De Voorzitter. – Aan de orde is het debat over de volgende mondelinge vragen:
– de mondelinge vraag (O-0074/2010) van Reimer Böge, namens de Begrotingscommissie, aan de Raad: Herziening van het meerjarig financieel kader 2007-2013 (B7-0310/2010), en
– de mondelinge vraag (O-0075/2010) van Reimer Böge, namens de Begrotingscommissie, aan de Commissie: Herziening van het meerjarig financieel kader 2007-2013 (B7-0311/2010).
Reimer Böge, auteur. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, namens de Begrotingscommissie stellen wij de Commissie en de Raad deze mondelinge vragen betreffende de herziening van het meerjarig financieel kader in een tijd van enorme economische en Europese uitdagingen, in een tijd waarin ook vragen over de duurzaamheid van het project van de Europese Unie worden gesteld. Wij hebben deze mondelinge vragen ingediend omdat deze gekoppeld zijn aan de gemeenschappelijke verklaringen en toezeggingen die in mei 2006 zijn gedaan in het kader van het interinstitutionele begrotingsakkoord, die nu niet langer van toepassing lijken te zijn. Dat is in ieder geval onze indruk.
Bovendien hebben we de implementatie van het Verdrag van Lissabon, met nieuwe prioriteiten ten aanzien van buitenlandse handel, sport, ruimteonderzoek, klimaatverandering en energie, om maar een aantal punten te noemen. Dat betekent dat wij ook ruimte in onze begroting moeten vinden voor deze nieuwe prioriteiten. Artikel 311 bepaalt uitdrukkelijk dat de Unie zich van de noodzakelijk financiële middelen moet voorzien om haar doelen te bereiken en om haar beleid uit te voeren, zonder zichzelf in de schulden te steken.
Je zou kunnen zeggen dat de verklaring over de begrotingsherziening van 17 mei 2006 alles omvat wat nodig is voor een grondige evaluatie van de besluiten die destijds zijn genomen en indien nodig voor een herziening daarvan, en uitdrukkelijk de betrokkenheid bij en deelname van het Parlement aan de daaraan gekoppelde meningsvorming veiligstelt.
Als destijds verantwoordelijke rapporteur moet ik vandaag helaas de vraag stellen of deze overeenkomsten en toezeggingen daadwerkelijk serieus gemeend waren of dat ze van begin af aan niet meer dan schone schijn waren om eenvoudigweg een overeenkomst in de Raad te bereiken. Commissaris Lewandowski, wacht de Commissie met ambitieuze analysen en voorstellen alleen omdat de Raad niet in beweging wil komen? U moet beslissen of u aan de kant van de Raad of aan de kant van het Parlement wilt staan.
Daar wil ik aan toevoegen dat artikel 4 van het interinstitutioneel akkoord uitdrukkelijk bepaalt dat in geval van een herziening van het Verdrag met gevolgen voor de begroting het meerjarig financieel kader en het interinstitutioneel akkoord dienovereenkomstig aangepast moeten worden. Deze verplichtingen, te beginnen met de Europese dienst voor extern optreden, en de eerder genoemde prioriteiten maken aanpassingen noodzakelijk, niet alleen van technische aard, maar zonder meer ook een beleidstechnische herziening van begroting IIV en het meerjarig financieel kader. Dat hoeft niet allemaal meteen in het eerste jaar te worden doorgevoerd, maar is zonder meer van invloed op een meerjarige planning.
Daar wil ik op dit punt aan toevoegen dat wij beledigd waren door het haastig genomen besluit in het kader van het stabilisatie- en reddingspakket, hoewel dat uiteraard wel noodzakelijk was en er geen alternatief bestond, maar dat daarbij in een soort huzarenstuk de rechten van het Parlement ten aanzien van begrotingskwesties deels onder de voet zijn gelopen. De Commissie zou moeten bekijken of ze artikel 124 wil toepassen, of ze het initiatief wil nemen om in het kader van de begrotingsprocedure regelmatige bijeenkomsten op het allerhoogste niveau, het niveau van de voorzitters van de instellingen, te organiseren om eindelijk schot in deze gevoelige kwesties te brengen. Wij moeten immers eveneens, hopelijk nog voor dan wel tijdens de overlegprocedure, over de aanpassing van het meerjarig financieel kader - artikel 312 inzake de instemmingsprocedure - en de politieke herziening van begroting IIV praten, ook vanuit het oogpunt van beleidstechnische noodzaak, over de aanpassing aan het Verdrag van Lissabon, over marges, herzieningen, flexibiliteiten, beleidsprojecten voor de toekomst zoals Galileo en ITER, evenals de Europese dienst voor extern optreden, teneinde projecten met een Europese toegevoegde waarde te definiëren en daar waar mogelijk uiteraard ook terughoudendheid te betrachten.
Ik moet zowel de Commissie als de Raad vandaag in alle ernst vragen of zij van mening zijn dat al deze overeenkomsten nu als betekenisloos beschouwd moeten worden. Of zijn zij daadwerkelijk bereid om het Parlement tegemoet te komen? Het is in het belang van het Verdrag van Lissabon dat wij tijdens de aannemingsprocedure van het financieel kader alle noodzakelijke maatregelen nemen om de invoering van deze regeling te vergemakkelijken. Daar merk ik tot op heden niets van, en daarom moet ik u de volgende vraag stellen: bent u bereid en acht u zichzelf in staat om het meerjarig financieel kader te herzien en tegelijkertijd met ons samen te werken om dit in overeenstemming te brengen met het Verdrag van Lissabon? Uw antwoorden, zowel van de Commissie als van de Raad, zijn beslissend voor onze toekomstige samenwerking ten aanzien van het begrotingsbeleid de komende jaren.
Luis Espadas Moncalvillo, fungerend voorzitter van de Raad. – (ES) Goedemiddag. Ik dank de leden van het Parlement dat ze mij de gelegenheid geven hun vragen over dit buitengewoon belangrijke onderwerp te beantwoorden.
Om te beginnen wil ik benadrukken dat tijdens de Europese Raad van december 2005 niet is besloten tot een herziening van het meerjarig financieel kader, maar dat de Commissie is gevraagd een volledig en alomvattend onderzoek te doen naar alle aspecten van de uitgaven en inkomsten van de EU en daarover een verslag uit te brengen. Tevens bepaalde de Raad dat op basis van dat verslag besluiten konden worden genomen over alle aspecten die daarin aan de orde kwamen, en dat het in aanmerking moest worden genomen bij de voorbereidende werkzaamheden voor het volgende financiële kader.
De Commissie heeft haar onderzoeksverslag nog steeds niet gepresenteerd. Gezien de budgettaire en macro-economische situatie waaraan de lidstaten momenteel het hoofd moeten bieden, meent de Raad dat er op dit moment geen grote behoefte is aan herziening van het huidige meerjarig financieel kader. Het standpunt van de Raad is bijgevolg dat geld voor eventuele nieuwe behoeften beschikbaar moet worden gemaakt door herprioritering of door de reallocatie van kredieten. Hoe dan ook, voor een besluit tot herziening van het meerjarig financieel kader is een Commissievoorstel nodig, en zo'n voorstel is er vooralsnog niet.
Maar het is duidelijk dat de Raad een eventueel voorstel voor een besluit tot herziening van het financieel kader alleen kan aannemen als het in overeenstemming is met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in het bijzonder artikel 312 daarvan.
