Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2003(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0036/2010

Debatten :

PV 24/03/2010 - 16
CRE 24/03/2010 - 16

Stemmingen :

PV 25/03/2010 - 8.1
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0087

Debatten
Donderdag 25 maart 2010 - Brussel Uitgave PB

11. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
  

Tweede Europese Roma-top (RC-B7-0222/2010)

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD).(SK) De aanneming van de ontwerpresolutie van het Europees Parlement over de tweede Europese Roma-top opent een nieuwe weg om tot een oplossing van de problemen van de Roma-bevolking in de Europese Unie te komen.

Het is duidelijk geworden dat de afzonderlijke inspanningen van de verschillende landen om de integratie van de Roma in de maatschappij te bewerkstelligen geen bevredigend resultaat hebben opgeleverd. Aan deze situatie liggen verschillende oorzaken ten grondslag. Ik juich daarom de inspanningen van Europese Unie toe om een rol te spelen bij het oplossen van het probleem van de Roma en om de integratie van deze gemeenschap in de maatschappij op een gestructureerde manier te verbeteren.

 
  
MPphoto
 

  Nicole Sinclaire (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, hoewel ik elke vorm van discriminatie tegen enige groep in de samenleving betreur, kan ik deze resolutie niet steunen. Met deze resolutie wordt geprobeerd de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van discriminatie in de handen van de EU te leggen, terwijl ik wil aanvoeren dat de houding en aanpak van de lidstaten onderling zo uiteenlopen dat de belangen van minderheidsgroepen beter door de lidstaten kunnen worden beschermd, en dan doel ik vooral op lidstaten die het ideaal van tolerantie en gelijkheid dat wij Britten als vanzelfsprekend beschouwen niet delen.

Ik weet bijvoorbeeld dat een Italiaanse afgevaardigde, een lid van de Fractie Europa van Vrijheid en Democratie, is vervolgd wegens deelname aan een gewelddadige demonstratie waarbij hij de bezittingen van een immigrant in brand had gestoken. Dat is onaanvaardbaar. Associeert u de Britse bevolking alstublieft niet met dit soort gedrag door te suggereren dat minderheidsgroepen in ons land dezelfde mate van bescherming nodig hebben als die arme ziel die ik zojuist heb genoemd.

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). - Voorzitter, het is natuurlijk een feit dat wie een probleem ontkent, wie de waarheid ontkent, die kan dat probleem natuurlijk ook niet oplossen. Dat is een feit. We zouden moeten beseffen dat we met onze resolutie over de Roma in Europa, die een document is vol politiek correcte onzin, dat wij hiermee dus ook geen enkele oplossing kunnen voorstellen of geen enkele oplossing kunnen bieden omdat wij het probleem ontkennen. We zullen dus eerst moeten vaststellen dat er wel degelijk grote problemen zijn met grote aantallen Roma die zich volstrekt buiten onze maatschappij opstellen en die heel dikwijls ook verantwoordelijk zijn voor zeer erge grote en kleine criminaliteit. Heel wat waarden en normen, of het gebrek daaraan van de Roma-gemeenschappen staan haaks op de waarden en normen die wij in onze Europese landen gerespecteerd willen zien. Wat ik nu zeg is misschien een beetje eenzijdig, maar de resolutie die wij net hebben goedgekeurd is nog veel eenzijdiger in de andere richting. In elk geval moet elke lidstaat het recht hebben, denk ik, om zelf te beslissen hoe dit zeer reële probleem moet worden aangepakt.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, dit verslag is een van die extreem politiek correcte resoluties waar dit Huis wel een patent op lijkt te hebben. De economische en sociale achterstand van Roma is weer allemaal het gevolg van zogenaamde onverdraagzaamheid en discriminatie. Als we maar nieuwe quota en muilkorfwetten opleggen en als we maar de geldkraan opendraaien, is alles opgelost.

De ervaring in Nederland heeft natuurlijk wel duidelijk gemaakt dat wat men ook doet, het grootste deel van deze gemeenschap weigert zich aan te passen en te integreren. Dat deze gemeenschap onevenredig vertegenwoordigd is in de criminaliteitsstatistieken ligt niet aan ons, maar wel aan de Roma-gemeenschap zelf, waarvan veel waarden en normen haaks staan op de onze. Ik verzet me dan ook tegen elke Europese bemoeizucht en herhaal dat het het recht is van elke lidstaat om personen van zijn grondgebied te verwijderen die zich systematisch weigeren aan te passen en die zich te buiten gaan aan crimineel gedrag.

 
  
  

- Verslag-Jędrzejewska (A7-0033/2010)

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE).(LT) Ik heb om vele redenen vóór de resolutie over de prioriteiten voor de begroting van 2011 gestemd, maar hoofdzakelijk vanwege de aandacht die aan de kwestie van de jeugdwerkeloosheid wordt geschonken. De huidige economische en maatschappelijke situatie in veel landen van de Europese Unie vereist een speciale aanpak van de groeiende kloof tussen jongeren en de arbeidsmarkt, hoewel erkend wordt dat investeren in jongeren en onderwijs een investering in de toekomst is. Uit ervaring weten we dat als het economisch minder gaat, jongeren liever in het onderwijs blijven of aan een studie beginnen dan dat ze op zoek gaan naar werk. We kunnen in onze landen nu vergelijkbare tendensen waarnemen. Ik zou daarom willen zeggen dat de geplande maatregelen, een actievere arbeidsmarkt en een samenhangend onderwijsstelsel erg belangrijk zijn. De ontwikkeling van ondernemersvaardigheden en speciale programma’s zijn zeer noodzakelijk, of we nu praten over het programma “Erasmus First Job”, of over andere maatregelen. Ik hoop van harte dat de Europese Unie voldoende politieke wil heeft om zeer belangrijke documenten niet alleen aan te nemen, maar ook ten uitvoer te brengen.

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). - Voorzitter, ik heb tegen dit verslag gestemd, in de eerste plaats omdat ik het volstrekt oneens ben met de prioriteiten die dit Parlement aan de Commissie voorstelt, onder meer de harmonisering van het immigratiebeleid. Ik weet wat daarmee wordt bedoeld, die harmonisatie van het immigratiebeleid van alle lidstaten die als een prioriteit naar voren wordt geschoven. Ik ben het daar niet mee eens.

Maar ik heb in de eerste plaats tegen dit verslag gestemd omdat het toch wel heel duidelijk maakt dat dit Parlement alvast geen voorstander is van de zeer noodzakelijke ontvetting van het officiële Europa. Wel, integendeel. We zouden toch eens grondig moeten nadenken over het afschaffen van allerhande instellingen en van agentschappen die feitelijk overbodig zijn geworden of die altijd overbodig zijn geweest. Dit Parlement, integendeel, pleit voor nog meer zogenaamde gedecentraliseerde agentschappen. Nogmaals, wat mij betreft, we hebben er reeds te veel. Er zijn er een aantal die moeten afgeschaft worden vooraleer wij een nieuwe zouden creëren. Ik denk aan het Europees Comité van de regio's, ik denk aan het Bureau voor de grondrechten, ik denk aan het Europees Instituut voor de gendergelijkheid. Hoeveel kost dat allemaal aan onze belastingbetalers en waarvoor is dat in godsnaam allemaal nuttig?

 
  
  

- Verslag-Trüpel (A7-0036/2010)

 
  
MPphoto
 

  Vito Bonsignore (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, uitzonderlijke tijden zoals deze vragen om uitzonderlijke maatregelen.

De begroting van volgend jaar moet niet worden opgesteld alsof dit normale tijden zijn. Helaas is de economische crisis nog niet voorbij, en we kunnen haar niet negeren. Mijn fractie en ik hebben vandaag voor de begrotingsprioriteiten gestemd, maar in de nabije toekomst moeten we de politieke verantwoordelijkheid nemen om belangrijkere knopen door te hakken.

We moeten nadenken over een hervorming van de begroting van de Unie om Europa in een zodanige conditie te brengen dat het op een doortastender wijze richting kan geven aan het economisch beleid. Voltooiing van de interne markt, meer middelen voor onderzoek en infrastructuur, meer investering in veiligheid en gezinnen – dat moeten de volgende doelstellingen zijn. Zo niet, dan riskeren we dat de lidstaten zich steeds behoudender gaan opstellen.

Al met al moeten we meer Europees en minder nationalistisch zijn en met een echt Europees beleid komen.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR).(ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil u graag zeggen dat het een genoegen is u weer in de Voorzittersstoel te zien.

(EN) Mark Twain heeft opgemerkt dat wanneer je alleen een hamer hebt, alles op een spijker gaat lijken.

De Europese Unie is heel goed in het uitgeven van geld – het uitgeven van het geld van anderen. Het was meen ik Milton Friedman die heeft gezegd dat er in de wereld twee soorten geld zijn: uw geld en mijn geld. Met het laatste gaan we veel zorgvuldiger om dan met het eerste. Dat verklaart wat er nu in Europa gebeurt.

Alle lidstaten proberen hun begrotingen te verlagen. In Griekenland is een verlaging van de overheidsuitgaven met circa 10 procent voorgesteld, in Ierland een verlaging met 7 procent, Duitsland wil de pensioengerechtigde leeftijd verhogen, Spanje – uw land – wil 2 procent van het bbp besparen, maar onze begroting hier in de Europese Unie blijft onverbiddelijk stijgen. Waarom? Omdat er in de Europese Unie geen verband bestaat tussen belastingen, vertegenwoordiging en bestedingen en er dus geen externe druk van de belastingbetalers is.

Te hoge bestedingen hebben de puinhoop veroorzaakt waarin de wereld zich op dit moment bevindt – te hoge bestedingen door individuele personen, te hoge bestedingen door bedrijven en te hoge bestedingen door overheden. Bedenk eens wat een stimulerend effect het zou hebben gehad als we al die miljarden niet hadden uitgegeven om onze schulden nog groter te maken, maar dat geld in de vorm van belastingverlagingen aan de burgers hadden teruggegeven.

 
  
  

- Verslag-Scottà (A7-0029/2010)

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE).(SK) De Europese landbouwproducten voldoen aan de hoogste kwaliteitsnormen ter wereld, waardoor ze op de internationale markten uiteraard sterker concurrerend zouden moeten zijn.

De burgers van de EU en kritische consumenten moeten daarom volledig geïnformeerd worden over de voordelen ervan. Het is bovenal noodzakelijk om het feit te prijzen dat de Europese producten niet alleen voldoen aan strenge normen op het gebied van de hygiëne, de veiligheid en de veestapel, maar ook de beginselen van duurzame ontwikkeling, het voorkomen van klimaatverandering, biodiversiteit en het dierenwelzijn eerbiedigen. Daarom geef ik mijn volledige steun aan de invoering van een Europees kwaliteitslogo voor producten die exclusief uit de EU komen. Met het logo worden de inspanningen van de Europese boeren officieel erkend en het biedt op internationaal niveau bescherming van de intellectuele eigendom. Ik ben er vast van overtuigd dat dit vele plattelandsgebieden zal helpen die geen andere kansen op ontwikkeling hebben.

De EU moet financiële steun bieden voor de modernisering van landbouwondernemingen en de ontwikkeling van micro-ondernemingen, vooral in plattelandsgebieden, om door middel van de Unie kwalitatief hoogwaardige levensmiddelen te kunnen produceren.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE).(LT) Ik heb vóór dit document gestemd, omdat ik denk dat ecologische en schone landbouw onze toekomst is en we dat moeten stimuleren. We moeten ook de belangstelling van mensen voor ecologische boerderijen en ecologische producten stimuleren, zowel op het niveau van de EU als van de lidstaten. Anderzijds moeten we niet overhaast, nu we ecologische landbouw willen garanderen en stimuleren, genetisch gemanipuleerde organismen gaan legaliseren. Enkele landen hebben een heel goed voorbeeld gesteld door het telen van genetisch gemanipuleerde organismen op ecologische boerderijen sterk aan banden te leggen. Er moet een duidelijke scheiding zijn. Consumenten moeten ook alle informatie en de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek krijgen die te maken hebben met genetisch gemanipuleerde organismen en de invloed van genetisch gemanipuleerd veevoer op het milieu en de gezondheid van mensen zonder dat er iets verborgen wordt gehouden voor hen. Pas dan creëren we een echte gemeenschappelijke markt van ecologische producten, wat erg belangrijk voor het leven van ons allen is.

 
  
MPphoto
 

  Alfredo Antoniozzi (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in de eerste plaats wil ik de heer Scottà bedanken voor het werk dat hij voor dit verslag verzet heeft.

Mijns inziens is het voor de Europese Unie een prioriteit het kwaliteitsbeleid ten aanzien van onze landbouwproducten te beschermen en te versterken, omdat dit beleid verbonden en vervlochten is met een reeks andere fundamentele onderwerpen op Europees niveau, zoals de steeds grotere consumentenbescherming, steun voor kleine en middelgrote ondernemingen, het behoud van het cultureel en traditioneel erfgoed van veel Europese regio’s en de concurrentiekracht van Europese voedselproducenten op wereldwijde schaal.

Om deze redenen heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Jan Březina (PPE). - (CS) Ik waardeer dat het verslag over het kwaliteitsbeleid ten aanzien van landbouwproducten voortbouwt op al hetgeen er tot nog toe reeds ondernomen is ter verbetering van dit beleid. Met name de verdere ontwikkeling van het stelsel van beschermde geografische aanduidingen en beschermde oorsprongsbenamingen – onder behoud van de huidige strenge criteria voor toekenning daarvan – acht ik buitengewoon nuttig. Tevens ben ik het eens met de handhaving van de gegarandeerde traditionele specialiteiten, met dien verstande dat de registratieregels vereenvoudigd dienen te worden. Aangezien het hier om het laagste beschermingsniveau gaat, waarbij het niet nodig is om aan te tonen dat het product over specifieke geografische eigenschappen beschikt, zie ik niet zo goed in waarom de afwikkeling van de aanvraag even lang zou moeten duren als dat het geval is bij geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen.

Een zwak punt in het geheel betreft de mogelijkheid van de Commissie om naar eigen goeddunken een aanvraag af te wijzen indien zij deze niet volledig acht. Dat gebeurt vaak geheel naar willekeur, zonder enige kennis van de specifieke kenmerken van het product en het geografische gebied in kwestie. Ook dienen er voorzieningen te worden ingebouwd tegen eindeloze oprekking van het registratieproces als gevolg van telkens maar weer nieuwe op- en aanmerkingen en aanvullende vragen van de Commissie.

 
  
MPphoto
 

  Diane Dodds (NI). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil de heer Scottà bedanken voor zijn werk aan dit belangrijke verslag.

Ik wil speciaal wijzen op amendement 4, waarin wordt gevraagd dat de consumenten alle beschikbare relevante informatie wordt verstrekt. Ook wordt hierin steun uitgesproken voor de invoering van uitgebreide bindende wettelijke voorschriften op grond waarvan de etikettering betreffende de “ligging van het landbouwbedrijf” verplicht wordt gesteld.

Hoewel dit lovenswaardige doelen zijn, ben ik van mening dat het amendement te beperkend is en dat het misschien beter is dat die informatie vrijwillig wordt verstrekt.

In Noord-Ierland leunen we zwaar op ons vermogen om producten naar het Verenigd Koninkrijk en andere Europese landen uit te voeren. Dit amendement kan negatieve invloed hebben op het potentieel van Noord-Ierland om producten te verkopen in bepaalde markten waar op dit moment geen problemen bestaan, en naar mijn mening is het belangrijk dat nieuwe etikettering geen nieuwe obstakels opwerpt die de handel tussen de verschillende lidstaten belemmeren.

Hoewel amendement 4 enkele problematische aspecten heeft, erken ik het belangrijke werk dat in het kader van dit verslag is verricht en erken ik dat het belangrijk is dat er traceerbare, veilige producten van hoge kwaliteit worden gemaakt.

 
  
MPphoto
 

  Vito Bonsignore (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, met deze stemming hebben we onszelf voorzien van een instrument waarmee we consumenten kunnen beschermen en landbouwproducten de juiste meerwaarde kunnen geven: een doel dat we al sinds lang proberen te bereiken.

Vanaf vandaag moet op het etiket van vleesproducten, zuivelproducten, groente en fruit, pluimvee en andere verwerkte, uit één enkel ingrediënt bestaande producten, duidelijk de oorsprong worden vermeld. Wat dieren betreft, moet de oorsprongsbenaming alleen als één enkele plaats worden vermeld wanneer de dieren in hetzelfde land zijn geboren, gefokt en geslacht.

Dit is een maatregel waardoor de juiste erkenning kan worden gegeven aan landbouwproducenten en aan degenen die landbouwproducten verwerken. We hebben laten zien dat het Europees Parlement slechts één doel heeft waar het gaat om zijn werkzaamheden op het gebied van agrovoeding, en dat is het waarborgen van de kwaliteit en toegankelijkheid van de informatie die consumenten ter beschikkingstaat.

We hebben goed werk verricht. Mijn complimenten aan die collega’s die aan dit dossier hebben gewerkt.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (ECR). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, in principe heb ik geen probleem met het idee van kwaliteitslogo’s. We zien kwaliteitslogo’s op een aantal gebieden in ons leven. Zolang ze maar niet worden gebruikt als excuus om de vrije keuze van de consument in te beperken.

Wanneer voedsel niet aan bepaalde beperkingen met betrekking tot de omvang of esthetische beperkingen voldoet, moeten we het niet weggooien, moeten we het niet op de grote hoop gooien, zoals we zien gebeuren met 30 procent van de Europese agrarische productie, die vaak wordt verspild omdat de producten niet aan strenge Europese normen voldoen.

Ook moeten we onze kwaliteitsnormen niet als een excuus gebruiken om importen van boeren uit ontwikkelingslanden te verbieden, waarmee we die boeren in de armoede storten, om vervolgens het geld van onze belastingbetalers aan corrupte regeringen te geven terwijl hun boeren tot armoede vervallen.

In plaats van met keurmerken en gebaren als deze te komen, moeten we de markt vertrouwen, moeten we de consumenten vertrouwen en moeten we de mensen vertrouwen.

 
  
  

- Verslag-Guerrero Salom (A7-0034/2010)

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE).(SK) Ik heb tegen dit verslag gestemd omdat Europa in dit initiatiefverslag, zoals vaak met andere verslagen het geval is, opnieuw zijn eigen invulling van het begrip “reproductieve en seksuele rechten”, propageert, en aan mensen in ontwikkelingslanden oplegt.

Voor eens en altijd moet duidelijk worden gemaakt dat volgens de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie onder dit begrip abortus als een methode van gezinsplanning valt. Het menselijk leven is heilig vanaf de conceptie tot de natuurlijke dood, en daarom kon ik dit verslag niet steunen. Aan de andere kant staan er enkele goede ideeën in, die mensen in ontwikkelingslanden natuurlijk zouden kunnen helpen, en daarom zouden we kunnen zeggen dat, nu honderden miljoenen mensen in ontwikkelingslanden de gevolgen van de stijgende prijzen van basisproducten en levensmiddelen onder ogen moeten zien, ze op deze manier met het probleem van het overleven geconfronteerd zullen worden. Ik ben zeer geschrokken van de schattingen van internationale financiële instellingen dat de miljarden mensen die reeds op aarde leven met nog honderden miljoenen zullen toenemen en dat in Afrika bezuiden de Sahara de kindersterfte met tussen de 30 000 en 50 000 zal toenemen.

 
  
MPphoto
 

  Joe Higgins (GUE/NGL).(GA) Mijnheer de Voorzitter, ik heb vóór het verslag gestemd over de gevolgen die de financiële en economische crisis heeft voor de arme landen in de wereld. Hoewel in het verslag geen voldoende radicaal antwoord wordt gegeven op de problemen van arme landen, kunnen we het tegelijkertijd eens zijn met vele dingen die er wel in staan.

Juist arme mensen en arme landen hebben het meest te lijden van de economische crisis. We zouden alle hulp moeten geven die we kunnen geven met betrekking tot overheidsinvesteringen, vooral in deze landen. Maar ook moet gezegd worden dat de handelsovereenkomsten die de Europese Unie met arme landen heeft niet echt gunstig voor hen zijn. Grote Europese bedrijven profiteren het meest van deze overeenkomsten; kleine producenten, kleine boeren en werknemers profiteren er niet van en we moeten dus de manier veranderen waarop we met deze landen werken.

 
  
MPphoto
 

  Diane Dodds (NI). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen paragraaf 7 van dit verslag gestemd en ik vind het verontrustend dat dit Parlement opnieuw een verslag van deze aard gebruikt om in bedekte termen het recht op abortus in de tekst te smokkelen en ook een koppeling aan te brengen tussen seksuele en reproductieve gezondheid en de volksgezondheid in ontwikkelingslanden.

Het is niet aan dit Huis om te bepalen of toegang tot abortus een recht is of niet. Dat is een wetgevende bevoegdheid van nationale regeringen. Ik en de overgrote meerderheid van mijn kiezers in Noord-Ierland blijven vasthouden aan onze vaste overtuiging dat het ongeboren kind het recht op leven heeft.

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). - Voorzitter, we zouden toch een keer als Parlement goed moeten nadenken wanneer wij voorstellen doen. Dan zouden dat toch voorstellen moeten zijn voor een beleid dat problemen oplost in plaats van problemen verergert. Welnu, wat ontwikkelingshulp betreft: er zijn toch zeer veel, zeer serieuze studies die eigenlijk al hebben bewezen dat automatische verlening van ontwikkelingshulp heel dikwijls leidt tot het vertragen van economische hervormingen en bijgevolg tot het vertragen van een mogelijkheid van economische groei in ontwikkelingslanden. Nochtans blijven wij maar als Parlement van het credo uitgaan, van het zogenaamde axioma dat steeds meer ontwikkelingshulp in de eerste plaats Afrikaanse landen er bovenop zal brengen. Daar is na zo vele decennia massale ontwikkelingshulp geen enkel bewijs voor en de feiten zijn zelfs jammer genoeg dat de meeste Afrikaanse landen er vandaag veel erger aan toe zijn dan onmiddellijk na de dekolonisatie. Dat is één punt.

Punt twee, heel kort. Het is natuurlijk wel zo: het klopt wat gezegd wordt in dit verslag, dat de braindrain, de hersenvlucht, de ontwikkelingslanden verder ondermijnt, maar waarom blijven wij dan pleiten voor die zogenaamde blauwe kaart, die dat probleem nog erger maakt.

 
  
MPphoto
 

  Anna Záborská (PPE).(SK) Ik kan niet begrijpen waarom reproductieve gezondheid opnieuw is opgenomen in een verslag over de gevolgen van de mondiale financiële en economische crisis voor de ontwikkelingslanden en de ontwikkelingssamenwerking.

Organisaties op het gebied van de reproductieve gezondheid ondersteunen abortus als een van de manieren om het geboortecijfer te beperken. Deze industrie wordt ook op Europees niveau gefinancierd uit de belasting van burgers die tegen abortus zijn en die zich inzetten voor de bescherming van het leven. Internationale instellingen geven al decennialang hun opvatting over geboortebeperking als manier om armoede te bestrijden, maar de ontwikkelingslanden leven nog steeds in extreme armoede. Naar mijn mening verspilt de EU financiële middelen aan geboortebeperking, hetgeen de armoede niet oplost. Ik heb eerbied voor het leven en respecteer ook het subsidiariteitsbeginsel in de betrekkingen met de ontwikkelingslanden. Daarom heb ik tegen paragraaf 7 en tegen het hele verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het was te voorspellen, en wellicht onafwendbaar, dat de Europese Unie op de financiële crisis in Griekenland zou springen om haar goed voorbereide plannen voor de harmonisering van het begrotingsbeleid te bevorderen.

We hebben herhaalde oproepen tot de oprichting van een Europees schuldenagentschap, tot de oprichting van een Europees Monetair Fonds en tot de invoering van pan-Europese belastingen gehoord, zodat we niet naar de nationale electoraten hoeven te gaan als we landen willen redden.

De heer Van Rompuy en de commissarissen scharen zich, als eerlijke federalisten, helemaal achter het argument van de Britse eurosceptici, dat inhield dat een monetaire unie zonder fiscale en economische unie niet mogelijk is.

Ik meen dat het John Maynard Keynes was die heeft geschreven: “Wie de controle over de munt heeft, heeft de controle over het land”. Ik beloof u dat dit de enige keer zal zijn dat ik Keynes goedkeurend citeer.

Ik citeer liever een hogere en betere autoriteit dan John Maynard Keynes. Ik verwijs u naar het evangelie van Mattheüs, naar Mattheüs 22. Ik weet zeker dat u zich dit herinnert. Onze Heer wordt gevraagd of het toegestaan is om belasting aan Rome te betalen. Hij zegt: “Waarom stelt u me op de proef, huichelaars? Laat me de belastingmunt zien”. En ze reikten hem de denarie aan. En hij (Jezus) vroeg hun: “Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?” Ze antwoordden: “Van de keizer.” Daarop zei hij tegen hen: “Geef dat wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort”.

Nu wil ik niet beweren dat onze Heer in het debat over de euro aan de ene of de andere kant staat. Het punt is dat wanneer we naar het hoogste symbool van tijdelijke macht kijken, het absolute teken van soevereiniteit, dat de munt is! En we hebben nu gezien dat de euro tot een gemeenschappelijke economische regering leidt. Ik dank de hemel dat we de vooruitziende blik hebben gehad om het pond te houden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dank u voor het zegenen van deze ochtendzitting, mijnheer Hannan.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (ECR). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, als je naar dit verslag kijkt, zie je veel van die oude, vermoeide zinnen over hoe de ontwikkelingslanden leiden onder de economische crisis. Natuurlijk zijn er in deze landen mensen die leiden als gevolg van de economische crisis, maar heel vaak zijn dat niet noodzakelijkerwijs de mensen die we willen helpen. Heel vaak zijn dat de regeringen die zich zorgen maken dat er op hun hulpgelden wordt gekort, want als er minder hulpgelden binnenkomen, is het moeilijker om corrupte en inefficiënte regeringen in het zadel te houden. Toen ik vorig jaar in Afrika met veel centrumrechtse politici sprak, klaagden ze er tegen mij over dat hulpgelden in de eerste plaats corrupte regeringen in het zadel houden en het moeilijker maken om het economische en politieke bestuur in die landen te verbeteren.

