De Voorzitter. − Voordat we beginnen, moet ik u meedelen dat tijdens een vuurgevecht dat vandaag heeft plaatsgevonden in Afghanistan helaas een Italiaanse soldaat is omgekomen en een andere soldaat ernstig gewond is geraakt. Wij betuigen onze deelneming aan de familie van het slachtoffer, Luca Sanna.
Aan de orde is de verklaring van de Commissie over de situatie in Haïti een jaar na de aardbeving: humanitaire hulp en wederopbouw.
Kristalina Georgieva, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik sluit me bij u aan en betuig mijn medeleven aan de getroffenen en hun families.
Een jaar geleden zagen we in Haïti een van de ergste natuurrampen in de recente geschiedenis, maar dit was ook aanleiding voor een van de beste uitingen van solidariteit, waarbij het herstellingsvermogen van de mensen die werden geconfronteerd met een ramp en chaos een voorbeeld van moed is voor ons allemaal. Een jaar na de ramp willen we eer bewijzen aan degenen die zijn omgekomen, maar ook aan degenen die het hebben overleefd. We hebben beloofd dat we hen zouden helpen en we houden ons aan onze beloften.
De EU maakt een essentieel deel uit van de wereldwijde solidariteitsinspanning voor Haïti. We hebben alle beschikbare middelen gemobiliseerd om zowel humanitaire hulp te leveren als, zoals commissaris Piebalgs later zal toelichten, ontwikkelingshulp om het land weer op te bouwen.
Na de aardbeving beloofde de EU meer dan 320 miljoen euro aan zuivere humanitaire hulp, waarvan de Commissie het afgelopen jaar, 2010, 130 miljoen euro heeft geleverd.
Met deze fondsen konden we iets doen voor meer dan vier miljoen Haïtianen door middel van voedselhulp, sanitatie en opvang. Bijna 1,5 miljoen mensen hebben een verblijfplaats gekregen: een basis van waaruit ze hun leven kunnen oppakken. Onze hulp was niet alleen gericht op Port-au-Prince, maar ook op andere getroffen steden – Léogâne en Jacmel – en we zijn de 500 000 Haïtianen die Port-au-Prince hebben verlaten om bij familie op het platteland te gaan wonen gevolgd met hulp, door hen te voorzien van voedsel, water en medische zorg, de wegen begaanbaar te maken en ‘cash-for-work’-programma’s te ondersteunen.
Op dit moment richt onze humanitaire hulp zich op cholera, waarbij 22 miljoen euro wordt gebruikt om in de meest essentiële behoeften te voorzien op het gebied van gezondheidszorg, toegang tot deugdelijke watervoorziening en sanitatie, informatiecampagnes, epidemiologisch toezicht en logistiek. We hebben tot nu toe de behandeling van 158 000 mensen gefinancierd, maar wat nog belangrijker is, is dat we een half miljoen mensen schoon water hebben gegeven en 900 000 mensen toegang tot veiligere sanitaire voorzieningen, dat we een miljoen Haïtianen ervan bewust hebben gemaakt wat cholera is, hoe ze kunnen voorkomen dat ze ziek worden en hoe cholera kan worden behandeld en dat we 1,3 miljoen stukken zeep en chloortabletten hebben verstrekt aan getroffen gemeenschappen.
We hadden gehoopt dat de situatie een jaar na de aardbeving beter zou zijn, maar dat is niet zo. Daarom begroten we voor dit jaar, 2011, 33 miljoen euro. We staan klaar om meer hulp te bieden als dat nodig is.
Voor 2011 zijn onze prioriteiten huisvesting, sanitatie en gezondheidszorg. We zullen de slechte sanitatie blijven aanpakken, want dat is duidelijk een risico als het gaat om de verspreiding van cholera in gemeenschappen. We zullen ook blijven helpen met gezondheidszorg, maar het gezondheidszorgstelsel van Haïti is een puinhoop. Het is er niet om de mensen te helpen.
In dit proces zijn we afhankelijk geweest van humanitaire hulpverleners en ik wil mijn dank uitspreken aan degenen die hun leven hebben gewaagd om de bevolking van Haïti te helpen.
We steunen ook commissaris Piebalgs bij het koppelen van noodhulp aan wederopbouw en ontwikkeling. Sommige van de fondsen uit de B-envelop van het negende Europees Ontwikkelingsfonds zullen bijvoorbeeld worden gebruikt voor huisvestingsprogramma’s, die nauw zullen worden gecoördineerd met onze humanitaire steun. Ik wil hier benadrukken dat we de situatie in Haïti uitgebreid hebben bekeken om niet alleen de mensen in directe nood te helpen, maar ook de basis te leggen voor een herstel op de langere termijn.
Andris Piebalgs, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, we bereiken ook resultaten op het gebied van wederopbouw. De EU als geheel – dat wil zeggen de Unie en de lidstaten – heeft al 600 miljoen van de in New York toegezegde 1,2 miljard euro toegewezen en heeft al 330 miljoen euro betaald.
Als onderdeel van de totale inzet van de EU beloofde de Unie aanvankelijk 460 miljoen euro en we achten het noodzakelijk dat te verhogen naar 522 miljoen euro. Van deze belofte hebben we al 327 miljoen euro toegewezen. Lopende programma’s werden aangepast door de duur ervan te verlengen en/of door de financiële enveloppen te vergroten om beter te kunnen inspelen op de herziene prioriteiten. Er zijn nieuwe programma’s ingesteld om aanvullende behoeften aan te pakken.
De uitbetalingen die strikt gekoppeld zijn aan de belofte bedroegen in 2010 74 miljoen euro. Ik ben van mening dat dat, gezien de situatie in Haïti, een tamelijk goed resultaat is. Men moet zich realiseren dat de situatie daar, die voor de aardbeving al heel moeilijk was, in de periode daarna een immense uitdaging is geworden en later zelfs nog gecompliceerder – als gevolg van de orkaan Tomas, de cholera-epidemie en de politieke instabiliteit. Hulpverleners en technische experts moesten vaak in moeilijke omstandigheden hun werk doen.
Andere factoren waarmee we rekening moeten houden zijn allereerst het feit dat de hulp bij de wederopbouw op de middellange en lange termijn wordt uitgevoerd in een periode van drie tot vijf jaar en dat de betalingen zijn gespreid over de duur van het programma: 2010 werd hoofdzakelijk gebruikt voor het toewijzen van fondsen en het opstarten van projectvoorbereidingen, waaronder alle noodzakelijke technische onderzoeken en aanbestedingen. In 2011 zullen er meer concrete activiteiten van start gaan en we zijn ervan overtuigd dat de betalingen in het kader van de belofte gedurende dit jaar zullen verdubbelen tot 150 miljoen euro.
De ontwikkelingshulp van de EU richtte zich tot nu toe allereerst op het leveren van de noodzakelijke functies voor de regering om te helpen de basisdiensten van de staat te leveren, zoals de uitvoering van het onderwijsstelsel, het gezondheidszorgstelsel en de politie en het vermogen om personeel te leveren in de publieke sector. De tweede prioriteit was directe versterking en wederopbouw van strategische infrastructuur en wegen en de derde prioriteit was het versterken van de voorbereiding van Haïti op rampen en de mechanismen en structuren voor de bescherming van de burgers.
