4. Presentatie van het college van commissarissen en verklaring over het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie (debat)
De Voorzitter. – Ik heet de voorzitter van de Europese Commissie, de heer Barroso, en de kandidaat-commissarissen hartelijk welkom op onze plenaire vergadering. Welkom iedereen. Welkom aan onze gasten.
Voor ons ligt een van de belangrijkste beslissingen in deze zittingsperiode. Want aan ons hebben de burgers van Europa de taak toevertrouwd de beste Europese Commissie te kiezen. We hebben de hoorzittingen afgerond en ik heb 26 aanbevelingsbrieven ontvangen. Voor het eerst in de geschiedenis kiezen we de Europese Commissie als gelijkwaardige medewetgever. Dit geeft ons de verplichting bijzonder nauw met de Europese Commissie samen te werken. Samen vertegenwoordigen we twee instellingen van de Europese Unie. In verband hiermee zijn we een nieuw voorlopig kaderakkoord aangegaan, dat we vandaag gaan bekrachtigen. Om twaalf uur gaan we over dit akkoord stemmen. De stemming is om twaalf uur. Als we het debat vroeg genoeg afsluiten, houden we voor die tijd misschien een korte pauze.
We willen graag dat de Unie vertegenwoordigd wordt door instellingen die dynamischer zijn, en daarom is het akkoord zo belangrijk voor ons. We hebben de laatste maanden ook goede ervaringen gehad. Het uur dat we hier in de plenaire vergadering rechtstreeks hebben gedebatteerd met de voorzitter van de Europese Commissie, was een groot succes. We gaan een soortgelijk contact onderhouden met de commissarissen en de vicevoorzitters van de Europese Commissie, en dus zullen we een vragenuur houden dat ons inzicht in de werkzaamheden van de Commissie vergroot. Er staan in ons nieuwe kaderakkoord ook veel oplossingen die we eerder niet hadden. Bij hun werkzaamheden moeten de Europese Commissie en het Europees Parlement ook rekening houden met de standpunten van de nationale parlementen, die in de Europese Unie het subsidiariteitsbeginsel belichamen.
Ik weet zeker dat dit niet alleen het begin van een nieuw decennium is, maar ook van een nieuwe manier van werken in de Europese Unie. Daarvan zijn we allemaal overtuigd. Dertig jaar na de eerste rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement staan we weer voor een grote verandering. Dit is een nieuw tijdperk in de werkzaamheden van het Europees Parlement – een Europese instelling.
Aan het begin van ons debat zou ik de heer Barroso willen vragen het woord te nemen.
José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de Commissie bevordert het algemeen belang van de Unie en neemt daartoe passende initiatieven. Zij ziet toe op de toepassing van zowel de Verdragen als de maatregelen die de instellingen krachtens deze Verdragen vaststellen. Onder de controle van het Hof van Justitie van de Europese Unie ziet zij toe op de toepassing van het recht van de Unie. Zij voert de begroting uit en beheert de programma’s. Zij oefent onder de bij de Verdragen bepaalde voorwaarden coördinerende, uitvoerende en beheerstaken uit. Zij zorgt voor de externe vertegenwoordiging van de Unie, behalve wat betreft het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de andere bij de Verdragen bepaalde gevallen. Zij neemt de initiatieven tot de jaarlijkse en meerjarige programmering van de Unie om interinstitutionele akkoorden tot stand te brengen.
Dames en heren, zoals u weet is dit de tekst van artikel 17, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag van Lissabon. Ik heb deze voorgelezen omdat eruit blijkt hoe belangrijk de Commissie is voor de verwezenlijking van het Europese project, een Commissie die volgens hetzelfde artikel als college verantwoording aflegt aan uw Parlement.
Vandaag zien wij derhalve de Europese democratie in werking. Vandaag wordt uw Parlement, waarvan de leden rechtstreeks zijn gekozen door de Europese burgers, gevraagd een oordeel te vellen over het nieuwe college van commissarissen.
Deze stemming volgt op de stemming over de voorzitter van de Commissie op 16 september 2009 en vormt een essentieel onderdeel van de democratische legitimiteit van de Commissie en daarmee van het Europese project als geheel.
Het team dat zich vandaag aan u voorstelt, is bereid de voorliggende uitdagingen aan te gaan. Dit team paart ervaring aan nieuwe ideeën, is een afspiegeling van het brede spectrum van benaderingen en gevoeligheden die Europa tot zo’n prachtig land van ideeën maken. Dit is een team waarvoor u vol vertrouwen kunt stemmen, een team dat uw steun verdient.
En nu? Wat nu? Wordt alles nu weer zoals het was? Nee, ik weiger te geloven – en onze medeburgers zouden niet begrijpen – dat wij na al die jaren van institutionele debatten in principe op de oude voet doorgaan. Wij leven in een bijzondere tijd.
De uitdagingen van de economische en financiële crisis, de klimaatverandering en de energiezekerheid – om er maar enkele te noemen – zijn eenvoudigweg te groot om ons beleid ongewijzigd te laten.
(EN) Het is nu tijd om moed te tonen. Het is tijd om onze burgers te laten zien dat het ons menens is en dat de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon ons echt betere mogelijkheden biedt om hun belangen te behartigen. Ik ben van mening dat onze economische en sociale situatie vereist dat wij de huidige status quo radicaal de rug toe keren. Dankzij het nieuwe Verdrag is dat nu ook mogelijk.
Het is onze taak de nieuwe mechanismen te gebruiken om een nieuwe dynamiek te creëren. Laten wij de intellectuele glamour van het pessimisme en het constant kleineren van de Europese Unie, dat het imago van Europa veel schade berokkent, achter ons laten. Laten wij de nadruk in de discussie verschuiven van institutionele bijdragen naar beleidsmatige uitkomsten.
Om te kunnen slagen, heeft Europa een resultaatgericht beleid nodig in combinatie met betere bestuursstructuren en vertrouwen in onze eigen mogelijkheden om de problemen op te lossen waarmee we geconfronteerd worden. Onze gemeenschappelijke valuta, de euro, blijft een belangrijk instrument voor onze ontwikkeling. Degenen die denken dat de euro ter discussie kan worden gesteld, moeten zich realiseren dat wij aan onze koers blijven vasthouden. De Europese Unie beschikt over het noodzakelijke kader om aan alle uitdagingen op dit gebied het hoofd te bieden.
Wij kunnen beginnen met onszelf de vraag te stellen of de Europese Unie een rol speelt in de wereld? Het antwoord is “ja”. Maar is die rol van de Europese Unie zo groot als zij zou moeten zijn? Het antwoord op die vraag luidt “nog niet”.
Europa telt pas echt mee als wij een krachtige en vereende stem laten horen, als het Europese belang duidelijk is afgebakend en als wij daar vastberaden voor opkomen. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de handel en het mededingingsbeleid. Onze rol is minder succesvol als wij ongecoördineerd, op basis van enge nationale belangen optreden, of op gebieden waar de Europese Unie niet in staat is haar collectieve belangen te behartigen en te bevorderen.
Kortom, wij moeten ons afvragen of wij er alles aan doen om het Europese belang te definiëren en te verdedigen – een belang dat groter is dan de som van zijn delen. Eerlijk gezegd vind ik dat er meer moet gebeuren. Wij moeten onze activiteiten baseren op een overkoepelende visie op waar we op de langere termijn met de Europese Unie heen willen. Hierdoor wordt de samenhang in ons beleid gewaarborgd en wordt een gevoel van richting gecreëerd dat betrokken partijen in heel Europa kunnen herkennen en ondersteunen.
De politieke richtsnoeren die ik in dit Parlement heb gepresenteerd, vormen het startpunt voor onze visie op “Europa 2020”. Zij zijn het resultaat van onze ervaringen van de afgelopen vijf jaar. En zij zijn niet in de laatste plaats het resultaat van onze intensieve discussies met dit Parlement. Dankzij uw krachtige steun voor deze richtsnoeren zijn zij voor ons een nuttig uitgangspunt.
De algemene prioriteiten zijn duidelijk: een succesvolle uitweg vinden uit de huidige crisis, een toonaangevende rol spelen op het gebied van klimaatmaatregelen en energie-efficiëntie, nieuwe bronnen van groei en sociale cohesie ontwikkelen om onze sociale markteconomie een impuls te geven, werken aan een Europa van en voor het volk op basis van vrijheid en veiligheid, en een nieuw tijdperk voor een mondiaal Europa inluiden. Ik geloof in een open en ruimhartig Europa, een Europa dat zich met name inzet voor het verwezenlijken van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.
Ik geloof in een Europa dat zich solidair betoont met anderen, zoals wij onlangs hebben laten zien in Haïti, waar wij een belangrijke bijdrage hebben geleverd in de vorm van noodhulp en ook aanzienlijke steun zullen verlenen bij de wederopbouw. Wij zouden echter nog meer kunnen bereiken door een betere coördinatie op Europees niveau. Ik zal dan ook voorstellen in die richting doen en daarbij tevens de mogelijkheden onderzoeken die het nieuwe Verdrag ons biedt. Bovendien vormt de Europese dienst voor extern optreden een zeer belangrijk instrument voor een grotere samenhang en doeltreffendheid van ons buitenlands beleid.
Mocht dit college op uw steun kunnen rekenen, dan beloof ik u dat wij meteen aan de slag zullen gaan. Wij zullen de politieke richtsnoeren dan omvormen tot een ambitieus werkprogramma – een werkprogramma dat ik graag met u wil bespreken.
Onze Europa 2020-visie is zowel een structurele en veelomvattende hervormingsstrategie als een exit- en herstelstrategie. Wij zullen daarom kortetermijnmaatregelen om Europa weer aan het werk te krijgen integreren in onze doelstelling voor de langere termijn: bevordering van de werkgelegenheid op basis van duurzame groei.
Wij zullen de komende vijf jaar besteden aan de verwezenlijking van onze visie om van Europa een geïntegreerde sociale markteconomie te maken die efficiënt gebruik maakt van haar natuurlijke hulpbronnen. Op die manier willen wij laten zien wat ons speciaal maakt: de Europese manier van leven. Dat betekent groei gebaseerd op kennis en innovatie, verhoging van de productiviteit door betere prestaties op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie, een doeltreffender gebruik van het ICT-potentieel en de totstandbrenging van een digitale interne markt, betere onderwijsresultaten en het bevorderen van de verwerving van vaardigheden.
Dit betekent een geïntegreerde samenleving met een hoge participatiegraad, waarin mensen nieuwe mogelijkheden worden geboden op basis van hoge werkgelegenheidsniveaus en flexizekerheid, de arbeidsmarkten en de sociale bescherming worden gemoderniseerd en de armoede wordt bestreden met het oog op een meer insluitende samenleving.
Dit betekent ook “groenere” groei: de opbouw van een concurrerende en duurzame economie, het aanpakken van de klimaatverandering, het versneld invoeren van slimme elektriciteitsnetten en netwerken die echt op EU-schaal functioneren, het moderniseren van het industriële fundament van de EU en het omvormen van de Europese Unie tot een economie die efficiënt gebruikmaakt van natuurlijke hulpbronnen.
Om deze doelstellingen te verwezenlijken, moeten wij beseffen dat er gezien de onderlinge afhankelijkheid van onze economieën meer en betere coördinatie vereist is. Laten wij er niet omheen draaien, sommige nationale politici zijn geen voorstander van een meer gecoördineerde aanpak van het economisch beleid. Maar alleen via een intensievere economische coördinatie kunnen wij de crisis te boven komen, de sociale dimensie versterken en een goede basis voor een solide economische toekomst voor Europa creëren, ons industrieel fundament versterken en nieuwe gemeenschappelijke Europese projecten, niet alleen bilaterale, in gang zetten.
Tijdens deze mandaatperiode dienen wij ook andere belangrijke uitdagingen aan te gaan. Op het gebied van justitie en binnenlandse zaken hebben wij al een zeer ambitieus en verstrekkend programma ontworpen. Dat programma omvat niet alleen de bestrijding van terrorisme en criminaliteit, maar ook de zeer belangrijke prioriteit van een gemeenschappelijk migratiebeleid. Op dit vlak laten wij onze burgers zien hoezeer wij hechten aan vrijheid en veiligheid.
In het kader van ons mandaat zullen wij de aandacht ook richten op de begrotingsevaluatie en de nieuwe financiële vooruitzichten. Wij zijn van mening dat de nadruk dient te liggen op de kwaliteit van de uitgaven, hun Europese meerwaarde en hun doeltreffendheid. Op die manier kunnen de financiële vooruitzichten uitgroeien tot een instrument om de Europese ambities te realiseren, een instrument voor onze strategie voor groei en werkgelegenheid en voor onze doelstellingen op het gebied van de economische, sociale en territoriale cohesie.
Dat kan alleen via sterke Europese instellingen en op basis van een vastberaden streven om ons ambitieniveau te verhogen teneinde concrete veranderingen te bewerkstelligen. Het is dan ook een zeer goede zaak dat een van de belangrijkste wijzigingen in het Verdrag betrekking heeft op de versterking van de rol van alle Europese instellingen.
Ik ben voornemens van die sterkere rol gebruik te maken om de bijdrage te vergroten die wij allen gezamenlijk aan het Europese project kunnen leveren. Dit is niet de tijd om onze instellingen verschillende richtingen te laten inslaan. Uiteraard zal de Commissie speciale betrekkingen met het Parlement blijven onderhouden, aangezien wij op grond van de Gemeenschapswetgeving de twee instellingen zijn met de specifieke taak om de Europese belangen in kaart te brengen, te benadrukken en te behartigen.
Dat betekent dat wij de twee communautaire instellingen zijn die bij uitstek een speciale verantwoordelijkheid hebben om te waarborgen dat de Europese Unie meer is dan de som van haar delen. In die geest moet ook mijn aanbod in de politieke richtsnoeren voor een speciale band met het Parlement worden opgevat. In die geest hebben wij ook over een nieuw kaderakkoord gesproken waarvan de beginselen zijn opgenomen in de ontwerpresolutie zoals die vandaag in dit Parlement voorligt.
Op basis van dit kaderakkoord moeten wij vooruitgang kunnen boeken bij onze gezamenlijke inspanningen om concrete Europese maatregelen te nemen in verband met de problemen waarmee Europeanen thans worden geconfronteerd. Het akkoord dient daarom niet alleen geactualiseerd te worden om de wijzigingen als gevolg van het Verdrag van Lissabon te weerspiegelen, maar moet ook nieuwe manieren aangeven om onze samenwerking in de praktijk van alle dag vorm te geven.
Op die basis moeten wij in staat zijn een nieuwe cultuur van partnerschap en doelgerichtheid te creëren om met onze gezamenlijke inzet het Europese project daadwerkelijk verder te brengen. Bij een aantal van deze kwesties is ook samenwerking met de Raad vereist. Daarom ben ik een groot voorstander van een breder akkoord waarin de beide medewetgevers zich samen met de Commissie vastleggen op een reeks beginselen voor interinstitutionele samenwerking.
Ik heb gezegd dat wij moed dienen te tonen. Ik heb gezegd dat wij niet kunnen doorgaan alsof er niets aan de hand is. Ik heb reeds veel innovaties toegelicht en onze prioriteiten in het sociale beleid geschetst. Ik ben ervan overtuigd dat onze instellingen hierdoor versterkt worden en dat zo een bijdrage wordt geleverd aan het verwezenlijken van onze doelstellingen met volledige eerbiediging van onze normen en waarden. Wij mogen namelijk niet vergeten dat onze Unie is gebaseerd op waarden: respect voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten.
Vandaag slaan wij een nieuw hoofdstuk open van ons Europees avontuur. Laten wij samenwerken om er een echt succes van te maken – in het belang van al onze burgers.
(Applaus)
De Voorzitter. - Dat was de presentatie van het college van commissarissen en de verklaring over het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie. De heer Barroso heeft het college van commissarissen voorgesteld. We debatteren over beide onderwerpen. De stemming over het kaderakkoord zal klokslag 12.00 uur plaatsvinden, dan volgt een onderbreking tot 13.30 uur en daarna gaan we over tot stemming over het college van commissarissen. Dat is de agenda voor vandaag.
Ik heet ook de vertegenwoordigers van de Europese Raad, het fungerend voorzitterschap en de Spaanse regering welkom, evenals iedereen die hier vandaag aanwezig is en naar onze besprekingen luistert. Welkom.
Joseph Daul, namens de PPE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, minister López Garrido, mijnheer de Commissievoorzitter, dames en heren, wij zullen vandaag een oordeel vellen over de benoeming van de nieuwe Europese Commissie, een cruciale handeling waarmee de voorrechten van dit Parlement worden bevestigd en waarmee wordt bepaald hoe de Unie gedurende meerdere jaren zal functioneren.
Maar alvorens het vertrouwen tot uitdrukking te brengen dat mijn fractie en ik hebben in de Commissie-Barroso II, wil ik iets zeggen over de context waarin zij moet werken. Ik moet zeggen dat de mensen in Europa er nog niet van overtuigd zijn dat het Verdrag van Lissabon naar behoren werkt. Wij verwachten veel van dit Verdrag, en wij moeten alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat het een nieuwe, positieve stap wordt in het Europese avontuur.
Met wetgeving alleen zijn we er echter niet. De vrouwen en mannen die haar toepassen, moeten recht doen aan onze ambities. Zij moeten ervoor zorgen dat de status van Europa in overeenstemming is met zijn boodschap, zijn rijkdom en zijn successen. Feit is dat de Europese machine duidelijk hier en daar nog moet worden bijgesteld.
Zo beschikken wij thans over een hoge vertegenwoordiger, die tevens vicevoorzitter is van de Europese Commissie en uit dien hoofde verantwoording aflegt aan dit Parlement. Deze sleutelfiguur moet de spreekbuis van Europa in de wereld worden. Haar aanwezigheid en haar ambitie moeten die van de Unie belichamen, de grootste economie ter wereld in termen van bbp, de grootste markt ter wereld en de grootste verlener van internationale hulp.
Feit is dat die Europese spreekbuis van Haïti tot Iran, van Afghanistan tot Jemen, van Cuba tot de trans-Atlantische betrekkingen die ons na aan het hart liggen, tot nu toe niet heeft voldaan aan onze verwachtingen. Onze fractie vraagt om doortastende actie om ervoor te zorgen dat wij onze aanpak wijzigen en deze keer een goede start maken. Met dit in het achterhoofd, mijnheer Barroso, rekenen wij ook op uw persoonlijke inzet en uw leiderschap.
Wij rekenen er tevens op dat de nieuwe voorzitter van de Europese Raad de Unie zal personifiëren op het internationale toneel, dat hij ontmoetingen van staats- en regeringsleiders initieert en leidt en dat hij als referentiepunt dient. Wij moeten hem de tijd gunnen om zich te profileren, maar ik stel reeds met tevredenheid vast dat zijn eerste stappen in de goede richting gaan.
Van de Raad van ministers verwacht ik niets minder dan een nauwe samenwerking op voet van gelijkheid – en ik bedoel echt gelijkheid – met dit Parlement. Uit het voorbeeld van SWIFT blijkt echter hoeveel vooruitgang wij nog moeten boeken.
Tot slot verwacht ik van de Commissie – en ik weet dat voorzitter Barroso dit standpunt deelt – een voorbeeldige werkrelatie en vertrouwensrelatie. Deze gemeenschappelijke wil van onze twee instellingen komt trouwens tot uitdrukking in het kaderakkoord waarover wij vanmiddag stemmen.
Dames en heren, wij zijn aan het einde gekomen van een exercitie waarbij wij de leden van de Commissie aan de tand hebben gevoeld. Ik wil mijn lof uitspreken voor deze oefening in moderne democratie, die geen enkel parlement in Europa tot nu toe heeft uitgevoerd.
Wij hebben echter nog veel te doen voordat we ons kunnen kwijten van onze taak, namelijk een politiek oordeel vellen over politici. Wij moeten onze procedures nog verder verbeteren, ze relevanter maken en meer richten op de inhoud van het Europees beleid.
