Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/0192(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0294/2010

Debatten :

PV 10/11/2010 - 20
CRE 10/11/2010 - 20

Stemmingen :

PV 11/11/2010 - 8.4
CRE 11/11/2010 - 8.4
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0394

Debatten
Donderdag 11 november 2010 - Brussel Uitgave PB

9. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

Verslag-Gauzès (A7-0171/2010)

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Kalinowski (PPE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, alternatieve beleggingsfondsen zijn van bijzonder grote betekenis voor de economie van de Unie. De beheerders van deze beleggingsfondsen moeten de voorschriften en normen naleven die diensten op het grondgebied van de lidstaten mogelijk maken. Het toezicht op de financiële markten moet nauwkeurig en effectief zijn. Hiertoe moeten alle onnauwkeurigheden in de juridische en administratieve systemen die verantwoordelijk zijn voor deze fondsen geëlimineerd worden. De voorgelegde voorstellen verbeteren de transparantie en efficiëntie van de toezichtsystemen. De grotere effectiviteit van de voorschriften resulteert in verbeterde stabiliteit en geloofwaardigheid van de financiële instellingen en daarmee ook van de Europese economie.

 
  
MPphoto
 

  Mario Pirillo (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, de stemming van vandaag betekent een belangrijke stap vooruit voor de regulering van alternatieve beleggingsfondsen. Dankzij deze richtlijn moeten fondsbeheerders worden geregistreerd, moeten zij een vergunning bemachtigen en aan strikte gedragsregels voldoen. Het is de eerste keer dat deze sector aan regels wordt onderworpen, en ik denk dat de tekst waarover wij hebben gestemd, de weg heeft vrijgemaakt voor de – ik hoop snelle – realisatie van een echte interne markt voor financiële producten.

Ik wil de belangrijke rol van het Europees Parlement benadrukken, dat heeft aangedrongen op strikte regels om meer toezicht te kunnen houden op de financiële industrie, die als gevolg daarvan – staat u mij toe dit te zeggen – ook ethischer wordt. Als wij leren van het recente verleden, van de financiële crisis die de beleggingsfondsen met excessieve speculatie veroorzaakten, moeten wij deze richtlijn, die de bescherming van de burgers beter waarborgt, omarmen.

Ik heb vóór het bereikte compromis gestemd en wil tot slot deze gelegenheid te baat nemen om de rapporteur, de heer Gauzès, te danken voor het harde werk.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, toen het oorspronkelijke voorstel achttien maanden geleden werd ingediend, zouden velen het hebben beschreven als een "verkreukeld hemd". Dit was duidelijk een voorstel waarover de industrie niet was geraadpleegd, een voorstel dat tot de sluiting van markten had geleid, het voor veel Europese beleggers erg moeilijk had gemaakt om in niet-EU-fondsen te beleggen en het rendement op pensioenfondsen had verlaagd, hetgeen de investeringen in ontwikkelingslanden negatief had beïnvloed. Ik was zeer bezorgd over dit voorstel.

Gelukkig zijn wij dankzij de uitstekende samenwerking tussen de schaduwrapporteurs en het goede werk van de commissaris en het Belgische voorzitterschap tot een voor iedereen aanvaardbaar compromisvoorstel gekomen, dat markten openhoudt, de transparantie vergroot en garandeert dat Europese investeerders kunnen blijven investeren in markten buiten de EU. Wij moeten de EAEM goed in de gaten blijven houden, om er zeker van te zijn dat zij niet de toegang blokkeert tot niet-EU-fondsen. Maar alles bij elkaar genomen, hebben wij een compromis bereikt dat voor alle fracties aanvaardbaar is.

 
  
  

Verslag-Díaz de Mera García Consuegra (A7-0294/2010)

 
  
MPphoto
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE).(LT) Ik heb mijn steun gegeven aan dit zeer belangrijke document. Nu het besluit van het Europees Parlement over het afschaffen van visa voor burgers van de Republiek China (Taiwan) die naar de lidstaten van de EU of naar Schengen-landen reizen met een zo grote en significante meerderheid is aangenomen, feliciteer ik de Taiwanese bevolking van harte. Vanaf vandaag kunnen zij zonder visum naar de lidstaten van de EU reizen. Daarnaast kunnen alle burgers van de lidstaten van de EU, met inbegrip van Cyprus, Bulgarije en Roemenië, vanaf vandaag zonder visum naar Taiwan reizen. Naar mijn idee verdienen Taiwan en zijn burgers een dergelijk besluit en ik ben dan ook verheugd dat het Europees Parlement hieraan zijn goedkeuring heeft gegeven.

 
  
MPphoto
 

  Ulrike Lunacek (Verts/ALE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijn fractie en ik zijn verheugd over het feit dat de burgers van Taiwan nu vrijelijk naar de Europese Unie kunnen reizen. Zover ik weet, heeft echter geen van de lidstaten van de EU Taiwan al erkend. Niettemin ben ik niet tegen de visumliberalisering. Ik vind het een goede zaak dat Taiwanese burgers de EU zonder visum kunnen bezoeken. Wat gebeurt er echter met de nieuwste staat van Europa, te weten Kosovo? In totaal hebben 22 EU-lidstaten Kosovo erkend en slechts vijf lidstaten niet, maar de discussie met Kosovo over de visa is nog niet eens begonnen. De Commissie heeft die discussie nog steeds niet in gang gezet. Ik hoop dat mevrouw Malmström nu eindelijk eens een begin zal maken met de discussie met Kosovo over de visa om duidelijk te maken dat de burgers van de jongste staat van Europa net zo vrij kunnen reizen als de burgers van Taiwan.

 
  
  

Verslag-Van Brempt (A7-0246/2010)

 
  
MPphoto
 

  Lena Ek (ALDE).(SV) Mijnheer de Voorzitter, het Europees energieprogramma voor herstel is een instrument dat wordt gebruikt om investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie te financieren. Projecten die snel van start kunnen gaan en die de economie direct groener helpen te maken, zijn waardevol. De overeenkomst, die uiteindelijk 1,4 miljard SEK vrijmaakte voor het programma, is een stap in de richting van een Europa dat er met vereende krachten aan werkt om het eenvoudiger en goedkoper te maken om milieuvriendelijk te zijn.

Door projecten op het gebied van energie-efficiëntie op touw te zetten, creëren we nieuwe banen, wordt de economie groener en worden we minder afhankelijk van olieproducerende landen, wat in deze tijden van crisis bijzonder belangrijk is. Dit is precies de manier waarop de EU zou moeten werken. Geld dat niet wordt gebruikt, kan voor andere nuttige projecten worden gebruikt door middel van dit soort zogenaamde roterende fondsen. Het kostte echt tijd voor de Raad dat inzag. De onderhandelingen waren ontzettend moeilijk en de lidstaten deden alles wat ze konden om zich aan hun eerdere beloften te onttrekken. Vandaag ben ik blij dat wij, Europese Parlementsleden, niet toegaven.

Tijdens de onderhandelingen heb ik mij ingespannen voor eenvoudigere regels en transparantie met betrekking tot de toepassingsprocedures. Ik ben daarom bijzonder tevreden dat de overeenkomst tussen het Europees Parlement en de Raad zich ook duidelijk toespitst op het beperken van de administratieve kosten.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, gisteren hield de voorzitter van de Europese Raad, Herman van Rompuy, een opmerkelijke rede, waarin hij zei dat het in een geglobaliseerde wereld onmogelijk is om geen lid van de Europese Unie te zijn. Vandaar natuurlijk de lange rijen uitkeringstrekkers in Noorwegen of de voedselrellen in Zwitserland. Maar dat is niet waar Van Rompuy op doelde. Hij zei dat het euroscepticisme van vandaag een moderne vorm van patriottisme is, en dat zou gevaarlijk zijn omdat het is gebaseerd op minachting van andere landen. En daar sloeg hij de plank volledig mis.

Een echte patriot wil niets liever dan de vrijheid van alle volkeren en waardeert het patriottisme van andere landen. Toen Van Rompuy vervolgens zijn tweede punt maakte, namelijk dat euroscepticisme hetzelfde is als nationalisme en dat nationalisme leidt tot oorlog, had hij er goed aan gedaan om eens te kijken naar de doelstellingen van de geallieerden in de twee oorlogen waarvan wij vandaag het einde herdenken. Zij streden voor de vrijheid van alle naties, voor het herstel van de soevereiniteit van alle Europese landen. Dankzij hun patriottisme werd Europa niet verenigd in tirannie, werden soevereiniteit en onafhankelijkheid hersteld en, inderdaad, werd de oprichting van de Europese Unie mogelijk. Juist vandaag zou hij zich dat moeten herinneren.

 
  
  

Ontwerpresolutie RC-B7-0608/2010

 
  
MPphoto
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij met het besluit van president Obama om deze maand de topontmoeting EU-VS in Lissabon bij te wonen en heb vandaag vóór de resolutie gestemd. Er zijn zo veel belangrijke kwesties waarover gepraat moet worden. Als altijd is de EU-VS-agenda vol. Beide partijen zouden deze gelegenheid moeten aangrijpen om vooruitgang te boeken met het bepalen van een gemeenschappelijk standpunt ten aanzien van kwesties als financiële regulering, klimaatverandering, verdieping van verdragen en terrorismebestrijding.

Economisch herstel moet echter bovenaan de agenda staan. Ons economisch partnerschap is een belangrijke motor voor economische welvaart in de wereld. Onze economieën zijn samen goed voor de helft van de wereldeconomie. Vandaar dat we gezamenlijke strategieën moeten opstellen voor aanvullende maatregelen voor een stabiel herstel van de crisis, waaronder het reguleren van de financiële markten, het vaststellen van stimuluspakketten en het effectief aanpakken van deviezenmanipulaties door andere grote spelers in de wereld.

 
  
  

Verslag-Mann (A7-0268/2010)

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). – Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Mann gestemd, omdat dit verslag blijk geeft van politiek correcte zelfverblinding. Hoewel de massa-immigratie van de voorbije twintig jaar rampzalige, sociaal-economische, maatschappelijke en politieke gevolgen heeft, kiest men ervoor om nog meer immigratie van buiten de Europese Unie toe te laten.

Bijzonder cynisch vind ik paragraaf 110, die stelt dat "de totstandbrenging van een draagvlak voor legale immigratie onder de bevolking in de gastlanden rechtstreeks afhankelijk is van een juiste, alomvattende informatie". Eigenlijk bedoelt men, in gewone mensentaal gezegd, dat er nog meer eenzijdige overheidspropaganda moet komen voor het totaal mislukte multiculturalisme en de massa-immigratie. Want als men juiste, alomvattende informatie wil over het immigratiebeleid, dan moet men er eindelijk een kosten-batenanalyse van maken en dat is nu juist wat de immigratielobby niet wil.

 
  
  

Ontwerpresolutie RC-B7-0608/2010

 
  
MPphoto
 

  Peter Skinner (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik moet zeggen dat deze resolutie als compromis niet onaardig is. Maar volgens veel afgevaardigden is hij te lang en wordt niet rechtstreeks ingegaan op de belangrijke punten. De resolutie moet worden gesplitst en ingekort: de punten met betrekking tot de trans-Atlantische Economische Raad zouden misschien tot een tien- of driepuntenplan kunnen worden ingekort – het precieze aantal doet er nu even niet toe – zodat wij er werkelijk wat aan hebben wanneer wij eindelijk gaan praten met de Amerikaanse regering en onze collega's van het Congres.

Ik denk dat wij ook moeten praten over kwesties als de invoering van een dubbelnul-tarief in gevallen waarin de handel tussen de Verenigde Staten en de EU door een dergelijke maatregel kan worden bevorderd en de concurrentie vergroot. Een dubbelnul-tarief zou onder meer kunnen gelden voor landbouwproducten. Maar het zal hoe dan ook bevorderlijk zijn.

Tot slot moet het Parlement de Amerikaanse regering niet de kans geven om onze agenda voor de TEC te bepalen. Die agenda moeten wij zelf bepalen. Het is allemaal goed en aardig om vóór deze resolutie te stemmen – aangezien ik zelf heb geholpen hierover een akkoord te bereiken, heb ik natuurlijk vóór gestemd – maar juist omdat ik aan de onderhandelingen over de resolutie heb deelgenomen, ben ik mij er goed van bewust dat niet alle punten ervan even sterk zijn. Ik denk dat wij in de toekomst ten aanzien van deze kwestie meer bereiken als wij ons richten op het nieuwe Congres onder voorzitterschap van John Boehner – want ik ben ervan overtuigd dat hij de nieuwe voorzitter zal worden – en op Darrell Issa en zijn collega's, die waarschijnlijk zullen deelnemen aan de gesprekken.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). – Voorzitter, een motie van orde. Ik had mij vergist van verslag en ik had ook een schriftelijke verklaring over de topontmoeting Europese Unie/Verenigde Staten, dus ik vraag u of ik die straks ook nog mag brengen.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0604/2010

 
  
MPphoto
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor deze resolutie gestemd omdat ik vind dat het Europees Parlement moet laten zien dat het veiligheid en de strijd tegen terrorisme en georganiseerde en transnationale misdaad serieus neemt. We houden ook serieus rekening met onze betrekkingen met onze partners zoals de Verenigde Staten, Canada en Australië.

Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon moet het Europees Parlement nu zijn goedkeuring geven aan de overeenkomsten tussen de EU en derde landen over de overdracht van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voordat dergelijke overeenkomsten kunnen worden gesloten. We moeten deze bevoegdheid dus verantwoordelijk gebruiken.

Gezien het feit dat het Parlement al één keer, op 5 mei van dit jaar, heeft besloten de stemming over het verzoek tot goedkeuring van de overeenkomsten met de VS en Australië uit te stellen en gezien het feit dat de huidige overeenkomst tussen de EU en Canada over de overdracht van PNR-gegevens niet meer geldig is, moeten we ervoor zorgen dat we te zijner tijd groen licht geven voor deze belangrijke maatregelen, die de veiligheid in het trans-Atlantische gebied en daarbuiten zullen vergroten.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0602/2010

 
  
MPphoto
 

  Filip Kaczmarek (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de Innovatie-Unie is een sleutelproject voor de toekomst van Europa. Waar ik woon, in Poznan in het woiwodschap Groot-Polen, organiseren de regionale autoriteiten sinds een paar jaar de "Wereld Innovatiedagen". Dit is een bijzonder waardevol initiatief, omdat goede coördinatie op regionaal, nationaal en Europees niveau het Innovatie-Unieproject tot een succes kan maken. Daarom heb ik de resolutie over Europese innovatiepartnerschappen gesteund. Ik vind dat iedereen zich moet inzetten voor innovatie omdat dit, zoals ik al zei, voor de toekomst van groot belang is.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0603/2010

 
  
MPphoto
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE).(LT) Ik heb mijn steun gegeven aan deze zeer belangrijke ontwerpresolutie, omdat ik van mening ben dat de rol van de Europese Unie binnen de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa bijzonder belangrijk is voor het verwezenlijken van de doelstelling van de OVSE. Daarnaast dient benadrukt te worden dat, hoewel het om zeer verschillende structuren gaat, zowel de Europese Unie als de OVSE dezelfde beginselen en waarden als uitgangspunt hanteren, te weten de eerbiediging van de mensenrechten en van de democratie.

Ik sluit mij aan bij oproep aan Kazachstan in de ontwerpresolutie om voorafgaand aan de bijeenkomst op hoog niveau concrete stappen te nemen met het oog op de waarborging en naleving van de fundamentele waarden van de OVSE, zoals op het gebied van de mensenrechten, de rechtsstaat en de vrijheid van meningsuiting. Tegelijkertijd met de OVSE-top, vindt er ook een openbaar forum plaats en ik hoop van ganser harte dat dit een groot succes zonder obstakels wordt. Ik wil nogmaals benadrukken dat de OVSE geleid moet worden door landen die de mensenrechten eerbiedigen en die zich sterk maken voor de democratische waarden en die mensenrechten. Zij dienen een voorbeeld te zijn voor de andere OVSE-landen.

 
  
  

Verslag-Mann (A7-0268/2010)

 
  
MPphoto
 

  Licia Ronzulli (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb vóór deze resolutie gestemd, omdat ik denk dat deze nuttige en interessante voorstellen bevat waarmee we de toekomstige demografische uitdagingen aan kunnen gaan. Het sociale beleid van de lidstaten moet in het bijzonder gericht zijn op jongeren, de ware motor achter groei en ontwikkeling. We moeten de onmiddellijke integratie van jongeren op de arbeidsmarkt en hun voortdurende opleidingsproces bevorderen, om op die manier hun professionele ontwikkeling te stimuleren.

Daarnaast moet ook het gezin worden beschermd met strengere en concretere maatregelen, want als we het gezin vergeten, zien we een essentiële bouwsteen van de samenleving over het hoofd. Daarom benadruk ik het belang van de paragrafen met maatregelen die ten goede komen aan gezinnen.

Om daarnaast beter en effectiever te kunnen reageren op de gevolgen van de vergrijzing, moeten we de sociale zekerheidsstelsels aanpassen, en dan met name de pensioenstelsels. Zoals Altiero Spinelli zei: "het creëren van Europa hangt ook af van jou", en dat is nu heel goed mogelijk.

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Kalinowski (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de demografische veranderingen van de afgelopen decennia in de Europese Unie hebben de aandacht gevestigd op de noodzaak om de socialezekerheids- en pensioenstelsels te hervormen en een effectief migratiebeleid te ontwikkelen. Het is algemeen gangbaar geworden om mensen over te halen met vervroegd pensioen te gaan. Het gevolg hiervan is een daling van het aantal werkenden in de leeftijd van 55 tot 64 jaar. Tegelijkertijd bestaat het schrijnende probleem van het hoge werkloosheidspercentage onder jongeren, dat hoger is dan onder andere leeftijdsgroepen. We moeten daarom zowel streven naar het opnemen en het vasthouden op de arbeidsmarkt van werknemers uit verschillende leeftijdsgroepen. Ook een open migratiebeleid, gekoppeld aan effectieve assimilatie en integratie kan de gevolgen van het te lage geboortecijfer verzachten. Ik heb natuurlijk voor gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Filip Kaczmarek (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb gestemd voor het verslag van de heer Mann over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties. Het is een bijzonder goed verslag en het onderwerp is buitengewoon belangrijk. Een van de belangrijkste thema's is het verbod op leeftijdsdiscriminatie bij de toegang tot goederen, faciliteiten en diensten. Wanneer we spreken over solidariteit, mogen we de solidariteit tussen generaties niet vergeten.

Ouderen mogen niet worden gediscrimineerd vanwege hun leeftijd. Als lid van de lokale, regionale, nationale en Europese samenleving hebben zij volledige rechten. De Europese Unie zorgt voor jongeren. Zij zijn bijvoorbeeld een van de prioriteiten in de begroting van volgend jaar. Dat is goed, want de jeugd bepaalt de toekomst van Europa. Aan de andere kant kunnen we niet voorbijgaan aan degenen die hun bijdrage aan de opbouw van Europa al hebben geleverd.

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik steun het verslag van de heer Mann volledig. Ik ben van mening dat solidariteit tussen de generaties even belangrijk is als solidariteit tussen de lidstaten. Ik wil drie zaken in het bijzonder belichten.

Ik ben het volledig eens met paragraaf 24, waarin wordt gesproken over het afschaffen van een verplichte pensioenleeftijd, zodat mensen kunnen kiezen wanneer ze willen stoppen met werken, maar tegelijkertijd het behouden van een pensioengerechtigde leeftijd, om ervoor te zorgen dat de mensen die met pensioen willen gaan dat kunnen doen en hun uitkering krijgen.

Ik was vooral blij om te zien dat een aantal van mijn amendementen over verzorgenden en familieverzorgenden in aanmerking zijn genomen, in het bijzonder paragraaf 125, die gaat over familieverzorgenden en over hun recht om te kiezen of ze zorg willen verlenen of niet en over de mogelijkheid om zorg te combineren met betaald werk en de garantie dat zij volledige toegang hebben tot socialezekerheidsstelsels en ouderdomspensioenen.

Ik steun echter ook het initiatief voor een Europese jeugdwerkgarantie, waarbij wordt voorgesteld dat jongeren die vier maanden of langer werkloos zijn een baan, stage of aanvullende opleiding krijgen aangeboden ter ondersteuning van hun integratie dan wel re-integratie op de arbeidsmarkt. Zoals ik aan het begin al zei: solidariteit tussen de generaties is cruciaal, vooral in de huidige economische situatie.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE).(LT) Ik heb mijn steun gegeven aan dit document van Thomas Mann omdat hierin de problemen weerspiegeld worden van de interactie tussen de generaties. Wij praten doorgaans over de demografische problemen van de Europese Unie vanuit het perspectief van jonge mensen, In dit document wordt getracht om de specifieke kenmerken van alle generaties en van de hieraan gerelateerde problemen in de gezondheidzorg, het onderwijs, de arbeidsmarkt en soortgelijke sectoren te combineren, waarbij gezocht is naar evenwichtige oplossingen voor deze problemen.

Wat de oudere generatie betreft, dienen wij dankbaar te zijn voor haar bijdrage aan de ontwikkeling van de Europese Unie, zowel op economisch als cultureel gebied. Wij moeten ervoor zorgen dat deze mensen op een waardige manier oud kunnen worden. Als gevolg van de vergrijzing in Europa lijkt het echter redelijk moeilijk om dit in de praktijk ook te verwezenlijken. Wij moeten dan ook niet alleen de voorwaarden creëren voor een verbetering van het gezins- en familiebeleid, maar ook een jonge generatie opvoeden die in staat is om een toegevoegde waarde te creëren, bijvoorbeeld via het onderwijssysteem en de niet-formele educatieve mogelijkheden. Uiteraard moeten wij ons inspannen om de integratie van jonge mensen op de arbeidsmarkt mogelijk te maken. Ik dank u derhalve voor uw verslag.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, demografen vertellen ons dat een bevolking om zichzelf in stand te kunnen houden een geboortecijfer van 2,1 levend geboren kinderen per vrouw nodig heeft. In heel Europa is Albanië het enige land waar de voortplanting een duurzaam niveau haalt – en Turkije, als dat meetelt als een Europees land. Volgens een verslag van de VN zal Europa, met inbegrip van het Europese deel van Rusland, in de komende veertig jaar 100 miljoen inwoners verliezen. Alleen al in Duitsland zal de bevolking met 20 miljoen afnemen.

Dit zijn geen voorspellingen van wat er kan gebeuren als we niets doen, want we kunnen er nu niets meer aan doen, aangezien de daling van de geboortecijfers al heeft plaatsgevonden. De enige vraag is hoe we ermee om moeten gaan. Hoe is het zo ver gekomen? Wat heeft deze situatie veroorzaakt? Dat moeten we niet overmatig simplificeren, want er zijn natuurlijk allerlei dingen aan de hand, die te maken hebben met veranderende werkpatronen, de verspreiding van anticonceptie, de veranderende rol van de vrouw in de samenleving en de stijgende levensverwachting.

Ik vraag me echter af of het probleem voor een deel niet is veroorzaakt door de manier waarop de staat zich heeft uitgebreid en de privésfeer heeft uitgehold en banen en taken naar zich toe heeft getrokken die van oudsher werden verdeeld binnen een familie: zorg voor kinderen, opvoeding en sociale zekerheid. De eerste generatie die is opgegroeid met verzorging van wieg tot graf, die met andere woorden is vrijgesteld van de traditionele verantwoordelijkheden van volwassenheid, was ook de eerste die het ouderschap heeft opgegeven.

We kunnen nu kiezen tussen een demografische instorting of het importeren van 100 miljoen mensen om onze aantallen op peil te houden en onze pensioenen te betalen. Dat zou het belangrijkste onderwerp in Europa moeten zijn en het is geen onderwerp dat we kunnen aanpakken door te discussiëren over veranderingen in de arbeidswetgeving.

 
  
  

Verslag-da Graça Carvalho (A7-0274/2010)

 
  
MPphoto
 

  Alajos Mészáros (PPE). (HU) Ik verwelkom het voorstel van de Commissie om onze kaderprogramma's voor onderzoek een vereenvoudigingsproces te laten doormaken. In de loop van de tijd zijn deze programma's dankzij goede aanbestedingsmogelijkheden uitgebreid, maar tegelijkertijd zijn ook de onzekerheden in verband met administratie en controle toegenomen. We hebben een nieuw systeem nodig dat meer vertrouwen heeft in degenen die inschrijven op een aanbesteding en dat naast de versterking van wetenschappelijke- en technologische evaluatieprocessen ook de vereenvoudiging van financiële- en administratieve processen in aanmerking neemt.

Uiteraard gaat elke financiële transactie gepaard met een zeker risico, maar door de overtrokken administratieve controle van zulke risico's nemen de totale kosten van het hele proces alleen maar verder toe. We moeten er ook naar streven dat ons onderzoek aantrekkelijk en toegankelijk is voor 's werelds beste onderzoekers en Europese ondernemers en universiteiten. Ook in dit opzicht is het nodig dat de regels en procedures zo snel mogelijk op elkaar worden afgestemd, eventueel zelfs al tijdens het zevende kaderprogramma, maar in elk geval bij de voorbereiding van het achtste kaderprogramma. Daarom heb ook ik voor dit voorstel gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Kalinowski (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het fundament van de economische ontwikkeling van Europa wordt gevormd door investeringen in opleiding – als vorm van investering in menselijk kapitaal – en in innovaties die bijdragen aan de ontwikkeling van moderne methoden en technologieën. Investeringen in innovatie moeten zich concentreren op subsidiëring van onderzoek. Een voorbeeld daarvan zijn de hier besproken kaderprogramma's, de grootste internationale onderzoeksprogramma's ter wereld. Het subsidiëren van dit soort onderzoek geeft Europa een kans op verbetering van haar concurrentievermogen in de mondiale arena, vergroting van de werkgelegenheid voor duizenden mensen en toename van de levenskwaliteit van alle Europeanen.

De rapporteur spreekt zich uit voor minimalisering van de bureaucratie en vereenvoudiging van administratieve procedures teneinde de hoogste normen in de kaderprogramma's te handhaven. Dit vertaalt zich in betere toegang tot financiering van dit onderzoek in de Europese Unie en dat is waar het uiteindelijk om begonnen is. Ik heb natuurlijk voor gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Mario Pirillo (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, het vergemakkelijken van de toegang tot de steunregeling die is voorzien in de kaderprogramma's voor onderzoek, betekent een sterke impuls voor het concurrentievermogen van de gehele Europese industrie. Ik ben ervan overtuigd dat we met de stemming van vandaag een aanzienlijke bijdrage aan de verwezenlijking van deze essentiële doelstelling hebben geleverd, met name voor kleine en middelgrote bedrijven, die de ruggengraat van de economieën van de lidstaten vormen. Ondanks de hoge kwaliteit van hun productie, hebben deze bedrijven vaak moeite om toegang te krijgen tot de middelen die nodig zijn om het productieniveau verder te verhogen.

Daarnaast is het goed om er net als de rapporteur op te wijzen dat de stemming precies op het juiste moment kwam, precies na de tussentijdse evaluatie van het zevende kaderprogramma en de voorbereiding op het achtste. Ik dank de rapporteur voor het geleverde werk.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE).(LT) Ik heb mijn steun gegeven aan het document over het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de kaderprogramma's voor onderzoek in de Europese Unie. Helaas moet ik erop wijzen dat ik de bredere discussie tijdens de plenaire bijeenkomst niet heb kunnen bijwonen, maar het document zelf is van groot belang en ik ben verheugd dat het is aangenomen.

Het is belangrijk om gelijke spelregels voor wetenschappers uit alle lidstaten van de EU te creëren en een gelijke betaling voor onderzoeksactiviteiten te waarborgen, in plaats van wetenschappers in te schalen op basis van de levensstandaard in hun land. Wetenschappelijke vooruitgang is namelijk een kwestie die voor de gehele Europese Unie van belang is en niet alleen voor afzonderlijke landen. Op dit moment is de heersende opvatting dat het werk van wetenschappers uit de nieuwe lidstaten minder waardevol is dan dat van wetenschappers uit de oude lidstaten. Een dergelijke discriminerende houding is verkeerd en onaanvaardbaar.

Het is ook belangrijk dat er voor gelijke omstandigheden voor alle onderzoeksinstellingen wordt gezorgd en dat zij niet worden onderverdeeld op grond van hun omvang en financiële capaciteit. Dat is met name belangrijk voor onderzoeksinstellingen in de nieuwe lidstaten van de EU. Waarde wordt niet gecreëerd door de omvang van organisaties, maar door wetenschappelijke vooruitgang. Het is dan ook van belang om nieuwe mogelijkheden aan te bieden, niet alleen voor universiteiten, maar ook voor onderzoeksinstellingen zonder winstoogmerk en andere wetenschappelijke organisaties. Ook zij moeten aanvragen kunnen indienen om aan onderzoeksprogramma's deel te kunnen nemen. Ik feliciteer derhalve alle wetenschappers. Op basis van betere onderzoeksmechanismen zullen wij straks meer vooruitgang kunnen boeken.

 
  
  

Ontwerpresolutie RC-B7-0605/2010

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de commissaris zei dat hij bereid was om zo nodig naar marktondersteuning te kijken en dat hij zal ingrijpen als dat nodig is, maar we hebben bepaalde zekerheden nodig voor veehouders. Zij worden van alle kanten aangevallen; de prijzen stijgen gigantisch, deels als gevolg van speculatie.

Ik ben erg blij met de aanneming van het amendement waarin de Commissie wordt verzocht de kwestie van toevallige aanwezigheid van ggo's in geïmporteerde voedingswaren direct aan te pakken. Dat is iets waarover we controle hebben en wat we moeten aanpakken en tot nu toe hebben we geweigerd hier iets aan te doen.

We hebben ook gehoord over de hoge kosten voor naleving van de EU-regels, waardoor er geen gelijke mededingingsvoorwaarden zijn in vergelijking met importen uit derde landen. Maar een van de meest cruciale kwesties is misschien wel de hele voedselketen als zodanig. Gisteren heeft de Rekenkamer een verslag gepresenteerd over de suikersector en een van hun aanbevelingen was dat de prijsvorming gebonden zou moeten zijn aan regelmatig toezicht door de Commissie en dat de Commissie en de lidstaten ervoor moeten zorgen dat het mededingingsrecht correct wordt toegepast in deze sector, voor het verwezenlijken van de doelstelling van het Verdrag dat de aanvoer naar de consumenten tegen redelijke prijzen gebeurt. Dat moet niet alleen in de suikersector gebeuren. Dat moeten we in de hele voedselketen doen.

 
  
MPphoto
 

  Mario Pirillo (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb vóór de ontwerpresolutie gestemd, omdat de Europese veehouderij al jarenlang gebukt gaat onder vele crises.

Er zijn vele oorzaken, waaronder de dalende vraag naar schapen-, lams- en geitenvlees, die mede verband houdt met de grootschalige invoer van vlees uit derde landen. De veehouderij wordt echter ook door indirecte oorzaken getroffen. Hierbij noem ik de problemen in de melk- en zuivelsector en het probleem van de schommelende graanprijzen waar sterk mee gespeculeerd is.

Met het oog op de GLB-hervorming na 2013, moeten wij deze kwestie met toewijding aanpakken en moeten wij de maatregelen treffen die nodig zijn om de gevolgen van de prijsschommelingen in de gehele landbouwsector te beperken. Daarom verzoek ik de Commissie om sneller met instrumenten te komen waarmee het mogelijk wordt om snel te reageren op crisissituaties binnen alle afzonderlijke gemeenschappelijke marktordeningen.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(GA) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor dit verslag gestemd en ben verheugd over enige van de punten in de toespraak vanmorgen van commissaris Cioloş.

(EN) Ik wil echter een paar dingen zeggen. Ten eerste was het verslag van de Rekenkamer van gisteren een vernietigende beschuldiging aan het adres van de Commissie, die liet zien dat we na 1,2 miljard euro aan compensatie, de sluiting van een groot aantal fabrieken en het verlies van duizenden banen toch slechts voor 85 procent zelfvoorzienend zijn als het gaat om de suikerlevering.

Ten tweede heb ik hier deze week een studiebijeenkomst op het gebied van landbouw bijgewoond en heb ik gehoord dat dezelfde situatie geldt voor vis die de Europese Unie binnenkomt, in het bijzonder vanuit Vietnam, waarvan een deel mogelijk zelfs verontreinigd is. Voor de veeteeltsector geldt hetzelfde, namelijk dat derde landen die basisproducten exporteren naar de Europese Unie in het voordeel zijn ten opzichte van de producenten in de Europese Unie.

Een conditio sine qua non voor de Europese Unie bij het aanpakken van al deze kwesties is ervoor zorgen dat voor producten die vanuit derde landen binnenkomen dezelfde normen op het gebied van regelgeving, dezelfde checks-and-balances en dezelfde strenge handhaving gelden als voor onze eigen producenten binnen de Europese Unie.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

Verslag-Matera (A7-0297/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Gelet op het feit dat Ierland om steun heeft verzocht in verband met 850 gedwongen ontslagen bij het bedrijf SR Technics Ireland Ltd, dat werkzaam is in de luchtvervoersector in de NUTS III-regio Dublin, heb ik voor deze resolutie gestemd, omdat ik het eens met het voorstel van de Commissie, zoals gewijzigd via de amendementen van het Europees Parlement. Ik sluit me ook aan bij het verzoek aan de betrokken instellingen om zich de nodige inspanningen te getroosten teneinde de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen, en ik onderschrijf de stelling van het Europees Parlement dat de Commissie ernstig tekort geschoten is bij de uitvoering van de programma's voor concurrentievermogen en innovatie, in het bijzonder gedurende een economische crisis die de behoefte aan dergelijke steun aanmerkelijk vergroot.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik ben zeer ingenomen met de goedkeuring van de EU-steun van 7,45 miljoen euro voor omscholing van de 850 ontslagen werknemers van SR Technics. De steun vanuit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is dringend nodig voor de werknemers, hun gezinnen en de gemeenschap van Noord-Dublin, die zwaar is getroffen door de sluiting van dit bedrijf, resulterend in het verlies van meer dan duizend geschoolde banen. Halverwege 2009 leidde ik een delegatie van SR Technics voor een ontmoeting met commissaris Spidla, toen de beschikbaarheid van dit fonds aan ons werd bevestigd. Het kostte de Ierse regering toen zes maanden om een beroep te doen op het EFG en nog eens zeven maanden om het verzoek om nadere toelichting van de commissaris te beantwoorden. De trage en ineffectieve afhandeling van de aanvraag van Dell dreigt ertoe te leiden dat veel van het toegekende geld teruggaat naar Brussel en die les is genegeerd. De Ierse regering moet sneller optreden om ervoor te zorgen dat deze steun direct wordt toegekend aan degenen die hem nodig hebben, dat hij niet wordt gebruikt ter vervanging van overheidssteun en dat de aangeboden opleidings- en omscholingsprogramma's zijn afgestemd op de behoeften van de werknemers. Verbijsterend genoeg treft de regering pas nu, vier jaar na aanvang, voorbereidingen voor de aanstelling van een coördinator voor het fonds.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór het verslag betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering gestemd. Het gaat nu om SR Technics uit Ierland. Ik stem hiermee in, omdat zo serieuze steun wordt gegeven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden. Om de terugkeer van deze werknemers op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken moet de procedure voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Fonds sneller en eenvoudiger worden. Er zullen daarom begrotingslijnen aangewezen moeten worden die geschikt zijn voor overschrijvingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) De Ierse onderneming SR Technics heeft ernstige schade ondervonden van de impact die de huidige economische en financiële crisis op de vliegtuigindustrie heeft gehad. De onderneming is belangrijke onderhoudscontracten kwijtgeraakt, waardoor ze gedwongen is meer dan duizend werknemers te ontslaan. Het verlies van opdrachten en de concurrentie van regio's met goedkopere diensten doen vrezen voor de economische levensvatbaarheid van dit bedrijf en andere ondernemingen in dezelfde branche. Ik ben het er daarom mee eens dat het fonds wordt ingezet om in dit geval steun te bieden. Ik vind het zorgwekkend dat luchtvaartmaatschappijen bezuinigen op de uitgaven voor het onderhoud en de reparatie van vliegtuigen, aangezien dat negatieve gevolgen kan hebben voor de veiligheid van het vliegverkeer.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Er is opnieuw toestemming gegeven voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering. In dit geval gaat het om de Ierse onderneming IE/SR Technics.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken heeft erop gewezen dat het een jaar heeft geduurd alvorens deze aanvraag aan de begrotingsautoriteit werd voorgelegd, nadat de betrokken werknemers al in april 2009 zijn ontslagen.

Intussen zijn er ten gunste van de ontslagen werknemers verschillende maatregelen genomen, met inbegrip van beroepskeuzevoorlichting en opleidingen voor het verwerven van basisbekwaamheden, training voor ontslagen stagiaires op en buiten de werkplek, beroepsonderwijs, en steun voor ondernemerschap.

Tot slot moeten we vermelden dat de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken erop heeft moeten wijzen dat de vakbonden in de gelegenheid moeten worden gesteld om hun standpunten met betrekking tot deze gevallen kenbaar te maken, om er zo voor te zorgen dat ze – als ze dat willen – betrokken worden bij de behandeling van aanvragen en de uitvoering van de maatregelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Köstinger (PPE), schriftelijk.(DE) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) heeft recentelijk in meer dan één situatie aangetoond dat het een nuttig instrument is voor het bestrijden van werkloosheid, een van de veel voorkomende neveneffecten van de globalisering. Het EFG kan gebruikt worden voor de financiering van maatregelen om werkgelegenheid te creëren, voor omscholingsprogramma's en voor workshops ter ondersteuning van het opstarten van een bedrijf. Vanwege deze en andere redenen kan ik het verslag van de heer Matera volledig ondersteunen. Om te waarborgen dat het geld ook effectief gebruikt kan worden, moet het zeer gericht besteed en snel beschikbaar gesteld worden. Wij moeten daarbij prioriteit geven aan de ondersteuning van Europese burgers. Dat mogen wij niet uit het oog verliezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) Ik onthoud mij van stemming uit eerbied voor de Ierse arbeiders, die slecht af zijn door de globalisering. In de situatie waarin zij zijn gestort vanwege het door de Europese Unie voorgestane neoliberale beleid, zou het gerechtvaardigd zijn geweest te stemmen tegen het schamele bedrag dat de Europese Unie hun met tegenzin toekent. Maar hoe weinig het ook is, het kan hun ontberingen wellicht verlichten. Dit maakt de gedachte achter het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering niet minder verwerpelijk. Het steunt de bedrijfsverplaatsingen die de eigenaren van SR Technics hebben doorgezet om hun winsten te verhogen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) De EU is een ruimte van solidariteit, en het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is daar een onderdeel van. De steun uit dit fonds is van fundamenteel belang voor werklozen en al degenen die hun baan kwijtraken als hun werkgever het bedrijf in de context van de globalisering elders voortzet. Steeds meer ondernemingen verplaatsen hun vestigingen naar andere landen om te profiteren van de lagere loonkosten aldaar, met name India en China. Dat gaat ten koste van de landen die de rechten van werknemers respecteren. Het EFG is opgezet om de slachtoffers van deze bedrijfsverplaatsingen te helpen, en speelt voor hen een cruciale rol bij het vinden van een nieuwe betrekking. Andere EU-landen hebben reeds gebruik gemaakt van het EFG. Dit keer is het Ierland dat om steun heeft verzocht in verband met 850 gedwongen ontslagen bij het bedrijf SR Technics Ireland Ltd, dat werkzaam is in de luchtvervoersector in de NUTS III-regio Dublin.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) ontvangt jaarlijks 500 miljoen euro om financiële steun te verlenen aan werknemers die hun baan hebben verloren als gevolg van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen. Uit schattingen blijkt dat er elk jaar tussen de 35 000 en 50 000 werknemers van dergelijke steun zouden kunnen profiteren. Het geld kan worden gebruikt voor begeleiding bij het zoeken naar een nieuwe baan, voor op maat gemaakte opleidingen, voor steun om als kleine zelfstandige aan de slag te gaan of om een eigen bedrijf op te zetten, voor een grotere mobiliteit en voor ondersteuning van achterstandgroepen of oudere werknemers. Om als werknemer van een bedrijf voor dergelijke steun in aanmerking te kunnen komen, moet er binnen een periode van vier maanden sprake zijn van ten minste 500 gedwongen ontslagen bij dat bedrijf. Aangezien SR Technics Ireland aan alle voorwaarden voor financiële ondersteuning voldoet, kan het verslag op mijn steun rekenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk.(DE) Het gebruik van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering is gerechtvaardigd in het geval van het Ierse luchtvervoersbedrijf SR Technics. Met dat geld kan een bijdrage worden geleverd aan het behoud van de 1 135 arbeidsplaatsen. Ik heb het verslag dan ook gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Dames en heren, wij bevinden ons opnieuw in dit Parlement om binnen onze grenzen een buitengewoon krediet goed te keuren. Ik zeg dat met spijt, omdat deze maatregel verband houdt met de crisis en met een reeks problemen op het gebied van de economie, de arbeidsmarkt, werknemers en hun gezinnen. Toch is het goed dat wij over dit instrument beschikken. Het zijn juist situaties als deze waarin de Europese Unie haar waarden en onderscheidende kenmerken kan tonen. De Europese solidariteit en de bescherming van Europese behoeften zijn waarden die moeten worden verdedigd en beschermd. Dit is de boodschap die het Europees Parlement en de Europese Unie willen overbrengen en ik hoop dat men deze boodschap zorgvuldiger zal overbrengen, mede ter bestrijding van goedkope anti-Europese retoriek en om daarentegen te laten zien hoe essentieel het is dat er communautaire hulp en steun wordt geboden.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Gelet op het feit dat Ierland om steun heeft verzocht in verband met 850 gedwongen ontslagen bij het bedrijf SR Technics Ireland Ltd, dat werkzaam is in de luchtvervoersector in de NUTS III-regio Dublin, heb ik voor deze resolutie gestemd, omdat ik het eens met het voorstel van de Commissie, zoals gewijzigd door de amendementen van het Europees Parlement.

