Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/0048(APP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0248/2010

Ingediende teksten :

A7-0248/2010

Debatten :

PV 21/09/2010 - 11
CRE 21/09/2010 - 11

Stemmingen :

PV 22/09/2010 - 5.1
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0328

Debatten
Dinsdag 21 september 2010 - Straatsburg Uitgave PB

11. Meerjarig financieel kader voor 2007-2013 (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het interim-verslag van Reimer Böge, namens de Begrotingscommissie, over het voorstel voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2007-2013 [COM(2010)0072 - 2010/0048(APP)] (A7-0248/2010).

 
  
MPphoto
 

  Reimer Böge, rapporteur. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Lewandowski, dames en heren, we staan momenteel voor de moeilijke taak om de overheidsbegrotingen in de Europese Unie te consolideren en die heeft natuurlijk gevolgen voor onze discussies.

Op basis van artikel 81 van het Reglement leggen wij u vandaag een interimverslag voor over het voorstel voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2007-2013. Ik zou tegen de Raad willen zeggen dat wij zeer ontevreden zijn, omdat er nog steeds geen onderhandelingen hebben plaatsgevonden over de aanpassing van het meerjarig financieel kader op basis van het Verdrag van Lissabon. Deze aanpassing op basis van punt 4 van het bestaande Interinstitutioneel Akkoord houdt in dat in het geval van een verdragsherziening die invloed heeft op de begroting het bestaande Interinstitutioneel Akkoord dienovereenkomstig moet worden aangepast op basis van consensus tussen de instellingen.

Daarnaast staat er in artikel 6, lid 4, van het Verdrag van Lissabon: “De Unie voorziet zich van de middelen die nodig zijn om haar doelstellingen te verwezenlijken en haar beleid ten uitvoer te leggen.”

In feite komt de begroting van de Europese Unie er slecht vanaf in het publieke debat. De meeste mensen weten niet dat we geen schulden mogen maken. De meeste mensen vergeten dat gedurende de periode 2000-2008 de begrotingen van de 27 lidstaten jaarlijks met 4,4 procent zijn gestegen. In deze periode nam de Europese begroting toe met 4,5 procent, bijna hetzelfde. In deze periode hebben we echter ook de financiële uitbreiding van de Europese Unie van 15 naar 27 lidstaten moet faciliteren. Ook in dit financiële perspectief zijn we altijd een flink stuk onder de bovengrens gebleven van het meerjarig financieel kader, zowel in onze vastleggingen als in het bijzonder ook in de begrotingen die we hebben aangenomen met betrekking tot onze betalingen. In de begroting van 2010 zijn we ongeveer 12 miljard euro onder de meerjarige begrotingsvooruitzichten gebleven. U hoeft ons dus niets te vertellen over serieus en terughoudend begrotingsbeleid.

De Commissie en de Raad geven er de voorkeur aan om de noodzakelijke amendementen met betrekking tot het Verdrag van Lissabon als technisch te beschouwen. Maar moeten we onszelf laten vastbinden zonder dat de noodzakelijke politieke veranderingen plaatsvinden? Ik geloof het niet. We willen dat de noodzakelijke politieke aanpassingen worden gedaan, zodat de Unie de komende jaren intern en extern handelend zal kunnen optreden.

Zoals we allemaal weten heeft de Europese Unie nieuwe taken gekregen door het Verdrag van Lissabon, variërend van extern optreden tot ruimtevaart. We kijken op dit moment ook nog aan tegen de aanvullende financiering van het ITER-project. Verder is de Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders een financieel stabiliseringsmechanisme overeengekomen dat de begrotingsautoriteit omzeilt. Tegelijkertijd doet de Raad constant beloften dat agentschappen, bananen en ITER gefinancierd zullen worden. Hij heeft een allegaartje van cijfers bij elkaar geraapt dat niemand kan accepteren.

In dit interimverslag komen we tot de conclusie dat er een verandering nodig is in het meerjarig financieel kader, inclusief het flexibiliteitsmechanisme in de bestaande regelgeving. Het moet ook duidelijk zijn dat er geen nieuwe agentschappen kunnen bijkomen zonder extra financiële middelen. We moeten duidelijk maken dat er geen onderhandelingen hoeven plaats te vinden zonder een minimum aan flexibiliteit in de begroting. Dit zal ons in staat stellen om te verzekeren dat er flexibele meerderheidsbesluiten zijn, zoals die ook vóór het Verdrag van Lissabon bestonden met betrekking tot de eerste fase van de herziening van een financieringsprogramma van minder dan 0,03 procent van het bruto nationaal inkomen. In het algemeen hebben we een hogere mate van flexibiliteit nodig en voldoende reserves voor iedere rubriek.

Ik zou de Raad willen vragen om niet zo’n sceptische benadering te kiezen. Dit verandert niets aan het feit dat we overeenstemming moeten bereiken gedurende de jaarlijkse begrotingsprocedure. Maar de alternatieven voor de Raad bij al deze meerjarige projecten en nieuwe prioriteiten zijn uiteindelijk als volgt: willen we drie jaar op rij redetwisten en moeilijke onderhandelingen voeren over hetzelfde onderwerp? Dat is echt zonde van het menselijk kapitaal. Of willen we een redelijke algemene oplossing vinden voor de kwesties die ik heb genoemd? Ik roep op om echte serieuze politieke onderhandelingen te beginnen tussen de Commissie, de Raad en het Parlement op basis van de verdragen.

 
  
MPphoto
 

  Olivier Chastel, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik neem graag nota van de ontwerpresolutie van het Europees Parlement over het voorstel van de Commissie voor een verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2007-2013.

In ieder geval zou ik u vandaag willen zeggen dat ik u in dit stadium – en dat zal u niet verbazen – alleen maar zal informeren, of een tweede keer informeren, over het standpunt van de Raad hierover. Ik wil er dus aan herinneren dat de Raad van mening is dat het met het Verdrag van Lissabon samenhangende wetgevend pakket op begrotingsgebied, waaronder deze verordening, strikt beperkt moet blijven tot een technische uitvoering van de gevolgen van het Verdrag van Lissabon. Met andere woorden, de omzetting van het huidige meerjarig financieel kader in een verordening zou niet meer mogen zijn dan een eenvoudige omzetting van de bestaande financiële vooruitzichten. Het voorstel van de Commissie gaat precies in die richting en in dit stadium wenst de Raad dus niet te praten over een herziening van het meerjarig financieel kader.

Dit gezegd zijnde zult u begrijpen dat onze standpunten vrij ver uiteen liggen. Maar ik ben ervan overtuigd dat we de komende weken en maanden tot een akkoord zullen komen over deze verordening, uiterlijk tijdens onze onderhandelingen in het kader van de begrotingsbemiddeling, die eind november rond moet zijn.

 
  
MPphoto
 

  Janusz Lewandowski, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de Commissie verwelkomt het verslag en hoopt dat dit een stap vooruit is naar echte onderhandelingen en het definitieve akkoord over het begrotingspakket van Lissabon.

De verordening waarover we vandaag debatteren is slechts een deel van een pakket waarmee, zoals voorgeschreven in artikel 312 van het Verdrag, de verordening tot bepaling van het meerjarig financieel kader moet worden opgenomen in de verordening van de Raad, die unaniem moet worden goedgekeurd nadat zij door het Parlement is aangenomen. Wat overblijft is een interinstitutionele overeenkomst en de herziening van het financieel reglement. Alles bij elkaar vormt dat het begrotingspakket van Lissabon, en ik ben van mening dat het een samenhangend geheel van regels is.

Nu moeten we het eens worden over het pakket en ik denk dat de aanstaande bemiddeling in oktober/november de beste gelegenheid is om in overeenstemming met het Verdrag van Lissabon een stevige basis te vinden voor onze begrotingsprocedures.

De kernboodschap van het verslag van het Parlement, die de heer Böge heeft herhaald, is glashelder. Het Parlement wil bij deze gelegenheid meer politieke invloed, terwijl de Commissie ervoor heeft gekozen om de zaak als omzetting van regels te beschouwen en zo veel mogelijk te wijzigen met behulp van de nieuwe aanpassingsmethode van het Verdrag, zodat geen extra problemen worden veroorzaakt. Dit was een bewuste keuze.

