De Voorzitter. – Aan de orde is de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over de situatie in Wit-Rusland.
Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, wij zijn allen geschokt door de gebeurtenissen na de verkiezingen in Wit-Rusland op 19 december: het door de overheid tegen haar burgers gebruikte geweld werd overal ter wereld als zorgwekkend beschouwd en veroordeeld.
Mijn collega’s en ik hebben tal van betrokkenen uit de oppositiebeweging, het maatschappelijk middenveld, de families van de in hechtenis genomen mensen en de gewone bevolking ontmoet. We hebben de gelegenheid gehad om hun ons medeleven en onze solidariteit te betuigen en naar hen te luisteren. Parlementsleden, nu is het echter tijd om te handelen.
Ik ben zeer verheugd dat de leden van dit Parlement al de gelegenheid te baat hebben genomen om een bijdrage aan onze overwegingen in deze kwestie te leveren, en dat mijn collega, commissaris Füle, verleden week de gelegenheid heeft gehad om ons huidige standpunt in de Commissie buitenlandse zaken voor te stellen. Ik verheug mij er al op de uit uw debatten voortvloeiende EU-resolutie te bestuderen. Gezien de urgentie van de situatie die we aan de orde stellen, is het belangrijk dat we onze gedachten zo precies mogelijk formuleren.
Ik heb met een aantal afgevaardigden van de oppositie en het bredere publiek in Wit-Rusland gesproken, waaronder, zoals eerder gezegd, met familieleden van degenen die in hechtenis zijn genomen. Ik heb ook minister van Buitenlandse Zaken Martynov ontmoet. Deze gesprekken laten er geen twijfel over bestaan dat de gebeurtenissen waarvan we ooggetuige werden een belediging zijn van onze opvatting van de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en de democratie. Niet alleen werd er zonder enige rechtvaardiging gebruik gemaakt van geweld, ook was het gehele verkiezingsproces duidelijk ondermijnd door de opsluiting van vertegenwoordigers van de oppositie en het maatschappelijk middenveld. Het onderzoek van de OVSE-ODIHR komt tot dezelfde conclusie.
Velen van hen die de laatste weken in hechtenis zijn genomen, zijn weer vrijgelaten. Een aanzienlijke groep – bijna dertig mensen – worden echter nog altijd zaken ten laste gelegd die tot zeer lange gevangenisstraffen zouden kunnen leiden, en zoals u weet behoort ook een aantal presidentskandidaten tot deze groep.
Mijnheer de Voorzitter, ik heb de door de overheid in Minsk genomen onderdrukkingsmaatregelen reeds veroordeeld en heb opgeroepen tot onmiddellijke vrijlating van de om politieke redenen gearresteerde personen en eveneens tot heropening van het bureau van de OVSE in Minsk. Ik heb deze boodschap in een gezamenlijke verklaring met de minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten Hillary Clinton nog eens bekrachtigd.
Tijdens mijn ontmoeting met minister van Buitenlandse Zaken Martynov heb ik beklemtoond dat de EU een onmiddellijke reactie van de Wit-Russische overheid op de eisen van de internationale gemeenschap verwacht. Bij de beslissing over onze volgende stappen moeten we van grondbeginselen uitgaan.
Het eerste van deze beginselen is dat de veiligheid van de vreedzame activisten, waaronder de presidentskandidaten, te allen tijde voorop moeten staan.
Het tweede beginsel is dat de Wit-Russen onze buren en partners zijn, en dat hun belangen het hoogste goed zijn. Wanneer we onze ongerustheid tegenover de overheid tot uitdrukking brengen, mogen we niet de bevolking isoleren.
Het derde beginsel is dat de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden de kern van het buitenlands beleid van de EU en van het Oostelijk Partnerschap vormt en deel uitmaakt van een reeks gemeenschappelijke waarden die we met onze naaste partners delen. We zullen met deze partners samenwerken, net zoals we het met de Verenigde Staten hebben gedaan, om de boodschap van de internationale gemeenschap aan Wit-Rusland kracht bij te zetten.
Mijnheer de Voorzitter, ons onderzoek komt tot een duidelijke slotsom: dat we gebruik moeten maken van onze communicatiekanalen om een krachtige en snelle reactie over te brengen. Met deze reactie moeten we de Wit-Russische overheid onze opvattingen duidelijk maken, zonder de burgers en het maatschappelijk middenveld te isoleren. Onze reactie dient evenwichtig te zijn. Aan de ene kant moeten we nadenken over gerichte maatregelen tegen de Wit-Russische overheid en moeten we naar mijn mening de sancties nog eens herzien. Aan de andere kant moeten we een sterkere dialoog met het maatschappelijk middenveld en de burgers voeren en hen ondersteunen – wat in de praktijk betekent dat we doorgaan met onze steun aan ngo’s, de media en studenten en dat we ons misschien sterker moeten inspannen om de mobiliteit te verhogen voor burgers die naar de Europese Unie willen reizen.
Op de korte termijn is de herinvoering van het reisverbod voor president Loekasjenko, en de uitbreiding ervan naar andere met naam bekende individuen, zeker een optie als de gevangenen niet worden vrijgelaten.
Ten aanzien van de sterkere ondersteuning van het maatschappelijk middenveld heb ik de Europese Dienst voor extern optreden verzocht om in samenwerking met de Commissie opties te ontwikkelen met betrekking tot spoedmaatregelen gericht op ngo’s, de media en studenten. Ik weet dat het Europees Parlement de mogelijkheid heeft om beurzen te verlenen aan studenten die van de universiteit zijn gestuurd, en ik hoop, mijnheer de Voorzitter, dat we van deze voorziening gebruik kunnen maken. Natuurlijk zullen we ook proberen om extra middelen uit andere bronnen over te hevelen, ook vanuit de lidstaten.
Ik heb het thema mobiliteit al eerder aangekaart, en ik denk hierbij vooral aan een visumvereenvoudiging. Ik roep de consulaten van de lidstaten in Minsk op om als ad-hocmaatregel in het belang van de Wit-Russische burgers de afgifte van visa te vereenvoudigen.
Mijnheer de Voorzitter, de kortetermijnmaatregel zal natuurlijk op 31 januari ter goedkeuring aan de Raad Buitenlandse Zaken moeten worden voorgelegd, maar het is geenszins te vroeg om over een aantal langetermijnaspecten van onze betrekkingen met Wit-Rusland na te denken.
Ten eerste heb ik eerder al gezegd dat we op dit vlak met andere internationale partners moeten samenwerken, en dat is de reden waarom Wit-Rusland verder dient deel te nemen aan het uitgestippelde multilaterale traject, en waarom wij ons bij de landen van ons Oostelijk Partnerschap moeten inzetten voor een consensus over deze kwestie.
Ten tweede, wat betreft bilaterale financiële hulp uit het Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (ENPI), moeten we deze hulp sterker op de behoeften van de bevolking en het maatschappelijk middenveld richten.
Tot slot hebben we verleden jaar een gezamenlijk interim-plan opgesteld waarin de ontwikkeling van onze betrekkingen met Wit-Rusland op de middellange termijn in kaart werd gebracht. Ik geloof dat we dit proces moeten onderbreken. Dit betekent niet dat we het gezamenlijke interim-plan moeten laten varen, maar dat er meer overleg nodig is, ook met het maatschappelijk middenveld, en dat het zonodig moet worden herzien.
Mijnheer de Voorzitter, dit is het kader waarin we op het moment aan het werk zijn. Ik kijk met belangstelling uit naar de standpunten van de leden van het Parlement.
