn. Ter afsluiting zou ik nog willen opmerken dat geld dat is ingezet of zal worden ingezet in het kader van het Europese fonds voor aanpassing aan de globalisering altijd rechtstreeks ten goede komt aan de getroffen mensen, dus aan de individuele werknemers in zowel België als Ierland, of in eender welke Europese lidstaat. Het geld gaat dus niet naar de bedrijven; het wordt ingezet ten behoeve van mensen, individuen, niet van het bedrijfsleven.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Morin-Chartier, namens de PPE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik wil graag terugkomen op de gevallen die wij met het oog op het gebruik van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering moeten bespreken. Uiteraard is het onze bedoeling dat de middelen van dit fonds worden aangewend om de belangen van de werknemers te behartigen en hun inzetbaarheid te vergroten wanneer de sector waarin zij werken door ontslagen wordt getroffen.

Net als mevrouw Berès wil ik het over Dell hebben. In de fabriek in Ierland werden bureaucomputers gemaakt. Nu heeft de Commissie steun gegeven aan de vestiging van een fabriek van dezelfde onderneming in Polen waar draagbare computers worden vervaardigd. Daarmee werd op datzelfde moment de ondergang van de Ierse productie-eenheid ingeluid. Dat is immers de werking van de markt en de vraag naar draagbare computers is nu eenmaal groter.

Toen bleek dat er een keuze tussen beide productielocaties zou worden gemaakt, wisten wij in wat voor moeilijke situatie we met betrekking tot de Ierse werknemers terecht zouden komen. Daarom heeft onze werkgroep die zich bezighoudt met het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, ieder geval afzonderlijk bestudeerd en de Commissie verzocht zorgvuldig te kijken naar alle steun voor elk van de productie-eenheden, hetzij in Europees verband hetzij op regionaal niveau. Het Europese steunbeleid dat wij ontwikkelen, mag niet op onevenwichtige wijze worden toegepast en zich als een boemerang tegen de werknemers keren.

Wij zouden dus graag zien dat de Commissie reeds in een vroeg stadium grotere waakzaamheid betracht om te voorkomen dat werknemers in de problemen raken.

 
  
MPphoto
 

  Alan Kelly, namens de S&D-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, op 8 januari 2009 heeft het midden-westen van Ierland, in het bijzonder Limerick, Tipperary en North Kerry, een ongekend economisch trauma meegemaakt. De aankondiging dat Dell meer dan 2 000 banen zou schrappen in de regio, samen met duizenden afgeleide banen, betekende een verlies van historische proporties.

De EU heeft via het fonds voor aanpassing aan de globalisering steun toegekend waarmee de economisch kwetsbaren in de regio direct zullen worden geholpen. Wanneer we morgen stemmen zal de 14,8 miljoen euro geen aalmoes maar een echte steun zijn voor meer dan 2 400 mensen om hen te helpen hun leven weer op de rails te krijgen. Dit is zeer welkom.

Het geld wordt gebruikt om werknemers te herscholen, om hulp te bieden bij het opstarten van ondernemingen en om mensen arbeidsbemiddeling te bieden, hetgeen zeer nodig zal zijn. Alleen het feit al dat hier vanavond vertegenwoordigers van de werknemerscommissie van Dell aanwezig zijn en dit debat volgen, laat zien hoe diep dit fonds de werknemers van Dell heeft geraakt en hoezeer zij dit verwelkomen.

Ik moet echter benadrukken dat we pas halverwege zijn. We hebben nu achttien maanden waarin we het kunnen uitgeven, en ik roep vanavond onze lokale minister in Ierland op, de minister van Ondernemingszaken Coughlan, om persoonlijk te interveniëren en er op toe te zien dat er een plan van aanpak is om het geld uit te geven. Het is een eenmalig fonds voor gewone werknemers, en zij krijgen deze kans nooit meer. Minister Coughlan, zorg alstublieft voor een goede organisatie en buig deze unieke kans om in het voordeel van het midden-westen van Ierland.

Ik wil de leden, en met name mijn eigen collega's, bedanken voor hun steun voor de Dell-aanvraag en ik wil hun tevens vragen om de verdere aanvragen, afkomstig van Waterford Crystal en SR Technics, waarbij sprake is van soortgelijke omstandigheden, te steunen.

