Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2182(INI)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0267/2010

Debatten :

PV 20/10/2010 - 3
CRE 20/10/2010 - 3

Stemmingen :

PV 20/10/2010 - 6.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0376

Debatten
Woensdag 20 oktober 2010 - Straatsburg Uitgave PB

3. Voorbereiding van de Europese Raad (28-29 oktober 2010) – Voorbereidingen voor de G20-top (11-12 november) – De financiële, economische en sociale crisis: aanbevelingen met betrekking tot maatregelen en initiatieven – Verbetering van het EU-kader voor economisch bestuur en stabiliteit, met name in de eurozone (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- de verklaringen van de Raad en de Commissie over de voorbereidingen voor de G20-top (11-12 november),

- de verklaringen van de Raad en de Commissie over de voorbereiding van de Europese Raad (28-29 oktober 2010),

- het verslag (A7-0267/2010) van Pervenche Berès, over de financiële, economische en sociale crisis: aanbevelingen voor maatregelen en initiatieven op EU-niveau (tussentijds verslag), en

- het verslag (A7-0282/2010) van Diogo Feio, met aanbevelingen aan de Commissie betreffende verbetering van het EU-kader voor economisch bestuur en stabiliteit, met name in de eurozone.

 
  
MPphoto
 

  Olivier Chastel, fungerend voorzitter van de Raad. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, mijnheer de commissaris, dames en heren, namens de Raad bedank ik u, mijnheer de Voorzitter, voor deze gelegenheid om in te gaan op de voorbereidende werkzaamheden binnen de Raad met het oog op de aanstaande Europese Raad.

Deze Europese Raad zal een drukke agenda hebben, waarbij het economisch bestuur ongetwijfeld centraal zal staan. Zoals u weet, heeft de door president Van Rompuy voorgezeten taakgroep maandag vergaderd en zijn eindverslag goedgekeurd.

Dit verslag bevat belangrijke en specifieke aanbevelingen en voorstellen die ons in staat zouden moeten stellen in kwalitatief opzicht een sprong te maken in het Europees economisch bestuur. De aanbevelingen uit het verslag zijn er met name op gericht de belastingdiscipline te vergroten, het economisch toezicht te verbeteren, de coördinatie te verbeteren en uit te breiden, en zowel het crisisbeheersingskader als de instellingen te versterken.

Al deze aanbevelingen kunnen langs legislatieve weg snel worden uitgevoerd. Wij hopen natuurlijk dat de Europese Raad ze zal kunnen goedkeuren, zodat de Commissie, het Parlement en de Raad snel vooruitgang kunnen boeken op deze bijzonder belangrijke gebieden. Hiermee zou in ieder geval een positief signaal worden afgegeven wat betreft onze intentie om maatregelen te nemen teneinde de belangrijke economische uitdaging die voor ons ligt, aan te gaan.

Het is waar dat sommigen hebben gewezen op andere opties die verder gaan dan deze aanbevelingen en het kader van de Verdragen te buiten gaan. Het gaat hier om zaken als de opschorting van het stemrecht of de invoering van nieuwe stemregels zoals de omgekeerde meerderheid.

Dit zijn natuurlijk geen gemakkelijke kwesties, noch op technisch, noch op politiek vlak. Zij zullen tijdens de Europese Raad van volgende week worden aangesneden en besproken.

Een ander belangrijk agendapunt van de Europese Raad is de voorbereiding van de G20-top. De Europese Raad zal namelijk aan de hand van het gisteren door de Ecofin-Raad verrichte voorbereidende werk de positie van de Unie moeten bepalen. Het is in het algemeen belangrijk dat Seoul een versnelling markeert van de inspanningen om het kader tot stand te brengen ter bevordering van een sterkere, duurzamere en evenwichtigere groei. Er moet met name iets worden gedaan aan de grote mondiale economische onbalans die een risico inhoudt voor de groei.

Sinds 2008, met het begin van de crisis en het antwoord erop – met andere woorden: sinds de G20 eindelijk zijn belofte inlost – zijn de zaken drastisch veranderd. De reden hiervoor is heel eenvoudig: relevantie. De aard van veel besluiten met directe gevolgen voor onze medeburgers is in enkele maanden tijd veranderd van lokaal of zelfs nationaal in internationaal. De globalisering dwingt ons er tegenwoordig toe voor de meeste kwesties tegelijkertijd op Europees en internationaal vlak actie te ondernemen.

Wij weten allemaal dat de Europese Unie enige tijd nodig heeft gehad om een akkoord te bereiken over een nieuw Verdrag dat ook de rol van de Unie op het internationale toneel moest vergroten. Het heeft ons de afgelopen tien jaar gekost om dit Verdrag tot stand te brengen, maar de laatste tien maanden waren voldoende om ons te doordringen van het grote belang ervan.

De G20 is vanaf het begin wel enigszins succesvol geweest, maar ik denk dat de zwaarste, de belangrijkste beproeving de G20 de komende weken of maanden te wachten staat, wanneer we het hoofd zullen moeten bieden aan het serieuze risico van het verliezen van het momentum.

De Europese Unie is zich aan het voorbereiden op twee belangrijke bijeenkomsten, beide in Korea, de eerste al over twee dagen. Deze eerste is de bijeenkomst van de ministers van Financiën en gouverneurs van de centrale banken van de G20 en de tweede, de G20-top van medio november.

Wat de inhoud betreft, is de bijdrage van de Unie aan sterke, duurzame en evenwichtige groei gebaseerd op: 1) plannen voor 'groeivriendelijke' en gedifferentieerde begrotingsconsolidatie, 2) de Europa 2020-strategie voor de noodzakelijke structurele hervormingen met het oog op de bevordering, met name, van de werkgelegenheid, 3) het hervormingsprogramma voor de financiële sector en markten en 4) de versterking van het economisch bestuur van de Unie. Wat dit laatste punt betreft, zouden wij tijdens de top van november de resultaten van de taakgroep kunnen presenteren als de Europese Raad deze eenmaal heeft goedgekeurd.

Ik voeg hieraan toe dat de Europese Unie bijzonder geïnteresseerd is in het peer review-proces in het kader van de G20. Als Europeanen zijn wij hieraan gewend en weten we dat een dergelijk proces bijzonder interessant en nuttig kan blijken. Iedereen moet beslist zijn of haar rol vervullen en tonen echt een bijdrage te willen leveren aan het kader voor groei.

De strijd tegen het protectionisme wordt niet in één keer beslecht, maar door dag na dag op een bepaald algemeen waakzaamheidsniveau te blijven. Voor de rest is het ook belangrijk een duurzame hervorming van het Internationaal Monetair Fonds te bewerkstelligen, terwijl het werk van de technische organen – zoals bijvoorbeeld het door Mario Draghi voorgezeten Financial Stability Board – goed vordert en de globale integratie, met name op bepaalde gebieden, volgens mij de goede kant opgaat.

De Europeanen willen de verplichtingen nakomen die in het verleden al zijn aangegaan, met name vorig jaar in Pittsburg, opdat het nieuwe IMF de nieuwe internationale economische realiteit beter weerspiegelt en opkomende economieën dus een grotere rol spelen en meer te zeggen hebben. Voor alle duidelijkheid: er mag niet worden verwacht dat alleen Europa in dezen concessies doet.

Alle ontwikkelde landen moeten een bijdrage leveren. Wij hebben onze concrete bereidheid al kenbaar gemaakt, in termen van vertegenwoordiging, bestuur en stemaandeel. Wij beschouwen dit als een goede basis voor het bereiken van een compromis. Laat niemand dus Europa de zwartepiet toespelen als er op dit gebied niets gebeurt.

Wij hebben op EU-niveau over dit alles onderhandeld, alsmede over een aantal hamvragen en taakomschrijvingen voor de bijeenkomst van de ministers van Financiën van de G20 die nog deze week zal plaatsvinden, en dit opdat de Europeanen niet alleen met één stem spreken, maar zich ook focussen op de bescherming en bevordering van dat wat hun grootste belangen vertegenwoordigt. Het voorzitterschap en de Commissie zullen alles doen wat in hun vermogen ligt om deze belangen te behartigen, die voortvloeien uit ons gemeenschappelijk standpunt, dat het resultaat is van de maandenlange inspanningen van alle lidstaten.

Wat de klimaatverandering betreft, is het in theorie niet de bedoeling een diepgaande discussie te voeren in het kader van de Europese Raad aangezien de Raad Milieu op 14 oktober al een bijzonder complete tekst met conclusies heeft aangenomen, waarin het Europese standpunt wordt bepaald. De tijd gaat steeds meer dringen om vooruitgang te boeken bij de invoering van een ambitieus stelsel ter bestrijding van de klimaatverandering voor de periode na 2012 en hiertoe blijft de Europese Unie voorstander van een gefaseerde aanpak die berust op het Kyoto-Protocol en de resultaten van de Conferentie van Kopenhagen, en die de weg vrijmaakt voor een compleet en juridisch bindend mondiaal kader, rekening houdend met de in het einddocument van Kopenhagen geformuleerde politieke richtsnoeren.

De conferentie van Cancún moet een evenwichtig resultaat opleveren dat beantwoordt aan de vragen van de partijen en waardoor de tot nu toe bereikte vooruitgang kan worden geconsolideerd. De Unie heeft haar voorkeur uitgesproken voor één enkel bindend juridisch instrument dat de belangrijkste elementen van het Kyoto-Protocol omvat. Zij zou echter op een aantal voorwaarden een tweede verbintenisperiode uit hoofde van dit protocol kunnen overwegen. Deze zou moeten plaatsvinden in het kader van een ruimere regeling waaraan alle grote economieën zouden deelnemen, die de ambitie en doeltreffendheid van het internationale optreden zou weerspiegelen en die zou beantwoorden aan de noodzaak van dringende garanties voor de milieu-integriteit.

Ik wil in het kort iets zeggen over de voorbereiding van het standpunt van de Europese Unie met het oog op de topontmoetingen met de Verenigde Staten, Rusland en de Oekraïne. Voor het eerst zal de voorbereiding van de topontmoetingen met de belangrijkste partners van de Unie worden besproken op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders, in overeenstemming met de conclusies van de Europese Raad van 16 september. Het achterliggende idee is dat de staatshoofden en regeringsleiders een open debat kunnen voeren over de belangrijkste inzet van onze betrekkingen met onze partners. Zonder vooruit te willen lopen op dit debat, zal ik nu kort ingaan op de belangrijkste onderwerpen van deze komende topontmoetingen.

Het zal zeker belangrijk zijn de topontmoeting met de Verenigde Staten toe te spitsen op een aantal essentiële kwesties. Zij zal in het algemeen moeten resulteren in een versterking van de transatlantische samenwerking, die van essentieel belang is, willen wij de voor ons liggende gemeenschappelijke uitdagingen op doeltreffende wijze kunnen aannemen. De EU-VS-top zal, kort na de G20-top, bovendien een belangrijke gelegenheid zijn om akte te nemen van deze resultaten en een gemeenschappelijke aanpak te ontwikkelen met betrekking tot meerdere actuele economische kwesties. Wij zouden ook moeten proberen tot een gemeenschappelijke aanpak te komen ten aanzien van de opkomende economieën.

Laten we daarnaast hopen dat dankzij de top de Transatlantische Economische Raad nieuw leven kan worden ingeblazen door er een economisch platform van te maken dat veel verder gaat dan louter reglementaire kwesties. De Raad zou zich verdienstelijk kunnen maken door manieren te bestuderen om te reageren op de crisis en groei en werkgelegenheid te bevorderen, op basis van een versterkt mandaat.

Wij willen deze top ook benutten om Cancún voor te bereiden en verwachten natuurlijk een belangrijk positief signaal van onze Amerikaanse partners.

Tot slot zullen er ook belangrijke kwesties op het gebied van het buitenlands beleid op de agenda staan, vooral wat betreft Soedan en Iran.

Wat de topontmoeting met de Oekraïne betreft, staat er voor vanmiddag een ander debat met de hoge vertegenwoordiger op de agenda, dus u zult begrijpen dat ik hier vanochtend verder weinig over zeg.

De Europese Unie is voornemens tijdens de topontmoeting met Rusland haar volledige steun uit te spreken voor het partnerschap voor modernisering, waardoor onze samenwerking op ieder gebied kan worden bevorderd, in het bijzonder op essentiële gebieden als innovatie en energie.

Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, dames en heren, dit zullen de hoofdonderwerpen zijn tijdens de Europese Raad van volgende week: voorwaar een drukke en belangrijke agenda.

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, we debatteren vandaag allereerst over de onderwerpen die volgende week zullen worden behandeld door de Europese Raad. Ik zal me concentreren op wat naar mijn mening de belangrijkste onderwerpen zijn: economisch bestuur in de Europese Unie, uiteraard, en extern – naast de zeer belangrijke top met de VS en ook de top met Rusland – naar mijn mening kritieke toppen: de top in Seoul van de G20 en ook de conferentie over klimaatverandering in Cancún.

De hervorming van ons economisch bestuur is een hoeksteen van ons duurzaam herstel en onze geloofwaardigheid. Daarom heeft de Commissie vanaf het begin van deze besprekingen een zeer ambitieuze aanpak gekozen. De voorstellen die de Commissie de afgelopen maand heeft ingediend, zijn bedoeld om de urgentie die het gevolg is van de crisis, te vertalen naar een ambitieuze juridische werkelijkheid. Ze pakken de essentiële kwesties aan, namelijk de Europese Unie echte invloed geven op het economische beleid door voldoende gecoördineerd fiscaal toezicht en de macro-economische onevenwichtigheden aanpakken, om zo, zoals we al zo vaak hebben gezegd, een echte economische Unie tot stand te brengen in Europa.

Ik ben erg blij met de aandacht die dit Parlement aan deze voorstellen besteedt. Een snelle overeenstemming in eerste lezing zou bewijzen dat de Europese Unie vastbesloten is haar nieuwe visie om te zetten in daden. We moeten proberen deze regels halverwege volgend jaar ingevoerd te hebben. Ik verzoek de lidstaten daarom met klem zich volledig in te zetten om deze belangrijke doelen te halen en met spoed aan deze agenda te werken.

We hebben inmiddels een sterkere consensus bereikt over belangrijke actiegebieden om het stabiliteits- en groeipact te versterken en de macro-economische onevenwichtigheden aan te pakken, mede dankzij de verrichtingen van de taakgroep onder voorzitterschap van Herman Van Rompuy.

Zodra alle besprekingen zijn afgerond en alle besluiten zijn genomen, moet het resultaat van dit gecombineerde proces een visie voor economisch bestuur zijn die veel uitgebreider is, veel meer is afgestemd op de noodzaak om problemen te voorkomen en veel steviger is gefundeerd door het gebruik van sancties.

Maar ik zal duidelijk zijn. Het algehele resultaat moet een echte verandering van de huidige situatie inhouden. We moeten onze burgers laten zien dat de Europese Unie alle conclusies uit de crisis heeft getrokken en alle lessen heeft geleerd.

Sommige kwesties moeten nog worden geregeld. Eén kwestie van bijzonder belang is de vraag hoe we het huidige crisismechanisme, waarover we in mei overeenstemming hebben bereikt, moeten vervangen door een mechanisme van een meer blijvende aard als het in 2013 afloopt. We zullen alles doen om te voorkomen dat we nogmaals met een dergelijke crisis te maken krijgen, maar we zullen ook alles doen wat we kunnen om beter op kritieke ontwikkelingen voorbereid te zijn dan we de vorige keer waren. Voorbereiding en de aanwezigheid van een solide en permanent crisismechanisme kunnen dergelijke ontwikkelingen in de toekomst voorkomen.

De Commissie neemt zeker kennis van de standpunten die zijn geuit door de lidstaten die een verdragswijziging wensen waarvoor, zoals iedereen weet, eenparigheid van stemmen van de lidstaten vereist is. In dit stadium zal de Commissie zich concentreren op de inhoud. Daarmee bedoelen we een permanent mechanisme ontwerpen dat bescherming kan bieden op kritieke momenten terwijl het morele gevaar tot een minimum wordt beperkt en ervoor zorgen dat een dergelijk instrument alleen als laatste redmiddel wordt gebruikt in het algemeen belang.

Als het volledig wordt gerealiseerd, zal het resultaat van dit werk zijn wat we nodig hebben: een systeem dat de lidstaten stimuleert om een solide economisch en fiscaal beleid te voeren en een systeem dat investeerders stimuleert er verantwoordelijke leengewoonten op na te houden.

Ik denk dat we in het algemeen op schema liggen. We hebben lessen getrokken uit de crisis. In het belang van onze burgers voert de Europese Unie een bestuurssysteem in dat volledig vernieuwd is in vergelijking met de situatie voor de crisis, en nu geven we dit systeem een veel sterkere basis.

Onze ervaringen op het gebied van economisch bestuur, maar ook op dat van Europa 2020 en financiële regelgeving, zullen ons het juiste platform geven om naar de G20 in Seoul te gaan. Deze top komt op een kritiek moment. Hij wordt een echte test om te zien of de G20 de coördinatie kan leveren die de wereldeconomie nodig heeft, door middel van coöperatieve oplossingen op wereldwijde schaal. Ik denk dat dit mogelijk is en ik denk dat de Europese Unie een sleutelrol zal spelen om Seoul tot een succes te maken.

Wat willen we bereiken in Seoul? Allereerst moeten we onszelf eraan herinneren dat de G20 een belangrijke rol heeft gespeeld bij het aanpakken van de crisis. Dat heeft de G20 gedaan door collectief op te treden en nu we een nieuwe fase ingaan, moeten we collectief en coöperatief blijven optreden. Dat betekent dat we moeten accepteren dat wereldwijde onevenwichtigheden ons allemaal aangaan en dat alle belangrijke economieën een rol spelen in het vinden van de oplossing. En nee, we mogen niet voorbijgaan aan het feit dat wisselkoersen hierbij een belangrijke factor vormen.

Ten tweede moeten we ook maatregelen zien met betrekking tot de internationale financiële instellingen. Met name de hervorming van het IMF is hard nodig. Het is nodig dat ook anderen de flexibiliteit tonen die de Europese Unie al heeft laten zien.

Ten derde zijn we, met steun van dit Parlement, druk bezig met een fundamentele hervorming van ons eigen financiële stelsel en ik wil u nogmaals bedanken voor de nadruk die u hebt gelegd op de noodzaak om dit zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen.

We moeten ook de impuls voor de G20 vasthouden. Er is goede vooruitgang geboekt, maar nu moeten we ervoor zorgen dat deze wordt voortgezet in de tenuitvoerlegging.

Ik wil dat de financiële sector daarin een rol speelt. Daarom moet de Europese Unie zich blijven inzetten voor een wereldwijde belasting op financiële transacties. In de tussentijd wil de Commissie andere manieren onderzoeken om ervoor te zorgen dat de financiële sector op Europees niveau een billijke bijdrage levert, zoals de belasting op financiële activiteiten.

Bij de volgende G20 is voor het eerst ontwikkeling een agendapunt. Er zal een meerjarig actieplan worden aangenomen om onze gezamenlijke inspanningen op dat gebied richting te geven. De Commissie heeft dit idee vanaf het begin sterk ondersteund, samen met het Koreaanse voorzitterschap. We moeten laten zien dat de groeiagenda van de G20 ook rekening houdt met en voordelen biedt voor ontwikkelingslanden. Tegelijkertijd willen we opkomende economieën betrekken bij een internationaal ontwikkelingskader dat in overeenstemming is met de sleutelbeginselen van het ontwikkelingsbeleid en grotere coördinatie mogelijk maakt.

Toen ik gisteren hier in Straatsburg sprak met de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, noemde hij dit punt specifiek en hij was erg dankbaar voor de steun van de Europese Unie voor deze agenda.

Tot slot moet de G20 het voortouw nemen bij het bevorderen van de handelsagenda. Onze overeenkomst met Korea is zeker geen alternatief voor de WTO, maar zij moet onze partners inspireren om te streven naar een snelle afronding van de onderhandelingen in de Doha-ronde door deze gelegenheid te benutten.

In de aanloop naar Cancún wil ik nog iets zeggen over deze zeer belangrijke conferentie. We moeten ons hier blijven concentreren op onze doelen en ambitieus blijven voor Europa en ook voor de wereld. We moeten het internationale proces vooruit zien te krijgen. Dat is niet gemakkelijk. We weten dat bij sommige van onze belangrijke partners het tempo van de veranderingen eerder vertraagd dan versneld is.

Laten we niet vergeten dat we intussen bezig zijn met de invoering van het meest concrete en effectieve systeem voor het terugdringen van emissies in de wereld. Dit is onze sterkste troef en hoe dichter we bij de uitvoering van het nieuwe emissiehandelssysteem komen, hoe sterker deze troef wordt. We hebben een ongeëvenaarde geloofwaardigheid, die is gebaseerd op een sterke consensus tussen dit Parlement, de lidstaten en de Commissie over wat we moeten doen.

Laten we ons in Cancún niet laten afleiden door argumenten over de vorm. We moeten het VN-proces ingaan met veel vertrouwen en vastberadenheid. Cancún zal niet het einde van het verhaal of de definitieve doorbraak zijn, maar het kan wel een belangrijke stap in de goede richting worden. De EU moet een heldere en consistente boodschap afgeven om de onderhandelingen vooruit te krijgen. We streven naar een set concrete, actiegerichte maatregelen die vertrouwen kunnen wekken in het proces en ons dichter bij ons uiteindelijke doel kunnen brengen.

Dat heb ik afgelopen week geschreven aan de leden van de Europese Raad. Ik heb naar mijn mening een evenwichtig, realistisch standpunt uiteengezet – een standpunt dat ons zal blijven drijven zonder onrealistische verwachtingen te scheppen. Dit is het moment waarop Europa het voortouw moet nemen door uit te leggen hoe Cancún een reeks belangrijke stappen vooruit kan betekenen, door belangrijke beloften zoals de snelstartfinanciering na te komen en bovenal door duidelijk te maken dat wij het goede voorbeeld zullen blijven geven.

De economie van de Europese Unie zal dit jaar meer groeien dan eerder werd verwacht, maar het herstel is nog niet stevig geworteld; we mogen niet achteroverleunen, zoals we al meerdere keren hebben gezegd, in het bijzonder gezien de nog steeds zeer hoge werkloosheidscijfers.