Jacek Protasiewicz, namens de PPE-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de internationale waarnemers hebben geen moment getwijfeld, dus hoeven ook wij er geen enkele twijfel over te laten bestaan: de recente presidentsverkiezingen in december in Wit-Rusland waren niet eerlijk. Het beleid dat we al sinds 2008 voeren ten opzichte van de Wit-Russische autoriteiten, het beleid van de dialoog en de uitgestoken hand, mogen we daarom niet langer voortzetten. De tijden van 'business as usual' zijn voorbij, de tijden van nieuwe besluiten, een nieuw beleid en een harde lijn in de betrekkingen met het Wit-Russische regime zijn aangebroken. Daar horen politieke sancties en visumsancties bij, en we mogen ook economische sancties niet uitsluiten. De sancties moeten uiteraard slim worden ingezet, zodat het leven van de gewone Wit-Russen er niet op achteruit gaat. We mogen echter niet aarzelen om de sancties toe te passen en ook niet om het Wit-Russische lidmaatschap van het oostelijk partnerschap op te schorten.
De verkiezingen waren niet eerlijk en de verkiezingsresultaten zijn ongeloofwaardig. We kunnen daarom gerust en welbewust vaststellen dat de Wit-Russische democratische oppositie de morele winnaar is. Deze oppositie verdient daarom onze steun bij het opzetten van een politieke vertegenwoordiging hier in Brussel, die op politiek niveau de belangen van de oppositie en de belangen van het vrije Wit-Rusland vertegenwoordigt bij de Europese Unie en de lidstaten. Tot slot moeten we de vrijlating eisen van alle gearresteerden, zowel de presidentskandidaten als de politieke activisten, onafhankelijke journalisten, studenten en universiteitsmedewerkers. Wij gaan pas weer in gesprek met vertegenwoordigers van de Wit-Russische staat als al deze mensen op vrije voeten zijn.
Kristian Vigenin, namens de S&D-Fractie. – (BG) Mijnheer de Voorzitter, Lady Ashton, dames en heren, de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement is diep betreurd dat deze presidentsverkiezingen opnieuw een gemiste kans waren voor het land om resoluut en voluit de weg van de democratie in te slaan.
We mogen echter wel zeggen dat het beleid van de Europese Unie, om de banden met Wit-Rusland geleidelijk aan onder bepaalde voorwaarden aan te halen, in wezen bepaalde resultaten heeft opgeleverd. We moeten ons dus hoeden voor de oproep om ons beleid radicaal om te gooien.
Ik zeg dit omdat het dankzij onze inzet is dat de presidentscampagne uiteindelijk toch wat vooruitgang heeft gebracht, en het zou kunnen dat dit ook de reden was dat er op het plein in Minsk veel meer mensen waren bijeengekomen dan de organisatoren hadden verwacht. Wij hebben met andere woorden waarschijnlijk een klimaat van grotere vrijheid gecreëerd, en misschien hebben de burgers van Wit-Rusland dat goed aangevoeld.
Maar voortaan moeten we in de eerste plaats duidelijk en resoluut zijn in onze eisen aan de Wit-Russische autoriteiten om alle gevangenen vrij te laten en onmiddellijk de vervolging te staken van al wie op welke manier dan ook heeft deelgenomen aan de betogingen of ze mee heeft georganiseerd. We mogen op dit punt geen toegevingen doen en moeten heel duidelijk zijn over onze wensen.
Wat we op middellange en lange termijn kunnen bereiken, is echter een andere vraag. Eerst moeten we ervoor zorgen dat het land niet opnieuw in een isolement verzeilt raakt, want de vertegenwoordigers van de oppositie en van het maatschappelijk middenveld hebben benadrukt dat het isolement van Wit-Rusland gelijk staat aan het isolement van zijn burgers.
In het kader van het bestaande beleid ten aanzien van Wit-Rusland moeten we proberen om bepaalde maatregelen te nemen om ons beleid bij te sturen zodat het ten goede komt aan de burgers van het land en de media, het maatschappelijk middenveld en de oppositie ondersteunt. Zo creëren we een omgeving waarin eerlijke en democratische verkiezingen kunnen worden gehouden.
Daar moeten we volgens mij voor ijveren samen met de buurlanden van Wit-Rusland die geen lid zijn van de Europese Unie, Rusland en Oekraïne, en als Parlement moeten we proberen om de kansen te benutten die het Oostelijk Partnerschap en EURONEST bieden om de andere vijf landen van het Partnerschap te betrekken bij gezamenlijke activiteiten om Wit-Rusland te democratiseren.
(Spreker verklaart zich bereid om een “blauwe kaart”-vraag te beantwoorden overeenkomstig artikel 149, lid 8 van het Reglement)
Marek Henryk Migalski (ECR). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik weet dat ik slechts 30 seconden heb.
Het kan zijn dat de vertaling onduidelijk was, maar heb ik het goed gehoord, en vindt u dat de demonstratie die plaatsvond na de verkiezingen en die uiting gaf aan de protesten tegen de vervalsing van de verkiezingen en alle onregelmatigheden die ermee gepaard gingen, het bewijs is dat deze verkiezingen en de situatie verbeteren? Zo klonk het namelijk. Als uw woorden inderdaad juist zijn vertaald, vind ik dat moeilijk te accepteren.
Kristian Vigenin (S&D). – (BG) Misschien was ik niet duidelijk genoeg, of zijn bepaalde nuances in de vertaling verloren gegaan. Wat ik bedoelde was dat de situatie in Wit-Rusland veranderd is, in die zin dat steeds meer mensen inzien dat er democratie moet komen en dat ze daarvoor moeten vechten. In die zin interpreteer ik het als een positief signaal dat er op het plein in Minsk meer mensen zijn komen opdagen dan verwacht.
Dat is wat ik bedoelde. Ik bedoelde allerminst dat het regime in Wit-Rusland dit mogelijk had gemaakt.
De Voorzitter. – Misschien is er een probleem met de Engelse vertolking. Is er een probleem met de Engelse vertolking? Kunt u dat even controleren? Nee, het ligt niet aan de vertolking. Er is een probleem met de microfoon. Is alles in orde nu?
Kristian Vigenin (S&D). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik probeer altijd in mijn eigen taal te spreken, maar soms heb ik het gevoel dat ik dit bij zulke gevoelige kwesties niet moet doen.
Wat ik duidelijk wilde maken, was dat ik van mening ben dat de situatie verbetert, in die zin dat steeds meer mensen in Wit-Rusland begrijpen dat Wit-Rusland democratie nodig heeft en steeds meer mensen begrijpen dat ze voor democratie in Wit-Rusland moeten strijden. Dat is de reden waarom ik heb gezegd dat ik het een positief teken vind dat zoveel mensen, veel meer mensen dan door de organisator verwacht, op het plein van Minsk waren. Ik hoop dat dit duidelijk maakt wat ik bedoelde.
Kristiina Ojuland, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is goed om te horen wat de hoge vertegenwoordiger heeft gezegd, en we zijn het volledig eens met wat zij heeft verteld. Het is erg belangrijk dat de Europese Unie in staat is geweest op de mislukking van de presidentsverkiezingen in Wit-Rusland te reageren.
Ik zou wensen dat we ook de moed hadden om net zo krachtig, vastberaden en principieel met een buurland van Wit-Rusland om te gaan, waar de onderdrukking van de democratische oppositie en schendingen van de rechtsorde en de mensenrechten ook aan de orde van de dag zijn.