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, mijn eerste opmerking is dat het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering een echte uiting van solidariteit is tussen EU-burgers en lidstaten. Ten tweede ben ik als Iers parlementslid zeker zeer verheugd dat de werkloos geworden werknemers van Dell nu in ieder geval de kans hebben om vooruit te kijken en plannen voor de toekomst te maken. Maar, zoals Alan Kelly heeft gezegd, het is erg belangrijk om ervoor te zorgen dat programma's of opleidingen die nu in gang worden gezet, op maat gemaakt zijn om tegemoet te komen aan de behoeften van werknemers en dat de mogelijkheid om weer de arbeidsmarkt op te gaan of om een eigen bedrijf te starten, het duidelijke doel is van elke bijstand.

Tot slot wil ik de rol van het Parlement erkennen bij de goedkeuring voor de steun aan de Dell-werknemers. Ondanks enkele zeer ernstige kwesties die hier vanavond zijn besproken, hebben we de werknemers niet in gijzeling gehouden en hebben we de aanvraag voor 14,8 miljoen euro goedgekeurd. De Commissie moet echter waarborgen dat er samenhang in het industrieel beleid van de EU is en dat de EU-begroting niet wordt gebruikt om de waarde van sommige bedrijven te vergroten voor de aandeelhouders, terwijl de werknemers in de EU daar een prijs voor betalen.

 
  
MPphoto
 

  Marije Cornelissen, namens de Verts/ALE-Fractie. – De aanvraag van Ierland voor Europees geld voor de werkelozen die het bedrijf Dell achterlaat bij de sluiting van de Ierse vestiging heeft een aantal vragen aan het licht gebracht die moeten worden beantwoord.

Dat een bedrijf zoals Dell een vestiging in het ene land sluit en in het andere land opent is in principe het gevolg van een normale marktwerking. Maar de verschillende vormen van overheidssteun die erbij komen kijken veranderen deze zaak. Dell heeft zich een aantal jaren geleden met overheidssteun gevestigd in Ierland. Nu sluit Dell haar Ierse deuren en opent een vestiging in Polen, wéér met staatssteun. Ondertussen wordt voor de Ierse werkelozen die Dell achterlaat niet een sociaal plan vanuit het bedrijf betaald, maar een beroep gedaan op het Europese globaliseringsfonds. Dat legt in mijn ogen een serieus gebrek aan coherentie in het industrieel beleid en het werkgelegenheidsbeleid bloot. Want hoeveel werkgelegenheid is er nu uiteindelijk gecreëerd met al het overheidsgeld dat én Ierland, én Polen én de Europese Unie in Dell hebben gepompt?

De vraag is daarom, hoe gaan de Commissie en de lidstaten samen ervoor zorgen dat hun beleid wél overeenstemt? En hoe kunnen wij ervoor zorgen dat het globaliseringsfonds een ondersteuning is van de inspanningen die een bedrijf doet voor de medewerkers en niet grotendeels daarvoor in de plaats komt?

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo, namens de GUE/NGL-Fractie.(PT) Mijnheer de Voorzitter, wij hebben altijd aangedrongen op een herziening van het EU-beleid inzake de verplaatsing van bedrijven en wij zijn altijd van oordeel geweest dat het fonds voor aanpassing aan de globalisering slechts een lapmiddel is voor werknemers die het slachtoffer zijn van strategieën van multinationals of de afwezigheid van een adequaat industriebeleid waarin de nadruk wordt gelegd op de productie en degelijke banen met rechten. Daarom pleiten wij voor nieuwe beleidsmaatregelen ter bevordering van de sociale ontwikkeling en vooruitgang.

Anderzijds zijn wij van oordeel dat de Ierse werknemers niet dubbel benadeeld mogen worden door de strategie van Dell, die gebaseerd is op winstbejag en sociale dumping. De multinational heeft in Ierland zijn deuren gesloten en heeft steun ontvangen om zich in Polen te vestigen.

Daarom steunen wij dit verslag.

Desalniettemin verzoeken wij de Europese Commissie met toekomstgerichte oplossingen te komen. Wij dringen aan op een drastische wijziging van het beleid, efficiënt toezicht op het toekennen van steun aan multinationals, een echt industriebeleid en een resolute investering in het scheppen van banen met rechten.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE). (GA) Mijnheer de Voorzitter, ten eerste wil ik de Commissie graag oprecht bedanken dat zij dit royale fonds voor het werkeloze personeel van Dell beschikbaar heeft gesteld. Ik wil vooral Gerry en Denis verwelkomen, die hier vanavond bij ons zijn.

