Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/0007(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0002/2010

Debatten :

PV 08/02/2010 - 14
CRE 08/02/2010 - 14

Stemmingen :

PV 10/02/2010 - 9.4
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0014

Debatten
Maandag 8 februari 2010 - Straatsburg Uitgave PB

14. Administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen - Wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen - Facultatieve en tijdelijke toepassing van de verleggingsregeling voor leveringen van bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten (wijziging van Richtlijn 2006/112/EG) - Bevordering van goed bestuur in belastingzaken (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van de vier verslagen over belastingen.

Dat zijn:

– het verslag van Magdalena Álvarez over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (A7-0006/2010),

– het verslag van Theodor Dumitru Stolojan over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (A7-0002/2010),

– het verslag van David Casa over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft een facultatieve en tijdelijke toepassing van de verleggingsregeling voor leveringen van bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten (A7-0008/2010), en

– het verslag van Leonardo Domenici over de bevordering van goed bestuur in belastingzaken (A7-0007/2010).

Het woord is aan mevrouw Álvarez, de rapporteur. U heeft vier minuten.

 
  
MPphoto
 

  Magdalena Álvarez, rapporteur.(ES) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, de Europese Unie is gegrondvest op een solidariteitsrelatie tussen haar lidstaten. Een duidelijk voorbeeld van deze solidariteit is de administratieve samenwerking op fiscaal gebied. Die samenwerking is essentieel voor het functioneren van de Unie. Het gaat hier om loyaliteit – tussen de lidstaten, maar ook tussen de belastingautoriteiten. Die loyaliteit vindt haar uitdrukking in vertrouwen, ofwel de overtuiging dat de andere lidstaten bondgenoten zijn en niet zullen toestaan dat fraudeurs op hun grondgebied een veilige haven zullen vinden voor frauduleuze activiteiten.

Belastingfraude vergiftigt de hele economie, en dat heeft ernstige gevolgen voor de nationale begrotingen, omdat op deze wijze het vermogen om uitgaven uit inkomsten te betalen en zo investeringen te doen ondermijnd wordt. Fraude houdt verder een aantasting van het gelijkheidsbeginsel in belastingzaken in, omdat het de burgers die hun verplichtingen wél nakomen benadeelt. En het verstoort de mededinging, waardoor de markt slechts gebrekkig kan functioneren. Dat alles wordt nog eens bedenkelijker als we erbij stilstaan dat de omvang van de belastingfraude in de Europese Unie volgens de laatste schattingen jaarlijks 200 miljard bedraagt, ofwel twee keer het bedrag dat met het door de Commissie voorgestelde herstelplan voor de economie is gemoeid. Dat geeft ons een indruk van de schaal van de belastingfraude.

We hebben hier dus te maken met een uitdaging van de eerste orde, en één waarop we een uiterst vastberaden antwoord moeten formuleren. De nu geldende richtlijn is ongetwijfeld een stap in de goede richting en vol goede bedoelingen, maar de praktische toepassing ervan heeft de verlangde resultaten niet vermogen te bewerkstelligen.

Het is nu tijd geworden om een volgende stap te nemen en nieuwe instrumenten te creëren om ervoor te zorgen dat de fiscaliteit gelijke tred houdt met de integratie en de liberalisering van de markt. Daarom wil ik graag aangeven dat ik heel tevreden ben met het voorstel van commissaris Kovács. Ik wil hem graag bedanken voor wat hij gedaan heeft en dan in de eerste plaats voor dit voorstel voor een richtlijn.

Dit voorstel zal ons meer en betere instrumenten ter hand stellen om fraude en belastingontduiking in Europa te bestrijden. Deze richtlijn is in dat opzicht zowel een kwalitatieve als een kwantitatieve stap voorwaarts. Kwantitatief omdat ze nieuwe verplichtingen introduceert, kwalitatief omdat ze de reeds overwogen maatregelen uitbreidt en concretiseert. Ook het toepassingsbereik wordt ruimer: we stappen nu van de uitwisseling van informatie op voorafgaand verzoek over op automatische uitwisseling.

En er is – tot slot – ook nog een derde nieuwigheid: de opheffing van het bankgeheim. U zult het me vergeven als ik deze maatregel het belangrijkste onderdeel van dit voorstel noem. Het bankgeheim is immers het belangrijkste obstakel voor de belastingautoriteiten. De OESO dringt al heel lang aan op de opheffing ervan, en wordt daarin door de G-20 gesteund. Als deze maatregel wordt ingevoerd, zullen we over een efficiënt instrument beschikken om een einde te maken aan het niet te rechtvaardigen bestaan van belastingparadijzen binnen de EU.

Het verslag dat we nu bespreken is daarop gericht. We hopen op deze wijze het effect van het voorstel van de Commissie te versterken. Het gaat erom de nieuwe richtlijn doeltreffender en beter uitvoerbaar te maken.

Ik geef u een kort overzicht van de belangrijkste amendementen, zonder ze overigens allemaal te behandelen. Om te beginnen wordt het toepassingsgebied van de richtlijn uitgebreid. Verder komen er meer mogelijkheden voor de automatische uitwisseling van informatie. Wat het bankgeheim betreft: wij stellen voor het toepassingscriterium op dit punt aan te laten sluiten op de rest van de richtlijn. Een aantal amendementen behelst een compromis. Het gaat dan om de amendementen die te maken hebben met de automatische uitwisseling van informatie, gegevensbescherming en de vertrouwelijkheid van de met derde landen uitgewisselde informatie.

Tot slot wil ik mijn collega’s van de commissie graag bedanken voor hun inspanningen en voor hun bereidheid tot samenwerking. Ik wil ze daarmee gelukwensen. We hebben een hoge mate van consensus weten te bereiken. De boodschap van dit Parlement is duidelijk. We zijn vastberaden bij het bestrijden van fraude en belastingontduiking. We willen de belangrijkste beginselen van de EU – loyaliteit, transparantie en eerlijke mededinging – versterken.

 
  
MPphoto
 

  Theodor Dumitru Stolojan, rapporteur. (RO) De recente financiële en economische crisis heeft zeer duidelijk laten zien hoe belangrijk het is dat iedere lidstaat solide en duurzame overheidsfinanciën heeft. De lidstaten met een goed beheer van de overheidsfinanciën en een anticyclisch fiscaal beleid hebben fiscale stimulansen kunnen gebruiken opdat de economieën uit de crisis raken.

Als rapporteur waardeer ik dan ook het initiatief van de Europese Commissie en het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen. Deze richtlijn zal de efficiëntie van de invordering van schuldvorderingen vergroten en bovendien bijdragen aan een beter functioneren van de interne markt. In het voorstel voor een richtlijn wordt een aantal belangrijke aspecten radicaal verbeterd: het uitwisselen van informatie tussen overheden, mogelijkheden tot het volgen van de schulden, en de terugkoppeling die de Europese Commissie nodig heeft voor het monitoren van een activiteit, waarbij het aantal zaken tussen lidstaten continu groeit.

Er zijn amendementen opgesteld en ik wil alle collega’s die deze hebben ingediend bedanken. De toepassingstermijn van de richtlijnen is hierin beter aangegeven.

 
  
MPphoto
 

  David Casa, rapporteur. – (MT) Ik denk dat dit verslag duidelijk blijk zal geven van de efficiëntie waarmee de Europese Unie, op grond van haar instellingen, te werk gaat op het moment dat zich een probleem voordoet dat dringende en specifieke aandacht vereist.

Als we het hebben over intracommunautaire ploffraude, moeten we denk ik aandacht besteden aan de maatregelen die getroffen moeten worden met het oog op deze tijdelijke regeling, die een halt moet toeroepen aan degenen die misbruik maken van de btw-stelsels die binnen Europa worden gebruikt. Deze vorm van fraude staat, zoals ik al zei, bekend onder de naam intracommunautaire ploffraude. In de meest ernstige vorm wordt het ook wel carrouselfraude genoemd, waarbij een criminele activiteit wordt uitgevoerd door experts en professionele fraudeurs.

Recente onderzoeken hebben aangetoond dat deze vorm van fraude bijna 24 procent van alle btw-gerelateerde fraude bedraagt. Hier is sprake van wanneer een persoon die een dienst aanbiedt of goederen verkoopt, een btw-betaling ontvangt van een intracommunautaire koper en deze betaling letterlijk verdwijnt zonder gepaste betaling aan de schatkist door deze fraudeurs en criminelen.

Daarom wordt het ook wel carrouselfraude genoemd, omdat deze btw verdwijnt uit ieder land waar deze handelsvorm plaatsvindt. Het voorstel van de Commissie biedt daarom de mogelijkheid om het risico dat wordt genomen bij intracommunautaire handel, te elimineren. We moeten ervoor zorgen dat de bureaucratie niet verergert en dat de eerlijke zakenman niet onder de gevolgen lijdt. We zijn ook zorgvuldig geweest door deze tijdelijke maatregel niet op een groot aantal producten toe te passen, maar slechts op producten die gecontroleerd en beoordeeld kunnen worden.

De regeling voor de emissiehandel moet genoemd worden, omdat het op grond van dit voorstel van de Commissie is gewijzigd. Wij stellen vast dat door de kwetsbaarheid van de regeling voor de emissiehandel, een andere doorgevoerde verandering bepaalt dat, wanneer een lidstaat besluit klaar te zijn om dit systeem in te voeren, de verleggingsprocedure op dat moment verplicht moet zijn voor alle betalingen aangaande broeikasgasemissies, omdat samenwerking en directe actie tussen alle lidstaten van het grootste belang is.

Vanaf nu tot 2012 wordt bijna 90 tot 95 procent van de kredieten toegewezen aan degenen die de meeste emissies genereert. Deze worden door de nationale regeringen uitgegeven en tussen de 5 en 10 procent hiervan wordt bij opbod verkocht. Vanaf 2013 wordt het overgrote deel van deze kredieten bij opbod verkocht en daarom moeten we ervoor zorgen dat, voor dit systeem wordt geïnstalleerd en van start gaat, de markt wordt beschermd tegen degenen die het systeem proberen te misbruiken.

Als we naar de consensus binnen de Commissie economische en monetaire zaken kijken, zelfs met de compromissen die ik heb weten te bewerkstelligen met de socialisten, de liberalen en alle fracties, denk ik dat dit de weg vrijmaakt voor een meer betrouwbaar systeem. Dus op het moment dat mijn verslag wordt aangenomen, bestrijden we fraude op een serieuze manier en zullen we daarom meer succes boeken in kwesties aangaande het btw-systeem binnen de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Leonardo Domenici, rapporteur. (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, hoewel goed bestuur in belastingzaken altijd van groot belang is geweest, heeft het thema nog meer actualiteitswaarde en gewicht verkregen na de grote financieel-economische crisis van twee jaar geleden. In internationaal (G-20) en Europees verband is op meerdere toppen het onderwerp besproken en er vindt nog steeds topberaad over plaats. Ik denk daarbij met name aan het overleg over de strijd tegen belastingontduiking en belastingparadijzen.

Dat is natuurlijk allemaal belangrijk en ook een teken dat er bereidheid bestaat om zich ervoor in te zetten, maar we moeten niet de illusie koesteren dat een aankondiging volstaat. Er bestaat behoefte aan serieus en continu beleid, want er moeten nog veel problemen worden opgelost. Het is nog steeds te gemakkelijk een vennootschap te kopen of op te richten die als dekmantel dient om belasting te ontduiken. Als je een beetje op internet surft, tref je daar duizenden websites aan met aanbiedingen voor over te nemen vennootschappen, ook in landen die deel uitmaken van de Europese Unie. Vaak is een email met als attachment een fotokopie van een gescand paspoort voldoende om een vennootschap op te richten. Dergelijk praktijken waarbij fictieve rechtspersonen worden gecreëerd om belasting te ontwijken dienen we een halt toe te roepen.

Mijn verslag is gebaseerd op de mededeling van de Europese Commissie van 28 april 2009 over de bevordering van goed bestuur in belastingzaken. Het verslag doet concrete voorstellen en vraagt aan de Europese Commissie en de Raad harde toezeggingen voor de uitvoering van deze voorstellen. De strijd tegen belastingparadijzen, belastingontduiking en verboden kapitaalvlucht moet door de Europese Unie als prioriteit worden gezien.

Dat brengt ons bij het beginsel van goed bestuur, dat gestoeld is op transparantie, informatie-uitwisseling, grensoverschrijdende samenwerking en eerlijke belastingconcurrentie. Het moet duidelijk zijn dat er steeds meer samenwerking op fiscaal vlak nodig is in de Europese Unie.

Het algemene doel dat we ons moeten stellen is automatische informatie-uitwisseling in internationaal en multilateraal verband, waarmee natuurlijk begonnen moet worden in de Europese Unie. Zoals collega Álvarez al heeft gezegd, moeten we het bankgeheim in de lidstaten van de Europese Unie volledig afschaffen en onverwijld de tijdelijke uitzonderingsregeling beëindigen die belastingheffing aan de bron toestaat – die vaak ontdoken en onderschat wordt – in plaats van informatie-uitwisseling.

Ik wil niet uitweiden over de concrete voorstellen in het verslag. Ik wil alleen maar onderstrepen dat we een aantal maatregelen in het bijzonder nodig hebben: het verruimen van het toepassingsgebied van de richtlijn belastingheffing spaartegoeden van 2003, het bestrijden van btw-fraude, het invoeren van een openbaar register van de Unie waarin personen en ondernemingen vermeld staan die vennootschappen hebben opgericht of rekeningen hebben geopend in belastingparadijzen en het geven van een nieuwe impuls aan voorstellen betreffende belastingharmonisatie, om te beginnen de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting.

Bovendien dient de Europese Unie in internationaal verband met één stem te spreken en te strijden voor de verbetering van de OESO-normen teneinde een systeem van automatische uitwisseling van informatie tot stand te brengen in plaats van informatie-uitwisseling op verzoek.

Commissaris Kovács, na ook de andere rapporteurs beluisterd te hebben kan ik alleen maar zeggen dat wij een sterk engagement van de Commissie nodig hebben en dat bij het doorgeven van het estafettestokje deze prioriteiten nog eens moeten worden benadrukt in de richting van de nieuwe Commissie. Als Europees Parlement zullen wij de Raad en de Commissie om verantwoording vragen.

Ik dank de collega’s, met name de schaduwrapporteurs, voor hun bijdragen aan dit werk dat hopelijk zal worden aangenomen door het Parlement.

