De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A7-0175/2010) van Marielle Gallo, namens de Commissie juridische zaken, over versterkte handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in de interne markt (COM(2009)0467 - 2009/2178(INI)).
Marielle Gallo, rapporteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het Parlement moet de gelegenheid van de stemming over dit initiatiefverslag, dat niet mijn verslag is, maar het resultaat van talloze compromissen, aangrijpen om een breed debat aan te gaan. Al bijna tien jaar lang herhalen wij in al onze teksten dat de Europese economie een kenniseconomie moet zijn. Het is van belang om het hoofd te kunnen bieden aan deze uitdaging, die door de snelle ontwikkelingen in het digitale tijdperk mondiaal is geworden.
De creatieve en innovatieve industrieën vertegenwoordigen nu 7 procent van het bruto binnenlands product van de Europese Unie en 14 miljoen banen. Zij vormen de grote troef van de Europese economie ten opzichte van een sterke concurrentie, en moeten dat ook blijven. We moeten ze daarom beschermen, anders zullen zij verdwijnen.
Met welk instrument kunnen we ze beschermen? Welk instrument stimuleert scheppers tot innoveren? Welk instrument waarborgt de Europese culturele diversiteit en de uitstraling daarvan naar de rest van de wereld? Met welk instrument kunnen we onze onderzoekers, scheppers, artiesten, ingenieurs en intellectuelen belonen? Welk instrument waarborgt de goede werking en de ontwikkeling van de economische sector van de creatieve en innovatieve industrieën? Welk instrument stimuleert het MKB en jonge scheppers om te ondernemen en de Europese economie te veranderen tegen het jaar 2020?
Het antwoord op deze vragen ligt voor de hand: het intellectuele-eigendomsrecht. Iedereen is het eens over het intellectuele-eigendomsrecht voor materiële goederen. Sinds de komst van het internet zijn sommigen van ons echter een beetje de weg kwijtgeraakt. Zij hebben nog niet begrepen dat we ook alle goederen die op digitale wijze in omloop zijn moeten beschermen: muziek, films, boeken, videogames en software.
We moeten niet bang zijn voor het internet. Het is een buitengewone kans waar we blij mee moeten zijn. Wij garanderen internettoegang voor alle Europese burgers. Dat is een recht. We moeten echter ook een wettelijk kader opstellen voor het internet ter bescherming van de intellectuele eigendom, want ook op het internet geldt het recht. Anders zou het een jungle zijn en daar geldt het recht van de sterkste.
Willen we dat echt? Willen we de sector van de creatieve en innovatieve industrieën te gronde richten door ze lichtzinnig op te offeren? Laten wij, Europese wetgevers, het afweten en nemen we onze toevlucht tot demagogie en populisme of zijn wij in staat na te denken en onze verantwoordelijkheid te nemen?
Ik stel u die vraag, want het doel van dit verslag is het afgeven van een signaal aan de Commissie, teneinde onze inspanningen te bundelen om de juiste oplossingen te vinden. Laten we ons ontdoen van populistische reacties. Laten we proberen om over onze politieke ruzies heen te stappen om in het algemeen belang te werken. Laten we de Commissie niet de vrije hand geven. Het lot van de creatieve en innovatieve industrieën en van de mensen die ervan afhankelijk zijn, ligt in onze handen. Laten we niet aan de kant blijven staan, het debat is nog maar net begonnen.
Piotr Borys (PPE). – (PL) Allereerst zou ik mevrouw Gallo van harte willen bedanken voor dit goede en evenwichtige verslag. In het document wordt bevestigd dat de Europese Unie de intellectuele-eigendomsrechten en het auteursrecht hoog in het vaandel heeft en dat ze de meest creatieve sector in Europa beschermt. Deze uitdaging sluit perfect aan bij de mededeling van de Europese Commissie over de Europese Digitale Agenda waarin ook wordt verwezen naar kwesties als verweesde en uitverkochte werken.
