Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/2517(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0081/2011

Debatten :

PV 02/02/2011 - 15
CRE 02/02/2011 - 15

Stemmingen :

PV 03/02/2011 - 8.10

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0038

Debatten
Woensdag 2 februari 2011 - Brussel Uitgave PB

15. De toestand in het Middellandse-Zeegebied, met name in Tunesië en Egypte (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over de toestand in het Middellandse-Zeegebied, met name in Tunesië en Egypte.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/ hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. (EN) Mijnheer de Voorzitter, we hebben de recente gebeurtenissen in Tunesië en daarna in Egypte allemaal zeer aandachtig gevolgd.

De bevolking in beide landen heeft gewettigde grieven en aspiraties geuit en ze verwachten een behoorlijke respons, niet alleen binnen hun eigen land maar ook van hun partners, waaronder de Europese Unie. Hun boodschap is duidelijk: hun politieke systemen zijn het keerpunt voorbij en er moet nu iets veranderen.

Ik maak van de gelegenheid gebruik om mijn bewondering uit te spreken voor hun waardigheid en moed. In het licht van wat we nu op televisie zien, met name uit Egypte, roep ik op tot kalmte, terughoudendheid en dialoog.

Ik zal het eerst over Tunesië hebben. De veranderingen die hebben plaatsgevonden, zijn opmerkelijk en hebben de weg vrijgemaakt voor een democratischer ontwikkeling van het land. Ondanks de vele uitdagingen worden we de positieve ontwikkelingen in Tunesië, waar pogingen worden ondernomen om aan de eisen van de bevolking tegemoet te komen, nu al gewaar. De overgangsregering heeft een aantal belangrijke stappen genomen, met name door politieke gevangenen vrij te laten en vrijheid van meningsuiting toe te staan en door familieleden van voormalig president Ben Ali te vervolgen wegens corruptie.

Verder zijn er drie onafhankelijke commissies opgezet en aan de slag gegaan: de commissie die onderzoek gaat doen naar corruptie en misbruik van overheidsgelden, de commissie die onderzoek gaat doen naar misstanden tijdens de repressie gedurende de recente gebeurtenissen, en de hoge commissie voor politieke hervorming.

Ik heb ook nota genomen van de meest recente wijziging van de regeringssamenstelling in antwoord op de eisen van de bevolking. De belangrijkste oppositiepartijen en de belangrijkste vakbond – de Algemene Unie van Tunesische Arbeiders – hebben zich achter de regering geschaard. Vrede en stabiliteit zijn van belang om democratische en transparante verkiezingen in Tunesië te kunnen houden en wezenlijke politieke, economische en maatschappelijke veranderingen tot stand te kunnen brengen. De Europese Unie is er om het land en zijn bevolking tijdens deze moeilijke overgangsperiode te steunen en we hebben onmiddellijk gereageerd – niet om onze standpunten of ideeën op te leggen, maar om onze hulp en samenwerking aan te bieden.

Ik sprak vorige week, kort na zijn benoeming, met de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, de heer Ounaies, en vandaag hebben we elkaar ontmoet in Brussel – de eerste plaats die hij sinds zijn benoeming heeft bezocht. We hebben hier uitgebreid gesproken over de vraag hoe de Europese Unie de overgang en het Tunesische volk het beste kan steunen. Hij bevestigde vandaag het verzoek om steun van de EU tijdens de voorbereidingsfase van de verkiezingen en bij de waarneming van toekomstige verkiezingen. We staan op het punt om een missie van deskundigen naar Tunesië te sturen om de kieswetgeving te beoordelen en de overgangsautoriteiten hierover juridisch advies te geven. Vorige week was Hugues Mingarelli, directeur van EDEO, ter plekke in Tunesië om met de bevolking te spreken over hun behoeften.

Wat de andere vormen van hulp betreft: we hebben de toewijzing voor samenwerking met het maatschappelijk middenveld verhoogd. Dit zal worden gecombineerd met een heroriëntatie van onze steunprogramma’s om de mensen directer te kunnen helpen. Een royaal beleid is niet genoeg om het benodigde economisch en maatschappelijk welzijn en een betere verdeling van de welvaart voor alle Tunesiërs tot stand te brengen. We moeten onze prioriteiten met Tunesië dus opnieuw bekijken, uitgaand van de nieuwe situatie, en onze hulp afstemmen op de maatschappelijke behoeften aldaar.

De minister heeft mij vandaag op de hoogte gebracht van de bezorgdheden die spelen en de plannen die ze hebben. We zullen dus samen met andere internationale partners kunnen reageren.

Ik heb concrete steun aangeboden, om te beginnen op het gebied van verkiezingssteun, bestuur en overgang naar democratie, steun voor het maatschappelijk middenveld en NGO’s, steun voor de rechtsstaat en justitiële hervormingen, economisch bestuur en corruptiebestrijding, en economische en maatschappelijke ontwikkeling (waaronder steun voor verarmde gebieden in Centraal- en Zuid-Tunesië).

We zijn ook bereid om, samen met de lidstaten, met mobiliteit samenhangende maatregelen en grotere markttoegang te overwegen. Werkcontacten over al deze kwesties zijn in volle gang en we zullen de dialoog voortzetten. Ik ben van plan na volgende week naar Tunesië te reizen.

Ten aanzien van het verzoek van de Tunesische autoriteiten om de tegoeden van de heer Ben Ali en de personen die nauw met zijn regime verbonden zijn, te bevriezen, hebben we de eerste stappen al genomen. We hebben de procedures versneld die het de Raad Buitenlandse Zaken maandag mogelijk maken een besluit over beperkende maatregelen aan te nemen, met het oog op bevriezing van tegoeden van personen naar wie in Tunesië een onderzoek loop in verband met verduistering van overheidsgelden. De Tunesische autoriteiten hebben ons een lijst ter beschikking gesteld met de namen van de personen voor wie deze maatregelen zouden moeten gelden.

Zoals ik al aangaf, is onze directeur Hugues Mingarelli vorige week naar de regio afgereisd. Hij heeft daar besprekingen gevoerd met de interim-regering en de voorzitters van elk van de drie onlangs opgerichte commissies en heeft vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld ontmoet.

Ik verwelkom ook het initiatief van het Europees Parlement om een delegatie naar Tunesië te sturen. Ik ben van mening dat het van wezenlijk belang is dat de bevolking van Tunesië ziet dat de EU, en met name het Europees Parlement, hen volledig steunt tijdens deze kritieke overgangsfase naar democratie. We moeten alle mogelijke contacten tussen mensen versterken en het maatschappelijk middenveld de hand reiken. Dat betekent onder andere dat we NGO’s, beroepsverenigingen en studentenuitwisselingen moeten steunen.

We hebben nu de gelegenheid om het partnerschap tussen Tunesië en de Europese Unie te steunen op basis van een bekrachtiging van de democratie en economische en maatschappelijke hervorming. Ik hoop dat we op het wederzijdse respect en vertrouwen tussen onze bevolkingen kunnen voortbouwen en dat dit leidt tot stabiliteit en een democratische en welvarende toekomst voor Tunesië. In dat verband verheug ik me op de komende vrije en democratische verkiezingen en de vorming van de nieuwe regering. Ik ben met de Tunesische minster van Buitenlandse Zaken overeengekomen de onderhandelingen over de gevorderde status binnenkort te hervatten, zodat we deze kunnen afronden zodra er een nieuwe, democratisch gekozen regering is aangetreden.

Tot slot beschreef de minster van Buitenlandse Zaken de sfeer als een van verzoening. Ik hoop dat we er samen met Tunesië voor kunnen zorgen dat deze sfeer leidt tot een nieuwe, vrijere democratie.

Ik wil nu stilstaan bij de situatie in Egypte. Iets meer dan een week geleden waren we getuige van het begin van een bijzondere ontwikkeling in dat land. De betogingen tegen de regering – die duidelijk waren geïnspireerd op de gebeurtenissen in Tunesië en daarbuiten, en voornamelijk tot stand zijn gebracht via de sociale media en mondelinge kanalen – hebben volgens mij de hele wereld verrast.

De grote kracht van deze volksopstand is dat deze verspreid over heel Egypte plaatsvindt. Honderdduizenden mensen, jong en oud, mannen en vrouwen, gaan de straat op en eisen hun legitieme politieke en sociaaleconomische rechten op. De protesten hebben zich vanuit Cairo verspreid naar Alexandrië en Suez en de rest van Egypte. De menigte wordt steeds omvangrijker en diverser en de betogers eisen eensgezind het aftreden van de regering en naleving van de fundamentele mensenrechten.

De aanvankelijk betrekkelijk vreedzame protesten worden steeds gewelddadiger en de politie schiet met traangas en rubberkogels en zet waterkanonnen in. We vrezen dat er ook met scherp is geschoten. Net als alle geachte afgevaardigden hier betreur ik de talrijke doden die tijdens de betogingen zijn gevallen en mijn gedachten gaan uit naar de mensen die dierbaren hebben verloren. Het grote aantal gewonden en arrestanten is ook een bron van grote zorg. Alle partijen moeten zich zien te beheersen en een eind maken aan het geweld.

We hebben ons voorbereid op de Raad Buitenlandse Zaken van komende maandag door middel van onze conclusies. Daarin roepen we de Egyptische autoriteiten op alle vreedzame betogers die gevangen zijn genomen, onmiddellijk vrij te laten. Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering zijn fundamentele mensenrechten voor iedereen en het is de plicht van de staat om die te beschermen. De beperkingen die aan de media, waaronder internet, zijn opgelegd, zijn onaanvaardbaar en ik dring er bij de Egyptische autoriteiten op aan om alle communicatienetwerken onverwijld te herstellen.

Door middel van door het hele land verspreide demonstraties geeft het Egyptische volk uitdrukking aan zijn verlangen naar verandering. Overal in het land komen bij elke demonstratie honderdduizenden op de been. Het is van het grootste belang dat er nu naar deze stemmen wordt geluisterd en dat met spoed en op besluitvaardige wijze met concrete maatregelen op de situatie wordt gereageerd. De tijd is aangebroken voor een ordelijke overgang en een vreedzame en verstrekkende transformatie.

De autoriteiten moeten een open dialoog met de politieke machten aangaan en deze serieus nemen. Het is van belang dat het maatschappelijk middenveld een cruciale rol speelt bij deze dialoog. Via een breed gedragen regering moeten de Egyptische autoriteiten snel een begin maken met een waarachtig proces van substantiële democratische hervorming en de weg vrijmaken voor vrije en eerlijke verkiezingen.

Wij zullen een Egypte dat streeft naar een transformatie tot een democratischer en pluralistischer maatschappij, alle steun bieden. We hebben een gedeeld belang bij vrede en welvaart in het Middellandse-Zeegebied en het Midden-Oosten.

Wat we nu moeten doen is de middelen waarover we beschikken, aanpassen en versterken om de nodige politieke, economische en maatschappelijke hervormingen te kunnen steunen. De elementen democratie, mensenrechten en rechtsstaat zijn reeds kenmerkend voor onze samenwerking en het is zaak dat we deze inspanningen heroriënteren en versterken.

Politiek betekent voor mij verandering; politiek betekent mensen helpen hun eigen leven in te richten. We zien in de hele Arabische wereld diverse, potentieel positieve veranderingen plaatsvinden, waartoe de bevolking met haar eisen de impuls geeft.

Als Europese Unie bieden wij de regio en de bevolking solidariteit en steun om de hervormingen tot uitvoering te brengen. We zijn een unie van democratieën – we hebben een democratische roeping en dus zullen we dit proces op vindingrijke en vastberaden wijze steunen.

 
  
  

VOORZITTER: STAVROS LAMBRINIDIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, namens de PPE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, ongeacht de uitkomst of de afloop van de ontwikkelingen in Egypte denk ik dat we met een gerust hart kunnen zeggen dat er voortaan een ‘voor’ en een ‘na’ de gebeurtenissen in Tunesië zal zijn.

Ik denk niet dat we in deze vergaderzaal moeten gaan zoeken naar schuldigen omdat de Europese Unie overrompeld werd door deze crisis, maar ik vind wel dat we er een aantal conclusies uit moeten trekken.

In de eerste plaats dient de Europese Unie zichtbaarder te zijn. Zij dient met één enkele stem te spreken en elke vorm van kakofonie te vermijden. Daarom hebben we ook een Europese Dienst voor extern optreden en de functie van de hoge vertegenwoordiger gecreëerd.

In de tweede plaats moeten we de juiste les trekken uit het toegeeflijke beleid jegens vijanden van de vrijheid, van Wit-Rusland tot Cuba, en met inbegrip van de Middellandse Zeelanden. We moeten ons afvragen of er werkelijk meer stabiliteit is, meer welvaar en meer democratie, zoals beoogd door het Barcelona-proces.

In de derde plaats, mijnheer de Voorzitter, denk ik dat we een onderscheid moeten maken tussen wat de Europese Unie op de middellange termijn en wat haar op korte termijn te doen staat. Op de korte termijn – ik geloof dat mevrouw Ashton een route heeft uitgestippeld – moet de Europese Unie resolute steun geven aan de overgangsprocessen, teneinde te voorkomen dat de hoop op vrijheid van deze bevriende landen de bodem in wordt geslagen. Het is ook onze plicht, mijnheer de Voorzitter, om hen te waarschuwen tegen de risico’s van dergelijke processen zodat ze niet worden overgenomen door de vijanden van vrije samenleving.

Op middellange termijn is belangrijk, mijnheer de Voorzitter, dat de Europese Unie zich diepgaand bezint op een strategische benadering van de manier waarop we ons nabuurschapbeleid moeten hervormen, zoals we de heer Füle gisteren hebben gevraagd in de Commissie buitenlandse zaken.

Bij dit alles moeten we steeds voor ogen houden, mijnheer de Voorzitter, dat het vaak veel moeilijker is om het evenwicht van de vrijheid te bewaren dan om het juk van de tirannie af te schudden.

 
  
MPphoto
 

  Adrian Severin, namens de S&D-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de huidige gebeurtenissen in Tunesië, Egypte en andere landen in de regio herinneren ons eraan dat stabiliteit zonder vrijheid een onhoudbare realiteit is, zo niet een regelrechte illusie.

We mogen ook niet vergeten dat een revolutie of maatschappelijke beroering wel een garantie is voor verandering, maar geen garantie is voor een verandering ten goede. Ik hoop dat we de inspiratie zullen vinden om dit proces te ondersteunen zodat het leidt tot veranderingen ten goed en niet ten kwade.

De situatie in zowel Tunesië als Egypte (en niet alleen daar) moet diepgaand worden geanalyseerd, aangezien we erachter moeten komen of we in het verleden wel de juiste stappen hebben genomen om deze crises te voorkomen. Welke stappen moeten we in de toekomst nemen om op dergelijke crises te anticiperen of deze te voorkomen? En tot slot, hoe kunnen we ervoor zorgen dat de huidige crisis resulteert in grotere vrijheid voor de betrokken volkeren en stabiliteit voor de regio en tegelijkertijd voorkomen dat er een verschuiving plaatsvindt in de richting van meer, of een ander soort, instabiliteit en een ander soort totalitarisme of verdrukking.

We moeten in dit opzicht een preventieve en proactieve houding aannemen, en dat vergt strategie. Onze boodschappen waren beslist correct als het gaat om de balans tussen het sleutelwoord "hervorming" en de sleutelwoorden "orde" of "stabiliteit". Maar het venijn zit hem nou net in de details en velen van ons vinden inderdaad dat we ons nog niet in de details hebben verdiept en dat we niet genoeg visie of kracht hebben getoond bij het aanpakken van de uitdagingen. Een ander belangrijk aspect is ons vermogen om op zodanig wijze met alle valide partijen, waaronder de islamitische krachten, te praten dat ze allemaal in een positief proces worden opgenomen.

We hopen dat de Commissie en de Raad erin zullen slagen in de toekomst een dergelijke strategie gestalte te geven en we zouden het fijn vinden als zij ons hier meer over kunnen vertellen.

 
  
MPphoto
 

  Guy Verhofstadt, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat de gebeurtenissen op dit moment in Tunesië, en vooral in de afgelopen uren in Egypte, tegelijkertijd historisch en bijzonder tragisch zijn.

Nu horen we dat er in de afgelopen uren honderden personen gewond zijn. Ik noem dat omdat ik een parallel zie tussen wat er nu in het Midden-Oosten en in Noord-Afrika gebeurt en wat er in 1989 in Europa gebeurde. Juist daarom ben ik verrast, verbaasd en teleurgesteld, want Europa herhaalt alle fouten die we in 1989 hebben gemaakt.

Het is ongelofelijk, mijnheer de Voorzitter, dat wij zogenaamd het democratische continent zijn, maar dat we er nog niet in geslaagd zijn om onze onvoorwaardelijke steun te geven aan de mensenmassa op straat, die ons alleen maar om die steun vraagt.

(Applaus)

En dat, beste collega's, heb ik de hoge vertegenwoordiger nog niet horen zeggen, gisteren niet, en vandaag niet.

Waarom heeft Europa zo aarzelend gereageerd, barones Ashton? We hebben eigenlijk vrijwel niet gereageerd. U heeft gereageerd, en vervolgens hebben Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië een verklaring afgelegd, zonder enig overleg, alsof Europa niet bestaat. De enige adequate reactie vanuit Europa kwam van buiten de Europese Unie, van de Turkse minister-president, ik moet het zeggen. Hij heeft de heer Mubarak gezegd dat hij moet luisteren naar de eisen van zijn volk, en dat hij dus moet vertrekken. Dat is de enige adequate reactie vanuit Europa geweest.