We hebben onszelf tot doel gesteld een sterker Haïti op te bouwen na de aardbeving, op een sterkere fundering. Het is heel duidelijk dat we een sterke Haïtiaanse regering nodig hebben en dat we ons moeten richten op de prioriteiten. Daarom volgen we heel sterk de prioriteiten die de Haïtiaanse regering voor ons heeft aangewezen. Ze willen heel graag het bestuur versterken – met een bijzondere nadruk op onder meer begrotingsondersteuning en rekening houdend met de beperkte overheidsinkomsten – en substantieel investeren in infrastructuur, in het bijzonder in wegen.
Waar kunnen we lessen leren om de situatie te verbeteren? Wel, we kunnen de hulp beter coördineren en de samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten versterken. We zijn nu bezig met het afronden van het gezamenlijke programma in een proces waarbij de EU-lidstaten betrokken zijn.
We hebben ook goede ervaringen met de samenwerking met al onze partners in de Interim Haiti Reconstruction Commission en dat helpt zeker om het proces te versnellen. Ik ben echter van mening dat we werk moeten maken van onze sterke wens om stabiliteit te bereiken op het gebied van zowel hulp als het democratisch functioneren van Haïti, want dat is duidelijk een voorwaarde voor het succes van de inspanningen van de EU en de volledige internationale gemeenschap.
Geachte Parlementsleden, we doen ons best, maar het is duidelijk dat we beter werk kunnen leveren. We hebben geleerd van onze ervaringen: de EU komt zeker haar beloften na. Daarom ben ik ervan overtuigd dat we, hoewel de situatie zoals die soms wordt weergegeven in de media vanuit een bepaald perspectief tamelijk juist is, vooruitgang boeken. Ik denk dat we in 2011 belangrijke veranderingen zullen zien in het land – op voorwaarde dat er politieke stabiliteit tot stand wordt gebracht in Haïti, want instabiliteit belemmert zeker onze inspanningen – en we zullen onze inspanningen richten op de wederopbouw van Haïti.
Michèle Striffler, namens de PPE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, commissarissen, een jaar na de aardbeving bevindt Haïti zich nog steeds in een noodsituatie en is de wederopbouw nauwelijks op gang gekomen, een situatie die te wijten is aan de structurele gebreken waar het land mee kampt, het gebrek aan politieke wil en besluitvaardigheid bij de Haïtiaanse autoriteiten en een gebrek aan begeleiding van de internationale gemeenschap. Zonder een aantal doorslaggevende beslissingen van de Haïtiaanse autoriteiten, met name wat betreft onteigening, zullen de miljoenen resten van huizen die de wederopbouw verhinderen niet kunnen worden verwijderd.
Niettemin verwelkom ik alle inspanningen en het werk dat humanitaire organisaties zich getroosten. Er is vooruitgang geboekt en miljoenen levens zijn gered.
Ondertussen echter kunnen humanitaire organisaties de zwakheden van de Haïtiaanse staat niet langer compenseren. Daarom moet de Europese Unie alles doen wat in haar macht ligt om een legitiem en transparant verkiezingsproces krachtig te ondersteunen, om zo de stabiliteit en de politieke wil te verzekeren die vereist is voor de wederopbouw van Haïti. Het is beslist noodzakelijk dat gedurende het hele wederopbouwproces de toekomstige autoriteiten van Haïti worden ondersteund bij de organisatie van de instellingen, om te komen tot een nieuw evenwicht op alle niveaus en een volledig functionerende democratie.
Het is daarnaast van essentieel belang dat de Europese Commissie, in de hoedanigheid van lid van de tijdelijke commissie voor de wederopbouw van Haïti en gezien haar financiële bijdrage, intervenieert om de inwerkingtreding van het mandaat van die commissie te versnellen en het functioneren ervan mogelijk te maken.
Na de aardbeving heeft de internationale gemeenschap besloten om Haïti op te bouwen op een andere manier, waarbij men de fouten uit het verleden wilde vermijden. Het is tijd om voor eens en voor altijd de strijd aan te binden met de diepere oorzaken van de armoede in Haïti.
Corina Creţu, namens de S&D-Fractie. – (RO) Mevrouw de Voorzitter, een jaar na de verwoestende aardbeving van Haïti blijft de beoordeling van het wederopbouwproces ver achter bij niet alleen de verwachtingen van de bevolking, maar ook de beloften van de internationale gemeenschap. Bovendien lijken de inspanningen om het land opnieuw op te bouwen, gezien de tegenslagen in de afgelopen maanden, een impasse te hebben bereikt. Dit land, dat is verwoest door een aardbeving en getroffen door een cholera-epidemie waarvoor men de blauwhelmen van de VN verantwoordelijk houdt, is ook nog eens in een ernstige politieke crisis beland.
Ik ben van mening dat er drie gebieden zijn in de crisis van Haïti waarop wij in de komende periode actie moeten ondernemen. Anders zouden de inspanningen die tot op heden zijn geleverd voor niets kunnen zijn geweest. De resultaten van het onderzoek naar de oorzaak van de cholera-epidemie moeten zo spoedig mogelijk worden gepubliceerd, teneinde de woede van de bevolking over de aanwezigheid van de VN te bedaren. In de tweede plaats moet er alles aan worden gedaan om verlenging van de interim-periode, die zal worden veroorzaakt door het eind van mandaat van president Préval op 7 februari, te voorkomen. Nieuwe verkiezingen onder strikt internationaal toezicht zijn de enige haalbare, democratische oplossing. Ten slotte ben ik van mening dat deze actuele beoordeling een omslagpunt moet zijn in de wederopbouwinspanningen, omdat deze zijn ondermijnd door inefficiëntie, vertragingen en tegenstrijdige belangen van de landen in de regio.
Laten we niet vergeten dat van de 10 miljard dollar die op de conferentie van donoren in New York in maart 2010 is toegezegd, tot op heden slechts 1,2 miljard dollar is betaald, waarvan een aanzienlijk deel afkomstig is van de Europese Unie. Bovenop onze zorgen over het oplossen van de problemen van de miljoenen Haïtianen die overleven in noodkampen waar armoede, wanhoop en seksueel geweld alarmerende niveaus bereiken, moeten we ook nog aan het langetermijnvooruitzicht van duurzame investeringen in Haïti en concrete steun voor het opbouwen van een levensvatbare overheidsstructuur denken.
Charles Goerens, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, door de kwaliteit van de interventies van beide commissarissen kan ik mij hier beperken tot twee opmerkingen.
Om te beginnen is Haïti een jaar na de aardbeving nog niet veel meer dan een verwoest land. We wisten dat het land, gesteld voor een ramp van deze omvang, aanzienlijke problemen zou ondervinden. Bovendien wisten we dat naast de vele burgerslachtoffers ook het hart van de staat zelf slachtoffer was, zo zwaar waren de verwoestingen die zijn aangericht door deze natuurramp. Als we hier de structurele problemen van Haïti aan toevoegen en met name de bestuurlijke gebreken, dan mag duidelijk zijn voor welke uitdagingen de hulpverleners staan.
Wie is er in de eerste plaats verantwoordelijk voor deze situatie? Ook rekening houdend met de verzachtende omstandigheden, blijft de eerst verantwoordelijke, zonder wie niets kan worden bereikt, de staat Haïti zelf. Een alternatief zou zijn om de controle over het land over te nemen, maar dat is iets dat niemand wil.
Mijn tweede opmerking. We kunnen, en moeten zelfs, een aanvulling vormen op de activiteiten van Haïti zelf. De Europese Unie heeft op dit punt in ieder geval kosten noch moeite gespaard. De Europese Unie heeft zich niet beperkt tot verklaringen, maar heeft hier ook gevolg aan gegeven. Wat wij voor de toekomst van de Europese Unie verlangen, is zeker dat zij haar betrokkenheid zonder mankeren voortzet, maar vooral dat zij Haïti helpt haar notoire zwakheden te overwinnen en zich los te maken uit haar afhankelijkheidspositie. Ik onderken dat zoiets niet in enkele maanden gebeurd is.