Maar laten we kijken naar enkele zaken die worden voorgesteld. We hebben het over meer investeringen in ontwikkelingslanden – en iedereen zal het daarmee eens zijn – maar ondertussen is er een voorstel in dit Huis in behandeling, de richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen, die tot minder investeringen in ontwikkelingslanden zal leiden. We hebben het over het helpen van boeren in ontwikkelingslanden, maar we blijven, zelfs in de huidige begroting, stemmen voor meer middelen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid, dat zo schadelijk is voor het levensonderhoud van boeren in ontwikkelingslanden.

Laten we het probleem in deze landen bij de echte bron aanpakken – slecht bestuur, en protectionisme in de EU.

 
  
MPphoto
 

  Martin Kastler (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, er zijn twee redenen waarom ik tegen dit verslag heb gestemd. Ten eerste stoort het mij dat Europa in toenemende mate een versnipperde aanpak in het ontwikkelingsbeleid hanteert en in steeds meer resoluties en verzoeken deze aanpak bevordert. Ten tweede heb ik tegen het verslag gestemd, omdat het mijns inziens een slechte zaak is dat wij als een soort cultuurimperialisme proberen om ontwikkelings- en opkomende landen voor te schrijven welk beleid ze ten aanzien van gezinsplanning moeten voeren. Abortus is geen oplossing en ik betreur het feit dat diverse leden van het Europees Parlement het eufemisme "reproductieve geneeskunde" gebruiken als ze het over abortus hebben. Dat verandert echter niets aan het feit dat abortus het doden van een ongeboren kind betekent. Daarom heb ik tegen het verslag gestemd en ik hoop dat wij in de toekomst niet steeds in elke resolutie en in elk initiatiefverslag dezelfde eufemismen gebruiken om cultuurimperialistische zaken aan te duiden.

 
  
MPphoto
 

  Nirj Deva (ECR). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen dit verslag gestemd omdat ik het een dwaas verslag vind. Het is een irrelevant verslag. Dus: alle activa bevinden zich allemaal op de aandelenbeurzen van New York, Londen, Tokio, Frankfurt, enzovoort. U zult nu circa zes biljoen dollar aan kapitaal innen. Als u alle illegale bezittingen verkoopt, de zwaar ondergewaardeerde bezittingen die geen onderdeel van het legale systeem in ontwikkelingslanden zijn, zult u tot zeven biljoen dollar komen. Er ligt heel veel kapitaal te wachten in de ontwikkelingslanden, kapitaal dat geen onderdeel is van de legale structuren van die landen, van de sloppenwijken tot de miljoen bedrijfjes die je langs de kant van de weg ziet en die geen onderdeel van de officiële economie zijn.

In de tweede plaats, als u vraagt hoeveel geld er elk jaar uit de ontwikkelingslanden stroomt via de financiële systemen van de wereld: dat is 800 miljard dollar. Waarom werken we er niet aan om dat kapitaal in die landen te houden, zodat die landen rijker worden?

Wat hebben we zojuist gedaan? We hebben voor een Tobin-belasting gestemd om al verzwakte financiële instellingen in het westen nog harder te treffen en het geld te geven aan een stelletje personen die het waarschijnlijk zullen stelen.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, net als eerdere sprekers had ook ik bezwaar tegen de opname van paragraaf 7. We hebben van onze fractie de vrijheid gekregen om te stemmen zoals we willen, maar onze delegatie heeft besloten tegen te stemmen, omdat – zoals enkele sprekers hebben opgemerkt – reproductieve rechten een andere term is voor abortus. Als dat ermee bedoeld wordt, moet dat expliciet worden gezegd en niet via een economisch crisisplan worden binnengesmokkeld. Daarom hebben we daar, net als andere sprekers, bezwaar tegen en hebben we tegen dat gedeelte gestemd.

 
  
  

- Verslag-Scicluna (A7-0010/2010)

 
  
MPphoto
 

  Morten Messerschmidt (EFD). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, wij van de Deense Volkspartij hebben tegen dit verslag gestemd, maar ik voel me wel geroepen om mijn dank uit te spreken voor een aantal overwegingen die in het verslag zijn opgenomen. Het gaat met name om paragraaf 27, waarin heel duidelijk wordt gesteld dat de euro vanzelfsprekend moet leiden tot een nauwere coördinatie van het economische beleid in de eurozone. Ik ben natuurlijk absoluut tegen deze formulering, maar ik wil de rapporteur toch bedanken voor het duidelijke en eerlijke standpunt ten opzichte van de euro. De euro is met andere woorden een constructie die gecreëerd is met het oog op een veel grotere economische eenmaking in Europa, dat wil zeggen het economische beleid, het arbeidsmarktbeleid, het structuurbeleid – alle economische gebieden, alles wat een economische betekenis heeft, wordt aan eenmaking onderworpen. Dit zien we op het moment gebeuren in het geval van Griekenland, waarbij economen in Frankfurt de Grieken vertellen welk economisch beleid ze moeten voeren en dit zullen we over enkele maanden zien gebeuren bij Spanje en Italië en een aantal andere landen. Wat dit aangaat, demonstreert dit verslag met alle duidelijkheid die we ons maar zouden kunnen wensen waarom Denemarken – in het bijzonder mijn partij, Deense Volkspartij – buiten de eurozone wenst te blijven. Wij willen namelijk zelf beslissen welk economisch beleid er gevoerd moet worden. De beslissing daarover moet bij de Deense kiezers liggen en niet bij economen in Frankfurt.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Leinen (A7-0018/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Andrew Henry William Brons (NI), schriftelijk. − (EN) We staan achter het voorstel om de bestaande bepalingen betreffende de invoer van levende dieren, vlees en vleesproducten van kracht te laten blijven tot zij zijn vervangen door maatregelen uit hoofde van het nieuwe rechtskader. Wij hadden liever gezien dat deze wetten de wetten van de afzonderlijke lidstaten waren geweest, in plaats van die van een Europese superstaat, maar er moeten wetten zijn die deze onderwerpen bestrijken. Het verslag bevat evenwel ook een lijst van derde landen of delen van landen waaruit de lidstaten de invoer van runderen, varkens en vers vlees zullen toestaan. Dit betekent dat het Verenigd Koninkrijk wettelijk verplicht zal worden om invoer vanuit deze landen toe te staan. Dit betekent concurrentie voor onze boeren en een verdere uitholling van de soevereiniteit. Vanwege deze koppeling van goede en slechte voorstellen hebben wij besloten ons van stemming te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) In Richtlijn 72/462/EEG van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, schapen, geiten en varkens, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen, wordt in artikel 3, lid 1 bepaald dat de Raad, op voorstel van de Commissie, een lijst vaststelt van landen of delen daarvan waaruit de lidstaten de invoer van runderen, varkens en vers vlees zullen toestaan. Hoewel deze richtlijn is ingetrokken, is de procedure gehandhaafd gebleven, en de lijst is in de loop der jaren veelvuldig gewijzigd. De Commissie stelt nu voor een verordening op te stellen die alle relevante wijzigingen bevat die door de jaren heen zijn doorgevoerd en die regelmatig dient te worden aangepast, zodat de lijst altijd actueel blijft.

Ik vind dat deze procedure bijdraagt aan de duidelijkheid en de transparantie, niet alleen voor de lidstaten, maar ook voor de derde landen die de desbetreffende producten in de EU importeren.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben ingenomen met de aanneming van dit verslag inzake gezondheidsvraagstukken bij de invoer van runderen, schapen, geiten en varkens, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen. De grondslag van dit verslag wordt gevormd door Richtlijn 72/462/EEG van 12 december 1972, waarin bepaald werd dat de Commissie een lijst diende vast te stellen van derde landen waaruit de lidstaten de invoer van runderen, varkens en vers vlees toestaan. Hoewel deze richtlijn is ingetrokken, is de procedure gehandhaafd gebleven, en de lijst is in de loop der jaren veelvuldig gewijzigd. De Commissie stelt nu voor een verordening op te stellen, die alle relevante wijzigingen bevat die door de jaren heen zijn doorgevoerd, en die regelmatig dient te worden aangepast, zodat de lijst altijd actueel blijft.

Ik ben van mening dat deze procedure de voedselveiligheid bevordert voor EU-burgers, en bovendien bijdraagt aan duidelijkheid voor de lidstaten én voor de derde landen die de desbetreffende producten in de EU importeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De voedselveiligheid van EU-burgers is een belangrijk vraagstuk dat ons allemaal aangaat. Er moeten strenge voorschriften gelden voor het gezondheidsbeleid inzake de invoer uit derde landen van bepaalde levende dieren en vers vlees daarvan, en deze producten moeten systematisch gecontroleerd worden om vast te stellen of ze aan die voorschriften voldoen.

Het is in dat verband van groot belang dat er een lijst wordt opgesteld van derde landen die voldoen aan de veterinairrechtelijke voorschriften, gezondheidsvoorschriften en voorschriften inzake de veterinaire certificering voor de uitvoer naar de EU van levende dieren (runderen, schapen, geiten en varkens) en vers vlees daarvan.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) In de genadeloze prijzenoorlog die op dit moment woedt, passen bedrijven schandalige methoden toe om hun winstmarges te verbeteren. Geïmporteerd vlees wordt als binnenlands product aan de man gebracht, er wordt vaak rot vlees verkocht, en dan zijn er nog problemen met namaakham. Namaakproducten moeten nu een duidelijk etiket krijgen. Een verplichte etikettering van diervoeders met genetisch gemodificeerde organismen kon echter niet rekenen op steun van de meerderheid hier in het Parlement, ondanks het feit dat de Europese burgers zeer kritisch tegenover genetische modificatie staan. Het is belangrijk dat er verordeningen inzake de dierengezondheid en hygiëne worden uitgevaardigd. Men heeft echter verzuimd om bij de importverordeningen rekening te houden met de kwestie van genetische modificatie en om die reden heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik heb bij de eindstemming over deze resolutie ‘ja’ gestemd. Er moet worden gezegd dat er een informele bijeenkomst met de Raad en de Commissie is geweest waarin duidelijk is geworden dat het Parlement kon instemmen met de procedure. In het ontwerpverslag dat Jo Leinen ter stemming heeft voorgelegd, wordt het Commissievoorstel overgenomen, alsook de wijzigingen die in de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid zijn ingediend. De Raad heeft al afgesproken om het standpunt van het Parlement goed te keuren; er moet dus worden uitgegaan van overeenstemming in eerste lezing. Wij, de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie, stemmen in met de procedure.

 
  
MPphoto
 
 

  Róża Gräfin Von Thun Und Hohenstein (PPE), schriftelijk. − (PL) Wijzigingen in de wetgeving die bedoeld zijn om het dierenwelzijn te verbeteren zijn van het allergrootste belang, en ik ben zeer verheugd dat de Europese Commissie niet van plan is om deze veranderingen door te voeren zonder de inbreng van het Europees Parlement. Daarom heb ik gestemd voor het verslag-Leinen over het voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot intrekking van Beschikking 79/542/EEG van de Raad, die een lijst van derde landen of delen van derde landen bevat en waarin veterinairrechtelijke voorschriften, gezondheidsvoorschriften en voorschriften inzake de veterinaire certificering voor de invoer in de Gemeenschap van levende dieren en vers vlees daarvan worden vastgesteld.

Hoewel ik geen lid ben van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, zal ik de wetswijzigingen van dichtbij opvolgen, en dan vooral die gevallen waarbij het de bedoeling is te komen tot een drastische verbetering van het vervoer van paarden. Daar zijn talloze redenen voor, maar het is vooral de christelijke ethiek die me dwingt me te bekommeren om het bestaan van niet alleen mensen, maar ook dieren en de natuur. De Europese Unie kan op dat vlak nog veel verwezenlijken.

 
  
  

- Verslag-Matera (A7-0047/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik hebben beide verslagen over de toekenning van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) aan werkloze arbeiders in Litouwen gesteund. De economische en financiële crisis heeft in Litouwen vele verschillende sectoren getroffen en veel mensen zitten nu zonder werk en zonder middelen van bestaan. De regels van het EFG over de toewijzing van middelen werden vereenvoudigd, waarbij rekening werd gehouden met de ingewikkelde situatie op de arbeidsmarkt en het groeiend aantal werklozen. Daarom moet Litouwen alle mogelijke kansen benutten om de gevraagde middelen te verkrijgen, om werklozen zo veel mogelijk te helpen. Het is ook heel belangrijk dat we ervoor zorgen dat deze middelen effectief worden gebruikt en dat het Litouwse volk er echt van kan profiteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Regina Bastos (PPE), schriftelijk. − (PT) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering is in 2006 ingesteld om bijkomende steun te verlenen aan werknemers die te lijden hebben onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om deze werknemers te begeleiden bij hun herintrede op de arbeidsmarkt. Het EFG staat sinds 1 mei 2009 ook open voor aanvragen om bijstand voor werknemers die zijn ontslagen als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis.

Een van de belangrijkste gevolgen van de huidige ernstige economische en financiële crisis is de toenemende werkloosheid, en de EU moet alle middelen inzetten die haar ter beschikking staan om de gevolgen van deze crisis te bestrijden, in het bijzonder als gaat om steun aan mensen die plotseling hun baan verliezen.

Daarom heb ik voor dit voorstel gestemd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ten behoeve van Litouwen, ter financiering van steun aan de ontslagen werknemers van 49 ondernemingen in de sector meubelfabricage.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat de financiële steun van het Europees Fonds voor aanpassing aan de Globalisering (EFG) zal worden toegekend aan de werkloze arbeiders van bedrijven in de meubelindustrie nu veel werknemers, na de daling van de uitvoer van producten uit de meubelindustrie, gedwongen ontslagen werden. De EU-steun zal geoormerkt worden om de werknemers te helpen nieuwe kwalificaties te verwerven, een nieuwe baan te zoeken of hun eigen bedrijf te beginnen. Het verheugt mij zeer dat de Europese Commissie de aanvraag van Litouwen voor EU-financiering heeft goedgekeurd, omdat er tijdens de recessie weinig kans is dat de ontslagen werknemers van de meubelfabrieken naar de arbeidsmarkt terugkeren, en de massaontslagen van 49 bedrijven een zeer negatieve invloed op de economische situatie van het land hebben. Ik zou een beroep op de EU-instellingen willen doen om ervoor te zorgen dat besluiten soepel en snel overgenomen worden wanneer er gekeken wordt naar zaken die te maken hebben met het verstrekken van financiële steun, omdat het uitstellen van dat soort beslissingen slechts de reeds moeilijke situatie waarvoor de werknemers staan kan verergeren. Ik zou willen benadrukken dat de financiële steun van de EU de werknemers die te lijden hebben gehad van grote structurele veranderingen in de economie en de handel zal helpen re-integreren in de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Evenals in de bouwsector in Litouwen, waarover we ons in een eerder stadium gebogen hebben, zijn in de sector meubelfabricage van dat land de gevolgen voelbaar van de globalisering, omdat men nu geconfronteerd wordt met sterk concurrerende producten die op een andere schaal geproduceerd worden. Gezien het feit dat de aanvraag voldoet aan de criteria voor subsidiabiliteit die zijn vastgelegd in de EFG-verordening, vind ik dat deze beschikbaarstelling van middelen onze steun verdient.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Slechts twee weken nadat het Parlement de beschikbaarstelling van middelen uit dit fonds heeft goedgekeurd in verband met ontslagen in Litouwen en Duitsland, buigen we ons nu opnieuw over de goedkeuring van de beschikbaarstelling van middelen uit dit fonds, dit keer in verband met ontslagen bij 49 ondernemingen in de sector meubelfabricage in Litouwen. Zoals we ook toen al gezegd hebben, overstijgt het aantal werknemers dat te maken krijgt met ontslag al lang ruimschoots de oorspronkelijke schattingen van de Commissie van het aantal werknemers dat van het fonds gebruik zou gaan maken.

We willen erop wijzen dat het hier gaat om een sector die ook in Portugal grote problemen ondervindt, in het bijzonder in die districten waar deze sector een belangrijk onderdeel van de economie vormt, zoals bijvoorbeeld in Paredes en in Paços de Ferreira. Ook daar heeft dit tot ontslagen geleid en tot een verslechtering van de sociale situatie in de regio.

Bij elke nieuwe aanvraag wordt het nog duidelijker dat er meer nodig is dan dit soort verzachtende maatregelen, hoewel die wel nodig zijn. Er zijn dringend maatregelen nodig om de productie en de werkgelegenheid in stand te houden, vooral de werkgelegenheid van de mensen die het meest kwetsbaar zijn voor de gevolgen van deze crisis en van mensen die het ontwikkelingspotentieel van het betreffende land uitbaten, en die projecten van algemeen nut stimuleren en micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen steunen, alsmede de coöperatieve sector...

(Stemverklaring ingekort overeenkomstig artikel 170 van het Reglement)

 
  
  

- Verslag-Matera (A7-0048/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Regina Bastos (PPE), schriftelijk. (PT) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering is in 2006 ingesteld om bijkomende steun te verlenen aan werknemers die te lijden hebben onder de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om deze werknemers te begeleiden bij hun herintrede op de arbeidsmarkt. Het EFG staat sinds 1 mei 2009 ook open voor aanvragen om bijstand aan werknemers die zijn ontslagen als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis.

Een van de belangrijkste gevolgen van de huidige ernstige economische en financiële crisis is de toenemende werkloosheid, en de EU moet alle middelen inzetten die haar ter beschikking staan om de gevolgen van deze crisis te bestrijden, in het bijzonder als gaat om steun aan mensen die plotseling hun baan verliezen.

Daarom heb ik voor dit voorstel gestemd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ten behoeve van Litouwen, ter financiering van steun aan de ontslagen werknemers van 45 ondernemingen in de sector meubelfabricage.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. – (LT) Het verheugt mij zeer dat er vandaag gestemd is over de verstrekking van financiële steun aan de Litouwse kledingindustrie, aangezien deze bedrijfstak bijzonder hard door de recessie is getroffen. Ik zou de aandacht willen vestigen op het feit dat voornamelijk vrouwen in de kledingindustrie werken en het aantal werkloze vrouwen in Litouwen, vanwege de ontslagen die door de crisis zijn veroorzaakt, in het jaar voorafgaand aan juli 2009 verdubbeld is. Ik heb vóór dit verslag gestemd, aangezien de financiële steun die van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is ontvangen, gebruikt zal worden voor maatregelen om de werkgelegenheid te stimuleren en om ontslagen werknemers zo snel mogelijk weer in dienst te nemen, voor het betalen van een studie en omscholing, evenals voor uitkeringen voor minderjarigen onder de acht jaar en de zorg van gehandicapte familieleden. Deze financiële steun is dus erg noodzakelijk in de kledingindustrie aangezien er, met de drastische daling van de vraag naar kleding in Litouwen en de exportgebieden, een aanzienlijke afname is geweest van de hoeveelheid geproduceerde kleding. Ik zou ook willen benadrukken dat het ontslag van deze werknemers niet alleen een negatieve invloed op het land en de lokale economie heeft, maar ook het leven van de individuele werknemers negatief beïnvloedt.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Behalve de bouwsector en de sector meubelfabricage, wordt ook de sector vervaardiging van kleding in Litouwen getroffen door de globalisering. Een groot aantal werknemers is hierdoor werkloos geworden. Het feit dat dit voorstel in de bevoegde parlementaire commissie met een overweldigende meerderheid van stemmen is aangenomen, duidt erop dat het een goede maatregel is. Ik zie dan ook geen reden om in dit geval tegen beschikbaarstelling van middelen uit dit fonds te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Slechts twee weken nadat het Parlement de beschikbaarstelling van middelen uit dit fonds heeft goedgekeurd in verband met ontslagen in Litouwen en Duitsland, buigen we ons nu opnieuw over de goedkeuring van de beschikbaarstelling van middelen uit dit fonds, dit keer in verband met ontslagen bij 45 ondernemingen in de sector vervaardiging van kleding in Litouwen. We moeten niet vergeten dat deze sector ook in Portugal met ernstige problemen te kampen heeft en bijzonder hard getroffen wordt door de gevolgen van de liberalisering van de internationale handel, en dat er daar niet de benodigde beschermende maatregelen genomen zijn.

Elke nieuwe aanvraag voor dit fonds maakt het nog duidelijker dat er dringend maatregelen genomen moeten worden. We hebben herhaaldelijk om deze maatregelen gevraagd: ter bestrijding van de werkloosheid en gericht op het scheppen en stimuleren van banen met rechten, ter stimulering van de economie en van banen in de publieke sector, en gericht op het uitbannen van tijdelijk en slecht betaald werk en het verkorten van de werkweek zonder verlies van inkomen. Die maatregelen dienen ook gericht te zijn op het tegengaan van de verplaatsing van bedrijven, om te beginnen door overheidsmiddelen, met name vanuit de EU, ter beschikking te stellen om toezeggingen na te komen op het gebied van bijvoorbeeld behoud van werkgelegenheid en lokale ontwikkeling. We vragen dus om maatregelen die een duidelijke breuk betekenen met het neoliberale beleid dat tot de economische en sociale ramp heeft geleid die zich in de landen van de Europese Unie aan het aftekenen is.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De EU is een ruimte van solidariteit. Dat is de achtergrond van waaruit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering is ontstaan. Het gaat om belangrijke steun aan werklozen en aan de slachtoffers van bedrijfsverplaatsingen die plaatsvinden in het kader van de globalisering.

Het aantal bedrijven dat wordt verplaatst neemt hand over hand toe. Bedrijven profiteren van de lagere arbeidskosten in bepaalde landen, zoals China en India. Dit heeft ernstige gevolgen voor de landen waar de rechten van werknemers gerespecteerd worden. Het EFG is bedoeld voor werknemers die het slachtoffer zijn van bedrijfsverplaatsingen, en het is daarom van groot belang dat deze werknemers aan een andere baan geholpen worden. De middelen uit het EFG zijn al eerder ingezet voor andere EU-landen, zoals Portugal en Spanje. Nu moet deze steun aan Litouwen gegeven worden.

 
  
  

- Verslagen-Matera (A7-0047/2010 en A7-0048/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. − (EN) Ik heb gestemd vóór de twee verslagen van Barbara Matera over financiële steun aan ontslagen werknemers in Litouwen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering. Ik wil ook graag de collega's bedanken die voor hebben gestemd, want voor goedkeuring van de verslagen waren een gekwalificeerde meerderheid en drievijfde van de uitgebrachte stemmen nodig.

Beide verslagen over de situatie in de sectoren meubelfabricage en vervaardiging van kleding beschrijven een van de meest acute gevallen van werkloosheid in Litouwen. De bedragen zijn voor de EU niet groot, maar zij zullen de moeilijkheden waar Litouwse werknemers mee te maken hebben, verlichten.

Dit is het geval voor de ontslagen werknemers die in de 49 ondernemingen in de sector meubelfabricage werkten en 662 088 euro uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering zullen ontvangen, alsook voor degenen die bij de 45 ondernemingen in de sector vervaardiging van kleding werkten, waarbij het om een bedrag van 523 481 euro gaat.

Dit is misschien slechts het topje van de ijsberg van het werkloosheidsprobleem in Litouwen, maar de financiële steun zal degenen helpen die het hardst hulp nodig hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrew Henry William Brons (NI), schriftelijk. − (EN) Wij zijn het er niet mee eens dat de Europese Unie verantwoordelijk is voor het bieden van hulp aan ontslagen werknemers (of voor wat ook). Wij zijn ertegen dat geld wordt toegewezen aan het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, zoals we er ook tegen zijn dat er geld aan om het even welk EU-fonds wordt toegewezen. Wij zijn van mening dat de lidstaten zelf hun eigen ontslagen werknemers moeten helpen. Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering bevat echter geld dat al aan het Fonds is toegewezen, en dat geld komt van de lidstaten. Als zou worden voorgesteld om geld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering toe te wijzen aan ontslagen werknemers in het Verenigd Koninkrijk, zouden wij voor die toewijzing stemmen, en we zouden kritiek krijgen als we dat niet deden. Wij moeten daarom ook stemmen voor een passend gebruik van het Fonds voor andere lidstaten. Wij zijn desondanks van plan om ervoor te zorgen dat toekomstig geld zal worden toegewezen aan Britse ontslagen werknemers, en als wij merken dat zij daarvoor niet in aanmerking komen, zullen wij tegen alle toekomstige mobilisaties van het Fonds stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) Ik onthoud mij van stemming vanwege het idee van de Litouwse werknemers die worden geofferd op het altaar van de globalisering. Aangezien zij in deze situatie zijn gedreven door de gevolgen van het neoliberale beleid dat de Europese Unie voorstaat, zouden we met recht kunnen stemmen tegen de bespottelijke aalmoes die de Europese elites hun willen toekennen. Maar het weinige dat er wordt gegeven, kan hun pijn verzachten. De logica van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering is niettemin onacceptabel. In het koninkrijk der Eurocraten heeft een goed geweten een spotprijs.

 
  
  

- Verslag-Giegold (A7-0031/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Antoniozzi (PPE), schriftelijk. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in het verslag van collega Giegold worden enkele interessante ideeën te berde gebracht over de huidige economische crisis, de ergste sinds het begin van het Europese integratieproces.

Ik zou willen benadrukken dat ik onlangs een vraag aan de Commissie heb gesteld over de grenswaarden voor de toepassing van het stabiliteits- en groeipact, die in bepaalde uitzonderingsgevallen kunnen worden overschreden, bijvoorbeeld voor de uitvoering van bouwprojecten van de overheid of sociale woningbouw. Dergelijke werkzaamheden hebben in feite een maatschappelijk doel en vormen een antwoord op huisvestingsproblemen die zich met name in grote steden voordoen, en het zou dus gepast kunnen zijn dit soort problemen door middel van uitzonderlijke maatregelen aan te pakken.

