De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van de volgende mondelinge vragen:
– (O-0111/2010) van Jo Leinen, namens de Commissie ENVI, aan de Raad: Centrale doelstellingen voor de conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biodiversiteit in Nagoya van 18 tot 29 oktober 2010 (B7-0467/2010),
– (O-0112/2010) van Jo Leinen, namens de Commissie ENVI, aan de Commissie: Centrale doelstellingen voor de conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biodiversiteit in Nagoya van 18 tot 29 oktober 2010 (B7-0468/2010),
– (O-0107/2010) van Michèle Striffler, namens de Commissie DEVE, aan de Raad: Bijdrage van biologische verscheidenheid en haar ecosysteemdiensten aan ontwikkeling en de verwezenlijking van de MOD (B7-0464/2010), en
– (O-0108/2010) van Michèle Striffler, namens de Commissie DEVE, aan de Commissie: Bijdrage van biologische verscheidenheid en haar ecosysteemdiensten aan ontwikkeling en de verwezenlijking van de MOD (B7-0465/2010).
Karin Kadenbach, ter vervanging van de auteur. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, een aantal dagen geleden zat ik met een groep journalisten te praten over zaken die mij deze herfst bijzonder aan het hart gingen. Eén daarvan is absoluut de biodiversiteit. Zoals u weet wordt binnenkort de conferentie over biodiversiteit gehouden in Nagoya, en ik heb de eer en het genoegen om deel te nemen als lid van de parlementaire delegatie en als coauteur van de resolutie over biodiversiteit waarover gestemd zal worden in Nagoya. Ik zat dus te praten met de journalisten toen ze mij vroegen waarom we onszelf de luxe permitteren van bijvoorbeeld het redden van de bever. De streek waar ik vandaan kom, Niederösterreich, is erin geslaagd om een door uitsterving bedreigde soort te redden, en deze heeft zich nu verspreid over een groot gebied − tot ongenoegen van boeren en boswachters die hele andere gevoelens hebben voor de bever.
Terwijl de Europese Unie en veel autoriteiten in de lidstaten heel hard, met grote betrokkenheid en gesteund door ngo's werken om diersoorten te beschermen, liet dit gesprek weer eens zien dat veel mensen de bescherming en het behoud van de biodiversiteit zien als een soort luxe. Ze vragen zich af of de EU niets beters heeft te doen dan zich zorgen te maken over het redden van een paar bedreigde orchideeën of diersoorten. Het maakt toch niet uit, zeggen mensen vaak, of er nu 500 of maar 499 verschillende dieren in de dierentuin rondlopen. Dames en heren, voor deze mensen hebben de bescherming van soorten en de biodiversiteit nauwelijks prioriteit. Laten we eerlijk zijn; het onderwerp biodiversiteit staat nergens zo hoog op de politieke agenda als bijvoorbeeld economische groei of veiligheid. Het zou het echter wel moeten zijn, omdat we het belang van dit onderwerp onderschatten.
De bescherming van soorten − en dit is mijn punt − is niet een soort liefdadigheidsinstelling voor een paar arme diertjes waar we wel zonder kunnen. Begrijp me niet verkeerd: de bescherming van soorten is een kwestie van liefde voor flora en fauna, maar heeft in feite te maken met veiligheid, arbeidsmarktbeleid en migratiebeleid. Want wat vaak vergeten wordt in discussies over biodiversiteit, is de rol die dieren en planten spelen in ons ecosysteem. Ze zijn de dienstverleners van de natuur die ons ecosysteem draaiende houden. Dankzij het grote aantal verschillende soorten en hun interactie met elkaar brokkelen kustlijnen niet af, vinden er geen lawines plaats en zijn wateren zelfreinigend. We hebben het hier over een essentieel element van duurzame ontwikkeling, met cruciale goederen en processen zoals voedselketens, koolstofbinding en waterzuivering − zaken die een basis vormen voor economische welvaart, sociaal welzijn en kwaliteit van leven. Als de soorten uitsterven, wordt het natuurlijke evenwicht verstoord − met een gevaarlijk domino-effect als gevolg. Het vervangen van de diensten die deze planten en dieren leveren, is een dure zaak. Uiteindelijk zullen bepaalde regio's en leefgebieden niet langer bewoonbaar zijn of niet langer gebruikt kunnen worden. Dit kan tot gevolg hebben dat deze leefgebieden niet langer in staat zijn om het ecosysteem te voorzien van hun waardevolle goederen en diensten. Maar niet alleen dat; de mogelijke verdere gevolgen, zoals werkloosheid, gebrek aan veiligheid en emigratie, jagen ons allemaal schrik aan.
De bescherming van soorten is dus heel duidelijk een zaak die een groot aantal beleidsterreinen aangaat. De commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid heeft dit recentelijk nog onderstreept, na intensieve samenwerking bij de formulering van het standpunt van het Europees Parlement. Ik zou ook graag een paar cijfers willen noemen. Wetenschappers schatten dat het vervangen van deze natuurlijke diensten en het verhelpen van de gevolgen als werkloosheid en migratie 7 procent van het bruto wereldproduct kosten. Als dat u niet verbaast, hier nog wat andere cijfers. Volgens het jongste onderzoek van de Europese Commissie wordt 25 procent van de Europese diersoorten met uitsterven bedreigd. Hetzelfde onderzoek zegt ook dat de ecosystemen aan de Europese kusten steeds verder vernietigd worden. Bepaalde regio's met een grote biodiversiteit vertonen een vergelijkbare negatieve ontwikkeling. Daarentegen zijn door de mens aangelegde gebieden, zoals industrieterreinen, woongebieden en verkeersinfrastructuur, sinds 1990 toegenomen met 8 procent.
Dames en heren, zoals u weet zijn de spelers die in Nagoya onderhandelen het niet altijd met elkaar eens over wat er op de conferentie moet worden bereikt. De ontwikkelde landen willen strenge doelstellingen, de ngo's willen ambitieuze doelstellingen, terwijl − weinig verrassend − de economische spelers blij zijn met realistische doelstellingen. Naar mijn mening moet de EU de lat hoog leggen in Nagoya en, net als hier in Europa, eraan werken om het bedrijfsleven meer op zijn verantwoordelijkheid aan te spreken − vooral die sectoren en industrietakken die bijzonder veel gebruik maken van biologische rijkdommen. De EU kan beslissen of ze een goed of slecht voorbeeld wil zijn.
Dames en heren, het is al oktober en veel mensen in Europa hebben niet eens gehoord dat dit jaar is uitgeroepen tot internationaal Jaar van de Biodiversiteit. Laten we er samen voor zorgen dat biodiversiteit de status krijgt die ze verdient en die ze nodig heeft als ze haar ecologische diensten ook in de toekomst moet blijven leveren. Tot besluit wil ik graag een vaak geciteerd indianenspreekwoord herhalen: “Pas als de laatste boom is geveld, pas als de laatste rivier is vergiftigd, pas als de laatste vis is gevangen, pas dan zullen jullie erachter komen dat je geld niet kunt eten”.
Gay Mitchell, ter vervanging van de auteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben dankbaar dat ik de gelegenheid krijg in dit debat het woord te voeren.
Vorige week was ik voorzitter van de Parlementaire delegatie naar de VN-top over de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. Gedurende de hele top en bij alle nevenevenementen werd ik gegrepen door het enthousiasme van mijn collega’s, regeringen, internationale organisaties en de mensen in het veld die zich inzetten voor de verwezenlijking van de ambitieuze doelstellingen die in 2000 zijn geformuleerd. Er is enige vooruitgang geboekt en er is veel om trots op te zijn, maar er moet vooral nog heel veel gebeuren.
De toegang tot onderwijs neemt snel toe. De onderwijsdeelname in Afrika bezuiden de Sahara is nu 76 procent en in Noord-Afrika 94 procent. De toegang tot drinkwater neemt toe. In 2015 zal 86 procent van de bevolking van ontwikkelingslanden toegang hebben tot schoon drinkwater – tegenover 71 procent in 1990. In vier regio’s – Noord-Afrika, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, Oost-Azië en Zuidoost-Azië – zijn de doelstellingen voor de toegang tot drinkwater al gehaald. De toegang tot neemt toe. In Noord-Afrika is er bijna universeel toegang tot elektriciteit.
Maar, hoewel er duidelijk vooruitgang is geboekt, moet er nog zoveel meer gebeuren. Een assistent-secretaris van de Verenigde Naties zei tegen ons dat we de komende vijf jaar echt een eindsprint moeten trekken. Eén miljard kinderen leven in armoede, elk jaar sterven er 1,4 miljoen kinderen aan een gebrek aan toegang tot veilig drinkwater en elk jaar sterven er 2,2 miljoen kinderen omdat ze niet zijn ingeënt met de vaccins die in de ontwikkelde wereld zo gemakkelijk te krijgen zijn en waarover wij al meer dan dertig jaar beschikken.
Doelstelling 7 van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling is zorgen voor ecologische duurzaamheid. Deze doelstelling bestaat uit verschillende subdoelstellingen. Doelstelling 7b is misschien wel de meest omvattende: “beperking van het verlies aan biodiversiteit, inclusief een aanzienlijke beperking van dit verlies in 2010”. Indicatoren van biodiversiteit zijn onder andere het deel van het landoppervlak dat door bossen wordt bedekt, CO2-emissies, het deel van alle waterbronnen dat wordt gebruikt, de consumptie van stoffen die de ozonlaag afbreken en het deel de visbestanden dat binnen de veilige biologische grenzen valt. De beperking van het verlies aan biodiversiteit is derhalve een belangrijk onderdeel van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.
Zeventig procent van de armen op aarde woont in plattelandsgebieden en is rechtstreeks afhankelijk van biodiversiteit om te kunnen overleven en voor zijn welzijn. De armen in de stedelijke gebieden zijn ook afhankelijk van de biodiversiteit voor ecosysteemdiensten zoals het beheer van de kwaliteit van lucht en water en de afvalverwerking. Het lijdt weinig twijfel dat biodiversiteit en klimaatverandering de armen op aarde als eerste treft. Landen zoals het Polynesische Tuvalu – dat slechts vierenhalve meter boven de zeespiegel ligt – en de Maldieven, waar president Nasheed dit jaar een kabinetsvergadering onder water hield om te benadrukken dat zijn land tegen het einde van de eeuw mogelijk onder water verdwenen is, zullen getroffen worden.
Ik doe een beroep op de lidstaten en de Commissie om het wereldwijde bondgenootschap tegen klimaatverandering (GCCA) en zijn steunfaciliteit een nieuwe impuls te geven om de capaciteitsopbouw en het kennisbestand over de verwachte effecten van het verlies aan biodiversiteit van de ontwikkelingslanden te vergroten en op effectieve wijze in ontwikkelingsplannen en begrotingen te integreren.
Ik heb ook onderstreept dat in programma’s gericht op de bescherming van de biodiversiteit en vermindering van de armoede aandacht moet worden geschonken aan de prioriteiten van de armen en de nadruk meer moeten liggen op lokaal milieubeheer, toegang tot de bronnen van biodiversiteit, agrarische hervormingen en het erkennen van traditionele vormen van grondbezit.
