Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

O-0177/2010 (B7-0002/2011)

Debatten :

PV 19/01/2011 - 14
CRE 19/01/2011 - 14

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Debatten
Waarschuwing
Woensdag 19 januari 2011 - Straatsburg Uitgave PB

14. Kosten in verband met de behandeling van asielaanvragen in de lidstaten (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Mevrouw Gomes, hartelijk dank. Het debat is gesloten. De stemming vindt morgen om 12.00 uur plaats. Wij gaan over op het laatste punt van de dag, meer bepaald een mondelinge vraag aan de Raad en de Commissie over de kosten in verband met het onderzoeken van asielaanvragen in de lidstaten. Om te beginnen, geef ik het woord aan de auteur, mevrouw Nadja Hirsch. U hebt twee minuten.

- Mondelinge vraag (O-0169/2010) van Nadja Hirsch, Renate Weber, Cecilia Wikström, Louis Michel, Sonia Alfano, Stanimir Ilchev, Nathalie Griesbeck en Jan Mulder, namens de ALDE-Fractie, aan de Raad: Doorgeven van gegevens over de kosten in verband met het onderzoeken van asielaanvragen in de lidstaten (B7-0662/2010),

- Mondelinge vraag (O-0170/2010) van Nadja Hirsch, Renate Weber, Cecilia Wikström, Louis Michel, Sonia Alfano, Stanimir Ilchev, Nathalie Griesbeck en Jan Mulder, namens de ALDE-Fractie, aan de Commissie: Doorgeven van gegevens over de kosten in verband met het onderzoeken van asielaanvragen in de lidstaten (B7-0663/2010),

- Mondelinge vraag (O-0175/2010) van Monika Hohlmeier en Simon Busuttil, namens de PPE-Fractie, aan de Raad: Doorzending van gegevens over de kosten van het onderzoek van asielaanvragen in de lidstaten (B7-0664/2010),

- Mondelinge vraag (O-0176/2010) van Monika Hohlmeier en Simon Busuttil, namens de PPE-Fractie, aan de Commissie: Doorzending van gegevens over de kosten van het onderzoek van asielaanvragen in de lidstaten (B7-0665/2010),

- Mondelinge vraag (O-0179/2010) van Monika Flašíková Beňová, Claude Moraes, Sylvie Guillaume, Carmen Romero López en Antonio Masip Hidalgo, namens de S&D-Fractie, aan de Raad: Stand van zaken bij de behandeling van het voorstel van de Commissie betreffende herziening van de richtlijn inzake asielprocedures (B7-0003/2011),

- Mondelinge vraag (O-0210/2010) van Hélène Flautre, namens de Verts/ALE-Fractie, aan de Raad: Stand van zaken bij de proceduresrichtlijn (B7-0004/2011), en

- Mondelinge vraag (O-0177/2010) van Kyriacos Triantaphyllides, Cornelis de Jong, Cornelia Ernst en Marie-Christine Vergiat, namens de GUE/NGL-Fractie, aan de Raad: Verstrekking van informatie aan het Parlement en de Commissie over de lopende kwesties in de Raad betreffende de Procedurerichtlijn (B7-0002/2011).

 
  
MPphoto
 

  Nadja Hirsch, auteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, we zijn het er hier in het Europees Parlement over eens geworden dat we uiterlijk in 2012 een gemeenschappelijk Europees asielsysteem willen hebben. Daar hoort echter ook bij dat in alle lidstaten dezelfde of soortgelijke voorwaarden gelden.

De omzetting stuit echter op weerstand, en dat komt vooral omdat we ook bij het overleg over het asielpakket onvoldoende informatie, gedeeltelijk helemaal geen informatie of soms verschillende informatie hebben. In zoverre is er ook bij de financiële raming van de procedurerichtlijn en de kosten in de lidstaten weinig tot nauwelijks informatie beschikbaar. Ons doel is de Commissie te vragen een studie of informatie aan het Parlement te presenteren. Hierbij gaat het vooral om onderwerpen als vertolking en juridisch advies. Hierbij is niet duidelijk welke effecten dat daadwerkelijk zou hebben in de lidstaten.

Anderzijds zien we ook juist bij de herziening van de procedurerichtlijn dat we absoluut een kwalitatief hoogwaardige, maar ook snelle procedureregeling kunnen bereiken, wat beide zijden tot voordeel strekt, omdat een snelle beslissing duidelijkheid brengt en het aantal fouten afneemt. Ons doel – juist als liberalen – is de Commissie in haar voornemen volledig te steunen. We hebben – ook in de discussie met de lidstaten – echter wel argumenten nodig om te zien welke gevolgen een herziening van dit asielpakket, en dan met name de procedurerichtlijn, zou hebben. Daarom verzoeken we de Commissie ons te steunen om dit asielpakket uiterlijk in 2012 rond te krijgen en een gemeenschappelijk Europees asielsysteem op poten te zetten.

 
  
MPphoto
 

  Monika Hohlmeier, auteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, het is belangrijk dat de EU aandacht schenkt aan de problemen met migratie en asielrecht. De Commissie heeft voorstellen dienaangaande op tafel gelegd. Op dit moment beschikken we nog niet over een nauwkeurige analyse van de omzetting van bestaande regelgeving. Ook over de nieuwe voorstellen zijn er nauwelijks gedegen berekeningen en analyses. Ik constateer dat de PPE-DE-Fractie zich zonder voorbehoud uitspreekt voor het recht op asiel en op bescherming van kwetsbare groepen.

Als we naar de realiteit kijken, zien we echter het probleem dat op heel andere gronden gebruik of zelfs bewust misbruik wordt gemaakt van het recht op asiel. Het recht op asiel en subsidiaire bescherming is geen instrument voor de algemene immigratie in de 27 lidstaten. We moeten er ook voor zorgen dat georganiseerde mensenhandelaren niet de kans krijgen via ons asielrecht woekerwinsten van miljarden euro’s te verdienen aan het lot van mensen.

Asielprocedures moeten vakkundig en zorgvuldig worden uitgevoerd. Vervolgden moeten de garantie hebben dat ze in de EU bescherming vinden. Daarom heeft de Commissie dergelijke verplichtingen in de nieuwe voorstellen opgenomen. Veel daarvan kunnen mijn goedkeuring wegdragen – zoals tolken, passende medische behandelingen, rekening houden met bijzondere kwetsbaarheid.

Ik wil echter ook een aantal probleempunten noemen. De autoriteiten in de lidstaten hebben veel te weinig mogelijkheden om misbruik tegen te gaan. De mogelijkheid van uitvoering van versnelde procedures en grensprocedures wordt te veel ingeperkt. Als een asielzoeker zich stelselmatig onttrekt aan zijn samenwerkingsverplichtingen, kunnen er nauwelijks sancties worden opgelegd – integendeel: als hij in de illegaliteit verdwijnt, kan de lidstaat in de toekomst zijn procedure niet meer negatief afsluiten; als hij weer opduikt, kan hij zelfs gebruik maken van een groter scala aan procedures. Zelfs als duidelijk is dat zijn aanvraag geen kans maakt, wordt het pas na de tweede vervolgaanvraag mogelijk een versnelde procedure te starten. Daardoor zullen de kosten aanzienlijk stijgen.

Ook de kosteloze rechtshulp in de vorm van een advocaat – aldus de huidige formulering van het Commissievoorstel – betekent een flinke kostenstijging voor de landen. Ik vraag de Commissie gewoonweg nog eens na te denken over de gevolgen van haar voorstellen voor de realiteit en de financiële consequenties en de problemen voor overheden in de lidstaten. We willen een hoge standaard, maar deze moet wel uitvoerbaar zijn en mag vooral bijzonder belaste lidstaten niet opzadelen met geheel onmogelijke taken.

