De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A7-0025/2010) van Sophia in ’t Veld, namens de Commissie ECON, over het mededingingsbeleid 2008 (COM(2009)0374 - 2009/2173(INI))
Sophia in 't Veld, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, commissarissen, beste collega's – ook degenen die momenteel de zaal verlaten – dit verslag werd met een grote meerderheid aangenomen in de Commissie economische en monetaire zaken en is het resultaat van gezamenlijk inspanningen van alle fracties. Ik wil graag alle schaduwrapporteurs – die voor zover ik kan zien nog steeds aanwezig zijn – bedanken voor hun uitstekende samenwerking.
De commissie is met name verheugd over de nadruk op consumenten. De vorige commissaris, mevrouw Kroes, is er uitstekend in geslaagd de consument centraal te stellen in het mededingingsbeleid, en wij vertrouwen erop dat commissaris Almunia hierop zal voortbouwen.
Dat brengt mij bij de eerste belangrijk kwestie, namelijk die van kartels. We hebben kwesties als de meest effectieve sancties, de billijkheid van hoge boetes en de haalbaarheid van strafrechtelijke sancties uitgebreid besproken.
Voordat ik echter inga op de details van onze discussies, wil ik Europese bedrijven er graag aan herinneren dat zij sancties het beste kunnen ontlopen door eenvoudigweg geen kartels te vormen. Wellicht denkt u dat u de mededingingsautoriteiten te slim af bent, maar in feite schaadt u hiermee de consument. Kartels zijn niet slim, ze zijn laakbaar.
Daarom verwelkomen we het resolute standpunt dat de Europese Commissie heeft ingenomen inzake concurrentiebeperkend gedrag. Het is van wezenlijk belang dat sancties slecht gedrag bestraffen, vooral bij recidivisten, maar tegelijkertijd moeten ze ook goed gedrag stimuleren. Sancties moeten een toereikend afschrikkend effect hebben. Hoge boetes zijn een effectief instrument, maar als enige instrument zijn ze mogelijk te bot. Daarom vragen wij de Commissie voorstellen te doen om het instrumentarium geraffineerder en effectiever te maken. In het verslag stellen wij voor om te kijken naar kwesties zoals individuele verantwoordelijkheid, transparantie en verantwoordingsplicht van ondernemingen, kortere procedures, het recht op een eerlijk proces en de ontwikkeling van Europese normen en programma's voor naleving van de regelgeving door bedrijven.
Een tweede kwestie is staatssteun. In het verband van de economische crisis zijn er enorme bedragen aan staatshulp verstrekt. Buitengewone omstandigheden vragen om buitengewone maatregelen. Dat erkennen we, maar daarbij mogen we het feit niet uit het oog verliezen dat er een prijs moet worden betaald voor het verstrekken van staatssteun. Het verstoort mededinging en leidt tot een recordhoogte aan overheidsschulden en begrotingstekorten. De rekening voor deze periode moet door toekomstige generaties worden betaald. We hebben de plicht om elke uitgegeven cent te rechtvaardigen. Daarom verheugt het mij dat de Commissie economische en monetaire zaken bij de Commissie aandringt op een grondige evaluatie van de resultaten van alle buitengewone staatssteun.
We zouden vooral graag een evaluatie zien over de verstrekte staatssteun voor het zogenaamde groen herstel. Twee jaar geleden werden we overgehaald om het herstelpakket en de maatregelen voor staatssteun te aanvaarden met de belofte dat deze zouden worden gebruikt om de lang verwachte overgang naar een duurzame kenniseconomie mogelijk te maken. Nu vragen we u: heeft het geld inderdaad die overgang mogelijk gemaakt? Waaraan is het besteed? Wie waren de ontvangers en wat hebben zij daadwerkelijk gedaan voor groen herstel?
Ook hebben we duidelijkheid nodig, commissaris, over het effect van het gebruik van staatssteun in de financiële sector en met name de mogelijke verstorende effecten hiervan.
