Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2290(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0369/2010

Debatten :

PV 14/12/2010 - 14
CRE 14/12/2010 - 14

Stemmingen :

PV 15/12/2010 - 7.3
CRE 15/12/2010 - 7.3
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0475

Debatten
Woensdag 15 december 2010 - Straatsburg Uitgave PB

10. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Beste collega's, we hebben een heleboel stemverklaringen, dus we moeten ons uiterst strak aan de tijd houden. Ik zal iedereen na één minuut onderbreken. Mijn excuses daarvoor, maar het is niet anders.

 
  
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

Ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, als gewijzigd door de Raad

 
  
MPphoto
 

  Ashley Fox (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil toelichten waarom ik tegen de begroting 2011 heb gestemd. Ik heb ertegen gestemd omdat de EU in een tijd van bezuinigingen zelfbeheersing aan de dag moet leggen. We moeten onze uitgaven verminderen in plaats van ze te verhogen. Ik vind het een schande dat de Commissie in eerste instantie een toename van 6 procent heeft voorgesteld en dat het Parlement daarin is meegegaan.

Het was goed dat premier David Cameron het niveau van de uitgavenstijging tot 2,9 procent heeft weten te drukken, maar we weten dat dit een compromis is. Het is geen compromis waar de Britse Conservatieven bijzonder gelukkig mee zijn en ik ben er trots op tegen de Europese mateloosheid te hebben gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, het is veelbetekenend dat het Parlement voor de eerste keer de kans kreeg de begroting goed te keuren. In het toekomstige begrotingsbeleid moet het Parlement naar mijn mening zorg dragen voor de volgende prioriteiten: dat de Europese Unie haar eigen financiële bijdrage kan verhogen, dat de begroting materiële doeltreffendheid en het beleid inzake klimaatverandering steunt met haar eigen beleidskeuzen en dat zij op die manier ook de Europa 2020-strategie en een groenere economie steunt.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, net als mijn collega Fox en vele Britse Conservatieven ben ik bezorgd.

Hoe bestaan we het om in deze tijd van bezuinigingen, waarin regeringen overal in de Europese Unie – en regeringen overal ter wereld – ervoor zorgen dat zij de broekriem aanhalen en hun uitgaven beteugelen, de belastingbetaler om meer geld te vragen? Het is absoluut tijd om de broekriem aan te halen en het goede voorbeeld te geven. We hadden niet om meer geld of om een bevriezing van de uitgaven moeten vragen, maar we hadden moeten verzoeken om een besnoeiing van de EU-begroting, zodat de belastingbetalers in de Europese Unie hun politici serieus kunnen nemen en weten dat wij begrijpen wat zij op het moment moeten doormaken en dat we de pijn met hen delen, in plaats van op te treden als elite die zich niet bekommert om de mensen die haar hebben gekozen.

 
  
  

- Verslag-Jędrzejewska en Trüpel (A7-0369/2010)

 
  
MPphoto
 

  Peter Jahr (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het begrotingsrecht is het kroonjuweel van elk parlement zo ook voor het Europees Parlement. De samenwerking tussen het Parlement, de Commissie en de Raad draait om verantwoordelijkheid, vertrouwen en partnerschap. De raadplegingsprocedure inzake de begroting voor 2011 wekte in dat opzicht maar weinig vertrouwen. Ik verzoek de Commissie, maar vooral ook de Raad, om de rechten van het Europees Parlement te eerbiedigen, omdat – ik herhaal – het begrotingsrecht het kroonjuweel van het Europees Parlement is.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, gisteren vroeg ik me nog af of ik misschien door een kronkel in het ruimte-tijd-continuüm in de jaren zeventig van de twintigste eeuw was beland. Vandaag vraag ik me af of het niet 1770 is.

Ik zou een opmerking van Thomas Jefferson willen citeren over een regering die ver van het volk afstaat. Hij meende dat de regerenden op een afstand, onttrokken aan het zicht van de kiezers, zich welhaast moeten overgeven aan corruptie, zelfverrijking en verkwisting. Wat een perfecte beschrijving van de gebeurtenissen rond de EU-begroting met haar niet-goedgekeurde rekeningen, slordige toewijzing van middelen en bedragen die continu stijgen, ondanks de pogingen van de 27 lidstaten om hun uitgaven te beteugelen. Dit is wat er gebeurt als er geen koppeling bestaat tussen belastingheffing, volksvertegenwoordiging en uitgaven, als de EU schouderklopjes verwacht als zij de geldkraan openzet, maar geen verwensingen wil als zij de begroting verhoogt.

We kunnen deze bedragen alleen weer in lijn brengen met de verwachtingen van de publieke opinie wanneer de begrotingsverantwoordelijkheid wordt teruggegeven aan de nationale parlementen en de nationale parlementariërs, die aan hun kiezers, die tegelijkertijd hun belastingbetalers zijn, rekenschap moeten afleggen.

 
  
  

- Verslag-Gauzès (A7-0340/2010)

 
  
MPphoto
 

  Cristiana Muscardini (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij zijn vóór deze maatregel en bedanken de rapporteur, die zeer precies te werk is gegaan.

Wij zijn echter van mening dat dit werk de Europese instellingen moet dwingen de ontwikkelingen van deze nieuwe discipline in de toekomst in de gaten te blijven houden, omdat zich in het verleden helaas te vaak onduidelijke situaties hebben voorgedaan die het financiële stelsel negatief hebben beïnvloed en schadelijk waren voor bedrijven en spaarders.

Wij achten het van groot belang een nieuw Europees systeem op te zetten voor bureaus en toezicht uit te oefenen op alle autoriteiten van de centrale banken om te bewerkstelligen dat de ratings daadwerkelijk aansluiten op het moderne financiële stelsel en nuttig zijn voor de burgers. Wij danken daarom de rapporteur.

 
  
MPphoto
 

  Peter Jahr (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de vraag is: wie controleert eigenlijk de controle-instanties? Ook in de voetbalsport moeten scheidsrechters zich aan goedkeuringsprocedures onderwerpen, en wat voor het voetbal geldt, moet toch zeker ook voor de financiële markten gelden. De soliditeit van financiële producten en de kredietwaardigheid van banken, ja zelfs van landen, wordt er overgelaten aan ratingbureaus, maar als die een monopoliepositie innemen, zich aan iedere controle onttrekken, ontwikkelen zij zich tot goddelijke instellingen die aanbeden worden. Maar dat kan niet, want de Heilige Schrift zegt: "Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben." In het onderhavige verslag wordt getracht een einde te maken aan deze misstand door controles van ratingbureaus in te voeren. Het Parlement zal te zijner tijd informeren of dat zijn vruchten heeft afgeworpen.

 
  
  

- Verslag-Jędrzejewska en Trüpel (A7-0369/2010)

 
  
MPphoto
 

  Barbara Matera (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de stemming van vandaag over de begroting 2011 betekent de afsluiting van een nieuwe procedure waaruit, hoe moeizaam dat ook is gegaan, de verantwoordelijke en standvastige houding van de begrotingsautoriteiten bleek.

Ondanks dat het een compromisoplossing is waar zowel het Parlement als de Raad offers voor hebben moeten brengen, heeft het de invoering voorkomen van een systeem van twaalfden, dat ernstige gevolgen zou hebben gehad voor de financiering van programma’s van de Europese Unie.

Het Parlement is tevreden met de doelstellingen die we hebben bereikt. Het wijst echter met beschuldigende vinger naar degenen die ervoor hebben gezorgd dat het akkoord over het Internationale Thermonucleaire Experimentele Reactor-programma en over flexibiliteit niet tot stand is gekomen. De Unie heeft zelfs aan geloofwaardigheid ingeboet in de ogen van haar internationale partners en loopt hierdoor het gevaar de financiering van haar toezeggingen niet rond te krijgen en de nieuwe actiekaders die voortvloeien uit het Verdrag van Lissabon niet te behalen.

Daarom moeten we vanaf januari 2011 prioriteiten stellen en ervoor zorgen dat deze de komende jaren financieel worden ondersteund.

 
  
  

- Verslag-Weisgerber (A7-0050/2010)

 
  
MPphoto
 

  Mario Pirillo (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de noodzaak om meetsystemen te moderniseren en tegelijkertijd de wetgeving te verbeteren bracht ons ertoe Europese richtlijnen inzake metrologie in te trekken.

Ook ik ben ervan overtuigd dat dit de eerste stap is richting een radicale en nauwkeurigere hervorming op dit gebied. Daarnaast leidt het geen twijfel dat we voldoende tijd moeten uittrekken zodat lidstaten kunnen vaststellen welke gevolgen de intrekking van deze regelgeving voor hun eigen wetgeving zal hebben, en noodzakelijke veranderingen kunnen doorvoeren.

Tot slot sluit de beslissing tot intrekking van de verschillende richtlijnen perfect aan bij de noodzaak tot meer vereenvoudiging, die in alle sectoren nadrukkelijk wordt gevoeld. We hopen echter dat het middel niet erger is dan de kwaal.

 
  
  

- Verslag-Gurmai en Lamassoure (A7-0350/2010)

 
  
MPphoto
 

  Clemente Mastella (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het Verdrag van Lissabon voorziet in een belangrijke ontwikkeling voor de democratische werking van de Europese Unie, namelijk een nieuw concreet instrument voor burgerparticipatie in het Europees debat en de Europese integratie.

Het Europees burgerinitiatief introduceert een nieuw concept van internationale democratie en brengt de Europese Unie een nieuwe vorm van participerende democratie. Al onze burgers kunnen rechtstreeks een beroep op de Europese Commissie doen om een wetgevingsvoorstel in te dienen.

Wij zijn ingenomen met het voorstel van de Commissie, aangezien het betrekken van het maatschappelijk middenveld en het formuleren van beleid in het besluitvormingsproces de democratische legitimiteit van onze instellingen verhoogt en de Europese Unie dichter bij haar burgers brengt.

 
  
MPphoto
 

  Oriol Junqueras Vies (Verts/ALE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in de eerste plaats wil ik mijn tevredenheid over de goedkeuring van het Europees burgerinitiatief kenbaar maken, waar ik namens de Commissie cultuur en onderwijs schaduwrapporteur voor ben geweest. Tegelijkertijd wil ik mijn beklag doen over het feit dat het Parlement heeft nagelaten te stemmen over twee vraagstukken die mijns inziens cruciaal zijn: het recht van jongeren ouder dan 16 jaar om dit initiatief te ondertekenen en het stemmen voor inwoners.

We weten dat deze initiatieven niet in het Verdrag van Lissabon zijn opgenomen en dit zijn enkele argumenten waarom wij tegen dit Verdrag zijn.

 
  
MPphoto
 

  Jens Rohde (ALDE). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, de Deense liberale partij heeft vandaag voor het burgerinitiatief gestemd, omdat het de mogelijkheid van participatie voor burgers bevordert en de EU veel beter toegankelijk maakt. In het Parlement hebben we ervoor gezorgd dat er enkele gestandaardiseerde voorwaarden zijn opgenomen om het burgerinitiatief ongeacht de lidstaat toegankelijk te maken en om te waarborgen dat het instrument eenvoudig te gebruiken blijft. Echter, de burgers moeten uit minimaal een kwart van de lidstaten afkomstig zijn, waarbij het aantal burgers uit elke lidstaat ten minste gelijk moet zijn aan het aantal leden van het Europees Parlement uit die lidstaat vermenigvuldigd met een factor van 750. Ook moeten de burgers oud genoeg zijn om te mogen stemmen in parlementaire verkiezingen. Wij zijn van mening dat deze voorwaarden belangrijk zijn om te waarborgen dat het burgerinitiatief ook de validiteit krijgt die absoluut noodzakelijk is, opdat het wordt beschouwd als een serieuze bijdrage aan de ontwikkeling van democratie.

 
  
MPphoto
 

  Hannu Takkula (ALDE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik wil een paar dingen over het burgerinitiatief zeggen. Het is waar dat wij met het Verdrag van Lissabon een nieuw initiatief kregen dat onze burgers aanmoedigt aan de democratie deel te nemen. Als een miljoen burgers een petitie ondertekenen, dan neemt de Commissie die vervolgens in behandeling, maar is dat dan alles? Naar mijn mening is dit een goed initiatief, maar wij moeten erover nadenken hoe het verder kan worden ontwikkeld.

Het uitgangspunt is dat onze burgers vooral via verkiezingen aan het democratische proces meedoen. Op die manier kunnen wij de zaken behandelen die voor de mensen belangrijk zijn. Dit nieuwe initiatief zal de betrokkenheid van de burgers waarschijnlijk vergroten, hoewel ik anderzijds denk dat het ertoe leidt dat de Commissie alleen initiatieven beantwoordt en dat er geen concrete resultaten worden geboekt. Daarom moeten wij er opnieuw over nadenken hoe wij de mensen daadwerkelijk kunnen aansporen aan de politieke besluitvorming deel te nemen.

 
  
MPphoto
 

  Morten Løkkegaard (ALDE). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, puur als aanvulling op wat reeds is gezegd in verband met de steun van de Deense liberale partij wil ik zeggen dat dit een ongelooflijk belangrijk initiatief is. Het is ook een experiment dat we – en dit is waar ik toe oproep – zeer nauwgezet moeten volgen en waarbij we ervoor moeten zorgen dat de periode van drie jaar die nu voor dit initiatief is vastgelegd ook daadwerkelijk wordt opgevolgd, en we moeten tevens bekijken of dit nu een echt burgerinitiatief is of dat het – als ik het zo mag zeggen – gebruikt wordt met het oog op andere belangen. Het is belangrijk voor het succes – het succes waarop we allemaal hopen voor dit initiatief – dat het ook werkelijk de burgers zijn die het initiatief nemen. In dit verband zou ik ook willen zeggen dat ik persoonlijk hoop dat er een aantal toekomstgerichte, constructieve en positieve onderwerpen zullen zijn die burgers aan de orde willen stellen in verband met het EU-project, zodat het niet altijd het eeuwige "nee"-kamp zal blijken te zijn dat het patent heeft op het gebruik van dit soort initiatieven.

 
  
MPphoto
 

  Sonia Alfano (ALDE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb de wetgevingsprocedure voor het Europees burgerinitiatief op de voet gevolgd en ik ben verheugd, deels door de verklaringen van de Raad en de Commissie, dat de eerste verzoekschriften over een jaar zullen worden ingediend.

Ook ben ik trots aan het Europees Parlement mee te kunnen delen dat er in Italië een brede beweging aan de basis van burgers, verenigingen en commissies is ontstaan als gevolg van de goedkeuring van de afschuwelijke richtlijn inzake dierproeven. Deze beweging zal komend jaar niet stilzitten, maar een voorstel voor de Commissie uit gaan werken: een voorstel dat de Europese Unie voorziet van moderne en beschaafde wetten en "nee" zegt tegen dierproeven – een wrede en wetenschappelijk ondoeltreffende praktijk – en sterk aandringt op alternatieve methodes.

Het afkeuren van vivisectie moet een doelstelling van de Europese Unie zijn, omdat dit de wens van haar burgers is.

 
  
MPphoto
 

  Ashley Fox (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, volgens mij kan het burgerinitiatief nuttig zijn omdat het de burgers de mogelijkheid geeft rechtstreeks tot de Commissie te spreken, maar het blijft de vraag hoe de Commissie op voorstellen zal reageren die haar niet bevallen.

Het valt te verwachten dat er een stortvloed van initiatieven aan zit te komen waarin de Commissie wordt verzocht meer te ondernemen en voor meer Europa te zorgen, en ongetwijfeld zal de Commissie hier enthousiast op reageren.

Maar hoe zal zij reageren op voorstellen om voor minder Europa te zorgen of het Europese beleid te verbeteren, of minder geld te verspillen of wellicht uit te sluiten dat er ooit een Europese belasting komt? Ik ben benieuwd hoe de Commissie op dergelijke voorstellen zal reageren. Worden die voorstellen met de nodige eerbied behandeld? Als zij alleen iets gaat doen met voorstellen die in haar straatje passen, is dit instrument geen stuiver waard.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(GA) Mijnheer de Voorzitter, ik heb met veel genoegen mijn steun aan deze voorstellen gegeven. Naar mijn idee hebben de rapporteurs zeer goed werk verricht, niet alleen voor de Europese Unie, maar ook voor onze burgers in het algemeen.

(EN) Het burgerinitiatief was een zeer belangrijk onderdeel van het Verdrag van Lissabon, dat in Ierland iets meer dan een jaar geleden werd goedgekeurd, maar een tijd lang leek het erop dat het hele proces door complexiteit en bureaucratie zou worden gedwarsboomd. Dankzij de inspanningen van de rapporteurs is het proces vereenvoudigd en werd het uitstekende idee ingevoerd om een initiatief te laten registreren door een comité van zeven leden uit zeven verschillende lidstaten. Ik denk dat deze en andere maatregelen ervoor zullen zorgen dat de burgers hun echte zorgen onder de aandacht kunnen brengen en dat de gevestigde belangen hopelijk buiten de deur worden gehouden.

(GA) Ik wil dan ook graag afsluiten met het volgende spreekwoord uit mijn eigen taal: Een goed begin is het halve werk. En dat goede begin is in dit geval een feit.

 
  
MPphoto
 

  Nicole Sinclaire (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit lijkt me de schijndemocratie ten top. Het is een schande dat u de burgers van Europa niet hebt willen aanhoren vóór de invoering van het Verdrag van Lissabon, waarvan dit burgerinitiatief deel uitmaakt.

In antwoord op wat mijnheer Fox zojuist heeft gezegd wil ik erop wijzen dat de Commissie na de eerste fase van het burgerinitiatief zou kunnen besluiten dat het niet de moeite waard is. Dat is het probleem met deze regeling, omdat deze niet in een bindend mandaat voorziet. De Commissie kan een initiatief gewoon naast zich neerleggen. Eens te meer gaat de Europese Unie voorbij aan de wensen van de Europese burgers. Laten we eindelijk naar de burgers luisteren, zij zijn hier niet tevreden mee.

 
  
  

- Ontwerpresoluties RC-B7-0688/2010

 
  
MPphoto
 

  Jim Higgins (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het werkprogramma van de Commissie voor 2011 gestemd.

De financiële crisis is een grote uitdaging die we bij de horens moeten vatten. Ik wens de Commissie succes met de verwezenlijking van haar doelstellingen. Wat betreft de euro is het uit het oogpunt van integriteit en cohesie van de Unie en vanuit het oogpunt van solidariteit binnen de Europese Unie absoluut van cruciaal belang dat we een gemeenschappelijke munt hebben en er alles aan doen deze te beschermen.

Met betrekking tot de werkgelegenheid en de economie ben ik verheugd dat de Commissie in januari 2011 haar eerste jaarlijkse groeianalyse zal goedkeuren. In de jaarlijkse groeianalyse wordt de economische situatie van de Unie, met inbegrip van eventuele onevenwichtigheden en systeemrisico's, onderzocht. Dit is van essentieel belang voor de overgang van Europa naar een slimme en duurzame economie.

Last but not least vormen we een gemeenschap van 500 miljoen mensen. We moeten ons zowel op het Europees toneel als op het wereldtoneel sterker inspannen. Ik wens de Commissie veel succes in het komende jaar.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Ik heb om tal van redenen tegen gestemd, maar de meest merkwaardige paragraaf is wel die waarin de lidstaten volgens dit Parlement ertoe moeten worden verplicht om 0,7% van hun bruto nationaal inkomen uit te geven aan ontwikkelingshulp en de Commissie zou moeten toezien op de naleving van die verplichting.

Los van de vraag of ontwikkelingshulp wel zin heeft, is het toch wel een serieuze schending van het subsidiariteitsbeginsel. Curieus is dan ook weer paragraaf 52, waarin de Commissie wordt aangezet om gebruik te maken van het momentum, zogezegd, in het uitbreidingsproces. Mag ik vernemen welk momentum? Heeft men het dan over de voortdurende provocaties van Turkije of de massale schendingen van de mensenrechten in dat land, om maar te zwijgen over de altijd maar verdergaande islamisering?

 
  
  

- Ontwerpresoluties RC-B7-0693/2010

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Er staan zeker een paar goede zaken in deze resolutie, zoals de veroordeling van de deelname van de misdadiger Mugabe aan de top van Lissabon en het wijzen op de nefaste gevolgen van de hersenvlucht uit het Afrikaanse continent.

Ook wordt terecht benadrukt dat de ontwikkeling van een landbouwcapaciteit cruciaal is. Aan de andere kant moeten wij echt af van die onzinnige 0,7% norm. De 1 biljoen dollar ontwikkelingshulp die gedurende zestig jaar naar Afrika is gevloeid, heeft dit continent alleen maar verder in de ellende gestort. In plaats van altijd maar méér hulp moeten wij onze energie onder meer steken in de bestrijding van de illegale kapitaalvlucht, hetgeen trouwens terecht door deze resolutie wordt onderstreept.

Ook de migratieparagraaf kan mij allerminst bekoren en daarom heb ik uiteindelijk tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als we zien in welke bedroevende toestand tal van Afrikaanse landen verkeren, willen wij in de EU en in de verschillende lidstaten hen natuurlijk allemaal van hun armoede bevrijden, maar ik vind dat we verstandiger om moeten gaan met onze hulp. In het geval van een ramp is het absoluut in orde dat hulpverlening op korte termijn een vitale rol speelt, maar wanneer we naar de langetermijnontwikkeling kijken, wordt onze bijstand in sommige gevallen niet op de juiste manier besteed.

Zo is het natuurlijk niet in orde dat geld van de belastingbetalers in verschillende lidstaten van de EU naar regeringen in Afrika wordt gestuurd die hun land niet behoorlijk besturen en dit geld ook niet doorgeven aan degenen die het echt nodig hebben. Ontwikkeling kan het best worden bevorderd door steun te verlenen aan de ondernemers in armere landen, die in hun eigen gemeenschappen welvaart kunnen scheppen en hun vrienden en buren uit de armoede kunnen helpen.

Laten we onze markten openstellen, laten we gerichte bijstand verlenen voor de bevordering van handel en ontwikkeling in plaats van domweg hulpgelden te sturen.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, onlangs heb ik samen met een aantal leden van dit Parlement de ACS-Top in Kinshasa bijgewoond, officieel het op een na ergste land in de wereld. De VN houden een geluksindex bij en schalen de Democratische Republiek Congo alleen nog hoger dan Zimbabwe in. Maar de Congolezen kunnen zich uiteraard in tegenstelling tot de inwoners van Zimbabwe niet optrekken aan de gedachte dat alles beter wordt met een nieuwe regering, want zij hebben vrije verkiezingen achter de rug en beschikken over een internationaal erkende grondwet, en wat dies meer zij.

Wat we in de Democratische Republiek Congo zien, is een ingedikt concentraat van het Afrikaanse drama. Ik denk dat het koloniale verleden aldaar inderdaad meer opspeelt dan in de naburige landen, maar wil tegelijkertijd niet nog eens de hele ellende van de Kongo-Vrijstaat oprakelen. Uiteraard zitten we met de vloek van de natuurlijke hulpbronnen in het land, waardoor de band tussen belastingheffing en uitgaven wordt verbroken en politiek bedrijven synoniem wordt voor graaien naar eer en rijkdom. Maar bovenal zit het land met zijn heterogeniteit, een gebrek aan nationale identiteit, een gebrek aan linguïstische of etnische eendracht. "Houdt u van uw land, betaal dan belasting" stond ergens op een bord in Kinshasa te lezen. Natuurlijk doet niemand dat.

U begrijpt waarschijnlijk wel waarom ik het hier nu over heb. De voorzitter van de Europese Raad zei dat patriottisme tot oorlog leidt. Ik zou hem heel graag eens meenemen naar een plaats waar elk patriottisme ontbreekt om te laten zien waar dat toe leidt.

 
  
  

- Ontwerpresoluties RC-B7-0688/2010

 
  
MPphoto
 

  József Szájer (PPE).(HU) Mijnheer de Voorzitter, we weten allemaal dat als gevolg van de financiële crisis de staatspijler van het pensioenstelsel, die meer zekerheid biedt, steeds aantrekkelijker wordt binnen enkele Europese landen. Veel landen nemen hun eigen stelsels onder de loep en doen hun best om het pensioenstelsel van de staat te versterken. Ook al valt het pensioenstelsel in eerste instantie onder de nationale bevoegdheden, de richting die debatten over deze vraagstukken opgaan, is nog altijd van belang. Ik juich daarom punt 30 van het besluit over het werkprogramma van de Commissie toe, dat nu met steun van de drie grootste fracties, te weten de volks-, de sociale en de liberale fractie, binnen het Europees Parlement is goedgekeurd, waarin wordt benadrukt dat de eerste, dat wil zeggen de staatspijler van het pensioenstelsel moet worden versterkt. Mijn vaderland Hongarije heeft een belangrijke stap in de juiste richting gezet met de wet die gisteren is aangenomen. Het pensioendebat binnen de EU betreffende de witboeken en vervolgens de groenboeken, moet op die voet verder gaan. Het Europees Parlement verzoekt de Commissie dit op te pakken en ik ben daarom zeer verheugd over dit voorstel.

 
  
  

- Verslag-Gál (A7-0344/2010)

 
  
MPphoto
 

  Clemente Mastella (PPE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het nieuwe institutionele kader dat is ingevoerd bij het Verdrag van Lissabon, benadrukt dat de effectieve bescherming en de bevordering van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden de kern vormen van de democratie en de rechtstaat in de Europese Unie.

Ik sta achter dit verslag omdat ik ervan overtuigd ben dat er een nieuw intern mensenrechtenbeleid moet komen voor de Unie dat doeltreffend en omvattend is en dat zowel op nationaal niveau als op het niveau van de EU voorziet in effectieve verantwoordingsmechanismen om de talrijke schendingen die we dagelijks zien aan te pakken.

We willen benadrukken dat de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon het juridische gezicht van de Europese Unie fundamenteel veranderd heeft. Het Handvest van de grondrechten heeft nu dezelfde rechtskracht als de Verdragen, vormt de meest moderne codificatie van grondrechten, biedt een goed evenwicht tussen rechten en solidariteit, en omvat politieke, economische, sociale, culturele en burgerrechten, alsook rechten van de derde generatie.

 
  
MPphoto
 

  Antonello Antinoro (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb besloten vóór dit verslag te stemmen, niet alleen omdat mijn fractie hiertoe heeft besloten, maar ook omdat ik er heilig van overtuigd ben dat dit verslag in institutioneel opzicht van groot belang en onmisbaar is in een tijd dat de bevoegdheden van het Parlement worden bepaald, maar nog verder vorm moeten krijgen.

We wilden van onze eerste goedkeuring van de begroting onder het Verdrag van Lissabon uiteraard een belangrijke gebeurtenis maken. Daarom was het van belang dat we een gemeenschappelijk standpunt innamen; vandaar de inspanningen van de rapporteur om naar compromisamendementen te zoeken zodat beslissingen die er alleen maar toe zouden leiden dat het langer duurt om tot een definitieve procedure te komen inzake de toepassing van het Verdrag van Lissabon, voorkomen kunnen worden.

Ik bedank mevrouw Gál daarom voor haar werk en hoop dat dit verslag leidt tot collectieve verbeteringen in de activiteiten van de Europese instellingen.

 
  
MPphoto
 

  Hannu Takkula (ALDE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mevrouw Gál complimenteren met dit uitstekende verslag over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie. Dit is echter slechts een verslag. Wij moeten beseffen dat wij nog steeds veel te doen hebben in de Europese Unie. Helaas worden niet ieders grondrechten in de praktijk gebracht, ook al wordt dit in theorie beweerd. Wij hebben bijvoorbeeld een grote Roma-minderheid, wier grondrechten niet in elk opzicht in de praktijk worden gebracht.

Wij hebben ook problemen met de vrijheid van meningsuiting. Wij hebben vandaag de Sacharov-prijs voor de vrijheid van meningsuiting uitgereikt aan een Cubaanse dissident, maar wij hebben ook binnen Europa nog problemen. Niet overal kan men vrijuit spreken of zijn eigen mening uiten. Wij hebben daar een concreet voorbeeld van in het Europees Parlement in de vorm van een collega, die hier omringd door beveiligers rondloopt, omdat hij voor zijn eigen veiligheid moet vrezen. Wij moeten de Europese grondrechten verdedigen en ervoor strijden dat iedereen in de Europese Unie vrijelijk zijn mening kan uiten.

 
  
MPphoto
 

  Sonia Alfano (ALDE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het is bekend dat de activiteiten van de Italiaanse regering het Handvest van grondrechten continu schenden. Denk maar aan het akkoord tussen Italië en Libië, dat resulteerde in de schending van tientallen artikelen van het Handvest, of aan het voorstel van de bavaglio-wet, die is bedoeld om de pers de mond te snoeren en het juridische systeem lam te leggen.

Het gaat hier om een regering die gesteund wordt door een parlement dat op ondemocratische wijze is verkozen, zonder dat burgers de kans krijgen een voorkeur uit te spreken, een regering die gisteren het vertrouwen kreeg met stemmen uit de oppositiebanken van parlementsleden die openlijk toegaven te zijn benaderd met beloftes over de kandidatuur bij toekomstige verkiezingen en geld in ruil voor stemmen.

(Spreekster wordt door een kritische afgevaardigde onderbroken)

De feiten tonen aan dat er corruptie heeft plaatsgevonden. Dit is niets nieuws voor de corrupte mijnheer Berlusconi, zoals naar voren is gekomen uit de definitieve uitspraken in de kwesties Mondadori en Mills.

(Laat het Europees Parlement nu ook al viswijven binnen?)

Op 9 december vierde het Europees Parlement de Internationale Anti-Corruptie Dag. Gisteren begon het Italiaanse parlement aan zijn eerste dag als voorstander van de legalisering van corruptie van parlementsleden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mevrouw Ronzulli, ik verzoek u te gaan zitten en op te houden met praten. Dit is niet gepast in de vergaderzaal van het Europees Parlement. U hebt niet het woord en u mag andere sprekers niet op deze manier onderbreken. Gelieve u hieraan te houden. Gaat u verder, mevrouw Alfano. Ik geef u nog een halve minuut.

 
  
MPphoto
 

  Sonia Alfano (ALDE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, op 9 december vierde het Europees Parlement de Internationale Anti-Corruptie Dag. Gisteren begon het Italiaanse parlement aan zijn eerste dag als voorstander van de legalisering van corruptie van parlementsleden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mevrouw Ronzulli, ik zeg dit nog één keer. Als u nog eens opstaat en de vergadering verstoort, zal ik u vragen de zaal te verlaten. Is dat duidelijk genoeg? Doet u het niet nog een keer.

 
  
MPphoto
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, met de aanneming van het Verdrag van Lissabon is het bindende Handvest van de grondrechten een van de belangrijkste nieuwe terreinen voor het welzijn van onze burgers. In de volgende stap zullen de verschillende Europese instellingen zich moeten richten op het controleren en bevorderen van de grondrechten op alle beleidsterreinen van de Europese Unie en in alle lidstaten, op een manier die zo bindend en doeltreffend mogelijk is.

Om dit te bereiken is het belangrijk dat zowel individuen als de verschillende instellingen ervoor zorgen dat de richtlijn inzake gelijke behandeling, die momenteel in de Raad is blijven steken, wordt afgehandeld en dat wij op die manier juridisch bindende middelen krijgen om in te grijpen in gevallen van discriminatie in lidstaten.

Ik wil er ook op wijzen dat het heel belangrijk is om in te grijpen in gevallen van zowel flagrante als heimelijke discriminatie. Heimelijke discriminatie richt zich bijvoorbeeld op oudere mensen.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Het spreekt voor zich dat ik tegen dit politiek correcte verslag heb gestemd. Als Vlaams nationalist vind ik het totaal onaanvaardbaar dat dit Parlement nationalisme automatisch op één lijn stelt met vreemdelingenhaat en discriminatie.

Ronduit gevaarlijk is het voorstel om inbreukprocedures tegen lidstaten aan te vullen met een procedure, waarbij bepaalde beleidsmaatregelen worden geblokkeerd, totdat de Commissie beslist om al dan niet een officiële inbreukprocedure te starten. Dit komt er ronduit op neer dat lidstaten onder curatele worden gesteld en dit is een onaanvaardbare situatie.

Een effectief uitzettingsbeleid zal in de toekomst geblokkeerd kunnen worden door de Europese Commissie en daar gaat zij haar boekje ver te buiten. Dit zijn taken die moeten worden uitgevoerd en uitgeoefend door de nationale lidstaten en niet door de Europese Commissie.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, in een bijlage bij 1984 schreef George Orwell een hoofdstuk over newspeak en sprak hij over de manier waarop taal kan worden gecorrumpeerd en veranderd en op die manier ons denken kan veranderen. Hij haalde daarbij het voorbeeld aan van het woord "vrij". Hij stelde zich voor dat in de newspeak het woord "vrij" uitsluitend gebruikt zou worden als "deze hond is vrij van luizen" en "dit veld is vrij van onkruid". Op die manier verdwijnt het concept van intellectuele en politieke vrijheid, domweg omdat er geen woorden zijn om daar uitdrukking aan te geven. Dat was een griezelig vooruitziend voorbeeld, omdat dit inderdaad min of meer in onze tijd met het woord vrij gebeurd is.

Vroeger betekende het vrijwaring van staatsdwang: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering, vrijheid van godsdienst, maar nu betekent het "ergens recht op hebben". Ik heb de vrijheid te werken; ik heb de vrijheid gebruik te maken van het nationale gezondheidszorgstelsel of van wat dan ook. Dit verslag over mensenrechten is verschoven van het concept van rechten als een waarborg van persoonlijke vrijheid naar rechten als een claim op alle anderen. In plaats van dat het ervoor zorgt dat onze rechten gelijkelijk worden behandeld, wil het dat onze rechten ongelijk worden behandeld. Europa kent geen crisis van de mensenrechten, maar zit wel midden in een crisis van de democratie. We moeten niet denken dat we die oplossen door bevoegdheden over te hevelen van gekozen vertegenwoordigers naar ongekozen juristen.

 
  
 

***

 
  
MPphoto
 

  Licia Ronzulli (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, excuses voor het eerdere voorval, maar als Italiaanse kan ik dergelijk gedrag niet over mijn kant laten gaan. Ik ben het zat dat mevrouw Alfano tijd van de stemverklaringen blijft opgebruiken om leugens te verkondigen en de werkelijke situatie zoals die in Italië bestaat, verdraait. Gisteren vond er op basis van het meerderheidsprincipe en volkomen democratisch een vertrouwensvotum plaats in het Italiaanse parlement. Ik zie daarom af van mijn stemverklaring waarin staat dat ik voor het verslag van de heer Juvin heb gestemd.

 
  
  

- Verslag-Juvin (A7-0338/2010)

 
  
MPphoto
 

  Mario Pirillo (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ook ik ben ervan overtuigd dat reclame een belangrijke rol kan spelen bij het bevorderen van de mededinging en het concurrentievermogen tussen bedrijven, zodat consumenten een ruimere keuze hebben.

Niettemin moet Europa ervoor zorgen dat er strengere regels gelden binnen de sector, anders bestaat het gevaar dat deze steeds overheersender wordt, met name door het gebruik van nieuwe technologieën. Het komt zelfs steeds vaker voor dat consumenten gevoelige gegevens prijsgeven zonder te weten wat de gevolgen hiervan kunnen zijn.

Daarom juich ik het verslag van de heer Juvin toe, met name omdat het zich richt op de meest kwetsbare personen, zoals kinderen, die niet in staat zijn om commerciële aanbiedingen die door agressieve reclame aan de man worden gebracht, onafhankelijk te beoordelen.

 
  
MPphoto
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, reclame is vaak een nuttige bron van informatie voor consumenten en helpt hen verstandige keuzen te maken. De sector heeft ook een uitstekende zelfcontrole met betrekking tot ethische regels op basis waarvan wordt bepaald wat toelaatbare en goede reclame is.

De afgelopen jaren is deze praktijk echter duidelijk in het slop geraakt, zoals wij bijvoorbeeld kunnen zien aan hoe kinderen worden gebruikt en aan reclame die op kinderen is gericht. Ik ben daarom van mening dat het Parlement moet ingrijpen en in een latere fase dit uitstekende verslag als basis moet gebruiken om te bekijken of de richtlijn moet worden herzien en aangescherpt moet worden.

 
  
MPphoto
 

  Anna Maria Corazza Bildt (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, reclame is cruciaal voor een goed functionerende interne markt, zij bevordert de concurrentie en biedt consumenten een keuze. Ik heb voor het verslag over adverteren gestemd. Er wordt geen nieuwe wetgeving over regulering van reclame voorgesteld, noch maatregelen om het internet onder controle te plaatsen of te muilkorven.

Het verslag draagt bij tot vergroting van het inzicht dat er op verantwoorde wijze dient te worden geadverteerd om oneerlijke handelspraktijken in de reclame tegen te gaan en persoonsgegevens en privacy van consumenten te eerbiedigen.

Ik wil het bedrijfsleven oproepen zijn deel van de verantwoordelijkheid op zich te nemen door zelfregulering toe te passen en op vrijwillige basis te zorgen dat er geen misleidende, verborgen en opdringerige reclame de wereld wordt ingestuurd. Ik wil vooral oproepen onze kinderen te vrijwaren van reclame. Het moet afgelopen zijn met de inzet van Batman, Spiderman en Bamse tegen onze kinderen.

 
  
  

- Verslag-Bendtsen (A7-0331/2010)

 
  
MPphoto
 

  Jim Higgins (PPE).(GA) Mijnheer de Voorzitter, ik sta positief tegenover het verslag-Bendtsen en ik heb er dan ook mijn steun aan gegeven. Wij moeten benadrukken dat energiebesparing een manier is om de vraag naar energie in de Europese Unie te verminderen. Dat is dus ook een stap op weg naar de verwezenlijking van meer energie-efficiëntie. Wij discussiëren vaak over hernieuwbare energiebronnen, maar het is heel gemakkelijk om daarbij ons energieverbruik uit het oog te verliezen. Ik heb mijn steun aan dit verslag gegeven, omdat ik het bijzonder belangrijk vind. Tot slot wil ik de rapporteur graag feliciteren.

 
  
MPphoto
 

  Jens Rohde (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, een interessant staaltje van agressie hier van onze Italiaanse collega.

Vorige week maakten een heleboel mensen de verre trip naar Cancún, maar ze kwamen niet ver in de bestrijding van de klimaatverandering. Wij hier hebben vandaag met de stemming over energie-efficiëntie echter wel een stap vooruit gezet. Zoals in het verslag terecht wordt gezegd, is energie-efficiëntie de meest kosteneffectieve en snelste manier om de uitstoot van CO2 te verlagen. Dat neemt niet weg dat de maatregelen in de lidstaten allesbehalve afdoende zijn. Als we verdergaan op de ingeslagen weg, zijn we in 2020 pas halverwege de 20 procent. Daarom zijn bindende doelstellingen ten aanzien van energie-efficiëntie ook zo broodnodig. In dit verslag wordt een groot aantal van de oplossingen genoemd. Nu is het nog een kwestie van uitvoeren. Ik zou de heer Bendtsen graag willen bedanken en mijn complimenten willen overbrengen voor zijn uitstekende verslag.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE).(LT) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de rapporteur, de heer Bendtsen, willen feliciteren met dit zeer belangrijke verslag over de herziening van het Actieplan voor energie-efficiëntie. Ik heb ervoor gestemd omdat ik van mening ben dat het niet alleen uit economische overwegingen belangrijk is, maar ook in het licht van de conferentie in Cancún. Wij zijn er wel in geslaagd om wat nader tot elkaar te komen, vandaar dat het zeer belangrijk is om het werk voort te zetten dat de Europese Unie is begonnen om de CO2-uitstoot in de Unie terug te dringen. Energie-efficiëntie is een van de meest geschikte wegen om dat te bereiken. De lidstaten moeten beschikken over doeltreffende nationale actieplannen op dit gebied, met inbegrip van financiële instrumenten. De lidstaten en de Europese Commissie moeten het eens zijn over specifieke hulp. Alle Europeanen profiteren van besluiten zoals die welke vandaag zijn genomen, omdat we het hebben over tal van gebieden die los van elkaar staan: vervoer, nieuwe technologieën en de energie-efficiëntie van gebouwen, de productie-industrie en de vervoersinfrastructuur. Dit document is een verzameling van maatregelen die niet alleen gericht zijn op de bescherming van het milieu, maar ook op het vooruithelpen van nationale economieën.

 
  
MPphoto
 

  Hannu Takkula (ALDE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, ook ik heb voor dit verslag over energie-efficiëntie van de heer Bendtsen gestemd. In de Europese Unie heeft het Europa 2020-programma ons gebonden aan energie-efficiëntie, energiebesparing en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Wij moeten echter beseffen dat als wij ons dergelijke doelen stellen, iedereen zich eraan moet houden. Dat is een probleem in Europa: er zijn goede doelen, maar de lidstaten zijn er niet aan gebonden.

Het is natuurlijk te hopen dat, als wij over efficiënt gebruik van energie spreken, dat niet alleen beperkt blijft tot Europa, maar ook voor daarbuiten geldt. Het is duidelijk dat energie-efficiëntie en energiebesparing in geen geval een belemmering voor het concurrentievermogen mogen opleveren: wij moeten er ook voor zorgen dat wij op de wereldmarkt kunnen concurreren, zodat wij ook voor welvaart en concurrentievermogen in Europa kunnen zorgen. Zoals ik zei is het belangrijk om ons te houden aan de verplichtingen die wij zijn aangegaan.

 
  
MPphoto
 

  Sonia Alfano (ALDE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik vind dat de Europese Unie zich niet kan terugtrekken uit de energiestrijd die beslissend is voor de toekomst van onze planeet.

We moeten de mythe ontkrachten dat er een sterk verband bestaat tussen de economie van een land en de stijging van het energieverbruik. Europa moet pionier zijn van een nieuw duurzaam economisch model gebaseerd op een geringer gebruik van hulpbronnen, waaronder energie, met een optimale productiviteit. Daarom moeten we het verband tussen economische groei en toename van energie die verkocht wordt aan bedrijven en burgers, loslaten en in plaats daarvan een verband leggen met de verbetering van de energiedienstverlening, die banen en energie-efficiëntie oplevert.

Daarom ben ik van mening dat energie-efficiëntie van het grootste belang is voor de toekomst van de Europese Unie, zowel op economisch als milieugebied, en ik hoop dat de Commissie onmiddellijk de noodzakelijke maatregelen zal treffen om deze bindende doelen, die het Parlement vandaag heeft vastgesteld, te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor een ambitieuzer en meer bindend beleid gestemd in dit Actieplan voor energie-efficiëntie en ik ben heel blij met het definitieve standpunt van het Parlement hierover.

Klimaatverandering wordt in eerste instantie niet alleen voorkomen door internationale verplichtingen of verklaringen: wij hebben praktische oplossingen nodig voor het bereiken van de emissiereductiedoelen. Verbetering van de energie-efficiëntie is daarbij het allerbelangrijkste project. Om daarvoor te kunnen zorgen, hebben wij een zeer breed en omvattend beleid voor het verbeteren van die energie-efficiëntie nodig, dat bindend is en zo nodig financiële prikkels en sancties omvat. Dit actieplan is een goede stap in die richting.

 
  
 

***

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Silvestris, geeft u mij een applausje of doet u een beroep op het Reglement tijdens de stemverklaringen? Dat is niet gebruikelijk, maar gaat u uw gang.

 
  
MPphoto
 

  Sergio Paolo Francesco Silvestris (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, u kunt zien dat ik applaudisseer, terwijl ik tevens van de gelegenheid gebruik maak om een opmerking te maken over de gang van zaken.

Mijnheer de Voorzitter, bent u ook voornemens maatregelen te treffen tegen Parlementsleden die zich in de gelukkige positie bevinden om hun spreektijd te gebruiken om de regering van hun land te beledigen?

In uw aanwezigheid heeft een Parlementslid zojuist de Italiaanse regering beledigd, die gisteren de steun van het Italiaanse parlement heeft gekregen, zoals zij ook de steun geniet van de Italiaanse burgers. Dit bevalt het Parlementslid in kwestie misschien niet, maar dat is haar probleem dat zij met haar eigen vrienden kan uitzoeken. Dit Parlementslid heeft gebruik gemaakt van haar spreektijd hier om de regering van haar land, dat ook mijn land is, te beledigen, in plaats van haar stem uit te brengen.

Mijnheer de Voorzitter, ik zou u willen vragen of u van plan bent dit soort zaken te tolereren, ondanks het Reglement, want als dit het geval is ben ik van plan alle toekomstige stemmingen bij te wonen, om iets te zeggen in het voordeel van de regering die Italië legitiem, met instemming van het land en zijn parlement, bestuurt.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − U mag het als een gunst beschouwen dat ik u niet onderbrak, want wat u zei kwam niet echt neer op een beroep op het Reglement. Het is niet mijn taak om in de gaten te houden wat leden besluiten te zeggen. Het is mijn taak ervoor te zorgen dat ze het zeggen wanneer ze aan de beurt zijn om het te zeggen, in plaats van elkaar in de rede te vallen, en dan ook nog eens op een vrij onbeschofte en luidruchtige manier. Bedankt dus voor uw opmerking. Ik blijf erop staan, als ik de vergadering voorzit tenminste, dat de leden op een beschaafde manier met elkaar omgaan, en ik zal proberen om zo goed als ik kan op de tijd te letten. Wat de leden zeggen in een democratische vergaderzaal als deze, is hun eigen zaak, niet de mijne.

***

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE).(GA) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag een paar opmerkingen over dit onderwerp maken.

(EN) Tot nog toe lag het accent bij de aanpak van de klimaatverandering op hernieuwbare energie. Uiteraard is dat van groot belang, maar er kan zoveel meer bereikt worden met een grotere energie-efficiëntie. Ik ben dan ook buitengewoon ingenomen met dit verslag.

Er kan zoveel meer gedaan worden op het vlak van gebouwen, zeker met het gebouw waarin we ons nu bevinden, de gebouwen in Brussel en nog veel meer openbare gebouwen. Het is van groot belang dat we deze energie-efficiënter maken. Dat geldt eveneens voor uiteenlopende vormen van vervoer. Er zijn nog zoveel gigantische brandstofslurpende auto's op de weg. Autoproducenten moeten worden verplicht ze veel energie-efficiënter te maken.

Er is echter een groep die ik een warm hart toedraag. In mijn land doen de scholen fantastisch werk op het vlak van de groene vlag. Dat verdient onze erkenning en aanmoediging, want via de scholen worden kinderen en ook hun ouders bereikt en wordt een positieve kijk op het onderwerp bewerkstelligd.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Böge (A7-0367/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) De begrotingspraktijk van de Europese Unie kent een aantal beginselen, waarvan specialisatie er een is. Dit betekent dat een bedrag dat aan een bepaald beleid is toegewezen, enkel ten behoeve van datzelfde beleid kan worden besteed. Dit beginsel waarborgt, samen met enkele andere, een deugdelijk financieel beheer van de Unie. Tegelijkertijd leidt dit echter ook tot een zekere budgettaire starheid. Niet alle uitgaven waarvoor de Unie wordt geplaatst, kunnen worden voorzien. Dat geldt voor de jaarlijkse begroting en in nog hevigere mate voor het meerjarige financiële kader. Daarom is er sinds enige jaren een "flexibiliteitsinstrument" ingesteld. Dit bestaat uit een financiële reserve waarvan het bedrag jaarlijks in de begroting wordt opgenomen. Zo kunnen beleidsonderdelen of projecten met onvoorziene kosten worden gefinancierd. In het verslag van mijn collega Reimer Böge wordt aangedrongen op het gebruik van dit instrument om het programma Een Leven Lang Leren, het programma Concurrentievermogen en innovatie en het programma voor financiële bijstand aan Palestina te financieren. Aangezien dit drie onderwerpen zijn waaraan de Unie naar mijn overtuiging een positieve bijdrage kan leveren, heb ik zonder aarzeling voor deze tekst gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik ben het eens met het besluit van het Europees Parlement om in 2011 extra financiële steun toe te kennen aan de uitvoering van het programma Een Leven Lang Leren en het programma Concurrentievermogen en innovatie. De doelstelling van de Strategie van Lissabon, namelijk om van de Europese Unie een mondiaal concurrerende en op kennis gebaseerde economie te maken gebaseerd op duurzame economische ontwikkeling en nieuwe banen, waarbij naar een betere sociale cohesie moet worden gestreefd, zou kunnen worden bereikt door deze programma's ten uitvoer te brengen.