Ik ben het eens met de rapporteur dat de diverse instellingen op grond van het Verdrag van Lissabon nieuwe verantwoordelijkheden hebben gekregen en de budgettaire impact zorgvuldig moet worden onderzocht, zodat de Commissie, wanneer er extra kredieten nodig zijn, klaar is om met voorstellen te komen, zoals in het geval van ITER. Dit is eventueel bespreekbaar.

We juichen het standpunt van het Parlement inzake flexibiliteit − minimaal hetzelfde niveau als tot nu toe − zeer toe. Dat is noodzakelijk, zoals onze procedure heeft aangetoond, dus ik denk dat beide armen van de begrotingsautoriteit een oplossing moeten nastreven die juridisch niet betwistbaar is en de rol van de instellingen respecteert.

Zoals gewoonlijk ben ik natuurlijk bereid om tot een compromis te komen. Ik wil graag herhalen dat de bemiddeling in oktober/november hiervoor de gelegenheid moet zijn, omdat we echt verder moeten werken op de solide basis van de nieuwe procedures, aangezien dit juridisch onbetwist en in overeenstemming met het Verdrag van Lissabon is.

 
  
MPphoto
 

  Salvador Garriga Polledo, namens de PPE-Fractie. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Chastel, commissaris, ik zou willen beginnen met een advies aan de fungerend voorzitter van de Raad. Ik denk niet dat het politiek gezien erg raadzaam is om zo veel vertrouwen te hebben in de bemiddelingsprocedure van oktober en november als u uitgaat van een houding die zo afwijkend is als die welke u nu tentoonspreidt in dit Parlement. Ik denk eerlijk gezegd dat u met deze houding maar weinig ruimte laat voor een overeenkomst.

In elk geval − en ik wil daarbij de argumenten herhalen van mijn collega Reimer Böge − heeft u in de Raad de voorbije jaren de nefaste gewoonte aangenomen om politieke prioriteiten vast te leggen zonder rekening te houden met het begrotingskader, waardoor wij genoodzaakt waren tot oefeningen in financiële instrumentering bij Galileo, het Europees economisch herstelplan en de EU-voedselfaciliteit, en onlangs nog bij het Europees financieel stabilisatiemechanisme. Een ander voorbeeld is het ITER-project betreffende de internationale thermonucleaire experimentele reactor, dat ver verwijderd is van het parlementaire toezicht en de transparantie die u, als regeringen, wel voorschrijft in uw nationale begrotingen. En de communautaire begroting verdient exact evenveel aandacht als de nationale begrotingen. Als u dat uit het oogt verliest, komen er gegarandeerd problemen.

We hebben geen marges, we weten niet wat de echte verwachtingen zijn inzake de uitvoering van een groot aantal meerjarenplannen en we verwerpen de algemeen gebruikelijke herbudgettering als alternatief voor het uitputten van die marges.

Deze herbudgettering is geen besparing op de begroting, maar een voorbeeld van slecht begrotingsbeleid en een totaal gebrek aan planning.

Een echte herziening van de begroting op middellange termijn moet, zoals de commissaris zegt, overwegingen bevatten over de flexibiliteit en over de cijfers. Na twee jaar vertraging is dat het minste dat dit Europees Parlement verdient en bereid is te aanvaarden.

 
  
MPphoto
 

  Eider Gardiazábal Rubial, namens de S&D-Fractie. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, vandaag ontmoeten we elkaar weer in dit Huis om de Commissie en de Raad te herinneren aan iets dat ze al weten sinds 2006, toen we het huidige financieel kader voor de Unie hebben aangenomen, namelijk dat er in de communautaire begroting niet genoeg geld is om het beleid te financieren dat door de Raad en de Commissie is uitgestippeld en dat wij inderdaad vanuit het Parlement hebben gesteund.

En we wisten het allemaal, toen we het financieel kader goedkeurden voor de periode 2007-2013. We wisten dat het op prioritaire gebieden ondergefinancierd was, maar we hebben het toch goedgekeurd om een eindeloze discussie binnen de Raad te vermijden, maar met dien verstande dat deze begroting zou worden herzien in 2008 of 2009. Maar ondanks deze afspraken zijn we ondertussen in 2010 aanbeland, zonder dat de Commissie een voorstel heeft ingediend.

Soms haalde men de economische crisis aan als excuus, maar het geld dat we vroegen diende nu juist om de Europese economie te doen heropleven. Ik heb u afgelopen juni al verteld dat we belangrijke zaken te bespreken hadden, zoals Europa 2020. Dat is om niet achterop te raken op het vlak van onderzoek, ontwikkeling en innovatie, op het vlak van werkgelegenheid, wereldwijde concurrentie en zorg voor het milieu. En daarom vraag ik u opnieuw of u echt gelooft dat we in staat zullen zijn om dit alles te bereiken zonder een verhoging van de Europese begroting, of dat het weer zal blijven bij mooie verklaringen. Ik heb het antwoord daarop nog niet gehoord.

Vandaag zijn bijvoorbeeld in New York onze staatshoofden en regeringsleiders bijeengekomen om ervoor te zorgen dat de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling gehaald worden, en het Parlement is erop gebrand om hen te steunen. Maar onze steun is helaas niet genoeg. De ministers die verantwoordelijk zijn voor de begroting moeten deze verbintenis aangaan en akkoord gaan om de nodige middelen ter beschikking te stellen van de Europese Unie.

En dat geld hebben we nu nodig, voor de begroting van dit jaar, voor de begroting van volgend jaar en ook om bijvoorbeeld de ITER te financieren zonder dat we hiervoor moeten bezuinigen op een ander reeds goedgekeurd programma, zoals het kaderprogramma voor onderzoek.

Het debat over de volgende begroting kan vergiftigd worden als de Raad zich blijft verzetten tegen een herziening van het financieel kader, zoals vandaag blijkbaar opnieuw het geval is. De nieuwe begrotingsprocedure die voortvloeit uit het Verdrag van Lissabon kan een ernstige bron van conflicten tussen de Raad en het Parlement worden als onze neuzen niet in dezelfde richting worden gezet.

Omwille van dit alles vragen wij de Commissie en de Raad om met het Parlement samen te werken om het bestaande financiële kader te herzien, zodat wij de extra middelen kunnen voorzien die nodig zijn om alle initiatieven te financieren die we reeds hebben vermeld. Zonder deze herziening zal de Europese Unie niet in staat zijn om in te spelen op, of te voldoen aan de verwachtingen van onze burgers. Evenmin kunnen we dan onze verplichtingen nakomen op het vlak van concurrentievermogen, groei en werkgelegenheid, of op het gebied van buitenlandse betrekkingen.

Daarom vragen wij u om even stil te staan bij de problemen die wij gehad hebben bij het aannemen van de begrotingen onder dit huidige financieel kader. We hebben onze toevlucht moeten nemen tot bestaande marges en tot het flexibiliteitsinstrument om belangrijke prioriteiten te financieren, zoals Galileo, de voedselfaciliteit en het Europees economisch herstelplan.

We vragen u flexibel te zijn, niet alleen om aan de huidige vraag te voldoen maar ook om voldoende marge over te houden voor toekomstige behoeften. Kortom, we vragen u om inzet en ambitie, om de krachten te bundelen, de middelen vrij te maken en tot actie over te gaan om de EU een broodnodige impuls te geven.

 
  
MPphoto
 

  Anne E. Jensen, namens de ALDE-Fractie. – (DA) Mevrouw de Voorzitter, ik dank de heer Lewandowski en de Raad voor de duidelijke formulering van het verschil tussen uw standpunt en ons standpunt. In tegenstelling tot de vorige spreker wil ik graag benadrukken dat wat we in ons verslag in eerste instantie vragen niet extra geld is, maar dat we willen dat de EU wanorde en chaos voorkomt. Dat is namelijk precies wat we krijgen als we ons niet houden aan bestaande overeenkomsten en de tekst van het Verdrag. Dit heeft betrekking op punt 4 van het huidige Interinstitutioneel Akkoord en op de artikelen 311 en 312 van het Verdrag.