We weten allemaal dat we de afgelopen maanden voor echte uitdagingen hebben gestaan, zoals heel duidelijk is beschreven in het verslag van mevrouw Berès dat u nu gaat bespreken. Ik ben blij met de ambitie en de brede consensus in dit Parlement over deze belangrijke kwesties, maar we weten allemaal dat dit een tijd is waarin werkloosheid hard toeslaat, terwijl de overheidsuitgaven onder druk staan. Onze burgers uiten hun bezorgdheid en daar moeten we rekening mee houden.

We weten echter ook dat we als Europese Unie oplossingen hebben kunnen vinden. We hebben belangrijke wetgeving op het gebied van economisch bestuur voorgesteld. We hebben Europa 2020 ontwikkeld. Dat is, en daar wil ik u nog eens aan herinneren, een strategie voor groei omdat groei – slimme, inclusieve, duurzame groei – de oplossing is. Deze zorgen komen ook terug in het uitstekende verslag van de heer Feio.

We hebben een breed scala aan maatregelen voor regulering van de financiële markt voorgesteld. Ik ben blij dat de wetgever instemt met onze voorstellen voor financieel toezicht. De werkelijkheid is dat de meeste waarnemers, als we hen twee jaar geleden hadden gevraagd of de Europese Unie klaar was voor een Europees toezichtstelsel, zouden hebben gezegd dat dat onmogelijk was. Nu hebben we laten zien dat het wel mogelijk is.

We streven naar een holistische aanpak die alle betrokken dimensies omvat. Daarom wil ik ook wijzen op de overeenstemming die de Raad gisteren heeft bereikt over het voorstel van de Commissie met betrekking tot hedgefondsen. Ik hoop dat dit standpunt nu kan leiden tot beslissende onderhandelingen in het Europees Parlement, zodat de Europese Unie eindelijk kan profiteren van deze langverwachte regeling en in Seoul we weer een leidende positie met betrekking tot die kwestie kunnen innemen.

We boeken ook vooruitgang op andere gebieden, want we moeten kijken naar de werkelijke economie. Ik wil deze Vergadering ook feliciteren met het werk ten gunste van een nieuwe richtlijn voor de bestrijding van late betaling in commerciële transacties. De richtlijn zal crediteuren, in de meeste gevallen kleine of middelgrote ondernemingen (KMO's), beter beschermen en tegelijkertijd de vrijheid van overeenkomst respecteren. Overheden zullen binnen 30 dagen moeten betalen, anders moeten ze 8 procent rente betalen. U weet hoezeer de KMO's, die de belangrijkste sector van onze economie vormen, op deze verordening zitten te wachten.

Ons werk is nog niet voltooid. Alle voorstellen moeten nog volledig worden uitgevoerd, maar ze beginnen nu resultaten op te leveren. De doelstelling is dat we uit de crisis komen en herstellen, dat we weer de groeicijfers behalen die werkgelegenheid scheppen en dat we ervoor zorgen dat onze sociale markteconomie klaar is voor de 21e eeuw. Heel hartelijk bedankt voor uw aandacht.

 
  
  

VOORZITTER: GIANNI PITTELLA
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Pervenche Berès, rapporteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Chastel, mijnheer Barroso, de financiële, economische en sociale crisis waarin de wereld nu al een aantal jaren is gedompeld, zal wereldwijd zestig triljoen dollar kosten ofwel één procentpunt jaarlijkse groei. We moeten dit probleem aanpakken. Het zal zich vertalen in een werkloosheidspercentage in onze Europese Unie van elf procent tegen het einde van het jaar. Het ontvouwt zich tegen de achtergrond van een nieuwe valutaoorlog, als gevolg van het risico op een W-vormige recessie, zoals onze economen dat noemen.

Met betrekking tot deze situatie heb ik gemerkt dat in dit Huis het gevoel leeft dat het onze plicht is om een duidelijk signaal af te geven aan de andere instellingen, de Commissie en de Raad, om te zeggen dat wij opnieuw samen moeten inzetten op de toegevoegde waarde van het Europees project en dat het kort en goed hierom gaat: wij hebben een collectieve verantwoordelijkheid en moeten op EU-niveau een strategie ontplooien die ons in staat stelt op energiegebied intern sterk te zijn, zodat we dit ook extern kunnen zijn. Wij moeten uitgaan van onze eigen kracht en daarvoor hebben wij de Europese dimensie nodig.

Mijnheer Barroso, voor ons is het economisch bestuur echter geen visie. Het is een instrument om deze strategie te kunnen ontplooien en op basis van deze strategie bepalen wij welke middelen er nodig zijn. Dit zijn om te beginnen financiële middelen. Er is de uitdaging om bij de herziening van de financiële vooruitzichten rekening te houden met deze focus op een strategie voor een Europese Energiegemeenschap. Er is de noodzaak in te zetten op een voorstel dat u verwerpt: de belasting op financiële transacties. Er is de noodzaak een grote Europese lening uit te schrijven voor de financiering van langetermijninvesteringen. Er is de noodzaak de belastingwetten in Europa weer in evenwicht te brengen zodat zij niet zozeer gunstig zijn voor het kapitaal als wel voor arbeid en werkgelegenheid, en het milieu wordt beschermd. Er is de noodzaak de begrotingen van de lidstaten te coördineren met het Europees project zodat de inspanningen convergeren.

Wat het bestuur betreft, stellen wij voor een "Mijnheer euro" aan te wijzen, met het oog op een harmonieus en evenwichtig economisch bestuur. Ook stellen wij voor onze aandacht niet te beperken tot de situatie van de tekortlanden, maar deze ook te richten op de overschotlanden. Daarnaast stellen wij voor dat in een monetaire unie een schuld ook gezamenlijk wordt beheerd en onderlinge schuldemissies kunnen worden overwogen. Wij hopen dat de financiële hervorming waaraan u zo hard werkt, mijnheer Barroso, uitgaat van de behoeften van de Europeanen en niet alleen van de doelstellingen van financiële stabiliteit. Wij willen een hervorming van de financiële markten waarbij de begrippen "ethiek" en "morele waarde" weer betekenis krijgen, één die bevorderlijk is voor de werkgelegenheid en voor langetermijninvesteringen.

Geen enkel Europees project kan slagen als de lidstaten er niet achter staan. De enige manier voor de Europese Unie om te laten zien waartoe zij in staat is, is de lidstaten er warm voor te laten lopen. Een debat dat zich louter en alleen toespitst op de bekende sancties, zal niet tot effect hebben dat de Europeanen er weer zin in krijgen om met hun lidstaten betrokken te worden bij het project. Wij dringen aan op krachtige actie op basis van de toegevoegde waarde van het Europees project om de Europeanen uit deze recessie te halen en te waarborgen dat in de toekomst iedereen in Europa werk heeft, uit de armoede is en opnieuw vertrouwen kan hebben in het Europees project.

Dat is onze ambitie. Mijnheer Barroso, ik hoop dat u deze kunt delen en dat u zich kunt vinden in een groot aantal suggesties dat wij hier doen, namens dit hele Huis.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Diogo Feio, rapporteur.(PT) Mijnheer de voorzitter, mijnheer Barroso, mijnheer Rehn, ik wil u graag feliciteren, met name vanwege de positieve dialoog tussen de Commissie en het Parlement. Ik zou ook de vertegenwoordigers van de Raad willen bedanken en iedereen die aan dit verslag heeft meegewerkt, met name alle schaduwrapporteurs, met wie ik van gedachten heb kunnen wisselen en een consensus tot stand heb kunnen brengen. Dat was vaak moeilijk, er zijn verschillende stromingen binnen het Parlement: links, rechts, voorstanders van meer soevereiniteit of van een modernere soevereiniteit, pleitbezorgers van bepaalde instellingen. Er zijn allerlei adviezen afgegeven, maar allemaal met een doel voor ogen: het vinden van een oplossing voor de huidige crisis.

De crisis heeft aangetoond dat Europa niet op tijd heeft gereageerd, en vaak ook niet goed. De crisis heeft ook aangetoond dat veel nationale regeringen nog steeds een beleid voeren dat niet op de eigenlijke feiten gebaseerd is. Juist om die reden moet het Europees Parlement oplossingen bedenken, en ze met de nodige nadruk verdedigen. Ze zullen ten dele op de korte termijn gericht zijn, en ten dele op de lange termijn.

We doen eigenlijk acht aanbevelingen. Het idee van multilateraal toezicht op de macro-economische ontwikkelingen in de Unie en in de lidstaten is bedoeld om de doelstellingen van de Europa 2020 strategie beter te kunnen bereiken. We willen een Europa van de groei tot stand brengen, alsmede een pact voor de groei, en niet alleen voor de stabiliteit.

Er worden ook voorstellen gedaan om het stabiliteits- en groeipact te versterken, en met name te bekijken wat er gebeurt met de schulden, hoe de Eurogroep het economisch bestuur in de eurozone kan versterken, en hoe we een robuust en geloofwaardig mechanisme kunnen ontwikkelen voor het verhinderen of aanpakken van een buitensporige staatsschuld in de eurozone, eventueel door een Europees monetair fonds in het leven te roepen. Er zijn ook ideeën geopperd over het herzien van de budgettaire, financiële en fiscale instrumenten van de EU, over de regulering van en het toezicht op de financiële markten, met een duidelijke macro-economische dimensie, en over het verbeteren van de betrouwbaarheid van de statistieken van de EU.

Tot slot is er voorgesteld dat de Unie een grotere rol zou moeten spelen op economisch en monetair gebied. Het Parlement laat hierover een duidelijk geluid horen, of zou dat kunnen doen. We streven naar een betere institutionele coördinatie tussen het Europees Parlement en de nationale parlementen. We kunnen ertoe bijdragen dat er betere oplossingen komen voor toekomstige crises en problemen. Van nu af aan heeft Europa de instrumenten om beter te reageren op de economische ontwikkelingen; het Parlement heeft hiertoe veel bijgedragen, en zal dat blijven doen.

We beginnen op dit moment met een wetgevingsdebat over zes voorstellen die door de Commissie zijn ingediend, en ik denk dat het Parlement bij zijn standpunt zal blijven. Juist daarom moet ik zeggen dat het me verrast dat er in een document dat de Raad gisteren heeft voorgelegd niets wordt gezegd over het standpunt van het Parlement en over de dialoog tussen het Parlement en de Raad.

Tot slot zou ik het volgende willen zeggen: het Europees Parlement heeft zijn eigen standpunten, los van onze meningsverschillen. Het Europees Parlement pleit voor een sterk Europa en voor beter economisch bestuur, met meer groei en meer welvaart.

 
  
MPphoto
 

  Marta Andreasen, rapporteur voor het advies van de Begrotingscommissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, in mijn advies over het verslag van de heer Feio over bestuur en het stabiliteitskader heb ik drie punten benadrukt.

Het eerste was de noodzaak om het straffen van lidstaten die zich niet aan het stabiliteitspact houden, serieus te nemen. Nog maar een paar dagen geleden zijn de Franse premier en de Duitse kanselier zelfs overeengekomen dat het Verdrag moet worden gewijzigd om zwaardere sancties in te stellen voor landen die de stabiliteit van de euro in gevaar brengen. Ik heb ook de noodzaak benadrukt om prioriteit te geven aan uitgaven binnen de begroting in het geval dat er een lidstaat moet worden gered. Tot slot heb ik aandacht gevraagd voor de noodzaak om het effect op de kredietbeoordeling van de Europese Unie te beoordelen sinds deze garant staat voor het Europees financieel stabilisatiemechanisme.

De betreffende paragrafen zijn gewijzigd en maken niet langer deel uit van mijn advies. Ik voel me in deze omstandigheden gedwongen afstand te nemen van mijn eigen advies.

 
  
MPphoto
 

  David Casa, rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. (MT) De Europese Unie gaf zonder twijfel het goede voorbeeld door de wijze waarop ze uitvoering gaf aan de regelgevings- en toezichtmaatregelen. Dit komt tot uiting in het nieuwe pakket betreffende toezicht dat ervoor zorgt dat bepaalde systeemrisico's tijdig worden herkend.

Als het gaat om het concept economische governance, kan evenwel niemand ontkennen dat we nog een lange weg af te leggen hebben. Iedere lidstaat die zijn verplichtingen en verantwoordelijkheden negeert, met name met betrekking tot het stabiliteits- en groeipact, veroorzaakt ernstige problemen voor andere lidstaten. Daarom zijn we verplicht ons uiterste best te doen om stipte naleving van de overeengekomen regels te stimuleren om zowel financiële als fysieke stabiliteit binnen de lidstaten te garanderen.

Ik ben zeer tevreden met de aanbevelingen voor advies die ik heb ingediend bij de Commissie werkgelegenheid en ik ben blij dat ze in overweging zijn genomen. Ik ben van mening dat het verslag een pleidooi is voor betere controle in de Europese Unie en versterking van de Commissie werkgelegenheid.

 
  
MPphoto
 

  António Fernando Correia De Campos, rapporteur voor advies van de Commissie Interne Markt en Consumentenbescherming.(PT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, we weten allemaal dat het sturen van de macro-economische variabelen op de korte en de lange termijn in de Europese Unie is mislukt, zeker als het gaat over de begrotingskaders en de totale staatsschuld. De crisis betekent dat het al dringender wordt om de interne markt te versterken, rekening houdend met de voorstellen van de heren Monti en Grech. Het is van het grootste belang dat we e-handel en grensoverschrijdende handel ontwikkelen, de procedures voor online-betalingen vereenvoudigen, producten en diensten standaardiseren en fiscale instrumenten harmoniseren, om zo het vertrouwen van de consument te versterken en de economie een impuls te geven.

De Unie moet uit de crisis tevoorschijn komen als een duurzame Unie, die krachtige groei en gezonde begrotingen garandeert, maar ook met doelstellingen voor de werkgelegenheid. We moeten eisen dat indicatoren als de werkloosheid of de participatie van de actieve bevolking op de arbeidsmarkt worden opgenomen als deel van het stelsel van toezicht.

Ook de indicatoren voor het meten van de vooruitgang bij de strategie 2020 mogen we niet vergeten. Het onderzoek over de haalbaarheid van het uitgeven van gezamenlijke euro-obligaties zou een gelegenheid kunnen zijn om de financiële instrumenten om onszelf te verdedigen tegen de speculatie nader te onderzoeken en in de praktijk te brengen.

We zouden graag willen dat het niet bij onderzoek blijft. We zouden het oprichten van een Europees monetair fonds moeten steunen en wij beschouwen dat niet alleen maar als een disciplinair instrument, maar vooral als een manier om de speculatieve manipulaties op de markt voor staatschulden te verminderen. We hebben goed samengewerkt met de rapporteur, de heer Feio, en daardoor is er een volledige, evenwichtige en waardevolle tekst tot stand gekomen.

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz, namens de S&D-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, als u op het bord met aankondigingen kijkt, ziet u dat de volgende spreker op de sprekerslijst mijn collega Ramón Jáuregui Atondo is. Voordat hij het woord neemt, wil ik het Parlement graag, als voorzitter van mijn fractie, meedelen dat de heer Jáuregui Atondo vanochtend door de Spaanse regering tot minister van Binnenlandse Zaken in Spanje is benoemd. U begrijpt dat dit voor onze fractie een grote eer is. Ik feliciteer hem van harte met zijn benoeming!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Ramón Jáuregui Atondo, rapporteur voor advies van de Commissie constitutionele zaken. (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil heel veel dank betuigen aan mijn vriend Martin Schulz. Ik heb maar enkel ogenblikken tijd om u te vertellen dat ik denk dat Europa in de voorbije maanden uitzonderlijke vooruitgang heeft geboekt op het vlak van economisch bestuur.

Vreemd genoeg heeft de top tussen Frankrijk en Duitsland van eergisteren ons opnieuw hoop gebracht dat er een mogelijkheid is om onze kaders en verdragen inzake economisch bestuur te herzien.

Ik weet dat dit de lidstaten een beetje afschrikt. Maar ik ben ervan overtuigd dat de Europagezinden onder ons beseffen dat, als we dit noodzakelijk economisch bestuur willen realiseren, er waarschijnlijk hervormingen moeten komen, hervormingen die voortkomen uit consensus.

Ik geloof oprecht dat deze overeenkomst tussen Frankrijk en Duitsland het mogelijk maakt dat het verslag-Feio, dat we straks zoals voorgesteld door de Commissie constitutionele zaken zullen aannemen, doet nadenken over de noodzaak om ons grondwettelijk kader aan te passen aan een bestuur dat meer is dan alleen maar een stabiliteitspact. We hebben een diepgaand bestuur nodig dat de economieën samen brengt op een manier die de concurrentie en werkgelegenheid bevordert en die de herverdeling teweegbrengt waar wij sociaaldemocraten altijd al naar gestreefd hebben.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Joseph Daul, namens de PPE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het punt dat de bijeenkomst van de Europese Raad en die van de G20 gemeenschappelijk hebben is het vereiste om de nodige aanpassingen door te voeren na de financiële crisis.

Voor de Europese Unie bestaan deze aanpassingen in het orde op zaken stellen in onze nationale en communautaire overheidsfinanciën en het beschermen van onze munt, de euro, door deze op EU-niveau te consolideren en de waarde ervan ten opzichte van de andere belangrijke munten te beschermen. De Europese Raad zal worden gedomineerd door discussies over het economisch en financieel bestuur van Europa. De Fractie van de Europese Volkspartij (christendemocraten) verwelkomt de eerste lijnen die de taakgroep-Van Rompuy heeft uitgezet, met inbegrip van de plannen voor een stelsel van sancties tegen de lidstaten die niet voldoen aan de criteria van het stabiliteitspact.

Het werk moet echter nog worden verdiept en dit in de zin van meer communautaire methode en minder intergouvernementele. Ik verwelkom het door de Commissie in dit opzicht verrichte werk. Tegen de Raad wil ik zeggen dat hij niet mag vergeten dat dit Parlement voortaan medewetgever is en een flinke vinger in de pap zal hebben bij de vaststelling van de komende hervormingen. Hoe nauwer het Parlement van meet af aan bij dit proces zal worden betrokken, des te groter de kans op een bevredigend en snel eindresultaat. Ik hoop dat president Van Rompuy deze boodschap zal horen.

Dames en heren, Europa moet zijn stem laten horen in het debat over de relatieve waarde van de valuta's en de Europese Raad moet, volgende week, ons standpunt in deze kwestie bepalen vóór de G20-top te Seoul. Europa, met zijn met name Amerikaanse partners, moet de opkomende landen op hun verantwoordelijkheden wijzen. Monetaire dumping en de sociale gevolgen ervan kunnen niet langer worden geaccepteerd.

Tijdens de top van Seoul zullen drie belangrijke onderwerpen worden besproken: natuurlijk de hervorming van het internationaal monetair stelsel, maar ook de stabiliteit van met name voedings- en energiegrondstoffen en het wereldbestuur. Over elk van deze onderwerpen heeft Europa een boodschap, die echter alleen geloofwaardig zal zijn als wij doeltreffende interne, communautaire instrumenten creëren voor het bestuur en beheer van onze overheidsfinanciën.

Dames en heren, wij kunnen alleen invloed hebben op het wereldbestuur en een rol van betekenis spelen op het internationale toneel als we overgaan tot deze vaak impopulaire sanering van onze financiën en vasthouden aan onze prioriteiten: de bestrijding van de klimaatverandering en het ontwikkelingsbeleid.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz, namens de S&D-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, sta mij toe om een zin te citeren uit de verklaring van de staatshoofden en regeringsleiders in het kader van de G20-top in Pittsburg op 24-25 september 2009, dus zeg maar een jaar geleden. Daar hebben de regeringsleiders de volgende toezegging gedaan: "Wij willen een kader creëren dat het beleid en onze wijze van samenwerking beschrijft met het oog op het realiseren van een sterke, duurzame en evenwichtige groei, die wij nodig hebben om een duurzame herstel tot stand te brengen, waardoor de goede banen worden geschapen die onze volkeren nodig hebben." Geweldig! Ik neem aan dat er dit jaar tijdens de volgende top weer een dergelijke toezegging wordt gedaan en bij andere topontmoetingen ook. Daarom zou ik graag willen weten wat er in de tussentijd is gebeurd om die sterke, duurzame en evenwichtige groei te creëren die onze volkeren nodig hebben. Inhoudelijk klopt het. Wat er echter gecreëerd wordt, is een filosofie op Europees niveau – in de Europese Raad – met de strekking dat eenzijdige inkrimpingen van de overheidsmiddelen door bezuinigingen op de begroting het wondermiddel zijn voor de stabilisering op ons continent, terwijl die Raad eigenlijk zou moeten beseffen dat investeringen die de groei stimuleren de basisvoorwaarde vormen om meer werkgelegenheid te creëren. Zo kan door meer economische groei tegelijkertijd de inkomstenkant van de landen worden verbeterd, inkomsten die die landen hard nodig hebben om hun begroting duurzaam te consolideren en hun overheidstaken uit te kunnen voeren. Wij maken in Europa op dit moment het volgende mee: vanwege een bijna geheel zwart-witte, dualistische benadering op grond waarvan alle uitgaven slecht en alle bezuinigingen goed zijn, zitten wij in een situatie waarin in de landen die het hardst door de crisis zijn getroffen – Ierland en Griekenland – sprake is van een recessie of van stagnatie. Als gekeken wordt naar de doelstelling die ik hierboven heb geciteerd, wordt met de maatregelen die in de praktijk worden genomen, precies het tegenovergestelde bereikt. Dat is een dramatische ontwikkeling! De situatie wordt nog dramatischer als degenen die aan de oorsprong van deze crisis hebben gestaan, de veroorzakers van de crisis – en daarmee doel ik op het financieel beheer, op de bandeloze speculatiesector – niet ter verantwoording worden geroepen door hen een bijdrage te laten leveren aan de nationale inkomsten, bijvoorbeeld door een belastingheffing op financiële transacties. Een dergelijke belasting wordt weliswaar op Europees niveau gepropageerd, maar wordt tezelfdertijd meteen in de ijskast gezet met het predicaat: "Dit krijgen wij er bij de G20 nooit doorheen". Natuurlijk krijgen we dat er bij de G20 niet doorheen, als we het nog niets eens eerst op Europees niveau proberen!