Judith Sargentini, namens de Verts/ALE-Fractie. – Voorzitter, de vraag is eigenlijk, hoe bouwen we een staat op die gefaald heeft? Haïti is een falende staat. Is er eigenlijk wel sprake van wederopbouw, als er al geen democratie was? Dat is de taak die wij voor ons zien. Met alle moeite die de Europese Commissie zich heeft getroost, hebben wij daar nog niet zomaar een antwoord op. Dat er cholera uitbreekt, dat er fraude was bij de verkiezingen in november en mensen geïntimideerd werden, helpt ons natuurlijk niet bij het zogenaamd wederopbouwen van deze staat. Dat de positie van vrouwen en meisjes vóór de aardbeving al verschrikkelijk was, leidt ertoe dat seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes in de opvangkampen nog steeds ongelooflijk is.
Dan komt er nu nog bij dat Baby Doc terug is in Haïti en dat die misschien denkt een graantje te kunnen meepikken van de ellende waarin de burgers zich nu bevinden, omdat – zo gaat het gerucht – zijn geld eindelijk op is. Dat gunnen wij de Haïtianen niet.
Wat is ons antwoord na de ramp, nu ze al een jaar lang proberen iets op te bouwen, maar het ze eigenlijk ontbreekt aan de organisatiecapaciteit, ze zitten nu dus nog steeds met noodhulp en we moeten naar ontwikkelingssamenwerking. Daartussen ontbreekt iets. Ik denk niet dat dat ook zo maar uitgevonden kan worden, maar het is wel iets waar wij moeite voor moeten gaan doen omdat dit land geen gebouwen kan neerzetten, als het land geen democratie of op z’n minst goed bestuur kent. Ik wens de commissarissen Georgieva en Piebalgs daarin sterkte. Succes!
Nirj Deva, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, het is goed dat we dit debat weer voeren; we hebben hier onlangs ook al over gedebatteerd. Het laat zien dat we betrokken zijn bij de bevolking van Haïti – wij maken ons duidelijk meer zorgen over de bevolking van Haïti dan de regering van Haïti.
We hebben het over de verantwoordelijkheid voor bescherming. We hebben het over verantwoordelijkheid voor bescherming tegen massamoordenaars en genocidale dictators – maar hoe zit het met de verantwoordelijkheid voor bescherming tegen inefficiënte en corrupte regeringen die zich niet om hun eigen bevolking bekommeren? Er zijn een miljoen mensen dakloos in Haïti, 230 000 mensen zijn omgekomen en 300 000 mensen zijn gewond geraakt. Maar slechts 5 procent van het puin is opgeruimd, slechts 15 procent van de huizen is op de een of andere manier herbouwd.
Als de regering van Haïti zich niet bekommert om haar eigen bevolking, moeten we gebruikmaken van het concept van verantwoordelijkheid voor bescherming. Zolang we dat niet doen, is het tamelijk absurd om onze twee uitstekende commissarissen te vragen elke keer opnieuw in het Parlement te verschijnen om te proberen ons te vertellen wat ze wel en niet kunnen doen, terwijl het lokale vermogen om iets te doen zo precair en fragiel is.
Als er een aardbeving plaatsvindt, is het eerste wat je moet doen het puin opruimen. Om het puin op te ruimen, heb je zware graafmachines, hijskranen, helikopters en bulldozers nodig en mensen die ze kunnen besturen. Als er niemand met deze machines overweg kan, moeten de mensen die dat wel kunnen van elders worden aangevoerd om ze te besturen. Maar de linkervleugel verzet zich tegen elke inzet van de land- of luchtmacht of marine van lidstaten om daarbij te helpen. We kunnen niet van de mensen van Oxfam en Save the Children en soortgelijke organisaties verwachten dat ze trekkers gaan besturen en zwaar puin gaan opruimen. We moeten ons argument depolitiseren en praktisch zijn over het helpen van deze mensen.
Jacky Hénin, namens de GUE/NGL-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, nauwelijks een jaar geleden zijn Haïti en de bevolking van dit land getroffen door een verschrikkelijke ramp. Overal dood en verwoesting.
Laat ons de moed van het Haïtiaanse volk prijzen, evenals de solidariteit van volkeren wereldwijd ten aanzien van de getroffenen. Een solidariteit van het volk, want zowel in Europa als elders wordt vaak het meest gegeven door degenen die niet veel hebben.
Ik wil hier ook mijn dank uitspreken aan de staat Cuba en de Cubanen voor hun hulp. Een efficiënte betrokkenheid zonder bijgedachten en met overtuigend resultaat. Tot nog toe heeft de Cubaanse medische hulpdienst meer dan 50 000 gevallen van cholera behandeld, de wederopbouw van 76 gezondheidscentra en ziekenhuizen mogelijk gemaakt en vele Haïtianen geopereerd. De hulp van Cuba is door vele deskundigen beoordeeld als bijzonder doelmatig. Zo doelmatig zelfs, dat een land als Noorwegen Cuba heeft gevraagd namens Noorwegen op te treden in Haïti.
De Europese Unie en de Verenigde Staten zouden er goed aan doen zich te laten inspireren door het Cubaanse voorbeeld en zouden zich niet moeten laten kennen in zelfgenoegzame mediaoptredens, die weinig verhullen van hun opvatting van hulp als een vorm van liefdadigheid die uiteindelijk vooral de eigen economische en politieke belangen dient ten koste van een duurzame wederopbouw van Haïti en de Haïtiaanse economie.
Ten aanzien van de historische verantwoordelijkheid die Frankrijk en de Verenigde Staten dragen voor het leed van Haïti, is het onbehoorlijk dat deze landen zich opstellen als leermeester. Laat ons bovendien in herinnering roepen dat het ergste eerst moest plaatsvinden voordat de Wereldbank en het IMF besloten om de schulden van Haïti kwijt te schelden.
Momenteel toont dat wat zich afspeelt in Haïti de beperkingen aan van het functioneren van de Verenigde Naties. Haïti is een voorbeeld van hoe moeizaam humanitaire hulp wordt omgezet in duurzame oplossingen voor de bevolking. Erger zelfs, op middellange en lange termijn verhindert deze humanitaire inmenging de wederopbouw van een democratische staat en een economie die voorziet in de ontwikkelingsbehoeften van het Haïtiaanse volk.
Er is 11,5 miljard dollar toegezegd door de internationale gemeenschap voor de wederopbouw van het land. Maar over welk soort wederopbouw gaat het hier? Welk deel van deze hulp is werkelijk ter plaatse gekomen? Wie beslist er over de projecten? Zullen we net als in Kosovo getuige zijn van een bevolking zonder werk, die moet toeziet hoe de grote multinationals de wederopbouw van het land ter hand nemen, omdat die multinationals de enige zijn die de internationale aanbestedingen naar zich toe kunnen halen?
De Europese Unie moet zich niet verlaten op een paternalistische of neokoloniale visie, maar moet in tegendeel bijdragen aan een democratische opleving in de republiek Haïti, die door de Haïtianen zelf tot stand wordt gebracht. Het Haïtiaanse volk is het eerste volk ter wereld dat zich heeft losgemaakt van koloniaal Frankrijk. Naast de verwoestingen van de oorlog heeft dit Haïti omgerekend meer dan 20 miljard euro gekost om de Europese kolonisten en slavenhouders "schadeloos te stellen".
