Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2037(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0165/2010

Debatten :

PV 14/06/2010 - 19
CRE 14/06/2010 - 19

Stemmingen :

PV 15/06/2010 - 7.15
CRE 15/06/2010 - 7.15
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0210

Debatten
Dinsdag 15 juni 2010 - Straatsburg Uitgave PB

8. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Kelly (A7-0190/010)

 
  
MPphoto
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik was niet verrast maar wel erg tevreden over de overweldigende meerderheid waarmee dit verslag is aangenomen; die is er ook steeds geweest tijdens de debatten over het Internationaal Fonds voor Ierland, het IFI. De EU speelde in 1986 dan ook een toonaangevende rol bij de oprichting van het IFI, dat door de regeringen van Londen en Dublin in het leven werd geroepen om de economische en sociale ontwikkeling in de twaalf graafschappen aan beide zijden van de grens te bevorderen.

(GA) De bijdragen aan het fonds bedragen meer dan 800 miljoen euro, en als wij rekening houden met het multipliereffect, komt dit overeen met een investering van meer dan 2 miljard euro.

Ik kom zelf uit een aan de grens gelegen graafschap en ben vertegenwoordiger van een grensregio. Als zodanig ben ik mij maar al te bewust van het aandeel dat het Internationaal Fonds voor Ierland heeft gehad in het vredesproces.

Met de steun van het Internationaal Fonds zijn meer dan 40 000 directe banen en meer dan 16 000 indirecte banen gecreëerd. In een economisch achtergebleven regio zijn zo vele arbeidskansen gecreëerd.

(EN) Tot slot geloof ik dat, ook al is er een afsluitstrategie overeengekomen om het werk van het IFI aan het einde van het jaar af te ronden, er toch echt serieus moet worden nagedacht over verlenging van dit waardevolle en doelmatige programma. Dank u voor uw geduld.

 
  
MPphoto
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik heb gestemd voor dit initiatief omdat het als voornaamste doel heeft het proces van vrede en verzoening in Noord-Ierland en in de grensgebieden van Ierland te blijven steunen. Dit initiatief is erop gericht om verzoening en communicatie tot stand te brengen tussen de gemeenschappen die het meest verdeeld zijn, en om door te gaan, als Europeanen, met het verdedigen van waarden en mensenrechten.

Wij in Euskadi – in Baskenland – lijden nog steeds onder terroristisch geweld en hopen dat de ETA luistert naar de noodkreet van de Baskische gemeenschap, die moe is van het lijden en de ETA vraagt om definitief de wapens neer te leggen. Wij wachten op een verklaring van een definitief staakt-het-vuren. In deze omstandigheden verwacht ik dezelfde solidariteit en vastberaden steun van de Europese Unie om ook in Euskadi de vrede en verzoening tot stand te brengen waar wij zo naar uitzien.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, geen enkel land is erger benadeeld door de financiële reddingsoperaties dan Ierland, en geen volk is oneerlijker behandeld dan de Ieren. De Ierse minister van Financiën, Brian Lenihan, heeft telkens de juiste beslissingen genomen. Elke Ierse overheidsdienaar, van de Taoiseach (de Ierse premier) tot de laagste ambtenaar, en zelfs de ontvangers van een werkloosheidsuitkering, hebben de buikriem aangehaald en hebben hun inkomen aanzienlijk zien slinken. Nu merken ze dat, als zij die pijnlijke beslissingen niet genomen hadden – als ze hun geld waren blijven uitgeven – ze net als de Grieken in aanmerking waren gekomen voor een financiële reddingsoperatie. En wat nog erger is: ze worden nu verplicht om Griekenland te helpen redden. En dat is niet het enige. Ze ontdekken ook nog eens dat Ierland een grotere bijdrage per inwoner moet betalen dan de meeste van de andere leden van de eurozone.

Elke normale econoom zou op een moment als dit voorstellen dat we de economieën van de eurozone in staat stellen om opnieuw hun eigen valuta bij te maken, om te devalueren, om op die manier tijd te winnen en zich opnieuw in de markt te prijzen. Maar in de plaats daarvan veroordelen we de burgers van Zuid-Europa tot jaren van armoede en deflatie. We zadelen de belastingbetalers van Noord-Europa op met een enorme schuldenberg, gewoon om een aantal personen gezichtsverlies te besparen. Dat moeten dan toch wel de duurste gezichten zijn sinds Helena van Troje, voor wie er duizend schepen werden ingezet!

 
  
MPphoto
 

  James Nicholson (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik was niet van plan om een stemverklaring af te leggen over dit specifieke onderwerp, maar tijdens zijn toespraak verwees de rapporteur slechts naar dr. Paisley en de heer Adams, toen hij beweerde dat zij voor vrede hebben gezorgd in Noord-Ierland. Wel, de heer Adams en Paisley hebben voor een heleboel dingen gezorgd, maar ze hebben nooit voor vrede gezorgd. Een heleboel mensen kunnen aanspraak maken op de vrede in Noord-Ierland, maar uiteindelijk waren het David Trimble en John Hume die het zware werk hebben gedaan om vrede te brengen in Noord-Ierland. Ik hoop dan ook dat de rapporteur zich in de toekomst beter zal informeren. Zij hebben in het verleden al het zware werk gedaan.

Laat het duidelijk zijn dat ik positief heb gestemd omdat ik vind dat we vandaag in Noord-Ierland nog steeds steun nodig hebben om te behouden wat is bereikt. Het is geenszins zeker dat de vrede zal blijven duren, omdat er aan beide zijden mensen zijn – en ze hebben onlangs nog van zich laten horen – die nog steeds proberen terug te draaien wat er is bereikt.

 
  
  

Verkiezing van een ondervoorzitter van het Europees Parlement

 
  
MPphoto
 

  Jacek Olgierd Kurski (ECR). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik was een van de 334 leden van het Europees Parlement die de heer László Tőkés steunden voor de functie van ondervoorzitter van het Europees Parlement. Hij is een van mijn jeugdhelden. Als journalist van Solidariteit in 1989 bracht ik onder een kogelregen van de misdadige veiligheidsdienst van Ceauşescu, de Securitate, verslag uit over de Roemeense revolutie. Deze revolutie begon op 16 december 1989 in Timişoara met een speech van László Tőkés.

Ik betreur dat hij vandaag eerst het slachtoffer is van een fout van de computer, die 168 stemmen verkeerd telde, en dat deze 168 stemmen daarna door de voorzitter van de vergadering bij het totaal gevoegd werden, wat tot algemene controverse leidde. Als het daardoor zou blijken dat er iemand de rechtsgeldigheid van de verkiezing van László Tőkés als ondervoorzitter van het Parlement in twijfel trekt, dan ben ik er voorstander van om de stemming te herhalen. Ik ben ervan overtuigd dat de uitslag nog beter zal zijn. Het mandaat van een zo verdienstelijk persoon in het Europees Parlement zou door niemand betwist mogen worden. Ik denk dus dat het in het belang van deze persoon zelf is om de stemming te herhalen, voor het geval iemand vraagtekens wil plaatsen bij de vorige stemming.

 
  
  

- Verslag-Marinescu (A7-016/2010)

 
  
MPphoto
 

  Alfredo Antoniozzi (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb vóór het verslag van de heer Marinescu gestemd – die ik hierbij bedank – omdat ik geloof dat een uiterst modern en efficiënt goederenvervoer een essentiële vereiste voor Europese ondernemingen is, niet alleen om te kunnen concurreren maar om überhaupt te kunnen overleven. Ik deel bovendien de wens van de rapporteur volkomen om enkele passages van de tekst die door dit Parlement zelf in eerste lezing is goedgekeurd opnieuw in te voeren.

 
  
  

- Verslag-Martin (A7-0043/2010)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, toen we vandaag aan de stemming begonnen, werden we geconfronteerd met een procedure die we nog nooit eerder in dit Parlement hadden gezien, namelijk een procedure waarbij alleen de ‘ja’-stemmen geregistreerd werden. Ik zeg u, mijnheer de Voorzitter, dat was gewoon een kwestie van tijd. Want dit is natuurlijk precies de werkwijze die de EU gehanteerd heeft bij de laatste referenda.

De Europese Grondwet of het Verdrag van Lissabon werd voortdurend afgewezen in de peilingen, door de Franse kiezers met 54 procent, door de Nederlandse kiezers met 62 procent, door de Ierse kiezers met 53 procent, en de reactie hierop was telkens om hoe dan ook door te gaan en de bezwaren te negeren die de mensen hadden gemaakt. Waar mensen hun verzet hadden geuit, werd alleen ‘ja’ gehoord. Nu hebben we deze benadering geregulariseerd, vastgelegd in de procedures van dit Parlement. We hebben het onmogelijk gemaakt voor mensen om hun meningsverschil over het project kenbaar te maken. Ik ben geneigd om hier een oud gezegde enigszins aan te passen, namelijk “welk deel van ‘nee’ begrijpt u niet?”

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, wanneer we kijken naar dit verslag over het Reglement en de aanpassing van het Reglement aan het Verdrag van Lissabon, is het interessant om te zien hoeveel leden van het Parlement zelf niet echt weten wat er nu eigenlijk in het Verdrag van Lissabon staat en welke invloed het heeft op onze kiezers in het dagelijks leven.

Neem nu bijvoorbeeld, die hele financiële reddingsoperatie ten behoeve van Griekenland. Als je kijkt naar wat er is besproken in de Raad, is artikel 122 van het Verdrag van Lissabon bedoeld als een artikel van solidariteit: “in een geest van solidariteit ... indien zich bij de voorziening van bepaalde producten, in het bijzonder op energiegebied, ernstige moeilijkheden voordoen ...” of “ in geval van moeilijkheden of ernstige dreiging van grote moeilijkheden in een lidstaat, die worden veroorzaakt door natuurrampen of buitengewone gebeurtenissen ...”. Dat wordt nu gebruikt als een excuus door de lidstaten, ongeacht of zij lid zijn van de eurozone of niet, om een land te redden dat er zelf een puinhoop van heeft gemaakt en dus niet op grond van buitengewone gebeurtenissen.

We moeten heel duidelijk zijn tegenover de kiezers wat het Verdrag van Lissabon voor hen betekent. Betekent het dat we het geld van de belastingbetaler gebruiken om landen te redden die niet in staat zijn hun eigen zaken te regelen?

 
  
MPphoto
 

  Bruno Gollnisch (NI). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, het talent van dit Parlement uit zich met name als het gaat om hervormingen van het Reglement. Die zijn altijd bedoeld om de rechten van de minderheid, de underdogs, de Untermenschen, die wij in zekere zin zijn, te verminderen. De regel, volgens artikel 24 van het Reglement, dat niet-ingeschrevenen hun eigen vertegenwoordiger mogen aanwijzen, wordt al een jaar lang domweg met voeten getreden.

Mijnheer de Voorzitter, in een opmerking die, neem mij niet kwalijk, een van de stomste is die ik in mijn parlementaire carrière heb gehoord, heeft u verklaard dat het niet mogelijk was, omdat u niet dezelfde politieke opvattingen heeft als ik. Dat klopt, ik ben een niet-ingeschrevene uit overtuiging. U was alleen een niet-ingeschrevene door het verraad van uw vrienden.

Er is echter een manier, mijnheer de Voorzitter, waarmee dit geschil beslecht had kunnen worden, en dat is een stemming. Een stemming is de normale procedure in een democratie. Maar nee. Nu zullen de vertegenwoordigers van de niet-ingeschrevenen worden aangewezen door de Voorzitter van het Parlement. Dit is weer zo’n klucht.

Het klopt dat de heer Martin hiervoor heeft gezorgd, dit heeft bekokstoofd, samen met de vertegenwoordigers van de twee grote fracties. Dit doet me overigens denken aan de vorige aanpassingen van het Reglement, op initiatief van de heer Corbett, die nu van het toneel verdwenen is, en die gelukkig bij de Europese verkiezingen is verslagen door mijn vriend Nick Griffin.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, artikel 86 van het verslag-Martin bepaalt dat de vertegenwoordiger van de niet-ingeschrevenen in de Conferentie van voorzitters niet door de niet-ingeschrevenen zelf wordt bepaald, maar door de Voorzitter van het Parlement. De reden is dat er geen consensus zou bestaan bij de niet-ingeschrevenen. Ik vraag mij af waar het probleem zit. In dit Parlement zelf, wanneer de Voorzitter van het Parlement wordt gekozen, is er ook geen consensus en juist daarom houden wij een verkiezing op een democratische manier. De vertegenwoordiger van de niet-ingeschrevenen moet representatief zijn en daarom is het het best dat er een verkiezing wordt georganiseerd.

Nu komen we in een situatie dat het Europees Parlement zichzelf een beetje te kijk stelt als een soort “Mickey Mouse”-parlement waar de Voorzitter van het Parlement zelf gaat bepalen wie representatief is voor een deel van zijn tegenstanders. Dan stel ik mij de vraag op welke basis? Op basis van representativiteit? Op basis van persoonlijke sympathie of vriendschap voor deze of gene van de niet-ingeschrevenen? Welke criteria gaat de Voorzitter gebruiken om de vertegenwoordiger van de niet-ingeschrevenen te bepalen? Daarover had ik graag een verklaring gehad van de Voorzitter vóór deze stemming, maar daar hebben wij jammer genoeg geen recht op gehad.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD). - (SK) Mijnheer de Voorzitter, met alle respect voor uw persoon en voor deze instelling, maar er dient bij het debat over de aanpassingen van het Reglement aan het Verdrag van Lissabon eveneens te worden ingegaan op de tekortkoming in het Reglement die een stemming als deze met een dergelijk resultaat – de verkiezing van de heer Tőkés tot ondervoorzitter – mogelijk maakten.

Ik begrijp niet hoe de voorzitters een tegenstrijdige stemming hebben kunnen houden, met als gevolg tegenstrijdige stemmingsuitslagen, en heb alle begrip voor de collega’s die de nodige twijfels hebben bij de vraag of de stemmen wel goed zijn geteld. Wat dat betreft vind ik dat de Europese Unie en het Europees Parlement te allen tijde transparant en inzichtelijk te werk dienen te gaan en dat zodra leden van het Parlement het idee hebben dat de stemmachine hun stem onjuist heeft weergegeven, zonder dit te hebben kunnen nagaan op hun beeldscherm, een dergelijke stemming altijd controversieel zal blijven.

Ik ben dan ook van mening dat we in het belang van de heer Tőkés alsook in het belang van de geloofwaardigheid van het Europees Parlement deze stemming nog eens over moeten doen om er zeker van te zijn dat de juistheid van de uitverkiezing van de ondervoorzitter van het Europees Parlement nooit en te nimmer in twijfel getrokken zal kunnen worden.

 
  
  

- Verslag-Jędrzejewska (A7-0183/2010)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de kanker van Griekenland is zich aan het uitzaaien rondom de Middellandse Zee. Deze week konden we lezen dat de Europese Commissie de financiële reddingsoperatie ten behoeve van Spanje aan het voorbereiden is, en de voorzitter van de Europese Raad, de heer Van Rompuy, heeft al eerlijk toegegeven dat in dat geval de 750 miljard euro die reeds opzijgezet werd in het noodfonds voor financiële reddingsoperaties absoluut ontoereikend zou zijn.

De tumor verspreidt zich, en in plaats van amputatie te overwegen, hebben onze leiders gekozen voor een langdurige kuur van chemotherapie die niet alleen duur en pijnlijk is, maar bovendien geen positief resultaat garandeert. Wat ik daarmee bedoel, is dat ze zullen proberen de machine op gang te brengen van wat de heer Van Rompuy economisch bestuur noemt en wat zijn voorganger fiscaal federalisme noemde: belastingharmonisatie, een heffing op financiële transacties, een Europees schuldagentschap of een Europees monetair fonds. Al deze constructies proberen geld over te hevelen om het project in leven te houden terwijl het natuurlijk veel makkelijker zou zijn om de belastingbetalers de last van deze reddingsoperatie te besparen en de getroffen economieën enorm te stimuleren door hen in de gelegenheid te stellen te devalueren en zich opnieuw in de markt te prijzen. Wat een hoge tol moeten onze burgers betalen voor de grillen van hun elite!

 
  
  

- Verslag-Cashman (A7-0165/2010)

 
  
MPphoto
 

  Clemente Mastella (PPE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ter gelegenheid van de millenniumtop van 2000 hebben de rijkste landen, inclusief de landen van de Europese Unie, hun belofte hernieuwd om in 2015 enkele specifieke doelen te bereiken: het verminderen van honger en armoede, het verbeteren van onderwijs en gezondheidszorg en het beschermen van het milieu in ontwikkelingslanden.

Nu we bijna tien jaar verder zijn vinden we dat Europa, dat internationaal gezien het meest actief is binnen de ontwikkelingshulp, meer dan ooit een leidende rol op zich moet nemen. Het lijdt geen enkele twijfel dat de toename van ontwikkelingshulp de afgelopen jaren heeft bijgedragen aan het verlichten van het leed van miljoenen mensen. Hoewel het waar is dat de hulp werkt, is er nog veel te doen, vooral gezien het feit dat de huidige internationale crisis veel lidstaten zal dwingen hun begroting voor ontwikkelingshulp voor deze landen in te krimpen.

Mijnheer de Voorzitter, ik heb vóór dit verslag gestemd omdat ik geloof dat het nu noodzakelijk is om innovatieve financieringsmechanismen te verkennen. De lidstaten van de Europese Unie moeten strategische partnerschappen van politieke aard met deze landen serieus gaan nemen. Dit betekent dat alle partners een hernieuwde politieke wil moeten laten zien om de prioritaire doelen te verwezenlijken, die nog steeds zijn: een samenhangend ontwikkelingsbeleid, het trotseren van de klimaatverandering en de mondiale crisis, governance en rechten, recht op voedsel en ontwikkelingsonderwijs. Dit blijft, mijnheer de Voorzitter, onze primaire uitdaging.

 
  
MPphoto
 

  Sonia Alfano (ALDE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb vóór het verslag-Cashman gestemd omdat ik geloof dat het de verantwoordelijkheid van dit Parlement en van de Europese instellingen is om vast te houden aan hun verplichtingen jegens mensen die in minder ontwikkelde landen wonen, in het bijzonder in Afrikaanse landen, en deze verplichtingen ook na te komen.

We kunnen niet in het jaar 2015 belanden en ons realiseren dat de acht doelen die we ons hadden gesteld niet zijn bereikt, omdat we het, als we het hebben over het bereiken van de millenniumdoelstellingen en over al die percentages – laten we dat niet vergeten – hebben over miljarden mensen die lijden en die niet de mogelijkheid hebben om op een waardige manier te leven.

De Europese Unie moet een voorbeeld en gids in de ontwikkelingshulp zijn. Het kwijtschelden van staatsschulden, samen met een grotere inspanning voor het goed terecht laten komen van hulp, is een van de basispunten van dit solidariteitsplan. De verwezenlijking van dit plan – daar moeten we ons bewust van zijn – kan niet worden uitgesteld zonder dat meer mensenlevens worden opgeofferd.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

Verkiezing van een ondervoorzitter van het Europees Parlement

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) Toen Pal Schmitt, ondervoorzitter van het Europees Parlement, onlangs werd gekozen om het nieuw gekozen Hongaarse parlement voor te zitten, moesten mijn collega’s en ik een nieuwe ondervoorzitter aanwijzen. Aangezien László Tőkés, Hongaars afgevaardigde van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten), aan alle noodzakelijke voorwaarden voldoet om een dergelijke functie uit te oefenen (integriteit, inzet, steun voor de Europese eenwording), heb ik voor zijn kandidatuur gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Cătălin Sorin Ivan (S&D), schriftelijk. (RO) De benoeming van László Tőkés als ondervoorzitter van het Europees Parlement is een belediging voor Roemenië, gezien het nationalistische discours van deze collega. Het is nog erger dat hij in deze functie is gekozen via een vanuit procedureel oogpunt twijfelachtige stemming. Een dergelijke benoeming zou in het Europees Parlement niet moeten plaatsvinden. Wij dragen als forum verantwoordelijkheid ten opzichte van de Europese burgers. Maar aangezien de benoeming toch heeft plaatsgevonden, zou ik gewild hebben dat de stemming volledig in overeenstemming met de procedure werd gehouden. Aangezien ook dit niet is gebeurd, tast deze verkiezing het beeld van het Europees Parlement aan, met name in Roemenië waar de publieke opinie direct geïnteresseerd is in dit onderwerp. Of László Tőkés in zijn huidige functie al of niet goed presteert is op dit moment minder belangrijk. Wat wel degelijk van belang is, is dat een Europees land diep gegriefd is.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Mircea Paşcu (S&D), schriftelijk. – (EN) De stemming van vandaag over de verkiezing van de heer Tőkes als ondervoorzitter van het Europees Parlement is een schande. Ten eerste was de uitleg van de Voorzitter over de stemprocedure zowel verwarrend als tegenstrijdig. Daardoor wist niemand meer wat te doen. Ten tweede werkten de stemmachines van een aantal Roemeense Parlementsleden – die van plan waren om tegen te stemmen – vreemd genoeg niet zoals het moest. Ten derde liet men de stemming gewoon doorgaan en liet de Voorzitter de hele kwestie voor wat ze was toen hij de zaal verliet. Ten vierde werd het verstandige verzoek vanuit de zaal dat de stemming overgedaan moest worden onder normale omstandigheden afgewezen. Ten vijfde werd er gemeld dat er meer stemmen uitgebracht zijn dan er leden aanwezig waren! Ten zesde werden we eenvoudigweg op de hoogte gebracht dat de stemming toch gevalideerd werd! Ten zevende kon nochtans niemand uitleggen hoe 168 stemmen een ‘gekwalificeerde meerderheid’ zou kunnen vormen in een Parlement van 751 leden!

In feite, heeft de PPE dus zijn wil opgelegd aan het hele Parlement! Ik vind het jammer, want ze kunnen beter dan dit, en wij, de andere leden van het Parlement, verdienen beter!

 
  
  

- Verslag-Matera (A7-0180/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE), schriftelijk.(FR) Uit politieke solidariteit met mijn vrienden bij de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) heb ik voor het verslag van mijn Italiaanse collega Barbara Matera (PPE, IT) gestemd, over het voorstel voor een besluit over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) van ongeveer 6,6 miljoen euro voor hulp aan Spanje, dat zich geconfronteerd ziet met gedwongen ontslagen in de sector van de niet-metaalhoudende minerale producten. Ik wil de analyse van de Europese Commissie die gebaseerd is op informatie van het Koninkrijk Spanje niet fundamenteel in twijfel trekken, maar ik vind het wel vreemd dat het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering beschikbaar gesteld moet worden voor iets dat slechts een gevolg is van het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel in Spanje. In feite is het de afname van het aantal hypothecaire leningen die heeft geleid tot het teruggelopen aantal bouwvergunningen en dus het lagere verbruik van tegels en keramiek, en daardoor niet-metaalhoudende minerale producten. Waar gaan we heen met een dergelijke redenering? Kunnen we serieus beweren dat het hier om aanpassing aan de globalisering gaat? Ik vind overigens ook dat de administratieve kosten van ruim 400 000 euro ver bovenmaats zijn, zelfs als een onderzoek van 60 000 euro, dat onbetaalbaar lijkt, ten grondslag lijkt te liggen aan dat torenhoge bedrag. Wordt vervolgd …

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Stijgende werkloosheid is een van de meest schadelijke gevolgen van de recente economische en financiële crisis. De grotere instabiliteit van de markten heeft bijgedragen tot de verslechtering van de positie van verscheidene bedrijven die minder in staat bleken te zijn zich aan te passen aan de mondialisering. In dit geval gaat het om 118 bedrijven in de Comunidad Valenciana, die getroffen zijn door de effecten van de mondialisering. Daar Spanje het verzoek om geld beschikbaar te stellen uit het fonds voldoende heeft onderbouwd, meen ik dat de aanvraag gesteund moet worden.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Op het steekhoudende karakter van speciale steun voor werknemers die ontslagen zijn ten gevolge van de huidige wereldwijde economische crisis valt volgens mij niets af te dingen. Dat geldt ook voor het onderhavige geval van 2 425 ontslagen bij 181 bedrijven in de Spaanse Comunidad Valenciana. Het verstrekken van steun voor de omscholing en re-integratie van deze werknemers in de arbeidsmarkt is zeer belangrijk, zowel voor het aantrekken van de economie als voor de sociale stabiliteit. Daarom stem ik voor deze resolutie. Ik herhaal de aanbeveling aan de Commissie geen kredieten uit het Europees Sociaal Fonds over te schrijven voor betalingen in het kader van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG). Het gaat immers om fondsen met verschillende doelstellingen, die complementair zijn en elkaar dus niet kunnen vervangen. Bij het EFG gaat het om buitengewone maatregelen en daarom dient de financiering van het fonds autonoom te zijn. Het is dan ook een ernstige fout dat de financiering van het EFG, dat dient voor conjuncturele maatregelen, ten koste gaat van het Europees Sociaal Fonds of van een ander structuurfonds.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk.(LT) Op 2 september 2009 heeft Spanje een aanvraag ingediend voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in verband met het gedwongen ontslag van werknemers van 181 bedrijven die niet-metaalhoudende minerale producten fabriceren in één enkele NUTS II-regio, Comunidad Valenciana. Mijns inziens voldoet deze aanvraag aan de eisen voor het bepalen van de financiële bijdrage zoals vastgelegd in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1927/2006. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd en voor het Commissievoorstel om een bedrag van 6 598 735 euro beschikbaar te stellen, omdat alleen maatregelen die ontslagen werknemers helpen integreren in de arbeidsmarkt worden gefinancierd uit middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG), en omdat met geld uit het fonds de voorwaarden worden geschapen waaronder ontslagen werknemers een vaste of tijdelijke baan kunnen vinden, kunnen deelnemen aan beroepsopleidingsprogramma’s en de nodige kennis kunnen verwerven om te voldoen aan de vraag van de arbeidsmarkt, een bedrijfsvergunning verkrijgen of een eigen bedrijf opzetten. Litouwen heeft eerder al steun uit dit fonds ontvangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb vóór het verslag over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) gestemd omdat ik denk dat het cruciaal is om het belang van dit fonds te benadrukken.

Dit instrument is geschapen om actieve steunmaatregelen op de arbeidsmarkt te introduceren. De maatregelen zijn uitsluitend bedoeld om werknemers, die zijn ontslagen als gevolg van structurele veranderingen in de belangrijkste internationale handelspatronen, te helpen en hun re-integratie in de arbeidsmarkt te faciliteren.

Dit is een uiterst nuttig instrument, dat tussen 2007 en nu 55 verzoeken uit 17 lidstaten heeft gezien, betreffende de ondersteuning van 52 334 ontslagen werknemers, voor wie een totaalbedrag van 271,9 miljoen euro is gereserveerd.

Uit de analyse van de gegevens die in ons bezit zijn blijkt dus dat het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering is gemobiliseerd voor een bedrag van 5 195 euro per ontslagen werknemer. Dat bedrag is echt gebruikt voor de verwezenlijking van gepersonaliseerde diensten die specifiek zijn gericht op de re-integratie van de betreffende werknemers in de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) Rekening houdend met de Spaanse arbeiders in de regio Valencia die het slachtoffer zijn geworden van de globalisering, breng ik geen stem uit. Gezien de situatie waarin ze terecht zijn gekomen door de gevolgen van de door de Europese Unie opgelegde neoliberale beleidsvormen, zou je voor je gevoel met recht tegen het hongerloon stemmen dat ze van de Europese elite krijgen. Hoewel het niets voorstelt wat ze krijgen, kan het hun lijden iets verzachten. Dit maakt de logica van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering niet acceptabeler. Het steunt de uitbestedingen naar Marokko en Algerije waar momenteel sprake van is en sanctioneert de winsten van de zeer vermogenden. Een zuiver geweten stelt voor de oligarchische eurocraten weinig voor.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De EU is een ruimte van solidariteit waar het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) deel van uitmaakt. Maatregelen van dit fonds zijn van fundamenteel belang om steun te kunnen verlenen aan werklozen en slachtoffers van bedrijfsverplaatsingen in onze gemondialiseerde economie. Steeds meer bedrijven verplaatsen hun activiteiten, waarbij zij profiteren van de lage loonkosten in verscheidene landen, met name in China en India. Landen die de rechten van werknemers eerbiedigen ondervinden daar vaak de schadelijke gevolgen van. Het EFG is bestemd voor steun aan werknemers die het slachtoffer zijn van bedrijfsverplaatsingen en is van fundamenteel belang om werknemers makkelijker toegang te geven tot een nieuwe baan. Het EFG is in het verleden al gebruikt door andere lidstaten van de EU en deze keer moet er steun worden verleend aan de Spaanse Comunidad Valenciana, waar onlangs in de sector “Vervaardiging van overige niet-metaalhoudende minerale producten” meer dan 2 400 werknemers bij 181 bedrijven ontslagen zijn. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. – (EN) Het verslag gaat over de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 6 598 735 euro uit het EFG ten behoeve van de regio Valencia in Spanje, ten gevolge van 2 425 ontslagen in 181 bedrijven die actief zijn in de sector van de vervaardiging van overige niet-metaalhoudende minerale producten. De middelen zullen rechtstreeks naar de getroffen werknemers gaan. Het verslag werd in de Begrotingscommissie zonder debat aangenomen. In de plenaire vergadering hebben wij, de Groenen, het verslag eveneens gesteund.

 
  
  

- Verslag-Matera (A7-0181/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE), schriftelijk. (FR) Uit solidariteit met de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) en Ierland heb ik op basis van het verslag van mijn uitstekende Italiaanse collega, Barbara Matera, gestemd voor het voorstel voor een besluit over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) van ongeveer 2,7 miljoen euro voor hulp aan Ierland, dat zich geconfronteerd ziet met gedwongen ontslagen in de kristalsector. Het grootste deel van de 600 ontslagen is gevallen bij de onderneming Waterford Crystal. Ik wil de analyse van de Europese Commissie niet in twijfel trekken, maar ik vind het vreemd dat deze onderneming, die al sinds 2005 in moeilijkheden verkeert, de voornaamste reden kan zijn voor aanpassing aan de globalisering. In 2005 kondigde dit bedrijf de sluiting van zijn fabriek in Dungarvan aan om alle werkzaamheden samen te voegen in de hoofdfabriek in Kilkenny, de stad waar Waterford gevestigd is en waar 1 000 mensen voor de onderneming werkten. Door de verhuizing verdwenen bijna 500 arbeiders uit Dungarvan. Na de sluiting van deze fabriek op 30 januari 2009 hebben voormalige werknemers en hun gezinnen demonstraties georganiseerd die in maart 2009 stopten na een overeenkomst met de arbeiders en betaling van 10 miljoen euro (bron: Wikipedia). Is dit aanpassing aan de globalisering?

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (ALDE), schriftelijk.(GA) Ik ben zeer verheugd over de vergoeding uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering die verdeeld wordt onder voormalige werknemers van Waterford Crystal en daarbij aangesloten bedrijven. Het fonds is opgericht om hulp te bieden aan werknemers die het slachtoffer zijn van structurele veranderingen in het wereldwijde handelsnetwerk, en het is uiterst belangrijk voor de lokale gemeenschap waarvan Waterford Crystal de kern vormt.

Wegens de centrale rol die dit bedrijf vervulde binnen de regio, de vele geschoolde lokale werknemers die een baan hadden bij de glassector en de daarbij aangesloten bedrijven en het buitengewone belang van de sector voor de identiteit van de Waterford-regio, zal dit fonds werknemers en hun gezinnen veel ondersteuning bieden en ertoe bijdragen dat werknemers de mogelijkheid krijgen een nieuwe baan te vinden.

Op lokaal niveau moeten coördinatiemaatregelen worden getroffen, zodat deze middelen op de juiste wijze worden verdeeld. Omdat deze groep werknemers ouder is dan gemiddeld, en zij zeer vakkundig werk verrichtten, moet erop worden toegezien dat de middelen worden gebruikt om aanvullende opleidingen en scholing aan te bieden, ondernemerschap te bevorderen en de toegang tot werk te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) De Europese Unie is de belangrijkste donor van het Internationaal Fonds voor Ierland. De EU-bijdrage beloopt ongeveer 57 procent van de steun die het fonds jaarlijks ontvangt.

Ik ben dan ook blij met de rol die de Unie heeft gespeeld bij de steunverlening voor de economische en sociale ontwikkeling van Ierland, waarbij het doel de totstandbrenging van vrede en verzoening was.

