Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2675(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0185/2009

Ingediende teksten :

B7-0185/2009

Debatten :

PV 25/11/2009 - 12
CRE 25/11/2009 - 12

Stemmingen :

PV 26/11/2009 - 6.4
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0097

Debatten
Waarschuwing
Woensdag 25 november 2009 - Straatsburg Uitgave PB

12. Uitbreidingsstrategie 2009 betreffende de Westelijke Balkanlanden, IJsland en Turkije (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de uitbreidingsstrategie 2009 betreffende de Westelijke Balkanlanden, IJsland en Turkije.

 
  
MPphoto
 

  Carl Bildt, fungerend voorzitter van de Raad. (EN) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, dit is een echt belangrijk debat over een echt belangrijk onderwerp. Toch zou ik, als ik dat wilde, mijn interventie vandaag kunnen beperken tot de simpele verklaring dat het voorzitterschap zich volledig kan vinden in de ontwerpresolutie die de heer Albertini namens de Commissie buitenlandse zaken heeft ingediend. Het is van belang dat het Parlement en de Raad, en ook de Commissie, samen optrekken als het gaat om een kwestie die zo cruciaal is als deze.

Achteraf gezien was misschien wel het meest cruciale artikel in het Verdrag dat meer dan een halve eeuw geleden werd ondertekend op het Capitool in Rome, de bepaling die nu in artikel 49 van het Verdrag van Lissabon staat: elke Europese staat die onze waarden eerbiedigt en zich ertoe verbindt deze uit te dragen, kan verzoeken lid te worden van de Unie.

Op deze manier zijn negentien van de landen van onze hedendaagse Unie lid geworden en deel gaan uitmaken van de historische onderneming die onze Unie is. Dankzij dit artikel zijn we in staat geweest vrede en welvaart te stimuleren, en een rechtsstaat en representatieve regering te bevorderen in een steeds groter gedeelte van dit ooit door conflicten verscheurde werelddeel.

Soms moet je naar andere delen van de wereld gaan – zoals ik in mijn functie heel vaak moet doen – om te beseffen hoe enorm deze prestatie werkelijk is.

Gedurende meer dan een halve eeuw heeft ons Europa oorlogen en totalitaire ideologieën geëxporteerd naar de rest van de wereld: twee wereldoorlogen, twee totalitaire ideologieën, veel strijd en menselijk lijden.

Nu exporteren we in plaats daarvan het idee van vreedzame verzoening, van integratie over oude grenzen heen, van gemeenschappelijke wet- en regelgeving als gezamenlijke weg naar beter bestuur. Samen met alles wat is bereikt dankzij artikel 49 heeft dit onze Unie nog meer aanzien in de wereld gegeven.

Een Europa van 6, van 9, van 12, van 15 of zelfs van 25 zou in elk opzicht kleiner zijn geweest: in ambitie, in aanzien, in mogelijkheden, in respect over de hele wereld.

Uw resolutie heeft het zeker bij het rechte eind als daarin wordt gezegd dat de uitbreiding, ik citeer, “een van de meest succesvolle beleidsdomeinen van de EU gebleken is”. Dit is op zijn zachtst gezegd een understatement.

We weten allemaal dat het proces niet altijd makkelijk is geweest. Ik herinner mij nog dat ik, in een andere hoedanigheid, een vorig Europees Parlement heb bezocht. Ik vertegenwoordigde toen een land dat om toetreding had verzocht en ben toen ook mensen tegengekomen die vreesden dat uitbreiding van het lidmaatschap tot meer dan de toenmalige twaalf staten het risico inhield dat de politieke ambities van de Unie zouden verwateren.

De nieuwe lidstaten hadden toen problemen met de uitvoering van ons immer groeiende beleid en acquis, maar wij hadden problemen met de aanpassing aan ons eigen succes in de vorm van nieuwe lidstaten. Toch zien we achteraf duidelijk dat perioden van uitbreiding ook perioden zijn geweest van verdieping van onze samenwerking.

De afgelopen twee decennia hebben we het aantal lidstaten meer dan verdubbeld en in hoog tempo de Verdragen van Maastricht, Amsterdam, Nice en Lissabon tot stand gebracht. In de drie decennia daarvoor was het niet eens gelukt om het Verdrag van Rome volledig ten uitvoer te leggen.

Ik zou willen aanvoeren dat artikel 49 net zo belangrijk voor onze toekomst is als het voor ons verleden is geweest. Onze aantrekkingskracht doet zich nog altijd gevoelen. In de loop van vorig jaar hebben we nieuwe aanvragen voor lidmaatschap ontvangen van Montenegro, Albanië en IJsland, en er zijn nog meer landen die, zoals we weten, eveneens heel graag zover zouden willen zijn dat ze een aanvraag kunnen indienen.

Na de laatste uitbreiding, waarbij ongeveer 100 miljoen nieuwe burgers tot onze Unie werden toegelaten, hebben wij onze aandacht gericht op de landen van Zuidoost-Europa – waar het misschien ook wel om 100 miljoen burgers gaat.

Deze volgende uitbreiding zal snel noch gemakkelijk verlopen. De diverse uitdagingen waarmee we op de Westelijke Balkan worden geconfronteerd, zijn bekend, en ook de omvang van de transformatie in Turkije ontgaat ons niet.

We weten allemaal dat er in onze respectieve publieke opinies stemmen opgaan om de deur voor al deze landen te sluiten, in de hoop dat het probleem dan overgaat, en om te kiezen voor een meer gesloten idee van Europa.

Ik behoor tot degenen die ervan overtuigd zijn dat dit een vergissing van historische omvang zou zijn en dat de gevolgen ervan ons Europa tot in lengte van jaren zouden achtervolgen.

Hun deur tot onze Unie mag soms heel ver weg lijken, en sommige landen zullen een lange en moeilijke weg van hervormingen moeten afleggen, maar als die deur gesloten zou worden, zouden er direct andere deuren opengaan naar andere krachten, en zouden we die delen van Europa wel eens kunnen zien afdrijven in richtingen die na verloop van tijd negatieve gevolgen zouden hebben voor ons allemaal.

Daarom blijft artikel 49 van zulk fundamenteel belang. Het is een baken van hervorming en verzoening, een baken dat ook inspiratie geeft en de weg wijst aan de regio’s van Europa die nog geen lid van onze Unie zijn.

Commissaris Rehn zal meer gedetailleerd ingaan op de beoordeling die de Commissie heeft gemaakt van de voortgang van alle betrokken landen en het voorzitterschap is het met de beoordeling van de Commissie eens.

Het blijft onze ambitie om alle landen van de Westelijke Balkan verder te brengen in het toetredingsproces, in de wetenschap dat ze zich in heel verschillende fasen van dat proces bevinden. Wij verwachten – en dit staat hiermee enigszins in verband – dat zal worden besloten tot visumvrije toegang tot onze Unie voor de burgers van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro en Servië met ingang van 19 december. Dat is een grote en hoogst belangrijke stap voorwaarts.

Met het Parlement spreken wij de hoop uit dat Albanië en Bosnië ook zover komen en zo spoedig mogelijk eveneens deze hoogst belangrijke stap kunnen zetten.

Het toetredingsproces van Kroatië is nu gedeblokkeerd en vordert weer. Dit is belangrijk voor Kroatië en voor de hele regio. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft een heel positieve beoordeling van de Commissie gekregen en ik hoop dat de Raad in december concreet de volgende stappen in het toetredingsproces zal kunnen aangeven.

De aanvragen van Montenegro en Albanië zijn doorgestuurd naar de Commissie en ik geloof dat we haar advies binnen ongeveer een jaar tegemoet mogen zien.

In Bosnië hopen we dat de politieke leiders het eens kunnen worden over de hervormingen die noodzakelijk zijn om ook dat land de mogelijkheid te bieden aanvraag van lidmaatschap te overwegen. Er zijn op dit moment indirecte besprekingen gaande dankzij de nauwe samenwerking tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten.

Servië boekt goede vooruitgang met zijn unilaterale uitvoering van de interimovereenkomst, en we zullen uiteraard heel zorgvuldig kijken naar het aanstaande rapport van de hoofdaanklager van het Joegoslaviëtribunaal over de Servische medewerking met het tribunaal. Wij hopen dat hij tevreden is over het huidige niveau van de inspanningen, hoewel het natuurlijk ook van cruciaal belang is dat die inspanningen worden voortgezet.

Verder naar het zuidoosten kijkend, zou ik mijn erkentelijkheid willen betuigen voor de fundamentele hervormingen die in Turkije ten aanzien van de Koerdische kwestie worden doorgevoerd. Het succes hiervan zou het land op fundamentele gebieden veel dichter bij onze Europese normen en waarden brengen.

Er zijn talrijke andere zaken waarop de commissaris, denk ik, zal ingaan. Niet direct hiermee verband houdend maar eveneens van overduidelijk belang zijn in dit opzicht de lopende besprekingen tussen president Christofias en de Turks-Cypriotische leider Talat over de hereniging van Cyprus. We kunnen slechts een dringend beroep op hen doen om verder te werken aan een alomvattende oplossing op basis van een federatie van twee gemeenschappen en twee zones met politieke gelijkheid, overeenkomstig de relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad. Het belang van zo’n oplossing is nauwelijks te overschatten.

We bewegen ons ofwel in de richting van een nieuw tijdperk van verzoening en samenwerking in dit deel van Europa en de hele oostelijke Middellandse Zeeregio, of naar een situatie waarin eenvoudig te voorzien is dat we op snel toenemende problemen zullen stuiten.

Veel van onze aandacht is gericht op de uitdagingen in Zuidoost-Europa, maar de aanvraag van IJsland is een extra reden om ons meer te focussen op alle zaken die spelen in het noordpoolgebied, en in het hoge noorden in het algemeen. Dit is een gebied waarin onze Unie in de toekomst een sterkere aanwezigheid en betrokkenheid moet hebben. Het belang van deze regio krijgt steeds meer de aandacht van alle belangrijke wereldspelers en de lidmaatschapsaanvraag van IJsland moet ook in dat licht beschouwd worden.

Het is zonneklaar dat IJsland met zijn bijna duizend jarige democratische traditie en zijn deelname aan de interne markt via de Europese Economische Ruimte al een flink deel van de weg naar het lidmaatschap heeft afgelegd, al zullen we de verdere voortgang moeten beoordelen wanneer we het advies van de Commissie ontvangen.

Mijnheer de Voorzitter, dit is wat het Zweedse voorzitterschap tot nu toe heeft weten te bereiken op het belangrijke gebied van de uitbreiding. We hebben nog enkele belangrijke weken te gaan, waarin ik verdere vooruitgang verwacht, maar laat ik ter afsluiting zeggen dat ik niet geloof dat de opbouw van ons Europa is voltooid. Wat ik wel geloof is dat we een open Europa moeten blijven en dat we ons moeten blijven verbinden tot een uitbreidingsproces dat leidt tot goed bestuur, rechtsstaat, verzoening, vrede en welvaart voor steeds grotere delen van ons Europa.

Dit proces is vanzelfsprekend van groot belang voor hen, maar we zullen moeten erkennen dat het ook van groot belang is voor ons. En laten we niet vergeten dat het ons ook in staat zal stellen een grotere rol te spelen in de wereld en in de toekomst onze stem met nog meer gezag te laten horen.

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, laat ik eerst de leden van de Commissie buitenlandse zaken en haar voorzitter, de heer Albertini, bedanken voor de evenwichtige en alomvattende resolutie. Ook wil ik u allen bedanken voor onze uitstekende samenwerking gedurende de afgelopen vijf jaar. Het Europees Parlement heeft een grote bijdrage geleverd aan de vormgeving van ons uitbreidingsbeleid, en u hebt zich een voorbeeld van democratische verantwoordelijkheid getoond. Ik verheug mij op de voortzetting van onze uitstekende samenwerking in de toekomst, wat mijn portefeuille ook moge zijn.

De EU zet volgende week een langverwachte stap voorwaarts, wanneer het Verdrag van Lissabon in werking treedt. Dit luidt een nieuw tijdperk voor het buitenlands beleid van de EU in. Indirect zal het ook een versterking betekenen van de hernieuwde consensus over uitbreiding op basis van de drie C’s – consolidatie, conditionaliteit en communicatie – in combinatie met een grotere capaciteit om nieuwe lidstaten op te nemen. Zo zullen wij het geleidelijke en zorgvuldig beheerde toetredingsproces kunnen voortzetten.

Zoals met uw ontwerpresolutie wordt aangegeven, is uitbreiding tegenwoordig een van de sterkste middelen van het buitenlands beleid van de EU. Dat was ook de strekking van de boodschap van Carl Bildt. Ik ben het eens met die boodschap, die empirisch is aangetoond gedurende het Zweedse voorzitterschap en tijdens de vele daaraan voorafgaande decennia. Het is ook waar dat de geloofwaardigheid van de EU als wereldspeler staat of valt met ons vermogen om vorm te geven aan ons eigen nabuurschap. Dat is het gebied waarop we de afgelopen twintig jaar onze meest opmerkelijke successen hebben geboekt, toen wij het Europese continent transformeerden met de hereniging van oost en west en daarmee een sterkere Europese Unie opbouwden.

Uitbreiding is een belangrijke drijfveer in dit proces geweest en speelt ook vandaag nog een rol bij de veranderingen in Zuidoost-Europa. De aanvraag tot EU-lidmaatschap door Albanië en Montenegro onderstreept de aanhoudende aantrekkingskracht van de Unie. De aanvraag van IJsland geeft de uitbreidingsagenda een nieuwe politieke en geo-economische dimensie. Bosnië en Herzegovina en Servië overwegen beide een aanvraag in te dienen. Door de economische crisis hadden al deze landen zich ook in zichzelf kunnen keren. In plaats daarvan blijven ze zich op Europa richten met alle moeilijke beslissingen en ingrijpende hervormingen van dien. Kroatië nadert de eindstreep na vier jaar intensief onderhandelen over toetreding. Zagreb moet nu zijn hervormingsinspanningen intensiveren, met name op het gebied van de rechtspraak en de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad, zodat de onderhandelingen kunnen worden afgerond. Samenwerking met het Joegoslaviëtribunaal blijft een absolute voorwaarde.

We nemen ook in Turkije gestage vooruitgang waar. Turkije speelt een sleutelrol in de energiezekerheid en in de dialoog tussen de beschavingen. Het streven van Ankara naar normalisering van de betrekkingen met Armenië is een historische stap, net als de democratische opening naar een oplossing van het Koerdische vraagstuk, maar Turkije heeft nog een lange weg te gaan. Naast hervormingen verwachten we van Turkije dat het de volledige uitvoering van het Protocol van Ankara waarborgt en voortgang maakt in de richting van normalisering van de betrekkingen met Cyprus.

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft de laatste tijd overtuigende vooruitgang geboekt en de belangrijkste hervormingsprioriteiten daadwerkelijk aangepakt. Het land voldoet in toereikende mate aan de politieke criteria van Kopenhagen. Deze factoren hebben de Commissie ertoe gebracht aan te bevelen toetredingsonderhandelingen te beginnen. Ik heb de indruk dat de regering in Skopje onze aanbeveling terecht heeft opgevat als aanmoediging om eindelijk tot een vergelijk met Griekenland te komen over de naamkwestie. Er is nu een nieuwe context, een nieuw debat en een nieuwe kans. Ik vertrouw erop dat zowel Skopje als Athene die zal benutten.