Dames en heren, ik besef terdege dat niet alles meteen gedaan kan worden in de eerste fase na de inwerkingtreding van het nieuwe Verdrag. Het mag ons echter niet aan ambitie ontbreken. In deze geest beginnen wij aan dit debat, dat moet leiden tot de benoeming van de nieuwe Commissie: een Commissie die, onder leiding van de heer Barroso en met ervaren commissarissen, goed gewapend is om de problemen van de Europeanen aan te pakken; een Commissie waarmee wij zowel de belangrijkste beleidsvoornemens als de verwachtingen ten aanzien van de aan te pakken problemen of aan te dragen oplossingen delen; een Commissie die een afspiegeling is van de uitslag van de Europese verkiezingen van 2009 en waarin mijn politieke familie, de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten), de meeste invloed heeft; een Commissie ten slotte, die als belangrijkste prioriteit heeft te voldoen aan de verwachtingen van de Europeanen die zijn getroffen door de crisis, van de Europeanen die tevens dikwijls ten prooi zijn aan pessimisme en die bezorgd zijn over het vermogen van hun leiders om het Europese model in de wereld te verdedigen en te bevorderen.
Daarom zal de PPE-Fractie voor de benoeming van deze Commissie stemmen.
(Applaus)
Martin Schulz, namens de S&D-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, dames en heren, tijdens de hoorzittingen deed de Commissie mij denken aan abt José Manuel met zijn 26 novicen van de orde der trappisten. In die orde geldt de zwijgplicht, en we hadden het gevoel dat de abt zijn novicen had gezegd: “Zeg maar liever niets, dan zeg je niets verkeerds!” Dat was voor sommige nieuwelingen tijdens de hoorzittingen wel jammer. Het was toch wel verrassend om van anders zo welbespraakte persoonlijkheden als Neelie Kroes plotseling holle frasen te beluisteren. Anderen, zoals Joaquín Almunia, Michel Barnier, de nieuwe commissaris Šefčovič en zelfs mevrouw Georgieva, hebben zich niet aan de zwijgplicht gehouden en laten zien dat wie de dialoog met het Parlement onverschrokken aangaat zich wel degelijk beter kan profileren dan wie zich laat manipuleren.
(Applaus)
Tegelijkertijd hebben de commissarissen Almunia en Barnier ook laten zien welke rol zij in de toekomstige Commissie denken te spelen. Het was interessant, ook tijdens de hoorzittingen, om te zien hoe de portefeuilles van de verschillenden leden van de Commissie verdeeld waren. Zoveel tegenstrijdige keuzen, zoveel structuren die er bijna wel toe moeten leiden dat er conflicten over de bevoegdheden ontstaan die moeten worden opgelost, en wel door een bemiddelaar die uiteindelijk de koers bepaalt. Dat was echt interessant!
Eerst krijgen de commissarissen te horen: “hier voer ik het woord”, en vervolgens: “wanneer er conflicten over de bevoegdheden ontstaan, hak ik uiteindelijk de knoop door”. Niet dat ik de Romeinse keizers wil kwetsen, maar het is toch glashelder, mijnheer Barroso, dat u te werk wilt gaan volgens het principe van verdeel en heers. Dat is echter de verkeerde aanpak. Bovendien moet u zich ervan bewust zijn dat wie een collegiaal orgaan wil omvormen tot een presidentieel systeem, veel hooi op zijn vork neemt. Die moet dan ook aanvaarden dat wat er misloopt op zijn bordje terecht komt, dat hij daarvoor de verantwoordelijkheid moet dragen.
De Commissie is sterk wanneer ze als college optreedt. Ze is sterk wanneer ze zichzelf niet ziet als de directie van een technocratische overheid, maar begrijpt dat er een grensoverschrijdende Europese aanpak moet komen voor de uitdagingen waarmee we worden geconfronteerd. Aan het begin van uw toespraak heeft u de vraag gesteld: speelt Europa een rol in de wereld? Die vraag is natuurlijk aan de orde, maar die kunt u niet beantwoorden door alles naar u toe te trekken, u moet de taken van uw Commissie efficiënt organiseren zodat de Commissie samen met ons, met het Europees Parlement, de antwoorden kan geven.
De economische en financiële crisis, de milieucrisis en de sociale crisis in dit werelddeel kunnen alleen maar transnationaal en Europees worden aangepakt, en niet door renationalisatie. Daarom hebben we een sterke Commissie nodig die kan rekenen op een brede meerderheid in het Parlement, geen Commissie die op maat gemaakt is voor José Manuel Durão Barroso, maar een waarin alle vaardigheden van de commissarissen worden benut.
(Applaus)
Speelt Europa een rol in de wereld? Die vraag is in Kopenhagen duidelijk beantwoord. Wanneer we toelaten dat we tegen elkaar worden uitgespeeld in verband met de milieuwetgeving, wanneer Europa renationaliseert, in plaats van een ambitieuze gemeenschappelijke aanpak te volgen, dan zullen we elders ook beleven wat we in Kopenhagen hebben beleefd, namelijk dat de besluiten worden genomen door Barack Obama en Hu Jintao zonder inbreng van de Europeanen. Wie niet wil dat de wereld weer uit twee blokken bestaat, al zijn het niet dezelfde blokken, die moet strijden voor een sterk Europa, voor een ambitieus Europa. Daarom hebben we een goed functionerende Commissie nodig die zich wijdt aan deze taak.
In de discussie over het interinstitutioneel akkoord, mijnheer Barroso, heeft u twee concessies gedaan die volgens mij doorslaggevend zijn. De effectbeoordeling, en vooral de sociale effectbeoordeling is voor ons als sociaaldemocraten, als Socialisten en Democraten, essentieel. De Commissie, en dat geldt voor ieder lid van deze Commissie, moet begrijpen dat het feit dat een groot deel van de Europeanen zich van de Europese idee distantieert iets te maken heeft met het feit dat de burgers in Europa het gevoel hadden dat deze Commissie alleen maar belangstelling heeft voor de markt, en niet voor bijvoorbeeld de sociale bescherming van de burgers. Al meer burgers hebben het gevoel dat de daden van de Commissie geïnspireerd zijn door kille technocratie, niet door sociale overwegingen. Als daaraan een einde kan komen door de sociale effectbeoordeling, waarover we het eens zijn geworden, dan is dat een grote stap in de juiste richting.
Dat geldt trouwens ook voor een andere maatregel in dit interinstitutioneel akkoord, waarmee we het eens zijn, en wel dat de toekomstige wetgevingsresoluties van het Europees Parlement binnen een jaar moeten worden omgezet in initiatieven van de Commissie. Ook dat is een enorme vooruitgang in de samenwerking tussen onze instellingen. Een abt van een trappistenorde die moet samenwerken met Herman Zonderland, de voorzitter van de Raad, om Europa in de wereld te vertegenwoordigen – dat is niet genoeg, mijnheer Daul. Wat we nodig hebben, is doeltreffende samenwerking tussen de Europese instellingen.
Niet alles is echter de schuld van de heer Barroso. Er zijn in Europa ook 27 regeringsleiders die geloven dat de Commissie een verlengstuk van hun regering is. In antwoord daarop moet er een nauwe samenwerking komen tussen het Europees Parlement en een Commissie die zich inzet voor sociale en ecologische vooruitgang in Europa. Dan kan Europa zijn rol in de wereld spelen. Wanneer we dat samen aanpakken zullen wij als Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement, mijnheer Barroso, na uw antwoord tijdens de pauze met elkaar overleggen hoe we ons uiteindelijk opstellen. Dat zal ik dan tijdens de tweede ronde vertellen, na onze discussie in de fractie en na uw antwoord.
(Applaus)
Guy Verhofstadt, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, namens mijn fractie ben ik verheugd hier vandaag te zijn en eindelijk de Commissie-Barroso II voor me te zien. Ik denk dat dit een goede zaak is omdat nu een einde komt aan een periode die de Europese Unie geen goed heeft gedaan. Het ontbreken gedurende zes maanden van een Commissie met echte bevoegdheden is niet voor herhaling vatbaar, met name in deze tijd van economische en financiële crisis, waarin belangrijke onderwerpen aan de orde zijn zoals de klimaatverandering, Kopenhagen enzovoort.
Geloof mij in ieder geval wanneer ik uit ervaring zeg dat er in de toekomst geen sprake meer mag zijn van perioden waarin de Commissie niet echt bestuurt, zeker wanneer die perioden maar liefst zes maanden duren. Ik hoop dat deze Commissie haar werkzaamheden zo snel mogelijk ter hand zal nemen, zodra wij hebben gestemd.
Mijnheer Barroso, wij verwachten drie dingen van u. Ten eerste dat deze nieuwe Commissie de drijvende kracht wordt achter de Europese Unie; naar onze mening is dit in de afgelopen vijf jaar niet het geval geweest. Wij willen deze keer een Commissie die de afgelopen vijf jaar achter zich laat en de echte drijvende kracht wordt achter een veel verder gaande integratie van de Europese Unie. Uit alles wat de afgelopen weken en maanden is gebeurd, blijkt dat de positie van Europa in deze multipolaire wereld een probleem is omdat er geen gemeenschappelijke visie en niet genoeg Europese integratie is – ik denk hierbij aan Kopenhagen of het gebrek aan coördinatie in Haïti. Wij vragen derhalve om een Commissie die, in tegenstelling tot hetgeen wij de afgelopen jaren hebben gezien, niet altijd onmiddellijk streeft naar een compromis met de Raad, dit vervolgens aan ons voorlegt en probeert het aan ons op te dringen.
Wij verwachten van de Commissie dat zij ambitieuze projecten voorlegt aan de Raad – ook al weten wij van tevoren dat zij niet 100 procent steun zal krijgen – en dat zij vervolgens een beroep doet op het Europees Parlement als haar invloedrijke bondgenoot om de Raad te overtuigen.
(Applaus)
Het tweede dat wij verwachten van de Commissie – en ik herhaal wat de heer Schulz reeds heeft gezegd, maar ik vind dit belangrijk – is dat zij collegiaal te werk gaat. Een sterke Commissievoorzitter is een goede zaak, maar een college, een Commissie die sterk is en een eenheid vormt, is onontbeerlijk en nog veel belangrijker. Wij verwachten derhalve echt een dergelijke Commissie omdat de Commissie voor de eerste keer – u hebt dit erkend, mijnheer Barroso – bestaat uit de drie grote politieke families die in dit Parlement aanwezig zijn. Het verheugt mij zeer dat acht liberale commissarissen belast zijn met zeer belangrijke portefeuilles. Deze Commissie moet nu intern functioneren als een coalitie van deze drie stromingen en deze drie politieke partijen, en moet proberen compromissen te bereiken die worden gesteund door de gehele Commissie en het gehele college.
De derde prioriteit van deze Commissie is ten slotte, naar onze mening, natuurlijk de bestrijding van de economische crisis. Ik denk dat het haar dringendste taak is om zo snel mogelijk aan het Parlement en de Raad een geloofwaardige strategie voor het Europa van 2020 voor te leggen. Dit is haar belangrijkste taak. Wees ambitieus op dit gebied, mijnheer Barroso. Laat uw oren niet te veel hangen naar de lidstaten, maar luister naar het Spaanse voorzitterschap, omdat dit goede ideeën heeft over deze kwestie. Kom met ambitieuze plannen. Denk niet dat een zwakke coördinatie van nationale economische strategieën toereikend is. In de wereld van morgen en in de huidige multipolaire wereld hebben we veel meer nodig dan dat. We hebben een sociaaleconomisch bestuur van de Europese Unie nodig. Een monetaire pijler zoals de eurozone is niet voldoende; we hebben ook een sociaaleconomische pijler in de eurozone en in de Europese Unie nodig. Die strategie verwachten wij van u omdat zij van cruciaal belang zal zijn voor de toekomst van Europa en de toekomst van onze medeburgers.
(Applaus)
Daniel Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik moet toegeven dat het ongelooflijk is. Wij zien hier de coalitie van de hypocrieten. Vlak voor Valentijnsdag krijgt de heer Barroso te horen: “Ik hou van jou, maar ik niet van jou, ik geloof jou niet, maar ik zal wel voor jou stemmen”. Nou, dat is toch werkelijk ...
Inderdaad, mijnheer Schulz, u legt een geweldig statement af wanneer u zegt: “We zullen erover nadenken”, terwijl iedereen weet dat u voor de Commissie zult stemmen. Dat getuigt toch wel van een grootse politieke strategie!
(Applaus)
Ik wil iets zeggen ... Ik begrijp niet waarom u zich zit op te winden, mijnheer Schulz! U bent nog geen Voorzitter van het Parlement! Rustig, mijn vriend, rustig!
Ik zou – en de heer Schulz moet 30 seconden minder spreektijd krijgen –enkele zeer eenvoudige dingen willen zeggen, onder ons. Wij hebben enkele grote fracties die de Commissie-Barroso zullen steunen. Zij zijn niet in staat samen een resolutie op te stellen om uit te leggen waarom zij deze Commissie steunen.
Niet in staat! Waarom? Omdat ze niet voor de Commissie zijn – en de heer Verhofstadt spreekt in ieder geval duidelijke taal: “Ik ben voor de liberalen”, en een ander is voor de PPE en weer een ander is voor de socialisten ...
(Opmerking buiten het bereik van de microfoon van de heer Verhofstadt: “en u bent voor de Groenen”)
Ik? Nee, geen sprake van. Maar inderdaad... Zoals u weet, mijnheer Verhofstadt, is onze fractie de enige die kritisch is geweest, zelfs toen er een Groene lid was van de Commissie. Zo bedrijven wij geen politiek. Wij moeten weten of deze Commissie een visie heeft, ambitieus en vastberaden is.
De dingen die gezegd zijn, zijn waar. De meeste van de kandidaat-commissarissen – ik zeg niet alle – waren niet vastberaden, niet ambitieus en hadden geen visie. Maar de som van nullen levert plussen op indien wij de Commissie als geheel nemen. Dat is de nieuwe wiskundige formule van de Commissie-Barroso.
Nee, zo gaat het niet. Daarom spreekt het mij aan, mijnheer Barroso, wanneer u de tekst van het Verdrag aan ons voorleest: initiatieven, welke initiatieven? Welk initiatief heeft de Commissie genomen als reactie op de crisis in Griekenland? Solidariteit, waar is die? Waar is die in Spanje? Ik heb er niets van gezien, niets van gehoord.
Ik wil u een advies geven. Een van de problemen van Griekenland is het defensiebudget. 4,3 procent van het Griekse bbp gaat naar defensie. Wat is het probleem? Het probleem is Cyprus, de betrekkingen met Turkije. Waar blijft het initiatief van de Commissie om het probleem van Cyprus op te lossen zodat het bbp van Griekenland eindelijk wordt verlost van dat belachelijke, idiote conflict, dat wij als Europeanen moeten oplossen? Het initiatief van de Commissie: zij neemt het niet!
Ten aanzien van Haïti is hetzelfde gebeurd. Mevrouw Ashton, ik weet dat u noch brandweerman, noch vroedvrouw of iets anders bent. Maar ik wil wel dat u met ideeën komt, ik wil dat u iets verdedigt. U zegt steeds tegen ons: “Dit is belangrijk, we moeten coördineren, ik zal coördineren...” We weten niet waarom het belangrijk is, we weten niet wat het belangrijkste is, maar we weten wel dat u alles belangrijk vindt. Op deze manier boeken wij geen vooruitgang.
Ik denk derhalve dat we een probleem hebben. We hebben hier een fundamenteel probleem. Wij moeten als Parlement eindelijk laten zien welke verstandhouding wij met de Commissie hebben. En wij zullen vanzelfsprekend samenwerken met de Commissie, wij zullen vanzelfsprekend samenwerken met de commissarissen, er zal vanzelfsprekend een meerderheid zijn – dat weet ik ook wel.
Maar wat ik graag eens zou willen, is dat we stoppen met al die banale opmerkingen, dat we stoppen met al die loze verklaringen. Wij willen een politiek Europa. Telkens wanneer de kans zich voordoet om een politiek Europa tot stand te brengen, verknallen we die! Toen Europa in Kopenhagen vooruitgang kon boeken, hebben we het verknald!
Ik zou graag willen dat de heer Barroso en zijn commissarissen – de oude en de nieuwe – ons ooit eens zouden zeggen waarom zij het hebben verknald, waarom Europa niet politiek is geweest, waarom Europa geen global player is geweest. De heer Verheugen verlaat de Commissie. Hij was de nummer twee in de Commissie, en hij zegt tegen alle Duitsers en tegen iedereen die het wil horen, dat Europa geen global player is geweest, dat Europa zijn rol niet heeft vervuld. Hij zegt niet waarom hij zijn rol niet heeft vervuld.
Het ligt altijd aan iemand anders, en ik zou graag willen dat we in deze Commissie, in dit debat, niet langer die loze opmerkingen zouden horen van de heer Schulz, de heer Verhofstadt en de heer Daul: “Het zou het beste zijn deze Commissie af te wijzen zodat wij ons allen eindelijk bewust worden van wat er werkelijk gebeurt in de wereld”.
Wat er werkelijk gebeurt in de wereld is dat Europa er niet in slaagt het hoofd te bieden aan de economische crisis, de milieucrisis en de financiële crisis. Er zijn er genoeg. Er zijn er genoeg die er niet tegen kunnen dat zij worden gelogenstraft om hun geruststellende woorden – ze hebben ons reeds om de tuin geleid, ze zeggen tegen ons: “Wij zijn tegen, wij zijn tegen”, en uiteindelijk onthouden ze zich van stemming. “Wij zijn tegen, wij zijn tegen, maar we zullen voor stemmen.” Dat is dit Parlement onwaardig. We moeten wakker worden, want dat heeft Europa nodig!
(Applaus)
Jan Zahradil, namens de ECR-Fractie. – (CS) Dames en heren, mijnheer Barroso. Mijn fractie, de ECR-Fractie, heeft samen met de liberalen en de christendemocraten uw kandidatuur gesteund. Zonder die steun had u hier niet gezeten. In tegenstelling tot anderen hebben wij u gesteund en wel vanwege uw jarenlange reputatie van hervormer. Het zou ons verheugen als u die reputatie de komende periode ten volle zou waarmaken.
Ik herinner mij dat u in 2005 met de interessante gedachte kwam om de Europese wetgeving te vereenvoudigen, dus te kappen in het vandaag de dag nagenoeg ondoordringbare woud van communautaire regelgeving. Ik zou u willen vragen de draad weer op te pakken, want dit was een zeer goede gedachte. We bevinden ons nu in het tijdperk van het Verdrag van Lissabon waarin het nog eenvoudiger geworden is om nieuwe regelgeving op te stellen. Ik verzoek u daarom om koste wat het kost te voorkomen dat de Europese economie verstikt raakt onder een woekerend woud van ongerechtvaardigde en slecht gefundeerde regelgeving, en niet toe te staan dat modieuze, politiek correcte thema’’s de overhand krijgen en als excuus worden gebruikt voor verdergaande centralisering, regulering en bureaucratisering van de Europese Unie.
Als u op deze manier aan de slag gaat, kunt u op ons rekenen. Als u de weg van hervormingen inslaat en laat zien dat u een echte hervormer bent, dan kunt u altijd op onze steun en samenwerking rekenen. Indien u echter vasthoudt aan de oude orde en de platgetreden weg van de minste weerstand kiest, behouden wij ons het recht voor het niet met u eens te zijn en zelfs tegen u te zijn. Maar ik hoop van ganser harte, mijnheer de Commissievoorzitter, dat we ons veel vaker in de eerste situatie zullen bevinden dan in de tweede, en dus veel vaker zullen kunnen samenwerken en aan dezelfde kant van de barricaden zullen kunnen staan dan tegenover elkaar. Ik wens u daarbij veel succes.