Ik acht het daarom wenselijk dat de Commissie een zeer helder standpunt inneemt, zodat zij wat betreft de lidstaten richtlijnen kan uitvaardigen met betrekking tot de begrotings- en uitgavenlimieten die de parameters van het stabiliteits- en groeipact opleggen aan lokale overheden, die, met name als het gaat om grote gemeenten, aanzienlijke infrastructurele investeringen nodig hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Ik heb voor het verslag over de Jaarlijkse verklaring van de Europese Commissie over de eurozone en de openbare financiën gestemd. Het belangrijkste punt uit dit verslag, dat veel analyses en voorstellen bevat, is voor mij de oproep tot versterking van het Europese economische bestuur en met name een betere coördinatie van begrotingsbeleid. Groei en solidariteit, dat zijn de twee kernwoorden die de hoeksteen moeten vormen van onze Europese economische strategie. Groei is noodzakelijk omdat we anders de maatschappelijke problemen niet kunnen oplossen. En solidariteit vormt zowel de basis als de toekomst van Europese integratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward en Pat the Cope Gallagher (ALDE), schriftelijk. – (GA) De Fianna Fáil-leden van het Europees Parlement, Pat the Cope Gallagher en Liam Aylward, zijn sterk gekant tegen wat in dit verslag wordt voorgesteld inzake de invoering van een gemeenschappelijke geconsolideerde fiscale grondslag voor de vennootschapsbelasting (de CCCTB in het Engels).

Een gemeenschappelijke geconsolideerde fiscale grondslag voor de vennootschapsbelasting zou het concurrentievermogen van de Europese Unie of de werking van de interne markt niet verbeteren en daar komt nog bij dat de CCCTB in botsing zou kunnen komen met kleine open economieën, zoals die van Ierland. De kwestie van belastingheffing valt binnen de bevoegdheid van de afzonderlijke lidstaten en de Ierse regering heeft het recht om bij belastingmaatregelen haar vetomacht te gebruiken, ook ten aanzien van de CCCTB. Dit recht is vastgelegd in de Verdragen, ook in het Verdrag van Lissabon.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb dit verslag gesteund, omdat ik van mening ben dat de problemen van de eurozone en de openbare financiën er uitgebreid in belicht worden. De werkgelegenheid in de lidstaten van de Europese Unie is verder gedaald en volgens de voorspellingen zal dit zich voortzetten. De chaotische structurele hervormingen van enkele lidstaten, die zonder een concreet plan ten uitvoer zijn gebracht, bedreigen de stabiliteit van de hele EU. Het midden- en kleinbedrijf maakt een bijzonder moeilijke periode door, aangezien noch de lidstaten, noch de Europese Centrale Bank in staat zijn geweest om controle uit te oefenen en te garanderen dat de middelen die voor de banken geoormerkt waren aan het hoofddoel werden toegekend: het verstrekken van preferentiële leningen aan kleine bedrijven. Het is ook heel belangrijk om de ontwikkeling van de eurozone te steunen en om passende maatregelen te nemen om de juiste voorwaarden te scheppen voor de lidstaten die lid willen worden van de eurozone.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Băsescu (PPE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag over de Jaarlijkse verklaring over het eurogebied en openbare financiën gestemd. Ik steun het voorstel in dit verslag, dat de Eurogroep oproept om de toetreding tot het eurogebied van lidstaten die willen toetreden en voldoen aan de toetredingseisen, te bevorderen. Ik ben van mening dat de regulering van en het toezicht op de financiële markten, en het verkleinen van de interne en externe tekorten noodzakelijk zijn voor de succesvolle ontwikkeling van de EMU. Daarnaast moeten we buitengewone aandacht hebben voor problemen betreffende de begrotingsdiscipline. De toekomstige EU 2020-strategie moet gericht zijn op beleid voor het creëren van werk en voor duurzame ontwikkeling, zodat we een nieuwe economische crisis kunnen voorkomen. Tegelijkertijd moeten de lidstaten en de Europese Commissie samenwerken teneinde fiscale onevenwichtigheden te verminderen. Het consolideren van de openbare financiën is een essentiële voorwaarde voor een duurzame economische groei. Na inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon heeft de Commissie een belangrijker rol bij het in het oog houden van de economische ontwikkeling in de lidstaten. Overeenkomstig artikel 121 kan de Europese Commissie waarschuwingen doen uitgaan naar landen die de algemene richtlijnen betreffende economisch beleid niet respecteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat het Europees Parlement de aandacht van de Commissie heeft gevestigd op het feit dat, hoewel ontwikkelde staten geleidelijk uit het dal van de mondiale crisis klimmen, de situatie in ontwikkelingslanden steeds slechter wordt. Daarom moeten de Europese Centrale Bank (ECB), de Europese Commissie en de lidstaten van de eurozone het integratieproces in de Europese Unie op het gebied van het economisch en monetair beleid stimuleren en de uitbreiding van de eurozone steunen. Ik ben ervoor om de ECB dringend te verzoeken om de inspanningen van de lidstaten buiten de eurozone om de euro in te voeren te steunen, in het bijzonder wanneer lidstaten bewijzen dat ze een betrouwbare en stabiele begrotingsdiscipline kunnen handhaven. Ik zou erop willen wijzen dat we, om toekomstige financiële crises te vermijden, de Eurogroep, de Raad en de ECB met klem moeten verzoeken om hun handelen op het gebied van het wisselkoersbeleid beter te coördineren. Ondanks de crisis is er daarom weinig vooruitgang geboekt ten aanzien van de overstap naar een gemeenschappelijke internationale vertegenwoordiging voor het eurogebied. Het grootste punt van zorg is dat ondanks het feit dat alle mogelijke inspanningen worden verricht om het monetair en fiscaal beleid te stabiliseren, de werkgelegenheid in de EU blijft dalen en de werkloosheid en maatschappelijke isolatie toenemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nessa Childers (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb voor het verslag-Giegold gestemd, omdat er behoefte is aan een verdergaand gedetailleerd debat over de verschillende vraagstukken die in dit verslag naar voren worden gebracht. Er moet voor worden gezorgd dat verschillende fiscale grondslagen voor de vennootschapsbelasting vennootschappen niet in staat stellen om hun verantwoordelijkheden te ontduiken om de samenleving te steunen door een deel van hun winsten af te staan via een eerlijke vennootschapsbelasting. Er moet echter wel speciale aandacht worden geschonken aan de negatieve gevolgen die een gemeenschappelijke geconsolideerde fiscale grondslag kan hebben voor kleine landen zoals Ierland, waarvan de welvaart en de werkgelegenheid sterk afhangen van zijn vermogen om buitenlandse investeringen aan te trekken. De Ierse Labourpartij steunt de invoering van een gemeenschappelijke geconsolideerde fiscale grondslag voor de vennootschapsbelasting niet.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Ik heb mij bij dit verslag onthouden. Wij moeten het feit onder ogen zien dat de economische recessie niet afneemt, dat de economische situatie in bijna alle lidstaten duidelijk negatief is en de werkloosheid groeit. Het probleem houdt niet zozeer verband met al dan niet “gezonde” financiën. De problemen die landen als Griekenland ondervinden bij het verkrijgen van leningen zijn te wijten aan de speculatieve aanvallen door de financiële markten en aan de institutionele en politieke problemen van de EMU. De crisis van de overheidstekorten – die een algemeen verschijnsel zijn in de hele EU – vloeit onder meer voort uit de omvangrijke belastingontduiking, en dat vergeet de Commissie. Afgezien daarvan hebben de steunpakketten die de nationale regeringen de banken hebben gegeven de overheidstekorten omhoog gedreven, zoals ook het Spaans voorzitterschap op een door mij gestelde vraag heeft toegegeven. Hoe dan ook is het zeker in tijden van recessie rampzalig om aan het stabiliteitspact vast te houden. Daardoor zullen de sociale ongelijkheden toenemen en de overheidsinvesteringen afnemen. Daardoor zal de werkloosheid stijgen en zullen bovendien de ontwikkelingsvooruitzichten van de landen worden ondermijnd. Daarom moet het stabiliteitspact worden veranderd, daar dit de ontwikkeling ondermijnt en antisociaal is. In plaats daarvan moet een ander economisch en sociaal beleidskader worden opgesteld waarin arbeid, maatschappelijke behoeften en duurzame ontwikkeling op de voorgrond staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. − (EN) In deze tijd van ernstige economische en sociale crisis moeten we onze inspanningen opvoeren om macro-economische en structurele hervormingsstrategieën te coördineren over nationale landsgrenzen heen, teneinde de onevenwichtigheden aan te pakken die een belemmering vormen voor het scheppen van banen. Ik deel de zorgen over onevenwichtigheden in het eurogebied, zoals speculatie in de bouwsector, waarvan de excessen bijdragen tot asymmetrische schokken, en wij verzoeken de Commissie om mogelijke mechanismen te bestuderen om het economisch bestuur van het eurogebied te verbeteren en de uitbreiding van zulke onevenwichtigheden te beteugelen. De noodzaak van strengere regelgeving en strenger toezicht op de financiële crisis is nog altijd even urgent. Iedere Europese discussie over een gemeenschappelijke geconsolideerde fiscale grondslag voor de vennootschapsbelasting moet rekening houden met de behoeften van geografisch marginale regio's van de EU, zoals Ierland, en hun vermogen om directe buitenlandse investeringen aan te trekken. Bij een gemeenschappelijke geconsolideerde fiscale grondslag voor de vennootschapsbelasting gaat het niet om een gemeenschappelijk belastingtarief. Belasting op ondernemingen is de exclusieve verantwoordelijkheid van elke lidstaat. De gedachte achter een gemeenschappelijke geconsolideerde fiscale grondslag voor de vennootschapsbelasting is een gemeenschappelijke rechtsgrondslag vast te stellen voor de berekening van de winsten van ondernemingen met vestigingen in ten minste twee lidstaten, om de bureaucratische last voor hen te verlichten, teneinde de naleving van het belastingrecht te bewerkstelligen van de staten waarin zij actief zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De lidstaten van de Europese Unie kennen momenteel grote problemen tengevolge van de financiële, economische en sociale crisis, wat tot uiting komt in de staat van hun overheidsfinanciën. In de meeste landen is sprake van een hoge overheidsschuld, en er zijn dringend maatregelen nodig die bijdragen aan stabiliteit en groei, zodat er een meer evenwichtige situatie ontstaat.

Het is van essentieel belang dat de overheidsschulden worden teruggedrongen en dat de landen hun prioriteiten herevalueren, zodat de fondsen efficiënt kunnen worden ingezet, in het bijzonder om beleid te ontwikkelen dat gericht is op het stimuleren van de economische groei en daarmee van de welvaart. Het is van groot belang dat het fiscaal beleid herzien wordt, om de economie op de juiste wijze te stimuleren, omdat we enkel en alleen met een sterke economie de huidige problemen kunnen oplossen en voorbereid kunnen zijn op de toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Harkin (ALDE), schriftelijk. − (EN) Ik kan paragraaf 29 niet steunen, aangezien deze oproept tot de invoering van een gemeenschappelijke geconsolideerde fiscale grondslag voor de vennootschapsbelasting. Een van de dingen die wij te horen krijgen over deze gemeenschappelijke geconsolideerde fiscale grondslag, is dat deze efficiënter zal zijn en zaken zal vereenvoudigen. Aangezien vennootschappen, zoals de zaken er nu voor staan, ervoor kunnen kiezen om wel of niet mee te doen, zouden we eindigen met 28 fiscale grondslagen, in plaats van de huidige 27; dat is niet echt een vereenvoudiging. Zoals nu wordt voorgesteld, zou de gemeenschappelijke geconsolideerde fiscale grondslag voor de vennootschapsbelasting neerkomen op een herverdeling van Europese winsten over de EU, dus een land als Ierland, dat veel van wat het produceert exporteert, zou worden gestraft, omdat de winsten natuurlijk worden gemaakt op de plaats van verkoop. Dit lijkt een beetje vreemd, aangezien het vrije verkeer van goederen centraal staat in de EU; als we een gemeenschappelijke geconsolideerde fiscale grondslag voor de vennootschapsbelasting zouden gebruiken, zouden we uiteindelijk dus exporterende landen straffen. De invoering van een gemeenschappelijke geconsolideerde fiscale grondslag zou het vermogen van Europa om directe buitenlandse investeringen aan te trekken schaden, want de regels zouden dus niet gelden voor de lidstaat waarin de onderneming is gevestigd, maar worden toegepast via een referentie naar een ingewikkelde formule die alleen achteraf kan worden berekend, wat schadelijk zou zijn voor ons vermogen om directe buitenlandse investeringen aan te trekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) Ik stem tegen dit verslag, want het is een blind pleidooi voor de neoliberale logica die ten grondslag ligt aan de economische, sociale en ecologische crisis waarvan wij allen de gevolgen ondervinden. De voorgestelde tekst is niet alleen opzettelijk dogmatisch, maar ademt ook minachting van volkeren uit, met name van het Griekse volk. Hoe kan het Parlement zijn fiat geven voor een tekst die zo beschamend is dat de deelname van de Grieken aan de eurozone in twijfel wordt getrokken in het licht van het begrotingstekort, dat juist is ontstaan als gevolg van beleid dat door dit Parlement wordt gesteund? Het moge duidelijk zijn: met dit Europa hebben de volkeren er nog een vijand bij.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Door de economische crisis die de EU teistert, en die nog altijd zeer voelbaar is, zijn bepaalde lacunes zichtbaar geworden in het monetair beleid van de EU en in de overheidsfinanciën van enkele lidstaten. We moeten lering trekken uit de fouten die begaan zijn, om te voorkomen dat deze in de toekomst opnieuw gemaakt worden.

De EU moet verbetering aanbrengen op verschillende terreinen, in het bijzonder ten aanzien van het monetair beleid, een betere coördinatie en samenwerking op politiek-economisch gebied, en de controle op de overheidsfinanciën van de lidstaten. Daarnaast moet de EU zich buigen over het terugdringen van de energieafhankelijkheid, en het creëren van meer banen in moderne en, op milieugebied, duurzame sectoren.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk. (EL) Ik heb voor de resolutie gestemd. Daarin wordt het probleem van de verwachte inkrimping van de werkgelegenheid in de Europese Unie, en in met name Griekenland, op tevredenstellende wijze en in krachtige taal tot uitdrukking gebracht ter attentie van de Raad. Ook wordt daarin de nadruk gelegd op de buitengewone herstelmaatregelen die op Europees niveau genomen moeten worden. In de paragrafen 12 tot en met 18 wordt gesproken over de verbetering van de coördinatie bij de samenwerking op het gebied van het economisch beleid. Ook wordt daarin de klemtoon gelegd op de onevenwichtigheden die de eurozone in deze tijd van recessie parten spelen wegens het gebrek aan samenhang tussen de beleidsvormen van de lidstaten op economisch maar vooral ook handelsgebied. Ook ben ik van mening dat het feit dat het Europees Parlement de Commissie officieel ertoe aanspoort om euro-obligaties uit te geven en de uitdagingen binnen de eurozone gezamenlijk aan te pakken (paragraaf 26) uitermate belangrijk is met het oog op het beleid dat de Europese Unie in de komende tijd zal voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik heb het standpunt van onze rapporteur, de heer Giegold, over dit onderwerp gevolgd en heb voor zijn verslag gestemd. De Jaarlijkse verklaring van de Commissie over het eurogebied heeft tot doel een breed debat te bevorderen over het economisch beleid van het eurogebied. Meer in het bijzonder presenteert het enerzijds de zienswijzen van de Commissie op de uitdagingen waarvoor de economie van het eurogebied gesteld staat, en anderzijds haar analyse van het juiste antwoord op het gebied van economisch beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE), schriftelijk. − (PL) In mijn toespraak heb ik het gehad over de situatie in de eurozone en de openbare financiën in 2009, maar de mening die ik met deze stem heb willen laten gelden, moet in een bredere context gezien worden.

Zoals economen reeds hadden voorspeld, is het jaar 2009 voor de door de crisis getroffen lidstaten het zwaarste jaar geworden. Het bbp van de Unie daalde met 4 procent, de industriële productie nam af met 20 procent, het aantal werklozen steeg tot 23 miljoen, enzovoort. De kosten van het bestrijden van de crisis hebben de overheidsfinanciën een zware klap toegebracht. Maar sommige landen hadden al voordat de recessie uitbrak een grote staatsschuld, wat in tegenspraak was met het stabiliteits- en groeipact.

Voor de eurozone is de financiële crisis de grootste uitdaging in haar geschiedenis gebleken. Ze heeft genadeloos de zwakke punten van de eenheidsmunt blootgelegd. Het grootste minpunt is zonder enige twijfel de grote verschillen tussen de landen van de eurozone wat betreft de stabiliteit van hun overheidsfinanciën en de diepte van hun overheidsschuld. Opeens werd duidelijk dat het stabiliteits- en groeipact, dat in principe ontworpen was om de naleving van de convergentiecriteria te garanderen, niet alleen genegeerd werd door de nationale autoriteiten, maar ook door de EU. Het gebrek aan discipline en het ontbreken van een geschikt systeem van sancties heeft dan ook tot een crisis van de gemeenschappelijke munt geleid. Heel wat politici die geen voorstander zijn van de Europese economische integratie hebben al de ineenstorting van de eurozone aangekondigd en spuien doemscenario’s over het hele integratieproces.

Volgens mij zijn deze opvattingen echter niet gerechtvaardigd en louter speculatief van aard. Deze situatie biedt de eurozone namelijk een kans om grondige hervormingen door te voeren om de controle te verbeteren en te zorgen voor een betere coördinatie. We moeten gewoon dat proces op een rationele manier uitvoeren.

 
  
  

- Verslag-Bowles (A7-0059/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. (RO) De benoeming van een vakman als Vítor Constâncio als vicepresident van de Europese Centrale Bank zal een waardevolle toevoeging betekenen voor het economisch en financieel beleid dat deze instelling bevordert. Vítor Constâncio neemt de functie van vicepresident van de ECB over op een moeilijk moment voor het eurogebied, maar zijn opinie over de wijze waarop de Europese Unie moet reageren op de Griekse crisis laat zien dat hij visie heeft en in staat is de Europese munt te beschermen. De heer Constâncio heeft een indrukwekkend CV, en het feit dat hij de Portugese nationale bank leidt bevestigt zijn vakmanschap. Ik moet hierbij denken aan de recente politieke benoeming van een vicepresident van de Roemeense centrale bank – een groot verschil met het vakmanschap van de heer Constâncio. Gelukkig beschikt de Roemeense nationale bank ook over zeer veel goede medewerkers, en tijdens de crisis heeft de bank de juiste koers gehouden. Toch zou een nationale bank de laatste plaats moeten zijn waar de benoemingen plaatsvinden op basis van politieke criteria in plaats van competenties. De hoorzitting met de heer Constâncio bij de Commissie economische en monetaire zaken van het Europees Parlement was zwaar, maar de heer Constâncio heeft geen moment geaarzeld, een samenhangend betoog gehouden en laten zien dat hij een gezonde visie op de toekomst van de euro heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Vítor Constâncio is jarenlang gouverneur van de Portugese centrale bank (Banco de Portugal) geweest, en al die jaren heeft hij trouw de richtsnoeren gevolgd van de Europese Centrale Bank voor de lidstaten van de Europese Unie. Deze richtsnoeren waren uitermate schadelijk voor de Portugese belangen en soevereiniteit, en vormden een aanslag op de rechten van werknemers en bevolking in Portugal.

Zijn voortdurende oproepen tot salarismatiging zijn welbekend, en dat in een land waar de meeste mensen een laag salaris verdienen en waar sprake is van een schrijnende sociale ongelijkheid, onder andere tengevolge van een oneerlijke verdeling van de middelen, doordat kapitaal boven arbeid wordt gesteld. Ook welbekend zijn de fouten die hij gemaakt heeft bij het uitoefenen van toezicht op het bankensysteem, een van de taken die aan hem waren toevertrouwd.

De pleidooien voor het handhaven van de irrationele criteria van het stabiliteitspact, van het wisselkoersbeleid en van de andere sociaaleconomische richtsnoeren, alsmede het feit dat er steeds minder waarde wordt toegekend aan productie en arbeid – waar Vítor Constâncio – sterk aan heeft bijgedragen – kunnen blijven rekenen op ons felle verzet.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het feit dat we hier stemmen over de aanbeveling van de Raad inzake de benoeming van Vítor Constâncio tot vice-president van de Europese Centrale Bank, verbaast ons niets. In zijn functie als Gouverneur van de Banco de Portugal, de centrale bank van Portugal, heeft hij zich altijd laten leiden door de liberale richtsnoeren van de ECB.

Het beleid dat de ECB aan de lidstaten van de Europese Unie oplegt, en dat uitermate schadelijk is voor de Portugese belangen en soevereiniteit en een aanslag vormde op de rechten van werknemers en bevolking in Portugal, is in essentie hetzelfde beleid als dat wat Vítor Constâncio voorstond als gouverneur van de Banco de Portugal. We zullen dit beleid blijven bestrijden, ongeacht door wie het wordt aangestuurd.

Daarom stemmen wij tegen dit verslag, gezien het feit dat in de antwoorden die daarin worden gegeven, diezelfde lijn van de Europese Centrale Bank wordt onderschreven, met een pleidooi voor het handhaven van de irrationele criteria van het stabiliteitspact, van het wisselkoersbeleid en van de andere sociaaleconomische richtsnoeren, alsmede een steeds lagere waardering van productie en arbeid.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE), schriftelijk.(FR) Met volledige kennis van zaken heb ik besloten geen goedkeuring te geven voor de benoeming van de heer Vítor Constâncio als toekomstige vicepresident van de Europese Centrale Bank. Het gaat niet om hem als persoon en ook niet om zijn capaciteiten, die hij overigens met enig talent tentoonspreidt. We zouden hem graag willen geloven.

De duizenden Portugezen die zijn geruïneerd door zijn lichtzinnigheid en zijn onbedachtzaamheid zijn echter het levende bewijs van zijn desastreuze optreden aan het hoofd van de centrale bank van Portugal. Drie zo belangrijke incidenten, dat is veel voor één man.

Hoe kan iemand die in eigen land heeft gefaald nu een functie van toezichthouder in Europa ambiëren? Ik heb de provocerende opmerking gemaakt dat dit neerkomt op het verstrekken van dynamietstaven aan een pyromaan.

In Portugal werden deze woorden luid herhaald. De Portugezen begrijpen net zomin als ik dat iemand die de plank dermate heeft misgeslagen, promotie kan maken naar een topniveau.

In het algemeen betreur ik dat het Europees Parlement niet de weg van de Amerikaanse Senaat volgt voor benoemingen die van doorslaggevend belang zijn voor de toekomst van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) In 2008 heb ik maandenlang deel uitgemaakt van een onderzoekscommissie van het Portugese parlement, die ernstige fouten aan het licht heeft gebracht die gemaakt zijn bij het toezicht op de bankensector. Als gevolg daarvan is een van de banken in 2008 genationaliseerd, en ook vandaag nog kunnen honderden klanten het geld dat ze geïnvesteerd hebben (vaak het spaargeld dat ze over een heel leven hebben opgebouwd), niet op een andere bank zetten. Ik heb het over de banken BPN (Banco Português de Negócios) en BPP (Banco Privado Português).

Indertijd heb ik meerdere malen in het openbaar – en ook rechtstreeks tegen hemzelf – kritiek geuit op de manier waarop de heer Constâncio zijn taak als toezichthouder heeft uitgevoerd, toen hij aan het hoofd stond van de Banco de Portugal. Vanwege het feit dat hij Portugees is, en vanuit solidariteit met de fractie van de Europese Volkspartij (christendemocraten), kan ik niet tegen stemmen. Maar mijn geweten, en mijn intellectuele eerlijkheid, verbiedt mij voor een benoeming te stemmen die ertoe leidt dat deze persoon een positie van toezichthouder krijgt bij de ECB.

 
  
  

- Verslag-Ayala Sender (A7-0039/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb de kandidaatstelling van mevrouw Rasa Budbergytė als lid van de Europese Rekenkamer gesteund. Tegen haar kandidaatstelling wordt zowel in Litouwen als in Europa zeer positief aangekeken, aangezien ze erg veel werkervaring heeft en in Litouwen een kwalitatief hoogwaardig, onafhankelijke controlesysteem heeft ingesteld. De kandidaatstelling van mevrouw Budbergytė kreeg een zeer goede beoordeling in de Commissie begrotingscontrole; bijna alle leden keurden haar voordracht goed. Ze is een bekwaam specialist en door haar werkervaring en persoonlijke kwaliteiten zal ze al haar werkzaamheden als lid van de Europese Rekenkamer naar behoren kunnen vervullen. Bovendien heeft mevrouw Budbergytė publiekelijk beloofd dat zij haar werk onafhankelijk en volgens de controlestandaarden zal verrichten, waarbij zij ook met ethische eisen rekening zal houden. Mocht ze in deze functie worden benoemd, dan heeft ze beloofd haar werk op basis van twee beginselen uit te voeren. Ten eerste, dat ze zich geheel en al houdt aan de internationale controlestandaarden en de controlepraktijken en -procedures die door de Europese Rekenkamer zijn ingesteld. Ten tweede, dat ze productief werkt bij de uitvoering van haar eigen werkzaamheden, de werkzaamheden op het niveau van de groep/kamer en die als lid van het college van de Europese Rekenkamer. Ze is van plan om de interinstitutionele samenwerking van de Europese Rekenkamer met het Europees Parlement, en in het bijzonder de Commissie begrotingscontrole, te versterken. Ik ben ervan overtuigd dat de controleur haar bekwaamheid en professionalisme op het gebied van boekhoudkundige controle bewezen heeft. Ik ben er zeker van dat haar onberispelijke werk een uitstekende bijdrage aan de hele Europese Unie zal zijn.