Ook uit Servië komt goed nieuws. Belgrado heeft aangetoond gecommitteerd te zijn aan integratie in de EU, niet het minst door de interimovereenkomst met de EU eenzijdig uit te voeren. Ik neem aan dat het Joegoslaviëtribunaal nu tevreden is over de Servische inspanningen. Ik onderschrijf de oproep in uw resolutie om de overeenkomst te deblokkeren. Het is hoog tijd om Servië de volgende stap te laten zetten in zijn reis naar Europa.

Bosnië en Herzegovina levert zijn eigen ernstige uitdagingen op, die deels te wijten zijn aan de oorlogsgeschiedenis. Maar laat ik duidelijk zijn: er worden geen cadeaus gegeven bij de uitbreiding van de EU. De Bosnische aanvraag van het EU-lidmaatschap kan pas in behandeling worden genomen als het bureau van de hoge vertegenwoordiger is gesloten. Bosnië moet bovendien constitutionele hervormingen in gang zetten, vooral met het oog op het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Eerbiediging van de mensenrechten is een basisbeginsel van de Europese Unie. Samen met het voorzitterschap en de Verenigde Staten hebben we daartoe een hervormingspakket voorgesteld. Ik hoop voor de burgers en voor de regio in haar geheel dat de Bosnische leiders deze gelegenheid zullen aangrijpen en tot overeenstemming komen. De EU en de VS zijn op het hoogste niveau bij de zaak betrokken, omdat we willen dat Bosnië slaagt, en ik geloof dat het kan slagen.

Wat Kosovo betreft is de stabiliteit gehandhaafd, al blijft deze fragiel. De Commissie heeft een studie gepresenteerd over de wijze waarop de sociaaleconomische ontwikkeling van Kosovo kan worden gestimuleerd en beter kan worden verankerd in Europa. Voor ons zijn eventuele visumfacilitering en handel de belangrijkste speerpunten, zodra aan de voorwaarden is voldaan.

Ter afsluiting wil ik nog zeggen dat we vijf jaar geleden, toen ik begon als commissaris voor uitbreiding, samen een ambitieuze maar achteraf gezien realistische agenda hebben opgesteld. Tijdens de hoorzitting voor mijn benoeming heb ik dit Parlement gezegd dat we voor eind 2009 een EU met 27 lidstaten wilden, met inbegrip van Bulgarije en Roemenie, het toetredingsproces van Kroatië de laatste fase in wilden doen gaan, de andere landen van de Westelijke Balkan via associatieovereenkomsten wilden verankeren in de EU, Turkije resoluut op het Europese spoor wilden zetten, de status van Kosovo geregeld en Cyprus herenigd wilden zien. Ik ben verheugd en trots dat – met als belangrijke uitzondering Cyprus, waar besprekingen over een akkoord nog gaande zijn – bijna al onze ambities zijn gerealiseerd. We hebben samen aan deze zeer waardevolle doelen gewerkt en samen hebben we een verschil kunnen uitmaken. Zelfs Cyprus kan nog een succes worden, ten voordele van al zijn inwoners en van de Europese Unie.

Trouwens, vijf jaar geleden hoopte ik weliswaar op vooruitgang op het gebied van visumliberalisering maar durfde dit niet te voorspellen. Toch is nu zover en komt over één maand de droom van de burgers van Servië, Montenegro en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië uit. We hopen dat we volgend jaar hetzelfde kunnen doen voor Albanië en Bosnië en Herzegovina zodra deze landen aan de voorwaarden voldoen.

Dit herinnert ons allen die werken met Zuidoost-Europa eraan hoe aantrekkelijk de Europese droom nog altijd is voor miljoenen burgers in onze directe nabijheid. Laten we die droom levend houden en, als de tijd daar is, realiseren.

 
  
MPphoto
 

  Gabriele Albertini, namens de PPE-Fractie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, de stemming op maandag in de Commissie buitenlandse zaken heeft nog eens te meer aangetoond hoe complex en tegelijkertijd belangrijk de geografische en politieke uitbreiding is van het Europa dat we vandaag de dag kennen.

Dankzij het werk en de inspanningen van mijn collega-rapporteurs en dankzij de bijdragen van de fracties zijn we tot een document gekomen dat langer is dan de originele versie en waarin veel aspecten zijn verfijnd die eerst alleen maar waren aangestipt.

Tijdens het debat in de commissie en ook in de fracties zelf ontbrak het niet aan soms heftige meningsverschillen, die kenmerkend zijn voor een partijoverschrijdend overleg dat boven de respectievelijke politieke standpunten uitstijgt. De historische gebeurtenissen binnen elke natie en de huidige staat van hun relaties botsten met de aanvragen tot toetreding van de kandidaat-lidstaten of van de landen die naar deze status streven.

In minder dan een jaar zijn er nog eens drie aanvragen ingediend om toetredingsonderhandelingen te mogen beginnen: door Montenegro in december 2008, door Albanië in april 2009 en door IJsland in juli 2009. Het is een teken dat het Europese project nog kan bogen op voldoende aantrekkingskracht en wordt beschouwd als een stevige factor van stabiliteit, vooral na de ernstige crisis in de financiële markten.

Het document dat uit de stemming in de Commissie buitenlandse zaken naar voren is gekomen, wijst er nadrukkelijker op dat landen die deel willen gaan uitmaken van de Europese Unie deze overgang ernstig moeten nemen en zich bewust moeten zijn van de verplichtingen en de implicaties die dat proces met zich meebrengt.

Toetreding veronderstelt dat die landen de Europese criteria respecteren — niet alleen op economisch en politiek gebied maar ook in cultureel, sociaal en juridisch opzicht — om te voorkomen dat het resultaat een simpele optelling van staten wordt.

Ik hoop dat in het document waarover de plenaire vergadering morgen zal stemmen, alle aspecten van de algemene uitbreidingsstrategie op een nog evenwichtigere en beknoptere manier worden aangepakt. De tekst zal uiteraard profiteren van de bijdrage die met de specifieke resoluties over elk land wordt geleverd.

 
  
MPphoto
 

  Kristian Vigenin, namens de S&D-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, uit het document over de uitbreidingsstrategie en de resolutie die we morgen gaan aannemen, blijkt onze grote betrokkenheid bij het uitbreidingsbeleid, dat zich heeft bewezen als een van de succesvolste beleidsterreinen van de EU en dat zowel de bestaande als de nieuwe lidstaten ten goede komt.

De uitbreiding heeft bijgedragen tot een nooit eerder vertoonde toename van vrede, veiligheid en welvaart in Europa, en nu bereiden we ons voor op een verdere toename in de komende jaren door uitbreiding naar de Westelijke Balkan, IJsland en Turkije.

De Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement blijft een van de krachtigste voorstanders van uitbreiding in dit Parlement, maar onderstreept tegelijkertijd dat er geen compromis mogelijk is over de vervulling van de criteria van Kopenhagen en alle belangrijke ijkpunten waaraan de geschiktheid van de kandidaten wordt getoetst.

We hopen dat de onderhandelingen met Kroatië zo vroeg mogelijk in het volgende jaar worden afgerond. We verwachten dat de Raad het voorstel van de Commissie zal goedkeuren om volgend jaar onderhandelingen te beginnen met de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, zodat het proces volgend jaar daadwerkelijk van start kan gaan. We hopen op nieuwe dynamiek in het onderhandelingsproces met Turkije, inclusief het openen van het energiehoofdstuk. En we geloven dat de EU het momentum kan handhaven waarmee de positieve ontwikkelingen in alle uitbreidingslanden worden versterkt. Visumliberalisering is een uitstekende maatregel om de mensen in de Westelijke Balkanlanden te laten zien dat zij de goede kant opgaan.

Laat ik ook de hoop uitspreken dat de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, waarmee de institutionele hervormingen van de Unie definitief hun beslag hebben gekregen, de capaciteit van de EU om nieuwe leden op te nemen verder zal versterken.

 
  
MPphoto
 

  Annemie Neyts-Uyttebroeck, namens de ALDE-Fractie. Als voorzitter van de Europese Liberale en Democratische Fractie heb ik kennissen, vrienden en kameraden in alle landen die het onderwerp vormen van het verslag van vandaag.

Ik zou willen beginnen met commissaris Olli Rehn geluk te wensen met zijn verwezenlijkingen van de afgelopen vijf jaar en hem daarvoor bijzonder te danken; hij verdient ten volle onze erkenning. Zoals ik al zei, ik heb vrienden en kennissen in al de landen en ik kan met enige fierheid zeggen dat wij, voor zover ik weet, de enige grote politieke familie zijn die het eens is over bijvoorbeeld het statuut van Kosovo en die daarover reeds vanaf 2006 een eensgezindheid heeft bereikt, die altijd heeft standgehouden. U moet niet denken dat dat toevallig is, daar is hard aan gewerkt.

U kunt zich dan ook voorstellen dat ik enerzijds teleurgesteld ben wanneer ik zie dat Kosovo niet valt onder het akkoord over visumfacilitatie; het lijkt wel alsof de Kosovaren gestraft worden voor het feit dat een aantal EU-lidstaten zich nog altijd niet heeft kunnen verzoenen met de onafhankelijkheid van hun land. Ik vind dat bijzonder jammer. U zult mij ook toestaan, mijnheer de voorzitter van de Raad en mijnheer de commissaris, om enkele vraagtekens te zetten bij wat er momenteel in Bosnië-Herzegovina gaande schijnt te zijn. Ik vrees dat ik minder optimistisch ben dan u over de goede afloop van een en ander, al was het maar omdat de mensen aldaar de indruk krijgen dat plots alles ongelooflijk snel moet verlopen en dat er geen tijd is voor voldoende raadpleging, zeker niet van andere politieke partijen dan de grootste, met wie u wel in gesprek bent.

Ik wil tenslotte namens mijn fractie duidelijk maken dat ook wij absoluut gehecht zijn en blijven aan de eerbiediging van alle Kopenhagen-criteria door de kandidaat-lidstaten, zonder enige uitzondering voor wie of wat dan ook. Evenmin laat de absorptiecapaciteit van de Europese Unie ons onverschillig, men mag dat niet geloven. Maar wat wij niet graag zien is dat sommige collega's deze notie van absorptiecapaciteit lijken te willen gebruiken om de toetreding van nieuwe lidstaten op de lange baan te schuiven. Daar zijn wij het niet mee eens.

Conclusie: ik denk, mijnheer de commissaris, dat de afgelopen vijf jaar inderdaad succesvol waren. Ik wens u het beste voor de toekomst. Wij zullen elkaar nog op deze banken ontmoeten, zij het misschien in andere hoedanigheden, maar hartelijk bedankt.

 
  
MPphoto
 

  Ulrike Lunacek, namens de Verts/ALE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, namens de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie moet ik zeggen dat ik erg verheugd ben dat in deze gezamenlijke resolutie opnieuw wordt uitgesproken dat het Europees Parlement sterk hecht aan uitbreiding en dat het momentum voor uitbreiding, waarover we hebben gesproken in de Commissie buitenlandse zaken, moet worden gehandhaafd.

Dat geldt met name voor Zuidoost-Europa. Ik hoop dat de geschiedenis van gewapende strijd en onvoorstelbare wreedheid in dat deel van Europa voorgoed verleden tijd is en ik denk dat de Europese Unie daarbij een wezenlijke rol speelt. Ook daarom ben ik erg blij dat in de resolutie wordt vastgehouden aan het streven naar uitbreiding.

Zoals eerder is opgemerkt, is er op vele gebieden vooruitgang geboekt. Er is vooruitgang in sommige conflicten die we daar hebben en als rapporteur voor Kosovo ben ik verheugd dat Spanje heeft aangekondigd tijdens zijn voorzitterschap Kosovo te willen uitnodigen deel te nemen aan de conferentie over de Westelijke Balkan. Ik hoop dat daar gelegenheid is om vooruitgang te boeken over de kwestie van de status van Kosovo.

Er is één ding met betrekking tot Kosovo dat de vorige spreker ook heeft gezegd. Ik zou hebben gewild dat Kosovo onderdeel was van de visumdialoog, maar in elk geval weten we nu zeker dat die dialoog van start gaat met als doel visumliberalisering.

Ik wil graag één amendement toelichten dat wij voor morgen zullen indienen. Het betreft een van de minderheden die zich in veel regio's van Zuidoost-Europa – en ook in andere delen van Europa – in een heel moeilijke positie bevinden, maar vooral in Kosovo, namelijk de Roma. Op het ogenblik dreigen zo'n 12 000 Roma, voornamelijk kinderen, uit lidstaten te worden uitgewezen, met name naar Kosovo, waar de omstandigheden het hun zoals bekend onmogelijk maken een humaan leven te leiden. Daarom roep ik de leden van dit Parlement op morgen voor ons amendement te stemmen teneinde, in elk geval gedurende de winter, het terugzenden van Roma naar Kosovo te staken en Kosovo te helpen de omstandigheden voor de Roma-minderheid daar en hier leefbaar te maken.

Op de Internationale Dag voor de uitbanning van geweld tegen vrouwen ben ik ook blij dat we wijzigingen in deze tekst hebben kunnen opnemen waarmee duidelijk wordt gemaakt dat discriminatie van vrouwen en geweld tegen vrouwen eveneens zaken zijn waartegen de overheden in de regio en de Europese Unie moeten strijden.

Nog één ding: andere etnische en seksuele minderheden. Ik vind dit een belangrijke weg naar democratisering.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock, namens de ECR-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de ECR-Fractie is sterk voorstander van Europese uitbreiding. Door de voordelen van het EU-lidmaatschap uit te breiden naar de landen die daar op grond van artikel 49 voor in aanmerking komen, hopen we het lossere, meer flexibele Europa van de grond te zien komen waarin wij als fractie geloven.

Ik ben toevallig permanent rapporteur voor Montenegro, waaruit goed nieuws wordt gemeld over de vooruitgang op weg naar lidmaatschap. Het heeft vrij onlangs zijn aanvraag ingediend. Toch zal ik het land binnenkort ook zelf bezoeken om een eigen indruk op te doen en een onafhankelijk oordeel te kunnen geven.

Ik juich het ook toe dat IJsland binnenkort misschien kandidaat is. En om terug te gaan naar de Balkan, het bilaterale grensgeschil tussen Kroatië en Slovenië mag geen belemmering zijn voor de Kroatische toetreding tot de EU, en ik hoop dat ook Macedonië spoedig onderhandelingen kan beginnen.

Ten aanzien van Turkije blijven er veel zorgen bestaan over de mensenrechten, de voortdurende blokkade van Armenië, de godsdienstvrijheid en de weigering om Cypriotische schepen toe te laten tot Turkse havens. Het was naar mijn mening ook betreurenswaardig dat Turkije onlangs voor de top van de OIC in Istanbul president Bashir van Soedan uitnodigde, een man die door het Internationaal Strafhof is veroordeeld voor de gruwelen in Darfur.