Ik zou willen stellen dat het verslag van vandaag een evenwichtig en weloverwogen document is. Er wordt niet geopteerd voor een uiterst restrictieve aanpak van het probleem van piraterij en namaakgoederen. In plaats daarvan wordt hoofdzakelijk ingezet op een op preventie gebaseerd systeem, teneinde de burgers – die vaak zonder het te weten de wet overtreden – er in toenemende mate van bewust te maken dat inbreuken op het auteursrecht een ernstige en belangrijke kwestie zijn. Ik zou willen onderstrepen – en ik verwijs in dit verband ook naar het verslag van de heer Echeverría – dat we vandaag behoefte hebben aan een goed zakenmodel dat niet alleen de auteursrechten en intellectuele-eigendomsrechten beschermt, maar er ook voor zorgt dat literaire werken en films voor een redelijke prijs kunnen worden aangekocht.
Naar mijn mening moeten we dit verslag beschouwen als een goed uitgangspunt voor verdere besprekingen. Daarnaast zou ik de rapporteur willen bedanken omdat zij in haar verslag zeer duidelijk de nadruk heeft gelegd op zowel de bescherming van de auteursrechten als op een systeem dat het mogelijk maakt om een zo hoog mogelijk niveau van creativiteit te behouden.
Ioan Enciu (S&D). – (RO) Ik verwelkom het verslag waarover gedebatteerd wordt, onderdeel van het algemene initiatief van het Europees Parlement tot versterking van de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten. Ik heb grote waardering voor het werk van de rapporteur, mevrouw Gallo.
Ik wil echter een aantal principiële punten benadrukken die een plaats hadden moeten krijgen in het verslag. Ten eerste moet er een duidelijk onderscheid gemaakt worden in de mate van sociaaleconomische gevolgen die inbreuken op auteursrechten kunnen hebben. Het is onacceptabel dat ernstige inbreuken met mogelijk grote gevolgen voor de gezondheid en integriteit van de consument in dezelfde categorie vallen als inbreuken met beperkte financiële gevolgen. Tot slot: er moet er een voorziening zijn op basis waarvan internetproviders niet verantwoordelijk worden gehouden voor wat hun klanten doen. Zij mogen niet verplicht betrokken worden bij het monitoren en filteren van het verkeer op hun eigen netwerk.
Toine Manders (ALDE). - Ik wil de rapporteur bedanken voor de wijze waarop wij hebben samengewerkt. In de Juridische Commissie immers, mevrouw Gallo, waren alle partijen samengebracht en hadden zij een compromis bereikt. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een enorm diffuse en emotionele discussie, waar ook ik binnen mijn fractie mee werd geconfronteerd. Wij hebben uiteindelijk een alternatieve resolutie ingediend als tussenweg tussen de voor- en de tegenstanders van het verslag.
Ik hoop dat deze resolutie het morgen haalt, maar het is jammer dat de discussie zo lang heeft geduurd en dat er nog steeds geen oplossing is. Wij willen allen meer renovatie, wij willen meer e-commerce, wij willen een interne markt en vervolgens willen wij geen bescherming van de intellectuele eigendomsrechten, wat uiteindelijk de basis is van onze innovatie. Ik vind dat erg jammer en ik roep dus iedereen op om morgen op de juiste manier te stemmen. En dat is wellicht de alternatieve ALDE-resolutie.
Er is een Europese aanpak nodig en ik roep Commissaris Barnier ook op om met de voorstellen te komen voor een juridisch kader binnen de Europese Unie voor intellectuele eigendomsrechten, want wij hebben bijvoorbeeld enorme behoefte aan multiterritoriale licenties. Dat is op dit moment niet mogelijk en dat belemmert de ontwikkeling van de interne markt.
Eva Lichtenberger (Verts/ALE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, collega’s, het is geen toeval dat we het in dit geval niet zo snel eens kunnen worden, omdat hier twee onverenigbare zaken met elkaar worden verbonden. Indien we ons hadden geconcentreerd op de bescherming van merken, zouden we het waarschijnlijk snel eens zijn geworden. Het is echter ook inhoudelijk verkeerd om dit met het internet in verband te brengen, omdat hiervoor andere, nieuwere strategieën nodig zijn dan in het materieel recht. Dat kan niet eenvoudigweg worden overgenomen.
