Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/0059(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0285/2010

Debatten :

PV 20/10/2010 - 10
CRE 20/10/2010 - 10

Stemmingen :

PV 21/10/2010 - 7.2
PV 21/10/2010 - 7.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0382

Debatten
Woensdag 20 oktober 2010 - Straatsburg Uitgave PB

10. Stabiliteitsinstrument - Financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking - Financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld - Financieringsinstrument voor samenwerking met industrielanden - Financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

– het verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1717/2006 tot invoering van een stabiliteitsinstrument [COM(2009)0195 – C7-0042/2009- 2009/0058(COD)] – Commissie buitenlandse zaken. Rapporteur: Franziska Katharina Brantner (A7-0066/2009),

– het verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1905/2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1889/2006 tot instelling van een financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld [COM(2009)0194 – C7-0043/2009- 2009/0060A(COD)] – Commissie ontwikkelingssamenwerking. Rapporteur: Gay Mitchell (A7-0078/2009),

– het verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1905/2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1889/2006 tot instelling van een financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld [COM(2009)0194 – C7-0158/2009- 2009/0060B(COD)] – Commissie buitenlandse zaken. Rapporteur: Kinga Gál en Barbara Lochbihler (A7-0188/2010),

– het verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1934/2006 van de Raad tot vaststelling van een financieringsinstrument voor samenwerking met industrielanden en andere landen en gebiedsdelen met een hoog inkomen [COM(2009)0197 – C7-0101/2009- 2009/0059(COD)] – Commissie internationale handel. Rapporteur: Helmut Scholz (A7-0052/2010), en

– het verslag over het voorstel voor een verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking [COM(2010)0102 – C7-0079/2010- 2010/0059(COD)] – Commissie ontwikkelingssamenwerking. Rapporteur: Charles Goerens (A7-0285/2010).

 
  
MPphoto
 

  Franziska Katharina Brantner, rapporteur. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, we moeten vandaag verschillende financieringsinstrumenten behandelen. Vanmorgen hebben we al over één aspect gedebatteerd, maar ik zal het eerst over het stabiliteitsinstrument hebben. Dit instrument is in 2006 gecreëerd en is het best gefinancierde instrument op het gebied van de non-proliferatie van massavernietigingswapens, conflictpreventie, civiele steun na een crisis, civiele vredebevorderende maatregelen en ook voor terreurbestrijding door justitie en politie. Desondanks is het financieringsvolume betrekkelijk gering. Tot nu bedraagt het in de financiële vooruitzichten slechts 1,4 miljard euro. Het gaat niet om veel geld, maar wel om goed geld omdat het tamelijk flexibel ingezet kan worden. Er is steeds opnieuw overwogen om hierop te korten, maar tot nu toe is het ons nog steeds gelukt om dit in de budgettaire planning niet te korten. Waar gaat het om bij de tussentijdse evaluatie van het instrument, wat staat er ter discussie? Het gaat om slechts enkele punten, die gedeeltelijk inhoudelijk echter wel belangrijk zijn. Ten eerste moet het krachtens de langetermijnmaatregelen van artikel 4, lid 3, mogelijk zijn om maatregelen in te voeren ter ondersteuning van vrouwen in politieke processen, vooral met het oog op de media. Daar gaat het dus eigenlijk om het overbrengen van een reeds zeer succesvol gebied naar dit artikel 4, lid 3. Tot nu toe wordt al steun verleend aan het optreden in de media van Afghaanse vrouwen die zich kandidaat stellen voor het parlement et cetera. Wij willen dat dit niet alleen in de kortetermijnmaatregelen wordt opgenomen maar ook in de langetermijnmaatregelen, zodat deze steun aan vrouwen langer kan blijven voortduren.

Ten tweede willen we dat er in de richtlijn expliciet naar het partnerschap voor vredesopbouw wordt verwezen, niet alleen om de ontwikkeling van de formele dialoog met het maatschappelijk middenveld te steunen, maar ook om het concept naar het nieuwe tijdperk van de Europese Dienst voor extern optreden mee te nemen. Het mag daar niet verdwijnen, daarom is het belangrijk dat het expliciet wordt vermeld.

Ten derde stemmen wij ervoor het percentage van middelen voor langetermijnmaatregelen die onder artikel 4, lid 3 vallen, te verhogen van 5 naar 10 procent. Ik wil de hoge vertegenwoordiger er echter hier nogmaals aan herinneren dat de Commissie buitenlandse zaken pas op het laatst met deze verhoging heeft ingestemd, omdat ons is beloofd dat in de toekomst in het kader van dit instrument uitgebreide maatregelen zouden worden genomen ter bestrijding van landmijnen, fragmentatiebommen en munitieresten. Dat wil zeggen dat onder bepaalde voorwaarden is ingestemd met deze verhoging van de langetermijnmaatregelen van 5 naar 10 procent van de totaalbegroting, en we verwachten dat u, mevrouw Ashton, en de dienst voor extern optreden deze afspraak nakomen en dat dit in het strategiedocument voor 2012/2013 wordt opgenomen. Dit is voor ons belangrijk, als u dat niet doet, zou dat namelijk niet in de geest van de afspraak zijn.

Indien het Parlement en de Commissie succes hebben, zal de grootste inhoudelijke vernieuwing van de tekst bij de tussentijdse evaluatie zijn dat de toepassingssfeer expliciet wordt uitgebreid tot handvuurwapens en lichte wapens, ofwel SALW’s (‘small arms and light weapons’). Ik wil hier het voorzitterschap nogmaals verzoeken dit idee te aanvaarden. Het Europees Hof van Justitie heeft dit zo beslist. Ik weet dat sommigen hier nog steeds buikpijn van krijgen, maar ik hoop dat we nu met de dienst voor extern optreden deze scheiding tussen Raad en Commissie misschien te boven kunnen komen en het erover eens kunnen worden hoe we met het thema van de handvuurwapens en lichte wapens omgaan. Ik vond dat een zeer belangrijk punt.

Mijn laatste punt betreft de kwestie van de gedelegeerde handelingen. Daar hebben we vanmorgen al over gesproken. Ik denk dat we hiervoor een politieke oplossing nodig hebben en geen juridische, want daar komen we niet verder mee. Ten slotte wil ik nog heel kort iets zeggen over het stabiliteitsinstrument en de programmering in de dienst voor extern optreden. We zijn er echt van overtuigd dat de planning en programmering in handen moet blijven van de mensen die dat tot nu toe hebben gedaan en dat deze mensen niet mogen worden gedegradeerd tot ‘financieel management’, maar dat ze zich met de inhoudelijke planning moeten blijven bezighouden.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil er hier mijn ongenoegen over uitspreken dat er vandaag, terwijl er zulke belangrijke thema’s als financiering, ontwikkelingshulp en democratische principes aan de orde zijn, blijkbaar vanwege een concurrerende of een ongelukkig geplande parallelle bijeenkomst hier – ik geloof dat ik juist heb geteld – slechts 14 collega’s aanwezig kunnen zijn, omdat de anderen uit plichtsbesef bij de andere bijeenkomst zijn. Dit is oneerlijk tegenover de sprekers en de dames en heren die vandaag verslag uitbrengen en ook tegenover de collega’s, en dan wil ik het nog niet eens hebben over de medewerkers en de vertegenwoordiging van de Commissie die hier voor een lege zaal moeten zitten.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Collega’s, dit is geen beroep op het Reglement; het is een interessant punt en het zou best ergens op de lokale televisie kunnen komen, maar het is geen beroep op het Reglement. Ik verzoek u vriendelijk de vergadering niet met dergelijke punten te onderbreken.

 
  
MPphoto
 

  Iva Zanicchi, rapporteur. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de rapporteur van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de heer Mitchell, heeft mij gevraagd hem te vervangen, omdat hij zelf vandaag niet aanwezig kan zijn. Ik wil hem bedanken voor het werk dat hij heeft verzet met de voor hem gebruikelijke punctualiteit en voor de kwaliteit van zijn voorstellen, die zijn goedgekeurd – en zelfs unaniem – door de Commissie ontwikkelingssamenwerking. Vanwege de redenen die ik ga noemen, maar vooral vanwege het werk dat de heer Mitchell tot nu toe verzet heeft, ben ik ervan overtuigd dat er met een ruime meerderheid vóór dit verslag zal worden gestemd.

Ik ga nu over tot het verslag. In de loop van 2009 heeft de Europese Commissie een voorstel ingediend tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1905/2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking. Met dit voorstel heeft de Commissie het Parlement verzocht een amendement aan te nemen waardoor non-gouvernementele organisaties fiscale voordelen kunnen genieten als zij actief zijn in ontwikkelingslanden. Dit verzoek werd door ons ingewilligd.

De regelgeving omtrent ontwikkelingssamenwerking bevat echter ook uitvoeringsbepalingen voor het beleid van de Europese Unie op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Volgens deze bepalingen moet de Commissie, bij het goedkeuren van financieringen, de comitéprocedures volgen. Dat houdt in dat het Parlement de mogelijkheid heeft om de financieringsvoorstellen te bestuderen en als de Commissie haar bevoegdheden overschrijdt, kan het Parlement resoluties aannemen om de Commissie te verzoeken de betreffende beslissingen te wijzigen.

Alleen al in de periode van 2006 tot heden, is het Parlement in minstens twaalf gevallen van mening geweest dat de Commissie haar uitvoeringsbevoegdheden had overschreden, maar slechts in drie van deze gevallen heeft de Commissie daadwerkelijk haar ontwerpbesluit aangepast of ingetrokken. Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon heeft de Commissie ontwikkelingssamenwerking voorgesteld de procedure voor gedelegeerde handelingen, die is opgenomen in artikel 290 van het Verdrag van Lissabon, toe te passen.

Het toepassen van deze procedure zou betekenen dat het Parlement een belangrijkere rol krijgt, in ieder geval bij de strategische financieringsbesluiten die de Commissie moet nemen. Volgens het Verdrag van Lissabon, kan het Parlement in bepaalde, duidelijk omschreven gevallen de bevoegdheid om strategische besluiten te nemen delegeren aan de Commissie. Maar welke besluiten zijn dat? Volgens ons is het de verantwoordelijkheid van de wetgevende macht om te bepalen aan welke landen de Europese Unie ontwikkelinghulp moet verlenen.

Daarnaast speelt de vraag welke sectoren prioriteit zouden moeten krijgen bij financieringen: onderwijs, gezondheid, milieubescherming, de capaciteit van goed bestuur of de ontwikkeling van kleine ondernemingen? En hoe kunnen we transparantie bij het beheer van ontwikkelingshulp waarborgen?

Met betrekking tot deze keuzen en onderwerpen moet het Parlement een grotere rol spelen dan in het verleden. In deze sectoren moet de wetgevende macht nauwgezette aanwijzingen geven aan de uitvoerende macht. En ik denk dat de wensen van de Europese burgers uiteindelijk ook die richting op gaan. Ik hoop oprecht op een zo groot mogelijke consensus over het verslag van de heer Mitchell.

 
  
MPphoto
 

  Kinga Gál, rapporteur. – (HU) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, mevrouw Ashton, dames en heren, het Europees instrument voor democratie en mensenrechten is het financieringsinstrument waarmee de mensenrechten, de rechtsstaat, de bescherming van de democratie en de preventie van conflicten wereldwijd worden gesteund. De begunstigden van dit financieringsinstrument zijn in de eerste plaats maatschappelijke organisaties en individuele personen die strijden voor mensenrechten in de meest erbarmelijke omstandigheden en die actief zijn in derde landen. Het grote voordeel van dit financieringsinstrument vergeleken bij andere geografische instrumenten is dat de goedkeuring van de regering van het land dat de steun ontvangt niet nodig is voor de uitbetaling ervan. Daarom is de rol hiervan van groot belang. Toch was het tot nu toe niet mogelijk om bij dit instrument de kosten met betrekking tot btw-lasten te financieren met communautaire middelen. Daarom is op initiatief van de Europese Commissie een technische wijziging voorgesteld waarmee de werking en de activiteiten van maatschappelijke organisaties in derde landen had kunnen worden vergemakkelijkt met gebruikmaking van deze middelen. Aangezien deze organisaties cruciaal zijn voor de bevordering van mensenrechten in deze landen en de ontwikkeling van politiek pluralisme, is het uitermate belangrijk dat we het werk van deze organisaties, die zich toch al in een lastige situatie bevinden, niet verder bemoeilijken. Daarom verwelkomen we dit initiatief van de Commissie en in overleg met mijn mederapporteur mevrouw Lochbihler steunen we dit ten volste. Dit is echter slechts één kant van de medaille.