(Applaus)

Ik denk dat de mededeling die u vandaag heeft gedaan heel belangrijk is voor degenen die de straat op zijn gegaan, en misschien voor hun overleven vechten. Ik denk echter dat we in Europa in de afgelopen dagen twee fouten hebben gemaakt.

Ten eerste begrijpt men niet hoe historisch dit moment is, en ten tweede, en dat is nog veel belangrijker, maakt men een verkeerde analyse van de situatie. Men is bang – en vandaar die scheve communicatie – dat er na de verkiezingen een islamistisch regime komt. Wel, ik kan u vertellen dat ik niet bang ben! Ik heb vertrouwen in het Tunesische en het Egyptische volk!

(Applaus)

Zij zijn degenen die de democratie wensen, en het feit dat kopten en moslims gisteren en vandaag schouder aan schouder gedemonstreerd hebben is voldoende bewijs dat ze een werkelijk open democratie wensen.

Ik zal u een tweede voorbeeld geven om aan te tonen dat niemand in die landen bang hoeft te zijn om te pleiten voor een open democratie. Iedereen kent Mohamed Bouazizi, de man die de revolutie in Tunesië eigenlijk heeft ontketend door zichzelf te verbranden. Wel, mevrouw Ashton, op de kist van de heer Bouazizi lag niet de groene vlag van de Islam, maar de rode vlag van Tunesië. Wat we op dit moment meemaken zijn dus geen islamistische revoluties. In tegendeel, het zijn revoluties voor de vrijheid.

(Applaus)

Al bijna een week demonstreren duizenden in Cairo. Op dit moment wordt er ook gedemonstreerd in Jordanië, in Jemen, in Syrië, in Algerije, en daarom vraag ik u, mevrouw Ashton, om namens de Europese Unie een nieuw standpunt in te nemen. Ik wil graag dat u vandaag, hier in deze zaal, namens ons, duidelijk zegt dat de Europese Unie voor de volle honderd procent achter het Egyptische volk staat, en achter de eisen van dat volk. Wij eisen dat Mubarak eindelijk naar zijn volk luistert, en zijn land bevrijdt door te vertrekken, in het belang van de democratie en de vrijheid, vandaag nog. Dat is wat ik u wil horen zeggen in het antwoord dat u straks zult geven.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, barones Ashton, u roept op tot bezonnenheid. Maar u moet de dingen bij hun naam noemen! De troepen van Mubarak hebben vandaag op het plein terreur gezaaid, in Egypte, en niet de demonstranten! U hoeft dus niet iedereen tot bezonnenheid op te roepen. Vraag aan mijnheer Mubarak om te stoppen met het geweld tegen demonstranten. Hij treedt namelijk gewelddadig op om vervolgens te kunnen zeggen: "Ik zal wel eens orde op zaken stellen". Dat is de val die hij nu opstelt, en wij zeggen tegen beide partijen: "Wees bezonnen!". Nee! We moeten tegen de heer Mubarak zeggen: "Wees bezonnen!". We moeten hem zeggen dat de beste manier om rust in de situatie te brengen is de biezen te pakken en er vandoor te gaan. Dan keert de rust weer terug in Cairo.

Heeft u gezien wie er met messen zijn komen opdagen? Waren dat de politieagenten van de heer Mubarak? Dat waren arme drommels die 's ochtends met bussen uit de uithoeken van Egypte waren opgehaald. Zij hebben de rellen veroorzaakt. Dat moeten we zeggen, mevrouw Ashton, we mogen niet ziende blind zijn! Wat u doet is ongelofelijk: vandaag begrijpt u precies wat er gebeurd is, wat er drie weken geleden in Tunesië aan de hand was. Maar drie weken geleden hebben wij hier in het Parlement een initiatief genomen. We hebben u gevraagd om de onderhandelingen over de opwaardering van Tunesië stop te zetten, vanwege de dictatuur, en toen heeft u ons gezegd dat dit niet mogelijk was. En vandaag is het wel mogelijk! U bent na de oorlog in het verzet gegaan! Nu is alles wel duidelijk! Daarom heb ik een verzoek, mevrouw Ashton: vertel ons waar in Tunesië het Europese geld terecht is gekomen. Vertel ons welke bedrijven het Europese geld hebben gekregen, welke bedrijven van de heer Ben Ali en van zijn vrouw zijn ondersteund met Europees geld. U kunt het ons zeggen. Het Parlement heeft het recht om dit te weten!

Ten tweede, barones Ashton, zegt u dat u het Tunesische volk van nu af aan wilt steunen. Daarom heb ik een verzoek: ik hoop dat er tijdens de overgang naar de democratie gelijke kansen zullen heersen. Wanneer er weer verkiezingen komen – u weet dat de RCD geld heeft, en dat de oppositie, die jarenlang verboden is geweest, geen geld heeft – moet de Europese Unie voor evenwicht en gelijke kansen voor de democratie zorgen. Ik wil ook iets zeggen over Egypte, mevrouw Ashton. Vandaag is één ding wel duidelijk: wanneer we er niet in slagen om de Egyptenaren te steunen in dit bevrijdingsproces, zullen de volkeren in het Midden-Oosten, de Arabische volkeren, ons eens te meer de rug toe keren. Vandaag maken we iets buitengewoons mee, en u heeft het niet genoemd, evenmin als de heer Verhofstadt. In Gaza is er gedemonstreerd om steun te betuigen aan de Egyptenaren, en Hamas heeft die demonstratie verboden. Dat bewijst dat de wind van de vrijheid die door het Midden-Oosten waait ook tegenwind is voor de theocratieën en voor bepaalde Arabische landen, en het is onze plicht om deze volkeren te helpen. We hebben jaren lang geklaagd dat we moesten kiezen tussen een dictatuur en een theocratie. Welnu, inch` Allah! Er bestaat een alternatief, en wel de vrijheid, de strijd voor de vrijheid, tegen de dictaturen en tegen de theocratieën, en als Europeanen hebben wij de plicht om diegenen bij te staan die deze strijd leveren.

(Spreker verklaart zich bereid een 'blauwe kaart'-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Niki Tzavela (EFD). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, met alle respect voor de heer Verhofstadt en de heer Cohn-Bendit maar ik wil graag tegen de hoge vertegenwoordiger zeggen dat ik zeer grote bezwaren heb tegen de opmerkingen van beide heren. Deze hele situatie doet me aan Iran denken. Laten we voorzichtigheid betrachten als het gaat om Noord-Afrika. Dat deel van de wereld is geen Europa.

De vraag is: kunt u zich niet herinneren wat er in Iran is gebeurd? Ziet u geen overeenkomsten? Bent u het niet met me eens dat we moeten zorgen voor een ordelijke overgang?

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Cohn-Bendit (Verts/ALE). - (FR) Mevrouw Tzavela, ik zou u geen geschiedenisles durven geven, maar ik wil er toch even op wijzen dat het in Iran anders lag, daar heeft het Westen, Amerika, de sjah van Iran gesteund, tot het laatste moment. Zelfs ten tijde van de regering van Bakhtiar stonden we aan de verkeerde kant, en hebben we de Iranese theocratie alle wapens geleverd om de strijd te winnen.

Dat is precies wat ik bedoelde. Wanneer we niet achter diegenen staan die strijden voor de vrijheid, zullen ze in een impasse terecht komen, en dan wint de andere partij. Dat is nou net wat we in Iran geleerd hebben, mevrouw Tzavela. De les die we in Iran hebben geleerd is wat de heer Gorbatsjov heeft gezegd: "Wie te laat komt, wordt gestraft door het leven".

Ik hoop dat Europa in deze regio voor één keer niet te laat komt.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, Frankrijk heeft ayatollah Khomeini gekoesterd en teruggevlogen naar Teheran.

En wat Egypte betreft: dat land is al sinds 1956 een republiek maar Mubarak is nog maar de derde president van het land. In Tunesië was Ben Ali nog maar de tweede leider sinds de onafhankelijkheid 53 jaar geleden. Als het politieke landschap zo weinig hoop op verandering biedt, is het onvermijdelijk dat de frustraties de pan uit rijzen – zoals we nu zien met de orkaan van verandering die door de regio raast.

Mijn fractie, de ECR-Fractie, roept op tot een waarachtig democratische en vreedzame overgang in Egypte. Momenteel zien we een onrustbarende trend van geweld. Het is moeilijk voorstelbaar dat Mubarak tijdens deze overgang een geloofwaardige rol kan spelen anders dan door af te treden.

In Tunesië blijft het ook gisten. Hoe langer dat duurt, des te groter het gevaar dat islamisten het politieke initiatief nemen. Tunesië mag dan autoritair en corrupt zijn geweest, maar het was wel zeer seculier en pro-westers; dat mogen we niet vergeten.

Dit gevaar bestaat ook in Egypte, waar de islamistische Moslimbroederschap het politieke vacuüm probeert te vullen terwijl wij hier praten. De radicalisering van de Egyptische politiek zou een ramp zijn voor dat land en voor het buurland Israël, maar het zou ook ernstige gevolgen kunnen hebben voor het gebruik van het Suezkanaal.

De diplomatieke inspanningen van de EU in Tunesië en Egypte moeten volledig gericht zijn op het verkrijgen van stabiliteit en orde en moeten weerstand bieden tegen lieden die geweld en angst willen verspreiden, zoals we dat momenteel zien. Om een vrije democratie tot stand te brengen in deze landen die deze tradities niet kennen, moeten de EU, de VS en onze politieke denktanks in Europa aanzienlijke middelen ter beschikking stellen van gematigde democratische politici en nieuwe partijen die zich moeten inzetten voor democratisch pluralisme en vrije en eerlijke verkiezingen en die, anders dan de Moslimbroederschap, bereid zijn de macht af te staan als ze in het stemhokje verslagen worden. Dit is een enorme uitdaging. Wie weet zijn we nu getuige zijn van een historisch moment in de moslimwereld dat te vergelijken is met de val van de Berlijnse muur.

Er zijn al goede democratische rolmodellen in landen met een moslimmeerderheid, zoals Indonesië, Turkije en Bangladesh, waaraan Egypte en Tunesië zich kunnen spiegelen. Hopelijk is de keuze in de moslimwereld in de toekomst niet die tussen seculiere tirannie en islamistische theocratieën maar wordt er gekozen voor duurzame democratie.

(Spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Marc Tarabella (S&D). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alleen maar tegen de heer Tannock zeggen dat ik zijn houding tegenover degenen die nu in opstand komen, aan de kaak wil stellen, en ik wil ook inhaken op wat de heren Verhofstadt en Cohn-Bendit hebben gezegd.

Dit is een volksopstand, omdat de mensen in bittere armoede leven. We hebben de leiders van die landen ondersteund, zeker ook met het oog op de stabiliteit, en om het risico van het moslimfundamentalisme te beperken, maar die voeren nu een terreurbewind, en laten de mensen verder in armoede leven. Daarom zou ik u willen vragen of u ook van mening bent dat het volk het recht heeft om in opstand te komen als het wordt gedwongen om in armoede te leven.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat ik in mijn toespraak zeer duidelijk heb gesteld dat ik geen seculiere tiran of islamistische theocraat aan de macht wil in de landen om ons heen. Ik wil natuurlijk een liberale democraat die bereid is tot vrije en eerlijk verkiezingen. Ik denk dat de economische situatie en de hoge werkloosheid in Tunesië en Egypte een ernstig probleem zijn en we moeten alles in het werk stellen om daar iets aan te doen. Maar daar gaat het hier niet om. Waar het nu in feite om draait, is dat er een ordelijke en vreedzame overgang in deze landen gaat plaatsvinden en dat de rechtsorde intact blijft. We willen stabiliteit, vrede en, natuurlijk, democratie in de landen om ons heen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Tannock, uw gerichte verwijzing naar liberaal-democraten werd in het midden van de zaal met veel vreugde ontvangen. U hebt straks wellicht wat uit te leggen.

(Gelach)

 
  
MPphoto
 

  Marie-Christine Vergiat, namens de GUE/NGL-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil eigenlijk niet op het verleden ingaan, maar ik hoor toch wel verbazende beweringen. In de afgelopen tijd, in de afgelopen maanden, waren wij, samen met een aantal leden van de Verts/ALE-Fractie, bijna de enigen die een debat over de situatie in Tunesië eisten. Het is waar, mijnheer Cohn-Bendit, u heeft gelijk, velen zijn na de oorlog in het verzet gegaan. Wij hebben eigenlijk nog van alles te zeggen over het verleden, maar dat staat al in onze eigen resolutie, en we vinden dat we nu naar de toekomst moeten kijken.

Allereerst moeten we iedere vorm van inmenging in de binnenlandse zaken van deze landen vermijden. Het is niet aan ons, Europeanen, om te vertellen hoe de regeringen van die landen moeten zijn samengesteld. Het Tunesische volk heeft zich helemaal alleen van een dictatoriaal regime bevrijd. Nu moet het zich uitspreken, en wij moeten het steunen op de weg naar de democratie. Iedereen die de situatie in Tunesië volgt, weet dat het verleden nog niet afgesloten is, en dat bepaalde personen achter de schermen manipuleren en intrigeren.

Het geweld dat nu in Egypte wordt gepleegd toont ook aan dat dit moeilijk is. Daarom moet u iedere vorm van geweld in alle duidelijkheid veroordelen, en mag u zich er niet toe beperken om te zeggen dat terughoudendheid gepast is, zoals u dat voor Tunesië heeft gedaan. Politiegeweld is altijd onaanvaardbaar, gisteren en vandaag, in Tunesië en in Egypte, overal. We moeten de autoriteiten en de bevolking van Tunesië vragen om geduldig te zijn, maar we mogen hun niets opleggen.

U heeft verslag uitgebracht over uw gesprekken met de minister van Buitenlandse zaken. U heeft – naar het schijnt zonder dat daarom was gevraagd – echter ook gezegd dat u de markttoegang wilt vereenvoudigen. Dat vind ik ongepast, want aan steun van de Europese Unie op dat vlak heeft het niet ontbroken.

Vandaag schijnt iedereen te ontdekken dat het regime van de heer Ben Ali corrupt was. Het is een feit dat de economische liberalisering in Tunesië de families Ben Ali en Trabelsi ten goede is gekomen, dank zij de hulp van de Europese Unie. Het is een feit dat de Europese Unie altijd standvastig moet blijven als het gaat om schendingen van de mensenrechten, want de Unie heeft een groot deel van haar geloofwaardigheid in die landen verspeeld. Het is een feit dat we eindelijk de democraten moeten steunen, en alle dictaturen moeten veroordelen.

 
  
MPphoto
 

  Fiorello Provera, namens de EFD-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega´s, in de Maghreb is een oude orde aan het veranderen. Deze crisis werpt echter talloze, moeilijk oplosbare problemen op.

Er is hoop maar er zijn ook risico´s. Het kan best zijn dat de autoritaire, seculiere regimes worden vervangen door agressieve, destabiliserende, islamistisch fundamentalistische theocratieën. Laten wij niet vergeten wat er in Iran is gebeurd: het is moeilijk om een democratische evolutie hand in hand te doen gaan met een revolutie. Uit Iran moeten wij toch enkele lessen leren.

Een ander gevaar is dat de economische crisis in dit gebied erger zal worden, met alle gevolgen van dien: een toenemende jeugdwerkloosheid en opnieuw grote migratiestromen naar Europa zonder dat Europa daartegen is opgewassen.

Deze gebeurtenissen tonen aan dat het Middellandse-Zeebeleid ontoereikend is en dat het tot nu toe gevoerde samenwerkingsbeleid niet volstaat om voorwaarden voor ontwikkeling en democratie te creëren. De gebeurtenissen zijn niet alleen toe te schrijven aan de economische crisis, hoe ernstig deze ook moge zijn, maar zijn ook een gevolg van een gebrek aan sociale stabiliteit, oftewel aan een gebrek aan instrumenten waarmee de belangen van de volkeren kunnen worden behartigd, dat wil zeggen vakbonden, persvrijheid, partijpluralisme, vrijheid van vereniging, rechtsstaat en gelijke kansen voor iedereen.

De landen in deze regio moeten begeleid worden op de ingeslagen weg: naast economische en commerciële steun moet dat het hart vormen van het Europees beleid. Op die manier kan men namelijk echte stabiliteit creëren, geen stabiliteit van autoritaire regimes maar een stabiliteit die is gebaseerd op maatschappelijke consensus, participatie en democratische instellingen.

 
  
MPphoto
 

  Nicole Sinclaire (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, waar ik me momenteel, in de voorbereiding op de ad-hocdelegatie naar Tunesië morgen – waarvan ik tot mijn vreugde deel mag uitmaken – vooral om bekommer, is het welzijn van de Tunesische bevolking en het feit dat wij met zijn allen niet mogen vergeten hoe belangrijk dat is en waarom we hun culturele waarden en hun identiteit respecteren, terwijl we hen helpen op basis van de rechtsstaat en democratische idealen een nieuwe toekomst op te bouwen.

De mensen verwachten verandering en ze verwachten onvoorwaardelijke hulp. Ik ben heel blij dat de heer Cohn-Bendit is ingegaan op het punt dat ik vanmorgen tijdens de delegatiebijeenkomst naar voren heb gebracht, namelijk de vraag wat er de afgelopen jaren precies met het geld van de EU is gebeurd. De vertegenwoordiger van EDEO daar zei dat het aan hervormingen is besteed. Wat voor hervormingen? Als er adequate hervormingen hadden plaatsgevonden, waren de mensen niet in opstand gekomen op de manier zoals nu het geval was. Wij willen eerlijke antwoorden. We moeten er bij de voorlopige regering op aandringen dat ze onderzoeken waar het geld heen gegaan is en ervoor zorgen dat EU-geld in de toekomst op de juiste wijze besteed wordt.