Lothar Bisky, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, in september 2009 heb ik u moeten vertellen dat uw politieke richtsnoeren betekenen dat u een mislukt beleid van de Commissie voortzet. Uw neoliberale richtsnoeren bevatten geen strategie voor meer sociale rechtvaardigheid en beschermen Europa ook niet beter tegen crises. Ze leggen geen basis voor de succesvolle bestrijding van armoede en sociale uitsluiting in Europa. Nu presenteert u ons een college van commissarissen dat optimaal bij uw programma past. Daarvoor kunt u van mijn fractie geen applaus verwachten.
In de nieuwe zittingsperiode heeft het Parlement al bewezen dat het de democratische controle en de medezeggenschap serieus neemt. Dat lijkt me een goede zaak. Ik wil eraan herinneren dat een kandidaat-commissaris is afgewezen, en dat het Parlement en de Commissie een nieuw kaderakkoord hebben gesloten. Ik hoop dat we morgen bij de behandeling van de SWIFT-overeenkomst opnieuw zullen zien dat het Parlement consciëntieus te werk gaat.
Transparantie en billijkheid in de overeenkomsten tussen de instellingen zijn essentieel als basis voor het politieke bedrijf. Het gaat om de mensen in Europa en de rest van de wereld, het gaat om goede banen, het gaat om meer recht op goed onderwijs en een redelijke beloning, om het recht op vreedzame ontwikkeling en een ongerepte natuur. Daarom, mijnheer Barroso, zal mijn fractie niet instemmen met uw richtsnoeren, en evenmin met uw kandidaten. Bereid u voor op een harde maar eerlijke gedachtewisseling met u en uw college.
Nigel Farage, namens de EFD-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, wij worden hier vandaag geconfronteerd met de nieuwe regering van Europa; een regering die op grond van het Verdrag van Lissabon over enorme bevoegdheden beschikt. Ik doel daarmee niet slechts op de aanstelling van een minister van Buitenlandse Zaken en op het openen van ambassades of op de bevoegdheid om verdragen te ondertekenen, maar met name ook op de bevoegdheid om in noodsituaties letterlijk landen over te kunnen nemen. Wat wij echter vanochtend gehoord hebben van de leiders van de grote fracties in het Europees Parlement is dat zij aandringen op nóg meer bevoegdheden voor u, en liefst zo snel mogelijk.
Wellicht is het goed om in herinnering te roepen dat dit Verdrag waaraan de Commissie die bevoegdheden ontleent, in de Europese Unie over geen enkele democratische legitimiteit beschikt. U heeft referenda genegeerd, u heeft referenda verboden en u heeft de arme Ieren gedwongen nog een tweede keer te gaan stemmen.
Het valt mij op dat de gemeenschappelijke noemer in deze Commissie bestaat uit het grote aantal commissarissen dat communist is geweest, of in ieder geval bijna communist is geweest. De heer Barroso zelf is maoïst geweest. Siim Kallas was bepaald geen activistische student, maar is zelfs lid geweest van de Opperste Sovjet – wij hebben hier dus te maken met topcommunisten. Barones Ashton gaf leiding aan de Britse campagne voor nucleaire ontwapening (CND) en zij weigert nog steeds om ons te vertellen of zij geld heeft aangenomen van de Britse Communistische Partij.
Ik zou nog wel even door kunnen gaan, maar dat zou allemaal te lang duren. Deze Commissie bestaat in ieder geval uit minimaal tien communisten en dat moet als een terugkeer naar die goeie ouwe tijd voelen. Er moet sprake zijn van een bepaalde nostalgie onder de communisten. Terwijl zestig jaar geleden een IJzeren Gordijn over Europa viel, hebben wij vandaag te maken met de ijzeren vuist van de Europese Commissie. Wij hebben dat gemerkt in verband met artikel 121 en door het feit dat Griekenland in feite tot een protectoraat is uitgeroepen.
Arm Griekenland, vastgezet in de economische gevangenis van de euro! Arm Griekenland, vastgezet in een hedendaagse Völkerkerker waaruit geen ontsnapping mogelijk lijkt! Wat Griekenland nodig heeft, geachte heer Barroso, is een devaluatie, geen sado-monetarisme. De hemel mag weten wat dit voor effect op dat land zal hebben.
In 1968 hadden wij de brezjnevdoctrine van beperkte soevereiniteit. Tegenwoordig hebben wij “gedeelde waarden”. Wij hebben een “Europa met steeds nauwere banden” en een “gebundelde soevereiniteit” en dat is precies waar u gebruik van heeft gemaakt. Uiteraard blijft dit niet beperkt tot Griekenland. Hetzelfde gaat straks ook gebeuren met Spanje, Portugal en Ierland. Met betrekking tot al deze landen zal straks een beroep worden gedaan op artikel 121.
Mijnheer Barroso, u zei eerder dat wij aan onze koers blijven vasthouden. Dat betekent dat miljoenen mensen in Europa pijn zullen lijden terwijl u dit rampzalige europroject doorzet. Dat project zal uit elkaar spatten; dat is boven alle twijfel verheven. Net zoals het voor Groot-Brittannië in 1992 deed in het kader van het wisselkoersmechanisme. U kunt erom lachen en kunt erom glimlachen, maar het zal niet werken. Het kan niet werken. Het zal helemaal uit elkaar vallen en als het aan de mensen van Europa ligt liever vandaag dan morgen.
Wij hebben hiervoor democratische oplossingen nodig. Als u uw extreme euronationalisme blijft doordrukken, leidt dit uiteindelijk tot geweld. Daarom moeten wij tegen deze Commissie stemmen. Wij moeten de toekomst van Europa in alle lidstaten in de handen van de mensen leggen op basis van open en eerlijke referenda.
Zoltán Balczó (NI). - (HU) De Europese Commissie is het bepalende besluitvormende orgaan van de Europese Unie. Aan de commissarissen moeten de volgende eisen worden gesteld: de juiste persoon op de juiste plek op basis van zijn of haar carrièrepad en voorbereiding. De wijze waarop de commissarissen worden voorgedragen en gekozen, garandeert echter dat dit positieve resultaat slechts incidenteel wordt bereikt. De regeringen doen geen aanbeveling voor een specifieke taak, maar voor een post. Degene die ze als kandidaat aanwijzen wordt commissaris van de Europese Unie – tenzij hij of zij zich terugtrekt. De voorzitter van de Commissie probeert een opdracht te zoeken bij de persoon in kwestie en dit is dus de omgekeerde wereld. Het is net zoiets als een jas bij een knoop zoeken. Wat verder nog het vermelden waard is: na de hoorzittingen van de commissies wordt er niet gestemd, maar worden er door een klein groepje brieven geschreven over de hoorzittingen. U hebt het voortdurend over democratie, maar toch bent u bang voor een rechtstreekse stemming, of het nu gaat om de Europese grondwet, een referendum of om een beslissing van commissies over een potentiële kandidaat. Tijdens de hoorzittingen hebben de kandidaat-commissarissen nauwelijks iets concreets gezegd. Ze wilden geen toezeggingen doen of verantwoording afleggen. Desondanks werd duidelijk dat ze niet breken met het beleid van de vorige Commissie, maar een gecentraliseerd Europa willen; ze hebben geen lering getrokken uit de financiële crisis, maar blijven een liberaal economisch beleid voeren. Daarom zijn er velen van ons die niet voor deze Commissie stemmen, maar daarom zijn we nog niet tegen Europa. We doen alleen wat onze kiezers – miljoenen Europese burgers – van ons verwachten.
József Szájer (PPE). – (HU) Mijnheer de Voorzitter, voorzitter Barroso, in veel Europese talen wordt in vergelijkbare bewoordingen uitgedrukt dat iets het doet – kan functioneren – en dat wat werkt. We zijn nu op een moment aanbeland in de Europese Unie dat we kunnen zeggen: back to work, Europe, we moeten weer aan het werk, weer gaan functioneren. De basis hiervoor wordt geleverd door het nieuwe Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, het Verdrag van Lissabon, het onlangs gekozen Parlement en de Commissie die nu wordt gevormd.
Het is tijd dat we de periode van institutionele discussies en de niet aflatende stroom van reglementen achter ons laten en ons daadwerkelijk gaan bezighouden met de problemen en vragen van de Europese burgers, en ons hierop concentreren. Dit is cruciaal omdat we de steun moeten terugwinnen van de mensen die we onderweg zijn kwijtgeraakt. Dames en heren, geachte leden van het Parlement, daarvoor moeten we allemaal aan de slag. De procedure is de afgelopen paar weken en maanden niet altijd even netjes verlopen. Dit Parlement heeft bijvoorbeeld een van de kandidaat-commissarissen niet de mogelijkheid gegeven voor een fatsoenlijke hoorzitting. We mogen wel een oordeel vellen over de Commissie en de Raad, maar we moeten wel samenwerken en daarvoor kan het geen kwaad af en toe ook naar onszelf te kijken. Om resultaten te behalen, is het nodig dat deze instellingen nauw met elkaar samenwerken.
Mijnheer de Commissievoorzitter, dames en heren, ook namens mijn fractie wens ik u veel succes. Dat succes wensen we echter niet een aantal individuele personen toe, maar de burgers van Europa. Laat Europa in de ogen van de Europese burgers eindelijk een echt voorbeeld zijn van werkgelegenheidsgroei, welvaart, ontwikkeling, actieve aanwezigheid in de wereld en billijkheid, en laat Europa aan de hand van zijn nieuwe grondwet, het Verdrag van Lissabon, tot volle wasdom komen.
Dames en heren, als mijn computer het niet doet, druk ik op de herstartknop. Er zit nu nieuwe software op deze computer, het Verdrag van Lissabon. Dames en heren, laten we op die herstartknop drukken.
Hannes Swoboda (S&D). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, uw Commissie heeft beslist sterke en zwakke punten. Ik wil me concentreren op de sterke punten.
Het zou zeker niet makkelijk zijn om een beter team te vinden voor het buitenlands beleid, en dat geldt ook voor het ontwikkelingsbeleid, mijnheer Szájer. U kunt toch niet ontkennen dat we nu een beter team hebben dan tijdens de oorspronkelijke hoorzitting met de eerste kandidaat uit Bulgarije? Ik ben er heilig van overtuigd dat Catherine Ashton dit team bovendien goed zal coördineren.
Er wordt telkens weer gesproken over dat ene telefoonnummer dat Henry Kissinger schijnt te hebben geëist. Misschien hebben wij zo’n nummer niet, maar vergelijk dit eens met de Verenigde Staten, bijvoorbeeld op het vlak van de klimaatbescherming. Wie moeten wij daar bellen? President Obama of de Senaat, die tot nu toe heeft geweigerd om een oplossing te zoeken? En hoe zit dat met de ontwapening: moeten we president Obama bellen, die ervoor is, of de Senaat, die geen oplossingen heeft gevonden? Laten we ons licht niet altijd onder de korenmaat zetten! We hebben nu de kans om een goede indruk te maken!
(Applaus)
We hebben ook een sterk team voor het economisch beleid. Ik hoop, nee, ik ben ervan overtuigd dat de collega’s van de Commissie die tijdens de hoorzittingen niet zo sterk waren dit wel zullen worden. Voor het sociaal beleid hebben we een commissaris die de dingen serieus neemt en een Commissievoorzitter die ons ook heeft beloofd dat hij prioriteit zal geven aan sociale zaken en het sociaal beleid. Daar rekenen we op. Daar rekenen we niet alleen op, we zullen er ook op aandringen dat het werkelijk gebeurt.
In het kaderakkoord hebben we een aantal kwesties samen geregeld. Over sommige punten waren we het niet met elkaar eens, maar we hebben elkaar uiteindelijk kunnen vinden. Het is een uitstekend akkoord wanneer we het serieus nemen, u van de Commissie en wij van het Europees Parlement. En wanneer we de Raad zover weten te krijgen dat hij de beginselen van transparantie in dit akkoord serieus neemt, kunnen we werkelijk grootse resultaten bereiken.
Door het Verdrag van Lissabon en door het kaderakkoord is van het begin van het wetgevingsproces tot het einde ervan, de tenuitvoerlegging, waarschijnlijk meer transparantie gegarandeerd dan in veel nationale parlementen. Daarom doe ik een beroep op de Commissie en de Raad om die transparantie serieus te nemen.
Bij SWIFT heeft de Commissie noch de Raad de transparantie serieus genomen. Nu hebben we een lid van de Commissie die verantwoordelijk is geweest voor de Raad. Dat is een praktijk die wij in dit Parlement niet meer kunnen dulden. Deze janboel is niet ontstaan doordat het Parlement nu zo halsstarrig is, maar al eerder, toen duidelijk was dat het Parlement meer te zeggen zou krijgen en de Raad en de Commissie – maar vooral de Raad – niet begrepen dat zij het Parlement meer bij de zaak moesten betrekken. Dat is het belangrijkste punt. In dat verband hebben we veel vooruitgang geboekt, mijnheer de voorzitter van de Commissie, met de wetgevingsresoluties en de plicht van de Commissie om te antwoorden, ofwel in de vorm van een eigen wetsontwerp, of met een duidelijke uitleg waarom de Commissie niets doet. Laten we niet doen alsof het initiatiefrecht van de nationale parlementen altijd zoveel verder gaat. Die worden in wezen door de regeringen overheerst en geven vaak gewoon hun fiat aan wat de regering voorstelt. Bij ons is dat anders. De voorstellen van de Commissie zijn voor ons nog geen wet. Wij doen alles om ook onze eigen ideeën erin te laten opnemen.
Laten we deze kans benutten met een nieuwe Commissie, een nieuw Verdrag en een nieuw kaderakkoord. Laten we als Parlement zelfverzekerd optreden tegenover de Commissie.
De Voorzitter. - Voor het eerst in dit debat zal nu een vrouw het woord nemen. Het is jammer dat dit pas zo laat gebeurt.
Diana Wallis (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik hoop dat het wachten wordt beloond. Als lid van het onderhandelingsteam van het Parlement wil ik mij concentreren op de ontwerpresolutie over het kaderakkoord.
Voorzitter Barroso, ik denk dat u het met mij eens bent als ik zeg dat wij een aantal interessante debatten over de betekenis van woorden hebben gevoerd, zeker wat mijn eigen taal betreft. Een van de zinnen die u echter zelf aan het begin van onze bijeenkomsten gebruikte, had betrekking op uw absolute engagement met de “parlementaire dimensie” van de Europese Unie. Volgens mij gebruikte u die zinsnede volledig oprecht en positief, hoewel wij er nooit over gediscussieerd hebben. Na Lissabon en na de ontwerpresolutie over het nieuwe kaderakkoord is dit Parlement veel meer dan alleen een “dimensie” - het is een realiteit, een echte macht, een Parlement dat die naam verdient.
Wellicht dat de oorspronkelijke parlementaire vergadering als een “dimensie” aangemerkt kon worden, maar dat geldt zeker niet voor dit Parlement. Dit Parlement is voortaan op grond van de resolutie een volwassen wetgevingspartner die op dezelfde geïntegreerde en geïnformeerde wijze moet worden behandeld als de Raad. Wij kunnen niet meer buitenspel worden gezet doordat wordt teruggegrepen naar zachte wetgeving of andere instrumenten, hoe achtenswaardig ook. Wij zijn nu een Parlement dat volledig in staat en gerechtigd is om uw Commissie, als uitvoerende macht, ter verantwoording te roepen. Wij zien ernaar uit om niet alleen u, mijnheer Barroso, maar ook uw collega-commissarissen hier tijdens een vragenuur in dit Parlement te mogen begroeten.
Dit Parlement zal vasthouden aan zijn recht om toezicht te houden op eventuele toekomstige veranderingen in uw team; dit Parlement is klaar om zijn rol te spelen als enige transnationale, rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging in de internationale betrekkingen. Maar bovenal wil dit nieuwe, krachtige Parlement met zijn pro-Europese meerderheid dat u – alstublieft – het voortouw neemt en daarbij zullen wij u als bereidwillige partner terzijde staan en steunen. Laat echter één ding duidelijk zijn: wij zijn meer dan een “dimensie”, wij zijn een echt, volwaardig Parlement.
Jill Evans (Verts/ALE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, in de ontwerpresolutie van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie wordt een oproep gedaan voor een nieuwe politieke benadering op nationaal en Europees niveau en voor nieuwe ideeën en vastberaden acties. Wij kunnen de economische, sociale en klimatologische crises waarmee wij geconfronteerd worden, niet oplossen met hetzelfde beleid en dezelfde instelling waardoor die crises zijn ontstaan; wij kunnen geen democratischer en doeltreffender Europa opbouwen tenzij wij dat doen in het concrete en veranderende politieke klimaat.
In Wales begint het parlement vandaag met de procedure voor een referendum over meer wetgevende bevoegdheden. In Catalonië, Schotland en Vlaanderen en elders vinden ook veranderingen plaats. Morgen bespreken wij de uitbreiding van de EU met landen die nu nog buiten haar grenzen liggen. Wij zijn echter nog niet eens begonnen met het aanpakken van onze interne uitbreiding. Daarmee doel ik op het proces waardoor bepaalde landen binnen de grenzen van de EU aan onafhankelijkheid winnen. Vragen hierover zijn in de debatten over de verkiezing van de nieuwe Commissie niet beantwoord, ondanks alle veranderingen die zich om ons heen afspelen. Daarom zou ik voorzitter Barroso nogmaals willen vragen om nader op deze kwesties in te gaan.
Adam Bielan (ECR). – (PL) Mijnheer Barroso, vijf maanden geleden heb ik ervoor gestemd u de missie van het samenstellen van de Europese Commissie toe te vertrouwen, omdat ik van mening was dat u van de beschikbare kandidaten de beste was. Ik heb daar geen spijt van, maar als we vandaag discussiëren over het college van Commissarissen dat aan ons is voorgesteld, kan ik mijn teleurstelling niet verbergen. Na het afronden van de hoorzittingen met de kandidaat-commissarissen weet ik dat er veel mensen bij zijn die fantastisch gekwalificeerd zijn, maar helaas weten we ook dat er mensen bij zijn die helemaal geen ervaring hebben en die het tijdens de hoorzittingen heel slecht hebben gedaan.
Ik begrijp wel dat u bij het keuzeproces voor de leden van de Commissie beperkte speelruimte hebt. Ik onderschrijf volledig het recht van nationale regeringen om hun kandidaten te nomineren, maar desondanks vind ik de voorgestelde samenstelling van de Commissie niet optimaal. In uw toespraak stelde u de vraag of de Europese Unie een rol speelt in de wereld. Het beste antwoord daarop is de recente beslissing om de Top tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten af te gelasten. Gelooft u echt dat de Unie met deze collegesamenstelling haar positie kan versterken?
Tot slot wil ik ook mijn teleurstelling uitspreken over het feit dat we tijdens de hoorzittingen niet voldoende antwoorden hebben gekregen op vragen over de kwestie van de energiezekerheid.
Søren Bo Søndergaard (GUE/NGL). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik wil om te beginnen de heer Barroso gelukwensen omdat de voorzitter van de Commissie er werkelijk in is geslaagd een Commissie samen te stellen die zijn politieke project met de EU weerspiegelt. Wij in onze fractie zijn het echter volledig oneens met dit politieke project. Een voorbeeld: werknemers in vele landen hebben ervaren dat de EU in toenemende mate synoniem is met een ondermijning van de belonings- en arbeidsvoorwaarden waarvoor zij hebben gestreden. We hebben de voorzitter van de Commissie herhaaldelijk gevraagd wat hij concreet gaat doen om ervoor te zorgen dat arbeidsmigranten niet meer onderbetaald kunnen worden, niet meer gediscrimineerd kunnen worden en niet langer kunnen worden gebruikt als onmondige arbeidskrachten. Het probleem is dat we geen concreet antwoord hebben gekregen. Ook tijdens de hoorzittingen hebben we geen concreet antwoord gekregen. Daarom concludeer ik dat we te maken hebben met een Commissie die sociale dumping accepteert. Voor deze Commissie is de interne markt belangrijker dan de bescherming van de belangen van gewone werknemers. Op één punt hadden we echter nog hoopvolle verwachtingen, omdat de heer Barroso tijdens de vergadering met onze fractie veel moeite deed om te benadrukken dat hij zo’n grote voorstander is van gelijkheid tussen de seksen. Woorden zijn echter niet voldoende. Toen in 2004 de eerste Commissie onder leiding van de heer Barroso werd benoemd, waren 9 van de 25 commissarissen vrouw. Vandaag stelt de heer Barroso een Commissie voor waarin slechts 8 van de 27 commissarissen vrouw zijn. Het is er dus slechter op geworden. We kunnen alleen maar constateren dat de heer Barroso ook op dit gebied sneller is met woorden dan met daden. Dat is gewoonweg niet genoeg.