Deze onrechtvaardigheid is extra dramatisch aangezien de passiviteit van de staatshoofden en regeringsleiders – het feit dat ze ons in de verkeerde richting van sociale onevenwichtigheid leiden – alleen maar wordt versterkt. De mensen die hiertegen de straat op gaan, hebben gelijk. Die sociale onevenwichtigheid in Europa wordt immers niet bestreden, maar door een verkeerd beleid juist vergroot. Het is de taak van dit Parlement om dat aan de kaak te stellen en ombuigingsstrategieën te ontwikkelen. Daarom houden wij vast aan die belasting op financiële transacties. Wij zullen bij het verslag van mevrouw Berès en bij dat van mevrouw Podimata zien of dit Parlement bereid is om het volgende duidelijk te maken: "Wij weten dat het moeilijk is, maar wij houden eraan vast dat de Europese Unie er een begin mee maakt om de financiële sector op trasnationaal niveau fiscaal te belasten als dat op nationaal niveau niet mogelijk is".

Daarnaast is er nog een andere zorgwekkende ontwikkeling. Door wat er in Deauville tussen de heer Sarkozy en mevrouw Merkel heeft plaatsgevonden, is de institutionele structuur van de Europese Unie op de kop gezet. Ik vraag mij af wanneer de heer Van Rompuy daaruit zijn consequenties trekt. Hij heeft immers de opdracht gekregen om met zijn taakgroep de benodigde hervormingen te inventariseren – en in wezen zou dat úw taak geweest moeten zijn, het was eigenlijk onbeschoft om de heer Van Rompuy daarmee op te zadelen. Het toppunt van dit alles is echter dat die arme man in het geheim zijn werk uitvoert en voordat hij überhaupt iets kan overleggen, zegt ons danspaartje in Deauville: "Het hoeft niet meer hoor. Dat hebben wij allemaal al besloten". Wat Nicola en Angela – die zelfbenoemde Frans-Duitse raad van bestuur – hebben gedaan, is een aanslag op de instellingen van de Europese Unie.

(Applaus)

Als ik Herman van Rompuy was, zou ik hen de rommel voor de voeten gooien. Je kunt niet altijd slechts als deurmat dienen en je voor dergelijk misbruik lenen! Eén ding moet ik echter nogmaals benadrukken: indien de mijnheer en mevrouw in Deauville ook eens naar de andere kant van het Kanaal hadden gekeken, dan zouden ze de witte kliffen van de Britse kust hebben gezien. En op dat eiland is voor hun wijzigingen van het verdrag een referendum nodig, tenminste, als we de heer Cameron mogen geloven. Is er ook maar iemand die echt denkt dat de heer Cameron de wijziging zo maar zal accepteren, zonder dat hij extra rem in het verdrag zal verlangen om de invloed van de Europese wetgeving af te zwakken? Volgens mij is de doos van Pandora daarmee geopend. Ik hoop dat ons danspaartje niet alsnog over de eigen voeten struikelt.

Daarom nogmaals: Europa wordt in de verkeerde richting geleid, zowel institutioneel als inhoudelijk.

 
  
MPphoto
 

  Guy Verhofstadt, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou graag verder willen gaan waar de heer Schulz is opgehouden. Misschien kunnen we nu om een conventie vragen als ze het Verdrag willen wijzigen. Wat we normaal gesproken moeten doen, is om een conventie vragen. Dat is het eerste wat we moeten doen, maar zo ver is het nog niet, denk ik. Wat we nu moeten doen, is snel overeenstemming bereiken in de Europese Raad over economisch bestuur en de versterking van het stabiliteitspact.

Er is nu bijna een jaar verstreken sinds het begin van de Griekse schuldencrisis. Die begon in december 2009 en het wordt nu tijd dat we tot een conclusie, een overeenkomst komen. Er liggen op dit moment drie voorstellen op tafel. Laten we daar duidelijk over zijn. We hebben het voorstel van de Commissie en het voorstel van de taakgroep ontvangen en gisteren het voorstel in het kader van wat we "de deal van Deauville" noemen. Dat is het derde voorstel dat er ligt. En ik denk dat het goed is als dit Parlement de verschillen tussen deze drie voorstellen analyseert om te bepalen of ze geschikt zijn.

De Commissie heeft naar mijn mening een paar weken geleden goede, doortastende en samenhangende voorstellen ingediend. De voorstellen van de taakgroep verschillen daarvan in de zin dat deze groep voorstelt dat de Raad moet handelen op basis van aanbevelingen en niet op basis van voorstellen van de Commissie. Dat is een groot verschil, want aanbevelingen kunnen worden gewijzigd en voorstellen van de Commissie niet. Daarnaast duurt de analyseprocedure in het voorstel van de taakgroep langer, waarin het ook verschilt van het voorstel van de Commissie.

Het moet echter gezegd worden dat het voorstel van de taakgroep het semiautomatische karakter van de sancties handhaaft en vasthoudt aan de regel van de omgekeerde meerderheid die de Commissie heeft voorgesteld.

Sinds gisteren hebben we een derde voorstel, "de deal van Deauville". Ik moet zeggen dat afspraken tussen Frankrijk en Duitsland vaak gunstig zijn voor het werk van de Raad, maar in dit geval is dat niet zo. Dat komt doordat het Frans-Duitse voorstel van Deauville uitgaat van het behouden van het ouderwetse stemmen met gekwalificeerde meerderheid in de Raad, wat inhoudt dat er geen meerderheid moet worden gevonden om automatische sancties van de Commissie tegen te houden, maar dat zo'n meerderheid vereist is voordat de door de Commissie voorgestelde sancties in gang kunnen worden gezet. Ik denk dat dat een enorm verschil is, want het semiautomatische karakter van sancties in het voorstel van de Commissie ontbreekt in het voorstel van Deauville.

Ik weet niet of u Deauville kent, maar behalve het strand en een paar mooie hotels is daar ook een casino. Misschien moeten we daarom niet spreken van de deal van Deauville, maar van het Frans-Duitse casinocompromis, want een casinocompromis, dat is het. Op grond van dit voorstel mogen de lidstaten gaan spelen met de euro en de eurozone.

Wie genoeg steun heeft in de Raad, kan zijn gang gaan en precies doen wat Griekenland heeft gedaan. Hebt u genoeg steun in de Raad, ga dan maar uw gang. Faites vos jeux! Doe wat u wilt.

Het eerste deel van de deal van Deauville zwakt niet alleen het voorstel van de taakgroep, maar vooral ook het pakket van de Commissie af. Dat vind ik volkomen onbegrijpelijk, vooral van Duitsland. Tien maanden hebben ze gevraagd om krachtigere sancties en gisteren hebben ze precies het tegenovergestelde gedaan. Dit is een afzwakking van de krachtige voorstellen van de Commissie. En dat gebeurt precies op het moment dat de heer Trichet, de president van de Europese Centrale Bank, vraagt om krachtigere oplossingen, krachtigere voorstellen, zelfs krachtiger dan de oorspronkelijke voorstellen van de Commissie.

Mijn conclusie is dat dit Parlement maar één missie heeft: de deal van Deauville of het casinocompromis terugdraaien. Laten we vasthouden aan de goede voorstellen van de Commissie en onze noodzakelijke wetgevende taak uitvoeren.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Chastel, mijnheer Barroso, dames en heren, de heer Verhofstadt heeft zich vandaag uitgesloofd! Wat hij te zeggen had, was echter wel belangrijk, net als de toespraak van de heer Schulz overigens. Nu mijn eigen overpeinzingen.

Kent u allemaal de film "Jules et Jim"? De vrouw is mevrouw Merkel. We weten wie Jules is, namelijk de heer Sarkozy. Het probleem is: wie is Jim? De heer Cameron of de heer Barroso? Dat is het dilemma voor de Commissie.

Ik denk dat het Parlement en de Commissie nu een openhartig gesprek met elkaar moeten hebben, omdat het beleid van de Raad – hierin heeft de heer Verhofstadt gelijk – en dat van zijn Frans-Duitse 'raad van bestuur' momenteel anti-EU is. Dit beleid geeft niet de essentie weer van de Europese Unie en onze rol bestaat er nu in, over onze tegenstellingen heen – hierin heeft de heer Daul gelijk – de Europese Unie en communautaire methode te redden. Daarom moeten zowel de Commissie, het Parlement als wijzelf begrijpen dat er bij dit spel geen winnaars zullen zijn, tenzij wij kunnen komen tot een gezamenlijke aanpak tussen Commissie en Parlement, Parlement en Commissie.

Mijnheer Barroso, ik geloof u wanneer u zegt een belasting op financiële transacties of financiële activiteiten te willen. Dat is niet het probleem; de vraag is hoe deze daadwerkelijk te realiseren. "Ik wil" zeggen is niet genoeg – dat zegt mijn zoontje van vier. Het gaat erom te bedenken hoe we ons doel kunnen bereiken en ik denk dat de Commissie niet om de zoveelste studie moet vragen, zoals de Raad Milieu gisteren deed om na te gaan of de klimaatverslechtering echt zodanig is dat de CO2-reductie van de Europese Unie moet worden vergroot, hoewel het volstrekt absurd is om te vragen om een nieuwe studie. Nee. Wat zou een omvangrijke studie naar financiële transacties Europa opleveren en wat zou een belasting op deze transacties opleveren? Een belasting van 0,01 procent op financiële transacties komt overeen met 80 miljard euro. Als er 30 miljard euro wordt gereserveerd voor een reductie op de nationale bijdragen en dus een reductie op de nationale begrotingen, is er 50 miljard extra voor de EU-begroting. 120 miljard euro min 30 miljard is 90 miljard, plus 50 miljard wordt 140 miljard. Het na het Verdrag van Lissabon noodzakelijk Europees beleid kunnen we dus uitvoeren en zowel de lidstaten als Europa winnen erbij. Dit betekent echter wel dat wij een Europese visie moeten hebben.

Ten tweede, mijnheer Barroso, wat de tekorten betreft: er zijn tekorten en er zijn tekorten. Het is als bij cholesterol: er is goede en slechte. Een tekort door investeringen, dat dus perspectieven opent voor een land of Europa, is niet slecht. We verliezen erop als we blijven investeren in improductieve industrieën uit het verleden – ik doel hierbij op de kolenindustrie – waarbij iedere investering geldverspilling is, omdat deze nergens toe dient. We winnen erbij als we investeren in de energie en productie van de toekomst.

We moeten derhalve – en ik vraag dit ook aan de liberalen – niet simpelweg praten over "stabiliteit, stabiliteit", maar ook onderscheid maken tussen hetgeen we moeten doen en dat wat we niet meer moeten doen; het niet eenvoudigweg hebben over een "tekort", maar zeggen "dit is productief" of "dit is niet productief." Als wij het eens zijn, als we erin slagen het eens te worden – wat moeilijk zal zijn –, zullen we ons kunnen verzetten tegen de voortdurende manipulaties van de Raad.

Het probleem is op dit moment dat veel regeringen het aspect van het Europees beleid willen reduceren, terwijl onze rol er juist in bestaat dit aspect te beschermen en te vergroten, omdat we er anders niet uit zullen komen.

Ziet u, mijnheer Barroso, wij hebben een gezamenlijk belang, maar we moeten doorzetten. U moet niet het Parlement onder druk zetten, maar de Europese Raad.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Zoals u begrijpt ben ik qua tijd heel flexibel geweest, deels omdat alle toespraken niet alleen zeer aangenaam, maar ook bijzonder krachtig waren – het IMF, casino's en cholesterol – prima brandstof allemaal voor deze discussie.

 
  
MPphoto
 

  Michał Tomasz Kamiński, namens de ECR-Fractie. (PL) Tijdens dit debat vertelt iedereen vandaag allerlei anekdotes, waardoor mij ook een historische associatie te binnen schoot. Achttien jaar van mijn leven heb ik doorgebracht in een land van het reële socialisme. Het ene partijcongres na het andere stelde de ene na de andere economische doelstelling vast en de burgers van mijn land – in andere landen van het reële socialisme was het niet anders – kregen van partijcongressen te horen dat het beter zou worden en op welke manier het beter zou worden. Sterker nog, in mijn land bestond destijds een ministerie van Binnenlandse Handel terwijl er helemaal geen binnenlandse handel was.

Als ik naar sommige toespraken van vandaag luister, krijg ik de indruk dat het voorstel van de Europese Commissie erop gericht is om economie weer voorrang te geven boven de politiek. De politiek die alle rationele economische handelingen onmogelijk maakt, omdat politici op nationaal niveau en – zo wordt gezegd – uit populistische overwegingen het liefst met een beschuldigende vinger naar Europa wijzen. Ze roepen om bezuinigingen op Europa en zijn van mening dat Europa geen oplossing is. Daarmee pleiten zij zichzelf in de ogen van hun kiezers in zekere zin vrij van verantwoordelijkheid. We bereiken niets zonder de invoering van een instrument waardoor landen weten dat zij bij het voeren van een irrationeel economisch beleid getroffen zullen worden door harde consequenties. We hebben echter ook behoefte aan solidariteit. Ik zie in het Frans-Duitse voorstel het reële gevaar dat straks de sterkste landen meer speelruimte krijgen en Griekenland bepaalde grenzen niet mag overschrijden. Griekenland moet snijden in de uitgaven, maar als de sterkere landen aan de beurt zijn, hebben die mazzel en horen we opeens dat zij deze regels om politieke redenen mogen breken. Ik zou het als volgt willen zeggen: we hebben Europese solidariteit nodig, dus daarom hebben we Europese solidariteit nodig.

Tot slot, mijnheer de Voorzitter, wil ik nog opmerken dat ik weet dat u waakt over deze Europese solidariteit. Het recente besluit van de Europese Commissie over het gascontract tussen Polen en Rusland – waarvoor ik u wil bedanken – is een uitstekend voorbeeld dat het gemeenschappelijke aspect werkt en dat het ook werkt in het belang van landen als Polen. Mijnheer de Voorzitter, ik wens nogmaals te benadrukken dat we de realiteit niet kunnen wegtoveren. Als wij het zover laten komen dat politieke maatregelen, in combinatie met het populisme dat momenteel op verschillende plaatsen in Europa de kop opsteekt, gaan domineren over het economische denken, dan komt er van uw ambitieuze plannen voor versterking van de interne markt – wat ik een bijzonder goed idee vind (zin niet afgemaakt). Wij als leden van het Europees Parlement weten als geen ander dat de gemeenschappelijke markt nog heel ver weg is, zeker als we onze maandelijkse mobiele telefoonrekening met roamingkosten openmaken. Als we op een gemeenschappelijke Europese markt nog steeds roamingkosten moeten betalen, dan is economische integratie nog ver weg.

 
  
MPphoto
 

  Patrick Le Hyaric, namens de GUE/NGL-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Chastel, mijnheer Barroso, als ik het goed begrijp, mijnheer Barroso, gaan wij uit van een volstrekt tegengestelde analyse aangezien u hebt gezegd dat we de crisis achter de rug hebben, terwijl zij volgens onze fractie, de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links, juist verergert. Om deze crisis het hoofd te bieden, predikt u bezuinigingen met het stabiliteitspact en nu de aanscherping van de sancties. Ik denk dat het tegenovergestelde moet gebeuren door middel van een betere bezoldiging, nieuwe, 'arbeidsvriendelijke' belastingwetten, een belasting op financiële transacties, betere sociale bescherming, bescherming van de openbare diensten en een omvangrijk werkgelegenheidsbeleid.

Helaas vrees ik dat uw strategie de Europese Unie in grote problemen zou kunnen brengen. Hoort u niet hoe de bevolkingen in de hele Europese Unie protesteren? Gisteren zijn voor de zesde dag op rij in Frankrijk miljoenen mensen de straat opgegaan, gesteund door zeventig procent van de bevolking. Ziet u niet welk gevaar ons op dit moment bedreigt? Het Europese idee, dat is gebaseerd op mededinging, op volledige vrijhandel, spat uiteen tegen de muur van het geld in de economische oorlogen en nu ook de monetaire oorlog. Waarom geen studie verrichten naar een nieuw systeem, een menselijk en sociaal ontwikkelingsfonds in plaats van het stabiliteitspact en in samenhang met de Europese Centrale Bank die, via geldschepping, de staatsschulden, de nationale banken moet kunnen herfinancieren op basis van voor sociale criteria gunstige rentepercentages?

Ik ben van mening dat de Europese Unie ook het initiatief moet nemen tot vorming van een nieuwe monetaire wereldorde, waarbij zij om te beginnen steunt op het Chinese voorstel van een internationale gemeenschappelijke munt voor de handel, zoals Thailand en Brazilië deze kennen. Waarom stelt Europa geen belasting in op valuta's, om te beginnen ter vermindering van de monetaire spanningen?

Voorzitter van de Commissie en vertegenwoordigers van de Raad, ik denk dat het tijd is om nieuwe initiatieven te ontplooien en te luisteren naar de burgers.

 
  
MPphoto
 

  Nigel Farage, namens de EFD-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter. Nou, voorzitter Barroso, u laat zeker uw spierballen zien, met behulp van de macht die u hebt gekregen door het Verdrag van Lissabon, dat u met onrechtmatige middelen heb doorgedrukt. U doet nu alles wat u kunt op het wereldtoneel en binnen de EU om alle attributen van een staat te verzamelen.

Dat blijkt nergens duidelijker dan in uw recente voorstel voor rechtstreekse belastingen die de Europese instellingen de mensen van dit continent zouden moeten opleggen.

Vroeger was er natuurlijk een zeer succesvolle onafhankelijkheidsbeweging die zich bediende van de leus 'no taxation without representation' en een vertegenwoordiger bent u zeker niet. Wij hebben u niet gekozen en wij kunnen u niet uit uw functie zetten, dus ik denk dat u met deze rechtstreekse belasting een fout hebt gemaakt.

En wat een dure club wordt het. Nog maar twee jaar geleden was de nettobijdrage van Groot-Brittannië 3 miljard pond per jaar. Dit jaar is hij 6 miljard pond. Volgend jaar wordt de bijdrage 8 miljard pond. Het jaar daarna zal hij 10 miljard pond bedragen en nu horen we dat u de Britse korting wilt stopzetten. U wilt af van de Britse korting, wat betekent dat in 2013 onze bijdrage 13 miljard pond zal bedragen. Dat is een verviervoudiging in een periode van zes jaar.

De belastingbetalers van Groot-Brittannië die dit allemaal beseffen en uw rechtstreekse belasting zien, zullen simpelweg tot de conclusie komen dat wij ons de Europese Unie niet kunnen veroorloven.

Maar ik zie een sprankje hoop: de deal van Deauville tussen Merkel en Sarkozy, datgene waar u vandaag allemaal zo bang voor bent. Ik hoop dat die er komt. Laten we een nieuw verdrag opstellen. U lijkt dit zelf bijna te steunen. Laten we een nieuw Europees verdrag opstellen en laten we hierover een referendum houden in een heleboel landen, in het bijzonder in Groot-Brittannië, dan zal het Britse volk tot de conclusie komen dat dit een heel slechte deal is voor Groot-Brittannië. Ze zullen stemmen voor het verlaten van de Europese Unie en beginnen met het ontrafelen ervan.

Dank u. Wij vertrekken met plezier.

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz (S&D).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Farage, ik heb een vraag voor u. Wellicht wilt u zo vriendelijk zijn om die voor ons te beantwoorden. U maakt zich immers zo veel zorgen over de Britse belastingkas. Net als ik had u bij het begin van de verkiezingsperiode de mogelijkheid om een keuze te maken uit welke kas uw dagelijkse toelage betaald zou worden: uit de kas van het Verenigd Koninkrijk of uit die van de Europese Unie. Zou u dit Parlement willen meedelen of uw dagelijkse toelage uit de begroting van de EU komt of dat u de keuze heeft laten vallen op het nationale stelsel van het Verenigd Koninkrijk?

 
  
MPphoto
 

  Nigel Farage (EFD). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat we af moeten van dit idee van Europees geld. Voordat de rechtstreekse belasting er is, is er, zoals we nu spreken, niet zoiets als Europees geld: het is ons geld. Wij zijn een enorme nettobetaler voor deze Europese Unie en daar krijgen we geen enkel economisch voordeel voor terug! Het is ons geld!

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is niet mijn gewoonte om te interveniëren, maar ik wil een motie van orde indienen.

Dit is niet de eerste keer dat de heer Farage tegen mij zegt: "U bent niet gekozen." Ik ben zeker niet door u gekozen, maar ik ben gekozen door dit Parlement.

(Applaus)

Ik ben in een geheime stemming gekozen door dit Parlement en u maakt deel uit van dit Parlement. Het steeds herhalen dat ik en de Commissie niet kozen zijn, getuigt naar mijn mening van een gebrek aan respect voor de Commissie en voor het Parlement waarvan u deel uitmaakt.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Francisco Sosa Wagner (NI). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, eens kijken of ik wat kalmte kan brengen in dit geanimeerde debat.

Het is betreurenswaardig dat naast de Europese Unie ook enkele afzonderlijke lidstaten lid zijn van de G20. Ondanks deze tegenstrijdigheid, die het imago van Europa in de wereld zeker en vast schade toebrengt, zou het goed zijn als we op dit wereldwijde forum ten minste een algemeen gemeenschappelijk standpunt zouden innemen.

En wat zou volgens mij dat gemeenschappelijk standpunt dan moeten zijn? Mijn bescheiden mening is als volgt: ten eerste kunnen we het niet maken om een alomvattende overeenkomst over de gevolgen van de crisis nog langer uit te stellen en alleen maar een financiële overeenkomst te sluiten. Ten tweede moet Europa de euro behouden als eenheidsmunt of − als u dat verkiest − als anker, om te beletten dat we in de woelige waters van de markt meegesleurd worden en de fouten van de 20e eeuw opnieuw begaan. Ten derde moet de euro een voorbode zijn voor al hetgeen Europa de wereld te bieden heeft op het vlak van democratische waarden en openbare vrijheden.

Kort gezegd: in een gemondialiseerde wereld, in dit wereldwijde spel, kun je niet winnen als je steeds de nationale kaart speelt.

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, dames en heren, uit dit debat blijkt in ieder geval één ding: de deal van Deauville belemmert ons bij het oplossen van de crisis, de deal van Deauville betekent een stap achteruit voor de Europese Unie en de deal van Deauville geeft aan dat ons danspaartje niets geleerd heeft van het ongepaste gedrag van Duitsland en Frankrijk in 2002 en 2005, toen zij een begin hebben gemaakt met het ondermijnen van het Stabiliteitspact. Integendeel, wij worden nu weer geconfronteerd met een voortzetting van dat ongepaste gedrag.

