Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

O-0169/2009 (B7-0009/2010)

Debatten :

PV 10/03/2010 - 6
CRE 10/03/2010 - 6

Stemmingen :

OJ 10/03/2010 - 26

Aangenomen teksten :


Debatten
Woensdag 10 maart 2010 - Straatsburg Uitgave PB

6. Jaarverslag 2008 over het GBVB - De tenuitvoerlegging van de Europese veiligheidsstrategie en het EVDB - Non-Proliferatieverdrag (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Ik heet barones Ashton welkom, en verklaar de zitting geopend.

Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

– het verslag (A7-0023/2010) van Gabriele Albertini, namens de Commissie buitenlandse zaken, over het jaarverslag van de Raad aan het Europees Parlement over de voornaamste aspecten en fundamentele keuzen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) in 2008, aan het Europees Parlement gepresenteerd overeenkomstig deel II, sub G, punt 43 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 Jaarverslag 2008 over het GBVB (2009/2057(INI)),

– het verslag (A7-0026/2010) van Arnaud Danjean, namens de Commissie buitenlandse zaken, over de tenuitvoerlegging van de Europese veiligheidsstrategie in het kader van het Europees veiligheids- en defensiebeleid (2009/2198(INI)),

– de mondelinge vraag (O-0169/2009) van Gabriele Albertini en Arnaud Danjean, namens de Commissie AFET, aan de Raad: Non-Proliferatieverdrag (B7-0009/2010), en

– de mondelinge vraag (O-0170/2009) van Gabriele Albertini en Arnaud Danjean, namens de Commissie AFET, aan de Commissie: Non-Proliferatieverdrag (B7-0010/2010).

 
  
MPphoto
 

  Gabriele Albertini, rapporteur. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon heeft de Unie een nieuwe aanpak nodig en een gemeenschappelijke inspanning om wereldwijde problemen aan te pakken. De bevoegdheden die wij dankzij de inwerkingtreding van het Verdrag recentelijk hebben verkregen, betekenen dat dit Parlement een frequente, op samenwerking gebaseerde en efficiënte dialoog zal onderhouden met onze belangrijkste gesprekspartner, namelijk barones Ashton, die de eer heeft voor het eerst te mogen optreden als nieuwe vicevoorzitter en hoge vertegenwoordiger.

Over haar mandaat is afgelopen januari unaniem gestemd en de Raad en de Commissie hebben het Parlement verschillende keren beloofd dat zij het Parlement continu zullen betrekken bij de belangrijkste thema’s op het gebied van Europese veiligheid en defensie. Zoals het verslag zelf bevestigt, wordt de hoge vertegenwoordiger daarom verzocht naar het Europees Parlement te komen en het Parlement frequent en regulier te raadplegen.

Met het Verdrag van Lissabon krijgt het externe optreden van de Europese Unie een nieuwe en belangrijke dimensie, maar de verwezenlijking van dit doel hangt ook af van de vraag of de Europese Unie over de benodigde financiële middelen beschikt. Het Europees Parlement heeft een fundamentele taak in zijn rol als hoeder van de democratische legitimiteit van het externe optreden. Met de oprichting van een Europese dienst voor extern optreden krijgt de Europese Unie een diplomatiek corps en apparaat, terwijl zij tot op heden slechts nationaal kon worden vertegenwoordigd.

Een zeer belangrijk en actueel aspect van het Verdrag zijn de rollen van de officiële vertegenwoordigers. De hoge vertegenwoordiger is verantwoordelijk voor hun benoeming. Desondanks verzoekt het Parlement, zoals het verslag aangeeft, om meer bevoegdheden op het vlak van stemming en controle over de rol en het mandaat van de verschillende vertegenwoordigers, met inachtneming van de beginselen van transparantie en verdienste, waardoor de hoge vertegenwoordiger zich moet laten leiden bij de benoeming. We hopen dat we uiteindelijk een situatie van dubbelfuncties bereiken, behalve in het geval van een speciale vertegenwoordiger, die een regionaal actiegebied heeft, en op die manier schaalvoordelen bereiken, waardoor het externe optreden van de Europese Unie efficiënter en tegelijkertijd minder kostbaar wordt.

Na een inleidend deel over strategie, gaat het verslag per thema en geografisch gebied in op het Europees buitenlands beleid. De Europese Unie dient haar aanwezigheid sterker te laten gelden bij internationale organisaties waaraan zij verbonden is, met name de Verenigde Naties, de hoogste hoeder van de internationale veiligheid. Zij moet een belangrijke rol spelen, niet alleen bezien vanuit haar zetel in de Veiligheidsraad, maar ook binnen de staf en de delegaties die de twee organen verbinden. Wij verzoeken de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger om Europa zijn ambitie te laten nastreven een actieve, strategische en onafhankelijke partner te worden van een belangrijke bondgenoot als de Verenigde Staten, teneinde een antwoord te bieden op mondiale problemen op het gebied van terrorisme, financiën en de vaak lastige betrekkingen met industriële grootmachten als Rusland, China en Japan.

Het verslag maakt vervolgens een geografische analyse van wat wij hopen te bereiken. In de Balkan introduceert men met name het thema van de uitbreiding: het verslag prijst de geleidelijke realisering van het stabiliseringsproces in Kosovo, waar de Europese Unie aanwezig is met de EULEX-missie, maar er zijn nog steeds inspanningen nodig om ervoor te zorgen dat de toetredingsnormen van een groot aantal landen dat dichtbij het kandidaatschap voor toetreding is, zoals Turkije en Bosnië-Herzegovina, worden gerespecteerd.

In het hoofdstuk over de samenwerking met het oosten en de landen rond de Zwarte Zee wordt ingegaan op de energiezekerheid en -afhankelijkheid van de Europese Unie. In het deel over Rusland wordt opgeroepen tot de ondertekening van een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst. Wat de Zuidelijke Kaukasus betreft, wordt in het verslag verzocht om het respecteren van de territoriale integriteit van Georgië en van de minderheden en tevens om een oplossing voor de conflicten in Nagorno-Karabach en Transnistrië.

Midden-Oosten: het conflict tussen Israël en de Palestijnen, waar de Europese Unie, in navolging van de beschikking van de Raad van 12 december 2009, een sterkere politieke rol moet spelen om het vredesproces nieuw leven in te blazen. Unie voor het Middellandse Zeegebied: oplossing van het conflict tussen Turkije en Cyprus. Azië: Afghanistan, kritieke periode voor de totstandkoming van een nieuwe regering na de verkiezingen; sleutelrol voor Pakistan in de strijd tegen het terrorisme; bezorgdheid over de schending van grondrechten in Iran. Afrika: positieve bijdrage van de defensiemissie aan de Somalische kust. Latijns-Amerika: noodzaak van de oprichting van een stabiel en langdurig partnerschap voor de betrekkingen tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika.

Ik ben zeer benieuwd naar de opmerkingen van mijn collega’s en zal daar aan het eind op terugkomen.

 
  
MPphoto
 

  Arnaud Danjean, rapporteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, barones Ashton, het verslag over de tenuitvoerlegging van de Europese veiligheidsstrategie dat wij vandaag presenteren is een jaarlijks verslag van het Parlement, waarin als het ware de balans wordt opgemaakt van het Europees gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, en waarin voorstellen worden gedaan om de effectiviteit en de zichtbaarheid van dat beleid te verbeteren.

Het verslag is dit jaar gemaakt tegen een zeer specifieke achtergrond en het zal om die reden een belangrijke aanzet tot voorstellen vormen. Deze specifieke achtergrond wordt gekenmerkt door het samenvallen van drie belangrijke cycli.

Ten eerste is dat het feit dat het Europees veiligheids- en defensiebeleid nu sinds tien jaar bestaat, wat wij eind 2009 gevierd hebben. In deze afgelopen tien jaar heeft Europa in meer dan 23 crisisgebieden laten zien dat het in staat is civiele en militaire operaties uit te voeren. Dat is een belangrijk resultaat, dat nog verder kan worden uitgebouwd. Het laat zien dat er vraag is naar Europa en dat de Unie over de politiek-institutionele en operationele capaciteit beschikt om dit soort uitdagingen aan te gaan.

De tweede belangrijke cyclus is natuurlijk – de heer Albertini haalde dat zojuist al aan – de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon. Op het gebied veiligheid en defensie betekent dat een verandering die veel meer is dan louter een andere bewoording. Het EVDB wordt namelijk het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, het GVDB, en krijgt daarmee een nieuwe dimensie. Door het Verdrag wordt de verscheidenheid aan instrumenten vergroot en worden de taken uitgebreid die onder het veiligheids- en defensiebeleid vallen, met name door het opnemen van clausules inzake bijstand en solidariteit en door de permanente gestructureerde samenwerking, maar vooral door de oprichting van de Europese dienst voor extern optreden en door de aanstelling van u als hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter van de Commissie.

De derde belangrijke gebeurtenis, tot slot, die deel uitmaakt van de achtergrond waartegen dit verslag is uitgewerkt, is het gegeven dat de NAVO – die voor 21 van de 27 lidstaten nog altijd het belangrijkste referentiepunt is als het gaat om de collectieve veiligheid van het Europese continent – momenteel bezig is met de herziening van haar strategisch concept, en dat deze heroverweging van de NAVO ertoe zal leiden dat ook wij, de Unie, de voorwaarden van dit partnerschap, dat van fundamenteel belang blijft, duidelijker definiëren.

Tegen deze achtergrond is dit verslag niet zozeer bedoeld om een doctrine vast te leggen, maar geeft het een routekaart – per definitie in een stadium van ontwikkeling – voor alle nieuwe instellingen die ontstaan en die moeten leren met elkaar samen te werken. Waar het om gaat is dat de Unie geloofwaardiger moet worden, en effectiever en zichtbaarder op het gebied van veiligheid en defensie. Wat dat betreft is het onontbeerlijk dat het Europees Parlement een grotere verantwoordelijkheid krijgt op deze gevoelige terreinen, om een beleid dat gericht is op het waarborgen van de veiligheid van de Europese burgers absolute legitimiteit te geven.

Met dit verslag hebben we vooral de nadruk willen leggen op de volgende punten: ten eerste dat de Europese veiligheidsstrategie en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid op de allereerste plaats in dienst staat van de Europese burgers, om hun veiligheid te garanderen en te verbeteren. Dat is een serieuze politieke ambitie, het zijn geen loze woorden. Deze ambitie heeft ermee te maken dat ons continent zijn veiligheid in eigen handen moet kunnen nemen, maar ook met het gegeven dat we een bijdrage willen kunnen leveren aan de stabiliteit in de wereld om ons heen, en het hoofd wil kunnen bieden aan de crises en de bedreigingen die zich om ons heen ontwikkelen. Het gaat daarbij niet alleen om de klassieke gewapende conflicten die er in onze naaste omgeving nog steeds zijn; Europa moet in staat zijn zijn belangen duidelijk over te brengen en deze tegen nieuwe bedreigingen te verdedigen. Ik denk daarbij met name aan piraterij en internetcriminaliteit.

Verder vonden we het van belang te benadrukken dat de Unie op het gebied van crisisbeheersing een ongeëvenaarde toegevoegde waarde heeft, dankzij de grote verscheidenheid aan actiemiddelen waarover zij beschikt en dankzij de evenwichtige onderlinge afstemming tussen civiele en militaire middelen bij al haar operaties. Overigens verwerp ik in dat kader de kritiek van bepaalde mensen dat het veiligheids- en defensiebeleid van de Unie alleen om militarisering gaat. Ik ben er ten diepste van overtuigd dat de civiele en militaire instrumenten waarover de Unie beschikt een goed aanvulling op elkaar vormen, en de recente crisis in Haïti, waar u geweest bent – en ik denk dat u heeft kunnen observeren hoe goed deze operatie verlopen is – vormt een illustratie van de noodzaak onze civiele en militaire actiemiddelen in onderlinge samenhang in te zetten, om natuurrampen en grote crises het hoofd te kunnen bieden.

Wat deze operaties betreft: we hebben ze bewust allemaal de revue laten passeren en de pluspunten en ook de mogelijke lacunes ervan op een rijtje gezet; het is belangrijk dat deze lacunes aan het licht komen, zodat we daar verbetering in kunnen brengen. Ook vonden wij het van belang in te gaan op verschillende regio's die van strategisch belang zijn voor de veiligheid van de Unie, en de Raad en de Commissie te verzoeken de tenuitvoerlegging van globale strategieën te versnellen, met name voor de Hoorn van Afrika en de regio Afghanistan-Pakistan.

Op het gebied van de capaciteitsontwikkeling – zowel civiel als militair – die van groot belang is voor de geloofwaardigheid van ons beleid, moet de reactiviteit van de Unie verbeterd worden. We moeten in staat zijn het materieel en het personeel waarover de landen beschikken sneller te mobiliseren. Maar ook moeten we in staat zijn, door een goed presterende industriële sector voor veiligheid en defensie – die over technologische knowhow beschikt die van onschatbare waarde is, en die tevens honderdduizenden arbeidsplaatsen garandeert – programma's op te zetten voor de ontwikkeling van materieel dat is afgestemd op deze toekomstige behoeften.

Dankzij ons defensiepakket begint het Europa van industrie en defensie op ons continent vorm te krijgen. Het vraagstuk van industriële en commerciële samenwerking met derde landen dient snel opgepakt te worden, vooral bijvoorbeeld ook in het licht van de recente problemen die de Europese industrieën ondervonden hebben bij hun pogingen toegang te krijgen tot de Amerikaanse markt.

Dit was een overzicht – helaas noodgedwongen een te kort overzicht – van de prioriteiten in dit verslag, en daarmee van de uitdagingen waar u voor staat. Het Parlement is gereed om zijn rol te vervullen, zijn volledige, positieve en constructieve rol, om u te helpen deze ambitie, die een gezamenlijke ambitie is, te realiseren. Ik wil overigens van deze gelegenheid gebruikmaken om alle fracties die aan de inhoud van dit verslag hebben bijgedragen, te bedanken. De samenwerking was uitstekend, zodat we een hoog ambitieniveau hebben kunnen realiseren, terwijl er tegelijkertijd uiteraard rekening is gehouden met de specifieke punten van elke fractie.

Ook wil ik van deze gelegenheid gebruikmaken, barones Ashton, om het vandaag met u over de kwestie van non-proliferatie te hebben. Aan de vooravond van de conferentie tot herziening van het non-proliferatieverdrag, die in mei van dit jaar plaatsvindt, wil het Europees Parlement met u de stand van zaken opmaken over het standpunt dat de Unie gaat innemen op het gebied van de bestrijding van verspreiding, en op het gebied van bewapening en van ontwapening; dat is waar de mondelinge vragen over gaan die aan u gesteld zijn en die u dadelijk gaat beantwoorden.

De internationale situatie lijkt nieuwe kansen te bieden, aan de vooravond van deze conferentie tot herziening van het non-proliferatieverdrag. Ten eerste heeft president Obama duidelijk te kennen gegeven dat hij streeft naar een wereld zonder kernwapens, en ook dat hij serieus van plan is ervoor te zorgen dat het Alomvattend Kernstopverdrag door de Verenigde Staten geratificeerd wordt. Ten tweede lijkt het proces om tot een nieuw akkoord met Rusland te komen ter vervanging van het START-akkoord voorspoedig te verlopen. En tot slot hebben we te maken met het begin van de onderhandelingen over een nieuw ontwapeningsakkoord, dat een verbod zou inhouden op de productie van splijtmateriaal voor kernwapens.

Wat het terugdringen van de kernwapenarsenalen betreft, is de prioriteit uiteraard het verkleinen van de twee belangrijkste arsenalen, dat wil zeggen die van Rusland en van de Verenigde Staten, die volgens de huidige schattingen samen nog steeds over 95 procent van alle kernwapens beschikken die er op de planeet bestaan. We zijn daarom zeer verheugd over de toezeggingen die gedaan zijn door president Medvedev en president Obama om in de nabije toekomst een nieuwe overeenkomst tot vermindering van kernwapens te sluiten. Hoe denkt de Unie deze inspanningen te ondersteunen en met de Verenigde Staten en Rusland samen te werken?

De Unie dient ook het hoofd te kunnen bieden aan de uitdagingen waar het proces van non-proliferatie mee te maken heeft, in het bijzonder aan de uitdagingen waar de twee belangrijkste proliferatiecrises ons mee confronteren: Iran en Noord-Korea, die de grootste bedreigingen blijven vormen van de internationale veiligheid. Blijft de Unie zich op een effectieve manier inzetten om iets aan deze crises te doen, in het bijzonder in het geval van Iran? We wachten ten aanzien van deze belangrijke kwestie op uw aanwijzingen, barones Ashton. Daarnaast heeft de Unie een rol bij het bevorderen van de samenwerking op het gebied van het vreedzaam gebruik van kernenergie. U weet dat dat een belangrijke uitdaging vormt. Welke acties worden in dit verband ondernomen en wat is uw strategie op dit gebied?

Tot slot wenst het Parlement dat de Unie een proactieve kracht kan vormen tijdens de komende conferentie tot herziening van het non-proliferatieverdrag. Het is van essentieel belang dat de Unie een nieuw, ambitieus en evenwichtig standpunt inneemt, wil zij haar standpunt kunnen verdedigen. Wat is het standpunt van de lidstaten in dezen?

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie en hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, heel hartelijk bedankt. Ik ben erg blij dat ik hier met u de grote kwesties op de internationale agenda van Europa kan bespreken.

Om te beginnen wil ik de heer Albertini en de heer Danjean bedanken voor hun uitstekende verslagen. U hebt naar mijn mening het aantal, de omvang en de urgentie van de uitdagingen waarmee wij te maken hebben onderstreept.

Van het versterken van de rechtsorde in Kosovo tot het samenwerken met de opkomende machten om de verantwoordelijkheid voor het wereldwijde bestuur te delen, van het bevorderen van vrede in het Midden-Oosten – en ik wil net als vicepresident Biden het besluit om 1 600 nieuwe huizen te bouwen in Oost-Jeruzalem veroordelen – tot het verstrekken van opvang aan de overlevenden van de aardbeving in Haïti, waaraan ik afgelopen week een bezoek heb gebracht, van het omgaan met proliferatieproblemen zoals in Iran tot het bedenken van effectieve oplossingen voor ‘nieuwe’ uitdagingen zoals energie, klimaatverandering en veiligheid van het internet.

Europa bevindt zich in een fase waarin iets nieuws wordt opgebouwd, waarin mensen hun denkwijzen moeten aanpassen en instellingen hun nieuwe plaats moeten vinden. Dat proces is rommelig en ingewikkeld – maar ook spannend, want ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk dit moment is. Nu hebben we de kans om op te bouwen wat velen in Europa – en velen in dit Parlement – al lang wilden: een sterker, geloofwaardiger Europees buitenlands beleid.

Natuurlijk zal de Europese dienst voor extern optreden daar een sleutelrol in spelen. We moeten een systeem opbouwen dat robuust is, dat ons in staat zal stellen om te gaan met de problemen van vandaag en de nieuwe problemen die morgen zullen ontstaan.

Al jaren proberen we alomvattende strategieën te ontwikkelen en uit te voeren, maar de structuren en systemen die we hadden, maakten dat moeilijk. Met het Verdrag van Lissabon en de dienst voor extern optreden moeten we dit wel kunnen bereiken.

Aan de basis van alles wat we doen, ligt een eenvoudige waarheid: om onze belangen te beschermen en onze waarden te bevorderen, moeten we actief zijn in het buitenland. Niemand kan verwachten dat het mogelijk is om een eiland van stabiliteit en welvaart te zijn in een zee van onveiligheid en onrechtvaardigheid.

Onze wereld is voortdurend in beweging. Om er effectief bij betrokken te zijn, moeten we de wereld eerst begrijpen. Voor mij zijn de meest opvallende kenmerken van de wereld van vandaag tweeledig. Ten eerste is er een diepe onderlinge afhankelijkheid op het gebied van politiek, economie en veiligheid: technologieën, ideeën, ziekten, geld – alles verplaatst zich. We zijn op meer manieren verbonden dan ooit tevoren. Ten tweede verschuift de macht, zowel binnen politieke stelsels – van regeringen naar markten, media en ngo’s – als tussen politieke stelsels – van het oude ‘westen’ naar zowel het oosten als het zuiden. Beide ontwikkelingen zijn het gevolg van globalisering, wat niet alleen een economisch maar ook een politiek verschijnsel is, als het gaat om de verschijningsvormen en natuurlijk de gevolgen.

Denk aan de opkomst van China en andere belangrijke politieke spelers, of aan de politieke gevolgen van de financiële crisis. De schulden bevinden zich in het westen; de overschotten bevinden zich in het oosten. Deze herverdeling van de financiële macht vormt ook het onderwerp van onze politieke besprekingen. Of denk aan de klimaatverandering, die niet alleen een milieuprobleem is, maar ook doorwerkt op het gebied van veiligheid en geopolitieke zaken.

We moeten dus omgaan met complexe problemen en dat doen we in een nieuw geopolitiek landschap. We moeten ons aanpassen. Dit is geen tijd om op de automatische piloot te vliegen of vast te houden aan de nationale manieren om dingen te doen. Dit is een tijd om slim en ambitieus te zijn.

Ik zal u een paar cijfers geven om dit punt te illustreren. Het aandeel van Europa in de wereldbevolking is 7 procent, terwijl het een eeuw geleden nog 25 procent was. In de afgelopen zestig jaar is ons aandeel in het wereldwijde bbp gekrompen van 28 procent tot 21 procent. De economieën van China, India en andere landen schieten omhoog met 10 procent per jaar.

Economisch gewicht vertaalt zich naar politieke invloed en zelfvertrouwen. Je voelt het overal: van onderhandelingen over klimaatverandering tot de kwestie Iran en grote energieafspraken in Afrika of Centraal-Azië. Als we samenwerken, kunnen we onze belangen beschermen. Zo niet, dan zullen anderen de beslissingen voor ons nemen. Zo eenvoudig is het echt.

Mijn voorkeur is duidelijk. We moeten reageren als Europeanen. Ten eerste door samen te werken, want eenheid is een voorwaarde voor invloed, en ten tweede door in actie te komen, want problemen worden niet opgelost met documenten of vergaderingen. Wie resultaten wil, moet handelen en soms risico’s nemen. En ja, we hebben in Europa de neiging om het proces boven de resultaten te stellen. Ten derde door zowel principieel als creatief te zijn, want dat moeten we allebei zijn: principieel in het verdedigen van onze waarden en creatief in het vinden van oplossingen op maat voor complexe problemen.