In 2050 zal de bevolking op aarde met twee miljard zijn toegenomen en 90 procent hiervan zal geboren worden in wat nu de ontwikkelingslanden zijn. Als we toestaan dat de troosteloze armoede in die landen voortduurt, zal er een grootschalige migratie van zuid naar noord gaan plaatsvinden en zou de ongelijkheid wel eens een wereldbrand tot gevolg kunnen hebben.
Velen van ons hadden niet gedacht dat wij de val van de Berlijnse Muur nog zouden meemaken. Nu vinden we het vanzelfsprekend dat de door de voormalige Sovjet-Unie gedomineerde landen onze EU-partners zijn. De muur van armoede tussen noord en zuid kan ook vallen en we kunnen werken aan een wereld die beter en veiliger is – een plaats waar nieuwe partners mogelijk zijn en waar het milieu voor ons allen veilig is.
VOORZITTER: DIANA WALLIS Ondervoorzitter
Joke Schauvliege, fungerend voorzitter van de Raad. − Voorzitter, geachte Parlementsleden, eerst en vooral bedankt om mij de kans te geven om hier vandaag het woord te voeren over dit zeer belangrijke onderwerp, namelijk biodiversiteit. In de conclusies van 15 maart 2010 met de titel "Biodiversiteit: Post-2010. Visie en doelen voor de EU en de wereld en internationale regeling voor toegang en batenverdeling" heeft de Raad benadrukt dat de biodiversiteit in stand moet worden gehouden en dat moet worden voorkomen dat ecosystemen en hun functies onomkeerbare schade wordt toegebracht, onder meer ook om de sociale en economische stabiliteit te beschermen en de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te verwezenlijken.
De Raad heeft eraan herinnerd dat biodiversiteit een centrale rol speelt in de wereldwijde strijd tegen honger en voor voedselzekerheid, alsook dat zij essentieel bijdraagt tot het scheppen van welvaart en het terugdringen van armoede. Veel meer dan in de EU is in de meeste ontwikkelingslanden de bescherming van de ecosystemen nauw verbonden met werkgelegenheid, inkomen en bestaansmiddelen.
Met het oog op de tiende conferentie van de partijen bij het biodiversiteitsverdrag wil de EU met een realistische, ambitieuze aanpak actief en constructief bijdragen tot een wereldwijde consensus over de maatregelen die na 2010 voor de biodiversiteit moeten worden genomen. Het gaat onder meer over maatregelen die na 2010 een visie moeten kunnen ontwikkelen op het strategisch plan, dat bijvoorbeeld een tijdshorizon kan hebben naar 2020, een visie die een tijdshorizon kan hebben naar 2050, een visie op de secundaire doelstellingen en de belangrijke mijlpalen, gekoppeld aan meetbare indicatoren, en ten slotte een visie op de invoering van passende voorzieningen, voor toezicht, evaluatie en follow-up.
De bijeenkomst op hoog niveau van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van twee weken geleden op 22 september in New York was een goede gelegenheid om de internationale gemeenschap op te roepen de kritieke toestand van de biodiversiteit in de hele wereld onder ogen te zien en ook om de noodzaak te benadrukken om de basis van het leven op aarde in het belang van de mensheid en de toekomstige generaties veilig te stellen en op alle niveaus passende initiatieven te nemen.
Wat de technische ondersteuning van de minst ontwikkelde landen betreft, meent de Raad dat de uitwerking en de overdracht van beste praktijken en technologieën van wezenlijk belang zijn in de strijd tegen biodiversiteitsverlies, klimaatverandering en woestijnvorming. Het is belangrijk om tot een gecoördineerd optreden te komen en de middelen op een bevredigende, kosteneffectieve wijze te benutten.
Wat de financiering betreft, is de Raad van oordeel dat de instelling van een doeltreffend beleidskader voor na 2010 en de invoering van een nieuw strategisch plan voor biodiversiteit een passende inzet van middelen uit alle mogelijke bronnen zal vergen, zowel publieke als particuliere financiering, waaronder nieuwe financieringsvormen en de financiering van maatregelen in het kader van de bestrijding van de klimaatverandering. Bovendien vindt de Raad dat moet worden overwogen om voor biodiversiteit ook financiële middelen vrij te maken door subsidies die de biodiversiteit schaden, te wijzigen, te schrappen of te heroriënteren. Het integreren van biodiversiteit in de activiteiten van de bedrijfswereld en in ander sectoraal beleid blijft een noodzaak en een prioritaire doelstelling.
Reeds in zijn conclusies van 5 december 2006 heeft de Raad er in antwoord op de boodschap van Parijs over biodiversiteit op gewezen dat biodiversiteit en de instandhouding van ecosysteemdiensten moet worden opgenomen in de beleidsdialoog met partnerlanden en partnerregio's. Daarbij moeten zij worden aangespoord om de behoeften verder in kaart te brengen en er bij voorrang aandacht aan te schenken in nationale en regionale ontwikkelingsstrategieën en -plannen. De Raad blijft ervan overtuigd dat de integratie van ecosysteemdiensten en biodiversiteit in de programma's voor ontwikkelingssamenwerking en financiële steun in aansluiting daarop, de enige weg is om tot duurzame resultaten te komen.
Hoewel er een duidelijk verband is tussen het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden enerzijds, en biodiversiteit anderzijds, moet men er rekening mee houden dat dit verdrag is opgesteld in het kader van de Economische commissie voor Europa van de Verenigde Naties. Hoewel dat verdrag openstaat voor toetreding door landen die geen lid zijn van die commissie, zijn onze ontwikkelingspartners op dit ogenblik geen partij bij dit verdrag.
Ik dank u voor uw belangstelling en ik kijk uit naar jullie debat, en ik ben ervan overtuigd dat het heel wat nieuwe elementen zal aanreiken.
Janez Potočnik, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, de strategische doelstellingen van de Europese Unie voor Nagoya staan omschreven in de conclusies van de Raad van 22 december 2009 en 15 maart 2010 en zullen verder worden uitgewerkt en verfijnd door de Raad Milieu op 14 oktober 2010. Er zijn drie kwesties die de Europese Unie in het bijzonder als prioriteiten beschouwt.
De eerste is de aanneming van het nieuwe strategische plan voor het Verdrag voor de periode 2011-2020. Het plan moet een neerslag zijn van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis over de stand van zaken met betrekking tot biodiversiteit en een effectief kader voor de tenuitvoerlegging bieden dat ambitieus genoeg is om ervoor te zorgen dat alle verdragsluitende partijen hun acties intensiveren. Dit is van cruciaal belang als we het verder uitsterven van soorten willen voorkomen en ervoor willen zorgen dat de biodiversiteit de essentiële goederen en diensten blijft leveren waarvan wij allemaal, en met name de armen, afhankelijk zijn.
De tweede strategische prioriteit voor de Europese Unie is het afronden van de onderhandelingen over het protocol inzake toegang tot en eerlijke verdeling van de opbrengsten, als belangrijke bijdrage tot het behoud en het duurzaam gebruik van biodiversiteit na 2010 en in lijn met de toezeggingen die alle partijen in 2006 tijdens COP 8 hebben gedaan. Dit is een verwachting die breed wordt gedeeld door de verdragsluitende partijen die ontwikkelingslanden zijn, van wie vele het als hun belangrijkste prioriteit zien.
De derde prioriteit is ervoor te zorgen dat adequate middelen worden gemobiliseerd voor de realisatie van de tenuitvoerlegging van het beleidskader inzake biodiversiteit voor na 2010, waaronder het nieuwe strategieplan. De EU als geheel streeft ernaar, als onderdeel van de eerder dit jaar aangenomen biodiversiteitsdoelstelling voor 2020, haar bijdrage aan het tegengaan van het wereldwijde verlies aan biodiversiteit te intensiveren, maar ik denk dat we ook best trots mogen zijn op wat we doen. Over de periode 2002-2008 heeft de Europese Unie meer dan één miljard dollar, ongeveer 740 miljoen euro, per jaar beschikbaar gesteld voor de wereldwijde biodiversiteit, grotendeels via het thematische programma voor milieu en natuurlijke hulpbronnen in het kader van het ontwikkelings- en samenwerkingsinstrument, maar ook via het EDF, die beide adequate bepalingen inzake biodiversiteit bevatten.
De lidstaten hebben ook aanzienlijk bijgedragen tot de recente aanvulling van het Wereldmilieufonds, waarvan 1,2 miljard dollar is gereserveerd voor biodiversiteit. Dit betekent een verhoging van 28 procent ten opzichte van de vorige aanvulling. Het nieuwe initiatief van één miljard dollar voor de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling dat voorzitter Barroso vorige maand tijdens de Algemene Vergadering van de VN in New York heeft aangekondigd, kan de biodiversiteit ook ten goede komen.
De Commissie is momenteel bezig haar eigen cijfers met betrekking tot biodiversiteitsgerelateerde ontwikkelingssamenwerking te actualiseren, met behulp van de methodologie die ook werd gebruikt om klimaatgerelateerde financiering te verantwoorden, en we stimuleren de lidstaten natuurlijk om hetzelfde te doen zodat we in Nagoya geconsolideerde cijfers kunnen presenteren.
We moeten ook op zoek naar andere manieren om bij te dragen aan een verbetering van de tenuitvoerlegging van het Verdrag inzake biodiversiteit en partijen die ontwikkelingslanden zijn, te helpen om aan hun verplichtingen krachtens het Verdrag te voldoen, met name het nieuwe strategisch plan voor na 2010 dat in Nagoya zal worden aangenomen. We willen samen met onze partners in Nagoya manieren en middelen verkennen om dit te doen.
Verlies aan biodiversiteit is, zoals gezegd, geen nieuwe uitdaging voor de verlichting van de armoede. De biodiversiteitsdoelstelling voor 2010 werd al in 2002 opgenomen in MDG 7 en de EU zelf heeft de belangrijke verbanden tussen biodiversiteit en ontwikkeling bij diverse gelegenheden nadrukkelijk onderstreept. In zijn verklaring tijdens de bijeenkomst op hoog niveau over biodiversiteit tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties vorige maand merkte voorzitter Barroso nog op dat ons vermogen om een einde te maken aan armoede en honger en de gezondheidszorg voor kinderen en zwangerschapszorg afhankelijk is van de beschikbaarheid op de lange termijn van drinkwater, voedsel, geneesmiddelen en grondstoffen die de natuur biedt.
Hieraan wordt ook herinnerd in het MDG-verslag van 2010, in het EU-beleidskader voor hulp aan ontwikkelingslanden bij het aanpakken van de uitdagingen op het gebied van voedselzekerheid en in het werkprogramma 2010-2013 voor een samenhangend beleid van de Commissie, waarin een specifieke biodiversiteitsdoelstelling en daarmee in verband staande indicatoren zijn opgenomen als onderdeel van het operationele kader ter vergroting van de samenhang tussen EU-beleid en ontwikkelingsdoelstellingen.
Wat misschien nieuw is, is de toenemende kennis en bewustwording ten aanzien van de economische aspecten van het verlies aan biodiversiteit en de mate waarin dit het zicht op verlichting van de armoede op de lange termijn ondermijnt. Het internationale onderzoek naar de economie van ecosystemen en biodiversiteit (TEEB) toont aan hoe geldverslindend het verlies aan biodiversiteit en de aantasting van het ecosysteem is voor onze economieën, waaronder de economieën in de ontwikkelingslanden. Het is dus geen morele kwestie meer, maar het gaat in feite om de kwaliteit van ons leven. Toch wordt het behoud van biodiversiteit en ecosystemen niet als een ontwikkelingsprioriteit gezien.