De achteruitgang van de democratie in Rusland zou er ook de reden voor kunnen zijn waarom het Kremlin de Wit-Russische presidentsverkiezingen heeft erkend en de gewelddadige onderdrukking een “binnenlandse aangelegenheid” van Wit-Rusland heeft genoemd. Deze onverschilligheid ten opzichte van de schrijnende situatie in Wit-Rusland is illustratief voor de tendensen in Rusland.
Het Europees Parlement heeft een krachtige resolutie op tafel gebracht waarin doelgerichte economische en visumsancties tegen het criminele regime van Loekasjenko worden voorgesteld. Het is van wezenlijk belang dat de Europese Unie hier een eendrachtig standpunt inneemt en dat de lidstaten ophouden met het nastreven van bilaterale initiatieven met Loekasjenko en zijn regime. We moeten het Oostelijk Partnerschap en alle andere vormen van samenwerking opschorten totdat de politieke gevangenen zijn vrijgelaten. Tegelijkertijd moeten we het maatschappelijk middenveld, de ngo’s en de onafhankelijke media in Wit-Rusland sterker ondersteunen om hen voor te bereiden op de opbouw van Wit-Rusland na de val van Loekasjenko. Een val die hopelijk door democratische verkiezingen zal plaatsvinden.
Mevrouw de hoge vertegenwoordiger, ik zou u daarom willen verzoeken uw steun te verlenen aan een oproep tot een pan-Europees forum over de toekomst van Wit-Rusland.
Heidi Hautala, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat de hoge vertegenwoordiger onze gevoelens geheel heeft vertolkt wanneer zij zegt dat ze geschokt is.
Na 19 december zijn we daadwerkelijk geschokt geweest, omdat velen van ons al de hoop hadden dat er een geleidelijke opening van Wit-Rusland in de richting van de Europese Unie zou plaatsvinden. Ik denk dat deze hoop voor velen voorlopig voorbij is. Het is verontrustend om bijna ieder uur weer nieuws over de voortdurende onderdrukking in Minsk en andere delen van Wit-Rusland te horen.
Zo werd gisteren de mensenrechtenorganisatie Viasna weer aangevallen, met huiszoekingen, arrestaties en opsluitingen. Dit is een organisatie die de mensenrechten in Wit-Rusland zeer moedig heeft verdedigd. De autoriteiten hebben haar nog steeds niet toegestaan zich te registreren.
Het Wit-Russische Helsinki-comité werd gewaarschuwd nadat het contact had opgenomen met de speciale VN-rapporteur inzake de onafhankelijkheid van rechters en advocaten. Het heeft er alle reden toe om te geloven dat degenen die voor deze zware overtredingen zijn aangeklaagd geen eerlijk proces zullen krijgen.
Vandaag ontvingen we ook bericht over de voormalige presidentskandidaat Sannikov, zijn echtgenote Iryna Khalip, een journaliste en correspondente van de Novaya Gazeta in Minsk, en hun kind – een melding die de wereldpers heeft gehaald. We hebben vernomen dat het kind bij zijn grootouders mag blijven, aangezien de ouders in hechtenis zijn. Ik wil er echter op wijzen dat dit op zich nog geen goed nieuws is. We wachten nog op bevestiging, die misschien in de komende week komt.
Waarom hanteert Wit-Rusland deze “harde aanpak”? We moeten werkelijk aandringen op een onafhankelijk internationaal onderzoek naar het gebeurde, om de achtergrond te begrijpen en om aan de weet te komen of dit geweld – dat nu als crimineel wordt bestempeld –werkelijk door provocateurs werd veroorzaakt en niet door degenen die eigenlijk tot democratie in Wit-Rusland hebben opgeroepen. Naar mijn mening is de OVSE het meest geschikte orgaan om zo’n onderzoek door te voeren, of anders de Verenigde Naties.
Hoe staat het met nieuwe verkiezingen? We moeten voorzichtig zijn om niet te snel om nieuwe verkiezingen te roepen, omdat we de routekaart naar democratische hervormingen moeten veiligstellen. We moeten de persvrijheid, de vrijheid van vereniging en van vergadering waarborgen. Wanneer deze niet gewaarborgd zijn, zullen we niet veel bereiken, zelfs wanneer in Wit-Rusland vandaag nieuwe verkiezingen zouden plaatsvinden.
VOORZITTER: STAVROS LAMBRINIDIS Ondervoorzitter
Ryszard Czarnecki, namens de ECR-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, we spreken over de situatie in Wit-Rusland, maar we moeten de hand ook in eigen boezem steken. Het is makkelijk, terecht en noodzakelijk om het regime-Loekasjenko te beschuldigen en aan de kaak te stellen. Europa draagt echter ook een deel van de verantwoordelijkheid. Is het niet zo dat het bezoek van de Italiaanse premier, de heer Berlusconi, een zekere geloofwaardigheid heeft verleend aan dit regime? Is het niet zo dat het bezoek van de president van Litouwen, mevrouw Grybauskaitė, geloofwaardigheid heeft verleend aan dit regime? Is het niet zo dat het bezoek van de ministers van Buitenlandse Zaken van Duitsland en Polen, de heren Westerwelle en Sikorski, geloofwaardigheid heeft verleend aan het regime en ook nog eens op een gunstig moment kwam? Eigenlijk zijn het de politici van de lidstaten die Loekasjenko een zekere politieke manoeuvreerruimte hebben geboden, zonder hiervoor enige tegenprestatie te eisen. We moeten nu eisen dat de mensenrechten worden gerespecteerd, maar tegelijkertijd ook de hand in eigen boezem steken.
Helmut Scholz, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, vicevoorzitter, mijn fractie heeft de compromisresolutie over Wit-Rusland niet ondertekend. Ik wil echter duidelijk stellen dat dit niet wil zeggen dat wij de uitslag van de verkiezingen, de arrestaties en represailles tegen andersdenkenden in Wit-Rusland accepteren. Voor ons zijn eerlijke, transparante en democratische verkiezingen – de “vrijheid van de andersdenkende“, om Rosa Luxemburg te citeren – een fundamenteel vereiste voor de opbouw van betrekkingen met Wit-Rusland en met alle andere staten. Daar hoort ook de onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen bij.
Ik heb echter zo mijn twijfels of sancties een effectief middel zijn om de onmiddellijke vrijlating van politieke gevangenen te bewerkstelligen en een democratische omwenteling in Wit-Rusland tot stand te brengen. Sancties hebben in het verleden niets uitgehaald in Wit-Rusland of elders. Waarde collega’s, u weet het net zo goed als ik. Het lijkt mij beter de politiek verantwoordelijken in een politieke dialoog met onze argumenten en eisen te confronteren, hen niet de mogelijkheid te geven onder verwijzing naar kritiek van buitenaf het kritische maatschappelijk middenveld in diskrediet te brengen, en transparantie in de politiek en een coherente afstemming van onze stappen met alle partners in het buitenlandbeleid in Wit-Rusland tot stand te brengen. Dit lijkt me bovendien de meest eerlijke weg gezien onze eigen argumenten, zoals bleek uit de uitspraak van het Hongaarse Raadsvoorzitterschap van vanochtend.
Bastiaan Belder, namens de EFD-Fractie. – Mijnheer de Voorzitter, de brute repressie van elk politiek alternatief voor het regime Lukasjenko sedert de verkiezingsdag van 19 december 2010 heeft de buitenlandse speelruimte van Minsk duidelijk gereduceerd. De Witrussische pendeldiplomatie tussen Brussel en Moskou van de afgelopen drie jaar is op eigen initiatief ruw onderbroken. Politiek en economisch weet Lukasjenko zich momenteel sterk aan het Kremlin gebonden. Juist deze afhankelijkheidsrelatie vraagt om een sterkere Europese betrokkenheid bij de burgermaatschappij van Wit-Rusland.