Ik ben het ook eens met:

- het verzoek aan de betrokken instellingen om zich de nodige inspanningen te getroosten teneinde de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen, waarbij aangetekend dient te worden dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe bedrijven verplicht zijn krachtens hun nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, of van maatregelen ter herstructurering van bedrijven of bedrijfstakken;

- het voorstel van de Commissie om in het kader van de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG een alternatieve bron van betalingskredieten aan te wijzen naast niet-bestede middelen uit het Europees sociaal fonds, nadat het Europees Parlement er herhaaldelijk op had gewezen dat het EFG is opgericht als een op zichzelf staand specifiek instrument met eigen doelstellingen en termijnen en dat daarom begrotingslijnen aangewezen moeten worden die geschikt zijn voor overschrijvingen;

- de stelling van het Europees Parlement dat de Commissie ernstig tekort geschoten is bij de tenuitvoerlegging van de programma's voor concurrentievermogen en innovatie, in het bijzonder gedurende een economische crisis die de behoefte aan dergelijke steun aanmerkelijk vergroot.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik ben het met de rapporteur en de Ierse autoriteiten eens dat de wereldwijde economische en financiële crisis ernstige gevolgen heeft gehad voor de luchtvaartindustrie en dat de aantallen passagiers, afgelegde kilometers en ingezette vliegtuigen sterk zijn gedaald. Daarom steun ik de Europese steun voor een sector die van vitaal belang is voor het herstel van de Ierse en de Europese economie.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) De door Ierland ingediende aanvraag voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in verband met 850 gedwongen ontslagen bij het bedrijf SR Technics Ireland Ltd voldoet aan alle wettelijk vastgelegde criteria voor subsidiabiliteit. Verordening (EG) nr. 546/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering heeft het toepassingsbereik van het EFG tijdelijk uitgebreid, waardoor dit fonds nu ook kan worden ingezet in situaties als de onderhavige, wanneer er als rechtstreeks gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis sprake is van "ten minste 500 gedwongen ontslagen binnen een periode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat, met inbegrip van de ontslagen bij leveranciers of downstreamproducenten". Ik heb daarom voor deze resolutie gestemd, omdat ik het eens ben met het voorstel van de Europese Commissie, zoals gewijzigd door de amendementen van het Europees Parlement. Ik ben ook heel tevreden dat de Commissie nu een alternatieve bron van betalingskredieten heeft aangewezen naast niet-bestede middelen uit het Europees sociaal fonds, en zo gehoor geeft aan de daartoe strekkende verzoeken van de zijde van het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Met de aanneming van dit verslag verzoekt het EP de betrokken instellingen de noodzakelijke inspanningen te leveren voor het versnellen van de inzet van het EFG en herinnert het de instellingen vooral aan hun belofte om te zorgen voor een soepele en snelle procedure voor de aanneming van de besluiten over de inzet van het EFG om gedurende beperkte tijd eenmalige, individuele steun te verstrekken aan werknemers die zijn ontslagen wegens boventalligheid als gevolg van globalisering en de financiële en economische crisis. Het verslag benadrukt de rol die het EFG kan spelen bij de re-integratie op de arbeidsmarkt van wegens boventalligheid ontslagen werknemers.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb gestemd vóór de resolutie van het Europees Parlement over de beschikbaarstelling van het EFG om hulp te kunnen verlenen aan ontslagen werknemers. In oktober 2009 diende Ierland een aanvraag in om middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) beschikbaar te stellen voor ontslagen bij het bedrijf SR Technics, dat actief was in de luchtvervoersector in de Ierse regio Dublin. De wereldwijde financiële en economische crisis heeft geleid tot minder activiteiten op het gebied van luchtvervoer, wat ook in deze sector heeft geleid tot een grote ontslaggolf. In Ierland werden tussen april en augustus 2009 1 135 ontslagen geregistreerd, waaronder de 850 ontslagen bij SR Technics Ireland Ltd. Hoewel ik erken dat het EFG een belangrijke rol speelt bij de terugkeer van ontslagen werknemers op de arbeidsmarkt, wat ook wordt bevestigd door de circa elf aanvragen die alleen al in 2010 werden ingediend, samen goed voor een totaal van meer dan dertig miljoen euro, vind ik dat dit instrument nog steeds niet voldoende bekend is bij en gebruikt wordt door de lidstaten. Ook dring ik er bij de Europese Commissie op aan om de ontslagen die tijdens de economische crisis in de publieke sector plaatsvonden te analyseren, en een instrument te ontwikkelen dat vergelijkbaar is met het EFG, maar dat werknemers steunt die zijn ontslagen in de publieke sectoren van diverse lidstaten.

 
  
  

Verslag-Lichtenberger (A7-0301/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Het behoort tot de taken van het Europees Parlement om op te komen voor de onafhankelijkheid van het mandaat van de leden van het Europarlement. Aan die onafhankelijkheid kan niet worden getornd. In dit geval is het zo dat een Europese afgevaardigde eerst en vooral wordt beschuldigd van strafbare feiten in verband met zijn beheers- en boekhoudkundige activiteiten als bestuursvoorzitter van de Poolse Vereniging voor Jongerenkaarten en van CAMPUS Sp., begaan gedurende een periode vóór zijn verkiezing tot lid van het Europees Parlement. De strafbare feiten waarvan deze afgevaardigde beschuldigd wordt houden geen verband met zijn werkzaamheden als lid van het Europees Parlement, reden waarom we in dit geval moeten overgaan tot het opheffen van zijn immuniteit. Vandaar mijn stemgedrag.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) De Poolse burger en lid van het Europees Parlement, Krzysztof Lisek is door de officier van justitie van de regionale rechtbank in Koszalin in Polen beschuldigd van drie strafbare feiten. Het gaat om financiële vergrijpen die krachtens het Poolse recht onwettig zijn. Om een onderzoek naar de zaak tegen de heer Lisek mogelijk te maken op grond van dat Poolse recht, is er een verzoek tot opheffing van zijn immuniteit ingediend. In de huidige communautaire wetgeving is duidelijk vastgelegd hoe er moet worden omgegaan met de immuniteit van leden van het Europees Parlement en de opheffing ervan: daar dient over gestemd te worden. Ik ben voorstander van het opheffen van de immuniteit van de heer Lisek. In de eerste plaats omdat hij hierdoor geholpen wordt en in de tweede plaats omdat dit de enige manier is waarop hij kan reageren op de beschuldigingen die tegen hem in Polen zijn geuit.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór de voorgestelde opheffing van immuniteit gestemd, omdat ik geloof dat dergelijke verzoeken, mits goed onderbouwd (en dan volstaat een redelijke vermoeden), moeten worden gehonoreerd om de waardigheid van de instellingen te garanderen. Dat is ook in het belang van de betrokkenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Overwegende dat Krzysztof Lisek voornamelijk wordt beschuldigd van strafbare feiten in verband met zijn beheers- en boekhoudkundige activiteiten als bestuursvoorzitter van de Poolse Vereniging voor Jongerenkaarten en van CAMPUS Sp. gedurende een periode vóór zijn verkiezing tot lid van het Europees Parlement, en overwegende dat de strafbare feiten waarvan de heer Lisek beschuldigd wordt geen verband houden met zijn werkzaamheden als lid van het Europees Parlement en dat geen overtuigend bewijs is aangedragen dat op fumus persecutionis (tendentieuze vervolging) zou kunnen duiden, heeft het EP vandaag besloten de immuniteit van de heer Lisek op te heffen.

 
  
  

Verslag-Gauzès (A7-0171/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  William (The Earl of) Dartmouth (EFD), schriftelijk. − (EN) Ik heb tegen het verslag van de heer Gauzès over de richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen gestemd, omdat deze een belangrijk deel van de voornaamste bedrijfstak van het Verenigd Koninkrijk, financiële diensten, benadeelt. Alle fondsen die nog niet onder de icbe-richtlijn vielen, van beleggingsfondsen tot hedgefondsen, worden door dit verslag bij elkaar geveegd op één hoop dure wetgeving. Het creëert ook lasten voor Europese beheerders en beleggers in Europa die derde landen niet aan hun beheerders en beleggers opleggen. Dit zal ongetwijfeld betekenen dat Londen talent verlies aan landen buiten de EU. Zoals gebruikelijk legt de EU-wetgeving de branche hoge kosten op, waardoor het kleine en middelgrote ondernemingen onevenredig zwaar worden getroffen en die dus in het voordeel werken van de grote spelers. Door private-equityfondsen te straffen zal de richtlijn een afname van de investeringen in het Verenigd Koninkrijk en Europa veroorzaken, in een tijd waarin meer investering nodig is om concurrerend te blijven in een geglobaliseerde economie. Hij wordt toegepast met een lage drempel, wat vooral van invloed zal zijn op private-equityfondsen, doordat kleine fondsen snel onder de richtlijn vallen als ze slechts een klein aantal investeringen hebben gedaan. De kapitaaleisen zullen vooral belastend zijn voor particulier vermogen en durfkapitaal. Durfkapitaal is nodig om nieuwe banen te scheppen bij startende bedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen beheren nagenoeg 1 000 miljard dollar aan activa en vervullen dus een belangrijke rol in de financiering van de Europese economie. Nu is er op de beleggingsmarkten een crisis ontstaan, en ook al zijn voornoemde fondsen niet direct verantwoordelijk voor de financiële crisis, het is toch zaak dat er voor de gehele financiële dienstverleningsbranche – en zeker voor deze fondsen met een hoog verliesrisico – regelgeving wordt ontwikkeld om beleggers te beschermen en de stabiliteit op de markten te bevorderen. Deze regelgeving vervult een cruciale rol, aangezien ze de nationale regels vervangt door een Europese regeling die rekening houdt met de specifieke eigenschappen van de verschillende fondsen (waarbij gekeken wordt naar de systeemrisico's die aan deze fondsen verbonden zijn). Het is de bedoeling om in deze crisissituatie voor alle financiële diensten geldende gedragsregels op te stellen en tegelijkertijd een werkelijk geïntegreerde markt te scheppen, door een kader te scheppen dat het mogelijk maakt op Europees niveau gemeenschappelijke regels te creëren. De via deze verordening voorgestelde regels zullen bijdragen tot meer transparantie aangaande het beheer van de fondsen zelf én de verhandeling van die fondsen, hetzij binnen de Europese Unie (in een aantal lidstaten krachtens een eenvoudige vergunning), hetzij in derde landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marta Andreasen en Derek Roland Clark (EFD), schriftelijk. − (EN) Ik heb tegen het verslag van de heer Gauzès over de richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen gestemd, omdat deze een belangrijk deel van de voornaamste bedrijfstak van het Verenigd Koninkrijk, financiële diensten, benadeelt.

Alle fondsen die nog niet onder de icbe-richtlijn vielen, van beleggingsfondsen tot hedgefondsen, worden door dit verslag bij elkaar geveegd op één hoop dure wetgeving. Het creëert ook lasten voor Europese beheerders en beleggers in Europa die derde landen niet aan hun beheerders en beleggers opleggen. Dit zal ongetwijfeld betekenen dat Londen talent verlies aan landen buiten de EU. Zoals gebruikelijk legt de EU-wetgeving de branche hoge kosten op, waardoor kleine en middelgrote ondernemingen onevenredig zwaar worden getroffen en die dus in het voordeel werken van de grote spelers.

Door private-equityfondsen te straffen zal de richtlijn een afname van de investeringen in het Verenigd Koninkrijk en Europa veroorzaken, in een tijd waarin meer investering nodig is om concurrerend te blijven in een geglobaliseerde economie. Hij wordt toegepast met een lage drempel, wat vooral van invloed zal zijn op private-equityfondsen, doordat kleine fondsen snel onder de richtlijn vallen als ze slechts een klein aantal investeringen hebben gedaan. De kapitaaleisen zullen vooral belastend zijn voor particulier vermogen en durfkapitaal. Durfkapitaal is nodig om nieuwe banen te scheppen bij startende bedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. (FR) De financiële crisis die de Europese Unie zwaar heeft getroffen, vindt haar wortels in de "ongebreidelde" activiteit van talrijke beleggingsfondsen, vooral die uit de Verenigde Staten. Onder deze fondsen worden, de alternatieve fondsen, of hedgefondsen, gekenmerkt door agressieve speculatie. Dit lijkt een van de belangrijkste oorzaken te zijn van de ramp, waarvan we de gevolgen nu ondervinden. Om de toekomst van de Europese markt te behoeden voor de excessen van deze alternatieve fondsen, heb ik gestemd voor het verslag van collega Gauzès. Deze tekst betekent een belangrijke stap in de richting van financiële regelgeving. Met deze stem versterken wij de bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM). Deze Europese autoriteit voor financiële markten wordt op 1 januari 2011 opgezet en zal onder strikte voorwaarden een "paspoort" uitgeven dat beheerders van alternatieve fondsen toestemming geeft actief te zijn in de Europese Unie. De richtlijn vereist dat zij geautoriseerd of ingeschreven zijn, operationele en organisatorische eisen eerbiedigen en gedrags- en transparantieregels in acht nemen. Ze worden onderworpen aan de toezichthoudende bevoegdheden en de mogelijkheid sancties op te leggen van de lidstaten en de EAEM. Later zullen beheerders van fondsen buiten de Europese Unie aan dezelfde regels worden onderworpen als die van toepassing zijn op Europese fondsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik feliciteer de heer Gauzès met zijn uitstekende werk. Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat ik het nodig acht om de Europese spaarders te laten beschikken over duidelijke en veilige financiële instrumenten. Ik ben ervan overtuigd dat we een verdere verstoring van de markt alleen kunnen voorkomen met strikte en specifieke regelgeving. Het verslag waarover we vandaag hebben gestemd, maakt daarom deel uit van het bredere kader van economische en financiële regelgeving dat de Europese Unie uitvoert. In deze zin is de gerechtvaardigde regulering van beleggingsfondsen ook een effectief instrument om verstoringen van het systeem te voorkomen, zoals bijvoorbeeld de overmatige blootstelling aan risico's voor actoren die relevant zijn voor het systeem. Ook steun ik de gedachte van een Europees "paspoort", dat neerkomt op het verlenen van vergunningen aan en het houden van toezicht op alle beheerders van alternatieve fondsen die in de Unie gevestigd en actief zijn. Tot slot waardeer ik de plicht om de toezichthoudende autoriteiten te informeren om op die manier meer transparantie te kunnen garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Blijkens de recente problemen op de financiële markten brengen veel strategieën van beheerders van alternatieve beleggingsfondsen een beperkt dan wel zeer groot aantal risico's mee voor beleggers, andere marktdeelnemers en de markten zelf. Ik heb voor het standpunt van het Parlement gestemd, omdat ik vind dat moet worden gewaarborgd dat BAB-werkzaamheden aan degelijke governancecontroles worden onderworpen. AB's moeten zodanig beheerd en georganiseerd worden dat belangenconflicten tot een minimum beperkt blijven. Ik vind ook dat de via deze richtlijn geïntroduceerde organisatorische vereisten de door de nationale wetgeving ingestelde systemen en controles voor de registratie van personen die bij of voor beleggingsmaatschappijen werken onverlet moeten laten. De bevoegdheden en taken van de autoriteiten die bevoegd zijn voor de uitvoering van deze richtlijn moeten worden verduidelijkt, en de mechanismen die nodig zijn voor de waarborging van de noodzakelijke grensoverschrijdende samenwerking op toezichtgebied moeten worden versterkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De excessieve groei van het financiële systeem, met zijn speculatieve acties en ondoorzichtigheid, heeft bijgedragen tot de economische crisis. De aanpak van deze crisis en van crises in het algemeen vergt structurele veranderingen, een andere manier van functioneren en het beschermen van de economie tegen besmette producten. Toezichtmaatregelen, die gemeengoed moeten worden, zijn van belang. Echter, noch de richtlijn van de Commissie noch het verslag van het Europees Parlement vormen een garantie dat er ook daadwerkelijk toezicht en controle wordt uitgeoefend op de activiteiten van hedgefondsen en private-equityfondsen. Met de vele uitzonderingen en de voorwaarden waaraan het nagestreefde toezicht volgens het verslag moet beantwoorden, is het zeker dat speculatie en ondoorzichtigheid blijven bestaan. Daarom heb ik tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. (FR) Hoewel de groei in de Europese Unie nog altijd lijdt onder de gevolgen van de economische crisis in 2008, heb ik voor het verslag van de heer Gauzès gestemd, omdat hiermee een bijdrage wordt geleverd aan de rationalisering van het financiële systeem door een betere controle van beleggingsfondsen. Het is immers duidelijk geworden dat de crisis door speculatieve fondsen is verergerd. Door het systeem van een "Europees paspoort" in te voeren, legt de Europese Unie een soort "gedragscode" op aan deze financiële instellingen, die nu in de Europese ruimte aan bepaalde voorwaarden dienen te voldoen. Als gevolg hiervan zal de interne markt transparanter en efficiënter worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Harlem Désir (S&D), schriftelijk. (FR) Ingevolge de stemming in het Parlement gaat de Unie eindelijk de activiteiten van de meest speculatieve investeringsfondsen reguleren. Het is alweer een tijd geleden dat in het initiatiefverslag van Poul Rasmussen uit 2008 werd voorgesteld strikte beperkingen op te leggen aan deze "financiële zwarte gaten". Er was een financiële crisis nodig om de lidstaten en een meerderheid van het Parlement tot overeenstemming te brengen over bindende wetgeving aangaande alternatieve fondsen. Voor het eerst zullen deze fondsen, of zij nu wel of niet in Europa zijn gevestigd, worden onderworpen aan controles, beperkingen van hun activiteiten en grotere transparantie; het opsplitsen van bedrijven zal niet langer mogelijk zijn en de toezichthoudende bevoegdheden van de Europese Autoriteit voor effecten en markten zullen worden uitgebreid. Er valt nog veel te doen op het gebied van effectief toezicht op de financiële wereld in Europa; de EAEM, niet de nationale autoriteiten, zou de enige autoriteit moeten zijn met verantwoordelijkheden op dit gebied, en bedrijven moeten nog meer tegen speculatie worden beschermd. Als de conservatieven geen bedenkingen hadden gehad, dan had de Unie nog strengere effectievere wetgeving kunnen vaststellen. Dit is niet meer dan een eerste stap. De tekst die we hebben aangenomen, zal binnen vier jaar worden herzien. Dit biedt de kans om op basis van een evaluatie verder te gaan, teneinde de economie en de werkgelegenheid te beschermen tegen de schade die speculatie aanricht.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk. (FR) Er worden almaar nieuwe regels voor beter economisch bestuur opgesteld, maar het blijft onvoldoende. Door met ruime meerderheid het verslag inzake alternatieve fondsen en kapitaalbeleggingen aan te nemen, gaat het Parlement door met het opstellen van nieuwe regels voor beter economisch bestuur. Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen, die goed zijn voor duizend miljard Amerikaanse dollars aan activa, spelen een belangrijke rol in de financiering van de Europese economie. Hoewel deze fondsen niet direct aan de basis liggen van de financiële crisis, mogen hun beheerders niet ontsnappen aan de noodzaak alle financiële dienstverleners aan regelgeving te onderwerpen. Het Parlement heeft weten af te dwingen dat er nieuwe hoofdstukken over het verzilveren van waardevolle activa en betaling zijn opgenomen en heeft veel gedaan om invloed uit te oefenen op de regels ten aanzien van het paspoortsysteem, de verantwoordelijkheid van de bewaarder, eisen voor eigen fondsen en de toevlucht tot hefboomfinanciering.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Dit is de eerste Europese richtlijn voor het reguleren van beleggingsfondsen met hoog risico (hedgefondsen), en daarmee sluiten we een onderhandelingsprocedure af die meer dan een jaar geduurd heeft. Zoals het verslag stelt zijn de nieuwe regels bedoeld om het gedrag van de beheerders te controleren en de transparantie met betrekking tot het beheer van deze fondsen te vergroten, teneinde de beleggers te beschermen en de stabiliteit op de financiële markten te bevorderen.

We zijn zo echter niet tot de kern van de zaak doorgedrongen. Dit soort speculatieve fondsen zijn niet verboden. De derivatenmarkt blijft bestaan, wat betekent dat de mechanismen die speculatie mogelijk maken actief blijven. We hadden een unieke kans om de financiële markten werkelijk te reguleren en we hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. De Raad en het Europees Parlement hebben toegegeven aan de enorme druk van de financiële lobby.

De financiële crisis laat zien dat het uit de rails lopen van het mondiaal financieel bestel deels te wijten is aan een te hoge blootstelling aan risico's – hedgefondsen zijn daarvan een voorbeeld – en deels aan het gebrekkig functioneren van de systemen die zijn toegepast om deze risico's in de hand te houden. De nieuwe Europese regelgeving is bedoeld om gemeenschappelijke regels vast te stellen voor de vergunningverlening voor en controle op hedgefondsen, maar is bij lange niet in staat te garanderen dat systeemrisico's zich niet langer zullen voordoen. Daarom kunnen wij niet met dit voorstel instemmen.

Er wordt intussen gediscussieerd en onderhandeld over nieuwe richtlijnen. Het blijft dus mogelijk tot de kern van deze kwestie door te dringen en – dat is het belangrijkste – speculatieve fondsen te verbieden. We zullen zien.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Ik heb gestemd voor het compromis dat na maanden van onderhandelingen is bereikt over de regeling van beheerders van alternatieve beleggingsfondsen. Ik heb voor gestemd omdat het, ondanks zijn tekortkomingen, onaanvaardbaar zou zijn om bepaalde beleggingsfondsen toe te staan hun activiteiten straffeloos voort te zetten, in de wetenschap dat zij de crisis hebben verergerd en mede hebben verspreid. Ik betreur in het bijzonder de zwakke bepalingen ten aanzien van hefboomfinanciering, de zwakke waarborgen ten aanzien van offshorefondsen, die een paspoort zullen kunnen verkrijgen, en de geringe verplichtingen waaraan private-equityfondsen dienen te voldoen, die vaak zeer bedreven zijn in het verzilveren van de waardevolle activa van niet-beursgenoteerde ondernemingen. Ik betreur het dat we moeten toestaan dat deze roofdieren in de hele EU actief zijn, zolang zij maar zijn ingeschreven en zich aan minimumcontroles onderwerpen. Maar wat kon er meer worden verwacht van een tekst die er niet op is gericht speculatieve fondsen, maar hun beheerders te reguleren en veeleer risicobeheersing nastreeft dan voorkoming van deze speculatie?

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. (FR) Ik heb voor de tekst over beheerders van alternatieve fondsen gestemd, omdat het van vitaal belang is dat er wetgeving komt inzake dit deel van de financiële markten, waarin strategieën worden aangewend die extreem riskant zijn en schadelijk voor de werkgelegenheid en de reële economie. Er is veel lovenswaardige vooruitgang geboekt, zoals het toezicht op de betaling van beheerders van deze fondsen teneinde het nemen van buitensporige risico's noch aan te moedigen, noch te belonen, om maar een voorbeeld te geven. De richtlijn gaat duidelijk in de goede richting, hoewel hij een aantal ernstige beperkingen telt. Het is in het bijzonder teleurstellend dat het toezicht is overgelaten aan nationale autoriteiten en niet aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) die kort geleden, ten tijde van de stemming inzake het pakket betreffende het financieel toezicht, in het leven is geroepen. Wij dienen waakzaam te blijven en moeten zonder uitstel de volgende stappen voorbereiden naar het weer ten dienste van de economie laten functioneren van de markten, en de voorkoming van nieuwe financiële crises.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. − (EN) Deze richtlijn is een van de eerste wetgevingsreacties van de EU op de financiële crisis. Deze richtlijn is een stap in de richting van het nieuwe regelgevings- en toezichtkader voor de financiële markten. Het is de eerste stap in de goede richting voor de wetgevingsprocedure die hopelijk binnen niet al te lange tijd zal worden voltooid. Het is belangrijk dat deze systemen worden ingevoegd om te voorkomen dat de regelgevingscrisis van 2008 zich herhaalt.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb voor het verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen gestemd, omdat ik vind dat fondsbeheerders geregistreerd moeten worden en zich aan enkele basale gedragsregels moeten houden. Zij beheren ongeveer duizend miljard dollar aan activa en vervullen daarmee een belangrijke rol in de financiering van de Europese economie. Zoals het verslag goed laat zien, omvat deze sector een zeer breed scala aan actoren en producten, zoals alternatieve fondsen, private-equityfondsen, vastgoedfondsen en grondstoffenfondsen. Door deze kenmerken is het van prioritair belang om communautaire maatregelen te treffen in de vorm van een compacte en precieze regeling die voor alle financiële dienstverleners geldt – een regeling waarmee het financiële systeem stabieler kan worden gemaakt en waarmee beleggers beter kunnen worden beschermd; instrumenten die kunnen worden ingezet bij het creëren van een werkelijke interne Europese markt voor financiële producten.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Le Hyaric (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) Het verslag-Gauzès is helaas een gemiste kans als het gaat om effectieve regelgeving ten aanzien van de speculatieve fondsen die aan de basis liggen van de crisis. Ondanks de destructieve rol die zij hebben gespeeld en het risico dat deze fondsen met zich meebrengen voor de huidige financiële structuur, zijn de Raad en het Parlement gezwicht voor het intensieve lobbywerk van de financiële sector, dat was gericht op behoud van deze voor een minderheid uiterst winstgevende instrumenten. Ik heb daarom tegen dit verslag gestemd, omdat het alternatieve fondsen buiten de EU verhandeling erbinnen toestaat zonder dat er aan nieuwe Europese regels hoeft te worden voldaan. Dit is een gapend gat dat alle door deze nieuwe wetgeving tot stand gebrachte wetgeving zal vernietigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE), schriftelijk. - (PL) Dames en heren, de stemming van vandaag is een belangrijke stap in de wetgeving over alternatieve beleggingsfondsen. Het betekent vooral een verbetering van de transparantie, betrouwbare regels voor de regulering van de financiële branche en effectievere wetgeving. In deze tijd waarin ieder land worstelt met financiële problemen, ben ik van mening dat alternatieve beleggingen, mits op de juiste manier begrepen en benut, een positieve bijdrage kunnen leveren aan het functioneren en verbeteren van de economische situatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE), schriftelijk. (FR) Ik wil de heer Gauzès lof toezwaaien voor het uitstekende verslag over de richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen. Dankzij dit verslag zal het mogelijk zijn de regulering van financiële markten van grotere transparantie, toezicht en gedragsregels te voorzien. Dit is een eerste succesvolle stap waarvan ik hoop dat deze wordt gevolgd door andere initiatieven om het financiële systeem grondig en volledig te hervormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) Ik heb tegen deze tekst en de wijzigingen van het Europees Parlement die het bevat gestemd. In tegenstelling tot wat in deze tekst wordt beweerd, wordt er niets door geregeld. Aanneming van dit verslag betekent een overwinning van de financiële lobby's op de algemene belangen van de burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) De financiële crisis van 2007 is in gang gezet door de grote investeringsbanken die in hun portefeuille een reeks alternatieve fondsen (hedgefondsen) hadden opgenomen, waarop in het geheel geen toezicht werd gehouden en die vaak activa van twijfelachtige waarde bevatten. De crisis was een weerspiegeling van dat gegeven, en het is zaak dat we nu concrete maatregelen nemen om te verhinderen dat er zich in de toekomst opnieuw een financiële crisis voordoet, veroorzaakt door financiële mechanismen die door niemand gecontroleerd worden en die vaak niet goed kwantificeerbaar zijn. Deze richtlijn bekrachtigt een reeks normen die, indien nagevolgd, de bedoelde financiële mechanismen transparanter zullen maken en gemakkelijker controleerbaar. Dan kunnen deze mechanismen de Europese economie opnieuw financieren in plaats van haar ineenstorting veroorzaken.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (LV) Denkend aan de negatieve gevolgen van de economische crisis in de hele wereld, meen ik dat het zeer gepast is dat het Europees Parlement probeert de activiteiten van alternatieve beleggingsfondsen te beteugelen. Gezien de enorme omzet van 1 000 miljard euro van deze fondsen, kan ieder foutje uiterst negatieve gevolgen hebben voor de Europese financiële stabiliteit. Deze richtlijn is zeer belangrijk en komt als geroepen, aangezien financiële en beursspeculanten en oneerlijke beleggers zullen blijven proberen deze fondsen voor eigen gewin te gebruiken. De richtlijn voorziet in zekere beperkingen en biedt de EU de mogelijkheid ordinair misbruik van deze fondsen te voorkomen. Ik hoop dat dit slechts de eerste stap in deze richting is.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) Beleggingsfondsen leveren een bijdrage aan de financiering van de Europese economie. De systeemrisico's die verbonden zijn aan de verschillende soorten fondsen, zoals private-equity-, vastgoed - en grondstoffenfondsen, lopen uiteraard uiteen. De strengere voorschriften die in de financiële sector worden ingevoerd als gevolg van de bancaire en financiële crisis dienen alle soorten financiële instrumenten te bestrijken. Enerzijds is het belangrijk om het risico op verliezen te verminderen en de kans op foute beslissingen op beheerdersniveau te minimaliseren. Aan de andere kant mag dit niet leiden tot de invoering van onnodige bureaucratie. Wij hebben ook regels nodig voor baissetransacties ("short selling") omdat dergelijke transacties ook een rol bij de financiële crisis hebben gespeeld. Dat is de reden dat ik het onderhavige verslag heb gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk.(DE) Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen beheren circa 1 000 miljard dollar aan activa en spelen een belangrijke rol bij de financiering van de Europese economie. Deze sector bestaat uit een zeer brede variëteit aan spelers en financiële producten, met inbegrip van alternatieve fondsen, private-equityfondsen en vastgoedfondsen. Het is hierbij met name van belang om rekening te houden met de speciale systeemrisico's die aan private-equityfondsen zijn verbonden. Het beheer van deze fondsen mag niet vrijgesteld worden van de regulering die voor de financiële dienstensector als geheel geldt. Uit de huidige financiële crisis blijkt dat de slechte werking van het mondiale financiële stelsel deels te wijten is aan het feit dat essentiële marktdeelnemers in het stelsel aan te grote risico's worden blootgesteld. Daarnaast spelen hierbij ook tekortkomingen in het beheersen van die risico's een rol. In het voorstel van de Commissie en in het verslag wordt gestreefd naar een stabieler financieel stelsel en naar een grotere bescherming van de beleggers. Dat is de reden dat ik het verslag heb gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb voor het standpunt van het Parlement gestemd, omdat:

- AB's zelf niet gereglementeerd worden door de onderhavige richtlijn: het blijft mogelijk deze fondsen op nationaal niveau te regelen en te controleren;

- er moet worden gewaarborgd dat BAB-werkzaamheden aan degelijke governancecontroles worden onderworpen;

- BAB's uitdrukkelijk verplicht dienen te worden om voor de categorieën van medewerkers wier beroepsactiviteiten hun risicoprofiel of het risicoprofiel van de door hen beheerde AB's materieel beïnvloeden, een beloningsbeleid en een beloningscultuur vast te stellen en in stand te houden die stroken met een doeltreffend risicobeheer;

- voor de vereisten met betrekking tot informatieverstrekking en de garanties tegen de verzilvering van waardevolle activa (asset stripping) moet een algemene uitzondering gelden als het gaat om het toezicht op kleine en middelgrote ondernemingen;

- de bevoegdheden en taken van de autoriteiten die bevoegd zijn voor de uitvoering van deze richtlijn moeten worden verduidelijkt en de mechanismen die nodig zijn voor de waarborging van de noodzakelijke grensoverschrijdende samenwerking op toezichtgebied, moeten worden versterkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. − (IT) Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen zijn verantwoordelijk voor het beheer van een aanzienlijk deel van de belegde activa in Europa. Zij nemen een fors deel van de handel op de markten voor financiële instrumenten voor hun rekening en kunnen grote invloed uitoefenen op de markten waarop en de ondernemingen waarin zij beleggen. Ik ben er zeker van dat beheerders van alternatieve beleggingsfondsen een substantiële bijdrage leveren aan de markten waarop zij opereren, maar zij kunnen, gezien de recente financiële problemen, ook bepaalde risico's door het financiële stelsel en de economie verspreiden of versterken. Deze richtlijn zou er ook toe moeten strekken stimulansen te creëren voor de verplaatsing van offshorefondsen naar de Unie; dit houdt niet alleen voordelen in voor de regelgever en voor de bescherming van de belegger, maar laat ook toe de inkomsten op het niveau van de beheerder, het fonds en de alternatieve belegger op een gepaste manier te belasten. Ik wil hier benadrukken dat niet-gecoördineerde nationale oplossingen het moeilijk maken om deze risico's effectief te beheren.

 
  
MPphoto
 
 

  Miguel Portas (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Ik stem tegen dit verslag, omdat de erin opgenomen regels zich uitsluitend bezig houden met het gedrag van de ondernemingen die alternatieve fondsen beheren, en de aard en samenstelling van de financiële producten in kwestie ongewijzigd laten. Bij het doen van deze concessie ten behoeve van de "creativiteit" van de financiële bedrijfstak gaat men geheel voorbij aan het feit dat deze fondsen per definitie speculatief van aard zijn en dat die speculatie altijd een destabiliserende en usurperende dimensie heeft. Daar komt bij dat de voorgestelde regelgeving uitzonderlijk zwak is. De Europese dimensie ervan telt zoveel uitzonderingen en derogaties dat het bestaande systeem, dat op nationale en dus per lidstaat van elkaar afwijkende regels gebaseerd is, in wezen intact blijft. Het verslag maakt ook geen duidelijk onderscheid tussen degenen die zich met dit type fondsen bezig houden en degenen die de gewone, traditionele bankactiviteiten uitoefenen. Er wordt bovendien niets ondernomen tegen speculatieve fondsen die vanuit belastingparadijzen opereren. Door "drempelwaarden" in te stellen voor activa met "systeemrelevantie" worden echter wel mogelijkheden geschapen voor formele fragmentatieprocessen die tot gevolg zullen hebben dat veel beleggingsmaatschappijen waarvoor deze richtlijn bedoeld is uiteindelijk buiten het bereik van diezelfde richtlijn zullen vallen. De veiligheid van de monetaire activa van de Europese burgers is een veel te belangrijk openbaar goed om te worden blootgesteld aan de zwakheden van de voorgestelde richtlijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) De financiële crisis heeft aangetoond dat de activiteiten van de verschillende spelers op de financiële markten aan een strikte controle dienen te worden onderworpen, en dat geldt zeker voor de entiteiten die zich bezig houden met het beheer en de administratie van alternatieve beleggingsfondsen. Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen hebben met hun werkzaamheden over het geheel genomen een gunstige invloed op de markten waarop zij opereren, maar de recente problemen op de financiële markten hebben duidelijk gemaakt dat er aan die activiteiten bepaalde risico's zijn verbonden die alleen binnen een voor de gehele Europese Unie geldend samenhangend regelkader doeltreffend kunnen worden beheerd. Een op communautair niveau geharmoniseerd kader voor regelgeving en toezicht moet een oplossing kunnen bieden voor de grensoverschrijdende risico's zoals die uit de aard der zaak samenhangen met de activiteiten van de beheerders van alternatieve beleggingsfondsen en tegelijkertijd bijdragen tot de versterking van de interne markt. Dat is de reden waarom ik het standpunt van het Europees Parlement in dezen met mijn stem heb gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Crescenzio Rivellini (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik feliciteer de heer Gauzès met zijn uitstekende werk. De Europese richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen, zoals hedgefondsen en private-equityfondsen, waartoe de Commissie in april 2009, overeenkomstig de op de G20-top bepaalde richtsnoeren, een voorstel heeft gedaan als antwoord op de financiële crisis, is eindelijk aangenomen met een zeer grote meerderheid. Dit is een goede stap in de richting van de Europese ambitie om aan het begin van 2011 over een werkend financieel bestuur te beschikken. Deze nieuwe regels zouden het internationale financiële stelsel verantwoordelijker en transparanter maken en zouden het mogelijk maken om de speculatie te beperken. Volgens de richtlijn worden beleggers in speculatieve fondsen die in derde landen zijn gevestigd (beheerders van hedgefondsen zijn vaak gevestigd in belastingparadijzen) gedwongen om te voldoen aan dezelfde voorwaarden waar alle Europese bedrijven aan moeten voldoen om te mogen opereren op de Europese markt. Om dit Europese "paspoort" te kunnen verkrijgen bij de bevoegde Europese toezichthoudende autoriteiten, moeten beheerders van alternatieve fondsen dus akkoord gaan met duidelijke regels, een beperking van de speculatie en meer transparantie.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) De Groenen/EVA-Fractie heeft tegen dit verslag gestemd, hoewel de EP-leden van de Groenen voor het verslag van de heer Gauzès hebben gestemd in de Commissie economische en monetaire zaken. De reden daarvoor is dat de tekst toen er in die commissie over werd gestemd veel ambitieuzer was dan de uiteindelijke overeenkomst die is bereikt met de Raad. Toegegeven, de tekst is een eerste stap in de goede richting, aangezien er eerder geen transparantie werd geëist van hedgefondsen. De versie die is uitgegeven door de Raad is voor het Parlement echter niet bevredigend als het gaat om enkele essentiële vereisten en zij verzwakt enkele van de regelingen die de Commissie in haar oorspronkelijke voorstel had opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik ben blij dat er een conclusie is geformuleerd met betrekking tot BAB's en dat er rekening is gehouden met de kwestie van investeringsmaatschappijen en dat er meer rekening mee zal worden gehouden als er wetgevingsvoorstellen worden ingediend.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Christine Vergiat (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) De Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links heeft tegen dit verslag over speculatieve fondsen gestemd.

Ondanks het aantal pagina's en de energie die de rapporteur erin lijkt te hebben gestoken, is dit verslag onvoorstelbaar zwak. De inhoud komt bij lange na niet tegemoet aan de problemen die wij het hoofd moeten bieden.

Vaak druisen de voorstellen druisen zelfs in tegen wat er moet worden gedaan om een herhaling te voorkomen van de financiële hypotheekcrisis van najaar 2008.

Met dit verslag kan het Europees Parlement daarom geen druk uitoefenen op de Commissie en de Raad om te stoppen met dit beleid van begrotingsbeperking dat gaandeweg al onze instrumenten voor sociaal beleid verwoest.

Aan de vooravond van de door Nicolas Sarkozy voorgezeten G20-top wordt hiermee een slecht signaal afgegeven.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. − (SK) Het is goed om te proberen lering te trekken uit onze fouten die tot de wereldwijde financiële crisis hebben geleid. Hoewel in sommige sectoren regulering noodzakelijk is, geef ik persoonlijk de voorkeur aan transparantie en een informatieplicht. Als banken verplicht zouden zijn cliënten te informeren over hoe ze met hun geld omgaan en wat dat voor hen betekent, zou er geen crisis kunnen ontstaan. Maatregelen die de activiteiten van ondernemers beperken zouden alleen een oplossing moeten zijn wanneer een fout niet kan worden hersteld, bijvoorbeeld als de gezondheid of het leven van mensen op het spel staan. Laten we daarom voorzichtig zijn met reguleren. De taak van overheidsinstanties is niet mensen hun verantwoordelijkheid voor hun beslissingen te ontnemen, maar ervoor te zorgen dat ze de benodigde informatie krijgen om beslissingen te kunnen nemen. Laten we niet vergeten dat de natuurlijke steun voor onderzoek en onderwijs afkomstig is uit particuliere bronnen, ofwel beleggingsfondsen, die geld uitlenen aan veelbelovende ondernemingsprojecten en investeren in nieuwe technologieën, met kennis en afweging van de mogelijke risico's. Indien ons streven naar zekerheid investeerders demotiveert om nieuwe mogelijkheden te zoeken in de Europese Unie, blijven we voor altijd afhankelijk van de inefficiënte en bureaucratische overheidsinvesteringsprogramma's. Zo komen we nog meer achter te liggen op technologisch gebied. Ik beschouw het voorliggende verslag als een compromis, waarin uitdrukking is gegeven aan enkele van mijn bedenkingen ten opzichte van de regulering van de sector. Daarom heb ik het verslag gesteund.

 
  
  

Verslag-Díaz de Mera García Consuegra (A7-0294/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. (FR) In Verordening (EG) Nr. 539/2001 is de lijst vastgesteld van derde landen waarvan de onderdanen in het bezit moeten zijn van een visum om de Europese Unie te kunnen binnenkomen. Tot voor kort waren het eiland Taiwan en de eilanden van de Noordelijke Marianen opgenomen in Bijlage 1 van de verordening en als gevolg daarvan onderworpen aan deze visumeis. Aangezien Taiwan geen enkel risico van illegale immigratie of bedreiging van de openbare orde voor de Unie vertegenwoordigt en aangezien de onderdanen van de Noordelijke Marianen, als houders van Amerikaanse paspoorten, onderdanen zijn van de Verenigde Staten, bleek het noodzakelijk om deze regio's over te hevelen van de beperkende regeling van Bijlage I naar de minder beperkende regeling van Bijlage II. Ik heb derhalve mijn steun gegeven aan het standpunt van de rapporteur om deze overheveling mogelijk te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Băsescu (PPE), schriftelijk.(RO) Het feit dat het verslag van Agustín Díaz de Mera door een grote meerderheid is aangenomen wijst duidelijk op het voordeel van de beslissing om de visumplicht voor Taiwan op te heffen. Hiermee bevestigt het Europees Parlement zijn vertrouwen in het grote democratiseringsproces dat Taiwan de laatste jaren heeft doorgevoerd. Ik zou willen benadrukken dat Taiwan een opmerkelijke economische vooruitgang heeft geboekt. Taiwan heeft een omvangrijk handelsverkeer met de EU. Zijn economie staat op de vijfentwintigste plaats in de wereld en blijft jaarlijks nog steeds met ruim 13 procent groeien. Deze gestadige ontwikkeling verlaagt de kans dat de EU met een toevoer van illegale immigranten uit Taiwan te maken zal krijgen. Daarom ben ik van mening dat het vergemakkelijken van het verkeer van personen een van de belangrijkste aspecten van de bilaterale samenwerking moet worden. Bij de beslissing om Taiwanese burgers van de visumplicht te ontheffen is ook het feit in beschouwing genomen dat Taiwan voldoet aan de technische vereisten met betrekking tot de veiligheid van reisdocumenten. De introductie van biometrische paspoorten in 2008 is een van de diverse constructieve maatregelen die tot nu toe ten uitvoer zijn gelegd. Ik hoop dat de beslissing van het Europees Parlement door de Raad zal worden goedgekeurd en dat de nieuwe bepaling zelfs al dit jaar van kracht zal worden. Tot slot: gezien de noodzaak tot inachtneming van de wederkerigheidscriteria vind ik het gepast dat de Taiwanese overheid heeft besloten de visumplicht voor burgers uit Roemenië, Bulgarije en Cyprus op te heffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk.(LT) In deze verordening wordt een overzicht gegeven van de derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen van de Unie in het bezit moeten zijn van een visum, evenals een overzicht van de derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld. Het besluit om een visumplicht voor derde landen te hanteren wordt per afzonderlijk geval genomen. Het doel van het onderhavige voorstel is om de visumplicht voor burgers van Taiwan af te schaffen. Het Europees Parlement heeft het doel van dit voorstel ondersteund. Het is zeer belangrijk om een gemeenschappelijk immigratiebeleid vast te stellen en tegelijkertijd de handels- en economische betrekkingen tussen de Europese Unie en Taiwan te ontwikkelen. In de afgelopen jaren heeft Taiwan op economisch gebied een aanzienlijke groei doorgemaakt. Op dit moment is het inkomen per hoofd van de bevolking in dat land het hoogste ter wereld. Taiwan is daarnaast een uitstekende samenwerkingspartner wat wetenschap, investeringen, nieuwe technologieën, onderwijs, cultuur en toerisme betreft. Dat betekent dat het opheffen van de visumplicht voor Taiwan bevorderlijk zal zijn voor de handels- en economische betrekkingen met de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór gestemd, omdat ik meen dat Taiwan moet worden overgeheveld naar de positieve lijst als het gaat om visumvrijstelling. Ik geloof dat de bestaande handelsbetrekkingen tussen de EU en Taiwan van dien aard zijn dat dit besluit een gunstige impact zal hebben. Voor de meeste landen van deze regio met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau geldt reeds een visumvrijstelling. De EU heeft besloten om prioriteit te verlenen aan beleidsmaatregelen die bijdragen tot versterking van de mededinging, tot meer economische groei en tot het scheppen van meer en betere banen. Het besluit om visumvrijstelling te verlenen zal die strategie ondersteunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk.(PT) Ik steun het besluit om staatsburgers van Taiwan visumvrijstelling te verlenen. Dat besluit houdt in dat dit Taiwan wordt overgeheveld naar de zogenaamde positieve lijst. Dat zal een gunstige economische invloed hebben op de betrekkingen tussen de EU en Taiwan, dat ook nu al een belangrijke handelspartner van de EU is (Taiwan komt op de negentiende plaats). De EU is ook de belangrijkste buitenlandse investeerder in Taiwan. Dit besluit kan verder het toerisme bevorderen (de EU is voor staatsburgers van Taiwan nu één van de belangrijkste bestemmingen). Het risico op illegale immigratie is zeer gering: er zijn maar heel weinig gevallen geregistreerd (45 personen voor de periode 2006-2008). Ook de openbare veiligheid loopt geen gevaar. De regionale samenhang zal door dit besluit toenemen, aangezien de meeste andere landen en entiteiten in dezelfde regio met een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling, zoals Hongkong, Macao, Japan, Zuid-Korea en Singapore al een vrijstelling van visumplicht genieten. Ik ben heel tevreden dat Taiwan de nodige maatregelen heeft genomen om de betrouwbaarheid van identiteitsbewijzen en paspoorten te verzekeren (door biometrische paspoorten te introduceren). Taiwan heeft bovendien aangekondigd dat het maatregelen zal nemen om de lidstaten van de EU allemaal een gelijke behandeling te geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk.(PT) Het doet mij deugd met mijn stem bij te kunnen dragen aan de erkenning, van de zijde van de Europese Unie, dat aan de voorwaarden voor visumliberalisering voor Taiwan is voldaan. Taiwan heeft de laatste decennia een belangrijk democratiseringsproces doorgemaakt, alsook een enorme economische groei (het land staat nu economisch gezien op de vijfentwintigste plek wereldwijd). De Europese Unie en Taiwan onderhouden belangrijke economische en handelsbetrekkingen en werken bovendien samen op het gebied van onderzoek, wetenschap, technologie, onderwijs, cultuur en milieu. De vrijstelling van de visumplicht voor Taiwan zal de bilaterale betrekkingen tussen de Europese Unie en Taiwan verstevigen, het partnerschap op een aantal vlakken verdiepen en het onderlinge toerisme bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk.(RO) Ik heb gestemd vóór dit nieuwe amendement op Verordening (EG) nr. 539/2001, waarin wordt bepaald dat de Noordelijke Marianen van de VS en Taiwan worden opgenomen in de positieve lijst van landen met vrijstelling van de visumplicht voor toegang tot de Europese Unie, omdat ik van mening ben dat dit Europese burgers een groter vrij verkeer geeft. Daarbij hoop ik ook dat Taiwan zich op zijn beurt aan de belofte zal houden Roemenië en Bulgarije uit de lijst van landen die nog steeds een visumplicht hebben te schrappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Wie wel eens buiten de grenzen van de Europese Unie heeft gereisd beseft dat onze vrijheid van intern verkeer een positieve impact heeft gehad op ons leven. De opheffing van de binnengrenzen heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de verbetering van de mobiliteit van personen en goederen. Het feit dat men binnen de Europese Unie vrij gemakkelijk kan reizen maakt nog eens duidelijk hoe belangrijk buitengrenzen zijn. We moeten daarom zonder terughoudendheid een beleid ontwerpen voor toegang tot de Europese ruimte, en dat beleid moet in de eerste plaats de belangen van de Europese burgers dienen. Mensen die onze ruimte willen binnenkomen dienen op een humane wijze behandeld te worden en we moeten hun rechten respecteren. De Unie doet er echter verstandig aan de kandidaten voor de “positieve lijst” aan een rigoureus onderzoek te onderwerpen. Opname van Taiwan in die lijst lijkt me redelijk: dit eiland heeft het daarvoor benodigde humanitaire en economische niveau en het is een functionerende rechtsstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) De opname van Taiwan op de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van de visumplicht zijn vrijgesteld is duidelijk een provocatie aan het adres van de Volksrepubliek China. Het is een schending van de soevereiniteit van de Chinese instellingen over het eigen grondgebied en als zodanig een schaamteloze poging om verdeeldheid aan te wakkeren. Het is ook een aanval op de territoriale integriteit van China.

