Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2052(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0338/2010

Ingediende teksten :

A7-0338/2010

Debatten :

PV 13/12/2010 - 21
CRE 13/12/2010 - 21

Stemmingen :

PV 15/12/2010 - 9.9
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0484

Debatten
Maandag 13 december 2010 - Straatsburg Uitgave PB

21. De gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag (korte presentatie)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag over de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag [2010/2052(INI)] - Commissie interne markt en consumentenbescherming. Rapporteur: Philippe Juvin (A7-0338/2010).

 
  
MPphoto
 

  Philippe Juvin, rapporteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, waarom een verslag over reclame? Omdat reclame zowel het beste van alles als het slechtste van alles kan zijn.

Reclame kan het slechtste van alles zijn indien zij misleidend is, indien zij opdringerig is, indien zij bedriegt, indien zij zich niet aan de regels houdt, indien zij uiteindelijk niet levert wat de consument van haar verwacht, namelijk informatie. Reclame kan het beste van alles zijn omdat zij tevens een geweldig middel voor economische ontwikkeling is. Reclame houdt de economie op gang, en zoals sommigen hebben gezegd, geeft reclame indien zij goed wordt gemaakt de consument tevens de mogelijkheid te vergelijken en stimuleert zij op een bepaalde wijze de concurrentie.

Reclame is dus niets nieuws, maar waarom dan een nieuwe tekst terwijl er reeds teksten bestaan? Om meerdere redenen. In de eerste plaats omdat reclame tegenwoordig niet meer is wat het ooit was. Ik heb onlangs in een Amerikaans rapport gelezen maar in Europa is de situatie vergelijkbaar – dat op 29 november vorig jaar in de onlinehandel op een dag een omzet werd geboekt van meer dan een miljard dollar. De onlinehandel en de onlinereclamemiddelen nemen derhalve aanzienlijk toe. Een van de redenen voor dit verslag is dat de teksten waarmee reclame wordt gereguleerd, soms helemaal niet geschikt zijn voor de middelen die in de afgelopen jaren zijn ontwikkeld.

Reclame kan opdringerig zijn, en wordt dat steeds meer; zij dringt ons privéleven binnen. Reclame heeft tevens een geheel nieuw aspect, dat niet wordt behandeld in de teksten. Reclame kan verborgen zijn. Reclame kan zich niet als zodanig presenteren. Er bestaat een beroemd voorbeeld op Facebook, een van de sociale netwerken – een nieuw middel dat in de wetgeving niet wordt behandeld – waar groepen mensen melding maken van een vermeend gebrek of iets anders in een product. Hierdoor kan een merk binnen enkele dagen of enkele weken letterlijk vernietigd worden.

Het is derhalve duidelijk dat er een wereld van verschil bestaat tussen de reclame van gisteren en de reclame van vandaag, die gebruik maakt van middelen die vroeger niet bestonden. Ik denk hierbij aan behavourial advertising, aan gerichte reclame en aan het lezen van uw privé e-mails. Is er hier iemand die wil of goedkeurt dat zijn privé e-mails worden gelezen? Welnu, dat gebeurt tegenwoordig voor reclamedoeleinden.

Ik vind eigenlijk, dames en heren, dat wij moeten nadenken over enkele zeer eenvoudige waarden: eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en bescherming van mensen die zeer kwetsbaar zijn, omdat wij terdege weten dat kinderen tot de zeer kwetsbaren behoren die zogenoemde behavourial advertising ontvangen, dat wil zeggen reclame die gericht is op hun gewoonten. Die kinderen begrijpen niet dat deze reclame niet toevallig aan hen wordt gestuurd. Die reclame is gericht op hun individuele wensen. Een volwassene zou dit kunnen begrijpen, maar een kind begrijpt het niet.