Ga dan vooral verder met mind change als noodzakelijke opstap naar regime change. Toon metterdaad Europese solidariteit. Verlaag bijvoorbeeld zo snel mogelijk de visakosten voor Wit-Russen. Ga daarnaast een kritische strategiediscussie aan met de Wit-Russische politieke oppositie en houd daarbij ook de hervormingsgezinde krachten binnen het machtsapparaat nadrukkelijk in het oog. Dat is gebalanceerde politiek. Brussel moet Minsk nu niet laten vallen. Geen Russisch, noch Chinees recht voor de Wit-Russen, maar een onafhankelijk pad richting een vrije maatschappij, een democratische rechtsstaat.
Traian Ungureanu (PPE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, Alexander Loekasjenko heeft nooit een kans laten voorbijgaan om te tonen dat hij een dictator is. De verkiezingen in december waren feitelijk een rituele herbenoeming van hem als president. Wij in de EU hielden vast aan de illusie dat Loekasjenko als bij wonder zou veranderen. We zeiden dat we de verkiezingen van december zouden afwachten. Die verkiezingen vonden plaats en Loekasjenko bleef dezelfde. De oppositie ligt in het ziekenhuis of zit in de gevangenis.
Ik denk dat het tijd is dat de EU haar aanpak van Wit-Rusland herziet. Wit-Rusland hoort duidelijk niet thuis in het Oostelijk Partnerschap. Wit-Rusland zou moeten worden uitgesloten. Onze enige partner zou het maatschappelijk middenveld moeten zijn. Ik zie uit naar de resultaten van de Raad Buitenlandse Zaken van 31 januari, en hoop dat zowel mevrouw Ashton als commissaris Füle uitsluiting zullen aanbevelen.
Tot slot wil ik nog iets zeggen over de gevolgen voor de Parlementaire Vergadering Euronest. We kunnen Loekasjenko niet langer vetorecht geven in verband met Euronest. Wit-Rusland werd als reden gebruikt om Euronest te blokkeren. De conclusie is daarom dat er dringend van start moet worden gegaan met Euronest.
Justas Vincas Paleckis (S&D). – (LT) Mijnheer de Voorzitter, hoge vertegenwoordiger, de resolutie van het Europees Parlement waarover wij morgen stemmen moet een duidelijke boodschap zijn aan de Wit-Russen, Europa als geheel en de wereld. In elk geval is er zo spoedig mogelijk een herstel van de situatie voorafgaand aan 19 december nodig en moeten wij er met gezamenlijke inspanningen voor zorgen dat Wit-Rusland kiest voor de weg naar democratie en versterking van de mensenrechten. Het belangrijkste doel is op dit moment de vrijlating van politieke gevangenen en de beëindiging van aanvallen tegen de oppositie, niet-gouvernementele organisaties en de persvrijheid. Ik ben het echter met de hoge vertegenwoordiger eens dat wij bij onze aanval op het regime geen Wit-Russische burgers mogen raken. Wij moeten met grote precisie inschatten wat de kans is dat wij schade toebrengen aan Wit-Russen of aan de voor beide zijden voordelige banden met de lidstaten van de EU op het gebied van zaken, cultuur, onderwijs en toerisme, die van essentieel belang zijn voor de ontsluiting van Wit-Rusland naar Europa.
Gerben-Jan Gerbrandy (ALDE). - Voorzitter, in het leven, en zeker ook in de politiek, is hoop heel belangrijk. Hoop biedt perspectief, hoop laat mensen geloven dat het in de toekomst beter zal worden en hoop is nou juist datgene wat in Wit-Rusland op 19 december en daarna vervlogen is. Hoop dat deze verkiezingen democratischer zouden zijn dan de vorige. Hoop dat de oppositie meer kans zou hebben zich te manifesteren en hoop dat de media een evenwichtiger beeld aan de burgers van Wit-Rusland zouden voorspiegelen. Allemaal vervlogen.
Juist daarom moet de EU haar beleid ten aanzien van Wit-Rusland veranderen. De politiek van toenadering tot het regime heeft helaas niet gewerkt. De EU zal sancties moeten opleggen aan de machthebbers van Wit-Rusland. Sancties die niet de burgers raken, maar wel de machthebbers. Bijvoorbeeld door alle visa in te trekken van de machthebbers en hun familie. Dat laatste is belangrijk om de vervlechting tussen de politieke macht en de economische macht aan te pakken.
Gelukkig zit Lady Ashton op die weg. Ook de Commissie heeft goed gereageerd door onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen te eisen. Dit Parlement kan ook wat doen door op zo kort mogelijke termijn een missie naar Wit-Rusland te sturen om steun te betuigen aan de oppositie, de vrije media en de NGO's. Met hen en via hen zal het nieuwe Wit-Rusland vorm gegeven moeten worden.
Tot slot, Voorzitter, zal de EU een nieuwe impuls moeten geven aan het nabuurschapsprogramma. Dit programma is tot op heden onvoldoende uit de verf gekomen. Niet alleen moeten we de burgers van Moldavië, Oekraïne, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan helpen bij hun ontwikkeling, ook kunnen we op die manier Wit-Rusland tonen hoe belangrijk het voor het eigen land is om toenadering tot Europa te zoeken. Op die manier kan zelfs weer hoop bij de Wit-Russische burgers terugkeren.
Werner Schulz (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, hoge vertegenwoordiger, onze hoop dat Wit-Rusland zich met de presidentsverkiezingen in de richting van democratie zou ontwikkelen, is flink beschaamd. Ondanks alle negatieve ervaringen en voorbehouden jegens de regering-Loekasjenko stond de deur van de EU de afgelopen maanden ver open. Het was absoluut duidelijk hoeveel van deze verkiezingen zou afhangen voor de in het vooruitzicht gestelde samenwerking, en het zag er ook even naar uit dat de verkiezingen tamelijk vrij, correct en eerlijk verliepen.
Maar blijkbaar zijn de kleine concessies voldoende geweest om een zodanig grote schok in het repressieve systeem teweeg te brengen dat de president opnieuw zijn ware gezicht als meedogenloze dictator heeft laten zien. Zijn zogenaamde verkiezingen zijn slechts kwaad bedrog, zijn macht is niet legitiem, en zijn geweld tegen de oppositie is een grove misdaad. Het verkiezingsbedrog en het neerslaan van de protesten zijn een flinke stap achteruit voor Wit-Rusland. Er heersen opnieuw angst en onderdrukking. Het waren geen buitenlandse geheime diensten en diplomaten die zich ermee hebben bemoeid, zo de boude bewering van degenen die de verkiezingen hebben vervalst, maar provocateurs die het systeem zelf heeft gestuurd. Bovendien is het schandalig dat een door de president aangestuurde geheime dienst, die nog steeds onder de naam KGB opereert, met methoden uit het stalinistische tijdperk de oppositie en het maatschappelijk middenveld terroriseert.
De schending van de fundamentele burgerrechten door een lid van de OVSE is onacceptabel. Dit postcommunistische regime is ondraaglijk geworden. We hebben een resolutie van het Parlement voorbereid die een goede basis vormt voor het overleg tussen de Europese ministers van Buitenlandse Zaken. Daarbij gaat het vooral om de onmiddellijke vrijlating van gevangenen, medische zorg voor de gewonden, het laten vallen van de absurde beschuldigingen, de inzet van een onafhankelijke onderzoekscommissie en gerichte politieke en economische sancties die de machthebbers en niet de bevolking treffen.