De andere kant van de medaille betreft het politieke belang van deze materie. De kwestie van het financieringsinstrument is onderdeel geworden van de inter-institutionele strijd die al een jaar woedt. Juist vanwege het feit dat dit instrument voor de financiering van mensenrechten essentieel is voor de maatschappelijke organisaties is het belangrijk dat het Europees Parlement inzicht kan krijgen in de ontwikkeling van strategische en meerjarige kaderprogramma’s. We strijden ervoor dat het Europees Parlement beschikt over een inspraakmogelijkheid, voor zover het dit nodig acht, bij de uitwerking van strategische plannen voor het financieringsinstrument, en dat het jaarlijks het recht heeft op controle en evaluatie, niet slechts elke zeven jaar, ten tijde van de begrotingscycli. Hierover gaan de amendementen die we willen steunen. Het Verdrag van Lissabon heeft namelijk het democratische controlerecht van het Europees Parlement verstevigd, wat eigenlijk de instelling van een gedelegeerde handeling is, zoals mijn collega’s al gezegd hebben, waarvan we het in de huidige situatie nodig achten dat deze van kracht wordt en wordt toegepast. Uitgerekend deze kwestie is het eerste voorbeeld van de belangrijkere rol die sinds 1 december 2009 voor het Europees Parlement is weggelegd.

Na de onderhandelingen tot nu toe en de parlementaire debatten zijn we als rapporteurs van de financieringsinstrumenten gezamenlijk tot het besluit gekomen dat we het dossier voor tweede lezing moeten indienen, en we geven daarbij een belangrijke politieke boodschap af aan de instellingen, aangezien we in de periode na de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon ook in de geest daarvan moeten handelen. We zijn van mening dat het juist deze instrumenten zijn waarbij het het meest nodig is dat het Parlement zijn democratische controlerecht echt kan uitoefenen.

 
  
MPphoto
 

  Barbara Lochbihler, rapporteur. (DE) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega’s, het Europees instrument voor democratie en mensenrechten is nog een zeer jong instrument. Toch kan al worden gezegd dat het zeer nuttig en belangrijk werk verricht. Dat kunnen we opmaken uit berichten die we van vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld zowel binnen als buiten de EU ontvangen. Het vormt dus een zeer goede aanvulling op ons mensenrechtenbeleid in het Europees Parlement en in de hele EU.

Mensenrechtenwerk vindt vaak onder zeer moeilijke omstandigheden plaats. Daarom is het van groot belang dat dit instrument aan instellingen van het maatschappelijk middenveld financiële EU-steun kan bieden, zonder dat de desbetreffende regering hiermee hoeft in te stemmen en eventueel ook zonder dat de EU haar van deze financiële steun op de hoogte brengt. We moeten blijven onderstrepen dat deze steun in stand gehouden en, indien nodig, ook uitgebreid moet worden.

Net als mijn corapporteur, mevrouw Gál, ben ik het eens met het voorstel van de Commissie dat er belastingkwijtschelding moet komen in de landen waar betalingen met dit financieringsinstrument nog steeds worden belast. Ook dat zou het werk van de betrokken ngo’s aanzienlijk vergemakkelijken.

Ik zie het echter als een voortdurende uitdaging in het werk met dit financieringsinstrument dat we enerzijds ook bezwaren of negatieve berichten horen, waaruit duidelijk blijkt dat organisaties in het maatschappelijk middenveld, indien ze dit instrument willen gebruiken, meer bureaucratische rompslomp krijgen, terwijl er anderzijds natuurlijk de noodzaak van transparantie is. Het moet duidelijk zijn waaraan het geld wordt uitgegeven en of en hoe het wordt gebruikt. We moeten echter de herhaalde klachten van vooral kleine organisaties dat ze ervoor terugschrikken om gebruik van deze steun te maken, serieus nemen en dit is een kwestie die we ook nu al moeten aanpakken.

Eveneens beschouw ik het als een uitdaging dat het moeilijk is veel lokale organisaties op het platteland, dus niet in de grote steden, in het zuiden van de wereld te bereiken, met andere woorden, ervoor te zorgen dat ze weten dat er zo’n financieringsinstrument bestaat en hoe ze dat kunnen gebruiken. Laten we ons de situatie voorstellen: een landelijke omgeving waar niet altijd elektriciteit is, het gebruik van papier is misschien zelfs al een uitzondering – daarom moeten we er speciaal aandacht aan besteden dat we deze initiatieven verwezenlijken. Ik zie het als een mogelijkheid dat we nu de EU-ambassades ter plaatse uitbreiden – en het is eigenlijk overduidelijk dat iedere EU-ambassade ter plaatse ook bevoegdheden en personeel moet hebben om zich voor mensenrechten en democratie in te zetten – en dat deze ambtenaren, die ik nu even mensenrechtencommissarissen noem, deze bemiddelingsrol en informatie- en communicatietaak intensief op zich nemen, en ook lokale initiatieven te bereiken die misschien niet in het Engels, Frans, Spaans of een andere EU-taal kunnen communiceren.

Het is nu nog veel te vroeg om het instrument uitgebreid te evalueren. Dit is een veel te korte periode en de resultaten zouden niet erg solide zijn. We moeten ons echter over enkele jaren intensief met zo’n uitgebreide evaluatie bezighouden. Met evaluatie bedoel ik dan niet alleen dat er wordt teruggekeken naar wat er goed is gegaan, maar dat we ook overwegen welke nieuwe ideeën we willen opnemen en hoe we het financieringsinstrument verder kunnen ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alle rapporteurs bedanken – mevrouw Brantner, mevrouw Gál en mevrouw Lochbihler, alsook de heer Mitchell, de heer Scholz en de heer Goerens.

De voorstellen die voor ons liggen, komen voort uit de tussentijdse evaluatie die in 2009 op verzoek van het Parlement is uitgevoerd door de Commissie. Een van de conclusies van deze evaluatie was dat de instrumenten goed werken. Dat is heel positief en het geeft een stabiel kader voor onze externe betrekkingen tot 2013. In enkele gevallen heeft de Commissie slechts technische wijzigingen voorgesteld, teneinde de instrumenten in overeenstemming te brengen met de overige instrumenten. We zijn blij dat we uw steun hebben voor deze technische kwesties.

Het grote probleem dat in de evaluatie is vastgesteld, zijn de bezwaren van het Parlement met betrekking tot hulp uit hoofde van het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking die niet als officiële ontwikkelingshulp kan worden aangemerkt. De Commissie heeft hier volledig rekening gehouden met de standpunten van dit Parlement. We hebben een voorstel ingediend dat het Instrument voor geïndustrialiseerde landen (ICI) verbreedt, zodat het ook activiteiten bestrijkt die niet kunnen worden aangemerkt als officiële ontwikkelingshulp. Het gaat over het aangaan van banden met belangrijke bilaterale partners en mondiale spelers waarmee het voor de Europese Unie van strategisch belang is gediversifieerde banden te bevorderen, zoals India, China of Brazilië. Deze landen zijn ook geïnteresseerd in het aangaan van economische, academische, zakelijke en wetenschappelijke uitwisselingen met de Europese Unie.

Dit gewijzigde instrument, dat ICI+ wordt genoemd, is een kortetermijnoplossing voor drie jaar. We lopen niet vooruit op de toekomstige herziening van de financieringsinstrumenten voor externe acties voor de periode na 2013. Het Parlement heeft in 2010 al een begroting voor dit instrument goedgekeurd. Om de begroting voor 2010 te kunnen uitvoeren, moet het instrument nu worden aangepast, dus ik ben heel blij met het werk dat de rapporteurs hebben verricht om een grote mate van overeenstemming te bereiken.

Met betrekking tot het stabiliteitsinstrument heeft de Commissie voorgesteld om dit ook toe te passen op Europese maatregelen tegen de verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens, overeenkomstig de uitspraak van het Hof van Justitie in 2008. We bespreken momenteel de kwesties die in de Raad naar voren zijn gebracht, en moeten een oplossing overeenkomen. Ik kan u ook verzekeren dat de middelen voor het maatschappelijk middenveld uit hoofde van de component crisisparaatheid van het stabiliteitsinstrument dit jaar verder zullen worden verhoogd.

Bovendien zullen de middelen voor het partnerschap voor vredesopbouw in de loop van de jaren 2011-2013 worden verdubbeld. Dit zal volop ruimte geven voor de financiering van acties van het maatschappelijk middenveld. Wat nog belangrijker is, is het aandeel van 22 procent voor financiering van het maatschappelijk middenveld uit hoofde van de begroting voor crisisrespons sinds 2007. Dit laat de capaciteit van ngo’s zien in vredesopbouw en crisisrespons. Het is een uitstekend voorbeeld van de toegevoegde waarde die het stabiliteitsinstrument heeft voor brede Europese actie in kwetsbare en door conflicten getroffen landen in de hele wereld.

Sinds de voorstellen met betrekking tot de tussentijdse evaluatie is op 17 maart 2010 nog een andere wijziging in het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking voorgesteld. De zogenoemde begeleidende maatregelen in de bananensector (BMB) hebben een duidelijke doelstelling: het ondersteunen van de aanpassing van tien bananenexporterende ACS-landen aan de veranderende Europese invoerrechten voor bananen.

Bananen waren het onderwerp van ‘s werelds langstlopende handelsgeschil. De EU moest een oplossing vinden en tot een overeenkomst komen die in overeenstemming is met de regels van de WTO. De begeleidende maatregelen in de bananensector zijn een integraal onderdeel van deze overeenkomst en de verlagingen van de douanerechten zijn al ingevoerd.

Ik wil nogmaals de rapporteur bedanken voor zijn zeer constructieve houding. Ik denk dat we nu een effectief programma hebben dat van start kan gaan, zodra we het hebben vastgesteld. De douanerechten zijn al van kracht, en de ACS-landen hebben dringend behoefte aan de financiële steun die de EU in de onderhandelingen heeft toegezegd.

We komen nu bij het meest besproken onderwerp. De commissies hebben allemaal amendementen goedgekeurd om strategiedocumenten en meerjarenprogramma’s te behandelen als gedelegeerde handelingen uit hoofde van de nieuwe procedure in artikel 290 van het Verdrag. Zoals u weet, delen de Commissie en de Raad dit standpunt niet. Wij zijn van mening dat deze strategiedocumenten en meerjarenprogramma’s niet binnen het toepassingsgebied van artikel 290 vallen, aangezien zij geen aanvulling zijn op bepaalde niet-essentiële onderdelen van de wetgevingshandeling en deze ook niet wijzigen.

Wij zijn het echter volledig eens met de noodzaak de sterke betrokkenheid van het Parlement bij de algemene strategische besluiten te waarborgen. Het is ook in het belang van ons allemaal te waarborgen dat de programmering op een praktische en soepele wijze kan geschieden. Tot nu toe is het Parlement, wat betreft de strategiedocumenten en meerjarenprogramma’s, betrokken geweest door middel van de procedure voor democratisch toezicht die in 2006 werd overeengekomen. Door middel van deze procedures gaat de Commissie de dialoog aan met het Parlement over de inhoud van de strategieën. Dit raadplegingsproces gaat verder dan de strikte grenzen van de comitologie.

Laat ik duidelijk zijn, we moeten nu echt een oplossing vinden. De Commissie is bereid om met het Parlement in debat te gaan om een oplossing te vinden die tegemoetkomt aan de zorgen van het Parlement. De drie voorzitters hebben vorige week een uitnodiging verzonden voor een informele bijeenkomst van de stuurgroep die is belast met deze kwestie in het Parlement, de Commissie en de Raad.

We zijn heel blij met deze uitnodiging. De hoge vertegenwoordiger, een vertegenwoordiger van de Raad en ikzelf hebben vanochtend een bijeenkomst gehad met de stuurgroep. Het was een zeer vruchtbare bijeenkomst, die heel duidelijk heeft bevestigd dat er zo snel mogelijk een oplossing moet worden gevonden, zodat het Verdrag van Lissabon volledig kan worden uitgevoerd door ook rekening te houden met dringende praktische aangelegenheden, niet het minst met betrekking tot de begroting.

Ik heb er vertrouwen in dat we een oplossing zullen vinden, als we samenwerken.

 
  
MPphoto
 

  Olivier Chastel, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, barones Ashton, commissaris Piebalgs, geachte afgevaardigden, ook ik wil vanzelfsprekend namens de Raad de rapporteurs bedanken voor hun werk en hun betrokkenheid. Graag zou ik iets willen toevoegen aan de opmerkingen van commissaris Piebalgs, die de Raad natuurlijk volledig onderschrijft.