Zoals terecht wordt gesteld in het verslag van de heer Albertini, is er een nieuwe aanpak nodig als de EU collectief wil optreden en de wereldwijde uitdagingen op een samenhangende, consistente en efficiënte manier het hoofd wil bieden. Uit dat algemene beeld komen verschillende kerndoelen naar voren: ten eerste zorgen voor meer stabiliteit en veiligheid in onze omgeving, door politieke en economische hervormingen te stimuleren. Dat is op zichzelf natuurlijk al belangrijk, maar onze bredere internationale geloofwaardigheid is ook afhankelijk van ons vermogen om onze omgeving op orde te krijgen.

Ten tweede de wereldwijde veiligheidsuitdagingen aanpakken, de uitdagingen van onze tijd. Daarvoor hebben we alomvattende strategieën, sterke internationale organisaties en rechtsorde binnen en tussen de landen nodig.

Ten derde een netwerk van strategische betrekkingen met belangrijke landen en organisaties opbouwen, want de problemen waarmee we te maken hebben, kunnen niet door één partij worden opgelost.

Daarbovenop komt nog de oprichting van de Europese dienst voor extern optreden – een middel om de andere drie doelstellingen te bereiken en een manier om de belofte van het Verdrag van Lissabon na te komen.

Dat zijn de kerntaken waaraan ik mijn tijd heb gewijd sinds ik deze functie heb aanvaard. Ik ben eerst naar Washington en New York gegaan, want dat was de juiste manier om te beginnen met onze belangrijke betrekkingen met de Verenigde Staten en de VN. Daarna ben ik in Moskou, in Kiev, op de Balkan en in Haïti geweest. Volgende week ga ik naar het Midden-Oosten en aan het eind van de maand ga ik nog een keer naar New York. Tussendoor heb ik driemaal de Raad voor Buitenlandse Zaken voorgezeten, de informele Europese Raad bijgewoond en gesproken met het college van Commissieleden. Ik heb hard gewerkt om de noodzakelijke interne consensus te bereiken en daarbij een bezoek gebracht aan verschillende hoofdsteden in de EU: Berlijn, Parijs, Londen, Wenen en Ljubljana. Natuurlijk heb ik ook voldoende tijd besteed aan de oprichting van de dienst voor extern optreden en dat zal ik de komende weken blijven doen, onder meer in samenwerking met u.

En met het oog op de belangen van dit Parlement heb ik ervoor gezorgd dat het Europees Parlement betrokken is bij de stuurgroep die ik heb opgericht. Ik zal dit vanmiddag ook bespreken tijdens de Conferentie van voorzitters. Als ik op 23 maart de Commissie buitenlandse zaken bezoek, zullen we de gelegenheid hebben om uitgebreid van gedachten te wisselen in de aanwezigheid van alle relevante commissies.

Als je iets nieuws creëert, levert dat altijd verzet op. Sommige mensen willen liever vermeende verliezen minimaliseren dan collectieve winsten maximaliseren. Ik denk daar anders over en dit Parlement hopelijk ook.

Dit is een kans die elke generatie maar één keer krijgt om iets nieuws te bouwen, iets wat eindelijk alle instrumenten van onze betrokkenheid bij elkaar brengt in dienst van één enkele politieke strategie. Een geweldige kans voor Europa. We moeten onze ambities niet beperken, maar onszelf juist de middelen geven om ze te verwezenlijken. Een moment om het totaalbeeld te zien, om creatief te zijn en collectief de verantwoordelijkheid te nemen. Als we het goed doen – en dat moet – dan kunnen we een Europees buitenlands beleid voor de 21ste eeuw creëren met een dienst voor extern optreden die dat mogelijk maakt: een dienst waarin we al onze vormen van invloed mobiliseren – politieke, economische, ontwikkelings- en crisisbeheersingsmiddelen – op een gecoördineerde manier. Een dienst die de Europese Unie ook vertegenwoordigt als het gaat om geografie en genderkwesties. Ik ben ervan overtuigd dat dat de enige aanvaardbare manier is om verder te gaan.

Ik zal een aantal voorbeelden geven om te illustreren wat ik bedoel met een ‘alomvattende aanpak’.

De Westelijke Balkan – ik had onlangs het genoegen om dat gebied te bezoeken. De Balkan is in zekere zin de bakermat van het buitenlands beleid van de EU. Daar geldt meer dan waar ook dat we het ons niet kunnen veroorloven om te falen. Mijn doel was het tot stand brengen van goede werkrelaties met politieke leiders, overleggen met het maatschappelijk middenveld over wat het inhoudt om bij Europa te horen en zorgen voor coördinatie tussen de verschillende actoren van de EU ter plaatse. Eén conclusie die ik trok, was dat de regio vooruitgang boekt, ook al is die dan ongelijkmatig en onvolledig. Het Europese perspectief blijft het overkoepelende kader – als onze doelstelling en als de belangrijkste prikkel voor hervormingen. Zoals ik overal heb benadrukt, is vooruitgang op de weg naar de EU afhankelijk van het streven naar interne hervormingen. Van mensenrechten, de rechtsorde en regionale samenwerking.

We ondersteunen onze strategie met de beschikbare hulpmiddelen voor buitenlands beleid. In Kosovo hebben we onze grootste burgermissie en die is een succes. In Bosnië hebben we ALTHEA aangepast omdat de situatie is gestabiliseerd en hebben we een trainingsprogramma ontwikkeld. We benadrukken de Europese boodschap sterk in de aanloop naar de verkiezingen in oktober. In de hele regio boeken we vooruitgang op het gebied van visumliberalisering en de contacten van mens tot mens.

Onze strategie voor de Balkan is dus zoals zij moet zijn: strategisch in haar doelstellingen, veelzijdig op het gebied van instrumenten en op maat gemaakt als het gaat om de tenuitvoerlegging.

Het tweede voorbeeld is de Hoorn van Afrika. Dit benadrukt de wisselwerking van een kwetsbare staat, armoede en concurrentie om hulpbronnen, waaronder water, met piraterij, terrorisme en georganiseerde misdaad. Het enige antwoord dat mogelijk is, is alomvattend, en dat is precies wat we doen. Onze marineoperatie Atalanta is alom geprezen als een succes. Onze volgende stap is het verder ontwikkelen van onze mogelijkheden voor de overbrenging van personen die worden verdacht van piraterij voor vervolging in de regio. We voegen een scholingsmissie toe voor de federale overgangsregering in Somalië, die naar verwachting in het voorjaar van start zal gaan. Door middel van ons stabiliteitsinstrument financieren we begeleidende maatregelen voor het opbouwen van capaciteiten, het opleiden van de maritieme autoriteiten en het voortzetten van het langetermijnontwikkelingswerk in Jemen en Somalië op het gebied van armoede, alfabetisering en gezondheid.

Onze activiteiten in Georgië verlopen volgens hetzelfde script. Toen een bevroren conflict in augustus 2008 veranderde in een open conflict, hebben we onmiddellijk gereageerd. We hebben internationaal het voortouw genomen, bemiddeld zodat er een bestand werd gesloten en in recordtijd een toezichtmissie van driehonderd mensen ingezet. Sindsdien hebben we alle middelen van de Gemeenschap en het GVDB ingezet om oplaaien van het geweld te voorkomen en stabiliteit op te bouwen in Georgië en de regio.

Met de VN en de OVSE leiden we de besprekingen in Genève, het enige forum waar alle betrokkenen samenkomen. We hebben een donorconferentie voor wederopbouw en economische steun in Georgië georganiseerd en we hebben Georgië – samen met Armenië en Azerbeidzjan – opgenomen in het Europees nabuurschapsbeleid. We blijven deze hervormingen en nauwere banden bevorderen. We werken aan handels- en visumliberalisering en we steunen maatregelen voor het opbouwen van vertrouwen om de banden met de afgesplitste republieken weer op te bouwen.

Er is nog meer werk te doen in Georgië en we hebben een volle agenda als we dat bespreken met Rusland, zoals ik nog pas tien dagen geleden heb gedaan met Sergej Lavrov. In dit geval hebben we laten zien waartoe de EU in staat is als we onze middelen volledig mobiliseren. Degenen die betrokken waren bij deze verschrikkelijk hectische weken hebben me verteld dat wat er in dit geval is gedaan uitzonderlijk was. We hebben dus sterkere structuren, meer flexibiliteit en betere voorbereiding nodig als we willen dat Georgië de norm wordt voor ons optreden in de toekomst.

Ik wil het nu hebben over ons gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid en zeggen dat ik het eens ben met de grote lijnen van het verslag van de heer Danjean over hoe belangrijk onze missies zijn. Ze redden levens, creëren de ruimte waarin de politiek kan functioneren en zorgen ervoor dat Europa al zijn machtsinstrumenten kan inzetten om zijn verantwoordelijkheden te nemen.

Ik vind het opvallend hoe ver we de afgelopen tien jaar zijn gekomen. Er zijn in die periode meer dan 70 000 mannen en vrouwen ingezet in meer dan twintig missies. We doen aan crisisbeheersing op een Europese manier met een alomvattende aanpak voor het steunen van internationaal recht en internationale overeenkomsten en in nauwe samenwerking met onze belangrijke partners. We werken goed samen met de NAVO in Bosnië en Herzegovina en langs de kust van Somalië. In Kosovo en Afghanistan is het moeilijker vanwege de politieke kwesties. We moeten dit goed doen en daarom werk ik samen met de secretaris-generaal van de NAVO om de betrekkingen tussen de EU en de NAVO op praktische gebieden te verbeteren en een positief klimaat te scheppen. Laten we zien hoe we onze betrekkingen pragmatisch kunnen ontwikkelen. De VN is een andere belangrijke partner. Er zijn veel goede voorbeelden van samenwerking tussen de EU en de VN op locatie – de Democratische Republiek Congo, Tsjaad en Kosovo. We hebben elkaar de afgelopen tijd beter leren kennen, maar dat kunnen en moeten we versterken door ons te richten op gebieden als planning en het delen van de beste werkwijzen.

In het verslag van de heer Danjean en meer in het algemeen wordt de vraag gesteld of het tijd is dat de EU haar eigen permanente militaire hoofdkwartier krijgt. Dit is een serieus onderwerp dat een serieus debat verdient. Niemand bestrijdt dat we een hoofdkwartier nodig hebben dat militaire operaties kan plannen en uitvoeren. De vraag is of het huidige systeem, dat afhankelijk is van SHAPE of nationale hoofdkwartieren, de meest efficiënte manier is of dat iets anders misschien beter is.

We benaderen dit vaak in termen van structuren. Ik denk dat we eerst moeten analyseren welke functies we moeten vervullen. Ik zie drie hoofdfuncties waaruit de besluiten moeten voortkomen: ten eerste het vermogen om militaire operaties te plannen en uit te voeren, waaronder vooruit plannen en snel reageren als dat nodig is, ten tweede het vermogen om civiel-militaire coördinatie op een gestructureerdere manier te ontwikkelen om onze capaciteit te maximaliseren en ten derde het vermogen om banden met anderen tot stand te brengen, om de algemene coördinatie en wat we wel de ‘internationale gemeenschap’ noemen te maximaliseren. Als we die analyse als uitgangspunt nemen voor onze discussies, moet het mogelijk zijn overeenstemming te bereiken en samen te bepalen wat we moeten doen.

Het verslag roept ook op tot het instellen van een Defensieraad, een idee waarvan ik weet dat het al een tijd speelt. De volgende vergadering in april zal zoals gebruikelijk verlopen, maar tijdens de informele vergadering van de ministers van Defensie is consensus bereikt op basis van mijn voorstellen om Raden van Buitenlandse Zaken te houden met de ministers van Defensie. Op die manier kunnen de ministers van Defensie bijeenkomen en besluiten nemen, bijvoorbeeld over de ontwikkeling van capaciteiten.

Mijn laatste punt daarover heeft betrekking op het voorstel voor een burgerbeschermingsmacht. Laten we eerst kijken welke lessen we kunnen leren van Haïti. Laten we dan de geest van Lissabon toepassen en kijken welke mogelijkheden we hebben om de middelen van de lidstaten samen met de EU-instrumenten te mobiliseren om de VN of het OCHA te ondersteunen of als EU zelfstandig op te treden. De kernbegrippen moeten zijn: het maximaliseren van synergie en het voorkomen van ‘harde’ of kunstmatige scheidingen tussen hoe we omgaan met crises binnen de EU en daarbuiten.

Tot slot wil ik naar aanleiding van de mondelinge vraag nog iets zeggen over de kwestie van non-proliferatie. Ik wil kort de twee belangrijkste punten noemen: ten eerste de toetsingsconferentie voor het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens die in mei zal plaatsvinden in New York. Ik zal hieraan deelnemen om ervoor te zorgen dat we een succesvol resultaat bereiken. We mogen ons niet vergissen: het volledige non-proliferatiestelsel dat op het NPV is gebaseerd, komt steeds meer onder druk te staan. Om daarop te reageren, moeten we bereid zijn om onze bijdrage te leveren: door vreedzame toepassingen van kernenergie toegankelijk te maken, in het bijzonder voor ontwikkelingslanden, zonder dat daarbij het risico van proliferatie bestaat, en dat betekent onder meer werken aan multilaterale benaderingen van splijtstofcycli – ik denk dat er 84 landen hebben geprofiteerd van EU-hulpprogramma’s –, door vooruitgang op het gebied van nucleaire ontwapening, wat in politiek opzicht fundamenteel is voor het scheppen van een constructieve sfeer, en door regionale proliferatiecrises aan te pakken, in het bijzonder met Iran, dat de conferentie kan ontwrichten.

Zoals u weet, leidt de EU de inspanningen om diplomatieke oplossingen te vinden. We steunen het proces van de Veiligheidsraad voor verdere beperkende maatregelen volledig als Iran – zoals nu zeker het geval is – zijn plichten blijft negeren.

Ten tweede is er de nucleaire veiligheidstop van president Obama. We delen het doel van de top, namelijk de veiligheid van splijtstoffen versterken en voorkomen dat terroristen er toegang toe krijgen. Als ik het goed heb, levert de EU al sinds 2004 steun aan de IAEA om landen te helpen op dit gebied en dat zullen we blijven doen.

Tot slot wil ik terugkomen waar ik begonnen ben. De roep om wereldwijde betrokkenheid van Europa is enorm. We moeten ervoor zorgen dat het aanbod aansluit bij de vraag. Het Verdrag van Lissabon geeft ons die kans. We moeten handelen volgens de letter en geest van het Verdrag en onthouden waarom de Europese leiders het Verdrag hebben gesloten. Ik denk dat de reden duidelijk was: om een sterker, assertiever en zelfverzekerder Europees buitenlands beleid op te bouwen dat in dienst staat van de burgers van de Europese Unie. Ik weet dat velen in dit Parlement dat doel delen en ik reken op uw steun om het te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 

  Nadezhda Neynsky, rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mevrouw Ashton feliciteren met haar bemoedigende verklaring.

Tegelijkertijd wil ik als rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie over het GBVB ook onderstrepen dat het van het grootste belang is dat ze het initiatief neemt voor een controle van de GBVB-operaties en EVDB-burgermissies in heden en verleden om te zien waar de sterke en zwakke punten liggen. Op die manier wordt de Europese Unie efficiënter in het leveren van veiligheid, neemt haar autonomie toe en zal zij in het bijzonder verstandiger gebruik kunnen maken van de betreffende begroting, die helaas ondergefinancierd blijft.

 
  
MPphoto
 

  Ioannis Kasoulides, namens de PPE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is een angstaanjagende gedachte dat een nucleair apparaat, dat klein is, maar potentieel dodelijk voor miljoenen mensen, in handen kan vallen van terroristen. Enkele jaren geleden konden we nog zeggen dat dat zeer onwaarschijnlijk was. Dat kunnen we nu niet meer zeggen.

Landen als Iran en Noord-Korea zijn bezig met of in staat tot het verwerven van een kernwapen. Een wetenschapper uit Pakistan heeft naar verluidt kennis verkocht aan Iran en Noord-Korea heeft gehandeld in nucleair materiaal. Niemand is ertegen dat Iran kernenergie verwerft voor vreedzame doeleinden, maar ons geduld raakt op als Iran probeert tijd te rekken in de dialoog met de 5+1, die we ondersteunen.

De tweesporenbenadering en de voorbereiding van slim gerichte sancties door de VN-Veiligheidsraad zijn gerechtvaardigd. De verspreiding van kernwapens is op zo’n kritiek punt aanbeland dat personen als Henry Kissinger hebben gesteld dat alleen de stap naar volledige afschaffing non-proliferatie en wereldwijde veiligheid kunnen garanderen.

We moeten dus steun verlenen aan een internationaal verdrag voor de progressieve afschaffing van kernwapens, het staken van de productie van splijtstoffen, het opstellen van een verdrag voor een alomvattend verbod op kernproeven, de vermindering van raketten met kernlading, START enz., waarbij alle verwerking van nucleaire brandstoffen onder toezicht van de IAEA wordt gesteld en het mandaat en de controlebevoegdheden van die organisatie worden uitgebreid.

 
  
MPphoto
 

  Adrian Severin, namens de S&D-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik hoop dat we het erover eens zijn dat we een proactief buitenlands beleid nodig hebben dat wordt geleid door onze Europese gemeenschappelijke doelen en gebaseerd is op onze gemeenschappelijke waarden. Dit beleid moet de ondeelbaarheid van veiligheid in de geglobaliseerde wereld erkennen, aangezien dat een bron van solidariteit van belangen is, zowel binnen de Europese Unie als daarbuiten.

Een dergelijk beleid vereist en veronderstelt een adequaat institutioneel instrument. De prioriteiten zijn dus duidelijk en ik ben blij om te zien dat deze prioriteiten waarover ik het ga hebben dezelfde zijn als die van mevrouw Ashton. Een efficiënte dienst voor extern optreden, een levendig nabuurschapsbeleid, een uitbreidingsbeleid met visie, goed gestructureerde partnerschappen met strategische spelers, zowel traditioneel als opkomend, een effectieve strategie om te kunnen omgaan met de wereldwijde uitdagingen, namelijk energiezekerheid, non-proliferatie, migratie, transnationale georganiseerde misdaad, transnationale tekenen van armoede, culturele conflicten, enzovoort.

Als het gaat om de dienst voor extern optreden, hebben we een instelling nodig die niet alleen gebouwd moet zijn op het beginsel van politieke en budgettaire verantwoordelijkheid, maar ook op het beginsel van effectiviteit. We mogen geen dienst opzetten die de oude nationale concurrentie of de huidige bureaucratische structuur in stand houdt. De twee hoofden van het Europese externe optreden moet te allen tijde beide petten dragen om zo de eenheid van de dienst en de samenhang van het optreden te garanderen.

Als het gaat om extern nabuurschapsbeleid hebben we een aanpak nodig die Rusland en Turkije niet uitsluit. In het Zwarte Zeegebied moeten we verschuiven van synergie naar strategie. Als het gaat om bevroren conflicten hebben we regionale initiatieven en mechanismen van regionale samenwerking en veiligheid onder internationale garanties nodig.

Voor wereldwijde zekerheid hebben we een nieuwe regeling nodig die de werkelijkheden van na de bipolaire orde weerspiegelt. We moeten onze waarden in de wereld bevorderen, maar wel op een seculiere manier en niet als een nieuwe kruistocht.

Ik denk dat dit naast vele andere zaken onze prioriteiten zijn, die samen een erg moeilijke opgave vormen. Laten we samenwerken – het Parlement, de Commissie en de Raad – om deze opgave te volbrengen.

 
  
MPphoto
 

  Annemie Neyts-Uyttebroeck, namens de ALDE-Fractie. Voorzitter, hoge vertegenwoordiger/vice-voorzitter van de Commissie, collega's. Mevrouw, ik richt mij eerst tot u om u te verwelkomen en ook om de hoop uit te drukken dat uw uitstekende en forse uiteenzetting van vandaag inderdaad het einde inluidt van een bijzonder moeilijke periode voor ons allemaal, die begon in november, toen het mandaat van de vorige Commissie ten einde liep. Want als er één ding wel duidelijk is dan is het dat we ons dergelijke lange perioden van lopende zaken eigenlijk niet kunnen veroorloven. In de periode van eind november tot voor kort leek het – het spijt me dat ik het moet zeggen – alsof de EU van het wereldtoneel verdwenen was, of bijna verdwenen, en dat kunnen wij – ik herhaal het – ons onder geen enkel beding veroorloven. Want de wereld wacht natuurlijk niet op ons. U heeft een aantal cijfers aangehaald die dat duidelijk illustreren. Maar ook een aantal evenementen hebben dat duidelijk geïllustreerd: natuurrampen die blijven gebeuren, gruwelijke aanslagen blijven gebeuren, democratische regeringen in het Midden-Oosten blijven niettemin beslissingen nemen die hoogst negatief zijn voor het vredesproces, of wat daarvan overblijft, en dergelijke meer. Wij hebben dus behoefte aan een hoge vertegenwoordiger/vice-voorzitter van de Commissie, die de mogelijkheid heeft om op het terrein aanwezig te zijn en ook in de Europese en beslissingscentra elders in de wereld. U wist en wij wisten dat u aan een welhaast onmogelijke taak begon. Ik bewonder u omdat u ze op zich genomen heeft. Wij hebben u toegezegd dat we u daarin zouden steunen. Wij zijn blij u gehoord te hebben vandaag en u forse taal te hebben horen spreken over de Europese Dienst voor extern optreden, die we allemaal zo hard nodig hebben. Als nu ook nog iedereen wil ophouden met wat men in het Engels turf wars noemt, uit te vechten – de ene met handschoenen en de andere zonder – dan ben ik zeker dat we allemaal samen de toekomst goed zullen kunnen voorbereiden. Dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Franziska Katharina Brantner, namens de Verts/ALE-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, barones Ashton, dames en heren, we hebben aandachtig naar u geluisterd mevrouw Ashton. Helaas moeten we vaststellen dat we waarschijnlijk nog een tijdje zullen moeten wachten voordat u concrete projecten voor de toekomst gaat ontwikkelen op grond van het stuk waarin u uw ideeën uiteengezet hebt en dat wij eigenlijk wel kunnen steunen.

Ik wil echter graag iets zeggen over de Europese dienst voor extern optreden en ik had van u verwacht dat u hierover iets concreter zou zijn geweest. U hebt verschillende malen gezegd dat het om coherentie gaat, dat dit nu het belangrijkst is. In veel gevallen hebben we hiervoor gezamenlijke plannen en programma’s van de Europese dienst voor extern optreden en de Commissie nodig. Wie er voorstander van is om veel beleidsterreinen aan de Commissie of het secretariaat-generaal van de Raad over te laten, moet eerlijk zijn en toegeven voor de status quo, voor het systeem van het Verdrag van Nice te zijn.

