Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/0255(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0362/2010

Debatten :

PV 18/01/2011 - 3
PV 18/01/2011 - 5
CRE 18/01/2011 - 3
CRE 18/01/2011 - 5

Stemmingen :

PV 19/01/2011 - 6.8
PV 19/01/2011 - 6.9
CRE 19/01/2011 - 6.8
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0015

Debatten
Waarschuwing
Dinsdag 18 januari 2011 - Straatsburg Uitgave PB

5. Stabilisatie- en associatieovereenkomst EG-Servië - Stabilisatie- en associatieovereenkomst EG-Servië (voortzetting van het debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het vervolg van de gecombineerde behandeling van de overeenkomst EG-Servië.

 
  
MPphoto
 

  Maria-Eleni Koppa, namens de S&D-Fractie. – (EL) Mevrouw de Voorzitter, ook ik wil de heer Kacin feliciteren met de evenwichtige en gedetailleerde tekst die hij ons heeft voorgelegd. De Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement steunt van ganser harte het toetredingsperspectief van Servië, een land dat de laatste jaren een enorme vooruitgang heeft geboekt en dat de hoeksteen vormt bij de opbouw van vrede en stabiliteit op de westelijke Balkan. De goedkeuring door het Parlement van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst vormt daarom vandaag een historisch moment en dat verwelkomen wij. Met de resolutie van het Europees Parlement verwelkomen wij eveneens het toetredingsverzoek dat Servië heeft ingediend, al onderstrepen wij dat er nog stappen gezet moeten worden.

Het moet duidelijk zijn dat de ontwikkeling van de regionale samenwerking nog steeds de fundamentele prioriteit van de Unie op de westelijke Balkan is. In dit verband is de samenwerking van Servië met het Internationaal Strafhof een absolute internationale verplichting waarbij snel vorderingen moeten worden gemaakt, niet omdat Europa dat wil maar omdat het feit dat gerechtigheid geschiedt, bijdraagt tot verzoening met het verleden en de verbetering van de betrekkingen tussen alle volken van het voormalige Joegoslavië mogelijk maakt.

Wij moeten echter niet vergeten dat het Servische volk slachtoffer was van deze oorlog. Servië is tegenwoordig het land met het grootste aantal vluchtelingen en binnenlands ontheemden in Europa, mensen die verzorging en onderdak nodig hebben en op de arbeidsmarkt geïntegreerd moeten worden. Met name in het licht van de kredietcrisis moet Europa elke inspanning in die richting metterdaad ondersteunen. Wij verwelkomen daarom de recente toezegging van de presidenten van Servië en Kroatië om gezamenlijk oplossingen te zoeken voor het probleem van de vluchtelingen.

Het besluit om een dialoog aan te gaan met de Kosovaarse autoriteiten is van bijzondere betekenis voor de stabiliteit in de regio. Wij ondersteunen de dialoog, die zo snel mogelijk moet beginnen ten bate van alle inwoners van Kosovo, en wij hopen dat hij bijdraagt tot de gemeenschappelijke Europese toekomst van de volkeren in deze regio. Ter afsluiting zou ik de vicepremier van de Servische regering, de heer Đelić, willen feliciteren met de verklaring die hij gisteren heeft afgelegd tegenover de Commissie buitenlandse zaken van het Europees Parlement, dat Servië een historisch compromis inzake Kosovo wil sluiten. Dit compromis is inderdaad noodzakelijk en wij allen moeten de totstandkoming ervan bevorderen.

 
  
MPphoto
 

  Norica Nicolai, namens de ALDE-Fractie.(RO) Mevrouw de Voorzitter, ik moet als liberaal benadrukken dat de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa het uitbreidingsproces altijd heeft ondersteund, omdat we geloven in een Europa waaraan alle onderdelen meedoen, een sterk en verenigd Europa. Als Roemeen kan ik de Europese weg die Servië nastreeft alleen maar toejuichen, waarbij ik benadruk dat Servië een Europees land is dat zijn weg naar Europa niet zal kunnen bewandelen zonder problemen die uit een duister verleden voortkomen. Servië dient echter vooruit te kijken en moet het verleden proberen te vergeten, omdat verzoening met het verleden zijn toekomstige Europese bestemming niet in de weg mag staan.

Ik wil beklemtonen dat het wezenlijk is dat de criteria van Kopenhagen voor de gehele regio, ook voor Servië, correct, voortvarend en strikt ten uitvoer worden gelegd, omdat alleen met deze criteria de eerbiediging van de Europese waarden, de rechtsstaat en levensvatbare democratieën worden gewaarborgd. Ik ben van mening dat in de afgelopen twee jaar, nadat het historische besluit om zich op de Europese weg te begeven was genomen, is gebleken dat zowel de regering in Belgrado als de Servische bevolking gemotiveerd en vastberaden is. Zij geloven van ganser harte in dit Europese project, omdat niets belangrijker kan zijn dan Europese besluiten die worden genomen door een regering die daartoe niet is gedwongen op grond van wettelijke voorschriften of de dwingende regels van het politieke spel.

Het is ook van doorslaggevend belang dat Servië zijn economie stabiliseert. De signalen die op dit moment van de Servische economie uitgaan, zijn uitstekend. Het is essentieel dat Servië zijn democratie stabiliseert. Er moet echter ook veel aandacht aan de al jaren gevoelige kwestie van de culturele verscheidenheid van de Balkan worden besteed. Het minderhedenprobleem in deze regio mag geen conflicten teweegbrengen. Ik geloof dat een model dat hulp en steun aan minderheden en culturele verzoening bevordert absoluut noodzakelijk is.

 
  
MPphoto
 

  Marije Cornelissen, namens de Verts/ALE-Fractie. – Voorzitter, de Groenen zijn groot voorstander van de toetreding van Servië tot de EU. Daarom zijn we blij met de ondubbelzinnig pro-Europese koers van de huidige regering. Maar ik vind de manier waarop wordt omgegaan met het toetredingsproces van beide kanten geen schoonheidsprijs waard. De EU laat simpelweg met zich sollen.

Om pro-Europese politiek te steunen, kreeg Servië visa-vrij reizen vóór het volledig voldeed aan de criteria. In ruil voor een gematigde koers voor Kosovo, kreeg Servië de avis-vraag in oktober. De EU stuurt de boodschap dat niet zozeer de criteria, maar het politieke spel bepalend zijn voor het toetredingsproces. Wij zouden Servië niet moeten hoeven belonen om zich te gedragen als een volwassen Europese democratie. We mogen best verwachten dat Servië een verantwoordelijke rol als regionaal leider op zich neemt ten opzichte van Kosovo, ten opzichte van Bosnië, zonder dat het daar als een klein kind een snoepje voor terug moet krijgen.

Op één vlak moeten we in ieder geval stoppen met telkens toegeven: de jacht op Mladić en Hadžić. We hebben het hier over de daders van afschuwelijke oorlogsmisdaden, van genocide. Daar mogen ze niet mee wegkomen. Servië kan en moet veel meer doen om hen aan te houden. Volledige medewerking met het Joegoslavië-tribunaal mag geen speelbal zijn van diplomatie. Het oordeel daarover moet liggen bij de enige die kan beoordelen of er sprake is van volledige medewerking en dat is aanklager Brammertz. Daarom vraag ik jullie om vóór ons amendement te stemmen dat hiervoor pleit.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, voor Servië komt het EU-lidmaatschap steeds sneller naderbij, en terecht, zoals blijkt uit het uitmuntende verslag-Kacin.

Toen ik Servië afgelopen oktober bezocht was ik onder de indruk van de vastberadenheid en inzet van de dynamische, westers georiënteerde, democratische Servische regering. Het lijdt geen twijfel dat Servië nog veel te doen staat op het gebied van gerechtelijke hervorming en de bestrijding van de georganiseerde misdaad. In de Fractie Europese Conservatieven en Hervormers hopen we ook dat Ratko Mladić zal worden gepakt en naar Den Haag zal worden gestuurd, hoewel het geenszins zeker is dat hij op Servisch grondgebied verblijft. Maar het is van essentieel belang dat de vorderingen van Servië door de EU en haar lidstaten worden beantwoord en beloond, bijvoorbeeld door de stabilisatie- en associatieovereenkomst te ratificeren, niet in de laatste plaats omdat enkele buurlanden van Servië, zoals Kroatië, veel verder gevorderd zijn op weg naar toetreding tot de EU.

