Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2070(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0096/2010

Debatten :

PV 21/04/2010 - 3
CRE 21/04/2010 - 3

Stemmingen :

PV 19/05/2010 - 6.6
CRE 19/05/2010 - 6.6
Stemverklaringen
PV 16/06/2010 - 8.8
CRE 16/06/2010 - 8.8
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0180
P7_TA(2010)0219

Debatten
Woensdag 21 april 2010 - Straatsburg Uitgave PB

3. Kwijting 2008 (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008, afdeling III – Commissie en uitvoerende agentschappen [SEC(2009)1089 - C7-0172/2009- 2009/2068(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Bogusław Liberadzki (A7-0099/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het zevende, achtste, negende en tiende Europees Ontwikkelingsfonds voor het begrotingsjaar 2008 [COM(2009)0397 - C7-0171/2009- 2009/2077(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Inés Ayala Sender (A7-0063/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008, afdeling I – Europees Parlement [SEC(2009)1089 - C7-0173/2009- 2009/2069(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Bart Staes (A7-0095/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008, afdeling II – Raad [SEC(2009)1089 - C7-0174/2009- 2009/2070(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Ryszard Czarnecki (A7-0096/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008, afdeling IV – Hof van Justitie [SEC(2009)1089 - C7-0175/2009- 2009/2071(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Ryszard Czarnecki (A7-0079/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008, afdeling V - Rekenkamer [SEC(2009)1089 - C7-0176/2009- 2009/2072(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Ryszard Czarnecki (A7-0097/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité [SEC(2009)1089 - C7-0177/2009- 2009/2073(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Ryszard Czarnecki (A7-0080/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008, afdeling VII – Comité van de Regio's [SEC(2009)1089 - C7-0178/2009- 2009/2074(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Ryszard Czarnecki (A7-0082/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008, afdeling VIII – Europese Ombudsman [SEC(2009)1089 - C7-0179/2009- 2009/2075(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Ryszard Czarnecki (A7-0070/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008, afdeling IX – Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming [SEC(2009)1089 - C7-0180/2009- 2009/2076(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Ryszard Czarnecki (A7-0098/2010),

- Verslag over de kwijting 2008: prestaties, financieel beheer en controle van de agentschappen - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0074/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0188/2009- 2009/2117(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0071/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0181/2009- 2009/2110(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0091/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Politieacademie voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0198/2009- 2009/2127(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0075/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Communautair Bureau voor visserijcontrole voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0201/2009- 2009/2130(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0105/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Bureau voor wederopbouw voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0183/2009- 2009/2112(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0072/2010),

- Verslag over de kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0193/2009- 2009/2122(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0068/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor ziektepreventie en bestrijding voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0195/2009- 2009/2124(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0104/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor chemische stoffen voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0202/2009- 2009/2131(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0089/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0186/2009- 2009/2115(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0092/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0194/2009- 2009/2123(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0086/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0185/2009- 2009/2114(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0067/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Geneesmiddelenbureau voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0189/2009- 2009/2118(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0078/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0192/2009- 2009/2121(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0081/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0196/2009- 2009/2125(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0087/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Spoorwegbureau voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0197/2009- 2009/2126(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0084/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0191/2009- 2009/2120(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0083/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0187/2009- 2009/2116(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0069/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Voorzieningsagentschap van Euratom voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0203/2009- 2009/2132(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0076/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0182/2009- 2009/2111(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0088/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0190/2009- 2009/2119(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0093/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0184/2009- 2009/2113(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0090/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (Frontex) voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0199/2009- 2009/2128(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0085/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Toezichtautoriteit voor het Europees GNSS voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0200/2009- 2009/2129(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0073/2010),

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0261/2009- 2009/2187(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0094/2010), en

- Verslag over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming SESAR voor het begrotingsjaar 2008 [SEC(2009)1089 - C7-0262/2009- 2009/2188(DEC)] - Commissie begrotingscontrole. Rapporteur: Véronique Mathieu (A7-0077/2010).

 
  
MPphoto
 

  Jean-Pierre Audy (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik constateer dat de Rekenkamer niet in ons Parlement aanwezig is. Wij hebben behoefte aan het standpunt van de Rekenkamer om ons een en ander duidelijker te maken. Hebben we een verklaring voor deze afwezigheid? Ik constateer eveneens dat de stoelen van de Raad leeg zijn, terwijl wij het gaan hebben over kwijting aan de Raad, waarbij we een aantal kritische kanttekeningen willen plaatsen. Hebben we ook een verklaring voor de afwezigheid van de Raad?

 
  
 

(De vergadering wordt om 9.10 uur onderbroken en om 9.20 uur hervat)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dames en heren, voor de Raad is het niet noodzakelijk om hier aanwezig te zijn. Zijn vertegenwoordigers zijn niet verplicht om hier te zijn, maar we hadden uiteraard wel de hoogste vertegenwoordigers van de Rekenkamer verwacht. Zij zijn hier niet aanwezig en daar zijn we heel verbaasd over, omdat het vervoer zeker geen probleem kan zijn. Het is niet ver vanuit Luxemburg en ze kunnen gemakkelijk met de auto reizen. Toch moeten we met ons debat beginnen, ook al weten we nog niet waarom ze er niet zijn.

We gaan het debat zonder hen beginnen. We weten dat de stemmingen worden uitgesteld en over twee weken in Brussel zullen worden gehouden. Daar hebben we al een besluit over genomen. Er rest ons dus maar één mogelijkheid: we beginnen met het debat zonder te weten of ze hier het komende halfuur of uur kunnen arriveren.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Pierre Audy (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, hoewel de Rekenkamer niet aanwezig is, om redenen die ons onbekend zijn, wil ik zeggen dat ze uitstekend werk verricht door de Europese instellingen te controleren. Ik maak echter bezwaar tegen de afwezigheid van de Raad omdat we behoefte hebben aan debatten met de Raad, met name over kwijtingen die betrekking hebben op zijn activiteiten. Ik protesteer dan ook tegen de afwezigheid van de Raad vandaag.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dames en heren, we kunnen in ieder geval met het debat beginnen. Wat van belang is, is dat we aan het werk kunnen gaan.

 
  
MPphoto
 

  Edit Herczog (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil erop wijzen dat we niet alleen de Raad een verwijt moeten maken. Ook de secretaris-generaal van het Parlement is niet aanwezig. De kwijting bevat informatie voor de secretaris-generaal over het Parlement, dus we zouden buitengewoon verheugd zijn als ook hij hier vandaag bij ons zou zijn.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Ik weet zeker dat de secretaris-generaal hier aanwezig zal zijn – daar is geen twijfel over.

 
  
MPphoto
 

  Jens Geier, plaatsvervangend rapporteur. (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, goedemorgen. Ook ik vind het lastig om een debat te voeren in afwezigheid van degenen aan wie we kwijting moeten verlenen, met wie we willen spreken over de redenen waarom we kwijting verlenen of de verlening van kwijting uitstellen, of over andere zaken die we verder nog met hen te bespreken hebben.

Een groot aantal van de geachte afgevaardigden in dit Huis ken ik vanuit de commissie. We kennen ook onze wederzijdse standpunten. Dat wij die standpunten vanmorgen nog eens uitwisselen is leuk, maar we schieten er niet veel mee op. Ik stel dan ook voor om in de commissie de mogelijkheid te bespreken om de instellingen waarover we spreken formeel uit te nodigen voor het eerstvolgende kwijtingsdebat en als blijkt dat ze niet aanwezig kunnen zijn, de debatten uit te stellen.

De kwijting aan de Europese instellingen wordt op een moeilijk maar belangrijk moment verleend. De financiële crisis heeft tot gevolg dat alle regeringen hun begrotingen moeten herzien om te waarborgen dat ze aan hun verplichtingen voldoen. In dit eerste jaar van een nieuwe zittingsperiode van het Europees Parlement hebben wij te maken met een nieuw samengestelde Commissie. We buigen ons echter over de kwijting van de begroting van 2008, die nog onder de verantwoordelijkheid van de vorige Commissie viel. Dat opent een veelheid aan nieuwe perspectieven.

Een van die perspectieven is dat de lidstaten zich moeten instellen op een nieuw denken en handelen, omdat het Verdrag van Lissabon immers de lidstaten voor het eerst medeverantwoordelijk maakt voor de uitvoering van de EU-begroting.

Wat de evaluatie van de begroting over 2008 betreft, heeft de rapporteur beoogd ervoor te zorgen dat de Commissie zich volledig concentreert op de verbeteringsmogelijkheden bij de begrotingscontrole en dat de lidstaten daaraan meedoen. De leden van de S&D-Fractie in de Commissie begrotingscontrole streven ernaar dat voortaan elk kwijtingsverslag – op basis van het oordeel van de Europese Rekenkamer – beter is dan het verslag ervoor. Het is daarbij van belang dat de Raad zijn nieuwe sleutelrol, gelet op de betekenis van de lidstaten, op zich neemt.

Evenzeer nuttig zou het zijn als de Rekenkamer zou zoeken naar een oplossing voor de onevenwichtige situatie die voortvloeit uit enerzijds de jaarlijkse verslaggeving en anderzijds de meerjarige aard van veel EU-programma's en de logica van hun uitvoering door de Commissie en de lidstaten.

Als begrotingsautoriteit maken wij ons aanhoudend grote zorgen over een aantal specifieke werkgebieden, met name die werkgebieden waarbinnen de EU haar beleidsprioriteiten ten uitvoer wenst te leggen. Een voorbeeld is de cohesie in de Europese Unie. Die is van essentieel belang en daarom spelen de financiële middelen die aan het structuurbeleid worden toegewezen een zeer belangrijke rol. Wij moeten oorzaken van fouten effectief blijven bestrijden door de regels te vereenvoudigen en ten onrechte toegewezen middelen terug te vorderen. We hebben voor het meten van de resultaten verfijndere instrumenten nodig en verzoeken de Rekenkamer die instrumenten te ontwikkelen om de oorzaken van fouten nauwkeurig in kaart te kunnen brengen.

We weten dat er eindelijk een aanvang is gemaakt met de tenuitvoerlegging van het actieplan voor de structuurfondsen, dat voorziet in terugvordering, en zullen nu moeten afwachten wat de effecten ervan zijn. Met de pretoetredingssteun wordt beoogd fundamentele veranderingsprocessen in de betreffende landen mogelijk te maken. Problemen bij de doelstelling en de uitvoering daarvan moeten worden opgelost. Wij kunnen niet accepteren dat het doel van het toetredingsproces als het ware via de achterdeur wordt getorpedeerd.

Ik verzoek het Parlement derhalve zich afwijzend op te stellen tegenover de pogingen van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) om door middel van amendementen op het kwijtingsverslag het standpunt van het Parlement inzake de toetreding van Turkije, zoals geformuleerd in de resolutie over het periodiek verslag, onderuit te halen. Wij kijken uit naar de aanstelling van een nieuwe directeur-generaal voor het Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), zodat er een einde komt aan de slepende discussie over deze kwestie, en naar de voorstellen van de Commissie voor de hervorming van OLAF om het cruciale werk van dit bureau te verbeteren.

Tot slot het buitenlands beleid. De EU moet laten zien dat zij vastbesloten is om bij te dragen aan de oplossing van problemen in de hele wereld. Maatregelen in dat verband moeten zeer doeltreffend zijn, hoe moeilijk de omstandigheden ook zijn. De komende maanden moeten we met de Commissie om de tafel gaan zitten om te spreken over het huidige beheer van de EU-middelen op dit gebied en de wijze waarop deze middelen in de toekomst door de Europese Dienst voor extern optreden moeten worden beheerd.

Er is echter ook voortgang te noteren. Onze fractie is bijzonder ingenomen met de stappen die de Commissie bijvoorbeeld onderneemt met betrekking tot de jaarlijkse beheersverklaringen van de lidstaten, want daarmee komt de realisering van een oude eis van de S&D-Fractie weer een stap dichterbij. Hetzelfde geldt voor de financiële correcties en terugvorderingen, want ook hier ligt een mogelijkheid om een onaanvaardbaar hoog foutenniveau te verlagen.

Het zijn onder meer deze punten die het ons mogelijk maken om, in weerwil van enige bedenkingen, te verzoeken de Commissie kwijting te verlenen. Ik dank u allen en verheug mij op uw commentaar.

 
  
MPphoto
 

  Inés Ayala Sender, rapporteur.(ES) Mijnheer de Voorzitter, we staan vandaag voor de belangrijke taak om kwijting te verlenen voor de uitvoering van de begroting voor het zevende, achtste en negende Europees Ontwikkelingsfonds en het gedeelte voor het tiende Europees Ontwikkelingsfonds dat overeenkomt met 2008. En dat ook nog eens op een kritiek moment, in een tijd waarin er belangrijke veranderingen plaatsvinden op institutioneel niveau en verschillende rampen van mondiale omvang het toenemende belang van de Europese hulp duidelijk hebben aangetoond. Ook is duidelijk dat die hulp gecoördineerd moet worden, dat die hulp effectief moet zijn en dat die hulp vooral transparant moet zijn, zodat alle Europeanen deze hulp blijven steunen en positief blijven benaderen.

Bovendien is dit een moment van groot institutioneel belang. De tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon en het in het leven roepen van de functie van hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Dienst voor extern optreden bieden ons een dubbele kans. Aan de ene kant kunnen we de tenuitvoerlegging en de doelmatigheid van onze buitenlandse hulp substantieel verbeteren, aan de andere kant zijn er echter ook enkele grote vraagtekens omdat we ons zorgen maken over het risico dat de toenemende doelmatigheid van de Europese ontwikkelingshulp, die we met de nodige moeite samen met de Europese Rekenkamer en de Commissie hebben verwezenlijkt, kan worden ondergraven door verdere reorganisatie, dubbelzinnigheid in de besluitvorming en de keten van verantwoordelijkheden, en vooral door een versnipperd beheer. Daarom hebben we meer zekerheid van de Commissie nodig om dit soort complicaties te voorkomen, en daarom moet zo snel mogelijk duidelijk en concreet worden gemaakt hoe het nieuwe systeem eruit komt te zien en welke gevolgen het heeft voor de ontwikkelingshulp.

In de eerste plaats wil ik met betrekking tot het huidige begrotingsjaar opmerken dat het Europees Ontwikkelingsfonds volledig moet worden geïntegreerd in de begroting – dat is, herhaal ik nog eens, een eis – om de samenhang, de transparantie en de effectiviteit te vergroten en het toezicht te verbeteren. Daarom dringen we erop aan dat de Commissie, samen met het Parlement, aan deze eis vasthoudt met het oog op de volgende financiële vooruitzichten.

Anderzijds is het ook belangrijk om de gezamenlijke programmering te verbeteren met het oog op een betere concentratie, coördinatie en visie. Daarom moeten we het tiende Europees Ontwikkelingsfonds concentreren op een beperkt aantal sectoren.

Het voorkomen van de negatieve effecten van een te grote versnippering is belangrijk, al mogen we de capaciteiten van ngo’s en hun doelmatigheid in het veld niet onderschatten, en doelmatig zijn ze. Het is als het zoeken naar de kwadratuur van de cirkel, maar we hopen daarmee samen met de Commissie vooruitgang te boeken.

Ook doet het ons genoegen dat dit jaar de betrouwbaarheidverklaring positief is, behalve met betrekking tot de berekeningsmethode voor de voorziening voor de kosten van de Commissie. Er zijn ook geen materiële fouten in de onderliggende transacties aangetroffen, maar we zien nog steeds een aanmerkelijk aantal niet-kwantificeerbare fouten – die dus verbetering behoeven – in de vastleggingen en betalingen in het kader van de begrotingssteun.

Ook vinden we het enorm zorgwekkend dat de Europese Rekenkamer opnieuw geen toegang heeft gehad tot belangrijke documenten met betrekking tot betalingen die 6,7 procent van de jaarlijkse uitgaven voor de samenwerking met internationale organisaties vertegenwoordigen. We hebben een definitieve methode en een ad-hockalender nodig om te garanderen dat de informatie en documentatie over deze gezamenlijke financiering niet wordt ondergraven door dit gebrek aan transparantie.

Daarnaast menen we dat de financiële tenuitvoerlegging bevredigend is geweest, omdat het zevende Europees Ontwikkelingsfonds is afgesloten en het saldo is overgeboekt naar het negende. Ook verwelkomen we de snelle tenuitvoerlegging van het tiende Europees Ontwikkelingsfonds met ingang van 1 juli 2008 en we hopen dat de inspanningen van de Commissie zullen uitmonden in de verrekening van de resterende oude en latente betalingen.

Een ander belangrijk punt zijn de middelen. Het baart ons zorgen, ook al is er enige discussie geweest, dat de betrouwbaarheidsverklaring geen betrekking heeft op de middelen van het negende en tiende Europees Ontwikkelingsfonds die worden beheerd door de Europese Investeringsbank (EIB), en menen dat die daarom onderwerp van een periodiek verslag van de EIB zouden moeten zijn.

 
  
MPphoto
 

  Bart Staes, rapporteur. Voorzitter, collega's, ik heb me eens afgevraagd wat kwijting is. Kwijting is een parlementaire en openbare procedure, een openbaar kritisch onderzoek naar het financieel beheer. In mijn geval heb ik die exercitie gedaan voor het Europees Parlement over het jaar 2008. Daardoor krijgen wij als parlementsleden, maar krijgen ook de burgers een beter inzicht, een beter begrip van de bijzondere organisatiewijze, de beheerstructuur en de werkmethodes van het Parlement. Want, collega's, burgers hebben het recht te weten wat er met hun belastinggeld gebeurt. Het gaat over veel geld. Voor het jaar 2008 gaat het om een parlementsbegroting van 1,4 miljard euro. De begroting voor 2011 bedraagt waarschijnlijk 1,7 miljard euro. Dat is bijzonder veel geld.

De procedure is belangrijk en het werk van de Commissie begrotingscontrole is belangrijk, want een kritische Commissie begrotingscontrole zorg voor vooruitgang. Dat is in het verleden wel gebleken. Een kritische opstelling van de Commissie begrotingscontrole heeft ervoor gezorgd bijvoorbeeld dat er een statuut van parlementsleden is gekomen, heeft ervoor gezorgd dat er een statuut van assistenten is gekomen, heeft ervoor gezorgd dat wij op kritische wijze de aankoop van gebouwen hier in Straatsburg hebben onderzocht, heeft ervoor gezorgd dat er een EMAS-procedure tot stand is gekomen waardoor de ecologische impact van ons werk verminderd is.

Positief nieuws, dames en heren, positief nieuws! We zijn erin geslaagd om op drie jaar tijd door onze kritische opstelling het elektriciteitsverbruik met 25 procent te verminderen. We zijn erin geslaagd voor 100 procent gebruik te maken van groene elektriciteit. We zijn erin geslaagd om de CO2-uitstoot met 17 procent te verminderen. We zijn erin geslaagd onze afvalstromen met 50 procent te verminderen, te composteren of te hergebruiken.