 
  
MPphoto
 

  Ioannis Kasoulides (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Arabische wereld is onze partner in de Unie voor het Middellandse-Zeegebied. In al onze betrekkingen met hen hebben we altijd het belang onderstreept van de beginselen van pluralistische democratie, vrijheid van media, vrijheid van meningsuiting en vergadering, naleving van de mensenrechten, onafhankelijke rechterlijke macht en goed bestuur. Maar we hebben er ook altijd op gewezen dat deze beginselen van binnenuit moeten worden gerealiseerd en niet van buitenaf mogen worden opgelegd.

De bevolking van Tunesië is erin geslaagd om zich van binnenuit te verzetten tegen verdrukking, tegen een politiestaat en martelingen, en vrijheid en democratie te bevechten. De Tunesische autoriteiten moeten de wil van het volk respecteren en terstond een aanvang maken met het democratiseringsproces en de handlangers van Ben Ali rekenschap laten afleggen voor de corruptie en verdrukking waaraan zij zich schuldig hebben gemaakt.

Om vergelijkbare redenen heeft de bevolking van Egypte moorden, arrestaties, traangas en kogels getrotseerd en brood en vrijheid, waardigheid en emancipatie geëist.

Maar pas op: democratie betekent niet alleen verkiezingen. Het betekent heel veel meer dan dat. We steunen de bevolking van Egypte onvoorwaardelijk en roepen haar huidige leiders op te luisteren naar hun wijze bevolking en haar aspiraties niet in de weg te staan.

Tegen onze Europese functionarissen, de Raad en de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger wil ik dit zeggen: het is teleurstellend om president Obama of Hillary Clinton doortastend en op het juiste moment te horen spreken terwijl u, als altijd, de tweede viool speelt en nauwelijks te horen bent.

 
  
MPphoto
 

  Véronique De Keyser (S&D). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, er zijn momenten waarop je een keuze moet maken: dat heeft men mij in de Europese Unie maar al te vaak gezegd, en nu is de keuze werkelijk duidelijk. Mijn collega's hebben het al gezegd: we moeten de weg van de vrijheid kiezen; we moeten naar de stem van het volk luisteren.

Op dit moment staat het museum in Cairo in brand, er wordt gevochten op straat, en ik denk dat we, in ieder geval wat Egypte betreft, niet duidelijk genoeg geweest zijn. Mubarak moet weg, dat is wel duidelijk. Mubarak, is wie hij is, en ik heb respect voor zijn verworvenheden in het verleden, maar hij is niet in staat om leiding te geven aan de politieke overgang. Het is waanzinnig om dat van hem te vragen, en tegelijkertijd toe te laten dat de clan van Mubarak de strijd aangaat met de clan van El Baradei, wat nu gebeurt, in de straten van Cairo. In dat verband moeten wij onze verantwoordelijkheid dragen.

Ik moet ook zeggen dat ik me de afgelopen dagen en nachten voortdurend heb afgevraagd wat we verkeerd hebben gedaan. We hebben een magistrale fout gemaakt: we hebben corrupte regimes gesteund, in de naam van de stabiliteit, zonder rekening te houden met de sociale rechtvaardigheid en het streven van de volkeren naar vrijheid.

(Applaus)

Die fout moeten we rechtzetten, en wel meteen.

De tweede fout, en ik betreur dat, geachte collega's, is dat we de politieke islam niet begrepen hebben. Ik heb niet gezegd: "de politieke islam niet aanvaard hebben"! Er is een verschil tussen terroristen en fundamentalisten enerzijds en bepaalde moslimbroeders anderzijds. Wij moeten een onderscheid maken, een dialoog voeren, maar ons distantiëren van degenen met wie we niets te maken willen hebben. Wij hebben voor deze fundamentalisten echter het bedje gespreid! Wij hebben voor bepaalde terroristen het bedje gespreid!

Het is de hoogste tijd om op die standpunten terug te komen. Ik heb nog een laatste opmerking. We moeten bepaalde verworvenheden van het verleden in die landen bewaren, onder andere in Tunesië en in Egypte, en ik doel daarbij op de seculiere structuren van de staat, de rechten van de vrouw, die in die landen aanzienlijk waren, de seculiere grondwet, die niets met de sharia te maken had. Men kan met heel verschillende partijen een democratie opbouwen. Laten we het kind niet met badwater weggooien, laten we vasthouden aan de idee van de seculiere staat, van vrijheid van godsdienst en geloof, alsmede van politieke diversiteit.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Edward McMillan-Scott (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat de meest dringende kwestie vandaag de stand van zaken in Egypte is. In 2005 was ik voorzitter van een kleine waarnemingsmissie voor de verkiezingen daar. Ons was gevraagd de eerste ronde bij te wonen en daarna ook de tweede ronde, maar de eerste ronde was zo onvoorstelbaar slecht georganiseerd en verliep zo chaotisch en corrupt dat we besloten niet terug te gaan voor de tweede ronde.

Egypte is een land dat al een jaar of dertig zwaar gebukt gaat onder een bijzonder wreed, tiranniek en willekeurig regime onder leiding van een dictator, in de persoon van Mubarak, die de absolute macht heeft, en hoewel we allemaal de buitengewone evolutie in de straten van Egypte onderschrijven, herkennen we in de reactie van Mubarak ook iemand die het gevoel heeft dat hij wordt gesteund, niet alleen in Egypte maar ook daarbuiten.

Welnu, we erkennen ook dat de Europese Unie niet over een Zesde Vloot beschikt. We zijn slechts in staat om morele macht uit te oefenen. Dus toen barones Ashton aan het begin van dit debat, heel zacht, sprak, had ze helaas ook geen grote stok om mee te slaan. We moeten dus inderdaad niet te hard praten, maar wel met één stem, en ik denk dat het probleem met Europa momenteel is dat het op het niveau van Cathy Ashton en andere leiders niet met één stem spreekt.

Er is al eerder naar verwezen – de regeringsleiders van Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland die aparte verklaringen afleggen. We kunnen beter samen spreken. Laten we heel goed duidelijk maken wat ons standpunt is: we staan voor democratie en mensenrechten, niet alleen in Europa maar overal ter wereld en momenteel met name in het Middellandse-Zeegebied.

 
  
MPphoto
 

  Franziska Katharina Brantner (Verts/ALE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, ik wil u nogmaals verzoeken aan ons de lijst van ontvangers van EU-gelden in deze landen bekend te maken. Er bestaat gegronde vrees dat de familieclan van Ben Ali en zijn ondernemingen ook van EU-gelden profiteren.

Ik denk dat we in deze regio ons eigen werk moeten bijstellen, dat er duidelijkheid moet komen over het gebruik van ons geld en dat we behoefte hebben aan een duidelijke koerswijziging. Voor deze duidelijke koerswijziging hebben we in Tunesië ook allereerst een nieuwe delegatieleider nodig. Ik zou u graag voorlezen wat hij vandaag in een e-mail aan ons heeft geschreven:

(FR) De Europese strategie in Tunesië hoeft niet te worden herzien. We krijgen meer vrijheid in de keuze van onze gesprekspartners, maar onze bijdrage in verschillende sectoren en onze overeenkomsten met dit land zullen nog relevanter worden dan ze vandaag al zijn.

3-123

(EN) Ik vind het ongelooflijk dat het hoofd van de delegatie schrijft dat we ons beleid inzake Tunesië niet hoeven te herzien. Ik doe een beroep op u om de verantwoordelijkheid te nemen en het hoofd van de delegatie te vervangen.

Ik wil nog één ding zeggen over de opmerking van mevrouw De Keyser. Ik denk dat het tijd wordt dat u vrouwen in tijden van transitie steunt. Er zou met uw steun bijvoorbeeld een grote conferentie kunnen worden gehouden waar u naartoe kunt gaan om vrouwen in tijden van transitie te steunen en hun rol te benadrukken om zo het wereldlijke en seculiere proces in deze landen te versterken en te onderstrepen. Dat zou een feministische agenda voor u kunnen zijn.

(Applaus)

(EN) Ik vind het ongelooflijk dat het hoofd van de delegatie schrijft dat we ons beleid inzake Tunesië niet hoeven te herzien. Ik doe een beroep op u om de verantwoordelijkheid te nemen en het hoofd van de delegatie te vervangen.

Ik wil nog één ding zeggen over de opmerking van mevrouw De Keyser. Ik denk dat het tijd wordt dat u vrouwen in tijden van transitie steunt. Er zou met uw steun bijvoorbeeld een grote conferentie kunnen worden gehouden waar u naartoe kunt gaan om vrouwen in tijden van transitie te steunen en hun rol te benadrukken om zo het wereldlijke en seculiere proces in deze landen te versterken en te onderstrepen. Dat zou een feministische agenda voor u kunnen zijn.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Mirosław Piotrowski (ECR). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de aandacht van alle politieke machten in de wereld is gericht op de massale protesten in Tunesië en in het strategisch belangrijke Egypte. De mogelijke scenario's variëren van een vreedzame machtsovername door de prodemocratische krachten tot economische chaos en de uitbarsting van een gewapend conflict. Zelfs het gebruik van nucleaire wapens kan niet uitgesloten worden.

De situatie verandert doorlopend en is onvoorspelbaar. De Arabische samenlevingen, jarenlang beroofd van grondrechten als vrijheid van meningsuiting en deelname aan vrije verkiezingen, zijn vastbesloten om tegen elke prijs een machtswisseling te bewerkstelligen. Het Europees Parlement moet een gemeenschappelijk standpunt formuleren en maatregelen nemen om te voorkomen dat de hele regio gedestabiliseerd raakt. We mogen ook niet vergeten dat we onlangs in dit Parlement een resolutie hebben aangenomen over de vervolging van christenen, die ook Egypte betrof. We moeten concretere maatregelen in overweging nemen en een waarnemingsmissie naar Egypte sturen.

 
  
MPphoto
 

  Willy Meyer (GUE/NGL).(ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, de Europese Unie moet haar nabuurschapbeleid herzien, want het is duidelijk dat we de indruk hebben gegeven meer bezig te zijn geweest met het sluiten van vrijhandelsovereenkomsten dan met de ontwikkeling van de bevolking van de betreffende landen en hun mensenrechten. Het probleem, mevrouw Ashton, is niet het huidig standpunt van de Europese Unie ten opzichte van de regimes van Ben Ali of Mubarak, maar het standpunt van de Europese Unie van eergisteren, want daarin werd niet de minste steun betuigd aan de veranderingen waar de bevolkingen op straat om gevraagd hebben.

Dat is het probleem dat de Europese Unie moet aanpakken. We hebben niet de minste steun betuigd aan de veranderingen die deze bevolkingen eisen, niet alleen in Tunesië maar ook in Marokko, Egypte, Jordanië en Jemen. Enorme aantallen mensen verdragen de autocratie en de crisis, die vooral de zwaksten treft, niet langer meer. Dat is de wijziging die de Europese Unie moet doorvoeren. Zij moet het voortouw nemen in de omstandigheden door de koers van haar nabuurschapbeleid te verleggen.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder (EFD). - Het is niet verwonderlijk dat de enerverende politieke gebeurtenissen in Tunesië en Egypte in de islamitische republiek Iran op de voet worden gevolgd. Zowel regering als oppositie steunen daarbij de stem van de straat. En, interessant genoeg, beiden claimen deze Arabische volksopstand. Het Iranese regime begroet de aankomst van de revolutionaire golf, die in 1979 in eigen land aanving en zich nu in de Arabische wereld manifesteert, en de Iranese oppositie beschouwt zichzelf als instigator van het massale volksprotest in Tunis en Cairo.

Met de dreigende afbraak van het pragmatische Arabische kamp in het Midden-Oosten, geeft het Iranese leiderschap intussen meer reden tot optimisme dan de oppositie. Voor dit gevaar mag de Europese Unie niet de ogen sluiten. Want een radicalisering van de Arabische wereld gaat bepaald niet gepaard met een waardig bestaan waarnaar de Tunesische en Egyptische betogers terecht zeggen te verlangen. De islamitische republiek Iran is allerminst een model, wel een stopteken.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Wat nu gebeurt in landen als Tunesië en Egypte is van zeer grote betekenis. Het volk komt in opstand tegen dictatoriale despoten en dat is een goede zaak.

De grote vraag is natuurlijk wat er in de plaats komt. Want er bestaat zoiets als de paradox van de democratisering in de islamitische wereld, waarbij meer democratie vaak leidt tot meer islamisme, wat dan op zijn beurt leidt tot minder democratie. Natuurlijk moeten wij vanuit Europa steun geven aan het democratische proces. Alleen moet deze steun terechtkomen bij échte democratische krachten en het mag nooit de bedoeling zijn dat een organisatie als het Moslimbroederschap met steun van de EU een theocratische dictatuur zou kunnen vestigen in Egypte. Dan krijgen wij namelijk in de hele regio situaties zoals wij die nu kennen in Iran.

Laten wij dus voorzichtig zijn in de keuze van onze partners. Tot voor een paar weken trouwens was Ben Ali en zijn partij nog lid van de socialistische internationale. Nu de wind gekeerd is wordt hij er plots uitgegooid. Welnu, collega's, wees voorzichtig in de toekomst, wees voorzichtig in de keuze van partners en spreid niet het bedje van de islamisten.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Gert Pöttering (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, beste collega’s, ons antwoord op de gebeurtenissen in de Arabische wereld moet voortkomen uit ons mensbeeld. Ieder mens, of hij nu moslim, jood, christen of zonder religie is, heeft dezelfde waardigheid en hetzelfde recht om een waardig leven te leiden. Indien dat zo is, dan hebben ook de mensen in de Arabische landen het recht om in vrijheid, in een democratie te leven en een bestaan te leiden waarin de waardigheid van de mens wordt gerespecteerd.

Daarom is het nu onze plicht, onze verantwoordelijkheid en een belangrijke taak voor de toekomst om de mensen in de Arabische wereld die vreedzaam voor vrijheid en democratie opkomen, te zeggen dat we solidair zijn en aan hun kant staan. We zijn solidair met de vreedzame moslims in de Arabische wereld.

(Applaus)

We hebben eens de fout begaan dat we tegenover het totalitaire communisme de ogen sloten, omdat we zeiden stabiliteit nodig te hebben. Deze fout mogen we nu niet weer maken, want bij stabiliteit horen vrijheid en democratie en die moeten we ondersteunen.

Indien klopt wat we nu horen – ik wist nog niet dat er in Cairo wordt geschoten en tot nu toe was het leger in Tunesië en ook in Egypte terughoudend – dat het leger met geweld terrein wint, dan kan dat slechts voor een korte tijd zijn. In Europa hebben we in 1953 de opstand in de DDR beleefd, in 1956 Hongarije, in 1968 Tsjecho-Slowakije en toen kwam Solidarność.

Uiteindelijk zal de vrijheid overwinnen en daarom moeten we allen tegen degenen die nu geweld uitoefenen zeggen: hou op met schieten en geef de mensen vrijheid door middel van vrije verkiezingen. Dat moeten we met raad en daad en uit alle macht ondersteunen, ook als Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda (S&D).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, er zijn mensen die zeggen dat je geen lessen uit de geschiedenis kunt trekken, maar toch moeten we dat proberen. Met betrekking tot de interruptie over Iran – en collega Cohn-Bendit heeft daar al enkele antwoorden op gegeven – wil ik er nogmaals op wijzen hoe het destijds in Iran is gegaan. We hebben een smerig regime ondersteund. We hebben de geheime politie die destijds mensen vervolgd en gefolterd heeft, min of meer getolereerd. Amerika en Groot-Brittannië hebben Mossadek, die een vreedzame revolutie wilde, ten val gebracht.

We zijn nu al een beetje verder, maar we zijn nog niet ver genoeg. Ik geloof dat we duidelijk moeten zeggen – en daarin kan ik me aansluiten bij de collega’s die dat al hebben opgemerkt – dat we aan de kant van de mensen moeten staan die deze revolutie zijn begonnen en hebben bespoedigd. Dat waren niet de islamisten! Laten we blij zijn met deze grote kans, dat de revolutie niet is uitgegaan van de islamisten, maar van de mensen op straat, van eenvoudige burgers die ontevreden waren over het sociale onrecht, de economische situatie en het gebrek aan democratie. Dat is wat daar aan de hand was.

Mevrouw Ashton en beste collega’s, laten we kritisch zijn jegens onszelf. Een deel van onze nabuurschapstrategie is daarmee ingestort. En een deel van onze nabuurschapstrategie berustte op de situatie dat er stabiliteit heerst. We hebben vrede in het Midden-Oosten nodig. We rekenden erop dat de vrede in het Midden-Oosten zou worden gedragen door de dictaturen en de dictators, en dat is onmogelijk en onaanvaardbaar.

Daarom moeten we duidelijk voor onze mening uitkomen en klare taal spreken. De vrede in het Midden-Oosten is alleen duurzaam indien deze op democratie berust en niet op dictaturen. En daarom, mevrouw Ashton, moeten we onze mening duidelijk ten gehore brengen. Ik weet dat u bekend staat om uw zachte aanpak, maar hierin ben ik het eens met de collega’s: u moet luid en duidelijk spreken! U moet zo luid spreken dat we sommige stemmen van onze ministers van Buitenlandse Zaken niet horen, misschien soms ook zo luid dat we de stem van Hillary Clinton niet horen, maar de stem van Catherine Ashton. Dat verwacht dit Parlement. Ziet u het ook als een bewijs van vertrouwen dat we van u verwachten dat u duidelijke taal spreekt.