De relatie tussen Servië en Kosovo is problematisch, maar niet onoplosbaar. Persoonlijk ben ik van mening dat een billijke, volledige en definitieve regeling op basis van afscheiding en de ‘land voor vrede’-beginselen die we in het Midden-Oosten zien, de beste weg voortwaarts vormt. Mijns inziens moet de EU in de komende dialoog, waarbij de hoge vertegenwoordiger als bemiddelaar zal optreden, deze mogelijkheid grondig onderzoeken. Het zou gevaarlijk kortzichtig zijn om deze optie op voorhand al terzijde te schuiven; dat zou er alleen maar toe leiden dat de onduidelijke status van Kosovo wat betreft internationale erkenning door de EU, de NAVO en de VN nog langer blijft voortbestaan.

 
  
MPphoto
 

  Miloslav Ransdorf, namens de GUE/NGL-Fractie. – (CS) Mevrouw de Voorzitter, de grootste historische persoonlijkheid van Servië, de heilige Sava, zei dat de Serviërs een volk van zowel het oosten als het westen zijn. Dat leidt tot het probleem dat zij westerlingen niet vertrouwen omdat ze zichzelf als oosterlingen beschouwen en dat zij oosterlingen niet vertrouwen omdat ze zichzelf als westerlingen beschouwen. In werkelijkheid is Servië echter een brug tussen het oosten en het westen van Europa, een cruciaal land voor de eenheid van Europa. Ook de roman van de grote Servische schrijver Dobrica Ćosić, Vreme smrti (‘Een tijd van overlijden’) laat zien dat Servië een sleutelrol speelt als de eenheid of het uiteenvallen van Europa op het spel staat.

Ik ben van mening dat het tijd is om het fundamentele belang van Servië voor de Europese eenheid te onderkennen. Het is de belangrijkste economie van de Balkan en zonder Balkan is er in Europa van eenheid geen sprake. Ik wil erop wijzen dat we samen een aantal zaken moeten aanpakken die relatief snel kunnen worden opgelost, zoals de vluchtelingenkwestie in Servië – Servië heeft ongeveer 750 000 vluchtelingen op zijn grondgebied – en een aantal milieuproblemen (waarvan sommige nog uit de jaren negentig van de vorige eeuw stammen), alsmede de coördinatie van scheepvaartroutes op de Donau. In dit verband hebben wij hier in het Europees Parlement bijvoorbeeld een interfractiewerkgroep voor de Donau. En verder dienen we ernaar te streven Servië te helpen bij zijn moedige hervorming van het gerechtelijk systeem en de strijd tegen de georganiseerde misdaad.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Salavrakos, namens de EFD-Fractie. – (EL) Mevrouw de Voorzitter, ik ben van mening dat het verslag van de heer Kacin bijzonder evenwichtig is en ik feliciteer hem ermee. De voortgang van Servië met de noodzakelijke hervormingen wordt in het verslag op een realistische manier weergegeven. Gisteren nog hield de vicepremier van Servië een bevredigende presentatie over de ontwikkelingen voor de Commissie buitenlandse zaken.

Eén belangrijke onopgeloste kwestie is echter de samenwerking met het Internationaal Strafhof, met inbegrip van de uitlevering van de laatste voortvluchtigen aan Den Haag, een basisvoorwaarde voor verdere onderhandelingen over de toetreding van Servië.

Ook de persvrijheid is een van de voornaamste problemen die de Servische regering moet oplossen; er mag geen politieke druk of andere invloed bestaan die de onafhankelijkheid van Servische journalisten belemmert.

Een ander probleem waar Servië mee geconfronteerd wordt, is het grote aantal vluchtelingen en binnenlands ontheemden die met huisvestingsproblemen en armoede te kampen hebben terwijl de werkloosheid bijna 19 procent bedraagt. Ik vind dat wij Servië moeten helpen en niet mogen vergeten dat dit land kort geleden een oorlog heeft meegemaakt.

 
  
MPphoto
 

  Barry Madlener (NI). - Voorzitter, we moeten ons niet alleen maar richten op het oppakken en berechten van de oorlogsmisdadiger Mladić. Servië heeft enorme problemen met de georganiseerde criminaliteit. Dat is al door een aantal sprekers gezegd en die problemen moeten we niet onderschatten. Natuurlijk zijn er vorderingen gemaakt, maar nog lang niet voldoende om op een normale standaard te komen.

Servië is natuurlijk weer een arm land, zoals al die toetredende landen. Het zijn arme landen en dat gaat de Europese burger heel veel geld kosten. Servië is nog corrupter dan Roemenië en Bulgarije. Ook Roemenië en Bulgarije hadden nooit toegelaten moeten worden tot de Unie. Een en ander leidt tot heel veel problemen gezien de corruptie en Servië is nog corrupter. Ik zie dat ook als een heel hardnekkig probleem dat niet zomaar valt op te lossen. Onderschat dat dus niet, is mijn oproep.

Verder zal een eventuele toetreding van Servië leiden, net als de visumvrijstelling, tot nog meer emigratie naar West-Europa, emigratie die we niet kunnen gebruiken.

 
  
MPphoto
 

  Adrian Severin (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de stabilisatie- en associatieovereenkomst en de Europese integratie van Servië zijn van belang voor zowel Servië als de Europese Unie.

Ik wil graag twee opmerkingen plaatsen. Om goed te kunnen onderhandelen over de overeenkomst en om het integratieproces goed te kunnen sturen, moet de Europese Unie om te beginnen haar eigen belangen herkennen en op een rijtje zetten. Europa kampt met een onopgelost Albanees probleem, een gebrekkige geopolitieke coherentie op zijn zuidflank en een zwart gat van georganiseerde misdaad en corruptie op de Balkan. Dit betekent dat er in het hart van de Unie behoefte bestaat aan een grotere functionele en samenhangende markt, en aan betere vervoerscorridors in dat gebied. Geen van deze problemen kan worden opgelost zonder de bijdrage van Servië.

Ten tweede moeten we voorkomen dat we Servië behandelen als een tweederangsland en het bij elke gelegenheid de les lezen. Toegegeven, Servië heeft vele zonden begaan, maar het Euro-Atlantische aandeel in deze zonden is zeker niet uit te vlakken. 2011 staat in het teken van uitdagende mogelijkheden voor zowel Servië als de Europese Unie. Deze kansen kunnen we alleen benutten als wij al ons narcisme afleggen en Servië behandelen als een gelijke.

Alleen een waardig Servië kan een betrouwbare partner zijn voor een historische verzoening op de Balkan en een historische hereniging in de Europese Unie. Het verslag van de heer Kacin levert een opmerkelijke bijdrage in die richting.

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik sluit bij aan bij degenen die het verslag van mijn collega Jelko Kacin hebben verwelkomt en geprezen, en ik ben het hartgrondig met hem eens dat de toekomst van Servië in de Europese Unie ligt en dat Servië een belangrijke speler zal worden als het gaat om het waarborgen van de veiligheid en stabiliteit in de westelijke Balkanregio.

Het afgelopen decennium heb ik het streven naar het EU-lidmaatschap voor de westelijke Balkanlanden gesteund, ook toen ik vicevoorzitter was van de Balkandelegatie. Samen met onze rapporteur heb ik gepleit voor visumvrij reizen en ik was dan ook verrukt toen dat voor Servië werkelijkheid werd, samen met nog een aantal andere zaken, een jaar geleden. Mijns inziens is dit echt essentieel voor de interpersoonlijke contacten, voor het verbreden van horizonnen en, uiteindelijk, voor het waarborgen van veiligheid in de bredere zin van het woord.