De huidige periode van activiteiten van het fonds loopt ten einde, maar het is belangrijk dat de Europese Unie haar bijdrage aan het Internationaal Fonds voor Ierland continueert om bruggen te slaan en gemeenschappen te integreren en de ontwikkeling te bevorderen van de gebieden van de beide delen van Ierland die het zwaarst hebben geleden onder de instabiliteit van de afgelopen jaren.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. (EN) Ik sta volledig achter het besluit om het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering te gebruiken om de werknemers van Waterford Crystal te steunen. De wereldwijde economische crisis, in combinatie met enkele belangrijke verschuivingen in de wereldhandel, hebben geleid tot talloze ontslagen in Ierland en in heel Europa. Ik dring er bij de Ierse regering op aan om snel te handelen zodat deze middelen snel en doeltreffend worden gebruikt om te voldoen aan de individuele bijscholing en educatieve behoeften van de werknemers. Het tijdschema voor het gebruik van dit fonds is beperkt en er valt geen tijd te verliezen bij het verschaffen van de diensten die noodzakelijk zijn. We moeten de regelgeving omtrent het EFG herzien om meer flexibiliteit mogelijk te kunnen maken bij het gebruik van de middelen, in het bijzonder wat betreft het tijdschema.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Het land dat de Keltische Tijger werd genoemd en opmerkelijke groeipercentages haalde, is de afgelopen jaren getroffen door de effecten van de crisis en de mondialisering. Ook de Ierse glasindustrie is getroffen en bijna 600 werknemers in die sector hebben nu steun nodig. Ik ben het eens met de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Gezien de doelstellingen van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) stem ik voor de steunverlening aan de ontslagen werknemers bij Waterford Crystal in Ierland. Het gaat om een steunbedrag van meer dan 2,5 miljoen euro, dat van doorslaggevend belang is om de vaardigheden van de ontslagen werknemers, van wie de overgrote meerderheid ouder dan 45 is, te verbeteren. Ik wil evenwel wijzen op de overduidelijke verschillen en ongelijkheden bij het beschikbaar stellen van EFG-middelen, daar bepaalde lidstaten al herhaalde malen verzuimd hebben gebruik te maken van de beschikbare kredieten. Dat is schadelijk voor de werknemers die in de desbetreffende landen werkloos worden, zoals in Portugal ten gevolge van de voortdurende stijging van het aantal faillissementen en de werkloosheidscijfers.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. (LT) Op 7 augustus 2009 heeft Ierland een aanvraag ingediend voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in verband met gedwongen ontslagen in het bedrijf Waterford Crystal en voor drie leveranciers of downstreamproducenten van eerdergenoemd bedrijf. Mijns inziens voldoet deze aanvraag aan de eisen voor het bepalen van de financiële bijdrage zoals vastgelegd in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1927/2006. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd en voor het Commissievoorstel om een bedrag van 2 570 853 euro beschikbaar te stellen, omdat alleen maatregelen die ontslagen werknemers helpen integreren in de arbeidsmarkt worden gefinancierd uit middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG), en omdat met geld uit het fonds de voorwaarden worden geschapen waaronder ontslagen werknemers een vaste of tijdelijke baan kunnen vinden, kunnen deelnemen aan beroepsopleidingsprogramma’s en de nodige kennis kunnen verwerven om te voldoen aan de vraag van de arbeidsmarkt, een bedrijfsvergunning verkrijgen of een eigen bedrijf opzetten. Litouwen heeft eerder al steun uit dit fonds ontvangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) Rekening houdend met de Ierse arbeiders van Waterford Crystal, die het slachtoffer zijn geworden van de globalisering, breng ik geen stem uit. Gezien de situatie waarin zij terecht zijn gekomen door de gevolgen van de door de Europese Unie opgelegde neoliberale beleidsvormen, zou je voor je gevoel met recht tegen het hongerloon stemmen dat ze van de Europese elite krijgen. Hoewel het weinig is dat ze krijgen, kan het hun lijden verzachten. Dat maakt de logica van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering niet acceptabeler. Het steunt de huidige speculatie door banken en sanctioneert de winsten die VS-fondsen, zoals KPS Capital Partners, maken over de rug van Europese arbeiders. In het koninkrijk van de eurocraten is een zuiver geweten niet duur.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De EU is een ruimte van solidariteit waar het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) deel van uitmaakt. Maatregelen van dit fonds zijn van fundamenteel belang om steun te kunnen verlenen aan werklozen en slachtoffers van bedrijfsverplaatsingen in onze gemondialiseerde wereld. Steeds meer bedrijven verplaatsen hun activiteiten, waarbij zij profiteren van de lage loonkosten in verscheidene landen, met name in China en India. Landen die de rechten van werknemers eerbiedigen ondervinden daar vaak de schadelijke gevolgen van. Het EFG is bestemd voor steun aan werknemers die het slachtoffer zijn van bedrijfsverplaatsingen en is van fundamenteel belang om werknemers makkelijker toegang te geven tot een nieuwe baan. Het EFG is in het verleden al gebruikt door andere lidstaten van de EU en deze keer moet er steun worden verleend aan Ierland, meer in het bijzonder aan bedrijven in de glassector. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. – (EN) Het verslag gaat over het inzetten van het EFG ten behoeve van Ierse werknemers (2 570 853 euro) naar aanleiding van de ontslagen bij Waterford Crystal en bij drie van haar toeleveringsbedrijven die actief zijn in de kristalsector. De middelen zullen rechtstreeks naar de getroffen werknemers gaan. Het verslag werd in de Begrotingscommissie zonder debat aangenomen. Wij zien geen reden om dit verslag af te keuren.

 
  
  

- Verslag-Matera (A7-0179/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. – (EN) Ik ben blij met de beslissing om financiële steun te bieden aan werknemers die zijn ontslagen als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis in drie bijzondere gevallen – in de autonome regio Valencia en in de regio Castilla-La Mancha in Spanje, en in het kristalproductiebedrijf Waterford Crystal in Ierland. Het totale bedrag van de steun in deze gevallen bedraagt 11 miljoen euro en is bedoeld voor 3 663 ontslagen werknemers. Hoewel de steun uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering geen oplossing zal bieden voor alle problemen die worden veroorzaakt door de financiële en economische crisis, dring ik er bij de EU-instellingen op aan om de aanvragen tijdig en effectief te beoordelen. Ik moedig de lidstaten aan om actief deel te nemen aan dit fonds.

In mijn eigen land, Litouwen, is onlangs financiële steun toegekend voor werknemers die hun baan hadden verloren in de bouwsector, de meubelsector, de kledingindustrie, en ook voor de werknemers van de fabriek van Snaigė in de stad Alytus. Deze steun wordt ten zeerste gewaardeerd door de mensen die het zwaarst getroffenen zijn door de wereldwijde financiële en economische crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE), schriftelijk.(FR) Uit solidariteit met de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) heb ik op basis van het verslag van mijn Italiaanse collega, Barbara Matera (PPE, IT), gestemd voor het voorstel voor een besluit over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) van ongeveer 2 miljoen euro voor hulp aan Spanje, dat zich geconfronteerd ziet met gedwongen ontslagen in de sector voor de vervaardiging van houtproducten. In feite rechtvaardigt het Koninkrijk Spanje zijn verzoek door ervan uit te gaan dat de financiële en economische crisis heeft geleid tot een plotselinge instorting van de wereldeconomie met grote gevolgen voor vele sectoren, in het bijzonder voor de vraag in de bouwsector en dus voor houtproducten. De waarheid is dat de crisis de vastgoedzeepbel in Spanje uiteen heeft doen spatten en het is moeilijk te begrijpen hoe dit als een aanpassing aan de globalisering gerechtvaardigd moet worden … Als we kijken naar wat er wordt gefinancierd (bijvoorbeeld 57 bevorderingen van het ondernemerschap voor een bedrag van ieder 3 000 euro, in totaal 171 000 euro; 16 opleidingsworkshops in combinatie met stages van ieder 12 500 euro, in totaal 200 000 euro, enzovoort), waar is dan de aanpassing aan de globalisering? Wordt vervolgd …

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Het feit dat veel sectoren en bedrijven door de crisis en de mondialisering worden getroffen, leidt tot de onvermijdelijke vraag of het huidige Europese economische model levensvatbaar en houdbaar is. Terwijl er op het verlenen van steun aan de ontslagen werknemers niets valt af te dingen, kan er wel het een en ander worden aangemerkt op het bestendigen van een stand van zaken die leidt tot het toenemen van moeilijke situaties, zoals op dit moment voor de hout- en kurkbewerkers in Castilla-La Mancha.

Naast het verlenen van incidentele hulp dienen de Europese Unie en de lidstaten in staat te zijn een economisch klimaat te bevorderen dat geen onnodige bureaucratische belemmeringen kent, ondernemersvriendelijk is en het ondernemersrisico en innovatie beloont.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor deze steunverlening in het kader van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering gestemd gezien de uiterst negatieve gevolgen van de sluiting van 36 houtverwerkende bedrijven in een tijdsbestek van negen maanden in de Spaanse regio Castilla-La Mancha, waardoor 585 mensen werkloos zijn geworden. De situatie is des te ernstiger, daar die regio te kampen heeft met ontvolking en bijna heel de beroepsbevolking op andere terreinen ongeschoold is. Daarom wijs ik op de noodzaak speciale aandacht te besteden aan de negatieve effecten van de huidige economische crisis voor de meest landelijke gebieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. (LT) Op 9 oktober 2009 heeft Spanje een aanvraag bij de Commissie ingediend voor de beschikbaarstelling van circa 1 950 000 euro uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in verband met gedwongen ontslagen van 585 werknemers van 36 bedrijven uit de houtindustrie en bedrijven die artikelen van hout en van kurk, exclusief meubelen, en artikelen van riet en van vlechtwerk vervaardigen in de regio Castilla-La Mancha in de verslagperiode van negen maanden van 1 november 2008 tot 31 juli 2009. Ik ben het eens met het oordeel van de Commissie dat deze aanvraag voldoet aan de criteria van de EFG-verordening om in aanmerking te komen voor steun, en met de aanbeveling van de Commissie aan de begrotingsautoriteit om de aanvraag goed te keuren, omdat alleen maatregelen die ontslagen werknemers helpen integreren in de arbeidsmarkt worden gefinancierd uit middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG), en omdat met geld uit het fonds de voorwaarden worden geschapen waaronder ontslagen werknemers een vaste of tijdelijke baan kunnen vinden, kunnen deelnemen aan beroepsopleidingsprogramma’s en de nodige kennis kunnen verwerven om te voldoen aan de vraag van de arbeidsmarkt, een bedrijfsvergunning verkrijgen of een eigen bedrijf opzetten. Litouwen heeft eerder al steun uit dit fonds ontvangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) Rekening houdend met de Spaanse arbeiders in de regio Castilla-La Mancha, die het slachtoffer zijn geworden van de globalisering, breng ik geen stem uit. Gezien de situatie waarin zij terecht zijn gekomen door de gevolgen van de door de Europese Unie opgelegde neoliberale beleidsvormen, zou je voor je gevoel met recht tegen het hongerloon stemmen dat ze van de Europese elite krijgen. Hoewel het weinig voorstelt wat ze krijgen, kan het hun lijden verzachten. Dit maakt de logica van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering niet acceptabeler. Het steunt speculatie op de huizenmarkt en de instorting ervan en sanctioneert de winsten die de rente oplevert voor banken. Een zuiver geweten heeft weinig waarde voor de overheersende eurocraten.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De EU is een ruimte van solidariteit waar het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) deel van uitmaakt. Maatregelen van dit fonds zijn van fundamenteel belang om steun te kunnen verlenen aan werklozen en slachtoffers van bedrijfsverplaatsingen in onze gemondialiseerde economie. Steeds meer bedrijven verplaatsen hun activiteiten, waarbij zij profiteren van de lage loonkosten in verscheidene landen, met name in China en India. Landen die de rechten van werknemers eerbiedigen ondervinden daar vaak de schadelijke gevolgen van. Het EFG is bestemd voor steun aan werknemers die het slachtoffer zijn van bedrijfsverplaatsingen en is van fundamenteel belang om werknemers makkelijker toegang te geven tot een nieuwe baan. Het EFG is in het verleden al gebruikt door andere lidstaten van de EU en deze keer moet er steun worden verleend aan de Comunidad Castilla-La Mancha in Spanje in verband met het ontslag van 585 werknemers bij 36 bedrijven in de sector houtindustrie en vervaardiging van artikelen van hout en van kurk, exclusief meubelen, en artikelen van riet en van vlechtwerk. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Het verslag gaat over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering ten behoeve van de regio Castilla-La Mancha in Spanje (1 950 000 euro), vanwege de 585 ontslagen die zijn gevallen in 36 bedrijven die werkzaam zijn in de sector van de “houtindustrie en vervaardiging van artikelen van hout en van kurk, exclusief meubelen; vervaardiging van artikelen van riet en van vlechtwerk”. De middelen zullen rechtstreeks naar de getroffen werknemers gaan. Het verslag werd in de Begrotingscommissie zonder debat aangenomen. Wij, de Verts/ALE-Fractie, hebben het gesteund.

 
  
  

- Verslag-Matera (A7-0178/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE), schriftelijk.(FR) Uit solidariteit met de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) heb ik op basis van het verslag van mijn Italiaanse collega, Barbara Matera, gestemd voor het voorstel voor een besluit over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) van 1,1 miljoen euro om de technische ondersteuningsactiviteiten met betrekking tot het EFG te financieren. Artikel 8, lid 1, van de EFG-verordening uit 2006 stelt dat 0,35 procent van het beschikbare totaalbedrag van het fonds, 500 miljoen euro, jaarlijks beschikbaar mag worden gesteld voor technische bijstand op initiatief van de Commissie. Dat komt neer op 1 750 000 euro. Tot nu toe is er niets toegewezen aan technische ondersteuning. Eerlijk gezegd lijkt het houden van twee vergaderingen van 27 deskundigen (1 per lidstaat) van ieder 35 000 euro, dus in totaal 70 000 euro, en twee seminars over het EFG van ieder 100 000 euro zinloos te zijn, vooral als het bedoeld is om het EFG niet te laten betalen voor aanpassing aan de globalisering, maar voor lopende kosten. En hoe zit het met de 10 onderzoeken van ieder 25 000 euro? … Wordt vervolgd … maar je zou toch gaan denken dat deze technische ondersteuningsactiviteiten alleen uitgevoerd worden om geld uit te geven, gewoon omdat het juridisch gezien kan.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. (LT) Ik stem in met dit verslag omdat meer dan de helft van de middelen voor technische steun die aan de Commissie zijn toegewezen zullen worden gebruikt om studies naar en evaluaties van lopende projecten van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) te bekostigen en ten uitvoer te leggen, successen vast te stellen en hiervan te leren; een deel van de technische kredieten zal worden gebruikt om een database op te zetten over re-integratie in de arbeidsmarkt op de lange termijn. Ik pleit er ook voor dat ten minste een deel van deze kredieten zal worden gebruikt voor technische maatregelen die de aanvraagprocedure zouden kunnen helpen versnellen, die bij veel steunaanvragen te lang duurt. Ik wil de lidstaten aanmoedigen te informeren naar en gebruik te maken van de mogelijkheden die het EFG biedt bij massaontslagen en de beschikbare middelen te gebruiken om werknemers die gedwongen ontslag hebben gekregen te steunen en te helpen terug te keren op de arbeidsmarkt. Daarnaast wil ik de lidstaten aansporen beste praktijken uit te wisselen en te leren van met name die lidstaten die al nationale netwerken voor voorlichting over het EFG hebben opgezet, samen met de sociale partners en belanghebbenden op lokaal niveau, om te kunnen beschikken over een solide hulpverleningsstructuur op het moment dat er massaontslagen vallen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De Europese Commissie vraagt om de terbeschikkingstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering teneinde gepaste en adequate technische bijstand te kunnen verlenen in het kader van de vele aanvragen van meerdere landen waar het aantal werklozen groeit als gevolg van de internationale financiële en economische crisis en de mondialisering, waardoor de solvabiliteit van veel bedrijven wordt aangetast. De bevoegde commissie van het Parlement heeft met eenparigheid van stemmen het voorstel gesteund, wat een blijk is van de consensus over dit voorstel onder de leden die van nabij met deze problematiek te maken hebben. Ik denk dat ook de plenaire vergadering zich in die zin moet uitspreken.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Daar ik het belang erken van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) voor de omscholing van werknemers en het verzachten van de sociaaleconomische gevolgen van de wereldwijde crisis, heb ik voor deze resolutie gestemd. In de resolutie wordt gepleit voor een betere toepassing van de steun en voor gerichte steunmechanismen voor ontslagen werknemers. Ik zou er niet alleen op willen wijzen dat meer middelen nodig zijn voor het beter begeleiden, controleren en beoordelen van de realisering van de steunplannen, maar ook dat we actief initiatieven moeten bevorderen die leiden tot een gebruik op bredere schaal van de EFG-middelen door de lidstaten, met name Portugal.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. (LT) Ik heb ingestemd met dit verslag en met het Commissievoorstel om een bedrag van 1 110 000 euro uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen aan de Commissie voor technische steun. Volgens artikel 8, lid 1 van de rechtsgrondslag kan elk jaar 0,35 procent van het jaarlijkse maximumbedrag van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar worden gesteld voor technische bijstand op initiatief van de Commissie. Jaarlijks kan maximaal 1,75 miljoen euro worden ingezet om de kosten voor de implementatie van het fonds te dekken. Ik ben het eens met het voorstel van de Commissie dat dit bedrag moet worden gebruikt voor de financiering van de volgende activiteiten: activiteiten in verband met de tussentijdse evaluatie van het EFG – controle- en uitvoeringsstudies, inrichting van een kennisbasis, uitwisseling van informatie en ervaring tussen lidstaten en deskundigen en auditors van de Commissie, ontwikkeling van netwerken, organisatie van bijeenkomsten van de deskundigengroep van het EFG, organisatie van studiebijeenkomsten naar de implementatie van het fonds, en voorlichtings- en publiciteitsactiviteiten en een verdere ontwikkeling van de EFG-website en de financiering van publicaties in alle EU-talen. De activiteiten van het EFG spelen een belangrijke rol, en de middelen uit dit fonds zijn bedoeld om eenmalige steun te bieden aan werknemers die als gevolg van de globalisering of de wereldwijde financiële of economische crisis zijn ontslagen om hun terugkeer op de arbeidsmarkt te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Erminia Mazzoni (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb vóór het verslag in kwestie gestemd in de overstelpende overtuiging dat het belangrijk is dat de procedures rondom het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering dynamischer worden.

Het besluit van het Europees Parlement en van de Raad van 20 mei 2010 vraagt om de mobilisatie van een bedrag van 1 110 000 euro voor de financiering van controle- en monitoringactiviteiten maar vooral van activiteiten rondom informatie en technische en administratieve ondersteuning in verband met het gebruik van de middelen door de lidstaten en de sociale partners. Duidelijke informatie verschaffen is essentieel voor het versnellen van de procedures, zoals het ook strikt noodzakelijk is om de Unie met instrumenten uit te rusten die haar steeds dichter bij de burgers brengen als we transparantie en helderheid willen hebben. Sinds 1 mei 2009 kan dit fonds ook worden gebruikt voor steun aan personeel dat overtollig is geworden als gevolg van de economische crisis en die van de financiële markten, wat het fonds nog relevanter en noodzakelijker maakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De EU is een ruimte van solidariteit waar het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) deel van uitmaakt. Maatregelen van dit fonds zijn van fundamenteel belang om steun te kunnen verlenen aan werklozen en slachtoffers van bedrijfsverplaatsingen in onze gemondialiseerde economie. Steeds meer bedrijven verplaatsen hun activiteiten, waarbij zij profiteren van de lage loonkosten in verscheidene landen, met name in China en India. Landen die de rechten van werknemers eerbiedigen ondervinden daar vaak de schadelijke gevolgen van. Het EFG is bestemd voor steun aan werknemers die het slachtoffer zijn van bedrijfsverplaatsingen en is van fundamenteel belang om ervoor te zorgen dat werknemers in de toekomst makkelijker toegang hebben tot een nieuwe baan. Daarom is het ook noodzakelijk te evalueren of dit steunmechanisme goed functioneert. Met het oog daarop verzoekt de Commissie EFG-middelen ter beschikking te stellen ter dekking van de administratieve kosten in verband met voorbereidende activiteiten voor de tussentijdse evaluatie van de werking van het EFG . In dit verband zijn studies gepland over de tenuitvoerlegging van het EFG, de re-integratie van werknemers in de arbeidsmarkt, de ontwikkeling van netwerken tussen de diensten van de lidstaten die voor het EFG bevoegd zijn en de uitwisseling van goede praktijken, evenals het opzetten en bijhouden van een EFG-website.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is bedoeld om snel hulp te bieden aan werknemers die het slachtoffer zijn geworden van structurele veranderingen in de internationale handelspatronen.

Op 24 april 2010 heeft de Commissie een nieuw voorstel voor mobilisatie van het EFG aangenomen dat het vrijgeven van 1 110 000 euro uit het fonds betreft. Dat bedrag zou de primaire activiteiten van het EFG dekken, oftewel: het monitoren en uitvoeren van studies, het opzetten van een databank, het uitwisselen van informatie en ervaringen tussen de lidstaten en de Europese deskundigen van het EFG, de organisatie van seminars en de verdere ontwikkeling van de website van het EFG en zijn publicaties in alle Europese talen.

Naar mijn mening kan de implementatie van het fonds alleen maar worden verwelkomd, omdat het de verdienste heeft dat het de lidstaten aanmoedigt om goed gebruik te maken van de mogelijkheden die het EFG biedt, vooral wat werknemers aangaat. Ik denk dat het opzetten van een databank heel nuttig is, aangezien zo’n databank als bindende kracht tussen de lidstaten fungeert en hen dus aanzet om onderling samen te werken en ideeën op te doen bij die landen die meer ervaring op dit gebied hebben. Ik vind het ten slotte bemoedigend dat een team van deskundigen de lidstaten in dit proces leidt en ik hoop dat er verdere ontwikkelingen zullen zijn met het oog op een toekomstig EFG-project.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Het verslag gaat over de beschikbaarstelling van 1 110 000 euro uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) om op initiatief van de Commissie technische bijstand te verlenen. Volgens het voorstel van de Commissie is dit bedrag bedoeld om de volgende activiteiten te dekken: activiteiten voor de tussentijdse evaluatie van het EFG (art. 17), studies naar toezicht en uitvoering, totstandbrenging van een kennisbasis, uitwisseling van informatie en ervaring tussen deskundigen en auditors van de lidstaten en van de Commissie, ontwikkeling van netwerken, organisatie van vergaderingen van de Deskundigengroep van contactpersonen van het EFG, organisatie van seminars over de uitvoering van het fonds, alsmede voorlichtings- en publiciteitsactiviteiten (art. 9) en de verdere ontwikkeling van de EFG-website en publicaties in alle talen van de EU. Het verslag werd in de Begrotingscommissie zonder debat aangenomen. Wij Groenen hebben het gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. (LT) Als gevolg van de recente financiële aardbeving hebben veel mensen geen of te weinig werk meer. Gelukkig is de EU gebouwd op het beginsel van solidariteit. Sinds de oprichting van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in 2006 zijn bijna 30 aanvragen ingediend voor een totaalbedrag van 154 miljoen euro, en hebben 33 000 werknemers in heel Europa steun ontvangen. Deze hulp strekte zich uit over vele verschillende sectoren, waaronder de computerindustrie, de sector mobiele telefonie en de automobielsector.

De Baltische staten hebben het door de financiële crisis zwaar te verduren. Tussen oktober 2008 en juli 2009 zijn ruim 1 600 werknemers van Litouwse bouwbedrijven hun baan kwijtgeraakt. De helft van hen heeft geen nieuwe baan gevonden of is met pensioen gegaan en doet een beroep op steun. Het grootste deel van de kosten wordt gedekt door het EFG; de rest wordt betaald uit het Litouwse werkgelegenheidsfonds. Ik wil het EFG bedanken voor de geboden steun die zorgvuldig en maatschappelijk verantwoordelijk wordt verstrekt. Om een voorbeeld te noemen: tot mei 2009 zijn 651 werknemers van het Litouwse ‘AB Snaigė’ (producent van koelinstallaties) en twee van zijn leveranciers binnen een periode van vijf maanden hun baan kwijtgeraakt. Dit had directe gevolgen voor de werknemers en hun gezinnen en voor de stad Alytus, waar ‘Snaigė’ is gevestigd. Gezien de ontstane situatie werd een groot deel van de EFG-middelen aan de werknemers toegewezen. Met het toegekende geld hebben ontslagen werknemers de kans een baan te vinden, te studeren en zich om te scholen.

 
  
  

- Verslagen-Matera (A7-0180/2010, A7-0181/2010, A7-0179/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. − (EN) Het EFG werd ingesteld om die werknemers te helpen die de negatieve gevolgen van de globalisering ondervinden. De Commissie heeft voorstellen goedgekeurd om het fonds te gebruiken om Ierland en Spanje te helpen. Ik zou er op willen wijzen dat de gevallen waarin deze middelen echt nodig zijn doorgaans buitengewoon dringend zijn, en daarom zou de procedure waarmee toegang tot deze middelen verkregen kan worden zo efficiënt en snel mogelijk moeten zijn. Wat dat betreft heb ik ingestemd met de conclusies die door onze rapporteur zijn getrokken en heb ik derhalve vóór het verslag gestemd.

 
  
  

- Verslagen-Matera (A7-0180/2010, A7-0181/2010, A7-0179/2010, A7-0178/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering is van fundamenteel belang voor steunverlening aan de re-integratie in de arbeidsmarkt van werknemers die ontslagen zijn ten gevolge van de wereldwijde economische en financiële crisis.

De Europese instellingen hebben een belangrijke rol gespeeld bij het steunen van het economisch herstel van de lidstaten die het meest hulpbehoevend zijn.

Eens te meer roep ik de instellingen van de Europese Unie op hun solidariteit te tonen door het fonds snel en flexibel ten uitvoer te leggen op basis van vereenvoudigde procedures waarmee snel gereageerd kan worden op de noden van de werknemers die het zwaarst getroffen zijn door de huidige economische neergang.

 
  
  

- Verslag-Michail Tremopoulos (A7-0139/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sonia Alfano (ALDE), schriftelijk. (IT) Volgens een onderzoek dat eind 2009 is gepubliceerd door de regio Sicilië vindt 75 procent van de burgers dat Europese fondsen geen of heel weinig positieve effecten hebben. Als we bedenken dat, volgens de Algemene Rekenkamer, 51 procent van de middelen die in de programmaperiode 2000-2006 waren bestemd voor Sicilië niet is uitgegeven, en dat bij een flink percentage van de gebruikte middelen onrechtmatigheden zijn aangetoond, dan kunnen we het bijna totale gebrek aan vertrouwen bij de burgers goed begrijpen.

Daarom steun ik het verslag van mijn collega-afgevaardigde volkomen. Alleen totale transparantie, waardoor de burgers kunnen weten hoe openbare middelen werkelijk worden gebruikt, kan het vertrouwen in de instellingen herstellen. Iedereen moet de mogelijkheid hebben om te weten aan wie de middelen worden toegekend en, vooral, waarvoor ze zijn bestemd. Iedereen moet ook alle fasen, van de programmering tot aan de uitvoering van de interventies, kunnen volgen.

De burgers in de gelegenheid stellen om toe te zien op de Europese fondsen is niet alleen een essentiële manifestatie van het democratische proces maar vormt ook een afschrikmiddel voor iedere vorm van verduistering van die openbare middelen. Ik herinner u eraan dat transparantie niet louter het openbaar maken van documenten betekent; dat is alleen de eerste stap. De informatie moet toegankelijk en makkelijk te begrijpen zijn, anders is het verschaffen van die informatie een louter technische oefening die voor geen enkele democratische controle functioneel is.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd, daar er een toegankelijke, op overleg gestoelde benadering in wordt bepleit voor de interregionale uitwisseling van de beste praktijken, zodat degenen die betrokken zijn bij het cohesiebeleid gebruik kunnen maken van de ervaringen van anderen. Ik ben van mening dat het beheersen van de problemen inzake projectbeheer door degenen die zich bezighouden met de uitvoering van het cohesiebeleid een essentiële factor is om het bestuur te verbeteren en makkelijker te maken. De lidstaten dienen de uitvoering van het cohesiebeleid te decentraliseren teneinde een goede werking van het bestuur op verschillende niveaus mogelijk te maken, met inachtneming van de beginselen van partnerschap en subsidiariteit. Ik juich de te maken audithandleiding toe, evenals de vereenvoudiging van met name regelgeving betreffende subsidiabiliteit, financiële mechanismen en financiële verslaglegging.

Ik wijs op de obstakels die potentiële kandidaten voor het gebruik van de structuurfondsen ontmoeten. Daarbij denk ik met name aan de zware bureaucratische lasten, te veel complexe regelgeving, het gebrek aan transparantie bij de besluitvormingsprocessen, de cofinancieringsvoorschriften en de betalingsachterstanden. Om die obstakels uit de weg te ruimen dienen er via de structuurfondsen langetermijncriteria te worden ontwikkeld voor de gecofinancierde projecten, evenals speciale maatregelen en nieuwe kwaliteitsindicatoren voor regio’s met specifieke geografische kenmerken, zoals de ultraperifere regio’s.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Antoniozzi (PPE), schriftelijk. (IT) Ik ben het eens met de heer Winkler en ik stem vóór de herziening van het communautaire innovatiebeleid. Ik deel in het bijzonder de wens om met een breedvoerige strategie te komen waarin het niet alleen om technologische innovatie gaat, maar ook om administratieve, organisatorische en sociale innovatie. Wat dat betreft denk ik dat de betrokkenheid van de financiële wereld en kleine en middelgrote ondernemingen bij het vaststellen van maatregelen die innovatie promoten cruciaal is, net zoals de aandacht die moet worden geschonken aan de doelen van economisch beleid op regionaal niveau dat is.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) De eerste versie van dit initiatiefverslag van Michail Tremopoulos beviel me absoluut niet. Ik heb daarom tien amendementen ingediend om het te verbeteren. Zo ben ik er met mijn collega’s van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) in geslaagd om het Frans en het Duits te herinstalleren als communicatietalen naast het Engels, om de gevraagde informatie terug te brengen tot dat wat echt nuttig is, om de veronderstelling te handhaven dat de Europese fondsen op de juiste manier gebruikt zijn, enzovoort. Het gebruik van de fondsen moet inderdaad transparanter worden, maar dat mag geen excuus zijn om de procedures voor het aanvragen van Europese financiering overmatig lastig te maken. Door ons toedoen krijgen Europese burgers inderdaad extra informatie tot hun beschikking over het gebruik van Europese fondsen, maar dat leidt niet tot meer bureaucratie. Ik heb daarom gestemd voor de gewijzigde versie van dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE), schriftelijk.(FR) Ik heb gestemd voor het initiatiefverslag van mijn Griekse medeparlementslid, Michail Tremopoulos, over de transparantie in het regionaal beleid en de financiering ervan. Ik sta achter het Europees transparantie-initiatief (ETI) dat de Europese Commissie heeft goedgekeurd om de transparantie, de openheid en de verantwoordingsplicht in de governance van de Europese Unie te verbeteren. Ik verdedig de noodzaak van regelgeving en toepassingsmethoden die garanderen dat de procedures transparant zijn, potentiële begunstigden een betere toegang tot de structuurfondsen bieden en de administratieve verwikkelingen voor de deelnemers verminderen. De beherende autoriteiten in de lidstaten moeten alle etappes van de door middel van de structuurfondsen gefinancierde projecten op transparante wijze presenteren. Ik beloof dat de leden van het Europees Parlement geïnformeerd en betrokken zullen worden bij de uitvoering van projecten in hun kiesdistricten.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb vóór dit verslag gestemd. Effectief gebruik van de structuurfondsen en het Cohesiefonds is een eerste vereiste voor de groei van onze economieën en het scheppen van banen. Om de transparantie van het gebruik van de fondsen te garanderen zou het Europees transparantie-initiatief volledig ten uitvoer moeten worden gebracht. Momenteel is er onvoldoende informatie over de beslissingen van de Commissie inzake de financiering van belangrijke [zin onvolledig]. Ook de lidstaten informeren de bevolking niet op gelijke wijze over de begunstigden van de EU-hulp. Ik ben ervan overtuigd dat er op alle niveaus voor transparantie moet worden gezorgd, aangezien dit hand in hand gaat met het proces van het vereenvoudigen van de procedures voor het verwerven van middelen uit de structuurfondsen en hierdoor de deelname van de bevolking mogelijk is aan het debat over hoe belastinggeld wordt besteed, hetgeen essentieel is voor het efficiënte gebruik van de EU-gelden.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) In tijden als deze, wanneer de economische en financiële crisis een horizontaal fenomeen blijkt dat zonder onderscheid alle sectoren treft, is de landbouwsector geen uitzondering en heeft deze sector nadrukkelijk financiële steun en transparantie nodig.