Vandaag de dag hebben de Europese Unie en Frankrijk in het bijzonder, vanwege de misdaden tegen de menselijkheid waar slavernij en kolonialisme op neerkomen, een morele, politieke en economische schuld ten opzichte van Haïti. Deze ereschuld moet worden ingelost.
Bastiaan Belder, namens de EFD-Fractie. – Mevrouw de Voorzitter, een jaar na de verschrikkelijke aardbeving in Haïti verloopt de wederopbouw van het land pijnlijk traag. Toch wordt stapsgewijs vooruitgang geboekt. De bevolking van Haïti heeft onze hulp hard nodig, zeker nu ook de cholera-epidemie haar tol eist. Nadruk moet gelegd worden op voedselzekerheid. De landbouwsector ter plekke heeft zware klappen gehad, waardoor het land te veel afhankelijk is van voedselimporten. Het is van belang om veel energie en geld te steken in het herontwikkelen van de landbouw en lokale infrastructuur. Microkredieten zijn daarbij van eminent belang, daar zij de economische ontwikkeling van onderop stimuleren. Deelt de Commissie deze opvatting?
Intussen blijft de politieke situatie in Haïti zorgelijk na de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. Het vorige week verschenen evaluatierapport van de Organization of American States is daar duidelijk over. Hoe beoordeelt de Commissie de huidige politieke situatie in Haïti en de invloed die zij heeft op de wederopbouw van het land?
Ten slotte, mevrouw de Voorzitter, er is vorige week een indrukwekkend boek over Haïti verschenen van een Nederlandse journalist en er is mij één beeld bijgebleven: puinruimers in Haïti hadden een T-shirt aan met het opschrift “Haïti komt niet om”. Dat moet ons inspireren om er inderdaad voor te zorgen dat de Haïtiaanse bevolking in leven blijft en een goed toekomstperspectief krijgt dankzij onze steun.
Filip Kaczmarek (PPE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, de Europese Unie is Haïti niet vergeten. Tot nu toe zijn wij de grootste bron van humanitaire hulp. Het is echter ontmoedigend dat het land nog steeds verzonken is in economische en politieke chaos.
De humanitaire hulp op Haïti is in twee klassieke fasen uitgevoerd. De eerste fase betrof het verlenen van noodhulp om de ergste noden van de mensen te lenigen. De tweede fase was gericht op de economisch en sociaal-politieke wederopbouw van het land. Het uitbreken van een cholera-epidemie, de orkaan, de instabiele politieke en maatschappelijke situatie en zelfs interreligieuze spanningen en conflicten hebben er echter voor gezorgd dat de periode van het verlenen van humanitaire hulp langer duurt dan we in eerste instantie hadden verwacht. Ook konden we hierdoor minder snel en minder uitgebreid overgaan op de tweede fase van de hulpverlening dan we hadden gewild.
De crisis op Haïti duurt nog voort en onze betrokkenheid is nog steeds nodig. We kunnen niet terugkomen op onze verplichtingen. De heer Piebalgs heeft zelf ook al aangegeven dat de Europese Commissie de helft van de middelen die op de donorconferentie in New York zijn toegezegd al heeft overgemaakt. Wat dat betreft verloopt de uitvoering van onze plannen uitstekend.
Het doel van de resolutie die we morgen in dit huis zullen aannemen is het mobiliseren van de lidstaten en de Commissie om door te gaan met het uitvoeren van de gedane beloften. Er wonen immers nog duizenden mensen in tijdelijke kampen en meer dan 3 500 personen zijn gestorven aan cholera. Vanaf het eerste begin zijn we ervan uitgegaan dat de Haïtianen zelf verantwoordelijk moeten zijn voor de wederopbouw. Het Haïtiaanse plan van wederopbouw is gebaseerd op decentralisatie en legt de nadruk op lokale landbouwproductie en voedselzekerheid. Wij respecteren deze Haïtiaanse prioriteiten. Er is ook nog een verzoek om onze humanitaire inspanningen te versterken en ik weet dat de commissaris daar al mee bezig is.
Kriton Arsenis (S&D). – (EL) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissarissen, Haïti is inderdaad een uniek geval. Dat moeten wij allen beseffen. Het gaat hier niet om een humanitaire crisis waarin wij bepaalde hoeveelheden geld beschikbaar stellen en de regering besluit hoe zij het werk doet. Haïti is een land dat geheel op instorten staat. Wij kunnen maar één ding verwachten, namelijk dat door de situatie in dit land de corruptie zal toenemen en het steeds moeilijker zal worden om de crisis aan te pakken en de noodzakelijke maatregelen te nemen. Dit is een land waarin wij met meer kracht en consistentie moeten optreden. Wij zullen hier veel actiever moeten worden dan in ongeacht welk ander geval.
De heer Deva had het over het puin dat nog niet is opgeruimd en zei dat daarom de schade nog niet hersteld kan worden. Het puin moet worden verwijderd van de wegen. Dat zal onze prioriteit moeten zijn. In het huidig tempo zouden er nog eens vijf jaar nodig zijn. Dat werk moet zo spoedig mogelijk worden afgesloten. Er moeten zo veel dingen worden gedaan in dit land dat er eigenlijk geen werkloosheid had mogen zijn, tenminste niet als alles naar behoren zou verlopen.
Wij moeten echt daadkrachtig optreden om ervoor te zorgen dat de ruïnes worden opgeruimd en de water- en levensmiddelenvoorziening wordt hersteld. Anders zal het land nooit meer op eigen benen kunnen staan en dan zullen de burgers van dit land elke dag weer gedwongen worden om al hun gedachten te concentreren op het overleven in plaats van op de toekomst.
Niccolò Rinaldi (ALDE). – (IT) Mevrouw de Voorzitter, commissarissen, dames en heren, Haïti is inderdaad een geval apart. We gebruiken de herdenking van rampen altijd om de slachtoffers te herdenken, of om over gemaakte fouten na te denken en ervan te leren, maar in het geval van Haïti gaat het anders: daar is niets om te herdenken, omdat de ramp nog niet voorbij is.
In plaats van een jaar ná de aardbeving, zouden we het moeten hebben over het jaar ván de aardbevingen. Eerst was er de seismische aardbeving, toen de aardbeving van chaotische hulpverlening, daarna de gezondheidsaardbeving van cholera, vervolgens de politieke aardbeving met de niet-transparante verkiezingen die op waarschijnlijk het slechts denkbare moment plaatsvonden, en nu, tot slot, een aardbeving die op bepaalde punten historisch genoemd kan worden, met de vroegere dictator en miljardair die als dubieuze toerist terugkeert.
De Commissie verricht goed werk, zeer goed werk. Ik ben afgelopen juni op Haïti geweest met de Commissie ontwikkelingssamenwerking en heb het uitstekende werk gezien dat daar wordt verricht, en daarvoor bedanken we de Commissie. Er is echter behoefte aan een grotere politieke bescherming, met een grotere rol van de internationale gemeenschap, die doelstellingen en termijnen moet stellen en zich direct over een deel van de wederopbouw moet ontfermen.
Dit moet gecompenseerd worden met een grotere betrokkenheid van de plaatselijke bevolking en particuliere organisaties, die nu nog vaak worden buitengesloten. Een kleinere rol dus voor de nationale politiek en nationale overheidsinstellingen, en een grotere rol voor het tot nog toe breekbare partnerschap tussen de bevolking en de internationale gemeenschap.