Als dit besluit wordt bekrachtigd betekent dat een impliciete erkenning van Taiwan, en dat komt neer op een schending van het internationaal recht en het Handvest van de Verenigde Naties door de EU. Taiwan is immers nooit een soevereine staat geweest, wat door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, die opname van Taiwan in de VN nooit heeft aanvaard, herhaaldelijk is erkend.

Nu de crisis van het kapitalisme steeds ernstiger wordt laat de meerderheid binnen het EP opnieuw zien dat ze geen middelen schuwt om haar doel te bereiken. Ze wil de buitengewone economische ontwikkeling van China stuiten, onder andere door separatisme binnen de grenzen van China aan te wakkeren. Dit standpunt sluit aan bij de positie van de VS, die de soevereiniteit van China ook geschonden hebben door onlangs nog wapens te verkopen aan de zogenaamde “autoriteiten” van Taiwan.

Het is onaanvaardbaar dat de meerderheid van het EP schendingen van de soevereiniteit en territoriale integriteit van landen blijft steunen, zoals dat ook al gebeurd is met betrekking tot Servië (Kosovo) en zoals nu gebeurt met Soedan (Zuid-Soedan).

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. (FR) Het Europees Parlement heeft op 11 november gestemd vóór de overheveling van Taiwan naar de lijst van derde landen waarvan de onderdanen zijn vrijgesteld van de visumplicht bij het overschrijden van de externe grenzen van de lidstaten, en ik ben zeer verheugd over de aanneming van deze resolutie. In de eerste plaats genieten al veel landen in dezelfde geografische zone (Hongkong, Macao, Japan, Zuid-Korea ...) van deze visumvrijstelling. Daarnaast is, meer in het bijzonder, visumliberalisering een uitstekend middel om contact en toenadering tussen volkeren te bevorderen: studenten, onderzoekers, gewone reizigers, enzovoort, en ik ben ervan overtuigd dat hierdoor nauwere samenwerking op het gebied van onderwijs, cultuur, onderzoek en zelfs toerisme wordt bevorderd tussen de Europese Unie en Taiwan.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. − (IT) De lijst van derde landen waarvan de onderdanen aan de visumplicht zijn onderworpen, is vastgesteld na een zorgvuldige beoordeling van de situatie per land, waarbij gekeken is naar illegale immigratie, veiligheidskwesties, de externe betrekkingen van de Europese Unie en het wederkerigheidsbeginsel. Het is begrijpelijk dat, gelet op de waarschijnlijkheid dat de criteria in de loop der tijd veranderen, het wettelijk kader voorziet in een herzieningsprocedure voor de landenlijst, waarmee het aantal landen waarvoor een visumvrijstelling geldt, kan worden aangepast. Met het vandaag aangenomen voorstel van de heer Díaz de Mera García Consuegra wordt Taiwan in die laatste lijst opgenomen. Taiwan heeft de laatste decennia een belangrijk democratiseringsproces doorgemaakt, waardoor het land nu belangrijke economische en handelsbetrekkingen onderhoudt met de Europese Unie. Daarom denk ik dat dit een belangrijk besluit is, waarmee we kunnen benadrukken dat de EU handelt in overeenstemming met de onlangs aangenomen besluiten die van Taiwan de vierde Aziatische partner van de EU hebben gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Krzysztof Lisek (PPE), schriftelijk. – (PL) De laatste decennia is in Taiwan veel veranderd. De institutionele hervormingen hebben, samen met het dynamische optreden van het maatschappelijk middenveld en de eerbiediging van de vrijheden en de burgerrechten, bijgedragen aan de politieke stabiliteit in Taiwan. Tegelijkertijd is het land op internationaal niveau op velerlei terreinen actief, inclusief het verlenen van hulp aan slachtoffers van natuurrampen. Momenteel zien we in Taiwan een hoge economische groei en lage werkloosheid. Sinds de jaren vijftig van de twintigste eeuw heeft het land vele hervormingen met succes afgerond. Politiek gezien heeft Taiwan een diepgaand democratiseringsproces achter de rug. De in de jaren tachtig ingevoerde veranderingen bereikten hun hoogtepunt met de eerste rechtstreekse presidentsverkiezingen in 1996. De EU en Taiwan onderhouden grootschalige economische en handelsbetrekkingen en de EU is de belangrijkste buitenlandse investeerder in Taiwan. Het land is de op drie na grootste handelspartner van de EU in Azië. Ook wordt samengewerkt op het gebied van onderzoek en onderwijs, cultuur en milieu. Het percentage illegale vluchtelingen uit Taiwan op het grondgebied van de EU is bijzonder laag. De burgers van de meeste EU-lidstaten, Cyprus, Roemenië en Bulgarije uitgezonderd, hebben geen visum nodig om naar Taiwan te reizen. Binnenkort worden ook burgers van bovengenoemde landen vrijgesteld van visumplicht. Ik ben ervan overtuigd dat het opheffen van de visumplicht voor de burgers van Taiwan, zal leiden tot een nog grotere opleving van de handelsbetrekkingen en de betrekkingen op het gebied van onderzoek en onderwijs, cultuur en milieu en tot een toename van het toeristische verkeer tussen de EU en Taiwan.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat de belangrijkste doelstelling van het voorstel is om een gemeenschappelijk immigratiebeleid te ontwikkelen, dat tegelijkertijd bijdraagt aan de versterking van de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en Taiwan.

Na de eerste democratische verkiezingen in 1996 is er in Taiwan een belangrijk democratiseringsproces op gang gebracht, waarin met belangrijke institutionele hervormingen, die de eerbiediging van de burgerlijke vrijheden en de burgerrechten hebben verbeterd, is bijgedragen aan de consolidatie van de politieke stabiliteit van Taiwan. Vanuit economisch oogpunt heeft Taiwan een aanzienlijke groei doorgemaakt, en de Europese Unie en Taiwan onderhouden belangrijke economische en handelsbetrekkingen en werken samen op het gebied van onderzoek, wetenschap, technologie, onderwijs, cultuur en milieu.

De kans dat illegale immigranten van het Aziatische eiland naar de Europese Unie zullen komen, is heel klein, en dat rechtvaardigt de afschaffing van de visumplicht. De visumvrijstelling voor Taiwan zal de handelsbetrekkingen met de Europese Unie versterken, zorgen voor een nauwere samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs, milieu en onderzoek en het onderlinge toerisme bevorderen. Dit zijn wij de Taiwanese burgers verschuldigd, mede omwille van de regionale samenhang, aangezien wij al vrijstelling van de visumplicht hebben verleend aan andere landen en entiteiten in dezelfde regio met een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) De criteria voor derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum worden voor elk geval afzonderlijk onderzocht, en dan wordt gekeken naar kwesties als illegale immigratie, openbare orde en veiligheid, de betrekkingen met de Unie, regionale samenhang en het wederkerigheidsbeginsel. Bij het herzien van de lijsten wordt de Europese Commissie bijgestaan door de lidstaten. Zij zijn verantwoordelijk voor het opnemen van landen in de positieve dan wel negatieve lijst. De informatie van de lidstaten en de waardevolle gegevens van het Centrum voor informatie, beraad en gegevensuitwisseling inzake grensoverschrijding en immigratie (CIBGGI) helpen de Commissie bij het nemen van een beslissing. De opname van Taiwan op de positieve lijst is volledig gerechtvaardigd. Het is ook een beloning voor de economische en democratische vooruitgang die dit land geboekt heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (LV) In dit verband verontrust het mij dat de betrekkingen tussen Taiwan en China niet goed zijn gereguleerd. Door Taiwanezen de buitengrenzen van de EU zonder visum te laten overschrijden, bevorderen we een verwijdering tussen China en Taiwan. Rekening houdend met het feit dat China een belangrijke rol speelt in de wereldpolitiek en dat Taiwan een teer punt blijft, moeten we geen overhaaste en ondoordachte stappen zetten. Ik heb tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) Met betrekking tot visa voor derde landen waarvoor een visumplicht geldt, is het essentieel dat elk geval afzonderlijk wordt onderzocht. In het verleden werden visa vaak verkocht. Het is belangrijk dat wij dergelijke schandalen een halt toe roepen en zorgen dat de Schengen-regels in acht worden genomen. Op visumvereisten dient het wederkerigheidsbeginsel van toepassing te zijn, maar uit het voorbeeld van de VS blijkt dat dit niet altijd het geval is. Dat land gebruikt immers het intrekken van de visumvrijstelling als dreigement tijdens onderhandelingen. Het is ook belangrijk om een onderscheid te maken tussen de verschillende derde landen. Taiwan is een speciaal geval. Tot nu toe heeft dat land een relatief goede economische groei doorgemaakt waardoor de EU aanneemt dat het risico op illegale immigratie klein is. Ik vind het echter geen goede zaak om mensen zonder een vaste verblijfplaats in Taiwan die geen identiteitsdocumenten hebben dezelfde voorrechten te geven. Dat is de reden waarom ik het onderhavige verslag niet heb gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Dames en heren, ik heb vóór het voorstel voor een verordening gestemd, omdat ik het gepast en terecht acht om het eiland Taiwan in de positieve lijst op te nemen. Taiwan is een zeer goede handelspartner van de EU en kent hoge sociale normen en een hoge levensstandaard, die zeer vergelijkbaar zijn met de meest ontwikkelde regio's van de EU. De visumvrijstelling voor Taiwan zal de handelsbetrekkingen met de Europese Unie versterken, zorgen voor een nauwere samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs, milieu en onderzoek en het onderlinge toerisme bevorderen. Daarentegen ben ik van mening dat – zoals de heer Díaz de Mera García Consuegra duidelijk heeft aangetoond – de opgesomde landen niet in de positieve lijst moeten worden opgenomen, omdat deze in tegenstelling tot Taiwan niet voldoen aan dezelfde normen en vereisten.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór gestemd, omdat ik meen dat opname van Taiwan op de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van de visumplicht zijn vrijgesteld (de zogenaamde “positieve lijst”) gerechtvaardigd is op grond van de vooruitgang die Taiwan geboekt heeft op het gebied van democratisch bestuur, economische groei en onderwijs. Dit besluit zal bijdragen tot de versterking van de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en dit eiland. Daar komt bij dat deze maatregel geen extra risico's met zich meebrengt op het gebied van illegale immigratie of openbare veiligheid. Van belang is ook dat de regering van Taiwan beloofd heeft om tegen het einde van 2010 alle 27 lidstaten visumvrijstelling te verlenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) We hebben steun verleend aan deze wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001, die als voornaamste doel heeft houders van een Taiwanees paspoort vrij te stellen van visumplicht bij binnenkomst in de EU. Zoals heel nauwkeurig is beschreven in het voorstel van de Commissie, moet het beginsel van de visumvrijstelling zeker worden gesteund, aangezien het niveau van de economische ontwikkeling, het onderwijs en het democratisch bestuur van Taiwan vergelijkbaar is met dat van de OESO-landen in de regio – Zuid-Korea en Japan. Na tientallen jaren van spanningen is het politieke klimaat tussen de huidige Taiwanese regering en de Volksrepubliek China op dit moment zeer positief, zoals blijkt uit de invoering van rechtstreekse vluchten en het grote aantal zakelijke en persoonlijke uitwisselingen tussen de landen, zodat de maatregel zonder problemen kan worden ingevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. − (IT) Taiwan vormt geen bedreiging voor de Europese Unie, noch op het vlak van de illegale immigratie (tussen 2006 en 2008 zijn slechts 45 illegale immigranten als Taiwanees geïdentificeerd), noch op het vlak van de openbare veiligheid.

Zoals de rapporteur, de heer Díaz de Mera García Consuegra ons vanochtend zei, hebben de Taiwanese autoriteiten alle EU-burgers officieel vrijgesteld van de visumplicht. Ik ben het eens met de rapporteur, omdat het belangrijk is om een gemeenschappelijk immigratiebeleid te ontwikkelen, dat tegelijkertijd bijdraagt aan de versterking van de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en Taiwan. Taiwan is de vierde Aziatische partner van de Europese Unie, is politiek stabiel, voert institutionele hervormingen door en eerbiedigt de burgerlijke vrijheden en de burgerrechten.

 
  
  

Verslag-Van Brempt (A7-0246/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Het verlenen van bijstand voor projecten op het gebied van energie is volgens mij zeker nu, in deze crisis, van cruciaal belang. Zo stimuleren we de Europese economie, door nieuwe banen te creëren. Het verzoek van het Parlement om ook bijstand te verlenen aan projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen vind ik terecht. Als je dat doet, stap je eigenlijk over van in wezen grensoverschrijdende projecten op lokale projecten, en die laatste hebben in heel Europa een grotere impact. We mogen niet vergeten dat KMO's die willen investeren in projecten op het gebied van hernieuwbare energie vooral problemen ondervinden bij het dekken van de aanloopkosten. In de verordening wordt daarop gewezen. Het idee om technische bijstand te verlenen bij het realiseren van deze projecten is heel goed. De rapporteur wijst er terecht op dat de moeilijke budgettaire situatie van regionale autoriteiten niet mag verhinderen dat deze toegang tot de middelen krijgen. Wat het toepassingsgebied betreft: deze steun moet ook beschikbaar zijn voor projecten voor gedecentraliseerde hernieuwbare energiebronnen op lokale sites en hun integratie in het stroomnet.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. (FR) Verordening (EG) nr. 663/2009 van het Europees Parlement en de Raad voorziet in de vaststelling van het Europees energieprogramma voor herstel (European Economic Programme for Recovery - EEPR) dat het economisch herstel moet bevorderen met de toewijzing van 3,98 miljard euro in de jaren 2009 en 2010. Wanneer investeringshulp voor duurzame energie zich op lokaal niveau concentreert, is deze zeer effectief en winstgevend. Daarom heb ik voor deze tekst gestemd. Hij voorziet in de instelling van een financieel instrument ter ondersteuning van initiatieven op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie die een snel, meetbaar en substantieel effect hebben op het economisch herstel van de Unie, de energiezekerheid versterken en de broeikasgassen terugdringen. De begunstigden van deze instrumenten zijn de overheidsinstellingen, bij voorkeur op lokaal en regionaal niveau, en publieke en private organen die namens deze overheidsinstellingen optreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik feliciteer de rapporteur met het uitstekende werk en het positieve resultaat. Ik heb vóór deze maatregel gestemd, omdat ik denk dat de oprichting van een ad-hocfonds om de energieafhankelijkheid te verminderen en om over te gaan op hernieuwbare en lokale energie (ook al is de omvang ervan slechts 146 miljoen euro) voor mijn fractie een belangrijk voorbeeld is van de manier waarop wij verstandiger om kunnen gaan met de begroting van de Europese Unie. Ik ben er dan ook van overtuigd dat dit financiële instrument van nog grotere waarde wordt in het licht van de financiële crisis, omdat het bedrijven beter kan helpen herstellen en omdat het in de toekomst als proefproject kan worden gebruikt voor de oprichting van een royaler energiefonds. Daarnaast denk ik dat deze maatregel nuttig is bij het realiseren van projecten die kunnen bijdragen aan het economisch herstel en aan het halen van de energiedoelstellingen die voor de bestrijding van de klimaatverandering zijn vastgesteld. Door energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie te prioriteren, zetten we een essentiële stap voorwaarts. Tot slot hoop ik dat de programma's zullen voorzien in een evenwichtige geografische verdeling en dat de totale juridische structuur (en de samenstelling van de voor toewijzing bevoegde instantie) beter wordt gedefinieerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) De ontwikkeling van andere hernieuwbare energiebronnen en de bevordering van energie-efficiëntie dragen bij tot “groene” groei, een duurzame en concurrerende economie en het tegengaan van klimaatverandering. Door dat beleid te steunen zal de Unie zorgen voor nieuwe banen en nieuwe mogelijkheden voor een “groene” markt, wat de totstandkoming van een veilige, duurzame en concurrerende economie zal stimuleren. Het is van cruciaal belang meer openbare financiële bijstand te verlenen voor het ontwikkelen van projecten gericht op energiebesparing, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Europa moet ook de voorwaarden scheppen voor meer particuliere investeringen in wetenschappelijk onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstraties op het gebied van energie. Ik zou verder graag willen dat energieveiligheid, milieu en bestrijding van klimaatverandering prioriteiten werden voor het achtste kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling. Alleen zo kunnen we het concurrentievermogen van onze industrie behouden en economische en banengroei bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Giles Chichester (ECR), schriftelijk. − (EN) De conservatieve leden van het Europees Parlement zijn van mening dat in het huidige financiële en economische klimaat voorstellen voor nieuwe EU-uitgaven aan een grondige toetsing moeten onderworpen. Bij dit specifieke instrument maakten we ons zorgen over de begrotingsbeginselen van de EU-begroting en over begrotingsdiscipline. De conservatieve leden van het Europees Parlement zien echter de mogelijke toegevoegde waarde van dit voorstel en de nadruk die het legt op prioritaire beleidsgebieden. Daarom kunnen de conservatieve leden van het Europees Parlement het compromisvoorstel bij wijze van uitzondering steunen, wat op geen enkele wijze een precedent schept.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. − (IT) Het beste antwoord op de inzinking van de vraag zoals deze zich de afgelopen jaren heeft voorgedaan in de wereldeconomie is het stimuleren van de huidige geldomloop. De overheidssector is absoluut het beste in staat om op dat gebied maatregelen te treffen. Het is daarom te hopen dat deze sector gestimuleerd wordt en in staat kan worden gesteld om te sparen, zodat de economie de vruchtbare weg van efficiënte consumptie kan inslaan, waarbij tegelijkertijd niet te delokaliseren arbeidsplaatsen worden gecreëerd. Toch moeten we benadrukken dat deze maatregel zeer dringend nodig is. Voorspellingen laten zien dat het mogelijk is dat een dergelijke maatregel al snel wordt gezien als slechts een van de vele herstelmaatregelen, en het risico bestaat dat deze weinig aandacht krijgt. Snel handelen zou dat gevaar wegnemen en zou de maatregel tegelijkertijd doeltreffender maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk. (RO) De toegang van plaatselijke en regionale overheidsinstanties tot financiering van investeringen in projecten voor hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie moet worden verbeterd. Mijns inziens is de uitwisseling van ervaringen tussen plaatselijke en regionale instanties in de lidstaten bevorderlijk voor de ontwikkeling van levensvatbare projecten op het gebied van energie-efficiëntie, waarmee bovendien gevolg wordt gegeven aan de toezeggingen om klimaatverandering tegen te gaan. De Europese Unie moet echter de benodigde financiële mechanismen ten uitvoer leggen om de doelstellingen van de EU 2020-strategie te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk.(PT) Ik steun grosso modo de in dit verslag opgenomen voorstellen om economisch herstel te realiseren door meer economische bijstand toe te kennen aan projecten op het gebied van energie. Ik vind het een heel goed idee om niet gebruikte kredieten van het Europees energieprogramma voor herstel (EEPR) door te sluizen naar een nieuw instrument voor steun aan projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Met de nodige financiële prikkels kunnen deze projecten bijdragen tot niet alleen het herstel van de Europese economie, maar ook de energievoorzieningszekerheid en de vermindering van de broeikasgasemissies in de EU. Een ander positief punt van dit initiatief is het idee om de efficiëntie van dit instrument te vergroten door de middelen op lokaal en regionaal niveau in te zetten. Dat zal “spillover” effecten genereren, zoals de opleving van de lokale en regionale economieën door de activiteiten van KMO's, meer werkgelegenheid, verbetering van de sociale integratie en het vergroten van de aantrekkelijkheid van regio's.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat het ervoor pleit steunmaatregelen voor projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op te nemen in het Europees energieprogramma voor herstel. Financiering van dit soort projecten zal het economisch herstel stimuleren, banen creëren en klimaatverandering tegengaan, en kan zo een belangrijke bijdrage leveren aan de oplossing van de financiële crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) We weten dat de Europese Unie voor haar energie sterk van andere landen afhankelijk is, en dat de lidstaten daar een oplossing voor proberen te vinden door de energieproductie te diversifiëren en te opteren voor hernieuwbare energie. Die ontwikkeling is sterk vertraagd door de economische en financiële crisis waar we nu mee te kampen hebben. Een programma voor het toekennen van communautaire financiële bijstand op het gebied van energie om zo het economisch herstel te bevorderen zou de huidige trend kunnen keren en leiden tot het wederom oppakken van initiatieven die erop gericht zijn de lidstaten in sterkere mate zelfvoorzienend te maken als het gaat om energie. Het is bekend dat de aanloopkosten van dit soort projecten heel hoog liggen, maar we weten ook dat we er allemaal bij winnen als we hulp bieden aan degenen die bereid zijn op dit vlak risico's te nemen. Deze sector beschikt over een potentieel, niet alleen om het milieu te beschermen, maar ook om banen te creëren in een Europa dat minder afhankelijk van het buitenland wenst te worden. Ik hoop dat dit programma vruchten zal afwerpen, dat het het doel waarvoor het in het leven is geroepen zal dienen, en dat we bureaucratie en onnodige uitgaven zullen weten te verhinderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Het gaat hier om een wijziging van de verordening waarin het Europees energieprogramma voor herstel wordt vastgesteld. Met het oog op dat herstel was voor de jaren 2009 en 2010 een bedrag van 3,98 miljard euro toegekend. Men zij eraan herinnerd dat dit bedrag niet is gebruikt, en dat de Commissie nu werkt aan het initiatief voor de financiering van duurzame energie. Het is de bedoeling de genoemde middelen voor dit initiatief te gebruiken.

Het niet gebruikte geld (146 miljoen euro) zal worden doorgesluisd naar het nieuwe financieringsinstrument, dat zal worden ingezet voor projecten op het gebied van duurzame energie, vooral in stedelijke gebieden. Het gaat dan onder andere om:

- openbare en particuliere gebouwen waarin oplossingen op het gebied van hernieuwbare energie en/of energie-efficiëntie worden toegepast, inclusief oplossingen die op het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) zijn gebaseerd;

- investeringen in warmtekrachtkoppeling (WKK), inclusief microwarmtekrachtkoppeling, en in netwerken voor stadsverwarming/-koeling, met name op basis van hernieuwbare energiebronnen, met een hoge energie-efficiëntie;

- gedecentraliseerde en lokaal geïntegreerde hernieuwbare energiebronnen en de integratie hiervan in de elektriciteitsnetten;

- micro-opwekking uit hernieuwbare energiebronnen;

- schoon stadsvervoer ter ondersteuning van een verhoogde energie-efficiëntie en de integratie van hernieuwbare energiebronnen, met de nadruk op openbaar vervoer, elektrische en waterstofvoertuigen en verminderde broeikasgasemissies;

- lokale infrastructuur, met inbegrip van efficiënte buitenverlichting van openbare infrastructuur.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk.(LT) Ik wil de rapporteur van het verslag bedanken voor dit uitstekende wetgevingsinitiatief. Het kan op mijn steun rekenen omdat de financiering van projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie een bijdrage levert aan het bevorderen van het economisch herstel, aan het creëren van werkgelegenheid en aan de bevordering van sociale integratie en de attractiviteit van de regio's. Deze projecten hebben weliswaar een optimaal effect wanneer zij op gemeentelijk, regionaal en lokaal niveau worden uitgevoerd, maar in goed onderbouwde gevallen kan het effectiever zijn om ze op nationaal niveau uit te voeren. Aangezien de huidige financiële en economische crisis en de daaruit voortvloeiende lagere begrotingsinkomsten een negatief effect hebben op met name de financiële situatie van de lokale en regionale autoriteiten, moet gewaarborgd worden dat de problematische begrotingssituatie van die autoriteiten geen beletsel vormt om toegang tot financiering te krijgen. Ik ben verheugd dat een van de voorwaarden economische impact op korte termijn is en dat de tijd tussen de ontvangst van de aanvraag voor een project en het besluit over de financiering, maximaal zes maanden mag bedragen. Zoals wij weten, wordt de afhankelijkheid van de EU van olie- en gasleverende landen steeds groter. In een aantal landen wordt er bij projecten voor renovatie van gebouwen, interconnectoren, windmolenparken en de afvang en opslag van kooldioxide (CCS) slechts mondjesmaat vooruitgang geboekt. De financiële middelen die niet voor deze projecten worden gebruikt, kunnen wellicht aan het onderhavige doel worden toegewezen. Het verslag is met name relevant voor Litouwen dat in toenemende mate afhankelijk wordt van energie uit Rusland. Ik hoop dan ook dat de regering alles in het werk zal stellen om financiële middelen aan te trekken en dat zij die middelen op lokaal niveau zal aanwenden teneinde een toegevoegde waarde en directe voordelen voor de burgers te creëren, waarbij tegelijkertijd de energieschaarste wordt teruggedrongen. Ik hoop daarnaast dat het verslag niet aan bureaucratische rompslomp ten onder zal gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Het verbeteren van de energie-efficiëntie en de energievoorzieningszekerheid zijn belangrijke prioriteiten van de EU. De Europa 2020-strategie is heel ambitieus als het gaat om de verwezenlijking van de doelstellingen op dit gebied. Het is een goed idee om overgebleven middelen in te zetten voor de ondersteuning van projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie in het kader van het van het Europees Energieprogramma voor Herstel (EEPR), zeker tegen de achtergrond van de financiële crisis. Investeringsprojecten op deze gebieden zijn van cruciaal belang voor economische groei en een schonere economie.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (LV) Ik schaar me geheel achter het idee dat we 146 miljoen euro moeten toewijzen aan projecten op het gebied van energie. Dit zal een merkbaar effect hebben, mits het geld verstandig wordt gebruikt. Deze beslissing zal om te beginnen het groene licht geven aan iedereen in de verwerkende industrie en de vervoersector die op zoek is naar een flinke kostenverlaging. Er zal sprake zijn van lagere kosten, wat betekent dat er meer verdiend wordt, en vervolgens kunnen de EU-landen, door een evenwichtig begrotingsbeleid te voeren, de gevolgen van de mondiale financiële crisis sneller overwinnen. De toewijzing van EU-middelen aan projecten op het gebied van energie is een goede prikkel voor de regeringsleiders van de EU, lokale overheden en bedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) Onderzoek en ontwikkeling zijn essentieel voor een gezonde economische groei en zijn onontbeerlijk voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de EU met betrekking tot klimaatverandering of een betere energie-efficiëntie. Dat is een van de redenen dat onderzoek en ontwikkeling centraal staan in de EU 2020-strategie. Aan de andere kant is het belangrijk dat de subsidieregels duidelijk zijn om misbruik zo veel mogelijk te voorkomen. De controlemaatregelen mogen er evenwel niet toe leiden dat kleine bedrijven en KMO's indirect van steun uitgesloten worden vanwege de complexiteit van de subsidieprocedure. Tegen deze achtergrond moeten de subsidievoorschriften dan ook om de paar jaar worden herzien en, waar mogelijk, ook worden vereenvoudigd. De geplande herziening voldoet echter niet aan deze vereiste en dat is de reden dat ik tegen het onderhavige verslag heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb vóór dit verslag gestemd, om dat ik denk dat het vooral in tijden van crisis belangrijk is om de economie te ondersteunen en stimuleren. Daarbij moet de nadruk worden gelegd op sectoren die het plafond nog niet hebben bereikt maar veeleer verder moeten worden ontwikkeld en waarin verder moet worden geïnvesteerd. Daarnaast ben ik het eens met de bepaling op grond waarvan de regeling beperkt moet blijven tot de financiering van investeringsprojecten met een snelle, meetbare en substantiële impact op het economisch herstel van de Unie, op de verbetering van de energiezekerheid en de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. De huidige structurele crisis biedt paradoxaal genoeg een belangrijke kans om hier opnieuw over te spreken. De problemen waar de belangrijkste economieën mee te kampen hebben gehad, zouden Europa in staat kunnen stellen zich te herstellen. Daarbij zijn echter de visie en de moed van een nieuwe strategie vereist. In de huidige omstandigheden is de enige strategie die kans van slagen heeft, een strategie van investeringen in innovatieve oplossingen om de huidige technologische en wetenschappelijke paradigma's te doorbreken.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat ik het een heel verstandig idee vind om niet gebruikte fondsen uit het Europees energieprogramma voor herstel in te zetten voor het samenstellen van een specifiek financieringsinstrument voor het verlenen van bijstand aan projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Het financieren van dit soort projecten sluit aan bij de doelstellingen van de Europa 2020-strategie en kan op beslissende wijze bijdragen tot de totstandkoming van een duurzame economie, het bestrijden van klimaatverandering en het bevorderen van banengroei. Dat is tegen de achtergrond van de financiële en economisch crisis die we nu doormaken een bijzonder geschikte maatregel.

 
  
MPphoto
 
 

  Crescenzio Rivellini (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik feliciteer mevrouw Van Brempt met haar uitstekende werk. Dankzij de wijziging van de wetgeving inzake het Europees energieprogramma voor herstel (EEPR) kunnen de beschikbare middelen worden ingezet voor de financiering van projecten als: de renovatie van openbare en particuliere gebouwen om de energie-efficiëntie te verbeteren of over te schakelen naar hernieuwbare energie; de bouw van duurzame energiecentrales en de integratie daarvan in elektriciteitsnetten; de ontwikkeling van schoon openbaar stadsvervoer, zoals elektrische en waterstofvoertuigen, en de ontwikkeling van de lokale infrastructuur, met inbegrip van efficiënte straatverlichting, oplossingen voor elektriciteitsopslag, slimme meters en intelligente netwerken. De financiële middelen dienen hoofdzakelijk lokale en regionale overheden te ondersteunen bij de uitvoering van economisch en financieel haalbare projecten, om zo de investering te zijner tijd terug te kunnen verdienen. Tussen januari 2011 en 31 maart 2014 zou een bedrag van 146,34 miljoen euro ter beschikking moeten worden gesteld. De ontvangen bijdragen kunnen leningen, garanties, equities en andere financiële producten omvatten. Voorts mag maximaal 15 procent van de verstrekte middelen worden gebruikt voor bijstand aan overheidsinstanties bij het opzetten van projecten, die deels op basis van het geografisch evenwicht zullen worden geselecteerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Rochefort (ALDE), schriftelijk. (FR) In de moeilijke economische omstandigheden waarin wij ons momenteel bevinden zal dit financiële instrument – waarmee 146 miljoen euro in niet-vastgelegde kredieten worden bestemd voor projecten voor energiebesparing, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie tot 2014 – bijdragen aan de stimulering van de groei binnen de Europese Unie en tegelijkertijd de klimaatverandering bestrijden en milieubescherming bevorderen. Ik ondersteun dit instrument en stem voor het verslag van mijn collega, mevrouw Van Brempt.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) In 2009 heeft de EU een programma (het EEPR) goedgekeurd ter ondersteuning van het economisch herstel in Europa door 3,98 miljard euro uit te trekken voor energieprojecten tot eind 2010. Die communautaire financiering werd toegekend aan drie subprogramma's op het gebied van projecten voor gas- en elektriciteitsinfrastructuur, windenergie op zee (OWE) en afvang en opslag van kooldioxide (CCS). Dankzij de groenen zijn we erin geslaagd een bepaling op te nemen die het mogelijk maakt de niet-vastgelegde kredieten te gebruiken voor een speciaal financieel instrument voor energie-efficiëntie en initiatieven op het gebied van hernieuwbare energie, in het bijzonder in stedelijke omgevingen. Om een groot aantal gedecentraliseerde investeringen te stimuleren, zullen gemeentelijke, lokale en regionale overheden de steun ontvangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. − (IT) Tijdens een crisis, zoals de crisis die ons momenteel treft, is het onacceptabel dat de middelen die de Europese Unie beschikbaar heeft gesteld voor energieprojecten, worden verspild. Van de middelen die bestemd waren voor infrastructurele werken op het gebied van gas, elektriciteit en windenergie, is meer dan 146 miljoen euro niet besteed. Deze maatregel heeft als doel om met dat bedrag projecten te financieren die gericht zijn op de herstructurering en de verhoging van de energie-efficiëntie van woningen en openbare gebouwen, straatverlichting en het stadsvervoer. Deze middelen kunnen nieuwe werkgelegenheid creëren, waarmee wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van een concurrerende en duurzame economie.

 
  
MPphoto
 
 

  Salvatore Tatarella (PPE), schriftelijk. − (IT) Met de stemming van vandaag wordt een nieuw, belangrijk fonds opgericht waarmee middels innovatieve financiële instrumenten projecten worden gefinancierd op het gebied van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. Het fonds heeft een tweeledig doel: enerzijds moet het energiebesparingen en milieuverbeteringen bevorderen en anderzijds moet het een nieuwe impuls geven aan het economisch herstel van Europa. Het fonds zal energieprojecten en -initiatieven financieren en hanteert daarbij een andere zienswijze dan in het verleden, met dien verstande dat geen financiering “à fonds perdu” meer plaatsvindt, die vaak desastreus uitpakte, maar gekeken wordt naar de winstgevendheid van de investering. Ik denk dat deze nieuwe methode, als deze goed wordt toegepast, het begin zal zijn van een positieve spiraalwerking voor het herstel van de Europese economie. Daarnaast biedt dit nieuwe financiële instrument een belangrijke kans voor de ontwikkeling van lokale overheden, met name in Zuid-Italië. Het fonds kan in verbinding worden gebracht met andere Europese fondsen, zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Door met overtuiging vóór dit nieuwe fonds te stemmen hoop ik dat deze innovatieve vorm van financiering in de toekomst ook kan worden toegepast in vele andere sectoren, te beginnen met het wegennet, het spoorwegennet, havens en luchthavens.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk.(PT) Het streven naar energie-efficiëntie en meer energievoorzieningszekerheid is nu één van de prioriteiten van de Europese Unie. De omvang van de economische en financiële crisis in Europa is van dien aard dat ze noopt tot het vinden van evenwichtige oplossingen die aansluiten bij de behoeften van het huidige tijdsgewricht, in de eerste plaats door gebruik te maken van bestaande financiële middelen. Ik ben daarom heel tevreden met dit initiatief om de 114 miljoen euro die in het kader van het Europees energieprogramma voor herstel waren gereserveerd te gebruiken voor de ondersteuning van projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Dit is geheel in de geest van de Europa 2020-strategie. Het is de bedoeling dat deze investeringsprojecten bijdragen tot het scheppen van banen en het verbeteren van het concurrentievermogen van de sector. Het verslag wijst er terecht op dat de nadruk moet worden gelegd op gedecentraliseerde investeringen, omdat het de overheden op de verschillende niveaus (lokaal, regionaal en nationaal) zijn die van deze initiatieven baat zullen ondervinden. De rol van de verschillende belanghebbenden wordt zo versterkt en beter gewaardeerd, wat aantoont dat de coördinatie in het kader van het Burgemeestersconvenant een positieve impact heeft.

 
  
  

Ontwerpresolutie RC-B7-0608/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze gemeenschappelijke resolutie gestemd omdat ik geloof dat de trans-Atlantische betrekkingen voor ons Europeanen verreweg de belangrijkste buitenlandse betrekkingen zijn. Bij de volgende topontmoeting EU-VS zullen beide partners moeten samenwerken om voortgang te boeken met hun gemeenschappelijke, op gedeelde waarden gebaseerde agenda, zoals de verdediging van de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten. Er is nu een ernstige crisis gaande en we staan aan de vooravond van een belangrijke G20-top. Daarom moeten de VS en de EU – die samen de helft van de wereldeconomie vertegenwoordigen – nu meer dan ooit nauw samenwerken om de wereldeconomie weer op gang te helpen en maatregelen te nemen voor het reguleren van het mondiale financiële systeem. De planeet ziet zich voor enorme uitdagingen gesteld: de bestrijding van klimaatverandering, het verwezenlijken van de millenniumdoelstellingen, het vredesproces in het Midden-Oosten, de toestand in Afghanistan en Irak, en het tegengaan van de verspreiding van kernwapens. Om op die uitdagingen een antwoord te kunnen formuleren en zo een bijdrage te leveren aan een oplossing van die problemen, moeten we gezamenlijk actie ondernemen, en die actie moet voortkomen uit een intensievere dialoog en een nauwere samenwerking tussen de VS en de EU binnen het kader van de bestaande multilaterale instellingen, inzonderheid de Verenigde Naties, de OSVE en de NAVO.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. (FR) De unieke relatie tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten is een van de strategische hoekstenen van de Europese Unie. Het trans-Atlantisch partnerschap, dat de helft van de wereldeconomie voor zijn rekening neemt en waarden als democratie en mensenrechten deelt, staat bovendien borg voor mondiale stabiliteit. De volgende top tussen de EU en de Verenigde Staten is een cruciaal moment in deze samenwerking. Ik heb voor deze tekst gestemd aangezien er de aandacht in wordt gevestigd op de uitdagingen die deze samenwerking wacht en de verplichtingen die ermee gepaard gaan. De hernieuwde dialoog tussen onze twee grote mogendheden en de bevordering van multilaterale onderhandelingen die het beleid van de nieuwe regering-Obama kenmerken, onderstrepen het belang van deze tekst. Vanuit dit perspectief worden in de tekst de richtsnoeren voor de volgende top verschaft, in het bijzonder in relatie tot het Israëlisch-Palestijnse conflict, de Iraanse nucleaire kwestie, nucleaire ontwapening en het trans-Atlantisch veiligheidspact. Tenslotte wordt aangedrongen op een versterking van de Trans-Atlantische Economische Raad en wordt de aandacht gevestigd op de noodzaak het internationale financiële systeem te hervormen en de samenwerking op het gebied van energie, milieu, intellectueel eigendom, consumentenbescherming en juridische en politionele samenwerking te ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk.(LT) Ik steun de onderhavige resolutie. Dankzij de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is de Europese Unie een belangrijke speler op het internationale toneel geworden. Hoewel de EU en de Verenigde Staten de grootmachten in de mondiale economie blijven, hebben de ingrijpende gevolgen van de financiële en economische crisis tot de vorming van een meer geïntegreerde trans-Atlantische markt geleid, hetgeen gunstigere voorwaarden zou moeten scheppen voor economische groei en een duurzame sociale ontwikkeling. Daarvoor is het echter noodzakelijk sterker bilateraal samen te werken bij de voorbereiding van een gezamenlijke energiestrategie ter ondersteuning van de diversificatie en de continuïteit van de energie- en toeleveringsroutes en ter bevordering van een ecologisch efficiënte economie. Bovendien is het met het oog op het creëren van een nieuwe bedrijfscultuur noodzakelijk om meer innovaties, creativiteit en informatie- en communicatietechnologieën te gebruiken en om de samenwerking te intensiveren op onderwijs-, onderzoeks- en wetenschappelijk gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Overwegende dat beide partners zich ertoe hebben verbonden samen te werken om groei en werkgelegenheid in hun economieën te bevorderen, en dat het Europees Parlement blijft pleiten voor voltooiing van de trans-Atlantische markt in 2015, die naast de voltooiing van de interne markt van de EU een centraal onderdeel zal vormen van de groei en het herstel van de wereldeconomie, heb ik voor deze resolutie gestemd. Ik ben er namelijk van overtuigd dat de Trans-Atlantische Economische Raad (TEC) het meest geschikte mechanisme is om de trans-Atlantische economische betrekkingen te beheren. De partners moeten alle mogelijkheden van de TEC benutten teneinde de bestaande belemmeringen voor economische integratie uit de weg te ruimen en tegen 2015 een trans-Atlantische markt tot stand te brengen, op basis van het beginsel van een sociale markteconomie, om zo een positieve respons te formuleren op de huidige economische en sociale crises. Ik sluit me ook aan bij het verzoek om telkens wanneer wetgeving met trans-Atlantische gevolgen wordt overwogen, in de TEC samen te werken in alle aangelegenheden die van invloed zijn op het regelgevingsklimaat voor het bedrijfsleven (en dan met name voor KMO's), en dat daarbij de aanpak wordt gevolgd van de Small Business Act van de EU (“denk eerst klein”).