 
  
  

- Verslag-Ayala Sender (A7-0038/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. – (LT) De kandidaatstelling van de heer Fazakas als lid van de Europese Rekenkamer heeft in de Commissie begrotingscontrole tot een verhitte en controversiële discussie geleid. Hoewel zijn kandidatuur sinds november bekend was, werd er slechts een paar dagen voor de hoorzitting over zijn kandidatuur in de commissie informatie verspreid over de mogelijke samenwerking van de heer Fazakas met de staatsveiligheidsdienst. Het verbaast me dat de kwestie van de bekwaamheid van de heer Fazakas nu pas aan de orde wordt gesteld, nu Hongarije zich voorbereidt op de verkiezingen, terwijl in de vijf jaar dat de heer Fazakas lid van het Europees Parlement, voorzitter van de Commissie begrotingscontrole en quaestor was, de kwestie van zijn bekwaamheid en vermogen om zijn werk te doen niet aan de orde is gesteld. Ik ben ervan overtuigd dat het Europees Parlement niet de plaats voor schimmige politieke spelletjes is; ik steun daarom de kandidatuur van de heer Fazakas. Ik denk dat de betrokken partijen tussen november en de hoorzitting ruim voldoende tijd hebben gehad om voldoende met bewijzen gestaafde informatie te verstrekken over de omstandigheden die invloed gehad zouden kunnen hebben op de benoeming van de heer Fazakas als lid van de Europese Rekenkamer en die tot een uitputtende parlementaire evaluatie hadden kunnen leiden, maar dat is niet gebeurd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Ik begrijp de bezwaren tegen deze benoeming heel goed. Maar als we dat criterium als uitgangspunt zouden nemen, en de redeneringen zouden volgen die voortkomen uit een militante opstelling van communistisch, of op communisme geïnspireerd, extreem links – waarvan er nogal wat zijn in dit Europa, en dat verantwoordelijk is voor verschillende gevallen die rieken naar censuur – zou dat inhouden dat anderen ook niet benoemd kunnen worden. Daarom heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE), schriftelijk. − (EN) Ik heb tegen de benoeming van de heer Fazakas gestemd, omdat hij in zijn officiële autobiografie heeft achtergehouden dat hij tijdens de communistische dictatuur van 1976 tot de val van het regime in 1989 een geheim agent van de geheime politie van de Hongaarse staat is geweest. Volgens officiële documenten uit de historische archieven van de staatsveiligheidsdiensten van Hongarije is de heer Fazakas in 1976 door de staatsveiligheidsdienst, de communistische geheime politie, ‘op patriottische basis’ aangetrokken voor contraspionageactiviteiten (dat wil zeggen, hij is vrijwillig voor de dienst gaan werken).

 
  
MPphoto
 
 

  Sławomir Witold Nitras (PPE), schriftelijk. − (PL) Inzake de stemming van vandaag over de benoeming van kandidaten voor het lidmaatschap van de Europese Rekenkamer, wil ik mijn steun uitspreken voor de beslissing die we genomen hebben in verband met de controversiële kandidaat, de heer Fazakas.

Volgens officiële documenten heeft hij jarenlang de communistische dictatuur in Hongarije gesteund, als lid van de plaatselijke veiligheidsdienst. Deze door iedereen gekende feiten werpen een zichtbare schaduw over zijn curriculum vitae en daar had men in een veel vroegere fase rekening mee moeten houden. De EU is altijd een bewaker geweest van de democratie, de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van geweten, en deze waarden werden decennialang geschonden door het socialistische regime, niet alleen in Hongarije, maar ook in vele andere landen, de toenmalige Oostbloklanden. Het is waar dat de tijden zijn veranderd. Vandaag kunnen we allemaal genieten van vrijheid in de ruimste betekenis van het woord, maar we moeten ook niet vergeten wie in het verleden deze vrijheid aan banden heeft gelegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Traian Ungureanu (PPE), schriftelijk. − (EN) De stemming vóór de heer Fazakas is teleurstellend. Dit schept een ernstig precedent. Ik heb samen met de PPE tegen de benoeming van de heer Fazakas tot lid van de Rekenkamer gestemd. Dit was geen gewone stemming. De heer Fazakas wordt ervan verdacht een voormalige medewerker van de communistische geheime diensten te zijn. De Hongaarse pers heeft een document hierover naar buiten gebracht. Een aantal mensen heeft zich uitgesproken tegen ‘bestraffing’ van de heer Fazakas. Zij hebben verzocht het verleden niet op te rakelen. Dit is verkeerd. Het verleden is niet dood. Tientallen miljoenen Oost-Europeanen ondervinden in hun leven nog steeds de gevolgen van de communistische verschrikkingen. Als het verleden dood is, heeft het geen zin om een leven te leiden dat wordt geleid door normen en waarden. Dit zou een recept zijn voor een politiek van verminderde toerekeningsvatbaarheid. Openbare ambten zouden hun waardigheid verliezen. Iedereen, hoe corrupt of immoreel ook, zou zich dan kandidaat kunnen stellen voor een openbaar ambt. Als er nog politici zijn die niet bekend zijn met het verleden van de communisten in Oost-Europa, zijn ze ongeschikt om een juist oordeel te vormen. Degenen die verantwoordelijk zijn voor de communistische schande, mogen geen deel uitmaken van een democratische orde die zij hebben geprobeerd te onderdrukken. De heer Fazakas heeft zijn verleden geheimgehouden en heeft gelogen, toen hem ernaar werd gevraagd. Dit gebrek aan eerlijkheid mag niet worden beloond.

 
  
  

- Verslag-Ayala Sender (A7-0041/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Leszek Wałęsa (PPE), schriftelijk. − (PL) Tijdens deze plenaire vergadering hebben we gestemd over het ontwerpverslag over de voordracht van Augustyn Bronisław Kubik voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer.

Momenteel is hij onderstaatssecretaris bij het ministerie van Regionale Ontwikkeling. In het verleden was hij onder meer adviseur van de president van de Poolse Rekenkamer en hoofdinspecteur interne controle bij het ministerie van Financiën. De heer Kubik maakte een zeer goede indruk tijdens de hoorzitting in het Europees Parlement, en zijn kandidatuur heeft geen twijfels opgeroepen. Zijn beroepservaring is passend voor een lid van de Rekenkamer en hij zal de juiste persoon op de juiste plaats zijn. Daarom heb ik besloten om zijn kandidatuur te steunen.

 
  
  

- Verslagen-Ayala Sender (A7-0037, 0039, 0040, 0041, 0042, 0043, 0044, 0045 en 0046/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De Rekenkamer is de instelling die toezicht houdt op de inkomsten en uitgaven van de Europese Unie, en op een goed financieel management. De Rekenkamer is volkomen onafhankelijk bij de uitoefening van deze taken. In de geest hiervan dienen bij de benoeming van personen tot lid van deze instelling criteria van geschiktheid en onafhankelijkheid gehanteerd te worden.

In dit kader heeft de Raad een aantal personen uit verschillende EU-landen voorgedragen voor benoeming tot lid van de Rekenkamer. Zij hebben allemaal hun Curriculum Vitae overlegd en een vragenlijst beantwoord, en ze zijn gehoord door de Commissie begrotingscontrole. Een meerderheid van die commissie heeft voldoende argumenten aangedragen om hun benoeming als lid van de Rekenkamer te rechtvaardigen, zodat zij hun functie naar behoren en onafhankelijk zullen kunnen uitoefenen.

 
  
  

- Verslag-Graf Lambsdorff (A7-0049/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik sta helemaal achter deze aanbevelingen. Ik denk dat de versterkte externe rol van de EU moet worden gebruikt om de dialoog met belangrijke partners te versterken en een sterkere EU op te bouwen. De EU en haar lidstaten leveren aanzienlijke bijdragen aan de begroting van de VN. Om te waarborgen dat de waarden en belangen van de Unie op een samenhangende en effectieve wijze worden vertegenwoordigd in het VN-systeem, moet de EU met één stem spreken. De EU moet een actieve rol spelen in het ondersteunen van het hervormingsproces van het VN-systeem en in het bijzonder in de hervorming van de Veiligheidsraad. Ik ben van mening dat een zetel voor de EU in een grotere Veiligheidsraad een doel van de Europese Unie moet blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Maria Corazza Bildt, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE), schriftelijk. − (SV) Het verslag met een ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de 65ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (A7-0049/2010) is vandaag, 25 maart 2010, zonder stemming door het Europees Parlement aangenomen. Bij dezen willen wij mededelen dat wij de formulering in het verslag waarin de Raad wordt aanbevolen om innovatieve financieringsmechanismen voor te stellen, zoals een internationale belasting op financiële transacties, niet steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik was voor de aanbeveling aan de Raad over de 65ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarin wordt aangedrongen op grotere zichtbaarheid van de Europese Unie bij de Verenigde Naties. De Europese Unie moet de hervorming van het mondiaal bestuur steunen en aanmoedigen, in het bijzonder de hervorming van de Veiligheidsraad, waarvan de structuur niet overeenkomt met de realiteit van de 21ste eeuw. De ambitie van een zetel voor de EU in een grotere Veiligheidsraad, moet worden nagestreefd. Als de Europese Unie multilaterale benaderingen van mondiale uitdagingen wil bevorderen, moeten haar lidstaten op VN-niveau coherent en consistent optreden, in het bijzonder in het licht van de aanstaande toetsingsconferenties van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens, alsook de herziening van de status en werkwijzen van de Mensenrechtenraad. We moeten aandringen op grotere betrokkenheid van nationale en transnationale parlementen bij de werkzaamheden van het VN-systeem, teneinde de legitimiteit en het democratische karakter van het systeem te versterken. De lidstaten moeten elke inspanning leveren om dit punt in de agenda voor de Algemene Vergadering op te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) In deze periode van ernstige sociale crisis, waarin de armoede en de werkloosheid als gevolg van de crisis van het kapitalisme toenemen, is deze 65ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties nog belangrijker dan anders.

Wereldwijd spelen er veel belangrijke kwesties. Een van de belangrijkste daarvan is het monitoren van de mate waarin de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MDO's) worden gehaald, als ondergrens van wat tegen 2015 moet worden bereikt, waarbij alle pogingen om gedane beloften af te zwakken of uit te stellen moeten worden bestreden.

Het is daarom belangrijk dat er overeenstemming wordt bereikt tussen de ontwikkelde en de ontwikkelingslanden over versnelde actie, met concrete plannen en toezeggingen, aangezien de wereld ver achterloopt bij het behalen van de in het kader van de MDO's gedane beloften. Als er geen gepaste maatregelen genomen worden, bestaat het risico dat zo'n anderhalf miljard mensen in armoede zullen moeten leven, tengevolge van werkloosheid en slecht betaald werk zonder rechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Krzysztof Lisek (PPE), schriftelijk. − (PL) Ik wil graag mijn tevredenheid uiten over het feit dat de rapporteur in de tekst van de ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de prioriteiten van de EU voor de 65e zitting van de Algemene Vergadering van de VN rekening heeft gehouden met een belangrijk onderwerp als de samenwerking tussen de VN en de EU op het vlak van crisisbeheersing. Onlangs nog hebben de aardbevingen in Haïti en Chili ons laten zien hoe kwetsbaar mensen zijn voor het lijden en de schade die worden veroorzaakt door natuurrampen. Maar in beide landen hebben de EU en de VN zeer goed samengewerkt om slachtoffers te redden en hen bijstand te bieden. Ik denk dat we ons nu vooral moeten richten op het optimaliseren van deze samenwerking, om zo optimaal gebruik te kunnen maken van de beschikbare middelen en niet alleen zo snel mogelijk zo veel mogelijk slachtoffers te redden, maar ook hun latere overlevingskansen te vergroten. Bovendien is het van cruciaal belang om een land dat getroffen is door een ramp te helpen bij het handhaven van de orde en bij de heropbouw. Hoewel alle EU-lidstaten ook behoren tot de Verenigde Naties en de Europese Unie de status van permanente waarnemer heeft bij de VN, is het moeilijk een harmonieuze positie te ontwikkelen die door alle EU-landen gedeeld wordt. Ik ben ervan overtuigd dat het van het allergrootste belang is om een gemeenschappelijke, constructieve aanpak te ontwikkelen voor een doeltreffende samenwerking bij het verstrekken van noodhulp na natuurrampen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) Ik kan niet voor deze tekst stemmen, hoewel deze niet gespeend is van goede ideeën. Er wordt non-proliferatie van kernwapens en beheersing van alle wapens voorgestaan. Ook wordt er gepleit voor afschaffing van de doodstraf. Maar er wordt tevens een lans gebroken voor het gebruik van en het onderzoek naar civiele kernenergie, waarvan iedereen weet dat we deze dringend achter ons moeten laten; de G20 wordt nog steeds gesteund, terwijl deze geen enkele wettigheid heeft; het belang van het beginsel "verantwoordelijkheid om te beschermen" wordt benadrukt, waarvan de definitie zo vaag is dat zij oproept tot elke vorm van inmenging met de nationale soevereiniteit van volkeren. Om al deze redenen en andere redenen die ik hier niet kan opnoemen, lijkt deze tekst me niet waardig voor mijn opvatting van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De komende zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties is opnieuw een gelegenheid voor de EU om zich op te werpen als de ware katalyserende kracht voor vrede en wereldwijde solidariteit. We mogen niet vergeten dat de EU de belangrijkste financier van de VN is en 40 procent van het begrote organisatiebudget en 40 procent van de kosten voor vredesmissies bijdraagt, en 12 procent van de troepen in conflictgebieden levert. Het is ook de eerste Algemene Vergadering waarop de EU vertegenwoordigd wordt door de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.

Daarom moeten we een hoofdrol spelen en de rol van de EU bij de Verenigde Naties herdefiniëren. We moeten ons bezighouden met het mondiaal bestuur en met de hervorming van de VN, met vrede en veiligheid en met ontwikkeling en klimaatverandering.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Het verslag dat de Duitse afgevaardigde, de heer Lambsdorff, heeft opgesteld vormt een zeer uitgebreide en deskundige weergave van de diverse verantwoordelijkheden en toekomstige doelstellingen van de VN vanuit het perspectief van de Europese Unie. Het lijdt geen twijfel dat de VN en haar rol in het internationale systeem overal ter wereld versterkt moeten worden door middel van adequate hervormingen. De hervorming op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, waarover in het verslag wordt gesproken, moet eveneens worden ondersteund. Dit moet dringend worden aangepakt, aangezien het huidige ontwikkelingsbeleid als mislukt kan worden beschouwd. Het is voor mij derhalve onbegrijpelijk waarom in het verslag wordt aangedrongen op een substantiële verhoging van de bijdrage van de lidstaten aan de vooravond van de hervormingen. Ontwikkelingshulp moet opnieuw worden herzien, gereorganiseerd en geherstructureerd, samen met de ontwikkelingslanden. De verklaringen inzake het klimaatbeleid, die een halsstarrige weigering betekenen om de discussie met de critici van de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) aan te gaan en die de bevindingen van het IPCC als dogma's behandelen, zijn eveneens problematisch. Om die reden heb ik mij bij de eindstemming van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Søren Bo Søndergaard (GUE/NGL), schriftelijk. (DA) Ik erken en steun volledig de doelstellingen van de Verenigde Naties inzake ontwapening bij de toepassing van kernenergie, gendermainstreaming, armoedebestrijding, de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MDO’s) alsmede de belangrijke rol van de Verenigde Naties in verband met de bevordering van mensenrechten en de bestrijding van klimaatverandering. Ik heb mij echter onthouden van stemming, omdat het verslag wil verhinderen dat individuele lidstaten hun standpunten binnen de Verenigde Naties naar voren brengen, bijvoorbeeld wanneer zij zich kritischer opstellen tegenover verschillende dictaturen dan de Europese Unie. Daar komt bij dat in het verslag civiele en militaire instrumenten consequent aan elkaar worden gekoppeld, wat ik niet kan steunen.

 
  
  

Ontwerpresolutie RC-B7-0222/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (EN) De meerderheid van de Europese Roma is na de uitbreidingen van 2004 en 2007 Europees burger geworden, en zij en hun gezinnen genieten het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de EU. In enkele lidstaten met een relatief groot aantal Roma hebben de Roma echter nog steeds te maken met talrijke problemen, zoals segregatie in het onderwijs, huisvesting, een zeer lage werkgelegenheidsgraad en ongelijke toegang tot de gezondheidszorg en openbare diensten. De EU en de lidstaten hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de integratie van de Roma te bevorderen en te waarborgen en hun grondrechten als Europese burgers hoog te houden en zij moeten hun inspanningen om zichtbare resultaten te boeken opvoeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat de Roma van Europa nog steeds zwaar gediscrimineerd worden en vaak ontzettend arm en maatschappelijk geïsoleerd zijn. Ik zou de aandacht willen vestigen op het feit dat de situatie van de meeste Roma die in vele EU-lidstaten wonen, verschilt van de situatie van andere Europese etnische minderheden en we daarom op EU-niveau de noodzakelijke maatregelen moeten nemen om de discriminatie van Roma te bestrijden. Ik sta achter de oproep van het Europees Parlement dat de nieuwe leden van de Commissie prioriteit moeten geven aan Roma-kwesties die binnen hun bevoegdheid vallen en de nodige aandacht schenken aan de uitvoering van de strategie betreffende de insluiting van de Roma. Ik zou willen onderstrepen dat we, aangezien we in een democratische en vrije samenleving leven, de grondrechten en vrijheden van alle mensen in ere moeten houden. De Commissie en de lidstaten moeten het daarom met elkaar eens worden en een gemeenschappelijke dialoog zien aan te gaan over de situatie van de Roma en maatregelen nemen om discriminatie te bestrijden. Pas wanneer we een gemeenschappelijke aanpak van de problemen van de Europese Roma gevonden hebben, zal de strategie actief ten uitvoer worden gebracht. Ik steun ook het standpunt van het Parlement dat we vertegenwoordigers van de Roma-gemeenschap moeten opnemen in het proces ter voorbereiding van het EU-beleid inzake Roma-kwesties.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. (RO) De Europese Unie is zich tegenwoordig bewust van de problemen van de Roma-minderheid, zoals ook blijkt uit het aantal verslagen dat is besproken en ten uitvoer is gelegd, waarbij aanzienlijke financieringen zijn verstrekt voor een aantal sociale inclusieprogramma’s voor Roma, die echter niet de gehoopte effecten hebben gehad. Het gaat dan ook over een minderheid van tien tot twaalf miljoen personen in geheel Europa, die al honderden jaren volgens zijn eigen regels leeft en dat normaal vindt, geïsoleerd van de meerderheid. In Roemenië zijn er volgens bepaalde schattingen meer dan twee miljoen Roma. Zij zijn talrijker dan de Hongaren, en logischerwijs zou men zeggen ook sterker. Toch is de Roma-minderheid in Roemenië er niet in geslaagd om een leider aan te wijzen, die als vertegenwoordiger kan optreden in het openbaar of in het Roemeense parlement. Dit is misschien de oorzaak van het feit dat alle nationale programma’s voor sociale inclusie totaal zijn mislukt. Op dit moment is de Roma-bevolking verspreid over meerdere Europese staten. Daarnaast staan ze erom bekend vaak te migreren en betrokken te zijn bij criminele activiteiten (hetgeen ertoe heeft geleid dat ook veel andere burgers het etiket ‘zigeuner’ hebben gekregen). De oplossing van het probleem betreffende sociale inclusie is daarom een gemeenschappelijk probleem van de EU. Waarschijnlijk kan de Unie slagen waar de lidstaten hebben gefaald (en daar vaak voor zijn bekritiseerd).

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) De tweede Europese Roma-top richt zich op de dialoog over culturele diversiteit en over de vraag wat deze betekent voor de menselijke rijkdom.

Onderwijs is de sleutel in het integratieproces. Met onderwijs en opleiding dragen we bij aan de strijd tegen uitsluiting, werkloosheid en discriminatie. Ook garanderen we daarmee een meer rechtvaardige, creatieve en dynamische samenleving.

Het is belangrijk etnische minderheden te laten integreren, niet alleen op de arbeidsmarkt maar op alle terreinen van de samenleving. Het waarborgen van de grondrechten en het tot stand brengen van een gemeenschappelijke ruimte voor vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid zijn doelstellingen van de Europese integratie.

Ik heb grote waardering voor de mensen die op lokaal niveau aan integratie werken: politici, leerkrachten en organisaties. Vaak zijn zij degenen die helpen bij het verkrijgen van een woning, gezondheidszorg, onderwijs, cultuur en betere leefomstandigheden.

Ik roep de Europese Unie en de lidstaten op een gezamenlijke inspanning te leveren en een strategisch beleid uit te werken dat gebaseerd is op duidelijke wettelijke toezeggingen en voldoende financiële middelen.

Het is belangrijk dat er een gemeenschappelijk standpunt over de structuur- en pretoetredingssteun wordt vastgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) Volgens schattingen leven er tussen de 10 en 12 miljoen Roma in de EU, waarmee zij een van de grootste etnische minderheden van Europa vormen. De meeste van hen leven in omstandigheden van ernstige armoede en leiden een sterk gemarginaliseerd bestaan, en hebben slechts beperkte toegang tot werk, onderwijs en gezondheidszorg. Deze etnische minderheid is nog altijd het slachtoffer van discriminatie en sociale uitsluiting, ondanks de inspanningen die geleverd zijn om hen te helpen bij hun integratie.

De EU heeft de inspanningen van de lidstaten ondersteund bij het uitvoeren van effectieve maatregelen. Ze heeft vooral ondersteuning geboden bij concrete projecten, en bij het op juiste en effectieve wijze toepassen van wetten op het gebied van discriminatiebestrijding. Deze maand heeft er in Brussel een conferentie plaatsgevonden, waarop de EU verschillende projecten heeft gepresenteerd die momenteel worden uitgevoerd. De resultaten daarvan zullen volgende maand, in april, in Cordoba gepresenteerd worden op de tweede Europese Roma-top. Ik hoop dat op deze top een stevig politiek akkoord bereikt kan worden inzake de toekomstige strategie ter bevordering van de integratie van de Roma in het economische, sociale en culturele leven van Europa en ter bevordering van gelijke kansen voor iedereen in de EU, inclusief de Roma.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk. (RO) In alle landen met een aanzienlijke Roma-bevolking is er op hen gericht integratiebeleid. Dit wordt echter slechts per sector uitgevoerd. Andere beleidsinitiatieven houden geen rekening met specifieke elementen, waardoor ze uiteindelijk ineffectief worden. Er moet een analyse worden gemaakt van alle geslaagde integratie-initiatieven van Roma, op basis waarvan er uiteindelijk een Europese strategie voor deze categorie kan worden uitgewerkt en aangenomen. De Roma zijn namelijk, zoals bekend, de grootste minderheid binnen de EU. Het accent moet voortdurend liggen op educatie, onderwijs voor kinderen, vakopleidingen, stapsgewijze integratie op de arbeidsmarkt, emancipatie van vrouwen, een efficiënter systeem van sociale verzekeringen, etc. Daarvoor is een veel nauwere samenwerking nodig tussen de Europese Commissie en de regeringen van de lidstaten, met betrekking tot het financieren van projecten door tussenkomst van de structuur- en cohesiefondsen, en via specifieke programma’s gericht in de eerste plaats op het individu in plaats van de traditionele hiërarchie. Een brede informatiecampagne die zich richt op de publieke opinie en op de Roma, ter bestrijding van het gevoel van uitsluiting van de Roma uit het Europese maatschappelijke leven, met het accent op de principes van gelijke behandeling en non-discriminatie, is in mijn ogen een essentiële component van deze elkaar versterkende communautaire acties.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Roma-gemeenschappen bestaan al vele eeuwen in heel Europa en tot voor kort werden de Roma in veel lidstaten nog vervolgd. Vanwege hun traditioneel nomadische leefstijl, het soort activiteiten dat zij ontplooien, de veelvoorkomende praktijk van endogamie en de afzondering die zij zochten, hebben de leden van deze gemeenschappen het stempel van ongewenst, gevaarlijk en asociaal gekregen.

Ook vandaag nog bestaan deze vooroordelen voort, en ook de gevolgen die daar historisch aan gekoppeld waren: ook vandaag nog is het percentage schoolgaande kinderen in deze groep lager, en het criminaliteitscijfer hoger, dan in welke andere groep dan ook. Het is aan sociologen en historici om vast te stellen wat de oorzaken en wat de gevolgen zijn van de vraagstukken rondom de Roma.

Van politici wordt gevraagd dat ze in staat zijn iets te doen voor de gemeenschappen die zij dienen. Daarom is het van groot belang dat er, op grond van serieus en diepgaand onderzoek naar deze thematiek, manieren worden gevonden en concrete maatregelen worden genomen om de uitsluiting van de Roma te bestrijden en bij te dragen aan hun daadwerkelijke integratie in de samenlevingen waarvan zij deel uitmaken.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Fidanza (PPE), schriftelijk. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in deze resolutie wordt verwezen naar bepaalde beginselen die niet onderschat mogen worden, zoals het feit dat discriminatie tegen het Roma-volk moet worden bestreden en dat deze minderheid middels een alomvattende strategie moet worden geïntegreerd.

Dit zijn allemaal goede voorstellen, maar ze gaan voorbij aan de staat van verloedering waarin veel Roma-gemeenschappen in bepaalde lidstaten, zoals Italië, zich bevinden, vaak uit vrije wil. Illegale activiteiten (diefstallen, tasjesroven, bedelen, prostitutie), die in toenemende mate worden verergerd doordat kinderen voor dat soort doelen worden uitgebuit, en het vrijwel geheel ontbreken van het verlangen te integreren en een beschaafd leven te leiden, zijn de overheersende kenmerken van bepaalde Roma-gemeenschappen in Italië.

Het antwoord op deze ernstige situatie dient te zijn dat Richtlijn 2004/38/EG betreffende het vrij verkeer van EU-burgers volledig ten uitvoer wordt gelegd. Deze richtlijn voorziet in de verwijdering van EU-burgers die na een verblijf van drie maanden in een lidstaat niet kunnen aantonen dat zij een vaste bron van inkomsten hebben en die weigeren het integratietraject te doorlopen dat hun door nationale en/of lokale overheden wordt aangeboden.

Een algemene ‘integratie’ volstaat niet. Wat we nodig hebben, zijn programma’s om Roma-gemeenschappen vertrouwd te maken met het eerbiedigen van de rechtsstaat en maatschappelijke normen, en bepaalde strafmaatregelen voor diegenen die zichzelf buiten dit traject plaatsen. Anders dreigt de gerechtvaardigde oproep tot het eerbiedigen van een minderheid te verworden tot een vorm van omgekeerde discriminatie, ten koste van al die eerlijke burgers die te lijden hebben van de misdrijven en geweldplegingen van veel Roma.