Timo Soini (EFD). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, in Finland herdenken wij momenteel de Winteroorlog. Zeventig jaar geleden viel de communistische Sovjet-Unie het kleine Finland aan. Wij verdedigden onze onafhankelijkheid en ons recht op zelfbeschikking.
Dat ging zo door in de Tweede Wereldoorlog, die een vreselijke beproeving was voor heel Europa. Wij hebben er een sterk verlangen naar onafhankelijkheid aan overgehouden en een sterke wil om over onze eigen zaken te beslissen. Helsinki, Moskou en Londen waren de enige hoofdsteden die tijdens de Tweede Wereldoorlog niet werden bezet. Daarom wil ik dat elk volk zelf in vrijheid over zijn eigen zaken mag beslissen.
Wat de Commissie betreft: u hebt waarschijnlijk goede bedoelingen en er zitten goede mensen in de Commissie, onder wie de Fin Olli Rehn, iemand met moraal en ruggengraat. Maar waar hebben de Europese volken – de Finnen, Duitsers, Britten, Denen – kunnen stemmen en deze commissarissen kunnen kiezen? Nergens! Hoe kunnen zij worden ontslagen? Dat kunnen zij niet. De Europese Unie is een bureaucratie en geen democratie.
Ik ben voor samenwerking tussen zelfstandige landen. Ik ben een Fin en een Europeaan en ik houd van ons continent, maar dat betekent niet dat ik voor de Europese Unie ben. Elk van ons heeft stemmen gekregen, ik kreeg er 130 000 in Finland. Hoeveel stemmen kregen de commissarissen en waar kregen zij die? Hier krijgen zij misschien 300 stemmen, maar daar blijft het wel bij.
Wat is de kern van democratie? Dat is nationale soevereiniteit. Dat betekent dat alleen een volk dat een eigen natie vormt, onafhankelijk van andere, het eeuwige en onbeperkte recht heeft altijd vrij over zijn eigen zaken te beslissen. Dat is een fundamenteel beginsel.
(Applaus)
Bruno Gollnisch (NI). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, wij zijn aan het einde gekomen van de procedure die voorafgaat aan de benoeming van de commissarissen, met volkomen nietszeggende hoorzittingen. De kandidaat-commissarissen kwamen ons vertellen dat zij zeer betrokken waren bij de Europese Unie, dat zij hun best zouden doen om zich te verdiepen in onderwerpen die zij niet kenden, en dat zij met het Parlement zouden samenwerken.
Dat is allemaal niet zeer belangrijk en niet zeer interessant. Er moest echter een zondebok, een zoenoffer komen, zodat het Parlement kon laten zien dat het onafhankelijk is. Dat zoenoffer was mevrouw Jeleva, aan wie trouwens uiteindelijk relatief weinig ten laste kon worden gelegd. Als het gaat om belangenverstrengeling, baarde het verleden van sommige commissarissen wier namen ik niet zal noemen – de commissaris voor mededinging, de commissaris voor landbouw, de commissaris voor internationale handel – zeker veel meer zorg, en toch heeft dit Parlement hiervan geen groot probleem gemaakt.
Mijnheer Barroso, ik heb een beetje met u te doen omdat u nu deel uitmaakt van dit systeem van het Verdrag van Lissabon – Lissabon, de hoofdstad van uw land, een prachtige stad die beter verdient dan haar naam te geven aan een dergelijk document. U zult met vele mensen te maken krijgen. Dankzij het raamakkoord hebt u voortaan te maken met de Voorzitter van het Parlement en de Conferentie van voorzitters, waarvan de niet-ingeschreven leden zijn uitgesloten, wat een flagrante schending is van de bepalingen van het Reglement. U krijgt te maken met de nieuwe – en permanente – voorzitter van de Unie, wiens benoeming echter niet het einde betekent van het roulerend voorzitterschap. U krijgt te maken met mevrouw Ashton, de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, die in haar jeugd radicaal pacifist was wanneer het ging om de reële dreiging van de Sovjet-Unie, maar die zonder twijfel zeer strijdlustig zal zijn tegenover Iran.
Het beleid zal moeilijk worden. Er werd zojuist gelachen toen iemand herinnerde aan het marxistische verleden van sommigen onder u. In werkelijkheid bent u nog steeds internationalisten, maar u bent zeker geen proletariërs meer. Het lot van de Europese arbeider laat u volstrekt onverschillig.
(Spreker verklaart zich bereid een “blauwe kaart”-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)
William (The Earl of) Dartmouth (EFD). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, wellicht dat ik de heer Gollnisch kan corrigeren. Is hij zich ervan bewust dat mevrouw Ashton niet alleen in haar jeugd pacifist was, maar dat zij zeker tot 1983 vicevoorzitter van de CND is geweest, een feit dat zij niet openbaar heeft gemaakt?
Bruno Gollnisch (NI). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik beantwoord geen vragen over het verleden van mevrouw Ashton. Ik weet dat ook in mijn land het woord “pacifisten” gebruikt werd voor oorlogshitsers die voorstander waren van een communistische overwinning.
Jaime Mayor Oreja (PPE). – (ES) Mijnheer de Voorzitter, namens de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) wil ik mijn volledige, krachtige en onvoorwaardelijke steun uitspreken voor de heer Barroso. Deze is niet alleen gebaseerd op wat hij vandaag gezegd heeft, maar ook op andere interventies die hij in dit Parlement heeft gedaan – interventies die ons ertoe bewegen hem krachtiger en ondubbelzinniger dan ooit te steunen.
Ik wil graag duidelijk maken dat de voornaamste reden voor onze steun niets te maken heeft met het feit dat zo veel commissarissen uit onze fractie, van onze politieke familie, deel van de Commissie zullen uitmaken. Van belang is voor ons vooral de overtuiging dat de Europese Unie nu een heel bijzondere, unieke periode doormaakt. Deze Commissie is niet zomaar een Commissie, en dit Parlement is niet zomaar een Parlement. En dat niet alleen vanwege het Verdrag van Lissabon, maar vooral omdat we in de Europese Unie nu een crisis als nooit tevoren doormaken, zowel in economische als in maatschappelijke zin.
Het Verdrag van Lissabon is niet de belangrijkste zaak. Veel belangrijker is dat er een verandering van houding optreedt waardoor alle Europese instellingen naar meer politieke ambitie worden geleid. Juist daarom steunen we de Commissie van de heer Barroso onvoorwaardelijk. We steunen de Commissie ook omdat de economische en financiële crisis die we nu doormaken, zal worden gevolgd door een sociale crisis. Dat zal de volgende fase van deze crisis zijn: de verschillen tussen de lidstaten zullen toenemen en dat zal leiden tot meer maatschappelijke ontevredenheid. Ongetwijfeld zal de huidige economische en sociale crisis maatschappelijke onvrede teweegbrengen. Een andere reden tot steun is dat we een crisis van normen en waarden doormaken die een verandering van houding absoluut noodzakelijk maakt – voor iedereen persoonlijk, niet alleen voor de Commissie. We zullen allemaal onze houding moeten veranderen.
Daarom meent onze fractie dat steun voor de Europese Commissie onder voorzitterschap van de heer Barroso de beste garantie is voor verandering en verbetering.
Ik geloof dat het in dit verband en in verband met het werk dat ons wacht juist de PPE-Fractie is die de meeste verandering nastreeft voor ons allen. Ook het Europees Parlement moet veranderen. De Commissie kan niet als enige verantwoordelijk worden gehouden voor het frequente gebrek aan eenheid in dit Parlement, dat de hoofdreden is waarom Europa in de wereld niet met één stem spreekt.
Kader Arif (S&D). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het handelsbeleid zal een belangrijk deel vormen van het buitenlands beleid van de Europese Unie. Helaas staat dit handelsbeleid momenteel symbool voor het verdwijnen van het gemeenschappelijk belang, aangezien het niet meer is dan een optelsom van nationale belangen.
Juist nu we willen dat Europa de waarden beschermt waar het voor staat – solidariteit, sociale rechtvaardigheid – nu we willen dat Europa de sociale rechten, de rechten met betrekking tot het milieu, de bescherming van de mensenrechten en de bescherming van de vakbondsrechten opneemt in zijn handelsovereenkomsten, merken we dat de Commissie ons alleen maar overeenkomsten voorstelt waaruit blijkt dat de markt en de handel een doel op zich vormen waarvoor geen alternatief bestaat. Dat is voor mijn politieke stroming onaanvaardbaar.
Juist nu we willen dat dit handelsbeleid rekening houdt met het industriebeleid en de gevolgen ervan voor het werkgelegenheidsbeleid, merken we dat de Commissie op deze punten geen enkele garantie heeft gegeven in de toespraak van de voorzitter van de Commissie vanmorgen. Maar dat verbaast me helaas niet. Er is niets gezegd over de horizontale sociale clausule, over de bescherming van de overheidsdiensten of over de manier waarop Europa opnieuw van beleid verandert of een compleet ander beleid gaat voeren.
Tot besluit van mijn opmerkingen over deze kwestie, mijnheer Barroso, vind ik dat vertrouwen van twee kanten moet komen. Uw woorden van vanmorgen hebben ons niet het gevoel gegeven dat wij u ons vertrouwen kunnen schenken. Aangezien u ons geen garanties heeft gegeven, moet u weten dat ik u geen garantie kan geven dat wij u ons vertrouwen zullen schenken.
Alexander Graf Lambsdorff (ALDE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb het gevoel dat er eindelijk iets gaat gebeuren. We hebben meer dan acht, bijna negen jaar over het nieuwe Verdrag gedaan en meer dan acht, bijna negen maanden over de nieuwe Commissie. Dat Europa is niet daadkrachtig, maar moet dat wel zijn. De burgers zoeken werk, bedrijven zoeken markten, consumenten zoeken vertrouwen, Griekenland zoekt stabiliteit en Europa zoekt een rol op het wereldtoneel. Daarom is het een goede zaak dat de tijd van de ingewikkelde debatten, die alleen deskundigen konden volgen, voorbij is, en daarom is het een goede zaak dat de Commissie nu aan de slag kan op een wijze die de burgers daadwerkelijk ten goede komt.
Wij verwachten twee dingen van u, mijnheer Barroso. U moet moedig zijn en u moet Europa sterk maken, van binnen en van buiten. Ook in gevallen waarin de lidstaten of de mensen in de opiniepeilingen misschien iets anders willen ,verwachten wij moed van u en meer betrokkenheid van Europa - op economisch en financieel gebied, in het binnenlands en justitiebeleid, maar ook in het buitenlands en veiligheidsbeleid. Dat zeggen we met name tegen u, mevrouw Ashton. Het is wel duidelijk waar het aan schort. Voor het midden- en kleinbedrijf functioneert de interne markt niet goed genoeg en dat ligt maar al te vaak niet aan de Europese maar aan de nationale bureaucratie.
Griekenland heeft uiteraard hulp nodig. Daarvoor moet Europa sterk zijn. Ik ben blij dat de Commissie nu een voorstel heeft gedaan. Wie denkt dat we in het buitenlands beleid al genoeg hebben bereikt, is op zijn laatst in Kopenhagen uit de droom geholpen. Daarom herhalen we het: mijnheer Barroso, maak Europa sterk, van binnen en van buiten. Daarbij heeft u onze steun.
Timothy Kirkhope (ECR). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, onze fractie steunt van harte de heer Barroso en zijn hervormingsgezinde agenda voor een Europa dat gericht is op het aanpakken van de concrete zorgen van onze medeburgers en op maatregelen die een extra waarde kunnen toevoegen aan de inspanningen van de lidstaten. Wij waren dan ook van mening dat hij recht had op een lijst met kandidaat-commissarissen met voldoende talent en vaardigheden om hem te ondersteunen bij het realiseren van zijn ambitieuze plannen.
Bij een aantal van die nominaties heeft men hem echter in de kou laten staan. Het is onmiskenbaar dat de ervaring en competentie van de kandidaten aanzienlijk uiteenlopen en dat is ook duidelijk gebleken tijdens onze hoorzittingen. Het is onaanvaardbaar dat de leiders van sommige lidstaten de formatie van de Commissie nog steeds als een gelegenheid zien om een collega voor diensten in het verleden te belonen, om een politiek probleem op te lossen of om een collega-minister een comfortabel prepensioen te bezorgen.
Het is duidelijk dat bepaalde lidstaten gebruikmaken van het feit dat er slechts één stemming plaatsvindt over de gehele Commissie. Zo zijn er kandidaten voorgedragen die het op eigen kracht niet gered zouden hebben. Wij moeten dan ook af van die ene totaalstemming. De stemming moet per afzonderlijke kandidaat plaatsvinden, want dat is de enige manier waarop lidstaten hun verantwoordelijkheid met betrekking tot dit proces serieuzer zullen nemen en de meest capabele beschikbare kandidaten naar de Commissie zullen sturen.
Miguel Portas (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heer Barroso een vraag stellen over de betekenis van verantwoordelijkheid in verband met de gebeurtenissen die de euro tot doelwit hebben gemaakt van aanvallen door speculanten. Vanmiddag kunnen we dieper ingaan op de oorzaken van dat verschijnsel, maar nu wil ik me richten op de verklaringen van commissaris Almunia. Zijn uitspraken hebben immers geleid tot een onmiddellijke stijging van de spreads en de rentevoet voor internationaal krediet in Portugal en Spanje, waardoor de positie van de euro de vorige week nog verder is verzwakt. U hoeft niet aan te komen met het verhaal dat de heer Almunia die uitspraken niet heeft gedaan. Wat de journalisten ook hebben gehoord, het is ook de speculanten ter ore gekomen en zij zijn direct overgegaan tot actie.
Voorzitter Barroso, een commissaris dient geen olie op het vuur te gooien. Dit Huis kan niet de benoeming goedkeuren van een kandidaat die op een kritiek moment niet opgewassen was tegen zijn taak. Dat is het eerste probleem en het tweede probleem heeft te maken met de signalen die worden afgegeven. Wat hebben de Europese instellingen tot nu toe gedaan in het licht van de aanval op de overheidsschulden van Griekenland, Spanje en Portugal? De heer Trichet heeft zich beperkt tot de uitspraak dat geen enkele lidstaat kan rekenen op een speciale behandeling, terwijl de boodschap juist het tegenovergestelde had moeten zijn: de speculanten hadden moeten horen dat zij ons niet kunnen verdelen omdat dit Europa gestoeld is op solidariteit. Dat is de politieke kwestie die aan de orde is en daarom verwachten we serieuze antwoorden, gezien wat er gebeurd is naar aanleiding van de verklaringen van uw kandidaat-commissaris.
Klaus-Heiner Lehne (PPE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik zou allereerst een korte opmerking willen maken over het interinstitutioneel akkoord en over deze resolutie. Ik ben blij dat de Commissie nu bereid lijkt om het indirecte initiatiefrecht van het Europees Parlement op een realistische manier te accepteren. Dat betekent met andere woorden dat de Commissie zich verplicht in de toekomst binnen concrete termijnen op onze besluiten te reageren. Dat is een goede zaak, ook gezien de ervaringen die we tijdens de vorige zittingsperiode hebben opgedaan. Hoewel dat eigenlijk vanzelfsprekend is, betekent dit akkoord ook dat we bij alle kwesties op voet van gelijkheid met de Raad worden behandeld. Dat is een logisch gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.
Bovendien ben ik blij dat het Parlement en de Commissie er ook in geslaagd zijn om bij de programmering van de wetgeving de rijen te sluiten. In de toekomst zullen de drie instellingen een soort gezamenlijk wetgevingsprogramma moeten voorleggen, en dan is het zinvol wanneer de Commissie en het Parlement als traditionele belangenbehartigers van de Unie het van tevoren over zo veel mogelijk punten eens worden.
Niet geheel gelukkig ben ik met de resultaten in verband met de effectbeoordeling, de zogenaamde impact assessment. Het Parlement had gevraagd om werkelijk onafhankelijke effectbeoordelingen, maar de Europese Commissie is daartoe niet bereid. Daarom moet het Parlement overwegen hoe het zelf de kwaliteit van de effectbeoordelingen kan verbeteren. Ik ben blij dat er nu al wordt aangekondigd dat er op het gebied van de wetgeving inzake de dienst voor extern optreden een nauwe samenwerking komt. Ook op dit vlak hebben de Commissie en het Parlement grotendeels gemeenschappelijke belangen, die we moeten definiëren voordat er met de Raad gesproken wordt.
Ik vind het ook een goede zaak – en ook dat vloeit eigenlijk automatisch voort uit het Verdrag van Lissabon – dat de positie van het Parlement bij onderhandelingen over internationale overeenkomsten aanzienlijk wordt versterkt en dat het Parlement daadwerkelijk toegang krijgt tot alle informatie en alle conferenties. Dat was een heel cruciale wens en ik ben blij dat we ook in dit opzicht hebben bereikt wat we wilden.
Evelyne Gebhardt (S&D). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, we zijn heel gelukkig dat we op 1 december het Verdrag van Lissabon hebben gekregen en daarmee een sterker sociaal beleid en een sterkere positie van de consumenten op de interne markt. Nu moeten we echter vaststellen dat u afwijkt van de inhoud van het Verdrag van Lissabon, dat uitgaat van horizontale consumentenbescherming. Bij de verdeling van de portefeuilles in uw Commissie heeft u precies het tegendeel gedaan, zodat nu niet één commissaris verantwoordelijk is voor consumentenbescherming, maar meerdere.
Ik heb een vraag aan u: hoe wilt u dat eigenlijk aanpakken? Hoe brengt u samenhang aan op dit beleidsterrein, dat zo belangrijk is voor consumenten, voor Europese burgers? De taken zijn verdeeld, maar welke commissaris zorgt voor de coördinatie? Zegt u alstublieft niet dat dit in het college wordt besloten. Wij willen duidelijk afgebakende verantwoordelijkheden. En zegt u ons alstublieft ook niet dat u de knoop doorhakt wanneer commissarissen het niet met elkaar eens zijn. U bent niet almachtig, u bent lid van een college.
Ik heb hier grote moeite mee, mijnheer Barroso. U moet me eens uitleggen hoe u deze versnipperde taakverdeling op het gebied van de consumentenbescherming, maar ook op andere gebieden, zoals het buitenlands beleid, werkelijk dusdanig kunt aanpakken dat er een coherent beleid komt, zodat we na vijf jaar kunnen zeggen: ja, we hebben er goed aan gedaan om deze Commissie te benoemen. Ik weet nog niet hoe ik straks zal stemmen, dat hangt in hoge mate van uw antwoorden af.
Adina-Iona Vǎlean (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, volgens mij weet u maar al te goed dat Europa zich op een kruispunt bevindt en dat u de mogelijkheid hebt om aan te geven welke richting wij inslaan: ofwel de sombere kant met een nog diepere economische crisis, een slecht concurrentievermogen voor het Europese bedrijfsleven en meer regelgeving en bureaucratie, ofwel de moedige kant, waar wij alle mogelijkheden aangrijpen die in het Verdrag van Lissabon zijn neergelegd om Europa sterker te maken en een samenhangende aanpak te kiezen tegenover mondiale markten en uitdagingen.
Kansen en oplossingen voor die mondiale uitdagingen kunnen in uiteenlopende sectoren worden aangetroffen, zoals de digitale ICT-agenda, onderzoek en ontwikkeling, en energie. Dankzij dit nieuwe Verdrag, dat nu eindelijk door alle lidstaten is geratificeerd, krijgt u – op een presenteerblaadje – de instrumenten aangereikt om deze doelstellingen te verwezenlijken.