Ik wil van deze gelegenheid gebruik maken om het standpunt van de Raad te herhalen, dat is vervat in zijn begrotingsrichtsnoeren voor 2011, die op 16 maart zijn aangenomen en tijdens de tripartiete dialoog van 25 maart dit jaar aan het Parlement zijn voorgelegd. Meer in het bijzonder is de Raad het met de Commissie eens dat het wetgevingspakket van Lissabon een louter technische exercitie moet zijn en geen wijziging kan betekenen van de inhoud van het Interinstitutioneel Akkoord betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer van 17 mei 2006.
Ik wijs er met klem op dat het wetgevingspakket van Lissabon zo spoedig mogelijk moet worden aangenomen, zodat de nieuwe vereisten die bij het nieuwe verdrag zijn vastgesteld zonder al te veel vertraging in wetgeving kunnen worden omgezet. De Raad is bereid om in het kader van de wetgevingsprocedure met het Europees Parlement in overleg te treden over dit pakket.
Dames en heren, ik ben dankbaar voor de gelegenheid die mij is geboden om naar aanleiding van de vraag van de geachte afgevaardigden het standpunt van de Raad over deze kwestie te geven en ben graag bereid aanvullende vragen te beantwoorden.
Janusz Lewandowski, lid van de Commissie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zal meteen beginnen met het beantwoorden van de vragen. Het feit dat ze door Reimer Böge worden gesteld, is voldoende reden om er serieus op in te gaan.
Wat de vraag over de herziening van het financieel kader betreft, verwijs ik naar het rapport over de werking van het Interinstitutioneel Akkoord dat u inmiddels hebt ontvangen. Hierin wordt een analyse gegeven van de flexibiliteit en de marges – niet als doel op zich, maar in de context van mogelijke nieuwe ontwikkelingen.
De conclusie is heel duidelijk: voor bijna alle rubrieken zijn de marges erg klein. We kunnen niet verwachten dat steeds wanneer ergens nieuwe behoeften moeten worden gefinancierd, bijvoorbeeld rubriek 2 (landbouw) de middelen daarvoor verschaft. De Commissie kan alleen met voorstellen voor de herziening van het financieel kader komen wanneer precies bekend is wat de behoeften zijn en de kosten daarvan niet met andere middelen kunnen worden gedekt. Dat is tot dusver niet het geval. Zelfs in het geval van ITER moeten we middelen vastleggen voor de langetermijnfinanciering van dit grootschalige project.
Wat betreft de begrotingslijnen uit hoofde waarvan de 2020-strategie voor duurzame, slimme en inclusieve groei zal worden gefinancierd, wordt in de ontwerpbegroting voor 2011 een bedrag van ongeveer 58 miljard euro genoemd, wat 40 procent is van de begroting die voor het realiseren van de doelstellingen van de 2020-strategie is voorzien.
Wat de vraag over de procedure betreft, moesten de bepalingen van het huidige Interinstitutionele Akkoord in overeenstemming worden gebracht met het nieuwe kader van het Verdrag van Lissabon. De bedoeling was om te zorgen voor zoveel mogelijk continuïteit en alleen veranderingen aan te brengen voor zover het nieuwe verdrag die noodzakelijk maakte, steeds met als uitgangspunt dat de mate van flexibiliteit en de machtsverhouding tussen de instellingen gelijk moesten blijven.
Gezien onze uitgangspunten weten we wat er nog moet gebeuren. De hangende kwestie is de zogenoemde “nul komma nul gratis flexibiliteit” die sinds 2007 heeft geholpen bij het bereiken van consensus in het kader van de bemiddelingsprocedure. Iedereen die daarbij was betrokken, weet hoe noodzakelijk dat was en waarom het verdedigd moet worden. Het gaat om de bepaling ingevolge waarvan de Raad bij gekwalificeerde meerderheid kan compenseren en herzien, wat sinds 2007 herhaaldelijk is gebeurd. Volgens mij verzet niets in de letter en geest van het nieuwe verdrag zich tegen een dergelijke mate van flexibiliteit. Bij het formuleren van de nieuwe versie van het flexibiliteitsartikel in het meerjarig financieel kader zullen we dan ook innovatief zijn en ruimte laten voor veel flexibiliteit.
Wij zouden de nieuwe, uitgestelde begrotingsherziening moeten aangrijpen om de begroting in overeenstemming te brengen met onze politieke visie voor de toekomst, zoals Reimer Böge duidelijk heeft opgemerkt. Daar gaat het uiteindelijk om, en niet om het verslag over het Interinstitutioneel Akkoord. We hopen dus aan de verwachtingen van het Parlement te voldoen en zijn, zoals altijd, bereid tot samenwerking.
Franz Obermayr (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, het is wellicht vervelend dat ik dit moet doen, maar ik wil een beroep doen op het Reglement. Mijns inziens is fotograferen in principe een vrijetijdsbesteding. Ik vraag mij echter af of het gepast is dat leden hier in dit Huis ook foto's gaan maken van anderen, en dan nog wel heimelijk en van achteren.
Ik weet dat het gebruik van verborgen camera's voor de lijst Hans-Peter Martin algemeen gebruik was. Mevrouw de Voorzitter, kunt u deze situatie uitleggen? Iedereen die een foto van mij wil hebben, kan er met alle plezier een krijgen. Het is voor mij geen enkel probleem om een foto per PDF of per mail te sturen. Als ik echter naast een lid van de lijst Hans-Peter Martin zit, dan vind ik het tamelijk onvolwassen als ik van achteren wordt gefotografeerd om dit feit vast te leggen. Mevrouw de Voorzitter, ik wil u verzoeken om hier in de toekomst een einde aan te maken, want dit is dit Huis onwaardig, en ik wil u verzoeken mijn verzoek door te geven.
De Voorzitter. – Dank u wel, mijnheer Obermayr. Wij hebben nota genomen van uw verzoek en zullen deze kwestie laten onderzoeken.
Marian-Jean Marinescu, namens de PPE-Fractie. – (RO) Zoals de heer Böge al zei, verbindt het Verdrag van Lissabon de Europese Unie aan nieuwe prioriteiten. Het is dan ook noodzakelijk de vereiste financiële middelen veilig te stellen die nodig zijn om de doelstellingen te verwezenlijken en het EU-beleid op dit gebied ten uitvoer te leggen. Deze situatie vereist uiteraard een brede evaluatie, die alle aspecten zal omvatten op het gebied van de uitgaven en de financiering van de Europese Unie, met inbegrip van technische en beleidsaanpassingen van het meerjarig financieel kader en het interinstitutioneel akkoord, evenals de herziening van bepaalde kredieten uit de begrotingen waarover voor de periode tot 2013 overeenstemming is bereikt.
We moeten echter niet vergeten dat we ons midden in een economische crisis bevinden en dat we alle mogelijke middelen moeten inzetten om deze crisis te overwinnen. Naast de brede evaluatie, die zorgvuldig en gedetailleerd moet worden uitgevoerd, denk ik dat tevens een pragmatische aanpak vereist is om de taken die voor ons liggen te vergemakkelijken en ons te helpen sneller uit deze periode te geraken. Zoals de voorzitter van de Raad al aangaf, denk ik dat geld dat nog niet is besteed, opnieuw moet worden toegewezen aan sectoren die werkgelegenheid creëren en helpen de crisis te boven te komen. Aanvullende fondsen zijn niet nodig; het enige dat we moeten doen, is fondsen die niet zijn gebruikt opnieuw toewijzen.