Voor ons is het eerste belangrijke punt in hoeverre wij in de hele kwestie van de civiele crisispreventie, het civiel crisismanagement en de wederopbouw een meerwaarde kunnen creëren. Volgens ons gaat het daarbij om alles wat in het begrip vredesopbouw is samengevat: conflictpreventie, vroegtijdige waarschuwing, conflictbemiddeling, verzoening en stabilisering voor de korte tot middellange termijn. We hebben daarvoor een organisatorische eenheid nodig en we vragen dus om een departement voor crisismanagement en vredesopbouw. Ik wil u daarom vragen hoe u tegenover de oprichting van een dergelijk departement staat. Ik wil hier ook zeker benadrukken dat wij wensen dat zowel de GBVB-begroting als het stabiliteitsinstrument in de Europese dienst voor extern optreden wordt opgenomen, maar niet als onderdeel van het CMPD (directoraat Crisisbeheersing en Planning) en ondergeschikt hieraan, maar in een nieuwe structuur die u, naar wij hopen, zult creëren. Ik wil graag van u horen hoe u hierover denkt.

Een tweede punt dat voor ons belangrijk is, betreft het verband tussen de traditionele onderwerpen van het buitenlands beleid en nieuwe onderwerpen zoals energiebeleid, klimaatbeleid, justitie en binnenlandse zaken. Welke structuren hebt u gepland om ervoor te zorgen dat de Europese dienst voor extern optreden systematisch toegang heeft tot deze mondiale beleidsterreinen van de EU en haar lidstaten?

Er is nog een laatste punt voor ons van belang: het moet een moderne dienst worden met een evenwichtig personeelsbeleid. We hebben deze week 8 maart gevierd. Dan is het natuurlijk duidelijk dat we willen dat de vrouwenrechten in deze dienst worden verankerd en ook dat vrouwen in deze dienst participeren. Verschillende vrouwelijke collega’s uit dit Parlement hebben u een brief geschreven, mevrouw Ashton, en u verzocht om van het begin af aan in deze dienst de institutionele structuren te creëren die ervoor zorgen dat VN-resoluties 1325 en 1820 worden omgezet. Ook hier vraag ik u wat uw plannen op dit gebied zijn.

Zoals ik al heb gezegd, ondersteunen wij u op deze weg naar een goede gemeenschappelijke Europese dienst voor extern optreden. Ik kijk uit naar uw antwoorden.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het Verdrag van Lissabon is nu een wettige realiteit in de internationale orde, ondanks het ontbreken van populaire democratische legitimiteit doordat de meeste burgers van de EU, onder wie die van Groot-Brittannië, niet de kans hebben gekregen om erover te stemmen in een referendum. Desalniettemin zullen de ECR-Fractie en de Britse Conservatieven positief betrokken zijn en zich inzetten om door te gaan binnen het nieuwe institutionele raamwerk.

We zouden graag een soortgelijke benadering zien bij de lidstaten en de Commissie. Het is naar mijn mening zeer ironisch dat de eerste belangrijke institutionele ontwikkeling onder Lissabon, namelijk de oprichting van de Europese dienst voor extern optreden, de EU terug dreigt te duwen naar de introspectie en het gekibbel waar Lissabon nu juist een einde aan moest maken. Natuurlijk moet over de oprichting van de EDEO worden gedebatteerd en moet er consensus worden bereikt over wie wat doet en hoe dit het beste kan worden gedaan, maar de elementen van buitenlands beleid binnen het GBVB moeten duidelijk binnen de Raad blijven.

Maar we hebben ook sterk leiderschap nodig, dat in theorie mogelijk wordt gemaakt door het Verdrag van Lissabon, om een blijvende visie te creëren voor de diplomatie van Europa in de wereld. We kijken naar u, hoge vertegenwoordiger Ashton, om het initiatief te nemen en de autoriteit en het leiderschap uit te dragen die u op grond van het Verdrag hebt gekregen, om zo nodig mensen tot de orde te roepen en de weg vooruit te wijzen. Wij zullen u steunen bij uw inspanningen als u ons kunt laten zien dat u deze moeilijke uitdaging aankunt.

De EU heeft vele jaren de tijd gehad om over deze dienst na te denken, dus het gemodder en geaarzel dat we nu zien, komt de ambities van de EU om een wereldwijde rol in het buitenlands beleid te spelen door middel van het GBVB niet ten goede.

Er zijn nog meer algemene punten. Het verslag van de heer Albertini, dat ik krachtig steun, beschrijft de prioriteiten van het buitenlands beleid van de Unie en steunt terecht het streven naar EU-lidmaatschap voor landen op de Westelijke Balkan, in het bijzonder Kroatië, Macedonië en Montenegro, waarvoor ik rapporteur ben.

Maar het noemt ook het trans-Atlantische bondgenootschap en de NAVO, die we zien als de hoekstenen van het buitenlands veiligheidsbeleid van de EU. Het benadrukt terecht de verantwoordelijkheid van de EU voor het oplossen van bevroren conflicten, in het bijzonder in Trans-Nistrië en Nagorno-Karabach in onze directe omgeving, en goede betrekkingen met Oekraïne.

En tot slot wordt ook Taiwan genoemd als een belangrijke partner voor de EU en dit land zou ook in staat moeten worden gesteld actief en volledig deel te nemen aan internationale organisaties, volgens het beleid van de EU en het ‘Eén China’-beleid.

 
  
MPphoto
 

  Willy Meyer, namens de GUE/NGL-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, de heer Albertini kent de redenen al waarom mijn fractie een minderheidsstandpunt heeft ingediend inzake het verslag over het buitenlands veiligheids- en defensiebeleid. We doen dat vooral, mevrouw Ashton, omdat we tot een bepaalde conclusie zijn gekomen. In de landen om ons heen, in de Europese Unie, heeft het veiligheids- en defensiebeleid niets te maken met verdediging van het grondgebied: het veiligheidsbeleid is thans een projectie van het buitenlands beleid.

Wij denken dat ons buitenlands beleid zich in de eerste plaats ten doel zou moeten stellen om ontwapening op internationaal niveau te bereiken: het nulpunt van bewapening, door middel van een pragmatisch beleid waarmee we kunnen inspelen op de huidige oorzaken van de onveiligheid in de wereld.

De voornaamste massavernietigingswapens in de wereld van nu zijn honger en armoede. Dat zijn wapens waartegen we niet kunnen strijden met militaire kracht. Daarom denken wij, op grond van die overweging, dat we zouden moeten kiezen voor een overgangsstelsel waarmee de veiligheid in de wereld geleidelijk aan kan worden gedemilitariseerd. Wij zijn het er uiteraard niet mee eens dat de Europese Unie verbonden wordt aan de NAVO, onder meer omdat de NAVO er in zijn strategie voor gekozen heeft om met militaire middelen te reageren op situaties van onveiligheid, zoals de georganiseerde misdaad of terrorisme, die zich nooit hebben geleend voor een militaire aanpak.

Ik denk dat die toenemende militarisering de lidstaten ertoe verplicht om industrieën te hebben die steeds sterker worden in bewapening, en om meer militaire uitgaven aan wapens te besteden. Wij hebben het hoogste punt van beschaving bereikt en het hoogste punt van bewapening ooit, hoger zelfs dan ten tijde van de Koude Oorlog, en daarmee staan we dus heel ver af van een pragmatisch beleid dat gericht is op demilitarisering.

Nee, terrorisme en de georganiseerde misdaad behoren geen militaire doelen te zijn. Ze moeten doelen zijn van de politiek, van de internationale justitiële diensten, van de inlichtingendiensten, om deze criminelen voor het gerecht te brengen, maar ze moeten niet met militaire middelen bestreden worden.

Wij zijn het dan ook niet eens met die militaire aanpak. Wij zijn het er niet me eens dat de Europese Unie Noord-Amerikaanse militaire bases op haar grondgebied heeft. Wij wensen dat geen enkele staat toe, wij willen dat geen enkel machtig land zijn troepenmacht ergens kan stationeren, en daarom denken wij dat de naleving van het internationaal recht van het grootste belang is. Wij zijn het niet eens met de erkenning van Kosovo – wij geloven niet in de erkenning van een staat die is voortgekomen uit het gebruik van macht buiten het internationaal recht om – want wij geloven in het internationaal recht, en daarom denken wij dat er in dit verslag aandacht had moeten worden geschonken aan het dekolonisatieproces in de Westelijke Sahara. Uiteraard verzoeken wij om terugtrekking van de troepen uit de strijd in Afghanistan waarin onschuldige burgerslachtoffers vallen, zoals de NAVO zelf iedere week weer toegeeft. Militarisering is dus niet de weg waar wij voor kiezen.

 
  
MPphoto
 

  Fiorello Provera, namens de EFD-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, mevrouw Ashton, het uitstekende verslag van voorzitter Albertini bevat een passage die me politiek gezien van groot belang lijkt, namelijk het deel dat het immigratiefenomeen verbindt aan het beleid inzake de samenwerking met ontwikkelingslanden.

Het is ondenkbaar om enorme migratiestromen alleen met repressieve maatregelen en nationaal beleid te beheersen. De verdeling van migranten over de EU-lidstaten zou het probleem evenmin oplossen. Integendeel, het zou de komst van nieuwe migranten in de hand werken. Fundamenteel voor de beheersing van migratiestromen is het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking, met name als dat op Europees niveau is gecoördineerd en niet alleen is gericht op economische ontwikkeling, maar ook op sociale en democratische ontwikkeling. Emigratie dient een keuze te zijn, niet een noodzaak.

Om ervoor te zorgen dat een dergelijk samenwerkingsbeleid efficiënt is en degenen bereikt die het daadwerkelijk nodig hebben, is het van cruciaal belang op lokaal niveau goed bestuur te bevorderen. Een gebrek aan goed bestuur leidt alleen maar tot inefficiëntie, corruptie, verspilling van middelen en beperkte resultaten. Het zorgen voor goed lokaal bestuur en samenwerking tussen overheden moet een belangrijk instrument van het Europees buitenlands beleid worden: dat is mijn persoonlijke boodschap aan barones Ashton voor een thema waar ik veel waarde aan hecht, namelijk samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, nu wreekt zich het feit dat in het Verdrag van Lissabon slechts zeer vage doelen voor het buitenlands beleid zijn omschreven. Hier wreekt zich waarschijnlijk ook het feit dat we met mevrouw Ashton een hoge vertegenwoordiger voor buitenlands beleid van de EU hebben die geen echte ervaring in het buitenlands beleid heeft en die als kleinste gemene deler van de lidstaten op deze post is gezet.

Indien we over alle belangrijke kwesties van het buitenlands beleid blijven zwijgen, bereiken we als Europeanen namelijk net zo weinig als een groep diplomaten die in de hele wereld handen schudden, en die telkens allemaal een andere richting aan het buitenlands beleid geven.

Ook de discussies over een Europese dienst voor extern optreden kunnen we ons niet echt veroorloven. Deze ongetwijfeld belangrijke nieuwe dienst moet of mag niet over de hoofden van de lidstaten heen het werkterrein van eurocraten worden.

Het is waarschijnlijk tijd dat er duidelijkheid komt over de oprichting van deze Europese dienst voor extern optreden en dat de EU naar buiten toe weer wordt gehoord. Het wordt ook tijd dat de nieuwe hoge vertegenwoordiger in deze zaken wat fijngevoeliger te werk gaat, ook door bijvoorbeeld alle drie de werktalen van de Unie, dus ook het Duits, in de Europese dienst voor extern optreden te gebruiken.

De ervaringen en goede betrekkingen van de afzonderlijke lidstaten met bepaalde regio’s moeten optimaal worden benut. Denk bijvoorbeeld maar aan de historische ervaringen die Oostenrijk met de Westelijke Balkan heeft. Daarbij moet het duidelijk zijn dat de veiligheid van Europa ook aan de buitengrenzen van de EU op de Balkan en niet in de Hindu Kush moet worden verdedigd. De EU moet niet langer optreden als de verlengde arm en geldschieter van de NAVO en de Verenigde Staten. Europees geld kan beslist beter aan FRONTEX worden besteed dan in de woestijnen van Afghanistan.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie en hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag rechtstreeks reageren op de kwesties en vragen die aan de orde zijn gesteld.

Tegen de heer Kasoulides wil ik met betrekking tot de toetsing van het non-proliferatieverdrag zeggen dat het essentieel is dat die slaagt. Wij zijn van mening dat we praktische maatregelen moeten nemen: er moet een verdrag inzake het alomvattend verbod op kernproeven van kracht worden; het splijtstofproductiestopverdrag; steun voor vreedzame toepassingen van kernenergie om veilige manieren te vinden om verspreiding van kernwapens te voorkomen – bijvoorbeeld onze bijdragen aan de splijtstofbank – en steun aan een zeer sterke en effectieve IAEA. We moeten, zoals gezegd, vooral actief zijn in gebieden zoals het Midden-Oosten, wat inhoudt dat we druk moeten blijven uitoefenen op Iran en de kwesties daar aan de orde moeten blijven stellen.

Mijnheer Severin, u had het over de dienst voor extern optreden en ik ben het volledig eens met de prioriteiten die u daarbij aangaf. Het is erg belangrijk voor mij dat de dienst politieke en budgettaire verantwoordingsplicht heeft, precies zoals u zei, en dat moet worden uitgevoerd op deze dubbele manier. Zoals u al aangaf, wordt het ook essentieel dat we deze kwesties bespreken met andere belangrijke partners. Ik geloof dat u bijvoorbeeld Rusland en Turkije noemde. Wel, Rusland heb ik al bezocht. Ik heb een deel van het weekeinde doorgebracht met de Turkse minister van Buitenlandse Zaken: een goede kans om veel gedetailleerder te spreken over die betrekking voor de toekomst. Ik ben het dus volledig eens met de prioriteiten die u hebt genoemd en ik bedank u daarvoor.

Mevrouw Neyts-Uyttebroeck, dank u voor uw vriendelijke woorden. Ik denk dat het niet zozeer zo was dat de EU van het wereldtoneel verdween. De onvermijdelijkheid van die hiaat, van een effectieve Commissie, is nu opgelost. En voor mijzelf is dat heel belangrijk, want voordat de Commissie in functie was, had ik niet eens een kabinet, laat staan een dienst voor extern optreden. En we zijn nu zo ver dat we de middelen bij elkaar kunnen gaan brengen.

Ik denk dat het ook zeer terecht is dat u wijst op het belang van zichtbaarheid ter plaatse. Mijn probleem is, zoals u weet, dat ik nog niet heb geleerd om door de tijd te reizen. Maar ik denk dat het absoluut essentieel is dat we, als we vooruitzien, kijken naar de prioriteiten die zijn gesteld en waarmee dit Parlement het naar mijn mening in grote lijnen eens zal zijn, en ervoor zorgen dat mijn activiteiten gericht zijn op die prioriteiten, waaronder het oprichten van de dienst, die op dit moment nog niet bestaat. Hij heeft nog geen personeelsstructuur. Hij is er nog niet. Maar als hij er wel is, kunnen we de kracht van Europa zo goed mogelijk laten zien in de hele wereld.

Mevrouw Brantner, u hebt wederom geprobeerd zo veel mogelijk details van mij te krijgen: ik denk dat dat heel belangrijk is. Sommige van de kwesties die u hebt aangehaald zijn uiterst kritiek. We willen geen dubbel werk doen binnen de verschillende instellingen. We willen de aanpak op basis van geografische kantoren voor wat we doen en ik ben het met u eens over vredesopbouw: dat is een zeer belangrijk terrein waarop de EU moet optreden.

En dat komt in wezen terug in het opbouwen van de verschillende elementen waar we goed in zijn – het werk dat we doen op het gebied van staatsopbouw, justitie, de rechtsorde, ontwikkelingsprogramma’s, het aanpakken van klimaatverandering, het leveren van steun aan regeringen en aan mensen – dat is allemaal bedoeld om ons veiliger, stabieler en welvarender te maken, maar we creëren op die manier ook een veiligere, stabielere en welvarendere wereld.

Die doelstellingen zijn uiterst belangrijk.

Ik ben het helemaal met u eens over vrouwen. We moeten meer vrouwen aantrekken, bijvoorbeeld in onze beleidsmissies, waar ik er tot nu toe nog niet veel heb gezien. We moeten ervoor zorgen dat vrouwen op alle niveaus stevig worden geïntegreerd in de dienst. Dat is een uitdaging die we zeker moeten aanpakken. Maar het belangrijkste dat ik tegen u wil zeggen, is dat de dienst voor extern optreden in dienst van de hele Europese Unie staat.

Dus wat doen we aan justitie en binnenlandse zaken in de wereld, wat willen parlementariërs doen met andere parlementen? We moeten de dienst gebruiken terwijl we hem opbouwen tot een dienaar die u kan helpen deze kwesties ter plaatse aan te pakken. Ik denk dat wij precies hetzelfde over deze kwesties denken.

Mijnheer Tannock: assertief leiderschap dat tegen de uitdaging is opgewassen. Ik hoop dat u iets zult beginnen te zien dat u herkent als assertief leiderschap. Het is, zoals u zegt, erg belangrijk dat we enkele van deze kritieke kwesties aanpakken: de Balkan en de trans-Atlantische betrekkingen zijn absoluut essentieel en spelen een centrale rol in wat wij doen. Daarom besteden we veel tijd aan besprekingen met de Verenigde Staten en daarom besteed ik persoonlijk veel tijd aan besprekingen en dialoog met hen en natuurlijk met Oekraïne.

Ik hoop dat u blij was met mijn besluit om naar de inauguratie te gaan en president Janoekovytsj daarna uit te nodigen in Brussel, waar hij een van zijn eerste dagen doorbracht. Zijn inauguratie was op donderdag. Op maandag was hij in Brussel om te beginnen aan het bevorderen en verdiepen van de betrekkingen voor de toekomst.

Mijnheer Meyer, u had het over de kwesties van buitenlands beleid en ontwapening en over de vraag of het gepast is om in militaire termen te denken. Ik zal u twee korte voorbeelden geven, waarvan ik er een al heb beschreven, namelijk Atalanta en het belang van een allesomvattende aanpak van wat we doen.

We hebben voor de kust van Somalië schepen, die overigens dit weekend samen met de Franse marine met veel succes piraten gevangen hebben genomen die van plan waren ellende te veroorzaken in dat deel van de zee. In verband daarmee moeten we ervoor zorgen dat ze op de juiste wijze worden vervolgd en behandeld volgens onze eigen juridische normen in de landen van die regio.

Wat daar ook verband mee houdt, is het ontwikkelingsprogramma waaraan de Commissie werkt om te proberen de economie in Somalië te steunen en te verbeteren. Dat staat weer in verband met het werk dat we binnenkort gaan doen om mensen op te leiden zodat ze de veiligheid in de regio kunnen waarborgen. Met andere woorden, het is een gecombineerde aanpak en een allesomvattende aanpak. Dat betekent de hulpmiddelen gebruiken die nodig zijn om de problemen waarmee mensen te maken hebben op te lossen.

Nog een voorbeeld: ik ben afgelopen week in Haïti geweest en ik moet mijn waardering uitspreken voor de Italianen die ik daar aan het werk heb gezien. Het drama van L’Aquila lag bij deze mensen nog vers in het geheugen, maar hier zagen we mariniers, brandweerlieden, ngo’s, burgers, artsen, psychiaters, tandartsen, verpleegkundigen, die allemaal samenwerkten onder leiding van de gezagvoerder van een hospitaalschip vol met mensen die werden behandeld voor de directe gevolgen van de aardbeving. Jonge mensen met amputaties; kinderen die werden behandeld aan vreselijke brandwonden; teams die deze mensen steunden.

Wat ik probeer te zeggen, is dat u naar mijn mening moet denken aan de alomvattende strategie en aanpak die we kunnen bieden, waarbij we de middelen die we hebben zo effectief mogelijk gebruiken.

Mijnheer Provera, u maakt een belangrijk punt over ontwikkelingssamenwerking en immigratie, namelijk dat mensen die denken dat ze geen andere keus hebben, risico’s zullen nemen en vaak zelfs hun leven zullen wagen om het land waar ze wonen, waar ze geboren zijn en waar ze willen wonen te verlaten. De meeste mensen willen in het land kunnen wonen waar ze zijn opgegroeid.

Dus het belangrijke van ontwikkeling is naar mijn mening altijd geweest dat we economische bestaansmiddelen van mensen kunnen ondersteunen om te zorgen dat zij kunnen blijven wonen waar ze willen wonen en dat ze daar onderwijs, gezondheidszorg en dergelijke kunnen krijgen.

Dat wordt een groot deel van wat we ter plaatse gaan doen en dat helpt met name in staten waar instabiliteit als gevolg van klimaatverandering een groot probleem zou kunnen zijn.

Tot slot wil ik mijnheer Mölzer vragen niet zo pessimistisch te zijn. Het gaat niet om handelen over de hoofden van de lidstaten heen. Het gaat om het opbouwen van iets unieks Europees – niet hetzelfde als wat er gebeurt in de lidstaten, of dat nu Duitsland, Italië, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk of een ander land is. Het is niet hetzelfde. We bouwen iets anders, dat draait om veiligheid en stabiliteit op de lange termijn, om economische groei, want wat we daaraan kunnen bijdragen is in ons belang, maar het draait ook om de waarden die we koesteren.

Wat mijn talenkennis betreft, oui, je peux parler français, mais je ne suis pas très bien en français. Ich habe auch zwei Jahre in der Schule Deutsch gelernt, aber ich habe es jetzt vergessen.

Dus ik spreek de talen en daar zal ik steeds beter in worden. Ik verheug me op het moment dat ik een echt gesprek met u kan hebben in veel beter Duits dan ik nu spreek.

 
  
MPphoto
 

  Elmar Brok (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vicevoorzitter, dames en heren, uit het verslag-Albertini en het verslag-Danjean en ook uit de ontwerpresolutie voor de non-proliferatie van kernwapens blijkt dat er snel belangrijke beslissingen moeten worden genomen en dat we ons daarop moeten voorbereiden. Laat ik nog een paar voorbeelden geven. Ik denk dat de Europese Unie een belangrijke rol moet spelen, nu we in een beslissende fase verkeren waarin het erom gaat dat we voorkomen dat Iran kernwapens bouwt en nu de 5+1-groep heel wat activiteiten moet ontwikkelen, vooral voor de voorbereiding van de resolutie van de Verenigde Naties en de mogelijke uitbreiding van sancties, om ook met niet-militaire middelen de opbouw van een nieuwe staat met kernwapens te voorkomen. Ook de dramatische situatie in het Midden-Oosten en de oplossing van de problemen aldaar zijn hier direct of indirect mee verbonden.

Mevrouw Ashton, ik dank u voor uw reis naar Kiev en de gesprekken met president Janoekovytsj. Het zal van essentieel belang zijn dat het ons lukt om dergelijke landen sterker te maken opdat ze geen verkeerde beslissingen nemen, en dat het duidelijk is dat een douane-unie met Rusland en een vrijhandelszone met de Europese Unie niet samengaan en dat duidelijk wordt gemaakt wat de voordelen hiervan zijn.