De commissaris heeft terecht gewezen op de belangrijkste kwestie die nog niet is opgelost, namelijk de wens van het Parlement om de strategiedocumenten en de meerjarenprogramma’s als gedelegeerde handelingen te behandelen. Ik zal het standpunt van de Raad hier vanmiddag niet gedetailleerd uiteenzetten, maar ik wil slechts zeggen dat het voorzitterschap meer dan bereid is om tot een akkoord te komen waarover de drie instellingen tevreden zijn en waarmee wij de financiële instrumenten zo snel mogelijk kunnen goedkeuren. Ik denk in dit verband inderdaad met name aan het reeds genoemde ICI+ en aan de begeleidende maatregelen in de bananensector.

Ik juich de vergadering van vanochtend met barones Ashton, commissaris Piebalgs en de rapporteurs zeer toe. Wij vinden dat deze bijeenkomst duidelijk laat zien dat onze drie instellingen werkelijk bereid zijn een akkoord te bereiken. Zoals u weet, is het voorzitterschap van mening dat het debat dat momenteel wordt gevoerd over de financiële instrumenten, moet worden losgekoppeld van de lopende onderhandelingen tussen het Parlement en de Raad over de comitologieprocedure en de gedelegeerde handelingen.

U weet dat de Raad deze twee kwesties nog steeds aan het bestuderen is en dat een eventuele oplossing moet worden ondersteund door uw Parlement. Aangezien haast is geboden bij de aanneming van de financiële instrumenten, moeten wij in dit uitzonderlijke geval een oplossing vinden die op maat gesneden is.

Het Belgische voorzitterschap zal erop toezien dat de werkzaamheden, waarvan de uitvoering is gevraagd tijdens de vergadering van vanochtend, snelle voortgang boeken en leiden tot concrete resultaten waarmee wij zo snel mogelijk een akkoord kunnen bereiken. Gezien de vergadering van vanochtend denken wij dat het Parlement deze doelstelling volledig onderschrijft.

 
  
MPphoto
 

  Barbara Lochbihler, rapporteur voor advies van de Commissie buitenlandse zaken.(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil het over het ICI+-instrument hebben. Het financieringsinstrument voor samenwerking met industrielanden en andere landen en gebiedsdelen met een hoog inkomen (ICI) is al in de laatste zittingsperiode in gang gezet. De Commissie buitenlandse zaken heeft in een advies gevraagd om de ontwikkeling van een financieringsinstrument voor het buitenlands beleid dat niet op ontwikkelingssteun, maar op de landen van Zuid-Amerika, Azië en het Midden Oosten zou zijn gericht. De Commissie heeft vervolgens het kleine ICI-instrument uitgebreid. Helaas heeft de Commissie dit als een tussenoplossing beschouwd en de landen die in aanmerking komen voor steun uit het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI) aangevuld, maar verder weinig nieuws uitgewerkt en het als een handelsinstrument behandeld. Daarom heeft de Commissie buitenlandse zaken een wijzigingsvoorstel voor de titel van het instrument ingediend, waarin het oorspronkelijke doel om het als een financieringsinstrument voor het buitenlands beleid te kenmerken, tot uitdrukking komt. De nieuwe titel luidt “Financieringsinstrument voor de samenwerking met landen in het Midden-Oosten, Azië, Amerika en Zuid-Afrika”. Wij vragen hiervoor steun. Het zou bijzonder betreurenswaardig zijn indien de EU geen financieringsinstrument voor het buitenlands beleid zou hebben dat ook als zodanig zou worden benoemd.

 
  
MPphoto
 

  Nirj Deva, rapporteur voor advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking. (EN) Mijnheer de Voorzitter, we moeten kijken naar het belang van de financieringsinstrumenten – het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI), de stabiliteitsinstrumenten en de mensenrechteninstrumenten – voor de ‘zachte macht’ die de Europese Unie in de wereld uitoefent. Die ‘zachte macht’ neemt toe, zoals blijkt uit ons toezicht op verkiezingen, verkiezingswaarneming en campagnes ter bevordering van de democratie, enzovoort.

Het Parlement heeft zestien controle-instrumenten opgegeven toen het het DCI creëerde. We hadden zestien kernbeslissingsbevoegdheden die we hebben afgestaan aan de Commissie om het DCI te beheren en grotere samenwerking te vergemakkelijken. Dit werkt goed. Nu hebben we een stabiliteitsinstrument voor ontwikkeling na crises. Dit moet worden versterkt met een aanzienlijk geldbedrag, aangezien er veel interne crises, civiele crises en militaire crises in de wereld zijn. Er zijn momenteel 36 interne conflicten.

Evenzo denk ik dat het mensenrechteninstrument handen en voeten moet krijgen. Het volstaat niet dat we maar praten, praten en praten: we hebben mensen in het veld nodig, instrumenten voor het houden van toezicht op verkiezingen, goed bestuur en diverse andere dingen, waarvoor we middelen nodig hebben. Ik steun dit heel graag.

 
  
MPphoto
 

  Ivailo Kalfin , rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie. – (BG) Laat ik om te beginnen zeggen dat ik het volledig eens ben met de conclusies van het verslag van de heer Goerens over de noodzaak om het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking en het voordeel ervan voor het beleid van de Europese Unie voort te zetten.

Ik ben het er ook mee eens dat de Europese Unie een manier moet vinden om de landen die bananen verbouwen te blijven steunen, zelfs nu de Wereldhandelsorganisatie vanaf begin dit jaar verboden heeft om leningen onder zachte voorwaarden te verstrekken. Overigens heeft de Commissie vreemd genoeg tussen 1994 en nu geen enkele beoordeling van het effect van de hulp op deze twaalf landen uitgevoerd; dat is iets wat in de toekomst moet veranderen.

Het punt waar de Begrotingscommissie aan vasthoudt en waar wij het niet mee eens zijn is dat er middelen aan andere beleidsterreinen worden onttrokken om de 190 miljoen euro in kwestie voor de komende drie jaar te kunnen toewijzen. Er is een beginsel dat volgens ons absoluut gehandhaafd moet worden, namelijk dat nieuwe beleidsmaatregelen uit nieuwe middelen gefinancierd worden. Dat betekent dat dit nieuwe beleid, ook al kan het door de Europese Commissie in het financiële kader gefinancierd worden, in de begroting van middelen moet worden voorzien en niet ten koste van andere programma’s gefinancierd moet worden.

 
  
MPphoto
 

  Tunne Kelam, namens de PPE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, hoge vertegenwoordiger, commissaris, ik wil allereerst de gedetailleerde en positieve verklaring van commissaris Piebalgs over de situatie verwelkomen, alsook zijn conclusie dat de financieringsinstrumenten goed werken.

Ik denk dat het stabiliteitsinstrument heel succesvol is geweest in het aanpakken van conflicten en crises, en we moeten ons daarom meer gaan richten op preventie en follow-up. Dit betekent ook krachtige steun voor de opbouw van het maatschappelijk middenveld. Ook hier moet de aankondiging van een forse verhoging van de middelen voor vredesopbouw worden toegejuicht.

We verwelkomen ook het nieuws van de verhoging van het plafond van 7 naar 10 procent voor maatregelen die vallen onder artikel 4, lid 1, en we begrijpen de noodzaak daarvan. Tegelijkertijd is het zeer belangrijk te waarborgen dat de verschillende Europese instrumenten en programma’s op samenhangende wijze worden gebruikt, met begrip van hun complementariteit.

Het Verdrag van Lissabon moet de EU meer samenhangend en doeltreffend maken. We hebben in dit Parlement de noodzaak van technische wijzigingen begrepen. De vraag gaat eerder over de politieke oplossing, zoals is aangegeven. Het betreft gedelegeerde handelingen en het recht van controle van het Europees Parlement.

Ik voel me vandaag bemoedigd door de uitdrukkingen van openheid van de kant van zowel de Raad als de Commissie. Dit is een teken dat u bereid bent om zo snel mogelijk tot een overeenkomst te komen. Ik hoop heel erg dat we erin zullen slagen tot een overeenkomst te komen die een rechtvaardig evenwicht waarborgt tussen de drie instellingen van de EU.

 
  
MPphoto
 

  Gianluca Susta, namens de S&D-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst wil ik de heer Scholz bedanken voor het opstellen van dit verslag over het voorstel voor een verordening tot vaststelling van een financieringsinstrument voor samenwerking met industrielanden. Het is terecht dat dit instrument wordt behandeld door de Commissie internationale handel, aangezien het vooral betrekking heeft op de samenwerking met industrielanden en opkomende landen, en daarom verschilt dit instrument enigszins van andere instrumenten.

Ten eerste denk ik dat de rol van het Parlement moet worden benadrukt. We hebben na het Verdrag van Lissabon te veel tijd verloren met getouwtrek met de Raad en de Commissie over een duidelijke kwestie. De centrale positie die het Parlement heeft op het gebied van zowel gedelegeerde handelingen als uitvoerende handelingen moet door ons worden beschermd. Ten tweede wil ik het strategische belang van dit hele spel benadrukken en, ten derde, de noodzaak om de samenwerking met ontwikkelingslanden en opkomende landen te versterken, zonder dat er geld wordt onttrokken aan de armste landen.

We moeten ons inspannen om, binnen het budget van de Europese Unie, meer middelen een andere bestemming te geven, ten gunste van de armste landen, waarbij we in gedachten moeten houden dat de problemen met de opkomende landen voornamelijk te maken hebben met regels, en niet met financiering. In ieder geval moet ook innovatie worden ondersteund, maar met extra middelen, die niet zijn onttrokken aan de armste landen.

 
  
MPphoto
 

  Annemie Neyts-Uyttebroeck, namens de ALDE-Fractie. Hoge vertegenwoordiger, voorzitterschap, beste collega’s, wij bespreken vandaag verschillende financiële instrumenten die de Europese Unie in staat stellen om op te treden in buitenlandse aangelegenheden. Al deze instrumenten zijn relatief jong, en daarenboven erg nieuw. Want vroeger bestond er niets vergelijkbaars en ook elders ter wereld of in andere internationale dan wel supranationale instellingen zijn er eigenlijk maar weinig voorbeelden van het soort instrumentarium waaraan de Europese Unie aan het werken is. Omwille van het nieuwe karakter werd dus wijselijk afgesproken dit instrumentarium reeds na enkele jaren te evalueren en waar nodig aan te passen. Dat is wat ons hier deze middag bezighoudt.

Inmiddels zijn er echter nog andere belangrijke veranderingen in voege getreden. We beschikken thans over een hoge vertegenwoordiger die tevens vicevoorzitter van de Commissie is. Wij zullen tijdens deze vergaderperiode de basisteksten goedkeuren betreffende de Europese Dienst voor extern optreden, zeg maar de diplomatieke arm van de Europese Unie. Dat is ook een heel belangrijke nieuwigheid.

En in de laatste, maar niet de minste plaats zijn de bevoegdheden van dit Parlement aanzienlijk uitgebreid. Wij hebben al volop gebruik daarvan kunnen maken en, zoals dat dikwijls het geval is met jonge instellingen, men duwt zo ver men kan om de nieuwe bevoegdheden maximaal te kunnen laten gelden. Er is dus een discussie met de andere instellingen gaande om na te gaan waar de grenzen zich precies bevinden.

Ik ben ook tevreden met wat zowel commissaris Piebalgs gezegd heeft als het fungerend voorzitterschap over de wil die er bestaat om tot een akkoord ter zake te komen. Omdat ik in een vorig leven deel heb uitgemaakt van de uitvoerende macht in mijn land, begrijp ik zowel de ene als de andere, als de derde kant van het dispuut, en ik hoop dat men tot een akkoord komt. Ik durf ook te hopen dat dit Parlement zijn hand niet zal overspelen, zoals men wel eens zegt in het Engels.

In verband met het stabiliteitsinstrument ten slotte – ik heb nog een paar seconden – zou ik willen zeggen dat ik de verklaringen van commissaris Piebalgs zeer verwelkom, waar hij zegt dat het inderdaad de bedoeling is om zich onder meer te concentreren op de strijd tegen de handel in lichte en kleine wapens. Dat het de bedoeling is om ngo’s nauwer te betrekken bij de werking van het stabiliteitsinstrument, en om volop gebruik te maken van het nog nieuwere instrumentarium inzake peace building. Als dat gebeurt, dan zult u ten volle op de steun van onze fractie kunnen rekenen.

 
  
MPphoto
 

  Franziska Keller, namens de Verts/ALE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil het graag hebben over het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking. Ik ben van mening, en ook collega’s van de Commissie ontwikkelingssamenwerking zijn dat, dat de controlebevoegdheid van het Parlement voor dit instrument dringend moet worden versterkt. De reden daarvoor is dat het Parlement de taak heeft te controleren waaraan de Commissie geld uitgeeft, en of het geld wordt besteed zoals bedoeld, in dit geval aan officiële ontwikkelingshulp (ODA).