Binnen de Europese programma’s dienen de lidstaten de mogelijkheid te hebben middelen te verplaatsen van sectoren met te weinig vraag naar sectoren waar de vraag groter is gebleken dan de beschikbare fondsen. Bovendien zijn sinds 2007 verschillende initiatieven goedgekeurd, zoals het oostelijk partnerschap en de toekomstige Donaustrategie. De herziene toewijzing van middelen aan dergelijke instrumenten zou, samen met de bijdrage van elke betrokken lidstaat, een aanzienlijke bijdrage leveren aan de lancering en tenuitvoerlegging van projecten die van groot belang zijn voor de lidstaten die in de regio gelegen zijn, en niet alleen voor die landen.
Eider Gardiazábal Rubial, namens de S&D-Fractie. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, de laatste paar maanden worden in het Europees Parlement erg belangrijke debatten gevoerd.
We zijn bezig met het vormgeven van niets meer en niets minder dan de toekomst van de Europese Unie. Wij praten bijvoorbeeld over de Europa 2020-strategie, die moet voorkomen dat wij op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie, werkgelegenheid, mondiale concurrentiekracht en het milieu achterop raken. Ik wil graag weten of de Commissie en de Raad geloven dat deze doelstellingen kunnen worden bereikt zonder een aanzienlijke vergroting van de communautaire begroting, of dat wij opnieuw niet verder komen dan het uiten van mooi klinkende verklaringen.
We mogen ook niet vergeten – en daar is hier al op gewezen – dat een paar maanden geleden het Verdrag van Lissabon in werking is getreden en dat als uitvloeisel daarvan de Europese dienst voor extern optreden is gelanceerd, waar eveneens kosten aan zijn verbonden. Hoe gaan wij die financieren?
Dat zouden wij in ieder geval niet moeten doen op de manier zoals die helaas door enkelen hier wordt voorgesteld en die de Commissie toepast in het zojuist ingediende ontwerp van gewijzigde begroting voor het compenseren van bananenexporterende ACS-staten met een bedrag van in totaal 190 miljoen euro over een periode van vier jaar. Vindt u nou werkelijk dat de nakoming van deze verbintenis ten koste moet gaan van andere soorten hulp aan derde landen? Gaan we werkelijk nieuwe verbintenissen financieren door te snoeien in bestaande?
Volgens mij zijn de behoeften duidelijk en zouden de antwoorden dat eigenlijk ook moeten zijn. Voor degenen die toch nog twijfels hebben, breng ik in herinnering wat de Raad bij de goedkeuring van het huidige financiële kader zei. Ik zal letterlijk citeren: “Het steeds hogere tempo van de globalisering en de snelle technologische veranderingen blijven nieuwe kansen bieden en uitdagingen opleveren. Tegen deze achtergrond is de Europese Raad het erover eens dat de EU toe is aan een alomvattende herziening van het financiële kader, zowel wat betreft de inkomstenzijde als wat betreft de uitgavenzijde, teneinde de modernisering voortdurend te ondersteunen en te stimuleren. Derhalve verzoekt de Europese Raad de Commissie een volledige, alomvattende en brede evaluatie te verrichten, waarin alle aspecten van de EU-uitgaven, met inbegrip van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en van de inkomsten, met inbegrip van de korting voor het Verenigd Koninkrijk, aan bod komen, en daarover in 2008/9 verslag uit te brengen.”
Nu is het medio 2010, en het Parlement moet de andere twee instellingen een mondelinge vraag stellen om te weten te komen of ze de toezegging nog gaan nakomen die ze eigenlijk vorig jaar al hadden moeten nakomen.
Het is al gezegd, en misschien klopt het in zekere zin ook wel: we verkeren in een moeilijke economische situatie; we zitten in een economische crisis waarin de meeste landen op hun begrotingsuitgaven bezuinigen en het onredelijk zullen vinden als om meer geld voor de Europese Unie wordt gevraagd. Ik zou hierover twee opmerkingen willen maken.
Ten eerste, de besnoeiingen die de lidstaten doorvoeren, zijn bedoeld om hun begrotingstekort te verminderen. De begroting van het Europees Parlement en de EU heeft echter geen tekort, en de Verdragen staan dat ook niet toe.
Ten tweede, en dit is veel belangrijker, als we werkelijk in het Europese project geloven en er als Europa toe willen blijven doen, dan moeten we nu reageren. Er zullen winnaars en verliezers zijn. Als we niet bij de laatste groep willen horen, moeten we nu een duidelijke en ambitieuze strategie formuleren.
Ik hoop dat het dan niet bij een intentieverklaring blijft. Dat mogen we niet toestaan.
Anne E. Jensen, namens de ALDE-Fractie. – (DA) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik de Raad eraan herinneren dat het de Raad was die van mening was dat we een tussentijdse evaluatie moesten houden. Het was de Raad die wilde dat we halverwege deze periode zouden bekijken of de middelen eventueel op een andere manier konden worden gebruikt, of we de besteding van de middelen konden herzien. Nu zegt de Raad: daar willen we liever niet over praten. De bal ligt bij de Commissie. De Commissie zegt dat zij natuurlijk al naar de middelen gekeken heeft en naar hoeveel flexibiliteit er is. Daarnaast zou ik de heer Lewandowski willen bedanken, omdat we een uitstekend verslag hebben dat aantoont dat er, al met al, helemaal geen flexibiliteit is.
Dit betekent dat we ons in feite moeten herpakken en moeten bekijken wat de mogelijkheden zijn. We moeten niet alleen bekijken hoeveel flexibiliteit er is, maar ook of er programma’s zijn die niet functioneren. Zijn er mogelijkheden om besparingen door te voeren? Vermoedelijk was dit ook de bedoeling van de Raad. Zijn er mogelijkheden om andere prioriteiten te stellen? We denken immers niet alleen na over het feit dat we meer geld nodig hebben, maar ook over eventuele manieren om het geld beter te benutten. Dat zou ook nog een mogelijkheid kunnen zijn. Moeten we dit debat niet eens gaan voeren? De problemen worden niet noodzakelijkerwijs vanzelf opgelost door er niet over te praten. Het zou een goed idee zijn om het initiatief te nemen tot dit debat.
Ik heb me verbaasd over de bereidheid van de lidstaten de laatste tijd om bij te dragen buiten de begroting van de EU om. Ik heb het Communautair Bureau voor visserijcontrole in Vigo bezocht. Dit bureau heeft een boot gecharterd voor visserijcontrole, en die boot hebben ze hard nodig. De lidstaten willen hiervoor graag betalen, maar dan buiten de begroting om. Ik kan u zeggen dat het veel bureaucratie met zich meebrengt wanneer een dergelijk klein bureau bij 27 lidstaten geld moet inzamelen. Dit is dus niet de juiste weg. We moeten ons hoofd niet langer in het zand steken. We moeten een eerlijk debat voeren over deze kwestie en bekijken hoe we de problemen op kunnen lossen.
Helga Trüpel, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris Lewandowski, mijnheer Espadas Moncalvillo, ik ben teleurgesteld over zowel het antwoord van de Spaanse fungerend voorzitter van de Raad van vandaag als over het antwoord van commissaris Lewandowski.