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk.(PT) Het partnerschap tussen de EU en de VS is gebaseerd op een gemeenschappelijke geschiedenis en cultuur en op gemeenschappelijke belangen en waarden. De EU en de VS hebben verder een gedeelde verantwoordelijkheid bij de aanpak van wereldwijde kwesties en nieuwe uitdagingen. De geïntegreerde economieën van deze twee partners vertegenwoordigen de helft van de wereldeconomie, wat dit partnerschap de drijvende kracht maakt achter de wereldwijde economische welvaart. Het is van groot belang dat er op deze top een gemeenschappelijke en consistente strategie wordt ontwikkeld, met nieuwe beleidsmaatregelen en -instrumenten om de nieuwe uitdagingen aan te gaan, of het nu gaat om economische groei en het creëren werkgelegenheid, of om strategische en veiligheidsvraagstukken. Ik hoop dat deze top de boodschap zal opleveren dat de EU en de VS als nooit tevoren moeten samenwerken om hun markten en financiële instellingen te hervormen en dat ze daarbij lering moeten trekken uit de fouten die tijdens de recente economische en financiële crisis zijn gemaakt. Zo kunnen ze de voorwaarden voor herstel en banengroei creëren. Ik roep ook op tot een open dialoog tussen beide partners met betrekking tot de wijze waarop we in het kader van het respect voor al de fundamentele mensenrechten meer tolerantie en eerbied kunnen genereren voor de diversiteit van de respectieve gemeenschappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. − (IT) De wetenschap dat de Verenigde Staten en de Europese Unie in de wereld de eerste plaats innemen brengt een verantwoordelijkheid met zich mee waar we ons niet aan kunnen onttrekken. Het gaat er niet om ingenomen standpunten te verdedigen of vergeefse pogingen te doen om historische processen tegen te houden, onder het mom van het beschermen van die positie, maar veeleer om de verworvenheden van de beschaving die onze landen decennialang hebben gekenmerkt, te waarborgen. De wens om onze burgers langs democratische weg welvarend te maken – middels de vrije markt, humanere arbeidsomstandigheden, goed werkende sociale stelsels en alle andere verworvenheden die onze landen hebben gemaakt tot wat ze zijn – is veel belangrijker dan een eerste plaats op een internationale ranglijst, die wel ruwe gegevens kan leveren maar niets zegt over emoties en levenskwaliteit. Dit alles geldt niet alleen voor het onderhouden van mondiale economische betrekkingen, maar ook voor gevoeligere kwesties op het gebied van bijvoorbeeld het buitenlands- en milieubeleid (met de daarmee verband houdende implicaties voor het industrie- en energiebeleid). Als we vandaag meer samenwerken, kan dat morgen tot een betere wereld leiden, en het is niet onze bedoeling om die ambitieuze doelstelling los te laten.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. (FR) De relatie tussen de Verenigde Staten en Europa is uniek en historisch. De vandaag in het Parlement aangenomen resolutie, die ik heb ondersteund, benadrukt het belang van steeds grotere samenwerking tussen onze landen, en van een voortdurende versterking van onze betrekkingen, zeker tegen de achtergrond van de economische crisis en de tegen het Westen gerichte terroristische bedreigingen. Ik juich het ook toe dat de monetaire kwestie in de resolutie is opgenomen, aangezien hiermee wordt aangetoond dat wij het internationale monetair stelsel willen herzien, in een tijd dat valutaoorlogen de groei van de EU schaden. Aan de vooravond van de G20-top versturen wij derhalve een vriendelijke maar krachtige boodschap aan onze trans-Atlantische bondgenoten.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze gezamenlijke resolutie over de aanstaande topontmoeting EU-VS en de Trans-Atlantische Economische Raad gestemd, omdat ik het heel belangrijk vind dat het huidige voorzitterschap al het mogelijke onderneemt om bij de volgende top in Cancún een ambitieuze overeenkomst met de VS te bereiken. Belangrijk is ook dat we beter met de VS samenwerken om het emissiehandelssysteem van de EU en de emissiehandelprogramma's in de VS beter op elkaar af te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Deze resolutie is heel helder als het gaat om de doelstellingen van de volgende topontmoeting en de aangekondigde intensivering van de “strategische dialoog” tussen de VS en de EU.

De veranderingen die de wereld op dit moment ondergaat, de crisis van het kapitalisme en de opkomst van andere landen met een sterke economische macht, en dan vooral van Brazilië, Rusland, India en China, de zogenaamde BRIC-landen, vormen een serieuze bedreiging voor de imperialistische hegemonie. De VS en de EU willen hun strategieën “coördineren” teneinde deze tendens te keren, en ze willen daar een hele reeks economische, diplomatieke en militaire middelen voor inzetten. De meerderheid binnen het Europees Parlement is niet bereid de neoliberale opties om te buigen. Integendeel, die koers willen ze juist nog strakker aanhouden. Men hoopt dat bij deze top nieuwe stappen zullen worden genomen in de richting van een sterkere “economische integratie” en de totstandkoming van een “trans-Atlantische markt”, wat zal leiden tot nog meer uitbuiting van de werknemers en de volkeren, en een nog scherpere economische en sociale asymmetrie tussen de landen van de EU.

Aan de militaire optie om de controle over de grondstoffenmarkt zeker te stellen wordt steeds meer gewicht toegekend, wat heel gevaarlijk is. Dat moet gebeuren via een versterkte “strategische samenwerking” tussen de VS en de EU binnen de NAVO, ten behoeve van de “trans-Atlantische veiligheid”.

De volkeren hebben met hun strijdvaardigheid een antwoord geformuleerd op deze optie voor oorlog en uitbuiting. Wij zijn ervan overtuigd dat het Portugese volk de strijd tegen dit beleid zal opvoeren, allereerst tijdens de demonstratie tegen de NAVO, op 20 november, en verder bij de algemene staking waartoe de CGTP-IN heeft opgeroepen en die op 24 november moet plaatsvinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Lorenzo Fontana (EFD), schriftelijk. − (IT) Het is belangrijk om zo goed mogelijke politieke en economische trans-Atlantische betrekkingen te onderhouden. De laatste jaren zijn deze steeds intensiever geworden en hebben deze invloed gehad op de investeringen en activiteiten van het bedrijfsleven. Ik denk dat de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, zoals uit de gezamenlijke ontwerpresolutie naar voren komt, verder verbeterd kunnen worden door de economische samenwerking en de regelgeving op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens te versterken en door de Amerikaanse autoriteiten te vragen om meer transparantie te betrachten op het gebied van het buitenlands en defensiebeleid. Het is belangrijk dat de betrekkingen tussen de EU en de VS worden geïntensiveerd, vooral op het vlak van de handel, en dat daarbij rekening wordt gehouden met de gedeelde waarden en de meningsverschillen, waarover een constructieve dialoog moet worden gevoerd. Over het geheel genomen ben ik positief over de gezamenlijke ontwerpresolutie, waardoor ik vóór zal stemmen, in de hoop dat de tekst een impuls kan geven aan een intensievere samenwerking tussen deze twee belangrijke spelers op het mondiale politieke en economische toneel.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. (FR) De Europese Unie en de Verenigde Staten zijn twee gebieden die zwaar zijn getroffen door de economische en financiële crisis. In een periode waarin de weerslag daarvan nog steeds voelbaar is, hebben wij in het Europees Parlement nog eens de nadruk willen leggen op onze wens om een gemeenschappelijk antwoord te vinden op de crisis en economische samenwerking te versterken, teneinde samen deze moeilijke periode definitief te boven te komen. Ik meen dat de voltooiing van de trans-Atlantische markt in 2015 een goede manier is om de economische betrekkingen tussen beide gebieden verder te ontwikkelen en om sterker te staan ten opzichte van de grillen van de wereldeconomie. Aangezien de Verenigde Staten en de EU oude partners zijn die veel waarden delen (democratie, mensenrechten), zouden wij verder willen dat er een trans-Atlantisch onderzoek kwam naar verdenkingen van martelingen in Irak. Nu tot slot de dreiging van het terrorisme duidelijker lijkt te worden, hoop ik dat de EU en de Verenigde Staten volledig op dit gebied zullen samenwerken, zonder evenwel maatregelen te nemen die te zeer inbreuk zouden kunnen maken op de privélevens van onze burgers. Dat is wat naar voren wilden brengen, nu de top van de EU en de Verenigde Staten nadert.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE), schriftelijk. − (EN) Ik heb de resolutie over de Trans-Atlantische Economische Raad gesteund, met uitzondering van enkele door de ALDE-Fractie ingediende amendementen. Ik zou deze gelegenheid willen aangrijpen om beide trans-Atlantische partners met klem te verzoeken om het potentieel van de Trans-Atlantische Economische Raad onverwijld volledig te benutten. Deze Raad is een cruciaal instrument om de nog steeds bestaande barrières voor de vrijhandel te slechten en de trans-Atlantische vrije markt binnen de komende vijf jaar te verwezenlijken. Een dergelijke markt is herhaaldelijk door het Europees Parlement bepleit en is de enige basis voor een langdurige en betrouwbare samenwerking tussen de VS en de EU. In politiek opzicht zouden de VS en Europa vastberaden inspanningen moeten ondernemen om tot overeenstemming te komen over een gemeenschappelijke agenda voor de aanpak van de uitdagingen op wereldniveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. − (EN) De relatie tussen de EU en de VS is een van de belangrijkste relaties die de EU heeft. De VS is zo'n belangrijke handelspartner dat ook maar alles wat ons zou helpen dichter bij elkaar te komen en nauwer samen te werken zeer welkom is. Ik verwelkom de resolutie die een oproep doet om de meningsverschillen tussen de twee handelsblokken over kwesties als visumvrijstelling en PNR-gegevens bij te leggen. In deze resolutie wordt ook gevraagd om een sterkere mate van overeenstemming over de financiële hervormingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, hetgeen denk ik heel belangrijk is om te vermijden dat er in de toekomst opnieuw een crisis plaatsheeft als de crisis die we momenteel ondervinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Constance Le Grip (PPE) , schriftelijk. (FR) Ik heb steun gegeven aan de resolutie waarin het Europees Parlement aanbevelingen doet aan de Raad met betrekking tot de manier waarop de trans-Atlantische kwesties het beste op de komende top tussen de EU en de VS kunnen worden behandeld. Gezien het gewicht van de Europese Unie en de Verenigde Staten in de wereldeconomie en de huidige economische situatie lijkt het van cruciaal belang dat beide partners hun samenwerking intensiveren en aldus groei en werkgelegenheid bevorderen. Daarom heb ik met name steun gegeven aan de twee door mijn collega Brok ingediende mondelinge amendementen, die het belang van gecoördineerd monetair beleid binnen de context van de trans-Atlantische betrekkingen benadrukken. Deze twee amendementen moeten in verband gebracht worden met het debat dat in de G20 geopend wordt over de risico's die alle economieën van de wereld lopen door de "valutaoorlog" en door nationale monetaire initiatieven die de wisselkoersen uit het lood kunnen slaan. Alle "concurrerende devaluaties" en alle "concurrerende onderwaarderingen" moeten worden vermeden, omdat zij de noodzakelijke internationale economische en monetaire samenwerking schaden.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Le Hyaric (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) De aangenomen resolutie over de trans-Atlantische betrekkingen is een pleidooi voor een speciale relatie met de Verenigde Staten, voor een speciale economische relatie op basis van een tot 2015 tot stand te brengen trans-Atlantische markt en voor een speciale politieke relatie teneinde "de gemeenschappelijke zaak" te kunnen verdedigen. Deze gemeenschappelijke zaak omvat nauwere samenwerking in Afghanistan, een aanzienlijk intensievere integratie met missies van de Noord Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en inwilliging van de Amerikaanse eisen met betrekking tot het delen van bankgegevens van Europese burgers via de SWIFT-overeenkomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Maštálka (GUE/NGL), schriftelijk. − (CS) Voor wat betreft de nog niet ondertekende overeenkomst tussen de Europese Unie en de VS inzake de bescherming van persoonsgegevens bij de overdracht en de verwerking ervan in het kader van de politiële en justitiële samenwerking, dienen we ons één fundamentele vraag te stellen: “Is deze overeenkomst voor beide partijen even gunstig, ja of nee?”. Als u het mij vraagt, luidt het antwoord “nee”. Het belang van de VS om gegevens over EU-burgers in handen te krijgen is het sterkst. Indien we bovendien naar de grote verschillen tussen de systemen voor de bescherming van persoonsgegevens aan beide zijden kijken, dan kan men welhaast niet anders dan tot de conclusie komen dat het eigenlijk onmogelijk is een dergelijke overeenkomst te sluiten, tenminste indien we de Europese normen uit Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en het Handvest van grondrechten van de EU daadwerkelijk serieus willen nemen. Bovendien is het zo dat, overeenkomst artikel 16 van het Verdrag inzake de werking van de EU, voorafgaand aan de onderhandelingen over een dergelijke overeenkomst tussen de EU en de VS de organen, instellingen en andere entiteiten van de EU alsook de lidstaten regels inzake de bescherming van fysieke personen bij de verwerking van persoonsgegevens moeten goedkeuren.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) De enige verdienste van deze resolutie is dat ze de universele afschaffing van de doodstraf aanbeveelt en de Verenigde Staten oproept toe te treden tot het Internationaal Strafhof. Voor de rest is ze onacceptabel. Hoe kan het Parlement verklaren voorstander te zijn van de voltooiing van de grote brede trans-Atlantische markt, dat een kolossaal project is dat achter de ruggen van Europese burgers wordt uitgevoerd? Hoe kan het de SWIFT-overeenkomst verwelkomen, de overdracht van passagiersgegevens (PNR-gegevens), de "Open Skies"-overeenkomst tussen Europa en de Verenigde Staten, de handel in broeikasgasemissierechten, en de antidemocratische instellingen die achter de Multidisciplinaire Groep inzake internationaal optreden tegen terrorisme (GMT) zitten? Ik heb tegen dit verraad van het algemene belang en de democratie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) De relatie tussen de EU en de VS houdt een wederzijdse verbintenis in om de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten te verdedigen, terrorisme te bestrijden en de verspreiding van massavernietigingswapens te voorkomen. Dat zijn onze gemeenschappelijke belangen en waarden. We mogen niet vergeten dat de EU en de VS samen de helft van de wereldeconomie uitmaken en dat dit partnerschap de grootste, meest geïntegreerde en langdurigste economische relatie ter wereld is, en een drijvende kracht achter de wereldwijde economische welvaart. We moeten ook beseffen dat de kracht van de trans-Atlantische relatie nu, gelet op de huidige wereldwijde financiële en economische crisis, des te belangrijker is. Deze topontmoeting vormt daarom een heel belangrijke gelegenheid om de banden aan te halen en te verbeteren, teneinde de voor 2015 vastgelegde doelstellingen te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk. (FR) De resolutie over de komende top tussen de EU en de VS en de Trans-Atlantische Economische Raad is bedoeld om de trans-Atlantische agenda opnieuw te bevestigen en de samenwerking tussen de EU en de VS te versterken. Deze relatie blijft een topprioriteit voor de Europese Unie. Afgezien van het feit dat de EU en de Verenigde Staten een aantal belangen en waarden delen, zoals de bevordering van vrede, democratie, eerbiediging van de mensenrechten en markteconomie, onderhouden zij omvangrijkste bilaterale handels- en investeringsbetrekkingen ter wereld: de trans-Atlantische economie is 4 280 miljard dollar waard. Onze realiteit is er een van almaar nauwere economische integratie. Het belang van deze betrekkingen kan ook in zijn volle omvang tegen de achtergrond van ontwikkelingssamenwerking worden bezien: de Verenigde Staten en de Europese Unie voorzien samen in bijna 80 procent van de ontwikkelingshulp. Tot slot: ons partnerschap is van vitaal belang om de wereld stabieler te maken en om belangrijke multilaterale kwesties te bespreken, zoals klimaatverandering, energie, de economische en financiële crisis, crisisbeheer, ontwikkelingssamenwerking, regionale zaken, non-proliferatie en ontwapening, en veiligheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE), schriftelijk.(LT) De EU en de Verenigde Staten vertonen veel overeenkomsten en spelen een overheersende rol bij het oplossen van de mondiale problemen. Wij moeten echter wel van elkanders goede praktijken leren en ons partnerschap versterken teneinde de effectiviteit van ons optreden te waarborgen. Deze problemen zijn relevant voor zover het gaat om klimaatverandering, een gezond milieu en voedselzekerheid. De kolossale milieuramp in de Golf van Mexico heeft de hoop gewekt dat de Amerikaanse regering adequate maatregelen zou nemen om milieuzorg te waarborgen en een bijdrage te leveren aan de aanpak van de uitdagingen die met klimaatverandering gepaard gaan. De EU moet een actieve rol spelen tijdens de Conferentie over klimaatverandering in Cancún. Het is belangrijk dat de VS zich aansluit bij deze overeenkomst, omdat soms de indruk ontstaat dat het eenvoudiger is om met ontwikkelingslanden tot overeenstemming te komen dan met de VS. Wij moeten manieren vinden om koppelingen tussen de regeling voor de handel in emissierechten (ETS) van de Europese Unie en de regionale en federale regelingen van de VS te bevorderen. Daarnaast moeten wij streven naar een trans-Atlantisch partnerschap op het gebied van strategische energiekwesties met betrekking tot zowel energievoorzieningszekerheid als beleid voor koolstofarme energiebronnen. Een van de onderwerpen bij die trans-Atlantische samenwerking moet een gezond milieu zijn – nieuwe voedingsmiddelen en het gebruik van nieuwe technologieën voor de voedselproductie. De Europese samenleving is nog niet helemaal voorbereid op innovaties, hetgeen betekent dat de landen elkaars keuzes moeten respecteren. Een sterk partnerschap tussen de EU en de VS dient voor beide partijen voordelen op te leveren en moet zich in een mondiale context plaatsen. Ik hoop dat de komende top tussen de EU en de VS een stap op weg naar de verwezenlijking van dit doel zal betekenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk.(DE) De ontwerpresolutie bevat een aantal positieve punten en de EU moet ernaar streven om haar positie op deze gebieden te versterken. Ik denk daarbij aan het bestrijden van de mondiale economische en financiële crisis en aan de samenwerking op het gebied van vervoer en industrie. Aan de andere kant zitten er in de ontwerpresolutie tekortkomingen, bijvoorbeeld met betrekking tot het buitenlands en veiligheidsbeleid, met name waar het om de bestrijding van het internationale terrorisme gaat. Derhalve heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb vóór de resolutie gestemd, omdat ik het een eerlijke en evenwichtige tekst vind. Het is belangrijk dat het Parlement zijn mening geeft over deze belangrijke topontmoeting met onze belangrijkste bondgenoot. De trans-Atlantische betrekkingen vormen van oudsher een cruciaal onderdeel van het Europese buitenlands beleid. Ook in een geglobaliseerde wereld, waarin het zwaartepunt zich volgens sommige deskundigen van het Westen naar de oosterse mogendheden verplaatst, ben ik er nog steeds stellig van overtuigd dat de betrekkingen tussen de EU en de VS aan de basis staan van stabiliteit, ontwikkeling en welvaart van niet enkel de beide trans-Atlantische partners, maar de hele wereld. In sterke mate delen wij dezelfde achtergrond; we delen dezelfde cultuur, leefstijlen, vooruitzichten en markten, maar bovenal zijn wij van oudsher de voortrekkers op het gebied van waarden, idealen en ideologische, economische en sociale behoeften, waardoor wij een leidende positie in de wereld innemen. Met het oog op de nieuwe mondiale vooruitzichten en machtsverhoudingen denk ik echter dat wij onze samenwerking met Washington een meer operationeel karakter moeten geven. En als de EU een geloofwaardige partner van de VS wil blijven, dan is het van fundamenteel belang dat we niet alleen een beeld van eenheid uitdragen, maar dat we ook in staat zijn om concrete verplichtingen aan te gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat:

- de Trans-Atlantische Economische Raad (TEC) het meest geschikte mechanisme is om de trans-Atlantische economische betrekkingen te beheren, en de partners alle mogelijkheden van de TEC moeten benutten om de bestaande belemmeringen voor economische integratie uit de weg te ruimen en tegen 2015 een trans-Atlantische markt tot stand te brengen, hetgeen een positieve reactie op de huidige economische en sociale crisis zal vormen;

- de TEC een meer strategische invulling moet krijgen, zodat de wensen van alle partijen aan bod komen;

- de aanpak van de Small Business Act van de EU moet worden gevolgd wanneer wetgeving met een trans-Atlantische impact wordt overwogen;

- de economische en financiële bestuursstructuren zoals die bij het begin van de crisis bestonden, zowel op mondiaal niveau als in de VS of de EU, het wereldwijde financiële systeem onvoldoende stabiliteit hebben verleend, reden waarom de samenwerking op het vlak van het macro-economisch beleid en het toezicht op de belangrijkste economieën moet worden versterkt.

Ik stem ook in met het verzoek aan de EU en de VS om met China samen te werken aan de beslechting van het wereldwijde geschil over wisselkoersen, zonder protectionistische of retorsiemaatregelen te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat de EU-lidstaten andere marktpressies ondervinden dan de VS, met name met betrekking tot overheidsobligaties en vanwege het bestaan van een monetaire unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) De betrekkingen tussen Europa en de VS zijn uniek en historisch gegroeid. De resolutie die het Parlement nu heeft aangenomen (en die ook ik heb gesteund) wijst op het belang van een uitbreiding van de samenwerking en de strategische dialoog tussen de EU en VS in de context van de huidige financiële en economische crisis en de strijd tegen het terrorisme. Gelet op de belangrijke internationale vraagstukken van het moment, is het van cruciaal belang dat we appelleren aan gedeelde principes, belangen en waarden. Dan kunnen we bij de aanstaande topontmoeting tussen de VS en de EU beslissende stappen nemen in de richting van een breed opgezette agenda die ons in staat stelt op een efficiënte wijze met deze uitdagingen om te gaan. Het is ook belangrijk dat alle mogelijkheden van de TEC worden benut om de bestaande belemmeringen voor economische integratie uit de weg te ruimen, tegen 2015 een trans-Atlantische markt tot stand te brengen en een geïntegreerde aanpak te bevorderen, niet alleen met betrekking tot het toezicht op het macro-economisch beleid, maar ook als het gaat om de handelsbetrekkingen van de VS en de EU met derde landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Rochefort (ALDE), schriftelijk. (FR) Trans-Atlantische betrekkingen zijn voor Europa van essentieel belang en ik heb deze resolutie inzake de toekomstige prioriteiten voor de komende top tussen de EU en de VS gesteund. Met name ten aanzien van mondiaal bestuur moeten meer inspanningen worden ondernomen om de hervormingsagenda van de VN uit te voeren. Daarnaast is het van cruciaal belang om voor de periode na 2012 een ambitieus en bindend systeem voor de uitstoot van broeikasgassen te realiseren. Voorts is, wat de financiële stabiliteit betreft, de vergelijkbaarheid van boekhoudnormen op mondiale schaal van vitaal belang en moet er ten aanzien hiervan vooruitgang worden geboekt. Bovendien moeten regelgevingsnormen op een bepaald gebied als referentie dienen voor dergelijke normen op andere gebieden, waardoor de dichtheid van de internationale financiële regelgeving almaar groter wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik heb me bij de eindstemming van stemming onthouden. Een van de belangrijkste positieve aspecten van deze resolutie (waar niet heel onze fractie het mee eens is) die benadrukt zou moeten worden, is te vinden in paragraaf 24, waar het Europees Parlement stelt dat de internationale toezeggingen met betrekking tot de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, waarvan er vele achterlopen op schema, slechts kunnen worden ingelost als de industrielanden hun beloften nakomen en uiterlijk in 2015 0,7 procent van hun bbp opzijzetten voor ontwikkelingshulp. Het parlement roept daarom de EU, de VS en de andere internationale donoren op om hun beloften na te komen en maatregelen te treffen om sneller voortgang te maken bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen tot 2015.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey Van Orden (ECR), schriftelijk. − (EN) De relatie van het Verenigd Koninkrijk en andere Europese landen met de VS zal ook de komende decennia onze belangrijkste strategische prioriteit blijven. Op sommige gebieden van activiteit kan ook de EU misschien een nuttige bijdrage leveren. Ik heb daarom de resolutie over de betrekkingen tussen de EU en de VS gesteund. Ik ben echter nog steeds niet overtuigd van de waarde van het GVDB en het beleid ten aanzien van Iran moet worden versterkt.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0604/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. (FR) De behoefte aan veiligheid in het luchtvervoer heeft de EU ertoe aangezet om met diverse staten overeenkomsten te ondertekenen voor de uitwisseling van passagiersgegevens (PNR-gegevens). Voorts is met het Verdrag van Lissabon het Handvest van de grondrechten bindend geworden, waardoor de persoonsgegevens van Europese burgers zijn beschermd. Wanneer deze uitwisselingsovereenkomsten moeten worden vernieuwd, zal het Parlement hieraan telkens zijn goedkeuring moeten verlenen. Er zijn wat deze kwestie betreft twee tegenstrijdige vereisten. Aan de ene kant moet de strijd worden aangebonden met de georganiseerde misdaad en het terrorisme die gedijen dankzij de nieuwe communicatiemedia, en aan de andere kant moet bescherming worden geboden voor de privacy en de fundamentele vrijheden die door deze zelfde communicatiemedia in gevaar worden gebracht. Ik vond het belangrijk mijn steun te geven aan deze tekst die de trans-Atlantische samenwerking in de strijd tegen georganiseerde misdaad en terrorisme voortzet en tegelijkertijd een groot deel wijdt aan de noodzakelijke waarborgen voor de vrijheid van Europese burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (LT) Ik steun deze resolutie. De terreurdaden die de hele wereld hebben geschokt en de toenemende georganiseerde misdaad op het terrein van drugs- en mensenhandel vragen om verhoogde inspanningen in de strijd hiertegen. Willen die inspanningen resultaat opleveren, dan moeten zij gepaard gaan met een effectievere, meer doelgerichte en snellere uitwisseling van gegevens, zowel binnen Europa als wereldwijd. Het hoofdprobleem blijft echter de bescherming van persoonsgegevens, de waarborg dat zulke gegevens niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan het voorkomen, onderzoeken of opsporen van strafbare feiten. De Commissie moet ervoor zorgen dat elke overeenkomst of maatregel over de doorgifte van persoonsgegevens ook aan het evenredigheidsbeginsel voldoet en dat persoonsgegevens vertrouwelijk worden behandeld. Als instelling die de Europese burgers vertegenwoordigt, moet het Europees Parlement door de Commissie worden geïnformeerd over alle kwesties die met het doorgeven van persoonsgegevens verband houden, zodat het Parlement zijn mening kan geven over een voorgenomen overeenkomst. Zo zijn wij in staat om voor de problemen rond gegevensbescherming een optimale oplossing te vinden en ervoor te zorgen dat de persoonsgegevens van onze burgers alleen worden gebruikt volgens strenge voorschriften en de bescherming ervan is gegarandeerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. (LT) Het Parlement streeft naar een betere gegevensbescherming bij de doorgifte van passagiersgegevens (Passenger Name Record, of PNR) aan instellingen in derde landen. Het is erg belangrijk dat persoonsgegevens op een doeltreffende en voldoende flexibele wijze worden gebruikt en ook dat persoonsgegevens worden beschermd. Het Parlement verzoekt om het opstellen van een standaardformaat voor de doorgifte van PNR-gegevens en om waarborgen dat gegevens uitsluitend worden doorgegeven en verwerkt voor het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van strafbare feiten, waaronder terrorisme. Het is erg belangrijk te verzekeren dat PNR-gegevens niet worden gebruikt voor datamining of profilering, dat deze gegevens niet alleen elektronisch worden geanalyseerd en dat de uiteindelijke beslissing over het wel of niet doorgeven van gegevens door mensen wordt genomen. Met het oog hierop is het erg belangrijk dat wordt samengewerkt en informatie wordt uitgewisseld met onafhankelijke bevoegde instellingen, om er zeker van te zijn dat de beslissingen over doorgifte van persoonsgegevens op doeltreffende en onafhankelijke manier worden genomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Uit het oogpunt van terrorismebestrijding zijn alle burgers potentiële daders, met als gevolg dat hun persoonsgegevens worden geregistreerd, waarbij fundamentele mensenrechten en institutionele garanties voor de eerbiediging ervan worden geschonden. De amendementen die de Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links heeft voorgesteld en die een zekere verbetering zouden hebben gebracht, werden helaas niet aangenomen. Daarom heb ik tegen de resolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) Vrijheid is een van de grondbeginselen waarop dit Parlement is gegrondvest. Deze waarde vormt het fundament waarop de Europese instellingen zijn gebouwd, de krachtbron waarmee de markt een gevarieerde en complexe economie kan voortstuwen, en de lucht die onze burgers inademen als ze vanwege hun werk of studie naar steden reizen waarvoor ze ooit een paspoort of zelfs een visa nodig hadden. Het belang van vrijheid staat daarom buiten kijf. In deze ontwerpresolutie wordt meer de nadruk gelegd op de relatie tussen vrijheid en veiligheid. Er is geen eenvoudige oplossing voor dit probleem. Gegevens moeten worden verzameld en geanalyseerd op de juiste plekken, maar we moeten waakzaam blijven om misbruik te voorkomen. Deze procedure moet voortdurend en constant worden gecontroleerd, zodat er geen gegevens uitlekken. We kunnen niet toestaan dat mensen dit zien als een poging om vrijheid aan de kant te schuiven, maar we kunnen net zomin toestaan dat de veiligheid van de Europese burgers in gevaar wordt gebracht omdat er een beroep op vrijheid wordt gedaan. Ik ben van mening dat de resolutie een uitstekend compromis biedt om een balans te vinden tussen deze twee tegenstrijdige beginselen.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk. (RO) Ik ben verheugd over de aanneming van de resolutie van het Europees Parlement over de algemene aanpak van de doorgifte van passagiersgegevens (Passenger Name Record – PNR) aan derde landen, en over de aanbevelingen van de Commissie aan de Raad om machtiging te verlenen voor het openen van onderhandelingen tussen de Europese Unie en Australië, Canada en de Verenigde Staten. Ik heb hier dan ook vóór gestemd. Deze aanpak weet het juiste evenwicht te vinden tussen de beveiligingseisen van de EU-lidstaten en stipte eerbiediging van de rechten en vrijheden van burgers. De PNR is een bijzonder gevoelige database, die derhalve moet worden beveiligd om te voorkomen dat degenen wier namen erin opgenomen zijn hoe dan ook schade ondervinden. Ik geloof dat het voor ons belangrijk is om in de onderhandelingen met de VS, Australië en Canada de verzekering te krijgen dat de gegevens niet worden gebruikt om profielen te creëren aan de hand van bepaalde gegevens uit de PNR. Ik ben het ermee eens dat er een verschil is tussen beoordeling van beveiligingsrisico's en het creëren van profielen die door misinterpretatie van gegevens onjuist kunnen blijken. Ik hoop dat de overeenkomsten waar de Commissie met de betreffende landen over gaat onderhandelen aan de vereisten van de resolutie zullen voldoen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk.(RO) In het huidige digitale tijdperk zijn waarden zoals gegevensbescherming, het recht van personen om te bepalen welke gegevens over zichzelf aan anderen bekend worden gemaakt, persoonlijke rechten en het recht op privacy een essentiële rol gaan spelen, en deze waarden moeten zeer zorgvuldig worden beschermd. Daarom ben ik van mening dat de EU een kernbeginsel in het beleid op het gebied van gegevensbescherming dient te eerbiedigen en te bevorderen, en dat elke overeenkomst of beleidsmaatregel bovendien aan het evenredigheidsbeginsel moet worden getoetst, en dat daarbij wordt aangetoond dat deze erop gericht zijn de doelstellingen van het Verdrag te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb grosso modo gestemd vóór hetgeen in deze ontwerpresolutie wordt voorgesteld. Ik ben heel tevreden dat de EU, de Verenigde Staten, Australië en Canada bereid zijn samen te werken om terrorisme en andere vormen van transnationale misdaad te bestrijden en te voorkomen, en ik moedig ze aan in dit streven. Als het om de bescherming van persoonsgegevens gaat, meen ik wel dat het proportionaliteitsbeginsel de basis van ons beleid dient te zijn. De doelstelling van deze overeenkomsten – ervoor zorgen dat de doorgifte van gegevens in overeenstemming is met de Europese normen voor gegevensbescherming – moet daarom rigoureus worden gerespecteerd en verdedigd. Ik wijs er verder op dat het heel belangrijk is dat we een aanvang maken met de onderhandelingen over een overeenkomst inzake de doorgifte en bescherming van persoonsgegevens met de Verenigde Staten binnen het ruimere kader van politiële en justitiële samenwerking. Ik herhaal echter dat de beginselen van noodzakelijkheid en proportionaliteit de basis vormen van een efficiënte bestrijding van het terrorisme.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. (FR) De overdracht van passagiersgegevens (Passenger Name Record, PNR) is een belangrijk middel in de strijd tegen terrorisme en grensoverschrijdende misdaad. Het aantal landen dat om overdrachten van PNR-gegevens door luchtvaartmaatschappijen verzoekt neemt echter gestaag toe, en dus moet er nauw op worden toegezien dat persoonlijke gegevens van Europese burgers niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan waarvoor ze zijn verzameld en dat deze overdracht in overeenstemming is met de Europese normen op het gebied van gegevensbescherming. Ik ondersteun daarom volledig de vandaag door het Europees Parlement aangenomen resolutie, die erop is gericht te voorzien in een strikt raamwerk voor de overdracht van passagiersgegevens aan derde landen. Deze landen zullen waarborgen moeten geven voor wat betreft het gebruik, de opslag en de verzameling van dergelijke gegevens, die misbruik moeten voorkomen en ervoor dienen te zorgen dat de rechten van onze burgers worden geëerbiedigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Harlem Désir (S&D), schriftelijk. (FR) Om voor de veiligheid van internationaal vervoer te blijven zorgen, met name gezien het terrorismegevaar, is het voor landen van vitaal belang om informatie over passagiers te kunnen uitwisselen – door luchtvaartmaatschappijen verzamelde PNR-gegevens. Het is echter van even groot belang om ervoor te zorgen dat deze bepalingen de fundamentele vrijheden van burgers niet in gevaar brengen of ertoe leiden dat sommige mensen worden gediscrimineerd vanwege hun afkomst of religie. Daarom moet de bescherming van persoonsgegevens beter worden gewaarborgd. Het Europees Parlement heeft een duidelijke eis voordat de Commissie begint te onderhandelen over methoden van uitwisseling van passagiersgegevens met de Verenigde Staten, Canada en Australië: de bescherming van persoonsgegevens is een te gevoelig onderwerp om deze onderhandelingen uitsluitend tussen lidstaten te laten plaatsvinden, achter gesloten deuren. Ze moeten op transparante wijze worden gevoerd, op EU-niveau. De gegevens mogen alleen worden gebruikt in een strikt omschreven kader en mogen niet worden overgedragen aan een derde land. Veel soorten informatie moeten worden uitgesloten van de gegevens die kunnen worden verzameld, in het bijzonder informatie die verband houdt met etnische afkomst en religieuze overtuiging.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk. (FR) De bescherming van persoonsgegevens is een gevoelige kwestie in de betrekkingen tussen de EU en de VS, net als de overeenkomst inzake overdracht van bankgegevens (SWIFT-overeenkomst). Op dit moment worden besprekingen gevoerd over een algemene overeenkomst tussen de EU en de VS inzake gegevensbescherming, evenals over een nieuwe overeenkomst inzake uitwisseling van persoonsgegevens (PNR-gegevens). Met de stemming van vandaag over de gezamenlijke resolutie heeft het Parlement zijn eis herhaald dat verzamelde PNR-gegevens onder geen voorwaarde mogen worden geëxploiteerd of worden gebruikt voor het opstellen van profielen. Tot slot roept het Parlement nogmaals de Commissie op feitelijk bewijs te leveren dat de "verzameling, opslag en PNR-gegevens noodzakelijk is" en verzoekt de Commissie "minder ingrijpende alternatieven te overwegen". Als niet aan het Parlement tegemoet wordt gekomen, kan het zijn vetorecht gebruiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk.(RO) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat ik vind dat de Europese Unie een coherente, uniforme visie moet hebben met betrekking tot de ondertekening van toekomstige overeenkomsten inzake passagiersgegevens. Dit zal bijdragen aan een betere bescherming van persoonsgegevens en privacy en tegelijkertijd het gebruik van deze gegevens in de strijd tegen terrorisme en ernstige grensoverschrijdende misdaad bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd omdat mijns inziens de aanbeveling van de Commissie aan de Raad om machtiging te verlenen voor het openen van onderhandelingen over overeenkomsten tussen de Europese Unie en Australië, Canada en de Verenigde Staten inzake de doorgifte en het gebruik van PNR-gegevens heel belangrijk is. Zulke overeenkomsten moeten verzekeren dat onze vastberadenheid om terrorisme en misdaad te bestrijden er niet toe leidt dat afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke vrijheden en de grondrechten, met inbegrip van het recht op privacy, eigen beeldvorming en gegevensbescherming.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Persoonsgegevens, de bescherming van deze gegevens en het recht van elk individu op zulke bescherming zijn zaken die de laatste tijd steeds meer aandacht krijgen, zowel van politieke besluitnemers als vanuit het maatschappelijk middenveld. De thans beschikbare technologische hulpmiddelen kunnen het recht op privacy dat elk individu toekomt ernstig bedreigen. Het recht op privacy wordt ook op de proef gesteld vanwege de toenemende mate waarin dit recht van de burgers vrijwillig dan wel onvrijwillig aan andere invloeden wordt blootgesteld. De burgers begrijpen dat er een steeds grotere spanning ontstaat tussen het individuele recht op privacy en het collectieve recht op veiligheid. Al deze kwesties zijn sinds 11 september 2001 steeds nijpender geworden en dat zal zo blijven. Terrorisme en andere vormen van georganiseerde misdaad worden vandaag de dag niet alleen met conventionele politiemethoden bestreden, maar meer en meer via een snelle en doeltreffende uitwisseling van informatie tussen de veiligheidsinstanties. Zonder een dergelijke gegevensuitwisseling zouden we blootgesteld zijn aan gerichte grensoverschrijdende misdaad, waartegen we geen adequate reactie zouden kunnen formuleren. Daarom is het mijns inziens van cruciaal belang dat we onderhandelingen met onze partners aanvangen om samen iets te ondernemen tegen collectieve bedreigingen. We moeten er dan wel voor zorgen dat bij de gegevensuitwisseling tussen partners rekening wordt gehouden met het proportionaliteitsbeginsel en dat de gegevens gebruikt worden voor het doel waarvoor ze bedoeld zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Deze resolutie sluit aan bij de door de VS gecreëerde dynamiek met betrekking tot de “terrorismedreiging” en beoogt zo de lidstaten van de EU in diezelfde stroom mee te trekken. In plaats van de onderliggende oorzaken van het probleem te bestrijden, probeert men dat probleem te gebruiken als excuus om onaanvaardbare beperkingen op te leggen aan de rechten, vrijheden en garanties van de burgers. Degenen in het Europees Parlement die verantwoordelijk zijn voor deze capitulatie – die geheel in strijd is met de eerder ingenomen standpunten – nuanceren hun beslissing nu door te verwijzen naar zogenaamde beginselen van “proportionaliteit” of “noodzakelijkheid”, discutabele concepten die hoe dan ook altijd subjectief beoordeeld kunnen worden. Het argument dat er nu al PNR-gegevens aan derde landen worden overgedragen zonder dat daar enige controle op wordt uitgeoefend houdt geen steek. Als er inderdaad zonder gerechtvaardigde reden gegevens worden gebruikt en verwerkt, dan moeten we dat zonder terughoudendheid onderzoeken, aan de kaak stellen en bestrijden. Deze resolutie betekent dat men capituleert en aldus probeert bestaande illegale praktijken juridisch toelaatbaar te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. (FR) Ik heb gestemd vóór de resolutie over de brede strategie met betrekking tot de overdracht van gegevens van vliegtuigpassagiers aan derde landen, want het is noodzakelijk een wettelijk bindend kader op te stellen voor deze overdrachten, die in toenemende mate worden gebruikt in de strijd tegen het terrorisme. Gedurende de voorbereiding van deze onderhandelingen met de VS, Canada en Australië, heeft het Parlement voorwaarden gesteld. Zo hebben wij verzocht om de data niet te gebruiken voor het opstellen van profielen en om in relatie tot het Parlement de onderhandelingen in volle transparantie te voeren. Bovendien moeten de Europese afgevaardigden in de gelegenheid worden gesteld nauw toezicht te houden op deze situatie. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer is een gevoelige kwestie, die niet mag worden opgeofferd aan een andere vereiste: de strijd tegen terrorisme. Net als in de onderhandelingen over de SWIFT-overeenkomst zal het Parlement ook hier erin slagen de persoonlijke levenssfeer van burgers te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE), schriftelijk. (FR) Ik heb gestemd vóór de resolutie over de externe EU-strategie inzake persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens), aangezien ik van mening ben dat het sluiten van overeenkomsten die de overdracht van PNR-gegevens tussen de Europese Unie en Canada, de Verenigde Staten en Australië mogelijk maken, van het grootste belang zijn voor de internationale veiligheid. Ik verwelkom daarom de aanbeveling van de Commissie om onderhandelingen te beginnen over de sluiting van deze overeenkomsten. Het is immers al jaren duidelijk dat uitwisseling van deze gegevens bijdraagt aan de bestrijding van terrorisme en internationale misdaad. Deze internationale overdrachten van PNR-gegevens bieden de wetshandhavinginstanties van onze landen kostbare middelen om het terrorismegevaar te bestrijden. Verder wil ik met nadruk stellen dat de nieuwe mondiale benadering van PNR-gegevens die de Commissie in oktober heeft gepresenteerd en die erop is gericht algemene, specifiek voor alle PNR-overeenkomsten geldende criteria vast te stellen, naar mijn oordeel zeer positief is. Zij zal een meer gestructureerd en beter samenhangend kader scheppen voor deze overeenkomsten en aanzienlijke waarborgen bieden inzake de bescherming van persoonsgegevens.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) Deze resolutie is in volstrekte tegenspraak met de resolutie die in mei door dit Parlement werd aangenomen. Ze "verwelkomt" het voorstel dat de Commissie in september heeft gedaan. In dat voorstel wordt steun gegeven aan de overdracht van PNR-gegevens aan derde landen. Het bevat geen bevredigende waarborg ten aanzien van de wijze waarop de gegevens worden gebruikt. Wat erger is, het acht het gerechtvaardigd om deze gegevens voor onbeperkte tijd op te slaan voor het opstellen van profielen. Waartoe dient het schijnheilig uitvaren in deze resolutie tegen een praktijk die ze zelf ondersteunt? Ik heb tegen deze resolutie gestemd: zij schendt de rechten van elk mens op bescherming van zijn of haar persoonsgegevens.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) PNR-gegevens kunnen als instrument bij de terrorismebestrijding worden ingezet. Het Europees Parlement moet overeenkomstig het Verdrag van Lissabon meehelpen bij het definiëren van een nieuwe externe strategie met betrekking tot een nieuwe PNR-overeenkomst tussen de EU, de VS, Australië en Canada. De EU maakt zich sterk voor het bestrijden van terrorisme en grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en is derhalve bereid om te onderhandelen over overeenkomsten die in deze strijd doeltreffend kunnen zijn, maar ze zal daarbij wel steeds de burgerlijke vrijheden en de grondrechten beschermen en garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk. (FR) Ik ondersteun volledig de doelstelling om terrorisme en andere ernstige grensoverschrijdende misdaad te voorkomen en te bestrijden. Met het oog daarop gebruiken steeds meer landen passagiersgegevens. In het digitale tijdperk is het echter van cruciaal belang om speciale aandacht te schenken aan de handhaving en bescherming van burgerlijke vrijheden en fundamentele rechten, waaronder het recht op privacy en gegevensbescherming. De belangrijkste beginselen die hier vooral in acht moeten worden genomen, zijn noodzakelijkheid en evenredigheid. De verzameling van passagiersgegevens moet niet allee nuttig zijn, ze moet ook noodzakelijk zijn. Ook het beginsel van evenredigheid moet worden toegepast om te voorkomen dat de voorgenomen maatregelen verder gaan dan nodig is om de gestelde doelen te bereiken. Deze gegevens mogen dus in geen geval worden geëxploiteerd of worden gebruikt voor het opstellen van profielen. Sinds het Verdrag van Lissabon van kracht is geworden, heeft het Europees Parlement een grote bijdrage geleverd aan de inspanningen om deze overeenkomst te sluiten. Het dient dus volledig en regelmatig te worden geïnformeerd over ontwikkelingen met betrekking tot PNR-gegevens.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk.(DE) In de afgelopen jaren zijn de grondrechten, in naam van de zogeheten strijd tegen terrorisme, steeds meer beknot. De achterliggende redenering is echter hoogst twijfelachtig. Terwijl passagiers tot vrijwel op hun ondergoed worden onderzocht en geen nagelvijltjes of deodorant in hun handbagage mogen hebben, wordt de controle op vracht vaak aan de expeditiebedrijven zelf overgelaten. Als daar in de toekomst verandering in gebracht gaat worden, is het belangrijk ervoor te zorgen dat het evenwicht tussen vrijheid en veiligheid in stand wordt gehouden. Bij de veiligheidscontroles van passagiers is dat evenwicht inmiddels al verloren gegaan en dat betekent, nu de hysterie rondom het terrorisme wegebt, dat de voorschriften wederom versoepeld zullen worden. Een net zo dubieuze kwestie is de vraag of de FBI op de hoogte moet zijn van de naam, het adres, het e-mailadres, het creditcardnummer en het aantal koffers van mensen die naar de Verenigde Staten reizen en of de FBI deze gegevens vijftien jaar lang mag bewaren. Deze informatie zou slechts in een paar uitzonderlijke gevallen bewaard mogen blijven. Wanneer er inbreuk op de grondrechten wordt gemaakt teneinde een gevoel van veiligheid te creëren, dient die inbreuk zo gering mogelijk te zijn en moeten de rechten van de betrokkenen versterkt worden. Helaas is het op dit moment onwaarschijnlijk dat dit gaat gebeuren en derhalve heb ik tegen de ontwerpresolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) Ongetwijfeld kan de analyse en verwerking van persoonsgegevens van passagiers (PNR = Passenger Name Record) op internationale luchthavens bijdragen tot de bestrijding van terrorisme en georganiseerde misdaad. Uit het oogpunt van gegevensbescherming zijn desbetreffende overeenkomsten echter vaak problematisch. Het Europees Parlement moet zich in dit verband (net als in het geval van SWIFT) consequent sterk maken voor de bescherming van de grondrechten van de EU-burgers. Momenteel is een grote verscheidenheid van regelingen van kracht voor de overdracht van PNR-gegevens aan derde landen waarmee de EU desbetreffende overeenkomsten heeft gesloten. Hoe meer landen dergelijke gegevens willen hebben, des te groter is het risico dat de verschillende systemen negatieve gevolgen hebben: voor de rechtszekerheid, de bescherming van persoonsgegevens en de kosten voor luchtvaartmaatschappijen. De EU moet daarom hoge uniforme veiligheidsnormen invoeren die in de toekomst voor een samenhangende aanpak zorgen. Dat verwacht ik van een doeltreffende externe EU-strategie voor de uitwisseling van PNR-gegevens. Omdat dit door de ontwerpresolutie niet in voldoende mate wordt gewaarborgd, heb ik tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Ik sta achter de doelen die de Commissie voorstelt in haar mededeling. Het moet helder en begrijpelijk worden gemaakt waarom het nodig en nuttig is om persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) om veiligheidsredenen te gebruiken en uit te wisselen met derde landen. Tegelijkertijd moeten de betrokken partijen aantonen dat zij zich ten volle bewust zijn van de eventuele consequenties van deze maatregelen voor de privacy en van het feit dat deze maatregelen moeten worden uitgevoerd volgens een aantal uniforme, duidelijke en strenge regels inzake gegevensbescherming, die ook van kracht moeten zijn als er gegevens worden doorgegeven aan andere landen. Het gebruiken en uitwisselen van PNR-gegevens zal niet alleen de veiligheid van mensen vergroten, maar ook hun leven en het reizen over de grenzen makkelijker maken. Met PNR-gegevens kan het aantal politiecontroles aanzienlijk worden verminderd en kunnen surveillances worden gericht op passagiers die er om gegronde redenen van worden verdacht een daadwerkelijk risico te vormen, zodat de andere passagiers onnodige controles en inspecties bespaard blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk. – (EL) Het Europees Parlement eist in de gezamenlijke resolutie die vandaag in de plenaire vergadering is aangenomen, nieuwe onderhandelingen over PNR-overeenkomsten en strenge criteria voor het doorgeven van persoonsgegevens teneinde de veiligheid van passagiers te kunnen waarborgen. Dit moet echter altijd geschieden met eerbiediging van persoonlijke gegevens. Het voornaamste doel is het verzamelen, doorgeven en bewerken van PNR-gegevens mogelijk te maken onder zekere restricties, zodat ze niet kunnen worden gebruikt voor datamining en profiling.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie over de doorgifte van PNR-gegevens in het kader van de externe EU-strategie gestemd, aangezien ze de Europese normen voor gegevensbescherming veilig stelt door een reeks gemeenschappelijke basisbeginselen vast te stellen voor overeenkomsten met derde landen. De resolutie dient ook een aantal andere doelstellingen: naleving van de wet en verbetering van de veiligheid, in de eerste plaats door het terrorisme te bestrijden.

