Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0277/2010

Debatten :

PV 20/05/2010 - 12.1
CRE 20/05/2010 - 12.1

Stemmingen :

PV 20/05/2010 - 13.1
CRE 20/05/2010 - 13.1

Aangenomen teksten :


Debatten
Waarschuwing
Donderdag 20 mei 2010 - Straatsburg Uitgave PB

12.1. Godsdienstvrijheid in Pakistan
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het debat over zeven ontwerpresoluties over godsdienstvrijheid in Pakistan(1).

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock, auteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, het onvermogen van Pakistan om een sterke en duurzame democratie te ontwikkelen heeft – naar mijn mening zeer veel – invloed gehad op de godsdienstvrijheid in dat land. Achtereenvolgende leiders hebben de islam gebruikt om de onderdrukking van minderheden en de vorming van een autocratie, met name een militaire autocratie, te rechtvaardigen, al moeten we erkennen dat de regering de laatste tijd haar best heeft gedaan om daar iets aan te doen.

De Pakistaanse grondwet houdt op papier de vrijheid van godsdienst hoog, maar staat wel wetten als de godslasteringswetten toe, die discriminerend zijn tegenover niet-moslims. Ook de vervolging van minderheden als de shia- en de ahmadiyyamoslims is wijdverbreid. Helaas blijkt de nadruk op de religieuze identiteit die de basis vormde voor de stichting van Pakistan, een sfeer van intolerantie en vaak zelfs geweld te bevorderen tegenover mensen buiten de godsdienstige hoofdstroom.

Door de verspreiding van de deobandi-madrassa’s, waar haatboodschappen tegen het westen worden gepredikt, is er een sfeer ontstaan waarin extremisme en fundamentalisme floreren en te veel EU-burgers – ook uit mijn eigen land, het Verenigd Koninkrijk – in hun handen vallen. De Pakistaanse Taliban – een terroristische beweging die haar bedoelingen maar al te duidelijk heeft gemaakt door middel van het, gelukkig mislukte, plan voor een bomaanslag op Times Square in New York – is daarvan de duidelijkste manifestatie.

Persoonlijk ben ik bang dat er in Pakistan pas iets zal veranderen als dat land een politiek en onderwijssysteem ontwikkelt waarin de beginselen van godsdienstvrijheid, verdraagzaamheid en gelijkheid werkelijk hooggehouden worden.

 
  
MPphoto
 

  Anneli Jäätteenmäki, auteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, mijn fractie, ALDE, juicht de maatregelen toe die de regering van Pakistan sinds november 2008 in het belang van godsdienstige minderheden genomen heeft, en spreekt haar steun uit voor de inspanningen van de minister voor Minderheden om een netwerk van plaatselijke comités voor harmonie tussen verschillende religies op te zetten met als doel de bevordering van een dialoog tussen de godsdiensten.

Er moet desondanks nog veel gedaan worden om tot werkelijke godsdienstvrijheid in Pakistan te komen. Uit verslagen en enquêtes van onafhankelijke bureaus blijkt dat de minderheden in Pakistan verstoken zijn van fundamentele burgerlijke vrijheden en van gelijke kansen op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en in de politiek.

De wetgeving is gevaarlijk vaag en biedt nog steeds de mogelijkheid van misbruik. Daar lijden de aanhangers van alle geloven in Pakistan onder. We weten ook dat de vrouwen in Pakistan met huiselijk geweld te maken hebben, zowel lichamelijk als psychisch. Er is daarom nog veel te doen.

 
  
MPphoto
 

  Eija-Riitta Korhola, auteur. – (FI) Mevrouw de Voorzitter, onze resolutie over Pakistan brengt consequent de redenen tot zorg naar voren, die vooral het gevolg zijn van de wet op godslastering. Tegelijkertijd willen wij echter onze grote waardering uiten voor de goede ontwikkeling die zich in Pakistan onder de huidige regering heeft voorgedaan en wij sporen het land aan door te gaan met het democratische hervormingsbeleid dat de rechten van minderheden eerbiedigt.

Shahbaz Bhatti, de eerste minister voor Minderheden in de Pakistaanse geschiedenis, was de afgelopen week te gast bij de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten). Wij hebben veel waardering voor zijn werk en de hervormingen die de regering heeft doorgevoerd. De lijst van vorderingen is indrukwekkend: een quotum van 5 procent voor minderheden in overheidsbanen, de erkenning van feestdagen van minderheden en zetels voor minderheden in de volgende senaat, om er maar enkele te noemen.