We zijn in het verleden slechte voorbeelden tegengekomen, waarin geld niet werd besteed in overeenstemming met de ODA-criteria of waarin we merkten dat de besteding niet voldeed aan het doel van uitroeiing van de armoede. Aangezien we alleen maar het recht hadden om geraadpleegd te worden, werden onze voorstellen en onze ideeën niet opgepakt. Dit laat duidelijk zien dat we een sterkere positie moeten krijgen. We hebben de bevoegdheid nodig om mede te beslissen waaraan het geld wordt uitgegeven.

Niet alleen de Commissie, maar ook wij als Parlement hebben een verplichting met betrekking tot de samenhang van het ontwikkelingsbeleid. We moeten er ook voor zorgen dat het geld dat wordt uitgegeven, in de juiste richting gaat, en dat op andere beleidsgebieden ook gewerkt wordt aan uitroeiing van de armoede.

Het Parlement heeft ook een verantwoordelijkheid tegenover de burgers van de Europese Unie. We moeten beter controleren waaraan geld wordt uitgegeven, namelijk aan uitroeiing van de armoede. De Europese burgers zijn voor ontwikkelingshulp. Zij zijn zelfs voor het geven van meer ontwikkelingshulp – zoals blijkt uit enquêtes – maar we moeten ook duidelijk laten zien hoe we het geld uitgeven en dat het ten goede komt aan de armen.

De Commissie ontwikkelingssamenwerking en ik verzoeken u daarom om de gedelegeerde handelingen voor het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking te aanvaarden.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock, namens de ECR-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de EU is de grootste multilaterale donor van ontwikkelingshulp en humanitaire hulp in de wereld. Zij speelt ook een belangrijke politieke rol in de ondersteuning van de bevordering van mensenrechten en democratie in derde landen.

Mijn fractie, de ECR-Fractie, is er daarom vast van overtuigd dat passend gestructureerde nieuwe Europese financieringsinstrumenten essentieel zijn. Zij waarborgen een efficiëntere en effectievere besteding van het geld van de Europese belastingbetalers en stellen het Parlement, in het bijzonder na Lissabon, in staat om de uitgaven en het strategisch beleid op een meer open en transparante wijze te controleren.

Deze democratische verantwoordelijkheid is van wezenlijk belang, vooral in een tijd waarin de lidstaten zelf diep snijden in hun nationale uitgaven. Investeringen en ontwikkeling, democratie en mensenrechten zijn een potentieel belangrijke manier om de algemenere doelen van het buitenlands beleid van de EU te steunen, in het bijzonder door ‘zachte macht’, en zouden ook kunnen bijdragen tot vermindering van de immigratiedruk aan de buitengrenzen van de EU. Krachtige mechanismen om corruptie en misbruik van Europees geld te voorkomen zijn echter essentieel, en we moeten ook oppassen dat we onze eigen westerse liberale waarden, in het bijzonder zogenoemde reproductierechten, niet opdringen aan anderen die slecht toegerust of onwillig zijn om deze waarden onder het mom van mensenrechten over te nemen.

 
  
MPphoto
 

  Sabine Lösing, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, het is belangrijk om hier duidelijk te maken dat met het Verdrag van Lissabon het recht van het Europees Parlement om controle uit te oefenen op de financieringsinstrumenten voor het buitenlands beleid van de EU is afgeschaft. Daardoor is de bevoegdheid voor deze financieringsinstrumenten volledig bij de Commissie en de hoge vertegenwoordiger en daarmee bij de Europese Dienst voor extern optreden komen te liggen. Ik vind het absoluut onaanvaardbaar dat het Parlement en de Raad hier niet bij worden betrokken, hoewel het hier om verstrekkende maatregelen voor het buitenlands beleid van de EU en de omzetting hiervan gaat.

Wij steunen de inspanningen van alle fracties van het Parlement om de parlementaire controle over de financieringsinstrumenten te herstellen. Daarom ondersteunen we ook de desbetreffende amendementen bij de gedelegeerde handelingen waarover hier ook al is gesproken. Toch wil ik ten slotte zeggen dat ik grote bezwaren heb, vooral tegen het stabiliteitsinstrument en het Europees instrument voor democratie en mensenrechten, aangezien ik van mening ben dat deze instrumenten op een ondemocratische en ontransparante manier en ten dele tegen de wil van de betrokken landen zijn ingezet. Daarom hebben ze het karakter van een interventionistisch buitenlands beleid van de EU.

 
  
MPphoto
 

  William (The Earl of) Dartmouth, namens de EFD-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, in de bazaars van Karachi wordt de volgende anekdote verteld. Een dief houdt de president van Pakistan staande en zegt: “Ik wil uw geld.” De president van Pakistan antwoordt: “Ik ben president Zardari, uw president.” De dief zegt daarop: “In dat geval wil ik mijn geld!”

Dit is belangrijk in het debat van vandaag, omdat het het kernpunt benadrukt. De Europese Commissie heeft geen geld. Alle geld van de Commissie komt van de belastingbetalers van de lidstaten of, om precies te zijn, de belastingbetalers van de veertien lidstaten die nettobetalers zijn. Zelfs als de Commissie ooit haar eigen middelen krijgt, wat op basis van de stemmingen eerder vandaag ontmoedigend waarschijnlijk lijkt, zal het geld dat de Commissie uitgeeft, nog altijd het geld van belastingbetalers zijn.

Ik stel u daarom de volgende vraag en verzoek u deze zeer zorgvuldig te overwegen: denkt u echt dat Europese en Britse belastingbetalers die in moeilijkheden verkeren, vooral in de huidige situatie, 2 miljard euro extra willen uitgeven – want dat is waarin deze voorstellen voorzien – alleen maar zodat de EU-commissaris als een pauw kan rondstappen op het wereldtoneel?

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). (DE) Mijnheer de Voorzitter, zoals al eerder het geval was, bestaan er enkele problemen bij de financieringsinstellingen van de EU. Enerzijds zijn de subsidies gedeeltelijk vanwege hun complexiteit moeilijk te verkrijgen en anderzijds zijn de controlesystemen nog steeds niet optimaal ingesteld. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de pretoetredingssteun die zoals bekend aan potentiële toetredingskandidaten wordt toegekend, maar waarvan de uitbetaling pas zin heeft, als de desbetreffende landen de corruptieproblemen de baas zijn, of wanneer de daartoe noodzakelijke structuren daadwerkelijk tot stand zijn gekomen. In dit verband heeft de EU hopelijk iets geleerd van de overhaaste uitbreidingsronde van 2007. Bij het stabiliteitsinstrument en het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking bereiken de beschikbare middelen veel te vaak de lokale instellingen waarvoor ze bedoeld waren niet of slechts ten dele. Dat ligt ten dele aan de zwakke instellingen in de ontvangende landen, maar ook aan verkeerde stimulerende maatregelen en het ontbreken van een gedocumenteerde verantwoording. Het zou te denken moeten geven dat volgens een studie van het Internationaal Monetair Fonds de overheidsuitgaven van 33 landen voor meer dan 50 procent afhankelijk zijn van internationale ontwikkelingshulp. Bij financieringssteun van de EU, van welke aard dan ook, moeten de controles dus aangescherpt worden.

 
  
MPphoto
 

  Godelieve Quisthoudt-Rowohl (PPE). (DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik de rapporteur, de heer Scholz, hartelijk bedanken voor de goede en open samenwerking. Vooral toen we in de trialoog met elkaar discussieerden, waren we het weliswaar niet altijd met elkaar eens, maar er heerste wel een constructieve gesprekssfeer.

Met de uitbreiding van het financieringsinstrument voor samenwerking met industrielanden krijgt de EU de mogelijkheid om met de belangrijkste opkomende landen en ontwikkelingslanden een gelijkwaardige samenwerking aan te gaan. Daartoe behoren net zo goed uitwisselingsprogramma’s van scholieren in het kader van Erasmus Mundus als ondersteuning van zakelijke of culturele samenwerking, wat ik van harte verwelkom. Ik wil op één ding wijzen: met het oog op de huidige financiële situatie van de EU – die voor alle lidstaten geldt – is het voor de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) onaanvaardbaar om nieuwe, nog niet beschikbaar gestelde middelen voor de verwezenlijking van de zo-even beschreven maatregelen te vragen. Er moet een financiële verrekening plaatsvinden met het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking, waarvan de middelen alleen voor de opkomende en ontwikkelingslanden bestemd waren. Daarom heb ik namens de fractie een amendement ingediend dat deze financiële verrekening mogelijk maakt.

Ik wil nog kort iets zeggen over de belangrijke kwestie van de gedelegeerde handelingen, waarover vanmiddag al twee keer is gesproken. Ik ben er absoluut van overtuigd dat het Parlement bij het totale pakket van de financiering van buitenlandse samenwerking waarover nu wordt gedebatteerd door middel van gedelegeerde handelingen een controle- en vetorecht moet hebben. De geest van het Verdrag van Lissabon moet hierin tot uitdrukking komen. Over de vraag of gedelegeerde handelingen in de financieringsinstrumenten opgenomen worden of niet, kunnen we geen compromis sluiten.

 
  
MPphoto
 

  Ana Gomes (S&D). − (EN) Mijnheer de Voorzitter, het Europees instrument voor democratie en mensenrechten is cruciaal voor een Europees buitenlands beleid dat zich serieus inzet voor de bevordering van democratie, de rechtsstaat en mensenrechten wereldwijd. Het is het enige instrument dat we nu kunnen mobiliseren om degenen te helpen die opkomen voor democratie en mensenrechten in landen waar de basisvrijheden beperkt zijn. We kunnen dit doen zonder de toestemming van hun regeringen. Zo’n waardevol instrument moet duidelijk goed worden gecontroleerd door het Europees Parlement, en dit is de reden waarom we de procedure voor gedelegeerde handelingen verlangen.

We moeten echter beseffen dat dit instrument tamelijk beperkt is op het punt van de beschikbare middelen, en feitelijk wordt een flink deel van deze middelen besteed aan de verkiezingswaarnemingsmissies van de EU: 22 procent voor de periode 2011-2013. Dit betekent dat het budget dat is toegewezen aan het Europees instrument voor democratie en mensenrechten aanzienlijk moet worden verhoogd.

Ik wil deze gelegenheid graag benutten om te wijzen op een nieuw hulpmiddel dat het Europees Parlement zou moeten helpen instellen, en dat dit instrument zou kunnen financieren, teneinde nog efficiënter en met meer flexibiliteit de mensen bij te staan die vaak hun leven wagen in de strijd voor democratie, de rechtsstaat en mensenrechten in landen met een dictatuur of een onderdrukkend regime, en in landen die een overgang proberen te maken naar democratie, maar die te maken hebben met gewelddadige antidemocratische krachten en die veel meer hulp nodig hebben op het punt van de capaciteitsopbouw om deze antidemocratische krachten te verslaan.

Wat we nodig hebben is een partijoverstijgende niet-gouvernementele Europese stichting die vergelijkbaar is met de door het Amerikaanse Congres ingestelde National Endowment for Democracy.

(Spreekster verklaart zich bereid een ‘blauwe kaart‘-vraag krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Heidi Hautala (Verts/ALE). − (EN) Mijnheer de Voorzitter, dank u wel dat ik het woord mag voeren. Mijn vraag aan mevrouw Gomes over haar uitstekende voorstel is wat zij denkt dat we eigenlijk kunnen leren van de Amerikaanse modellen voor dit soort flexibelere en, laten we zeggen, minder bureaucratische financiering van democratisering en mensenrechten.

 
  
MPphoto
 

  Ana Gomes (S&D). − (EN) Mijnheer de Voorzitter, de schoonheid zit hem precies in de flexibiliteit. Wanneer we een partijoverstijgende stichting hebben, zouden we bijzondere gevallen kunnen identificeren waarvan we, op een bredere basis, vinden dat ze bijzondere bijstand nodig hebben, waarbij we obstructie voerende regeringen of autoriteiten of krachten omzeilen, en capaciteit zouden kunnen opbouwen voor degenen die strijden voor mensenrechten. Ik denk dat de NED in de VS echt een zeer lichtend voorbeeld is, en we moeten er niet voor terugschrikken om een voorbeeld te volgen dat in andere delen van de wereld werkt, in dit geval iets van onze Amerikaanse partners.

In Europa zijn al de stichtingen van de verschillende partijen werkzaam, maar vaak hebben ze verschillende agenda’s, en er zijn zeker veel gevallen waarin zij efficiënter hulp zouden kunnen verlenen aan degenen die strijden voor democratie en mensenrechten, als zij zouden samengaan.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Daar had je me mooi tuk, Ana. Ik dacht dat je klaar was en toen ging je opeens weer verder met je verhaal, dus ik wist niet of ik moest hameren of niet. Bij de ‘blauwe kaart‘-procedure heeft de vraagsteller namelijk 30 seconden spreektijd en heeft degene die antwoord geeft ook maar 30 seconden.