Ik heb in mijn verslag, collega's, ook een nieuw begrip ingebracht. Het begrip "schade voor de reputatie van het Parlement", dat inhoudt dat zelfs kleine gevolgen van financiële middelen toch een enorme schade aan de reputatie van dit Parlement kunnen toebrengen. We moeten daar oog voor hebben. Het is zeer goed dat er op 24 februari bij de Administratie een risicobeheerder is aangesteld. Ik nodig die persoon uit om naar de bevoegde commissies te komen en met ons te debatteren over de wijze waarop wij de risico's van malversaties in dit Parlement kunnen verminderen. Een kritische aanpak is essentieel, dat heb ik gezegd. Daarom mijn pleidooi voor transparantie, voor openheid, daarom mijn pleidooi voor het instellen van een systeem van checks and balances, daarom mijn pleidooi voor verantwoordelijkheid en voor een verantwoordingsplicht.

Ik stel voor, mijnheer de Voorzitter, u kwijting te verlenen, want ik heb geen grote fraudes, geen grote malversaties, geen grote schandalen ontdekt, laat dat duidelijk wezen. Maar mijn verslag is kritisch. Met mijn verslag heb ik willen aantonen dat wij ons nog beter kunnen opstellen. Mijn verslag heeft tot doel ervoor te zorgen dat, als wij in 2014 opnieuw naar de verkiezingen trekken, wij gevrijwaard zijn van kleinere of grotere schandalen en dat wij niet geplaagd worden door dat soort onfrisse berichten in de pers.

Ik heb geprobeerd in mijn verslag de secretaris-generaal, de hogere administratie van het Parlement een aantal middelen aan te reiken, zodat zij gevrijwaard worden van bepaalde kritieken. Ik heb een aantal pijnpunten besproken. Zoals het feit dat de secretaris-generaal zijn jaarverslag opstelt op basis van de verklaringen van de directeuren-generaal, waarbij ik heel graag zou hebben dat er een tweede opinie komt. Ik stel voor dat wij het hele moeilijke systeem van openbare aanbestedingen nog beter gaan bekijken, want dat vormt een groot risico-element. Ik stel voor om te zorgen dat voor het vrijwillig pensioenfonds met een actuarieel tekort van 121 miljoen euro geen openbaar belastinggeld wordt gebruikt.

Ten slotte nog iets over de totstandkoming van mijn verslag, collega's. Ik heb geprobeerd goed samen te werken met mijn schaduwrapporteurs. Er zijn zeer constructieve amendementen ingediend. Ik betreur wel dat op een bepaald ogenblik door de PPE-Fractie een kleine vijftigtal amendementen zijn ingediend om belangrijke delen van mijn verslag te schrappen. Ik kan dat alleen maar verklaren door het feit dat er interferentie is geweest tussen bepaalde structuren van dit Parlement en de parlementsleden die dat hebben willen doen. Ik betreur dat, want ik heb bij uitstek als pro-Europees parlementslid, maar ook als kritisch parlementslid in dit kwijtingsverslag een zeer constructieve en zeer positieve aanpak naar voren willen brengen.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki, rapporteur. (PL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Šemeta, we moeten vaststellen dat er bij alle instellingen die ik onder de loep genomen heb – het Hof van Justitie, de Rekenkamer, vandaag niet aanwezig, het Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio’s, de Europese Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming – over het algemeen een duidelijke verbetering zichtbaar is, maar dit betekent niet dat het ideaal bereikt is.

Laten we er geen doekjes om winden dat de financiële situatie van de Raad het minst doorzichtig is. Bovendien laat de samenwerking met de Raad in verband met de kwijting voor de begroting veel te wensen over. De Begrotingscommissie heeft mijn voorstel gesteund om het besluit om aan de secretaris-generaal van de Raad kwijting te verlenen voor de begroting van 2008 uit te stellen. De situatie is analoog met de situatie van vorig jaar. De coördinatoren van de Begrotingscommissie kwamen bijeen met de vertegenwoordigers van de Raad onder het Spaanse voorzitterschap en gingen ervan uit dat de vooruitgang die het vorige jaar in de samenwerking was geboekt als gevolg van de verlengde kwijtingsprocedure, positief beoordeeld moest worden. De antwoorden op mijn vragen en die van de coördinatoren waren dit jaar spijtig genoeg allesbehalve bevredigend en riepen heel wat twijfels op. Daarom heb ik met steun van de coördinatoren van alle politieke fracties besloten om het kwijtingsbesluit uit te stellen. Bepaalde zaken met betrekking tot de financiering van verschillende aspecten van het gemeenschappelijke buitenlands en veiligheidsbeleid, de financiële jaarverslagen en het afsluiten van de aanvullende begrotingsboekhouding zijn nog steeds onduidelijk. Ook de controle van facturen en de publicatie van administratieve besluiten die de rechtsgrond voor begrotingsposten vormen, moeten duidelijk verbeterd worden. Bovendien is het paradoxaal dat veel van de door de Raad voorgelegde gegevens betrekking hadden op de vorige begrotingsperiode.

Bij het Hof van Justitie merken we, net als de Rekenkamer, enkele zwakke punten op in de interne aanbestedingsprocedures. Daarom stemmen we in met de suggestie van de Rekenkamer om de aanbestedingsprocedures bij deze instelling te verbeteren. We zien tot ons genoegen dat de duur van de procedures is afgenomen, maar we constateren aan de andere kant aanhoudende achterstanden. We zien ook tot onze tevredenheid dat er een afdeling voor interne audits is opgericht. Ook het idee om de vooruitgang in vergelijking met de kwijting van vorig jaar in het activiteitenverslag op te nemen, vinden we lovenswaardig. Ik wil verder sterk benadrukken dat wij de permanente onwil van de leden van het Hof om hun vermogensverklaringen te publiceren, betreurenswaardig achten.

Bij de Rekenkamer gaf de externe audit geen aanleiding om te stellen dat de toegekende financiële middelen onjuist worden aangewend. Ik wil opnieuw voorstellen om te overwegen de structuur van de Rekenkamer te rationaliseren, bijvoorbeeld door het aantal leden te beperken en door de Rekenkamer niet te behandelen als een soort politieke vertegenwoordiging.

Bij het Economisch en Sociaal Comité bracht de door de Rekenkamer uitgevoerde audit geen ernstige onregelmatigheden aan het licht. Het verdient aanbeveling om de voorschriften betreffende de financiële voorwaarden voor werknemers bij alle Europese instellingen op dezelfde manier te interpreteren, zodat de werknemers van bepaalde instellingen niet meer privileges krijgen dan anderen. Het is heel goed dat er tussen het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s een akkoord over administratieve samenwerking gesloten is. We moedigen beide instellingen aan om ons te informeren over de vooruitgang bij de harmonisering van hun normen voor interne controles.

We hebben geen belangrijke aanmerkingen op het Comité van de Regio’s en de Europese Ombudsman. We merken wel op dat de Europese Ombudsman het aantal functies sterk heeft uitgebreid. De vraag is of het aantal functies in zo’n tempo verhoogd dient te worden, hoewel er inderdaad meer werk is.

Samenvattend is er enkel een probleem met de Raad. Met de andere zes instellingen zijn er geen problemen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – We moeten ons aan de toegewezen tijd houden.

Ik heb informatie voor u. Wij hebben contact gehad met het hoofd van het kabinet van de president van de Rekenkamer, en we hebben ook gekeken naar onze vorige debatten in het Europees Parlement in 2008 en 2009. De Rekenkamer was niet aanwezig tijdens onze debatten, en de Raad al evenmin. De Rekenkamer en de Raad waren niet aanwezig bij onze debatten.

De heer Caldeira, president van de Rekenkamer, merkte ook op dat het de taak van de Rekenkamer in haar technische hoedanigheid is om de vergadering van de Commissie begrotingscontrole bij te wonen, maar om bij politieke debatten in de plenaire vergadering op de achtergrond te blijven. President Caldeira zal in de loop van de dag contact met mij opnemen en het standpunt van de Rekenkamer ten aanzien van onze debatten toelichten.

We hebben gekeken naar de afgelopen twee jaar en de Rekenkamer was niet aanwezig. Als we dat de volgende keer willen regelen, kan ze misschien volgend jaar aanwezig zijn. De Rekenkamer was uiteraard van onze vergadering op de hoogte, maar was de afgelopen twee jaar niet aanwezig. Ze zal zeker aanwezig zijn in oktober en november, wanneer ze haar verslag presenteert.

 
  
MPphoto
 

  Gerben-Jan Gerbrandy (ALDE). - Voorzitter, ik kan heel goed accepteren dat de Europese Rekenkamer hier niet aanwezig is, maar wat u net heeft gezegd over de afwezigheid van de Raad, ook in de afgelopen jaren, toont alleen maar aan dat het een structureel en geen incidenteel probleem is. Het tekent het gedrag van de Raad ten aanzien van het verantwoordelijk omgaan met Europees geld en eigenlijk maakt uw boodschap de afwezigheid van de Raad alleen maar nog erger. Om die reden en om als Parlement een heel duidelijk signaal naar de Raad te sturen, zou ik willen voorstellen dat wij het debat van vandaag over de kwijting aan de Raad uitstellen en dit onderwerp vandaag niet behandelen.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki, rapporteur. (PL) Mijnheer de Voorzitter, dank u voor uw nauwkeurige voorstelling van de feiten over de voorbije jaren. Ik wil echter met klem benadrukken dat het Verdrag van Lissabon van kracht geworden is en dat het de rol van het Europees Parlement heeft versterkt. Daarom hebben we niet alleen op formele gronden maar ook om praktische en politieke redenen het recht om van de vertegenwoordigers van de Raad te verwachten dat zij, zoals de vorige spreker zei, aanwezig zijn bij dit uiterst belangrijke debat, misschien wel het belangrijkste debat vanuit het oogpunt van de Europese belastingbetalers en de Europese kiezers. De afwezigheid van de Raad is een compleet misverstand en ik ben geneigd het verzoek van de vorige spreker te steunen om het debat betreffende de Raad in deze omstandigheden uit te stellen en te wachten tot de vertegenwoordigers van de Raad aanwezig zijn. Ik wil nogmaals benadrukken wat ik al eerder heb gezegd, namelijk dat de Raad geen bereidheid heeft getoond om constructief met ons, vertegenwoordigers van de Begrotingscommissie en coördinatoren binnen deze commissie, samen te werken. Zijn afwezigheid vandaag lijkt een bewijs te meer voor dit gebrek aan samenwerkingsbereidheid.

 
  
MPphoto
 

  Edit Herczog (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, wanneer we de kwijtingsprocedure doorlopen en erover stemmen, neemt het Parlement de volledige verantwoordelijkheid voor het jaar 2008. Dit is het moment waarop we de verantwoordelijkheid overnemen van de Commissie, de Raad en andere instellingen en op onze schouders nemen. Dat is niet alleen een formaliteit, maar ook een zeer belangrijk moment.

Ik meen echter dat we het erover eens zijn dat we het debat voortzetten en doorgaan. Vergeet niet dat we een objectieve reden hebben, namelijk dat het niet gemakkelijk is om vanuit Spanje hier te komen. Ik weet dit omdat ik uit Azerbeidzjan ben gekomen, via Bakoe en Madrid en vervolgens over de weg. Ik ben me ervan bewust dat het nu niet de juiste dag is om door te gaan over dit onderwerp. In mijn ogen is het voldoende om deze en andere instellingen die bij de kwijting betrokken zijn, te vragen hun belangstelling te tonen en aanwezig te zijn bij de stemming in mei. Dat zou ik willen voorstellen.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Pierre Audy (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, wij zijn er inmiddels aan gewend dat de stoelen van de Raad leeg zijn. Dat is namelijk niet de eerste keer, laten we wel zijn. Ik vind dit eens te meer betreurenswaardig. Wat het debat betreft, ik zou graag zien dat het doorgang vindt.

Ik denk overigens dat, onder voorbehoud van de inschatting door uw administratie, we niet de bevoegdheid hebben om de agenda te wijzigen, aangezien deze op uw gezag is vastgesteld toen u de plenaire vergadering heeft hervat. Ik zou dan ook graag zien dat het debat doorgang vindt, zij het nogmaals met de aantekening dat ik de afwezigheid van de Raad betreur.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Dames en heren, ik zal vandaag contact opnemen met zowel de Rekenkamer als de Raad. Ik zal onze verwachtingen voor de toekomst met betrekking tot de Raad en de Rekenkamer heel uitdrukkelijk kenbaar maken, en ik zal zeggen dat ze bij dergelijke vergaderingen aanwezig horen te zijn. Ik zal hier ook met de heer Zapatero persoonlijk over spreken, omdat hij het roulerend voorzitterschap leidt. Ik zal vandaag een oplossing vinden voor de toekomst.

 
  
 

Het is een wonder! Dames en heren, u had het erover hoe machtig we zijn na het Verdrag van Lissabon. Dit is een fantastische macht. De Raad is over enkele minuten aanwezig! Mijnheer de fungerend voorzitter, bedankt voor uw komst. Ik zal contact opnemen met de president van de Rekenkamer. Het is noodzakelijk dat hij tijdens ons debat aanwezig is, evenals de andere instellingen. Ik zal vandaag met hen allen contact opnemen.

We gaan nu verder en ik wil u ook vragen binnen de toegewezen tijd te blijven.

 
  
MPphoto
 

  Véronique Mathieu, rapporteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, mijnheer de fungerend voorzitter, ik ben erg blij u te zien en ten overstaan van u het woord te voeren. Welkom! Tussen 2000 en 2010 zijn de communautaire bijdragen aan de gedecentraliseerde agentschappen met 610 procent toegenomen, van 95 tot 579 miljoen euro, hoewel de personeelsaantallen van deze agentschappen met ongeveer 271 procent zijn gestegen.

In 2000 hadden de agentschappen 1 219 personen in dienst, momenteel 4 794. In deze cijfers wordt het Europees agentschap voor wederopbouw, dat in 2008 is opgeheven en waarvoor we vandaag, of op een later tijdstip in Brussel, de laatste kwijting in stemming zullen brengen, niet meegeteld.

Deze algemene toename is weliswaar indrukwekkend, maar gedurende de periode 2000-2010 is de Europese Unie met talloze uitdagingen geconfronteerd. Allereerst twee uitbreidingen, in 2004 en 2007, met twaalf nieuwe lidstaten, en andere uitdagingen zoals werkgelegenheid en beroepsopleiding, immigratie, milieu, veiligheid van het luchtvervoer en nog veel meer.

De gedecentraliseerde agentschappen die zijn opgericht om in een specifieke behoefte te voorzien, dragen via de competenties die ze ontwikkelen bij aan de vooruitgang van de Europese Unie in het aangezicht van deze enorme uitdagingen. De lidstaten moeten op deze terreinen nauw samenwerken en de agentschappen vormen een krachtig instrument voor die contacten. Het feit dat de agentschappen in heel Europa worden gevestigd brengt Europa dichter bij de burger en maakt een zekere mate van decentralisering van de EU-werkzaamheden mogelijk.

Door de omvang van de aan de agentschappen toevertrouwde taken en de toename van hun aantal, grootte en begrotingsmiddelen moeten de instellingen hun eigen verantwoordelijkheden als begrotingsautoriteit nemen. De begrotingscontroletaken van het Parlement moeten, evenals die van de dienst Interne audit van de Commissie en van de Rekenkamer, worden versterkt om ervoor te zorgen dat naar behoren op deze agentschappen wordt toegezien. Dat neemt echter niet weg dat deze de geldende regels moeten naleven.

Wat de kwijting over 2008 betreft, wijs ik op de problemen, helaas van terugkerende aard, waarmee talloze agentschappen geconfronteerd worden: tekortschietende procedures voor overheidsopdrachten, onrealistische aanwervingsplannen en een gebrek aan transparantie in de selectieprocedures, het grote aantal overdrachten en geannuleerde kredieten en de onvolkomenheden in de programmering van activiteiten, met een gebrek aan precieze doelstellingen.

Wij merken op dat, ondanks hun inspanningen, sommige van de agentschappen moeite hebben met de toepassing van de financiële en budgettaire regels van de EU, niet in de laatste plaats vanwege hun omvang. De kleinste agentschappen hebben meer moeite om de zware, door EU-wetgeving opgelegde procedures op te volgen. Op dit punt verwacht ik snel conclusies van de interinstitutionele werkgroep om te voorkomen dat dezelfde problemen zich elk jaar herhalen. Deze moeilijkheden brengen het verlenen van kwijting voor het begrotingsjaar 2008 echter niet in gevaar.

De situatie is anders voor de Europese Politieacademie (CEPOL). Hoewel het beheer van CEPOL is verbeterd ten opzichte van 2007, komen uit de uitgevoerde audits flagrante onregelmatigheden naar voren bij de toepassing van de administratieve en financiële regels. Daarom stellen wij voor om de kwijting uit te stellen.

Tot slot wil ik ingaan op de inspanningen van bepaalde agentschappen om hun beheer te verbeteren. Sommige zijn uit zichzelf een stap verder gegaan en hebben regels ingevoerd die prijzenswaardig zijn; ik zal er slechts een paar noemen. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, die overigens uiterst doeltreffend is geweest als coördinerend agentschap, heeft een risicobeoordelingsproces ingevoerd. Het Europees Milieuagentschap heeft een beheercontrolesysteem tot stand gebracht om de voortgang van zijn projecten en het gebruik van zijn middelen onvertraagd te bewaken. De Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden ten slotte heeft een systeem ontwikkeld om na te gaan wat er gebeurt met de informatie die ze verstrekt. Ik moedig de agentschappen vanzelfsprekend aan dit voorbeeld te volgen.

 
  
MPphoto
 

  Algirdas Šemeta, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, staat u mij toe om de Commissie begrotingscontrole en in het bijzonder de rapporteur, de heer Liberadzki, en zijn mederapporteurs te bedanken voor de verslagen die zij hebben opgesteld en voor de aanbeveling om de Commissie kwijting te verlenen voor het begrotingsjaar 2008. Ik wil ook graag mevrouw Ayala Sender bedanken voor haar verslag over de uitvoering van het Europees Ontwikkelingsfonds en mevrouw Mathieu voor haar uitputtende analyse van terugkerende problemen voor agentschappen.

De kwijtingsprocedure voor 2008 is nu bijna afgewikkeld. Het was een intensieve periode maar – en dat is het belangrijkste – het begin van een nieuwe constructieve dialoog tussen onze instellingen. Het verkrijgen van een goedkeuringsverklaring van de Rekenkamer zonder voorbehoud blijft de doelstelling van de gehele Commissie. Ik geloof dat dit duidelijk blijkt uit onze recente inspanningen.

Er wordt al voortgang geboekt door de invoering van vereenvoudigingen en door betere beheer- en controlesystemen in de programmeringsperiode 2007-2013, en de verschillende actieplannen laten geleidelijk een positief effect op de foutenpercentages zien. Er wordt een substantiële sprong voorwaarts mogelijk door een nieuwe generatie programma’s die momenteel in voorbereiding zijn voor de volgende financiële periode; deze programma’s moeten gericht zijn op het beter in evenwicht brengen van gerichte subsidiabiliteitscriteria, controlekosten en de kwaliteit van de uitgaven.