Om het mondiale concurrentievermogen van de Europese Unie te vergroten zou er bijzondere aandacht aan het midden- en kleinbedrijf moeten worden besteed en daaraan de benodigde hulp en financiële steun moeten worden gegeven. Verder zouden investeringen in groene innovaties en de ontwikkeling van wetenschappelijk onderzoek het gebruik van hernieuwbare energiebronnen kunnen stimuleren, waardoor het gemakkelijker wordt om nieuwe, duurzame banen in verschillende sectoren te scheppen, bijvoorbeeld in de energie-, de productie- en de vervoerssector.

 
  
MPphoto
 
 

  Bastiaan Belder (EFD), schriftelijk. − (EN) Het verslag-Böge over het flexibiliteitsinstrument kan niet op mijn steun rekenen. Het voorstel van de Europese Commissie is onvoldoende onderbouwd voor wat betreft de vraag waarom dit extra geld nodig is. Bovendien sta ik uiterst kritisch tegenover de toepassing van het flexibiliteitsinstrument. Alleen voor begrotingsposten waarvoor aantoonbaar extra geld nodig is, kunnen andere begrotingsposten worden verminderd.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Het flexibiliteitsinstrument kan worden ingezet om nauwkeurig bepaalde uitgaven te financieren die niet binnen het beschikbare plafond van een of meer rubrieken van het meerjarig financieel kader kunnen worden gefinancierd. In de begroting 2011 is het gebruik van het flexibiliteitsinstrument gekoppeld aan de financiering van het programma Een Leven Lang Leren en het programma Concurrentievermogen en innovatie – in het kader van de EU 2020-strategie – en aan de financiering van financiële bijstand aan Palestina, het vredesproces en de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA). Vanwege het belang van deze programma's ben ik voornemens om voor het voorstel te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Mauro (PPE), schriftelijk.(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het verslag van de heer Böge over de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument voor de financiering van de programma's Een Leven Lang Leren en Concurrentievermogen en innovatie en voor financiële bijstand aan Palestina, moet door het Parlement ongetwijfeld positief beoordeeld worden. Ik ben het eens over de noodzaak en de daaruit voortkomende toewijzing van enkele aanvullende uitgavenposten die de plafonds van de rubrieken 1 en 4 overschrijden. Gezien de huidige economische situatie zijn dit, vanuit verschillende gezichtspunten, zeer belangrijke uitgavenposten voor bijvoorbeeld het bestrijden van de crisis, maar ook voor onze internationale geloofwaardigheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Het is onaanvaardbaar dat de financiering van de financiële hulp aan het Palestijnse volk, van Europese onderwijs- en opleidingsprogramma's en programma's ten behoeve van vrije mededinging in één tekst zijn samengebracht. De kwade bedoelingen zijn zonneklaar. Deze combinatie noopt mij tot onthouding van stemming. Ik spreek nogmaals mijn volledige steun uit aan de zaak van het Palestijnse volk.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. − (ES) Ik heb vóór dit verslag over de beschikbaarstelling van middelen van de Europese Unie voor een totaalbedrag van ongeveer 70 miljoen euro aan vastleggings- en betalingskredieten uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor de natuurrampen in Portugal en Frankrijk gestemd. Portugal verzocht het fonds te activeren in verband met een ramp die werd veroorzaakt door aardverschuivingen en overstromingen op Madeira, en Frankrijk verzocht het fonds te activeren in verband met een ramp veroorzaakt door de storm Xynthia. Ik heb vóór het verslag gestemd omdat ik het noodzakelijk acht deze lidstaten middelen uit dit fonds te verstrekken om hen in staat te stellen de gevolgen van deze natuurverschijnselen zoveel mogelijk te beperken. De Europese Unie heeft het Solidariteitsfonds ingesteld om haar solidariteit met de bevolking van door rampen getroffen gebieden te tonen. Ik onderschrijf dit verslag omdat ik van oordeel ben dat dit verzoek om de beschikbaarstelling van middelen overeenkomstig deze doelstelling is en dat het voorziene mechanisme aldus correct wordt gebruikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De in dit verslag genoemde bedragen zijn volstrekt utopisch. Afgezien van het feit dat het huidige financiële kader volledig toereikend zou moeten zijn voor het bereiken van de doelstellingen, moeten bij een eventuele verhoging veel geringere bedragen worden ingepland. De aanpassing van het financieel kader overeenkomstig de voorstellen in het verslag zal ervoor zorgen dat de flexibiliteit van de Unie juist afneemt in plaats van toeneemt. Daarom heb ik tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. − (PL) Ik wil allereerst mijn tevredenheid uiten over het feit dat het Europees Parlement en de Raad een akkoord hebben bereikt over de financiering van het programma Een Leven Lang Leren en het programma Concurrentievermogen en innovatie. Ik wil hoofdzakelijk ingaan op het programma Een Leven Lang Leren, dat uit vier sectorale programma's bestaat. Naar mijn mening is met name Erasmus van belang, dat op grote schaal uitwisseling van studenten mogelijk maakt. Dit is uiterst belangrijk, zowel voor het verwerven van nieuwe kennis en vaardigheden, als voor het leggen van nieuwe contacten en het leren kennen van de culturen van de lidstaten. Voor scholieren vervult Comenius een vergelijkbare rol.

Deze programma's zijn niet alleen goed voor de Europese economie, maar bouwen bovendien aan een Europees bewustzijn op basis van een supranationaal netwerk van contacten. Deze programma's verdienen dan ook een hoge prioriteit, ongeacht de begrotingssituatie. Zij vormen namelijk een investering die zich voor de Europese Unie dubbel en dwars terugbetaalt, niet alleen economisch maar ook cultureel en politiek. Het besluit over de steun aan Palestina is van een andere orde, maar ook dat vind ik gerechtvaardigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk.(IT) De Europese Commissie heeft een voorstel gepresenteerd over de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument in het kader van de nieuwe "begrotingsmanoeuvre" 2011, na het mislukken van de bemiddeling. Ik heb vóór het voorstel gestemd, vooral omdat de verhoging twee programma's betreft, namelijk Een Leven Lang Leren en Concurrentievermogen en Innovatie, die een zo groot mogelijke steun en zoveel mogelijke middelen van de Europese Unie verdienen. Het flexibiliteitsinstrument is vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over begrotingsdiscipline. Na een akkoord tussen beide takken van de begrotingsautoriteit (het Europees Parlement en de Raad) is financiering toegestaan boven de plafonds van de financiële vooruitzichten voor behoeften die op het moment dat het meerjarig financieel kader werd vastgesteld niet voorzien konden worden. Het gaat hierbij om een totaal bedrag van 200 miljoen euro per jaar. Dit is een belangrijk resultaat voor het Europees Parlement, omdat het een succes markeert in de begrotingsdialoog met de Raad.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. – (PT) Het verheugt mij dat tijdens de bemiddelingsprocedure overeenstemming is bereikt over het gebruik van het flexibiliteitsinstrument om met name het programma "Een Leven Lang Leren" te financieren. Het lijkt mij van vitaal belang dat de Europese Unie investeert in de ontwikkeling van onderwijs en opleiding van hoge kwaliteit en in het bevorderen van kwalitatief hoogwaardige prestaties. Alleen strenge eisen en hoogwaardig onderwijs kunnen ervoor zorgen dat Europa beter concurreert.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Dankzij het Interinstitutionele Akkoord van 17 mei 2006 kan het flexibiliteitsinstrument worden ingezet ter financiering van duidelijk omschreven uitgavenposten die niet gefinancierd konden worden binnen de grenzen van de voor een of meer rubrieken van het meerjarig financieel kader geldende plafonds. Er zijn voor de begroting 2011 extra uitgaven nodig bovenop de plafonds van rubriek 1a en 4. Daarom ligt er nu het voorstel om het flexibiliteitsinstrument in te zetten, overeenkomstig punt 27 van het Interinstitutionele Akkoord. Het gaat om de volgende bedragen: 18 miljoen euro voor het programma Een Leven Lang Leren onder rubriek 1a, 16 miljoen euro voor het kaderprogramma Concurrentievermogen en innovatie onder rubriek 1a en 71 miljoen euro voor Palestina onder rubriek 4. De twee takken van de begrotingsautoriteit zij erop gewezen dat de publicatie van het besluit inzake bovenstaande in het Publicatieblad van de Europese Unie niet later mag plaatsvinden dan de publicatie van de begroting 2011.

 
  
  

- Ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011, als gewijzigd door de Raad

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. − (PT) De communautaire begroting 2011 bestaat uit 141,8 miljard euro vastleggingskredieten en 126,5 miljard betalingskredieten. In deze begroting zijn de prioriteiten van het EP bedoeld als een teken dat de financiering van onderwijs en innovatie versterkt moet worden. Zo is er in rubriek 1a – Concurrentievermogen voor groei en de werkgelegenheid – een verhoging voorzien van 18 miljoen euro voor het Programma Een Leven Lang Leren en in rubriek 3b – Burgerschap – bevat nog eens 3 miljoen euro voor het Programma Jeugd in actie.

Ik ben verheugd over de toezegging van de vier komende voorzitterschappen van de EU (van de regeringen van Hongarije, Polen, Denemarken en Cyprus) om het Europese Parlement te betrekken bij de toekomstige gesprekken en onderhandelingen over het meerjarig financieel kader (MFK).

Ik verwelkom de toezegging van de Europese Commissie om een officieel voorstel te doen vóór eind juni 2011, en aldus te verzekeren dat de voorstellen betreffende de eigen middelen op het zelfde moment zullen worden besproken als het MFK. De betrokkenheid van het Europese Parlement op dit gebied is overigens voorzien in het Verdrag van Lissabon (Artikelen 312, lid 5, 324 en 311).

Ik hoop dat de noodzaak van unanimiteit binnen de Raad voor het aannemen van het meerjarig financieel kader en voor de nieuwe eigen middelen niet zal uitmonden in een blokkade.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (S&D), schriftelijk. − (PL) De Raad en het Europees Parlement zijn tot een akkoord gekomen over de begroting 2011. Ik heb voor de goedkeuring van de begroting gestemd met het oog op de politieke en institutionele principes. Deze hebben onder meer betrekking op een sterkere rol voor het Parlement in de onderhandelingen over het nieuw financieel kader na 2013 en deelname aan het debat over nieuwe bronnen van inkomsten, zoals Europese belasting. Een bijkomend voordeel van de begroting is de grotere flexibiliteit in onvoorziene situaties. De dreiging van voorlopige twaalfden, waarmee de Unie in hoge mate zou zijn verlamd, hebben we weten af te wenden. Een voorlopige begroting zou bijzonder schadelijk zijn geweest, nu we juist de economische crisis krachtdadig moeten bestrijden en het Verdrag van Lissabon moeten uitvoeren. De verdienste ligt hier voor een groot deel bij het standpunt van de fractie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Sonik (PPE), schriftelijk. − (PL) Met de goedkeuring van de begroting 2011 laten we zien dat binnen de Europese Unie wel degelijk compromissen mogelijk zijn. De ontwerpbegroting 2011 is aangenomen en goedgekeurd dankzij de goede wil van alle betrokken instellingen. Dit compromis verdient met name waardering omdat de besluitvormingsprocedures die met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon zijn ingevoerd nog nieuw zijn. Voor het eerst in de geschiedenis stond het Europees Parlement in de medebeslissing over de uitgaven op gelijk niveau met de Raad en de Europese Commissie. De begroting is niet perfect, maar ik denk dat de uitgaven verstandig zijn verdeeld en alle prioriteiten van de Europese Unie afdekken. Door vóór de begroting 2011 te stemmen betuig ik ook mijn steun aan de verdere ontwikkeling en het idee van Europese integratie.

 
  
  

- Verslag-Jędrzejewska en Trüpel (A7-0369/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór dit verslag gestemd, aangezien de communautaire begroting 2011, die gedurende de vergaderperiode door de Begrotingscommissie was gepresenteerd, de door het Europees Parlement gedefinieerde prioriteiten versterkt, zoals onderwijs, innovatie, het vredesproces in het Midden-Oosten en Palestina, het Programma Een Leven Lang Leren, het onderzoeksprogramma Mensen en het programma Concurrentievermogen en innovatie. Ik feliciteer het Parlement, de Raad en de Commissie met hun akkoord over het feit dat, indien meer middelen nodig zijn voor de naleving van de wettelijke verplichtingen van de EU, er gedurende 2011 gewijzigde begrotingen zullen worden ingediend. Juridisch gezien mag de begroting van de EU namelijk geen tekort hebben. Afgezien van de begroting heeft het Parlement een aantal politieke eisen gesteld in verband met de uitvoering van de bepalingen van het Verdrag van Lissabon, in het bijzonder met betrekking tot een nieuw systeem van eigen middelen. Het is nu goed om te weten dat de Europese Commissie heeft aangekondigd om voor eind juni 2011 met een officieel voorstel daaromtrent te zullen komen, waarmee is verzekerd dat de voorstellen voor de eigen middelen op hetzelfde moment zullen worden besproken als de toekomstige financiële vooruitzichten.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. − (EN) Ik heb vóór deze resolutie gestemd en mij uitgesproken vóór de EU-begroting 2011. Het doet mij deugd dat er nu eindelijk een akkoord is bereikt tussen de Raad, de Commissie en het Europees Parlement en ik hoop van ganser harte dat dit een houdbare begroting is die volledig en geheel voorspelbaar vanaf het begin van het begrotingsjaar ten uitvoer kan worden gelegd. Met de aanneming van de resolutie zorgen wij als Europees Parlement voor een zekere financiering en voor de continuïteit van de door de Raad en de Begrotingscommissie overeengekomen begroting. Mijns inziens was het noodzakelijk geweest meer geld uit te trekken voor onderwijs, onderzoek en innovatie, want de EU moet haar doeltreffendheid en concurrentiekracht verbeteren om de financiële en economische crisis te boven te komen. Daarvoor is een langetermijnstrategie nodig en deze begroting is daar onderdeel van.

 
  
MPphoto
 
 

  Charalambos Angourakis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De goedkeuring door het Europese Parlement van de Europese begroting 2011, slechts enkele dagen nadat deze afgewezen, bewijst dat deze hele procedure niet meer is dan een slecht georkestreerd spel dat de aandacht afleidt van de essentie van de begroting. De essentie is namelijk dat het grootkapitaal nog beter bediend moet worden in zijn pogingen om de lasten van de financiële crisis en van de intensiever wordende imperialistische interventies van de EU af te wentelen op de werknemers. Tegelijkertijd heeft dit vernuftig spel het intens antagonisme onder de imperialisten blootgelegd, evenals de wedijver tussen de Europese instellingen die elkaar proberen de loef af te steken als het erom gaat wie de belangen van de plutocratie het meest effectief kan dienen. Reeds enige tijd geleden was besloten om in te stemmen met de vermindering van de toch al beperkte kredieten die ten behoeve van arme boeren, werknemers en zelfstandigen hadden kunnen worden ingezet, en met de verhoging van de kredieten die direct worden doorgesluisd naar de monopolistische concerns, naar de diensten en infrastructuur van de civiel-militaire interventies waarmee de volks- en arbeidersbeweging wordt vervolgd en onderdrukt.

Ondanks dergelijke streken zullen de politieke vertegenwoordigers van het kapitaal niet ontkomen aan openbare beschimping. De rol die zij vervullen wordt met de dag duidelijker. Het volk en de arbeiders voeren hun strijd op tegen het beleid van de EU en tegen de bourgeoisregeringen, waarbij ze nieuwe perspectieven openen voor een volkseconomie die in hun eigen behoeften voorziet en niet in die van het kapitaal.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) De voorbereiding op de jaarlijkse begroting 2011 heeft andermaal aanleiding gegeven tot werkelijke politieke onderhandelingen tussen Europese afgevaardigden en de regeringen van de lidstaten. Gelet op de huidige context van begrotingsbeperkingen wilde de Raad van de Europese Unie, die de regeringen van de lidstaten vertegenwoordigt, de Unie betrekken bij de bezuinigingsinspanningen die de Europese lidstaten zich getroosten. Hoewel het Europees Parlement (net als de Commissie) wilde dat de crisis daarentegen werd bestreden met proactief beleid, schaarde het zich achter het standpunt van de Raad en onderstreepte het hiermee nadrukkelijk zijn solidariteit met de lidstaten. In ruil voor deze concessie wilde het Parlement dat er een debat werd aangesneden over de middelen van de Unie en vooral over de vraag of de Unie over eigen financiële middelen kan beschikken, los van de bijdragen van de lidstaten. De Raad, die zich aanvankelijk onbuigzaam toonde, heeft uiteindelijk toegegeven aan onze legitieme eisen. Om die reden kon ik samen met de andere Europese afgevaardigden akkoord gaan met deze begroting die een tot de korte termijn beperkte ambitie heeft desalniettemin toekomstperspectieven biedt voor het beleid van de Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik heb vóór de begroting 2011 gestemd. Deze begroting is versterkt door nieuwe procedures waarin met het Verdrag van Lissabon is voorzien. Deze langdurige en moeilijke onderhandelingen om tot een akkoord te komen over de begroting 2011 tonen aan dat nu de nieuwe begrotingsbeginselen in werking zijn getreden, wij gedwongen zullen worden om met de andere instellingen tot rationele compromissen te komen op de belangrijkste terreinen van het EU-beleid. Voor de eerste keer sinds het nieuwe Verdrag in werking is getreden heeft het Europees Parlement de bevoegdheden gebruikt die hem zijn toegekend en heeft het volledig deelgenomen aan de opstelling van de begroting van de Europese Unie. De eerste poging om tot een akkoord te komen en om de legitieme eisen van het Europees Parlement in te willigen mislukte. Daarmee wordt aangetoond dat er tussen de instellingen nog steeds een conflict bestaat dat in feite niet zou mogen bestaan, omdat het een effectieve samenwerking tussen de instellingen in de weg staat. Het doel van alle EU-instellingen is om ervoor te zorgen dat overeenkomsten die bijzonder belangrijk zijn voor de hele EU en haar burgers zo probleemloos mogelijk worden aangenomen. Daarom ben ik van mening dat er in de toekomst fundamentele veranderingen moeten komen in de manier waarop de instellingen werken, en dat de deelneming van het Europees Parlement aan alle fasen van de onderhandelingen, en in het bijzonder aan de begrotingsonderhandelingen, als zeer belangrijk moet worden beschouwd voor de tenuitvoerlegging van het beginsel van de representatieve democratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Dominique Baudis (PPE), schriftelijk. – (FR) De Europese Unie moet zichzelf een begroting bezorgen die tegemoet komt aan haar ambities. Zij moet zich niet door de crisis laten leiden maar de uitdagingen waarmee zij te maken krijgt, aangaan. Met het Verdrag van Lissabon staat het Parlement nu op gelijke voet met de Raad en heeft het aangetoond een proactieve kracht te zijn. Ik heb voor de begroting 2011 gestemd omdat het tot onze verantwoordelijkheden als Europarlementariërs behoort om Europa duidelijke beleidsrichtsnoeren te verschaffen. Europa zal in 2011 zijn prioriteiten in het vizier blijven houden. Het zal zijn financiële behoeften naar boven kunnen aanpassen teneinde zijn nieuwe bevoegdheden te realiseren. Ondanks moeilijke economische omstandigheden is het Parlement erin geslaagd een stevig engagement van de lidstaten te verkrijgen.

Op voorstel van het Parlement zal de Commissie in 2011 een overpeinzing op gang brengen over de verschillende soorten eigen middelen die Europa nodig heeft om in de toekomst zijn financiële autonomie te waarborgen. Ik betreur het echter dat het Parlement geen consensus heeft gevonden over de extra financiering die het ITER-project vanaf 2012 nodig zal hebben. De experimentele thermonucleaire reactor is een voorbeeldproject van het internationaal onderzoek en het Europees wetenschappelijk dynamisme en had kunnen profiteren van een deel van de ongebruikte kredieten van de begroting 2011.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Bennahmias (ALDE), schriftelijk. – (FR) Na zich goed te hebben geweerd in de onderhandelingen met de Raad over de begroting 2011, over de voorwaarden voor de uitwerking van het volgende meerjarige financiële kader en de kwestie van de eigen middelen van de Unie, heeft het Europees Parlement de slag verloren. Door tijdens de plenaire vergadering van december de begroting 2011 goed te keuren hebben we laten blijken dat de Raad gelijk had. Onze zorgen betroffen niet de cijfers, maar de politieke eisen. Wij zijn onze zeven eisen die tijdens de vorige plenaire vergadering waren aangenomen, niet vergeten. Positief is dat de Commissie in het voorjaar 2011 ook een voorstel zal indienen voor de kwestie van de eigen middelen. Het Parlement zal deelnemen aan deze besprekingen, net als aan de besprekingen die nodig zijn voor de uitwerking van de financiële perspectieven. Maar de modaliteiten daarvoor moeten nog worden vastgesteld; de strijd om de eerbiediging van de medebeslissing op dit gebied is nog maar net begonnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. − (RO) De goedkeuring van de EU-begroting 2011 door het Parlement is een teken dat, bij een dialoog tussen Commissie en wetgevende macht, de zaken voor beide partijen voordelig geregeld kunnen worden. De Commissie heeft begrepen dat het Europees Parlement nu meer te zeggen heeft over de financiën van de Unie en heeft, zij het laat, ervoor gekozen om dit te respecteren. In feite blijft de begroting binnen de door de Raad gestelde limieten, maar tegelijkertijd bevat zij ook een aantal van de prioriteiten van het Parlement. Voordat een akkoord was bereikt bevonden we ons in de vreemde situatie dat we allerlei strategieën en programma's hadden waarvoor geen plaats was in de begrotingsplannen voor het volgende jaar. Deze strategieën en programma´s moeten niet slechts papieren constructies blijven; dat zou slechts een teken zijn van inconsequent handelen en gebrek aan vertrouwen in de eigen initiatieven.

Het is duidelijk dat zonder geld om plannen te financieren er geen programma's kunnen worden ontwikkeld voor jeugd, innovatie en onderzoek en men niet de pretenties kan hebben van een actieve speler in de wereldpolitiek. Het Parlement heeft tegenover de Raad met succes de behoefte beargumenteerd aan een systematische beoordeling van de gunstige effecten en de financiering van nieuwe wetgeving. Als rechtstreeks gekozen vertegenwoordigers van de Europese burgers is het belangrijk dat wij de belastingbetaler laten zien dat zijn geld nuttig wordt besteed.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben verheugd over de vandaag aangenomen begroting, aangezien deze de prioriteitslijnen handhaaft die door het Parlement in oktober zijn vastgesteld en die sleutelgebieden als onderwijs, jeugd, onderzoek en innovatie versterken. Het is van fundamenteel belang dat de EU over een duurzame begroting beschikt, die vanaf het begin van het begrotingsjaar op een duidelijke en voorspelbare manier kan worden uitgevoerd. Dat zou niet het geval zijn geweest met een systeem van voorlopige twaalfden dat de uitvoering van het beleid in het geding zou kunnen brengen. Het is eveneens van belang dat we vechten voor een visionaire begroting in tijden van crisis, een begroting die gebieden als wetenschap en innovatie versterkt waarmee wordt bijgedragen aan economische groei en meer en betere banen. Alleen door middel van een ambitieuze begroting kan er sprake zijn van economisch herstel binnen Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédéric Daerden (S&D), schriftelijk. – (FR) Bij de goedkeuring van de begroting 2011 was sprake van verantwoordelijkheid, bitterheid en overtuiging. Verantwoordelijkheid: de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement en het Parlement hebben die genomen door vóór deze begroting te stemmen en aldus een institutionele impasse en een beroep op het stelsel van voorlopige twaalfden te vermijden. Bitterheid: de medebeslissing op begrotingsgebied is vechten tegen de bierkaai. Ondanks de concessies van het Parlement hebben sommige lidstaten, die anders dan ik niet geloven in de toegevoegde waarde van de Europese begroting, voet bij stuk gehouden. Overtuiging: de toekomst van de Unie staat of valt met nieuwe eigen middelen en een belasting op financiële transacties. Met de Commissie en haar engagement op dit gebied maken we deze fundamentele doelstelling concreet. Een BFT is nodig, maar dat geldt ook voor een begroting 2011, ik heb mij dan ook onthouden tijdens de stemming over het amendement dat opnieuw is ingediend door de groenen met betrekking tot dit onderwerp. Dat is symbolisch maar onverantwoordelijk. De BFT is een te belangrijk thema om mee te spelen, in het kader van politieke strategieën voor het indienen van amendementen waarvan men niet de oorspronkelijke auteur is en waarvoor nul begrotingskredieten zouden worden uitgetrokken. Het doel van dit oorspronkelijk socialistische amendement was om gedurende de begrotingsprocedure voortgang te boeken in het debat, maar aanneming daarvan vandaag zou kiezen voor een Unie zonder begroting hebben betekend.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik heb gestemd vóór een begroting die niet of nauwelijks hoger is dan die voor 2010, om aan te tonen dat het Parlement blijk kan geven van volwassenheid en verantwoordelijkheid, gelet op de economische crisis die de nationale regeringen parten speelt. Het is niet gepast de begroting 2011 te verhogen als in de meeste lidstaten een periode van strikte bezuinigingen is begonnen. Het verheugt me dat de harde onderhandelingen tussen de verschillende instellingen over dit onderwerp zijn uitgemond in een compromis en dat we een begrotingscrisis voor het jaar 2011 hebben kunnen vermijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór het verslag over de nieuwe ontwerpbegroting 2011 gestemd omdat het de financiering versterkt van gebieden die als prioriteiten zijn aangemerkt door het Europese Parlement, zoals onderwijs, innovatie, concurrentievermogen en samenhang voor groei en werkgelegenheid, evenals het behoud en het beheer van de natuurlijke hulpbronnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Göran Färm (S&D), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse sociaaldemocraten, hebben vandaag voor het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2011 gestemd. Het is een gematigde begroting die niettemin belangrijke investeringen in onderzoek, maatregelen voor jongeren en noodzakelijke bijstandsinitiatieven voor Palestina bevat en de oprichting van de nieuwe Europese Dienst voor extern optreden en nieuwe instanties voor financieel toezicht mogelijk maakt.

Wij hebben ons echter van stemming onthouden over zowel de tekst als de voorgestelde begrotingslijnen betreffende nieuwe eigen middelen voor de EU. Wij zijn voorstander van een herziening van het stelsel van eigen middelen voor de EU, alsmede van een onderzoek naar een belasting op financiële transacties, maar wij vinden dat we momenteel over te weinig informatie beschikken om een gedetailleerd standpunt in te kunnen nemen ten aanzien van de feitelijke kwestie.

Wij willen benadrukken dat het nieuwe stelsel voor eigen inkomsten voor de EU begrotingsneutraal moet zijn en de bevoegdheid van de lidstaten op het gebied van belastingen moet respecteren, ongeacht welke vorm het stelsel aanneemt.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De begroting 2011 zal de eerste begroting van de Unie zijn waarover een akkoord is bereikt na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Ondanks het feit dat dit akkoord – dat gesloten is overeenkomstig de nieuwe medebeslissingsprocedure – niet aan alle zorgen van het Europarlement tegemoet komt, vormt het de basis voor gemeenschappelijke opvattingen over de begrotingsprioriteiten van de Unie. Gezien de nieuwe uitdagingen voor de Unie is het van cruciaal belang dat de Commissie in staat wordt gesteld om wijzigingen in de begroting voor te stellen wanneer de uitgetrokken middelen onvoldoende zijn om de strategische doelen te realiseren, in het bijzonder in het kader van de in de EU 2020-strategie vastgestelde prioriteiten.

Op dezelfde manier is het aan het Europese Parlement en de Raad om afspraken te maken over de manier waarop snel en doeltreffend gereageerd kan worden en om aldus de voorwaarden te scheppen voor een meer egalitaire en concurrerende Unie, voor een Unie die in staat is om aan de nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De uitkomst van het debat over de begroting 2011 was voorspelbaar gezien de verantwoordelijkheid die de Raad en de belangrijkste fracties van dit Parlement toekomt voor zowel de vaststelling en goedkeuring van het huidige meerjarig financieel kader als de goedkeuring van de opeenvolgende begrotingen die daarmee uiteindelijk gedekt moeten worden.

Maar wat dit akkoord niet uitwist maar juist versterkt, zijn de vele redenen voor kritiek op deze begroting, die wij hier terzijde hebben geschoven. De verslechtering van de economische en sociale crisis, de toename van de werkeloosheid en de achteruitgang van de levensomstandigheden van miljoenen mensen – waarvoor de verantwoordelijkheid grotendeels toekomt aan de plannen voor een echt sociaal terrorisme die de EU aan de lidstaten probeert op te leggen – hebben ons opnieuw duidelijk gemaakt wat de werkelijke betekenis is van de zo gepredikte Europese solidariteit: een begroting die de 1 procent van het communautair BNI niet overschrijdt, die niet in staat is om wat voor vorm dan ook van herverdeling te verzekeren, die niet in staat is om de economische en sociale samenhang veilig te stellen en die ongetwijfeld de verderfelijke effecten van het door de EU gevoerde beleid zal versterken. Nogmaals zeggen wij dat er een alternatief is voor deze begroting, een alternatief dat niet alleen mogelijk maar echt noodzakelijk is, een alternatief dat een belangrijke verhoging inhoudt van de communautaire begroting op grond van eerlijke bijdragen van de lidstaten al naar gelang hun BNI.

 
  
MPphoto
 
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE), schriftelijk.(GA) Ik ben verheugd over het akkoord dat is bereikt tussen het Europees Parlement en de regeringen van de 27 lidstaten, vooral omdat de betalingen van volgend jaar aan de Ierse landbouwers vertraging zouden hebben opgelopen als dat akkoord was uitgebleven.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (S&D), schriftelijk. − (PL) De dreiging van een voorlopige begroting voor 2011 heeft het Europees Parlement en de Raad aangezet tot een intensief debat. Het resultaat is de ontwerpbegroting die vandaag ter stemming voorligt en die we kunnen beschouwen als een pragmatisch compromis. Dankzij de onderhandelingen tussen de instellingen is met de meeste eisen van het Europees Parlement rekening gehouden. Zo hebben we van de Raad de verzekering gekregen dat hij bereid is tot samenwerking bij het opstellen van de financiële vooruitzichten voor 2014-2020, wat neerkomt op de praktische uitvoering van de bepalingen van het Verdrag van Lissabon. Het Parlement heeft hierover ook een akkoord bereikt met de premiers van Hongarije, Polen, Denemarken en Cyprus, dat wil zeggen de landen die in de komende twee jaar het voorzitterschap van de Raad bekleden. Ook zijn we tevreden over het besluit van de Raad om in het flexibiliteitsmechanisme van de EU-begroting vast te houden aan 0,03 procent van het BBP van de EU. Dankzij deze middelen kunnen belangrijke uitgaven worden gefinancierd, die tijdens de onderhandelingen over de vorige financiële vooruitzichten niet konden worden voorzien. Ik denk hierbij aan de Europese Dienst voor extern optreden en Galileo. Van de kant van het Parlement is de concessie gedaan om het debat over de toekomstige financiering van de Europese Unie uit te stellen. Ook de Europese Commissie roept hiertoe op. Het idee van lagere nationale bijdragen aan de EU-begroting is verdwenen vanwege de krachtige oppositie van de landen die vreesden voor de reactie van het publiek. Op dit debat komen we waarschijnlijk terug in de zomer van 2011, wanneer de Commissie een aantal nieuwe mogelijkheden voor financiering van de EU zal voorstellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Julie Girling (ECR), schriftelijk. − (EN) (namens de delegatie van de Britse conservatieven) De Britse conservatieven hebben vandaag tegen de verhoging van de begroting met 2,9 procent gestemd. We zijn namelijk van mening dat het ongepast is om als Parlement om verhoging van de Europese uitgaven te vragen als de regeringen in de hoofdsteden op allerlei manieren proberen hun eigen tekorten te verminderen en hun begroting op orde te krijgen. In tijden van bezuinigingen mag en kan de EU-begroting niet, zoals door sommige leden van het Parlement bepleit wordt, gebruikt worden als aanvulling op de nationale begroting. Integendeel, de EU-begroting moet juist een weerspiegeling vormen van de moeilijkheden waarin de lidstaten zelf verkeren. Dat is dan ook de reden waarom de conservatieven oorspronkelijk een amendement hadden ingediend waarin werd opgeroepen de betalingen voor langere tijd te bevriezen op het niveau van 2010. Op die manier zou de burger duidelijk kunnen zien dat de EU haar steentje bijdraagt aan de beheersing van de overheidsuitgaven op de lange termijn en aan de inspanningen om deze op een duurzamere leest te schoeien.

 
  
MPphoto
 
 

  Estelle Grelier (S&D), schriftelijk. – (FR) De goedkeuring vandaag van de begroting 2011 heeft een dubbel falen van het Europees Parlement aan het licht gebracht. Het heeft een te zwakke begroting aangenomen: +2,91 procent, wat veel lager is dan zijn eerste lezing (+6 procent) en dan het oorspronkelijk voorstel van de Commissie (+5,8%). De goedgekeurde bedragen komen precies overeen met de voorgestelde bedragen zonder dat er een werkelijke onderhandelingsruimte was voor de Raad, wat allerminst geruststellend is met het oog op de onderhandelingsmogelijkheden voor de komende begrotingen. Sinds de toepassing van het Verdrag van Lissabon is er sprake van een medebeslissingsprocedure tussen het Parlement en de Raad over begrotingskwesties. Daar wij op dit moment geen enkele toezegging hebben gekregen met betrekking tot de rol die wij afgevaardigden krijgen bij de uitwerking van het komende financiële kader en bij de reflectie over de nieuwe eigen middelen, lopen wij het risico dat de toekomst van het Europese project geheel in handen van de Raad komt te liggen. Gezien de standpunten van sommige lidstaten bestaat er evenwel een reëel gevaar dat dit project aan kracht zal inboeten. Ik betreur met name de houding van Europees rechts dat aan het begin van de onderhandelingen meer dan vastbesloten was ermee op te houden bij het eerste telefoontje van de staatshoofden of regeringsleiders. Ieder mag oordelen over de politieke consistentie van een dergelijke ommezwaai.

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE), schriftelijk. − (PL) Ik stel met tevredenheid vast dat de EU-begroting 2011 met een overgrote meerderheid van stemmen is goedgekeurd. Dankzij het akkoord tussen het Europees Parlement en de Raad hebben we een voorlopige begroting kunnen vermijden, zodat de uitvoering van het cohesiebeleid en het GLB niet wordt ondermijnd. De goedkeuring is dan ook met name goed nieuws voor de Poolse lokale overheden, boeren en ondernemers die steeds meer gebruik maken van EU-fondsen. Ondanks de economische crisis stijgen de betalingen namelijk met 2,91 procent ten opzichte van 2010. Tevens ben ik verheugd dat er meer middelen zijn vastgelegd voor terreinen die voor het EP prioritair zijn. Ik verwijs in dit verband naar jeugd, onderwijs, onderzoek en innovatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Constance Le Grip (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór de nieuwe begroting gestemd en ben verheugd dat de Europese instellingen eindelijk tot overeenstemming zijn gekomen. Met deze stemming wil het Europees Parlement de Europese Unie van een stabiele begroting voorzien, die begin 2011 direct van kracht kan worden en waarmee voorkomen wordt dat het systeem van voorlopige twaalfden moet worden toegepast, dat de tenuitvoerlegging van het Europees beleid op veel terreinen in gevaar zou hebben gebracht. Toch betreur ik het gebrek aan flexibiliteit van deze nieuwe begroting, evenals de keuze van bepaalde fracties, in het bijzonder de socialisten, om de stemming over de financiering van ITER, de internationale thermonucleaire experimentele reactor, uit te stellen en aldus dit project, dat het enige project is voor fundamenteel onderzoek op de lange termijn waarin de Europese Unie een leidende rol vervult, op de helling te zetten. Door af te zien van kredieten ter waarde van zeshonderd miljoen euro, die beschikbaar waren voor de financiering van ITER, in een tijd van crisis waarin Europese publieke middelen schaars zijn, hebben de socialisten blijk gegeven van onverantwoordelijkheid en inconsistentie, en brengen zij een strategisch en werkgelegenheidbevorderend project in gevaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE), schriftelijk. − (PL) Ik ben blij dat het ondanks de vele complicaties is gelukt om in te stemmen met de EU-begroting voor 2011, na de wijzigingen die door de Raad zijn aangebracht. Dit is buitengewoon belangrijk, niet alleen omdat het gebruik van een voorlopige begroting is vermeden, maar met name omdat de uitgaven voor het cohesiebeleid nu goed kunnen worden geprogrammeerd. Dit is uiterst belangrijk voor de EU-burgers en met name voor de begunstigden van EU-middelen. Daarnaast wil ik benadrukken dat de middelen van het cohesiebeleid zijn verhoogd met tien procent. Het is belangrijk dat we een politiek akkoord hebben bereikt. Hiermee geven we namelijk blijk van Europese solidariteit, wat ons nu financiële stabiliteit voor 2011 oplevert.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vandaag vóór de begroting 2011 gestemd. Na langdurige onderhandelingen hebben we een akkoord kunnen bereiken waar het Parlement mee in kan stemmen. Het Parlement wacht eigenlijk op de tenuitvoerlegging van de bepalingen van het Verdrag van Lissabon. In het Verdrag wordt bepaald dat onze instelling betrokken moet worden bij de onderhandelingen over de volgende meerjarenbegroting en die verandering moet op alle niveaus geaccepteerd worden. Het Parlement heeft overigens enkele voorbehouden willen handhaven met betrekking tot de begroting 2011. Het betreft onder meer een voor de Europese Politieacademie (CEPOL) bestemd bedrag van 425 000 euro dat in de reserve van de begroting 2011 is opgenomen en dat slechts onder bepaalde voorwaarden vrijgemaakt kan worden. Zo zal de Politieacademie de aanbevelingen ten uitvoer moeten leggen die de afgevaardigden hebben gedaan na de weigering van het Parlement om de uitvoering van de begroting van de Politieacademie goed te keuren, voordat kan worden besloten de begroting van de Europese Politieacademie voor 2011 volledig toe te wijzen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) De begroting 2011, de eerste waarover het Parlement mee mocht praten, heeft bevestigd hoe weinig macht ons Parlement heeft. Niet alleen bekrachtigt het Parlement neoliberale contrahervormingen en werkt het voor de financiële markten in plaats van voor de burgers die de afgevaardigden hebben gekozen, maar gaat het ook nog eens overstag onder het mom van urgentie. Ik zal deze verachtelijke daad niet steunen met mijn stem.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Na intensieve onderhandelingen was het eindelijk mogelijk te komen tot een akkoord voor de begroting 2011. Hoewel het geen ideale begroting is, is het wel een document dat het mogelijk maakt de door de EU voorgestelde doelstellingen te bereiken. De communautaire begroting 2011 die vandaag in de plenaire vergadering is goedgekeurd, versterkt de financiering van de door het Europese Parlement vastgestelde prioriteiten, zoals onderwijs, innovatie, het vredesproces in het Midden-Oosten en Palestina.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. − (EN) Gelet op de talloze bureaucraten in het Europees Parlement en de Europese Commissie komt de Europese Gemeenschap met deze resolutie dichterbij een weloverwogen en doeltreffende verdeling van de communautaire middelen over de jaren. Ik heb ook zorgvuldig naar andere uitspraken in het verslag gekeken en ben blij te kunnen zien dat sommige mensen in dit Parlement goed doorhebben dat geld op tijd dient te worden gebruikt en niet wanneer het te laat is. Ik heb vóór gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Net als het vorige voorstel tot verhoging van de begroting voor het jaar 2011 wijs ik ook dit voorstel in het belang van de burgers af. Het is gewoon niet te begrijpen hoe de EU zich begrotingsverhogingen kan veroorloven op een moment waarop overal in Europa volop moet worden bezuinigd. De reden voor de nieuwe verhoging is ook nu weer de invoering van het Verdrag van Lissabon en de hieruit voortvloeiende oprichting van nieuwe instellingen als de Europese Dienst voor extern optreden. De Oostenrijkse partij voor de vrijheid, FPÖ, heeft destijds al met vooruitziende blik wijselijk tegen het Verdrag van Lissabon gestemd, dat afgezien van een paar positieve aspecten vooral meer bureaucratie en kosten voor de burgers met zich brengt. De begroting 2011 moet daarom worden verworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Morin-Chartier (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik steun de uitslag van de stemming van het Europees Parlement van woensdag 15 december 2010, waarmee de begroting 2011, na het debat van dinsdag, is goedgekeurd tijdens de plenaire vergadering in Straatsburg. In de goedgekeurde begroting is een hogere financiering opgenomen voor het merendeel van de door het Parlement vastgestelde prioriteiten, terwijl toch de door de Raad vastgestelde limieten in acht worden genomen. Tijdens de begrotingsonderhandelingen van dit jaar hebben mijn collega´s in het Europees Parlement eveneens een akkoord gesloten met de Raad en de Commissie over diverse politieke verzoeken met betrekking tot de begroting.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk.(IT) De door de Europese Raad gewijzigde ontwerpbegroting geeft niet volledig de behoeften en de eisen van het Parlement weer, maar men kan de Europese Unie in de eerste maanden van 2011 niet zonder een goedgekeurde begroting laten zitten. Daarom hebben de Commissie, de Raad en het Parlement in de trialoog van 6 december het juiste compromis gevonden voor de begroting. Deze kan nu vanaf het begin van het begrotingsjaar 2011 volledig worden uitgevoerd. Ik heb vóór gestemd omdat dit een verantwoordelijke houding is die strookt met de inspanningen van het Parlement om de burgers van de Europese Unie van adequate financiële middelen te voorzien. Deze middelen zijn nu bevestigd dankzij de goedkeuring van de gezamenlijke verklaring over de betalingskredieten.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór de resolutie van het Parlement gestemd, omdat ik van mening ben dat de ontwerpbegroting, zoals deze door de Raad is gewijzigd, weliswaar niet geheel tegemoet komt aan de werkelijke noodzaak van een duurzame, coherente en doelmatige begroting van de Unie, maar wel de doelstelling van het Parlement is gerealiseerd om de Unie te voorzien van een begroting die vanaf het begin van het boekjaar op een volledige en voorzienbare manier kan worden uitgevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór de resolutie van het Parlement gestemd, omdat ik het ermee eens ben dat de ontwerpbegroting, zoals deze door de Raad is gewijzigd, weliswaar niet geheel tegemoet komt aan de werkelijke noodzaak van een duurzame, coherente en doelmatige begroting van de Unie, maar wel de doelstelling van het Parlement is gerealiseerd om de Unie te voorzien van een begroting die op een volledige en voorzienbare manier vanaf het begin van het boekjaar kan worden uitgevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (FR) Het was een bijzonder moment toen afgelopen maand alle fracties zich inspanden om, afgezien van de begroting 2011, een politiek akkoord te bereiken over de toekomstige financiering van de Europese Unie. Na al het tumult dat zij tijdens de onderhandelingen hebben veroorzaakt, zijn de drie grote fracties op het laatste moment overstag gegaan. Het Europees Parlement heeft, ondanks zijn nieuwe bevoegdheden, de gelegenheid voorbij laten gaan om zich te laten gelden in zijn rol als besluitvormer op begrotingsgebied. De brief van de Belgische premier, die ons is overhandigd door het Belgische voorzitterschap en waarin wordt gegarandeerd dat het Verdrag nageleefd zal worden (!) en dat het Parlement betrokken zal worden bij de toekomstige discussies, vormt in het geheel geen garantie voor een goed politiek resultaat. Onze tegenstem weerspiegelt deze gemiste kans en de rendez-vousclausule die zal volgen.

De beste manier om eruit te komen is om, net als bij de Conventie, het Europees Parlement, de nationale parlementen, de nationale regeringen en de Europese Commissie bijeen te brengen. Voor wat betreft het megaproject ITER, waaraan momenteel en in de toekomst veel te veel geld wordt toegekend, zijn wij niet bedroefd dat het is uitgesteld. Als het weer ter tafel komt in de Begrotingscommissie zullen wij proberen aan te tonen tot wat voor een geldverspilling dat project leidt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) We staan op het punt de EU-begroting 2011 goed te keuren. Deze is voor het eerst opgesteld volgens de nieuwe bepalingen van het Verdrag van Lissabon. Het verheugt mij dat de rol van het Europees Parlement op dit gebied is bekrachtigd en ik onderschrijf de belangrijkste prioriteiten die in het document waarover wij vandaag stemmen, worden belicht. In 2011 moet speciale aandacht worden gegeven aan het thema Jeugd, Onderwijs en Mobiliteit, een prioriteit waarmee in alle onderdelen van de begroting rekening is gehouden. Het is belangrijk te investeren in de jeugd en in opleiding van alle Europese burgers, vooral via de programma's Een Leven Lang Leren, Erasmus Mundus en Eures.

Bevordering van investeringen in onderzoek en innovatie en de rol van het MKB als motor voor een dynamischere economie, zijn essentieel. Gezien het belang van het cohesiebeleid, dat een rode draad is door alle beleidsterreinen van de Europese Unie, ben ik blij met de in het document opgenomen middelen. Deze zijn essentieel voor een goede uitvoering van dit beleid. Om deze redenen en omdat Europa een periode doormaakt waarin het meer inspanningen moet ondernemen om sterker en concurrerender te worden, en gelet op de noodzaak van een dialoog tussen de verschillende instellingen, heb ik vóór het door het Parlement ingediende ontwerp gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb vóór het verslag gestemd. Het Parlement heeft in de onderhandelingen met de Raad zijn tanden laten zien. De Raad is in het afgelopen jaar in het kader van het Verdrag van Lissabon duidelijk de kant opgekomen van het Parlement. Bij het huidige besluit over de begroting heeft het Parlement zich bewogen in de richting van de Raad. Het compromis lijkt aanvaardbaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Vaughan (S&D), schriftelijk. − (EN) De begroting 2012 is tot stand gekomen in moeilijke en onstabiele tijden. Nu er hevig gesneden wordt in de nationale begrotingen is het belangrijker dan ooit dat Europa de middelen verschaft om iets te doen aan de gevolgen van de crisis. Dat er met EU-geld mooie dingen tot stand worden gebracht, is heel goed zichtbaar in mijn kiesdistrict. Met dit geld kunnen de mensen die de gevolgen van het momenteel ingevoerde "kap- en zwartblakerbeleid" in het Verenigd Koninkrijk op hun rug zullen krijgen, straks mede uit de brand worden geholpen.

Dat neemt niet weg dat ik een aantal onderdelen van deze begroting afkeur. Zo vind ik het niet erg kies om voor verkwistende landbouwsubsidies te stemmen of voor verhoging van de entertainmentkosten. In deze onzekere economische tijden is het van groot belang de nodige terughoudendheid aan de dag te leggen bij de uitgaven. Om die reden heb ik besloten mij te onthouden van stemming over de begroting 2011.

 
  
MPphoto
 
 

  Glenis Willmott (S&D), schriftelijk. (EN) De Labour-afgevaardigden in het Europees Parlement hebben tegen het begrotingspakket gestemd, omdat wij het niet gepast vinden om de begroting van de Europese Unie te verhogen in een tijd dat zulke zware bezuinigingen op de nationale overheidsuitgaven worden doorgevoerd.

We staan beslist niet achter de wijze waarop veel regeringen hun economie in gevaar brengen door diep te snijden in de overheidsuitgaven. Maar dat betekent niet dat we automatisch een verhoging van de totale uitgaven van de Europese Unie steunen.

De EU zal komend jaar veel belangrijk werk verrichten en zal in veel gevallen steun verlenen aan de gebieden die het hardst worden getroffen door de nationale bezuinigingen. We zijn echter van mening dat met betrekking tot de nieuwe uitgaven die noodzakelijk zijn, het mogelijk was geweest om uitgaven te vinden waarbij we besparingen hadden kunnen doorvoeren en aldus geld vrij te maken voor belangrijke projecten.

Gezien de huidige druk op de nationale economieën, hadden deze begrotingsonderhandelingen een gelegenheid kunnen zijn om de leiders van de EU over te halen iets te doen aan verkwistende Europese uitgaven op gebieden zoals de landbouwsubsidies, die vaak de economie ondermijnen van de landen die de Europese begroting voor internationale hulp juist probeert te helpen. Dit begrotingspakket laat die subsidies echter vrijwel ongemoeid.