Wij willen de fouten uit het verleden rechtzetten, wij willen een Europees antwoord op het nationalisme en de veto's geven die bij de meeste Europese regelingen zijn ingebouwd. Dat hebben wij bij het toezicht op de financiële markten gedaan. Dat doen wij ook met het verslag over de maatregelen als antwoord op de crisis. Dat doen wij eveneens met het verslag-Feio en met onze dagelijkse wetgevingsactiviteiten. Daar moeten wij onze aandacht op richten en daarbij moeten wij ons niet langer laten storen, ook niet door dit debat. Wij moeten vooruit kijken. Wij moeten de juiste antwoorden zoeken. Het verslag van de vijf fracties spreekt duidelijke taal. Wij hebben de crisis nog niet onder controle. Het fiscale en monetaire beleid maakt structurele hervormingen niet overbodig. Wij zeggen heel duidelijk "ja" tegen het verminderen van de begrotingstekorten als voorwaarde voor een zekere toekomst. Dat verminderen van die tekorten kan echter niet met een grasmaaier worden gedaan. Dat moet via hervormingen, investeringen, bezuinigingen en veranderingen worden gerealiseerd. In dit verslag wordt duidelijk gemaakt dat wij als deel van de oplossing meer Europa willen. Laten wij werk maken van de volgende integratiefase: het creëren van een economische unie, het creëren van een sociale unie en het creëren van een defensie- en veiligheidsunie. En laten we ervoor zorgen dat de interne markt uitgroeit tot een thuismarkt voor alle burgers. Het antwoord is een gemeenschappelijk Europa – het initiatief van de Europese Unie. De taakgroep en de methode-Deauville hebben gefaald.

 
  
MPphoto
 

  Stephen Hughes (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals we hebben gehoord, heeft de taakgroep onder voorzitterschap van Herman van Rompuy nu zijn verslag afgeleverd. Het bevat voorstellen voor het oplossen van de crisis en voor begrotingsdiscipline, met andere woorden: slechts een deel van het plaatje.

Ik wil benadrukken dat dit alleen maar voorstellen zijn. Ik weet zeker dat de ministers van ECOFIN die de voortgang van de taakgroep hebben gedomineerd, graag zouden zien dat dit het eindpunt was, maar dat is het niet. Dit is het begin. We staan helemaal aan het begin van de wetgevingsprocedure. Ik hoop dat alle instellingen beseffen dat nu het werk van het Europees Parlement aan het wetgevingsvoorstel van de Commissie in een volledig democratische procedure met de Raad moet worden uitgevoerd.

Het doel van de taakgroep was naar eigen zeggen het bereiken van een doorbraak op het gebied van effectief economisch bestuur. Maar het voorstel van deze taakgroep is naar mijn mening eerder een stap terug als het gaat om welvaart en welzijn in Europa. Het stelt een versterking van instrumenten voor, maar alleen van instrumenten die gericht zijn op fiscale discipline. Dat is een probleem. Economische coördinatie is meer dan fiscale discipline en er zal geen economische unie worden bereikt zolang dat evenwicht niet voldoende wordt erkend. Het zal ongetwijfeld leiden tot een verstoord economisch beleid, waarbij onvoldoende rekening wordt gehouden met andere belangrijke beleidsdoelen voor het voeren van macro-economisch beleid, en dan heb ik het over groei, investering en werkgelegenheid.

Voorzitter Barroso, we hebben geen nieuwe taakgroep nodig om met een evenwichtige set beleidsmaatregelen te komen. De Commissie moet haar initiatiefrecht gebruiken om de voorstellen in te dienen die groei, investeringen en werkgelegenheid zullen bevorderen.

Als het gaat om de voorstellen die nu op tafel liggen, denk ik dat het Parlement de komende maanden een enorme verantwoordelijkheid heeft. We moeten een aantal wijzigingen aanbrengen in de geest van het verslag van de heer Feio waarover vandaag wordt gestemd. Ik denk dat er drie belangrijke wijzigingen nodig zijn: de procedure voor te grote saldi moet zo breed zijn dat ook de arbeidsmarkten, waaronder de werkloosheidscijfers, eronder vallen, en daarom moet de Raad werkgelegenheid er waar relevant in worden opgenomen; bij de kwalitatieve beoordeling van de hoogte van staatsschulden en ontwikkelingen in het correctieve deel van het stabiliteits- en groeipact zou ook volledige aandacht moeten worden besteed aan de hoogte en ontwikkeling van de overheidsinvesteringen; en de koppeling met 2020 in alle delen van het nieuwe systeem moet expliciet zijn en zo volledig mogelijk worden uitgevoerd.

Met betrekking tot bestuur wil ik in dit vroege stadium slechts twee punten noemen. De Raad moet het systeem begeleiden en te allen tijde de maximale politieke verantwoordelijkheid nemen en tevens zorg dragen voor voldoende betrokkenheid van alle relevante Raadsformaties – niet alleen ECOFIN – als dat nodig is.

Tot slot moet het Europees Parlement volledig betrokken worden bij het hele proces om de hoogste mate van democratische legitimiteit te waarborgen. Kijk maar eens naar het voorstel voor het Europese semester om te zien hoezeer de rol van het Parlement ontbreekt in dit alles. Sommigen van ons in de verschillende fracties werken aan versterking van de voorstellen voor parlementaire betrokkenheid. Ik hoop dat die zullen worden geaccepteerd door de andere instellingen om dit proces de vereiste democratische legitimiteit te geven.

 
  
MPphoto
 

  Olle Schmidt (ALDE).(SV) Het voorbije jaar is gebleken dat de EU in moeilijke omstandigheden belangrijke besluiten kan nemen. Helaas zijn de voorbije dagen een teleurstelling geweest. Op een ogenblik dat de EU duidelijke en strikte regels nodig heeft, aarzelen Frankrijk en Duitsland. Dat is zorgwekkend. Onze boodschap is: handen af van het voorstel van de heer Rehn!

Ik wil mevrouw Berès en mijn collega's in de Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis onvoorwaardelijk bedanken. Zij hebben aangetoond dat we in het Europees Parlement de fractiegrenzen kunnen overstijgen en in het belang van Europa gemeenschappelijke oplossingen kunnen vinden. De Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa heeft een amendement voorgesteld waarin staat dat de invoering van een belasting op financiële transacties alleen kan op voorwaarde dat dit mondiaal gebeurt. Het is belangrijk dat de invoering wereldwijd gebeurt.

We mogen niet toestaan dat nationalisme weer vaste voet krijgt in Europa. Welvaart wordt gecreëerd door een markteconomie met duidelijke grenzen en vrijhandel. We hebben een meer verenigd Europa, een opener Europa, een sterker Europa nodig – we hebben gewoonweg meer Europa nodig.

De voorgestelde sanctiemogelijkheden gelden in een eerste fase alleen voor de eurolanden. Wat dat betreft, zouden we een formulering willen die op alle 27 lidstaten van de EU slaat. Daarom zou ik een mondeling amendement willen indienen op het verslag van de heer Feio, waarvan ik hoop dat het Parlement het zal kunnen steunen. De rapporteur en de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement hebben zich daartoe bereid verklaard. Ik lees de tekst in het Engels:

(EN) Alle 27 lidstaten dienen, waar mogelijk, alle voorstellen op het gebied van een economisch bestuur optimaal in praktijk te brengen, met de aantekening dat dit voor de lidstaten buiten de eurozone op vrijwillige basis zou moeten gebeuren.

(SV) Het is vandaag niet het ogenblik om een EU te creëren die de Unie dreigt te verscheuren.

 
  
MPphoto
 

  Pascal Canfin (Verts/ALE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, mijnheer Rehn, ik hoop echt dat u zult kijken naar het werk van het Europees Parlement met betrekking tot de onderwerpen die wij vandaag bespreken – het verslag-Berès en het verslag-Feio –, omdat wij nu natuurlijk medewetgever zijn inzake het economisch bestuur. Ik kan u meedelen dat wij – samen met ten minste vier politieke pro-Europese fracties in het Parlement – echt hebben gewerkt aan compromissen die ergens toe zullen leiden. Wij hebben net de discussie achter de rug waarin de problemen zijn geïnventariseerd.

Sommigen spreken over de begroting, anderen over belastingmaatregelen en weer anderen over bestuur. Het gaat er nu om dat de Commissie – en het is uw taak dit te doen; wij proberen het, maar u moet het ook doen – een algemeen pakket voorstelt: iets in de geest van het rapport-Monti en ook in de lijn van hetgeen de heer Barnier tracht te doen in het kader van de interne markt. Ik kijk uit naar een algemeen pakket van de heer Barroso, waarin moet worden aangegeven hoe we de economische crisis te boven kunnen komen. Het zou niet alleen over het macro-economisch bestuur moeten gaan, maar erop moeten neerkomen dat er na het lezen van drie of vier dossiers over macro-economie, belastingen en de begroting gezegd kan worden: "Hier is het pakket."

Ik weet zeker dat als u hiervoor zorgt, u een bijzonder grote meerderheid zult hebben in het Europees Parlement om dit initiatief te steunen. Als we het bijvoorbeeld alleen hebben over de kwestie van de overheidsfinanciën: de Commissie en haar diensten hebben twee of drie jaar geleden zelf gezegd dat Spanje het land was dat zich het beste hield aan het stabiliteits- en groeipact en dat de Spaanse overheidsfinanciën op orde waren. Het probleem is dat er destabiliserende invloeden waren van buitenaf en dat Spanje zich nu in een uiterst penibele situatie bevindt, net als Ierland. Het is duidelijk dat de crisis niet kan worden bezworen door ons alleen te focussen op de overheidsfinanciën.

De compromissen die wij hebben voorgesteld in de vandaag gepresenteerde verslagen, waarover morgen zal worden gestemd, houden juist rekening met de hele problematiek. Zij zijn een manier om te zeggen: "Ja, de begrotingsdiscipline moet inderdaad worden bevorderd." Natuurlijk moet dat. Opdat deze begrotingsdiscipline zich echter niet vertaalt in sociale afbraak, maar uitsluitend in het snijden in de overheidsuitgaven, moet er tegelijkertijd een Europees begrotingspakket beschikbaar zijn voor de financiering van investeringen en een fiscaal pakket dat de lidstaten in staat stelt een aantal belastingen te innen.

Mijn laatste vraag aan de heer Rehn, en met name aan de heer Barroso, is dus deze: bent u echt een voorstander van een geconsolideerde belastinggrondslag voor bedrijven? Heeft dit werkelijk uw steun? Dit project ligt namelijk al tien jaar in een la bij de Commissie, tien jaar lang hebt u er niets mee gedaan. Maakt u er nu echt eens werk van.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Roberts Zīle (ECR). (LV) Dank u, mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso (die de zaal heeft verlaten).

Om te beginnen wil ik de rapporteur, mijn collega-schaduwrapporteurs en de voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken, de heer Klintz, bedanken voor het compromis dat we uiteindelijk hebben weten te bereiken. Ik zal bij slechts twee onderdelen van het verslag stilstaan omdat ik daar niet tevreden over ben, en die punten hebben noch betrekking op Duitsland noch op Frankrijk. Ten eerste is de schuldenlast van huishoudens en bedrijven in veel nieuwe lidstaten sinds 2004 maar liefst vertienvoudigd als gevolg van agressieve grensoverschrijdende investeringen. Bovendien kwamen bij het overgrote deel van deze leningen alle wisselkoersrisico's als gevolg van de voorwaarden bij de lener te liggen. Dit betekent op zijn beurt weer dat de regeringen van deze landen in hun macro-economisch beleid afgezien van besparingen op de overheidsuitgaven en belastingverhogingen weinig bewegingsruimte hebben. Tegelijkertijd is het de eerst de zorg van huishoudens om leningen af te lossen in eurotermen. Helaas wordt daar in het verslag nauwelijks bij stilgestaan.

Mijn tweede punt, dat gekoppeld is aan het eerste, betreft het volgende: stel je zo'n nieuwe lidstaat voor van wie het bbp is gedaald tot een niveau van voor de toetreding, tot een niveau van voor 2004, maar dan met een tienmaal zo hoge particuliere schuldenlast en een vijfmaal zo hoge overheidsschuld. Zo'n lidstaat kan uit dit verslag opmaken dat zelfs cohesiebeleid kan worden aangepast, en wel op zo'n manier dat het voornaamste criterium niet langer wordt gevormd door het bbp per hoofd van de bevolking, maar door crisisbeheer op een specifiek terrein, wat bijzonder ingrijpende politieke gevolgen kan hebben. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL).(PT) Mijnheer de Voorzitter, de verklaringen van Duitsland en Frankrijk in de zogenaamde overeenkomst van Deauville zijn onaanvaardbaar, en maken duidelijk wie het voor het zeggen heeft bij het verdedigen van economische en financiële belangengroepen, en wat voor mensen dat zijn. Die verklaringen tonen ook aan hoe ongeduldig, arrogant en agressief ze zijn ten opzichte van de reacties van de werknemers en de burgers die het slachtoffer zijn van hun neoliberale en antisociale beleid – ik denk daarbij aan het stabiliteits- en groeipact en aan het mededingingsbeleid – in Griekenland, Frankrijk en Spanje, maar ook in Portugal, waar voor 24 november al een algemene staking gepland is.

Het is de hoogste tijd dat degenen die het in de Europese Unie voor het zeggen hebben, toegeven dat deze neoliberale beleidsvormen mislukt zijn: de werkloosheid stijgt, de sociale ongelijkheden en de armoede nemen toe, en dat leidt tot een recessie in de economisch zwakkere landen, waar de van boven opgelegde regels van de EU een heuse sociale ramp zouden kunnen veroorzaken.

Helaas wordt dit niet toegegeven. Alle voorstellen om de belastingoasen af te schaffen, een heffing te innen op financiële transacties en een einde te maken aan speculatieve financiële producten hebben schipbreuk geleden.

Daarom protesteren wij hier: wij willen een stem geven aan de miljoenen mensen die door armoede worden bedreigd, aan de werklozen, aan de ouderen met miserabele pensioenen, aan de jongeren die werkloos zijn, en aan de kinderen die het risico lopen in armoede terecht te komen en wie men geen waardige toekomst gunt.

Het is de hoogste tijd dat we een einde maken aan deze beleidsvormen, zodat we een werkelijk sociaal Europa kunnen opbouwen, een Europa van vooruitgang en ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 

  Juozas Imbrasas (EFD). (LT) Ik wil enkele woorden wijden aan het werk van de Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis. Deze commissie heeft geweldig werk afgeleverd en is met goede aanbevelingen en voorstellen gekomen. Natuurlijk zou idealiter voor al die aanbevelingen en voorstellen ruimte moeten zijn in de documenten die de Commissie aan het opstellen is. Het is essentieel dat de Commissie de meest fundamentele en belangrijke kwesties niet vergeet. Een daarvan is de instelling van een regelgevings- en toezichtsysteem dat geen enkele financiële markt, geen enkel financieel instrument en geen enkele financiële instelling buiten beschouwing laat. De Commissie moet haar maatregelen richten op de creatie van nieuwe banen en deze maatregelen koppelen aan maatregelen om armoede en sociale uitsluiting te bestrijden. Alle inspanningen op dat gebied moeten zich in de eerste plaats op werkgelegenheid voor jongeren richten. Dringende infrastructurele besluiten over hernieuwbare energiebronnen, groene stroom, energie-efficiëntie in de vervoer- en de bouwsector en een Europees energienetwerk zijn nodig om uit de crisis te komen. Het zou goed zijn als de Commissie precies een jaar na deze vergadering hier in dit Parlement zou kunnen zeggen: "De bepalingen in de resolutie die u hebt ingediend zijn in praktische maatregelen vertaald; we hebben deze specifieke voorstellen van de Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis aangenomen en ze hebben al een reële impact gehad".

 
  
MPphoto
 

  Krisztina Morvai (NI). (HU) Net als in het vorige grote debat deze week hier in het Europees Parlement, het debat over armoede, constateren ook nu de politici van de Europese Unie weer met verbazing en spijt dat de situatie van de Europeanen niet verbetert maar steeds verder verslechtert. Armoede, ellende, werkloosheid en dakloosheid nemen nog altijd toe. En ze verbazen zich hierover alsof dit op zijn minst het gevolg zou zijn van betreurenswaardige natuurrampen, tsunami's of iets anders. Nee, dit is het gevolg van de beslissingen van Europese politici. De toename van ellende en armoede komt rechtstreeks voort uit het neoliberale beleid dat u –uitzonderingen daargelaten – hebt gevoerd, en deze tendens zal zich voortzetten. Ellende en armoede zullen alleen maar verder toenemen als er geen ander waardesysteem wordt gekozen.

Deze twee verslagen kunnen worden vergeleken met een commissie van doktoren die vaststelt dat de therapie die tot dan toe bij de patiënt werd toegepast, schadelijk was voor de patiënt en zijn toestand heeft verslechterd, maar die desondanks na de diagnose voorschrijft dat de therapie moet worden voortgezet, maar dan onder enigszins strengere controle en door de patiënt te straffen als hij, laten we zeggen, zijn medicijnen niet slikt. De Europese Unie heeft tot nu toe bewust voor een waardesysteem gekozen waarin zij altijd beslissingen nastreeft die goed zijn vanuit het oogpunt van multinationals en banken, en nooit vanuit het oogpunt van de mensen en de gemeenschap. Ze heeft altijd nagestreefd wat goed is vanuit het oogpunt van onbeteugelde mededinging die niet wordt ingeperkt door aspecten van rechtvaardigheid en moraliteit, en nooit wat goed is vanuit het oogpunt van sociale rechtvaardigheid en solidariteit. Hier moet verandering in komen en van nu af aan moeten er goede beslissingen worden genomen.

 
  
MPphoto
 

  Corien Wortmann-Kool (PPE). - Voorzitter, er zijn positieve signalen, maar nog steeds bestaat het risico dat de crisis verergert. Het bankenstelsel is nog steeds niet stabiel en voor een aantal lidstaten dreigen de overheidstekorten uit de hand te lopen als niet wordt ingegrepen. Daarom hebben we snel een economische unie nodig.

Voorzitter, de uitkomsten van de taakgroep blijven te vaag, maar tegen commissaris Rehn wil ik als rapporteur van dit Parlement voor het stabiliteits- en groeipact graag zeggen: we kunnen snel werken. Dat zeg ik ook tegen de Raad. We kunnen snel werken, maar dan wel op basis van de voorstellen van de Commissie. Is de Raad bereid om dat te accepteren?

Ook wil ik waarschuwen tegen een Verdragswijziging, waar nu om gevraagd is. Want dat kan al gauw een afleidingsmanoeuvre zijn om noodzakelijke maatregelen op de lange baan te schuiven. We moeten nu alles doen wat mogelijk is binnen het Verdrag van Lissabon. Dit Parlement heeft nu een nieuwe medewetgevende rol in het stabiliteits- en groeipact. Dit Parlement zal die rol voluit spelen om een stevige economische unie tot stand te brengen, met een stevig stabiliteits- en groeipact.

 
  
MPphoto
 

  Sergio Gaetano Cofferati (S&D). (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, de crisis heeft zware gevolgen gehad voor de samenlevingen van alle Europese landen. Als we naar de consequenties op het sociale vlak kijken komen we al snel tot de conclusie dat het ergste nog moet komen – een conclusie die trouwens een groot deel van het werk van de Commissie heeft gestuurd. De werkloosheid is gedoemd te stijgen en de zwakke signalen van herstel die we in enkele landen zien, zijn niet voldoende om de schepping van nieuwe werkgelegenheid te kunnen garanderen. We moeten er dus rekening mee houden dat de meest acute problemen van de crisis, die in het financiële systeem is ontstaan en zich snel over de economische en sociale systemen heeft verspreid, zich op het sociale vlak zullen voordoen.

Daarom zullen wij ook diegenen die het hardst door deze crisis zijn getroffen, in staat moeten stellen zichzelf te verdedigen. We zullen de mogelijkheid van een kaderrichtlijn aangaande het minimumloon in alle Europese landen bespreken. Dit acht ik van groot belang: aan de ene kant voor de bestrijding van armoede, en aan de andere kant voor het helpen van degenen die de komende weken en maanden geraakt zullen worden door de uiterst venijnige staart van deze crisis.

Maar een crisis bestrijdt men door middel van ontwikkelingsbeleid. Voor ontwikkeling zijn middelen nodig, alsmede gerichte investeringen en een duidelijke definitie van de prioriteiten waaraan een aanzienlijk deel van de beschikbare middelen besteed zal worden. De begroting van de Unie volstaat niet. Om die reden heeft de Commissie uitdrukkelijk gewezen op een behoefte aan extra middelen, te besteden aan investeringen in de infrastructuur en in de kwaliteit van de concurrentie en de arbeid. Deze aanpak leidt tot de creatie van euro-obligaties en de belasting op financiële transacties. Er zijn geen andere opties. En daarom zijn de door ons voorgedragen oplossingen – en ik hoop dat het Parlement ze in zijn formulering zal bevestigen – zowel belangrijk als vernieuwend.

 
  
MPphoto
 

  Wolf Klinz (ALDE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, op het hoogtepunt van de financiële crisis hebben de G20-landen toegezegd dat zij een gemeenschappelijke aanpak zullen toepassen voor het stabiliseren van de financiële markten. Vandaag, twee jaar later, zijn wij nog steeds ver verwijderd van een mondiaal antwoord. De genomen maatregelen zijn veelal gebaseerd op nationale belangen en overwegingen. Het elan van het beginstadium is vervlogen en vaak heerst er al weer een instelling van business as usual. Mervyn King van de Bank of England heeft dit kernachtig samengevat toen hij het volgende opmerkte: "De noodzaak om in het algemeen belang te handelen heeft zich nog niet voorgedaan". In haar tussentijdse verslag geeft de bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis duidelijk aan dat wij ons op en cruciaal kruispunt bevinden. Wij hebben een verregaandere integratie nodig en een betere afstemming tussen ons economisch en begrotingsbeleid. Daarnaast hebben wij Europese infrastructuurprojecten nodig op het gebied van energie, vervoer en telecommunicatie. Bovendien hebben wij behoefte aan een goed functionerende interne en arbeidsmarkt en aan de noodzakelijke hulpmiddelen om onze ambitieuze groeidoelstellingen in het kader van de Europa 2020-strategie te kunnen verwezenlijken. Wij hebben ook innovatieve financieringsbronnen nodig om de mogelijkheden van de KMO's optimaal te kunnen benutten. Tot slot hebben wij een intensievere communautaire aanpak nodig en minder intergouvernementalisme. Stilstand betekent in dit geval achteruitgang en geen behoud van de status quo.