Met mijn collega-commissarissen deel ik echter de wens die in uw kwijtingsresolutie tot uitdrukking wordt gebracht: we willen zo spoedig mogelijk de meetbare versnelde voortgang zien die de laatste jaren is bereikt bij de verbetering van het financieel beheer van de Europese begroting, onder meer met een grotere verantwoordelijkheid en verantwoordingsplicht van de grootste belanghebbenden. Een nauwe en intensieve samenwerking tussen de Commissie en het Europees Parlement is in dit verband bevorderlijk. Maar we weten allemaal dat die niet voldoende is om hier en nu de concrete en duurzame voortgang te bespoedigen. Om te slagen hebben we een nieuw partnerschap nodig met alle belanghebbenden, vooral de actieve betrokkenheid van de lidstaten en de Europese Rekenkamer.

De Commissie wacht niet op de inwerkingtreding van de wijzigingen in het Financieel Reglement voordat zij de overheden van de lidstaten uitnodigt weer volledig hun verantwoordelijkheden te nemen, die bij het Verdrag van Lissabon zijn versterkt, maar loopt vooruit op maatregelen die essentieel zijn voor de verbetering van het financieel beheer.

Ik ben ook van mening dat de Rekenkamer een cruciale rol speelt door het afgeven van een onafhankelijke betrouwbaarheidsverklaring over het financieel beheer van de Commissie. Elke verandering in de verdeling van de betrouwbaarheidsverklaring per begrotingsterrein zou leiden tot verandering van het begrotingsdeel dat met de verschillende kleuren van de begrotingsterreinen samenhangt.

De Commissie zou het zeer toejuichen als de Rekenkamer in de nabije toekomst zou overwegen onderscheid te maken tussen begrotingsterreinen met een verschillend foutenrisico en ons informeert over de feitelijk toegevoegde waarde van de beheer- en controlesystemen die zijn ingevoerd bij de regelgeving 2007-2013. Ik hoop ook dat als de medewetgever heeft ingestemd met een aanvaardbaar foutenrisico, de Rekenkamer dit nieuwe concept in overweging neemt op de wijze die zij aangewezen acht.

Zoals gevraagd zal de Commissie een nieuwe agenda voor de periode vanaf 2010 opstellen en deze aan het Parlement toezenden. De Commissie zal haar uiterste best doen om samen met de andere betrokkenen de verlaging van de foutenpercentages te bespoedigen om ervoor te zorgen dat in 2014 nog eens 20 procent van de begroting een groene classificatie van de Europese Rekenkamer krijgt.

De betrokkenheid van alle belanghebbenden bij het gemeenschappelijke doel om het financieel beheer te verbeteren en de financiële belangen van de Unie te beschermen, zal de kern vormen van deze nieuwe agenda, die ik u de komende maand al zal toezenden. Met uw overwegingen in de resolutie over de kwijting voor 2008 zal terdege rekening worden gehouden. Ik verheug me op een constructief debat.

 
  
MPphoto
 

  Michael Gahler, rapporteur voor advies van de Commissie buitenlandse zaken. (DE) Mijnheer de Voorzitter, in het begrotingsjaar 2008 zijn op de beleidsterreinen die onder de bevoegdheid van de Commissie buitenlandse zaken vallen, betalingen ter hoogte van circa 5 miljard euro verricht. De resultaten geven een aanhoudende onderfinanciering van categorie IV te zien. De Rekenkamer heeft meerdere onnauwkeurigheden vastgesteld en bestempelt de systemen van de Commissie voor het toezicht op en de controle van de externe steun, de ontwikkelingshulp en het pretoetredingsgeld als slechts ten dele effectief. De Commissie wijst erop dat de Rekenkamer er een specifieke, zuiver jaarlijkse benadering op na houdt. De Rekenkamer kan het werk van de Commissie telkens maar voor een deel beoordelen door de meerjarige aard van de meeste programma's en de bijbehorende controlesystemen. Belangrijk vind ik dat de Rekenkamer niet rept over fraude of verduistering.

Het gaat er vooral om dat er op een zorgvuldige, zo doeltreffend mogelijke en nauwgezette wijze met de externe steun van de EU wordt omgegaan. Ook gaat het om gedetailleerde documentatie en rekenschap. Het is immers bijzonder vervelend als projecten niet op tijd worden afgerond of als de resultaten ervan in het ongewisse blijven. Dat ondermijnt het succes van ons buitenlands beleid. Dat de Rekenkamer minder fouten heeft vastgesteld, is een compliment voor de werkzaamheden van de vorige Commissie op het gebied van de externe steun, de ontwikkelingssamenwerking en het uitbreidingsbeleid.

Kennelijk beginnen ook de aanpassingen in het wettelijk kader vruchten af te werpen. Het speciale verslag van de Rekenkamer over de pretoetredingssteun aan Turkije bevat de eerste verwijzingen naar een verbeterde toewijzing van de steun die door het nieuwe pretoetredingsinstrument sinds 2007 mogelijk is gemaakt. Toekomstige verantwoordingsverslagen en controles moeten aantonen met hoeveel verantwoordelijkheidszin en hoe succesvol de begunstigden met de EU-steun omgaan. Het moet mogelijk zijn ons buitenlands beleid flexibel aan te passen om effectief voor onze buitenlandse belangen op te komen.

Wij verzoeken de Commissie derhalve om zorgvuldig te werk te gaan bij de verbetering van het Financieel Reglement, het nieuwe financiële kader en de begrotingshervorming en vooral bij de oprichting van de Europese Dienst voor extern optreden. Alles samen genomen kan ik echter, wat het beleidsterrein van de Commissie buitenlandse zaken betreft, adviseren kwijting te verlenen voor het begrotingsjaar 2008.

 
  
  

VOORZITTER: RAINER WIELAND
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Ingeborg Gräßle, rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, dames en heren, we hebben met elkaar een interessante ochtend beleefd. Het heeft me doen besluiten iets heel anders te gaan zeggen dan ik van plan was, omdat ik vind dat we niet zomaar aan de huidige gang van zaken voorbij kunnen gaan.

Het feit doet zich voor dat de kwijting totaal niet serieus wordt genomen, noch door dit Parlement, noch door de andere instellingen. De enige instelling die de kwijting wel serieus moet nemen is de Commissie, die in het Verdrag expliciet als adressaat is aangemerkt en als de instelling die aan kwijting is onderworpen. Voor geen van de andere instellingen is het vraagstuk van de kwijting in het Verdrag geregeld. Dat is voor ons een probleem. Denkt u zich eens in dat de Europese Dienst voor extern optreden over twee jaar niet aanwezig is als deze dienst een instelling wordt? Dan gebeurt hetzelfde als vandaag, dat wil zeggen dat alle andere instellingen het niet nodig achten om hier te verschijnen en aan te horen wat het Parlement als begrotingswetgever te zeggen heeft. De Raad is dit jaar een lovenswaardige uitzondering, net zoals vorig jaar het Zweedse voorzitterschap.

Indien wat hier gebeurt de basis moet voorstellen van het fundamentele recht van het Parlement dat aan de kwijting ten grondslag ligt, kan ik alleen maar waarschuwen voor de gevolgen als het onderhavige voorstel om de Europese Dienst voor extern optreden in een instelling te veranderen, wordt uitgevoerd. Het zou het einde inluiden van onze invloed, omdat het dan al te gemakkelijk is zich aan die invloed te onttrekken. De enige andere instelling die vertegenwoordigd is, is het Parlement. Ik bedank de Voorzitter van het Parlement van harte dat hij vanochtend is opgekomen voor onze rechten en dat hij met de andere instellingen in bespreking zal gaan.

Wat heeft ons kwijtingsrecht voor zin als wij dat recht niet serieus nemen en de andere instellingen niet dwingen het serieus te nemen? Daarom zullen we zelf heel goed moeten nadenken over hoe het met de kwijtingsprocedure verder moet. Zoals het nu gaat, kan het niet langer.

Ik zal het initiatief nemen en mij tot de Raad wenden. Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is de Raad een instelling geworden, net als de voorzitter van de Raad. Wij verwachten dat deze situatie zo spoedig mogelijk in het begrotingsrecht wordt gelegaliseerd. U moet er zelf voor zorgen dat uw situatie, en ook die van de Raadsvoorzitter, op een begrotingsrechtelijk passende wijze wordt verankerd. Ik doe een klemmend beroep op u om hiervoor zorg te dragen.

 
  
MPphoto
 

  Jutta Haug, rapporteur voor advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het enige dat ik hier wil doen is een groot schandaal onder uw aandacht brengen. Het gaat over het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, het ECDC in Stockholm. De hooggekwalificeerde medewerkers van dat Centrum werken sinds mei 2005 in een situatie waar de honden geen brood van lusten. De Zweedse regering is er nog steeds niet in geslaagd om met het ECDC een zetelovereenkomst te sluiten en dat terwijl zij dit Centrum zo graag wilde hebben, zoals alle lidstaten altijd azen op een agentschap.

De medewerkers van het centrum beschikken nog steeds niet over een identificatienummer, het zogeheten folkbokföring-nummer. Dit is een nummer dat overheden, instellingen en particuliere bedrijven gebruiken ter identificering van hun klanten. Dat betekent voor hen bijvoorbeeld dat hun in Zweden geboren kinderen niet worden ingeschreven, aanbieders van stroom, gas, telecommunicatie en televisie weigeren hun diensten te leveren, verhuurders geen langdurige huurovereenkomsten af willen sluiten en dat er een hoop gedoe is om toegang te krijgen tot artsen en ziekenhuizen. Voor de partners van de medewerkers schijnt het onmogelijk te zijn om in Zweden een zelfstandige onderneming te beginnen en het is voor hen vreselijk moeilijk om een baan te vinden. En zo kan ik nog wel even doorgaan. U moet begrijpen dat de medewerkers van het ECDC in Zweden hierdoor verstoken blijven van grondrechten die in het Europese recht verankerd zijn. Een en ander heeft ertoe geleid dat de hele zaak is terechtgekomen bij onze Commissie verzoekschriften. In ieder geval is de situatie onhoudbaar ....

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Wim van de Camp, rapporteur voor advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming. Mijnheer de Voorzitter, bij het budget van de Commissie interne markt en consumentenbescherming over 2008 is niet meer zo veel op te merken. De bespreking in de commissie en in de verslagen heeft al veel helderheid gebracht. We hebben in 2008 een vrij stevige onderbesteding bij Solvit gezien, maar dat gaat zich in 2009 en 2010 herstellen. Toch wil ik bij de commissaris erop aandringen dat het budget voor Solvit gewoon goed gebruikt wordt. Ik begrijp dat als er een budget is, we dat verantwoord moeten uitgeven, maar ik zie nu toch dat er op dit terrein nog te weinig voorlichting gegeven wordt.

In het verlengde daarvan misschien alvast een opmerking over de dienstenrichtlijn, die in december 2009 werd ingevoerd. In de Europese Unie bestaat gewoon veel behoefte aan voorlichting over deze richtlijn.

Voorzitter, een ander punt betreft de feitelijke douanecontrole door de lidstaten. Niet direct een onderwerp dat we hier moeten bespreken, maar we zien wel dat de lidstaten de import van goederen te weinig controleren en ik doe nogmaals een beroep op de Commissie om met de lidstaten daar verder over na te denken, zodat de import van goederen in ieder geval goed gecontroleerd wordt.

Tot slot, Voorzitter – het is ook al door verschillende van mijn collega's en zelfs door de commissaris opgemerkt – de begrotingsregels zijn op een aantal punten nog steeds erg ingewikkeld en dat betekent ook dat de controlemechanismen die daarbij horen erg ingewikkeld zijn. Ik sluit me dus aan bij alle oproepen tot vereenvoudiging en in ieder geval tot verbetering.

 
  
MPphoto
 

  Inés Ayala Sender, rapporteur voor advies van de Commissie vervoer en toerisme.(ES) Mijnheer de Voorzitter, ik verzoek u om het eerste gedeelte van mijn interventie alleen als punt van orde te behandelen, omdat ik graag voor het einde van dit debat zou willen weten of het Parlement de Europese Rekenkamer en de Raad heeft uitgenodigd om dit debat bij te wonen, en ik zou graag de documenten inzien of ontvangen. Ook zou ik graag willen weten– hoewel mevrouw Gräßle heeft gezegd dat het Zweedse voorzitterschap hier aanwezig was – of de Raad vorig jaar aanwezig was bij het debat over de kwijting.

Dan kunt u wat mij betreft nu de stopwatch indrukken voor mijn interventie over de kwijting voor het beheer op het gebied van vervoer. In de eerste plaats willen we opmerken dat we tevreden zijn over de hoge gebruikspercentages die de commissie heeft vastgesteld met betrekking tot de vastleggings- en betalingskredieten voor de trans-Europese netwerken, die op beide gebieden bijna 100 procent bedragen.

Uiteraard moeten de lidstaten vanuit hun nationale begrotingen voor een adequate financiering zorgen, maar toch wil ik er nog eens aan herinneren dat we in dit Parlement altijd voor meer geld voor de netwerken zijn geweest. We vertrouwen erop dat de herziening van de begroting voor de netwerkprojecten dit jaar, in 2010, de gelegenheid zal bieden om te evalueren of deze uitgaven toereikend en doelmatig zijn geweest. In elk geval is de controle op die uitgaven dat wel geweest.

Het stemt ons eveneens tevreden dat de jaarrekening van het Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnetwerk regelmatig en wettig is, hoewel we ons zorgen maken over de achterstand bij het aanwerven van personeel. Het directoraat-generaal Mobiliteit en vervoer van de Commissie heeft ons echter medegedeeld dat die achterstand zal worden weggewerkt.

Anderzijds verontrust ons het lage gebruikspercentage voor de betalingskredieten voor de veiligheid in het vervoer, het nog lagere gebruikspercentage voor het Marco Polo-programma, dat op de steun van het Parlement kan rekenen, en ook het buitengewoon lage gebruik van de kredieten voor de rechten van passagiers.

Ook maken we ons zorgen, gezien het grote belang van het project, over het onvoldoende gebruik van de betalingskredieten voor Galileo, en we betreuren het totale gebrek aan gegevens over toerisme. We hopen dat dit in het nieuwe institutionele kader zal worden gecorrigeerd.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Pierre Audy (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik sta in dubio of ik het woord zal nemen. Neem me deze punten van orde niet kwalijk. Ik wil allereerst de Raad verwelkomen en de minister bedanken voor zijn aanwezigheid. Voorzitter, ik meen dat het gebruikelijk is de Raad aan het woord te laten nadat de Commissie heeft gesproken. De Raad is voorafgaand aan het politieke debat echter niet aan het woord geweest, ook al heeft hij aan het eind van het debat gesproken. Het is wellicht een goed idee de Raad het woord te geven om te reageren op het standpunt van onze rapporteur, die voorstelt het verlenen van kwijting aan de Raad uit te stellen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – We zullen een afspraak maken met de Raad over de vraag of de Raad het nodig vindt om het woord te voeren.

 
  
MPphoto
 

  László Surján, rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling. – (HU) Kwijting is een rechtshandeling en ik denk dat de Commissie regionale ontwikkeling geen reden heeft om argumenten aan te dragen tegen het verlenen van kwijting. Tegelijkertijd is kwijting ook een politieke evaluatie. Het geeft opheldering over de vragen of we de doelen hebben gehaald die we ons in 2008 hebben gesteld en of we toereikende waarde hebben gekregen voor de uitgaven.

Bij de evaluatie van het cohesiebeleid doen er behoorlijk veel misvattingen de ronde, ook in dit Parlement. Ik wil zeer nadrukkelijk uw aandacht vestigen op het feit dat niet elke fout een geval van fraude is. Erg vaak overwaarderen we de – overigens zeer terechte – kritiek van de Rekenkamer of een ander controleorgaan. Ik wil erop wijzen dat we geen transparante indicatoren hebben. We hebben een uniforme methodologie nodig voor het meten van efficiëntie, effectiviteit en zelfs de absorptiecapaciteit, die van grote betekenis is om te beoordelen hoe we verder moeten gaan met het cohesiebeleid.

In het jaar 2008 kwam slechts 32 procent van de uitgaven uit deze planningscyclus, terwijl de rest van het geld bestedingen zijn uit de cyclus van voor 2006. Daarom is het moeilijk te beoordelen hoe goed het ons is gelukt onze doelen te halen in 2008, in de nieuwe cyclus. Er waren lidstaten waar zelfs deze 32 procent niet werd gehaald. Iedereen is medeverantwoordelijk voor de vertraging in het gebruik van de fondsen. De voorstellen die de Commissie en het Parlement sinds 2008 als reactie op de crisis hebben gedaan in het belang van vereenvoudiging, dienden er voor om verbeteringen aan te brengen. De bal ligt nu bij de lidstaten; daar moet aanzienlijke vooruitgang worden geboekt.

 
  
MPphoto
 

  Edit Bauer, rapporteur voor advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. – (HU) Ik wil u eraan herinneren dat volgens artikel 8 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de bevordering van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen een van de basisbeginselen van de Europese Unie is, een beginsel dat bij elke activiteit van de Europese Unie in ere moet worden gehouden en dat dus ook controleerbaar moet zijn in de kwijtingsprocedure voor de uitvoering van de begroting van de Europese Unie. Een onontbeerlijke voorwaarde hiervoor is dat de beschikbare statistische gegevens over het gebruik van de begroting op de juiste wijze uitgesplitst moeten zijn.

We moeten helaas vaststellen dat ondanks al onze inspanningen tot nu toe nog geen gegevens beschikbaar zijn die het mogelijk maken de begrotinguitgaven per geslacht te volgen. Dit heeft in de eerste plaats betrekking op de terreinen die juist zijn bedoeld om de opheffing van discriminatie te steunen, bijvoorbeeld via het Europees Sociaal Fonds.

Graag noem ik een concreet onderwerp: de vertraging van de oprichting van het Europees Instituut voor Gendergelijkheid. Dit instituut had in 2008 zijn werkzaamheden moeten aanvangen, maar in plaats daarvan kunnen we pas in juni van dit jaar de officiële opening van het instituut verwachten. Dit werpt uiteraard ook diverse problemen op in het begrotingsproces. Gezien het feit dat de tussentijdse evaluatie van verscheidene meerjarige programma’s in 2010 zal plaatsvinden, wil ik de Commissie opnieuw vragen een controle- en evaluatiesysteem uit te werken dat het mogelijk maakt bij de verschillende begrotingsposten de uitvoering van het gelijkheidsbeginsel en het effect van de uitgaven van de begrotingsposten op de vorming van ongerechtvaardigde verschillen na te gaan.

 
  
MPphoto
 

  Gay Mitchell, rapporteur voor advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking. (EN) Mijnheer de Voorzitter, vanuit het oogpunt van ontwikkelingssamenwerking is het belang van de begrotingskwijting dat we de belastingbetalers in heel Europa ervan verzekeren dat het geld in de ontwikkelingslanden efficiënt en effectief wordt besteed, zowel wat betreft de doeltreffendheid van de hulp als wat betreft het behalen van ons doel om 0,7 procent van de begroting bij te dragen aan ontwikkelingshulp. We moeten ons huidige budget voor ontwikkelingshulp effectief gebruiken, dat wil zeggen, niet slechts meer hulp maar betere hulp geven.

We moeten EU-geld gebruiken als zaad waaruit lokale oplossingen ontspruiten. We moeten bijvoorbeeld kijken naar mogelijkheden om mensen in ontwikkelingslanden zeggenschap over hun eigen ontwikkeling te geven, en in het bijzonder naar het bevorderen van grondbezit voor personen, families en gemeenschappen.