Het meest inspirerende project vormen de maatschappelijke Interfaith Harmony-comités, als die de spanningen tussen verschillende groepen in het land kunnen wegnemen en op die manier ook de rekrutering van terroristen kunnen voorkomen. Het gaat om belangrijk vredeswerk waarvan de effecten nog lang merkbaar zullen zijn. Dit ongewapende vredeswerk is de best mogelijke oorlog tegen het terrorisme, want het pakt de achterliggende oorzaken ervan aan. Als men hierin slaagt, dan is dat een vredesprijs waard. Ik wil tegen collega Tannock zeggen dat dit precies het soort onderwijs is dat hij verlangt.

 
  
MPphoto
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, auteur. − (PL) Als vertegenwoordigers van een gemeenschap die is gebaseerd op vrijheid, gelijkheid en tolerantie, hebben we de plicht om discriminerende praktijken te vooroordelen, zelfs als deze ver buiten de grenzen van de Unie plaatsvinden. Het verwijderen van vertegenwoordigers van religieuze minderheden van kieslijsten, zoals dat in 2007 in Pakistan is gebeurd, hoort zonder twijfel tot die praktijken. Bovendien maakt artikel 260 van de Pakistaanse grondwet onderscheid tussen twee categorieën burgers: moslims en niet-moslims. Sinds kort is het verplicht om ook de religieuze identiteit in het paspoort te vermelden. De Ahmadi-gemeenschap wordt in dit land voortdurend gediscrimineerd. De Pakistaanse autoriteiten staan zelfs niet toe dat zij deelnemen aan openbare bijeenkomsten of dat zij geschriften uitgeven.

De godslasteringswetten en de bijbehorende doodvonnissen raken vooral de religieuze minderheden. De Raad van de Europese Unie moet dit als urgent onderwerp op de agenda voor de relatie met Islamabad plaatsen. Pakistan ontvangt immers 200 miljoen euro uit de EU-begroting in het kader van de zes jaar geleden ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Islamitische Republiek Pakistan voor de jaren 2007-2013.

De recente gebeurtenissen in Pakistan tonen aan dat het land klaar is voor ingrijpende veranderingen van het systeem. Net zoals in het geval van de langverwachte herziening van de grondwet die uiteindelijk is uitgevoerd, hoop ik dat we binnenkort ook de wijziging zien van andere voorschriften die nu openlijke discriminatie van de Pakistaanse minderheden mogelijk maken.

 
  
MPphoto
 

  Nicole Kiil-Nielsen, auteur. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, de vrijheid van godsdienst wordt niet gewaarborgd in Pakistan. In 2009 is er een stijging geconstateerd van het aantal gewelddadige aanslagen op religieuze minderheden, waaronder moordaanslagen.

Daarbij komt dat zo’n 80 procent van die minderheden onder de armoedegrens leeft. Dit is echter niet het enige probleem van de schending van de mensenrechten in Pakistan: andere kwesties zijn onder meer een beperking van de vrijheid van vergadering, bedreigingen van maatschappelijke organisaties, arrestaties van vakbondsmensen, ontvoeringen van en de moord op journalisten.

Sinds Pakistan zijn steun heeft betuigd aan de strijd tegen het terrorisme die wordt gevoerd door de Verenigde Staten, zijn honderden, zo niet duizenden mensen willekeurig gearresteerd op verdenking van banden met terroristische groeperingen: arrestaties zonder bevel, opsluitingen zonder rechtmatige grondslag of toegang tot een advocaat, opsluitingen in niet nader omschreven centra, gedwongen verdwijningen, mishandelingen en martelingen.

In de enige gevangenis van Lahore zaten in 2009 4 651 mensen gevangen terwijl het gebouw is berekend op maar 1 050 gevangenen. Het geweld tegen vrouwen wordt steeds erger en leidt tot verkrachtingen, zelfmoorden, aanvallen met zuur, verbranding. Ik zou niet twee minuten of twee uur maar twee hele dagen nodig hebben om de lijdensweg van meisjes en vrouwen in Pakistan te beschrijven.

Het is in deze context dat ons Parlement, dat zich bekommert om eerbied voor de vrouw, om gewetensvrijheid en mensenrechten, zich opmaakt om gebruik te maken van zijn nieuwe vetorecht inzake het sluiten van een terugnameovereenkomst tussen de Europese Unie en Pakistan, en op die manier extra garanties te eisen met betrekking tot de omstandigheden voor de tenuitvoerlegging van zo’n overeenkomst betreffende de terugname van Pakistaanse ingezetenen en Afghanen die door Pakistan gereisd hebben.

 
  
MPphoto
 

  Joe Higgins, auteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, als internationaal socialist sta ik op de bres voor het recht van ieder individu op vrijheid van godsdienst en godsdienstuitoefening, op voorwaarde dat er geen inbreuk wordt gemaakt op de grondrechten van anderen. Op dit moment zitten het Pakistaanse volk en – in nog heviger mate – de godsdienstige minderheden in sommige regio’s gevangen tussen het institutionele fanatisme van de Pakistaanse staat en de ultrareactionaire en obscurantistische machten van de Taliban.