Waar ik het meest bang voor ben is echter dat de kloof tussen de verwachtingen van de burgers enerzijds en de kleine Brusselse wereld anderzijds alleen maar groter zal worden. Het geloof en vertrouwen dat wij onze burgers toedichten, is geleidelijk aan het vervagen. Ik heb in veel gevallen zelf de discrepanties meegemaakt tussen het Europese bestuur dat een rechtlijnige beleidsdoelstelling wil verwezenlijken en de concrete punten van zorg onder de burgers. Wat is het doel van een gemeenschappelijk energiebeleid als wij onze burgers geen zekere, betaalbare en groene energie kunnen leveren? Wat is het doel van het verzamelen van gegevens over energienetwerken?
Ik geloof niet dat wij moeten terugvallen op standaardoplossingen. De Commissie dient rekening te houden met de verschillen tussen en de mogelijkheden en middelen van de afzonderlijke lidstaten. U zult visie en creativiteit moeten tonen om het sombere verleden van Europa af te schudden. Daarbij kunt u op de steun van het Parlement rekenen. Als we deze mogelijkheid laten lopen, krijgt Europa over vijf jaar geen tweede kans.
Lajos Bokros (ECR). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, Griekenland staat op het punt budgettair ineen te storten. Spanje en Portugal worstelen eveneens met steeds grotere problemen. Als de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en de Europese Raad niet in actie komen, bestaat het gevaar dat de eurozone uiteen gaat vallen.
Wat wij in deze situatie meemaken, is een minder dan optimale verdeling van de portefeuilles onder de commissarissen. Bij Joaquín Almunia was het beheer van de economische en monetaire zaken in veilige en vertrouwde handen. Hij wordt nu echter overgeplaatst naar mededinging en dat is niet echt zijn terrein. En Olli Rehn, de zeer eminente commissaris voor uitbreiding, wordt nu verantwoordelijk voor economische en monetaire zaken, niet zijn specialiteit.
Waarom is het in het belang van Europa om de intellectuele vuurkracht van de Commissie juist in tijden van crisis te verzwakken?
Werner Langen (PPE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, we hebben nu een tweede Commissie-Barroso. Er is net al gezegd dat het systeem veranderd is. Dit is de vierde Commissie sinds ik hier lid ben. De eerste twee Commissies van de heren Santer en Prodi traden op als collectief. De eerste Commissie-Barroso was befaamd om haar solisten – ik denk aan de heer Dimas, aan mevrouw Kroes, maar ook aan de heer McGreevy, die onder uw voorzitterschap jarenlang niets heeft gedaan. Wanneer u nu een presidentieel systeem wilt invoeren, mijnheer de Commissievoorzitter, zou ik zeggen: u moet leiding geven, maar blijf bij het collegialiteitssysteem. Dat is beter voor Europa en beter voor de samenwerking met het Parlement.
De burgers hebben verwachtingen – u heeft het over moed gehad – in verband met de Europese agenda. Allereerst moet de euro worden gestabiliseerd, de eurozone moet worden uitgebreid en de nationale regeringen moeten op hun verantwoordelijkheid worden aangesproken. Ten tweede moeten er op basis van hedendaagse technologie banen op wereldniveau worden gecreëerd, want de Lissabon-strategie uit het jaar 2000 is mislukt, hoewel de doelstellingen de juiste waren. Ten derde moeten we Europa verder ontwikkelen op basis van de tot nu toe geboekte successen, en niet op basis van rampenscenario’s en vrijwillige onthouding. We moeten van Europa een gelijkwaardige partner van de VS en China maken. Ten vierde is het niet genoeg om vragen te stellen over de toekomst, maar moet u die samen met het Parlement ook beantwoorden.
Open markten en meer onderwijs, groei en welvaart zijn geen onderwerpen van gisteren, maar moeten onderwerpen van morgen blijven, net als de sociale zekerheid en een sterke industriële basis. De financiële markten mogen niet groeien.
We willen een eerlijke samenwerking met u en met de Commissie. De Commissie moet daarbij de stuwende kracht zijn, en niet de schoolmeester van Europa. Twee fracties hebben besloten om hoe dan ook nee te zeggen, dat zijn de groenen en de communisten. Zij vertegenwoordigen amper dertien procent van de stemmen. Wanneer de voorzitter van de Commissie en de Commissie zelf goed samenwerken met het Parlement, zullen we samen de broodnodige successen boeken.
Alejandro Cercas (S&D). – (ES) Mijnheer de voorzitter van de Commissie, zoals u weet willen de leden van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement een wezenlijke verandering in het Europese sociale beleid en een herziening van de sociale agenda.
Velen van ons willen graag geloven dat er sprake is van enige beweging in die richting – in uw interventie, in de beloften die u onze fractie heeft gedaan, in de interventie van commissaris Andor en in het institutioneel akkoord volgens hetwelk alle Europese wetgeving in de toekomst aan een milieubeoordeling moet worden onderworpen. Er is enige hoop dat u lering heeft getrokken uit de meest recente verkiezingen en de oorverdovende stilte waarmee de werknemersorganisaties de nieuwe Commissie hebben begroet.
We willen dus heel graag, mijnheer Barroso, dat wat nu nog een vage belofte is concrete invulling krijgt, en dat deze Commissie daadwerkelijk veranderingen zal doorvoeren en zo een meerwaarde zal krijgen. Barroso II mag dus niet gelijk zijn aan Barroso I.
Mijnheer de voorzitter van de Commissie, we hebben commissaris Andor horen spreken en we hebben deze droom, deze hoop. Als u zich houdt aan al hetgeen u hier en in het akkoord met dit Parlement heeft beloofd, dan zullen wij u loyaal steunen.
Wat wij willen, mijnheer Barroso – en dat heeft u als intelligent man al begrepen – is dat deze onderzoeken naar de sociale en milieueffecten aantonen dat het economisch model dat u voorstelt duurzaam is. Zo niet, dan heeft Europa geen toekomst. Europa moet zijn agenda afstemmen op die van zijn burgers en werknemers – anders zal het er niet in slagen economische integratie te verwezenlijken, laat staan politieke integratie, zoals we tenslotte willen. Wij willen een Europa opbouwen met een sterke politieke ambitie, dat zijn burgers weer weet te begeesteren, dat in de wereld weer meetelt…
(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)
Mirosław Piotrowski (ECR). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de kandidaat-commissarissen worden voorgesteld door de regeringen van de EU-lidstaten. Nadat ze door het Europees Parlement zijn goedgekeurd, hebben ze geen verplichtingen meer aan hun eigen land. In principe wordt van hen verwacht dat ze zich inzetten voor een gelijke ontwikkeling in heel Europa. Dit vereist bekwaamheid en vertrouwen. Het eerstgenoemde aspect is tijdens de hoorzittingen twijfelachtig geworden. De antwoorden van de kandidaten waren vaak vooraf overeengekomen, en waren geformuleerd in stuitend algemene bewoordingen. Mevrouw Ashton heeft wel een aantal details aangestipt, maar haar antwoorden waren teleurstellend. Als geheel is het een zwak team van commissarissen dat zijn bekwaamheden bij de hoorzittingen heeft laten zien, en de enkele goed gekwalificeerde kandidaten kunnen die indruk niet wegnemen. We zijn echter verplicht en bloc over de gehele Commissie te stemmen, terwijl zij geen duidelijke actiestrategie heeft gepresenteerd.
Kunnen we de Commissie vertrouwen? In de Fractie Europese Conservatieven en Hervormers werd ons de volgende vraag gesteld: zouden we het budget en het lot van ons eigen gezin in handen van deze Commissie leggen? Velen van ons beantwoordden die vraag negatief, en doen dat nu nog.
Mario Mauro (PPE). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, voorzitter van de Commissie, dames en heren, als we zouden vasthouden aan de voorstelling van de feiten door de heer Cohn-Bendit, wiens interpretatie wordt getypeerd door hypocrisie, dan zou de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) hebben besloten voor te stemmen omdat zij dertien commissarissen heeft en de liberalen omdat zij er negen hebben, terwijl de sociaaldemocraten zich wellicht zouden moeten onthouden van stemming omdat hun buit geringer is.
Maar zo staan de zaken er niet voor. De stem van velen van ons houdt namelijk verband met het antwoord op een meer diepgaande vraag: welke rol moet de Commissie-Barroso vervullen onder deze historische omstandigheden?
Zij moet, mijnheer de Voorzitter, miljoenen mensen en bedrijven die het moeilijk hebben nieuwe hoop geven en vastberaden en met de kracht van ideeën een eind maken aan hun machteloosheid tegenover gevestigde belangen en regeringen.
Zij moet, mijnheer de Voorzitter, een Europese invulling geven aan het immigratiebeleid en het energiebeleid en eurobonds uitgeven om herstel te garanderen. Zij moet, mijnheer de Voorzitter, met overtuiging een Europees buitenlands en veiligheidsbeleid vaststellen dat, geachte mevrouw Ashton, deze naam waardig is.
Volgens de heer Schulz lijkt u, dames en heren, op trappisten die de zwijggelofte hebben afgelegd. Ik stel u voor op deze ideale weg naar heiligheid een andere gelofte af te leggen: de gelofte van actie. Er is namelijk veel te doen. Mijnheer de Voorzitter, laten wij dat snel doen, laten wij dat goed doen, laten wij dat samen doen. Veel succes, voorzitter Barroso!
Gianluca Susta (S&D). – (IT) Mijnheer de voorzitter van de Commissie, u krijgt vandaag van de progressieven onder ons het vertrouwen teneinde u niet over te leveren aan de chantage van degenen die weinig vertrouwen hebben in dit verenigde Europa en teneinde u niet te onderwerpen aan de regeringen van de 27 lidstaten.
Geloof in een verenigd Europa betekent dat u uw oorverdovende stilzwijgen moet doorbreken en een centrale rol op u moet nemen in belangrijke internationale kwesties, de belangen van Europa op economisch en industrieel gebied moet verdedigen, het sociaal beleid moet versterken en meer moet investeren om de armoede in de wereld uit te bannen, de banden met de Verenigde Staten moet aanhalen, maar wel op basis van gelijkwaardigheid, de positie van de Europese Unie in internationale organen moet versterken, te beginnen met de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, het multilateralisme op het gebied van de wereldhandel in ere moet herstellen en de agenda moet bepalen met betrekking tot de strijd tegen de vervuiling van onze planeet.
Wij zullen vandaag zonder uitzondering ons voorwaardelijke vertrouwen geven aan de Commissie en aan de afzonderlijke commissarissen, zodat het nieuwe Europa dat is ontstaan in Lissabon en dat een van de grootste politieke machten ter wereld is, volledig kan worden gerealiseerd en bovenal een gemeenschap van de toekomst kan worden, die zich richt op haar eigen maatschappelijke en economische vooruitgang en die vrede, gerechtigheid en vrijheid in de wereld uitdraagt, een gemeenschap die niet alleen achteromkijkt maar ook leeft in het hier en nu van haar welvaart en van haar glorie die in de loop van de tijd is verbleekt.
Alain Lamassoure (PPE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, voorzitter Barroso, het welslagen van het Verdrag van Lissabon is nu afhankelijk van u en uw team.
Verrassend genoeg heeft de eerste permanente voorzitter van de Europese Raad ervoor gekozen om na zijn verkiezing te verdwijnen. Daar is hij in geslaagd. Buiten zijn eigen land kende niemand hem tweeënhalve maand geleden, en sindsdien heeft niemand hem beter leren kennen. De Spaanse minister-president is zo beleefd geweest om hier de Spaanse prioriteiten te presenteren voor het halfjaar van het Spaanse voorzitterschap. Dat is precies het tegenovergestelde van wat de opstellers van het Verdrag van Lissabon, van wie velen hier in de zaal aanwezig zijn, hebben gewild. Niemand weet meer wie er aan het roer staat in Europa, noch de Europese burgers, noch de president van de Verenigde Staten.
In een wereld die is opgeschud door de crisis, op een continent dat al zijn oriëntatiepunten is kwijtgeraakt, dat meer dan twintig miljoen werklozen heeft, dat wordt bedreigd door een blijvende achteruitgang ten opzichte van de opkomende machten, heeft Europa behoefte aan een leider, een richting, een ambitie, een groot bindend project dat in staat is om 27 landen en een half miljard vrije burgers te mobiliseren. Wees dus niet bang, voorzitter Barroso, maar toon moed! Doelstellingen, strategie, methode, financiering, alles vereist een compleet nieuwe aanpak. Nog nooit is het uitzicht op een terugkeer naar sterke groei zo ver weg geweest. Nog nooit was solidariteit tussen de lidstaten zo nodig. Nog nooit is de kloof tussen onze capaciteiten en onze financiële middelen zo groot geweest. Nog nooit zijn de verwachtingen van de burgers zo hoog geweest. En waarschijnlijk is het Europees Parlement nog nooit zo bereid geweest om een ambitieus beleid te voeren en de tien jaar achterstand in te halen die zijn opgelopen tijdens het eindeloze institutionele debat. Ik zeg u als vriend: “de steun van het Parlement zal niet evenredig zijn met uw behoedzaamheid maar met uw moed.”
(Applaus)
Dagmar Roth-Behrendt (S&D). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, we bevinden ons in een nieuwe situatie, en het evenwicht tussen de instellingen is veranderd. De drie instellingen, het Parlement, de Raad en de Europese Commissie, moeten op basis van het Verdrag van Lissabon op een andere manier samenwerken dan tot nu toe. Ik denk dat we er allemaal belang bij hebben dat we daarin slagen. Ik heb wel eens kritiek op u, maar uit uw opstelling in verband met het eerste deel van het interinstitutioneel akkoord krijg ik de indruk dat u dat ook wilt.
Het eerste deel van het akkoord waarover we met u hebben onderhandeld, bevat belangrijke bepalingen over de rol van het Europees Parlement in de samenwerking met u in het bijzonder, maar ook met de Raad: er komt een intensievere dialoog tussen het Parlement en de Europese Commissie, we kunnen meer informatie verkrijgen dan tot nu toe en worden op die manier een gelijkwaardige partner in de wetgevingsprocedure. Er komt een echt vragenuur, waarin de commissarissen, die tenslotte ook politici zijn, hier vragen komen beantwoorden en rekenschap geven, zonder zich te verstoppen zoals ze dat in het verleden deden. Tot nu toe, mijnheer Barroso, was u de enige die dat durfde te doen, nu gaan alle commissarissen het doen. Dat is een goede zaak voor ons allemaal en voor de Europese democratie. Hopelijk zullen de burgers hierdoor meer belangstelling krijgen voor ons werk als wetgever voor iedereen.
Tot slot, mijnheer Barroso, wil ik nog ingaan op de kwestie van de wetgevingsinitiatieven. We hebben met u onderhandeld over onze samenwerking en daarover een resolutie opgesteld. Ik ben ervan overtuigd dat we voor het initiatiefrecht van het Europees Parlement het onderste uit de kan hebben gehaald. Dit is een constructie sui generis en meer zit er niet in. U heeft hier aan meegewerkt, en u heeft dat eerlijk gedaan. Dat respecteer ik, en ik heb veel waardering voor de rol die u heeft gespeeld.
Collega’s hebben al gesproken over de effectbeoordelingen. U heeft beloofd dat u dit onderwerp transparant zult aanpakken, op basis van samenwerking. U heeft gezegd dat sociale effectbeoordelingen voor u belangrijk zijn. Dat is voor ons een essentieel punt. Ik ben geheel tevreden met deze resultaten en vind dat we nu eindelijk aan de slag moeten gaan.
Jacek Saryusz-Wolski (PPE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, sta mij toe om nader in te gaan op het kaderakkoord en op het speciale partnerschap tussen de Commissie en het Parlement waarnaar u verwees en dat wij uiteraard toejuichen.
Het Parlement vecht voor zijn bevoegdheden en doet dat niet ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Wij willen de kloof van de democratische legitimiteit dichten na alle pijn die wij gezien hebben tijdens de referenda. Er is in de communautaire methode een nieuw tijdperk aangebroken. U hoeft dan ook niet te proberen om de bevoegdheden van de Commissie te verdedigen aangezien het Parlement geen rol speelde in de voormalige communautaire methode. Ik doel daarmee uiteraard op het wetgevingsmonopolie van de Commissie. Dat monopolie bestond in een periode waarin het Europees Parlement nog niet was wat het vandaag de dag wel is. Daarom verwelkom ik de gedeeltelijke toenadering die tot een oplossing heeft geleid waarbij rekening wordt gehouden met onze initiatieven in wetgevingszaken, een oplossing waarmee u akkoord bent gegaan. Het Parlement zal de uitvoering van dit compromis nauwgezet volgen aan de hand van onze verzoeken aan de Commissie om maatregelen op wetgevingsgebied te nemen.
Mijn tweede punt heeft betrekking op de Europese dienst voor extern optreden. De geloofwaardigheid van die dienst moet op twee pijlers berusten – niet alleen op de Raad, maar ook op het Parlement. Tot nu toe zijn wij op dit punt nog niet volledig tevredengesteld. Ik kijk daarbij naar uw vicevoorzitter, mevrouw Ashton. Wij betreuren het dat wij geen deel uitmaken van de Groep op hoog niveau. Wij vinden dat wij bij dit proces betrokken moeten worden en daar hebben wij ook bij voortduring om verzocht. Wij moeten betrokken worden bij de benoeming van ambassadeurs en speciale vertegenwoordigers van de EU. Wellicht dat er nog wat speelruimte over is, want het gaat niet om onze eigen eer en glorie; waar het om gaat is dat we deze dienst geloofwaardigheid verlenen in de ogen van de Europeanen. Anders wordt hij zwakker, terwijl beide partijen hem nu juist graag willen versterken.
Luis Manuel Capoulas Santos (S&D). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, ik heb met bijzondere belangstelling de hoorzittingen met de kandidaat-commissarissen voor landbouw en visserij gevolgd, omdat deze sectoren in het Europees Parlement mijn speciale aandacht hebben. In elke van beide gevallen lijkt me de achtergrond van de kandidaat adequaat. Eerder dan persoonlijkheden en bekwaamheden zijn echter de politieke omstandigheden van belang waaronder zij hun taak zullen moeten vervullen. Om mijn fractie en mijzelf in staat te stellen met een gerust geweten onze stem uit te brengen voor de benoeming van de nieuwe Commissie, wil ik u, mijnheer Barroso, een aantal garanties vragen. Kunt u verzekeren dat u deze twee commissarissen alle mogelijke steun zult geven, zodat bij de aanstaande radicale hervormingen van deze beide hoogst gemeenschappelijke beleidsterreinen, landbouw en visserij, het communautaire karakter van het beleid onaangetast zal blijven en elke vorm van renationalisatie wordt geblokkeerd?
Paulo Rangel (PPE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, ik zou deze gelegenheid te baat willen nemen om tegenover de Commissie en de voorzitter van de Commissie te onderstrepen hoe zij de afgelopen maanden tijdens deze hele benoemingsprocedure met dit Parlement hebben samengewerkt. Er bestaat in de wereld geen enkele andere instelling met uitvoerende en wetgevende bevoegdheden die moet voldoen aan de volgende voorwaarden: haar voorzitter moet een programma voorleggen aan het Parlement, zij moet hoorzittingen met alle fracties bijwonen, zij wordt gekozen met een absolute meerderheid van de uitgebrachte stemmen en alle commissarissen moeten hier verschijnen om één voor één gehoord te worden over hun programma, waarna drie à vier uur met rechtstreekse vragen volgen – vragen die moeten worden beantwoord.
De Commissie heeft ermee ingestemd met het Parlement te onderhandelen over een kaderakkoord. In dat akkoord heeft de Commissie er in de eerste plaats mee ingestemd de bevoegdheden van het Parlement ten aanzien van wetgevingsinitiatieven te onderbouwen en uit te breiden, en in de tweede plaats het principe van volledig vrije toegang tot informatie te aanvaarden bij wetgeving, politieke besluiten en internationale onderhandelingen, alsmede, ten slotte, rekening te houden met de mening van het Parlement bij herschikkingen van de Commissie.
