Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2775(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0486/2010

Debatten :

PV 08/09/2010 - 13
CRE 08/09/2010 - 13

Stemmingen :

PV 09/09/2010 - 5.4

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0314

Debatten
Woensdag 8 september 2010 - Straatsburg Uitgave PB

13. De situatie van de rivier de Jordaan, met name de benedenloop (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de mondelinge vraag (O-0092/2010) van Paolo De Castro, Véronique De Keyser, Jo Leinen en Adrian Severin, namens de S&D-Fractie, aan de Commissie: De situatie van de rivier de Jordaan, in het bijzonder de benedenloop (B7-0452/2010).

 
  
MPphoto
 

  Paolo De Castro, rapporteur. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de rivier de Jordaan is van groot belang voor Jordanië, Israël en de Palestijnse gebieden, niet alleen vanuit milieuopzicht, maar ook vanuit landbouw- en economisch opzicht. De aantasting van deze rivier dient ons grote zorgen te baren.

Het is belangrijk te benadrukken dat 98 procent van de 1,3 miljard kubieke meter van het natuurlijk zoete water uit de benedenloop van de rivier elk jaar wordt ontrokken en lange stukken van de rivier droog zouden kunnen komen te staan. Dit zou niet alleen enorme schade betekenen voor de biodiversiteit, maar ook en vooral voor de toegang van de lokale bevolking tot waterbronnen. Verschillende internationale organisaties, waaronder de Euromediterrane parlementaire vergadering en de Amerikaanse Senaat, hebben de zeer verslechterde situatie van de rivier de Jordaan al aan de kaak gesteld.

Ook wij moeten op aandringen op maatregelen, niet alleen bij de lokale overheden en autoriteiten, maar ook bij de Raad, de Commissie en de lidstaten. Zij moeten technische en financiële steun bieden voor sanering van de rivier. Wij dienen met name, zoals vermeld in de gezamenlijke ontwerpresolutie, welke is ondertekend door alle fracties, die ik hierbij bedank voor hun hartgrondige steun, de Commissie te verzoeken een duidelijke en specifieke verwijzing naar dit project op te nemen in de actieplannen van het nabuurschapsbeleid met Israël, Jordanië en de Palestijnse Autoriteit.

Een eerste stap zou een gemeenschappelijke studie naar de situatie van de rivier de Jordaan kunnen zijn. We weten heel goed dat water een kostbaar en onvervreemdbaar goed is en daarom wil ik benadrukken dat een eerlijke verdeling van water betekent dat gelijke aandacht moet worden besteed aan de eisen van alle gemeenschappen in de regio. Dit is van groot belang voor het bereiken van duurzame vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten.

We zijn hoopvol over de hervatting van de vredesonderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen in de afgelopen dagen, aangezien waterbeheer bij deze onderhandelingen als een van de essentiële punten is aangeduid. Wij hopen dat er zo spoedig mogelijk een effectieve samenwerking komt tussen de overheden, lokale gemeenschappen en de organisaties van het maatschappelijk middenveld in de betrokken landen en gebieden om de benedenloop van de rivier de Jordaan te redden. Dit is niet alleen een plicht vanwege de enorme symbolische waarde van de rivier, maar vooral om de levensomstandigheden van de lokale gemeenschappen te verbeteren.

 
  
MPphoto
 

  Štefan Füle, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik dank u voor deze gelegenheid om de kritieke watersituatie in het Midden-Oosten te bespreken.

De Europese Unie is van mening dat we ons ernstige zorgen moeten maken over water in de regio en ik deel de zorgen van de geachte Parlementsleden volledig, aangezien deze regio wordt gekenmerkt door waterschaarste, waterstress en verslechtering van de kwaliteit van water. Deze situatie zal door de gevolgen van de klimaatverandering waarschijnlijk nog slechter worden.

We zijn ons bewust van de gevolgen die dit kan hebben voor de mensen in de regio, het milieu en de regionale veiligheid. De Europese Unie is van mening dat water een prioriteit voor de vrede in de regio is en deze regionale uitdaging vraagt om een regionale oplossing.

Zoals u weet, is de Europese Unie betrokken geweest bij het aanmoedigen van dringend noodzakelijke stappen naar een uitgebreid vredesakkoord tussen Israël en de Palestijnen, waarbij water, samen met grenzen, vluchtelingen, Jeruzalem en veiligheid, één van de op te lossen "problemen rond de definitieve status" is.

De Europese Unie erkent de specifieke situatie van de benedenloop van de rivier de Jordaan en de behoefte aan een efficiënter waterbeheer, met inbegrip van de zijrivieren. We ontplooien daartoe samen met alle partijen uit de omgeving een reeks activiteiten op nationaal, subregionaal en regionaal niveau. We verlenen steun aan waterhervormingen en beleid dat toepassing van duurzaam waterbeheer aanmoedigt.

Via het Europees nabuurschapsbeleid en andere maatregelen steunt de Europese Unie vertrouwen creërende maatregelen, bevordert zij grensoverschrijdende samenwerking en brengt zij watergemeenschappen samen die met dezelfde waterproblemen kampen.

De activiteiten van de Europese Unie zijn gericht op capaciteitsopbouw van verschillende waterautoriteiten en gebruikers, het verzamelen en delen van gegevens, de beschikbaarheid van behandeld afvalwater, maatregelen voor het bewaren van water, met inbegrip van waternetwerken, en efficiënte irrigatiesystemen.