Het zit natuurlijk iets tegenstrijdigs in het feit dat rechtse fracties in dit Europees Parlement beweren op te komen voor vrijheid en mensenrechten in Pakistan, terwijl ze de oorlog in Afghanistan, die ernstige neveneffecten met zeer schadelijke gevolgen heeft in Pakistan, steunen. Het uitmoorden van burgers in Afghanistan door NAVO-troepen en in Pakistan door strijdkrachten die door het westen bewapend worden, is niet alleen op zichzelf misdadig, maar kan sommige burgers ook in de armen van de reactionaire groepen drijven.

De feodale kapitalistische structuren in Pakistan zorgen op dit moment voor een enorme armoede en staan centraal in de crisis in het land. Noch de corrupte elite in Pakistan, die vertegenwoordigd wordt door de huidige regering, noch de grootste oppositiepartij kan het volk een antwoord bieden. Het is essentieel dat er onafhankelijke organisaties zijn die de arbeiders en de armen vertegenwoordigen. De Progressive Workers Federation is zo’n organisatie die een half miljoen leden heeft. Zij probeert sterke sociale tradities nieuw leven in te blazen om werkende mensen te verenigen, nationale en religieuze grenzen over te steken en mannen en vrouwen bij elkaar te brengen. Dat is de richting waarin Pakistan in de toekomst moet gaan.

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt, namens de PPE-Fractie.(DE) Mevrouw de Voorzitter, Pakistan is een belangrijke bondgenoot die wij kritisch, maar ook zakelijk en gedifferentieerd tegemoet moeten treden. Pakistan heeft een islamitisch karakter en dat dienen wij te respecteren. Het land is immers door de moslims uit Brits-India gesticht vanwege de religieuze verbondenheid, op dezelfde wijze zoals India door de hindoes is gesticht. In beide landen hebben vanaf het begin minderheden gewoond die een grote mate van tolerantie hebben ontwikkeld. Die tolerantie moet versterkt worden, dat wil zeggen dat het respect voor alle religieuze minderheden, en niet in de laatste plaats voor de christenen, versterkt dient te worden! Ik ben van mening dat wij hier de nadruk op mogen leggen. Wie zet zich anders voor de christenen in als Europa dat niet doet, een continent dat voor bijna 100 procent een christelijke identiteit heeft?

Op dit punt rust op ons een heel speciale verplichting. Tegelijkertijd moeten wij duidelijk maken dat wij uiteraard de leidende rol respecteren die Pakistan in de islamitische wereld vaak ook op zeer constructieve wijze gespeeld heeft en in de toekomst kan blijven spelen.

 
  
MPphoto
 

  Marietje Schaake, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, zoals verschillende collega’s al gezegd hebben, kunnen de wetten tegen godslastering in Pakistan gemakkelijk door extremisten misbruikt worden als excuus voor het gebruik van geweld tegen godsdienstige of niet-godsdienstige minderheden. Godsdienstvrijheid is natuurlijk belangrijk, maar het vrij zijn van godsdienst is dat ook.

Deze godslasteringswetten vormen in een maatschappij waarin de vrijheid van meningsuiting onderdrukt wordt, nog een ander risico. Afgelopen woensdag heeft een rechtbank in Pakistan de sociale netwerksite Facebook verboden in het land. De Pakistaanse toezichthouder heeft alle internetproviders opgedragen de website te blokkeren. De maatregel is genomen om te voorkomen dat mensen zouden horen van vermeende beledigende opmerkingen over de islam en de profeet Mohammed. Er was een striptekenaar die het initiatief had genomen om mensen op te roepen tekeningen van de profeet te maken, om in te gaan tegen de druk die uitgeoefend werd op de populaire serie South Park en die ertoe leidde dat het programma aangepast werd.

Facebook en ook andere internetdiensten en -podia vormen een belangrijke virtuele toegang tot de rest van de wereld. Er worden informatiebronnen en contactmogelijkheden voor Pakistanen blootgelegd en ze krijgen de gelegenheid ideeën uit te wisselen. Vooral voor de jonge generatie Pakistanen kan internet heel verhelderend zijn, omdat de leerstof op Pakistaanse scholen vaak discriminerend en eenzijdig is. Het strafbaar stellen van het vrije woord is geen doeltreffende manier om de Pakistaanse maatschappij met diversiteit te laten omgaan. Striptekenaars, journalisten en burgers moeten zich vrij kunnen uiten, ook al betekent dat dat sommige mensen daardoor beledigd worden.