Welnu, een nieuwe technologie brengt nieuwe uitdagingen met zich mee, aanzienlijke economische uitdagingen. We zien dat dit in feite een echt politiek debat is. De kwestie is opgelost, als we sommige professionals mogen geloven die vooral niet willen dat we iets aan de reclamewereld doen. Bovendien leggen sommige professionals ons uit dat de consument per slot van rekening wordt gewaarschuwd door het uitgebreide en zeer gedetailleerde privacybeleid op websites. In werkelijkheid weten wij dat niemand die lange, onbegrijpelijke teksten leest en dat zij, wanneer ze wel worden gelezen, niet worden begrepen en zelfs onleesbaar zijn. We keren uiteindelijk steeds weer terug naar dezelfde kwestie. Reclame moet eerlijk zijn, zij moet andere mensen eerbiedigen en de persoonlijke levenssfeer eerbiedigen. De consument mag niet worden bespied en mag niet zonder zijn weten een doelwit worden. De consument, de burger, moet geëerbiedigd worden.

Mijnheer de Voorzitter, tot slot wil ik nog zeggen dat wij twee doelstellingen voor ogen moeten houden. In de eerste plaats moet reclame eerlijk zijn: eerlijker, met meer eerbied, derhalve doelmatiger en met meer eerbied voor de persoonlijke levenssfeer, maar tevens moeten burgers, dat wil zeggen consumerende burgers, bewuster worden, niet gemanipuleerd maar beter geïnformeerd worden, en kritischer worden. Dat is het doel van dit verslag.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik hoop dat u dit verslag zult accepteren en in algemene zin ervoor zult stemmen in dit Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Ik ben ingenomen met het verslag over de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag. Aangezien er niets in gezegd wordt over regulering van adverteren voor kansspelen, wil ik er hier op wijzen dat vooral het gokken via internet – en de reclame ervoor – volstrekt geen grenzen kent en zeer eenvoudig toegankelijk is voor de jeugd. Weliswaar is in zeven lidstaten gokken via internet illegaal, maar dat maakt het er niet minder toegankelijk om. We moeten onze inspanningen vooral richten op preventie en zo helpen voorkomen dat mensen verslaafd raken aan kansspelen. We dienen ervoor te zorgen dat reclame voor kansspelen gericht op kinderen en jongeren in de hele Europese Unie verboden wordt, want kinderen blootstellen aan reclame voor virtueel gokken is al even moreel verwerpelijk en fataal als hen blootstellen aan onbeperkte reclame voor alcohol, sigaretten of andere verslavende middelen. Daar komt nog eens bij dat er vaak ook buiten het internet helemaal geen beperkingen worden opgelegd aan gokhallen en reclame voor kansspelen. Zo staan gokhallen met al hun reclame-uitingen vaak vlak bij scholen. Ik hoop dat het debat van vandaag er voor de Commissie mede aanleiding toe geeft om op basis van het onweerlegbare maatschappelijk belang ervan voorstellen in te dienen voor een verbod op reclame voor kansspelen.

 
  
MPphoto
 

  Antigoni Papadopoulou (S&D). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik feliciteer de rapporteur, Philip Juvin, met zijn verslag over de invloed van reclame op het consumentengedrag.

In het verslag wordt de bestaande wetgeving geëvalueerd, worden problemen bij de toepassing daarvan en ongeoorloofde praktijken gesignaleerd, wordt gewezen op de betekenis van zelfregulering, de bescherming van kwetsbare groepen zoals kinderen, pubers, ouderen, maar ook op de noodzaak om reclame als krachtig instrument voor de bestrijding van stereotypen en de aanpak van vooroordelen te benutten.

Als samensteller van het betreffende advies van de commissie Rechten van de vrouwen en gendergelijkheid ben ik in het bijzonder verheugd, en ik bedank de rapporteur, omdat hij onze adviezen over de bescherming van gendergelijkheid en de menselijke waardigheid volledig heeft overgenomen. Ik roep alle betrokkenen op om nauw samen te werken bij de bestrijding van lasterlijke of misleidende reclame die afbreuk doet aan het beeld van de vrouw en bij het promoten van gezonde rolmodellen, op een zodanige wijze dat reclame een positieve invloed kan uitoefenen op sociale percepties, met eerbiediging van de menselijke waardigheid maar ook van de rolpatronen.

