Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

O-0119/2009 (B7-0225/2009)

Debatten :

PV 25/11/2009 - 15
CRE 25/11/2009 - 15

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Debatten
Woensdag 25 november 2009 - Straatsburg Uitgave PB

15. Rookvrije ruimten (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het debat over de mondelinge vraag (O-0119/2009) van Edite Estrela, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, aan de Raad: Rookvrije ruimten (B7-0225/2009).

 
  
MPphoto
 

  Edite Estrela, auteur.(PT) Ik wil om te beginnen de schaduwrapporteurs van alle fracties bedanken voor hun medewerking en inzet. Daardoor is het mogelijk geworden om in zo’n kort tijdsbestek een gezamenlijke resolutie te presenteren. Ik wil daarnaast het secretariaat van de Commissie energie, milieubeheer en volksgezondheid, het secretariaat van mijn eigen fractie en mijn assistent bedanken voor hun ondersteuning. Iedereen heeft heel goed gewerkt.

Namens de Commissie milieubeheer wil ik eerst aangeven dat ik het jammer vind dat het Zweeds voorzitterschap besloten heeft dit dossier af te ronden zonder het verslag van het Europees Parlement af te wachten. Een dergelijke werkwijze houdt een gebrek aan respect in voor de door de Europese burgers gekozen vertegenwoordigers. Daarom vraag ik de fungerend voorzitter namens de Commissie milieubeheer het volgende: kan de Raad bevestigen dat hij van plan is met betrekking tot dit onderwerp conclusies te formuleren tijdens de voor 1 december 2009 geplande vergadering, en zulks in weerwil van de agenda van het Europees Parlement? Waarom heeft de Raad zo’n haast met het aannemen van een aanbeveling? Waarom niet eerst het standpunt van het Europees Parlement afwachten? Het Parlement is geraadpleegd over het voorstel van de Commissie – is de Raad nu bereid om bij het formuleren van zijn conclusies rekening te houden met het standpunt van het Parlement?

Het moet in ieder geval duidelijk zijn dat de Commissie milieubeheer zich aansluit bij de strekking van deze aanbeveling. Tabaksgebruik blijft immers de belangrijkste veroorzaker van ziektes en de belangrijkste doodsoorzaak in de Europese Unie. De Commissie milieubeheer zou het daarom op prijs hebben gesteld als er rekening was gehouden met haar agenda. Dan zouden we in het Parlement een diepgaande discussie hebben kunnen voeren om zo tot een goed onderbouwd standpunt te komen.

Blootstelling aan tabak in de leefomgeving, ook wel passief roken genoemd, is een belangrijke factor bij het ontstaan van ziekten, met de daaruit voortvloeiende arbeidsongeschiktheid. Het is ook een belangrijke doodsoorzaak in de Europese Unie. Niet zelf geïnhaleerde rook bevat meer dan 4 000 gasvormige en deeltjescomposieten, waaronder in ieder geval 69 kankerverwekkende substanties en heel veel gifstoffen. Er is geen veilig niveau voor de blootstelling aan dit type rook. Volgens de voorzichtigste schattingen sterven er elk jaar duizenden en duizenden mensen aan de gevolgen van passief roken, hetgeen een hele zware belasting voor de economie inhoudt, hetzij direct, in de vorm van medische kosten, hetzij indirect, in de vorm van productiviteitsverlies.

De afgelopen jaren is in een aantal lidstaten veel vooruitgang geboekt bij het creëren van rookvrije ruimten. Tot op heden heeft meer dan een derde van de lidstaten een breed scala wetgevende maatregelen uitgevaardigd om roken op het werk en in openbare ruimten te verbieden. Er blijven binnen de EU echter nog grote verschillen bestaan met betrekking tot het niveau van bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook. Werknemers in de horeca, bijvoorbeeld, vormen een bijzonder kwetsbare beroepsgroep, omdat de concentratie van tabaksrook in bars en restaurants heel hoog is en er in de meeste lidstaten geen algemene bescherming bestaat.