Het verslag van de heer Tremopoulos is een vervolg op de mededeling van de Commissie over het Europees transparantie-initiatief. In het verslag worden voorstellen gedaan voor de bekendmaking van gegevens van begunstigden van fondsen en de bevordering van transparantie in gedeeld beheer en partnerschap. Ik zal vóór dit verslag stemmen juist omdat ik geloof dat meer informatie, en vooral eenvoudigere informatie, de complexe wereld van het cohesiebeleid van de Unie nader tot de ondernemerswereld kan brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. (RO) Het Europees transparantie-initiatief is al van kracht sinds 2005, toen het werd ingesteld door de Commissie. Een jaar later is het Groenboek “Europees transparantie-initiatief” gepubliceerd met het doel de transparantie, openheid en verantwoordingsplicht in de governance van de EU te verbeteren. De reden van het goedkeuren van deze documenten is het fundamentele recht van de Europese burgers om te weten wat de bestemming is van Europees geld. In meer of mindere mate draagt ieder van hen financieel bij aan deze projecten.

De publicatie online van de informatie met betrekking tot grote projecten, voordat de financieringsbeslissing is genomen, is een gebruikelijke praktijk bij internationale financiële instellingen. Tot nu toe heeft de Commissie daarop een uitzondering gevormd, hoewel er geen reden is waarom de Commissie minder hoge transparantienormen zou moeten hebben. Zodoende past het verzoek van het Parlement aan de Commissie, om op tijd informatie op internet te publiceren, precies in het transparantiebeleid dat Uniebreed is aangenomen. Het is belangrijk dat de door de Commissie goedgekeurde projecten boven elke verdenking verheven zijn, en dat het publiek vanaf de eerste etappes van de financieringsaanvraag op de hoogte is.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Transparantie met betrekking tot de wijze waarop de middelen van de structuurfondsen worden uitgegeven, met name door het bekendmaken achteraf van de begunstigden, de naam van de concrete acties en de daarvoor uitgetrokken bedragen aan overheidsgelden, is van fundamenteel belang voor het inhoudelijk debat over het besteden van Europees overheidsgeld.

De definitie van “begunstigden” en van het te publiceren bedrag aan overheidsgeld dat aan de begunstigde is betaald (toegewezen of daadwerkelijk betaalde bedragen) is echter niet duidelijk.

Ik ben verheugd over de aanbevelingen in dit verslag die een bijdrage beogen te leveren aan de totstandkoming van een cultuur van wederzijds vertrouwen waarbij alle belanghebbenden worden betrokken. Dat zal leiden tot een beter gebruik van de Europese fondsen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. − (EN) Er zijn vele gelden in de EU die aan burgers en ook aan andere entiteiten beschikbaar worden gesteld. Velen klagen dat de procedures om gebruik te kunnen maken van dergelijke gelden ingewikkeld en buitensporig bureaucratisch zijn. Er zou duidelijkere informatie moeten komen over de procedures met betrekking tot dergelijke gelden en een grotere transparantie met betrekking tot hoe deze gelden worden besteed. Ik ben het eens met de conclusies die door de rapporteur zijn getrokken en heb derhalve besloten om vóór dit verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. (PT) Ik stem voor de maatregelen die in dit verslag worden voorgesteld, daar ik van mening ben dat transparantie een kernvoorwaarde dient te zijn voor het realiseren van de algemene doelstellingen van elk beleid. Dat geldt des te sterker voor het cohesiebeleid.

Uiteenlopende presentatie en voorwaarden voor de toegang tot gegevens zijn een gevolg van de duidelijke verschillen tussen de lidstaten en de beheersautoriteiten bij de interpretatie van de minimumvereisten van het Europees transparantie-initiatief. Daar een volledige vergelijking op EU-niveau op die manier onmogelijk is, verwelkom ik het invoeren van duidelijker regels voor het bekendmaken van informatie over de begunstigden van fondsen onder gedeeld beheer. Minder bureaucratische lasten, vereenvoudiging van de procedures voor het verkrijgen van middelen en meer controle van het financieel beheer zijn stappen in de goede richting.

Voorts vind ik het positief dat wordt voorgesteld de officiële publicatie door de lidstaten van de openbare informatie over het programmeringsproces van de fondsen tweetalig te maken.

Tot slot ben ik van mening dat de Commissie het voorbeeld dient te geven door regels te hanteren die de transparantie bevorderen, met name waar het gaat om de financiering van grote projecten door de EU. Het is namelijk onbegrijpelijk dat de transparantienormen voor dergelijke projecten onderdoen voor die van instellingen als de Europese Investeringsbank of de Wereldbank.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag gestemd betreffende transparantie in het regionaal beleid en de financiering ervan met het oog op meer controle op de wijze waarop overheidsgelden worden gebruikt. Naast de bestaande minimumvereisten is het dringend noodzakelijk te garanderen dat met het oog op meer transparantie de lijsten van begunstigden van structuurfondsmiddelen die op de Commissiewebsite worden gepubliceerd gedetailleerdere informatie bevatten. Daarbij valt te denken aan informatie over de locatie, overzichten van goedgekeurde projecten, de soort van subsidie en beschrijvingen van de partners in het project.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Het regionaal beleid en het Cohesiefonds van de Europese Unie zijn voor het beginsel van solidariteit tussen de lidstaten van fundamenteel belang. Het is essentieel dat de eraan toegewezen bedragen efficiënt en gericht worden gebruikt, zodat ze een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de gebieden waarvoor ze zijn bestemd. Meer verantwoordelijkheid van de lidstaten, transparantie bij het gebruik van deze fondsen en sancties in geval van slecht beheer zullen bijdragen aan het verkleinen van onevenwichtigheden in de Europee Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Gezien de omvang en de regionale verscheidenheid van Europa en het belang van geloofwaardige Europese instellingen heb ik voor dit verslag gestemd. Ik ben namelijk van mening dat het delen van openbare informatie en homogene procedures doorslaggevend zijn om de noodzakelijke transparantie te verzekeren bij de uitvoering en financiering van het regionaal beleid teneinde economische en sociale cohesie en meer rechtvaardigheid en billijkheid in Europa te bereiken. Verder onderstreep ik dat het garanderen van de naleving van gemeenschappelijke regels en de bekendmaking van objectieve informatie over overheidsinvesteringen niet tot meer bureaucratie mogen leiden. Ik vind het juist belangrijk de bureaucratie terug te dringen teneinde de transparantie en doeltreffendheid van het Europees beleid te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Lorenzo Fontana (EFD), schriftelijk. (IT) De transparantie van het regionale beleid en de financiering van dat beleid zijn bijzonder gevoelige onderwerpen en van aanzienlijk belang voor het gebied dat ik vertegenwoordig.

Zoals in het cohesiebeleid voor de periode 2007-2013 is vastgesteld, vallen de regio Veneto en de andere regio’s van Noord- en Midden-Italië onder doelstelling 2: “Regionale concurrentie en werkgelegenheid”, waarvoor 16 procent van de beschikbare middelen is bestemd. Het grootste deel van de middelen (83 procent) is bestemd voor regio’s die qua ontwikkeling achterblijven en daaronder vallen de regio’s van Zuid-Italië.

Ik ben het met de rapporteur eens dat het Europees transparantie-initiatief (ETI) van de Commissie vergezeld moet gaan van referentiecriteria die voor iedereen gelijk zijn, om een homogeen en doeltreffend transparantieniveau te waarborgen. Het bepalen van het type documentatie dat moet worden verschaft, het waarborgen van de toegang tot die documentatie – vooral bij “grote projecten” – en het creëren van een gemeenschappelijk model waaraan iedereen zich moet houden, zullen verkwisting en een gebrek aan procedurele transparantie voorkomen. Het opstellen van duidelijke en gedetailleerdere gemeenschappelijke regels, die de bestuurlijke efficiëntie echter niet aantasten, zal de deugdzame regio’s belonen en de regio’s die hun eigen verzoeken en projecten niet accuraat genoeg beschrijven bestraffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Het vertrekpunt van het verslag-Tremopoulos is de gedachte dat transparantie een eerste vereiste is om de doelen van het cohesiebeleid te bereiken; ik sta volledig achter oproepen tot grotere transparantie in het regionaal beleid. In het verslag worden de lidstaten ook opgeroepen om de regionale en lokale autoriteiten volledig te betrekken bij de uitvoering van beleidsmaatregelen en ik ben er zeker van dat wanneer Schotland onafhankelijk is, de Schotse regering alle Schotse regio’s volledig bij deze zaken zal betrekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. (LT) Openbaarmaking van de ontvangers van EU-gelden is een hoeksteen van het Europees transparantie-initiatief (ETI). Mijns inziens is de eis in het Financieel Reglement dat lidstaten informatie moeten verstrekken over de besteding van EU-middelen onder gedeeld beheer, met name door de publicatie achteraf van begunstigden, ontoereikend. De Commissie beperkt zich tot het voorstellen van een gemeenschappelijke indicatieve norm voor publicatie van deze gegevens en verwijzing van het Europese publiek, via haar DG REGIO website, naar links van de elektronische adressen van de lidstaten waar de verlangde gegevens over begunstigden uit het EFRO en Cohesiefonds te vinden zijn. Waar de genoemde fondsen onder ‘gedeeld beheer’ worden uitgevoerd, vallen deze links met hun inhoud onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de lidstaten; de inhoud is gebaseerd op de door de beheersautoriteiten aangeleverde informatie. De uiteenlopende presentatie en voorwaarden voor toegang tot de gegevens laten een volledige vergelijking op EU-niveau niet toe. Daarom sta ik achter de door het Europees Parlement ingediende voorstellen om de nationale gegevensbanken volledig open te stellen voor zoekbewerkingen en onderling compatibel te maken, zodat gemakkelijker een EU-wijd overzicht kan worden verkregen van de gepresenteerde gegevens en dat de ingezamelde gegevens op een gestructureerde en vergelijkbare manier worden gepresenteerd en bewaard, met het oog op hun volledige bruikbaarheid. De implementatie van deze voorstellen zou bijdragen aan het ETI.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Kalinowski (PPE), schriftelijk. (PL) Ik sta positief tegenover de stappen die de Commissie en het Parlement ondernemen om het regionale beleid en zijn financiering transparanter te maken. Dit is een sector die het “leeuwendeel” van de Europese begroting in beslag neemt. Daarom hebben de belastingbetalers het recht op onbeperkte toegang tot informatie over het gebruik van dit geld.

Ik hoop ook dat de ondernomen stappen leiden tot nieuwe regelgeving die geïnspireerd is door de observatie van de gepubliceerde gegevens. Ik hoop dat de tenuitvoerleggingsprocedures hierdoor transparanter en eenvoudiger zullen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk. (RO) De Europese Unie wil haar instellingen en organen dichter bij de Europese burgers brengen die zij bedienen en laten zien welke bijdrage zij leveren aan de sociale en economische cohesie, alsook aan de duurzame ontwikkeling van Europa. Om dat te bereiken is het van fundamenteel belang dat zij transparanter wordt.

Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik de Commissie steun wat betreft de standaard, solide optie die zij voorstaat voor het verstrekken van informatie over de begunstigden van Europese fondsen. Zodoende kunnen de verschillen tussen de manieren waarop lidstaten deze informatie publiceren, verdwijnen. Wij kunnen zo een totaalbeeld verkrijgen op Europees niveau van de gegevens, en tegelijkertijd aan geloofwaardigheid en verantwoording winnen tegenover de Europese burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Iosif Matula (PPE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor dit verslag gestemd, want ik beschouw het als buitengewoon belangrijk dat het regionale beleid transparant is, met het oog op een betere toegang voor potentiële begunstigden tot de informatievoorziening van het Europees transparantie-initiatief (ETI). Ik ben van mening dat betrokkenheid van lokale en regionale autoriteiten essentieel is wanneer het gaat om transparantie van het regionale beleid, want zij hebben in dit opzicht een dubbele rol te vervullen. Aan de ene kant zullen zij gebruikmaken van de voordelen van het ETI door de begunstigden van fondsen een zo ruim mogelijke toegang te bieden tot deze informatievoorziening, hetgeen een concreet voorbeeld kan zijn van goede praktijken van regionale financiering. Tegelijkertijd zullen de lokale en regionale autoriteiten de beslissende rol hebben bij het bevorderen van een zo bruikbaar mogelijke gegevensbank, zodat de informatie zo eenvoudig mogelijk bij de burgers terechtkomt.

Daarnaast is het nodig om een meetsysteem vast te stellen voor de mate van toegang tot de gegevensbank van het ETI, voor een zo helder mogelijk beeld van de mate waarin de informatie in de gegevensbank wordt geraadpleegd. Indien men vaststelt dat er beperkt gebruik wordt gemaakt van de gegevens moeten de beherende autoriteiten efficiëntere methoden zoeken om het gebruik te promoten.

 
  
MPphoto
 
 

  Erminia Mazzoni (PPE), schriftelijk. (IT) De traceerbaarheid van begunstigden, toegekende bedragen en projecten is een onontbeerlijk aspect van instrumenten die het gebruik van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds reguleren teneinde de transparantie van de uitgaven te waarborgen. Een transparant systeem optimaliseert investeringen en vermindert kosten. Het grote belang hiervan betekent dat het lonend is om de sancties bij overtreding van de communicatie- en publiciteitverplichtingen te verzwaren, om een moderner en functioneler netwerksysteem tussen de beherende autoriteiten te promoten, om een gemeenschappelijke basis vast te stellen voor de gelijkschakeling van het gedrag van afzonderlijke landen en om een link te creëren tussen publiciteit, controle en auditing. Deze acties zouden moeten worden opgenomen in het pakket maatregelen ter bestrijding van de crisis. Een vergelijkbare suggestie is door het Parlement gedaan tijdens de stemming over de “Bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap en de strijd tegen fraude – jaarverslag”, gezien het feit dat de eis van transparante procedures onbetamelijk gedrag voorkomt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Transparantie bij het gebruik van communautaire fondsen en openbare informatie over de begunstigden van de EU-fondsen zijn essentieel voor het Europees transparantie-initiatief (ETI). Die bekendmaking biedt de mogelijkheid te beoordelen hoe overheidsgelden worden gebruikt, wat essentieel is voor de goede gezondheid van de democratie en het goed beheer van immer beperkte middelen. Maar in de crisis die we nu meemaken zijn andere mechanismen noodzakelijk die nog meer transparantie mogelijk maken. Daarbij denk ik met name aan informatie vooraf van de Commissie over besluiten betreffende de financiering van grote projecten. Voorts is het erg belangrijk alle beschikbare mechanismen te blijven ontwikkelen die kunnen zorgen voor groeiende transparantie over alle begunstigden van de fondsen van de Europese Unie. Daarom heb ik voor het voorstel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE) , schriftelijk. − (SK) Dankzij de publicatie van informatie inzake de financiering van projecten uit de Europese fondsen kan het algemeen publiek in de lidstaten veel beter betrokken worden bij de discussie over een beter gebruik van publieke middelen.

Voor een grotere transparantie zijn er mijns inziens duidelijke regels nodig met betrekking tot de publicatie van informatie. Een dergelijke publicatieplicht mag echter ook weer niet leiden tot een al te grote administratieve belasting van potentiële ontvangers van steun, want zij worstelen nu al met de ingewikkelde administratieve rompslomp eromheen.

Het zou bovendien een goede zaak zijn informatie over grote projecten tijdig op het internet te publiceren, inclusief directe toegang tot de projectdocumentatie, de milieueffectrapportage in het bijzonder. Met de laatste wordt vaak al te lichtvaardig omgegaan en soms wordt deze eenvoudigweg helemaal weggelaten. Het maatschappelijk middenveld zou dus zijn standpunt te kennen moeten kunnen geven op de website van de Commissie en zo een bijdrage moeten kunnen leveren aan de democratische controle en de vergroting van de kwaliteit van projecten.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Het Europees transparantie-initiatief is reeds jaren geleden ingezet, maar vertoont nog maar weinig vooruitgang. De openbaarmaking van ontvangers van landbouwsubsidies heeft bijvoorbeeld aan het licht gebracht dat deze fondsen vaak in de zakken verdwijnen van grote ondernemingen en koningshuizen e.d. Als het de EU ernst is met de transparantie, dan moet zij deze ook consistent invoeren in haar besluitvormingsprocessen. Als zo vaak is ook het transparantie-initiatief vooral weer gebakken lucht, en dat is de reden waarom ik mij onthoud van stemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) Het is belangrijk en ook terecht dat er informatie wordt verzameld over hoe publieke subsidies daadwerkelijk worden besteed en over wie er eigenlijk van het geld profiteren. Dit moet er echter niet toe leiden dat de Commissie dusdanig verreikende bevoegdheden krijgt toebedeeld dat de lidstaten bijvoorbeeld niet langer zelf hun eigen projecten en partners kunnen selecteren. Ik heb mij daarom onthouden van stemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. (PL) De financiële transparantie van openbare instellingen is een van de fundamenten van de hedendaagse democratie. De burgers moeten weten hoe elke euro uitgegeven wordt, want hij is afkomstig uit de belastingen die zij betalen. Het is duidelijk dat we nu de eerste vruchten plukken van het Europees transparantie-initiatief dat in 2005 door de Europese Commissie aangenomen werd. Daar ben ik erg tevreden over. Aan de andere kant is er nog veel werk te doen. Ik moet spijtig genoeg vaststellen dat de transparantiestandaarden die in de Europese Commissie gelden bij de tenuitvoerlegging van het regionale beleid, lager liggen dan in de andere instellingen, met de Europese Investeringsbank op de eerste plaats. Er zijn geen redenen om zo’n stand van zaken te behouden. Ik deel ook de tevredenheid die in de resolutie uitgedrukt wordt over de vooruitgang op het gebied van sociale controle op de verdeling van fondsen voor de uitvoering van de doelen van het regionale beleid. Ik vind het ook zeer goed dat de resolutie de rol van maatschappelijke organisaties in het programmeringssysteem van het cohesiebeleid onderstreept. Ik ben ervan overtuigd dat de oplossingen die in de resolutie voorgesteld zijn, zullen leiden tot een grotere doeltreffendheid van de programma’s en een legitimering van het cohesiebeleid van de EU. Om deze redenen besloot ik de resolutie te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Rochefort (ALDE), schriftelijk.(FR) Ik heb gestemd voor het verslag van de heer Tremopoulos, waarin bepalingen staan die erop gericht zijn de efficiëntie en de transparantie van het Europees regionaal beleid te verbeteren. Als we de potentiële begunstigden van de Europese structuurfondsen een betere toegang willen verschaffen tot de beschikbare fondsen, is het volgens mij nodig om de administratieve rompslomp die gepaard gaat met financieringsaanvragen te vereenvoudigen en de transparantie van de procedures voor toegang tot de EU-fondsen te verbeteren. Door de regels en de toepassing ervan helderder en eenvoudiger te maken, zullen deze EU-fondsen efficiënter worden. Bovendien denk ik dat burgers beter moeten worden geïnformeerd over de projecten die door de Europese Unie worden uitgevoerd, vooral over projecten waarvoor gebruik gemaakt wordt van structuurfondsen. Ik ben er daarom voor dat de Europese Commissie meer informatie voor het grote publiek publiceert over grote projecten die worden uitgevoerd met behulp van deze fondsen, en of deze projecten al voltooid of nog in uitvoering zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik wil mijn Griekse fractiegenoot, Michail Tremopoulos, lof toezwaaien en feliciteren met het feit dat zijn verslag over transparantie in het regionaal beleid en de financiering ervan is aangenomen. Het resultaat, 629 stemmen vóór en slechts 6 tegen, laat zien wat een goed werk hij hier heeft verricht.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Thérèse Sanchez-Schmid (PPE), schriftelijk.(FR) Ik steun en heb gestemd voor het verslag-Tremopoulos waarin de Europese Commissie en de nationale beherende autoriteiten wordt verzocht om meer transparantie in de toewijzing en het gebruik van structuurfondsen. Het is belangrijk dat we vergelijkbare gegevens over het beheer van de fondsen uit de hele Unie verkrijgen zodat de projectuitvoerders en de burgers te weten komen waar de financieringsprioriteiten van de EU liggen, welke belanghebbenden al van deze fondsen gebruik hebben gemaakt, hoe deze fondsen zijn gebruikt, en wat de procedures en tijdschema’s van de verschillende projecten zijn. Het doel hiervan is om de potentiële begunstigden een beter beeld van deze fondsen te geven en beter toezicht op het gebruik ervan te kunnen houden. Het was echter belangrijk om niet te vervallen in buitensporige transparantie en de beherende autoriteiten en projectuitvoerders te belasten met irrelevante, inefficiënte en averechts werkende informatievereisten. Daarom hebben mijn collega’s van de presidentiële meerderheid binnen de Commissie regionaal beleid en ik de oorspronkelijke tekst gewijzigd om ervoor te zorgen dat de beoogde transparantie niet gerealiseerd wordt ten koste van de door het cohesiebeleid beoogde vereenvoudiging, want juist deze twee belangrijke thema’s – vereenvoudiging en zichtbaarheid – moeten door het cohesiebeleid worden aangepakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicole Sinclaire (NI), schriftelijk. − (EN) Ik heb tegen deze maatregel gestemd, niet omdat ik tegen transparantie ben, verre van dat; als een van de weinige Britse leden van het Europees Parlement die rekeningen heeft gecontroleerd geloof ik in sterkere transparantie. Maar deze stemming is typerend voor de EU: doen alsof men transparant is en meer bureaucratie instellen op kosten van de belastingbetaler. De kiezers die ik vertegenwoordig verdienen beter.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) Ik steun dit verslag waarin een beschrijving wordt gegeven van de transparantie van het horizontale leidend beginsel bij het programmerings- en besluitvormingsproces van het cohesiebeleid. Er worden in het verslag verschillende technische en administratieve voorstellen gedaan die nuttig zijn voor het verbeteren van de doeltreffendheid van het regionaal beleid. Naast de bekendmaking op ruimere schaal van gegevens over de begunstigden, de noodzakelijke vermindering van administratieve lasten en snellere procedures richt het voorstel zich op de transparantie van de partnerschappen tussen regio’s, lidstaten en de Europese Unie.

Op grond van die overwegingen heb ik een amendement ondertekend dat in het verslag is opgenomen. Daarin wordt verwezen naar de noodzaak op geregelder basis meer gerichte en relevantere informatie te verstrekken aan de partnerorganisaties. Dat moet vooral geschieden via meer technische bijstand en scholingsactiviteiten, wat ongetwijfeld nuttig zal zijn voor de partners van de verstafgelegen regio’s van de Unie, waaronder de ultraperifere regio’s.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. (LT) Dames en heren, ik wil erop wijzen dat transparantie voor een land als het mijne, Litouwen, erg belangrijk is. EU-fondsen als het structuurfonds en het Cohesiefonds hebben de ontwikkeling van Litouwen op economisch, sociaal en milieugebied helpen vormgeven en zullen dat ook in de nabije toekomst doen. Daarom moeten burgers de kans krijgen hierop toe te zien en een stem krijgen in de besteding van deze middelen. Hiervoor hebben we een participerende maatschappij nodig. Participatie van de maatschappij kan op verschillende manieren in het besluitvormingsproces – de toewijzing en inzet van EU-middelen – worden geïntegreerd. Wanneer de maatschappij meer bij de besluitvorming wordt betrokken, neemt de corruptie af en worden middelen efficiënter ingezet, wat vooral voor een land als Litouwen belangrijk is. Ook moeten de ontvangers van EU-middelen worden bekendgemaakt. Dit zou het debat over het gebruik van publieke middelen in het land op gang brengen, wederom een van de basisbeginselen van een functionerend democratisch land. Daarnaast wil ik wijzen op het belang van participatie van regionale en lokale instellingen en bovenal van gewone burgers. Het verslag bevat een aantal opmerkingen over een uitgebreid internetplatform waarop mensen een beter overzicht krijgen van de bestaande fondsen. Dat is een goed begin, maar toch moet er meer worden gedaan om mensen uit verschillende lagen van de maatschappij erbij te betrekken – arm en rijk, stedelingen en dorpsbewoners. Ook organisaties uit het maatschappelijk middenveld en niet-gouvernementele organisaties kunnen de effectiviteit van programma’s helpen bevorderen en hun verantwoording helpen verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Kerstin Westphal (S&D), schriftelijk. − (EN) Namens de S&D-Fractie wil ik onze algemene steun aan dit verslag betuigen. Het is belangrijk dat het Europees Parlement vecht voor een grotere transparantie in het regionaal beleid, maar wij verwerpen het zogenoemde ‘openlijk aan de kaak stellen’, waarom in paragraaf 16 van dit verslag wordt gevraagd. We stemmen zeker in met strengere communicatie- en informatie-eisen, maar het doel van meer transparantie – dat ook wij steunen – moet niet met de verkeerde middelen worden bereikt. Wij zijn bang dat we een “heksenjacht” krijgen wanneer boosdoeners openlijk aan de kaak worden gesteld. Van de Europese Commissie moet geen morele autoriteit worden gemaakt die fractiediscipline bewerkstelligt door dergelijke praktijken of door schuldigen aan te wijzen. Wij verwerpen deze aanpak ook omdat zij tot een ingewikkeldere situatie kan leiden en niet door alle lidstaten ten uitvoer wordt gebracht. Ondanks dit punt van zorg zijn wij het, zoals in het bovenstaande vermeld, eens met de grote lijn van het verslag en zijn wij van mening dat het erg nuttig is.

 
  
  

- Verslag-Kelly (A7-0190/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) De totstandkoming van Europa was een idee van de grondleggers van Europa om de vrede in Europa te garanderen. Hoewel er nog altijd spanningen zijn in Noord-Ierland moet het hedendaagse Europa de verzoening tussen de twee gemeenschappen die elkaar al zo lang bevechten financieel blijven ondersteunen. Zo moet de Europese Unie de financiering handhaven voor specifieke projecten die het mogelijk maken om de banden aan te halen die nodig zijn voor duurzame vrede. Als gevolg van het feit dat het Hof van Justitie van de Europese Unie onlangs Verordening (EG) nr. 1968/2006, die deze financiering juist toestond, om juridische redenen nietig heeft verklaard, moesten de leden van het Europees Parlement een nieuwe verordening aannemen die gebaseerd is op de juiste rechtsgrondslag. Ik heb daarom voor deze nieuwe verordening gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (ALDE), schriftelijk.(GA) Ik heb vóór dit verslag gestemd over het voortzetten van de financiële bijdragen van de EU aan het Internationaal Fonds voor Ierland. De Europese Unie heeft voor de periode 2007-2010 15 miljoen euro bijgedragen aan het fonds. De bijdrage van de EU (die 57 procent van het totaal bedraagt) is van centraal belang voor de doeltreffendheid van het fonds.

Het fonds heeft een positieve invloed gehad op zaken in zowel Ierland als Noord-Ierland, en sinds de oprichting ervan in 1986 zijn veel grensoverschrijdende initiatieven door het fonds gesteund. Het fonds heeft bijgedragen aan vrede en verzoening, het stimuleerde onderlinge betrekkingen en participatie en het droeg bij aan economische en sociale vooruitgang. Het had een duidelijk en belangrijk effect op de betrokken gemeenschappen en heeft in grote mate bijgedragen aan de inspanningen om permanente vrede te bereiken, vooral met betrekking tot de activiteiten die werden uitgevoerd in samenwerking met het Peace-programma in Noord-Ierland en de aangrenzende graafschappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alain Cadec (PPE), schriftelijk.(FR) Het Internationaal Fonds voor Ierland is een goed voorbeeld van transnationale en internationale samenwerking. Dit fonds, dat beheerd wordt door een onafhankelijke internationale organisatie, wordt gefinancierd door een aantal landen: de Europese Unie, de Verenigde Staten, Canada, Nieuw-Zeeland en Australië. Zowel in Noord-Ierland als in de Republiek Ierland bevorderen de projecten het contact, de dialoog en de verzoening tussen nationalisten en unionisten. Deze internationale steun wordt echter in 2010 beëindigd. We moeten ons daarom nu gaan afvragen hoe de actieprioriteiten van het fonds na die tijd kunnen worden gefinancierd, vooral wat betreft het stimuleren van de economische en sociale vooruitgang en het bevorderen van de vredesdialoog.

De projecten die door het Internationaal Fonds voor Ierland worden gedekt vormen al een aanvulling op de acties in het raamwerk van de Peace-programma’s van de Europese Unie. Het zou goed zijn om vast te stellen wat er met deze projecten gaat gebeuren in het kader van de aanstaande EU-begrotingsvooruitzichten. Ik verzoek de Europese Commissie daarom te onderzoeken hoe de structuurfondsen in de plaats zouden kunnen komen van het Internationaal Fonds voor Ierland, met name wat betreft de doelstelling “Europese territoriale samenwerking”.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. − (EN) Na talrijke jaren van instabiliteit in Ierland werd er een fonds ingesteld dat het IFI werd genoemd, met als doel om de economische en financiële stabiliteit in de regio te garanderen. We hebben gezien dat er in het verslag wordt gekeken naar de toekomstplannen voor het fonds en dat er enkele belangrijke doelen worden vastgesteld waar iets mee gedaan moet worden. Ik ben het eens met de conclusies die door de rapporteur zijn getrokken en heb derhalve besloten om vóór dit verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb vóór het verslag-Kelly gestemd over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende financiële bijdragen van de Europese Unie aan het Internationaal Fonds voor Ierland (IFI).

Dergelijke interregionale samenwerkings- en verzoeningsprojecten moeten ondersteund worden, met het oog op het bevorderen van de sociale en economische vooruitgang. Het IFI is een cruciaal onderdeel geweest van de verzoening tussen de verschillende gemeenschappen en de cruciale rol die de EU op dit gebied heeft gespeeld dient erkend te worden. Er kunnen lessen worden geleerd van de successen van de IFI-initiatieven, die op andere gebieden van de Unie toegepast kunnen worden waar sprake is van marginalisering van gemeenschappen en spanningen.

Het gebruik van EU-gelden om het Football for Peace-project van het IFI te ondersteunen is een punt dat ik naar voren zou willen halen. Het bevorderen van verzoening en wederzijds begrip tussen jongeren door middel van sport is een initiatief dat geprezen moet worden. Sterker nog, de kracht van sport om mensen mondig te maken en maatschappelijke uitsluiting te bestrijden moet niet onderschat worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Het vredesproces in Noord-Ierland is een voorbeeld van een succesvol project dat de steun van de Europese instellingen waard is gebleken. Derhalve moet die steun worden gecontinueerd. Net als voor de Europese integratie geldt voor dergelijke post-conflictsituaties dat het traject richting stabiliteit wordt afgelegd via het creëren van situaties van de facto solidariteit, waardoor de grens- en gemeenschapsoverschrijdende betrekkingen gemakkelijker worden en toenemen. Ik hoop dat andere delen van de Europese Unie die worden geteisterd door terroristische activiteiten die afscheiding als doel hebben, de Ierse weg naar vrede kunnen bestuderen. Hopelijk kunnen er ook lessen uit worden getrokken die dergelijke gebieden de mogelijkheid geven het geweld uit te roeien en een samenleving op te bouwen waarin eenieder zich thuis voelt en wetten, tradities en mensenrechten worden gerespecteerd.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het voortzetten van de EU-bijdrage aan het Internationaal Fonds voor Ierland gestemd, daar ik van mening ben dat het belangrijk is de missie van de Europese Unie bij het tot stand brengen van vrede tussen volkeren en gemeenschappen te onderstrepen. Die missie is doorslaggevend voor de economische en sociale ontwikkeling en voor het verbeteren van de menselijke waardigheid en de levenskwaliteit van de burgers. Ook in het specifieke geval van Ierland kan dat proces worden vastgesteld. De Europese Unie moet een beslissende rol blijven spelen bij het handhaven van de vrede en het elimineren van regionale, etnische en culturele spanningen, waardoor de voorwaarden kunnen worden geschapen voor sociale en economische vooruitgang.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Sinds de oprichting in 1986 heeft het Internationaal Fonds voor Ierland bijgedragen aan de bevordering van de economische en sociale vooruitgang en het aanmoedigen van contact, dialoog en verzoening tussen de nationalisten en de unionisten in heel Ierland. De voortzetting van het huidige vredesproces in Ierland vereist het continueren van de EU-steun door bijdragen aan het Internationaal Fonds voor Ierland, dat de EU sinds 1989 steunt. Het vergroten van die bijdrage zal de solidariteit tussen de lidstaten en hun bevolking helpen versterken. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
  

- Aanbeveling voor de tweede lezing: Marian-Jean Marinescu (A7-0162/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Dit was een stemming in tweede lezing over de verordening inzake het Europese spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer. Ik heb gestemd voor de compromissen die het Parlement en de Raad van de EU overeen zijn gekomen. Deze compromissen zouden het namelijk mogelijk moeten maken om de voorwaarden te helpen creëren voor een betere governance bij het toewijzen van toegangscapaciteiten en voor het beheer van de belangrijke intra-Europese corridors voor het spoorwegvervoer. Eenmaal aangenomen moet deze verordening de effectiviteit van belangrijke goederenstromen per spoor op de Europese corridors verbeteren en daardoor de vervuiling door het transport helpen verlagen. Om al die redenen heb ik gestemd voor de tekst waarover onderhandeld is met de Raad om tot een overeenkomst in tweede lezing te komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE), schriftelijk.(FR) Ik heb gestemd voor de aanbeveling voor tweede lezing die staat in het verslag van mijn Roemeense vriend, Marian-Jean Marinescu, betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europese spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer. Ik steun de voorgestelde amendementen ten aanzien van de organisatie van internationale spoorwegcorridors voor de totstandbrenging van een Europees spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer. Ik geef mijn steun ook aan het idee van “één loket” dat wordt geïntroduceerd in de vorm van een door de beheersraad van elke goederencorridor opgerichte gemeenschappelijke instantie die aanvragers in staat stelt op één plaats en in één verrichting een treinpad aan te vragen voor een traject dat minimaal één grens overschrijdt.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (LT) Ik spreek mijn steun uit voor deze verordening inzake een Europees spoorwegnet voor een concurrerend goederenvervoer; de hoop bestaat dat de uitvoering ervan toegevoegde waarde zal hebben voor de hele Unie, omdat Europa verbonden zal zijn door een gemeenschappelijk spoorwegnet waarover passagiers en vracht effectief tussen de Europese regio’s kunnen worden vervoerd. Met deze verordening is ook een besluit genomen over de implementatie van de tijdstippen waarop de spoorwegcorridors voltooid moeten zijn. Er is gekozen voor een langere periode van vijf jaar, wat gunstig is voor Litouwen. Gedurende die periode moet in Litouwen een Europese spoorweg worden aangelegd. Gezien de ernstige gevolgen van de economische crisis voor Litouwen komt dit besluit extra gelegen, omdat Litouwen net als andere landen die zwaar zijn getroffen door de crisis over beperkte financiële middelen beschikt om in de nabije toekomst in projecten voor ontwikkeling van de spoorinfrastructuur te investeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. (RO) De sector goederenvervoer in de EU heeft veel te bieden bij een constante groei. Gezien dit feit lijkt het tegenstrijdig dat bedrijven steeds minder gebruik maken van vervoer per spoor. Slechts tien procent van de goederen die in de Europese Unie worden vervoerd gaat per spoor. In vergelijking met twintig jaar geleden is het goederenvervoer per spoor gehalveerd. De Europese Commissie heeft de sleutelrol van het goederenvervoer per spoor al in 2001 erkend.