Tegen deze achtergrond konden de Labour-leden van het Parlement een verhoging van de begroting van de Europese Unie niet steunen.

 
  
  

- Verslag-Matera (A7-0353/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Overwegende dat Nederland om steun heeft gevraagd in verband met 613 gedwongen ontslagen in twee bedrijven die vallen onder afdeling 46 van de NACE Rev. 2 (Groothandel, met uitzondering van de handel in auto´s en motorfietsen) in de NUTS II-regio Noord-Holland in Nederland, heb ik vóór de resolutie gestemd, omdat ik instem met het voorstel van de Europese Commissie en de daarin aangebrachte amendementen van het Europese Parlement. Ik ben het er ook eens met dat de werking en toegevoegde waarde van het Europees fonds voor de aanpassing aan de globalisering (EFG) moeten worden beoordeeld in de context van de algemene evaluatie van de op basis van het IIA van 17 mei 2006 ingevoerde programma's en diverse andere instrumenten, in het kader van de tussentijdse evaluatie van het meerjarig financieel kader 2007-2013.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. – (PT) Steun aan werknemers die vanwege herstructurering en verplaatsing van activiteiten zijn ontslagen moet dynamisch en flexibel zijn, en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking worden gesteld. In het licht van de structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen is het van belang dat de Europese economie snel in staat is om instrumenten in te zetten ter ondersteuning van getroffen werknemers en hun de nodige vaardigheden te geven voor een snelle terugkeer op de arbeidsmarkt. Financiële steun moet daarom op individuele basis worden gegeven. Het is belangrijk te benadrukken dat deze steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe bedrijven gewoonlijk verplicht zijn en ook niet bedoeld is voor financiering of herstructurering van bedrijven. Overwegende dat Nederland om steun heeft gevraagd in verband met 613 gedwongen ontslagen in twee bedrijven die vallen onder afdeling 46 van de NACE Rev. 2 (Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen) in de regio Noord-Holland, stem ik voor dit verslag, of anders gezegd, voor het steunen van Nederland met behulp van het EFG.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De financiële en economische crisis die we doormaken, hebben, samen met de veranderingen op de arbeidsmarkt vanwege structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, talloze mensen het slachtoffer gemaakt van werkloosheid, en in vele gevallen langdurige werkloosheid. Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering is opgericht voor situaties als deze. In dit geval gaat het om het beschikbaar stellen van iets meer dan 2,5 miljoen euro voor Nederland ter ondersteuning van 613 ontslagen werknemers in twee bedrijven in de detailhandelsector tussen 1 mei 2009 en 31 januari 2010. Gezien het feit dat de Commissie heeft geoordeeld dat deze aanvraag aan de voorwaarden voldoet en derhalve aanbeveelt deze in te willigen, heb ik voor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Gegeven de sociale consequenties van de wereldwijde economische crisis, die een bijzondere invloed heeft gehad op de werkgelegenheid, is een goede toepassing van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering van cruciaal belang voor het verlichten van de last van veel Europese burgers en gezinnen. Het draagt bij aan hun maatschappelijke re-integratie en professionele ontwikkeling en biedt tegelijkertijd de middelen die bedrijven nodig hebben en die de economie kunnen versterken. Dit is de achtergrond waartegen de maatregelen voor Nederland worden voorgesteld, in verband met 613 gedwongen ontslagen in twee bedrijven die vallen onder afdeling 46 van de NACE Rev. 2 (Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen) in de NUTS II-regio Noord-Holland in Nederland. Daarom hoop ik dat de Europese instellingen een sterkere betrokkenheid bij de uitvoering van dergelijke maatregelen zullen tonen om het gebruik van een belangrijk middel als het EFG te versnellen en verbeteren, aangezien het niveau van beschikbaarstelling momenteel zeer laag is. Dit jaar is slechts elf procent van de beschikbare 500 miljoen euro aangevraagd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) De EU is een ruimte van solidariteit en het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering is hier een onderdeel van. Deze steun is essentieel voor de slachtoffers van bedrijfsverplaatsingen in deze tijd van globalisering. Een toenemend aantal bedrijven verplaatst zijn productie om te profiteren van lagere arbeidskosten in een aantal landen, met name India en China, met alle schadelijke gevolgen van dien voor de landen die de rechten van werknemers respecteren. Het EFG heeft tot doel werknemers te steunen die het slachtoffer zijn geworden van bedrijfsverplaatsingen en is van groot belang bij het verhogen van de kansen op nieuw werk. Het EFG is in het verleden ook door andere EU-landen gebruikt, zodoende is het correct om steun te verlenen aan Nederland, dat een aanvraag tot beschikbaarstelling van middelen uit het EFG heeft ingediend naar aanleiding van 613 gedwongen ontslagen bij twee bedrijven die vallen onder afdeling 46 van de NACE Rev. 2 (Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen) in de NUTS II-regio Noord-Holland in Nederland.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Aan werknemers die als gevolg van de financiële en economische crisis hun baan hebben verloren, moet de mogelijkheid worden geboden snel terug te keren op de arbeidsmarkt. De landen zijn in dit kader verplicht passende maatregelen te nemen om de betrokkenen te ondersteunen. Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering stelt hiervoor middelen beschikbaar waar de lidstaten een beroep op kunnen doen. Ik stem voor het verslag omdat het beroep van Nederland op dit fonds beslist gerechtvaardigd is en aan alle criteria is voldaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Overwegende dat Nederland om steun heeft gevraagd in verband met 613 gedwongen ontslagen in twee bedrijven die vallen onder afdeling 46 van de NACE Rev. 2 (Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen) in de NUTS II-regio Noord-Holland in Nederland, heb ik vóór de resolutie gestemd. Ik ben het namelijk eens met het voorstel van de Europese Commissie en met de daarop ingediende amendementen van het Europees Parlement.

Ook ga ik ermee akkoord dat:

- het EFG moet bijdragen tot de re-integratie van elke afzonderlijke ontslagen werknemer; ik wil herhalen dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe bedrijven verplicht zijn krachtens hun nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, of van maatregelen ter herstructurering van bedrijven of bedrijfstakken;

- de werking en de toegevoegde waarde van het EFG moeten worden beoordeeld in de context van de algemene evaluatie van de op basis van het IIA van 17 mei 2006 ingevoerde programma's en diverse andere instrumenten;

Ik begroet het feit dat de Commissie een alternatieve bron van betalingskredieten naast niet-bestede middelen uit het Europees sociaal fonds voorstelt, nadat het Europees Parlement er herhaaldelijk op had gewezen dat het EFG is opgericht als een op zichzelf staand specifiek instrument met eigen doelstellingen en termijnen en dat daarom begrotingslijnen aangewezen moeten worden die geschikt zijn voor overschrijvingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik ben het volledig eens met de rapporteur, mevrouw Matera, als zij tot haar tevredenheid constateert dat de Commissie bronnen van betalingskredieten voorstelt als alternatief voor de niet-bestede kredieten van het Europees Sociaal Fonds (EFS), en aldus gevolg geeft aan de veelvuldige verzoeken die het Europees Parlement in het verleden had gedaan.

Ik ben het bovendien met de rapporteur eens dat de keuze die gemaakt is in de laatste onderzochte gevallen (dat wil zeggen de begrotingslijn die bestemd is voor het verlenen van steun aan ondernemerschap en innovatie), niet bevredigend is, omdat de Commissie te maken zal krijgen met ernstige tekorten tijdens de uitvoering van de programma's voor concurrentievermogen en innovatie. In een periode van economische crisis zouden deze kredieten dan ook eerder moeten worden verhoogd. De rapporteur nodigt daarom de Commissie uit haar inspanningen om de voor toekomstige betalingen meest beschikte begrotingslijnen te vinden, voort te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. – (PT) De aanvraag van Nederland om de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in verband met gedwongen ontslagen in twee bedrijven die vallen onder afdeling 46 van de NACE Rev. 2 (Groothandel, met uitzondering van de handel in auto's en motorfietsen) in de NUTS II-regio Noord-Holland voldoet aan alle wettelijke voorwaarden. Met Verordening (EG) Nr. 546/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, werd het toepassingsgebied van het EFG tijdelijk uitgebreid, aangezien het naar verwachting middelen beschikbaar zou kunnen stellen in situaties als deze, waarbij er als direct gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis ten minste 500 gedwongen ontslagen zijn binnen een periode van negen maanden, met name bij kleine of middelgrote bedrijven, in dezelfde NACE Rev. 2-bedrijfstak in een regio of twee aan elkaar grenzende regio's volgens de NUTS II-indeling. Daarom heb ik voor deze resolutie gestemd en ik hoop dat de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG zal bijdragen tot de succesvolle re-integratie van deze werknemers op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Met deze stemming doet het Europees Parlement het volgende: (1) het verzoekt de betrokken instellingen zich de nodige inspanningen te getroosten om de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen; (2) het brengt in herinnering dat de instellingen zich ertoe verbonden hebben een probleemloze en snelle procedure te garanderen voor de goedkeuring van de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG, met als doel tijdelijk en eenmalig individuele steun te verlenen aan werknemers die als gevolg van de globalisering en de financiële en economische crisis werkloos zijn geworden, en het benadrukt de rol die het EFG kan vervullen om ontslagen werknemers te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt; (3) het beklemtoont dat het EFG overeenkomstig artikel 6 van de EFG-verordening moet bijdragen tot de re-integratie van elke afzonderlijke ontslagen werknemer; herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe bedrijven verplicht zijn krachtens hun nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, of van maatregelen ter herstructurering van bedrijven of bedrijfstakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. − (RO) Ik heb gestemd voor de resolutie over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen medewerkers in de ICT-sector in Noord-Holland in Nederland.

De ICT-sector is getroffen door de wereldwijde financiële en economische crisis en door de structurele veranderingen op de ICT-wereldmarkt, met name door een delokalisering van de productie naar China en India, hetgeen ook blijkt uit de ICT5-indicator.

De ICT5-indicator vat de belangrijkste onderzoeksresultaten samen in verband met de bedrijfscyclus, uitgaven en budgetten voor de ICT-sector. Deze indicator is voor West-Europa gedaald van ongeveer 160 in augustus 2008 naar ongeveer 30 in april 2009.

Nederland heeft voor de 613 ontslagen werknemers bij twee bedrijven in dienst van de firma Randstad een gecoördineerd pakket van gepersonaliseerde diensten voorbereid, zoals assistentie bij het zoeken naar een nieuwe baan, het oprichten van mobiliteitscentra, het plaatsen van ontslagen personeel, beroepsopleidingen en onderzoek naar beschikbare arbeidsplaatsen. Het totaal benodigde budget is 3 934 055 euro. Nederland heeft op 8 april 2010 een aanvraag ingediend voor een beschikbaarstelling van 2 557 135 euro uit het EFG.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb voor het ontwerpverslag gestemd. Opnieuw helpen wij EU-burgers die na een bedrijfscrisis in nood verkeren, om een nieuwe baan te vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Deze aanvraag is slechts één van het fors aantal Nederlandse steunaanvragen die wij de laatste tijd in de Begrotingscommissie hebben goedgekeurd. Het spreekt vanzelf dat ik heb ingestemd met het verslag van mevrouw Matera over de beschikbaarstelling van EFG-middelen ter ondersteuning van ontslagen burgers in Noord-Holland, omdat het, gelet op het doel en de aard van het fonds voor aanpassing aan de globalisering, terecht is middelen uit dit fonds te gebruiken om individuele steun te verlenen aan burgers die als gevolg van de globalisering werkloos geworden zijn. Tijdens de begrotingsonderhandelingen die de afgelopen weken hebben plaatsgevonden, heeft de Nederlandse regering de aandacht getrokken door haar onverzettelijke houding tegenover de gerechtvaardigde standpunten van het Europees Parlement, dat zich voortdurend tot compromissen bereid heeft getoond. Dit ontlokt mij de opmerking dat een beroep op miljoenensteun van de EU en het tegelijkertijd uit de weg gaan van een legitieme discussie over inhoudelijke punten van het Parlement eerder lijkt te stroken met politiek bekeken door een nationale bril.

 
  
  

- Verslag-Zwiefka (A7-0360/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. − (LT) Ik heb vóór deze resolutie gestemd omdat ik van mening ben dat er in de EU nauwere samenwerking moet komen op het terrein van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed. Ik meen dat de regelgeving van de EU op dit gebied universeel moet zijn. Anders gezegd, op basis van de wereldwijde regels inzake rechtsconflicten kan worden vastgesteld dat elk recht van toepassing kan zijn: dat van een deelnemende lidstaat, een niet-deelnemende lidstaat en van een land dat geen lid is van de EU. De Unie heeft zich ten doel gesteld om een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht in stand te houden en te ontwikkelen, waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is. Wil men daarom bereiken dat de echtgenoten de vrijheid hebben een toepasselijk recht te kiezen waarmee zij nauwe banden hebben, en dat, ook bij gebreke van een keuze, een dergelijk recht hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed beheerst, dan moet dat recht tevens van toepassing zijn als het niet het recht van een deelnemende lidstaat is. Een grotere mobiliteit van de burgers vereist enerzijds meer flexibiliteit en anderzijds grotere rechtszekerheid, die de nieuwe EU-verordening kan versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Angelilli (PPE), schriftelijk. – (IT) De noodzaak om een helder en allesomvattend rechtskader vast te stellen met betrekking tot het toepasselijk recht voor echtscheiding en scheiding van tafel en bed, komt voort uit de dringende behoefte om de problemen aan te pakken die het gevolg zijn "internationale" scheidingen. Tot op heden hebben de verschillende nationale regels de gelijke kansen voor echtgenoten niet bevorderd en evenmin de belangen van de betrokken minderjarigen behartigd. Integendeel, ze hebben slechts de zogeheten "rush naar de rechter" helpen aanmoedigen. Als bemiddelaar van het Europees Parlement voor kinderen waar ouders van verschillende nationaliteit om vechten, en op basis van de tijdens mijn werkzaamheden opgedane ervaringen, steun ik dit voorstel voor een verordening die gericht is op het creëren van rechtszekerheid voor de betrokken echtparen en het garanderen van voorspelbaarheid en flexibiliteit.

Eén van de innovatieve voorstellen in de tekst van de verordening betreft de mogelijkheid om voor, tijdens en na de echtscheidingsprocedure, een bemiddelaar te raadplegen, niet alleen omdat deze persoon veel hulp kan bieden door de echtgenoten te informeren over de verschillende vormen en voorwaarden van echtscheiding en door het beslechten van eventuele meningsverschillen, maar ook omdat de rechten van de betrokken kinderen beschermd worden en de ouders worden geholpen bij het maken van gepaste keuzes en minnelijke schikkingen in het belang van het welzijn van hun kinderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) Nu we de Europese regels voor huwelijkszaken beter op elkaar aan willen laten sluiten, is het moeilijk om met 27 landen tot overeenstemming te komen. Gelukkig kunnen lidstaten die dat wensen zich sinds het Verdrag van Amsterdam van 1997 verenigen op een bepaald gebied, volgens de procedure van de nauwere samenwerking, om zo een kern van staten te vormen die de Unie kan voortstuwen en helpen. De moeilijkheden die echtgenoten ondervinden bij de erkenning van hun rechtspositie in Europa, in het bijzonder bij een echtscheiding of een scheiding van tafel en bed, hebben enkele landen ertoe gebracht zich te verenigen om de coördinatie van de nationale regelgevingen te verbeteren. Ik vind het belangrijk dat deze nauwere samenwerking, waaraan Frankrijk wenst deel te nemen, tot stand kan worden gebracht. Volgens mij gaat dit initiatief in de richting van een toenadering tussen de Europeanen, op een gebied dat ons allen aangaat en waarin rechtszekerheid essentieel is. Ik heb derhalve ingestemd met dit voorstel voor een verordening betreffende de totstandbrenging van deze nauwere samenwerking. In de toekomst moet er zo vaak als nodig is van een dergelijke nauwere samenwerking gebruik worden gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE), schriftelijk. − (ES) Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat de verordening, door voorspelbaarheid en flexibiliteit te garanderen, beoogt rechtszekerheid te bieden aan echtparen die willen scheiden van tafel en bed of echtscheiden en die tot verschillende lidstaten van de Europese Unie behoren.

In die zin is dit initiatief een stap in de goede richting. Het is evenwel enerzijds te betreuren dat de kans onbenut is gelaten om het toepassingsgebied uit te breiden tot de erkenning van huwelijken, nietigverklaringen en voogdij over de kinderen, en dat er evenmin wordt ingegaan op andere vormen van verbintenis, zoals die van homoseksuele stellen, die erkend zijn in sommige lidstaten van de Unie.

Anderzijds is het spijtig dat slechts 15 van de 27 lidstaten bereid zijn deze nauwere samenwerking te onderschrijven, hetgeen nadelig is voor de burgers in de niet ondertekenende landen.

Het is daarom mijn hoop en wens dat het in de toekomst mogelijk zal zijn het toepassingsgebied te verruimen en dat er meer landen zullen zijn die openstaan voor de mogelijkheid om de nauwere samenwerking te vergroten: dat zijn zij verplicht aan de burgers die zij vertegenwoordigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik heb vóór dit verslag van het Europees Parlement gestemd over nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed, omdat er een heldere en expliciete rechtsgrondslag moet worden gevestigd volgens welke de regels worden toegepast die te maken hebben met het toepasselijke recht. Ik zou erop willen wijzen dat een van de prioritaire doelstellingen van de Europese Unie de instandhouding en de verdere ontwikkeling van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht is, waarbinnen het vrije verkeer van personen gewaarborgd is. De bestaande Europese regelgeving inzake het toepasselijke recht wat betreft echtscheiding en scheiding van tafel en bed in geval van internationale huwelijken is momenteel bijzonder onoverzichtelijk, omdat onduidelijk is welke wet van toepassing is. Daardoor komt het vaak tot een "rush naar de rechter", waarbij een van de echtgenoten eerst de echtscheiding aanvraagt om ervoor te zorgen dat de procedure door een bepaald rechtsstelsel wordt beheerst dat gunstiger is voor de verdediging van zijn of haar belangen. Ik zou willen benadrukken dat de nieuwe voorgestelde verordening de betrokken echtparen rechtszekerheid moet bieden en voorspelbaarheid en flexibiliteit moet garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk(IT) Ik wil de heer Zwiefka gelukwensen met de opstelling van dit verslag, waarmee ik instem. Het doel van deze tekst is een helder en allesomvattend kader te verschaffen voor het op echtscheiding en scheiding van tafel en bed toepasselijk recht, waarbij aan de partijen een zekere mate van autonomie wordt verstrekt. De uiteenlopende rechtsbepalingen in de lidstaten kunnen namelijk problemen opleveren in geval van "internationale" scheidingen.

Naast de rechtsonzekerheid met betrekking tot de vraag welke wetgeving in een bepaald geval van toepassing is, kan zich ook een zogeheten "rush naar de rechter" voordoen, opdat een wetgeving toepasselijk wordt verklaard die een van de twee echtgenoten beter beschermt. De Europese Unie moet deze risico's en tekortkomingen beperken en daarom de partijen de mogelijkheid bieden om in gemeenschappelijk overleg het toepasselijke recht te kiezen. Daarom ben ik het eens met de noodzaak om de partijen zo snel mogelijk correcte en accurate informatie te verschaffen opdat zij bewuste keuzes kunnen maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Brzobohatá (S&D), schriftelijk. − (CS) Overeenkomstig het Verdrag van Lissabon kunnen de lidstaten kiezen voor nauwere samenwerking binnen de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, het aandachtsgebied waar de hele problematiek van echtscheiding en scheiding van tafel en bed thuishoort. In de verordening worden de voorwaarden voor nauwere samenwerking tussen lidstaten (België, Bulgarije, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Italië, Letland, Luxemburg, Algerije, Malta, Oostenrijk, Portugal, Roemenië en Slovenië) uiteengezet. Het is met name de bedoeling discriminatie op grond van geslacht uit de weg te ruimen, ervoor te zorgen dat beide echtelieden gelijke kansen krijgen en het belang van het kind op de eerste plaats te zetten. Echtelieden die willen scheiden, voeren vaak een soort "wedstrijd" wie als eerste het scheidingsverzoek bij de rechter indient, om er zo voor te zorgen dat de scheidingsprocedure overeenkomstig dat rechtsstelsel gevoerd wordt dat de eigen belangen het best beschermt. Met deze verordening wordt beoogd de rechtszekerheid van de scheidende echtparen te verbeteren, alsook om te zorgen voor een enigszins voorspelbaar alsook flexibel verloop van echtscheidingsprocedures. Ik heb voor de verordening gestemd, ook al is die niet van toepassing op de Tsjechische Republiek. Ik wil echter graag geloven dat de invoering van deze verordening een lichtend voorbeeld zal zijn voor de overige lidstaten, waaronder de Tsjechische Republiek, zodat zij er zich in de toekomst bij aansluiten en zich op die manier baseren kunnen op de ervaringen van de pionierende lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) In dit voorstel gaat het niet om de harmonisatie van het scheidingsrecht, maar om een geharmoniseerde regeling voor de oplossing van internationale conflicten inzake rechterlijke bevoegdheid. Dit betekent dat we moeten werken binnen het kader van het internationaal privaatrecht en niet binnen het familierecht, waar iedere lidstaat zijn eigen wetten behoudt.

Daarom is het belangrijk te onthouden dat de voorgestelde verordening door middel van het amendement op artikel 7 bis bijvoorbeeld een deelnemende staat niet verplicht om een handeling die niet als zodanig wordt beschouwd door zijn nationale wetgeving of die strijdig is met het subsidiariteitsbeginsel, als huwelijk te erkennen, al was het alleen maar om dit te ontbinden. Dit kan echter geen beperking vormen op de rechten van mensen wier verbintenis niet wordt erkend in een lidstaat: een punt waarover een compromis moet worden bereikt.

Gezien het bovenstaande kan ik de voorziening voor grotere rechtszekerheid met het oog op jurisdictieconflicten in het familierecht, met name met betrekking tot het ontbinden van huwelijken en de scheiding van tafel en bed, alleen maar beschouwen als een belangrijke stap in de richting van de verwezenlijking van een omgeving van vrijheid en rechtszekerheid waarin het vrije verkeer van personen werkelijkheid wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik ben zeer verheugd met de aanneming van dit verslag. Daardoor kunnen stellen uit verschillende lidstaten of die in een andere lidstaat dan de eigen verblijven, de van toepassing zijnde wet kiezen voor hun scheiding.

Er waren in 2007 één miljoen echtscheidingen in de EU, waarvan het bij dertien procent ging om stellen met partners van verschillende nationaliteit. Bij deze procedures werden Europese burgers geconfronteerd met juridische problemen in verband met hun scheiding.

Ik wijs erop dat Portugal deelneemt aan het – in de Raad geblokkeerde – proces van nauwere samenwerking waardoor het mogelijk zou moeten zijn om op dit punt vorderingen te maken.

Ik benadruk de noodzaak dat dit verslag er niet toe leidt dat lidstaten erkenning moeten verlenen – al was het alleen om deze te ontbinden – aan een situatie die door de wetgeving van die staat niet erkend wordt, of die tegenstrijdig zou zijn met het subsidiariteitsbeginsel.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (S&D), schriftelijk. − (PL) Ik wil de rapporteur feliciteren met zijn zeer efficiënte behandeling van dit moeilijke onderwerp, namelijk de keuze van het toepasselijk recht bij echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed. Hoe ontzettend gevoelig dit thema ligt blijkt wel uit het feit dat verordening Rome III in de geschiedenis van de EU het eerste voorbeeld is van nauwere samenwerking onder de procedures van het Verdrag. De territoriale werkingssfeer van de verordening blijft dus beperkt tot 14 van de 27 EU-landen en Polen hoort daar niet bij. Ik ben van mening dat Rome III met de invoering van het beginsel van keuze van het toepasselijke recht bij echtscheidingen bijdraagt tot een grotere voorspelbaarheid en meer rechtszekerheid. Gezien de beperkte werkingssfeer van de verordening, die beperkt blijft tot het toepasselijke recht in internationale echtscheidingszaken, moeten we ook de vraag beantwoorden welk gerecht bevoegd is om uitspraak te doen.

Deze kwestie is echter onderwerp van een andere verordening op EU-niveau, namelijk Brussel II bis. Daarom ben ik met de rapporteur van mening dat die verordening zo snel mogelijk moet worden herzien, zodat het principe van forum necessitatis erin kan worden opgenomen. Dit principe neemt bij veel landen de vrees weg dat hun rechters gedwongen worden om uitspraak te doen over echtscheidingen van verbintenissen die hun rechtssysteem niet als huwelijk erkent. Ook stimuleert dit beginsel de landen om Europese regels vast te stellen op het gebied van internationale echtscheidingen, wat het leven voor veel burgers van de EU ongetwijfeld gemakkelijker maakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. – (FR) Als twee personen van verschillende nationaliteit, of gewoon twee personen die niet langer in dezelfde lidstaat wonen, willen scheiden, dan moeten zij weten tot welk bevoegd gerecht van welk land zij zich moeten richten. Voortaan zullen die twee mensen die willen scheiden zelf kunnen kiezen welk rechtstelsel van de Europese Unie op hun scheiding van toepassing zal zijn. Dit is een heel concrete nieuwe stap in de geleidelijke totstandkoming van een "gemeenschappelijke Europese justitiële ruimte", die rechtstreeks van toepassing is op het dagelijks leven van iedereen. Hoewel ik verheugd ben dat dit verslag is aangenomen en dat de procedure van nauwere samenwerking voor het eerst is toegepast, betreur ik het toch dat het nodig was om deze procedure in te zetten en dat er geen overeenstemming is bereikt tussen alle lidstaten van de Europese Unie. Ik hoop dat andere lidstaten zich spoedig bij deze samenwerking zullen aansluiten.

 
  
MPphoto
 
 

  Edvard Kožušník (ECR), schriftelijk. − (CS) Ik vertegenwoordig hier in het Europees Parlement de Tsjechische Republiek, een lidstaat die zich niet heeft aangesloten bij het mechanisme van nauwere samenwerking waarmee beoogd wordt conflicterende nationale wet- en regelgevingen te harmoniseren. De belangrijkste reden dat de Tsjechische Republiek zich niet heeft aangesloten, is dat deze ontwerpverordening volgens haar niet onontbeerlijk is voor een goede werking van de interne markt. Ook is zij van mening dat de verordening strijdig is met het subsidiariteitsbeginsel, dit omdat er geen enkele sprake is van enige toegevoegde waarde die een ingreep in het nationaal familierecht van de lidstaten zou rechtvaardigen. De Tsjechische Republiek is bovendien van mening dat het voorstel niet strookt met het proportionaliteitsbeginsel, aangezien de juridische vorm van de verordening geen geschikt instrument is voor de harmonisering van met elkaar strijdige nationale normen en regelgeving op het vlak van het internationaal familierecht. Desalniettemin wil ik niet dat de lidstaten die wel voor het mechanisme van nauwere samenwerking gekozen hebben als middel ter harmonisering van met elkaar strijdige wet- en regelgeving ten aanzien van de bepaling van het bevoegde nationale recht inzake huwelijkskwesties, als gevolg van mijn stemgedrag daarvan weerhouden zouden worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Maštálka (GUE/NGL), schriftelijk. − (CS) Dankzij de ontwerpverordening ter invoering van nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed, kunnen de vaak ingewikkelde en emotioneel gevoelige kwesties rond de scheiding van rechtsgeldig in de echt verbonden personen van verschillende nationaliteiten worden vereenvoudigd. Dergelijke scheidende echtparen kunnen zich op deze manier beter in de materie oriënteren en aldus een beter besluit nemen ten aanzien van het toepasselijke recht. En niet in de allerlaatste plaats gaat ook de rechtszekerheid van deze personen er met grote stappen op vooruit. Het mechanisme van nauwere samenwerking, in het kader waarvan wetgeving tot stand wordt gebracht dat buiten het communautair acquis valt, is aldus een manier waarop de betrokkenen lidstaten een aantal problemen op het vlak van de internationale samenwerking ten aanzien van de scheiding van echtelieden van verschillende nationaliteit uit de weg kunnen ruimen.

De lidstaten die in deze fase nog niet meedoen, hebben voldoende ruimte om na enige tijd een oordeel te vellen over de positieve en negatieve effecten van deze ontwerpverordening en zich eventueel alsnog bij de samenwerking aan te sluiten. In de Tsjechische Republiek wordt nu reeds bij echtscheidingsprocedures tussen personen van verschillende nationaliteit in met redenen omklede gevallen buitenlands recht toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) Door de nieuwe verordening kunnen internationale echtparen (met verschillende nationaliteiten, die in verschillende landen wonen of die samen in een ander land dan hun eigen wonen) kiezen welk recht van toepassing is op hun scheiding, op voorwaarde dat een van de partners een band heeft met het land in kwestie, bijvoorbeeld gewone verblijfplaats of nationaliteit. De nieuwe regels verduidelijken ook welk recht van toepassing is in het geval de partners niet tot overeenstemming kunnen komen. Door de nieuwe verordening kan bijvoorbeeld een Spaans-Portugees echtpaar dat in België woont kiezen voor Portugese, Spaanse of Belgische wetgeving voor hun scheiding.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. − (EN) Een scheiding is een ernstige zaak. Heel vaak sneuvelt er serviesgoed bij en moeten eigendommen worden verdeeld. Ik heb oprecht bewondering voor het idealisme van de rapporteur, Tadeusz Zwiefka. Wat gebeurt er als een Duitse man in Duitsland wil scheiden, maar zijn vrouw in Sicilië wil scheiden, omdat haar moeder Siciliaanse is? Hoe verdeel je een stofzuiger en een wasmachine, als er geen overeenkomst is? Het idee is goed, maar het moet worden bijgeschaafd. Negentig procent van de echtscheidingen is een tragedie en een schandaal. Ik ben "voor", maar laten we ook naar de details kijken, wanneer we nadenken over een dergelijk document. We hebben een wet nodig, geen regels.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed zijn altijd moeilijke aangelegenheden die een baaierd van juridische gevolgen met zich brengen. Problematisch wordt het allemaal als de echtgenoten uit verschillende landen afkomstig zijn. Binnen de Unie is naar een oplossing gezocht maar er kon slechts overeenstemming worden bereikt over een procedure voor nauwere samenwerking die voor de betrokkenen, de scheidende partijen uit verschillende EU-lidstaten dus, maar weinig zoden aan de dijk zet. Bovendien is deze procedure ook wat betreft het toepassingsgebied niet geheel duidelijk, zolang dat gebied niet wordt vastgelegd.

Samenwerking kan natuurlijk niet inhouden dat bijvoorbeeld scheidingsvonnissen in een lidstaat moeten worden erkend ofschoon het toepasselijk recht daarin niet voorziet. Evenmin mag de procedure een mogelijkheid bieden om een land via de achterdeur te dwingen gelijkgeslachtelijke huwelijken te erkennen. Voorts is er te weinig aandacht geschonken aan de rechten van ouders bij grensoverschrijdende scheidingen. Daarom heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor het verslag gestemd omdat ik geloof dat er een helder en allesomvattend kader van toepasselijk recht moet komen voor echtscheiding en scheiding van tafel en bed. Voor het eerst wordt met de invoering van artikel 3 bis de echtgenoten de mogelijkheid gegeven om in gemeenschappelijk overleg het toepasselijk recht te kiezen voor de echtscheidingsprocedure. Ik geloof, bovendien, dat we moeten garanderen dat de keuze die de partijen maken, een geïnformeerde keuze is, dat wil zeggen dat beide echtgenoten naar behoren geïnformeerd zijn over de praktische gevolgen van hun keuze. Ik ben van mening dat het belangrijk is de relatie tussen de echtgenoten te beschermen, opdat de scheiding op een duidelijke, transparante en overeengekomen manier kan plaatsvinden tussen de partijen, die aldus beide, met gelijk gezag, kunnen deelnemen aan de beslissing.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Samen met dertien andere EU-landen (Spanje, Italië, Hongarije, Luxemburg, Oostenrijk, Roemenië, Slovenië, Bulgarije, Frankrijk, Duitsland, Letland en Malta) neemt Portugal deel aan de het eerste proces op basis van nauwe samenwerking in de geschiedenis van de EU. Deze nauwe samenwerking krijgt vorm op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed.

Ik heb vóór dit verslag gestemd. Hierin gaat het om de verordening die heldere regels vaststelt met betrekking tot de procedure voor internationale echtparen (met echtgenoten van verschillende nationaliteiten) die echtscheiding of scheiding van tafel en bed willen in het land waar zij vandaan komen of verblijven. Dit is een volledig consensuele zaak die het leven van een aantal Europeanen eenvoudiger zal maken. Het is ook een symbolisch moment; het is namelijk voor het eerst dat er nauwe samenwerking tussen EU-lidstaten wordt toegepast.

Het doel van deze regels is de rechtszekerheid en voorspelbaarheid te versterken in verband met echtscheiding en scheiding van tafel en bed. De overeenkomst gaat om het harmoniseren van conflictsituaties, niet om het harmoniseren van nationale basisregels.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, een van de hoofddoelstellingen van de Europese Unie is de bescherming en de ontwikkeling van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht waarin het vrije verkeer van personen is verzekerd. In het geval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed van gehuwden met een verschillende nationaliteit, is de rechtsgrondslag op Europees niveau erg onduidelijk wat betreft het toepasselijk recht. Om deze reden gebeurt het vaak dat de gang naar de rechter snel wordt ingezet door een van beide echtelieden die daarmee als eerste een scheiding aanvraagt volgens een rechtsorde waarbij zijn/haar belangen het best gediend zijn. Het doel van het voorstel voor een verordening is om rechtszekerheid te scheppen voor de betrokken gehuwden en tegelijkertijd flexibiliteit en transparantie te verzekeren. Daarom ben ik het eens met de heer Tadeusz Zwiefka, die voorstander is van een inhoudelijke regelgeving inzake het toepasselijk recht in geval van echtscheiding en scheiding van tafel en bed.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. − (RO) België, Bulgarije, Duitsland, Griekenland (dat op 3 maart 2010 zijn verzoek heeft ingetrokken), Spanje, Frankrijk, Italië, Letland, Luxemburg, Hongarije, Malta, Oostenrijk, Portugal, Roemenië en Slovenië hebben bij de Commissie een verzoek ingediend waarin zij te kennen hebben gegeven dat zij onderling een nauwere samenwerking willen aangaan op het gebied van het toepasselijk recht in huwelijkszaken. Zij hebben de Commissie uitgenodigd om een daartoe strekkend voorstel te doen aan de Raad. De steeds grotere mobiliteit van burgers vereist enerzijds meer flexibiliteit en anderzijds meer rechtszekerheid. Om dat doel te bereiken moet deze verordening aan de partijen in een procedure van echtscheiding of scheiding van tafel en bed een grotere autonomie geven door hun de mogelijkheid te bieden het recht te kiezen dat hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed beheerst.

De verordening zal uitsluitend van toepassing zijn bij ontbinding van het huwelijk of bij scheiding van tafel en bed. De verordening is niet van toepassing in vraagstukken met betrekking tot de rechtsbekwaamheid van natuurlijke personen, het bestaan, de geldigheid of de erkenning van een huwelijk, de ontbinding van een huwelijk, de naam van de echtgenoten, de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk, de ouderlijke aansprakelijkheid, de onderhoudsverplichtingen, trusts en erfopvolging, zelfs als deze de vorm aannemen van een prejudiciële beslissing in het kader van een procedure voor een echtscheiding of een scheiding van tafel en bed.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. – (PT) De ontwikkeling van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is, vormt een van de fundamentele doelstellingen van de Europese Unie. Ik verwelkom zodoende dit voorstel, dat grotere rechtszekerheid brengt met betrekking tot het toepasselijk recht inzake nationale echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed. Ik zou graag willen dat andere lidstaten meedoen met deze inspanning om te zorgen dat de nationale regels over juridische conflicten op dit terrein op elkaar aansluiten.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Deze tekst tracht problemen zoals het volgende op te lossen. A en B zijn onderdanen van verschillende lidstaten die een gelijkgeslachtelijk huwelijk hebben gesloten in een van de lidstaten die wetgeving hebben ingevoerd krachtens welke dergelijke huwelijken zijn toegestaan. Zij hebben drie jaar hun gewone verblijfplaats gehad in een lidstaat die gelijkgeslachtelijke huwelijken niet toestaat maar deelgenomen heeft aan de goedkeuring van de verordening over toepasbaar recht in het kader van de verbeterde samenwerkingsprocedure. A en B willen hun huwelijk ontbinden.

Krachtens de regels van Verordening nr. 2201/2003 betreffende de bevoegdheid zijn de enige rechtbanken die onder deze omstandigheden bevoegd zijn de rechtbanken in de lidstaat waar zij hun gewone verblijfplaats hebben. Dat is duidelijk niet eerlijk voor het desbetreffende paar, dat verplicht is een aanzienlijk ongemak en tijdverlies voor lief te nemen om hun scheidingszaak onder de bevoegdheid van een andere rechtbank te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alf Svensson (PPE), schriftelijk. − (SV) Toen het Europees Parlement vandaag stemde over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de totstandbrenging van nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed, koos ik ervoor om mij van stemming te onthouden. Volgens mij is familierecht, bijvoorbeeld de regelgeving inzake echtscheidingen, een gebied waarop het subsidiariteitsbeginsel hoog in het vaandel zou moeten worden gedragen en waarop elke lidstaat zelf zou moeten beslissen. De samenwerking waarover het verslag gaat, is vrijwillig voor de lidstaten van de Europese Unie en momenteel nemen er veertien landen aan deel. Zweden behoort niet tot die landen. Ik ben van mening dat het voor mij, als Zweeds lid van het Europees Parlement, niet helemaal gepast is om een standpunt in te nemen ten aanzien van wetgeving die uitsluitend op een vorm van samenwerking slaat waar Zweden niet aan deelneemt.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Bij zestien miljoen internationale huwelijken in de EU, waarvan er per jaar 140 000 op een scheiding uitlopen, waren onderhandelingen en overeenstemming noodzakelijk om voor de burgers de nodige rechtszekerheid te waarborgen. Tot dusver stuitten diverse initiatieven in dit verband steeds op een veto van afzonderlijke lidstaten, maar thans wordt met de procedure voor nauwere samenwerking aan minstens veertien landen de mogelijkheid geboden de noodzakelijke criteria vast te leggen.

 
  
  

- Verslag-Gauzès (A7-0340/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat de wereldwijde financiële crisis, waar de ratingbureaus ook aan hebben bijgedragen, laat zien dat er behoefte is aan een mechanisme voor het registreren van en toezicht houden op ratingbureaus. Ik stem in met de aanmoediging in dit verslag om op Europees niveau een systeem in het leven te roepen voor registratie van en toezicht op ratingbureaus die ratings afgeven voor gebruik in de Europese Unie, en met de overweging van de omstandigheden waarin in de Europese Unie ratings worden gebruikt die zijn afgegeven door bureaus in derde landen. De overeenkomst over de Europese toezichthoudende autoriteit, die op 1 januari 2011 in werking zal treden, maakt het mogelijk om doeltreffend toezicht te houden op ratingbureaus. Het is van groot belang dat de Europese autoriteit voor effecten en markten in staat is om zijn mandaat te verwezenlijken en een goed toezicht uit te oefenen op ratingbureaus die actief zijn in de Europese Unie, en tevens op bureaus in derde landen waarvan de ratings bekrachtigd worden in de Europese Unie, in volledige samenwerking met de nationale autoriteiten van die landen. Ik verwelkom eveneens het feit dat de Verenigde Staten hebben besloten strengere regels inzake toezicht op dit gebied vast te stellen, gegeven het feit dat de Commissie ook nadenkt over internationale harmonisatie in een later stadium.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. − (LT) Ik heb vóór deze resolutie gestemd omdat er volgens mij behoefte is aan een mechanisme om toezicht op ratingbureaus te houden. De wereldwijde financiële crisis, waar ook de ratingbureaus aan hebben bijgedragen, was van invloed op dit initiatief. Ik ben het eens met het voorstel van de Europese Commissie om de accreditatie van en het toezicht op ratingbureaus door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) te organiseren. Voor de EAEM is het echter van wezenlijk belang om meteen na haar oprichting haar mandaat te kunnen uitoefenen, met het oog op een goed toezicht op ratingbureaus die actief zijn in de Europese Unie en tevens op bureaus in derde landen waarvan de ratings bekrachtigd zullen worden in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) In beginsel geven ratingbureaus een onafhankelijk oordeel over de kredietwaardigheid van een entiteit, een schuld, een financiële verplichting of een financieel instrument. Het oordeel van deze bureaus kan soms echter ernstige gevolgen hebben voor de economie van de landen waarvan zij de financiële regelmatigheid beoordelen. De Unie heeft in 2009 Verordening (EG) nr. 1060/2009 uitgevaardigd met als doel de werkzaamheden van ratingbureaus te regelen en beleggers en de Europese financiële markten te beschermen tegen het risico van wanpraktijken. Hierin worden voorwaarden vastgesteld voor het afgeven van ratings evenals regels met betrekking tot de registratie van en het toezicht op ratingbureaus. Tegelijkertijd staat in een verslag van een groep deskundigen dat het noodzakelijk is het toezichtkader te versterken om het risico op en de omvang van toekomstige financiële crises te beperken. Met de verordening tot oprichting van een Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) is een Europese Autoriteit voor toezicht op de financiële markten in het leven geroepen. Om ervoor te zorgen dat deze autoriteit goed kan werken en op juiste wijze kan worden opgenomen in het algemeen kader van de financiële regelgeving, bleek het noodzakelijk om Verordening (EG) nr. 1060/2009 aan te passen. Ik heb ingestemd met dit verslag waarmee het toezicht op ratingbureaus wordt verbeterd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE), schriftelijk. – (FR) Op basis van het uitstekende verslag van mijn collega, de heer Gauzès van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten), heb ik ingestemd met het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de verordening inzake ratingbureaus van 2009. Daarin wordt bepaald dat de nieuwe Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) toezicht zal uitoefenen op deze entiteiten. Ik steun de verbeteringen die de rapporteur heeft aangebracht, in het bijzonder de overdracht van nieuwe bevoegdheden aan de EAEM, bevoegdheden die de Commissie voornemens was zelf uit te oefenen, onder andere op het gebied van sancties. Ik vind het belangrijk dat de EAEM een deel van zijn taken kan delegeren aan de nationale autoriteiten. Ik vind het jammer dat de rating van staten en het bijzondere toezicht waaraan de rating van staten onderworpen moet worden, niet zijn meegenomen in het verslag, maar deze wijziging van de verordening was waarschijnlijk niet de juiste gelegenheid. Ik stel voor een Europees openbaar ratingbureau voor de rating van staten op te richten, dat alle waarborgen biedt voor de noodzakelijke deskundigheid en onafhankelijkheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (LT) De wereldwijde financiële crisis heeft laten zien dat er behoefte is aan een mechanisme om toezicht te houden op ratingbureaus. Er is op EU-niveau behoefte aan een overzicht over ratingbureaus, alsmede aan een geïntegreerd toezicht op die bureaus. Ik sta achter dit belangrijke document. In 2009 is Verordening (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus vastgesteld. Hiermee werd het mogelijk een Europees systeem in te voeren voor het registeren van en houden van toezicht op ratingbureaus die ratings afgeven voor gebruik in de Europese Unie. Tevens zijn in de verordening de voorwaarden vastgelegd voor het gebruik in de Europese Unie van ratings die zijn afgegeven door bureaus in derde landen. Er moet een betrouwbaar toezicht- en controlesysteem zijn en daarom steun ik de voorgestelde amendementen die de Europese Autoriteit voor effecten en markten zullen versterken. Deze instelling moet toezicht gaan houden op ratingbureaus die in de EU werkzaam zijn en haar mandaat doeltreffend uitoefenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat de wereldwijde economische en financiële crisis heeft laten zien dat er behoefte is aan een mechanisme om toezicht te houden op ratingbureaus. Daarom heeft de Europese Commissie een voorstel gepresenteerd om de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EMEA) te belasten met de accreditatie van en het toezicht op ratingbureaus. Het is van belang dat deze autoriteit wordt voorzien van niet eigen toezichthoudende bevoegdheden maar ook onderzoekbevoegdheden. Ook zal zij sancties moeten kunnen opleggen als deze verordening niet wordt nageleefd. Ik ben het eens met het standpunt van het Europees Parlement dat er in de EU een gezamenlijk overzicht moet komen van de producten die ratingbureaus aanbieden, alsmede een geïntegreerd toezicht op die bureaus. Verder stelt het Parlement voor om met betrekking tot de oprichting van de EAEM de aandacht te richten op het toezicht op bureaus en op de definitie van haar nieuwe taken en bevoegdheden. Voor de EAEM is het van wezenlijk belang om meteen na haar oprichting haar mandaat te kunnen uitoefenen, opdat er sprake zal zijn van een goed toezicht op ratingbureaus die actief zijn in de Europese Unie en tevens op bureaus in derde landen waarvan de ratings bekrachtigd zullen worden in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Bij de stemming over het verslag over ratingbureaus heb ik mij onthouden. Ratingbureaus dienen onverholen het belang van internationale speculanten. Sinds het begin van de crisis hebben zij een zeer negatieve rol vervuld, en zij gaan daar ook nu nog mee door. Met de doelgerichte en willekeurige verlaging van de kredietwaardigheid van landen zowel binnen als buiten de EU storten zij die landen in een vicieuze cirkel van speculatie en lenen. Door de steeds hogere spreads worden de financiële problemen van deze landen alleen maar groter en kunnen de markten zich op hun kosten verrijken. Met name voor de eurozone geldt dat de praktijken van de ratingbureaus en de rol die zij vervullen ook een negatief effect hebben op de stabiliteit van de euro. De EU draagt hiervoor een bijzonder grote politieke verantwoordelijkheid, daar zij zelf aan de ratingbureaus het recht heeft gegeven om niet alleen bedrijven te beoordelen, maar ook de economieën van de lidstaten. Ik ben van mening dat we onmiddellijk effectieve maatregelen moeten nemen om een einde te maken aan het winstbejag van ratingbureaus en Verordening (EG)1060/2009 bijgevolg ingrijpend dient te worden gewijzigd. In het verslag staan wel enkele positieve, doch helaas zwakke voorstellen en er worden alleen maar timide stappen in die richting gedaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. – (PT) Deze wijziging moest worden doorgevoerd omdat Verordening (EG) nr. 1060/2009 moest worden aangepast aan het nieuwe Europese systeem voor financiële toezichthouders en omdat een nieuw mechanisme voor toezicht op ratingbureaus moest worden ingevoerd.

Met het oog hierop zal de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten – EAEM) eigen bevoegdheden krijgen voor toezicht en onderzoek en voor het opleggen van sancties. We moeten er nu voor zorgen dat de EAEM in staat is haar mandaat te verwezenlijken teneinde een goed toezicht te verkrijgen op ratingbureaus die actief zijn in de Europese Unie en op bureaus in derde landen waarvan de ratings bekrachtigd worden in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE), schriftelijk.(GA) Dit verslag vormt een technische wijziging van de bestaande richtlijn. Hierdoor worden aan de nieuwe toezichthouder, de EAEM, vanaf januari 2011 de benodigde bevoegdheden verleend. Wij mogen echter niet vergeten dat er in het voorjaar van 2011 een uitgebreidere herziening van de ratingbureaus zal plaatsvinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in theorie is er reeds sprake van toezicht op en regulering van de werkzaamheden van ratingbureaus op Europees niveau. Is hierdoor de dominantie van de drie Amerikaanse bureaus ter discussie gesteld, die het voor het zeggen hebben op de Europese markten, op het gebied van de staatsschulden en daarmee ook de rentetarieven waartegen de Europese staten leningen kunnen afsluiten? Ik ben bang van niet! Het mocht niet verhinderen dat Standard & Poor heel recent nog dreigde de rating van België te verlagen, noch dat Moody's Spanje en Fitch Ierland bedreigden.

Geen van deze bureaus is bestraft, noch door klanten noch via reputatieschade, voor het feit dat het zijn werk niet goed heeft gedaan ten tijde van het Enron-schandaal en de hypotheekcrisis. Nu pretenderen ze een politieke rol te hebben: het bedreigen van België is een poging om het vormen van een regering af te dwingen en het niet-bedreigen van Frankrijk is bedoeld om het uiteenvallen van de eurozone kunstmatig tegen te gaan. De waarheid is dat zij hun macht ontlenen aan het feit dat de markten niet gereguleerd zijn, en uw teksten, waar ik niettemin vóór heb gestemd, verbeteren daar maar weinig aan.