 
  
MPphoto
 

  Sylvie Guillaume, auteur.(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil erop wijzen dat een van de vraagstukken van dit debat naar mijn idee de invoering van een gemeenschappelijk Europees asielstelsel vóór 2012 is, waardoor we eindelijk een halt toe kunnen roepen aan de ergste nationale praktijken op het gebied van asiel.

Laten we dit niet uit het oog verliezen, omdat het betekent dat we toe moeten naar meer harmonisatie op basis van gemeenschappelijke regels. Ik denk inderdaad dat praktische samenwerking alleen geen oplossing is voor de huidige discrepanties tussen de nationale asielstelsels.

Daarnaast wil ik mijn bezorgdheid uiten over de stand van zaken betreffende het gemeenschappelijk Europees asielstelsel met het oog op de vele belemmeringen binnen de Raad. De toekomst van deze complexe verbintenis is totaal onduidelijk. We hoeven slechts te kijken naar de poging van de Commissie om de situatie te redden met haar komende voorstel over de herschikking van twee richtlijnen.

In deze context moeten we het vervolgens over de kosten hebben, aangezien ons debat van vandaag daarop gericht is. Wat we horen is dat striktere procedurele garanties de financiële lasten voor lidstaten bij het beoordelen van asielaanvragen aanzienlijk vergroten, wat des te lastiger voor ze is gezien de toestand van hun begrotingen tijdens de economische crisis.

Ik zeg echter nogmaals dat het inefficiënte, slordige procedures zijn die de lidstaten het meeste geld kosten. Ik denk dat een anticiperende aanpak, zoals door de Commissie is voorgesteld in haar herschikte voorstel, in andere woorden de procedures van eerste aanleg, ertoe leiden dat wij op middellange termijn serieuze schaalvoordelen kunnen boeken.

Waarom? Omdat deze geharmoniseerde procedures vanaf het begin de overheden kunnen helpen bij het eenvoudiger vaststellen van fictieve aanvragen en duidelijkere richtlijnen voor besluitgronden verschaffen. Hierdoor kunnen de juiste besluiten worden genomen, sneller dan voorheen, waardoor vervolgens zowel de lengte van de procedure als het aantal besluiten waartegen in beroep wordt gegaan of dat wordt vernietigd door de rechtbanken, wordt teruggedrongen, en dus de uitgaven voor detentie verlaagt en uiteindelijk de totale kosten.

Bovendien, als we het over het kostenvraagstuk willen hebben, kunnen we toch ook het Eurodac-systeem van Dublin bespreken? Waarom heeft geen van de lidstaten durven vragen naar een rendabiliteitsverslag over de toepassing van dit systeem? We weten daarentegen wel dat sommige erg nadelinge gevolgen voor mensen niet hand in hand gaan met enige vorm van evaluatie op basis van overtuigend bewijs, zowel met het oog op uitgevoerde overdrachten als op de preventie van secundaire stromen of meervoudige aanvragen, ook al is het Dublin-systeem precies om deze redenen in het leven geroepen. Laten we het over de kosten hebben – omdat dit nu eenmaal moet – maar laten we naar het gehele systeem kijken, inclusief de kosten van het Dublin-systeem.

Vanuit mijn perspectief als rapporteur voor de richtlijn inzake asielprocedures denk ik dat het huidige niveau van harmonisatie onvoldoende is en schadelijk voor de kwaliteit en de efficiëntie van het proces is. Deze gebreken eisen zowel van lidstaten als van de slachtoffers van vervolging hun tol. Ons doel is nog altijd 2012, maar we moeten niet het gevoel hebben dat we door een tekst heen moeten jagen die op zeer weinig gemeenschappelijke noemers is gebaseerd, enkel en alleen omdat we ons aan een deadline willen houden. We hebben behoefte aan eerlijke, toegankelijke en effectieve procedures, en tijdens dit debat zal dat hoe dan ook mijn en mijn fractie's doel blijven.

 
  
MPphoto
 

  Hélène Flautre, auteur.(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat het doel van dit debat is dat de Raad eindelijk open kaart speelt, want ik moet zeggen dat het ongelooflijk is – gezien een dergelijk ambitieus, en niet te vergeten noodzakelijk hervormingspakket over asiel – dat we slechts versnipperde en af en toe tegenstrijdige informatie ontvangen over wat de Commissie ophoudt als het gaat om deze voorstellen die inmiddels al lange tijd op tafel liggen.

We hebben een vaag vermoeden dat de Raad of de lidstaten vastlopen op de kosten, maar het is zelfs niet duidelijk wat hiermee wordt bedoeld. Hebben ze het dan over menselijke kosten, politieke kosten of financiële kosten? Deze verschillende kosten hangen in ieder geval soms met elkaar samen.

Eén ding is zeker: er is op dit moment sprake van onbevredigende praktijken en ontoereikende bescherming in Europa. Allereerst is het niet waar dat Europa al het leed van de wereld op zijn schouders draagt. In 2007 bijvoorbeeld opende Europa volgens mij slechts voor 14 procent van 's werelds vluchtelingen zijn deuren. In de tweede plaats zijn sommige bestaande procedures volledig onacceptabel. Ik denk aan voorbeelden zoals het fallometrisch testen in de Tsjechische Republiek, hier in Europa, of de documenten van het Comité tegen foltering, dat vele kwesties aan het licht heeft gebracht waaronder gedwongen repatriëring zonder het recht op beroep of op basis van haastig doorlopen procedures.

Ik vind dat we het zeker over kosten kunnen hebben: zo kunnen we bijvoorbeeld de kosten voor het uitzetten van migranten bespreken, iets dat ontzettend duur is: de Franse Senaat zegt dat de uitzetting van een persoon 20 000 euro kost. Bovendien kunnen we bespreken hoe we de situatie kunnen verbeteren. Er moeten zeker vragen worden gesteld over hoe we het besluitvormingsproces in eerste aanleg kunnen verbeteren, zoals mevrouw Guillaume in haar verslag heeft gedaan, als ruim 50 procent van de besluiten in eerste aanleg in beroep wordt vernietigd. Op het gebied van financiële, menselijke en politieke kosten kunnen er substantiële voordelen worden geboekt.

Laten we nogmaals een blik werpen op de misstanden van de Overeenkomst van Dublin; ik denk dat de Raad deze zeer aandachtig moet bekijken, omdat hier zowel in menselijk als in financieel opzicht substantiële kosten mee gemoeid zijn.

Tot slot: iets dat erg duur is, is detentie, zoals het Parlementair onderzoek bevestigt. De kosten voor het vasthouden van asielzoekers zijn buitensporig hoog. Dit moet worden gezegd, mensen moeten dit weten en dit moet dringend in de Raad worden besproken.

 
  
MPphoto
 

  Cornelis de Jong, Auteur. − Voorzitter, soms worden we slachtoffer van onze eigen werkmethode. Hadden we één asielrichtlijn gehad die zowel de procedures, de beoordelingscriteria en de opvang zou hebben geregeld, dan waren er slechts twee mogelijkheden geweest: òf de richtlijn zou, al dan niet gewijzigd, worden aangenomen, òf de onderhandelingen zouden mislukken. Voordeel zou dan zijn geweest dat wij vanuit het Europees Parlement zouden hebben kunnen zeggen: geen gemeenschappelijk asielbeleid en ook geen systeem à la Dublin.

De werkelijkheid is anders. Er zijn verschillende richtlijnen. De Raad kan naar believen prioriteit schenken aan de een, terwijl de ander als te controversieel wordt gezien. Dan krijgen we straks de situatie dat we wel een nieuwe Dublin-verordening zouden kunnen hebben, maar nog geen overeenstemming over bijvoorbeeld de asielprocedures of de opvang. Laten we ons goed realiseren wat dat betekent. We stellen dan lidstaten verantwoordelijk voor de behandeling van een asielverzoek zonder dat we de garantie hebben dat zo'n verzoek ordentelijk wordt behandeld en de asielzoekers op humane wijze worden opgevangen. Dat vind ik volstrekt onacceptabel, zeker gelet op de huidige situatie.