Op dat moment was de vastgestelde horizon voor het witboek over het Europees transportbeleid het jaar 2010. De markt voor goederenvervoer per spoor dient thans de uitdaging aan te gaan voor wat betreft de verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening, omdat een gebrek aan kwaliteit voor de spoorwegen een handicap vormt in hun concurrentie met andere vervoerswijzen in het goederenvervoer. De teruggang van het goederenvervoer per spoor is niet meer uit te leggen als men bedenkt dat er drie spoorwegpakketten bestaan. Deze zijn echter onvoldoende geharmoniseerd met de nationale regelgevingen, en de spoorsystemen zijn bij de grenzen niet op elkaar aangesloten. Gegeven deze omstandigheden is de ontwerpverordening van het Europees Parlement erop gericht om het goederenvervoer per spoor efficiënter te maken, door coördinatie tussen lidstaten en infrastructuurbeheerders.

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Ik steun de inspanningen om het goederenvervoer per spoor effectiever te maken, vanwege de milieuvoordelen ervan vergeleken met het goederenvervoer over de weg. Ik wil echter duidelijk maken dat ik tegen de huidige liberalisering van de spoorwegen in de Europese Unie ben, die verantwoordelijk is voor de versplintering, het gebrek aan investeringen en de ineffectiviteit van het goederenvervoer per spoor van tegenwoordig. Dit compromis met de Raad is een poging om de situatie te verbeteren en daarom stem ik ervoor. Maar het bouwt voort op de liberalisering waar ik sterk tegen ben. Deze stemming gaat echter niet over deregulering, een onderwerp dat reeds in het Verdrag is opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Cornelis de Jong (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Ik steun alle inspanningen om het goederenvervoer per spoor effectiever te maken, vanwege de milieuvoordelen ervan vergeleken met het goederenvervoer over de weg.

Ik wil echter duidelijk maken dat ik tegen de huidige liberalisering van de spoorwegen in de Europese Unie ben, die verantwoordelijk is voor de versplintering en ineffectiviteit van het goederenvervoer per spoor van tegenwoordig, evenals voor het gebrek aan investeringen op dit gebied.

Dit compromis met de Raad is een poging om de situatie te verbeteren. Daarom stem ik vóór, ook al bouwt het voort op de liberalisering waar ik sterk tegen ben. Deze stemming gaat niet over deregulering, een onderwerp dat reeds in het Verdrag is opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk.(FR) De ontwerpverordening bepaalt corridors voor het goederenvervoer per spoor, met andere woorden: trajecten die meerdere lidstaten doorkruisen en waarop beheerders het beheer en de exploitatie van de infrastructuur coördineren. Dit biedt een zeer grote Europese toegevoegde waarde omdat deze verordening de transparantie in de toewijzing en het beheer van treinpaden zal verbeteren en de transnationale coördinatie op alle niveaus zal bevorderen: beschikbare capaciteit, investeringen, werkzaamheden aan de infrastructuur, operationeel beheer, enzovoort. De oprichting van één loket per corridor stelt bovendien ondernemingen in staat om zich tot één contactpersoon te richten. Dit symboliseert het beheer van spoorwegcorridors geplaatst in een Europees perspectief. Deze verordening is om die reden een sterk signaal ten gunste van een heus Europees vervoers- en infrastructuurbeleid. Het is een belangrijke stap in de richting van goederenvervoer per spoor dat sneller en betrouwbaarder is en daarmee een geloofwaardig en milieuvriendelijk alternatief voor langeafstandswegvervoer biedt. Een goede Europese benadering was des te meer noodzakelijk, omdat de markt voor goederenvervoer per spoor op deze schaal van belang is.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat het een bijdrage levert aan de totstandbrenging van een concurrerender Europees spoorwegnet voor goederenvervoer. De veranderingen in de vervoerssector van de afgelopen decennia en de toenemende openstelling van de nationale spoormarkten (wat tot ernstige problemen leidt vanwege het gebrek aan conformiteit) maken het noodzakelijk deze maatregelen toe te passen. Zij zullen bijdragen aan het tot stand komen van een efficiënt distributienetwerk tussen de lidstaten van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De afgelopen decennia is het marktaandeel van de spoorwegen in het goederenvervoer voortdurend afgenomen: in 2005 was het marktaandeel van het goederenvervoer per spoor nog slechts 10 procent. Om deze uitdaging aan te gaan heeft de Commissie het idee gepromoot meer voorrang te geven aan het goederenvervoer per spoor door in december 2008 een verordening voor te stellen voor de totstandbrenging van een Europees spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer.

In april 2009 heeft het Europees Parlement zijn standpunt betreffende dit voorstel in eerste lezing vastgesteld en steun gegeven aan de Commissie. De Raad heeft ook een politiek akkoord bereikt over deze verordening, maar heeft er wel een aantal wijzigingen in aangebracht. Ik erken zonder meer het belang van het goederenvervoer per spoor en de noodzaak dat vervoer op Europees niveau te coördineren en ik steun de totstandbrenging van de zogenaamde goederencorridors. Voor de totstandkoming van een geïntegreerd goederenvervoerssysteem zijn grote investeringen van de lidstaten noodzakelijk, maar gezien de huidige financieel-economische situatie van de EU-landen kunnen we er niet voor instaan dat de lidstaten dergelijke investeringen kunnen toezeggen of opbrengen. Hoewel wij de doelstellingen van de verordening niet betwisten en het voorstel goedkeuren, mogen we echter niet vergeten dat het huidige bezuinigingsklimaat natuurlijk alle andere plannen beïnvloedt.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Fidanza (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik juich het toe dat het plenum zijn goedkeuring heeft uitgesproken over de aanbeveling voor de tweede lezing met het oog op de aanneming van de verordening inzake het Europese spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer.

Het verslag voorziet in de verwezenlijking van negen goederencorridors tussen de lidstaten van de Europese Unie en in de oprichting van “één loket” per corridor, met het doel te garanderen dat voor alle openbare en particuliere spoorwegmaatschappijen de noodzakelijke informatie beschikbaar is over de toewijzing van capaciteit voor de betreffende corridor. Ook wordt in het verslag de nadruk gelegd op de interoperabiliteit in het goederenvervoer, waarbij het voorziet in verbindingen met zee- en binnenhavens.

Deze verordening betekent zonder twijfel een grote stap voorwaarts in de richting van coördinatie op Europees niveau van het spoorwegverkeer, vooralsnog alleen voor het goederenvervoer, en draagt bij tot de voltooiing van de liberalisering van de spoorwegmarkt, wat in deze sector een absolute prioriteit is.

Ik betreur het dat enkele afgevaardigden hebben geprobeerd het prioritaire project van de corridor Stockholm-Napels te saboteren door een amendement in te dienen dat beoogde de Brennerpas buiten het traject te houden. Dankzij de oplettendheid van de Italiaanse afgevaardigden is deze onverantwoorde poging afgeweerd. Om deze redenen heb ik mij vol overtuiging achter de aanbeveling voor de tweede lezing geschaard.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk.(FR) Vol enthousiasme heb ik voor deze tekst gestemd. Het is een grote stap voorwaarts voor het goederenvervoer in Europa, dat nu concurrerender en goedkoper zal worden. Europa is op weg naar een grotere onderlinge verbinding tussen de Europese spoorwegnetten, goederencorridors en zee- en rivierhavens. Het is een belangrijke stap in de duurzame ontwikkeling van de spoorvervoersector in Europa, dat nu eindelijk een goed alternatief kan bieden voor het lucht- en wegvervoer. De internationale corridors die de lidstaten onderling met elkaar verbinden zullen voortaan worden beheerd door grensoverschrijdende autoriteiten die het beheer van de infrastructuren en de toewijzing van treinpaden coördineren. Dit alles wordt overkoepeld door één loket per spoorcorridor, waarvan ik de oprichting fel verdedigd heb. Europa kan door deze vernieuwing vooruitgaan en laten zien dat het streeft naar een betere samenwerking en meer integratie in de vervoersector. Ik verwelkom de aanneming van dit verslag, dat de basis versterkt van het grote Europese spoorwegnet voor goederenvervoer waar ik al jaren om vraag.

 
  
MPphoto
 
 

  Kartika Tamara Liotard (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Stemverklaring over Marinescu (A7-0162/2010). Ik steun de inspanningen om het goederenvervoer per spoor effectiever te maken, vanwege de milieuvoordelen ervan vergeleken met het goederenvervoer over de weg. Ik wil echter duidelijk maken dat ik tegenstander ben van de huidige liberalisering van de spoorwegen in de Europese Unie, die verantwoordelijk is voor de verspintering, het gebrek aan investeringen en de ineffectiviteit van het goederenvervoer per spoor van tegenwoordig. Dit compromis met de Raad is een poging om de situatie te verbeteren en daarom heb ik ervoor gestemd, maar het bouwt voort op de liberalisering waar ik sterk tegen ben. Deze stemming gaat echter niet over deregulering, een onderwerp dat reeds in het Verdrag is opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Mann (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb zojuist tegen het amendement in het verslag-Marinescu gestemd dat gericht is op het instellen van een centraal coördinerend orgaan dat zal optreden als “één loket” voor het beheer van het vrachtverkeer. 162 van mijn mede-Parlementsleden hebben naar aanleiding van een petitie die ik mede heb opgesteld, hetzelfde gestemd. Wij zijn voor kwaliteit en concurrentievermogen op het vlak van goederentreinen. Wij streven naar flexibele en efficiënte oplossingen en geloven tevens in de bevordering van het treinvervoer omwille van het milieu. Het plaatselijke en langeafstandstreinverkeer mag hier echter op geen enkele manier onder komen te lijden. De zeer complexe tekst van het verslag bevat op dit vlak geen heldere uitspraken. Helaas heeft het Europees Parlement vóór de aanbeveling van de Commissie en de meerderheid van de Raad gestemd om in de toekomst de toewijzing van sporen te laten beheren door een extra centraal coördinerend orgaan. Dit zal resulteren in een fragmentatie van bevoegdheden, hetgeen vergaande gevolgen zal hebben voor de dienstregelingen. In Duitsland, dat van oudsher een doorgangsland is, wordt het spoorwegnet reeds ingezet op bijna volledige capaciteit. Alle drie de geplande corridors passeren belangrijke bevolkingscentra. In het bondsland Hesse bevinden zich de steden Fulda en Frankfurt, die nu op het traject van Stockholm naar Palermo liggen. De goede reputatie van het Europees Parlement als voornaamste instelling voor de bescherming van de consument heeft vandaag een ernstige deuk opgelopen. De lidstaten verliezen de bevoegdheid om te beslissen over hun eigen spoorwegnet en alle burgers van Europa zullen worden getroffen door de daaruit voortvloeiende vertragingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) Dit verslag bevestigt het beeld van een Europa dat het tegenovergestelde is van het Europa van solidariteit en samenwerking dat onze huidige tijd meer dan ooit tevoren nodig heeft. Land moet worden ontwikkeld op grond van het algemene belang van de Europese volkeren en niet op basis van de individuele belangen van particulieren ondernemingen. De privatisering van het vervoersbeleid is in het belang van de eurocratie ten nadele van mijn medeburgers. Ik stem tegen deze rampzalige tekst.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Een Europees spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer is essentieel om de Europese Unie in staat te stellen de doelstellingen in de EU-strategie voor groei en werkgelegenheid te realiseren. In dat licht biedt de totstandbrenging van spoorcorridors, die snelle en efficiënte verbindingen mogelijk maken tussen de nationale spoornetten, een kans de voorwaarden voor het gebruik van de infrastructuur te verbeteren. De goedkeuring van deze verordening is essentieel om het goederenvervoer per spoor concurrerender te maken ten opzichte van de nu gebruikte vervoersmodaliteiten. Dat zal vanwege het milieuvriendelijke karakter van het spoorvervoer niet alleen voor de economie maar ook voor het milieu vruchten afwerpen. Daarom heb ik voor het voorstel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Ik heb tegen de compromisvoorstellen voor de verordening inzake het Europese spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer gestemd. In de voorstellen wordt de bevoegdheid bij de nationale infrastructurele autoriteiten weggehaald, al hebben zij tot op heden zeer effectief en efficiënt gewerkt, ook in de internationale sfeer. De voorgestelde maatregelen resulteren daarnaast in meer bureaucratie, hetgeen toch moeilijk ons streven kan zijn. Deze inflatie gaat ten koste van de efficiëntie. Er zal ongebruikte capaciteit zijn. Naar mijn mening zal dit een schadelijk effect hebben op de spoorwegen in geheel Europa.

Als de EU echt het vrachtvervoer over het spoorwegnet wil aanmoedigen, zal zij prioriteiten moeten stellen ten aanzien van de verwezenlijking van de trans-Europese vervoersnetten. Volledige uitbreiding van de zuidelijke corridor aan de hand van de zogeheten Koralmtunnel zou bijvoorbeeld een ongekende verschuiving naar het spoorwegvervoer bewerkstelligen. Wij zouden moeten streven naar beter vrachtvervoer, niet naar meer centralisatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb besloten om vóór de aanbeveling voor de tweede lezing te stemmen, aangezien een reeks onlangs gehouden informele trialoogbijeenkomsten met het Spaanse voorzitterschap tot een overeenkomst hebben geleid. Ik ben van mening dat het belangrijk is om het momentum niet te verliezen. In de eerste lezing van april 2009 heeft mijn fractie haar steun gegeven aan het doel van een concurrerend spoorwegnetwerk voor goederenvervoer door de totstandbrenging van corridors in de Europese Unie, zoals uiteengezet in het voorstel van de Commissie van december 2008. Mijn steun voor deze overeenkomst wordt ook versterkt door het belang van het spoorwegnetwerk in Litouwen en het economisch perspectief dat het mijn land biedt. Het is van het allergrootste belang, niet alleen voor Litouwen maar ook voor de Europese Unie als geheel, om een eind te maken aan de neergang van het aandeel van het goederenvervoer per spoor. Ik ben ervan overtuigd dat de markt voor het goederenvervoer per spoor van deze overeenkomst zal profiteren. Zij zal bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van zijn diensten en synergie tussen nationale spoorwegsystemen tot stand brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilja Savisaar (ALDE), schriftelijk. (FI) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, helaas kon ik de groep van vier compromisamendementen niet steunen, omdat Estland en Letland buiten de spoorwegcorridor, zoals beschreven in bijlage I, punt 8, werden gehouden. Rekening houdend met de toekomst van de spoorwegen in het algemeen en het project Rail Baltica, zou men verwachten dat de corridor ook Tallinn en Riga zou omvatten. Helaas beperken de aangenomen amendementen de mogelijkheden van Estland en Letland, en op die manier zijn wij geen stap verder gekomen met het aansluiten van alle lidstaten van de Europese Unie op een eenvormig spoorwegsysteem.

 
  
MPphoto
 
 

  Eva-Britt Svensson (GUE/NGL) , schriftelijk. − (EN) Ik steun de inspanningen om het goederenvervoer per spoor effectiever te maken, vanwege de milieuvoordelen ervan vergeleken met het goederenvervoer over de weg. Ik wil echter duidelijk maken dat ik tegenstander ben van de huidige liberalisering van de spoorwegen in de Europese Unie, die verantwoordelijk is voor de versplintering, het gebrek aan investeringen en de ineffectiviteit van het goederenvervoer per spoor van tegenwoordig. Dit compromis met de Raad is een poging om de situatie te verbeteren, en daarom heb ik ervoor gestemd, al bouwt het voort op de liberalisering waar ik sterk tegen ben. Deze stemming gaat echter niet over deregulering, een onderwerp dat reeds in het Verdrag is opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) Hoewel het goederenvervoer per spoor al meerdere jaren een dalende tendens vertoont, is het nog steeds het alternatief, voor onder meer het wegvervoer, met het hoogste niveau aan veiligheid en efficiëntie. Dit verslag beoogt het marktaandeel van de spoorwegen in het goederenvervoer te vergroten door het tot stand brengen van corridors tussen minimaal twee lidstaten, zodat goederen snel vervoerd kunnen worden.

Uit het verslag maak ik niet op dat het realiseren van deze corridors leidt tot een prioritair traject voor het goederenvervoer ten koste van het passagiersvervoer. Volgens mij is er daarom geen sprake van verschil in behandeling tussen die twee vormen van spoorvervoer. Het ene loket kan van strategisch belang zijn voor de coördinatie, aangezien de aanvragen voor de treinpaden daar behandeld zullen worden. Het standpunt van de Raad heeft het ene loket tot een informatiebalie gereduceerd. Ik deel daarentegen de mening van de rapporteur dat het ene loket essentieel is voor het bereiken van de gewenste stroomlijning van het goederenverkeer.

Dit netwerk van corridors geeft de mogelijkheid de Europese spoordiensten beter op elkaar af te stemmen, interfaces te creëren tussen de verschillende vervoersmodaliteiten en een nieuwe impuls te geven aan de investeringen in de sector. Om die redenen heb ik voorgestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. − (DE) Ik wijs dit verslag volledig van de hand hoewel helaas in de tweede lezing geen slotstemming mogelijk is. De “één loket”-strategie vormt voor Deutsche Bahn, die als enige speler te maken heeft met concurrentie in een geliberaliseerd Duits net, een maatregel die neerkomt op onteigening en zal leiden tot een concurrentienadeel dat niet goedgemaakt kan worden, aangezien Duitsland een gemengd personen- en goederenvervoer kent en geen aparte hogesnelheidsnetwerken. Ik adviseer Deutsche Bahn dringend de mogelijkheid van juridische stappen tegen deze beslissing te onderzoeken.

 
  
MPphoto
 
 

  Artur Zasada (PPE), schriftelijk. (PL) Ik ben ervan overtuigd dat het idee om een Europees spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer tot stand te brengen, gegrond en noodzakelijk is. Ik heb echter grote twijfels over de interpretatie van artikel 12, lid 2 bis dat de oprichting van één loket per goederencorridor voorziet. Ik heb in het bijzonder bedenkingen bij de rechten om te beslissen over de gebruiksmogelijkheden van de verschillende spoorwegnetten. De situatie wordt nog bemoeilijkt door het feit dat bepaalde lidstaten tot nu toe hun spoorwegmarkt niet openstelden.

Daarom heb ik tegen het tweede deel van het amendement 83 gestemd.

 
  
  

- Verslag-Martin (A7-0043/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE), schriftelijk.(FR) Ik heb vóór het besluit gestemd over de aanpassing van het Reglement van het Parlement na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. De wijzigingen die door de plenaire vergadering zijn aangenomen, treden op 1 december 2010 in werking. Het werd noodzakelijk wijzigingen aan te brengen in het Reglement teneinde in te spelen op de komst van achttien nieuwe leden, de toegenomen wetgevende bevoegdheden en de nieuwe begrotingsprocedure die het Parlement op voet van gelijkheid stelt met de Raad. De overige veranderingen hebben betrekking op de eerbiediging van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van het subsidiariteitsbeginsel, rekening houdend met de toenemende invloed van de nationale parlementen; het recht van het Parlement om Verdragsherzieningen voor te stellen; de procedure voor de benoeming van de voorzitter van de Commissie, aangezien het Parlement meer bevoegdheden heeft op dit gebied; de mogelijkheid voor een lidstaat om zich uit de Unie terug te trekken, en, tot slot, de schending van de fundamentele beginselen door een lidstaat. Ik betreur het dat het nieuwe Reglement niet door een hogere juridische autoriteit is onderzocht om ervoor te zorgen dat deze tekst in overeenstemming is met teksten die hoger in rang staan, zoals met name de Verdragen en de grondwetten van de lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. (PT) Ik stem voor dit voorstel betreffende de aanpassing van het Reglement aan het Verdrag van Lissabon. Meer bevoegdheden voor het Europees Parlement moeten ook vertaald worden in meer verantwoordelijkheid! We kunnen niet zonder het Verdrag van Lissabon, daar de Europese Unie verbreding met verdieping dient te combineren. Met dit Verdrag heeft de Unie dat op een evenwichtige, geloofwaardige en rechtvaardige wijze gedaan. Daarmee zijn de samenhang, de legitimiteit, het democratisch gehalte, de efficiëntie en de transparantie van het besluitvormingsproces verbeterd, is de afbakening van de bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten verduidelijkt en wordt een bijdrage geleverd aan efficiëntere inter- en intra-institutionele betrekkingen in de Unie.

De compromisamendementen in deze aanpassing van het Reglement aan het Verdrag van Lissabon zijn grotendeels de vrucht van de inspanningen van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) om zowel het besluitvormingsproces in het Parlement als de betrekkingen van het Europees Parlement met de nationale parlementen te verduidelijken en te vereenvoudigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De Europese instellingen produceren zeer veel regelgeving die tot stand komt met de inbreng van veel betrokkenen. De instellingen produceren daarbij ook vaak een overdaad aan documenten en de hiërarchie tussen bronnen en wetten is niet altijd duidelijk. Daarom is het essentieel dat het Europees Parlement deze risico’s verkleint via de aanpassing van zijn Reglement aan het recente Verdrag van Lissabon. Ik denk dat dit noodzakelijk is teneinde duidelijker procedures en meer rechtszekerheid te verkrijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon moet het Europees Parlement zich aanpassen aan de nieuwe omstandigheden waarin het opereert en aan de gedeelde verantwoordelijkheid van de besluitvormingsprocessen. Ik onderstreep de effecten van de ruimere bevoegdheden van het Europees Parlement, de nieuwe samenstelling van de nationale vertegenwoordigingen en de nauwere band met de nationale parlementen. Ik onderschrijf de wijzigingen in het Reglement die nu worden voorgesteld. Zij zorgen voor vereenvoudiging en een duidelijke beschrijving van de procedures in het Reglement, zodat de capaciteit om te reageren op de behoeften van de burgers, de instellingen en de lidstaten wordt verbeterd en tegelijkertijd efficiënte voorwaarden voor de uitvoering van het Europees beleid kunnen worden verzekerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik heb tegen amendement 110 gestemd, waarin naar voren komt dat dit Huis samenwerkt met de nationale parlementen, maar niet met de parlementen op subnationaal niveau. Hiermee wordt voorbijgegaan aan de constitutionele werkelijkheden van enkele lidstaten; hoewel bijvoorbeeld Vlaanderen deze week een historische stap heeft gezet richting onafhankelijkheid, blijft het Belgische federale parlement voor nu het “nationale” parlement in EU-termen. Desondanks heeft het Vlaamse parlement in Belgische constitutionele termen volledige bevoegdheid inzake bepaalde EU-aangelegenheden. Het amendement gaat ook voorbij aan de politieke werkelijkheden van andere lidstaten: het is belachelijk dat dit Huis niet volledig kan samenwerken met het Schotse parlement bij aangelegenheden als de visserij, waarin Schotland het grootste aandeel van het Verenigd Koninkrijk heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De goedkeuring van het Verdrag van Lissabon heeft het Europees Parlement nieuwe verantwoordelijkheden gegeven. Daarom is het noodzakelijk het Reglement van het Europees Parlement aan te passen aan de nieuwe regels. Dit voorstel verenigt het Reglement van het Europees Parlement met de nieuwe uitdagingen die voortvloeien uit het Verdrag van Lissabon. Daarom heb ik voor dit voorstel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) De ter tafel liggende aanpassing van het Reglement is enerzijds noodzakelijk geworden door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. In dit opzicht is zij een formaliteit. De twee grote fracties – de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) en de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement – proberen echter in het kader van deze amendementen de rechten te beknotten van afgevaardigden die geen deel uitmaken van een van de grote fracties. Dit is zeer onrechtvaardig en oneerlijk omdat dit zou ondersneeuwen in de discussie over de grote aanpassingen aan het Verdrag van Lissabon. Er wordt bijvoorbeeld voorgesteld dat niet-ingeschreven leden niet meer, zoals thans het geval is, zelf mogen beslissen wie hen vertegenwoordigt. Dit is een uniek staaltje democratie dat onaanvaardbaar is. In elk democratisch parlement dat die naam verdient, mag een fractie zelf haar vertegenwoordigers in bepaalde commissies aanwijzen.

Nu wordt echter voorgesteld dat de Voorzitter – die deel uitmaakt van een van de twee grote politieke partijen – beslist wie van de niet-ingeschreven leden hen zal vertegenwoordigen in de Conferentie van voorzitters. Dit betekent dat hun politieke tegenstanders de mogelijkheid hebben een vertegenwoordiger te kiezen wiens politieke overtuiging het meest overeenkomt met hun eigen overtuiging. Dat is schandalig. Naar mijn mening kan de vertegenwoordiger van de niet-ingeschreven leden slechts worden gekozen in het kader van een stemming waaraan alle niet-ingeschreven leden deelnemen. Ik heb daarom tegen het voorgestelde amendement gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Steeds vaker gebeuren er natuurrampen waardoor mensen al hun hebben en houden verliezen. Mensen wier huizen onder water lopen, worden bijzonder zwaar getroffen omdat de gehele inboedel dikwijls beschadigd of verwoest wordt. Bovendien ontstaat er zware schade aan akker- en bouwland, waarvan de reparatie grote sommen geld vergt. De getroffenen kunnen dit dikwijls nauwelijks of zelfs helemaal niet opbrengen. Ik heb voor deze resolutie gestemd omdat het belangrijk is de helpende hand te reiken aan mensen die getroffen worden door een ramp.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk.(IT) Het Europees Parlement heeft een besluit aangenomen over de aanpassing van zijn Reglement aan het Verdrag van Lissabon. De door de leden van het Parlement goedgekeurde wijzigingen betreffen onder andere de komst van achttien nieuwe afgevaardigden uit twaalf lidstaten, de versterking van de wetgevingsbevoegdheden en een nieuwe begrotingsprocedure waarin het Parlement op voet van gelijkwaardigheid met de Raad staat. De wijzigingen die in het Reglement aangebracht zijn, houden bovendien rekening met de begrotingsregels voor zover het Parlement hierover in samenwerking met de Raad besluiten zal nemen. Meer bepaald hebben de amendementen betrekking op de volgende zaken: het driejarig financieel kader dat een wetgevingshandeling wordt waarvoor de goedkeuring van het Parlement vereist is, de documenten die ter beschikking van de leden worden gesteld, de behandeling van de ontwerpbegroting, de bemiddelingsprocedure in het kader van de begroting en de definitieve vaststelling van de begroting.

Veranderingen die ik verder nog van groot belang vind, betreffen de eerbiediging van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het recht van de leden van het Parlement om verdragsherzieningen voor te stellen, de benoemingsprocedure voor de voorzitter van de Commissie en vooral de schrapping van speciale bepalingen voor de benoeming van de hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Ik hoop dat deze veranderingen spoedig zullen worden doorgevoerd in de tekst van het Verdrag, gezien de fundamentele vernieuwing die zij vertegenwoordigen voor de gehele Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. (PT) Ik stem voor het verslag-Martin, dat na een lang onderhandelingstraject tot stand is gekomen. Daarbij waren alle leden van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) betrokken die deel uitmaken van de Commissie constitutionele zaken, waar ikzelf ook lid van ben. Deze aanpassing van het Reglement van het Europees Parlement was noodzakelijk na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Bij een eerste stemming over de aanpassing tijdens de vergaderperiode van november 2009 zijn de nodige wijzigingen goedgekeurd die direct verbonden waren met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Tegelijkertijd is toen besloten de overige wijzigingen uit te stellen om meer tijd te geven voor bezinning. De Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten), waar de Partido Social Democrata (PSD) deel van uitmaakt, heeft verschillende compromisamendementen ondertekend. Ik noem de voorstellen met betrekking tot het vragenuur aan de voorzitter en de ondervoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de voorzitter van de Eurogroep, de toepassing van het Statuut van de leden, de herziening van de Verdragen en de gedelegeerde handelingen. Ik wil evenwel met nadruk de amendementen noemen betreffende de interparlementaire samenwerking, de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de nationale parlementen tijdens het wetgevingsproces en de samenstelling van de delegatie van het Europees Parlement in de COSAC. Als ondervoorzitter van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten), met de betrekkingen met de nationale parlementen in mijn portefeuille, heb ik me met die drie onderwerpen speciaal moeten bezighouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) Het Europees Parlement stemt vandaag over de noodzakelijke aanpassing van het Reglement in verband met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Na de stemming tijdens de vergaderperiode van november werd de stemming over de overige wijzigingen, die niet direct te maken hebben met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, uitgesteld tot deze vergaderperiode. De Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten), waar ik toe behoor, heeft twaalf compromisamendementen ondertekend die meerdere onderwerpen betreffen: het vragenuur aan de voorzitter van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie, de schriftelijke vragen aan de Raad en de Commissie, de periodieke interparlementaire samenwerking, de toepassing van het Statuut van de leden, de delegatie in de COSAC, de herziening van de Verdragen en de delegatie van wetgevende bevoegdheid.

Ik stem ook voor de overige wijzigingen in het document. Daarvan noem ik de nieuwe bepalingen over subsidiariteit en evenredigheid bij de behandeling van wetgevingshandelingen en de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de nationale parlementen tijdens het wetgevingsproces.

 
  
MPphoto
 
 

  Rafał Trzaskowski (PPE), schriftelijk. (PL) Deze tweede lezing is het einde van een lang proces van aanpassing van het Reglement van het Europees Parlement aan de wijzigingen die het Verdrag van Lissabon invoerde. Hoewel de aanpassingen waarover vandaag gestemd werd slechts in beperkte mate betrekking hebben op de fundamentele wijzigingen uit het Verdrag die de rol van het Parlement in het besluitvormingsproces versterken, zijn ze zelf een belangrijke aanvulling op de aanpassingen van het Reglement en stellen ze ons in staat de nieuwe mogelijkheden volledig te benutten. Zoals bij alle aanpassingen, en in het bijzonder bij aanpassingen in het primaire recht, hangt veel af van de manier waarop ze ten uitvoer gelegd worden.

De duivel zit in het detail, daarom is het belangrijk dat dit proces tot op het einde nauwlettend gevolgd wordt.

 
  
  

- Verslag-Jędrzejewska (A7-0183/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Een van de hoofddoelen voor 2011 zal het handhaven, bevorderen en verkrijgen van middelen zijn voor onderzoek en technologische ontwikkeling in de Unie door op adequate wijze het kaderprogramma te financieren zodat daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de EU 2020-strategie.

De groei van het aantal aanvragen voor financiering was evenredig aan de toename van de controlemechanismen die een correct gebruik van de communautaire middelen beogen te verzekeren.

De interne bureaucratie en het maken van meer administratieve regels en procedures leiden tot minder vertrouwen in het proces. Voor kleinere organisaties als kleine en middelgrote ondernemingen, startende technologie-intensieve bedrijven, kleinere instituten, universiteiten en onderzoekscentra, is het bijzonder moeilijk met deze complexe realiteit om te gaan.