 
  
MPphoto
 

  Metin Kazak (ALDE).(BG) Mijnheer de Voorzitter, de protesten in Tunesië en Egypte werden ontketend door woede en door het feit dat de mensen de toenemende jeugdwerkloosheid, het bruut politieoptreden, de corruptie en het autoritair systeem, de minachting voor mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en democratische principes niet langer meer verdroegen. Dit zijn echter uitdagingen waar ook de andere Arabische landen die verandering willen, mee te maken krijgen.

De gebeurtenissen in Tunesië, dat als een gebied van stabiliteit en economische zekerheid werd beschouwd, lijken opmerkelijk veel op de gebeurtenissen die de instorting van het Sovjetblok in Oost-Europa inluidden. Ze geven de aanzet tot de instorting van het Arabische pseudomodel van stabiliteit en tot democratische veranderingen in het gebied.

De eisen zijn duidelijk en de Tunesische en Egyptische bevolking zullen geen genoegen nemen met halve maatregelen. Bij veel van de eerste voorwaarden voor overgang naar democratie wordt al vooruitgang geboekt, zoals een actief, goed georganiseerd maatschappelijk middenveld, persvrijheid, gerespecteerde politici binnen de oppositie en bestaande politieke partijen. We moeten ons huidig buitenlands beleid echter volledig herzien, barones Ashton.

De Europese Unie moet een strategische keuze maken en een evenwicht vinden tussen haar politieke en economische belangen en de democratische waarden die ons verenigen. Europa moet duidelijk laten zien dat het vierkant achter democratie staat en niet alleen stabiliteit in het gebied steunt. De reden hiervoor is dat als er verandering plaatsvindt, de mensen zich zullen herinneren wie er aan hun kant stond en wie de onmogelijk geworden status-quo in stand hield.

 
  
MPphoto
 

  Heidi Hautala (Verts/ALE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, zestig jaar geleden betekende revolutie in de Arabische wereld het einde van de Europese koloniale overheersing. De tweede revolutie in de Arabische wereld speelt zich nu voor onze ogen af. Dit is het moment waarop de Europese Unie moet kiezen of ze aan de goede of aan de verkeerde kant van de geschiedenis staat.

Het is onze taak om een onafhankelijk maatschappelijk middenveld in de Arabische wereld aan te moedigen. Onze EU-begroting moet worden herzien om tegemoet te komen aan de dringende behoeften van Tunesië, dat 23 jaar gebukt is gegaan onder een autocratie.

De meerderheid van de Tunesische bevolking heeft geen vertrouwen in deze tijdelijke, ongekozen regering. Er wordt in Tunesië al een begin gemaakt met een waarheidsvindingsproces, maar de Europese Unie kan zelf ook wel een waarheidsvindingsproces gebruiken, als je ziet hoezeer zij de mensenrechten en democratische waarden in de Arabische wereld jarenlang heeft veronachtzaamd. Dit is bij uitstek de tijd voor mensenrechten.

 
  
MPphoto
 

  Ivo Strejček (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik deel de mening niet dat de huidige opstand in Egypte voornamelijk wordt gestuurd door krachten die democratie naar Europees model wensen. Ik zie de huidige rellen en chaos als een revolutie voor verandering die wordt ingegeven door het verlangen naar een beter leven.

Maar de cruciale vraag voor ons Europeanen is hoe groot de dreiging is dat de dramatische situatie door radicale islamisten zal worden misbruikt. Als een dergelijke dramatische politieke omslag zou plaatsvinden, zouden Europa en ook Amerika een gematigde Arabische bondgenoot verliezen en zou het Egyptische vredesverdrag in gevaar komen. Egypte kan heel snel en gemakkelijk omslaan in een regime dat Europa, Israël en Amerika vijandig gezind is en toenadering zoekt tot Hamas. De EU moet vastberaden de kant blijven kiezen van hen die streven naar vrijheid en vrije verkiezingen.

 
  
MPphoto
 

  Takis Hadjigeorgiou (GUE/NGL). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, het is duidelijk dat de overgrote meerderheid van het Parlement de opstand van de Egyptische bevolking steunt, en dat is natuurlijk heel juist, hoewel er enkele uitzonderingen zijn, zoals wij ook zojuist nog hebben kunnen horen. Ik denk echter, en u zult het met mij eens zijn, dat politiek betekent op tijd en bijtijds zijn, en ik geloof dat allen hier moeten toegeven dat wij niet hebben gezien wat in Egypte de afgelopen decennia is gebeurd.

Waar waren wij allen toen miljarden dollars door de Verenigde Staten naar Egypte werden gesluisd voor de ondersteuning van dit regime? Wij staan aan de kant van het Egyptische volk dat in opstand komt voor zijn recht op welzijn, gezondheid en onderwijs. Om deze reden moet het Parlement eensgezind zijn ondersteuning voortzetten. Ik wil ook naar voren brengen dat wij ons in dit proces om de Palestijnen moeten bekommeren en moeten voorkomen dat het Palestijnse volk het slachtoffer wordt. Degenen van ons die hier Cyprus vertegenwoordigen, een buurland van Egypte, volgen de gebeurtenissen met grote aandacht en, ik herhaal, ondersteunen de rechten van het Egyptische volk in deze opstand.

 
  
MPphoto
 

  Lorenzo Fontana (EFD). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, geachte collega´s, het is inderdaad zoals ik meerderen heb horen zeggen wenselijk dat er voor Noord-Afrika een toekomst met democratie in het verschiet komt te liggen, met een democratie zoals wij die in Europa hebben.

Er doen zich echter ook gevaren voor en daarvoor mogen wij niet de ogen sluiten. Wij herinneren ons allemaal nog de aanslag die kort voor kerstmis is gepleegd op koptische kerken in Egypte. Wij zijn bang, mevrouw Ashton, dat er uiteindelijk een islamistische dictatuur komt in Noord-Afrika.

Daarom moet Europa absoluut op zijn hoede zijn, want wij mogen niet in een situatie verzeild raken waarin wij in Noord-Afrika ons vijandig gezinde landen hebben. Wij mogen namelijk niet vergeten dat deze landen ook talloze handelsbetrekkingen onderhouden met onze landen. In deze tijd van economische crisis komt deze destabilisering onze economie allesbehalve goed uit. Bovendien mogen wij niet vergeten dat deze destabilisering ongetwijfeld gevolgen zal hebben voor de emigratie naar met name de Zuid-Europese landen.

Daarom vraag ik de Commissie en de hoge vertegenwoordiger om een oogje in het zeil te houden.

 
  
MPphoto
 

  Barry Madlener (NI). - Mevrouw Ashton, wees toch niet zo naïef. En mijnheer Guy Verhofstadt, wees dat ook niet. De moslimbroeders willen immers de sharia en de sharia is geen democratie.

De belangrijkste oppositiepartij, de moslimbroeders, wil oorlog tegen Israël. Mevrouw Ashton, ik hoor u daar met geen woord over. U hangt hier de naïeveling uit die roept om een betere toekomst voor Egypte, maar u weigert de gevaren uit te spreken die de islam kent. Want islam en democratie gaan niet samen.

Ik wil dat u dat uitspreekt, want ik wil geen naïeve mevrouw Ashton, die met de verkeerde boodschap naar Egypte gaat. Mevrouw Ashton, zie de gevaren die Egypte en ons wachten en spreek dit uit. Waarschuw de Egyptische bevolking dat de sharia onheil betekent, onheil voor ons allemaal.

(De spreker verklaart zich bereid een "blauwe kaart"-vraag krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Nirj Deva (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de vraag die ik de geachte afgevaardigde wilde stellen, was: hoe kan democratie floreren in maatschappijen zonder instellingen en zonder democratische traditie?

Democratie ontkiemt niet zomaar in onvruchtbare grond. We hebben het voortdurend over de vorming van democratische staten zonder dat we werk hebben gestoken in de vorming van democratische instellingen die nodig zijn om de democratie te laten opbloeien.

 
  
MPphoto
 

  Barry Madlener (NI). - Ik kan het alleen maar eens zijn met de vragensteller. Natuurlijk kan dat niet zomaar ontstaan, maar toch zie ik geen ander alternatief voor Egypte, want ik kan niet iemand aanwijzen in Egypte die dan de leiding maar moet nemen. Het zijn toch de Egyptenaren zelf die hun leiders moeten kiezen.

Wij kunnen die Egyptenaren wél oproepen niet voor de Moslimbroederschap te kiezen, maar voor seculiere leiders.

 
  
MPphoto
 

  Mario Mauro (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega´s, mevrouw Ashton, ik heb nooit een blad voor de mond genomen tegenover u, maar ik moet toegeven dat de geschiedenis haar uiterste best doet om u het leven moeilijk te maken, en daarom hoop ik dat ik u behulpzaam kan zijn met hetgeen ik nu ga zeggen.

Ten eerste wil ik in alle duidelijkheid zeggen dat de overheden garant moeten staat voor het leven van hun burgers maar daarover niet de baas mogen spelen. Als de regeringen van garant baas worden dan is er geen sprake meer van regeringen maar van regimes. Dat is wat is gebeurd in Tunesië en Egypte, omdat het politieke streven dat aan het begin in het teken stond van een diep idealistische onafhankelijkheidsstrijd lange tijd geleden is uitgemond in regimes. Het is onze taak om de vrijheid en de democratie te verdedigen die in de harten leven van degenen die daarvoor de straat op trekken.

Mijn tweede opmerking gaat over ons, de Europese Unie. Wij moeten toegeven dat wij geen politieke strategie hebben voor het Middellandse-Zeegebied, en dat dus het proces van Barcelona en de Unie voor het Middellandse-Zeegebied zijn mislukt. Die zijn ficties geworden, met andere woorden ludieke politieke activiteiten die nergens toe dienen en niets hebben bereikt. Wat dat betreft moeten wij glashelder zijn: laten wij eindelijk eens gaan nadenken over een dergelijke strategie. Wij moeten een dergelijke strategie opstellen en realiseren, net zoals wij hebben gedaan in het geval van Oost-Europa en zoals wij met veel hangen en wurgen hebben gedaan voor de Balkan. Als we van een dergelijke strategie verstoken blijven, dan maakt het helemaal niets meer uit of wij met een stem spreken, want dan praten wij zonder iets te zeggen.

 
  
MPphoto
 

  Pier Antonio Panzeri (S&D). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega´s, mevrouw Ashton, ik heb de indruk dat u zich nog steeds niet voldoende rekenschap geeft van hetgeen zich in het Middellandse-Zeegebied afspeelt. Ik moet u zeggen dat de vertraging waarmee de Europese instellingen hebben gereageerd in de kwestie van het Middellandse-Zeegebied alleen verklaard kan worden met een gebrek aan realiteitsperceptie, met een onvermogen om de veranderingen te bespeuren.

Er wordt een politieke en historische fase afgesloten waarin Europa een verwarde en averechts werkende politiek voerde ten aanzien van het zuiden. De economische crisis, de moeilijke weg van emigratie en de onmogelijkheid om machtswisselingen tot stand te brengen vormen een explosieve mix die nu Tunesië en Egypte in haar greep heeft maar die zich, naar het zich laat aanzien, tot andere landen zal uitbreiden.

Ik wil mij ook richten tot een aantal collega´s. Mijns inziens zullen wij ons hier niet uit redden als wij denken dat het volstaat om de huidige manifestaties steun te betuigen. Europa moet blijk geven van een grotere politieke volwassenheid. Daarom moeten wij de politieke antennes van dit Europa anders richten. Het Europees extern beleid moet uit zijn half clandestiene toestand herrijzen en een hoofdrolspeler worden op het internationaal toneel, opdat het de huidige democratische overgangsprocessen kan begeleiden.

Er is in het bijzonder behoefte aan enkele duidelijke beleidsvormen: een nieuw partnerschaps- en nabuurschapbeleid, een nieuw veiligheidsbeleid voor het Middellandse-Zeegebied, een grotere Europese bereidheid om de kwestie van het Middellandse-Zeegebied aan te pakken, en een multipolair optreden van Europa samen met andere mogendheden, van de Verenigde Staten tot Turkije.

In feite moeten wij het over een andere boeg gooien, en wat dat betreft moet de Commissie blijk geven van grote nederigheid en een nieuw debat openen over het extern beleid ten aanzien van het Middellandse-Zeegebied. Met dat beleid moet het vraagstuk van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied opnieuw worden opgepakt maar moet tegelijkertijd de aanwezigheid van Europa ter plekke worden gegarandeerd. Dat is essentieel voor Europa en daar moet men zich volledig van bewust zijn.

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Marielle De Sarnez (ALDE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, de wereld staat niet stil, de wereld verandert, en met name de Arabische wereld, waar veertig procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft – ik wijs er nog maar eens op – en waar de werkeloosheid onder jongeren hoger is dan waar dan ook ter wereld.

De Arabische volkeren streven naar ontwikkeling en democratie, en die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In Tunesië en in Egypte heeft het volk het lot in eigen handen genomen, om de veranderingen te bereiken waar ze recht op hebben. En niets en niemand houdt die beweging tegen, ondanks alle provocaties, en dat hebben we vandaag nog gezien in Cairo, ondanks alle moeilijkheden.

Ik moet nog zeggen dat ik over Tunesië gisteren en over Egypte vandaag maar één stem heb gehoord, namelijk die van de Verenigde Staten, die onvoorwaardelijk de kant van de democraten hebben gekozen. Ik geloof in Europa, maar ik geloof ook dat Europa alleen maar iets betekent wanneer het ook onvoorwaardelijk de kant van de democraten kiest. Het was mijn wens en mijn droom dat Europa die kans greep, maar we hebben die laten liggen. Dat ligt niet alleen aan u, maar ook aan de koudwatervrees van onze leiders, die maar al te vaak stilstand verkiezen boven beweging.

Meer dan twintig jaar na de val van de muur beleven we een historische verandering. Ik doe een dringend beroep op u om zich daarvan volledig bewust te zijn. Anders neemt de geschiedenis van de wereld haar beloop, en wij blijven achter.

 
  
MPphoto
 

  Derk Jan Eppink (ECR). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, alles wat ik wilde zeggen, is in feite al gezegd. Ik zal me dus beperken tot één vraag aan de hoge vertegenwoordiger.

De heer Blair, de voormalige Britse premier, die u waarschijnlijk wel kent, was vol lof over de Egyptische president Hosni Mubarak. Hij zei vandaag op CNN dat Mubarak ontzettend moedig is en een positieve kracht vormt. De heer Blair waarschuwt ook voor overhaaste verkiezingen in Egypte.

De heer Blair is momenteel gezant voor het Israëlisch-Palestijns vredesproces, dat door de Europese Unie wordt ondersteund. Wat vindt u van de opmerkingen van Tony Blair?

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten (EFD). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het grote gevaar voor Egypte en de andere Noord-Afrikaanse landen is natuurlijk dat de omverwerping van hun regeringen geen liberale democratie naar westers model zal inluiden maar islamitisch-fundamentalistische overheersing en een terugkeer naar de middeleeuwen, zoals we bij Iran hebben gezien.

Toch biedt het vooruitzicht van verdrukte volkeren die hun ondemocratische en niet-representatieve regeringen omverwerpen, enige voldoening. Alle regeringen, zelfs tirannieën, ontlenen hun macht uiteindelijk aan de goedkeuring van het volk waarover ze regeren. En je kunt een volk heel lang heel zwaar onderdrukken, maar er bestaat altijd een kans dat het in opstand komt.

Er is hier sprake van een parallel met Groot-Brittannië, waar achtereenvolgende regeringen van allerlei politieke kleur ons land consequent hebben verraden en onze rechten op het gebied van democratische zelfbeschikking hebben afgestaan aan de Europese Unie. Op grond van het Magna Charta hebben de Engelsen het recht om op wettige wijze in opstand te komen. Ik vraag me af hoeveel verder het nog moet komen voordat ze net als de Egyptenaren de straat op gaan.

 
  
MPphoto
 

  Andrew Henry William Brons (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, we zouden de val of de ophanden zijnde val van repressieve regimes allemaal moeten toejuichen, maar misschien kunnen we beter wachten tot we weten – of er redelijk zeker van zijn – wie of wat ervoor in de plaats komt.

Tunesië was, net als Irak en Egypte, een politiek repressief regime, zelfs naar de maatstaven van het Midden-Oosten, maar het was naar de maatstaven van het Midden-Oosten ook een seculier, zelfs een maatschappelijk liberaal regime. Het gevaar bestaat dat er voor een maatschappelijk liberale autocratie een maatschappelijk repressieve autocratie of zelfs een maatschappelijk repressieve democratie in de plaats komt.

Degenen die uitgaan van een aangename en beschaafde machtsovergang in al deze landen of een aantal ervan, moeten nog maar eens goed nadenken. Als er burgeroorlogen uitbreken, er sprake is van wreedheden en de economie van deze landen wordt verwoest, kunnen wij mogelijk goede adviezen geven en onze burgers zouden hulp kunnen sturen, maar ik hoop dat we het niet als onze taak zien om onze troepen erheen te sturen en ze daar te laten sneuvelen. Het is beslist niet onze taak om de bevolking van deze landen te redden en naar Europa toe te halen.

 
  
MPphoto
 

  Mário David (PPE).(PT) Mevrouw de Voorzitter, de wereld in het algemeen, en Europa in het bijzonder, mag geen onverschilligheid aan de dag leggen ten opzichte van de krachtige en intense beweging van volksverzet die zich in diverse landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten manifesteert. Noch mogen wij het belang en de legitimiteit van deze demonstraties negeren. Alle volkeren die naar democratie en vrijheid streven, verdienen onze onverdeelde solidariteit, net zoals wij nog niet zo lang geleden onze solidariteit hebben betuigd met onze vrienden in Oost-Europa.