Michèle Rivasi (Verts/ALE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, tijdens mijn waarnemingsmissie afgelopen september in Haïti heb ik mij op de hoogte kunnen stellen van de acute nood die het hoofd moest worden geboden. Nu moeten we verder gaan en ons concentreren op het bereiken van het ontwikkelingsstadium. Eerder dan wederopbouw van een land, is hier sprake van de opbouw van een land waarvan de fundamenten en het bestuur nooit stevig zijn geweest.
Om te beginnen moet worden vastgesteld, en dat hebben mijn collega’s ook gezegd, dat er twintig miljoen ton puin ligt, waarvan in een jaar tijd nog slechts een miniem gedeelte, 5 procent, is geruimd. In dit tempo duurt het zes jaar om het puin in Port-au-Prince weg te halen. Dat is dus in wezen een politiek project en de Commissie zal hieraan haar bijdrage moeten leveren.
Een andere prioriteit is het bestuur en ik ben blij dat de Europese Unie een grote bijdrage levert aan de budgettaire ondersteuning van het land. We moeten deze financiële inspanning versterken, omdat dat de enige manier is om het land en het Haïtiaanse volk de eigen bevoegdheden weer terug te geven. De huidige afhankelijkheid van Haïti van NGO’s is zichtbaar op het niveau van de publieke basisdiensten zoals gezondheidszorg en onderwijs. Maar we mogen niet alle publieke diensten uitbesteden aan NGO’s.
We moeten vooral een snelle organisatie en afronding van verkiezingen ondersteunen. Verkiezingen die, dat hoop ik, de mogelijkheid bieden om een corrupte politieke elite te vervangen. De huidige oligarchie, het gaat over twintig families, verhindert elke economische ontwikkeling, omdat ze de handel controleert zonder de productiecapaciteit van het land te ontwikkelen.
Tenslotte moet Haïti de middelen krijgen om zich te onttrekken aan de afhankelijkheid die het land ook voor de aardbeving al ondermijnde. Ik roep dus de Europese instellingen op zich te concentreren op prioriteiten en volledige steun te geven aan de opzet van publieke diensten, dit alles met het volle engagement van de toekomstige Haïtiaanse regering.
James Nicholson (ECR). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik had de eer, denk ik, om in september samen met mevrouw Rivasi een ACS-delegatie naar Haïti te mogen leiden. Ik heb destijds al gezegd dat ik totaal niet voorbereid was op wat we daar aantroffen.
Ik wil vanavond een aantal dingen zeggen. Een daarvan is dat we onmiddellijk over moeten gaan van humanitaire hulp op wederopbouw. Op dat gebied is het probleem niet verbeterd. Ik heb u vanavond een aantal goede dingen horen zeggen, maar die dingen zijn ter plaatse niet mogelijk tenzij er meer hulp komt.
We moeten meer druk uitoefenen op degenen die hun steun hebben toegezegd om die steun ook daadwerkelijk te leveren en we moeten druk uitoefenen op de wederopbouw onder leiding van Bill Clinton en op de Verenigde Naties om sneller te handelen. Dat is heel duidelijk nodig.
Ik heb geluisterd naar de commissaris en hij heeft gelijk. We hebben politieke stabiliteit nodig. Ik hoop en bid dat we politieke stabiliteit krijgen, maar ik ben er niet zeker van dat dat gaat lukken.
Toen we daar waren, heb ik gezien – en dat wil ik zeggen zodat het wordt vastgelegd – dat het Haïtiaanse volk heel trots is. Het is een geweldig volk. We hebben gezien, Michèle Rivasi en ik, dat ze om zes uur ‘s ochtends blinkend schoon uit hun tenten kwamen, hun kinderen gewassen. Geweldige mensen die glimlachen terwijl je je afvraagt hoe ze dat nog kunnen.
Wat ik ook graag vastgelegd wil hebben, is een eerbetoon aan de vele mensen daar van onze ngo’s die hun leven riskeren en aan onze medewerkers van de Commissie aan wie ik respect heb betuigd toen we daar waren. We vonden hen fantastisch en we mogen niet vergeten dat deze mensen iedere dag opnieuw hun leven wagen om de bevolking van Haïti te helpen. We mogen de mensen in Haïti niet vergeten. We moeten werken voor de mensen in Haïti en we moeten de mensen in Haïti helpen. Als we tien keer terug moeten naar dit Parlement om dat te bereiken, dan moeten we dat doen en blijven doen.
Cristian Dan Preda (PPE). – (RO) Mevrouw de Voorzitter, zoals zoveel andere leden al hebben aangegeven, werd Haïti op 12 januari 2010 letterlijk weggeblazen. Een jaar na deze verschrikkelijke aardbeving wacht het land nog steeds op wederopbouw. In de tussentijd zijn daar nog de zorgen over een cholera-epidemie en verkiezingen bijgekomen, wat de situatie alleen maar gecompliceerder heeft gemaakt.
In de praktijk is Port-au-Prince op dit moment één groot vluchtelingenkamp. De Haïtiaanse bevolking overleeft alleen dankzij de inspanningen van humanitaire organisaties. We moeten deze organisaties dankbaar zijn. Zoals de speciaal vertegenwoordiger van de VN Haïti heeft gezegd, is Haïti een republiek van ngo’s geworden. Maar hoe lang kan deze situatie nog voortduren? Het is duidelijk dat de gezondheidssituatie rampzalig is, de wederopbouw van het onderwijssysteem een absolute must en dan heb ik het nog niet eens over het uitwissen van de sporen van de ramp. Dit alles vraagt om de wederopbouw van de Haïtiaanse staat. Los van de aardbeving, is het gebrek aan overheidsinstanties en goed bestuur op dit moment een enorm probleem.
De inspanningen moeten dan ook gericht zijn op het herstellen van de regeringscapaciteit en het opbouwen van democratie in Haïti. Deze noodzaak moet in zeer duidelijk termen worden uitgelegd, voor een geloofwaardig en transparant verkiezingsproces, met het vooruitzicht van een tweede verkiezingsronde in februari.
Het laatste punt dat ik wil maken is dat de wederopbouw van Haïti, als ik het zo mag zeggen, anders moet zijn. Met ‘anders’ bedoel ik dat de wederopbouw van betere kwaliteit moet zijn dan voorheen, om te voorkomen dat soortgelijke rampen zich opnieuw voordoen. Met ‘anders’ bedoel ik ook dat de lokale gemeenschappen betrokken moeten zijn bij onze inspanningen om het land weer op te bouwen. Ik ben van mening dat de belangrijkste belanghebbenden, de Haïtiaanse burgers, gedurende dit wederopbouwproces moeten worden geraadpleegd.
Ricardo Cortés Lastra (S&D). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik zou mijn toespraak niet willen beginnen zonder hulde te brengen aan de ngo’s die in het veld staan. Ik denk dat het werk dat zij doen lovenswaardig is en dat zij het beste van onze waarden, het beste van de waarden van de mens vertegenwoordigen.
Er is een jaar verstreken sinds de aardbeving in Haïti en het is nu waarschijnlijk tijd om doeltreffender te werk te gaan. Er zijn veel problemen die we dringend en onmiddellijk moeten aanpakken. Daarover bestaat niet de minste twijfel.
Het eerste probleem is waarschijnlijk het aanleggen van een behoorlijk rioolstelsel. Dat is denk ik de belangrijkste kwestie die op dit moment het leven in Haïti bedreigt. Wanneer dat probleem eenmaal is opgelost, moeten we ons richten op het probleem van de huisvesting en dringend een oplossing vinden voor de kwestie van landeigendom.
Daarnaast moet er een legitieme, democratisch gekozen regering komen die in staat is te onderhandelen. Ik weet dat de omstandigheden niet eenvoudig zijn, maar we hebben een legitieme gesprekspartner nodig om vaart te maken met de verbetering van de situatie in Haïti.