Ik wil nog één opmerking maken. Wij zullen, in tegenstelling tot veel ministers van Buitenlandse Zaken en defensie, het geduld opbrengen om met u een verstandige Europese dienst voor extern optreden op te bouwen. Wij willen dat die dienst er komt en hij moet succesvol zijn. Alleen dan zullen wij met één stem kunnen spreken. Het zou verkeerd zijn om hieromtrent te snelle en daardoor foute beslissingen te nemen. We staan hier niet onder tijdsdruk en we hebben een goed resultaat nodig. We moeten er echter wel rekening mee houden dat de Unie in haar geschiedenis succes heeft gekend wanneer de communautaire methode werd toegepast, maar nooit of zelden wanneer zij intergouvernementeel opereerde. Daarom moet duidelijk zijn dat wat communautair beleid is niet langzaam, via de Europese dienst voor extern optreden, intergouvernementeel beleid mag worden. Daartoe moeten we waarborgen inbouwen ter garantie van de doeltreffendheid van de gemeenschappelijke dienst en tegelijkertijd ook van het communautair beleid en in verband daarmee van de rechten van het Europees Parlement wat de begroting, de begrotingscontrole en kwijting betreft, en ook van de rechten van het Europees Parlement op toezicht op het beleid. Wij hopen op een goede samenwerking.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda (S&D). (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, ik spreek tot u in uw hoedanigheid van vicevoorzitter van de Commissie maar ook van hoge vertegenwoordiger – want in tegenstelling tot de ministers van Buitenlandse Zaken ga ik ervan uit dat u dit Parlement als hoge vertegenwoordiger ook enige politieke verantwoording verschuldigd bent! Vandaag is het Verdrag van Lissabon honderd dagen van kracht. We hebben te maken met twee keuzen die van essentieel belang zijn: de ene betreft – zoals u ook in het begin hebt gezegd – de uitbreiding van het buitenlands beleid, omdat klimaat, energie en andere zaken ook deel uitmaken van het buitenlands beleid, en de andere betreft de oprichting van een daadkrachtige, effectieve Europese dienst voor extern optreden.

Als we het over het energiebeleid hebben, heeft Kopenhagen aangetoond dat we, wanneer we het oneens zijn, wanneer we verdeeld zijn, wanneer iedere regeringsleider meent dat hij of zij speciaal de aandacht moet trekken, nog minder bereiken dan anders. Gezien de houding van China en de Verenigde Staten zouden we toch geen fantastisch resultaat hebben bereikt, maar het verschrikkelijke schouwspel dat we in Kopenhagen hebben laten zien, mag eigenlijk nooit meer vertoond worden.

We moeten daarom – en hierin sluit ik mij bij collega Brok aan – een solide Europese dienst voor extern optreden creëren. Ik – en dat geldt voor velen van ons – ben weliswaar niet verbaasd, maar wel geschokt dat veel ministers van Buitenlandse Zaken het u uit jaloezie moeilijk maken. Wij zijn daar heel oprecht over! Velen steunen u, maar er zijn er ook veel die voor problemen zorgen. Die kunnen het nu eenmaal niet verdragen dat ze niet meer een leidende rol spelen, maar in plaats daarvan weer minister van Buitenlandse Zaken zijn. Het is toch ook niet slecht om minister van Buitenlandse Zaken te zijn. En het betekent toch niet dat men alles moet bepalen wat er in de Europese Unie gebeurt. Wij zeggen dus ook duidelijk vanuit onze positie hier: wij zullen onze Parlementaire mogelijkheden ten volle benutten, niet om iets te voorkomen maar om constructief te zijn. Constructief is een Europese dienst voor extern optreden die – zoals het ook in het Verdrag van Lissabon staat – ook duidelijk onder u, mevrouw Ashton, valt en die natuurlijk nauw met de Commissie samenwerkt.

Wij zullen ook niet dulden dat iets wat tot nu toe wettelijk communautair was en wat ook volgens het Verdrag van Lissabon communautair blijft, plotseling intergouvernementeel wordt. Dat is namelijk het idee van veel ministers en misschien ook van veel regeringsleiders, om niet alleen de Commissie een beetje te ondermijnen, maar ook het Gemeenschapsrecht te ondermijnen. Dat is onaanvaardbaar en daar moet een heel duidelijke grens worden getrokken.

De komende weken zal er – net als voorheen – worden gediscussieerd over hoe het nu staat met de Europese dienst voor extern optreden. Daarmee sluit ik mij eveneens aan bij wat al eerder is gezegd. Het gaat niet om het tijdstip – ook al willen we snel een oplossing bereiken – maar om de inhoud. Het moet nogmaals worden gezegd, vooral tegen de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, dat dit Parlement gebruik zal maken van zijn rechten – niet meer maar ook niet minder – met betrekking tot de begroting en het Statuut van de ambtenaren, omdat we een doel hebben, namelijk een effectievere, efficiëntere Europese dienst voor extern optreden.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Andrew Duff (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat we allemaal hadden verwacht dat de inwerkingtreding van het Verdrag met kinderziektes gepaard zou gaan en we zouden onze excuses kunnen aanbieden voor het feit dat we vergeten zijn een clausule over tijdreizen op te nemen in het Verdrag, maar wat we niet hebben verwacht en niet kunnen accepteren, is het verlies van vertrouwen tussen de Commissie en de Raad bij het oprichten van de dienst voor extern optreden. De oplossing staat in het Verdrag en dat zou nauwgezet moeten worden gewaardeerd en gerespecteerd.

Artikel 40 beschermt de respectieve functies van de Commissie en de Raad. Beide moeten pragmatisch te werk gaan om ervoor te zorgen dat er een sterke, effectieve, coherente diplomatie tot stand kan worden gebracht in het hele beleid. Catherine Ashton geeft ons een levendige beschrijving van de EU als een opkomende macht van een tanend continent. Het is vrij duidelijk dat de Afghaanse campagne een probleem is dat onze aandacht vereist; een grondige hervorming van de strategie en tactieken is nodig. Onze taak zou het opnieuw beoordelen van het doel, de kosten en de duur van onze betrokkenheid daar moeten zijn.

De ALDE-Fractie wil heel graag tempo maken op het gebied van defensie. We moeten de gemeenschappelijke veiligheidsbelangen van de 27 staten vinden en ons baseren op vergelijkbare thema’s in deze staten en een eerlijke inschatting van de krachten van de EVDB-missies om een klimaat te scheppen voor permanente gestructureerde samenwerking op het gebied van defensie.

 
  
MPphoto
 

  Reinhard Bütikofer (Verts/ALE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, barones Ashton, ik zou de heer Danjean willen bedanken voor zijn uitstekende verslag, waarin hij uitlegt waar we ons nu bevinden met betrekking tot het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid. Hij legt ook uit op welke punten we het nog niet eens zijn.

Als het Parlement dit verslag aanneemt, zal het op een aantal concrete punten verder zijn gekomen dan de Commissie en de Raad, aangezien dit verslag bijvoorbeeld nog eens uitdrukkelijk in positieve zin refereert aan het verslag-Barnier over Europese civiele bescherming. Het is jammer dat barones Ashton dat idee zojuist nogmaals heeft afgewezen.

(EN) Lady Ashton, het spijt mij dat een van de weinige punten in uw presentatie waarop u ‘nee’ zei het idee van de heer Barnier was, terwijl u over de meeste onderwerpen hetzelfde lijkt te denken als alle anderen.

(DE) Het nieuwe verslag steunt evenals het verslag-Albertini een trainingsmissie van de Unie in Somalië. Wij van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie wijzen dit idee af. We raken daar in een missie verzeild waarvan niet duidelijk is wat de toegevoegde waarde is bij datgene wat al in de regio is gedaan, noch op welk breder politiek kader de missie is gebaseerd, noch of zij daadwerkelijk een bijdrage levert aan de nationale opbouw van Somalië. Het is uiterst waarschijnlijk dat we nu veel geld betalen om voetvolk op te leiden dat vervolgens overloopt naar de meest biedende warlord.

Ik verzoek u mij een derde opmerking toe te staan. Dit verslag rept van de doelstelling van het bereiken van een strategische autonomie voor Europa op het gebied van veiligheids- en defensiebeleid. Wat mij betreft is dat overtrokken – hier nemen we te veel hooi op onze vork. Ik geloof niet dat welke lidstaat dan ook in staat is om de enorme militaire kosten te dragen die zouden worden gemaakt als we de formulering ‘strategische autonomie’ serieus namen. Ik ben overigens ook van mening dat dit hoe dan ook een strategische vergissing zou zijn. Europa moet zijn rol vinden in een netwerk van Europese en mondiale veiligheid, en die rol kan niet de rol van strategisch autonome macht zijn. Het zou daarom beter zijn als we volstrekt rationeel en realistisch zouden overeenkomen om die capaciteiten en structuren te verbeteren, die ons in staat stellen autonomer op te treden.

 
  
MPphoto
 

  Paweł Robert Kowal (ECR). (PL) Mevrouw Ashton, mijnheer de Voorzitter, een gezaghebbende Russische legercommandant heeft verklaard dat als Rusland in het bezit was geweest van amfibische aanvalsschepen in de Mistral-klasse, de invasie van Georgië slechts een half uur zou hebben geduurd. Ondertussen verkoopt Frankrijk Mistral-schepen aan Rusland ondanks het feit dat het plan-Sarkozy niet is uitgevoerd, en tegelijkertijd geeft Frankrijk zijn steun aan de Noord-Europese gaspijpleiding.

Het is lastig om over veiligheid in Europa te spreken als we weglopen voor een discussie over de situatie aan de oostelijke grens van de Europese Unie, maar dit is wel wat er gebeurde tijdens het opstellen van het verslag, en ik spreek nu met veel spijt tot de voorzitter van de Subcommissie veiligheid en defensie. Er werden inspanningen verricht om tegen elke prijs te voorkomen dat er gesproken werd over zaken als de ‘Zapad 2009’-manoeuvres. Er werd moeite gedaan om hierover niet te spreken, alsof het veiligheids- en defensiebeleid het beleid was van slechts enkele grote landen, maar het is een gemeenschappelijk beleid voor de Europese Unie en het is onze rol om dat beleid te ontwikkelen. Er werd veel gesproken over wat er ver weg aan de andere kant van de wereld gebeurt en over wat er in bijna elk deel van de wereld gebeurt, maar er werden tegen elke prijs – en dit was ook de benadering van veel leden – pogingen gedaan om weg te lopen voor wezenlijke problemen aan de oostelijke grens van de Unie. Het was een uitzonderlijke toestand van een soort Europese megalomanie en een minachting voor de belangen van enkele lidstaten. Dit is de reden waarom we dit verslag niet gaan goedkeuren, maar het is ook een verzoek dat ik aan mevrouw Ashton wil doen.

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Neemt u mij niet kwalijk, mijnheer Kowal, maar u hebt één minuut en 44 seconden spreektijd gekregen in plaats van de reguliere spreektijd van één minuut.

 
  
MPphoto
 

  Sabine Lösing (GUE/NGL).(DE) Mijnheer de Voorzitter, namens mijn fractie, de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links, zou ik hier duidelijk willen maken dat we zeer bezorgd zijn over de ontwikkeling van het buitenlands beleid van de EU in de richting van militarisering en een steeds interventionistischer beleid. Dit is een gevaarlijke ontwikkeling. Ik wil in alle duidelijkheid zeggen dat een militaire benadering van conflictoplossing of de veronderstelde stabilisering van landen of regio’s volgens ons absoluut de verkeerde weg is om een grotere veiligheid te bereiken voor de EU en de wereld. Militaire interventies – en Afghanistan is daar helaas een zeer actueel voorbeeld van – brengen lijden, dood en blijvende verwoesting, maar geen vrede en geen verbetering in de situatie van de bevolking.

In het verslag-Danjean worden de zogenaamd belangrijkste dreigingen opgesomd die een uitdaging vormen voor het toekomstige veiligheidsbeleid van de EU. Eén hiervan is klimaatverandering – iets wat grotendeels is veroorzaakt door de westerse geïndustrialiseerde landen. Als mensen in zuidelijke landen moeten vluchten omdat ze geen water meer hebben en voedsel steeds schaarser wordt, worden ze een veiligheidsprobleem voor Europa. Deze zienswijze is cynisch en inhumaan. Als staten door neoliberaal economisch beleid instorten, vormen ze een veiligheidsprobleem. Wat we nodig hebben is niet meer defensie, maar een verandering, een einde aan de neoliberale oriëntatie van de Europese Unie.

De Europese dienst voor extern optreden, het Europees Defensieagentschap, de oprichting van het Directoraat crisisbeheersing en planning en het geplande startfonds voor de bekostiging van militaire operaties zijn bedoeld om van de EU een mondiale speler op militair gebied te maken. Wij zijn van mening dat stappen richting centralisatie in de Europese dienst voor extern optreden een gevaarlijke en ondemocratische ontwikkeling zijn. De EU zou een leidende rol op zich moeten nemen ten aanzien van demilitarisatie en ontwapening, met name op het gebied van nucleaire ontwapening. Er moet op worden aangedrongen dat de verplichting die krachtens artikel 6 van het non-proliferatieverdrag voor kernwapens op kernmachten rust, namelijk volledige nucleaire ontwapening, eindelijk wordt nageleefd. Dit was een centrale belofte, op basis waarvan een groot aantal staten het non-proliferatieverdrag voor kernwapens heeft ondertekend en duurzaam heeft afgezien van het verkrijgen van kernwapens. Betrouwbare niet-aanvalsgaranties zijn het beste middel voor het voorkomen van proliferatie, aangezien landen die met interventie worden bedreigd anders zullen proberen zulke aanvallen te ontmoedigen door het bemachtigen van kernwapens.

Ik zou er in dit verband, en met name met betrekking tot Iran, op zijn minst op willen wijzen en willen waarschuwen dat militaire operaties of militaire activiteiten van welke aard dan ook die als doel hebben proliferatie te voorkomen, volkomen averechts werken en zeer gevaarlijk zijn. Wij zullen het verslag-Danjean verwerpen en hebben een eigen resolutie ingediend over het non-proliferatieverdrag voor kernwapens.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder (EFD). - Voorzitter, 'Chinese miljarden voor de Balkan', een recente krantenkop die zeker in dit debat om een Europees vervolg vraagt. Want het nieuwe Chinese investeringsterrein bestrijkt per slot van rekening staten die, hetzij reeds EU-lid zijn, of dat aspireren.

Raad en Commissie, hoe kijkt u aan tegen de rol van China op de Balkan? Deze omspant immers een waaier aan economische activiteiten: van financier en uitvoerder van grote openbare werken, industrieel agrarisch pachter tot havenbaron. Cruciaal punt blijft wel dat de benadering van China bepaald niet strookt met westerse standaarden. De grote vraag is nu: doorkruist deze Chinese agenda soms de moeizame uitbreidingsagenda van de Europese Unie voor deze regio? Hoe dit zij, de Chinese klok tikt ook hier sneller en coherenter dan de westerse.

Tot slot, mevrouw de hoge vertegenwoordiger, u gaat op reis naar het Midden-Oosten. Noam Shalit, de vader van de bijna vier jaar geleden ontvoerde Israëlische soldaat Gilad Shalit, rekent op uw volle inzet om Gilad vrij te krijgen. Ik ook.

 
  
MPphoto
 

  Martin Ehrenhauser (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zou twee punten kort willen aanstippen. Ten eerste is de verplichting tot hulpverlening duidelijk onverenigbaar met de neutraliteit van Oostenrijk. Daarom is het van belang dat de volgende punten in het verslag worden opgenomen. Ten eerste moet worden vastgelegd dat de verplichting tot hulpverlening niet juridisch bindend is, ten tweede dat het gebruik van militaire middelen niet noodzakelijkerwijs vereist is, en ten derde dat de individuele lidstaten de vrijheid behouden om zelf te bepalen waaruit de door hen verleende bijstand bestaat.

De commissie heeft dit niet geaccepteerd, voornamelijk om inhoudelijke redenen. Naar mijn mening getuigt de manier waarop dit werd afgewezen ook van een ernstig gebrek aan respect. Van u, barones Ashton, vraag ik in deze zeer gevoelige kwestie meer respect voor ons Oostenrijkers.

Mijn tweede punt betreft het minderhedenverslag. De kwaliteit van democratieën en samenlevingen blijkt natuurlijk steeds weer uit de behandeling van minderheden. Ik vind het heel erg goed dat we de optie van een minderhedenverslag hebben. Ik ben het er niet op alle punten mee eens, maar ik ben zeer verheugd dat mevrouw Lösing van deze optie gebruik heeft gemaakt.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Mario Mauro (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, ook ik wil graag gebruikmaken van de uitstekende verslagen van de heren Danjean en Albertini om nogmaals het woord te nemen om de sleutelrol te benadrukken van de hoge vertegenwoordiger. Het is te hopen dat barones Ashton zich realiseert hoe belangrijk haar rol is, deze verdedigt en deze daadkrachtig zal opeisen wanneer invulling wordt gegeven aan de bepalingen van het Verdrag, zoals bijvoorbeeld het versterken van de betrekkingen van de Europese Unie met haar strategische partners en het consolideren van haar leiderschap in multilaterale fora.

Met andere woorden, wij hebben dringend behoefte aan een strategie die uiteindelijk de werkelijke doelen vaststelt die wij willen verwezenlijken. Het is hierbij belangrijk de lidstaten te betrekken bij belangrijke doelstellingen. Het is tevens van belang dat wij ons niet laten conditioneren door eventuele interinstitutionele geschillen over de verdeling van verantwoordelijkheden; hierbij verwijs ik in het bijzonder naar de toekomstige Europese dienst voor externe optreden. Kortom, wij willen dat u een hoofdrol speelt, mevrouw Ashton. We willen dat u een sleutelrol speelt, zonder bureaucratisch te zijn.

Staat u mij toe de volgende opmerking te maken: het stelt mij werkelijk zeer teleur dat u ervoor heeft gekozen vandaag niet deel te nemen aan ons debat over Cuba. Ik weet dat u daar goede redenen voor heeft en dat u de eerste zou zijn om aan het debat deel te nemen, evenals dat zo belangrijke debat over het Poolgebied. Maar Cuba libre is niet slechts de naam van een cocktail: het is de schreeuw om democratie die velen van ons in dit Parlement in ons hart dragen. Ik hoop dan ook dat u de tijd kunt vinden om met uw kracht en met de kracht van uw rol aanwezig te zijn bij, deel te nemen aan en uw steun te geven aan de resolutie van het Parlement. U neemt wel deel aan het debat over het Poolgebied en u zult zien dat een Cuba libre beter smaakt met wat ijs.

 
  
MPphoto
 

  Kristian Vigenin (S&D). - (BG) Het verslag van de Commissie buitenlandse zaken over het jaarverslag van de Raad werd opgesteld in de geest van samenwerking en dialoog, zoals ten aanzien van alle strategische vraagstukken onze benadering is. Een belangrijk deel van het verslag is gewijd aan de consequenties van het Verdrag van Lissabon.

In dit verband zou ik willen wijzen op een belangrijk aspect van onze gemeenschappelijke werkzaamheden. Het succes van het gemeenschappelijk buitenlands beleid en de daadwerkelijke resultaten van de nieuwe institutionele hervormingen worden een fundamentele factor die bepalend zal zijn voor de houding van de Europese burgers ten opzichte van de capaciteit van de Europese Unie om voor hun belangen op te komen en zichzelf te veranderen en te ontwikkelen. Terecht of niet, er zijn hoge verwachtingen voor een aanzienlijk sterkere rol van de Europese Unie op het wereldtoneel, en wij hebben niet het recht de Europese burgers teleur te stellen

Helaas schetst de Europese pers de laatste weken – niet zonder reden – van het buitenlands beleid een buitengewoon negatief beeld: dat van rivaliteit tussen de lidstaten waar het gaat om de posities binnen de nieuwe Europese dienst voor extern optreden, van een competitie tussen de verschillende instellingen rond de vraag welke pet barones Ashton vaker zal dragen – die van de Commissie of van de Raad – en van een ongelijke strijd die het Europees Parlement moet voeren om meer invloed te verkrijgen.

U begrijpt dat dit ons niet alleen intern schade berokkent, maar ook een bijzonder slechte boodschap is in de richting van onze externe partners. Onze verdeeldheid maakt dat wij zwak op hen overkomen.

Het is om die reden dat ik in deze discussie een oproep wil doen. Laten wij, die bij de opzet en de verdere uitbouw van het gemeenschappelijk buitenlands beleid en het veiligheidsbeleid betrokken zijn, ons allen op de belangrijkste strategische vraagstukken concentreren en ons inspannen om door middel van dialoog en een constructieve opstelling zo snel mogelijk resultaten te laten zien. We dienen de Europese burgers het gevoel te geven dat ze deel uitmaken van een en dezelfde Unie, waarvan het woord in de mondiale politiek wordt gehoord en zwaar weegt.

 
  
MPphoto
 

  Pino Arlacchi (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de gezamenlijke ontwerpresolutie over het non-proliferatieverdrag is heel belangrijk en de ALDE-Fractie en ik zijn erg trots dat we eraan hebben bijgedragen. De resolutie is allesomvattend, want zij omvat alle kwesties op het gebied van ontwapening, van de NPV-toetsingsconferentie tot de kwestie van kernwapenvrije zones.

Deze resolutie roept op tot een Midden-Oosten zonder kernwapens en tot verwijdering van alle tactische kernkoppen van Europese bodem, in de context van een broederlijke dialoog met Rusland. Deze resolutie verwijst ook diverse malen naar een kernwapenvrije wereld, een doel dat moet worden bereikt door middel van een speciale conventie en binnen een ‘ambitieus’ tijdschema – dat wil zeggen op korte termijn.

Onze resolutie is het Europese antwoord op het voorstel van president Obama om kernwapens af te schaffen. Dit document moet dus worden gezien als een stap in de richting van een volledig verbod op atoomwapens. Het is bedoeld om een einde te maken aan de paradox dat enerzijds sommige landen legaal in het bezit zijn van kernwapens, terwijl anderzijds chemische en biologische arsenalen voor alle landen absoluut verboden zijn. Atoombommen moeten verboden worden en het bezit ervan moet eens worden gezien als een misdaad. Ik heb er vertrouwen in dat dit Parlement in deze richting door zal gaan met nog meer vastberadenheid en visie.

 
  
MPphoto
 

  Ulrike Lunacek (Verts/ALE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, vicevoorzitter van de Commissie en hoge vertegenwoordiger, als rapporteur voor Kosovo van dit Parlement ben ik blij van u gehoord te hebben dat u de Westelijke Balkan beschouwt als een zwaartepunt binnen het Europees buitenlands beleid, en dat de Europese Unie het zich niet kan veroorloven te falen.