Het is te hopen dat TEEB verandering in deze situatie kan brengen zodat een groter deel van onze partners van ontwikkelingslanden in hun ontwikkelingsstrategieën een hogere prioriteit geeft aan het behoud en duurzaam gebruik van de biodiversiteit, maar zelfs wanneer dit geen speerpunt in nationale en regionale steunstrategieën is, vereist Europees ontwikkelingsbeleid evengoed dat het milieu en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen worden behandeld als een transversale kwestie die in alle ontwikkelingsactiviteiten moet worden opgenomen. Zowel het ontwikkelings- en samenwerkingsinstrument als het Europees Ontwikkelingsfonds bevat voorzieningen om de biodiversiteit aan te pakken.
Tot slot: met betrekking tot mechanismen die het recht op toegang tot informatie en inspraak bij besluitvorming inzake biodiversiteit moeten garanderen, steunt de EU het ontwerpbesluit van COP 10 over het strategisch plan, waarin er bij de partijen en andere regeringen op aangedrongen wordt om een brede en doeltreffende participatie bij de volledige tenuitvoerlegging van de doelstellingen van het Verdrag en het strategisch plan mogelijk te maken. We zijn ook van mening dat de verdragsluitende partijen op basis van het protocol inzake de toegang tot en eerlijke verdeling van de opbrengsten verplicht moeten worden binnenlandse kaders vast te stellen die inheemse en plaatselijke gemeenschappen in staat stellen voorafgaande en geïnformeerde besluiten te nemen over de vraag of ze wel of niet toegang tot hun traditionele kennis willen verstrekken.
Ik onderschrijf alles wat de vraagstellers stellen en ik ben ze erkentelijk voor hun waardevolle bijdragen.
Esther de Lange, namens de PPE-Fractie. – Voorzitter, meneer de commissaris, mevrouw de Raadsvertegenwoordiger, het belangrijkste wat wij morgen in onze resolutie van u gaan vragen, dat zijn ambitieuze, maar realistische doelstellingen in Nagoya. Als we het slim aanpakken, dan spreken we daar maatregelen af die niet alleen biodiversiteit waarborgen, maar ook de effecten van klimaatverandering tegengaan, de millenniumdoelstellingen helpen realiseren – daar is al het een en ander over gezegd – en zorgen voor groene banen, ook in de Europese Unie. Vier vliegen in één klap, dat noem ik value for money.
Maar om dit te bereiken, moet de Europese Unie wel met één stem spreken. Wat dat betreft, moet ik u eerlijk zeggen, zakt de moed mij toch een beetje in de schoenen. Ik hoor veel verwijzingen naar Raadsuitspraken van voorafgaande jaren, raadsuitspraken van maart van dit jaar, en ik hoor weinig concreets. Ik mag toch hopen dat de gedachten in de Commissie en ook bij de Raad inmiddels verder gevorderd zijn dan de algemeenheden van 15 maart. We zullen het zien op 14 oktober; ik hoop er in elk geval op. Ik hoop ook dat we leren van onze fouten in het verleden. Dat we niet weer naar een internationale top trekken met een mandaat vol vaagheden en algemeenheden en dat we niet weer al onze tijd daar als Europese Unie in onderling overleg doorbrengen om te kijken hoe we nu weer moeten reageren op ontwikkelingen, waardoor we geen tijd meer hebben om die leidersrol te spelen waartoe Karin Kadenbach onder andere al heeft opgeroepen.
Het laatste punt waarop ik wil wijzen is de mainstreaming van biodiversiteit in andere beleidsvelden. Net zoals we als Europees Parlement in het recente verslag over biodiversiteit in de Europese Unie hebben gevraagd om die coherentie op het gebied van milieu en andere beleidsvelden, moeten we ook internationaal biodiversiteit mainstreamen. Biodiversiteit is niet alleen een kwestie van milieu of van millenniumdoelstellingen, maar ook op andere terreinen, zoals de WTO, moeten niet-handelsoverwegingen, zoals biodiversiteit, veel hoger op de agenda. Commissaris, ik weet dat u biodiversiteit een warm hart toedraagt. Ik hoop dat u deze boodschap over internationale mainstreaming ook doorgeeft naar uw andere internationale collega's.
Michael Cashman, namens de S&D-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik was samen met de heer Mitchell ook bij de VN en vertegenwoordigde daar het Parlement in verband met de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. Ik feliciteer de Commissie met wat ze doen, maar ik wil het Parlement erop wijzen dat de EU ten aanzien van deze kwesties – biodiversiteit, klimaatverandering en met name de verlichting van de armoede in het kader van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling – een internationale leidersrol vervult maar, en dat is heel interessant, dat de VN ons slechts de status van waarnemer toekent. Dat moet veranderen, want wij leiden de wereld als het gaat om deze kwesties.
Dit is het jaar van de biodiversiteit, maar ik zou willen voorstellen om van elk jaar een jaar van de biodiversiteit te maken. Onze burgers – die wellicht op de bezoekerstribune zitten of thuis kijken – zullen zich afvragen wat zij daarmee te maken hebben. Zonder bewustmaking van het publiek verandert er niets. Ze moeten zich realiseren dat het blik tomaten dat ze in de supermarkt kopen, er niet zou zijn zonder biodiversiteit. We moeten ons er 360 graden bewust van zijn wat dit betekent. Zoals de heer Mitchell het zo voortreffelijk zei: deze muur van armoede – en ik zou daar ontbering aan willen toevoegen – moet worden geslecht.
We hebben het in dit Parlement over samenhangend beleid, maar laat mij een paar kwesties noemen: zonder samenhangend beleid inzake energie in de ontwikkelingslanden, ontbossing, klimaatverandering, voedselzekerheid, de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het gemeenschappelijk visserijbeleid, landroof, natuurlijke hulpbronnen en toegang tot water, zullen we er nooit in slagen de biodiversiteit te beschermen en zal er nooit een eind komen aan het lijden van de armen op aarde.
Gerben-Jan Gerbrandy, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, terwijl wij het Europese standpunt voor de top van Nagoya bespreken, vindt er buiten dit Parlement een jacht plaats: een meedogenloze jacht op grondstoffen, een jacht op olie en gas, mineralen, hout, voedsel en water, een jacht op hulpmiddelen waarin de natuur voorziet.
Voor deze jacht willen Chinese investeerders dwars door het nationale park Serengeti een snelweg aanleggen om de grondstoffen van Centraal-Afrika te kunnen winnen. Saudi-Arabische investeerders leggen miljarden dollars op tafel voor de aanleg van zesduizend kilometer weg door de regenwouden van Congo om enorme palmoliefabrieken te kunnen opzetten.
We willen het verlies aan biodiversiteit allemaal een halt toeroepen, maar in de echte wereld dwarsboomt deze jacht op grondstoffen ons bij het halen van onze doelstellingen. Dat is de realiteit. We kunnen het verlies aan biodiversiteit derhalve alleen een halt toe te roepen als we ons gedrag veranderen.
We zijn van biodiversiteit afhankelijk voor voedsel, onderdak, geneesmiddelen, schone lucht, water en ga zo maar door. Zonder kunnen we gewoon niet overleven. We bereiken een kantelpunt waarop de schade onomkeerbaar is en, wat nog erger is, versnelt. Dit besef van urgentie speelt bij de top van Nagoya en dit besef van urgentie verwacht ik van de ministers en commissarissen die de top zullen bijwonen.
Helaas zijn politieke verklaringen en resoluties niet genoeg om dit besef van urgentie te creëren. Er moet veel meer druk worden uitgeoefend. Om die reden ben ik samen met tal van collega’s van over de hele wereld een onlinecampagne begonnen. Ik wil dat alle mensen hun stem kunnen laten horen over deze kwestie, omdat het mensen iets kan schelen. Roep het verlies aan biodiversiteit een halt toe via Facebook en steun deze campagne. Samen met diverse collega’s zal ik de duizenden handtekeningen aan de beleidsmakers in Nagoya aanbieden om ze te laten weten dat mensen afhankelijk zijn van hun doorzettingsvermogen en vasthoudendheid om van Nagoya een succes te maken.
Sandrine Bélier, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, mevrouw de vertegenwoordigster van de Raad, waarde collega’s, de in 1992 in Rio en in 2002 in Johannesburg aangegane verbintenissen zijn niet nagekomen. Onze strategieën inzake de strijd tegen het verlies van biodiversiteit zijn een fiasco en wij kennen de redenen voor dat fiasco.
Het klimaat verandert, de biodiversiteit verschraalt, de mensheid moet een manier zien te vinden om zich almaar sneller en op een almaar gecompliceerdere wijze aan te passen. In Nagoya, enkele weken voor Cancún, heeft de Europese Unie de kans om te pleiten voor de aanneming van ons economische ontwikkelingsmodel, waarmee de uitdagingen van de 21ste eeuw kunnen worden aangegaan.
Klimaatderegulering, strijd tegen het verlies van biodiversiteit en armoedebestrijding: deze drie uitdagingen en de methodes om ze aan te gaan zijn nauw verwezen. Het is onze verantwoordelijkheid om een rechtvaardiger, billijker, en duurzamer ontwikkelingsmodel in gang te zetten en te ondersteunen.
Laten wij duidelijk en concreet zijn. In de resolutie van het Parlement worden drie hoofduitdagingen genoemd, waarmee nu diverse vragen over het standpunt van de Commissie en de Raad worden opgeworpen.
De eerste uitdaging is natuurlijk om een begin te maken met de bescherming en herstel van de biodiversiteit. Dat vergt deugdelijke financiering, het schrappen van alle publieke steun die de biodiversiteit schade toebrengt en een speciale begroting waarvan wij voorstellen dat die met tien wordt vermenigvuldigd. Maar is de Europese Unie bereid om 0,3 procent van haar bbp te wijden aan haar beleid inzake de strijd tegen het verlies van biodiversiteit en de landen van de OESO ervan te overtuigen hetzelfde te doen?
De tweede uitdaging: het ramen van de kosten van het verlies van biodiversiteit voor de samenleving is nog maar net begonnen. Deze kosten zouden ongeveer 1 procent van het mondiale bbp bedragen, maar in deze raming is niet de sociale, culturele, morele en wetenschappelijke waarde van biodiversiteit meegerekend.
Is de Europese Unie vastbesloten om weerstand te bieden aan de monetarisatie van al wat leeft? Is zij vastbesloten om het gemeenschappelijke erfgoed van de mensheid te beschermen en het standpunt te bekrachtigen dat de natuur geen prijs heeft en niet te koop is?
De derde uitdaging, ten slotte, luidt: stop de plundering van genetische hulpbronnen door ondernemingen en industrie. Een oplossing is de toegang tot de hulpbronnen zodanig te reguleren dat de rechten van lokale gemeenschappen volledig worden geëerbiedigd.
De Europese Unie heeft in deze onderhandelingen nog steeds een bijzondere verantwoordelijkheid. Is, zij op grond hiervan, vastbesloten om enerzijds de niet-octrooieerbaarheid van levend materiaal te verdedigen, en anderzijds de terugbetaling van de ecologische schuld aan de zuidelijke landen te ondersteunen door de terugwerkende kracht van het aan te nemen systeem te ondersteunen?