Talloze vrouwen sterven ieder jaar in het kraambed. Aids, malaria en tuberculose eisen nog altijd ongeveer 4 miljoen levens per jaar. We hebben bijna 1 miljard ongeletterden in de ontwikkelingslanden. Daarom hebben we ons als Parlement, Commissie en Raad ten doel gesteld om 20 procent van de basisuitgaven te besteden aan onderwijs en gezondheid. Ik wil graag zien of we deze doelen hebben gehaald.

Telkens wanneer ik ontwikkelingslanden bezoek, valt het mij op hoe intelligent en ambitieus de jonge mensen zijn die ik ontmoet. Deze jonge mensen zijn in alle opzichten net zo begaafd als jonge mensen elders. Zij hebben kansen nodig en stimulansen om ondernemend te zijn. Investeren in onderwijs is hiervoor de sleutel. Daarom zijn het Parlement, de Commissie en de Raad deze doelen overeengekomen. We moeten nu met behulp van het controlesysteem zorgen dat we deze doelen halen.

In de enkele seconden die mij ter beschikking staan wil ik tegen het Parlement zeggen dat investeren in grondbezit in ontwikkelingslanden volgens mij een van de manieren is om mensen van hun verschrikkelijke armoede te bevrijden. Ik kan een voorbeeld geven van een land waar dat heeft gewerkt: in mijn eigen land in de achttiende en negentiende eeuw. De oorzaak van de verdeeldheid van Ierland is gelegen in het feit dat aan succesvolle mensen kleine stukken land werden gegeven.

We moeten ermee ophouden alleen aan mensen te denken in termen van hulp, maar daarentegen gaan denken aan mensen die de capaciteit hebben om zaken voor zichzelf te ondernemen als ze daarbij steun krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Ville Itälä, namens de PPE-Fractie. (FI) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik de Raad bedanken en zeggen dat ik het waardeer dat de Raad hier aanwezig is, want het gaat erom of de Raad echt verantwoordelijkheid wil dragen voor het gebruik van het geld van de belastingbetalers en of de Raad het Parlement en de samenwerking respecteert. Het is daarom belangrijk dat de Raad aanwezig is.

Ik zal mij in mijn interventie richten op de kwijting van het Parlement en ik wil rapporteur Staes bedanken voor de uitstekende samenwerking. Ik ben het met zijn zeer goede basisidee eens dat het Parlement alleen goed kan functioneren als de besluitvorming voldoende open en transparant is. Op die manier kunnen wij schandalen voorkomen. Hoe klein de bedragen ook zijn, wij weten dat als er eenmaal fraude aan het licht komt, onze reputatie voor lange tijd is geschaad. Het is uiterst belangrijk dit te voorkomen. Het gaat niet om het geld van het Parlement, maar om geld van de belastingbetaler. Het systeem moet daarom waterdicht zijn, zodat wij er tot het eind toe verantwoordelijkheid voor kunnen dragen.

Het verslag van de heer Staes bevat veel goede beginselen, maar mijn eigen fractie is van mening dat het verslag korter en bondiger moet zijn en daarom hebben wij enkele zaken geschrapt. Bovendien zijn wij van mening dat het verslag concrete zaken moet bevatten die betrekking hebben op de activiteiten van de leden en het Parlement als geheel tijdens het feitelijke wetgevingswerk.

Wij hebben bijvoorbeeld enkele zaken met betrekking tot het gebouwenbeleid toegevoegd, want daarin moet nog veel worden verbeterd. Wij moeten een duidelijke verklaring krijgen voor het feit dat er op dit gebied problemen bestaan die stof bieden voor een langdurig debat. Wij willen weten waarom het bezoekerscentrum al een paar jaar achterloopt op de planning. Wat kan hierbij het probleem zijn? Wij willen antwoorden op deze vragen.

Hier zijn complimenten op hun plaats voor het feit dat het Parlement eindelijk een nieuw Statuut tot stand heeft gebracht voor de leden en de medewerkers. Het Statuut is weliswaar een grote stap vooruit, maar er valt nog veel te veranderen.

Ik kan als voorbeeld geven dat ik volgens het nieuwe Statuut eerst van hier, Straatsburg, naar Finland moet vliegen en pas daarvandaan naar Brussel. Ook al zou ik morgen in Brussel een groep bezoekers krijgen of een verslag moeten voorbereiden, dan zou dat nog geen verschil uitmaken: ik mag niet van hier direct naar Brussel gaan. Als ik dat wel zou doen, dan zou ik geen reiskostenvergoeding of andere vergoedingen krijgen.

Ik begrijp niet waarom ons leven zo moeilijk moet worden gemaakt als wij weten dat de reis van hier naar mijn woonplaats Turku in Finland een dag duurt en de terugreis nog een dag als ik naar Brussel wil gaan om daar te werken. Toen ik vroeg waarom dit zo is geregeld, antwoordde de administratie dat ik via Rome of Athene naar Finland kan reizen. Ik heb in Rome of Athene echter geen kantoor of werk: dat is in Brussel.

Als wij twee vestigingsplaatsen hebben, dan moeten wij in beide plaatsen kunnen werken. Er zijn dus nog steeds zaken die wij op het rechte spoor moeten zetten. Daar zullen wij in het verslag van volgend jaar op terugkomen.

 
  
MPphoto
 

  Edit Herczog, namens de S&D-Fractie. – (HU) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, graag begin ik met een woord van dank. Het uitstekende en grondige werk van de heer Staes en de Europese Rekenkamer heeft het mogelijk gemaakt dat we zorgvuldig verantwoording kunnen afleggen over het financieel beheer van 2008 door het Parlement. Tevens ben ik dank verschuldigd aan mijn collega’s die met hun amendementen hebben bijgedragen aan de verfijning van het verslag.

Over de beoordeling van de feiten waren we het over het algemeen eens; de verschillen kwamen vooral naar voren in de manier waarop de ontdekte fouten zouden kunnen worden gecorrigeerd. Nu we stemmen over kwijting, nemen wij, de gekozen leden van het Parlement, de volledige wettelijke verantwoordelijkheid op ons voor de begroting van 2008. We verklaren aan de Europese burgers dat het Parlement de bestede gelden heeft aangewend voor de gestelde doelen en dit conform de regels heeft gedaan. In deze tijd waarin de crisis een grote last op de schouders van alle burgers legt, moeten we extra zorgvuldig zijn bij het uitgeven van het geld van de belastingbetalers. De verwachtingen die we van onszelf hebben, moeten hoger zijn dan de verwachtingen die we ten opzichte van anderen koesteren, want dit is de sleutel tot onze geloofwaardigheid en integriteit. Aan de andere kant moeten we ons er wel van bewust zijn dat de controle die we zelf uitoefenen op zich niet voldoende is om te garanderen dat we het geld op intelligente wijze en volgens de regels uitgeven. Die situatie kan alleen worden bereikt als we tevens een betrouwbaar, solide systeem van interne controles tot stand brengen. Wij socialisten vinden dat het belangrijkste punt. Daarom wil ik me daarop concentreren.

We moeten groot gewicht toekennen aan de adequate werking van het systeem interne controles bij de instellingen onder ons toezicht, want we zijn ervan overtuigd dat het beter is om problemen te voorkomen dan ze later te moeten oplossen. Een belangrijke garantie voor een goed functionerende interne controle is institutionele onafhankelijkheid. Deze waarborgt de objectiviteit en is in overeenstemming met de betreffende internationale accountancyregels en beste praktijken. De normen op zich garanderen echter geen effectief intern controlesysteem. In 2009 waren er verbeteringen op dit vlak. Er bestaat geen intern controlesysteem – hoe uitgebreid ook – dat geen fouten maakt, aangezien het om mensenwerk gaat, en daarom verlenen we elk jaar kwijting.

Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat we alle amendementen hebben gesteund waarin concrete, haalbare en realistische voorstellen werden gedaan, en dat we alle algemeenheden hebben verworpen die ons standpunt niet verbeteren maar onduidelijker maken. We hebben alle voorstellen verworpen die de onafhankelijkheid van de fracties zouden beperken. We zijn ervan overtuigd dat de onafhankelijkheid en de financiële verantwoordelijkheid van de fracties binnen het Europees Parlement onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement doet haar werk in het volle besef van deze verantwoordelijkheid. Als de andere fracties hun eigen prestaties willen verbeteren, zouden ze dat ook moeten doen. Met deze gedachten verzoek ik u het verslag aan te nemen en het Europees Parlement kwijting te verlenen.

 
  
MPphoto
 

  Gerben-Jan Gerbrandy, namens de ALDE-Fractie. Voorzitter, ik ben een groot liefhebber van de Britse rockband Genesis. De band Genesis heeft een prachtig nummer gemaakt en dat heet Dance on a Vulcano. Aan dat nummer moest ik deze week, die nogal door vulkaanas gedomineerd werd, denken. Niet om naar IJsland te gaan en te gaan dansen. Nee, ik dacht aan dit nummer Dance on a Vulcano in verband met het debat dat wij hier vanmorgen houden over de verantwoording van de uitgaven in 2008, het jaar waarover de Europese Rekenkamer wederom geen goedkeuring kon geven. Daar zie ik de parallel met dansen op een vulkaan. Een vulkaan die niet is gevuld met lava of met as, maar met wantrouwen, want Europa staat om allerlei redenen onder zware druk: druk op de euro, druk tussen communautaire en nationale visies. Dat zet deze spreekwoordelijke vulkaan al voldoende op scherp. Wat we níet kunnen gebruiken, is dat deze vulkaan uitbarst door een slechte financiële verantwoording, door wantrouwen bij de burgers.

Hoe gaan we dat voorkomen? Wat mij betreft kan dat maar op één manier: transparantie. Optimale transparantie bij alle instellingen. Bij de Raad, de lidstaten dus – ik ben blij dat de Raad alsnog aanwezig is – juist omdat deze de grootste bron is van de onregelmatigheden die jaarlijks geconstateerd worden. Ik roep de lidstaten ook op: maak uw uitgaven van Europees geld nu eindelijk eens inzichtelijk door jaarlijks openlijk verantwoording hierover af te leggen. Ik begrijp werkelijk niet waarom dat vanuit de lidstaten continu wordt tegengehouden. Ik ben ervan overtuigd dat, als de lidstaten op dezelfde manier met hun eigen geld zouden omgaan, dit onacceptabel voor de eigen burgers zou zijn.

Maar, eerlijk is eerlijk, grotere transparantie is ook nodig voor ons eigen Parlement. Bart Staes heeft terecht een zeer kritisch verslag opgesteld en na de vele verbeteringen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd, is het nu tijd om de ramen definitief open te gooien en de Europese burgers door openheid te laten zien dat wij verantwoordelijk met hun geld kunnen omgaan, want daar gaat het om.

Tot slot, Voorzitter, de onderlinge relatie tussen Raad en Parlement. Zo'n 40 jaar geleden vond men een gentlemen's agreement nodig om elkaar in relatieve rust te laten werken en niet vechtend over straat te rollen. Dat was toen heel nuttig. De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat dit eigenlijk nu niet meer werkt, want we gaan nu wel vechtend over straat. Belangrijker vind ik echter nog dat Raad en Parlement intussen sterke volwassen instellingen zijn geworden en die moeten ook op een volwassen wijze elkaar kunnen controleren, zonder gentlemen's agreement. Ik zou graag de Raad, nu die aanwezig is, willen vragen of hij daarop kan reageren en of ook de Raad het mogelijk acht zonder gentlemen's agreement elkaar op een goede wijze te controleren.

Voorzitter, zonder gentlemen's agreement en met wederzijdse openheid kunnen Raad en Parlement in harmonie samen dansen, zonder angst dat de grond waarop ze dat doen onder hun voeten verdwijnt, zonder angst dat verder wantrouwen van burgers tot een uitbarsting leidt.

 
  
MPphoto
 

  Bart Staes, namens de Verts/ALE-Fractie. Voorzitter, collega's, mijnheer de commissaris, mijnheer de Raadsvoorzitter, ik spreek nu namens de fractie en niet als rapporteur voor de kwijting van het Parlement. Ik krijg daartoe later nog de kans.

Ik wil een aantal onderwerpen aansnijden. Eerst in verband met de kwijting van de Commissie. Het is een vraag zowel aan de commissaris als aan de Raad. Deze houdt verband met de vaststelling dat 80 procent van onze middelen eigenlijk in de lidstaten besteed wordt en dat wij als Parlement al jarenlang pleiten voor nationale beheersverklaringen. Collega Liberadzki heeft als rapporteur in een aantal paragrafen heel duidelijk omschreven welke nieuwe mogelijkheden er zijn. We hebben een nieuw verdrag, en de tweede alinea van artikel 317 van het nieuwe verdrag heeft nieuwe bewoordingen en maakt het mogelijk dat de Commissie met voorstellen komt om zo snel mogelijk verplichte nationale beheersverklaringen in te voeren. Ik zou u willen vragen, mijnheer Šemeta, om in uw repliek daarop in te gaan. Bent u bereid die mogelijkheid op te nemen? Nu zijn er vier lidstaten die dat al doen. Dat is een goede zaak, maar ze doen dat op vier verschillende manieren, dus laat ons dat een beetje op elkaar afstemmen.

De Raad zal zeggen: ja, maar er zijn praktische bezwaren, er zijn lidstaten die federale lidstaten zijn en die onderlinge entiteiten hebben, zoals België met Wallonië, Brussel en Vlaanderen, en hoe kan de nationale federale minister van België dan met een nationale beheersverklaring komen? Dat is toch geen probleem, collega's. Hij hoeft als nationale minister gewoon maar afspraken te maken met zijn regionale ministers, hun regionale beleidsverklaringen en beheersverklaringen in te wachten en met het geheel naar dit Parlement en naar de publieke opinie te komen. Dan kan hij zeggen, bijvoorbeeld, Wallonië en Brussel doen het goed, Vlaanderen doet het slecht, of omgekeerd, enzovoorts.

Tweede element. In de resolutie van de heer Liberadzki wordt ingegaan op het speciaal verslag van de Rekenkamer over de pretoetredingssteun aan Turkije. Ik denk dat die formulering niet al te goed is. Ze wordt een beetje misbruikt in sommige opzichten en sommige paragrafen om te interfereren in de toetredingsonderhandelingen. Ik heb samen met de heer Geier een aantal amendementen tot schrapping ingediend. Ik heb ook een voorstel gedaan om de tekst te verbeteren en ik zou de collega's willen uitnodigen daarover toch eventjes na te denken.

Tot slot aan de Raad. Mijnheer de Raadsvoorzitter, ik hoop dat u luistert. Wilt u straks in uw repliek zeggen of u al dan niet zult ingaan op het verzoek van de rapporteur, van de Commissie begrotingscontrole en van dit Parlement om vóór 1 juni 2010 te antwoorden en te komen met de stukken die gevraagd worden in de paragrafen 25 en 26 van de resolutie. Bent u bereid om nu al te antwoorden of u daarop al dan niet zult ingaan? Dit is voor ons van uitzonderlijk belang om te weten of de relaties tussen Raad en Parlement ordentelijk zijn of niet.

 
  
MPphoto
 

  Richard Ashworth, namens de ECR-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik spreek namens de Britse Conservatieven, die ook dit jaar weer tegen de kwijting van de begroting zullen stemmen. Dit is een standpunt dat we consequent hebben ingenomen, en dat zullen we blijven doen totdat we zien dat er een grotere urgentie wordt toegekend aan het verkrijgen van een positieve betrouwbaarheidsverklaring van de Rekenkamer.

Ik wil echter publiekelijk erkennen dat er door de vorige Commissie voortgang is geboekt bij het verbeteren van de normen voor het financieel beheer. De Rekenkamer wijst in het bijzonder op de voortgang die is geboekt op het gebied van landbouw, onderzoek, energie, vervoer en onderwijs. Ik prijs de Commissie voor de verbeteringen die zij heeft aangebracht. Dit is heel bemoedigend.

Maar er moet nog veel worden gedaan. De Rekenkamer heeft opnieuw kritische kanttekeningen geplaatst bij de zwakke plekken in de controles, bij talloze onregelmatigheden en bij de trage terugvordering van gelden die aan de Europese Unie verschuldigd zijn.

Hoewel de verantwoordelijkheid uiteindelijk bij de Europese Commissie berust, is het ook duidelijk dat het de lidstaten en de Raad zijn – de Raad in het bijzonder – die veel consciëntieuzer moeten zijn bij hun besteding van Europese gelden en die veel sterker moeten aandringen bij hun pogingen om een positieve betrouwbaarheidverklaring te verkrijgen.

Wij functioneren uit hoofde van het Verdrag van Lissabon en als leden van het Europees Parlement zijn we het aan de Europese belastingbetalers verschuldigd dat we de bevolking kunnen verzekeren dat de begroting waar voor haar geld oplevert en dat de comptabiliteitsprocedures van de Europese Unie integer zijn. Totdat de Rekenkamer in staat is een positieve betrouwbaarheidsverklaring af te geven, zullen mijn partij en ik tegen de kwijting van de begroting blijven stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Søren Bo Søndergaard, namens de GUE/NGL-Fractie. (DA) Mijnheer de Voorzitter, dit debat gaat over het feit dat wij als leden van het Europees Parlement, niet alleen gezamenlijk maar ook individueel, verantwoordelijkheid nemen voor het beheer van de gelden van de EU in 2008. Wanneer het debat voorbij is en de stemmen in mei zijn uitgebracht , zijn wij het die door de burgers ter verantwoording worden geroepen.

Ik wil als eerste zeggen dat onze fractie kritisch is over de manier waarop de EU het geld van de belastingbetalers heeft beheerd in 2008. Uiteraard zijn er ook vele goede elementen die geen kanttekeningen verdienen. Bovendien is er op sommige gebieden vooruitgang geboekt ten opzichte van 2007. Er zijn echter nog veel gebieden waarop we moeten erkennen dat zaken onaanvaardbaar zijn, bijvoorbeeld in verband met de boekhouding van de Commissie. Wat betreft de structuurfondsen concludeert de Rekenkamer dat ten minste – ik herhaal, ten minste – 11 procent van de middelen is uitbetaald in strijd met de regels. In enkele gevallen was dit te wijten aan fouten en omissies, in andere gevallen aan fraude en bedrog. Dit verandert echter niets aan het feit dat miljarden euro’s alleen al op dit gebied niet hadden moeten worden uitbetaald.

Is dit acceptabel? We kennen inmiddels alle excuses. De Commissie zegt dat het de schuld is van de lidstaten, omdat zij verantwoordelijk zijn voor de controle. De lidstaten zeggen dat het de schuld van de Commissie is omdat de regels te ingewikkeld zijn, en zo wordt de verantwoordelijkheid van de een naar de ander doorgeschoven.

De vraag die we ons moeten stellen is: zouden we een boekhouding goedkeuren van een sportvereniging of een politieke partij waarin 11 procent van de uitgaven op een cruciaal gebied in strijd met de regels zijn verricht? Ik ben het eens met die collega’s die zeggen dat er fundamentele, structurele veranderingen nodig zijn om deze situatie te wijzigen. Derhalve moet de kwijtingsprocedure worden gebruikt om dergelijke veranderingen door te drukken en moet ook de Raad onder druk worden gezet.