U bent aan het zwartepieten. Mijnheer Espadas Moncalvillo zegt: ja, we hebben een voorstel van de Commissie nodig. Vervolgens zegt commissaris Lewandowski geheel terecht: wij hebben een politieke visie voor de toekomst van de Europese Unie nodig. Hij vertelt ons echter niet hoe die eruit zou moeten zien. Het enige wat hij vandaag weer zegt, is: ja, daar moeten we over praten, en we zullen een document presenteren. Commissie en Raad, u hebt jarenlang de tijd gehad om vaart te zetten achter dit politieke initiatief. Mag ik u eraan herinneren dat in 2006 de meerderheid van het Europees Parlement heeft ingestemd met de huidige financiële vooruitzichten, op voorwaarde dat er een tussentijdse evaluatie zou worden uitgevoerd en dat alle inkomsten en alle uitgaven onder de loep zouden worden genomen. De Oostenrijkse bondskanselier Schüssel heeft destijds gezegd: "Als we geen nieuw systeem invoeren, zullen we elkaar bij de volgende financiële vooruitzichten naar de keel vliegen." Wij moeten een einde maken aan de Britse korting, en we moeten werkelijk weten waar we staan in onze politieke doelstellingen, maar we moeten het uiteraard ook eens worden over onze begroting. Dat hebben we tot dusver niet weten te realiseren, en dat betreur ik ten zeerste. Wat we daadwerkelijk nodig hebben, is een debat over de vraag waar de Europese begroting mee gefinancierd moet worden. Hebben we bijvoorbeeld geen CO2-belasting en een financiële transactiebelasting nodig, juist om nieuwe belastingen ten laste van de burgers te voorkomen en een transparante basis voor de Europese begroting te creëren?
Ten aanzien van de inkomsten geeft iedereen te kennen dat het zo niet verder kan met het landbouwbeleid, zeker niet na de health check-studie, en dat het landbouwbeleid milieuvriendelijker en duurzamer moet worden. Daarvan hebben we tot dusver niets in de voorstellen teruggezien. Wat betreft de structuurfondsen is het, als we van klimaatbeleid spreken, duidelijk dat we ook ons structuurbeleid moeten herzien en dat dit duurzamer moet worden als we onze eigen doelstellingen op het gebied van klimaatbeleid serieus willen nemen.
Dat geldt ook voor alle doelstellingen van het onderwijsbeleid, met andere woorden de Europa 2020-strategie. Of denk aan het onderzoeksbeleid: als wij het talent in Europa op een andere manier willen stimuleren en meer in intelligentie en onderwijs willen investeren, moet dat toch in de volgende financiële vooruitzichten worden weerspiegeld. En als we een verantwoordelijke rol in het buitenlands beleid en in crisispreventie willen spelen, moet dat eveneens in de Europese begroting tot uitdrukking komen. We weten nu allemaal dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het terugdringen van hun schulden. Desalniettemin moeten we een Europees bewustzijn voor onze gemeenschappelijke mondiale belangen hebben, en dat moet in de volgende financiële vooruitzichten zichtbaar zijn. Wij mogen niet nog meer tijd verliezen, want we hebben al vele jaren aan de oude structuren verspild. Daarom moeten we nu dringend deze evaluatie in gang zetten zodat we dan daadwerkelijk onze nieuwe prioriteiten kunnen vaststellen.
Jacek Włosowicz, namens de ECR-Fractie. – (PL) Het begrotingsperspectief voor de periode 2007-2013, dat in 2006 door het Europees Parlement werd goedgekeurd, is ongetwijfeld een succes van de hele Gemeenschap. Ik zeg succes, omdat een financieel kader dat voor zes jaar is vastgelegd een nieuwe stap vormt in de richting van een steeds sterkere integratie van de afzonderlijke lidstaten. Ik hoef niemand te herinneren aan het belang van het cohesiebeleid - vooral op het vlak van de interne aangelegenheden van de Europese Unie - dat in hoge mate bijdraagt tot een hogere levensstandaard en dit voornamelijk in de twaalf landen die onlangs zijn toegelaten. We mogen uiteraard ook de middelen niet vergeten die zijn voorbestemd voor de ontwikkeling van het concurrentievermogen van de Europese economie en de financiële middelen die zijn vrijgemaakt voor de landbouw.
De laatste tijd heeft men het er steeds vaker over om meer middelen toe te kennen, onder andere ter bevordering van het innovatievermogen en de ontwikkeling van groene technologieën. Dit zijn ongetwijfeld belangrijke kwesties voor de EU-economie, vooral nu in deze tijden van crisis. Dergelijke aankondigingen wekken echter grote onrust bij landen als Polen, aangezien er reëel gevaar dreigt dat er minder middelen zullen worden vrijgemaakt ten behoeve van het cohesiebeleid, dat in principe een van de hoekstenen van de Europese Unie is. Daarom dient alles in het werk te worden gesteld om te voorkomen dat het EU-beleid niet datgene verliest wat hiervoor het belangrijkste is.
We moeten er uit alle macht naar streven om de negatieve verschillen en schrille sociale wanverhoudingen te elimineren en ondertussen respect en begrip blijven tonen voor de verschillen tussen de regio’s. Alleen een Europa van gelijke kansen zal in de internationale arena worden gerespecteerd en als partner meetellen voor de belangrijkste politieke en economische grootmachten van de wereld van vandaag.
Bijgevolg heb ik ook een vraag: zou een herziening van het meerjarig financieel kader onder invloed van de huidige financiële en economische problemen kunnen leiden tot een inbreuk op het fundamentele Europese solidariteitsbeginsel en de landen treffen die het laatst zijn opgenomen in de EU-structuren?
Marta Andreasen, namens de EFD-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, de herziening van het meerjarig financieel kader komt in een periode dat Europa in een ernstige economische en financiële crisis verkeert. Wij zijn daarom niet in staat om aan de vereisten van het Verdrag van Lissabon en de Europa 2020-strategie te voldoen.
De voorzitter van de Europese Commissie heeft op dramatische toon verklaard dat wanneer de schuldencrisis niet snel wordt aangepakt de mogelijkheid bestaat dat Griekenland, Spanje en Portugal over een tijdje geen democratie meer zijn. Niemand gelooft toch dat deze landen een verhoging van de EU-begroting kunnen financieren, of dat de overige lidstaten in een dusdanige financiële positie verkeren dat ze niet alleen die drie landen voor faillissement kunnen behoeden, maar ook nog eens een verhoging van de EU-begroting kunnen financieren? Natuurlijk niet. Er zullen nu moeilijke keuzes moeten worden gemaakt om een verlaging van de begroting mogelijk te maken. Het is tijd dat een streep wordt gezet door inefficiënte programma’s, waarmee de huidige EU-begroting vol staat.
Daniël van der Stoep (NI). - Voorzitter, over de verordening en het meerjarig financieel kader heb ik een tijdje geleden aan de Raad en de Commissie schriftelijke vragen gesteld die met name gingen over het voorgestelde artikel 8, lid 3, van deze verordening en over de uitspraak van het Europees Hof van 6 mei 2008 in zaak C-133/06. De Raad zei dat hij de verordening nog in behandeling had en ik wil dus graag weten of hij inmiddels een standpunt heeft over dit artikel 8, lid 3.