 
  
MPphoto
 

  Louis Michel (ALDE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik ben zeer in verlegenheid gebracht omdat ik mij in deze discussie zou hebben willen mengen. Ik twijfel er zeer sterk aan dat het Amerikaanse model efficiënter is dan het Europese. Als het om de mensenrechten gaat, is het Amerikaanse model zeer selectief en volledig gericht op het eigen belang, omdat het bij het Amerikaanse model in de eerste plaats gaat om actief bilateralisme.

Ik wil mijn collega Charles Goerens gelukwensen met zijn werk omdat hij erin is geslaagd de ontwikkelingsdimensie van de aanpak te versterken, en ik wil commissaris Piebalgs natuurlijk bedanken voor het luisterende en welwillende oor dat hij heeft geschonken aan dit verzoek.

Ik wil drie korte opmerkingen plaatsen. Om te beginnen kan en zal een te snelle opheffing van de communautaire preferenties in sommige bananenexporterende ACS-landen dramatische gevolgen hebben. Enkele van deze gevolgen zullen het vermogen van ACS-landen aantasten om duurzame ontwikkeling te bevorderen. Daarom zou ik willen pleiten voor een redelijke en enigszins flexibele interpretatie van de toekenningscriteria voor steun. Die steun moet in de eerste plaats worden toegekend aan die ACS-landen die hun bananensector in stand willen houden vanwege de invloed hiervan op de duurzame ontwikkeling van hun land. In dit verband zou het nuttig zijn geweest – wij hebben tevergeefs hierom gevraagd – reeds te kunnen beschikken over een voorafgaande effectbeoordeling ten aanzien van de situatie van bananenexporterende landen.

Ik wil nog twee opmerkingen van algemene aard maken, en ik kom in de komende weken zeker hierop terug. Naar mijn mening kunnen we deze steun ongetwijfeld het beste in goede banen leiden met algemene begrotingssteun indien dit mogelijk is en met sectorsteun indien dit gewenst is. Het zou misschien ook nuttig zijn geweest een debat te voeren over de omvang van de steun en over de nakoming van de verplichtingen die de lidstaten in 2005 op zich hebben genomen. Dit staat centraal in het debat. Daarnaast vind ik wat ik van sommige collega’s gehoord heb zeer verontrustend. Egoïsme viert kennelijk hoogtij. Ik moet zeggen dat mij dit nogal verrast.

Tot slot zou ik in antwoord op enkele vragen toch opnieuw het idee willen opperen het Europees Ontwikkelingsfonds in de begroting op te nemen, omdat wij het beleid van de Commissie dan rechtstreeks kunnen controleren.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Grèze (Verts/ALE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heer Goerens bedanken dat hij rekening heeft gehouden met internationale normen op het gebied van de gezondheid en de veiligheid van de arbeiders en met internationale milieunormen, met name natuurlijk wat betreft de blootstelling aan pesticiden.

De bescherming van kleine producenten in dit verslag is naar mijn mening van cruciaal belang omdat zij – ik wil hierop wijzen – uiteindelijk slechts 1,5 procent ontvangen van de prijs die de eindverbruiker betaalt. Het is goed om in herinnering te roepen dat, zoals u reeds weet, jaarlijks miljoenen kleine boeren gedwongen worden naar de sloppenwijken te trekken.

Nu dit Parlement de strijd heeft aangebonden tegen pesticiden en de massale blootstelling aan pesticiden, vind ik het van cruciaal belang dat dezelfde eisen worden gesteld aan de Franse Antillen, waar chloordecon wordt gebruikt, en aan de ultraperifere gebieden. Ik doe een beroep op de Commissie om dit te doen.

Hoewel ik mij verheug over de vooruitgang die is geboekt, wil ik tot slot nogmaals zeggen dat het belangrijkste probleem van de handel in bananen duidelijk wordt gevormd door het landbouwmodel; wij moeten dit heroverwegen omdat het uitsluitend gericht is op de export. We moeten het landbouwmodel hervormen en zelfvoorzienender maken.

 
  
MPphoto
 

  Marek Henryk Migalski (ECR).(PL) Ik ben het volkomen eens met mevrouw Gomes dat de kwestie van de mensenrechten tot de belangrijkste problemen behoort die wij dienen aan te pakken. Daarom begrijp ik de uitspraak van mevrouw Lösing absoluut niet. Zij is van mening dat de financiële middelen die voor de mensenrechten worden uitgetrokken soms – om niet te zeggen vaak – verkeerd worden besteed. Dat begrijp ik niet. De mensenrechten zijn immers een essentiële en misschien zelfs de belangrijkste taak van de Europese Gemeenschap.

Ik zou tevens willen verwijzen naar een van de financieringsinstrumenten voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld, evenals naar de stelling dat deze instrumenten moeten worden ingevoerd en operationeel moeten worden gemaakt, ongeacht het feit of derde landen en andere overheden hiermee hebben ingestemd. Naar mijn mening is dit een cruciale stelling die duidelijk maakt wat onze plicht is. Wij moeten soms helpen bij het opbouwen van democratie en het versterken van de mensenrechten tegen de wil van regeringen van bepaalde landen. Ik ben er stellig van overtuigd dat dit de moeite loont, in het bijzonder in landen waar het recht op vrijheid van meningsuiting met voeten wordt getreden. Dit is onze plicht.

 
  
MPphoto
 

  Joe Higgins (GUE/NGL). − (EN) Mijnheer de Voorzitter, een groot deel van dit debat heeft iets onwerkelijks. Al deze verslagen over de bevordering van democratische en mensenrechten wereldwijd en over financieringsinstrumenten voor ontwikkelingssamenwerking moeten worden gezien in de context van de ontmoedigende verklaring die de secretaris-generaal van de Verenigde Naties gisteren in deze Kamer heeft afgelegd. Hij zei dat in deze wereld alleen al dit jaar nog eens 65 miljoen mensen zullen vervallen in extreme armoede.

Dat is de harde werkelijkheid die ingaat tegen de mooie woorden van regeringen en de Commissie. Buiten de deuren van deze Kamer verkondigen reusachtige vaandels met logo’s van de EU: ‘Stop de armoede’. Tegelijkertijd stimuleert de Europese Commissie, en eigenlijk doen ook de grote fracties in dit Parlement dat, neoliberaal economisch beleid dat diep snijdt in begrotingen en openbare diensten en dat de levensstandaard van gewone mensen afbreekt, terwijl zij in de vorm van bail-outs enorme sommen geld overmaakt naar banken en speculanten.

Op het punt van de financiering van ontwikkelingssamenwerking feliciteert de Commissie zichzelf met de nieuwe verlagingen van de douanerechten voor bananen die zijn overeengekomen met bananenproducenten in Latijns-Amerika, maar in werkelijkheid komt deze nieuwe regeling machtige transnationale ondernemingen ten goede. De grote bananenexporteurs, zoals Chiquita en Del Monte, zullen er enorm aan verdienen, terwijl de Afrikaanse, Caribische en Pacifische landen en de kleine producenten zullen worden geruïneerd. Natuurlijk mag de subsidie voor kleine bananentelers die ten onder dreigen te gaan door de nieuwe regeling, niet komen uit de bestaande sociale fondsen, maar moet deze van elders in de Europese begroting komen. Handel moet ten goede komen aan de kleine producenten en werkenden – de meerderheid – niet aan grote transnationale ondernemingen.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Salavrakos (EFD). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik ben bang dat de begroting van de EU voor 2011 onjuist is, zowel wat betreft de mogelijkheid van een herziening op de middellange termijn, als het invoeren van directe inkomsten door middel van nieuwe belastingen, die uiteindelijk door de eindgebruikers, dat wil zeggen de Europese burgers, opgebracht moeten worden. Ik ben van mening dat dit niet het juiste moment is voor het opleggen van deze belastingen, nu Europa afglijdt naar een recessie, de werknemers hun banen verliezen, hun koopkracht minder wordt en zij, wat nog erger is, hun socialezekerheidsrechten kwijtraken. In plaats van de Europese consumenten iets te geven, nemen wij hun iets af. Het blijkt eens te meer dat wij in ons streven naar financiële discipline onze ontwikkelingsplannen aan de kant hebben gezet, en dat wij met de toepassing van de economische theorie de politieke theorie over het hoofd hebben gezien.

Wij moeten, door het goede voorbeeld te geven, de Europese burgers ervan overtuigen dat wij het beste met hen voorhebben. In het huidige tijdsgewricht moeten we ons dus niet gedragen als Marie-Antoinette. Ik stel daarom twee concrete maatregelen voor: ten eerste, vermindering van de vergoeding die wij als afgevaardigden ontvangen met 1 000 euro voor het jaar 2011; dit geld dient ieder van ons ter beschikking te stellen voor het in dienst nemen van een werkloze Europese jongere in zijn eigen land. Ten tweede, vermindering van onze reiskosten: laten ook wij economy class vliegen.

 
  
MPphoto
 

  Nick Griffin (NI). − (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals zo vaak het geval is met voorstellen van de EU, bevatten deze financieringsinstrumenten maatregelen die een grote emotionele aantrekkingskracht hebben. Fatsoenlijke mensen zoals wijzelf willen allemaal een einde maken aan drugssmokkel, mensenhandel en de levering van handvuurwapens aan conflictgebieden, maar emotioneel doen en gul zijn met andermans geld is heel gemakkelijk.

Terwijl gewone mensen in Griekenland, Frankrijk, Ierland en Groot-Brittannië zien hoe hun samenleving kapot wordt gemaakt door bezuinigingen, en zij zwaar gebukt gaan onder hoge belastingen, wil het verslag-Scholz dus nog eens 176 miljoen euro toevoegen aan de 172 miljoen euro die al zijn vastgelegd om kapitalisten in de derde wereld te helpen om nog meer van onze banen op te slokken. In het verslag-Goerens wordt gepleit voor het uitgeven van 190 miljoen euro, met inbegrip van 17,4 miljoen euro voor een snelleresponsfaciliteit voor maatregelen tegen de scherpe stijging van de voedselprijzen in de ontwikkelingslanden. Misschien is het u ontgaan, maar de voedselprijzen zijn ook in onze kiesdistricten torenhoog.

Het ergst van allemaal is echter het verslag-Brantner. In de Engelse versie van het verslag wordt op bladzijde 9 gesproken over financiële middelen ten bedrage van 2 062 miljard euro voor de periode tot 2013. Dit is natuurlijk een typefout. God geve dat het een typefout is, maar het feit dat alle deskundigen en Europese afgevaardigden die dit verslag hebben gelezen, over zo’n belachelijke fout heen lezen, spreekt boekdelen over de achteloze nonchalance waarmee de Europese Unie geldt uitgeeft.

Dit geld groeit niet aan bomen. Het wordt niet uitgedeeld door een reusachtige tandenfee. Het is niet het geld van de Commissie; het is niet het geld van de Europese afgevaardigden. Het is het geld van belastingbetalers, en een zeer onevenredig deel daarvan is geld van Britse belastingbetalers.

 
  
MPphoto
 

  Maurice Ponga (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, de Europese Unie onderhoudt sinds vele jaren een speciale en hechte relatie met de ACS-landen. Die speciale relatie is met name tot uitdrukking gekomen in de toekenning van tariefpreferenties. Dit geldt voor de bananensector, waar ACS-landen hebben geprofiteerd van een preferentiële handelsovereenkomst voor hun uitvoer naar de Europese Unie.

Die preferentie is aangevochten bij de WTO, met name door de Latijns-Amerikaanse landen, die op grote schaal bananen uitvoeren. De Europese Unie heeft derhalve in december 2009 ingestemd met tariefverlagingen in de bananensector teneinde de regels van de WTO in acht te nemen en een einde te maken aan een langdurend geschil.

Op grond van het geprivilegieerd partnerschap dat zij onderhoudt met ACS-landen wilde de Europese Unie bananenproducerende ACS-landen echter steunen, zodat zij het hoofd kunnen bieden aan deze toenemende concurrentie. Europa heeft derhalve tot 2013 190 miljoen euro toegezegd om bananenproducerende ACS-landen te helpen zich aan te passen, concurrerend te zijn en hun sector indien nodig te herstructureren.

In het verslag waarover wij morgen stemmen, bevestigt het Europees Parlement opnieuw zijn inzet en steun voor bananenproducerende ACS-landen, hetgeen ik zeer toejuich. Wij hebben onder andere voorgesteld dat de Europese Unie indien nodig na 2013 aanvullende maatregelen kan goedkeuren.