Wij maken thans een bijzonder moment in de geschiedenis door: een van die zeldzame momenten die de loop van de geschiedenis wijzigen en een nieuwe realiteit tot stand brengen. In objectieve termen zij erop gewezen dat het islamitische extremisme zich heeft aangeboden als een politiek – geen religieus – antwoord op sommige van deze vraagstukken, een extremisme dat wordt gevoed door en tegelijkertijd een antwoord biedt op de sociale uitsluiting. De toekomst van deze regio staat of valt met sterke en tolerante democratieën die hun minderheden eerbiedigen en waarin de staat een belofte inhoudt voor iedereen en niet door enkelen wordt misbruikt.

Naast ons ligt een deel van de wereld dat dit moment van wedergeboorte moet benutten om de weg van de vrede en de sociale vooruitgang te bewandelen en te bewijzen dat in deze nabuurregio alle mensen in staat zijn samen te leven in een sfeer van vrede en wederzijds respect, ongeacht hun religie, politieke keuze of etnische afkomst.

Tot slot nog een laatste punt, mevrouw de Voorzitter. Barones Ashton, het is noodzakelijk dat Europa in zijn geheel en niet slechts een paar leiders samen of alleen – in het Portugees zeggen wij "het is moeilijk om pastoor te zijn in zijn eigen parochie"– een leidinggevende politieke rol spelen bij het ondersteunen van deze hervormingen en het vinden van een nieuw paradigma voor het Midden-Oosten waarin geen plaats is voor radicalisme maar waarin garanties worden geboden voor de eerbiediging van de mensenrechten, en in het bijzonder van de vrouwenrechten.

 
  
MPphoto
 

  Saïd El Khadraoui (S&D). - Op dit eigenste moment zijn er gewelddadige confrontaties aan de gang tussen betogers pro- en anti-Mubarak. Wij moeten een duidelijk signaal geven aan Mubarak en een oproep doen aan zijn medestanders om daar onmiddellijk weg te trekken en onnodig bloedvergieten te vermijden.

Wat zich afspeelt in Egypte heeft ons allemaal verrast. Wij moeten dit benaderen als een ongelooflijke opportuniteit en een kans om deze regio na jaren van politieke en economische stagnatie te doen evolueren naar een echte democratie met kansen voor iedereen. Ik denk daarbij in eerste instantie aan de miljoenen jongeren die snakken naar meer vrijheid en de mogelijkheid om zich te ontwikkelen. De impact daarvan kan niet worden onderschat. Sommigen spreken van een 1989 voor de Arabische wereld, maar dat zal dus moeten blijken.

De Europese Unie mag wat meer voluntarisme aan de dag leggen om dat transitieproces een stevige duw in de rug te geven en ik had natuurlijk graag – en dat is al gezegd door anderen – u als enige aan het woord gehoord ter zake. Wij moeten heel snel duidelijk maken dat dat transitieproces nù moet starten en dat Mubarak duidelijk niet meer de legitimiteit heeft om dit te leiden of te sturen.

Er moet dus zo snel mogelijk een kalender, een duidelijke agenda worden opgesteld van maatregelen en hervormingen die moeten leiden tot de eerste vrije en de eerste transparante verkiezingen in september dit jaar. Dat betekent bijvoorbeeld een wijziging van de grondwet, een wijziging van de kieswet, een wijziging van hoe media omgaan met politiek, zodanig dat alle kandidaten zich kunnen voorstellen aan de bevolking.

Alle democratische krachten moeten zo snel mogelijk rond de tafel worden gebracht om dit in goede banen te leiden en Europa moet daar een positieve en constructieve rol bij spelen.

Tegelijkertijd moeten wij ons ook bewust zijn van de complexiteit. Het leger bijvoorbeeld wordt gewaardeerd omwille van zijn matigende en beslissende rol. Het krijgt daarvoor veel lof, maar is tegelijkertijd economisch een zeer belangrijke speler. En als wij dus écht democratische hervormingen willen doorvoeren zullen ook economische hervormingen nodig zijn, en dat zal niet eenvoudig worden.

 
  
MPphoto
 

  Annemie Neyts-Uyttebroeck (ALDE). - Ik luister met grote belangstelling naar de mededeling van mevrouw de hoge vertegenwoordiger en van de collega's. Velen hebben gezegd dat zij totaal verrast waren door hetgeen zich voordoet in Tunesië en in Egypte. Ik veroorloof mij te zeggen dat dergelijke uitspraken mij verbazen, omdat wij eigenlijk toch wel wisten dat dit nu niet bepaald democratische regimes zijn, dat dit eerder autoritaire tot zeer autoritaire regimes zijn die hun bevolking onder de knoet houden.

Wij hebben gekozen om dat niet frontaal aan te pakken, omdat wij dachten dat dit de beste manier was om stabiliteit in de regio en in heel het Middellandse Zeegebied te garanderen. Maar andermaal is gebleken dat het steunen van autoritaire en corrupte regimes omwille van de stabiliteit en om chaos te voorkomen, meestal eindigt met instabiliteit, met chaos en zonder grote kansen voor de toekomst.

Ik hoop dat wij verstandig zullen zijn en op een verstandige manier het democratiseringsproces zullen ondersteunen. Ik zou daarbij bijzondere aandacht willen vragen voor steun aan de diverse politieke partijen, zowel in Tunesië als in Egypte. Dat zijn zwakke partijen. Die hebben tijdens de voorbije jaren nauwelijks de kans gehad om zich te structureren, die zullen alle hulp nodig hebben om hun rol te kunnen spelen bij wat hopelijk eerlijke verkiezingen en verkiezingen op korte termijn zullen worden.

 
  
MPphoto
 

  Geoffrey Van Orden (ECR). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het specifieke punt dat ik naar voren wil brengen, is dat we te vaak hebben gezien dat de bescherming die onze vrije samenlevingen in het Westen bieden, wordt misbruikt door van onze waarden afkerige extremisten die uiteindelijk naar hun eigen land terugkeren en daar revolutie teweegbrengen. Gisteren was het 32 jaar geleden dat ayatollah Khomeini vanuit Parijs terugkeerde naar Iran. We weten waartoe dat heeft geleid.

Rachid Ghannouchi, die voorstander is van de vernietiging van de staat Israël, is na een verblijf van twee decennia in Londen zojuist teruggekeerd naar Tunesië. Hij beschouwt het leiderschap van de Palestijnse Autoriteit als onwettig en steunt Hamas. Hamas is natuurlijk een vertakking van de Moslimbroederschap, de enige goed georganiseerde politieke groepering in Egypte. Dergelijke organisaties bouwen hun machtsbasis op door in te spelen op de dagelijkse behoeften van de bevolking en consolideren hun macht vervolgens door middel van terreur.

We moeten krachtiger maatregelen nemen om te voorkomen dat onze eigen hoofdsteden een broedplaats voor extremisme worden en meer doen om het legitiem maatschappelijk middenveld in landen als Egypte en Tunesië de hand te reiken en gerichte hulp te bieden, waaronder goed gecontroleerde financiële steun.

 
  
MPphoto
 

  Vito Bonsignore (PPE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega´s, ik ben het eens met hetgeen mijn collega´s van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) zojuist zeiden. Ik wil er evenwel op wijzen dat de recente gebeurtenissen in het Middellandse-Zeegebied grote verbazing onder ons hebben gewekt, want niemand had deze enkele weken geleden nog kunnen voorspellen.

Voor de Dienst voor extern optreden onder leiding van barones Ashton kwam dit als een donderslag bij heldere hemel. Mijn inziens geeft de Dienst nu blijk van een onvermogen tot handelen. Ik vraag mij af of het wel de moeite waard is zoveel geld uit te geven voor een dienst die georganiseerd is zoals deze. Eens te meer moeten wij vaststellen dat er op het Euromediterrane toneel geen sprake is van een Europese presentie.

Wij verdedigen de rechten van alle volkeren om zelf te beslissen welke regering, welke leidinggevende klasse zij willen, mits zij dit doen via vrije en democratische verkiezingen en niet via acties van gewelddadige en extremistische lui. Het is, zoals reeds werd gezegd, hoog tijd dat stabiliteit en democratie een tweespan gaan vormen. Wij moeten daarom met elk legitiem middel ijveren voor versterking van de democratie en politiek pluralisme en daarbij de rechtsstaat, de mensenrechten en de veiligheid van de burgers eerbiedigen.

De wereld – maar eerst en vooral wijzelf als Europeanen – heeft meer dan ooit behoefte aan een vreedzaam Middellandse-Zeegebied. De Europese Unie moet haar beleid veranderen en zich onverwijld inzetten voor adequate hulp aan en samenwerking bij de noodzakelijke economische ontwikkeling van alle mediterrane landen.

 
  
MPphoto
 

  Carmen Romero López (S&D).(ES) Mevrouw de Voorzitter, de democraten in Tunesië hebben ons de laatste tijd een voorbeeldige les in politieke volwassenheid gegeven. Daarom willen wij dat de Europese Unie, in deze tijd van spanning en gezien de moordpartijen die in Egypte aan de gang zijn, met één enkele stem spreekt, zodat we die moordpartijen echt een halt kunnen toeroepen en zodat die wind van vrijheid daadwerkelijk een ingrijpende verandering teweeg kan brengen in de richting van de democratie, ook in Egypte.

In het geval van Tunesië zijn we echter nog op tijd. Morgen zullen we hier in het Parlement stemmen over een resolutie – er zal een delegatie naar het land gaan – en onze steun, onze democratische garantie is ook heel belangrijk op dit moment, vooral in Tunesië, en vervolgens in Egypte en in al deze landen die meer vrijheid eisen.

Er is nog veel wat we kunnen doen, want de kosten van de economische inzinking die het gevolg zal zijn van deze breuk en revolutie moeten zoveel mogelijk beperkt worden. Er zijn vijanden te over die van Tunesië iets heel anders willen maken dan het model dat wij voor ogen hebben. Tunesië is een toonbeeld geworden, en wat we in werkelijkheid zien, is het einde van het postkoloniale tijdperk en het begin van de echte onafhankelijkheid van het land.

Afgezien van de door mevrouw Ashton genoemde steun is de economische situatie in Tunesië ook een gelegenheid voor de Europese Centrale Bank om zijn standpunt te bepalen, zodat we geen ontwikkelingen missen die van vitaal belang zouden kunnen zijn voor de toekomst van het Middellandse-Zeegebied. Achter dat besluit moet wel een zekere spoed worden gezet.

 
  
MPphoto
 

  Marietje Schaake (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, terwijl wij hier staan, worden burgers in Egypte op het Tahrirplein ingesloten en aangevallen en zijn er meldingen dat het leger en de politie de bevolking niet beschermen maar aanvallen. Egyptenaren met uiteenlopende achtergronden vragen met hun vreedzame protesten om respect voor de mensenrechten en democratie, om politieke hervorming en goed bestuur, en om sociaaleconomische ontwikkeling.

Deze eisen klinken u wellicht bekend in de oren aangezien dit nu net de doelstellingen zijn van de EU-programma’s in het Midden-Oosten en met name in Egypte. Alleen de Commissie heeft hier de afgelopen vijftien jaar in totaal al bijna drie miljard euro uitgegeven. Waarom is het zo moeilijk om snel een krachtige EU-verklaring af te leggen, aangezien de eisen van de bevolking al op één lijn liggen met onze beleidsdoelstellingen?

De behoefte aan een sterk, proactief Europa is nu dringender dan ooit. Terwijl de zon van de vrijheid en democratie daagt in het Midden-Oosten, wordt de Europese eenheid en het vermogen om verantwoordelijkheid te nemen gehinderd door wolken van verdeeldheid. Ik vraag u dringend om te kijken naar de gebeurtenissen die plaatsvinden terwijl wij hier praten, en de bevolking onze onvoorwaardelijke steun te geven. Hun rechten en de geloofwaardigheid van de EU zijn nauw met elkaar verbonden.

Een andere verschijnsel dat constant een rol speelt bij de betrekkingen tussen bevolkingen en dictaturen, zijn communicatie en informatietechnologieën. De Tunesische regering geldt als een van de meest strenge als het gaat om de toepassing van censuur, controle en filtertechnologieën om de burgers in bedwang te houden. Europese bedrijven, zoals Vodafone en French Telecom, hebben een sterke aanwezigheid in Egypte en hebben een rol gespeeld bij het stilleggen van de verbindingen door de schakelaar om te zetten en zo Egypte uit te schakelen. Ik zou graag zien dat er een onderzoek komt naar de rol die Europese bedrijven hebben gespeeld bij de schendingen van de mensenrechten door de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van de pers en de toegang tot informatie te belemmeren en een klimaat te scheppen waarin mensenrechtenschendingen ongedocumenteerd blijven.

 
  
MPphoto
 

  Tomasz Piotr Poręba (ECR). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Ashton, ik ben van mening dat de Europese Unie in het verleden een aantal fouten heeft gemaakt in haar betrekkingen met Tunesië en Egypte. Met betrekking tot Tunesië zwegen wij toen Ben Ali in 2009 de presidentsverkiezingen won. Ik breng nog even in herinnering dat hij 90 procent van de stemmen kreeg in verkiezingen die noch vrij, noch democratisch waren. Hetzelfde gebeurde toen het Tunesische wetboek van strafrecht werd herzien, waardoor een einde werd gemaakt aan de activiteiten van niet-gouvernementele organisaties en mensenrechtenorganisaties. Een dergelijk passief beleid en gebrek aan activiteit kunnen we ons op dit moment in de Noord-Afrikaanse regio niet meer veroorloven. Zonder een actieve rol en vastberadenheid van onze kant wordt het bijzonder moeilijk om de stabiliteit in de regio te herstellen en regeringen te laten terugkeren die de mensenrechten, de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid in die landen eerbiedigen. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Cristian Dan Preda (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, barones Ashton, dames en heren, een jaar geleden hebben we hier gesproken over de betrekkingen tussen de Europese Unie en Tunesië, en ik heb indertijd gezegd dat er naast de sociale verworvenheden, waar de Tunesiërs zo trots op waren, ook politieke vooruitgang moest worden geboekt.

We hebben in de afgelopen weken vastgesteld dat er politieke vooruitgang is geboekt, de opstand die de kop opsteekt is in ieder geval een duidelijk bewijs dat het volk vrijheid wil. In Egypte gebeurt hetzelfde, al is daar alles nog sterk in beweging. We weten niet hoe dit afloopt, en morgen zullen er zeker andere landen zijn waar even duidelijk zal blijken dat de bevolking vrijheid wil.

Aan de andere kant zijn sommigen onder ons bang, en dat hebben we vanavond vastgesteld, dat deze wind van vrijheid misschien niet leidt tot het ontstaan of het handhaven van een seculiere staat, en tot matiging en stabiliteit. Ik denk dat we ons ervan bewust moeten zijn dat het inderdaad mogelijk is dat er in deze regio in de komende weken en jaren politieke regimes zullen heersen die misschien niet stabiel zijn, noch gekenmerkt worden door vrijheid en matiging. Dat is absoluut denkbaar, en ik denk dat we ook op die mogelijkheid voorbereid moeten zijn.

Daarom moedig ik de hoge vertegenwoordiger aan om te overwegen om de strategie van de Unie weer op het spoor te zetten dat de Commissie al in 2005 had afgebakend in haar verslag voor de Top van Barcelona.

 
  
MPphoto
 

  Kader Arif (S&D). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, tot nu toe had ik intuïtief het gevoel dat de burgers altijd vooruitliepen op hun politieke elites. Nu weet ik het zeker. Allereerst wil ik eer betonen aan de moed en de vastberadenheid van het volk van Tunesië en Egypte. Ze hebben ons eraan herinnerd dat de waarden die wij overal ter wereld uitdragen – mensenrechten en democratie – niet aan het Westen zijn voorbehouden, zoals sommigen beweren, maar universele waarden zijn, die door iedereen worden gedeeld.

Europa kan volgens mij niet blijven dwalen in dit deel van de wereld, blijven laveren tussen verkeerde analyses en verkeerde projecten. Deze volkeren verwachten van ons een antwoord dat even groots is als hun moed en hun aspiraties. Ze verwachten geen liefdadigheid, maar solidariteit, en vooral verantwoordelijkheid. In deze onzekere tijden wil niemand een chaos, maar evenmin mag iemand de status quo blijven aanvaarden.

We moeten de hoop die door deze gebeurtenissen in Tunesië en Egypte is ontstaan begeleiden en aldus ertoe bijdragen dat er in die landen sterke democratieën ontstaan, in het belang van deze landen en hun bevolking, maar ook in het belang van onszelf. Ik denk dat u dat heel duidelijk heeft gezegd, barones Ashton.

Tot slot wil ik een dichter citeren: "Le monde sommeille par manque d'imprudence." (De wereld dut, ze mist de onbezonnenheid). Deze volkeren zijn terecht onbezonnen genoeg geweest om hun vrijheid op te eisen, maar ik hoop vooral dat zij ons geweten hebben wakker geschud.

 
  
MPphoto
 

  Alexander Graf Lambsdorff (ALDE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Ashton, ik zou u willen vragen wat moediger te zijn. Ga vóór de Raad Buitenlandse Zaken naar Cairo en spreek daar met de regeringsvertegenwoordigers en met de oppositie. Ga dan terug naar Brussel en vertel uw collega’s wat u daar gezien en gehoord hebt. Bepaal de agenda en luister niet naar 27 verschillende meningen waarmee heel moeilijk iets kan worden gedaan.