Nu zou ik graag enkele woorden willen zeggen over de kwestie van verticale afspraken. We weten dat de huidige overeenkomst in mei van dit jaar wordt herzien. De Europese Commissie heeft eerder beloofd om het Europees Parlement nauw te betrekken bij het herzieningsproces. Tot mijn teleurstelling moest ik echter in de media lezen over de meest recente versie van de voorstellen. Toen ik de Commissie vervolgens vroeg om dezelfde documenten die naar de pers waren gelekt, was er nog behoorlijk wat pressie voor nodig om die documenten in handen te krijgen en ik kan mijn irritatie hierover maar moeilijk verbergen. De Commissie moet een einde maken aan het systematisch en opzettelijk lekken naar de pers. Door te ontkennen dat dit gebeurt, beledigt u eerlijk gezegd onze intelligentie.
In wezen laten de voorstellen van de Commissie ruimte voor discriminatie tegen onlinewinkeliers die geen concrete winkel hebben. Ik heb gebruik gemaakt van mijn voorrecht als rapporteur om een amendement in te dienen waarin de Commissie wordt gevraagd om deze situatie te corrigeren. In de 21e eeuw moeten we concurrentie van onlinewinkeliers stimuleren, niet onderdrukken. We doen een beroep op de Commissie om consumentenbelangen boven gevestigde belangen te plaatsen.
We vragen de Commissie de lang verwachte sectoronderzoeken uit te voeren waar dit Parlement al meerdere keren om heeft gevraagd, met name naar online-adverteren. Als de Commissie deze niet wil uitvoeren, willen we de weigeringscriteria graag begrijpen.
Tot slot, commissaris, zijn we erg blij met de belofte van commissaris Almunia om het Parlement nauw te betrekken bij de vormgeving van het mededingingsbeleid. De economische crisis heeft duidelijk aangetoond dat er meer democratische legitimiteit van het mededingingsbeleid nodig is en in dit verband neem ik aan dat het incident met het document over verticale afspraken enkel een vergissing was. We erkennen de onafhankelijkheid van de Commissie – en als liberaal doe ik dat zeer zeker – , maar we verwachten ook dat de Commissie het Parlement nauw betrekt bij de vormgeving van het mededingingsbeleid volgens de regels die zijn opgenomen in het verslag.
We verheugen ons op de reactie van de Commissie. Dank u, mijnheer de Voorzitter, voor uw geduld.
Michel Barnier, lid van de Commissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil uiteraard, uit naam van mijn collega en vriend, de heer Almunia, mevrouw in 't Veld bedanken voor haar verslag over het mededingingsbeleid 2008. Ook wil ik de heren Bütikofer en Bielan bedanken, die als rapporteur voor de Commissie industrie, onderzoek en energie en voor de Commissie interne markt en consumentenbescherming, mede hebben bijgedragen aan het tot stand komen van dit verslag.
Mevrouw in ‘t Veld, het valt de Commissie op dat in de ontwerpresolutie van het Parlement een groot aantal kwesties wordt aangesneden, zoals u net ook al opmerkte. Behalve naar het verslag van de Commissie over het mededingingsbeleid verwijst de ontwerpresolutie ook naar de verslagen van de Commissie over de uitvoering van de verordeningen en over de herziening van de concentratieverordening.
In de ogen van de Commissie streeft uw ontwerpresolutie twee doelen na. Ten eerste kan de inhoud van onze jaarlijkse verslagen over het mededingingsbeleid nog verder verbeterd worden en ten tweede, nog belangrijker, kan de Commissie op basis van deze ontwerpresolutie een grondige dialoog aangaan met het Parlement. U kunt ervan verzekerd zijn dat ik uw uitnodiging om die dialoog met het Parlement nog verder uit te diepen, zal doorgeven aan de heer Almunia.
Die dialoog vormt de grondslag voor het goed functioneren van alle beleid, waaronder in onze ogen ook het mededingingsbeleid. Het Parlement heeft er nog eens op gewezen dat het zijn wens is dat het mededingingsbeleid onder de medebeslissingsprocedure valt. Mevrouw in 't Veld, ik zou graag heel openhartig willen zijn: de Commissie heeft niet de bevoegdheid om te tornen aan de bepalingen van het Verdrag als het gaat om de rechtsgrondslag die op dit mededingingsbeleid van toepassing is. We zijn echter bereid van geval tot geval te bekijken of de medebeslissingsprocedure van toepassing kan zijn op nieuwe initiatieven, indien de doelstellingen daarvan buiten het werkterrein van het mededingingsbeleid liggen.