Integratie is niet mogelijk zonder eerbiediging van de regels en dit beginsel moet ook door de Roma-minderheden worden nageleefd. Het is om deze redenen dat ik mij van stemming over de resolutie onthouden heb en ben afgeweken van het standpunt van mijn fractie.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) In de resolutie inzake de tweede Europese Roma-top, die op 8 en 9 april plaatsvindt in Cordoba, uit het Europees Parlement zijn bezorgdheid over de discriminatie jegens de Roma op het gebied van onderwijs, huisvesting, werkgelegenheid en gelijke toegang tot gezondheidszorgsystemen en andere openbare diensten, alsook over de schrikbarend lage politieke participatie van de Roma.

Het Europees Parlement verzoekt de Commissie aanvullende voorstellen te ontwikkelen voor de sociale integratie van de Roma, en de lidstaten aan te sporen tot verhoogde inspanningen met het oog op tastbare resultaten, en wijst erop dat antidiscriminatiemaatregelen alleen onvoldoende zijn om de sociale integratie van de Roma te bevorderen en dat een gezamenlijke inspanning op EU-niveau vereist is, ook in financieel opzicht.

In de resolutie beveelt het Parlement aan dat de Raad een gemeenschappelijk standpunt over de structuur- en pretoetredingssteun vaststelt, als uiting van het Europese politieke voornemen om de integratie van de Roma te stimuleren.

We hopen dat de tweede Europese Roma-top gericht zal zijn op strategische beleidstoezeggingen waaruit de politieke blijkt om de kloof tussen de Roma-gemeenschappen en de bevolkingsmeerderheid in verschillende landen te dichten.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk.(FR) Deze resolutie is weer een van die teksten waarin een absolute prioriteit dient te worden gegeven aan een bepaalde categorie personen, een categorie die uiteraard bijzondere aandacht verdient en in al het nationale en Europese beleid dient te worden meegenomen. Vandaag gaat het over de 10 of 12 miljoen Roma in de EU. In vergelijking met andere groepen, die hier bij andere gelegenheden zijn behandeld, hebben we hier regelrecht te maken met een hiërarchie van mensen waarbij de Roma-minderheid voortaan bovenaan staat, gevolgd door migranten van buiten Europa, dan Europeanen die afkomstig zijn uit landen buiten Europa en uiteindelijk helemaal onderaan Europeanen van "pure oorsprong". Als we daaraan nog de "geslachtsdimensie" en de heersende jongerencultus toevoegen, is de conclusie dat men in uw zogenaamde Europese Unie maar beter geen man van middelbare leeftijd, Europeaan van Europese origine, kan zijn die tot geen enkele etnische, culturele, religieuze of seksuele minderheid behoort zoals met zorg door u is bepaald. Wanneer komt er eindelijk beleid dat in eerste instantie ten dienste staat van Europeanen? Wanneer wordt er eens prioriteit gegeven aan werkende armen, aan de middenklasse die gebukt gaat onder belastingen, aan werklozen, aan eenvoudigweg Europese gezinnen die de grote meerderheid van de Europese bevolking vormen en de burgers zijn voor wie wij verantwoordelijk zijn, en aan wie pas wordt gedacht als de verkiezingen eenmaal weer in aantocht zijn?

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk.(FR) Ik heb deze resolutie gesteund met het oog op de top in Cordoba op 8 april 2010, want de integratie van Roma in alle domeinen van de maatschappij moet een van de prioriteiten zijn die op Europees niveau worden voorgestaan. Ik ben van oordeel van wij niet alleen het accent moeten leggen op de situatie van de Roma in Oost-Europa, waar zij het slachtoffer zijn van ernstige discriminatie, maar ook moeten inzien dat deze problematiek zich in de rest van Europa, zoals in Frankrijk, ook voordoet, en op een meer verraderlijke wijze. Wij moeten ons ook afvragen hoeveel effect de getroffen maatregelen sorteren en nagaan voor welke verbetering zij vatbaar zijn, zodat de doelstellingen worden verwezenlijkt, namelijk het bewerkstelligen van sociaaleconomische integratie en een volledig Europees burgerschap voor de Roma.

 
  
MPphoto
 
 

  Cătălin Sorin Ivan (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb gestemd voor de resolutie over de integratie van Roma, in de overtuiging dat deze Europese minderheid behoefte heeft aan concreet beleid en de snelle uitvoering daarvan. Hoewel de helft van het Decennium voor de integratie van Roma is verstreken, blijven de problemen op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid, regionale ontwikkeling, etc. bestaan. In een aantal lidstaten worden deze zelfs erger. Ik ben het ermee eens dat de beginselen opnieuw moeten worden gedefinieerd, maar ik vind vooral dat we een transversale, horizontale strategie moeten opstellen, waarmee de problemen van deze minderheid op integrale in plaats van exclusieve wijze worden aangepakt. Door middel van deze resolutie vragen wij de nieuwe commissarissen om prioriteit toe te kennen aan Roma-kwesties die onder hun ressort vallen, en het huidige puur theoretische beleid zonder daadwerkelijke acties te staken. Wij hebben hoge verwachtingen van de top in Cordoba, maar de behoeften van de Roma zijn nog groter. Zij verwachten resultaten in de zin van het respecteren van hun rechten en van antidiscriminatiebeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Lívia Járóka (PPE), schriftelijk. – (HU) Dames en heren, graag verwelkom ik de aanneming van de ontwerpresolutie die gezamenlijk is ingediend door de zes grootste fracties van het Europees Parlement, waarin de resolutie van de vorige zittingsperiode uit het begin van 2008 wordt aangehaald en de Europese Commissie opnieuw wordt opgeroepen een alomvattende Europese strategie ten aanzien van de Roma uit te werken om de sociale en economische uitsluiting waardoor de Europese Roma worden getroffen, op te heffen. Het ontwerp wijst er terecht op dat de anti-discriminatiemaatregelen op zich niet voldoende zijn om de sociale integratie van de Roma te bevorderen. Er zijn geharmoniseerde communautaire inspanningen nodig die op solide juridische gronden rusten om de maatregelen van de institutionele en maatschappelijke spelers op elkaar af te stemmen en druk uit te oefenen op de deelnemers zodat ze zich aan hun beloften houden.

Verder is het uitermate belangrijk dat in de resolutie een eenduidig standpunt wordt ingenomen voor het garanderen van bindende wettelijke toezeggingen en realistische bijdragen aan de begroting, die verder reiken dan soft law-maatregelen. Ten slotte wil ik mijn hoop uitdrukken dat de Europese Commissie tegemoetkomt aan de expliciete oproep van het Europees Parlement en de goedkeuring van de Europese Raad om zo snel mogelijk het in de resolutie uiteengezette complexe ontwikkelingsprogramma te lanceren. Dit kan eindelijk een dam opwerpen tegen het voortduren van de diepe armoede waardoor de Roma van generatie op generatie worden getroffen, het kan zich op alle gerelateerde beleidsterreinen tegelijkertijd inspannen, en het is in staat onmiddellijk in te grijpen in de regio’s die met ernstige structurele achterstanden te kampen hebben en waar gettovorming plaatsvindt.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (ECR), schriftelijk. − (EN) Mijn collega's in de ECR-Fractie en ik zijn het grotendeels eens met dit verslag en wij blijven onverdeeld voorstander van gelijke rechten en kansen voor alle mensen, ongeacht hun ras, religie, geslacht of seksuele geaardheid.

Maar ook al staan we helemaal achter de integratie van de Roma binnen de Europese Unie, toch hebben we ernstige twijfels over de betrokkenheid van de Europese Unie bij zaken die naar onze mening het domein zijn van de individuele natiestaten, zoals de toegang tot gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid en huisvesting.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De EU is een ruimte van solidariteit en integratie, en dient daarom alles te doen wat nodig is om een einde te maken aan de discriminatie van de Roma, en hun rechten op het vlak van onderwijs, werkgelegenheid, gezondheidszorg en huisvesting te waarborgen in alle lidstaten en in de landen die in de toekomst lid van de EU willen worden.

Er moeten beslissende stappen worden genomen om een einde te maken aan de discriminatie, maar daartoe is het ook nodig dat de Roma zichzelf niet buitensluiten, en dat ze bijdragen aan hun eigen integratie in een Europese ruimte die gericht is op inclusie.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Velen van de bedelaars in het Westen komen uit Slowakije, Roemenië en Bulgarije en de meesten van hen behoren tot de Roma-minderheid. Er zijn al geruime tijd pogingen gedaan om verbetering te brengen in de erbarmelijke sociale situatie van de Roma, die in de marge van de samenleving in krottenwijken of tentenkampen wonen. Simpelweg geld in de Roma-nederzettingen pompen levert niets op, zoals ervaringen uit het verleden hebben bewezen. De sleutel tot succes ligt in onderwijs, want alleen dat biedt op de lange termijn kansen voor een ander leven. Maatregelen ter bestrijding van de armoede in Oost-Europa zijn in principe zinvol. De maatregelen die tot dusver zijn genomen, hebben echter geen succes opgeleverd en er zijn geen nieuwe zinvolle initiatieven voorgesteld. Om die reden heb ik tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) Met de onderhavige ontwerpresolutie wordt een eenrichtingsweg ingeslagen, want daarin worden subsidies en financiële steun voor Roma in de Europese Unie voorgesteld. Uiteraard moeten wij alles in het werk stellen om gemarginaliseerde bevolkingsgroepen zoals de Roma beter in de samenleving en met name de arbeidsmarkt te laten integreren. De Roma moeten echter ook laten zien dat zij de wil hebben en moeite willen doen om deze integratie tot een succes te maken. Om te beginnen moeten zij hun kinderen en jongeren aan het Europese schoolsysteem laten deelnemen. Er is in de ontwerpresolutie over de Roma-top te weinig nadruk op deze aspecten gelegd en dat is de reden waarom ik tegen heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. − (PL) De discriminatie van de Roma was jarenlang een groot taboe in Europa. De laatste jaren is dit aan het veranderen. Er zijn al maatregelen genomen om de discriminatie tegen de Roma te bestrijden, maar die maatregelen zijn nog steeds onvoldoende. Het probleem wordt nog vaak genegeerd.

Een zeer goed bijvoorbeeld om deze stelling te bevestigen is het uitblijven van een reactie van de Europese Commissie op het voorstel van het Europees Parlement van 28 januari 2008 over de ontwikkeling van een Europese strategie voor de Roma in samenwerking met de lidstaten. Het is dan ook nodig het voorstel nogmaals in te dienen, want tijdens de economische crisis is de agressie tegen de Roma toegenomen. Dit heeft gevolgen voor veel van de tien tot twaalf miljoen leden van de Roma-gemeenschap in de Europese Unie.

Ik vind dat er door de nieuw benoemde commissarissen prioriteit gegeven moet worden aan de kwestie van de Roma. Daarom heb ik besloten om te stemmen voor de ontwerpresolutie over de tweede Europese top over de Roma, die is opgesteld door de leden van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement en de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten).

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk. (EL) De door het Parlement aangenomen gezamenlijke resolutie is uitermate belangrijk en ik heb daar dan ook voor gestemd. Zoals in paragraaf 7 staat, vormen de Roma weliswaar een pan-Europese gemeenschap en zijn er bijgevolg collectieve inspanningen op Europees niveau nodig, maar heeft de Europese Commissie tot nu toe geen gevolg gegeven aan het op 28 januari 2008 door het Europees Parlement gedane verzoek om in samenwerking met de lidstaten een Europese strategie voor de Roma op te stellen, teneinde de inspanningen tot verbetering van de situatie van deze gemeenschap sterker te coördineren. Aangezien op grond van het subsidiariteitsbeginsel de lidstaten bij uitstek bevoegd zijn voor een soepele integratie van deze bevolkingsgroep in de samenleving – en Griekenland heeft een grote Roma-gemeenschap – moet het Europees Parlement, zoals ook in de onderhavige resolutie wordt gevraagd, bij de Commissie en de Raad aandringen op een dynamischer initiatief voor de verbetering van de coördinatie van de maatregelen voor volledige integratie van de Roma in de Europese samenleving.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb voor de resolutie gestemd in de overtuiging dat in de nu volgende periode concrete maatregelen in praktijk zullen worden gebracht voor het verbeteren van de situatie van de Roma-bevolking, en dat deze maatregelen niet slechts woorden zullen blijven. De Europese structuurfondsen zijn een grote kans voor de sociale inclusie van de Roma, maar helaas is de realisatie van deze kans bemoeilijkt door methodologische en inhoudelijke problemen. Voor de toepassing in Roemenië is geconstateerd dat voor de Roma-bevolking een andere aanpak van de werkgelegenheid dient te worden gehanteerd als onderdeel van de maatregelen van het sectoraal operationeel programma voor personeelsontwikkeling (POSDRU). De klassieke maatregelen van omscholing, advies en informatie voor Roma-begunstigden moeten rekening houden met hun specifieke cultuur. Hoewel de begunstigden op het platteland het zwaarst zijn getroffen, was er geen enkel programma voor Roma-gemeenschappen in de Europese programma’s voor plattelandsontwikkeling. Roma zijn ook niet een van de doelgroepen waar deze financieringsprogramma’s zich speciaal op richten. Het opstarten van een aantal ontwikkelingsprogramma’s voor landbouwbedrijven, het stimuleren van de oprichting van veehouderijbedrijven en een aantal stimulansen zoals bijvoorbeeld subsidies voor werkgevers in deze sector zijn oplossingen waaraan gedacht moet worden voor het integreren van de Roma-bevolking op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Teresa Riera Madurell (S&D), schriftelijk. – (ES) Ik heb voor deze resolutie gestemd omdat de integratie van de Roma-gemeenschappen een van de prioriteiten is van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement. Deze resolutie geeft het standpunt weer van het Europees Parlement inzake de Tweede Europese Top over de Roma die op 8 en 9 april aanstaande zal worden gehouden in Cordoba onder het Spaanse voorzitterschap. De situatie van de zigeuners verschilt van die van andere minderheden in de Europese Unie en voor hun integratie is een efficiënt beleid nodig om de stelselmatige discriminatie waaraan de zigeuners zijn blootgesteld te beperken. Alle bestuurlijke niveaus van de Europese Unie tot de plaatselijke overheden dienen hierbij betrokken te worden en hierin een rol te spelen om ervoor te zorgen dat de gelijkheid van behandeling realiteit wordt, daar dit een van de essentiële waarden is van de Europese Unie. De resolutie roept de Europese instellingen op om op gecoördineerde en strategische wijze bij te dragen aan de integratie van de zigeunerbevolking in Europa. De Top van Cordoba zou moeten dienen om een stap vooruit te zetten, om de goede bedoelingen om te zetten in concrete beleidsvormen die het mogelijk maken om de problemen te overwinnen waarmee deze bevolkingsgroep geconfronteerd wordt bij zijn pogingen om toegang te krijgen tot voorzieningen als huisvesting, onderwijs, overheidsdiensten en werkgelegenheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik ben heel blij dat deze ontwerpresolutie is aangenomen (ik heb er dus voor gestemd), aangezien zij cruciale uitspraken bevat over de bevordering van non-discriminatie van de Roma. Meer in het bijzonder wordt de Europese Commissie in de ontwerpresolutie verzocht om opnieuw een uitgebreide Europese strategie voor de integratie van de Roma voor te bereiden als het instrument voor de bestrijding van de sociale uitsluiting en discriminatie van de Roma in Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb gestemd voor de resolutie van het Europees Parlement over de tweede Europese Roma-top, aangezien ik van mening ben dat de strijd tegen discriminatie van Roma, een pan-Europese gemeenschap, een communautaire aanpak nodig heeft. Wij spreken onze zorg uit met betrekking tot de discriminatie van Roma op het gebied van onderwijs, huisvesting, integratie op de arbeidsmarkt en gelijke toegang tot gezondheidszorgsystemen en andere openbare diensten. Wij veroordelen de recente toename van zigeunerhaat (Roma-fobie) in verschillende EU-lidstaten, die zich regelmatig manifesteert doordat wordt aangezet tot haat en geweld tegen Roma. Wij roepen de Commissie op om opnieuw een horizontale aanpak te bezigen ten aanzien van de Roma-kwestie, en aanvullende voorstellen te ontwikkelen voor een samenhangend beleid op EU-niveau voor de sociale integratie van de Roma. Zodoende verzoeken wij de Commissie een Europese strategie voor de Roma te ontwerpen met het oog op een betere coördinatie en een bevordering van de inspanningen om de omstandigheden van de Roma-bevolking te verbeteren. Daarnaast hoop ik dat de lidstaten op efficiëntere wijze gebruik zullen maken van de bestaande instrumenten om de uitsluiting van Roma te bestrijden, zoals de toewijzing van maximaal 2 procent van het EFRO voor huisvesting van gemarginaliseerde gemeenschappen, of de bestaande mogelijkheden in het kader van het ESF.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0227/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Andrew Henry William Brons (NI), schriftelijk. − (EN) We zijn er duidelijk voor dat Frontex toezicht uitoefent buiten de territoriale wateren van de staten aan de buitengrenzen van de EU. Er is tegenstrijdig juridische informatie over de vraag of Frontex deze bevoegdheid momenteel al heeft. Deze ontwerpresolutie legt echter regels en richtsnoeren op die deze taak zouden hinderen. In het bijzonder staat de resolutie er niet alleen op dat Frontex illegale migranten redt van wie vermoed wordt dat zij op zee in gevaar zijn (wat een als vanzelfsprekend te ondernemen morele actie is) maar zij legt ook de verplichting op om de geredde illegale immigranten asiel te verlenen. Wij zijn van mening dat zulke geredde illegale immigranten moeten worden teruggebracht naar het land waaruit ze vermoedelijk zijn vertrokken, of naar hun thuisland, en dat zij daar moeten worden achtergelaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) Ik heb voor de resolutie gestemd en wel om redenen die verder gaan dan het specifieke ontwerpbesluit en de inhoud van het voorstel van de Raad houdende aanvulling van de Schengengrenscode op het gebied van de bewaking van de maritieme buitengrenzen. Ofschoon het voorstel, en met name het tweede, voor de lidstaten facultatieve deel, positieve elementen bevat met betrekking tot de bescherming van de mensenrechten, is de procedure waarmee het ontwerpbesluit moet worden aangenomen een duidelijke omzeiling van het werk en de bevoegdheden van het Europees Parlement. De Raad is met dit ontwerpbesluit zijn uitvoerende bevoegdheden te buiten gegaan. Als het Europees Parlement met een dergelijke procedure instemt, creëert het een zeer negatief precedent voor zijn rol en zijn effectieve werking, terwijl het juist zijn controlerende, wetgevende en andere bevoegdheden zou moeten versterken. Het Parlement is immers de enige rechtstreeks gekozen instelling op Europees niveau. Wij hebben onlangs ook gezien dat het Europees Parlement dankzij zijn beslissende stem een stokje heeft kunnen steken voor de overeenkomst inzake overdracht van persoonsgegevens van Europese burgers aan de geheime dienst en de regering van de VS. Dergelijke mogelijkheden mag het Parlement niet prijs geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) Er bestaat geen enkele twijfel over het feit dat de bewaking van de grenzen in het kader van de operationele samenwerking, die wordt gecoördineerd door het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen, aanvulling behoeft. Ook moeten er gemeenschappelijke operationele procedures komen en duidelijke richtsnoeren voor de deelname aan gezamenlijke operaties op zee, overwegend opsporings-, reddings- en ontschepingssituaties.

De Commissie heeft met het oog daarop besloten een voorstel voor een besluit voor te leggen, op grond van de comitologieprocedure. De Raad is er niet in geslaagd een einde te maken aan de verdeeldheid over dit onderwerp, en heeft ervoor gekozen zich achter technische argumenten te verschuilen om het Europees Parlement te ontwijken. Daarmee heeft de Raad de bevoegdheden van het Parlement terzijde geschoven. Het advies van de Juridische Dienst van het Parlement laat niets aan duidelijkheid te wensen over. De Commissie heeft haar uitvoeringsbevoegdheden overschreden. Het gaat hier niet om een puur technische maatregel. Het gaat om, in de woorden van mevrouw Malmström, een initiatief dat van grote politieke betekenis is en dat belangrijke praktische gevolgen heeft.

Door tegen te stemmen onderstrepen wij niet alleen de rechten van dit Parlement, maar betonen wij ons ook solidair met kleine landen die onterecht gestraft worden door dit besluit.

 
  
MPphoto
 
 

  Cornelia Ernst en Sabine Lösing (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) In gedachten houdend dat Frontex onder meer is opgericht om de grenzen van de EU te ‘beschermen’ tegen zogenoemde ‘illegale’ migranten, zijn wij tegen het agentschap en zijn doelstellingen. Wij verwelkomen echter de richtsnoeren voor voldoende aandacht voor internationale en Europese wetgeving inzake asiel en mensenrechten in het voorstel van de Commissie (COM (2009)0658 def.). Wij verwelkomen in het bijzonder punt 1 van bijlage I (respect voor het beginsel van non-refoulement, het rekening houden met de bijzondere behoeften van personen in een kwetsbare positie en personen die dringende medische bijstand behoeven, opleidingen voor grenswachters over mensenrechten en vluchtelingenrecht) alsook de punten 3 en 4 die in bijlage II worden genoemd (onder meer het oog hebben voor de situatie van de migrant, rekening houdend met hun mogelijke verzoeken om bijstand of de zeewaardigheid van het schip, geen ontscheping in landen waar personen het risico lopen te worden vervolgd en gefolterd). Tevens benadrukken wij dat het noodzakelijk is dat deze tweede bijlage een bindend karakter heeft, en wijzen wij erop dat wij het mandaat van Frontex conform deze beginselen zullen amenderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk.(FR) Ik heb tegen deze resolutie gestemd, die een belemmering zou hebben gevormd voor de goedkeuring van een aantal maatregelen die een stap in de goede richting betekenen, ook al moet ik toegeven dat de situatie verre van perfect is. Met deze tekst wordt het mogelijk om in beroep te gaan bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen voor wat betreft lidstaten die hun verplichtingen met betrekking tot het beginsel van non-refoulement op zee niet nakomen, terwijl zij die nu volledig omzeilen. Lidstaten die onder auspiciën van Frontex opereren, moeten bijstand verlenen aan migranten die op zee in problemen zijn geraakt, ongeacht hun nationaliteit, status of de omstandigheden waarin zij zijn gevonden.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk. (EL) De resolutie gaat over een ontwerpbesluit van de Raad houdende aanvulling van de Schengengrenscode op het gebied van de bewaking van de maritieme buitengrenzen in het kader van de operationele samenwerking die wordt gecoördineerd door het Europees Agentschap ten behoeve van maatregelen voor het redden van mensenlevens. Wat Griekenland betreft zullen deze maatregelen de aanwezigheid van Frontex in de Griekse zeeën vergemakkelijken, omdat de migratiedruk alsmaar toeneemt.

Meer specifiek gaat het hierbij om maatregelen die zowel regels als niet facultatieve richtsnoeren omvatten en die zijn toegespitst op het opvangen van, zoeken naar en redden van mensen op zee. Inhoudelijk gaat het om maatregelen die genomen moeten worden indien op zee een schip wordt aangetroffen dat, naar wordt vermoed, mensen vervoert die aan de grenscontrole proberen te ontkomen. Het zoeken naar en redden van mensen moet geschieden aan de hand van specifieke beginselen en het van boord halen van gearresteerde of geredde mensen moet geschieden aan de hand van een specifiek operationeel plan. Daarom moet mijns inziens steun worden gegeven aan dit initiatief en moet de uitvoering van de maatregelen waar in de resolutie van de Raad naar wordt verwezen, worden versneld.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) In tegenstelling tot ons standpunt (ik heb voor gestemd) is geen gekwalificeerde meerderheid bereikt, en dus is de resolutie om het voorstel van de Commissie te verwerpen en het advies van de juridische diensten van het Parlement te volgen verworpen. Dit betekent dat de Schengengrenscode nu zal worden gewijzigd zoals is voorgesteld door de Commissie overeenkomstig de comitologieprocedure, waarbij aan de richtlijn de bijlage wordt toegevoegd met niet-verbindende maatregelen inzake verplichtingen tijdens opsporings- en reddingsacties op zee. We kunnen slechts hopen dat de Commissie dit inderdaad zal gebruiken als een kans om strenger toezicht te houden op de acties die door Frontex worden gecoördineerd, zodat we menselijke tragedies en wanhoop op zee kunnen voorkomen. Met dit resultaat is er echter een reëel gevaar dat we geen bindende maatregelen zullen kunnen eisen in het mandaat van Frontex, dat momenteel wordt herzien, maar natuurlijk kunnen we niet opgeven en moeten we zo goed mogelijk proberen om een beter resultaat te behalen in het toekomstige werk op dit gebied.

 
  
  

- Verslag-Jędrzejewska (A7-0033/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Ashworth (ECR), schriftelijk. − (EN) Mijn collega's in de ECR-Fractie en ik zijn het grotendeels eens met dit verslag, zoals met de verbetering van de begrotingsefficiëntie, de vereenvoudiging van de aanvraagprocedures voor EU-middelen, alsook het geven van prioriteit aan de voltooiing van de 'EU 2020'-strategie.

Wij hebben echter ernstige twijfels bij een Europese sociale pijler, een ambitieuze sociale agenda, een geharmoniseerd immigratiebeleid en beperkingen van de gemeenschappelijke landbouwmarkt, en wij benadrukken dat de gebieden onderwijs en de strijdkrachten en defensie het domein zijn van de lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (ALDE), schriftelijk. – (GA) Ik heb vóór dit verslag over de prioriteiten voor de begroting van 2011 gestemd. Zoals in het verslag wordt gesteld, moet er specifieke steun worden geboden aan ondernemerschap en het kleinbedrijf, en deze zaken zouden de kern moeten gaan vormen van het beleid van de Europese Unie ten behoeve van jongeren en innovatie.

In het verslag wordt geëist dat er hulp wordt geboden aan alle programma’s en instrumenten die het ondernemerschap stimuleren, in het bijzonder in plattelandsgebieden, en dat er ook hulp moet worden geboden tijdens de opstartfase van nieuwe bedrijven en dat de uitwisseling van informatie onder jonge ondernemers gestimuleerd moet worden.