Uit de schuldencrisis in Europa blijkt duidelijk dat stabiliteit en vertrouwen onmogelijk zijn zonder discipline. De voorstellen van commissaris Olli Rehn en van de taakgroep van de heer Van Rompuy zijn bedoeld om een gedisciplineerde houding van de lidstaten te waarborgen. Helaas hebben de ministers van Financiën gisteren in Luxemburg op bevel van het Duits-Franse duo die voorstellen van de hand gewezen – een gemiste kans en een slechte dag voor onze burgers, die zich terecht voor de zoveelste keer weer eens door de politiek bedrogen voelen.

 
  
MPphoto
 

  Kay Swinburne (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de gecombineerde onderwerpen van het debat van vanochtend hebben een sterk gemeenschappelijk thema, namelijk onze voortdurende reactie op de financiële crisis en het vinden van manieren om de risico's effectiever te beheersen, of het nu gaat om risicobeheersing van staatsschuld, van onze financiële markten en producten of van wereldwijde onevenwichtigheden. Of het nu gaat om het gedrag van onze banken of om dat van de ministeries van Financiën van onze lidstaten, we moeten zorgen voor een gemeenschappelijke hoge gedragsnorm, waarbij een overeengekomen set regels wordt nageleefd.

Sterkere financiële en fiscale discipline van zowel de particuliere als de openbare sector moet worden gehandhaafd. We moeten ervoor zorgen dat, in de zoektocht naar groeikansen door de EU, de financieringsmiddelen die worden gebruikt door de EU en de afzonderlijke lidstaten, van het hoogste kaliber en zo transparant mogelijk zijn. Het gebruik van innovatieve financiering vereist voorzichtigheid en de maatregelen van de EU om haar eigen begroting te verhogen moeten in aanmerking worden genomen, gezien alle risico's en de mogelijkheid van morele gevaren.

Het Europees Financieel Stabilisatiefonds is een groot buitenbalansvehikel dat gebaseerd is op kredietbeoordeling. De verhoging van de EU-begroting door de uitgifte van projectobligaties door de EIB moet intensief worden getoetst. Zoals we allemaal weten, brengen complexe financiële instrumenten en hefboomeffecten hun eigen risico's met zich mee. Gratis geld bestaat niet en een korte route ook niet.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik spreek namens de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links over het verslag Berès inzake de crisis en ik leg u uit waarom wij er niet voor zullen stemmen. Aangezien er rijkelijk naar het verleden is verwezen, wil ik u zeggen dat de huidige tekst in vergelijking met de oorspronkelijke tekst die de rapporteur had ingediend, op een oude papyrus lijkt, op een oud perkamenten handschrift, waar de oude tekst van af is gekrabd en dat opnieuw is beschreven, een zogenoemd palimpsest. Ten gevolge van het driftige "afkrabben" door de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement en Eurorechts van de oorspronkelijke, serieuze en oprechte poging van de rapporteur om de oorzaken van de crisis te inventariseren en gedurfde voorstellen te doen, kwam een tekst te voorschijn die niet meer van het Europees Parlement was, de enige democratische instelling van de Europese Unie, maar van de Commissie, een tekst die de oorzaken van de crisis verdoezelt en de politiek van de Europese Unie afhankelijk maakt van de initiatieven van Merkel, Sarkozy en de taakgroep.

We hebben voorstellen gedaan om de tekst te verbeteren. We hebben kritiek geuit op het stabiliteitspact en het functioneren van de Europese Centrale Bank. We hebben amendementen ingediend om te zien of allen die zelfs vandaag over een verkeerde weg van de Europese Unie spreken, hetzelfde bedoelen. Ons voorstel wordt ingegeven door de huidige acties in Frankrijk, door de acties van de werkenden in Duitsland, die moeten inleveren zodat Siemens smeergeld kan betalen, door de acties van de werkenden in Griekenland, die tegenwoordig als proefdieren worden behandeld. Welnu, een tekst die een dergelijke vorm heeft gekregen, kunnen wij niet accepteren.

 
  
MPphoto
 

  Mario Borghezio (EFD). (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, we hadden moeten luisteren naar de adviezen van Nobelprijswinnaar Maurice Allais, die een duidelijke scheiding wenste tussen zakenbanken, kredietbanken en speculatiebanken. Dit volgens het principe van de Glass-Steagall Act, waarover in dit verslag niet wordt gesproken.

Wat betreft het voorstel om de Europese belastingbetalers verder te belasten, zeg ik: "No tax in Europe!" Als dit voorstel van de Unie door zal gaan, kunt u ervan opaan dat ook hier Tea Party's zullen ontstaan: er zal een massaprotest plaatsvinden. De Europese burger is niet van plan te betalen voor een dienst die hem niet verleend wordt, en daar heeft hij volkomen gelijk in.

Het financieren van de banken gaat verder. Maar wat doen de banken in tijde van economische en financiële crisis? Ze kopen obligaties, ook die met die vreselijke derivaten, enz. Ze blijven ze kopen. En wat doet de ECB bij het zien van dit alles? De ECB – die onaantastbaar moest zijn – laat het toe. Het lijkt me duidelijk dat dit Europa van de bankiers is. Als zelfs de leiders van de vrijmetselarij dat hebben beweerd, zou ik niet weten waarom wij dat niet zouden mogen.

Wij zijn van mening dat er slechts één manier is om de speculaties effectief te bestrijden: het gelijktijdig uitvoeren van transacties en van betalingen daarvan, uitsluitend in contanten. Angela Merkel heeft ook de moed gehad dat te zeggen, en iedereen is over haar heen gevallen.

 
  
MPphoto
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is nog maar twee jaar geleden dat de financiële crisis uitbrak en een half jaar na de kwestie Griekenland, en nu al zien we de bereidheid wegebben in onze natiestaten.

We hebben vandaag een duidelijke boodschap van het Europees Parlement in het verslag van mevrouw Berès en dat van de heer Feio. We hebben een actueler economisch en financieel beleid nodig. We hebben meer Europa nodig en een beter stabiliteits- en groeipact met versterkte mechanismen. Het meest recente besluit van de Raad ECOFIN is een klap in het gezicht van de Europese burgers. Dit is niet toereikend. We moeten de groeistrategie versterken, zodat die in dit milieu duurzaam en sociaal verantwoord is, en we hebben betere bestuursmechanismen voor EU 2020 nodig. We hebben meer en beter Europees economisch bestuur voor nationaal optreden nodig om deze lijn te ondersteunen, waaronder de belasting op financiële transacties, en ik verzoek de Commissie dan ook met klem deze zeer zorgvuldig te bekijken, ook in een Europese context. We hebben een beter en sterker verenigd Europa nodig dat op wereldwijd niveau met één stem spreekt. We hebben betere financiële regelgeving nodig en we hebben nog een lange weg te gaan.

Kortom, we hebben een initiatief van de Commissie nodig. De Commissie moet handelen in het belang van de Europese burgers, in plaats van een aantal taakgroepen.

 
  
MPphoto
 

  Udo Bullmann (S&D).(DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, het had inderdaad een tijd van essentiële antwoorden kunnen worden, maar helaas ziet het daar niet naar uit. Hetgeen er thans met het oog op de zogeheten hervorming van het stabiliteits- en groeipact op tafel ligt, is immers geen essentieel antwoord, maar wederom de kleinste gemeenschappelijke deler – het weinige waarover men het wel eens kon worden. Mijn gelukwensen gaan in de richting van de Commissie. Zij zit in ieder geval nog aan tafel – de lidstaten hoeven het niet helemaal op eigen houtje te doen. Mijn gelukwensen gaan ook in de richting van de Raad. Het is gelukt; Frankrijk en Duitsland hebben overeenstemming bereikt. We weten niet of dat goed of slecht is, maar in ieder geval zitten zij niet langer in het moeras vast.

Maar wat betekent dit nu eigenlijk allemaal? Dat betekent dat wij volgend jaar, wanneer de groeicijfers weer gaan inzakken, naar de mensen toe moeten gaan om te zeggen dat wij geen antwoord hebben op de economische situatie. Waar is de paragraaf, het wetgevingskader waarin wordt voorgesteld op welke manier wij gezamenlijk de schuldencrisis te boven kunnen komen? Dat is de leemte die mijn fractie van belang vindt en dat is ook de discussie die wij in dit Parlement zullen voeren. Wij sluiten ons aan bij de collega's die een geëngageerde hervorming verlangen. Dat willen wij ook. Dan gaat het echter wel over de inhoud. Wanneer u niet bereid bent om op dit punt ook meer aandacht te besteden aan de inhoudelijke oriëntatie van het begrotingsbeleid, zien wij niet in waarom wij nog langer over de Europese 2020-strategie zouden moeten discussiëren. Als u ook inhoudelijk niet intensiever met ons discussieert, is die strategie nu al niet meer dan een papieren tijger en kan die vandaag meteen in de prullenbak worden gegooid.

Wij willen het verschil maken. Het maakt namelijk wel degelijk verschil of wij in een kreupele bureaucratie investeren of in de energiebronnen en arbeidsplaatsen van de toekomst. Op welke plaats in uw voorstellen wordt dit onderscheid gemaakt? Daar wachten wij op. Die discussie hebben wij nog tegoed. Dat zal voor ons doorslaggevend zijn.

Verder kunnen geen catalogus van indicatoren accepteren die op wetgeving is gebaseerd. Dit Parlement laat zich niet om de tuin leiden. Wij zullen voordat er wetgeving tot stand wordt gebracht, discussiëren over de vraag of werkloosheid en werkgelegenheid een belangrijk kenmerk van de begrotingsontwikkeling vormen of niet.

 
  
MPphoto
 

  Ramon Tremosa i Balcells (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de huidige financiële crisis biedt de gelegenheid om duidelijke vooruitgang te boeken in het proces van Europese integratie. Ik wil me in mijn interventie concentreren op de instelling van een Europese gemeenschappelijke schatkist voor de landen in de eurozone. Dat zou een duidelijke verbetering van het institutionele raamwerk voor Europees economisch bestuur zijn.

Ik weet dat dit voor sommige landen een erg gevoelige kwestie is, maar we zullen het in de komende jaren moeten accepteren. De Europese schatkist zou de coördinatie van het door de lidstaten gevoerde stimuleringsbeleid verbeteren. De Europese schatkist zou ook euro-obligaties kunnen uitgeven om de aanleg van Europese infrastructuren te financieren. De EU heeft eigen middelen nodig in de context van de toekomstige krimpende begrotingen in de EU-lidstaten. Een Europese gemeenschappelijke schatkist die bepaalde belastingen op Europees niveau int, zou een vermindering van de nationale overdrachten aan de EU mogelijk maken.

Zonder echte autonomie in inkomsten is er ook geen echte autonomie in uitgaven. De instelling van een Europese gemeenschappelijke schatkist is een politiek besluit. Het knelpunt in deze discussie is het gebrek aan politieke wil of, preciezer gezegd, het gebrek aan politieke wil van Duitsland. In de jaren negentig had Duitsland de politieke visie om aan te dringen op invoering van de euro, ondanks de moeilijkheden van het herenigingsproces in dat land. Naar mijn mening zou Duitsland nu de leiding moeten nemen op weg naar een gemeenschappelijke Europese schatkist.

 
  
MPphoto
 

  Ivo Strejček (ECR). - (CS) Als ik hier zo sinds vanmorgen naar dit debat luister, dan denk ik dat degenen die zeggen dat de Europese Unie op een belangrijk kruispunt in de geschiedenis staat, gelijk hebben. Aan de ene kant zijn er de voorstanders van de communautaire methode en aan de andere kant, eerlijk is eerlijk, is er hier in het Parlement een minderheid die vindt dat de Europese Unie verder moet werken op basis van het intergouvernementele beginsel. Dat komt ook naar voren uit het voorstel voor de invoering van uiteenlopende vormen van Europese belasting, ook al wordt dat innovatieve financiering genoemd. Er wordt hier regelmatig gepleit voor verdieping van de Europese Unie, oftewel overdracht van meer bevoegdheden aan de Europese Commissie ten koste van de lidstaten. Het spijt mij zeer dat hier niet ook maar één keer sinds vanmorgen een stem te horen was die zei dat de Europese Unie, respectievelijk de Europese Commissie, moet overgaan tot afslanking van haar programma's, vermindering van het aantal over het algemeen omstreden agentschappen en hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

 
  
MPphoto
 

  Jürgen Klute (GUE/NGL).(DE) Mijnheer de Voorzitter, bij het economisch bestuur zoals dat hier thans voorzien is, wordt een eenzijdige nadruk op het bezuinigings- en mededingingsbeleid gelegd. Mijn Spaanse collega heeft er zojuist ook al op gewezen dat het probleem dat Duitsland dermate op de export is gericht, niet in aanmerking wordt genomen. Het moge echter duidelijk zijn dat dit een van de wezenlijke problemen in de eurozone en in de Europese Unie is. Het Duitse mededingingsbeleid gaat ten koste van de binnenlandse vraag in de Bondsrepubliek en daar wordt helemaal geen aandacht aan besteed. Dat beleid gaat echter ook met name ten koste van de lonen. Het gaat om een strijd, om een gevecht over de lonen. En dat gevecht over die lonen legt een grote druk op de Europese buurlanden, op de Europese vakbonden en op de Europese werknemers. Er wordt noch door de Commissie noch in het verslag-Freio nader op dit probleem ingegaan. Bij een economisch bestuur dat deze naam ook echt verdient, zouden er op dit punt corrigerende maatregelen worden genomen in plaats van dat er stilzwijgend wordt toegekeken.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Paul Gauzès (PPE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Chastel, commissaris, in 1968 schreven de vrienden van onze collega Cohn-Bendit op de muren in Parijs: "geen daden, maar woorden." Op dit moment vragen de burgers precies het tegenovergestelde: geen woorden, maar daden. Er wordt veel gepraat, maar onze medeburgers zien geen resultaten. De Europese Unie speelt te traag in op de uitdagingen waarvoor wij ons gesteld zien.

Samen en in de geest van een verenigd Europa moeten wij vooruitgang boeken. In dit opzicht wil ik het hebben over de rol van ons Parlement. Ook op dit gebied moet er nog het een en ander worden gedaan opdat het medebeslissingsbeginsel wordt gerespecteerd. De voorzitter van de Commissie heeft het Parlement herhaaldelijk bedankt voor zijn steun, maar het Parlement is er niet om de tweede viool te spelen en simpelweg steun te verlenen of bekrachtiging te geven zonder dat het de mogelijkheid heeft de door de Raad genomen besluiten te bespreken. Het Parlement staat op gelijke hoogte met de Raad, dat moet iedereen zich nu realiseren en in dit opzicht zal het debat over het economisch bestuur een test zijn.

Wat, tot slot, de aanstaande G20-top betreft, moet de Europese Unie één front vormen, opdat deze internationale instantie de rol speelt die van haar wordt verwacht en zij zich niet verliest in oeverloze discussies.

 
  
  

VOORZITTER: STAVROS LAMBRINIDIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Elisa Ferreira (S&D).(PT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, allereerst zou ik de heer Feio willen bedanken voor de constructieve samenwerking, en voor de geest van compromis die zijn verslag ademt. We zijn tot de conclusie gekomen dat het Parlement over bepaalde onderwerpen – net als bij het financieel toezicht – in staat is om het openbaar belang te behartigen en een duidelijk standpunt in te nemen, dat de Commissie en de Raad ter kennis moeten nemen. Dit onderwerp is bijzonder relevant, omdat er op dit moment een wetgevingspakket met zes voorstellen op tafel wordt gelegd, die buitengewoon gevoelig liggen, en waarvoor het Parlement het medebeslissingsrecht heeft.

We zullen ook nu actief zijn, maar geen concessies doen. Wij werken in de geest van de dialoog, maar zullen onze doelstellingen vastberaden verdedigen. De heer Feio heeft in zijn verslag een aantal aspecten in dit verband benadrukt. Een daarvan is dat economisch bestuur meer is dan zomaar een serie boetes. Er moeten ook initiatieven komen voor groei en werkgelegenheid, en voor de strijd tegen de toenemende interne verschillen binnen de Europese Unie. Er moeten specifieke voorstellen komen voor het Europees Monetair Fonds. En er moeten stabiele oplossingen komen voor de schulden van de lidstaten.

Het vertrouwen is nu afhankelijk van de vraag of de Commissie en de Raad kunnen reageren op de zorgen van de burgers, te weten werkloosheid, groei en cohesie.

 
  
MPphoto
 

  Vicky Ford (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, er is beter economisch bestuur nodig met eerdere waarschuwingen en eerdere maatregelen. Veel landen hebben de oorspronkelijke doelstellingen voor schulden en tekorten niet gehaald, maar deze zouden ons toch niet gewaarschuwd hebben voor de naderende crisis in Spanje of Ierland. Er zijn ook andere maatregelen nodig.

Economie is echter geen exacte wetenschap en het gaat niet alleen om cijfers. De Sovjetgeschiedenis herinnert ons eraan dat centraal tellen van de tractorproductie niet vanzelf zorgt voor een sterke economie, en gecentraliseerde belastingen en een gecentraliseerde schatkist zijn ook geen utopische oplossing.

Er zijn veel vragen over de maatregelen die nu moeten worden genomen. Een bijna failliete natie dreigen te beboeten lijkt een loos dreigement en beloften van voortdurende financiële reddingsacties in de eurozone zullen altijd morele gevaren met zich meebrengen. Ik ben mij ervan bewust dat mensen zich zorgen maken over overeenkomsten tussen Frankrijk en Duitsland, maar misschien hebben ze wel gelijk. Als de markt het geld uitleent, dan moet misschien de markt ook het verlies dragen en niet de belastingbetaler.

 
  
MPphoto
 

  Danuta Maria Hübner (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals gebruikelijk zitten er goede en slechte kanten aan de situatie en aan wat we doen. Het is belangrijk om het verleden en de oorzaken van de crisis te begrijpen en ik denk dat de Unie haar huiswerk op dat gebied heeft gedaan, maar nu moeten we ons richten op de toekomst. Het wereldwijde en Europese economische bestuur dat we opbouwen is voor morgen, dus het is niet alleen een kwestie van het aanpakken van deze crisis.

Europa bestaat niet in een vacuüm. Als we Europa op orde brengen, doen we dat tegen de achtergrond van een wereld die heel anders is dan in 2008. De G20 stond twee jaar geleden gezamenlijk achter de financiële redding, maar die eensgezindheid werd gevoed door angst. Nu is de G20 verdeeld. Het wereldwijde gemeenschappelijke belang bestaat niet. Er zijn veel krachten aan het werk die moeten leiden tot wereldwijd herstel en het in evenwicht brengen van de wereldeconomie. Een belangrijke rol is weggelegd voor fundamentele structurele verandering, die van grote invloed is op het Europese concurrentievermogen. De rol van valuta en wisselkoersen als wereldwijde aanpassingsmechanismen heeft echter een grote vlucht genomen. Een nieuw wereldwijd monetair stelsel komt ongekend snel op en het aantal spelers neemt toe.

Om de ramp van asymmetrische aanpassingen te voorkomen, hebben we dringend een dialoog en collectief optreden nodig. Als we dat bereiken, is de vraag of Europa zijn rol zal kunnen spelen in dit collectieve optreden. Wat hiervoor duidelijk ontbreekt, is een krachtige, gestroomlijnde hervorming van de externe vertegenwoordiging van het eurogebied. Door deze hervorming uit te stellen, lopen we mogelijke invloed mis. In de huidige wereldwijde omstandigheden kan Europa zich dat niet veroorloven.

 
  
MPphoto
 

  Robert Goebbels (S&D).(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het gaat slecht met Europa en met de rest van de wereld gaat het al niet beter.

De fungerend voorzitter van de Raad heeft zojuist onderstreept dat de globalisering vereist dat er op Europees en internationaal niveau wordt gehandeld. Wanneer we echter kijken naar wat er in de Europese Unie en op internationaal vlak gebeurt, moet er wel worden geconstateerd dat het juist ontbreekt aan concrete actie.

De groten en minder groten die pretenderen ons te besturen, showen top na top hun opgeblazen ego's en verliezen zich in hoogdravende taal, terwijl de belangrijkste conclusie van iedere top is dat er opnieuw zal worden samengekomen.

Overigens heeft het zogenaamde wereldbestuur dat de G20 wil belichamen, geen enkele grondslag in het internationale recht en functioneert het buiten het VN-systeem om. De G20 heeft in feite zichzelf uitgeroepen en functioneert zonder geschreven regels, het is een club van rijke landen die zich hebben omgeven met een aantal "opkomende" landen, voorbeeldige democratieën als Saoedi-Arabië inbegrepen.

De heer Schulz las zojuist een passage voor uit een van deze nietszeggende G20-verklaringen. Wij zouden hetzelfde kunnen doen met de na de Europese toppen gepubliceerde communiqués. Niets dan beloften en holle woorden, nooit gevolgd door daden. Als kroon op dit alles moet Europa Frans-Duitse minitoppen ondergaan, tijdens welke dit vreemde koppel Merkel-Sarkozy pretendeert ons de weg te wijzen.

De heer Verhofstadt had het zojuist over casinospellen. Ik heb de neiging om toe te voegen: "Rien ne va plus!" Commissie en Parlement moeten zich verenigen, opdat de Europese fiches niet worden verkwist en de communautaire methode wordt behouden.

 
  
MPphoto
 

  Regina Bastos (PPE).(PT) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik de rapporteur, mevrouw Berès, feliciteren met het verslag dat we vandaag bespreken, maar ook alle andere leden die eraan hebben meegewerkt. Als lid van de Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis heb ik een bijdrage geleverd in verband met de kwestie van de kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's). Ik heb hun cruciale rol benadrukt als stuwende kracht voor het herstel van de Europese Unie, alsmede voor de toekomstige groei en de welvaart.