 
  
MPphoto
 

  Christian Engström (Verts/ALE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil het graag hebben over het laatste streepje van paragraaf 25, waarover apart zal worden gestemd en waarvan ik hoop dat we het uit het verslag zullen kunnen schrappen. Dit streepje zegt dat wanneer zoekmachines reclame weergeven in verband met een bepaald trefwoord – dat wil zeggen, iemand typt een trefwoord in en dat trefwoord is een merknaam – daarvoor de toestemming van de eigenaar van het handelsmerk vereist is.

Dit klinkt op het eerste gezicht misschien redelijk, maar het gaat compleet in tegen het merkenrecht zoals dat nu van kracht is. Op de eerste plaats worden handelsmerken geregistreerd in 45 verschillende categorieën goederen en diensten, en je kunt in hetzelfde register in verschillende categorieën hetzelfde handelsmerk hebben. Dit zou bijvoorbeeld betekenen dat wanneer iemand reclame in verband met het woord ‘golf’ weergegeven wil hebben, Volkswagen daar voor iedereen toestemming voor zou moeten geven.

Het tweede probleem is het aantal handelsmerken. Er zijn miljoenen handelsmerken in Europa. Alleen al bij het BHIM in Alicante hebben ze er zeshonderdduizend, en er zijn er nog veel meer, dus als iemand reclame zou willen maken voor iets dat verband houdt met het woord "zilver", zou hij vermoedelijk toestemming moeten zien te krijgen van duizenden eigenaren van handelsmerken. Dit is eenvoudigweg ondoenlijk. Als dit wet wordt – en ik hoop dat het dat niet wordt – is dat zo goed als de doodsteek voor de zoekmachine-industrie in Europa, en het zou het einde betekenen van legitieme reclame en legitieme concurrentie. Ik vraag mijn collega's dus om te stemmen …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD). - (SK) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik opmerken dat het een goede zaak is dat er in het Europees Parlement een discussie loskomt over de oneerlijke handelspraktijken op het gebied van de reclame, vooral in verband met de ontwikkeling van nieuwe reclametechnieken en -technologieën.

Nieuwe vormen van digitale communicatie hebben reclamebureaus een breed scala aan mogelijkheden gegeven. De nieuwe reclamemogelijkheden hebben echter ook nieuwe problemen met zich meegebracht met betrekking tot agressiviteit, misleiding of misbruik van het vertrouwen van kinderen en jongeren om diep binnen te dringen in hun privéleven. De regulering van reclame op het internet moet reageren op de vindingrijkheid van reclamemakers en methoden en praktijken die inbreuk maken op het recht op privacybescherming en ethische normen of die van slechte invloed zijn op de ontwikkeling van kinderen moeten worden beperkt. Daarom moeten we ons concentreren op een grondige analyse van de huidige trends en ons richten op nieuwe regels om de technologieën en mogelijkheden aan banden te leggen die inbreuk maken op de privésfeer van het gezin en de privacy van kinderen en die de gezonde ontwikkeling van het gezin in de weg staan. Deze regels moeten we vervolgens consequent toepassen.

 
  
MPphoto
 

  Csanád Szegedi (NI).(HU) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst wil ik mijn dank uitspreken aan de rapporteur. Vanuit het perspectief van de waarden die ik aanhang, ging het hier om een van de belangrijkste onderwerpen uit de recente periode. Het is alleen jammer dat de bespreking op zo’n laat tijdstip plaatsvond. Zoals aangegeven in het verslag, vormen kinderen en jongeren de meest kwetsbare groepen bij reclame. Hun vrije wil is nog onvoldoende ontwikkeld en zij zijn makkelijk beïnvloedbaar. Dit geldt niet alleen voor irreguliere, misleidende en agressieve reclame, maar ook voor reclame in het algemeen, aangezien wij leven in een nieuwe wereld waarin mensen al op vroege leeftijd worden geconfronteerd met de overweldigende druk zich te conformeren aan de consumentenmaatschappij. Alle vormen van reclame in kinderprogramma’s moeten uitdrukkelijk worden verboden.