U heeft echter ook gezegd dat Bosnië zich heeft gestabiliseerd. Barones Ashton, onder de omstandigheden waarin Bosnië zich bevindt, zijn stabiliteit en stabilisatie juist gevaarlijk. Niet iedereen kan deelnemen aan het democratische proces. De grondwet in zijn huidige vorm – de Dayton-grondwet – was in de jaren negentig een teken van stabiliteit, maar is dat nu niet meer. Wat voor strategie staat u en staat ons als EU ter beschikking om dat te veranderen? U zei dat u een strategie heeft voor Bosnië. Dat is de behandeling door de hoge vertegenwoordiger – maar waar is de strategie van de EU? Dat zou ik graag van u willen horen. Ik denk dat de EU hiervoor nog een strategie moet ontwikkelen.

Met betrekking tot Kosovo heeft u EULEX een succes genoemd. Dat is slechts gedeeltelijk waar. Er is nog veel te doen, bijvoorbeeld visumliberalisering voor burgers. Barones Ashton, ik roep u op ervoor te zorgen dat de Commissie onmiddellijk begint te werken aan een routekaart om de burgers van Kosovo duidelijk te maken dat ze niet in de steek zullen worden gelaten.

Helaas heeft u geen antwoord gegeven op een vraag van mevrouw Brantner. Een eigen departement, een eigen directoraat-generaal voor vredesopbouw binnen de dienst voor extern optreden is op dit moment hard nodig. U bent het er met ons over eens dat vredesopbouw belangrijk is, maar bent u bereid om dat in de dienst voor extern optreden te verankeren? Gaat u vredesopbouw een eigen directoraat-generaal geven? Dat is noodzakelijk om duidelijk te maken waar de Europese Unie naartoe gaat.

Wat betreft het verslag van de heer Danjean: ik ben zeer blij dat de commissie heeft geaccepteerd dat verdere ontwikkelingen in het Europese veiligheids- en defensiebeleid de neutraliteit en niet-gebonden status van bepaalde lidstaten geheel moeten respecteren. Dit betekent dat deze landen zelf bepalen waar, wanneer en hoe zij deelnemen en bijstand verlenen.

 
  
  

VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Geoffrey Van Orden (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, voor zover de EU waarde kan toevoegen en voor zover het onze soevereine belangen niet ondermijnt en niet leidt tot concurrentie met organisaties zoals de NAVO, kunnen wij het steunen.

Dat betekent voor het grootste deel de aanneming van gemeenschappelijke standpunten over bepaalde essentiële kwesties en civiele taken op het gebied van humanitaire hulp of wederopbouw en ontwikkeling na conflicten, hoewel ik moet zeggen dat de staat van dienst van EUPOL in Afghanistan weinig vertrouwen wekt.

De simpele waarheid is dat uw rol als minister van Buitenlandse Zaken van de EU die van dienstmeisje voor de politieke integratie van de EU is. Het effect van de dienst voor extern optreden, de reeks van EU-ambassades in de hele wereld, zal zijn dat de nationale vertegenwoordiging in veel hoofdsteden wordt ondermijnd, ongepast gewapend met geld dat afkomstig is uit onze naties, om het buitenlands beleid van iemand anders te bevorderen.

Dit verslag over het veiligheids- en defensiebeleid van de EU is een manifest voor militaire integratie in de EU, waarin militaire en civiele crisisbeheersing opzettelijk door elkaar worden gehaald om een rol voor de EU te rechtvaardigen. Het is gebaseerd op een onzinnig verhaal over EU-operaties en probeert de Commissie steeds meer te betrekken bij gebieden die eigenlijk de verantwoordelijkheid van onze naties en van de Raad zijn.

Vrijwel elke paragraaf van dit verslag spreekt zich uit voor het versterken van de militaire integratie in de EU ten koste van de NAVO en de soevereine integriteit van de afzonderlijke Europese landen.

Ik herinner u aan een van de grenzen die de Britse Labourregering trok tijdens de onderhandelingen, toen zij zei dat zij zich zou verzetten tegen het idee van een afzonderlijk en permanent centrum voor EU-operaties dat verantwoordelijk zou zijn voor de operationele planning en de uitvoering van militaire operaties, aangezien dat een overduidelijke imitatie zou zijn van de NAVO, waarvan het SHAPE-hoofdkwartier precies die functie vervult.

Barones Ashton, toen ik u hier op 11 januari naar vroeg, zei u dat u het eens was met het standpunt dat ik toen verwoordde. U lijkt nu van gedachten te zijn veranderd. Ik ben heel benieuwd hoe u er nu over denkt.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Salavrakos (EFD).(EL) Mijnheer de Voorzitter, het verslag van de heer Albertini is inderdaad uitstekend en ik wil hem daarmee gelukwensen. Hij is een serieus iemand en zal altijd serieuze verslagen schrijven. Net zo belangrijk en uitstekend was echter de presentatie van mevrouw Ashton.

Daarin wordt een groot aantal vraagstukken van buitenlands beleid behandeld, maar toch ben ik van mening dat al hetgeen in de twee verslagen wordt gezegd over de uitoefening van een echt buitenlands en veiligheidsbeleid valt of staat met twee dingen: ten eerste met een duidelijke vaststelling van de grenzen van de Europese Unie, zodat de Europese Unie overal met hetzelfde respect wordt bejegend, en ten tweede met de benodigde middelen, dat wil zeggen met geld. Over die middelen heb ik echter in geen van beide verslagen iets gelezen, terwijl geld juist het allerbelangrijkste is als wij een effectief buitenlands beleid willen voeren.

Ik ben van mening dat de nieuwe orde een nieuwe wanorde in de wereldeconomie heeft veroorzaakt. Ook is er een nieuwe sociale en politieke wanorde en dient zich een monetaire wanorde aan. Daarom wil ik dat mevrouw Ashton zorgt voor coördinatie tussen de Commissie economische en monetaire zaken en de Commissie buitenlandse zaken en er aldus voor zorgt dat zij de middelen krijgt die zij nodig heeft om haar beleid uit te oefenen.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, mevrouw de hoge vertegenwoordiger, ik vrees dat u hier vooral een catalogus gebracht heeft van aandachtspunten, een catalogus van gemeenplaatsen. Maar van een strategische visie hebben wij jammer genoeg weinig kunnen merken.

Wat stelt u bijvoorbeeld voor om ervoor te zorgen dat er meer toenadering komt met Rusland, in plaats van Rusland verder te laten afglijden in samenwerking met misdadige regimes, zoals die van Iran en Noord-Korea? Wat zijn uw voorstellen in verband met de pogingen van Iran om kernwapens te ontwikkelen? Welke houding zult u aannemen tegenover de groeiende antiwesterse en anti-Europese tendensen in de islamitische wereld? Een tendens die overigens ook vast te stellen valt in een kandidaat-lidstaat als Turkije.

Bent u bereid, mevrouw Ashton, om Europese verworvenheden, zoals het recht op vrije meningsuiting en de scheiding van kerk en staat, op een duidelijke en compromisloze manier te verdedigen ten opzichte van de groeiende politieke islam? De zwakke houding die de EU een aantal jaren geleden aannam in verband met de Deense cartooncrisis is wat mij betreft niet voor herhaling vatbaar.

Ik zou u ook willen vragen, net zoals mijnheer Provera, of u bereid bent om het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in te schakelen om de massale immigratiestromen naar Europa onder controle te brengen? Ik heb het zowel over illegale als legale immigratiestromen. U hebt daar geen antwoord op gegeven.

 
  
MPphoto
 

  Jacek Saryusz-Wolski (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik verwelkom de hoge vertegenwoordiger, vicevoorzitter en voorzitter van de Raad voor Buitenlandse Zaken onder die drie petten. Ze heeft drie petten. Onze verslagen kijken terug naar vroeger. Uw bureau, barones Ashton, was bedoeld als een nieuw tijdperk, dus ik zal het hebben over het nieuwe tijdperk. U vertegenwoordigt een pasgeboren bureau, een instelling die pas net op de wereld is en een moeilijke jeugd heeft.

Het is een hybride met een elektrische motor in de vorm van de communautaire methode en een dieselmotor in de vorm van de intergouvernementele methode. Het is een wees die door de vermeende ouders, de lidstaten, de Raad en de Commissie, met een zeker wantrouwen en een zekere afstand wordt aangekeken. Het Parlement staat klaar om de ontbrekende ouderrol op zich te nemen.

In deze beginfase bestaat het risico dat deze dienst uit elkaar wordt getrokken door uiteenlopende institutionele rivaliteiten en belangen. Ons Parlement was en is een sterk voorstander van een sterk buitenlands beleid van de EU. U kunt op ons rekenen.

Ziet u het Parlement alstublieft als uw bondgenoot en misschien ook als een eerlijke bemiddelaar tussen degenen die geneigd zijn slechts één pet op uw hoofd te zien in plaats van alle drie.

Het Parlement verwacht dat de nieuwe instelling, net als de andere, met ons verbonden wordt door een interinstitutionele overeenkomst waarin de regels voor de samenwerking duidelijk zijn omschreven. We zijn van plan mee te beslissen, zoals het Verdrag mogelijk maakt, over verordeningen op het gebied van financiën en personeel in de geest van de integrale Europese dienst voor extern optreden, en niet een versplinterde dienst voor extern optreden. Overweegt u alstublieft uw bureau te versterken als het gaat om competentie en politiek gewicht door vertegenwoordigers van uw bureau aan te stellen – een soort ‘onderministers’, onder meer in het Parlement. Dat zou een oplossing zijn voor het probleem dat de dag maar 24 uur heeft, een probleem dat niet op een andere manier op te lossen is. U bent overal nodig en we zouden graag willen dat u uw mogelijkheden om namens ons en namens de Unie op te treden uitbreidt.

 
  
MPphoto
 

  Maria Eleni Koppa (S&D).(EL) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, wij, socialisten en democraten, geloven in een Europese Unie met een krachtige rol op het internationale toneel, in een Unie met een gemeenschappelijk buitenlands beleid dat eenstemmig tot uiting wordt gebracht in de steeds ingewikkelder wordende wereld, in een Unie met een eigen defensie-identiteit die zorgt voor niet alleen autonome keuzes en autonoom optreden maar ook een bijzondere rol op internationaal vlak. Ik wil vooral iets zeggen over het uitstekende verslag van de heer Danjean die ik bij dezen van harte bedank voor de vruchtbare samenwerking.

Ik wil vier punten noemen:

Ten eerste zijn de verwijzing naar de centrale rol van het VN-bestel en de oproep van de rapporteur tot versterking van de multilaterale samenwerking erg belangrijk, met name na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.

Ten tweede steunen wij nauwe samenwerking met de NAVO, waarbij wij echter wel willen onderstrepen dat deze samenwerking de autonome ontwikkeling van de defensiecapaciteit van de Europese Unie niet in de weg mag staan. Integendeel, er moet volledig rekening worden gehouden met het feit dat beide organisaties verschillend van aard zijn en dat aan hun autonomie niet getornd mag worden, zeer zeker als het gaat om besluitvorming.

Ten derde is er mijns inziens behoefte aan een paragraaf over de noodzakelijke versterkte samenwerking met Rusland. Rusland is een strategische partner van de Unie op gebieden als energiezekerheid, crisisbeheer, enzovoort.

Tot slot wil ik nog zeggen dat tot mijn genoegen in het verslag nu wordt verwezen naar de noodzaak van meer ontwapening, zeer zeker wat lichte wapens, antipersoonsmijnen en clustermunitie betreft. Daarnaast moet het Europees Parlement volgens mij hier een duidelijker standpunt innemen en de lidstaten vragen praktische steun te geven aan het initiatief van president Obama voor een wereld zonder kernwapens. Er zal alleen ontwapening en non-proliferatie van kernwapens mogelijk zijn als allen tezamen – maar ook ieder afzonderlijk – stappen naar voren zetten om dit einddoel te bereiken.

 
  
MPphoto
 

  Norica Nicolai (ALDE).(RO) Ik wil graag mijn erkentelijkheid betuigen voor de kwaliteit van de verslagen van de heren Albertini en Danjean. Zij laten zien dat er mensen met expertise zijn in dit Parlement. Ik hoop, mevrouw Ashton, dat u gebruik zult maken van deze expertise in ons aller belang.

Ik wil graag een grote nadruk leggen op de aanbeveling in het verslag over de samenwerking van dit Parlement bij het monitoren van EU-beleid. Gezien de eerste alinea van het Verdrag van Lissabon ben ik van mening dat we als Europees Parlement en de nationale parlementen een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor het bevorderen van een meer coherente benadering van deze politieke maatregel.

Verder wil ik echter zeggen dat er van u, mevrouw Ashton, een veel coherentere strategie van u verwacht moet worden op het gebied van veiligheidsbeleid. Voor wat betreft de dienst voor extern optreden ben ik van mening dat de medewerkers van deze dienst, die ook in dienst zijn van de Europese burgers, een proportionele vertegenwoordiging moeten zijn van de expertise van de lidstaten. Helaas zijn er namelijk zeer veel instellingen met een verborgen niveau van incompetentie en bureaucratie, hetgeen een mondiale, coherente visie op de Europese Unie zou kunnen beschadigen.

Tot slot wil ik u een vraag stellen over de Battlegroups, die wel zijn opgericht maar helaas niet zijn gebruikt. Dit zou het imago van het veiligheidsbeleid kunnen schaden, en ik wil graag uw visie vernemen. Voor wat betreft de operatie Atalanta ben ik van mening dat we een veel realistischere aanpak nodig hebben, omdat de door onze militairen behaalde successen niet in verhouding staan tot het grote aantal gevallen van piraterij.

Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Paul Nuttall (EFD). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil even vrijuit spreken als inwoners van Lancaster onder elkaar, want dit gaat niet zo goed, hè? Nee, helemaal niet. Eerder, barones Ashton, zei u dat Europa een geloofwaardig buitenlands beleid nodig heeft. Hoe kunnen we een geloofwaardig buitenlands beleid hebben met een ongeloofwaardige hoge vertegenwoordiger?

U lijkt van de ene crisis naar de andere te struikelen. Het is zelfs zo erg dat de Britse minister van Buitenlandse Zaken u deze week een brief heeft moeten sturen om u te vragen op te schieten en aan de slag te gaan. Maar wij van de Britse Onafhankelijkheidspartij zagen dit al vanaf het begin aankomen. Wij hebben ons verzet tegen uw aanstelling omdat deze taak u volgens ons duidelijk boven de pet zou gaan – en nu blijkt dat we daar gelijk in hadden.

Men zei dat uw benoeming door de Commissie een aardverschuiving teweeg zou brengen in Tokio en Washington. Maar u hebt nog niet eens de ambassadeur voor Washington kunnen aanstellen omdat die ouwe Barroso u erin heeft geluisd!

In de Britse pers wordt ook beweerd dat u na acht uur ’s avonds uw telefoon uitzet. Maar, barones Ashton, u bent de bestbetaalde politica ter wereld. U verdient meer dan Frau Merkel, u verdient meer dan Hillary Clinton: dit is een baan voor 24 uur. En alsof dat nog niet genoeg is, werd gisteren gemeld dat u een eigen vliegtuig krijgt. Er wordt van u verwacht dat u bijna 500 000 kilometer per jaar gaat reizen. Dat is genoeg om op de maan te komen en de meeste mensen zouden inmiddels willen dat u daar bleef.

 
  
MPphoto
 

  Cristian Dan Preda (PPE).(RO) (Het was niet mijn beurt, maar ik ga toch even verder.) Ten eerste wil ik de heer Albertini gelukwensen met het uitstekende verslag. Het verslag benadrukt de rol die de Europese Unie moet spelen op het wereldtoneel als wereldwijde speler van formaat.

Ik verwelkom met name de invoeging van paragraaf 47 in de tekst, die het belang onderstreept van regionale samenwerking binnen het kader van het Oostelijk Partnerschap en de Synergie voor het Zwarte-Zeegebied, aangezien ik van mening ben dat betrokkenheid van de Europese Unie op dit terrein kan leiden tot werkelijke veranderingen vanuit een economisch en politiek perspectief.

Daarnaast wil ik ook Arnaud Danjean feliciteren met zijn verslag, waarin op succesvolle wijze alle uitdagingen maar ook de successen van de Europese Unie op het gebied van het Europese veiligheids- en defensiebeleid worden behandeld. Ik ben van mening dat, op de tiende verjaardag van dit beleid, de voorstellen in het verslag-Danjean zeer belangrijk zijn voor de verbetering van de acties van de EU. Dat zal zeker bijdragen aan de veiligheid van de Europese burgers en uiteindelijk aan vrede en internationale veiligheid.

Hier wil ik een bepaald punt uit dit uitstekende verslag benadrukken, over het belang van het partnerschap met de Verenigde Staten op het gebied van crisisbeheersing, vredeshandhaving en militaire zaken in het algemeen. Vanuit dit oogpunt is het door onze Amerikaanse partners gelanceerde raketverdedigingssysteem niet alleen van belang voor mijn land – Roemenië, dat besloten heeft om eraan deel te nemen – maar ook in bredere zin. De proliferatie van ballistische raketten is namelijk een ernstige bedreiging voor de bevolking van Europa.

Dan wil ik nog noemen dat ik amendement 34 op paragraaf 87 van het verslag steun. Ik ben namelijk van mening dat, als het antiraketschildproject kan helpen een dialoog te voeren op Europees niveau, de verwijzing naar de dialoog met Rusland niet ter zake doet in deze context.

Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Ioan Mircea Paşcu (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de verslagen die zijn opgesteld door de heer Albertini en de heer Danjean zijn zeer belangrijke documenten die op een cruciaal moment komen: het Verdrag van Lissabon is zojuist van kracht geworden, de EU heeft een nieuw Parlement en de trans-Atlantische samenwerking ziet er veelbelovender uit.

Het verslag van de heer Danjean gaat in op de nieuwe veiligheidsuitdagingen waarmee de EU-lidstaten te maken hebben. Daarvoor roept het op tot een witboek dat een openbaar debat zou kunnen stimuleren en meer bekendheid zou kunnen geven aan het GVDB, waardoor er een duidelijker verband zou bestaan tussen doelstellingen en belangen enerzijds en de manieren en middelen om deze te bereiken anderzijds.

Het verslag komt ook – en dat is heel goed – met concrete voorstellen en het wijst op gebieden die meer inspanningen vereisen op militair gebied. Tegelijkertijd lijken sommige van de voorstellen, zoals de introductie van een Europees voorkeursbeginsel voor defensieacquisitie en een oproep tot verplichte deelname van de Europese defensie-industrie aan het aanstaande raketverdedigingsstelsel van de VS, vrij onmogelijk met elkaar te verenigen, terwijl het niet altijd praktisch is om voor elke behoefte een nieuwe instelling in het leven te roepen.

In het algemeen moet de benadering van het GVDB, gezien het feit dat Europa sinds het einde van de Koude Oorlog voortdurend heeft bezuinigd op de militaire uitgaven en de openbare steun voor militair ingrijpen in het algemeen afneemt, niet alleen mechanisch maar evengoed politiek zijn. Het herstellen van de politieke wil in dit opzicht is dus onmisbaar voor een succesvol GVDB.

Tot slot is het verslag belangrijk omdat het de kwestie van de rol van het Europees Parlement met betrekking tot het GVDB aan de orde stelt. Ik wil de heer Danjean en mijn collega’s bedanken voor hun bijdragen.

 
  
MPphoto
 

  Mirosław Piotrowski (ECR). (PL) Mijnheer de Voorzitter, de ontwerpresolutie van het Parlement over het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid is onder andere bedoeld om militaire structuren als onderdeel van de Europese Unie in te stellen. Ik verzoek om instelling van een speciale EU-defensieraad en een militair operatiecentrum. Deze instrumenten dienen om de Unie de status te verlenen van een mondiale speler in militaire aangelegenheden.

Ik herinner u eraan dat van de 27 EU-lidstaten er 21 lid zijn van de NAVO. Slechts 6 EU-landen behoren niet tot de NAVO en de meeste van hen hebben zich neutraal opgesteld. Daarom rijst een fundamentele vraag: heeft de resolutie de ontwikkeling van een aantal EU-landen tot doel of is ze ook een serieuze stap op weg naar een afzonderlijk militair blok dat wedijvert met de NAVO? Zelfs als tussentijds perspectief zal het niet mogelijk zijn om tegelijkertijd lid te zijn van beide organisaties. Vandaag stemmen vóór dit verslag zal daarom in werkelijkheid de civiele aard van Unie vernietigen, de rode kaart aan de NAVO tonen en het begin zijn van de opbouw van een alternatief militair blok.

 
  
MPphoto
 

  Ernst Strasser (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, barones Ashton, dames en heren, allereerst zou ik mijn twee collega’s van harte willen feliciteren met hun verslagen, die de basis hebben gevormd voor een zeer goed debat met uitstekende resultaten. Ik zou een paar leidende beginselen willen noemen. Allereerst over het gemeenschappelijk buitenlands beleid: helaas hebben we op dit moment een meerstemmig beeld van de Europese Unie. Hoge vertegenwoordiger, ik zou u willen vragen en oproepen om ervoor te zorgen dat we helpen bereiken dat Europa met één stem spreekt. Als we een pan-Europese oriëntatie willen bereiken, is dit strikt noodzakelijk.

Ten tweede: de trans-Atlantische betrekkingen zijn terecht ter sprake gekomen. Op diplomatiek gebied, op economisch gebied, op veiligheidsgebied en op defensiegebied hebben we inderdaad een nauw partnerschap nodig met onze collega’s in de Verenigde Staten, maar wel als gelijkwaardige partners, op basis van gelijkheid. Ook moeten de burgerrechten en veiligheidskwesties gelijkwaardig worden behandeld, zoals het Parlement uiteindelijk op indrukwekkende wijze heeft geëist in verband met de SWIFT-overeenkomst.

Ten derde: terecht is de Westelijke Balkan een absoluut cruciale factor in het Europese buitenlands en veiligheidsbeleid van de toekomst. We moeten deze staten Europese perspectieven bieden. Dat betekent politiek stabiele betrekkingen, persoonlijke veiligheid en economische ontwikkeling. Een Europese dienst voor extern optreden behoort en moet helpen – en in dit opzicht heeft u het Parlement aan uw zijde – om dit alles te bereiken. Onder deze Europese Dienst voor extern optreden verstaan wij een dienst voor Europa en niet voor de lidstaten, voor instellingen die Europees denken en werken, niet voor andere belangen. Hier zult u het Parlement aan uw zijde vinden.

Natuurlijk steun ik ook de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, die eist dat het Duits een van de werktalen van de Europese dienst voor extern optreden wordt.

 
  
MPphoto
 

  Wolfgang Kreissl-Dörfler (S&D).(DE) Mijnheer de Voorzitter, barones Ashton, dames en heren, ja, we hebben een gemeenschappelijk buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid nodig, maar laten we dat gebruiken om de wereld kernwapenvrij te maken. We weten dat dit niet van de ene dag op de andere zal gebeuren; we hebben er al te lang voor gestreden om dat te denken. Maar misschien zal het ons, samen met de presidenten Obama en Medvedev, lukken dit doel een cruciale stap dichterbij te brengen.