Niet alleen in Pakistan wordt de vrijheid van meningsuiting tegengewerkt, ook in Europa wordt het vrije debat ernstig op de proef gesteld. Het wordt steeds gewoner dat journalisten, striptekenaars en kunstenaars bedreigd worden en dat vormt een uitdaging voor onze liberale, democratische samenleving. Zelfcensuur komt steeds meer voor en politici, striptekenaars en journalisten moeten nu beschermd worden tegen doodsbedreigingen.

Laten we ons inzetten voor de vrijheid van meningsuiting, zowel in de Europese Unie als in Pakistan en de rest van de wereld. Dat is het beste middel tegen extremisme.

 
  
MPphoto
 

  Tomasz Piotr Poręba, namens de ECR-Fractie. (PL) De verkiezingen van 2008 hebben de democratie en de burgerregering in Pakistan hersteld, hoewel we de democratie nog niet stabiel kunnen noemen.

De reeks besluiten die de autoriteiten van Pakistan hebben genomen over godsdienstvrijheid boezemen respect in, maar op dit moment zijn verdere maatregelen nodig. Aanstelling van leden van religieuze minderheden bij de overheid, erkenning van hun feestdagen en de instelling van een nationale dag van de minderheden leiden tot stabilisatie en democratisering van het land. Er bestaan echter nog steeds geen duidelijk omschreven rechten voor de bescherming van minderheden en dit kan leiden tot absurde situaties, zoals de veroordeling van een christelijk echtpaar tot 25 jaar gevangenisstraf omdat het met onreine handen de heilige Koran had aangeraakt.

Sommige religieuze gemeenschappen worden nog steeds vervolgd en het is ook verontrustend dat in landelijke gebieden, vooral in het noorden van het land de voorschriften van de shariawetgeving daadwerkelijk worden toegepast. We moeten de mensenrechtenactivisten in Pakistan financieel blijven steunen en druk blijven uitoefenen op de Pakistaanse autoriteiten om het recht op godsdienstvrijheid van hun burgers volledig te waarborgen.

 
  
MPphoto
 

  Eva-Britt Svensson, namens de GUE/NGL-Fractie. – (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik ben het eens met veel van wat er is gezegd in verband met mensenrechtenschendingen in Pakistan.

Ik wil met name de situatie van de Ahmadiyya-moslims en de vervolging waarvan zij het slachtoffer worden benadrukken. Het gaat om regelrechte vervolging, koelbloedige moorden, discriminatie en pesterijen op alle niveaus in de samenleving. Die situatie blijft voortduren, hoewel de vorige en de huidige regering beterschap hadden beloofd. Daar is niets van terechtgekomen en de vervolging gaat door.

Het is tijd dat de internationale gemeenschap en de EU wakker worden en maatregelen nemen om een einde te maken aan de schendingen van de mensenrechten die voortdurend plaatsvinden in Pakistan.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder, namens de EFD-Fractie. Bij de stichting van de staat Pakistan in 1947 sprak zijn grondlegger, Mohammed Ali Jinnah, de gedenkwaardige woorden: "Wij starten met het fundamentele principe dat wij allen burgers zijn met gelijke rechten." Vervlogen woorden vandaag de dag, met name voor de naar schatting 15 miljoen christenen die Pakistan telt, een wijdverbreide sfeer van intimidatie en bedreiging omgeeft hen, zowel in de steden als op het platteland tot in de hoofdstad Islamabad toe.

Treurig genoeg houdt het Pakistaanse rechtssysteem de precaire situatie van inheemse christenen in stand. De resultante van een historisch proces van sluipende islamisering van de Pakistaanse samenleving sinds eind jaren zeventig, met als gevolg een alarmerende verslechtering van de rechtspositie van de Pakistaanse christelijke gemeenschap.

Concreet hebben wij het dan over de getuigenissen en blasfemiewetten uit de jaren tachtig, juridische instrumenten die christenen in feite vogelvrij maken. Want de getuigenis van een niet-moslim in een rechtszaak is slechts de helft waard van de getuigenis van een moslim, áls de rechter al de getuigenis van een christen wenst te horen!

Nog gevaarlijker zijn de blasfemiewetten voor Pakistaanse christenen. Zij stellen levenslange gevangenisstraf op het ontwijden van de Koran en de doodstraf op denigrerende opmerkingen over de islam en de profeet Mohammed. Kortom, op basis van de getuigenis van een willekeurige moslim kan het leven van een christen in Pakistan plotseling eindigen in een dodencel!

Dat schept, mevrouw de Voorzitter, geachte collega's, een bijkans ondraaglijke sfeer van angst en onzekerheid. Honderden Pakistaanse christenen vegeteren jarenlang in gevangenissen zonder enige vorm van rechtsgang. Bij Raad en Commissie dring ik er dan ook op aan elke vorm van bijstand aan de Pakistaanse overheid te koppelen aan de urgente opheffing van de dodelijke discriminatie van 's lands religieuze minderheden.