 
  
MPphoto
 

  László Kovács, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, geachte leden, het is mij een genoegen vandaag, de laatste dag van mijn mandaat als commissaris voor belasting- en douanezaken, met u van gedachten te wisselen over belastingkwesties.

Allereerst wil ik het Europees Parlement, en in het bijzonder de Commissie economische en monetaire zaken, bedanken voor de steun die de Commissie en ik gedurende de afgelopen vijf jaar hebben mogen ontvangen voor de meeste, zo niet alle, voorstellen die wij hebben gedaan op het gebied van belastingen.

De belastingwetgeving waarover u momenteel in debat bent moet een belangrijke bijdrage leveren aan de realisatie van het doel van de Commissie om belastingfraude en belastingontwijking, samen goed voor een jaarlijkse derving van 200 tot 250 miljard euro op EU-niveau, beter te bestrijden. Daarnaast willen we de transparantie vergroten en de samenwerking uitbreiden.

Ik ben de heer Domenici, mevrouw Álvarez en de heren Stolojan en Casa bijzonder erkentelijk voor hun constructieve behandeling van deze belastinginitiatieven. Het verheugt mij zeer dat de verslagen in essentie de initiatieven van de Commissie onderschrijven. Ik begrijp dat de verslagen oproepen tot grotere inspanningen ten behoeve van, ten eerste, goed bestuur in belastingzaken zowel binnen de Europese Unie als daarbuiten; ten tweede, administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen; ten derde, wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen; en ten vierde, de strijd tegen de btw-fraude, en met name de carrouselfraude.

Op het gebied van goed bestuur in belastingzaken concentreert het beleid van de Commissie zich op de wereldwijde bevordering van de beginselen van transparantie, inlichtingen en eerlijke belastingconcurrentie. De Commissie heeft in april 2009 een mededeling goedgekeurd waarin zij pleit voor de naleving van deze principes ter bestrijding van grensoverschrijdende belastingfraude en -ontwijking, zowel binnen de EU als daarbuiten, en voor het creëren van een gelijk speelveld.

De Commissie heeft verschillende voorstellen gedaan om goed bestuur binnen de EU te bevorderen. Over deze voorstellen wordt nog gedelibereerd, maar ik hoop dat ze snel zullen worden aangenomen en dat dit onze overtuigingskracht richting andere rechtsgebieden om vergelijkbare maatregelen te nemen zal vergroten.

De Commissie is er stellig van overtuigd dat de intensivering van de economische betrekkingen van de EU met haar partnerlanden altijd vergezeld moet gaan van afspraken over de naleving van de beginselen van goed bestuur. Op grond van de conclusies die in 2008 door de Raad Ecofin zijn vastgesteld is het de bedoeling dat er in relevante overeenkomsten met derde landen een bepaling wordt opgenomen op basis waarvan partnerlanden van de EU de beginselen van goed bestuur op belastinggebied erkennen, en zich ertoe verbinden deze ten uitvoer te leggen.

Bijzondere aandacht moet uitgaan naar de ontwikkelingslanden. De diensten van de Commissie werken momenteel aan een mededeling over goed bestuur in belastingzaken op het specifieke gebied van ontwikkelingssamenwerking. In deze mededeling zal worden ingegaan op de bijdrage die goed bestuur in belastingzaken kan leveren aan een betere mobilisatie van middelen in ontwikkelingslanden, met name door middel van capaciteitsopbouw.

Ik ben blij met uw steun voor de volledige betrokkenheid van de Commissie bij de werkzaamheden van het Global Forum peer review van de OESO, met name om vast te stellen welke rechtsgebieden niet tot samenwerking bereid zijn, om een proces te ontwikkelen voor de evaluatie van de handhaving en om maatregelen te nemen ter bevordering van de eerbiediging van de normen. De Europese Commissie zal een actieve rol moeten blijven spelen om ervoor te zorgen dat alle partners zich houden aan hun verplichtingen.

Ten aanzien van het aantal – namelijk twaalf – akkoorden over informatie-uitwisseling op belastinggebied dat een land moet sluiten om de status te verkrijgen van rechtsgebied dat zijn medewerking verleent, kan ik u verzekeren dat de Commissie onderkent dat een heroverweging noodzakelijk is en dat daarbij rekening moet worden gehouden met kwalitatieve aspecten zoals, ten eerste, de rechtsgebieden waarmee de akkoorden zijn gesloten. Voor alle duidelijkheid, een belastingparadijs dat twaalf akkoorden heeft gesloten met andere belastingparadijzen zou de drempel zeker niet halen. Ten tweede moet er worden gekeken naar de bereidheid van een rechtsgebied om akkoorden te blijven sluiten, zelfs nadat het deze drempel heeft gehaald, en ten derde naar de effectiviteit van de tenuitvoerlegging.

Met betrekking tot uw verzoek een onderzoek te wijden aan mogelijke sancties en stimulansen ter bevordering van goed bestuur in belastingzaken kan ik u vertellen dat de Commissie al een aantal mogelijke stimulansen ter bevordering van goed bestuur op EU-niveau onderzoekt. Denk bijvoorbeeld aan een sterker gebruik van ontwikkelingshulp om bepaalde derde landen te stimuleren om af te zien van oneerlijke belastingconcurrentie. De werkzaamheden met betrekking tot mogelijke sancties zijn minder ver gevorderd, en natuurlijk moeten eventuele maatregelen op EU-niveau rekening houden met het fiscale beleid van de individuele lidstaten.

Op twee specifieke gebieden ben ik het echter niet geheel met u eens. Een daarvan betreft de openbare registers en de verstrekking van informatie over investeerders in belastingparadijzen. Ik ben van mening dat er een evenwicht moet worden gecreëerd tussen het recht op een persoonlijke levenssfeer en de noodzaak van rechtsgebieden om hun belastingwetten te handhaven.

Er zouden weliswaar geen beperkingen mogen gelden voor de uitwisseling van informatie op grond van het bankgeheim of van eisen in verband met de heffing van interne belasting, maar de rechten van de belastingbetalers moeten worden gerespecteerd en de uitgewisselde informatie moet strikt vertrouwelijk worden behandeld. Deze grenzen moeten worden gerespecteerd en dus is een openbaar register misschien niet de beste oplossing.

Mijn andere zorg heeft betrekking op de verrekenprijzen. U stelt voor om over te gaan op de methode van de vergelijkbare winsten, zodat onjuiste prijszettingen van transacties en de meest frequent gehanteerde belastingontwijkingstechnieken beter kunnen worden geïdentificeerd. Het klopt dat een vergelijking van de winsten van een bedrijfssector een indicator kan zijn dat er iets niet klopt, maar mijns inziens is die indicator alleen niet voldoende om met zekerheid vast te stellen of er sprake is van verrekenprijzen, en kan deze alleen een onderdeel zijn van een veel bredere risicobeoordeling van de juistheid van de prijzen die worden gehanteerd bij transacties tussen filialen van een multinational.

De methode van de vergelijkbare winsten is acceptabel, maar alleen als de uitkomst hetzelfde is als die van de methoden die uitgaan van transacties. Als we alleen nog uitgaan van de methode van de vergelijkbare winsten – zoals het amendement lijkt te suggereren – zal dat niet noodzakelijkerwijs leiden tot het ‘juiste’ antwoord op de vraag of het zakelijkheidsbeginsel is gerespecteerd.

De voorgestelde nieuwe richtlijn betreffende administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen heeft als doel de verbetering en stroomlijning van alle informatie-uitwisselingsmechanismen en andere vormen van samenwerking tussen de lidstaten, teneinde belastingfraude en belastingontduiking beter te bestrijden. De richtlijn stelt in het bijzonder voor om het bankgeheim af te schaffen in de betrekkingen tussen de lidstaten met het oog op de administratieve samenwerking. Ik ben heel blij met de constructieve opstelling en steun voor dit voorstel waarvan het verslag van mevrouw Álvarez blijk geeft.

Ik realiseer me dat bij de bespreking binnen de commissies de meningen het meest uiteenliepen over de amendementen over automatische informatie-uitwisseling en de amendementen die beoogden het gebruik van automatische informatie-uitwisseling optioneel te maken, afhankelijk van een door de lidstaten te nemen besluit.

Ik wil u eraan herinneren dat dit voorstel tot doel heeft alle vormen van informatie-uitwisseling en andere vormen van administratieve samenwerking, en in het bijzonder automatische informatie-uitwisseling, wat een belangrijke steunpilaar is voor de preventie van belastingfraude en belastingontwijking, te bevorderen.

De bevordering van informatie-uitwisseling op verzoek, als OESO-norm, is absoluut een acceptabele benadering voor derde landen, maar in een volledig geïntegreerde interne markt zoals die van de EU moeten de lidstaten ambitieuzer zijn en een stapje verder gaan. Zij moeten de beste instrumenten die tot hun beschikking staan kunnen gebruiken om hun politieke doelstellingen, het bestrijden van belastingfraude en belastingontwijking, te realiseren.

Het ontwerpverslag over de bevordering van goed bestuur in belastingzaken benadrukt dat de automatische uitwisseling van informatie moet worden ingesteld als algemene regel, als hulpmiddel om een einde te maken aan het gebruik van kunstmatige rechtspersonen om de belasting te ontwijken. Daarnaast wordt in het verslag tevredenheid geuit over dit voorstel voor een nieuwe richtlijn betreffende administratieve samenwerking, aangezien de samenwerking tussen de lidstaten wordt uitgebreid naar welk type belastingen ook en het bankgeheim wordt afgeschaft. Gezien deze feiten wil ik u oproepen het nieuwe amendement dat is aangedragen door de PPE-Fractie, namelijk dat elke verwijzing naar automatische informatie-uitwisseling in het verslag moet worden geschrapt, niet te steunen.

Naar aanleiding van de amendementen waarin wordt gevraagd om meer vastomlijnde regels voor de bescherming van privégegevens wil ik onderstrepen dat de lidstaten in elk geval verplicht zijn de bestaande communautaire wetgeving op dit gebied in acht te nemen. Dat betekent dat deze regels moeten worden nageleefd, ook als de onderhavige ontwerprichtlijn niet meer wordt geamendeerd. Ik zou me echter kunnen voorstellen dat we voor alle duidelijkheid een algemeen visum toevoegen waarin wordt verwezen naar de bestaande communautaire regelgeving.

Ten aanzien van de amendementen over het evaluatiesysteem en de evaluatievereisten kan ik u zeggen dat ik geloof dat de regels waarin het voorstel voorziet en die worden bekrachtigd in de compromistekst van het voorzitterschap, een toereikend kader zullen bieden dat de geest van de voorgestelde amendementen weerspiegelt.

De Commissie kan in beginsel bepaalde amendementen accepteren, zoals de amendementen die beogen de Commissie de bevoegdheid te geven gedelegeerde handelingen vast te stellen ten aanzien van technische verbeteringen in de inkomens- en vermogenscategorieën waarvoor een automatische uitwisseling van inlichtingen geldt, waarbij de betreffende categorieën dienen te worden vastgesteld in de richtlijn zelf en niet via comitologie. Dit ligt ook in de lijn van de lopende Raadsbesprekingen.

De Commissie kan in principe ook de amendementen over het bankgeheim accepteren, dat geen onderscheid zou maken tussen belastingplichtigen op basis van hun vestigingsland. Daarnaast accepteert de Commissie in beginsel ook de amendementen over de aanwezigheid en deelname van ambtenaren bij administratieve onderzoeken.

De Commissie zal de geest van deze amendementen verdedigen in de besprekingen met de Raad, zonder haar voorstel formeel te amenderen, aangezien deze voorzieningen reeds lijken te zijn opgenomen in de compromistekst.

Dan wil ik het nu hebben over het voorstel van de Commissie betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen. De nationale invorderingsbepalingen reiken niet verder dan de landsgrenzen, en fraudeurs maken hier handig gebruik van door ervoor te zorgen dat ze onvermogend zijn in de lidstaten waar ze schulden hebben. Lidstaten doen dan ook steeds vaker een beroep op invorderingsbijstand bij andere lidstaten, maar met de huidige voorzieningen kan slechts 5 procent van de schulden worden ingevorderd.

Met haar voorstel wil de Commissie zorgen voor een verbeterd systeem voor invorderingsbijstand, met regels die gemakkelijker toe te passen zijn en die voorzien in flexibeler voorwaarden voor bijstandsverzoeken. Zoals u weet heeft de Raad Ecofin op 19 januari 2010 overeenstemming bereikt over een algemene oriëntatie met betrekking tot de ontwerprichtlijn. Ik ben heel blij dat het verslag van de heer Stolojan dit voorstel steunt.

De Commissie kan in beginsel het amendement accepteren dat voorstelt de uitoefening van controlebevoegdheden in de aangezochte lidstaat door ambtenaren van de verzoekende lidstaat afhankelijk te maken van een overeenkomst tussen de betrokken lidstaten. Dit wordt ook weerspiegeld door de compromistekst van de Raad. De Commissie kan echter geen andere amendementen accepteren, zoals het introduceren van systematische en automatische informatie-uitwisseling op het gebied van invordering, omdat dit zou kunnen resulteren in een onevenredig hoge administratieve last, aangezien een dergelijke voorziening ook zou gelden voor probleemloze invorderingssituaties. Niettemin zal de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de invorderingsbijstand te verbeteren en hoe eventuele problemen kunnen worden opgelost.

Dan wil ik tot slot enkele woorden wijden aan het voorstel van de Commissie voor een facultatieve en tijdelijke toepassing van de verleggingsregeling. Met dit voorstel, een snelle reactie op nieuwe en zorgwekkende fraudepatronen die door verschillende lidstaten zijn gemeld, wil de Commissie geïnteresseerde lidstaten de mogelijkheid bieden om, in het kader van een facultatieve en tijdelijke regeling, de zogenoemde verleggingsregeling, krachtens welke de afnemer de btw moet voldoen, toe te passen op een beperkt aantal zeer fraudegevoelige sectoren. De voorgestelde richtlijn geeft de lidstaten de mogelijkheid om uit een lijst van vijf categorieën maximaal twee categorieën zeer fraudegevoelige goederen te kiezen, zoals mobiele telefoons, en één dienstencategorie, zoals broeikasgasemissierechten, waarbinnen afgelopen zomer omvangrijke fraudecircuits zijn opgespoord.

De lidstaten zullen de effectiviteit van deze maatregel moeten evalueren en daarnaast moeten kijken in hoeverre zij leidt tot trendverschuivingen in de frauduleuze activiteiten naar andere lidstaten, naar andere goederen en diensten en naar andere fraudepatronen.