Dit betekent mijns inziens dat de Commissie tussen juli vorig jaar en nu definitief bewezen heeft bereid te zijn nauwe banden aan te gaan met het Parlement. Daarmee heeft zij ook op duidelijke en ondubbelzinnige wijze aangetoond dat de strategische alliantie in het Verdrag van Lissabon, waarmee de door de heer Saryusz-Wolski genoemde communautaire methode wordt bevorderd, het bondgenootschap tussen het Parlement en de Commissie is. Daarom verdienen de Commissie en het kaderakkoord de volledige steun van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten).
Othmar Karas (PPE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, instemming is in de democratie nooit een vrijbrief, maar altijd een voorschot aan vertrouwen dat moet worden verdiend. Daarom moeten we samen aan een nieuw hoofdstuk beginnen, en niet gewoon verdergaan op de ingeslagen weg. U heeft het gezegd, mijnheer de voorzitter van de Commissie, gezien het Verdrag, gezien de crises, gezien de globalisering moeten we allemaal een nieuwe opstelling kiezen. We moeten het Europees bewustzijn in de lidstaten versterken, maar ook een oprechtere houding ten opzichte van de Europese Unie aan de dag leggen en de rol van de EU in Europa en in de wereld versterken. Dat is alleen maar mogelijk wanneer iedere commissaris leiderschap toont en we bereid zijn debatten in de EU om te zetten in beleid.
Het Europees Parlement en de Commissie moeten een nieuw partnerschap vormen. Een partnerschap voor een Europa van de burgers, een partnerschap tegen alle vormen van nationalisme, protectionisme, extremisme, hypocrisie, domdenken, onverantwoord gedrag en gebrek aan respect. Naast het stabiliteitspact voor de munt hebben we een duurzaamheidspact voor alle beleidsterreinen nodig om geloofwaardiger te worden en het verloren vertrouwen terug te winnen. We moeten de buitensporigtekortprocedure, de exitstrategie en Europa 2020 bundelen tot een gezamenlijk concept om de staatsschuld te verlagen, tekorten te reduceren, innovatie en groei te bevorderen en duurzame werkgelegenheid tot stand te brengen.
Tot slot, mijnheer de Voorzitter, doe ik een beroep op u om een openingsbalans op te maken en voorstellen te doen voor de coördinatie van het economisch en sociaal beleid, maar ook voor het belasting-, onderzoeks-, innovatie- en onderwijsbeleid, omdat we in Europa meer EU nodig hebben, dat wil zeggen meer solidariteit en meer gemeenschappelijke keuzen.
Gunnar Hökmark (PPE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de belangrijkste uitdaging voor deze Commissie is niet het bestrijden van de huidige crisis. Wij kruipen immers al geleidelijk uit het crisisdal. Het blijft weliswaar belangrijk om de beleidsmaatregelen uit te voeren waartoe wij besloten hebben, maar de grootste uitdaging is om het fundament te leggen voor de toekomstige economie van Europa en ervoor te zorgen dat die economie dynamisch en concurrentiebestendig zal zijn en een toonaangevende rol in de wereldeconomie kan spelen.
Dit vereist beleid gericht op nieuwe banen, investeringen en een dynamische economische groei. Anders blijven wij de problemen houden die door de crisis zijn veroorzaakt – de werkloosheid en de begrotingstekorten. Het is belangrijk dat de Commissie die hier vandaag in dit Parlement wordt goedgekeurd, deze uitdaging serieus neemt.
De Europese kiezers hebben in juni een duidelijk signaal afgegeven. Zij hebben geen behoefte aan het socialistische, op regulering gebaseerde model, maar zij willen een model dat op openheid gebouwd is en het fundament kan leggen voor gelijke mededingingsomstandigheden en een sociaal Europa, dat wil zeggen voor werkgelegenheid, groei, nieuwe kansen en grensoverschrijdende integratie. Dat is de taak van de nieuwe Commissie: het leggen van een basis voor een gezonde economie, welvaart en sociale zekerheid door een open opstelling en het omarmen van innovaties.
Tunne Kelam (PPE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Gemeenschap is meer dan vijftig jaar oud. Sommige mensen hebben het erover dat die Gemeenschap in een midlifecrisis zit – zij is een beetje moe, moreel uitgeput en aarzelt over verdere uitbreiding.
Tegen deze achtergrond heeft u, mijnheer Barroso, een historische gelegenheid om staatsmanschap te tonen en op basis van een visie voor de lange termijn echte hervormingen door te voeren. Uw tweede zittingstermijn valt samen met de zestigste verjaardag van de Schuman-verklaring. De enige oplossing die de grondleggers van Europa toentertijd hadden, bestond niet uit politiek geruzie, maar uit het overstijgen van de nationale belangen om een supranationaal Europees beleid te ontwikkelen op basis van een, ook door u genoemde, open en ruimhartige houding.
In de eerste plaats verwachten wij een concrete uitvoering van het gemeenschappelijk Europees beleid, met name met het oog op de voltooiing van de interne energiemarkt. De Europese Commissie is tot nu toe de grootste bondgenoot en partner van het Europees Parlement geweest. Wij wensen u en het gehele college van commissarissen dan ook alle goeds toe.
Marian-Jean Marinescu (PPE). – (RO) Ik ben van mening dat de belangrijkste taak van de nieuwe Commissie de uitvoering van het Verdrag van Lissabon is. Het is uw taak om aan de burgers van Europa te laten zien dat het nieuwe verdrag aan de verwachtingen voldoet en bij hen vertrouwen in het Verdrag te wekken.
In de komende jaren moet de Commissie, naast vele andere belangrijke zaken, twee cruciale beleidsterreinen herzien: het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het cohesiebeleid. Ik denk dat het begrotingsbeleid voor de periode 2014-2021 pas kan worden vormgegeven als deze beleidsterreinen zijn afgerond. Daarom moet dit een absolute prioriteit worden in het kaderprogramma van de nieuwe Commissie. Ik hoop dat de herziening van deze twee Europese beleidsterreinen op middellange en lange termijn zal bijdragen aan de economische, financiële en sociale balans in alle lidstaten om te voorkomen dat er weer een onbalans zoals nu ontstaat en de duurzame ontwikkeling van de Europese Unie als geheel in gevaar wordt gebracht.
Csaba Sándor Tabajdi (S&D). – (HU) De nieuwe lidstaten maken zich met recht bezorgd over het feit dat het nationaal egoïsme en de roep om renationalisatie in de Europese Unie aan kracht winnen. De Europese Unie kan niet bestaan zonder solidariteit, cohesie en de inhaalslag van de minder ontwikkelde nieuwe lidstaten. De Commissie onder leiding van de heer Barroso moet het 2020-programma dan ook zodanig vormgeven dat we niet tegelijkertijd het tot nu toe gevoerde communautaire beleid afbreken maar het juist – zij het met hervormingen – in stand houden en versterken, in het bijzonder het cohesie- en regiobeleid en het gemeenschappelijk landbouwbeleid. We zien alarmerende intenties om deze beleidsterreinen af te breken, met name om in de gemeenschappelijke landbouwbegroting te snoeien. De Commissie moet concrete maatregelen opstellen om te voorkomen dat de mondiale crisis een werkgelegenheids- en sociale crisis wordt. Ten slotte is het ontoelaatbaar dat uit de tragische Griekse situatie de conclusie wordt getrokken dat we de eurozone niet verder moeten versterken en de uitbreiding op de Westelijke Balkan niet moeten voortzetten.
Lena Ek (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, Albert Einstein heeft ooit gezegd dat leven te vergelijken is met fietsen: om je evenwicht te bewaren, moet je blijven bewegen. Dat is precies wat wij van de nieuwe Commissie verwachten. Tegelijkertijd zijn er ook punten van zorg. De kwestie van de klimaatverandering is bijvoorbeeld over een aantal portefeuilles opgesplitst; dat is bijzonder zorgwekkend. Het industrie- en het energiebeleid worden intussen behandeld door commissarissen met dezelfde politieke achtergrond; ook dat is zeer zorgwekkend. Wij hebben thans behoefte aan evenwicht en aan ondersteuning van duurzame economische groei. Het is belangrijk dat dit ook in de 2020-strategie van de EU tot uiting komt.
De eerste woorden van een roman zijn altijd het moeilijkst te schrijven. De indruk die de Commissie wekt en de wijze waarop zij gaat functioneren, zullen hun weerslag krijgen in de Europese 2020-strategie, die een indicatie geeft van de toekomstige werkzaamheden en de kwaliteit van de nieuwe Commissie. Ik hoop dat zij een duurzaam karakter heeft.
Ulrike Lunacek (Verts/ALE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte leden van het nieuwe college, dames en heren afgevaardigden, geachte gasten op de tribune, in deze tijden van economische, financiële en klimatologische crisis verwachten de burgers van Europa leiderschap van u. Ze verwachten moedige en heldere projecten. Mijnheer Barroso, u heeft vandaag meerdere malen gezegd “dat we niet kunnen voortgaan op de ingeslagen weg en dat we dapper en stoutmoedig moeten zijn”. Dat is echter niet wat we in uw richtsnoeren of tijdens de hoorzittingen met de meeste commissarissen gezien hebben.
Een voorbeeld is het buitenlands beleid. Mevrouw Ashton, u moet eigenlijk de stem van heel Europa zijn. Dat betekent niet alleen dat u goed moet coördineren en de lidstaten moet raadplegen, maar ook dat u de Raad ambitieuze en concrete projecten moet voorleggen, bijvoorbeeld voor Europese civiele rampenpreventie op basis van het verslag-Barnier. U moet het heft in handen nemen, ook in zaken met betrekking tot de financiële crisis. Er moet een gemeenschappelijk toezicht op de financiële markten komen, en een belasting op financiële transacties.
Ik vraag u om de Raad zulke voorstellen voor te leggen en niet te wachten of de Raad ja of nee zegt, of tot afzonderlijke lidstaten bij u komen lobbyen. Wanneer u deze leidende rol speelt, kunt u rekenen op de steun van het Europees Parlement. Die heeft u nog niet.
John Bufton (EFD). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, sta mij toe een kwestie aan de orde te stellen die naar mijn idee zeer belangrijk is voor het Verenigd Koninkrijk.
Op dit moment maken wij in het Verenigd Koninkrijk gebruik van een uitzonderingsclausule inzake de 48-urige werkweek. Nadat ik tijdens de hoorzittingen naar de heer Andor heb geluisterd – en ik heb persoonlijk helemaal niets tegen de heer Andor – maak ik mij echter grote zorgen over de richting waarin hij ons wil gaan voeren. In mijn optiek is het heel waarschijnlijk dat het Verenigd Koninkrijk zijn uitzonderingsclausule kwijtraakt. Als dat gebeurt, zijn drie miljoen mensen in ons land hiervan de dupe. Zij werken graag extra uren. Onze “vrijwillige brandweer” loopt hierdoor gevaar, met name in mijn eigen regio, Wales, waar 75 procent van de brandweerdiensten door “vrijwilligers” wordt uitgevoerd.
Wij hebben binnenkort parlementsverkiezingen en ik roep alle aanwezige Britse leden van het Europees Parlement op om tegen de nieuwe Commissie te stemmen, want als de uitzonderingsclausule inzake de 48-urige werkweek voor de hardwerkende burgers in mijn land wordt afgeschaft, zal dat zeer ernstige gevolgen hebben. Het is aan hen. Die drie miljoen mensen zullen – net als ik – nauwlettend in de gaten houden hoe zij gaan stemmen.
Andreas Mölzer (NI). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, het Verdrag van Lissabon is bedoeld om de Europese Unie sterker te maken, primair natuurlijk de Europese Commissie, maar ook het Parlement. Dan is het echter grotesk dat desondanks politiek tamelijk zwakke personen de leiding krijgen over de instellingen van de EU. Politieke waarnemers zijn het erover eens dat er geen werkelijke politieke zwaargewichten in de nieuwe Commissie zitten. De voorzitter van de Commissie is al de kleinste gemene deler waarover de machthebbers in de grote lidstaten van de EU het eens konden worden, en die situatie wordt blijkbaar ongehinderd voortgezet bij de benoeming van de individuele commissarissen. Met name ook de nieuwe permanente voorzitter van de Raad en de hoge vertegenwoordiger worden als politieke lichtgewichten beschouwd. Belangrijke politieke partners, zoals de VS, laten ons dat nu al duidelijk merken, en we weten niet wat andere partners, zoals Rusland, gaan doen.
Dat leidt tot de vraag of een versterkt Europees Parlement samen met een zwakke Commissie werkelijk goed werk kan verzetten voor de integratie en voor de belangen van de Europese volken.
Paul Rübig (PPE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zou willen dat de nieuwe Commissie meer doet voor het midden- en kleinbedrijf. Daar werkt tweederde van onze werknemers, en het genereert de helft van ons bruto binnenlands product. We moeten er vooral voor zorgen dat de kredietwaardigheid van het midden- en kleinbedrijf beter wordt, omdat het juist in tijden van crisis risicokapitaal nodig heeft om goede lonen te kunnen blijven betalen. We moeten onze concurrentiepositie versterken, en daarom moeten we meer doen voor de infrastructuur, met name voor de trans-Europese netwerken.
We moeten ervoor zorgen dat ook middelgrote en kleine bedrijven over onderzoeksmogelijkheden beschikken zodat zij via het Europees Instituut voor Technologie nieuwe producten en diensten kunnen aanbieden. Ook moeten we het beroepsonderwijs en de bijscholing verbeteren. Daar is een grote taak weggelegd voor de Europese Commissie. Ik wens de nieuwe Europese Commissie het allerbeste voor de toekomst.
Milan Zver (PPE). - (SL) Ik behoor tot diegenen die geloven dat het vandaag een grote dag is voor de Europese democratie, niet alleen omdat we de Europese instellingen en structuren zullen vervolmaken, maar ook omdat we dit interinstitutionele akkoord zullen goedkeuren dat, samen met het Verdrag van Lissabon, eigenlijk de invloed van de Europese burgers op het Europese beleid zal doen toenemen.
Dat lijkt me belangrijk, zeker nu we al tekenen van de eerste crisis in de Europese democratie kunnen vaststellen of bevestigen: een lagere opkomst bij verkiezingen, minder vertrouwen van de burgers in de fundamentele democratische instellingen, geweld tegen demonstranten in sommige Europese hoofdsteden, terwijl in andere de symbolen van totalitaire en soortgelijke regimes worden herdacht.
Kortom, het is volgens mij de hoogste tijd dat het Europese beleid ook op het vlak van institutionele opbouw iets doet voor de ontwikkeling van de democratie, maar dat volstaat niet. We moeten ons ook inspannen om het niveau van de democratische politieke cultuur te verhogen, vooral in postcommunistische landen.
Juan Fernando López Aguilar (S&D). – (ES) Mijnheer de Voorzitter, de Spaanse leden van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement zullen vóór het mandaat van de Commissie stemmen die nu Barroso II gaat heten. We hebben daar goede redenen voor. Een daarvan is dat we ervan overtuigd zijn dat de heer Barroso, als hij een mandaat voor Barroso II heeft, zeker niet zal willen toestaan dat de critici van Barroso I gelijk krijgen.
Iedereen kan zien waarom. Europa is veranderd, de wereld is veranderd en we zijn allemaal in een crisis terechtgekomen. We hebben nu een gemondialiseerde wereld, die een mondiale crisis doormaakt en behoefte heeft aan een Europa dat op het wereldtoneel een rol van betekenis kan vervullen. We moeten actie ondernemen – om een antwoord te formuleren op klimaatverandering, om nieuwe energiebronnen te vinden, om ons buitenlands beleid een voor de rest van de wereld relevante dimensie te verlenen, en om een bijdrage te leveren aan een veiliger wereld door het bestrijden van criminaliteit en terrorisme. En die actie moeten we nu ondernemen.
Er zijn sinds de verkiezingen al zes maanden verstreken. Het wordt nu dus hoog tijd dat we een Commissie krijgen die volledig op sterkte en volledig operationeel is. Dat is wat de 500 miljoen Europeanen die ons nu volgen op dit moment van ons verlangen. We zijn er daarom van overtuigd dat geen actie ondernemen geen optie is. De enige optie is dat Barroso II de critici van Barroso I versteld doet staan door actie – vastberaden actie – te ondernemen.
Cristian Dan Preda (PPE). – (RO) Vandaag is een belangrijke dag. Wij kiezen niet alleen een Commissie voor 27 lidstaten, maar ook voor een verenigd Europa. In dit Huis is gezegd dat de uitvoering van het Verdrag van Lissabon dringend moet gebeuren. Het is een urgente kwestie die overschaduwd wordt door een grote moeilijkheid. De huidige crisis is verre van behulpzaam bij het uitvoeren van het Verdrag, dat moet leiden tot één Europa voor 27 landen en tegelijkertijd een Europa waar iedere Europeaan in kan geloven.
Ik wil benadrukken dat, in mijn optiek, de grootste uitdaging voor de Europese Unie in feite het solidariteitsgevoel is tussen Europeanen uit de oude landen en die uit de nieuwe landen, met andere woorden: de solidariteit tussen Oost en West. Alleen op deze wijze kunnen wij Europa geloofwaardig maken voor hen die vroeger of later tot onze Unie willen toetreden, ongeacht of het gaat om de westelijke Balkan, Moldavië, Turkije of IJsland.
Liisa Jaakonsaari (S&D). – (FI) Mijnheer de Voorzitter, de vorming van de Commissie heeft beslist veel te lang geduurd. Toekomstige historici zullen zich er zeker over verbazen hoe het mogelijk was een half jaar te besteden aan het samenstellen van de Commissie, terwijl wij de ergste crisis in de economische geschiedenis van Europa doormaakten.
Ik ben desondanks van mening dat dit proces al met al zowel de Commissie als het Parlement heeft versterkt. Ik verwonder mij daarom over de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie, die eensgezind heeft besloten tegen de nieuwe Commissie te stemmen, vooral omdat zij zelf veelvuldig hebben gezegd dat zij in dit proces veel hebben bereikt en dat hun doelstellingen werden aanvaard. Eerlijk gezegd vind ik dit een geval van extreem populisme.
Een goed functionerende interne markt en een sociaal Europa zijn als broer en zus: zij gaan hand in hand. Het is zeer belangrijk te beseffen dat een beoordeling van de sociale effecten een stap in de richting van een sociaal Europa is.
Eva Lichtenberger (Verts/ALE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, ik ben niet alleen teleurgesteld door de personele samenstelling van de Commissie, maar ook door de verdeling van de portefeuilles. Sommige daarvan heeft u zo opgesplitst dat het voor onze commissies heel moeilijk wordt om concreet te onderhandelen. Bovendien heeft u een aantal commissarissen een portefeuille afgepakt die ze eigenlijk goed hadden beheerd, en ze een minder populaire portefeuille gegeven. Dat heeft voor mij ook een psychologische dimensie. Een ongelukkige commissaris kan heel wat schade aanrichten, mijnheer Barroso, omdat hij met name in het begin van alles in zijn oor gefluisterd krijgt waarmee hij niet uit de voeten kan. Dat was volgens mij een verkeerde beslissing.
Het tweede punt gaat over het interinstitutioneel akkoord. We zullen er werkelijk voor vechten dat het wordt uitgevoerd, want nu geldt het Verdrag van Lissabon. We zullen daadwerkelijk gebruikmaken van onze medezeggenschap, hoewel de Raad en de Commissie nog passief verzet leveren. Ook de Commissie kan daarop rekenen.