Daarom mijn vraag aan de Raad en de Commissie: hoe gaat u ervoor zorgen dat de richtlijn over asielprocedures zonder kwaliteitsverlies uit het slop wordt getrokken? U krijgt binnenkort van het Parlement een aantal voorstellen om de richtlijn te verbeteren. Gaat u proberen om het duidelijke signaal van de Europese volksvertegenwoordigers ook over te brengen aan de lidstaten en gaat u er dwars vóór liggen, als lidstaten vasthouden aan een à la carte-benadering?

Ten slotte een verduidelijking. U ziet in mijn vraag niets over de kosten van de asielprocedure, niet omdat ik daar niet gevoelig voor ben, maar wel omdat voor mij voorop staat dat asielzoekers als mensen behandeld moeten worden. Dat betekent een nette procedure en een goede opvang. Als dát niet goed geregeld is, wens ik niet mee te werken aan andere deelinitiatieven. Ik hoop dat ik daarbij met name de Commissie volledig aan mijn zijde weet.

 
  
MPphoto
 

  Enikő Győri, fungerend voorzitter van de Raad. (HU) Voorzitter, ik dank u zeer voor uw vriendelijke woorden. Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik wil het Parlement ervoor bedanken mij in de gelegenheid te stellen om hier vanavond over de zeer belangrijke kwestie van asielprocedures te spreken.

Het Parlement heeft vijf vragen aan de Raad gericht, en aangezien alle het voorstel van de Commissie betreffende herziening van de richtlijn inzake asielprocedures betreffen, stel ik voor dat we die vijf vragen ineens bespreken.

In uw vragen refereert u aan het verslag dat de Commissie in september 2010 ten aanzien van de toepassing van de richtlijn inzake asielprocedures heeft opgesteld. Dat verslag bevestigt dat er nog altijd zeer grote verschillen tussen de lidstaten zijn ten aanzien van asielprocedures en procedurele garanties. De Raad en het Europees Parlement zijn het erover eens dat dit niet beantwoordt aan ons wederzijds aanvaarde doel betreffende de totstandbrenging van een gemeenschappelijk Europees asielsysteem. De Europese Raad heeft in oktober 2008 het Europees Pact inzake immigratie en asiel aangenomen, dat er de nadruk op heeft gelegd dat de EU en haar lidstaten zich verbinden tot een redelijke, doeltreffende en coherente aanpak van de uitdagingen en mogelijkheden die migratie en asiel met zich meebrengen.

Het pact omvat onder andere de concrete wil om de initiatieven te nemen die nodig zijn om de totstandbrenging van een gemeenschappelijk Europees asielsysteem te voltooien. Derhalve heeft de Europese Raad de Commissie verzocht om voorstellen in te dienen voor de totstandbrenging van een uniforme asielprocedure met gemeenschappelijke normen.

Het programma van Stockholm heeft eveneens duidelijk vastgelegd dat in verband met de totstandbrenging van een gemeenschappelijk Europees asielsysteem meer harmonisatie een van de fundamentele beleidsdoelstellingen van de Unie moet blijven. Nadat de Europese Unie het proces zodoende een politieke impuls had gegeven, heeft de Commissie in 2008 en 2009 een aantal voorstellen ingediend op het gebied van asielbeleid: Eurodac, dat zojuist al door u werd genoemd in het inleidende debat; het voorstel tot wijziging van de Dublin-verordening of het voorstel tot wijziging van de richtlijn opvangvoorzieningen, evenals het voorstel tot de oprichting van een Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), en tot slot het voorstel tot wijziging van de richtlijn inzake asielprocedures en van de Kwalificatierichtlijn.

Nadat de Raad deze voorstellen van de Commissie had ontvangen, is hij onmiddellijk aan de slag gegaan. In deze fase hebben de Raad en zijn voorbereidende instanties alle voorstellen aan een intensief en nauwgezet onderzoek onderworpen. Tot op heden hebben het Parlement en de Raad van deze voorstellen alleen de verordening inzake de oprichting van een Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) kunnen aannemen, en ik ben verheugd dat dit binnenkort van start gaat. Vorig jaar hebben het Parlement en de Raad tevens een overeenkomst bereikt over wijziging van de richtlijn inzake langdurig ingezetenen, en ik denk dat dat een aanzienlijke impuls zal geven aan het verdere werk aan een gemeenschappelijk Europees asielsysteem.

Jammer genoeg, zoals u dat volkomen terecht betreurt, is het boeken van vooruitgang op de andere gebieden moeilijker gebleken. Ik geloof niet dat ik u de politieke gevoeligheid en technische problemen van het thema hoef te beschrijven. In dit geval hebben wij, de Raad, en ik denk ook het Parlement, allemaal meer tijd nodig. Zoals u zelf ook in de ingediende vragen heel juist hebt aangetoond, zijn er bijzonder veel problematische kwesties met betrekking tot het voorstel tot wijziging van de richtlijn inzake asielprocedures. Ook in het Parlement is men nog bezig een standpunt te vormen, hetgeen de complexe structuur van deze kwestie goed aantoont. Het is duidelijk dat er in de Raad nog altijd aanzienlijke ongerustheid bestaat over tal van kwesties met betrekking tot het voorstel, met name over de mogelijke effecten van de voorgestelde maatregelen op de kosten van nationale asielprocedures, en op de doeltreffendheid van de procedures. U hebt zelf zojuist al vermeld dat we de doeltreffendheid en kosten inderdaad heel goed in de gaten moeten houden. De lidstaten ondersteunen met kracht de harmonisatiedoelstellingen om te zorgen dat er een overeenkomst kan worden bereikt over bepaalde gemeenschappelijke fundamentele normen en waarden, alsmede over uniforme beschermingscriteria. De lidstaten verbinden zich dus tot volledig respect voor het recht van asielzoekers op bescherming.

Tezelfdertijd willen de lidstaten hun systemen duurzaam maken, in het bijzonder met het oog op de huidige moeilijke economische situatie. Daartoe moet een evenwicht worden geschapen tussen de garanties die asielzoekers worden geboden en de regels, die doeltreffend en uitvoerbaar moeten zijn en de administratieve of financiële lasten niet verzwaren. In de Raad heerst in het algemeen de overtuiging dat als op dit gebied geen evenwicht tot stand kan worden gebracht, dit degenen die helemaal geen bescherming nodig hebben zal stimuleren om misbruik te maken van het asielsysteem, zoals mevrouw Hohlmeier al aangaf. Zulk misbruik kan de asielzoekers die werkelijk bescherming nodig hebben benadelen en op de lange termijn de kwestie van het asielrecht in de Europese Unie in gevaar brengen. In dit verband heeft de aankondiging van de Commissie dat ze een gewijzigd voorstel wil indienen brede ondersteuning in de Raad gekregen, zoals de commissaris naar ik aanneem zometeen ook zal vermelden.

Ik ben er zeker van dat dit nieuwe voorstel het debat in de Raad een nieuwe impuls zal geven, zodat in het nieuwe voorstel ook de mening van de Raad en het Parlement tot uitdrukking zal komen. Daardoor kunnen we een stap vooruit doen ten aanzien van het voorstel inzake asielprocedures, dat, zoals u zelf al terecht opmerkte in de ingediende vragen, een belangrijk element van het asielpakket is. Daaraan moet ik nog toevoegen dat de lidstaten als reactie op de aankondiging van de Commissie resoluut hebben verklaard bereid te zijn de Commissie bij te staan bij de uitwerking van het nieuwe voorstel.