Voorts wil ik onderstrepen dat mogelijk niet de traditionele media, zoals televisie en radio, maar de wereld van het internet de grootste bedreiging voor jongeren vormt. Daar wordt reclame in zijn meest agressieve vorm verspreid en daar kan reclame de meeste schade bij de doelgroep aanrichten. De meest gewetenloze bedrijven hebben geen enkele eerbied voor persoonlijke gegevens en breken via sociale netwerksites in op de persoonlijke levenssfeer van mensen. Dat soort praktijken moet verboden en bestraft worden. In dat opzicht moeten wij allen oproepen tot actie binnen de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Lara Comi (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik ben absoluut voor de ontwerpresolutie van de heer Juvin over de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag. Gezien het belang van reclame voor de economie, maar ook voor de interne markt en de consument, vind ik het essentieel om ervoor te zorgen dat de negatieve gevolgen van bepaalde reclamepraktijken worden weggenomen.

Ik heb in het bijzonder veel waardering voor de analyses van de rapporteur van het bestaande wettelijke en niet-wettelijke kader en de tekortkomingen die zijn vastgesteld bij de interpretatie en de uitvoering daarvan. Dat heeft het bereiken van een adequaat niveau van harmonisatie onmogelijk gemaakt.

We moeten de inspanningen voor het bestrijden van oneerlijke handelspraktijken in de reclamesector concentreren door de werkingssfeer van de bestaande regelgeving te verbreden.

Het voorstel vormt een adequate oplossing voor het eeuwige probleem van het zoeken naar het juiste evenwicht tussen rechten die met elkaar in tegenspraak verkeren: het recht op vrije meningsuiting aan de ene kant en het recht van de consument op bescherming aan de andere kant.

Tot slot wil ik nogmaals de rapporteur en de schaduwrapporteurs feliciteren.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE). - (SK) Mijnheer de Voorzitter, verschillende soorten reclame die zich de laatste jaren via de nieuwe media hebben verspreid, zijn een sociaal fenomeen geworden dat het gevaar met zich meebrengt van misbruik van het vertrouwen van de gewone consument.

Ik vind dat de consumentenbescherming op dit gebied op zijn minst een minimale wettelijke grondslag moet krijgen. Ik ben het eens met de rapporteur en wil hem feliciteren voor zijn verslag waarin hij de kwestie op een constructieve manier heeft bekeken met oog voor het belang van kwetsbare groepen, waaronder kinderen en jongeren, zoals enkele eerdere sprekers al hebben opgemerkt. Als arts sta ik daar vierkant achter. We moeten gevallen van opzettelijke misleiding voorkomen, waarbij de consument beslissingen neemt op grond van informatie waarvan hij denkt dat het objectieve feiten of erkende onderzoeken betreft, terwijl de informatie slechts van propagerende en commerciële aard is. Ook de ontwikkeling van reclametechnieken waarbij direct inbreuk wordt gemaakt op de privacy van de consument, zoals het lezen van de inhoud van e-mails door derden die deze inhoud misbruiken voor commerciële doeleinden, baart mij ernstige zorgen. Bij reclametechnieken die door bedrijven worden toegepast moeten zonder uitzondering de vertrouwelijkheid van persoonlijke correspondentie en de rechtsvoorschriften voor de bescherming van de privacy worden gerespecteerd.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(GA) Het is moeilijk om de feiten te achterhalen, met name wat betreft de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag. Dagelijks verschijnen er onderzoeken met steeds onderling verschillende resultaten.