Ik ben ook verheugd over het feit dat de Duitse bondsregering volgens haar coalitieakkoord van plan is te verlangen dat Amerikaanse kernwapens uit Duitsland worden verwijderd. Dat zou een duidelijk en ondubbelzinnig signaal afgeven. We zijn ook verheugd over het feit dat de secretaris-generaal van de NAVO een breed debat zal houden over het dichterbij brengen van het hogere doel van een kernwapenvrije wereld, zonder veiligheidsbelangen te hoeven veronachtzamen. Ook dat zou een cruciale stap in de goede richting zijn.

Barones Ashton, ik denk dat u, samen met een goed gestructureerde dienst voor extern optreden, veel zult kunnen bereiken. Ik ben in dit opzicht dan ook zeer hoopvol, en bij veel commentaren die we in deze kamer moeten aanhoren – met name van een zogenaamde parlementaire fractie uit het Verenigd Koninkrijk – moet ik zeggen dat de kwaliteit in dit Parlement echt sterk achteruit is gegaan.

 
  
MPphoto
 

  Eduard Kukan (PPE). (SK) De uitstekende verslagen van mijn collega’s, de heren Albertini en Danjean, bevatten heel wat inspirerende ideeën over de manier waarop wij de voornaamste aspecten en de belangrijkste kansen kunnen stroomlijnen bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.

Ik zou willen benadrukken dat het op dit ogenblik, nu het concept voor de opzetting van de Europese dienst voor extern optreden en de toekomstige werking ervan wordt verwerkt, ontzettend belangrijk is dat die dienst van meet af aan op een zo rationeel mogelijke basis wordt opgezet. Met andere woorden: ten dienste staan van de primaire doelstellingen van de Europese Unie en de inspanningen om haar positie in de wereld te versterken.

Zoals we vandaag zien, is dat geen eenvoudige of gemakkelijke taak. Bij de ontwikkeling van het concept van het ten dienste staan, zien we al dat de vaak strijdige belangen van de diverse Europese instellingen en hun individuele onderdelen botsen, en soms zelfs met groepen en individuen binnen die instellingen. Daar kunnen we ook de nationale belangen van individuele lidstaten aan toevoegen. In die situatie is het noodzakelijk dat alle spelers en deelnemers aan dit proces verantwoordelijk, ruimdenkend en objectief zijn om hun eigen ego’s te overstijgen en in de eerste plaats de gemeenschappelijke doelstellingen voor ogen te houden: de oprichting van een diplomatieke dienst die als homogeen element zal optreden en uitsluitend de behoeften van de Europese Unie en haar lidstaten zal dienen. Er is de zeer belangrijke leidinggevende rol – de uwe, barones Ashton. Het zou een fout zijn als bijzondere belangen en de wens om koste wat het kost uw eigen mening op te leggen ten koste van andere meningen om het eigen belang en de eigen status aan te tonen, hoger worden gesteld dan het noodzakelijke bredere perspectief. Uit het resultaat van deze inspanning zal blijken of het ons echt om een sterkere Europese Unie te doen is, dan wel of het er opnieuw om gaat om aan te tonen en uit te vechten wiens positie binnen de structuren van de Europese Unie het sterkste is.

 
  
MPphoto
 

  Roberto Gualtieri (S&D). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, barones Ashton, ik wil graag benadrukken dat we het hebben over drie uitstekende verslagen die door het Parlement zijn opgesteld: ambitieuze documenten die duidelijke standpunten weergeven, duidelijke keuzes maken en waarover een brede consensus bestaat tussen de fracties in dit Parlement die Europa en zijn toekomst een warm hart toedragen. Dit is een belangrijk feit en het toont de bereidheid en de vaardigheid van het Parlement om zichzelf kandidaat te stellen om ook het gebied van het GBVB/GVDB een centrale rol te spelen, op basis van wat ik een dynamische lezing van het Verdrag van Lissabon zou noemen.

Wij zijn van plan deze rol te vervullen bij de opbouw van de Europese dienst voor extern optreden, niet alleen om de bevoegdheden van het Parlement te waarborgen, maar ook om ervoor te zorgen dat de dienst een orgaan wordt dat in staat is coherentie en efficiëntie bij het externe optreden van de EU te waarborgen en tegelijkertijd de communautaire methode te versterken en geleidelijk uit te breiden.

Met betrekking tot het verslag van de heer Danjean, wil ik graag benadrukken dat het concept van strategische autonomie wordt gepresenteerd in het kader van een multilaterale aanpak en dat het een voorwaarde is voor het versterken van het strategische partnerschap met de Verenigde Staten. Tevens wil ik onderstrepen dat het Parlement is verenigd in zijn verzoek om een centrum voor operaties en ik waardeer dan ook dat u, hoge vertegenwoordiger, heeft verklaard dat u open staat voor een diepgaandere dialoog over dit thema.

Wat de non-proliferatieresolutie betreft, wil ik graag het belang benadrukken van het streven naar een wereld zonder kernwapens, het duidelijke vonnis over het achterhaalde idee van tactische kernwapens en de waarde van de standpunten die hierover recentelijk door de regeringen van diverse EU-lidstaten zijn ingenomen. De boodschap van het Parlement is dus duidelijk, realistisch en ambitieus en we hopen dat de hoge vertegenwoordiger deze boodschap begrijpt en zal omarmen.

 
  
MPphoto
 

  Tunne Kelam (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de collega’s Albertini en Danjean feliciteren met hun uitgebreide en creatieve verslagen over het buitenlands en veiligheidsbeleid.

De EU zal een wereldwijde speler worden, zoals u zei, hoge vertegenwoordiger, maar met 7 procent van de wereldbevolking en een vijfde van het bbp is dat alleen mogelijk op basis van versterking van de trans-Atlantische samenwerking vanuit gemeenschappelijke waarden.

Allereerst moet de EU een sterke wil tonen om coherente strategieën te ontwikkelen op vijf cruciale gebieden: gemeenschappelijke strategieën voor China, Rusland, vrede in het Midden-Oosten, Afghanistan en energiezekerheid.

Het is nog steeds een grote belemmering voor onze geloofwaardigheid en efficiëntie in de wereld dat we er vaak niet in zijn geslaagd een eensgezind standpunt in te nemen over deze zaken. De grootste uitdaging voor u wordt het in praktijk brengen van uw uitstekende verklaring over het bouwen van één enkele politieke strategie en het nemen van collectieve verantwoordelijkheid.

Ik ben blij met paragraaf 10 in het verslag van collega Danjean, waarin de Raad en de Commissie dringend worden verzocht cyberdreigingen te analyseren en een efficiënte reactie op dergelijke uitdagingen te coördineren op basis van de beste werkwijzen. Digitale oorlogvoering is geen uitdaging van de toekomst: het is de dagelijkse praktijk. Daarom moet de EU onmiddellijk een Europese strategie voor cyberveiligheid ontwikkelen.

Tot slot over de Europese dienst voor extern optreden: ik denk dat de samenstelling van de EDEO gebaseerd moet zijn op een eerlijk geografisch evenwicht en gelijke kansen voor vertegenwoordigers van alle lidstaten, nieuwe en oude, met toepassing van het quotumstelsel. Alleen dan zijn de efficiëntie en transparantie en uiteindelijk de geloofwaardigheid van de nieuwe diplomatieke dienst gegarandeerd.

Veel succes, hoge vertegenwoordiger, en bedankt.

 
  
MPphoto
 

  Richard Howitt (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, hoge vertegenwoordiger Ashton heeft ons vanochtend gevraagd onze denkwijzen te veranderen, verzet tegen institutionele veranderingen aan te pakken en het kortzichtig verdedigen van nationale belangen te vermijden. Als het Parlement meent wat het zegt over het GBVB, moeten we een duidelijke boodschap uitzenden dat we een sterke, alomvattende en inclusieve dienst voor extern optreden zullen steunen en dat we, onze eigen voorrechten in acht nemend, geen deel zullen uitmaken van belangengroepen die de capaciteiten en daarmee de effectiviteit van die dienst willen beperken.

Dat moet betekenen dat aanstellingen enkel en alleen gebaseerd zijn op geschiktheid, van het begin af aan aanstellingen vanuit de ministeries van Buitenlandse Zaken van de lidstaten en vanuit de gehele Europese Unie; het betekent ook strategisch advies over kwesties als energielevering en milieubeleid; het betekent organisatiestructuren die een wereldwijd bereik weerspiegelen en voldoende gewicht geven aan Afrika en trans-Atlantische betrekkingen en ook aan Azië, Latijns-Amerika en de landen om ons heen; het betekent voldoende financiële ruimte, niet alleen voor snelle reacties of humanitair ingrijpen, maar ook om geld te verplaatsen op basis van nieuwe beleidsprioriteiten; het betekent dat we het besluit van Catherine Ashton om reactie op rampen boven ramptoerisme te stellen steunen en dat zij de richting van de financiële programmering bepaalt en het betekent dat dit Parlement nieuwe regelingen voor waarneming ondersteunt die de internationale praktijk weerspiegelen, in plaats van vast te houden aan onze oude regels.

Tot slot ben ik blij om te zien dat de zetel van de Commissie vanochtend leeg is en, voor iedereen die zich heeft ingezet voor het Verdrag van Lissabon, we mogen hun of onze steun voor de volledige tenuitvoerlegging daarvan niet beperken.

 
  
MPphoto
 

  Francisco José Millán Mon (PPE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, het buitenlands beleid van de Unie gaat een nieuwe fase in, zoals mevrouw Ashton en de heer Albertini vanochtend onderstreept hebben.

In artikel 21 van het Verdrag zijn een aantal beginseldoelstellingen vastgelegd. Daarnaast worden er nieuwe figuren gecreëerd, met een hoge vertegenwoordiger van de Unie die ook vice-voorzitter is van de Commissie, een permanente voorzitter van de Europese Raad, de Europese dienst voor extern optreden, en een nieuw veiligheids- en defensiebeleid, dat het onderwerp is van het verslag van mijn collega de heer Danjean, enzovoorts.

Doel van deze vernieuwingen is ervoor te zorgen dat de Europese Unie een meer effectieve invloed heeft in de wereld en ik denk dat de toppen met derde landen daarvoor nog steeds een ideaal instrument zijn. Welnu, de Europese Unie houdt niet veel toppen met individuele landen, dus we moeten daar zorgvuldig mee omgaan.

De top van afgelopen week met Marokko was de eerste top met een Arabisch land, en hij was ook symbolisch voor de geavanceerde status die dat land is toegekend. Ik had graag gezien, mevrouw Ashton, dat u daar acte de présence had gegeven. Verder betreur ik het dat de koning van Marokko niet aanwezig was. Door zijn afwezigheid heeft deze top, die historisch had moeten zijn, ingeboet aan publieke invloed, betekenis en effectiviteit.

Ik hoop dat de Euromediterrane top in Barcelona ook een succes zal zijn wat betreft het niveau van de delegaties.

Overigens vind ik het spijtig dat de voor dit voorjaar geplande top met president Obama niet doorgaat. Zoals staat in het verslag-Albertini, maakt het Verdrag van Lissabon de weg vrij om de mechanismen voor een dialoog met de Verenigde Staten te versterken. Op deze top hadden die versterking en andere onderwerpen ter tafel kunnen worden gebracht.

De Europese Unie en de Verenigde Staten mogen geen gelegenheid voorbij laten gaan om op hoog niveau te overleggen over de bilaterale kwesties, conflicten en globale uitdagingen die zich thans ophopen op de internationale agenda. Het zou paradoxaal zijn – en hiermee sluit ik af – als we nu, nu we het Verdrag van Lissabon hebben, het risico liepen om irrelevant te worden in deze wereld die door sommigen al “postwesters” of “post-Amerikaans” genoemd wordt.

 
  
MPphoto
 

  Libor Rouček (S&D). - (CS) Mevrouw de hoge vertegenwoordiger, dames en heren, ik zou hier in mijn optreden graag opnieuw willen wijzen op het belang van de totstandbrenging van een partnerschap met Rusland. De lidstaten van de Europese Unie en Rusland hebben te maken met talrijke gemeenschappelijke uitdagingen en bedreigingen. Ik heb het daarbij over de strijd tegen het terrorisme, de verspreiding van massavernietigingswapens, regionale conflicten in het Midden-Oosten en in Afghanistan, de klimaatveranderingen, de energieveiligheid, met inbegrip van de nucleaire veiligheid, enzovoort. Noch de Europese Unie, noch Rusland kunnen deze problemen in hun eentje oplossen. Integendeel, dit alles vraagt om samenwerking. Het uitgangspunt voor een nieuwe, veelomvattende overeenkomst tussen de Europese Unie en Rusland dient dan ook samenwerking te zijn.

Ik zou de hoge vertegenwoordiger om die reden graag willen oproepen om al haar nieuwe bevoegdheden ten volste in te zetten en de onderhandelingen met Rusland in een hogere versnelling te brengen. Ik zou u, mevrouw de barones, eveneens willen oproepen om al uw nieuwe bevoegdheden aan te wenden ten behoeve van een doeltreffende coördinatie van de standpunten van de lidstaten enerzijds en de overige factoren in ons gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid anderzijds. Alleen op die manier kunnen we eensgezind naar buiten treden en de wereld helpen verrijken met waarden als de mensenrechten, democratie, de rechtsstaat, gelijke rechten, alsook evenwicht in de wederzijdse betrekkingen.

 
  
MPphoto
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik verwelkom en steun beide verslagen en ik feliciteer beide rapporteurs met deze documenten.

Ik wil twee punten noemen. Ten eerste wil ik met betrekking tot het verslag van de heer Danjean een kwestie ter sprake brengen die in een aantal EU-lidstaten veel verbazing heeft gewekt. Ik heb het over de exclusieve besprekingen tussen Parijs en Moskou over de mogelijke verkoop van vier Mistral-oorlogsschepen aan Rusland.

Het Mistral-oorlogsschip heeft een duidelijk offensieve functie en het is zeer zorgwekkend dat bepaalde EU-lidstaten zich bezighouden met wapenverkoop aan derde landen, die zeer negatieve gevolgen kan hebben voor de veiligheid van andere EU-lidstaten of buurlanden van de EU.

In het Verdrag van Lissabon zijn gemeenschappelijke defensiedoelstellingen vastgelegd en is een clausule opgenomen over solidariteit op het gebied van veiligheid en defensie. Dus waar denkt u dat het Parlement en andere instellingen van de EU naar moeten streven? Een gemeenschappelijke set regels binnen de EU om de verkoop van wapens door EU-lidstaten aan derde landen aan te pakken.

Met betrekking tot het verslag van de heer Albertini wil ik het belang onderstrepen van stabiliteit en veiligheid in Oost-Azië. Wij verwelkomen de inspanningen van zowel Taipei als Peking om de betrekkingen tussen de staten te verbeteren en de dialoog en praktische samenwerking te intensiveren. In dit verband moet de EU de deelname van Taiwan aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering krachtig steunen, aangezien de deelname van Taiwan aan deze organisaties belangrijk is voor de belangen van de EU en de rest van de wereld.

 
  
MPphoto
 

  Zoran Thaler (S&D). - (SL) Mevrouw de hoge vertegenwoordiger, ik ben het volmondig met u eens dat uw belangrijkste doelstelling een beter en meer geloofwaardig Europees buitenlands beleid is, net als meer stabiliteit en veiligheid in onze streek, de Balkan.

In dat opzicht kunnen we ons geen enkele mislukking veroorloven. Daarom stel ik voor dat u zich persoonlijk inzet voor twee kwesties: ten eerste voor een dringende oplossing van de kwestie tussen Griekenland en Macedonië waardoor onze lidstaat Griekenland eindelijk vrijuit kan ademhalen naar het noorden toe; en ten tweede door ervoor te zorgen dat Servië, dat zich in een kunstmatig dilemma tussen de Europese Unie en Kosovo bevindt, voor de Europese Unie kiest en zichzelf dus niet isoleert. Het is misschien een goed idee om onze Servische vrienden te herinneren aan het enige belangrijke feit, namelijk dat Servië en Kosovo opnieuw samen zullen zijn wanneer beide landen lid van de Europese Unie worden.

 
  
MPphoto
 

  Michael Gahler (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vicevoorzitter, vandaag zit u aan de andere kant. Als u elke maand van plaats wisselt, heb ik daar geen problemen mee.

Nu dit debat zijn einde nadert, is een aantal eerste beoordelingen duidelijk geworden. We willen dat u aan het hoofd komt te staan van een dienst voor extern optreden, waarin u – zoals een collega eerder opmerkte – beide rollen tegelijk vervult. Deze twee rollen zouden echter de enige duplicatie moeten zijn – een duplicatie in de structuren is niet iets wat we nodig hebben. Het behoud van de communautaire methode moet worden gegarandeerd, niet alleen wat betreft de begroting en de controle van het Europees Parlement. Om het duidelijk te zeggen: de nieuwe dienst mag niet het exclusieve speeltje van de ministers van Buitenlandse Zaken worden, die beledigd zijn dat ze geen deel meer uitmaken van de Europese Raad. Hetzelfde geldt voor de aanstelling van personeel en de benoeming van mensen op belangrijke posities binnen de dienst.

Wat betreft het verslag-Danjean wil ik mijn volledige steun uitspreken voor de lijn van de rapporteur. Wat betreft het permanent operationeel centrum heb ik net als de heer Van Orden gemerkt dat barones Ashton sinds haar hoorzitting is opgeschoven in deze kwestie, en naar mijn mening in de juiste richting. U bent opgeschoven van een afwijzing naar een testfase. Ik ben nog altijd van mening dat, als civiele en militaire mobilisatie volledig geïntegreerd vanuit de dienst voor extern optreden moeten worden georganiseerd, het zinvol is om deze dienst vanuit zijn eigen operationeel hoofdkwartier te laten opereren.

Met betrekking tot het voorstel van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie om een directoraat-generaal voor vredesopbouw op te richten zou ik willen opmerken dat ik, anders dan mijn collega’s die in deze kamer helemaal links zitten, van mening ben dat het hele EU-project, en met name ons buitenlands beleid, een uniek project voor vredesopbouw is. Om die reden betwijfel ik of we dit tot een enkel departement moeten beperken.

 
  
MPphoto
 

  María Muñiz de Urquiza (S&D).(ES) Mijnheer de Voorzitter, wij denken dat de nieuwe instellingen enige tijd nodig hebben om zich te vestigen, en we denken ook dat we ons doel goed voor ogen moeten houden. Het is niet belangrijk, zoals sommigen bepleiten, dat de hoge vertegenwoordiger overal aanwezig is waar het Europees buitenlands beleid een rol speelt. Belangrijk is dat de Europese Unie op het internationale toneel aanwezig is en het vermogen heeft om haar standpunten te verdedigen. Dat is de boodschap van de twee onderhavige verslagen.

Daarom pleiten wij voor een breed communautair beleid voor betrekkingen gericht op samenwerking met alle landen die voor ons belangrijk zijn, met name op het vlak van de mensenrechten, van Wit-Rusland tot Cuba. We zouden dit beleid moeten voeren voor alle landen die voor ons belangrijk zijn op het vlak van de mensenrechten, de veiligheid en globale uitdagingen, want de Europese Unie kan het verschil maken, zoals is aangetoond met het gemeenschappelijk standpunt van de meerderheid der lidstaten dat bereikt is onder het Spaanse voorzitterschap, in de Raad voor de mensenrechten in Genève, en zoals ook moet worden bereikt voor het Midden-Oosten of Cuba. Dit is een proactieve en vernieuwende stap vooruit in het externe optreden van de Europese Unie. Wij willen een sterke, authentieke Europese dienst voor extern optreden, die de hoge vertegenwoordiger steunt in zijn werk, en die ook aan het streven van dit Parlement tegemoetkomt.

 
  
MPphoto
 

  Krzysztof Lisek (PPE). (PL) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, ik ben tevreden over het feit dat we vandaag het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid met u kunnen bespreken. Ondanks verschillende tegengestelde meningen wil ik graag opmerken dat ik zeker weet dat de meerderheid van dit Huis u alle goeds toewenst en graag de constructie ziet van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en een professionele dienst voor extern optreden, een dienst die u in staat stelt gebruik te maken van de beste diplomaten van alle lidstaten van de Europese Unie.

Onze discussie vandaag over het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid is gebaseerd op het uitstekende verslag van mijn baas in de Subcommissie veiligheid en defensie, de heer Danjean. De Unie moet natuurlijk het kader vormen voor het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid. We staan voor veel uitdagingen, niet alleen conflicten, maar ook natuurrampen, de dreiging van terrorisme enzovoort. We moeten daarom onze operationele capaciteiten vergroten. De Unie moet voor haar eigen veiligheid zorgen, maar moet ook actief zijn op het vlak van mondiale uitdagingen. Dit kan niet zonder goede samenwerking met onze Atlantische bondgenoten. Ik vind dat niet slechts omdat de meeste EU-lidstaten tot de NAVO behoren, maar vanwege deze uitdagingen waarvan iedereen in feite verwacht dat je erin slaagt een goede dialoog op gang te brengen en een coherente samenwerking op te bouwen tussen Europese Unie en de NAVO.

Ik eindig met een humoristische opmerking, barones Ashton, ik spreek de hoop uit dat u uw telefoonnummer al niet alleen naar Henry Kissinger maar ook naar Hilary Clinton hebt gestuurd.

 
  
MPphoto
 

  Proinsias De Rossa (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil vicevoorzitter Ashton feliciteren met haar toespraak, die getuigde van visie en inhoud.

Het probleem dat sommige mensen met u hebben, vicevoorzitter Ashton, is dat u geen macho generaal of kortzichtige nationalist bent. Ik verwelkom met name uw nadruk op de rechtsorde tussen landen en ik verzoek u met klem erop toe te zien dat dit het geval is in het Midden-Oosten. Ik steun ook uw inzet voor het belangrijke beginsel van collectieve winsten tegenover minimale verliezen voor de lidstaten.

Het Midden-Oosten is misschien de meest ontvlambare regio die op dit moment in een brandhaard zou kunnen veranderen. U moet nauw samenwerken met de Verenigde Staten en erop aandringen dat de verklaring van de Raad van 8 december centraal wordt gesteld als kader voor de vooruitgang daar.

Tot slot wil ik u sterk adviseren steun te verlenen aan het idee van een beleid dat erop gericht is van het Midden-Oosten een kernwapenvrije regio te maken.

 
  
MPphoto
 

  Andrey Kovatchev (PPE). - (BG) Ik ben van mening dat de bijdragen van de heer Danjean en de heer Albertini een stap vormen in de richting van de zo hoognodige, door ons allen gedeelde visie op de Europese Unie als een sterke mondiale speler als het erop aankomt de vrede en de veiligheid te handhaven, en ik wil hen daarmee gelukwensen.