Meerdere sprekers hebben reeds gezegd dat het Verdrag van Lissabon voorziet in nieuwe bevoegdheden, bijvoorbeeld het buitenlands beleid, ruimtebeleid en energiebeleid, en dat we de afgelopen jaren hebben gezien hoe nieuwe behoeften zijn ontstaan waarvoor financiering moest worden gevonden. Galileo, de voedselfaciliteit en het Europees economisch herstelplan zijn ook reeds genoemd. Het Parlement heeft deze nieuwe initiatieven gesteund, maar wij hebben ze niet bedacht. Dat was u, de Commissie en de Raad. Ik moet zeggen dat de weerstand van de Raad en de Commissie tegen de noodzakelijke herziening van het meerjarig financieel kader in scherp contrast staat met het feit dat u doorlopend met nieuwe voorstellen komt en nieuwe middelen nodig hebt, zoals bijvoorbeeld bij de overeenkomst inzake bananen en nu het ITER-project voor fusie-energie.

Daarbovenop zien we een zorgwekkende tendens waarbij de lidstaten wel bereid zijn om gemeenschappelijke projecten te betalen, maar alleen buiten de EU-begroting om. Dit leidt tot extra bureaucratie en waarborgt geen democratische controle op het gebruik van de middelen. Daarom kan ik gerust zeggen dat het in dit debat niet alleen gaat om meer of minder geld voor de EU, maar om adequate controle en het voorkomen van wanorde en chaos.

 
  
MPphoto
 

  Helga Trüpel, namens de Verts/ALE-Fractie.(DE) Mevrouw de Voorzitter, hartelijk dank. Ik geloof dat we de verschillende problemen uit elkaar moeten houden. Toen we de financiële vooruitzichten hebben aangenomen, heeft de Raad ons beloofd dat er een wijziging of een herziening zou plaatsvinden en dat we in detail met elkaar zouden discussiëren over de problemen van deze begroting. Er zijn twee soorten problemen. Ons stelsel van eigen middelen, dat bepaalt waar het geld voor de Europese begroting vandaan komt, is niet zo up-to-date of toekomstgericht als het zou moeten zijn. We willen geen nieuwe EU-belastingen die een nog grotere last zullen vormen voor de burgers van Europa. In plaats daarvan willen wij van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie een stelsel van eigen middelen met meer milieubelasting en een belasting op financiële transacties, dat ervoor zal zorgen dat de huidige betalingen van de lidstaten omlaag gebracht kunnen worden. Ik denk dat dit heel belangrijk is. We roepen dan ook niet gewoon op tot EU-belastingen die de burgers alleen maar meer zouden belasten. In plaats daarvan zoeken we naar een nieuw, eerlijker en milieuvriendelijker financieringsmodel.

Toentertijd zijn er nog meer beloften gedaan, omdat de huidige begroting, zoals we allemaal weten, natuurlijk veel te rigide is. Er zijn te weinig mogelijkheden voor herschikkingen binnen de begroting. We hebben te maken met nieuwe politieke uitdagingen en de Europese begroting is op dit moment niet in staat om daar adequaat op te reageren. Dit is de reden waarom de Raad en de Commissie constant nieuwe dingen voorstellen die gefinancierd moeten worden en die de begroting niet kan faciliteren. We moeten een manier zien te vinden om aan deze warboel een einde te maken en de Raad heeft nog niet laten zien dat hij echt bereid is om dit te doen. Ik geloof dat dit een groot politiek probleem is voor de Europese Unie, omdat we op deze manier geen contact kunnen maken met de burgers van Europa.

Er zijn daarentegen ook dingen die we moeten doen in verband met het Verdrag van Lissabon. We willen meer samenwerking op Europees niveau met betrekking tot het energiebeleid, we hebben een efficiëntere aanpak nodig om de klimaatverandering tegen te gaan en we willen meer doen voor ruimtevaart, toerisme en buitenlands beleid. Maar als we dit allemaal willen doen en het serieus nemen, moeten we onze Europese begroting daaraan aanpassen. De Raad moet hier resoluut in actie komen. Dat betekent niet gewoon meer geld, maar meer flexibiliteit binnen de begroting en een nieuwe strategische oriëntatie die ervoor zal zorgen dat Europees beleid echt vooruitkijkt en ons in staat zal stellen om de zaken te financieren die we willen bereiken met de EU 2020-strategie. Op dit moment kunnen we dit niet doen met de huidige begroting. Daarom hebben we nieuwe strategische besluiten nodig om de Europese Unie echt geschikt te maken voor de toekomst. Natuurlijk willen wij als leden van het Europees Parlement ons gezag behouden en willen we de bevoegdheden gebruiken die we hebben gekregen op grond van het Verdrag van Lissabon, wat betekent dat het Parlement altijd in voldoende mate betrokken moet zijn. Dit is wat we vragen. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Jacek Włosowicz, namens de ECR-Fractie.(PL) De Europese Unie bevindt zich in een gevaarlijke bocht op de financiële weg. Nooit eerder in de geschiedenis van de Unie was het zo moeilijk om de financiële stabiliteit te behouden. We moeten bepalen welke middelen we nodig hebben om lopende EU-projecten voort te zetten en inventariseren hoe we invulling kunnen geven aan de nieuwe rollen die het Verdrag van Lissabon ons toebedeelt. Daarbij moeten we ook rekening houden met onvoorziene nieuwe situaties.

Begrotingsdiscipline is één ding, maar het leven is iets heel anders. De huidige economische situatie noopt ons ertoe onze prioriteiten te herzien om de begrotingsdiscipline correct te handhaven. We moeten de grondbeginselen van de Unie in het achterhoofd houden. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan het wegnemen van de verschillen tussen de oude en de nieuwe lidstaten, die helaas nog steeds bestaan. Ik vraag de Raad en de Commissie om de fundamenten die de oprichters van de Unie hebben neergelegd, en alles wat we de afgelopen vijftig jaar in de Unie hebben bereikt, niet te veronachtzamen. Laten we grenzen slechten, procedures vereenvoudigen en het leven van de Europese burger vergemakkelijken door zorgvuldig om te springen met elke euro uit de gemeenschappelijke begroting.

 
  
MPphoto
 

  Miguel Portas, namens de GUE/NGL-Fractie. – (PT) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat het commentaar van de fungerend voorzitter van de Raad heel duidelijk was. Hij wil vooral niet praten over de herziening van het meerjarig financieel kader. Toch dient gezegd dat het in mei 2006, toen het Interinstitutioneel Akkoord over het financieel kader werd goedgekeurd, zeer duidelijk was dat het Parlement de garantie wilde, en kreeg, dat het kader tussentijds zou worden herzien.

Het doel van die herziening was om een nieuw debat te openen over het totaalplaatje van Europa en om een nieuwe evaluatie te maken van alle aspecten van de uitgaven en inkomsten van de Unie.

Tussen 2006 en 2010 brak de crisis uit, maar in onze begrotingen werd geen rekening gehouden met nieuwe dringende behoeften, noch met nieuwe prioriteiten. Ook de nieuwe verdragen werden van kracht, maar de regeringen wilden daar niet de nodige conclusies aan verbinden voor de begroting. Er werd zelfs een Europees financieel stabilisatiemechanisme ingesteld, waardoor 50 procent van de Europese begroting is omgezet in een garantie voor de aansprakelijkheid van derden, maar er zijn geen afspraken gemaakt over gevallen van niet-naleving.

Het komt erop neer dat de regeringen gewoon niet geïnteresseerd zijn in een herziening, die ze nochtans beloofd hadden, maar dat ze willen dat het Europees Parlement een verordening bezegelt die enkel een bestendiging van de huidige situatie inhoudt.

Het verslag dat we bespreken verzet zich tegen deze poging om het Parlement zijn rechten te ontnemen en ik hoop ten zeerste dat dit Parlement voet bij stuk houdt.