Op het niveau van de EU zijn er tot nu toe verscheidene resoluties en aanbevelingen gewijd aan rookvrije ruimten. Die zijn echter niet bindend, en ze bevatten geen gedetailleerde richtsnoeren voor het opzetten van zulke ruimten. Dit onderwerp komt ook aan de orde in het kader van een aantal richtlijnen over gezondheidszorg en bescherming van de beroepsbevolking, maar slechts indirect, of op een zodanige wijze dat onvoldoende bescherming wordt gegarandeerd.

Ik wijs verder op de Kaderovereenkomst van de WHO over tabaksontmoediging, dat tot nu toe door 26 lidstaten en de Gemeenschap is geratificeerd. Artikel 8 van die overeenkomst verplicht alle ondertekenende partijen ertoe een efficiënte bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook te garanderen – op het werk, in gesloten openbare ruimten en in het openbaar vervoer.

Wij menen dat alleen een totaal verbod op roken in gesloten werkomstandigheden – waaronder de horeca, openbare gebouwen en het openbaar vervoer – volstaat om de gezondheid van werkers en niet-rokers te garanderen. Zo’n verbod zal rokers aanmoedigen om het roken op te geven.

Ter afsluiting spreek ik de hoop uit dat de Raad rekening zal houden met deze resolutie, die – naar wij hopen – morgen door het Europees Parlement zal worden aangenomen.

 
  
MPphoto
 

  Åsa Torstensson, fungerend voorzitter van de Raad. − (SV) Mevrouw de Voorzitter, op 1 juli 2009 diende de Commissie haar voorstel in voor een aanbeveling van de Raad betreffende rookvrije ruimten, gebaseerd op artikel 152, lid 4 van het EG-Verdrag. Het hoofddoel van dat voorstel bestaat erin om artikel 8 van de Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de bestrijding van tabaksgebruik uit te voeren. Artikel 8 gaat over bescherming tegen blootstelling aan tabaksrook. Tot dusver is de overeenkomst door 26 lidstaten en ook door de gemeenschap geratificeerd.

Met het oog op het werkprogramma van het Zweedse voorzitterschap en om de overige instellingen voldoende tijd te geven om hun standpunt kenbaar te maken, riep de Raad het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s op 8 juli 2009 op om hun advies ten laatste op respectievelijk 26 november, 5 november en 8 oktober 2009 af te geven. Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft zijn advies al aangenomen en het Comité van de Regio’s heeft laten weten dat het niet van plan was om een advies af te geven. Ik heb begrepen dat het Europees Parlement van plan is zijn advies ten laatste in maart 2010 af te geven, wat ik betreur. Dat is helaas te laat om de Raad de mogelijkheid te geven er rekening mee te houden. Dat heeft absoluut niets met gebrek aan respect van doen, integendeel.

Minister van Bejaardenzorg en Volksgezondheid, Maria Larsson, bevestigde op 2 september in de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid dat het de bedoeling van het Zweedse voorzitterschap is om de aanbeveling betreffende rookvrije ruimten voor het einde van het jaar vast te stellen. Momenteel wordt de tekst van de aanbeveling in de Raad besproken en we hebben tot dusver aanzienlijke vooruitgang geboekt. Ik ben er zeker van dat we ons doel om de aanbeveling tijdens de vergadering van de Raad van 1 december 2009 vast te stellen, zullen halen. De Raad is echter niet van plan om conclusies ter zake aan te nemen.

De Raad heeft de resolutie over het Groenboek "Op weg naar een rookvrij Europa: beleidsopties op EU-niveau” die het Europees Parlement op 24 oktober 2007 aannam, onder de loep genomen. In de resolutie riep het Parlement de lidstaten op om binnen twee jaar wetgeving over rookvrije ruimten vast te stellen. Veel lidstaten hebben nu zulke wetten aangenomen en verschillende andere werken eraan. Het Parlement was ook van mening dat het “rookvrij”-beleid zou moeten worden aangevuld met andere ondersteunende maatregelen. De Raad deelt die opvatting.

Ik ben blij dat ik de kans heb gekregen om het tijdplan van de Raad met betrekking tot de ontwerpaanbeveling betreffende rookvrije ruimten toe te lichten en ik zie ernaar uit om uw standpunten met betrekking tot deze kwestie te horen.