Als de heer Mingarelli naar Tunis gaat – wat ik heel goed vind – laat het ons dan weten en zorg dat openbaar wordt gemaakt dat Europa aanwezig is. Eerst vernam ik dat de Amerikaan er was en pas daarna hoorde ik dat ook Mingarelli ter plekke is. U bent de Europese minister van Buitenlandse Zaken en enerzijds wil ik u werkelijk adviseren om dat te doen, maar anderzijds moet u als Europese minister van Buitenlandse Zaken ook niet alles doen wat men u voorstelt.

Er is hier vandaag een vergelijking met 1989 gemaakt en ik denk dat die juist is. Ik vind dat het Tahrirplein in Cairo in 2011 is wat de Alexanderplatz in 1989 in Berlijn was. Daar vindt een revolutie plaats, maar laten we nog eens aan de revolutie van 1989 denken. Toen hadden we hetzelfde dilemma. We willen vrijheid, stabiliteit en democratie maar denken daarbij niet aan het feit dat dit proces, de overgang van een stabiele dictatuur naar een democratie, zelden vreedzaam, geordend en stabiel verloopt. Daarom zijn ook diplomatie, organisatie en behoedzaamheid geboden.

Dat neemt niet weg dat we heel blij zijn met deze revolutie. Het is een opstand tegen de dictatuur en voor de vrijheid. Ik denk dat Europa de orde in deze landen niet kan opleggen. Toch moet het duidelijk zijn dat we blij zijn, maar het is ook duidelijk dat met de heer Mubarak, zelfs indien hij een beperkte invloed heeft, zeker geen staat kan worden opgebouwd. Met het geweld op het Tahrirplein is het laatste restje legitimiteit voor deze heerser in Egypte verdwenen.

 
  
MPphoto
 

  Sajjad Karim (ECR). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, dit moment zat er al een hele tijd aan te komen. Deze beweging wordt aangevoerd door zowel de ouderen als degenen die niets anders dan Mubarak in Egypte hebben gekend. Tot nu toe was ons antwoord dat Egypte niet nog verder gedestabiliseerd mocht worden dan het al was, dat de bevolking van Egypte de regering van hun keuze moest krijgen door middel van vrije wilsbeschikking.

Dat is inderdaad waar, maar het is niet genoeg en vandaag hoor ik in dit Parlement sprekers waarschuwen voor een op til zijnde islamitische tsunami die ons allen zal vernietigen.

Het naar voren brengen van die argumenten komt, vrees ik, alleen maar neer op een pleidooi voor een totalitair regime met een zeer dun democratisch laagje en houdt geen enkele erkenning in van de mensen die zowel in Tunesië als Egypte met hun bloed en hun levens hebben betaald. De mensen op straat, hoe talrijk ook, vormen een minderheid die zich laat horen maar vertegenwoordigen tegelijkertijd een nog grotere zwijgende meerderheid.

Lady Ashton, nu is het geen tijd voor slappe knieën. Handel daadkrachtig, stuur een duidelijk signaal. Mubarak moet nu aftreden.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil (PPE). - (MT) Mevrouw de Voorzitter, Europa had ongetwijfeld aanzienlijk meer kunnen doen om de Arabische wereld en haar landen te helpen op hun weg naar democratie. Als er toch een positief resultaat moet voortkomen uit de dramatische gebeurtenissen waarvan we getuige zijn, dan moet dat zijn dat de Arabieren het lot in eigen hand hebben genomen om hun situatie te verbeteren.

Het verleden staat bol van voorbeelden van interventies door westerse landen die meer kwaad dan goed hebben gedaan. We moeten daarom van de gedachte afstappen dat we iedere keer als er iets opgelost moet worden te hulp moeten schieten en anderen moeten voorschrijven hoe ze hun zaken moeten regelen en hun daarover de les moeten lezen. We moeten onszelf de vraag stellen wat we vanaf nu kunnen doen met het oog op de gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden.

Naar mijn mening moeten er twee dingen worden gedaan. Allereerst moeten we met alle kracht die we kunnen verzamelen en met alle hulp die we kunnen bieden proberen het democratisch klimaat in deze landen te verbeteren en met name de democratische instellingen te versterken. Op deze manier kunnen ze tot bloei komen en tegelijkertijd nieuwe extremisten en dictators verdrijven.

In de tweede plaats moeten we onszelf afvragen waar het mis is gegaan. We moeten onszelf de vraag stellen of ons Euromediterrane beleid alleen uit woorden bestond en niet uit daden? Waar was de Unie voor het Middellandse-Zeegebied in dit alles? Houdt Europa ooit nog op met reageren en besluit het daarentegen in actie te komen?

 
  
MPphoto
 

  Rosario Crocetta (S&D). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega´s, het is hoog tijd dat Europa ervoor zorgt dat het Tunesische volk en zijn overgangsregering concrete hulp wordt geboden en dat de Euromediterrane dialoog die de afgelopen jaren zo sterk is verwaarloosd, nieuw leven in wordt geblazen.

De woede-uitbarsting van de jongeren en armen in de Maghreb en in Egypte is het gevolg van de onbillijke verdeling van de rijkdom en van de beperkingen op de uitoefening van de grondrechten. Noord-Afrika is ontvlamd en vraagt om meer democratie, meer economie, meer participatie en meer werk. Het kijkt echter met verbazing naar het oude Europese continent dat verstijfd is en niet weet hoe het de maatschappelijke veranderingen in dit gebied moet vatten en een echt beleid voor vooruitgang en vrede moet ontwikkelen.

Europa moet meer aandacht schenken aan de mensenrechten en de democratie, zich inzetten voor meer dialoog, meer samenwerking en meer maatregelen voor de reële economie. Europa moet zijn poorten en zijn hart openzetten voor Noord-Afrika, opdat de Middellandse Zee een zee van vrede kan worden. Het moet afgelopen zijn met het terugsturen van immigranten via een gewelddadige samenwerking met landen als Libië. Er zijn meer investeringen, meer opvang en meer hulp nodig, en er is meer Euromediterraan beleid nodig. Dat vraagt de geschiedenis ons.

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Ziobro (ECR). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, we kunnen de binnenlandse situatie in Tunesië niet vergelijken met die in Egypte. De massale protesten hadden een vergelijkbare voedingsbodem maar hun implicaties voor de internationale situatie zijn totaal verschillend.

Het draagvlak voor Ben Ali in de maatschappij was verdwenen. Daardoor zijn in Tunesië veranderingen van onderaf op gang gekomen die het land de kans bieden op een betere toekomst. De situatie in Egypte vereist echter een voorzichtiger benadering. Ondanks zijn feodale wijze van regeren, stond Hosni Mubarak garant voor de stabiliteit van Egypte. Benadrukt moet worden dat zich tot nu toe door de omstandigheden geen democratische oppositie heeft kunnen ontwikkelen, waardoor het afzetten van Mubarak het risico met zich mee lijkt te brengen dat Egypte in de armen wordt gedreven van extreme politieke groeperingen die zijn gelieerd aan de Moslimbroederschap. We moeten de internationale consequenties van een dergelijke ontwikkeling in ogenschouw nemen. Zijn een eventuele alliantie met Hamas, een hard beleid ten opzichte van Israël, intensivering van de vervolging van christenen en toenemende spanning in de regio inderdaad beter dan de stabiliteit die Mubarak biedt? Zonder de fundamentele nadelen van het regime Mubarak en de rechtmatigheid van de protesten uit het oog te verliezen dienen wij ons af te vragen wat in deze situatie de optimale oplossing is en welke benadering de Europese Unie moet kiezen.

 
  
MPphoto
 

  Francisco José Millán Mon (PPE).(ES) Mevrouw de Voorzitter, de huidige gebeurtenissen in Tunesië en Egypte zijn buitengewoon belangrijk, en de mogelijkheid bestaat dat deze veranderingsprocessen zich uitbreiden naar andere landen van het Middellandse-Zeegebied, een gebied dat voor de Europese Unie van bijzonder groot belang is. Het zijn onze buurlanden waarmee wij door vele sterke banden verenigd zijn.

De afgelopen tien jaar heeft de Europese Unie de overheden van die landen er niet van weten te overtuigen de vereiste hervormingen in te voeren. In de vorige zittingsperiode heb ik er al op aangedrongen dat stabiliteit niet langer mocht worden aangegrepen als excuus voor starheid, en dat deze landen behoefte hadden aan ingrijpende politieke, economische en sociale hervormingen. Nu worden die verandering en hervorming geëist door de mensen op straat.

Dames en heren, ik juich het toe dat de Raad zich afgelopen maandag eindelijk over deze gebeurtenissen gebogen heeft en een standpunt heeft ingenomen. Ik deel de indruk dat het overgangsproces in Tunesië de goede kant opgaat. Helaas bestaat algemeen het idee dat de Europese Unie de afgelopen weken vrijwel buiten deze ontwikkelingen heeft gestaan. We hebben president Obama verschillende malen horen spreken, we hebben de verklaringen gehoord van minister van Buitenlandse Zaken Clinton, en we hebben zelfs gehoord van contacten tussen het Tunesische leger en woordvoerders van het Amerikaanse leger…

De zichtbaarheid van de Unie is hiermee op geen enkele manier te vergelijken. De nieuwe mechanismen van het Verdrag van Lissabon, de voorzitter van de Europese Raad inbegrepen, hadden actiever en zichtbaarder moeten zijn.

Mevrouw Ashton, ik juich uw reis over twee weken naar Tunesië toe, maar ik denk ook dat we ervoor moeten zorgen dat wij beter in staat zijn om de ontwikkelingen te voorzien en daarop te reageren. Willen we werkelijk een belangrijke ‘global actor’ zijn? Welnu, dan moeten we om te beginnen op zijn minst een relevante rol gaan spelen op regionaal niveau.

 
  
MPphoto
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D).(RO) Mevrouw de Voorzitter, de Europese Unie houdt de situatie in Tunesië scherp in de gaten en steunt de inspanningen van het Tunesische volk voor een vreedzame overgang naar democratie. De aanvankelijke maatregelen van de overgangsregering in Tunesië gaan in de goede richting. We roepen de nieuwe autoriteiten op om de verplichtingen inzake goed bestuur, respect voor de rechtsstaat en de fundamentele vrijheden volledig na te komen en economische en sociale hervormingen door te voeren. Ik ben van mening dat deze hervormingen een van de beste manieren zijn om te investeren in de toekomst van Tunesië en het te helpen een stabiele democratie te vestigen.

Europa zoekt een stabiel partnerschap met Tunesië als onderdeel van EUROMED, en moet alle beschikbare instrumenten activeren om het overgangsproces te vergemakkelijken, sterke democratische instellingen te creëren en een stimulans te geven aan de opkomst van een actief maatschappelijk middenveld dat deelneemt aan het uitvoeren van de hervormingen. Het is voor ons van groot belang dat Tunesië een stabiel, welvarend en democratisch land is waarmee wij een voor beide partijen voordelige samenwerking kunnen ontwikkelen op basis van gedeelde belangen en waarden.

 
  
MPphoto
 

  Michael Gahler (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Ashton, beste collega’s, er is al vaak gezegd wat er nu gedaan moet worden, en daarover bestaat ook brede consensus. Onze resolutie over Tunesië is duidelijk, maar die over Egypte moet nog worden aangevuld door middel van mondelinge amendementen.

Ik denk dat er redenen zijn voor zelfkritiek. Onze uitvoerende macht in Brussel en in de lidstaten heeft te lang aan de status quo vastgehouden. Als we onze eigen principes ook in de dagelijkse politiek met betrekking tot het universele karakter van mensenrechten en democratie serieus hadden genomen, hadden we Tunesië en Egypte duidelijk moeten aanspreken op de overduidelijke tekortkomingen. We wisten dat de maatregelen tegen islamisten en fundamentalisten niet slechts tegen deze groepen waren gericht maar tegen iedere kritiek op de toenmalige regering. Het is nog niet te laat. De oproep voor democratie en mensenrechten is geen inmenging in de binnenlandse aangelegenheden en kan ook niet veroordeeld worden als zijnde een bijdrage aan destabilisering. Geen enkele dictatuur en geen enkel autoritair regime is op zich stabiel. Met ons beleid tot nu toe hebben we dus slechts tijd gewonnen, maar geen stabiliteit verkregen.

Tunesië en Egypte zijn een voorbeeld voor andere landen. Iedereen kent nog meer van dergelijke staten in de regio. Veel mensen durven deze niet bij naam te noemen. Voor mij is bijvoorbeeld Saoedi-Arabië ook een kandidaat. In deze situatie was politieke leiding door de hoge vertegenwoordiger gewenst. De 27 hebben echter geen verschillende belangen. Indien u het juiste inzicht hebt, wacht dan niet tot de laatste diplomatieke bezwarenmaker zijn minister van Buitenlandse Zaken gebrieft heeft. Wat senator John Kerry eergisteren en Barack Obama vanavond over Egypte heeft gezegd, hadden ook uw woorden moeten zijn. U moet emanciperen in het belang van de Unie, om te zorgen dat de EU, en niemand anders, het beleid voor de toekomst in haar eigen omgeving formuleert. Misschien kunt u al volgende week naar Tunesië en Egypte gaan, en kunt u ons hiervan de week daarna in Straatsburg verslag doen.

 
  
MPphoto
 

  Richard Howitt (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, evenals alle andere deelnemers aan dit debat maak ook ik mij grote zorgen over de vreedzame demonstranten in Egypte, in het bijzonder in het licht van het verdere geweld van vandaag.

Ik wil in dit debat ook mijn bezorgdheid uitspreken over de voortdurende afsluiting van Al Jazeera, waarover Europa tot nu toe heeft gezwegen, en de arrestatie van journalisten van Al Jazeera, evenals over het feit dat we de IT-bedrijven, internetproviders en aanbieders van mobiele telefoniediensten, waaronder Vodafone uit mijn eigen land, moeten aanspreken op de keuzes die zij gedurende de afgelopen weken in Egypte hebben gemaakt.

Ik had ook graag gehad dat de EU-leiders de uitspraken die ze vandaag hebben gedaan, eerder hadden gedaan. President Sarkozy zei in december 2007: "Ik wil president Mubarak vertellen hoezeer ik zijn ervaring, wijsheid en gematigde visie waardeer. ... President Mubarak is voor ons een vriend." Vandaag dringt hij aan op een overgang.

Ook was er Alistair Burt, onderminister van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk, die zei dat hij niets liever wilde dan stabiliteit in Egypte. William Hague, die niet wilde zeggen op welke termijn volgens hem verkiezingen zouden moeten plaatsvinden, dringt nu aan op een overgang.

Tot slot ben ik het eens met barones Ashton, onze hoge vertegenwoordiger. Europa is goed in transitierechtspraak, verkiezingen, het opbouwen van democratie en de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld. Ongeacht de misstanden en bagage van het verleden zouden zij en wij dit moeten zien als een crisis in de regio, maar tegelijkertijd als een kans voor Europa om onze middelen in te zetten voor het opbouwen van respect voor democratie en mensenrechten. Het is niet zo dat we deze waarden vanuit Europa opleggen. Het zijn waarden die in de straten van Tunis en Cairo opgeëist worden en het is onze plicht om daarnaar te luisteren.

 
  
MPphoto
 

  Bogusław Sonik (PPE). - (PL) In iedere revolutie schuilt het gevaar dat vijanden van een op legitieme en echt democratische fundamenten gevestigde rechtsstaat zich de roep van de bevolking om brood en democratie toe-eigenen. We hebben geen enkele garantie dat islamitische extremisten de opstanden in Tunesië, Egypte en andere landen niet zullen aangrijpen om net als in Iran de macht te grijpen. Voor de Europese instellingen is het uur van de waarheid aangebroken. Eindelijk krijgt de Europese Unie de kans om de rol te spelen waarvoor ze is gemaakt. Pluralistische politieke krachten moeten effectief worden gesteund. Ook moeten we het nabuurschapsbeleid herzien, aangezien het tot op heden overduidelijk is gebruikt om regeringen van corrupte machthebbers in het zadel te houden. Het grootste deel van het geld dat is uitgetrokken voor de ontwikkeling van de aangrenzende gebieden en voor vrijheid, democratie en welzijn, moet via nauwe samenwerking met niet-gouvernementele organisaties en de academische en culturele wereld bij de burgers van die landen terechtkomen. Steun voor projecten die gericht zijn op jongeren en vrouwenorganisaties moet hierbij prioriteit krijgen.

Mevrouw Ashton, het huidige beleid van de Europese Unie voor deze regio is uitgelopen op een fiasco. We moeten het risico nemen om een Egypte zonder Mubarak te steunen, een Egypte dat op weg is naar de vorming van een seculiere Egyptische republiek die haar minderheden respecteert. Mubarak moet vandaag nog opstappen; zijn tijd is voorbij. De tijd die hij had, heeft hij verspild.

 
  
MPphoto
 

  Nicole Sinclaire (NI). - (de spreker stelt een "blauwe kaart"-vraag aan de heer Howitt (artikel 149, lid 8 van het Reglement)) (EN) U verwees naar enkele opmerkingen van president Sarkozy en de heer Burt. Ik weet niet of u al in het Parlement was toen een collega verwees naar de uitspraken van de heer Blair over de heer Mubarak, maar zou u kunnen bevestigen of u het met de heer Blair eens of oneens bent?