Ik was verheugd dat de Raad dit voorstel zo snel heeft opgepakt en er overeenstemming over heeft bereikt tijdens de Raad Ecofin van 2 december. Het is natuurlijk spijtig dat er slechts over een deel van het voorstel – het deel over broeikasgasemissierechten – een akkoord is bereikt, maar ik realiseer mij ten volle dat dit het meest urgente deel was.

De Commissie zal zo constructief mogelijk blijven meewerken aan de onderhandelingen in de Raad over de resterende delen van het voorstel.

Tot slot wil ik nogmaals het Europees Parlement bedanken voor zijn vlotte reactie en zijn uitgesproken steun. Hoewel de Raad nu niet in de positie verkeert om alle voorgestelde amendementen formeel te accepteren, kunnen we ze uitstekend gebruiken als gespreksstof voor de komende Raadsdebatten. Onze capaciteit om snel te reageren op een enorm fraudemechanisme staat op het spel, maar ook de geloofwaardigheid van het Europese emissiehandelssysteem.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dank u, commissaris Kovács. Zoals u al aangaf, is dit de laatste keer dat u aanwezig zult zijn in dit Parlement en ik wil u dus ook bedanken voor de uitstekende samenwerking die we tijdens uw ambtstermijn met u hebben gehad.

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling, namens de PPE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, wat een toeval! Wij debatteren deze week opnieuw over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het individu. De leden van dit Parlement hebben dan ook nu de kans hun principes nog eens te bekrachtigen. Of het nu gaat om de invoering van lichaamsscanners in luchthavens of om de SWIFT-overeenkomst met de Verenigde Staten, de geharnaste voorvechters van individuele vrijheden zullen niet aarzelen hun stem te laten horen en nemen de diplomatieke spanningen die daaruit voortvloeien, op de koop toe.

Het valt echter te betreuren dat zij in hun strijd voor burgerlijke vrijheden onbestendig en inconsequent zijn. Wanneer het gaat om de bescherming van bankgegevens en financiële gegevens, wordt het goede ineens het kwade. Wat op andere gebieden bescherming verdient, is op belastingterrein niet meer veilig dankzij een nieuwe norm: alles moet tegenwoordig open en bloot op tafel komen. De grootscheepse automatische uitwisseling van inlichtingen die ten grondslag ligt aan de verslagen-Álvarez en -Domenici, is een scanner die ons onder alle omstandigheden uitkleedt en vormt een onherroepelijke SWIFT-overeenkomst die op grote schaal wordt toegepast. Maar dit Parlement heeft geen moeite met tegenstrijdigheden. Het kan zich uitspreken voor de automatische uitwisseling van alle denkbare gegevens tussen belastingdiensten in Europa en tegelijkertijd in naam van de individuele vrijheden de SWIFT-overeenkomst met de Verenigde Staten verwerpen.

Is deze ongepaste, inconsistente houding begrijpelijk of zelfs te rechtvaardigen uit het oogpunt van efficiëntie? Nee. De gouden regel, uw gouden regel, te weten de automatische uitwisseling van alle bank-, fiscale en financiële gegevens van alle niet-ingezetenen, zal onvermijdelijk tot een onbeheersbare gegevensstroom leiden. De gang van zaken rondom de belastingheffing op spaartegoeden had bij u de alarmbellen moeten doen rinkelen. Dat is dus blijkbaar niet gebeurd! Ook nu blijft u in uw dwaling volharden door te pleiten voor een systeem dat niet werkt. Geen erger dove dan die niet horen wil.

Aan mijn vrienden die zich zorgen maken over de bureaucratische excessen die deze maatregel teweegbrengt, wil ik zeggen dat er maar één oplossing is: verzet je ertegen. Voer deze maatregel niet in om je vervolgens te verbazen over de funeste gevolgen ervan.

Mijnheer de Voorzitter, sta mij toe een laatste woord tot commissaris Kovács te richten, die vanavond voor het laatst in de frontlinie staat. Ik wens hem een goede pensionering toe. Commissaris, u hebt in uw loopbaan vaak de verkeerde strijd gevoerd, maar omdat ik een goed hart heb, neem ik u dat niet al te zeer kwalijk. Geniet van uw pensioen, commissaris.

(Spreekster verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Miguel Portas (GUE/NGL). - (PT) Mevrouw Lulling, ik zou u een vraag willen stellen. Wat heeft in uw betoog de automatische uitwisseling van belastinginformatie te maken met het doel vertrouwelijkheid? Dat zijn toch duidelijk twee verschillende zaken. De meeste Europese landen hebben geen bankgeheim. Er bestaan mechanismen voor de automatische informatie-uitwisseling tussen de belastingdiensten maar het vermogen van de individuele burger staat niet op internet. Kunt u die twee zaken niet scheiden?

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling, namens de PPE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijn collega heeft er helaas niets van begrepen, maar omdat ik geen spreektijd heb, zal ik het hem persoonlijk uitleggen. Hopelijk begrijpt hij vóór de stemming waar het om gaat.

 
  
MPphoto
 

  Liem Hoang Ngoc, namens de S&D-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in deze crisisperiode is er een enorm beroep gedaan op de overheidsfinanciën, aanvankelijk om het financiële systeem te redden en vervolgens om de ingrijpende sociale en economische gevolgen te verzachten.

In dit verband spreken we vaak over het overheidstekort en uiten we kritiek op de bestedingen van de lidstaten, maar de daling van de belastinginkomsten blijft onderbelicht. We vergeten dat de landen van de Europese Unie jaarlijks 20 miljard euro aan belastingen mislopen, geld dat zou kunnen worden gebruikt om de economie er weer bovenop te helpen of om kalm het hoofd te bieden aan wat sommigen tussen aanhalingstekens de demografische schok noemen.

Daarom zijn de teksten die wij vandaag bespreken, zo belangrijk. De introductie van gemeenschappelijke instrumenten en het bewerkstelligen van absolute transparantie tussen de lidstaten wat betreft de invordering van schuldvorderingen, zijn maatregelen die ervoor moeten zorgen dat geen enkele burger en geen enkel bedrijf hun fiscale plichten kunnen ontlopen en dat iedereen aan de gezamenlijke inspanningen meedoet.

De belastingdiensten van elke EU-lidstaat moeten de middelen krijgen om hun taken naar behoren uit te voeren. Tevens moet benadrukt worden hoe belangrijk een gezond fiscaal beleid is.

Iedereen maakt zich momenteel zorgen om Griekenland. Wij zien nu tot welke extreme situaties het ontbreken van een doeltreffend belastingapparaat kan leiden. Niet alleen de crisis brengt de regering-Karamanlis nu in de problemen, maar vooral het gebrek aan politieke moed van zijn voorganger, die de Griekse belastingdienst niet heeft weten om te vormen tot een doeltreffend instrument voor belastinginning.

Wij hopen dat de Unie alle haar ter beschikking staande middelen zal inzetten om haar solidariteit met Griekenland te betuigen. Ik hoop dat de stemming van woensdag een bekrachtiging zal zijn van de stemming in de commissie en dat er enkele bemoedigende teksten op het gebied van belastinginning zullen worden aangenomen.

 
  
MPphoto
 

  Sharon Bowles, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij dat we nog binnen de termijn van de commissaris over deze verslagen debatteren, al is het dan op het nippertje. De commissie heeft hard gewerkt om dit voor elkaar te krijgen. Welnu, mijnheer de commissaris, over vele – of zelfs over de meeste – zaken hebben wij een wederzijds ondersteunende dialoog gevoerd, hoewel we het natuurlijk niet over alles eens zijn geworden. Zo waren we het eens over de heffing van btw op intracommunautaire leveringen, maar hebben we geen overeenstemming kunnen bereiken over hoofdelijke aansprakelijkheid in het kader van grensoverschrijdende transacties, en in een flink aantal gevallen waren we beiden teleurgesteld over de traagheid of het gebrek aan steun aan de zijde van de lidstaten; denkt u bijvoorbeeld aan de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting.

U hebt zich echter niet laten ontmoedigen en hebt voorstellen gedaan voor intensievere, traditionele controles op basis van samenwerking, informatie-uitwisseling en datatoegang. Daarom wil ik u, zowel persoonlijk als in mijn hoedanigheid van voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken, bedanken voor uw werk en enthousiasme tijdens uw termijn. Zoals enkele van mijn collega’s al hebben aangegeven is het in deze periode van fiscale druk des te belangrijker dat de lidstaten verschuldigde belastinggelden volledig kunnen invorderen. Voor de Raad moet deze wetenschap een stimulans zijn om in de toekomst een progressievere houding aan te nemen. Degenen die willens en wetens proberen om de belasting te ontwijken en te ontduiken brengen schade toe aan de maatschappij en moeten geen coulance verwachten wanneer zij worden betrapt, en we moeten beschikken over de middelen om hen in de kraag te vatten.

Dan wil ik het nu even hebben over administratieve samenwerking. Ik ben ervan overtuigd dat automatische informatie-uitwisseling in ons voordeel zal werken. Deze maatregel sluit aan op de richtlijn spaarbelasting, die hopelijk snel zal worden aangenomen in de Raad. Maar met uw activisme op dit gebied hebt u al positieve ontwikkelingen in gang weten te zetten, zowel binnen de EU als daarbuiten. Ik ben ook positief gestemd over de richtlijn betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen, maar ben van mening dat een lagere drempel voor de implementatie gepaster zou zijn. Afsluitend bied ik u en mijn collega’s mijn verontschuldigingen aan voor het feit dat ik de rest van het debat niet kan bijwonen, maar zoals gebruikelijk in dit Huis hebben we weer te maken met dubbele boekingen.

 
  
MPphoto
 

  Philippe Lamberts, namens de Verts/ALE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, sinds enkele weken is het gemeengoed om ophef te maken over de begrotingstekorten van bepaalde lidstaten. We mogen best kritiek hebben op bepaalde overheidsuitgaven – en we zullen niet nalaten dat te doen –, bijvoorbeeld op de miljarden euro’s aan subsidies voor energie uit fossiele brandstoffen, maar laten we niet vergeten, zoals onze socialistische collega heeft gezegd, dat de overheidstekorten eerst en vooral een gevolg zijn van de financiële en economische crisis.

Mijns inziens hebben onze regeringen geen lesje in goed financieel beheer nodig van degenen die door hun voorliefde voor riskante transacties, nota bene uit schulden gefinancierd, de crisis hebben veroorzaakt.

Niettemin vinden ook wij dat de overheidstekorten momenteel onacceptabel groot zijn, omdat Europa daardoor minder goed in staat is een voortrekkersrol te vervullen in een wereldwijde Green New Deal, die ons continent hard nodig heeft. Daar moeten we dus iets aan doen, niet alleen aan de uitgavenkant maar ook wat betreft de inkomsten en in deze geest lezen wij de verslagen die vandaag zijn gepresenteerd, vooral van mevrouw Álvarez en de heer Domenici.

Door de automatische uitwisseling van inlichtingen tussen de belastingautoriteiten tot norm te verheffen, verschaft zij de lidstaten de middelen om serieus de belastingfraude aan te pakken, die, ik herinner u er nog maar even aan, geraamd wordt op tussen 200 en 250 miljard euro per jaar, ofwel twee procent van het bbp. Laten we ervoor zorgen dat de verschuldigde belasting daadwerkelijk wordt geïnd, alvorens over een herstructurering van het belastingwezen in Europa te spreken.

Verder ondersteunen de voorliggende plannen de vaststelling van een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, die zowel de belastingplichtigen als de lidstaten meer helderheid zal verschaffen. Daarin betekent een dergelijke belastinggrondslag een stap voorwaarts; deze moet echter niet de weg banen voor meer concurrentie maar voor meer samenwerking. Het is namelijk hoog tijd om een eind te maken aan de fiscale dumping, aan een gang naar de afgrond die de belastinginkomsten van de lidstaten ondermijnt en die ten koste gaat van belastingplichtige burgers en mkb’s die niet over de middelen van de grote transnationale ondernemingen beschikken om de lidstaten tegen elkaar uit te spelen.

Volgens ons is een geconsolideerde belastinggrondslag dus een eerste vereiste om, net als voor de btw, de tarieven van de vennootschapsbelasting geleidelijk te harmoniseren, te beginnen met de vaststelling van ondergrenzen.

Ten slotte geldt dat om de belastingregelingen in de lidstaten te verduurzamen, er veel ingrijpender veranderingen nodig zijn: de belasting op inkomsten uit arbeid moet verder worden verlaagd en moet worden gecompenseerd door een geleidelijke verhoging van de belasting op energie uit niet-hernieuwbare bronnen en door een belasting op financiële transacties en vermogenswinst. Maar, zoals mijn grootmoeder zei, dat is een ander verhaal.

Ondertussen feliciteren de Groenen mevrouw Álvarez en de heer Domenici met hun uitstekende werk. Zij hebben zich niet beperkt tot het herhalen van de standpunten die het Europees Parlement in het verleden heeft ingenomen, maar tonen meer ambitie met een meer praktische uitwerking van de plannen.

Ook ik sluit af met een afscheidsgroet aan de heer Kovács. Ik was er niet bij toen u aantrad als commissaris. Mijn collega’s hebben me verteld dat u gedurende uw ambtstermijn in uw handelen een veel betere indruk hebt gemaakt dan ten tijde van uw benoeming. U hebt ons dus aangenaam verrast. Het ga u goed.

 
  
MPphoto
 

  Ashley Fox, namens de ECR-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteurs en de schaduwrapporteurs bedanken voor het vele werk dat zij hebben verzet om deze verslagen te produceren.

Belastingheffing, en in het bijzonder de harmonisatie ervan, is altijd een gevoelige kwestie. We moeten een balans zien te vinden tussen enerzijds onze behoefte aan een efficiënte interne markt, en anderzijds de behoefte aan bescherming van de bevoegdheden van de individuele lidstaten op het gebied van belastingen. Ik zou de heer Lamberts willen voorhouden dat belastingontwijking het beste kan worden ingeperkt door de belastingen te vereenvoudigen en de tarieven te verlagen. Ik ben een groot voorstander van belastingconcurrentie. Het beschermt de belastingbetaler tegen inhalige regeringen.

De lidstaten moeten de vrijheid hebben om bilaterale akkoorden te sluiten met derde landen. Het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten wisselen al probleemloos informatie uit vanwege hun gezamenlijke strijd tegen het terrorisme. Als deze informatie door alle lidstaten van de Europese Unie zou worden gedeeld, zouden veel derde landen weigeren om vergelijkbare akkoorden te ondertekenen. De samenwerking zou ten einde komen en de nationale veiligheid zou in gevaar komen.