Nirj Deva, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, biodiversiteit is niet zomaar een abstract woord dat door obscure wetenschappers wordt gebruikt ter bescherming van een of andere ecologische eigenaardigheid. Biodiversiteit is van essentieel belang voor het overleven van het menselijk ras op deze planeet.
Neem bijvoorbeeld een recent door dr. Pavan Sukhdev uitgevoerde berekening over het verlies aan biodiversiteit en de waarde van dat verlies. Uit zijn bevindingen blijkt dat alleen al de ontbossing – het verlies van de long van de aarde, die kooldioxide omzet in zuurstof, waardoor we kunnen ademen –4,5 triljoen dollar per jaar kost. Elk jaar verliezen we een bedrag van 4,5 triljoen dollar aan vervangingskosten in verband met het zuurstofproductieproces. Dat is ongeveer de omvang van de effectenbeurs van New York.
Als we elk jaar een vermogen ter waarde van de effectenbeurs van New York zouden verspelen, weet ik zeker dat we hier allemaal op onze achterste poten zouden staan, maar omdat het om biodiversiteit gaat, lijkt niemand zich er druk om te maken. Het bedrag dat we nodig zouden hebben om het verlies aan zuurstof ten gevolge van houtkap te compenseren, is enorm.
Neem het ineenstorten van de kabeljauwvisserij bij Newfoundland in de jaren negentig van de vorige eeuw. Dat heeft twee miljard Canadese dollars aan vervangingskosten gekost. Als we een deel van het farmaceutische genetisch materiaal dat biodiversiteit biedt, kwijtraken – en dat is het geval –, verliezen we ongeveer 640 miljard dollar aan grondstoffen. Dit is een zeer ernstige zaak en er moeten door een aantal serieuze mensen serieuze besluiten worden genomen.
Kartika Tamara Liotard, namens de GUE/NGL-Fractie. – Mevrouw de Voorzitter, over twee weken gaan we met zijn allen naar Nagoya, Japan, om over biodiversiteit te praten. Ik ben benieuwd of onze gastheer ons daar blauwvintonijn of walvis gaat voorschotelen. Maar de grote discussie daar zal opnieuw gaan over de vraag of we eerst met geld moeten komen dan wel of we eerst over doelstellingen praten. Ontwikkelingslanden zien liever eerst geld op tafel en de EU wil liever eerst over doelstellingen praten.
Duidelijk is echter dat we hoe dan ook het verlies aan biodiversiteit een halt moeten toeroepen. Als we niet handelen zullen de geschatte kosten in 2050 meer dan 4 000 miljard dollar zijn. Niet handelen is dus geen optie, en daarom stoort het mij dat onder andere de nieuwe Nederlandse regering 1 miljard euro wil bezuinigen op ontwikkelingshulp, een van de meest noodzakelijke financiële middelen om biodiversiteitsverlies in ontwikkelingslanden tegen te gaan.
Als de EU in Nagoya echt iets wil bereiken, dan moet ze het voortouw nemen en zelf goed beleid ontwikkelen op landbouw- en visserijgebied en niet pas na Nagoya met voorstellen hierover komen. Bij de hervorming van het landbouwbeleid moeten we verder kijken dan alleen maar duurzaam landbouwbeleid en moeten we een sterke vuist maken. Ik roep de Commissie dan ook op om wat er in Nagoya wordt afgesproken in meetbare, controleerbare voorstellen om te zetten en een langetermijnvisie te ontwikkelen, zodat we in 2011 niet weer moeten zeggen dat we het biodiversiteitverlies geen halt hebben kunnen toeroepen.
Anna Rosbach, namens de EFD-Fractie. – (DA) Mevrouw de Voorzitter, biodiversiteit wil eenvoudigweg zeggen de samenhang tussen alle dingen en daarom moeten wij tijdens de conferentie in Nagoya ervoor strijden om de biodiversiteit te behouden. Echter, aangezien we doorlopend bossen kappen, nieuw land cultiveren en rivieren indammen, is er kennelijk een gebrek aan kennis en vermogen om habitats en ecosystemen op te nemen in de wetgevingen van de nationale landen. Alles van de moderne landbouw, visserij, stedenbouw, het wegennet en vervoer tot allerlei soorten industrie heeft een negatief effect op de biodiversiteit van de aarde. Het gaat slecht met het maritieme leven. Meer dan 60 procent van alle vissen en schaaldieren die in de EU worden gegeten, wordt buiten de EU gevangen. We hebben aan overbevissing gedaan en de bestanden hebben moeite zich te herstellen. De Oostzee heeft een historisch hoog verontreinigingsniveau. In Zweden wordt het zwangere vrouwen afgeraden om lokaal gevangen vis te eten. De EU-landen hebben weliswaar maatregelen getroffen met het oog op de verbetering van de omstandigheden voor de natuur, maar hoe zit het met de rest van de wereld? Wat kunnen wij doen om ervoor te zorgen dat andere delen van de wereld vooruitgang boeken in hun ontwikkeling? De biodiversiteit van de aarde zal afnemen als gevolg van menselijk handelen, ongeacht of de opwarming van de aarde plaatsvindt of niet. We moeten echter geen onrealistische eisen stellen. De biodiversiteit is er het beste mee gediend, als we realistisch blijven. Daarom is het hoog tijd dat we praktische, realistische oplossingen vinden voor het behoud van een gezonde aarde, een gezonde flora en fauna alsmede een gezond aquatisch milieu.
Claudiu Ciprian Tănăsescu (NI). - (RO) Ten eerste zou ik willen onderstrepen dat het hoog nodig is dat de Europese Unie een helder en eensgezind standpunt inneemt over het thema biodiversiteit bij de COP 10 in Nagoya. Het ontbreken van een dergelijke krachtige en coherente stellingname zal leiden tot weer een beschamende afloop, net als die van de CITES in maart 2010. Daarom zou ik willen dat de aanbevelingen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid zonder voorbehoud wordt overgenomen, want deze vormen de beste gids voor de formulering van een officieel standpunt van de EU, dat onze vertegenwoordigers zonder aarzelen kunnen innemen in Nagoya deze maand.
Naast deze overwegingen moeten wij niet vergeten dat niet alleen de geloofwaardigheid van de Europese Unie op het spel staat, als heldere en verantwoordelijke partner in internationale besluitvorming, maar vooral het toekomstig lot van de planeet.
Richard Seeber (PPE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, laat ik beginnen met een detail. Commissaris Potočnik – die ik heel hoog heb zitten – noemt cijfers in dollars, hoewel hij ze dan omrekent naar euro's. De heer Deva noemt ook cijfers in dollars. Ik heb dit niet in detail bestudeerd, maar het laat ons eigenlijk zien dat het debat over biodiversiteit overduidelijk nog niet is aangekomen in Europa. Kennelijk zijn wij in Europa nog niet in staat om onze eigen mening hierover te vormen en ik denk dat het een goed idee zou zijn als we dit debat serieus genoeg nemen door de feiten ook naar cijfers te vertalen. Ik geloof dat dit een elitair debat is dat ver afstaat van wat er feitelijk plaatsvindt in de huizen van onze burgers. Ik geloof dat als we er niet in slagen om dit debat bij de mensen thuis te brengen, er geen hoop is dat het hier in het Parlement politiek gewicht zal krijgen. Met andere woorden, ik geloof dat de communicatiestrategie die we nu moeten volgen, gewoon inhoudt dat we deze zaak naar de mensen brengen, zoals ik zei, en zodra we weten hoe de mensen reageren, kunnen we onze specifieke doelstellingen vastleggen.
De commissaris heeft een paar zeer concrete doelstellingen genoemd. Ik hoop dat hij erin slaagt om ze te realiseren in Nagoya en ik hoop ook dat de Gemeenschap zal spreken met één stem. Dat is altijd de grote uitdaging bij deze internationale conferenties.
Ik geloof ook dat geld alleen niet genoeg is. Veel collega's hebben een oproep gedaan voor meer geld. Dat kan een manier zijn, maar het is niet genoeg om succes te verzekeren. Ten tweede moeten we, zoals ik heb gezegd, onze communicatiestrategie veranderen; en ten derde moeten we de kwaliteit van de gegevens die we hebben, verbeteren. Het is duidelijk dat veel gegevens nog ontbreken en ik geloof dat dit een terrein is waarop de Gemeenschap, met zijn onderzoeksprobleem, heel specifiek iets kan doen.
Zoals u weet is water mijn lievelingsonderwerp. Als we bijvoorbeeld het nieuwe visserijbeleid van de grond krijgen, zullen we nog veel moeten doen voor de soorten die bescherming nodig hebben. De ministers van Visserij zullen waarschijnlijk weer veel te hoge visquota vaststellen, en biodiversiteit zal wederom een bijzaak zijn. Daarom geloof ik dat dit ons een echte kans geeft om in dit Parlement te laten zien dat wij echt menen wat we zeggen. Laten we afwachten hoe de voorstellen er dan uit komen te zien.
Kriton Arsenis (S&D). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, vertegenwoordigers van de Raad, inderdaad spreken wij in deze zaal geanimeerd over de doelstellingen voor biodiversiteit en over de verwezenlijking van nieuwe doelstellingen. Echter, terwijl wij dit debat aan het voeren, zijn, lopen de onderhandelingen gevaar te mislukken, en dit keer zal het onze schuld zijn, de schuld van de Europese Unie. Daarom wil ik mij richten tot de Raad en hem verzoeken een andere houding aan te nemen.
Wij moeten de onderhandelingen over het ABS-protocol inzake toegang tot genetische informatie en de verdeling van de baten weer vlot zien te trekken. Als wij dat niet doen, zullen wij niet alleen een situatie in stand houden die biopiraterij aanmoedigt en een misdaad is tegen de lokale samenlevingen en de genetische hulpbronnen, maar de zoveelste kans voor het milieu missen. Dan zullen de onderhandelingen schipbreuk lijden en zal er een tweede Kopenhagen ontstaan.
Daarom vraag ik de Raad dringend om dit vraagstuk grondig te onderzoeken. Als wij geen andere houding aannemen zal het de eerste keer in de geschiedenis worden dat de Europese Unie milieuonderhandelingen in duigen laat vallen.
Chris Davies (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het wordt in de loop van dit debat wel duidelijk wat de uitdaging om het verlies van unieke soorten een halt toe te roepen, inhoudt. Het is om ontmoedigd van te raken. Er zal tijdens de conferentie over biodiversiteit heel veel gezegd worden over de noodzaak om de juiste maatregelen in gang te zetten maar als dat alleen maar leidt tot een brave verklaring, schieten we er weinig mee op.
Ik hoop dat we niet alleen een reeks doelstellingen zullen vaststellen maar ook de financiële steunmechanismen – ongetwijfeld gekoppeld aan toegang tot biologische hulpbronnen – die nodig zijn om er iets mee te doen. Ik hoop dat we zorgen voor procedures om de naleving te beoordelen en bevestigen en dat we zorgen voor voorzieningen om de doelstellingen regelmatig te kunnen herzien en de procedures in de loop van de tijd te kunnen verbeteren.