 
  
MPphoto
 
 

  Takis Hadjigeorgiou (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De verordening betreft het toezicht op niet alleen ratingbureaus, waar de Europese Autoriteit voor effecten en markten mee belast wordt, maar ook het gebruik van ratings door individuele entiteiten die op nationaal niveau worden gecontroleerd. De nationale toezichthouders blijven verantwoordelijk voor toezicht op het gebruik van ratings door die individuele entiteiten. Toch zullen de nationale autoriteiten geen bevoegdheid hebben om toezichthoudende maatregelen te nemen tegen ratingbureaus die inbreuk plegen op de verordening. Precies ten aanzien daarvan moet het voorstel worden getoetst aan de eerbiediging van het proportionaliteitsbeginsel. Het voorstel voorziet weliswaar in een controlesysteem, maar, gelet op het huidige neoliberale milieu, lijkt het er niet op dat een werkelijke, essentiële toepassing ervan zal worden toegestaan. Het betreft slechts een psychologische noviteit die vooral gericht is op het brede publiek.

Het voorstel heeft echter niet tot doel om een reeds bestaand systeem aan te vullen maar om een nieuw controlesysteem te introduceren dat eerder niet bestond, tenminste niet in deze vorm, waardoor ratingbureaus de mogelijkheid kregen zich tomeloos te gedragen. In die zin is wellicht beter dit systeem te hebben dan helemaal geen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Havel (S&D), schriftelijk. − (CS) Ik heb voor het verslag over de totstandbrenging van centraal toezicht op ratingbureaus gestemd. Ik ben het door de bank genomen eens met de inhoud van het verslag van de heer Gauzès over het voorstel voor een verordening tot invoering van een model van gecentraliseerd toezicht op ratingbureaus middels de EAEM, de Europese Autoriteit voor effecten en markten, met name gezien de grote mobiliteit van de diensten van ratingbureaus en het directe effect ervan op de financiële markten. Met gecentraliseerd toezicht kan de wereld van ratingbureaus transparanter gemaakt worden en de concurrentie tussen de bureaus worden vergroot. Om die reden heb ik voor dit verslag gestemd. Ik vrees echter dat de voorgestelde periode waarbinnen alle wijzigingen met betrekking tot de overdracht van bevoegdheden en taken van de desbetreffende toezichthoudende organen in de lidstaten naar de EAEM rond moeten zijn, ontoereikend is en dient te worden verlengd.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. − (LT) Ik sta achter dit verslag omdat de wereldwijde financiële crisis, waar ook de ratingbureaus aan hebben bijgedragen, heeft laten zien dat er behoefte is aan een mechanisme van toezicht op ratingbureaus. Dit was het doel van de aanneming in 2009 van de verordening inzake ratingbureaus. Hiermee werd het mogelijk een Europees systeem in te voeren voor het registeren van en houden van toezicht op ratingbureaus die ratings afgeven voor gebruik in de Europese Unie. Tevens zijn in de verordening de voorwaarden vastgelegd voor het gebruik in de Europese Unie van ratings die zijn afgegeven door bureaus in derde landen. Het akkoord over de opzet van het Europees toezicht zal op 1 januari 2011 in werking treden en maakt een doeltreffende verwezenlijking van het toezicht op ratingbureaus mogelijk. Het is daarom noodzakelijk de verordening inzake ratingbureaus te wijzigen om de accreditatie van en het toezicht op ratingbureaus door de Europese Autoriteit voor effecten en markten te organiseren. Deze autoriteit zal niet alleen bevoegdheden krijgen voor het houden van toezicht maar ook voor het verrichten van onderzoek en zal sancties kunnen opleggen indien inbreuk wordt gepleegd op deze verordening. Geldboetes zullen door de lidstaten worden geïnd.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (S&D), schriftelijk. − (PL) Een mechanisme van monitoring en toezicht op ratingbureaus is nodig. We moeten namelijk vaststellen dat ratingbureaus ten dele hebben bijgedragen aan de crisis. In 2011 zullen we van de Commissie een voorstel krijgen in verband met diverse aanvullende maatregelen voor ratings. Na aanneming van dit verslag kunnen dergelijke maatregelen ook daadwerkelijk worden ingevoerd. Daarom steun ik dit verslag. Ik ben er namelijk van overtuigd dat het spoedig in werking kan treden en we positieve resultaten zullen zien.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Particuliere ratingbureaus krijgen nieuwe rechten om wetgevend op te treden. Hun wordt overdracht van overheidsbevoegdheden beloofd. Hun afhankelijkheid van particuliere partners kent geen grenzen. Hun willekeur evenmin. De openbare macht laat het afweten. Dat is schandalig.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) Deze wijziging moet worden doorgevoerd zodat Verordening (EG) nr. 1060/2009 kan worden aangepast aan het nieuwe systeem van Europese toezichthoudende autoriteiten en zodat er een nieuw mechanisme voor het houden van toezicht op ratingbureaus kan worden geïntroduceerd. Zodoende krijgt de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit effecten en markten – EAEM) eigen bevoegdheden voor toezicht, onderzoek en het opleggen van sancties. Voor de EAEM is het van wezenlijk belang om in staat te zijn haar mandaat te verwezenlijken, met het oog op een goed toezicht op ratingbureaus die actief zijn in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. − (ES) Hoewel ik mij kan vinden in veel van de punten uit dit verslag en in het algemene voorstel om de transparantie te vergroten en de informatie en het toezicht van de ratingbureaus en andere financiële instellingen te verbeteren, heb ik niet voor kunnen stemmen. Het verslag dient namelijk de belangen van professionele beleggers – die geen contact hebben met de zogenaamde reële economie – door hun een grotere rechtszekerheid te bieden. Hoewel ik het met het voorstel eens ben dat er veel moet worden gedaan voor de transparantie en het recht op duidelijke informatie binnen het financiële stelsel, denk ik dat het harder nodig is een einde te maken aan financiële speculatie en te voorzien in regelgeving die de financiële markten onder toezicht van de lidstaten plaatst. Dit verslag beoogt weliswaar meer transparantie, betere informatie en een zekere mate van toezicht van de financiële bureaus, maar het doet dat mondjesmaat en vanuit een prokapitalistisch standpunt dat de financiële sector welgevallig is en dat ik deel noch steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. − (EN) Dit is een heel belangrijk instrument om Europese burgers te informeren over de situatie in bedrijven en banken, maar ook om het concurrentievermogen van verschillende merken en artikelen te vergelijken. Ik heb voor het voorstel gestemd. Ik hoop ook dat deze verordening in de toekomst zal worden aangevuld met toezicht op de ratings van politieke partijen en massamedia, om te voorkomen dat de publieke opinie voor geldelijk gewin wordt gemanipuleerd. De ratingbureaus geven zich niet veel moeite om de informatie te verzamelen en te analyseren. Ze zijn wel bereid om welkome resultaten te laten zien aan degenen die daarvoor betalen. Iedereen die de publieke opinie manipuleert en zo de samenleving bedriegt, verdient zware straf.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De financiële crisis heeft ons vooral met de neus op het feit gedrukt dat ratingbureaus een gevaarlijke monopoliepositie innemen en dat hun beoordelingen niet altijd adequaat en hoogst riskant zijn. Het is daarom belangrijk ook ratingbureaus aan een mechanisme voor controle en toezicht te onderwerpen. Ratingbureaus opereren in zeer complexe financiële markten. Er is besloten met die omstandigheid rekening te houden door invoering van een dubbel systeem. Daarnaast is vastgesteld onder welke voorwaarden ratings die door bureaus uit derde landen zijn afgegeven, in de Europese Unie kunnen worden toegepast.

Het is uiteraard van essentieel belang dat in het kader van het toezicht sancties kunnen worden opgelegd. De toekomst zal uitwijzen in hoeverre en in welke mate die sancties daadwerkelijk worden toegepast. De oprichting van meerdere toezichthoudende EU-autoriteiten, die tot meer administratieve lasten en kosten zal leiden, kan niet in het belang van de Europese belastingbetaler zijn. Ik heb daar bij de stemming rekening mee gehouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor de resolutie van het Parlement gestemd omdat ik het eens ben met de volgende zaken:

- De registratie en het doorlopend toezicht op ratingbureaus in de Unie moet de exclusieve verantwoordelijkheid zijn van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA), met name de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM), die de exclusieve bevoegdheid toegewezen moet krijgen om samenwerkingsovereenkomsten aan te gaan met betrekking tot de uitwisseling van informatie met de relevante autoriteiten in derde landen;

- De ETA (EAEM) moeten verantwoordelijk zijn voor de registratie van en het doorlopende toezicht op ratingbureaus, en het recht hebben om via een simpele aanvraag of beschikking alle benodigde informatie van ratingbureaus op te vragen, maar ook van personen die bij ratingbureaus betrokken zijn, organisaties die beoordeeld worden en derde partijen die daarmee verbonden zijn, derde partijen waaraan ratingbureaus operationele taken hebben uitbesteed en personen van enigerlei aard die nauw en op substantiële wijze in verband staan met ratingbureaus of de activiteiten daarvan;

- De door een bevoegde autoriteit goedgekeurde registratie van een ratingbureau moet geldig zijn in de gehele Unie, na overdracht van de toezichthoudende bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten naar de ETA (EAEM).

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) De mondiale financiële crisis heeft aangetoond dat het noodzakelijk is een controle- en toezichtmechanisme in te stellen voor ratingbureaus, die deels verantwoordelijk zijn voor de crisis. Met dit doel is in 2009 Richtlijn (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus aangenomen.

Door deze richtlijn is op Europees niveau een registratie- en toezichtsysteem mogelijk geworden voor ratingbureaus die de in Europa gehanteerde ratings publiceren. De richtlijn stelt bovendien de voorwaarden vast voor gebruik in de Europese Unie van ratings die worden uitgegeven door ratingbureaus uit derde landen. Hierbij geldt voor de ratings naast een bekrachtigingsregeling ook een gelijkwaardigheidsstelsel. Derhalve heb ik vóór gestemd en ondersteun ik de rapporteur, de heer Gauzes, die voorstelt om de aandacht te concentreren op de opneming van de Europese Autoriteit voor effecten en markten in het toezichtsysteem voor ratingbureaus en op de vaststelling van de nieuwe taken en bevoegdheden van de EAEM. Het is van cruciaal belang dat de EAEM vanaf het eerste begin haar bevoegdheden kan uitoefenen om een doelmatig toezicht te garanderen op ratingbureaus die actief zijn binnen de Europese Unie en op ratingbureaus uit derde landen die bevoegd zijn om ratings uit te brengen voor gebruik in de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik heb vóór de resolutie van het Parlement gestemd omdat ik het ermee eens ben dat de transparantie van de informatie van de uitgevende instelling van een financieringsinstrument dat door een aangewezen ratingbureau is beoordeeld mogelijk toegevoegde waarde kan bieden voor het functioneren van de markt en de bescherming van investeerders.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) De wereldwijde financiële crisis, waar de ratingbureaus ook aan hebben bijgedragen, laat zien dat er behoefte is aan een mechanisme voor het houden van toezicht op deze ratingbureaus. Verordening (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus is in 2009 met het oog hierop vastgesteld. Hiermee werd het mogelijk een Europees systeem in te voeren voor het registeren van en houden van toezicht op ratingbureaus die ratings afgeven voor gebruik in de Europese Unie. Tevens zijn in de verordening de voorwaarden vastgelegd voor het gebruik in de Europese Unie van ratings die zijn afgegeven door bureaus in derde landen, door toepassing van een dubbel systeem van gelijkwaardigheid en bekrachtiging van ratings. Tijdens de debatten die voorafgingen aan de vaststelling van Verordening (EG) nr. 1060/2009 benadrukte de rapporteur dat er op EU-niveau een overzicht moest komen van de producten die ratingbureaus aanbieden, alsmede een geïntegreerd toezicht op die bureaus.

Dit beginsel is overgenomen en de Commissie beloofde een wetgevingsvoorstel in die zin op te stellen. Het akkoord over de opzet van Europees toezicht zal op 1 januari 2011 in werking treden en maakt een doeltreffende verwezenlijking van het toezicht op ratingbureaus mogelijk. In de verordening tot oprichting van de EAEM wordt benadrukt dat deze autoriteit haar eigen toezichthoudende bevoegdheden zal hebben, in het bijzonder met betrekking tot ratingbureaus.

 
  
MPphoto
 
 

  Kyriacos Triantaphyllides (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De verordening is niet alleen maar van toepassing op toezicht op ratingbureaus, waarmee de Europese Autoriteit voor effecten en markten zal worden belast, maar ook op het toezicht op het gebruik van de ratings door individuele entiteiten die op nationaal niveau worden gecontroleerd. De nationale toezichthouders blijven verantwoordelijk voor de controle op het gebruik van ratings door die individuele entiteiten. Toch zullen de nationale autoriteiten geen bevoegdheid hebben om toezichthoudende maatregelen te nemen tegen ratingbureaus in geval van inbreuk op de verordening. Juist ten aanzien daarvan moet het voorstel worden getoetst op de eerbiediging van het proportionaliteitsbeginsel.

Het voorstel creëert weliswaar een controlesysteem, maar, gelet op het huidige neoliberale milieu, lijkt het er niet op dat een werkelijke, essentiële toepassing ervan zal worden toegestaan. Het betreft slechts een psychologische noviteit die vooral gericht is op het brede publiek. Dit voorstel is geen aanvulling op een reeds bestaand systeem maar introduceert juist een nieuw controlesysteem dat eerder niet bestond, tenminste niet in deze vorm, waardoor het voor ratingbureaus mogelijk was zich tomeloos te gedragen. In die zin is het bestaan van dit systeem wellicht toch beter dan helemaal geen systeem.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb met genoegen voor het verslag gestemd. De stapsgewijze regulering van de financiële markten neemt vorm aan. De bescherming van beleggers wordt verbeterd en de transparantie wordt verhoogd. De voorschriften zijn verstrekkender dan voorheen en uitgebreider, waardoor de betrokken partijen beter worden beschermd.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) De mondiale financiële crisis, waaraan ook de ratingbureaus hun deel hebben bijgedragen, heeft ertoe genoopt een mechanisme in te stellen voor controle en toezicht op deze bureaus. De Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM), die op 1 januari 2011 van start gaat, zal met die taak worden belast.

De aanhoudende financiële crisis en nieuwe inzichten in marktmechanismen die continu worden verworven, vereisen tegelijkertijd dat de taken en bevoegdheden van deze autoriteit voortdurend aangepast en zo nodig uitgebreid worden. Ik ben daarom ingenomen met de ingediende preciseringen en verduidelijkingen van de bevoegdheden die de EAEM zal uitoefenen in haar betrekkingen met de bevoegde nationale instanties. Ik heb daarom vóór het verslag gestemd.

 
  
  

- Verslag-Weisgerber (A7-0050/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. – (LT) Ik heb vóór dit document gestemd omdat het een bijdrage levert aan de noodzakelijke vereenvoudiging van het rechtskader van de EU. Ik geloof dat de acht richtlijnen die momenteel op het gebied van de metrologie van kracht zijn, het werk op dit gebied eerder belemmeren dan bevorderen. Tegelijkertijd deel ik het standpunt van de rapporteur dat er aan de lidstaten meer tijd moet worden gegeven om te onderzoeken of de intrekking van de richtlijnen tot rechtsonzekerheid zal leiden, waardoor harmonisatie van de regels op Europees niveau nodig is. Ik ben daarom van mening dat er een oplossing moet worden gekozen waarbij de richtlijnen worden ingetrokken, maar ook voldoende tijd wordt uitgetrokken om de mogelijke gevolgen te onderzoeken in het ruimere kader van de herziening van het basisrechtsinstrument op dit gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) Metrologie is de wetenschap van het meten. Sinds de oudheid hebben de Europeanen het ene meetsysteem na het andere ingevoerd op allerlei terreinen, zoals lengte, inhoud, alcoholmeting, enzovoort. Met de invoering van het metrieke stelsel werd bijvoorbeeld een betere samenwerking mogelijk tussen de verschillende economische actoren op het continent en vervolgens wereldwijd. Op verschillende gebieden blijven echter uiteenlopende maten en meetsystemen bestaan. Om deze belemmeringen voor de samenwerking binnen Europa op te heffen, voert de Europese Unie al lang een harmonisatiebeleid op het gebied van meetsystemen. Richtlijn 2004/22/EG was een belangrijk stap in die richting. Nu we ons voorbereiden op de herziening van deze wetgeving, blijkt dat een aantal instrumenten verouderd is en beter afgeschaft kan worden om de begrijpelijkheid te verbeteren. Ik heb ingestemd met deze tekst, die een welkome herziening biedt van de wetgeving op het gebied van metrologie.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben het eens met de noodzaak om het communautair acquis te vereenvoudigen en de niet meer van toepassing zijnde richtlijnen aan te passen aan deze tijd. De betrokken richtlijnen zijn verouderd en dragen niet bij tot betere wetgeving. De Commissie is van mening dat het niet nodig is om de wetgeving op het gebied van metrologie te harmoniseren, aangezien zij van mening is dat er voldoende samenwerking tussen de lidstaten bestaat en dat de huidige situatie van wederzijdse erkenning van op internationale normen gebaseerde nationale wetgeving naar tevredenheid functioneert. Er moet echter rekening gehouden worden met de negatieve gevolgen van een leemte in de regelgeving op dit terrein. We moeten niet bijdragen aan rechtsonzekerheid.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Het onderhavige verslag behandelt de mogelijkheid om acht richtlijnen inzake metrologie in te trekken met als doel het acquis van de Europese wetgeving op dit gebied te vereenvoudigen: koudwatermeters voor niet-schoon water (Richtlijn 75/33/EEG); alcoholmeters en alcoholtabellen (Richtlijnen 76/765/EEG en 76/766/EEG), respectievelijk gewichten voor gewone weging en precisiegewichten (Richtlijnen 71/317/EEG en 74/148/EEG); manometers voor luchtbanden van automobielen (Richtlijn 86/217/EEG), meting van het natuurgewicht van granen (Richtlijn 71/347/EEG) en de inhoudsbepaling van scheepstanks (Richtlijn 71/349/EEG).

De Commissie concludeert in haar effectbeoordeling met betrekking tot de verschillende opties voor de acht metrologierichtlijnen betreft (volledige intrekking, intrekking onder voorwaarden, geen maatregelen), dat geen van de opties de voorkeur krijgt. Echter, omwille van ´betere wetgeving´ verkiest de Commissie volledige intrekking van al deze richtlijnen, dat wil zeggen zij geeft de voorkeur aan een nieuwe wetgeving in het kader van meetinstrumenten.

Met het oog op de principes van ´betere wetgeving´ steun ik deze keuze van de Commissie, hoewel ik van mening ben dat de lidstaten genoeg tijd moeten krijgen om de mogelijke consequenties te analyseren in het ruimere kader van de herziening van het wettelijke basisinstrument op dit gebied, de meetinstrumentenrichtlijn (Richtlijn 2004/22/EG).

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) Een eenvoudig en geactualiseerd communautair acquis is een van de doelstellingen van de EU. Het is niet zinvol om de geldigheid van volledig verouderde regels te handhaven. Met betrekking tot metrologie is het duidelijk dat er geen behoefte is aan harmonisatie, aangezien de geldende wetgeving een algemene erkenning vormt van regels op basis van de internationale parameters van de diverse lidstaten. Om rechtsonzekerheid te voorkomen is het echter belangrijk dat er geen lacune in de wetgeving inzake dit onderwerp ontstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. − (ES) Ik heb voor dit verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende intrekking van acht richtlijnen van de Raad inzake metrologie gestemd, omdat ik met de rapporteur achter het algemene doel van ´betere wetgeving´ sta. Evenzo steun ik de overweging dat "de lidstaten meer tijd moeten krijgen om te onderzoeken of intrekking van de richtlijnen zal leiden tot rechtsonzekerheid". Ik acht het noodzakelijk dat deze richtlijnen, die verwijzen naar meetinstrumenten, worden ingetrokken of vereenvoudigd middels herziening van het basisrechtsinstrument voor metrologie, namelijk de meetinstrumentenrichtlijn. In algemene zin sta ik positief tegenover de vereenvoudiging van de Europese wetgeving, omdat het dan mogelijk wordt de toegang van de burgers tot deze EU-wetgeving te verbeteren en de doelmatigheid van het werk op dit gebied te vergroten.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Momenteel wordt de metrologie op zes gebieden door acht EU-richtlijnen geregeld. De Commissie stelt voor de richtlijnen in te trekken om redenen van ´betere wetgeving´. De Commissie vindt harmonisatie niet nodig, aangezien de huidige situatie van wederzijdse erkenning van nationale wetgeving naar tevredenheid functioneert. De rapporteur is van mening dat de lidstaten meer tijd moeten krijgen om te onderzoeken of intrekking van de richtlijnen zal leiden tot rechtsonzekerheid. Ik heb voor het verslag gestemd omdat er met de ter sprake gebrachte problemen in verband met een rechtsvacuüm dankzij de rapporteur voldoende rekening wordt gehouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Het intrekken van Europese richtlijnen komt in feite neer op het scheppen van een rechtsvacuüm binnen het communautair systeem. Daar staat tegenover dat de modernisering van een systeem als dat van de metrologierichtlijnen moet worden beschouwd als een stap voorwaarts richting een breder en actueler gemeenschappelijk systeem. Om deze reden heb ik gestemd vóór de intrekking van de acht richtlijnen van de Raad inzake metrologie. Het door zowel de Raad als de Commissie gehanteerde principe is echter gebaseerd op een delicaat evenwicht. Elke lidstaat moet namelijk vertrouwen op wederzijdse erkenning van zijn nationale wettelijke regelingen en daarbij zien te voorkomen dat er problemen ontstaan voor de bedrijven in de sector die gebruik maken van de regelgeving inzake metrologie, zolang de herziening van de meetinstrumentenrichtlijn niet is aangenomen waarmee de wetgeving op Europees niveau zal worden geharmoniseerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben het eens met het standpunt van de rapporteur, die zich sterk maakt voor ´betere wetgeving´ op het gebied van metrologie.

De Commissie verkoos de volledige intrekking van alle acht richtlijnen inzake metrologie. Het standpunt van de rapporteur is echter evenwichtiger, doordat het de lidstaten de tijd geeft om te onderzoeken of de intrekking van de richtlijnen zal leiden tot rechtsonzekerheid, waardoor de noodzaak zou ontstaan van Europese harmonisatie van de wetgeving inzake metrologie. Derhalve is een overgangsperiode vastgesteld om de mogelijke gevolgen van de intrekking van de richtlijnen te analyseren en om te beoordelen in hoeverre er behoefte is aan een herziening van de basisrichtlijn op dit gebied (Richtlijn 2004/22/EG).

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) Ik ben het eens met de rapporteur, mevrouw Weisgerber, die voorstander is van het algemene doel van ´betere wetgeving´. Toch is het, wat het onderhavig voorstel betreft, niet duidelijk wat de beste optie is. In haar effectbeoordeling concludeert de Commissie dat uit een onderzoek naar de verschillende opties voor de acht richtlijnen op het gebied van metrologie (intrekken van alle richtlijnen, intrekking gekoppeld aan enkele voorwaarden, geen intrekking) geen optie naar voren komt die de voorkeur heeft.

Niettemin verkiest de Commissie, met het oog op ´betere wetgeving´, intrekking van alle richtlijnen (en vertrouwt zij op de wederzijdse erkenning van de nationale wettelijke regelingen) boven harmonisatie (ofwel aanpassing van de meetinstrumentenrichtlijn). Evenals de rapporteur onderschrijf ik dat het verstandig is om de lidstaten meer tijd te geven om te beoordelen of de intrekking van de richtlijnen zal leiden tot een situatie van rechtsonzekerheid, waardoor harmonisatie van de wetgeving op Europees niveau noodzakelijk zou worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. − (RO) Het intrekken van de acht richtlijnen zal hoogstwaarschijnlijk leiden tot extra administratieve lasten, aangezien de lidstaten kunnen besluiten om voor de meetinstrumenten die onder de in te trekken richtlijnen vallen, nationale voorschriften in te voeren. Noch de intrekking, noch het behoud van de richtlijnen zal het algemene peil van consumentenbescherming verbeteren. Dit kan alleen met een aanpassing ervan. Ik ben van mening dat de lidstaten meer tijd moeten krijgen om te onderzoeken of intrekking van de richtlijnen zal leiden tot rechtsonzekerheid, zodat harmonisatie van de wetgeving op Europees niveau nodig is. Ik steun het voorstel van de rapporteur dat het proces moet worden afgerond op 1 mei 2014. Zodoende heb ik vóór dit verslag gestemd, omdat er wordt gekozen voor een oplossing waarbij de richtlijnen worden ingetrokken, maar ook voldoende tijd wordt uitgetrokken om de mogelijke gevolgen te onderzoeken in het ruimere kader van de herziening van het wettelijke basisinstrument op dit gebied, de meetinstrumentenrichtlijn (2004/22/EG).

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik steun de algemene doelstelling van ´betere wetgeving´ op het gebied van metrologie. Ik ben echter van mening dat dit grondiger overwogen moet worden, aangezien haastige standaardisatie zou kunnen leiden tot meer verstoring en rechtsonzekerheid in plaats van voordelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Met deze stemming laat het Europees Parlement zien dat het de algemene doelstelling van ´betere wetgeving´ verkiest. Wat het onderhavig voorstel betreft, is evenwel niet zo duidelijk wat de beste optie is. De Commissie concludeert in haar effectbeoordeling, waarin ze kijkt naar de verschillende opties voor de acht metrologierichtlijnen (volledige intrekking, intrekking onder voorwaarden, geen maatregelen), dat "er geen optie [is] die de voorkeur krijgt". Toch verkiest zij ter wille van ´betere wetgeving´ volledige intrekking van alle richtlijnen (en kiest zij voor wederzijdse erkenning van de nationale regelgeving) boven harmonisatie (nieuwe regeling binnen de MID). Het Europees Parlement is van mening dat de lidstaten meer tijd moeten krijgen om te onderzoeken of intrekking van de richtlijnen zal leiden tot rechtsonzekerheid, waardoor harmonisatie van de regels op Europees niveau nodig zou zijn.

Wij kiezen daarom voor een oplossing waarbij de richtlijnen worden ingetrokken, maar ook voldoende tijd wordt uitgetrokken om de mogelijke gevolgen te onderzoeken in het ruimere kader van de herziening van het wettelijke basisinstrument op dit gebied, de meetinstrumentenrichtlijn (Richtlijn 2004/22/EG).

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb voor het verslag gestemd omdat het beantwoordt aan de voortdurende oproep de bureaucratie te verminderen en in dat kader meer dan twintig overbodige of verouderde richtlijnen worden ingetrokken. Dat is de juiste weg naar een eenvoudiger en slanker Europa.

 
  
  

- Verslag-Gurmai en Lamassoure (A7-0350/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. − (LT) Ik sta achter deze belangrijke resolutie omdat ik ervan overtuigd ben dat het Europees burgerinitiatief een belangrijk instrument zal zijn voor het bepalen van de agenda en meer grensoverschrijdende debatten in de EU zal bevorderen. Het burgerinitiatief geeft de Europese burger het recht om een wetgevingsvoorstel te doen. Wil zo'n initiatief effectief zijn, dan moeten de organisatoren van zo'n initiatief zich aaneensluiten in een burgercomité bestaande uit personen uit verschillende lidstaten. Dit zorgt ervoor dat de aangekaarte onderwerpen daadwerkelijk Europese onderwerpen zijn en het vergaren van handtekeningen vanaf het begin zal worden vergemakkelijkt, hetgeen zorgt voor toegevoegde waarde. Ik denk dat het burgerinitiatief alleen een succes wordt indien het op een burgervriendelijke wijze wordt georganiseerd en de organisatoren ervan geen bureaucratische, tot frustratie leidende eisen oplegt. Het is ook van cruciaal belang dat het proces strookt met de Europese wetgeving inzake gegevensbescherming en van begin tot eind honderd procent transparant is. Het Europees burgerinitiatief is een nieuw instrument van de participerende democratie op continentale schaal en er moet daarom veel aandacht worden besteed aan communicatie- en informatiecampagnes die erop zijn gericht de mensen bewust te maken van het Europees burgerinitiatief.

 
  
MPphoto
 
 

  Charalambos Angourakis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Het compromis tussen het Europees Parlement en de Raad over de verordening inzake het zogenaamde "burgerinitiatief", dat vergezeld ging van een absurde lofzang op de versterking van de democratische instellingen van de EU, is niet meer dan een nieuwe poging om het volk te manipuleren en om de tuin te leiden. Dit "burgerinitiatief" – een misleidende titel – is niet alleen onbruikbaar, maar zou wel eens gevaarlijk kunnen uitpakken voor het volk. Behalve een paar afgesproken procedurele voorwaarden voor het verzamelen van een miljoen handtekeningen, waarmee de Commissie kan worden gevraagd om een wetgevingsinitiatief te ontplooien, blijft alles bij het oude: de Commissie heeft geen enkele verplichting om een wetgevingsinitiatief voor te stellen en is op geen enkele wijze gebonden aan de inhoud hiervan.

Sterker nog, dergelijke "burgerinitiatieven" – die gestuurd en gemanipuleerd worden door de mechanismen van het kapitaal en het politieke bestel van de bourgeoisie – zouden wel eens nuttig kunnen blijken voor de instellingen van de EU om de meest antivolkse en antireactionaire keuzes van de EU en van de monopolies te presenteren als zogenaamde "volksverzoeken". Bovendien zullen dergelijke "initiatieven" worden benut om met handtekeningen, memoranda en verzoeken uit te pakken tegen de georganiseerde volks- en arbeidsbeweging, tegen de massale volksmanifestaties en volksstrijd, tegen de diverse strijdvormen. De diverse "burgerinitiatieven" kunnen het reactionaire gezicht van de EU niet verhullen, en evenmin kunnen zij de verscherping van de klassen- en volksstrijd voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) Het burgerinitiatief, dat in het Verdrag van Lissabon werd aangekondigd, wordt nu eindelijk ten uitvoer gelegd. Door deze nieuwe vorm van deelname aan de beleidsontwikkeling van de Europese Unie kunnen Europese burgers de Commissie rechtstreeks oproepen om een voorstel in te dienen met betrekking tot vraagstukken die voor hen van belang zijn en die onder de bevoegdheid van de Europese Unie vallen. We moesten alleen nog de procedures en voorwaarden afwachten om dit nieuwe recht van de Europese burgers zijn beslag te kunnen doen vinden. Daar is nu voor gezorgd, met mijn steun tijdens de stemming. Een burgercomité, bestaande uit personen uit ten minste zeven verschillende lidstaten kan een initiatief laten registreren bij de Commissie. Vervolgens kunnen de handtekeningen worden verzameld op papier of online. De benodigde miljoen handtekeningen moet afkomstig zijn uit ten minste een kwart van de Europese lidstaten en moeten binnen twaalf maanden verzameld zijn. De lidstaten zullen de geldigheid van de steunbetuigingen verifiëren. Alle ondertekenaars moeten burgers van de Europese Unie zijn en de kiesgerechtigde leeftijd voor de Europese verkiezingen hebben bereikt. Tot slot zal de Commissie, als hoedster van de Verdragen, uiteindelijk beslissen over de vraag of het wenselijk is de voorgestelde wetgevingsprocedure te lanceren.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik steun het door het Europees Parlement aangenomen besluit inzake het recht om via een Europees burgerinitiatief een wetsvoorstel te doen. Aangenomen wordt dat de invoering van het initiatief een directe band tot stand zal brengen tussen de burgers en de instellingen, en op die manier de tussen hen bestaande kloof zal verkleinen en ervoor zal zorgen dat de instellingen van de EU iets doen aan de concrete problemen waarmee burgers zitten. Door middel van het Europees burgerinitiatief kunnen de burgers van de EU de Europese Commissie rechtstreeks verzoeken om een rechtshandeling te initiëren. De Commissie is ook de instelling die beslist wat er verder met succesvolle burgerinitiatieven moet gebeuren. Het Europees Parlement zal aan de verwezenlijking van deze doelstellingen kunnen bijdragen door het organiseren van openbare hoorzittingen of het aannemen van resoluties. Aangezien dit een nieuw initiatief is, zou het nuttig zijn als de Commissie om de drie jaar een verslag over de uitvoering van het initiatief voorlegde en, indien relevant, een herziening van de verordening voorstelde. Om een effectieve toepassing van het initiatief te garanderen moeten ingewikkelde administratieve procedures worden vermeden. Het is ook noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het proces strookt met de Europese vereisten inzake gegevensbescherming.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Bennahmias (ALDE), schriftelijk. – (FR) Er is een compromis bereikt over de voorschriften inzake het burgerinitiatief, en het verslag is met een ruime meerderheid aangenomen: 628 stemmen vóór, slechts 15 stemmen tegen en 24 onthoudingen. Ik ben verheugd over deze stemming, die Europese burgers de mogelijkheid geeft om hun stem duidelijker te laten horen vanaf 2012. Het idee is eenvoudig: het gaat om een soort petitie op Europees niveau. Een burgercomité bestaande uit burgers uit ten minste zeven lidstaten zal een jaar de tijd krijgen om een miljoen handtekeningen te verzamelen over een onderwerp van algemeen belang, dat het onder de aandacht van de Commissie wil brengen. De Commissie moet vervolgens binnen drie maanden besluiten of zij een wetgevingsvoorstel over dit onderwerp nodig acht en zij zal haar besluit onderbouwen. We kunnen enkele voorwaarden die de lidstaten hebben bedongen betreuren, zoals de noodzaak om Europees burger te zijn en niet slechts inwoner om de petitie te kunnen ondertekenen of de mogelijkheid voor lidstaten om identiteitsbewijzen te vragen om de handtekeningen te verifiëren. Niettemin blijft het burgerinitiatief een mooi idee, een eerste aanzet tot participerende democratie, die we nu in de praktijk moeten brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat het Europees burgerinitiatief, dat in het Verdrag van Lissabon is opgenomen, een enorm grote stap is in de richting van nauwere betrekkingen tussen de Europese Unie en de Europese burgers. Het nieuwe initiatief zorgt ervoor dat de burgers dezelfde politieke initiatiefbevoegdheid hebben als de Raad en het Europees Parlement. Verder zullen de burgers hiermee een stem krijgen, doordat zij onderwerpen van belang aan de Europese instellingen kunnen voorleggen. Beide partijen profiteren van een dergelijk tweerichtingsverkeer. Met de invoering van het initiatief zal worden gegarandeerd dat de instellingen van de Europese Unie ingaan op de concrete problemen die belangrijk zijn voor de burgers. Bovendien zal het Europees Parlement de burgers kunnen helpen deze doelstellingen te verwezenlijken door de hem ter beschikking staande middelen aan te wenden voor het steunen van de burgerinitiatieven van zijn keuze, in het bijzonder het organiseren van openbare hoorzittingen of het aannemen van resoluties.

De Europese Unie moet echter waarborgen dat het proces strookt met de Europese gegevensbeschermingsregels en van begin tot eind honderd procent transparant is. Alleen door een veilige omgeving te waarborgen waarin de burgers voorstellen kunnen presenteren, zullen we hun vertrouwen kunnen winnen en hun belangstelling voor het werk van de Europese Unie kunnen stimuleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. − (RO) Het burgerinitiatief, waarmee een miljoen Europese burgers het recht krijgen om een wetsvoorstel in te dienen, introduceert het concept van de participatieve democratie in de Europese Unie, zoals voorzien in het Verdrag van Lissabon. Het is een nieuwe, belangrijke stap van de EU. Het Parlement zal signalen krijgen van de burgers die het vertegenwoordigt of het zijn werk goed doet of niet. Het is toe te juichen dat het Parlement zo veel mogelijk heeft geprobeerd om de procedure voor wetgevingsinitiatieven door Europese burgers zo eenvoudig en gebruiksvriendelijk mogelijk te maken, zodat er ook daadwerkelijk gebruik van wordt gemaakt. Een ingewikkelde procedure had de Europese burger slechts frustraties opgeleverd.

De belangrijkste eisen van het Parlement zijn geaccepteerd, zoals ontvankelijkheidscontrole aan het begin in plaats van na het verzamelen van 300 000 handtekeningen. Ik ben van mening dat het een overwinning is voor het Parlement en voor de burgers van de EU dat het minimale aantal staten waarin handtekeningen moeten worden verzameld een kwart is en niet een derde zoals oorspronkelijk was voorgesteld. Ik hoop dat vanaf 2012, wanneer het besluit van het Parlement in werking treedt, de Europese burgers zoveel mogelijk initiatieven zullen indienen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Ik heb voor het verslag gestemd over het burgerinitiatief. Ik besef maar al te goed dat het slechts een middel is voor de Europese burgers om hun wil kenbaar te maken; het is niet een of ander sterk stuk gereedschap om te participeren in bestaand beleid of om dit omver te gooien. De Commissie heeft tot op het laatst geprobeerd om dit recht van de burgers te beperken, en daarom reflecteert de uiteindelijke tekst niet de werkelijke verwachtingen. Er worden bijvoorbeeld bijzonder ingewikkelde procedures ingesteld voor de uitoefening van dit recht. Helaas zijn ook belangrijke amendementen van de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links verworpen, met als resultaat dat het voor inwoners van de EU die geen onderdaan zijn van een lidstaat niet mogelijk is om initiatieven te ondertekenen, waarmee de gelijkwaardige deelname van alle inwoners, ongeacht herkomst, wordt uitgesloten. Evenmin wordt gegarandeerd dat de handtekeningen van de ondertekenaars niet zullen worden vergeleken met het nummer van hun identiteitskaart.

Desalniettemin is de definitieve tekst veel beter dan wat oorspronkelijk was voorgesteld, want op basis hiervan wordt het minimum vastgesteld op een kwart van de lidstaten. Ook wordt hierin voorgesteld initiatieven onmiddellijk te laten registreren en de Commissie ertoe te verplichten om voor elk succesvol initiatief een openbare hoorzitting te organiseren en volledige transparantie voor wat betreft de financiering van elk initiatief te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb dit initiatief altijd beschouwd als een van de belangrijkste innovaties van het Verdrag van Lissabon. De mogelijkheid voor een miljoen burgers uit een aanzienlijk aantal lidstaten om een wetgevingsinitiatief in te dienen zou moeten bijdragen aan de versterking van het op Europees niveau georganiseerd maatschappelijk middenveld. Ik heb de reikwijdte van dit voorstel benadrukt, gezien het feit dat de leden van het Europees Parlement niet het recht hebben om wetgevingsinitiatieven voor te stellen. Ik hoop dat de praktische toepassing van dit wetgevingsinitiatief geen buitensporige bureaucratie met zich meebrengt, aangezien dit het gebruik van het nieuwe instrument zou ontmoedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Cornelis de Jong (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Alhoewel ik het Europees burgerinitiatief volledig steun, heb ik tegen de uiteindelijke wetgevingsresolutie gestemd, omdat ik teleurgesteld ben dat uiteindelijk zo weinig is bereikt met dit veelbelovende instrument. Ik ben het in het bijzonder niet eens met de bepaling die voorschrijft dat de ondertekenaars in de meeste lidstaten hun persoonlijke ID-nummer moeten opgeven. Ik ben ook tegen de beperking van deelname aan het Europees burgerinitiatief tot uitsluitend Europese onderdanen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk. – (FR) Door de basisregels aan te nemen van het burgerinitiatief, dat mogelijk werd door het Verdrag van Lissabon, is er weer een stap gezet in de richting van directe democratie in Europa. De Commissie moet in de toekomst overwegen om een nieuwe Europese wet voor te stellen als een miljoen burgers afkomstig uit ten minste een kwart van alle Europese lidstaten daarom vraagt. Dit nieuwe instrument geeft Europese burgers dus de mogelijkheid om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op het wetgevingsproces, door een eis of een zorg, die voortkomt uit de wil van het volk, naar Europees niveau te tillen. Het is een overwinning voor onze beweging, die er altijd al heeft toe opgeroepen om de Europese Unie dichter bij de burgers te brengen door een concreter, transparanter en toegankelijker Europa te vormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik ben verheugd dat ik, samen met de overgrote meerderheid van de afgevaardigden, kon instemmen met het verslag over het burgerinitiatief, dat een ongekende deelname van de bevolking mogelijk maakt aan het wetgevingsproces van de Europese Unie. Door politiek initiatiefrecht te verschaffen aan een miljoen burgers, geeft het Parlement vandaag echt blijk van een mooi voorbeeld van participerende democratie. In die richting moet de Europese Unie ook gaan: zij moet steeds dichter bij de burgers komen te staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Ehrenhauser (NI), schriftelijk. (DE) Er zijn kleine verbeteringen aangebracht in het oorspronkelijke voorstel en daarom heb ik vóór het verslag gestemd. Desondanks stel ik vast dat ook met dit tandenloze burgerinitiatief een ernstig democratisch tekort in de EU, die geen enkele vorm van rechtstreekse democratie kent, blijft voortbestaan. De volgende stap moet daarom zijn dat bij elk succesvol initiatief een referendum verplicht wordt gesteld. De opname van een verplichte openbare hoorzitting voor de organisatoren van aangenomen initiatieven met deelname van de Commissie en het Parlement, moet worden toegejuicht. De lidstaten moeten nu snel en zonder verder omhaal en overdreven bureaucratie werk maken van de instelling van burgerinitiatieven.

Legitimatiecontrole op het gemeentehuis zoals die bij nationale referenda gebruikelijk is, zal voor de toetsing van steunbetuigingen niet nodig zijn. De nationale verkiezingsinstanties zullen gebruik moeten maken van steekproeven, zoals door het Parlement is voorgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb gestemd vóór het verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het burgerinitiatief, een van de belangrijkste bepalingen die is ingevoerd met het Verdrag van Lissabon en die de voorwaarden bevat waaronder een miljoen burgers de Commissie kunnen vragen om bepaalde wetgevingsvoorstellen in te dienen. De door het Europees Parlement aangenomen voorstellen zouden ervoor moeten zorgen dat de regels met betrekking tot het burgerinitiatief duidelijker, eenvoudiger en gemakkelijker toepasbaar worden gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Het burgerinitiatief, dat vandaag is goedgekeurd, is een nieuwe stap voorwaarts naar een Europa dat voor en door mensen wordt gemaakt. Het verhoogt het democratische gehalte en de transparantie van Europa, moedigt Europa aan om dichter bij haar burgers te komen en bevordert een actief, geïnteresseerd en participerend maatschappelijk middenveld. Vanaf dit moment is het voor Europese burgers mogelijk om de Commissie te verzoeken een wetgevingsvoorstel over een bepaald onderwerp in te dienen, op voorwaarde dat een minimumaantal ondertekenaars afkomstig uit ten minste een vijfde van de lidstaten gegarandeerd is.

Echter, ik wil mijn verbazing uitspreken over de uitsluiting van collectieve entiteiten en organisaties als "organisatoren" (artikel 2, lid 3), waarbij ik met name denk aan ngo's en politieke partijen, de oprichtende organisaties van de vertegenwoordigende democratie, alsmede over de gekozen terminologie, "burgercomité", om de groep organisatoren aan te duiden.

Ik sta ook verbaasd over de poging om de minimumleeftijd van ondertekenaars vast te stellen op zestien, terwijl in de meeste lidstaten het stemrecht, actief of passief, wordt verkregen op 18-jarige leeftijd. Deze leeftijd zou de maatstaf moeten zijn, zoals voorgesteld door de Commissie in de leden 7 en 2 van artikel 3 van het voorstel.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik ben verheugd over de aanneming van dit verslag over het burgerinitiatief, dat door het Verdrag van Lissabon is ingevoerd en dat als doel heeft burgers dezelfde bevoegdheden tot politiek initiatief te geven als de Raad en het Europees Parlement.

Elk initiatief zal twaalf maanden hebben om een miljoen handtekeningen te verzamelen, die afkomstig moeten zijn van ten minste een kwart van de lidstaten, dat wil zeggen zeven op dit moment. Het minimumaantal ondertekenaars per land varieert van 74 250 in Duitsland tot 3 750 in Malta. In het geval van Portugal zal het minimumaantal ondertekenaars dat nodig is om een initiatief te steunen 16 500 zijn.

De geldigheid van steunbetuigingen zal door de lidstaten worden gecontroleerd. In Portugal moet het nummer van een identiteitskaart, paspoort of burgerkaart worden bijgevoegd. Ondertekenaars moeten burgers van de EU zijn en oud genoeg zijn om te mogen stemmen in Europese verkiezingen (achttien in Portugal).

Het is vervolgens aan de Commissie om het initiatief te analyseren en te besluiten, binnen een periode van drie maanden, of zij Europese wetgeving inzake het onderwerp zal voorstellen. De uitvoerende instelling van de EU zal vervolgens meedelen welke maatregelen zij eventueel gaat nemen, en waarom zij deze al dan niet neemt. Deze motivering zal worden gepubliceerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Fidanza (PPE), schriftelijk. (IT) Ik juich het verslag van de heer Lamassoure en mevrouw Gurmai over het burgerinitiatief toe. Met deze stemming zijn de basisregels voor het functioneren van het in het Verdrag van Lissabon opgenomen Europees burgerinitiatief aangenomen en gefaciliteerd.

Een "burgercomité", bestaande uit personen van tenminste zeven lidstaten, kan een initiatief laten registreren en een begin maken met het op papier of online verzamelen van de vereiste miljoen handtekeningen, zodra de ontvankelijkheid is vastgesteld door de Commissie. Het gaat hier om een voorbeeld van participerende democratie met een enorm potentieel. Dankzij dit initiatief worden de burgers direct betrokken bij en nemen zij in zekere zin deel aan de werkzaamheden van het Europees Parlement.

Het gezamenlijke werk van beide rapporteurs heeft aangetoond hoe het met een goede samenwerking in het belang van de burgers mogelijk is ook ideologische verschillen te overbruggen. Dit is de fundamentele houding die typerend is voor de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten), die altijd bereid is voorstellen te doen, die open staat voor dialoog en samenwerking maar tegelijkertijd vasthoudt aan degelijke en standvastige waarden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit is een onmiskenbaar demagogisch initiatief, propaganda door de Europese Unie, die alleen tot doel heeft de verarming van de democratie die gaande is te verhullen en ons te doen vergeten dat zij die in Europa de macht hebben, een referendum over het Verdrag van Lissabon, dat een aanzet voor het zogenaamde burgerinitiatief bevatte, hebben voorkomen.

Intussen zijn met het Verdrag van Lissabon zelf beperkingen aan een dergelijk burgerinitiatief opgelegd, namelijk in artikel 11, waarin staat dat een miljoen handtekeningen van een aanzienlijk aantal lidstaten vereist is, en daarnaast is vastgelegd dat burgers de Europese Commissie alleen kunnen uitnodigen om een passend voorstel in te dienen over onderwerpen die volgens deze burgers een rechtsinstrument nodig hebben om de Verdragen te kunnen toepassen.