Bovendien moet duidelijk zijn dat we iedere strafvervolging op het internet met schendingen van burgerrechten betalen, omdat men dat niet automatisch kan zien of ontdekken.
Het derde punt is voor mij echt duidelijk: indien voor het gebruik van cultuur op het net al straf dreigt, zodat ik me praktisch altijd al met één been in de gevangenis bevind wanneer ik op het internet rondkijk, dan zal ik geen gebruik kunnen maken van de mogelijkheden die het internet ook voor kunst en cultuur biedt. Vandaar mijn oproep: laten we hier verder over praten! Dat zou verstandiger zijn.
Martin Ehrenhauser (NI). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, de bestrijding van namaak heeft natuurlijk ook hier in het Parlement de hoogste prioriteit. Toch moet ik zeggen dat ik woensdag natuurlijk niet kan instemmen met dit verslag van onze collega, want ik deel onder andere het bezwaar van zeer veel jongeren en burgers, dat hier wordt geprobeerd – onder andere in paragraaf 22 – om het blokkeren van het internet via de achterdeur weer salonfähig te maken.
Ook moeten we het niet goedvinden dat de begrippen piraterij en namaak door de Commissie en ook in dit verslag als synoniemen worden gebruikt. Dat creëert nog meer rechtsonzekerheid. Het begrip “piraterij” is niet van toepassing op het gebruik van niet-commerciële uitwisselingsdiensten op het internet. Daarmee zouden in feite miljoenen burgers gecriminaliseerd worden, zoals ook terecht in het alternatieve verslag van de Fractie van de Groenen/Vrije Europese Alliantie en de Sociaaldemocratische Fractie in het Europees Parlement is opgemerkt.
Ik ben ook absoluut tegen de oprichting van een nieuwe autoriteit. Ik ben van mening dat de momenteel beschikbare structuren hier zeer economisch mee kunnen omgaan.
Paul Rübig (PPE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, eigendom – of het nu intellectuele of fysieke eigendom is – is een fundamentele pijler van de markteconomie. Daarom is het belangrijk dat we erover nadenken hoe we dit met instemming van iedereen met elkaar kunnen regelen. We hebben in ieder geval een one-stop-shop nodig. Het moet eenvoudiger worden voor consumenten, voor zelfstandigen, voor kleine en middelgrote bedrijven om op dit gebied de nodige vergunningen te krijgen.
Juist de beschikbaarheid van in de hele EU geldende licenties voor intellectuele-eigendomsrechten is bijzonder belangrijk. We hebben een interne markt voor intellectueel eigendom nodig. Het is vooral ook nodig dat de oorspronkelijke taal in heel Europa beschikbaar is. Iedere taal vormt een belangrijk cultuurgoed en het moet mogelijk zijn dat de voor één taal verleende licenties in heel Europa geldig zijn en dus door alle burgers kunnen worden gebruikt. We hebben behoefte aan interoperabiliteit en aan de technische neutraliteit om deze intellectuele eigendom ook dienovereenkomstig te kunnen gebruiken. We hebben vooral ook sancties nodig voor degenen die mededingings- en handelsrecht schenden.
Christian Engström (Verts/ALE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, er zijn verschillende problemen met dit verslag, maar ik zal een fundamenteel probleem onderstrepen: inconsistentie. Eerst wordt er gezegd dat we niet over de feiten en cijfers beschikken om wetgeving te maken en daarom een IP-bewakingscentrum moeten hebben om die feiten en cijfers te krijgen. Vervolgens geeft het verslag kritiek op de Commissie omdat die geen wetgeving heeft voorgesteld en alsmaar met niet-wetgevende maatregelen komt, enzovoort.
Ik ben het eens met wat er in het begin wordt gezegd: we beschikken als beleidsmakers niet over de feiten en cijfers; dat is het grote probleem en dat is de reden waarom de Europese instellingen er niet in zijn geslaagd een goed beleid voor deze zaken te vinden. Daarom adviseer ik u de resolutie van de fracties Verts/ALE, S&D en GUE/NGL te steunen, waarin wordt gezegd dat we met alle mogelijke middelen de feiten en cijfers boven water moeten krijgen, vervolgens moeten nadenken wat we gaan doen en daarna moeten gaan wetgeven.