 
  
MPphoto
 

  Richard Howitt (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik herhaal wat ik in mijn toespraak zei, namelijk dat er vanuit het verleden veel bagage is waarover wij allen moeten nadenken en waaruit we lessen moeten trekken.

Echter, dit mag ons als Europese Unie er niet van weerhouden om de dialoog met Egypte en de Arabische wereld aan te gaan teneinde democratie en mensenrechten te ondersteunen, en ik verwacht dat mijn collega, hoewel zij over Europa andere meningen heeft, dit standpunt met mij deelt.

 
  
MPphoto
 

  Dominique Vlasto (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, er is al veel gezegd, maar ook ik wil me aansluiten bij de woorden van sympathie en ondersteuning die al zijn gericht tot het Tunesische en Egyptische volk. Ze zijn een bron van hoop voor iedereen die de vrijheid verdedigt. In gedachten ben ik ook bij de slachtoffers.

De Europese Unie heeft uitgeblonken in passiviteit, dat is al gezegd, maar nu moet de Unie aan de zijde van het Tunesische en het Egyptische volk gaan staan en hen helpen hun land open te stellen voor hervormingen en een democratie op te bouwen.

De Europese Unie heeft besloten om de Tunesische leiders te helpen bij een vreedzame overgang, bij het voorbereiden van de noodzakelijke verkiezingen en bij het veroveren van de vrijheid. We moeten het Tunesische volk helpen om welvaart, ontwikkeling en sociale vrede tot stand te brengen, om een economie op te bouwen die jongeren een kans op een baan biedt.

Tot slot wil ik nog zeggen dat de Unie voor het Middellandse Zeegebied met een grote uitdaging wordt geconfronteerd, omdat de jasmijnrevolutie een golf heeft ontketend in alle Maghreb-landen, het Nabije Oosten en het Midden-Oosten. Ze moet voor deze landen een krachtige strategie ontwikkelen. We moeten echter oppassen: we worden met een legitieme democratische regering geconfronteerd, en daarom moet Europa het juiste evenwicht vinden tussen niet-inmenging in binnenlandse zaken en stabiliteit enerzijds, en ondersteuning voor de legitieme aspiraties van de volkeren anderzijds.

 
  
MPphoto
 

  Alf Svensson (PPE).(SV) Mevrouw de Voorzitter, in het Europees Parlement hebben we vaak gesproken over eerbiediging van de democratie en van mensenrechten en fundamentele vrijheden, maar de waarheid – en ik ben zeker dat we dit vanavond kunnen toegeven – is dat we vaak voorrang hebben gegeven aan iets anders, namelijk aan politieke stabiliteit en goede economische betrekkingen. Nu overviel het besef ons bijna als een dief in de nacht dat mensen ook in de Arabische wereld naar vrijheid streven en hunkeren. We hebben het hier nu ontzettend veel over de overgangsrisico's. Natuurlijk zijn die er. Er is hier waarschijnlijk niemand die in juichen uitbarst voor het Moslimbroederschap. We weten echter dat het uiteindelijk toch vrijheid en eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden zijn waar elk individu naar streeft en waarvan de verwezenlijking ook een recht is van ieder individu.

Nu moeten we ervoor zorgen dat de EU niet langer aan de zijlijn staat en alles op zijn beloop laat. In plaats daarvan moeten we initiatieven nemen en proberen om, zoals mevrouw Ashton hier benadrukte, democratieën mee te helpen opbouwen. Het is indrukwekkend dat jongeren deze opstanden op gang hebben gebracht, ten dele misschien ook dankzij de nu beschikbare communicatiemogelijkheden. Daarom denk ik niet dat we op dit ogenblik al te veel ideologische of religieuze motieven achter deze bewegingen moeten gaan zoeken. Waar ze op lange termijn echter voor staan is vrijheid en eerbiediging van de mensenrechten en andere rechten waaraan wij hier in de plenaire vergadering en in het Europees Parlement in zijn geheel prioriteit moeten verlenen.

 
  
MPphoto
 

  Anna Záborská (PPE). - (SK) Mevrouw de Voorzitter, na meer dan twee jaar de situatie in de gaten te hebben gehouden is ons duidelijk geworden dat er sprake is van een geleidelijke uitholling van de democratie en van de vrijheid van meningsuiting, vereniging en godsdienst in de landen waarover we nu debatteren. De verkiezingsuitslagen in deze landen zijn daarvan een onmiskenbaar bewijs.

Totalitaire regimes ontstaan niet van de ene dag op de andere. Ondanks duidelijke signalen heeft de Europese Unie nagelaten een duidelijk standpunt in te nemen ten aanzien van de eerbiediging van de mensenrechten. Helaas behoren we tot de laatsten die een gemeenschappelijk standpunt hebben ingenomen.

Waarom hebben we tijdens het Franse voorzitterschap de Unie voor het Middellandse-Zeegebied opgericht? Beschikten we niet over diplomatieke middelen om te onderhandelen over stabiliteit in dit deel van de wereld?

Tientallen jaren hebben de landen van de Europese Unie deze regeringen gesteund, vooral met financiële middelen. Nu beginnen diezelfde staten na te denken over hoe ze bankrekeningen kunnen bevriezen en de tegenstanders van de regeringen kunnen steunen. Is dat eigenlijk niet hypocriet? De situatie in het Middellandse Zeegebied is voor ons een les, waaruit blijkt wat er gebeurt als de mensenrechten niet worden verdedigd. De vrijheid van godsdienst wordt bijvoorbeeld niet gerespecteerd en kan een wapen worden voor extremisten en terroristen en het begin inluiden van een totalitair regime.

Ik zeg dit omdat er nog veel meer landen zijn die een vergelijkbare ontwikkeling doormaken.

 
  
MPphoto
 

  Ernst Strasser (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, barones Ashton, het debat in dit Parlement, dat u met belangstelling hebt gevolgd, heeft een gemeenschappelijke noemer, namelijk dat wij u, barones Ashton, vragen om uw stem te verheffen. Maak een stap naar voren, wees een beetje moediger en spreek een beetje luider! Kies partij voor degenen die in een modern maatschappelijk middenveld opkomen voor democratie, vrijheid van meningsuiting en persvrijheid!

Tunesië en Egypte en wellicht nog enkele andere landen staan voor een moeilijke ommekeer. Daarbij is onze steun nodig en het is verkeerd dat uw eerste vertegenwoordiger in dit land zegt dat er geen strategiewijziging nodig is. We hebben de strategie voor het Middellandse-Zeegebied wel degelijk nodig. Misschien hebben we ook de Midden-Oostenstrategie nodig. Misschien moet worden nagedacht over het samenleven met de landen aan de overkant van de Middellandse Zee, en natuurlijk moeten er in de eerste plaats en heel snel verkiezingen worden georganiseerd en voorbereid, waaraan wij steun moeten verlenen.

Het is de eerste EU-vertegenwoordiger in dit land misschien ontgaan dat de overgangsregering in Tunesië intussen vier internationale overeenkomsten inzake de eerbiediging van de mensenrechten wil sluiten, dat alle politieke gevangenen zijn vrijgelaten, dat dissidenten zijn teruggekeerd en democratische verkiezingen worden voorbereid en gehouden. Dit proces moeten wij ondersteunen en het Parlement wenst dat u op dit punt duidelijker van zich laat horen.

 
  
MPphoto
 

  Marco Scurria (PPE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, barones Ashton, geachte collega´s, wij moeten deze crisis te baat nemen om te onderzoeken of de Europese Unie met haar buitenlands beleid werkelijk een rol wil spelen.

Het buitenlands beleid is een serieuze aangelegenheid. Daarin komen strategieën, vaste doelstellingen en duidelijke bondgenootschappen voor. Wij kunnen niet heel de wereld afreizen, iedereen schouderklopjes geven en doen alsof alles rozengeur en maneschijn is. De verkiezingen in Egypte hebben enkele weken geleden plaatsgevonden en wij hebben ons bepaald niet uitgeput in protesten tegen een dictatuur die ons allemaal voor de gek hield. Nu miljoenen mensen de straten en pleinen zijn opgetrokken spreken wij over democratie en mensenrechten. Dat zijn natuurlijk welkome zaken maar dan moeten wij er wel voor zorgen dat deze er ook daadwerkelijk komen. Wij moeten echter wel oppassen dat wij niet zo maar achter de menigten aanhollen. Ik kan mij nog herinneren hoe het Iraanse volk op de been kwam om de sjah te verdrijven, en wij weten hoe dat uiteindelijk uitpakte, hoe er een regime is gekomen dat ook nu nog tientallen mensen ophangt.

Ik hoop dat de nieuwe Egyptische regering er bijvoorbeeld in slaagt om de extremisten op afstand te houden en een evenwichtige rol te spelen in de crisis tussen Israël en de Palestijnen. Barones Ashton, er is ongetwijfeld behoefte aan meer democratie in dit gebied van de wereld, maar er is ook behoefte aan meer Europees beleid.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE). - (SK) Mevrouw de Voorzitter, we zijn getuige van hevige spanningen en conflicten tussen regeringen en burgers in Tunesië en Egypte, die onvermijdelijk waren gezien de langdurige en ernstige sociaaleconomische problemen, die door de regeringen werden genegeerd.

Het fysieke geweld tijdens de conflicten is zacht gezegd betreurenswaardig en bevestigt alleen maar dat er dringend behoefte is aan externe steun voor een vredige overgang naar democratie. Daarom zou de Europese Unie bereid moeten zijn al haar middelen in te zetten om de rechtsstaat en de mensenrechten, met inbegrip van de religieuze vrijheid, in deze landen te versterken. We willen niet dat intolerante militante islamisten de macht grijpen.

Met het oog op instandhouding van goede nabuurschapsbetrekkingen en de veiligheid in de regio moeten we ons richten op activiteiten om het maatschappelijk middenveld te versterken, een gezonde oppositie te vormen en democratische verkiezingen mogelijk te maken, teneinde een machtsgreep door extremistische radicale groeperingen te voorkomen.

 
  
MPphoto
 

  Ioan Mircea Paşcu (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, alleen al het feit dat we een debat over Tunesië voeren – ons oorspronkelijke onderwerp – op een moment waarop Egypte het kookpunt nadert, geeft aan hoe ver we achter de realiteit aanlopen, ofschoon het helemaal niet zo moeilijk is om de titel van het debat te veranderen.

Onze reacties in het openbaar zijn schuchter geweest. Terwijl er zich revoluties voltrokken, hebben wij onze bezorgdheid uitgesproken en vrome oproepen gedaan tot terughoudendheid en dialoog, wat aantoont dat er een gebrek is aan een praktisch verstand. Als men verwacht dat de revoluties leiden tot samenlevingen op basis van ons waardestelsel, gaat men voorbij aan de culturele en religieuze verschillen tussen deze samenlevingen en de onze.

Hoe moeten wij dan reageren? Ten eerste moeten we beseffen dat dit een uitdaging is die om een gemeenschappelijk, coördinerend antwoord vraagt, dat dit geen wedstrijd is in wie het meeste medeleven betoont. Barones Ashton, uw woorden zullen alleen het nodige gezag hebben voor uw publiek, indien ze volledig worden gesteund door heel de Raad.

Ten tweede moeten we beginnen na te denken over het eindresultaat van deze revolutionaire bewegingen. Tot welke soorten regimes zullen ze leiden? En uiteindelijk moeten we hun recht op zelfbeschikking eerbiedigen.

 
  
MPphoto
 

  Ivo Vajgl (ALDE). - (SL) Mevrouw de Voorzitter, als de revolutie die zich momenteel in de straten van Cairo voltrekt, afloopt zal de Egyptische bevolking een politiek stelsel en haar leiders kiezen. De kans bestaat dat er ook mensen zullen zijn die het als een verdienste van president Mubarak beschouwen dat hij een positieve rol heeft gespeeld bij het behoud van enige mate van stabiliteit in het Midden-Oosten. Dat is echter niet de opmerking die ik nu wilde maken.

De ontwikkelingen in Tunesië en Egypte laten zien hoe gering de rol is die de Europese Unie heeft gespeeld in het Middellandse-Zeegebied en in het gehele gebied dat onder ons nabuurschapsbeleid valt. We moeten het Europees nabuurschapsbeleid hervormen. We hebben een dynamische strategie nodig waarmee kan worden gestreefd naar een oplossing van de huidige vraagstukken, van Belarus, Ossetië, Abchazië, Nagorno-Karabach en Transnistrië tot Cyprus, Palestina en de Westelijke Sahara. We hebben behoefte aan een strategie voor de landen van de voormalige Sovjet-Unie in Centraal-Azië en Trans-Kaukasië. Ook zij zullen worden meegevoerd door de wind van democratisering; je hoeft geen profeet te zijn om dit te zien aankomen. Hier is flink wat werk aan de winkel voor u, barones Ashton. Wees ambitieus en wij zullen u steunen.

 
  
MPphoto
 

  Malika Benarab-Attou (Verts/ALE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, barones Ashton, we zaten er naast toen we dictatoriale regimes in landen aan de zuidelijke oever van de Middellandse zee steunden, zogenaamd omdat ze een bolwerk vormden tegen het moslimfundamentalisme. Deze keer moeten we tonen opgewassen te zijn tegen de uitdagingen in deze historische tijden.

Europa moet het huidige beleid tegenover autoritaire regimes en dictaturen herzien. Mubarak moet nu vertrekken. We moeten de democratie en het democratiseringsproces steunen zoals de volkeren die willen en niet alleen zoals wij die willen. We moeten luisteren, we moeten bescheiden zijn, we mogen secularisme niet verwarren met zekerheid. Er is reeds verandering op gang gebracht in deze landen. Onze financiële instrumenten moeten worden bijgestuurd en worden gericht op de niet-aflatende steun voor de democraten...

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Marisa Matias (GUE/NGL).(PT) Mevrouw de Voorzitter, ik ben van oordeel dat deze twee landen en andere landen in de regio een voorbeeld zijn van hoe de Europese leiders de afgelopen jaren de economie meer dan eens hebben laten prevaleren boven de democratie en geneigd waren om de zijde van de dictators te kiezen veeleer dan die van de armen.

De huidige situatie in Egypte en de ontwikkelingen van vandaag baren mij ernstige zorgen. Ik ben dan ook van mening dat wij geen blijk moeten geven van kalmte maar veeleer van solidariteit. Wij moeten ons solidair verklaren met de miljoenen Egyptenaren in Cairo en in de rest van het land, die genoeg hebben van de honger, genoeg hebben van de repressie en genoeg hebben van de werkloosheid. Dat is de reden waarom wij, na de toespraak van president Mubarak en de beslissing van het regime om zijn honden los te laten en de deur naar het geweld te openen, moeten verklaren dat deze mensen onze steun verdienen. Wij mogen niet toestaan dat een strategie van de angst wordt toegepast om hen naar huis te sturen.

Als wij deze raadgevingen 36 jaar geleden in Portugal zouden hebben gehoord, zouden wij naar huis zijn gegaan. Het is goed dat wij dat niet gedaan hebben, want juist omdat wij gebleven zijn, hebben wij een democratische revolutie gekend.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD). - (SK) Mevrouw de hoge vertegenwoordiger, de Europese Dienst voor extern optreden beschikt over een groot aantal werknemers, deskundigen en analisten. Daarom zouden onze experts in staat moeten zijn de maatschappelijke ontwikkelingen in Tunesië en Egypte vakkundig te beoordelen en u de juiste maatregelen aan te bevelen om Europa in staat te stellen de inwoners van deze landen te helpen bij de oplossing van de problemen met hun ongewenste regeringsleiders. De struisvogelpolitiek die we tot nu toe hebben gevoerd met betrekking tot de maatschappelijke onrust in Afrikaanse landen roept echter twijfels op over het vermogen van onze buitenlandse dienst om in actie te komen.

Mevrouw de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie, als nog langer gewacht wordt met een professionele reactie op de huidige gebeurtenissen in Tunesië en Egypte zullen onze belastingbetalers zich terecht afvragen waarvoor we zo veel ambtenaren in de buitenlandse dienst van de Europese Unie betalen, als ze niet in staat zijn om voor ons een directe en professionele reactie te geven op de stormachtige gebeurtenissen in Europa.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI).(DE) Mevrouw de Voorzitter, barones Ashton, optimisten denken dat de revolutionaire gebeurtenissen in Tunesië en Egypte het begin kunnen zijn van zoiets als een lente voor Arabische volken, zoals we die ook in 1989 in Oost-Europa hebben meegemaakt. We zouden als Europeanen steeds aan de kant van vrijheid en democratie moeten staan, en het zou ons verheugen indien dit het geval was. We kunnen echter niet vergeten dat ook wij, Europeanen, en het Westen in zijn geheel ten dele met de verschrikkelijkste en meest meedogenloze dictaturen in deze Arabische wereld hebben geheuld.

We mogen ons geen illusies maken. Facebook, internet en Twitter zijn weliswaar moderne middelen om een revolutie op gang te krijgen, maar ze kunnen niet in de plaats komen van de democratische structuren en de rechtsstaat die achter de coulissen moeten bestaan om een revolutie in een democratisch systeem te kunnen laten overgaan. Wat wij, Europeanen, kunnen en moeten doen, is duidelijk stelling nemen en bij de opbouw van dergelijke democratische structuren helpen, om ten slotte de rechtsstaat en ook de vrije markteconomie die voor een democratie noodzakelijk zijn, in dit gebied te kunnen doorvoeren.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil graag eerst iets absoluut duidelijk maken. Ik ben het niet eens met het standpunt dat Europa op een of andere manier te traag of te laat was. Wij kwamen als eersten met verklaringen over zowel Tunesië als Egypte. We hebben Tunesië op 10 januari aan de orde gesteld en vorige week heb ik verklaringen over Egypte afgelegd. We waren alle anderen vóór. Het is geen wedstrijd en geen race, maar die kritiek kan ik niet accepteren.