Het Europees Parlement herhaalt zijn eis dat het op de hoogte moet worden gehouden van alle ontwikkelingen op dit vlak. Het Parlement zal hier een actieve rol spelen, en het is daartoe bevoegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) De bestrijding van terrorisme en andere vormen van georganiseerde misdaad kan het niet zonder een snellere, efficiëntere en beter gerichte uitwisseling van gegevens stellen, en dat geldt zowel voor Europa als voor de rest van de wereld. Het is wel van fundamenteel belang dat de aangenomen veiligheidsmaatregelen de bescherming van de burgerlijke vrijheden en de grondrechten en het recht op privacy niet compromitteren en de normen voor gegevensbescherming respecteren. Overeenkomstig het proportionaliteitsbeginsel moeten we dus garanderen dat het vergaren en verwerken van gegevens beperkt blijft tot wat voor het verwezenlijken van de veiligheidsdoelstellingen strikt noodzakelijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Verschillende fracties zijn tot overeenstemming gekomen over deze tekst, waarin in feite de vastberadenheid van het Parlement in herinnering wordt gebracht om terrorisme en georganiseerde grensoverschrijdende misdaad te bestrijden, en tegelijkertijd zijn vaste overtuiging dat de burgerlijke vrijheden en de grondrechten, met inbegrip van het recht op privacy, eigen beeldvorming en gegevensbescherming beschermd moeten worden. Het Parlement bevestigt opnieuw dat noodzakelijkheid en evenredigheid, zoals uiteengezet in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, cruciale beginselen zijn voor een doeltreffende bestrijding van terrorisme. Het is ingenomen met de mededeling van de Commissie over de algemene aanpak van de doorgifte van passagiersgegevens aan derde landen en is verheugd over de aanbeveling van de Commissie aan de Raad om toestemming te verlenen voor het openen van onderhandelingen tussen de Europese Unie en Australië, Canada en de VS over de doorgifte en het gebruik van PNR-gegevens met het oog op het voorkomen en bestrijden van terrorisme en andere ernstige grensoverschrijdende misdaad. Het Parlement is ook ingenomen met het besluit van de Raad om alle onderhandelingen tegelijkertijd te openen, maar erkent ook dat de lengte van de onderhandelingen uiteen kan lopen.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Op 21 september 2010 heeft de Commissie haar algemene aanpak voor de overdracht van passagiersgegevens (PNR) aan derde landen voorgesteld. Doel van de overdracht en verwerking van gegevens zoals ticketinformatie, stoelnummer, bagagegegevens, reistraject en wijze van betalen, is het voorkomen, onderzoeken, opsporen of vervolgen van strafbare feiten, met inbegrip van terroristische handelingen, in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken. Deze "algemene aanpak" moet als richtsnoer dienen bij toekomstige onderhandelingen met derde landen – er staan onderhandelingen met de VS, Canada en Australië voor de deur, terwijl andere landen hebben aangekondigd eveneens onderhandelingen te willen voeren. De ontwerpresolutie van het Parlement zet het evenredigheidsbeginsel nog eens kracht bij. Er bestaat een fragiel evenwicht tussen veiligheidsbelangen en vrijheidsrechten. De Commissie wordt verzocht om feitelijk bewijs te leveren dat het vergaren, opslaan en verwerken van passagiersgegevens noodzakelijk is voor alle genoemde doeleinden en om mogelijke alternatieven naar behoren te onderzoeken. Het Europees Parlement herhaalt zijn standpunt dat PNR-gegevens in geen geval mogen worden gebruikt voor datamining of profilering.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0602/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie over innovatiepartnerschappen gestemd, omdat ik geloof dat Europese innovatiepartnerschappen een essentieel element vormen van de acties die in het kader van het kerninitiatief moeten worden ondernomen. In het huidige klimaat, met begrotingsbezuinigingen, belangrijke demografische veranderingen en een voortdurend sterkere concurrentie vanuit de rest van de wereld, is het concurrentievermogen van Europa – en dus ook onze levensstijl in de toekomst – afhankelijk van ons vermogen innovatie te verwerken in producten, diensten, bedrijven, maatschappelijke processen en modellen. Daarom vind ik het heel belangrijk dat innovatie een centraal onderdeel van de Europa 2020-strategie is geworden. Innovatie is voor ons de beste manier om een antwoord te vinden op de grote uitdagingen waarmee we nu geconfronteerd worden – klimaatverandering, energieschaarste en gebrek aan hulpmiddelen, gezondheidzorg en vergrijzing. Bij het zoeken naar die antwoorden zullen we ons moeten laten leiden door het idee van een economisch en sociaal rechtvaardig en ecologisch duurzaam Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Ik ben ingenomen met dit initiatief “Innovatie-Unie”. Het is gericht op de totstandbrenging van een geïntegreerd Europees innovatiebeleid, waarvan het succes afhankelijk is van goed gecoördineerde samenwerking op regionaal, nationaal en Europees niveau. Het opzetten van innovatiepartnerschappen is volgens mij een goed idee, omdat ze een vernieuwend concept vormen met als doel synergieën tot stand te brengen tussen bestaande en, indien noodzakelijk, nieuwe Europese initiatieven en initiatieven van de lidstaten op het gebied van innovatie. En ik ben verheugd over het eerste voorgestelde onderwerp voor een Europees innovatiepartnerschap: actief en gezond ouder worden. Enkele van de belangrijkste sociale uitdagingen voor Europa – en vergrijzing is daar één van – dwingen ons tot het formuleren van radicale en innovatieve, sectoroverschrijdende oplossingen. Een oplossing voor de vergrijzing noopt tot veranderingen op alle vlakken, van het recht op werk en pensioenen tot nieuwe modellen voor dienstverlening (waaronder zelfzorg en nieuwe huisvestingstypen). We kunnen met deze nieuwe risico's en ongelijkheden alleen omgaan als we op sociaal gebied een innovatieve aanpak volgen, en dan niet uitsluitend door het implementeren van nieuwe technologische oplossingen, maar ook via innovatieve organisaties. Ik verzoek de Commissie om met inachtneming van duidelijke criteria ervoor te zorgen dat de partnerschappen op gepaste en doelmatige manier worden gefinancierd via een effectieve bundeling van de middelen van de Europese Unie, de lidstaten en de regio's en van andere openbare en particuliere spelers. Daarbij dienen echter duidelijke criteria in acht te worden genomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) We moeten het innovatiepotentieel van Europa ten volle benutten. Dit kan niet slechts een beginselverklaring zijn, en ik ben verheugd dat we eindelijk tot een voorstel als het onderhavige zijn gekomen. Vele inspanningen en ideeën die los van elkaar nogal abstract blijven, kunnen nu deel gaan uitmaken van een systeem en worden uitgevoerd om aan specifieke behoeften te voldoen. De onderwerpen van vandaag zijn zeer actueel en we moeten alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat alle betrokken spelers deelnemen. In het bijzonder waardeer ik de vermindering van de administratieve rompslomp en de actieve deelname van kleine en middelgrote ondernemingen, die op het gebied van innovatie bruisen van energie, die alleen maar vrijgelaten hoeft te worden zodat de hele Europese Unie ervan kan profiteren. Ik hoop alleen dat het project op passende wijze ten uitvoer wordt gebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk.(RO) De resolutie van het Europees Parlement over Europese innovatiepartnerschappen in het kader van het kerninitiatief Innovatie-Unie is een specifiek initiatief dat bedoeld is om een geïntegreerd Europees innovatiebeleid op te zetten. Dit is des te belangrijker omdat we moeten erkennen dat we niet al onze doelstellingen van het Lissabon-programma van 2000 hebben verwezenlijkt. Innovatie en uitbreiding van de O&O-sector moet toch een van de aansturingsmechanismen zijn van toekomstige economische groei. Ik ben verheugd over de lancering van het innovatieve concept van Europese innovatiepartnerschappen, dat bedoeld is om synergieën tussen de huidige initiatieven op het gebied van innovatie tot stand te brengen. We zullen de voortgang van het eerste proefproject op dit gebied nauwgezet moeten volgen, want het betreft een thema dat voor heel Europa van belang is, namelijk het effect van de vergrijzing en de verlenging van het arbeidsleven. Ik heb gestemd voor aanneming van deze resolutie, tevens met het oog op de toekomstige thema's die aan de orde zullen komen nadat het proefproject is geëvalueerd. Het zijn thema's van algemeen belang.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk.(RO) Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat ik van mening ben dat het concept van innovatiepartnerschappen in de openbare en particuliere sector onderzoeks- en innovatieactiviteiten kan stimuleren en kan bijdragen tot een opleving van de vraag gedurende de crisis. Ze spelen ook een belangrijke rol bij het verwezenlijken van de doelstellingen van de EU 2020-strategie met betrekking tot het scheppen van een meer concurrerende economie en een eerlijkere, groenere maatschappij.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Europese innovatiepartnerschappen vormen een vernieuwend concept met als doel synergieën tot stand te brengen tussen bestaande en, indien noodzakelijk, nieuwe Europese initiatieven en initiatieven van de lidstaten op het gebied van innovatie, en de resultaten en voordelen hiervan voor de samenleving zo groot mogelijk te maken en te versnellen. Ze vormen dus ook een belangrijk instrument op een moment waarop de lidstaten oplossingen proberen te vinden voor belangrijke economische vraagstukken, en ik geloof dat de optie voor innovatie een efficiënte strategie kan zijn. Ik ben heel tevreden over het eerste onderwerp dat is voorgesteld voor een Europees innovatiepartnerschap, namelijk actief en gezond ouder worden. We weten dat Europa vergrijst en dat wordt vaak als een negatieve factor gezien. Het is daarom van belang dat Europa op een intelligente wijze gebruik weet te maken van zijn menselijke hulpbronnen, en in de eerste plaats van de mensen die, juist omdat ze ouder zijn, over meer ervaring beschikken en vaak belangrijke kennis kunnen overdragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. − (EN) Het concept Europees innovatiepartnerschap is een essentieel onderdeel van de toezeggingen in het kader van het kerninitiatief. De fractie in het Europees Parlement waarvan ik deel uitmaak, de S&D, steunt het proefproject “actief en gezond ouder worden” van het Europees innovatiepartnerschap volledig en komt met suggesties voor twee extra partnerschappen op die terreinen die onmiddellijk van de tot stand gebrachte meerwaarde zouden profiteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE), schriftelijk. – (PL) Dames en heren, met tevredenheid heb ik kennis genomen van het resultaat van de stemming over de ontwerpresolutie over innovatiepartnerschappen. Ik ben van mening dat het gelukt is om een eenduidig en ambitieus standpunt te formuleren in het verslag. Het idee van een Innovatie-Unie is erg belangrijk en op dit moment de meest concrete poging om een geïntegreerd Europees innovatiebeleid in te voeren. Ik wil benadrukken dat het belangrijk is dat we de Europa 2020-strategie in de werkzaamheden hebben meegenomen, omdat die voorziet in meer aandacht voor onderzoek, innovatie en onderwijs in de toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Innovatie is één van de drijvende krachten achter de economie en draagt zo op een beslissende wijze bij tot de verwezenlijking van de Europa 2020-strategie. De hier voorgestelde partnerschappen vormen een vernieuwend concept met als doel synergieën tot stand te brengen om de innovatieprocessen te versnellen en zo veelomvattend mogelijk te maken. Het is volgens mij ook heel belangrijk dat het eerste proefproject betrekking heeft op actief en gezond ouder worden, aangezien vergrijzing van de Europese bevolking een werkelijkheid is waar we niet omheen kunnen. De EU moet doorgaan met het steunen van andere innovatiegebieden, niettegenstaande de financiële crisis die we nu doormaken: zonder die steun zullen we niet in staat zijn de ambitieuze doelstellingen van de Europa 2020-strategie te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De "Innovatie-Unie" is een innovatiestrategie waar op het hoogste politieke niveau werk van wordt gemaakt. De strategie is een van de kerninitiatieven van de Europa 2020-strategie. Ze is erop gericht toekomstige uitdagingen zoals klimaatverandering, energie- en voedselveiligheid, gezondheid en vergrijzing op passende wijze het hoofd te bieden en op internationaal niveau aan te pakken. Mogelijke belemmeringen die zich als gevolg van financieringsmoeilijkheden, versnippering van onderzoek en markten, ontoereikend gebruik van overheidsopdrachten ter bevordering van innovatie en trage normalisatie zouden kunnen voordoen, kunnen zo beter worden verholpen. Ik stem voor de ontwerpresolutie, omdat elke lidstaat zal profiteren van een gemeenschappelijk concept als dat van innovatieve partnerschappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) Dit nieuwe concept van innovatieve partnerschappen heeft het voordeel dat voor de betrokken partners duidelijk afgebakende werkterreinen en verantwoordelijkheden zijn vastgesteld. Bovendien worden nauwkeurige tijdschema's voor de uitvoering van de projecten en meetbare en haalbare doelstellingen vastgelegd. Tevens worden vereenvoudigde administratieve procedures voor de tenuitvoerlegging en optimale verspreiding en toegang tot onderzoeksresultaten toegepast. Daarom heb ik voor het onderhavige verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat ik geloof dat innovatiepartnerschappen in de huidige context een belangrijk instrument vormen bij de opbouw van een in economisch, ecologisch en sociaal opzicht duurzaam Europa. Ik ben ook heel tevreden met de keuze van het onderwerp voor het eerste partnerschap: gezond en actief oud worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Met de aanneming van deze tekst verklaart het Parlement dat het initiatief Innovatie-Unie het belangrijkste initiatief tot op heden is en een concrete poging vormt tot de totstandbrenging van een geïntegreerd Europees innovatiebeleid, waarvan het succes afhankelijk is van goed gecoördineerde samenwerking op regionaal, nationaal en Europees niveau, met maximale deelname van alle betrokken spelers op elk niveau. De Europese innovatiepartnerschappen vormen een vernieuwend concept met als doel synergieën tot stand te brengen tussen bestaande en, indien noodzakelijk, nieuwe Europese initiatieven en initiatieven van de lidstaten op het gebied van innovatie, en de resultaten en voordelen hiervan voor de samenleving zo groot mogelijk te maken en te versnellen. Het Parlement is daarom verheugd over het eerste voorgestelde onderwerp voor een Europees innovatiepartnerschap, namelijk actief en gezond ouder worden, en over het voorstel van de Commissie om eerst een proefproject te organiseren om de meest geschikte vorm voor dergelijke partnerschappen te bepalen voordat verdere partnerschapen worden gestart. Het verzoekt de Commissie om ervoor te zorgen dat in het eerste proefproject over actief en gezond ouder worden aandacht wordt besteed aan maatschappelijke vernieuwing, hetgeen bijdraagt aan een betere levenskwaliteit, ziekten voorkomt, sociale netwerken binnen de openbare sector en onder sociale partners verbetert en de invoering van nieuwe technologieën ter ondersteuning van de levenskwaliteit bevordert.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE), schriftelijk. – (PL) In deze tijd waarin we de crisis langzaam te boven komen en we ons voorbereiden op de nieuwe uitdagingen die de EU na 2013 te wachten staan, is innovatie een van de belangrijkste manieren – zo niet de belangrijkste manier – om de positie van de EU in de wereld te consolideren. Innovatief gebruik van hulpbronnen zou wel eens een van de beste methoden kunnen zijn om de verschillen tussen landen en regio's te nivelleren. Dit draagt tevens bij aan de instandhouding van de diversiteit in deze gebieden omdat gebruik wordt gemaakt van goede praktijken en ervaringen van andere partijen. De ontwikkeling van nieuwe productievormen en diensten en innovatieve benutting van hulpbronnen dragen bij tot een rationele en effectieve ontwikkeling van lokale, regionale en nationale markten.

Innovatie is menselijke creativiteit. De zoektocht naar innovatieve oplossingen leidt tot grotere voordelen voor de samenleving. In tijden waarin economie, techniek en informatica zich dynamisch ontwikkelen mogen we het belangrijkste element, namelijk het menselijk kapitaal, niet vergeten. Innovatie betekent niet alleen nieuwe productiemethoden of innovatief gebruik van bijvoorbeeld lokale producten, het betekent vooral menselijk kapitaal. Nieuwe manieren om de samenleving te betrekken bij de ontwikkelingsprocessen op alle levensterreinen is een noodzakelijke voorwaarde voor succes. Samenwerking tussen de verschillende maatschappelijke niveaus wordt op het gebied van onderzoek en onderwijs langzamerhand een essentiële vereiste. Innovatiepartnerschappen zijn een volgende, logische stap in de ontwikkeling van Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk.(PT) Innovatie is de beste manier om een antwoord te formuleren op de uitdagingen waarvoor de Europese Unie zich ziet gesteld. Er wordt nu overal bezuinigd, de bevolkingssamenstelling verandert en de mondialisering kan voor ons een bedreiging inhouden. Daarom moeten we innovatie gebruiken om het concurrentievermogen van Europa te versterken en banen te scheppen. Alle prioriteiten zijn daarop gericht. Het EU 2020-kerninitiatief “Innovatie-Unie” is erop gericht innovatiepartnerschappen op te zetten om onderzoek en ontwikkeling te versnellen en ervoor te zorgen dat innovaties sneller de markt bereiken. Het eerste proefproject heeft betrekking op gezond oud worden. Het lijkt mij een goede zaak om ook andere onderwerpen bij dit initiatief te betrekken, zoals jongeren, onderzoekers en kleine en middelgrote ondernemingen. Het werk in die partnerschappen moet doeltreffender geschieden. We beschikken immers over een uniek potentieel als het gaat om waarden, creativiteit en diversiteit. Ik roep daarom op tot meer investeringen in opleiding, onderzoek en ontwikkeling. Dat zijn prioriteiten die bij de bezuinigingen moeten worden ontzien. Of liever: voor deze zaken moeten juist meer middelen worden uitgetrokken.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat het initiatief van de "Innovatie-Unie" een eerste concrete stap op weg naar een geïntegreerd Europees innovatiebeleid betekent. Het eerste proefproject gaat over het passende thema "actief en gezond ouder worden", waarbij de nadrukt komt te liggen op verbetering van de levenskwaliteit en van de vorming van sociale netwerken binnen de openbare sector. Of meer van dit soort initiatieven worden gelanceerd, hangt van de resultaten van dit proefproject af. In de vandaag aangenomen resolutie worden al voorstellen gedaan, die waarschijnlijk op een grote meerderheid kunnen rekenen: "intelligente steden" – met de nadruk op een efficiënter gebruik en beter beheer van energie, vervoer en infrastructuur, en "grondstoffen" – zekerheid van de grondstoffenaanvoer, met inbegrip van duurzame winning en verwerking, recycling en vervanging. Het Europees Parlement wil in elk geval een bijdrage leveren aan de succesvolle tenuitvoerlegging van dit veelbelovende initiatief en heeft de Commissie daarom niet alleen verzocht om verslag uit te brengen over de voorgang van het proefproject, maar ook om uit de doeken te doen hoe zij voornemens is het Parlement bij het bepalen van de strategische koers van toekomstige partnerschappen te betrekken.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0603/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (LT) Ik heb vóór deze resolutie gestemd. De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) vormt een integraal onderdeel van de Euro-Atlantische, Euro-Aziatische veiligheidsarchitectuur en wordt gekenmerkt door haar allesomvattende concept van veiligheid, dat onder meer een politieke en militaire dimensie, een economische en milieudimensie en een humanitaire dimensie omvat. Maar ondanks het belang van de OVSE is zij van alle organisaties die zich met veiligheidsvraagstukken bezighouden, de enige die geen internationale rechtspersoonlijkheid heeft, een gegeven dat tal van politieke en praktische rechtsgevolgen heeft. Voor de OVSE is een belangrijke rol weggelegd bij een aantal vraagstukken, zoals non-proliferatie, ontwapening, economische samenwerking en bescherming en bevordering van de mensenrechten. Het ontbreken van rechtspersoonlijkheid en problemen met de besluitvormingsmechanismen verzwakken deze organisatie echter en zijn er de oorzaak van dat zij niet altijd in staat is om tijdig of op passende wijze op een crisis te reageren. Ik ben het eens met de in deze resolutie vervatte voorstellen aangaande de noodzaak om de dialoog over het wettelijk kader van de OVSE voort te zetten, en met de oproep aan Litouwen, dat in 2011 het voorzitterschap van de OVSE zal bekleden, om te zorgen voor continuïteit en vooruitgang in het proces ter versterking van de OVSE.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) Het lijdt geen twijfel dat veiligheid een struikelblok is als het gaat om het versterken van de politieke integratie van de EU. Er moet met name nadruk worden gelegd op het belang van het op passende wijze ten uitvoer brengen van een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid dat rekening houdt met de specifieke aard van de afzonderlijke landen en waarvan de mate van effectiviteit toch past bij de rol die de Europese Unie zal gaan spelen op het internationale toneel. De beginselen van vrede en vrijheid die werden afgekondigd in het Verdrag van Rome en de daaropvolgende Verdragen moeten de basis blijven vormen van alle beslissingen die genomen gaan worden. Tot nu toe heeft de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa laten zien dat de manier waarop zij haar taken vervult absoluut in overeenstemming is met deze beginselen en daarom is een grotere deelname van de Europese instellingen aan deze organisatie gewenst. Ik denk ook dat het nemen van een grotere verantwoordelijkheid de lidstaten kan helpen bij het bereiken van gemeenschappelijke standpunten, zodat de verhoudingen tussen de 27 lidstaten beter worden, ook wat deze onderwerpen betreft.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk.(RO) Ik heb gestemd voor versterking van de OVSE, die gebaseerd moet zijn op harmonie tussen de drie belangrijkste pijlers waar de organisatie op rust: politiek en militair, economisch en milieuvriendelijk, en menswaardig. Deze versterking van de OVSE moet zorgen voor een kader waarbinnen een evenwicht kan worden verkregen, waarbij geen van deze aspecten ten koste van de andere aspecten wordt ondersteund. Hoe effectief de maatregelen zijn die ter bestrijding van gevaren voor en problemen met de veiligheid worden genomen, is afhankelijk van een juiste coördinatie en werking van deze drie elementen. De OVSE moet een van de belangrijkste factoren zijn bij de respons op hoofdzakelijk nieuwe gevaren, zoals georganiseerde misdaad, terrorisme, cyberaanvallen, mensenhandel en drugshandel, evenals bij de activiteiten die gericht zijn op waarschuwing voor en voorkoming en oplossing van conflicten. Een andere reden waarom ik voor versterking van de OVSE heb gestemd is het aspect van de mensenrechten, waaronder ook de eerbiediging van de rechten van minderheden en fundamentele vrijheden valt, die kernpunten zijn in het geïntegreerde veiligheidsconcept van de OVSE.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat ik vind dat de OVSE haar inspanningen om de menselijke bijdrage tot de opwarming van de aarde te temperen op moet voeren. Een effectievere samenwerking van de OVSE-landen tegen bedreigingen door economische en milieufactoren kan een cruciale bijdrage leveren aan veiligheid, stabiliteit, democratie en welvaart in de regio, daar economische en milieufactoren tot het ontstaan van conflicten kunnen leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) We leven in een wereld waarin veiligheid een basisbegrip is, en dan kan het gaan om veiligheid in wat meer traditionele zin (defensie), economische veiligheid, milieuveiligheid, energievoorzieningszekerheid, of zelfs veiligheid in het vervoer. Daarom speelt de OVSE, die vanuit een ruim perspectief integraal deel uitmaakt van de Euro-Atlantische en de Euro-Aziatische veiligheidsarchitectuur, en landen omvat van Vancouver tot Wladiwostok, een cruciale rol. Ik sluit me aan bij de slotaanbeveling, die luidt dat het Parlement moet nadenken over zijn deelname aan de parlementaire vergadering van de OVSE en de mogelijkheid moet overwegen om een permanente delegatie aan te wijzen. Ik moet benadrukken dat de EU in de OSVE haar stem moet laten blijven horen als het gaat om gevoelig liggende onderwerpen, zoals de bescherming van de mensenrechten en de naleving van het volkenrecht.

 
  
MPphoto
 
 

  Barbara Matera (PPE), schriftelijk. (IT) De Europese Unie en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) delen dezelfde principes en waarden als het gaat om onderwerpen zoals de bevordering van mensenrechten, conflictpreventie, de bevordering van democratisering en de bescherming van minderheden, maar ook om recentere uitdagingen zoals klimaatverandering. Het is van fundamenteel belang om synergieën tot stand te brengen tussen de EU en de OVSE om deze gemeenschappelijke doelen te halen. De OVSE is de enige organisatie zonder internationale rechtspersoonlijkheid die zich bezighoudt met veiligheidskwesties in de Europese regio. In die zin is het belangrijker dan ooit om de huidige structuur van de OVSE te versterken om zodoende een vruchtbare samenwerking met de Europese instellingen te waarborgen, in het bijzonder na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon en met het oog op de op til zijnde inrichting van de Europese Dienst voor extern optreden. Het aanwijzen van een permanente EU-delegatie in de parlementaire vergadering van de OVSE zal helpen bij het versterken van de samenwerking tussen de EU en de OVSE en zal het makkelijker maken de activiteiten van de OVSE van dichtbij te volgen en gedeelde principes en waarden te hanteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Geen enkel aspect van de veiligheid van de EU mag worden veronachtzaamd. De OSVE weerspiegelt dat idee, aangezien ze integraal deel uitmaakt van de Euro-Atlantische en Euro-Aziatische veiligheidsarchitectuur en gekenmerkt wordt door haar allesomvattende concept van veiligheid, dat onder meer een politiek-militaire dimensie, een economische en milieudimensie en een humanitaire dimensie omvat. De OSVE telt veel leden en omvat landen van Vancouver tot Wladiwostok. Het is dus een organisatie die wereldwijd van betekenis is en uit een groot aantal zeer uiteenlopende elementen bestaat. Daarom is het van belang dat de EU iets onderneemt om haar rol binnen de OSVE te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Sinds een aantal jaren wordt getwijfeld aan het nut van de OVSE, die tijdens de Koude Oorlog werd opgericht als orgaan voor controle en de ontwikkeling van wederzijds vertrouwen. Volgens critici is de organisatie niet meer opgewassen tegen de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw, zoals de wereldwijde financiële crisis, de milieuvraagstukken en de klimaatverandering. Theoretisch zijn er drie grote spelers binnen de OVSE, namelijk de VS, Rusland en de EU. Ook al is de situatie onder de nieuwe president iets beter geworden, wordt in het Amerikaanse buitenlandse beleid nog steeds weinig belang gehecht aan multilaterale organisaties. Dit geldt ook voor Rusland, dat onder meer de uitbreiding van de EU en de NAVO als inbreuk op zijn historische invloedssfeer beschouwt. In dit licht is het maar al te begrijpelijk dat Moskou aandringt op een vernieuwing van het beleid van de OVSE en de focus wil verschuiven van mensenrechten en democratisering naar een Europese veiligheidsstructuur. Rusland is van essentieel belang voor Europa, niet alleen vanwege de energievoorziening, maar ook als strategische partner. Als de EU naar een nieuwe rol binnen de OVSE streeft, moet zij zich dus van een betaler zonder stem ontwikkelen tot een tegenpool van de VS. Niet alleen ten opzichte van Rusland, maar ook ten opzichte van alle derde landen van Eurazië die lid zijn van de OVSE, is een voorzichtige benadering geboden. Omdat het verslag hiermee naar behoren rekening houdt, heb ik ervoor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) Tussen de drie beleidsdimensies van de OVSE moet een zeker evenwicht worden bewaard. In ieder geval moeten bedreigingen van de veiligheid in het kader van alle drie de dimensies serieus worden genomen. Dat geldt ook voor de huidige bedreigingen, zoals georganiseerde misdaad, terrorisme, cyberaanvallen, mensen- en drugssmokkel en bedreigingen van de energiezekerheid, evenals voor de activiteiten op het gebied van vroegtijdige waarschuwingsmechanismen, conflictpreventie en conflictbeslechting. Versterking van de interactie en bevordering van synergie tussen de EU en de OVSE is zinvol en nuttig. Daarom heb ik voor het onderhavige verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) De Europese Unie en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) moeten worden versterkt. De rol van laatstgenoemde is belangrijk en onmisbaar op een flink aantal terreinen, met name vanwege de rol die zij speelt op het gebied van de veiligheid en het beschermen van de democratie. Ondanks dat deze twee organisaties verschillende behoeften, doelen en structuren hebben, is het belangrijk dat er geen sprake is van tegenstrijdige standpunten of overlappingen, die bevoegdheidsconflicten kunnen veroorzaken. Hun rollen zijn afgebakend en verschillend, maar hoe dan ook bestaat er op bepaalde vlakken toch het risico van overlapping. Ik heb vóór deze resolutie gestemd, omdat ik me kan vinden in zowel de inhoud als de geest ervan. Ik denk inderdaad dat de OVSE een onmisbare organisatie is, die zich profileert als een forum en rekening houdt met de verhoudingen van de EU met zowel Azië als de Verenigde Staten. Het is duidelijk dat de Europese Unie, gezien haar lidstaten, zowel de spil als de basis van de OVSE vormt, en daarom hoop ik dat zij een leidende rol binnen deze organisatie speelt.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat ik vind dat de mogelijkheden van de OSVE op een efficiëntere manier moeten worden benut, en dat er moet worden nagedacht over de wijze waarop de EU meer verantwoordelijkheden op zich kan nemen en doeltreffender kan bijdragen aan de verwezenlijking van de gezamenlijke doelstellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Door deze resolutie aan te nemen benadrukt het Parlement dat er een evenwicht bewaard moet worden tussen de drie beleidsdimensies van de OVSE, door ze op coherente wijze en verregaand te ontwikkelen en voort te bouwen op wat al bereikt is. Het Parlement wijst erop dat geen dimensie mag worden versterkt ten nadele van een andere. Het benadrukt verder dat het optreden slechts werkelijk effectief kan zijn als bedreigingen van de veiligheid in het kader van alle drie de dimensies worden aangepakt, ook die van het moment, zoals georganiseerde misdaad, terrorisme, cyberaanvallen, mensen- en drugssmokkel en bedreigingen van de energiezekerheid, evenals de activiteiten op het gebied van vroegtijdige waarschuwingsmechanismen, conflictpreventie en conflictbeslechting. Het Parlement benadrukt dat versterking van de OVSE niet mag leiden tot verzwakking van de bestaande instellingen en instrumenten of tot aantasting van de onafhankelijkheid daarvan, zolang deze nog niet hervormd zijn of nog geen overeenstemming over alternatieven is bereikt, met name voor wat betreft de werkzaamheden van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR). Tot slot dringt het Parlement er bij de OVSE op aan haar capaciteit te versterken om in alle drie beleidsdimensies te zorgen voor de eerbiediging en toepassing van de beginselen en de verplichtingen waartoe alle deelnemende landen zich hebben verbonden, onder andere door de follow-upmechanismen te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. (LT) Dames en heren, zoals velen van u al weten, neemt Litouwen in januari 2011 het voorzitterschap van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) over. Dit voorzitterschap is voor mijn land een unieke kans om initiatieven te nemen voor het versterken van de regionale samenwerking, het vergroten van de energiezekerheid en het bestrijden van corruptie. Ook het belang van de humanitaire dimensie van de samenwerking binnen de OVSE mag niet worden onderschat. Behalve op politiek en militair vlak speelt de OVSE namelijk ook een cruciale rol bij het bevorderen van het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. Ook de EU moet op het terrein van de mensenrechten een belangrijke rol spelen. Wij hebben er allemaal baat bij dat de EU en de OVSE hun activiteiten op dit terrein coördineren. Laten wij niet vergeten onder welke omstandigheden de OVSE is opgericht. Dit jaar is het precies 35 jaar geleden dat de openingsconferentie van de OVSE werd gehouden en de Slotakte van Helsinki werd ondertekend, waarmee het fundament voor deze organisatie werd gelegd. De oprichting van de OVSE stond symbool voor een moreel en politiek engagement voor de beginselen van democratie en mensenrechten. Het is betreurenswaardig dat het enthousiasme van Helsinki de laatste jaren is geluwd. Dat moet veranderen. Vandaar dat ik vol ongeduld wacht op de resultaten van de topconferentie van de OVSE die in december in Astana wordt gehouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Ik heb voor dit verslag gestemd, aangezien de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in de afgelopen tien jaar steeds meer aan belang heeft ingeboet. In de ontwerpresolutie staat het Europees Parlement stil bij de activiteiten van de OVSE in het verleden en worden de lidstaten, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid opgeroepen voorstellen te doen voor de wijze waarop de Unie doeltreffend kan participeren in de OVSE en een constructieve bijdrage kan leveren tot de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen. Wanneer we militaire crisispreventieacties willen vermijden, moeten we bijtijds preventieve politieke maatregelen treffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. − (SK) De geschiedenis leert ons dat gewapende conflicten het gevolg zijn van het onvermogen van de betrokken partijen om samen moeilijke kwesties te bespreken en tot compromissen te komen. De OVSE biedt een platform om dergelijke oplossingen te zoeken. Tevens wordt de OVSE tegenwoordig gerespecteerd als onafhankelijk arbiter bij de beoordeling van het democratische verloop van verkiezingen en het voldoen aan democratische normen. Daarom ben ik voorstander van versterking van de OVSE, vooral in verband met de verspreiding van de democratie en de naleving van de mensenrechten. De waarnemings- en veldmissies van de OVSE leveren een belangrijke bijdrage aan de uitbreiding van de vrije wereld. Vanuit het oogpunt van de Europese Unie worden enkele activiteiten echter dubbel uitgevoerd. Als we het hebben over versterking van de OVSE moeten we er daarom tegelijkertijd over nadenken in hoeverre de OVSE de activiteiten van de vertegenwoordigers van de Europese Unie in conflictgebieden kan vervangen. Aangezien we het werk van de OVSE op het gebied van de mensenrechten zo op prijs stellen, geeft dat ruimte voor een discussie over de vraag in hoeverre de taken van de OVSE en de Raad van Europa elkaar overlappen. Deze discussie zou erop gericht moeten zijn een betere efficiëntie in het gebruik van openbare middelen te bereiken, wat in deze tijd van bezuinigingen ongetwijfeld een prioriteit van onze kiezers is.