Ten slotte hoop ik – hoewel het land niet direct betrokken is bij dit debat – dat de EU, ongeacht de uitslag van de komende presidentsverkiezingen in Oekraïne, de mogelijkheid van een uiteindelijk lidmaatschap voor Oekraïne open blijft houden als dat de wens van de meerderheid van het Oekraïense volk is. Hetzelfde geldt voor Moldavië en op een dag ook voor Wit-Rusland, als dat een democratisch land is geworden.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Chountis, namens de GUE/NGL-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, mijnheer de fungerend voorzitter, wat het vraagstuk van de uitbreidingsstrategie betreft, wil ik om te beginnen zeggen dat als wij oordelen naar de tot nu toe opgedane ervaringen met uitbreidingen en naar de manier waarop nieuwe kandidaturen worden aangepakt, mijns inziens moet worden vastgesteld dat de politiek van de Europese Unie niet altijd even nuttig is geweest om een oplossing te vinden voor de economische en sociale problemen van de werknemers en de opgenomen of op te nemen samenlevingen. Vaak is de hulp – de financiële en niet-financiële hulp – ontoereikend of gaat deze zelfs de verkeerde kant uit, met als gevolg dat de regionale en sociale ongelijkheden worden vergroot of worden vereeuwigd.

Ik wil kort iets zeggen over het geval van Turkije. Er moet druk worden uitgeoefend om ervoor te zorgen dat Turkije zijn beloften en verbintenissen nakomt, met name wat het Protocol van Ankara betreft waarin sprake is van de erkenning van de Cyprische Republiek. Turkije betwist trouwens uit het internationaal recht voortvloeiende rechten van de Cyprische Republiek. Ik herinner er ook aan dat er nog problemen zijn met de eerbiediging van de democratische en vakbondsvrijheden in Turkije, zoals ook blijkt uit het feit dat onlangs Turkse vakbondslieden zijn vervolgd en veroordeeld in Izmir.

Ik wil ook nog ingaan op het geval van Kosovo. Bij de aanpak van dit vraagstuk moet resolutie 1244/99 van de Veiligheidsraad van de VN worden geëerbiedigd. Er zijn nog problemen, zoals de situatie van de Serviërs in Kosovo, die in een isolement leven, en de niet-naleving van overeenkomsten inzake de terugkeer van vluchtelingen.

Tot slot nog de FYROM. Het probleem van de naam moet worden aangepakt in het kader van de VN. Er moet een bilaterale overeenkomst worden gesloten over een naam met een geografische aanduiding. Ik wil de commissaris en de fungerend voorzitter dan ook vragen wat hun mening is over het laatste initiatief van de pas gekozen Griekse premier voor een ontmoeting met de premiers van Albanië en FYROM.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Salavrakos, namens de EFD-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, artikel 49 van het Verdrag van Rome is mijns inziens geen romantische aansporing aan het adres van de Europese landen om deel te nemen aan het Verenigd Europa en dit uit te breiden. Dit artikel geeft een realistisch doel aan, namelijk de aanvaarding van de beginselen van de Unie door een zo groot mogelijk aantal Europese landen. Pas dan kunnen de fundamentele voorwaarden van de drie C´s: consolidatie – conditionaliteit – communicatie worden vervuld.

De Raad zal morgen reeds de ontwerpresolutie van de heer Albertini behandelen, waarin uitdrukkelijk wordt gezegd dat Turkije weliswaar enige vooruitgang heeft geboekt bij de naleving van de politieke criteria van Kopenhagen maar nog heel wat werk voor de boeg heeft zowel wat betreft de mensenrechten, de vrijheid van meningsuiting en de godsdienstvrijheden als zijn politieke gedrag in het algemeen, in het gerechtelijk stelsel enzovoort.

Het is duidelijk dat Turkije de afgelopen tijd probeert de scepter te zwaaien in het gebied van het Midden-Oosten en de Kaukasus, en wel op een manier die indruist tegen de vaste beginselen van de Europese Unie. Het gedrag van Turkije ten aanzien van de kwestie-Iran is tekenend. Dit staat volledig haaks op het extern beleid van de Europese Unie en op de verbintenissen die Turkije is aangegaan met het protocol van Ankara. Acht hoofdstukken moeten nog worden onderzocht met Turkije en daarom ben ik van mening dat Turkije nog niet ver genoeg is om een datum voor opening van onderhandelingen te ontvangen.

Wat de FYROM betreft heb ik twee opmerkingen. Wij willen erop wijzen dat de premier met zijn recente daden en verklaringen problemen veroorzaakt voor de buurlanden en wij graag zouden willen dat hij iets bedeesder werd.

 
  
MPphoto
 

  Barry Madlener (NI). - De heer Van Rompuy had natuurlijk volstrekt gelijk toen hij in 2004 de woorden uitsprak: "Turkije is Europa niet en zal dat ook nooit worden".

Van Rompuy benadrukte hier de fundamentele waarden van Europa, en Turkije zou die waarden ondermijnen, volgens mijnheer Van Rompuy. Van Rompuy heeft dus principiële bezwaren geuit tegen een Turks lidmaatschap. En wij, de Partij van de Vrijheid uit Nederland, zijn het daar volledig mee eens. Zo'n principiële mening kun je natuurlijk niet verloochenen, zelfs niet voor een mooi baantje als voorzitter van de Europese Raad. Turkije schoffeert nu zelfs de democratie en de vrijheid van meningsuiting door mijn partijleider Geert Wilders, een democratisch gekozen volksvertegenwoordiger, een fascist en racist te noemen. Een schandelijke, onjuiste vergelijking! Want kritiek op de islamitische ideologie moet natuurlijk altijd mogelijk zijn. Maar hier laat Turkije zijn ware gezicht zien.

En, mijnheer Rehn, ik wil u vragen: wat is uw reactie op deze schandelijke houding van Turkije? Daar past natuurlijk maar één antwoord op en dat is: stop meteen de onderhandelingen met Turkije. En laten wij eerlijk zijn tegen de Turken. Wees eerlijk tegen de Turken, zoals Angela Merkel dat is geweest, Nicolas Sarkozy dat is geweest en hun grote vriend Herman van Rompuy dat ook is geweest. Stop de onderhandelingen met Turkije en andere islamitische landen.

(Spreker verklaart zich bereid om een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  William (The Earl of) Dartmouth (EFD). - (EN) U lijkt bijzonder onder de indruk te zijn van wat de heer Van Rompuy te zeggen heeft. Denkt u niet dat de meeste mensen meer onder de indruk zullen zijn van het feit dat slechts 3 procent van het grondgebied van Turkije in Europa ligt en dat het voorstel om Turkije volwaardig lid van de Europese Unie te laten worden alleen al op geografische gronden volslagen bizar is?

 
  
MPphoto
 

  Barry Madlener (NI). - (EN) Hoewel ik niet echt een vraag heb gehoord, zijn we het er natuurlijk over eens dat er meerdere redenen zijn om ‘nee’ te zeggen tegen Turkije. Ik heb er net enkele genoemd, maar dit is nog een goede reden om ‘nee’ te zeggen, dus ik dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Elmar Brok (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, voorzitter van de Raad, commissaris, dit is misschien het laatste debat met u over uitbreiding. Hartelijk dank voor de vele goede debatten die we sinds 2004 met u hebben gevoerd.

Ik heb een paar opmerkingen Ik denk dat het tijd wordt dat deze bezwaren die van buitenaf tegen Kroatië worden gemaakt, snel worden weggenomen, opdat we volgend jaar snel een besluit over Kroatië kunnen nemen, de onderhandelingen kunnen afronden en tot ratificatie kunnen overgaan. Ik ben ook van mening dat de bilaterale kwesties tussen enkele andere landen spoedig opgelost moeten worden – en ik heb het dan niet alleen over de FYROM en Griekenland, maar ook over de maatregelen die steeds weer gericht zijn tegen Servië, dat ik voor de stabiliteit in de regio een buitengewoon belangrijk land acht.

Er mag geen misverstand over bestaan dat ieder land op zijn bekwaamheid beoordeeld moet worden en dat de in Thessaloniki gegeven belofte – bijvoorbeeld met betrekking tot de Westelijke Balkan – wordt nagekomen. Maar ieder land moet naar eigen bekwaamheid beoordeeld worden, en zo moet ook het tempo voor ieder afzonderlijk daarop worden afgestemd.

Het moet echter ook duidelijk zijn dat de criteria van Kopenhagen gelden. Ik betreur het dat de sociaaldemocraten, de groenen en anderen in de commissie de criteria van Kopenhagen niet wilden vermelden. Ik hoop dat dit in de plenaire vergadering wordt herzien. Dat zou net zo’n volstrekt verkeerde boodschap aan de kandidaat-landen geven, als wanneer geen melding werd gemaakt van de noodzakelijke opnamecapaciteit van de Europese Unie zelf.

Om daar het binnenlandse hervormingsproces in gang te zetten, moet het Europese perspectief een gegeven zijn. Daartoe moet echter ook aan de nodige voorwaarden zijn voldaan, om geen valse verwachtingen te scheppen.

Daarom moeten wij er bij de criteria van Kopenhagen in het geval van Turkije ook op letten dat de politieke voorwaarden die te maken hebben met vrijheid van meningsuiting, democratie, rechtsstaat en vrijheid van godsdienst, een vereiste voor toetreding vormen, en dat er op dit gebied geen compromissen mogelijk zijn.

 
  
MPphoto
 

  Adrian Severin (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, misschien wel de belangrijkste les van de uitbreiding in het verleden is dat we landen, markten, instellingen en industrieel vermogen de Unie hebben binnengeloodst, maar de harten en zielen van de bevolking hebben achtergelaten. Ik vind dat we een herhaling van deze ervaring voortaan moeten vermijden.

We moeten dan ook niet alleen de toetredende landen voorbereiden, maar ook de bestaande lidstaten. De befaamde uitbreidingsmoeheid zegt meer over het gebrek aan voorbereiding in bestaande lidstaten – de oude lidstaten, die niet voorbereid zijn op het samenleven met de nieuwe lidstaten – dan over het onverteerbare karakter van de nieuwe lidstaten.

Verder denk ik dat we, als we het hebben over de kandidaat-lidstaten, elke vorm van conditionaliteit moeten vermijden die niet direct te maken heeft met hun vermogen om met ons samen te gaan uit wettelijk, institutioneel, politiek en cultureel oogpunt en met ons te concurreren binnen de interne markt in de ruimste zin van dit concept. We mogen geen voorwaarden opleggen die niet verbonden zijn met deze criteria. We moeten onthouden dat het bij uitbreiding gaat om een betere toekomst, niet om een beter verleden. We denken te veel aan dat verleden.

Ten derde moet elk land inderdaad bij zijn toelating beoordeeld worden op zijn eigen merites. Maar we moeten ook beoordelen in hoeverre een land door toetreding kan bijdragen tot een betere situatie in de regio, tot meer stabiliteit en meer regionale integratie.

Ook het wekken van de juiste verwachtingen is uiterst belangrijk. Ik geloof dat we in de toekomst misschien een beetje fantasierijker moeten zijn door een vorm van geleidelijke integratie toe te staan aan landen waarvoor volledige integratie op korte termijn niet haalbaar wordt geacht.

Mijn laatste punt is dat ik geloof dat we opnieuw aandacht moeten besteden aan de problematische kwestie van onze identiteit, onze culturele en geopolitieke identiteit, om exact te weten te komen waar de grenzen van onze uitbreiding liggen.

 
  
MPphoto
 

  Ivo Vajgl (ALDE). - (SL) Vandaag zullen we hier een resolutie aannemen die talrijke Zuidoost-Europese landen met veel belangstelling en vol hoop tegemoet zien.

Deze resolutie is geschreven in een heel andere taal dan de taal die we nog enkele jaren geleden in Zuidoost-Europa gebruikten. Dat is eigenlijk de grootste aanmoediging en leidraad voor ons debat van vandaag. Volgens mij is het belangrijk dat uit de woorden van enerzijds de vertegenwoordigers van het voorzitterschap en de Commissie en anderzijds de voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken, die het aannemen van een dergelijke rijke en belangrijke resolutie heeft mogelijk gemaakt, blijkt dat we het Europese perspectief van alle landen ondersteunen. Hierbij wil ik vooral op Turkije wijzen.

Enkel door alle betrokken landen het perspectief van uitbreiding en aansluiting te bieden worden bepaalde vraagstukken in deze regio, zoals de neiging tot verdere fragmentatie van de landen van het voormalige Joegoslavië, grensproblemen en incidentele uitingen van religieuze of andere onverdraagzaamheid, ook voor de ruimere regio iets minder gevaarlijk.

We kunnen vandaag dus vaststellen dat het project om vrede en vooruitgang in een ooit onstabiel deel van Europa te brengen, wordt voortgezet.

 
  
MPphoto
 

  Hélène Flautre (Verts/ALE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het ermee eens, en mijn fractie ook, dat het uitbreidingsbeleid van de Europese Unie een van haar meest productieve en meest overtuigende beleidsterreinen is.

Daarom, mijnheer Rehn, maak ik me enige zorgen over uw toekomst, omdat ik er niet geheel zeker van ben of er voor u binnen de toekomstige Commissie een aantrekkelijker portefeuille te vinden is dan die van uitbreiding.

Het is absoluut verbazingwekkend te zien wat het perspectief van toetreding in een land als Turkije aan op verandering en democratisering gerichte energie weet los te maken. Natuurlijk moet er nog veel gedaan worden: de onafhankelijkheid van rechtbanken, de rol van het leger, de vrijheid van meningsuiting, het werkelijk in alle opzichten en definitief regelen van het Koerdische vraagstuk, dat spreekt vanzelf.

Maar ik ben van mening dat we moeten benadrukken dat deze uitbreidingsstrategie van de Europese Unie niet alleen de toetredende landen, maar ook onszelf en onze Europese beleidsmakers ten goede moet komen.

Het getuigt niet van wijs beleid om de veranderingsmachine in een land als Turkije stop te zetten en twijfel te laten bestaan over de uitkomst van het onderhandelingsproces. Ja, de uitkomst van het onderhandelingsproces is de toetreding van Turkije, en dat dient duidelijk gezegd te worden.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Antoni Legutko (ECR).(PL) Mijnheer de Voorzitter, uitbreiding van de Europese Unie is niet alleen in het belang van de landen die toetreden tot de EU of die dat graag willen, maar ook in het belang van ons allemaal. Het verbetert namelijk de integratie en veiligheid. Daarom zien we met plezier de vooruitgang die wordt geboekt ten aanzien van de landen van de Westelijke Balkan en Turkije, alsmede het feit dat IJsland lidmaatschap heeft aangevraagd. Er bestaat zoiets als uitbreidingsmoeheid, maar we mogen niet vergeten dat elk democratisch Europees land dat voldoet aan de zeer nauwkeurig omschreven criteria het lidmaatschap van de Europese Unie mag aanvragen. We mogen deze criteria niet vergeten, maar we mogen evenmin de deur gesloten houden voor de kandidaten. Laten we ook de deur niet gesloten houden voor onze partners in het oosten. We moeten Oekraïne een duidelijke kans op lidmaatschap bieden.