Ik wil in dit verband nog op een ander aspect wijzen. We zouden gemakkelijker een nauwkeuriger schatting van de kosten van de behandeling van de ingediende aanvragen kunnen geven als we over zo’n schatting beschikten, die dan als basis zou kunnen dienen voor een debat over dit onderwerp in de Raad. Helaas moet ik u informeren dat wij in de Raad niet over dergelijke informatie beschikken. Conform de Verdragen behoort de behandeling van asielaanvragen tot de competentie van de lidstaten. Het verzamelen en afhandelen van informatie betreffende de kosten van de behandeling van asielaanvragen is geen taak die door de Verdragen aan de Raad wordt toegewezen. Daarom kan ik als vertegenwoordiger van de Raad niet namens mezelf of de Raad in dit debat toezeggen de bedoelde informatie te verstrekken. Tezelfdertijd blijft de Raad natuurlijk werken aan het voorstel tot wijziging van de richtlijn inzake asielprocedures, en ik wil u bedanken voor het werk dat u tot nu toe hebt gedaan, en ben er zeker van dat de Commissie de opmerkingen die u tot nu toe hebt geformuleerd in het nieuwe voorstel zal verwerken.

We rekenen op de inzet en vakkundigheid van het Europees Parlement. Het Hongaars voorzitterschap is ervan overtuigd dat we met goede samenwerking ook op dit gebied vooruitgang kunnen boeken. Ik wil u erop wijzen dat het Hongaars voorzitterschap ernaar streeft in 2012 de voorbereidingen voor een gemeenschappelijk Europees asielsysteem af te ronden. U hebt zelf ook een aantal rechtsnormen vermeld waarmee we absoluut vooruitgang willen boeken. We willen nog vóór het eind van het Hongaars voorzitterschap een politieke overeenkomst bereiken in het debat over de Kwalificatierichtlijn en ten aanzien van de Dublin-verordening. We zullen alles in het werk stellen om het Parlement en de Raad ook ten aanzien van kwesties betreffende de procedure verder op één lijn te brengen.

 
  
MPphoto
 

  Štefan Füle, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, de richtlijn inzake asielprocedures vormt een essentieel onderdeel van het Europees gemeenschappelijk asielstelsel. De Commissie streeft naar een evenwichtig, eerlijk, doeltreffend en kosteneffectief stelsel. Bij elk voorstel van de Commissie is de financiële impact een doorslaggevend element dat dan ook te allen tijde kritisch wordt beoordeeld.

De Commissie heeft overeenkomstig de voor effectrapportages geldende vereisten tijdens de voorbereiding van het voorstel voor de richtlijn inzake asielprocedures, uitvoerig onderzoek gedaan. De financiële impact werd in hoofdzaak bepaald aan de hand van statistische informatie en gegevens van de lidstaten die zij verstrekt hadden middels vragenlijsten van de Commissie.

Slechts een klein aantal lidstaten was in staat de kosten van asielprocedures volledig te becijferen. De meeste lidstaten leverden een aantal elementen, in hoofdzaak de kosten van juridische bijstand en tolkdiensten. De Commissie heeft de financiële gevolgen beoordeeld op basis van de beschikbare informatie.

De Commissie kwam tot de slotsom dat, onder meer met het oog op vermindering van de kosten, een front-loadingbenadering de voorkeur heeft, dat wil zeggen dat er geïnvesteerd moet worden in de eerste fasen van de asielprocedure om deze zo als geheel sneller, doeltreffender en ook eerlijker te maken. Aanvullende investeringen in de eersteaanlegprocedure maken het hele asielaanvraagproces doeltreffender. Dergelijke investeringen worden terugverdiend in de vorm van besparingen tijdens de beroepsfase en op de opvangkosten.

Dat dit de juiste aanpak is, werd onlangs nog eens bevestigd door de resultaten van een recent project in het Verenigd Koninkrijk, de zogeheten ‘Solihull Pilot’, die in 2010 nog gepresenteerd werd tijdens de ministerconferentie over asiel. Dit project bevestigde de hypothese dat met behulp van front-loading - met name door asielaanvragers reeds aan het begin van een asielprocedure toegang te geven tot kundig juridisch advies en door de raadsman of -vrouw met de beslissers overleg te laten plegen - de kwaliteit van besluiten in eerste aanleg beduidend wordt verhoogd.

Het leidde tot een veel snellere besluitvorming alsook tot een hoger percentage positieve vonnissen in eerste aanleg, minder beroepsprocedures en een hoger aantal uitzettingen naar het land van herkomst. Ook bleek het hierdoor mogelijk de uitgaven in verband met beroepsprocedures en huisvesting en verzorging verregaand terug te brengen. Deze besparingen waren aanzienlijk groter dan de extra juridische kosten.

Verder wil ik u nog wijzen op het recente onderzoek van het Europees Parlement inzake de verdeling van de lasten in verband met de ontvangst van asielzoekers. In dit onderzoek wordt een analyse gegeven van de kosten van asielprocedures en opvang, met inbegrip van juridische bijstand.

Al met al heeft de Commissie in haar effectrapportage uitgebreid aandacht besteed aan het kostenelement. De resultaten worden onderbouwd door empirisch bewijs, en de informatie wordt gecompleteerd door de studie van het Europees Parlement. De Commissie is gezien dit alles niet voornemens nog verder onderzoek te doen naar het onderwerp kosten. Dat neemt niet weg dat de Commissie ook tijdens de volgende fasen van de onderhandelingen ten aanzien van de richtlijn inzake asielprocedures in hoge mate oog zal blijven houden voor het kostenaspect.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil, namens de PPE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, datgene waar hier alles om draait is het feit dat het asielpakket geblokkeerd is. Dat is buitengewoon betreurenswaardig. Er dient dan ook alles in het werk te worden gesteld om deze ongelukkige situatie weer vlot te trekken.

Er is naar mijn idee een veelvoud aan redenen voor deze patstelling. Allereerst het feit dat we in hoofdzaak naar nieuwe voorstellen hebben gekeken, dit terwijl we drommels goed weten dat de lidstaten al genoeg te stellen hebben met de reeds bestaande wetgeving. Dat heeft ertoe geleid dat de lidstaten eigenlijk niet goed raad weten met het geheel; ze zijn eenvoudigweg nog niet klaar voor nieuwe wetten omdat ze nog moeilijkheden hebben met de reeds bestaande.

Ten tweede omvatten de nieuwe voorstellen veel verregaande verplichtingen en lasten die in sommige gevallen, zeker gezien de huidige situatie, ronduit onrealistisch zijn en die zoals reeds eerder is gezegd, kunnen leiden tot misbruik, hetgeen uiteraard voorkomen dient te worden.

Dan ten derde is de financiële kant van de zaak onvoldoende onderzocht. Er is geen enkel onderzoek met een beschrijving van de kosten. Ik vrees dat ik het wat dit betreft oneens moet zijn met u, mijnheer de commissaris. De studie van het Europees Parlement over het gezamenlijk dragen van de kosten gaat voor zover ik weet niet over deze voorstellen. Hoe dan ook is het de taak van de Commissie om de financiële gevolgen van haar eigen voorstellen te onderzoeken.

Verder ontberen we een voorstel over een volwaardig, juridisch bindend mechanisme voor het gezamenlijk dragen van de kosten. Ook dat onderwerp ligt bij een aantal lidstaten, en niet te vergeten ook bij dit Parlement, enigszins gevoelig.

Tot slot voert de Raad obstructie ten aanzien van voorstellen als de herziening van de Dublinverordening. Het doet mij buitengewoon deugt de Raad te horen zeggen dat het voorzitterschap hier uitvoerig naar zal kijken en zich meer zal inspannen om tot een oplossing voor het Dublindossier te komen.