We moeten de Europagezinde krachten die we hoop hebben gegeven, die een politieke omwenteling wensen en hebben gestemd en die de toekomst van hun land in de EU en niet in een nauwere band met Rusland zien nu helpen. Want aan het feit dat de eersten die Loekasjenko met zijn verkiezingsoverwinning hebben gefeliciteerd de Russische president Medvedev, premier Poetin en de Oekraïense president Janoekovitsj waren, kun je zien wat zij onder democratie verstaan en zie je de weinig positieve vooruitzichten die Wit-Rusland in dit opzicht te wachten staan.
Marek Henryk Migalski (ECR). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil beginnen met een nieuwtje voor mevrouw Hautala, ik hoop dat ze haar hoofdtelefoon ondertussen weer heeft opgezet. Mevrouw Hautala, ik heb nog een aanvulling op de informatie die u hebt gegeven over de organisatie Viasna. Het is niet alleen zo dat die organisatie zich niet heeft kunnen registreren, de politie heeft onlangs ook al haar computers in beslag genomen. Afgelopen maandag - en dat is mijn nieuws voor u - ben ik in Polen begonnen met een inzameling van laptops die voor hen bestemd zijn.
En dan kom ik nu ter zake. Commissaris, ik begin met uw standpunt dat "de tijd om te handelen is aangebroken". Dat is waar. De tweede bijzonder belangrijke uitspraak die u hebt gedaan is dat we de Wit-Russische samenleving niet mogen isoleren. De maatregelen die we nemen, moeten hieraan voldoen, en het moeten inderdaad 'zachte' maatregelen zijn, namelijk de opbouw van het maatschappelijk middenveld, steun aan de media en studenten en het afschaffen van de visumplicht. Dat moeten we steunen, en we moeten er vooral meer geld voor uittrekken. Maar ik zie ook de noodzaak van het nemen van de hardere maatregelen, zoals die zijn voorgesteld door de heer Protasiewicz en mevrouw Ojuland. In deze zaak moet er een koppeling bestaan tussen beide typen maatregelen.
Jacek Saryusz-Wolski (PPE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat de gestelde diagnose en de geplande behandeling de juiste zijn. Het probleem is niet dat onze gestelde diagnose en geplande behandeling in het verleden zo veel verschilden, maar wel dat we zo weinig deden. Misschien moeten we ons dus afvragen of we voldoende vastberaden zijn om het deze keer anders aan te pakken.
We moeten vanzelfsprekend veroordelen wat er is gebeurd en vrijlating eisen, sancties opleggen en uitsluiting overwegen, maar als we niet verder gaan dan wel met woorden maar niet met daden te veroordelen en morele steun te geven, zullen onze inspanningen geen vruchten afwerpen. We hebben een strategie en acties op lange termijn nodig, en het zal echt een test zijn voor het nieuwe buitenlandbeleid waar mevrouw Ashton nu aan het hoofd van staat.
Het gaat niet alleen om Wit-Rusland. De manier waarop we Wit-Rusland aanpakken, zal bepalend zijn voor de echte politieke dynamiek van de hele regio: in Moldavië, in Oekraïne, ook ten aanzien van Rusland en andere landen. In geopolitiek opzicht vergroten de gebeurtenissen op dit ogenblik de afstand tussen Wit-Rusland en Europa, en net als in Oekraïne trekt Europa zich terug. We doen er vanzelfsprekend goed aan om de tweesporenbenadering aan te bevelen: enerzijds het regime sanctioneren en isoleren, en anderzijds het maatschappelijk middenveld steunen. Ik zou zeggen, laten we het beleid van bestraffen en belonen dat we tot dusver ten aanzien van het regime hebben gehanteerd, vervangen door een beleid waarbij we het regime straffen en het maatschappelijk middenveld belonen. We moeten echter veel meer beseffen dat het maatschappelijk middenveld en niet het regime onze partner is.
Mevrouw Ashton zei dat we moeten blijven helpen. We moeten ermee ophouden om zo weinig te doen als we in het verleden hebben gedaan. Hebben we alles gedaan wat we hadden moeten doen? Nee, onze hulp was belachelijk bescheiden, en daar moeten we verandering in brengen.
Richard Howitt (S&D). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, terwijl wij hier vandaag dit debat voeren, lijkt Alexander Loekasjenko er ijlings plannen door te jagen voor een inauguratie deze vrijdag, zonder internationale gasten, precies omdat de internationale gemeenschap de verkiezingen in Wit-Rusland niet erkent als vrij, eerlijk en transparant. Als die inauguratie er komt, zal het een zwarte vrijdag zijn die volgt op zondag 19 december die men 'Bloedige Zondag" is beginnen te noemen omdat toen 700 democratische betogers werden gearresteerd, waaronder zeven van de negen presidentskandidaten, waarvan er één twee gebroken benen en een andere een hersentrauma overhield aan het hardhandige optreden van de oproerpolitie.
Ik vraag de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger en de EU-lidstaten om steun te verlenen aan het Poolse voorstel inzake een reisverbod, en, zoals blijkt uit onze resolutie, aan het beginsel van verdere gerichte economische sancties.
Een van de dingen die de Europese Unie in dit verband kan doen, is eenvoudigweg en duidelijk eisen dat alle politieke gevangenen worden vrijgelaten, dat de autoriteiten ophouden met hun dreigementen om het Wit-Russische Helsinki-Comité te verbieden of aan banden te leggen, en dat er snel nieuwe verkiezingen worden georganiseerd.
Wat de toekomst betreft, ben ik het eens met wat mevrouw Ashton en mijn fractie vandaag hebben gezegd: we moeten het multilaterale spoor openhouden en de klemtoon leggen op het maatschappelijk middenveld en steun geven aan het middenveld. Ik wil echter beklemtonen dat dit niet alleen een keerpunt is voor de democratie en mensenrechten in Wit-Rusland. Het is ook een test voor het nabuurschapsbeleid van de EU. We willen wel degelijk duidelijke en nauwe samenwerking en partnerschap met onze buren om een proces van toenemende toenadering aan te moedigen met de landen aan onze grenzen als er sprake is van een oprecht wederzijds engagement om dat te verwezenlijken, maar dit zal niet werken als er niet wordt opgetreden wanneer dat wederzijds engagement ontbreekt en het fout loopt.
De pijn waar we ons in dit debat zorgen over moeten maken, is niet de pijn die Europa Wit-Rusland wil berokkenen met de voorgestelde slimme sancties, maar de fysieke pijn van de slagen die zijn toegebracht aan de mensen die het engagement van Europa voor democratie delen en aan wier zijde wij ons in solidariteit moeten scharen opdat er een einde kan komen aan de lange jaren van pijn in Wit-Rusland.
Elisabeth Schroedter (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, hoge vertegenwoordiger, ik dank u voor de snelle reactie op de gebeurtenissen in Minsk. Ik ben u tevens erkentelijk voor uw concept, waarin een goed evenwicht is gevonden tussen de sancties jegens degenen die voor de grove mensenrechtenschendingen verantwoordelijk zijn en maatregelen voor de bevolking van Wit-Rusland.
Ik wil van hieruit ook de veiligheidsconferentie in München bedanken, die Loekasjenko van de lijst met genodigden heeft gehaald. Dat was een zichtbaar teken dat dictators in internationale fora niets te zoeken hebben en daar niet mogen worden gepaaid.
Want de internationale erkenning van een zelfbenoemde president verzwakt de oppositie in het land en wordt mogelijk geïnterpreteerd als internationale erkenning van de ondemocratische verkiezingen. Daarom was dit precies de juiste reactie.