Ten aanzien hiervan weet u dat commissaris Almunia in januari heeft aangekondigd dat het Parlement volledig betrokken zou worden bij alle wetgevingsinitiatieven die te maken hebben met verzoeken om schadeloosstelling die door particulieren worden ingediend. De Commissie is, net als het Parlement, van mening dat de economische crisis geen excuus mag zijn voor een versoepeling van de mededingingsregels of voor een versoepeling van de controle op concentraties of staatssteun. De huidige stand van zaken laat duidelijk zien dat de Commissie sterk vasthoudt aan deze beginselen: mededigingsverstoringen voorkómen, óók in tijden van crisis, en tegelijkertijd flexibel en open zijn ten aanzien van procedures indien nodig.
Het jaar 2008, waarin deze economische en financiële crisis begon, was een bijzonder jaar. Het verslag over het mededingingsbeleid vormt de weerslag van het zeer ambitieuze werk dat de Commissie op dit terrein verzet heeft in nauwe samenwerking met haar partners op nationaal en op Europees niveau.
De crisis heeft in 2009 haar dieptepunt bereikt. Het centrale hoofdstuk van het verslag over 2009 zal gewijd zijn aan mededinging, in de context van deze economische en financiële crisis. Dit verslag over 2009 zal naar verwachting in het derde kwartaal van dit jaar worden aangenomen. Het zal door commissaris Almunia aan het Parlement worden voorgelegd. Dat zal zonder twijfel een goede gelegenheid zijn voor weer een constructief debat tussen het Parlement en de Commissie.
Mevrouw in 't Veld, u had het aan het eind van uw interventie ook over de kwestie van verticale afspraken, het amendement dat u heeft ingediend. De Commissie is van mening, mevrouw in 't Veld, dat ze een redelijke balans heeft gevonden ten aanzien van dat onderwerp.
Enerzijds kunnen leveranciers, dankzij de vrijstellingen per categorie, hun distributeurs kiezen en met hen tot een overeenkomst komen over de verkoopvoorwaarden voor geleverde producten, zowel voor de verkoop in winkels als voor de verkoop via internet. Zo kunnen ze zelf bepalen wat voor hen de beste manier is om hun producten af te zetten en hun merknaam te beschermen.
Anderzijds moeten erkende distributeurs de vrijheid hebben om gebruik te maken van het internet, en de voorwaarden die van toepassing zijn op hun internetverkoop moeten gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden die gelden voor verkoop via winkels, zodat overbodige beperkingen aan hun gebruik van het internet vermeden worden. Daardoor draagt het voorstel bij aan het algemene beleid van de Commissie om verkoop en handel via internet te stimuleren.
Seán Kelly (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de rapporteur had het over kartels. Het bestaan van kartels en bewijzen dat deze bestaan, zijn echter twee verschillende zaken. Ik weet dat in Ierland, met name in de landbouwsector, veel boeren van mening zijn dat de fabrieken een kartel vormen. Omdat Ierland een eiland is, wordt het transport van vee steeds lastiger, waardoor de fabrieken alles zelf moeten doen, vooral nu, met de aangescherpte, haast draconische beperkingen.
Er dient te worden opgemerkt dat de prijzen langzaam en gelijkmatig stijgen, maar snel en gelijkmatig dalen. Als gevolg hiervan bedraagt het prijsverschil tussen vee in Ierland en in Groot-Brittannië ongeveer 150 tot 200 per stuk. Zoals gezegd is dit wellicht moeilijk te bewijzen. Wellicht kan commissaris Barnier zijn gevoelige antenne echter gebruiken om hier onderzoek naar te doen en helpen corrigerende maatregelen te nemen.