Het is allemaal uiterst lastig; we bevinden ons in een moeilijke situatie waar we met man en macht uit moeten zien te komen. De PPE-Fractie is nog altijd ten volle bereid met de Raad - en belangrijker nog, met de overige fracties hier in dit Parlement - samen te werken om tot een voor alle partijen acceptabel compromis te komen.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Wikström, namens de ALDE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, 2012 is voor alle instellingen van de EU de deadline voor de voltooiing van het gemeenschappelijke asielstelsel in de EU. Ik moet toegeven dat dit me doet hopen en wanhopen tegelijk. Zullen we erin slagen of niet? Het is gebaseerd op een gemeenschappelijk stelsel voor de opvang van asielzoekers, beoordeling van asielaanvragen en besluiten met betrekking tot de toekomst van die mensen. Wanneer dat stelsel eenmaal van kracht zal zijn, zal het in alle landen hetzelfde zijn, wat momenteel niet het geval is. Momenteel zijn er enorme verschillen in de manier waarop mensen in onze verschillende lidstaten worden opgevangen.

Dankzij het verslag waar commissaris Füle net naar verwees, weten we dat het een feit is dat er grote verschillen zijn in de manier waarop de lidstaten de asielzoekers opvangen. We weten ook dat de kosten dalen wanneer de kwaliteit van de beslissingen in eerste aanleg verbetert. We werken momenteel aan de herziening van de richtlijn inzake asielprocedures, en daarom zou het voor ons in het Parlement zeer belangrijk zijn om te weten wat de specifieke kosten van de asielprocedure voor de verschillende lidstaten zijn.

Ik denk dat we door middel van grondige evaluaties het risico zullen verminderen dat er fouten worden gemaakt en mensen in moeilijkheden komen. Het zal interessant zijn om te zien of de Commissie een degelijkere procedure kan voorleggen en kan aantonen op welke manier we de kosten voor de opvang van asielzoekers kunnen reduceren.

Uiteindelijk zal dat misschien het doorslaggevende argument zijn waar de heer Busuttil naar verwees, met andere woorden, de sleutel om de onbeweeglijke standpunten die we de Raad zien innemen, te ontgrendelen. Ik betreur van ganser harte dat de Raad zo onverzettelijk is in dit proces.

Vandaag hebben we de Hongaarse premier te gast gehad die het voorzitterschap van de Raad heeft overgenomen, en ik verzoek het Hongaarse voorzitterschap nu om het goede werk voort te zetten dat onder Belgisch voorzitterschap werd gestart. Het zou jammer zijn als het proces zou vastlopen. Samen kunnen we wel degelijk tegen 2012 een werkend asielstelsel uitbouwen waarin menselijkheid en aandacht voor onze medemensen centraal staan. Laten we blijven hopen dat dit mogelijk is, en laten we ons ervoor blijven inzetten.

 
  
MPphoto
 

  Rui Tavares, namens de GUE/NGL-Fractie. – (PT) Mijnheer de Voorzitter, ik geloof dat er in deze discussies altijd een impliciete suggestie aanwezig is dat humanitaire actie duur is, en dat we die daarom niet ondernemen, maar in deze impliciete suggestie zit ook een interessante wisselwerking: we zouden wel humanitaire actie ondernemen als deze niet duur was. Welnu, er zijn gevallen waarbij een humanitair beleid een goedkoper beleid is. Een recente studie van het Engelse Lagerhuis levert hiervoor het bewijs. Een systeem dat de mogelijkheid biedt asielzoekers snel uitsluitsel te geven, is veel goedkoper; uitstel en gedwongen uitzettingen van families zijn duurder.

We hebben het alleen over de administratieve kosten, zonder rekening te houden met de kosten voor de asielaanvragers zelf, zowel voor degenen die recht op asiel hebben als voor degenen die uiteindelijk hun verzoek terecht of onterecht afgewezen zien.

En daarom is het probleem: als we humanitaire actie kunnen ondernemen, aan onze morele verplichtingen voldoen en dit goedkoper is, waarom doen we dat dan niet? De EU heeft geen gemeenschappelijk actieplan, geen gezamenlijk optreden. Ik ben ook zo vrij het oneens te zijn met mijn collega Busuttil, want het is niet omdat de toepassing van de huidige wetgeving duur is voor de lidstaten, het is omdat toepassing ervan maar gedeeltelijk en onvolledig is. We voeren een beleid dat op dit moment alleen repressief is en dat onrechtvaardig uitvalt voor de asielaanvragers, voor de autoriteiten en ten slotte, zoals we nu ontdekken, ook voor de Europese belastingbetalers.

Ik verzoek de Raad ons geactualiseerde informatie te verstrekken en deze vragen te beantwoorden zodat wij uiteindelijk kunnen komen tot een consistent en gecoördineerd beleid.

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten, namens de EFD-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit debat wordt gevoerd naar aanleiding van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk immigratie- en asielstelsel zoals dat is vastgelegd in het Verdrag van Lissabon. De lidstaten verliezen andermaal een deel van de controle over hun eigen lot en moeten ook nog eens een - vooralsnog onbekende - prijs betalen voor dat voorrecht.

Het Britse asielstelsel is nu al een bende: duizenden onafgeronde zaken en aanvragers die domweg verdwenen zijn, in rook zijn opgegaan. Het hele stelsel is eigenlijk niets anders dan een malafide achterdeur voor mensen die geen recht hebben te immigreren naar ons land. Ik besef dat ik hier m’n tijd sta te verdoen, want er is hier toch bijna niemand die ook maar ene zier geeft om behoud van de democratische bevoegdheden van de nationale staat. U zit bijna een voor een gevangen in een groteske fantasiewereld van eindeloze EU-integratie; als de figuurtjes in een schilderij van Hieronymus Bosch. Maar er komt een dag dat het Britse volk rekenschap zal eisen van de perfide verraders onder hun politici die dit op hun geweten hebben door hen het referendum over het Verdrag van Lissabon te ontzeggen.

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, vóór 2012 moet het asielrecht in de EU worden geharmoniseerd. Het is echter niet duidelijk of bijv. snelle uitzettingen in transitzones, die in Duitsland een zeer beproefd middel zijn gebleken, mogelijk zullen blijven.

De Commissie ontkende van plan te zijn deze procedure voor luchthavens te beëindigen met cryptische uitspraken als zou het mogelijk blijven om asielzoekers al aan de landsgrens tegen te houden als ze uit een veilig land komen.

Welnu, we kennen het debat, zeker over de vraag wat een veilig land van herkomst is. De meningen hierover zijn sterk verdeeld in Europa. Er zijn plannen om behalve aan ouders en echtparen – zoals tot nog toe het geval was – ook aan broers en zussen een verblijfsrecht toe te kennen en het recht op medische zorg uit te breiden. Om nog maar niet te spreken van plannen om asielzoekers in het betreffende sociale stelsel op te nemen.

Ik heb daarom grote twijfels of deze voorstellen de procedurekosten omlaag zullen brengen. Ik denk niet dat ze de bureaucratie zullen verminderen. Volgens mij wordt de last groter en wordt het recht op asiel opgerekt, wat uiteindelijk een grotere toestroom van asielzoekers tot gevolg zal hebben. En dat is helaas niet goed voor Europa.

 
  
MPphoto
 

  Salvatore Iacolino (PPE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, het lijdt geen twijfel dat deze richtlijn over procedures van groot belang is. Zodra de vluchtelingenstatus duidelijk is vastgesteld, zou de erkenningsprocedure snel en eenvoudig moeten plaatsvinden, en dat is eerlijk gezegd niet het geval.