 
  
MPphoto
 

  Angelika Werthmann, namens de NI-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de begroting voor 2011 is in nevelen gehuld. Twee punten lijken mij van belang. Enerzijds schrijft het Verdrag van Lissabon voor dat de Unie zich voorziet van de middelen die nodig zijn om haar doelstellingen te verwezenlijken en haar beleid ten uitvoer te leggen. Dit is gespecificeerd in artikel 311 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dit zorgt ervoor dat de jaarlijkse begrotingsprocedure soepel verloopt. Anderzijds is het belangrijk om prioriteiten te stellen in het licht van de huidige economische situatie en om alle vereiste maatregelen te treffen zodat het proces van goedkeuring van het meerjarig financieel kader effectief functioneert.

Ik zou graag nog een kwestie willen benadrukken gezien het huidige economische klimaat. Ik begrijp niet waarom er drastisch gesneden wordt in onderwijs, levenslang leren en sociaal beleid. Geld besparen kunnen we bijvoorbeeld op administratief gebied, waar bestaande synergetische effecten met de thuislanden kunnen worden aangewezen en benut. De hieruit voortvloeiende besparingen kunnen dan bijvoorbeeld worden gebruikt voor het financieren van groei en werkgelegenheid.

Tot slot wil ik nog één punt inbrengen dat onderwerp van een fundamentele discussie zou kunnen zijn. Het is essentieel dat de lidstaten open kaart spelen over hun uitgaven van Europese middelen. Dit zou ons, met andere woorden het Europees Parlement en de Commissie, in staat stellen om zoveel mogelijk controle en inspraak te hebben en het vereiste niveau van efficiency te bereiken.

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Fernandes (PPE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, het lijkt me erg gemakkelijk te bewijzen dat we dringend werk moeten maken van een herziening van het huidige meerjarig financieel kader. Het lijkt me gemakkelijk te bewijzen dat dit kader dringend meer flexibiliteit moet bieden. Dat is de enige manier om ons te kwijten van de taken van de Europese Unie, om onze doelstellingen te bereiken en de hoop te vervullen die de Europese burgers in ons stellen.

Ik hoop dat de Raad dit niet in de weg zal staan. Ik hoop dat de Raad geen belemmering zal vormen voor de ontwikkeling en de verwachtingen van de Europese Unie.

Van 2007 tot 2009 werden de plafonds van het financieel kader bereikt of overschreden. Relevante projecten zoals Galileo, de voedselfaciliteit en het Europees herstelplan konden enkel worden uitgevoerd door de bestaande marges geheel te benutten. Die marges zijn voor de resterende periode verwaarloosbaar en zullen nog verder slinken omdat er vastleggingen zijn die nog niet in de begroting zijn opgenomen.

We weten allemaal dat het Verdrag van Lissabon ons nieuwe bevoegdheden en agentschappen heeft opgeleverd op het gebied van extern optreden, sport, klimaatverandering, energie, toerisme en civiele bescherming. Dit betekent dat de Europese Unie zich moet voorzien van voldoende middelen om haar beleid uit te voeren en haar doelstellingen te verwezenlijken.

We moeten de crisis bestrijden. En om de crisis te bestrijden en de werkeloosheid te verminderen hebben we behoefte aan een proactief, pan-Europees beleid. Dit houdt in dat de begrotingsautoriteit de dienovereenkomstige acties en prioriteiten moet preciseren en de kosten daarvan moet berekenen, rekening houdend met de meerwaarde van de EU-begroting.

Verder mogen we de al goedgekeurde EU 2020-strategie niet vergeten, waarin gepleit wordt voor een duurzame, slimme en inclusieve groei die onmiddellijk moet beginnen, en daarvoor zijn financiële middelen nodig.

 
  
MPphoto
 

  Göran Färm (S&D).(SV) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de heer Böge van harte bedanken. Hij heeft de ideeën van de andere fracties overgenomen en een uitstekend verslag opgesteld. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat het Verdrag van Lissabon een aantal technische veranderingen vereist, maar belangrijk is daarbij dat het probleem niet alleen technische aanpassingen betreft. Voor ons in de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement zal nu duidelijk worden of we al dan niet in Europa geloven.

De samenwerking in de EU is geen restant na vaststelling van het nationale beleid. Als we het Verdrag van Lissabon ernstig nemen, moeten nieuwe taken worden gefinancierd. Als we echt willen dat Europa wereldleider wordt op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, klimaat, energie en groene banen, en dat Europa een meer gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid krijgt, kunnen we dat soort uitgaven niet botweg schrappen zodra zich nationale begrotingsproblemen voordoen. Projecten zoals ITER, klimaatbeleid, een nieuw gemeenschappelijk buitenlands beleid, de trotse boegbeeldprojecten in het kader van EU 2020 of de aanstaande uitbreiding – dat alles kan niet worden gefinancierd binnen de huidige kaders.

De uitgaven in het kader van de EU-begroting zijn niet zomaar kosten; ze bieden de lidstaten een wezenlijke meerwaarde. Als we gebruikmaken van de mogelijkheden, kunnen die uitgaven de nationale begrotingen zelfs ontlasten, en dan kan de EU-begroting een kans zijn, niet slechts een probleem. Daarom is het absoluut noodzakelijk dat de Commissie en de Raad nu de moed hebben om de sinds lang beloofde maar niet uitgevoerde tussentijdse herziening van de plafonds in de huidige langetermijnbegroting van de EU uit te voeren.

Tot slot zou ik een vraag willen stellen aan de Raad en de Commissie: u moet echt eens uitleggen hoe u een Interinstitutioneel Akkoord waarin een ambitieuze tussentijdse herziening van de financiële vooruitzichten is vastgelegd, zomaar kunt negeren. Dat wekt geen vertrouwen in de komende onderhandelingen. Wat waren uw argumenten om deze internationale overeenkomst gewoonweg te negeren? Dat is mijn vraag.

 
  
MPphoto
 

  Carl Haglund (ALDE).(SV) Mevrouw de Voorzitter, ik zal beginnen waar mijn Zweedse collega ophield. Ik was namelijk van plan om eerst en vooral te zeggen dat de huidige situatie volkomen onbegrijpelijk is en ik was van plan om dezelfde vraag te stellen. Ik kijk dus uit naar het antwoord. Als nieuw Parlementslid ben ik ook verbaasd dat het op deze manier is gelopen.

In dat verband wil ik ook benadrukken dat niet alleen de herziening waar de heer Färm net naar verwees, vertraging heeft opgelopen, maar dat in het verlengde daarvan ook bijvoorbeeld de zogenaamde interimverslagen, de voorlopige evaluatieverslagen voor bijvoorbeeld het onderzoeksprogramma en nog andere verslagen vertraging oplopen. Dat heeft uiteindelijk gevolgen voor het werk dat we voor 2014 en daarna zijn begonnen, maar ook voor de manier waarop wij hier nu mee kunnen werken en voor de manier waarop wij kunnen herzien wat de komende jaren moet gebeuren, want 2014 is nog veraf.

In een aantal eerdere interventies is bewonderenswaardig gesproken over de uitdagingen die ons te wachten staan met het oog op Europa 2020, en het is een feit dat een ambitieuze herziening van de huidige begrotingskaders vereist is. Op dat vlak hebben we veel werk voor de boeg en ik begrijp dat de situatie waarmee de Commissie in dat opzicht worstelt, niet eenvoudig is. Als we echter het hoofd willen bieden aan de uitdagingen waarmee we worden geconfronteerd, is het verstandig om dit alles op veel langere termijn te bekijken dan we tot dusver hebben gedaan en daarom hebben we nu een verregaande herziening nodig. Ook ik kijk uit naar verstandige initiatieven van de Commissie.