(EN) Desalniettemin loont reclame; particuliere ondernemingen besteden miljoen en miljoenen euro's aan reclame op de radio, de televisie en in kranten en aan verborgen reclame zoals sponsoring. Tegelijkertijd is er het dilemma van de beoordeling van reclame. Enerzijds heb je mensen die zeggen dat een van de remedies voor alcoholisme is reclame te verbieden. Anderzijds hebben we het gebruik van drugs de afgelopen decennia exponentieel zien stijgen, en omdat ze illegaal zijn, wordt er niet alleen geen reclame voor gemaakt, maar kunnen ze ook niet over de toonbank worden gekocht.

Ik denk daarom dat er behoefte is aan een onafhankelijke analyse en goed onderzoek op Europees niveau, zonder dat daar gevestigde belangen bij betrokken zijn, teneinde echt vast te stellen wat goed is en wat slecht, wat gunstig is en wat niet, en daarna kunnen we dienovereenkomstig regelgeving opstellen. Als we dat niet doen, krijgen we volgens mij dag in dag uit verschillende onderzoeken die de door de opdrachtgevers van de onderzoeken gewenste resultaten opleveren.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Hahn, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag namens de Commissie en in het bijzonder namens vicevoorzitter Reding de rapporteur bedanken voor zijn waardevolle verslag, dat meerdere belangrijke aspecten analyseert die verband houden met de invloed van moderne reclame voor het consumentengedrag. Om te achterhalen hoe de problemen als gevolg van de ontwikkeling van het Internet en nieuwe technologieën het beste kunnen worden aangepakt, heeft de Commissie in 2009 en 2010 een brede raadpleging gehouden over het bestaande wettelijk kader voor gegevensbescherming.

De raadplegingen hebben bevestigd dat de onderliggende beginselen van de huidige Europese wetgeving inzake gegevensbescherming nog steeds heel verdedigbaar zijn. Het is echter even duidelijk geworden dat de EU een omvangrijkere en coherentere aanpak nodig heeft in haar beleid voor de bescherming van persoonsgegevens voor de EU en daarbuiten. Daarom heeft de Commissie op 4 november een mededeling aangenomen over een integrale aanpak van de bescherming van persoonsgegevens in de Europese Unie.

Onlinereclame brengt Europese burgers veel voordelen, in het bijzonder doordat het hun gratis toegang geeft tot diensten. Bij veel van de targetingtechnieken – weergave, contextreclame en bepaalde zoekactiegerelateerde advertenties, enzovoort – is geen sprake van het traceren van personen, en deze technieken geven geen aanleiding tot grote bezorgdheid. Mijn collega, vicevoorzitter Neelie Kroes heeft de sector verzocht een zelfregulerend kader voor online behavioural advertising vast te stellen dat is gebaseerd op het Europees wettelijk kader en op de vier beginselen van doelmatige transparantie, een passende vorm van bekrachtiging of toestemming, gebruikersvriendelijkheid en doelmatige handhaving. De Commissie zal toezien op de inspanningen van de sector, om te beoordelen of meer regelgevende actie nodig is.

Wat betreft reclame via e-mail en de vertrouwelijkheid van privécorrespondentie, heeft de vorig jaar vastgestelde hervorming van de telecommunicatiemarkt de Europese privacyregels versterkt en verduidelijkt. Deze hervorming heeft voor de lidstaten ook een duidelijke verplichting ingevoerd om afschrikkende sancties vast te stellen en ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten niet alleen beschikken over de benodigde bevoegdheden om deze regels te handhaven, maar ook passende middelen krijgen. De lidstaten hebben tot mei 2011 de tijd om deze bepalingen om te zetten in nationaal recht.

De Commissie erkent dat er tussen de lidstaten bepaalde verschillen zijn in de omzetting van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken. De Commissie is van mening dat deze verschillen, waarvan de Commissie er enkele aan het oplossen is door middel van samenwerking met de lidstaten, marginaal zijn en dat de gewenste mate van harmonisatie lijkt te zijn bereikt.