Bovendien is er het niet geringe probleem van het puin, dat veel collega’s al hebben genoemd en dat op zich een groot politiek probleem vormt. Daarnaast moeten we vooruit blijven kijken en beginnen met het opzetten van een onderwijsstrategie voor de langere termijn. Wat er in Haïti is gebeurd, zou waarschijnlijk niet zijn gebeurd als er een stelsel voor openbaar onderwijs was geweest en als er behoorlijk voor de kinderen was gezorgd.
We moeten niet alleen aan de armoede een eind maken maar ook aan de afhankelijkheid.
Zbigniew Ziobro (ECR). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, een jaar geleden werd Haïti door een vreselijke ramp getroffen, een enorme aardbeving, waardoor 200 000 inwoners omkwamen en meer dan 1 300 000 mensen hun huis verloren. Er zijn al meer dan een jaar hulp- en wederopbouwacties aan de gang. Dit is ongetwijfeld een grote en heel ingewikkelde humanitaire hulpactie. Het eiland heeft echter niet alleen materiële en financiële hulp nodig, maar ook wederopbouw van de administratie en politieke stabilisering, die noodzakelijk zijn voor verdere ontwikkeling. Bovendien is er ook nog de recente cholera-epidemie, die al meer dan 3 500 slachtoffers heeft gemaakt en nog steeds duizenden mensen bedreigt. De ervaring van Haïti toont dat zelfs grote financiële middelen niet helpen, als ze niet op de juiste wijze worden uitgegeven. Het geval van Haïti moet ons aanzetten tot nadenken en wijst er duidelijk op dat er behoefte is aan een doeltreffend systeem voor internationale hulpverlening bij grote natuurrampen die in de toekomst kunnen plaatsvinden.
Ria Oomen-Ruijten (PPE). - Mevrouw de Voorzitter, mevrouw en mijnheer de commissaris, geachte collega’s, als ik aan Haïti denk, denk ik aan burgers in Haïti, maar denk ik ook aan Europese burgers die ongelooflijk veel steun verleend hebben voor de mensen in Haïti. Ik denk ook aan de hulpverleners die ongelooflijk veel gedaan hebben. Voorzitter, dat is het positieve van het verhaal. We moeten lessen trekken. De lessen die we moeten trekken, zijn er wat mij betreft drie.
Ten eerste, coördinatie. In de fase van humanitaire hulp is de coördinatie niet goed gelukt – we hebben vandaag een verslag daarover aangekomen. Bij wederopbouw moet het beter. Dan denk ik aan effectiviteit van hulpverlening, want dat heeft ook met coördinatie te maken. Wat kunt u daar meer en effectiever doen?
Voorzitter, het tweede punt is de corruptie. Als we willen dat onze Europese burgers steun geven, dan willen ze niet dat die steun niet goed wordt gebruikt. Dat willen we niet als overheden, dat willen we ook niet als burgers. Wat kunnen we doen om ervoor te zorgen dat door een betere coördinatie die corruptie geen vat krijgt op die systemen?
Dan het derde punt, Voorzitter, dat is het politieke aspect. Zonder politieke stabiliteit en ook een heel daadkrachtig openbaar bestuur kan die duurzame opbouw überhaupt niet lukken. We hebben een betwiste eerste ronde van de verkiezingen gehad. Ik zou u willen vragen: hoe verloopt de coördinatie met de organisatie van Amerikaanse staten en andere spelers om ervoor te zorgen dat die komende verkiezingen wel goed gaan? We hebben als Europeanen op korte termijn een commitment voor Haïti uitgesproken en ik vind dat we solidair moeten blijven.
Edite Estrela (S&D). - (PT) Mevrouw de Voorzitter, de aardbeving heeft Haïti in een van de ergst mogelijke humanitaire crises gestort: duizenden doden en gewonden, miljoenen daklozen en enorme schade. De internationale gemeenschap heeft een heleboel toezeggingen gedaan, maar daarvan zijn er nog maar weinig waargemaakt en het is onbegrijpelijk dat de wederopbouw zo traag op gang komt, ondanks de goede wil van de Europese Unie en het werk van de ngo’s.
De situatie is nog verder verslechterd door de uitbraak van cholera en de politieke instabiliteit na de verkiezingen die tot een geweldsexplosie geleid hebben waarvan met name vrouwen en kinderen het slachtoffer zijn. De Europese Unie moet steun blijven geven bij de wederopbouw en een bijdrage blijven leveren aan de verbetering van de humanitaire situatie van kwetsbare groepen binnen de Haïtiaanse samenleving, maar ook blijven bijdragen aan het vermogen om op langere termijn rampen te voorkomen.
Ik wil in dat kader de voorstellen verwelkomen die de Commissie onlangs heeft gedaan om een Europese responscapaciteit voor noodsituaties in te stellen, onder andere door het vormen van een collectieve pool van vooraf omschreven middelen die op vrijwillige basis beschikbaar worden gesteld en door het opmaken van rampenplannen, en ook door het ontwikkelen van een Europees Centrum voor respons in noodsituaties – door samenvoeging van de humanitaire crisiscentra en de civiele bescherming – dat gevaarlijke situaties moet monitoren, snelle waarschuwingen afgeven en de EU-respons bij rampen coördineren.
Jarosław Leszek Wałęsa (PPE) . – (PL) Mevrouw de Voorzitter, binnenkort is het een jaar geleden dat we ons vorige debat over de coördinatie van de hulpverlening en wederopbouw in Haïti hebben gehouden. Vandaag kunnen we bepaalde zaken samenvatten en zien we één duidelijke conclusie: sinds de ramp is er een jaar verstreken, maar het aantal slachtoffers stijgt nog steeds. We moeten hier twee zaken benadrukken, die van even groot belang zijn, en misschien nog belangrijker dan de bouw van nieuwe huizen en nieuwe wegen. Ten eerste moet dit Parlement luid en duidelijk ‘stop’ zeggen tegen de epidemie van seksueel geweld. Onze bronnen tonen aan dat er al enkele dagen na de aardbeving tweehonderdvijftig vrouwen en meisjes waren verkracht, en dat de situatie steeds erger wordt. Dit soort geweld stijgt voortdurend. Het is hoog tijd om dit schandelijke onderwerp hardop te bespreken, dit onmenselijk fenomeen aan te pakken en doeltreffend het seksueel geweld in Haïti te bestrijden.
Ten tweede is er de kwestie van de cholera-epidemie, die hier al is vermeld. Het aantal besmettingen daalt, maar dat heeft natuurlijk te maken met het jaargetijde. We hebben hier ook te maken met het vreemde, maar verontrustende fenomeen van patiënten die cholerasymptomen veinzen. We vinden dat moeilijk te geloven, want we slapen vannacht in een comfortabel bed, maar voor deze personen is een nacht in het ziekenhuis veel beter dan een nacht in hun eigen huis, dat vaak niet meer is dan een hut. We mogen ook niet vergeten dat de cholera-epidemie zeker in intensiteit zal toenemen als het jaargetijde verandert. Daarom moeten we hiermee rekening houden en de situatie in het bijzonder op dit gebied verbeteren.
Seán Kelly (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ze zeggen dat God helpt wie zichzelf helpt, maar de Europese Unie gaat nog verder, want de Europese Unie helpt degenen die zichzelf niet helpen, in het bijzonder als het gaat om Haïti, waar de regering – zoals de heer Deva en anderen al hebben gezegd – corrupt is en zich niet lijkt te bekommeren om haar eigen volk. Toch is het belangrijk dat we doorgaan met het goede werk in samenwerking met de VN en de ngo’s enzovoort. Ik weet dat een van onze succesvolste Ierse zakenmensen, Denis O’Brien, daar een leidende rol in speelt.