 
  
MPphoto
 

  Thijs Berman (S&D). − (EN) Mijnheer de Voorzitter, we moeten aandringen op maximale transparantie en verantwoordelijkheid met betrekking tot de begroting, want dat zal zeer bijdragen tot de rechtmatigheid van het buitenlands beleid van de EU.

We hebben het over aanzienlijke sommen geld die worden uitgegeven op basis van verordeningen die de Commissie aanzienlijke handelingsruimte bieden. Dat is prima, maar we moeten ons recht van controle van strategiedocumenten, indicatieve meerjarenprogramma’s en dergelijke volledig uitoefenen, want deze hebben een algemeen karakter en vullen de financieringsinstrumenten aan door prioritaire gebieden en doelstellingen vast te stellen.

De Commissie moet haar resultaten laten zien in een jaarverslag aan het Parlement, met bijzondere aandacht voor de vraag in hoeverre de verschillende projecten kunnen worden aangemerkt als officiële ontwikkelingshulp. De programmering en planning moeten geschieden door dezelfde deskundige mensen die dit nu doen, maar de Europese Dienst voor extern optreden zelf heeft meer deskundigen op het gebied van de ontwikkeling en mensenrechten nodig om deze instrumenten te begrijpen en ermee te werken, in Brussel en bij de EU-delegaties in derde landen.

 
  
MPphoto
 

  Takis Hadjigeorgiou (GUE/NGL). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil kort ingaan op het thema democratie en middelen voor financiële ondersteuning van democratie in het buitenland. Wij zijn van mening dat democratie een verworvenheid van de mensheid is die in stand moet worden gehouden. Is echter de democratie zoals wij die kennen de democratie die wij willen – en moeten – exporteren? Ik ben er absoluut zeker van dat het eerste wat wij moeten doen is authentieke democratie in onze eigen contreien tot stand brengen. Als er een land is waar meer dan vijftig procent van de bevolking niet stemt, over wat voor democratie hebben we het dan? En als miljoenen mensen werkloos zijn, kunnen we dan spreken van democratie? En wanneer de democratie zich niet zozeer uitspreekt bij monde van gekozen vertegenwoordigers, maar door de media, die tegelijkertijd de democratie in hun macht hebben, waar hebben wij het dan over? Is dat het soort democratie waarop wij trots kunnen zijn en die wij zelfs willen exporteren?

Ik geloof dat er inderdaad volken zijn die hulp nodig hebben opdat hun rechten de feitelijke steun en goedkeuring van hun regeringen genieten. Maar moet die steun niet met grote terughoudendheid en na intensieve studie naar de mogelijke negatieve, in plaats van positieve, gevolgen worden gegeven? Kan iemand beweren dat het verlenen van financiële ondersteuning voor de democratie in Afghanistan de democratie heeft vooruitgeholpen? Wil onze democratie een navolgenswaardig voorbeeld zijn, dan moeten wij naar mijn mening veel meer doen dan anderen geld geven om ons na te volgen.

 
  
MPphoto
 

  Alf Svensson (PPE).(SV) Dankzij het Verdrag van Lissabon en de nieuwe Europese Dienst voor extern optreden hebben we de mogelijkheid om een belangrijkere plaats in te nemen op het wereldtoneel. Die ontwikkeling gaat vanzelfsprekend gepaard met een toegenomen verantwoordelijkheid.

We hebben een bijzondere verantwoordelijkheid in allerhande betrekkingen, op het vlak van steun of handel, met staten die geen democratie zijn. Europa en de EU moet en dient het voortouw te nemen. De EU moet het goede voorbeeld geven. De financieringsinstrumenten die we nu bespreken, bevatten de bouwstenen voor de voorwaarden waarmee we echt het verschil kunnen maken. De voorwaarden zijn er, maar dat betekent niet automatisch dat we zullen slagen. Om elke euro steun optimaal te laten renderen, moeten onze ontwikkelingswerkzaamheden voortdurend doortrokken zijn van inspanningen ter bevordering van de democratie en opinievorming. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar dat is het niet voor iedereen.

In de VN is het de EU die in de bres springt. Het is de EU die in de onderhandelingen opstaat tegen totalitaire regimes, en wij stellen ons consequent en onwrikbaar aan de kant van de kwetsbaren, en zo hoort het vanzelfsprekend ook. Daarom is het zo ontmoedigend om vast te stellen dat de koers door de bank genomen niet die is die we met betrekking tot democratie en mensenrechten zouden willen, en ik heb de indruk dat een aantal leden van dit Parlement niet ten volle beseft hoe belangrijk democratie is als belangrijkste en fundamenteelste bouwsteen voor ontwikkeling.

In de Commissie ontwikkelingssamenwerking zien we met de regelmaat van de klok pogingen om formuleringen op papier te zetten die subtiel, tussen de regels of zelfs heel open een zekere mate van toegeeflijkheid ten aanzien van totalitaire regimes weerspiegelen. Onlangs werd bijvoorbeeld beweerd dat het grote probleem in dictaturen erin bestaat dat de gezondheidszorg geprivatiseerd dreigt te worden. Er is zelden iemand die opmerkt dat grootschalige hongersnood nooit is voorgekomen in een democratie.

Die instelling is gewoon niet houdbaar. Om onze financieringsinstrumenten in het kader van de begroting voor steunverlening optimaal te laten functioneren, moeten we het bevorderen van democratie centraal stellen in al onze externe betrekkingen, en niet alleen bij plechtigheden en verbaal, maar in praktische daden.

 
  
MPphoto
 

  Patrice Tirolien (S&D).(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil uitsluitend ingaan op het verslag van de heer Goerens over begeleidende maatregelen voor de bananensector (BMB).

Aangezien ik zelf afkomstig ben uit een van de weinige Europese bananenproducerende regio’s, kan ik slechts solidair zijn met de ACS-producenten in kwestie. Ik ben in de eerste plaats solidair omdat de Europese Unie door een sterke historische band is verbonden met deze landen en wij alles in het werk moeten stellen opdat ook zij volledig kunnen profiteren van de globalisering, waarvan zij doorgaans als eerste het slachtoffer zijn.

Ik ben tevens solidair omdat de handelsconcessies die de Commissie genereus heeft gedaan tegenover de WTO, de genadeklap dreigen te geven aan deze landbouwsector in onze ACS-partnerlanden. Ik ben ten slotte solidair, maar zeker niet naïef, omdat de ontwerpverordening betreffende BMB die de Commissie heeft ingediend, te veel nadruk legde op het aspect economische diversificatie.

Gezien het verlies van tariefpreferenties als gevolg van de WTO-overeenkomst ligt het voor de hand dat dit programma als belangrijkste doelstelling heeft de duurzaamheid van de bananenuitvoer van de ACS-landen te waarborgen en hen derhalve te helpen concurrerend te worden.

Laten we echter eerlijk zijn: de middelen waarin de BMB voorzien, zijn qua omvang en looptijd bij lange na niet toereikend om diversificatie tot stand te kunnen brengen.

Tot slot wil ik nog zeggen dat wij, indien wij ons bewust zijn van de urgentie van de situatie, erin kunnen toestemmen dat deze steunmaatregelen worden gefinancierd door rubriek 4 van de begroting op grote schaal te herschikken. De Raad moet zijn verantwoordelijkheid nemen en alles in het werk stellen om een levensvatbare oplossing te vinden voor de meerjarenfinanciering van dit programma.

 
  
MPphoto
 

  Lena Kolarska-Bobińska (PPE). (PL) Het Europese financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld is mijns inziens een instrument dat momenteel op te technische wijze wordt gebruikt en benaderd. Het zou in toenemende mate een politiek instrument van de Europese Unie moeten zijn, aangezien het een waaier van mogelijkheden biedt om de democratie te steunen en te bevorderen. Om dit potentieel ten volle te kunnen benutten, dient de benadering van dit Europese financieringsinstrument evenwel te worden gewijzigd. Tot dusver stond de kwestie van het bevorderen van democratie vaak in de schaduw van de kwestie van de mensenrechten. Dit probleem is uiteraard ook van cruciaal belang, maar ik denk dat het ondersteunen van democratie als dusdanig – wat niet hetzelfde is – veel hoger op de politieke agenda moet komen te staan en veel meer nadruk dient te krijgen.

Met het oog hierop dienen we ook de niet-gouvernementele organisaties te versterken in landen met autoritaire regeringen. We zouden ons in die landen moeten richten op de versterking van het democratiseringsproces aan de basis – een democratie die van onderaf wordt opgebouwd. Dit betekent dat er bijzondere aandacht moet uitgaan naar organisaties uit het maatschappelijk middenveld die innovatieve benaderingen bieden om de openbare ruimte uit te breiden. Om in dit opzet te slagen, moeten we in de eerste plaats werk maken van een regelmatige beoordeling van de impact van de acties van de organisaties die Europese financiële middelen ontvangen. Voorts zijn deze organisaties het er zelf over eens dat er een forum moet worden opgericht dat het mogelijk maakt om op regelmatige basis ontmoetingen te organiseren om de communicatie tussen donoren en begunstigden te bevorderen. Dit geldt zowel voor donoren van binnen als buiten de Europese Unie. Onze aanvraagformulieren dienen vereenvoudigd te worden. Op dit ogenblik zijn ze voor velen volstrekt onduidelijk. Ten slotte zou de Commissie moeten streven naar een versoepeling van het Financieel Reglement.

 
  
MPphoto
 

  Kader Arif (S&D).(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het onderwerp van dit debat kan enig optimisme teweegbrengen omdat het er in theorie om gaat de voorwaarden vast te leggen voor de steun aan bananenproducerende ACS-landen. De werkelijkheid ziet er volledig anders uit, en ik moet zeggen dat de wijze waarop zij worden behandeld in dit verslag, gewoonweg onaanvaardbaar is. Wij moeten om te beginnen voor ogen houden dat de bananensector voor vele Afrikaanse en Caribische landen van levensbelang is.

Desondanks hebben zij zich de moeite getroost om bij de WTO een akkoord te aanvaarden waarmee het Europese douanetarief wordt verlaagd naar 114 euro per ton om een einde te maken aan een langdurend geschil met producerende landen in Latijns-Amerika. De Commissie schijnt echter vergeten te hebben hen te informeren over de lopende bilaterale onderhandelingen met deze landen over een nog veel lager tarief: 75 euro per ton. Het behoeft geen betoog dat de commerciële gevolgen van deze akkoorden ingrijpend zullen zijn in een situatie waarin de Europese bananenmarkt reeds grotendeels in handen is van multinationals die gevestigd zijn in Latijns-Amerika.

Met het oog op deze situatie hebben tijdens de laatste plenaire zitting van de Parlementaire Vergadering ACS-EU op Tenerife alle leden unaniem een verklaring aangenomen waarin wordt gevraagd onmiddellijk steunmaatregelen te nemen die zijn aangepast aan de behoeften van de producenten.

Nu ik in Brussel en Straatsburg ben teruggekeerd, verbaast het me niet te zien dat rechts helaas aan het terugkrabbelen is en zich zelfs verzet tegen een verwijzing naar deze verklaring. Ik ben dit dubbel spel moe maar ik vrees met name dat die vermoeidheid wordt gedeeld door onze historische partners, die niet meer geloven dat wij hun ontwikkeling werkelijk willen ondersteunen.

 
  
MPphoto
 

  Richard Howitt (S&D). − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik verwelkom deze tussentijdse evaluatie van het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR), ik loof het werk van de rapporteur en verwelkom de wijzigingen die het mogelijk maken om belastingbetalingen te doen. Twee derde van de mensenrechtenorganisaties heeft geen lokale vrijstelling kunnen krijgen, dus deze maas die de feitelijke status van de echte behoeften van de projecten verminderde, wordt nu gedicht.

Tot de Commissie zeg ik dat ik de gestructureerde samenwerking verwelkom die het mogelijk heeft gemaakt dat het Parlement wordt geraadpleegd over uw jaarprogramma’s, en ik steun de overige wijzigingen van vandaag op het gebied van gedelegeerde handelingen. Ik herinner u ook aan de noodzaak de bevindingen van de verkiezingswaarnemingsmissies te integreren in follow-up in de betreffende landen.

En tot de lidstaten zeg ik dat ik u eraan herinner dat u zich niet moet laten verleiden om bij de volgende financiële vooruitzichten te bezuinigen op het EIDHR. Dat is al eerder geprobeerd en mislukt, en dit Parlement zal ervoor zorgen dat het opnieuw mislukt.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE).(RO) Ik wil de aandacht vestigen op de uitvoering van het Europees instrument voor democratie en mensenrechten in de afgescheiden regio Transnistrië van de republiek Moldavië. Transnistrië maakt ernstig inbreuk op de regels van de democratie en de mensenrechten. In dat verband biedt de inzet van dit instrument goede mogelijkheden om de democratie, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten in deze regio te bevorderen.