Ik wil de leden aansporen om deze verslagen pragmatisch te benaderen. We moeten ervoor waken dat we niet kiezen voor nodeloze harmonisatie die de nationale veiligheid in gevaar brengt.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Chountis, namens de GUE/NGL-Fractie. – (EL) Voorzitter, het lijdt geen twijfel dat er met de onderhavige verslagen positieve inspanningen worden verricht om een wetgevingskader op te stellen inzake de administratieve samenwerking op Europees niveau op het gebied van directe en indirecte belastingen, uitgezonderd op het gebied van de btw en de accijnzen.

Ik moet echter zeggen dat de verslagen en de voorstellen voor richtlijnen enzovoort ook het probleem van belastingontduiking en belastingfraude aansnijden.

Gedurende de crisis vielen er echter twee vormen van belastingontduiking te onderscheiden. De eerste heeft te maken met belastingconcurrentie binnen de Unie, die binnen de lidstaten allesbehalve solidariteit en financiële en sociale cohesie bevordert. Dit probleem moeten wij oppakken en we moeten oplossingen aandragen.

Het tweede heeft te maken met het bestaan en opereren van offshore-ondernemingen. Het is bekend dat dergelijke ondernemingen haarden van belastingontduiking en witwaspraktijken zijn. Het voornemen, bijvoorbeeld, van de Griekse overheid om relevante transacties simpelweg te belasten met een heffing van 10 procent is schandalig.

Welnu, meerdere collega’s hebben benadrukt dat in deze tijden van economische crisis, waarin alle lidstaten te kampen hebben met financiële problemen – nog afgezien van het feit dat de manier waarop de Europese Centrale Bank en het Stabiliteitspact functioneren ontoereikend is en het probleem hierdoor zelfs wordt versterkt in plaats van opgelost – er gemeenschappelijke oplossingen voor gemeenschappelijke problemen nodig zijn, en één van die gemeenschappelijke problemen betreft belastingontduiking.

Belastingontduiking en belastingfraude dienen een slag te worden toegebracht zodat de lidstaten verzekerd zijn van inkomsten in een periode dat er dringend beleid voor herverdeling en ontwikkeling nodig is.

 
  
MPphoto
 

  Godfrey Bloom, namens de EFD-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, het concept belastingheffing is de afgelopen 3 000 jaar bijna niet veranderd, of wel? Nog altijd nemen de rijken en machtigen de gewone man geld af om hun eigen leven prettiger te maken.

Maar in de moderne tijd is er toch wel iets veranderd, namelijk dat belastingheffing nu wordt geheven ‘ten gunste van de belastingbetaler’; dat we, op de een of andere manier, pro bono belasting moeten afdragen.

Om deze mythe te laten voortbestaan bedenken we eens in de zoveel tijd iets om de mensen bang te maken, zodat ze zich niet tegen het systeem gaan verzetten. De meest recente van deze angstcampagnes is natuurlijk het verhaal dat we allemaal levend zullen worden geroosterd als we niet genoeg milieubelasting ophoesten.
Dit doet denken aan middeleeuwse religies, vindt u niet, die eenzelfde spelletje speelden: betalen of anders branden in de hel.

Belastingharmonisatie is een concept dat de moderne politieke klasse heeft bedacht om ervoor te zorgen dat geen regering haar volk te weinig geld afhandig maakt: een soortement van dievenkartel als het ware.

Als u echt een voorstander bent van belastingharmonisatie, mag ik dan suggereren dat de Commissie en de bureaucratie dezelfde belastingen gaan betalen als het electoraat en dat zij dezelfde belastingdruk gaan dragen als de rest van de mensen, voor het electoraat dit gebouw bestormt en ons ophangt aan de dakspanten, waartoe zij overigens het volste recht heeft?

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, we hebben een revolutie van de democratie nodig. Als jong auteur en journalist heb ik uit overtuiging 62 procent belasting betaald, omdat ik toen meende en de indruk had dat wij goed bestuurd worden. Sinds ik lid van het Europees Parlement ben, zie ik wat er daadwerkelijk met dit geld – indertijd ging het om miljoenen schillingen per jaar – gebeurt. Het stoort mij in dit debat over de bevordering van goed bestuur in belastingzaken, dat we niet naar de kant van de uitgaven kijken, maar dat er alleen maar wordt gesproken over kwaadwillige belastingfraudeurs!

Indertijd, toen het belastingpercentage 62 procent bedroeg, heette mijn belastingadviseur Christoph Matznetter, de latere staatssecretaris van Financiën van Oostenrijk. Hij zei: je komt toch uit Vorarlberg, ga naar Liechtenstein of naar Zwitserland! Ik heb dat niet gedaan, maar veel anderen wel. Wanneer men echter, gelet op de concrete ervaringen die men hier opdoet, de zaak bekijkt met de nuchtere, verstandige blik van een mens die geen ambtenaar was, die niet ten laste kwam van een of ander sociaal stelsel, die niet op een of ander overheidsterrein werkzaam is geweest – zoals de meerderheid van de afgevaardigden hier – dan zegt men: hoe kan ik in godsnaam mijn vaak zeer eerlijk verdiende geld voor deze verspilling behoeden?

Daarom heb ik het volgende voorstel: laten we daar beginnen waar we kunnen bewijzen dat verstandig beheer betekent dat je verstandig met de middelen omgaat, namelijk bij onszelf. Waarom hebben we weer 200 nieuwe banen nodig? Waarom moeten we deze week de skicursus op school steunen? Waar is dat allemaal voor nodig? Wanneer u werkelijk serieus de belastingparadijzen wilt bestrijden en belastingschulden wilt innen en de burgers weer bij de Europese Unie wilt betrekken, dan moeten we bij onszelf beginnen en bewijzen dat juist de instellingen die wij vertegenwoordigen verantwoordelijk met belastinggeld omgaan. Anders houden we deze belastingderving en we kunnen de mensen dan eigenlijk niet echt iets verwijten.

 
  
MPphoto
 

  Enikő Győri (PPE). (HU) Dames en heren, een daling van het bbp met 4 procent, 21 miljoen werkloze EU-onderdanen, procedures tegen 20 lidstaten wegens buitensporige tekorten en een staatsschuld van 80 procent. Bij deze situatieschets van de Europese Unie vraag ik me af of we ons de luxe kunnen veroorloven om miljarden aan belastinggeld zomaar weg te laten vloeien. Het is onaanvaardbaar dat we geweldig veel opofferen voor het behoud van banen en het herstel van de economie, terwijl er op Europees niveau geen vooruitgang is geboekt, bijvoorbeeld om manieren te vinden waarmee de invordering van grensoverschrijdende belastingschulden kan worden opgeschroefd tot hoger dan het erbarmelijke niveau van 5 procent. Een andere vraag is of we de automatische gegevensuitwisseling uniform moeten uitbreiden naar alle inkomens, waarmee zou kunnen worden voorkomen dat regeringen via gestolen gegevensdragers informatie verschaffen over de hier en daar belegde onbelaste inkomens van hun burgers.

De belastingfraude in de Europese Unie bedraagt momenteel tweeënhalf keer de volledige EU-begroting. Ik ben ervan overtuigd dat de belastingdiensten in de lidstaten moeten samenwerken om gevallen van belastingfraude aan het licht te brengen. Vanaf nu zou niemand zich meer mogen verschuilen achter het bankgeheim, en laten we ook de quasi belastingparadijzen binnen de Europese Unie opheffen, zelfs, dames en heren, als dit de betreffende lidstaten benadeelt. Het pan-Europese belang moet vóór partijdige argumenten gaan. De EU-onderdanen die fatsoenlijk hun belasting betalen, verwachten immers van ons dat de regels bindend zijn voor iedereen, zonder mazen in de wet.

Het verslag-Domenici gaat in op hoe deze mazen kunnen worden gedicht. Het onderwerp op de agenda is niet belastingharmonisatie, maar dat alle lidstaten de belastingen kunnen innen die ze zelf hebben geheven, als het moet met de hulp van de anderen. Alle andere elementen van het belastingpakket dat nu voor ons ligt, dienen ditzelfde doel. Namens de Europese Volkspartij heb ik een aantal voorstellen aan het verslag-Domenici toegevoegd, die ook werden gesteund door de andere fracties. Ten eerste heb ik het initiatief genomen voor het opzetten van een stimuleringsregeling die ervoor zou zorgen dat lidstaten die bij de inning van grensoverschrijdende belastingschulden optreden ten gunste van een ander land mee kunnen delen in de geïnde belasting. Daarmee zouden we een impuls kunnen geven aan de momenteel stroef verlopende samenwerking tussen belastingautoriteiten. Ten tweede zouden we met een methode voor de vergelijking van winsten effectief kunnen optreden, vooral tegen de multinationals die met transferprijzen werken om belasting te ontduiken. Ik weet dat commissaris Kovács hierover zijn twijfels heeft, maar toch denk ik dat we ergens moeten beginnen.

Ten slotte ben ik blij dat de Commissie haar steun geeft aan de aanscherping van de vereisten voor de uitwisseling van belastinggegevens tussen twaalf landen zoals in het modelverdrag van de OESO is vastgelegd. Ik denk dat we met deze maatregelen de weg kunnen inslaan naar een eerlijker belastingbeleid.

 
  
MPphoto
 

  Olle Ludvigsson (S&D).(SV) Mijnheer de Voorzitter, we debatteren vanavond over een aantal maatregelen ter bestrijding van diverse vormen van belastingfraude en belastingontduiking. Dat zijn heel belangrijke kwesties. Het zou een erg goede zaak zijn als we in de EU onze instrumenten en onze samenwerking tegen belastingontduiking op de voorgestelde manier zouden kunnen versterken.

Door de financiële en economische crisis is het dringender geworden dat we onze belastingstelsels zo effectief, betrouwbaar en rechtvaardig mogelijk maken. Het voorstel om de toepassingsmogelijkheden van de verleggingsregeling uit te breiden, vind ik goed. Dat is onder andere een cruciale stap voor de ontwikkeling van de klimaatinspanningen. Wanneer we in 2013 beginnen met het veilen van emissierechten, moeten we over een geloofwaardig handelsstelsel beschikken dat niet door btw-fraude en vergelijkbare problemen wordt geplaagd. De verleggingsregeling is waarschijnlijk een uitstekende manier om die btw-fraude te verhinderen. Zo zullen we de geloofwaardigheid en de effectiviteit van het stelsel verzekeren.

De werkzaamheden in verband met het verslag over de verleggingsregeling zijn zeer constructief verlopen. Ik stel tot mijn vreugde vast dat de Raad, de Commissie en de betrokken Parlementsleden vastbesloten waren om snel een goede oplossing te vinden. Een centraal element van het verslag is het opzetten van een uitgebreid evaluatiestelsel - een stelsel dat op uniforme criteria gebaseerd is. Het is heel belangrijk dat we er nauwgezet op toezien hoe goed de verleggingsregeling op het onderhavige gebied in de praktijk werkt. De maatregelen tegen belastingontduiking die nu worden voorgesteld, zijn een belangrijke stap, maar zouden als een klein onderdeel van een omvangrijker langetermijnproces moeten worden gezien.

Er moet op dit gebied nog veel worden gedaan. De Europese samenwerking zou moeten worden versterkt en de EU zou het voortouw moeten nemen in het tot stand brengen van krachtdadige internationale overeenkomsten ter bestrijding van belastingontduiking.

 
  
MPphoto
 

  Sylvie Goulard (ALDE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, deze op het eerste gezicht nogal technische voorstellen hebben in werkelijkheid betrekking op vraagstukken met een sterk politiek karakter. In de eerste plaats speelt de administratieve samenwerking tussen de lidstaten op belastinggebied een wezenlijke rol binnen de interne markt. Ik vind het belangrijk dat te onderstrepen, omdat het vrije verkeer van personen en kapitaal een van de kostbare verworvenheden van de Europese Unie is, waaraan wij erg gehecht zijn. Dit beginsel mag echter niet leiden tot onrechtvaardigheid op belastinggebied, waarbij sommige mobiele en goed geïnformeerde burgers zich aan hun fiscale verplichtingen onttrekken, terwijl de meer honkvaste burger daaraan onderworpen blijft.

Dit beginsel mag evenmin beschouwd worden als een aanmoediging tot concurrentie tussen de lidstaten, waarmee ik een aansporing tot fraude of belastingontduiking bedoel. Daarom zijn wij voor een geconsolideerde grondslag voor de vennootschapsbelasting en voor de automatische uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten, waarover reeds is gesproken.

Als mevrouw Lulling bij ons was gebleven, had ik haar kunnen zeggen dat het bij de uitwisseling van gevoelige gegevens inderdaad om burgerlijke vrijheden gaat maar dat er in mijn ogen een groot verschil is tussen gegevens die tussen de lidstaten van de Europese Unie kunnen worden uitgewisseld – dat wil zeggen in het kader van de interne markt en ten dienste van die interne markt – en de gegevens die kunnen worden uitgewisseld met andere landen, zelfs bevriende landen als de Verenigde Staten.

Het tweede vraagstuk met een sterk politiek karakter, vooral na de crisis, is de strijd tegen de belastingparadijzen, maar ook tegen de grijze zones – of lakse praktijken – die helaas nog steeds aanwezig zijn binnen de Europese Unie of de daarmee geassocieerde landen. Na de verklaringen van de G-20 verwachten de burgers dat er resultaten worden geboekt en dat de Unie zich geloofwaardig opstelt. Dat komt ook naar voren in talrijke amendementen en ik geloof dat dit Parlement daar opnieuw het belang van moet inzien.

Tot slot wil ik graag een kort woord richten tot commissaris Kovács – het gebeurt maar zelden dat je op de avond dat iemand zijn ambtstermijn beëindigt, afscheid van hem kunt nemen – en vooral een signaal afgeven aan de nieuw benoemde commissaris, de heer Šemeta, wiens eerste stappen op dit terrein wij zeer hebben gewaardeerd. Dat geldt trouwens ook voor de eerste stappen van de Commissie Barroso II, die vastbesloten lijkt deze kwestie aan te pakken. Zo heeft zij Mario Monti de opdracht gegeven een verslag over de interne markt op te stellen waarin alle relevante punten worden behandeld.

Ongeacht de weerstand en aarzelingen van de lidstaten is het mijns inziens aan de Commissie om van haar initiatiefrecht gebruik te maken. U hebt dat beslist gedaan, mijnheer Kovács, maar wellicht kunnen de mogelijkheden nog beter worden benut. De schatkist van de lidstaten is leeg. Belastingen zijn ook een manier om deze te vullen en dat heeft onze instemming mits het op verstandige wijze gebeurt.