 
  
MPphoto
 

  Theodoros Skylakakis, namens de PPE-Fractie. – (EL) Mevrouw de Voorzitter, het besluit van de Raad om zijn voorstel inzake rookvrije ruimten razendsnel bij de lidstaten erdoor te krijgen zonder het Parlement voldoende tijd te geven om een standpunt te bepalen, is mijns inziens helemaal verkeerd. Wij reageren daarop met niet alleen de mondelinge vraag van vandaag maar ook een resolutie, die hopelijk morgen zal worden aangenomen en een goed compromis bevat waarin de grote meerderheid van het Parlement zich mijns inziens kan terugvinden. In deze resolutie staan heel veel nieuwe dingen. Wij van de Europese Volkspartij zijn er bijzonder trots op dat in de tekst de nadruk wordt gelegd op de bescherming van kinderen tegen passief roken. Dankzij ons voorstel en de instemming van de andere fracties was het mogelijk veel nieuwe overwegingen hierin op te nemen.

Ik noem bij wijze van indicatie de noodzaak bijzondere gevoeligheid te tonen voor kinderen en hen te beschermen. In tegenstelling tot volwassenen hebben kinderen immers niet de mogelijkheid om juridische, morele of zelfs ook psychologische instemming te betuigen met blootstelling aan tabaksrook. Ouders hebben de plicht hun kinderen te beschermen, maar daarbij hebben zij wel onze hulp nodig. Passief roken van kinderen is immers onvoldoende onderzocht en bijgevolg weet niemand, ook ouders niet, wat de gevolgen zijn van langdurige blootstelling van kinderen aan tabaksrook en in welke mate kinderen moeten worden beschermd.

Daarom is ons voorstel aan de Commissie om het probleem op pan-Europees niveau te onderzoeken en daarbij ook te kijken naar passief roken zeer belangrijk. De gegevens die uit dit onderzoek verkregen zullen worden, zullen enorme diensten kunnen bewijzen. In de resolutie staan nog veel andere belangrijke dingen, en daarom hopen wij dat de Raad daar rekening mee zal houden.

 
  
MPphoto
 

  Daciana Octavia Sârbu, namens de S&D-fractie.(RO) De burgers en het milieu van de Europese Unie moeten profiteren van de bescherming die een verbod op roken in openbare ruimten biedt. Wij kunnen niet negeren dat roken op dit moment nog steeds een van de belangrijkste oorzaken van ziekte en overlijden is. Wij strijden met alle kracht tegen gevaarlijke epidemieën en bedenken complexe en kostbare vaccins om onszelf tegen nieuwe virussen te beschermen, maar de inspanning om onze kinderen, onze gezinnen en het milieu te beschermen tegen de kwalijke gevolgen van roken is veel haalbaarder.

Eenvoudige logica en een beroep op de rechten van de niet-rokende meerderheid zouden ons ervan moeten overtuigen om van deze inspanning een prioriteit te maken. Een aantal recente onderzoeken geeft aan dat het rookverbod in Noord-Amerika en Europa geleid heeft tot een snelle daling van bepaalde ernstige gezondheidsproblemen. Dit effect werd zelfs duidelijk meteen na het introduceren van het rookverbod. In landen waar roken in openbare ruimten volledig is verboden is het positieve gezondheidseffect toegeschreven aan een aantal factoren. Het gaat er niet alleen om dat rokers geen indirecte rook meer inademen, maar ook dat het meeroken van niet-rokers wordt verminderd.

Wij moeten een essentieel feit niet uit het oog verliezen: rokers zijn een minderheid in de Europese Unie. Natuurlijk kan niemand het individuele recht op roken willen beknotten, ook niet omwille van de principes die wij allen steunen, zoals een krachtige bescherming van de volksgezondheid en minder vervuilende bronnen voor het milieu, maar tegelijkertijd wil de meerderheid van niet-rokers een rookvrije omgeving. Deze realiteit moet ons leiden bij het opstellen en ondersteunen van antitabakswetgeving.