 
  
MPphoto
 

  Hynek Fajmon (ECR).(CS) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, dit Parlement is gekozen door de inwoners van de lidstaten van de Europese Unie en dient dus lief en leed met hen te delen. Nu de economie van het leeuwendeel van de Europese lidstaten in crisis is en de mensen zich gedwongen zien hun buikriem aan te halen, is het volstrekt uitgesloten dat dit Parlement precies de andere kant opgaat en om verhoging van zijn uitgaven en die van de Europese Unie als geheel vraagt. Dat zou de eerbiedwaardigheid en het gezag van het Europees Parlement in de ogen van onze kiezers aantasten. Het verslag van de heer Böge, waarover we ons vandaag buigen, pleit onder verwijzing naar het Verdrag van Lissabon en andere verdragen echter voor meer geld voor de Europese Unie. Ik kan het daar eenvoudigweg niet mee eens zijn. Met het Verdrag van Lissabon heeft de Europese Unie weliswaar nieuwe bevoegdheden en nieuwe verantwoordelijkheden gekregen, maar zij moet en kan deze bevoegdheden op een zodanige manier aanwenden dat de totale hoeveelheid middelen die zij herverdeelt, gelijk blijft. Ik vind dan ook dat de Europese Unie het tot en met 2013 moet doen met de reeds goedgekeurde financiële vooruitzichten, en dat wanneer er ergens daadwerkelijk correcties nodig zijn, deze uitsluitend en alleen in overeenstemming mogen zijn met de toestand van de Europese economie en de economische crisis waarin wij ons momenteel bevinden.

 
  
MPphoto
 

  Monika Hohlmeier (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik heb voor kennisgeving aangenomen dat de Raad niet wil debatteren over het meerjarig financieel kader. Mag ik de Raad vertellen dat het Europees Parlement er wel heel graag over wil debatteren, en dat de Raad zich niet kan gedragen alsof we hier in een kleuterschool zijn door ons te vertellen dat het geen antwoord zal geven op onze vragen en niet zal ingaan op onze voorstellen.

Ten tweede moet ik de Raad in dit verband vragen of hij Lissabon nu wel of niet wil. Lissabon is geen zuiver technische wijziging, maar betekent meer bevoegdheden en meer verantwoordelijkheden die nagekomen moeten worden – en dat betekent ook dat er antwoord moet worden gegeven op financiële vraagstukken. Daarnaast heeft de Raad besluiten genomen die nieuwe financiële uitgaven met zich meebrengen. Dat is door veel van mijn collega’s al genoemd. Als de Raad dit wil doen, en als hij niet wil dat er meer geld wordt uitgegeven, moet hij heel concreet zeggen waar en hoe hij wil dat er wordt bespaard, waar deze middelen precies hergeschikt moeten worden – niet alleen algemene percentages voorstellen en het vuile werk dan overlaten aan het Parlement en de Commissie, zodat zij beslissen waar het geld vandaan moet komen, vooral omdat onze mogelijkheden voor herschikking en wijziging van de begroting heel beperkt zijn.

De extra verantwoordelijkheden die u ons hebt opgelegd, zijn zo’n uitdaging dat het niet over kleine incidentele bedragen gaat – ik noem hier enkel het terrein van de financiële solidariteit van onze lidstaten en hun overeenkomstige financiële moeilijkheden. Als het programma geïmplementeerd moet worden, gaat het niet over kleine bedragen die we tussen neus en lippen door kunnen herschikken. Hetzelfde geldt voor ITER, hetzelfde geldt voor zaken van interne veiligheid, hetzelfde geldt voor grote kwesties inzake onderzoek, hetzelfde geldt voor kwesties met betrekking tot belangrijke terreinen voor het Parlement, zoals opleidingen voor jongeren en onderzoek. We hebben niet alleen te maken met gebrekkige implementatie, maar ook met een gebrek aan transparantie bij de besteding van middelen. We moeten over deze zaken debatteren en ze concreet behandelen; de Raad kan er niet simpelweg het zwijgen toe doen.

 
  
MPphoto
 

  Estelle Grelier (S&D). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, wat houdt het voorstel van de Europese Commissie in het kort in?

Ten eerste vertoont het een schreeuwend gebrek aan ambitie. De Commissie, daarin gesteund door de Raad, heeft geweigerd om het meerjarig financieel kader te herzien en heeft om haar geweten te sussen technische aanpassingen voorgesteld die hoe dan ook onvermijdelijk waren omdat ze verband houden met de uitvoering van het Verdrag van Lissabon.

Ten tweede verbreekt ze daarmee haar beloftes aan het Europees Parlement. We hoeven er vast niet aan te herinneren dat het Parlement in 2006 met lange tanden heeft ingestemd met het financieel kader. Het vond toen al, en terecht, dat het voorbijgestreefd was, zonder enige speelruimte, kortom zonder enige ambitie. Het Parlement heeft de begroting uiteindelijk goedgekeurd in ruil voor de belofte dat het meerjarig financieel kader tussentijds grondig zou worden herzien. Dat de Commissie en de Raad de besluiten van het Parlement naast zich neerleggen, is een mooi bewijs dat ze er geen belang aan hechten. Nochtans hoeven we er vast ook niet aan te herinneren dat het Parlement soeverein is en het volk vertegenwoordigt.

Ten derde legt dit voorstel een paradox bloot. De lidstaten hebben de Europese Unie grotere bevoegdheden gegeven over grootschalige Europese projecten, maar de Raad en de Commissie weigeren het begrotingskader aan te passen, hoewel ze weten dat het ontoereikend is. Ze geven er de voorkeur aan de begroting te herschikken. In hun ogen een wondermiddel, in de mijne een enge visie op het Europese project.

Hoe moeten we bovendien aan onze Europese burgers zonder blozen uitleggen dat structuurprojecten ofwel niet gefinancierd worden, zoals het Europees financieel stabilisatiemechanisme, waarover nochtans vaak bericht wordt in de media, ofwel, zoals de internationale thermonucleaire experimentele reactor (ITER), gefinancierd worden door middelen weg te nemen uit begrotingspost 1a, die bedoeld is voor concurrentievermogen, groei en werkgelegenheid, beleidsdomeinen die tegemoetkomen aan de verwachtingen van de burgers?

We rijden al toeterend recht op de muur af. Het Parlement weet het, en het is een van de verdiensten van het verslag-Böge dat het ons daaraan herinnert.

 
  
MPphoto
 

  Ivars Godmanis (ALDE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil graag drie dingen zeggen. Als we het hebben over het volgende financieel kader, is het uiterst noodzakelijk te begrijpen hoe we de toegevoegde waarde structureren, want als we de uitvoering van de begroting in de financiële vooruitzichten 2007-2013 niet analyseren, zullen we met de volgende financiële vooruitzichten geen goed resultaat behalen.

Er zijn drie dingen. Ten eerste moeten we kijken naar de tenuitvoerlegging van structuurfondsen, want momenteel hebben we een systeem voor gelden uit structuurfondsen die bestaan uit ongebruikte begrotingsmiddelen. Dit geld wordt voor andere doeleinden gebruikt. Dit is geen goed planningsysteem en het zal ons niet helpen bij het opzetten van het nieuwe systeem van structuurfondsen voor de volgende financiële vooruitzichten.

Het tweede punt betreft praktijken zoals bijvoorbeeld het wegnemen van geld en uitkeringen van landbouw, bedoeld voor plattelandsontwikkeling in 2009, om deze vervolgens uit te geven aan een herstelplan en nu te proberen deze schuld terug te betalen.

En tot slot wil ik nog één ding zeggen. Een analyse van het directoraat-generaal Regionaal beleid voor de structuurfondsen toont zelfs aan dat in sommige gevallen de toegevoegde waarde van het gebruik van structuurfondsen negatief is, en dezelfde analyse is ook gemaakt door mensen uit de landbouw. Er moet achteraf naar gekeken worden – is hetgeen we nu in de jaren 2007-2013 geven realistisch gezien toegevoegde waarde, met het oog op het geld in het systeem?

 
  
MPphoto
 

  Giovanni La Via (PPE).(IT) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Chastel, commissaris, dames en heren, ik denk dat dit debat, dat is gestimuleerd door de heer Böge met het verslag dat vandaag is gepresenteerd, een belangrijke gelegenheid is om helder na te denken over de toekomst van onze Europese Unie.

We kunnen niet blijven denken dat we verschillende en steeds omvangrijkere interventies kunnen uitvoeren met een financieel kader dat eigenlijk is versteend. Daarom steun ik het verslag waarover we vandaag debatteren volledig en juich ik het initiatief van de heer Böge toe.