Vorig jaar april heeft het Parlement met een grote meerderheid geweigerd om kwijting te verlenen voor de begroting van de Raad voor 2007. We hebben destijds gezegd dat we tegenover de kiezers geen verantwoordelijkheid konden nemen voor de boekhouding zolang de Raad niet formeel wenste te vergaderen met de relevante commissies van het Parlement en niet in het openbaar op onze vragen wilde antwoorden. Om onze goede wil te tonen hebben we in november alsnog kwijting verleend voor de begroting van de Raad, maar onder de duidelijke voorwaarde dat er dit jaar veranderingen zouden worden doorgevoerd.

Vandaag moeten we vaststellen dat deze veranderingen niet hebben plaatsgevonden. Om een concreet voorbeeld te noemen: jaar na jaar hevelt de Commissie miljoenen euro’s van de begrotingspost voor vertalingen over naar de begrotingspost voor reizen, dat wil zeggen dat die miljoenen boven op de middelen komen die al in de post voor reizen zijn opgenomen. Daarom ligt het voor de hand om aan de Raad te vragen waarom dit gebeurt. Waar wordt al dat reisgeld voor gebruikt en welke landen profiteren ervan? De Raad wil deze vraag best informeel, zonder verslaglegging, beantwoorden, maar tot op de dag van vandaag (het kan zijn dat dit nog verandert) heeft de Raad geweigerd om deze vraag openlijk en publiekelijk te beantwoorden. Dit is gewoonweg niet goed genoeg. Daarom zijn wij van mening dat de kwijting voor de begroting van de Raad afhankelijk met worden gemaakt van een interinstitutionele overeenkomst waarin de verplichtingen van de Raad omtrent openheid en samenwerking met het Parlement duidelijk zijn vastgelegd.

Onze kritiek op de Raad is duidelijk en onze kritiek wordt gedeeld door vele collega’s van andere fracties. Juist omdat onze kritiek duidelijk is, zijn we echter ook verplicht om kritisch te zijn op onszelf, wanneer het gaat om ons eigen financiële beheer, dat van het Europees Parlement. Derhalve vinden wij het betreurenswaardig dat het verslag van de Commissie begrotingscontrole uiteindelijk minder kritisch is dan het oorspronkelijke verslag van de rapporteur was. Om deze reden zijn wij er voorstander van dat de kritische passages opnieuw in het verslag worden opgenomen. Ik hoop daarbij dat er bij de stemming in mei veel begrip zal zijn voor het feit dat juist onze bereidheid tot zelfkritiek meer kracht en autoriteit zal verlenen aan onze kritiek op en onze eisen aan de Raad en de Commissie.

Afsluitend wil ik alleen nog alle collega’s in de Commissie begrotingscontrole bedanken, die zich dit jaar opnieuw hebben ingezet voor meer openheid en verantwoordelijkheid in de manier waarop de EU omgaat met het geld van haar burgers.

 
  
MPphoto
 

  Marta Andreasen, namens de EFD-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de kwijting is een van de belangrijkste handelingen waarvoor wij verantwoordelijk zijn. Ons is in feite gevraagd de manier waarop het geld van de Europese belastingbetaler wordt besteed, goed te keuren en we moeten onze beslissing baseren op het verslag van de Europese Rekenkamer.

Het verslag van de Rekenkamer over 2008 staat slechts in voor 10 procent van de begroting. De rest wordt geteisterd door verschillende foutenpercentages. Zou een raad van bestuur in zo’n geval decharge verlenen voor het management van een onderneming? Natuurlijk niet.

De situatie is de afgelopen vijftien jaar hetzelfde gebleven en dit Parlement heeft altijd kwijting verleend op grond van verbeteringen in het gebruik van de middelen van de Europese Unie. Het spijt me dat ik het moet zeggen, maar wat de belastingbetalers willen weten is of hun geld in de juiste hoeveelheid naar de juiste persoon voor het juiste doel is gegaan. Dat moeten we voor ogen houden wanneer we beslissen over kwijting.

De enige vooruitgang die in de loop van de jaren door de Commissie, het Parlement en de Raad is geboekt, is het verschuiven van de verantwoordelijkheid naar de lidstaten. Hoewel het waar is dat de programma’s in de lidstaten worden uitgevoerd, is de Europese Commissie de instelling waaraan de Europese belastingbetalers hun geld toevertrouwen. Zij is de instelling die geld beschikbaar stelt en zij moet daarom de nodige controles uitoefenen voordat ze dit doet.

Om de zaak nog erger te maken spreken de Commissie en het Parlement momenteel over een aanvaardbaar foutenrisico. Waarom zouden we willekeurig welke fout – de nieuwe naam voor onregelmatigheid – aanvaarden als de financiële complexiteit van de Europese Unie vergelijkbaar is met die van een middelgrote bank? Vorig jaar is de kwijting van de Raad opgeschort van april tot november omdat dit Parlement zei niet tevreden te zijn met diens financieel beheer, ook al was dat beheer niet door de Rekenkamer bekritiseerd. Toen de situatie in november niet was veranderd, besloot dit Parlement alsnog tot kwijting van de Raad. Nu zijn weer alle kanonnen gericht op de Raad en wordt weer opschorting voorgesteld.

Zijn we serieus bezig met onze verantwoordelijkheid of spelen we hier een politiek spelletje? Is kwijting een interinstitutioneel spel, zoals in het verleden wel is gezegd? Kunnen belastingbetalers dit spel nog langer dulden? Het gaat om hun geld.

Collega’s, ik roep u allen op uw verantwoordelijkheid met gepaste zorgvuldigheid uit te oefenen en geen kwijting te verlenen aan de Commissie, het Parlement, de Raad, het Europees Ontwikkelingsfonds en de Rekenkamer, die de verklaring over de financiële belangen van haar leden niet publiceert, totdat al deze instellingen een bewijs van goed financieel beheer hebben geleverd.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki, rapporteur. (PL) Mijnheer de Voorzitter, er is een probleem. Ik zie op het bord de naam van minister Lopez Garrido, die namens de Raad zal spreken. Hij zal willen ingaan op wat ik gezegd heb over de begroting van de Raad en het feit dat deze begroting en andere documenten niet uitgevoerd zijn, maar deze woorden heeft hij niet gehoord want hij kwam veel te laat.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Mijnheer Czarnecki, ik verzoek u het woord te nemen over een motie van orde.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki, rapporteur. (PL) Ik wilde heel kort opmerken dat ik mijnheer de minister de kans wilde geven om op mijn verwijten te reageren en ik zou graag een minuut de tijd krijgen om ze in het kort te herhalen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – U hebt gelijk: de heer Lopez Garrido staat op de sprekerslijst. We zullen zien. Hij heeft dezelfde vrijheid om te spreken als u.

 
  
MPphoto
 

  Martin Ehrenhauser (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik geloof dat alle leden van de Commissie begrotingscontrole het over één punt eens zijn, namelijk dat we oplossingen nodig hebben voor de problemen rond het EU-systeem van agentschappen. Ik heb elf oplossingen in gedachten. Met die oplossingen kunnen we jaarlijks een half miljard euro besparen zonder dat de kwaliteit van het bestuur eronder lijdt.

Die elf oplossingen zijn de volgende. 1) Er moet een toereikende primaire wetgevende grondslag worden vastgesteld. Ook het Verdrag van Lissabon voorziet namelijk niet in zo'n grondslag. 2) Een onmiddellijke bevriezing van het aantal agentschappen totdat een onafhankelijke analyse voor eens en altijd de meerwaarde van deze decentralisering heeft aangetoond. 3) De sluiting van zeven agentschappen en de samenvoeging van de bestuurstaken van afzonderlijke agentschappen. 4) Voortaan moet voor elk agentschap één enkele EU-commissaris verantwoordelijk zijn en horizontale vraagstukken dienen onder de bevoegdheid van de EU-commissaris voor interinstitutionele zaken en beheer te vallen. 5) Het aantal leden van de raad van bestuur moet worden teruggebracht. Het aantal volledige leden mag niet hoger zijn dan 10 procent van het aantal ambten, met een maximum van twintig. 6) Er moeten criteria komen waaraan de vestigingsplaatsen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een agentschap, en afgaande op de woorden van mevrouw Haug zijn die criteria dringend nodig. 7) EU-agentschappen moeten worden vrijgesteld van het Statuut van de ambtenaren. 8) Alle directeuren van agentschappen moeten door de Commissie worden voorgedragen, en pas nadat zij door het Europees Parlement zijn gehoord en het Parlement met hun benoeming heeft ingestemd dienen zij voor een vaste termijn te worden gekozen. 9) Een duidelijke prestatieovereenkomst tussen de Commissie en de agentschapen met duidelijk vastgelegde kwantitatieve criteria die door de Europese Rekenkamer in een jaarlijkse prestatierangorde worden samengevat. 10) Alle agentschappen dienen financiële gegevens te registreren in een databank. Dat maakt het voor ons als begrotingsrapporteurs gemakkelijk om statistische analyses te maken. Dat is nu nog niet mogelijk, omdat de gegevens op papier worden aangeleverd. 11) Het subsidiariteitsbeginsel. De Commissie heeft het motiveringsvereiste tot dusver buiten beschouwing gelaten.

Goed, de oplossingen liggen op tafel. Mijnheer Geier, mevrouw Gräßle, het wordt tijd dat u ze hier in het Parlement in aanmerking neemt.

 
  
MPphoto
 

  Diego López Garrido, fungerend voorzitter van de Raad.(ES) Mijnheer de Voorzitter, het is mij een groot genoegen om aan dit debat deel te nemen, hoewel ik niet officieel ben uitgenodigd. Ik ben door het Europees Parlement niet officieel uitgenodigd om dit debat bij te wonen, maar toen ik vernam dat dit Parlement en enkele afgevaardigden mijn aanwezigheid hier verlangden, ben ik onmiddellijk en met veel genoegen gekomen om dit debat bij te wonen.

Naar mijn mening is de uitvoering van de begroting van de Raad voor 2008 correct geweest, en dat is ook af te leiden uit het jaarverslag van de Europese Rekenkamer. In enkele interventies – bijvoorbeeld in die van de heer Søndergaard – is gesproken over transparantie, over gebrek aan transparantie of over onvoldoende transparantie. Ik wil in dit verband heel duidelijk zijn: de Raad is van oordeel dat de wijze waarop de begroting is uitgevoerd volstrekt transparant is, en dat de Raad de eisen, zoals die zijn neergelegd in het Financieel Reglement, derhalve correct toepast.

Bovendien publiceert de Raad, zoals u weet, op zijn website een verslag over het financieel beheer van het voorgaande jaar. Ik wil uw aandacht vragen voor het feit dat de Raad op dit moment de enige instelling is die een voorlopig verslag heeft gepubliceerd over de jaarrekening van 2009, zodat het publiek daar kennis van kan nemen.

Daarnaast hebben de voorzitter van Coreper en de secretaris-generaal van de Raad enige tijd geleden, om precies te zijn op 15 maart, een ontmoeting gehad met een delegatie van de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement. Tijdens deze vergadering is alle gevraagde informatie met betrekking tot de punten en vragen van de commissie in verband met de uitvoering van de begroting van de Raad over 2008 aan de commissie overhandigd.

De heer Gerbrandy vroeg naar de noodzaak om vooruitgang te boeken met de wederzijdse controle van beide instellingen wat betreft begrotingsaangelegenheden, zonder gentlemen's agreement. Dat is wat de heer Gerbrandy heeft gezegd. Als het Europees Parlement dat akkoord wil herzien, is de Raad bereid om dat te overwegen, om over een nieuw akkoord te praten op basis van wederkerigheid tussen de beide instellingen. Daarom is er geen enkel probleem om over die situatie te discussiëren en tot een nieuw akkoord te komen dat beter is, indien mogelijk, dan het akkoord dat we nu hebben.

Dat is wat de Raad wil opmerken naar aanleiding van het debat van vanochtend. Ik dank u zeer voor de mondelinge uitnodiging om hier te komen, maar, nogmaals, officieel ben ik niet uitgenodigd voor dit debat.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Dank u, minister. Hartelijk dank dat u zo vriendelijk was om aan ons verzoek gevolg te geven. Dat geeft mij aanleiding om te zeggen dat de Commissie ook nooit een formele uitnodiging voor deze vergadering ontvangt. Ik ben al enige tijd lid van dit Parlement en ik heb gemerkt dat dit soort gevallen, als de Raad hier vertegenwoordigd is terwijl dat niet echt noodzakelijk is, in sterke mate bijdraagt aan het succes van het voorzitterschap. Wat dat betreft wil ik u nogmaals hartelijk danken.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Pierre Audy (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Šemeta, minister López Garrido, nogmaals dank voor uw aanwezigheid. Ik wil allereerst mijn collega Boguslaw Liberadzki bedanken, aangezien ik namens de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) het woord neem over het verlenen van kwijting aan de Europese Commissie.

Ook wil ik mijn dankbaarheid betuigen aan de rapporteurs van de andere fracties en aan de Rekenkamer, met name haar voorzitter, de heer Caldeira, die enorm zijn best doet om deze buitengewoon ingewikkelde procedures voor ons inzichtelijk te maken.

Onze fractie gaat het verlenen van kwijting aan de Europese Commissie goedkeuren, mijnheer Šemeta, hetgeen mede te danken is aan uw voorganger, de heer Kallas, die met name tijdens de vorige zittingsperiode intensief met ons heeft samengewerkt om deze positieve ontwikkelingen mogelijk te maken.

Allereerst wat de jaarrekening betreft. De Rekenkamer heeft hierover een positieve betrouwbaarheidsverklaring afgegeven. Daarom, mijnheer Ashworth, zullen de Conservatieven wellicht op zijn minst vóór de jaarrekening stemmen. Ik wilde van de gelegenheid gebruik maken om de heer Taverne en zijn voorganger, de heer Gray, te bedanken.

Ten aanzien van de balans kan ik slechts opnieuw mijn bezorgdheid uiten over het negatieve eigen vermogen van 50 miljard euro, en ik snap nog altijd niet waarom we de vorderingen die we op de lidstaten hebben niet in de boeken opnemen; deze bedragen pakweg 40 miljard euro en vertegenwoordigen de aan personeel uit te keren pensioenen.

Wat de rechtmatigheid en de regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen betreft, zeggen sommigen dat de verklaring van de Rekenkamer negatief is. In feite hebben wij geen flauw idee. Ik heb die verklaring gelezen en nog eens gelezen. Wij weten niet of wij krachtens artikel 287 van het Verdrag al dan niet een positief oordeel hebben over de onderliggende verrichtingen. De Rekenkamer heeft ons een aantal adviezen gegeven – vijf paragrafen – maar wij tasten in het duister. Daarnaast stelt de resolutie voor dat de Rekenkamer deze in het Verdrag vastgelegde taak vervult. Met het oog hierop moeten we bijeenkomen om al deze kwijtingsprocedures inzake de controlekosten te herzien.

Wat de methodes betreft, vragen wij onze regeringen om nationale betrouwbaarheidsverklaringen die we nooit zullen krijgen. Ik stel voor de controle-instanties te betrekken bij de auditketen zodat ze certificaten aan hun regering kunnen overleggen, die dan worden opgenomen in de kwijtingsprocedure.

Ik stel tevens voor de termijnen te verkorten. Zegt u nou zelf: we zijn in april 2010 en we hebben het over de begroting van 2008. We moeten de termijnen verkorten. Ik stel een studie naar de geconsolideerde rekeningen voor. Ik ben het er niet mee eens de kwijting aan de Raad uit te stellen, omdat de Rekenkamer geen opmerkingen over de Raad heeft gemaakt.

Tot slot, Voorzitter, stel ik voor een interinstitutionele conferentie te organiseren met de Commissie, de Raad, alle nationale parlementen, die de uitvoerende macht controleren, en de nationale controle-instanties, teneinde onze kwijtingsprocedure op uiterst technische terreinen te ontwikkelen en de zaken een stuk duidelijker te maken dan nu het geval is.

 
  
MPphoto
 

  Barbara Weiler (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, vertegenwoordigers van de Commissie en vooral de Raad, dames en heren, ieder jaar is het weer hetzelfde liedje; er wordt gewag gemaakt van verbeteringen in de wijze waarop de verdeling van de Europese financiële middelen wordt afgewikkeld. Bij alle instellingen en organen geschiedt de uitgavencontrole correcter en efficiënter en is er meer transparantie voor het Parlement en voor de burgers. Het eerste teken dat er ook veranderingen plaatsvinden bij de Raad is zijn aanwezigheid hier in het Parlement. Dat vinden wij heel fijn, het doet ons deugd – dat hebt u gehoord – maar het is natuurlijk niet voldoende. Uw mening dat u voor volstrekte transparantie hebt gezorgd en onze mening dat u nog geen antwoord hebt gegeven op de vragen die wij in het debat van eind november hebben gesteld, zorgen voor een discrepantie waaruit blijkt dat wij nog steeds niet zo goed met elkaar samenwerken als we zouden moeten. U sprak over het akkoord van 1970, waarin u correcties wilt aanbrengen en dat u wilt herzien. Dat is heel mooi, maar het gaat hier om verwachtingen die niet nieuw zijn. We hebben het zelf al een paar keer ter sprake gebracht en toch weet u het zo te brengen alsof het iets volkomen nieuws is.

De Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement zal het verslag-Czarnecki steunen. Wij delen zijn kritiek en ook die van andere fracties. Wij verlenen geen kwijting aan de Raad, vandaag niet en ook niet volgende maand. Het voorstel van mevrouw Andreasen heeft me dan ook verbaasd, omdat ik uiteraard van mening ben dat de lidstaten voor 80 procent van de financiële middelen verantwoordelijk zijn. Dat ontheft de Raad niet van zijn verantwoordelijkheid; de Raad is per slot van rekening geen vierde of vijfde instelling in de EU hij werkt samen met de lidstaten.

Onze kritiek – ik geef het toe – blijft echter zonder gevolgen. De heer Audy gaf al aan dat wij onze instrumenten verder moeten ontwikkelen. Elk jaar geven wij de Raad een gele kaart door geen kwijting te verlenen, maar er gebeurt niets. Wij moeten onze instrumenten dus verder ontwikkelen: niet alleen robuuste kritiek leveren, maar daaraan gevolgen verbinden – zeggen wat er gebeurt als de Raad niet met ons samenwerkt. Dat betekent eventueel ook constitutionele hervormingen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Hartelijk dank, mevrouw Weiler. Dames en heren, ik heb zojuist in het Reglement gekeken: we mogen in de plenaire vergadering geen liedjes zingen zonder eerst de Conferentie van voorzitters om toestemming te vragen. Maar het is wel toegestaan om een collega te feliciteren. De heer Chatzimarkakis, die vandaag jarig is, krijgt het woord voor tweeënhalve minuut. Van harte gefeliciteerd en nog vele jaren!

 
  
MPphoto
 

  Jorgo Chatzimarkakis (ALDE). - (DE) Dank u, mijnheer de Voorzitter, dat is aardig van u. Commissaris Šemeta, de aanneming van de verslagen over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese instellingen en organen is een van de belangrijkste plichten van de Europese volksvertegenwoordiging. De manier waarop de EU omspringt met het zuurverdiende geld van de belastingbetalers is van cruciaal belang voor de acceptatie van het Europese eenwordingsproject.