Met de krimpende begrotingen voor defensie en de huidige economische crisis wordt het eens te meer duidelijk dat wij, indien we willen dat Europa in de wereld met één stem spreekt en een sterke boodschap van respect uitdraagt, genoodzaakt zijn de beschikbare middelen nog voorzichtiger en effectiever in te zetten.

De rol van het Europees Defensieagentschap, die dankzij het Verdrag van Lissabon is versterkt, is van cruciaal belang om ons potentieel te optimaliseren door de oprichting van een collectief commando, het combineren van materialen en middelen en de opzet van gemeenschappelijke trainingen. De wisselwerking tussen de civiele en militaire elementen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid dient te worden aangewend om de vermogens en de effectiviteit van onze Unie te verbeteren.

Ik verwacht dat het hoofd van het Europees Defensieagentschap, de hoge vertegenwoordiger mevrouw Ashton, hierbij een actieve rol zal spelen. En ten slotte, mevrouw Ashton, wil ik u succes toewensen bij het opzetten van de Europese dienst voor extern optreden. Daarbij spreek ik de hoop uit dat bij de aanstelling van functionarissen voor de dienst het beginsel van geografisch evenwicht zal worden gehandhaafd, zodat deze daadwerkelijk een afspiegeling van de gehele Unie zal vormen. Het is in het belang van Europa dat u succes zult boeken.

 
  
MPphoto
 

  Ágnes Hankiss (PPE). (HU) Dames en heren, allereerst wil ik de heer Danjean feliciteren met dit alomvattende verslag dat tegelijkertijd in alle deelvragen een uitermate rijk gedachtegoed vertegenwoordigt; ikzelf wil slechts bij één aspect stilstaan. Onder de EU-lidstaten zijn er verscheidene landen, zo ook mijn eigen land, Hongarije, die graag als volwaardig en gelijkwaardig lid actief willen deelnemen aan de samenwerking binnen het Europese veiligheids- en defensiebeleid. Om bekende geografische en historische redenen bevinden ze zich echter vooralsnog noch wat betreft hun materiële hulpbronnen noch wat betreft hun capaciteit of kennisbasis op het niveau van de grootste lidstaten. Zelf heb ik daarom gestemd voor de amendementen die bedoeld zijn om deze vorm van deelname en aansluiting te vergemakkelijken. Aan de ene kant gaat het hier om voortdurende structurele samenwerking, die als volgt zou kunnen en kon worden geformuleerd: deze samenwerking mag niet functioneren als een eliteclub van de sterkste en grootste lidstaten, met andere woorden, er mogen geen uniforme en gelijke eisen worden gesteld aan alle deelnemers, aangezien in dat geval bepaalde landen achterblijven, maar deelname van de kleinere landen moet mogelijk worden gemaakt aan de hand van hun speciale kwaliteiten. Aan de andere kant moeten trainingsnetwerken in die richting worden ontwikkeld. Ik wil de voorzitter hartelijk bedanken dat hij deze aspecten in het verslag heeft opgenomen.

 
  
MPphoto
 

  Ivo Vajgl (ALDE). - (SL) Mijnheer de Voorzitter, barones Ashton, vandaag dank ik graag beide rapporteurs, die op een briljante wijze het debat hebben gevoerd, dat tot de goedkeuring van de documenten van de heer Albertini en de heer Danjean heeft geleid.

Ik ben van mening dat beide documenten werden goedgekeurd op het juiste moment, aan het begin van het mandaat, en dat we op een gedetailleerde manier hebben aangetoond wat we van het Europese buitenlandse beleid verwachten. Barones Ashton, u hebt deze gelegenheid goed benut door beide heel concrete documenten in uw eigen visie op de wereld te verwerken en ik feliciteer u daarmee. Ik zal u natuurlijk niet blijven feliciteren indien u zich niet duidelijk over concrete problemen, dilemma's en crises uitspreekt. Vandaag wil ik u vooral feliciteren voor uw kritische opmerking over de actie van de Israëlische regering in verband met de bouw van illegale nederzettingen.

Tot slot enkel nog dit: ik denk dat we in de toekomst meer aandacht moeten schenken aan Japan, onze oude en betrouwbare vriend, en dat we niet alleen zo gefascineerd mogen kijken naar China en andere zich snel ontwikkelende landen.

 
  
MPphoto
 

  Piotr Borys (PPE). (PL) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, ik spreek waarschijnlijk voor iedereen in dit Parlement wanneer ik zeg dat buitenlands beleid een van de belangrijkste uitdagingen voor de Europese Unie is, en we hopen dat onder uw leiding, mevrouw Ashton, de Europese Unie een echte regulator voor buitenlands beleid op mondiaal niveau wordt.

Ik richt mijn aandacht op twee gebieden. De eerste is de politieke situatie in het Midden-Oosten. We verwachten van u een duidelijk standpunt over de strategie met betrekking tot terrorismebestrijding. We verwachten bovenal dat de toestand in met name Afghanistan er een zal worden waarin terugtrekking mogelijk wordt. Ik wil hier graag voorstellen om alle middelen te gebruiken, met inbegrip van hoofdzakelijk civiele operaties, als onderdeel van inspanningen tot modernisering van een land dat nu na dertig jaar voortdurende oorlog verwoest is. Ik vind ook dat politieke betrokkenheid bij de wederopbouw van Afghanistan een belangrijke factor voor stabilisatie in het land vormt. Het tweede gebied is Iran, dat nu in de regio een belangrijke rol speelt op het gebied van het buitenlands beleid. Ik vind dat betrokkenheid in de strijd om proliferatie van nucleaire wapens te verhinderen een zeer belangrijke taak is, die ook de uwe is. We wensen u hier heel veel succes en vertrouwen erop dat u uw werkzaamheden goed afstemt op het Amerikaanse beleid.

Ik vind dat de politieke situatie in Afghanistan, Pakistan, India en Iran van doorslaggevend belang is uit het oogpunt van mondiaal veiligheidbeleid. Mevrouw Ashton, uw rol hierbij is daarom van onschatbare waarde.

 
  
MPphoto
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, barones Ashton, volgens u is de operatie Atalanta tegen de piraterij in de Hoorn van Afrika succesvol verlopen.

De afgelopen week echter hebben piraten een grootscheepse aanval uitgevoerd op Baskische, Spaanse en Franse visserschepen, waardoor de vissersvloot zich gedwongen zag het gebied te verlaten en zich terug te trekken op plaatsen waar de vissersschepen wel kunnen worden beschermd maar waar geen vis is, om nog niet te spreken van de honderden mensen die nog steeds in gijzeling worden gehouden op verschillende schepen.

Ik verzoek u de resolutie ten uitvoer te leggen die dit Parlement in de maand december heeft aangenomen om te bereiken dat die operatie de vissersschepen zou beschermen en de bescherming zou worden uitgebreid. Ik dring er ook op aan dat de strategieën worden heroverwogen en dat de technieken die gebruikt worden in deze operatie in de Indische Oceaan met spoed worden herzien.

 
  
MPphoto
 

  Struan Stevenson (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, 58 mensen zijn zondag om het leven gekomen toen zij probeerden gebruik te maken van hun stemrecht in de Irakese verkiezingen, en 140 mensen raakten ernstig gewond. Toch hebben geweld, intimidatie, dreigingen met aanvallen en chantage miljoenen dappere Irakezen er niet van weerhouden naar de stembus te gaan.

Er zijn verschillende pogingen gedaan om de uitkomsten van de verkiezingen te manipuleren en te verstoren. De uitsluiting van meer dan vijfhonderd seculiere niet-sektarische kandidaten door de onzinnige commissie voor verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid, de herhaalde bomaanslagen op de verkiezingsdag en het zeer onheilspellende uitstel van de bekendmaking van de uitslagen zijn allemaal zorgwekkende tekenen van vuil spel.

De alomtegenwoordige bemoeienis van Iran was een vast kenmerk van deze verkiezingen en we moeten vandaag deze sterke waarschuwing afgeven: probeer niet om een marionet als premier te installeren in Irak, probeer niet de Irakese bevolking hun democratische rechten te ontzeggen en stort Irak niet terug in de sektarische chaos, want het westen houdt jullie in de gaten en onze ogen zijn op jullie gericht.

 
  
MPphoto
 

  Andrew Henry William Brons (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de rol van barones Ashton is beschreven in artikel 18 van het Verdrag betreffende de Europese Unie als het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, in opdracht van de Raad, die uiteraard bestaat uit de vertegenwoordigers van de natiestaten. Hetzelfde artikel stelt echter ook dat ze vicevoorzitter moet zijn van de Commissie, van waaruit ze werkt. Bovendien heb ik begrepen dat voormalige medewerkers van de Commissie voorrang krijgen boven diplomatieke medewerkers en medewerkers van ministeries van Buitenlandse Zaken bij de aanstelling van medewerkers voor de dienst voor extern optreden.

Barones Ashton, het is duidelijk dat uw rol ontworpen is om de invloed van de lidstaten op het buitenlands beleid, zowel individueel als collectief in de Raad, voortdurend te ondermijnen. U en uw opvolgers zullen alleen op papier in opdracht van de Raad handelen. De werkelijke drijvende kracht achter het buitenlands beleid van de EU wordt de Commissie; de lidstaten en de Raad zullen voortdurend gemarginaliseerd worden.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Grzyb (PPE). - (PL) Een coherent en effectief beleid is de hoofdboodschap van het verslag van de heer Albertini. Ik feliciteer hem evenals de heer Danjean met dit verslag.

Ik wil erop wijzen dat er ook een personeelsaspect aan de uitvoering van deze werkzaamheden zit. De Europese dienst voor extern optreden komt in dit verslag voor, en ondanks het feit dat dit over het jaar 2008 gaat – jammer dat het verslag niet al over 2009 gaat – is het hier een soort markering die een maatstaf zal zijn van de manier waarop we in feite de werkzaamheden uitvoeren die nu onder de dienst van mevrouw Ashton vallen. Ik denk dat de geografische balans die we voorstaan, evenals de rollen in deze procedure voor het Europees Parlement en de nationale parlementen, hier uiterst belangrijk zijn. Duidelijke wervingscriteria en een rol voor het Europees Parlement in de ontwikkeling van de dienst zijn zaken die onderwerp van een zorgvuldige evaluatie in dit Parlement worden.

We vragen om een duidelijke en ongecompliceerde procedure, zodat het begrijpelijk is voor ons als vertegenwoordigers van individuele stemmers, die per slot van rekening de Europese Unie vormen.

 
  
MPphoto
 

  Jelko Kacin (ALDE). - (SL) Ik feliciteer beide rapporteurs, de heer Albertini en de heer Danjean, van harte.

Ik wil u graag herinneren aan de tragische gebeurtenis die zeven jaar geleden, op 12 maart, in Belgrado plaatsvond: de moord op de voormalige Servische eerste minister Zoran Đinđić. Hij werd vermoord om de normalisatie, de democratisering en de europeanisering van Servië te stoppen. Dat is hen niet gelukt, ze hebben het enkel vertraagd. Deze gebeurtenis had ook een negatieve impact op de buurlanden en op de hele regio.

Mevrouw Ashton, ik verzoek u om de pro-Europese krachten overal in onze onmiddellijke nabijheid te helpen en te ondersteunen. U moet tijdig en preventief handelen. U heeft gekozen voor een nieuwe instelling en om het opnemen van een nieuwe functie – eigenlijk twee functies in twee instellingen, en u wordt zo als het ware een dubbel boegbeeld. Zowel voor u als voor ons is er geen terugweg. U kunt enkel voorwaarts, daarom vraag ik u om het vertrouwen dat we in u stellen, te bevestigen.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, voor veelomvattende verslagen zijn meestal gedifferentieerde beoordelingen nodig, en dat is ook hier het geval. Ik ben voorstander van een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid voor de aanpak van illegale immigratie, visumfraude, crimineel toerisme en misbruik van asielprocedures. Ik ben ook voorstander van een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid voor de bescherming van de grenzen van het Schengengebied en een voortvarende aanpak van de georganiseerde misdaad. Ik ben echter kritisch over, en gekant tegen, een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid dat is bedoeld om de EU een actieve rol te geven in militaire kwesties. Daarvoor hebben we al de VN en de NAVO. Deze duplicatie moet worden verworpen – ik spreek natuurlijk vanuit de bijzondere positie van een vertegenwoordiger van een neutrale staat. Ik keur ook het opheffen van de visumplicht af, een ondoordachte afschaffing van de visumplicht voor Balkanstaten terwijl er nu al, na een paar maanden, ongeveer 150 000 Macedoniërs op weg zijn naar Centraal-Europa, van wie twee derde al in de illegaliteit is verdwenen.

Hiermee worden de veiligheidsbehoeften van de Europese burger natuurlijk niet gediend; het levert geen bijdrage aan de veiligheid en zorgt er ook niet voor dat onze burgers Europa een warmer hart gaan toedragen.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE). (SK) Ik vrees dat de vorige conferenties geen tastbare resultaten hebben opgeleverd op het gebied van niet-verspreiding van kernwapens. Dat soort wapens en technologie heeft zich verspreid. Het risico dat nucleaire technologie in handen valt van criminele en terroristische organisaties neemt toe.

De Unie zou op dit gebied verenigd moeten optreden en als wereldspeler een standpunt moeten innemen ten aanzien van deze kwestie, om alle drie de pijlers van het non-proliferatieverdrag te versterken en om de universele toepassing en handhaving van de regels en instrumenten inzake niet-verspreiding te verwezenlijken. Ik denk dat het noodzakelijk is om van de kwestie van niet-verspreiding van kernwapens één van de prioriteiten van de Europese Unie te maken en een constructieve dialoog te starten met alle kernmogendheden, niet alleen de VS en Rusland. De landen die over kernwapens beschikken zijn niet alleen de vijf leden van de VN-Veiligheidsraad. Daarom zou de Unie, in het belang van mondiale veiligheid, een politieke en diplomatieke inspanning moeten leveren om te verzekeren dat landen zoals Israël, India, Pakistan en Noord-Korea het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens ondertekenen.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie en hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mijn dank uitspreken voor alle bijdragen en zeggen dat ik dit een zeer belangrijk en waardevol debat vond als het gaat om onze strategische richting.

Ik wil om te beginnen zeggen dat ik het volledig eens ben met alle geachte afgevaardigden die hebben gesproken over de waarde en het belang van toetsing door dit Parlement en de rol van dit Parlement, niet alleen als het gaat om die toetsing, maar ook als het gaat om de deskundigheid waarvan ik weet dat die hier aanwezig is. Ik ben van plan een beroep te doen op die deskundigheid en ik hoop dat er zo veel mogelijk gelegenheden zullen zijn om te debatteren en te spreken over veel, zo niet alle belangrijke kwesties die vandaag aan de orde zijn gesteld.

Ik zal het vrij kort houden, maar ik wil proberen iets te zeggen over een paar belangrijke gebieden waar de geachte afgevaardigden zich naar mijn mening de meeste zorgen over maken. Om te beginnen wil ik zeggen dat ik geen ‘nee’ heb gezegd tegen het verslag-Barnier. Wat ik zei was dat we op basis van de lessen die we hebben geleerd van Haïti en van de steun die we nu bieden in Chili, wilden kijken hoeveel meer we kunnen doen, hoe we effectiever kunnen optreden, wat we paraat moeten hebben en of we iets paraat moeten hebben. Daarvoor moeten we strategisch nadenken over wat we moeten doen en het verslag-Barnier levert daar de achtergrond voor. Ik ben Michel erg dankbaar voor zijn bijdrage daaraan – het is de achtergrond.

Over het non-proliferatieverdrag: enkele geachte afgevaardigden hebben gewezen op het belang van de conferentie die in mei zal worden gehouden en daar ben ik het mee eens. Het is erg belangrijk dat we nu verder gaan als het gaat om de kansen die mei ons biedt.

Ik ben het er ook mee eens dat veiligheid begint met sterke politieke betrekkingen. We moeten ons ervan bewust zijn dat ons optreden in de wereld draait om het ontwikkelen van die sterke politieke betrekkingen om de veiligheid te bevorderen, niet alleen voor onszelf, maar ook voor derde landen, voor landen waarmee we zulke betrekkingen willen onderhouden of waarmee we in dialoog zijn als gevolg van onze zorgen.

Enkele geachte afgevaardigden wezen terecht op het belang van de Balkan. Ik heb in mijn prioriteiten aangegeven dat dit een uiterst belangrijk werkterrein is. Het is heel belangrijk dat we in de aanloop naar de verkiezingen in Bosnië het belang van de Europese Unie duidelijk maken en ervoor zorgen dat de nationale politici aan het volk uitleggen welke stappen zij willen nemen om nauwere banden aan te gaan met Europa en uiteindelijk deel te gaan uitmaken van Europa.

Ik ben het eens met het belang van Valentin Inzko en zijn samenwerking met het bureau van de hoge vertegenwoordiger. Hij en ik werken samen om na te denken over de strategische aanpak – ook weer voor een toekomst die verder gaat dan de verkiezingen, naar waar we in de komende maanden en jaren moeten zijn om de veiligheid te bewaren. Ik begrijp wat u zegt over het belang van stabiliteit: dat moeten we niet alleen hier hebben, maar we moeten het daar ook behouden. Er is bezorgdheid over onze vooruitgang in de regio en op sommige momenten heb ik het gevoel dat we moeite hebben met de volgende stap. We moeten verdergaan.

Dat geldt in het bijzonder, zoals enkele geachte afgevaardigden hebben gezegd, in Kosovo, waar ik heb gesproken met de regering. Ik heb gesprekken gevoerd met de regering en in het bijzonder met de premier om ons toekomstige beleid ten aanzien van hen te bepalen. Dan is er nog Servië, dat heel graag lid wil worden van de Europese Unie. Toen ik sprak met president Tadić en de leden van de regering, was het ook daar heel duidelijk dat zij dit zien als hun toekomst en dat zij ook begrijpen over welke aspecten van dat proces wij ons zorgen maken.

Wat het debat over Cuba betreft: daar zou ik bij geweest zijn. Het komt gewoon niet uit. Er is een vergadering van de Raad van voorzitters over de dienst voor extern optreden en ik kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn. Dat heeft het Europees Parlement besloten wat betreft de timing. Ik moet gehoorzamen en daarbij aanwezig zijn. Ik ben echter van mening dat Cuba een belangrijke kwestie is en ik twijfel er niet aan dat we op dat onderwerp zullen terugkomen.

Met betrekking tot het aparte departement voor vredesopbouw, is mijn antwoord dat dat een rol zou moeten spelen in alles wat we doen en ik vind het nooit zo prettig om iets af te zonderen, want dan lijkt het net of het los staat van het andere werk dat we doen. Als u kijkt hoe we te werk gaan met de dienst voor extern optreden, zult u zien dat het als het ware een parapluorganisatie is, die duidelijk de verantwoordelijkheden op grond van het Verdrag neemt, maar ook in dienst staat van u en van de Commissie.

Dus als de Commissie iets wil doen op het gebied van handel, klimaatverandering of energiezekerheid in de wereld, kan de dienst voor extern optreden daar een hulpmiddel bij zijn, waarmee het werk van de Commissie rechtstreeks wordt gekoppeld aan wat er ter plaatse gebeurt. En dat gaat allemaal, dat wil ik benadrukken, over een veiligere, stabielere wereld. Waar het voor mij om gaat, is het inbouwen van het idee dat we er zijn om inspanningen te ondersteunen die ervoor zorgen dat we vrede hebben en houden.

Over Atalanta: ik denk dat de punten die hier zijn gemaakt zeer positief zijn. Het is een zeer belangrijke missie, maar het is een missie die gekoppeld moet zijn aan alle andere dingen die we in die regio doen. Ik ben me ervan bewust dat we moeten nadenken over visserij en de strategie op dat gebied. Dat begrijp ik heel goed.

Werkgroepen: ik denk dat het heel goed is als het Parlement die heeft. Ik denk dat de hoge ambtenaren op dit moment goed met hen samenwerken en dat moet zo blijven.

Over het operationeel hoofdkwartier: daarover ben ik niet van gedachten veranderd. Wat ik in januari zei, is dat ik nog overtuigd moest worden. We hebben hier nu naar gekeken, want omdat ik dit werk al wat langer doe, ben ik meer betrokken bij het werk met betrekking tot onze buitenlandse missies, op het gebied van Kosovo, Bosnië, de bespreking van wat we doen in Atalanta of wat we hebben gedaan in Haïti, enzovoort.

In mijn toespraak zei ik dat we moeten kijken wat er nodig is en dan moeten bepalen hoe we dat het beste kunnen bereiken. Er zijn verschillende meningen, maar ik denk dat die meningen zullen samenkomen rondom een gemeenschappelijk thema en daar moeten we voor zorgen. Dus we moeten ervan overtuigd raken hoe we het moeten doen.

Over mensenrechten: die wil ik beschrijven als een rode draad. De projectie van onze waarden en mensenrechten is essentieel voor alles wat we doen in de Europese Unie en de rest van de wereld. We moeten ervoor zorgen dat het een draad is die door al onze handelingen loopt als het gaat om het ondersteunen van het werk dat we in de hele wereld doen en het bevorderen van de waarden van de Europese Unie. Ik wil heel nauwkeurig kijken naar hoe we dat doen, dus het is niet zomaar een extra toevoeging aan een dialoog. Het maakt integraal deel uit van alles wat we doen.

Ik ben het ook met u eens over de sterke trans-Atlantische betrekkingen met de Verenigde Staten. Zij zijn een sterke partner van ons op allerlei gebieden, in het bijzonder op het gebied van crisisbeheersing, en het is heel belangrijk dat we daarop voortbouwen. Ik wil ook erg graag voortbouwen op onze samenwerking met de VS op het gebied van ontwikkeling, bijvoorbeeld in Afrika, waar potentieel is – dat denk ik tenminste – om veel meer te doen, vooral in het licht van mijn ervaringen met Aid for Trade als commissaris van handel.

We moeten ook nadenken over andere grote partnerschappen. Ik heb met de Braziliaanse minister van Buitenlandse Zaken gesproken over de mogelijkheden om weer te gaan samenwerken aan ontwikkeling, waarbij de schaalvoordelen en de mogelijkheid om samen te werken ons in staat zouden stellen op veel effectievere wijze middelen beschikbaar te maken voor bepaalde delen van de wereld waar dat echt nodig is.

Ik ben het ook met u eens over de cyberdreigingen. Dit is een zeer belangrijke kwestie. Dit gebeurt nu. Het is een kwestie waarmee we ons bezig moeten blijven houden, want het is onvermijdelijk dat de dreigingen voortdurend veranderen.