Een paar van de uitdagingen waar Servië voor staat zijn al genoemd. Ik wil graag iets toevoegen over de uitdaging van de gerechtelijke hervorming. In haar voortgangsverslag van het afgelopen najaar heeft de Commissie enige zorgen geuit over herbenoemingsprocedures die op intransparante wijze worden uitgevoerd, waardoor het beginsel van een onafhankelijke rechtspraak in gevaar komt en het risico van beïnvloeding door de politiek ontstaat. Dat is natuurlijk een aanzienlijk knelpunt als het gaat om de rechtstatelijke beginselen.

Ten aanzien van de samenwerking met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië in Den Haag heeft de heer Kacin de Commissie buitenlandse zaken gisteravond verteld dat Servië echt alles doet wat het kan om de laatste twee in staat van beschuldiging gestelde personen te traceren en over te brengen naar Den Haag. Serge Brammertz, de hoofdaanklager, heeft in zijn toespraak tot de VN-Veiligheidsraad in september echter gezegd dat Servië de kloof moet overbruggen tussen de gedrevenheid waarmee zij zegt zich in te zetten voor de arrestaties, en de feitelijke effectiviteit van zijn activiteiten in het veld. We zien geen resultaten. Servië moet zich proactiever gaan inspannen om de voortvluchtigen te arresteren, dus vrees ik dat er een kloof gaapt tussen de Servische retoriek en de realiteit, en die kloof moet worden gedicht.

 
  
MPphoto
 

  Franziska Katharina Brantner (Verts/ALE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ook wij steunen de toetreding van de westelijke Balkanstaten tot de Europese Unie en dat geldt uiteraard eveneens voor Servië. Elk land is zelfstandig, maar de regio is een samenhangend geheel en de handelwijze van elk land in de regio speelt een cruciale rol bij het slagen van het proces als zodanig.

In dit verband wil ik er nogmaals op wijzen dat het toetredingsproces van Servië naar onze mening niet kan worden voortgezet zonder het definitieve fiat van het Internationaal Strafhof en, zoals mijn collega zojuist heeft opgemerkt, een proactievere en vooral effectievere samenwerking met het Strafhof in het veld.

Er zijn ook positieve ontwikkelingen, waaronder de goedkeuring van de wet inzake gendergelijkheid, waarover wij bijzonder verheugd waren. Wij willen nu een spoedige tenuitvoerlegging van deze wet zien en dringen er bij de Commissie op aan om daarvoor geld beschikbaar te stellen en dit proces te ondersteunen. Als deze regio aaneen wil groeien, hebben we ook weer meer mogelijkheden op het gebied van openbaar vervoer in en door de regio nodig. Ook in dit verband wil ik er bij de Commissie op aandringen om op dit terrein meer steun en financiële middelen te bieden via het instrument voor pretoetredingsssteun (IPS), want wij zijn ervan overtuigd dat er contact tussen de mensen moet zijn, niet alleen tussen de leiders. Dit zal sterk worden bevorderd als de mobiliteit van de mensen in deze regio wordt verbeterd.

Mobiliteit is ook een vraagstuk dat ik nog kort ter sprake wil brengen alvorens ik afrond, en dan doel ik specifiek op het feit dat Belgrado nog steeds kentekens uitgeeft voor zeven regio's in het noorden van Kosovo. Wij dringen er bij Belgrado op aan om eindelijk te stoppen met de uitgifte van deze kentekens voor Kosovo.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki (ECR). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, Servië is een Europees land. Servië is ook een deel van de Europese geschiedenis. Servië is ook een deel van de Europese cultuur. Servië is niet enkel een deel van de aardrijkskunde van Europa. Servië moet daarom ook een deel van de politieke kaart van Europa zijn, en laten we geen voorwendsels zoeken om de weg van Servië naar de Europese Unie te verlengen. Ik heb de indruk dat de Europese Unie dit land soms op stiefmoederlijke wijze behandelt en dat er ongelijkheid bestaat tussen de behandeling van Servië en bepaalde andere landen in de Balkanregio. We moeten voor altijd een eind aan deze ongelijkheid maken. Laten we geen voorwendsels zoeken - dat wil ik nogmaals benadrukken - om de weg van Servië naar de Europese Unie te verlengen. Het Servische volk verdient het om zo snel mogelijk een plaats te krijgen tussen de Europese naties.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder (EFD). - Mevrouw de Voorzitter, op dit ogenblik spitst zich de economische crisis in Servië en op de westelijke Balkan toe. Deze hachelijke situatie bergt het gevaar in zich van een vernieuwde versterking van populistische en nationalistische krachten. Commissaris Füle, wordt het niet tijd om een ontwikkelingsfonds voor de westelijke Balkan op te richten naar het voorbeeld van het na-oorlogse Marshall-plan.

Mijnheer de commissaris, ik heb nog een tweede vraag voor u. Een insider informeerde mij gisteren over de potentiële nieuwe brandhaard in Servië. Het betreft hier de activiteiten van radicaal islamitische krachten in de Sandzak. In dit verband circuleert vooral de naam van de mufti van de regio Zukorlić. Over welke precieze informatie beschikt de Europese Commissie in deze kwestie en welke tegenmaatregelen overweegt de Commissie?

 
  
MPphoto
 

  Dimitar Stoyanov (NI).(BG) Mevrouw de Voorzitter, tienduizenden Bulgaren wonen in het oosten van Servië, in de streek rond Bosilegrad en Caribrod. Ze zijn een etnische minderheid die na het einde van de Eerste Wereldoorlog in Servië is gebleven.

Het is niet ver bezijden de waarheid om te stellen dat ze tot de armste mensen in Europa behoren. Niet alleen heeft de Servische regering nagelaten hier iets aan te doen, bijvoorbeeld door investeringen om de economie van de regio een beetje op gang te helpen, maar zij heeft verleden jaar november, zonder nadere uitleg en zijn internationale beloften schendend, een groep Bulgaarse burgers tegengehouden die hulp brachten aan de kinderen in de regio die voor onderwijs naar Bulgarije kwamen.

Ik zou de vertegenwoordigers van de Servische regering eraan willen herinneren dat het vrije verkeer van personen en open grenzen fundamentele waarden van de Europese Unie zijn. En als u dat niet weet en niet toepast, is er voor u geen plaats hier.

 
  
MPphoto
 

  Elmar Brok (PPE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Győri, commissaris, dames en heren, ik wil de heer Kacin danken voor hetgeen hij heeft gepresenteerd. Zijn verslag is een overtuigend pleidooi om voor te stemmen.

Alle kwesties waarover wij nog steeds kritiek op Servië uiten, de noodzaak van interne hervormingsprocessen, de noodzaak tot samenwerking met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië, de kwesties op het gebied van de strijd tegen corruptie, die met name in Servië zeer diep geworteld is, met maffia-organisaties die daar opereren en zodoende het economische leven beïnvloeden, zijn mijns inziens vraagstukken die in de loop der jaren aangepakt moeten worden en dat is een voorwaarde voor Servië om een positieve pro-Europese koers te blijven volgen in de richting van lidmaatschap van de Europese Unie, zoals het land in Thessaloniki zeer duidelijk is toegezegd. Aan deze toezegging moeten wij ons houden.

Ik wil echter eveneens opmerken dat het noodzakelijk is dat wij met Servië samenwerken. Wie naar de geschiedenis van de regio kijkt, weet dat een duurzame vreedzame ontwikkeling alleen mogelijk is als Servië meedoet en dat we Servië derhalve niet alleen als een kandidaat voor toekomstig lidmaatschap van de Europese Unie moeten beschouwen, maar als een cruciale strategische partner bij een positieve ontwikkeling van de gehele regio, en dat wij om die reden een bron van aanmoediging moeten zijn en dat wij Servië, om welke reden in de recente of verre geschiedenis dan ook, niet slechter mogen behandelen dan landen die lid zijn van de Europese Unie of die zich reeds in een vergevorderd stadium van het toetredingsproces bevinden. Gezien de moed waarmee president Tadić voor een Europese koers heeft gestreden en de druk waaronder hij in Servië staat, is het noodzakelijk dat wij deze politieke krachten ondersteunen en aanmoedigen, zodat zij hun volk kunnen laten zien dat de weg naar Europa en niet de nationalistische weg ook voor het volk de juiste weg is.