(EN) De Europese Unie en in het bijzonder de Commissie komt zonder twijfel zeer veel lof toe voor het helpen van de werknemers bij Dell, en ik wil hier mijn respect voor uitspreken. Dit geldt eveneens voor voormalige collega's, van wie er twee hier vanavond zijn, Marian Harkin en Brian Crowley, en ook voor mijn onmiddellijke voorganger, Colm Burke, voor het in gang zetten van dit fonds afgelopen mei.

De Commissie heeft twee grote wijzigingen aangebracht die erg belangrijk waren voor ons: verlaging van de 50/50-financiering van 35 voor de nationale regering en 65 voor de Commissie en het verlagen van het aantal van 1 000 naar 500, waardoor de financiering te zijner tijd hopelijk ook beschikbaar is voor de mensen bij Waterford Crystal en SR Technics.

Ik wil hier twee waarschuwingen aan toevoegen. De eerste is dat de tweejarige verlenging van de periode moet worden uitgebreid naar drie, omdat veel mensen derdegraads cursussen zullen volgen, die gewoonlijk drie jaar duren, en de tweede is dat de begindatum niet de aanvraagdatum moet zijn maar de datum van de aftekening hier in het Parlement en de Raad.

Dit gezegd hebbende wil ik nog twee punten naar voren brengen. Mensen zijn zeer dankbaar voor wat er is gebeurd. U hebt hoop gegeven in tijden van wanhoop. U hebt solidariteit getoond in plaats van isolatie, en dit fonds zal goed gebruikt worden. Ik ben er zeker van dat het wel eens het beste fonds en de beste financiering zou kunnen zijn die de Europese Commissie ooit heeft gegeven. Ik wil u zeer hartelijk danken.

 
  
MPphoto
 

  Frédéric Daerden (S&D).(FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, diverse punten zijn aan de orde gesteld, maar het gebruik van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) roept twee gevoelens bij mij op.

Ten eerste ben ik blij dat dit fonds bestaat. De Europese werknemers moeten weten dat Europa aan hun kant staat in de moeilijke momenten die wij momenteel doormaken. Ten tweede doet het mij deugd dat België geprezen wordt om de kwaliteit van de samenwerking tussen de sociale partners bij de samenstelling van het dossier.

Helaas stemt de werking van het EFG mij eveneens treurig. Allereerst verraadt het succes ervan dat Europa in een moeilijke economische situatie verkeert, met alle maatschappelijke gevolgen van dien, ons allen welbekend.

Ten tweede zijn er in het geval van Dell vraagtekens gesteld bij de samenhang tussen het fonds en andere steuninstrumenten. Wat dit betreft schaar ik mij volledig achter het betoog dat mijn collega Pervenche Berès zojuist heeft gehouden.

Ten slotte moeten de betalingskredieten die nodig zijn om de toewijzingen uit het fonds te realiseren, uit andere begrotingsposten worden overgeheveld. Bij mijn weten dienen deze kredieten stelselmatig aan het Europees Sociaal Fonds te worden onttrokken. Dat is mogelijk geworden door de snelheid waarmee gelden in de structuurfondsen worden gestort, al zou het tempo nog hoger mogen liggen. De structuurfondsen behoren echter gebruikt te worden voor de doeleinden waarvoor zij in het leven zijn geroepen.

Ter afsluiting stel ik voor dat we ons gaan bezinnen op de financiering van het EFG en ik merk dat er bij de Commissie een opening is, misschien niet zozeer om dit fonds qua begrotingsgrondslag meteen op gelijke voet met de andere fondsen te plaatsen, maar in ieder geval wel om ervoor te zorgen dat het fonds niet langer uitsluitend uit de sociale structuurfondsen wordt gefinancierd.

 
  
MPphoto
 

  Ivo Belet (PPE). – Graag een korte structurele kanttekening bij de structurele werking van het fonds. Wij zijn uiteraard bijzonder gelukkig met de projecten die hier vandaag op tafel liggen en die morgen worden goedgekeurd. Maar alles kan beter natuurlijk, vandaar een korte opmerking.