De inspanningen van de Europese Unie zijn zowel op de vraagzijde als op de aanbodzijde van de watersector gericht en creëren de voorwaarden die in de toekomst een geïntegreerd beheer van watervoorraden mogelijk maken.

De Europese Unie staat hierin niet alleen. Lidstaten en andere donoren zijn ook actief op dit gebied en hierbij vindt nauwe coördinatie plaats om de complementariteit te waarborgen.

 
  
MPphoto
 

  Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, namens de PPE-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren collega's, het is een zeer positieve stap dat er vandaag in het Europees Parlement wordt gesproken over de uitdaging die de Jordaan vertegenwoordigt. De Euromediterrane Parlementaire Vergadering heeft een speciaal onderzoek uitgevoerd over de problematiek van de Jordaan en zijn vallei en heeft in haar resoluties een oproep gedaan tot de bescherming ervan, omdat de Jordaan een monument van werelderfgoed is, een religieus en cultureel symbool vormt voor miljoenen burgers in de wereld en voor de bewoners van de streek een ecologisch, toeristisch maar ook economisch kapitaal vertegenwoordigt.

Het doel vandaag is dan ook bekendheid te geven aan de problematiek ervan, de noodzaak aan te tonen om in actie te komen voor de bescherming ervan en om de inspanningen die de Europese Unie levert te versterken. Dit heeft de Commissaris al vermeld en wij hebben het hierover gehad op andere gelegenheden in overleg met de publieke opinie. Wij moeten een oproep doen tot regionale samenwerking om de volkeren uit de landen aan de oevers van de Jordaan op een eerlijke manier toegang tot de rivier te verschaffen en om de verantwoordelijkheden voor de bescherming ervan te verdelen.

De voorgestelde resolutie omvat de goede praktijken, zoals een specifiek regelgevend plan (masterplan) dat werd uitgewerkt door Israël, en vraagt om een uitwisseling van goede praktijken en een uitwisseling van know-how want de Jordaan is een collectieve aangelegenheid van de streek. Bovendien is het van belang de werkelijke gevaren aan te geven, en dat is niet alleen de vermindering van het waterdebiet, of de vervuiling, maar het verlies van biodiversiteit en het gevaar van volledige uitdroging als de huidige toestand blijft voortbestaan.

Om die internationale en regionale samenwerking te realiseren stelt de resolutie voor een bijzonder comité op te richten voor de Jordaanvallei, met deelname van de landen die direct met de Jordaan hebben te maken: Israël, de Palestijnse gebieden, Jordanië, maar ook van andere landen in het stroomgebied van de Jordaan die ook een deel van de verantwoordelijkheid dragen, zoals Libanon en Syrië. Ik ben van mening dat deze resolutie de steun zal krijgen van de plenaire vergadering en dat het Europees Parlement hiermee een gefundeerd, welgericht en sterk signaal zal sturen.

 
  
MPphoto
 

  Véronique De Keyser, namens de S&D-Fractie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, zoals reeds gezegd, is de situatie van de Dode Zee en de rivier de Jordaan bijzonder verontrustend aangezien er wordt voorspeld dat als er niets verandert, deze rivier in 2011 simpelweg droog zal komen te staan.

Als er op internationaal en regionaal niveau geen actie wordt ondernomen om deze ontwikkeling een halt toe te roepen, zal zij uitmonden in een bijzonder groot verlies voor het cultureel erfgoed, de biodiversiteit - zoals mevrouw Kratsa-Tsagaropoulou heeft benadrukt - en de veiligheid en economie in de regio.

Ik zou de aandacht willen vestigen op een ngo die een in mijn ogen bijzonder opmerkelijk initiatief heeft ontplooid. Deze ngo, Vrienden van de Aarde Midden-Oosten (FoEME), heeft besloten de Palestijnse, Jordaanse en Israëlische burgemeesters van steden aan de rivier de Jordaan bijeen te brengen en hen ertoe aan te zetten na te denken over hetgeen zij zouden kunnen doen om de situatie enigszins te verbeteren.

De organisatie en burgemeesters hebben interessante studies uitgewerkt naar de maatregelen die ieder land zou kunnen treffen en de impact ervan. Deze maatregelen gaan van droge toiletten tot een verandering van de landbouwmethoden, van de typen verbouwde producten omdat de huidige te veel water nodig hebben, enzovoorts. Er kunnen een heleboel maatregelen worden genomen. Dit is dus geen politiek debat, hoewel we heel goed weten dat zodra het in de regio gaat over water, dit een politieke kwestie is.

Ik denk dat iedereen dit zal kunnen steunen en hoop dat Europa en de Commissie zich in hun betrekkingen met deze landen zullen laten inspireren door de bijzonder heldere conclusies van dit rapport, met name via de actieplannen.

In de korte paragraaf E, waar ik erg veel waarde aan hecht, staat echter dat er sprake is van een overexploitatie van water door de Israëlische kolonisten. Dit is waar; rapporten van de Wereldbank en Amnesty International hebben dit aangetoond. Hiermee zijn we dus weer midden in de politiek beland, maar deze waarheid moet soms worden gezegd. We hebben deze niet centraal gesteld in de resolutie, maar hechten er wel veel waarde aan.