De Commissie daarentegen stelt dat de verordening, en dus artikel 8, lid 3, geen tweede rechtsgrondslag heeft en verwijst daarbij naar artikel 312 van het Verdrag van Lissabon. Zou de Commissie daar nog eens verder op kunnen ingaan? Mij heeft ze immers nog niet overtuigd. Ik zie hier overduidelijk een tweede rechtsgrondslag, want er wordt niet gesproken over unanimiteit in de Raad, die door artikel 312, lid 2, wel vereist is. Er wordt dus naar mijn mening een illegaal besluitvormingsproces gecreëerd dat verboden is door het Hof in eerder genoemd arrest. Overigens wil ik benadrukken dat de passerellebepaling van artikel 312, lid 2, in ieder geval door het Nederlandse parlement in november 2009 is geblokkeerd en geen optie kan zijn.
Salvador Garriga Polledo (PPE). – (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik verwelkom de Raad en de commissaris.
We gaan het zwaartepunt verleggen. In de ontwerpbegroting voor 2011 wordt voor de 2020-strategie over een bedrag van 58 miljard euro gesproken, oftewel zo’n 40 procent, voor de financiering van zeven “vlaggenschepen”, zoals de Commissie deze initiatieven noemt. Voor cohesie en natuurlijke hulpbronnen wordt daarentegen gesproken over 85 procent van het totaal begrote bedrag.
Bovendien wordt nergens in de 2020-strategie het woord ‘cohesie’ of het woord ‘landbouw’ gebruikt als rubrieken uit de ontwerpbegroting voor 2011. Dat betekent dat er in de begroting ‘grijze zones’ en overlappingen zullen zijn, want iedereen zal denken dat het cohesie- en landbouwbeleid in de 2020-strategie horen. Dat zal zorgen voor spanningen tussen de lidstaten en zal, zoals tot nog toe altijd is gebeurd, tot inofficiële voorstellen leiden die plotseling verschijnen, worden bekritiseerd en vervolgens in de onderste la verdwijnen.
Mijnheer de commissaris, de Raad heeft ook nieuwe toezeggingen gedaan die buiten het huidige meerjarig financieel kader vallen, zoals de voedselfaciliteit, Galileo, het programma voor economisch herstel, de internationale thermonucleaire experimentele reactor, financieel toezicht en het plan voor financiële stabilisatie, die ons ver verwijderen van het meerjarig financieel kader dat we in december 2005 hebben aangenomen.
We willen op de eerste plaats weten of al deze “vlaggenschepen” kunnen worden gefinancierd zonder dat dat ten koste gaat van het landbouw- en cohesiebeleid, en of we voor de financiering van de nieuwe prioriteiten van de Raad te maken zullen krijgen met besnoeiingen op traditionele beleidslijnen. Het speciaal comité voor het volgende meerjarig financieel kader begint in juli met zijn werkzaamheden.
Mijnheer de commissaris, wij kunnen niet zonder herziening. Die herziening – en dit zeg ik in het bijzonder tegen enkele collega’s die de zaal al hebben verlaten – hoeft niet noodzakelijkerwijs een verhoging van de middelen te behelzen. Wellicht kan worden volstaan met een herstructurering. Mijnheer de commissaris, we hebben deze herziening nodig, juist omdat de instelling van het speciaal comité en het opstellen van deze financiële herziening naast elkaar moet kunnen gebeuren.
Andrea Cozzolino (S&D). – (IT) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega's, de economische, sociale en financiële crisis van de laatste maanden en jaren, het nieuwe Verdrag van Lissabon met zijn nieuwe taken en de uitdaging waar we onszelf met Europa 2020 voor hebben geplaatst, vereisen de mobilisatie van nieuwe en enorme financiële middelen.
De paradox waar we, ook in dit debat, getuige van zijn is dat in de huidige toestand zowel de Commissie als de Raad lijken te zwijgen en niet in staat zijn om keuzen te maken en te beslissen. We weten echter dat als we uit deze moeilijke economische en sociale fase willen komen, als we de grote problemen van het milieu en de landbouw en van de ontwikkeling van het cohesiebeleid de komende jaren willen aanpakken, we meer in Europa en in Europa's functie moeten investeren, en dus in de essentiële functie van Europa: in haar begroting.
Daarom moeten we niet bang zijn om – zelfs in een fase van budgettaire beperkingen – te discussiëren over het idee om meer in de middelen te investeren, en om de kracht en het vermogen te hebben om een debat en een discussie op gang te brengen over verhoging van de middelen en een effectiever en flexibeler gebruik van de middelen. Dat is de uitdaging die voor ons ligt.
Martin Ehrenhauser (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, deze herziening is dringend noodzakelijk. Deze komt enkele jaren te laat, en als gevolg van deze vertraging wordt de Europese Commissie uiteraard ook steeds opnieuw door de politieke realiteit ingehaald. Deze veranderingen die het Verdrag van Lissabon teweeg heeft gebracht, moeten nu uiteraard ook in het licht van de financiële en economische crisis worden bekeken.
Als de commissaris steeds weer aangeeft dat we politieke doelen en prioriteiten moeten stellen, dan kan ik hem zeggen wat mijns inziens prioriteit moet krijgen: dat zijn bezuinigingen, in het bijzonder bezuinigingen op administratieve uitgaven onder rubriek 5.
We hebben te maken met een situatie waarin we niet eens exact weten hoe hoog de administratieve uitgaven van de Europese Unie zijn. De administratieve uitgaven van de EU-agentschappen, van de gedecentraliseerde agentschappen worden niet in rubriek 5 vermeld. Dat brengt mij bij mijn vraag: wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat we nu eindelijk eens transparantie in onze administratieve uitgaven krijgen? En wat gaat u concreet ondernemen om deze administratieve uitgaven de komende tijd drastisch te verlagen?
José Manuel Fernandes (PPE). - (PT) In zijn resolutie over de begroting voor het lopende jaar heeft het Europees Parlement zijn goedkeuring gehecht aan de mogelijkheid van verlenging van het meerjarig financieel kader 2007-2013 tot 2015-2016. We weten allemaal dat de lidstaten snijden in investeringen in een poging de tekorten onder controle te krijgen en de overheidsschulden terug te dringen. De achterstanden bij de uitvoering van de EU-fondsen zullen daardoor alleen nog maar verder toenemen. Deze middelen zijn echter van cruciaal belang voor de sociale, economische en territoriale cohesie.
Zijn de Commissie en de Raad daarom, evenals het Parlement, bereid om het meerjarig financieel kader te verlengen tot 2015-2016? We moeten de uitdagingen waar we ons voor gesteld zien, door globalisering, vergrijzing en klimaatverandering, het hoofd zien te bieden. Ik ben ervan overtuigd dat we met de implementatie van de 2020-strategie op de goede weg zijn en dat we de werkgelegenheid, de levensstandaard en ons sociaal model zullen kunnen redden. Maar hoe kunnen we de begroting van de Europese Unie ophogen om deze investeringen te kunnen doen? In het jaar 2009 bedroeg het overschot meer dan 2,2 miljard euro. Zijn de Commissie en de Raad bereid deze overschotten op de begroting van de Europese Unie aan te wenden om de begroting van het volgende jaar aan te vullen, of deze middelen in een fonds te storten waaruit de prioriteiten van de Europese Unie gefinancierd kunnen worden?