Het fonds, beste collega's, schiet soms aan zijn doel voorbij, gewoonweg omdat de procedure te stroef is, mijnheer de commissaris. Het kerndoel van het fonds is toch dat werknemers die getroffen worden en hun job verliezen, snel worden begeleid en aan een nieuwe baan worden geholpen. Dat lukt vandaag de dag niet altijd, omdat wij onvoldoende kort op de bal kunnen spelen, en dat is heel vervelend, zeker voor oudere werknemers. Outplacement en opvang vereisen toch een snelle en kordate aanpak, en daar ontbreekt het nu totaal aan.

Bovendien lijdt het Globalisatiefonds aan een gebrek aan flexibiliteit, en als je als werknemer je baan verliest en je komt ongelukkig genoeg uit een onderneming die niet op de lijst staat, kom je gewoonweg niet in aanmerking voor begeleiding. Wij worden dagelijks geconfronteerd met dergelijke verhalen van getroffen werknemers die niet in aanmerking komen, en wij kunnen moeilijk uitleggen – het is te ingewikkeld om uit te leggen – waarom dat niet lukt.

Ik denk dat wij daarvoor zo snel mogelijk een concrete oplossing moeten vinden, commissaris, en dat wij nood hebben aan een veel snellere aanpak en zo mogelijk ook een formule waarmee wij zogenaamd “enveloppe-gericht” kunnen werken. Ik denk dat wij daar de komende weken en maanden werk van moeten maken.

 
  
MPphoto
 

  Markus Pieper (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, het fonds voor aanpassing aan de globalisering helpt mensen om zich verder te scholen en te kwalificeren. Dat is de sociale kant van Europa, en het is een goede kant. De Commissie heeft echter ook de subsidies aan Dell in Polen onderzocht op hun subsidiabiliteit. Zij heeft 54 miljoen euro staatssteun van Polen voor Dell goedgekeurd, omdat deze steun naar verluidt goed was voor de regionale economische ontwikkeling.

Als eerste rijst dan de vraag of we in Europa echt concurrentie moeten hebben tussen onszelf als het gaat om belastinggeld. Het antwoord is 'nee'! We moeten de subsidieregelingen veranderen, zodat er geen subsidies meer worden betaald bij bedrijfsverplaatsingen, ook niet door de lidstaten.

Ik heb nog een andere vraag, direct aan de Commissie: zit er bij de 54 miljoen euro van Polen voor Dell ook geld uit de Europese structuurfondsen? Waarom, mijnheer de commissaris, heeft de Commissie hierover geen duidelijk standpunt ingenomen? Ik verzoek de Commissie om haar onderzoeksplicht volgens de verordeningen van de structuurfondsen echt serieus te nemen. Er mag geen Europees geld gaan naar bedrijfsverplaatsingen binnen de Europese Unie. Wat u ons vandaag gegeven hebt, mijnheer de commissaris, was een ontwijkend antwoord. U verschuilt zich achter de verslagen van de Poolse regering. U hebt echter niet direct gecontroleerd of de Europese verordening inzake de structuurfondsen ook echt is nageleefd.

Laten we eindelijk transparantie creëren en elke afzonderlijke subsidie uit de structuurfondsen publiceren, zoals bij het landbouwbeleid al het geval is. Dat is de enige manier waarop we echt vertrouwen kunnen wekken in het Europees structuurfondsenbeleid.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Őry (PPE). (HU) Ik herinner me nog goed dat we, toen we dit fonds voor aanpassing aan de globalisering (EGF) in het leven riepen, al hevige discussies voerden over het feit dat het niet goed zou zijn als met de subsidies uit het EGF in plaats van de schade te verzachten de ontslagen werknemers zouden worden geholpen terug te keren op de arbeidsmarkt, waardoor bedrijven als het ware zouden worden gestimuleerd om zonder problemen gebruik te maken van dit instrument voor verplaatsing, aangezien het fonds de kosten van de gedupeerden toch wel vergoedt.