 
  
MPphoto
 

  Eva Joly (Verts/ALE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, dankzij het werk van de heer Domenici is het verslag waarover wij deze week definitief gaan stemmen, een kwalitatief hoogstaand document geworden. Ik hoop van harte dat het woensdag tijdens onze plenaire vergadering wordt aangenomen. Het bevat niet eerder vertoonde maatregelen op het gebied van financiële transparantie, fiscaal beleid en de strijd tegen belastingparadijzen, waarvan de grote gevolgen terecht worden benadrukt.

Ten eerste valt het toe te juichen dat de auteur zich rekenschap geeft van de tot dusver zeer beperkte mogelijkheden om belastingparadijzen aan te pakken. De belastingovereenkomsten en de lijsten met niet-meewerkende rechtsgebieden van de OESO, zoals deze officieel worden genoemd, zijn namelijk niet toereikend en vormen zelfs een deel van het probleem dat zij geacht worden op te lossen.

Daarom zijn de voorstellen in dit verslag, die een andere aanpak, een nieuwe definitie van belastingparadijzen en een nieuw instrumentarium ten behoeve van deze strijd – inclusief sancties – behelzen, van kapitaal belang. Dat geldt vanzelfsprekend voor het voorstel om een automatische uitwisseling van fiscale inlichtingen tot stand te brengen, zowel binnen de Europese Unie als in internationaal verband.

Het geldt eveneens voor de vermelding van boekhoudkundige informatie per land waarvoor in het verslag wordt gepleit en die het mogelijk maakt te bepalen wat de werkelijke activiteiten van bedrijven zijn in de landen waar zij een vestiging hebben, en of zij de belasting afdragen die zij wettelijk verschuldigd zijn. Het betreft hier twee essentiële eisen waarvoor tal van deskundigen zich reeds lange tijd sterk maken. Wij zijn blij dat het Europees Parlement deze eisen nu overneemt en daarmee voorop gaat lopen in deze strijd.

Dames en heren, de belastingparadijzen vormen niet louter een technisch probleem. Het gaat om fundamentele keuzes. Willen wij de ontwikkelingslanden in staat stellen van hun eigen rijkdommen te profiteren en te voorkomen dat deze door anderen worden buitgemaakt? Willen wij dat al onze bedrijven en onze medeburgers naar vermogen een financiële bijdrage aan de samenleving leveren? Door voor het verslag van de heer Domenici te stemmen, geven wij een bevestigend antwoord op deze beide vragen. Een antwoord waarop wij volgens mij alleen maar trots kunnen zijn.

En op persoonlijke titel wil ik commissaris Kovács bedanken voor de studiebijeenkomst die wij op 9 december in Brussel hebben medegeorganiseerd om dit onderwerp voor het voetlicht te plaatsen. Bedankt. Het ga u goed.

 
  
MPphoto
 

  Ivo Strejček (ECR). - (CS) Geachte Voorzitter, mijnheer de commissaris. We buigen ons hier vandaag over een politiek en economisch gezien uitermate controversieel pakket voorstellen waarmee beoogd wordt de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen verregaand te verbeteren. Belastingfraude is inderdaad een groot probleem dat de overheid veel inkomsten kost. De vraag is nu welke oorzaken aan belastingontduiking ten grondslag liggen en wat mensen zover brengt.

Om te beginnen een hoge belastingdruk. Hoe hoger de belastingdruk, hoe meer belastingbetalers er wegen zoeken om onder hun belastingplicht uit te komen. Deze alom bekende economische waarheid zou voor eens een ijzeren lijdraad moeten vormen, zeker in deze tijden waarin het leeuwendeel van de politici denkt dat de begrotingstekorten uit de wereld geholpen kunnen worden met behulp van belastingverhogingen, dus door middel van ingrepen in de inkomstenzijde in plaats van verregaande bezuinigingen aan de uitgavenzijde van de begroting. Want laten we wel zijn, dit is nu juist de bestaansgrond van belastingparadijzen; mensen brengen hun kapitaal daar heen waar de belastingdruk het laagst is. Wilt u de belastingparadijzen de wereld uit helpen of onder bedwang krijgen? Dan zit er maar een ding op: de belasting verlagen.

Een tweede belangrijke reden voor belastingontduiking ligt in de onoverzichtelijkheid en de ingewikkeldheid van belastingstelsels. Hoe meer uitzonderingen, hoe meer belasting er ontdoken wordt. Uit statistische gegevens en uiteenlopende onderzoeken is gebleken dat de ingewikkeldheid van bijvoorbeeld de btw-inning met name gelegen is in onduidelijkheid over de juiste interpretatie van de regels en de duizenden uiteenlopende uitzonderingsbepalingen. Helaas echter is er noch van de kant van de Europese Commissie, noch uit de monden van leden van het Europees Parlement ook maar iets te horen van adviezen aan de lidstaten om de belasting te verlagen of om deze verregaand te hervormen teneinde de fiscale jurisdictie transparanter te maken.

De volgende voorstellen zijn controversieel: invoering van het beginsel van verplichte uitwisseling van gegevens over belastingbetalers, ten tweede de nauwkeurig omschreven verplichte gegevens over belastingbetalers die - dat is wel duidelijk - uitermate privacygevoelig zijn, en dan ten derde het feit dat de plicht tot gegevensuitwisseling voor het eerst álle soorten belasting betreft en ten vierde - en dat is een juridische noviteit - de doorbreking van het bankgeheim.

 
  
MPphoto
 

  Miguel Portas (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, dit debat is erg belangrijk, want de regeringen maar ook de Commissie hebben ons laten weten dat de komende jaren de uitweg uit de crisis afhankelijk is van programma’s die drastisch zullen bezuinigen op overheidsinvesteringen en sociale uitgaven. Een constante factor in de verschillende verslagen die we hier vandaag behandelen is de boodschap dat er een andere en betere uitweg is die de eerlijke belastingbetalers tevreden kan stellen!

Die uitweg betekent dat we de crisis ook aanpakken via maatregelen aan de ontvangstenkant – vooral aan die kant – die een einde maken aan de nachtmerrie die de belastingparadijzen en de wijdverbreide belastingfraude onder grote ondernemingen en het bankstelsel hebben veroorzaakt.

Juist daarom ben ik het volledig eens met het verslag- Domenici als daarin wordt gesteld dat de maatregelen op het vlak van het bankgeheim niet ver genoeg gaan. Die richting dienen we in te gaan, omdat eerlijk gezegd een beetje rechtvaardigheid in de economie nog nooit iemand kwaad heeft gedaan.

 
  
MPphoto
 

  Arturs Krišjānis Kariņš (PPE).(LV) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, de vraag is niet of we vóór of tegen de bestrijding van belastingfraude zijn. Natuurlijk zijn we vóór. De vraag is eerder welke middelen we willen inzetten om deze doelstelling te behalen. De huidige situatie tussen lidstaten is dat er staten zijn die niet graag informatie met andere lidstaten uitwisselen over belastingbetalers, ook niet als ze dat wordt gevraagd. Het onderhavige voorstel betreft de invoering van een automatisch systeem, waarin alle informatie van staatsburgers en bedrijven die in het buitenland zitten tussen de belastingadministraties wordt uitgewisseld. Ik acht het van belang om de bureaucratie niet toe te laten nemen, ongeacht de wijze waarop we informatie uitwisselen. De Europese Unie verkeert momenteel in crisis; in Spanje bedraagt de werkloosheid bijna 20 procent, in Letland zelfs meer dan 20 procent en in veel andere landen ligt het flink boven de 10 procent. Helaas zet deze trend zich voort en als gevolg zijn veel lidstaten genoodzaakt om overheidsuitgaven te beperken, iets wat feitelijk lijnrecht tegenover de uitbreiding van de bureaucratische machine staat. We kunnen het ons niet veroorloven om de bureaucratische machine uit te breiden, maar de invoering van dit systeem van automatische uitwisseling van informatie houdt echter onvermijdelijk de uitbreiding van de bureaucratische machine in. Naar mijn idee kunnen Europese belastingbetalers het zich op dit moment simpelweg niet veroorloven om dit te steunen. Volgens mij moeten we een ander voorstel bespreken, namelijk om wellicht niet tot het uiterste te gaan, door bijvoorbeeld alle informatie automatisch uit te wisselen, maar om er in plaats daarvan minimaal voor te zorgen dat alle lidstaten op verzoek informatie uitwisselen. Om vervolgens over te gaan op een automatische uitwisseling van informatie op verzoek. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Arlene McCarthy (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, gezien het jaarlijkse verlies van meer dan 200 miljard euro moet de strijd tegen belastingfraude en belastingontwijking een prioriteit blijven van dit Parlement, de Europese Commissie en van de regeringen van de lidstaten. Ik kan niet geloven dat er in dit Huis ook maar iemand kan accepteren dat het recht op een persoonlijke levenssfeer een vrijbrief is om de belasting te ontwijken.

In de wereld zijn we het er natuurlijk wel over eens dat een gebrek aan goed bestuur in belastingzaken belastingfraude en belastingontwijking in de hand werkt. Belastingfraude heeft een significant effect op nationale begrotingen. Het berooft openbare diensten, de gezondheidszorg, onderwijs en onderzoek van essentiële middelen. Bovendien heeft, volgens een vooraanstaande charitatieve instelling, belastingontwijking door de superrijken en door mondiale ondernemingen vreselijke gevolgen voor de levens van meer dan vijf miljoen kinderen in ontwikkelingslanden.

Door zwendelpraktijken lopen regeringen in de armste ontwikkelingslanden elk jaar 92 miljard euro aan belastinginkomsten mis, terwijl de Wereldbank schat dat slechts een derde daarvan – 30 tot 34 miljard euro – al genoeg is om de millenniumontwikkelingsdoelen van de VN te realiseren. Nog schokkender is het dat een Britse charitatieve instelling, Christian Aid, beweert dat er ongeveer 7 triljoen euro is weggemoffeld in belastingparadijzen.

Gezien dit alles zijn de maatregelen en aanbevelingen in deze verslagen cruciaal voor de ondersteuning van een gelijk speelveld en voor de aanpak van de verstoringen en schendingen waarop die systemen van belastingontwijking en fraude zijn gebaseerd. Bezittingen in het buitenland vertegenwoordigen momenteel een derde van het totale mondiale bezit…

(De Voorzitter verzoekt de spreker langzamer te spreken ten behoeve van de tolken)

…de helft van de wereldhandel loopt via belastingparadijzen, en de maatregelen om hier paal en perk aan te stellen worden reeds geïntensiveerd. De belastingparadijzen worden aan een onderzoek onderworpen en in de Europese Unie en binnen de OESO worden voorstellen ten uitvoer gebracht.

Meer samenwerking in belastingzaken is de enige weg voorwaarts. Dit doet geen afbreuk aan de nationale soevereiniteit; integendeel – het versterkt en verbetert juist de nationale belastingstelsels doordat degenen die de integriteit en het functioneren van die stelsels willen ondermijnen de pas wordt afgesneden.

Als we iets hebben kunnen leren van de mondiale financiële crisis, dan is het wel dat er meer openheid en transparantie moet komen over financiële transacties. Dat is de reden waarom ik de voorstellen van onze rapporteurs, om te werken aan een mondiale overeenkomst en een mondiale standaard voor de automatische uitwisseling van informatie over belastingzaken, onderschrijf.

Afsluitend wil ik zeggen dat degenen die deze voorstellen willen afzwakken en dat proberen te bewerkstelligen door mensen bang te maken dat het recht op de persoonlijke levenssfeer in gevaar komt, geen serieuze en ambitieuze houding hebben als het gaat om de ondersteuning van wereldomvattende maatregelen in de strijd tegen de gesel van de belastingontwijking, en om de bevordering van goed bestuur, goed burgerschap en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

 
  
MPphoto
 

  Wolf Klinz (ALDE). (DE) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, btw-fraude is geen onbelangrijk delict maar een misdaad. Het is een probleem dat in de loop der tijd eerder groter dan kleiner is geworden. Volgens de laatste schattingen verliezen de burgers en daarmee ook de belastingbetalers hierdoor 100 miljard euro per jaar – misschien zelfs meer.

De burgers hebben er in tijden van sterk stijgende overheidsschuld en crisis geen begrip voor dat de Europese Unie er tot nu toe niet in is geslaagd dit probleem werkelijk met succes te lijf te gaan. Daarom ben ik verheugd dat er een nieuwe poging wordt ondernomen tot invoering van de verleggingsregeling waarover wij overmorgen stemmen. We proberen door de verleggingsregeling de btw-ontduiking daadwerkelijk op te lossen of ten minste te verminderen. We moeten nog zien of door deze regeling de gehoopte extra btw werkelijk kan worden geïnd en of zich minder nieuwe gevallen van btw-fraude zullen voordoen. Het is echter in ieder geval de moeite waard om het te proberen. Wij zullen de resultaten van deze regeling, die voorlopig tot 2014 zal worden toegepast, op de voet volgen en aan een kritische evaluatie moeten onderwerpen.

Op één punt zou ik echter een wijziging willen: ik pleit ervoor dat bedrijven die hun plicht tot zorgvuldigheid in het kader van de controle op het btw-nummer volgens de voorschriften nakomen, van iedere aansprakelijkheid worden ontheven, ook wanneer de ontvanger fraude pleegt. Ik betreur het zeer dat voor mijn daarop gerichte amendement in de Commissie economische en monetaire zaken geen meerderheid was te vinden.

 
  
MPphoto
 

  Vicky Ford (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, belastingfraude is een vergrijp dat niet alleen overheden treft, maar ook alle belastingbetalers – alle burgers die wel op tijd hun belasting betalen. De OESO, de G20 en ook de diverse rapporteurs in het Europees Parlement hebben een goede bijdrage geleverd aan de werkzaamheden om de belastingfraude te helpen bestrijden. Ik wil het specifiek hebben over het verslag van de heer Domenici, en hem bedanken voor de hoge mate van transparantie die hij aan de dag heeft gelegd in de samenwerking met het gehele Parlement om dit document te verbeteren. Er zijn echter drie zaken die mij zorgen baren.

Mijn eerste zorg is dat de strijd tegen belastingfraude niet mag worden gebruikt als een excuus om via een achterdeur het debat over belastingharmonisatie binnen de EU op gang te brengen. In het document wordt gesproken over de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting, maar ik denk dat we moeten wachten op de effectbeoordeling van de Commissie later in het jaar, en geen voorbarige conclusies moeten trekken over de voors en tegens van dat debat.