Met andere woorden, na al het werk dat gepaard gaat met het verzamelen van handtekeningen en het voldoen aan de vereisten die in het voorstel voor een verordening zijn vastgelegd, zijn er geen garanties dat de wensen van de burgers in overweging worden genomen. Hoe dan ook moet het door het Europees Parlement aangenomen verslag, dat het voorstel van de Europese Commissie enigszins verbetert, voldoen aan de voorwaarden van het Verdrag, dat aanvankelijk iedere verdieping van het burgerinitiatief in feite beperkt. Om deze reden hebben wij ons onthouden van stemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE), schriftelijk.(GA) Alle burgerinitiatieven moeten door meer dan 1 miljoen burgers van de Europese Unie ondertekend worden, waarbij minimaal een vierde van de lidstaten van de EU door de betreffende burgers vertegenwoordigd moet zijn: dat is het belangrijkste aspect van deze verordening. De Ierse regering is voornemens om de identiteit van de ondertekenaars uit Ierland te verifiëren middels een controle van het Ierse kiezersregister voor de Europese verkiezingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Goebbels (S&D), schriftelijk. – (FR) Ik heb me onthouden van stemming over de verordening over de tenuitvoerlegging van het Europees burgerinitiatief. Naar mijn mening is het Parlement op de verkeerde weg als het deze initiatieven zo veel mogelijk wil bevorderen, in het bijzonder door het aantal lidstaten waaruit de handtekeningen afkomstig moeten zijn, te verminderen. Ik blijf voorstander van een representatieve democratie. Burgerinitiatieven zullen niet bijdragen aan het oplossen van de economische, sociale, maatschappelijke en milieuproblemen van de Europese Unie. De zogenaamde burgerinitiatieven zullen vooral gebruikt worden door de extremistische politieke stromingen, die deze instrumenten in zullen zetten om campagne te voeren voor de herinvoering van de doodstraf, tegen de bouw van minaretten, tegen de "toenemende islamisering" van Europa en andere populistische onderwerpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk. – (FR) We hebben er allemaal op gewacht sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon vorig jaar: de verordening over het burgerinitiatief, waarin de voorwaarden voor de uitoefening en de basisregels en -procedures worden vastgelegd, en waarmee vooral het gebruik van dit nieuwe instrument eindelijk mogelijk wordt. Voortaan zullen een miljoen Europese burgers – dat is slechts 0,2 procent van de Europese bevolking – de Commissie kunnen verzoeken om voorstellen te doen op bepaalde gebieden. Dat is een belangrijke stap in de richting van participerende democratie, waarmee grensoverschrijdende debatten in Europa mogelijk en bevorderd zouden moeten worden, aangezien het initiatief gesteund moet worden door burgers uit verschillende lidstaten. Bovendien is het een aanzienlijke stap voorwaarts in de toenadering tussen Europa en de burgers, en ik hoop dat dit nieuwe instrument daadwerkelijk gebruikt zal worden door de Europese burgers, dat het doeltreffend zal zijn en dat de Commissie gevolg zal kunnen geven aan de voorstellen van de burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. – (FR) Het Europees burgerinitiatief is een van de interessantste vernieuwingen in het Verdrag van Lissabon. Het gaat om een Europese petitie, waarmee een miljoen Europese burgers, afkomstig uit een representatief aantal lidstaten van de Unie, een onderwerp op de agenda van de Commissie kunnen zetten. In andere woorden, het gaat om het ontstaan van een daadwerkelijke wetgevende bevoegdheid voor de Europese burgers, want de Commissie zal verplicht zijn om te reageren op dit burgerinitiatief door een onderzoek in te stellen of een richtlijn voor te stellen. In de huidige situatie, waarin het gevoel om bij Europa te horen nog veel te zwak is onder de burgers en het aantal burgers dat zich van stemming onthoudt bij met name de Europese verkiezingen verontrustend hoog is, zal dit nieuwe instrument de Europese burgers in staat stellen om volwaardig deel te nemen aan de Europese democratie. Daarom is het jammer om vandaag te horen spreken over de risico's van het burgerinitiatief. Het met de Raad bereikte compromis is heel evenwichtig en de voorwaarden voor de ontvankelijkheid van het project zullen ervoor zorgen dat er geen ongerechtvaardigde initiatieven tot stand kunnen komen. We moeten niet bang zijn voor de debatten die burgers door middel van dit instrument op gang brengen. Ik heb ingestemd met deze tekst.

 
  
MPphoto
 
 

  Salvatore Iacolino (PPE), schriftelijk. (IT) Het wetgevingsinitiatief van Europese burgers is een fundamentele stap in het proces van de opbouw van een Europa dat is gefundeerd op burgerrechten. Strikte voorwaarden voor ontvankelijkheid, toegankelijke en vereenvoudigde procedures en vertegenwoordiging van de lidstaten zijn de belangrijkste pilaren van een instrument dat het primaat weer neerlegt bij de waarde van participerende democratie.

Het Verdrag van Lissabon biedt, met inachtneming van de waarden van de Unie, de mogelijkheid van werkelijke betrokkenheid bij de totstandkoming van regels die stroken met de verwachtingen van het Europese volk. Voor een wetgevingsinitiatief is een vertegenwoordiging nodig van tenminste een miljoen burgers uit ten minste een kwart van de lidstaten. We hopen dat dit instrument een impuls kan geven aan de prerogatieven van de burger en dat aan de behaalde resultaten snel een positief oordeel kan worden verbonden of, waar nodig, kan worden overgegaan tot de nodige correcties in het belang van de burger, om dit werkelijk innovatieve project verder te stroomlijnen en nog flexibeler te maken. Zo valt een op de euro gefundeerde Unie samen met een Unie die is gebaseerd op het recht op burgerschap van de Europese bevolking.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. − (LT) Ik sta achter dit verslag omdat het Europees burgerinitiatief een nieuw instrument van de participerende democratie op continentale schaal is. Het is een instrument dat door de burgers zelf moet worden gebruikt en dat is bedoeld om de directe democratie, actief burgerschap en de invloed van de Europese burger op het beleid van de Europese Unie te versterken. Dit initiatief was aanvankelijk opgenomen in het Europees grondwettelijk verdrag, en werd later verankerd in het Verdrag van Lissabon. Het doel hiervan was de burgers dezelfde politieke initiatiefbevoegdheid te geven als de Raad en het Europees Parlement. Het doet me genoegen dat in het verslag het gebruik van moderne technologieën als geschikt instrument van de participerende democratie wordt gestimuleerd. De introductie van dit initiatief zal een directe band tot stand brengen tussen de burgers en de instellingen, en op die manier de tussen hen bestaande kloof verkleinen en ervoor zorgen dat de instellingen van de EU iets doen aan de concrete problemen waarmee burgers zitten.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Jahr (PPE), schriftelijk. (DE) Met de aanneming van het burgerinitiatief zetten wij een belangrijke stap in de richting van een Europese Unie die dichter bij de burger staat. Het burgerinitiatief stelt de burgers eindelijk in staat actief aan het politieke proces deel te nemen. Niet alleen kunnen de burgers participeren in de politieke besluitvorming, maar zij kunnen ook de Commissie oproepen om wetsvoorstellen te doen.

Belangrijk is dat het burgerinitiatief weliswaar burgervriendelijk en makkelijk toepasbaar moet zijn, maar niet ten prooi mag vallen aan misbruik. Maar hoe burgervriendelijk een initiatief ook zijn mag, bij inflationair gebruik neemt de betekenis ervan snel af. Het burgerinitiatief zorgt voor meer democratie en draagt er in belangrijke mate toe bij dat Europa voor zijn burgers moderner en levendiger wordt gemaakt. Ik verzoek nogmaals het Parlement, maar ook de Commissie, om de Commissie verzoekschriften een passende rol te geven in dit proces.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Kalinowski (PPE), schriftelijk. − (PL) Een van de belangrijkste doelstellingen van het Europees burgerinitiatief is om de Europese instellingen dichter bij de burgers te brengen en het voor de gemiddelde Europeaan makkelijker te maken om zijn rechten en privileges te gebruiken. Dit verbetert zeker het leven van de inwoners van de lidstaten en bevordert de totstandkoming van een positief maatschappelijk beeld van de Unie. De auteurs van het ontwerp streven in het kader van het initiatief dan ook naar een zo eenvoudig mogelijk model voor het organiseren van bijeenkomsten en het verzamelen van handtekeningen. Als de Europeanen hun stem willen laten horen in een belangrijke zaak, is het onze plicht om ervoor te zorgen dat zij worden gehoord en hun verzoeken worden behandeld. Dat is immers waar echte democratie om gaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Sandra Kalniete (PPE), schriftelijk.(LV) Het Europees Parlement heeft vandaag een historisch besluit genomen. Daardoor krijgt het maatschappelijk middenveld de gelegenheid om actiever bij het besluitvormingsproces betrokken te raken. Een actief maatschappelijk middenveld dat aan de politieke besluitvorming deelneemt, is een van de hoekstenen van de democratie. Het is een van de basisvoorwaarden voor beleidsvorming van hoge kwaliteit. Deze heeft in de lidstaten van de Europese Unie in de loop van vele jaren een hoog niveau aan democratie, eerbiediging van de mensenrechten en welzijn kunnen bewerkstelligen. Daardoor is Europa als geheel uitgegroeid tot de meest ontwikkelde regio ter wereld. De rol van de burgers blijft echter niet alleen beperkt tot de deelname aan verkiezingen. De burgers moeten ook betrokken worden bij de dagelijkse besluitvorming, in welk verband zij hun mening kunnen geven over specifieke beslissingen of gebeurtenissen op de politieke agenda. Het is ook in hun eigen belang om betrokken te zijn bij de democratische controle op het gezag en om de activiteiten van politici van kritisch commentaar te voorzien. Zonder een actief maatschappelijk middenveld zou het niet mogelijk zijn geweest om de onafhankelijkheid van de Baltische landen te herstellen en onze terugkeer naar Europa zeker te stellen. Dat is de reden dat ik met grote overtuiging mijn steun geef aan het burgerinitiatief.

Tot nu toe bevatte de Europese wetgeving geen duidelijke en voldoende ontwikkelde mechanismen waarmee de Europeanen betrokken zouden kunnen worden bij het besluitvormingsproces of waarmee de aandacht van de Europese instellingen gevestigd zou kunnen worden op actuele onderwerpen die de burgers van belang achten. Ik ben van mening dat het burgerinitiatief niet alleen het vertrouwen in de Europese Unie zal vergroten, maar ook de legitimiteit van de genomen besluiten zal verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE), schriftelijk. − (EN) Ik heb gestemd vóór de door het Europees Parlement ingediende amendementen op het voorstel inzake het burgerinitiatief. Ik ben namelijk van mening dat deze het initiatief sterker maken en meer mensen de mogelijkheid bieden om deel te nemen. Dit is een historisch moment, een moment waarop Europese burgers een concrete maatregel krijgen om belangrijke kwesties en onderwerpen op Europees niveau aan te kaarten. Ik verzoek de Commissie om nota te nemen van het amendement waarin wordt gevraagd om gemakkelijke procedures en transparante informatie voor burgers. Het is één ding om zo'n mechanisme in te stellen, maar het wat anders om het toegankelijk en begrijpelijk te maken voor de Europese burgers en hen aldus in staat te stellen er optimaal gebruik van te maken. Het Parlement verlangt versoepeling van de criteria met betrekking tot ondertekenaars en vraagt dat zij afkomstig moeten zijn uit ten minste een vijfde van de lidstaten, en niet een derde.

Het vraagt ook om de instelling van een gemakkelijk toegankelijk, gratis systeem voor het online verzamelen van steunbetuigingen. Ik wil in het bijzonder de noodzaak benadrukken van het bijeenroepen van burgercomités om initiatieven te organiseren. De beweging van burgercomités was een van de belangrijkste factoren die heeft geleid tot de hernieuwde onafhankelijkheid van Estland in 1991. Dit is een duidelijk teken dat burgers samen muren kunnen slechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Köstinger (PPE), schriftelijk. (DE) Ik steun het besluit van het Parlement dat in de mogelijkheid van een "burgerinitiatief" voor EU-burgers voorziet. Dit nieuwe, in de gehele EU geldende initiatief is een belangrijk instrument om de burgers bij de Europese beleidsvorming te betrekken en meer directe democratie te scheppen. Het Verdrag betreffende de Europese Unie in zijn geheel leidt tot een betere democratische werking van de Unie. De burgers kunnen rechtstreeks deelnemen aan het democratische leven van de Unie en zich rechtstreeks tot de Commissie wenden. Het burgerinitiatief neemt daarbij dezelfde positie in als het initiatiefrecht, waardoor de burgers hetzelfde recht van initiatief krijgen als het Parlement en de Raad. Voor een juiste toepassing moet een burgerinitiatief door ten minste een miljoen ondertekenaars uit ten minste een vijfde van de lidstaten worden ondersteund. Het Parlement doet in het besluit bovendien aanbevelingen die de toepassing van het burgerinitiatief makkelijker maken.

De Commissie moet zich bijvoorbeeld sterk maken voor programma's voor mobiliteitsbevordering en actief burgerschap en nieuwe communicatiemiddelen, zoals sociale netwerken binnen het publieke debat. Dat de vertegenwoordigingen en bureaus in de lidstaten als contact- en adviesorganen moeten fungeren, juich ik toe.

 
  
MPphoto
 
 

  Sabine Lösing en Sabine Wils (GUE/NGL), schriftelijk. (DE) Ondanks de verbeteringen in het compromis tussen de Commissie en het Parlement met betrekking tot het Europees burgerinitiatief is er nog steeds sprake van onnodige bureaucratische belemmeringen en bestaat het risico dat bijvoorbeeld ondernemingen en concerns met het burgerinitiatief aan de haal gaan. Er wordt weliswaar gezorgd voor transparantie, maar aan de uitgaven van ondernemingen is geen limiet gesteld. Om die redenen hebben wij ons bij de eindstemming onthouden.

Onze punten van kritiek zijn onder andere:

1. Zakelijke organisaties zijn niet van de organisatie uitgesloten.

2. Er wordt niet bepaald dat personen vanaf zestien jaar mogen deelnemen; dit wordt bepaald door nationaal kiesrecht.

3. Onderdanen van derde landen die in de EU woonachtig zijn, mogen niet deelnemen.

4. Er is niet voorzien in kostenvergoedingen vanaf 100 000 handtekeningen (5 cent per handtekening) – het initiatief wordt daarom voor organisatoren zeer duur en is derhalve niet voor iedereen even toegankelijk.

5. Uitgaven van ondernemingen voor de ondersteuning van een Europees burgerinitiatief zijn niet verboden en/of gelimiteerd.

6. De mogelijkheid zich te wenden tot het Europees Hof van Justitie als een initiatief wordt afgewezen, wordt niet expliciet vermeld.

7. Wanneer een desbetreffend wetgevingsvoorstel wordt verworpen, behoeft de Europese Commissie een dergelijk besluit niet met redenen te omkleden.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk. − (RO) Het burgerinitiatief zal een rechtstreekse band tot stand brengen tussen de burgers en de instellingen, en op die manier de tussen hen bestaande kloof verkleinen en ervoor zorgen dat de instellingen van de EU iets doen aan de concrete problemen waarmee burgers zitten. Ik wil de nadruk leggen op een aantal elementen dat niet mag worden verwaarloosd.

1. Het burgerinitiatief heeft alleen kans van slagen als de bijbehorende regels begrijpelijk en uitvoerbaar zijn vanuit het oogpunt van de burgers. Tegelijkertijd moet het geen excessieve belasting voor de organisatoren met zich meebrengen.

2. Na de onderhandelingen met de Commissie en de Raad hebben we nu een akkoord dat erin voorziet dat degenen die een initiatief ondersteunen geïdentificeerd moeten worden en dat dit moet kunnen worden gecontroleerd door de lidstaten. Het is echter van groot belang dat het proces wordt georganiseerd conform de EU-vereisten op het gebied van gegevensbescherming. Iedere organisatie die burgerinitiatieven kan ondersteunen moet deze steun volledig transparant verlenen, zodat de ondertekenaars weten wie er achter een initiatief dat ze willen steunen, schuilgaat.

3. De informatiekantoren van het Europees Parlement in de lidstaten en de informatienetwerken van de Commissie, zoals Europe Direct en de Wegwijzerdienst, moeten betrokken zijn bij de nodige voorlichting over het burgerinitiatief.

 
  
MPphoto
 
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE), schriftelijk. − (PL) Ik ben tevreden met de uitslag van de stemming over het burgerinitiatief die vandaag is gehouden. Het Verdrag van Lissabon wordt dankzij de invoering van het Europese burgerinitiatief een wetgevend instrument voor de burgers van de EU. We moeten ons echter realiseren dat het verzamelen van een miljoen handtekeningen niet direct leidt tot nieuwe wetgeving. Voor dat proces is immers het hele wetgevingsparcours van de Unie vereist en wij moeten er als leden voor zorgen dat de bijbehorende procedures worden vereenvoudigd, om een teleurstelling te voorkomen. Ik ben van mening dat we in de lidstaten een goede informatiecampagne moeten voeren over dit instrument, zodat de kwesties die met het Europese burgerinitiatief worden aangekaart ook stroken met de Verdragen en de waarden van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) Door dit belangrijke initiatief van het Europees Parlement zullen een miljoen Europese burgers de Europese Commissie kunnen verzoeken om wetgeving inzake een bepaald onderwerp voor te stellen. Overeenkomstig de vandaag door het Europees Parlement goedgekeurde regels die het "burgerinitiatief" invoeren, moeten ondertekenaars afkomstig zijn uit ten minste zeven lidstaten. In het geval van Portugal zijn ten minste 16 500 ondertekenaars vereist om een initiatief te steunen. In het kader van het Verdrag van Lissabon werd het "initiatiefrecht van burgers" gecreëerd en onder de voorwaarden van dit recht kunnen een miljoen Europese burgers de Europese Commissie verzoeken om bepaalde wetgevingsvoorstellen in te dienen. De verordening die vandaag in de plenaire vergadering is aangenomen stelt de nodige voorwaarden vast voor het indienen van toekomstige burgerinitiatieven.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. − (ES) Hoewel dit verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over het burgerinitiatief slechts vagelijk beantwoordt aan het standpunt van mijn fractie, omdat het voorbijgaat aan belangrijke elementen zoals de mogelijkheid met initiatieven wijzigingen van de Verdragen voor te stellen, of de verlenging van de termijn voor het verzamelen van handtekeningen van 12 maanden tot 18 maanden, heb ik vóór gestemd, omdat ik van mening ben dat het een – onvoldoende maar aanmerkelijke - verbetering is van de tekst van de Commissie. Het burgerinitiatief is een mechanisme voor inspraak van het publiek dat is voorzien in het Verdrag van Lissabon en dat tot doel heeft om een zekere inspraak van de burgers en het maatschappelijk middenveld in de totstandkoming van het Europees beleid mogelijk te maken. Ik steun de tekst zoals hij nu voorligt, omdat de totstandbrenging en gezamenlijke procedure van het mechanisme daarmee beter mogelijk zijn. Zo wordt de registratie van initiatieven vereenvoudigd en wordt het minimumaantal door burgers vertegenwoordigde lidstaten verlaagd (van een derde naar een vierde). Een ander voordeel ten opzichte van het voorstel van de Commissie is dat deze tekst zorgt voor een grotere transparantie van de financiering van campagnes voor de verzameling van handtekeningen.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk. – (FR) Het Europees burgerinitiatief zal een krachtig instrument zijn voor de vaststelling van de onderwerpen die op de agenda van de Europese Unie moeten komen. Het burgerinitiatief, dat is geïntroduceerd in het Verdrag van Lissabon, zal een miljoen Europese burgers in staat stellen om de Europese Commissie te verzoeken om voorstellen te doen op terreinen die binnen haar bevoegdheid vallen. Dit initiatief geeft de burgers van de Unie dan ook het recht om van zich te laten horen en geeft hun tegelijkertijd dezelfde politieke initiatiefbevoegdheid als de Raad en het Europees Parlement.

Het burgerinitiatief zal tevens een ruimer grensoverschrijdend debat bevorderen, aangezien het zal moeten worden uitgewerkt door personen uit meerdere lidstaten. Een initiatief kan echter alleen concrete vorm aannemen als het aan bepaalde voorwaarden voldoet, of dat nu gaat om voorwaarden van administratieve aard, of om het naleven van de fundamentele waarden van de Europese Unie, om te voorkomen dat dit instrument wordt aangewend voor ondemocratische doeleinden. Deze voorwaarden zorgen voor verantwoordelijkheid en daarmee doeltreffendheid. Het is ook van cruciaal belang dat het proces strookt met de Europese gegevensbeschermingsregels en van begin tot eind volledig transparant is.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik ben het niet eens met het standpunt van mijn collega's in de S&D-Fractie en ik heb mij daarom onthouden van stemming. Het doet er niet toe wie de onzin schrijft: het is dom deze te vermenigvuldigen. Het burgerinitiatief is ongetwijfeld noodzakelijk, maar om miljoenen handtekeningen te verzamelen om te worden gehoord is onzin! Ik wil de rapporteurs vragen of zij ooit zelf handtekeningen hebben verzameld. Als ze dat hebben gedaan, zouden ze moeten weten dat de minimumkosten om een handtekening door een notaris gecertificeerd te krijgen, twintig euro bedragen. Dit betekent twintig tot dertig miljoen euro om een nieuwe wet ingevoerd te krijgen. Wie zal deze actie financieren? Alleen grote ondernemingen kunnen dat, gewone mensen niet. Is dit dan eigenlijk geen schijnvertoning? Een punt om aan te denken: de Europese afgevaardigden vertegenwoordigen ook deze mensen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gay Mitchell (PPE), schriftelijk. − (EN) Dit initiatief werd beloofd tijdens het Lissabon-proces, dus het doet mij genoegen dat het nu een stap verder wordt gebracht.

Het burgerinitiatief mag niet openstaan voor politieke, zakelijke of andere manipulatie. Het moet zijn voorbehouden aan het werkelijke initiatief van burgers en mag niet worden gemanipuleerd met een verborgen agenda. Het moet open en transparant zijn.

Om de bal aan het rollen te brengen zou de Commissie de voorwaarden voor een initiatief, zodra deze zijn overeengekomen, bekend moeten maken.

Zou het voor het op gang brengen van het proces niet verstandig zijn als de Commissie op gepaste afstand een soort van competitie in de EU organiseert om ´het terrein te verkennen´ en te achterhalen wat de tien belangrijkste aangelegenheden zijn waarover burgers een initiatief met medeburgers zouden verwelkomen?

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Het Europees burgerinitiatief is de eerste piepkleine stap in de juiste richting. Ik heb vóór gestemd, omdat dit het eerste instrument van directe democratie in de EU is. Over het geheel genomen is het burgerinitiatief echter niet meer dan een voorwendsel van directe democratie, dat de burgers moet doen geloven dat ze medebeslissingsrecht hebben. Aan het burgerinitiatief zijn echter geen consequenties verbonden, ongeacht door hoeveel mensen dit wordt ondertekend. De parallellen met het Oostenrijkse petitiestelsel voor referenda zijn duidelijk. In Oostenrijk worden petities voor een referendum doorgaans gewoonweg in een la gestopt en de Europese burgerinitiatieven zal wellicht eenzelfde lot wachten. Bovendien is kennelijk veiliggesteld dat non-conformistische standpunten kunnen worden onderdrukt. De Europese Commissie beoordeelt uiteindelijk of een burgerinitiatief ontvankelijk is. In werkelijkheid stellen de machthebbers in de Europese Unie niet alleen de wetten en richtlijnen vast, maar willen ze bovendien ook de wil van de burgers sturen.

Het Europees burgerinitiatief biedt non-conformistische bewegingen en partijen echter de mogelijkheid om hun ideeën onder de aandacht te brengen. Net als in Oostenrijk zal het in de toekomst ook op EU-niveau mogelijk zijn om campagnes te voeren en de burgers te laten zien dat er ook wegen naar een ander en beter Europa zijn, die ons wegleiden uit de doodlopende straten in Brussel.

 
  
MPphoto
 
 

  Vital Moreira (S&D), schriftelijk. (PT) Hoewel ik uiteraard de verordening inzake het burgerinitiatief steun, ben ik het niet eens met de mogelijkheid voor leden van het Europees Parlement of leden van nationale parlementen om deel te nemen aan deze initiatieven en met de mogelijkheid dat deze initiatieven gefinancierd worden door politieke partijen of overheidsorganen.

Ik ben van mening dat deze twee oplossingen strijdig zijn met de geest van het nieuwe mechanisme, dat tot doel heeft gewone burgers en het maatschappelijk middenveld de middelen te geven om deel te nemen aan het politieke leven van de Unie. Ook ben ik het niet eens met de bevoegdheden die aan de Commissie worden toegekend om bepaalde technische specificaties aan te nemen als vereiste voor de toepassing van de wet door middel van een uitvoeringshandeling. Algemene uitvoeringsmaatregelen die de Commissie kan nemen voor de toepassing van rechtsinstrumenten moeten niet worden beschouwd als uitvoeringshandelingen die onder controle staan van de lidstaten, maar als gedelegeerde handelingen die onder de rechtstreekse controle van de wetgever staan.

Op dezelfde manier is het niet zinvol om, na het Verdrag van Lissabon, door te gaan met de toepassing van de "regelgevingsprocedure" op grond van de traditionele comitologieprocedure, aangezien het duidelijk gaat om kwesties die momenteel vallen onder de wetgevingsprocedure of de procedure voor gedelegeerde handelingen. De bepalingen waarnaar verwezen wordt, zijn derhalve strijdig met het Verdrag van Lissabon. Afgezien van deze specifieke bezwaren ben ik van mening dat dit, al met al, een uitstekende wet is die recht doet aan het politieke en constitutionele belang van dit nieuwe mechanisme voor participerende democratie in de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik heb voor het standpunt van het Europees Parlement over het Europees burgerinitiatief gestemd omdat ik dit recht van de burger waarmee in het Verdrag van Lissabon wordt voorzien volledig steun. Als optimist meen ik dat dit een van de voornaamste instrumenten zou kunnen zijn die de instellingen van de Europese Unie dichter bij de gewone man of vrouw kan brengen. Uiteindelijk zal een deel van de bevolking dat zijn burgerschap actief uitoefent een rechtstreekse invloed kunnen uitoefenen op de besluiten die op EU-niveau worden genomen. Erkend moet worden dat in een tijd waarin vele Europese initiatieven nogal kritisch worden bekeken door de bevolking, het Europees burgerinitiatief van begin af aan grotendeels positief is beoordeeld en met instemming is begroet. Ik hoop dat we uiteindelijk heldere regels zullen krijgen die niet gebukt gaan onder onnodige bureaucratische eisen en die de Europese samenleving zullen helpen haar mening kenbaar te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Dit verslag beantwoordt volledig aan mijn verwachtingen en dat in het bijzonder op drie punten. In de eerste plaats is de minimumleeftijd voor het steunen van een wetgevingsinitiatief vastgesteld op 18 jaar (de minimumleeftijd om te mogen stemmen voor het Europees Parlement), overeenkomstig de regels voor deelname aan andere uitingsvormen van directe democratie, zoals referenda. In de tweede plaats wordt gesteld dat het noodzakelijk is te vragen naar identiteitsbewijzen van Europese burgers die een ondersteuningsverklaring willen ondertekenen. Hiermee wordt, overeenkomstig de verordening en in overeenstemming met de heersende juridische vereisten, voorzien in de noodzakelijke controle. En in de derde plaats wordt de noodzaak naar voren gebracht van een termijn van 12 maanden voordat de verordening na haar inwerkingtreding kan worden toegepast. Op die manier worden de bevoegde nationale autoriteiten, waarvan velen zich voor het eerst met een dergelijk instrument geconfronteerd zien, in staat gesteld de noodzakelijke wetgevende, administratieve en financiële maatregelen te treffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Met grote tevredenheid heb ik voor dit verslag over het burgerinitiatief gestemd, dat een van de grootste innovaties van het Verdrag van Lissabon is. Dit nieuwe rechtsinstrument kan een manier worden om de participatie van de Europese burgers te stimuleren. Het feit dat miljoenen burgers in staat worden gesteld om de Europese Commissie te verzoeken om wetgeving over een bepaald onderwerp op te stellen, is een zeer positieve stap op weg naar een Europa dat dichter bij zijn burgers staat. Ik ben erkentelijk voor het werk van de rapporteurs, wier doel was het burgerinitiatief te vereenvoudigen en iedere bureaucratische last weg te nemen teneinde het zo toegankelijk mogelijk te maken.

Ik ben het eens met de meerderheid van de door het Europees Parlement gedane verzoeken, in het bijzonder met het verzoek om de ontvankelijkheidscontrole van een initiatief te laten plaatsvinden op het moment van indiening en niet pas na het verzamelen van 300 000 handtekeningen, waardoor de verwachtingen van de ondertekenende burgers zouden kunnen toenemen. Ik steun de vermindering van het minimumaantal lidstaten dat nodig is voor de initiële ondertekening van het initiatief. In het oorspronkelijke voorstel moesten ondertekenaars afkomstig zijn uit een derde van de lidstaten en het Europees Parlement en de Raad zijn overeengekomen dat de ondertekenaars uit een kwart van alle lidstaten afkomstig moesten zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) Ik ondersteun het initiatief van de rapporteurs, mevrouw Gurmai en de heer Lamassoure, waarin wordt gesteld dat de organisatoren van een Europees burgerinitiatief zich moeten verenigen in een comité bestaande uit burgers afkomstig van verschillende lidstaten. Op die manier zal worden verzekerd dat de opgeworpen thema's een echt Europees karakter hebben. Bovendien zal dit het voordeel hebben dat vanaf het eerste begin handtekeningen kunnen worden verzameld.

Ik ben het eens met de mening van de rapporteurs dat het Europees burgerinitiatief een nieuw instrument is van participerende democratie op continentale schaal. Het kan dus best zijn dat de onderhavige verordening gebreken vertoont en er zich in de praktijk nieuwe uitdagingen voordoen voor de verantwoordelijke Europese politici. Om deze reden ben ik het eens met het verzoek van de rapporteurs aan de Commissie om elke drie jaar een voortgangsverslag te presenteren over de toepassing van de verordening in de praktijk en, waar nodig, een herziening van de verordening voor te stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. − (RO) Het burgerinitiatief, dat is geïntroduceerd via het Verdrag van Lissabon, is opgezet om de burgers de gelegenheid te geven deel te nemen aan het democratische leven van de Unie. Het doel is om de burger een middel te geven om zich te laten horen, door hun de mogelijkheid te geven de aandacht van de Europese instellingen te vestigen op belangrijke kwesties, zoals de moeilijkheden die zij in het dagelijks leven tegenkomen en die volgens hen onvoldoende aandacht of steun krijgen van vakbonden, politieke organisaties of de andere gebruikelijke gesprekpartners van de instellingen. Het burgerinitiatief zal daadwerkelijk een rechtstreekse band tot stand brengen tussen de burgers en de instellingen en ervoor zorgen dat de instellingen van de EU iets doen aan de problemen waar burgers mee zitten. Het burgerinitiatief zal aan een aantal administratieve voorwaarden moeten voldoen maar ook de fundamentele waarden van de EU moeten naleven. Deze zorgen voor geloofwaardigheid en doeltreffendheid, hetgeen essentieel is voor succes.

Het proces moet stroken met de Europese gegevensbeschermingsregels en van begin tot eind 100 procent transparant zijn. Elke organisatie, vereniging of zelfs politieke partij zal het Europees burgerinitiatief van haar keuze kunnen steunen zolang als er maar sprake is van volledige openheid omtrent hun steun, zodat de ondertekenaars weten wie er achter een initiatief schuilgaat alvorens te besluiten mee te doen of niet.

 
  
MPphoto
 
 

  Paulo Rangel (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik ben verheugd over de aanneming van dit verslag, dat een zeer belangrijke stap vormt in de bevestiging van de constitutionele aard van de Europese Unie en dat burgers een mechanisme geeft voor toegankelijke en doeltreffende democratische participatie. Dit zal zonder twijfel bijdragen aan een grotere betrokkenheid van burgers bij het politieke leven in Europa en aan een versterking van de banden van solidariteit tussen de verschillende lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk.(FR) Met de aanneming van dit verslag over het Europees burgerinitiatief, een van de speerpunten van het Verdrag van Lissabon, doet de participerende democratie haar glorieuze intrede in Europa. Voortaan kan een miljoen onderdanen van de Unie de Europese Commissie benaderen en verzoeken zich uit te spreken over maatschappelijke kwesties op gebieden waarvoor de EU bevoegd is. Een miljoen burgers dus die uit ten minste een kwart van de lidstaten afkomstig moeten zijn en de stemgerechtigde leeftijd moeten hebben bereikt, dat wil zeggen slechts 0,2% van de bevolking van de Europese Unie. De handtekeningen kunnen schriftelijk of online worden verzameld, en moeten geverifieerd worden. De organisatoren dienen geïdentificeerd te worden: wie ze zijn, wat ze steunen en voor wie ze werken. Dit is mogelijk een reusachtige stap voor de democratische legitimiteit van Europa. Het is een stap om de burgers dichterbij Europa te brengen, waarvan zij – soms terecht, soms onterecht – denken dat het lichtjaren van hun dagelijks leven verwijderd is.

Maar het risico dat een aantal ngo's of een bepaalde industrietak munt gaat slaan uit dit initiatief is niet helemaal ondenkbaar. Om te slagen moet het initiatief echt een initiatief van burgers zijn. Het moet het debat vooruitbrengen, Europa en de burgers nader tot elkaar brengen en bijdragen aan het ontstaan van een Europese maatschappelijk middenveld.

 
  
MPphoto
 
 

  Crescenzo Rivellini (PPE), schriftelijk. (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, vandaag is tijdens de plenaire vergadering gestemd over het verslag over het Europees burgerinitiatief. Dit initiatief is geïntroduceerd in artikel 11 van het Verdrag van Lissabon en heeft als doel de burgers dezelfde bevoegdheid tot politieke initiatieven te geven als waar de Raad en het Europese Parlement al over beschikken. Het Europees burgerinitiatief is een nieuw instrument van participerende democratie op continentale schaal.

Op 31 maart 2010 heeft de Commissie een voorstel gedaan voor een verordening en op 14 juni heeft de Raad de algemene aanpak met betrekking tot het Europees burgerinitiatief goedgekeurd. De Commissie constitutionele zaken van het Europees Parlement heeft haar verslag in november goedgekeurd. Daarin was een onderhandelingsmandaat opgenomen. De trialoog van 30 november heeft geleid tot een akkoord over verschillende amendementen. De belangrijkste punten van het akkoord zijn: de combinatie van registratie en ontvankelijkheid, het aantal handtekeningen dat moet komen uit tenminste een kwart van de lidstaten, de opzet van een burgercomité, de minimumleeftijd voor het steunen van het initiatief en een systeem voor het online inzamelen van handtekeningen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (FR) Mijnheer de Voorzitter, de burgers hebben uitgekeken naar dit nieuwe instrument waarmee ze enige invloed kunnen uitoefenen op de Europese politiek. Ze hebben al aangetoond dat ze weten hoe ze het moeten inzetten om druk uit te oefenen op het wetgevingsdebat, namelijk met de door Greenpeace en Avaaz ingediende petitie voor een moratorium op de teelt van genetisch gewijzigde organismen (ggo's) die afgelopen week aan de voorzitter van de Commissie, José Manuel Barroso, is aangeboden. Helaas waren de burgers de wetgevers vóór en kwam de petitie aan voordat de regels waren opgesteld die het burgerinitiatief vanaf begin 2012 bruikbaar moeten maken.

Het is nu dus aan ons Parlementariërs om het door 1,2 miljoen mensen vertolkte verzoek te steunen en ervoor te zorgen dat er een gunstig vervolg aan wordt gegeven. Het Parlement heeft druk op de onderhandelingen met de Raad en de Commissie weten uit te oefenen om ervoor te zorgen dat het initiatief zo toegankelijk en doeltreffend mogelijk is en heeft de weg bereid. Er is nu niets meer dat de burgers in de weg staat om direct aan de werking van de Unie deel te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Debora Serracchiani (S&D), schriftelijk. (IT) Met de stemming van vandaag is het startsein gegeven voor het eerste voorbeeld van Europese participerende democratie. Het Europese burgerinitiatief is een van de meest vernieuwende bepalingen uit het Verdrag van Lissabon en een eerste stap richting directe democratie.

Het initiatief stelt burgers in staat om middels de overhandiging van een miljoen handtekeningen, wat neerkomt op 0,2% van de bevolking van de EU, de Europese Commissie te vragen een wetgevingsvoorstel te doen voor elke kwestie die burgers in hun belang achten. Het milieu, de sociale vraagstukken en de door de financiële crisis veroorzaakte rampen zijn gevoelige thema's die de burgers de EU ertoe kunnen aanzetten zich tot de EU te wenden en om wetgevende maatregelen te vragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE), schriftelijk. − (PL) Met de aanneming van de ontwerptekst voor het burgerinitiatief realiseren we vandaag een belangrijk onderdeel van het Verdrag van Lissabon, dat de burgers in staat stelt om direct deel te nemen aan het debat over de Europese Unie. Dit is van groot belang voor het Europees Parlement, dat immers rechtstreeks door de burgers wordt gekozen. Het is nu onze taak om dit instrument voor nog meer democratie in het openbare leven in Europa serieus te nemen. Dit recht mag geen dode letter blijven, want dat zou de burgers de indruk geven dat we hun alleen in theorie de mogelijkheid geven om deel te nemen aan een wetgevingsinitiatief. Dit wordt een serieuze test voor de Europese instellingen. In hoeverre dienen ze werkelijk de burger en niet enkel zichzelf? Het Verdrag is nu drie jaar van kracht en het is dan ook goed dat we bepalingen die onvoldoende doeltreffend zijn gebleken kunnen herzien. Zo zorgen we ervoor dat dit echt een garantiemechanisme wordt voor democratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. − Ik stemde op voor de vaststelling van de spelregels voor het Europees burgerinitiatief. Het EP heeft in de onderhandelingen met de Raad van Ministers voldoende binnengehaald. Het burgerinitiatief geeft inwoners van de Europese Unie de mogelijkheid om een voorstel op de Europese politieke agenda te zetten. Wanneer een miljoen handtekeningen verzameld zijn, is de Europese Commissie verplicht het voorstel te behandelen en te beargumenteren waarom zij er al dan niet een officieel wetsvoorstel van maakt. De Europese Commissie dat ondertekenaars uit tenminste negen verschillende EU-landen moesten komen, maar het Parlement slaagde er in die drempel naar zeven te verlagen. Organisatoren die voldoende handtekeningen weten te verzamelen mogen hun voorstel bovendien in persoon komen toelichten bij de Europese Commissie en in het Europees Parlement. Jammer is wel dat het Europarlement niet heeft kunnen voorkomen dat achttien landen burgers verplichten om het nummer van een identiteitsbewijs te vermelden wanneer zij een burgerinitiatief ondertekenen. Dat schrikt mensen af. Sommigen zullen vrezen voor identiteitsfraude. Er zijn landen waar niet om het nummer van een identiteitskaart zal worden gevraagd. Dat schept rechtsongelijkheid in de EU. Het zal nu vooral aan de Europese Commissie liggen hoe serieus het de Europese burgers zal nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ernst Strasser (PPE), schriftelijk. (DE) Met de stemming van vandaag over het Europees burgerinitiatief is, bijna precies een jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, een nieuw element van directe democratie van kracht geworden. Ik heb mijn mandaat in het Europees Parlement opgenomen teneinde de zorgen van de Oostenrijkse burgers in Brussel op tafel te brengen. Ik heb mij verbonden tot dit beginsel en het is voor mij derhalve van wezenlijk belang dat de zorgen van de mensen op Europees niveau worden gehoord. Het Europees burgerinitiatief moet worden beschouwd als een kans om de mensen sterker bij het Europees besluitvormingsproces te betrekken. De Europese burgers hebben nu voor het eerst de mogelijkheid om bij de Europese Commissie wetgevingsinitiatieven in te dienen en zodoende actief invloed uit te oefenen op het Europees beleid.

Na lange onderhandelingen kan het als een succes worden beschouwd dat de ontvankelijkheidsdrempel van 300 000 handtekening is komen te vervallen en dat het vereiste aantal lidstaten is verlaagd tot een kwart. Een bijzonderheid in Oostenrijk is het feit dat jongeren daar reeds vanaf 16 jaar aan burgerinitiatieven kunnen deelnemen. Daaruit blijkt eens te meer dat Oostenrijk het belangrijk vindt dat jongeren betrokken worden bij het EU-project, want zij zijn uiteindelijk degenen die de Europese gedachte verder moeten uitdragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) Het Europese burgerinitiatief (EBI) is een instrument voor publieke participatie dat bedoeld is als reactie op het democratische tekort en als zodanig de afstand moet verkleinen die in de perceptie van de burgers tussen hen en de Europese instellingen bestaat. De institutionalisering van dit initiatief, waarin wordt voorzien met het Verdrag van Lissabon, maakt het voor burgers mogelijk om de Commissie indirect te vragen om bepaalde wetgevingsmaatregelen voor te stellen, op voorwaarde dat deze onder haar bevoegdheid vallen.

Dit door het Europese Parlement gepresenteerde verslag definieert de criteria voor de invoering van dit Europese initiatiefrecht, teneinde het eenvoudiger, toegankelijker, sneller, transparanter en meer uniform te maken in alle lidstaten. Dankzij dit initiatief zal het mogelijk zijn om een echte Europese publieke ruimte te creëren, wat de dialoog tussen de burgers en de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld zal stimuleren. Ik ben van mening dat alle initiatieven die tot doel hebben de afstand tussen burgers en het Europese project te verkleinen, benadrukt, ingevoerd en volledig ten uitvoer gelegd moeten worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. − (RO) Ik heb voor het verslag over het burgerinitiatief gestemd. De nieuwe bepalingen in het Verdrag van Lissabon stimuleren de participerende democratie en vormen een belangrijke stap voor het ontwikkelen van burgerzin. 42 procent van de Europese burgers heeft vertrouwen in de instellingen van de EU. Een van de redenen daarvoor zou kunnen zijn dat de burgers maar weinig bekend zijn met de tot hen gerichte Europese initiatieven en beleidsinspanningen. Juist daarom functioneert het burgerinitiatief niet alleen als mogelijkheid voor de Europese burgers om direct aan het besluitvormingsproces deel te nemen, maar geeft hun ook het mandaat om bij te dragen aan het vaststellen van de Europese agenda. Zo komen, door middel van het burgerinitiatief, de grote zorgen en wensen van de Europese burgers terecht op de tafel van de Europese wetgever. Het idee is niet nieuw. Al in 2007 hebben we ons voorgenomen om een miljoen handtekeningen te verzamelen om de Commissie te vragen een richtlijn voor te stellen voor de maatschappelijke integratie van personen met een handicap.

Er zijn toen slechts ongeveer 700 000 handtekeningen verzameld, maar de wetsvoorstellen zijn aan de Europese Commissie voorgelegd. Om de verplichting jegens de Europese burgers te respecteren zal het dan ook essentieel zijn ervoor te zorgen dat de door middel van het burgerinitiatief naar voren gebrachte wensen worden omgezet in wetgeving die de situatie van de Europese burgers verbetert.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Vaughan (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik verwelkom dit verslag als een manier om de betrokkenheid bij Europa aan te moedigen door Europese burgers de mogelijkheid te bieden wetgeving voor te stellen die van invloed zou kunnen zijn op hun dagelijks leven. Burgers zullen de Europese Unie kunnen laten weten wat zij denken van haar werk. Met een miljoen handtekeningen, die afkomstig moeten zijn uit ten minste een kwart van alle lidstaten van de EU, geeft dit initiatief een deel van de macht terug aan de burgers. De procedure is door het Parlement vereenvoudigd om gebruiksgemak te waarborgen en de participatie van burgers in het initiatief zo groot mogelijk te maken. Wanneer alle handtekeningen zijn geverifieerd, zal de Commissie binnen drie maanden besluiten of een nieuwe wet kan worden voorgesteld, en zij zal haar redenen openbaar moeten maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. − (SK) We verwijzen hier in dit Parlement vaak naar de Europese burgers wier belangen wij hier vertegenwoordigen. Laten nu juist die burgers dit Parlement en überhaupt alle Europese instellingen nu al geruime tijd zien als een ver van hun bed staande wereld die zich weinig bewust is van hun problemen.

Dankzij dit burgerinitiatief kan hier echter verandering in komen. Met behulp van dit initiatief krijgt de burger de gelegenheid om rechtstreeks te zeggen: "Dit wil ik, dit wil ik niet en dit moet anders."

Ook hebben we het hier graag over Europese integratie. Wat verenigt mensen uit verschillende landen nu meer dan de zoektocht naar een gezamenlijke visie, het opstellen van een gezamenlijk voorstel en de zoektocht naar steun van mensen die verschillende talen spreken? Dankzij de invoering van het burgerinitiatief kunnen burgers van diverse lidstaten straks met één stem over voor hen belangrijker onderwerpen spreken. Gezamenlijke initiatieven en gezamenlijke belangen vormen een goede voedingsbodem waarop hopelijk een ware Europese identiteit tot wasdom komen kan.

Ik ben ervan overtuigd dat dit praktische gevoel van Europeaan-zijn binnen niet al te lange tijd werkelijkheid wordt. Ik heb er alle hoop op dat dit initiatief, in tegenstelling tot alle holle frasen in de brochures van de Europese instellingen, daadwerkelijk iets om het lijf zal hebben en levensvatbaar zal zijn, want de bron van deze nieuwe Europese identiteit, het nieuwe Europeaan-zijn, is en blijft de burger zelf.

Ik ben daarom ingenomen met het voorstel voor een vordering inzake de concrete vormgeving van het burgerinitiatief en ben bereid om alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat de stem van de burger niet alleen gehoord maar ook gerespecteerd wordt.

 
  
  

- Ontwerpresoluties RC-B7-0688/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik ben van mening dat het werkprogramma van de Commissie voor 2011 ambitieus is. Het hoofddoel hiervan is te zorgen voor Europees economisch herstel, dat verwezenlijkt moet worden door middel van de beleidsprioriteiten van de EU 2020-strategie samen met de begroting binnen het meerjarig financieel kader voor 2011 en haar nieuwe financierings- en bestedingsmaatregelen en met een nieuw besluit over de "eigen middelen". Daarmee wordt blijk gegeven van de zorg dat aan voorwaarden gebonden financiering de situatie van de zwakkere nationale economieën zou kunnen verslechteren en zou kunnen beletten dat de EU 2020-strategie het gewenste effect sorteert, namelijk het opnieuw genereren van economische groei. Ik ben van mening dat de structuurfondsen cruciaal zijn voor het economische herstel en het concurrentievermogen van Europese regio's, aangezien in tijden van crisis de combinatie van conditionaliteit en bezuinigingsmaatregelen een nadelig effect zou kunnen hebben op de interne ontwikkeling van de EU. De nadruk moet worden gelegd op de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het gemeenschappelijk visserijbeleid en het cohesiebeleid. Daarbij moet wel steeds rekening worden gehouden met de verschillende uitgangssituaties van de lidstaten. Dit betekent ook dat de maatregelen aangepast moeten zijn aan de verschillende realiteiten. Kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) zouden een prominente rol moeten spelen en ik verwelkom het feit dat in dit werkprogramma internationalisering van KMO's binnen de mondiale handelsbetrekkingen en inspanningen om KMO's te helpen met modernisering en de verbetering van hun concurrentievermogen als prioriteiten zijn opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. − (EN) Ik wil uw aandacht vestigen op een aantal zeer belangrijke zaken die ontbreken in het werkprogramma van de Commissie voor volgend jaar. Het betreft zaken die verband houden met mensenrechten. Is de Commissie van plan om in het komende jaar specifieke acties of wetgeving te initiëren op het gebied van de mensenrechten?

We hebben gehoord dat de vicevoorzitter van de Commissie en hoge vertegenwoordiger voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, barones Ashton, van plan is om tijdens haar ambtstermijn speciale aandacht te schenken aan mensenrechten. In haar daden en verklaringen is tot nu toe echter heel weinig aandacht geschonken aan mensenrechten. De Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) is ook bedoeld om het Europees optreden op het gebied van de mensenrechten te versterken, maar nu er voor 2011 geen Europees begroting is, zal de EDEO haar taken vanaf 1 januari 2011 niet volledig kunnen gaan vervullen.

Mijnheer de voorzitter, kunt u ons vertellen wat uw plan B is, en hoe u van plan bent om de geloofwaardigheid van de EU te versterken, wanneer het gaat om het verdedigen en bevorderen van de mensenrechten in de wereld?