Aangezien is gebleken dat rokers vaak stoppen met behulp van deze ondersteunende maatregelen, denk ik dat we onze wettelijke maatregelen moeten versterken als onderdeel van een gemeenschappelijk beleid voor het beheersen van tabaksconsumptie. Zo kunnen we een praktische bijdrage leveren aan het verbeteren van de volksgezondheid in de gehele Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Frédérique Ries, namens de ALDE-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, met deze resolutie wil ons Parlement uiteraard zijn steun uitspreken voor het zeer voortvarende beleid van de Commissie inzake de strijd tegen roken. Maar wij vragen de Commissie ook – en dat is essentieel – nog verder te gaan en de garantie te geven dat alle Europese mannen en vrouwen in 2011 in alle openbare gelegenheden, in het openbaar vervoer en op de werkplek recht hebben op een gezonde ruimte.

Immers, Europa heeft het recht – dat is overduidelijk – en zelfs de plicht bescherming te bieden, en dus in dit geval een verbod op te leggen, zoals het heeft gedaan en zal blijven doen voor een hele reeks giftige stoffen, dodelijke stoffen, waarvan sommige zelfs veel minder dodelijk dan tabak, chemische stoffen, pesticiden, sommige zware metalen en ook asbest, om er slechts enkele te noemen.

Als ik zeg dat Europa een verbod moet opleggen en deze rookvrije ruimte dus moet garanderen voor alle werknemers, zoals ons door een overgrote meerderheid van de burgers wordt gevraagd, wil dat uiteraard niet zeggen dat we hier een kruistocht tegen rokers lanceren. Ik ben liberaal en hecht sterk aan begrippen als vrijheid, vrije keuze en vrije wil. Een Europese tekst kan voorzien in ontheffingen, rookruimten, vrije ruimten. Wetten maken wil niet zeggen onderdrukken. We hebben het hier wel over de openbare ruimte, maar laat niemand mij vertellen dat er voor Europa geen plaats is in dit debat.

 
  
MPphoto
 

  Carl Schlyter, namens de Verts/ALE-Fractie. – (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik zou willen zeggen dat dit natuurlijk een kwestie is die de bescherming van werknemers betreft. Dat is de enige reden waarom de EU zich überhaupt met de kwestie bemoeit. We hebben bijvoorbeeld DCM, dichloormethaan, verboden – een onderwerp waar ik verantwoordelijk voor was – precies omdat het schadelijk is voor de gezondheid van werknemers. Werknemers hebben recht om door Europese wetgeving beschermd te worden, en nu hebben we het over de gezondheid van werknemers in restaurants en hotels.

Een rookverbod op die plaatsen zou veel meer levens redden en veel gezondheidsproblemen veel effectiever voorkomen dan de meeste wetten die we hier maken. Het is een van de effectiefste instrumenten die we in kunnen voeren om de gezondheid van werknemers op het werk, en met name van kinderen en andere onschuldige slachtoffers van tabaksrook, te beschermen. Tientallen stoffen in sigarettenrook zijn zo giftig dat je een speciale vergunning nodig hebt als je ze in een laboratorium wilt gebruiken. En toch willen wij dat in het dagelijkse leven van mensen vrij laten komen. Dat is een volkomen absurde situatie. Het gaat niet om vrije keuze, want wie ziek wordt heeft daar helemaal niet voor gekozen. Wij kunnen de mensen nu helpen om in de toekomst niet ziek te worden, en die kans moeten we grijpen.

 
  
MPphoto
 

  Jiří Maštálka, namens de GUE/NGL-Fractie. (CS) Het doet me deugd dat we erin geslaagd zijn een gezamenlijke resolutie op te stellen die een waarlijk goed compromis vormt en alles in zich heeft om bij te dragen aan de terugdringing van het aantal doden en zieken als gevolg van roken. Ik ben ingenomen met de formulering van artikel 15 die tot doel heeft het toezicht op tabaksgebruik te beschermen tegen met name de commerciële belangen van de tabaksindustrie. Ook ben ik zeer ingenomen met het in artikel 22 omschreven mechanisme voor verslaglegging. Het spijt me echter dat we er niet in geslaagd zijn een verwijzing opgenomen te krijgen in de gemeenschappelijke resolutie naar standaardisering van de verpakking. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat met behulp van standaardisering van de verpakking het verbruik en de vraag aanzienlijk verlaagd kunnen worden, met name onder jongeren. Het spijt me zeer dat er om tijdsredenen geen behoorlijke raadpleging heeft plaatsgevonden, maar hoop desondanks dat de Raad de genoemde voorstellen steunen zal. Namens de quaestoren wil ik benadrukken dat we vandaag een maatregel hebben goedgekeurd die ertoe dient de bescherming van niet-rokers in het Europees Parlement op het gewenste niveau te brengen.