Om te beginnen bedank ik alle rapporteurs voor hun werk. Ik bespeur in de verslagen zowel lichtpunten als schaduwzijden. De lichtpunten zie ik bij de uitvoering van de begroting in het algemeen. Het is inmiddels zo dat daar waar de EU zelf de middelen controleert en beheert, overal volgens de regels wordt gewerkt. Of alles even efficiënt verloopt, is vers twee. Het Europees Parlement moet zich meer bezighouden met de doelmatigheid van het beleid, de beleidsvraagstukken en de tenuitvoerlegging, vooral met het oog op de agenda voor 2020.

De schaduwzijden liggen op het gebied van het cohesiebeleid. 11 procent is niet volgens de regels verlopen – dit percentage is te hoog. Het is daarom van groot belang dat de EU meer doet om ten onrechte en onregelmatig uitbetaalde bedragen terug te vorderen. Ook het Parlement heeft dat erkend. De Commissie begrotingscontrole heeft daarom in dit verband een amendement van de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa aangenomen. Wij willen dat geld voor 100 procent terug.

Voor het jaar 2010 is mij de eer te beurt gevallen te zijn verkozen tot rapporteur voor het verlenen van kwijting aan de Europese Commissie. Als gevolg van de vertraagde inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon zal dat geen eenvoudige opgave zijn. We moeten vooral zien te voorkomen dat er door de nieuwe bevoegdheden van de afzonderlijke commissarissen meer ondoorzichtigheid, meer onduidelijkheid op het terrein van de verantwoordelijkheden ontstaat. Dat moeten en zullen wij nauwgezet in de gaten houden.

Laat ik er twee onderwerpen uitpakken: de niet-gouvernementele organisaties en het gentlemen’s agreement. In 2008 en 2009 heeft de Europese Unie meer dan 300 miljoen euro uitbetaald aan ngo's, waaronder gerenommeerde instellingen als het Duitse Welthungerhilfe, maar ook organisaties die de naam van de Europese Unie door het slijk willen halen, zoals Counter Balance, dat zijn pijlen heeft gericht op de Europese Investeringsbank. Dat is onaanvaardbaar en daarom moeten we maatregelen nemen. Er moet een register en een definitie komen van zulke ngo's, want er gaat een hoop belastinggeld naartoe.

Wat betreft het gentlemen’s agreement wil ik mijn dank betuigen aan de heer López Garrido. Ik wil u bedanken voor uw komst. Dat dit ‘herenakkoord’ na veertig jaar op de helling gaat en wordt herzien, zou ik hier als historisch willen bestempelen. Daarmee wordt een grote stap gezet. Vanwege de belangrijke rol die ons als Parlement door het Verdrag van Lissabon is toebedeeld, is het ook een noodzakelijke stap. We moeten zorgen voor transparantie, bij ons en bij de Raad.

 
  
MPphoto
 

  Ashley Fox (ECR) . – (EN) Mijnheer de Voorzitter, opnieuw wordt dit Parlement afgescheept met rekeningen die beneden de maat zijn, met de vraag om daarvoor kwijting te verlenen. Dit zijn rekeningen waarvoor de Rekenkamer heeft geweigerd een positieve betrouwbaarheidsverklaring af te geven – rekeningen die niet voldoen aan de criteria van rechtmatigheid en regelmatigheid. De Rekenkamer heeft opnieuw gezegd dat deze rekeningen veel onregelmatigheden bevatten en toch worden we geacht ze als hamerstuk goed te keuren.

Ik ben blij dat mevrouw Mathieu een opschorting van de kwijting heeft aanbevolen voor de rekeningen van de Europese Politieacademie. We zullen die aanbeveling steunen omdat OLAF meer tijd nodig heeft om zijn onderzoek af te ronden. Er zijn beschuldigingen geuit over frauduleuze activiteiten bij de Politieacademie, waaronder het gebruik van belastinggeld door personeel voor de aanschaf van meubels voor eigen gebruik.

Ik kan het Parlement vertellen dat de Britse Conservatieven deze onregelmatigheden niet zullen accepteren. We zullen weigeren kwijting te verlenen tot het moment dat de Rekenkamer een positieve betrouwbaarheidsverklaring afgeeft.

Het vertrouwen in politici heeft een ongekend dieptepunt bereikt en het zal ons aanzien nog verder doen afnemen als men ziet dat we een dergelijke verspilling door de vingers zien. Iedere keer als we voor ondermaatse rekeningen kwijting verlenen, moedigen we meer verspilling en meer fraude aan. Iedere keer als we stemmen voor het verlenen van kwijting, zenden we een signaal aan de Raad, aan de Commissie en aan onze kiezers dat we deze kwestie niet serieus nemen.

Mijn partij zal vooral zorgvuldig bekijken hoe de Labour- en LibDem-leden van het Europees Parlement besluiten over deze kwestie te stemmen. Zij kunnen niet in eigen land betogen dat ze verandering in de politiek willen brengen – de opschoning en hervorming van de politiek – en toch, jaar na jaar, stemmen voor aanvaarding van deze ondermaatse rekeningen. Iedereen die de hervorming van dit systeem en de bescherming van de belastingbetaler ernstig neemt, moet tegen het verlenen van kwijting stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder (EFD). - Mijnheer de Voorzitter, door het hoge foutenpercentage ben ik kritisch over kwijtingverlening aan de Europese Commissie. We doen nog steeds te weinig aan de vereenvoudiging van de regels, zeker voor de structuurfondsen. Vier onafhankelijke adviescolleges deden een voorstel waarop de Europese Commissie nog onvoldoende reageerde. Onafhankelijke, externe toetsing binnen de Dienst voor effectbeoordelingen van de Europese Commissie is echt onmisbaar. Als dit invulling krijgt door de groep op hoog niveau van de heer Stoiber, dan dient die groep ook voldoende middelen voor de noodzakelijke secretariële ondersteuning te ontvangen. Bovendien is een breder mandaat nodig. Terugdringen van niet alleen de administratieve lasten, maar evenzeer de inhoudelijke nalevingskosten. Het mandaat mag evenmin beperkt blijven tot de bestaande regelgeving. Ook de nieuwe wetgeving verdient kritische doorlichting. Dan dragen wij, mijnheer de Voorzitter, bij aan een structurele vermindering van de regels die overheden en bedrijven nodeloos hinderen in hun functioneren.

 
  
MPphoto
 

  Monika Hohlmeier (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil allereerst ingaan op de problemen bij de ontwikkelingshulp, die bijna altijd worden benadrukt door de Rekenkamer, en mijn dank uitspreken voor de samenwerking met Ayala Sender, die buitengewoon prettig is verlopen.

Als eerste noem ik de veel voorkomende problemen op het gebied van begrotingssteun. In sommige gevallen is het zelfs zo dat begrotingssteun, die bedoeld is om de bevolking een beetje te helpen, deels door corrupte en totalitaire regimes gebruikt wordt om ongewenste bevolkingsgroepen en soms ook kritische burgers te onderdrukken. Ik ben uiterst kritisch gestemd over deze begrotingssteun en vind dat deze moet worden beperkt of beëindigd voor landen waar duidelijk problemen zijn bij de besteding ervan.

Ten tweede is het nog steeds zo dat er bij betalingen vaak fouten worden gemaakt. Ook de coördinatie en doeltreffendheid van ontwikkelingshulpprojecten laten in veel landen bij verschillende instellingen en op verschillende niveaus te wensen over, terwijl verder vaak geen sprake is van duidelijke prioriteiten. Er moeten absoluut prioriteiten gesteld worden om projecten duurzamer en effectiever te maken in die landen waar mensen werkelijk in grote nood verkeren.

Bovendien vond en vind ik het van essentieel belang dat ontwikkelingshulp en ook de fondsen voor ontwikkelingshulp worden geïntegreerd in de algemene begroting.

Wat de pretoetredingssteun voor Turkije betreft: het heeft mij verrast dat de volstrekt normale kritiek, die bij andere landen al lang tot opschorting of stopzetting van de financiële steun zou hebben geleid, zo snel een obstakel is geworden in de samenwerking tussen Turkije en de Commissie. Ik vind het niet meer dan normaal dat er eerst een strategie en doelstellingen worden geformuleerd, waarna men overgaat tot het vaststellen van termijnen, het projectkader, de normen voor de meetbaarheid en vervolgens ook de prestatiebewaking.

Als aan dit alles echter voorbijgegaan wordt en er projecten worden uitgevoerd die vervolgens tot succes worden uitgeroepen, zet ik mijn vraagtekens bij de wijze van uitvoering van het programma. Daarom ben ik er persoonlijk van overtuigd dat ten minste een deel van de middelen moet worden achtergehouden totdat zeker is dat de middelen op correcte wijze worden uitgegeven. We hebben nu een compromis bereikt, maar we moeten dit punt nauwlettend in het oog te houden, want het raakt ook andere landen zoals Bulgarije, Roemenië en Griekenland. Ik acht het noodzakelijk dat iedereen op dezelfde manier behandeld wordt, niet verschillend.

Daarom wil ik dat er binnen het gebouwenbeleid een gebouwenstrategie voor de middellange termijn komt met een heldere bouw- en financiële planning. Voor grote projecten moeten eigen begrotingsonderdelen worden voorzien waarbij de rapportage geschiedt op basis van de voortgang van de bouwwerkzaamheden. Daarnaast moeten we geen kosten meer betalen voor financiële intermediairs. Omdat onze instellingen groot zijn, hebben we gebouwen nodig en die moeten zorgvuldig en transparant gepland worden.

Mijn laatste punt is dat ik vind dat de programma’s dringend moeten worden vereenvoudigd omdat hun complexiteit de oorzaak is van de problemen in de betreffende landen. Ik hoop dat op dit punt eindelijk de daad bij het woord zal worden gevoegd.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Jens Geier (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, minister López Garrido, het doet mij genoegen dat u hier aanwezig bent en zo laat zien dat de Raad waarde hecht aan dit belangrijke debat. Dames en heren, de volgende truc kent u allemaal: om iemand in verlegenheid te brengen, stelt u hem een vraag als “Slaat u uw kinderen eigenlijk nog steeds?” Ook als uw gesprekspartner dit ontkent, heeft hij impliciet toegegeven dat hij zijn kinderen in het verleden wel heeft geslagen.

Het kwijtingsverslag voor het Parlement van Bart Staes, aan wie ik mijn dank wil uitspreken, is een kritisch verslag en volgens mij in sommige opzichten volgens deze logica opgebouwd. Zelfkritiek is goed maar moet wel treffend zijn. Ik heb tal van discussies in mijn fractie gevoerd over de wijze waarop we bepaalde formuleringen over de kwijting van het Parlement zouden kunnen afwijzen. Daarbij zijn sommigen van ons in ons thuisland behoorlijk onder druk komen te staan.

De redenen waarom we bepaalde formuleringen hebben afgewezen, wil ik u niet onthouden. Er worden voorstellen gedaan, die al realiteit zijn. Men kan hiertoe opnieuw besluiten, maar waarom? Er worden voorstellen gedaan die niet nuttig zijn, zoals bijvoorbeeld het idee om van de Commissie begrotingscontrole een soort tweede, interne auditinstantie te maken of een bemiddelaar tussen het Bureau en de plenaire vergadering. Er worden in dit verslag veel goede voorstellen gedaan, die echter stuk voor stuk al zijn aangenomen.

Dan zijn er nog voorstellen in dit verslag die maar een deel van de realiteit schetsen, zoals bijvoorbeeld in het voorliggende amendement 26. In dit amendement wordt voorgesteld om een intern controlesysteem in te stellen bij de fracties van het Parlement. Niets zou vanzelfsprekender moeten zijn. Precies om die reden bestaat zo’n systeem al lang in de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement. Als mijn fractie dit voorstel zou goedkeuren, zouden we doen alsof we op dit punt tekortschieten. We kunnen daarom, zoals middels dit voorbeeld is toegelicht, alleen onze instemming geven als deze realiteit ook in het verslag genoemd wordt. Ik zou daarom willen voorstellen aan dit gedeelte de volgende formulering toe te voegen: “zoals het geval is in de S&D-Fractie”.

 
  
MPphoto
 

  Olle Schmidt (ALDE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, ook al resten er nog heel wat problemen, de controles en audits van de communautaire middelen worden steeds grondiger en beter. We zien het resultaat ervan, en dat is verheugend, maar er kan meer worden gedaan. Ons motto zou moeten zijn dat er geen cent verspild mag worden. Wat de ontwikkelingsfondsen betreft is de EU de grootste donor ter wereld. Het is goed dat we verschil uitmaken in de wereld en onze solidariteit met de armsten van de wereld tonen. Ik denk dat de burgers van de EU daaraan met plezier hun steentje bijdragen, maar het geld moet wel op de best mogelijke manier worden gebruikt. Het mag niet naar corrupte leiders gaan die hun eigen zakken vullen en we mogen ook geen geld verspillen aan projecten en investeringen die niet toekomstgericht zijn en waarvan de kwaliteit te wensen overlaat.

Wat dat betreft, rust er op ons hier in het Parlement een bijzondere verantwoordelijkheid. In de commissie heb ik enkele amendementen ingediend die door de rapporteur relatief welwillend zijn behandeld. De EU moet duidelijker zijn en eisen dat de landen die steun van haar krijgen, de meest fundamentele mensenrechten handhaven, zoals de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid. Momenteel is dat helaas niet het geval.

Staat u mij toe een heel duidelijk voorbeeld te geven: de steun van de EU aan Eritrea. Mensen die in Eritrea kritiek uiten op het regime worden in de gevangenis gegooid, zonder proces en zelfs zonder te weten waarvan zij beschuldigd worden. Ze zitten jarenlang opgesloten in erbarmelijke omstandigheden. Wat hebben ze gedaan? Ze hebben kritiek geuit op de leiding en de president van het land.

Op dit punt zouden we duidelijker moeten zijn. De EU moet het verstrekken van hulp afhankelijk kunnen maken van de eerbiediging van de meest fundamentele mensenrechten door de begunstigde landen, en ik vind dat het verslag in dit opzicht krachtiger en duidelijker had moeten zijn. Ik denk dat de Europese belastingbetalers dat van ons verwachten.

 
  
MPphoto
 

  Peter van Dalen (ECR). - Voorzitter, het verslag van collega Staes bevat een heel belangrijke paragraaf die getiteld is ‘De leden van het Europees Parlement als openbare personen’. Dat is een zeer juist gekozen benaming. Ieder lid van dit Parlement is een publieke persoon, die op ieder moment aan het publiek moet kunnen verantwoorden hoe zij of hij werkt en vooral ook moet kunnen verantwoorden hoe zij of hij is omgesprongen met de door de belastingbetaler ter beschikking gestelde budgetten. Wij allen gaan hier immers om met geld van de burgers. Die hebben er dus recht op te weten hoe we dat geld besteden.

In het Parlement is er qua verantwoording de laatste jaren veel verbeterd, maar nog niet over alle gelden van de parlementsleden behoeft verantwoording te worden afgelegd. Ik doel met name op de 4 200 euro die ieder lid per maand maximaal kan besteden aan de algemene onkosten. Ik moet nu per jaar een fors bedrag betalen om een externe accountant in te huren om die verantwoording te kunnen afleggen. Dat is vreemd. We moeten die verantwoording gewoon afleggen ten overstaan van de diensten van het Parlement, net zoals voor onze reis- en verblijfkosten. Daarom graag uw steun voor amendement nr. 33 op paragraaf 65 hierover.

 
  
MPphoto
 

  Sidonia Elżbieta Jędrzejewska (PPE). - (PL) Het Europees Bureau voor personeelsselectie, EPSO, is een interinstitutionele instelling die verantwoordelijk is voor de selectie van personeel voor de instellingen van de Europese Unie. Ik ben zeer verheugd dat dit onderwerp in de kwijtingsverslagen aan de orde komt. Er moet een inspanning verricht worden om de geografische wanverhoudingen onder de kandidaten en het geselecteerde overheidspersoneel voor de Europese instellingen te onderzoeken en weg te werken. Met name onaanvaardbaar is de aanhoudende ondervertegenwoordiging van burgers uit de nieuwe lidstaten, waaronder Polen, en niet alleen bij het overheidspersoneel van de Europese Unie. Dit verschijnsel is volgens mij het meest schrijnend bij het leidinggevende midden- en topkader. Ook het lange aanwervingsproces en het beheer van de lijst van geslaagde kandidaten roepen twijfels op. De kandidaten die tijdens de concoursen geselecteerd zijn – degenen die met succes de procedure hebben doorlopen – nemen vaak werk aan buiten de Europese instellingen omdat ze gewoonweg niet zo lang kunnen wachten. En zo wordt het hele aanwervingsproces zinloos.

Ik ben blij dat EPSO een herstelprogramma uitgewerkt heeft en daarbij de opmerkingen van de Rekenkamer en ook bepaalde opmerkingen van het Europees Parlement in aanmerking genomen heeft. Ik zal zeker met aandacht de effecten van dit herstelprogramma volgen en hierbij steeds voor ogen houden dat EPSO in de eerste plaats met het aanbod van de instellingen de best mogelijke kandidaten moet bereiken, de beste kandidaten moet selecteren en de best mogelijke lijsten van geslaagde kandidaten moet opstellen, waarop alle lidstaten proportioneel vertegenwoordigd zijn.

 
  
MPphoto
 

  Ivailo Kalfin (S&D). - (BG) Mijnheer de commissaris, minster López Garrido, dames en heren, ik wil graag mijn standpunt kenbaar maken over de kwijting die aan de Europese agentschappen wordt verleend. Staat u mij echter allereerst toe mijn collega Georgios Stavrakakis te verontschuldigingen omdat hij niet in de gelegenheid is bij de behandeling van deze kwestie aanwezig te zijn, hoewel hij de laatste maanden voor de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement als schaduwrapporteur over dit onderwerp heeft gewerkt. Hij kan niet komen als gevolg van de bekende vervoersproblemen.

Voor de S&D-Fractie zijn alle kwesties die te maken hebben met een transparante en rechtmatige aanwending van het budget van de Europese Unie van het allergrootste belang. De wijze waarop ze worden opgelost is grotendeels bepalend voor het totale beheer van de openbare financiën. Daarom zou ik graag de rapporteur, mevrouw Mathieu, willen bedanken, evenals de leden van de Europese Rekenkamer en de hoofden van de agentschappen met wie we intensief hebben samengewerkt. Ik wil benadrukken dat de controle op agentschappen met een eigen budget een buitengewoon ingewikkelde en belastende procedure is, omdat er tussen de agentschappen aanzienlijke verschillen in ervaring en competentie bestaan.

Staat u mij toe te beginnen met de algemene constatering dat de ontwikkelingen in 2008 hebben aangetoond dat de agentschappen zich met het jaar beter aan hun budget weten te houden. En terzijde zou ik tegen alle collega’s willen zeggen die geen opmerkingen van de Rekenkamer hadden verwacht ter ondersteuning van de begroting: op het moment dat de Rekenkamer geen enkel commentaar meer levert, zal ook het vertrouwen in deze instelling afnemen. Het is een feit dat bij de begrotingsuitvoering het aantal fouten daalt en de transparantie en de discipline toenemen. Deze gunstige ontwikkeling wordt ook door de Europese Rekenkamer vastgesteld, terwijl de hoofden van de agentschappen zich steeds meer inzetten om de boekhoud- en controlesystemen te verbeteren.