Mijn tweede punt betreft de controversiële kwestie van de informatie-uitwisseling. Het is zonneklaar dat, in bepaalde omstandigheden, een betere uitwisseling nodig is, en net als de spaarbelasting heeft de automatische uitwisseling inderdaad bepaalde voordelen. Dit document gaat echter veel verder en eist automatische uitwisseling op alle gebieden. Ik heb liever dat we ons over elke specifieke omstandigheid buigen om te bepalen waar uitwisseling nodig is.

Ten derde suggereert het verslag-Domenici een EU-brede heffing op financiële bewegingen van en naar bepaalde rechtsgebieden. Zoals aangegeven door de commissaris zijn er verschillende sancties en stimulansen die kunnen worden ingezet om goed gedrag op dit gebied te bevorderen. Ik ben heel bang dat we, als gevolg van deze formulering over een heffing op EU-niveau, straks terugkeren met slechts één, mogelijk zeer controversiële suggestie.

 
  
MPphoto
 

  Diogo Feio (PPE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, ogenschijnlijk hebben deze vier verslagen een duidelijk technisch stempel maar in werkelijkheid bespreken we hier zwaarwegende politieke problemen. Op de eerste plaats wil ik duidelijk maken dat belastingfraude en belastingontduiking altijd bestreden moeten worden. Dat is een kwestie van respect voor degenen die belasting betalen en zich aan de regels houden.

Tevens wil ik duidelijk maken dat deze materie niet specifiek te maken heeft met een bepaalde crisis. Het is een zaak van publieke ethiek, die de Europese Unie en de lidstaten dienen te behandelen. Hetzelfde geldt voor belastingconcurrentie en hoe we via fiscaal beleid economische groei kunnen stimuleren.

Ook dienen belastingfraude en belastingontduiking beschouwd te worden vanuit het oogpunt van wetgeving. Wetten dienen eenvoudig en transparant te zijn en administratieve organen moeten correct handelen. In dat verband is informatie-uitwisseling belangrijk, waarbij ook aandacht besteed moet worden aan de besluiten van internationale organisaties die zich intensief met deze materie hebben beziggehouden. Hierbij denk ik in de eerste plaats aan de OESO. De uitwisseling van ervaringen is essentieel om te voorkomen dat theoretisch goede maatregelen negatieve effecten hebben in de praktijk.

Met betrekking tot belastingparadijzen dienen we de besluiten van de G-20 en de vooruitgang die op dat niveau is geboekt te steunen. Er moet met name voor gezorgd worden dat maatregelen op dit terrein adequaat, evenredig en doeltreffend zijn.

 
  
MPphoto
 

  Elisa Ferreira (S&D). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het is belangrijk op een aantal feiten te wijzen. Volgens de OESO was er in 2008 vijf à zeven triljoen euro aan activa naar belastingparadijzen weggesluisd. Volgens cijfers die hier vandaag zijn geciteerd beloopt de belastingontduiking in de Europese Unie 2 à 2,5 procent van het bbp van de Unie, dat wil zeggen twee keer de begroting van de Europese Unie.

Er bestaat nu geen enkele twijfel meer over dat belastingparadijzen, ondoorzichtige nieuwe financiële producten, gebrek aan administratieve samenwerking, falende regelgeving, falend markttoezicht en de mateloze ambitie van de handelaren hebben bijgedragen tot de verschrikkelijke crisis die we nu meemaken.

Op internationaal niveau is de zaak in beweging gekomen en worden er lessen getrokken. Die lessen hebben vorm gekregen in initiatieven van het Internationaal Monetair Fonds, de OESO, de G-20 en het Financial Stability Forum. De Europese Unie heeft – met name onder leiding van de heer Kovács, die ik zou willen gelukwensen – een reeks initiatieven genomen: administratieve samenwerking, de richtlijn belastingheffing spaartegoeden, bijstand bij inning van schulden, de gedragscode en meer samenwerking van de kant van België, Oostenrijk, Luxemburg, het eiland Man en zelfs van buurlanden als Zwitserland, Monaco en Liechtenstein.

Het is echter belangrijk bij deze collectieve inspanning te voorkomen wat een landgenoot van de heer Domenici in zijn roman "De tijgerkat" heeft geschreven: alles moet veranderen om alles te laten blijven zoals het was. Dat mag niet gebeuren!

De Europese burgers worden nu geteisterd door werkloosheid, dreigende belastingverhogingen en verlies van basale pensioenrechten. Kleine en middelgrote ondernemingen slagen er niet in aan krediet te komen en overal moeten offers worden gebracht. Die burgers verwachten van ons – hun vertegenwoordigers hier in het Parlement – dat wij lessen trekken en ervoor zorgen dat de Europese Unie een echte rechtvaardige, transparante en eerlijke ruimte van concurrentie wordt.

Deze vier verslagen, met name de verslagen van de heer Domenici en mevrouw Álvarez, gaan die richting in. Ik hoop dat de verslagen massale steun krijgen van de leden van dit Parlement. Tevens hoop ik dat deze voorstellen zorg zullen dragen voor de noodzakelijke politieke impuls, zodat de Europese Unie de juiste lessen kan trekken en die lessen ook op internationaal niveau kan inbrengen.

 
  
MPphoto
 

  Olle Schmidt (ALDE).(SV) Mijnheer de Voorzitter, we zijn er ons allemaal van bewust dat belastingen een gevoelige kwestie zijn, zoals we hebben gehoord. De lidstaten zijn terecht van mening dat belastingen in de eerste plaats een nationale aangelegenheid zijn, maar in het zog van de financiële crisis beseffen steeds meer lidstaten dat de samenwerking binnen de EU moet verbeteren.

Belastingconcurrentie is een goede zaak. De regels moeten echter eerlijk zijn en geen enkele lidstaat mag er voordeel uit halen dat zijn nationale regels gebruikt kunnen worden om belastingen te ontduiken. Belastingfraude is illegaal, immoreel en trekt de situatie scheef in individuele lidstaten van de EU.

We mogen de belastingdruk in ons eigen land bekritiseren. Dat doe ik van tijd tot tijd ook. Dan moeten we ons echter inzetten om het binnenlands beleid van ons land te veranderen in plaats van onze verantwoordelijkheid te ontlopen. De doeltreffendste manier om informatie uit te wisselen is automatische uitwisseling. De EU heeft vaak kritiek geuit aan het adres van belastingparadijzen in hun verschillende vormen. Daarom is het belangrijk dat we aantonen dat we ook intern werk maken van het verbeteren van openheid, transparantie en samenwerking op het gebied van belastingen, zonder de heiligheid van de privacy uit het oog te verliezen.

Om onnodige administratieve kosten te vermijden en een duidelijkere rechtsgrond te creëren, heeft de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa een amendement ingediend waarmee we ervoor willen zorgen dat lidstaten niet gedwongen kunnen worden om een andere lidstaat bij te staan in een kwestie die minder dan 1 500 euro per jaar betreft. Ik denk dat dit duidelijke grenzen stelt aan de bevoegdheden van de autoriteiten, en ik meen te begrijpen dat de heer László Kovács dat amendement aanvaardt.

(EN) Tot slot wil ik mijn dank overbrengen aan de heer Kovács, die nog 18 uur commissaris is, of zoiets. Het is een voorrecht geweest om met u samen te werken. U hebt niet alles weten te realiseren, maar u hebt gedaan wat u kon. Dank u wel en het beste.

 
  
MPphoto
 

  Jacek Włosowicz (ECR). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, in haar zesde ambtstermijn heeft de Europese Commissie haar goedkeuring gegeven aan een reeks wetsvoorstellen in het kader van de bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking in de Europese Unie. Van fundamenteel belang is hier het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen. Dankzij de goedkeuring van bijna alle lidstaten was de huidige richtlijn ongetwijfeld een eerste stap in de richting van administratieve samenwerking op dit gebied, hoewel concrete resultaten op het vlak van haar tenuitvoerlegging klaarblijkelijk zijn uitgebleven. In dit voorstel hebben we een versterking van de interne soevereiniteit van de afzonderlijke lidstaten op het vlak van belastingen door een concreter en doeltreffender beheer van eigen middelen afkomstig van belastingen en een intensifiëring van het Europees integratieproces, die op het vlak van belastingen steeds noodzakelijker wordt, zowel vanuit politiek, economisch als uit administratief oogpunt.

 
  
MPphoto
 

  Thomas Mann (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, veel dank aan commissaris Kovács voor zijn uitstekende werk. De administratieve samenwerking van de EU-lidstaten – mijn thema – op het gebied van de belastingheffing is een ambitieus project. Deze samenwerking is nodig, want belastingontduiking is geen onbelangrijk delict. En dit stopt ook niet bij de landsgrenzen.

Wij moeten gezamenlijk tegen belastingfraude en tegen dubieuze belastingparadijzen optreden. De opvatting van de lidstaten dat alles niet op Europees niveau opgelost kan worden, klopt helemaal niet. De juridisch problematische mogelijkheid van het kopen van gegevens over belastingfraudeurs, zoals we dat nu in Duitsland meemaken – vermoedelijk is deze koop noodzakelijk – mag niet de enige actie zijn!

In de richtlijn verwelkom ik in de eerste plaats de geplande automatische informatie-uitwisseling tussen de instanties, in de tweede plaats het vaker wederzijds inzetten van personeel van de kantoren en in de derde plaats de dringend noodzakelijke versoepeling van het bankgeheim tot ver buiten de Europese Unie.

Vanzelfsprekend moet er nog wel wat werk worden verricht, met name met betrekking tot het conflict tussen enerzijds de gegevensuitwisseling en anderzijds de garantie op de bescherming van de gegevens. Beide belangen moeten met elkaar in evenwicht zijn en geen van beide mag tegen het andere belang worden uitgespeeld.

Bovendien verdient de grensoverschrijdende dubbele belasting meer aandacht. Ik heb met veel kleine en middelgrote bedrijven gesproken die gelijktijdig in verschillende lidstaten actief zijn. Ze zeggen dat er zo veel onoverzichtelijkheid, zo weinig transparantie en zo weinig ervaring is, dat investeringsbesluiten hierdoor negatief beïnvloed worden. Daarvan moet men zich bewust zijn. Dus hebben we minder bureaucratie nodig en moeten we meer aandacht besteden aan wat echt noodzakelijk is, zodat de belastingdiensten ons kunnen helpen om nauwer samen te werken en de procedures eenvoudiger worden. Wanneer we dat hebben bereikt, wanneer die vereenvoudigingen in het dagelijks bestaan van de bedrijven zichtbaar zijn, dan hebben we duidelijke vorderingen gemaakt. Deze richtlijn is een essentiële verklaring van ons voornemen daartoe.

 
  
MPphoto
 

  George Sabin Cutaş (S&D). - (RO) Dit debat, gewijd aan de voorgestelde hervormingen op het gebied van belastingen, vindt plaats tegen een achtergrond die onvermijdelijk zijn stempel drukt op het fiscale beleid. De financiële en economische crisis zorgt in de hele wereld voor een stijging van de tekorten, hetgeen impliciet het belang van de publieke middelen groter maakt.

Zoals ik heb gezegd, zijn de laatste verslagen over deze materie een weerslag van de zorgwekkende proporties van belastingfraude, die jaarlijks meer dan 200 miljard euro bedraagt, gelijk aan twee tot tweeënhalf procent van het bruto nationaal product.

Ik wil de collega’s die deze verslagen hebben voorbereid hartelijk danken voor hun werk. Zij hebben ons een heldere spiegel voorgehouden met betrekking tot de omvang van fraude. Het door de Europese Commissie voorgestelde economisch herstelplan voor het tegengaan van de effecten van de crisis vertegenwoordigt een bedrag gelijk aan een procent van het bnp. Ik ben van mening dat de huidige situatie ferme maatregelen tegen fraude nodig maakt en een hechtere samenwerking tussen de lidstaten op fiscaal gebied, eens te meer omdat de crisis duidelijker dan ooit de negatieve kant laat zien van de wederzijdse afhankelijkheid tussen nationale economieën.

In deze omstandigheden betekent het voorstel voor een richtlijn een stap voorwaarts richting een Europese belastingwetgeving die in overeenstemming is met de ontwikkelingen op economisch gebied en met de intensivering van het Europese integratieproces. In deze zin kunnen de automatische informatie-uitwisseling, de opheffing van het bankgeheim en de maatregelen voor verbetering van de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen een belangrijke bijdrage leveren aan een meer efficiënte administratieve samenwerking tussen de 27 lidstaten.

Tot slot wil ik de heer Kovács veel succes toewensen met zijn verdere werkzaamheden.

 
  
MPphoto
 

  Carl Haglund (ALDE).(SV) (spreekt aanvankelijk zonder microfoon) … tijd zoals de huidige waarin de belastinginkomsten in de hele wereld afnemen, is de onderhavige richtlijn zeer welkom. In een gemeenschappelijke markt kunnen we de huidige situatie, waarin belastbare inkomsten in een ander land verborgen gehouden kunnen worden en onbelast blijven, onmogelijk aanvaarden. Zoals hier al is gezegd, verliezen de lidstaten van de EU jaarlijks miljarden euro aan belastinginkomsten ten gevolge van gebrekkige uitwisseling van informatie tussen de lidstaten. Ik zou er u ook aan willen herinneren dat zolang sommigen hun inkomsten verborgen houden en belastingen ontduiken, de rest van ons ter compensatie meer belastingen betaalt. Dat kan toch niet de bedoeling zijn, volgens mij althans toch niet.

Het is verbazingwekkend dat sommigen het huidige stelsel dat mensen in feite in staat stelt om belastingen te ontduiken, verdedigen. Ik begrijp dat er voor bepaalde landen veel op het spel staat, maar voeren ze eigenlijk een geloofwaardig argument aan? Nee, dat doen ze niet.

We zouden internationale belastingsamenwerking moeten bevorderen en gemeenschappelijke normen moeten opstellen om belastingfraude op EU-niveau en mondiaal te voorkomen. Tezelfdertijd wil ik u eraan herinneren dat er mensen zijn die de bescherming van de privacy een belangrijke kwestie vinden en dat ze op een adequate manier moet worden gewaarborgd. Het is belangrijk om dat niet te vergeten, want anders heeft het stelsel dat we aan het opbouwen zijn geen enkele geloofwaardigheid in de ogen van onze burgers, en dat is voor ons essentieel om te kunnen slagen.