Het is heel duidelijk dat deze conferentie het verlies aan biodiversiteit geen halt zal kunnen toeroepen; daarvoor ligt het tempo gewoon te hoog. Maar als we in ieder geval kunnen zorgen voor de mechanismen en de structuur die het verlies uiteindelijk kunnen vertragen en misschien ooit tot stilstand brengen, dan kunnen we de conferentie als een succes beschouwen.
Bas Eickhout (Verts/ALE). - Voorzitter, ik wil allereerst commissaris Potočnik hartelijk bedanken voor zijn inzet voor het behoud van biodiversiteit. We weten dat zijn hart op de goede plek zit en dat hij er hard voor vecht. In die zin ziet het er goed uit qua Europese inzet voor Nagoya. We moeten echter nog doelstellingen afspreken, doelstellingen op deelgebieden, zoals visserij, landbouw, bosbouw. Op al die gebieden verwachten we nog ambitieuze doelstellingen, ook van Europa.
Maar wat nog belangrijker is, is dat wij uiteindelijk, als wij terugkomen uit Nagoya, dat moeten vertalen in Europees beleid. Het komende jaar gaan we ons landbouwbeleid herzien. We gaan ons visserijbeleid herzien. Van de commissaris weet ik dat hij zich ook daar inzet om de term biodiversiteit duidelijk terug te zien in dat beleid. Maar de Raad is stil. Daarom de vraag aan de voorzitter, mevrouw Schauvliege, wat gaat de Raad straks doen? We kunnen wel mooie beloftes doen in Nagoya, maar wat gaan we straks doen met ons eigen visserijbeleid en ons eigen landbouwbeleid? Dan pas wordt het echt belangrijk, anders blijven het in Nagoya alleen maar lege woorden.
Peter van Dalen (ECR). - Voorzitter, morgen stemmen wij over de ontwerpresolutie voor de Nagoya-conferentie en ik wil graag met deze interventie aandacht vragen voor amendement 1. Dat amendement is door collega De Lange en mij ingediend namens onze beide fracties. In het amendement bekrachtigen wij het beginsel dat levensvormen en levensprocessen niet octrooieerbaar mogen zijn. Daarom vragen we in het amendement om een kwekersvrijstelling waardoor plantenrassen vrij kunnen worden doorontwikkeld.
Zonder een dergelijke vrijstelling lopen we het risico dat alleen bedrijven met het meeste geld en met de grootste portefeuille aan patenten, overleven. Zij zullen dan bepalen welke soorten op de markt komen en dat komt de biodiversiteit zeker niet ten goede. Dus ik vraag met klem aandacht voor uw steun voor amendement 1 morgen bij de stemming.
Oreste Rossi (EFD). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, van 18 tot 29 oktober zal in Japan de COP 10 over biodiversiteit worden gehouden, en het is van belang dat het Parlement weet welke voorstellen de Raad wil doen om de biodiversiteit te beschermen en te behouden.
Onderzoek heeft aangetoond dat van de vierduizend onderzochte plantensoorten niet minder dan 22 procent met uitsterven wordt bedreigd. Dit houdt in dat een op de vijf planten met uitsterven wordt bedreigd en – nog een alarmerend gegeven – dat er veel plantensoorten zullen verdwijnen die nog niet eens zijn ontdekt. Hetzelfde geldt voor veel diersoorten. Als planten uitsterven, dreigen er ook werkzame stoffen te verdwijnen die van wezenlijk belang zijn voor de industrie, die zich bezighoudt met het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen die zouden kunnen helpen in de strijd tegen ziektes die op dit moment onbehandelbaar zijn. Wat betreft diersoorten gaan er, als zij uitsterven, kwaliteiten verloren die van belang zijn voor onze planeet.
Het Europees Parlement heeft in september jongstleden een resolutie over dit onderwerp aangenomen, en gezien de duidelijke uitslag van de stemming kan de Raad niet van deze lijn afwijken. We moeten niet vergeten dat de strijd tegen armoede, en dus ook die tegen honger, mede wordt gevoerd door onze natuurlijke rijkdommen te beschermen, de ongelooflijke rijkdommen van onze flora en fauna, rijkdommen waar wij niet buiten kunnen en die wij met alles wat in ons vermogen ligt moeten behouden.
Licia Ronzulli (PPE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, in 2002 zijn vertegenwoordigers van regeringen van over de hele wereld de verplichting aangegaan om het biodiversiteitsverlies tegen 2010 aanzienlijk te hebben gereduceerd. Ondanks het feit dat deze doelstelling door verschillende internationale gremia is aangehaald en benadrukt, is deze helaas niet gehaald.
Het tempo waarin dit verlies voor de planeet zich voltrekt, is inmiddels gestegen tot minstens honderd keer het natuurlijke tempo. Nog nooit voltrok het verlies zich zo snel als in de afgelopen vijftig jaar. In Europa wordt een op de zes zoogdieren met uitsterven bedreigd, en als een diersoort verdwijnt, kan dat een domino-effect hebben op alle andere diersoorten. In de afgelopen dertig jaar is minstens dertig procent van alle dier- en plantensoorten die op aarde voorkwamen, verloren gegaan.
Als we niet onmiddellijk ambitieuze doelstellingen vaststellen, zal het biodiversiteitsverlies – en dit is al meermaals herhaald, onder meer door het WNF – Europa tussen nu en 2050 1 100 miljard euro kosten. Daarom is het behoud van de biodiversiteit, zoals mevrouw Striffler in haar vraag benadrukte, een belangrijk aspect van de millenniumdoelstellingen en de Europa 2020-strategie.
Als we de biodiversiteit bevorderen, beschikken we over meer wapens in de strijd tegen extreme armoede en honger. Daarbij moeten we een duurzaam milieubeleid voeren dat onze planeet rijk en vruchtbaar houdt. We hebben een nieuwe strategische visie en nieuwe doelstellingen nodig die rekening houden met het aanhoudende verlies van soorten en die het belang onderkennen dat wij aan dit probleem hechten.
Edite Estrela (S&D). – (PT) Het debat over het behoud van biodiversiteit gaat ook over de strijd tegen de klimaatverandering, voedselveiligheid, volksgezondheid, armoedebestrijding, verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen, duurzame ontwikkeling van de aarde, kortom, over onze gemeenschappelijke toekomst.
Zoals hier al is gezegd, moet de Europese Unie in Nagoya met één stem spreken en alles in het werk stellen om goede resultaten te behalen. Er is politieke wil nodig om de meest bedreigde dieren- en plantensoorten te redden. Tal van collega’s hebben al onderstreept dat de kosten van biodiversiteitsverlies vijftig miljard euro per jaar bedragen, wat overeenkomt met ongeveer 1 procent van het bruto binnenlands product. Zoals hier ook al is gezegd en bovendien blijkt uit diverse studies, bestaat het risico dat deze kosten in 2050 zullen oplopen tot 7 procent van het bruto binnenlands product, terwijl het rendement van investeringen in biodiversiteitsbehoud honderd maal hoger ligt.
Biodiversiteit is van essentieel belang voor de aanpassing aan en de beperking van de klimaatverandering, onder meer omdat de ecosystemen van land en zee een belangrijke rol spelen als koolstoofputten. Daarom hopen wij dat de conferentie resultaat zal opleveren en op die manier zal voldoen aan de verwachtingen van de burgers en hen bewust zal maken van de uitdagingen die ons allen te wachten staan.
Paul Nuttall (EFD). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, “biodiversiteit” is een woord waar Eurocraten, leden van het Europees Parlement en lobbyisten hier in Brussel hun mond vaak vol van hebben. Maar ik vraag me af of iemand hier kan beschrijven wat biodiversiteit eigenlijk betekent. Ik durf te wedden dat niemand van u dat kan.
Het gekke is dat ik het wel belangrijk vind dat u weet waarover u het hebt als u wetten voor de hele EU maakt.
Maar wat betekent de voor het gemak zo vage en dubbelzinnige term “biodiversiteit” nu eigenlijk? Het is namelijk zo dat er geen correct aantal soorten is, of het nu op een boerderij in Cumbria is of in een buitenwijk van Liverpool of zelfs in een bos in Cheshire, en ik daag de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid uit om met een fatsoenlijke definitie te komen of dergelijke loze termen anders niet meer te gebruiken.
Waar ligt trouwens de grens van het biodiverse gebied, als ik vragen mag? Wordt het wel eens toegepast op het offshore mariene milieu? En zo ja, waarom wilt u dan zo nodig van die monsterlijke windmolenparken bouwen die schadelijk voor de natuur zijn en die het niet eens doen!
Laten we eerlijk zijn: u hebt geen idee. Er is geen helder idee, geen samenhangend beleid en wat u voorstelt, ontbeert logica. Als u gaat lopen preken, en dat doet u, moet u eerst in de spiegel kijken en uw eigen zaken op orde krijgen en laten we dan eens beginnen met de ramp die het gemeenschappelijk visserijbeleid is.
(Spreker verklaart zich bereid een “blauwe kaart-vraag” krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)
Chris Davies (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik vraag me af of de geachte afgevaardigde het met me eens is dat er elke dag unieke levensvormen op deze planeet verdwijnen en dat er internationale actie moet worden genomen om daar iets tegen te doen. Ik kan uit zijn opmerkingen niet opmaken dat hij het daarmee eens is maar ik nodig hem uit om zijn standpunt aan het Parlement toe te lichten.
Paul Nuttall (EFD). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, laten we een paar feiten op een rij zetten. Als u voorbeelden wilt van soorten die verdwijnen, moet u maar eens kijken naar al die onbetrouwbare statistieken. Neem bijvoorbeeld de ijsbeer. Mensen beweren voortdurend dat de ijsbeerpopulatie is afgenomen. Maar in werkelijkheid is de ijsbeerpopulatie momenteel groter dan in de jaren veertig van de vorige eeuw.
Ik ben het ermee eens dat er soorten verdwijnen, maar ik geloof niet dat de Europese Unie het forum is om besluiten te nemen over deze kwestie. Dat is fundamenteel ondemocratisch: de Britten hebben daar nooit iets over te zeggen gehad. Die besluiten moeten op nationaal niveau worden genomen.
Csaba Sándor Tabajdi (S&D). – (HU) Commissaris Potočnik, ik wil mijn collega’s ervoor behoeden dat we geloven dat de Europese Unie haar doelstelling heeft bereikt. Het is juist dat wij in Nagoya het voortouw willen nemen bij het behoud van biodiversiteit, maar ook de Europese Unie heeft de afname van biodiversiteit geen halt kunnen toeroepen. Daarom moeten we voorzichtig zijn en bekijken wat onze eigen taken zijn. Commissaris Potočnik, u bent afkomstig uit een Sloveense boerenfamilie – ik kom zelf uit een Hongaarse boerenfamilie – en ik wil u graag attent maken op de grote tegenstrijdigheid tussen biodiversiteit en de landbouwwetgeving. Aan de ene kant steunen we de boeren om kunstmatige nesten neer te zetten voor vogels, aan de andere kant schrijven we bij de subsidies voor grasland voor dat het percentage bomen en struiken slechts een derde mag vormen, en dat boeren alle bomen moeten omhakken die boven de gestelde limiet uitkomen. Daarmee beperken we dus de leefomgeving van vogels en andere dieren. In het toekomstige landbouwbeleid moet biodiversiteit dus in overeenstemming worden gebracht met landbouwsubsidies. Ik ben het volledig eens met het verslag dat we de waarde van milieugoederen moeten bepalen, waaronder de marktwaarde van biodiversiteit, die uiterst moeilijk vast te stellen is. Het is echter essentieel dat we de boeren in de toekomst stimuleren en belonen, aangezien de markt dat niet doet.