In het kader van dit instrument zijn projecten gestart, waaronder in 2009 een project voor capaciteitsopbouw en bevordering van de mensenrechten en democratische instellingen in de Moldavische regio Transnistrië. Het hield in dat maatschappelijke organisaties in de regio zouden worden betrokken bij het democratische proces. De ervaring leert echter dat dit instrument niet ten volle is benut, aangezien er regelmatig sprake is geweest van vertraging in de uitvoering en problemen met de transparantie. Ik wil benadrukken dat het nodig is dit instrument te herzien met het oog op het ontwerpen van doeltreffende uitvoeringsstrategieën in deze regio.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE). - (SK) Het Europees instrument voor democratie en mensenrechten draagt met zijn begroting van 1,1 miljard euro voor de periode 2007-2013 in verregaande mate bij tot de naleving en ontplooiing van de mensenrechten, alsook aan de bevordering van de democratie in de wereld.

Het doet mij deugd dat er in de bijkomende wijzigende en aanvullende voorstellen rekening wordt gehouden met de uit het Verdrag van Lissabon voortvloeiende wijzigingen, in die zin dat met name de controlebevoegdheden van het Parlement op dit vlak zijn versterkt. Wat ook uiterst gunstig is voor het Parlement, is de uitdrukkelijke bepaling dat het Parlement binnen twee maanden na kennisgeving bezwaar kan indienen tegen een gedelegeerde handeling. Mede dankzij de nieuwe bevoegdheden van het Parlement kan dit instrument flexibeler worden gemaakt, aan de nieuwe vereisten van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voldoen en de uitdagingen die gepaard gaan met de bescherming van de mensenrechten en democratie in de wereld beter het hoofd bieden.

 
  
MPphoto
 

  Corina Creţu (S&D).(RO) Het gemeenschappelijke kenmerk van de drie verslagen die we nu bespreken, is dat ze over de instrumenten gaan die bedoeld zijn voor de financiering van ontwikkelingssamenwerking en de acties die wereldwijd worden ondernomen om democratie en mensenrechten te bevorderen.

Ik vind het vanzelfsprekend dat wij zulke beoordelingen van de financieringsinstrumenten voor ontwikkelingssamenwerking uitvoeren, zoals ik het ook vanzelfsprekend vind dat we ons controlerecht in het kader van de comitologieprocedure uitoefenen en een reeks problemen belichten in verband met de manier waarop de Commissie het instrument heeft uitgevoerd en een aantal basisvoorschriften ervan heeft uitgelegd.

Ik wil mijn steun uitspreken voor de voorstellen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, die een aanvulling zijn op de door de Commissie voorgestelde begeleidende maatregelen, in het bijzonder voor de bananensector. Aan de andere kant wil ik iedereen eraan herinneren dat het doel van het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie vermindering en op den duur uitroeiing van de armoede is. Ook ik geloof dat we naast de mensenrechten en de bevordering van democratie dit fundamentele doel, uitroeiing van armoede, niet uit het oog mogen verliezen.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD). - (SK) Het voorstel van de Commissie tot wijziging en aanvulling van de verordening inzake de financiering van de samenwerking met industrielanden, houdt een uitbreiding in van de geografische dekking met 46 nieuwe landen ten opzichte van de oorspronkelijke 17 landen die tot op heden onder het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking vielen.

Het doet mij deugd dat de Europese Unie besloten heeft de samenwerking overeenkomstig het financieringsinstrument voor samenwerking met industrielanden aldus uit te breiden met nieuwe landen. Wat ik echter niet zo goed begrijp, is waarom een aantal landen op deze lijst er überhaupt op staat. Ik heb weliswaar de grootste bewondering voor de burgers van de Democratische Volksrepubliek Korea dat ze al decennialang de terreur van het militante regime tolereren en verdragen, maar het ontgaat mij waarom de ambtenaren van de Commissie in onderhavig voorstel indirect aanbevelen om Kim Jong-Il een handje te helpen bij de technische vervolmaking van zijn militaire industrie, zodat hij de omringende landen op nog doeltreffendere wijze intimideren en bedreigen kan. Het lijkt me duidelijk dat de modernisering van het leger van de Democratische Volksrepubliek Korea niet een prioriteit behoort te zijn waar de burgers van de Europese Unie financieel aan bijdragen en ook dat de Democratische Volksrepubliek Korea vooralsnog niet thuishoort op de door de Commissie in de bijlage voorgestelde landenlijst.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI).(DE) Mijnheer de Voorzitter, eerst wil ik u bedanken voor de constructieve wijze waarop u onze vergadering voorzit en voor het feit dat u zo eerlijk was om de namen te noemen van degenen die het woord krijgen en die niet het woord krijgen.

Per jaar pompen de OESO-landen meer dan 100 miljard dollar in de ontwikkelingssteun. Daarmee stellen ze 90 procent van de wereldwijde publieke ontwikkelingssteun ter beschikking. De EU is wereldwijd de grootste verstrekker van ontwikkelingssteun. Jaarlijks gaat echter 3 miljard euro verloren doordat de hulp van gebrekkige kwaliteit is. Wat is hieraan te doen? Wij verwachten dat in de toekomst wordt gecontroleerd of de middelen op een traceerbare en duurzame wijze worden ingezet.

Bovendien verwachten we dat dit ook verplichtingen met zich meebrengt voor de ontvangende landen, bijvoorbeeld met het oog op de samenwerking bij het terugsturen van illegale migranten. Ontwikkelingssteun kan dan zeker als drukmiddel voor het sluiten van overnameovereenkomsten worden gebruikt. Niet-coöperatieve landen van herkomst van miljoenen illegale immigranten mogen niet ook nog eens miljoenen aan ontwikkelingssteun ontvangen. Ik verwacht in dit verband klare taal bij de komende Top EU-Afrika in november.

 
  
  

VOORZITTER: MIGUEL ANGEL MARTÍNEZ MARTÍNEZ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Mariya Nedelcheva (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, de financieringsinstrumenten voor ontwikkelingssamenwerking en voor de bevordering van de democratie en de mensenrechten moeten flexibel zijn om impasses te voorkomen zoals die welke wij reeds vele malen hebben meegemaakt.

De Europese Unie maakt aanzienlijke bedragen vrij. Deze bedragen moeten niet onbereikbaar worden gemaakt doordat procedures te ingewikkeld zijn. Maar afgezien van de flexibiliteit van deze instrumenten zou ik willen onderstrepen dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat ook kleine organisaties en structuren kunnen profiteren van deze steun omdat wij tegenwoordig helaas te vaak worden geconfronteerd met situaties waarin uitsluitend grote ngo’s hiervan profiteren, en wel slechts gedurende een korte periode.

Ik denk dat wij betere resultaten zouden kunnen boeken indien wij gedurende langere perioden voorrechten zouden verlenen aan kleine ngo’s. Er bestaan tegenwoordig vele kleine maatschappelijke organisaties die op lokaal niveau uitstekend langetermijnwerk verrichten. Zij brengen echt veranderingen teweeg, en daarom moeten ook zij kunnen profiteren van deze steun.

 
  
MPphoto
 

  Andrew Henry William Brons (NI). − (EN) Mijnheer de Voorzitter, geld uit je eigen zak geven is een gulle daad. Geld geven uit andermans zak, uit de zak van de belastingbetaler, is minder gul en minder eerlijk. De extra 176 miljoen euro zullen niet alleen aan de armste landen worden gegeven, maar ook aan opkomende landen waarvan de export nu al en in toenemende mate onze productiesectoren en de banen van onze belastingbetalers vernietigen.

De wens van de kant van de EU om democratie en mensenrechten in de derde wereld te bevorderen is lovenswaardig, ware het niet dat de landen van de Europese Unie mensen gevangen kunnen zetten, en dat ook doen, die geen daad van geweld noch een diefstal hebben gepleegd, maar enkel afvallige of afwijkende meningen hebben geuit over politieke of academische onderwerpen.

De landen van de Europese Unie kunnen politieke partijen verbieden, en zij doen dat ook, hetzij openlijk, zoals in België en Duitsland, hetzij via de achterdeur van civiele procedures, zoals in het Verenigd Koninkrijk. Als we in de hele wereld democratie en mensenrechten willen verspreiden, kunnen we dat doeltreffender en goedkoper doen door het goede voorbeeld te geven.

 
  
MPphoto
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is een fascinerend debat geweest. Het stemt in zekere zin heel erg overeen met de toespraak die secretaris-generaal Ban Ki-moon hier gisteren heeft gehouden, waarin hij duidelijk zei dat de EU en de Verenigde Naties in deze wereld een gedeelde verantwoordelijkheid hebben in de strijd tegen armoede, de strijd tegen klimaatverandering en de strijd tegen de verspreiding van kernwapens. We staan voor een gemeenschappelijke uitdaging.

Over het geheel genomen maken onze burgers zich vandaag de dag niet al te veel zorgen over deze kwestie, want zij geloven dat wij er wel voor zorgen en ook onze waarden bevorderen. Transnistrië is genoemd. Het ligt niet duizenden kilometers ver weg, maar heel dichtbij. Wat betreft vrede en veiligheid, klopt het dat we niet al te veel conflicten hebben, maar dat komt doordat we een uiterst actief buitenlands beleid hebben om elk conflict op te lossen, zodra het de kop op steekt.

Ik denk dat we ervaring hebben waar we trots op mogen zijn. Financiële instrumenten helpen ons zeker om deze uitdagingen het hoofd te bieden. Ik denk dat het debat van vandaag in wezen heel positief was over de ervaring die we hebben opgedaan met de financiële instrumenten. Tegelijkertijd wil ik benadrukken dat we volledig aansprakelijk zijn en dat het het geld van de belastingbetalers is. Wanneer we een project starten, zijn er controles vooraf en controles achteraf. Er is een Europese Rekenkamer die niet alleen kijkt of het geld op de juiste wijze is besteed, maar ook kijkt naar de politieke redenatie daarachter. De Commissie begrotingscontrole is heel streng met betrekking tot de uitgaven van de Commissie, dus ik kan u verzekeren dat het geld van de belastingbetalers heel erg wordt gewaardeerd en wordt uitgegeven aan goede doelen.

We hebben het er altijd over hoe we doeltreffender kunnen zijn, maar ik kan u verzekeren dat we beleidsdoelstellingen volgen die met dit Parlement zijn overeengekomen. Het debat van vandaag heeft al het volgende debat in gang gezet, want de ambitie met betrekking tot de herziening van financiële instrumenten is tot nu toe nogal bescheiden geweest. We wilden ze slechts vaststellen tot het jaar 2013, met enkele bijzonderheden.

Enkelen van u hebben het gehad over de uitdaging voor landen die bijzondere problemen zullen krijgen door onze overeenkomst inzake de bananenhandel. Het is noodzakelijk om zo snel mogelijk begeleidende maatregelen in de bananensector vast te stellen. Niet alleen onze geloofwaardigheid staat op het spel, maar landen staan echt voor een probleem. Dat is de redenering achter de maatregelen. Ik geloof dat dit Parlement daar volledig achter stond. We zijn begonnen te debatteren over wat er na 2013 zal gebeuren, en ik wil uw aandacht vestigen op het feit dat dit pas het begin van het debat is. We lopen niet vooruit op wat er na 2013 zal gebeuren. De Commissie heeft gisteren de begrotingsevaluatie vastgesteld, en deze zal worden behandeld in dit Parlement.

Ik ben van plan om het groenboek over modernisering en het ontwikkelingsbeleid te bespreken in de Commissie. Ik denk dat mijn collega’s ook punten naar voren zullen brengen. We moeten ruim van tevoren overeenstemming bereiken over de beleidsprioriteiten en ook over de financieringsinstrumenten, zodat we later geen wijzigingen meer hoeven aan te brengen, als we merken dat er onvoldoende geld voor een instrument beschikbaar is en we proberen om enkele prioriteiten te dekken door herverdeling.

Ik begrijp dat dit geen optimale manier is, maar het betekent wel dat we, voordat we het financieringskader aanpassen, overeenstemming moeten bereiken over wat we willen bereiken, welke instrumenten moeten worden gebruikt en welk bereik we willen zien.

Ik wil graag benadrukken dat ik, als commissaris, twee begrotingsautoriteiten heb. Een daarvan is beslist dit Parlement, maar de andere is de Raad. Ik denk dat dit betekent dat we, voor alle controles die we zullen uitvoeren en waarover we het eens moeten zijn, de letter van het Verdrag van Lissabon moeten volgen, met de politieke bereidheid om het juiste compromis te zoeken, zodat volledig de nadruk kan worden gelegd op het democratisch toezicht, om te laten zien dat het efficiënt, snel en effectief is.