Het spreekt vanzelf dat er nog tekortkomingen zijn. Die zijn door het Parlement en de Rekenkamer opgemerkt. Deze tekortkomingen zijn van zowel objectieve als subjectieve aard. Het goede nieuws is dat ze allemaal kunnen worden verholpen en dat daar ook hard aan wordt gewerkt.

Het belangrijkste probleem is gerezen rond de Europese Politieacademie (CEPOL). De moeilijkheden bij deze organisatie bestaan reeds enkele jaren en hebben verschillende oorzaken: de overstap op een nieuw boekhoudkundig systeem, onduidelijkheden in de relatie met het gastland, nalatigheden bij de aanmelding van orders en het aanwenden van openbare middelen voor andere doeleinden dan die waarvoor ze waren bestemd. Ook al worden de laatste jaren concessies gedaan die – zij het trager dan verwacht – een zeker resultaat opleveren, toch ben ik ervoor dat de kwijting voor de uitvoering van de begroting voor 2008 van dit agentschap wordt uitgesteld totdat er een nieuwe controle heeft plaatsgevonden en de nieuwe directie van de academie onomwonden de verantwoordelijkheid aanvaardt voor de beëindiging van alle onregelmatigheden en wettelijke inconsequenties op zo kort mogelijke termijn.

Het tweede probleem hield verband met Frontex, in het bijzonder met de vraag in hoeverre dit agentschap in staat was de toegewezen middelen te gebruiken. Tijdens de hoorzitting bij de commissie kon het hoofd van het agentschap op vragen over deze kwestie bevredigende antwoorden geven.

Op het gebied van begrotingscontrole bij de agentscheppen dient in de toekomst nog een aantal acties te worden ondernomen. Ik vat ze samen in drie maatregelen. Allereerst dienen de inspanningen om tot een striktere naleving van de begrotingsdiscipline te komen door de hoofden van de agentschappen te worden geïntensiveerd. Ten tweede moeten er maatregelen worden genomen om de boekhoudregels te vereenvoudigen, met name bij medegefinancierde en zichzelf financierende agentschappen. En tot slot dienen we het voorstel van de Rekenkamer te bestuderen om criteria vast te stellen voor de mate waarin deze agentschappen erin slagen hun taken uit te voeren.

 
  
MPphoto
 

  Markus Pieper (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil enkele opmerkingen maken over de besteding van Europees geld in verband met het uitbreidingsproces. We hebben hier een speciaal verslag van de Rekenkamer behandeld over de besteding van pretoetredingssteun voor Turkije. Als Commissie begrotingscontrole zijn we uitermate teleurgesteld over de uitkomsten van het verslag van de Rekenkamer. De Commissie heeft de gelden tijdens de afgelopen termijn besteed zonder strategie of effectieve controle. Wat met name ontbrak was een concreet verband tussen de projecten en de vooruitgang op weg naar toetreding. Zelfs met het sinds 2007 beschikbare instrument voor pretoetredingssteun (IPA) is de Rekenkamer niet in staat om de doeltreffendheid van de bestede gelden te beoordelen. Toch gaat het hierbij tot 2013 om maar liefst 4,8 miljoen euro.

In de commissie waren we aanvankelijk radeloos. Waar en wanneer is het dan nog mogelijk om politieke invloed uit te oefenen op de besteding van pretoetredingssteun als de volgende evaluatie van de Rekenkamer pas na 2012 plaatsvindt. De Commissie begrotingscontrole roept de Commissie daarom op tot een snelle herziening van het IPA-programma. En zolang er geen vooruitgang te bespeuren valt, willen wij bovendien dat de jaarlijkse middelen worden vastgezet op het niveau van 2006. Hier tekent zich al een compromis af.

Bovendien stellen wij in algemene zin –zonder uitdrukkelijk te verwijzen naar Turkije – voor om het instrument voor pretoetredingssteun flexibel toe te passen, ook voor bijzondere vormen van lidmaatschap of samenwerking dan wel nabuurschap en dergelijke. Als men zich bij de toetredingsonderhandelingen alleen op het EU-lidmaatschap richt, kan dat een zeer slechte investering blijken te zijn.

Nu voeren de Verts/ALE- en de GUE/NGL-Fractie als kritiek aan dat wij ons met deze eisen in de buitenlandse politiek mengen en dat Turkije hierdoor een speciale behandeling krijgt. Nee, want juist als wij niet ingaan op overduidelijke tekortkomingen is er sprake van een speciale behandeling. Wanneer wij voor Turkije een uitzondering maken, kunnen we als Commissie begrotingscontrole ook wel stoppen met ons werk voor Kroatië, Roemenië, Bulgarije of Griekenland. De kwestie komt in alle gevallen toch op hetzelfde neer.

Ik roep de Commissie op om niet de ogen te sluiten alleen omdat het om Turkije gaat. Span u extra in voor de toetreding van Turkije, volgens de toetredingscriteria die de Gemeenschap zelf heeft bepaald.

 
  
MPphoto
 

  Christel Schaldemose (S&D). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, vandaag wil ik iets zeggen over het kwijtingsverslag over het Parlement. Het verslag dat voor ons ligt is naar mijn mening het grondigste, meest kritische en meest toekomstgerichte kwijtingsverslag dat ooit over het Europees Parlement is gepresenteerd, en dat is goed. Daarom wil ik de heer Staes bedanken voor zijn constructieve werk.

Het is ongebruikelijk dat een instelling zichzelf kwijting verleent en dit vereist een hoge mate van verantwoordelijkheid, openheid en controle. Echter, het verslag zorgt er mede voor dat wij als Parlement deze verantwoordelijkheid op ons kunnen nemen, openheid kunnen betrachten en kunnen zorgen voor betere controle. Dit is natuurlijk een goede zaak.

Dat gezegd hebbende zie ik nog steeds ruimte voor verbeteringen. In dit verband wil ik simpelweg enkele situaties noemen waarop naar mijn mening een aantal amendementen betrekking hebben. Ik ben van mening dat we meer moeten doen om burgers de mogelijkheid te geven ons werk te volgen. Dit kunnen we bereiken door burgers gemakkelijker toegang te geven tot onze verslagen op de website, ook de kritische verslagen. Ik ben tevens van mening dat we moeten bekijken hoe onze aanbestedingsprocedures functioneren in het Parlement. Dit is een gebied dat hoge risico’s met zich meebrengt en in dit verband zijn er goede amendementen. Bovendien moeten we naar mijn mening bekijken of de leiderschapsstructuren verbeterd kunnen worden en doorzichtiger kunnen worden gemaakt, zowel voor ons als leden van het Parlement als voor de burgers, zodat zij deel kunnen nemen aan de controle op het Parlement. Verder vind ik niet – het is vaker gezegd –dat we geld moeten spenderen aan het verbouwen van onze kantoorfaciliteiten hier in Straatsburg. In plaats daarvan zouden we maar één zetel moeten hebben.

Ik ben afkomstig uit Denemarken, een land waar we een lange traditie van transparantie, openheid en controle hebben, in het bijzonder wanneer het gaat om het gebruik van het geld van belastingbetalers. Dit zijn waarden die ik zeer waardeer en die in veel grotere mate binnen de EU zouden moeten gelden. Ik ben van mening dat dit kwijtingsverslag voor het Europees Parlement laat zien dat wij hiermee rekening houden en stappen in de juiste richting zetten. Tegelijkertijd kunnen wij het ons op deze manier ook beter permitteren om de andere instellingen te bekritiseren.

 
  
MPphoto
 

  Esther de Lange (PPE). - Mijnheer de Voorzitter, er is in dit debat al heel veel gezegd, dus ik wil mij beperken tot twee punten. Allereerst de kwijting voor het Parlement, want als je anderen wilt controleren, dan moet je juist met je eigen budget heel kritisch omgaan. Collega Staes heeft daarover een verslag voorgelegd waar ik zes, zeven jaar geleden van harte voorgestemd zou hebben, alleen zijn er in die zes, zeven jaar die verstreken zijn, veel zaken ten goede gekeerd. Ik denk aan de vergoeding voor alleen daadwerkelijk gemaakte reiskosten, het statuut voor medewerkers, et cetera. Het mooie is dat mijnheer Staes die in zijn speech daarnet genoemd heeft. Het jammere is dat deze verworvenheden nog niet in het verslag staan en ik hoop dat wij dit bij de stemming over twee weken kunnen corrigeren, zodat we dan uiteindelijk toch een evenwichtig verslag zullen hebben. Ik heb er alle vertrouwen in dat dit gebeurt.

Ten tweede nog een algemeen punt, mijnheer de Voorzitter, want ik denk dat wij de komende jaren een lastige begrotingsdiscussie gaan krijgen. Ondanks de extra taken die we hebben na Lissabon, is het niet de verwachting dat onze begroting in de nieuwe periode zal stijgen en dat betekent dus ook dat we in het kader van de Europese uitgaven meer dan ooit met één uitgave meerdere beleidsdoelstellingen tegelijkertijd zullen moeten realiseren. Dat vraagt, mijnheer de Voorzitter, om een Rekenkamer die deze meervoudige doeltreffendheid van uitgaven ook daadwerkelijk kan controleren en die niet alleen maar kijkt of aan de regeltjes is voldaan. Onze Rekenkamer kan dit op het ogenblik niet. Willen wij dus voor de nieuwe begrotingsperiode een efficiënte begroting opstellen die ook nog controleerbaar is, dan hebben wij een andere Rekenkamer nodig. Ik stel dus voor, mijnheer de Voorzitter, dat de Rekenkamer in de toekomst wel bij begrotingsdebatten en begrotingscontroledebatten aanwezig is. Ik hoor ook graag van de Europese Commissie hoe zij met deze uitdaging denkt om te gaan.

 
  
MPphoto
 

  Derek Vaughan (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil spreken over het verlenen van kwijting voor het Europees Parlement en ik wil allereerst de rapporteur bedanken voor het uitstekende werk dat hij heeft geleverd, en voor het moeilijke werk dat hij samen met vele anderen heeft verricht.

Ik vind het vanzelfsprekend dat iedereen in dit Parlement verbeteringen wil op het vlak van openheid en transparantie en rendement op het geld van belastingbetalers, maar we moeten ervoor zorgen dat alle veranderingen in onze procedures ook werkelijke verbeteringen zijn. Ik weet niet zeker of sommige aanbevelingen in het huidig verslag verbeteringen zijn. De aanbeveling om bijvoorbeeld de badkamers uit dit gebouw te verwijderen, zal heel kostbaar blijken, evenals het voorstel om het hele wagenpark van het Europees Parlement te vervangen.

Er staan ook aanbevelingen in het verslag die al opgenomen zijn in de voorstellen voor de begroting 2011. Voorbeelden zijn de herziening van Europarl TV om te zorgen dat het effectief is en zijn werk doet, en ook het pleidooi voor een langetermijnstrategie voor gebouwen, die al bestaat of waarom in elk geval verzocht is voor de toekomst. Er staan ook enkele aanbevelingen in het verslag die betrekking hebben op zaken die al zijn of worden verbeterd.

Maar er staan natuurlijk ook positieve punten in het verslag, en deze moeten inderdaad worden gesteund – bijvoorbeeld het terugdringen van papierverspilling bij het printen. We zien iedere dag stapels papier gedrukt worden en er moet daar beslist ruimte zijn voor besparing.

Ook toe te juichen is het pleidooi voor rationalisering van de externe onderzoeken en samenwerking met andere instellingen bij deze onderzoeken, zodat we dubbel werk kunnen vermijden en efficiencybesparingen kunnen bereiken. Ik begrijp dat sommige amendementen opnieuw zullen worden ingediend voor de begroting 2011 van het Europees Parlement.

Het verslag vraagt ook om een jaarlijks verslag van de risicobeheerder, en ook dat vind ik een goed idee. Dit alles toont aan dat er behoefte is aan balans in de discussies over kwijting voor het Europees Parlement. Ik twijfel er niet aan dat de Commissie begrotingscontrole ervoor zal zorgen dat zij in de toekomst haar verantwoordelijkheden uitoefent en voortaan verslag uitbrengt over de wijze waarop de aanbevelingen in dit verslag worden uitgevoerd en behandeld.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst wil ik zeggen dat ik blij was deze week alleen naar Straatsburg te hoeven reizen en niet naar Brussel. Straatsburg ligt voor mij namelijk veel dichterbij en het was dus een groot voordeel om, ondanks de problemen met de vliegverbindingen, ongestoord naar het Parlement te kunnen reizen.

De tweede wens die ik vanuit de begrotingscontrole heb, betreft het grote pakket papier voor de vergadering van deze week. Ik zou graag zien dat we op onze werkplekken een computer krijgen, waarop we alles elektronisch kunnen inzien. Bij de stemmingen kunnen we dan de amendementen in onze talen oproepen en de stemming doelgericht laten verlopen. Er worden honderden stemmingen gehouden, altijd rond het middaguur, en het zou goed zijn als we geen stapels papier meer hoeven mee te slepen, maar de teksten elektronisch aangeleverd krijgen. Het Europees Parlement zou ook in technologisch opzicht voorop moeten lopen.

Ten derde noem ik de rompslomp bij vergoedingen voor reizen, waarbij de laatste tijd steeds meer bureaucratie de kop opsteekt. Voor ons als afgevaardigden kost dit veel meer tijd en moeite, maar ook voor de administratie van het Parlement. De extra controle stelt aanvullende voorwaarden. We moeten een werkgroep in het leven roepen die ervoor zorgt dat vergoedingen weer tot het wezenlijke worden teruggebracht, op correcte en nauwkeurige basis. Zo kunnen we de bureaucratie met 25 procent terugdringen en niet, zoals de afgelopen maanden gebeurde, met 50 procent laten groeien.

Wat de structuur betreft, wil ik de Commissie verzoeken na te gaan of, gezien de financiële crisis waarin veel landen verkeren, het cohesiefonds en het fonds voor regionale ontwikkeling zich meer op investeringen zouden moeten toeleggen en niet zozeer op het aanwenden van Europese subsidies. Verder zou het goed zijn de middelen te verhogen tot 1,27 procent van het bruto nationaal inkomen zodat er meer geld voor investeringen beschikbaar is.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D). - (RO) Ik zou willen beginnen met de kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008, afdeling III – Commissie en uitvoerende agentschappen. Wij verwelkomen het vrijwillige initiatief van Denemarken, Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk om nationale beheersverklaringen op te stellen.

Wij zijn ervan overtuigd dat er vooruitgang zal worden geboekt wanneer voor alle middelen van de Europese Unie in gedeeld beheer nationale beheersverklaringen worden verkregen. Daarom vragen wij de Commissie om aanbevelingen uit te werken met betrekking tot het opstellen van deze beheersverklaringen.

Met betrekking tot het kaderprogramma voor onderzoek en ontwikkeling spreken wij onze bezorgdheid uit dat het huidige kaderprogramma niet voldoet aan de vereisten van een moderne onderzoeksomgeving en zijn wij van mening dat meer modernisering en vereenvoudiging voor een nieuw kaderprogramma van essentieel belang zijn.

Daarnaast noem ik de kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA) voor het begrotingsjaar 2008. Hieruit blijkt, dat er over het begrotingsjaar 2008 rente-inkomsten zijn geregistreerd van meer dan 143 000 euro. Dit laat zien dat het agentschap gedurende langere tijd heeft beschikt over een grote hoeveelheid liquide middelen. In dit verband vragen wij de Commissie te onderzoeken of het mogelijk is om liquiditeitsbeheer op basis van behoefte in te voeren, en met name te onderzoeken of het mandaat van ENISA na 2012 verlengd moet worden, en met welke bevoegdheden.

 
  
MPphoto
 

  Richard Seeber (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, als we een Europese Unie willen die door haar burgers wordt geaccepteerd, is het van cruciaal belang dat die burgers weten wat er met hun belastinggeld gebeurt. Daarom is de oproep van mevrouw Schaldemose tot meer transparantie meer dan gerechtvaardigd, en ik ben van mening dat Europa hiermee staat of valt.

Het gaat echter niet alleen om transparantie, maar ook om leesbaarheid. Wij worden ervoor betaald om ons beroepsmatig met dit soort zaken bezig te houden. Ik vind dat als burgers af en toe een dergelijk document onder ogen krijgen, ook zij daarmee uit de voeten moeten kunnen. Daarom moet de Commissie worden aangespoord om de leesbaarheid van haar documenten concreet te verbeteren, met name als het gaat om het begrotingskader. De burger zou dan snel begrijpen hoe groot of hoe klein de EU-begroting is en hoeveel er altijd van de EU verwacht wordt.

Lidstaten verlangen dat de EU in actie komt, maar zij zijn niet bereid met geld over de brug te komen. Dit is een politiek probleem waarmee wij allen te maken hebben en waaraan de Commissie de komende jaren aandacht zou moeten besteden.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil een kritische kanttekening plaatsen bij het instrument voor pretoetredingssteun voor Turkije. De steun is sinds 2002 voortdurend gestegen, hoewel Turkije meer achteruitgang dan vooruitgang heeft geboekt. Volgens het laatste speciale verslag van de Rekenkamer zijn er enorme problemen. De middelen zijn niet doelgericht besteed en onvoldoende geëvalueerd.

Ik roep de Commissie daarom op om vóór de kwijting aan de Europese burgers uit te leggen wat er precies gebeurd is met de 800 miljoen euro per jaar voor Turkije.

Ik wil nu stilstaan bij de verschillende agentschappen. De wildgroei, oprichting, heroprichting, takenuitbreiding van EU-agentschappen, die sinds 2000 in aantal bijna verdrievoudigd zijn, strookt duidelijk niet met de Lissabonstrategie waarin vermindering van de bureaucratie beoogd wordt. Hieronder valt ook het nieuwe asielbureau.

En hoewel we het hebben over 2008 wil ik nog even ingaan op het drugswaarnemingscentrum. Ik zou graag willen weten of men bij dit centrum zat te slapen toen begin dit jaar in Tsjechië harddrugs werden gelegaliseerd, waardoor we nu dankzij de open grenzen met drugstoerisme geconfronteerd worden. Er wordt keihard opgetreden tegen rokers, maar bij harddrugs sluiten wij onze ogen.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Caspary (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ook ik wil ingaan op de pretoetredingssteun. De Rekenkamer geeft in haar verslag duidelijk aan dat zij niet in staat is op basis van de bestaande programma’s aan te tonen dat de middelen naar behoren zijn besteed. De Europese Commissie heeft dus programma’s opgesteld die niet kunnen worden gecontroleerd en waarvan niet kan worden aangetoond of ze effectief zijn.