Corina Creţu (S&D). - (RO) De zorg voor een duurzaam milieu is een van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, met directe en ingrijpende gevolgen voor de mens. Vervuiling en inefficiënt gebruik van landbouwgrond, bossen en waterbronnen leiden tot klimaatveranderingen die de natuurlijke hulpbronnen van onze planeet bedreigen.
Ik wil het graag hebben over een van de meest ernstige bedreigingen, namelijk de steeds moeilijker toegang tot waterbronnen. De mens wordt geconfronteerd met het sombere vooruitzicht dat in 2050 ongeveer 45 procent van de wereldbevolking te kampen zal hebben met waterschaarste.
Helaas heeft pas dit jaar de Algemene Vergadering van de VN het recht op schoon en hoogwaardig drinkwater en op sanitaire voorzieningen als elementaire mensenrechten benoemd, onontbeerlijk voor een volwaardig leven. De context hiervan is echter dat meer dan een kwart van de wereldbevolking geen toegang heeft tot drinkwater of behoorlijke sanitaire voorzieningen. De ziekte- en sterftepercentages door niet voor consumptie geschikt water blijven op deze manier zorgwekkend hoog, met name onder kinderen. Daarom ben ik van mening dat de Europese Unie bij de conferentie in Nagoya een sneller en duidelijker antwoord moet geven op deze problemen van derde wereldlanden, die de armoede en het gebrek aan perspectieven verergeren.
Ik ben van mening dat de historische verantwoordelijkheid van de ontwikkelde landen voor de materiële en ecologische staat van de planeet een extra argument is voor beleid dat een tegenwicht biedt tegen de huidige tendens, waarbij niet-duurzame exploitatie van natuurlijke hulpbronnen wordt aangemoedigd in ontwikkelingslanden, die afhankelijk zijn van de export van grondstoffen.
Mario Pirillo (S&D). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, op 18 oktober zal in Japan de COP 10 over biodiversiteit van start gaan, waar de Europese Unie aanwezig zal zijn ondanks het feit dat zij de in 2001 vastgestelde doelstelling niet heeft gehaald, oftewel de doelstelling om tegen 2010 het biodiversiteitsverlies tot staan te hebben gebracht.
Recente studies tonen aan dat het natuurlijk erfgoed ernstig bedreigd wordt, in het bijzonder de mariene gebieden in de landen rond de Middellandse Zee. De Europese Unie is begonnen met de uitvoering van belangrijke maatregelen ter bestrijding van de klimaatverandering, maar moet zich meer inzetten voor de bescherming van de biodiversiteit: zij moet proberen meer middelen te genereren voor het Natura 2000-programma en de Commissie moet de toezichthoudende bevoegdheden die haar in het Verdrag zijn toebedeeld, daadkrachtiger ten uitvoer leggen.
Wat wordt er ondernomen om de vertraging bij de toepassing van de Natura 2000-richtlijnen te beperken?
Daciana Octavia Sârbu (S&D). - (RO) Als we denken aan de milieugevolgen maar ook aan de sociale en financiële gevolgen van biodiversiteitsverlies mogen we het belang van de conferentie in Nagoya niet onderschatten.
De ecologische ramp in Hongarije waarbij vier mensen zijn omgekomen, die zeven dorpen heeft getroffen, de ecosystemen van meerdere rivieren heeft beschadigd en dreigt de Donau en de Donaudelta in Roemenië te treffen, biedt een tragische achtergrond voor de discussie van vandaag, maar ook een ernstige aansporing tot krachtiger acties ter bescherming van het milieu en de biodiversiteit. Nu is het moment om het verbod op gevaarlijke stoffen in de mijnbouw weer in discussie te brengen om een einde te maken aan dergelijke tragedies.
De resolutie van de Commissie milieubeheer over biodiversiteit bevat vele belangrijke elementen, maar ik zou er een aantal in mijn ogen essentiële punten willen uitlichten.
Allereerst moet de belangrijkste doelstelling van de onderhandelingen zijn dat er concrete en ambitieuze doelstellingen worden afgesproken, die voor meerdere economische sectoren relevant zijn: van de bouw en het vervoer tot de bosbouw en de landbouw.
Miroslav Mikolášik (PPE). - (SK) Als lid van de Commissie milieubeheer ben ik zeer verontrust over de uitkomsten van recente onderzoeken, waaruit alarmerende statistieken naar voren komen met betrekking tot het biodiversiteitsverlies in de Europese Unie.
De ernst van dit probleem vereist intensivering van de inspanningen op het niveau van de Europese Unie en de lidstaten, en daarom acht ik het noodzakelijk dat de Commissie en de lidstaten eendrachtig optreden op de conferentie die eind oktober zal plaatsvinden in de Japanse stad Nagoya, zodat hun aanpak effectiever wordt en er meetbare en realistische doelen kunnen worden bereikt binnen de daarvoor gestelde termijnen. Ik wil ook graag benadrukken dat het nodig is om de privésector bewust te maken van de economische voordelen van de strijd tegen het biodiversiteitsverlies en de rentabiliteit van investeringen ter voorkoming ervan. Biodiversiteitsverlies verlaagt namelijk nu al het welzijnsniveau van de burgers en veroorzaakt schade in de orde van miljarden, die tegen het jaar 2050 naar verwachting zal oplopen tot enkele biljoenen.
Silvia-Adriana Ţicău (S&D). - (RO) Europa kan worden verdeeld in negen afzonderlijke biogeografische zones op basis van klimatologische, topografische, geologische en plantkundige overeenkomsten.
De Donauregio is een van de twintig ecologisch belangrijkste regio’s in de wereld. De biodiversiteit in deze regio is zeer rijk. Hier leven 2 000 soorten planten en 5 000 soorten dieren. Sinds 1991 maakt de Donaudelta deel uit van het werelderfgoed van de Unesco, en het Donaugebied bevat meerdere speciale beschermings- en conserveringszones in het kader van Natura 2000.
Aangezien de Donau en de Donaudelta een uniek en fragiel ecosysteem vormen, dat plaats biedt aan zeldzame plantensoorten die bedreigd worden door vervuiling, achten wij het belangrijk dat de Europese Commissie hier en daar haar anticipatie- en reactiecapaciteit verbetert in het geval van overstromingen, ernstige droogte en vervuiling door ongelukken.
De Europese Unie heeft meerdere maatregelen aangenomen ter bescherming van de biodiversiteit. De natuur is niet slechts een belangrijk onderdeel van het Europese erfgoed en brengt niet slechts economische voordelen, maar levert daarnaast vele waardevolle diensten zoals waterzuivering, bescherming tegen overstromingen, voorkoming van bodemerosie, bestuiving van gewassen en recreatie.
De exploitatie van grond, het versnelde verstedelijkingsproces en de ontwikkeling van de vervoersinfrastructuur hebben de natuurlijke habitat zwaar getroffen. Grootschalige drainage heeft bijvoorbeeld geleid tot een belangrijke vermindering van natuurlijke overstroomgebieden.
Charles Goerens (ALDE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, de opeenvolgende conferenties over het behoud van biodiversiteit hebben niet geleid tot oplossingen. Hooguit waren ze van nut om de laatste treurige balans in deze materie op te maken. Kwestie van geld of van verantwoordelijkheid? Van beide, zou ik zeggen.
Bossen, die het merendeel van de soorten herbergen, worden bedreigd, onder meer door corruptie en onverschilligheid. Met corruptie, waaraan zowel leiders van ontwikkelingslanden als degenen die van wanbestuur profiteren zich bezondigen, is het fiasco op dit terrein slechts ten dele verklaard. Wat de onverschilligheid betreft: laat ons wel beseffen dat wij door onze consumptiepatronen evenmin zijn vrij te pleiten.
Hoe kan er voor grotere verantwoordelijkheid worden gezorgd? Bij gebrek aan tijd geef ik slechts één voorbeeld: certificatie van bossen. Hier zijn modellen van. Kan de Commissie mij zeggen of, vanuit haar standpunt bezien, de invoerbeperkingen alsmede de instelling van twee certificatiesystemen van bossen, bijdragen aan schadebeperking op dit gebied? Is er sprake van evaluatie? Zo ja, kunt u ons dan van de voornaamste conclusies op de hoogte stellen?
Isabella Lövin (Verts/ALE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, als de EU in Nagoya ook maar enigszins geloofwaardig wil overkomen, moet ze niet alleen strategische plannen voorstellen maar ook uitvoering geven aan haar huidige beleid in Europa.
Het compromisvoorstel dat de Commissie momenteel voorbereidt om continuering van de export van de ernstig bedreigde Europese paling – een soort die is opgenomen in CITES-bijlage II, hoewel de paling duidelijk onder CITES-bijlage I hoort te vallen – mogelijk te maken, is ronduit schandalig. Het Europese palingbestand, één gemeenschappelijk bestand, is sinds 2007 met 40 procent afgenomen.
Als de EU in Nagoya of tijdens de volgende CITES-bijeenkomst ook maar enigszins geloofwaardig wil overkomen, dan rest haar geen andere keus dan een totaal verbod op de export en import van paling ten uitvoer te leggen. De EU moet niet luisteren naar een kleine visserijsector die jonge glasaal – bedreigde glasaal – naar Japan wil exporteren voor de huidige prijs van zeshonderd euro per kilo.
João Ferreira (GUE/NGL). – (PT) Los van economische overwegingen is het behoud van biodiversiteit een morele verplichting en een noodzakelijke voorwaarde voor het voortbestaan van de menselijke soort.
Met het oog op de conferentie in Nagoya moet de Europese Unie conclusies trekken uit de fouten die zij op dit vlak heeft begaan en haar koers bijstellen. Dat is de enige manier om praktische resultaten te boeken die verder reiken dan keer op keer herhaalde, zinloze intentieverklaringen. Zo is het sectorale beleid van de Unie toe aan een ingrijpende verandering. Wij moeten de tendens tot afname van de diversiteit van de soorten en verbouwde variëteiten en de daarmee gepaard gaande uitholling van de genetische basis van de voeding een halt toeroepen en omkeren, het gebruik van specifieke regionale landbouwvariëteiten bevorderen en maatregelen nemen tegen de homogenisering van de landbouwproductie, de toepassing van intensieve modellen die ziekten verspreiden en het verdwijnen van de kleine en middelgrote productie ten gevolge van het huidige landbouw- en handelsbeleid. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. De biodiversiteit vormt, samen met het milieuevenwicht waaraan ze ten grondslag ligt, het erfgoed van onze planeet, een gemeenschappelijk goed dat in geen geval geprivatiseerd mag worden, een gemeenschappelijk goed dat niet te koop is en waarvan het gebruik en genot op rechtvaardige en billijke wijze voor iedereen toegankelijk moet zijn.