 
  
MPphoto
 

  Antonyia Parvanova, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, als vicevoorzitter van de Commissie energie, milieu en water van de Euromed-Vergadering heb ik afgelopen februari tijdens een veldbezoek de gelegenheid gekregen om de concrete en dramatische ecologische realiteit van de rivier de Jordaan te zien.

In het speciaal verslag over de situatie in de Jordaanvallei, waarvoor ik rapporteur was, wordt benadrukt dat alle betrokken partijen – in het bijzonder Israël, de Palestijnse Autoriteit en Jordanië, maar ook Libanon en Syrië – een gemeenschappelijke oplossing moeten vinden voor de twee dringendste problemen: een gelijke waterdistributie waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van de mensen in de regio en een gezond en beschermd milieu voor toekomstige generaties.

De eerste stap die volgens ons verslag moet worden gemaakt, is dat Israël en de Palestijnse Autoriteit, als beginpunt voor verdere onderhandelingen, samen overeenstemming moeten bereiken over gegevens met betrekking tot de distributie van beschikbaar water en de demografie, aangezien door beide kanten én onafhankelijke verslagen tot nu toe verschillende cijfers zijn gepresenteerd.

Eén van onze conclusies was dat er voor het oplossen van het waterprobleem door middel van samenwerking, plannen moeten worden gemaakt voor een gemeenschappelijke administratie, besluitvorming op gelijke voet, en het gemeenschappelijk beheer van watervoorraden in de regio. Ik denk dat de aanbevelingen in ons verslag overeenkomen met gebieden waarop de Europese Unie werkelijk expertise bezit en waarbij zij als actieve speler betrokken kan worden, om een weg te banen voor een toekomstig partnerschap tussen de betrokken partijen.

Tot slot wil ik u eraan herinneren dat we ervoor moeten zorgen dat de situatie in de Jordaanvallei niet voor politieke en ideologische doeleinden wordt gebruikt, nu gepoogd wordt om de op een algemeen vredesakkoord gerichte besprekingen te hervatten.

Ik hoop dat ons debat van vandaag de belangen van alle partijen in de regio zal dienen en zal leiden tot concrete en onpartijdige besluiten tot een actieve betrokkenheid van de Unie bij toekomstige duurzame oplossingen.

 
  
MPphoto
 

  Margrete Auken, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het volledig eens met de twee vorige sprekers, maar ik wil deze gelegenheid benutten om te zeggen dat ik denk dat zeer velen hier niet inzien hoe onmogelijk het is om erop te staan dat de Palestijnen hun deel van de verantwoordelijkheid op zich nemen. Ze hebben daar niet de mogelijkheid voor. Hoeveel van u zijn zich ervan bewust dat sinds 1967 50 procent van de oevers van de Jordaan op de Westelijke Jordaanoever in beslag wordt genomen door Israëlische nederzettingen. 50 procent! Bovendien is nog eens 45 procent gevorderd om te dienen als militaire zone of natuurreservaat. Ze zijn gewoonweg buitengesloten. Het vreselijke voor de Palestijnen, met name in de Jordaanvallei, is dat we ze geen gewelddadig verzet hebben zien plegen en dat ze om die reden gewoonweg vergeten zijn. Als er geen militaire acties plaatsvinden, als er niet iets dramatisch gebeurt, worden ze simpelweg vergeten.

Dit is natuurlijk een afschuwelijke les die we met name de arme Palestijnen leren, dat ze de aandacht op zich moeten vestigen, en zelfs met veel lawaai. Dit probleem moet opgelost worden. We moeten echter niet vergeten dat het lijden van de Palestijnen in dit gebied zo mogelijk – zo mogelijk – nog erger is dan in de rest van de Westelijke Jordaanoever, en dat ze, gezien de huidige situatie, niet de kans hebben om te voldoen aan de verantwoordelijkheid die ze zouden moeten hebben. Derhalve moet er een geïntegreerde oplossing worden gevonden en om die reden moeten we ook kijken naar het politieke aspect. Het gaat niet alleen om Israël of alleen om Syrië of Jordanië – nee! Echter, de Palestijnen kunnen niet meedoen, zolang ze daar de mogelijkheid niet voor hebben.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock, namens de ECR-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, water is inderdaad een gevoelig en potentieel explosief onderwerp in het Midden-Oosten. Delegaties op hoog niveau van Israël en de Palestijnse Autoriteit bespreken momenteel de waterrechten als onderdeel van het bredere kader voor de vrede.

Als lid van het Kwartet steunt de EU een tweestatenoplossing als de ultieme waarborg voor vrede en stabiliteit in de regio. Daarom moeten we heel erg oppassen dat we de gevoelige onderhandelingen die momenteel in Washington gaande zijn niet schaden. Indien we de Israëlische kolonisten de schuld geven voor het te veel gebruiken van water uit de Jordaan, zoals mevrouw De Keyser lijkt te doen, geven we juist het verkeerde signaal aan de burgers van Israël – onze democratische bondgenoot – met betrekking tot de positie van eerlijke tussenpersoon die de EU pretendeert te hebben.

Het behoud van de waterscheiding van de rivier de Jordaan is een belangrijke regionale kwestie die natuurlijk niet alleen van belang is voor Israël en de Palestijnen, maar de tegenstanders van Israël in dit Parlement en elders proberen deze kwestie schaamteloos uit te buiten als onderdeel van hun champagne voor het ondermijnen van de Joodse staat.

Indien we weer zwichten voor deze anti-Israëlische agenda, riskeren we dat de Israëli's gaan denken dat de EU haar bevoorrechte rol van vredespartner niet verdient.