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Het Parlement is gevraagd zich uit te spreken over de verklaring van de Commissie over haar werkprogramma voor 2011. Ik heb vóór deze resolutie gestemd. Daarin wordt gewezen op de noodzaak van een goede samenwerking tussen de Commissie en het Parlement en op de rol van de Commissie als hoedster van de Verdragen en het algemeen belang van de EU. De resolutie vraagt bovendien speciale aandacht voor de EU 2020-doelstellingen met betrekking tot groei voor banen en is verheugd over het "Europees semester" dat tot doel heeft het beheer van de overheidsfinanciën te verbeteren. Het moet gaan om slimme groei (die digitale technologieën, onderzoek en ontwikkeling, onderwijs bevordert), duurzame groei (met een streven naar 20 procent meer energie-efficiëntie) en inclusieve groei (door discriminatie tussen werknemers te bestrijden en een beter sociaal klimaat te realiseren). De Commissie moet de interne markt, de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht en haar buitenlands beleid, dat nog in de kinderschoenen staat, verder uitbouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik heb vóór deze gezamenlijke resolutie van het Europees Parlement gestemd omdat de prioriteiten voor de activiteiten van de Europese Commissie in 2011 en de toekomstige uitdagingen erin worden besproken en beoordeeld. Tijdens de laatste vergaderperiode van het Europees Parlement in Straatsburg heeft voorzitter Barroso het werkprogramma van de Commissie voor het komend jaar gepresenteerd. Het Europees Parlement vindt het daarom zeer belangrijk om een dialoog met de Commissie tot stand te brengen en in het bijzonder om aandacht te schenken aan de belangrijkste strategische doelstellingen van de EU. Verder dringt het Parlement er bij de Commissie op aan te streven naar een realistisch en nauwkeuriger tijdschema voor belangrijke voorstellen. Dat tijdschema moet doeltreffend zijn, de vertaalslag naar de realiteit maken en beter ten uitvoer worden gelegd dan in het verleden. Ik zou de aandacht willen vestigen op het feit dat er, hoewel de Commissie van plan was om nieuwe banen te scheppen en de doelen van de EU 2020-strategie zo snel mogelijk te verwezenlijken, in het programma van de Commissie voor het komend jaar op het gebied van werkgelegenheid en sociale zaken geen specifieke voorstellen staan voor het scheppen van nieuwe en kwalitatief hoogwaardige banen. De Commissie stelt opnieuw dezelfde wetgevingsinitiatieven voor detachering van werknemers en arbeidstijden voor als in het werkprogramma van vorig jaar, en belooft plechtig om de rechten van werknemers uit andere landen in de hele Europese Unie te verbeteren. Een volledig economisch herstel vereist een gemeenschappelijke Europese strategie voor duurzame groei en werkgelegenheid, geschraagd door de nodige bevoegdheden en middelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. – (PT) Gezien het feit dat de huidige crisis in Europa gevolgen blijft hebben voor de economieën van de lidstaten, is het dringend nodig om zowel op nationaal als op EU-niveau belangrijke aanpassingen door te voeren. Het jaar 2011 zal van cruciaal belang zijn voor een succesvolle toekomst van de Unie, voor de uitdagingen die dit met zich meebrengt voor de Commissie en in het algemeen voor de gehele Unie, en daarom heb ik voor deze ontwerpresolutie gestemd. Ik zou verder alle voorstellen willen benadrukken waaruit blijkt dat de Commissie van plan is om het groeipotentieel van de interne markt te benutten. Ik ben van mening dat het maximaliseren van het potentieel van de interne markt, door middel van een grotere marktintegratie en een sterker bedrijfs- en consumentenvertrouwen in Europa, een hefboomeffect op de Europese economie kan hebben. Ik ben echter ook van oordeel dat de Commissie verder had kunnen gaan wat betreft dit onderwerp en meer ambitieuze en concrete voorstellen had kunnen presenteren om tegemoet te komen aan de behoeften van degenen die binnen de markt actief zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Luigi Ciriaco de Mita (PPE), schriftelijk. (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, het werkprogramma van de Commissie voor 2011 vraagt om meer communautaire geest en meer durf bij de aanpak van de belangrijkste politieke en institutionele kwesties waar de EU zich mee ziet geconfronteerd, vooral in het licht van en in samenhang met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Hieronder volgen enkele punten die moeten worden aangepakt. 1. Een groter respect voor de rol van het Europees Parlement bij de formulering van voorstellen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de verschillende standpunten en initiatiefvoorstellen van het Parlement. 2. Een nauwere en institutioneel beter uitgebalanceerde samenwerking op het gebied van de begroting en op het gebied van de financiële vooruitzichten. 3. Meer moed bij het formuleren van voorstellen voor een efficiënt gebruik van de communautaire middelen opdat cruciale doelstellingen en concrete ijkpunten kunnen worden behaald. 4. Een doelmatig en efficiënt communautair beheer op economisch en financieel gebied en het financieel laten delen van werknemers in het succes van een bedrijf, opdat een beter verspreide, sterker uitgebalanceerde en eerlijker verdeelde economische en sociale ontwikkeling mogelijk wordt. Ofschoon in het werkprogramma van de Commissie voor 2011 slechts een deel van de hierboven opgesomde punten is opgenomen, acht ik het noodzakelijk het programma te ondersteunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb gestemd vóór de resolutie over het werkprogramma van de Commissie voor 2011.Dat is het eerste werkprogramma dat wordt goedgekeurd binnen de nieuwe programmeringsperiode en zou moeten bijdragen aan een verdieping van de dialoog tussen het Parlement en de Commissie en aldus aan de versterking van het verband tussen de politieke en begrotingsprioriteiten op EU-niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. – (PT) De Commissie heeft een ambitieus werkprogramma voor 2011 gepresenteerd, dat de volgende hoofdpunten bevat: (i) inclusieve groei, (2) duurzame groei en (iii) financiële regulering. Wat betreft het onderwerp inclusieve groei, in verband waarmee de Commissie de duurzaamheid van socialezekerheidsstelsels en de bestrijding van armoede benadrukt, steun ik de noodzaak om een precies evenwicht te vinden tussen bezuinigingen en sociale steun, alsmede om te bepalen in welke richting de hervormingen van de Europese socialezekerheidsstelsels moeten gaan.

Wat betreft het onderwerp duurzame groei is het van belang erachter te komen hoe een evenwicht kan worden gevonden tussen enerzijds de noodzakelijke milieubescherming en anderzijds de toekomstige hervormingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB). Ten slotte, wat betreft financiële regulering en de versterking van het economisch bestuur, moeten alle maatregelen om het Europese bankensysteem robuuster en bestendiger tegen crisisscenario's te maken en om het begrotingsbeleid van de lidstaten en hun economische coördinatie te versterken, worden beschouwd als hoofdprioriteiten. De belangrijkste uitdaging voor 2011 zal namelijk zijn om uit de crisis te geraken en de fundamenten te leggen voor een op groei gericht beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) We hebben tegen de ontwerpresolutie van het Europees Parlement over het werkprogramma van de Commissie voor 2011 gestemd, omdat de Commissie bij de belangrijkste onderwerpen enkel haar eigen standpunten steunt en blind is voor de noodzaak om met het neoliberale, militaristische en antisociale beleid, waarvan de Europese Commissie de pleitbezorger is, te breken.

Hoewel de Europese Commissie hier kritiek kreeg voor het feit dat zij niet de antwoorden heeft gegeven die het Parlement wilde horen, heeft zij dat eigenlijk wel gedaan. Ze heeft zichzelf namelijk op de borst geklopt voor het feit dat zij prioriteit heeft gegeven aan economische hervormingen en begrotingsstabiliteit, en daarbij sociale duurzaamheid op de tweede plaats zet, en dat zij pleit voor uitdieping van de interne markt, of aandringt op een zo snel mogelijke afronding van de Doharonde en de daarmee verband houdende vrijhandelsovereenkomsten.

De meerderheid van het Parlement wenst al met al dus eigenlijk de voortzetting van het huidige beleid, hetgeen neerkomt op ondersteuning van voornoemde bezuinigingsplannen in de lidstaten, ondanks de daardoor veroorzaakte stijging van de werkloosheid, verergering van de armoede en toename van de ongelijkheid en de asymmetrie, en ook ondanks de economische recessie die dergelijke bezuinigingsplannen met zich meebrengen. Daarbij strijken de economische en financiële groeperingen en concerns intussen wel almaar grotere winsten op. Om al deze redenen kunnen we niet anders dan tegen stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE), schriftelijk.(GA) De Europese Commissie zal in 2011 voorstellen publiceren om het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het gemeenschappelijk visserijbeleid te hervormen. Deze twee initiatieven zijn van bijzonder groot belang voor de landbouwers en vissers in Ierland.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Köstinger (PPE), schriftelijk. (DE) In 2011 zal de Commissie haar voorstel voor het meerjarig financieel kader 2013-2020 voorleggen. Het is voor mij duidelijk dat er voor landbouw en plattelandsontwikkeling evenveel financiële steun beschikbaar moet worden gesteld als nu het geval is en dat de voedselautonomie van de Europese burgers moet worden veiliggesteld. De productie van levensmiddelen en de wederopleving van plattelandsgebieden als economische gebieden en recreatiegebieden dicht in de buurt van steden moeten in de toekomst tot de hoogste prioriteiten van Europa behoren. De inzet van de Commissie voor duurzame en inclusieve groei is in lijn met de milieu- en klimaatdoelen voor 2020 en vereist investeringen in groene technologieën, waarmeer arbeidsplaatsen kunnen worden gecreëerd.

Ik ben ingenomen met het verzoek van het Parlement dat het nieuwe meerjarig financieel kader voor de periode na 2013 de uitbreiding van de bevoegdheden van de EU moet weerspiegelen. De plannen voor het handelsbeleid van de EU zijn van groot belang. De Commissie is verplicht om de WTO-onderhandelingen tot een positief einde te brengen. Wij moeten de toenemende focus op bilaterale handelsovereenkomsten uiterst kritisch volgen, in het bijzonder de Mercosur-onderhandelingen die volgend jaar zullen worden voortgezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Mann (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb zojuist voor het werkprogramma van de Europese Commissie voor 2011 gestemd, maar met enige terughoudendheid. Het bevat niet langer de aangekondigde mededeling van het Directoraat-generaal Ondernemingen en industrie (DG Ondernemingen) over maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). In plaats daarvan heeft het Directoraat-generaal Interne markt en diensten (DG Markt) een online raadpleging opgestart over de "bekendmaking van niet-financiële informatie door bedrijven". Dat is alarmerend en impliceert een mogelijke verandering van het beleid. Het DG Markt stelt niet meer de vraag óf er op het gebied van MVO EU-wetgeving noodzakelijk is, maar hoe deze gestalte moet krijgen. Het DG Ondernemingen heeft diverse "transparency wokshops" uitgevoerd waaruit is gebleken dat nagenoeg alle sociale partners uitdrukkelijk tegen een verplichte benadering van MVO zijn. Sinds 2006 ligt de verantwoordelijkheid bij het DG Ondernemingen, aangezien MVO-initiatieven bijdragen zijn van ondernemingen in het kader van hun commerciële activiteiten voor een duurzame maatschappij. Ze zijn het resultaat van ondernemerschap en berusten op eigen initiatief en eigen verantwoordelijkheid. Er bestaat consensus over dit basisconcept, dat in een periode van jaren tijdens talloze multistakeholder-fora is uitgewerkt.

Het DG Ondernemingen beschikt over de institutionele kennis waarmee deze processen gecontroleerd zijn. Ik dring er derhalve bij de Commissie op aan om de verantwoordelijkheid voor beheer en vormgeving van MVO bij het DG Ondernemingen te laten. Een verplichte MVO-rapportage wijs ik nog steeds uitdrukkelijk van de hand, aangezien dit tot nieuwe bureaucratie leidt en ondernemingen zal ontmoedigen om aanvullende vrijwillige verbintenissen aan te gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Arlene McCarthy (S&D), schriftelijk. − (EN) De financiële crisis heeft de economieën van alle EU-lidstaten zwaar getroffen. In deze resolutie vragen we om een krachtig en vastberaden antwoord van de Europese Commissie om de groei te stimuleren en een krachtig en duurzaam herstel te garanderen dat ten goede komt aan alle burgers van Europa. We staan achter het verzoek om een herziening van het stelsel van eigen middelen, opdat een stelsel kan worden vastgesteld dat eerlijk, duidelijk, transparant en neutraal is wat betreft de belastingdruk. We verwelkomen de overweging van opties die de kosten van de EU voor haar burgers zouden verlagen, bijvoorbeeld door de huidige, te lage belasting van de financiële sector recht te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) Het nieuwe werkprogramma van de Commissie voor 2011 is gebaseerd op drie punten: (1) inclusieve groei, (2) duurzame groei en (3) financiële regulering. Omdat het te boven komen van de crisis en de hervatting van het groeibeleid de grootste uitdaging voor 2011 zijn, moeten we ervoor zorgen dat de socialezekerheidsstelsels verduurzaamd worden, om zo te kunnen strijden tegen de armoede en daarbij tegelijkertijd te zorgen voor economische groei met een oog voor milieubescherming, versterking van het economisch bestuur, een sterker en beter tegen toekomstige crisisscenario's bestand Europees bankwezen, alsook solidere begrotingen in de Europese lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. − (EN) Gefeliciteerd! Eindelijk heeft iemand het verschil erkend tussen de Europese Commissie en goden. Het is tijd om het loze gepraat te vervangen door echt werk. De Europese Commissie mag de vragen van Europese afgevaardigden niet negeren. Het is haar taak om de besluiten van het Europese Parlement uit te voeren. Het lijkt wel alsof sommige commissarissen dat zijn vergeten. Wat is er namelijk terechtgekomen van de resolutie over het uitgebreide monitoringverslag die het Europees Parlement op 11 maart 2004 heeft aangenomen en die het onderwerp van vreemdelingen in Letland aan de orde stelde? Het is gewoon van de agenda verdwenen. Wie was daarvoor verantwoordelijk? Wiens salaris is gekort? Wie is berispt? Niemand! Lang leve de Europese Raad!

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór de resolutie over het werkprogramma van de Commissie voor 2011 gestemd, omdat ik mij volledig kan vinden in de belangrijkste doelstellingen ervan. Verdere inspanningen ter bespoediging van het economisch herstel dienen inderdaad de belangrijkste prioriteit te zijn voor 2011. Ik ben zeer ingenomen met de in het werkprogramma van de Commissie bepleitte versterking van het economisch bestuur en afronding van de hervorming van de financiële sector. Daarvoor zullen maatregelen worden getroffen voor het herstel van de groei en het scheppen van nieuwe banen. Een doeltreffende, duurzame en inclusieve groei van de economie is van essentieel belang om het vertrouwen en het optimisme in de EU te herstellen. Investeringen in onderzoek en ontwikkeling, energiezekerheid en horizontaal arbeidsbeleid waardoor werknemers zich daadwerkelijk vrijelijk bewegen kunnen, zijn dan ook de fundamentele pijlers van dit op groei gerichte werkprogramma. Ook dient de doelstelling van een gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid goed in de verf te worden gezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. − (RO) Het werkprogramma van de Commissie voor 2011 weerspiegelt onvoldoende de gebeurtenissen die vanaf 2008 een stempel op Europa hebben gedrukt. Het weerspiegelt ook niet de hoop en de vrees van de Europese burgers. Het is spijtig dat het programma niet in sterkere mate het accent legt op het verlies van zeven miljoen banen door de financiële crisis, een werkloosheid die de komende jaren zal blijven bestaan. Dit aspect is een van de belangrijkste uitdagingen voor de EU in 2011 en zodoende moet de Commissie een manier vinden om door middel van initiatieven en voorstellen voldoende fatsoenlijke banen te creëren voor de burgers. De Commissie moet rekening houden met de standpunten van de sociale partners op het gebied van pensioenen en ervoor zorgen dat het witboek de verwachtingen van werkgevers en werknemers weergeeft, wat ook een versterking van de eerste, openbare pijler inhoudt.

Ik ben verheugd over de hervorming van het EURES-portaal voor beroepsmobiliteit waardoor de informatie toegankelijker wordt gemaakt voor jonge werknemers, maar ik betreur dat dit voorstel is uitgesteld tot 2012, terwijl jonge mensen er juist vandaag behoefte aan hebben. Het programma van de Commissie bevat geen verwijzing naar de genderproblematiek. Er is echter behoefte aan een Europese richtlijn voor het aanpakken van het verschil in beloning voor vrouwen en mannen van 17,4 procent en een richtlijn voor het uitbannen van geweld tegen vrouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Britta Reimers (ALDE), schriftelijk. (DE) Aangezien de stemlijst te elfder ure nog gewijzigd werd, had ik niet voldoende tijd om de inhoud te bekijken en een kant te kiezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) De Verts/ALE-Fractie heeft de voorgestelde gezamenlijke ontwerpresolutie gesteund, alsook veel van de voorgestelde amendementen. Ik ben blij dat de opmerking behouden is gebleven waarin het Europees Parlement er bij de Commissie sterk op aandringt om moedige en innovatieve voorstellen in te dienen voor een grondige herziening van het stelsel van eigen middelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Joanna Senyszyn (S&D), schriftelijk. − (PL) Ik heb voor de resolutie over het werkprogramma van de Commissie voor 2011 gestemd. Tijdens mijn interventie heb ik al aangegeven dat er een ontwerprichtlijn moet worden opgesteld inzake geweld tegen vrouwen, dat het Verdrag van Stockholm snel en vlot moet worden uitgevoerd en dat in de begroting voor volgend jaar plaats moet zijn voor sport. Ook moet de behandeling van de richtlijn inzake non-discriminatie absoluut worden hervat. Ik doe dan ook een beroep op de Commissie en de lidstaten om in 2011 stevige stappen in deze richting te zetten.

Terwijl de EU-burgers vol ongeduld op deze richtlijn wachten, zetten sommige lidstaten nog steeds vraagtekens bij de legitimiteit ervan. Ik begrijp niet hoe men de noodzaak van een antidiscriminatiewet niet kan inzien. We hebben juist behoefte aan een wet die de gelijke behandeling garandeert van alle mensen en niet alleen van een aantal bevoorrechte sociale groepen. Ik ben niet overtuigd door het financiële argument dat deze richtlijn hoge kosten met zich mee zou brengen als het gaat om mensen met een handicap. Europa moet zelfs in tijden van crisis gelijk blijven voor al haar burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) De presentatie van het werkprogramma van de Commissie voor 2011 komt op een voor de Europese Unie heikel moment. Zij is nog altijd niet volledig van de economische crisis hersteld en dus moet het programma voor volgend jaar rond het herstel van de dynamiek van de Europese economie draaien. 2011 Dient het jaar te worden waarin de EU 2020-strategie geheel geïntegreerd wordt in het Europees beleid, dit alles ten behoeve van de doelstellingen van slimme, duurzame en geïntegreerde groei.

Ik wil nogmaals wijzen op het belang van het herstel van de banenscheppende groei met behulp van een versnelling van het hervormingsprogramma in het kader van EU 2020. Ik zou wat dat betreft de belangrijke rol van de volgende initiatieven speciaal onder de aandacht willen brengen: de Innovatie-Unie, de Digitale Agenda, de agenda voor nieuwe vaardigheden en banen en het Europees platform tegen armoede. Het is in mijn ogen van cruciaal belang dat er structurele hervormingen tot stand worden gebracht, om aldus het Europese concurrentievermogen te vergroten en de economische groei te versnellen, dit met name met behulp van een cohesiebeleid dat investeringen in de reële economie aanmoedigt. Tevens dient met eender welk toekomstig cohesiebeleid ervoor te worden gezorgd dat het nieuwe meerjarige financiële kader wordt ingezet voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU 2020-strategie, alsook voor het Europees beleid binnen het kader van Lissabon. Het Europees Parlement dient daarin een actieve rol op zich te nemen en het is van essentieel belang dat de Commissie zo snel mogelijk met een voorstel voor interinstitutionele samenwerking op dit vlak komt.

 
  
  

- Ontwerpresoluties RC-B7-0693/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. − (LT) Ik heb voor deze resolutie gestemd omdat de EU en de Afrikaanse Unie tezamen de belangrijkste opgaven moeten aanpakken die hun beide tot zorg strekken om met succes invulling te geven aan het partnerschap tussen Afrika en de EU, dat is gebaseerd op het wederzijdse belang van het valoriseren van hun gecombineerde mogelijkheden. Wil er nauwere samenwerking zijn, dan moeten democratisch bestuur en mensenrechten worden gewaarborgd, maar ongelukkig genoeg werd Robert Mugabe voor de derde topontmoeting tussen Afrika en de EU uitgenodigd en heeft hij daar actief aan deelgenomen. Ik vraag daarom alle partijen om een stevigere politieke houding in de toekomst aan te nemen, zodat een duidelijke boodschap uitgaat omtrent het vast geloof van de EU in rechtsstaat en democratie.

Het is ook belangrijk dat alle lidstaten van de Afrikaanse Unie het Handvest van de Afrikaanse Unie voor democratie, verkiezingen en goed bestuur ratificeren en het Internationaal Strafhof volledig steunen. Dit zou de beginselen van democratie, rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten waarborgen en zou tegelijkertijd kansen bieden voor effectieve samenwerking op economisch, sociaal, cultureel en ander gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Mijnheer de Voorzitter, sinds de top van Caïro in 2000 heeft de Europese Unie een veelomvattend extern beleid met betrekking tot Afrika op gang gebracht. In 2005 heeft de Unie haar strategie voor Afrika gelanceerd. Twee jaar later was de invalshoek veranderd en deze keer mondde de top EU-Afrika uit in een strategisch partnerschap met Afrika. De derde Afrikaanse top is kort geleden afgerond. Het was geen onverdeeld succes. Zo was men niet erg verheugd over de aanwezigheid van dictator Robert Mugabe en betreurde men het daarentegen dat er geen vertegenwoordigers van Soedan aanwezig waren. Ik heb voor de resolutie van het Europees Parlement gestemd over de toekomst van het partnerschap. Het nieuwe actieplan draait om acht nieuwe grote thema's: 1 - vrede en veiligheid, 2 - democratisch bestuur en mensenrechten, 3 - handel, regionale integratie en infrastructuur, 4 - millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, 5 - energie, 6 - klimaatverandering, 7 - migratie, mobiliteit en werkgelegenheid, 8 - wetenschap, informatiemaatschappij en ruimte.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik heb voor deze resolutie gestemd. Het is nodig om het strategisch partnerschap tussen Afrika en de Europese Unie verder te ontwikkelen, om gemeenschappelijke opgaven tezamen aan te pakken, duurzame economische groei te bevorderen en samenwerking tot stand te brengen op het gebied van energie, handel en klimaatverandering. Bij het tot stand brengen van samenwerking is het noodzakelijk om aanzienlijke steun te geven aan de strijd tegen armoede en aan de bescherming van de mensenrechten, met inbegrip van sociale, economische en milieurechten, en om de uitdagingen op het gebied van vrede en veiligheid op het Afrikaanse continent aan te pakken. Ik verwelkom het samenwerkingsprogramma tussen Afrika en de EU op het gebied van duurzame energie en de toezeggingen die zijn gedaan om de Afrikanen toegang te verlenen tot moderne en duurzame energiediensten, om het gebruik van hernieuwbare energie in Afrika te doen toenemen en de energie-efficiëntie in Afrika in alle sectoren te verbeteren. De EU en Afrika moeten hun inspanningen opvoeren om de emissies als gevolg van de ontbossing en de aantasting van de bossen te beperken en effectieve maatregelen nemen om de klimaatverandering te bestrijden. De noodzakelijke financiering moet worden verstrekt om de geschetste activiteiten uit te voeren, waarbij er voor een effectieve Parlementaire controle moet worden gezorgd op het gebruik van de financiële steun van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik heb met groot genoegen voor deze gezamenlijke ontwerpresolutie over de conclusies van de derde Afrika-EU-top gestemd. Gezien de noodzaak voor het Afrikaanse continent om zijn investeringspartnerschappen te diversifiëren, met name met Aziatische landen en Latijns-Amerika, is het voorgestelde strategisch actieplan EU-Afrika voor 2010-2013 uiterst relevant. Het plan zou eveneens de Unie voor het Middellandse Zeegebied en de Overeenkomst van Cotonou een waardevollere invulling kunnen geven. Ik ben er van overtuigd dat de regionale integratie van Afrikaanse landen middels de Afrikaanse Unie, alsook handel en investeringen in deze context, van cruciaal belang zullen zijn voor de politieke en economische stabiliteit en de duurzame groei in Afrika. Ik hoop dan ook dat de Afrikaanse en Europese leiders niet alleen lippendienst zullen bewijzen aan de Overeenkomst van Tripoli, maar dat zij dit strategisch partnerschap tevens zullen erkennen als een waardevol instrument ter bevordering van de interregionale handel in Afrika. Ik deel bovendien de overtuiging van de heer Barroso dat hernieuwbare energie van cruciaal belang is voor de economische en sociale ontwikkeling van Afrika en sluit mij aan bij zijn oproep tot een groene energierevolutie in Afrika.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor de resolutie over de toekomst van het strategisch partnerschap Afrika/EU in de aanloop naar de derde Afrika-EU-top gestemd. Het partnerschap tussen de twee continenten dat drie jaar geleden tijdens het Portugese voorzitterschap EU tot stand kwam, dient naar mijn stellige overtuiging te worden voortgezet en uitgediept, om de gezamenlijke uitdagingen tezamen te kunnen aangaan en een voedingsbodem te kunnen kweken voor duurzame ontwikkeling, vrede en mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Ik was in december 2007 in Lissabon toen de Afrika-EU-top plaatsvond. Daar werd op dat moment de basis gelegd voor een permanente dialoog tussen Europa en het Afrikaans continent, een continent waar wij als gevolg van uitermate belangrijke historische, culturele, economische en commerciële banden nauw mee verbonden zijn. De top bereidde toen de weg voor samenwerking die de Europese en Afrikaanse leiders drie jaar later in Tripoli bij elkaar bracht.

Een duurzaam en gezond partnerschap tussen de EU en Afrika is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling en de vooruitgang in Afrika, en de investeringen van beide partijen in het aanhalen van de betrekkingen zijn naar mijn mening dan ook volledig terecht. Traditioneel samenwerkingsbeleid in de vorm van louter humanitaire hulp is vandaag de dag niet langer afdoende om te kunnen voldoen aan de behoeften van ontwikkelingslanden, met name op het Afrikaanse continent.

Ik ben tevens van mening dat in de toekomst de samenwerking beslist de richting op zal gaan van nauwe handelsbetrekkingen en economische partnerschappen, alsook van doeltreffende uitwisselingen op het gebied van onderzoek, innovatie en onderwijs. Dit zijn allemaal gebieden waarbinnen de samenwerking tussen de EU en Afrika dient te worden versterkt.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) De derde Afrika-EU-top vond op 29 en 30 november 2010 plaats in Tripoli. Ik betreur het dat er met de gezamenlijke strategie van Afrika en de EU geen nieuwe strategische relatie tot stand is gebracht.

Ik herhaal hier mijn hoop op een succesvolle overeenkomst op de volgende top en op duurzame doelstellingen voor beide partners, dit alles met het oog op de bestrijding van armoede en de waarborging van een eerlijk inkomen en ondersteuning, alsook met het oog op de naleving van de fundamentele mensenrechten in Afrika, waaronder sociale, economische en milieurechten.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) In de context van de ernstige crisis in de wereldeconomie doen zich voor de Afrikaanse landen enorme uitdagingen voor. De zogenaamde financiële crisis heeft eindelijk aangetoond wat de grenzen zijn van de economische groei, zoals die vanuit kapitalistisch oogpunt wordt bekeken: de beschikbaarheid van vruchtbare grond voor de productie van voedsel en andere organische grondstoffen, en de geologische reserves voor het winnen van minerale grondstoffen en energie voor de industrie.

Deze situatie versnelt het gevecht om Afrika, een continent met enorm veel natuurlijke rijkdommen. Het doel is de beheersing van de markten en de natuurlijke rijkdommen. Het beleid van de Europese Unie met betrekking tot Afrika moet in dat licht worden bezien. Chantage om de ondertekening van de zogenaamde economische partnerschapsovereenkomsten te verkrijgen, aandrang op afscheiding van Zuid-Sudan, ondersteuning en financiering van de Afrikaanse vredes- en veiligheidsarchitectuur, waarvan de legers worden ingezet om de bevolking te onderdrukken: dit is allemaal in het belang van de Europese Unie en haar economische en financiële groeperingen, en dit zijn slechts een paar voorbeelden.

Deze resolutie gaat daarom over neokolonialisme. We moeten zorgen dat de landen in deze regio minder ondergeschikt worden gemaakt aan belangen die strijdig zijn met die van de bevolking. We moeten zorgen voor daadwerkelijke samenwerking en deze landen helpen om hun onafhankelijkheid en soevereiniteit te consolideren, met het oog op hun economische en sociale ontwikkeling en vooruitgang.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) Er zijn inmiddels drie jaar verstreken sinds de laatste Afrika-EU-top, die het begin markeerde van een dialoog tussen Europa en het Afrikaanse continent. Het partnerschap is essentieel voor ontwikkeling en vooruitgang, en het is van belang dat beide partijen streven naar het versterken van hun betrekkingen. Partnerschappen moeten niet alleen betrekking hebben op Europese steun. Er moeten ook handelsbetrekkingen en economische partnerschappen tot stand worden gebracht, met uitwisseling van ervaringen op het gebied van onderzoek, innovatie en onderwijs, om daarmee de toekomstige betrekkingen te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk. – (FR) Het strategisch partnerschap Afrika-EU is het enige instrument in de intercontinentale betrekkingen van de Europese Unie. Het markeert een ontwikkeling in de betrekkingen tussen de EU en Afrika: zij worden nu echte partners en gaan een gelijkwaardige relatie aan waarin een politieke dialoog wordt gevoerd over een groot aantal verschillende onderwerpen van gemeenschappelijk belang. Het gaat niet langer om een relatie tussen donoren en ontvangers. Aangezien het partnerschap van strategisch belang is, moet het nieuw leven worden ingeblazen en worden versterkt om de uitdagingen die ons zowel in Afrika als in Europa wachten, het hoofd te kunnen bieden. Ik denk daarbij aan de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, de voedselcrisis, de economische en financiële crisis, de klimaatverandering enzovoort. De top in Tripoli, die in het teken van het thema "Economische groei, investeringen en werkgelegenheid" stond, bewees opnieuw dat vrede en veiligheid, economisch en politiek bestuur en respect voor de mensenrechten basisvoorwaarden zijn voor ontwikkeling. De juridische en justitiële veiligheid van particuliere investeringen is één van de sleutels tot economische en sociale ontwikkeling in Afrika. Want zonder welvaart stagneert de sociale, menselijke en economische ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. − (EN) Deze toekomst is somber, vooral nu, aan de vooravond van de topontmoeting Afrika-EU. De beste manier om deze toekomst te verzekeren is de publieke onderwijsprogramma's te financieren. Mensen die middelbaar onderwijs kunnen volgen, zullen liever in hun eigen land blijven wonen dan dat zij in Europa moeten gaan bedelen. We moeten de regeringen steunen die zich inspannen om hun land aantrekkelijk te maken voor hun eigen burgers. Ik heb voor de ontwerpresolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Het is belangrijk dat de EU zich intensief met de Afrikaanse landen bezighoudt en de bestaande en toekomstige uitdagingen met een gemeenschappelijke strategie aan gaat pakken. Daartoe behoren met name de democratisering van Afrika en de verbetering van de levensomstandigheden van de mensen in Afrika, maar ook een duurzame exploitatie van grondstoffen, waar beide zijden van kunnen profiteren. Een ander probleem dat moet worden opgelost is corruptie. Vele Afrikaanse landen worden hierdoor zodanig belemmerd in hun ontwikkeling dat zij het welzijn van hun burgers niet kunnen verbeteren. Helaas verdwijnen nog steeds miljoenen euro's EU-hulp als gevolg van corruptie, ofschoon daarmee een constructieve bijdrage zou kunnen worden geleverd die de burgers rechtstreeks ten goede zou komen. Wij moeten het beginsel toepassen dat we mensen helpen om zichzelf te helpen. Helaas houdt de resolutie hier geen rekening mee en voorziet ze slechts in een voortzetting van de huidige praktijk.

Armoede is een van de belangrijkste redenen waarom mensen uit Afrika emigreren en naar Europa komen. In plaats van vraagtekens te zetten bij de Europese praktijk van exportsubsidies, die enorm schadelijk zijn voor het vermogen van diverse Afrikaanse landen om te overleven, komen we met nog meer lege woorden. De negatieve gevolgen van migratie worden verbloemd en om die reden kon ik niet anders dan tegen deze resolutie stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. – (PT) De betrekkingen tussen de Europese Unie en Afrika zijn van essentieel belang. Ik ben daarom ingenomen met de goedkeuring van het strategisch actieplan 2010-2013 en de eraan gekoppelde partnerschappen. Ik wijs met name op het partnerschap voor vrede en veiligheid, alsmede op de inspanningen van de Europese Unie om te zorgen voor een voorspelbare en duurzame financiering van Afrikaanse vredesondersteunende missies, en op de noodzaak te zorgen voor lokale empowerment, veerkracht en vastberadenheid om de burgers te kunnen beschermen in gewapende conflicten. Ik wijs ook op de inspanningen om te komen tot samenwerking op gebieden van wederzijds belang, zoals democratisch bestuur en mensenrechten, handel, regionale integratie en infrastructuur, en de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. Met betrekking tot dit laatste aspect wijs ik op het hernieuwde engagement van de landen van de Europese Unie om uiterlijk in 2015 0,7 procent van hun bruto binnenlands product aan ontwikkelingshulp te besteden. Deze inspanning is van cruciaal belang om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te kunnen verwezenlijken, in het bijzonder met betrekking tot specifiek beleid op het vlak van de gezondheid van moeders, baby's en kinderen, gelijke behandeling van mannen en vrouwen, onderwijs, landbouwbeleid en duurzame ontwikkeling, toegang tot water en sanitaire voorzieningen.

 
  
MPphoto
 
 

  Crescenzo Rivellini (PPE), schriftelijk. (IT) Ik betreur de aanwezigheid van de president van Zimbabwe, Robert Mugabe, op de top van Tripoli van 30 november jongstleden, evenals de afwezigheid van vele Europese staatshoofden en regeringsleiders. Daarnaast merk ik op dat de nieuwe Amerikaanse wet op "oorlogsgrondstoffen" een enorme stap vooruit betekent in de strijd tegen de illegale exploitatie van mineralen in Afrika.

Ik vraag daarom de Commissie en de Raad om te komen met soortgelijke voorstellen teneinde traceerbaarheid te garanderen van mineralen die worden geïmporteerd in de EU. Ook vraag ik de Afrikaanse Unie om samen te werken op het gebied van de duurzame winning van grondstoffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Enkele punten, waaronder onze punten, waarover meerdere fracties overeenstemming hebben bereikt, zijn de volgende. Het Europees Parlement: 1. is ingenomen met de goedkeuring van het strategisch actieplan 2010-2013 en de eraan gekoppelde partnerschappen, en spreekt de hoop uit dat het een toegevoegde waarde zal opleveren in vergelijking met de Overeenkomst van Cotonou en de Unie voor de Middellandse Zee en dat het concrete uitvoering zal geven aan de ambitieuze wil om de betrekkingen tussen beide continenten te intensiveren; 2. benadrukt dat de fundamentele beginselen van de gezamenlijke strategie Afrika-EU zodanig moeten worden ontworpen dat op duurzame wijze in de behoeften van ontwikkelingslanden wordt voorzien, teneinde de armoede te bestrijden, een behoorlijk inkomen en werk te waarborgen en fundamentele mensenrechten te eerbiedigen, met inbegrip van sociale, economische en milieurechten; 3. wenst dat lering wordt getrokken uit de problemen die zich hebben voorgedaan bij de uitvoering van het eerste actieplan 2008-2010 en spreekt de hoop uit dat de principiële intenties van de slotverklaring van de staatshoofden en regeringsleiders daadwerkelijk worden uitgevoerd; 4. merkt met belangstelling op dat de particuliere sector en het maatschappelijke organisatiewezen, met name die in Afrika, gelegenheid zouden moeten krijgen om een veel grotere bijdrage aan de strategie te leveren dan tot dusver het geval is.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. − De illegale ontginning van mineralen is door een Amerikaanse wet "conflictmineralen" al aan banden gelegd. De gezamenlijke resolutie over de toekomstige EU-Afrika strategie roept de EU op hetzelfde te doen. Mineralen die ingevoerd worden in de EU moeten traceerbaar zijn. Vandaag ligt de illegale exploitatie al te vaak aan de basis van burgeroorlogen en conflicten in de regio terwijl deze rijkdom net de motor kan zijn voor een duurzame economische ontwikkeling.

Acties op het vlak van capaciteitsopbouw, goed bestuur, infrastructuurontwikkeling en investeringen, zijn cruciaal. Een beleid dat gekenmerkt wordt door participatie, dat vanuit sociaal en milieuoogpunt verantwoord is en ten goede komt aan de bevolking, is onontbeerlijk. Ook landbouw is een motor voor ontwikkeling. Daarom moet de landbouw- en visserijsector op een duurzame wijze worden versterkt, zeker voor de kleine boeren en vissers.

De discussie rond landbouwgrond en landeigendom moet grondig worden gevoerd. Het akkoord in Cancún is van levensbelang om de armoede in Afrika aan te pakken, gelet op het enorme potentieel aan natuurlijk rijkdommen - zon, wind, rivieren en getijden - die de Afrikaanse landen vaak in overvloed bezitten. De tekst van de resolutie gaat de hete hangijzers niet uit de weg en kreeg daarom mijn goedkeuring.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. – (PT) Tijdens de derde Afrika-EU-top, die plaatsvond in de hoofdstad van Libië, Tripoli, is gestreefd naar een verhoging van het samenwerkingsniveau tussen beide continenten. Met betrekking tot economische groei, investeringen en werkgelegenheid, werd tijdens deze top de noodzaak onderstreept om economische groei te creëren die werkgelegenheid bevordert, en daarnaast een duurzame sociale ontwikkeling te bevorderen.

De gezamenlijke strategie Afrika-EU zal ten uitvoer worden gelegd volgens het actieplan voor de periode 2010-2013 dat gericht is op de acht reeds tijdens de top van Lissabon in 2007 vastgestelde prioriteiten. In de slotverklaring van Tripoli werden concrete maatregelen genoemd met betrekking tot particulier ondernemerschap, economische integratie en sociale vraagstukken, vrede en veiligheid op het Afrikaanse continent, respect voor de mensenrechten en de tenuitvoerlegging van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.

Allereerst verwelkom ik dit partnerschap tussen beide continenten. Daarmee wordt blijk gegeven van de toegevoegde waarde voor beide partners en van het belang dat wordt gehecht aan een voortgezette stimulering van de regionale en continentale integratie van Afrika. Ik vind het echter belangrijk dat het Europees Parlement een actievere rol op zich neemt in dit partnerschap en dat er een financieringsplan wordt opgesteld voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van het actieplan 2010-2013.

 
  
  

- Verslag-Gál (A7-0344/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.– (PT) De bescherming en bevordering van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden vormt de kern van de democratische waarden van de Europese Unie zelf. Ik ben het ermee eens dat de regionale en lokale overheden een centrale rol kunnen spelen bij de tenuitvoerlegging van deze waarden en stel een bottom-up-benadering voor. De inwerkingtreding van het Verslag van Lissabon moet gezien worden als een versterking van het systeem tot bescherming van de mensenrechten op verschillende niveaus. Daarvan maakt ook het Handvest van de grondrechten deel uit. Het is nodig om na te denken over de ontwikkelingen op het vlak van de bescherming van deze rechten in de periode na de inwerkingtreding van het Verslag van Lissabon, waarbij we in gedachten moeten houden dat het Handvest dezelfde rechtskracht heeft als de Verdragen en opgenomen moet worden in de primaire wetgeving van de Europese Unie. De nieuwe horizontale verplichtingen die het Verdrag van Lissabon met zich meebrengt, moeten verwelkomd worden, en de inspanningen van de verschillende instellingen moeten beter gecoördineerd worden om de doeltreffendheid te verbeteren. Ik wijs er ook op dat er een nieuwe portefeuille voor justitie, grondrechten en burgerschap werd gecreëerd binnen de Commissie, en in het kader van dit nieuwe scenario mogen nieuwe maatregelen worden verwacht van de Commissie. Er mogen concrete resultaten worden verwacht op grond van de nieuwe mededeling van de Commissie over de strategie voor de effectieve tenuitvoerlegging door de Europese Unie van het Handvest voor de grondrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Hoewel de Europese integratie zich lange tijd tot het werken aan de verwezenlijking van de interne markt beperkte, zien we de afgelopen tien jaar dat zich een ongekende wedijver van de Europese wetgevers heeft meester gemaakt. In het begin was er een stilzwijgende takenverdeling tussen de Raad van Europa, die belast was met de vraagstukken van de individuele vrijheden, en de Gemeenschap, die een interne markt in wording was. Maar al snel kregen de rechtbanken van de lidstaten te maken met geschillen waarin het Gemeenschapsrecht werd aangevochten op grond van de mensenrechten. Om die reden werd na een lange zwangerschap in 2000 het Handvest van de grondrechten goedgekeurd, waarna het vorig jaar, tezamen met het Verdrag van Lissabon, in werking trad. Dankzij dit Handvest beschikt het Hof van Justitie voortaan over een unieke rechtsgrondslag voor de bescherming van de grondrechten van de Europese burgers. We staan echter nog maar aan het begin van dit nieuwe systeem. Daarom heb ik mijn steun aan deze resolutie gegeven, omdat alle Europese betrokkenen, waaronder de lidstaten en instellingen, worden gewezen op de plichten die zij krachtens het Handvest moeten vervullen en op de noodzaak een echte cultuur van burgerlijke vrijheden en een doeltreffende samenwerking op dat gebied tot stand te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd. De effectieve bescherming en bevordering van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden vormt de kern van de democratie en de rechtsstaat in de EU. Ik steun daarom de met het Verdrag van Lissabon versterkte verplichting om de bescherming van de grondrechten te garanderen, sociale uitsluiting en discriminatie te bestrijden en sociale rechtvaardigheid en bescherming te bevorderen. Zelfs als dit is bereikt, is het noodzakelijk om ervoor te zorgen dat er samenwerking is tussen de Europese Unie en de nationale instellingen. Er moet een interinstitutionele samenwerking tot stand worden gebracht om nauwlettend toe te kunnen zien op de mensenrechten in de EU. De Commissie zou onafgebroken moeten toezien op de tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake mensenrechten op nationaal niveau en, in het geval van lacunes, met voorstellen voor specifieke maatregelen moeten komen. Het zou nuttig zijn als er jaarlijks een verslag werd gepubliceerd over de grondrechten in de EU om te verzekeren dat de burgers van de EU juist zijn geïnformeerd over de nieuwe structuur met betrekking tot de grondrechten. Verder zouden de EU-instellingen meer moeten samenwerken met internationale organisaties op het gebied van de bescherming van de mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. − (LT) Ik ben zeer verheugd dat we sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon enkele belangrijke dingen hebben bereikt op het gebied van de mensenrechten. Ten eerste is het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie wettelijk bindend geworden, en ten tweede werd de Europese Unie verplicht om toe te treden tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Ik heb voor dit verslag gestemd omdat het, wat betreft de strategie van de Europese Unie inzake de rechten van het kind, zeer belangrijk is om praktische maatregelen te nemen om kindermisbruik, seksuele uitbuiting en kinderpornografie te bestrijden, een veiliger internetgebruik te bevorderen en kinderarbeid en kinderarmoede uit te bannen. De bestrijding van mensenhandel, vooral van vrouwen en kinderen, is een andere dringende opgave. Hoewel er reeds talrijke EU-wetten en nationale wetten op dit gebied zijn aangenomen, worden er jaarlijks enkele honderdduizenden mensen slachtoffer van mensenhandel naar of in de EU, en daarom is het dringend noodzakelijk om de voorgestelde nieuwe EU-richtlijn inzake de bestrijding van de mensenhandel toe te passen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. – (PT). De effectieve bescherming van de grondrechten en de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de vrijheid, de democratie, de gelijkheid en de rechtstaat zouden een algemene doelstelling van al het Europese beleid moeten zijn en een noodzakelijke voorwaarde voor de consolidering van de Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. Het jaar 2009-2010 was in dit opzicht van groot belang, gelet op de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, waarmee het Handvest van de grondrechten juridisch bindend werd en fundamentele waarden werden omgevormd tot concrete rechten, die rechtstreeks kunnen worden afgedwongen door Europese en nationale rechtbanken.

Er moet op worden toegezien dat alle nieuwe wetgevingsvoorstellen in overeenstemming zijn met het Handvest, en logischerwijs moet worden nagegaan of dit voor de bestaande instrumenten ook het geval is. Het is van belang om, op Europees en nationaal niveau, de samenwerking en de samenhang te verhogen van de instanties die verantwoordelijk zijn voor monitoring en uitvoering, met het oog op een effectieve toepassing van het door het Verdrag van Lissabon vastgestelde, alomvattende kader. Ik hoop ook dat de Commissie het proces van toetreding van de EU tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) zo spoedig mogelijk afrondt, wat een extra mechanisme zal verschaffen om de mensenrechten af te dwingen.

Ik ben zeer verheugd dat burgers en de bescherming van hun rechten eindelijk in het middelpunt van de Europese structuur staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik heb gestemd vóór het verslag over de grondrechten in de Europese Unie (2009) – effectieve tenuitvoerlegging na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, omdat ik het noodzakelijk vind om een cultuur van grondrechten te bevorderen in de Europese Unie en de lidstaten. De bescherming van de grondrechten moet een algemene doelstelling van al het Europese beleid zijn, in het bijzonder van het extern beleid, in het belang van het bevorderen van de vrede, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon creëert een nieuw paradigma op het vlak van de grondrechten binnen de Unie, en maakt het Handvest van de grondrechten juridisch bindend. We hebben de plicht om de Unie te positioneren als een gemeenschap die de grondrechten beschermt, zowel intern als extern.

Schendingen van de vrijheid van meningsuiting komen nog altijd veel te vaak voor, zoals ik een aantal keren – onlangs nog ten aanzien van Saoedi-Arabië en Azerbeidzjan – heb gemeld. In deze resolutie wijst de rapporteur op verschillende situaties die urgenter zijn en vaker voorkomen, zowel binnen de lidstaten als binnen de Europese Unie in haar geheel. Wij staan nu voor de uitdaging om met een antwoord op deze kwesties te komen, en om de vereiste strategieën en maatregelen toe te passen om deze problemen op te lossen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) De inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon heeft gezorgd voor een nieuwe situatie in de EU op het vlak van de mensenrechten door het Handvest van de grondrechten juridisch bindend te maken en door de Europese Unie rechtspersoonlijkheid te geven, waardoor ze in staat is om toe te treden tot internationale verdragen.

De effectieve bescherming en bevordering van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden vormt de basis van de democratie en de rechtsstaat in de Europese Unie en is een noodzakelijke voorwaarde voor de consolidering van de Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, waarvoor maatregelen nodig zijn op verschillende niveaus (internationaal, Europees, nationaal, regionaal en lokaal). In dit verband is het nuttig om te wijzen op de belangrijke rol die de regionale en lokale overheden kunnen vervullen bij de concrete toepassing en bevordering van deze rechten.

Ik ben ook verheugd over het verzoek aan de Commissie om 2013 uit te roepen tot Europees Jaar van het burgerschap, met als doel het debat over het Europese burgerschap te versterken en de Europese burgers in te lichten over de nieuwe rechten die voortvloeien uit de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Zoals gewoonlijk leidt het verslag over de mensenrechten in de Europese Unie tot twee uitwassen: enerzijds vraagt men om steeds meer rechten voor allerlei soorten minderheden, ten koste van de meerderheid van onze medeburgers, en anderzijds haalt men de zweep over de vaderlandslievende politieke bewegingen door er constant dezelfde eeuwige, links- en leugenachtige etiketjes op te plakken, de legitimiteit van hun verkiezingsoverwinningen in twijfel te trekken of hun vrijheid van meningsuiting te beknotten. Deze militante xenofilie en natiefobie begint aardig vermoeiend te worden. U hebt niet te oordelen over de resultaten van democratisch verlopen verkiezingen in democratische landen. De recente successen van nationale partijen in Frankrijk, Hongarije, Oostenrijk, Zweden, Nederland en elders zijn geen teken van een zorgwekkende uitwas.

Het is een teken dat de burgers van Europa de buik vol hebben van de politiek die u voert, van uw laksheid op het gebied van immigratie, van uw onvermogen om de economische belangen van uw land te beschermen, van uw toegevendheid aan de financiële belangen van invloedrijke personen, van het feit dat u onze sociale vangnetten ter discussie stelt. U bent degene die in feite continu hun rechten schendt, met name hun recht op veiligheid, op een baan en een fatsoenlijk loon, hun recht op het behoud van hun cultuur en het recht om zelf over de toekomst te beslissen!