Angelika Werthmann (NI). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, 2010 is het internationale Jaar van de Biodiversiteit. Op Europees niveau hebben we al uitstekende instrumenten tot onze beschikking voor het beschermen van de biologische diversiteit. Ik denk aan het netwerk van natuurgebieden, Natura 2000, of de Habitatrichtlijn. Elk idee is echter slechts zo goed als zijn uitvoering, en het spijt me te moeten zeggen dat dit in veel lidstaten te wensen overlaat.
Als leden van de commissie verzoekschriften worden wij vaak gewezen op ernstige misstanden in aangewezen Natura 2000-gebieden. De lidstaten en de Commissie moeten samen een leidende rol spelen op de komende conferentie in Japan. Op een dag zal echter niemand ons meer geloven, behalve als onze woorden gevolgd worden door zichtbare daden.
Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE). – (LT) Biodiversiteit is een lastige en complexe kwestie die uiteraard zowel in de EU als in de wereld als geheel van belang is. Er speelt nog een andere kwestie: hoe vinden we evenwicht tussen milieubescherming en economische groei? Dat is waarschijnlijk de algemene kwestie die ons de meeste hoofdpijn bezorgt.
Het is bekend dat afname van biodiversiteit vooral samenhangt met onverantwoorde menselijke economische activiteit. Altijd kan worden gesteld dat milieubeschermingseisen het concurrentievermogen belemmeren, omdat de normen van de Europese Unie, in tegenstelling tot die van andere landen, hoog zijn, hetgeen leidt tot bepaalde problemen op dit gebied. Uiteraard is het moeilijk een evenwicht te vinden. Toch kunnen er nog steeds bepaalde preventieve instrumenten zijn. Ik spreek over activiteiten in de Europese Unie en het gebruik van analyses om die activiteiten te rechtvaardigen.
Het is van belang dat deze analyses en de milieueffectbeoordeling onafhankelijk en van hoge kwaliteit zijn. Uiteraard is het realistisch gezien moeilijk om in Nagoya tot overeenstemming te komen, maar toch wens ik de EU en het lid van de Commissie veel succes.
Luís Paulo Alves (S&D). – (PT) Het verheugt mij dat wij hier met de Raad en de Commissie aan de vooravond van de conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biodiversiteit een debat voeren waarin wij van gedachten kunnen wisselen over de actieplannen en de voornaamste strategische doelstellingen van de Europese Unie om het biodiversiteitsverlies een halt toe te roepen.
Ik hoop dat de Europese Unie op die conferentie een resoluut en coherent standpunt zal innemen, met een duidelijke kijk op de concrete maatregelen die zullen worden genomen om te waarborgen dat de bescherming van de biodiversiteit bijdraagt tot duurzame ontwikkeling. Ik breng hier in herinnering dat het behoud van biodiversiteit essentieel is voor de kwaliteit van de ecosystemen, rechtstreeks van invloed is op essentiële functies zoals voedselproductie en watervoorziening en aardverschuivingen en overstromingen helpt voorkomen.
Tot slot zou ik willen dat de beleidsmaatregelen die gericht zijn op de integratie van biodiversiteit in economische activiteiten zoals landbouw, bosbouw, visserij en toerisme gedurfd en ambitieus genoeg zijn om dit onschatbare maar buitengewoon kwetsbare erfgoed – zoals in mijn regio, de Azoren – te beschermen tegen de dreiging van kortzichtige externe belangen.
Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE). – (ES) Mevrouw de Voorzitter, deze week kregen we het geweldige bericht dat er meer dan twintig duizend nieuwe soorten zijn ontdekt in zee. Dat is waarvoor de Conferentie van Nagoya de verantwoordelijkheid op zich zal nemen, niet alleen dat die nieuwe soorten blijven voortbestaan maar ook dat er nog veel meer soorten kunnen worden ontdekt en dat ze niet verdwijnen voordat we van hun bestaan afweten.
De geloofwaardigheid van de Europese Unie – de Commissie, de Raad en de lidstaten – zal echter niet alleen in het geding zijn in Nagoya. Dat zal ook een maand later het geval zijn op de bijeenkomst in Parijs van de Internationale Commissie voor het behoud van de blauwvintonijn, waarop zal worden beslist over de toekomst van de blauwvintonijn, een ernstig bedreigde maritieme soort.
Consequent zijn, dat is waarop we naar mijn mening moeten aandringen, want wat de Commissie zegt over het in stand houden van de biodiversiteit is op zich heel goed, maar er moet consequent de hand aan worden gehouden als het wordt toegepast op het sectorale beleid, zoals het visserijbeleid.
Het zal belangrijk en essentieel zijn om te zien in hoeverre er in Parijs zal worden vastgehouden aan die consequente opstelling waarvan we getuige zullen zijn en hopen te zijn – omdat we pleiten voor Nagoya,- wanneer we werkelijk inzien dat de bescherming van de blauwvintonijn niet alleen de bescherming van een dier betekent maar ook van een leefwijze, een cultuur, en vooral van een manier om de wereld te beschouwen die verband houdt met onze menselijkheid.
Mairead McGuinness (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, dit is een zeer interessant debat omdat we nu tot de conclusie komen dat het verlies aan biodiversiteit een probleem is voor de ontwikkelde wereld en de ontwikkelingslanden. Gay Mitchell sprak zeer eloquent over de moeilijkheden voor ontwikkelingslanden wanneer er erosie van de biodiversiteit optreedt. Hij sprak ook positief over de verbeteringen die zijn doorgevoerd. Om de voedselzekerheid voor de wereld te kunnen garanderen, is duurzame landbouw in een duurzaam milieu een noodzaak.
Ik geloof dat het een andere collega was die zei dat we er misschien niet in zijn geslaagd buiten onze eigen gelederen met de beheerders van boerderijen en ecosystemen te communiceren over het belang van biodiversiteit. We zijn er niet in geslaagd de kosten op te nemen in de prijs die we betalen voor onze goederen. Zoals gezegd, als we het verlies werkelijk tot stilstand willen brengen, moeten we een marktwaarde aan biodiversiteit hangen.
Janez Potočnik, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, alles gehoord hebbende dat de geachte leden van het Parlement hebben gezegd, wil ik u op de eerste plaats bedanken, want ik denk dat de boodschappen en het bewustzijn die erin wordt gedeeld, niet alleen met mij, maar naar ik hoop ook met het hele Europese publiek, overduidelijk zijn.
Ik moet beginnen met te zeggen dat we niets mogen verbergen. We zijn er niet in geslaagd de doelstellingen inzake de biologische verscheidenheid voor 2010 te verwezenlijken en wij zijn daarvoor verantwoordelijk en we moeten het beter doen.
Er zijn eigenlijk twee niveaus waarop we actie moeten en kunnen nemen. Het ene is ons Europese niveau, het andere is het internationale niveau van Nagoya, waarover u meer te zeggen had. Maar binnenkort, na Nagoya, zullen we ook met een voorstel komen voor een strategie van de Europese Unie voor een wijze van aanpak van dit ernstige vraagstuk, en natuurlijk zullen dan veel van de zaken die u vandaag hebt onderstreept, moeten worden behandeld. De strategie zal een basislijn moeten bevatten, die we nu eindelijk hebben. Zij zal meetbare doestellingen moeten bevatten, niet veel, maar wel een paar die zo dicht mogelijk in de buurt komen van hetgeen we zouden willen bereiken: de beste benaderingen voor wat we willen nastreven. Waarom een paar? Omdat dit fundamenteel begrepen moet worden, zodat we ons begrip van biologische verscheidenheid kunnen delen.
We hebben tot nu toe heel wat gedaan in Europa. Ik ben heel voorzichtig, wanneer we het hebben over de tenuitvoerlegging van Natura 2000. Ik denk dat Natura 2000 in de toekomst nog steeds enkele baten zal opleveren, maar wanneer we het hebben over onze strategie, denk ik dat we ambitieus moeten zijn, zoals we dat ook zijn wanneer we het hebben over het moment waarop we naar buiten treden, wanneer we het hebben over internationale optredens.
Velen van u hebben het gehad over de financiering. Ik onderschat de kwestie van de financiering niet, maar concentreer uw debat niet alleen op de financiering. Het gaat om veel meer dan alleen maar financiering en veel meer dan alleen maar nieuw geld voor biologische verscheidenheid. Het gaat over subsidies die schadelijk zijn voor het milieu. Het gaat over private financiering. Het gaat over veel van de dingen die u in dit Huis hebt goedgekeurd.
Illegale houtkap is een typisch voorbeeld van een gebied waarop we de landen die hout exporteren, ook in Europa, echt kunnen helpen en zelfs financieel kunnen steunen. Ik denk dat het uiterst belangrijk is dat we dat begrijpen.
Zoals sommigen van u hebben vermeld, is het in wezen eigenlijk een moreel en ethisch vraagstuk, maar voor degenen die dat niet begrijpen, wordt het meer dan duidelijk dat het een kwestie is van onze kwaliteit van leven en een kwestie van ons economisch succes. Het is belangrijk dat ook dit wordt begrepen, want dit was een keerpunt in het debat over klimaatverandering, als u zich dat kunt herinneren.
Ik denk dat het ook belangrijk is dat regeringen, niet alleen in Europa, en ook onze partners overal in de wereld heel goed begrijpen hoe belangrijk het is dat ook zij zich inzetten voor hun prioriteiten door te volgen waarover we vandaag in dit Huis debatteren.
De volgende kwestie die ik wil noemen, is de toegang en batenverdeling. Nadat ik in New York met vrijwel al onze partners heb gesproken, zal toegang en batenverdeling voor mij in Nagoya een belangrijk onderwerp zijn, zo niet het onderwerp waarop een doorbraak kan worden bereikt. We moeten dus onze uiterste best doen om ervoor te zorgen dat er daar een doorbraak komt. Natuurlijk kunt u verschil uitmaken, maar het gaat niet alleen om u, en na alle gesprekken die we onlangs hebben gehad met de lidstaten, kan ik bevestigen dat er aan de kant van de lidstaten een sterke bereidheid is om op dat punt een doorbraak te bewerkstelligen.
De volgende vraag betreft iets dat we in de toekomst ook moeten bespreken, en de manier waarop we daarmee om moeten gaan, hangt ook nauw samen met het antwoord op enkele andere vragen. U weet dat er twee Río-conferenties waren. Een daarvan ging over klimaatverandering, de andere over biologische verscheidenheid, en er was ook nog de aparte kwestie van de ontbossing, een belangrijk onderwerp.
Ze raken steeds meer gescheiden en ze ontwikkelen zich parallel aan elkaar; we begrijpen steeds meer dat we moeten beginnen ze met elkaar te verbinden. Veel van de vraagstukken met betrekking tot de mitigatie van en de aanpassing aan klimaatverandering hebben te maken met biologische verscheidenheid. Red Plus is evenzeer voor klimaatverandering als voor het omgaan met biologische verscheidenheid. Dus laten we de vraagstukken van biologische verscheidenheid ook tot prioriteit maken, wanneer we de prioriteiten vaststellen voor de manier waarop we het geld gaan gebruiken dat is toegewezen aan de activiteiten van Red Plus. En het is hetzelfde verhaal, wanneer we het hebben over de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. Ik heb in New York Helen Clark ontmoet en met haar gesproken over een manier waarop de Commissie in de toekomst beter kan samenwerken met het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, teneinde te waarborgen dat deze vraagstukken onderling meer worden verbonden.