Nog even kort over de dienst voor extern optreden. De geografische breedte van de Europese Unie moet vertegenwoordigd zijn binnen de dienst voor extern optreden. Daar ben ik het volledig mee eens, maar daar heb ik wel tijd voor nodig. Een van de dingen die ik heb gezegd tegen alle ministers van Buitenlandse Zaken en die ik zeg tegen het Parlement, is: geeft u alstublieft niet toe aan de verleiding om aan te nemen dat het feit dat de eerste vier of vijf benoemingen die ik heb gedaan niet afkomstig zijn uit een lidstaat die u het beste kent, betekent dat ik in de toekomst niemand uit die lidstaten zal benoemen. We moeten dit gewoon in fasen opbouwen. Vergeet niet dat de dienst, zoals de geachte afgevaardigden weten, op dit moment nog helemaal niet bestaat. Ik heb geen team of medewerkers voor de dienst voor extern optreden, want zolang de rechtsgrond nog niet is bepaald, hebben we niets. We hebben gewoon wat we al hadden en proberen dat op een meer samenhangende manier bij elkaar te brengen.

Ik zal mensen aannemen op basis van geschiktheid en niets anders. Er zijn geen favorieten. Het gaat om geschiktheid. Ik wil de slimsten en de besten en dat heb ik ook gezegd tegen de lidstaten en de instellingen. Ik wil dat de delegaties ter plaatse een paraplu vormen, die het werk van de Europese Unie in al zijn verschillende elementen kan ondersteunen, omdat ze vertegenwoordigd zijn in derde landen en werken met derde landen.

Het is essentieel dat dat gebeurt, anders raken we weer versnipperd. De vraag is hoe we het moeten doen en daarover zijn we op dit moment in dialoog met de Raad en de Commissie. Als het allemaal heel makkelijk was, zouden we nu wel klaar zijn. Maar we moeten ervoor zorgen dat we het goed en effectief doen. Daar komen we in de komende weken wel uit.

Wat middelen betreft, ga ik me uitspreken voor flexibiliteit. Ik ga stellen dat we, als er een crisis is in een bepaald land of als we erachter komen dat we moeten schuiven met middelen, moeten handelen, maar wel in de context van parlementaire toetsing. En ook hier geldt weer dat we moeten we bedenken hoe we dat het beste kunnen aanpakken, niet alleen nu, maar ook in de toekomst.

We moeten dubbel werk absoluut voorkomen, anders levert het niets op behalve meer bureaucratie en daar zitten we niet op te wachten. We moeten ervoor zorgen dat dit een samenhangende dienst is die goed functioneert en optreedt als een entiteit binnen de Europese Unie, die de andere instellingen ondersteunt en zelf ook door hen wordt ondersteund. En zoals ik al zei, moeten we niet vergeten dat hij nog niet bestaat. Laten we hopen dat we het werk in de komende paar weken kunnen afronden. Als het Parlement mij steunt, weet ik zeker dat dat lukt, dus we kunnen zorgen dat de dienst er komt. We kunnen de fundering leggen, maar het opbouwen kost tijd en dat is zo belangrijk dat ik hoop dat elke afgevaardigde het begrijpt.

Tot slot nog een paar punten. Over topconferenties: we hebben veel verschillende topconferenties. Wat we altijd in gedachten moeten houden, is de waarde en het belang ervan. Ik kan ze niet allemaal bijwonen. Het zijn er gewoon te veel. Sommige zal ik bijwonen. We waren goed vertegenwoordigd op de top in Marokko, omdat beide voorzitters aanwezig waren. Ik ben ervan overtuigd dat we als de voorzitters van de Raad en de Commissie er zijn, kunnen spreken van een sterke EU-vertegenwoordiging op de top. Ik hoef er niet altijd bij te zijn en dat zullen zij met mij eens zijn.

Tot slot spraken de geachte afgevaardigden over de betrekkingen met landen als Japan, met landen die belangrijke strategische partners van ons zijn, zoals Rusland, het belang en de waarde van het Midden-Oosten, waar ik zondag heen zal gaan, en het belang en de waarde van het kwartet, want ik zal rondreizen door het Midden-Oosten. Ik denk dat ik een bezoek zal brengen aan vijf landen en dan naar Moskou zal gaan voor de vergadering van het kwartet, waar zal worden besproken wat onze volgende stappen worden.

Tot slot, geachte afgevaardigden, dank ik u voor het feit dat u hebt opgemerkt dat ik aan de kant van de Raad zit en dat er geen Commissie is. Ik zal van kant wisselen. Tot er een zetel in het midden is, zal ik van plaats blijven veranderen. Het wordt uw verantwoordelijkheid om te onthouden aan welke kant ik moet gaan zitten als ik binnenkom.

En tot slot dank ik nogmaals de heer Albertini en de heer Danjean heel hartelijk voor de uitstekende verslagen die mij de gelegenheid hebben gegeven vandaag mijn standpunten uiteen te zetten.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Gabriele Albertini, rapporteur. (IT) Ik wil de vele collega’s bedanken die het woord hebben genomen, met name degenen die de belangrijkste onderdelen van het verslag hebben goedgekeurd, door de inhoud ervan te prijzen en te steunen, maar ook degenen die kritiek hebben geuit, met name degenen die dat deden vanuit een wens om de helaas tragische gebeurtenissen waarbij geweld is gebruikt achter ons te laten en te dromen over een wereld van vrede. De grote Griekse filosoof Plato zei eens dat alleen de doden het eind van de oorlog zullen zien. Ondanks het feit dat wij ons niet neerleggen bij deze gedachte en ondanks onze inspanningen om dit te voorkomen, dwingt de realiteit ons om ook in vredesmissies geweld te gebruiken.

Ik feliciteer de hoge vertegenwoordiger en vicevoorzitter, mevrouw Ashton, en wil haar bedanken voor het noemen van mijn verslag. Een aspect van haar aanpak waar ik bijzondere waardering voor heb is haar dualiteit, de manier waarop zij synergie zoekt tussen de taken van de Raad en de Commissie. Juist haar fysieke locatie, het feit dat zij afwisselend op een van de stoelen van de Raad, het Parlement en de Commissie zit, toont haar bereidheid om steeds een andere pet op te zetten.

Ik denk dat wij als Parlement deze synergetische aanpak moeten ondersteunen en bevorderen. De Europese Commissie heeft programma’s op het gebied van ontwikkeling, nabuurschap, stabiliteit, bevordering van de mensenrechten en bevordering van democratie. De Raad voert vredesmissies uit en missies om de rechtsstaat te bewerkstelligen. Dit geheel aan vraagstukken moet zijn ultieme uiting krijgen in de Europese buitenlandse diplomatieke dienst: deze dienst moet efficiënt en daadkrachtig zijn en voorzien van de benodigde vaardigheden en middelen om zijn rol naar behoren te vervullen. Wij zullen er hard aan werken om dit te bereiken.

Ik wil ook graag de hoge vertegenwoordiger bedanken – dit komt verder aan bod op 23 april – voor haar aanwezigheid bij de hoorzitting van de Commissie buitenlandse zaken over dit thema van de Europese dienst voor extern optreden, waar we dan dieper op in kunnen gaan. Deze dag markeert het begin van onze samenwerking en zeker niet het einde.

 
  
MPphoto
 

  Arnaud Danjean, rapporteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, barones Ashton, beste collega's, ik dank u voor al uw opmerkingen die, nogmaals, een waardevolle bijdrage leveren aan dit debat en aan dit verslag.

Ik wil de mensen geruststellen die zich afvroegen, of zelfs bang waren, dat het verslag de deur zou kunnen openzetten voor meer concurrentie met de NAVO of zelfs voor isolement. Daarvan is absoluut geen sprake, dat geloof ik absoluut niet, en overigens is er niets in het Verdrag dat daarop wijst, integendeel zelfs. U kunt dat gerust aannemen van een Franse afgevaardigde die zich enorm heeft ingezet om zijn land weer deel te laten nemen in de geïntegreerde structuren van de NAVO.

Als we het over strategische autonomie hebben, welk idee zijn we dan aan het ontwikkelen, welk beleid hebben we de afgelopen tien jaar ontwikkeld? Dat is het idee dat de Europese Unie in staat moet zijn om met civiele en militaire missies in te grijpen in gebieden waar andere organisaties, zoals de NAVO, dat niet kunnen. De NAVO had niet kunnen ingrijpen om een einde te maken aan het conflict in Georgië, waar noch de VN noch de OVSE aanwezig zijn. De NAVO heeft niet eerder dan wij ingegrepen in de Hoorn van Afrika om een einde te maken aan gebeurtenissen die een bedreiging vormden voor onze veiligheidsbelangen.

Strategische autonomie betekent ook dat wij kunnen ingrijpen met een verscheidenheid aan instrumenten waarover alleen wij beschikken: civiele en militaire instrumenten, en juridische, financiële en ontwikkelingsinstrumenten. De Europese Unie verkeert bij uitstek in de positie om deze brede aanpak in crisisgebeden te kunnen ontwikkelen.

Onze strategische autonomie kan ook verwijzen naar ons vermogen om, indien de situatie daarom vraagt, niet in te grijpen, in een unilaterale militaire operatie of – zoals verschillende Oostenrijkse afgevaardigden aanhaalden – omdat er ook neutrale lidstaten zijn en we hun status respecteren.

Dat is wat we verstaan onder Europese defensie en veiligheid. Dat is wat we verstaan onder de strategische autonomie die we door middel van dit beleid aan het ontwikkelen zijn. En laten we nooit vergeten wat de oorsprong is van dit Europees veiligheids- en defensiebeleid. De oorsprong ervan is een tragisch, bloederig falen: ons falen in de Balkan, in de jaren 90, toen de Europese Unie niet in staat bleek het hoofd te bieden aan een enorme veiligheidsuitdaging op haar eigen continent. Laten we dat niet vergeten. Onze Europese burgers vergeten dat niet en ze zouden het ons niet vergeven als we de ambitie lieten varen om Europa een rol te laten spelen op het internationale toneel.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Hiermee is dit onderdeel beëindigd. Het debat is gesloten. Er zijn zes ontwerpresoluties ingediend(1) overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement, tot besluit van het debat.

De stemming vindt vandaag plaats.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Băsescu (PPE), schriftelijk.(RO) Ten eerste wil ik de heer Albertini feliciteren met dit verslag. Ik ben verheugd dat de amendementen die ik heb voorgesteld zijn aangenomen. Afgelopen week heeft de Europese Commissie aangekondigd dat er 43 grote energieprojecten zullen worden gefinancierd. Roemenië is betrokken bij vier daarvan. In de toekomst moet de Commissie voldoende belang hechten aan de pan-Europese oliepijpleiding Constanţa-Triëst. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van relaties met de landen in het Oostelijk Partnerschap. Ook moeten de inspanningen worden opgeschroefd bij het uitvoeren van projecten in het kader van de Synergie voor het Zwarte-Zeegebied, om effectievere samenwerking op dit gebied te kunnen bereiken. De Republiek Moldavië kan een belangrijke rol spelen in het Oostelijk Partnerschap en de Synergie van het Zwarte-Zeegebied. De Europese Unie moet de relatie met dit land bijzondere aandacht geven en het steunen op zijn weg naar toetreding tot de EU. De EU moet zich intensiever bezighouden met het oplossen van lopende conflicten in het Zwarte-Zeegebied, waaronder het conflict in Transdnistrië. De ontwikkeling van het trans-Atlantische partnerschap moet een prioriteit zijn in het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie. De relatie met de Verenigde Staten is zeer belangrijk bij het consolideren van wereldwijde veiligheid en stabiliteit. De plaatsing een gedeelte van het Amerikaanse antiraketsysteem op Roemeens grondgebied is een blijk van vertrouwen in mijn land.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Het is betreurenswaardig dat het multilaterale ontwapeningsproces is onderbroken en dat er verschillende jaren verstreken zijn zonder dat de nodige politieke wil aan de dag is gelegd om het proces weer op te nemen. Daarom is de in 2010 te houden herzieningsconferentie van de partijen bij het Verdrag inzake de non-proliferatie van kernwapens van uitzonderlijk belang.

Zoals wordt verwoord in de ontwerpresolutie, die wij onderschrijven, baart het gevaar van een nieuwe kernwapenwedloop ons ernstige zorgen. Daarom dient de ontwikkeling, productie en opslag van kernwapens onmiddellijk te worden stopgezet.

De Verenigde Staten moeten de ontwikkeling van nieuwe generaties van tactische kernwapens een halt toeroepen en overgaan tot de ondertekening en ratificatie van het Alomvattend Kernstopverdrag .

Wij pleiten tevens voor een vreedzame oplossing van het geschil over de kernwapenprogramma’s van Iran en dringen aan op een heropening van de onderhandelingen. Wij moeten daarbij verzet blijven aantekenen tegen elke militaire actie of dreiging met geweld en duidelijk te verstaan geven dat de minste militaire actie de crisis in de regio nog kan verergeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Edit Herczog (S&D), schriftelijk. – (HU) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in april-mei van 2010 wordt de toetsingsconferentie van het nucleaire non-proliferatieverdrag georganiseerd. Het is van belang dat de lidstaten van de Europese Unie daar één gezamenlijk standpunt uitdragen en alle drie de pijlers van het verdrag bekrachtigen: non-proliferatie, ontwapening en samenwerking op het gebied van civiel gebruik van kernenergie. De lidstaten moeten hun engagement uitdrukken voor het terugdringen van de handel in kernwapens, het geleidelijk afbouwen van de bestaande kernwapenarsenalen en de strenge controle op de fabricage van materialen voor de productie van kernwapens en op het bezit van de producten die daarvoor nodig zijn. De lidstaten moeten een leidende rol op zich nemen bij de toepassing van resolutie 1887 die in de herfst van 2009 (op 24 september) door de VN-Veiligheidsraad werd aangenomen. In de zin van dit besluit moeten de lidstaten sterk de nadruk leggen op de totstandbrenging van een alomvattend internationaal verdrag waarin de regels moeten worden vastgelegd voor nucleaire ontwapening onder streng internationaal toezicht. Daarnaast moeten ze streven naar de invoering van concrete maatregelen op de bovengenoemde terreinen om een voorbeeld te stellen voor de wereld. De EU-lidstaten moeten de ratificatie van het Alomvattend Kernstopverdrag en de vernieuwing van het START-akkoord tussen de Verenigde Staten en Rusland stimuleren. De Europese Unie moet de taken in verband met nucleaire brandstoffen en het harmoniseren, transparant maken en aanscherpen van de regels met betrekking tot de opslag, het vervoer en de handel als prioriteit behandelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE), schriftelijk. (PL) Dames en heren, ik heb het vermoeden dat het jaarverslag 2008 over het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid niet zulke emoties zal oproepen als ons debat over het onderwerp van volgend jaar. Want ik hoop dat we over een jaar zullen weten hoe de Europese dienst voor extern optreden er uitziet, en deze nieuwe dienst gaat op zijn beurt een enorme invloed krijgen op de ontwikkeling van het Europees buitenlands beleid.

De Europese Unie heeft de ambitie om een mondiale speler te worden. Dat is goed, maar die ambitie is niet gemakkelijk te verwezenlijken. We hebben nog een aantal moeilijkheden te overwinnen. De Europese instellingen moeten het eens worden over de EDEO. Dit zal niet gemakkelijk zijn, maar zonder deze dienst zullen we het buitenlands beleid niet kunnen verbeteren. We moeten teruggaan naar de fundamentele waarden van de Europese Unie en deze gebruiken als grondslag voor ons buitenlands beleid.

We moeten altijd denken aan solidariteit, gelijkheid, uniforme normen en mensen- en burgerrechten. We moeten eraan denken dat we de interne balans bewaren en dat we belangen van alle EU-lidstaten verdedigen voor zover deze niet onverenigbaar zijn. Een beslist belangrijke kwestie is de noodzaak om de coördinatie tussen de communautaire instellingen en de lidstaten te verbeteren. Afzonderlijke nationale belangen moeten niet conflicteren met onze coherentie of onze Gemeenschap. Paradoxaal is dat zelfs die landen die gezien willen worden als drijvende kracht voor Europese integratie soms tegen de collectieve belangen van de Unie in handelen. Laten we dit veranderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kristiina Ojuland (ALDE), schriftelijk. – (ET) Mijnheer de Voorzitter, enkele vorige sprekers hebben gewezen op problemen met betrekking tot de samenstelling van de Europese dienst voor extern optreden (EDEO), die na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon met zijn werk is begonnen. Ik vind het uiterst belangrijk om bij het samenstellen van de EDEO vast te houden aan het beginsel van geografische gelijkwaardigheid en om, net als bij andere organen van de Europese Unie, vertegenwoordigers van de nieuwe lidstaten in een overgangsperiode positief te discrimineren, wat hen in staat stelt sneller carrière te maken. Afgevaardigden van de nieuwe lidstaten missen de benodigde decennialange werkervaring in de Europese instellingen, die een voorwaarde is voor het innemen van de hoogste posten. Het zou oneerlijk zijn als alle belangrijkste posten zouden worden ingenomen door ambtenaren uit de oude lidstaten en als ambtenaren uit de nieuwe lidstaten jarenlang aan de zijlijn moeten staan. Dat zou natuurlijk een verkwisting van personele middelen zijn, want bijvoorbeeld de afgevaardigden van Malta hebben waarschijnlijk veel meer kennis van de landen in Noord-Afrika, die van Cyprus van het Midden-Oosten, die van Bulgarije van Turkije, die van Polen van Wit-Rusland en Oekraïne, die van de Baltische landen van Rusland, enzovoort. Ik hoop dat de Europese Unie niet de fout maakt alleen de oude lidstaten het gezicht van de EDEO te laten vormen en dat zij in plaats daarvan een optimale oplossing vindt die alle lidstaten tevredenstelt.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE), schriftelijk. (PL) De situatie in de wereld schept nieuwe uitdagingen voor buitenlands beleid van de EU en vereist een breder inzicht in veiligheidsproblemen. Nieuwe machten hebben zich aangediend en zijn op uiteenlopende gebieden actief betrokken bij mondiaal beleid. Daarom is er een dialoog nodig op mondiaal niveau en het formuleren van nieuwe beginselen voor samenwerking en voor de rolverdeling. We moeten de reusachtige rol in mondiale veiligheid van de NAVO en de VS aanvullen door de instelling van speciale mobiele brigades als onderdeel van de EU, die in staat zijn alle soorten natuurrampen en catastrofes aan te pakken. De Unie zal niet alleen worden gezien als een instelling die strijdt voor democratie en mensenrechten, maar ook als instelling die mensen in moeilijke tijden te hulp schiet. Het gevaar van andere dreigingen is onmiskenbaar aan het groeien, en dus worden energie- en voedselzekerheid belangrijk. Ik vind het nodig inzake het functioneren van de externe dienst van EU een nieuw concept te ontwikkelen waarin de gebieden van het gemeenschappelijk optreden en de beginselen van het instellen van de dienst worden gedefinieerd, evenals de beginselen voor de verdeling van rollen en voor samenwerking met de diplomatieke diensten van de lidstaten, om duidelijk te maken welke rollen de afzonderlijke EU-instellingen spelen. Onvermogen om bij het begin de rolverdeling en bevoegdheden uit te werken, zou de oorzaak kunnen zijn van misverstanden, zowel tussen verschillende instellingen en leiders in de Unie, als ook tussen de EU en de lidstaten. De eerste ervaringen met de functie van hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, en de algemene verwachting dat zij op verschillende plaatsen actief en aanwezig moet zijn, vereisen dat we denken over de aanstelling van plaatsvervangers of over een grotere betrokkenheid van andere commissarissen op delen van haar werkterrein, aangezien we er zoveel van hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Traian Ungureanu (PPE), schriftelijk.(RO) Ik verwelkom het verslag-Albertini, waarin de voornaamste aspecten van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid worden geschetst, vooral de onderdelen betreffende de ontwikkeling van het Oostelijk Partnerschap en het Europese beleid in het Zwarte-Zeegebied. Het Oostelijk Partnerschap en de Parlementaire Vergadering Euronest bieden een geschikt kader om de oostelijke buurlanden van de EU dichter bij de Europese normen te brengen, en ook om de vooruitzichten van bepaalde staten op aansluiting bij de EU te verhelderen, zoals die van de Republiek Moldavië. Ik wil vooral het belang benadrukken van de snelle, specifieke steun die de pro-Europese regering van de Republiek Moldavië zou moeten krijgen. In dit opzicht moeten er twee Europese maatregelen versneld worden uitgevoerd: het proces voor het toekennen van macrofinanciële steun van de EU en het afschaffen van de visumplicht voor Moldavische burgers die naar de EU willen reizen. In het Zwarte-Zeegebied is het cruciaal om verder te werken aan de Europese doelstelling van energiezekerheid. Ik steun paragraaf 21 van het verslag, dat de EU oproept om het Nabucco-project volledig en zo snel mogelijk uit te voeren. Een andere, net zo belangrijke kwestie in dit debat is een passende beoordeling van de ontwikkeling van het Amerikaanse antiraketsysteem en het belang daarvan voor de Europese veiligheid. De Roemeense betrokkenheid bij dit project laat zien dat Roemenië een nettoleverancier van veiligheid is geworden in Europa, en volledig in staat is om zijn veiligheidsverplichtingen ten opzichte van zijn bondgenoten na te komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Janusz Władysław Zemke (S&D),  schriftelijk. – (PL) Ik wil enkele opmerkingen maken over de Europese veiligheidsstrategie en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

In de ontwerpresolutie van het Europees Parlement zijn de belangrijke dreigingen en problemen waarmee Europa wordt geconfronteerd, correct gedefinieerd. Het probleem is dat we niet in staat zijn voldoende daarop reageren, in elk geval niet altijd snel genoeg. Er zijn drie belangrijke zwakke punten, en als we die kunnen ondervangen, zouden we de effectiviteit van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid drastisch kunnen verbeteren. Het eerste zwakke punt is een gebrek aan vastbeslotenheid bij alle lidstaten om een gezamenlijk beleid te voeren in plaats van slechts een verbale verklaring over de noodzaak daarvan. Ten tweede, zwakke coördinatie van de werkzaamheden van veel Europese instellingen. Er is op het niveau van de Unie nog geen centrum voor vroegtijdige waarschuwing voor gevaarlijke situaties. Derde en laatste punt, het militaire en civiele potentieel dat werkelijk ter beschikking van de Unie staat, en niet slechts ter beschikking van afzonderlijke lidstaten, is te klein.

Problemen met bijvoorbeeld luchtvervoer zijn nu spreekwoordelijk, en dit is van groot belang voor een snelle reactie in crisissituaties. Alleen voortgang op deze drie gebieden zou de effectiviteit van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid vergroten.

 
  
 

(De vergadering wordt in afwachting van de stemming kortstondig onderbroken)

 
  
  

VOORZITTER: EDWARD McMILLAN-SCOTT
Ondervoorzitter

 
  

(1)Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 4 juni 2010Juridische mededeling