Er is nog iets. Het woord ‘solidariteit’ wordt heel vaak gebruikt in de Europese Unie. Het is een woord dat andere Europese landen naar onze Gemeenschap toe trekt en ons tegelijkertijd verplicht de EU verder uit te breiden. Helaas toont de EU in veel gevallen geen solidariteit in haar interne betrekkingen. Een duidelijk voorbeeld is het Northern Gas Pipeline-project, dat rechtstreeks bedoeld is om doorvoerlanden en in het bijzonder Polen te raken, terwijl South Stream het antwoord van Moskou is op plannen voor energiediversificatie met betrekking tot Nabucco. Het is erg verontrustend om te zien dat bepaalde landen zich zo gemakkelijk door Rusland hebben laten manipuleren. Daarom leidt de behartiging van bilaterale belangen tussen afzonderlijke EU-lidstaten en Rusland tot interne conflicten en verzwakt het onze positie – de positie van de EU. Dat is in tegenspraak met het beginsel van solidariteit. Uitbreiding is zinvol, maar retoriek en praktijk moeten met elkaar overeenstemmen.

 
  
MPphoto
 

  Charalampos Angourakis (GUE/NGL).(EL) Mijnheer de Voorzitter, het Verdrag van Lissabon is het zoveelste negatieve rechtskader voor de volkeren van de lidstaten van de Europese Unie maar ook voor die van de toetredingslanden. De situatie van de volkeren in de Balkan is helaas dramatisch. De oorzaak hiervan moet gezocht worden in de gevolgen van de NAVO-oorlog, de kapitalistische herstructureringen, de overeenkomsten met de Europese Unie, de buitenlandse militaire bases, de kapitalistische crisis en de energiewedijver tussen de grootmachten. De toetreding van deze landen dient de belangen van het grootkapitaal en de imperialistische plannen, waarvan zelfs een verlegging van de grenzen van de landen in dit gebied deel uitmaakt. Als de FYROM toetreedt tot de NAVO en de Europese Unie zullen de tegenstellingen alleen maar op de spits worden gedreven, en dat terwijl de machthebbende partijen in dit land nog steeds irredentistische aspiraties koesteren. Turkije slaat munt uit zijn geostrategische positie en blijft een groot deel van Cyprus bezet houden. Het eist grondgebied op in de Egeïsche Zee en houdt duizenden vakbondslieden, Koerden, journalisten, enzovoort gevangen. In IJsland viel het sprookje van het economisch wonder in duigen. Op dit land wordt nu druk uitgeoefend opdat het op de Europese imperialistische trein springt. De Communistische Partij van Griekenland is tegen de uitbreiding van de Europese Unie omdat zij gekant is tegen de Europese Unie zelf, evenals tegen het EU-lidmaatschap van Griekenland. Samen met de volkeren van Europa strijden wij voor vrede en sociale rechtvaardigheid en tegen imperialistische unies.

 
  
MPphoto
 

  Fiorello Provera (EFD). (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, de uitbreiding van de Europese Unie kan een kans of een probleem zijn, maar blijft hoe dan ook een grote uitdaging.

De kans is dat de nieuwe lidstaten op een concrete manier kunnen deelnemen aan de vorming van de Europese politiek. Om dat te doen is het onvoldoende om aan de criteria van Kopenhagen te voldoen en deze louter formeel te toetsen. Het is essentieel dat het Europese bewustzijn van de burgers van de kandidaat-lidstaten wordt vergroot door middel van een op informatie en betrokkenheid gerichte campagne, waaraan politici, intellectuelen en de media mee moeten doen.

Europa mag niet worden gezien als slechts een grote reserve van financiële middelen om economische, sociale en infrastructurele problemen op te lossen, maar moet worden gezien als een instelling waaraan iedereen een eigen bijdrage kan leveren om tot een op gemeenschappelijke waarden gebaseerd beleid te komen.

In de lidstaten is het draagvlak voor uitbreiding klein, vooral ten aanzien van sommige landen. Willen we onze ogen sluiten voor deze realiteit of willen we onze medeburgers erbij betrekken en om hun mening vragen? Ik denk dat een referendum het meest geschikte middel is, omdat het de meest directe vorm van democratie is en Europa dichter bij de burgers en hun beslissingsvrijheid zou brengen.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Wij moeten nu maar eens stoppen met die maskerade over de toetreding van Turkije. Er moet gestopt worden met het verdoezelen en minimaliseren van de problemen. Wij moeten allemaal eens de realiteit onder ogen durven zien. Al bijna vijf jaar zijn wij bezig met die toetredingsonderhandelingen en wat is de vaststelling? Turkije is meer en meer een anti-Europees, een antiwesters buitenlands beleid aan het voeren. Turkije wordt onder leiding van mijnheer Erdogan en president Gül alsmaar islamitischer. Turkije weigert nog altijd alle huidige lidstaten van de Europese Unie te erkennen en zijn verplichtingen in het kader van de douane-unie na te komen. Turkije bezet een deel van het grondgebied van een van de bestaande EU-lidstaten. En dan heb ik het nog niet over het structurele en blijvende probleem van het niet eerbiedigen van het recht op vrije meningsuiting.

Mijnheer Bildt vertelde daarnet dat hij een zogenaamd gesloten concept van Europa afwijst. Welnu, bij mijn weten wil niemand hier een gesloten concept van Europa, maar er zijn hier wel parlementsleden, en ik hoor daar zelf bij, die voorstander zijn van een Europees concept van Europa. En om met de woorden van Herman van Rompuy, de toekomstige president van de Europese Raad, te spreken: Turkije is Europa niet en zal dit nooit zijn!

 
  
  

VOORZITTER: ROBERTA ANGELILLI
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Cristian Dan Preda (PPE).(RO) De discussie over de uitbreiding betreft de Westelijke Balkan, IJsland en Turkije, drie zeer van elkaar verschillende gevallen. In de eerste plaats hebben we de landen op de Westelijke Balkan. Deze zijn ver verwijderd van de economische en politieke criteria die de Europese Unie verwacht. Echter, de publieke opinie en de politieke leiders steunen de doelstelling van integratie en zijn zeer optimistisch over toetreding.

Het tweede geval is IJsland, een land dat voldoet aan vele van de economische en politieke criteria, maar waar de publieke opinie en de opinieleiders diep verdeeld zijn over toetreding tot de EU. De band tussen de Westelijke Balkan en IJsland lijkt op dit moment alleen de diepe economische crisis te zijn. Die geeft hen de moed om toe te treden.

De Europese aspiraties van Turkije, tot slot, zijn niet gerelateerd aan een economische cyclus. Het is een land met een van de meest dynamische economieën, waar een groot debat wordt gevoerd. Zeer onlangs steunde 45 procent van de Turken deze doelstelling.

Wij moeten verschil maken tussen deze drie situaties, want de Westelijke Balkan, IJsland en Turkije hebben vanuit integratieperspectief gezien drie verschillende scenario's. Aan de andere kant zou het een goed idee zijn om deze gevallen niet te behandelen vanuit de logica van bilateraal beleid.

Naar mijn mening mogen de verschillen tussen lidstaten en toekomstige kandidaat-landen niet door lidstaten of derde landen worden gebruikt om het pad naar Europese integratie te blokkeren. Ik ben van mening dat de verdienste van ieder land en de publieke consensus de enige maatstaven moeten zijn voor het bepalen van een pad naar Europese integratie.

 
  
MPphoto
 

  Maria Eleni Koppa (S&D).(EL) Mevrouw de Voorzitter, in weerwil van de voorbehouden die sommigen hebben, heeft het uitbreidingsbeleid stabiliteit, vrede en welvaart in Europa gebracht. Nu moeten wij dit beleid voortzetten met de toetredingslanden: de landen van de westelijke Balkan, IJsland en Turkije. De opneming van de landen van de westelijke Balkan is ongetwijfeld een grote uitdaging. Met hun toetreding zal een einde worden gemaakt aan de tijd van conflicten die na 1990 begon, en zal het ontstaan van een zwart gat in het hart van Europa kunnen worden voorkomen. Kroatië is over enkele maanden gereed om toe te treden en ook andere landen vorderen op een dynamische manier. Wat in het bijzonder Servië betreft, moeten wij erkennen dat het land een lange weg heeft afgelegd. Ook moeten wij het land een hart onder de riem steken door het aan te moedigen verdere stappen in de richting van Europa te ondernemen. Er zijn natuurlijk nog open vraagstukken. Het probleem van de status van Kosovo is nog niet opgelost, de situatie in Bosnië is heel moeilijk en er is een geschil omtrent de naam van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Dit zijn open wonden in het gebied. Wat Griekenland betreft, zij vermeld dat de nieuwe regering pogingen doet om het geschil definitief op te lossen. Na 17 jaar van spanning moet het nodige tijdspad worden vastgesteld om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Of wij dit nu willen of niet, meer algemeen is gebleken dat goed nabuurschap een feitelijke voorwaarde is voor toetreding. Laten wij daarom allen daarvoor ijveren.

 
  
MPphoto
 

  Alexander Graf Lambsdorff (ALDE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Bildt, u hebt hier een goede rede gehouden; u hebt duidelijk en kort en krachtig gesproken. De Europese Unie als geopolitieke stabiliserende factor en de uitbreidingspolitiek als instrument, dat is allemaal juist.

Ik vind het echter intellectueel en politiek gezien onbevredigend om te doen alsof er geen sprake zou zijn van een dilemma tussen een steeds grotere Unie en een steeds kleinere Unie – een vraag waarop we nog geen duidelijk antwoord hebben gegeven. Met een grotere omvang hebben we meer gewicht, dat klopt, maar dit maakt de situatie ook complexer. Dat heeft gevolgen voor onze slagvaardigheid. We moeten daarom een nieuwe dialoog over de uitbreiding voeren, zoals collega Severin van de sociaaldemocraten heeft voorgesteld. We moeten aan gefaseerde lidmaatschappen, aan nieuwe vormen denken, om deze twee doelstellingen die immers allebei legitiem zijn, met elkaar te verzoenen.

We hebben institutionele hervormingen nodig. Ik kan bijvoorbeeld in Duitsland niet verklaren dat ik achter Thessaloniki sta, maar dat de staten van het voormalige Joegoslavië op een dag meer commissarissen zullen hebben dan alle medeoprichters van de Europese Unie tezamen. Dat is niet juist. We hebben een eerlijke uitbreidingspolitiek nodig, want daarmee winnen we ook weer de steun van de burgers voor deze belangrijke politiek.

 
  
MPphoto
 

  Peter van Dalen (ECR). - Uit de Europese barometer blijkt dat de Europese burgers een uitgesproken mening hebben over de Turkse toetreding: 28 procent is vóór, 59 procent is tegen. Dat zijn heel duidelijke cijfers, die kan en mag de politiek niet negeren. Doen wij dat wel, dan wordt de kloof tussen burger en politiek nog veel groter.

Turkije ligt niet in Europa en maakt geen deel uit van de Europese geschiedenis, waarin christendom, renaissance, verlichting en de democratische natiestaat het religieuze, culturele en politieke landschap hebben bepaald. Een gepriviligeerd partnerschap combineert het beste van twee werelden. Dat biedt Turkije veel economische voordelen. Bovendien geeft zo een partnerschap een meer ontspannen relatie tussen Europa en Turkije en bestaat er dan geen langdurige toetredingsstress meer. Tijd dus voor duidelijkheid: stoppen met toetredingsonderhandelingen, starten met onderhandelingen over een gepriviligeerd partnerschap. Laat dat de uitbreidingsstrategie zijn voor 2010.

 
  
MPphoto
 

  Helmut Scholz (GUE/NGL).(DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, commissaris, ik en vele collega’s in mijn fractie hebben de uitbreiding altijd als één van de belangrijkste projecten van de EU gezien en ondersteund. Ondanks al onze gerechtvaardigde kritiek op verschillende aspecten van de vormgeving ervan, is het één van de meest succesvolle hoofdstukken van de externe ontwikkeling van de EU en een complexe, langdurige taak zowel voor de toetredende landen als voor de EU zelf. Daarover is vandaag in de plenaire vergadering al gesproken.

We moeten ons afvragen of we het verdere uitbreidingsproces aankunnen. Juist met het oog op Zuidoost-Europa en zijn lange geschiedenis van verval van staten en imperia, was het juist en belangrijk dat het lidmaatschap van de Europese Unie voor de mensen in deze landen, in deze zwaar op de proef gestelde regio, mogelijk is geworden. Het feit dat enkele politieke krachten in de lidstaten van de Unie zich van deze belofte hebben gedistantieerd – inmiddels onder het mom dat versterking van de identiteit en van de instellingen van de EU voorrang heeft boven verdere EU-toetredingen – heeft niet alleen het wantrouwen in de landen die willen toetreden versterkt, maar heeft ook een remmend effect op de democratische meningsvorming en de hervormingsprocessen in de regio.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder (EFD). - Ik herinner mij nog levendig dat Eurocommissaris Rehn tijdens een van onze laatste vergaderingen zei dat een commissaris Uitbreiding een optimist moet zijn.

Ik moet zeggen dat ik hem in die typering herken, en wat mij betreft siert hem dat niet. Ik ben namelijk van mening dat realisme het van optimisme dient te winnen in de politiek, ook in de Europese politiek. Ik vind het ronduit verbazingwekkend dat het Parlement zich door deze optimistische houding heeft laten meeslepen. Waarom is het nodig om een duidelijk signaal aan het adres van Turkije en Bosnië, dat in de eerste versie van het verslag Albertini aanwezig was, af te zwakken? Waarvoor moeten wij Turkije complimenteren? Waarom moeten wij wanhopig op zoek naar een positieve openingszin voor Bosnië?

Beseft het Parlement voldoende dat het geacht wordt de bevolkingen van de lidstaten van de Europese Unie te vertegenwoordigen? Een geloofwaardig uitbreidingsproces dat door de bevolking wordt gedragen bereiken wij niet door voorlichtingscampagnes. Dat bereiken wij alleen door eerlijk en realistisch te beoordelen en te oordelen in hoeverre al deze landen aan de criteria van Kopenhagen voldoen.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI).(DE) Mevrouw de Voorzitter, uit het vraagstuk van de toetreding van Turkije blijkt hoe schrikbarend het gebrek aan democratie in de EU is. De meerderheid van de EU-bevolking spreekt zich duidelijk uit tegen toetreding. Toch wordt deze zaak over de hoofden van de burgers heen rooskleurig voorgesteld en beoordeeld en wordt er vervolgens verder onderhandeld.

Het is niet eerlijk om te doen alsof niet naar een volledig lidmaatschap wordt toegewerkt. Nu al ontvangt Turkije als toetredingskandidaat voor de jaren 2007 tot 2010 2,26 miljard euro. Dat wordt allemaal betaald door de nettobijdragers, waarvan de burgers de toetreding echter niet willen.

Het gaat hier natuurlijk om de belangen van de Verenigde Staten. Talrijke niet-Europese conflicten zouden door een toetreding midden in Europa opgelost kunnen worden. Ondanks de deelname van Turkije aan het Eurovisie Songfestival, ben ik het eens met de voormalige president van de Bondsrepubliek, Theodor Heuss, die een duidelijke definitie van Europa heeft gegeven. Hij zei dat Europa op drie heuvels is gebouwd: op de Acropolis die symbool staat voor het Griekse humanisme, op het Romeinse Capitool, dat staat voor het Europese idee van de staat en op de heuvel van Golgotha, voor het christelijke Avondland.