 
  
MPphoto
 

  Willy Meyer, namens de Fractie GUE/NGL. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, het is geen probleem dat mevrouw De Keyser een bepaald oordeel uitspreekt, helemaal niet. Feit is echter dat volgens het Vredesverdrag dat in 1994 tussen Israël en het Koninkrijk Jordanië gesloten werd, een akkoord was bereikt om samen te werken aan het herstel van het milieu van de rivier de Jordaan aan de gemeenschappelijke grenzen, en om zijn watervoorraden te beschermen.

Dat was een akkoord, het zoveelste akkoord dat de staat Israël in 1994 gesloten heeft, en waaraan het zich niet houdt. Dat is het probleem waarmee we zitten met Israël: het houdt zich niet aan de afspraken die het ondertekent.

Daarom is het bijzonder belangrijk dat het initiatief dat in 2008 werd genomen door president Chirac, die opriep tot een initiatief voor het bekken van de rivier de Jordaan, vaste vormen krijgt en gesteund wordt door de Europese Unie.

Wij geloven dat het bijzonder belangrijk is dat een commissie voor het bekken van de rivier de Jordaan wordt ingesteld als trilateraal forum voor samenwerking aan het herstel van deze rivier, door de opstelling en uitvoering van beleidsmaatregelen voor het herstel en behoud van het water. Het is waar dat de Palestijnen, als gevolg van de niet-naleving van het Vredesverdrag van 1994, zijn uitgesloten van de Israëlische veiligheidszone die is ingesteld langs de hele benedenloop van de Jordaan in het gebied van de Westelijke Jordaanoever, en dat de kolonisten illegaal een gebied bezet houden dat hun niet toebehoort. Daar die bezetting vergezeld gaat van een ongeoorloofd en onwettig watergebruik, komt er naast het politieke probleem nog een ander probleem bij, namelijk dat van de duurzaamheid van het milieu.

Daar de inwerkingtreding van de nieuwe centrales voor afvalwaterzuivering gepland is voor 2011, hoop ik dat de Europese Unie noodzaak om die commissie voor het bekken van de rivier de Jordaan in te stellen, zal ondersteunen, bevorderen en stimuleren.

 
  
MPphoto
 

  Cristian Dan Preda (PPE).(RO) Het debat van vandaag over de situatie met betrekking tot de rivier de Jordaan is zeer belangrijk voor mijn fractie, en ik zou hier graag in het bijzonder de betrokkenheid bij deze kwestie verwelkomen van Rodi Kratsa, vicevoorzitter van het Europees Parlement.

Ik wil ook graag benadrukken dat, zoals u weet, milieuorganisaties al lang waarschuwen over de kritieke ecologische staat waarin de rivier de Jordaan verkeert. Het is een rivier die lijkt te sterven aan algemene onverschilligheid.

Aan de andere kant heb ik in de pers gelezen dat, ondanks de zeer slechte omstandigheden, christenen - met name orthodox - nog steeds in de Jordaan gedoopt worden.

Het gevaar bestaat echter dat de rivier in 2011 droog staat. Dit zou drastische gevolgen hebben voor het nu al fragiele ecosysteem in de regio, met name voor de Dode Zee. Dit betekent dat honderdduizenden Palestijnen, Jordaniërs en Israëli's worden getroffen door een ecologische ramp.

Afgezien van het ecologische aspect – ook al benadrukt door collega's – dat zeker snel aangepakt moet worden met steun van de EU, is de situatie van de rivier de Jordaan ook bijzonder belangrijk als factor ter bevordering van regionale samenwerking.

Ik ben van mening dat we moeten voorkomen dat het water unilateraal wordt gebruikt, zonder enige aandacht voor de waterzekerheid van de regio.

Samenwerking tussen de landen die aan de rivier grenzen en lokale gemeenschappen is daarom zeer belangrijk voor het herstel van deze voor economische ontwikkeling cruciale grondstof. De Jordaan zou hiermee opnieuw een symbool kunnen worden van samenwerking en co-existentie, inclusief vanuit cultureel perspectief, als er een sterke politieke wil bestaat om dat te bereiken.

Tot slot is de situatie van de Jordaan ook belangrijk voor de hervatting van directe Palestijns-Arabische onderhandelingen. Beheersing van de watervoorraad is een van de onopgeloste kwesties.

 
  
MPphoto
 

  Proinsias De Rossa (S&D). (EN) Mijnheer de Voorzitter, misschien kan ik tegen de heer Tannock zeggen dat het weinig zin heeft om het feit te ontkennen dat kolonisten opzettelijk plekken uitkiezen waar ze een goede watervoorziening hebben, en dat Palestijnen hierdoor weer van die watervoorraad worden beroofd. Zij zijn niet het enige probleem als het gaat om water in die regio, maar ze spelen hierin zeker een rol.

Ongeveer 98 procent van haar stroom wordt helaas van de Jordaan afgenomen, omdat haar loop door andere staten, met inbegrip van Israël, is verlegd. Het is een grensoverschrijdende rivier, waar ongeveer vier staten, met inbegrip van de Palestijnse westelijke Jordaanoever, aan grenzen. Indien het goed wordt aangepakt en Europa zijn rol in de regio naar behoren speelt, zou zij kunnen bijdragen aan verzoening door middel van bevordering van gemeenschappelijk beheer van wat een belangrijke culturele, religieuze en ook economische hulpbron voor de regio is.