Er moet steun worden gegeven aan programma’s die jongeren helpen die een nieuw bedrijf beginnen. Ik juich toe dat in dit verslag de nadruk wordt gelegd op jongerenbeleid en op de rol die jongeren moeten spelen nu we aan de huidige economische en financiële crisis proberen te ontsnappen.

Ik steun ten zeerste de eis in het verslag van meer investeringen in jongeren en in onderwijs, zoals in de “EU-Jongerenstrategie” werd aanbevolen. De rol en het belang van jongeren in de Europese Unie en voor de toekomst van de Unie moet erkend, gestimuleerd en gesteund worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Jongeren, wetenschap en innovatie vormen de belangrijkste prioriteiten voor de nieuwe begroting van de Europese Unie. Investeren in jongeren is investeren in de toekomst. Om deze investering te kunnen doen, moeten de verschillende beleidsterreinen goed op elkaar afgestemd worden.

Onderwijs, beroepsopleidingen en de overgang van het onderwijssysteem naar de arbeidsmarkt zijn centrale aandachtspunten in deze begroting. Steeds grotere groepen afgestudeerde en gediplomeerde jongeren zijn werkloos. Daarom vind ik het mobiliteitsprogramma "Erasmus First Job" een belangrijke strategische keuze voor de toekomst, omdat daarmee een duidelijke afstemming wordt mogelijk gemaakt tussen het onderwijssysteem en de arbeidsmarkt. Ook wil ik nog enkele andere prioriteiten van deze begroting benadrukken: Onderzoek, Innovatie en Digitale Agenda. Dat zijn cruciale elementen voor een duurzame ontwikkeling in Europa.

Ook wijs ik op het belang van reeds bestaande programma's – zoals bijvoorbeeld het Europees Instituut voor innovatie en technologie – die een bijdrage leveren aan deze doelstelling. Verder is deze begroting gericht op het ondersteunen van innoverende en groene technologieën die een essentiële bijdrage leveren aan het economisch herstel en aan het stimuleren van het MKB. Door te investeren in jongeren, innovatie en wetenschap heeft Europa de sleutel in handen om weer een leidende rol te gaan spelen op het wereldtoneel.

 
  
MPphoto
 
 

  Ole Christensen, Dan Jørgensen, Christel Schaldemose en Britta Thomsen (S&D), schriftelijk. (DA) De Deense sociaaldemocraten hebben vandaag gestemd voor de prioriteiten voor de begroting voor 2011. Wij steunen de algemene prioriteiten en in het bijzonder de inspanningen ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid en de inspanningen ten behoeve van onderzoek, innovatie en technologie. Tegelijkertijd zijn de Deense sociaaldemocraten er absoluut voorstander van dat de nodige middelen beschikbaar worden gesteld voor de groei- en werkgelegenheidsstrategie van de Europese Unie, "EU 2020". De Deense sociaaldemocraten benadrukken echter dat het doel van het gemeenschappelijke landbouwbeleid van de Europese Unie het waarborgen van marktstabilisatie moet blijven en om deze reden kunnen wij permanente steun van de Europese Unie voor bijvoorbeeld melk en zuivelproducten niet steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Göran Färm, Anna Hedh, Olle Ludvigsson, Marita Ulvskog en Åsa Westlund (S&D), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse sociaaldemocraten, kozen er vandaag voor om voor de prioriteiten voor de begroting van 2011 te stemmen. We zijn het door de bank eens met de in het verslag vermelde prioriteiten. Wij denken bijvoorbeeld dat het belangrijk is om te investeren in jongeren, in onderzoek en innovatie en in groene technologie. Wij zijn ook van mening dat het belangrijk is om de nieuwe EU-strategie voor groei en werkgelegenheid, "EU 2020" voldoende financiële middelen te geven om er een succes van te kunnen maken.

Wij willen echter onderstrepen dat het garanderen van de stabiliteit op de markt volgens ons niet de kerntaak van het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid is, en daarom willen wij niet dat de EU permanente marktsteun geeft voor melk en zuivelproducten.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Gezien de huidige crisis en met het oog op de ambities van de strategie voor 2020 op het gebied van innovatie, armoedebestrijding en sociale uitsluiting, en economische groei en werkgelegenheid, is het van groot belang dat de uitdagingen van de strategie voor 2020 centraal staan in de prioriteiten voor de begroting.

Daarom ben ik ermee ingenomen dat de Commissie in de prioriteiten voor de begroting van 2011 duidelijk kiest voor onderwijs, onderzoek en innovatie. Ook is het van fundamenteel belang dat we ons blijven inzetten voor economisch herstel en het beëindigen van de crisis, en daarom ben ik ook verheugd te zien dat steun voor het MKB prioriteit krijgt in de begroting van 2011. Ik wijs erop dat het ook nodig is het budget voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid te verhogen, en ik vind dat ook dat een prioriteit moet zijn voor de Commissie.

Ik wil nog benadrukken dat deze begroting van 2011 de eerste zal zijn die volgens de nieuwe bepalingen van het Verdrag van Lissabon, met de daaruit volgende uitbreiding van de parlementaire bevoegdheden, zal worden goedgekeurd.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Ondanks de gebezigde sociale retoriek, die onvermijdelijk is in tijden van crisis, zijn de voorgestelde prioriteiten voor de begroting van 2011 redelijk helder: in essentie worden de prioriteiten van de vorige begrotingen gehandhaafd. Opnieuw wordt een begroting voorgesteld die in dienst staat van een nog steviger verankering van de interne markt, van afkalving van de arbeidsrechten – onder het mom van flexizekerheid – van liberalisering, en van de commercialisering van het milieu en van een toenemend aantal terreinen van het sociale leven. Het zijn oude richtsnoeren, maar nu geschaard onder de noemer van de nieuwe "Strategie voor 2020".

Het feit dat prioriteit gegeven wordt aan jongeren kan niet verhullen dat de nieuwe generaties werknemers een toekomst te wachten staat van structurele werkloosheid – die behandeld wordt als een strategische variabele – waarin hun arbeidskracht steeds minder waard wordt. Jongeren zullen daardoor gedwongen worden steeds tijdelijke baantjes aan te nemen, afgewisseld door periodes van werkloosheid. Verder staat de begroting van 2011, afgaande op de prioriteiten, in dienst van het externe interventionisme van de EU, van het GBVB/GVDB, van militarisme en oorlog, van beleid dat immigratie criminaliseert, en van het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen.

We konden dan ook niet anders dan tegen dit verslag stemmen. Dat is echter niet de enige uitweg, en het was ook niet onvermijdelijk geweest. Dat hebben we proberen te laten zien door middel van de vele voorstellen die we tijdens het debat hebben ingediend.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (S&D), schriftelijk. − (PL) Het opstellen van een EU-begroting te midden van een financiële crisis, met een zeer kleine financiële marge en met nieuwe taken die voortvloeien uit de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, is niet eenvoudig. Het gaf me dan ook des te meer voldoening om tijdens de stemming mijn steun te betuigen voor het verslag van mevrouw Sidonia Elżbieta Jędrzejewska over de begroting voor 2011 en haar ontwerpresolutie. Beide documenten voorzien ambitieuze begrotingsprioriteiten voor het komende jaar.

Naast de traditionele prioriteiten, zoals het cohesiebeleid en het bevorderen van innovatieve en groene technologie, moet de begroting voor 2011 zich richten op het volledig operationeel maken van de nieuwe initiatieven van de EU: de Europese dienst voor extern optreden, de economische strategie van de EU tegen het jaar 2020 en de activiteiten die deel uitmaken van het Oostelijk partnerschap. Alle drie dreigen ze te falen als de middelen die ervoor opzijgezet zijn, te “symbolisch” blijken te zijn.

Opmerkelijk is ook de grondige aanpak van het probleem van de jeugd. In het licht van de demografische problemen van de EU, kunnen we het ons niet veroorloven een laag percentage aan goed opgeleide jongeren te hebben, omdat dit zou leiden tot een nog grotere stijging van de werkloosheid in deze leeftijdsgroep, wat de EU gewoon niet kan toestaan. Bij het opstellen van de Europese begroting moeten dus middelen worden opzijgezet voor maatregelen die het talenonderwijs, de interculturele dialoog en de mobiliteit van jongeren en de integratie van afgestudeerden op de arbeidsmarkt bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk.(FR) Als ik de strekking van dit verslag goed heb begrepen, wordt alles of bijna alles een prioriteit, wat betekent dat er geen prioriteit is. En dat er eenvoudigweg een ruimer budget wordt gevraagd, dat wil zeggen meer belasting voor Europeanen. De zorg van de rapporteur om erop toe te zien dat met EU-middelen gefinancierde uitgaven niet alleen nuttig, maar ook doeltreffend zijn en een echte Europese toegevoegde waarde vormen voor nationaal beleid, is prijzenswaardig. Maar eerlijk gezegd had dit de afgelopen jaren een constante zorg moeten zijn. Enerzijds wijs ik erop dat dit de afgelopen veertien of vijftien jaar niet het geval is geweest, aangezien de Rekenkamer zich niet in staat heeft geacht de uitvoering van de jaarlijkse begrotingen goed te keuren. Anderzijds zoek ik in het verslag nog naar concrete voorstellen om deze doelstelling te bereiken. Ik zoek met name naar voorstellen waarmee een halt wordt toegeroepen aan programma's die louter cliëntelisme zijn, nutteloze versnippering, ideologische propaganda of een poging om meer aanwezig te zijn op terreinen waarvoor de Unie gelukkig slechts weinig bevoegdheden heeft en vooral geen enkele doeltreffendheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk.(FR) Ik heb weliswaar voor dit verslag gestemd, maar wil mijn kritische voorbehoud benadrukken bij de prioriteiten voor de begroting van 2011. Ik sta er natuurlijk achter dat de EU steun toezegt voor jongeren, innovatie en vrijwilligerswerk, aangezien deze structuur geven aan onze maatschappij. Niettemin is het financiële kader absoluut ontoereikend, met name tegen de achtergrond van economische crisis en werkloosheid: hiermee kan geen enkele politieke ambitie worden gefinancierd die een echte verandering in gang moet zetten. Negen miljoen euro, te weten 0,07 procent van de werkgelegenheidsbegroting: dat bedrag strookt niet met substantiële ambities ter ondersteuning van de werkgelegenheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Iosif Matula (PPE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag over de begroting van de Commissie gestemd, omdat ik het van belang acht dat de EU een evenwichtige en realistische begroting heeft, die daadwerkelijk aan de verwachtingen van de burgers voldoet. De burgers willen uit de huidige economische crisis raken, ze willen goed betaald werk en een toekomst met meer zekerheid. Ik denk dat de financiële steun voor kleine en middelgrote ondernemingen een Europese prioriteit moet zijn, omdat zij een beslissende rol spelen bij het verzekeren van veel arbeidsplaatsen en bij de ontwikkeling van regio's en plattelandsgebieden. Daarnaast ben ik van mening dat de jeugd van zeer groot belang is, zowel nu als in de toekomstige EU, hetgeen in de begrotingsprioriteiten moet worden weerspiegeld. De jeugd vormt de kern van de Europese sociale en integratiestrategie. De innovatiecapaciteit van de jeugd is een zeer belangrijke eigenschap voor economische ontwikkeling en groei. De EU zou zich hierop moeten baseren. Ik geloof er sterk in dat een investering in de jeugd en in onderwijs een investering in het heden en de toekomst betekent, zoals ook in de EU-strategie voor jongeren wordt onderstreept. Ik ben van mening dat het jeugdbeleid zich eveneens moet richten op de voorbereiding in scholen en op universiteiten voor de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) Ik stem tegen dit verslag over de prioriteiten voor de begroting van 2011. Het omvat de tenuitvoerlegging van het dogmatische en schadelijke beleid van de Eurocratie die ik overal in Europa en in de rest van de wereld bestrijd. Ik kan niet met goed fatsoen stemmen voor een begroting waarmee zoveel potentiële rampspoed wordt bekrachtigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Na het falen van de Lissabon-strategie heeft de EU nu een nieuwe kans om de belangrijkste katalyserende kracht te worden achter de wereldeconomie, met de EU 2020-strategie. Om dit plan te laten welslagen, moet in de diverse begrotingen die goedgekeurd gaan worden, de prioriteit gelegd worden bij terreinen die van cruciaal belang zijn voor het welslagen van de EU 2020-strategie.

We hebben het dan over innovatie, steun aan jongeren ten behoeve van hun sociale mobiliteit, en opvoering van de steun aan het MKB, de werkelijke motor van de economie van de landen. Ook is het van groot belang dat er omvangrijke investeringen plaatsvinden op het gebied van klimaatverandering, milieu en sociaal beleid. Het is echter van cruciaal belang voor het welslagen van de EU 2020-strategie dat er nieuwe manieren worden gevonden om deze te financieren en hier middelen voor vrij te maken, want we mogen niet herhalen wat we al eerder gedaan hebben: namelijk middelen herschikken die bedoeld zijn voor fundamenteel EU-beleid zoals het cohesiebeleid of het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papastamkos (PPE), schriftelijk. (EL) Ik heb voor het verslag over de prioriteiten voor de begroting 2011 gestemd onder meer wegens de daarin vervatte voorstellen voor de financiering van het GLB. Hierin wordt met name gewezen op het feit dat de financiering van de prioriteiten met betrekking tot de toekomstige EU 2020-strategie via een eventuele herschikking van de kredieten niet ten koste mag gaan van de fundamentele beleidsvormen van de EU, zoals het cohesiebeleid, het structuurbeleid of ook het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Hierin wordt ook de zorg herhaald die ik bij de goedkeuring van de communautaire begroting voor dit jaar reeds naar voren had gebracht, namelijk dat de marge voor de landbouwuitgaven heel beperkt is. Daarom wordt aangedrongen op de noodzaak te voorzien in voldoende marge in de begroting 2011. Een voldoende grote marge voor de landbouwuitgaven is bijzonder belangrijk om het hoofd te kunnen bieden aan onvoorziene behoeften in de diverse landbouwsectoren, ook gezien de prijsinstabiliteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb gestemd voor de resolutie van het Parlement over de prioriteiten voor de begroting van 2011 – Afdeling III – van de Commissie, en zo bevestigd dat de prioriteit van de politieke leiders van de Europese Unie en de lidstaten het behouden van bestaande arbeidsplaatsen en het creëren van een aantal nieuwe arbeidsplaatsen moet zijn, zodat de Europese burgers een fatsoenlijk bestaan kunnen hebben. De mededeling van de Commissie met de titel “Europa 2020: Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei” vormt de basis van een veelomvattend debat over de economische en sociale strategie van de EU in de komende jaren. Daarnaast heb ik gestemd voor amendement 5, gezien het feit dat werkloosheid een centraal thema vormt in het kader van de actuele discussie, en omdat de EU een ambitieuze sociale agenda moet uitvoeren om het grote en groeiende probleem van werkloosheid goed aan te pakken. De Unie moet met name investeren in onderzoek en transport- en energie-infrastructuur om haar concurrentievermogen in de wereld op peil te houden. Daarnaast moeten zowel de lidstaten als de Unie investeren in onderwijs en ontwikkeling van de jeugd. Daarom moeten programma’s zoals Erasmus, en vooral de component daarvan voor jonge ondernemers, een prioriteit vormen die ook zijn afspiegeling heeft in de begroting voor 2011.

 
  
MPphoto
 
 

  Artur Zasada (PPE), schriftelijk. − (PL) Ik was blij met het resultaat van de stemming over het verslag van mevrouw Jędrzejewska over de prioriteiten in de begroting van de Europese Unie in 2011. Natuurlijk heb ik voor gestemd. De stemming van vandaag was uitzonderlijk om twee redenen. Ten eerste is dit de eerste begroting die is aangenomen na de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon. En ten tweede was het deze keer het Europees Parlement dat als eerste zijn voorstellen heeft voorgesteld, en niet de Commissie.

De rapporteur heeft in haar verslag zeer treffend verwezen naar de kwestie van jeugd en onderwijs. Tijdens een crisis is het belangrijk om vooral jongeren te ondersteunen bij bijvoorbeeld het vinden van een eerste baan of het oprichten van hun eigen zaak. Vandaag wordt het duidelijk dat hier in het verleden niet voldoende aandacht aan is besteed. Experts op het vlak van werkgelegenheid wijzen er bovendien op dat niet alleen recent afgestudeerden het moeilijk hebben om werk te vinden, maar ook dertigers die al jaren op de arbeidsmarkt actief zijn geweest.

 
  
  

- Verslag-Trüpel (A7-0036/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik steun dit verslag, omdat de omstandigheden waaronder de begroting voor 2011 zal worden goedgekeurd uitzonderlijk zullen zijn, doordat het Verdrag van Lissabon in werking treedt en door de aanhoudende economische en financiële crisis. De begroting zal nauwkeurig van een saldo moeten worden voorzien om ervoor te zorgen dat de doelen die in het Verdrag van Lissabon zijn gesteld met succes verwezenlijkt zullen worden, zoals de instelling van een gemeenschappelijke interne energiemarkt. Bij de planning van de begroting moet er ook veel aandacht worden besteed aan de gevolgen van de financiële crisis, die nog steeds door vele landen worden gevoeld, en inspanningen om deze effectief uit de weg te ruimen. De voornaamste prioriteit moeten nog steeds het behouden en scheppen van banen zijn, hetgeen nauw gekoppeld is aan de behoefte aan financiële steun voor het MKB (kleine en middelgrote ondernemingen), dat voor een groot deel van de banen zorgt. Wanneer de begroting van het Europees Parlement voor 2011 wordt goedgekeurd, moet er bijzondere aandacht worden besteed aan een evaluatie van de prioriteit van het Europees Parlement – het ontwikkelen van wetgeving op hoog niveau – en moeten alle noodzakelijke maatregelen worden genomen om dat doel te bereiken. Ook moet een passende oplossing worden gevonden voor de kwestie van de effectieve organisatie van de werkzaamheden van het Europees Parlement, waaronder de instelling van één werkplek voor de leden van het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon heeft het Europees Parlement meer bevoegdheden gekregen. In een geglobaliseerde wereld worden de onderwerpen steeds complexer en besluiten moeten technisch en wetenschappelijk goed onderbouwd worden. Het is van groot belang dat beleidsmakers op de hoogte zijn van de meest recente wetenschappelijke ontwikkelingen, zodat ze goede besluiten kunnen nemen. In deze begroting staan richtsnoeren voor het gebouwenbeleid op lange termijn, die in de toekomst tot kostenbesparingen kunnen leiden.

Ik dring erop aan dat de leden van het Parlement deskundigheidsbevordering en technische ondersteuning krijgen aangeboden, zodat het Parlement over de middelen kan beschikken om haar functie goed te kunnen uitoefenen, op basis van de wetenschappelijke en technische kennis die zo hard nodig is in de 21ste eeuw.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Gezien de uitbreiding van de bevoegdheden van veel instellingen, waaronder die van het Europees Parlement, binnen het nieuwe institutionele kader, is het van groot belang dat er bij het vaststellen van de operationele begroting van die instellingen voor gezorgd wordt dat deze instellingen over de materiële en personele middelen kunnen beschikken om hun taken binnen het institutionele kader zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren.

Ik ben voor een realistische en haalbare begroting, die echter de verschillende instellingen wel in staat moet stellen hun taken uit te voeren. Deze overwegingen moeten echter niet de budgettaire duurzaamheid en de boekhoudkundige nauwkeurigheid in de weg staan, die voor elke instelling onontbeerlijk zijn. Daarnaast moet gewaarborgd worden dat het beheer van de middelen die aan de verschillende instellingen ter beschikking gesteld worden, met nauwkeurigheid en transparantie wordt uitgevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. − (EN) Planning voor de begroting van 2011 is heel belangrijk en ik ben het eens met het verzoek van het verslag om een diepgaande en transparante discussie. Het verslag beweert ook correct dat het punt van de begrotingsdrempel een delicaat punt is, waarbij rekening moet worden gehouden met mondiale kosten. Ik ben blij met het waarschuwende aspect van het verslag. Wanneer we dit niet voorzichtig aanpakken, zou dat een belediging zijn voor de mensen van mijn vaderland en voor iedereen in Europa die zelf te maken heeft met budgetproblemen. Ik wil ook graag deze gelegenheid benutten om te zeggen dat ik hoop dat onze voorzichtigheid ook onze solidariteit en verbondenheid laat zien met onze Griekse en Portugese collega's, die momenteel een bijzonder moeilijke tijd doormaken.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Door het Verdrag van Lissabon heeft het Europees Parlement nieuwe verantwoordelijkheden gekregen. Dat brengt meer administratie met zich mee en de Parlementsleden zullen moeten kunnen beschikken over goed gekwalificeerde stafmedewerkers. Deze nieuwe situatie brengt twee problemen met zich mee: de kosten zullen omhoog gaan vanwege het feit dat er meer assistenten nodig zijn, en daarnaast zal er meer ruimte nodig zijn, om te zorgen dat zij hun taken onder goede werkomstandigheden kunnen uitvoeren. Dat brengt een kostenverhoging met zich mee die in deze periode van crisis moeilijk te verantwoorden is, maar als het Europees Parlement zijn werk goed wil kunnen doen, moet het over de daartoe benodigde personele en financiële middelen kunnen beschikken.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik heb voor dit belangrijke verslag gestemd. De richtsnoeren zijn de eerste stap in de begrotingsprocedure; zij bieden de secretaris-generaal en het Bureau van het Europees Parlement een leidraad voor de volgende stap, het voorontwerp van raming, dat momenteel al bij het Bureau ligt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) De begroting van 2011 wordt onder bijzondere omstandigheden goedgekeurd, en deze omstandigheden vormen tegelijkertijd een uitdaging. De succesvolle tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon vormt een belangrijke prioriteit, terwijl de gevolgen van de economische crisis die voelbaar zijn in de Europese Unie deze doelstelling tot een nog grotere uitdaging maken.

De Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten), waarvan ik deel uitmaak, blijft erop hameren dat de begroting duurzaam en nauwkeurig moet zijn, dat elke uitgave verantwoord moet worden en dat de nauwkeurigheid en efficiëntie duurzaam gewaarborgd moeten kunnen worden. Ik pleit daarom voor een geheel nieuwe begroting, waarin ruimte is voor efficiency en besparingen. Om dat doel te kunnen bereiken moet er dringend een gebouwenbeleid voor de lange termijn worden vastgesteld.

Ik ben het ermee eens dat er een betere samenwerking en een stevige dialoog tot stand moeten worden gebracht tussen de instellingen, zodat de middelen voor de verschillende terreinen, zoals bijvoorbeeld vertaling en gebouwenbeleid, efficiënter kunnen worden ingezet. Ik wijs erop dat het van belang is dat er prioriteit aan wordt gegeven dat het Europees Parlement op wetgevingsgebied zo goed mogelijk moet kunnen functioneren en dat de instellingen over voldoende middelen moeten kunnen beschikken om hun taken succesvol te kunnen uitvoeren. Daarom heb ik voor de prioriteiten voor de begroting van 2011 gestemd, die in dit verslag beschreven worden...

(Stemverklaring ingekort overeenkomstig artikel 170 van het Reglement)

 
  
  

- Verslag-Scottà (A7-0029/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Ik heb voor het verslag over het kwaliteitsbeleid ten aanzien van landbouwproducten gestemd omdat het me in twee opzichten uiterst relevant lijkt. Allereerst wordt benadrukt dat de Europese Unie de kwaliteit van haar producten moet beschermen, die wordt beschouwd als de hoeksteen van de Europese landbouwstrategie. Voorts wordt het beginsel van geografische aanduiding en traditionele specialiteiten voorgestaan, dat in twee elementen uiteenvalt die bijdragen tot het concurrentievermogen van de Europese landbouw en behoud van het culturele erfgoed. Tot slot wordt in dit verslag steun geboden aan de landbouwproducten waarop wij zo trots zijn en wordt tegelijkertijd gepleit voor noodzakelijke administratieve vereenvoudigingen ter bescherming van deze producten.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag gestemd met de titel "kwaliteitsbeleid ten aanzien van landbouwproducten: welke strategie?", omdat kwaliteit een factor van doorslaggevende betekenis is voor het concurrentievermogen van Europese producten op de internationale markten.

In dat verband vind ik het een goede zaak om een vermelding van het land van oorsprong verplicht te stellen, zodat de consument goed geïnformeerd wordt op het gebied van de kwaliteitsnormen, maar ook op het gebied van milieubescherming en dierenwelzijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Het gemeenschappelijk landbouwbeleid zal zich moeten richten op de verbetering van de kwaliteit van landbouwproducten. Kwaliteitsbeleid is een belangrijke meerwaarde voor het concurrentievermogen van Europa op de wereldmarkt. Het kwaliteitsbeleid kan niet los worden gezien van de rest van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en kan evenmin voorbijgaan aan de nieuwe uitdagingen, zoals de strijd tegen klimaatverandering, het behoud van de biodiversiteit, de energiebevoorrading en de ontwikkeling van bio-energie, dierenwelzijn en waterbeheer in de landbouw. Ook moeten de toenemende eisen van de zijde van de consument naar behoren worden meegenomen bij het toekomstige kwaliteitsbeleid voor landbouwproducten, omdat kwaliteit een belangrijke factor is voor een goed geïnformeerde consument bij het maken van keuzes.

Ik wijs er echter op, dat het kwaliteitsbeleid inzake landbouwproducten niet zó strikt mag worden toegepast dat het ten koste gaat van kleine en middelgrote landbouwondernemingen of ten koste van traditionele streekgebonden producten, waarvan de productie niet geschaad mag worden door blinde uniforme regelgeving. Het kwaliteitsbeleid moet het concurrentievermogen van de landbouw van de lidstaten op de wereldmarkt versterken en de Europese producten ondersteunen. Het moet dus in dienst staan van producenten en consumenten.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het onderhavige verslag is op een aantal punten positief; zo wordt er steun betuigd aan de oprichting van instrumenten die erop zijn gericht kleine lokale producenten en traditionele en ambachtelijke, streekgebonden producten met een geografische benaming te bevorderen en meer bekendheid te geven, en wordt onderkend dat de procedures voor toegang tot regelingen voor kwaliteitscertificering voor kleine producenten te traag, te ingewikkeld en te duur zijn.