Er zijn meer dan twintig miljoen KMO's in de Europese Unie. Wanneer elk van deze bedrijfjes één baan zou kunnen creëren, zouden we evenzoveel werklozen minder hebben. Dit verslag bevat aanbevelingen voor economische strategieën om de crisis te boven te komen, en ik zou op de belangrijkste in willen gaan.

Ten eerste moet de sociale markteconomie worden versterkt, waarbij we beperking van de mededinging moeten vermijden, en de KMO's toegang tot kredieten moeten bieden. Ten tweede moeten we de KMO's belastingvoordelen en zelfs subsidies geven voor het behouden en creëren van banen. Ten derde moet er een nieuwe Small Business Act komen, met een sterkere sociale dimensie. Ten vierde moet er een Europees netwerk komen van ervaren adviseurs, die hun kennis kunnen verspreiden. Ten vijfde is innovatie de krachtigste motor voor economische groei. Industrie en innovatie horen onlosmakelijk bij elkaar, dat is fundamenteel. Ten zesde moeten er nieuwe partnerschappen komen tussen de industrie en de academische wereld. Tot slot moet er een onderwijsstelsel komen dat gebaseerd is op de vraag op de arbeidsmarkt, maar ook nieuwe kwalificaties voor nieuwe banen te bieden heeft.

 
  
MPphoto
 

  Liisa Jaakonsaari (S&D).(FI) Mijnheer de Voorzitter, Commissievoorzitter Barroso zei in het begin dat het economisch bestuur zich zo enorm snel heeft ontwikkeld, dat nog maar twee jaar geleden niemand dat zelfs had kunnen voorspellen. Dat klopt, en daarom is het altijd goed te bekijken of de trein zich op het juiste spoor bevindt, als snelheid geen doel op zich is. In het verslag-Berès wordt deze analyse gemaakt en dat is uitstekend.

Nu de commissie van mevrouw Berès haar werk voortzet, is het ook goed te luisteren naar mensen die anders over het economisch beleid denken, zoals Nobelprijswinnaar Paul Krugman. Hij ziet de ministers van Financiën als medicijnmannen die arbeidsplaatsen op het altaar offeren. Wij zouden naar mensen als hij moeten luisteren als wij in plaats van een ingebeelde economie een reële economie willen hebben. Wij moeten dan ook naar de indicatoren van de reële economie kijken, namelijk naar werkgelegenheid en armoede.

Ik was teleurgesteld over het voorstel van de heer Schmidt om overdrachtsbelasting niet in heel Europa uit te proberen en in te voeren. Dat is een grote teleurstelling, vooral omdat zijn conclusie "meer Europa" was.

 
  
MPphoto
 

  Iliana Ivanova (PPE) . – (BG) In het verslag van de tijdelijke commissie Financiële en economische crisis vragen we boven alles om een Europees antwoord, sterk politiek en intellectueel leiderschap met een Europese dimensie, en verreikende integratie en voltooiing van de interne Europese markt, die gunstig is voor de Europese burgers.

We hebben een compromis van het allergrootste belang bereikt inzake cruciale kwesties als het stabiliteits- en groeipact, de daaraan verbonden strafmechanismen, de weg van de structurele hervormingen, de consolidatie van de begroting en de strategische investeringen van de Europese Unie. De prioritaire acties die van bijzonder belang zijn, hebben onder andere te maken met het cohesiebeleid en de kleine en middelgrote ondernemingen.

Het cohesiebeleid moet een van de hoofdpijlers van ons economisch beleid zijn. Het zal de ontwikkeling van energie-efficiëntie en trans-Europese netwerken ondersteunen, die op hun beurt de Europese economie nieuwe kracht zullen geven en haar duurzame groei zullen bevorderen. De kleine en middelgrote ondernemingen zijn op hun beurt van essentieel belang voor onze toekomstige ontwikkeling, groei en voorspoed. Er moet een nieuwe definitie van kleine en middelgrote ondernemingen worden gemunt, die ook kansen zal bieden voor zowel een meer doelgericht beleid dat ondernemerschap steunt, als het nemen van gepaste maatregelen om de administratieve last en bureaucratie terug te dringen.

Ik hoop oprecht dat onze voorstellen en aanbevelingen in concrete acties van de Europese Commissie en vooral ook van de lidstaten weerspiegeld zullen worden, omdat we geen tijd te verliezen hebben. We zijn onze burgers een passend, snel antwoord schuldig, zodat we sneller en sterker uit de crisis kunnen komen.

 
  
MPphoto
 

  Ivailo Kalfin (S&D) . – (BG) De economische crisis heeft sommige lidstaten harder getroffen dan andere. De verschillen strekken zich echter niet uit voorbij de grenzen van de eurozone, wat men vanuit economisch perspectief misschien zou verwachten. Helaas heeft de eenheidsmunt tot nu toe niet tot economische convergentie geleid. Sterker nog, precies het omgekeerde is gebeurd. Er bestaan momenteel veel meer verschillen tussen de landen van de eurozone dan er waren toen de euro werd ingevoerd. Dat is buitengewoon gevaarlijk.

De indicatoren van het stabiliteits- en groeipact zijn duidelijk niet nauwkeurig en werken niet. Dat is de reden waarom het automatisch opleggen van sancties op zichzelf geen positieve resultaten zal opleveren. Dat zal zelfs minder effect hebben op alle 27 lidstaten van de Europese Unie. Er zou zelfs precies het tegenovergestelde kunnen gebeuren, gezien de vastliggende economische modellen die doelen op zich zijn geworden, waardoor er nieuwe problemen ontstaan.

De oplossing is duidelijk. De economieën van de lidstaten moeten zo veel mogelijk convergeren, zodat dezelfde maatregelen kunnen worden gebruikt om overal tot dezelfde resultaten te komen. Dit betekent meer EU-breed beleid, meer instrumenten voor de Europese instellingen, een hogere begroting en een grotere begrotingsonafhankelijkheid voor de Europese Unie, onder andere door het percentage eigen inkomsten te verhogen.

 
  
MPphoto
 

  Frank Engel (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, de crisis is nog lang niet voorbij en de onrust in landen zoals Frankrijk getuigt hiervan. In Europa lijkt het vooral een integratiecrisis te zijn geworden. Dit wordt eens te meer bewezen door de 'deal van Deauville' die de communautaire methode ondermijnt en de grootheidswaan van een aantal lidstaten weerspiegelt. Immers, welk land is uiteindelijk nog groot?

Ik meen dat Europa in 2050 nog zes of zeven procent van de wereldbevolking zal uitmaken, met een afkalvende economische macht. Zullen wij de uitdagingen van de internationale concurrentie kunnen aangaan door onszelf te blijven beconcurreren of eerder door ons te onderwerpen aan de discipline van de communautaire methode en samen te werken? Europa heeft hiervoor nieuwe, innoverende middelen nodig. De discussie over de toekomstige financiële vooruitzichten is een goede gelegenheid om hierover van gedachten te wisselen en deze middelen vrij te maken: op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, maar ook op dat van de dienst voor extern optreden.

Wat heeft het voor nut een 28e Europees corps diplomatique te creëren, als dit gewoon wordt toegevoegd aan de reeds bestaande, zonder dat deze worden uitgedund? Wij zouden dit moeten doen om de lidstaten wat speling te geven met het oog op consolidatie en we zouden Europa de middelen moeten verstrekken die het nodig heeft om eindelijk beleid te kunnen voeren dat iets betekent voor onze burgers. Dit is wat zij van ons verlangen.

 
  
MPphoto
 

  Burkhard Balz (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, op grond van het debat van vanochtend, kan geconstateerd worden dat wij in de afgelopen maanden nogal wat werk verzet hebben. Naar mijn idee mag dat in alle onbescheidenheid wel eens gezegd worden. Ook in de Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis is in het afgelopen jaar veel werk verzet. Dat blijkt alleen al uit de 1 600 amendementen die naar aanleiding van het oorspronkelijke ontwerpverslag zijn ingediend. Het bestaan van die commissie is inmiddels met nog een jaar verlengd. Vanuit mijn optiek is dat volledig terecht. De crisis is absoluut nog niet voorbij. Ierland is nog maar net aan een faillissement ontsnapt, de overheidsbegroting in Griekenland is nog lang niet op orde en de situatie in het algemeen geeft nog geen enkele aanleiding om het signaal op "veilig" te zetten. Daarom moeten de hervormingen op het gebied van het financieel beleid voortgezet worden. Het is nog te vroeg om het debat over de oorzaken van de crisis en de daaruit voortvloeiende maatregelen nu al te beëindigen.

Het zou dan ook verkeerd zijn om de werkzaamheden van de Crisiscommissie als het ware als afgerond aan te merken en haar mandaat in te trekken. Wij moeten veeleer op basis van de resultaten die tot nu toe zijn bereikt, onze werkzaamheden voortzetten. Dat is de reden dat ik van mening ben dat het onderhavige tussentijdse verslag door iedereen gesteund zou kunnen worden. Dat blijkt ook uit het brede draagvlak dat er in de Crisiscommissie bestaat. Uiteraard zou de tekst op bepaalde plaatsen nog scherper en compacter geformuleerd kunnen worden, maar wij moeten niet uit het oog verliezen dat het om een tussentijds verslag gaat.

Veel belangrijker dan de formulering van afzonderlijke passages is met name dat wij in de tweede helft van het mandaat van deze bijzondere commissie ook voortbouwen op het voorbereidende werk dat wij tot nu toe hebben verzet. Wij moeten ons afvragen waar en hoe wij de discussies in de Crisiscommissie kunnen gebruiken om de komende debatten van de wetgevende commissies te ondersteunen.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Cancian (PPE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, ik heb vanochtend zeer aandachtig naar de verschillende interventies geluisterd, maar ik geloof dat we een en ander moeten verduidelijken en een onderscheid moeten maken tussen enerzijds onze instrumenten – die in mijn ogen overigens duidelijk omschreven en gericht zijn – en onze strategie en anderzijdse onze interne eenheid als Europese Unie.

Wat betreft onze instrumenten geloof ik dat we beslissende stappen vooruit hebben gezet en dat we dus de goede kant uitgaan. Wat ik niet begrijp is onze strategie, oftewel: staan we allemaal op één lijn? Want we hebben altijd gesproken over stabiliteit, maar het moment is nu aangebroken – sterker nog, dat was het al – om het over groei te hebben. En dus ga ik volledig akkoord als er over stabiliteit en opofferingen gesproken wordt, maar als we ons niet tegelijkertijd op groei richten, door middel van het scheppen van werkgelegenheid – een cruciaal onderwerp in deze periode – denk ik niet dat we goed werk zullen verrichten.

Ik denk dat voorzitter Barroso hieraan herinnerd moet worden. Hij heeft hier kortgeleden de Staat van de Unie uitgesproken, en daarbij duidelijk de strategie van de Unie met betrekking tot de financiële markt uitgelegd. Vanochtend heb ik niemand over deze strategie horen praten.

Tot slot wil ik nog opmerken dat het willen camoufleren van de duidelijk aanwezige anarchie tussen de lidstaten met het subsidiariteitsbeginsel – dat te vaak en veelal op onzinnige wijze wordt gebruikt – een onvergeeflijke fout zou zijn.

 
  
MPphoto
 

  Arturs Krišjānis Kariņš (PPE).(LV) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, leden van de Raad, de afgelopen twee jaar hebben veel mensen in de Europese Unie het als rechtstreeks gevolg van de crisis zwaar te verduren gehad. In mijn eigen land, Letland, hebben heel wat mensen het ook zwaar. Er is sprake van een omzetdaling van 20 procent en stijging van de werkloosheid van eenzelfde omvang. Mijn landgenoten hadden er begrip voor dat deze buitengewone omstandigheden vroegen om buitengewone oplossingen. Wat zijn deze oplossingen geweest? Om onze overheidsfinanciën op orde te krijgen, hebben de inwoners van mijn land, de Letten, een salarisverlaging van meer dan 30 procent gekoppeld aan belastingverhogingen gelaten over zich heen laten komen, met als resultaat een stabilisering van de financiële toestand in Letland. Vanwaar dan mijn verontwaardiging? Ik ben verontwaardigd als ik lees dat Duitsland en Frankrijk het financiële toezicht in de Europese Unie niet willen versterken maar juist willen verzwakken. Wil dat dan zeggen dat de inspanningen van mijn landgenoten vergeefs zijn geweest? Dames en heren, we mogen niet toestaan dat enkele grote lidstaten de overhand krijgen en ervoor kiezen op dezelfde onverantwoordelijke wijze door te gaan. We moeten het voorstel van de Commissie versterken, zodat we in Europa een krachtig financieel toezicht vorm kunnen geven. Ik dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat we over één ding duidelijk moeten zijn, namelijk dat de wereldwijde economische crisis met name gericht is op de economieën van de VS en Europa. Er vindt veel groei plaats in andere delen van de wereld, maar niet in Europa en niet in de VS. Dat is hoofdzakelijk geworteld in overmatige uitgaven en een tekort aan groei. Dat is naar mijn mening een van de belangrijkste uitdagingen.

We moeten de groei snel weer op gang brengen, maar daarvoor is stabiliteit in de overheidsfinanciën nodig. Daarom vind ik het zorgwekkend – naast wat er al is gezegd door eerdere sprekers – dat sommige Europese leiders het nu hebben over lossere en flexibelere regels met betrekking tot het stabiliteitspact en zich uitspreken voor aanpassing van het Verdrag. Ik denk niet dat Europa zit te wachten op tien jaar overleg over wijzigingen in het Verdrag. Dat is eerder een beleid voor desintegratie dan voor integratie en concurrentievermogen.

We moeten het stabiliteitspact versterken met zo veel mogelijk automatische sancties. We moeten ervoor zorgen dat de begrotingstekorten worden teruggedrongen, in goed vertrouwen en in goede orde, en tegelijkertijd hervormen om onszelf open te stellen voor meer economische groei – de Europese grenzen openen en openstaan voor meer concurrentie. Dat is de weg die we moeten volgen en daarvoor moeten we ons sterk maken in de G20. Dat is ook de doelstelling van de Europese agenda.

 
  
MPphoto
 

  Theodoros Skylakakis (PPE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, in het verslag-Berès over de economische crisis, waar ons debat van vandaag ook over gaat, wordt in punt 32 opgemerkt dat bepaalde lidstaten – en hier wordt kennelijk ook mijn land, Griekenland, mee bedoeld – vooralsnog niet de mogelijkheid hebben om werkelijk herstelplannen te ontwikkelen, en dat tot 2012 alle opties zich beperken tot het terugdringen van de overheidsuitgaven, het verhogen van de belastingen en het verminderen van de schuld. Deze bevindingen zijn van grote betekenis voor Griekenland en andere landen, omdat er in Griekenland krachten zijn die precies het tegendeel beweren.

Persoonlijk zou ik deze bevindingen van het verslag-Berès willen onderschrijven, aangezien in landen met een zeer groot tekort en een zeer grote schuld, en met name in landen die geen toegang meer hebben tot de internationale kapitaalmarkt, herstel alleen mogelijk is als het tekort wordt verminderd. Er is geen andere weg. Als je het tekort niet vermindert, heb je geen toegang tot de internationale markten. Als je geen toegang hebt tot internationale markten, komt er geen herstel. Het is een bittere pil, met name voor de burgers, maar we moeten de moed hebben om de burgers de waarheid te vertellen.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zal het bij één minuut houden. Er zijn hier vandaag twee uitspraken gedaan waarop ik wil ingaan. Eén van Danuta Hübner, die zei dat Europa niet in een vacuüm bestaat, en de andere van de heer Chastel, die zei dat het niet zo kan zijn dat Europa als enige concessies doet.

Ik denk dat het tijd is dat de Europese Unie zich hard opstelt, vooral tegenover de landen van de G20 en de Verenigde Naties. We verkeren in de situatie dat we elf procent werkloosheid, twintig procent jeugdwerkloosheid, enorme staatsschulden en miljoenen mensen onder de armoedegrens hebben en als de andere landen van de wereld niet bereid zijn mee te delen in deze last, dan moeten wij zeggen dat we niet zullen toestaan dat onze landen hun concurrentievermogen verliezen en dat de armoede in de Europese Unie toeneemt.

Ten tweede wil ik zeggen dat we in Europa niet alleen met één stem moeten spreken, maar ook als één lichaam moeten optreden; de zelfbenoemde raad van bestuur die hier vanochtend werd genoemd, mag niet zo door blijven gaan. Zij hebben de mogelijkheid om hun zaak voor te leggen aan de Raad.

 
  
MPphoto
 

  Jan Kozłowski (PPE). - (PL) Om te beginnen wil ik mijn tevredenheid uitspreken over het verslag betreffende verbetering van het EU-kader voor economisch bestuur en stabiliteit, en mijn waardering uiten voor het uitstekende werk dat is verricht door de rapporteur, de heer Feio. Ik ben ervan overtuigd dat nieuwe initiatieven zoals het pakket voor financieel toezicht en het Europees semester, zullen helpen om in de toekomst crisissituaties te voorkomen of in ieder geval de gevolgen ervan te beperken.

Ik ben echter van mening dat continuering van maatregelen die gericht zijn op verbeterde coördinatie en verhoogde transparantie van politieke strategieën in verband met de economieën van de lidstaten, de kern van de zaak is. Ik wil daarbij het belang benadrukken van het creëren van een goed kader voor budgettaire samenwerking op EU- en lidstaatniveau, inclusief de koppeling van uitgavencategorieën uit de nationale begrotingen met die uit de EU-begroting. Hierdoor wordt het mogelijk om diepgaande en systematische analysen van de Europese overheidsuitgaven uit te voeren.

 
  
MPphoto
 

  Gilles Pargneaux (S&D).(FR) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen zou ik kort iets willen zeggen over de Frans-Duitse voorstellen. Ik denk dat wij uiteindelijk positief moeten reageren. Wij zeggen vaak dat we sinds 2007 geen Frans-Duitse motor meer hebben. Tegelijkertijd valt het te betreuren dat er voor Frankrijk een zekere mate van onderwerping in deze Frans-Duitse voorstellen aanwezig is, aangezien zij bedoeld zijn om Frankrijk, gezien zijn slechte financiële en economische staat, uit de problemen te houden.

Verder moet er ook op worden gewezen dat deze voorstellen, in tegenstelling tot het verslag-Berès, geen positieve suggesties omvatten waardoor wij daadwerkelijk een echt economisch bestuur binnen de Europese Unie zouden kunnen hebben.

 
  
MPphoto
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D). - (SK) Crisis is een heel complex fenomeen, maar vanwege de beperkte tijd maak ik slechts een paar opmerkingen.

Ten eerste wordt er in de nationale economieën te veel nadruk gelegd op het criterium van de staatsschuld, terwijl andere indicatoren even belangrijk zijn. Bovendien is een staatsschuld in tijden van crisis tot op zekere hoogte onvermijdelijk, omdat de regeringen tekorten in de particuliere sector moeten compenseren met economische activiteit in de publieke sector, namelijk door overheidsprikkels te geven aan de publieke sector, waardoor de groei van de werkloosheid kan worden vertraagd. Dit komt, dames en heren, doordat we door al deze cijfers de mensen vergeten die deze crisis niet hebben veroorzaakt; we vergeten de werkloosheid en de verergerende sociale situatie. Ik wil ook wijzen op het feit, dat zonder centrale coördinatie van het economisch beleid binnen heel Europa en regulering van de financiële sector het moeilijk zal zijn om uit deze crisis te komen.

Tot slot heb ik nog een laatste oproep of verzoek. Commissaris, al enkele jaren heb ik er herhaaldelijk toe opgeroepen daadwerkelijk actie te ondernemen om de situatie betreffende belastingparadijzen op te lossen.

 
  
MPphoto
 

  Anneli Jäätteenmäki (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik stel voor dat we in de toekomst één vertegenwoordiger hebben voor economische aangelegenheden. We zouden een hoge vertegenwoordiger voor economische zaken moeten hebben zoals we die ook hebben voor buitenlandse zaken. In de toekomst zouden we de functies van de heer Rehn en de heer Barnier kunnen samenvoegen.

Een andere kwestie: het is jammer dat we niet met één stem kunnen spreken tijdens de bijeenkomsten van de G20. De Europese Unie helpt Frankrijk, Sarkozy en de voorzitter van de G20. In de toekomst zou de Europese Unie één post, één persoon bij deze bijeenkomst moeten hebben en zouden we met één stem moeten spreken.

 
  
MPphoto
 

  Sven Giegold (Verts/ALE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, gisteravond tijdens de persconferentie had ik echt met de heer Rehn te doen, toen ik zag hoe hij zijn overeenkomst moest presenteren, die bepaald niet alleen op zijn voorstellen was gebaseerd. Na wat we hebben geleerd van het toezichtpakket hebben we volgens mij gezien hoe het Parlement en de Commissie kunnen samenwerken om een goed resultaat te bereiken. Dat moeten we nu ook doen.

Als we kijken naar de procedures voor tekorten en schulden en naar uw goede voorstellen met betrekking tot macro-economische onevenwichtigheden, is het voor een goede overeenkomst echt cruciaal dat landen met zowel overschotten als tekorten hun steentje bijdragen om de euro weer op de rails te krijgen. Ik kan alleen maar zeggen dat een meerderheid in dit Huis bereid is uw voorstellen te steunen.

 
  
MPphoto
 

  Miguel Portas (GUE/NGL).(PT) Mijnheer de Voorzitter, de Frans-Duitse raad van bestuur zit niet meer in de zaal, dus zal ik mijn drie vragen over de recente stortvloed van boetes direct aan de Commissie en de Raad stellen.

Mijn eerste vraag gaat over het voorstel voor een deposito waarop rente moet worden betaald: hoe kunt u in hemelsnaam verdedigen dat je een tekort op een ander tekort moet opstapelen om het tekort te bestrijden?

De tweede vraag gaat over het eventueel opschorten van de Structuurfondsen, wat er alleen maar toe zou leiden dat de groei op de middellange en lange termijn in gevaar zou komen, wat de rente op de schuld zou verhogen, en dus ook het tekort op de korte termijn.

Dan rest mij nog mijn derde vraag: wat vindt u van boetes voor domheid en voor de zonde van hoogmoed?