Indien we uw lijn zouden volgen, mijnheer Tannock, en we alles wat ook maar de geringste kritiek op Israël behelst als een aanval op Israël beschouwen, zouden we eenvoudigweg de realiteit ontkennen. Er zijn daar ook anderen die water hebben omgeleid. De Friends of the Earth bijvoorbeeld, hebben er tijdens een onlangs door mijn fractie, de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten, georganiseerde seminar op gewezen dat de rivier de Jordaan ooit gemiddeld 1,3 miljard kubieke meter zoet water naar de Dode Zee droeg. Dat is nu gereduceerd tot 20-30 miljoen per jaar. Het zou tegen het einde van volgend jaar een dode rivier kunnen zijn, tenzij we actie ondernemen.

 
  
MPphoto
 

  Alexandra Thein (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik het deels buiten, deels binnen dit Parlement geuite verwijt van de hand wijzen dat we deze kwestie op het verkeerde tijdstip, namelijk na het begin van de vredesonderhandelingen, aan de orde stellen. Toen de parlementaire vraag, die ik mede heb geformuleerd, werd ingediend was ons nog niet duidelijk dat er nieuwe directe vredesgesprekken aan zaten te komen. Ik houd mij sinds het begin van de jaren negentig bezig met dit thema, dat in dit Parlement eigenlijk ook al sinds lange tijd wordt besproken.

Uiteindelijk gaat het er hier om de benedenloop van de Jordaan van een wisse dood te redden. Van de rivier is in zijn benedenloop alleen nog een stroompje over, dat uitsluitend uit afvalwater bestaat en helemaal geen vers water meer bevat. Alle wetenschappers zijn het er eigenlijk over eens dat de benedenloop van de Jordaan over een à twee jaar praktisch dood is.

Enigszins storend vind ik dat de resolutie in gelijke mate is gericht tot Israël, Jordanië, Syrië en de Palestijnse Autoriteit. De benedenloop van de Jordaan bevindt zich uitsluitend in zone C, waar de Palestijnse Autoriteit praktisch helemaal geen recht van toegang heeft, laat staan bestuurlijk gezag of enige vorm van invloed. Er werd hier reeds opgemerkt dat de Palestijnse Autoriteit daar ter plekke helemaal niet kan uitrichten. In zoverre dient de resolutie tot anderen te zijn gericht.

Het is een politiek probleem wanneer een land – en dat is nu eenmaal Israël – 75 procent van het nog beschikbare water uit de benedenloop van de Jordaan verbruikt – nadat een deel van het water al door anderen is afgetapt – zodat er voor de Palestijnen praktisch geen water meer overblijft om te kunnen overleven. Deze kwestie is eigenlijk al in het Overeenkomst van Oslo geregeld. We zijn sindsdien alleen niets opgeschoten.

Momenteel hebben we met het concrete probleem te maken dat de Palestijnen telkens weer proberen bronnen te boren, die echter meteen weer worden vernietigd, en dat aan de andere kant de Israëlische waterautoriteit, die een monopolie heeft, geen bronnen voor Palestijnen boort, maar alleen voor illegaal gebouwde nederzettingen.

 
  
MPphoto
 

  Nicole Kiil-Nielsen (Verts/ALE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil om te beginnen eenvoudigweg eer bewijzen aan deze groep ecologisten die wij een paar maanden geleden in Brussel ontvingen, een verbond van Israëliërs, Jordaniërs en Palestijnen dat dus uitstekende rapporten heeft opgesteld over de situatie in de regio, de staat van de rivier de Jordaan en het gevaar van de verdwijning ervan.

De Europese Unie, die aanzienlijke bedragen uittrekt voor ontwikkelingsprojecten in het Midden-Oosten, moet nauwer betrokken zijn bij de opstelling en uitvoering van een reddingsplan voor de rivier met deelname van alle betrokkenen uit de regio. De oeverstaten, zoals Syrië, Jordanië en Israël, leiden het grootste deel van de Jordaan om terwijl - zoals zojuist is gezegd - maar ongeveer vijf procent van deze natuurlijke hulpbron ten goede komt aan de Palestijnen.

In de Jordaanse vallei verbruiken de Israëlische kolonisten zes maal zoveel water als de Palestijnen, in het bijzonder voor de vervuilende intensieve landbouw die gericht is op de export van landbouwproducten naar Europa. Er moet een einde komen aan de uitbreiding van deze nederzettingen met hun weelderige groen evenals aan de verwoesting - zoals die deze zomer, enkele weken geleden, nog plaatsvond - van bedoeïenenkampen en hun waterputten. Waanzin!

Het behoud en de eerlijke verdeling van water in de regio moeten voor ons prioriteit hebben.

 
  
MPphoto
 

  Mário David (PPE). - (PT) De milieuramp die het onderwerp is van het debat van vandaag, voltrekt zich weliswaar buiten de Europese Unie, maar ze belangt ons, Europese burgers, allemaal aan.

Het begrip duurzame ontwikkeling, waarin wij geloven, is een begrip dat geen bestuurlijke grenzen kent, noch religieuze dogma's, en dat de planeet beschouwt als een geheel en niet als een som van de delen. Daarom is de Jordaan een probleem van de hele mensheid, en niet alleen van de bevolkingen of gemeenschappen die rechtstreeks getroffen zijn door de waterschaarste of de slechte kwaliteit van het water. Ons gezond verstand zegt ons: "Think globally, act locally." En dat is wat we hier vandaag doen: we denken globaal.