Ik doe een oproep de toegang tot de financiering voor onderzoek te vereenvoudigen. Er moet een cultuur van wederzijds vertrouwen worden ontwikkeld, waarbij alle belanghebbenden moeten worden betrokken. Dat zal zorgen voor het versterken van onderzoek en innovatie, wat Europa tot een aantrekkelijker plek om te wonen en te werken zal maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk.(FR) De ontwerpbegroting 2011 van de Europese Commissie is niet afgestemd op de uitdagingen waarvoor Europa zich gesteld ziet. Bij een bedrag van 142 miljard euro aan vastleggingskredieten – oftewel 1,15 procent van het Europese bruto nationaal inkomen – stelt de Commissie voor om voor de financiering van nieuwe prioriteiten, evenals van programma’s die reeds in het financieel kader 2007-2013 zijn opgenomen, te putten uit kredieten van bestaande programma’s en uit een begrotingsruimte die praktisch tot nul is gereduceerd. De EU 2020-strategie voor groei en werkgelegenheid, die de komende tien jaar de routekaart van de Unie moet zijn, en de strijd tegen klimaatverandering kunnen niet echt worden gerealiseerd zonder financieringsmiddelen. Het is onaanvaardbaar dat er voor de financiering van het toekomstige instrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen uit ontwikkelingshulp wordt geput. Het is niet realistisch om de Europese financiële steun aan het vredesproces in het Midden-Oosten met een derde te verminderen. Dat is niet serieus. Wij hadden verwacht dat de Commissie moediger zou zijn. Verder is het Europees Parlement nog altijd in afwachting van een ontwerpvoorstel voor de tussentijdse herziening van de financiële vooruitzichten, waaraan Europa dringend behoefte heeft. Deze kwestie moet bij de komende begrotingsonderhandelingen met de Raad centraal staan. De delegatie van de Franse partij Mouvement Démocrate in het Parlement zal zich hiervoor inzetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Göran Färm, Olle Ludvigsson en Marita Ulvskog (S&D), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse sociaaldemocraten, hebben ervoor gekozen om voor het onderhandelingsmandaat voor de begroting 2011 te stemmen. Wij zijn het in grote lijnen eens met de in het verslag vermelde prioriteiten. Wij zijn bijvoorbeeld van mening dat het belangrijk is dat er wordt geïnvesteerd in jongeren, in onderzoek en ontwikkeling en in groene technologie. Wij zijn ook van mening dat het belangrijk is dat er voldoende middelen worden uitgetrokken om van de nieuwe Europese strategie voor groei en werkgelegenheid, “EU 2020”, een succes te maken.

Wij willen echter onderstrepen dat we niet vinden dat er meer rechtstreekse steun voor de landbouw nodig is. Wij willen evenmin permanente marktsteun van de EU voor melk en zuivelproducten.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De rol van het Europees Parlement bij de onderhandelingen over de communautaire begroting is versterkt door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. In deze tijd van economische, financiële en sociale crisis is het van fundamenteel belang middelen toe te wijzen die de groei en het concurrentievermogen van de Unie stimuleren. In de huidige context is het belangrijk dat het Solidariteitsfonds van de Unie wordt versterkt – mits die gelden effectief worden gebruikt door de regeringen – zodat de effecten van de crisis in de meest benadeelde regio’s worden verkleind.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Ik herinner mij dat de ontwerpbegroting voor 2011 de eerste in zijn soort was sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, en dat zij ontegenzeggelijk een grotere samenwerking en coördinatie vereist met de andere tak van de begrotingsautoriteit. Ik benadruk de bezorgdheid en de inspanning om adequate financiering te verkrijgen van de strategische ontwikkelingslijnen voor de Europese Unie, vooral op het gebied van jeugd en innovatie, tezamen met energie-efficiëntie, de strijd tegen de klimaatverandering, bevordering van de werkgelegenheid en van de gendergelijkheid. Ik vind ook dat de uitvoerbaarheid van mechanismen die de duurzaamheid van de landbouwsector waarborgen, moet worden gegarandeerd. Ik denk dan vooral aan de melksector. In de huidige situatie van crisis en grote druk op de openbare financiën van de lidstaten benadruk ik de noodzaak de budgettaire houdbaarheid van de Europese Unie te garanderen, met het oog op het nastreven van de centrale doelstelling van sociale en economische cohesie. Ik vind het desondanks belangrijk dat de ontwerpbegroting voor 2011 vanaf nu de financiële implicaties reflecteert van de kerninitiatieven van de Europa 2020-strategie, zoals “Innovatie-Unie”, “Jeugd in beweging”, “Efficiënt gebruik van hulpbronnen”, “Nieuwe vaardigheden en banen” en “Industriebeleid in een tijd van mondialisering”.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij hebben tegen dit verslag over de ontwerpbegroting voor 2011 gestemd omdat het nergens de eisen weerspiegelt die vandaag de dag worden gesteld aan de financiering van de Europese Unie, waar de schepping van de eurozone de sociale en territoriale ongelijkheid heeft verergerd zonder dat er voldoende rekening is gehouden met het beginsel van economische en sociale cohesie.

In deze periode van crisis is er nog meer behoefte aan een communautaire begroting die de uitgaven ten minste verdubbelt, zodat in ieder geval de helft van de begroting (berekend op basis van 2 procent van het bnp van de Unie) kan worden gebruikt voor investeringen in de productiesector en voor steun aan de sociale functie van de lidstaten. Zo kan meer werkgelegenheid met rechten worden geschapen, de armoede worden bestreden, de regionale ongelijkheid worden verminderd en de economische en sociale cohesie worden bevorderd.

Aan de andere kant is het ook essentieel om de tarieven voor communautaire cofinanciering te verhogen voor de economisch zwakkere landen, vooral voor sociale programma’s en voor productie-investeringen.

Ten slotte moeten de bedragen die bestemd zijn voor het militaire apparaat substantieel worden verlaagd en de centrale doelstellingen van de begroting worden gewijzigd om een evenwichtige ontwikkeling en sociale vooruitgang te bewerkstelligen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De ontwerpbegroting voor 2011 is de eerste sinds de inwerkingtreding van Verdrag van Lissabon, en de voorbereiding ervan vereist een grotere samenwerking en coördinatie tussen alle betrokken partijen zodat een akkoord kan worden bereikt over alle uitgaven tijdens het proces. De trialoog in juli moet duidelijk zijn over de voorbereiding van de route, opdat van tevoren de punten kunnen worden vastgesteld waarover overeenstemming moet zijn. De belangrijkste punten zijn daarbij de begrotingsimplicaties van het Europees stabilisatiemechanisme, van Europa 2020 en van de programma’s voor jongeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. − (DE) De begroting voor 2011 bevat talrijke punten waarop ernstige kritiek kan worden geuit. De begroting voor het Europees Vluchtelingenfonds, dat onder andere de hervestiging van asielzoekers in de EU bevordert, wordt bijvoorbeeld verhoogd, terwijl de kredieten voor het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex) worden verlaagd. De financiële steun aan Palestina wordt eveneens verlaagd maar de begroting voor EU-toetredingskandidaten, inclusief Turkije, wordt aanzienlijk verhoogd. Ik heb daarom tegen het verslag over de ontwerpbegroting 2011 gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Onze fractie, de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie, was niet tegen de prioriteiten van de rapporteur voor de trialoogonderhandelingen. Wij hebben enkele gedetailleerdere amendementen ingediend over de “vergroening” van de structuurfondsen, de plattelandsontwikkeling en het landbouwbeleid, die allemaal verworpen werden – wat nauwelijks een verrassing kan worden genoemd – maar die opnieuw ingebracht kunnen worden voor de meer gedetailleerde eerste lezing van de begroting van het Parlement in september. De leden van De Groenen die zitting hebben in andere commissies hebben de amendementen uit naam van hun respectieve commissies medeondertekend. Door de aanpak van de rapporteur om de tekst niet onnodig op te blazen, zijn ook de meeste van die amendementen verworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) Ik steun het standpunt van mijn fractie over dit document van het Parlement in reactie op de ontwerpbegroting voor 2011 zoals die door de Europese Commissie is voorgesteld. Het lijkt ons onmogelijk duidelijk de implicaties te definiëren van de begroting voor de kerninitiatieven van Europa 2020, en dat er meer en betere informatie nodig is.

Ook zie ik met genoegen dat het programma voor de jeugd een van de prioriteiten is voor het komende jaar in het ontwerp van de Commissie, maar ik betreur het dat de toename van middelen daarvoor slechts symbolisch is, terwijl we toch van deze initiatieven meer zouden mogen verwachten. Mijn collega’s uit de ultraperifere regio’s en ik vinden het onaanvaardbaar dat de middelen voor Posei, het programma van speciaal op een afgelegen en insulair karakter afgestemde maatregelen, voor 2011 lager zijn dan die over 2010, vooral in een periode waarin de sluiting van het akkoord tussen de EU, Colombia en Peru ernstige repercussies zal hebben voor de productie van bananen, suiker en rum in de ultraperifere regio’s. Daarom steunen wij een amendement waarin de Commissie wordt gevraagd, op zo kort mogelijke termijn, om een studie naar de invloed van deze situatie op die regio’s.

 
  
MPphoto
 
 

  Róża Gräfin von Thun und Hohenstein (PPE), schriftelijk. (PL) Het verslag over het mandaat voor de trialoog over de ontwerpbegroting 2011, dat vandaag op de plenaire vergadering van het Europees Parlement aangenomen is, geeft zes prioriteiten aan voor de onderhandelingen over de begroting voor het jaar 2011. Een van deze prioriteiten omvat de programma’s voor de jeugd zoals “Jeugd in beweging”, “Een leven lang leren”, “Jeugd in actie” en “Erasmus Mundus”. Het verslag wijst er in paragraaf 12 van de algemene opmerkingen op dat een verhoging van de middelen voor deze programma’s in de ontwerpbegroting ondanks het zeer hoge tenuitvoerleggingspercentage (tussen 95 en 100 procent in de jaren 2007 t/m 2009) niet voldoende is. Ik ben blij dat de goedgekeurde tekst oproept om deze middelen te verhogen zodat de programma’s voor de jeugd uitgevoerd kunnen worden op een manier die past bij hun betekenis voor de burgermaatschappij in Europa.

Ondanks de economische crisis die de lidstaten tot aanzienlijke besparingen dwong, breidt de Europese Unie haar activiteiten steeds verder uit. Hierbij moet een aangepast financieringsniveau van reeds bestaande programma’s gegarandeerd blijven. Het verslag van Sidonia Jędrzejewska vraagt aandacht voor deze kwestie, die mijns inziens met recht erkend is als een van de prioriteiten voor de onderhandelingen over de begroting.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. − (DE) Geachte dames en heren, het mandaat voor de trialoog is van groot belang voor het Europees Parlement omdat het onderhandelingsstandpunt van het Parlement hierin wordt vastgelegd. De ontwerpbegroting voor 2011 staat in het teken van de crisis en de recessie, wat onder andere blijkt uit de zeer krappe marges. Er zijn echter ook positieve signalen. Een van die positieve signalen is de prioriteit die wordt gegeven aan jeugdprogramma’s. Indien de Europese Unie een duurzame uitweg uit de crisis wil vinden, is het voor haar van cruciaal belang om te investeren in jonge mensen, omdat zij onze toekomst zijn. Bovendien moeten wij met het oog op de economische situatie in Europa een mandaat voor een sociaal evenwichtige EU-begroting ondersteunen die ook rekening houdt met ons concurrentievermogen. Dank u wel.

 
  
  

- Verslag-Langen (A7-0187/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Antoniozzi (PPE), schriftelijk.(IT) Mijnheer de Voorzitter, zoals de recente financieel-economische crisis uitgebreid heeft aangetoond, moeten we een strategie in het leven roepen om derivatenmarkten beter te reguleren en transparanter te maken en om buitensporig speculeren te voorkomen. Ik kan mij met name vinden in het voorstel van de rapporteur een centrale toezichtsrol toe te bedelen aan de EAEM, de Europese Autoriteit voor effecten en markten, en in de oproep de kosten van de toekomstige marktinfrastructuur te laten dragen door de marktdeelnemers en niet door de belastingbetalers. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Het Europees Parlement roept in deze resolutie op tot een strenger toezicht op de derivatenmarkt. Ik heb de resolutie gesteund, omdat ik het van essentieel belang vind dat het Parlement een heldere boodschap afgeeft aan de Raad en de Commissie, opdat er wettelijke maatregelen worden getroffen op dit gebied. Doelstelling is buitensporige speculatie tegen te gaan door een standaardprocedure en toezichthoudende instanties in te stellen, en door een gemeenschappelijk register voor de transacties te gebruiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE), schriftelijk.(FR) Ik heb vóór het initiatiefverslag van mijn geachte Duitse collega, de heer Langen, over derivatenmarkten gestemd, dat een reactie vormt op de mededeling van de Europese Commissie over ditzelfde onderwerp. Ik steun het initiatief van de Commissie om de regelgeving op het gebied van derivaten te verbeteren. Het is absoluut noodzakelijk dat de toekomstige Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) een belangrijke rol krijgt bij de toelating van Europese clearinginstellingen en dat deze autoriteit daarop ook toezicht uitoefent.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat we naar mijn mening de transparantie op de derivatenmarkt (handel in toekomstige transacties) moeten verhogen en de markt sterker moeten reguleren. Afgeleide instrumenten kunnen een nuttige rol spelen bij het verplaatsen van financiële risico’s in een economie, maar door een gebrek aan transparantie en regulering hebben zij juist bijgedragen aan een verergering van de financiële crisis. Ik ben verheugd over het initiatief van de Commissie voor betere regulering van derivaten, en in het bijzonder van over-the-counter-derivaten, met het oog op het reduceren van de gevolgen van de risico’s voor de stabiliteit van de financiële markten als geheel en voor de standaardisatie van derivatenovereenkomsten, het gebruik van gecentraliseerde gegevensopslag en georganiseerde handelsplatforms.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk.(IT) In het verslag van collega Langen wordt een reeks maatregelen voorgesteld die de derivatenmarkt transparanter zouden moeten maken. Gezien de manier waarop de financiële crisis van 2008 is ontstaan en de kwetsbare situatie waarin de markten zich door dit soort ingewikkelde producten nog steeds bevinden, is het zonder meer wenselijk te streven naar een grotere stabiliteit en transparantie. Ik heb dan ook voor het verslag-Langen gestemd.

Niettemin zouden wij een ander punt moeten benadrukken, dat een fundamenteel beginsel is wanneer we het hebben over financiële zaken, de economische crisis en de markt. Meer nog dan de derivaten en de gecompliceerde financiële engineering heeft het feit dat wij abusievelijk te lang hebben gedacht dat we ons niet druk hoefden te maken over de reële economie geleid tot de crisis van 2008, die een kettingreactie van negatieve gevolgen in gang zette waaronder onze samenlevingen nog steeds gebukt gaan. Maatregelen ter bevordering van de transparantie van de financiële markten en van de producten die worden aangeboden door banken en aandelenmarkten zijn op dit moment dan ook van harte welkom, maar laten we met ons allen niet vergeten dat we ons dringend moeten herbezinnen op het economisch systeem waarop de wereldmarkten gebaseerd zijn. Al onze inspanningen moeten dus gericht zijn op het versterken van de reële economie, die de enige zekere bron is van welvaart en duurzame stabiliteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk.(IT) Allereerst wil ik mijn vriend en collega, de heer Langen, feliciteren met het ontwerpverslag dat hij vandaag ter stemming aan het Parlement heeft voorgelegd.

In het licht van de financiële en economische crisis hebben wij geconstateerd hoe gevaarlijk bepaalde financiële instrumenten zijn die op een schaamteloze wijze, zonder regels of beperkingen, worden gebruikt door de markten. Veel burgers en talloze lokale autoriteiten, die zich nu met ontzettende begrotingstekorten geconfronteerd zien, zijn het slachtoffer geworden van deze gevaarlijke instrumenten, ook in Italië.

Om dergelijke onaangename situaties te voorkomen, acht ik het juist – sterker nog, noodzakelijk – derivaten goed te reguleren, zodat we een stabielere en veiligere markt krijgen die zowel marktdeelnemers en consumenten in staat stelt weloverwogen keuzen te maken. De Europese Unie moet pleitbezorgster worden van een radicale verandering in het financieel beleid ten opzichte van het verleden en krachtige signalen afgeven om te verhinderen dat instrumenten zoals over-the-counter-derivaten de interne financiële markt in de toekomst in gevaar kunnen brengen.

Tot slot ben ik het eens met de richtsnoeren die door collega Langen worden uiteengezet in de tekst waarover vandaag gestemd wordt, ook omdat financiële derivaten niet voorbehouden zijn aan de professionals in de sector, maar op grote schaal gebruikt worden. Daarom zal strengere wetgeving een grotere transparantie garanderen, waardoor “marktdeelnemers in staat zijn de risico’s juist in te schatten”.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Een strakkere regulering van de derivatenmarkten moet rekening houden met de bijzondere situatie van bedrijven die moeten blijven garanderen dat hun financiële en bedrijfsrisico’s onder gunstige omstandigheden gedekt zijn, dan wel worden aangepast met behulp van derivaten.

Niet-financiële bedrijven gebruiken deze instrumenten om de dekking te garanderen van risico’s met betrekking tot valuta, rente en grondstoffen. Deze protectie is niet speculatief en draagt bij tot het scheppen van stabiliteit en groei van werkgelegenheid en investeringen.

De voorgestelde regulering mag echter niet leiden tot duidelijke verslechtering van de risicodekking voor bedrijven.

Ik pleit voor het toestaan van afwijkingen en vermindering van eisen als het gaat om inzet van eigen middelen in het geval van bilaterale derivaten, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) Ik heb tegengestemd omdat, hoewel het verslag positieve punten bevat en bepaalde minimumbeperkingen en regels tracht op te leggen aan de derivatenmarkt, het in werkelijkheid geen fundamentele oplossing biedt voor de problematiek. Een essentiële oorzaak van de economische en financiële instabiliteit is de ontwikkeling en de toename van extrabancaire transacties, waaronder risicopremies en andere financiële derivaten.

De recente instorting van de geldmarkten en de speculatie tegen Griekse obligaties heeft aangetoond dat het financiële systeem niet alleen behoefte heeft aan een strikte regelgeving, maar dat bovendien bepaalde transacties moeten worden verboden, waaronder de risicopremietransacties. Volgens mij zou het verkeerd en onvoldoende zijn onze aandacht uitsluitend toe te spitsen op “beleidsmaatregelen”, zoals degene die in het verslag worden voorgesteld, omdat die niet in verhouding staan tot de werkelijke omvang van het probleem en onvoldoende oplossingen bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Zoals gebleken is in de economische, financiële en sociale crisis die we doormaken, heeft de derivatenmarkt een efficiënte regulering nodig. Daardoor ontstaat een grotere transparantie in de commercialisering van deze financiële instrumenten. Deze producten moeten worden onderworpen aan een meer doelmatige supervisie, zodat de handel erin de markt niet negatief beïnvloedt. Wel steun ik, vanwege de verscheidenheid aan derivaten en de noodzakelijke bescherming voor de investeerders, het voorstel voor strakkere informatieregels.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben blij met de mobilisering van de Europese instellingen om de efficiëntie, zekerheid en soliditeit van de derivatenmarkten te vergroten en erken het belang ervan voor de economische ontwikkeling en de noodzaak van het garanderen van de regulering en verificatie van de procedures en onderhandelingen in verband met handel en commercialisering van deze financiële instrumenten. Tegenover de omvang van de derivatenmarkt en haar invloed op de wereldeconomie – die duidelijk is gebleken in de huidige economische en financiële crisis – en tegenover de exponentiële groei van de risicocomponent op de wereldmarkt, vind ik het essentieel dat transparantie wordt gewaarborgd. Daarvoor is niet alleen doelmatige supervisie van de markten nodig, maar ook duidelijke, beknopte en volledige normen voor financiële verslaglegging. De credit default swaps van de soevereine emittenten die worden gebruikt door financiële speculanten hebben ertoe geleid dat diverse nationale spreidingen ongerechtvaardigd hoge niveaus bereikten. Dit onderstreept de noodzaak van verdere markttransparantie en meer uitgebreide Europese regelgeving met het oog op de handel in credit default swaps, met name van credit default swaps die verband houden met staatsobligaties. Het is te hopen dat de toekomstige wetgeving niet alleen transparantie op de derivatenmarkten, maar ook een solide regulering bevat. Ik benadruk dat de kosten van de toekomstige infrastructuur van de markt gedragen moeten worden door de deelnemers aan die markt en niet door de belastingbetalers.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) In plaats van voor te stellen een einde te maken aan de derivatenmarkt heeft de meerderheid van het Europees Parlement zich ertoe beperkt de speculatieve handel in credit default swaps (CDS) op basis van staatsobligaties te verbieden. Er is bij de Commissie op aangedrongen maximumgrenzen te overwegen voor derivaten, met name CDS, en deze met de internationale partners af te stemmen. Maar naar nu is gebleken hoeft de Commissie haar voorstel over derivatenmarkten pas in september te presenteren, en het Parlement zal hierover op gelijke voet met de Raad wetgeving creëren.

Al dit wachten is betreurenswaardig in het licht van de recente dramatische stijgingen van de rente op staatsobligaties in sommige landen van de eurozone tot een niveau dat op den duur niet houdbaar is, als we zien welke negatieve rol de credit default swaps in het hele proces hebben gespeeld. We kunnen speculatieve effecten op basis van staatsobligaties niet langer toestaan.

Het Europees Parlement heeft vandaag gepleit voor een verbod op handel in credit default swaps omdat dit “pure speculatiehandel is waarbij op kredietverliezen wordt gespeculeerd”, maar vervolgens beperkt het zich tot het vragen om langere vervaltermijnen bij de verkoop van effecten en derivaten vanuit een ongedekte positie. Wij steunen dus de positieve voorstellen, maar zijn tegen het terughoudende standpunt en de enorme vertraging in de regulering van de kapitaalmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE), schriftelijk.(FR) Ik heb vóór het verslag-Langen over derivatenmarkten gestemd, omdat ik er net als de rapporteur van overtuigd ben dat de sector gereguleerd moet worden en dat de transparantie van de derivatenmarkten moet worden vergroot. Ik steun in het bijzonder het idee dat er een clearingplatform moet worden opgericht voor de afwikkeling van transacties in derivaten tussen marktspelers. Door transacties te standaardiseren en ervoor te zorgen dat de clearinginstellingen onafhankelijk zijn, zal er aanzienlijke vooruitgang worden geboekt.

De regelgeving die dankzij de samenwerking tussen de Commissie, de Raad en het Parlement op vrij korte termijn tot stand zou moeten komen, mag er evenwel niet toe leiden dat de derivatenmarkten, die een belangrijke rol spelen in de mondiale financiële sector, volledig aan banden worden gelegd. Er dient onderscheid te worden gemaakt, zoals de rapporteur overigens ook doet, tussen derivaten die gebruikt worden als een risicobeheerinstrument ter afdekking van risico’s die rechtstreeks samenhangen met de activiteiten van ondernemingen en derivaten die uitsluitend voor speculatiedoeleinden worden gebruikt. Alleen deze laatste derivaten kunnen een wezenlijk systemisch risico opleveren waarop adequaat moet worden toegezien om een herhaling van het soort crises dat wij de laatste tijd hebben meegemaakt, te voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De instrumenten voor derivaten speelden in het verleden een belangrijke rol bij risico-overdracht in de economie. Intussen heeft het gebrek aan transparantie en regulering van de derivatenmarkt een desastreus effect gehad op economische crisis. Een van de instrumenten die de Europese economieën het meest heeft beïnvloed en heeft geleid tot toename van de rente op staatsobligaties wordt gevormd door de credit default swaps. In deze regeling wordt een verbod op de speculatieve handel in dit instrument bepleit, omdat die tot verstoring van de markt voor staatsobligaties kan leiden. Het is essentieel dat er onderscheid wordt gemaakt tussen de derivaten die worden gebruikt als instrument van risicobeheer om een onderliggend reëel risico voor het onderwerp af te dekken, en de derivaten die alleen worden gebruikt voor speculatieve doeleinden. Vandaar dat ik gestemd heb zoals ik gestemd heb.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik ben blij dat de belangrijkste paragrafen van de resolutie in de tekst zijn blijven staan, hoofdzakelijk de paragrafen 33, 34, 35 en 36, evenals de overwegingen K, S en X. Dit is de reden dat wij vóór hebben gestemd. Als minstens een van de afzonderlijke stemmingen was verworpen, dan zouden wij Groenen tegen het verslag hebben gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (S&D), schriftelijk. − (EN) De voornaamste aspecten van het verslag van de heer Langen zijn aanvaardbaar. Tijdens het debat in de commissie werd er echter sterk de nadruk gelegd op de gevaren van de bedrijfstak. Het is duidelijk dat de omvang van de derivatenactiviteit vragen doet ontstaan over hoe de bedrijfstak gereguleerd moet worden, en dus worden transparantie en een geharmoniseerd toezicht als zeer belangrijke factoren beschouwd. Tegelijkertijd is het niet nodig om de kosten van de handel te laten toenemen door erop aan te dringen om de clearing van dit soort handel te concentreren via afzonderlijke beurzen. Gelukkig is de heer Langen zich terdege bewust van de beperkingen van een dergelijke benadering waarmee de kosten op een beurs wel tien keer hoger zouden kunnen worden dan elders. We moeten er ook voor zorgen dat de zogenoemde op maat gemaakte derivaten, die bedrijven de mogelijkheid geven om toekomstige stijgingen in de grondstoffenmarkten af te dekken, gehandhaafd blijven. Wij zouden ook de internationale compatibiliteit moeten waarborgen, in het bijzonder met de Verenigde Staten, de grootste markt.

 
  
  

- Verslag-Badia i Cutchet (A7-0154/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) De snelle ontwikkeling van het internet zorgt voor een toename van onderling gekoppelde objecten die beschikbaar en verhandelbaar zijn op het internet. Op die manier ontstaat er een ‘internet van de dingen’, dat alles omvat van boeken tot auto’s, en van elektrische apparaten tot voeding. Dit initiatiefverslag van het Europees Parlement is bedoeld als reactie op de mededeling van de Europese Commissie, die veertien maatregelen bevat die ervoor moeten zorgen dat de EU een drijvende kracht wordt achter de ontwikkeling van deze nieuwe netwerken van onderling gekoppelde objecten. In het verslag van het Parlement wordt specifiek de nadruk gelegd op de kwestie van de eerbiediging van de privacy, de voordelen van het internet van de dingen voor de kwaliteit van leven van de Europese consumenten, en de toegankelijkheid en het inclusieve karakter van het internet van de dingen. Omdat ik het volkomen eens ben met deze prioriteiten, heb ik vóór dit initiatiefverslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) De ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie (ICT) heeft in de afgelopen twintig jaar een ware revolutie teweeggebracht op het gebied van kennis, vooral doordat burgers steeds vertrouwder raken met internet en het World Wide Web.

Nu we kennis op internet hebben gezet en we informatie uitwisselen zonder dat afstand daarbij ook maar enige rol speelt, zijn we aangekomen bij de nieuwe grens van deze technologie: de mogelijkheid een nieuw radiofrequentie-identificatiesysteem te combineren met producten, zodat deze onmiddellijk informatie kunnen afgeven aan consumenten.

Ik ben er voorstander van dat, mede door middel van proefprojecten, onderzoek wordt gedaan naar de ethische en sociale gevolgen van deze nieuwe IT-hulpbron, die in de toekomst een nieuwe tak van werkgelegenheid zou kunnen genereren, en daarom steun ik het verslag van collega Maria Badia i Cutchet.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben blij met de algemene lijnen van de mededeling door de Commissie. De ontwikkeling van nieuwe toepassingen en de werking van het ‘internet van de dingen’, en de grote invloed die dit zal hebben in het dagelijks leven en gewoonten van de Europese burger, zijn nauw verbonden met het vertrouwen dat de Europese consumenten stellen in het systeem.

Er moet allereerst een regelgevings- en juridisch kader worden opgezet dat enerzijds de Europese consument beschermt en anderzijds de publieke en private investeringen in het internet van de dingen bevordert.

Het internet van de dingen betekent een grote kans in economische zin, want daardoor kunnen de productieprocessen en de energieconsumptie worden geoptimaliseerd, en kunnen nieuwe banen en diensten worden geschapen voor steeds meer Europese burgers en bedrijven.

Als de Europese Unie werkelijk een leidinggevende positie in deze markt wil innemen, moet zij in dezen een proactieve aanpak hanteren en onderzoek en pilootprojecten stimuleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) De snelle ononderbroken groei van internet heeft ertoe geleid dat momenteel ongeveer anderhalf miljard mensen verbonden zijn door middel van computers en mobiele apparaten. De volgende stap zal zijn een progressieve transformatie van een net van onderling verbonden computers naar een net van onderling verbonden objecten – het internet van de dingen – van boeken tot auto’s, van huishoudelijke apparaten tot voedingsmiddelen (bijvoorbeeld een koelkast die kan nagaan of een product de uiterste houdbaarheidsdatum nadert, dan wel daar al overheen is). Deze technologische innovaties kunnen helpen bij het geven van een antwoord op verschillende verwachtingen van de maatschappij en van de burgers, maar ook functioneren als een katalysator voor groei en innovatie, en voordeel brengen in economische zin en voor het welzijn van de bevolking.

Toch moet het voorwerp zijn van een precieze en uitgebreide regulering, waardoor het internet van de dingen kan beantwoorden aan uitdagingen inzake vertrouwen, acceptatie en veiligheid. Het is essentieel dat er volledig respect komt voor het privéleven en de bescherming van persoonlijke gegevens, en dat er maatregelen worden genomen tegen mogelijk misbruik en andere risico’s die te maken hebben met persoonlijke gegevens. Ik steun dus deze proactieve aanpak, zonder echter te vergeten dat het internet van de dingen in feite een ‘internet voor de mensen’ is.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik heb voor dit verslag gestemd. De ontwikkeling van de toepassing van het internet van de dingen biedt enerzijds een grote kans voor groei en concurrentiekracht, en leidt anderzijds tot een grote sociale verandering, doordat ze het gedrag van de burgers in belangrijke mate beïnvloedt. Daarom ben ik ingenomen met het voornemen van de Commissie om in 2010 een mededeling te publiceren over privacy en vertrouwen in de informatiemaatschappij, omdat het mijns inziens van fundamenteel belang is de aspecten die te maken hebben met de bescherming van persoonsgegevens permanent in de gaten te houden.

Even belangrijk is het debat over de technisch-juridische aspecten van het recht op stilzwijgen van de chip. Bovendien is het vanwege de ingrijpende veranderingen die het internet van de dingen met zich mee zal brengen essentieel dat we een uniforme technologische ontwikkeling op regionaal niveau mogelijk maken door de overheden op adequate wijze bij dit proces te betrekken en aandacht te schenken aan de ultraperifere gebieden, om op die manier te voorkomen dat er verschillen ontstaan die nog groter zijn dan de verschillen die er nu al zijn.

Tot besluit vind ik het belangrijk dat er meer Europees geld voor het internet van de dingen wordt uitgetrokken in de context van onderzoeksprojecten van het zevende kaderprogramma en proefprojecten van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie, en in te zetten op de ontwikkeling van infrastructuur, de verspreiding van breedband en de verdere verlaging van de kosten voor roaming.

 
  
MPphoto
 
 

  George Sabin Cutaş (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag over het internet van de dingen gestemd, omdat ik van mening ben dat het aannemen hiervan een impuls zal geven aan innovatieve technologie in de Europese Unie. Deze zal Europese bedrijven commerciële mogelijkheden bieden en heeft als voordeel dat de klimaatverandering wordt bestreden en het beheer van energie en transport wordt verbeterd.

In mijn rol van schaduwrapporteur heb ik een aantal amendementen ingediend met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens, om te vermijden dat die worden gebruikt voor andere doeleinden door de bedrijven die er toegang toe hebben. Het verslag bevat zodoende belangrijke bepalingen in verband met de bescherming van de grondrechten van burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk. (RO) Het internet van de dingen is een concept van de toekomst, dat verankerd is in het heden. Afhankelijk van het standpunt dat wij innemen kan dit op harmonieuze en efficiënte wijze in het voordeel werken van alle burgers. Bij de uitwerking van dit nieuwe systeem, waarbij technologie in het dagelijks leven wordt geïntegreerd, moet de persoonlijke levenssfeer strikt worden gerespecteerd. De Commissie moet voortdurend de Werkgroep voor gegevensbescherming om advies vragen, en niet slechts wanneer zij dat nodig vindt. We hebben het over apparaten en technologieën die de positie, kenmerken en identiteit van een object kunnen doorgeven. Deze apparaten mogen, in aanvulling op het “recht op stilzwijgen” alleen op verzoek van de betreffende persoon worden geïntegreerd en niet standaard bij de fabricatie. Tegelijkertijd moet de Commissie in het oog houden welk verbindingsnetwerk van deze objecten wordt gekozen op het moment dat er wordt besloten tot het uitvoeren van projecten met betrekking tot het internet van de dingen. Op dit moment zijn er vele cyberaanvallen op internet. In mijn perceptie leidt het gebruik van het wereldwijde web als verbindingsnetwerk voor het internet van de dingen tot een mogelijk veiligheidsrisico, maar ook tot een substantiële belasting van het huidige netwerk. Het ontwikkelen van een parallel netwerk voor het verbinden van de objecten kan de oplossing zijn voor dit moment. Op die wijze wordt het digitale spectrum en ook het dividend verdeeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag-Badia i Cutchet gestemd omdat ik het ontstaan van een internet van de dingen ondersteun. Ik vind dat nieuwe informatietechnologieën belangrijke voordelen hebben voor onze maatschappij, maar we moeten er zeker van zijn er rekening wordt gehouden met mogelijke invloed op de gezondheid en het milieu, alsmede met privacyaspecten.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Internet is een deel geworden van het dagelijks leven van miljoenen mensen en vervult vandaag de dag een onvervangbare rol als communicatiemiddel en vehikel van kennis- en informatieoverdracht. De exponentiële groei van content maakt internet tot een instrument met vele mogelijkheden en dat aantal groeit. Maar daarnaast wordt het ook een platform voor een nieuw soort criminaliteit die gebruik maakt van de snelheid en de dematerialisatie van informatiestromen en van het enorme volume aan persoonlijke gegevens die beschikbaar zijn gesteld door gebruikers van het net.