Peter Jahr (PPE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, de verschillende voorschriften van de lidstaten op het gebied van intellectuele eigendom maken het onmogelijk dat dit overal even goed wordt beschermd. Dit heeft negatieve gevolgen voor het vrije verkeer in de interne markt en remt innovaties en investeringen op dit gebied. Schendingen van intellectuele eigendomsrechten vinden bovendien steeds vaker plaats in verband met de georganiseerde misdaad. Het internet biedt daarvoor helaas een gemakkelijk te gebruiken platform.
Een gelijkwaardig hoog beschermingsniveau kan daarom alleen door een gerichte gemeenschappelijke aanpak van de Europese Unie worden bereikt. We moeten dus blij zijn met de harmonisering van de nationale voorschriften en dit is ook een absolute voorwaarde voor het functioneren van de interne markt.
Hartelijk dank aan de rapporteur die hier een belangrijk thema heeft behandeld. Ik weet zeker dat we in dit Parlement nog vaak over dit thema zullen spreken.
Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Als rapporteur voor advies van de commissie IMCO ben ik zeer teleurgesteld dat de rapporteur, mevrouw Gallo, zich in haar verslag niets gelegen heeft laten liggen aan onze aanbevelingen. De Europese Commissie heeft echter in antwoord op mijn vraag reeds bevestigd dat het voorstel voor de totstandbrenging van Europese bescherming voor kwaliteitsmerken reeds volgend jaar zal worden opgepakt. Dank u wel daarvoor, mijnheer de commissaris. Zoals mevrouw Gallo geheel terecht in haar verslag stelt, moeten we met alle ons ter beschikking staande middelen de met name uit Azië afkomstige namaak bestrijden. Het spijt mij echter zeer dat er als gevolg van de passage over de bestrijding van de het illegale downloaden van met auteursrechten beschermde werken via internet zo’n enorme kloof is ontstaan tussen de geachte afgevaardigden. Ja, inderdaad, de massale uitwisseling van met auteursrechten beschermde werken via internet moet gereguleerd worden, maar dan door middel van evenwichtige maatregelen en niet door middel van criminalisering van middelbare scholieren. Het auteursrecht in Europa is op inadequate wijze vormgegeven en biedt geen moderne regels voor de ondersteuning van auteurs, noch voor het bredere gebruik van hun werken door het publiek. In plaats van de belangen van de auteurs zelf en die van de gebruikers van de werken te beschermen, is deze erop gericht de belangen van de houders van auteursrechten en de collectieve beheerders ervan te beschermen. Het spijt mij dat ook dit verslag niet is opgesteld met de ambitie om nu eindelijk eens het zo broodnodige evenwicht op het vlak van de auteursrechten in de digitale wereld tot stand te brengen.
De Voorzitter. – Ik ben er zeker van dat de Commissie tot ieders tevredenheid kan reageren. Mijnheer Barnier, het woord is aan u.
Michel Barnier, lid van de Commissie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik luister altijd vol aandacht naar de woorden van de afgevaardigden van het Europees Parlement. De Commissie heeft de wijsheid niet in pacht en heeft altijd behoefte aan dergelijke analyses en voorstellen. Daarom wil ik mevrouw Gallo en het Europees Parlement oprecht bedanken voor het belang dat zij blijven hechten aan de verbetering en de versterking van de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten. Dit verslag bewijst dat eens te meer.
Ik weet dat er veel is gedebatteerd over dit verslag en dat is begrijpelijk. Desondanks denk ik dat het een goed evenwicht tussen de verschillende belangen laat zien. Ik wil er, met name in navolging van de opmerkingen van de heren Borys en Rübig, aan herinneren dat een doeltreffende bescherming van de intellectuele eigendom de creativiteit en de innovatie inderdaad kan stimuleren en banen in Frankrijk kan veiligstellen.