Als Europese Unie moeten we helpen om lokaal iets te doen om de voortdurende verslechtering van de waterloop en van de kwaliteit van het water van de Jordaan te minimaliseren en om te keren. En om iets te doen, of om daarbij te helpen, beschikt de Europese Unie al over een wetgevend en institutioneel kader en over instrumenten. Ik heb het over de Unie voor het Middellandse Zeegebied, haar secretariaat en over de Euromediterrane investering- en partnerschapsfaciliteit (FEMIP), die beheerd wordt door de Europese Investeringsbank. Dit is uiteraard een onderwerp dat de Delegatie van dit Parlement voor de betrekkingen met de Masjraklanden, waarvan ik voorzitter ben, aandachtig zal volgen.

Het spreekt voor zich dat dit milieudrama in de eerste plaats zal moeten worden opgelost door de landen en de lokale overheden van de bevolkingen die daar rechtstreeks baat bij hebben. In dat verband zou ik twee ideeën uit de resolutie willen onderstrepen. Ten eerste, de instelling van een commissie voor het beheer van het Jordaanbekken, met vertegenwoordigers van de landen of overheden die het water gebruiken. En hierbij kan Europa helpen door bijvoorbeeld haar ervaring in de Internationale Commissie ter bescherming van de Rijn te delen. Ten tweede, de ondersteuning en verspreiding van goede praktijken met betrekking tot gezamenlijke projecten tussen plaatselijke gemeenschappen in Israël, Jordanië en Palestina, in het bijzonder de projecten die gestimuleerd worden door de Vrienden van de Aarde in het Midden-Oosten, waar mijnheer De Rossa het zonet nog over had, en die betrekking hebben op een efficiënt en correct beheer van de watervoorraden in het Jordaanbekken.

Tot slot, mijnheer de Voorzitter, zou ik, in een ruimer kader, willen benadrukken dat dit plan een voorbeeld is van vreedzame samenwerking en vreedzaam samenleven. Op dit moment, waarop we de hervatting van nieuwe rechtstreekse gesprekken tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit verwelkomen en aanmoedigen, al betreur ik dat de Europese Unie daar niet bij betrokken is, zijn we verheugd over de rechtstreekse betrokkenheid van beide partijen.

 
  
MPphoto
 

  Olga Sehnalová (S&D). - Het uitdrogen van de rivier de Jordaan is een groot regionaal ecologisch probleem met verstrekkend gevolgen voor het ecosysteem in het gebied en het leven en gezondheid van de inwoners. Jarenlange overmatige onttrekking van water, watervervuiling en droogtes, gepaard aan onvermogen te zorgen voor doeltreffend waterbeheer, liggen ten grondslag aan de huidige situatie.

Zoals een aantal collega's reeds terecht aanhaalden, wordt meer dan 90 procent van het debiet van de rivier aan de rivier onttrokken ten behoeve van de drinkwatervoorziening, maar bovenal voor extensieve landbouwirrigatie en de industrie. Stroomde er vroeger zo'n 1,3 miljard kubieke meter water door de rivier, tegenwoordig is dat slechts nog zo'n 100 miljoen kubieke meter. De conflictueuze politieke situatie in het gebied helpt uiteraard niet dit milieuprobleem uit de wereld te helpen.

Water hoeft echter niet altijd een bron van conflicten te zijn, maar kan tevens een voorbeeld zijn van positieve, praktische samenwerking in de regio en kan juist een sleutelrol spelen bij de opbouw van wederzijds vertrouwen. Vrede gebaseerd op dagelijkse samenwerking en gedeelde waarden heeft een grotere kans van slagen dan vrede vanachter de onderhandelingstafel.

 
  
MPphoto
 

  Malika Benarab-Attou (Verts/ALE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, het geleidelijk droog komen te staan van de Jordaan is een direct gevolg van het drama dat zich afspeelt in Palestina. Water is een in hoge mate politieke kwestie. Dit moeten we niet vergeten.

Laten we even stilstaan bij een aantal feiten: de Wereldbank wijst erop dat de anderhalf miljoen inwoners van de Gazastrook al twee jaar niet meer beschikken over chloor, dat noodzakelijk is voor het desinfecteren van water; vóór de bombardementen van januari 2009 had de helft van de huishoudens geen toegang tot water - gaat u maar na hoe de situatie nu is. Volgens Artsen zonder grenzen hebben de aanvallen van het Israëlische leger op de infrastructuur ervoor gezorgd dat negentig procent van het aan de inwoners geleverde water momenteel niet geschikt is voor consumptie. Als gevolg van de schade die is toegebracht aan de infrastructuur van Gaza wordt dagelijks tachtig miljoen liter gebruikt water dat niet kan worden gezuiverd, in de Middellandse Zee geloosd.

Mevrouw Ashton is meerdere malen in Gaza geweest, dat wel. Waar is echter de politieke moed om aan Israël de eisen te stellen die wij in Europa hebben? Moet schoon water, net als grond, worden gemonopoliseerd door de Israëlische nederzettingen? Zolang de - illegale - bezetting en kolonisatie voortduren, moet de Europese Unie dan ook overgaan tot de opschorting van het associatieverdrag met de huidige Israëlische regering, die doof blijft voor al onze verzoeken. Geen vrede zonder rechtvaardigheid.