 
  
MPphoto
 

  Doris Pack (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, commissaris en collega’s, sinds Thessaloniki is de uitbreiding naar de Westelijke Balkan een uitgemaakte zaak. De opname van deze landen, wanneer ze aan de voorwaarden hebben voldaan, is ook geen kwestie van liefdadigheid zoals zo velen menen, maar gezien hun geografische positie midden in de Europese Unie is dit eenvoudigweg noodzakelijk.

Hun stabiliteit is bepalend voor de onze, zoals ons in de jaren negentig pijnlijk duidelijk is geworden. Alle landen moeten natuurlijk voldoen aan de voorwaarden van de criteria van Kopenhagen, en omdat ze elkaars vijanden zijn geweest, moeten ze natuurlijk ook in de regio samenwerken. Dat geldt echter ook voor de buurlanden van deze toetredingskandidaten. Ik verwacht van Slovenië en ook van Griekenland dat ze de toetredingskandidaten helpen om deze weg snel en vlot te doorlopen.

Helaas verkeert Bosnië-Herzegovina in een zeer moeilijke situatie. Hoewel ik rapporteur voor deze regio ben, geloof ik niet dat ik de problemen van dit land in anderhalve minuut kan bespreken en ik zal dat ook niet proberen. Ik hoop alleen maar, voorzitter van de Raad en commissaris, dat de onderhandelingen daar op zo’n manier worden gevoerd dat ze dicht bij de mensen staan en dat ze niet van buitenaf gedicteerd worden.

De weg die de landen moeten afleggen is niet voor allemaal even lang en we moeten hen hierbij helpen. Collega Lambsdorff, het idee dat de toetredingskandidaten meer commissarissen hebben dan de oprichtende lidstaten, is wel een heel slecht argument. Het is namelijk geen argument maar een dooddoener, want dit probleem kan men oplossen. De mensen daar mogen echter niet uitgesloten worden, omdat u dit probleem niet wilt oplossen.

 
  
MPphoto
 

  Zoran Thaler (S&D). - (SL) Ik feliciteer zowel commissaris Rehn als de fungerende voorzitter, minister Bildt, met hun constructieve en positieve inleidende opmerkingen.

Als rapporteur voor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) ben ik erg verheugd dat het land in 2009 vooruitgang heeft geboekt en dat de Commissie de Raad heeft aanbevolen om een datum voor het begin van de onderhandelingen vast te stellen. We nemen er ook nota van dat de eerste ministers Papandreou en Gruevski rechtstreekse communicatie hebben opgestart.

Ik roep de heer Bildt, commissaris Rehn en de geïnteresseerde regeringen van de lidstaten op om in deze dagen voor de top in december de telefoon te pakken en de regeringsleiders Papandreou en Gruevski op te bellen, hun uw solidariteit te tonen en hen te steunen in hun vastberadenheid om een oplossing te vinden voor dit twintig jaar durende conflict.

Alleen op die manier kan Griekenland, een al lang bestaand lid van de Europese Unie, zijn ambitie verwezenlijken en zijn verantwoordelijkheid in de regio nemen.

 
  
MPphoto
 

  Jelko Kacin (ALDE). - (SL) Servië heeft de voorbije maanden vooruitgang geboekt en door de criteria voor de visumliberalisering te vervullen heeft het land zowel zichzelf als Europa bewezen dat het nog veel meer en beter kan dan het tot nu toe heeft gedaan. Voor dit succes verdient het erkenning.

Servië heeft een verborgen potentieel dat het op zijn weg naar de Europese Unie moet activeren, in zijn eigen belang, in het belang van zijn buurlanden, van de hele regio en van de Europese Unie. Met het oog op zijn omvang en strategische ligging zou het land de drijvende kracht kunnen zijn die de regio dichter bij elkaar brengt. Het wordt tijd dat Servië zich daar nu van bewust wordt en dat het voor de uitbreiding meer doet, dan tot nog toe het geval was.

De autoriteiten in Belgrado moeten zichzelf systematisch tot dringende politieke en economische hervormingen en tot samenwerking met alle buurlanden dwingen. Volledige samenwerking met het tribunaal in Den Haag volstaat niet, die samenwerking moet ook tot een succesvol einde leiden. Servië moet het niveau van zijn politieke cultuur dringend verhogen, want op de huidige manier kan het toetredingsproces worden vertraagd. Er is behoefte aan transparantie, Servië moet actief op zoek naar een zo breed mogelijke publieke consensus en het land moet de verdeeldheid tussen de coalitie en de oppositie over fundamentele kwesties aangaande de Europese Unie overbruggen. Er zijn echter twee belangrijke vereisten voor een snellere vooruitgang: vrije en onafhankelijke media en de beëindiging van de manipulatie van de media.

 
  
MPphoto
 

  Geoffrey Van Orden (ECR). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, alles wat ik vraag is meer eerlijkheid in onze omgang met Turkije en een correcte en redelijke interpretatie van de gebeurtenissen, in het bijzonder met betrekking tot Cyprus, waar een verwrongen versie van de recente geschiedenis helaas algemeen aanvaarde wijsheid is geworden.

Er bestaat tussen nu en de presidentsverkiezingen in april in Noord-Cyprus een reële mogelijkheid. Die moet worden aangegrepen, en dat is een zaak voor alle partijen. We mogen nooit vergeten dat de Turks-Cyprioten in april 2004 hebben ingestemd met het herenigingsplan van de VN, dat werd verworpen door het zuiden. We mogen ook de belofte van de Europese Unie uit mei 2004 niet vergeten, dat zij een eind zou maken aan de isolatie van Noord-Cyprus – een belofte die nooit is nagekomen. Hier heeft de EU een morele plicht. Ik ben bang dat als we op deze manier met de Turkse belangen blijven omgaan, we het risico lopen een belangrijke bondgenoot te verliezen in een strategisch gebied van groot belang en alle verkeerde tendensen in Turkije zelf aanmoedigen.

Natuurlijk zijn velen van ons diep bezorgd over migratieproblemen in onze landen. Dit is een aspect van onze onderhandelingen met Turkije dat op een speciale en robuuste manier moet worden opgelost.

Als ik meer tijd had, zou ik ook verwijzen naar Kroatië en andere landen in Zuidoost-Europa die hoognodig iets moeten doen aan corruptie, georganiseerde misdaad en aan misbruik van bepaalde particuliere eigendomsrechten, voordat met vertrouwen kan worden verder gewerkt aan hun toetreding, in het geval van Kroatië, of kandidatuur.

 
  
MPphoto
 

  William (The Earl of) Dartmouth (EFD). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de landen die worden voorgesteld voor EU-lidmaatschap zijn betrekkelijk arm. Hun Europese droom, om de woorden van de commissaris te gebruiken, is dat zij subsidies ontvangen. Daar gaat het om. Het is een feit dat rijke landen, bijvoorbeeld Noorwegen en Zwitserland, gewoon geen lid willen worden van de EU. Het is veelzeggend dat IJsland toen het nog een rijk land was geen belangstelling had voor lidmaatschap van de Europese Unie. Nu het helaas bankroet is, staat de IJslandse regering uiteraard in de rij om lid te mogen worden. De San Andreas-breuk van de Europese Unie loopt tussen de zeven lidstaten die grote nettobetalers zijn, en de rest.

Deze situatie is onstabiel, onhoudbaar en onbetaalbaar. U denkt dat u het rijk van de EU vergroot met dit slecht doordachte beleid. In werkelijkheid drijft u het naar een toekomstige economische chaos.

 
  
MPphoto
 

  Francisco José Millán Mon (PPE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, het uitbreidingsproces is een groot succes. Door de meest recente uitbreiding zijn we herenigd met de landen van Oost- en Midden-Europa, die na de Tweede Wereldoorlog buiten hun eigen schuld werden afgesloten van de vrijheid en de welvaart. Nu richt de uitbreiding zich op de Westelijke Balkanlanden, Turkije en IJsland.

Ik deel de beginselen die we in de afgelopen jaren hebben vastgesteld als richtinggevend in het uitbreidingsproces, namelijk consolidatie, conditionaliteit en communicatie. We moeten dus onze verplichtingen nakomen, maar geen lichtzinnige beloften doen met betrekking tot toekomstige uitbreidingen.

In de tweede plaats hangt de voortgang in de respectieve toetredingsprocessen af van de vervulling van strikte voorwaarden. De kandidaat-landen moeten de noodzakelijke hervormingen voortvarend aanpakken. En in de derde plaats moeten we allemaal beter communiceren met de burgers. In de resolutie waarover morgen zal worden gestemd wordt dit belangrijke aspect van de communicatie benadrukt.

In dit verband wil ik nogmaals wijzen op het meer algemene voorstel dat ik al vaker heb gedaan, namelijk dat het ook nuttig zou zijn om de kennis van de Europese Unie onder de jongeren te vergroten door de invoering van een verplicht vak op het niveau van de middelbare school.

Een ander relevant idee dat in de resolutie naar voren wordt gebracht is de integratiecapaciteit. Uitbreiding betekent dat de huidige lidstaten bepaalde maatregelen moeten nemen. Op financieel gebied vereist de uitbreiding bijvoorbeeld dat er voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld om essentieel gemeenschappelijk beleid niet in gevaar te brengen, zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid of het cohesiebeleid.

Ik ga afsluiten. Ik wil erop wijzen dat Kosovo, zoals we allemaal weten, een apart geval is. En helaas bevat de resolutie paragrafen waarin deze aparte situatie niet duidelijk tot uiting komt.

 
  
MPphoto
 

  Pier Antonio Panzeri (S&D). (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega's, ik vind de ontwerpresolutie waarover we vandaag in het Parlement debatteren echt positief.

Ik wil ingaan op een onderdeel ervan en zeggen dat volgens mij het onderwerp van de uitbreiding met de Westelijke Balkanlanden een van de centrale aspecten van het Europees optreden in de komende maanden is en moet zijn.

Ik zou het Zweedse voorzitterschap en vooral commissaris Rehn willen complimenteren met hun werk. We moeten ons niettemin sterker betrokken voelen bij het uitbreidingsproces.

Het lijdt geen twijfel dat er landen zijn die op gerechtelijk vlak meer moeten doen om de criminaliteit te bestrijden en hervormingen door te voeren. Maar we moeten het politieke doel, te weten de consolidering van democratie in die landen en hun deelname aan het Europese traject vanuit economisch, sociaal en infrastructureel oogpunt, niet uit het oog verliezen.

Ik denk bijvoorbeeld aan landen als Kosovo – en wat dat betreft ben ik het eens met het amendement met betrekking tot de Roma-kwestie dat is ingediend door mevrouw Lunacek – omdat dit een land is dat we niet aan de zijlijn kunnen laten staan enkel en alleen omdat vijf Europese landen zijn onafhankelijkheid nog niet hebben erkend.

Al met al hebben we behoefte aan de juiste hoeveelheid moed en aan een vooruitziende politiek die is opgewassen tegen de uitdaging die het uitbreidingsproces voor ons allemaal is.

 
  
MPphoto
 

  Jorgo Chatzimarkakis (ALDE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, fungerend voorzitter van de Raad, ik spreek als voorzitter van de delegatie voor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en ik concentreer me op dit land. Ik wil allereerst commissaris Olli Rehn hartelijk danken voor zijn moed, want met zijn verslag, met zijn groen licht voor dit land, heeft hij een moedige stap gezet en daarmee heeft hij ook momentum gecreëerd. Tegelijkertijd hebben er in Athene opnieuw verkiezingen plaatsgevonden, er is een nieuwe regering in Athene, en daardoor hebben we nu een situatie, een moment, waarop we iets kunnen bereiken. Ik verzoek de collega’s echter dringend om nu rustig te reageren. Wanneer we nu te hoge verwachtingen koesteren – aanstaande vrijdag zal er een gesprek tussen Papandreou en minister-president Gruevski plaatsvinden – kan de druk zo groot worden dat de ketel barst. Dat risico mogen we niet lopen.

We moeten alle partijen aanmoedigen vriendschappelijk verder te gaan op de weg die nu is ingeslagen. Ik dank ook rapporteur Zoran Thaler, die deze weg van de Europeanen precies zo beschrijft. Voor jou, beste Olli, het allerbeste voor de toekomst in de Commissie!

(Spreker verklaart zich bereid een “blauwe kaard”-vraag te beantwoorden overeenkomstig artikel 149, lid 8 van het Reglement.)

 
  
MPphoto
 

  Alexander Graf Lambsdorff (ALDE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, ik heb een vraag voor collega Chatzimarkakis, als hij mij dat toestaat. Collega Pack heeft zojuist blijkbaar niet gehoord dat ik heb gezegd dat we ons aan Thessaloniki houden. Ik wil dat hier graag nog eens herhalen.

Ik wilde collega Chatzimarkakis vragen, wat volgens hem nu de dringendste stappen zijn die door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië moeten worden ondernomen om vorderingen te kunnen maken in de naamkwestie en om de beginnende onderhandelingen zo succesvol mogelijk te laten verlopen.

 
  
MPphoto
 

  Jorgo Chatzimarkakis (ALDE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, hartelijk dank voor de vraag. Ik denk dat beide partijen nu een beetje inschikkelijk moeten zijn, en we zien aan beide kanten de bereidheid om een stap te zetten. We verwachten nu een duurzame oplossing. Daarom zal er vrijdag ongetwijfeld in een gesprekje van vijf minuten een oplossing voor de naamskwestie worden gevonden. Dat is het probleem niet.

De grote vraag is echter waarvoor de naam wordt gebruikt, wat het zogenaamde toepassingsgebied zal zijn, en daarvoor hebben beide zijden natuurlijk tijd nodig. Ik hoop dat hiervoor een duurzame oplossing wordt gevonden, want anders hebben we een kortstondige oplossing die later misschien toch nog tot een catastrofe leidt. Daarom moeten wij als Europeanen beide partijen vriendelijk aanmoedigen om een duurzame oplossing met een breed bereik, een breed toepassingsgebied, te vinden.

 
  
MPphoto
 

  Mario Borghezio (EFD). (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, we moeten grote voorzichtigheid betrachten bij de bewering dat de uitbreiding een factor van stabiliteit zal zijn.

Denk maar eens aan wat premier Erdogan een paar dagen geleden heeft beweerd. Hij heeft gezegd dat hij niet kan opschieten met de heer Netanyahu maar dat hij zich meer op zijn gemak voelt in de buurt van de heer Bashir die, als ik me niet vergis, de president van Soedan is, naar wie een juridisch onderzoek loopt omdat hij wordt beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid.

Over buren gesproken: als Turkije toe zou treden tot de Europese Unie zouden we Iran, Irak en Syrië als buren hebben. Dat lijken mij niet de ideale buren. Het is veel beter om Turkije met Europa te verbinden door een band van geprivilegieerd partnerschap. Turkije kent een nogal zorgwekkende trend van ontwestersing, die duidelijk zeer vergevorderd is. We hoeven alleen maar te denken aan maatregelen betreffende gemeenschappelijke sociale leefregels, zoals gescheiden zwembaden voor mannen en vrouwen, vrijheidsbeperkingen van de oppositie, met zelfs het opleggen van een boete van drie miljoen euro aan oppositiezenders, enzovoort.

Ik denk dat er ook rekening moet worden gehouden met het feit dat in dit Parlement misschien een meerderheid vóór is, maar een meerderheid van het Turkse volk tégen toetreding van Turkije is. Wij dringen aan op de uitbreiding met Turkije terwijl de Turken dat zelf niet willen.