 
  
MPphoto
 

  Andrew Henry William Brons (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, er is ons economische groei beloofd, maar de concurrentie van ontwikkelingslanden waarmee Europese landen te maken hebben, zal leiden tot vernietiging van de productiebases en -banen in onze landen.

We kunnen alleen met hen concurreren door de levensstandaard van onze arbeiders te verlagen. We moeten globalisme afwijzen, onze economieën beschermen en ophouden met het sterker maken van onze concurrenten.

Er is ons beter economisch bestuur in Europa beloofd. Maar de economieën van de lidstaten zijn heel verschillend en er is niet één recept dat geschikt is voor 27 verschillende landen. Elk land moet de vorm van bestuur bepalen die het nodig heeft.

De economische crisis is begonnen met de activiteiten van de banken, maar de reactie van de regeringen is geweest om hen te hulp te schieten. We moeten controle krijgen over de kredietscheppende activiteiten, d.w.z. de activiteiten waarmee de banken geld verdienen. De banken moeten onze economieën dienen en we mogen ze niet toestaan hun eigen agenda te volgen en ze mogen al helemaal niet met voorrang begunstigd worden.

 
  
MPphoto
 

  Alajos Mészáros (PPE). (HU) We hebben de grootste sociale- en economische crisis in de geschiedenis van de Europese Unie doorgemaakt, waarvan de belangrijkste oorzaken onder andere mondiale ongelijkheid, lakse financiële regelgeving en het tolerante monetaire beleid van de Verenigde Staten zijn. Ik denk dat de Europese Unie wat aan de late kant was met haar antwoord op de gevolgen van de crisis. De eerste reacties van de lidstaten waren niet op elkaar afgestemd. In de toekomst moeten we voor de aanpak van crisistijden beschikken over de juiste mechanismen voor economisch bestuur. In het belang van onze veiligheid moeten we zien te bereiken dat de Europese Unie op haar eigen kracht kan steunen. Mijns inziens is het werk van de Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis nog nodig, want de crisis is nog niet ten einde en de situatie van de financiële markten heeft zich nog niet gestabiliseerd. De lidstaten moeten hun begrotingsbeleid op elkaar afstemmen en dit met elkaar delen. De interne markt is een van de onontbeerlijke stuwende krachten van groei en daarom moet de EU 2020-strategie zich op langetermijninvesteringen en werkgelegenheid richten. De positie van kleine en middelgrote ondernemingen moet worden versterkt, aangezien het cruciale werk dat daar wordt verricht de motor is van onderzoek, innovatie en groei.

 
  
MPphoto
 

  Antigoni Papadopoulou (S&D). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie bevindt zich werkelijk op een kruispunt. De internationale economische crisis heeft de ontwikkeling afgeremd en de werkloosheid, de armoede, de maatschappelijke uitsluiting doen toenemen. De reddingsmaatregelen waren positief, ondanks de ernstige beperkingen. Het is echter overduidelijk dat we meer communautaire solidariteit en coördinatie van de nationale herstelplannen nodig hebben.

Het Europees Parlement verlangt van de Commissie meer Europa, minder bureaucratie, ondersteuning van de kleine en middelgrote ondernemingen, meer banen, meer middelen voor de financiering van projecten in gevoelige sectoren, een sterker regelgeving-, toezicht- en coördinatiesysteem voor het economisch, fiscaal en sociaal beleid van de Europese Unie.

Ook ik steun de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Monetair Fonds voor een doelmatige controle van het Europees economisch bestuur. Tot slot ben ik trots op de Cypriotische Nobelprijswinnaar Christoforos Pissalidis en wil ik het Europees Parlement vragen hem uit te nodigen om zijn opvattingen over de aanpak van de werkloosheid en de huidige uitdagingen uiteen te komen zetten.

 
  
MPphoto
 

  Philippe Lamberts (Verts/ALE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de Commissie en de Raad alleen maar meedelen wat voor ons de drie tekortkomingen zijn van het project inzake het Europees bestuur.

Ten eerste is er sprake van bijzonder strenge regels met betrekking tot tekorten en schulden en een uiterst soepele discipline ten aanzien van investeringen, en ik denk hierbij aan Europa 2020. Op beide gebieden moet de discipline echt even streng zijn, omdat de economie niet zal aantrekken door alleen bezuinigingen.

Ten tweede is het duidelijk dat als we echt controle willen hebben over de uitgaven, er ook moet worden gezorgd voor de noodzakelijke inkomsten. Zoals ik al vaak heb onderstreept, kunnen de begrotingen onmogelijk worden gecoördineerd als de belastingen dit niet ook worden.

Ten derde is er het 'democratisch tekort', iets wat me vooral opvalt in de voorstellen van de taakgroep. Het is duidelijk dat voor deze laatste het Parlement gewoonweg niet bestaat, hetgeen ik onaanvaardbaar vind.

 
  
MPphoto
 

  Constance Le Grip (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik spits mijn interventie toe op de voorbereiding van de komende G20-toppen. De voorgaande sprekers hebben alles al gezegd over het Europees economisch bestuur, de noodzaak om zowel dit bestuur als het stabiliteits- en groeipact te versterken en het Europees Parlement en natuurlijk ook de nationale parlementen meer bij dit proces te betrekken.

Ik wil het kort hebben over twee uitdagingen voor onze naties en de G20-leden, waarvan ik denk dat ze bij de komende G20-bijeenkomsten aan bod moeten komen.

Ik doel hierbij op de valutaoorlog en de instabiliteit van de grondstoffenprijzen. Wat deze twee punten betreft – die een echte bedreiging vormen voor de mondiale groei en zorgen voor grote onevenwichtigheden op onze planeet – moet de Europese Unie zich rond gemeenschappelijke standpunten scharen, opdat zij met één stem kan spreken tijdens de komende G20-toppen, die van Seoul en de erop volgende, en meer in het algemeen op het wereldtoneel.

 
  
MPphoto
 

  Petru Constantin Luhan (PPE).(RO) De gevolgen van de crisis lijken op het ogenblik verre van voorbij te zijn. Daarom wil ik u in dit verband herinneren aan de belangrijke rol van het economische en sociale cohesiebeleid en, niet het minste, aan de absolute voorwaarde die dit beleid vertegenwoordigt.

Dit beleid is een sleutelonderdeel geworden van het economisch herstelpakket. Het verschaft meerwaarde en ondersteunt de inspanningen ter bevordering van modernisering en duurzame economische groei, en is tegelijkertijd een uiting van Europese solidariteit. Ik denk dat we allereerst grote investeringen nodig hebben in elke vorm van infrastructuur, of het nu om vervoer, energie of telecommunicatie gaat. We hebben behoefte aan aanzienlijke kapitaalinvesteringen vanuit verschillende publieke en private financieringsbronnen, alsmede door middel van publiek-private partnerschappen, waarvan de mogelijkheden mijns inziens nog niet volledig worden benut.

 
  
MPphoto
 

  Rachida Dati (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil om te beginnen graag onze collega, de heer Feio, feliciteren met zijn uitstekende verslag en de ambitieuze voorstellen die het bevat. Dit toont ook aan dat het Europees Parlement zijn plaats ten volle inneemt in een debat dat van doorslaggevend belang is voor de toekomst van Europa, hetgeen wij natuurlijk toejuichen.

Bovendien heeft de Griekse crisis aangetoond welke tekortkomingen het economisch bestuur van de Europese Unie ondermijnen. Ik neem op dit punt dan ook nota van het voorstel van de heer Feio om een permanent mechanisme vast te stellen met het oog op de financiële stabiliteit. We moeten het probleem ook bij de wortel aanpakken.

Ik denk dat de oplossing hiervoor tevens ligt in de versterking van het stabiliteits- en groeipact en met name van de sancties. Dit is noodzakelijk als we de budgettaire situatie van de lidstaten duurzaam willen saneren, een niet altijd populaire ingreep. Het is lastig, maar we hebben geen keus.

 
  
MPphoto
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. – (LT) De financiële, economische en sociale crisis heeft elke burger van Europa geraakt. In deze moeilijke tijden blijkt echter heel duidelijk dat de verschillende nationale economische herstelplannen slecht worden gecoördineerd en niet doelmatig genoeg zijn. Bovendien hebben bepaalde lidstaten geen reële kans gehad om een werkelijk nationaal economisch herstelplan te ontwerpen, met inbegrip van maatregelen om de groei en de werkgelegenheid te stimuleren, omdat ze tijdens de recessie de overheidsuitgaven nog verder hebben verlaagd en de belastingen hebben verhoogd om de staatsschuld terug te dringen. Helaas gaat dit in enkele lidstaten ten koste van gewone mensen. Ik wil ook wijzen op het feit dat de crisis heel duidelijk de sociale ongelijkheid tussen verschillende sociale groepen aan het licht heeft gebracht. Zo lopen vrouwen een veel groter risico dan mannen om onder de armoedegrens te belanden. De Europese Unie moet daarom lering trekken uit deze crisis en de initiatieven die ze heeft aangenomen, ten uitvoer leggen door gezamenlijk optreden met de lidstaten te coördineren.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, wij hebben nog maar net de financiële haaien van het beurzenmonopolie half gereguleerd, of wij worden geconfronteerd met het probleem van een mondiale strijd om valuta's te devalueren, een strijd die ondanks de recente, kleine tegemoetkoming van China nog steeds niet is afgewend. Een devaluatie c.q. een interventie op de deviezenmarkt is in Europa weliswaar in de ban gedaan, maar als gevolg van de globalisering worden wij alsnog met dat probleem opgezadeld. De Verenigde Staten willen de staatschulden terugdringen, Japan wil de conjunctuur een impuls geven en China wil de uitvoer ondersteunen. En niet alleen Europa, maar ook andere landen ondervinden natuurlijk de nadelen van dit softe valutabeleid van de genoemde economische grootmachten. Ik vind dat dit onderwerp dan ook hoog op de agenda moet staan van de komende G20-top.

Het is immers eenvoudig om de wereldmarkt met goedkope importproducten uit China te overspoelen wanneer de Chinese munteenheid kunstmatig ondergewaardeerd wordt. Door dergelijke langdurige acties wordt de marktwerking verstoord – het gaat overigens om een zeer gevaarlijk spel, waardoor in het ergste geval de totale wereldeconomie onderuit kan gaan.

Zelfs als de vooruitzichten op een succesvol resultaat twijfelachtig zijn, is het noodzakelijk om de plannen voor een belasting op financiële transacties tijdens de G20-top aan de orde te stellen.

 
  
MPphoto
 

  Pervenche Berès, rapporteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de sprekers graag bedanken voor hun bijdragen. Ik wil graag reageren op een aantal van deze toespraken.

Om te beginnen op die van de heer Zīle. Ik denk dat zijn opmerkingen bijzonder belangrijk zijn wanneer wij de hervorming van het cohesiebeleid aanpakken. We moeten de balans opmaken van dit cohesiebeleid, nagaan of, in de jaren na de toetreding, inderdaad is gebleken dat de interne onevenwichtigheden deels konden worden gecorrigeerd door middel van deze fondsen, waarbij we de nodige objectiviteit betrachten teneinde hieruit lering te trekken voor de toekomst.

Veel collega's hebben gesproken over de vertegenwoordiging van de Europese Unie en het wereldbestuur – waarvoor dank. Dit is geheel en al een strategisch punt voor onze Europese Unie, op een moment – nogmaals – waarop een valutaoorlog op het punt van uitbreken lijkt te staan. Wij moeten de stemmen van de Europeanen zowel binnen als buiten de EU verenigen. Op basis van onze interne sterkte moeten we krachtig en als eenheid naar buiten treden in onze vertegenwoordigingen.

In reactie op hetgeen mijn collega, de heer Goebbels, heeft gezegd: nee, de G20 is inderdaad niet de oplossing die wij in fine aspireren voor een wereldbestuur, waarbij iedereen zijn plaats kan hebben en waardoor we kunnen beschikken over de voor ons noodzakelijke arbitrage-instanties. In reactie op de interventie van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, gisteren, moeten wij onze toekomstige koers binnen de VN volgen, door middel van een diepgaande hervorming van deze instantie en haar bestuur.

Tot slot, mijnheer de Voorzitter, ter afsluiting van dit debat nog een opmerking over de overheidsinvesteringen, in reactie op de woorden van mijn collega, de heer Lamberts. In ons verslag verzoeken wij de Commissie jaarlijks een beoordeling te maken van de behoefte aan overheids- en particuliere investeringen en dringen wij erop aan dat er een scorebord komt waardoor wij effectief kunnen beschikken over een investeringsstrategie voor de lange termijn in dienst van de werkgelegenheid – en dus de Europese burgers –, een strategie die gebaseerd is op een duurzame visie en op solidariteit, dat een kernbegrip vormt van de Europese Unie.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Diogo Feio, rapporteur.(PT) Mijnheer de Voorzitter, allereerst zou ik alle leden willen bedanken die een bijdrage hebben geleverd, ook diegenen die in dit debat nog niet aan de beurt gekomen zijn. Nu is het moment gekomen om de daad bij het woord te voegen. Van nu af aan, vanaf deze stemming – en hopelijk zal een meerderheid voorstemmen – heeft het Parlement een eigen standpunt over de kwestie van het economisch bestuur. Dat standpunt zal geïnspireerd zijn door de geest van de Unie: meer transparantie en meer openheid. Het zal betekenen dat we pleiten voor economisch bestuur als doel voor de groei van alle 27 lidstaten van de Europese Unie, en voor betere onderlinge coördinatie, met een sterkere mate van economische en monetaire unie.

Kortom, we pleiten voor een Europa van meer solidariteit, een goed voorbereid en efficiënt Europa, een Europa voor iedereen, een koor waarin iedereen meezingt, met de eigen stem, maar uit hetzelfde psalmboek; een Europa waarin de Raad, de Commissie en het Parlement een standpunt hebben. In het Europa van het economisch bestuur worden geen toppen met twee deelnemers georganiseerd, dit is een Europa waarin de instellingen – inclusief het Europees Parlement, maar ook de burgers – hun stem laten horen.

Het is duidelijk dat dit Parlement en de parlementen van de lidstaten in dit verband een essentiële rol moeten spelen. Ze moeten hun eigen visie hebben op het nodige macro-economische toezicht op de lidstaten, ze moeten een eigen geluid laten horen over de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie, en ze moeten de nodige aandacht besteden aan de kwestie van het versterken van het stabiliteits- en groeipact. Het Parlement heeft een hele serie voorstellen voor de andere instellingen in petto.

Mijnheer de Voorzitter, hier laat ik het bij. Het moment is gekomen voor een intensief debat en voor eenheid over de kwesties die hier aan de orde zijn.

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil beginnen met de rapporteurs Berès en Feio en de geachte Parlementsleden te bedanken voor dit zeer solide en belangrijke debat.

Het doet mij genoegen dat het aantal bijdragen overeenstemt met het belang van de zaken die besproken zijn. Ik wil een aantal opmerkingen maken over en reacties geven op het debat en de verslagen, waarbij ik allereerst naar de internationale context zal kijken.

In de wereldeconomie steken de onevenwichtigheden van voor de crisis weer de kop op, en dit vormt een gevaar voor een duurzaam herstel en het creëren van banen. Het is derhalve van essentieel belang dat de G20, met eerst deze week de ministeriële bijeenkomst en daarna over twee weken de top, in staat is om een doeltreffende internationale coördinatie van het beleid tot stand te brengen om de wereldwijde groei weer in balans te brengen.

Alle landen moeten een rol spelen in het opnieuw tot stand brengen van dat evenwicht: landen met een overschot door middel van het stimuleren van de binnenlandse vraag, en landen met een tekort door te streven naar een toename van de export. Dit gaat om miljoenen banen in de economie wereldwijd en in de Europese Unie.

De Europese Unie werkt aan een stevig en stabiel financieel stelsel waarin wisselkoersen een weerspiegeling moeten zijn van de onderliggende economie. Dit is een essentieel onderdeel van de doelstelling van de G20 om de wereldwijde groei weer in evenwicht te brengen met het oog op duurzaam herstel en het creëren van banen.

Om dezelfde reden is het essentieel voor de EU om haar eigen economisch bestuur te hervormen en versterken. De door mevrouw Berès en de heer Feio voorbereide verslagen vormen in dit opzicht belangrijke bijdragen, en de wetgevingsvoorstellen van de Commissie zullen, zodra ze zijn goedgekeurd, zorgen voor een spectaculaire vooruitgang richting een werkelijke en effectief functionerende economische en monetaire unie.

Er zijn enkele vragen gesteld over het standpunt van de Commissie inzake heffingen en belastingen voor financiële instellingen. Ik heb dit besproken met president Barroso, en we denken dat het zinvol is om ons standpunt hierover te verhelderen omdat er over dit onderwerp een aantal verwarrende verklaringen is afgelegd.

We bevinden ons midden in een fundamentele hervorming van ons eigen financiële stelsel, en tegelijkertijd moeten we ook bij de G20 onze positie verstevigen. De Commissie heeft als eerste een voorstel ingediend over een stabiliteitsvergoeding of een bankenheffing, zodat het bedrijfsleven, het bankwezen en de financiële sector zullen bijdragen aan de kosten die door de crisis zijn ontstaan en aan de oplossing van toekomstige crises.

Dit voorstel ligt op tafel en wordt in enkele lidstaten al uitgevoerd.

Ten tweede wil de Commissie dat de financiële sector een rol speelt in het dekken van de kosten van de crisis, en daarom streven de EU en de Commissie ernaar zich in te spannen voor een mondiale belasting op financiële transacties.

Ten derde heeft de Commissie in de tussentijd als alternatief voor eigen middelen in de EU-begroting een voorstel ingediend waarbij de financiële sector een vergelijkbare bijdrage op EU-niveau moet leveren, zoals een belasting op financiële transacties.

Dit is ons standpunt. We hebben een bankenheffing of stabiliteitsvergoeding voorgesteld; we hebben de mogelijkheid geopperd van een belasting op financiële transacties als een bron voor eigen middelen; en als derde zijn we vastbesloten ons in te spannen voor een mondiale belasting op financiële transacties.

Het verslag van de heer Feio omvat een voorstel over het tot stand brengen van een Europees monetair fonds. De Commissie is voorstander van het tot stand brengen van een permanent mechanisme voor crisispreventie en crisisoplossing dat twee kanten, twee aspecten of twee dimensies heeft. Het accent moet liggen op zowel de preventie als de oplossing van crises, aangezien we beter het zekere voor het onzekere kunnen nemen.

Wat betreft het oplossen van de crisis hebben we al in mei duidelijk verklaard dat een solide kader voor crisisbeheersing voor de lidstaten van het eurogebied noodzakelijk is, en de Commissie is voornemens te zijner tijd voorstellen voor een permanent mechanisme voor crisisoplossing te ontwerpen.

Er zijn een aantal algemene beginselen naar voren gekomen, in het bijzonder dat crisispreventie en -oplossing hand in hand moeten gaan en dat mogelijke financiële hulp aan strikte voorwaarden moet voldoen.

Zo'n permanent mechanisme moet morele risico's tot een minimum beperken en lidstaten stimuleren om te streven naar een verantwoordelijk fiscaal beleid en investeerders aanmoedigen om zich te richten op verantwoordelijke leenpraktijken.

De heer Schmidt stelde een wijziging voor in de sanctieregeling met betrekking tot de vrijwillige bijdrage van lidstaten die niet tot het eurogebied behoren. U weet dat we in eerste instantie een regeling voorstellen voor de lidstaten van het eurogebied, en in de tweede fase voor alle 27 lidstaten. De Commissie kan deze wijziging, die erop gericht is om de lidstaten die niet tot het eurogebied behoren, op vrijwillige basis bij de sanctieregeling te betrekken, aanvaarden en goedkeuren.

We hebben met betrekking tot de taakgroep bevredigende vooruitgang geboekt en convergentie bereikt in de richting van de plannen van de Commissie om het economisch bestuur te versterken. Deze zijn vooral gericht op preventie en preëmptief optreden en leggen de nadruk op de houdbaarheid van de schuldenlast, het bereiken van overeenstemming over een methode om macro-economische onevenwichtigheden aan te pakken en het tot stand brengen van een effectief handhavingsmechanisme.

Hoewel er in de taakgroep sprake is van een convergentie van meningen in de richting van de voorstellen van de Commissie, is het gewone wetgevingsproces nog maar net begonnen. Tot dusver hebben we slechts het begin gezien. Misschien bevinden we ons aan het einde van de beginfase, maar nu begint het gewone wetgevingsproces pas, en het Europees Parlement speelt als medewetgever uiteraard een cruciale en beslissende rol.

We willen met u samenwerken, en we roepen de Raad en het Parlement op om voor de zomer van volgend jaar de wetgevingsbesluiten te presenteren, zodat het nieuwe systeem van economisch bestuur komende zomer, in 2011, in werking kan treden, wanneer de volgende belangrijke beoordeling van de doeltreffendheid van de genomen maatregelen plaatsvindt.

Hier speelt de geloofwaardigheid van de Europese Unie werkelijk een rol wat betreft het versterken van economisch bestuur, en ik ben het volledig met u eens dat het inderdaad te danken is aan de communautaire methode dat de Europese Unie goed functioneert en resultaat boekt.

Ik heb over dit onderwerp heel aandachtig naar u geluisterd. Ik waardeer uw sterke betrokkenheid bij de communautaire methode, zoals die vooral sprak uit de redevoeringen van de heer Daul, de heer Schulz, de heer Verhofstadt en de heer Cohn-Bendit, hoewel elegante retorische omschrijvingen als de "deal van Deauville" of het "casinocompromis" mij wat te ver gaan.

Laat ons nogmaals gezamenlijk aantonen dat we met de communautaire methode resultaten kunnen boeken, en gezien het nieuwe systeem voor economisch bestuur moet dit zelfs. Laat ons derhalve de krachtige monetaire unie aanvullen met een krachtige en doeltreffende economische unie om zo een echte en complete economische en monetaire unie tot stand te brengen.

 
  
MPphoto
 

  Olivier Chastel, fungerend voorzitter van de Raad. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zal het kort houden en bedank om te beginnen namens de Raad de twee rapporteurs, mevrouw Berès en de heer Feio. Zij symboliseren de betrokkenheid van het Parlement bij zo'n belangrijke kwestie als deze. Verder wil ik u zeggen dat ik u aanspoor tot een snelle analyse van de initiatieven op het gebied van het economisch bestuur – initiatieven van de Commissie die ons in staat zouden moeten stellen het Europees economisch bestuur te realiseren – en met name van het medebeslissingsbeginsel.