 
  
MPphoto
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de Pakistaanse grondwet maakt onderscheid tussen moslims en niet-moslims en maakt daardoor discriminatie op basis van religie mogelijk. In dat verband is het belangrijk eraan te herinneren dat president Asif Ali Zardari in december 2009 de belofte van de PPP (Pakistaanse Volkspartij) herhaalde dat het recht van minderheden om als gelijkwaardige burgers behandeld te worden, gehandhaafd zou worden.

Helaas blijkt uit verslagen en enquêtes van onafhankelijke bureaus dat minderheden in Pakistan verstoken zijn van fundamentele burgerlijke vrijheden en van gelijke kansen op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en in de politiek. Het algemene beeld van de godsdienstvrijheid in Pakistan is dus, zonder dat we in detail hoeven te treden, controversieel en geeft grote reden tot zorg.

Ik wil ook graag de tegenstelling noemen die bestaat tussen de toezegging van de Pakistaanse regering over de godsdienstvrijheid en haar belangrijke rol in de organisatie van islamitische landen bij de steun aan de Combating Defamation of Religion-agenda in de Verenigde Naties. In dat kader wil ik u graag herinneren aan de conclusie van de EU-ministerraad van 16 november 2009 over de relatie tussen internationale mensenrechtenwetgeving, die individuen en groepen individuen beschermt, en het begrip godsdienstbelediging.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Collega’s, ik herinner u eraan dat we vanmiddag tijd te kort zullen komen en iedere keer dat iemand zijn of haar spreektijd overschrijdt, gaat dat ten koste van het aantal catch the eye-interventies van één minuut dat mogelijk is.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki (ECR). - (PL) Een Amerikaans gezegde luidt dat een gratis lunch niet bestaat. Wij mogen ondertussen wel zeggen dat ook de steun van de Europese Unie niet gratis is, dat we geen 200 miljoen euro geven zonder daar iets voor terug te verlangen. Wij verlangen wel degelijk iets! Wij verlangen minimaal respect voor normen die voor ons een zeker moreel, ethisch en politiek baken zijn. Het is absoluut onacceptabel dat in Pakistan al jarenlang mensen met een ander geloof dan de islam – de meesten van hen zijn christenen – worden vervolgd. We spreken regelmatig over verschillende, niet noodzakelijkerwijs religieuze minderheden in Europa en de wereld. Nu moeten we in de bres springen voor de christelijke minderheid en andere religieuze minderheden, hoewel dit land natuurlijk ook te maken heeft met ernstige politieke conflicten en zich geconfronteerd ziet met mogelijke destabilisatie.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sógor (PPE). (HU) Als we de Pakistaanse situatie onder de loep nemen, zien we ons geconfronteerd met twee onbetwistbare feiten. Het eerste is dat Pakistan een cruciale strategische rol speelt in de strijd tegen het terrorisme. We moeten alles in het werk stellen om te zorgen dat de veiligheid van de Europese burgers niet in het geding komt. Het tweede punt is dat er in Pakistan anders wordt aangekeken tegen religieuze en etnische minderheden dan Europa en ontwikkelde liberale democratieën volgens de door hen uitgedragen waarden zouden doen. Europa kan er niet stilzwijgend aan voorbijgaan als er in andere staten een grove schending van de mensenrechten plaatsvindt en daarom moeten we uiting geven aan onze bezorgdheid, ook als het gaat om een van onze strategische partners. De Europese Unie kan alleen geloofwaardig optreden tegen een derde land als zij op haar eigen grondgebied de problemen van religieuze en nationale minderheden op geruststellende wijze weet op te lossen. Het moet duidelijk zijn voor de hele wereld dat een van de fundamentele waarden van de Europese Unie een hoog beschermingsniveau van mensen- en minderheidsrechten is, dat de EU in de eerste plaats voor zichzelf als bindend beschouwt, of naar eigen zeggen zou moeten beschouwen. Alleen zo kunnen we op de meest effectieve wijze onze partners ter verantwoording roepen voor deze verworvenheden of de stappen op weg daarheen.

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Ziobro (ECR). - (PL) Wij waarderen de inzet van Pakistan voor de strijd tegen het internationale terrorisme, maar we kunnen de ogen niet sluiten voor het schokkende feit dat in dit land de rechten van religieuze minderheden, vooral van christenen, ernstig worden geschonden.