Maar laat me daar ook aan toevoegen dat, als we het hebben over bescherming en een gepaste beloning voor het creatieve werk, het niet alleen gaat om culturele of industriële creatie. Het gaat ook om een bepaald idee van de democratie, wanneer we denken aan het werk van journalisten, in de kranten, dat het ook verdient om beschermd en juist beloond te worden. Bovendien – ik geloof dat het de heer Borys was die de gezondheidsproblemen aankaartte – weten we ook wat er in algemene zin schuilgaat achter de risico's die zijn verbonden aan namaak.
Dames en heren, ik wijs met nadruk op de inzet van de Commissie om de komende maanden zeer nauw samen te werken met de fracties van dit Parlement teneinde de strijd tegen namaak en piraterij, waar mevrouw Roithová zojuist over sprak, te versterken. De Commissie zal doorgaan met het bestrijden van schendingen van de intellectuele eigendom door middel van zowel wetgevende als andere maatregelen. Ik denk ook dat iedere vorm van bestrijding noodzakelijkerwijs gepaard moet gaan met positieve maatregelen, zoals de bevordering en de ontwikkeling van het legale aanbod.
Ik benadruk dat het volgens mij nodig is om burgers – uiteraard jongeren, maar niet alleen jongeren – bewuster te maken van deze verschijnselen, door gebruik te maken van – en ik sluit me aan bij het verzoek van de heer Engström – onweerlegbare statistische gegevens over de gevolgen en de omvang van namaak en piraterij, en ook van een zo goed mogelijke analyse van de gevolgen voor de maatschappij en de economie. Dat is een punt waaraan de heer Enciu zojuist herinnerde.
De Commissie zal in het bijzonder aandacht besteden aan de ontwikkeling van een waarnemingscentrum en andere maatregelen die zijn aangekondigd in onze mededeling van september 2009 over administratieve samenwerking en de interindustriële dialoog.
Komend najaar, dames en heren, zal ik een actieplan presenteren over al deze kwesties met betrekking tot namaak en alle aspecten van namaak en piraterij. Dat actieplan zal, in termen van communicatie, onderzoek en opleiding van grensbewakingspersoneel in al onze landen, specifiek gebaseerd zijn op het werk en de deskundigheid van het waarnemingscentrum, dat we op zeer geloofwaardige en concrete wijze zullen instellen.
We zullen ook bijzondere aandacht besteden aan de verbetering van een wettelijk kader met betrekking tot de intellectuele eigendom en – uiteraard, zeg ik tot de heer Jahr – een Europees kader. De oplossing ligt in een evenwichtige en proportionele benadering, met inachtneming van de fundamentele burgerrechten, en ik zou aan mevrouw Lichtenberger willen zeggen – en ik heb het al aan uw commissies gezegd – dat het geenszins gaat om het criminaliseren van bepaald gedrag van met name jongeren. Daar gaat het niet om.
De Commissie bereidt voor het najaar een verslag voor over Richtlijn 2004/48/EG betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten. Ik wil daarom bevestigen aan de heer Manders die me daarover heeft aangesproken, maar vooral aan uw rapporteur, mevrouw Gallo, die dit punt heeft benadrukt, dat we op basis van dat verslag – omdat ik denk dat dat nodig zal zijn – amendementen op deze tekst zullen voorstellen om de handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten in Europa te verbeteren .
De Voorzitter. – Dank u commissaris voor uw woorden, die zeer goed zijn ontvangen.
Hiermee is dit agendapunt afgerond.