 
  
MPphoto
 

  Peter Liese (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, beste collega’s, ik dank allen die aan de resolutie hebben meegewerkt. Passief roken is een enorm probleem, vooral voor kinderen. De voorzitter van de beroepsvereniging voor kindergeneeskunde in Duitsland heeft eens gezegd: roken in het bijzijn van kinderen is opzettelijke fysieke mishandeling. Ik zou dat zelf niet zo boud formuleren, maar we moeten hier iets aan doen.

Ik ben zeer verheugd over de wetten die in Ierland, Italië en andere landen zijn ingevoerd. Op het punt van het gezondheidsbeleid vind ik de wetgeving en de praktijk in Duitsland beschamend. We kunnen op dat gebied veel van andere Europese landen leren.

Toch is het niet zo gemakkelijk als het in de paragrafen 2, 10 en 13 van deze resolutie wordt voorgesteld. We hebben op Europees niveau slechts beperkte bevoegdheden. Wetgeving op dit gebied zou politiek gezien contraproductief kunnen werken. We kunnen alleen werknemers beschermen en dat betekent dat we op Europees niveau niet veel aan de bescherming van kinderen kunnen doen. Maar dat is nu juist dringend noodzakelijk. Daarom verzoek ik u de amendementen van de EVP ten aanzien van dit onderwerp te steunen.

Nog even iets over de omstreden tabakssubsidies waarover wij jarenlang hebben gediscussieerd. De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid heeft steeds geëist dat die helemaal afgeschaft worden. Nu is er in de Raad een goed compromis bereikt en ik pleit er daarom persoonlijk sterk voor – onder voorbehoud van de discussie in mijn fractie – dat we paragraaf 9 ongewijzigd laten. Dat is een goed compromis en de mensen zouden het niet begrijpen als wij nog net zulke subsidies als voorheen zouden verstrekken. We hebben deze omschakeling nodig en we moeten dit ondersteunen.

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, tijdens de Europese verkiezingen van 2004 heeft Ierland een rookverbod op de werkplek ingevoerd en daarom kwamen we bij restaurants en drankgelegenheden veel woedende stemmers tegen. Zij waren furieus over het verbod. Maar nu is het 2009 en is er een zeer groot draagvlak. Men vindt dat de maatregel goed is geweest voor de werknemers, werkgevers en voor het stelsel van de volksgezondheid. De mensen hebben ermee leren leven.

Vanmorgen koos ik voor de gezonde optie. Ik ben naar het Parlement komen lopen en was verbijsterd dat ik jonge ouders in de auto sigaretten zag roken terwijl er kinderen achterin zaten. Er waren ook ouders die kinderwagens voortduwden terwijl er een sigaret boven het kind bungelde. Het is duidelijk dat we nog veel werk moeten verzetten om volwassenen voor te lichten over de gevaren voor kinderen.

Ik steun dus mijn collega Peter Liese in zijn oproep tot bescherming van kinderen. Ze zijn zo kwetsbaar en het is zo treurig om te zien dat ze aan dit gevaar worden blootgesteld.

Maar laten we rokers niet demoniseren. Vergeet niet dat tabak een vreselijk verslavend middel is en dat rokers al onze hulp en steun nodig hebben bij het afkicken. Zij die ervoor kiezen – zoals anderen het zouden kunnen uitdrukken – niet met roken te stoppen, moeten doorgaan met wat ze wensen te doen, zonder anderen schade te berokkenen, en zich ten volle bewust zijn van de schade die zij zichzelf toebrengen.