Dit is precies wat we vandaag hebben besproken in de bijeenkomst die ik in mijn eerste toespraak heb genoemd. Ik heb alle reden om te geloven dat we het noodzakelijke compromis zullen vinden. Het zal niet gemakkelijk zijn; er zal veel politieke wil voor nodig zijn. Aan de kant van de Commissie hebben we beslist de politieke wil, want ik weet wat er op het spel staat, vooral voor enkele van de maatregelen waarvoor we dit proces snel moeten afronden.

Dank u wel. Mijn welgemeende complimenten voor het werk van de rapporteurs, dat van onze kant zeer is gewaardeerd.

 
  
MPphoto
 

  Franziska Katharina Brantner, rapporteur. (EN) Wat gaat er na 2013 gebeuren?

We hebben gezien dat het stabiliteitsinstrument geweldig is, omdat het flexibeler is dan andere instrumenten, maar dit leidt soms ook tot misbruik voor voedselcrises, voor humanitaire en natuurrampen. Daar moet echt een einde aan komen, en we moeten voor de periode na 2013 duidelijk maken dat dit instrument echt bedoeld is voor conflictsituaties, en misschien moeten we andere instrumenten flexibeler maken, zodat we meer noodsituaties kunnen aanpakken.

Dan is er nog iets dat ik naar voren wil halen. De recente Britse defensiebeoordeling geeft conflictpreventie een centrale plaats in de Europese Dienst voor extern optreden. Ik vind dat heel interessant en terecht. Ik denk dat het de juiste weg voorwaarts is te zeggen dat de Europese Dienst voor extern optreden het centrum voor conflictpreventie moet worden, in het belang van de interne samenhang. Een van de hulpmiddelen die de dienst nodig heeft, is het stabiliteitsinstrument. Ik zie nog andere hulpmiddelen, zoals een bemiddelingscel, die wordt opgezet binnen passende structuren. Ik denk dat we hierop moeten voortbouwen, wanneer we naar de periode na 2013 kijken, en ons moeten afvragen wat we nodig hebben aan geld en middelen, zodat we echt een drijvende kracht voor conflictpreventie worden.

 
  
MPphoto
 

  Iva Zanicchi, rapporteur. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil allereerst commissaris Piebalgs van harte welkom heten en hem vragen actief deel te nemen – en ik denk dat hij dat met volle overtuiging zal doen – aan de maatregelen waarover wij morgen gaan stemmen. Het gaat namelijk om een belangrijke kwestie voor het Parlement, dat meer bevoegdheden gaat krijgen na het Verdrag van Lissabon. Dank u, commissaris Piebalgs.

Ik wil tevens alle sprekers bedanken die tijdens het debat van vandaag hun steun hebben uitgesproken. Ik hoop oprecht dat er morgen met een grote meerderheid – zo niet unaniem – vóór het verslag van de heer Mitchell wordt gestemd, zodat dit verslag een groot succes wordt, juist omdat het belangrijk is dat het Parlement meer bevoegdheden heeft na het Verdrag van Lissabon.

 
  
MPphoto
 

  Kinga Gál, rapporteur. – (HU) Ik dank de collega’s die deel hebben genomen aan dit debat en die met hun opmerkingen feitelijk de aandacht hebben gevestigd op dezelfde kwestie waarmee wij, rapporteurs, ons in de afgelopen periode ook geconfronteerd zagen. Ik dank de commissaris voor zijn constructieve houding ten opzichte van dit debat. Wat we vandaag gezien hebben, is – zoals bijna alle sprekers hebben bevestigd – dat het Europese financieringsinstrument voor de bevordering van de democratie en de mensenrechten een zeer belangrijk en misschien wel het enige instrument van de Europese Unie is dat op een dusdanig niveau wordt aangewend voor de democratisering van derde landen en de bescherming van mensenrechten dat maatschappelijke organisaties dit rechtstreeks kunnen ontvangen. Organisaties die ter plaatse actief zijn, kunnen er gebruik van maken, en hiervoor is de steun van het derde land in kwestie niet vereist. Daarom is het belangrijk en daarom vinden we het nodig dat we alle technische faciliteiten bevorderen waarmee deze organisaties zo snel mogelijk toegang kunnen krijgen tot deze steun die zeer dikwijls cruciaal is voor hun voortbestaan.

Tegelijkertijd en juist omdat dit instrument zich op zo’n belangrijk vlak beweegt en we spreken over een instrument dat is bedoeld voor ngo’s en maatschappelijke organisaties, is het belangrijk dat het Parlement wel degelijk inspraak kan hebben in de totstandkoming van de strategie en het langetermijnprogramma, en het is essentieel dat het Parlement ziet hoe deze gelden worden besteed en niet pas aan het eind van het zevenjarige financiële kader. Daarom vinden we het belangrijk om het democratische controle- en inspraakrecht van het Parlement te onderstrepen. Ik geloof in het vinden van een gezamenlijke oplossing, vooral na de zitting van vanmorgen waarbij zowel mevrouw Ashton als commissaris Piebalgs aanwezig waren, en ook ik ben sterk van mening dat als de politieke wil aanwezig is, de wettelijke obstakels uit de weg zullen worden geruimd. Dus laten we in dit licht de komende weken tegemoet zien.

 
  
MPphoto
 

  Barbara Lochbihler, rapporteur.(DE) Mijnheer de Voorzitter, de samenwerking tussen de Commissie en het Parlement met betrekking tot het instrument voor democratie en mensenrechten was zeer goed. Af en toe werden leden van het Parlement uitgenodigd aan een gedachtewisseling over bepaalde programma’s tussen de Commissie en het maatschappelijk middenveld deel te nemen. Tijdens de debatten is ook gebleken dat er nauwelijks problemen bij de toepassing van het instrument zijn. Dat betekent echter niet dat het uitgesloten is dat we in de toekomst ooit problemen bij de toepassing zullen ondervinden. Daarom is het controlerecht voor het Parlement van groot belang. We hebben tot op heden echter geen overeenstemming kunnen bereiken op het punt van de instelling van een bindend controlerecht voor het Parlement, zoals dat krachtens het Verdrag van Lissabon mogelijk is. Daarom sluit ik me aan bij de velen die hier de hoop hebben uitgesproken dat we zeer snel een compromis kunnen vinden, dus een politieke oplossing, waarbij volledig rekening wordt gehouden met de rechten van het Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Helmut Scholz, rapporteur.(DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Piebalgs, waarde collega’s, ik wil aan het eind van dit debat de schaduwrapporteurs en mevrouw Lochbihler, nogmaals hartelijk bedanken voor de constructieve en resultaatgerichte samenwerking – nadat we meer dan een jaar lang samen hebben gewerkt.

Uit het debat van vandaag is gebleken dat financiële vraagstukken, de inzet van begrotingsmiddelen, planning en de kwestie van de politieke controle over de instrumenten in hoge mate politieke kwesties zijn. Daarom wil ik tot slot van dit debat samenvatten hoe de instrumenten worden ingericht. De vorm die hieraan wordt gegeven hangt nauw samen met de manier waarop de Europese burgers naar de Europese Unie kijken en daarmee ook met de acceptatie van de inzet van middelen voor het een of andere instrument. Daarom kan ik slechts herhalen wat ik vandaag in het overleg met het stuurcomité van de werkgroep gedelegeerde handelingen tegen mevrouw Ashton en u, commissaris, heb gezegd, namelijk dat het volgens mij dringend noodzakelijk is om snel een oplossing met betrekking tot de gedelegeerde handelingen te vinden – met behoud van de juridische en politieke verantwoordelijkheid van de wetgever en van de Commissie. Het financieringsinstrument voor samenwerking met industrielanden en andere landen en gebiedsdelen met een hoog inkomen wordt in deze zittingsperiode fundamenteel veranderd. Wij willen tot 348 miljoen euro ter beschikking stellen voor de samenwerking op het gebied van wetenschap, academische uitwisselingen, het Erasmus Mundus-programma, cultuur, milieubescherming en hernieuwbare energie en het stimuleren van bilaterale handelsbetrekkingen. Daarbij moet vooral aandacht worden geschonken aan kleine en middelgrote bedrijven.

Tegen de lege banken tegenover mij – ook omdat de heer Griffin er niet meer is – wil ik zeggen dat dit volgens mij een zeer belangrijke bijdrage levert aan de openheid van de Europese Unie naar de rest van de wereld en aan de acceptatie van de Europese Unie zowel door haar eigen burgers als door de burgers in de landen waarmee we betrekkingen onderhouden.

Daarom zeg ik tot slot dat we dit financieringsinstrument in succesvolle compromisonderhandelingen tussen de Raad en het Europees Parlement op weg hebben geholpen en dat we hebben getracht om het aan de eisen van de toekomst aan te passen en over alle inhoudelijke kwesties overeenstemming te vinden. Ik hoop dat we hier morgen bij de stemming een beslissende stap vooruit kunnen zetten.

 
  
MPphoto
 

  Charles Goerens, rapporteur. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik maak er geen geheim van dat de bepalingen waarin de begeleidende maatregelen voor de bananensector voorzien, om meerdere redenen een gok op de toekomst zijn.

Ten eerste zal de algemene tendens naar vermindering van de handelspreferenties, waarvan de ACS-landen tot nu toe hebben geprofiteerd, niet binnen afzienbare tijd veranderen. In het kader van lopende onderhandelingen wordt reeds gesproken over invoerrechten van ongeveer 75 euro per ton bananen, terwijl wij hier werken op basis van 114 euro per ton.

Ten tweede had de Commissie geen andere keus dan erin toe te stemmen om met de landen die concurreren met de bananenexporterende ACS-landen te onderhandelen over een tariefverlagingsovereenkomst. Het alternatief zou zijn geweest om het probleem voor te leggen aan het Orgaan voor Geschillenbeslechting. Persoonlijk ben ik van mening dat een oplossing die bereikt wordt via onderhandelingen, het kleinste kwaad is voor ACS-landen. In deze geest moeten we tevens de begeleidende maatregelen voor bananen zien, omdat zij niet automatisch zouden zijn voortgevloeid uit een uitspraak van het Orgaan voor Geschillenbeslechting.

Ten derde blijven wij van mening dat wij nu reeds voorbereidingen moeten treffen voor de periode na 2013 omdat de wereld niet ophoudt te bestaan in 2013, het jaar waarin de begeleidende maatregelen voor de bananensector aflopen.

In de praktijk worden de 114 euro invoerrechten die aan de grenzen van de Europese Unie worden betaald op iedere ton bananen, binnenkort overschreden. Ik heb reeds gezegd dat wij nu reeds spreken over 75 euro per ton.

Derhalve vind ik het verstandig en dit is mijn vierde punt om de rechten van het Europees Parlement als toezichthouder in stand te houden. Wij moeten ervoor zorgen dat het recht om toezicht te houden op strategiedocumenten, dat is vastgelegd in artikel 290, geen dode letter wordt. Ik denk dat wij gerust mogen zeggen dat wij in het onderhavige geval zeer vruchtbaar hebben samengewerkt met de Commissie. Dit Parlement is geen spelbreker; integendeel, wij blijven het debat verrijken en de Commissie helpen om op dit gebied vooruitgang te boeken.

Tot slot, mijnheer de Voorzitter, wil ik een persoonlijke opmerking plaatsen, maar wel als rapporteur. Wij zijn hier eens te meer getuige van gekrakeel tussen opkomende landen enerzijds en minst ontwikkelde landen anderzijds. Indien de Europese Unie niet zou handelen als een bondgenoot van de zwakken om de gevolgen te verzachten die een handelsovereenkomst in al zijn brutaliteit waarschijnlijk zal hebben, zouden de minst ontwikkelde landen zich nog meer geïsoleerd voelen.

Ik roep de Commissie op zich nu reeds te buigen over de periode na 2013 omdat ik denk dat de maatregelen die wij nu nemen en die, naar ik hoop, binnenkort in werking zullen treden, voldoende zullen zijn om de productie van bananen in de betrokken landen te verduurzamen. Ik hoop dat deze maatregelen ervoor kunnen zorgen dat de bananensector op den duur zal overleven en dat degenen die niet kunnen blijven produceren, alternatieven kunnen vinden.

Ik denk dat er zoals ik reeds zei na 2013 nog steeds water onder de bruggen over de Rijn zal stromen en dat de problemen ten aanzien van de bananensector zullen blijven bestaan. We moeten nu reeds nadenken over een strategie voor de periode na 2013.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen, donderdag 21 oktober 2010, om 12.00 uur plaats.

 
Laatst bijgewerkt op: 28 februari 2011Juridische mededeling