Om die reden wil ik iedereen en met name de lidstaten uitnodigen om vaart te zetten achter de ratificatieprocedure en zodoende een signaal af te geven dat de stappen die Servië richting Europa zet, moeten worden ondersteund, zodat we op den duur veiligheid in de regio kunnen bereiken.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda (S&D). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, enkele dagen geleden was ik in Kroatië en nog nooit werd daar zoveel over Servië gesproken als de afgelopen dagen, en wel op een bijzonder positieve manier, juist vanwege hetgeen de heer Brok zojuist cruciale stappen richting Europa heeft genoemd de moedige stappen die de heer Tadić samen met president Josipović heeft gezet en ik ben me er tevens van bewust dat vicepremier Đelić hier sterk bij betrokken was. Dit zijn elementen van regionale samenwerking, maar dan wel regionale samenwerking met een grote politieke en humanitaire betekenis. Het is derhalve bijzonder belangrijk en ik sluit me in dit verband volledig aan bij de woorden van de heer Brok en andere collega's dat wij Servië aanmoedigen om door te gaan met het zetten van dergelijke stappen.

Dat geldt uiteraard ook voor de betrekkingen met Bosnië en Herzegovina. Wij weten allemaal hoe belangrijk het is dat Servië zich op een positieve manier opstelt en dat geldt ook voor Kroatië zodat dit land bijeen blijft en de nodige hervormingen doorvoert. In dat opzicht is Servië werkelijk zeer moedig en speelt het een cruciale rol bij de regionale samenwerking.

Een kritiek element dat ik toch wil noemen is de samenwerking met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië. Ik had uiteraard de heer Brammertz uitgenodigd bij de werkgroep van de Commissie buitenlandse zaken, waar ik voorzitter van ben. Wij zijn daar nog niet geheel tevreden over – er kan meer worden gedaan. Er is nog niet daadwerkelijk gehoor gegeven aan onze aansporingen op dat gebied. Ik wil iedereen derhalve oproepen om erop aan te dringen dat dit gebeurt.

Zoals mevrouw Koppa reeds heeft opgemerkt, is dit niet alleen een vraagstuk voor Europa. Servië moet ook aan deze kwesties werken voor Servië zelf. Net zoals er in Vukovar excuses zijn aangeboden die ongetwijfeld de geschiedenis van het land zullen ingaan, zo moet ook de strijd worden voortgezet tegen degenen die ernstige misdaden hebben begaan.

 
  
MPphoto
 

  Anna Ibrisagic (PPE).(SV) Mevrouw de Voorzitter, we kunnen niet anders dan vaststellen dat Servië de voorbije tijd enorme vooruitgang heeft geboekt. Staat u mij toe enkele voorbeelden te vermelden: de succesvolle voltooiing van het visumliberaliseringsproces, de regionale samenwerking op het gebied van verkeer en energie, de politieke wil om bij te dragen tot het verzoeningsproces in de regio en een nieuw politiek leiderschap dat het duidelijkst is gebleken uit het bezoek van president Tadić aan Srebrenica en Vukovar.

Uit al deze zaken spreekt niet alleen het goede leiderschap van bepaalde individuen en de enorme wens van Servië om dichter bij lidmaatschap van de EU te komen, maar ook de vastbeslotenheid van de Serviërs om precies dit soort leiderschap te kiezen.

We zijn er daarom mee ingenomen dat de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de EU en Servië nu een feit is en dat we Servië duidelijke signalen sturen om te tonen dat we de resultaten van zijn inspanningen zien en dat Servië thuishoort in de EU-familie.

Het is duidelijk dat er nog heel wat uitdagingen resten: de strijd tegen de georganiseerde misdaad, verdere juridische hervormingen en een oplossing voor de minderhedenkwesties. De meeste van die problemen zijn echter niet uniek voor Servië, maar zijn problemen die het met de andere Balkanlanden gemeen heeft.

Eén kwestie is echter vrij uniek en mag in dit verband niet onvermeld blijven: de samenwerking met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië in Den Haag. In de Servische regering is de politieke wil aanwezig en is men zich bewust van de noodzaak om met het tribunaal samen te werken. Laten we nu hopen dat Ratko Mladić zich binnenkort in Den Haag zal bevinden.

 
  
MPphoto
 

  María Muñiz De Urquiza (S&D).(ES) Mevrouw de Voorzitter, ik heb één minuut om te onderstrepen hoe belangrijk het is dat we de opbouw van de Europese Unie voltooien met het lidmaatschap van Servië, dat hopelijk dit jaar nog kan worden bekrachtigd op grond van de belangrijke vorderingen die Servië gemaakt heeft. Die vorderingen heeft de Raad erkend met zijn besluit het toetredingsproces te stimuleren, en ze zijn ook erkend door het Europees Parlement in het verslag van de heer Kacin, die ik hiermee gelukwens.

In die ene minuut moet ik er ook op wijzen dat de verschillende standpunten inzake Kosovo binnen de Europese Unie Servië hebben aangemoedigd om een duidelijke keus voor Europa te maken. Dit is van essentieel belang voor het versterken van de vrede en de democratie in de Balkan, en voor het bereiken van een constructieve benadering van de regionale integratie, zoals bleek met de top op hoog niveau van Sarajevo, die op 2 juni jongstleden gehouden werd onder het Spaanse voorzitterschap.

Ik hoop dat Servië kan rekenen op alle mogelijke steun van de Europese Unie om de hervormingen door te voeren die nodig zijn op het gebied van de rechtspraak, van de corruptiebestrijding en ook op het gebied van de intraregionale dialoog.

 
  
MPphoto
 

  Eduard Kukan (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het doet mij deugd dat Servië een vergaande vastberadenheid aan de dag heeft gelegd en aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt in zijn integratieproces. Het sluiten van de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) en de tenuitvoerlegging hiervan zijn de volgende belangrijke mijlpalen in dit traject.

De Servische regering verdient alle lof voor de maatregelen die zij heeft genomen om dit punt te bereiken. Ik weet zeker dat de SAO het land concrete economische en handelsvoordelen zal opleveren, onder meer op gebieden als het milieu, energie en vervoer. Tot nu toe hebben dertien landen deze overeenkomst geratificeerd. Ik hoop dat de ratificatie door het Europees Parlement de rest zal stimuleren om het proces op korte termijn af te ronden.

Zowel Servië als de EU heeft echter nog hindernissen te nemen. Servië moet beloven dat het zijn volledige medewerking zal verlenen aan het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië om alle oorlogsmisdadigers die nog op vrije voeten zijn voor het gerecht te brengen. Ook moet er dringend vooruitgang worden geboekt in de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, en moeten er meer hervormingen worden doorgevoerd op het gebied van justitie en openbaar bestuur. Daarnaast moet het Servische parlement stoppen met het afgeven van blanco mandaten en het willekeurig toewijzen van parlementszetels.

Tot slot hoop ik dat de dialoog tussen Servië en Kosovo in goede banen zal worden geleid en dat gewone mensen daardoor zullen kunnen rekenen op betere toekomstperspectieven. Het Europees Parlement heeft zich altijd sterk gemaakt voor de integratie van de westelijke Balkanlanden. Servië maakt daar een cruciaal onderdeel van uit met deze betrokkenheid...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Emine Bozkurt (S&D). - Voorzitter, dit is een belangrijk moment voor de stabiliteit op de Balkan. Servië heeft duidelijk laten zien dat het de keuze heeft gemaakt om te werken aan een Europese toekomst, doch zal daar hard aan moeten werken. Er zijn zo een aantal struikelblokken op weg naar het eventueel EU-lidmaatschap. Zo zijn de laatste twee hoofdverdachten van het Joegoslavië-tribunaal, Goran Hadžić en Ratko Mladić, nog niet opgepakt. Helaas - zo blijkt uit het rapport van hoofdaanklager Brammertz - slaagt Servië er niet in de internationale gemeenschap ervan te overtuigen dat er met man en macht naar deze misdadigers gezocht wordt.