Czesław Adam Siekierski (PPE). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie bevindt zich in een volkomen nieuwe situatie. Het Verdrag van Lissabon heeft belangrijke wijzigingen geïntroduceerd. Wat kunnen we zeggen nu het twee maanden in werking is? Welnu, als we er wat dieper over nadenken, is het eigenlijk alleen nog maar een goed en belangrijk begin. Pas nu is de tijd aangebroken om die bepalingen en ideeën echt inhoud te geven. We moeten een gepaste verdeling van de bevoegdheden tussen de instellingen of pas gecreëerde belangrijke hoge posities maken, en politieke beginselen en regels voor samenwerking vaststellen. We moeten ook het beginsel aanhouden van ware gelijkheid tussen de lidstaten, maar ook tussen de lidstaten en de Unie. Het is belangrijk niet af te doen aan de waarde van het voorzitterschap van de verschillende lidstaten.
Alleen een samenhangende Unie die zich eensgezind opstelt zal de positie in de wereld hebben die zij verdient. De eerste ervaringen die we de afgelopen twee maanden hebben opgedaan geven aanleiding tot een aantal twijfels. Daarom moet er goed worden nagedacht over deze problemen, en moeten er maatregelen worden genomen die ons in staat stellen de verwachte effecten en een nieuwe kwaliteit in de werking van de Europese Unie te realiseren.
Csaba Sógor (PPE). – (HU) Vaak wordt de vraag van Kissinger aangehaald: wie neemt de telefoon op? Hiermee wordt bedoeld dat we sterke persoonlijkheden en sterke gezichten nodig hebben. Nee! We hebben sterke instellingen nodig. We hebben een Commissie, een Parlement, een Europese Unie nodig waarin iedereen bij de Commissie de telefoon kan opnemen omdat hij of zij een goed antwoord en een goede oplossing kan geven. Ik heb nu ook zo’n telefonisch verzoek: we willen een Europa waarin ook de rechten van de van oudsher bestaande nationale minderheden in ere worden gehouden en waar geen Slowaakse taalwet bestaat. Met het van kracht worden van die taalwet worden niet alleen de Europese grondrechten en de bepalingen van de Europese mensenrechtenverdragen geschonden, maar dreigt ook gevaar voor een van de grootste verdiensten van de Europese integratie, de werking van de interne markt. Ik verzoek de Commissie in overeenstemming met het advies van de Juridische dienst de nodige maatregelen te treffen om de onverkorte handhaving van het communautair recht te waarborgen.
Derek Vaughan (S&D). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de structuurfondsen hebben voor regio’s als Wales in het verleden en heden een belangrijke rol gespeeld. Zij zijn vele personen, gemeenschappen en bedrijven tot steun geweest. Zij zijn met name van belang geweest gedurende de recente zware economische tijden.
Derhalve is het cruciaal dat al deze groepen ook in de toekomst van de structuurfondsen kunnen profiteren. Naar mijn idee zou er voor alle regio’s in de Europese Unie een structuurfonds beschikbaar moeten zijn, mits zij aan de eisen voldoen die na 2013 gelden. Ik vind dat wij de renationalisatie van de structuurfondsen uit moeten sluiten. Ik ben dan ook met name verheugd over de opmerkingen van de kandidaat-commissaris voor begroting en financiële programmering, die zei dat hij tegen de renationalisatie van het cohesiebeleid en de structuurfondsen is.
Daarnaast acht ik het van wezenlijk belang dat de financiering niet plotseling in 2013 voor alle genoemde groepen wordt beëindigd. Derhalve vind ik het belangrijk dat alle regio’s die na 2013 niet aan de convergentiecriteria voldoen, een transnationale status kunnen krijgen. Ik hoop dan ook dat de Commissie het cohesiebeleid en de structuurfondsen de komende weken en maanden de prioriteit zal geven die zij verdienen.
Gay Mitchell (PPE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, sta mij toe om een kwestie aan de orde te stellen die ik ook al in mijn eigen land aan de orde heb gesteld. Ik hoop dat als ik deze kwestie maar tot in den treure onder de aandacht breng, er ook eindelijk wat actie wordt ondernomen.
Wij praten continu over de bancaire crisis en wat wij voor kleine en middelgrote ondernemingen kunnen doen. Het probleem is dat er veel van die kleine en middelgrote ondernemingen zijn die eenvoudigweg geen leningen kunnen krijgen ook al hebben zij een levensvatbaar bedrijf en kunnen zij voor werkgelegenheid zorgen. In mijn ervaring is de afwezigheid van echte bankiers de grootste oorzaak van dit probleem. Wij zijn in deze crisis verzeild geraakt omdat het bancaire stelsel op de automatische piloot functioneerde en dat is in veel gevallen nog steeds zo. De Europese Centrale Bank en de Europese Commissie hebben veel steun aan de financiële instellingen verstrekt. Nu is het tijd dat wij alle invloed die wij hebben, gebruiken om terug te keren naar de traditionele bankier die in staat is risico’s in te calculeren op basis van karakter, capaciteiten en prestaties in het verleden.
Volgens mij zou dat echt een groot verschil uitmaken. Ik zeg het ook tegen de 27 commissarissen die hier aanwezig zijn: onderschat uw mogelijkheden om invloed uit te oefenen niet …
(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)
Jörg Leichtfried (S&D). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, ik zou twee dingen willen noemen die voor mij absoluut cruciaal zijn. Er is vandaag vaak gezegd dat we de crisis moeten overwinnen, maar we mogen één ding niet uit het oog verliezen: alleen omdat er weer bonussen worden uitbetaald en de banken weer stabiel zijn is de crisis nog niet overwonnen. Deze crisis is pas overwonnen wanneer degenen die hun baan zijn kwijtgeraakt weer aan de slag kunnen en ook diegenen die tot nu toe helemaal geen werk hebben gehad een baan vinden. Dan hebben we deze crisis overwonnen.
Daarom is het voor uw Commissie heel belangrijk dat u streeft naar het scheppen en beschermen van banen, en ervoor zorgt dat degenen die hard werken daar ook genoeg geld voor krijgen, en een groter deel van de algemene welvaart dan tot nu toe. Wanneer u daarin slaagt, vind ik dat de toekomstige Commissie beter werk levert dan de vorige.
Seán Kelly (PPE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, net als bij de verkiezing van een paus hoop ik dat wij vanavond kunnen zeggen: “Habemus Papam, habemus Commissie”. Een van de dingen waar ik mij echter zorgen over maak, en met mij vele anderen, is dat wij op grond van het Verdrag van Lissabon een voorzitter van de Raad zouden benoemen om duidelijkheid te scheppen. Ik ben er niet zeker van of die duidelijkheid er nu is. Wellicht dat voorzitter Barroso hierop een antwoord zou kunnen geven.
Wanneer in tijden van crisis puntje bij paaltje komt, is de vraag wie die ene stem zal zijn die Europa vertegenwoordigt. Is dat de heer Van Rompuy? Of wellicht mevrouw Ashton? Is het misschien een van de commissarissen? Neemt het roulerend voorzitterschap die rol waar of anders wellicht voorzitter Barroso zelf? Ik zou op deze vragen graag een antwoord krijgen.
José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zal beginnen met te trachten om een paar concrete vragen te beantwoorden en zal vervolgens nader ingaan op de meer algemene vragen.
Allereerst heeft een aantal leden van dit Parlement vragen gesteld in verband met de eurozone en met sommige valutaproblemen waarmee wij in een aantal lidstaten van die eurozone worden geconfronteerd. Sta mij in de eerste plaats toe erop te wijzen dat de euro een van de grootste successen is in de geschiedenis van Europa. Sinds de invoering van de euro door elf lidstaten is de eurozone inmiddels uitgegroeid tot zestien lidstaten. De eurozone is sinds die begintijd een gebied van stabiliteit en werkgelegenheidsgroei geweest. Uiteraard is ook de eurozone beïnvloed door de crisis. Landen die niet tot de eurozone behoren, zijn ook door de crisis getroffen. Ik hoef u er niet aan te herinneren dat de minister-president van IJsland een aantal dagen geleden een bezoek aan mij heeft gebracht. IJsland is een land dat dicht bij ons in de buurt ligt en geen deel uitmaakt van de eurozone, maar wel hard door de crisis is geraakt. Ik wil nogmaals benadrukken dat de crisis niet in de eurozone is begonnen maar afkomstig is van buiten de eurozone.
De waarheid is echter dat de euro de landen die deze gemeenschappelijke munt delen, wel degelijk heeft beschermd. Naar mijn idee zou de Europese situatie vandaag de dag veel problematischer zijn geweest zonder de euro. Wij hebben echter nog steeds niet alle voordelen van de euro volledig benut. Daartoe dienen wij de economische coördinatie in de eurozone te intensiveren. Het klopt dat het niet slechts om een monetaire unie gaat. Wij zouden ook een echte economische unie moeten hebben. Het Verdrag geeft ons op dat vlak nieuwe mogelijkheden en ik ben voornemens om die te benutten. Als wij uw steun krijgen zal Olli Rehn, de nieuwe commissaris voor deze zaken, deze beleidslijn verder ontwikkelen.
Het is belangrijk om vooruit te kijken naar de manier waarop wij de eurozone verder kunnen versterken, maar dat hoeft ons niet te beletten om ook naar het heden te kijken. De eurozone maakt op dit moment een moeilijke periode door. Het heeft geen zin om dat te ontkennen. Andere landen buiten de eurozone maken ook zeer moeilijke tijden door. Dat moeten wij eveneens onderkennen. Ik moet echter zeggen dat er soms over de financiële markten wordt bericht op een wijze die de problemen alleen maar uitvergroot, waardoor niet altijd een objectieve beoordeling van de situatie wordt gegeven. Dergelijke analyses zijn meestal afkomstig van landen buiten de eurozone.
Toch beschikt de eurozone over de capaciteiten om de problemen op te lossen waarmee wij op dit moment worden geconfronteerd. Wij hebben ons stelsel van monetaire regelgeving, het stabiliteits- en groeipact, dat op een adequate manier ten uitvoer dient te worden gelegd. In het geval van Griekenland hebben wij de mogelijkheid om het monetaire aanpassingsprogramma van dat land te evalueren en te controleren. Wij hebben daarnaast de mogelijkheid om Griekenland aanbevelingen te doen voor ingrijpende structurele hervormingen die ook nauwlettend door de Commissie in de gaten zullen worden gehouden.
Op 3 februari heeft de Commissie een pakket maatregelen met betrekking tot Griekenland aangenomen, dat begin volgende week aan de Raad zal worden voorgelegd. Uiteraard is voor een doeltreffende oplossing met name actie van Griekse kant vereist, maar door de vastberadenheid van de Griekse autoriteiten te ondersteunen versterken wij het vertrouwen in een succesvolle afloop van hun ambitieuze programma.
De lidstaten, met name die in de eurozone, dienen zich er altijd van bewust te zijn dat het economische beleid van elke afzonderlijke lidstaat van invloed is op de economieën van de andere lidstaten. Ik stel dan ook prijs op duidelijke indicaties van alle lidstaten dat zij zich van deze uitdaging bewust zijn en dienovereenkomstig zullen handelen.
Er is een concrete vraag over het consumentenbeleid gesteld, ik dacht door mevrouw Gebhardt. Binnen de Commissie is er één persoon met een duidelijke verantwoordelijkheid voor dat consumentenbeleid en dat is commissaris Dalli. Hij is verantwoordelijk voor dit beleid, voor het voorstellen van initiatieven op dit gebied en voor de bespreking van de betreffende kwesties met u in de Commissie interne markt en consumentenbescherming en in de plenaire vergadering. Specifieke aspecten op het gebied van de maatschappelijke organisaties vallen onder de verantwoordelijkheid van de commissaris voor justitie, vicevoorzitter Reding. De behandeling van deze specifieke kwesties door de minister van Justitie is een gangbare praktijk in de meeste Europese regeringen.
Uiteraard worden alle besluiten over nieuwe initiatieven goedgekeurd door het college. Ik hecht bijzonder veel waarde aan collegialiteit. In feite hebben velen van u er bij de Commissie op aangedrongen om een grotere nadruk op die collegialiteit te leggen. Op grond van de Verdragen is de voorzitter van de Commissie de hoeder van de collegialiteit. In het huidige politieke klimaat is dat een normale tendens. Steeds vaker zijn kwesties transversaal of horizontaal van aard. Daarbij bestaat behoefte aan een gemeenschappelijk doel en is de integratie van verschillende beleidssectoren vereist.
Wat er nu in de Commissie gebeurt, is min of meer hetzelfde als wat er in het nationale en het mondiale bestuur gebeurt. Wij zien tegenwoordig steeds vaker dat staatshoofden of regeringsleiders op een gecoördineerde en samenhangende manier zaken dienen aan te pakken die voorheen afzonderlijk werden afgehandeld door degenen die binnen de regering voor een bepaalde kwestie verantwoordelijk waren.
Dat is dan ook precies wat wij voornemens zijn te gaan doen. Ik wil dit punt graag met gepaste trots benadrukken aangezien wij deze nieuwe Commissie opbouwen op basis van de ervaringen van onze voorganger. Onze voorganger was de eerste Commissie van het uitgebreide Europa; het was de eerste keer dat wij een Commissie hadden bestaande uit 27 leden uit 27 verschillende landen. Het feit dat die Commissie doelgericht en in een echt collegiale sfeer heeft geopereerd, toont aan dat de uitgebreide Unie ook met 27 of meer leden goed kan functioneren. Ik denk dat deze constatering ook van essentieel belang voor de toekomst is.
Er zijn verschillende concrete vragen gesteld over het cohesiebeleid en een aantal communautaire beleidsterreinen zoals de visserij en de landbouw; ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de vraag van de heer Capoulas Santos. Het cohesiebeleid is verankerd in het Verdrag van Lissabon. Het gaat van nature om een Europees beleid. Wij moeten bekijken hoe wij het hervormingsproces kunnen voortzetten teneinde de resultaten van de investeringen op dit vlak continu te verbeteren. Daarnaast dienen wij te waarborgen dat het regionaal en cohesiebeleid wordt vertaald in een concrete verbetering van het concurrentievermogen van alle Europese regio’s. Wij moeten er zeker van zijn dat het beleid dit ook kan waarmaken, zodat wij tijdens het volgende financiële debat sterke argumenten naar voren kunnen brengen. Ik wil u graag de verzekering geven dat ik bijzonder veel waarde hecht aan de beginselen van sociale, economische en territoriale cohesie die in het Verdrag van Lissabon zijn verankerd; ik denk eigenlijk dat dit voor de voltallige nieuwe Commissie geldt. Uiteraard zullen wij alles in het werk stellen om de uitvoering van de gemeenschappelijke beleidsmaatregelen van Europa te bevorderen.
Er is ook een aantal vragen gesteld over de beoordeling van sociale effecten, zoals de vraag van de heer Cercas. Sta mij toe om nog een keer te op te helderen wat ik eerder al in het openbaar heb gezegd. Wij zijn absoluut voornemens om een beoordeling van de sociale effecten in te voeren in het kader van de werkzaamheden van de Raad voor Effectbeoordeling. Naar ons idee boeken wij goede vooruitgang op het gebied van die effectbeoordeling. Wij zijn altijd bereid om daar nog meer verbetering in aan te brengen en zijn tevens van mening dat de sociale dimensie op adequate wijze in onze werkzaamheden tot uiting dient te komen.
Enkele leden van dit Parlement hebben vragen gesteld over de continuïteit van de energievoorziening. Ik wil graag onderstrepen dat wij dat onderwerp in ons voorstel voor de 2020-strategie van de Europese Unie zullen integreren. Een van de innovaties van die strategie is er specifiek op gericht om sommige beleidsmaatregelen die voorheen afzonderlijk werden behandeld, nu te bundelen. Ik ben van mening dat het bevorderen van de continuïteit van de energievoorziening en van de energie-efficiëntie een belangrijk onderdeel dient te vormen van onze agenda voor een beter concurrentievermogen en voor een groenere en duurzame groei in Europa op basis van een efficiënt gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Dit onderstreept ook het grote belang dat wij aan deze agenda hechten.
Een aantal van u, zoals de heer Hökmark, heeft mij vragen voorgelegd over het MKB en het belang van de interne markt. Het is van wezenlijk belang dat wij de interne markt nu weer nieuw leven inblazen. Het is belangrijk dat wij duidelijk maken dat het bij de interne markt niet alleen om een markt gaat, ook al zijn markten op zich natuurlijk wel belangrijk.
Sommigen geloven dat wij markten verdedigen omdat wij marktfundamentalisten zijn. Niets is minder waar. Wij zijn ervan overtuigd dat de interne markt vooral een basis vormt voor het Europese project. Zonder interne markt is een sterke Europese Unie onmogelijk. Als we toestaan dat de interne markt versplintert, zal het lelijke economisch nationalisme in Europa weer zijn gezicht laten zien. Wij moeten er vastberaden voor uitkomen dat de interne markt er is om de zwaksten – de consumenten – te verdedigen, om de kleine en middelgrote ondernemingen tegen monopolies te beschermen en uiteraard om het Europese project als geheel in stand te houden. Dat is de reden dat ik de heer Monti heb gevraagd een verslag samen te stellen om nieuwe ideeën te verzamelen en meer consensus te creëren met het oog op nieuwe impulsen voor een verdieping van de interne markt; dat is en blijft namelijk een van de grootste prestaties van ons Europees project in het verleden en in de toekomst.
(FR) Ik wil nu enkele meer algemene punten aan de orde stellen, die een aantal van u naar voren heeft gebracht. De heer Daul, de heer Schulz, de heer Lamassoure, die in zijn interventie heeft aangedrongen op moed, de heer López Aguilar, de heer Mayor Oneja en vele anderen hebben het punt van ambitie aan de orde gesteld. Dat is naar mijn mening een uiterst belangrijk punt waarover wij een eerlijk debat moeten voeren.
Sommigen van u, met name de heer Schulz, hebben mij nogmaals ondervraagd over de markt en het sociaal beleid. Ik wil u nogmaals zeggen: u hoeft de Commissie niet te overtuigen van de noodzaak van een sociaal doel. Samen met ons moet u proberen om enkele hoofdsteden te overtuigen, omdat de waarheid heel duidelijk is: sommige hoofdsteden vinden dat Europa de markt is en dat zij volgens het subsidiariteitsbeginsel zelf de sociale kant zijn. Daar ben ik het niet mee eens. Ik vind dat we een sociale dimensie nodig hebben om ook een emotionele binding met Europa te krijgen. We hebben een sociale dimensie nodig, waarbij wat op communautair niveau kan worden gedaan daadwerkelijk wordt gecombineerd met wat op nationaal niveau kan worden gedaan. Niemand wil een Europees systeem van sociale zekerheid of een gecentraliseerd Europees gezondheidsstelsel in het leven roepen. Dat stellen we ook niet voor.
Dit moeten we trouwens niet bekijken in termen van wedijver tussen het nationale niveau en het Europese niveau. Als er echter, in aanvulling op wat we doen op het gebied van de interne markt, concurrentie, het beleid van staatssteun en andere beleidsterreinen zoals de buitenlandse handel, geen sociale dimensie bestaat in Europa, dan heeft het Europese project een legitimiteitsprobleem.
Ik benadruk daarom het volgende: u hoeft ons niet te overtuigen van de noodzaak van een sociale dimensie. Werk met ons samen om de sociale dimensie van Europa, de sociale markteconomie, te versterken, wat overigens als doelstelling is opgenomen in het Verdrag van Lissabon. Ik vind dat heel belangrijk en we moeten daar samen aan werken. Dat lijdt absoluut geen twijfel.
(Applaus)
Wat betreft de kwestie van het bestuur – een favoriet thema van de heer Verhofstadt en ook van mijzelf – zeg ik nogmaals: “help ons en steun ons”. Ik ben voorstander van een versterkt bestuur van Europa en Europa heeft dat versterkte bestuur nodig. Mijn toespraak – u zult het een toespraak noemen, want het is een toespraak, maar wel een toespraak die ik houd namens het nieuwe college en waaruit een ambitie, een beleidslijn spreekt – is duidelijk. Dit zijn geen gewone tijden. Ik heb al gezegd: zowel binnen als buiten Europa is er behoefte aan meer vastberadenheid op Europees gebied. Ik ben er zowel verstandelijk als uit politiek oogpunt absoluut van overtuigd dat als Europa niet gezamenlijk handelt, we het gevaar lopen slechts een rol van weinig betekenis te kunnen spelen op internationaal gebied. Ik heb het al in mijn richtsnoeren gezegd voor de staatshoofden en regeringsleiders, en ik zal het overmorgen herhalen tijdens de informele Europese Raad, want ik ben ervan overtuigd.