 
  
MPphoto
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, deze economische crisis heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat we in de EU alleen los van elkaar kunnen falen of samen kunnen slagen. We hebben een langdurig proces doorlopen om uiteindelijk een punt te bereiken waarop we daadwerkelijk uitzicht hebben op een fatsoenlijke automatische uitwisseling van informatie over belastingzaken in de EU en op volledige transparantie, met een effectieve administratieve samenwerking tussen de ambtenaren en natiestaten.

We vragen de private sector – de banken – om na de financiële crisis transparanter en betrouwbaarder te zijn. Ik vind echt dat we hetzelfde moeten vragen van onze natiestaten, en van onszelf. Ik verheug mij dan ook over de stappen die hier zijn gezet, maar we hebben nog een lange weg te gaan. Ik wil de Commissie aansporen om uiterst ambitieus en zeer sterk te zijn als het gaat om internationale samenwerking, zodat we een internationaal akkoord kunnen sluiten over belastingparadijzen en automatische informatie-uitwisseling.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, zonder belastingen zijn landen onbestuurbaar – daar zullen de meeste burgers het mee eens zijn. Desondanks staan veel burgers niet bepaald te springen om belasting te betalen. Dit negatieve sentiment leefde al in de tijd van onze Lieve Heer, die de tollenaars, schurken in de ogen van de mensen, schaarde onder de meeste verachte categorie van zijn tijd.

Of hun reputatie sinds die tijd aanzienlijk verbeterd is, is moeilijk te zeggen. Ze worden nu aangeduid als belastingambtenaren, maar ze genieten waarschijnlijk geen grote populariteit.

Daar komt bij dat degenen die de belasting ontwijken van oudsher praktisch als helden worden beschouwd, die de regering te slim af zijn. Dat is nu gelukkig aan het veranderen, maar tegelijkertijd is belastingontwijking een wijdverbreid fenomeen in mijn land, en in de hele wereld. Zelfs in mijn eigen land voorzagen de banken in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw mensen van adressen in het buitenland die ze konden gebruiken om de belasting te ontwijken. Toen dat aan het licht kwam moest het individu natuurlijk de rekening betalen.

Welnu, in de toekomst wacht ons de taak paal en perk te stellen aan belastingontwijking. De OESO schat dat 2,5 procent van het mondiale bbp verloren gaat door belastingontwijking. Sigarettensmokkel is hier een goed voorbeeld van: sigaretten worden vanuit economieën met een laag belastingtarief gesmokkeld naar economieën met een hoog belastingtarief, met alle schade van dien voor de gezondheid en, natuurlijk, voor de overheidsfinanciën.

Tegelijkertijd zijn de mogelijkheden van de EU beperkt omdat het Verdrag van Lissabon haar niet veel bevoegdheden toekent op het gebied van belastingen. Dat is een gevolg van de garanties die aan Ierland zijn gegeven.

Hierdoor kan er geen sprake zijn van een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting, en moet het principe van eerlijke belastingconcurrentie worden gehandhaafd. Aan ons dus de taak om, door samen te werken en door gebruik te maken van onze overtuigingskracht, de zaken in beweging te brengen – maar we mogen niets afdwingen.

 
  
MPphoto
 

  Sari Essayah (PPE). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, de onderhavige voorstellen zijn uitstekende manieren om de bestrijding van belastingfraude te vergemakkelijken en de samenwerking tussen autoriteiten te verbeteren.

Wij moeten beseffen dat belastingheffing nooit een doel op zich is, maar een maatschappelijk instrument om politiek overeengekomen doelen te bereiken, zoals bij het nivelleren van de inkomstenverdeling, het belasten van schadelijke activiteiten en het creëren van een financiële basis voor gemeenschappelijke sociale diensten. Een goed belastingstelsel is gebaseerd op een eerlijke en brede belastinggrondslag en een redelijk belastingniveau.

Belastingontduiking en belastingfraude tasten de belastinggrondslag aan en laten de eerlijke burgers en ondernemingen de rekening betalen voor de belastingen die fraudeurs ontlopen. Zoals wij hier hebben gehoord, bevindt het bruto binnenlands product zich momenteel in heel Europa in een crisisfase. Belastingfraude en -ontduiking verlagen het bbp nog verder met ongeveer tweehonderd miljard euro per jaar. Dat kunnen wij ons echt niet veroorloven.

Ik wil nog enkele opmerkingen maken over de verslagen zelf. Wanneer wij nadenken over manieren om btw-fraude te bestrijden, moeten wij rekening houden met kosteneffectiviteit, rechtszekerheid en het proportionaliteitsbeginsel. In het verslag van de heer Casa komen deze aspecten zeer duidelijk naar voren. In onze strijd tegen btw-fraude is het goed ons vooral te richten op fraudegevoelige goederen en diensten. Het verleggingsmechanisme biedt de lidstaten de mogelijkheid om een verleggingsregeling toe te passen, bij wijze van uitzondering op het hoofdbeginsel van de btw-richtlijn.

Administratieve samenwerking is een manier om nationale wetgevingen aan te vullen, maar wij moeten beseffen dat deze hierdoor nooit worden vervangen of onderling worden aangepast.

Informatie-uitwisseling is misschien wel de meest omstreden zaak met betrekking tot de onderhavige richtlijnen. Goede informatie-uitwisseling tussen de douane- en belastingdiensten van de lidstaten helpt om fraude te bestrijden en daarom ben ik van mening dat de uitwisseling van belastinggegevens moet worden bevorderd en niet belemmerd. In Finland zijn belastinggegevens openbaar en Finland is een van de minst corrupte landen ter wereld. Daarom zie ik de automatische uitwisseling van belastinggegevens niet als een mogelijke schending van de burgerrechten, zoals een deel van mijn collega’s dat doet.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE).(DE) Commissaris Kovács, mijnheer de Voorzitter, financiële wetgeving behoort natuurlijk tot de nationale bevoegdheden en bevordert eigenlijk het egoïsme van de lidstaten. We moeten er in de Europese Unie echter over nadenken hoe we de interne markt, vooral met de vier vrijheden, ook in de toekomst kunnen handhaven.

Een probleem dat hierbij centraal staat is natuurlijk ook de dubbele belasting. Juist de kleine en middelgrote bedrijven die alle wetgeving op dit gebied helemaal niet meer kunnen overzien, worden echt belemmerd in het aanbieden van diensten in andere landen. Op dit punt moet de Europese Commissie met een voorstel komen hoe de dubbele belasting wordt gehanteerd en een eenvoudige transparante belasting voor deze bedrijven mogelijk gemaakt kan worden, omdat de kredietwaardigheid van een bedrijf uiteindelijk bepaalt of het op de markt kan overleven en of het liquide blijft. Ik zou het ook op prijs stellen wanneer voor het MKB een one-stop-shop ingevoerd zou kunnen worden, zodat dit over een concreet aanspreekpunt beschikt en de terugbetaling van belasting snel, efficiënt en transparant kan geschieden.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D). - (RO) Ik wil graag wijzen op de mogelijkheden voor elektronisch bestuur, waarmee in verschillende lidstaten al zaken zijn gerealiseerd als het elektronisch betalen van belastingen en btw, of initiatieven als elektronische facturering. We hebben het over een nieuwe digitale agenda voor de komende vijf jaar, en de lidstaten hebben behoefte aan de inzet van ICT voor het verbeteren van de administratieve samenwerking op onder andere fiscaal gebied.

Ik geloof dat, tenminste voor wat betreft elektronisch factureren, er in 2008 al een groep is opgericht op hoog niveau, die afgelopen november een verslag met aanbevelingen heeft ingediend bij de Europese Commissie. Commissaris Tajani heeft toegezegd dat hij in de komende periode initiatieven zal ontplooien ter ondersteuning van elektronisch factureren, opdat dit op brede schaal door alle lidstaten wordt overgenomen. Ik wil de Commissie vragen of en zo ja wanneer zij met een dergelijk voorstel zal komen.

 
  
MPphoto
 

  Nick Griffin (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het bespreken van samenwerking op het gebied van belastingen in de huidige eurocrisis is vergelijkbaar met het herschikken van de dekstoelen op de Titanic.

De zuidelijke landen worden in het Engels aangeduid met het grove acroniem PIGS (Portugal, Italië, Griekenland en Spanje). Degenen die door de euro onderuit worden gehaald zijn echter geen varkens, maar mensen, die worden gestraft door het utopische dogma van 'one-size-fits-all'. Hun economieën zullen ofwel bezwijken onder vele kleine speldenprikken ofwel op het nippertje worden gered ten koste van de belastingbetalers in Groot-Brittannië en elders. Er zullen maar zeer weinig belastingen overblijven waarvoor samenwerking mogelijk is.

Er zijn twee mogelijke uitwegen: de euro afschaffen en de landen van deze versuikerde versie van het Sovjetsysteem hun eigen munteenheden teruggeven, of de 'probleemlanden' uitsluiten van de euro. Dat zouden de PIGS kunnen zijn. Het zou rechtvaardiger zijn als dit Duitsland en haar Franse collaborateur waren, omdat het beheer van de euro volgens de Duitse belangen de belangrijkste oorzaak van deze puinhoop is.

Deze eindeloze crisis zal het federale project vernietigen – inclusief de samenwerking op het gebied van belastingen. De tragedie is dat er nog zo veel onschuldige slachtoffers tot armoede zullen vervallen voordat het zo ver is.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE). - (RO) Ik wil de rapporteur, de heer Stolojan, feliciteren met het verslag betreffende de invordering van schuldvorderingen. De EU heeft een gemeenschappelijke regelgeving nodig, in alle lidstaten op dezelfde wijze toegepast, betreffende het bestrijden van fraude en belastingontduiking. De interne markt en ook de begroting van een lidstaat kan worden getroffen indien een bepaalde belasting of heffing niet wordt betaald. Het vrije verkeer van kapitaal en personen heeft uitbreiding van het toepassingsgebied van de regelgeving nodig gemaakt. Vanaf dit jaar worden ook de verplichte socialezekerheidsbijdragen in de regelgeving opgenomen.

Een belangrijke stap in het invorderen van schuldvorderingen binnen de EU is het realiseren van snelle informatie-uitwisseling. De gemeenschappelijke standaardinstrumenten en -formulieren, vertaald in alle officiële talen van de EU, zullen het werk van de bevoegde autoriteiten vergemakkelijken. Met een gemeenschappelijk geautomatiseerd systeem kunnen de verzoeken om informatie sneller en goedkoper worden verwerkt.

 
  
MPphoto
 

  Udo Bullmann (S&D).(DE) Mijnheer de Voorzitter, wanneer we vandaag mevrouw Álvarez, de heer Domenici en de andere collega’s met hun uitstekende verslag feliciteren, wanneer we commissaris Kovács feliciteren vanwege zijn toewijding en hem gelukwensen met alles wat hij nu gaat aanpakken en de hoop uitspreken dat hij het enthousiasme waarmee hij voor meer gemeenschappelijk belastingbeleid heeft gestreden ook aan zijn opvolger doorgeeft, dan moeten we ook de lidstaten noemen – de lidstaten die blijven aarzelen om dat te doen wat in deze crisissituatie hard nodig is, namelijk om eindelijk tot een nauwere samenwerking te komen.

Het is absoluut onbegrijpelijk dat we op het gebied van de belastinggrondslag nog steeds geen doorbraak hebben bereikt. Wie meent op deze manier zijn soevereiniteit te kunnen verdedigen, zal deze verliezen, net als de belastinginkomsten. Daarom is de belangrijkste boodschap, ook in deze verslagen, dat er in Europa meer goede samenwerking nodig is – alleen die kan ons vooruithelpen!

 
  
MPphoto
 

  Michael Theurer (ALDE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, belastingfraude moet bestreden worden. Belastingontduiking en belastingfraude zijn echter niet de oorzaak van de economische en financiële crisis. Ik vind het belangrijk nog eens duidelijk te maken dat er eerst voor moet worden gezorgd dat de belastingbetalers het weer acceptabeler vinden om belasting te betalen, door invoering van een eenvoudig belastingstelsel met lage en redelijke belastingen. Dat betekent echter niet dat we belastingontduiking en belastingfraude niet actief moeten bestrijden, want het rechtvaardigheidsgevoel wordt aangetast wanneer sommige mensen proberen om zich aan het betalen van belastingen te onttrekken.

Daarmee komen we ook bij het onderwerp ‘belastingparadijzen’. Ons buurland Zwitserland vreest dat het onder druk gezet wordt. Daarom heb ik een concrete vraag: bestaan er voorstellen of zijn er maatregelen genomen om speciale druk op Zwitserland uit te oefenen? Ik ben persoonlijk van mening dat Zwitserland de EU niet slechter mag behandelen dan de Verenigde Staten. Dat betekent dus dat Zwitserland ook moet toestaan dat het betrokken wordt bij het systeem van een consequente bestrijding van belastingontduiking.

 
  
MPphoto
 

  László Kovács, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik vond het debat interessant en inspirerend. Zoals de meesten van u ben ik ervan overtuigd dat onze inspanningen om belastingfraude en -ontduiking te bestrijden en de samenwerking op het gebied van belastingen te vergroten, de moeite waard zijn. Ik ben dankbaar voor uw steun en voor het werk van de vier rapporteurs, en ben zeer dankbaar voor de steun aan deze belangrijke initiatieven van de Commissie.

Het bevorderen van goed bestuur op het gebied van belastingkwesties is een ingewikkeld dossier dat diverse uiteenlopende kwesties omvat. Vrijwel al deze kwesties zijn in uw verslagen behandeld, van het formele wetgevingsvoorstel om administratieve samenwerking te bevorderen tot ons werk met derde landen. Het deed mij deugd te horen dat velen van u de Commissie aanmoedigen ambitieuzer te zijn. Ik ben het volledig met u eens en ik weet zeker dat de nieuwe Commissie met uw steun en de steun van de regeringen van de lidstaten de uitdagingen aankan die voor ons liggen. Ik weet dat deze dossiers ook voor mijn opvolger een prioriteit zullen blijven. De Commissie, het Parlement en de Raad moeten zich blijven inspannen voor de goedkeuring van de wetgevingsvoorstellen die op tafel liggen of waaraan momenteel wordt gewerkt, en voor het werk van de Groep Gedragscode belastingregeling voor ondernemingen.

Wat betreft de externe aspecten van de principes van goed bestuur inzake belastingkwesties, moeten alle acties die in de mededeling worden genoemd, ook worden gestimuleerd, waarbij er speciale aandacht moet zijn voor de acties met betrekking tot ontwikkelingslanden.