Ik deel de bezorgdheid die in de resolutie wordt verwoord over de toegangsbeperkingen tot het internet om politieke redenen, alsmede over grotere beveiliging in het gebruik van het net door kinderen en jongeren. Ik vind ook dat het gebruik en beheer van het net moet worden overgelaten aan privépersonen, maar dat de lidstaten niet onder een duidelijke actieve regulerende rol uitkomen, met als doel vooral het vermijden van misbruik en het schenden van de burgerrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) De invloed van nieuwe technologieën op de veiligheid en kwaliteit van leven is onmiskenbaar. Dat legt de nadruk op zowel de voordelen als de risico’s ervan. In die context betekent het internet van de dingen nieuwe voordelen voor de mens, maar moeten ook de mogelijke risico’s worden onderkend die inherent zijn aan een instrument met enorme mogelijkheden. Ik benadruk de bevordering van onderzoek en het starten van pilootprojecten, tezamen met het benutten van kansen die zich voordoen, vooral bij de optimalisatie van zuinig energiegebruik, bij productieprocessen, het creëren van nieuwe werkgelegenheid en uitdagingen. Het is echter essentieel dat de Unie een gemeenschappelijk referentiekader krijgt om de bepalingen voor het beheer van het systeem te versterken, vertrouwelijkheid, informatiebeveiliging, ethisch beheer, privacy, verzameling en opslag van persoonlijke gegevens en van consumenteninformatie. De snelle ontwikkeling van het internet van de dingen vereist een veilig, transparant en multilateraal beheer. Daarom deel ik de bezorgdheid van de Commissie over veiligheid, bescherming van persoonlijke bescherming en privacy voor de burgers, tezamen met het beheer van het internet van de dingen omwille van het respecteren van de privacy en de bescherming van persoonlijke gegevens.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het internet van de dingen is als project begonnen in 1999 in de Verenigde Staten. Het wint voortdurend aan populariteit en er wordt de komende tien tot vijftien jaar een revolutie verwacht in de interactie tussen personen en dingen en tussen dingen onderling door middel van een toenemend gebruik van RFID-technologie (radio frequency identification).

De ontwikkeling van het internet van de dingen, hoe innovatief en positief ook voor ons dagelijks leven, kent nog veel onzekerheden, in conceptuele en in technische zin, die reden geven tot bezorgdheid. De onderliggende technologie, RFID, is een tag, een elektronische component bestaande uit een chip en een antenne. De chip is slechts een paar millimeter groot en kan informatie bevatten en draadloos ontvangen en verzenden. Dat roept problemen op met betrekking tot onder andere eigendom, beheer en privacy.

Voor wat betreft privacy en gegevensbescherming stelt de rapporteur dat alle grondrechten, niet alleen de privacy, in het kader van de ontwikkeling van het internet van de dingen moeten worden beschermd, en dat vinden wij positief. Wel hebben wij grote twijfel over het beheer van die gegevens. De weg is nog verre van duidelijk, daarom hebben wij ons onthouden van stemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Nu de technologie geavanceerder dan ooit wordt, is het belangrijk dat de EU en andere beleidsmakers op de hoogte blijven van de ontwikkelingen. In dit verslag wordt een aantal belangrijke onderwerpen behandeld, zoals kwesties rond privacy en gezondheid, en ik steun de oproep van de rapporteur dat de EU op dit gebied proactief moet zijn ten volle.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Informatie- en communicatietechnologie (ICT) heeft een belangrijke rol gespeeld bij de bevordering van de sociale ontwikkeling, economische groei, onderzoek en innovatie en creativiteit bij Europese openbare en private instellingen. De snelle ontwikkeling van internet in de laatste jaren leidt tot nieuwe bezorgdheid. De Europese Unie moet kunnen beschikken over een gemeenschappelijk referentiekader om de bestaande bepalingen voor het beheer van het systeem te versterken, vooral inzake vertrouwelijkheid, informatiebeveiliging, ethisch beheer, privacy, verzameling en opslag van persoonlijke gegevens en van consumenteninformatie. Het is dus zeer belangrijk dat het beheer van internet van de dingen gaat over het respecteren van de privacy, over gegevensbescherming en privacy van degene die het gebruikt, want alleen dan is er sprake van voordeel voor de Europese burger. Vandaar dat ik gestemd heb zoals ik gestemd heb.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Anderhalf miljard mensen zijn tegenwoordig reeds online en maken gebruik van internet. Nu is met het internet van de dingen een nieuwe vorm van netwerktechnologie in opmars die een soort communicatie tot stand wil brengen tussen mensen en dingen alsmede tussen dingen en dingen. Informatie over producten wordt opgeslagen, ontvangen en verstuurd. Het risico bestaat echter dat de voordelen van deze nieuwe technologie niet zullen opwegen tegen de nadelen. We moeten ervoor zorgen dat de persoonlijke levenssfeer beschermd blijft worden en dat er geen misbruik gemaakt kan worden van persoonsgegevens. Toekomstige netgebruikers schijnen echter nog kwetsbaarder te worden dan zij toch al zijn. Ik heb voor dit verslag gestemd omdat de voorgestelde maatregelen van de auteur ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens duidelijk nodig zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. − (DE) Het is altijd belangrijk om bij nieuwe technologische ontwikkelingen, in dit geval het zogenoemde internet van de dingen, naast de mogelijke vooruitgang ook ethische kwesties aan de orde te stellen en persoonlijke rechten te beschermen. Dit verslag gaat in die richting, en daarom heb ik ervoor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (S&D), schriftelijk. (LT) Het is pas twee decennia terug dat het internet aan een opmars begon; nu is het een onafscheidelijk onderdeel van de maatschappij geworden, net als de telefoon of de radio. Momenteel hebben anderhalf miljard mensen toegang tot het internet, en over een paar jaar zal dit aantal verdubbeld zijn. Het duurt niet lang of de nieuwste technologie zorgt ervoor dat niet alleen computers op het net zijn aangesloten, maar ook auto’s of zelfs boeken, levensmiddelen en andere dingen. Zodra een auto met het internet wordt verbonden, kan de bestuurder informatie krijgen over de bandendruk. Geprogrammeerde koelkasten kunnen herkennen of producten over de houdbaarheidsdatum heen zijn. Ik heb voor dit verslag gestemd omdat het internet van de dingen de economie, die schade heeft geleden door de crisis, een impuls zal geven en voor steeds meer burgers en bedrijven in de EU nieuwe banen en nieuwe diensten zal helpen creëren. Hierdoor kunnen we tevens productieprocessen optimaliseren en energie besparen, wat erg belangrijk is in de strijd tegen klimaatverandering.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Wij Groenen hebben dit verslag van onze socialistische collega Badia i Cutchet ten sterkste gesteund. Het zal een belangrijke nieuwe toepassing van internettechnologie zijn. De voorspelling is dat het internet van de dingen de komende vijf à tien jaar deel van ons dagelijks leven zal zijn. Het gebruikt RFID-technologie (radiofrequentie-identificatietechnologie) om informatie draadloos te ontvangen en te verzenden. Het werkt met een heel kleine chip die heel veel informatie kan opslaan over het voorwerp of de persoon waarop hij geplaatst is. In bijvoorbeeld de agrovoedingssector kunnen producten door RFID bijvoorbeeld beter en sneller opgespoord worden en kan informatie worden verstrekt over de ingrediënten: chemische kenmerken, of er gluten in zitten enzovoort. Vergelijkbare toepassingen zijn reeds in gebruik, zoals een chip die een chauffeur in realtime informatie kan overbrengen over de bandendruk. Met deze nieuwe technologie zal de interactie tussen mens en ding en ding en ding radicaal veranderd en verbreed worden. De innovatie ligt in de ding-tot-dingrelatie. Het praktische voorbeeld hiervan dat meestal wordt aangehaald is dat van de koelkast die, als zij goed geprogrammeerd is, kan aangeven dat een product (bijna) over de houdbaarheidsdatum heen is.

 
  
  

- Verslag-Sosa Wagner (A7-0185/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Alvaro, Jorgo Chatzimarkakis, Jürgen Creutzmann, Wolf Klinz, Silvana Koch-Mehrin, Britta Reimers en Michael Theurer (ALDE), schriftelijk. − (DE) De bestrijding van misbruik van kinderen en kinderpornografie is van cruciaal belang. We moeten de beschikbaarheid van kinderpornografie in communicatienetwerken met man en macht bestrijden. De permanente en effectieve strijd tegen het misbruik van kinderen is zowel een politieke verantwoordelijkheid als een rechtsstatelijk gebod. De Duitse Vrije Democratische Partij in het Europees Parlement is van mening dat het noodzakelijk is om dergelijke criminele content zo snel mogelijk te verwijderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Ik heb vóór dit initiatiefverslag gestemd, dat tot doel heeft invloed uit te oefenen op het volgende forum voor internetgovernance, dat van 25 tot 29 september zal plaatsvinden in Vilnius. In het verslag verzoekt het Parlement het forum zijn werkzaamheden voort te zetten en daarbij enerzijds de participatie van ontwikkelingslanden en anderzijds de coördinatie met nationale en regionale fora te verbeteren. Tevens roept het Parlement de EU op om een strategie te ontwikkelen met betrekking tot de basiselementen van internetgovernance, en om aan te sturen op een interne hervorming van ICANN (Internet Corporation for Assigned Names and Numbers).

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) Ik kan niet anders dan voor het verslag van de heer Sosa Wagner over de noodzaak van een ethisch verantwoorde en betrouwbare internetgovernance stemmen.

Het instrument dat een einde heeft gemaakt aan de rol van afstand en tijd in communicatie en dat enorme potentiële voordelen biedt, is tegelijkertijd een dagelijkse bron van risico’s, zowel voor de bescherming van persoonsgegevens als voor minderjarigen. Het is van fundamenteel belang dat de vrije circulatie van informatie en communicatie wordt gewaarborgd, maar in de zekerheid dat de meest kwetsbare individuen en de meest gevoelige gegevens op passende wijze beschermd blijven. Alleen op die manier zal internet de drijvende kracht kunnen blijven achter een positieve maatschappelijke verandering die de waardigheid van elk individu eerbiedigt.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Internet is een “internationaal openbaar goed”, en het feit dat een zekere regering het eenzijdig beheert en controleert, heeft enorm veel kritiek opgeleverd.

De Europese Unie moet een strategie ontwikkelen van consensus over de fundamentele aspecten van het internetbeheer, die met verve kan worden verdedigd op internationale fora en in de bilaterale relaties met de VS.

Ik steun het positieve standpunt van de Europese Commissie in verband met het huidige beheermodel dat is gebaseerd op leiderschap in de private sector.

Ik zou ook willen pleiten voor grotere betrokkenheid van de ontwikkelingslanden, vooral door hun deelname te financieren.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) Internet heeft de laatste twintig jaar een enorme invloed gehad op de maatschappij en het leven. De EU is hiervan een goed voorbeeld, want hoewel zij iets meer dan zeven procent van de wereldbevolking bevat, woont negentien procent van de wereldwijde internetgebruikers in de EU. Het beheer van internet heeft bovenaan de prioriteitenlijst gestaan van de politiek. Men wil garanderen dat het publiek volledig profijt kan trekken van het potentieel van internet. Tegelijkertijd wil men de beste oplossingen zoeken voor het probleem van onvolledige of illegale content, op afdoende wijze de consument beschermen, en proberen de kwesties van rechterlijke bevoegdheid in een onlinewereld op te lossen.

Ik ben het helemaal eens met het idee dat het internet een wereldwijd publiek goed is dat altijd het openbare belang moet verdedigen en respecteren. Het is essentieel dat de EU een strategie ontwikkelt voor de fundamentele aspecten van internetbeheer. Ik steun het initiatief van het Spaanse voorzitterschap voor het opstellen van een Europees handvest van de rechten van internetgebruikers. We moeten overgaan tot een interne hervorming van de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN) en haar een structuur van grotere vertegenwoordiging te geven, met meer controle vanuit de internationale gemeenschap, meer verantwoordelijkheid en meer transparantie.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor dit verslag over internetgovernance gestemd. Het gaat over gevoelige onderwerpen zoals de bescherming en garantie van fundamentele rechten en vrijheden, toegang tot en gebruik van het internet, en cybercriminaliteit. Het voorstel van het Spaanse voorzitterschap om een Europees handvest van de rechten van internetgebruikers op te stellen en het idee om een vijfde fundamentele vrijheid van de EU te erkennen – vrijheid van toegang tot internet – zouden de EU efficiëntere instrumenten kunnen verschaffen bij het garanderen van een betere bescherming (als het gaat om veiligheidsaspecten) en algemene, non-discriminatoire toegang tot het net.

 
  
MPphoto
 
 

  Göran Färm, Olle Ludvigsson en Marita Ulvskog (S&D), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse sociaaldemocraten, hebben ervoor gekozen om ons van stemming te onthouden met betrekking tot de formulering betreffende blokkering van websites. Wij vinden dat die maatregel in bepaalde gevallen – bijvoorbeeld bij kinderpornografiemisdrijven – gerechtvaardigd kan zijn, maar de verwijzing in de desbetreffende tekst naar blokkering van websites bij “cybercriminaliteit” was voor ons te ruim om er voor te kunnen stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Het valt niet te ontkennen dat het internet tegenwoordig een openbare rol vervult en niet alleen een invloed uitoefent op ons dagelijks leven, maar ook op massabewegingen, politieke ideeën en communicatiestrategieën. We kunnen wel stellen dat het internet een onvervangbare openbare rol is gaan spelen. De lidstaten van de Europese Unie dienen daar rekening mee te houden. Ze moeten aandringen op een wijder verspreide toegang tot en deelname aan internetgovernance, zonder daarbij evenwel de leidende rol van de privésector bij het dagelijks gebruik en beheer van het internet te ondermijnen. De inbreng van de privésector is voor de groei en vitaliteit van het internet immers van doorslaggevend belang geweest. De rol van de lidstaten wordt nu belangrijker, terwijl kwesties die verband houden met cybercriminaliteit, privacy en de vrijheid van toegang en vrijheid van meningsuiting van de burgers steeds meer aandacht opeisen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) Het internet speelt een steeds dominantere rol in het dagelijks leven van de burgers en instellingen, en zelfs bij het bestuur van landen. Het internet heeft bovendien een grote invloed op de economische, culturele, sociale en menselijke ontwikkeling. Daarom is internetgovernance voor deze gemondialiseerde wereld een onderwerp van fundamenteel belang. Het is dus heel belangrijk dat de Europese Unie de voorwaarden schept voor actieve interventie op dit gebied, om zo het algemeen belang en onze waarden en beginselen te beschermen. Met die gedachte in het achterhoofd heb ik vóór dit verslag gestemd. Het wijst erop dat de mondiale diversiteit beter tot uitdrukking moet komen in de vertegenwoordiging bij de entiteiten die de internetmarkt momenteel beheren, zoals de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN) en de Internet Assigned Numbers Authority (IANA).

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Dit verslag gaat over de belangrijke rol die het internet vertegenwoordigt. Het internet is uitgegroeid tot een onmisbaar hulpmiddel voor de bevordering van democratische initiatieven, politieke discussies en digitale geletterdheid, en voor de verspreiding van kennis. Internettoegang staat garant voor en hangt af van de uitoefening van een aantal essentiële grondrechten, zoals onder meer eerbied voor het privéleven, bescherming van gegevens, vrije meningsuiting, vrijheid van spreken en vrijheid van vereniging, persvrijheid, vrije politieke meningsuiting en vrije deelname aan het politieke leven, niet-discriminatie, onderwijs en culturele en taalkundige verscheidenheid.

Het verslag onderstreept dat de op de respectieve niveaus betrokken instellingen en partijen er gezamenlijk op moeten toezien dat iedereen zijn recht om deel te nemen aan de informatiemaatschappij kan uitoefenen.

Het wijst er verder op dat cybercriminaliteit een groeiende bedreiging vormt voor samenlevingen die afhankelijk zijn van ICT, en dat de stimulansen tot terroristische aanvallen, op haat berustende misdaden en kinderpornografie toegenomen zijn en individuele personen, onder wie kinderen, in gevaar brengen. Het verslag bevestigt “dat de rol van de overheid bij de uitwerking van een overkoepelende strategie moet worden versterkt”. Het spreekt bezorgdheid uit over de weinig representatieve structuur van de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN) en de geringe controle van de internationale gemeenschap, inclusief de EU, op de werking van ICANN.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) In dit verslag wordt het belang van het internet bij het bevorderen van culturele verscheidenheid en het stimuleren van democratisch burgerschap erkend. Bij het bevorderen van democratische waarden is het echter van essentieel belang dat overheden zich onthouden van het opleggen van censuur en daarom juich ik de bepalingen in paragraaf 13 toe.

 
  
MPphoto
 
 

  Iosif Matula (PPE), schriftelijk. (RO) Het debat over internetgovernance is zonder twijfel van groot belang, gegeven het feit dat dit communicatiemiddel in veel landen onmisbaar is geworden, zowel voor werk- als privéomstandigheden. Juist hierom is het op zijn minst ongeïnspireerd om de strategische beslissingen over de toekomst van het internet uitsluitend over te laten aan een aantal private firma’s uit Amerika.

Het verslag waar we vandaag over hebben gestemd is essentieel voor het opzetten van een beheersmodel waarbij ook de eindgebruikers worden betrokken. Ik denk dat het nodig is om de samenwerking tussen universiteiten en het bedrijfsleven aan te moedigen, zowel op lokaal, regionaal en nationaal niveau, en ook spelers van de Aziatische markt erbij te betrekken vanwege de zeer snelle groei op dit terrein. Daarnaast is het belangrijk dat we veel aandacht besteden aan een evenwicht tussen bescherming van de persoonlijke levenssfeer van gebruikers en het registreren van persoonsgegevens op verschillende websites, met name vanwege de verschijning van sociale netwerken maar ook door de toename van commercie op internet. Het is ook zeer belangrijk dat het internet een uitstekend middel is om het culturele erfgoed en de Europese waarden te bevorderen, maar ook een motor voor innovatie, waardoor we de kloof in vergelijking met andere delen van de wereld kunnen verkleinen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) Ik sta positief tegenover de overwegingen in dit verslag die het internet bestempelen als een internationaal openbaar goed dat in het belang van elkeen moet worden beheerd. In het verslag wordt het belang van internet in het politieke debat onderstreept. Omwille van deze terecht genoemde beginselen heb ik tegen deze tekst gestemd. Hoe kunnen wij namelijk enerzijds pleiten voor inachtneming van het gemeenschappelijk belang, en anderzijds oproepen tot een gezamenlijk publiek-privaat beheer dat de vrije mededinging niet in de weg staat? Deze tekst mag dan de verdienste hebben dat de importantie van het algemeen belang wordt onderstreept; het resultaat dat wordt bereikt is precies het tegenovergestelde. Het euroliberale dogmatisme is een ramp voor Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Het Internet is nu een wereldwijde hulpbron geworden, reden waarom er bij internetgovernance rekening moet worden gehouden met het algemeen belang. Het Internet is tegenwoordig een van de belangrijkste instrumenten voor de wereldwijde verspreiding van democratische waarden en een onmisbaar hulpmiddel voor de bevordering van democratische initiatieven, politieke discussies en de verspreiding van kennis. Het dus van cruciaal belang dat het internet zodanig ontwikkeld wordt dat iedereen in de EU er op steeds duidelijker egalitaire grondslag toegang tot krijgt. Het is verder van belang dat het internet veilig is voor alle gebruikers, inzonderheid kinderen, die minder goed in staat zijn zich te weer te stellen tegen de mogelijke gevaren van het internetgebruik. We moeten verhinderen dat één enkele entiteit of entiteitengroep de bovenhand krijgt bij het beheer van het Internet, zodat het Internet zijn status als mondiaal openbaar goed kan behouden. Vandaar dat ik gestemd heb zoals ik gestemd heb.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Wat internet betreft moeten wij enerzijds de vrijheid van meningsuiting handhaven en anderzijds cybercriminaliteit en de uitwassen ervan bestrijden. Wij mogen echter niet in naam van de strijd tegen criminaliteit en terrorisme data bewaren zonder dat er sprake is van een verdenking. Internet heeft juist gezorgd voor nieuwe problemen, zoals dat van de gegevensbescherming bij sociale netwerksites of in verband met projecten zoals Google Street View. We hebben nauwelijks aandacht geschonken aan de problemen met de laatste ontwikkelingen op internet; daarom heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk. (EL) Het internet is een mondiaal openbaar goed en moet in dienst staan van het publieke belang. Er moet een specifieke infrastructuur voor internetgovernance worden opgericht om de veiligheid, de integriteit en de bestendigheid ervan te garanderen en om de kans van aanvallen in cyberspace te beperken. Een open samenwerking op wereldvlak voor internetgovernance is nodig en wij moeten een Europees handvest van de rechten van internetgebruikers opstellen, en ook de vijfde fundamentele vrijheid van de EU erkennen, namelijk de toegang tot het internet. Om die reden was mijn stem vandaag vóór het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie over internetgovernance, waarbij ik noteer dat de EU een strategie moet uitwerken voor toegang tot het internet zonder discriminatie, met garanties van neutraliteit van het internet, respect voor het privéleven, gegevensbescherming, vrijheid van meningsuiting en bescherming van minderjarigen. Bijzondere aandacht dient te worden geschonken aan die bevolkingsgroep die kwetsbaarder is voor aanvallen in cyberspace en de noodzakelijke beperkingen moeten worden opgelegd om minderjarigen zo goed mogelijk te beschermen. Ook moet de internationale samenwerking worden bevorderd in de strijd tegen illegale en schadelijke inhoud op het internet.

 
  
MPphoto
 
 

  Fiorello Provera (EFD), schriftelijk. (IT) Internet is inmiddels een essentieel instrument geworden voor de ontwikkeling van de interne markt, die de pijler is waarop de groei en de ontwikkeling van de Europese Unie steunen. Het percentage van de Europese bevolking dat toegang heeft tot de wereld van de informatietechnologie is bovendien inmiddels meer dan 60 procent. Het lijkt dan ook noodzakelijk dat de Unie het voortouw neemt in het debat over internetgovernance en er zo voor zorgt dat deze dienst die van cruciaal belang is geworden voor de sociale en commerciële interactie de waarden van de Unie, zoals bescherming van consumenten en minderjarigen, naar behoren in acht neemt. Daarom steun ik de inhoud van en de voorstellen in het verslag van de heer Sosa Wagner.

 
  
MPphoto
 
 

  Teresa Riera Madurell (S&D), schriftelijk. (ES) Om te beginnen wil ik de samensteller feliciteren met de kwaliteit van zijn verslag en met de goede timing ervan gezien de op handen zijnde volgende bijeenkomst van het Internet Governance Forum (IGF), die voor de eerste keer plaats zal vinden binnen de grenzen van de Europese Unie.

De Europese Unie heeft sinds de oprichting ervan aan dit forum deelgenomen, maar het feit dat de bijeenkomst in Vilnius plaatsvindt, verleent aan onze delegatie deze keer een speciale relevantie. Dit jaar is het precies vijf jaar geleden dat het forum werd opgericht en er zal, in overeenstemming met de agenda van Tunis, een beslissing genomen moeten worden over zijn voortbestaan. De delegatie van de Europese Unie heeft zich in Sharm el Sheikh al uitgesproken ten gunste van het voortbestaan van het forum in zijn huidige vorm, vanwege de belangrijke rol die het speelt als instrument voor een open dialoog tussen alle actoren die betrokken zijn bij internetgovernance.

Dat moet ons standpunt blijven in de debatten die in Vilnius zullen plaatsvinden. Wat betreft de overige kwesties die ongetwijfeld een belangrijke plaats zullen innemen in de debatten van het komende forum, zoals de ontwikkeling van de ICANN, wordt in het verslag van de heer Sosa Wagner op zeer heldere wijze uitgelegd wat het standpunt is dat wij als vertegenwoordigers van de Europese instellingen in het IGF gezamenlijk zullen verdedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik heb bij de eindstemming over dit verslag tegengestemd, omdat er ook wordt gesproken over het bevorderen van overheidsbemoeienis met internetgovernance, wat niet bepaald het standpunt van De Groenen is.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandra Thein (ALDE), schriftelijk. − (DE) De bestrijding van misbruik van kinderen en kinderpornografie is van cruciaal belang. We moeten ons tot het uiterste inspannen om te voorkomen dat kinderpornografie beschikbaar wordt gesteld op internet. De permanente en effectieve preventie van het misbruik van kinderen is zowel een politieke verantwoordelijkheid als een rechtsstatelijk gebod. De leden van de Duitse Vrije Democratische Partij in het Europees Parlement zijn van mening dat dergelijke criminele content zo snel mogelijk moet worden gewist.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Vaughan (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb vóór het verslag-Sosa Wagner gestemd, omdat de EU in de internationale arena sterk leiderschap zou moeten tonen inzake alle aspecten van internetgovernance. Ook in dit verslag komt de nadruk van de EU op de behoefte aan een veilig en stabiel mondiaal internet, de eerbiediging van de mensenrechten, vrijheid van meningsuiting, privacy, bescherming van persoonsgegevens en de bevordering van culturele en linguïstische verscheidenheid naar voren.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Christine Vergiat (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) Ik heb vóór het verslag over internetgovernance gestemd. Ik heb mij echter van stemming onthouden met betrekking tot het punt waarin wordt opgeroepen prioriteit te geven aan de bescherming van houders van intellectuele-eigendomsrechten door hen op één lijn te plaatsen met consumenten.

Een goede internetgovernance moet namelijk de toegang van eenieder tot goederen – met name culturele goederen – in een digitale omgeving waarborgen, maar dit mag niet worden gerealiseerd ten koste van de rechten van de scheppers en in het bijzonder van auteurs. Deze rechten mogen niet simpelweg als intellectuele-eigendomsrechten worden behandeld; auteurs zouden moeten kunnen kiezen op welke manier zij hun werken toegankelijk willen maken.

Daarnaast dienen de privacy van de gebruikers en de creativiteit eveneens gewaarborgd te worden.

Daarom is het absoluut noodzakelijk om een evenwicht te vinden tussen de rechten van de gebruikers en de rechten van de scheppers, zodat mensen zich als geïnformeerde burgers, consumenten en scheppers kunnen ontplooien.

 
  
  

- Verslag-Winkler (A7-0143/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd, maar wil er wel graag op wijzen dat toegang tot innovatie in bepaalde regio’s, inzonderheid de ultraperifere regio’s, aan beperkingen onderhevig is. Om het potentieel van deze regio’s op het gebied van onderzoek en innovatie beter te benutten moeten we rekening houden met de obstakels die het gevolg zijn van het ontbreken van een kritische massa. De unieke eigenschappen van de ultraperifere regio’s in geografisch en klimatologisch opzicht vormen echter evenzovele specifieke voordelen bij het ontwikkelen van bepaalde acties op het gebied van biodiversiteit, mariene hulpbronnen, klimaatverandering, hernieuwbare energiebronnen, water, het milieu, natuurlijke hulpbronnen, gezondheid en nieuwe technologieën.

Juist in de context van natuurlijke hulpbronnen en biodiversiteit zijn de ultraperifere regio’s interessant voor de Europese onderzoekers: ze bieden gemakkelijke toegang tot tropische ecosystemen met een unieke biodiversiteit en landbouw. Er kan daar in het kader van de Europese Ruimte voor Onderzoek research worden uitgevoerd in ‘natuurlijke laboratoria’. En die gebieden zijn ook heel geschikt voor experimenten. Deze regio’s bieden vele mogelijkheden en er zijn de nodige inspanningen verricht. Toch blijven ze meer moeilijkheden ondervinden dan andere regio’s bij hun pogingen om overeenkomstig de strategie van Lissabon betere voorwaarden te scheppen voor mededinging, groei en werkgelegenheid, zeker als het gaat om onderzoek en ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Antoniozzi (PPE), schriftelijk. (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik deel het standpunt van de heer Winkler, wiens verslag ik gesteund heb, over de herziening van het communautaire innovatiebeleid. Ik sta met name achter de wens een brede aanpak te ontwikkelen, die niet alleen technologische innovatie omvat, maar ook administratieve, organisatorische en sociale innovatie. De inbreng van de financiële wereld en van het MKB (kleine en middelgrote ondernemingen) bij het vaststellen van maatregelen ter bevordering van de innovatie lijkt mij in dit verband van cruciaal belang, evenals aandacht voor de doelstellingen van het economisch beleid op regionaal niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) In dit initiatiefverslag worden de communautaire maatregelen op het gebied van het innovatiebeleid onderzocht en wordt een aantal prioriteiten gedefinieerd met het oog op de vaststelling van een nieuw innovatiebeleid. Een van deze prioriteiten is de wens van het Parlement dat innovatie niet beperkt blijft tot technologische aspecten, maar ook administratieve, organisatorische en sociale innovaties dient te omvatten. Het Parlement dringt tevens aan op de ontwikkeling van nieuwe innovatie-indicatoren die beter aansluiten op economieën die steeds meer op kennis zijn gebaseerd. Een belangrijk punt in mijn ogen, tot slot, is dat in het verslag wordt benadrukt dat de synergie tussen de kaderprogramma’s voor onderzoek en innovatie en de structuurfondsen moet worden verbeterd. Aangezien ik het volledig eens ben met de richtsnoeren die door dit verslag worden aanbevolen, heb ik er tijdens de stemming mijn steun aan gegeven.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE), schriftelijk.(FR) Ik heb vóór het initiatiefverslag van mijn Duitse collega, de heer Winkler, gestemd, dat is opgesteld naar aanleiding van de mededeling van de Europese Commissie met als titel “Herziening van het communautaire innovatiebeleid in een veranderende wereld”. Innovatie is van wezenlijk belang voor een succesvolle aanpak van de problemen waarmee de EU momenteel op maatschappelijk en milieugebied te maken heeft en is tevens van groot belang voor de verwezenlijking van de strategische beleidsdoelstellingen van de EU. Wij zullen onze energie- en klimaatdoelstellingen voor 2020 alleen halen als de ontwikkeling en algemene toepassing van schone, duurzame en efficiënte energietechnologie wordt versneld. Ik steun de intensivering van de dialoog tussen de universiteiten en het bedrijfsleven. Wat de begrotingsaspecten betreft, is het bij een gelijkblijvend niveau van overheidsheffingen noodzakelijk het innovatiebeleid verder te communautariseren.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd. Wetenschappelijk onderzoek en innovatie zijn van cruciaal belang om de huidige grote uitdagingen van de EU op maatschappelijk en milieugebied succesvol aan te kunnen gaan en haar strategische politieke doelen op het gebied van onder meer het concurrentievermogen, de klimaatverandering, de werkgelegenheid en demografische veranderingen te verwezenlijken. De EU moet investeren in duurzame technologieën en de benodigde financiering rond krijgen om haar concurrentiekracht te behouden. Tot dusverre loopt Europa ver achter op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en innovaties, omdat het een erg gefragmenteerd terrein is en er verschillen bestaan tussen wetenschappelijk onderzoek en innovaties en markttoepassing. Ik ben van mening dat het toekomstplan voor innovaties van de Europese Commissie de kwestie van financiering van wetenschappelijk onderzoek en innovaties door de particuliere sector moet oplossen, waardoor bedrijven innovatieve producten en diensten zouden kunnen ontwikkelen en ze in de markt zouden kunnen aanpassen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) Of ze nu betrekking hebben op producten of processen, of ze nu radicaal zijn of organisch aansluiten op wat er al was, innovaties zijn vandaag de dag de drijvende kracht achter het concurrentievermogen van hedendaagse economische en bedrijfssystemen die gericht zijn op efficiëntie en duurzaamheid. Onderzoek, dat de basis vormt voor elke innovatieve maatregel en uitvinding, moet dus worden ondersteund, vooral wanneer het erin slaagt kleine en middelgrote ondernemingen en de wereld van nieuwe technologieën dichter bij elkaar te brengen.