Het asielpakket, dat een nieuw en moderner referentiekader zou moeten definiëren, zit vast bij de Raad. Inmiddels zijn in de lidstaten nieuwe opvattingen te horen over de doeltreffendheid van de asielprocedures volgens de regels die momenteel reeds van kracht zijn. Commissaris en Voorzitter, men kan de crisis niet aanwenden om financiering die voor een belangrijke procedure nodig is, te verminderen of andere argumenten aanvoeren die mij niet erg overtuigend lijken met betrekking tot een procedure die momenteel vastzit.

Het is juist dat mensen die om gedocumenteerde redenen van politieke, religieuze of andere aard niet in eigen land kunnen blijven, recht op opvang in de lidstaten hebben, terwijl dit recht niet toegekend wordt aan mensen die pretenderen vluchteling te zijn, maar dit in werkelijkheid niet zijn. Het programma van Stockholm heeft dit beginsel nadrukkelijk bevestigd: de afgelopen twee jaar zijn 250 000 aanvragen ontvangen, wat een groot aantal is, hoewel het in het laatste referentiejaar wel afgenomen is. Er is behoefte aan advies en waarschijnlijk tolken, aan kostenvermindering en een evenwichtige lastenverdeling.

De ondersteuningscentra moeten waarschijnlijk beter en doeltreffender te werk gaan – we hebben vertrouwen in het centrum op Malta. De Europese Unie moet echt een resolute stap voorwaarts willen zetten om de rechten van vluchtelingen te waarborgen, maar ook uitsluitend diegenen in de lidstaten van de Europese Unie toe te laten die recht hebben op de vluchtelingenstatus.

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals mijn collega mevrouw Guillaume reeds zei, is dit een cruciaal moment in de ontwikkeling van het Europees asielstelsel. In een aantal delen van het pakket hebben we aardig wat reële vooruitgang geboekt - waaronder, gedurende het Belgische voorzitterschap, mijn verslag over personen die internationale bescherming genieten - hoewel dit uiteindelijk slechts een aantal minder belangrijke elementen van het geheel betreft. We dienen goed te beseffen dat de herziening van de procedures de ruggengraat van dit pakket vormt.

Het is dan ook van essentieel belang dat we snel een aantal stappen vooruit zetten ten aanzien van de herziening, want de deadline van 2012 voor de oprichting van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel nadert al met rasse schreden. Een van de vaak door de lidstaten genoemde punten van kritiek ten aanzien van de voorgestelde procedureherziening betreft hun vrees dat deze hen met onnodige financiële lasten zal opzadelen. Er bestaat echter uitgebreid bewijs - en ik sluit mij volledig aan bij wat de Commissie over het Solihull-project in het Verenigd Koninkrijk zei - dat wanneer op de asielprocedures het principe van front-loading wordt toegepast, dit in eerste aanleg tot betere besluiten leidt. We dienen dan ook terdege te beseffen dat goede besluitvorming een cruciaal element van de keten is. We willen dan ook meer informatie van de lidstaten ter ondersteuning van hun beweringen.

Maar dit debat moet uiteraard niet alleen over de kosten gaan. Zoals de heer De Jong al zei, is de herziening van de procedures een kwestie van harmonisering van praktijken en verhoging van de normen in de hele EU. Het moge duidelijk zijn dat de normen op dit vlak op dit moment van lidstaat tot lidstaat sterk verschillen en dat het huidige wetgevingskader dus aan herziening toe is. Het is ons bekend dat de Commissie in de komende maanden met een gewijzigd herzieningsvoorstel komt in respons op bezwaren van de Raad. Het Parlement dient een stevig standpunt over dit onderwerp op tafel te leggen om ervoor te zorgen dat de Commissie geen verregaande concessies doet aan haar oorspronkelijke voorstel.

Het recht op juridische bijstand, een gegarandeerd persoonlijk gesprek, beperkingen op de gebruikmaking van versnelde procedures, dit zijn een voor een waarborgen voor een eerlijk en doeltreffend asielstelsel. De doelstelling van een gemeenschappelijk Europees asielstelsel komt overigens niet uit de koker van het Europees Parlement; we kunnen ons allemaal nog al te goed herinneren dat die doelstelling het werk is van de Raad in Tampere in 1999, later nog door de Raad bijgesteld in Den Haag en Stockholm. Dat is belangrijk om te beseffen, want om het stelsel tot stand te kunnen brengen, kunnen we niet zonder de Raad. We zullen dan ook eendrachtig samenwerken met het Hongaarse voorzitterschap om het door het Belgische voorzitterschap gecreëerde momentum ten volle te benutten.

Dit is nu exact wat de leden van het Parlement van allerlei fracties willen zien; we streven misschien wel naar verschillende resultaten, maar we zullen hoe dan ook samenwerken. Ik hoop dan ook van harte dat we tijdens het Hongaarse voorzitterschap tastbare vooruitgang zullen zien.

 
  
MPphoto
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra (PPE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, in 2012 hebben wij dringend behoefte aan een gemeenschappelijk asielbeleid. Het op 8 september gepresenteerde Commissieverslag noemt talrijke hindernissen die de lidstaten op hun weg vinden wanneer zij willen voldoen aan de doelstellingen van Richtlijn 2005/85/EG.

Het recht van asielzoekers op rechtshulp is op diverse niveaus van toepassing. Veel lidstaten beroepen zich op de richtlijn en bieden rechtshulp in de fase van aanvraag, terwijl andere dat recht zowel tijdens de aanvraagprocedure als in tweede aanleg verlenen.

In sommige lidstaten moet vooraf het recht op gratis rechtshulp in de beroepsfase worden aangetoond. In de meeste gevallen lopen de beroepstermijnen sterk uiteen, terwijl ook de toepasselijkheid van de automatische opschorting van de gevolgen van afwijzende beslissingen problemen geeft, omdat die alleen in zes lidstaten geldt.

Deze verschillen maken duidelijk dat de richtlijn moet worden herzien. Daarbij benadrukt de Commissie de noodzaak om de aandacht te richten op de eerste fase van de procedure, teneinde doeltreffender te kunnen onderscheiden welke mensen recht op bescherming hebben. Volgens de Commissie zal deze maatregel bijdragen tot een niet geringe besparing op de kosten van tolk- en rechtshulp in tweede aanleg.

Het voorstel gaat echter niet vergezeld van een gedetailleerd onderzoek naar wat de kosten van tolk- en rechtshulp in eerste aanleg zouden zijn, noch van de kosten die de lidstaten in werkelijkheid zouden maken op het moment van toepassing van de Europese norm.

Om die reden dient de Commissie informatie te verstrekken over de feitelijke kosten in verband met haar voorstel voor gerichte aandacht, en ik denk niet dat de weigering die ik zojuist heb vernomen van de Commissie acceptabel is. Ik ben oprecht van mening dat dit onaanvaardbaar is en dat heroverweging of nuancering nodig is.

 
  
MPphoto
 

  Carmen Romero López (S&D). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Győri, welkom in dit Huis, waarvan uzelf deel uit hebt gemaakt. Wij menen dat, hoewel dit niet een onderwerp is waarvan u eerder kennis hebt gehad, u belangstelling hebt voor dit asielpakket en dat het Hongaarse voorzitterschap de lijn van het Belgische voorzitterschap kan doortrekken en speciale aandacht aan deze kwestie kan schenken. Hoewel sommige van uw bevoegdheden niet overeenkomen met wat hier is genoemd, kan het voorzitterschap wel de stappen nemen om ervoor te zorgen dat de Commissie beschikt over alle informatie die zij nodig heeft over dit onderwerp.

Wij beseffen hoe moeilijk het is voor de Commissie en de Raad om deze gegevens te verzamelen, aangezien er lidstaten zijn die niet bereid zijn die te verstrekken, misschien omdat zij geen onderzoek hebben gedaan naar de gevolgen van het verbeteren van de procedures voor de besluitvorming over vluchtelingen- of internationalebeschermingsstatus. Misschien zijn de lidstaten niet van mening dat normalisering van deze procedures de kwaliteit van de eerste periode ten goede zou komen – zoals hier vandaag is gezegd – en ertoe zou leiden dat er minder aanvragen hoeven worden beheerd door de lidstaten die op dit moment asielaanvragen ontvangen.