Met zekere regelmaat bereikt ons informatie over nieuwe aanvallen, afranselingen, bedreigingen en zelfs moorden, inclusief het levend verbranden van christenen – van mensen, ook vrouwen en kinderen, alleen omdat ze christen zijn. De vraag rijst hoe het mogelijk is dat dit gebeurt in een land dat een grote rol speelt in de internationale betrekkingen en de strijd tegen het terrorisme. Helaas dragen de autoriteiten van Pakistan in hoge mate zelf de verantwoordelijkheid voor het scheppen van een klimaat dat dergelijke handelingen mogelijk maakt, met ongepaste godslasteringswetten en een gebrek aan reactie op ontoereikend optreden van de rechtshandhavers en de rechterlijke macht in Pakistan.

We verwachten een fundamentele verandering in de reactie op dit soort gedragingen, ook van de kant van de Europese Unie en haar instellingen.

 
  
MPphoto
 

  Martin Kastler (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, circa 75 tot 80 procent van de mensen die vanwege hun religie worden vervolgd, is christen. Als Europees Parlement maken wij ons in de hele wereld met name sterk voor de mensenrechten. Ik vind vooral de vrijheid van godsdienst een centraal element van ons mensenrechtenbeleid. Daarom betreur ik het dat de linkse en links-liberale afgevaardigden in het Europees Parlement het lot van de christenen vaak bij voorkeur verzwijgen.

Tegelijkertijd ben ik verheugd dat wij vandaag gezamenlijk een ontwerpresolutie indienen over de erbarmelijke situatie in Pakistan. Van de 156 miljoen inwoners van Pakistan is 95 procent moslim, circa 3 procent christen en ongeveer 2 procent hindoe. Als christen wil ik nogmaals wijzen op de situatie van de Pakistaanse christenen, die ernstig worden vervolgd. Iemand die geweld tegen christenen toestaat, dient een reactie vanuit de beschaafde wereld te krijgen. Daarom moeten wij als EU wat ons ontwikkelingsbeleid en de economische samenwerking betreft, op dit punt een criterium gaan hanteren op basis waarvan ook sancties genomen kunnen worden, mocht dat nodig zijn.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Wij gaan nu over tot het catch the eye-gedeelte van het debat. Ik heb veel meer spreektijdverzoeken ontvangen dan we kunnen inwilligen. We hebben slechts twee minuten tot onze beschikking. Ik geef vier sprekers het woord.

 
  
MPphoto
 

  Michael Gahler (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, bij elk land moeten wij rekening houden met zijn oorsprong en of de ontwikkeling van de mensenrechten en van de rechten van minderheden er de juiste kant op gaat. Als hoofd van de waarnemingsmissie van de Europese Unie bij de laatste verkiezingen, twee jaar geleden, heb ik een aantal aanbevelingen gedaan. Eigenlijk doet het mij deugd dat het land sommige aanbevelingen ook daadwerkelijk in praktijk heeft gebracht, zoals de ratificatie van het internationale Pact betreffende de burger- en politieke rechten (inmiddels heeft klaarblijkelijk na de ondertekening inderdaad de ratificatie plaatsgevonden), en ook van het Verdrag tegen foltering. Het is een goede zaak dat er thans een minister is die de kwestie van de minderheden ex officio aanpakt en die zal trachten alle discriminatiegeleidelijk uit te bannen.

De situatie van de Ahmadi’s is onder andere ook aan de orde gesteld. Een van mijn aanbevelingen is om voor deze groep bij de volgende verkiezingen geen aparte kieslijst meer te gebruiken, maar om ze op de algemene kieslijst op te nemen. Naar mijn idee zou dat een concrete bijdrage leveren aan het beëindigen van de discriminatie van deze minderheid.

 
  
MPphoto
 

  Heidi Hautala (Verts/ALE).(FI) Mevrouw de Voorzitter, ik wil zeggen dat ook ik deze week hier de minister voor Minderheden heb ontmoet. Ik ben ervan overtuigd dat hij begrip probeert te kweken tussen de verschillende religieuze groepen. Ook hij kon echter geen antwoord geven op de vraag waarom Pakistan, hoewel lid van de Verenigde Naties en de VN-Raad voor de rechten van de mens, zich als lid van de Islamitische Conferentie Organisatie zeer sterk heeft ingezet voor nieuwe internationale regelgeving om godslastering en de minachting van religie te bestrijden. Dat is zeker geen goede manier om begrip tussen religieuze groepen te kweken.