Dit is een goede resolutie die we in Ierland, waar we ver gevorderd zijn met dit soort wetgeving, uiteraard volledig onderschrijven.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė (PPE).(LT) Hier in het Europees Parlement hebben we het vaak over mensenrechten. Volgens een Eurobarometer-enquête rookt zeventig procent van de burgers in de Europese Unie niet en wil de meerderheid dat roken in openbare gelegenheden wordt verboden. Er is discussie mogelijk over de vraag of dit discriminatie van rokers zou betekenen. Ik meen echter dat we, gezien de erkende schade die roken de gezondheid kan toebrengen, de gezondheid van mensen niet op het spel mogen zetten. Natuurlijk moeten we, als we spreken over een rookverbod op Europese schaal, het subsidiariteitsbeginsel niet uit het oog verliezen en mogen de lidstaten zelf beslissen hoe ze hun burgers verdedigen en beschermen. In Litouwen hebben we bijvoorbeeld, zoals onze Ierse collega’s al hebben opgemerkt, de wet op tabaksontmoediging, die een van de meest progressieve van de EU is. Natuurlijk moet er nog veel meer bereikt worden. In Litouwen is tabaksconsumptie verboden in openbare instellingen, op werkplekken, in gesloten ruimten, in alle eetgelegenheden en in het openbaar vervoer. De wet op tabaksontmoediging is in Litouwen tamelijk bereidwillig ontvangen en de waarheid is dat rokers zelf toegeven dat ze nu minder roken of zelfs helemaal gestopt zijn. Natuurlijk moet Litouwen, net als andere lidstaten van de EU, wat meer aandacht besteden aan het probleem van het roken door minderjarigen. Ik denk dat we allemaal belang hebben bij een schone en gezonde omgeving, in het bijzonder voor onze kinderen. Daarom zou het zeer goede voorbeeld van de staten die roken in openbare gelegenheden hebben verboden, de op dit gebied meer sceptische staten moeten aanmoedigen en inspireren tot de verdediging van de rechten van niet-rokers, en de instellingen van de EU – rekening houdend met het advies van het Europees Parlement – ertoe moeten brengen manieren te vinden om wetgeving met een dwingend karakter in te voeren.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik mevrouw Estrela complimenteren met haar initiatief. Ik ben het eens met de punten die zij aanvoert.

Ook ik heb in Ierland de verandering in de houding ten opzichte van het roken en in de gewoonten van de Ierse rokers waargenomen. Ik ben voorzitter geweest van de Gaelic Athletic Association, de grootste sportorganisatie van Ierland. We hebben een rookverbod ingevoerd in ons grootste stadion, met een capaciteit van 82 500 toeschouwers. De mensen verzetten zich eerst maar nu aanvaarden zij het. Er is sprake van een totale verandering. Ik heb geen probleem met mensen die roken, maar anderen hebben er last van en dat is het probleem. Passief roken is in Ierland in feite uitgebannen en volwassenen zijn ook minder gaan roken. Velen zijn gestopt en – nog belangrijker – ook jonge mensen zijn nu minder dan voorheen geneigd te gaan roken.

Het laatste punt dat ik wil maken is dat mensen ontdekken dat er geen stank meer is, ook niet in hun kleren. Wanneer je in het buitenland een restaurant binnengaat en daar rook ruikt, voel je de aandrang om op te stappen, en hetzelfde geldt voor hotelkamers. Dit is een goed initiatief en hoe eerder het wordt uitgevoerd, hoe beter het is voor ons allemaal. We zullen er geen spijt van krijgen, dat garandeer ik.

 
  
MPphoto
 

  Chris Davies (ALDE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, mensen hebben het recht om te roken maar ik doe niemand tekort als ik zeg dat anderen niet verplicht mogen worden op het werk of in andere gelegenheden de rook van anderen in te ademen.

Zelf heb een hekel aan roken – ik vind het gewoon smerig – en ik juich het in mijn land ingevoerde verbod van harte toe, maar ik vind niet dat de beslissing moet worden genomen op Europees niveau. Ik vind niet dat we moeten pleiten voor bindende wetgeving die in elke lidstaat geldt. Ik ben federalist maar geen centralist. Besluiten moeten worden genomen op het laagste praktische niveau en dat is in dit geval de lidstaat of zelfs de regionale regering, zoals in Schotland, de eerste regio van mijn land die rookvrij werd.