Ik kon dan ook niet anders dan mijn steun geven aan het initiatiefverslag van de heer Winkler, waarin een derde partij wordt opgevoerd om de kennisdriehoek te sluiten: de consument. In een zo veranderlijke context als de moderne werkelijkheid hebben we referentiepunten nodig. Het is daarom belangrijk dat ook in de groei en de concurrentiekracht van het sociaaleconomisch systeem de menselijk maat steeds behouden blijft.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. (RO) Minder dan een procent van de EU-begroting gaat op dit moment naar innovatie. En dit terwijl Europa zich realiseert dat zijn toekomst ligt in de driehoek onderzoek-innovatie-onderwijs. De oproep van het Europees Parlement om het budget voor innovatie te verhogen is daarom zeer gerechtvaardigd. Wij naderen het moment van de financiële vooruitzichten voor de periode 2014-2020, waarbij rekening moet worden gehouden met deze oproep. De transformatie van de Europese economie in een duurzame economie moet het effect sorteren van een grotere concurrentiekracht van de Europese bedrijven en nieuwe kansen genereren voor de nationale economieën, als reactie op de economische en ecologische uitdagingen waar Europa voor staat.

Daarnaast is de intensivering van de financiering op communautair en nationaal niveau en het creëren van adequate financieringsinstrumenten van beslissend belang voor de innovatiecapaciteit, juist vanwege de financiële en kredietcrisis. Tot nu toe heeft de fragmentatie van middelen over een veelheid van doelstellingen niet tot bevredigende resultaten geleid. De middelen moeten worden aangewend waar het boemerangeffect het grootst is. Hierbij moet de meerwaarde voor Europa het doorslaggevende criterium zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor dit verslag gestemd. Allereerst wil ik de rapporteur, de heer Winkler, complimenteren met zijn uitstekende werk.

Innovatie en onderzoek zijn, evenals onderwijs en opleiding, de hoekstenen die Europa in staat stellen daadwerkelijk te concurreren in een wereld die vanuit technologisch oogpunt concurrerender is. En toch wordt tot op heden slechts 1 procent van de EU-begroting gereserveerd voor deze sector. Dat is ontoereikend om de lastige uitdagingen waarvoor Europa zich gesteld ziet, het hoofd te kunnen bieden. Het is tijd dat de Europese Unie meer investeert in onderzoek en innovatie. Ik ben er namelijk van overtuigd dat we de economische crisis ook te boven kunnen komen door meer middelen beschikbaar te stellen.

Mijns inziens is het bovendien noodzakelijk particuliere investeringen in innovatie te stimuleren en aan te moedigen, want alleen door onderzoek uit te voeren zullen we een concurrerende markt kunnen verwezenlijken die bestand is tegen het groeiende aantal bedrijfsverplaatsingen. Ik sta, tot besluit, achter het voorstel te voorzien in instrumenten voor bedrijven die innovaties willen doorvoeren en de bureaucratische rompslomp voor kleine en middelgrote ondernemingen terug te dringen, wat bevorderlijk zou zijn voor onmiskenbare technologische innovatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Het innovatiebeleid moet antwoorden proberen te formuleren op de grote maatschappelijke uitdagingen waarvoor we ons gesteld zien, en al de daarbij betrokken actoren bij elkaar brengen.

Investeringen in kennis en hervormingen met het oog op het stimuleren van technologische vooruitgang, onderzoek, innovatie, onderwijs en opleiding zijn essentieel voor het bevorderen van welvaart, groei en werkgelegenheid op de middellange en lange termijn.

De nieuwe uitdagingen zijn van dien aard dat we een innovatieve benadering zullen moeten volgen bij het toepassen van nieuwe technologieën. Er is bovendien behoefte aan innovatieve initiatieven op sociaal gebied, vooral op organisatorisch vlak.

Ik roep daarom op tot extra inspanningen, zodat we via technologische innovatie kunnen overstappen op sociale innovatie, met vernieuwde openbare diensten in de regio’s.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) Voor een intelligente groei die gebaseerd is op de kenniseconomie zijn concrete maatregelen nodig van de kant van supranationale en nationale instellingen.

Een versterkt beleid ter ondersteuning van bedrijven in de onderzoekssector moet gepaard gaan met beleid dat investeringen in nieuwe experimenten stimuleert, ook om ervoor te zorgen dat geschoolde arbeidskrachten erop voorbereid zijn om op de Europese arbeidsmarkt te concurreren. Wanneer we landen vragen meer te investeren in onderzoek, moeten we hun tegelijkertijd ook een Europees regelgevingskader bieden dat zowel algemeen als specifiek is en dat gemeenschappelijke en gecoördineerde richtsnoeren voor ontwikkeling bevat, alsmede adequate instrumenten waarmee kan worden gecontroleerd of de financiering de gewenste resultaten oplevert.

Enkele landen voorzien in hun onderwijsstelsels al in maatregelen voor zowel oriënterende als beroepsstages. Ik steun deze maatregelen en stel voor ze op Europees niveau bij wet te regelen, evenals “rechten en plichten” op onderwijsgebied. Als we echter willen dat 3 procent van het bruto binnenlands product aan de financiering van onderzoek besteed wordt, moet de academische wereld meer garanties geven over, bijvoorbeeld, de academische productiviteit van docenten, en de versnippering van financiële middelen vermijden die de afgelopen jaren heeft geleid tot een oneigenlijk en ontoereikend gebruik van de toch al beperkte fondsen, met alle onbevredigende resultaten van dien.

Tot slot acht ook ik het noodzakelijk dat we komen tot een gemeenschappelijk stelsel voor de beslechting van octrooigeschillen, om rechten te standaardiseren op supranationaal niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk. (RO) Innovatie is in de moderne samenleving een bijzonder belangrijke factor. Een op innovatie gebaseerde samenleving kan een eventuele sociaaleconomische crisis of natuurramp afwenden. Daarom is het essentieel dat het innovatiebeleid de vooruitgang van de samenleving kan faciliteren en niet stagneert door verschillende bureaucratische horden. Zoals de heer Winkler aangeeft in zijn verslag, moet innovatie vandaag de dag rekening houden met haar sociale meerwaarde. Ik ben van mening dat de innovatie van de eenentwintigste eeuw ook rekening moeten houden met haar effect op het individu en op de samenleving. Innovaties zoals het internet van de dingen moeten bijvoorbeeld rekening houden met en respect hebben voor het recht op privacy en bescherming van persoonsgegevens. De Europese samenleving moet geen “Big Brother”-samenleving worden. Integendeel, de innovaties moeten de mensen helpen om vrij te kunnen communiceren in een open samenleving. De bijdrage van de technologische en sociale innovaties is in feite de basis van onze vooruitgang. Daarom roep ik de Commissie op dit thema met het grootst mogelijke verantwoordelijkheidsgevoel te behandelen en met een visie te komen voor een innovatief actieplan voor de toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Kennis en innovatie nemen op de agenda en in het politieke jargon een steeds prominentere plaats in. Slechts weinigen wagen het om twijfels uit te spreken bij het nut van investeringen op dit gebied en de noodzaak om een verband te leggen tussen kennis, innovatie, bedrijven en werkgelegenheid.

Eensgezindheid op dit punt kan er echter toe leiden dat deze concepten uitgehold worden, zoals dat ook gebeurd is met andere modegevoelige onderwerpen als het milieu, de duurzaamheid van de economie en steun aan het ondernemerschap. Deze onderwerpen vullen de bladzijden van verkiezingsmanifesten en -programma’s, met als uiteindelijk gevolg dat ze tot holle frasen verworden en elke onderscheidende betekenis verliezen. De Portugese regering heeft op een aantal punten serieuze inspanningen geleverd, maar ik moet toch mijn afkeuring uitspreken over het technologisch populisme dat zich van de eerste minister meester lijkt te hebben gemaakt. Hij zou er verstandiger aan doen zich meer op inhoud te concentreren, en wat minder op de formele aspecten van zijn uitspraken over het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en de wetenschappelijke productie. Hij zou er eens bij stil moeten staan dat het voor het verbeteren van de mededinging niet volstaat ambitieus te zijn – we hebben op dit punt vooral behoefte aan realisme.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) Dat innovatie doorslaggevend is voor een duurzame economische en sociale ontwikkeling en een succesvolle Europese integratie wordt thans universeel aanvaard. Het belang van innovatie – een begrip dat steeds moet worden gekoppeld aan onderzoek en onderwijs – wordt nog eens duidelijker als we kijken naar de voortdurend sneller verlopende evolutie van de mondiale en menselijke werkelijkheid. Daarom steun ik dit verslag over de herziening van het Europees innovatiebeleid. Het wijst erop dat de Europese Unie zich nu eindelijk moet gaan concentreren op het efficiënter gebruik van hulpbronnen. Ik wijs verder op het belang van het bevorderen van het particulier initiatief en het ontwikkelen van een algemene, alle sectoren omvattende strategie voor het implementeren van het Europees innovatiebeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) We zijn het met een aantal punten in dit verslag eens, maar vinden wel dat het niet altijd voldoende aandacht aan de belangrijkste kwesties schenkt. Ook wij geloven bijvoorbeeld dat innovatie een factor van wezenlijk belang is – maar niet de enige factor – voor een succesvolle aanpak van de problemen waarmee de EU momenteel op maatschappelijk en milieugebied (of andere even belangrijke maatschappelijke gebieden) te maken heeft.

De prioriteiten zoals die worden toegekend aan elk van de elementen van de Europa 2020-strategie – waaronder ondernemerschap, concurrentievermogen, klimaatverandering, werkgelegenheid, demografische veranderingen en een op integratie gerichte samenleving – zijn echter van dien aard dat dit document, alsook de erin opgenomen beoordeling van de innovatie waaraan we in deze veranderende wereld behoefte hebben, tekort schieten om aan te zetten tot werkelijke economische en sociale cohesie, de groei van de productie en de werkgelegenheid, en eerlijke lonen in de lidstaten. En dat zijn allemaal zaken die voor ons cruciaal zijn. Daarom hebben we ons van stemming onthouden.

In haar op 2 september 2009 uitgebrachte mededeling inzake de herziening van het communautaire innovatiebeleid in een veranderende wereld geeft de Europese Commissie een schets van de ontwikkelingen zoals die zich sinds 2005 in de context van het EU-innovatiebeleid hebben voorgedaan. We verwachten nu dat de Commissie een aantal van de hier genoemde aspecten zal verwerken in het binnenkort uit te brengen actieplan voor innovatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (S&D), schriftelijk. (PL) Het verslag over de uitdagingen die het innovatiebeleid van de Europese Unie moet aangaan, is een heel goed document, waarin de belangrijkste kwesties rond dit thema aangekaart worden. Net als mijn collega’s uit de S&D-Fractie heb ik voor het verslag gestemd, en daarmee ook voor amendement 46, dat de Commissie en de lidstaten oproept om hun inspanning te coördineren om overeenstemming te bereiken over een Gemeenschapsoctrooi en een gemeenschappelijk stelsel voor de beslechting van octrooigeschillen. Deze kwestie sleept al jaren aan en al jaren worden dezelfde argumenten met betrekking tot een Gemeenschapsoctrooi en dezelfde geschilpunten herhaald (bijvoorbeeld naar hoeveel talen Gemeenschapsoctrooien vertaald dienen te worden). Sinds het Verdrag van Lissabon van kracht is, zijn bepaalde juridische kwesties opgelost. We zullen twee verordeningen hebben: één betreffende het octrooi zelf, en één betreffende het talensysteem.

Daarbij komt nog de kwestie van het stelsel voor beslechting van octrooigeschillen. Hiervoor moeten de relaties tussen de EU en de Europese Octrooiorganisatie geregeld worden op een manier die conform is met de bevoegdheden van de Europese instellingen, met inbegrip van het Europees Parlement. Ik wil hier de details van het octrooisysteem, die zeker nog het voorwerp van talrijke discussies zullen vormen, niet gaan analyseren. Ik wil wel benadrukken dat deze kwestie een van de belangrijkste uitdagingen van deze ambtstermijn van het Europees Parlement is. Daarom ben ik van mening dat we de andere instellingen voortdurend moeten aansporen tot constructieve samenwerking op dit gebied. Dat is precies van het verslag van de heer Winkler doet.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Het verslag-Winkler gaat op een aantal belangrijke kwesties in, waaronder ecologische innovatie en groen ondernemen. Gezien de uitdagingen waarvoor de aarde staat, is het duidelijk dat innovatie op deze gebieden van essentieel belang is. Mijn eigen land, Schotland, loopt voorop bij vele aspecten van ecologische innovatie, in het bijzonder op het gebied van hernieuwbare energie. De Schotse regering heeft een Saltire Prize ter waarde van tien miljoen Britse ponden ingesteld die bedoeld is om de innovatie op het gebied van de getijden- en golfslagenergie een impuls te geven. Dit past mooi bij de bredere inspanningen van de EU om een passend beleid te hebben in een veranderende wereld.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. (LT) Door de wereldwijde competitie om het aantrekken van kapitaal worden niet alleen bepaalde productielocaties, maar ook de bijbehorende onderzoeks- en ontwikkelingscapaciteiten steeds vaker naar derde landen verplaatst. Deze trend vormt een fundamentele bedreiging voor Europa als vestigingsplaats voor de industrie en moet daarom voordat zij onomkeerbaar wordt worden gekeerd door het innovatieve potentieel actief te promoten. Uit gegevens van de Commissie blijkt dat momenteel minder dan 1 procent van de EU-begroting direct wordt besteed aan innovatiegerelateerde maatregelen. Gezien de sociale uitdagingen waar wij voor komen te staan, is dit ontoereikend. Ik sta daarom achter de oproep de EU-begroting voor innovatie te verhogen. Deze verhoging moet tot uiting komen in het planningsproces in het kader van de financiële vooruitzichten voor 2014-2020. Zeker tegen de achtergrond van de financiële crisis en de kredietschaarste is het voor de innovatieve kracht van bedrijven van cruciaal belang dat op EU- en nationaal niveau meer financiering beschikbaar wordt gesteld en dat financiële instrumenten worden ontwikkeld die zijn afgestemd op de behoeften van hun afnemers. Het innovatiebeleid moet meer effect gaan sorteren door een betere coördinatie en koppeling van de verschillende steunmechanismen en een soberder beheerstructuur; met andere woorden: de financiële steun moet doelmatiger worden ingezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Kalinowski (PPE), schriftelijk. (PL) Ontwikkeling heeft geen kans als er niet voortdurend innovaties ingevoerd worden. Elke sector van de economie en de maatschappij voelt de behoefte aan innovatieve oplossingen – van moderne behandelingsmethodes en steeds snellere communicatiemogelijkheden, tot innovatieve ideeën in de industrie en de wetenschap, en nieuwe, alternatieve methodes voor energiewinning. Dit is van uitzonderlijk belang in de context van de wereldwijde economische crisis en het probleem van de verouderende maatschappij. Ik wil erop wijzen dat naast het horizontale karakter van dit beleid ook het burgerinitiatief van belang is.

De innovatiekracht van kleine en middelgrote ondernemingen, en ook van landbouwbedrijven, is een onlosmakelijk element van de concurrentiekracht van de economie. Als we streven naar een snelle economische ontwikkeling, en daarbij ook zorg willen dragen voor het milieu, dan mogen we de mensen en het gebrek aan sociale gelijkheid niet vergeten, een stijging van deze ongelijkheid kan ten koste gaan van maatregelen voor ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat ik vind dat de huidige transformatie van de Europese economie in een duurzame economie de concurrentiekracht van onze Europese ondernemingen kan vergroten. Het is noodzakelijk dat de economische uitdagingen worden omgevormd tot nieuwe kansen voor de nationale economieën. Het moet onze doelstelling worden de strijd aan te binden met het toenemende aantal bedrijfsverplaatsingen naar derde landen, waarbij het niet alleen gaat om productiefaciliteiten, maar ook om de daarmee samenhangende capaciteit voor onderzoek en ontwikkeling.

Concurrentiekracht is één beleidsdoelstelling van de Europese Unie, maar daarnaast moet zij ook andere belangrijke maatschappelijke uitdagingen aanpakken, zoals de klimaatverandering of de demografische ontwikkeling. Tot op heden wordt minder dan 1 procent van de begroting van de Unie rechtstreeks uitgetrokken voor innovatiemaatregelen. In aanmerking genomen welke maatschappelijke uitdagingen ons te wachten staan, vinden wij dit percentage ontoereikend.

Daarom heb ik mij aangesloten bij het standpunt van onze rapporteur die erop aandringt om bij de komende programmering van de nieuwe financiële vooruitzichten voor 2014-2020 het budget van de EU voor innovatie te verhogen. Het zal absoluut noodzakelijk zijn dat de financiële stimulansen worden afgestemd op de doelstellingen. Daarbij moeten synergieën tussen de stimuleringsinstrumenten voor nieuwe technologieën worden gevonden en versterkt, en moet gezorgd worden voor een betere coördinatie tussen de betrokken partijen. Naast het verlenen van overheidssteun dienen ook particuliere investeringen in innovaties aangemoedigd en gestimuleerd te worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Innovatie is – samen met onderzoek en opleiding – een van de belangrijkste elementen bij het ontwikkeling van kennis in de EU. Een communautair innovatiebeleid is van groot belang voor het verwezenlijken van de doelstellingen van het EU 2020-Strategie. Om innovatiecapaciteit op te bouwen is echter geld nodig, zeker als het om bedrijven gaat. En het is voor bedrijven, met name kleine en middelgrote ondernemingen, op dit moment niet gemakkelijk financiële hulpmiddelen te verwerven. Goedkeuring van deze verordening is een belangrijke stap bij het beschikbaar maken van fondsen aan ondernemers. Die zijn immers de drijvende kracht achter innovatie in Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE) , schriftelijk. − (SK) De gedachte dat de wereldwijde concurrentie er uiteindelijk toe leiden zal dat niet alleen productiefaciliteiten, maar ook de daaraan verbonden onderzoeks- en ontwikkelingscapaciteiten naar derde landen vertrekken, is voor mij volstrekt onaanvaardbaar.

Deze trend dient onverwijld een halt te worden toegeroepen middels een moedig en grondig doordacht innovatiebeleid waarmee het concurrentievermogen van de Europese economie, alsook de overgang naar een kennis- en koolstofarme economie, wordt veiliggesteld.

Ik acht de innovatiesteun van de EU ter hoogte van minder dan 1 procent van de EU-begroting dan ook verregaand ontoereikend en ben het met de rapporteur eens dat dit in de financiële vooruitzichten voor de periode 2014-2020, waaraan aan het einde van dit jaar de eerste hand gelegd zal worden, rechtgezet dient te worden.

Verder is het met het oog op het feit dat de financiële crisis tot bevriezing van de kredietverstrekking voor innovatieve projecten in het bedrijfsleven heeft geleid van belang dat ook de lidstaten ernstig nadenken over een verregaande verhoging van de financiële steun aan onderzoek en ontwikkeling, geld dat per slot van rekening op de lange termijn terugkomt in de vorm van behoud van concurrentievermogen en arbeidsplaatsen en de schepping van nieuwe.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Onderzoek, innovatie en onderwijs zijn belangrijke factoren voor het concurrentievermogen van een land. Indien ondernemingen innovatief moeten blijven, moeten zij veel geld investeren dat is vaak een probleem, met name gezien de kredietcrisis. In een tijd van schaarser wordende middelen is het van cruciaal belang duurzame technologieën uit te breiden en te bevorderen. Eens te meer moeten wij plattelandsgebieden ondersteunen door de uitbreiding van breedbandinternet in deze gebieden te bevorderen, terwijl de infrastructuur van deze gebieden wordt aangetast als gevolg van de privatisering van het spoorwegnet, de post en dergelijke.

Terwijl wij spreken over het belang van universiteiten en onderzoeksinstellingen worden de middelen voor deze instellingen de facto verlaagd. Zoals altijd onderstrepen wij in dit verband het belang van kleine en middelgrote ondernemingen, maar het is nog maar de vraag of de daad bij het woord wordt gevoegd. In dit verslag worden voornamelijk oude maatregelen opgesomd; daarom heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk.(EL) De strategie voor het komende decennium (EU 2020) stelt als tweede hoofddoelstelling dat 3 procent van het bbp van de EU voor 2020 moet worden geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling (O&O). In dit initiatiefverslag wordt de Commissie opgeroepen tot concrete en ambitieuze initiatieven in de schaduw van de mislukking van de strategie van Lissabon op dit terrein.

Er dient op te worden gewezen dat in Europa de uitgaven voor O&O minder dan 2 procent bedragen, in vergelijking tot 2,6 in de VS en 3,4 procent in Japan, vooral wegens het lagere niveau van investeringen uit het bedrijfsleven. De veranderingen die zich voordoen op de arbeidsmarkt ten gevolge van de economische crisis en de veranderende productieprocessen vereisen de stimulering van innovaties, die niet alleen technologische maar ook sociale meerwaarde zullen brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Rochefort (ALDE), schriftelijk.(FR) Het zijn de innovaties van morgen die Europa in staat zullen stellen de belangrijke uitdagingen van de komende decennia op economisch, maatschappelijk en milieugebied het hoofd te bieden. Wij moeten onze inspanningen opvoeren om een ambitieus innovatiebeleid ten uitvoer te leggen in Europa. Dat is de strekking van het verslag van mijn collega, de heer Winkler, waaraan ik mijn steun heb gegeven. Allereerst moeten wij de financiële steun voor dit beleid verhogen. Het deel van de Europese begroting dat voor innovatie is bestemd, moet op substantiële wijze worden vergroot, en ik hoop dat de komende financiële vooruitzichten 2014-2020 in die richting zullen gaan.

Daarnaast moeten de lidstaten zich meer inspannen om de doelstelling van Barcelona zo snel mogelijk te verwezenlijken door ten minste 3 procent van hun bbp aan onderzoek en ontwikkeling te besteden. Het is tevens van essentieel belang om de coördinatie van Europees en nationaal beleid te verbeteren. Als wij willen dat het gevoerde innovatiebeleid effectief is, moet dit absoluut op coherente wijze en met oog voor het geheel worden opgesteld en voor de lange termijn worden gepland. Bovendien moet de dialoog tussen de onderzoekssector en de economische sector worden versterkt. In die zin verwelkom ik de oprichting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie, dat het mogelijk zal maken de betrekkingen tussen deze twee werelden te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik betreur het dat de stemming in onderdelen waarom De Groenen hebben verzocht om daarmee de oproep tot een Europese octrooirechtbank eruit te halen niet heeft gewerkt, waardoor dit helaas is opgenomen. Hoe dan ook, in dit verslag wordt opgeroepen tot het gebruik van octrooigemeenschappen, gemeenschappelijke octrooiplatforms en full-rights licences, en wordt het belang van de kwaliteit van octrooien benadrukt.

 
  
  

- Verslag-Cashman (A7-0165/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat ik geloof dat het uitbannen van armoede een zaak van het allergrootste gewicht is. Het uitbannen van armoede is in de context van het EU-beleid voor ontwikkelingssamenwerking de belangrijkste doelstelling van het Verdrag van Lissabon. Het gaat hier om een morele verplichting die op de lange termijn voor de belangen van de EU van doorslaggevende betekenis zal blijken te zijn. Het is daarom volgens mij van cruciaal belang dat we deze doelstelling in het kader van ons buitenlands beleid prioriteit verlenen. We moeten er verder op wijzen dat we, zelfs nu Europa en de rest van de wereld een ernstige crisis doormaken, ontwikkelingshulp niet kunnen en mogen verwaarlozen. Die hulp is voor het verwezenlijken van een rechtvaardiger wereld met een hechtere solidariteit van fundamenteel belang.

We hebben op de millenniumtop van 2000 – waar we ons hebben verplicht de bestrijding van armoede te intensiveren – een aantal doelstellingen vastgelegd, en deze zijn nog lang niet verwezenlijkt. Het jaar 2015, ofwel het streefjaar voor het realiseren van deze doelstellingen, komt echter snel dichterbij. Het is nu dus hoog tijd dat we gaan onderzoeken welke factoren kunnen bijdragen tot het optimaliseren van de resultaten van onze millenniuminspanningen. Ik wil de rapporteur daarom bedanken voor dit document en van deze gelegenheid gebruik maken om mijn steun voor dit project uit te spreken.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Angelilli (PPE), schriftelijk. (IT) Ieder jaar sterven bijna acht miljoen kinderen jonger dan vijf jaar. Drieënhalf miljoen kinderen sterven direct na de geboorte als gevolg van zwangerschapscomplicaties. Zo’n vier miljoen kinderen sterven alleen al in vijf landen: India, Nigeria, de Democratische Republiek Congo, Pakistan en China.

Veel van deze sterfgevallen hadden eenvoudig voorkomen kunnen worden met kleine maatregelen, zoals het geven van borstvoeding, het gebruiken van muskietennetten die met insecticide zijn behandeld en het toedienen van vaccins tegen voornamelijk longontsteking en malaria. Veel moeders zijn zich niet bewust van het belang van vaccins, of ze zijn, ook als ze zich daar wel van bewust zijn, zo arm dat ze het vervoer naar de polikliniek of het ziekenhuis niet kunnen betalen.

Er zijn geen enorme investeringen nodig om deze kinderen een toekomst te geven. Het volstaat om geneesmiddelen naar deze landen te brengen die heel weinig kosten en die voor ons behoren tot de normale middelen ter voorkoming van ziekte, putten voor drinkwater te slaan, eenvoudige muskietennetten te verstrekken en ervoor te zorgen dat hulpmiddelen daar komen waar ze nodig zijn.

Wat we dus vooral nodig hebben, is de politieke vastberadenheid om in actie te komen om vele mensenlevens te redden, om een einde te maken aan deze stille slachting onder onschuldige kinderen, wier enige fout het is dat ze in een arm land zijn geboren.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Ik heb vóór het door de heer Cashman gepresenteerde verslag gestemd, omdat ik vind dat het Parlement duidelijk stelling moest nemen met betrekking tot de verwezenlijking van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen (MOD’s). Deze mogen niet op losse schroeven worden gezet door de huidige economische crisis. Deze doelstellingen, die tijdens de millenniumtop in 2000 zijn aangenomen, zijn nog lang niet gehaald. Het gaat om het verminderen van extreme armoede en honger, het waarborgen van universeel basisonderwijs, het bevorderen van gendergelijkheid, het terugdringen van kindersterfte, het verbeteren van de gezondheid van moeders, het bestrijden van hiv/aids, malaria en tuberculose, het beschermen van het milieu op een duurzame manier en het instellen van een mondiaal partnerschap voor ontwikkeling. In september 2010 zullen alle lidstaten van de Verenigde Naties bijeenkomen om te bepalen welke aanpak moet worden gevolgd en om de resultaten te verbeteren. Door deze resolutie aan te nemen toont het Europees Parlement de staatshoofden en regeringsleiders zijn commitment om de MOD’s te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (LT) Ik steun dit verslag. Armoedebestrijding is een van de hoofddoelstellingen van het Europese ontwikkelingsbeleid. De negatieve gevolgen van de economische en financiële recessie hebben echter een extra rem gezet op de vooruitgang van ontwikkelingslanden en van de minst ontwikkelde landen. Daarom moeten de EU-lidstaten zich extra inspannen om zo snel mogelijk concrete ontwikkelingshulpmaatregelen te nemen die de handel, ontwikkelingssamenwerking en het gemeenschappelijk landbouwbeleid beslaan. Ook moeten we de integratie van ontwikkelingslanden in de wereldeconomie en de ontwikkeling van de handel in deze landen proberen te bevorderen. De Commissie moet daarnaast zorgen voor een effectief beheer van steunmaatregelen voor ontwikkelingslanden en de minst ontwikkelde landen en voor transparantie en doelmatigheid bij de verdeling van financiële hulp.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerard Batten, John Bufton, David Campbell Bannerman, Trevor Colman en Nigel Farage (EFD), schriftelijk. − (EN) De UK Independence Party steunt schuldenkwijtschelding niet, omdat dit op de volgende punten economisch ondeugdelijk is: 1. Een schuldeisende natie is gewoonlijk een schuldennatie. Zo is het Verenigd Koninkrijk donor van een aanzienlijke hoeveelheid buitenlandse hulp. En toch is het Verenigd Koninkrijk, en daarmee zijn belastingbetalers, gewoonlijk niet graag bereid om als donor ontvangers te helpen terwijl de schulden zich voor de NV Het Verenigd Koninkrijk hoog opstapelen. 2. Schuldenkwijtschelding belet derdewereldlanden die in de schulden zitten om verdere internationale financiële middelen te werven. Het is daarom niet in het belang van de natie die schulden heeft. 3. Schuldenkwijtschelding brengt een moreel gevaar met zich mee. Hoe zit het met de derdewereldlanden die aan hun schuldenverplichtingen voldoen, waarvan er vele zijn? 4. Door kwijtschelding wordt fraude, corruptie en misbruik van leningen, hetgeen in Afrikaanse schuldenlanden zo veel voorkomt, impliciet door de vingers gezien. 5. Wie maakt uit, gegeven de enorme schuld die de meeste internationale economieën nu hebben, waar kwijtschelding op zijn plaats is? Een verder moreel gevaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Bennahmias (ALDE), schriftelijk.(FR) Ik heb vóór het verslag-Cashman gestemd over de mate waarin de in 2000 opgestelde millenniumontwikkelingsdoelstellingen zijn verwezenlijkt. Alles lijkt erop te wijzen dat deze doelstellingen niet zullen worden gehaald. De EU heeft een enorme verantwoordelijkheid, aangezien zij de belangrijkste steunverlener is voor arme landen en er vanuit dat oogpunt op het internationale politieke toneel naar haar wordt geluisterd als het om ontwikkelingsvraagstukken gaat. In het verslag-Cashman wordt een bijzonder eerlijk beeld geschetst van de stand van zaken met betrekking tot de millenniumontwikkelingsdoelstellingen, waarbij de nadruk wordt gelegd op extreme armoede, de situatie van vrouwen, gezondheidszorg, onderwijs en het milieu. Dit verslag herinnert ons eraan dat de Europese Unie ervoor moet zorgen dat de diverse vormen van ontwikkelingsbeleid samenhang vertonen. De landbouw-, visserij- en handelsactiviteiten van een land mogen zijn ontwikkeling niet in de weg staan. In dit verslag laat het Parlement voortdurend zien dat het proactief is, door steun te geven aan nieuwe vormen van financiering die algemeen moeten worden verbreid. Het rapport dat tijdens de millenniumtop in 2000 is opgemaakt, is nu meer dan ooit actueel. Het is de plicht van onze leiders om deze realistische en haalbare doelstellingen zo snel mogelijk te verwezenlijken. Dat is in de eerste plaats een kwestie van politieke wil.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling een hoofddoelstelling voor de Europese Unie moet blijven. Het verwezenlijken van deze doelstelling, tegen alle verwachtingen in, is een erg belangrijke en op Europees en internationaal niveau urgente uitdaging. De EU en de internationale gemeenschap moeten zich richten op concrete maatregelen om de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling dichterbij te brengen. Ik wil benadrukken dat dit niet het moment is om te bezuinigen over de rug van zieke en honger lijdende mensen. Daarom moet onze bijzondere aandacht uitgaan naar gebieden als gezondheidszorg, vrouwen en kinderen en armoedebestrijding en is meer actie nodig op het gebied van werkgelegenheid en fatsoenlijk werk. Ik wil erop wijzen dat armoedebestrijding door het verwezenlijken van de millenniumdoelstellingen moet worden erkend als het algemene doel van het EU-beleid; ook moet Europa vooroplopen om de beloften van de EU aan de allerarmste landen na te komen. Ik sta achter de oproep van het Europees Parlement om het grootste deel van de financiële hulp van de EU te geven aan diegenen die deze het hardst nodig hebben, met name vrouwen, kinderen en personen met een handicap en alle anderen die het dringendst hulp nodig hebben. Speciale aandacht moet ook uitgaan naar gendergelijkheid, de rechten van minderheden en bestrijding van discriminatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Ik ben heel tevreden dat Europa wereldwijd de belangrijkste ontwikkelingshulpverlener is en blijft.

Ontwikkelingshulp heeft bijgedragen tot het lenigen van de armoede van miljoenen mensen in de zich ontwikkelende wereld. Het aantal mensen dat in extreme armoede leeft is gedaald van 1,8 tot 1,4 miljard. Bijna 90 procent van de arme kinderen gaat nu naar school. Er zijn grote vorderingen gemaakt bij het bestrijden van malaria en tuberculose, en de kindersterfte is scherp gedaald.

De recente voedsel- en brandstofcrises en de wereldwijde economische recessie hebben echter een belangrijk deel van de vorderingen zoals die het afgelopen decennium zijn geboekt ongedaan gemaakt.

De rijke landen zijn verantwoordelijk voor de huidige financiële, economische en klimaatcrises, maar het zijn nu juist de ontwikkelingslanden die de ernstigste gevolgen van de opwarming van de aarde ondervinden. Het is dus heel belangrijk dat we meer ondernemen om klimaatverandering te bestrijden, onder meer door het beschikbaar maken van daarop gerichte technologie.