Ik hoop dat de Europese Unie wat dit betreft in internationaal verband veel harder gaat optreden om te voorkomen dat dergelijke nieuwe wetten, die het in praktijk brengen van de mensenrechten in gevaar brengen, van kracht worden. De Verenigde Staten zijn op dit gebied veel actiever dan de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Jacek Olgierd Kurski (ECR). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, de situatie in Pakistan ontwikkelt zich dynamisch en de informatie die we krijgen is tegenstrijdig. We moeten de situatie in Pakistan daarom zorgvuldig observeren om geen fouten te maken. Het is goed dat de regering van Pakistan bepaalde maatregelen heeft genomen in het belang van de religieuze minderheden, zoals de garantie dat 5 procent van de arbeidsplaatsen in de openbare sector gereserveerd wordt voor religieuze minderheden. Het is goed dat de regering van Pakistan senaatszetels heeft gereserveerd of beloofd heeft te reserveren voor minderheden, inclusief vrouwen die minderheidsgroeperingen vertegenwoordigen.

Toch moet er iets gedaan worden. Zowel de Pakistaanse regering als de Pakistaanse autoriteiten moeten de godslasteringswetten veranderen die nu leiden tot doodvonnissen en vaak worden gebruikt om censuur, criminalisering, vervolging en in sommige gevallen het vermoorden van politieke, etnische en religieuze minderheden te rechtvaardigen. De Pakistaanse autoriteiten moeten het wetboek van strafrecht veranderen dat nu voorziet in de doodstraf voor iedereen die is veroordeeld voor godslastering.

In de 21e eeuw mag een land dat steun ontvangt van de Europese Unie niet toelaten dat mensen op deze wijze om het leven worden gebracht. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE).(RO) Na bijna negen jaar militaire dictatuur is met de Pakistaanse verkiezingen van 2008 een democratiseringsproces gestart in dit land. Helaas is Benazir Bhutto een aantal weken voor de verkiezingen vermoord. De Pakistaanse Volkspartij, waarvan zij de leider was, heeft de verkiezingen gewonnen. Hoewel minderheden in Pakistan met meerdere problemen worden geconfronteerd, zijn onder de huidige regering meerdere positieve maatregelen genomen. De interculturele dialoog wordt bevorderd, er is een quotum van 5 procent ingesteld door minderheden bij de federale overheid, en een aantal niet-islamitische feestdagen is erkend. De toezegging van de Pakistaanse regering om zetels in de senaat aan minderheden te geven is prijzenswaardig. Tot slot wil ik benadrukken dat Pakistan in de strijd tegen terrorisme en extremisme een bijzonder belangrijke rol speelt.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Tajani, vicevoorzitter van de Commissie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, geachte afgevaardigden, de Europese Unie heeft de situatie van de religieuze minderheden in Pakistan op de voet gevolgd. De grondwet van Pakistan erkent de vrijheid van godsdienst en bepaalt dat de staat de rechten van minderheden zal beschermen.

Pakistan heeft onlangs vooruitgang geboekt: die omvat de aanneming van amendementen op de grondwet, waarmee de rol van gekozen volksvertegenwoordigingen in Pakistan versterkt wordt, en vooruitgang op het institutionele vlak met betrekking tot de mensenrechten, vooral door de instelling van een ministerie voor Mensenrechten en een ministerie voor Minderheden. Bovendien wordt er een onafhankelijke nationale commissie voor de mensenrechten opgericht.

Bovendien heeft Pakistan het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing geratificeerd. Dat is een stap in de goede richting, op voorwaarde dat die instrumenten op doeltreffende wijze gebruikt worden. Niettemin dient Pakistan zijn inspanningen te verdubbelen om de integratie van religieuze minderheden, waaronder de christelijke minderheid, in de maatschappelijke, economische en politieke instellingen te verbeteren. De internationale reputatie van Pakistan is geschaad door incidenten zoals dat van vorig jaar in Gojra, waarbij zeven christenen levend verbrand werden toen extremisten een kerk en woonhuizen aanvielen, maar ook door aanvallen op sjiitische moslims en discriminatie van de Ahmadi-moslims.

Wat betreft de rechten van religieuze minderheden heeft de Europese Unie stelselmatig de politieke dialoog met Pakistan gebruikt om mensenrechtenkwesties aan de orde te stellen en in sommige gevallen ook diplomatieke stappen ondernomen. Verder bestaat er sinds 2007 een dialoog over de mensenrechten in het kader van de samenwerkingsovereenkomst met Pakistan, die voorziet in een regelmatige dialoog over goed bestuur en de rechten van de mens.

Tijdens deze besprekingen heeft de Europese Unie steeds aangedrongen op naleving van de individuele rechten en de rechten van minderheden. In het kader van deze dialoog over de mensenrechten heeft de Europese Unie bij de Pakistaanse regering ook herhaaldelijk de kwestie van de tenuitvoerlegging van de wetten op de godslastering aan de orde gesteld. Als je naar de cijfers kijkt, lijkt het erop dat de meeste beschuldigden moslim zijn, maar ik ben mij ervan bewust dat de wetten op de godslastering vaak zijn gebruikt tegen religieuze minderheden, en dat er valse beschuldigingen geuit zijn om persoonlijke rekeningen te vereffenen of om redenen van winstbejag. De laatste bijeenkomst van de gemengde commissie heeft plaatsgevonden op 25 maart 2010; een dag eerder was er een bijeenkomst van een subgroep over goed bestuur, mensenrechten en migratie.