De stemming vindt morgen (dinsdag, 21 september 2010) om 12.00 uur plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 149)
Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. – (EN) Ik heb tegen het verslag-Gallo gestemd, omdat het een regressief en onwerkbaar voorstel is dat de openheid van internet en grondrechten tegenwerkt en veel kwesties in een juridisch ”grijs gebied” laat. Niet in de laatste plaats wordt namaak verward met uitruil van bestanden. De S&D-Fractie heeft een alternatieve resolutie ingediend die ingaat op de noodzaak om de rechten en belangen van kunstenaars en werkers in de creatieve sector te beschermen, en tegelijkertijd de noodzaak om te zorgen voor een brede toegang tot culturele producten en diensten voor Europese consumenten. Het is een constructieve en progressieve visie op de versterking van intellectuele-eigendomsrechten, waarin gestreefd wordt naar de ontwikkeling van een eerlijk, evenwichtig en toekomstgericht kader voor intellectuele-eigendomsrechten in Europa, dat zowel kunstenaars als consumenten ten goede komt. Een belangrijk punt is dat deze resolutie onderscheid maakt tussen commerciële en niet-commerciële uitruil van bestanden (file-sharing) en zich verzet tegen het bestraffen van de laatste. De alternatieve resolutie is er ook op gericht netneutraliteit te garanderen, persoonlijke gegevens en andere grondrechten te beschermen, te zorgen voor gerechtelijk verhaal en niet-juridische maatregelen bij de handhaving van auteursrechten tegen te gaan. Bovendien is deze resolutie tegen de invoering van de Hadopi-wet in heel Europa en wordt voorgesteld innovatieve alternatieve bedrijfsmodellen te ontwerpen. Ik onderstreep dat dit een niet-wetgevend verslag is. De Commissie zal binnenkort met een wetsvoorstel moeten komen.
Adam Gierek (S&D), schriftelijk. – (PL) Intellectuele eigendom is een ruim begrip dat zowel betrekking heeft op het octrooirecht als op handelsmerken, logo’s en het auteursrecht. In het verslag wordt enkel ingegaan op het probleem van piraterij ten gevolge van inbreuken op het auteursrecht, hetgeen gewoonlijk neerkomt op het misbruik van andermans handelsmerk. Het verslag bevat een aantal voorstellen om de intellectuele-eigendomsrechten te versterken, met name de oprichting van een Waarnemingscentrum, de tenuitvoerlegging van administratieve procedures en de uitvoering van relevante internationale overeenkomsten. Handelsmerken zijn bedoeld om producten of diensten die aan verschillende economische spelers toebehoren, van elkaar te onderscheiden. Entiteiten die zich met oneerlijke handelspraktijken inlaten, trachten hun voordeel te doen met de reputatie van bepaalde producten of diensten op de markt. Alle maatregelen die worden voorgesteld om piraterij te bestrijden, leiden tot de ontwikkeling van een soort controlesysteem dat door de belastingbetaler wordt gefinancierd. We hebben echter veel meer behoefte aan inspanningen om de douane-instanties te versterken, in de eerste plaats om het opsporen van bedreigingen als schadelijke gewasbeschermingsmiddelen, namaakgeneesmiddelen, schadelijke levensmiddelen en diervoeders te verbeteren. De liberalen trachten enerzijds om staten te verzwakken die goedkope goederen produceren, maar dwingen diezelfde landen anderzijds om monopolies te beschermen. We zouden het oplossen van dit soort problemen beter kunnen overlaten aan sectorale beroepsorganisaties. De enige taak van een staat zou moeten bestaan in het beslechten van eventuele geschillen. Om dit doel te bereiken, moet de Europese Unie werk maken van het opstellen en invoeren van wetgeving inzake octrooien, gebruiksmodellen en tot dusver geregistreerde handelsmerken, alsmede van wetgeving inzake het auteursrecht. Daarenboven moeten wij het toezicht op de externe grenzen van de Europese Unie verbeteren en nauwlettend toezien op de buitensporige toevloed van goederen uit derde landen die met EU-producten concurreren, en op de kwaliteit van deze goederen.