Het geval Dell is symptomatisch omdat we merken dat verzachting van de schade en solidariteit niet in dit verhaal voorkomen, maar dat er in plaats daarvan bijna een stimulerende werking van dit fonds uitgaat, aangezien Dell zowel steun krijgt bij de ontslagprocedure als bij de verplaatsing. Het gaat er hier dus gewoon om dat de Europese gelden niet adequaat zijn gecoördineerd. Het EGF sluit aan bij het mededingingsbeleid en de structuurfondsen. Het is zinloos, volstrekt nutteloos en in strijd met de doelstellingen van het fonds als we deze gelden voor een tegengesteld doel en op ongecoördineerde wijze gebruiken. Ik zou de Commissie er dus op willen wijzen dat er moet worden gezorgd voor een gecoördineerde besteding van de Europese publieke middelen om zulke verwarring in de toekomst te voorkomen.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D).(RO) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, de economische en financiële crisis heeft de ijzer- en staalindustrie en de scheepsbouw getroffen en zal dit blijven doen. Galaţi, de stad waar ik vandaan kom, is getroffen door het verlies van duizenden banen in de metaalindustrie en op de scheepswerven.

Gebruik van het Europees fonds voor de aanpassing aan de globalisering is een oplossing voor de korte en middellange termijn, ter ondersteuning van werknemers in een moeilijke situatie na het verlies van hun baan. Ik wil benadrukken dat het noodzakelijk is om te investeren in de modernisering van bedrijven in de zware industrie, zodat zij hun vervuiling in de toekomst kunnen terugdringen. Zo kunnen banen behouden blijven en werknemers op de lange termijn worden beschermd.

 
  
MPphoto
 

  Brian Crowley (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, net zoals mijn collega's wil ik de commissaris en de rapporteur bedanken voor hun inzet voor deze zaak. De commissaris zal zich vast nog wel kunnen herinneren dat ik en een van mijn voormalige collega's, Colm Burke, in januari een ontmoeting met hem hadden om te proberen het fonds voor aanpassing aan de globalisering voor de werknemers van Dell van de grond te krijgen.

Ik denk dat het duidelijk aangeeft hoeveel wij, op het niveau van de Europese Unie, hebben ingebracht met betrekking tot het vooropstellen van mensen, ervoor zorgen dat mensen tot de kern van het beleid worden gemaakt, proberen te waarborgen dat hun levens worden beschermd en dat de Europese Unie bij problemen of moeilijkheden snel kan reageren.

Wat mijzelf betreft wil ik de commissaris persoonlijk bedanken voor zijn actieve betrokkenheid hierbij, niet alleen hier in het Parlement of met mij persoonlijk, maar ook omdat hij naar Limerick is gegaan en met de werknemers heeft gesproken.

En ik wil tot mijn collega's zeggen, die af en toe een afleidingsmanoeuvre hebben geprobeerd met betrekking tot andere kwesties, dat het fonds voor aanpassing aan de globalisering, met al zijn gebreken, een positieve zaak van de Europese Unie is, en één die we moeten stimuleren om te groeien en te bloeien, en, het allerbelangrijkst, om terug te gaan naar het oude gezegde: geef een man een vis en je voedt hem voor een dag, leer een man hoe te vissen en hij kan zichzelf een leven lang voeden. Dat is wat we dankzij het fonds voor aanpassing aan de globalisering kunnen doen.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Schroedter (Verts/ALE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag terugkomen op de tweede verklaring van commissaris Špidla. Hij zei dat we besluiten van ondernemingen niet kunnen beïnvloeden. Dat is gewoon niet waar. Natuurlijk beïnvloeden we besluiten van ondernemingen door subsidies te betalen, betalingen uit de Europese structuurfondsen te doen en steun te verlenen.

Daarom heeft het Parlement bij de onderhandelingen over de verordening juist over deze kwestie van bedrijfsverplaatsingen gediscussieerd. Uiteindelijk is het Parlement echter door de knieën gegaan, waarbij helaas ook de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) vóór stemde, mijnheer Pieper, en heeft het een duur van slechts vijf jaar vastgelegd in de verordening inzake de structuurfondsen, wat natuurlijk helemaal niet genoeg is als we kijken naar de omvang van de subsidies. De Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie was de enige fractie die toen heeft gezegd dat we minstens tien jaar nodig hebben voor het deel van de verordening dat de commissaris heeft geciteerd, waarin het gaat om terugbetaling door bedrijven die weggaan. Het enige dat ik kan zeggen, is dat de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie gelijk had.

 
  
MPphoto
 

  Joanna Katarzyna Skrzydlewska (PPE). (PL) Mijnheer de Voorzitter, door het beschikbaar stellen van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering biedt de Unie opnieuw met vereende krachten het hoofd aan de economische moeilijkheden die deze keer het gevolg zijn van structurele veranderingen in de wereldhandel. Net als bij de financiële crisis kan alleen een geïntegreerde aanpak doeltreffend zijn bij het bestrijden van de gevolgen van de globalisering.