Bij die gelegenheid is de kwestie van de minderheden in Pakistan aan de orde gesteld. Tegelijkertijd hebben wij niet geaarzeld om de bezorgdheid van Pakistan ter sprake te brengen over de situatie van de religieuze minderheden hier bij ons, in Europa.

De Europese Unie is ook van plan om deze kwesties op de komende top met Pakistan, op 4 juni aanstaande, aan de orde te stellen. Een groot deel van de Pakistaanse bevolking heeft geen toegang tot onderwijs en is onbekend met de basisregels van sociaal gedrag. Door middel van samenwerkingssteun, verschaft door de Europese Commissie, is prioriteit gegeven aan verbetering van de toegang tot onderwijs in het kader van het beleid en onderwijs van Pakistan. Ik hoop dat dit op de middellange termijn zal leiden tot een meer verdraagzame houding ten opzichte van het begrip godsdienstvrijheid.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt zo dadelijk plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Luisa Macovei (PPE), schriftelijk. (EN) Er wordt gezegd dat Pakistan de strengste godslasteringswetgeving ter wereld heeft. Uitoefening van het recht op vrije meningsuiting en godsdienst kan daar leiden tot gevangenisstraf en de dood. In de artikelen 295B en 295C van het Pakistaanse wetboek van strafrecht worden geringschattende opmerkingen over de Koran en de Profeet strafbaar gesteld en bestraft met respectievelijk levenslange gevangenisstraf en de doodstraf. In artikel 298 wordt de opzettelijke aantasting van godsdienstige gevoelens bestraft en in de artikelen 298A, B and C worden geringschattende opmerkingen over heiligen en heilige plaatsen strafbaar gesteld en wordt de godsdienstige groepering van de Ahmadi’s, die zichzelf als moslims beschouwen, onwettig verklaard. De vrijheid van godsdienst houdt de vrijheid in om welke godsdienst dan ook of geen enkele godsdienst te belijden. De Pakistaanse minister voor Minderheden heeft gisteren aangekondigd dat de regering bezig is met wijzigingen in het wetboek om een eind te maken aan het misbruik van de blasfemiewetten. Ik ben van mening dat die wetten ingetrokken moeten worden, omdat een gewijzigde tekst alleen maar een erfenis van het verleden is en geweld en discriminatie mogelijk zal blijven maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristian Dan Preda (PPE), schriftelijk.(RO) In de afgelopen jaren heeft de Pakistaanse regering een serie maatregelen genomen waaruit duidelijk blijkt dat men gevoelig is voor de situatie van nationale minderheden. Het gaat bijvoorbeeld om de benoeming van Shahbaz Bhatti tot federaal minister voor Minderheden, een quotum van 5 procent voor ambtenaren en de toezegging dat religieuze minderheden in de senaat vertegenwoordigd mogen worden, om maar enkele maatregelen te noemen. Deze inspanningen moeten worden aangemoedigd. Er zijn echter nog vele stappen nodig om de situatie van religieuze minderheden te verbeteren.

Een belangrijk element hierin is het herzien van de bepalingen over strafbare feiten tegen religies, bekend als de godslasteringswetten. De mogelijkheid om de bepalingen in deze wetgeving te misbruiken heeft een klimaat van intolerantie geschapen, dat religieus geweld, discriminatie, intimidatie en vervolging van religieuze minderheden heeft aangewakkerd. Naast het juridische aspect is het van belang dat de overheid beslissende maatregelen neemt om geweld te voorkomen. Het bevorderen van tolerantie is de sleutel tot de bescherming van religieuze minderheden in Pakistan.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. – (SK) De Europese beschaving zoals we die nu kennen zou niet mogelijk zijn geweest zonder vrijheid van geloofsovertuiging. Het zoeken naar wat boven het individu uitstijgt moet gepaard gaan met tolerantie, want de weg naar God – of de weg van God af – is voor iedereen anders en uniek. Als we al iets hebben geleerd gedurende tweeduizend jaar christendom in Europa, dan is dat het wel. Deze ervaring is lang en pijnlijk geweest en heeft miljoenen onschuldige mensen het leven gekost. Daarom hebben wij Europeanen het recht anderen te vertellen dat zij deze weg niet in moeten slaan. Daarom zullen we ook altijd geweldpleging en moord op onschuldigen veroordelen, vooral wanneer het zoals nu om een vriend en bondgenoot gaat.

 
  

(1) Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 27 augustus 2010Juridische mededeling