De Raad staat mijns inziens ter beschikking van het Parlement, zodat er concrete vooruitgang kan worden geboekt met betrekking tot deze voorstellen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag, woensdag 20 oktober, plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Paolo Bartolozzi (PPE), schriftelijk. (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, ik zou mijn waardering willen uiten voor de belangrijke bijdrage die men met dit werk probeert te doen, met de identificatie van een reeks maatregelen die het mogelijk maken de huidige crisis te boven te komen en mogelijke volgende crises te voorkomen.

Nadat de beperkingen van zelfregulering op verontrustende wijze duidelijk zijn geworden door de recente wereldwijde financiële crisis, wordt de keuze voor een controle van algemene aard steeds noodzakelijker. De huidige fase van economische en financiële instabiliteit, de ernstigste sinds decennia, heeft een dermate grootschalige werkgelegenheids- en sociale crisis voortgebracht dat doortastend optreden nodig is om een terugval te voorkomen en om prioriteit te geven aan de mogelijkheden die zich voordoen in een geglobaliseerde economie.

De crisis van de afgelopen jaren is voor het merendeel van de hoogontwikkelde economieën een zware beproeving geweest. Het herstel verloopt voor sommige landen nog steeds traag en de aanhoudende fragiliteit van de financiële markten maakt mondiale coördinatie en de keuze voor passende economische en industriële strategieën tot de sleutelaspecten in de strijd tegen de financiële crisis. Mondiaal toezicht zou de stabilisatie van solide financiële markten moeten bevorderen en het huidige herstel moeten ondersteunen, waarmee een sterke groei van de werkgelegenheid en het arbeidscijfer moet worden gegarandeerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Băsescu (PPE), schriftelijk.(RO) De huidige economische crisis toont aan dat het thans in de EU gehanteerde model voor het economisch bestuur niet goed genoeg gewerkt heeft en niet tot volledige convergentie tussen de lidstaten heeft geleid. Deze situatie vraagt om verbeteringen in het economische kader en de ontwikkeling van ambitieuze controle-instrumenten die duidelijker gedefinieerd zijn en gerichter werken. Het is van cruciaal belang dat de lidstaten zich houden aan de verordeningen en besluiten die op Europees niveau zijn vastgesteld, vooral die welke betrekking hebben op het stabiliteits- en groeipact. Vanuit die gedachte verwelkom ik het initiatief van de heer Feio, dat is bedoeld om acties aan te moedigen zoals het opzetten van meer controles en het nauwkeuriger volgen van trends in overheidsschulden en -inkomsten.

Tot besluit wil ik hieraan toevoegen dat de Roemeense regering onlangs haar begrotingsstrategie voor 2011-2013 heeft vastgesteld, waarin de maatregelen zijn opgenomen die nodig zijn om het begrotingstekort terug te brengen tot onder de 3 procent en de schuldquote onder de 60 procent te houden. Dit hervormingsproces zal de voorwaarden scheppen die vereist zijn voor economisch herstel.

 
  
MPphoto
 
 

  Dominique Baudis (PPE), schriftelijk. – (FR) De financiële, economische en sociale crisis duurt nu al twee jaar. Zij vertaalt zich in een werkloosheidspercentage van meer dan tien procent in de EU en in het risico op een nieuwe recessie. Het lukt maar niet deze crisis te bezweren.

Op 11 en 12 november zal te Seoul de volgende G20-top plaatsvinden, onder Frans voorzitterschap. De vorming van de G20 was een project van president Sarkozy, die van mening is dat de wereldeconomie vandaag de dag niet meer door acht landen wordt gereguleerd, maar ook door alle grote opkomende landen. Dit kader biedt de mogelijkheid een ambitie te ontwikkelen die gebaseerd is op een langetermijnvisie. De crisis vraagt om een echt economisch bestuur, regels ter beperking van sociale dumping in ontwikkelingslanden, financiële regelgeving en een hervorming van het internationaal monetair stelsel. Hiertoe moet Europa met één krachtige en vastberaden stem weten te spreken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ivo Belet (PPE), schriftelijk. Voorzitter, een van de absolute blikvangers in de aanbevelingen is de belasting op financiële transacties. Met zo'n maatregel vang je verschillende vliegen in één klap: het is een efficiënt instrument tegen speculatie, en met de opbrengst kun je de overheidstekorten aanpakken én dwingende maatschappelijke projecten financieren (milieu, ontwikkelingshulp, infrastructuurprojecten, ....). Het Parlement heeft nu duidelijk gemaakt dat we in Europa moeten doorgaan met deze maatregel, ook als de rest van de wereld voorlopig op de plaats rust houdt door koudwatervrees. De volgende stap is een haalbaarheidsstudie door de Europese Commissie. Wat we vandaag hebben beslist, is een concrete ingreep en een antwoord op de financiële crisis. Het is tevens een duidelijk signaal aan de Europeanen dat we lessen trekken uit wat er in de voorbije jaren allemaal is misgelopen en dat we de crisis ook aangrijpen om Europa sterker te maken, in het belang vooral van de Europese burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  George Sabin Cutaş (S&D), schriftelijk.(RO) De regelgevingsstructuren die voor de economische en monetaire crisis in de Europese Unie en de Verenigde Staten bestonden, vertoonden een gebrek aan consistentie en waren in zeer grote mate gebaseerd op onvergelijkbare macro-economische analyses. Als gevolg van het gebrek aan mondiale consistentie in deze regelgevingsstructuren hebben landen op eigen houtje gereageerd. Ze hebben daarbij geen rekening gehouden met het feit dat in een geglobaliseerde wereld een op nationaal niveau vastgesteld monetair beleid aanzienlijke gevolgen heeft voor andere economieën. De oprichting van het Europees Comité voor systeemrisico's en van Europese financiële toezichthoudende autoriteiten versterkt het financieel toezicht binnen de EU. Er is echter op internationaal niveau nog altijd onvoldoende regelgeving beschikbaar voor het beheersen van crises in de financiële sector. De EU moet op de G20-bijeenkomst in november het belang benadrukken van een toezicht- en regelgevingsstelsel waarin onder meer de registratie van financiële transacties en instrumenten verplicht wordt gesteld. Wij hebben een verantwoordelijkheid voor de economie en we moeten allereerst sterk zijn op het niveau van de Europese Unie om wereldwijd een voortrekkersrol te kunnen spelen.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Het is de hoogste tijd dat de EU en haar leiders onder ogen zien dat deze ernstige crisis niet uit de VS is komen overwaaien! Dit is een systeemcrisis, die voortvloeit uit het kapitalisme in zijn huidige gestalte: het neoliberalisme. Dat betekent dat de crisis in de EU direct voortvloeit uit het eigenlijke fundament van de EU, het neoliberalisme is één van de belangrijkste grondbeginselen van de EU. De krachten die de koers van de EU hoofdzakelijk bepaald hebben, worden nu met de rampzalige gevolgen van hun beleid geconfronteerd, en vertonen zorgwekkende tekenen van arrogantie en agressie. Ze proberen de vooruitgang terug de draaien, wat onaanvaardbaar is, met name voor de werknemers en de burgers uit de meest kwetsbare landen. Ze proberen de soevereiniteit van die landen aan te pakken, en ook dat is onaanvaardbaar. Dat is de bedoeling van de gezamenlijke verklaring die Duitsland en Frankrijk besloten af te leggen in Deauville voorafgaand aan de vergadering van de G20 en van de Europese Raad. Zij zijn blijkbaar blind voor het feit dat het voortgaan op de ingeslagen weg alleen maar tot rampen kan leiden. Dat is de boodschap van protest die de werknemers en de burgers in heel Europa laten horen. Het is de hoogste tijd dat er naar hen wordt geluisterd! Als reactie op de crisis zouden we juist meer waarde moeten hechten aan werk, en het inkomen eerlijker moeten verdelen, door minder belasting te heffen op de factor arbeid, en meer op de factor kapitaal.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (S&D), schriftelijk. – (EN) Wij zitten midden in een crisis die grote schade heeft berokkend aan de financiële, economische en sociale sector en het integratieproces op de interne markt negatief heeft beïnvloed. De interne markt zou de noodzakelijke katalysator kunnen zijn om een echt economisch en financieel herstel in Europa op gang te brengen en opnieuw het broodnodige vertrouwen onder de burgers op te bouwen. De crisis kan een gelegenheidsvenster zijn om maatregelen ten uitvoer te leggen die de mens in het hart van de Europese economie plaatsen en aldus de economische groei, het mededingingsvermogen en de sociale vooruitgang in Europa stimuleren. Ik geef steun aan de inspanningen van de rapporteur die duidelijke aanwijzingen probeert te geven voor de uitweg uit de crisis: concrete, op het belang van de interne markt gerichte maatregelen en initiatieven, werkgelegenheid en de rol van KMO's. Afgezien daarvan moet een nieuwe, holistische en inclusieve benadering worden vastgesteld waarmee de doelstellingen van de burgers, en met name de doelstellingen die verband houden met de zorgen van de burgers op economisch, sociaal, gezondheids- en milieugebied, volledig worden geïntegreerd in de economie. Wij hebben een nieuw paradigma nodig in het politieke denken en wij moeten van de Europese burger de belangrijkste politieke variabele maken bij het bepalen en formuleren van EU-wetgeving en -beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE), schriftelijk.(RO) Het economisch herstel is in Europa ingezet. Toch blijft het klimaat onzeker. Mondiaal is het economisch herstel nog zwak en het tempo loopt van land tot land uiteen. De topprioriteit blijft het scheppen van een stabiele basis voor de stelselmatige bevordering van duurzame en evenwichtige economische groei. Daarvoor moeten we een systeem in het leven roepen dat tegelijkertijd het antwoord op de crisis, de preventie en de samenwerking op middellange en lange termijn ondersteunt. De Europese Unie moet een sterke partner zijn, die niet alleen zijn ervaring met economische en politieke integratie kan aanwenden maar ook een belangrijke bijdrage kan leveren aan het mondiale bestuur van de economie. We moeten op middellange termijn geloofwaardige en houdbare economische beleidsmaatregelen opstellen en een macro-economisch beleid coördineren dat gebaseerd is op een kader voor duurzame, evenwichtige groei, vastgesteld door de G20. Een strategie voor het economisch beleid van de EU moet de volgende elementen bevatten: een actieplan voor de inzet van structurele hervormingen voor de bevordering van economische groei en werkgelegenheid, geconsolideerde begrotingshervorming en versterkt economisch bestuur van de EU en de eurozone. Er moet een ontwikkelingsagenda voor de G20 worden vastgesteld, met een meerjarig actieplan, dat de economische groei en flexibiliteit voor ontwikkelingslanden bevordert.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk.(LV) In de situatie die is ontstaan, is het belangrijkste dat we een diagnose stellen en vaststellen wat de oorzaken van de crisis zijn. Mensen in diverse EU-landen hebben de neveneffecten van de crisis op verschillende manieren ondervonden. Het is van wezenlijk belang dat we de fouten, het wanbeheer en het onprofessionele gedrag van nationale regeringen precies in kaart brengen om te voorkomen dat de situatie waarin de bevolking zich nu bevindt, in de toekomst verder verslechtert. De regering van Letland heeft bijvoorbeeld een bedrag van internationale financiële instellingen geleend dat nu al meer dan tweemaal zo hoog is als de jaarlijkse begroting. Er gaat geen dag voorbij of de Letse regering neemt maatregelen met betrekking tot het belastingstelsel en het financiële beleid in het algemeen waar de bevolking nadelen van ondervindt en die leiden tot bedrijfsliquidaties en het vertrek van Letse ondernemers naar het buitenland. De Letse regering probeert voortdurend de pensioenwetgeving te wijzigen om de betalingen aan gepensioneerden te kunnen verlagen. Dit leidt tot een maatschappelijke explosie en brede onrechtvaardigheid. We moeten een krachtig signaal afgeven aan nationale regeringen dat verlaging van sociale uitkeringen en pensioenuitkeringen in een tijd van crisis een misdaad tegen de bevolking is. Ik ben stellig van mening dat de onbeschermde en noodlijdende bevolkingsgroepen van de samenleving niet de verantwoordelijkheid voor de fouten van regeringen dienen te dragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sławomir Witold Nitras (PPE), schriftelijk. (PL) Ik wil de heer Feio bedanken voor zijn werk aan het ontwerpverslag. Het lijkt mij dat we te snel overgaan tot de orde van de dag gezien de gevaren die Europa bedreigen. We laten ons te weinig gelegen liggen aan de waarschuwingssignalen van de financiële markten en personen als president Trichet, die het voorstel van de Commissie een goede, maar onvoldoende stap in de richting van versterking van het stabiliteits- en groeipact noemt. De rol van het Europees Parlement berust er vandaag op dat wij het voorstel van de Europese Commissie moeten verdedigen tegen de regeringen van de lidstaten, die overduidelijk niets geleerd hebben van de crisis.

De omvang van de crisis in de overheidsfinanciën in Europa zou aanzienlijk minder geweest zijn, als de Europese Raad zich netjes had gehouden aan de bepalingen van het pact. Als wij vandaag toelaten dat regeringen, met name de regeringen van Duitsland en Frankrijk, de voorstellen van de Commissie versoepelen, zal de crisis zich verder verdiepen en zullen wij ons af moeten vragen of de gemeenschappelijke munt in zijn huidige vorm wel zin heeft en of we ongewild het bewijs zullen leveren voor de stelling dat de euro een mislukt experiment is. Het Parlement staat voor een grote opgave. We moeten de euro verdedigen tegen kortstondige politieke doelstellingen. We moeten alle lidstaten dwingen om een verantwoordelijk begrotingsbeleid te voeren, ook als dit pijn doet. Ik dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, het woord "crisis" komt van het Griekse woord Krino dat letterlijk "beslissen", of "kiezen" betekent. Het duidt dus een moment aan dat een bepaalde fase van de andere scheidt. We moeten naar de toekomst kijken, en leren van het verleden, op een manier die structurele veranderingen teweeg kan brengen die de concurrentiepositie van onze kleine en middelgrote ondernemingen verbeteren en ze in staat stellen om om te gaan met de druk die een geglobaliseerde omgeving met zich meebrengt.

Zodoende moeten we bovendien werkgelegenheid garanderen aan een groot deel van het minder beschermde deel van de werkende bevolking en hun families. De Europese Unie heeft een nieuw economisch bestuur nodig dat de stabiliteit en de nauwgezetheid van de publieke nationale financiën veiligstelt. Een financiële en economische crisis zoals we die nu meemaken mag zich niet herhalen. Het nieuwe economische bestuur van Europa moet niet alleen rekening houden met het totaalbedrag van de staatsschuld maar ook met de draagbaarheid daarvan op de middellange termijn. De private schuld en de draagbaarheid van de sociale zekerheden zijn even belangrijk als de staatsschuld, vanwege het belang van eerstgenoemde voor de stabiliteit van de publieke financiën. Sterker nog, landen die de staatsschuld onder controle hadden zijn in een zware crisis beland, juist vanwege de zware schuldenlast van huishoudens en bedrijven, terwijl landen met een hoge staatsschuld er goed door zijn gekomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Seeber (PPE), schriftelijk.(DE) De economische en financiële crisis heeft de hiaten en tekortkomingen van de bestaande instrumenten en methoden voor de coördinatie van het economische en monetaire beleid duidelijk aangetoond. In het verleden hebben sommige lidstaten, met name Frankrijk en Duitsland, te lang gewacht met het invoeren van strengere regels. Het te boven komen van de economische crisis is een van de grootste uitdagingen ooit en daarop is uitsluitend een Europees, en geen nationaal antwoord mogelijk. Dat geldt ook voor de sanctiemechanismen die nog steeds gedeeltelijk door lidstaten worden geblokkeerd. Op grond van de nieuwe regels voor de interne financiële markt is het echter nu hoog tijd om niet alleen de monetaire Unie te versterken, maar tegelijkertijd ook met name de staatsschulden terug te dringen met het oog op het veiligstellen van de toekomst van de Europese Economische Ruimte. Bij dit proces moeten met name de nationale parlementen meer betrokken worden om de debatten in de lidstaten een Europeser karakter te geven. Alleen op deze manier kan er een Europees antwoord gevonden worden om de crisis te boven te komen en om een solide en sterke economische ruimte tot stand te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jutta Steinruck (S&D), schriftelijk.(DE) Sinds de financiële crisis van 2008 komen de staatshoofden en regeringsleiders van de G20 periodiek om de zes maanden bij elkaar om de economische en financiële kwesties te bespreken, om de samenwerking te verbeteren en om een stabiele en duurzame groei van de wereldeconomie te bewerkstelligen waarvan iedereen kan profiteren. Ik ben echter van mening dat wij, met het oog op een duurzaam en adequaat antwoord op de financiële, economische of sociale problemen als gevolg van die crisis, een brede basis en een evenwichtig perspectief voor die problemen nodig hebben. De ministers van Financiën van de lidstaten zijn niet in staat om de situatie op de arbeidsmarkt te beoordelen en zodanige antwoorden te geven op de prangende vragen die er met betrekking tot het werkgelegenheids- en sociaal beleid spelen, dat daarmee ook recht wordt gedaan aan de behoeften van de werknemers of van de burgers in het algemeen. Daarom acht ik periodieke bijeenkomsten noodzakelijk van de ministers voor Werkgelegenheid en Sociale Zaken van de G20. Daarnaast roep ik de EU en de lidstaten die deel uitmaken van de G20 op om dit idee verder te ontwikkelen en om op het gebied van het werkgelegenheids- en sociaal beleid nauwer met elkaar samen te werken en naar een evenwichtiger uitgangspunt op het niveau van de G20-top te streven. Wij kunnen niet toestaan dat de mededinging de bescherming van de rechten van werknemers ondermijnt. Wij moeten die rechten niet alleen voor de burgers in de EU handhaven, maar ook voor de burgers in andere landen in de wereld.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. – (RO) De EU produceert met haar 500 miljoen inwoners, oftewel 7 procent van de wereldbevolking, 30 procent van het mondiale bbp. De laatste statistieken laten zien dat de EU in augustus 2010 een tekort op de handelsbalans heeft geboekt van 17,3 miljard euro. In de eerste zes maanden van dit jaar heeft de EU de grootste stijging genoteerd in de export naar Brazilië (+57 procent), China (+41 procent) en Turkije (+38 procent), terwijl de grootste importstijgingen werden genoteerd vanuit Rusland (+43 procent), China en India (beide +25 procent).

Om de doelen van de EU 2020-strategie te bereiken, moet de EU minder afhankelijk worden van haar traditionele energieleveranciers. In de eerste helft van dit jaar is het tekort op de handelsbalans van de EU-27 in de energiesector met 34,3 miljard euro gestegen in vergelijking met dezelfde periode van vorig jaar. Verder heeft de Europese Unie behoefte aan een eco-efficiënt industriebeleid dat de koppeling kan waarborgen tussen de innovatiecapaciteit en de productie-eenheden van de EU, waardoor de werkgelegenheid in de hele EU wordt bevorderd en haar mondiale concurrentievermogen in stand wordt gehouden.

Daarom moet de Europese Raad het toekomstige industriebeleid en de energiezekerheid van de EU op de agenda van zijn vergadering van 28 en 29 oktober zetten, alsmede voorstellen voor de wijze waarop de effecten van de klimaatverandering en de vergrijzing kunnen worden verminderd.

 
  
  

VOORZITTER: JERZY BUZEK
Voorzitter

 
  
MPphoto
 

  Janusz Wojciechowski (ECR).(PL) Gisteren is in Polen een medewerker van het kiesdistrictkantoor van het Europees Parlement in Łódź vermoord. Het betrof mijn assistent, de heer Marek Rosiak. De woorden van de moordenaar tijdens het plegen van dit misdrijf laten geen ruimte voor twijfel over het motief voor deze moord: haat tegen de Partij Recht en Rechtvaardigheid, de belangrijkste oppositiepartij in Polen. Dit drama is de culminatie van de haatcampagne die al langere tijd wordt gevoerd tegen deze partij. Het Europees Parlement moet behalve deze misdaad ook de haat en het geweld veroordelen, waarvoor geen plaats mag zijn in de Europese politiek en de Europese democratie. Mijnheer de Voorzitter, ik vraag u een minuut stilte in acht te nemen ter nagedachtenis aan de heer Marek Rosiak, die stierf tijdens zijn werkzaamheden voor het Europees Parlement.

 
  
 

(Het Parlement neemt staande een minuut stilte in acht)

 
  
MPphoto
 

  Ria Oomen-Ruijten (PPE). - Voorzitter, net hebben we laten zien hoe waardig we kunnen zijn als Parlement. Op het moment echter dat ik hier de plenaire vergaderzaal binnenkom, wordt ik eerst lastig gevallen door mensen die vinden dat we resoluties moeten ondertekenen, en vervolgens door ballonnen geëscorteerd vanwege amendementen. Voorzitter, ik vind dit het Parlement niet waardig, en ik vraag u zich daarover te bezinnen en te bekijken hoe we ook de gangen schoon kunnen houden.

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten (EFD). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, mag ik u vragen een besluit te nemen? We zijn hier in de zaal getuige van het vertonen van ballonnen. Kunt u beslissen of dat wel of niet is toegestaan? Zo nee, kunnen deze dan worden verwijderd? Zo ja, dan hebben mijn collega's en ik nog enkele zeer smaakvolle paars met gele UKIP-ballonnen, die we graag volgende keer zouden willen meenemen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Geachte collega's, vandaag gaan wij ten aanzien van dit belangrijke vraagstuk onze stem uitbrengen. Dit vraagstuk staat in verband met de demonstratie die u hier houdt. Ik verzoek u om met deze demonstratie te wachten tot de stemming, die over ongeveer veertig minuten zal plaatsvinden. Zou u zo vriendelijk willen zijn? Dat is een klein gebaar tegenover ons allemaal. Normaal gesproken sta ik achter u, maar alstublieft, onthoudt u zich van demonstraties in de zaal.

(Applaus)

 
Laatst bijgewerkt op: 28 februari 2011Juridische mededeling