Jiří Maštálka (GUE/NGL), schriftelijk. – (CS) Handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten in de interne markt (Marielle Gallo, A7-0175/2010). Niettegenstaande het feit dat dit verslag talrijke waardevolle gedachten en conclusies bevat, is het helaas een typisch voorbeeld van gebrek aan visie of beter gezegd: een schrijnende radeloosheid ten aanzien van de intellectuele-eigendomsrechten op communautair niveau. Het kan nog erger: de Mededeling van de Commissie met de titel “Versterkte handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in de interne markt” (COM 2009(467)) waarnaar in het verslag mede verwezen wordt. En dan ronduit alarmerend vind ik het feit dat de Commissie tot op de dag van vandaag niet in staat is geweest een diepgravende analyse uit te voeren naar de effecten van Richtlijn nr. 2004/48/EG van 29 april 2004 inzake intellectuele-eigendomsrechten. Het feit dat er nog altijd geen communautair octrooi bestaat, vormt een ernstig obstakel voor de totstandbrenging van een doeltreffend communautair stelsel ter bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten. Een laatste opmerking betreft het voorstel tot de totstandbrenging van een Europees Waarnemingscentrum voor namaak en piraterij. We kunnen nog meer organen, nog meer bureaucratie en nog hogere uitgaven missen als kiespijn. De Europese Commissie heeft genoeg middelen om de taken die door dit centrum zouden moeten worden uitgevoerd, zelf op zich te nemen.
Iosif Matula (PPE), schriftelijk. – (RO) Ik verwelkom deze ontwerpresolutie, waarvan de bepalingen grotendeels te maken hebben met de sfeer van cultuur en onderwijs, een commissie waar ik zitting in heb. Het wordt breed erkend dat niet slechts wetenschappelijke en technische innovatie, maar ook culturele activiteiten een cruciale bijdrage leveren aan het concurrentievermogen van de Europese economie. Het Europese beleid voor onderwijs en ontwikkeling moet gebaseerd zijn op het doorgeven van kennis, het verspreiden van informatie en het bieden van toegang aan een zo breed mogelijk publiek tot technologische vooruitgang en de producten van culturele creativiteit. Om dit te bereiken moeten er betere omstandigheden worden geschapen in de zin van lagere kosten voor de consument, waaronder toegang tot diensten met een onbeperkt abonnement of tegen een lage prijs. Dit geldt met name voor onderwijsinstellingen, culturele instellingen en niet-commerciële instellingen. Daarom zou ik een nuttig onderscheid willen maken tussen gebruik voor onderwijsdoeleinden en gebruik voor commerciële doeleinden, hetgeen uiteraard innovatie op Europees niveau zou stimuleren. Tegelijkertijd is het belangrijk dat wij het jonge publiek voorlichten zodat zij de problemen van intellectuele eigendom begrijpen. Een ander belangrijk aspect is het beschermen van de inkomens van auteurs. Deze maatregel vereist strikte regels voor het gebruik van deze producten of diensten door derden. Tot slot: Er moet meer aandacht worden besteed aan verweesde werken, een punt dat niet voorkomt in de ontwerpresolutie.
Sirpa Pietikäinen (PPE), schriftelijk. − (FI) Diefstal is altijd diefstal. Het stelen van een opname via internet is net zo goed diefstal als het stelen van dezelfde inhoud uit een platenzaak. Toch is de houding ten opzichte van piraterij op internet, of diefstal, nog steeds veel lakser en softer dan de houding ten opzichte van winkeldiefstal. Wij moeten internetpiraterij serieus nemen. Informatienetwerken zijn een praktische, doeltreffende en natuurlijke manier om digitale inhoud te verspreiden, maar dat betekent niet dat hun creatieve inhoud voor iedereen vrij beschikbaar moet zijn zonder dat daar enige vergoeding tegenover staat. Helaas lijken sommige tegenstanders van dit verslag dat wel te denken. De toekomst van creatieve sectoren hangt er, net als bij andere sectoren, van af of mensen voor hun werk betaald krijgen of niet. Als de honoraria van musici, acteurs of regisseurs in de zakken van piraten terechtkomen, dan leidt dat tot culturele verarming, omdat beroepskunstenaars zich dan niet meer kunnen bedruipen. Is dat wat wij willen? Een alternatief, dat in dit verslag op verdienstelijke wijze wordt gepresenteerd, is het opstellen van eerlijke spelregels voor informatienetwerken om eigendomsrechten te beschermen. Die spelregels moeten zijn gebaseerd op een oude moraal, waarvoor al eeuwenlang wetgeving bestaat: Gij zult niet stelen.