 
  
MPphoto
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D).(SK) Zoals we in het debat van vandaag vele malen gehoord hebben en zeker nog vaker zullen horen, is de rivier de Jordaan van onvoorstelbaar cultureel, ecologisch en economisch belang, uiteraard naast haar politieke en strategische betekenis. De uitbuiting en het misbruik van de rivier zijn daarom onaanvaardbaar. Sinds 1964 is de stroom omgeleid naar Israël en ook naar andere landen: Jordanië, Libanon, Syrië en andere landen die hier zijn genoemd. Veel van deze landen vervuilen en vernietigen de rivier. Volgens natuurbeschermers heeft het misbruik van de Jordaan bijna haar hele ecosysteem vernietigd. Herstel vanuit de huidige staat zou tientallen jaren duren.

Volgens schattingen is de Jordaan vanuit milieuoogpunt een van de honderd meest bedreigde plaatsen ter wereld. Natuurlijk is dat ook te wijten aan een situatie waarin Israël en de omringende Arabische staten het niet eens kunnen worden over het behoud en de bescherming van de rivier, en daarom ben ik er stellig van overtuigd dat de Europese Unie heel actief bij dit proces moet worden betrokken door financiële steun te geven aan ontwikkelingsprojecten in gebieden in het Midden-Oosten die bijvoorbeeld afhankelijk zijn van de vernieuwing van de benedenloop van de rivier.

 
  
MPphoto
 

  Richard Howitt (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, door rivaliteit om water kunnen conflicten verergeren – of zelfs ontbranden – of het nu gaat om de langzaam verdwijnende gletsjers van Jammu en Kashmir, de spanningen tussen Centraal-Aziatische landen ten gevolge van het droogvallende Aralmeer, rivaliserende stammen die aanspraak maken op hetzelfde water tussen Soedan en Somalië, of inderdaad dit hier, in dit debat over de Jordaanvallei.

Het herstel van de rivier de Jordaan en de samenwerking die daarvoor nodig is, zou ook kunnen zorgen voor betere vooruitzichten op vrede. Die rivier is in de heilige boeken van het judaïsme, het christendom en de islam vereeuwigd, met verwijzingen die haar associëren met de profeten Mozes en Elia, en als de plek waar vier metgezellen van de profeet Mohammed zijn begraven. De Israëlieten zijn onder leiding van Joshua de rivier de Jordaan overgestoken en hier heeft het wonder plaatsgevonden dat Jezus over het water liep.

Voor de bescherming van haar water ten behoeve van de mensen die nu in de regio wonen en een leven in vrede en welvaart voor toekomstige generaties zouden we niet opnieuw een wonder nodig moeten hebben.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE).(RO) Ik ben van mening dat een bevooroordeelde resolutie over of aanpak van de situatie van de rivier de Jordaan ongepast is tegen de achtergrond van hervatting van de vredesonderhandelingen tussen Israël en de Palestijnse autoriteit.

Watervoorraden zijn een gevoelig onderwerp in het Midden-Oosten en moeten aan het eind van de onderhandelingen worden besproken, om schade aan het vredesproces te vermijden. De EU moet ervoor zorgen dat deze kwestie niet nodeloos tot een politieke kwestie wordt gemaakt en een regionale overeenkomst over het herstel van de Jordaan aanmoedigen.

Aangezien ik de Jordaan als een regionale kwestie beschouw, verwelkom ik de voortdurende samenwerking tussen de Israëlische en Palestijnse autoriteiten over het waterbeheer. De gezamenlijke bijdragen van beide landen hebben geleid tot de recente goedkeuring van 61 van de 96 met dit doel voorgestelde projecten. Het probleem van onvoldoende water is echter nog niet opgelost.

 
  
MPphoto
 

  Ioan Enciu (S&D).(RO) Het herstel van de rivier de Jordaan is een kwestie met vele facetten, van universeel historisch en religieus belang. De problemen zijn met elkaar verstrengeld en hebben te maken met ecologie, humanitaire aspecten en internationale veiligheid.

Ik ben van mening dat het huidige debat zich vooral moet richten op het redden van de rivier zelf, en niet op het bekritiseren van een van de betrokken partijen. Als het reddingsproject slaagt, zal dit een positief effect hebben op de andere aspecten. In dat verband denk ik dat paragaaf E in de ontwerpresolutie niet direct te maken heeft met het onderwerp in kwestie, hetgeen een onwenselijke verwarring kan veroorzaken.

De Europese Unie kan en moet een aanzienlijke bijdrage leveren aan het anticiperen op de negatieve gevolgen van een eventuele totale verslechtering en uiteindelijke verdwijning van de beroemde rivier. De Europese Unie moet een veel actievere rol spelen in de onderhandelingen tussen de partijen, en helpen om een balans te vinden.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, we weten dat de Jordaan als grensrivier een belangrijke rol speelt in de politiek van het Midden-Oosten. Terwijl de rivier in de betrekkingen tussen Israël en Jordanië dankzij een verdragsbepaling dat Jordanië meer water mag aftappen, tot vrede heeft bijgedragen, geldt voor Syrië waarschijnlijk het tegendeel. Het is immers een publiek geheim dat de vrees dat Syrië het water zou kunnen omleiden de eigenlijke reden is dat Israël weigert de Golan-hoogvlakte terug te geven.