Misschien is hier onvoldoende op gewezen. Vanwege de uiteenlopende procedures zijn sommige lidstaten beter in staat tot een adequaat beheer van asielaanvragen dan andere. Het Commissievoorstel houdt een verbetering van deze procedures in, omdat het beroep op middelen en de secundaire stromen aanzienlijk afnemen en derhalve ook de kosten van het gemeenschappelijk asielstelsel. Dat is mogelijk dankzij de normalisering van de procedures en vermijding van opvangkosten.

We hebben het in feite niet alleen over de kosten van deze procedures, maar bovenal over de kosten van het ontbreken van een gemeenschappelijk asielstelsel. Op dit moment hebben we te maken met enkele duizenden asielzoekers aan de Europese grenzen afkomstig uit de oorlogsgebieden in Afghanistan, Irak en stuurloze staten als Somalië of Sudan. Wanneer we het hebben over deze kosten, houden we geen rekening met de humanitaire prijs die inherent is aan een systeem waarbij asielzoekers maandenlang in detentiecentra verblijven, zonder de nodige garanties, zelfs zonder de garanties die onze misdadigers hebben, en zonder enige vorm van bijstand, terwijl de vluchtelingencommissies beslissen of zij wel of niet in aanmerking komen voor een verblijfsstatus en zo ja, welke status dat is. Evenmin houden we rekening met de humanitaire prijs die moet worden betaald door degenen die jarenlang subsidiaire bescherming hebben en in die centra moeten blijven, terwijl het enige 'misdrijf' dat zij hebben begaan is dat zij zijn gevlucht voor de oorlog en per boot zijn aangekomen, en hun vingerafdruk moeten afstaan. Het 'misdrijf' dat zij hebben begaan, is dat zij bij vertrek geen geld hadden om een vliegtuig te nemen en op een luchthaven aan te komen.

Heeft de Raad erbij stilgestaan dat een versnelling van deze procedures niet alleen dit soort tragedies zou vermijden, maar ook de kosten die sommige lidstaten momenteel maken om die situatie in stand te houden?

 
  
MPphoto
 

  Carlos Coelho (PPE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, ik begin met de stellers van deze vraag te feliciteren, in het bijzonder collega Hohlmeier, en ik ben het zeer eens met wat de heer Díaz de Mera zojuist vertelde. Wij weten dat dit slechts een van de vijf instrumenten is die te maken hebben met de fundamenten van het Europese asielsysteem. Het gaat om de minimaal op de asielprocedure toepasbare normen.

Maar in het rapport dat de Commissie ons vorig jaar presenteerde, erkent zij dat de lidstaten een verschillend beleid hanteren en dat er een aanzienlijke variatie bestaat tussen de procedurele waarborgen in de verschillende lidstaten. Er bestaan significante verschillen tussen de lidstaten die lopen van de relatieve bepalingen voor versnelde procedures, tot de relatieve bepalingen voor persoonlijke gesprekken, bijstand en de toegang tot een effectief beroep.

Laten we duidelijk zijn: sommige lidstaten hebben deze richtlijn op incorrecte of incomplete wijze gehanteerd, en andere passen deze simpelweg niet erg strikt toe. We hebben twee mogelijkheden: of we laten het Europees asielsysteem voor wat het is, of we halen de procedurele verschillen eruit. We moeten verbeteringen aanbrengen, dat wil zeggen de verbeteringen die nodig zijn, voornamelijk de verbetering van de kwaliteit van het onderzoek van de aanvragen, ook bekend als front loading. Daarom is de evaluatie waar we de Commissie om verzoeken nodig. We moeten onderzoeken op welke punten we iets kunnen verbeteren om een einde te maken aan deze verschillen. We weten dat de Commissie de medewerking van de lidstaten nodig heeft, vooral door te zorgen voor de nodige opleiding, met name, maar niet uitsluitend voor wat betreft de kosten.

Laten we duidelijk zijn. De Europese instellingen en de lidstaten moeten voor dit doel samenwerken. Ons doel blijft hetzelfde: de totstandbrenging van een gezamenlijk asielsysteem in 2012.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Papanikolaou (PPE). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, net vandaag maakt de Duitse regering haar besluit bekend dat zij de komende twaalf maanden geen vluchtelingen zal terugsturen naar Griekenland. Zweden, Groot-Brittannië, IJsland en Noorwegen hebben vergelijkbare besluiten genomen. Maar toch, net een paar maanden geleden, afgelopen november, heeft de Raad van ministers van Justitie de opname van een mechanisme voor het uitstellen van de transfer van asielzoekers in de herziene Dublin II-verordening afgewezen, zoals dit door de Commissie sinds 2008 wordt voorgesteld, waarbij de Raad van mening was dat er niks mis is met Dublin II en dat er van een probleem geen sprake is.

Tegelijkertijd willen wij – overigens zeer terecht, laten we dit vastleggen in de richtlijn waar we vandaag over debatteren – gratis juridische ondersteuning voor asielzoekers die zich in het eerste stadium van hun asielaanvraag bevinden. We weten echter maar al te goed – zoals reeds eerder door mevrouw Hohlmeier aangegeven – dat deze procedures door asielzoekers worden misbruikt om, terwijl ze daar geen recht op hebben, hun verblijf op Europees grondgebied middels allerlei juridische foefjes zo lang mogelijk te verlengen. En dit alles zonder dat wij een duidelijke inschatting van de kosten van een dergelijke maatregel hebben, en of die kosten vervolgens ook de tenuitvoerlegging ervan zullen ondermijnen.

Tot slot vraag ik me af hoe wij op basis van dergelijke tegengestelde besluiten kunnen komen tot een haalbaar gemeenschappelijk asielsysteem in 2012. Zelf nemen wij namelijk bepaalde besluiten terwijl we andere voorstellen doen, we handelen uiteindelijk anders en komen in de praktijk wederom tot andere resultaten. Komt dit door zwakheid, door een tekort aan solidariteit, of is er soms een andere reden waar de Raad en de Commissie ons wellicht opheldering over zouden kunnen geven?

 
  
MPphoto
 

  Alfredo Pallone (PPE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik wil niet uit de toon vallen, maar ik ben er sterk van overtuigd dat de correlatie, ook in semantisch opzicht, zoals ik van verschillende kanten heb gehoord, oftewel de verhouding tussen besparing en het recht op asiel, negatief is.

Ik zal mezelf nader verklaren, ook al heb ik maar een paar seconden de tijd. Naar mijn sterke overtuiging zullen de administratieve kosten, ook als deze zijn teruggebracht, fictieve kosten zijn. Het echte probleem schuilt in de harmonisering. Dit is echter geen ideologisch probleem, maar voornamelijk een cultureel probleem. Helaas zijn er culturele benaderingen van dit probleem, ik herhaal dit nog eens, en geen ideologische. Hier moeten we op ingaan.

De meest kwetsbare landen liggen in het Middellandse Zeegebied. Deze landen hebben een veel sterkere opvangcultuur dan andere landen, omdat wij veel directer met dit probleem te maken hebben. In Italië zijn de uitgaven hiervoor verhoogd – momenteel zijn deze opgelopen tot dertig miljoen euro –, terwijl ze deze in andere landen willen verminderen. Het is niet te geloven.

Nu we het er toch over hebben: we moeten ook bedenken dat een vijfde deel van deze uitgaven aan gehandicaptenkwesties wordt besteed, want heel vaak is een politieke vluchteling ook gehandicapt omdat hij gemarteld is. Daarnaast moeten we het hebben over bescherming en beschermde personen, die een andere groep vormen maar ook opgevangen moeten worden. Ik heb niets gehoord over de bescherming van deze mensen die we moeten opvangen.