Dankzij de financiële middelen die zijn vrijgemaakt voor mensen die hun baan hebben verloren, hebben zowel werknemers uit de Belgische textielsector als personeelsleden van de Dell-fabriek in Ierland rechtstreeks de gelegenheid gekregen om zich om te scholen en ander werk te vinden. Het fonds heeft tevens tot doel ondernemerschap en zelfstandige activiteiten te bevorderen. Deze steun voor specifieke sectoren in verschillende landen is een passende uitdrukking van de maatschappelijke solidariteit in de Europese Unie.

Het is een feit dat Dell, dat het vertrek van zijn productie uit Ierland heeft gerechtvaardigd met de noodzaak om op zoek te gaan naar een land met lagere productiekosten, binnen de grenzen van de Europese Unie nog een dergelijk land heeft gevonden. Dell heeft voor een locatie in de Poolse stad Łódź gekozen. De regio rond Łódź verkeert in een moeilijke situatie op het gebied van werkgelegenheid. Met de komst van de Dell-fabriek zijn er ongeveer tweeduizend nieuwe banen gecreëerd. Deze investering zal niet alleen tot een merkbare verbetering van de situatie in en rond Łódź leiden, maar zal ook het groeitempo in de hele provincie verhogen.

 
  
MPphoto
 

  Pervenche Berès, auteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mijn geachte collega, de heer Crowley, graag geruststellen. Geen enkel lid van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken heeft de doeltreffendheid of het nut van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering in twijfel getrokken. Wij denken alleen maar dat verdere verbeteringen mogelijk zijn.

Ik wil ook graag reageren op een uitspraak van de commissaris, die zojuist zei dat we moeten voorkomen dat iedereen naar believen gelden uit de fondsen probeert los te krijgen. Maar dat is nu juist het probleem waarmee we op dit moment worden geconfronteerd.

Wat gaat u tegen de volgende commissaris zeggen die met het fonds voor aanpassing aan de globalisering zal worden belast? Ik neem tenminste aan dat u voorbereidingen zult treffen om dit dossier aan hem of haar over te dragen. Het geval Dell laat ons immers duidelijk zien dat de geldende procedure dreigt te worden omzeild en dat er misbruik dreigt te worden gemaakt van de Gemeenschapsfondsen en van de goedkeuringen die in het kader van het mededingingsbeleid zijn verleend.

 
  
MPphoto
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. (CS) Dames en heren, het debat kan mijns inziens worden samengevat als zijnde twee parallelle lijnen. In de eerste wordt geconstateerd dat het fonds voor aanpassing aan de globalisering wel degelijk effect heeft, maar dat er redenen bestaan voor optimalisering van het gebruik ervan. Zo werd er onder meer over tijd gesproken. Ik denk dat deze tijdskwestie reeds min of meer is opgelost dankzij het feit dat het een lidstaat te allen tijde vrij staat in te grijpen en daarna de kosten terug te vorderen. Desalniettemin ben ik van mening dat dit wel degelijk een onderwerp is dat nadere discussie behoeft en dat de oplossing gezocht moet worden in de aangegeven richting.

Zo werd er ook gesproken over een eventuele aparte begrotingslijn. Het klopt dat deze op het moment van ontstaan van het fonds niet gerealiseerd kon worden, maar dat vormt geen enkele belemmering voor de goede werking van het fonds. Ik denk dan ook dat het nodig is alle vragen die maar gesteld kunnen worden inderdaad gesteld moeten worden om vervolgens, indien die zich aandoet, een betere oplossing te kiezen dan de oplossing die we eerder gevonden hadden. Dat doet echter niets af aan het feit waar alles om draait, namelijk dat dit fonds zich in tijden van crisis bewezen heeft en dus daadwerkelijk een helpende hand biedt.

Het tweede vraagstuk in het debat betreft echter een beduidend ingewikkeldere kwestie. Ik heb het hier over bedrijfsverplaatsingen en mogelijke subsidieconcurrentie en allerlei daarmee samenhangende en buitengewoon ingewikkelde vraagstukken. Het is inderdaad zeer terecht dat hier de nodige aandacht aan wordt besteed. Ook is het belangrijk dat dit gedaan wordt op basis van een gedegen inzicht in de achterliggende feiten. Ik zou dan ook graag een aantal feiten willen inbrengen in dit debat in verband met de kwestie Dell, feiten die een zeker verband vertonen met onze beraadslagingen over de problematiek als geheel.