De president van de Italiaanse Republiek heeft gezegd dat afspraken moeten worden gerespecteerd. Ik ben het daar mee eens, maar we moeten wel bedenken dat de Turken Turken zijn.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Koumoutsakos (PPE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, met het verslag dat wij vandaag bespreken wordt een positieve boodschap de wereld in gestuurd voor het Europees perspectief en de uiteindelijke toetreding van de Westelijke Balkanlanden, Turkije en IJsland tot de Europese Unie. Met deze positieve boodschap is het mijns inziens iedereen, of bijna iedereen, in deze zaal eens. Tegelijkertijd moet echter heel duidelijk worden gemaakt dat de weg naar toetreding zeer veeleisend is. Deze weg gaat zeker niet over rozen. Hierbij is de geloofwaardigheid van de Europese Unie in het geding. De Europese Unie moet er namelijk voor zorgen dat haar criteria en vereisten niet alleen met goede voornemens maar met concrete daden worden nageleefd. Met andere woorden, voor volledige toetreding is volledige aanpassing nodig.

De waarborging van goede nabuurschapbetrekkingen is in dit kader van groot belang. Laten wij niet de kop in het zand steken. Er doen zich nog steeds serieuze problemen voor in de goede nabuurschapbetrekkingen tussen de kandidaat-landen en de lidstaten, en deze problemen beïnvloeden de ontwikkelingen op de weg naar toetreding van de landen die lid willen worden van de Europese familie. Het precedent tussen Slovenië en Kroatië is daar trouwens een bevestiging van. Daarom moet het nog open vraagstuk van de naam van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië vóór en niet na de opening van toetredingsonderhandelingen worden opgelost, en wel om een voor de hand liggende reden. Als dit land namelijk een datum krijgt voor opening van de toetredingsonderhandelingen zonder dat een oplossing is gevonden, zal er voor zijn regering geen sterke stimulans meer zijn om een opbouwende houding aan te nemen en met Griekenland tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.

Wat Turkije betreft zijn de normalisering van de betrekkingen met de Cyprische Republiek en de stopzetting van vluchten met militaire toestellen boven Grieks grondgebied twee serieuze vraagstukken waardoor meer vaart kan worden gezet achter de vorderingen in de richting van toetreding. Uitgaande van deze overwegingen zullen wij ook onze houding tijdens de stemming van morgen bepalen.

 
  
MPphoto
 

  Richard Howitt (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het debat en de resolutie van vandaag bieden het nieuwe Europees Parlement de mogelijkheid om zich opnieuw te verbinden tot de verdere uitbreiding van de Europese Unie, om nota te nemen van de positieve ontwikkelingen die er in bijna alle gevallen in de kandidaat-lidstaten zijn, en om ons eraan te herinneren dat vrijmaking van de handel, versterking van de stabiliteit, verbetering van de grenscontroles en verruiming van de vrije reis- en uitwisselingsmogelijkheden voor de bevolking onze Europese Unie niet verzwakken maar juist versterken.

De Europese conservatieven herhalen vandaag dat zij voor uitbreiding zijn, maar sluiten dit tegelijkertijd uit van het oprichtingsdocument van hun nieuwe fractie, waarvan de officiële woordvoerder in dit debat heeft herhaald dat hij tegen Turkije is en daarmee zijn fractie in precies hetzelfde kamp plaatst als uiterst rechts, zoals we vanmiddag allemaal gehoord hebben.

Ik wil echter wel mijn warme dank uitspreken aan het adres van commissaris Olli Rehn, wiens gevoel voor humor bleek uit zijn recente opmerking dat het directoraat-generaal Uitbreiding in de toekomst niet moet worden gehuisvest op gelijke afstand tussen de Raad en de Commissie, midden in de Wetstraat.

Ik waardeer zijn humor en zijn oordeelsvermogen. Ik hoop dat zijn nalatenschap eruit zal bestaan dat alle huidige kandidaat-lidstaten toetreden tot de EU.

 
  
MPphoto
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE).(GA) Mevrouw de Voorzitter, er is altijd een sterke band geweest tussen IJsland en de Europese Unie en als voorzitter van de delegatie voor de betrekkingen met Zwitserland, IJsland, Noorwegen en de Europese Economische Ruimte was ik erg verheugd dat ik vorige week de parlementaire delegatie uit IJsland mocht verwelkomen. Ik hoop dat er spoedig een gemengde parlementaire commissie wordt geïnstalleerd en dat de IJslandse regering deelneemt aan directe besprekingen met de Commissie, na het besluit dat de ministers van Buitenlandse Zaken van de Unie in juli jongstleden hebben genomen. Ik weet zeker dat de Europese leiders tijdens hun top aanstaand voorjaar groen licht zullen geven voor het begin van de onderhandelingen tussen de Unie en IJsland. Doordat IJsland lid is van de Europese Economische Ruimte, voldoet het al aan 22 van de hoofdstukken met voorwaarden. Veel werk is al gedaan. Ik vertrouw erop dat de overige hoofdstukken op een positieve, gerichte manier en in een geest van vriendschap zullen worden afgehandeld.

 
  
MPphoto
 

  Krzysztof Lisek (PPE).(PL) Mevrouw de Voorzitter, als Pool, maar ook als iemand die nu al vijf jaar burger is van de Europese Unie, wil ik mijn grote tevredenheid uitdrukken met het feit dat we hier nu spreken in zulk illuster gezelschap, met mensen die nauw betrokken zijn bij het uitbreidingsproces, zoals de heer Rehn en de heer Bildt. We hebben het over verdere uitbreiding van de Europese Unie, ondanks het feit dat sommigen zeggen dat de EU het plafond van haar mogelijkheden voor territoriale ontwikkeling heeft bereikt. Het enige goede nieuws dat ik voor deze tegenstanders van verdere uitbreiding heb, is dat er in 2009 geen uitbreiding van de EU zal plaatsvinden.

Ik wil niet dat we het proces van uitbreiding van de EU alleen zien vanuit het perspectief van juridische clausules. Ik wil dat we het zien als een historisch proces. De geschiedenis leert ons tenslotte dat de Balkan bijvoorbeeld in de twintigste eeuw een bron was van veel conflicten. Dat waren conflicten die zich uitbreidden naar het hele continent, zoals de Eerste Wereldoorlog, en conflicten zoals de oorlog in de jaren negentig, die ook van invloed waren op andere landen, alleen al wegens de migratie van vele miljoenen mensen. Toelating van de Balkanlanden tot de Europese Unie zou naar mijn mening de belangrijkste bijdrage zijn die de EU ooit aan stabilisatie en vrede in ons continent kan leveren.

Ik wil graag nog één ding zeggen over wat de heer Bildt zei met betrekking tot open deuren. Ik wil u vragen niet te vergeten dat er nog steeds andere landen zijn, die niet genoemd worden in het document van vandaag, maar wel dromen van EU-lidmaatschap.

 
  
MPphoto
 

  Emine Bozkurt (S&D). - Ten eerste kunnen wij op dit moment helaas niet een rooskleurig beeld schetsen van de politieke situatie in Bosnië-Herzegovina.

Het hervormingsproces in dit land is voortdurend onderhevig aan verlamming door de politieke krachten aldaar. De twee entiteiten kunnen geen gedeelde visie ontwikkelen waardoor vooruitgang op zich laat wachten.

Ik wil hier nogmaals het belang benadrukken van een duurzaam constitutioneel kader, dat nodig is om het land en de instituties effectiever te laten functioneren. Ik roep daarom de politieke leiders van beide entiteiten op dit als uitgangspunt te nemen.

Verder wil ik onderstrepen dat ik blij ben dat de PVV van collega Madlener het democratiseringsproces in Turkije zo'n warm hart toedraagt. Juist door het onderhandelingsproces met de Europese Unie is dat met sprongen vooruitgegaan. Ik zou dus meer warme steun van de PVV voor het onderhandelingsproces verwachten.

Als laatste wil ik zeggen dat het toetredingsproces een resultaatgericht proces moet zijn, waarbij niet de datum van toetreding leidend moet zijn, maar de behaalde resultaten. Pas als de kandidaat-lidstaten aan de gestelde eisen voldaan hebben en zij daarom volwaardig lid kunnen worden, kan er sprake zijn van toetreding.

 
  
MPphoto
 

  Arnaud Danjean (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, mijnheer de minister, u hebt er terecht aan herinnerd dat de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon ons in staat zal stellen om op het gebied van het uitbreidingsbeleid een nieuw tijdperk binnen te gaan, en we moeten dit nieuwe proces met realiteitszin en onbevooroordeeld tegemoet treden: dat is de essentie van deze resolutie.

Een nieuw proces wil echter niet zeggen een vlucht naar voren. Dat zou de zekerste manier zijn om bij het publiek in de EU onbegrip of erger nog wantrouwen op te wekken, en het zou ook de beste manier zijn om bij de kandidaat-lidstaten valse hoop te wekken en hen ertoe aan te zetten hun toevlucht te zoeken tot retoriek en cosmetische veranderingen in plaats van tot beleid gericht op diepgaande hervormingen. We dienen goed op te passen bij de stappen, omstandigheden en waarden waarop we geen concessies doen, en ik denk daarbij in het bijzonder aan de samenwerking met het Internationaal Strafhof.

Anderzijds dient in de meest duidelijke bewoordingen te worden herhaald dat de plaats van de Westelijke Balkan, van alle landen van de Westelijke Balkan, met inbegrip van Kosovo, in de Europese Unie is en dat we die landen moeten stimuleren hun inspanningen voort te zetten en te vergroten. Er is geen tegenspraak tussen het verduidelijken van de eisen enerzijds en het geven van volledige steun aan het uitbreidingsproces in de Westelijke Balkan anderzijds, net zoals er geen tegenspraak is tussen het nastreven van de filosofie om ieder naar zijn verdienste te beoordelen, en het nemen van belangrijke initiatieven voor alle landen in de regio, zoals visumliberalisatie.

Staat u mij toe tot slot nog enkele woorden te wijden aan Turkije. Vooraleer ik ga speculeren over de zeer hypothetische toekomst van het toetredingsproces van Turkije, constateer ik eenvoudig dat de Commissie voor het tweede achtereenvolgende jaar heeft aangegeven dat er geen vooruitgang is geboekt inzake het protocol van Ankara en dat het daardoor onmogelijk is nieuwe hoofdstukken in het onderhandelingsproces te openen.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda (S&D).(DE) Mevrouw de Voorzitter, ik heb het begin van dit debat gemist, omdat ik als rapporteur voor Kroatië in de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Kroatië verslag moest uitbrengen.

Ik wil graag van de gelegenheid gebruik maken om Carl Bildt en Olli Rehn hartelijk te danken voor hun hulp bij het vinden van een oplossing – althans voor het moment – voor het grensconflict tussen Slovenië en Kroatië. Dit toont goed aan hoe men door samenwerking – van de Raad, de Commissie en ook dit Parlement – landen kan helpen om hun problemen te boven te komen. Ik heb er ook aan bijgedragen dat men in elk geval in Kroatië nu bijna unaniem tot ratificatie van dit verdrag is overgegaan.

Wat mij echter veel meer zorgen baart, is Bosnië-Herzegovina. Ik ben kortgeleden in Banja Luka en Sarajevo geweest. Dodik heeft weliswaar enige compromissen gedaan, enkele wijzigingen voorgesteld waarmee hij kan instemmen, maar ik wil toch graag wijzen op een idee dat Doris Pack hier naar voren heeft gebracht: hoe kunnen we met bredere lagen van de bevolking in contact treden? Het is namelijk van groot belang om dit gebrek aan een stem, deze tegenstellingen die aan de top van veel beleid bestaan, te overwinnen. We moeten die mensen op een of andere manier zien te bereiken, want, collega, in tegenstelling tot wat nu The Earl of Dartmouth weer gezegd heeft, zijn er veel mensen in deze regio die het niet om het geld van de Europese Unie te doen is, maar die in een unie van vrede en toenadering wensen te leven en niet in een regio van haat en oorlog. Daar draait het om in Europa. U wilt dat niet begrijpen en u zult dat ook nooit begrijpen. Maar de mensen in Sarajevo en Banja Luka weten wat Europa betekent en die moeten we helpen.

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, we moeten Kroatië volgend jaar in de Europese Unie opnemen, of beter gezegd we moeten de toetredingsonderhandelingen afronden en met het ratificatieproces beginnen. Kroatië is al twintig jaar op weg naar toetreding tot de Europese Unie en naar vrijheid. Er zijn kunstmatige belemmeringen voor dit land opgeworpen en ik ben het Zweeds voorzitterschap dankbaar dat het heeft bijgedragen aan het uit de weg ruimen ervan.

Kroatië heeft nu met een tweederde meerderheid het akkoord met Slovenië geratificeerd. We moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat ook Slovenië zijn verplichtingen voor de Europese Unie nakomt. De streefdatum 2010 is ook van belang, omdat het hier om de geloofwaardigheid van de Europese Unie zelf gaat.

Wat Macedonië betreft, hoop ik dat het Zweedse voorzitterschap gedaan kan krijgen dat de toetredingsonderhandelingen volgend jaar kunnen beginnen, zodat het bilaterale probleem dat ook hier bestaat, eindelijk uit de weg wordt geruimd. Ik hoop dat we hier nog iets kunnen veranderen aan de tekst van het verslag, waarin het een beetje eenzijdig om de Macedoniërs gaat en veel te weinig van de buren wordt verlangd. Iedereen moet zijn bijdrage leveren, ook degenen die in de Europese Unie zitten.

Ik acht het van essentieel belang dat we Kosovo volledig bij het proces van Thessaloniki betrekken, en dit zijn belangrijke passages in het verslag Albertini. Ook dit land heeft een Europees perspectief nodig en ik doe een beroep op alle lidstaten die dit nog niet gedaan hebben, om Kosovo eindelijk te erkennen, opdat we hier eindelijk geen juridische of technische problemen meer hebben en Kosovo volledig aan het integratieproces kan deelnemen.

(Spreker verklaart zich bereid om een “blauwe kaart”-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Salavrakos (EFD).(EL) Mevrouw de Voorzitter, ik heb vastgesteld dat de heer Posselt en ook andere collega´s de term “Macedonië” gebruiken in plaats van FYROM. De term “Macedonië” is nu juist de twistappel tussen Griekenland, een lidstaat van de Unie, en dit kandidaat-land. Ik verzoek u derhalve om de collega´s aan te bevelen de juiste term te gebruiken als zij dit land noemen.

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, ik wil graag een kort antwoord geven. Ik wil hier mijn zeer gewaardeerde collega Cohn-Bendit van de Vert/ALE-Fractie citeren die eens heeft gezegd: “Macedonië is Macedonië is Macedonië.” Ik sluit me volledig bij deze mening aan. Pesterijen tegen een buurland hebben nog nooit iets uitgehaald.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Salavrakos (EFD).(EL) Mevrouw de Voorzitter, er is maar één Macedonië, en dat ligt in Griekenland. Daarom moet een eind komen aan deze spelletjes. Wij moeten in deze zaal de termen gebruiken die wij allen hebben aanvaard. De FYROM hebben wij aanvaard als FYROM en niet als “Macedonië”.