Volgens Brammertz doet de Servische regering niet het meest mogelijke om de verdachten op te pakken, maar juist het minst noodzakelijke. Een duidelijke en eendrachtige boodschap vanuit de Servische overheid is nodig. Zo ook is het van belang dat de Europese Commissie veel grotere druk hierop blijft uitoefenen. Ook is het belangrijk dat de rechten van vrouwen en homo's hoog op de agenda van Servië blijven staan. Ik verwacht dat Servië alles op alles zal zetten om een open proces mogelijk te maken.

 
  
MPphoto
 

  Kinga Gál (PPE).(HU) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Győri, commissaris, om te beginnen zijn felicitaties op hun plaats voor de rapporteur en de schaduwrapporteur, omdat zij tot passende compromissen zijn gekomen in deze tekst en een goed verslag hebben opgesteld. Servië heeft het afgelopen jaar in vele opzichten belangrijke stappen in de richting van integratie gezet, die in het verslag ook in beschouwing worden genomen, en daarom zou ik slechts enkele punten willen noemen.

Een van deze punten is de kwestie van het visumvrije reizen, die de Servische autoriteiten zeer serieus zouden moeten nemen. En in de toekomst zouden zij hun uiterste best moeten doen om de burgers te adviseren geen misbruik van deze gelegenheid te maken, omdat dat anders de Europese vooruitzichten van de jongeren zou kunnen schaden, aangezien dit visumvrije reizen, dat wij altijd hebben gesteund, nu net over de jongere generaties gaat die zich bij Europa aansluiten en de kloof dichten, iets wat niet op het spel moet worden gezet. Tegelijkertijd moet Servië onmiddellijke vooruitgang boeken wat betreft de samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal en moet het in de onderhandelingen met Kosovo resultaten laten zien.

Wat ik echter zou willen benadrukken is de kwestie van de rechten van minderheden, een van de criteria van Kopenhagen. Ik ben blij dat er in het verslag tijdig aandacht is besteed aan deze zaken, omdat Servië zijn activiteiten op dit gebied moet voortzetten: de wetten inzake de status van Vojvodina en de nationale raden moeten zodanig ten uitvoer worden gelegd dat ze effect hebben in de praktijk. De Europese Unie moet echter van de toetredingen van 2004 en 2007 leren dat deze...

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE).(RO) Mevrouw de Voorzitter, het door de Raad genomen besluit om de procedure tot ratificatie van de stabilisatie- en associatieovereenkomst op gang te brengen zal Servië aanmoedigen zijn hervormingen voort te zetten om aan de criteria van Kopenhagen te voldoen. De inwerkingtreding van deze overeenkomst zal de handel tussen de EU en Servië vergemakkelijken en echte perspectieven voor toetreding bieden.

Tot nu toe is, met name in samenwerking met EULEX, aanzienlijke vooruitgang geboekt bij de hervorming van het rechtsstelsel en de bestrijding van de corruptie. Tegelijkertijd ben ik van mening dat de weigering om de onafhankelijkheid van Kosovo te erkennen niet in de weg mag staan van de Euro-Atlantische ambities van Servië. Vooral omdat de Servische regering zich bereid heeft getoond om onder auspiciën van de EU deel te nemen aan nieuw overleg met Kosovo.

Ik zou verder graag willen wijzen op de sleutelrol die Servië bij de waarborging van de vrede op de Balkan heeft gespeeld. Ik denk dat het in dit opzicht uiterst belangrijk is om verder te gaan met het opendeurbeleid voor alle landen van de westelijke Balkan. Roemenië heeft de toenadering van deze regio, met name van Servië, tot de EU en de NAVO onvoorwaardelijk gesteund.

Tot slot wil ik benadrukken dat de inspanningen en aspiraties van dit land door de Europese staten dienen te worden erkend en aangemoedigd. Het is onze plicht om onze partners op de Balkan te steunen bij hun vorderingen op de Euro-Atlantische weg die zij zijn ingeslagen.

 
  
MPphoto
 

  Andrey Kovatchev (PPE).(BG) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Győri, commissaris, ik zou om te beginnen de rapporteur, Jelko Kacin, willen bedanken voor het goede werk dat hij met dit verslag heeft geleverd. De toekomst van Servië en de westelijke Balkan ligt in de Europese Unie. Ik ben ervan overtuigd dat de historische vergissingen en onrechtvaardigheden die de Balkan in de vorige eeuw ten deel zijn gevallen, alleen te boven kunnen worden gekomen door Europese integratie.

Het is ons gemeenschappelijk doel om de huidige grenzen te veranderen van scheidingslijnen in verenigingslijnen. Het zou er niet toe moeten doen aan welke kant van de grens burgers wonen en wat hun etnische afkomst is: of ze nu in Niš of in Kalotina wonen, in Caribrod of in Sofia, in Priština of in Leskovac, Europese integratie is voor zowel Servische burgers als hun buren de enige weg naar stabiliteit, veiligheid en voorspoed.

In het verslag van de heer Kacin staan aspecten van wat er in Servië is bereikt en wat er nog gedaan moet worden. Servië heeft onze steun op zijn weg naar integratie, en zal die steun blijven krijgen. Maar degenen onder ons uit Oost-Europa kunnen onze Servische vrienden enkele nuttige adviezen geven om hen te behoeden voor een herhaling van onze fouten.

Een van dit soort adviezen zou zijn om de dossiers van het repressieve communistische systeem in Joegoslavië openbaar te maken. In Bulgarije hebben we bittere ervaringen met wat vertragingen in het openbaar maken van de dossiers met zich meebrengen. De voormalige geheime diensten zijn nauw verbonden met de corruptie en de georganiseerde misdaad in de regio. Ik feliciteer Servië met zijn poging om de invloed van communistische elementen in zijn regering te beteugelen. De toekomst van een democratisch land zou niet geremd moeten worden door zijn totalitaire verleden.

Wij in Oost-Europa zijn ons duidelijk bewust van de manipulatie door de voormalige communisten, die alles doen wat ze maar kunnen om hun activiteiten te presenteren alsof ze in het nationale belang zijn. Laat u niet voor de gek houden. Het enige waarin ze geïnteresseerd zijn, zijn hun eigen belangen.

Wie de controle heeft over het verleden, heeft ook de controle over de toekomst. Het openbaar maken van de dossiers van de communistische geheime dienst zal een duidelijk signaal aan Europa zijn dat Servië met een regime wil breken dat het decennialang van Europa heeft afgesneden. De burgers van het voormalige Joegoslavië hebben er recht op om hun meest recente geschiedenis te kennen.

Ik wens Servië succes op zijn weg naar Europese integratie, waarbij het onze steun heeft. Wij kijken ernaar uit om het land in de Europese democratische familie te begroeten.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Koumoutsakos (PPE). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, ik wil om te beginnen de rapporteur bedanken voor het uitstekende werk dat hij heeft geleverd en voor de tekst over Servië die hij ons heeft voorgelegd. De ondertekening van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst EG-Servië is een ontwikkeling van cruciale betekenis voor zowel Servië als de Europese Unie. Het volgende stadium, de volgende belangrijke stap, is nu de verwerving van de status van kandidaat-lidstaat. En ik denk dat we daarover komende december een besluit moeten nemen. Laten we niet vergeten dat 2011 voor Servië een opmaat vormt voor de verkiezingen in 2012, aangezien er in maart van dat jaar zowel parlements- als gemeenteraadsverkiezingen zijn.