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Kalinowski (PPE), schriftelijk. − (PL) In het Europees Parlement spreken we regelmatig over mensenrechtenschendingen, democratische principes en discriminatie van minderheden. We reiken de Sacharov-prijs uit, steunen humanitaire acties en streven naar gelijke rechten en privileges voor burgers in de hele wereld, niet alleen in Europa. Ondertussen betreur ik echter ten zeerste dat we er nog steeds niet in slagen om de grondrechten in de lidstaten te laten naleven.

De Poolse minderheid in Litouwen maakt bijna zeven procent uit van de totale bevolking. Deze mensen worden nog steeds gediscrimineerd en hun rechten worden voortdurend geschonden. Ik doe dan ook nogmaals een beroep op de hier aanwezige leden van het Europees Parlement, evenals op de Voorzitter van het Europees Parlement, de Commissie en de Europese Raad om ervoor te zorgen dat de Litouwse regering de democratische beginselen en waardigheid van de burgers respecteert.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (ECR), schriftelijk. − (EN) De ECR-Fractie is een trouw voorvechter van mensenrechten en fundamentele vrijheden. Wij zijn van mening dat er voor de EU een rol is weggelegd in het verdedigen van de grondrechten, maar het zijn de lidstaten die de eerstverantwoordelijken zijn, in overeenstemming met hun tradities van democratie en rechtsstaat. Wij zijn van mening dat het verslag-Gál zeker goede elementen bevat, maar over het algemeen benadrukt het te veel de rol van de EU op gebieden die volgens ons onder de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten vallen, zoals immigratie en rechtsstelsels. We hebben ons vandaag daarom moeten onthouden van stemming over dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) De inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon heeft de EU meer verantwoordelijkheden gegeven ten aanzien van het scheppen van een cultuur van verdediging van de grondrechten binnen de EU en de lidstaten. Het is van essentieel belang dat de EU de bescherming van de grondrechten niet alleen intern maar in de gehele wereld bevordert, waar helaas ernstige schendingen van deze rechten blijven plaatsvinden. Dit is de enige manier waarop de vrede, mensenrechten en fundamentele vrijheden kunnen worden bevorderd.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. − (ES) Ik betreur het dat, zoals in het verslag staat, de Raad noch de Commissie de aanbevelingen heeft gevolgd van het verslag van 2007 over het gebruik van Europese landen door de CIA voor het vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen en dat zij daarover geen informatie hebben verstrekt aan het Europees Parlement. Ik ben het eens met het algemene oordeel dat de EU meer moet doen om te voorkomen dat de mensenrechten en de grondrechten worden geschonden, zoals dit jaar al te vaak is gebeurd met migranten en onderdanen uit derde landen die in de Europese Unie wonen. Hoewel ik het deels niet eens ben met het oordeel van het verslag over de rol van de EU als hoedster van de mensenrechten in de wereld en de rol van de Europese Dienst voor extern optreden, omdat er geen duidelijkheid wordt gegeven over de verenigbaarheid van deze rol met de noodzaak het beginsel van niet-inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van andere staten te eerbiedigen, heb ik toch vóór gestemd omdat ik me kan vinden in de algemene teneur dat de Europese Unie in alles wat zij doet de mensenrechten moet eerbiedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk. (FR) De bescherming en bevordering van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden vormt het hart van de democratie en de rechtsstaat in de Europese Unie. Door toe te treden tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens zal de Europese Unie kunnen beschikken over een extra mechanisme om de naleving van de rechten van de mens af te dwingen. Dan zal het namelijk mogelijk worden om zich tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te wenden. Daarnaast is het raadzaam dat de instellingen van de Europese Unie en de lidstaten nieuwe bewustwordingscampagnes lanceren, zodat de burgers zich bewust worden van deze grondrechten en van de betere bescherming ervan. Daarnaast moet er een doeltreffender samenwerking tot stand worden gebracht met de internationale organisaties die zich met de bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden bezighouden.

Het is belangrijk dat de Europese Unie een strategie uitwerkt voor de rechten van het kind en praktische maatregelen treft die mishandeling, seksuele uitbuiting en kinderporno bestrijden, veilig internetgebruik bevorderen en kinderarbeid en armoede onder kinderen tegengaan. De strijd tegen mensenhandel, die een onaanvaardbare vorm van slavernij is die voornamelijk vrouwen en kinderen treft, moet prioriteit blijven krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Mensenrechten en fundamentele vrijheden spelen een centrale rol in de democratie en de rechtsstaat. Het is derhalve van belang dat deze fundamentele waarden hoe dan ook in de Europese Unie gewaarborgd worden. Het recht op vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, vrijheid van vergadering en vereniging, evenals het recht op vrij verkeer en het recht op integriteit en de eerbiediging van de menselijke waardigheid zijn de hoekstenen van een vrije samenleving. Ik heb tegen het verslag gestemd, omdat hierin geen aandacht werd besteed aan de christelijke waarden en de beperkingen voor inwoners als gevolg van immigratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) De toetreding van de EU tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), zoals voorzien in het Verdrag van Lissabon, is problematisch. Daarmee worden de grondrechten in de EU onderworpen aan controle door het Europees Hof voor de rechten van de mens (EHRM). Afgezien van de rechtsproblemen waar de rechters van het Hof van Justitie van de Europese Unie voor waarschuwen, is het duidelijk dat een gerechtshof dat een oordeel tegen kruisen in klaslokalen velt geen geschikt besluitvormingsorgaan voor de EU is. Het kruis is het symbool van het christendom en behoort tot de fundamenten van Europa en onze fundamentele waarden. Het EHRM heeft ook onlangs nog opzien gebaard met zijn oordelen, zoals zijn poging om uitzettingen van Oostenrijk naar Griekenland in het kader van de Dublin II-verordening te verhinderen. Als het aan het EHRM lag, zouden de lidstaten met de beste sociale voorzieningen de volledige last van vluchtelingen in de EU moeten dragen. Dit arrest van het EHRM zal niet leiden tot een betere integratie van vluchtelingen en het is geen doeltreffende manier om de asielproblemen van de EU op te lossen. Bovendien is de onpartijdigheid van de rechters van het EHRM niet gewaarborgd. Een van de rechters heeft zelf toegegeven dat hij klachten van asielzoekers nauwkeuriger zou bekijken dan andere gevallen. Het is onaanvaardbaar dat bepaalde klagers een voorkeursbehandeling van een gerechtshof krijgen. Bovendien komt een van de rechters van het EHRM uit Turkije, waar de mensenrechten niet worden geëerbiedigd en dat gebieden van de EU militair bezet. Het EHRM is mijns inziens noch Europees, noch een Europees hof voor de rechten van de mens. Ik heb derhalve tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) De basis van de democratie en de basis van elke rechtsstaat is de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. Met de goedkeuring vorig jaar van het Verdrag van Lissabon is het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie juridisch bindend geworden. Hiermee wordt een nieuw Europees rechtskader afgebakend waarbinnen de in het Handvest tot uiting gebrachte universele waarden eindelijk concrete rechten worden. Ik heb gestemd vóór het verslag van mevrouw Gál, juist omdat hierin instemming wordt betuigd met de effectieve tenuitvoerlegging van de grondrechten in de Europese Unie na Lissabon. Het gaat hier niet alleen om een ontwikkeling binnen de EU maar ook om een externe stellingname ter waarborging en bescherming van de mensenrechten, en ter bevordering van vrede en welvaart van de burgers in een klimaat van door het recht gegarandeerde rust, zekerheid en rechtvaardigheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Giorgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk. – (EL) Ik heb vandaag voor het verslag gestemd over de situatie van de grondrechten binnen de EU. Dit verslag heeft een toegevoegde waarde, want het geeft opheldering over de rol die de Europese instellingen binnen de nieuwe Europese architectuur zullen krijgen op het gebied van de grondrechten, vooral nu, na het Verdrag van Lissabon, en het dringt aan op de versterking van de transparantie, het democratisch toezicht en de toegang tot documenten tussen de Europese instellingen onderling. Voor wat betreft het Handvest van de grondrechten, dat inmiddels bindend is en een breed spectrum van rechten beslaat, wordt de Commissie gevraagd een jaarverslag op te stellen over de naleving van de bepalingen van het Handvest en een beoordeling te maken van de toepassing van de diverse rechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) In dit verslag worden de verplichtingen benadrukt die voortvloeien uit het Verdrag van Lissabon op het vlak van de bestrijding van sociale uitsluiting en discriminatie en de bevordering van rechtvaardigheid en sociale bescherming, gelijkheid van mannen en vrouwen, solidariteit tussen de generaties en de bescherming van de rechten van het kind. De nadruk op deze punten, alsook de expliciete verwijzing naar personen die tot een minderheid behoren, wat een andere fundamentele waarde is van de Europese Unie, waren de reden dat ik vóór dit verslag heb gestemd. Ik steun het standpunt van het Europees Parlement in zijn verzoek aan de Commissie om de onderhandelingen en technische raadplegingen af te ronden, zodat de Europese Unie zonder verder uitstel tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens kan toetreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Met dit verslag benadrukt het Europees Parlement opnieuw dat de effectieve bescherming en bevordering van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden de kern vormen van de democratie en de rechtsstaat in de EU en een noodzakelijke voorwaarde zijn voor de consolidering van de Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, en dat er maatregelen op verscheidene niveaus (internationaal, Europees, nationaal, regionaal en lokaal) voor nodig zijn. Het benadrukt bovendien de rol die regionale en lokale autoriteiten kunnen spelen bij de concrete tenuitvoerlegging en de bevordering van deze rechten. Het roept daarom alle EU-instellingen en de regeringen en parlementen van de lidstaten op voort te bouwen op het nieuwe institutionele en juridische kader dat is gevestigd door het Verdrag van Lissabon om een omvattend intern mensenrechtenbeleid voor de Unie uit te werken dat zowel op nationaal niveau als op het niveau van de EU voorziet in effectieve verantwoordingsmechanismen om schendingen van de mensenrechten aan te pakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Joanna Senyszyn (S&D), schriftelijk. − (PL) Ik heb het verslag van mevrouw Gál over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie (2009) gesteund. Ik verwijs naar paragraaf 13, waarin wordt opgeroepen tot een volledige en consequente uitvoering van het programma van Stockholm. In september van dit jaar heeft voorzitter Barroso ons verzekerd dat de Commissie hier intensief werk van zou maken. Het is belangrijk dat dit tijdspad soepel wordt doorlopen. Alle Europeanen moeten immers dezelfde rechten genieten. In het Europa van de eenentwintigste eeuw is geen plaats voor discriminatie!

Ik vraag de Hongaarse en Poolse voorzitterschappen wat zij zullen doen om het programma van Stockholm effectief uit te voeren. We zijn het namelijk aan de burgers verplicht om het recht dat we creëren ook toe te passen. Daarnaast wil ik erop wijzen dat de lidstaten in overeenstemming met paragraaf 39 van de resolutie voortdurend nationale rechters moeten opleiden op het gebied van de fundamentele rechten en vrijheden, met inbegrip van de nieuwe elementen die met het Verdrag van Lissabon zijn ingevoerd. Zelfs de beste wetgeving verandert immers niets als deze niet goed wordt geïnterpreteerd en toegepast.

 
  
  

- Verslag-Juvin (A7-0338/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk. − (LT) Ik heb voor deze resolutie gestemd omdat het nodig is maatregelen te nemen om een einde te maken aan oneerlijke handelspraktijken op het gebied van reclame, die bovenal een negatief effect op de consument hebben. Om tastbare resultaten te bereiken is het van belang om de Europese samenwerking te intensiveren teneinde oneerlijke praktijken in onlinereclame te bestrijden. De meest kwetsbare groepen, zoals kinderen, adolescenten, ouderen enzovoort, hebben bijzondere bescherming nodig. Wij moeten erop wijzen dat er een gebrek aan informatie is over de rechten van de consument met betrekking tot reclame, en daarom steun ik het voorstel om stappen te ondernemen teneinde de toegang tot informatie te vergemakkelijken en reclame transparanter te maken. Het is verder van essentieel belang om een kritische houding te ontwikkelen ten aanzien van de kwaliteit van de media-inhoud, omdat een goedgeïnformeerde consument sterker staat. Ik geloof dat wij, gezien het gebrek aan reclamegeletterdheid, een speciaal onderwijsprogramma moeten ontwikkelen om kinderen en adolescenten reclamegeletterd te maken door hen te helpen het instrument reclame beter te begrijpen en hun te leren hoe ze reclame moeten interpreteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie stelt een eer in de bescherming van de consument op de interne markt. Dat is niet alleen een kwestie van ethiek, maar ook een politieke strategie. Meer vertrouwen van de consument in de producten die in grote hoeveelheden op de markt verschijnen, stimuleert immers de vraag. In die context is de rol van reclame tweeslachtig. Enerzijds is reclame een fantastisch middel om de vraag te vergroten, maar anderzijds kan reclame door middel van twijfelachtige praktijken ook een negatieve rol vervullen in de marktwerking. Dit misbruik vindt het meest op internet plaats, waar vooral slachtoffers worden gemaakt onder de meest kwetsbaren onder ons. Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat deze resolutie, na de raadpleging en het reeds door het Europees Parlement uitgevoerd onderzoek, de Commissie oproept de nodige maatregelen te nemen om de huidige regelgeving te hervormen. Door regels op te stellen voor de bestrijding van deze nieuwe frauduleuze praktijken, zijn we straks weer een stapje dichterbij een interne markt gekomen waar de consument voorop staat.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (ALDE), schriftelijk.(GA) Ik heb mijn steun gegeven aan dit verslag over de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag. Misleidende en agressieve reclame baart de consumenten en het bedrijfsleven steeds meer zorgen en dit verslag bevat een aantal goede voorstellen om hier iets aan te doen.

De Europese consumenten en bedrijven moeten beschermd worden tegen ondernemingen die zich van misleidende reclames bedienen. Te dien einde moeten de mensen en bedrijven in de EU geïnformeerd worden over de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken en de Richtlijn misleidende reclame, zodat zij meer inzicht krijgen in hun rechten. Op producten als alcohol en online gokken moet toezicht worden uitgeoefend om kwetsbare consumenten te beschermen.

Ik ben met name verheugd over het feit dat de Commissie in dit verslag wordt verzocht om de gevolgen van agressieve reclame voor kwetsbare consumenten te onderzoeken en om voor een correcte toepassing te zorgen van de wetgeving inzake bescherming van kinderen.

Een punt van zorg is ook de behavioural advertising en de ontwikkeling van indringerige reclamepraktijken, zoals het gebruik van sociale netwerken en het lezen van e-mails, om informatie te verzamelen die bij het adverteren kan worden gebruikt. De Commissie moet deze aanvallen op de privacy van consumenten dan ook aanpakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. − (LT) Met de snelle ontwikkeling van de reclametechnologieën en de verspreiding van reclame via internet, mobiele telefoons en sociale netwerken is het nodig om effectieve maatregelen te nemen om de consument tegen ongevraagde en misleidende reclame te beschermen. Er moet in het bijzonder aandacht worden besteed aan de meest kwetsbare groepen, zoals kinderen en adolescenten. De samenwerking tussen de lidstaten om oneerlijke praktijken in onlinereclame te bestrijden moet worden geïntensiveerd om de gevolgen van de verstoring van de interne markt en van oneerlijke handelspraktijken te voorkomen. Verder is het nodig om de consument meer informatie te geven over zijn rechten op reclamegebied en om deze informatie toegankelijker en transparanter te maken. De Commissie moet de toepassing van de wetgeving inzake oneerlijke handelspraktijken in de lidstaten onafgebroken controleren en evalueren en verslagen opstellen over de tenuitvoerlegging van de wetgeving. Aangezien er nog steeds gebrek aan kennis is over de sociaalpsychologische effecten van reclame op de consument, is het nodig om actie te ondernemen en onderzoek naar deze effecten te doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk.(LT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat het gaat over oneerlijke handelspraktijken op het gebied van reclame, waarbij vooral aandacht wordt geschonken aan vraagstukken die verband houden met nieuwe reclamepraktijken en -technologieën. Ik wil er graag op wijzen dat reclame belangrijke gevolgen kan hebben voor de gendergelijkheid. Reclame brengt immers vaak discriminerende en/of onwaardige boodschappen over, die gebaseerd zijn op allerlei vormen van genderstereotypen, met als gevolg dat de strategieën voor gendergelijkheid worden tegengewerkt. Ik ben het daarom eens met de oproep van het Europees Parlement aan de Commissie en de lidstaten om ervoor te zorgen dat personen die actief zijn in de media en in de reclamewereld de menselijke waardigheid eerbiedigen. Ze moeten al het mogelijke doen om discriminatie te bestrijden en afzien van alles wat aanzet tot haat op basis van geslacht, ras, etnische afkomst, leeftijd, religie of geloof, seksuele geaardheid, handicap en sociale status. Wat de bescherming van kwetsbare groepen betreft: de Commissie dient een analyse te maken van de impact van misleidende en agressieve reclame op kwetsbare consumenten. Ik leg er de nadruk op dat vooral kinderen, tieners en ouderen bescherming behoeven tegen de negatieve gevolgen van reclame.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. − (RO) Reclame gaat gepaard met oneerlijke handelspraktijken en het binnendringen van de publieke/particuliere ruimte, en maakt meerdere categorieën mensen kwetsbaar. De reclame op internet is de afgelopen jaren aanzienlijk gegroeid en is goed voor meer dan 14 miljard euro op de Europese markt alleen. Het is belangrijk dat we de Europese samenwerking bij de bestrijding van oneerlijke handelspraktijken in onlinereclame versterken, zoals blijkt uit het succes van de Sweep-acties (systematische gelijktijdige controle van websites door de lidstaten), die voorlopig beperkt zijn gebleven tot drie sectoren (vliegtickets, ringtones voor mobieltjes en elektronische toestellen). Deze controles moeten vaker worden uitgevoerd en het actieterrein moet worden uitgebreid. De zelfregulering op de internationale markten komt tegemoet aan de snelle ontwikkelingen in de reclamesector en is gericht op responsabilisering van de betrokkenen en de verspreiding van goede praktijken.

Zelfregulering moet op het niveau van de Unie worden aangemoedigd, om een traditie van zelfdiscipline en verantwoordelijke communicatie te verankeren. De richtlijn oneerlijke handelspraktijken, die betrekking heeft op onlinereclame in het kader van de relaties tussen bedrijven en consumenten, is ontoereikend geworden. Onlinereclame ontwikkelt zich iedere dag verder. Sociale netwerken breiden zich uit in een omvang die een aantal jaar geleden niet te voorzien was.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb gestemd vóór dit verslag over de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag. Gezien de invloed die reclame uitoefent op de consument en de economie is het eens te meer noodzakelijk om te voorkomen dat bepaalde oneerlijke reclamepraktijken het maken van commerciële keuzes beïnvloeden en bepalen.

De verspreiding van nieuwe communicatiesystemen zoals internet vereist dat nog meer aandacht wordt besteed aan consumenten en in het bijzonder aan kwetsbare maatschappelijke groepen als kinderen en adolescenten. Het is onze taak te strijden tegen de verspreiding van misleidende en leugenachtige informatie maar vooral tegen bepaalde praktijken als spam per e-mail, die een aanslag zijn op het privéleven en de privacy van gebruikers.

Ik ben het eens met de rapporteur als hij vraagt om verscherpte aandacht voor het terugdringen van oneerlijke reclamepraktijken via uitbreiding van de huidige richtlijn. Ik ben van mening dat de tekst waar vandaag over is gestemd een adequaat evenwicht biedt tussen vrijheid van meningsuiting consumentenbescherming.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Reclame is een essentieel instrument voor een goed werkende markt en voor mededinging, en uiteindelijk ook voor de consumenten, aangezien het, mits adequaat gereguleerd, voor een beter geïnformeerde keuze zorgt. De nieuwe technologieën waar reclamemakers gebruik van kunnen maken, ontsluiten echter een nieuw terrein waarop nieuwe, oneerlijke promotieactiviteiten zich kunnen ontwikkelen. Daarom is een wijziging van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken gerechtvaardigd.

Om haar fundamentele taken in een vrije en concurrerende markt te kunnen vervullen, moet reclame goed worden gereguleerd, en moeten handelspraktijken die de markt verstoren adequaat worden bestraft. Dit is vooral van belang voor vormen van online reclame via internet en telefoon, die het publiek vaak ongevraagd bereiken, en belangrijke vragen oproepen met betrekking tot onder meer oneerlijke praktijken en het ongeoorloofd gebruik van persoonsgegevens. Daarom ben ik van mening dat dit een uitstekend initiatief is, waar ik graag mijn steun aan geef.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Dit verslag heeft betrekking op oneerlijke handelspraktijken op het gebied van reclame, volgens de definitie van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, en is met name gericht op de problemen als gevolg van de ontwikkeling van nieuwe reclamepraktijken en -technologie. Het heeft geen betrekking op betrekkingen tussen bedrijven (B2B), die met name vallen onder Richtlijn 2006/114/EG.

Oneerlijke praktijken op het gebied van reclame nemen verschillende vormen aan, zoals het binnendringen van de publieke ruimte en de gerichtheid op personen die bijzonder kwetsbaar zijn, zoals kinderen. Aangezien jongeren en kinderen degenen zijn die het meest aan reclame via internet worden blootgesteld, sta ik achter de noodzaak om een geïntegreerd Europees beleid te ontwikkelen voor het bestrijden van het ongereguleerd gebruik van het internet en andere communicatiemiddelen.

Met het oog daarop stel ik voor een nieuw, verplicht domein te creëren dat specifiek gericht is op het opdoen van kennis over de risico's die verbonden zijn aan het gebruik van het internet en andere communicatiemiddelen, met name ten aanzien van oneerlijke reclamepraktijken, gericht op kinderen van de basisschoolleeftijd. Ook stel ik voor een verplicht vak op te nemen in het laatste studiejaar van de opleiding voor basisschooldocenten en werknemers in de kinderopvang opdat ze leren hoe ze kinderen kunnen voorbereiden op een veilig en verantwoord gebruik van het internet en andere communicatiemiddelen, alsook te voorzien in voortdurende bijscholing op dit gebied voor degenen die reeds in het basisonderwijs en de kinderopvang werkzaam zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabetta Gardini (PPE), schriftelijk. (IT) De ontwikkeling van de communicatiemiddelen en de ontwikkeling van het internet hebben bijgedragen aan de verspreiding van verborgen reclameboodschappen en oneerlijke reclamepraktijken die vaak de privésfeer van de consument binnendringen.

Het is noodzakelijk om zorgvuldig na te denken over de gevolgen die dit kan hebben voor de meest kwetsbare groepen. Deze moeten worden beschermd tegen de onophoudelijke stroom van schadelijke en ongecontroleerde reclameboodschappen. Daarnaast mogen we niet vergeten dat reclame soms maatschappelijke stereotiepen overbrengt die bijvoorbeeld een uiting zijn van lichtzinnige opvattingen over seksualiteit en geweld of ongepaste boodschappen afgeeft die een negatieve invloed kunnen hebben op het gedrag van kinderen en adolescenten, die gemakkelijk beïnvloedbaar zijn en de noodzakelijke kritische houding nog ontberen.

Het is daarom noodzakelijk om de huidige wetgeving op dit gebied bij te werken en een betere interpretatie en toepassing te garanderen van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken. Tenslotte wil ik onderstrepen dat het van fundamenteel belang is de consument goed te informeren over de gebruiks- en verwerkingsvoorwaarden van de verzamelde gegevens, vooral indien in ruil voor deze gegevens prijsreducties worden aangeboden of andere promotionele aanbiedingen worden gedaan. Daarom zou het nuttig zijn om efficiënte informatiecampagnes op te zetten over de rechten van de consument om aldus het gebrek aan kennis van de met het gebruik van persoonlijke gegevens verbonden problemen goed te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb gestemd vóór het verslag over de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag, omdat ik het met de rapporteur eens ben dat adverteren in het digitale tijdperk een nieuwe dimensie heeft gekregen die het noodzakelijk maakt om – zoals de rapporteur aanbeveelt – een communautair etiketteringsysteem voor websites in te stellen, volgens het model van het European Privacy Seal-project, om te certificeren dat een site aan de wetgeving inzake gegevensbescherming voldoet. Consumenten moeten informatie krijgen die duidelijk, niet-manipulatief en objectief is, om verstandige besluiten te kunnen nemen. Geavanceerde en agressieve marketingtechnieken hebben in de loop der jaren verhinderd dat consumenten geïnformeerde keuzes konden maken met betrekking tot goederen en diensten. Dit geldt vooral voor de burgers die extra kwetsbaar zijn, zoals kinderen. We hebben een meer gedisciplineerde aanpak nodig die de belangen van de burgers werkelijk beschermt.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk.(LT) Ik steun dit verslag, omdat het betrekking heeft op oneerlijke handelspraktijken op het gebied van reclame, overeenkomstig de definitie van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken. Het gaat dan in de eerste plaats om de problemen als gevolg van de ontwikkeling van nieuwe reclamepraktijken en –technologieën. Reclame is een instrument dat zowel de gemeenschappelijke markt ten goede komt, als "glijmiddel" van de economische activiteit (bevordering van de mededinging, het concurrentievermogen, de innovatie en de creativiteit), als de consumenten (ruime keuze, lagere prijzen). Het is een belangrijke economische sector. Onlinereclame alleen al is goed voor meer dan 14 miljard euro op de Europese markt. Toch mag reclame niet worden geïdealiseerd. Bij reclame kan sprake zijn van oneerlijke praktijken, binnendringen van de publieke ruimte (bijvoorbeeld reclameborden) en de particuliere ruimte (bijvoorbeeld ongevraagde e-mails), gerichtheid op kwetsbare personen (bijvoorbeeld kinderen, personen met een te hoge schuldenlast), het opwerpen van belemmeringen voor de betreding van de interne markt (wanneer de nodige reclame-uitgaven te hoog zijn) en verstoring van de interne markt (aankoop van goederen/diensten die de consumenten normaal niet zouden kopen). Onder verwijzing naar deze en andere problemen stelt de rapporteur een aantal maatregelen voor om de consumenten te beschermen. Personalisering van reclame is op zich geen probleem (voorstellen voor producten/diensten die beantwoorden aan de smaak van de consument enzovoort), maar mag niet leiden tot de ontwikkeling van indringerige reclame op basis van de tracering van de consumenten, waarbij de principes inzake de bescherming van gegevens en van de persoonlijke levenssfeer worden geschonden.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Jahr (PPE), schriftelijk. (DE) Wij willen dat consumenten mondig en goed geïnformeerd zijn en dat ze in staat zijn om verstandige beslissingen te nemen. Het is ons doel om de consumenten alle informatie te verschaffen die ze nodig hebben om de juiste keuzes te maken in economische zin. Reclame levert eveneens een belangrijke bijdrage aan de verschaffing van informatie aan de consument. Deze moet echter wel objectieve, betrouwbare en relevante informatie bevatten, anders worden consumenten niet geïnformeerd maar raken ze het spoor bijster of worden ze zelfs misleid. Doel van het beleid is daarom om voor een eerlijke en veilige handelsomgeving te zorgen, zodat de consumenten op voet van gelijkheid aan de markt kunnen deelnemen. Het is echter eveneens belangrijk dat consumenten geen slachtoffers worden. Met hun aankoopbeslissingen kunnen ze grote invloed uit te oefenen maar ze moeten die invloed wel goed gebruiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Kalinowski (PPE), schriftelijk. − (PL) Reclame is een onmisbaar instrument voor de goede werking van de vrije markt. Het levert concrete voordelen op, niet alleen voor de economie maar ook voor de consumenten. Dankzij reclame kunnen zij immers kiezen uit een gevarieerd productaanbod. Door de voortdurende ontwikkeling van nieuwe technologieën, met name internet, maken bedrijven op het gebied van reclame helaas echter steeds vaker gebruik van onethische en oneerlijke praktijken.

Zoals opgemerkt door de rapporteur regelt de bestaande wetgeving niet alle kwesties in voldoende mate. Er moeten dan ook stappen worden genomen om de Europese consumenten goed te beschermen en voor te lichten over hun rechten. Hierbij moet bijzondere bescherming worden geboden aan de groepen die voor onethische praktijken het meest kwetsbaar zijn, zoals kinderen, jongeren en ouderen. Ik ben het dan ook eens met de voorstellen van de rapporteur.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Köstinger (PPE), schriftelijk. − (DE) Nieuwe media, met name sociale netwerken en blogs, bieden nieuwe mogelijkheden voor communicatie en reclame. De mogelijkheden van internetmarketing betekenen echter dat er nieuwe eisen worden gesteld aan de wetgeving voor consumentenbescherming. De huidige richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt gaat echter niet in op deze nieuwe reclamemethoden. Jonge consumenten, met name tieners en kinderen, maken op grote schaal gebruik van deze nieuwe technologieën en kunnen worden blootgesteld aan misleidende en agressieve reclame. Uit het onderzoek "EU Kids online" blijkt dat reeds een derde van de internetgebruikers in de leeftijd van negen tot tien jaar internet dagelijks gebruiken, terwijl het percentage onder vijftien- tot zestienjarigen op 77 procent ligt. Het is derhalve uitermate belangrijk dat er op dit gebied dringende maatregelen worden genomen, zoals het invoeren van beperkingen en tegelijkertijd het bieden van voorlichting en informatie. Ik steun de resolutie omdat consumenten voorgelicht moeten worden over de nieuwe technische communicatiemiddelen en de risico's daarvan.

 
  
MPphoto
 
 

  Edvard Kožušník (ECR), schriftelijk. − (CS) Ik kan het met een groot deel van de opmerkingen en voorstellen in het verslag eens zijn. Een klein deel daarvan neigt echter tot een versterking van de positie van de overheid onder het mom van consumentenbescherming, en dat is volstrekt onaanvaardbaar. Dit verslag dient een veel groter accent te leggen op voorlichting van gebruikers over hoe zij zich op internet zouden moeten gedragen, hoe zij hun computer kunnen beveiligen en hoe en aan wie zij wel of niet hun persoonsgegevens zouden moeten verstrekken. Het is uit den boze dat de overheid technische instrumenten invoert onder het mom van consumentenbescherming. Computers zijn net als alle andere soorten elektronische apparatuur die middels elektronische communicatienetwerken met het internet zijn verbonden, uitermate kwetsbaar. Het is dan ook de taak van politici en de overheid om de burger voor te lichten, opdat deze beseft dat hij zijn privacy dient te beschermen zoals hij zijn huis op slot doet en beveiligt en dat het vandaag de dag onontbeerlijk is de elektronische apparatuur waarmee hij met de wereld communiceert even zorgvuldig te beschermen. Verder is het de taak van politici om strenge straffen in te voeren voor misbruik van persoonsgegevens of inbreuk op de privacy. Daarbij maakt het volstrekt niet uit of dat nu met behulp van het internet gebeurt, of op een andere manier.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) De titel van dit initiatiefverslag deed vermoeden dat dit Parlement zich eindelijk ging buigen over het maatschappijmodel dat de reclamemakers ons, zonder dat we ergens om hebben gevraagd, proberen te verkopen. Maar, op enkele interessante punten na, zoals de strijd tegen gerichte reclame en tegen discriminatie in reclame of het verzoek om televisiereclame voor kinderen terug te dringen, is dit verslag in de verste verte niet wat men ervan zou verwachten. Er wordt niet veel meer gedaan dan het aan de kaak stellen van illegale reclame die de zo heilige concurrentie zou vervalsen, waarna de verdiensten van de reclame voor de burgers, die consumenten worden genoemd, en voor de media worden geroemd. Daar doe ik niet aan mee. Ik stem tegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. – (PT) Oneerlijke handelspraktijken op het gebied van reclame moeten worden bestreden. De situatie met betrekking tot persoonlijke schulden wordt steeds problematischer. We moeten alles in het werk stellen om te voorkomen dat dit probleem nog verergert. Reclame kan een belangrijk instrument zijn voor bedrijven, en hoort dit ook te zijn: het dient als een bron van inkomsten, bevordert het concurrentievermogen, zorgt voor gezonde concurrentie en bevordert creativiteit. We weten allemaal dat er kwetsbare mensen zijn, bijvoorbeeld kinderen, waar reclamecampagnes zich met name op richten. Daarom deel ik de mening dat dit probleem onze speciale aandacht verdient, zodat we een samenleving kunnen opbouwen die op een breder maatschappelijk en economisch draagvlak rust. Daarom heb ik vóór dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alajos Mészáros (PPE), schriftelijk. (HU) Als het gaat om de gevolgen van adverteren op het consumentengedrag, is reclame net zo goed voor de interne markt als voor de consumenten. Reclame bevordert de mededinging, het concurrentievermogen en werkt innovatie en creativiteit in de hand. Ook is zij een belangrijke economische sector, waarbij onlinereclame alleen goed is voor 14 miljard euro. Toch moeten we ook rekening houden met de keerzijde van de medaille. Veel reclames proberen kwetsbare doelgroepen te manipuleren, zoals kinderen en personen met een enorm hoge schuldenlast. Ik denk dat het belangrijk is de Europese samenwerking op het gebied van de strijd tegen oneerlijke praktijken in reclame te bevorderen.

Wij vinden het verschijnsel van discriminerende stereotypen op grond van geslacht, dat een belemmering kan vormen voor gendergelijkheid, onacceptabel. We moeten er met gepaste middelen voor zorgen dat personen die actief zijn in de media en in de reclamewereld de menselijke waardigheid eerbiedigen en zich kanten tegen beelden die direct of indirect discriminerend of stereotyperend zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. − (ES) Ik heb voor dit verslag over de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag gestemd, omdat het duidelijk wijst op een verbetering van het bestaande wetgevingskader inzake de bescherming van de consument op dit punt en de noodzaak van herziening ervan met het oog op de nieuwe, nog niet gereguleerde vormen van reclame. Ik steun het verslag ook omdat het een betere afstemming tussen de lidstaten beoogt ter vermijding van mazen in de wet die bedrijven zouden kunnen benutten voor misleidende reclamepraktijken in de EU-lidstaten. Ik denk dat het verslag terecht verwijst naar de "verborgen" reclamemechanismen die zich hebben ontwikkeld en plaatsvinden op internet, waarbij in veel gevallen reclame de vorm heeft van meningen of commentaren op sociale netwerken, op fora of in blogs. Verder deel ik de zorg die dit verslag uitspreekt aan het adres van de Raad en de Commissie over het reële gevaar van bedrijven die tegelijk inhoud en reclameruimte aanbieden. Dit zijn enkele van de belangrijkste redenen waarom ik voor dit verslag heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel (ALDE), schriftelijk. (FR) Reclame is alomtegenwoordig, op straat, in kranten, op televisie, op de radio en op internet. En of je het nu wilt of niet, reclame heeft een grote invloed op het gedrag van de consument. Het is een communicatiemiddel. Daar waar de informatieve rol van reclame van wezenlijk belang is voor de goede werking van de interne markt, heeft de consument het recht geïnformeerd en beschermd te worden. Daarom is het verslag over oneerlijke handelspraktijken in de reclame en problemen door de ontwikkeling van nieuwe reclamepraktijken en –technologieën van groot belang. De controle op reclame is van wezenlijk belang om rechtmatige, eerlijke reclame te waarborgen. Het is noodzakelijk de Europese samenwerking op dit gebied te versterken, aangezien het nuttig zou kunnen zijn coregulering aan te moedigen. Tot slot is online reclame vaak agressief en indringend. Ook hier moet grondig naar worden gekeken.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb gestemd vóór het verslag, en wel om een aantal redenen:

1. het is tijd om alle massamedia op het internet te erkennen;

2. onjuiste informatie en smaad moeten zaken zijn waarvoor men strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld;

3. de toegang tot kwetsbare groepen, zoals kinderen, moet worden beperkt;

4. het internet moet worden gezuiverd van spam en degenen die spam verspreiden moeten worden bestraft;

5. er moeten zeer strenge regels komen voor bekendmakingen;

6. het Parlement moet gedwongen worden om een speciale structuur op te zetten om te zoeken naar plotters en hackers en hen ter verantwoording te roepen.

Laten we aan het werk gaan en zorgen dat dit alles voor elkaar komt!

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Reclame is een machtig middel van het bedrijfsleven, dat in bepaalde gevallen kan worden gebruikt om het onderbewustzijn te prikkelen. Het doel van reclame is om consumenten- en aankoopgedrag te beïnvloeden. Oneerlijke handelspraktijken moeten echter zonder meer worden voorkomen. Het is daarbij van het grootste belang dat openbare ruimten en kwetsbare personen en de privacy worden beschermd. Beoordelen of reclame deze grenzen heeft overschreden, is uiteraard bijzonder tijdrovend. In het geval van gevoelige kwesties ten aanzien van legale drugs, zoals alcohol en tabak, zijn al langere tijd strenge regels van kracht.

Andere gebieden zullen onder de zelfregulering in de lidstaten blijven vallen als aanvulling op het wetgevingskader. Er moet een inhaalslag worden gemaakt op het gebied van internetreclame, maar bijvoorbeeld ook in gevallen waarin extra kosten onder het tapijt worden geveegd en waar het gebruik van nieuwe technologieën en reclamepraktijken, zoals sociale netwerken of blogs nieuwe terreinen vormen. Aangezien het belangrijk is om consumenten te beschermen tegen verborgen reclame en soortgelijke problematische reclamepraktijken, heb ik voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE), schriftelijk.(LT) Het bestaand rechtskader volstaat niet meer voor het reguleren van de huidige reclamepraktijken. Reclame op het internet – via zoekmachines, sociale netwerken en internettelevisie – en mobiele telefoons wordt de consumenten vaak opgedrongen. Erger nog: het komt voor dat gegevens over consumenten worden verzameld zonder dat deze dat weten of zich er werkelijk van bewust zijn. Daar komt bij dat het rechtskader voor dit type reclame talloze lacunes vertoont. Op televisie mag bijvoorbeeld geen reclame worden gemaakt voor alcohol, maar dit soort reclame kan via het internet wel op minderjarigen worden gericht. Tot slot is het zo dat internetreclame heel gemakkelijk de grenzen overschrijdt. Dit initiatief is bedoeld om de regels voor deze soorten reclame aan te scherpen en is dus hoogst welkom. De consumenten en hun privacy moeten beschermd worden, en hun persoonlijke gegevens mogen niet zonder hun toestemming of op buitensporige wijze gebruikt worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. − (PL) Zoals de rapporteur benadrukt, is reclame een belangrijke sector van de economie. Aan de andere kant brengt reclame veel risico's met zich mee. Ik sta dan ook volledig achter het advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid om inhoud met een discriminerend karakter uit reclame te verwijderen. Daarnaast is het buitengewoon belangrijk, zoals ook de rapporteur aangeeft, dat groepen die kwetsbaar zijn voor manipulatieve reclame worden beschermd. Ik denk hierbij aan kinderen, tieners en ouderen. Ik steun het voorstel van de rapporteur om in de hele Europese Unie een onderwijsprogramma voor kinderen uit te voeren, gericht op het begrijpen van de mechanismen die in reclame worden gebruikt. Ook moet worden nagedacht over het opzetten van soortgelijke programma's voor de overige twee groepen die gevoelig zijn voor manipulatie, namelijk tieners en ouderen. Misschien is het een goed idee om bij deze voorlichting vertegenwoordigers van andere leeftijdsgroepen te betrekken. Op basis van deze overwegingen heb ik besloten om het verslag over de gevolgen van adverteren voor het consumentengedrag te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Reclame heeft vaak een enorme invloed op de consument en kan uitmonden in een risico van oneerlijke handelspraktijken. Mijn besluit om voor het verslag te stemmen komt voort uit de manier waarop gebruik wordt gemaakt van reclame. Reclame is een instrument ten dienste van zowel de interne markt, waar het een glijmiddel is in de economische activiteiten, als de consument. Reclame is echter vooral ook een belangrijke economische sector. Het is duidelijk dat ook rekening gehouden moet worden met de negatieve aspecten van reclame: oneerlijke praktijken, het binnendringen van de publieke en particuliere ruimte, beïnvloeding van de meest kwetsbare groepen van personen, het opwerpen van potentiële barrières bij de toegang tot de markt en verstoring van de interne markt. Het is daarom belangrijk dat de Europese samenwerking wordt versterkt bij de strijd tegen oneerlijke praktijken op reclamegebied middels een proces van coregulering dat de doelmatigheid en de toepasbaarheid van de maatregelen kan verbeteren. Daarnaast is het volgens mij van fundamenteel belang om de meest kwetsbare groepen te beschermen en de informatievoorziening en voorlichting te versterken, waardoor reclame transparanter wordt voor de consument. Het zou erg goed zijn om met pedagogische hulpmiddelen informatiecampagnes op te zetten over consumentenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) De invloed van reclame op het consumentengedrag is een realiteit die niet onder het tapijt mag worden geveegd, en dit verslag doet dat ook niet. Dit verslag, waar ik vóór heb gestemd, heeft betrekking op oneerlijke handelspraktijken op het gebied van reclame, volgens de definitie van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, en richt zich met name op de problemen als gevolg van de ontwikkeling van nieuwe reclamepraktijken en -technologie.

Reclame is een positief instrument, zowel voor de interne markt als voor de consument. Het is echter wel van belang om de diverse vormen van misbruik te bestrijden. Daarvan noem ik: oneerlijke praktijken, het binnendringen van de publieke en particuliere ruimte, zoals ongevraagde e-mails, overmatige gerichtheid op kwetsbare personen en de mogelijke verstoring van de interne markt, dat wil zeggen, de aankoop van goederen en diensten die de consumenten normaal niet zouden kopen.

De analyse van de huidige wetgeving en de voorstellen om deze te herzien of te verbeteren moeten gericht zijn op een beoordeling van deze verstoringen. Ik steun de rapporteur in zijn wens om de Europese samenwerking bij de strijd tegen oneerlijke reclamepraktijken te intensiveren, door de reikwijdte of frequentie ervan te vergroten.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) Ik ben het eens met de rapporteur, de heer Juvin, en met het belang dat hij hecht aan een versterking van de Europese samenwerking bij de strijd tegen oneerlijke reclamepraktijken online. Dit belang is aangetoond door het succes van de zogenaamde Sweeps (systematische en gelijktijdige controles van internetsites door de lidstaten), die op dit moment beperkt zijn tot drie sectoren: vliegtickets, ringtones en elektrische apparaten. Ik ben het eens met het voorstel van de rapporteur om de reikwijdte en frequentie van deze controles te vergroten en om coregulering te stimuleren. Daarmee kunnen de verschillende belanghebbenden namelijk betrokken worden bij de ontwikkelingen op wetgevingsgebied en kan aldus de efficiëntie en toepasbaarheid van de maatregelen worden verbeterd.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. − (RO) Het verslag gaat over oneerlijke handelspraktijken in de reclamesector, in de zin van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, en richt zich op de problemen die het gevolg zijn van de ontwikkeling van nieuwe praktijken en technologieën op reclamegebied. Er wordt geen aandacht besteed aan de relaties tussen bedrijven, die met name onder Richtlijn 2006/114/EG vallen. Reclame is een instrument dat zowel de interne markt dient, als glijmiddel voor economische activiteiten (stimuleren van concurrentie, competitiviteit, innovatie en creativiteit), als ook de consument (diversifiëring van het aanbod, lagere prijzen). Reclame is een belangrijke economische sector: alleen al onlinereclame is goed voor meer dan 14 miljard euro op de Europese markt. Aangezien er een gebrek aan informatie bestaat over de rechten van consumenten op het gebied van reclame, is het nodig om de toegang tot informatie gemakkelijker te maken en de transparantie te verbeteren.

Aangezien het grote publiek zich niet bewust is van de problemen in verband met het gebruik van zijn persoonsgegevens en evenmin de instrumenten die het ter beschikking staan om deze het hoofd te bieden, is het vaak nodig om informatiecampagnes over de rechten van consumenten op het gebied van reclame te starten, met name wat het gebruik van persoonsgegevens betreft, zowel vrijwillig verstrekte als automatisch verzamelde gegevens. Ook is het nodig pedagogische instrumenten voor surfers te ontwikkelen, bijvoorbeeld technologie om de op internet achtergelaten "sporen" te beheren en over de middelen om hun privéleven te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Crescenzo Rivellini (PPE), schriftelijk. (IT) Ik feliciteer de heer Juvin met zijn uitstekende werk. De richtlijn inzake oneerlijke handelspraktijken uit 2005 garandeert niet het juiste rechtskader in de strijd tegen misleidende en agressieve reclame, daar er zich op internet een reeks nieuwe en nog overtuigender vormen van reclame aan het ontwikkelen is. De resolutie stelt de Europese consument in staat zich beter te informeren over nieuwe, opdringerige vormen van reclame die zich voordoen op internet, verzoekt om een sterkere bescherming van kwetsbare consumenten en benadrukt de rol van reclame bij de bevordering van positieve gedragspatronen.

Ik wil in het bijzonder uiting geven aan mijn zorg over het routinegebruik van op het profiel van de gebruiker afgestemde reclame en over de ontwikkeling van opdringerige reclamepraktijken zoals het lezen van de inhoud van e-mails, het gebruik van sociale netwerken en geolokalisering en het bestoken van consumenten met reclame, omdat dit soort reclamecampagnes een inbreuk vormen op het privéleven van de consument. Ik vraag daarom de Commissie om het gebruik van de woorden "behavioural advertisement" (op het profiel van de gebruiker afgestemde reclame) verplicht te stellen bij dergelijke online reclameboodschappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Dit verslag heeft betrekking op oneerlijke handelspraktijken op het gebied van reclame, volgens de definitie van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, en is met name gericht op de problemen als gevolg van de ontwikkeling van nieuwe reclamepraktijken en -technologie. Het heeft geen betrekking op B2B-relaties, die met name vallen onder Richtlijn 2006/114/EG. Reclame is een instrument dat zowel de gemeenschappelijke markt ten goede komt, als "glijmiddel" van de economische activiteit (bevordering van de mededinging, het concurrentievermogen, de innovatie en de creativiteit), als de consumenten (ruime keuze, lagere prijzen).

Zij is een belangrijke economische sector, waarbij onlinereclame alleen goed is voor meer dan 14 miljard euro op de Europese markt. Toch mag zij niet worden geïdealiseerd: oneerlijke praktijken, binnendringen van de publieke ruimte (bijvoorbeeld reclameborden) en de particuliere ruimte (bijvoorbeeld ongevraagde emails), gerichtheid op kwetsbare personen (bijvoorbeeld kinderen, personen met een te hoge schuldenlast), het opwerpen van mogelijke belemmeringen voor de betreding van de gemeenschappelijke markt (wanneer de nodige reclame-uitgaven te hoog zijn) en verstoring van de gemeenschappelijke markt (aankoop van goederen/diensten die de consumenten normaal niet zouden kopen).

 
  
MPphoto
 
 

  Olga Sehnalová (S&D), schriftelijk. − (CS) Ik zou graag ten aanzien van het verslag van de heer Juvin met name stil willen staan bij de problematiek van de bescherming van persoonsgegevens op internet. Het is van groot belang erop toe te zien dat de consument eenduidige en begrijpelijke informatie krijgt over de manier waarop zijn persoonsgegevens worden vergaard, verwerkt en gebruikt. Ik geef de voorkeur aan voorlichting van internetgebruikers boven regulering van het internet, waarbij dan alleen in uitzonderlijke gevallen gereguleerd zou mogen worden of beperkingen worden opgelegd. Censuur leidt alleen maar tot een wedloop van almaar vernuftigere systemen en applicaties om mensen op te lichten, waarbij die de regulering altijd een stapje voor zijn. Het is dus van groot belang dat de internetgebruiker wordt geïnformeerd en voorgelicht en ook meer betrokken wordt bij de verwerking van zijn persoonsgegevens. Het is van groot belang dat de Commissie informatiecampagnes over de fundamentele rechten van consumenten ten aanzien van reclame in het algemeen en het gebruik van persoonsgegevens in het bijzonder organiseert. Verder zou ik het buitengewoon op prijs stellen indien er pan-Europese lesprogramma's zouden worden opgesteld waarmee kinderen en andere kwetsbare groepen worden geleerd hoe zij de valkuilen in reclame kunnen ontdekken. Verder ben ik ingenomen met het feit dat het verslag zich richt op de bescherming van kwetsbare groepen consumenten en op de waarborging van de menselijke waardigheid in reclame.