Hoe willen zij, ten aanzien van het Parlement, te werk gaan bij het vaststellen van de prioriteiten van de Europese Unie? Zijn zij voor het opstellen van een duidelijk overzicht van de prioriteiten van de Europese Unie, zodat we op transparante wijze en in consensus kunnen besluiten wat we ondersteunen, concreet en met de bijbehorende financiële middelen, en wat we ondersteunen om zuiver politieke redenen, maar zonder gevolgen voor de begroting?
Estelle Grelier (S&D). – (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, het is jammer dat de Europese begroting, die een symbool zou moeten zijn van solidariteit en de wens om samen op te treden, een star instrument is geworden dat de burgers niet begrijpen, dat onvoldoende beantwoordt aan de verwachtingen van de Europese samenlevingen, en dat niet kan worden ingezet om de sociale gevolgen van de crisis te bestrijden.
Vanuit dit gezichtspunt gaat er geen dag voorbij zonder dat de media of een hooggeplaatste politicus zich uitlaten over de noodzaak van een krachtigere Europese begroting. Er is sprake van toenemende spanning tussen inkomsten die te bescheiden en te afhankelijk van bijdragen van de lidstaten zijn enerzijds en het geld dat de Unie nodig heeft om groei te genereren anderzijds. Zo presenteert de Commissie in de ontwerpbegroting voor 2011 simpelweg een manoeuvreerruimte van vijftig miljoen euro voor nieuwe projecten die verband houden met werkgelegenheid en mededinging tussen bedrijven, die toch topprioriteit zijn. De herziening van het financiële raamwerk is daarom een serieuze toekomstige krachtproef voor de Unie als we van haar een werkelijke politieke en economische grootmacht willen maken en ook, bovenal, een speler die dichter bij zijn burgers staat nu 25 miljoen van hen door werkloosheid worden getroffen.
Lambert van Nistelrooij (PPE). - Voorzitter, het debat naar aanleiding van de vraag van de heer Böge levert eigenlijk niet zo heel veel op. De voorziene tussentijdse herziening is er niet gekomen en wat er nu wordt toegezegd, is ook buitengemeen mager. In dat verband moeten we ook vanuit het Parlement mee sturen. Ik wil u een drietal suggesties meegeven.
In de eerste plaats, als er geen nieuw geld is moeten we gewoon herprioriteren binnen de budgetten. We moeten goed kijken waar het grote geld zit binnen de landbouw en binnen het Cohesiefonds en dat veel meer focussen op de afspraken rond EU-2020 en de andere behoeften.
Ten tweede moet er meer flexibiliteit komen, dat is ook al door de commissaris aangegeven. Anders hadden we nooit het geld bij elkaar gekregen voor het herstelplan in het kader van de crisis. We moeten meer zoeken waar nog ruimte zit en waar we het geld anders zouden kunnen inzetten.
Ten derde moeten we ook innoveren. Zo hebben we bijvoorbeeld gebruik gemaakt van het overbrengen van geld uit het zevende kaderprogramma voor onderzoek naar de EIB. Vervolgens zijn daarmee achtergestelde leningen aan het bedrijfsleven en de universiteiten verstrekt, waarmee je op dit moment van de crisis een geweldige schwung geeft aan investeringen in de komende jaren.
Ik wil graag weten hoe u de zaak aanpakt, hoe u inhoud en geld aan elkaar koppelt. En ook: ga eens mee met de gedachten die in dit Parlement al zo vaak zijn geuit.
Mairead McGuinness (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil mijn collega Reimer Böge bedanken voor zijn vragen en dit debat over de begroting.
Eerder vandaag hebben we gestemd over de begroting voor 2011, en we weten allemaal hoe moeilijk het was om binnen de zeer smalle marges van de begroting te manoeuvreren. We weten ook dat we een tussentijdse evaluatie van de begroting zouden krijgen. Met betrekking tot de officieuze nota van de Commissie die ik heb gelezen, wil ik vragen wat voor status die nu heeft. Ik weet dat ik enigszins van het onderwerp afwijk, maar behoren enkele van de ideeën daarin nog steeds tot het raamwerk voor verdere discussie van de Commissie? Ik maak me vooral zorgen over de houding ten aanzien van de landbouwuitgaven en pogingen om dat beleid opnieuw te nationaliseren.
Anderen hebben natuurlijk gesproken over de realiteiten van de begrotingen en regeringen van de lidstaten en over de zorgen met betrekking tot het zoeken naar aanvullende financiering nu alle lidstaten financiële en economische problemen hebben. Als we echter meer Europa willen hebben, hebben we meer middelen nodig. Een van de grote moeilijkheden die we in dit Parlement hebben, is naar mijn mening dat we de waarde van een begroting voor de Europese Unie en de functie daarvan onvoldoende bekend hebben gemaakt.
Zoals u weet, hebben we vandaag ook gestemd over het Globaliseringsfonds. Als burgers in nood zijn, of dat nu door een overstroming of een werkgelegenheidscrisis komt, wenden ze zich tot de Europese Unie voor steun, en ze wenden zich tot de EU voor begrotingssteun. Dat geeft de Europese Unie solidariteit, en dat is van onschatbare waarde. Ik denk dat we ons daarvan bewust moeten zijn.
Als we euro’s blijven tellen in plaats van te kijken naar wat we proberen te bereiken in de Europese Unie, beperken we naar mijn mening onze toekomstvisie als het gaat om datgene wat we belangrijk vinden in de Europese Unie. Misschien is de vergelijking met een taart hier op zijn plaats – de mensen zien de begroting van de Europese Unie als een taart. Als we er meer eisen aan stellen, moeten we de punten steeds smaller snijden, tenzij we de middelen verhogen.
Giovanni La Via (PPE). – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, voorzitter van de Raad, commissaris, de herziening van het meerjarige financiële kader is een proces dat essentieel is voor de toekomst van de Unie.
Het Verdrag van Lissabon geeft de Europese Unie een reeks nieuwe verantwoordelijkheden, en daarvoor zijn middelen absoluut noodzakelijk. In het licht van het huidige meerjarige financiële kader en de gereduceerde marges in de diverse rubrieken lijkt het me echter niet dat we die nieuwe verantwoordelijkheden kunnen financieren.
In een economische crisis zoals we die nu doormaken, is het onwaarschijnlijk dat lidstaten hun bijdragen zullen vergroten, maar we kunnen het huidige economische kader herzien. Dit betekent dat we kunnen zien hoe we het beste gebruik kunnen maken van de middelen waarover we wél beschikken. In deze context is het dus noodzakelijk om het nieuwe meerjarige financiële kader opnieuw te bestuderen, omdat de alternatieve optie van het hoofd in het zand steken om het probleem niet te zien mij niet de beste strategie lijkt om het probleem aan te pakken.
Silvia-Adriana Ţicău (S&D). – (RO) Mijnheer de commissaris, u zegt terecht dat het meerjarig financieel kader 2007-2013 en de herziening daarvan een politieke visie moeten uitdragen. Voorts moeten wij de moed hebben deze nieuwe politieke visie te omarmen. De EU 2020-strategie moet de basis vormen van zowel de herziening van het financiële kader als de financiële vooruitzichten voor de toekomst.