Degenen van ons die gisteren de gelegenheid hadden om in de Commissie buitenlandse zaken vicepremier Đelić te beluisteren, hebben kunnen constateren dat Servië vastberaden is om zich elke moeite te getroosten om aan de Europese criteria en eisen te voldoen. We hebben eveneens de positieve en constructieve houding van Servië en de Servische regering ten opzichte van een fundamentele dialoog met Priština kunnen constateren. Wij moeten Servië aanmoedigen.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE).(LT) Mevrouw de Voorzitter, afgaand op de conclusies van de Raad over de vooruitgang die Servië op het gebied van hervormingen heeft geboekt, zouden we dit land moeten feliciteren, maar helaas geven sommige zaken nog aanleiding tot bezorgdheid. Hoewel Servië vorderingen maakt op weg naar de Europese Unie, zijn op bepaalde terreinen nog enorme inspanningen nodig, met name als het gaat om de verbetering van het ondernemingsklimaat in Servië. De ervaringen van Litouwse investeerders doen gerechtvaardigde vragen rijzen over het ondernemingsklimaat en de bescherming van investeringen in Servië. Litouwse bedrijven die 34 miljoen euro hebben geïnvesteerd, werden er door de Servische regering van beschuldigd in gebreke te zijn gebleven, waarna zij in strijd met de tussen Servië en Litouwen gesloten overeenkomst inzake bevordering van investeringen en wederzijdse bescherming een privatiseringscontract heeft opgezegd. Servië moet voor de nodige transparantie en voor een betrouwbaar klimaat voor het bedrijfsleven zorgen en moet bureaucratische beperkingen, rechtsonzekerheid en dergelijke problemen uit de wereld helpen. Vanzelfsprekend staan wij achter de beoogde toetreding van Servië tot de Europese Unie en wij hopen dat Servië die problemen zal aanpakken.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D).(HU) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Győri, commissaris Füle, we beëindigen niet alleen een proces, maar ik hoop dat we dit jaar ook met de toetredingsonderhandelingen kunnen beginnen aangezien Servië de afgelopen tijd veel heeft bereikt. Ik zou het feit willen noemen dat hoofdaanklager Brammertz zelf meent dat er niets is aan te merken op de samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. Dit is lange tijd een gevoelige kwestie geweest. Hetzelfde geldt voor het NAVO-partnerschap, en wat ik van bijzonder belang acht in het geval van de westelijke Balkan is dat Servië een prijzenswaardig minderhedenbeleid heeft dat een voorbeeld zou kunnen zijn voor vele lidstaten van de EU, aangezien de verstrekkende culturele autonomie die zich manifesteert in het goede functioneren van de raden van de verschillende nationale minderheden garandeert dat de minderheden blijven voortbestaan. Verder is vooruitgang inzake de kwestie Kosovo, in emotioneel opzicht een zeer gecompliceerde en ingewikkelde kwestie, buitengewoon belangrijk, maar Servië is goed op weg...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Ivo Vajgl (ALDE).(SL) Mevrouw de Voorzitter, het verslag van mijn collega Kacin is evenzeer realistisch als bemoedigend.

De volledige integratie van Servië in de Europese Unie is in het belang van de Europese stabiliteit en veiligheid. De integratie betekent bovendien het wegnemen van de 'grijze zone' in Zuidoost-Europa, of althans een belangrijke aanzet daartoe.

Ik steun Servië en zijn doelstellingen, zoals door vicepremier Đelić naar voren gebracht.

Servië heeft de sleutels in handen en Servië zal aan de voorwaarden moeten voldoen. Dit kan ook een gelegenheid zijn om de Servische bevolking voor te houden dat generaal Mladić voor Servië een bron van schaamte en niet van trots zou moeten zijn.

Ik wil met nadruk mijn waardering uitspreken voor alle stappen die de Servische regering en de Servische bevolking hebben genomen op weg naar goede verhoudingen in de regio. Tegelijkertijd zijn echter voor goede verhoudingen tussen buurlanden juist de grenzen van wezenlijk belang.

 
  
MPphoto
 

  Ulrike Lunacek (Verts/ALE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ook ik zeg volmondig ja tegen toetreding van Servië tot de Europese Unie en tegen het idee dat de Servische bevolking een toekomst in een gemeenschappelijk Europa heeft, net als de gehele westelijke Balkan. Persoonlijk zal ik ook groen licht geven voor de stabilisatie- en associatieovereenkomst, hoewel ik daar tevens bij moet opmerken dat de samenwerking van Servië met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY) vooralsnog niet naar wens is. Ik hoop eveneens dat er in dit Parlement een meerderheid voor ons amendement is en dat de woorden van de heer Brammertz in de toekomst van toepassing blijven.

Ik wil de heer Kacin danken voor zijn verslag en voor zijn deels uiterst positieve verslaglegging van de vooruitgang die in Servië is geboekt, en tegelijkertijd van de punten waar vooralsnog problemen bestaan.

Dan kom ik nu op de betrekkingen met de Republiek Kosovo. Als rapporteur van dit Parlement voor Kosovo doe ik een beroep op de Servische regering. Ik heb nauwkeurig geluisterd naar de woorden van vicepremier Đelić gisteren, toen hij verklaarde dat de bereidheid om deze historische overeenkomst te sluiten er is, maar dat eveneens duidelijk moet worden gemaakt dat de dialoog tussen de Republiek Servië en de Republiek Kosovo…

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD). - (SK) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik opmerken dat ik voorstander ben van een stabilisatie- en associatieovereenkomst met Servië.

Servië was en is een invloedrijk Balkanland. De burgers van dit land hebben echter al jaren moeten opdraaien voor de fouten van hun politieke leiders, die het land in een moeilijke politieke situatie hebben gebracht met hun onbesuisde beslissingen. Indien wij echter de politieke verhoudingen op de Balkan op de lange termijn willen stabiliseren, moeten we open en goede betrekkingen onderhouden met alle landen in deze regio.

Daarom moet Servië voor ons een even gerespecteerde partner zijn als andere stabiele landen in deze regio, zodat we in een open dialoog en door middel van goede samenwerking de burgers van dit land kunnen helpen om zo snel en zo goed mogelijk te integreren in de gemeenschap van vrije, democratische Europese landen.

 
  
MPphoto
 

  Krisztina Morvai (NI).(HU) Mevrouw de Voorzitter, mij als Hongaarse doet het Hongaars voorzitterschap veel genoegen en ik wens de Raad alle succes, en toch heeft deze toespraak over de toetreding van Servië tot de EU mij een licht gevoel van droefheid gegeven en het gevoel dat er iets ontbreekt. Dit komt doordat er helemaal niets is gezegd over de buitengewoon wrede schending van de mensenrechten die tegen onze mede-Hongaren in Vojvodina is begaan, en ik zou willen vragen of het Hongaars voorzitterschap of de Commissie op de hoogte is van de rapporten van mensenrechtenorganisaties en de verslagen van waarnemers, om te beginnen wat betreft de zaak van de jongemannen van Temerin. De zaak van de jongemannen van Temerin laat een flagrante schending van de mensenrechten zien doordat er een buitensporig streng vonnis is opgelegd van in totaal 61 jaar gevangenisstraf aan vijf jongemannen voor een gevecht in een café, die hun straffen moeten uitzitten in derdewereldomstandigheden, gemarteld zijn en worden onderworpen aan een onmenselijke, wrede behandeling. Dit wordt nog eens verergerd door het feit dat de meest wrede misdaden die tegen Hongaren worden gepleegd juist niet worden onderzocht. Weet u...

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, in tegenstelling tot de mening van pleitbezorgers van de EU die alles door een roze bril zien, is toetreding tot de Unie alleen niet voldoende om alle conflicten in een handomdraai op te lossen. Met name als we een vergelijking maken met kandidaat-lidstaat Turkije, zien we dat de EU met twee maten meet. Servië is immers bereid tot gesprekken met Kosovo, hoewel de houding van de EU duidelijk inconsequent is: in Bosnië worden meerdere etnische groepen gedwongen in een multiculturele staat samen te leven, terwijl het in Kosovo legitiem wordt geacht dat een etnische groep zich onafhankelijk maakt van een staat.

Niet alleen heeft Servië zich bereid getoond om met Kosovo te praten, het heeft zelfs zijn verontschuldigingen aangeboden voor de genocide in Srebrenica. Toch wordt Belgrado er nog steeds van beschuldigd dat het onvoldoende samenwerkt met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië in Den Haag. Daarentegen zijn de schendingen van de mensenrechten in Turkije, waar alleen al praten over de Armeense genocide voldoende is om bestraft te worden, kennelijk verwaarloosbaar.