Het is duidelijk dat de Raad en de Commissie zich niet aan het Interinstitutioneel Akkoord hebben gehouden. We moeten ons afvragen waarom niet is voorzien in een tussentijdse herziening en waarom we op deze manier blijven handelen, zoals we doen met de internationale thermonucleaire experimentele reactor (ITER), zoals we in het verleden – vorig jaar – hebben gedaan met het Europees economisch herstelplan (EERP), en zoals we in het verleden hebben gedaan met Galileo en andere projecten. In plaats van het financieel kader op een serieuze manier te herzien hebben we de marges gebruikt.

Nu hebben we er nog een uitdaging bij: we hebben de prerogatieven die van de lidstaten naar de Europese Unie worden verplaatst door het Verdrag van Lissabon. Ik geloof echt niet dat we op deze manier kunnen doorgaan. We moeten ophouden te handelen op basis van louter een herverdeling van de huidige middelen en het gebruik van flexibiliteitsmechanismen die momenteel bestaan.

Ik geloof daarom dat een inspanning in tegenovergestelde richting nuttiger zou zijn. Met andere woorden: een inspanning die is gericht op het scheppen van reserves en marges die zodanig zijn dat de Unie concreet aan de behoeften kan voldoen, niet alleen aan de huidige behoeften, maar ook en vooral aan de toekomstige behoeften, zowel wat betreft het financieel kader zelf als binnen de afzonderlijke begrotingsrubrieken.

Tot slot wil ik het belang onderstrepen van het debat over het deel van het verslag waarin we worden opgeroepen om verder na te denken over het Europees financieel stabilisatiemechanisme. Dat moet gericht zijn op analyses en prognoses en dus op het reguleren van de invloed die het zou kunnen hebben op de Europese begroting.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Stavrakakis (S&D). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, ook ik steun het verslag waarover wij vandaag debatteren van harte. In de huidige recessie heeft het lopende meerjarige financieel kader herhaaldelijk zijn ontoereikendheid bewezen wat betreft de financiering van vele belangrijke politieke prioriteiten.

De herziening van het financieel kader en grotere flexibiliteit zijn noodzakelijk voor de toekomst van de Unie als wij inderdaad willen dat de EU garant staat voor haar burgers in een tijd waarin ongeveer 25 miljoen van hen werkloos zijn.

Zowel de Europese Commissie als de Raad is opvallend laat met het nemen van verantwoordelijkheid. We naderen het einde van 2010 en het Parlement wacht nog steeds op het moment dat de beide andere instellingen de verplichtingen nakomen die zij vorig jaar al hadden moeten nakomen.

De financiële en sociale crisis heeft heel Europa op de knieën gekregen. Daarom kan het antwoord niet anders dan Europees zijn, met een Gemeenschapsbegroting die voorziet in alle nodige middelen.

 
  
MPphoto
 

  Ingeborg Gräßle (PPE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Chastel, commissaris, u maakt het ons vandaag weer gemakkelijk – hartelijk dank daarvoor – want het komt maar zelden voor dat het Parlement zo eensgezind is. Een bijzondere arrogantie uwerzijds heeft bijgedragen aan de totstandkoming van dit gesloten front. Ik ben er als politica echter niet zeker van of ik u daarmee moet feliciteren, want het is niet bepaald een geniale streek. Ik ben eigenlijk blij dat dit Huis tamelijk leeg is, want onze burgers hebben mijns inziens meer verdiend dan de aanblik van deze spelletjes. Dat is naar mijn mening een reden om uw standpunt opnieuw in overweging te nemen.

Gebroken beloften – u houdt zich niet aan uw woord en dat is een ernstige aangelegenheid. De Commissie durft niet. Mijnheer Lewandowski, een beetje meer moed zou niet verkeerd zijn. Wij willen helemaal niet over geld of over meer geld praten – dat zouden we ook niet moeten doen. Wij zouden over de inhoud moeten praten. Als we bijvoorbeeld kijken naar de situatie ten aanzien van de structuurfondsen, waar de resterende liquiditeit oploopt tot duizelingwekkende hoogten en nog steeds verder toeneemt, dan is het de hoogste tijd dat we de zaken serieus gaan aanpakken in plaats van hier onze tijd aan dergelijke onzin te verspillen.

De Commissie is inmiddels behoorlijk radeloos, omdat het geld niet kan worden uitgegeven. Juist om die reden hebben we nieuwe instrumenten ontwikkeld – de Raad en de Commissie hebben nieuwe instrumenten ontwikkeld – en alleen daarom is dit debat überhaupt mogelijk. Het ongelooflijke aan dit proces is dat het nakomen van beloften ons uiteindelijk in staat zou stellen om deze toestanden op te lossen die geen enkel nationaal parlement in zijn begroting zou toelaten.

Wat gaan we nu doen? Ik wil er bij de Raad en ook bij de Commissie op aandringen om woord te houden. We zijn een procedure overeengekomen en deze procedure moet worden gevolgd. Ten tweede zou ik willen dat we ons weer op de inhoud gaan richten. Als u dat allemaal niet doet, zullen wij ons daartegen te verzetten. Het enige dat wij dan kunnen doen is dossiers bevriezen. Gijzeling is eigenlijk geen legitiem politiek middel, maar als u ons geen keus laat, dan zullen wij hier serieus over na moeten denken.

 
  
MPphoto
 

  Cătălin Sorin Ivan (S&D).(RO) Ook ik wil mijn steun uitspreken aan de rapporteur en de collega’s door te benadrukken dat de Europese Unie zich in een moeilijke situatie bevindt, hetgeen noch de Raad, noch de Commissie zich lijkt te realiseren. De vier jaar van dit meerjarig financieel kader die zijn verstreken, de economische crisis en de inwerkingtreding van een nieuw Verdrag zijn allemaal uitdagingen waar de Europese Unie mee te maken heeft. Daarom is het voor iedereen zonneklaar dat we meer begrotingsflexibiliteit nodig hebben.

Daarom ben ik van mening dat een puur technische herziening van het meerjarig financieel kader, zoals de Raad voorstelt, geen oplossing is maar eerder een of twee jaar uitstel betekent van de hervorming die de Europese Unie nodig heeft en waar vandaag belangwekkende discussies over worden gevoerd. We moeten ook onthouden dat dit meerjarig financieel kader en de herziening ervan de discussie moeten voorbereiden over het volgende financiële kader, dat in 2014 van kracht zal worden.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het financieel kader vormt een uitdaging in tijden van crisis. Waar moeten we meer energie, betere doelstellingen, meer toewijding tentoonspreiden? Waar moeten we besparen, waar moeten we rationaliseren, waar moeten activiteiten worden herzien? Een van de centrale thema’s is hoe wij onze activiteiten op Europees niveau aan de bestaande behoeften kunnen aanpassen. Met name op het gebied van investeringen – denk aan de trans-Europese netwerken, onderzoek, onderwijs – dat zijn cruciale uitdagingen in een crisis. Hopelijk hebben we nu weer een goede nieuwe start gemaakt en zijn we weer nieuwe krachten aan het opbouwen. De Europese Unie heeft in dit opzicht echter een zeer bijzondere verantwoordelijkheid.

Als we zien dat het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie in de begroting voor 2011 met 60 procent wordt gekort, dat er wordt bezuinigd op onderzoeksgebieden waarop we op korte termijn efficiënter kunnen worden dan de internationale concurrentie, ten gunste van projecten die wellicht pas over dertig tot vijftig jaar economisch rendement zullen opleveren, dan moeten wij nadenken waar we moeten rationaliseren en waar het beheer kan worden verbeterd – en bovenal, waar we sneller en doeltreffender kunnen reageren. De tijd glipt tussen onze vingers door en daarom dient de administratie snel te worden aangepast.

 
  
MPphoto
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (S&D).(PL) Bijna een jaar nadat het Verdrag van Lissabon in werking is getreden, wordt de Europese Unie geconfronteerd met een begrotingsparadox. De leden van de Raad, die eerder hun best deden om de ratificatie van het Verdrag rond te krijgen, lijken nu niet door te hebben dat er absoluut onvoldoende middelen beschikbaar zijn om het in dit Verdrag vervatte beleid ten uitvoer te leggen. Erger nog: de Raad wil zelfs niet meer geld vrijmaken voor de kerninitiatieven van de Unie, zoals het Galileo-programma of de Europese Dienst voor extern optreden.