 
  
MPphoto
 

  Andrey Kovatchev (PPE).(BG) Allereerst wil ik de heer Albertini danken voor het werk dat hij heeft gestoken in dit moeilijke verslag over de strategie ter versterking van de voortgang van vele landen in de verschillende stadia van voorbereiding op de criteria voor toetreding tot de Europese Unie. Ik begrijp en onderschrijf zijn wens om optimale helderheid te verschaffen en een positief oordeel te geven over de uitbreiding van de Europese Unie met de Westelijke Balkanlanden, IJsland en Turkije. De meeste ingediende amendementen geven echter aan dat dit een ingewikkeld onderwerp is. Als het Verdrag van Lissabon op 1 december is werking is getreden, zullen we de opnamecapaciteit van onze Unie moeten analyseren en vergroten. Ik stel de Commissie voor dat zij een dergelijke analyse van de opnamecapaciteit van de Europese Unie uitvoert, omdat de Europese Unie zonder de steun van haar burgers het risico loopt een lege huls te worden.

Ik onderschrijf ook de visie dat een lidstaat geen onhaalbare toetredingsvoorwaarden mag stellen aan een kandidaat-lidstaat. Alle bilaterale problemen dienen te worden opgelost in een geest van Europees begrip met gedeelde waarden en een gemeenschappelijke geschiedenis en cultuur. Op dit punt wil ik pleiten voor het gezamenlijk herdenken van historische gebeurtenissen en helden op de Balkan.

 
  
MPphoto
 

  Kyriakos Mavronikolas (S&D).(EL) Mevrouw de Voorzitter, ik wil iets zeggen over het beheer van de belangen van Turkije, dat mijns inziens ten koste gaat van de belangen van de Cyprische Republiek. Ik moet uiting geven aan mijn ongenoegen over het feit dat de vraagstukken die de Cyprische Republiek betreffen worden gebagatelliseerd. Het is zelfs zo dat vraagstukken waarvoor Turkije bekritiseerd zou moeten worden, nu worden gebruikt om de positie van Turkije wat de toetreding tot de Europese Unie betreft te verbeteren. In 2006 heeft Turkije toegezegd de Cyprische Republiek te zullen erkennen, het protocol van Ankara te zullen toepassen en bij de oplossing van de kwestie-Cyprus te zullen helpen. Daar is niets van terecht gekomen. Integendeel, nu worden de besprekingen gebruikt ten voordele van Turkije en worden bekroond met de pogingen om het energiehoofdstuk te openen, wat natuurlijk in het belang wordt geacht te zijn van de Europese Unie zelf. Zoals u zult begrijpen moet de Cyprische Republiek als klein land haar belangen behartigen en aandringen op sancties tegen Turkije. Een van die sancties zou ongetwijfeld zijn het openen van hoofdstukken tegen te houden.

 
  
MPphoto
 

  Franziska Keller (Verts/ALE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst zou mijn fractie, de Groenen, liever geen datum vastleggen voor de toetreding van Kroatië. Wij vinden dat, zoals de ervaring aantoont, dit in het verleden geen goed idee is geweest, nog afgezien van de vraag of Kroatië lid zou moeten worden zodra het aan de criteria voldoet.

Ten tweede, mijnheer Brok, gelden natuurlijk de criteria van Kopenhagen. Die zijn er; we hoeven ze niet telkens weer opnieuw te noemen. We houden vast aan de afspraken die de Europese Unie over toetreding heeft gemaakt en aan de criteria van Kopenhagen. Het doel van het toetredingsproces is de toetreding zelf.

Wanneer we over Turkije spreken, mogen we niet vergeten welke verbazingwekkende voortgang er in Turkije is geboekt op gebieden waar we die een paar jaar geleden nooit voor mogelijk hadden gehouden. Dit is een duidelijk succes van het toetredingsproces, dat we niet moeten vergeten.

 
  
MPphoto
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE).(RO) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, ik wil u danken voor uw toegewijde werk aan de uitbreiding van de Europese Unie. De Europese Unie heeft de afgelopen twee jaar een krachtige invloed uitgeoefend op de democratische verandering en economische deregulering op de Westelijke Balkan. De afschaffing van de visumplicht voor sommige landen op de Westelijke Balkan en de start van toetredingsonderhandelingen met FYROM zijn een aanduiding van vooruitgang waar de Europese burgers van zullen profiteren, zowel als gevolg van samenwerking met de EU op het terrein van politie en justitie, als vanuit een economisch perspectief.

Ik denk dat het uitbreidingsproces van de EU in deze tijden van economische crisis een oplossing biedt voor het revitaliseren van de Europese economie. We moeten echter niet vergeten dat de onrechtvaardige voordelen die de Europese Unie aan verschillende landen op de Westelijke Balkan heeft gegeven, negatieve consequenties hebben. De Commissie moet eveneens studie maken van de mogelijkheid om Moldavië op te nemen in de groep landen op de Westelijke Balkan, want de hulp aan buurlanden bij het doorvoeren van de nodige hervormingen moet op een eerlijke wijze verder gaan. Moldavië is een potentiële kandidaat en bereid om op een lijn te komen met de Europese Unie, als onderdeel van het politieke en economische integratieproces.

 
  
MPphoto
 

  Corina Creţu (S&D).(RO) De Europese Unie heeft nu een grondwet – het Verdrag van Lissabon – een president en een hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. Wij kunnen daarom een ander perspectief kiezen voor het nieuwe uitbreidingsproces met de landen van de Westelijke Balkan en IJsland, maar vooral met Turkije.

Ik ben mij ervan bewust dat velen in de Europese Unie aarzelen over een nieuw uitbreidingsproces, maar de ervaring van Roemenië en Bulgarije, bijvoorbeeld, leert dat toetreding tot de EU een zeer krachtig instrument is geweest om de situatie in onze landen ten goede te veranderen.

Wij moeten natuurlijk met een zeer kritisch oog kijken naar de processen in de landen die willen toetreden tot de Europese Unie. Wij moeten ons boven alles richten op de degelijke opzet en het degelijk functioneren van de democratische politieke systemen. We hebben goede instrumenten om te controleren in welke mate men zich aan de toetredingseisen conformeert. Als deze landen een duidelijker perspectief op toetreding zouden krijgen, zou dit stabiliserend werken en een katalysator zijn voor de interne vooruitgang in de kandidaat-landen.

 
  
MPphoto
 

  György Schöpflin (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben heel blij met deze mogelijkheid om een paar gedachten met u te delen. Uitbreiding is terecht een van de meest succesvolle beleidsterreinen van de Europese Unie genoemd; velen van ons hebben dat in dit debat gezegd. Het idee dat de centrale waarden van Europa – democratie, mensenrechten, solidariteit – alle staten van Europa behoren te omvatten, is en blijft in het hart van de Europese identiteit staan.

Het bestaande Europa is opgebouwd op de propositie dat de landen van Europa via integratie geleidelijk een vreedzame oplossing voor conflicten zullen aanvaarden, maar dit proces gaat niet vanzelf. De toetredingslanden moeten een grondige transformatie ondergaan om te voldoen aan de vereisten van het EU-lidmaatschap. Onderstreept moet worden dat het een vrijwillig proces is. Geen enkel land wordt gedwongen lid te worden, maar om lid te kunnen worden van de EU moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan.

Tegelijkertijd moeten toetredingslanden, juist omdat het voldoen aan de voorwaarden een grote inspanning vergt, ook worden aangemoedigd de benodigde inspanning te leveren, en dat niet alleen. De verplichtingen die het EU-lidmaatschap met zich meebrengt, moeten worden overgebracht van papier naar praktijk. Zonder uitvoering blijft het proces inhoudsloos.

Dit is de boodschap die van de resolutie van de heer Albertini uitgaat naar toekomstige kandidaten voor het EU-lidmaatschap. De EU is er klaar voor om de landen van de Westelijke Balkan en Turkije te aanvaarden als volwaardige lidstaten, maar het is aan hen om te voldoen aan de voorwaarden die de EU heeft gesteld.

 
  
MPphoto
 

  Carl Bildt, fungerend voorzitter van de Raad. (EN) Mevrouw de Voorzitter, laat ik proberen het kort te houden.

Ten eerste wil ik, als dat gepast is vanuit het oogpunt van het voorzitterschap, mij voegen bij die leden die hulde hebben gebracht aan commissaris Rehn voor het werk dat hij de afgelopen vijf jaar heeft verzet. Er is veel bereikt. Het is misschien goed voor uw opvolger dat er nog iets te doen is, maar er is veel bereikt.

Ik spreek ook mijn waardering uit voor de zeer brede steun voor het uitbreidingsbeleid die in dit debat is uitgesproken door alle vertegenwoordigers van alle grote politieke stromingen hier. Ik vind dat een bron van kracht.

(Interruptie van William (The Earl of) Dartmouth: ‘Hebt u naar het debat geluisterd?’)

Zeker heb ik naar het debat geluisterd. U bent geen lid van een van de grote fracties. Dat spijt me.

De heer Severin was een van degenen die zeiden dat dit een proces is dat we ook moeten verankeren in de harten en zielen van de mensen. Ik ben het daar wel mee eens, maar we moeten ook erkennen dat dit van ieder van ons vastberaden politiek leiderschap vereist. Bij een terugblik op de historie van onze Unie is eenvoudig te zien dat er heel weinig in de geschiedenis van de Europese integratie is gebeurd als gevolg van een plotseling opkomende eis van de publieke opinie.

Bijna alles is het gevolg van visionair, vooruitziend, vaak moeizaam en veeleisend politiek leiderschap, maar vervolgens hebben we ook de steun van de burgers gewonnen voor wat we aan het doen waren.

Ik heb u verteld dat ik minister-president van mijn land was toen wij toetraden tot de Europese Unie. We hebben toen een zeer bittere campagne gevoerd voor een referendum dat we nipt hebben gewonnen. We hadden vrij lange tijd een publieke opinie die tegen de Europese Unie was. We zijn nu, als je naar de opiniepeilingen kijkt, een van de meer Europositieve landen in Europa. Er was politiek leiderschap voor nodig om dat te bereiken. Het gebeurt niet vanzelf.

Laat ik, als we ons naar de lastiger gebieden van Europa begeven, ook zeggen dat verzoening niet eenvoudig is. Ook daarvoor is veel leiderschap vereist, want volledige verzoening is nog niet in alle delen van Europa bereikt.

De Westelijke Balkan is terecht door een aantal sprekers aan de orde gesteld. Ik kan u verzekeren dat we ons bewust zijn van de problemen van Kosovo en van de noodzaak om ze verder aan te pakken, waarbij we ook rekening houden met bepaalde problemen die binnen de Unie spelen.

Bosnië is door verschillende mensen genoemd, onder andere door mevrouw Pack en de heer Swoboda, en ik wil daar een paar opmerkingen over maken. Ik heb dit jaar vier dagen besteed aan gesprekken met de politieke leiders van Bosnië. Ik heb geprobeerd hen stappen vooruit te laten zetten en hen te overtuigen van de gevaren die zij lopen als zij achterblijven terwijl de rest van de regio vooruitgang boekt. Waarschijnlijk heb ik te veel gedaan want uiteindelijk moeten ze, zoals mevrouw Pack heeft gezegd, het zelf doen. Het is hun land, niet ons land, maar we hebben wel de plicht om hun te vertellen dat, als ze het niet doen, de rest van de regio verder zal gaan en dat dat niet goed zal zijn voor hun land. Dat is wat we hebben geprobeerd te doen en tot op zekere hoogte doen we dat nog.

Ons uitbreidingsproces is, zoals iedereen heeft aangestipt, gebaseerd op resultaten. Het vereist hervormingen, het vereist verzoening, en dat geldt voor iedereen. Het gold ooit voor Zweden en we hebben het gered. Het geldt voor iedereen.

Wat de afgevaardigde betreft die zo graag in debat zou gaan, ik heb geconstateerd dat er enkele – voornamelijk – heren van uiterst rechts waren die, op zijn zachtst gezegd, bedenkingen tegen Turkije hadden. Als ik hun argument goed begrepen heb, is het dat Turkije te groot, te ingewikkeld en te islamitisch is.

Als u artikel 49 van het Verdrag leest, en daar moeten we ons beleid op baseren, ziet u dat het geen uitzondering maakt voor grote landen, dat het geen uitzondering maakt voor ingewikkelde gevallen en dat het geen godsdienstige criteria bevat.

(Applaus van centrumlinks)

Dus daar moeten we ons aan houden. Ik heb de roerende woorden over het christelijk erfgoed beluisterd en ze bevatten veel waars. Alle katholieken en orthodoxen of protestanten en anglicanen kunnen dat op veel verschillende manieren uitleggen, maar ik zou willen waarschuwen tegen het wegdefiniëren van het joodse erfgoed uit Europa. Joden zijn geen christenen, maar zij maken, ondanks alle problemen in de geschiedenis, ook deel uit van ons Europa van vroeger, van nu en van de toekomst.

Ik wil ook aanvoeren dat het evenzeer een vergissing zou zijn om moslimburgers te definiëren, of ze nu binnen of buiten de huidige lidstaten wonen, in Bosnië, ergens anders of in Turkije, en hen uit te sluiten van de werking van artikel 49 van het Verdrag. Ik denk dat dat een vergissing zou zijn.

(Applaus van centrumlinks)

Ik heb in dit verband met belangstelling geluisterd naar de opmerkingen van mevrouw Koppa uit Griekenland over zowel de uitdagingen in de Westelijke Balkan als de verzoening met Turkije, en ik heb de recente stappen en uitspraken opgemerkt van premier Papandreou.

Mag ik tot slot een van mijn favoriete onderwerpen aansnijden? Iemand noemde, zoals dat soms gebeurt in een debat als dit, de kwestie van de absorptiecapaciteit – dat we gewoonweg niet te veel landen kunnen absorberen. Ik hou niet van dat woord. Ik zie onze Unie geen landen ‘absorberen’. Ik weet niet of we Groot-Brittannië hebben geabsorbeerd, ik weet niet of Frankrijk wil worden geabsorbeerd. En ik hoop dat Zweden nooit wordt geabsorbeerd.

Ik zie onze Unie als een eenheid die de toetredingslanden verrijkt, en ik heb nog nooit een uitbreiding gezien die onze Unie zwakker heeft gemaakt. Elk uitbreiding, hoe moeilijk ook, heeft onze Unie sterker gemaakt, rijker gemaakt, ambitieuzer gemaakt, en ik behoor in ieder geval niet tot degenen die menen dat de geschiedenis ten einde is. Artikel 49 blijft gelden.

Ten slotte heeft een van de heren gezegd dat er ook nog andere landen zijn, waarover we niet gedebatteerd hebben. Dat is waar. Artikel 49 geldt voor elk Europees land, ook voor landen die vandaag nog niet ter sprake zijn geweest.

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil u bedanken voor het zeer levendige en substantiële debat over de uitbreiding van de EU en over onze strategie – nu, volgend jaar en in de nabije toekomst. Het debat sloot aan bij de beste democratische tradities van dit Parlement, en ik ben dankbaar voor de brede algemene steun voor ons zorgvuldig uitgevoerde uitbreidingsbeleid.