Ook de beschuldiging van orgaanhandel aan het adres van de Kosovaarse premier Thaçi maakt duidelijk dat oorlogsmisdaden niet slechts vanuit een partijdig oogpunt kunnen worden bekeken. Deze beschuldigingen moeten volledig worden opgehelderd. Voor toetreding tot de EU is het zeer belangrijk dat Servië en Kosovo allereerst hun geschillen oplossen.

 
  
MPphoto
 

  Victor Boştinaru (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de stabilisatie- en associatieovereenkomst met Servië is de volgende belangrijke stap van dit land in zijn proces van integratie in de EU. We hebben het hier over een land dat in de afgelopen jaren al indrukwekkende vorderingen heeft gemaakt, en ik denk dat verdere politieke en economische integratie op basis van de SAO Servië de laatste impuls zal geven die het nodig heeft op zijn weg naar het EU-lidmaatschap.

Gezien de belangrijke rol die Servië vervult op de westelijke Balkan zal de SAO niet alleen een positieve uitwerking hebben voor de EU en Servië, maar ook voor de regio in zijn geheel. De SAO zal immers zorgen voor meer veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling en tevens een stevig fundament leggen voor het uitbreidingsproces op de westelijke Balkan.

Ik hoop dat het proces rond de SAO, nadat het Europees Parlement groen licht gegeven heeft, zo snel mogelijk kan worden afgerond. Daarom wil ik de lidstaten verzoeken ervoor te zorgen dat het ratificatieproces zo voorspoedig en snel mogelijk plaatsvindt.

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Kalinowski (PPE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, samenwerking met onze Europese buurlanden is een essentieel onderdeel van het beleid van de Europese Unie. Servië is, net als alle landen van het Balkanschiereiland, een bijzonder geval. Als gevolg van het uiteenvallen van Joegoslavië in de jaren negentig en de oorlogen in de regio hebben deze landen nog steeds te kampen met economische en politieke problemen. De rol van de Europese Unie is om deze landen te steunen en te helpen. De geschiedenis heeft ons geleerd dat de politieke situatie in deze regio een invloed op het hele continent heeft, en dat we de gevolgen allemaal heel lang blijven voelen. Europa is in zekere zin gedeeltelijk verantwoordelijk voor de gebeurtenissen die daar toen hebben plaatsgevonden. Daarom hebben we een dubbele morele plicht tegenover deze landen, en de overeenkomsten waarover we het vandaag hebben, dat wil zeggen samenwerking op alle vlakken en faciliteiten voor de burgers van deze landen, zijn onontbeerlijk, ook om te waarborgen dat de geschiedenis zich niet herhaalt.

 
  
MPphoto
 

  Zoran Thaler (S&D).(SL) Mevrouw de Voorzitter, vandaag blijkt opnieuw dat een democratisch en Europees Servië kan rekenen op veel bondgenoten in de Europese Unie.

Het is een feit dat alleen een democratisch en pro-Europees Servië kans maakt om een inhaalslag te maken na de 20 jaar durende periode van vertraging in de ontwikkeling van democratie, economie en kwaliteit van leven voor de burgers.

De Servische regering en president Tadić verdienen onze steun. Servië is van wezenlijk belang voor de stabiliteit op de Balkan. Een modern, Europees Servië draagt hierbij een grote verantwoordelijkheid.

Het draagt allereerst de verantwoordelijkheid om een stabiele, Europese en betere toekomst voor het buurland Bosnië en Herzegovina te garanderen en ten tweede om een historisch compromis te sluiten met het naburige Albanië.

De huidige Servische regering spant zich voor deze twee doelstellingen in, dus laten we onze medewerking en steun hierbij aanbieden.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Grzyb (PPE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, commissaris Füle heeft gezegd dat alles nu van Servië afhangt, dat het de juiste keuzes zal moeten maken. Dat is ongetwijfeld zo, maar tegelijkertijd moeten we ons er rekenschap van geven dat dit proces moet worden gesteund. En wij als nieuwe lidstaten weten dat heel goed. Servië heeft de juiste keuze gemaakt door de stabilisatie- een associatieovereenkomst te ondertekenen. Het heeft zich ertoe verbonden om een aantal ongetwijfeld moeilijke hervormingen door te voeren. Het Europees Parlement moet deze hervormingen steunen, want niet alleen de regering maar in de eerste plaats de hele samenleving moet deze Europese keuze maken. Toen ik waarnemer was bij het grondwettelijk referendum, zei ik tegen de Serviërs en tegen mijn Europese collega's: "Kijk, dit Belgrado en deze mensen, de Serviërs, zijn Europees, we moeten hen op hun weg naar hervorming helpen." Ik denk dat alles wat te maken heeft met het ratificatieproces van de associatieovereenkomst, en ook de resolutie van het Europees Parlement, Servië erg veel kan helpen op deze weg.

 
  
MPphoto
 

  Štefan Füle, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, graag wil ik de geachte afgevaardigden bedanken voor dit rijkgeschakeerde debat, waaruit we kunnen opmaken dat de integratie van Servië in de Europese Unie mag rekenen op de constructieve steun van dit Parlement. De steun van het Parlement voor het ratificatieproces van de SAO is een belangrijk signaal voor Servië en zal het land stimuleren om zijn inspanningen op de weg naar de Europese Unie verder op te voeren.

Ik wil graag kort ingaan op enkele vragen die tijdens het debat zijn gesteld, om te beginnen op de vraag van de heer Belder over de Sandzak. Persoonlijk zou ik dit eerder een politisering van het probleem van de moslimvertegenwoordiging noemen dan een golf van radicaal islamisme. In dit verband zien we uit naar de volgende verkiezingen voor de Bosnische nationale raad in april van dit jaar, die vredig zouden moeten verlopen en algemeen zouden moeten zijn, en die zullen helpen de dialoog te bevorderen en radicalisering te vermijden.

Dan de vraag over het ontwikkelingsfonds. We plegen nauw overleg met Servië en andere landen op de westelijke Balkan over de beste en meest effectieve toepassing van de IPA-steun. Over de ondersteuning van technologische ontwikkeling laten we momenteel onze gedachten gaan.

Op de vraag van mevrouw Morvai kan ik antwoorden dat de mensenrechten en ook de bescherming van de rechten van minderheden onze speciale aandacht genieten. Ik zal haar schriftelijk berichten over een concrete zaak waarnaar zij in haar interventie verwees.

Mij persoonlijk stemt de serieuze en constructieve opstelling van Servië ten opzichte van de huidige fase van het uitbreidingsproces zeer positief. Waar we het gisteren over onze zorgen hadden, constateren we vandaag dat Servië op de goede weg is met zijn aanpak van bijvoorbeeld het belangrijke punt van de gerechtelijke hervorming. Voor Servië is dit een goede basis om het integratiepotentieel van het jaar 2011 ten volle te benutten.

 
  
MPphoto
 

  Enikő Győri, fungerend voorzitter van de Raad. – (HU) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, mijnheer de vicepremier, dames en heren, dank u zeer voor dit uitstekende debat. Er zijn uitstekende opmerkingen gemaakt over een uitstekend verslag, en het feit dat het merendeel van de kwesties die hier aan de orde zijn gesteld in dit verslag is opgenomen, heeft voor mij aangetoond hoe uitstekend dit verslag is en daarom meen ik dat het een uitstekende basis voor de discussie is geweest.

U hebt allemaal bevestigd dat dit niet over een afgerond proces gaat, maar eerder over een begin. Na dit begin geloof ik dat alle kwesties die ook u in het debat aan de orde hebt gesteld, zullen worden besproken. Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt en daarom hebben we het punt bereikt waarop we nu in het proces zijn, maar er is nog steeds veel te doen. U hebt zelf heel veel kwesties aan de orde gesteld, zoals het verstevigen van de democratie, vluchtelingen, de ontwikkeling van een ondernemingsklimaat, problemen die te maken hebben met visumvrij reizen en de situatie van de minderheden.