Het eerste feit is dat, in tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt, de loonkosten per productie-eenheid in Polen volgens gegevens van de OESO beduidend hoger liggen dan in Ierland. Met andere woorden: de loonkosten in Polen zijn niet lager maar juist hoger dan in Ierland. Dat is een zeer belangrijk punt. Met het kriskras trekken van allerlei conclusies op basis van simplistische vergelijkingen tussen complexe situaties komen we echt niet ver. Voordat we over dit soort zaken in discussie treden, is het dus absoluut noodzakelijk dat we er ons eerst gedegen in verdiepen en zo ons blikveld verruimen.

Het volgende punt betreft de kwestie Dell an sich. Dell is inderdaad in 1991, achttien jaar geleden dus, begonnen met de productie in Limerick. Verder heeft Dell hiervoor inderdaad geen enkele steun ontvangen uit de Europese fondsen. Er bestaat inderdaad geen enkele informatie hieromtrent, hoewel ik niet kan uitsluiten dat het bedrijf steun ontvangen heeft uit de regionale fondsen omdat er toentertijd, in 1990 dus, geen methodes en ook geen verplichtingen bestonden die ons nu in staat zouden stellen dergelijk informatie boven water te krijgen. Een volgend feit is dat Dell het besluit om de productie naar Łódź te verplaatsen in 2007 genomen heeft. Het is tevens een feit dat de staatssteun afkomstig is uit de Poolse staatskas en dat deze steun aangekondigd werd in december 2007. Het betreft dus allesbehalve middelen uit de Europese structuurfondsen. In dit geval – en dat is niet in alle gevallen zo, maar alleen wanneer het om bedragen boven de 50 miljoen euro gaat, en daar hebben we het hier over – wordt er een zeer gedetailleerde analyse uitgevoerd, onder meer van kwesties met betrekking tot de arbeidsmarkt. De Commissie is aldus tot de conclusie gekomen dat deze twee ver in de tijd van elkaar af liggende handelingen niet op gelijke wijze met elkaar in verband staan. Dat is echter op zich zonder verdere betekenis en doet niets af aan het feit dat het gebruik van Europese middelen telkens weer onderwerp dient te zijn van gedegen discussies, te voeren op basis van telkens weer nieuw opgedane feitenkennis. Het doet ook niets af aan het feit dat er altijd gestreefd moet worden naar een grotere onderlinge samenhang. De kwestie Dell vormt wat mij betreft een goed uitgangspunt hiertoe en verdere discussies mogen we dan ook zeker niet uit de weg gaan.

Dames en heren, hartelijk dank voor dit debat en voor de door u geboden gelegenheid om hier samen na te denken over verschillende aspecten van de inzet van het Europees fonds voor aanpassing van de globalisering. Ik zou graag tot slot nog willen opmerken dat er bij een groot deel van ons beleid het risico bestaat op een onsamenhangende of niet geheel optimale toepassing ervan en dat dit inherente risico gedurende de ontwikkeling van het beleid altijd aanwezig zal zijn. Dit is iets wat we terdege dienen te beseffen omdat alleen zo de durf opgebracht kan worden om met een frisse en kritische blik naar een aantal vanzelfsprekende principes te kijken. Dat is nodig om tot intellectuele en technische oplossingen alsook politieke overeenstemming te kunnen komen voor het omgooien van deze oude, vertrouwde en mogelijk veelal verouderde methodes.

 
  
MPphoto
 

  Reimer Böge, rapporteur. (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag nog een keer zeggen dat we ons de afgelopen maanden tot het uiterste hebben ingespannen, in de samenwerking tussen de Begrotingscommissie en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, om de procedures zo snel mogelijk in gang te zetten op basis van een standpunt van laatstgenoemde commissie – die zelfs een speciale werkgroep hiervoor heeft ingesteld – om de middelen zo snel mogelijk beschikbaar te stellen, na zorgvuldig onderzoek in het belang van de getroffen werknemers en hun directe familieleden.