Ik eindig met de woorden dat het Europa van de vrijheid, het Europa van de bescherming van de rechten …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken).

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE).(RO) Mijnheer de Voorzitter, ook ik vind de herschikking van Richtlijn 2005/85/EG belangrijk omdat de vaststelling van minimumnormen voor asielprocedures billijker en efficiënter moet verlopen. Het wijzigingsvoorstel is erop gericht de procedures op het niveau van de EU te vereenvoudigen en te versterken. De beoogde normen moeten gebaseerd zijn op de beste praktijken uit de hele EU.

Hoewel alle lidstaten officieel het recht op asiel toekennen, doen er zich problemen voor met de nationale systemen voor toegang. Die verschillen in hun huidige vorm aanzienlijk van land tot land. Dit leidt tot een aantal bestuurlijke problemen die we door middel van een gezamenlijke aanpak moeten oplossen. Ik vraag de Raad ook om zo veel mogelijk informatie te verstrekken over de huidige situatie in de lidstaten. Het is belangrijk voor ons om de onderhandelingen over dit dossier te hervatten en om binnen de afgesproken termijn resultaten te boeken.

 
  
MPphoto
 

  Monika Hohlmeier, auteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, dank u dat ik nogmaals kort het woord mag voeren. Ik heb een groot verzoek aan u, commissaris Füle. Ik wil beginnen met het punt dat onjuiste aannames tot onjuiste kostenramingen leiden. We zien momenteel geen afname van het aantal asielzoekers, maar een duidelijke toename. Dat komt door de versoepeling van de afgifte van visa, bijv. voor Servië en Macedonië. We kampen momenteel ook met een enorme toename van het misbruik van het asielrecht bij pogingen een land van de Europese Unie binnen te komen.

Als je van onjuiste aannames uitgaat, namelijk dat door het financieren van een eerste selectie in een hoger gekwalificeerde vorm op kosten verderop in het traject wordt bespaard, ga je er automatisch van uit dat alle lidstaten zogezegd een slechte eerste selectie kennen. Dat is echter niet het geval. Als je de standaard over de gehele linie verhoogt, betekent dit dat de kosten hoger zullen uitvallen. Een verhoging van de kwaliteitsnormen voor iedereen en complexere procedures leiden in de praktijk tot hogere kosten – ik wil daar graag over debatteren. Daarom nogmaals mijn vriendelijke verzoek de bezwaren van landen echt serieus te nemen, want een aantal praktijkverslagen uit de lidstaten is inmiddels afgerond en beschikbaar.

 
  
MPphoto
 

  Štefan Füle, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb zeer zorgvuldig geluisterd naar wat de leden van dit Parlement tijdens het debat te berde hebben gebracht.

De richtlijn inzake asielprocedures vormt een cruciaal element van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel dat voor het einde van 2012 tot stand moeten worden gebracht.

De Commissie is buitengewoon ingenomen met het feit dat het Europees Parlement zo vastberaden is vooruitgang te boeken met de onderhandelingen over de richtlijn inzake asielprocedures. Voor wat de onderhandelingen in de Raad betreft, is de Commissie ingenomen met het feit dat de lidstaten bereid zijn het voorstel op een open en constructieve manier te bespreken.

Dat neemt niet weg dat een aantal elementen van het voorstel zichtbaar moeilijk ligt. De Commissie is daarom van plan om voor het begin van het Poolse voorzitterschap een gewijzigd voorstel in te dienen en er zo voor te zorgen dat de richtlijn kan worden goedgekeurd.

De overkoepelende doelstelling van de Commissie ten aanzien van deze richtlijn is vooruitgang te boeken richting een gemeenschappelijke procedure alsook om een consistente en doeltreffende toepassing van de voorgeschreven procedures mogelijk te maken. Ook het gewijzigde voorstel krijgt tot doelstelling de naleving van de fundamentele rechten en hoogkwalitatieve besluitvorming in eerste aanleg te bevorderen. Op die manier kunnen er gedegen besluiten tot stand komen en kunnen procedures eerder worden afgerond, en dat op zijn beurt verlaagt de kosten over de hele linie.

De Commissie zal in het gewijzigde voorstel proberen een aantal bepalingen eenvoudiger vorm te geven. De Commissie zal zich blijven inzetten voor een goed evenwicht tussen rechtvaardigheid en doeltreffendheid.

In het bijzonder voor wat betreft de financiële gevolgen is de Commissie volledig doordrongen van het belang dat gehecht wordt aan de kostengerelateerde elementen van het voorstel. Zij zal tijdens het vervolg van de onderhandelingen dan ook terdege oog blijven houden voor dit aspect.

Tot slot wil ik graag nog benadrukken dat de mening van het Europees Parlement uiteraard een van de belangrijkste benchmarks is op basis waarvan de Commissie bij de voorbereiding van haar gewijzigde voorstel rekening kan houden met het standpunt van het Parlement. We zullen nauw met het Parlement en de Raad blijven samenwerken om binnen het kader van het bredere asielpakket vooruitgang te kunnen boeken ten aanzien van dit voorstel.

 
  
MPphoto
 

  Enikő Győri, fungerend voorzitter van de Raad. (HU) Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik dank u zeer voor dit waardevolle debat. Ik dank u er eveneens voor ons in de gelegenheid te stellen concrete zaken te bespreken, en ik ben er zeker van dat dit ertoe zal bijdragen dat deze overwegingen in het nieuwe ontwerp van de Commissie in aanmerking worden genomen. We hebben gesproken over het vaststellen van gemeenschappelijke minimale criteria, over het opheffen van slechte praktijken via een uniform systeem, over doelmatigheid en kosteneffectiviteit, en over het voorkomen van mogelijkheden voor misbruik. Ik geloof dat dit allemaal zeer belangrijke elementen zijn, in het kader waarvan we zullen moeten samenwerken.

Staat u mij toe nog een laatste gedachte toe te voegen. We zijn toch zeker trots dat we in de Europese Unie deel uitmaken van een gemeenschap die de menselijke waardigheid als een van de belangrijkste waarden beschouwt. En het asielbeleid is een kwestie waarbij het overwicht van de menselijke waardigheid onze belangrijkste leidraad is. Het Hongaarse voorzitterschap beschouwt de menselijke factor als de belangrijkste overweging bij elk beleid van de Europese Unie. Premier Orbán heeft in de loop van de ochtend gezegd dat de huidige situatie van de Europese Unie weliswaar een nuchter verstand en een koel hoofd vergt, maar dat we eveneens moeten aantonen dat we een hart hebben. Hij heeft dit in verband met het Romabeleid gezegd. Ik geloof dat we in verband met het asielbeleid eveneens moeten zeggen: ja, de Unie moet kunnen aantonen dat ze ook een hart heeft.

Het Hongaarse voorzitterschap zal het werk van zijn Belgische voorganger voortzetten. In ons programma, in dit groene boekje, dat alle leden gisteren met de post hebben ontvangen, kunt u op pagina 25 lezen dat een van onze prioriteiten ten aanzien van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken het gemeenschappelijke Europese asielsysteem is. Ik heb in mijn eerste betoog vanavond ook gezegd, nog concreter dan in het boekje staat, dat we ten aanzien van zowel de Dublin-verordening als de Kwalificatierichtlijn in de Raad tot een overeenkomst willen komen. Ik vertrouw er dus op dat u op grond hiervan zult erkennen dat het Hongaarse voorzitterschap deze thematiek inderdaad met speciale aandacht behandelt, en wij rekenen op uw samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

 
Laatst bijgewerkt op: 24 mei 2011Juridische mededeling