Het is heel gemakkelijk om het subsidiariteitsbeginsel te negeren als we denken dat we goed bezig zijn. In dit geval denk ik dat we proberen goed bezig te zijn, maar nu het Verdrag van Lissabon is aangenomen moeten we een stapje terugdoen en dat beginsel eerbiedigen.

 
  
MPphoto
 

  Anja Weisgerber (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, wij willen duidelijke en bruikbare regels voor de bescherming van niet-rokers in heel Europa. ‘In heel Europa’ betekent volgens mij niet per se ‘vanuit Europa’. In veel lidstaten is er al uitgebreide wetgeving ter bescherming van niet-rokers en andere landen zijn bezig met de invoering hiervan.

Waarom denken sommige collega’s nu: dat kunnen we in Brussel veel beter dan in de lidstaten, ook al heeft de Europese Unie geen bevoegdheid op het gebied van gezondheidsbeleid en ook al moeten we dat via de omweg van de bescherming van werknemers doen? Ik denk dat de lidstaten moeten beslissen welke regels ze ter bescherming van niet-rokers invoeren. Dat is zinnig omdat zij dichter bij de problemen, bij de plaatselijke situatie staan en ik begrijp niet waarom de bescherming van niet-rokers in Lapland en Andalusië tot in de details gelijk en door Brussel voorgeschreven zou moeten zijn. Waar is hier het grensoverschrijdende verband? Bovendien stuiten we in Brussel op onze grenzen.

Voor mij is met name de bescherming van kinderen en jongeren van groot belang. Vooral op dat gebied hebben we uitgebreide bescherming nodig. Wanneer we de bescherming van niet-rokers op Europees niveau via de omweg van de arbeidsbescherming aanpakken, beschermen we de kinderen en jongeren niet, want dat zijn geen werknemers. Daarom vraag ik steun voor de amendementen 2 en 13 van de EVP.

 
  
MPphoto
 

  Åsa Torstensson, fungerend voorzitter van de Raad. − (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de geachte afgevaardigden bedanken voor dit belangrijke debat. Het is ontzettend positief dat we ons allemaal zo inzetten om rookvrije ruimten te krijgen. Ik denk dat we veel standpunten delen. Ik herhaal dat ik betreur dat het Europees Parlement zijn advies niet tijdig in heeft kunnen dienen, maar het voorzitterschap zal rekening houden met de resolutie van het Europees Parlement.

Wat betreft roken op het werk, is de Commissie begonnen met raadpleging van de sociale partners op EU-niveau. Zij zijn naar hun visie op het huidige wetgevingskader en eventuele toekomstige wetgevingsinitiatieven op dit gebied gevraagd. In het voorstel voor een aanbeveling staat dat passief roken met name voor kinderen en jongeren gevaarlijk is, en dat daardoor het risico toeneemt dat ze zelf gaan te roken.

In het voorstel voor een aanbeveling betreffende rookvrije ruimten, wordt de Commissie opgeroepen om op basis van informatie van de lidstaten verslag uit te brengen over de uitvoering, effectiviteit en gevolgen van de verschillende maatregelen. Dat Commissieverslag zal ook een goede gelegenheid zijn om op deze kwestie terug te komen.