Ik denk dat de recente ontwikkelingen deze situatie alleen maar scherper hebben benadrukt. De internationale financiële crisis heeft aangetoond hoezeer onze economieën vervlochten zijn. Ook de huidige problemen van de eurozone tonen aan hoezeer onze economieën vervlochten zijn. We moeten ons daarom krachtiger inspannen in termen van Europese coördinatie en Europees bestuur. We hoeven Brussel niet per se nationale bevoegdheden te geven: dat is een discussie uit de twintigste eeuw die naar mijn mening achterhaald is. Het is een vergissing om een discussie te voeren in termen als “het is voor Brussel, het is voor de Commissie, het is tegen de lidstaten ...”, want dat is belachelijk.
Het is duidelijk dat als we vandaag de dag willen meetellen in de wereld, onze lidstaten alleen niet de noodzakelijke invloed hebben om op gelijke voet te praten met de Verenigde Staten, Rusland of China. We hebben behoefte aan deze dimensie, niet om Brussel te versterken, maar om Europa te versterken en vooral om ons te concentreren op de concrete belangen van al onze burgers. Daar moeten we gezamenlijk aan werken en ook daarover zeg ik u: steun ons. We hebben behoefte aan uw steun, niet in de zin van een strijd tussen de instellingen – meer dan ooit hebben we behoefte aan institutioneel partnerschap – maar om de belangen van Europa te behartigen in de wereld.
Laten we ten slotte ook heel duidelijk zijn over de externe betrekkingen. Op welk gebied telt Europa mee in de wereld? Europa telt mee daar waar het een echt gezamenlijk afgestemde positie inneemt. Europa wordt gerespecteerd op handelsgebied, dat kan ik u verzekeren. Onze mededingingswetgeving wordt door alle grote internationale concerns geëerbiedigd. We hebben een gemeenschappelijk beleid. We hebben instellingen. We hebben de basis van waaruit we kunnen handelen. Maar pas op! Met name wanneer het gaat over internationale veiligheid, beschikt Europa op dit moment niet over de geopolitieke instrumenten en defensie-instrumenten die andere landen wel hebben. Wanneer ik met enkele van onze mondiale partners spreek, zie ik heel goed dat zij vooral in termen van veiligheid denken. Zij denken in termen van strategisch evenwicht. En op dat gebied, laat dat duidelijk zijn, kan Europa zich niet naïef opstellen.
Het probleem in Kopenhagen was niet een gebrek aan ambitie van Europa, zoals sommigen zeggen. Integendeel, wij waren verreweg het meest ambitieus. Ik vind dat Kopenhagen heeft aangetoond dat we een Europees belang hadden moeten formuleren op de verschillende gebieden en dat samen met al onze partners op een samenhangende en strategische wijze hadden moeten behartigen. We moeten dus niet eenvoudigweg een ruimhartig beleid voeren, hoe belangrijk dat ook is, maar we moeten ook de kracht hebben om onze ruimhartigheid te verdedigen en de overtuiging om onze belangen te behartigen. Dat ben ik van plan te doen en ik hoop ook op uw steun op dat gebied.
Ten slotte hebben sommigen – onder wie de heren Lehne en Swoboda, de dames Roth-Behrendt en Wallis, en de heer Rangel – uitvoerig gesproken over het interinstitutionele vraagstuk en met name het kaderakkoord. Ik wil u graag zeggen dat ik tijdens de onderhandelingen met u juist de geest en de letter van het Verdrag van Lissabon heb geprobeerd over te brengen.
Nog niet iedereen heeft begrepen dat het Europees Parlement nu over bevoegdheden beschikt die het vóór het Verdrag van Lissabon nog niet had. Ik geloof in de Europese dimensie van parlementsleden, en als ik spreek over dimensie – mijn Engels is niet zo goed als dat van u, mevrouw Wallis – dan is dat niet om iets vaags te zeggen. Dimensie betekent voor mij diepgang, reikwijdte. Dat is in elk geval iets heel ambitieus.
In die geest wil ik met het Parlement samenwerken. Niet tegen een andere instelling, want ik denk – en dat moet ik hier zeggen – dat we een heel sterke Raad en Europese Raad nodig hebben. Ik juich de vernieuwingen van het Verdrag van Lissabon toe, waaronder de totstandkoming van een permanent voorzitterschap van de Europese Raad, want dat zorgt voor continuïteit en samenhang op langere termijn.
Ik juich ook de nieuwe functie van hoge vertegenwoordiger, tevens vicevoorzitter van de Europese Commissie, toe. Deze is niet bedoeld om de zaken ingewikkelder te maken, integendeel! In plaats van twee centra voor buitenlandse betrekkingen, een bij de Raad en een bij de Commissie, hebben we nu één persoon – in dit geval mevrouw Ashton – die de Europese belangen gaat behartigen met intergouvernementele legitimiteit, wat heel belangrijk is in externe betrekkingen, maar ook met Europese legitimiteit.
Ik zeg dat met zeer grote overtuiging. Ik denk dat het een vergissing zou zijn om nu een discussie of institutionele confrontatie aan te gaan. We hebben de verschillende instellingen nodig. Sommigen voelden zich geroepen om de eeuwige vraag over de heer Kissinger en het telefoonnummer te stellen. Ik heb het al eens gezegd: de heer Kissinger was minister van Buitenlandse Zaken. Ik denk dat vanaf nu mevrouw Ashton de gesprekspartner van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken zal zijn. Zij heeft de verantwoordelijkheid en de bekwaamheid om die rol te vervullen.
Maar inderdaad hebben we op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders, los van de betrekkingen met onze lidstaten, in het Verdrag van Lissabon de voorzitter van de Raad, die Europa vertegenwoordigt op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en de Commissie, die uit hoofde van artikel 17 Europa vertegenwoordigt in de overige aspecten van de buitenlandse betrekkingen. Dat is ons systeem.
Sommige mensen zouden een geheel eenvormig systeem willen. Zoals sommigen al hebben gezegd, hebben ook de Amerikanen niet altijd een geheel eenvormig systeem. Soms onderhandelen we met de Amerikaanse regering en dan komen we er vervolgens achter dat het Congres niet precies op dezelfde lijn zit als de Amerikaanse regering.
We moeten ook begrijpen dat we met 27 lidstaten zijn. We hebben een systeem dat in vergelijking met het interne systeem een vooruitgang is. In plaats van een voorzitterschap dat iedere zes maanden wisselt, hebben we een permanent voorzitterschap van de Raad. We hebben nu de hoge vertegenwoordiger en vicevoorzitter van de Commissie. Dat is zeker een vooruitgang, maar de dynamiek is belangrijker dan het mechanisme. En juist in dat opzicht moeten we een nieuwe dimensie geven aan ons handelen.
Ik besluit met een oproep aan het Parlement. Macht en verantwoordelijkheid gaan hand in hand. En daarover zal ik heel eerlijk tegen u zijn, dames en heren. Het Europees Parlement heeft veel macht gewonnen met deze herziening. Ik hoop dat deze macht niet alleen gebruikt zal worden voor sympathieke zaken, voor feelgood-beleid, maar ook voor de verantwoordelijkheid om Europa samen met de andere instellingen te besturen. Het is een grote test voor de verantwoordelijkheid van alle instellingen – van het Europees Parlement, van de Commissie en van de Europese Raad.
Sommigen van u hebben me gevraagd – oprecht, naar ik geloof – om meer moed te tonen. Ik kan u zeggen dat ik klaar ben om deze strijd te voeren. Maar de Commissie kan dat niet alleen. Laten we duidelijk zijn op dat punt. Het zou een illusie zijn en de Commissie kan haar invloed, haar macht, haar bestuur niet gebruiken tegen de lidstaten, die democratische staten zijn.
We moeten het samen doen, met een parlementaire vertegenwoordiging – in dit geval het Europees Parlement – die ook haar verantwoordelijkheid neemt en die niet alleen maar, zoals sommigen willen, protesten uit. En ik heb gemerkt dat bepaalde mensen harder schreeuwen omdat ze zwakker zijn! Waar we behoefte aan hebben is dat alle verantwoordelijke Europese politieke groeperingen samenwerken.
Sommige fracties hebben aangegeven tegen ons te zullen stemmen. Wat betreft de extremen kan ik zeggen dat ik bezorgd zou zijn als ze voor ons zouden stemmen. Aan dat soort steun heb ik geen behoefte. De Commissie wil geen steun van extremisten. Maar de Commissie wil en vraagt wel de steun van alle Europese krachten. Dat vraag ik u. Ik vraag het bescheiden, maar ook met de overtuiging dat wij uw steun nodig hebben en dat u ons kunt helpen de huidige kloof te overbruggen.
Wat is het echte probleem? Laten we ook op dat punt duidelijk zijn. Wanneer we met onze medeburgers spreken – en dit wordt mijn laatste punt, mijnheer de Voorzitter – is er in Europa momenteel een fundamentele kloof tussen de ambities die we uitspreken en de resultaten die we behalen.
Sommigen willen deze kloof nu aangrijpen om het ambitieniveau te verlagen. Anderen – ook wij – willen juist de resultaten verbeteren, zodat deze gelijk opgaan met de ambities. Ik reken op het Parlement om onze ambitie te verwezenlijken, een ambitie voor een sterker Europa in een wereld die steeds veeleisender wordt.
Ik vraag u om uw steun te geven aan de nieuwe Commissie, zodat we de Europese droom met ambitie kunnen verwezenlijken.
(Applaus)
De Voorzitter. – Dank u, mijnheer Barroso, voor uw gedetailleerde antwoorden op de vragen en opmerkingen van het Parlement, en ook voor uw zeer uitvoerige bespreking van onze wederzijdse betrekkingen – die tussen de Europese Commissie en het Europees Parlement. Wij zijn ons bewust van de verantwoordelijkheid die op het Europees Parlement rust. Ons akkoord is nieuw in zijn soort en onze samenwerking wordt inniger dan ooit. Met name van belang is de gedeelde verantwoordelijkheid van onze twee communautaire instellingen, het Europees Parlement en de Europese Commissie. Ik dank u ook voor de uiteenzetting van uw visie op het werk van de Europese Commissie en op de doelstellingen daarvan. Ik wil nogmaals mijn dank betuigen aan de heer López Garrido, die het Spaanse voorzitterschap vertegenwoordigt, en aan de gehele Spaanse delegatie, voor hun aanwezigheid hier in deze vergaderzaal tijdens de afhandeling van onze procedures en het debat.
Tot besluit van het debat zijn vijf ontwerpresoluties ingediend(1) overeenkomstig artikel 106, lid 4, van het Reglement.
Het debat is gesloten.
De stemming vindt dinsdag 9 februari 2010 plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 149)
Carlo Casini (PPE), schriftelijk. – (IT) Als voorzitter van de Commissie constitutionele zaken wil ik blijk geven van mijn tevredenheid over de overeenstemming die is bereikt over de hoofdlijnen van een nieuw kaderakkoord tussen de Commissie en het Parlement.
Daarnaast wil ik echter duidelijk maken dat we dieper moeten nadenken over de aard van de verhoudingen tussen deze twee instellingen. In de toekomstperspectieven van een meer democratische Unie blijft het beeld van het Parlement dat van de vertegenwoordiger van het volk en het beeld van de Raad dat van een tweede kamer die de lidstaten vertegenwoordigt. In deze context moet de Commissie worden beschouwd als een regering en het is duidelijk dat in deze samenstelling regels nodig zijn die gedetailleerder zijn dan de aanpassingen die vandaag verdienstelijk zijn geschetst.
Ik wil nog een overweging meegeven over het initiatiefrecht van de burgers. De relevante regelgeving zal moeten worden afgestemd op de gevolgen die dit recht volgens ons zal hebben. Er kan alleen over deze gevolgen worden nagedacht in het licht van een vergelijking met de gevolgen van het reeds bestaande recht van iedere burger om een verzoekschrift in te dienen bij het Parlement en met de gevolgen die verband houden met de beperkte macht van het Parlement, dat het moet stellen zonder het recht van initiatief maar wel de bevoegdheid heeft om de Commissie te vragen met een wetsvoorstel te komen.
Edite Estrela (S&D), schriftelijk. – (PT) Na het oplossen van de institutionele problemen door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon en de verkiezing van de nieuwe Commissie begint er een nieuwe fase in de geschiedenis van de Unie. Wij spreken de wens uit dat in dit nieuwe tijdperk veel ambitie zal worden getoond door het nemen van initiatieven en door te anticiperen op de grote problemen van onze tijd. Hopelijk gaat in deze nieuwe fase de Europese Commissie, in overeenstemming met het Interinstitutionele Akkoord, nauw samenwerken met het Europees Parlement bij het zoeken naar een oplossing voor de problemen waar de Europese burgers door worden getroffen. Tevens hopen wij dat het een nieuwe fase wordt van Europees leiderschap bij de grote actuele thema’s, waarin een adequaat antwoord kan worden gegeven op toekomstige uitdagingen. We verwachten dat in deze nieuwe fase een rechtvaardiger en solidairder Europa wordt opgebouwd.
Het nieuwe college van commissarissen is blijkens de hoorzittingen opgewassen tegen de eisen van deze tijd. Het is een evenwichtige Commissie, waarvan de helft uit ervaren veteranen bestaat en de andere helft uit nieuwe leden. De Commissie kent ook een evenwichtige samenstelling wat betreft de verhouding tussen de geslachten, aangezien een derde van de leden vrouw is. Daarmee zijn er in de nieuwe Commissie net iets meer vrouwen dan in de vorige Commissie. Het machtsevenwicht tussen de drie instellingen maakt niemand zwakker en Europa juist sterker.
Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Bij het presenteren van de nieuwe Europese Commissie heeft voorzitter Barroso een programma voorgelegd dat het neoliberale, federalistische en militaristische beleid van de vorige Commissie voortzet. Het college van commissarissen dat hij heeft gepresenteerd zal voortborduren op dezelfde politieke richtsnoeren, zoals we bij de hoorzittingen in de parlementscommissies hebben kunnen vaststellen. Wij gaan een periode tegemoet van voorstellen om de huidige Europese kapitalistische integratie verder te verdiepen.
De vorige Commissie heeft al veel voorbereidend werk verricht, waaronder de algemene beleidslijnen en de zogeheten publieke raadpleging in verband met de strategie die continuïteit moet geven aan de zogenaamde Lissabonstrategie. Voorlopig wordt die strategie de EU 2020-strategie genoemd, maar er wordt al duidelijk gemaakt waar die strategie toe dient: “Op weg naar resultaten: bestaande instrumenten, maar een nieuwe aanpak”. Dan weten we al genoeg: nog meer oude wijn in nieuwe zakken.
Er wordt voorbijgegaan aan de noodzaak de balans op te maken van de uitvoering van de maatregelen die genomen zijn in het kader van de Lissabonstrategie en de mate waarin de geproclameerde doelstellingen bij het starten van die strategie zijn gerealiseerd aan de ene kant en de gevolgen van de toepassing van het stabiliteitspact aan de andere kant. De meer dan 23 miljoen werklozen in de EU (waarbij met name de jeugdwerkloosheid van meer dan 21 procent moet worden genoemd) worden genegeerd, evenals de meer dan 85 miljoen Europeanen die in armoede leven. Daarom kunnen wij alleen maar tegen deze nieuwe Commissie stemmen.
Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (S&D), schriftelijk. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Commissie, die wordt voorgezeten door de heer Barroso, heeft vandaag meer steun gekregen dan in 2004. In het debat dat aan de stemming voorafging zijn er echter veel bedenkingen geuit, zowel over de samenstelling van de Commissie als over de onduidelijke verdeling van de bevoegdheden binnen het nieuwe college. Zo valt consumentenbescherming bijvoorbeeld onder de portefeuilles van maar liefst zes verschillende commissarissen. Op het moment is het moeilijk voor te stellen hoe die gedeelde bevoegdheden in de praktijk de effectiviteit van de werkzaamheden van de desbetreffende commissarissen zullen beïnvloeden. De Europese Commissie die vandaag, 9 februari, is gekozen, zal snel aan het werk moeten, want sinds ongeveer oktober vorig jaar, toen de nieuwe Commissie had moeten worden gekozen, heeft de oude Commissie alleen maar op de winkel gepast en geen nieuwe initiatieven genomen. Het zal voor de nieuwe Commissie een beproeving zijn om zich aan het kaderakkoord te houden wat betreft de contacten met het Parlement, met name het beginsel van gelijke behandeling van het Parlement en de Raad.
Ik zou er ook graag op willen wijzen dat tijdens de zittingsperiode van de huidige Commissie de interinstitutionele overeenkomst “Beter wetgeven” uit 2003 geëvalueerd zal worden. Als rapporteur voor de Commissie juridische zaken houd ik mij hier momenteel mee bezig, en ik hoop dat een opbouwende samenwerking met de nieuwe Commissie tot aanzienlijke resultaten op dit gebied zal leiden.
Rareş-Lucian Niculescu (PPE), schriftelijk. – (RO) Het nieuwe college van commissarissen is het eerste complete EU-team van 27 lidstaten. Roemenië en Bulgarije, die zijn toegetreden op 1 januari 2007, hebben pas nu de kans gehad om voor de gehele termijn van vijf jaar een commissaris voor te stellen.
Ik wil Roemenië feliciteren met de keuze voor de heer Cioloş. Ik denk dat zijn optreden bij de hoorzittingen van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling een diepe indruk op alle aanwezigen hebben gemaakt. Ik ben ook van mening dat zijn professionaliteit goed van pas komt, gezien de grote uitdagingen op het terrein waarop hij leiding zal geven. Ik doel dan in de eerste plaats op de komende debatten over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.
Om de meest geschikte oplossingen te vinden, die tegemoetkomen aan de behoeften en belangen van alle lidstaten, zal de nieuwe commissaris een grondig begrip moeten hebben van de Europese landbouw, een grote hoeveelheid energie en veel gevoel voor diplomatie. Ik weet dat hij over al deze kwaliteiten beschikt. Ik wens het gehele college van commissarissen veel succes en ik hoop dat het werk dat het gaat uitvoeren in de komende periode de Europese Unie dichter bij haar burgers brengt.
Rafał Kazimierz Trzaskowski (PPE), schriftelijk. – (PL) Ik feliciteer de heer Barroso en het gehele college van Commissarissen, maar tegelijkertijd hoop ik dat we nu een meer onafhankelijke en dynamische Commissie krijgen. Een Commissie die bovenal het algemeen belang zal beschermen en die krachtige hervormingen van het EU-beleid op zich zal nemen, waar we van start mee moeten gaan na de jaren die we aan het hervormen van onze instellingen hebben besteed. Wat betreft de verhoudingen tussen de Commissie en het Parlement zijn we getuige van een nieuwe openheid, die niet alleen veroorzaakt wordt door de nieuwe bevoegdheden van het Parlement, maar ook, zoals we afgelopen najaar hebben gehoord, door de wens van de heer Barroso een speciale samenwerking met het Parlement aan te gaan. Het is een feit dat specifieke bepalingen in het voorlopige kaderakkoord over samenwerking tussen de twee instellingen de rol van het Parlement in het besluitvormingsproces aanzienlijk versterken, waardoor dit proces democratischer wordt. Het probleem zit echter in de details, en daarom gaan we alle onderhandelingen nauwgezet volgen om te waarborgen dat men zich houdt aan de beloften, zoals het betrekken van het Parlement in het proces waarmee vorm wordt gegeven aan de diplomatieke activiteiten van de EU.
(De vergadering wordt om 11.50 uur onderbroken en om 12.05 uur hervat)