Stereotypes kunnen heel goed bestreden worden met reclame. Ook kan reclame helpen een dam op te werpen tegen racisme, seksisme, discriminatie en dergelijke. Maar reclame kan juist ook bijdragen aan negatieve zaken als geweld, verslavingen – bij voorbeeld aan tabak en alcohol – eetstoornissen, anorexia en boulimia nervosa. Verder wijst het verslag op andere belangrijke aspecten waarop gelet moet worden. Dit zijn allemaal redenen waarom ik voor het verslag gestemd hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. (DE) Internetreclame past zich aan aan het gedrag van de gebruikers. Aan de hand van een gebruikersprofiel kunnen bedrijven die reclame maken, doelgerichter adverteren en mensen buiten hun doelgroep vermijden. Volgens enquêtes keurt een groot deel van de gebruikers gepersonaliseerde onlinereclame echter af, die dikwijls als te opdringerig wordt ervaren. Velen hebben zelfs het gevoel dat ze in de gaten worden gehouden. 62 procent van de ondervraagden vreest dat de gegevensbescherming bij gepersonaliseerde reclame niet in acht wordt genomen en ook deskundigen op het gebied van gegevensbescherming hebben hier zo hun twijfels over, want persoonlijke gegevens worden immers opgeslagen, vergeleken en aan elkaar gekoppeld. In theorie kan elke gebruiker deze optie deactiveren. De link is echter niet eenvoudig te vinden en daarom wordt in dit verslag voorgesteld om het weigeren van alle volgende reclame via een rechtstreekse en effectieve weblink mogelijk te maken.

In het verslag wordt er voorts op aangedrongen dat consumenten volledig over de verzameling en de verwerking van hun gegevens en over het gebruik dat ervan wordt gemaakt, worden geïnformeerd en dat er voor een ondoordringbaar tussenschot tussen de verschillende soorten van gegevensverzameling moet worden gezorgd. De inhoud van privémail mag in geen geval voor reclamedoeleinden worden misbruikt en de automatische instelling van de parameters van systemen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer op internet volgens de strengste normen ("privacy by design") moet worden aangemoedigd.

 
  
  

- Verslag-Bendtsen (A7-0331/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik ben het eens met de algemene doelstellingen van dit actieplan, dat moet zorgen voor een betere informatiestroom op lokaal niveau of voor de oprichting van een-loketsysteem, waarbij rekening wordt gehouden met het verminderd gebruik van middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) voor maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie en waarbij de lidstaten en de regio's voor hun ontwikkeling toewerken naar een horizontale benadering van energie-efficiëntie, aangezien dit een kostenefficiënte manier is om het economisch concurrentievermogen te bevorderen en brandstoftekorten te verminderen. Ik ben het er ook mee eens dat de Commissie plaatselijke en regionale vertegenwoordigers moet raadplegen om te bepalen in welke richting het energiebeleid zich moet ontwikkelen, alsook om financiële ondersteuning te bieden voor lokale en regionale projecten in de vorm van innovatieve programma's waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande energiebronnen en de structuurfondsen. In dit kader van mogelijke maatregelen wordt voorgesteld om belangrijke stimulansen te creëren voor de regio's die tot nu toe een meer dan gemiddelde rol hebben gespeeld met betrekking tot energie-efficiëntie. Dit bevordert niet alleen hun onafhankelijkheid op het gebied van energie, maar ook de uitwisseling van goede praktijken tussen deze en de op dit terrein weinig ontwikkelde regio´s.

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE), schriftelijk.(LT) Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat we het milieu willen respecteren en economische middelen moeten vrijmaken om energie te produceren en klimaatverandering tegen te gaan. Duurzame ontwikkeling is belangrijk, maar economische ontwikkeling is dat ook. Voor de bestrijding van klimaatverandering is energie-efficiëntie onontbeerlijk. Er zullen met betrekking tot energie-efficiëntie duidelijk omschreven en realistische doelstellingen moeten worden vastgelegd (met sancties), om te verzekeren dat energie-efficiëntie niet alleen via economische voordelen wordt bereikt. Energie-efficiëntie is vooral belangrijk voor gebouwen, want juist in gebouwen kan heel veel energie bespaard worden. Ik ben het eens met de rapporteur dat de klemtoon moet liggen op de renovatie van bestaande gebouwen, omdat in de EU steeds minder nieuwe gebouwen worden opgetrokken en vele oude gebouwen het potentieel hebben om maximale efficiëntie te bereiken, mits zij naar behoren worden gerenoveerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. (FR) Mijnheer de Voorzitter, het energievraagstuk is een enorme uitdaging voor Europa. We mogen niet vergeten dat de ontwikkeling van het continent voor een groot deel te danken is aan de relatief gemakkelijke aanvoer van energie waar de Europese landen meer dan een eeuw lang van hebben kunnen genieten. De vraag naar energie heeft nu echter een andere vorm gekregen. Het gebruik van fossiele brandstoffen lijkt steeds meer iets uit het verleden. Door de dubbele druk die het probleem van de klimaatopwarming en het onvermijdelijk steeds groter wordende probleem van de brandstofaanvoer en, in mindere mate, de gasaanvoer, op ons uitoefenen, worden we gedwongen naar nieuwe oplossingen op zoek te gaan. Sinds 2006 bestaat er een Actieplan voor energie-efficiëntie. Dit plan richt zich op twee vormen van energie-efficiëntie. Als de Unie zodanig wil sparen dat ze minder afhankelijk wordt van internationale partners moet ze zich zowel op efficiëntie in de productie als op efficiëntie in de consumptie richten. Minder energieverbruikende gebouwen, zuiniger apparaten, maar ook optimalere productietechnologieën maken het mogelijk concurrentievermogen, innovatie en schaalvoordelen met elkaar te verenigen. Ik heb uiteraard voor deze essentiële tekst gestemd (inclusief de bindende doelstelling om de energie-efficiëntie tot 2020 met nog eens 20 procent extra te verhogen), waarmee de Unie een van de koplopers op dit gebied wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk.(LT) Er is sinds de goedkeuring van het Actieplan voor energie-efficiëntie in 2006 veel bereikt. De politieke en economische situatie is intussen wel sterk veranderd. Het is dus duidelijk dat het EU-beleid op het gebied van energie-efficiëntie moet worden herzien om het af te stemmen op de huidige behoeften en prioriteiten. Energie-efficiëntie is de voordeligste en snelste manier om de CO2- en andere emissies te verminderen. De door besparing te verwezenlijken economische voordelen zijn aanzienlijk en er kunnen zo veel banen worden gecreëerd. Er moet een grondige evaluatie worden uitgevoerd van de successen en de tekortkomingen van het Actieplan voor energie-efficiëntie van 2006, en die kan dan als basis voor de herziening van het EU-beleid inzake energie-efficiëntie dienen. Het wordt steeds duidelijker dat de EU niet op weg is haar 20-procent-doelstellingen te behalen, hetgeen betekent dat er doeltreffendere maatregelen moeten worden genomen om energie-efficiëntie te bevorderen. De klemtoon moet liggen op de renovatie van bestaande gebouwen, omdat op dat punt nog weinig vooruitgang is geboekt. In de EU worden er steeds minder nieuwe gebouwen opgetrokken en vele oude gebouwen beschikken over het potentieel om maximale efficiëntie te bereiken, mits zij naar behoren worden gerenoveerd. Dat zou zeker bijdragen tot een vermindering van de algemene energieafhankelijkheid van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Bennahmias (ALDE), schriftelijk.(FR) Het initiatiefverslag van de heer Bendtsen, dat met een grote meerderheid is aangenomen, zendt enkele dagen na de klimaattop in Cancún en twee maanden na de energietop van 4 februari 2011 een gepast politiek signaal uit voor het energievraagstuk. Energie-efficiëntie is ongetwijfeld één van de cruciale uitdagingen in onze strijd om het milieu te beschermen. Energiebesparingen en energie-efficiëntie vormen de snelste en meest kosteneffectieve manier om de CO2-uitstoot te verlagen en de voedselzekerheid te verbeteren. In die context roepen wij op de inspanningen te vergroten om het doel van 20 procent energiebesparing voor 2020 te halen. Het spijt mij daarentegen dat het amendement waarin de Commissie werd gevraagd volgend jaar een initiatief te lanceren om bestaande gebouwen grondig te laten renoveren, geen meerderheid heeft behaald. Het verslag gaat nu slechts over nieuwbouw en niet over het beheer van bestaande gebouwen. Gebouwen zijn echter verantwoordelijk voor ongeveer 40 procent van het energieverbruik en ongeveer 36 procent van de broeikasgassen in de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk.(LT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat het heel belangrijk is dat we specifieke maatregelen nemen voor de tenuitvoerlegging van het Actieplan voor energie-efficiëntie, zeker nu het steeds duidelijker wordt dat de EU haar doelstelling om de uitstoot van broeikasgas met 20 procent terug te dringen niet zal kunnen verwezenlijken. Ik wil er graag op wijzen dat energie-efficiëntie de voordeligste en snelste manier is om de CO2- en andere emissies te verminderen. Het biedt bovendien een unieke kans om banen te scheppen, en tegelijkertijd de afhankelijkheid van ingevoerde energie te verkleinen. Het Europees Parlement verzoekt de Commissie daarom een nieuw actieplan voor energie-efficiëntie op te stellen en daarbij rekening te houden met de behoeften van kwetsbare energieconsumenten. Ook verzoekt het de lidstaten adequate maatregelen te nemen en een effectief beleid vast te stellen, zoals nationale actieplannen of gerichte sociale maatregelen, om energiearmoede te verminderen en geregeld verslag over hun acties op dit gebied uit te brengen. Het is tenslotte de taak van de Commissie om statistieken over de ontwikkeling van alle belangrijke elementen van het energiebeleid van de EU te presenteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. (IT) Ik feliciteer collega Bendtsen met dit belangrijk en actueel verslag over energie-efficiëntie. Ik heb voor het verslag gestemd omdat ik van mening ben dat een goede energie-efficiëntie ons kan helpen de CO2-uitstoot aanzienlijk te verminderen.

Uit dit actieplan kunnen verschillende voordelen voortkomen. Om te beginnen kan het beleid nieuwe arbeidsplaatsen scheppen. Daarnaast zou het actieplan kunnen leiden tot een sterkere betrokkenheid van het midden- en kleinbedrijf, het bindweefsel van de Italiaanse en Europese economie, dat bij dit beleid nieuwe ontwikkelingskansen zou krijgen. Daartoe is het nodig te voorzien in de juiste financiële instrumenten en moeten de beroepsopleiding, het onderzoek en de toegang tot informatie worden versterkt. Ik onderschrijf daarom de noodzaak om het EU-beleid inzake energie-efficiëntie te herzien en om concrete plannen uit te voeren voor de versterking van het concurrentievermogen.

Wat betreft gebouwen en het ecologisch ontwerp, ben ik het er mee eens het accent moeten komen te liggen op de renovatie van bestaande gebouwen die, wanneer deze renovatie op de juiste manier plaatsvindt, grote mogelijkheden biedt voor energie-efficiëntie. Om deze doelstellingen te bereiken is het dus nodig om maatregelen, instrumenten en financiering te stimuleren op zowel Europees niveau als op het niveau van de lidstaten, bijvoorbeeld door de introductie van ad hoc-fondsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Březina (PPE), schriftelijk. − (CS) Het verslag over energie-efficiëntie roept op tot meer aandacht voor innovatieve systemen zoals intelligente netwerken en intelligente meters, tot een flexibelere aanwending van hernieuwbare energiebronnen en tot de opstelling van een alomvattende strategie voor warmteopwekking. Ik wil in dit verband wijzen op de politieke doelstelling om voor 2015 de helft van de huishoudens uit te rusten met intelligente meters en dit aantal voor 2020 te doen stijgen tot 80 procent. Het doet me deugd dat een aantal voorstellen ten aanzien van de invoering van wetgevende maatregelen op het vlak van energiearmoede er niet doorheen zijn gekomen en dat er in plaats daarvan dusdanige formuleringen zijn gekozen dat nu duidelijk is dat energiearmoede het best door de lidstaten kan worden opgelost, met andere woorden dat deze problematiek dient te worden aangepakt op nationaal niveau. De inzet van 15 procent van het EFRO voor projecten op het vlak van energie-efficiëntie zal eveneens een bijdrage leveren aan de verbetering van de energie-efficiëntie, hoewel ik tevens van mening ben dat dit onderwerp een horizontale Europese prioriteit zou moeten zijn, gefinancierd uit andere bronnen dan de structuurfondsen.

Dat de voorstellen ter invoering van een pan-Europese energie- of steenkoolbelasting er niet doorheen zijn gekomen, vervult mij eveneens met grote vreugde. Een dergelijke belasting zou alleen maar leiden tot duurdere energie, en dat zou vooral de mensen met lagere inkomens treffen. Verder zouden de doelstellingen op het vlak van energie-efficiëntie niet van juridisch bindende aard mogen zijn en zou hulpverlening uit de structuurfondsen niet over de volle breedte afhankelijk mogen worden gemaakt van de vervulling van de energie-efficiëntiecriteria.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Energie-efficiëntie is van cruciaal belang voor de continuïteit van de energievoorziening, de verbetering van de luchtkwaliteit, de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en de verbetering van de concurrentiekracht van onze samenleving. Energie-efficiëntie betekent "meer" doen met "minder" middelen. In het onderhavige verslag wordt een ambitieuze visie op energie-efficiëntie neergelegd, onder andere door het invoeren van individuele doelen en positieve stimulansen. Er worden belangrijke elementen geïntroduceerd op het gebied van de modernisering van de energie-infrastructuur, zoals slimme netten, energie-efficiëntie in gebouwen en vervoer, gebruik van ICT en de ontwikkeling van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van energie. Het verslag pleit voor een verdubbeling van de middelen voor wetenschappelijk onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie op het gebied van energie. Wat de financiering betreft bepleit het verslag verder dat de structuurfondsen worden ingezet ten behoeve van energie-efficiëntie en dat dit een van de prioriteiten wordt van de begroting van de EU na 2013. In verband met dit alles wil ik de heer Bendtsen, de rapporteur, feliciteren met het uitstekende werk dat hij geleverd heeft en met het bereikte evenwicht, en ik roep iedereen op dit belangrijke verslag te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marielle De Sarnez (ALDE), schriftelijk. (FR) Gebouwen zijn verantwoordelijk voor ongeveer 40 procent van het energieverbruik en ongeveer 36 procent van de uitstoot van broeikasgassen in de Europese Unie. Energiezuinige gebouwen zouden dus prioriteit moeten krijgen tijdens de volgende herziening van het actieplan voor energie-efficiëntie. Vandaag de dag zien we dat 30 procent van de bestaande woningen in Europa ongezond is en een hoge energierekening heeft. Het dus belangrijk om niet alleen duurzame nieuwbouw te stimuleren, maar ook om duurzaam te renoveren. Daarom moeten de lidstaten niet langer afwachten en direct een grondig renovatieprogramma van het bestaande woningbestand opstarten zodat tot 2050 een bijna nulenergieverbruik van gebouwen gehaald kan worden. Er bestaat ook een verband tussen energie-efficiëntie en energiearmoede. Wij vragen de Commissie derhalve een nieuw actieplan voor energie-efficiëntie uit te werken waarin rekening wordt gehouden met de behoeften van kwetsbare consumenten.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik verwelkom dit verslag over energie-efficiëntie, omdat het de energiezekerheid zal vergroten en sociale en economische baten zal opleveren voor de economie van de EU. De S&D-Fractie heeft erop gewezen dat de energiebronnen niet gelijkmatig zijn verdeeld over de lidstaten. We moeten altijd letten op Europese solidariteit wanneer we wetgeving opstellen voor energie-efficiëntie. Er is gezegd dat bezuinigen op energie een van de snelste routes naar energie-efficiëntie is. Het bevorderen van energie-efficiëntie zal werk scheppen en het zal de regeringen van de lidstaten op jaarbasis miljarden euro's besparen aan verwarmingskosten.

Ik ben een groot voorstander van de totstandbrenging van een minder koolstofintensieve samenleving, maar we moeten erop letten dat we het juiste evenwicht tussen de lidstaten vinden op basis van hun mogelijkheden en middelen. Ik maak me zorgen dat van lidstaten zoals Roemenië zal worden verwacht dat ze onder gelijke voorwaarden presteren als andere lidstaten, zoals Zweden, die een bewezen staat van dienst hebben op het gebied van de energie-efficiëntie. Financieel vooruitzicht 8 zal een kritisch financieringsinstrument zijn om van 2014 tot 2020 energie-efficiëntie aan te moedigen en te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag over het Actieplan voor energie-efficiëntie gestemd, omdat er voorstellen in gedaan worden die belangrijk zijn voor het milieu en voor de economie, in het bijzonder het voorstel om tot Europese wetgeving te komen met bindende doelen voor het verminderen van het energieverbruik.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) In 2008 heeft Europa zich ertoe verbonden om het energieverbruik tot 2020 te verminderen met 20 procent en ervoor te zorgen dat 20 procent van het energieverbruik uit hernieuwbare bronnen komt. Dit streefcijfer is van fundamenteel belang voor Europa om de doelstelling van het terugdringen van de CO2-uitstoot te verwezenlijken en om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, maar dat is ook wat het moet blijven, namelijk een doelstelling waarnaar de verschillende lidstaten vrijwillig streven.

Daarom moeten er niet zozeer bindende beperkingen worden opgelegd, maar is het belangrijker dat de lidstaten instemmen met oplossingen die leiden tot energiebesparing en tot minder energieverspilling, zonder de ontwikkeling in gevaar te brengen en zonder buitensporige kosten voor Europese industrieën en producenten, vooral in deze tijd van economische crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Dit verslag gaat over het EU-beleid op het gebied van energie-efficiëntie. Ik ben voor bindende doelstellingen op dit gebied. In het Groenboek van de Commissie (2005/0265 def.) over energie-efficiëntie wordt geschat dat er, direct en indirect, ongeveer een miljoen nieuwe banen gecreëerd kunnen worden. Volgens deze mededeling zal vooral het MKB profiteren van de maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie, en hier wordt aan toegevoegd dat een gemiddeld gezin jaarlijks gemiddeld 1 000 euro zou kunnen besparen dankzij maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie.

Verplichte maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie zijn ook van groot belang om het energietekort terug te dringen dat resulteert uit de import van olie en gas uit de Golfstaten en Rusland.

We hebben al bindende doelstellingen om het aandeel van hernieuwbare energie in de Europese Unie met 20 procent te verhogen. Zonder bindende maatregelen kunnen we in de huidige situatie slechts de helft bereiken van wat mogelijk is. Het gaat hierbij ook om rechtszekerheid en het is een belangrijk aanknopingspunt voor gerichte nieuwe investeringen.

Ik ben van mening dat deze bindende doelstelling meer voor- dan nadelen heeft voor de EU en voor Portugal. Overigens: als de doelstellingen van EU 2020 bij intenties blijven, zal deze strategie nergens toe leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De beloftes om de energie-efficiëntie te verhogen hebben zich opgestapeld, maar de Europese Unie loopt het risico dat ze de doelen die ze zich gesteld heeft niet haalt: 20 procent in 2020. De laatste gegevens wijzen op een gemiddelde van slechts 9 procent, ondanks de bijdrage die een verhoging van de energie-efficiëntie kan leveren aan het terugdringen van de uitstoot en het energieverbruik, en van de energieafhankelijkheid.

Het verslag bevat een breed scala aan elementen die het hele terrein van energie-efficiëntie beslaan, maar de wegen die worden voorgesteld zullen nauwelijks bijdragen aan de beoogde doelstellingen.

We zijn het niet eens met bepaalde elementen, zoals het verband dat gelegd wordt tussen energie-efficiëntie en de zogenaamde Europa 2020-strategie, die onder andere een interne energiemarkt inhoudt, het stimuleren van marktinstrumenten, de Europese regeling voor handel in broeikasgasemissierechten (dat een deel van de winst op het gebied van energie-efficiëntie teniet doet) en het feit dat over het hoofd gezien wordt dat alle landen een sterke publieke energiesector zouden moeten stimuleren.

Hoewel we het ermee eens zijn dat er communautaire fondsen nodig zijn om de doelstellingen te bereiken, hebben we enige twijfel over de praktische mogelijkheid om "tot 15 procent van het EFRO" of het ELFPO in te zetten voor energie-efficiëntie, aangezien het aan de lidstaten is om hun behoeften en prioriteiten voor de verdeling van deze fondsen vast te stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Grossetête (PPE), schriftelijk.(FR) Er is een groot aantal inspanningen denkbaar om de energie-efficiëntie te verbeteren in sleutelsectoren als het vervoer of de bouw waar een groot aantal mogelijkheden nog niet is benut.

Het is echter onrealistisch om een bindende doelstelling van tenminste 20 procent meer energie-efficiëntie tot 2020 vast te stellen, aangezien er geen evaluatiemethoden of gemeenschappelijke indicatoren zijn. Wij zouden ons veel eerder op concrete sectorale doelen moeten richten, zoals de verplichting om het energieverbruik in bestaande gebouwen met 38 procent te verlagen.

Het gebrek aan financiering vormt een belangrijk obstakel voor de renovatie van gebouwen in de woningsector en kantoren voor het mkb. In plaats van het gevecht aan te gaan met een reeks onrealistische doelstellingen, zou de Europese Commissie een lijst met innoverende oplossingen kunnen opstellen en de publiek-private samenwerking op dit gebied kunnen stimuleren, want deze creatieve ecologie is een bron van werkgelegenheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk.(LT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat het erop gericht is de energie-efficiëntie tegen 2020 met tenminste 20 procent te verhogen en zo de overgang naar een duurzame en groene economie dichterbij te brengen. Er zijn enorme voordelen te behalen, niet alleen voor de economische groei, maar ook voor het scheppen van banen, zowel in stedelijke als in plattelandsgebieden. Bekend is ook dat gebouwen een enorm potentieel voor energie-efficiëntie vertegenwoordigen. De klemtoon moet liggen op de renovatie van bestaande gebouwen, aangezien er in de EU steeds minder nieuwe gebouwen worden opgetrokken en aangezien veel oude gebouwen het potentieel hebben om maximale efficiëntie te bereiken, mits zij naar behoren worden gerenoveerd. In de sector schone technologie moet de kloof tussen de VS en China enerzijds en de EU anderzijds worden gedicht. Beide landen zijn veel progressiever dan de EU wat de goedkeuring van wetgevingsmaatregelen ter bevordering van energie-efficiënte oplossingen betreft. Daarom moeten maatregelen en instrumenten om de financiering te verhogen door de EU en de lidstaten worden ondersteund. De invoering van nationale fondsen voor energie-efficiëntie die Energy Performance Contracting (EPC) ondersteunen, moet worden gestimuleerd via een financieel instrument op Europees niveau. Energy Performance Contracting (EPC), waarbij een klant een gegarandeerde energiebesparing koopt, zorgt voor een hefboomeffect, met een terugbetaling van de investering over een periode van 2-15 jaar. Met dit model worden banen geschapen bij KMO's, besparen consumenten op hun energierekening en worden de emissies verminderd.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE), schriftelijk. (FI) Toen ik, net als de meerderheid in mijn fractie, tegen het verplichte energiebesparingsdoel van 20 procent stemde, nam ik geen standpunt in over het belang van energiebesparing, maar over de manier waarop men die probeert te bevorderen. Het belang van meer energiebesparing staat buiten kijf, maar de pogingen om de problemen van de Europese Unie op het gebied van klimaat, energiezekerheid en energievoorziening op te lossen zijn naar mijn mening niet duurzaam of verstandig.

In het beruchte klimaat- en energiepakket "20-20-20" was het energiebesparingsdoel het enige niet-bindende doel, omdat men verwachtte dat dit vanzelf zou worden bereikt in samenhang met andere, verplichte doelen, zoals die voor emissiereducties en hernieuwbare energiebronnen. Het energiebesparingsdoel werd niet gerealiseerd op de manier die wij wilden. Nu moeten wij eerst bekijken of die andere doelen aanvankelijk wel juist waren gesteld in plaats van de Gemeenschap te belasten met weer een ander bindend doel, dat andere bindende doelen overlapt en waarvan wij niet weten hoe het wordt bereikt.

Als wij doelstellingen voor emissiereductie en hernieuwbare energiebronnen vaststellen, dan komen onze lidstaten en hun ondernemingen onder druk te staan en wordt de verleiding enorm groot om kortzichtige en niet-duurzame maatregelen te nemen. Als wij nóg een verplichting daarbovenop leggen, dan komen wij in een situatie waarin de Europese Unie de poten onder haar eigen stoel wegzaagt en alleen een enorme overdracht van inkomsten veroorzaakt zonder dat het klimaat, het milieu of onze energiezekerheid daar baat bij hebben.

In een poging iets goed te doen, hebben wij het tegenovergestelde gedaan. De industrie wordt wereldwijd minder concurrerend, uit naam van hernieuwbare energie verbranden wij op niet-duurzame wijze hout en tegelijkertijd wordt het probleem zelf, de CO2-uitstoot, steeds groter buiten onze grenzen.

Het wordt tijd verstandige en duurzame maatregelen te nemen in plaats van kortzichtige dwangmaatregelen zonder concrete resultaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Köstinger (PPE), schriftelijk. (DE) Een verbetering van de energie-efficiëntie in de hele EU is een centraal aspect van een duurzame Europese energiestrategie. Daardoor kan een verlaging van de CO2-emissie worden gerealiseerd en wordt het tegelijkertijd mogelijk om de energiezekerheid zo spoedig mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten te verhogen. Ik ben ingenomen met het feit dat in het verslag de nadruk wordt gelegd op meer investeringen in energie-efficiëntie van gebouwen, in het creëren van nieuwe arbeidsplaatsen in de bouwsector en bij het MKB en dat huishoudens door deze maatregelen tot maar liefst 1 000 euro kunnen besparen. In het verslag wordt tevens gewezen op de noodzaak dat de energie-efficiëntie van het vervoerssysteem als geheel moet worden verbeterd door een modal shift van energie-intensieve vervoersmodi als vrachtwagens en auto's naar energiezuinige als het spoor. Ik verwelkom de punten in het verslag waarin er bij de Commissie en de lidstaten op wordt aangedrongen om energie-efficiëntie de aandacht te geven die zij verdient, en om de vele, op energiebesparing gerichte wetgevingsmaatregelen, die nu reeds op EU-niveau en nationaal niveau zijn ingevoerd, daadwerkelijk ten uitvoer te leggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (S&D), schriftelijk. − (PL) Tijdens de stemming van vandaag heb ik me uitgesproken voor aanneming van het verslag van de heer Bendtsen over de herziening van het Actieplan voor energie-efficiëntie. Het staat buiten kijf dat een grotere energie-efficiëntie de voordeligste en snelste manier is om de uitstoot van CO2 te verminderen. Het is een feit dat gebouwen in de EU goed zijn voor ongeveer 40 procent van het energieverbruik en voor ongeveer 36 procent van de uitstoot van broeikasgassen. Daarom ben ik van mening dat een van de belangrijkste maatregelen het vergroten van de energie-efficiëntie van gebouwen is. Dit betekent dat bestaande installaties moeten worden gerenoveerd en efficiëntere gemeenschappelijke infrastructuur in gebouwen en verwarmingssystemen moet worden geïnstalleerd. Ik heb voor de financiering van isolatie van gebouwen uit de structuurfondsen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE), schriftelijk. − (RO) Het verslag over energie-efficiëntie is van groot belang voor het aannemen van een EU-actieplan op dit gebied voor de komende jaren. Het zal grote gevolgen hebben voor de wijze waarop CO2-emissies worden verminderd, evenals voor de economische groei en het scheppen van nieuwe banen in de ICT-, de bouw- en de dienstensector. Ik heb gestemd vóór een doeltreffender bescherming van kwetsbare consumenten. Deze consumenten moeten het meest profiteren van de verbeteringen op het gebied van energie-efficiëntie. Er is echter behoefte aan meer financiële middelen voor het realiseren van de nodige investeringen. Zodoende heb ik gestemd vóór het oprichten van een aantal fondsen voor energie-efficiëntie op nationaal, regionaal of lokaal niveau. Deze fondsen kunnen een zeer belangrijke rol spelen bij het ontwikkelen van KMO's en bedrijven die diensten verlenen op het gebied van energie-efficiëntie. Ik heb gestemd tegen het instellen van een wettelijk verplichte doelstelling van 20 procent energiebesparing tot 2020, omdat dit dwingende karakter op EU-niveau negatieve effecten zou kunnen hebben op de interne markt. Ik ben van mening dat het overgangsproces naar een duurzame en ecologische economie ook zonder excessieve wettelijke bepalingen door zal gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Mario Mauro (PPE), schriftelijk. (IT) In zijn verslag over de herziening van het actieplan voor energie-efficiëntie benadrukt collega Bendtsen terecht dat op nationaal beleidsniveau nog niet optimaal wordt geprofiteerd van de bestaande mogelijkheden op het gebied van energie-efficiëntie. Daarom is op dat vlak een versterking van de communautaire strategieën noodzakelijk. Ik heb voor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) Dit verslag stelt het beginsel van energie-efficiëntie aan de orde en pleit voor energie-etikettering. Dat is op zich prima, al hadden sommigen onder ons het debat misschien liever wat breder getrokken in de richting van energiesoberheid en milieuetikettering. In het verslag maakt men zich ook zorgen over energiearmoede. Dat is goed nieuws. En wat is het dan jammer dat er vervolgens naar instrumenten wordt gegrepen die volledig ten dienste staan van het groene kapitalisme, dat men de vrije mededinging gunstig gezind is, dat om de interventie van financiële tussenpersonen wordt gevraagd en de verdiensten van de koolstofmarkt breed worden uitgemeten. Zo wordt de vooruitgang die wordt beloofd, direct weer in de kiem gesmoord.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) In een actieplan voor het beleid op het gebied van energie-efficiëntie moeten de volgende aspecten aan de orde komen: de ontwikkeling van een koolstofarm energiesysteem, de waarborging van energievoorzieningszekerheid, de waarborging van de concurrentiekracht van de Unie en de leverantie van betaalbare energie aan alle consumenten. Om dit te bereiken zijn grote financiële en menselijke inspanningen vereist.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. − (EN) Hier zijn tien belangrijke richtsnoeren voor energie-efficiëntie:

1. energie-efficiënte technologieën; 2. vervoerstechnologieën; 3. een efficiënt gebruik van energie; 4. zekerheid van de energietransportketen; 5. het verzamelen en opslaan van voor energieproductie gebruikte goederen; 6. de energie-exploitatie van landen – leveranciers; 7. de vorming en distributie van energiebronnen; 8. antimonopolieprogramma's voor energieverbruik en energievoorziening; 9. nanotechnologieën in de energievoorzieningssector en de ontwikkeling daarvan; 10. efficiënte energiewetgeving.

Helaas komen deze aspecten niet aan bod in het onderhavige verslag. Ik heb voor het verslag gestemd, in gedachten houdende dat pas net een begin is gemaakt met de hoofdtaak.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Energie-efficiëntie is een gebied met grote mogelijkheden voor de toekomst, waar de EU reeds enige ervaring mee heeft. Bovendien zijn er in de EU-lidstaten toonaangevende technologiebedrijven gevestigd. Naast de duidelijke voordelen voor het milieu biedt deze sector eveneens mogelijkheden om de economische groei aan te zwengelen en arbeidsplaatsen te creëren. Het is in het verleden echter duidelijk geworden dat de EU dikwijls ambitieuze doelen stelt, maar vervolgens problemen heeft om ze te verwezenlijken of dat ze deze doelen zelfs voorbij schiet. Dat zou het geval kunnen zijn bij gebouwen, die uiteraard enorme mogelijkheden tot energiebesparingen bieden.

Het is beduidend eenvoudiger om maatregelen op dit gebied voor nieuwbouw in te voeren dan voor bestaande, oudere gebouwen. Met name gebouwen die onder monumentenzorg vallen, kunnen voor problemen zorgen. Niet in de laatste plaats moeten we voorkomen dat de situatie uit de hand loopt en dat maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie zo duur worden dat de woonlasten haast onbetaalbaar worden. Ik heb derhalve tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. − (PL) Het is onmogelijk om het niet eens te zijn met de stelling van de rapporteur dat "energie-efficiëntie de voordeligste en snelste manier is om de CO2- en andere emissies te verminderen." Bovendien dragen maatregelen voor een betere energie-efficiëntie bij aan economische groei en het creëren van werkgelegenheid. Dit verschijnsel kan al worden waargenomen in de nieuwe lidstaten, waar de uitdagingen enorm zijn.

Ook moet worden opgemerkt dat steun van de Europese Unie voor de modernisering van de thermische toestand van gebouwen een van de meest zichtbare elementen van het cohesiebeleid is. Gemoderniseerde gebouwen zijn een van de beste visitekaartjes van de Europese Unie in de regio. Rekening houdend met dit aspect steun ik de oproep in het verslag om meer uit te geven aan het verbeteren van energie-efficiëntie.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb gestemd vóór het actieplan voor energie-efficiëntie omdat ik het belangrijk vind dat de EU vorderingen maakt op de weg naar een groene en duurzame economie. Minder energieverbruik door systematische innovaties op het gebied van energie-infrastructuur en stedelijke ontwikkeling is de Europese doelstelling in het nieuwe actieplan dat de Commissie komende maand februari zal presenteren. Ik ben daarnaast van mening dat de doelstellingen niet verplicht mogen worden gesteld, want als men overhaast te werk gaat loopt men het risico om bedrijven en burgers economische schade toe te brengen. De maatregelen voor een actieplan moeten in overeenstemming zijn met de nationale actieplannen, opdat een gemeenschappelijke methodologie kan worden vastgesteld voor het meten van de doelstellingen voor energie-efficiëntie.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) De rapporteur, die lid is van de PPE-fractie, doet in zijn verslag over de herziening van het Actieplan voor energie-efficiëntie een evenwichtig voorstel om de doelstelling van 20 procent energiebesparing te bereiken die door de Raad in 2007 is vastgesteld.

Een pragmatische wijze om een energie-efficiëntiebeleid te implementeren, zoals de rapporteur heeft voorgesteld, met individuele doelen en zonder juridisch bindende doelstellingen op te leggen, leek mij in de huidige economische en politieke situatie de meest geëigende manier om deze doelstelling te halen. In de Commissie industrie, onderzoek en energie (ITRE) is echter met een amendement, dat werd goedgekeurd met de stemmen van de socialisten, liberalen en groenen, gekozen voor de oplossing van de invoering van verplichte doelen van minimaal 20 procent energiebesparing.

Wat het verslag zelf betreft, waar ik vóór heb gestemd, wil ik de verschillende acties onderstrepen die op het niveau van de EU en in de lidstaten ondernomen zijn op het gebied van energie-efficiëntie: de toepassing van op dit gebied reeds bestaande wetgeving, energie-efficiënte stadsontwikkeling, de bouw van energie-efficiënte gebouwen en de financiering van deze en andere maatregelen door nationale fondsen op het gebied van energie-efficiëntie in het leven te roepen. Onderstreept moet worden dat dit verslag van het Europees Parlement een belangrijke bijdrage vormt aan de herziening van het Actieplan voor energie-efficiëntie die momenteel binnen de Europese Commissie plaatsvindt.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) Mede dankzij de in het oorspronkelijk ontwerp aangebrachte verbeteringen kan ik mij scharen achter de opvatting van de heer Bendtsen dat energie-efficiëntie economisch gezien de meest gepaste manier is om de CO2-uitstoot en andere uitstoot terug te brengen en dat energie-efficiëntie een unieke mogelijkheid biedt om werkgelegenheid te behouden en te scheppen, en tegelijkertijd de afhankelijkheid van energie-import te verminderen. In het verslag wordt opgemerkt dat de voordelen van energie-efficiëntie in termen van energiebesparing volgens de Commissie kunnen oplopen tot meer dan 1000 euro per gezin per jaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. − (RO) Energie-efficiëntie is de voordeligste en snelste manier om de CO2- en andere emissies te verminderen. De voordelen zijn enorm, zowel wat economische groei als wat het scheppen van banen betreft. De banen worden zowel geschapen in plattelands- als in stadsgebieden, vaak bij KMO's, en het zal gaan om lokale banen, die niet kunnen worden geëxternaliseerd. Zij zullen zich situeren in de IT, de bouw en de dienstensector. De Commissie komt begin 2011 met een herzien plan, dat de volgende elementen moet bevatten: - een verplichte communautaire doelstelling voor een groei van de energie-efficiëntie met ten minste 20 procent tot 2020; - maatregelen ter bestrijding van energiearmoede in al het energiebeleid; - herziening van de energiedienstenrichtlijn in 2011; - aanmoediging van investeringen in intelligente netwerken en naleving van het derde pakket voor de gemeenschappelijke markt voor energie, om tot 2020 in 80 procent van de huishoudens slimme meters te installeren; - jaarlijkse doelstellingen van de lidstaten voor het renoveren van gebouwen; - beleidsvoorstellen van de Commissie om een gebouwenbestand met een energieverlies van bijna nul te realiseren voor 2050; - het onderzoek door de Commissie van innoverende financiële instrumenten, zoals roulerende fondsen, om de doelstellingen in deze sector te bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Teresa Riera Madurell (S&D), schriftelijk. − (ES) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik van mening ben dat de verplichte aard van de 20 procent-doelstelling voor energie-efficiëntie belangrijk is voor niet alleen de vermindering van de CO2-uitstoot maar ook de maatschappij als dusdanig. Een belangrijk deel van de begroting van de Europese huishoudens wordt immers besteed aan energie. De invoering van maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie die leiden tot minder energie-uitgaven en bijdragen tot een vermindering van de energiearmoede, is een socialistische doelstelling.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk.(FR) Terwijl we wachten op het moment dat de krankzinnige uitdaging van zonne-energie uit de ruimte werkelijkheid wordt en de hele wereld van deze nagenoeg onuitputtelijke elektrische manna gaat profiteren, kan de Europese Unie met haar energiebeleid niet anders dan van zoveel mogelijk voorzieningsbronnen gebruik te maken en voor energie-efficiëntie te kiezen. Het gaat om één van de belangrijkste prioriteiten in de Europese strategie voor het komende decennium, aldus het verslag van de heer Bendtsen, dat vanmiddag door een meerderheid van de Europese Parlementsleden werd aangenomen. Ik ben met name zeer verheugd over de vaststelling van de verplichte doelstelling van 20 procent energiebesparing tot 2020, waarmee de EU ongeveer 100 miljard euro kan besparen. Om dat resultaat te bereiken moeten er uiteraard veel meer acties worden ondernomen op heel verschillende terreinen, zoals de energiediensten, het transport (wanneer moet er een kader zijn voor de normalisatie van elektrische voertuigen?) en gebouwen. Deze laatste sector verdient speciale aandacht, aangezien het bekend is dat gebouwen verantwoordelijk zijn voor ongeveer 40 procent van het energieverbruik en ongeveer 36 procent van de uitstoot van broeikasgassen in de Europese Unie. Er ligt bijvoorbeeld een enorm energiebesparingspotentieel in overheidsgebouwen, dat de overgang naar een duurzame, groene economie zou kunnen vergemakkelijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Dit verslag herinnert de Commissie en de Raad er op een krachtige en tijdige manier aan hoe belangrijk een bindende doelstelling op het gebied van energiebesparing is, zeker nu de cruciale energietop van 4 februari 2011 op til is en de Commissie haar actieplan voor energie-efficiëntie opstelt. Ambitieuze Europese maatregelen voor energiebesparing en -efficiëntie zijn essentieel als Europa wil reageren op de uitdagingen van energiezekerheid en klimaatverandering. Ze zijn ook in economisch opzicht verstandig, scheppen banen en leiden tot lagere energierekeningen voor consumenten. Tot nu toe hebben de lidstaten het laten afweten wat betreft hun belofte om het energieverbruik vóór 2020 met 20 procent te verlagen, doordat ze onvoldoende vooruitgang boeken. Wanneer de doelstelling bindend wordt gemaakt (zoals het geval is voor hernieuwbare energiebronnen), zal dat helpen verzekeren dat de regeringen van de EU-lidstaten dit potentieel ook daadwerkelijk waarmaken.

Het verslag vraagt ook om krachtigere maatregelen om het energieverbruik van gebouwen te beperken, in het bijzonder door renovaties in het huidige gebouwenbestand. Overwegende dat gebouwen goed zijn voor ongeveer 40 procent van het energieverbruik in de EU, is het van wezenlijk belang dat deze sector rechtstreeks wordt aangepakt. De Groenen hopen dat de Europese energietop ook aandacht zal schenken aan deze cruciale kwestie.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE), schriftelijk. − (PL) Het Actieplan voor energie-efficiëntie is een rendabele manier om het concurrentievermogen van de economie te verhogen en de energievoorziening voor de Europese Unie zekerder te maken. Ook biedt het plan voor efficiënter energiegebruik een uitstekende gelegenheid voor de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen. Het verslag van collega Bendtsen wijst terecht op manieren van doeltreffend en efficiënt energieverbruik, waarbij niet minder energie hoeft te worden gebruikt, want het verbruik in de lidstaten neemt nog steeds toe. Dankzij het gebruik van moderne energietechnologieën in de bouw en het vervoer kan binnen de hele Unie flink worden bespaard. Om dergelijke oplossingen haalbaar te maken is echter een voorlichtingscampagne voor burgers nodig en moeten de kosten van energie-efficiënte technologieën dalen. De hoge prijs van innovatieve installaties is vaak namelijk het grootste obstakel voor de toepassing ervan. De bindende doelstellingen voor 2020 zijn voor veel lidstaten moeilijk te halen.

We mogen namelijk niet vergeten dat het energiebeleid van elke lidstaat zich in een ander stadium bevindt. Het bindende doel om tegen 2020 op het totale verbruik 20 procent hernieuwbare energiebronnen te gebruiken kon weleens een te grote uitdaging blijken, met name voor de twaalf nieuwe lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. − Ik ben blij dat het Europees Parlement zich heeft uitgesproken voor een verplichte doelstelling van twintig procent energiebesparing in 2020. Voorspellingen geven aan dat Europa met het huidige beleid tot maar elf procent energiebesparing komt. Ondertussen verspillen huishoudens duizend euro per jaar aan energie en exporteren we jaarlijks maar liefst 350 miljard euro van onze Europese welvaart naar oliestaten. Beter geïsoleerde huizen, efficiënter transport van energie en zuinigere apparaten zorgen voor een lagere energierekening voor consumenten en bedrijven.

Vaak zijn er drempels tot het nemen van deze efficiënte maatregelen, bijvoorbeeld door de hoge investeringskosten van maatregelen of onduidelijkheid over de voordelen. Als de Europese ministers het voorstel ondersteunen, moeten overheden meer werk maken van het ondersteunen van energiebesparende maatregelen. Maatregelen die uiteindelijk geld opleveren, omdat de energierekening lager wordt.

Energiebesparing is de goedkoopste manier om ons klimaatdoel te halen en leidt tot 560 miljoen ton minder CO2-uitstoot. Energiebesparing maakt het dus nóg makkelijker om ons klimaatdoel wat op te schroeven. Helaas lopen we nog hopeloos achter, volgens een recent rapport is verdrievoudiging van het Europees beleid nodig om tot twintig procent besparing van energie te komen. Daarom is het zo belangrijk dat dit doel bindend wordt opgelegd aan alle EU-lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański (ECR), schriftelijk. − (EN) De leden van de ECR-Fractie in het Parlement zijn van mening dat energie-efficiëntie een cruciale rol speelt in de verwezenlijking van de EU-doelstellingen op het gebied van hernieuwbare energiebronnen en emissievermindering. Zij kan ook een cruciale rol spelen in het waarborgen van onze energiezekerheid en het leveren van een bijdrage tot ons economisch concurrentievermogen. We steunen een groot deel van de inhoud van dit verslag, zoals de gerichtheid op slimme meters en intelligente netwerken, de financiering door de EIB en de particuliere sector, en ook het potentieel voor onderzoek en ontwikkeling ter verdere vergroting van de energie-efficiëntie. De leden van de ECR-Fractie steunen echter geen bindende doelstellingen op het gebied van energie-efficiëntie. We zijn van mening dat de EU en de lidstaten al worden aangespoord om energie-efficiëntiebeleid ten uitvoer te leggen door de doelstellingen op het gebied van hernieuwbare energiebronnen en emissievermindering, alsook door de doelstellingen op het gebied van energiebesparing uit hoofde van de energiedienstenrichtlijn. De leden van de ECR-Fractie hebben zich daarom onthouden bij de stemming over dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb tegen het verslag-Bendtsen gestemd, omdat de cijfers opnieuw veranderd zijn en de doelstellingen restrictief zijn. Het is weliswaar een niet-wetgevend verslag, maar de gevolgen van de richtlijn betreffende ecologisch ontwerp hebben aangetoond hoe omzichtig deze kwesties moeten worden aangepakt. Als gevolg van het verbod op gloeilampen moest ik, om te voorkomen dat mensen gezondheidsschade opliepen, een kamer evacueren toen een spaarlamp die kwik bevatte, stuk ging. Dat zijn precies de zaken die we tijdig moeten voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hermann Winkler (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb tegen dit verslag gestemd. In beginsel ben ik ingenomen met de benadering in het verslag over het Actieplan voor energie-efficiëntie. Mijns inziens is het echter verkeerd om verplichte energie-efficiëntiedoelstellingen "van bovenaf" op te leggen en om bindende doelstellingen voor de modernisering en renovatie van particuliere en openbare gebouwen (zoals scholen) vast te stellen. In een tijd van krappe budgetten in provincies, gemeenten en particuliere huishoudens, zouden dergelijke onrealistische vereisten te veel van hen verlangen. Zelfs de Europese Commissie, wier gebouwen eveneens onder de nieuwe efficiëntiecriteria vielen, moest onlangs toegeven dat ze niet kon voldoen aan de aanvullende eisen ten aanzien van de energetische renovatie van haar gebouwenbestand. De EU mag echter niet van anderen verlangen dat ze dingen doen, die ze zelf niet kan waarmaken.

Voor de vele middelgrote bedrijven en met name kleine aannemers in Saksen voeren deze maatregelen veel te ver. Ze vormen een te grote belasting voor ondernemingen en zullen ongetwijfeld tot banenverlies en kostenstijgingen voor de consumenten leiden. Mijns inziens moeten we met name kritisch kijken naar de roep om de toepassing van energie-efficiëntiecriteria bij aanbestedingsprocedures. De juiste manier om energie te besparen bestaat uit het geven van voorlichting aan de burgers en het creëren van belastingsystemen die prikkels bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Joachim Zeller (PPE), schriftelijk. (DE) Ik ben tegen dit verslag. Het bevat weliswaar enkele voorstellen die de moeite van het overwegen waard zijn, maar ik heb geen hoge dunk van een soort symbolisch beleid dat aandringt op beperkende maatregelen die in de praktijk nauwelijks uitvoerbaar zijn. Met name de eisen aan lokale en regionale autoriteiten, evenals aan particuliere huiseigenaren om energetische renovaties uit te voeren, zijn gezien de financiële situatie van de betrokkenen volledig zinloos. Zelfs de Europese Commissie moest toegeven dat ze niet kon voldoen aan de vergaande eisen ten aanzien van energetische renovaties van haar gebouwenbestand. Bovendien hebben we nog geen bewijs gezien voor de bewering dat energetische renovaties tot directe kostenbesparingen leiden. Als gevolg van investeringen in de bouw en het onderhoud van de infrastructuur en in faciliteiten voor het produceren van energie door middel van hernieuwbare energiebronnen, stijgen de kosten voor de levering van energie sneller dan door energie-efficiëntiemaatregelen kan worden gecompenseerd. De huidige Europese richtlijn inzake energie-efficiëntie uit 2002 is in de afzonderlijke lidstaten op zeer uiteenlopende wijze ten uitvoer gelegd, hetgeen betekent dat er in Europa geen sprake is van een gemeenschappelijke aanpak op dit gebied. Aandringen op een aanmerkelijk grotere benutting van de structuurmiddelen voor energie-efficiëntiemaatregelen is gezien de lopende financiële debatten niet gepast. Ik ben een groot voorstander van een debat over energie-efficiëntie op basis van een brede consensus op alle politieke niveaus, waar alle relevante spelers bij betrokken worden, en voor het opzetten van stimuleringssystemen. Ik ben echter tegen verordeningen die "van bovenaf" worden opgelegd en waar anderen de rekening voor moeten betalen.

 
Laatst bijgewerkt op: 3 mei 2011Juridische mededeling