Het verslag gaat echter niet in op bepaalde vraagstukken die van groot belang zijn voor het waarborgen van de kwaliteit van landbouwproducten en voor de duurzaamheid van de landbouwproductie in de EU, zoals bijvoorbeeld de gevolgen van de deregulering van de wereldhandel en van de ongebreidelde liberalisering van de markten, zowel in het kader van bilaterale akkoorden als in het kader van de Wereldhandelsorganisatie; de gevaren van uiteenlopende aard die inherent zijn aan de introductie van genetisch gemodificeerde gewassen in het milieu, zoals dat momenteel gebeurt; en de noodzaak het gemeenschappelijk landbouwbeleid vergaand te hervormen, op zo'n manier dat de lokale productie, het recht om te produceren en het recht op voedselveiligheid beschermd worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Kalinowski (PPE), schriftelijk. (PL) Ik wil mijn collega feliciteren met dit gedetailleerde verslag. Ik ben het ermee eens dat het beleid inzake de kwaliteit van landbouwproducten niet behandeld moet worden alsof het losstaat van het GLB of de centrale ideeën van het EU-beleid voor de komende jaren, zoals duurzame ontwikkeling, biodiversiteit en de strijd tegen de klimaatverandering.

De burgers van de Europese Unie verwachten gezonde producten van hoge kwaliteit die zijn geproduceerd door middel van innovatieve technologieën, rekening houdend met de gevolgen van het productieproces voor het milieu. Ik ben het ook eens met de rapporteur dat we op een informatieve en educatieve manier campagne moeten voeren over al de productlabels voor de Europese landbouwproducten die momenteel goedgekeurd worden of al goedgekeurd zijn. Een dergelijke campagne is noodzakelijk, want als de consument de volledige betekenis van de symbolen niet kent, komt het volledige kwaliteitsbeleid op losse schroeven te staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik zou mijn collega's in de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling willen complimenteren met dit initiatiefverslag. De kwaliteit van onze landbouwproducten is iets waarvan we moeten profiteren. We besteden in de Europese Unie veel tijd om ervoor te zorgen dat we voldoen aan de hoogste normen in het boerenbedrijf; ons vee wordt goed behandeld en is gezond; onze producten zijn veilig; onze landbouwpraktijken zijn ethisch, voor wat betreft hun effect op het milieu. Iedere stap van de productieketen van de sector is gereguleerd, als het ware "van boerderij tot vork". Om optimaal te kunnen profiteren van het unieke verkooppunt van de sector − de hoge kwaliteit van zijn producten − hebben we meer promotie nodig, zoals is aangegeven in het verslag-Scottà. Het is allemaal heel mooi om producten te hebben met een etiket waarop het productiegebied staat vermeld of waarop staat vermeld dat het een traditionele specialiteit betreft, maar als de consument niet bekend is met de betekenis van de vermeldingen, is het als het lezen van een vreemde taal. Ik ben het er dus mee eens dat de aanbeveling van het verslag aan de Commissie om het bewustzijn van deze informatie te bevorderen een effectieve vorm van marketing zal zijn. Het zal zowel consumenten als kleine ondernemingen helpen. Het zou in het bijzonder gunstig kunnen zijn voor onze agrolevensmiddelensector.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Köstinger (PPE), schriftelijk. (DE) Ik pleit uitdrukkelijk voor het initiatiefverslag over het kwaliteitsbeleid ten aanzien van landbouwproducten (A7-0029/2010), waarover op 25 maart 2010 is gestemd. Er bestaat een duidelijk verband tussen de productkwaliteit en de oorsprong van grondstoffen. Met de voorgestelde etikettering betreffende de "ligging van het landbouwbedrijf" kan worden aangetoond waar de grondstoffen vandaan komen. Dat is mijns inziens een belangrijke kans voor de landbouw, die kwalitatief hoogwaardige landbouwproducten produceert. Een duidelijke etikettering met betrekking tot de oorsprong van levensmiddelen garandeert consumenten niet alleen de beste productkwaliteit, maar biedt hun tevens de mogelijkheid om op basis van objectieve en transparante criteria te beslissen. Kwaliteit is een doorslaggevende factor binnen de gehele voedselketen en is van cruciaal belang om het concurrentievermogen van de levensmiddelenproducenten in de EU veilig te stellen. De productie van kwalitatief hoogwaardige levensmiddelen is in vele plattelandsgebieden met beperkte productiealternatieven vaak de enige kans op werk. Ik ben derhalve een groot voorstander van beschermde geografische aanduidingen en beschermde oorsprongsbenamingen, evenals van een herinvoering van een geregelde en beschermde aanduiding voor producten uit de bergen en uit GGO-vrije gebieden. De labels voor "gegarandeerde traditionele specialiteit" en "biologische landbouw" moeten eveneens behouden blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag gestemd om steun te geven aan een betere bescherming van Europese producten op wereldschaal. Door geografische aanduidingen kunnen de agrarische producten meer geloofwaardigheid en zichtbaarheid verkrijgen in de ogen van de consument, terwijl ook een concurrerende omgeving voor de producenten wordt gecreëerd. Tegelijkertijd zorgen deze aanduidingen voor bescherming van intellectuele eigendomsrechten op de producten. Het systeem van geografische aanduidingen is stevig gevestigd in de Europese Unie en in vele landen daarbuiten, zoals in de Verenigde Staten van Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. Ongelukkigerwijs zijn er ook handelspartners van de Unie die geen wetgeving op dit gebied hebben. Daardoor zijn de Europese producten niet goed beschermd binnen de nationale systemen van die staten, hetgeen het risico van namaak met zich meebrengt.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE), schriftelijk. (DE) Hoewel ik van mening ben dat wij moeten uitkijken wat we in initiatiefverslagen van de Commissie verlangen, sta ik achter het verslag over het kwaliteitsbeleid ten aanzien van landbouwproducten.

Ik steun met name de roep om doeltreffende controles en meer samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten teneinde veilig te stellen dat geïmporteerde levensmiddelen voldoen aan de EU-normen op het gebied van kwaliteit en veiligheid, evenals aan de maatschappelijke en milieunormen van de EU.

Bij verse landbouwproducten of bij verwerkte producten met slechts één ingrediënt, moet het land van herkomst worden aangeduid, zodat consumenten bewuste en goed geïnformeerde keuzes bij hun inkopen kunnen maken.

Ik ben opgelucht dat mijn amendement, dat tegen een standaardisering van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen gericht was, tijdens de vergadering is aangenomen. Het combineren van deze informatie zou de bestaande aanduidingen overbodig hebben gemaakt en zou producenten met een beschermde oorsprongsbenaming aanzienlijke schade hebben berokkend.

De kwestie van de kwantitatieve beheersing van de productie is in de mededeling van de Commissie bewust onder het tapijt geveegd. Ik ben ervan overtuigd dat we nog steeds instrumenten ter controle van de productie nodig hebben om de producenten stabiele prijzen en zekerheid bij de planning te garanderen, zodat zij tegemoet kunnen komen aan de hoge eisen die consumenten en wetgevers stellen. Dat geldt uiteraard niet alleen voor de melkproductie maar met name ook voor de wijnbouw.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) Dit verslag heeft een onmiskenbare tekortkoming: het landbouwbeleid wordt gestoeld op de mercantilistische logica van het streven naar maximale winst, wat geheel indruist tegen onze opvattingen van dit beleid. Ik kan dus absoluut niet voor dit verslag stemmen. Aangezien er ook enkele gunstige wendingen in zijn verwerkt, lijkt het me verstandiger om me van stemming te onthouden. Ik zou niet willen meewerken aan het blokkeren van ideeën die de productievermeerdering tegengaan zoals de wil om een etikettering met "ecologische afdruk" in te voeren en de wil om een deel van de landbouwproductie naar elders te verplaatsen. Ik heb kennis genomen van het voornemen om af te stappen van de logica die is gericht op productievermeerdering. Ik betreur dat dit slechts mogelijkheden zijn die in de tekst worden geschetst en dat zij dusdanig in een kapitalistische omgeving zijn verankerd dat de reikwijdte aanzienlijk beperkt is. Ik wil het belang van de bevordering van dergelijke concepten echter niet veronachtzamen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De kwaliteit van Europese landbouwproducten vormt een wereldwijd erkend erfgoed. Daarom moeten deze producten beschermd worden en duidelijk onderscheiden kunnen worden van andere producten van mindere kwaliteit, die minder veilig zijn en soms zelfs nagemaakt.

Daartoe is het van belang dat er een vermelding komt op deze producten, zodat de consument over betrouwbare informatie kan beschikken. Daarnaast is het, om verstoorde concurrentieverhoudingen te voorkomen, van belang dat geïmporteerde producten zonder meer aan dezelfde eisen moeten voldoen als landbouwproducten die in de EU geproduceerd worden. Daarom stem ik vóór dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Tiziano Motti (PPE), schriftelijk. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, dankzij Europese wetgeving waarin strikte regels zijn neergelegd over de kwaliteit van landbouwproducten, de gezondheid van de burgers, ecologische duurzaamheid en de specifieke kenmerken van gewassen, kunnen we vandaag de dag met trots zeggen dat het Europese landbouwmodel zijn gelijke in de wereld niet kent.

Aan de ene kant moeten we de agrariërs bedanken die zich vanuit een groot plichtsbesef aan de regels hebben gehouden. Aan de andere kant moeten we ons echter helaas afvragen waarom de Europese Unie de neiging heeft te verdwalen in een doolhof van bureaucratie dat de uitmuntende kwaliteit van onze landbouw aan het oog dreigt te onttrekken en slechts een gevoel van grote teleurstelling bij de burgers teweeg dreigt te brengen.

Vandaar dat onze burgers tegenwoordig de dag beginnen met een goed glas sinaasappelsap zonder sinaasappels. Bij de lunch nemen ze een pizza met caseïne-mozzarella en drinken daarbij een rosé die gemaakt is door rode en witte wijn te mengen en suiker toe te voegen voor de fermentatie. En wie zich wat in mineur voelt, kan altijd zijn toevlucht nemen tot chocolade zonder cacao.

Zelfs kinderen zijn niet gevrijwaard van de gevolgen van de schizofrene vernietiging van onze kwalitatief hoogwaardige voedingsmiddelen: we lopen in Europa het risico bedorven producten te consumeren waarvan we de herkomst niet kennen – we hoeven alleen maar te denken aan de met melamine verontreinigde melk uit China.

Burgers hebben recht op bescherming. Om consumenten in staat te stellen weloverwogen keuzen te maken, moeten we erop staan dat etiketten volledige en begrijpelijke informatie geven. En dat op producten die bestemd zijn voor massaconsumptie – zoals lang houdbare gesteriliseerde of tot hoge temperatuur verhitte koemelk en zuivelproducten die uitsluitend van koemelk zijn vervaardigd – de oorsprong moet worden vermeld van de rauwe melk die bij de productie is gebruikt, naast de andere vermeldingen die wettelijk verplicht zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor amendement 3 gestemd omdat dit slaat op een punt uit het ontwerpverslag dat geïnterpreteerd zou kunnen worden als een aanmoediging tot terugkeer naar de standaardisering van agrarische producten (vorm en afmetingen van groenten en fruit).

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) In dit verslag wordt de centrale rol benadrukt die de hoge kwaliteit van landbouwproducten speelt bij de bescherming van consumenten. Bovendien wordt hierin de ondersteuning van regionale, traditionele producten, evenals van kleine en middelgrote landbouwbedrijven onderstreept. Ik heb derhalve vóór dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papastamkos (PPE), schriftelijk. (EL) Ik heb tegen amendement 3 gestemd omdat ik voor het in ere herstellen van de handelskwaliteitsnormen in de groenten- en fruitsector ben. Het besluit van de Commissie om deze, ondanks het verzet van een grote meerderheid van lidstaten en de betrokken productiesector, af te schaffen is voor mij niet te rechtvaardigen.

De EU heeft terecht de hoogste kwaliteitsnormen voor agrovoedingsmiddelen. Dit is immers goed voor de Europese consumenten. Daarnaast is het kwaliteitsbeleid van strategisch belang, daar de toegevoegde waarde van de Europese landbouwproducten op de wereldmarkten juist daaraan te danken is. Er zijn nog steeds problemen bij de naleving van gelijkwaardige kwaliteitsvoorschriften door ingevoerde producten. Er zou een inventaris moeten worden opgemaakt van alle particuliere systemen voor kwaliteitscertificatie en een wetgevingskader moeten worden uitgewerkt met fundamentele beginselen op EU-niveau om een transparante werking van deze systemen te kunnen waarborgen.

Ik ben ervoor dat op alle primaire landbouwproducten de plaats van productie wordt vermeld. Wat de geografische aanduidingen betreft moeten de drie stelsels van de EU – landbouwproducten en voedingsmiddelen, alcoholhoudende dranken en wijn – in hun huidige vorm worden gehandhaafd. Van primair belang is ervoor te zorgen dat de geografische aanduidingen beter worden beschermd in het kader van de bilaterale handelsovereenkomsten en de WTO.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb gestemd voor dit verslag omdat de consolidatie van het kwaliteitsbeleid in de Europese Unie een belangrijke stimulans is voor de Europese landbouwproducenten om hun inspanningen voor kwaliteit, voedselzekerheid en bescherming van het milieu te verhogen. Ik ben van mening dat dit beleid een veel hogere toegevoegde waarde kan betekenen voor de agrarische voedselproductie in Europa, in een markt die steeds meer mondialiseert. Maar er is ook behoefte aan goede informatie voor burgers, door middel van toepasselijke informatie- en promotiecampagnes, over vrijwillige etikettering van andere milieu- en diervriendelijke productiemethoden, zoals ‘geïntegreerde productie’, ‘weidegrazers’ en ‘berglandbouw’.

 
  
MPphoto
 
 

  Britta Reimers (ALDE), schriftelijk. (DE) Tijdens de stemming over het verslag-Scotta over het kwaliteitsbeleid ten aanzien van landbouwproducten is amendement 5 aangenomen, waarin wordt aangedrongen op een verplichte etikettering met betrekking tot de oorsprong van levensmiddelen die van slechts één ingrediënt zijn gemaakt. Dit vereiste betekent aanzienlijk meer werk en hogere kosten voor de landbouw en voedselverwerkende industrie, zonder dat dit voor de consument daadwerkelijk enige meerwaarde heeft. Om die reden heb ik tegen dit amendement gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Rochefort (ALDE), schriftelijk.(FR) ik heb voor het verslag over de toekomst van het kwaliteitsbeleid ten aanzien van voedingsmiddelen gestemd. Een positief punt in de tekst verdient direct aandacht: het voorstel voor invoering van een Europees logo voor biologische voedingsmiddelen. Hiermee wordt zowel ingespeeld op een duidelijke vraag van consumenten als op een eis voor ontwikkeling van de interne markt.

Ik zal ook ingaan op de belangrijke kwestie van geografische aanduidingen en traditionele specialiteiten. Zij zijn essentieel voor de Europese landbouw vanwege de bijzondere relatie die in de loop der tijd is opgebouwd tussen producten en het gebied waar zij vandaan komen. Zij zijn nauw verbonden met traditie en de smaakontwikkeling. Daarom moeten zij worden beschermd. Ik ben dan ook blij dat wij gekant zijn tegen de samensmelting van de twee concepten "BOB" (beschermde oorsprongsbenaming) en "BGA" (beschermde geografische aanduiding) zoals de Europese Commissie heeft voorgesteld. Een vereenvoudiging van de normen kan op het eerste gezicht wenselijk lijken omdat de bureaucratische lasten daarmee worden verlicht, maar zij mag niet uitmonden in een verlaging van de normen die onze Europese producenten zich dapper hebben opgelegd. Tot slot mogen we niet vergeten dat er nog werk aan de winkel is voor de versterking van de internationale bescherming van geografische aanduidingen (onder meer via de Wereldhandelsorganisatie).

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik heb uiteindelijk voor de ontwerpresolutie gestemd, hoofdzakelijk omdat onze amendementen 3 (over verzet tegen standaardisatieregels voor fruit en groenten) en 5 (over de verplichte vermelding van de plaats van oorsprong op etiketten) zijn aangenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Simpson (S&D), schriftelijk. − (EN) Wij zijn weliswaar blij te zien dat het gezond verstand het heeft gewonnen op het punt van misvormd fruit en misvormde groenten, maar de Europese afgevaardigden van de Britse Labourpartij hadden toch nog enkele zorgen over het verslag-Scottà en hebben er daarom tegen gestemd. Wij zijn tegen elke poging om een Europees kwaliteitslogo in te voeren dat alleen beschikbaar is voor Europese producten, omdat dit boeren uit derde landen discrimineert en niet in overeenstemming is met onze ontwikkelingsdoelstellingen. De Labourleden van de S&D-Fractie zijn voor een Europees organisch etiket, maar de Commissie is al op de hoogte van de steun van het Parlement daarvoor, en andere delen van het verslag zijn van voldoende belang om tegen het hele verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alf Svensson (PPE), schriftelijk. − (SV) De EU moet een sterke consumentenbescherming hebben. De consument heeft recht op correcte en duidelijke informatie over de inhoud en oorsprong van producten, en in verband met het al dan niet genetisch gemodificeerd zijn. Duidelijke gemeenschappelijke regels vormen de voorwaarden voor een markt die binnen de EU op voet van gelijkheid werkt. Wanneer de markt naar behoren werkt, kunnen geïnformeerde consumenten door hun keuzen de drijvende kracht zijn achter een ontwikkeling naar een nog betere levensmiddelenkwaliteit. Ik heb echter tegen het verslag "kwaliteitsbeleid ten aanzien van landbouwproducten: welke strategie?" (2009/2105(INI)) gestemd. De belangrijkste reden hiervoor is dat het verslag indruist tegen het subsidiariteitsbeginsel. Het is bijvoorbeeld niet de taak van de EU om een "gegevensbank met oude recepten en historische bereidingswijzen van levensmiddelen" op te richten. In het verslag ligt volgens mij een te grote klemtoon op beschermde geografische aanduidingen. Wanneer zo sterk wordt beklemtoond dat de producten in de EU moeten zijn geproduceerd, bestaat bovendien het risico dat er handelsbarrières worden opgeworpen ten aanzien van landen buiten de EU. Oorsprongsaanduiding is belangrijk, maar op zich is de oorsprong niet per se een garantie voor de goede kwaliteit van het product.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) Het doel van een voldoende hoeveelheid veilige en kwalitatief goede voedingsmiddelen strookt met een menselijke behoefte en is een eis van de werknemers. Dit doel kan niet worden bereikt in het kader van het kapitalistische systeem voor de productie van en handel in landbouwproducten. Het verslag brengt de aanpak van de EU tot uiting, op grond waarvan voedingsmiddelen handelswaar zijn die geproduceerd worden om de winst van de levensmiddelenindustrie te verhogen en niet om te voorzien in de voedingsbehoeften van het volk. Op een moment waarop een miljard mensen honger lijdt en grote volksgroepen in de kapitalistische landen door armoede worden getroffen, gebruikt de EU de kwaliteit van levensmiddelen als voorwendsel om de productie te beperken, de grond in handen te geven van grote kapitalistische ondernemingen en kleine en arme boeren van hun grond en uit de landbouwsector te verdrijven. De voedselschandalen die zich de afgelopen jaren hebben vermenigvuldigd, omdat de EU en de WTO steeds meer kapitalistische productieomstandigheden opleggen, kunnen nooit effectief worden aangepakt met administratieve controlemaatregelen. Evenmin is coëxistentie van GGO´s en conventionele en biologische levensmiddelen mogelijk. Aan de hedendaagse volksbehoeften kan alleen worden voldaan met voedselsoevereiniteit en -zekerheid, met het produceren van veilige, gezonde en goedkope levensmiddelen, met ondersteuning van arme boeren en met de oprichting van producentencoöperaties in het kader van de volksmacht en de volkseconomie.

 
  
  

- Verslag-Guerrero Salom (A7-0034/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Bij de stemming over het verslag inzake de gevolgen van de mondiale financiële en economische crisis voor de ontwikkelingslanden en de ontwikkelingssamenwerking heb ik voor het amendement op paragraaf 31 gestemd, waarin wordt gepleit voor de invoering van een internationale belasting op financiële transacties. Ik ben er namelijk vast van overtuigd dat met een belasting, hoe laag ook, op dergelijke transacties, waarmee gigantische bedragen zijn gemoeid, aanzienlijke inkomsten kunnen worden gegenereerd. Zo zouden we meer middelen kunnen besteden aan de bestrijding van de problemen op aarde en kunnen beschikken over de broodnodige financiering voor verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen. Dit is niet zozeer een kwestie van rechtvaardigheid, maar van gezond verstand.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik sta helemaal achter dit verslag. De mondiale financiële en economische crisis heeft tot grote verstoringen in de ontwikkelde economieën geleid, maar heeft nog grotere effecten gehad op de opkomende landen en ontwikkelingslanden. De verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling loopt nu gevaar, want de vooruitgang die in het laatste decennium in deze landen is geboekt, is tot staan gebracht. Financiële hulp alleen kan niet zorgen voor economische vooruitgang in de ontwikkelingslanden. De Commissie moet daarom aandringen op hervorming van de internationale ontwikkelingssamenwerking. Ik ben voorts van mening dat de bijstand aan ontwikkelingslanden voortdurend moet worden aangepast aan de omstandigheden in deze landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat we de ontwikkelingslanden moeten helpen, in het bijzonder in deze moeilijke economische periode. In vele ontwikkelingslanden en bovenal in de minst ontwikkelde landen is er een daling van het inkomen uit de export en verloopt de groei en ontwikkeling van zuidelijke regio’s nu trager. Het is bijzonder belangrijk om het eens te worden over economische partnerschappen om de verenigbaarheid van het EU-beleid met ontwikkeling te versterken en met onder andere het bevorderen van passende arbeid, het scheppen van welvaart en banen en om ervoor te zorgen dat de handelstoezeggingen op een fatsoenlijke manier ten uitvoer worden gebracht en er een geschikte overgangsperiode voor deze toezeggingen wordt ingesteld. Ontwikkelingslanden hebben hulp nodig om de armoede en hun geïsoleerde positie te verminderen, maatregelen die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling en maatregelen die van essentieel belang zijn om uit de crisis te komen. De Europese Unie moet het voortouw nemen bij de uitvoering van deze acties en besluitvaardig optreden en alle EU-instellingen moeten zich daartoe meer inspannen. We kunnen niet toestaan dat de crisis de vooruitgang die deze landen de afgelopen tien jaar hebben geboekt op het gebied van een stabiele economische groei tot stilstand brengt en daarom ben ik van mening dat het bieden van meer steun voor ontwikkeling essentieel is.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrew Henry William Brons (NI), schriftelijk. − (EN) Wij hebben tegen deze ontwerpresolutie gestemd, omdat zij de bedoeling heeft om Europese landen verantwoordelijk te maken voor de benarde situatie van de onderontwikkelde derde wereld, in plaats van de verantwoordelijkheid bij deze landen zelf te leggen. De ontwerpresolutie keek bovendien met plezier uit naar de instelling van verschillende vormen van politiek en economisch wereldbestuur.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. − (PT) Ik stem voor het onderhavige verslag, waarin belangrijke vraagstukken aan de orde komen ten aanzien van duurzame ontwikkeling en de verdere integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie.

De ontwikkelingslanden worden het hardst getroffen door de opwarming van de aarde. Daarom dienen alle maatregelen ter bestrijding van de klimaatverandering gesteund te worden, onder andere in de vorm van de overdracht van geschikte technologieën. Ook is het belangrijk dat er een akkoord bereikt wordt om binnen het kader van het Europese emissiehandelssysteem af te spreken om ten minste 25 procent van de inkomsten uit de veiling van CO2-emissierechten te besteden aan de ondersteuning van ontwikkelingslanden.

Vraagstukken als duurzame ontwikkeling en groene groei dienen strategische prioriteiten van de EU te zijn. Ik dring erop aan dat er aan ontwikkelingslanden extra middelen ter beschikking worden gesteld, die duurzaam zijn op de middellange en lange termijn, en die afkomstig zijn uit de private sector, de koolstofmarkt en de overheidssector van de geïndustrialiseerde landen en van de ontwikkelingslanden met een verder ontwikkelde economie.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) De economische en financiële crisis die ons teistert heeft desastreuze gevolgen voor ontwikkelingslanden, die al geplaagd werden door een aantal opeenvolgende crises (op het gebied van voedsel, energie, klimaat en financiën). Die landen, die deze crisis niet veroorzaakt hebben, maar er wel het hardst door getroffen worden, hebben dringend hulp nodig. De Europese Unie en de geïndustrialiseerde landen moeten snel, daadkrachtig en doeltreffend optreden.