Helaas heeft de economische en financiële crisis gevolgen voor de zowel de EU-begroting als de nationale begrotingen. Daarnaast hebben we oplossingen nodig voor de sociale crisis, die als gevolg van de economische en financiële crisis is ontstaan. De tussentijdse evaluatie van het meerjarig financieel kader biedt een goed uitgangspunt voor het economisch herstel van de Europese Unie.
Ik wil met name de ontwikkeling van de vervoersinfrastructuur en de energie-efficiëntie in gebouwen noemen. In april 2009 hebben we de verordening aangepast, zodat alle lidstaten 4 procent van de EFRO-toewijzing kunnen gebruiken voor energie-efficiëntie in woningen en voor het bouwen van sociale woningbouw. Is de Commissie, samen met de lidstaten, al begonnen met het aanpassen van de operationele programma’s om de absorptie van Europese middelen te verbeteren?
Edit Herczog (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, denkt u, commissaris, dat het Verdrag van Lissabon de grootste politieke prestatie van ons Parlement is? Ik wel. Bent u het ermee eens dat de nieuwe bevoegdheden op grond van het Verdrag van Lissabon ons beste middel zijn om onze economie te moderniseren? Ik wel. Denkt u dat dit de manier is waarop wij werkgelegenheid en groei kunnen bewerkstelligen? Ik wel. Als u ook ‘ja’ antwoordt, net als ik, moet u het ermee eens zijn dat het beheren van het algemenere financiële kader en het leveren van de financiële middelen om onze doelstellingen die zijn vastgelegd in het Verdrag van Lissabon te bereiken de eerste prioriteit zou moeten zijn voor dit Parlement en ook voor de Raad en de Commissie.
Seán Kelly (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, volgens mij zei de commissaris aan het begin terecht dat we lering moeten trekken uit de financiële crisis en maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat dit niet nog een keer gebeurt.
Daar heeft hij absoluut gelijk in, en het Verdrag van Lissabon geeft ons natuurlijk meer grip op dergelijke situaties, want de echte les die we in het recente verleden hebben geleerd, is dat de politiek en de politici de zaak niet onder controle hadden, dat we bankiers, regelgevers en ratingbureaus hun gang hebben laten gaan, en nu zien we wat daar de gevolgen van zijn.
We moeten ervoor zorgen dat dat nooit meer gebeurt, en wij als politici, in het bijzonder hier in de Europese Unie, moeten de controle terugkrijgen, want wij horen de controle te hebben en alle anderen moeten zich daaraan houden, de wet naleven en ervoor zorgen dat er elke dag deugdelijke werkwijzen worden gehanteerd.
Luis Espadas Moncalvillo, fungerend voorzitter van de Raad. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik wil graag op enkele bijdragen kort reageren. Niet op allemaal. Dat zou onbegonnen werk zijn.
Ik wil met name reageren op de bijdrage van de heer Lewandowski. Ik deel zijn bezorgdheid over het feit dat op dit moment van economische onzekerheid en moeilijkheden zowel de lidstaten als de Europese Unie zelf alle beschikbare middelen moeten gebruiken voor het bestrijden van de werkloosheid en het zo snel mogelijk beëindigen van de crisis.
De heer Marinescu zou ik willen zeggen dat de Raad inderdaad heeft besloten, en in zijn richtsnoeren heeft vastgelegd, dat de intensievere rol van de dienst voor extern optreden niet tot hogere kosten mag leiden. Met andere woorden: het mag in geen geval leiden tot uitgavenstijging en het toewijzen van meer middelen aan deze dienst. In plaats daarvan moet het beginsel van begrotingsneutraliteit worden gehandhaafd.
Aan mevrouw Gardiazábal Rubial zou ik willen zeggen dat het huidige begrotingskader voldoende flexibiliteitsmechanismen bevat om enkele van de initiatieven die zij voorstelt te kunnen dekken en dat de EU-begroting geen tekort heeft. Maar de EU is natuurlijk afhankelijk van de bijdragen van de lidstaten, en met name van de BNI-middelen. Het valt gemakkelijk te begrijpen dat een intensiever gebruik van deze middelen de situatie van individuele lidstaten zou verslechteren, een situatie die, zoals u allemaal weet, toch al erg zwak is. Deze middelenbron gebruiken om het EU-budget te vergroten, zou bijgevolg niet zijn te rijmen met de huidige crisissituatie.
Dit betekent echter niet dat geen uitzonderlijke omstandigheden kunnen bestaan of ontstaan waarin een herziening kan worden overwogen, zoals in deze programmeringsperiode al verscheidene keren is gebeurd. Maar dan moeten wel eerst andere financieringsmogelijkheden zijn overwogen.
Mevrouw Trüpel zou ik willen zeggen dat het op eerste gezicht misschien lijkt of de Commissie de Raad verwijt onvoldoende precies te zijn over de noodzaak van het wijzigen van het financieel kader of het pad dat daarvoor moet worden gevolgd. Op zijn beurt zou de Raad de Commissie kunnen verwijten dat er nog geen document is dat als basis voor een dergelijke herziening zou kunnen fungeren. Feit is – en ik heb dit al eerder gezegd – dat we allemaal te maken hebben met een zeer complexe macro-economische situatie, die vraagt om twee dingen: ten eerste, prioriteit geven aan de oplossing van problemen op nationaal niveau, en ten tweede, handhaven van de inspanningen op het niveau van de EU, zoals die nu in het huidige financieel kader zijn neergelegd, zonder veranderingen, zolang geen voldoende onderbouwde studie voorhanden is waarover overeenstemming bestaat.
Richting de heer Wlosowicz wil ik benadrukken dat ik net als hij volledig achter het cohesiebeleid sta. De Raad heeft dit beleid altijd verdedigd als een embleem van de Europese Unie en een platform voor het bereiken van de convergentiedoelstellingen die de EU zich heeft gesteld. Laat er dus geen misverstand over bestaan dat de Raad altijd volledig achter dit beleid zal staan.
Mevrouw Andreasen wil ik zeggen dat ik het inderdaad met haar eens ben dat de EU-middelen in de huidige situatie niet kunnen worden uitgebreid. We moeten ons dus beperken tot de beschikbare middelen. Dat betekent, zoals ik al in mijn eerste inbreng heb gezegd, dat we moeten herprioriteren en realloceren, zodat middelen steeds efficiënter worden besteed en doelstellingen op de meest intelligente wijze worden gerealiseerd.
Dit betekent absoluut niet dat daardoor in de landen die u hebt genoemd nu de democratie gevaar loopt. Zelfs de mogelijkheid van het ontstaan van een dergelijk gevaar, hoe onwaarschijnlijk ook, moeten we voorkomen.
De heer Van der Stoep kan ik zeggen dat wij de Commissie gaan voorstellen om voor de verordening betreffende het financieel kader naar de mogelijkheid van flexibiliteit te kijken.
De heer Cozzolino verwijs ik naar het standpunt dat ik hierover eerder tot uitdrukking heb gebracht: bij de huidige stemming zal het voor de lidstaten, die zich enorm inspannen om hun begrotingstekort te verminderen, moeilijk zijn om meer geld in de EU-begroting te steken.
De heer Ehrenhauser zou ik willen zeggen dat we rubriek 5 gaan herprioriteren en de aan deze rubriek toegewezen middelen zoveel mogelijk gaan realloceren en de omvang ervan zullen beperken, mits dit geen negatieve gevolgen heeft voor de uitgavenbeheersing of voor de intelligente en efficiënte toewijzing van kosten. Deze maatregel maakt deel uit van de algemene ontwikkeling naar meer flexibiliteit en prioritering waar ik zo-even over sprak.