Dat zal echter allemaal een druppel op een gloeiende plaat zijn in vergelijking met wat er kan worden bereikt als er een goed functionerende regering is. De boodschap aan de Haïtiaanse regering moet dus luid en duidelijk zijn dat zij zichzelf tot de orde moet roepen of – hopelijk – plaats moet maken voor een competentere regering en dan kunnen we echte vooruitgang zien.
Monika Flašíková Beňová, (S&D) . – (SK) Mevrouw de Voorzitter, hoewel het gelukt is de gevolgen van de vernietigende aardbeving geleidelijk te verzachten en teniet te doen, heeft de bevolking nog steeds te kampen met ernstige problemen. Er is een tekort aan drinkwater, voedsel en andere elementaire middelen. Dat zijn hun dagelijkse problemen en moeilijkheden. Daar komt nog de situatie met een instabiele regering zonder democratische waarden bij en natuurlijk de cholera-epidemie, toenemende criminaliteit, plundering, ontvoering en verkrachting van vrouwen en kinderen.
Daarom moeten we stappen ondernemen om deze verwerpelijke misdrijven aan banden te leggen. De Europese instellingen moeten blijven proberen de gevolgen van de ramp te verzachten. In 2011 moet de hulp gericht zijn op complexe uitdagingen, vooral de heropbouw van woningen, het voorzien in basisbehoeften binnen de gemeenschappen en stabilisering van de situatie in de opvangkampen.
Tegelijkertijd moeten we proberen langetermijndoelen te behalen, zoals steun bij het opzetten van overheidsinstanties, lokale autoriteiten, scholen, ziekenhuizen enzovoort.
Ilda Figueiredo (GUE/NGL). – (PT) Mevrouw de Voorzitter, we willen nogmaals uitdrukking geven aan onze solidariteit met de bewoners van Haïti die een jaar geleden getroffen werden door een aardbeving en onlangs door cholera. Er moet dringend meer hulp komen, meer steun voor de bevolking die getroffen is door de ramp van een jaar geleden en door de recente uitbraak van ziekten. Het is onacceptabel dat sommige hulp nog steeds niet is aangekomen. Er moet worden nagegaan hoe het staat met de hulp die al is goedgekeurd, met name van de Europese Unie, en we kijken naar de voorbeeldige solidariteitsacties van sommige landen in de regio. Ik doel daarbij met name op Cuba. De Cubaanse regering heeft artsen en gespecialiseerd personeel gestuurd die al meer dan 50 000 mensen hebben behandeld tegen cholera. Maar ook wijs ik op de financiële steun van de Alianza Bolivariana para los Pueblos de América Latina (ALBA) en andere vormen van steun op het gebied van energie, landbouw en voedsel.
De Europese Unie moet dit ook voor ogen houden en zich actiever opstellen. Het is dringend noodzakelijk dat de benodigde maatregelen genomen worden om de wederopbouw van Haïti te versnellen en de levensomstandigheden van de bevolking te verbeteren, maar we dringen erop aan dat daarbij de beginselen van soevereiniteit en territoriale integriteit gerespecteerd worden, zoals het moedige en nobele Haïtiaanse volk verdient.
Elena Băsescu (PPE). – (RO) Mevrouw de Voorzitter, een jaar na de verwoestende aardbeving in Haïti is er nog steeds geen bewijs van specifieke resultaten van het wederopbouwproces. De impasse is met name het gevolg van het feit dat de Haïtiaanse overheid geen capaciteit heeft om met eigen middelen basale overheidsdiensten te verlenen. Er is een gebrek aan politieke wil en de Haïtiaanse autoriteiten geven geen uitvoering aan de besluiten die gericht zijn op wederopbouw van het land.
Dit vormt een aanzienlijke belemmering van het werk van de interim-commissie voor de wederopbouw van Haïti, het belangrijkste orgaan dat belast is met het efficiënte beheer van de middelen die door de internationale gemeenschap ter beschikking zijn gesteld. Deze situatie zal blijven voortduren, behalve als het land erin slaagt tot politieke stabiliteit te komen, de capaciteit van de staat wordt hersteld en een daadkrachtige regering wordt benoemd. Dit is waarom ik van oordeel ben dat de EU er alles aan moet doen om legitieme en transparante verkiezingen te steunen. Alleen door ervoor te zorgen dat de, voor februari geplande, tweede verkiezingsronde op de juiste wijze verloopt, kan een einde worden gemaakt aan de politieke crisis.
Janusz Władysław Zemke (S&D). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik zou willen dat ik goed word begrepen. Ik heb geen belangrijke bedenkingen wat de huidige hulp van de Europese Unie aan Haïti betreft. De Europese Unie verleent Haïti inderdaad grote materiële hulp en het verwondert me dat vele andere landen dit niet op dezelfde schaal als de Europese Unie doen.
Ik wil eraan herinneren dat er heel wat kritiek is geweest op de acties van de Europese Unie vlak na de ramp. De Europese Unie kwam te langzaam in actie en de humanitaire hulpverlening was duidelijk slecht gecoördineerd. Daarom wil ik vragen welke concrete conclusies de Europese Commissie uit deze zeer traag werkende hulpverlening heeft getrokken. Ik denk dat dit van heel groot belang is, omdat de snelheid van de hulpverlening voor sommigen een kwestie van leven en dood is.
Peter Jahr (PPE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, uit de situatie in Haïti blijkt overduidelijk dat de eigenlijke rampen door de mens veroorzaakt worden. De hulpvaardigheid van de internationale gemeenschap en met name de Europese Unie is enorm. Maar niet het geld is het probleem, maar de onstabiele politieke situatie. Momenteel zijn alle landen huiverig om geld te steken in een corrupt politiek systeem. Natuurlijk moeten we Haïti blijven helpen, maar ik wil de Commissie verzoeken om ook in de politieke infrastructuur te investeren. Zolang er geen functionerend regeringsstelsel en geen functionerend bestuurlijk apparaat is, moeten we gebruikmaken van de diensten van de bestaande hulporganisaties, omdat er eigenlijk geen echt alternatief voor bestaat.
Kristalina Georgieva, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik dank de leden van het Parlement hartelijk voor al hun opmerkingen vanavond. Ter afsluiting wil ik vijf punten bespreken.
Ten eerste ben ik het erg eens met alle sprekers die hebben benadrukt dat het falen op het gebied van het bestuur de meest significante factor is die ten grondslag ligt aan de problemen waarmee Haïti op dit moment te maken heeft. Dat was mijn eerste indruk na de aardbeving en dat denk ik nog steeds: hoe erg die aardbeving ook was, het is niet het grootste probleem van Haïti. Het grootste probleem van dat land zijn de vele decennia van slecht bestuur die ervoor hebben gezorgd dat er vrijwel geen sociale structuren en overheidsstructuren meer zijn om de mensen van Haïti te helpen en dat zorgt voor een groot gebrek aan vertrouwen van de Haïtiaanse burgers in hun regering.
Ik herinner met nog heel goed dat alle Haïtianen met wie ik sprak toen ik daar was dezelfde boodschap voor mij hadden, namelijk: “Geef geen geld aan de regering.” Aan de humanitaire zijde geven we ook geen geld; we leveren rechtstreekse hulp. Maar we moeten wel nadenken over de vraag hoe lang de wederopbouw van Haïti gaat duren: die zal heel lang duren, want het gebeurt niet zolang deze institutionele infrastructuur er niet is.