 
  
  

Verslag-Mann (A7-0268/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor dit verslag over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties gestemd. Nu de levensverwachting toeneemt en het geboortecijfer daalt, worden wij met ongekende demografische uitdagingen geconfronteerd, en dat zullen voor de nu komende jaren de meest urgente uitdagingen voor het sociale beleid vormen. Er moeten snel beslissingen worden genomen, zeker nu het banenaanbod voor jongeren en de duurzaamheid van de pensioensystemen voor ouderen problemen beginnen op te leveren. Om de bijdragen van beide generaties optimaal te kunnen benutten hebben we behoefte aan solidariteit tussen de generaties. Er is maar één manier om dat te doen, en dat is door iedereen, ongeacht leeftijd, vrije en gelijke toegang tot werk, levenslang leren en carrièremogelijkheden te geven. We moeten dus banen voor jongeren garanderen en gebruik maken van de bijdragen die ouderen de maatschappij nog steeds kunnen bieden, in de eerste plaats via vrijwilligerswerk, maar ook door gebruik te maken van de mogelijkheden voor ouderen om na het bereiken van de vastgelegde pensioenleeftijd door te werken.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Oana Antonescu (PPE), schriftelijk. (RO) Hoewel in dit verslag wordt benadrukt dat een maatschappij die de menselijke waardigheid respecteert, op het beginsel van rechtvaardigheid tussen de generaties is gebaseerd, geloof ik dat het belang van dit verslag ook is gelegen in de bijdrage die hiermee wordt geleverd aan het bestrijden van vooroordelen en discriminatie in welke vorm en jegens welke groep dan ook. Ik geloof dat migratie, samen met een succesvolle integratie in onder meer het economische leven en sociale insluiting, een oplossing kan zijn voor de problemen als gevolg van de demografische veranderingen. Daarom ben ik het ermee eens dat een open debat over het immigratiebeleid moet worden gevoerd. Het wegnemen van vooroordelen over andere culturen is een eerste vereiste voor de succesvolle integratie van immigranten, wat tevens bijdraagt aan het vergroten van de solidariteit tussen de generaties en culturen. Het verslag bevat ook een voorstel voor het aannemen van nieuwe bepalingen om leeftijdsdiscriminatie bij de toegang tot goederen en diensten tegen te gaan. Daarom heb ik vóór het verslag-Mann gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. (FR) Volgens de schattingen van de Commissie dreigen demografische veranderingen de bevolkingsstructuur en de leeftijdsgroepen ingrijpend te wijzigen. Zo zou tot 2050 het aantal jonge mensen van 0 tot 14 jaar van 100 miljoen naar 66 miljoen dalen. Wat de beroepsbevolking betreft, deze zou rond 2010 een piek bereiken en dan geleidelijk dalen naar ongeveer 268 miljoen in 2050. Gezien deze situatie moet de EU een passende oplossing vinden om de werkgelegenheid voor ouderen maar ook voor jongeren te beschermen. Ik heb gestemd voor dit initiatiefverslag van het Europees Parlement waarin lidstaten wordt opgeroepen om na te denken over de mogelijkheid wettelijke pensioenleeftijden te schrappen, maar waarin ook in grote lijnen een beleid wordt geschetst dat het ons mogelijk maakt discriminatie te bestrijden en levenslang leren ten doel te stellen, en dat stimuleert tot nadenken over nieuwe manieren om werk binnen ondernemingen te organiseren, met name ter vermindering van stress. Verder bevat deze resolutie veel initiatieven. Zo wordt bijvoorbeeld aandacht geschonken aan de bestrijding van jeugdwerkloosheid, een fatsoenlijk pensioen voor 50-plussers bepleit en een Europees Pact voor deze groep voorgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (ALDE), schriftelijk. (GA) Ik steun met overtuiging wat in dit verslag wordt gezegd over het opvoeren van het vaardigheidsniveau zodat alle generaties en maatschappelijke groepen kunnen rekenen op opleidingen van een zo hoog mogelijke kwaliteit en betere mogelijkheden voor een leven lang leren. Ik ben blij met de erkenning die in het verslag wordt uitgesproken voor het nut en de gunstige effecten voor de Europese samenleving van al hen die actief zijn in vrijwilligerswerk, de opbouw van lokale gemeenschappen en verzorging in het gezin. Bovendien steun ik het initiatief van het Europees Parlement voor een overzicht van activiteiten in verband met gezond en waardig ouder worden in de EU en een actieprogramma 2011 om de waardigheid, de gezondheid en het welzijn van ouderen te bevorderen. De Commissie verdient lof voor haar oproep om iets te doen aan de schendingen van de rechten van ouderen en om ouderen in de gemeenschap en in verpleeghuizen te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (LT) Ik steun dit verslag. Wij worden nu geconfronteerd met een dubbele crisis: hoge jeugdwerkloosheid en onzekerheid over de vraag hoe wij de pensioenstelsels gaan financieren. Aangezien deze twee verschijnselen met elkaar verband houden, moeten zij samen worden aangepakt. Demografische veranderingen kunnen worden gestuurd en zijn duurzaam, mits zij voldoende worden voorbereid en door iedereen serieus worden genomen. De lidstaten beschikken over de belangrijkste instrumenten om te zorgen voor een evenwichtige lastenverdeling tussen de generaties en het beëindigen van discriminatie. Wanneer het toezicht op de pensioenstelsels, de nationale begrotingen, de gezondheidszorg en de uitvoering van onderwijs- en werkgelegenheidsbeleid onvoldoende is, moeten structurele hervormingen worden doorgevoerd en moet naar nieuwe, duurzame oplossingen worden gezocht. Tegelijkertijd moet de EU de uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten bevorderen, erop toezien dat de lidstaten de EU-wetgeving uitvoeren en het initiatief nemen voor de vaststelling van nieuwe wetgeving op dit terrein.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Bennahmias (ALDE), schriftelijk. (FR) Er zaten enkele hele goede punten in het initiatiefverslag van de heer Mann over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties, vooral met betrekking tot het belang van de overeenkomst tussen de generaties in onze moderne samenlevingen, de jeugdwerkloosheid en de noodzaak om de problemen aan te pakken waarmee ouderen, maar ook jongeren, worden geconfronteerd. Toch heb ik tegen de resolutie gestemd omdat sommige paragrafen onacceptabel zijn, met name die inzake pensioenen. Gelukkig werd de paragraaf waarin expliciet werd gerept van de noodzaak om het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel te vervangen door stelsels met kapitaaldekking, door een ruime meerderheid van dit Parlement verworpen. Maar een andere paragraaf waarin lidstaten wordt verzocht "nogmaals te kijken naar de haalbaarheid van afschaffing van verplichte pensioenleeftijden", werd aangenomen. Dat is werkelijk ondenkbaar! Ja, er moet meer flexibiliteit komen in het pensioenstelsel, maar de pensioenleeftijd moet er een fundamentele pijler van blijven! In een periode dat de Commissie haar raadplegingen over de toekomst van de pensioenen in Europa afrondt, is de boodschap van het Parlement van bijzonder belang. Daarom heb ik besloten om tegen de resolutie te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. (LT) Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat wij niet moeten streven naar conflict en concurrentie tussen de generaties maar naar gelijke kansen en solidariteit. Ik kan mij echter niet vinden in het standpunt van de rapporteur dat vervroegd pensioen moet worden afgeschaft. Ouderen zijn feitelijk vaak gedwongen om met vervroegd pensioen te gaan en hebben dan geen andere keus. Vervroegd pensioen is voor ouderen die door de economische crisis werkloos zijn geworden vaak de enige kans om te overleven. Aangezien de pensioenstelsels van de lidstaten onderling verschillen, moeten wij rekening houden met de gang van zaken in alle lidstaten, en niet het voorbeeld van maar één of een paar landen volgen. De lidstaten moeten het vervroegd pensioen zelf kunnen regelen, zodat zij rekening kunnen houden met de situatie en gang van zaken in eigen land. Ik wijs er nogmaals op dat zowel demografische veranderingen als leeftijdsdiscriminatie de solidariteit tussen de generaties en economische groei ondergraven. Leeftijdsdiscriminatie vormt zowel voor ouderen als jongeren een ernstig hindernis voor het betreden van de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. (RO) De laatste jaren worden de EU-lidstaten geconfronteerd met een dramatische daling van het geboortecijfer en een toenemende vergrijzing. Hoewel de stijging van de levensverwachting een positieve ontwikkeling is, net als het feit dat mensen lichamelijk en geestelijk langer actief blijven, moeten wij erop bedacht zijn dat de situatie nog erger wordt dan zij al is en een demografische onevenwichtigheid ontstaat die negatieve gevolgen heeft voor de economieën en begrotingsmiddelen van de lidstaten, een ontwikkeling die ook zijn weerslag zal hebben op de EU als geheel. Om te voorkomen dat toekomstige generaties de financiële lasten van deze demografische veranderingen moeten dragen, is het absoluut noodzakelijk dat de Lissabon-doelstelling voor arbeidsparticipatie wordt gehaald, ingevolge waarvan het percentage werkenden in de leeftijdsgroep tussen 55 en 64 jaar minstens 50 procent moet bedragen. Dat deze doelstelling dit jaar niet wordt gehaald, doet niets af aan het belang ervan. Om het probleem van de vergrijzing tegen te gaan, moeten snel ingrijpende maatregelen worden genomen – gebaseerd op een "levenscyclus-aanpak" – om meer jongeren en ouderen op de arbeidsmarkt te brengen. Het werkloosheidspercentage onder 15- tot 24-jarigen ligt in de EU aanzienlijk hoger dan bij alle andere leeftijdsgroepen. Vandaar dat ik het initiatief "Europese Jeugdgarantie" ondersteun.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. (IT) Allereerst wil ik de heer Mann complimenteren met het opstellen van dit verslag. Het pluspunt van dit verslag is dat er specifieke maatregelen in worden voorgesteld om een zinvolle dialoog tussen de generaties op gang te brengen. Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat ik van mening ben dat het creëren van een eerlijke balans tussen generaties de enige manier is om de jongere generatie concrete garanties te geven en hun deelname aan de arbeidsmarkt te vergroten. Ik ben ook van mening dat het moment is aangebroken waarop de Europese Unie en de lidstaten de nieuwe problemen als gevolg van de generatievraagstukken onder de loep moeten nemen. Europa zal namelijk binnenkort te maken krijgen met reële problemen vanwege een lage demografische groei en we moeten onmiddellijk geschikt beleid aannemen, zodat we niet het volledige Europese socialezekerheidsstelsel op het spel zetten. Wat dat betreft denk ik dat een herwaardering van het sociaal beleid ten gunste van 60-plussers van essentieel belang is. Mensen uit deze leeftijdscategorie vormen een toegevoegde waarde voor de arbeidswereld en daarom moeten er voorbereidende maatregelen worden getroffen om hun betrokkenheid te vergroten. Daarom sta ik achter het voorstel om het socialezekerheidsstelsel te herzien, zodat 60-plussers hun baan kunnen houden als ze de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Brzobohatá (S&D), schriftelijk. − (CS) De rapporteur stelt wat mij betreft geheel terecht twee maatregelen voor om de onevenwichtige demografische ontwikkeling en de gevolgen ervan op de financiering van de pensioenstelsels in de lidstaten aan te pakken. De eerste maatregel is gericht op hogere werkgelegenheid voor jongeren en de tweede op verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Ik ben het eens met de rapporteur als die zegt dat oudere mensen geen economische en maatschappelijke last vormen, maar gezien hun levenservaring en kennis daarentegen juist een grote plus zijn. Ik heb besloten voor het verslag te stemmen, aangezien het controversiële deel van het verslag waarin steun werd uitgesproken voor vervanging van het huidige omslagstelsel door een kapitaaldekkingsstelsel geheel uit het verslag verwijderd is.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Ik heb tegen het verslag gestemd. Het benadert het demografisch vraagstuk en de solidariteit tussen de generaties op zeer behoudende wijze. In vele gevallen, zoals bijvoorbeeld bij de schier onbegrensde verlenging van het arbeidzame leven, zet het de arbeids- en socialezekerheidsrechten onder druk, wat tot een totale uitholling ervan leidt. Het probleem van de jeugdwerkloosheid neemt toe. De verbetering van de levensverwachting en levenskwaliteit wordt een probleem, in plaats van een universeel – en dus pan-Europees – nagestreefd doel.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk.(PT) We worden vandaag geconfronteerd met hoge jeugdwerkloosheid en ontoereikende financiering van de pensioenstelsels. Deze twee fenomenen moeten tegelijkertijd worden aangepakt, aangezien jongeren in onze vergrijzende samenleving moeten worden gezien als een voor de maatschappij waardevol en essentieel potentieel dat benut kan en moet worden om sociale en economische doelen te bereiken. Als de huidige trend niet wordt gekeerd zal de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden in 2030 door de demografische veranderingen naar verwachting 2:1 zijn. De voornaamste instrumenten voor een rechtvaardige lastenverdeling tussen generaties en het beëindigen van oneerlijke discriminatie zijn in handen van de lidstaten, maar de EU kan toch een belangrijke rol spelen door erop te letten dat de EU-wetgeving tegen leeftijdsdiscriminatie correct en efficiënt ten uitvoer wordt gelegd, en door uitwisseling van optimale werkmethoden en actieprogramma's te bevorderen. Het is van groot belang dat de EU en de lidstaten nieuwe initiatieven voor de bevordering van actief, gezond en waardig ouder worden ondersteunen. Van belang is ook dat jongeren lange termijnvooruitzichten hebben, en dat er maatregelen worden genomen om mobiliteit van jongeren op onderwijsgebied te stimuleren, beroepsopleidingen te garanderen, meer kansen op werk voor jongeren te scheppen, en zo hun volledige deelname aan het maatschappelijke leven te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) In het verslag komen veel onderwerpen samen die allemaal erg belangrijk zijn, met name voor de armere lagen van de bevolking. Ik wil graag een gemeenschappelijk aspect van de voorstellen en initiatieven benadrukken: we moeten ons er namelijk bij neerleggen dat de wereld steeds sneller verandert, wat een duidelijke weerslag heeft op de socialezekerheidsstelsels. We beseffen allemaal terdege dat de garanties die wij in het verleden hadden, niet kunnen worden gehandhaafd in de toekomst, en we moeten bereid zijn een samenleving te creëren die kan floreren, ook onder omstandigheden die anders zijn dan de huidige of de toekomstige. Ik stel de roep om solidariteit enorm op prijs, en ook de definitie van de "rechtvaardige verdeling tussen de generaties". Ik ben tevens van plan om al het mogelijke te doen om een oplossing te vinden voor de onduidelijkheden rond de omvang van het ouderdomspensioen waarmee mijn generatie te maken zal krijgen in mijn land.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk. (RO) De lidstaten beschikken over de belangrijkste instrumenten voor het bevorderen van een rechtvaardige lastenverdeling tussen de generaties en het beëindigen van discriminatie. Het aantal 60-plussers zal in de EU sneller toenemen dan ooit tevoren. De grootste toename zal naar verwachting in de periode 2015-2035 plaatsvinden, wanneer deze bevolkingsgroep jaarlijks met 2 miljoen zal stijgen. Gezien deze factoren moet de EU een doeltreffend beleid ontwikkelen dat erop is gericht oudere werknemers in staat te stellen langer op de arbeidsmarkt te blijven en te voorkomen dat zij het slachtoffer worden van leeftijdsdiscriminatie. Ook moeten zo veel mogelijk vrouwen, van alle leeftijdscategorieën, aan programma's voor levenslang leren deelnemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk.(PT) Solidariteit en een eerlijke lastenverdeling tussen de generaties binnen de Europese Unie zullen de belangrijkste uitdagingen vormen voor het sociale beleid van de eerstvolgende decennia. Ik heb daarom de meeste initiatieven en voorstellen van dit verslag gesteund. Samenlevingen en economieën zullen hun ideeën over de manier waarop ze met de vergrijzing van de bevolking omgaan moeten wijzigen. Ouderen moeten niet worden gezien als een last, als mensen die hoge extra kosten met zich meebrengen. We moeten ze, juist omdat ze over kennis en ervaring beschikken, als een waardevolle factor voor het bedrijfsleven beschouwen. Bedrijven moeten daarom worden aangemoedigd leeftijdsbeheerstrategieën in te voeren die hun concurrentiekracht zullen vergroten door gebruik te maken van de ervaring en de specifieke kwaliteiten van oudere werknemers. Ik geloof verder dat door de toenemende vergrijzing ook omvangrijke kansen worden geboden voor verbetering van het mededingings- en innovatievermogen en daardoor voor het opvoeren van groei en werkgelegenheid. Tot slot spreek ik mijn bezorgdheid uit over de hoge jeugdwerkloosheid in de EU. Er moeten maatregelen genomen worden om banen te scheppen en jongeren langetermijnperspectieven te bieden die ze in staat stellen volledig aan het maatschappelijk leven deel te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luigi Ciriaco De Mita (PPE), schriftelijk. (IT) Rechtvaardigheid in de verhoudingen tussen generaties vormt een nieuwe wereldwijde uitdaging, waaraan we adequaat het hoofd moeten bieden. Moderne samenlevingen hebben geprofiteerd van een periode van constante groei, waarin de nieuwe generaties, met name in de laatste tientallen jaren, betere levensomstandigheden en vooruitzichten hadden dan de voorgaande generaties. Nu zijn de grenzen van ogenschijnlijk eindeloze groei overschreden en worden we geconfronteerd met een frictie tussen rechten en beperkte middelen. Alle landen, te beginnen bij de ontwikkelde en democratische landen en de daaraan gelieerde organisaties (zoals de EU), moeten daarom vastberaden, overtuigend en afdoende te werk gaan om beleid te bedenken en keuzen te maken en deze op samenhangende wijze ten uitvoer te brengen, voor een beter evenwicht tussen de huidige en toekomstige generaties, zodat de scheiding en afstand tussen degenen met rechten en degenen zonder rechten, en tussen degenen met middelen en degenen zonder middelen, verkleind kunnen worden. Ik denk dat het verslag over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties, waarover we hebben gestemd, deze weg is ingeslagen.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik steun dit verslag, waarin een aantal belangrijke voorstellen wordt gedaan om de demografische uitdagingen waarvoor we staan op te pakken in een geest van solidariteit tussen de generaties. Te lage uitkeringen, onvoldoende maatschappelijke diensten en hoge percentages jeugdwerkeloosheid dragen ertoe bij dat men pas op latere leeftijd trouwt en kinderen krijgt, waardoor onze bevolkingen sneller vergrijzen. Zowel jongeren als ouderen ondervinden verschillende vormen van leeftijdsdiscriminatie, in het bijzonder bij de toegang tot de arbeidsmarkt en bepaalde maatschappelijke diensten. Terwijl de lidstaten essentiële instrumenten in handen hebben, als de nationale begroting, pensioenen en de gezondheidszorg, kan de EU de reikwijdte van de antidiscriminatiewetgeving vergroten, in het bijzonder om oudere vrouwen op de arbeidsmarkt te beschermen. Bovendien zorgen vrouwen van alle leeftijden vaak voor zorgbehoevende jongeren en ouderen. Hun werk is op zichzelf een voorbeeld van steun tussen de generaties en moet in sociaaleconomisch opzicht erkend worden, hoewel het geen substituut mag zijn voor het ontwikkelen van kwalitatief hoogwaardige zorgdiensten. Nu atypische en onzekere vormen van werk steeds gewoner worden, wordt het recht op een fatsoenlijk pensioen bij het bereiken van de pensioenleeftijd bedreigd. Deze trend kan alleen worden gekeerd door economische beleidsmaatregelen te nemen die zijn gericht op groei, eerbiedingen van de rechten van werknemers en het verschaffen van hoogwaardige publieke diensten.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Ehrenhauser (NI), schriftelijk. (DE) Ad paragraaf 24: als oudere werknemers de mogelijkheid wordt geboden om desgewenst ook na verplichte pensioenleeftijd te blijven werken, mag dit er niet toe leiden dat druk op oudere werknemers wordt uitgeoefend opdat zij na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd op brede schaal blijven werken. Oudere werknemers moeten de mogelijkheid behouden om op het wettelijk vastgestelde tijdstip met pensioen te gaan, zonder dat zij gevaar lopen te worden gediscrimineerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Zoals ik al eerder heb aangegeven is de Europese maatschappij aan het vergrijzen. Dat wordt in de economische analyse vaak als een negatieve factor aangeduid. Natuurlijk is het zo dat in staten met een sterk sociaal stelsel de omkering van de bevolkingspiramide tot gevolg heeft dat er steeds minder mensen bijdragen tot het onderhouden van dit systeem voor sociale ondersteuning, terwijl steeds meer mensen ervan afhankelijk worden. Meer ouderen betekent grofweg hogere pensioenuitgaven en hogere ziektekosten. Een solidaire maatschappij mag de vergrijzing echter niet op die manier zien. Het is van cruciaal belang dat er mogelijkheden worden geschapen voor actief ouder worden, en dat er manieren worden gevonden om het enorme potentieel van ouderen te benutten, dat – vanwege de kennis of ervaring van deze ouderen – zelfs op een concurrerende markt als de Europese nog steeds een toegevoegde waarde inhoudt. Aan de andere kant is het niet goed om het over vergrijzing te hebben zonder ook iets te zeggen over strategieën om het geboortecijfer in de Europese Unie te verhogen. Het gemiddelde geboortecijfer in de EU bedraagt 1,5 kinderen en is aldus één van de laagste ter wereld. Die trend kan alleen gekeerd worden met een overtuigend beleid dat gezinnen ondersteunt en degenen die kinderen willen krijgen geen economische of fiscale lasten oplegt en hun carrièremogelijkheden onverlet laat.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Dit verslag zit vol tegenstrijdigheden. Het laat zich aan de ene kant lovend uit over ouderen, maar stelt daar maatregelen tegenover die de rechten van ouderen (en die van werkers in het algemeen) aantasten. Ik noem hier een aantal voorbeelden:

- het bevorderen van particuliere pensioensvoorzieningen: daarmee wordt de financiële sector bevoordeelt, terwijl men vergeet welke desastreuze gevolgen deze optie reeds teweeg heeft gebracht, vooral in de VS, waar miljoenen gepensioneerden geheel berooid zijn achtergebleven en de overheid gedwongen is te interveniëren;

- de oproep aan de lidstaten om flexibel en deeltijdwerk te bevorderen, waarbij men niet vermeldt dat dit leidt tot een geringere waardering van werk, lage lonen, onzekere banen en een toename van het aantal mensen met inkomsten onder de armoedegrens;

- de oproep om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen.

We hebben om al deze redenen tegen dit verslag gestemd. We zijn bereid te erkennen dat het enige positieve punten bevat, maar die worden door de steun voor het neoliberale beleid dat uit dit verslag spreekt teniet gedaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabetta Gardini (PPE), schriftelijk. − (IT) In deze tijden van financiële, economische en sociale crisis wordt Europa geconfronteerd met een ernstig probleem: werkloosheid. Dit fenomeen treft met name jongeren en veroorzaakt voor een zorgwekkende situatie, die ernstige gevolgen zal hebben voor de toekomstige concurrentiepositie van Europa. Ik heb vóór deze ontwerpresolutie gestemd, omdat ik weliswaar het subsidiariteitsbeginsel en de bevoegdheden van de lidstaten op dit gebied erken, maar toch van mening ben dat de Europese Unie een bijdrage moet leveren door het bevorderen van de dialoog tussen de verschillende actoren op het gebied van solidariteit tussen de generaties. De werkende bevolking van morgen zijn de jongeren van vandaag. Als zij de arbeidsmarkt later betreden, betekent dat langzamere carrières, lagere lonen en een kloof tussen hun inkomen en dat van andere generaties. We moeten jongeren meer helpen, en ondernemerschap en jeugdwerkgelegenheid ondersteunen. Alleen op die manier kunnen wij ervoor zorgen dat de komende generaties een minder onzekere toekomst tegemoet gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, hoewel het verslag van de heer Mann enkele goede punten bevat ten aanzien van het bevorderen van gezinsvriendelijk beleid, het op elkaar afstemmen van werk en gezinsleven, de toegang van oudere en jongere werknemers tot de arbeidsmarkt, enzovoort, is het jammer dat daarin immigratie, zij het gedeeltelijke immigratie, als een oplossing wordt bepleit voor de vergrijzing van onze landen, en zelfs voor de financiering van pensioenen. In elk land, waaronder Frankrijk, tonen studies aan dat dit niet het geval is, niet alleen voor de demografie, maar evenmin op financieel gebied. Zelfs mevrouw Tribalat, een Franse demograaf die niet kan worden beschuldigd van sympathie voor Front National, is tot dezelfde conclusie gekomen. Ik ben mij ervan bewust dat wij in dit Parlement, indachtig de slogan van SOS Racisme, graag geloven dat "Mohamed zal betalen voor het pensioen van Maurice" .... net als voor dat van Karl, Matthew en Juan. Maar dat is niet waar, nergens. De heer Mann moet ook voorzichtig zijn wanneer hij de aanbeveling doet om onze op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel te vervangen door stelsels met kapitaaldekking. Gezien de huidige financiële crisis in de wereld is dit het soort voorstel dat onze ouderen zou kunnen ruïneren en alleen profijtelijk is voor types als Madoff.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. (FR) Solidariteit tussen de generaties is een van de belangrijkste sociale vraagstukken van het Europese en nationale beleid voor de komende jaren, gezien de vergrijzing van de Europese bevolking. In dit verslag wordt terecht grote nadruk gelegd op de waarde van solidariteit, op de noodzaak van solidariteit tussen de generaties, op het belang van de overeenkomst tussen generaties. Het verslag bevat hele positieve passages, bijvoorbeeld over het evenwicht tussen werk en gezinsleven, flexibele werktijden, met name voor vrouwen, werkgelegenheid voor jongeren en ouderen, bestrijding van discriminatie, enzovoort. Dit verslag bevat echter ook veel zaken waarmee ik het niet eens ben, bijvoorbeeld paragraaf 24, waarin wordt opgeroepen tot het schrappen van verplichte pensioenleeftijden, diverse passages over het organiseren van flexibel werk en eenvoudigere sociale wetgeving, en een passage over het schrappen van stelsels voor vervroegde pensionering. Ik heb dan ook verkozen mij bij dit verslag van stemming te onthouden. Afgezien daarvan stemt het mij tevreden dat de passage waarin wordt gepleit voor de vervanging van het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel te vervangen door stelsels met kapitaaldekking, desalniettemin door het Europees Parlement is verworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. (FR) Ik heb tegen het verslag gestemd over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties omdat het onacceptabele standpunten bevat. Er staan bijzondere interessante dingen in deze tekst, zoals het feit dat werkgelegenheid voor jongeren niet tegen het handhaven van 50-plussers in de arbeidsmarkt moet worden afgezet, alsmede de nadruk die wordt gelegd op levenslang leren en de bestrijding van discriminatie op de arbeidsmarkt op grond van geslacht. Niettemin bevat deze tekst veel aanbevelingen betreffende pensioenstelsels die ik niet kan ondersteunen. Zo wordt lidstaten verzocht om de wettige pensioenleeftijd te schrappen en wordt grote nadruk gelegd op de noodzaak de last van de overheidsschuld terug te dringen, wat neerkomt op het aanmoedigen van privaat gefinancierde pensioenstelsels die bijzonder onbillijk zijn. Ook wordt lidstaten verzocht de werkgelegenheid te bevorderen door deeltijdwerk uit te breiden, waardoor de arbeidsonzekerheid alleen maar zal verergeren. Dit is een aantal redenen waarom ik tegen deze tekst heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Havel (S&D), schriftelijk. − (CS) De huidige onevenwichtige demografische ontwikkelingen hebben verregaande gevolgen voor de financiering van de sociale uitgaven en de financiële gezondheid van de pensioenstelsels van de lidstaten. In zijn niet-wetgevingsverslag stelt Thomas Mann twee maatregelen voor: enerzijds verhoging van de werkgelegenheid voor de jeugd en anderzijds verhoging van de pensioensgerechtigde leeftijd. Ik ben het met de rapporteur eens dat oudere mensen geen belasting vormen voor de economie en de samenleving, maar dankzij hun uitgebreide ervaring, arbeidsverleden en rijpe inzichten juist een enorme plus vormen. Wat dat betreft ben ik het eens met het voorstel van de rapporteur ten aanzien van concrete maatregelen om de basis te leggen voor een open dialoog. Ik roep de Commissie en de Raad op om in alle lidstaten alsook op EU-niveau een intergenerationele balans op te stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Jahr (PPE), schriftelijk. (DE) Gerechtigheid tussen de generaties is een van de centrale politieke uitdagingen van de komende jaren. Met name gezien het feit dat de demografische verandering van invloed is op de maatschappelijke verhoudingen, is het belangrijk dat de ene generatie niet ten koste van de andere leeft. Dit geldt niet alleen voor het financieel en het begrotingsbeleid, maar ook voor de bescherming van het milieu, de natuurlijke hulpbronnen en het klimaat. Om solidariteit in de samenleving te waarborgen moet gerechtigheid tussen de generaties als horizontaal vraagstuk worden behandeld. Onze beleidsbeslissingen moeten in dit licht zorgvuldig worden overwogen. We moeten aan dit vraagstuk de nodige aandacht besteden, om ook in de toekomst verzekerd te zijn van solidariteit in onze samenleving.

 
  
MPphoto
 
 

  Karin Kadenbach (S&D), schriftelijk. (DE) Ik heb voor het verslag over de demografische vraagstukken gestemd, maar tégen de paragraaf waarin de lidstaten wordt verzocht "gereglementeerde migratie van arbeidskrachten in overweging te nemen". Deze formulering impliceert mijns inziens indirect een positief standpunt ten aanzien van de immigratie van arbeidskrachten uit derde landen. Ik heb voor het verslag van de heer Mann gestemd omdat de aanbeveling in het ontwerpverslag met betrekking tot de wijziging van de financiering van de pensioenstelsels niet door het Europees Parlement is aangenomen. Ik ben echter sterk gekant tegen de eis dat particuliere pensioenvoorziening wordt aangemoedigd en dat de pensioenen in de overheidssector zowel qua premie- als qua uitkeringsniveau niet aantrekkelijker zijn dan vergelijkbare pensioenen in de particuliere sector. Voorts ben ik ertegen dat particuliere pensioenfondsen een belangrijke rol dienen te spelen bij het verlichten van de toekomstige lasten als gevolg van de uitkering van algemene ouderdomspensioenen. Volgens mij is het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel het economisch meest efficiënte en duurzame systeem.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. − (EN) De Ierse samenleving is in een ongekend tempo aan het vergrijzen. Dit initiatief bevat verschillende suggesties aan het adres van de Commissie die een bijdrage zouden kunnen leveren aan het aanpakken van de problemen waarmee landen in heel Europa de komende decennia te maken zullen krijgen. In dit verslag was men voorzichtig genoeg om de nadruk te leggen op de solidariteit tussen de generaties en was men zo slim om te verzekeren dat niemand denkt dat er één enkele oplossing is voor de vergrijzende samenleving en de problemen die dat met zich mee brengt.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb vóór het verslag van de heer Mann gestemd omdat ik van mening ben dat de generatie-uitdaging onderwerp moet zijn van prioritair beleid in het toekomstig Europees optreden. Het staat buiten kijf dat jongeren een belangrijke bron zijn waarin we moeten investeren om de economie van de hele Europese Unie weer op gang te brengen. Naar mijn mening moet bijzondere aandacht aan hen worden besteed. Ik denk tevens dat het goed is het belang van onderwijs en werkgelegenheidsbeleid te benadrukken. Sterker nog, ik denk dat de versterking van de groei en de werkgelegenheid, die moet worden gewaarborgd door middel van gelijke toegang tot onderwijsmogelijkheden en de arbeidsmarkt, een onvermijdelijke stap is met het oog op de verwezenlijking van verschillende belangrijke groeidoelstellingen, zoals verbetering van het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Le Hyaric (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) Ik heb tegen het verslag-Mann gestemd omdat het doortrokken is van het liberaal gedachtegoed, dat een vergrijzende Europese bevolking gebruikt als excuus om hervormingen van het overheidsstelsel van sociale zekerheid in Europa te bepleiten, via in het bijzonder de ondermijning van de gezondheidszorg en het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel voor pensioenen en via de aanmoediging van privatisering en een hogere pensioenleeftijd, wat ik verwerp.

 
  
MPphoto
 
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE), schriftelijk (PL) Dames en heren, ik heb voor het verslag van de heer Mann over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties gestemd, omdat ik van mening ben dat de vergrijzing van de samenlevingen in de lidstaten een van de ernstigste problemen is waar de Europese Unie zich voor gesteld ziet. De Europese Unie kan deze uitdaging het hoofd bieden als er voorwaarden worden geschapen om moederschap te stimuleren, als er betere methoden worden ontwikkeld om werk en gezin te combineren en als de mogelijkheden worden benut die voortkomen uit een productiever leven. 2012 wordt uitgeroepen tot Europees jaar voor actief ouder worden en solidariteit tussen de generaties. Ik vind dat het onze taak als afgevaardigden is om het beleid voor actief ouder worden te promoten en te wijzen op de nieuwe demografische uitdagingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Barbara Matera (PPE), schriftelijk. − (IT) Het verslag van de heer Mann is degelijk en goed gestructureerd. Bovendien zijn alle suggesties van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid hierin opgenomen. Het gendervraagstuk heeft daarmee de terechte en noodzakelijke aandacht gekregen op dit gebied. Dit Parlement krijgt inmiddels steeds meer bekendheid omdat het ervoor zorgt dat al onze landen uitvoering wordt gegeven aan specifiek beleid ter verbetering van gelijke waardigheid en levenskwaliteit voor iedereen, zij het dan met inachtneming van de bekende regionale verschillen. Ik waardeer dan ook het feit – en vestig daar de aandacht op – dat ruimte wordt geboden om werk met privé- en gezinsleven te combineren, en dat in het bijzonder ruimte wordt gegeven aan en de rol wordt erkend van vrouwen, ook oudere vrouwen, die het beginsel van rechtvaardigheid tussen de generaties toepassen. Op alle niveaus worden wij opgeroepen – en hierbij is de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en zowel seculiere als religieuze organisaties van belang – om met passende beleidsmaatregelen te komen en een solide Europa te creëren zonder discriminatie op grond van leeftijd of geslacht, een Europa dat niet oud mag worden zonder nieuwe en sterke generaties te zien opgroeien.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) In dit verslag wordt betoogd dat een stijgende levensverwachting er niet toe mag leiden dat de rechten van werknemers worden beknot, maar dat is precies wat het van begin tot eind bepleit. Het zo veel mogelijk boven de leeftijd van 64 jaar oprekken van de pensioenleeftijd, zoals beloofd in de Europa 2020-strategie, het bevorderen van tijdelijk werk, het vervangen van het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel voor pensioenen door stelsels met kapitaaldekking, zijn een aantal van de maatregelen waaraan het Europees Parlement zich committeert als het dit verslag aanneemt. Ik stem tegen deze onuitsprekelijke sociale achteruitgang.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties vormen de sleutel voor een betere toekomst. We moeten een sterk tegenwicht vinden voor al de factoren die bijdragen tot een geringe bevolkingsgroei, waaronder, eerst en vooral, tekortschietende dienstverlening, lage sociale uitkeringen, langzame en moeizame opname op de arbeidsmarkt, lange perioden met onzeker of tijdelijk werk en onvoldoende steun voor jonge echtparen. Ziehier een aantal redenen waarom jongeren het voortbrengen van nageslacht en het stichten van een gezin uitstellen. Daar staat tegenover dat de gemiddelde levensverwachting blijft stijgen en dat daarom het aantal ouderen toeneemt. Om een rechtvaardiger en evenwichtiger maatschappij te bekomen is het dus van belang de solidariteit tussen de generaties te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE) et Frédérique Ries , schriftelijk. (FR) De gestaag toenemende levensverwachting van Europese burgers is uitstekend nieuws, gunstig voor de dynamiek en de uitwisseling tussen de generaties. Aan de andere kant is vergrijzing, als wij deze zien in het licht van de toekomst van onze pensioenstelsels, een waar hoofdpijndossier voor beleidsmakers en voorstanders van evenwichtige begrotingen. Als we hieraan een laag geboortecijfer in veel van de 27 lidstaten toevoegen, lijkt de solidariteit tussen de generaties op Proust's Madeleine, met Europese samenlevingen die zich herinneren wat voorbij is. Om het uitstekende verslag van de heer Mann te parafraseren: Europa moet de demografische problemen aanpakken. Het beroemde citaat van Jean Bodin – "de enige rijkdom is de mens" – doet nu geheel ter zake. Om een eerlijke samenleving te behouden, een samenleving die, met andere woorden, gestoeld is op solidariteit, een samenleving die weigert toekomstige generaties te belasten met onze overheidsschulden en die een evenwicht tussen het aantal gepensioneerden en de actieve bevolking bevordert, is er maar één oplossing. Er zal onvermijdelijk actie nodig zijn waarin een aantal benaderingen wordt gebruikt: arbeids- en pensioenflexibiliteit, een menselijk en realistisch immigratiebeleid, en complementariteit van het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel voor pensioenen en stelsels met kapitaaldekking. Om deze reden heeft de MR-delegatie tegen paragraaf 99 over deze laatste kwestie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (LV) Ik kon mij in het algemeen vinden in het verslag van de heer Mann, maar ik wil er op wijzen dat het verslag te veel onderwerpen beslaat en geen oplossingen voor problemen biedt. De kwestie van discriminatie van kwetsbare etnische groepen is zeer belangrijk en behoeft een aparte beoordeling. In Letland leven bijvoorbeeld meer dan 200 000 Letgallen, die niet eens basisonderwijs kunnen krijgen in het Letgaals. We hebben in het nationale parlement van de Republiek Letland veelvuldig de aandacht gevestigd op dit probleem, maar vooralsnog is niemand van de heersende Letse elite zelfs maar bereid hierover in gesprek te gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De Europese Unie ziet zich met een significante vergrijzing van de bevolking geconfronteerd. In 2060 zullen er per persoon van boven de 65 jaar nog maar twee personen op arbeidsgeschikte leeftijd zijn. Deze verhouding bedraagt thans één op vier. De oudere generatie zou daarom een grote last kunnen gaan vormen voor de beroepsbevolking, die de economie draaiende houdt. Omdat valt te voorzien dat de pensioengerechtigde leeftijd zal stijgen, dienen de arbeidsomstandigheden voor oudere doelgroepen te worden aangepast en aantrekkelijker te worden gemaakt. Oudere werknemers moeten betere mogelijkheden worden geboden om te participeren op de arbeidsmarkt. Ook in de samenleving is een mentaliteitsverandering nodig. Zo moeten vooroordelen, bijvoorbeeld wat betreft een lager prestatievermogen van oudere werknemers, worden weggenomen. Ik heb mij van stemming onthouden omdat de voorstellen met betrekking tot gezond ouder worden weliswaar moeten worden toegejuicht, maar op het punt van verlenging van de arbeidstijd nog een aantal onduidelijkheden uit de wereld moet worden geholpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) Onze bevolking krimpt, wat vergrijzing en grote lasten voor de pensioenstelsels tot gevolg heeft. Om de demografische uitdagingen van de toekomst het hoofd te kunnen bieden, is een consequent gezinsvriendelijk beleid nodig. Ongecontroleerde, massale immigratie in de EU is echter niet de goede weg. Ik heb mij daarom van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb vóór het verslag van de heer Mann gestemd. De ontwikkelingen die in de afgelopen decennia hebben plaatsgevonden in de Europese Unie en haar lidstaten hebben tot duidelijke veranderingen en gevolgen geleid op sociaal vlak, die door de Europese instellingen moeten worden gesteund. Het concept "ontwikkeling" is onvermijdelijk verbonden met economische, culturele en maatschappelijke zaken, zelfs zozeer dat die sectoren niet van elkaar kunnen worden gescheiden wanneer men spreekt over globalisering en ontwikkeling. In dit verband zou het werk van de Europese instellingen de ongelijkheid, die een gebrek aan sociale cohesie veroorzaakt, moeten beperken. Het gemeenschappelijke ideaal zou leiden tot meer sociale cohesie, minder economische ongelijkheid en een evenwichtiger individuele en collectieve ontwikkeling van de samenleving. Ontwikkeling en sociale cohesie mogen geen vijanden zijn van vooruitgang, maar moeten daar juist volledig deel van uitmaken, voor een meer solide integratie en samenleving. In dit verband dwingen de demografische problemen die het gevolg zijn van de vergrijzing, ons om dit proces te versnellen en diverse sociale structuren en programma's te heroverwegen en aan te passen aan de nieuwe situatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk. – (EL) Het demografisch vraagstuk maakt de betekenis van levenslang leren als product van solidariteit tussen generaties actueler dan ooit. Kennis, onderwijs, scholing en informatie kennen geen leeftijd. Ondanks dat is de verhoging van de middelen voor programma's voor levenslang leren in de begroting voor 2011 bedroevend, ondanks de verklaringen in de 2020-strategie en ondanks de toezegging van de lidstaten om te investeren in scholing van alle burgers, ongeacht hun leeftijd. Het verslag erkent de noodzaak om instrumenten te ontwikkelen die bijdragen tot voortdurende scholing van burgers en om reeds bestaande instrumenten te versterken, zoals de programma´s Grundtvig en Leonardo Da Vinci. De resolutie vormt een stap in die richting, en om die reden heb ik vóór gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) In een Europese Unie waar steeds meer mensen steeds langer leven, waar het geboortecijfer in het algemeen laag is, en waarin de bevolkingspiramide nu al omgekeerd is, moeten we eens goed gaan nadenken over “demografische vraagstukken en de solidariteit tussen de generaties”. Ik ben daarom heel blij met dit verslag.

Ik ben het in grote lijnen eens met de inhoud van dit verslag, zeker als het gaat om het recht van oudere burgers om in de toekomst door te gaan met werken als zij dit verlangen, wat geheel aansluit bij het “actief oud worden” dat dit verslag voorstaat. Ik kan me ook vinden in het idee om de kansen op een baan voor jongeren die al ten minste vier maanden op zoek naar werk zijn te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. − (IT) Enerzijds betekenen demografische veranderingen dat mensen – gelukkig – een hogere levensverwachting hebben en fysiek en mentaal langer actief blijven, maar anderzijds zijn de geboortecijfers in de lidstaten al decennialang laag en vormen ouderen een steeds groter percentage van de bevolking. De overeenkomst tussen de generaties nadert zijn grenzen. Actief ouder worden is een proces in het kader waarvan mensen zoveel mogelijk in staat worden gesteld naarmate zij ouder worden gezond te blijven, deel te nemen aan het leven in hun maatschappelijke omgeving en hun welzijn te verbeteren. Ik ben er sterk van overtuigd dat 2012 moet worden uitgeroepen tot Europees jaar van actief ouder worden en van de solidariteit tussen de generaties, om duidelijk te maken welke bijdrage zowel jongeren als ouderen leveren tot de maatschappij. Daarom heb ik hier in dit Parlement geijverd voor alle steun die nodig is om Europa in staat te stellen deze uitdaging te winnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. (RO) Leeftijdsdiscriminatie ondergraaft de solidariteit tussen de generaties en is volgens het Verdrag verboden. Desalniettemin is leeftijdsdiscriminatie nog steeds een wijdverspreid verschijnsel dat de toegang van oudere en jongere werknemers tot de arbeidsmarkt, sociale zekerheid en bepaalde diensten ernstig beperkt. Ik heb vóór het voorstel gestemd op grond waarvan de lidstaten krachtige maatregelen moeten nemen om de zwarte of grijze economie met haar ongereguleerde arbeidskrachten – waarvan voornamelijk vrouwen het slachtoffer zijn – te ontmoedigen, omdat deze een zeer ongunstig effect op de arbeidsmarkt van de EU heeft, in plaats van alleen maatregelen te nemen om de eigen werknemers te beschermen. Tegelijkertijd moet niet-gedeclareerd werk worden bestreden, middels concrete op de werkgevers en/of tussenpersonen gerichte (straf)maatregelen. Ik steun ook het voorstel op grond waarvan de lidstaten en de Commissie ook bij het toezicht op zorgdiensten dienen samen te werken en de lidstaten in het kader van die samenwerking zouden kunnen overwegen netwerken van binnenlandse contactpunten voor zorgdiensten op te richten, die zowel op nationaal als EU-niveau gebruikt zouden kunnen worden om informatie te verwerven over zorgdiensten en de kwaliteit van deze diensten, alsook om klachten in te dienen over de kwaliteit ervan.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk.(PT) Een eerlijke lastenverdeling tussen de generaties zal één van de belangrijkste uitdagingen voor het sociale beleid van de nu volgende jaren worden. We zijn daarom blij dat dit verslag erop wijst dat we de solidariteit tussen de generaties moeten waarborgen. Het verslag geeft daarvoor een aantal ideeën, waaronder in de eerste plaats het idee om beleidsmaatregelen voor actief oud worden te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Evelyn Regner (S&D), schriftelijk. (DE) Ik heb voor het verslag over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties gestemd omdat de aanbeveling in het ontwerpverslag om de financiering van de pensioenstelsels te wijzigen, door het Europees Parlement niet is aangenomen. Ik spreek mij duidelijk uit tegen de eis dat particuliere pensioenvoorziening moet worden aangemoedigd en dat ervoor moet worden gezorgd dat de pensioenen in de overheidssector zowel qua premie- als qua uitkeringsniveau niet aantrekkelijker zijn dan vergelijkbare pensioenen in de particuliere sector. Bovendien behoren particuliere pensioenfondsen geen belangrijker rol te spelen bij het verlichten van de toekomstige lasten als gevolg van de uitkering van algemene ouderdomspensioenen. In geen geval mag het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel worden vervangen door stelsels met kapitaaldekking. Ik ben van mening dat het omslagstelsel het economisch meest efficiënte en duurzame systeem is. Ik heb echter tegen het in de resolutie geformuleerde verzoek gestemd om "gereglementeerde migratie van arbeidskrachten in overweging te nemen". Deze formulering impliceert mijns inziens indirect een positief standpunt ten aanzien van de immigratie van arbeidskrachten uit derde landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Wij groenen hebben de tekst gesteund omdat paragraaf 99 (over door privékapitaal gefinancierde stelsels) is geschrapt en omdat in de rest van de tekst enkele positieve punten van de groenen zijn verwerkt, bijvoorbeeld dat maatregelen ten aanzien van de pensioenleeftijd eigenlijk gebaseerd moeten zijn op de behoeften van de betrokken personen, dat perioden die aan werk, scholing, zorg of vrijwilligerswerk worden besteed elkaar aanvullen en waardevolle ervaring opleveren voor mensen van alle leeftijden, dat leeftijdsdiscriminatie moet worden bestreden en dat landspecifieke doelen moeten worden bepaald voor beschikbaarheid van opleiding en levenlang leren voor oudere werknemers, gespecificeerd naar leeftijdsgroep en geslacht, dat de inzetbaarheid van ouderen op de arbeidsmarkt eveneens afhangt van zelfstandigheid en individuele keuzes voor werknemers en een beter evenwicht tussen arbeid en leven, dat het combineren van arbeid en zorg, om te voorkomen dat vrouwen onevenredige lasten moeten dragen wegens de toenemende vraag naar zorg in een vergrijzende samenleving, in alle lidstaten voor mannen en vrouwen mogelijk moet worden en dat deze taken gelijkelijk worden verdeeld over mannen en vrouwen

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. − (IT) Het deel van dit verslag waarin wordt voorgesteld fiscale en administratieve lasten voor bedrijven terug te dringen is positief. Dit is een belangrijk doel om concurrentie uit derde landen te beperken, waar niet alleen de belastingen, maar ook de productie- en arbeidskosten aanzienlijk lager zijn dan in Europa.