Voor politieke veranderingen in dit land hebben we een lange adem nodig, dat weten we. We weten ook dat Loekasjenko al heel lang aan de macht is en dat zijn reactie typisch voor hem is. Maar gezien de humanitaire situatie in het land, mevrouw Ashton, mogen we niet wachten. We moeten heel snel reageren en er heel snel voor zorgen dat de politieke gevangenen worden vrijgelaten, dat ouders hun kinderen terugkrijgen en dat kinderen hun ouders terugkrijgen. Hun enige ‘vergrijp’ was dat zij voor hun democratische rechten hebben gedemonstreerd en dat op straat duidelijk hebben gemaakt. De reacties daarop waren niet gerechtvaardigd.
Mevrouw Ashton, ik verzoek u met klem snel actie te ondernemen, en in elke verklaring duidelijk te maken dat het hier politieke gevangenen betreft en niet criminelen. Ik doe van hieruit de groeten aan Andrej Sannikau en de anderen die in de gevangenis zitten. Zij moeten weten dat wij solidair met hen zijn.
Edvard Kožušník (ECR). - (CS) Een maand geleden heeft het Cubaanse totalitaire regime de winnaar van de Sacharovprijs, Guillermo Fariñas, verboden om naar Straatsburg te komen. Een aantal dagen daarna waren wij trieste getuigen van een serie onderdrukkende maatregelen na de presidentsverkiezingen in Wit-Rusland. Ik mag ervan uitgaan dat iedereen beseft dat het regime van Loekasjenko geen autoritair regime is, maar net zoals het regime van Castro op Cuba, een totalitair regime.
Vandaag voeren een debat over de vraag of we vertegenwoordigers van het regime van Loekasjenko al dan niet de toegang tot de Europese Unie moeten weigeren. Ik ben in ieder geval voorstander van een grotere opening naar de gewone Wit-Russische burger, dus naar diegenen die nooit aan den lijve hebben kunnen ervaren wat vrijheid is en wat democratie. Elke vorm van politieke isolering komt Loekasjenko alleen maar ten goede. Wij hier in de EU moeten de burgers van Wit-Rusland juist met open armen ontvangen. Maar voor vertegenwoordigers van Loekasjenko’s totalitaire regime geldt het tegendeel; die verdienen onze genade niet, daar moeten we keihard tegen optreden. Mensen die de democratische waarden met voeten treden, hebben niets te zoeken in een fatsoenlijke maatschappij.
Jacek Olgierd Kurski (ECR). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het beleid dat de laatste tijd door sommige Europese regeringen is gevoerd met betrekking tot Wit-Rusland, jammer genoeg ook door de regering van mijn eigen land, Polen, is uitgelopen op een complete ramp. Loekasjenko, de laatste dictator van Europa, steekt de draak met ons, vervolgt zijn politieke tegenstanders en sluit ze op in gevangenissen, aangemoedigd door onze indolentie. Het beleid van overeenstemming en tolerantie was niet in staat om het gewenste effect te sorteren. Voor de zoveelste keer is gebleken dat onze onderhandelingen met de dictatuur zijn uitgelegd als steun voor Loekasjenko. Onze illusies zijn in december aan diggelen geslagen door de brute aftuigingen, aanvallen en arrestaties van honderden oppositieactivisten.
Het is belangrijk dat wij, de leden van het Europees Parlement, een duidelijke boodschap hebben voor Wit-Rusland. Europa zal de onderdrukking van de vrijheid door de Wit-Russische dictator niet accepteren. Sancties moeten nauwkeurig gericht zijn op de vertegenwoordigers van het regime, niet op de burgers. Integendeel, de mensen hebben onze hulp nodig, net als de maatschappelijke organisaties, de onafhankelijke media en de oppositie. We kunnen reële hulp bieden op het gebied van onderwijs en visumversoepeling. Het Oostelijk Partnerschap moet worden opgeschort voor Wit-Rusland of dusdanig worden verscherpt dat het regime er geen euro van te zien krijgt. Hoe meer Europa in Wit-Rusland, des te eerder valt de laatste dictator die ons continent rijk is.
Seán Kelly (PPE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat een van de belangrijkste ontwikkelingen in de moderne wereld de overgang van totalitarisme naar democratie in de Oost-Europese landen is. Hongarije, waarvan we het historische voorzitterschap vanmorgen hebben besproken, is daarvan een voorbeeld, en onze eigen Voorzitter, de heer Buzek, is een schitterend voorbeeld van die ontwikkeling.
Er zijn echter andere landen waar de overgang niet even vlot is verlopen. Wit-Rusland is daar helaas een voorbeeld van, en met name mevrouw Ashton vatte samen wat we moeten doen om die situatie aan te pakken.
Je zou hoogstens kunnen zeggen dat ze de democratie hebben omarmd door twee stappen vooruit en één achteruit te zetten. In de voorbije verkiezingen hebben ze waarschijnlijk drie stappen achteruit en geen enkele vooruit gezet, maar ik denk dat mevrouw Ashton gelijk heeft als ze zegt dat we met het maatschappelijk middenveld, de niet-gouvernementele organisaties en onze internationale partners moeten samenwerken om president Loekasjenko onder druk te zetten en een einde te maken aan zijn repressie en dictatuur.
Andrzej Grzyb (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de gebeurtenissen in Wit-Rusland van 19 december zijn een schending van de democratische vrijheden. De arrestatie van zevenhonderd personen, onder wie alle presidentskandidaten, maakt alle commentaar overbodig. De verkiezingen waren oneerlijk. Dit is een test voor de EU en voor de landen waarmee de EU bevoorrechte betrekkingen onderhoudt, bijvoorbeeld voor Rusland, dat de verkiezingsuitslag heeft erkend.
We moeten de oppositie steunen en een duidelijk signaal afgeven dat de gearresteerden eerst vrijgelaten moeten worden, voordat er in het kader van de betrekkingen met Wit-Rusland überhaupt ergens over gesproken kan worden, in het bijzonder met de regering van Wit-Rusland. De opgelegde beperkingen mogen de burgers echter niet raken. We moeten in navolging van Polen het visumregime versoepelen. We moeten hulp bieden aan degenen die zijn ontslagen en studenten die zijn verwijderd van de universiteit laten studeren in andere landen. De onafhankelijke media, zowel de radiostations als TV Belsat, hebben onze steun nodig. Dit is niet alleen een taak voor Litouwen en Polen, maar ook voor de andere lidstaten en de Europese instellingen. Ik roep hiertoe op in de meest krachtige bewoordingen.
Kyriakos Mavronikolas (S&D). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, vergeleken met onze normen en waarden is het duidelijk dat de ontwikkelingen in Wit-Rusland flink de verkeerde kant op zijn gegaan. Loekasjenko staat aan het hoofd van het land, en de oppositie zit achter slot en grendel. Wat er dus nu van ons verwacht wordt is dat wij ons tot de civiele samenleving richten, waarbinnen, zoals eerder terecht werd uiteengezet, waardering bestaat voor de Europese Unie en haar principes, we moeten verzoeken om persvrijheid en om de vrijlating van de gevangen leiders van de oppositie; en wat nog veel belangrijker is: we moeten vormgeven aan nieuw beleid, het soort beleid waar mevrouw Ashton aan refereerde en waar ik me geheel in kan vinden, op basis waarvan nieuwe omstandigheden worden gecreëerd om Wit-Rusland opnieuw te kunnen benaderen.