De heer Fernandes zeg ik dat we het meerjarig financieel kader in geen geval zullen uitstellen. Integendeel, alles verloopt volgens plan, en het nieuwe financiële kader zal op tijd worden aangenomen.
Richting mevrouw McGuinness herhaal ik wat ik onder meer de heer Cozzolino heb gezegd: gezien de tekorten, de verslechterende economische situatie en de moeilijkheden waarin veel landen verkeren, kunnen op dit moment niet meer middelen worden toegewezen. Dus moeten we proberen de beschikbare middelen beter te besteden.
Ook wil ik erop wijzen, in antwoord op een eerdere spreker, dat de EU-begroting is aangepast om het hoofd te kunnen bieden aan de crisis en aan de sociale uitdagingen die daardoor zijn ontstaan. Kijk bijvoorbeeld naar het Europees plan voor economisch herstel. Het is zeker niet zo dat de nieuwe situatie die de laatste twee jaar is ontstaan, niet tot veranderingen in de begroting heeft geleid.
De resterende opmerkingen van de geachte afgevaardigden zal ik doorgeven aan de Raad. Ik dank u voor uw bijdragen, ook namens de Raad.
Janusz Lewandowski, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de leden bedanken voor hun interventies. Als ik naar uw opmerkingen luister, hoor ik een duidelijke stem voor een herziening, die u ziet als nieuw geld om de nieuwe uitdagingen te financieren. Aan de andere kant hoor ik ook bezorgdheid over de gevolgen van de huidige financiële crisis die de lidstaten dwingt tot ingrijpende bezuinigingen op de overheidsuitgaven.
Er waren veel vragen over deze evaluatie – die niet langer de tussentijdse evaluatie is, aangezien zij vertraagd is in overleg met de twee onderdelen van de begrotingsbevoegdheid. Zij komt in september en zal kwantificeringen bevatten van de nieuwe eigen middelen van de mogelijke alternatieven voor de nationale bijdragen die tot nu toe hebben gedomineerd. Het wordt eerder een politiek dan een technisch verslag, dat ook zal ingaan op de gevolgen van het Verdrag van Lissabon, waarvan mevrouw Herczog een groot voorstander is. Ik denk dat Lissabon niet alleen geassocieerd moet worden met extra administratieve uitgaven – zoals nu het geval is – en moet bewijzen dat het een toegevoegde waarde is, niet alleen als het gaat om nieuwe ambten en nieuwe typen administratieve uitgaven, die doorgaans het minst geliefd zijn bij de belastingbetalers in de Europese Unie.
Als het gaat om artikel 8, lid 3, dat door de Raad is geschrapt, moeten we flexibiliteit in de een of andere vorm verdedigen. Dat is de duidelijke conclusie van ons overleg sinds 2007. De heer Garriga Polledo heeft verschillende grote uitdagingen genoemd. Het gaat niet over toezichtinstanties, maar vooral over ITER, Galileo en andere grootschalige projecten, die moeilijk in het bestaande meerjarige kader te plaatsen zijn. We hebben echter kwantificeringen. Voor ITER is het heel duidelijk wat er in 2012-1013 binnenkomt. Voordat we een begroting opstellen, hebben we echter een verbintenis voor de lange termijn nodig om een oplossing te vinden.
Met betrekking tot het bestuur kan ik de heer Ehrenhauser geen volledige antwoorden over transparantie beloven, maar ik kan wel beloven dat wij bij de Commissie heel serieus zijn over nulgroei. Er komen geen nieuwe functies bij tot 2013. Zo zie ik de zelfbeperking die nodig is in tijden van crisis. Ik kan niet volledig ingaan op de vragen over het omgaan met overschotten binnen de huidige regeling, maar het kan een bijdrage zijn aan de bespreking van de regels van de volgende financiële vooruitzichten.
Mevrouw McGuinness stelde een vraag over de officieuze nota. Die is al vergeten, passé, hij bestaat niet! In oktober of november moeten er nieuwe nota’s verschijnen over de twee grote uitgavengebieden – cohesie en het gemeenschappelijk landbouwbeleid – en die moeten van een andere aard zijn dan het document dat is uitgelekt, de zogenoemde officieuze nota.
Ik verheug me op onze samenwerking bij de volgende stappen. De kalender is heel duidelijk, met de stemming over het Lissabonpakket in het Parlement in november en mogelijk een hoogtepunt in de bemiddeling. Dat wil zeggen een stemming in oktober en bemiddeling in november.
Reimer Böge, auteur. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, neemt u mij niet kwalijk, maar aangezien we nog twee minuten tijd over hebben tot het volgende agendapunt, wil ik nog twee slotopmerkingen maken.
Uit een aantal argumenten van de Raad begrijp ik de lastige situatie waarin de lidstaten zich bevinden. De antwoorden van de Raad weerspiegelen echter niet volledig de noden en de begrotingstechnische uitdagingen die de Europese Unie als geheel het hoofd moet bieden, noch haar toekomstige richting. Het is derhalve noodzaak dat we samenwerken.
Uit het antwoord van de commissaris maak ik op dat hij de deur op een kier heeft gezet voor verdere gesprekken, en wij zullen nu proberen een voet tussen de deur te krijgen. De Begrotingscommissie zal daarom overeenkomstig artikel 81 van het Reglement een tussentijds verslag inzake de instemmingsprocedure ten aanzien van de herziening van het meerjarig financieel kader presenteren, zodat de vergadering in september een onderhandelingsmandaat voor verdere gesprekken krijgt.
Het debat is gesloten (artikel 149).
Georgios Stavrakakis (S&D) , schriftelijk. – (EL) Het Verdrag van Lissabon geeft de EU nieuwe prioriteiten, terwijl de EU 2020-strategie ambitieuze doelstellingen bevat voor sectoren die van cruciaal belang zijn voor de toekomst van de EU, waardoor de gegevens waarop het huidig meerjarig financieel kader is gebaseerd veranderen. Met name de gevolgen van de recente economische crisis, die we nog niet geheel kunnen overzien en die alsmaar toenemen, hebben aangetoond dat de uitdagingen waarop wij een antwoord moeten vinden, van het ene jaar op het andere radicaal veranderen en aanpassingen vergen op elk niveau, als wij een effectief beleid willen voeren. Wij weten echter allen dat geen enkel nieuw beleid, geen enkel nieuw initiatief of programma van de EU kan worden uitgevoerd als daarvoor niet de noodzakelijke kredieten beschikbaar zijn. De marge in het huidig meerjarig financieel kader is heel klein, verstikkend zelfs zou ik zeggen, en biedt geen enkele manoeuvreerruimte voor de komende jaren. Veelzeggend is het feit dat met de huidige marges in de rubrieken 1a en 4 onvoorziene behoeften niet kunnen worden gedekt. Daarom is het hoogstnoodzakelijk het huidige meerjarig financieel kader onmiddellijk te herzien om de kredieten beschikbaar te maken die de EU nodig heeft om haar verbintenissen na te komen en het hoofd te bieden aan de groeiende eisen van de Europese burgers. Verloren tijd betekent verloren kansen.
(De vergadering wordt om 18.55 uur onderbroken en om 19.05 uur hervat)