Ook met betrekking tot de specifieke voorstellen voor administratieve samenwerking, wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen en tijdelijke toepassing van de verleggingsregeling wil ik u bedanken voor uw opmerkingen en standpunten. Het verheugt mij te zien dat het Europees Parlement en de Commissie het eens zijn over de actie die moet worden ondernomen om belastingfraude en -ontduiking in de Europese Unie en daarbuiten beter te kunnen bestrijden. Ik zie ook een algemene steun voor de drie voorstellen.

Het realiseren van snelle vorderingen en het verkrijgen van unanieme instemming met het voorstel voor administratieve samenwerking is een van de prioriteiten van het Spaanse voorzitterschap. Het is nu ook een prioriteit van de meeste lidstaten. De EU moet dringend interne, unanieme instemming verkrijgen om internationaal te kunnen laten zien dat we vastberaden zijn vooruitgang te boeken ten opzichte van de OESO-normen en de aanbevelingen van de G20, en de weg willen vrijmaken voor een toekomstige evolutie op internationaal niveau door te bewijzen dat we echte administratieve samenwerking kunnen ontwikkelen.

Het is duidelijk dat er niet één globale oplossing bestaat om een einde te maken aan belastingfraude en -ontduiking, maar de voorstellen die we vandaag hebben besproken, zijn belangrijke stappen voorwaarts binnen het kader van de EU-strategie tegen belastingfraude.

Slechts één dag voor het einde van het mandaat wil ik tot slot graag opnieuw mijn dank betuigen voor de steun aan de belasting- en douane-initiatieven van de Commissie en met name voor de samenwerking van de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie interne markt en consumentenbescherming.

 
  
MPphoto
 

  Magdalena Álvarez, rapporteur.(ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag uitleggen waarom we verder gaan dan de door de OESO vastgelegde normen voor de automatische uitwisseling van informatie.

Er zijn verschillende argumenten, en die zouden we allemaal kunnen gaan analyseren, maar het is hoe dan ook duidelijk dat de OESO is gecreëerd voor internationale betrekkingen. Daar gelden andere spelregels dan in de Europese Unie.

Zoals de heer Kovács heeft aangegeven hebben we in de Europese Unie een economische ruimte, waarbinnen fiscale gegevens net zo gemakkelijk moeten kunnen circuleren als de belastingplichtigen zelf, opdat elke lidstaat zijn eigen belastingsysteem naar behoren kan toepassen. We hebben een geïntegreerde markt, waarin geen barrières bestaan voor personen en goederen. Er zouden dus ook geen barrières moeten bestaan voor fiscale informatie.

De lidstaten maken deel uit van een politiek project, en de verhoudingen tussen de onderscheiden belastingsystemen moeten aansluiten op dat politieke project. Behalve praktische overwegingen spelen er ook beginselen mee.

Ik wil er graag op wijzen dat de belastingsoevereiniteit door fraudebestrijding niet wordt geschaad, maar juist versterkt. De lidstaten zullen nu namelijk kunnen beschikken over efficiëntere instrumenten om hun eigen belastingsysteem toe te passen, en dat houdt een versterking van hun belastingsoevereiniteit in. Dat is iets waar we terdege rekening mee moeten houden – een goede reden om deze richtlijn te steunen

Ik voeg daaraan toe dat fraude – zoals de heer Klinz heeft opgemerkt – een delict is. We mogen fraude dus niet rechtvaardigen met zwakke argumenten zoals verwijzingen naar de zware belastingdruk in de verschillende fiscale stelsels. Het is volgens mij juist andersom: als er minder belastingfraude wordt gepleegd kunnen de belastingen omlaag. Het is overigens wel waar dat we moeten blijven werken aan de vereenvoudiging van onze belastingstelsels.

Om af te sluiten wil ik graag wijzen op het feit dat de door ons gesteunde vier verslagen en richtlijnen fraudeurs zullen ontmoedigen. Als de belastingplichtigen zich ervan bewust zijn dat fraudeurs als gevolg van deze normen minder ruimte krijgen, dan zal de wil om te frauderen afnemen. En als iemand het toch probeert, dan beschikken we nu over betere instrumenten om de begane fraude te vervolgen.

Tot slot wil ik graag wijzen op het feit dat deze maatregel precies op het goede moment komt. Deze crisis heeft aangetoond welke gevaren er schuilen in ondoorzichtigheid, hoe één land zijn problemen kan doorgeven aan andere landen, en hoe belangrijk openbare steunmaatregelen zijn. En hier verwijs ik naar hetgeen de heer Lamberts heeft gezegd. Hij stelt dat we juist nu met behulp van openbare middelen moeten proberen maatregelen te treffen voor het wederom op gang brengen van de economie en het verzachten van de gevolgen van de crisis voor de bevolking.

De burgers zijn zich nu dus meer dan ooit bewust van de ernst van belastingfraude en de gevolgen die zulke fraude heeft voor de economie als geheel. Daarom verlangen zij van hun vertegenwoordigers dat ze adequate maatregelen nemen om fraude te bestrijden.

 
  
MPphoto
 

  Theodor Dumitru Stolojan, rapporteur. (RO) Ik heb met belangstelling geluisterd naar de standpunten van mijn collega’s. Ik heb ook terughoudendheid gemerkt ten opzichte van automatische informatie-uitwisseling. Ik ben er echter van overtuigd, dat wij tegenover iedere Europeaan die zijn belastingen correct afdraagt moeten laten zien dat wij, de Europese instellingen, vastbesloten zijn alle nodige maatregelen te nemen voor het minimaliseren van belastingontduiking en ervoor te zorgen dat besluiten voor het invorderen van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen en heffingen ook daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd, ongeacht de lidstaat waarin de debiteur zich bevindt.

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  David Casa, rapporteur.(MT) Ik heb ook aandachtig geluisterd naar alles wat er is gezegd en de conclusie die ik uit dit belangrijke debat zou trekken, is dat we het er allemaal over eens zijn dat we ieder beschikbaar middel moeten inzetten om belastingontduiking en de verschillende vormen van fraude te bestrijden die in uiteenlopende landen voorkomen. We moeten dit bereiken door middel van maatregelen net als die vandaag zijn voorgesteld, zonder de handelssector – met name het midden- en kleinbedrijf – schade te berokkenen en zonder de bureaucratie te vergroten. Integendeel, ik stel voor dat we het bureaucratisch apparaat blijven verkleinen op gebieden die regelmatig de handelssector belemmeren.

We moeten ervoor zorgen dat we geen eerlijke burgers straffen die betalen en geen belasting ontduiken. Dit geldt ook voor mensen in het bedrijfsleven, mensen die in de grensoverschrijdende handel zitten en die geen belasting ontduiken en daarom geen misdadigers zijn.

Ik denk daarom dat we aan de hand van deze voorstellen de geloofwaardigheid van de regeling voor de emissiehandel en alle gerelateerde betalingen versterken. Tegelijkertijd moeten we, zoals ik al aangaf, de administratieve lasten voor eerlijke zakenmannen verlichten en bovendien zorgen we ervoor dat het Parlement tijdens de gehele goedkeuringsprocedure van de verleggingsregeling op de hoogte wordt gehouden.

Net als mijn collega’s wil ik de commissaris bedanken voor al het werk dat hij de afgelopen jaren heeft verricht. Mijnheer de commissaris, we zijn het blijkbaar niet altijd met elkaar eens geweest, maar als we terugblikken op de belastingsector denk ik dat we vandaag over een eerlijker en efficiënter systeem beschikken voor onze burgers, te weten de burgers van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Leonardo Domenici, rapporteur. (IT) Mevrouw de voorzitter, geachte collega’s, ik wil mijn dank uitspreken voor de waarderende woorden voor onze verslagen, die de vrucht zijn van collectieve arbeid. Ik hoop dat die waarderende woorden een gunstig voorteken zijn van een positieve uitslag van de stemming in het Europees Parlement.

Ik geloof dat onze verslagen, zoals de heren Stolojan en Casa al hebben gezegd, mede dienen te worden gesteund uit naam van al onze burgers en eerlijke belastingbetalers die als eersten nadeel ondervinden van fraude en belastingontduiking. Het doel is iedereen belasting te laten betalen zodat we allemaal minder belasting betalen.

Ik wil slechts twee opmerkingen maken. Mevrouw Lulling heeft bij het begin van het debat gesproken over een fiscale colonoscopie. Uit ervaring weet ik dat een colonoscopie geen prettig onderzoek is, hoewel het zeer nuttig kan zijn voor de gezondheid van de mens. Op belastinggebied is het heel eenvoudig om een dergelijk onderzoek te vermijden: het volstaat inkomen niet te verbergen en wettelijke verplichtingen niet te omzeilen.

Op de tweede plaats wil ik opmerken dat het juist is je altijd zorgen te maken hoe overheidsgeld wordt besteed. Die zorgen moeten we ook hebben wanneer regeringen gedwongen zijn dat overheidsgeld te gebruiken om banken en financiële instellingen te redden die hebben gespeculeerd.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – De gecombineerde behandeling is gesloten.

De stemming vindt woensdag 10 februari 2010 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. (RO) btw-fraude is een van de overtredingen die een groot effect hebben op de overheidsfinanciën. Illegale btw-constructies worden in iedere lidstaat gebruikt, en Roemenië is daar geen uitzondering op (met als voorbeeld carrouselfraude).

De door een aantal lidstaten, inclusief Roemenië, geïntroduceerde verleggingsregeling heeft zeer goed gewerkt. Er was echter eveneens een aanpassing nodig van Richtlijn 2006/112/EG betreffende de btw aan de huidige werkelijkheid, om het risico van nieuwe illegale btw-constructies (fictieve exporten) zo klein mogelijk te maken. Zodoende is het toepassen van een verleggingsregeling op producten met een verhoogd risico op belastingfraude een betrouwbare methode, en ondanks het uitstel van de betaling aan de schatkist van de bij de relevante transacties behorende btw, is het effect op de overheidsinkomsten positief.

Tot slot, de inning van btw vindt pas aan het eind van de economische cyclus plaats, wanneer het eindproduct of de dienst bij de eindgebruiker aankomt, maar deze constructie heeft toch de voorkeur, aangezien hierbij btw-fraude door onterechte teruggaaf wordt voorkomen. Het zou ideaal zijn als verleggingsregelingen standaard werden toegepast in plaats van als uitzondering, maar daarvoor moet eerst een grondige analyse plaatsvinden van het effect op de overheidsinkomsten.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. (EN) Ik wil graag even één specifiek punt ter sprake brengen met betrekking tot de samenwerking op het gebied van belastingen van lidstaten. Dit was een zeer gevoelige kwestie tijdens de Ierse referendumcampagne voor het Verdrag van Lissabon. Daarom wil ik mijn collega's in het Parlement graag een waarschuwing meegeven. Samenwerking tussen lidstaten vormt de basis van deze Unie, al is die samenwerking echter altijd gebaseerd op wederzijdse instemming. Waar we op het gebied van belastingen voor moeten oppassen, is dat we geen rekening houden met de behoeften van bepaalde lidstaten. Bepaalde landen moeten regels anders toepassen; als een land bijvoorbeeld een eiland is of geen bevolking heeft die een grote, functionerende markt kan ondersteunen, moet dat land elk beschikbaar voordeel benutten om investeringen aan te trekken. Ik wil mijn collega's vragen hier rekening mee te houden wanneer zij voorstellen voor deze kwestie doen. Voorstellen mogen niet botsen met de subsidiariteit. Elk voorstel heeft de goedkeuring van de lidstaten nodig, dat is geen onbelangrijk element van dit debat.

 
  
MPphoto
 
 

  Ramona Nicole Mănescu (ALDE), schriftelijk. (RO) De vandaag besproken fiscale initiatieven hebben een uitzonderlijk belangrijke rol in de strijd tegen grensoverschrijdende belastingfraude en -ontduiking. Dit zijn problemen met een omvangrijke politieke dimensie en ernstige consequenties voor de financiën van de lidstaten. Voor het bevorderen van een goed fiscaal beheer zijn maatregelen nodig op het niveau van de EU en op dat van de lidstaten. Wij hebben krachtige maatregelen nodig, simpele en eenvoudige regelgeving en, impliciet, minder bureaucratie. Niet in de laatste plaats moeten burgers toegang hebben tot ondersteuning.

Maatregelen zoals het zorgen voor transparantie en informatie-uitwisseling op alle niveaus, de verbetering van de steun voor lidstaten en het zorgen voor een efficiënte grensoverschrijdende samenwerking en eerlijke fiscale concurrentie zijn essentiële doelstellingen, des te meer tegen de achtergrond van de financiële crisis. Wij hebben allen gezien hoe belangrijk het is om te beschikken over een duurzaam fiscaal systeem. De lidstaten met een goed fiscaal beheer hebben veel sneller en efficiënter kunnen reageren op de economische crisis.

Ik waardeer het initiatief van de Commissie en het werk van de collega’s rapporteurs, en ik ben van mening dat de politieke wil bestaat voor het bevorderen van een goed fiscaal beheer. Wij moeten echter zorgen voor een zo snel mogelijke uitvoering van de voorstellen, anders blijft het bij holle politieke frasen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE), schriftelijk. Geachte Voorzitter, De belastingsautoriteiten hebben in een geglobaliseerde en gedigitaliseerde wereld geen eenvoudige taak. Ook in de interne markt is het opsporen van fiscale en sociale fraude complex. Het gebrek aan actuele Europese wetgeving inzake grensoverschrijdende administratieve samenwerking tussen belastingautoriteiten is zelfs problematisch. De oprichting van een fiscaal verbindingsbureau per lidstaat ter versnelling en vereenvoudiging van de administratieve samenwerking tussen de lidstaten, verdient dan ook onze steun. Vandaag kost een vraag tot uitwisseling van fiscale informatie zoveel tijd dat belastingdiensten vaak verkiezen dan maar niet te wachten op de informatie. De door de Commissie voorgestelde optie voor een automatische uitwisseling van informatie krijgt mijn volle steun en dit om twee redenen. Ten eerste zullen de lidstaten hun belastingen efficiënter kunnen innen wat in crisistijden rechtvaardig en geen overbodige luxe is. Ten tweede omdat spelers op de interne markt gelijk behandeld zullen worden. Het principe van wederkerigheid inzake uitwisseling van belastinginformatie ligt ook in de lijn van de afspraken in de OESO en de G20. Een niet mis te verstane boodschap waar recent ook de Rekenkamer in mijn land terecht een dringende oproep toe deed. Ik zal daarom het rapport van collega Álvarez met overtuiging steunen.

 
Laatst bijgewerkt op: 7 mei 2010Juridische mededeling