De Commissie begrotingscontrole heeft in haar advies een duidelijk standpunt ingenomen en nu is er een onvoorstelbare Turkse lobby gaande. Het gaat hier bij de kwijting van de begroting niet om de vraag of Turkije wel of niet mag toetreden. Het gaat er ook niet om of we vertegenwoordigers van andere bevriende staten al dan niet tegemoet willen komen; waar het om draait is dat we nagaan of de programma’s werkelijk effectief zijn en het geld ook bij de mensen terechtkomt voor wie het bestemd is, en niet ergens wegvloeit. Verder dienen we netjes om te gaan met het belastinggeld van de Europese burgers. Daarom zou ik zeer dankbaar zijn als de meerderheid van het Parlement de juiste beslissing zou nemen bij de stemming, wanneer deze eindelijk plaatsvindt.

 
  
MPphoto
 

  Andrew Henry William Brons (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik vertegenwoordig een partij die tegen het hele EU-project en tegen het EU-lidmaatschap van ons land is. Dit zou bij mensen tot de verdenking kunnen leiden dat we ongeacht de stukken bezwaar zouden maken tegen de kwijting van rekeningen. Die verdenking wil ik van de hand wijzen.

Hoewel ons standaardstandpunt zou zijn bezwaar te maken tegen goedkeuring van bijna alle toekomstige uitgaven, had ik gehoopt dat we de kwijting van rekeningen voor uitgaven in het verleden zouden kunnen steunen als de stukken dat rechtvaardigden, zelfs al keurden we de doelen van die uitgaven af. We zullen echter tegen de kwijting van de rekeningen als geheel stemmen vanwege het aantal onregelmatigheden.

We willen niet het oordeel over de regelmatigheid of onregelmatigheid van de uitgaven verwarren met goed- of afkeuring van het doel. Ik hoop dat alle anderen, ongeacht of zij de doelen van de uitgaven goed- of afkeuren, voor dezelfde benadering zullen kiezen.

 
  
MPphoto
 

  Christa Klaß (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, we hebben het nu over kwijting voor de begroting van 2008, maar het verlenen van kwijting is ook altijd een goede gelegenheid om vooruit te kijken. Laten we in het bijzonder onze aandacht vestigen op het grote aantal agentschappen dat we in het leven hebben geroepen. We moeten deze agentschappen zeker van financiële middelen voorzien, maar er tegelijkertijd voor zorgen dat ze inhoudelijk goed kunnen functioneren.

Ik denk bijvoorbeeld aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen ECHA, dat de komende tijd extra taken op zich zal nemen, waarbij het tevens voor biociden verantwoordelijk wordt. We moeten ervoor zorgen dat het werk op efficiënte en duurzame wijze verricht kan worden, conform ons beleid, en daarom bepleit ik dat wij er allen voor instaan dat deze agentschappen ook in de toekomst efficiënt en goed hun werk voor ons kunnen uitvoeren.

 
  
MPphoto
 

  Algirdas Šemeta, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil nog eens de nadruk leggen op de betrokkenheid van de Commissie bij de voortgang die we de afgelopen jaren hebben geboekt en bij het streven om de kwaliteit van de uitgaven verder te verbeteren. Ik zal natuurlijk zorgvuldig kijken naar de kwijtingsbesluiten die het Europees Parlement over twee weken gaat aannemen, en de Commissie zal voor een passende follow-up zorgen.

Ik wil u ook graag bedanken voor de zeer goede discussie vandaag. Ik vind dat er in het debat veel goede ideeën zijn geuit en ik wil graag op enkele ervan ingaan.

Ten eerste wat betreft nationale beheersverklaringen, een onderwerp dat aan de orde is gesteld door Bart Staes en andere leden: ik wil u eraan herinneren dat we samen met commissaris Lewandowski een brief hebben gezonden aan de Commissie begrotingscontrole met de aankondiging dat we bij de komende herziening van het Financieel Reglement een voorstel zullen doen inzake nationale beheersverklaringen. Ik vind dat dit samen met de vereenvoudigingsvoorstellen en met de introductie van het begrip ‘aanvaardbaar foutenrisico’ belangrijke verbeteringen in de situatie van het beheer van structuurfondsen mogelijk maakt. De heer Søndergaard was hierover zeer bezorgd.

De kwestie van de interne audits en interne controles is aan de orde gesteld door mevrouw Herczog. Ik deel volledig haar standpunt hierover en wil even zeggen dat we volgende week de auditstrategie voor 2010-2012 zullen bespreken en in de Commissie veel meer aandacht zullen schenken aan de verbetering van interne controlesystemen.

Ik deel ook de standpunten van de heer Audy en sommige andere geachte afgevaardigden over de kwijtingsprocedure. Ik vind dat we een discussie moeten starten over de wijze waarop we de kwijtingsprocedure kunnen verbeteren om ervoor te zorgen dat de meeste aanbevelingen zo snel mogelijk worden uitgevoerd. Het is nu 2010 en we bespreken de kwijting over het jaar 2008, omdat het onmogelijk was iets uit te voeren in 2009. Ik vind dat er een diepgaande discussie nodig is tussen de belanghebbenden en de Rekenkamer. Ik deel volledig uw standpunten en de meningen van andere leden die over deze kwestie hebben gesproken.

Ik vind ook dat het heel belangrijk is om de kwestie van de efficiency van de bestedingen van EU-fondsen aan de orde te stellen. In onze algemene auditstrategie besteden we veel aandacht aan de verbetering van controles, ook op het punt van de efficiencycontrole van de uitgaven van de EU. Ik denk dat dit in de toekomst resultaten oplevert.

Wat betreft Turkije zal de Commissie de aanbevelingen opvolgen over het verbeteren van de doelen en het bewaken van de voortgang. Op alle bestedingsgebieden moeten we de kwaliteit van de uitgaven verbeteren, vanaf het stellen van doelen tot aan de effectbeoordeling.

De tot dusver bereikte resultaten laten zien dat de Europese Unie streeft naar verbetering van de manier waarop het belastinggeld wordt besteed en meerwaarde voor onze burgers oplevert. Deze vooruitgang is ook het resultaat van uw werk als kwijtingsautoriteit die altijd aandacht heeft voor de wijze waarop de EU-begroting wordt besteed, kritisch is wanneer deze niet bevredigend is, maar ook aanmoedigend wanneer vooruitgang wordt geboekt. Dat is een belangrijke boodschap om over te brengen aan de burgers van de EU.

Laat ik daarom afsluitend mijn bijzondere dank aan het Europees Parlement uitspreken voor zijn steun aan de inspanningen van de Commissie voor een beter financieel beheer van de begroting van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Jens Geier, plaatsvervangend rapporteur. (DE) Mijnheer de Voorzitter, voor een correcte weergave in de notulen wijs ik erop dat ik onze rapporteur Bogusław Liberadzki vervang. Zoals zovelen hier is overkomen, is hij verhinderd vanwege de verkeersproblemen. Ik sta hier met veel plezier en wil van de gelegenheid gebruik maken om op enkele punten van het debat in te gaan.

Allereerst, commissaris Šemeta, hebt u tot mijn grote vreugde aangekondigd maatregelen te zullen nemen om de verantwoordingsplicht van de belangrijkste actoren die EU-gelden beheren, verder te versterken. We weten allemaal wat dat betekent. Het gaat erom dat we de lidstaten van de EU, die een groot deel van de Europese gelden beheren, duidelijker moeten verplichten tot een werkwijze die in alle aspecten correct is. We weten immers dat de meeste fouten die bij de besteding van Europees geld plaatsvinden, juist door de lidstaten en op dit vlak worden gemaakt.

Het is dan ook tamelijk onbevredigend om in dit debat van de collega’s van de Fractie Europese Conservatieven en Hervormers en de Fractie Europa van Vrijheid en Democratie, die met inbegrip van de heer Czarnecki allemaal al andere verplichtingen hebben, te horen dat zij de Commissie sterk bekritiseren en haar geen kwijting willen verlenen. Ik zou in dat geval van de collega’s verwachten dat zij zowel in dit Parlement als in de lidstaten steun geven aan het doorvoeren van de nationale beheersverklaringen, aangezien daar de fouten worden gemaakt en de samenwerking tekortschiet. Het is tamelijk onbevredigend om de ECR-Fractie alles wat hier plaatsvindt te horen afschilderen als “ondermaats” in de wetenschap dat de verantwoordelijkheid heel ergens anders ligt.

Ik wil nogmaals ingaan op de pretoetredingssteun omdat ik vind dat er op dit punt een paar zaken moeten worden rechtgezet. Er zij aan herinnerd dat de Commissie begrotingscontrole de rapporteur met een krappe meerderheid heeft gesteund. Ik wil bovendien wijzen op het feit dat de vertegenwoordiger van de Rekenkamer er bij de verslaglegging tegenover de rapporteur de nadruk op heeft gelegd dat het in zijn verslag draait om het optreden van de Commissie, waarop men kritiek mag leveren, en niet om het optreden van Turkije. De collega’s van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) hebben in verband met de kwijting voor de Commissie amendementen ingebracht die wij direct willen schrappen, omdat ze niet zozeer gaan over de vraag hoe het belastinggeld wordt besteed, maar over de vraag waarop de toetredingsonderhandelingen met Turkije zullen uitlopen. Het is niet correct om daarover in dit verband een besluit te nemen.

 
  
MPphoto
 

  Inés Ayala Sender, rapporteur.(ES) Mijnheer de Voorzitter, in mijn slotwoord wil ik commissaris Šemeta en de diensten van de Commissie die verantwoordelijk zijn voor ontwikkelingshulp en humanitaire hulp bedanken voor hun actieve en doeltreffende samenwerking.

Ook wil ik mijn oprechte erkenning uitspreken aan het Spaanse voorzitterschap voor alle inspanningen die het zich getroost in het kader van de kwijtingsprocedure en met name voor het aanbod om het debat over een herziening van het interinstitutioneel akkoord met de Raad te openen, gezien het feit dat het huidige akkoord al een tijdje duidelijk verouderd is. Maar ook wil ik opmerken dat ik het niet eens ben met de geïmproviseerde procedure van dit Huis, waarbij er kennelijk tot vandaag, tot vanochtend negen uur, niet aan was gedacht om de Europese Rekenkamer of de Raad officieel uit te nodigen.

Het bekritiseren van partijen terwijl we niet eens de moeite hebben genomen om hen uit te nodigen, grenst naar mijn mening aan het belachelijke en aan kwade trouw. Als we gerespecteerd willen worden en onze nieuwe verantwoordelijkheden serieus nemen, moeten onze interinstitutionele procedures strenger, strikter en minder opportunistisch worden.

Ter afsluiting van het debat over de kwijting voor het Europees Ontwikkelingsfonds wil ik mijn dankbaarheid uitspreken voor de uitstekende samenwerking met mijn collega’s, in het bijzonder mevrouw Hohlmeier, evenals mijn tevredenheid over de belangrijke verbeteringen die we hebben bereikt bij de doelmatige en transparante besteding van de Europese ontwikkelingshulp.

Van alle positieve acties die het gevolg zijn van het werk van de Europese Unie hebben de burgers met name waardering voor de Europese ontwikkelingshulp, en ze vragen zelfs om een grotere zichtbaarheid en uitbreiding van die hulp. Ze gaan zich echter ook zorgen maken als niet duidelijk is waarom we bepaalde regeringen helpen door ze begrotingssteun te geven, of als we de redenen niet goed uitleggen en onvoldoende garanties geven voor een strenge controle wanneer de omstandigheden veranderen door staatsgrepen, corruptieschandalen, mensenrechtenschendingen of terugslagen op de weg naar democratie of naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen.

De aanzienlijke vooruitgang die we hebben geconstateerd, rechtvaardigt de kwijting voor het zevende, achtste, negende en tiende Europees Ontwikkelingsfonds, maar we moeten onszelf blijven verbeteren. Dit Europees Parlement zal er vooral sterk op toezien dat het nieuwe interinstitutionele stelsel na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon en het kader voor externe actie de bereikte verbeteringen niet in gevaar brengen, zodat de burgers trots kunnen blijven op de Europese ontwikkelingshulp.

 
  
MPphoto
 

  Bart Staes, rapporteur. Voorzitter, collega's, ik zou uiteraard alle collega's willen bedanken die over mijn verslag het woord hebben gevoerd, heel in het bijzonder de heren Itälä en Gerbrandy, mevrouw Herczog, de heer Geier, de heer Van Dalen, mevrouw Schaldemose, mevrouw De Lange en de heer Vaughan. Ik denk dat alles gezegd is, alleen moet ik nog mijn verbazing uiten over de totstandkoming van dit verslag. Het is de derde keer dat ik kwijtingsrapporteur voor het Europees Parlement ben en ik bespeur een verandering in perceptie.

De eerste en tweede keer kon kritiek vrij makkelijk in dit Parlement. De derde keer was het moeilijker. Het is duidelijk dat er in dit Parlement plots langere tenen zijn en misschien wel een gebrek aan zelfkritiek. Ik kreeg het verwijt van sommigen in de pers, collega's die mij daarover aanvielen in de pers, die zeiden: ja maar, met wat je schrijft geef je wat wind in de zeilen van de eurosceptici. Nee collega's, ik ben een pro-Europees en kritisch Europees parlementslid en als ik zaken aantref waarvan ik denk, dit kan verbeteren, dit kan veranderen, of als ik zaken aantref zoals het vrijwillig pensioenfonds waarmee in het verleden onoorbare dingen gebeurd zijn, dan is het mijn plicht om dat te zeggen. Als pro-Europese parlementsleden moeten we dat zeggen, want zo halen we de wind uit de zeilen van die eurosceptici, die leven op dat soort halve waarheden, soms hele leugens. Het is aan ons om te zeggen waar het op staat en dat zal ik altijd doen. Ik zal nooit rechttrekken wat krom is. Dat is mijn basisuitgangspunt.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki, rapporteur. (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik dank de heer Geier, die heeft gemerkt dat ik soms zeg wat ik denk. Ik moet zeggen dat ik verbazingwekkende zaken leer van de vertegenwoordiger van de Raad, een Spaanse minister die steeds verdwijnt als hij weet dat de Raad bekritiseerd gaat worden. Hij was er niet in het begin toen ik aan het woord was, en hij is er nu ook niet, nu ik weer het woord wil nemen.

Het is geen toeval dat van de zeven instellingen die ik heb mogen beoordelen, er zes in principe in orde waren en één voortdurend problemen veroorzaakt. Ik wil eraan herinneren dat het vorig jaar precies hetzelfde was. De Raad kreeg pas kwijting in november. Ik ben ervan overtuigd dat het dit jaar sneller zal zijn, maar ik wil vermijden dat we documenten voor 2007 en niet voor 2008 krijgen. Dit wijst er ofwel op dat er wanorde in het secretariaat-generaal van de Raad heerst, ofwel dat het Parlement als een onnozel kind behandeld wordt. Een situatie waarbij alle Europese instellingen gelijk zijn, maar de Raad van mening is dat hij gelijker is, doet denken aan Animal Farm van George Orwell, en dat is zeer onrustbarend.

Maar laten we eerlijk zijn, ik vind dat de vertegenwoordiger van de Raad één belangrijk voorstel gedaan heeft. Als ik het goed begrijp, wil de Raad afstappen van het befaamde gentlemen’s agreement uit 1970. Dat wil zeggen dat we moeten erkennen dat het Europees Parlement, dat veertig jaar geleden nog door de nationale parlementen en niet via verkiezingen werd aangesteld, vandaag serieuzer genomen moet worden. Het is een goede zaak dat we van dit gentlemen’s agreement afstappen en daarvoor ben ik de Raad dankbaar. Volgens mij heb ik een mondeling amendement van deze strekking ingediend voor de stemming in mei.

 
  
MPphoto
 

  Véronique Mathieu, rapporteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil allereerst de schaduwrapporteurs bedanken, die heel goed met mij hebben samengewerkt bij het opstellen van dit verslag, evenals alle mensen van het secretariaat van de commissie, want het was een heel zware opgave.

Ook wil ik de collega’s bedanken die tijdens deze debatten het woord hebben genomen, en ik deel hun bezorgdheid ten volle. Uit hun interventies spreekt de wens om de transparantie en controle van de communautaire middelen te versterken, hetgeen volstrekt begrijpelijk is.

Ter afsluiting wil ik er nog op wijzen dat de betreffende agentschappen tevens een politieke rol hebben, die ook heel belangrijk is, en dat ze een werkprogramma hebben om deze belangrijke politieke rol naar behoren te vervullen. Dit werkprogramma moet echt in overeenstemming zijn met dat van de Europese Unie en op de uitvoering ervan moet – die hoop spreek ik uit – worden toegezien door onze drie instellingen.

Ofschoon bepaalde agentschappen vanzelfsprekend en spontaan met hen samenwerken, zijn andere veel minder ontvankelijk en in dat geval hebben de teksten van onze instellingen geen bindend karakter. We zullen daarover heel serieus moeten nadenken, mijnheer de Voorzitter.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Ik wil kort mededelen dat de diensten mij hebben laten weten dat ze snel door de notulen van de afgelopen jaren zijn gegaan. Tijdens de vorige zittingsperiode is het één keer voorgekomen dat de Raad een standpunt heeft ingenomen en in het kwijtingsdebat is verschenen, en dat was pas in een tweede lezing omdat de kwijting in 2009 aanvankelijk was uitgesteld en de Raad alleen aanwezig was in de tweede lezing. In dit opzicht is de opvatting dat we op weg zijn naar verbetering zeker niet verkeerd.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt tijdens de vergaderperiode in mei plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Ivo Belet (PPE), schriftelijk. Voorzitter, collega's, dit Parlement moet een toonbeeld zijn wat betreft financiële transparantie en interne begrotingscontrole. We kunnen daarin niet streng genoeg zijn voor onszelf. In zo'n groot Parlement, met zo veel leden en personeelsleden, kan nooit alles perfect lopen. Waar mensen samenwerken, lopen dingen fout. De strengste interne controle kan dat niet verhinderen. Maar we moeten ook erkennen dat de afgelopen jaren grote inspanningen zijn gedaan om orde op zaken te zetten.

Twee voorbeelden: het nieuwe statuut voor de medewerkers. Na jarenlange discussie is de zaak eindelijk rond. De misbruiken die er geweest zijn, zijn nu zo goed als uitgeroeid. Een ander voorbeeld zijn de onkostenvergoedingen. Ook op dat terrein is ingegrepen en zijn er duidelijke en correcte regels ingevoerd. Is daarmee alles opgelost? Absoluut niet. Het is goed dat de interne controle nog verstrakt is. Maar de wazige indruk creëren dat dingen worden toegedekt, dat kan ik niet aanvaarden, omdat het niet klopt. Tot slot nog dit over de verhoging van de begroting voor de toekomst. We moeten aan de publieke opinie durven uit te leggen dat er veel extra werk is met het Verdrag van Lissabon. En een hoger budget voor communicatie en contact met bezoekers is ook verantwoord.

 
  
MPphoto
 
 

  Indrek Tarand (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) We zijn over het algemeen verheugd over de huidige stand van zaken met betrekking tot de begroting van de Europese Unie. Er is echter nog ruimte voor verbetering. Aanmerkelijke verbetering, zou ik zeggen. Ceterum censeo dat Frankrijk heeft besloten een Mistral-oorlogsschip aan Rusland te verkopen en dat het deze actie ernstig zal betreuren.

 
  
  

(De vergadering wordt om 12.00 uur onderbroken en om 15.00 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: GIANNI PITTELLA
Ondervoorzitter

 
Laatst bijgewerkt op: 22 juli 2010Juridische mededeling