Het volgende punt dat enkelen van u hebben onderstreept, en dat volgens mij de basis is van alle problemen, is de integratie van biologische verscheidenheid, de mainstreaming van biologische verscheidenheid in ander beleid. Ik deel volledig de mening dat we ook met dat aspect rekening moeten houden, wanneer we over het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het visserijbeleid, cohesie of ander beleid willen praten. Wanneer we praten over het gemeenschappelijk landbouwbeleid – dat binnenkort op uw agenda zal staan, u zult het binnenkort bespreken – moeten we volgens mij de idee van ‘openbaar goed’ verder ontwikkelen. Ik denk dat boeren een gedeeltelijke vergoeding moeten krijgen voor hetgeen zij voor ons doen: ze leveren voedsel en wij zijn hen daar dankbaar voor, maar we zouden hen ook dankbaar moeten zijn voor het feit dat ze de biologische verscheidenheid in stand houden. Dit is een belangrijk debat dat voor ons ligt.
Nagoya en Cancún zijn verhalen die sterk samenhangen. Het gaat niet alleen over biologische verscheidenheid; het gaat niet alleen over klimaatverandering; het gaat ook om het wereldwijde succes van multilateralisme en governance. Het is dus heel belangrijk dat we daar succes boeken. Al uw oproepen aan ons om met één stem te spreken zijn duidelijk gehoord. We doen al het mogelijke om dit in de praktijk waar te maken, en ik wil hier graag het Belgische voorzitterschap bedanken voor zijn zeer constructieve houding hierin.
Het volgende dat ik wil noemen, en daarmee ben ik bijna klaar, is een opmerking over euro's en dollars. Ik heb die positief opgevat, maar ik ben een beetje bang dat we, wanneer we het hebben over biologische verscheidenheid en internationale hulp, het meer zullen hebben over euro's dan over dollars.
We moeten dus, tot slot, uit Cancún terug zien te komen met iets dat een succes is, dat we als een succes kunnen beschouwen en waaraan oplossingen zullen worden gekoppeld, want er staat eenvoudigweg te veel op het spel. We hebben een verantwoordelijkheid, maar ik denk dat het eerlijk is om te zeggen dat anderen ook verantwoordelijkheid dragen. Maar het helpt zeker dat het Parlement stevig achter ons staat.
VOORZITTER: LÁSZLÓ TŐKÉS Ondervoorzitter
Joke Schauvliege, fungerend voorzitter van de Raad. − Voorzitter, geachte Parlementsleden, ik wil iedereen bedanken die het woord heeft gevoerd om het belang van biodiversiteit te onderstrepen. Dat is een heel belangrijke boodschap die hier in het debat is meegegeven. Op heel wat aspecten die hier zijn aangestipt ben ik in de inleiding al ingegaan. Op een aantal zaken wil ik nog wat dieper ingaan.
Eerst en vooral ABS. De Raad verbindt zich ertoe – en dat is belangrijk – dit protocol tijdens de COP-10 af te ronden aangezien het een heel belangrijke bijdrage zal leveren tot de verwezenlijking van alle doelstellingen van het biodiversiteitsverdrag. De ontwikkeling en de uitvoering van het ABS-protocol moeten als een integraal onderdeel van het proces rond het biodiversiteitsverdrag worden beschouwd. In de recente besprekingen in Montreal is er reeds vooruitgang geboekt op dit gebied, maar het klopt dat voor de COP-10 nog een aantal vraagstukken moeten worden opgelost. Dit zal van alle onderhandelingspartners, en dus ook intern in de EU, de nodige flexibiliteit vragen.
Ten tweede, wat betreft de ontwerpresolutie van het Europees Parlement. In deze resolutie worden de sleutelelementen van het biodiversiteitsbeleid behandeld: de dringende noodzaak om te handelen, de economische aspecten van ecosystemen en biodiversiteit, de algemene taakstelling, visie, doelen en indicatoren voor het biodiversiteitsverdrag en het strategisch plan ervan, alsook de meer specifieke aspecten zoals ABS, synergieën tussen de drie Rio-verdragen, enzovoort. Deze elementen sporen met de standpunten die zich binnen de Raad aftekenen met het oog op de conferentie van Nagoya. De conclusies hierover zullen normaal gezien op 14 oktober door de Raad Leefmilieu worden aangenomen.
Wat betreft de vraag naar het pakket en de sectorale integratie, onder andere in landbouw en visserij, wil ik u eraan herinneren dat de Raad op 15 maart uitdrukkelijk aan de Commissie gevraagd heeft om een pakket voor te stellen. Ik heb daarnet uit de woorden van de commissaris begrepen dat daar hard aan gewerkt wordt en dat wij dat dus kunnen verwachten.
De Raad zal in de zitting van 14 oktober – volgende week dus – worden verzocht de conclusies over biodiversiteit aan te nemen. Die zullen dan als politieke leidraad dienen voor de onderhandelingen in oktober in Japan. Aan de hand van deze conclusies moeten de belangrijke thema's van de COP-10 worden bepaald, alsook het standpunt van de Raad hierover: het herziene, geactualiseerde strategisch plan van het biodiversiteitsverdrag, de onderhandelingen met het oog op het protocol inzake toegang tot genetische rijkdommen en een eerlijke en billijke verdeling van de baten die voortvloeien uit het gebruik ervan (ABS), de strategie voor het mobiliseren van middelen, met name ook via innoverende financieringsmechanismen, de sectorale integratie en de synergieën tussen de strijd tegen klimaatverandering, woestijnvorming en beleidsmaatregelen ter bevordering van biodiversiteit.
Ik wil iedereen bedanken die het belang hiervan heeft onderstreept. Ik wil ook de commissaris bedanken voor de goede samenwerking tot nu toe en ook voor de aangename samenwerking die wij wellicht nog zullen hebben in de aanloop naar en ter plaatse in Nagoya.
De Voorzitter. – Tot besluit van het debat is er een ontwerpresolutie(1) ingediend, overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het Reglement.
Het debat is gesloten.
De stemming vindt donderdag, 7 oktober 2010 plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 149)
Elisabeth Köstinger (PPE), schriftelijk. – (DE) Biodiversiteit is en blijft een belangrijk onderwerp voor de Europese Unie, omdat biodiversiteit hand in hand gaat met het veiligstellen van de voedselvoorziening in Europa en dus staat voor een positieve toekomst voor de volgende generaties. De Europese landbouw is zich bewust van zijn belangrijke rol als promotor en behoeder van de biodiversiteit. Door CO2-opslag in de grond of natuurlijke landbewerking leveren onze Europese boeren een actieve bijdrage aan het behoud van de biodiversiteit. Al deze inspanningen helpen echter niet, als de bevolking er weinig tot geen besef van heeft. We moeten Europese burgers bewust maken van het fundamentele belang van biodiversiteit voor onze natuur, onze economie, onze levens en de toekomst van onze kinderen, en we moeten hen mobiliseren. Ook in de Europese Unie zullen uiteenlopende soorten uitsterven. Nu al wordt een groot aantal soorten serieus bedreigd. Laten we nu in actie komen en een koers uitstippelen voor een soortenrijke toekomst.
Rareş-Lucian Niculescu (PPE), schriftelijk. – (RO) In de context van dit debat zou ik de belangrijke rol van het TEEB-project willen benadrukken. TEEB wordt gefinancierd door een aantal Europese staten en is een project dat de financiële waarde berekent van de natuur en de kosten van biodiversiteitsverlies. Door TEEB kunnen wij ons een beeld vormen van de omvang van de uitdaging en besluitvorming op dit terrein voorbereiden. Ik wil graag een aantal recent op TEEB gepresenteerde gegevens noemen: De kosten van ontbossing zijn jaarlijks 4,5 triljoen dollar, volgens andere eveneens recente schattingen is tot het jaar 2000 meer dan een kwart van de oorspronkelijke biodiversiteit van de wereld verloren gegaan en tot 2050 wordt een nieuw verlies van meer dan tien procent verwacht. Er zijn meer voorbeelden. Zo beschouwd komt de topontmoeting in Nagoya op een zeer goed moment. Daarnaast ben ik van mening dat dit parlementaire debat zeer nuttig is om op Europees niveau onze standpunten voor de komende topontmoeting te coördineren.
Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. – (RO) Dit is een cruciaal jaar voor het versterken van de internationale inspanningen en toezeggingen om een einde te maken aan het biodiversiteitsverlies. We moeten dit moment benutten om een visie vast te stellen en een aantal heldere doelstellingen voor wat betreft biodiversiteit en het duurzame behoud ervan na 2010. Wij moeten een krachtige gezamenlijke positie innemen en als EU een actieve bijdrage leveren aan de komende internationale onderhandelingen. Een mondiale visie voor de lange termijn moet rekening houden met de verbanden tussen biodiversiteit, ecosysteemdiensten, klimaatverandering, woestijnvorming, economische voorspoed, gezondheid en welzijn van de burgers. De verwezenlijking van de doelstellingen op het terrein van biodiversiteit is afhankelijk van de mobilisatie van de nodige middelen voor een adequate uitvoering van conserveringsmaatregelen en duurzame gebruiksmaatregelen voor natuurlijke hulpbronnen. In die zin steunt Roemenië een grotere betrokkenheid van de publieke en private sector bij het vinden van oplossingen en innovatieve mechanismen voor de financiering voor biodiversiteit.
Pavel Poc (S&D), schriftelijk. – (CS) Homo sapiens produceert van alle levende soorten het meeste afval. Industriële vervuiling, huishoudelijk afval, CO2-uitstoot, lawaai, lichtvervuiling, warmtevervuiling en alle andere bekende en minder bekende afvalproducten van onze beschaving laten een enorme ecologische voetafdruk achter. Als gevolg van die voetafdruk van onze soort is er binnen het ecosysteem van onze planeet steeds minder plaats voor andere biologische soorten. Dat is de hoofdreden achter de huidige daling van de biodiversiteit. De biodiversiteit is een noodzakelijke voorwaarde voor het bestaan van ons planetaire ecosysteem in de metastabiele staat die we momenteel kennen en die het bestaan van onze beschaving überhaupt mogelijk maakt. De wederzijdse afhankelijkheid en onderlinge verbondenheid van ons mensen met andere levensvormen op deze planeet wordt ofwel niet onderkend, ofwel onderschat, ofwel gebagatelliseerd. Wanneer de biodiversiteit vermindert, vermindert ook het incasseringsvermogen van het planetaire ecosysteem. Het ecosysteem krijgt te kampen met een verminderde weerstand en een grotere vatbaarheid voor al dan niet plotse veranderingen. En dan, op een gegeven moment, slaat het geheel om in een andere toestand. Het is echter de vraag of onze beschaving nog levensvatbaar zal zijn in deze nieuwe toestand, of de aarde dan nog het huidige aantal monden voeden kan, of die überhaupt nog omstandigheden biedt waaronder onze soort kan voortbestaan.
Het gaat tegenwoordig al lang niet meer om de bescherming van deze of gene dier- of plantensoort en zelfs ook al niet meer om de bescherming van bepaalde ecosystemen. Alles draait nu om het voortbestaan van onze eigen soort, ons eigen ecosysteem. Helaas gedragen we ons nog altijd als een kankerpatiënt. We liegen onszelf maar wat voor en treffen geen enkele maatregel die ons het leven redden kan.