Andreas Schwab (PPE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst zou ik u en de commissaris willen bedanken voor de toelichting. Het is werkelijk in het belang van de consumenten dat er op wordt toegezien dat er de hand wordt gehouden aan de bepalingen van het Europese mededingingsbeleid. Het verheugt me dat de Commissie deze keer voor het eerst een apart hoofdstuk heeft gewijd aan het mededingingsrecht en aan het belang daarvan voor de consumenten. We hebben vijf jaar lang van de Europese Commissie niets gehoord over het Europese mededingingsbeleid, dus is dit goed nieuws.
De moeilijkste fase voor de tenuitvoerlegging van het Europese mededingingsrecht, met name in verband met het nationale recht en de regels voor het verlenen van steun aan de banken, komt nog. In 2008 was dat geen probleem. In zoverre bevat dit verslag een duidelijke boodschap, de Commissie moet dit goed controleren, zodat dit niet ten koste gaat van de Europese interne markt en dus ook van de Europese consument.
In dat verband is voor ons bijzonder belangrijk hoe we het mkb behandelen. In het verslag pleiten we heel duidelijk voor een speciale behandeling van het mkb bij het opleggen van straffen op basis van het kartelrecht.
We hebben moeite met de verticale afspraken op de onlinemarkt, maar het lijkt ons te vroeg voor een effectbeoordeling, zoals nu wordt voorgesteld na de stemming in de Commissie economische en monetaire zaken. Daarom willen we niet afwijken van het verslag van die commissie.
Antolín Sánchez Presedo (S&D). – (ES) Mijnheer de Voorzitter, het verslag over het mededingingsbeleid in 2008 bevat voor de eerste maal een hoofdstuk over kartels en consumenten, en voor de eerste maal wordt er gesproken over de oplegging van dwangsommen. Daarnaast worden er belangrijke initiatieven genoemd, zoals begeleidende richtsnoeren voor het pakket klimaat-energie en een Witboek betreffende schadevergoedingsacties wegens schending van de mededingingsregels.
Het verslag gaat ook in op de rol van het mededingingsbeleid tijdens de crisis. De effecten van dat beleid hebben bijgedragen tot de stabilisering en afname van overheidssteun. Als we eenmaal uit de crisis beginnen te komen, zullen we de verstoringen moeten corrigeren en een evenwichtig speelveld moeten herstellen waarbij morele risico’s vermeden worden.
Het onderhavige verslag dringt aan op perspectieven voor de automobielbranche, op aandacht voor de problemen van het midden- en kleinbedrijf, en op onderzoek naar de distributieketen van de levensmiddelenindustrie met follow-upmaatregelen voor zuivelproducten.
Verder pleit het voor een meer ontwikkeld en erkend mededingingsbeleid, met versterking van de rol van het Europees Parlement. Het verslag heeft dan ook onze steun en wij wensen de rapporteur geluk met het resultaat dat zij bereikt heeft.
Zigmantas Balčytis (S&D). – (LT) Als schaduwrapporteur wil ik graag allereerst mijn collega, mevrouw in ’t Veld, complimenteren met de voorbereiding van een uitstekend verslag. Het verslag onderstreept naar mijn idee duidelijk de gebieden waar de Commissie speciale aandacht aan moet besteden. Ten eerste is er de controle van staatssteun. Tijdens de crisis heeft de Europese Commissie lidstaten de mogelijkheid geboden om uitsluitend staatssteun aan te wenden. Omdat deze steun in allerijl werd verleend, moet de Commissie onderzoeken of deze steun doeltreffend is gebruikt, of hij resultaat heeft gehad, en of de crisis een protectionistische reactie bij de lidstaten teweeg heeft gebracht, aangezien protectionisme en de opsplitsing van de gemeenschappelijke markt schadelijk zijn voor de concurrentie en de positie van de Europese Unie in de wereldeconomie alleen maar verzwakt. Ik ben ook blij dat de rapporteur rekening heeft gehouden met het standpunt van de Commissie industrie, onderzoek en energie over de problemen van de interne energiemarkt van de Europese Unie, en dan vooral met het feit dat het onmogelijk is om de concurrentie en algemene werking van deze markt veilig te stellen zolang er energie-eilanden bestaan en energie-infrastructuren onderling niet verbonden zijn en niet goed werken.
De Voorzitter. – Het debat is gesloten.
De stemming vindt op dinsdag 9 maart 2010 om 12.00 uur plaats.