Ook het voorstel om pensioenverplichtingen voor ouderen te beperken is positief, zowel vanwege de stijging van de gemiddelde leeftijd als vanwege de verbeterde gezondheid, waardoor mensen die dat willen door kunnen blijven werken. Het is betreurenswaardig dat via amendementen die naar onze mening onaanvaardbaar zijn, onderdelen zijn opgenomen die in het geheel niet relevant zijn voor het verslag en die tot doel hebben de integratie van mensen van buiten de Europese Unie te bevorderen. Dat besluit, dat werd gesteund door de meerderheid van dit Parlement, biedt ons helaas geen andere keus dan tegen het verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marco Scurria (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik wil graag van de gelegenheid gebruik maken om te benadrukken dat een menswaardige maatschappij gebaseerd moet zijn op het beginsel van rechtvaardigheid tussen de generaties en dat leeftijdsdiscriminatie de solidariteit tussen de generaties op het spel zet, tot armoede leidt en verboden is op grond van de oprichtingsverdragen.

Werk is meer dan alleen betaalde arbeid en alle mensen, jongeren en ouderen, dragen, ook via werk binnen het gezin, in aanzienlijk mate er toe bij dat onze maatschappij menselijker wordt en de stabiliteit van diensten en banen wordt verbeterd.

Met dit verslag doen wij een beroep op regeringen om vrijwilligerswerk op het gebied van gemeenschaps- en gezinszorg te vergemakkelijken en te erkennen en zo spoedig mogelijk de wettelijke aansprakelijkheidsproblemen in dat verband op te lossen. Ik ben tevens verheugd dat dit verslag de lidstaten oproept maatregelen te nemen voor de erkenning van onzichtbaar en informeel werk van gezinsleden, met name van vrouwen, ongeacht de leeftijd, die in het kader van de solidariteit tussen de generaties zorg verlenen aan de oudste en jongste gezinsleden.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE), schriftelijk. (PL) Het is een feit dat heel Europa te maken heeft met demografische veranderingen zoals een vergrijzende samenleving, lage geboortecijfers, migratie van armere naar rijkere landen, hogere levensverwachting, latere toetreding tot de arbeidsmarkt, een stijgend aantal eenpersoonshuishoudens en huishoudens zonder kinderen, enzovoorts. Dit vertaalt zich in een enorme behoefte aan verandering, ingegeven door de nieuwe demografische uitdagingen en de groeiende rol van het bijeenbrengen van de generaties. Hierop zal moeten worden gereageerd met de invoering van zogenaamde generatieoverschrijdende boekhoudmethoden, een hervorming van de verzorgings- en belastingstelsels in Europa, waaronder de pensioenstelsels, waarbij een goede zorg aan de oudere generaties moet worden geboden terwijl een opeenhoping van schulden voor de jongere generaties moet worden vermeden. Een hervorming van het Stabiliteits- en groeipact is daarom noodzakelijk, zodat de lidstaten kunnen voldoen aan hun verplichting om hun pensioenstelsels duurzamer te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Marc Tarabella (S&D), schriftelijk. – (FR) Het verslag van de heer Mann over demografische vraagstukken en solidariteit tussen de generaties werpt licht op de aan demografische veranderingen gelieerde uitdagingen, met name werkloosheid en onzeker werk, onderwijs en discriminatie van kwetsbare groepen. Het onderstreept de noodzaak van solidariteit tussen de generaties en doet steekhoudende suggesties. Ik noem in het bijzonder het initiatief Europees Pact 50plus waarbij onder andere wordt gestreefd naar bestrijding van leeftijdsdiscriminatie, volledige werkgelegenheid tot de wettelijke pensioenleeftijd en ondersteuning voor de re-integratie van gehandicapt geraakte ouderen. Dat ik mij heb onthouden tijdens de eindstemming over dit meer dan bevredigende verslag, komt doordat paragraaf 24 is gehandhaafd, waarin wordt gestreefd naar de afschaffing van verplichte pensioenleeftijden. Als wij geen waarborgen voorzien waarmee onze ouderen met pensioen kunnen gaan, kunnen wij hun niet langer een aangename herfst van hun leven garanderen. Ik wil niet dat onze ouderen net als in de negentiende eeuw tot aan hun dood moeten werken.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk.(PT) Solidariteit is één van de waarden die de Europese Unie schragen. Daarom is het belangrijk dat we die solidariteit concrete invulling geven in de vorm van een eerlijke lastenverdeling tussen de generaties. De lidstaten worden nu met een aantal uitdagingen op demografisch en sociaal gebied geconfronteerd die ons dwingen solidariteit tussen de generaties te verzekeren. Als er geen concrete maatregelen worden genomen zullen de toename van de levensverwachting en de daling van het geboortecijfer nefaste gevolgen hebben voor de Europese stelsels voor sociale zekerheid.

Gelet op de huidige conjunctuur gelooft het Europees Parlement dat het nodig is een dialoog op gang te brengen over de betrekkingen tussen de generaties. Het verslag noemt een groot aantal sectoren, van onderwijs en werkgelegenheid voor zowel ouderen als jongeren, gezondheid en sociale uitkeringen, gezins- en geboortebeleid en de ontwikkeling van sociale stelsels, tot migratiebeleid, dat we zullen moeten voeren om de gevolgen van een vergrijzende maatschappij op te vangen.

Ik hoop dat de in dit verslag genoemde initiatieven geïmplementeerd worden en dat we erin slagen rechtvaardigheid en een dialoog tussen de generaties in de Europese Unie te realiseren

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. (LT) Dames en heren, in het verslag wordt terecht opgemerkt dat de gestaag dalende bevolkingsaantallen en de aanhoudende tendens van dalende geboortecijfers in de Europese Unie de Europese economie en samenleving voor talloze uitdagingen plaatsen. De structurele veranderingen die de arbeidsmarkt van de EU door deze ontwikkelingen ondergaat, zijn vooral negatief van aard. In Litouwen worden deze demografische problemen nog verergerd door de massale exodus van jongeren naar het buitenland. Wij zijn een klein land en raken in snel tempo onze meest actieve bevolkingsgroep kwijt, namelijk de 25- tot 40-jarigen, waar veel geld in opvoeding en onderwijs in is geïnvesteerd. Litouwen heeft de talenten, ervaringen en ijver van deze groep hard nodig om de genoemde demografische uitdagingen het hoofd te kunnen bieden. Vandaar dat ik het initiatief "Europese Jeugdgarantie" dat door de rapporteur wordt voorgesteld, waarbij iedere jongere in de EU na zes maanden werkloosheid een baan, een opleidingsplaats of een aanvullende opleiding krijgt, van harte ondersteun. Ook zou meer moeten worden gedaan om de geboortecijfers te verhogen: toegankelijke opvang, onderwijsvoorzieningen en begeleiding van hoge kwaliteit voor jonge kinderen is de eerste stap in de goede richting. Ook moeten wij een einde maken aan de sociale uitsluiting van ouderen. Wij moeten de maatschappij, en het bedrijfsleven in het bijzonder, ervan overtuigen dat ouderen geen last zijn. Hun ervaringen, prestaties en kennis zijn voor alle generaties van nut.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Christine Vergiat (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Ik stem tegen dit verslag dat eens te meer aantoont dat de meerderheden die Europa besturen niet in staat zijn om te luisteren naar de eisen van de Europese burgers.

Hoewel de Europese Unie wat deze kwesties betreft geen bevoegdheid heeft over de exclusieve bevoegdheden van de lidstaten, slaat de heer Mann tegelijkertijd de sociale verworvenheden en het subsidiariteitsbeginsel aan diggelen.

In het verslag worden de lidstaten onder andere aangemoedigd om mensen te stimuleren na de pensioengerechtigde leeftijd door te werken en om 60-plussers ertoe te bewegen langer aan de slag te blijven doordat hun werkplek wordt aangepast aan hun gezondheidstoestand.

Ouderen moeten echter vóór alles recht hebben op een behoorlijk pensioen, dat hun in staat stelt waardig te leven.

De aanpassing aan de behoeften van de werkenden aan het einde van hun loopbaan wordt bovendien hoofdzakelijk gerealiseerd door middel van vervroegd pensioenregelingen, die de heer Mann desalniettemin simpelweg wil ontmantelen.

Wel ben ik blij dat een passage waarin wordt onderstreept dat het op basis van het omslagprincipe functionerende stelsel moet worden vervangen door stelsels met kapitaaldekking, door het Europees Parlement is verworpen.

Onder het mom van solidariteit tussen de generaties voelt de heer Mann zich zelfs genoodzaakt ons eraan te herinneren dat ouderen gelijk moeten worden behandeld als menselijke wezens met grondrechten. Waarvan akte.

(Stemverklaring ingekort overeenkomstig artikel 170 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Hermann Winkler (PPE), schriftelijk. (DE) Collega Mann heeft zoals gewoonlijk goed werk geleverd met zijn verslag over een gevoelige kwestie, zodat ik vóór het verslag kon stemmen. Ik zou echter nog één aanvullend aspect willen aanstippen. Als afgevaardigde uit Saksen, een regio die op grote schaal te lijden heeft onder de demografische verandering, alsook als lid van de Commissie industrie, onderzoek en energie en rapporteur van het initiatiefverslag over het toekomstige innovatiebeleid van de EU zou ik erop willen wijzen dat we op het niveau van de Unie en vooral op het niveau van de lidstaten de demografische verandering natuurlijk moeten blijven bestrijden en de regio's aantrekkelijker moeten maken voor jonge mensen, met name door voor meer economische groei te zorgen, arbeidsplaatsen te scheppen en een doelgericht onderwijsbeleid te voeren. Ik zou echter eveneens willen benadrukken dat oudere werknemers met name in het mkb van bijzonder belang zijn voor innovatie. De EU erkent eindelijk dat innovatie in het mkb niet alleen in nieuwe uitvindingen op technologisch gebied bestaat, maar bijvoorbeeld ook in de specifieke aanpassing van een product aan de wensen en behoeften van de klant of in de verbetering van het dienstverleningsproces. Juist op dit gebied kunnen oudere werknemers op grond van hun rijke ervaring voor innovatie in het bedrijf zorgen. Ook om deze reden moet discriminatie op het werk op grond van leeftijd worden bestreden. De EU en de lidstaten dienen hiermee bij de ontwikkeling van hun sociale en arbeidswetgeving te allen tijde rekening te houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. − (SK) Laten we niet in de war raken door de terminologie: het verslag dat we hebben aangenomen gaat meer over het vinden van nieuwe arbeidskrachten dan over solidariteit. De demografische crisis is geen ontdekking van gisteren. Sommigen van ons wijzen er al jaren op. Jarenlang hebben we het er al over dat Europa aan het vergrijzen en uitsterven is. Nu staat het probleem voor de deur en zoeken we koortsachtig naar oplossingen. Simpele logica brengt ons al op diverse oplossingen. Het opschuiven van de pensioengerechtigde leeftijd, verhoging van het geboortecijfer, meer vrouwen betrekken in het formele arbeidsproces, meer immigranten toelaten en deze laten integreren in de maatschappij. Daartoe zijn we allemaal bereid en het voorliggende verslag gaat daarover. Ik ben er echter niet helemaal zeker van of dat helpt, en als het helpt, voor hoe lang. We proberen namelijk niet de oorzaak, maar de gevolgen op te lossen. We gedragen ons als de deelnemers aan een piramidespel die zien dat de basis van de piramide begint te stagneren. We zoeken meer spelers om de basis te kunnen verbreden. Door de woorden „solidariteit“ en „evenwicht tussen werk en gezin“ doelbewust een nieuwe betekenis te geven, vernietigen we echter werkelijke solidariteit en halen we kinderen weg bij hun ouders. Toch heb ik gestemd vóór het voorliggende verslag. Ik beschouw het namelijk als een belangrijke bijdrage aan het fundamentele debat over het overleven van de Europese beschaving.

 
  
  

Verslag-da Graça Carvalho (A7-0274/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Oana Antonescu (PPE), schriftelijk. (RO) Onderzoek levert een fundamentele bijdrage aan economische groei, werkgelegenheid en groene en duurzame energie. Ik ben er voor om in de Europese Unie meer onderzoek te financieren, omdat het van essentieel belang is om een Europese ruimte van onderzoek te verwezenlijken die maakt dat op onderzoeksgebied de hoogste normen van excellentie, doelmatigheid en efficiëntie worden bereikt, waardoor de beste wetenschappers naar Europa worden gelokt, respectievelijk voor Europa worden behouden, en een op innovatie en kennis gebaseerde economie wordt bevorderd. Europa moet investeren in onderzoek ten behoeve van nieuwe producten en diensten die de levenskwaliteit van haar burgers vergroten. Ik heb vóór dit kaderprogramma gestemd omdat ik geloof dat het de onderzoeksgemeenschap, de academische wereld, organisaties uit het maatschappelijk middenveld, ondernemingen en de industrie stimuleert om aan onderzoeksprojecten deel te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) Onderzoek en ontwikkeling zijn twee grote uitdagingen voor de toekomst van de Europese Unie in de huidige mondiale context. Ik steun derhalve het initiatief van het Europees Parlement dat gericht is op het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de EU-kaderprogramma's voor onderzoek. Mijn collega's en ik hebben aldus gemeend dat de mededeling van de Europese Commissie inzake het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de kaderprogramma's voor onderzoek serieuze en creatieve maatregelen bevat voor het aanpakken van de knelpunten waarmee deelnemers aan kaderprogramma's worden geconfronteerd. Het gaat er hier om het vertrouwen van de Europese financiering in de kandidaten alsmede de risicotolerantie ten aanzien van deelnemers in alle stadia, met flexibele Europese regels, te vergroten. De resolutie weerspiegelt het feit dat het huidige systeem in excessieve mate is gericht op controle en daardoor leidt tot verspilling van middelen en een lagere participatiegraad. Tot slot verheugen wij ons over de algemene tendens tot verkorting van de gemiddelde tijd tot aan het verlenen van een subsidie en de tijd van uitbetaling, ondanks het feit dat er nog verdere vooruitgang kan worden geboekt.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (ALDE), schriftelijk. (GA) Ik steun met overtuiging wat in dit verslag wordt gezegd over het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de EU-kaderprogramma's voor onderzoek. Bureaucratie en excessieve administratieve en reglementaire vereisten maken de aanvraagprocedure alleen maar ingewikkelder en dragen bij aan de problemen waar kleine organisaties en kleine en middelgrote bedrijven tegenaan lopen wanneer zij financiering proberen te vinden voor hun onderzoek. Het feit dat de onderzoekgemeenschap zelf aandringt op aanpassing van de regels, op vereenvoudiging van de procedures en eisen en op meer vertrouwen bij de communautaire financiering van onderzoek, maakt maar al te duidelijk dat er behoefte is aan versoepeling van de procedures voor de financiering van onderzoek. Alleen zo kan ervoor worden gezorgd dat onderzoek en innovatie doeltreffend en overal in Europa kunnen plaatsvinden. Deze vereenvoudiging en grotere doeltreffendheid zullen een positieve invloed hebben op de algemene onderzoeksituatie in de EU, en zou ook ten goede komen aan de belanghebbende partijen. Ik steun het verzoek van het Parlement om de tenuitvoerlegging van een vereenvoudigingsproces ten behoeve van stabiliteit en rechtszekerheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (LT) Ik heb vóór dit verslag gestemd. Wetenschap, onderwijs en innovatie zijn de peilers van economische groei en werkgelegenheid. Europa moet in innovatie investeren als het nieuwe producten en diensten wil ontwikkelen. Deze zullen een bron van nieuwe werkgelegenheid en groei vormen, en dat zal Europa een sterkere concurrentiepositie geven en bijdragen tot hogere levenskwaliteit. De onderzoeksgemeenschap toont zich al enige tijd bezorgd over het feit dat de uitvoering van onderzoeksprogramma's en de ontwikkeling van innovaties minder snel verlopen dan men had gehoopt, omdat buitengewoon ingewikkelde administratieve eisen worden gesteld. Dit is met name een probleem voor kleinere organisaties, zoals KMO's, hightechstarters en kleinere instituten, universiteiten en onderzoekscentra. Er is een reële behoefte aan het verbeteren en stroomlijnen van de procedures voor onderzoeksfinanciering. Op dit moment gelden voor elk instrument van het kaderprogramma aparte regels en procedures, wat een ernstige belemmering vormt voor het indienen van aanvragen. Ik ben het ermee eens dat bij het debat over het achtste kaderprogramma voor onderzoek de meeste aandacht moet uitgaan naar de vereenvoudiging van de administratieve procedures om te zorgen voor een uniforme interpretatie en toepassing van de regels en de procedures in alle programma's en instrumenten.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. (RO) De Europese Unie is zich er heel goed van bewust dat onderzoek en innovatie de sleutel voor de toekomst vormen, omdat daarmee niet alleen nieuwe producten worden gecreëerd, maar ook nieuwe banen en middelen en, in het verlengde daarvan, economische groei. Deze ontwikkeling zal zeker helpen om de concurrentiekracht van Europa te vergroten en dus ook om de levenskwaliteit te verbeteren. Maar onder de huidige omstandigheden zal de toename van de administratieve formaliteiten voor subsidieaanvragen voor onderzoeks- en innovatieprogramma's het enthousiasme van de deelnemers, die toch al beginnen te twijfelen aan dit proces, alleen maar verder verminderen. Het huidige systeem moet worden vervangen door een systeem dat aanvragers meer vertrouwen geeft. Een stap in de goede richting zou zijn om de procedure voor het controleren van de financiële en administratieve aspecten van projecten te vereenvoudigen en tegelijkertijd de procedure voor de wetenschappelijke en technologische beoordeling te versterken. Om te beginnen zou het mogelijk moeten zijn de administratieve controleprocedure te vereenvoudigen en daardoor het vertrouwen van de wetenschapsgemeenschap en het bedrijfsleven te vergroten. Er moet een evenwicht worden gevonden tussen vertrouwen en controle en tussen het nemen van risico's en de daaraan verbonden gevaren, zodat onderzoeksmiddelen goed worden beheerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. (IT) Ik wil graag de rapporteur, mevrouw Carvalho, feliciteren met haar werk. Ik ben er sterk van overtuigd dat wetenschap, innovatie en onderzoek de belangrijkste motoren zijn van economische groei in Europa en van de groei van werkgelegenheid. Het is niet voor niks dat onderzoek en innovatie de kern vormen van het Europa-2020 initiatief. Het is dan ook tijd dat Europa meer in deze sectoren investeert. Om op mondiaal niveau te kunnen concurreren moet de EU innovatieve producten en moderne diensten creëren. Juist hierom neemt het aantal aanvragen voor financiering iedere dag toe, wat betekent dat er behoefte is aan een algemene vereenvoudiging van de financiële verantwoordingseisen, evenals aan harmonisering van de regels en procedures, die momenteel sterk van elkaar verschillen. Ik heb vóór het verslag gestemd, omdat ik het eens ben met het feit dat we snel met een antwoord moeten komen voor de onderzoeksgemeenschap, die luid om deze veranderingen heeft gevraagd. Ik ben het eens met de door de rapporteur voorgestelde aanpak om het financieringsstelsel niet te baseren op resultaten, aangezien die de wetenschappelijke ambitie van onderzoekers zou kunnen beperken, maar op wetenschappelijke aspecten en dus op excellentie. Administratieve vereenvoudiging is een van de belangrijkste prioriteiten van Europa en een hogere mate van internationalisering van het kaderprogramma zou nieuwe kansen en mogelijkheden kunnen creëren voor samenwerking met derde landen en ontwikkelingslanden.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Dit verslag behelst een voorstel voor de vereenvoudiging van het toezicht op de financiële en administratieve aspecten van projecten en een verscherping van de wetenschappelijke en technologische evaluatie aan de hand van een “peer review”, met gebruikmaking van op excellentie gebaseerde criteria. De Commissie is belast met de tenuitvoerlegging van deze aanbevelingen. Daartoe heeft ze behoefte aan de begeleiding en politieke ondersteuning van het Europees Parlement en de Raad. Dit vereenvoudigingsproces zou in de toekomst ook op andere Europese programma's kunnen worden toegepast, in de eerste plaats op de structuurfondsen. Programma's met eenvoudiger regels zullen ook transparanter en doeltreffender zijn. Ik wil graag mijn collega's, alsook de heer Cerexhe van het Belgisch voorzitterschap en commissaris Geoghenan-Quinn, en iedereen die in het kader van de openbare raadpleging een bijdrage heeft geleverd, bedanken voor hun steun. Het is van cruciaal belang dat we de toegang tot onderzoeksmiddelen vereenvoudigen en een beoordelingscultuur ontwikkelen. En die moet gebaseerd zijn op een partnerschap dat voortbouwt op het vertrouwen van alle betrokkenen. Zo kunnen we onderzoek en innovatie in Europa bevorderen. Dat zal Europa een aantrekkelijke ruimte maken om in te wonen, om in te werken en om gelukkig in te zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk.(PT) Onderzoek en ontwikkeling zijn van cruciaal belang voor het verwezenlijken van de doelstellingen die de Europese Unie in haar Europa 2020-strategie heeft vastgelegd. De reikwijdte van de Europese programma's voor onderzoek en innovatie is in de loop der jaren groter geworden, zowel wat betreft het aantal aanvragen als wat betreft de beschikbaar gestelde begrotingsmiddelen. Voor kleine en middelgrote ondernemingen is de met deze programma's samenhangende bureaucratie en complexiteit evenwel een obstakel. Het is nog steeds – zeker voor nieuwkomers – heel moeilijk om toegang te krijgen tot de programma's en voorstellen te formuleren, men vindt de administratieve lasten voor het beheer en de boekhouding van de projecten te hoog, en de gemiddelde tijd die verstrijkt tussen het toekennen en het uitkeren van een subsidie is te lang. De mechanismen zoals die bij de kaderprogramma's voor onderzoek worden gehanteerd dienen daarom zo snel mogelijk te worden vereenvoudigd en up-to-date gebracht. Dat zal ook leiden tot de vereenvoudiging van het toezicht op de financiële en administratieve aspecten van projecten en een verscherping van de wetenschappelijke en technologische evaluatie. Ik ben ingenomen met dit initiatief van de Europese Commissie om iets te doen aan deze status quo, en ik wil de rapporteur, mevrouw Carvalho, graag gelukwensen met het uitstekende werk dat ze verricht heeft bij formuleren van voorstellen voor concrete maatregelen om het bestaande systeem te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) De schaalvoordelen die zijn gerealiseerd dankzij de kaderprogramma's voor onderzoek van de Europese Unie vormen een van de belangrijkste bijdragen van de EU-instellingen aan het welzijn en de langetermijngroei van de lidstaten. In tijden van sterke internationale concurrentie is dat echter niet genoeg. Sterker nog, het is altijd noodzakelijk resultaten te monitoren, de haalbaarheid van bepaalde kansen te bestuderen en nauwe betrekkingen te onderhouden met de wetenschapswereld, die de maatschappij een enorme dienst bewijst. Door het verminderen van de bureaucratie en het stroomlijnen van de openbare aanbestedingen zouden wetenschappers zich beter op hun eigen professionele doelstellingen kunnen richten, dankzij het gebruik van middelen en vaardigheden die anders verspild zouden worden. We mogen niet vergeten dat deze financiële middelen worden uitgetrokken om op efficiënte wijze te worden gebruikt. Verdiensten vormen weliswaar een essentieel onderdeel van efficiëntie, maar het mag niet zo zijn dat de wetenschap wordt gehinderd door bureaucratische vereisten waarvan het nut twijfelachtig is.

 
  
MPphoto
 
 

  António Fernando Correia de Campos (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór dit belangrijke verslag gestemd, dat erop gericht is de regels voor de financiering en implementatie van het zevende kaderprogramma (KP7) te vereenvoudigen. Er bestaat brede steun voor dit verslag, aangezien de genoemde vereenvoudiging essentieel is voor het verbeteren van ons concurrentievermogen en het vergroten van de impact van onderzoek in Europa. De Unie volgt een strategie die gebaseerd is op een kenniseconomie, en dat betekent dat het belangrijkste Europese instrument voor de financiering van onderzoek en ontwikkeling tegemoet moet komen aan de behoeften van de wetenschappelijke gemeenschap. Om de Europese Onderzoeksruimte aantrekkelijker te maken zullen de programma's toegankelijker moeten worden. De nadruk moet meer en meer op excellentie komen te liggen en de basis voor het verlenen van steun voor innovatie en de overdracht van technologie aan Europese ondernemingen moet worden versterkt. Het verslag verschaft de Commissie duidelijke richtsnoeren en opties voor het vereenvoudigen van het KP7. De Commissie doet er verstandig aan deze inspanningen voort te zetten bij het voorbereiden van het toekomstig achtste kaderprogramma en de gebruiker in dat programma een centrale plaats toe te kennen. De onderzoekssector in Europa mag niet langer de negatieve gevolgen ondervinden van de procedurele gebreken die de kaderprogramma's tot nu hebben gekenmerkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb vóór vereenvoudiging van de uitvoering van de kaderprogramma's voor onderzoek gestemd, omdat deze vereenvoudiging een essentieel onderdeel is van het faciliteren van de ontwikkeling van wetenschap en onderwijs. Dit kan op zijn beurt helpen bij het creëren van nieuwe banen en het stimuleren van economische groei, waarmee weer de concurrentiekracht van de EU wordt vergroot en de levenskwaliteit van haar burgers verbeterd. Het huidige systeem moet worden vervangen door een systeem dat aanvragers meer vertrouwen geeft. In een poging om een juist gebruik van EU-middelen te verzekeren is de stijging van het aantal financieringsaanvragen gepaard gegaan met een even grote stijging van het aantal controlemechanismen. Voor een goed financieel beheer van de EU-onderzoeksmiddelen is het nodig dat een evenwicht wordt gevonden tussen vertrouwen en controle en tussen het nemen van risico's en de daaraan verbonden gevaren. Een andere reden waarom ik vóór heb gestemd, is dat de vereenvoudiging de nieuwe lidstaten in Oost-Europa gemakkelijker toegang geeft tot de relevante middelen en ze op die manier stimuleert om het niveau van hun onderzoek op te trekken tot dat van de West-Europese landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat ik van mening ben dat de uitvoering van het zevende kaderprogramma voor onderzoek (KP7) op bepaalde punten tekort is geschoten, waardoor het niet onder ideale omstandigheden kon worden geïmplementeerd. Ik denk dat dit voorstel de noodzakelijke oplossingen verschaft voor het vereenvoudigen van de subsidieprocedures en voor een grotere participatie van kleine ondernemers en nieuwe deelnemers, en tevens zal zorgen voor meer synergie tussen het KP7 en andere Europese fondsen, waaronder de structuurfondsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag gestemd omdat ik van mening ben dat onderzoek een fundamentele bijdrage levert aan economische groei, schepping van arbeidsplaatsen en milieuduurzaamheid. Naast de door haar voorgestelde vereenvoudiging zou de Europese Unie een gedetailleerd plan moeten opstellen voor de ontwikkeling van een onderzoekinfrastructuur in de verschillende lidstaten, teneinde gelijke kansen te creëren voor toegang tot financiering.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Allereerst wil ik mevrouw Carvalho feliciteren met haar werk aan dit verslag en met de uitslag van de stemming, zowel in de Commissie industrie, onderzoek en energie als hier in de plenaire vergadering. Uiteraard is dit succes te danken aan haar inspanningen en inzet voor vraagstukken op het gebied van innovatie, onderzoek en wetenschap. Ik weet dat onderzoek en innovatie een essentiële bijdrage leveren aan economische groei en arbeidsplaatsen scheppen, die in de huidige situatie van groot belang zijn voor het economisch herstel binnen de EU, en dat zij bijdragen aan de Europa 2020-strategie. De officiële besprekingen over het stimuleren van onderzoek en innovatie zijn echter ontoereikend om dit te realiseren. Onlangs hebben, zoals de rapporteur al schreef, "13 000 onderzoekers hun handtekening gezet onder een verzoekschrift waarin werd gevraagd om vereenvoudiging van de procedures en meer vertrouwen bij de communautaire financiering voor onderzoek". Daarom is het, zoals de rapporteur stelt, belangrijk om een stap in de richting van administratieve en financiële vereenvoudiging te doen. Dit verslag zet de lijnen uit die we moeten, en hopelijk zullen, volgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Grossetête (PPE), schriftelijk. – (FR) Het is van essentieel belang dat wij onderzoekers en investeerders door middel van prikkels ertoe bewegen in Europa te blijven. De bestrijding van de hersenvlucht moet een prioriteit blijven voor de Europese Unie.

Hiertoe moeten wij het beheer en de financiering van de kaderprogramma's voor onderzoek heroriënteren en vereenvoudigen. De financiële middelen moeten op een rechtstreeksere manier worden verstrekt en onze ondernemingen, universiteiten en onderzoekslaboratoria tot voordeel strekken.

Het huidige, in excessieve mate op controle gerichte systeem van de financiering van onderzoek leidt tot verspilling van middelen.

Zoals in het verslag wordt onderstreept verheugen wij ons over de algemene tendens tot verkorting van de gemiddelde tijd tot aan het verlenen van een subsidie en de tijd van uitbetaling, opdat de deelneming aan deze onderzoeksprogramma's wordt bevorderd. Wij moeten absoluut het administratieve juk afwerpen, dat de goede werking van deze programma's in de weg staat.

 
  
MPphoto
 
 

  Alan Kelly (S&D), schriftelijk. − (EN) Met de stijging van het aantal Europese onderzoeks- en innovatieprogramma's en het aantal mensen dat financiering aanvraagt is het van belang dat degenen die een aanvraag willen indienen niet in het proces komen vast te zitten. Deze stap tot vereenvoudiging van het programma is met veel instemming begroet.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk. (RO) Mijn beslissing om dit verslag te steunen is gebaseerd op drie factoren. De eerste is de relatie van dit verslag met mijn voorgaande activiteiten. Ik noemde al de bijzondere aandacht van burgers voor onderzoek op het terrein van vroegtijdige opsporing en preventie van kanker. Het is duidelijk geworden dat onderzoek van essentieel belang is voor het verbeteren van de levenskwaliteit van mensen, mits er een duidelijke relatie bestaat. Vandaar dat ik van mening ben dat dit verslag, dat erop is gericht de procedure voor het toekennen van subsidies voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie uit hoofde van het zevende kaderprogramma te vereenvoudigen, het waard is om gesteund te worden. De tweede factor houdt verband met het belang dat ik persoonlijk hecht aan het MKB als sleutelcomponent voor economische ontwikkeling en voor de vergroting van de mondiale concurrentiekracht van de Europese Unie. De opmerkingen in het verslag over het verschaffen van toegang tot informatie en over het faciliteren van de participatie van KMO's door het ontwikkelen van de "één-loket-aanpak" en het proefproject "Open toegang", en over het houden van voorlichtingscampagnes, zijn een andere reden waarom ik vóór dit verslag heb gestemd. Last but not least ben ik blij met de opmerking dat de financiële bijdragen uit het hoofde van het achtste kaderprogramma transparant, flexibel en gemakkelijk toegankelijk moeten zijn. De voorstellen die in het verslag worden gedaan voor vereenvoudiging en voor het uitleggen en beoordelen van resultaten zijn prijzenswaardig.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Het is van essentieel belang om de toegang tot kaderprogramma's voor onderzoek te vereenvoudigen op een manier die potentiële belanghebbenden motiveert tot participatie en voorkomt dat aanzienlijke middelen worden verkwist. We mogen niet vergeten dat onderzoek een vitale bijdrage levert aan economische groei, het scheppen van arbeidsplaatsen en groene en duurzame energie. Het is daarom tijd om te zorgen voor coördinatie tussen het nationale, regionale en Europese beleid op onderzoekgebied om belangrijke obstakels bij het bereiken van vanuit financieel opzicht gunstige oplossingen te vermijden. We moeten dan ook streven naar verdere vereenvoudiging en harmonisering van de regels en procedures, waarbij de vereenvoudiging geen doel op zich mag zijn, maar eerder een middel moet zijn om de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van de communautaire financiering van het onderzoek te verzekeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk. – (FR) Onderzoekers, onderzoeksinstituten, universiteiten en ondernemingen raken meer en meer ontmoedigd wat betreft de kaderprogramma's voor onderzoek als gevolg van het ingewikkelde karakter van de aanbestedingsprocedure van de Commissie. De 2020-strategie is echter gericht op de verbetering van de raamvoorwaarden en de toegang tot financiering voor onderzoek en innovatie. Er moet immers worden gewaarborgd dat innovatieve ideeën worden omgezet in producten en diensten die groei en werkgelegenheid kunnen creëren. Uit het oogpunt van doeltreffendheid en de bevordering van kwalitatief hoogstaand onderzoek was het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de kaderprogramma's voor onderzoek dan ook bijzonder wenselijk. Wij moesten deze maatregelen nemen om aantrekkelijk te blijven en de beste wetenschappers naar Europa te kunnen lokken en hier te kunnen houden, en om concurrerend te blijven in een geglobaliseerde economie. Ik verwelkom het ontwerpverslag dat erop is gericht een evenwicht te vinden tussen vertrouwen en controle, tussen het nemen van risico's en het vermijden ervan, en tegelijkertijd een goed financieel beheer te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (LV) Ik ben het ermee eens dat we de financiering van deze programma's moeten vereenvoudigen, maar dan wel op één voorwaarde: wanneer er eenmaal een resultaat is, moet dit kosteloos beschikbaar worden gesteld aan alle EU-landen. Anders zal het volgende gebeuren: een bepaald EU-land voert een onderzoeksproject uit met geld van een EU-structuurfonds, met communautaire middelen dus, maar nadat het resultaat is bereikt – of dat nu een nieuw product of een nieuwe technologie is – verkoopt het dit aan de andere EU-lidstaten. Dat is onacceptabel. Het is belangrijk dat wie meedoet aan de financiering kosteloos kan beschikken over de resultaten van onderzoeksprojecten die zijn uitgevoerd met gemeenschappelijke EU-middelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Ten behoeve van het economisch herstel werden tijdens de financiële crisis, die is uitgegroeid tot een economische crisis, begrotingsmiddelen van de EU ter hoogte van vier à vijf miljard euro uit subsidiefondsen die niet volledig zijn besteed, overgeheveld naar projecten op het gebied van energie. Zoals de Commissie in haar presentatie van de energiestrategie 2020 heeft verklaard, zijn voor de uitbreiding van het verouderde elektriciteitsnetwerk in Europa in de komende jaren investeringen ter waarde van één biljoen euro nodig. Het valt te verwachten dat niet de energiesector, maar de consument voor de kosten zal moeten opdraaien. Een belangrijke rol is in dit verband met name weggelegd voor het onderzoek op energiegebied, voor zover dit zich concentreert op technologieën die daadwerkelijk tot kostenbesparingen leiden. Er moet een eind worden gemaakt aan de preoccupatie met kernenergie, die niet alleen het risico van milieurampen met zich meebrengt, maar bovendien helemaal niet goedkoop is indien de hoge kosten voor de definitieve opslag van kernafval – een probleem dat nog steeds niet is opgelost – worden meegerekend. De aandacht moet uitgaan naar groene technologie. Ik heb voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) Het verslag beoogt een vereenvoudiging van de procedures en een vermindering van de kosten. Bovendien worden prikkels geboden voor een grotere participatie van de particuliere sector. Ik heb daarom voor het onderhavige verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) We leven in een mondiale economie, waarin de concurrentie niet meer bestaat uit lokale, nationale of Europese bedrijven. Onze bedrijven, onderzoekers, wetenschappers en universiteiten moeten op mondiaal niveau concurreren met markten die beschikken over een enorme hoeveelheid hulpbronnen, vaak tegen veel lagere prijzen dan de onze. Het is dus zaak in innovatie en onderzoek te investeren, en minder in laaggeschoolde arbeid, aangezien onze kosten nooit zullen kunnen concurreren met die van de nieuwe economische mogendheden. Het creëren van nieuwe, hoogwaardige arbeidsplaatsen is noodzakelijk, evenals de bevordering van duurzame mobiliteit. De opleidingen en technische kwalificaties moeten worden verbeterd en afgestemd op de arbeidsmarkt. Ik hoop dat het komende kaderprogramma alle nodige middelen beschikbaar zal stellen, zodat de Unie een voorbeeld en voorloper in deze sector kan zijn en in staat zal blijven om middelen en menselijk kapitaal aan te trekken. Dat is de werkelijke uitdaging voor de komende jaren.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben zeer ingenomen met de aanneming van dit verslag, omdat het voorziet in de bevordering van onderzoek en innovatie – de drijvende krachten achter de huidige en toekomstige groei in de Europese Unie. Het verslag verwoordt het algemene gevoel onder de rechtstreeks betrokkenen dat er een nijpende behoefte is aan vereenvoudiging van en toezicht op de financiële en administratieve aspecten van de projecten, gepaard gaande met een verscherping van de wetenschappelijke en technologische evaluatie.

Met dit verslag van het Europees Parlement moet terdege rekening worden gehouden tijdens de vereiste vereenvoudiging van het zevende en achtste kaderprogramma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratieprojecten, en van alle overige programma's op het gebied van wetenschap en onderzoek die door de Commissie worden bevorderd.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik ben tevreden met de vereenvoudigingsmaatregelen die de Commissie reeds heeft genomen in het kader van de tenuitvoerlegging van het zevende kaderprogramma en steun de Commissie in haar inspanningen om te zorgen voor een grotere vereenvoudiging en verduidelijking van de regels. Zo zijn geen uiteenlopende interpretaties meer mogelijk, wordt het foutenrisico beperkt en worden de controlekosten verminderd. Een verduidelijking en vereenvoudiging van de huidige regels is wenselijk. Ik betreur het bestaan van een enorm groot aantal onderzoeksinstanties, samenwerkingsmodellen en beheersmechanismen, alsmede de complexiteit die hiervan het gevolg is, die transparantieproblemen ten aanzien van de begrotingsautoriteit veroorzaakt en die tot een uiteenlopende behandeling van de begunstigden leidt.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. (RO) Wetenschap, onderwijs en innovatie zijn de peilers van economische groei en werkgelegenheid. Europa moet in innovatie investeren als het nieuwe producten en diensten wil ontwikkelen. Onderzoek en innovatie vormen de kern van de Europa 2020-strategie. Met name kleinere organisaties – KMO's, hightechstarters en kleinere instituten, universiteiten en onderzoekscentra – hebben echter moeite met de complexiteit van de procedures voor het verwerven van de middelen die voor deze sector zijn geoormerkt. De wetenschapsgemeenschap vraagt dringend om harmonisatie van de regels en procedures en om een algemene vereenvoudiging van de eisen op het gebied van financiële verantwoording. Onlangs hebben 13 000 onderzoekers hun handtekening gezet onder een verzoekschrift waarin wordt gevraagd om vereenvoudiging van de procedures en om meer vertrouwen bij de financiering van onderzoek. Het is zeker noodzakelijk om de mechanismen die een rol spelen bij het zevende en achtste kaderprogramma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie en bij alle andere wetenschappelijke en innovatieprogramma's van de Europese Commissie, te vereenvoudigen.

Ik ben van mening dat veel meer onderzoek moet worden gedaan naar de effecten van milieu- en klimaatbeleid op werkgelegenheid en verzoek de Commissie om van dit onderzoek een prioritair onderdeel van het achtste kaderprogramma te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. (PT) Om te beginnen wil ik de aandacht vestigen op het uitstekende werk dat mijn collega, mevrouw Carvalho, aan dit verslag heeft verricht en deze gelegenheid aangrijpen om haar en plein public te feliciteren. Gezien de cruciale rol die onderzoek bij de economische ontwikkeling en schepping van arbeidsplaatsen heeft gespeeld, is het van essentieel belang dat excessieve bureaucratie en veel te lange termijnen waardoor de wetenschapsgemeenschap afhaakt, worden voorkomen. Ik neem daarom met voldoening kennis van de ingediende vereenvoudigingsvoorstellen om de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van de communautaire financiering van het onderzoek te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Teresa Riera Madurell (S&D), schriftelijk. − (ES) Sinds 1984 is er veel veranderd in de opeenvolgende kaderprogramma's voor onderzoek. Dat is gepaard gegaan met een groei van de begroting en van het aantal behandelde onderwerpen, en dat is zeker een goede zaak. Dat heeft er echter ook toe geleid dat de regels voor de deelname dusdanig ingewikkeld zijn geworden dat het gevaar reëel is dat onze beste onderzoekers er geen gebruik meer van willen maken. In het verslag staat precies wat de eisen van de academische wereld zijn, en wat de conclusies zijn van de studiebijeenkomst over de vereenvoudiging, die het Spaanse voorzitterschap in februari heeft georganiseerd. Daarom stem ik voor dit verslag. Hierin consolideren we een aantal principes en methodes, zoals een nauwe koppeling tussen dit onderwerp en de financiële vooruitzichten na 2013, de driejaarlijkse herziening van het Financieel Reglement en de toepassing van het principe van de aanvaardbare foutmarge voor het onderzoek. Dat zal van fundamenteel belang zijn voor de voorbereiding van het achtste kaderprogramma. Daarnaast kunnen we in het huidige kaderprogramma echter al allerlei andere en bescheidenere maatregelen nemen voor de vereenvoudiging, zoals goede praktijken, die het voor de huidige deelnemers makkelijker zullen maken om middelen te krijgen, en bovendien zullen leiden tot veel meer participatie; daar ben ik van overtuigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Wij van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie hebben het verslag voornamelijk gesteund omdat enkele van onze belangrijkste punten erin zijn opgenomen, zoals het punt van de organisaties uit het maatschappelijk middenveld. Zie het verslag-Buzek over het zevende kaderprogramma, amendement 278 (bijlage I, hoofdstuk IV – Capaciteiten – Onderzoek ten behoeve van het mkb – Activiteiten – alinea 1, streepje 2 bis (nieuw)): organisaties uit het maatschappelijk middenveld of netwerken van organisaties uit het maatschappelijk middenveld steunen bij het opdracht geven tot onderzoek aan onderzoeksorganisaties; openbare normen; het tijdverlies van onderzoekers aan bureaucratische processen terugdringen; vereenvoudiging is van essentieel belang voor alle kleine actoren, met inbegrip van het midden- en kleinbedrijf, maar de organisaties uit het maatschappelijk middenveld moeten niet vergeten worden; “open science” en openbaar toegankelijke databanken (een verwijzing naar de Verklaring van Berlijn); elementen in het KP en het KCI zoeken die elkaar aanvullen; voor internationale samenwerking met ontwikkelingslanden kunnen specifieke regels nodig zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. – (IT) Ik verwelkom het verslag, omdat het, in het kader van economische groei, gericht is op ondersteuning van de onderzoekssector door een vereenvoudiging van de procedures voor de tenuitvoerlegging van EU-programma´s. De stadia die doorlopen moeten worden om toegang te krijgen tot de programma's dienen gestroomlijnd te worden, overeenkomstig de beginselen van transparantie, eenvoudigheid, consistentie en rechtszekerheid. Zo kan worden tegemoet gekomen aan KMO's, universiteiten, onderzoeksinstellingen en lokale instellingen. Een nieuw te creëren internetportaal zal deelnemende onderzoekers een snelle toegang tot informatie verschaffen en de coördinatie met derde landen verbeteren, door het uitwisselen van beste praktijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Joanna Senyszyn (S&D), schriftelijk. – (PL) Ik heb het verslag inzake het vereenvoudigen van de tenuitvoerlegging van de kaderprogramma's voor onderzoek gesteund. Zonder vereenvoudiging van de administratieve formaliteiten bij aanbestedings- en uitvoeringsprocedures zal de participatie van de particuliere sector aan de kaderprogramma's niet toenemen. Het belangrijkste beoordelingscriterium, namelijk samenwerking tussen bedrijfsleven en wetenschap, maakt dat projecten zonder deelname van partners uit de sector van kleine en middelgrote ondernemingen slechts een kleine kans maken op uitvoering.