Ik dring aan op het opzijzetten van extra middelen voor ontwikkelingslanden. Het is zaak dat deze landen zich op de middellange en lange termijn duurzaam ontwikkelen, daarbij geholpen door de particuliere sector, de koolstofmarkt en de openbare sector van de geïndustrialiseerde landen en de verst gevorderde ontwikkelingslanden.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. − (EN) Ik heb tegen dit verslag gestemd vanwege de controversiële formulering van paragraaf 42 over abortus. Ik ben om ethische redenen tegen abortus en kan een dergelijke zin niet accepteren. Toch moet ik ook zeggen dat ik vind dat de rapporteur uitstekend werk heeft verricht wat betreft alle andere kwesties.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Casini (PPE), schriftelijk. (IT) Het is buitengewoon betreurenswaardig dat het Europees Parlement er al jaren niet in slaagt een tragische tegenstrijdigheid op te lossen. In elk document waarin prijzenswaardige maatregelen worden voorgesteld tegen de armoede, de honger en het geweld in de wereld, slagen enkelen erin, rechtstreeks of op slinkse wijze, het zogenaamde recht op abortus in te voegen als instrument voor de gezondheid en voor de ontwikkeling van bevolkingen.

Op deze initiatieven van enkelen reageert enerzijds de meerderheid met wezenlijke onverschilligheid en anderzijds de minderheid met een zekere schuchterheid. Het is evenwel evident dat we hier te maken hebben met een tragische tegenstrijdigheid. Het beginsel van een gelijke waardigheid voor ieder menselijk wezen en het beginsel van een bijzondere plicht tot solidariteit met de allerkleinsten worden opgegeven, juist op het moment dat we discriminatie zouden moeten bestrijden en gezondheid zouden moeten beschermen.

Dit is ook vandaag het geval in het verslag-Cashman. Paragraaf 42 van dit verslag, dat in tegenspraak is met het hele document, heeft mij, en een niet gering aantal leden van het Parlement met mij, ertoe genoopt het hele verslag te verwerpen. Per saldo wegen de positieve punten in andere delen van de tekst in feite helaas niet op tegen de negatieve zaken die worden bepleit.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk.(PT) Het verwezenlijken van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen (MOD’s) is een prioriteit bij het ontwikkelingsbeleid. De VN-bijeenkomst op hoog niveau zal over een aantal maanden reeds worden gehouden, en ook al is er met sommige MOD’s al behoorlijke vooruitgang geboekt, we zijn toch lang niet zo ver als we hadden gehoopt. Er moet meer worden gedaan. De lidstaten moeten de beloften die ze ten aanzien van de officiële ontwikkelingshulp hebben gedaan ook werkelijk nakomen. We moeten verder proberen nieuwe mechanismen voor financiering te vinden die in deze tijden van crisis niet leiden tot extra belastingen. Maar het is vooral van belang dat de ontwikkelingsstrategieën op elkaar zijn afgestemd (zoals bedoeld in de in mei van dit jaar goedgekeurde resolutie inzake de samenhang van het EU-ontwikkelingsbeleid en het concept van officiële ontwikkelingshulp).

Ik ben blij dat het Europees Parlement in het kader van de MOD’s prioriteit verleent aan gezondheid, onderwijs, de meest kwetsbare groepen en de uitbanning van armoede via concrete beleidsmaatregelen op het gebied van handel, landbouw en visserij. Positief is ook de oproep tot een nieuwe structuur voor wereldwijde governance die de ontwikkelingslanden een sterkere stem geeft en de democratie, de vrede en de rechtsstaat in die landen bevordert. Ik ben het er echter niet mee eens dat men abortus als een anticonceptiemiddel beschouwt.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk.(PT) Scott McKenzie zong ooit: “If you’re going to San Francisco, be sure to wear some flowers in your hair, If you’re going to San Francisco, you’re gonna meet some gentle people there”. Maar zo zit de wereld niet in elkaar. Je kunt deze boodschap dan ook niet toepassen op de complexe economische en sociale werkelijkheid van dit moment. Daarom heb ik tegen dit verslag gestemd – al wil dat natuurlijk niet zeggen dat ik de goede bedoelingen achter de doelstellingen ervan in twijfel trek. “Imagine there’s no countries, it isn’t hard to do, nothing to kill or die for, and no religion too. Imagine all the people living life in peace”. Het was echter John Lennon zelf die daaraan toevoegde: “You may say I’m a dreamer”. En de werkelijkheid is inderdaad – helaas – niet zo. Het is wel aan ons om ervoor te zorgen dat deze wereld veiliger en rechtvaardiger wordt, een plek waar iedereen althans met een zekere waardigheid kan leven.

De voorstellen in dit verslag zijn op de verwezenlijking van een aantal doelstellingen gericht, zonder dat ze ergens specifiek op zijn geconcentreerd. Er worden nergens duidelijke prioriteiten vastgelegd. De pijlen vliegen in alle richtingen, maar dat heeft wel tot gevolg dat geen van de doelstellingen uitvoerbaar is. Ik geloof verder dat deze voorstellen te veel op staten en centrale regeringen zijn gericht. Ik ben het met die benadering niet eens. Integendeel: ik geloof dat we in de context van de millenniumdoelstellingen vooral moeten investeren in communautaire projecten (zoals de millennium villages), projecten waarbij alle EU-actoren nauw betrokken zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik steun dit verslag over de vorderingen bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling ten zeerste. De EU loopt 20 miljard euro achter op haar financieringstoezeggingen, in een tijd dat staten in hun begroting voor ontwikkelingshulp snijden. De lidstaten van de EU moeten niet gaan wankelen als het aankomt op het voldoen aan hun verplichtingen in het kader van de Europese Consensus inzake ontwikkeling. Bovendien moet er naar de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling worden gekeken vanuit het perspectief van ontwikkeling mogelijk maken, terwijl tegelijkertijd de wezenlijke oorzaken van armoede onder ogen gezien en aangepakt moeten worden. De lidstaten moeten zoals beloofd uiterlijk in 2015 0,7 procent van het bni hebben vastgelegd voor hulp, in plaats van dat aandeel te verminderen, hetgeen dubbel zo verontrustend is in tijden van crisis, aangezien het bni zelf kleiner wordt. Daarnaast is het niet acceptabel dat de EU de definitie van officiële ontwikkelingshulp zodanig verbreedt, dat er ander financiële stromen onder vallen, zoals overmakingen of maatregelen op het gebied van schuldenkwijtschelding. Om iets aan onderontwikkeling te doen moet de ontwikkelde wereld belastingparadijzen en illegale kapitaalstromen, die ontwikkelingslanden onthouden van de middelen die ze zo verschrikkelijk hard nodig hebben, krachtig bestrijden. Ik ben van mening dat de verantwoordelijkheid voor ontwikkeling binnen de bevoegdheid van het commissaris voor ontwikkeling moet blijven, die druk moet uitoefenen opdat er een betere beleidssamenhang komt, in het bijzonder wat betreft het beleid op het gebied van de handel en het gemeenschappelijke landbouw- en visserijbeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk.(FR) Door een resolutie over de vorderingen bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling aan te nemen, geeft het Parlement een krachtige boodschap af. Daaruit blijkt wel hoeveel belang Europa hecht aan het uitbannen van armoede, honger, ziekte en kinder- en moedersterfte binnen nu en 2015. Aan de vooravond van de Europese Raad is de boodschap duidelijk. De staatshoofden en regeringsleiders van de EU moeten zich aan hun financiële toezeggingen houden, ook – en zelfs juist – in deze periode van wereldwijde economische en financiële crisis. Wat nodig is, is een bijdrage van 0,7 procent van het bnp van de lidstaten. Om de achterstand ten opzichte van zijn financiële toezeggingen goed te maken, moet Europa nieuwe financieringsmechanismen instellen, zoals een belasting van 0,05 procent op financiële transacties. Gezien het bedrag dat momenteel met deze transacties gemoeid is – en dat onlangs uitkwam op zeventig maal het mondiale bruto nationaal inkomen – zou een dergelijke belasting 10 miljard euro per jaar kunnen opleveren. Een bijkomstig voordeel hiervan zou zijn dat wij de financiële sector laten meebetalen. Dat lijkt rechtvaardig, aangezien deze sector enorme bedragen aan staatssteun heeft ontvangen om de ongekende crisis te overleven die zij zelf heeft veroorzaakt. Een unilateraal initiatief van de EU zou als katalysator kunnen werken op mondiaal niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Delvaux (PPE), schriftelijk.(FR) Ik verwelkom de stemming over het verslag-Cashman over de vorderingen bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling: tussentijdse herziening ter voorbereiding op de VN-bijeenkomst op hoog niveau in september 2010. Dit moest wel aangenomen worden! Slechts vijf jaar voor het verstrijken van de op 2015 gestelde termijn voor de verwezenlijking van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen (MOD’s) biedt het verslag de internationale gemeenschap een unieke kans haar inspanningen te verdubbelen om deze doelstellingen te halen. De situatie is kritiek en vereist dringend actie. Het is noodzakelijk hernieuwde inspanningen te doen met het oog op de kwijtschelding van de schulden van de minst ontwikkelde landen en een beleid te volgen van verlichting van de schuldenlast voor ontwikkelingslanden.

Ik ben tevens vóór het instellen van versterkte maatregelen om te controleren of de belofte om uiterlijk in 2015 0,7 procent van het bni aan officiële ontwikkelingshulp (ODA) te besteden, wordt nagekomen. De financiering van de MOD’s moet beginnen op nationaal niveau, en ontwikkelingslanden moeten eigen middelen genereren en toekennen om deze doelstellingen te verwezenlijken, maar de donorgemeenschap moet haar belofte nakomen om haar ODA aanzienlijk te verhogen. Tijdens de bijeenkomst in september moeten de gedane beloften absoluut worden ingelost.

 
  
MPphoto
 
 

  Harlem Désir (S&D), schriftelijk.(FR) Verwezenlijking van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen (MOD’s) in 2015 is een fundamentele belofte van de internationale gemeenschap. Zij heeft zich echter niet uitgerust met de middelen om die belofte te houden. Nu wij op twee derde van het traject zijn, is het duidelijk dat veel minst ontwikkelde landen geen enkele doelstelling zullen kunnen halen met betrekking tot het uitbannen van armoede en het bieden van toegang tot onderwijs en gezondheidszorg, en dat de meeste ontwikkelingslanden ze eveneens bij lange na niet zullen verwezenlijken. Europa is ‘s werelds belangrijkste donor, maar kan er – met 0,4 procent van het bni – geen genoegen mee nemen dat het zo ver verwijderd blijft van de doelstelling om 0,56 procent aan officiële ontwikkelingshulp te besteden; een doel dat Europa zichzelf gesteld heeft. Feit is dat de behoeften aan steun groter zijn dan ooit tevoren, met name op het gebied van voedselzekerheid, de strijd tegen klimaatverandering, onderwijs, gezondheidszorg – in het bijzonder voor mensen met hiv –, de gezondheid van moeders en de reproductieve gezondheid. Met het verslag-Cashman roept de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement de Europese Raad van 17 juni op om steun te geven aan het voorstel om een belasting van 0,05 procent op internationale financiële transacties in te stellen, hetgeen 10 miljard euro zou opleveren, en om zich ten doel te stellen om in 2012 0,63 procent van het Europese bni aan ontwikkelingshulp te besteden, en dit uiteindelijk te verhogen naar 0,7 procent.

 
  
MPphoto
 
 

  Leonidas Donskis (ALDE), schriftelijk. (LT) Als schaduwrapporteur van dit verslag sta ik vierkant achter dit verslag dat tot doel heeft ervoor te zorgen dat de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling worden gehaald. Ik wil mijn volle steun uitspreken voor de pogingen van mijn collega-Parlementsleden om de Europese Unie op dit vlak met één stem te laten spreken en vooruitstrevend te laten zijn. Ik kan mij echter niet vinden in de twee ingediende amendementen; als liberaal vind ik de bepalingen hierin onacceptabel. Daarom heb ik tegen het voorstel gestemd om in de EU unilateraal een belasting op valuta- en derivatentransacties in te voeren om mondiale collectieve goederen te financieren, waaronder de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. De Europese Unie moet haar burgers niet extra belasten, en al helemaal niet met belastingen waarvan nog niet geheel duidelijk is hoe ze werken en wat ze voor gevolgen zullen hebben. Ook ben ik tegen het wettelijk bindende karakter van maatregelen voor ontwikkelingshulp.

De lidstaten moeten zich houden aan hun verplichtingen om het bedrag aan officiële ontwikkelingshulp te verhogen, maar de Europese Unie mag geen wettelijke sancties opleggen aan lidstaten die hun verplichtingen in de gewijzigde context van de financiële crisis slechts ten dele nakomen. Niet alle lidstaten hebben in dezelfde mate te lijden gehad van de crisis, en niet alle landen zullen de doelstelling van 0,7 procent halen. Het Europees Parlement moet deze landen steunen door middel van ‘zachtere’ en acceptabelere middelen dan strikte wettelijke maatregelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek (ALDE), schriftelijk. − (SV) Het is angstaanjagend dat zo veel Parlementsleden in hun poging om paragraaf 42 uit het verslag te laten schrappen tegen het recht van vrouwen in ontwikkelingslanden stemden om over hun eigen lichaam en reproductieve gezondheid te beslissen. Het is een zeer zorgwekkende tendens dat tegenstanders van abortus in Europa hulpprogramma’s gebruiken om hun standpunten door te drukken. De mogelijkheid tot gezinsplanning is een belangrijk element om vrouwen in ontwikkelingslanden de kans te geven om over hun eigen leven te beslissen en zodoende uit de armoede te geraken.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór het verslag-Cashman gestemd, omdat we nog een lange weg zullen moeten afleggen om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te behalen. Het is zaak de bestaande maatregelen te versterken om de verwezenlijking van deze doelstellingen tegen 2015 mogelijk te maken, onder andere door ervoor te zorgen dat de lidstaten de beloften die ze met betrekking tot steun voor de ontwikkelingslanden hebben gedaan ook inderdaad nakomen.

Ik ben daarom heel tevreden dat paragraaf 42 is goedgekeurd, waarin alle lidstaten en de Commissie verzocht worden “om de zorgwekkende neergang in de financiering van seksuele en reproductieve gezondheidszorg en de rechten op dat vlak in de ontwikkelingslanden te keren, en om beleid inzake vrijwillige gezinsplanning, veilige abortus, de behandeling van seksueel overdraagbare infecties en de verstrekking van producten voor reproductieve gezondheid zoals levensreddende geneesmiddelen en anticonceptiemiddelen, waaronder condooms, te steunen”.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Het uitbannen van armoede en het verkleinen van de kloof die de armen en rijken van elkaar scheidt zijn belangrijke doelstellingen. Regeringen moeten daar aandacht aan besteden en middelen voor vrijmaken. Deze doelstellingen zijn op de millenniumtop van 2000 aanvaard, en de Europese Unie heeft als belangrijkste donor een groot aandeel in de resultaten van deze inspanningen.

Het is zeker waar dat de ontwikkelingslanden zich een inspanning hebben getroost. Veel van deze landen zijn echter verwikkeld in crises die hun inzet kunnen verzwakken. Toch blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid berusten bij de landen die steun ontvangen: zij zullen moeten laten zien dat ze hun verantwoordelijkheden met betrekking tot goed bestuur, de rechtsstaat en de fundamentele burgerlijke vrijheden kunnen nakomen. Ik betreur het intussen wel dat de rapporteur dit Parlement onder het mom van goede bedoelingen probeert te bewegen een resolutie aan te nemen, waarin – in flagrante strijd met de bevoegdheden van de lidstaten en derde landen in dezen – het bevorderen van abortus wordt gepropageerd als middel om de millenniumdoelstellingen te verwezenlijken. Nieuw is deze tactiek niet, maar daarom niet minder achterbaks en laakbaar.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) De verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MOD’s) is voor de internationale gemeenschap een zaak van fundamenteel belang. Financiële steun voor de ontwikkelingslanden draagt bij tot het lenigen van armoede, het terugdringen van de sterfte en het verbeteren van het opleidingsniveau van miljoenen mensen. Extreme armoede is inderdaad afgenomen, bijna 90 procent van arme kinderen gaat naar school en de kindersterfte neemt snel af. Er moet nog veel gedaan worden, en er moet nog veel steun worden verleend om ervoor te zorgen dat de minder ontwikkelde landen de MOD’s met betrekking tot het uitbannen van armoede en de toegang tot onderwijs en gezondheidszorg behalen. Europa is voorvechter van de grondrechten en de mensenrechten. Bij ons geldt solidariteit als grondbeginsel en wij zijn wereldwijd de belangrijkste donor van ontwikkelingshulp. Daarom moet Europa op dit gebied een leidersrol vervullen, en zeker bij de volgende VN-evaluatietop, die in september zal plaatsvinden. Ik betreur het intussen wel dat in dit verslag nobele doelstellingen vermengd zijn geraakt met gevoelige kwesties in de sfeer van het individuele geweten, zoals abortus. Het bevorderen van een pro-abortusbeleid zal niet helpen bij het verwezenlijken van de MOD’s. Daarom heb ik tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Volgens de Millenniumverklaring van 2000 ging het er oorspronkelijk om “het aantal mensen dat in extreme armoede leeft te halveren, ervoor zorg te dragen dat iedereen toegang heeft tot schoon drinkwater en basisonderwijs, [en] de verspreiding van hiv/aids te keren”. Die doelstellingen – op zich al vrij beperkt – zijn nog lang niet behaald, en dat wordt in dit verslag erkend. De EU heeft haar begrotingen voor ontwikkelingshulp verlaagd, terwijl de lidstaten van diezelfde Unie onlangs miljarden dollars hebben uitgegeven om hun banken te redden. De daarmee corresponderende rekening hebben ze uiteindelijk laten betalen door de volkeren van de EU, terwijl ze de grote economische en financiële concerns die deze banken bezaten ongedeerd hebben gelaten.

De tekst van het verslag bevat echter een aantal contradicties. Wij geloven dat het van belang is daarop te wijzen, vooral wanneer de tekst aan de ene kant kritiek levert op de liberalisering van de handel, maar tegelijkertijd het openstellen van die handel na de afsluiting van de Doha-ronde van de WTO steunt en de economische partnerschapsovereenkomsten en de vrijhandelszones aanvaardt. De liberalisering van de handel accentueert de ongelijkheid. Ze leidt tot ernstiger uitbuiting van de werkers en de natuurlijke hulpbronnen, met meer armoede en uitsluiting, en versterkt de afhankelijkheidsrelatie van landen. Door de ontwikkelingshulp aan deze doelstellingen op te offeren, zoals de EU en de VS doen, bereik je alleen maar dat de millenniumontwikkelingsdoelstellingen in 2015 niet gerealiseerd zullen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk.(FR) Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat ik ermee instem dat een belangrijke doelstelling van het ontwikkelingsbeleid, namelijk het terugdringen van de armoede, wordt nagestreefd. De lidstaten hebben een belangrijke verantwoordelijkheid en moeten zich op dit punt aan hun belofte houden; wij moeten hen hier weer aan herinneren. Hoewel de tot op heden geboekte vooruitgang bemoedigend is, met name wat betreft het toegenomen schoolbezoek van arme kinderen of de bestrijding van malaria en tuberculose, moeten er nog aanzienlijke inspanningen worden geleverd om de beloften van iedereen binnen nu en 2015 gestand te kunnen doen, en dit ondanks de huidige context van de crisis. Ik steun dan ook de invoering van een belasting op valuta- en derivatentransacties, evenals de verlichting van de schuldenlast voor ontwikkelingslanden en de kwijtschelding van de schulden van de minst ontwikkelde landen. Tot slot heb ik ook vóór verscheidene amendementen gestemd die ten doel hebben maatregelen te treffen op het gebied van de seksuele en reproductieve gezondheid, aangezien deze van essentieel belang zijn bij de bestrijding van aids en het terugdringen van de moedersterfte. Dit zijn maatregelen waaraan wij niet voorbij mogen gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) In het verslag-Cashman worden belangrijke oproepen gedaan aan de EU en haar lidstaten om een aantal beleidsmaatregelen op het gebied van internationale ontwikkeling ten uitvoer te brengen en ik onderschrijf deze oproepen van ganser harte. Er zou ook aan toegevoegd moeten worden dat er op ander niveau dan het niveau van de EU of de lidstaten actie kan worden ondernomen. Schotland bijvoorbeeld, kan een onderscheiden bijdrage leveren in zijn werk met ontwikkelingslanden en de Schotse regering heeft ook een internationaal ontwikkelingsbeleid gepubliceerd dat wil bijdragen aan de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE), schriftelijk. (FI) Ik wil wijzen op paragraaf 14 van het verslag over de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen, waarin de Europese Unie wordt opgeroepen tot het verstrekken van aanzienlijke middelen om de arme landen te helpen bij de bestrijding van de gevolgen van de klimaatverandering en er bovendien op wordt aangedrongen dat deze middelen een aanvulling vormen op de bestaande steunverbintenissen.

Klimaatverandering is een feit en wij moeten ermee leren leven. Een van de grootste beoordelingsfouten van de milieubeweging is dat zij lange tijd weigerde over aanpassing te praten. Dat werd als een luxeprobleem van het Westen gezien, want aanpassingsmaatregelen en de daarvoor benodigde financiering waren geen optie voor de armen in de wereld. Het is de verdienste van Kopenhagen dat er een klimaatfonds voor de ontwikkelingslanden is opgericht.

De betekenis van klimaatverandering in alle problemen van de ontwikkelingslanden moet echter niet worden overdreven. Het lijkt erop dat klimaatverandering in onze fantasieën alle andere problemen tenietdoet. Men denkt opeens dat als wij de uitstoot reduceren, dan alle andere problemen als het ware wegsmelten. Niets is minder waar. Wij moeten ervoor zorgen dat wij niet in naam van het klimaat verhinderen dat honderden miljoenen kinderen inentingen en onderwijs krijgen of dat wij de bestrijding van erosie en andere op te lossen milieuproblemen in gevaar brengen.

De beste manier om het klimaat te helpen is door mensen uit hun armoede te verlossen, want vooral armoede zorgt ervoor dat mensen hun toevlucht nemen tot oplossingen die schadelijk zijn voor het milieu. Daarom is het naar mijn mening zeer belangrijk dat er in het verslag vooral wordt geëist dat het geld voor de bestrijding van en aanpassing aan de klimaatverandering niet wordt gehaald uit de andere ontwikkelingshulpverplichtingen van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) Dit verslag bevat een aantal positieve punten, zoals het feit dat de nadruk wordt gelegd op de ecologische schuld die de noordelijke landen hebben ten opzichte van de zuidelijke landen, en het verzoek om aanvullende steun op dit gebied. Ik kan mij eveneens vinden in het verzoek om de schuldenkwijtschelding van de landen niet langer als onderdeel van de officiële ontwikkelingshulp aan te merken.

Hetzelfde geldt voor de invoering van een eerlijke verdeling van de rijkdom, steun voor lokale kleinschalige landbouw en maatregelen om de toegang tot land, water en andere bronnen van biodiversiteit te bevorderen. Het is echter betreurenswaardig dat er, nadat dergelijke voorstellen naar voren zijn gebracht, in het verslag steun wordt gegeven aan de economische partnerschapsovereenkomsten, de Doha-ronde en alle WTO-overeenkomsten, met andere woorden aan het tegenovergestelde van de beginselen die in het verslag worden gepropageerd. Daarom onthoud ik mij van stemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) De EU is nog steeds de drijvende kracht bij het verwezenlijken van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MOD’s). Ze is wereldwijd ook de belangrijkste donor. Daarom moet de EU haar verantwoordelijkheden aanvaarden en een leidersrol vervullen bij de in september 2010 te houden VN-bijeenkomst op hoog niveau. Om het leed van miljoenen mensen over de gehele wereld te lenigen is het van groot belang dat we de MOD’s behalen, in de eerste plaats door het uitbannen van armoede. We moeten er intussen wel op wijzen dat onder het mom van armoedebestrijding opnieuw op slinkse wijze, zonder de nodige duidelijkheid, is geprobeerd gevoelig liggende zaken in het pleit te betrekken, zoals bijvoorbeeld het abortusbeleid in de ontwikkelingslanden.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Armoedebestrijding is sinds jaar en dag een van de belangrijkste doelen van het ontwikkelingsbeleid. Er is echter weinig bereikt in de afgelopen decennia; ontwikkelingspolitieke inspanningen hebben veeleer dikwijls averechts gewerkt. Het is bijzonder zorgwekkend dat middelen van industrielanden in vele landen zijn gebruikt om dictators of de heersende klassen aan de macht te houden en de arme massa’s te onderdrukken. Zelfs programma’s ter bestrijding van de honger hebben blijkbaar slechts geleid tot een explosieve groei van de bevolking. Indien we de armoede willen bestrijden, is het in ieder geval noodzakelijk voedselspeculatie te voorkomen en het ontwikkelingsbeleid te herzien.

Microkredieten zijn duidelijk een goed uitgangspunt voor zelfhulp. We moeten echter tevens erop kunnen rekenen dat landen die ontwikkelingshulp ontvangen, migranten terugnemen die illegaal onze landen zijn binnengekomen. Zolang onze ontwikkelingshulp niet volledig wordt herzien, zullen we de gestelde doelen waarschijnlijk niet bereiken. Ik heb dit verslag derhalve afgewezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE), schriftelijk. (RO) Ik ben van mening dat het belangrijk is om uit paragraaf 22 de oproep te verwijderen dat de EU de exportsubsidies voor landbouwproducten moet afschaffen. De auteur van het verslag en de collega’s die dit idee ondersteunen weten heel goed dat niet de exportsubsidies – die de Europese landbouwproductie ondersteunen in deze crisisperiode – het werkelijke probleem zijn. Ik heb mij onthouden van stemming, omdat ik vind dat dit verslag beter verankerd moet zijn in de werkelijkheid, meer pragmatisch en minder ideologisch gekleurd moet zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. − (DE) In dit verslag wordt geen rekening gehouden met het feit dat de EU slechts hulp aan anderen kan verlenen indien zij zelf economisch gezien enigszins vaste grond onder de voeten heeft. Hoe sneller de EU de gevolgen van de crises te boven is, hoe sneller zij in staat zal zijn een op de lange termijn gerichte en duurzame ontwikkelingshulp ten uitvoer te leggen. In het verslag over de millenniumdoelstellingen wordt hieraan niet voldoende aandacht geschonken; daarom heb ik ertegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. (PL) Rekening houdend met de plichten van de Europese lidstaten en de conformiteit met de bepalingen van het Verdrag van Lissabon heb ik besloten om mijn steun te geven aan het verslag over de vorderingen bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling: tussentijdse herziening ter voorbereiding van de VN-bijeenkomst op hoog niveau in september 2010. De Europese Unie dient als grootste ontwikkelingshulpverlener van de wereld stappen te ondernemen om de hoofddoelen van de EU, zoals bijvoorbeeld bestrijding en uitbanning van armoede, te realiseren. In juni 2010, enkele maanden voor de VN-bijeenkomst op hoog niveau, komt de Europese Raad bijeen voor een top waarop de vorderingen bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling beoordeeld zullen worden. Er wordt dan van de Europese Raad verwacht dat hij een gemeenschappelijk standpunt in deze kwestie inneemt. We moeten immers pogen om op coherente wijze de problemen van de ontwikkelingslanden, zoals armoede, hongersnood, gezondheidszorg en onderwijs, op te lossen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik ben blij dat we vandaag het verslag-Cashman over de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling hebben aangenomen. Zolang we effectieve hulp garanderen, worden er levens gered en zal de armoede worden uitgebannen. In september 2010 komen alle lidstaten van de Verenigde Naties in New York bijeen om de vorderingen te bespreken die bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling zijn gemaakt en om het eens te worden over acties die ondernomen moeten worden om te garanderen dat de doelen worden bereikt.

Het verslag dat we vandaag hebben aangenomen is een buitengewoon belangrijk document wat betreft het helpen bepalen van een ambitieus EU-standpunt over deze kwestie vooruitlopend op de top van september en het uitoefenen van politieke druk op de lidstaten van de EU. Met de ondersteuning van dit verslag door een overweldigende meerderheid van de leden van het Europees Parlement wordt aan de staatshoofden en regeringsleiders van de EU de heldere en alle partijen overstijgende boodschap gezonden, voordat zij op 17 juni in Brussel bijeenkomen, dat de EU zich sterk en volledig dient te blijven inzetten voor het bereiken van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, in het bijzonder in een tijd van financiële crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Soullie (PPE), schriftelijk.(FR) Dit verslag over de vorderingen bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling heeft een wending genomen die ik niet kon steunen: ik vond het belangrijk om tegen het verslag-Cashman als geheel te stemmen, nadat bij de stemming in onderdelen het tweede deel van paragraaf 42 van het ontwerpverslag van de heer Cashman was aangenomen. Het idee achter de uitdrukking ‘veilige abortus’ vertoonde een dermate gebrek aan duidelijkheid dat er niet aan voorbij gegaan kon worden. Abortus is in bepaalde uitzonderlijke omstandigheden weliswaar noodzakelijk, maar moet niet worden beschouwd als een anticonceptiemiddel. Bovendien is abortus, net als alle medische handelingen, nooit zonder gevaar. Wij moeten het niet bagatelliseren. Ontwikkeling is in de allereerste plaats gebaseerd op eerbiediging van het leven.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. Het is stilaan duidelijk dat er meer inspanningen nodig zijn wil de wereld de milleniumdoelstellingen halen. Ik steun dus de resolutie over de inzet van de Unie om op een meer efficiënte en coherente manier beleid te voeren en zo de armoede en de honger te halveren, te voorzien in volledig basisonderwijs, de genderongelijkheid op te heffen en de gezondheidssituatie van velen te verbeteren.

Ik wil dat Europa zijn verantwoordelijkheid neemt, te beginnen met de 0,7 procentnorm. Ook een coherenter ontwikkelingsbeleid dringt zich op. Door de landbouwsubsidies die wij aan Europese boeren geven, kunnen boeren in ontwikkelingslanden geen goede prijs krijgen voor hun producten. Armoede de wereld uit helpen begint met eerlijke handel.

Ik wil ook dat er een belasting komt op valuta- en derivatentransacties en dat eindelijk een einde gesteld wordt aan belastingparadijzen, belastingontduiking en illegale kapitaalstromen, binnen het G20- en VN-kader. Het wordt hoog tijd dat er meer transparantie komt en dat automatisch gemaakte winsten en betaalde belasting openbaar worden gemaakt. Ik pleit al langer voor een rapportagesysteem per land zodat ontwikkelingslanden in staat zijn hun eigen middelen te houden voor hun eigen ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. (LT) De in het programma van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling geformuleerde doelstelling is prijzenswaardig, en mijns inziens moeten we alles op alles zetten om deze te verwezenlijken. Litouwen is een klein land met een beperkt bilateraal ontwikkelingsbudget. Mondiale doelstellingen zijn complex en soms onhaalbaar voor ons. Het grootste deel van onze bilaterale steun (ongeveer 50 procent) gaat naar landen die deel uitmaken van het Europese nabuurschapsbeleid. De reden hiervoor is niet dat we minder zouden geven om mensen in Afrika of de Caraïben dan om mensen dichter bij huis. Voor Litouwen en landen in vergelijkbare omstandigheden telt niet zozeer de kleine toewijzing van middelen, maar wel de effectiviteit daarvan. Voor zover mogelijk moeten we proberen betere resultaten te bereiken met relatief weinig middelen, en dat is niet altijd mogelijk in verre landen. Wij willen helpen waar we kunnen, zij het niet met geld, dan met onze ervaring met integratie en ander onderzoek dat nuttig kan zijn. Armoedebestrijding, of het nu in Litouwen of in de verste uithoek van Afrika is, moet een van onze topprioriteiten zijn. De strijd tegen corruptie en de hulp aan de allerarmsten – dat is onze morele plicht en een langetermijnbelang van de EU. Het aantal mensen dat geen volledige of een onzekere baan heeft, is toegenomen, en daarom moeten we alles in het werk stellen om met name de belangen van de meest kwetsbare groepen te beschermen.

 
  
  

- Voorstel voor een besluit betreffende de instelling en het ledental van de Delegatie in de Parlementaire Commissie Cariforum-EG

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Cariforum-EU, dat een partnerschap vormt tussen de landen van Europa en enkele Caribische landen, is duidelijk iets wat wij moeten ondersteunen. Ontwikkeling, armoedebestrijding, democratie, mensenrechten, een halt toeroepen aan globale bedreigingen van de vrede, veiligheid en stabiliteit zijn essentiële elementen om een versterking van de Caribische regio te bewerkstelligen. Ik vind het echter niet nuttig speciaal voor dit doel een Delegatie in de Parlementaire Commissie in het leven te roepen, met name indien deze geen niet-ingeschreven leden zal tellen. Daarom heb ik tegen dit voorstel gestemd.

 
Laatst bijgewerkt op: 17 september 2010Juridische mededeling