Dat gezegd hebbende is mijn tweede punt dat de Haïtiaanse samenleving ook een positieve kant heeft die de Haïtiaanse bevolking heeft helpen overleven: hun eigen herstellingsvermogen en dat van hun gemeenschappen. Ik heb mensen ontmoet die samenleefden: ze waren samen hun huis kwijtgeraakt, ze waren samen naar kampen verhuisd en ze hadden in die kampen samen een ondersteuningssysteem voor elkaar georganiseerd, waarbij sommigen de verantwoordelijkheid namen om op de kinderen te passen en anderen om geïmproviseerd onderwijs voor hen te regelen; weer anderen namen de verantwoordelijkheid om werk te zoeken en nog anderen, de vrouwen, namen de verantwoordelijkheid om voor iedereen te koken. Dat herstellingsvermogen geeft ons enige hoop voor de toekomst van Haïti.
Dat brengt me bij mijn derde punt, namelijk dat we bij onze steunprogramma’s voor Haïti rekening moeten houden met wat het land wel en niet heeft. Daarom hebben we aan de humanitaire kant de nadruk gelegd op ‘cash for work’, bonnenprogramma’s en innovaties zoals het verstrekken van zaden en gereedschap op gemeenschapsniveau zodat de mensen beter voor zichzelf kunnen zorgen.
Ten vierde ben ik dankbaar voor de opmerkingen die zijn gemaakt over welke lessen we hebben geleerd van Haïti. Ik ben het er niet mee eens dat we langzaam hebben gereageerd: de hulp van de Europese Unie kwam binnen 24 uur op gang. Maar ik ben het er wel mee eens dat de coördinatie beter had gekund en dat ons vermogen om ons te organiseren voordat er een ramp gebeurt absoluut essentieel is. In dat opzicht ben ik dankbaar voor de opmerking die werd gemaakt dat we op basis van de lessen van Haïti een stap dichter bij de instelling van een Europese responscapaciteit bij rampen en sterkere coördinatie door middel van het Europees Centrum voor respons in noodsituaties zijn gekomen.
Dan kom ik nu bij het laatste punt, vooruitkijken aan de humanitaire zijde. Waar maken we ons ernstig zorgen over? Dat is de kwestie van bescherming, in het bijzonder van vrouwen, en van het vergroten van onze steun voor het omgaan met de tragedie van hoofdzakelijk door vrouwen geleide huishoudens die vastzitten in de kampen. Ik kan u verzekeren dat we dit jaar, net als bij de financiering van volgend jaar, er nadrukkelijk voor zullen zorgen dat deze kwestie van bescherming wordt aangepakt en dat de EU er is voor de mensen.
Tot slot wil ik iedereen nogmaals bedanken voor hun opmerkingen en vooral degenen van u die de opoffering van de humanitaire hulpverleners ten gunste van de bevolking van Haïti hebben erkend.
Andris Piebalgs, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, als eerste wil ik de leden van dit Parlement bedanken voor hun solidariteit en steun. Ik wil beginnen met de politieke dimensie. De situatie is zeker niet gemakkelijk in Haïti, maar de Hoge Vertegenwoordiger volgt deze nauwlettend en verleent alle noodzakelijke diplomatieke steun om ervoor te zorgen dat er stabiliteit is. De tweede ronde van de presidentsverkiezingen zal helpen de geloofwaardigheid op te bouwen als hij zonder geweld plaatsvindt, dus we leveren ook alle noodzakelijke diplomatieke inspanningen; maar diplomatieke inspanningen leveren soms direct resultaat op en soms duurt het een tijdje voordat het resultaat zichtbaar wordt.
Sommigen van u noemden het bezoek van Baby Doc. We kunnen zeggen dat dit, hoewel iedereen zich vrij kan bewegen, zeker niet het beste teken van het hele politieke proces was. Maar we mogen ons hier niet door laten misleiden. Ik denk dat er een gezonde politieke kern is in Haïti waarin we moeten geloven. Onze hoop is dat de mensen die bij de parlementsverkiezingen worden gekozen en de president de noodzakelijke capaciteiten zullen hebben om de wederopbouw van het land te leiden.
Het tweede punt dat ik wil benadrukken is dat ontwikkelingssamenwerking om harde keuzen draait. Eén keuze is iets doen wat zeer zichtbaar is en geen structurele verandering inhoudt. Het zou geen probleem zijn om duizenden artsen uit de EU te financieren of een nieuwe universiteit te bouwen namens de EU; dat zou zichtbaar zijn en iedereen zou het prima vinden. Maar hoe zit het met de onveiligheid op straat? We financieren veiligheid in tamelijk moeilijke omstandigheden via de regering. Dus als er gedeeltelijk veiligheid wordt geleverd, is deze gefinancierd door de Europese Unie. Is dit zichtbaar? Niet zo erg, want er hangt geen kaartje aan waarop staat dat de EU heeft meebetaald, maar ik denk dat het vaststaat dat we hebben bijgedragen aan de stabiliteit van het land.
Een ander punt is waar het geld moet worden geïnvesteerd. Wederom zou het herbouwen van de huizen de eenvoudigste politieke keuze zijn, maar wat voor hulp is dat als de verbindingen in het land niet worden hersteld, als er geen infrastructuur is? En infrastructuur vereist enorme investeringen. Een kilometer weg kost ruwweg 1 miljoen dollar en in Haïti nog meer, want er is onderhoud nodig en we moeten ook de lokale gemeenschappen helpen waar de weg doorheen loopt. De kosten zijn dus zeer substantieel. Haïti heeft geen geld voor zulke investeringen. Vreemd genoeg zijn wij in Haïti de enigen die ons bezighouden met weginfrastructuur. Normaliter werken veel andere landen mee aan de weginfrastructuur, maar in Haïti zijn we de enigen die hiervoor geld ter beschikking stellen. Het is een moeilijke keuze, maar ik denk dat hij het land zal helpen een structurele verandering teweeg te brengen.
Een laatste punt dat vandaag niet veel is genoemd, is de snelheid van de toezegging en betaling van fondsen. Er mag geen misbruik worden gemaakt van de fondsen en begrotingssteun kost tijd. Het is niet zo dat de regering ons een rekeningnummer geeft en wij het geld gewoon overmaken. Nee. We controleren de rekening, we weten waar de betalingen heen gaan, dus het is nogal een procedure. Je kunt niet zomaar direct 1,2 miljard euro op een rekening storten en verwachten dat alles geregeld wordt. We hebben ook een verantwoordelijkheid ten aanzien van onze belastingbetalers. Dezelfde overwegingen gelden voor de wegen: we moeten een aanbestedingsprocedure starten, we moeten hier transparant over zijn en dat kost wat tijd. Maar ik ben van mening dat deze tijd goed besteed is, want er hoeft maar één keer misbruik van de fondsen te worden gemaakt om de wederopbouw van Haïti in de ogen van de Europese burgers in diskrediet te brengen. Ik kan u verzekeren dat we ook in dat verband alle noodzakelijke maatregelen nemen.
Ik dank u nogmaals voor uw steun. Het was een nuttig en bemoedigend debat en ik denk dat we zullen proberen resultaten te boeken met betrekking tot de punten die u vandaag hebt genoemd.
De Voorzitter. - Tot besluit van het debat zijn er zes ontwerpresoluties(1) ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2 van het Reglement.
Het debat is gesloten.
De stemming vindt woensdag 19 januari 2011 plaats.