Charles Tannock (ECR). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de presidentsverkiezingen in Wit-Rusland draaiden uit op een zware teleurstelling voor degenen onder ons die dat land al een aantal jaar volgen. Ik had een ontmoeting met de ambassadeur van Wit-Rusland in Londen die me verzekerde dat het deze keer allemaal anders zou zijn, dat de internationale normen zouden worden nageleefd, en dat de OVSE zou kunnen zeggen dat de verkiezingen eerlijk en vrij waren verlopen.
Helaas bleek er geen kruid gewassen tegen de instincten van homo sovieticus Loekasjenko. Zijn eigen hooggeplaatste ambtenaren, waaronder zijn ambassadeurs, hadden zijn individualistische gedrag niet voorspeld. Ook ik sluit me nu aan bij de oproep om onmiddellijk alle politieke gevangenen vrij te laten en de verkiezingen over te doen onder het toeziend oog van een langdurige EU-waarnemingsmissie en met de bevestiging van de OVSE dat ze aan alle vereiste normen voldoen om in wezen vrij en eerlijk te zijn.
Het is hoogst onwaarschijnlijk dat Minsk hiermee zal instemmen, maar we moeten het op zijn minst proberen. Anders moeten opnieuw versterkte en gerichte sancties worden opgelegd, moeten we de activa van de heer Loekasjenko – als we ze kunnen vinden – bevriezen en moeten we hem en al zijn hooggeplaatste ambtenaren een reisverbod opleggen.
Alfreds Rubiks (GUE/NGL) . – (LV) Mijnheer de Voorzitter, van mijn kant wil ik het verslag van mevrouw Ashton steunen, omdat het een gematigde toon aanslaat ten aanzien van de gebeurtenissen in Wit-Rusland. Maar al te vaak geven we toe aan puur emotionele beoordelingen en baseren deze op onze emoties. We zeggen dat politieke gevangenen moeten worden vrijgelaten. Er is echter nog geen rechtszaak geweest. We weten nog niet wat het vonnis is. Daarom vraag ik de andere leden hierbij nogmaals om een zeer gematigde houding aan te nemen tegenover dit type ontwikkeling. Twee jaar geleden gebeurde hetzelfde in Letland: Tot het moment dat de samenscholing plaatsvond, was het voor niemand verboden om samen te komen. Toen de menigte, duidelijk onder aansporing van een provocateur, was aangekomen en het parlementsgebouw begon te vernielen, greep de politie in. Hetzelfde geldt voor Wit-Rusland. Ik zou graag willen weten (ik zal nu afronden), waar het geld vandaan komt dat de oppositie in Wit-Rusland onderhoudt. Dat is hoe we hen kunnen helpen. Dank u wel.
Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, in de media lezen we telkens weer dat we met de herinvoering van de sancties tegen de Wit-Russische president Loekasjenko, die pas twee jaar terug zijn versoepeld, zouden toegeven dat de jarenlange pogingen de banden aan te halen hopeloos zijn mislukt.
Mijns inziens waren deze pogingen al mislukt, uiterlijk bij de presidentsverkiezingen of bij de sluiting van de OVSE-bureaus in Minsk.
Het optreden van de laatste dictator van Europa toont echter eens te meer aan dat ook de EU op het gebied van mensenrechtenschendingen een probleem heeft. Het schandaal rond de CIA-vluchten of de inconsequente houding ten aanzien van het spanningsveld tussen territoriale integriteit van landen en het zelfbeschikkingsrecht van volken, bijvoorbeeld op de Balkan, hebben het imago van de EU als voorvechter van de mensenrechten beschadigd. De geloofwaardigheid van de Unie loopt ook een deuk op als ondanks de verheven beginselen van Kopenhagen toetredingsonderhandelingen met Turkije worden gevoerd, met een land dus dat behoorlijk achterloopt op het gebied van de mensenrechten.
Wat betreft Wit-Rusland is de teerling waarschijnlijk al geworpen, daarvoor heeft de heer Loekasjenko ongetwijfeld zelf gezorgd.
Jarosław Kalinowski (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, in het licht van de toenemende repressie door het regime-Loekasjenko is solidariteit met het Wit-Russische volk onze plicht. We moeten onze hulp richten op de onafhankelijke media, ook door de mogelijkheid te bieden dat zij op het grondgebied van de Europese Unie functioneren. Een goed voorbeeld hiervan is TV Belsat in Polen. Beurzen voor studenten en scholieren zijn ook een goede manier om steun te verlenen, omdat een groot aantal jongeren van universiteiten en scholen is verwijderd vanwege de zogenoemde oppositieactiviteiten. Dat geldt ook voor de visa, die op dit moment simpelweg te duur zijn voor de Wit-Russen. Dat moet zo snel mogeljk veranderen. Wit-Russische burgers moeten vrij naar de EU kunnen reizen, natuurlijk met uizondering van de vertegenwoordigers van het regime. Steun voor het maatschappelijk middenveld is een absolute prioriteit, omdat een sterk maatschappelijk middenveld leidt tot veranderingen en garant staat voor een betere toekomst voor heel Wit-Rusland.
Elena Băsescu (PPE). – (RO) Mijnheer de Voorzitter, de presidentsverkiezingen van 19 december betekenden een stap achteruit, zowel voor de ontwikkeling van de democratie in Belarus als voor de betrekkingen met de EU. Je lost politieke conflicten in geen geval op door geweld te gebruiken en door vertegenwoordigers van de oppositie te arresteren. Integendeel, de oppositie het recht ontzeggen op vertegenwoordiging in het parlement leidt tot grotere sociale spanningen.
Ik vind dan ook niet dat het autoritaire regime in Minsk het recht heeft de voordelen te genieten die voortvloeien uit het Oostelijk Partnerschap. Bovendien heeft Wit-Rusland zijn engagement ten aanzien van dit beleid niet bevestigd, wat andere landen in de regio wel hebben gedaan, met name Georgië en de Republiek Moldavië. De opschorting van de deelname van Wit-Rusland aan het Oostelijk Partnerschap zou een rechtstreekse, tastbare sanctie zijn tegen de regering. Ik hoop dat de volgende Raad Buitenlandse Zaken in zijn gezamenlijk standpunt dergelijke sancties zal vermelden.
Krzysztof Lisek (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, ik wil mevrouw Ashton een enigszins indiscrete vraag stellen. Weet u wat Jerzy Buzek in 1982 's avonds meestal deed? Of wat Janusz Lewandowski en Donald Tusk dan meestal deden? Zij zetten alle drie de radio aan en luisterden naar Radio Free Europe, de Voice of America of de BBC om de waarheid te horen over de gebeurtenissen in Polen. Ik heb nog een andere belangrijke vraag voor u. Hoe konden Lech Wałęsa en andere oppositieactivisten overleven, nadat zij door het Poolse communistische regime hun baan hadden verloren? Zij konden allemaal overleven omdat Amerikaanse vakbondsleden financiële hulp stuurden. Degenen die naar de radio luisterden, konden dit doen omdat de radiostations werden gesteund en gefinancierd. Nu rust op ons de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de waarheid de Wit-Russen bereikt en dat de financiële hulp bij de Wit-Russische oppositie terechtkomt.
Peter Šťastný (PPE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het volkomen met mijn collega's eens die voorstellen om sancties op te leggen aan de belangrijkste getrouwen van Loekasjenko en om hulp en steun te geven aan de oppositie, niet-gouvernementele organisaties en burgers in Wit-Rusland.
In de gezamenlijke ontwerpresolutie staat dat Wit-Rusland eventueel de organisatie van het wereldkampioenschap ijshockey in 2014 moet worden ontnomen als er in dat land nog politieke gevangenen zijn. Dat is een redelijk en zeer effectief instrument. De heer Loekasjenko is een enthousiast hockeyfan, en de burgers van Wit-Rusland zijn dat ook. De organisatie van het wereldkampioenschap ontzeggen zou zeker de aandacht trekken en in heel het land vragen doen rijzen.