Bovendien is de selectie van buitenlandse partners voor de projecten een van de meest algemeen voorkomende problemen. Hiervoor is nog steeds meer steun van de Commissie nodig. Het belangrijkste obstakel bij de opbouw van een innovatieve economie is dat mensen niet weten dat het zevende kaderprogramma bestaat of dat zij er bang voor zijn. Door de ingewikkelde procedures concentreren veel instellingen zich hoofdzakelijk op de structuurfondsen om middelen te verkrijgen. De prestaties van Poolse groepen (volgens de beoordeling van het Pools Nationaal Contactpunt op grond van gegevens van de Europese Commissie) zijn tot nu toe weinig bevredigend. De succesfactor voor deelname van Poolse entiteiten bedraagt 18,56 procent en voor toegekende financiering 13,72 procent terwijl de gemiddelden in de EU respectievelijk 22,28 procent en 20,56 procent bedragen. Dat is een groot verlies voor de Poolse wetenschap die beschikt over een enorm onderzoekspotentieel en een uitmuntend wetenschappelijk kader. De kansen die het zevende kaderprogramma biedt moeten beter benut worden. Vereenvoudiging van de uitvoering draagt bij aan de vergroting van de innovativiteit en verbetering van het concurrentievermogen van de Unie in de mondiale arena.

 
  
MPphoto
 
 

  Salvatore Tatarella (PPE), schriftelijk. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, we stemmen vandaag over een belangrijk document met betrekking tot de vereenvoudiging van de procedures bij de toegang tot de kaderprogramma's voor onderzoek en innovatie. De keuze voor vereenvoudiging en uniformering van het wetgevingskader van de Europese onderzoeksprogramma's is noodzakelijk. Wetenschap, onderwijs en innovatie zijn fundamentele pijlers van economische heropleving en schepping van werkgelegenheid. Er moet geïnvesteerd worden in onderzoek en innovatie als we ons willen richten op nieuwe producten en diensten waarmee Europa een betere concurrentiepositie kan verwerven en tegelijkertijd de levenskwaliteit van de Europese burger kan verhogen. De laatste jaren is de reikwijdte van de Europese programma's voor onderzoek en innovatie aanzienlijk toegenomen. Deze toename heeft tot gevolg gehad dat ook het aantal regels en administratieve procedures is toegenomen, die op hun beurt de moeilijkheden van deelname aan Europese aanbestedingen hebben vergroot. Met dit document sporen wij de Europese Commissie ertoe aan om deze obstakels te verwijderen en aldus een begin te maken met de nodige vereenvoudiging van de regels voor toegang tot onderzoeksfinanciering. Ik heb vóór de resolutie gestemd in de hoop op een grotere uniformiteit van de procedures en een eenvoudigere en bredere toegang tot de Europese financiering, die vaak, ook vanwege procedurele moeilijkheden, ongebruikt blijft.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. – (LT) Dames en heren, innovatie is zonder uitstekend onderzoek onmogelijk. Gekoppeld aan baanbrekende wetenschap en toponderwijs is innovatie een van de motoren die werkgelegenheid en economische groei genereren. Europa moet in innovatie investeren als het nieuwe producten en diensten wil ontwikkelen. Vandaar dat de rapporteur terecht opmerkt dat het belangrijk is de mechanismen te vereenvoudigen die een rol spelen bij de kaderprogramma's voor onderzoek. De coördinatie van regels en procedures en de vereenvoudiging van financieringsprocedures en beheersmechanismen had al lang moeten gebeuren. De meeste kleinere organisaties (hightechstarters en kleinere universiteiten en onderzoekscentra) kunnen moeilijk overweg met de huidige complexe regels. Volgens het Europees innovatiescorebord van dit jaar, waarin de prestaties van de verschillende EU-lidstaten op innovatiegebied met elkaar worden vergeleken, ligt het prestatieniveau van Litouwen onder het gemiddelde van de EU-27. Het land heeft echter goede vorderingen gemaakt en heeft een groot potentieel – Litouwen heeft een van de snelste internetverbindingen en een van de hoogste percentages gebruikers van mobiele telefoons in de wereld. Daarom is het erg belangrijk dat de investeringen in technologische ontwikkeling doorgaan en de nationale en Europese digitale agenda beter wordt uitgevoerd. Daardoor neemt zowel de concurrentiekracht van Europa als de levenskwaliteit van zijn burgers toe.

 
  
MPphoto
 
 

  Hermann Winkler (PPE), schriftelijk. (DE) Ik feliciteer de rapporteur met haar veelzijdige en zeer geslaagde verslag. Vooral op het punt van administratieve vereenvoudiging heeft de rapporteur tal van verbeteringsmogelijkheden voorgesteld. Ik heb dan ook met genoegen voor het verslag gestemd. Ik zou echter nog een aanvullend punt willen aanstippen waarover ik in mijn land, vooral door kleine en middelgrote ondernemingen, keer op keer wordt aangesproken, namelijk de taalkwestie. Lang niet alle ondernemingen die gegronde redenen hebben om onderzoeksmiddelen aan te vragen en die ideeën met een Europese meerwaarde hebben, beschikken over de nodige taalvaardigheid om dit in het Engels te kunnen doen. In de handleiding voor het indienen van projecten in het kader van KP7 staat dat het weliswaar mogelijk is om aanvragen in elke officiële taal van de EU in te dienen, maar dat ze in elk geval in het Engels behoren te worden ingediend. Feitelijk maken dus projecten die niet in het Engels worden ingediend, geen kans, ook al is Engels helemaal niet de voertaal binnen het indienende consortium van ondernemingen. Om de administratieve lasten voor de gegadigden te verminderen zou de Commissie de beoordeling van projectaanvragen door haar deskundigen dusdanig moeten reorganiseren dat projectdocumenten ten minste in de eerste fase in de drie werktalen van de Commissie kunnen worden ingediend.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. (SK) Ik heb vóór het verslag gestemd omdat we onze vooraanstaande instituten niet moeten overbelasten met een ondraaglijke administratieve last als we willen dat onze steun aan het Europees onderzoek effectief is. De tekst van de resolutie en het daaraan gewijde debat hebben mij er opnieuw van overtuigd dat openbare middelen moeten worden gebruikt om te voorzien in elementaire openbare diensten. Andere activiteiten, waaronder onderzoek en ondernemerschap, zouden moeten worden gefinancierd uit particuliere middelen. De rol van dit Parlement zou zich moeten beperken tot twee gebieden. Het eerste gebied betreft het vormen van een elementair rechtskader dat deze vorm van ondernemerschap vergemakkelijkt. Als we in de resolutie van vandaag vereenvoudiging eisen van de mechanismen en instrumenten die in het huidige systeem van overheidssubsidiëring worden toegepast, lossen we daarmee niet de oorzaak, maar de gevolgen van het probleem op. De overheidssubsidies zelf zijn namelijk het probleem. Het tweede gebied is het respecteren van de rechten van de lidstaten van de Europese Unie. Indien het in bepaalde staten verboden is menselijke embryo's te gebruiken voor onderzoek, kan dergelijk onderzoek niet worden gefinancierd uit gemeenschappelijke middelen van de Europese Unie. Dat is net zoiets als geld van een principiële niet-roker gebruiken om de tabakskweek te subsidiëren. Ik ben voor vereenvoudiging van de steun aan onderzoek. Ik heb echter de indruk dat we ons eerder zouden moeten richten op het creëren van een gunstig investeringsklimaat voor degenen die willen investeren in nieuwe technologieën en innovatie, dan te discussiëren over de juiste kosten en boekhoudkundige procedures.

 
  
  

Ontwerpresolutie RC-B7-0605/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór deze ontwerpresolutie gestemd, omdat de veehouderij door de stijgende diervoederprijzen buitengewoon moeilijke tijden doormaakt. Waarschijnlijk dient zich een nieuwe grondstoffenbel aan. Op de internationale markt zijn de prijzen sinds juni gemiddeld meer dan 16 procent gestegen. Nog nooit is er op de termijnmarkten zo veel onderhandeld en nog nooit was er zo veel geld mee gemoeid. Met een buitensporig lage rente en een overvloed aan geld leidt de dorst naar goede deals tot toenemende handels- en financiële speculatie, tot een handel in termijncontracten die volledig losstaat van de reële economie. De cijfers van de grootste graanbeurs ter wereld, de Chicago Mercantile Exchange, spreken boekdelen. Bij aankoop van soja, maïs en tarwe worden transactierecords gebroken. In de praktijk vertaalt zich dit in een stijging van de reële marktprijzen, zelfs in een jaar met een hoog graanaanbod. De stijging van de diervoederprijzen verergert de toch al moeilijke situatie bij veel van onze veehouders aanzienlijk. Ze kunnen de prijsverhogingen door de crisis niet doorberekenen en het is onwaarschijnlijk dat ze die zelf kunnen opvangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk.(LT) Ik heb vóór dit verslag gestemd. Europese producenten moeten voldoen aan de strengste eisen op het gebied van voedselveiligheid en -kwaliteit, milieu, gezondheid en welzijn van dieren en arbeidsomstandigheden. Het voldoen aan deze eisen brengt voor producenten aanzienlijke extra kosten met zich mee, waardoor zij tegenover producenten uit derde landen een concurrentienadeel hebben. De veehouderij in de EU staat voor ernstige problemen, zoals de stijgende productiekosten – onder meer door de prijsstijgingen voor brandstof en kunstmest en door de hoge kosten van het naleven van de Europese regelgeving – de grotere concurrentie van invoer uit derde landen en de lage vleesprijzen. Om de Europese producenten en deze belangrijke sector van de economie te beschermen moet de Commissie ervoor zorgen dat het GLB ook na 2013 nog adequaat wordt gefinancierd, teneinde de levensvatbaarheid van alle EU-landbouwbedrijven inclusief de veehouderijen te garanderen, en dat sprake is van gelijke concurrentievoorwaarden.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Băsescu (PPE), schriftelijk. (RO) Ik heb vóór deze resolutie over de crisis in de veehouderij van de EU gestemd omdat ik van mening ben dat de mechanismen voor marktbeheer in de veehouderijsector moeten worden versterkt. Met het oog hierop moeten maatregelen worden vastgesteld om de gevolgen van prijsvolatiliteit en speculatie te beperken. Ik ben van mening dat marktinstrumenten een toereikende toevoer van voedergraan moeten waarborgen. De Commissie zou flexibele marktmechanismen moeten voorstellen om op kritieke situaties sneller te kunnen reageren. Het is belangrijk dat de Europese Unie beschikt over een instrument voor het wereldwijd analyseren van markttrends. De nieuwe Europese Dienst voor extern optreden kan een zeer geschikt instrument zijn om te helpen op strategische veranderingen in derde landen te anticiperen en het Europese landbouwmodel over de hele wereld te promoten. Tot besluit wil ik nog opmerken dat beoordeeld moet worden wat de economische gevolgen zullen zijn van de invoering van nieuwe regels voor dierenwelzijn en dat pas nieuwe wetgeving mag worden ingevoerd als de huidige volledig is geïmplementeerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. – (IT) We kunnen trots zijn op het markteconomiemodel dat in de afgelopen decennia in Europa is ontwikkeld. In de agrarische sector heeft de overgang van landbouw en veehouderij naar dienstverlening als voornaamste basis van de economie op een juiste manier plaatsgevonden. Ten grondslag aan deze overgang lag een overheidsingrijpen dat als doel had om de ondernemingsinkomens te stabiliseren en de voedselprijzen te vrijwaren van concurrentiedruk. Het aannemen van gezonde voedingspatronen heeft vele levens gered en de kosten van de gezondheidszorg sterk verlaagd. Nu kondigen de statistieken echter geheel nieuwe problemen aan. Ik heb het over voedselzekerheid, waar alles onvermijdelijk mee samenhangt, maar ook over de kwaliteit van en het evenwicht tussen de voedingsmiddelen die de komende jaren op de markt verkrijgbaar zullen zijn. Het gaat hier om de inkomens van duizenden gezinnen die leven van de opbrengst van deze door de EU gesubsidieerde activiteiten. Ik verwelkom de keuze die in dit verslag wordt gemaakt voor het aanpakken van de belangrijkste problemen in de veehouderij, en ik ben ervan overtuigd dat er bevredigende resultaten ten behoeve van de volksgezondheid en de Europese consumenten zullen blijven worden behaald.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk. (RO) De trends op de voedselmarkt worden de laatste jaren gekenmerkt door een reeks paradoxen. Een van die paradoxen is dat de prijzen van levensmiddelen in de schappen stijgen, terwijl landbouwers, inclusief de veehouders in de EU, kampen met een inkomenscrisis, die hun voortbestaan als landbouwer bedreigt en hen in armoede doet vervallen. Wij moeten ons ervan bewust zijn dat aan de hoge kwaliteitsnormen die wij aan veehouders opleggen, kosten zijn verbonden. In de gevallen waarin de concurrentie uit derde landen, die niet dezelfde hoge normen als wij stellen, niet aan banden wordt gelegd – ik herinner aan het incident van het met melamine besmette melkpoeder uit China – zorgen deze kosten voor een daling van de EU-productie op dit terrein. De gebaren richting veehouders zijn volstrekt ontoereikend. Het voornemen van de Commissie om een bepaalde hoeveelheid voedergranen vrij te geven, kan dan ook slechts een eerste stap zijn om de sector te helpen. Er moeten er meer volgen. Omdat ik denk dat de in deze resolutie vervatte aanbevelingen, waarvan ik hoop dat zij door de Commissie worden overgenomen en toegepast, tegemoet komen aan de vorderingen van de veehouders, heb ik vóór gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk. (RO) Door hun hogere productiekosten hebben Europese producenten tegenover producenten uit derde landen een concurrentienadeel. Die hogere productiekosten zijn vooral het gevolg van extreem hoge eisen met betrekking tot dierengezondheid en -welzijn, voedselveiligheid, milieubescherming en arbeidsomstandigheden. In het licht hiervan moet de Europese Commissie zich er actief voor inspannen dat veehouders zijn verzekerd van een adequate toevoer van graanvoeder.

 
  
MPphoto
 
 

  Luigi Ciriaco de Mita (PPE), schriftelijk. – (IT) Plattelandsontwikkeling speelt een uiterst belangrijke rol in het levensvatbaar houden van onze grondgebieden, zowel vanwege het eindproduct als vanwege de wijdverspreidheid ervan. In dat opzicht is de veehouderij een van de belangrijkste sectoren van onze gemeenschappen. Afgezien van het feit dat de voedings- en economische aspecten belangrijk zijn en de kwaliteit van de producten wordt gewaarborgd door duurzame methodes en technieken, is de veehouderij ook de meest wijdverspreide bron van bescherming en ontwikkeling van landelijke gebieden. Om deze reden moet de EU –ook door middel van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, vooral na de hervorming van 2013 –samen met de lidstaten het voortbestaan van de veehouderij ondersteunen. Niet alleen moet gestreefd worden naar innovatie van milieutechnisch en economisch duurzame methodes en technieken van veehouderij en beheer, maar ook moet hun belangrijkste rol, die van grond- en milieubeheer, versterkt worden. Door middel van een verlaging van de productiekosten, een opwaardering van de producten en een betere marktorganisatie moet bescherming geboden worden tegen de marktcrisis. Het verslag van de EU over de crisis in de veehouderij waarover we gestemd hebben gaat die kant op.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk. - (FR) De markten moeten worden bepaald door de realiteit van voorraden en behoeften en niet door speculatie: dat is de boodschap die het Europees Parlement aan de Commissie wil afgeven met de aanneming van de resolutie over de crisis in de veehouderij in de EU. Voor het Parlement moet de volgende hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid rekening houden met de kwestie van het inkomen van landbouwers, dat meer en meer is blootgesteld aan de gevolgen van grondstoffenspeculatie en aan misbruik van een machtspositie door distributeurs. Afgezien van de specifieke respons op de sterke stijging van de graanprijzen, die de oorzaak vormde van deze crisis in de veehouderij, wil het Parlement de kwestie ter sprake brengen van de plaats op de wereldmarkt die de Europese Unie nastreeft voor de Europese landbouw, waarvan de productie beantwoordt aan strikte normen, die wij ook aan onze handelspartners moeten opleggen om eerlijke concurrentie te bewerkstelligen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb er herhaaldelijk tegen gewaarschuwd dat de buitensporige regeldrift van de EU het concurrentievermogen in bepaalde sectoren, waaronder de veehouderij, zou aantasten. Ik moet steeds denken aan een Britse landbouwer, die in dit Parlement repte over de moeilijkheden die hij ondervond toen hij merkte dat niet met het vlees van zijn dieren te concurreren viel door al die wettelijke eisen waaraan hij moest voldoen. Dat is het risico dat we lopen en dat in deze ontwerpresolutie duidelijk is vastgesteld. Ook duidelijk is dat de crisis in deze sector kan uitmonden in een forse daling van de vleesproductie in de gehele EU, wat niet alleen leidt tot de verdwijning van kleine en middelgrote producenten, maar ook tot een crisis in het marktaanbod, stijgende prijzen en een grotere afhankelijkheid van de invoer. Ook moet ik steeds denken aan de melkproductie, die voor Portugal van groot belang is. Ik herinner u eraan dat het beleid van de vorige commissaris Fischer-Boel inzake melkquota's op felle kritiek werd onthaald en op stevig en aanhoudend verzet van de boeren stuitte. Om die reden dring ik er bij de Commissie nogmaals op aan zich opnieuw op deze kwestie te beraden.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De in stemming gebrachte resolutie bevestigt de ernstige crisis in de veehouderij, die door de gestegen graanprijzen nog is verergerd. In deze resolutie wordt de Commissie verzocht voorstellen in te dienen voor maatregelen die de sector kunnen ondersteunen. Voorts worden de Commissie en de Raad verzocht ervoor te zorgen dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013 adequaat gefinancierd wordt om de levensvatbaarheid van alle EU-landbouwbedrijven te garanderen. In flagrante tegenspraak hiermee worden in deze resolutie echter ook richtsnoeren verdedigd die de oorzaak zijn van de huidige problemen in de sector, in het bijzonder bij kleine en middelgrote productenten, en in die zin is de resolutie zelfs strijdig met het belang van die producenten. Zij bevat ook weer het pleidooi om het boerenbedrijf en de voedselproductie aan concurrentie en de vrije markt bloot te stellen. De opstellers waarschuwen weliswaar tegen speculatie met voedingsmiddelen, maar beperken zich tot de oproep buitensporige speculatie te bestrijden. Het komt erop neer dat speculatie met voedingsmiddelen volgens hen gewoon kan doorgaan, mits zij geen buitensporige vormen aanneemt. Wij vinden – we hebben het al eerder gezegd en we doen het nu weer – dat er een einde moet worden gemaakt aan een systeem waarin voedsel als een willekeurige grondstof wordt behandeld en speculatie met voedingsmiddelen wordt toegelaten. Dit leidt tot explosieve situaties met voedselafhankelijkheid en prijsvolatiliteit, zoals we die nu zien voltrekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Lorenzo Fontana (EFD), schriftelijk. – (IT) De crisis in de veehouderij is in het bijzonder beïnvloed door de stijging van de graanprijzen (vooral in Italië en Spanje, aangezien in landen als Groot-Brittannië vooral veel graasvee voorkomt) en door de daaruit voortkomende stijging van de productiekosten. De negatieve tendens in deze sector is ook te wijten aan de omvang van invoer uit derde landen. De moeilijkheden in deze sector kunnen een gevaar vormen voor de voedselveiligheid in de EU en de vleesvoorziening van haar burgers. Ik ga dus akkoord met de inhoud van deze ontwerpresolutie, en ik zal vóór de resolutie stemmen. In het bijzonder acht ik de invoering van marktcontrolemechanismen noodzakelijk, evenals een grotere aandacht voor de inhoud van de bilaterale overeenkomsten die zijn gesloten met derde landen, zoals recentelijk met Mercosur.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Jahr (PPE), schriftelijk. (DE) Vele veehouderijbedrijven in de Europese Unie verkeren in een moeilijke situatie, wat voornamelijk te wijten is aan de sterke stijging van de graan- en daarmee ook de voederprijzen. Daarom moeten maatregelen worden genomen om de veehouders te helpen deze moeilijke situatie te doorstaan en er sterker uit tevoorschijn te komen. Naast de stijging van de voederprijzen wil ik twee bijzonder belangrijke punten noemen. Ten eerste moeten de hoge Europese product- en veiligheidsnormen die voor onze veehouderijbedrijven gelden, ook worden toegepast op geïmporteerde producten die bestemd zijn voor verkoop in de Europese Unie. Hierdoor zou een groot concurrentienadeel ten opzichte van producenten in derde landen worden verminderd en zou tegelijkertijd de hoge kwaliteit van alle in de Europese Unie verhandelde producten worden gewaarborgd. Ten tweede moet het landbouwbeleid eenvoudiger en inzichtelijker worden gemaakt. Onnodige regelingen kosten veel tijd en vooral geld en moeten daarom uit de wereld worden geholpen. Dit zou een echte lastenverlichting voor alle landbouwbedrijven in de Europese Unie betekenen. De door de Commissie landbouw ingediende ontwerpresolutie bevat tal van goede voorstellen die erop zijn gericht de situatie voor de veehouderijbedrijven op duurzame wijze te verbeteren. Ik verwacht dat de Commissie in haar toekomstige werkzaamheden rekening zal houden met deze voorstellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Karin Kadenbach (S&D), schriftelijk. (DE) Ik vind het teleurstellend dat de amendementen 1 en 2 door het Europees Parlement met een grote meerderheid zijn aangenomen. Ondanks waarschuwingen voor een mogelijke onderbreking van de aanvoer mogen er in onze landbouw geen ggo's worden geïntroduceerd. De aanvaarding van niet toegelaten ggo's of de vaststelling van een drempelwaarde voor de accidentele aanwezigheid van ggo's die in de EU nog niet zijn toegestaan maar nog wetenschappelijk worden onderzocht, zou in de VS en vooral ook in ontwikkelingslanden een golf van vergunningen voor ggo's tot gevolg hebben, terwijl vooral gezien de onderzoekscapaciteiten in die landen een hoger risico bestaat van gevaren voor de gezondheid en het milieu. Op die manier zouden landen buiten de EU in toenemende mate invloed uitoefenen op de vergunningspraktijk in de Unie, wat voor de toelating van ggo's tot steeds lagere veiligheidseisen op gezondheids- milieugebied zou leiden. Met betrekking tot amendement 3 ben ik bovendien van mening dat het geldende verbod op vlees- en beendermeel voor niet-herkauwers moet worden herzien. Hierdoor zou niet alleen het risicopotentieel van gentechnologie in de landbouw worden vergroot, maar ook het gevaar dat de gekkekoeienziekte (BSE) opnieuw uitbreekt. In het algemeen is het echter een zinvol verslag dat op de crisis in de Europese veehouderij wijst.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Köstinger (PPE), schriftelijk. (DE) De veehouderij kampt momenteel op grond van de hoge productiekosten met grote moeilijkheden en is ten dele onrendabel. Aan de ene kant hebben veehouders met lagere consumentenprijzen te maken, terwijl zij aan de andere kant met sterke schommelingen van de voederprijzen worden geconfronteerd. De beschikbare instrumenten ter stabilisatie van de markt moeten onmiddellijk worden toegepast om een ernstige crisis in de veehouderij af te wenden. Een andere factor die gevolgen heeft voor de Europese veehouders is de steeds grotere concurrentie met goedkoop producerende derde landen en de toenemende tendens in het handelsbeleid om grotere invoerquota te ruilen tegen diensten, zonder dat daaraan de voorwaarde wordt gesteld dat dezelfde productienormen worden nageleefd. Ik steun deze resolutie, waarin om concrete maatregelen voor de veesector wordt verzocht, en ik dank mevrouw Herranz voor dit initiatief. Gezien de slechte situatie op de markt en het begin van het debat over de toekomst van de landbouw in de EU moet het Parlement zich duidelijk uitspreken voor planningszekerheid in alle takken van landbouw.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. – (IT) De Europese veehouders bevinden zich al geruime tijd in een staat van ernstige crisis. Ik heb voor de resolutie gestemd in de hoop op een spoedig herstel van stabiele inkomens voor degenen die hun leven wijden aan de veehouderij. Alleen wie echt in zijn werk gelooft houdt stand in deze inmiddels zware omstandigheden van een vaak moeilijke leefomgeving en de noodzakelijke aankoop van productiemiddelen tegen zeer hoge prijzen. Mijn gedachten gaan uit naar alle veehouders in de Italiaanse gebieden die de afgelopen tijd door de overstromingen zijn getroffen, en ik hoop dat de resolutie waar we vandaag over gestemd hebben ook zal bijdragen aan een heropleving in het bestaan en het werk waar zij voldoening in vonden.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE), schriftelijk. (DE) De Europese veehouderij maakt momenteel een diepe crisis door omdat de Europese producenten vanwege de enorm gestegen productiekosten steeds verder naar de bestaansgrens worden gedrukt.

Deze extreem hoge productiekosten houden rechtstreeks verband met hoge voederprijzen en met onze afhankelijkheid van derde landen voor de levering van granen en eiwithoudende gewassen.

Ik verwacht van de Commissie dat zij in haar richtinggevende wetgevingsvoorstel inzake de toekomst van het GLB in doeltreffende marktinstrumenten en overeenkomstige financiële middelen voorziet, teneinde een stabiele voeder- en graanmarkt te waarborgen en zo voor de nodige planningszekerheid voor veehouders te zorgen.

Bovendien moet er een eiwittenplan komen om de teelt van eiwithoudende gewassen en peulvruchten te bevorderen en zo de afhankelijkheid in deze sector, die eveneens van strategisch belang is voor de zuivelsector, te verminderen.

Tevens pleit ik ervoor de maatregelen ter ondersteuning van de veehouderij in achtergestelde gebieden, waartoe ook Luxemburg behoort, verder te versterken.

De Commissie dient rekening te houden met het feit dat ten aanzien van haar voorstellen voor de melkproductie voorzichtigheid geboden is, daar 70 procent van de EU-productie van rood vlees afkomstig is van melkkoeien.

In Europa gelden op het gebied van diergezondheid en dierhygiëne de strengste bepalingen ter wereld. Daarom ben ik van mening dat geïmporteerde levensmiddelen aan dezelfde eisen moeten voldoen, om de nadelen te verminderen die onze producenten op de markt ondervinden als gevolg van oneerlijke concurrentie.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE), schriftelijk. – (FR) De veehouderij is onderhevig aan de gevolgen van de door onze instellingen verlangde strenge regels, de strengste ter wereld wat voedselveiligheid en -kwaliteit, milieu en gezondheid en dierenwelzijn betreft. Helaas heeft de crisis in deze sector nu een negatief effect, met als gevolg een significante daling van de inkomens van producenten, hetgeen ons niet koud kan laten. Het minste wat wij zouden moeten beloven – en wat de producenten terecht verwachten – is wederkerigheid van deze invoerregelingen. Nu voedselveiligheid – vroeg of laat – wereldwijd een aandachtspunt zal worden, moet Europa reageren en de levensvatbaarheid van de veehouderij garanderen wanneer deze wordt bedreigd. Deze investering in de toekomst is van essentieel belang. Om deze reden moeten de economische gevolgen van de vereiste regels, en met name de wetgeving inzake dierenwelzijn, worden geëvalueerd en geïntegreerd in een langetermijnplanning voor de toekomst van de landbouwsector en de veehouderij in het bijzonder.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Ik stem voor deze resolutie omdat door de stijgende kosten van de productiefactoren en de hoge kosten van de naleving van de EU-regelgeving de Europese veehouderij niet langer levensvatbaar is. De prijzen die sommige boeren krijgen voor basisvleesproducten zijn lager dan de productiekosten. De Europese landbouwsector wordt opgeofferd ten gunste van de mogelijkheid voor de EU om andere soorten producten naar de betreffende landen uit te voeren afkomstig van een grote verscheidenheid van economische sectoren, maar hoofdzakelijk van de veehouderij. In deze resolutie wordt gepleit voor maatregelen die uiteindelijk kunnen bijdragen aan de bestrijding van de crisis in deze sector, die schade heeft ondervonden van speculatie op de grondstoffenmarkt en van de zeer nauwgezette naleving van de EU-regelgeving.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Niet alleen de stijgende productiekosten zijn er de oorzaak van dat de veehouderij in een crisis verkeert. In de moderne samenleving worden aan de ene kant gezonde levensmiddelen, hoge hygiënenormen en dierenbescherming verlangd, zoals die in kleine boerenbedrijven en bioboeren worden gewaarborgd en die nu eenmaal hogere productiekosten met zich meebrengen, maar aan de andere kant kiest de consument in de supermarkt dan toch eerder voor het goedkopere product. Terwijl de Europese boeren bij de productie aan strenge eisen gebonden zijn, kan de naleving van dergelijke eisen bij de invoer van goedkope landbouwproducten slechts moeilijk worden gecontroleerd. Daarom zijn eerlijke prijzen belangrijk, evenals een herverdeling van de landbouwsteun, weg van multinationale landbouwconcerns en grote hobbyboeren zoals de Engelse koningin, naar kleine boeren die alleen nog door bijbanen kunnen rondkomen. In het onderhavige verslag wordt in onvoldoende mate rekening gehouden met deze problematiek, zodat ik mij van stemming heb onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Mariya Nedelcheva (PPE), schriftelijk. (BG) Ik heb vandaag met genoegen gestemd vóór de resolutie over de crisis in de veehouderij in de EU. Daarin wordt opgeroepen tot ondersteuning van de veehouderijsector in de Europese Unie met maatregelen waarin aandacht wordt geschonken aan de volatiliteit van voederprijzen en waarmee kan worden gegarandeerd dat in de EU ingevoerde producten voldoen aan dezelfde normen als die waaraan Europese goederen moeten voldoen.

De veehouderij staat in de hele EU voor dezelfde problemen. De veehouderij heeft te maken met de meest uiteenlopende uitdagingen: stijgende voederprijzen, marktspeculatie, stijgende energietarieven en hogere kosten in verband met de handhaving van Europese regelgeving. Door al deze factoren wordt de productie in Europa duurder. Deze problemen stellen zich voor alle veehouders in de hele Europese Unie.

Afgezien daarvan hebben sommige nieuwe lidstaten – waaronder mijn land, Bulgarije – echter met nog andere problemen te maken. In Bulgarije is slechts 10 procent van de veehouders eigenaar van hun land, wat betekent dat alleen deze 10 procent kan profiteren van rechtstreekse betalingen. Deze situatie verergert de crisis in de veehouderij van Bulgarije. Door het gebrek aan middelen om de benodigde hoeveelheden diervoeder voor de winter te kopen, zullen vele Bulgaarse boeren zich genoodzaakt zien hun dieren te slachten.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb gestemd vóór deze belangrijke resolutie ten behoeve van de veehouderij, in de hoop het lot van de veehouders te kunnen verlichten, evenals dat van de hele sector, die in een crisis is geraakt door sterke speculaties in de richting van stijgingen in de voederprijzen. Ik heb vóór gestemd om alle veehouders voor wie faillissement dreigt te beschermen. In afwachting van de goedkeuring van de wijzigingen in het gemeenschappelijk landbouwbeleid, nodigt het Parlement met deze resolutie de Europese Unie uit om een bescheiden reservehoeveelheid graan voor dieren op de markt te brengen. Aldus kan zij de kosten voor veehouders verlagen en tegelijkertijd de huidige grootschalige speculatie aan banden leggen en een grotere prijscontrole opleggen ter bescherming van de landbouwmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Deze ontwerpresolutie over de crisis in de veehouderij in de EU is afkomstig van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-Democraten). Ik ben er persoonlijk, samen met enkele van mijn collega's, bij betrokken geweest. Wij zijn bezorgd over de zware tijden die de Europese producenten in deze sector doormaken en zijn vastbesloten actie te ondernemen om hen te helpen deze moeilijke periode te overwinnen. Ik heb daarom voor deze resolutie gestemd, die een luide kreet om hulp is voor deze sector, en ook omdat ik ervan overtuigd ben dat de actie waarmee thans een begin is gemaakt een echte bijdrage kan leveren aan de duurzaamheid en ontwikkeling van de sector.

Ik vestig de aandacht op het verzoek in deze resolutie ervoor te zorgen dat de belangen van Europese werknemers worden verdedigd in het kader van zowel het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013 als de bilaterale handelsbesprekingen, vooral met de Mercosur. Een aantal van de bepleite maatregelen wil ik onderstrepen: efficiënte en flexibele marktmaatregelen in de veehouderijsector, bestrijding van speculatie met graan en de invoering van een veiligheidsnet in deze sector, adequate bescherming van arbeidskrachten in de landbouw in de meest achtergestelde gebieden, en meer zeggenschap voor producentenorganisaties.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat ik het een goed idee vind de aandacht te vestigen op de huidige crisis in de veehouderijsector en de gevolgen daarvan. Ik hoop dat de maatregelen die nodig zijn om de duurzaamheid en ontwikkeling van de sector te waarborgen, ook daadwerkelijk worden vastgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Britta Reimers (ALDE), schriftelijk. (DE) In de door het Europees Parlement aangenomen ontwerpresolutie over de crisis in de Europese veehouderij wordt om de invoering van nieuwe marktmechanismen in de veehouderij en van een veiligheidsnet in alle graansectoren verzocht. Deze marktinterventies wijs ik af. De ontwerpresolutie bevat echter ook belangrijke liberale eisen zoals handhaafbare drempelwaarden voor ggo's in geïmporteerde diervoeders en een herziening van het verbod op het vervoederen van diermeel aan vee. Daarom heb ik niet tegen de resolutie gestemd, maar mij bij de eindstemming van stemming onthouden. Om de voedervoorziening voor de Europese veehouderij te garanderen, moeten landbouwers van administratieve lasten worden bevrijd en moet voor rechtszekerheid worden gezorgd. Voor de landbouwers betekent de marktoriëntatie in de landbouw ook dat zij zelf verantwoordelijkheid moeten nemen en van de politiek niet telkens weer interventies tot instandhouding van de markt mogen verwachten. Een landbouwbeleid dat alleen op individuele belangen is gebaseerd, leidt tot een onbetaalbare vicieuze cirkel van marktverstorende uitzonderingsregelingen, waardoor de landbouwer het slachtoffer wordt van een bureaucratisch controlebeleid van de overheid. Voor een goed functionerende markt hebben we een duidelijk kader nodig voor de gehele landbouw, en niet alleen voor individuele takken daarvan.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk. – (FR) Deze resolutie over de veehouderij is de zoveelste verzoek van het Parlement om rekening te houden met de steeds grotere moeilijkheden waarmee onze Europese landbouwers worden geconfronteerd. Terwijl zij zich moeten houden aan steeds meer regels inzake traceerbaarheid, hygiëne, dierenwelzijn en milieubescherming, rijzen hun productiekosten nu de pan uit: brandstoffen, meststoffen en bovenal granen maken momenteel zestig procent uit van de totale kosten. Wij roepen de Commissie en commissaris Cioloş ertoe op meer maatregelen te treffen om de prijsvolatiliteit te beteugelen en een vangnet te creëren. Onze veehouders mogen niet bezwijken onder de druk van invoer maar moeten kunnen werken binnen een markt met eerlijke concurrentie. Omdat niemand betaalt om te kunnen werken, willen wij hen simpelweg in staat stellen te leven van de uitoefening van hun beroepsactiviteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Als groenen hebben wij deelgenomen aan de onderhandelingen over een gezamenlijke resolutie over dit onderwerp. Het resultaat is niet overweldigend, aangezien andere fracties per se wilden wijzen op de strenge normen op het gebied van milieu en dierenwelzijn als de reden voor het minder grote concurrentievermogen van de veehouderij in de EU. Zij wilden ook geen rekening houden met problemen op het gebied van klimaatverandering die te maken hebben met de productie in de veehouderij. Maar in de resolutie wordt verwezen naar de eisen uit het verslag-Bové en wordt opgeroepen tot maatregelen om speculatie en prijsvolatiliteit te beperken. Ook wordt ook gewezen op de cruciale eis uit het verslag-Häusling om een regeling inzake eitwithoudende gewassen op te stellen, teneinde de afhankelijkheid van de invoer van eiwithoudende gewassen (hoofdzakelijk genetisch gemanipuleerde soja) te verminderen, en op de specifieke behoeften van de rundvleesproductie op extensieve graslanden.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. – (IT) Uitgerekend tijdens de voorbereidingen voor het leggen van de fundamenten van het nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid, waarmee we hopen de concurrentiepositie van de Europese landbouwbedrijven te kunnen handhaven ten opzichte van derde landen, die ongetwijfeld in het voordeel zijn omdat ze over meer grond beschikken en aanmerkelijk lagere arbeidskosten hebben, ontstaat een nieuwe bedreiging voor onze veehouders. Dat wil zeggen, een overdreven stijging van voederprijzen gelieerd aan de stijging van de graanprijzen. Het is noodzakelijk dat de Commissie maatregelen neemt en een plafond vaststelt voor de graanprijs, opdat deze de markt niet langer beïnvloedt met zijn excessieve volatiliteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Søren Bo Søndergaard (GUE/NGL), schriftelijk. (DA) Ik kan de ontwerpresolutie niet steunen omdat we geen behoefte hebben aan nog meer steun voor de landbouwsector. De landbouwsteun maakt reeds 40 procent uit van de totale EU-begroting. Bovendien bevat de ontwerpresolutie geen enkele kritiek op het gemeenschappelijk landbouwbeleid, dat noodzakelijkerwijs beperkt moet worden voor 2013, wanneer we over het volgende meerjarig financieel kader moeten beslissen.

 
  
MPphoto
 
 

  Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. − (SV) Ik heb mij van stemming onthouden bij deze resolutie. De landbouwsector heeft niet nog meer subsidies nodig. Die sector slorpt meer dan veertig procent van de totale EU-begroting op. De resolutie werpt geen kritische blik op de basis van het stelsel van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, dat zijn aandeel in de uitgaven absoluut moet reduceren, in de aanloop naar het besluit met betrekking tot een nieuwe langetermijnbegroting in 2013.

 
  
MPphoto
 
 

  Marc Tarabella (S&D), schriftelijk. – (FR) Ik ging met een open geest de lezing in van de oorspronkelijke ontwerpresolutie over de crisis in de veehouderij van de EU, die met name het gebrek aan transparantie binnen de voedselvoorzieningsketen veroordeelt, waardoor producenten en consumenten de zwakke schakels van deze keten worden, alsmede de extreme marktvolatiliteit waarmee vooral de EU-zuivelsector te maken heeft en verstoringen van de mededinging tussen EU-producenten en die uit derde landen, die moeten voldoen aan minder strenge regels inzake voedselkwaliteit en -veiligheid, en die hamert op de noodzaak van een doeltreffende marktregulering en een adequate financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013. Uiteindelijk heb ik mij toch tegen de aanneming van deze resolutie en van met name de amendementen 1, 2 en 3 gekant, omdat die de weg vrijmaken voor de invoer van genetisch gemodificeerde soja en maïs uit derde landen op Europese bodem en voor de herintroductie van vlees- en beendermeel voor niet-herkauwers zonder dat voedselveiligheid kan worden gegarandeerd. Om deze reden heb ik mijn verantwoordelijkheid genomen en tegen deze gezamenlijke resolutie gestemd, die indruist tegen het voorzorgsbeginsel, dat ons allen zou moeten leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) De veehouderijsector in de Europese Unie wordt ernstig bedreigd, vooral door de recente stijging van de graanprijzen. De gevolgen van de speculatie in de graansector voor de veeteelt baren zorgen. We hebben niet alleen te maken met marktvolatiliteit in combinatie met een economische crisis, er dreigt ook een ernstig gevaar van verstoringen in alle takken van de veehouderijsector. Het is daarom dringend noodzakelijk een reeks doeltreffende maatregelen voor de bestrijding van de huidige crisis vast te stellen om negatieve ontwikkelingen in de toekomst te voorkomen. Het zou wenselijk zijn om, behalve de benodigde technische voorschriften inzake voedselveiligheid en dierenwelzijn, ook andere, verbeterde maatregelen ten uitvoer te leggen waarmee kan worden voorkomen dat de huidige situatie uitloopt op iets veel ernstigers. Zo'n maatregel zou bijvoorbeeld de vrijgave kunnen zijn van graanvoorraden die thans in het kader van de interventieregeling zijn opgeslagen, dit om de gevolgen van prijsvolatiliteit zo veel mogelijk te kunnen beperken en te voorkomen dat de moeilijke situatie waarin we ons bevinden, nog verder verslechtert.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. (LT) Dames en heren, de voedselsector behoort zowel voor Litouwen als voor de rest van de EU tot de prioritaire sectoren. Wij hebben bij de energiesector al gezien wat er met voorraden en prijzen kan gebeuren wanneer de EU zich afhankelijk maakt van invoer. Dat moeten wij bij de voedingssector niet nog eens overdoen. Veehouders worden ernstig bedreigd door de recente stijging van de graanprijzen in de EU, alsook door extreme klimaatomstandigheden en speculatie. Bepaalde sectoren, zoals de varkensvleessector (een belangrijke tak van de Litouwse landbouw), hebben door de stijging van de voederprijzen, die 60 procent van alle productiekosten uitmaken, een zware klap gekregen. De veehouderij is een belangrijk middel van bestaan in de EU. Ook Litouwen zal mogelijk ernstige gevolgen ondervinden van de crisis in de veehouderij. De landbouw, die in Litouwen goed is voor 8 procent van de werkgelegenheid, is een belangrijke sector van onze economie, en tarwe en andere granen zijn onze belangrijkste producten. De EU-27 telt meer dan 130 miljoen veehouderijbedrijven. Volgens de EU-statistieken is het veebestand sinds 1990 met 25 procent gedaald. Een verdere daling kan ingrijpende productieveranderingen teweegbrengen, wat de voedselvoorziening in de EU zou verstoren. Zulke fluctuaties kunnen in de veehouderij tot ernstige onrust leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter van Dalen (ECR), schriftelijk. − Ik ben er tegen om, zoals de christendemocraten en liberalen willen, de Commissie te vragen om te komen tot een heroverweging van het verbod op het voeren van vlees- en botmeel afkomstig van niet-herkauwers. Dat verbod moet recht overeind blijven en wel om twee redenen.

Ten eerste: het verbod is er niet voor niets en werd ingevoerd om de BSE-crisis te stoppen. We weten dat we een bepaald risico nemen wanneer we dit verbod zouden opheffen. Dat wil ik niet. Ik geef dan aan de voedselveiligheid voor de consument verre de voorkeur: geen risico binnenhalen waarvan je niet weet hoe groot het is en welke impact het kan hebben.

Ten tweede: we hebben in de afgelopen jaren gezien dat de virussen die bij levende dieren voorkomen, snel kunnen muteren. Zouden we het verbod op het voeren van vlees- en botmeel afkomstig van niet-herkauwers opheffen dan is er een risico dat we dit mutatieproces van virussen een impuls geven. Dat moeten we niet doen.

 
Laatst bijgewerkt op: 28 februari 2011Juridische mededeling