Naar mijn mening is het van groot belang dat de lidstaten hun verplichtingen inzake officiële ontwikkelingshulp (ODA) aan ontwikkelingslanden volledig nakomen en hun inspanningen opvoeren om de millenniumdoelstellingen te realiseren. Tegelijkertijd moeten de Commissie en de Raad de hervorming van de internationale ontwikkelingssamenwerking doorzetten, aangezien tekortkomingen op dit vlak een van de belangrijkste ondermijnende factoren vormen voor de doeltreffendheid van de ontwikkelingshulp. Ook ben ik ingenomen met de verbeterde kredietfaciliteiten die de internationale financiële instellingen lage-inkomenslanden bieden. Toch is dit alles bij elkaar niet voldoende. Ik ondersteun de oproep die in dit verslag gedaan wordt om meer en langdurige ontwikkelingshulp te verlenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Harlem Désir (S&D), schriftelijk.(FR) De ontwikkelingslanden, met name de armste, die in 2007 al zwaar op de proef zijn gesteld door de voedselcrisis, worden vandaag hard getroffen door de economische en maatschappelijke gevolgen van de internationale financiële crisis die in de ontwikkelde landen is ontstaan. Deze laatste neigen er nu toe de ontwikkelingshulp terug te dringen om hun eigen problemen het hoofd te kunnen bieden. En zo betalen ontwikkelingslanden twee keer voor de wanorde van gedereguleerd kapitalisme wereldwijd. Ik heb voor het verslag van de heer Guerrero gestemd, waarin Europa op zijn verantwoordelijkheden wordt gewezen en wordt opgeroepen zich te houden aan de afspraken over ontwikkelingshulp, in het bijzonder de doelstelling om hieraan tegen 2015 0,7 procent van het BNP te besteden. Met de goedkeuring van dit verslag vraagt het Parlement tevens om de invoering van een internationale belasting op financiële transacties voor de financiering van ontwikkeling, toegang tot mondiale collectieve voorzieningen en aanpassing van de arme landen aan de uitdaging van klimaatverandering. Er wordt kwijtschelding van de schulden van de minst ontwikkelde landen voorgestaan. Al deze aanbevelingen zijn van essentieel belang met het oog op herziening van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling in september door de Verenigde Naties. De Europese Unie heeft de morele plicht om deze nieuwe instrumenten van internationale solidariteit onverwijld ten uitvoer te leggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek, Marit Paulsen, Olle Schmidt en Cecilia Wikström (ALDE), schriftelijk. − (SV) Investeringen in ontwikkelingslanden liggen ons, liberalen, na aan het hart. Wij zijn ingenomen met nieuwe manieren om begunstigde landen aan middelen te helpen, maar wij willen duidelijk maken dat wij niet geloven dat een heffing op internationale financiële transacties de oplossing is om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te verwezenlijken of om mondiale onevenwichten te corrigeren. Het is ook belangrijk om erop te wijzen dat zo een heffing alleen ingevoerd kan worden als het een mondiale heffing is. In plaats daarvan willen wij benadrukken hoe belangrijk het is dat de lidstaten van de EU hun huidige verbintenissen met betrekking tot de vastgelegde bijstandpercentages nakomen. Om ontwikkeling en groei te verwezenlijken in de ontwikkelingslanden, moeten we vrijhandel bevorderen en de diverse rechtstreekse en onrechtstreekse handelsbelemmeringen van de EU afschaffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd over de gevolgen van de mondiale financiële en economische crisis voor de ontwikkelingslanden en de ontwikkelingssamenwerking.

Er moet op gewezen worden dat ontwikkelingslanden de huidige internationale crisis niet veroorzaakt hebben, maar er wel onevenredig hard door getroffen worden. De Europese Unie, als grootste donor van ontwikkelingshulp, speelt hierbij een belangrijke rol en dient het voortouw te nemen bij het treffen van maatregelen, op internationaal niveau, die kunnen bijdragen aan het behalen van de millenniumdoelstellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Als we het over de financiële, economische en sociale crisis hebben waar we momenteel mee te maken hebben, hebben we het over een wereldwijde crisis waarin bijzondere aandacht nodig is voor de ontwikkelingslanden, die direct en indirect de gevolgen van deze crisis ondervinden. De reeds bestaande instrumenten voor hulp aan arme landen en aan hun bevolkingen – die kampen met extreme armoede en gebrek – moeten efficiënter en gerichter worden ingezet en niet tot afhankelijkheid leiden, omdat dat een negatieve effect zou hebben op de groei, de inkomens en de werkgelegenheid.

Daarom moet gewaarborgd worden dat de hulpinstrumenten en het beleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking bijdragen aan werkelijke ontwikkeling. In dit verband dient de coördinatie van bilaterale en multilaterale ontwikkelingssamenwerking verbeterd te worden. Er moeten maatregelen ingezet worden in het kader van humanitaire hulp, samenwerking en ontwikkeling. De lidstaten, de Europese Unie en de internationale organisaties spelen daarbij een belangrijke rol. Ik ben echter tegen de invoering van een belastingheffing op internationale financiële transacties ("Tobintaks") als een van de middelen om financiële hulp aan deze landen te kunnen bieden, vanwege de gevolgen die zo'n belasting zou hebben voor de samenleving als geheel.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Het onderhavige verslag behandelt een reeks belangrijke onderwerpen en neemt daarover goede standpunten in, zoals bijvoorbeeld: de opheffing van de belastingparadijzen, de kwijtschelding van de staatsschuld van bepaalde landen, de noodzaak om de inspanningen op het gebied van officiële ontwikkelingshulp op te voeren en de belastingheffing op financiële transacties.

We moeten echter ook wijzen op enkele negatieve en zelfs tegenstrijdige punten in dit verslag. Een daarvan is het pleidooi voor liberalisering van de handel, zoals deze door de EU wordt vormgegeven. Dit geldt met name voor de zogenaamde economische partnerschapsovereenkomsten, die de Unie aan de ACS-landen heeft proberen op te leggen, ondanks het feit dat veel van deze landen zich hiertegen verzet hebben en er kritiek op hebben geleverd, vanwege de negatieve gevolgen daarvan. Daarnaast gaat het verslag niet in op een meer vergaande aanpak van het probleem van de staatsschulden.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) De teksten van dit Parlement grenzen soms aan het absurde, maar ik moet zeggen dat u zichzelf in het geval van het verslag van de heer Guerrero Salom hebt overstegen. Ik zal niet lang stilstaan bij de onacceptabele roep om een mondiale economische en financiële regering, en ook niet bij de fundamentele tegenstrijdigheid die erin bestaat de externe afhankelijkheid van arme landen te betreuren, met tegelijkertijd het advies aan hun adres om zich nog meer open te stellen voor wereldhandel. Ik zal ook niet nader ingaan op de hypocriete veroordeling van, ik citeer: "een opvatting van globalisering die is gericht op volledige deregulering en die elke vorm van overheidstoezicht radicaal afwijst", een opvatting die u zelf had, en eigenlijk nog hebt, en die u hier jarenlang hebt opgelegd. Maar het toppunt staat te lezen in paragraaf 26, waarin u voorstelt het advies van George Soros op te volgen! De man die zijn vermogen enkel en alleen heeft te danken aan speculatie! De man die in samenwerking met andere hedgefondsen inzet op een ineenstorting van de euro, en speculeert op de Griekse schuld om deze ineenstorting in gang te zetten! De man die lak heeft aan de maatschappelijke en economische gevolgen van zijn handelen om de economische wereldorde op te leggen die hij voor ogen heeft! Maar u streeft immers hetzelfde na als hij: een gezamenlijk Euro-Atlantisch blok, een wereldregering en een wereldmunt!

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk.(FR) Ik heb mijn steun uitgesproken voor het verslag van mijn collega Enrique Guerrero Salom om de lidstaten te wijzen op hun verantwoordelijkheden jegens de ontwikkelingslanden in het licht van de mondiale problemen van de economische crisis en klimaatverandering, waarvoor zij niet verantwoordelijk zijn. Europa moet zich sterker inzetten voor de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, namelijk tegen 2015 minstens 0,7 procent van het BNP besteden aan de bestrijding van armoede in ontwikkelingslanden. In het licht van deze doelstelling heb ik ook mijn steun uitgesproken voor de invoering van een belasting op financiële transacties en de bestudering van eventuele opties om de schuld van de armste landen kwijt te schelden. Tot slot blijven de toegang tot seksuele rechten en reproductieve gezondheid een prioriteit voor de socialisten, en in dit verband heb ik me voor dit verslag uitgesproken.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) Deze tekst heeft de verdienste dat er wordt aanbevolen een moratorium in te stellen voor de schuld en de schuld van de armste landen kwijt te schelden. Voorts wordt voedselsoevereiniteit voorgestaan, evenals het nakomen van afspraken met de IAO. Maar dit biedt geen tegenwicht voor het feit dat het verslag strak binnen het kader van de koolstofmarkt en groene groei is opgesteld en erin wordt gepleit voor vrijhandel en vermeerdering van financiële dienstverlening. Met deze tekst wordt groen licht gegeven voor de onverbiddelijke logica van het liberale dogmatisme. Hij is dus schadelijk. Ik stem tegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb om verschillende redenen tegen dit verslag gestemd. Ten eerste vanwege het stemverloop in de plenaire vergadering over amendementen op de paragrafen 7, 31 en 34, die voor mij van essentieel belang zijn. Daarnaast vanwege het besluit over de zogenaamde seksuele en reproductieve gezondheid. En tot slot vanwege de beweging in de richting van toekomstige Europese belastingheffingen, waar ik fel op tegen ben, zoals ik al meerdere malen heb aangegeven, vooral tijdens mijn verkiezingscampagne voor het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De ergste financiële en economische crisis sinds de jaren dertig van de vorige eeuw heeft Europa zwaar getroffen. De ontwikkelingslanden hebben echter eveneens ernstig te lijden onder de gevolgen daarvan en zij kunnen er nog wel het minste aan doen. Onverantwoorde speculaties, de zucht naar snelle winsten die absoluut niets met de reële economie in de Angelsaksische landen te maken hebben en een financieel systeem dat uit zijn voegen springt, hebben de wereld aan de rand van de financiële afgrond gebracht. Een andere oorzaak van de crisis is een globaliseringsconcept waarin een volledige deregulering de hoogste prioriteit heeft. In Europa steken de lidstaten zich steeds verder in de schulden om de economie weer aan te zwengelen, maar de ontwikkelingslanden zijn hier vaak niet eens toe in staat vanwege hun zwakke financiële situatie. Deze landen moeten daarom de mogelijkheid krijgen om hun eigen nationale economieën beter te beschermen tegen geïmporteerde goederen die tegen dumpprijzen worden verkocht en de lokale markten kapotmaken en de bestaansvoorwaarden van de mensen vernietigen. Wij moeten de ontwikkelingslanden de mogelijkheid bieden om op eigen kracht uit de crisis op te krabbelen. Traditionele ontwikkelingshulp is haar doel grotendeels voorbijgeschoten. Tot slot moeten we het probleem bij de wortel aanpakken en een strikte regulering van de financiële markten introduceren, speculatieve praktijken verbieden en snel een heffing op financiële transacties invoeren. Het probleem zal beslist nooit worden opgelost door een soort 'wereldregering' zoals in het verslag wordt voorgesteld, die zowel bevolking als landen verder van hun macht berooft.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. (PL) In het verslag van de Commissie ontwikkelingssamenwerking over de gevolgen van de mondiale financiële en economische crisis voor de ontwikkelingslanden en de ontwikkelingssamenwerking wordt terecht opgemerkt dat er in de voorbije twee jaar niet maar één crisis, maar een hele reeks aan elkaar verbonden crises heeft plaatsgevonden. De huidige situatie zou moeten leiden tot een toename van de hulp aan ontwikkelingslanden in plaats van een afname.

Het doel moet zijn om in 2010 0,56 procent van het bruto nationaal inkomen te besteden aan ontwikkelingshulp en 0,7 procent tegen 2015. Naast de noodhulp zijn er ook nog andere maatregelen nodig die de manier veranderen waarop de mondiale economie wordt beheerd. Vandaar mijn steun voor de onmiddellijke uitvoering van de beloften die werden gedaan tijdens de G20-top in Pittsburgh om ten minste 5 procent van de IMF-quota-aandelen over te hevelen naar opkomende en ontwikkelende economieën, en ten minste 3 procent van de aandelen met stemrecht van de Wereldbank over te hevelen naar ontwikkelings- en overgangslanden.

Naast deze maatregelen moeten we stappen ondernemen om de fiscale paradijzen te elimineren. Een andere belangrijke oplossing voor het financiële systeem, waarvan de introductie het overwegen waard is, is de zogeheten Tobintaks. Gezien het feit dat het verslag van de commissie alle hierboven genoemde eisen bevat, heb ik besloten om te stemmen voor de aanneming ervan.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik ben blij dat het verslag is aangenomen, al is het met een krappe meerderheid (283 stemmen voor, 278 tegen en 15 onthoudingen), vooral omdat enkele gesplitste stemmingen waar de PPE om had verzocht om het verslag op bepaalde punten af te zwakken – belasting van het bankwezen voor mondiale sociale rechtvaardigheid, belastingheffing op internationale financiële transacties, uitstel van betaling van schulden en kwijtschelding van schulden – niet zijn gelukt. Al deze punten zijn met een ruime meerderheid aangenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alf Svensson (PPE), schriftelijk. − (SV) Op 25 maart stemde ik tegen het verslag over de gevolgen van de financiële crisis voor de ontwikkelingslanden en de ontwikkelingssamenwerking (2009/2150(INI)). Dat deed ik voornamelijk op grond van de formulering in paragraaf 31 over belasting van het bankwezen en een internationale heffing op financiële transacties. De invoering van een zogenaamde Tobin-taks zou het risico met zich meebrengen van ongewenste bijwerkingen die nadelig zouden zijn voor de internationale markt, en dat is nu net de markt waarop arme landen actief moeten zijn om zich onder rechtvaardige voorwaarden economisch te kunnen ontwikkelen. Het is volgens mij niet duidelijk hoe de Tobin-taks zonder mondiale eensgezindheid en steun toekomstige financiële crises zou kunnen helpen voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb gestemd voor de resolutie van het Europees Parlement over de gevolgen van de mondiale financiële en economische crisis voor de ontwikkelingslanden en de ontwikkelingssamenwerking, aangezien deze landen het zwaarst door de economische en financiële crisis zijn getroffen. Wij constateren met grote bezorgdheid dat ontwikkelingslanden naar verwachting worden geconfronteerd met een financieel tekort van meer dan 300 miljard dollar in 2010, en dat oplopende fiscale tekorten in de meest kwetsbare meer dan 11,5 miljard dollar aan kosten op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur en sociale bescherming in gevaar brengen. Bovendien worden de ontwikkelingslanden ook het zwaarst getroffen door de effecten van klimaatverandering. Daarom vragen wij de Commissie en de lidstaten om steun te verlenen aan alle maatregelen tegen klimaatverandering en om in dit verband de overdracht van geschikte technologieën op te voeren richting de ontwikkelingslanden. Ik heb er ook voor gestemd dat de lidstaten en de Commissie bijzondere aandacht besteden aan het bevorderen en beschermen van fatsoenlijke arbeid, en aan maatregelen ter bestrijding van discriminatie op grond van geslacht en kinderarbeid en zich daarbij te houden aan de aanbevelingen van de Wereldarbeidsorganisatie, die een grotere rol moet spelen.

 
  
  

- Verslag-Scicluna (A7-0010/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. (RO) Het eurogebied wordt de afgelopen twee jaar geconfronteerd met een omvangrijke economische crisis. De samenhang van het door de ECB toegepaste beleid en de strikte, onderling samenhangende maatregelen hebben in het eurogebied het effect van de crisis tot een minimum gereduceerd. De uitzondering Griekenland is te wijten aan een aantal systematische fouten, die lang hebben bestaan en verborgen zijn gehouden. Het effect van de economische crisis is in het niet-eurogebied van de Europese Unie substantieel groter geweest. Roemenië is daarvan een voorbeeld. In weerwil van een aantal correcte economische maatregelen is het effect van de crisis groot. Indien er begrotingsdiscipline had bestaan was het effect veel kleiner geweest, en was Roemenië het eerste crisisjaar niet ingegaan met een begrotingstekort van 5,4 procent, terwijl het land het jaar daarvoor nog een ongekende economische groei heeft gezien. Terwijl de staten in het eurogebied weer enige groei laten zien in de afgelopen zes maanden, zijn in Roemenië nu pas de eerste timide tekenen zichtbaar van economisch herstel. Dat kan echter geen duurzaam herstel zijn zonder drastische bezuinigingen bij de overheid, zodat we niet in de situatie van Griekenland terechtkomen. De sanctiemechanismen tegen lidstaten, in geval van het niet respecteren van de vitale macro-economische indicatoren, moeten zonder uitstel worden toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) Ik heb tegen het ECB-verslag 2008 gestemd. De ECB is in 2008 begonnen met het verstrekken van liquide middelen aan de handelsbanken zonder daarbij echter strikte regels en criteria in acht te nemen met betrekking tot de bestemming van deze extra liquiditeit. Het resultaat hiervan is dat de kredietverstrekking aan het midden- en kleinbedrijf en aan consumenten is afgenomen en de verwachte rentevermindering voor consumentenleningen is uitgebleven. Daarnaast heeft de ECB weer eens aangetoond niet in staat te zijn het spottende gedrag van de handelsbanken een halt toe te roepen. Deze lenen immers van de ECB tegen 1 procent en verstrekken de landen leningen tegen veel hogere rentevoeten. Men moet erkennen dat de keuze voor onafhankelijke centrale banken ongelukkig was, vanuit het oogpunt van zowel de democratische en politieke controle als de economische effectiviteit. Het doel voor de komende tijd mag niet alleen een strenge regeling van de financiële sector zijn. Ook de omvang en de betekenis van de financiële sector gemeten aan de reële economie moet worden beperkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De manier waarop de Europese Centrale Bank maatregelen heeft voorgesteld tegen de huidige economische, financiële en sociale crisis heeft een belangrijke rol gespeeld, in het bijzonder als het gaat om de maatregelen ter ondersteuning van de liquiditeit van de lidstaten, en maatregelen die de lidstaten in staat stellen kredieten te verlenen aan ondernemingen en de rente te verlagen.

Ik ben echter van mening dat bij de exitstrategieën de werkelijke stabiliteit van de financiële markten moet worden meegenomen, omdat anders de gevolgen die we nu ervaren en die door deze maatregelen enigszins verzacht worden, zich des te heviger zullen doen voelen. Daarnaast vind ik dat we erover moeten nadenken hoe het stabiliteits- en groeipact zodanig kan worden aangepast dat het flexibeler kan worden ingezet en beter afgestemd is op uitzonderlijke situaties zoals de huidige.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Zoals we weten zijn de besluiten van de ECB mede verantwoordelijk voor de crisis waarmee we momenteel te maken hebben. Het is interessant om te zien dat dit verslag enige punten van kritiek bevat op de handelwijze van de ECB. Dit begint al met de constatering in het verslag dat de economische projecties van de ECB, evenals van het IMF en andere internationale instellingen, de ernst van de economische achteruitgang in 2008 niet hadden voorzien. Vervolgens wordt er opgemerkt "dat de ECB de rentetarieven minder radicaal heeft verlaagd dan andere centrale banken, waaronder de US Federal Reserve en de Bank of England in het VK, en dan economische waarnemers op dat moment hadden verwacht".

Desondanks verdedigt het verslag de ECB en haar richtsnoeren, waardoor het verslag vol tegenstrijdigheden zit. Daarom hebben wij tegengestemd. Het verslag geeft echter ook aanleiding tot reflectie, in het bijzonder over de passage "uiting [geeft] aan zijn teleurstelling over het feit dat de extra liquiditeitsinjectie door de ECB er onvoldoende toe heeft bijgedragen de kredietschaarste voor de industrie, en met name het midden- en kleinbedrijf, te verlichten, maar door een aantal banken veeleer is gebruikt om hun marges te verbeteren en verliezen te dekken".

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Goedkeuring geven aan de Europese Centrale Bank voor haar werkzaamheden in 2008 is een verplicht nummer waaraan ik mij weiger te verbinden. De Bank heeft een ernstige crisis niet zien aankomen en zij heeft ook niet echt geschitterd met betrekking tot haar reglement, dat verre van voltooid is. Ik denk niet dat er lessen zijn getrokken uit deze crisis: men heeft nog steeds vertrouwen in het handjevol Angelsaksische kredietbeoordelingsbureaus die vandaag niet beter in staat zijn de lidstaten te beoordelen dan gisteren bij het beoordelen van banken en giftige financiële producten. Men blijft pogingen ondernemen om de geheel irrationele markten "gerust te stellen" die de kwaadwillende speculaties tegen een lidstaat versterken, terwijl een eind dient te worden gemaakt aan speculatie door de monetaristische rechtzinnigheid te laten varen. Er wordt snel teruggegrepen naar hetzelfde beleid waarmee de crisis is aangezwengeld, in naam van de "houdbaarheid van de overheidsfinanciën", maar ten nadele van een eventueel herstel, en de koopkracht van huishoudens. En er wordt vooral niets concreets ondernomen om het systeem te veranderen! Wetgeving die u voorwendt dringend te achten om de opinie op het verkeerde been te zetten, wordt uitgesteld tot na de delicate verkiezingsdata voor de heer Brown en mevrouw Merkel. Ten onrechte: hun eventuele vervangers zouden namelijk net zo "wereldcompatibel" zijn als zij!

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. − (EN) Er valt over dit verslag niet veel te zeggen dat niet voor zich spreekt. Het is duidelijk meer dan ooit nodig dat financiële instellingen stilstaan en hun aanpak opnieuw beoordelen. In de afgelopen twee weken zijn twee voormalige hooggeplaatste functionarissen van de grootste bank van Ierland bij politie-invallen gearresteerd. Dit is een krachtige uitdrukking van de behoefte aan verantwoordelijk en moreel financieel beheer. Er is slechts één ding dat ik wil opmerken, en dat is de grotere behoefte aan transparantie bij onze financiële instellingen, of het nu op regionaal, nationaal of EU-niveau is. Dit verslag verzoekt om grotere transparantie, en ik weet zeker dat de meerderheid van de Europese afgevaardigden dit zal steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Arlene McCarthy (S&D), schriftelijk. − (EN) Mijn Labourcollega's en ik staan helemaal achter het werk van de rapporteur, Edward Scicluna. Ik vestig met name de aandacht op de nadruk die zijn verslag legt op het belang van economische groei als de beste manier om buitensporige tekorten tegen te gaan. Dit is een duidelijk antwoord aan degenen die pleiten voor een overmatige gerichtheid op kortetermijnbezuinigingen op de uitgaven, die de groei op langere termijn zelfs in gevaar zouden kunnen brengen. De tekorten moeten gestaag omlaag worden gebracht in de loop van de komende jaren, wanneer de economie zich herstelt van de gevolgen van de financiële crisis, maar uit de crisis groeien is de enige effectieve optie om de fiscale houdbaarheid op lange termijn te waarborgen en de burgers te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) Ik stem tegen dit verslag, want het is een blind pleidooi voor de neoliberale logica die ten grondslag ligt aan de economische, sociale en ecologische crisis waarvan wij allen de gevolgen ondervinden. De voorgestelde tekst is niet alleen opzettelijk dogmatisch, maar ademt ook minachting van volkeren uit, met name van het Griekse volk. Hoe kan het Parlement zijn fiat geven voor een tekst die zo beschamend is dat de deelname van de Grieken aan de eurozone in twijfel wordt getrokken in het licht van het begrotingstekort, dat juist is ontstaan als gevolg van beleid dat door dit Parlement wordt gesteund? Het moge duidelijk zijn: met dit Europa hebben de volkeren er nog een vijand bij.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De ernstige economische crisis die momenteel de hele wereld in zijn greep heeft, is binnen de EU zeer sterk voelbaar. De reactie van de ECB op de crisis was doeltreffend, hoewel de ECB zich soms schuldig gemaakt heeft aan een te late of niet voldoende daadkrachtige reactie, in het bijzonder als het gaat om het beleid ten aanzien van de verlaging van de rente, die in het Verenigd Koninkrijk en door de Amerikaanse Federal Reserve radicaler en doeltreffender is aangepakt.

We moeten van die fouten leren, zodat deze in de toekomst niet herhaald worden. Er zij op gewezen dat de ECB sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon een EU-instelling is. Daardoor heeft dit Parlement een grotere verantwoordelijkheid gekregen, omdat het Parlement nu de instelling is die de ECB ter verantwoording kan roepen ten overstaan van de Europese burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. – (ES) Net zoals de grote meerderheid in dit Parlement heb ik voor dit verslag gestemd. Het gaat niet om een omstreden kwestie, en in de plenaire vergadering zijn er geen amendementen ingediend die iets zouden kunnen afdoen aan de essentie van het besluit.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE), schriftelijk. – (PL) In het jaarverslag 2008 van de ECB worden de oorzaken en omstandigheden van de crisis goed weerspiegeld. Het jaar 2008, dat de acute fase inluidde van de grootste economische crisis die we in decennia gezien hebben, is bepalend geweest voor de richting waarin de wereldeconomie en de Europese economie zich hebben ontwikkeld.

De laatste twee jaren waren voor de Europese Centrale Bank ongetwijfeld de moeilijkste in heel haar geschiedenis. De Bank moest het hoofd bieden aan een crisis die de Europese economie zware klappen had toegebracht. Groeiende tekorten in de lidstaten, in combinatie met een toenemende schuld waren de belangrijkste macro-economische gevolgen van de crisis. Volgens het Verdrag is de ECB is belangrijkste verantwoordelijke voor "de prijsstabiliteit", met andere woorden, voor een lage inflatie. Maar heeft de Bank haar taak wel vervuld? Dat is moeilijk te zeggen. Het is waar dat het huidige inflatieniveau onder het plafond ligt dat is vastgelegd door de ECB, maar we moeten opmerken dat de inflatie in de eurozone tijdens de eerste maanden van de crisis het hoogste punt ooit heeft bereikt, om vervolgens plots scherp te dalen.

Ik denk echter dat deze instabiliteit kan worden verklaard door het feit dat de crisis als een verrassing kwam. Sinds oktober 2008, kan het monetaire beleid van de ECB omschreven worden als actief en flexibel. De ECB heeft tijdens de crisis blijk gegeven van een andere strategie dan de andere vooraanstaande centrale banken van de wereld. Het is momenteel nog steeds onzeker afwachten wat de resultaten van deze activiteiten zullen zijn. Europa klimt uit het dal van de crisis, maar de situatie is nog onzeker. Is de ECB voorbereid op de mogelijkheid dat er nog een crisis volgt, zoals sommige economen voorspellen?

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik verwelkom dit verslag van mijn collega Edward Scicluna, die een doordachte zienswijze heeft gepresenteerd en echt veel werk heeft verzet om de resolutie in één stemming af te handelen. In dit verband moeten er zeker veel compromissen zijn gesloten, en dit dreigt de verschillen te verhullen die er ook zijn. Ik maak me met name zorgen dat, in een tijd waarin er vragen worden gesteld over de rol van de Federal Reserve van de VS, vergelijkbare onderzoekende vragen ontbreken in ons debat over de ECB. Van bijzonder belang is de relevantie van microtoezicht en de vraag of de ECB vanwege zijn rol in de recente crisis wel zonder meer geschikt is om zo direct bij deze inspanning betrokken te zijn, of dat de bank een groot risico van reputatieschade met zich meebrengt.

 
Laatst bijgewerkt op: 9 juni 2010Juridische mededeling