We hebben gehoord dat er een belangrijke stap voorwaarts is gezet in het minderhedenbeleid van Servië, zoals ook de heer Tabajdi naar voren heeft gebracht, maar tegelijkertijd zijn de criteria van Kopenhagen van kracht en de Commissie heeft hier de aandacht op gevestigd. Dit is een belangrijke aanwijzing voor ons, en wij zullen hier goed naar kijken bij elke stap die wij zetten en elke beoordeling die wij doen.

Ook is gezegd dat de situatie broos is. Ik ben het hier volledig mee eens, en dat is de reden waarom het zo belangrijk is dat we Servië stimuleren om op deze weg voort te gaan. Ook de heer Brok en de heer Swoboda hebben hierop gewezen. Ik geloof dat het belangrijkste is, zoals mevrouw Nicolai ook heeft gezegd, dat dit een besluit is dat Servië uit vrije wil heeft genomen, dat Servië zich wil verbinden aan de Europese Unie en het EU-lidmaatschap en dat we dit proces met alle mogelijke middelen zullen helpen. Ik beschouw het feit dat men deze weg uit eigen vrije wil heeft gekozen als een garantie dat Servië alle noodzakelijke maatregelen zal nemen. Ik heb er alle vertrouwen in, mevrouw de Voorzitter, dat het Parlement na dit veelzijdige debat met de stabilisatie- en associatieovereenkomst zal instemmen.

 
  
MPphoto
 

  Jelko Kacin, rapporteur.(SL) Mevrouw de Voorzitter, het rijke debat van vandaag is de beste illustratie van de grote belangstelling en steun voor Servië hier in het Europees Parlement en bij andere Europese instellingen.

Servië, dat na de oorlogen van de jaren negentig voor vele uitdagingen gesteld werd, is nu primair bezig met het leggen van de basis voor de rechtsstaat.

De justitiële hervorming, die in 2009 van start ging, vertoont nog vele tekortkomingen, die echter alleen systematisch hersteld kunnen worden.

De rechtsstaat is het belangrijkste criterium van Kopenhagen. Servië moet de onafhankelijkheid, bevoegdheid en doeltreffendheid van haar justitiële autoriteiten waarborgen om economische ontwikkeling en rechtszekerheid te garanderen.

We zijn verheugd over de recente inspanningen van Belgrado in het kader van deze uitdagingen. Een onderdeel daarvan is restitutie, d.w.z. teruggave van in beslag genomen eigendommen, en de bescherming van particuliere eigendommen.

Ik zie uit naar de komst van de woordvoerder van de nationale assemblee van Servië, die het Europees Parlement deze maand zal bezoeken. We moeten de rol en verantwoordelijkheid van het Servische parlement en alle parlementsleden versterken.

We moeten bovendien trachten meer aantrekkingskracht uit te oefenen op de Servische oppositie, die meer verantwoordelijkheid op zich zal moeten nemen om het Servische integratieproces succesvol te laten verlopen.

Als de Servische premier Cvetković deze maand de antwoorden op de vragenlijst van de Europese Commissie overhandigt aan commissaris Füle, is dat een historische stap voor Servië en al zijn inwoners.

Het zou een stap van grote betekenis en vooruitgang zijn, en ik wens het Hongaarse voorzitterschap dan ook veel succes bij het versterken van de pro-Europese krachten in Servië.

Ik weet dat het Servische bureau voor Europese integratie onder leiding van Milica Delević uitstekend werk verricht, en daarom zal de samenwerking zeker soepel verlopen.

Verder geeft de aanwezigheid van Božo Đelić, de Servische vicepremier en minister van wetenschap, hier in het Parlement blijk van de grote belangstelling van de Servische regering voor ons werk en voor de Servische toekomst in de EU.

Tot slot wil ik u nog één gedachte meegeven.

Nog geen drie jaar geleden stond Servië op het punt om door eigen toedoen in een isolement te raken. Dat gevaar is inmiddels geweken en Servië is hard op weg om zich bij de EU aan te sluiten. Het tempo van dit proces hangt volledig van Servië zelf af.

Deze resolutie is een aanmoediging voor Servië in dit historische proces, met als duidelijke boodschap aan Servië dat we de behaalde successen waarderen en de uitdagingen onderkennen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – De gecombineerde behandeling is gesloten.

Tot besluit van dit debat is een ontwerpresolutie ingediend door de Commissie buitenlandse zaken. De stemming hierover vindt morgen om 12:30 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Maštálka (GUE/NGL), schriftelijk. (CS) Ik ben een warm voorstander van alles wat tot een snelle integratie van Servië in de Europese Unie leidt, omdat ook de meerderheid van de Serviërs deze wenst. Ik wil er echter tegelijkertijd op wijzen dat een groot deel van de tekortkomingen die Servië in de ontwerpresolutie van het Europees Parlement verweten worden, beschouwd moet worden als de gevolgen van de jarenlange destructieve betrokkenheid van een aantal lidstaten van de EU op de Balkan alsook van de regelrechte agressie van de NAVO tegen Servië. Het zou Servië makkelijker moeten worden gemaakt om tot de EU toe te treden, aangezien het lidmaatschap van het land geen beloning is voor dat land, maar een kans voor de EU om bij te dragen aan de oplossing van talloze problemen die zij zelf direct of indirect heeft veroorzaakt. Verder wil ik dringend wijzen op de noodzaak tot voorzichtigheid en omzichtigheid ten aanzien van de etnische minderheden in Servië. In zijn ontwerpresolutie erkent het Europees Parlement dat “Albaanse minderheden bepaalde aspiraties hebben” in Servië en spreekt het daarin over hun “recht op provinciale autonomie”. Indien problemen ten aanzien van minderheden in een land worden “opgelost” middels collectieve wetgeving die hun speciale rechten toekent, kunnen we er zeker van zijn dat die “oplossing” catastrofale gevolgen heeft voor het land in kwestie, niet alleen in Servië. De enige manier waarop de rechten van de leden van minderheden kunnen worden beschermd, is naleving en bescherming van de mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Csanád Szegedi (NI), schriftelijk. – (HU) Hongarije heeft op 16 november 2010 de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de EU en Servië geratificeerd. Hongarije, dat op dat moment bezig was met de voorbereiding op zijn termijn voor het voorzitterschap van de EU, heeft niet van zijn historische fout geleerd, toen het de toetreding van Roemenië afhankelijk had kunnen maken van de regionale autonomie voor de autochtone Hongaarse minderheden in Transsylvanië. De gevolgen van deze gemiste kans kunnen tot op de dag van vandaag worden gevoeld: grafschennis op Hongaarse kerkhoven. Er vindt in Transsylvanië een stille volkerenmoord op Hongaren plaats. Door middel van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de EU en Servië moeten de Europese Unie en het Hongaarse ministerie van Buitenlandse Zaken de bescherming van minderheden afdwingen. De Europese Unie staat onder grote druk om kandidaat-lidstaten te laten zien, door associatieovereenkomsten te sluiten en versneld mogelijk te maken, dat toetreding tot de EU een haalbaar doel is. Hoewel Jobbik de toetreding van bijvoorbeeld Kroatië steunt als land dat aan de criteria voldoet, is zij sterk gekant tegen verdere, haastige stappen die in de richting van Servië worden gezet. Een veel grotere mate van autonomie voor de autochtone Hongaarse minderheid die in Servië woont, met inbegrip van volledige regionale en culturele autonomie, moet als voorwaarde worden gesteld voor de voortzetting van het toetredingsproces. Wij moeten ook niet het idee van tafel vegen dat het volk van Vojvodina door middel van een referendum zijn wil kenbaar mag maken over zijn regionale status om de onuitwisbare wonden die de Hongaren bij Trianon zijn toegebracht enigszins te verlichten.

 
  
  

(De vergadering wordt om 10:25 uur onderbroken en om 10:30 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: JERZY BUZEK
Voorzitter

 
Laatst bijgewerkt op: 17 juni 2011Juridische mededeling