U hebt terecht het belang benadrukt van gelijktijdige en parallelle toezeggingen en voorwaarden bij de uitbreiding van de EU. Ik ben het daarmee eens en ik wil onderstrepen hoe belangrijk het is om tegelijkertijd redelijk en streng te zijn.

We moeten redelijk zijn en ons houden aan de toezeggingen die we hebben gedaan aan de landen in Zuidoost-Europa die op onze geconsolideerde uitbreidingsagenda staan, te weten de Westelijke Balkanstaten en Turkije. Tegelijkertijd kunnen we even streng als redelijk zijn en moeten we rigoureuze voorwaarden stellen in de onderhandelingen met deze kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten.

Deze twee werken alleen samen – in combinatie, verenigd – en dat is echt de beste formule voor het stimuleren van hervormingen en een democratische en economische transformatie in Zuidoost-Europa. Het is ook de beste formule voor het verankeren van stabiliteit in de landen van de Westelijke Balkan en het bevorderen van hervormingen ten gunste van de fundamentele vrijheden in Turkije.

Ik denk dat mevrouw Flautre gelijk heeft als zij zegt dat er per definitie geen aantrekkelijker portefeuille is dan uitbreiding. Ik ben echter een gematigd man – geloof het of niet – en ik denk dat er zekere grenzen zijn aan de hoeveelheid aantrekkelijkheid en fascinatie die een mens kan hebben. En zoals Carl hoopte, blijft er ook wat werk over voor mijn opvolger, voor de volgende Commissie en voor dit Parlement.

Hoe het ook zij, het was geweldig om met u te werken. Samen hebben we een verschil kunnen uitmaken. Laten we niet vergeten dat de uitbreiding van de EU in hoge mate heeft bijgedragen tot het feit dat Europa nu één is en vrij. Laten we dat zo houden en laten we ons werk in Zuidoost-Europa afmaken.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Er is één ontwerpresolutie(1) ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 26 november 2009 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Băsescu (PPE), schriftelijk.(RO) Ik ben van mening dat de betrokkenheid van het Europees Parlement bij de evaluatie van het uitbreidingsproces van groot belang is. Dit proces is een groot succes voor de Europese Unie geweest en heeft vrede en stabiliteit gebracht. Tegen die achtergrond moeten wij niet vergeten dat de landen op de Westelijke Balkan in geografisch, cultureel en historisch opzicht deel uitmaken van Europa. Met betrekking tot de potentiële kandidaat-landen die in de resolutie worden genoemd wil ik de aandacht vestigen op de succesvolle inspanningen en de tastbare vooruitgang van Servië. Dit land heeft de interimhandelsovereenkomst met de EU eenzijdig ten uitvoer gebracht, en zo gedemonstreerd dat het vastbesloten is om dichterbij de Europese Unie te komen, ondanks de politieke en economische moeilijkheden. Het Europees Parlement moet Servië aanmoedigen op zijn weg naar de EU. Over deze kwestie moeten we de Raad en Commissie vragen om openheid en om een constructieve voortzetting van de onderhandelingen met dit land. Ik ben van mening dat de voortzetting van het proces van opneming van Servië in de Europese Unie niet afhankelijk mag zijn van de erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo.

 
  
MPphoto
 
 

  Takis Hadjigeorgiou (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De houding van Turkije is een zeer belangrijk vraagstuk en zal tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad in december besproken worden in het kader van het uitbreidingsbeleid. Wij geven steun aan volledige toetreding omdat wij van mening zijn dat dit doel een drijfveer zal zijn tot hervormingen en beleidsverandering bij belangrijke vraagstukken. Wij wijzen erop dat Turkije de jegens de EU en alle lidstaten aangegane verdragsverplichtingen nog steeds niet nakomt. Turkije moet onmiddellijk zijn verbintenissen nakomen. Anders zal het niet zonder kleerscheuren door de beoordeling van december komen. De verbintenissen waarop Turkije beoordeeld zal worden en de termijnen vloeien voort uit de conclusies van december 2006. Onder deze verbintenissen vallen ook de toepassing van het aanvullend protocol, de normalisering van de bilaterale betrekkingen en de erkenning van de Cyprische Republiek, evenals een opbouwende houding bij de oplossing van de kwestie-Cyprus. Het is absurd dat Turkije enerzijds streeft naar toetreding en een toonaangevende rol wil spelen in het gebied en anderzijds het internationaal recht en de grondbeginselen van de EU blijft schenden door een bezettingsmacht in een lidstaat te handhaven. Tot slot kan het energiehoofdstuk niet geopend worden zolang Turkije de Cyprische Republiek belet haar soevereine rechten in haar exclusieve economische zone uit te oefenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Cătălin Sorin Ivan (S&D), schriftelijk.(RO) De EU is als een gebouw in aanbouw. De notie om de uitbreiding een halt toe te roepen is daarom strijdig met het principe waarop de EU is gebaseerd. In artikel 49 van het EU-Verdrag staat dat ‘Iedere Europese staat…toetreding tot de Europese Unie kan aanvragen.’ Precies daarom krijgt de uitbreidingsstrategie voor de Westelijke Balkan, Turkije en IJsland grote aandacht in het kader van onze activiteiten. Ik steun deze intense belangstelling zonder enige reserve. Kroatië, Turkije en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië hebben kandidaatsstatus, en zijn op verantwoordelijke wijze de weg naar toetreding ingeslagen. IJsland, Montenegro en Albanië hebben toetreding aangevraagd, en de eerste twee daarvan worden momenteel door de Commissie bestudeerd. Er zijn uiteraard nog problemen te overwinnen, zoals corruptie, criminaliteit of persvrijheid. De afschaffing van de visumplicht voor Servië, Montenegro en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië met ingang van 19 december geeft dit proces een significante impuls. Ik wil echter ook uw aandacht vestigen op het feit dat als wij spreken over uitbreiding, we ook moeten kijken naar de Republiek Moldavië, die op dit moment een cruciale politieke periode doormaakt als het gaat om het inslaan van de weg naar democratie en EU-lidmaatschap. Met dit in het achterhoofd moeten wij steun verlenen aan de uitvoering van de doelstellingen van de Europese strategie voor de Republiek Moldavië 2007-2013, om de door beide zijden verlangde resultaten te bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE), schriftelijk. (EN) Ik wil drie opmerkingen maken. Ten eerste ben ik blij dat minister van Buitenlandse Zaken Carl Bildt heeft gewezen op de belangrijkste boodschap van de resolutie-Albertini: dat de EU sterk blijft hechten aan het uitbreidingsbeleid en dit als een van haar succesvolste beleidsterreinen beschouwt. Dit is in zeer hoge mate te danken aan het uitstekende werk van commissaris Rehn. De tweede belangrijke boodschap is dat de rechtsstaat wordt beschouwd als een sleutelbeginsel van democratische vooruitgang en als een van de belangrijkste voorwaarden voor verdere toetredingen. We moeten ook duidelijk blijven over het belang van de criteria van Kopenhagen. Mijn derde opmerking: ik bepleit ten stelligste dat de Europese Raad in december besluit de toetredingsonderhandelingen met Macedonië te openen, overeenkomstig de aanbeveling van de Commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk. (EN) IJsland is al sinds lange tijd een actieve partner in het bredere Europese integratieproces. IJsland werkt nauw samen met lidstaten van de EU als een van de oprichters van de NAVO, als lid van de Raad van Europa, de EVA en de OVSE en als partij bij de Overeenkomst van Schengen. Ook wordt geschat dat IJsland al ongeveer 60 procent van het omvangrijke communautaire acquis heeft overgenomen. Tegen deze achtergrond is de aanvraag van het EU-lidmaatschap door IJsland een logische stap.

Naar mijn mening heeft IJsland altijd een Europese roeping gehad en zou het IJslandse lidmaatschap een win-winsituatie voor beide partijen betekenen. We leren nu al veel van de IJslandse ervaringen met duurzaam visserijbeheer, het gebruik van aardwarmte en maatregelen tegen klimaatverandering. IJsland heeft zijn vastbeslotenheid om toe te treden tot de Unie getoond door de antwoorden op de vragenlijst van de Commissie ruim voor de gestelde termijn in te dienen en ik zie uit naar de evaluatie die zal worden uitgevoerd tijdens de top van medio december. Als aan alle vereisten is voldaan en het beginsel van eigen merites wordt gehonoreerd, hoop ik dat de IJslandse toetreding kan worden gecombineerd met die van Kroatië.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) Wat de uitbreidingsstrategie betreft, hebben we een gevarieerde aanpak nodig. Terwijl bijvoorbeeld IJsland een Europees land is dat rijp is voor de EU, zijn de Balkanstaten, met uitzondering van Kroatië, nog lang niet zo ver. Na toetreding zijn onopgeloste problemen slechts met veel moeite te overwinnen en deze slepen zich dan nog jarenlang voort. Daarom mag er in het geval van de Balkanstaten niet de geringste twijfel bestaan over de vraag of zij al dan niet rijp zijn voor toetreding, en ook het loon- en sociale niveau moet overeenkomen met het Europees gemiddelde. Al jaren bestaan de voortgangsverslagen over Turkije slechts uit een lijst met gebreken – bij een apk-beurt zou het niet door de keuring komen. En dit land maakt in feite noch geografisch, noch op geestelijk-intellectueel gebied deel uit van Europa. Dat blijkt ook net zo duidelijk uit de voortdurende minachting voor de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting, die ook het plan voor de Koerden niet kan verhullen, als uit de kwestie-Cyprus. Maar misschien wil de EU ook van haar mensenrechtennormen afwijken – anders is de knieval voor de Beneš-decreten niet te verklaren. Turkije beschouwt zichzelf als de belangrijkste macht van de Turkse volkeren. De problemen van de EU zouden daarom met de toetreding van Turkije alleen maar groter worden, wat alleen al uit het optreden tot nu toe steeds opnieuw is gebleken. Positieve aspecten zoals een grotere energiezekerheid zijn ook met een geprivilegieerd partnerschap te bereiken. Het is de hoogste tijd voor eerlijke, duidelijke woorden.

 
  
MPphoto
 
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D), schriftelijk. – (HU) Als Parlementslid uit Hongarije, dat grenst aan de Westelijke Balkan, steun ik de toetredingsaspiraties van de landen op de Westelijke Balkan met alle mogelijke middelen. Een belangrijke stap op dit gebied was het initiatief van de Europese Commissie om de visumplicht af te schaffen voor Servië, Macedonië en Montenegro vanaf 1 januari 2010. Het voorstel van het Europees Parlement om de visumplicht al met ingang van 19 december af te schaffen, zou van symbolische waarde zijn en tevens met praktische voordelen gepaard gaan.

De Europese Unie zou de Hongaarse gemeenschap in Vojvodina die op talloze manieren aan Hongarije is verbonden, en de families en vrienden aan weerszijden van de grens geen groter kerstcadeau kunnen geven dan visumvrij reizen. Ik vertrouw erop dat de lidstaten deze beslissing nog deze maand hun zegen zullen geven.

De visumliberalisering is een positieve reactie op de oprechte inspanningen van de Westelijke Balkan voor Europese integratie. Vooral Servië heeft de laatste tijd grote vooruitgang geboekt. De regering van minister-president Mirko Cvetković heeft ook volgens een onlangs gepubliceerd verslag van de Commissie met succes de strijd aangebonden tegen corruptie, en daarnaast zijn er op het vlak van minderheidsrechten uitermate belangrijke stappen ondernomen. Het Servische parlement heeft een wet over nationale besturen aangenomen en na veelbelovende vooronderhandelingen wordt de status van Vojvodina volgende week in het parlement behandeld. Naast alle positieve ontwikkelingen moeten er in Vojvodina verdere inspanningen worden gedaan om etnische gewelddelicten en de steeds opnieuw de kop opstekende fysieke gewelddadigheden tegen Hongaren volledig terug te dringen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Leszek Wałęsa (PPE), schriftelijk. (PL) Ik wil de heer Albertini bedanken voor de resolutie over de uitbreidingsstrategie van de Europese Commissie. Natuurlijk ben ik het ermee eens dat kandidaat-landen het hervormingsproces moeten voortzetten. De inspanningen moeten vooral worden gericht op het waarborgen van de rechtsstaat en gelijke behandeling van etnische minderheden, alsmede de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad. De evaluatie van de politieke situatie in Turkije, met inbegrip van de hervormingen die zijn gepland of uitgevoerd, is een herhaling van de evaluatie van de Commissie in het periodiek verslag. Er is duidelijk vooruitgang als het gaat om naleving van de politieke criteria van Kopenhagen, maar er moet helaas nog veel worden gedaan in de brede categorie van burgerlijke vrijheden. Het belangrijkste is echter dat de bilaterale geschillen worden opgelost door de verschillende partijen erbij te betrekken. Die zaken hoeven op zichzelf de toetreding niet in de weg te staan, maar de EU moet wel streven naar oplossing ervan voor de toetreding. Het Europees Parlement moet een objectieve waarnemer zijn, want we willen dat de onderhandelingen eindigen met een overeenkomst, die de toetreding van Turkije tot de EU mogelijk zou maken. Als burger van Polen, een land dat in 2004 lid is geworden van de Europese Unie, weet ik dat de uitbreidingsstrategie een van de meest effectieve beleidsterreinen van de EU is. Het is cruciaal om gedane beloften na te komen, en dat geldt ook voor de Europese Unie. Het doel van toetredingsonderhandelingen is volwaardig lidmaatschap en daarom moet naleving van moeilijke maar duidelijke bepalingen ook een basisvoorwaarde zijn om deze doelstelling te behalen. Dat geldt voor alle staten, dus ook voor Turkije.

 
  
MPphoto
 
 

  Dominique Vlasto (PPE), schriftelijk. (FR) Onze resolutie over toekomstige uitbreidingen dient een afspiegeling te zijn van de publieke opinie in Europa. Fouten uit het verleden dienen te worden vermeden en we moeten samen met de volkeren aan Europa bouwen. De te nemen beslissingen brengen enorm veel verbintenissen met zich mee en dienen goed te worden voorbereid en uitgelegd, willen ze de steun krijgen van de meerderheid van de Europese burgers. Ons Parlement, dat hen vertegenwoordigt, dient daar in het bijzonder op toe te zien.

Overhaast handelen zou het slechtste zijn wat we kunnen doen en zou opnieuw tot institutionele instabiliteit kunnen leiden, terwijl de Europese Unie die nog maar net achter zich heeft gelaten met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Nu gaat het erom dat we het nieuwe institutionele mechanisme dat uit dit Verdrag voortkomt, testen, aan een politiek Europa bouwen en het door onze medeburgers gewenste beleid op het gebied van werkgelegenheid, herstel van de economie, strijd tegen klimaatverandering, continuïteit van de energievoorziening en gemeenschappelijke verdediging consolideren.

Laten we de prioriteiten niet omkeren, maar de coherentie en doeltreffendheid van het communautaire beleid versterken alvorens ons te richten op nieuwe uitbreidingen van de Europese Unie. Tot slot blijf ik gekant tegen de toetreding van Turkije tot de Europese Unie, en ik spreek nogmaals de wens uit om met dit land een geprivilegieerd partnerschap binnen de Unie voor het Middellandse-Zeegebied aan te gaan.

 
  

(1) Zie notulen

Laatst bijgewerkt op: 16 april 2010Juridische mededeling