Een dergelijke beslissing moet worden genomen door de Internationale IJshockeyfederatie (IIHF). Het zou die federatie de kans kunnen bieden om haar blazoen wat op te poetsen, na de smet die erop is geworpen na de benoeming van een voormalig hooggeplaatst KGB-officier en communistisch spion in de VS en een persoon die miljarden dollars van honderdduizenden burgers hielp te verduisteren als leden van de IIHF-raad. Ik hoop dat de IIHF, als puntje bij paaltje komt, het juiste besluit zal nemen.
Sari Essayah (PPE). − (FI) Mijnheer de Voorzitter, het is goed dat een aantal van ons hier openlijk heeft toegegeven dat het zogeheten beleid van dialoog van de Europese Unie en veel lidstaten is mislukt. Loekasjenko heeft als slimme politieke speler van het partnerschapsprogramma kunnen profiteren en van alle politieke en economische voordelen genoten, terwijl hij tegelijkertijd de democratie en de mensenrechten is blijven minachten. Hij is er zelfs in geslaagd enkele politici hier te charmeren, zoals de heer Rubiks, wiens grootste zorg in deze situatie lijkt te zijn of de oppositie hulp uit het buitenland krijgt.
De sancties die in de resolutie worden verlangd, moeten beslist worden uitgevoerd tegen de politieke leiders. Tegelijkertijd moeten wij er echter voor zorgen dat de gewone burgers worden geholpen, die hun banen en studieplaatsen zijn kwijtgeraakt in de hoop democratie te bereiken. Het is nu echt de hoogste tijd voor de Europese Unie om haar ware gezicht te tonen en te laten zien dat wij het Wit-Russische volk steunen in hun strijd voor democratie en dat wij de laatste dictator van Europa willen zien verdwijnen.
De Voorzitter. – Collega's, laat me even in zijn algemeenheid zeggen dat wij het zeer op prijs zouden stellen als de leden die om catch-the-eye hebben gevraagd, het hele debat zouden bijwonen. Het zou het reageren op de levendige discussie zo veel makkelijker maken.
Piotr Borys (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, vandaag is voor ons het moment van de waarheid aangebroken, het moment van solidariteit met Wit-Rusland. We weten allemaal dat dit de laatste dictatuur is van Europa, en we moeten onze volledige solidariteit betuigen. We weten ook allemaal dat de VS op dit gebied slechts beperkte middelen ter beschikking stelt. Het voorstel van vandaag is een bijzonder serieus financieel steunprogramma voor de oppositie, de media, de niet-gouvernementele organisaties, maar vooral voor de jonge elite. Ik heb het hier hoofdzakelijk over de honderden, misschien wel duizenden Wit-Russische studenten die op dit moment niet verder kunnen studeren. Ik heb een bijzonder concreet voorstel, namelijk het creëren van een speciaal Erasmusprogramma dat uitsluitend is gericht op studenten uit Wit-Rusland en dat functioneert binnen het al bestaande Erasmussysteem. We weten dat er enorme besparingen zijn in dit programma. Er zijn slechts kleine aanpassingen nodig, maar het effect van de vorming van een moderne jonge toekomst voor een democratisch land kan op de lange termijn bijzonder groot zijn. Ik doe hiervoor een beroep op de commissaris.
Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou u en de Parlementsleden die aan dit belangrijke, doelgerichte en weloverwogen debat hebben deelgenomen, van harte willen bedanken. Ik zal de resolutie van het Parlement met betrekking tot deze belangrijke en uitdagende kwestie vanzelfsprekend bestuderen.
De crisis is niet langer dan een maand geleden uitgebroken, en de gebeurtenissen volgen elkaar in snel tempo op. Ik hoop natuurlijk dat de gebeurtenissen in een positieve richting gaan, in lijn met de doelstellingen die we allemaal delen. De politieke gevangenen moeten worden vrijgelaten en Wit-Rusland moet de basis leggen om een inclusief hervormingsproces op gang te brengen. Ik beklemtoon mijn hoop dat parlementaire samenwerking in dat proces een belangrijke rol zal blijven spelen.
Veel Parlementsleden hebben de ideeën onderschreven die ik in mijn inleiding heb uiteengezet: we mogen er geen twijfel over laten bestaan dat datgene wat is gebeurd, onaanvaardbaar is, we moeten duidelijk zijn dat we maatregelen willen nemen en dat we het maatschappelijk middenveld, jongeren, de media en studenten – de categorieën waar veel leden naar hebben verwezen – willen steunen.
De opmerkingen die zijn gemaakt, steken mij een hart onder de riem. Nu zullen wij ervoor zorgen dat we dat allemaal in de praktijk brengen.
Tot slot liet ik er, toen ik de gezinnen en de oppositieleiders ontmoette die me kwamen opzoeken, geen twijfel over bestaan dat we verwachten dat politieke gevangenen worden vrijgelaten en dat Wit-Rusland zich ontwikkelt op de manier die we allemaal wensen, namelijk in de richting van echte democratie.
Ik heb ook klare wijn geschonken aan de minister van Buitenlandse Zaken. Het ligt in hun handen om hun situatie ongedaan te maken en datgene te doen waarvan ze weten dat ze het moeten doen. Doen ze dat niet, dan moet en zal de internationale gemeenschap optreden.
De Voorzitter. – Tot besluit van het debat zijn er zes ontwerpresoluties ingediend, overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement.
Het debat is gesloten.
De stemming vindt donderdag 20 januari 2011 plaats.
– Mevrouw de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger, ik zie dat u al vanaf 15.00 uur in het Parlement bent. Het is inmiddels 18.15 uur. Wilt u dat we de zitting vijf minuten onderbreken voor een pauze? U mag het zeggen; we kunnen ook doorgaan.
Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik moet vertrekken voor mijn vlucht naar Turkije waar ik deelneem aan de gesprekken met Iran. Mijn goede collega en vriend, de heer Füle, zal het laatste deel van dit debat voor zijn rekening nemen.
Schriftelijke verklaringen (artikel 149)
Indrek Tarand (Verts/ALE), schriftelijk. – (FR) De situatie in Wit-Rusland is uitermate zorgwekkend, en de EU moet de noodzakelijke maatregelen treffen. In dit opzicht wil ik u op de hoogte stellen van een complottheorie die de ronde doet en die me gisteren ter ore is gekomen via een Wit-Russische zakenman.
Hij beweerde dat president Loekasjenko deze situatie na de verkiezingen zelf niet heeft gewild, maar dat het een gevolg is van de samenwerking tussen de Wit-Russische en Russische geheime diensten om iedere poging tot samenwerking tussen de EU en Wit-Rusland te ondermijnen.
Het is uiteraard onmogelijk om dergelijke theorieën te bewijzen, maar desondanks moeten we erbij stilstaan dat we met het opleggen van sancties aan de verantwoordelijke Wit-Russische partijen tevens de Wit-Russische burgers, het maatschappelijk middenveld, enzovoorts kunnen schaden. Met het oog op de waarschijnlijke, zij het stilzwijgende, betrokkenheid van Rusland in deze situatie wil ik iets zeggen wat ik eerder in dit Parlement al heb gezegd: Ceterum censeo, Frankrijk heeft besloten een oorlogsschip van de Mistral-klasse aan Rusland te verkopen en ik ben ervan overtuigd dat het spijt krijgt van deze actie.