Ik wil ten tweede zeggen dat in het kader van het onderzoeken van het meerjarige financiële kader en de nieuwe instrumenten, en in het kader van de toetsing en de herziening van de begroting, we ook de werking en de toegevoegde waarde moeten onderzoeken van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, net als van alle andere instrumenten, en dan met name met het oog op het effect op het beheer en op de interactie van de instellingen op nationaal en Europees niveau. We moeten erover nadenken hoe deze interactie met het Europees Sociaal Fonds (ESF) zo mogelijk nog efficiënter kan worden vormgegeven. We moeten daarom openstaan voor alle mogelijke discussies die tot een verbetering zouden kunnen leiden.

Wat betreft de bronnen van de financiering, mijnheer de commissaris, hebt u natuurlijk helemaal gelijk, puur technisch gezien, in wat u zegt over de betalingskredieten uit het ESF. Uiteindelijk wil ik echter wel dat het totaalplaatje van vastleggingen en betalingen volgens het meerjarige financiële kader, zowel voor de structuurfondsen als voor het ESF, zal zijn zoals we het in de totaalcijfers zijn overeengekomen. Het mag niet zo zijn dat, door ontoereikende implementatie, problemen bij de controle- en beheersystemen en te late implementatie van deze fondsen, geld eventueel onbenut blijft en dat wij dan elk jaar een stukje van dat geld nemen om aanvullende programma's als deze te financieren. Dat is niet in het belang van de grondlegger.

We zullen voorlopig voor kennisgeving aannemen wat u hebt gezegd over staatssteunregelingen. We hebben natuurlijk vergelijkbare vragen gesteld met betrekking tot Nokia in Bochum en de verplaatsing naar Roemenië. Ondanks dat moet ik zeggen dat het noodzakelijk is om hier heel goed te kijken naar de interactie tussen de Commissie en de rapportageverplichtingen van de lidstaten. Soms heb ik de indruk dat een en ander bij deze kwesties op een vergelijkbare manier verloopt als bij de controle op de visquota: elke kant schuift een stukje op naar de andere zonder dat er uiteindelijk een efficiënt systeem ontstaat. We zullen dan ook aan de bal blijven en deze kwesties ook in vergelijkbare situaties heel intensief controleren en erop staan dat de Commissie handelt in overeenstemming met de verordeningen en regels die we in 2007 hebben besloten.

Tot slot mijn verzoek aan u allen: stem morgen voor deze beschikbaarstelling van middelen uit het fonds voor aanpassing aan de globalisering.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten. De stemming vindt woensdag 25 november 2009 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Iosif Matula (PPE), schriftelijk. – (RO) Mijnheer de Voorzitter, ik steun het rapport dat mijn collega, de heer Böge, heeft ingediend. Ik ben namelijk van mening dat vele Europese werknemers die hun baan hebben verloren steun nodig hebben, onder andere van de EU-fondsen. In 2009 is meer dan 37 miljoen euro uitgekeerd aan 10 275 werknemers, hetgeen ver verwijderd blijft van het plafond van 500 miljoen dat jaarlijks voor dit Europese fonds wordt voorzien. Ik moet benadrukken dat deze gelden bedoeld zijn voor overtallige werknemers en niet voor bedrijven. De EU moet geen financiële steun verlenen aan bedrijven die verhuizen en werknemers ontslaan, vooral niet als ze het bedrijf buiten de EU verplaatsen of op hetzelfde moment hulp ontvangen van een andere lidstaat.

Het is cruciaal dat wij de manier waarop bedrijven verhuizen zeer nauwkeurig in de gaten houden. De last van de sociale kosten waarmee een sluiting of verhuizing van een fabriek gepaard gaat moet niet worden gedragen door Europese belastingbetalers. Laten wij niet vergeten dat het fonds is gecreëerd om aanvullende steun te verlenen aan werknemers die ontslagen zijn als gevolg van grote structurele veranderingen in de mondiale zakelijke sector. Na 1 mei 2009 is het ook van toepassing voor hen die zijn ontslagen als gevolg van de mondiale financiële en economische crisis. Ik ben van mening dat toegang tot Europese fondsen nieuwe lidstaten aanzienlijke steun kan geven, waardoor ze de moeilijkheden die voortvloeien uit de economische crisis te boven kunnen komen en zich aan kunnen passen aan de competitieve structuur van de Europese interne markt.

 
Laatst bijgewerkt op: 16 april 2010Juridische mededeling