We mogen niet vergeten dat het huidige financiële kader meer dan vijf jaar geleden is vastgesteld, in een tijd dat de Europese diplomatie bijvoorbeeld nog politieke fictie was. Het meerjarig financieel kader moet nodig worden herzien, en de ideeën uit het Verdrag van Lissabon kunnen niet worden gerealiseerd als we belangrijke beleidsonderdelen uitsluitend uit reserves financieren. Als we het nieuwe Verdrag tot een succes willen maken, moeten we het huidige financiële kader en de instrumenten die met de Raad zijn overeengekomen om uitvoering te geven aan de begrotingsvoorschriften, herzien. Daarnaast moeten we in de toekomst voorzichtiger zijn bij het aangaan van nieuwe verplichtingen zodat de middelen die worden gebruikt ter financiering van een bepaald beleid telkens voor dat specifieke geval worden vastgesteld. Met andere woorden: de Europese Unie hoeft niet te snijden in haar ambitieuze begroting, maar moet wel grotere flexibiliteit betrachten. We kunnen niet meer Europa krijgen voor minder geld.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat twee woorden voor de discussie die we hier vanavond voeren het meest relevant zijn, namelijk flexibiliteit en meerwaarde. Als we die twee kunnen realiseren, dan boeken we vooruitgang.

Het spreekt voor zich dat er enorme uitdagingen voor ons liggen, vooral als we de doelstellingen van de 2020-strategie moeten halen, en om die reden moet er vreselijk veel werk worden verricht. Er zijn echter een paar grote kansen. Ten eerste geeft het Verdrag van Lissabon ons de kans om ons via de EDEO te vestigen op het wereldtoneel, wat we in het verleden niet konden. Daarmee moet rekening worden gehouden.

Verder zijn de nieuwe toezichthouders voor banken en verzekeraars absoluut van levensbelang als we van ons willen laten horen in Europa, lering willen trekken uit de recessie en controle willen houden op een gebied waar voorheen totale chaos heerste.

Er is echter één ding waar ik voor wil pleiten, en dat is dat als we onze financiële pakketten voor deze instellingen ontwerpen, we niet toegeven aan de verleiding om bonussen te voorzien voor deze situaties. Die zijn de wortel geweest van alle kwaad, en iemand die uit is op een bonus moeten we deze vraag stellen: ‘wat zou u in uw baan niet doen als u geen bonus zou krijgen?’

 
  
MPphoto
 

  Zigmantas Balčytis (S&D). (LT) Het Verdrag van Lissabon dat kort geleden in werking trad heeft de Europese Unie nieuwe en aanzienlijke prerogatieven gegeven op het gebied van extern optreden, klimaatverandering, energie, toerisme en andere belangrijke terreinen. Dit verplicht ons de nieuwe instrumenten aan te nemen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de begrotingsbepalingen van het Verdrag van Lissabon en de lopende financiële vooruitzichten.

Er is een grotere budgettaire flexibiliteit vereist dan waarvan sprake is in het huidige meerjarige financiële kader, als we willen dat de Europese Unie in staat is haar toezeggingen na te komen en doeltreffender reageert op dringende en onverwachte gebeurtenissen.

Wat de toekomstige vooruitzichten betreft, is het nodig om begrotingsprioriteiten te herzien, ervoor te zorgen dat prioritaire gebieden adequaat worden gefinancierd en te voorzien in voldoende begrotingsmiddelen ter ondersteuning van langetermijninvesteringen, die een eerste vereiste zijn voor het economische herstel en de groei van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Alain Cadec (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, het Verdrag van Lissabon verleent de Europese Unie bevoegdheden op nieuwe terreinen. Het schrijft voor dat de Unie zich voorziet van de middelen die nodig zijn om haar doelstellingen te verwezenlijken en haar beleid uit te voeren.

Maar al sinds het begin van het huidige meerjarig financieel kader kan over de jaarlijkse begrotingen slechts overeenstemming worden bereikt dankzij de bestaande marges. Zoals de rapporteur zegt zijn die marges sterk gekrompen en zullen ze voor 2013 niet toenemen, daar heeft de crisis een stokje voor gestoken. Er zijn dus geen middelen om te reageren op onvoorziene gebeurtenissen. Een dergelijke situatie is gevaarlijk, om niet te zeggen onhoudbaar.

Daarom moeten we het meerjarig financieel kader herzien om ervoor te zorgen dat we voldoende middelen hebben voor de uitoefening van de nieuwe in het Verdrag van Lissabon vastgelegde bevoegdheden. Het is ook belangrijk om de financiering mogelijk te maken van de beleidsprioriteiten die zijn vastgelegd in het kader van de EU 2020-strategie, zoals de heer Kelly zojuist zei.

Mijnheer de commissaris, mag ik u eraan herinneren dat het Verdrag van Lissabon het Parlement evenveel macht toekent als de Raad in begrotingszaken. Het Parlement moet dus zijn standpunten laten gelden in het debat over de begroting. Dat is wat onze collega Böge voorstelt, die ik nogmaals wil feliciteren met zijn verslag.

 
  
MPphoto
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, de EU-begroting is van onschatbaar belang bij het steunen van inkomens van landbouwbedrijven op het Ierse platteland. Ierse boeren, hun gezinnen, plattelandsgemeenschappen en de Ierse levensmiddelensector zullen om en nabij de 2 miljard euro per jaar blijven ontvangen in de periode 2010-2013.

Deze week heeft onze minister van Landbouw, Brendan Smith, bekendgemaakt dat de Ierse regering om een voorschot heeft gevraagd op de bedrijfstoeslag, om de kasstroom van landbouwers van nu tot het eind van het jaar zo groot mogelijk te maken. Dit is een zeer welkome en zeer pragmatische ontwikkeling. Ik begrijp dat zo’n verzoek van de regering zal worden goedgekeurd door de Raad – of wellicht is dat in dit stadium inmiddels al gebeurd – en naar verwachting zullen de betalingen vanaf 18 oktober beginnen, met een tweede deel dat begint op 1 december.

De omvangrijke financiële steun die jaarlijks aan de landbouwsector in mijn land wordt verstrekt, onderstreept hoe belangrijk deze onderhandelingen zijn voor Ierland, in het bijzonder voor het Ierse platteland.

 
  
MPphoto
 

  Janusz Władysław Zemke (S&D).(PL) Ik wil de commissaris bedanken voor zijn toelichting. Ik maak me echter zorgen over iets anders, namelijk het probleem van de inkomsten van de Europese Unie tot 2013. Als we toch al een herziening doorvoeren, laten we het dan goed doen. Ik wil hiermee zeggen dat het hier niet alleen gaat over uitgaven en of deze al dan niet terecht zijn, maar ook over de vraag of de inkomsten van de EU tot 2013 realistisch zijn en of we er zeker van kunnen zijn.

De begroting die we hebben goedgekeurd, is opgesteld in een geheel andere economische en financiële realiteit. De afgelopen twee jaar is het bbp in de lidstaten van de Unie dramatisch gedaald. In dit verband wil ik de commissaris vragen of hij beschikt over gedetailleerde voorspellingen dat de begrotingsinkomsten van de EU tot 2013 al of niet lager zullen uitvallen dan nu is voorzien.

 
  
MPphoto
 

  Janusz Lewandowski, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, bij het luisteren naar het debat is mij heel duidelijk geworden dat de standpunten van het Parlement en de Raad nogal uiteenlopen. Dit kan een probleem worden, aangezien de bemiddeling aanstaande is.

Wat er op tafel komt voor de onderhandelingen – niet alleen de cijfers voor 2011, want dit is het Lissabon-pakket – zal even veelzijdig zijn als het debat van vandaag. Dit gaat niet alleen om regelgeving, en we zagen dat Helga Trüpel de gelegenheid gebruikte om het Europese belastingstelsel ter discussie te stellen. Mevrouw Trüpel, u weet dat dit niet tot het mandaat behoort. We moeten vanuit een neutraal oogpunt de ontvangstenzijde bestuderen, en niet enkel en alleen de uitgavenzijde. Het moet een neutrale analyse zijn, zonder vooraf te oordelen of we al dan niet nieuwe bronnen van inkomsten nodig hebben.