Het gebruik van algemene clausules geeft de lidstaten wat speelruimte, maar waarborgt tegelijkertijd dat de richtlijn toekomstbestendig is. In dit verband zijn de richtsnoeren over de toepassing van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken een van de initiatieven die de Commissie heeft genomen om ervoor te zorgen dat er sprake is van volledige harmonisatie; met andere woorden, om ervoor te zorgen dat dezelfde regels in de lidstaten op dezelfde wijze worden uitgelegd en toegepast. Zoals het ontwerpverslag vraagt, zullen we ons werk aan de richtsnoeren zeker voortzetten en dit document bijwerken om rekening te houden met nieuwe problemen en ontwikkelingen. De Commissie is tevens bezig een juridische database over wetgeving, jurisprudentie en academisch werk te ontwikkelen, die de uniforme toepassing van de richtlijn in de lidstaten zal bevorderen.

Wat betreft de verklaringen met betrekking tot reclame in de vorm van verspreiding van commentaren op sociale netwerken, op fora of in blogs, is het belangrijk op te merken dat, wanneer consumenten handelen namens een handelaar en/of op enigerlei wijze door een handelaar worden betaald om een bepaald beeld te schetsen, zonder dat dit in de mening of verklaring duidelijk wordt gemaakt, dit feitelijk een vorm van verborgen reclame is die valt onder de richtlijn oneerlijke handelspraktijken. Gewone meningen kunnen natuurlijk niet worden aangemerkt als reclame.

In dit verband is de Commissie van mening dat wetgeving inzake marketing niet het meest geschikte instrument is, aangezien het een kwestie van vrijheid van meningsuiting is. De richtlijn bevat desondanks specifieke waarborgen voor kwetsbare consumenten. Leeftijd is een factor waarmee nationale autoriteiten rekening moeten houden, wanneer ze de eerlijkheid van een praktijk beoordelen. Het verslag over de toepassing van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, dat in 2011 wordt verwacht, zal worden gebaseerd op de ervaringen van de lidstaten, met inbegrip van hun ervaringen op het gebied van de reclame voor kinderen en jongeren, voor zover de gegevens over dit aspect beschikbaar zijn.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag om 12.30 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Tiziano Motti (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik ben het grotendeels eens met het verslag van de heer Juvin over de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag. Ik meen echter dat het voorkomen van de verspreiding van commentaren op sociale netwerken, fora en blogs – die vanwege hun kenmerken moderne vormen van "verborgen reclame" kunnen worden – uitvoerbaar is door het opsporen van de nieuwe strafbare feiten die door internet worden gestimuleerd en de regelgeving voor de bewaring van gegevens uit te breiden tot de content providers op het net in plaats van terug te grijpen op vormen van censuur. Ik vind het namelijk een prioritair recht van iedere burger ook op internet zijn mening vrijelijk te kunnen uiten, tenzij bewezen is dat hij de wet overtreedt. Het verbaast mij dat eraan gedacht wordt commentaar op fora te censureren, omdat daardoor de keuze van de consument bij het doen van aankopen zou kunnen worden beïnvloed, terwijl het voorstel om de huidige Richtlijn 2006/24/EG betreffende de bewaring van gegevens te verbreden om pedofielen te kunnen opsporen die via sociale fora minderjarigen lokken schadelijk wordt geacht voor de privacy van burgers. Meten we dan niet met twee maten? Consumenten, en met name jongeren, moeten beschermd worden tegen verborgen reclame, maar tegelijkertijd moet navenant ook de vrijheid van meningsuiting beschermd worden die een van de pijlers is waarop onze democratieën zijn gestoeld. Ik hoop daarom dat de bevoegde autoriteiten de noodzakelijke instrumenten zullen krijgen om de daders van internetmisdrijven op te sporen door de werkingssfeer van richtlijn 2006/24 te verruimen tot content providers, zoals al gevraagd is in de verklaring van het Europees Parlement van 23 juni 2010 (P7_DCL(2010)0029).

 
Laatst bijgewerkt op: 4 mei 2011Juridische mededeling