De kwestie van bestrijding van tabaksgebruik zal ook volgend jaar een vooraanstaande plaats op de agenda krijgen. Dan beginnen we met de voorbereidingen voor de vierde Conferentie van de partijen bij de Kaderovereenkomst voor de bestrijding van tabaksgebruik. De conferentie zal van 15 tot 20 november in Punta del Este in Uruguay plaatsvinden. Ik ben ervan overtuigd dat de Raad op dat ogenblik opnieuw met het Europees Parlement in discussie zal willen treden over deze kwestie.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Er is één ontwerpresolutie(1) ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 2, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen, donderdag 26 november 2009, plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Kastler (PPE), schriftelijk.(DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, vaak hebben goedbedoelde ideeën problematische gevolgen. Zo zal niemand hier betwisten dat niet-rokers uitgebreide bescherming nodig hebben. De compromisontwerpresolutie inzake een rookvrije omgeving, waarover donderdag gestemd moet worden, gaat echter veel verder dan de bescherming van niet-rokers. Hoewel in het voorliggende ontwerp het subsidiariteitsbeginsel uitdrukkelijk wordt onderschreven, wordt tegelijkertijd de ondermijning hiervan gevraagd. In de ontwerpresolutie wordt om strikte en juridisch bindende regels op EU-niveau gevraagd. Op die manier wordt de gerechtvaardigde wens om de gezondheid te beschermen misbruikt in een poging om bevoegdheden voor het gezondheidsbeleid en op arbeids- en sociaal gebied over te hevelen naar het Europees niveau, waar deze bevoegdheden niet bestaan. Wij willen allemaal een Europa dat dicht bij de mensen staat. Het subsidiariteitsbeginsel vormt de sleutel hiertoe. Lidstaten – of zoals bij ons in Duitsland deelstaten – moeten zelf de dialoog over de bescherming van niet-rokers voeren. Alleen op die manier kunnen oplossingen worden gevonden die bij de eigen traditie en cultuur passen en die daardoor dicht bij de mensen staan. Daarom verzoek ik u om donderdag tegen de ontwerpresolutie in haar huidige vorm te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk.(DE) Ik rook zelf niet. Ik ben me terdege bewust van de gezondheidsschade die door het roken van tabak en passief roken kan ontstaan. De plannen van de EU op dit gebied gaan echter, zoals zo vaak het geval is, een stap te ver. Het gaat hier om ten dele volstrekt absurde regels, waarbij in bepaalde gevallen zelfs het roken in de openlucht niet zou zijn toegestaan. De EU richt zich obsessief op het consumeren van tabak, terwijl er in het dagelijks leven veel ander gedrag is waarvan statistisch is bewezen dat het gevaarlijker en schadelijker is, zoals het eten van fastfood, zonnen (vanwege de uv-stralen), consumptie van alcohol en koffie, autorijden, niet aan sport doen, weinig slapen, om er maar een paar te noemen. Zinvolle regels en voorlichting om de risico’s zo klein mogelijk te maken, zijn positief te noemen. In eerste instantie dient echter ieder volwassen mens zelf te beslissen in hoeverre hij schadelijke gevolgen op de koop toe neemt. Er bestaan plannen voor een totaal rookverbod in bedrijven voor 2012. Daarbij wordt weinig tot geen rekening gehouden met de voornaamste gedupeerden, de horecabedrijven. Deze moeten rekening houden met een omzetdaling van 20 procent, die dan zou leiden tot een verlies van talrijke arbeidsplaatsen. Bovendien zijn de horecabedrijven de laatste jaren wettelijk verplicht hun bedrijf in te richten met een ruimte voor rokers en één voor niet-rokers. Een totaal rookverbod in 2012 zou deze dure investeringen in één keer overbodig maken. Het ontwerp voor de ‘aanbeveling van de Raad betreffende rookvrije ruimten’ is geen zinvolle maatregel.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Seeber (PPE), schriftelijk.(DE) Wat de bescherming van niet-rokers betreft, hebben vooral de lidstaten nog wat achterstallig werk te verrichten. We moeten ons vooral richten op de bescherming van risicogroepen, zoals kinderen en zwangere vrouwen. Juist op dit gebied bezit de Unie echter geen directe bevoegdheden. Gezondheidszorg was en is een zaak van de lidstaten en de landen moeten op dit gebied de verantwoordelijkheid op zich nemen. De EU concentreert zich daarom op wat zij kan doen voor de bescherming van niet-rokers, en dat is het beschermen van werknemers op de arbeidsplaats. Het nastreven van het principiële doel om Europa met zo veel mogelijk regels op het gebied van de bescherming van werknemers rookvrij te maken, leidt echter niet tot een bevredigende oplossing van het probleem. Om zo veel mogelijk lagen van de bevolking, vooral ook kinderen, tegen schadelijke tabaksrook te beschermen, moeten er meer voorlichtingscampagnes worden gevoerd. Alleen op die manier kan er op den duur een omslag ontstaan in het denken van de Europeanen en alleen op die manier kan ook het roken in de privésfeer worden beperkt.

 
  
  

(De vergadering wordt om 19.30 uur onderbroken en om 21.00 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
  

(1) Zie notulen

Laatst bijgewerkt op: 16 april 2010Juridische mededeling