Er was duidelijke kritiek op het feit dat we sterk vertraagd zijn bij het herzien van de financiële vooruitzichten. Dit is een besluit dat de Raad bewust genomen heeft. Ik denk dat het een verstandig besluit was waar democratische verantwoordelijkheid aan ten grondslag lag. De kwestie was toevertrouwd aan de nieuwe Commissie. De Commissie richt zich nu heel sterk op het economisch bestuur, een belangrijke les die we uit de crisis hebben getrokken. Het is al bijna oktober, wat mij zorgen baart; het is niet goed om zodanig achter te lopen met deze herziening.

De belangrijkste boodschap van het debat was dat we, gezien de nieuwe verantwoordelijkheden, een reële herziening van de begroting nodig hebben. Niemand is zich beter bewust van de nieuwe behoeften en verantwoordelijkheden dan ik, omdat die gewoonlijk via de Commissie worden gecommuniceerd. We zijn meestal voor een beleidsmix als we te maken hebben met nieuwe behoeften of nieuwe grote projecten, en die beleidsmix zal aan u worden gepresenteerd voor advies, om erover te onderhandelen.

Hoewel de standpunten uiteenlopen heb ik de positieve verwachting dat de bemiddeling in oktober/november tot een succesvol resultaat zal leiden.

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Olivier Chastel, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik heb een aantal van u nogal duidelijk horen benadrukken dat de begroting moet worden herzien, in het bijzonder met het oog op de nieuwe verantwoordelijkheden van de Europese Unie. Dit is een belangrijk discussiepunt en ik ben de eerste om dat toe te geven.

Ik ben tijdens mijn eerste interventie misschien niet volkomen duidelijk geweest. Ik heb niet gezegd dat de Raad nooit een debat wil voeren over de begroting, maar ik heb echt de indruk dat het om een debat gaat op lange termijn en daarvoor wachten we, zoals sommigen hebben gezegd, op het document van de Commissie over de begrotingsherziening.

Dat zal dus een allereerste fase zijn in het herzieningsproces van de begroting van de Europese Unie. En de Raad verzet zich daar niet tegen, de Raad is niet tegen het voeren van een debat dat in het bijzonder over de volgende financiële vooruitzichten gaat.

Staat u me toe, mevrouw de Voorzitter, om even terug te komen op het specifieke voorstel van de Commissie over de financiering van de behoefte aan aanvullende middelen voor de internationale thermonucleaire experimentele reactor (ITER). De Raad heeft inderdaad nota genomen van het financieringsplan voor ITER voor de periode 2012-2013, dat de Commissie eind juli heeft voorgelegd, en is deze voorstellen aandachtig aan het bestuderen.

 
  
MPphoto
 

  Reimer Böge, rapporteur. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik wil beginnen met ITER. Het is toch wel merkwaardig wat hier gebeurt. De Raad heeft besloten – het standpunt ingenomen – dat er tot 2013 1,4 miljard euro extra financiële steun noodzakelijk is, en nu wordt er grote druk uitgeoefend op de begrotingsautoriteit om haar standpunt eind september kenbaar te maken, zodat internationale verplichtingen kunnen worden nagekomen. De ITER-Raad heeft reeds verklaard dat deze middelen behoudens toestemming van de begrotingsautoriteit beschikbaar zullen worden gesteld. Dat is geen manier van omgaan met de begrotingsautoriteit, en ook niet met het Europees Parlement.

Mijnheer Chastel, ik verwacht dat wij een totaalpakket voor ITER samenstellen en niet, zoals de Commissie voorstelt, een bedrag van 540 miljoen euro over de komende jaren verdelen. Willen wij drie jaar lang over ITER discussiëren of willen wij samenwerken teneinde een mogelijk baanbrekend internationaal onderzoeksproject op de rails te zetten? Ik hoop dat wij hier een gemeenschappelijke uitgangspositie kunnen vinden.

Het verslag waarover morgen wordt gestemd en het debat hebben een zeer duidelijke boodschap afgegeven. De Commissie zou moeten proberen de bestaande voorstellen om het Interinstitutioneel Akkoord betreffende de begrotingsdiscipline aan te passen, op basis van dit debat uit te breiden. Het zou goed zijn als de Raad ook enige beweging zou kunnen laten zien bij de eerste trialoog begin oktober.

Ik heb de indruk dat in de Raad en in de lidstaten dikwijls de tendens heerst om terug te gaan naar de tijd voor Lissabon en dat men zich niet realiseert dat er nu een nieuw machtsevenwicht bestaat en dat we nieuwe politieke uitdagingen het hoofd moeten bieden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen (woensdag 22 september 2010) om 12 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Edit Herczog (S&D), schriftelijk. – (HU) We moeten inzien dat gedurende de laatste vier jaar van het huidige financiële kader, en zelfs al vóór de invoering van de nieuwe, aan Lissabon gekoppelde eisen, de jaarlijkse begrotingen alleen met de inzet van uitzonderlijke financiële instrumenten konden worden aangenomen. Het is dan ook begrijpelijk dat de herziening van de huidige meerjarige begrotingscyclus geen enkel uitstel meer duldt en dat het onvermijdelijk is geworden aanvullende middelen beschikbaar te stellen voor initiatieven die niet te voorzien waren bij de aanneming van het huidige kader. Het is de plicht van de financiële besluitvormers van de Europese Unie om de middelen te leveren die nodig zijn voor het halen van de EU-doelstellingen en de verwezenlijking van EU-beleid, daarbij rekening houdend met de nieuwe actieterreinen die in het Verdrag van Lissabon zijn vastgelegd, zoals extern optreden, sport, ruimteonderzoek, klimaatverandering, energiebeleid, toerisme en burgerbescherming. We moeten ook de Europese meerwaarde van de EU-begroting voor ogen blijven houden, als uitdrukking van solidariteit en effectiviteit door het bijeenbrengen en gezamenlijk benutten van de financiële middelen die nu verspreid zijn over landelijke, regionale en lokale niveaus. Het overgrote deel hiervan steunt investeringen voor de lange termijn waarmee de economische groei van de Europese Unie wordt gestimuleerd. We moeten de nodige stappen zetten om aanvullende middelen vrij te maken voor de Europese Dienst voor extern optreden en andere prioriteiten uit het Verdrag van Lissabon, evenals voor andere initiatieven, met name uit hoofdstuk 1a (‘Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid’), die de EU meerwaarde bieden en het de Europese Unie mogelijk maken haar toezeggingen na te komen en tegemoet te komen aan de verwachtingen van de burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Köstinger (PPE), schriftelijk. – (DE) Het Europees Parlement neemt zijn taak van het uitoefenen van democratische controle serieus en dringt er in het verslag bij de Raad en de Commissie op aan om een ingrijpende herziening van het meerjarig financieel kader door te voeren. Ik ondersteun alle aanbevelingen in dit verslag die het maken van een planning zullen vereenvoudigen en tot een efficiënter gebruik van de Europese financiële middelen zullen leiden. Het gebeurt maar al te vaak dat de Commissie onverwacht nieuwe voorstellen voor het gebruik van onbenutte middelen presenteert. Het Franse ITER-project is slechts één voorbeeld van hoe geld – in dit geval uit de landbouwpot – reeds van tevoren voor andere gebieden wordt afgeroomd. Landbouwmiddelen die niet worden benut of die opzij worden gezet voor noodgevallen binnen de landbouwsector, mogen niet eenvoudigweg voor andere gebieden worden aangewend. Het is juist in de landbouwsector uitermate belangrijk dat er reserves worden opgebouwd. Flexibiliteit is belangrijk, maar dan wel binnen het betreffende beleidsterrein. Het gebruik van reserves moet vooraf nauwkeurig worden vastgelegd en moet in elk geval aan de betreffende sector ten goede komen.

 
Laatst bijgewerkt op: 28 februari 2011Juridische mededeling