Indien de Jordaan inderdaad door het constante aftappen van water langs de hele loop van de rivier tot een kleine stroom van afvalwater verwordt – wat mogelijk ook de prijs is die voor de begroening van de woestijn moet worden betaald – zal de situatie in het Midden-Oosten ongetwijfeld binnen afzienbare tijd verslechteren, vooral gezien het feit dat sommige leiders van Hamas hebben verklaard de bevrijding van het gehele gebied tussen de Middellandse Zee en de Jordaan als hun morele en religieuze plicht te beschouwen.

De waterschaarste van de Jordaan heeft echter nog verdergaande gevolgen, aangezien vanwege de opdroging van de rivier ook de watertoevoer naar de Dode Zee afneemt. Het potentieel voor conflicten en ook het conflictgebied zal dus groter worden. Daarmee moeten we in onze strategie voor het Midden-Oosten rekening houden.

 
  
MPphoto
 

  Véronique De Keyser (S&D). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik dank u voor deze gelegenheid om een punt te verduidelijken waarop ik zojuist blijkbaar niet diep genoeg heb kunnen ingaan.

Wat betreft de exploitatie van water en de overexploitatie van water door de nederzettingen, wijs ik mijn collega's op het Special report on the situation in the Jordan valley van de Parlementaire Vergadering Euromed die zelf veelvuldig citeert uit het rapport van de Wereldbank getiteld Assessment of restrictions on Palestinian water sector development en dat van Amnesty International, Troubled waters [...], die de exacte cijfers geven van deze exploitatie, die aan Israëlische kant vier tot vijf maal zo hoog is. Zelf heb ik cijfers van één tot zes. Zo liggen de feiten - neemt u mij niet kwalijk, maar ik heb ze niet gedocumenteerd.

 
  
MPphoto
 

  Mariya Nedelcheva (PPE).(BG) De Europese Unie is een verantwoordelijk partner en via haar buitenlands beleid medeverantwoordelijk voor wat er op de wereld gebeurt. Als donor die betrokken is bij de financiering van ontwikkelingsprojecten in het Midden-Oosten en als actief deelnemer aan het vredesproces in het Midden-Oosten moeten de Europese Unie en in het bijzonder het Europees Parlement een ontwerp maken voor hun strategie voor en hun mogelijke bijdrage aan het herstel van de rivier de Jordaan, zodat haar belang als bron van leven in de regio behouden blijft.

Nog maar een paar maanden geleden heeft de ngo Friends of the Earth in het Midden-Oosten gewaarschuwd dat de Jordaan binnen een jaar droog kan vallen als de landen in de regio niet in actie komen. De daling van het rivierniveau heeft ook gevolgen voor het hele regionale klimaat en landschap. De situatie is een reële bedreiging voor de bestaansmiddelen van de bevolking in de regio, waar irrigatie problematisch is. Los van de pragmatische aspecten van deze problemen mogen we ook niet vergeten dat de rivier de Jordaan een krachtig spiritueel symbool is.

Een van de basiskenmerken van de Europese Unie is de balans tussen waarden en pragmatisme. Laten we dat in gedachten houden terwijl we als verantwoordelijke politici opnieuw onze unieke Europese aanpak tonen in onze zorg om de rivier de Jordaan.

 
  
MPphoto
 

  Štefan Füle, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, bij grensoverschrijdende uitdagingen is er behoefte aan gemeenschappelijke inspanningen. Het Europees Parlement heeft er terecht op gewezen dat er voor deze regio een coöperatieve aanpak nodig is. De Europese Unie stimuleert de geest van samenwerking die we nodig hebben voor de aanpak van de serieuze waterproblemen in het Midden-Oosten en pleit voor een behandeling van de problemen bij de bron, en niet slechts van de symptomen die zich verderop voordoen.

Ten slotte wil ik bevestigen dat de Europese Unie zal blijven bijdragen aan inspanningen om het watertekort in deze regio te verminderen en de voorziening van schoon water te waarborgen, waarbij het milieu moet worden behouden en het drinkwater voor de mensen in de regio moet zijn veiliggesteld. De Europese Unie zal steun blijven verlenen aan maatregelen die bevorderlijk zijn voor een toekomstig herstel van de rivier de Jordaan en de instelling van een gemeenschappelijk en geïntegreerd beheer van de benedenloop van de rivier, indien de landen in de regio hiervoor kiezen.

De Europese Unie zal steun blijven verlenen aan de dialoog en zal grensoverschrijdende samenwerking in verband met waterkwesties tussen de verschillende buren in deze regio blijven aanmoedigen, hiermee bijdragend aan het creëren van vertrouwen. De buren zelf moeten zich serieus inspannen en politieke betrokkenheid tonen om de beschikbare voorraden en de vraag met elkaar in evenwicht te brengen. Hierbij moeten niet alleen regeringen, maar ook het maatschappelijk middenveld worden betrokken, zoals in Europa individuen, bedrijven en gemeenten een bijdrage moeten leveren aan het duurzaam beheer van watervoorraden. Dit is een uitdaging die we allemaal moeten aangaan.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Tot besluit van het debat zijn er vijf ontwerpresoluties ingediend(1) overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt plaats op 9 september 2010.

(In afwachting van het vragenuur wordt de vergadering om 17.55 uur onderbroken en om 18.00 uur hervat.)

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
  

(1) Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 28 april 2011Juridische mededeling