Noch accepteer ik dat we te traag waren in ons optreden. We stonden van uur tot uur in contact met de mensen in Tunesië en in Egypte, met onze delegaties, die ik eer wil betuigen voor de manier waarop ze de afgelopen weken te werk zijn gegaan. We hadden ook rechtstreeks contact met de regering en de diensten. U bent ongetwijfeld ook op de hoogte van de andere kwesties waar we ons tegelijkertijd mee bezig moesten houden. Dus ik accepteer niet dat we ons te koest hebben gehouden. Ik accepteer niet dat we onvoldoende hebben gedaan.

Ik accepteer wel dat we nog meer kunnen doen. Hebt u me met het Verdrag Van Lissabon alle instrumenten gegeven die ik nodig heb? Waarschijnlijk niet. Hebt u me alle middelen gegeven die ik nodig heb? Waarschijnlijk niet, maar we zullen roeien met de riemen die wij hebben, en in dit verband hebben we de Europese Dienst voor extern optreden en mijn rol. In mijn hoedanigheid kan ik niet in het openbaar mijn persoonlijke meningen uitspreken. Ik spreek namens de Europese Unie. Ik luister naar u, ik luister naar de lidstaten en ik luister naar de Commissie. Dat is de rol die u hebt gecreëerd in het Verdrag van Lissabon en dat is wat ik doe.

Aan degenen onder u die hier eerder niet aanwezig waren, wil ik zeggen dat ik de Tunesische minister van Buitenlandse Zaken vandaag heb ontvangen op mijn kantoor. Voor zijn eerste bezoek buiten Tunesië is hij naar de Europese Unie gekomen, omdat ik hem uitgenodigd had en omdat hij weet hoe belangrijk we zijn, niet alleen vandaag, maar ook volgende week en volgende maand en volgend jaar. Als ik met hem spreek, spreek ik namens de Europese Unie. Hij weet dat wat ik zeg, zal worden gesteund door 27 landen en door de Commissie, en hopelijk ook door het Europees Parlement.

Dit heeft voor deze mensen betekenis. Het heeft betekenis dat als wij spreken, er één boodschap wordt gehoord en niet noodzakelijkerwijs – zoals mensen blijven zeggen – één stem. Het is altijd dezelfde boodschap, of deze nu wordt uitgesproken door de bondskanselier van Duitsland, door de premier van het Verenigd Koninkrijk, door de president van een ander land in de Europese Unie, of door welk land van Zevenentwintig ook. We zeggen allemaal hetzelfde. Daarom is het belangrijk dat de ministers van Buitenlandse Zaken maandag bijeen zijn gekomen, conclusies hebben aangenomen en persconferenties hebben gegeven over alle kwesties waar we mee worstelen, in onze nabuurschap en daarbuiten. Dat is enorm belangrijk voor de bevolking ter plaatse. Dit mogen we niet uit het oog verliezen bij al het andere dat we nog gaan doen.

Ik ben het met u eens dat we ter plaatse actiever moeten worden, en ik deel ook absoluut het standpunt dat we het nabuurschapsbeleid moeten herzien. Dit zeg ik al heel lang. We moeten zorgen voor een meer gediversifieerde benadering, waarbij we voor ieder land uitwerken wat we met de bevolking van dat land willen bereiken. Inderdaad moeten we meer doen met het maatschappelijk middenveld; we moeten ons richten op mensenrechten en democratie en werken aan de kwesties op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands beleid die in deze landen een rol spelen. Dat ben ik met u eens. Ik probeer dit alles ook te doen. Als we kijken naar het werk dat we in de afgelopen twee of drie maanden hebben gedaan, ziet u een gemeenschappelijk thema in wat ik zojuist heb gezegd, namelijk de noodzaak om actiever op te treden in onze nabuurschap. Dit moet onze eerste prioriteit zijn na het instellen van de Europese Dienst voor extern optreden, en ons nabuurschapsbeleid moet beter en intelligenter worden en beter zijn afgestemd op de behoeften van deze landen.

Ik kan geen verantwoordelijkheid nemen voor wat er voor mijn tijd gebeurd is, maar het is wel mijn verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat wat ik geërfd heb wordt omgezet in een strategie voor de toekomst waar u net zo trots op kunt zijn als ikzelf wil zijn. Het begint met wat we op dit moment doen en de mate waarin we in staat zijn verantwoordelijkheid te nemen en verder te gaan.

Ik onderschat niet hoe moeilijk de situatie is en hoe snel de situatie zich ontwikkelt. Ik ben het ook eens met de sprekers die zeiden dat democratie geen momentopname is. Het is een proces. We bouwen democratie op en betrekken bij het proces de organisaties die met de bevolking kunnen samenwerken en hun duidelijk kunnen maken wat hun democratische rechten zijn, wat democratie kan betekenen en kan doen voor maatschappelijke verandering. Wij gebruiken dat woord welbewust in de conclusies van de Raad. Ik geloof namelijk in verandering, niet alleen voor vandaag en morgen maar voor de lange termijn. Dit is wat Europa te bieden heeft. Dit is wat Europa onze buren heeft geboden die onze partners zijn geworden en wat Europa de eigen lidstaten heeft geboden. Dit heeft geleid tot een verandering die generaties lang effect zal hebben, en dit is waar we ons mee bezig moeten houden. We willen geen overhaaste antwoorden en reacties geven. We willen zo optreden dat we de mensen iets kunnen geven waar ze hun hele leven lang, en gedurende het leven van hun kinderen en de daarop volgende generaties, profijt van hebben.

Natuurlijk ben ik bij dit alles niet alle andere kwesties vergeten. Ik houd in de gaten wat er in Jordanië gebeurt en houd daar de vinger aan de pols. Ik ben natuurlijk betrokken bij wat er in Iran gebeurt. Twee weekenden geleden heb ik besprekingen gehad met de Iraniërs en u weet hoezeer ik mij betrokken voel bij de kwestie van de mensenrechten in Iran, want u kent al mijn verklaringen en alle kwesties die we daarin aan de orde hebben gesteld.

Ik ben ook zeker niet het vredesproces in het Midden-Oosten vergeten. Ik sprak gisteren met George Mitchell. Morgen zullen we met premier Fayyad spreken. We zijn betrokken bij het Kwartet. Het Kwartet komt zaterdag samen tijdens de veiligheidsconferentie in München, bij welke gelegenheid ik het Kwartet zal voorzitten.

Ik ben ook geen van de andere kwesties vergeten. Ik ben Albanië niet vergeten. Miroslav Lajčák zal deze week namens mij naar dit land terugkeren om de dialoog voort te zetten. We verliezen geen van de kwesties uit het oog die onze aandacht nodig hebben, en dat geldt zeker ook voor de kwesties waarover we vanavond in het Parlement debatteren.

Ook ben ik niet verantwoordelijk voor wat Tony Blair zegt. Ik spreek weliswaar dezelfde taal en behoor tot dezelfde politieke partij als hij, maar ik ben niet voor hem verantwoordelijk en ik wil ook niet voor hem verantwoordelijk worden gehouden.

Volgende week ga ik naar de Veiligheidsraad, ook namens u. In de Veiligheidsraad hebben we opnieuw de kans om te tonen wat de Europese Unie deze bevolkingen te bieden heeft, voor vandaag en voor morgen. Het is van groot belang dat ik uw steun daarvoor krijg. Ik zal me daarbij niet koest houden – ik kan erg luidruchtig zijn – maar op een juiste, samenhangende en doelgerichte manier te werk gaan en een strategie en een plan hebben, zoals ik de Tunesische minister van Buitenlandse Zaken toen hij mij bezocht, een plan kon voorleggen. Toen hij kwam zei ik niet: "Wat leuk om u te zien, kom even vijf minuten met me praten voor het oog voor de televisiecamera’s". Nee, ik zei: "We gaan nu een uur lang een plan doornemen en dan zal ik u zeggen wat wij u naar mijn oordeel kunnen bieden. Hoeveel geld? Wat kan ik doen? Wat moet ik veranderen? Welke instrumenten moeten we bijeen brengen? Hoeveel flexibiliteit heb ik op dit moment? Hoeveel moet ik krijgen? Wat hebt u van ons nodig, de Europese Investeringsbank, de Afrikaanse Centrale Bank, de Verenigde Staten, uw andere partners? Hoe bouwen we het plan op?

Vervolgens heb ik ook een gesprek met de minister van Buitenlandse Zaken van Jemen gevoerd en toen hebben we hetzelfde gedaan. Hoe kunnen de landen die bevriend zijn met Jemen een nieuw ontwikkelingsfonds samenstellen? Doen we dat met de Arabische landen met wie ik heb gesproken? Wat gaan we doen?

Naar mijn mening is dit de manier waarop Europa zou moeten werken en dit is wat ik iedere dag namens u doe en daar zal ik mee door blijven gaan.

Nu kan ik hopelijk dit debat zo dadelijk verlaten en een andere commissaris vragen om het over te nemen. Mijn verontschuldigingen hiervoor, maar de gebeurtenissen in Egypte volgen elkaar snel op, zoals u terecht zei, en ik zal u vertellen wat we óók hebben gedaan terwijl we hier in het Parlement aan het debatteren waren. We hebben boodschappen gestuurd. Er is namens mij gesproken met de onderminister van Buitenlandse Zaken. De boodschappen worden nu rechtstreeks overgebracht. De veiligheidsdiensten moeten direct ingrijpen om een einde te maken aan de escalatie van het geweld. Deze boodschap is namens mij overgebracht, terwijl ik u hier toesprak. Zij moeten verantwoordelijkheid nemen. Het is de verantwoordelijkheid van de regering ervoor te zorgen dat het leger de bevolking steunt en bescherming van de burgers waarborgt. Ambulances moeten het plein op en af kunnen. We hoorden namelijk dat ze dat niet konden. Ik ga met vicepresident Suleiman praten, zodra ik het Parlement heb verlaten. Het telefoongesprek wordt nu voorbereid en daarom moet ik u om verontschuldigingen vragen voor mijn vertrek zo dadelijk.

Er vindt momenteel een vergadering plaats om te proberen een routekaart uit te werken met de oppositie, nu de Europese leiders namens ons met andere leiders in de regio spreken en hen ertoe bewegen eveneens telefoongesprekken te voeren. Dit zal een ´telefoonboom´ zijn zoals u die nooit eerder hebt gezien, met leiders die met andere leiders praten om de boodschappen aan Egypte over te brengen. Daarnaast zijn we in mijn kantoor een crisisoverleg aan het voeren om nauwkeurig uit te werken wat ons te doen staat in ongeacht welke situatie we terechtkomen.

Dit is wat ik iedere dag heb gedaan sinds het begin van deze crisis; dat heb ik gedaan in het geval van Albanië, in het geval van Wit-Rusland, en in het geval van Soedan, waar onze speciale vertegenwoordiger een task force heeft geleid en waar Véronique De Keyser ter plaatse heeft kunnen zien wat Europa doet.

Dit is wat wij doen. Zouden we meer kunnen doen? Natuurlijk. Zou ik willen dat ik dit werk met vier mensen zou kunnen doen? Ja, dat zou ik willen. Vind ik dat we de juiste instrumenten hebben? Nee. Vind ik dat er vooruitgang is geboekt? Ja. Vind ik dat we veel meer kunnen doen? Natuurlijk.

Als u alleen maar wilt dat ik kom opdagen om me in het gezelschap van alle betrokkenen te laten zien, ben ik daartoe niet bereid. Wat ik zal doen, is de dingen uitvoeren waarvoor Europa naar mijn mening opgericht is, namelijk democratie en mensenrechten centraal stellen in ieder afzonderlijk optreden van onze kant en op dit moment de bevolking van Egypte en Tunesië steunen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Tot besluit van het debat zijn er zes ontwerpresoluties(1) ingediend, overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming over de ontwerpresoluties betreffende Tunesië zal op donderdag plaatsvinden.

De stemming over de ontwerpresoluties betreffende Egypte zal plaatsvinden in de vergaderperiode van februari II.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Sergio Berlato (PPE), schriftelijk. – (IT) In de afgelopen dagen is de situatie niet alleen in Tunesië maar ook in andere landen aan de zuidkust van de Middellandse Zee uit de hand gelopen. Tientallen mensen die deelnamen aan gewelddadige demonstraties tegen de hoge kosten van levensonderhoud en het gebrek aan een vrije markt hebben het leven verloren. Ik wil hier eraan herinneren dat de Europese Unie in 1995 in Barcelona het partnerschapsprogramma met de Middellandse Zee lanceerde om een economische, politieke, militaire en sociale samenwerking tot stand te brengen. Deze doelstellingen zijn echter in de verste verte niet gehaald. De dramatische situatie in Tunesië toont aan hoe urgent een Europese visie voor de Middellandse Zee is, met andere woorden hoe urgent de deelneming van de zuidelijke mediterrane landen aan het huidig partnerschaps- en nabuurschapsbeleid is. In de afgelopen uren is de situatie in Egypte nog verder achteruit gegaan. In heel het land zijn tijdens botsingen tussen politie en betogers tegen de regering-Mubarak meerdere doden en gewonden gevallen. Ik ben van mening dat ondersteuning van de economische en sociale hervormingen de weg is die in het belang van deze landen maar vooral ook in het belang van Europa gevolgd moet worden; dat is de weg die tegemoet kan komen aan de verwachtingen van een groot deel van de bevolking en kan zorgen voor vrede en een geleidelijke verbetering van de levensomstandigheden in de Noord-Afrikaanse landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Falbr (S&D), schriftelijk. (CS) De Europese Unie heeft zich in 1995 het ambitieuze doel gesteld om van het Middellandse-Zeegebied een gebied te maken van vrede, stabiliteit en welvaart. Landen rond de Middellandse Zee ontvingen financiële hulp onder de voorwaarde dat zij de broodnodige economische en politieke hervormingen zouden uitvoeren. Maar niets van dat alles is gebeurd. Want door de bank genomen waren de inspanningen van de Europese Unie om haar buren in het zuiden een helpende hand te bieden vooral ingegeven door angst; het mocht vooral niet zover komen dat het islamitische radicalisme aan de macht kwam en de veiligheid en stabiliteit van de regio op die manier zou bedreigen. De geschiedenis heeft echter reeds eerder laten zien dat ondersteuning van autoritaire regimes niet loont. Het loonde de Verenigde Staten niet in Zuid- en Midden-Amerika en nu loonde het de Europese Unie ook al niet. Sommige critici stellen onze hypocrisie terecht aan de kaak. We hebben de mond vol van mensenrechten, van de noodzaak tot sociale dialoog en van economische ontwikkeling, maar wenden al tientallen jaren ons gezicht af om niet te zien dat wrede en ondemocratische regimes de scepter zwaaien in Tunesië en andere landen in Noord-Afrika. Ik kan niet anders dan constateren dat al degenen die zich voor een dergelijke politiek sterk hebben gemaakt een groot debacle hebben geoogst. De tenenkrommende oproep van EU-leiders aan Mubarak om democratische verkiezingen te organiseren, is een zoveelste bedroevende uiting van dit falende beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) De golf van verontwaardiging en de strijd van de bevolking in sommige Afrikaanse landen, met name in Tunesië en Egypte, verdienen al onze aandacht en solidariteit. In het specifieke geval van Egypte, waar de mensen blijven strijden voor hun sociale en arbeidsrechten, voor sociale rechtvaardigheid, democratie en vrijheid, veroordelen wij met klem de repressie die op bevel van de regering van president Mubarak is en wordt uitgeoefend tegen de strijdende werknemers en overige burgers en brengen wij hulde aan de bijna honderd Egyptenaren die door staatsgeweld om het leven zijn gekomen.

Net als in Tunesië en in sommige andere landen in de Arabische wereld en in Afrika is de situatie in Egypte onlosmakelijk verbonden met de verdieping van de crisis van het kapitalisme en het gewelddadige antisociale offensief dat ermee gepaard gaat, met name in het kader van de exponentiële groei van de jeugdwerkloosheid en de exponentiële stijging van de voedselprijzen.

De recente gebeurtenissen in Egypte en de bijbehorende brede sociale beweging zijn tevens onlosmakelijk verbonden met de moed, de volharding en de vastberadenheid van werknemersorganisaties en andere progressieve volksbewegingen die al sinds jaren strijd voeren in zeer moeilijke omstandigheden. Wij blijven pleiten voor een politieke oplossing die garanties biedt voor de strikte eerbiediging van de soevereine wil van het Egyptische volk, zonder enige buitenlandse inmenging, manipulatie of druk.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE), schriftelijk. (PL) De actuele gebeurtenissen in Tunesië en Egypte kunnen de sleutel zijn voor de toekomst van de hele regio. De samenlevingen in dit gebied hebben al lange tijd hun ambities, dromen en angsten niet openlijk kunnen uitspreken. We weten nog niet waar de gebeurtenissen in Noord-Afrika toe zullen leiden. Het staat vast dat we moeten proberen meer invloed te krijgen op de ontwikkeling van deze situatie die zich immers in onze onmiddellijke nabijheid afspeelt. De Europese betrokkenheid bij de besproken regio was al behoorlijk omvangrijk. We wisten al langer dat de lokale regeringen totaal geen boodschap hadden aan de verwachtingen van de samenleving. De protesten zijn ontbrand door armoede en wanhoop en door de arrogantie van de machthebbers, verschijnselen die meestal sociale ontevredenheid veroorzaken. Ik geloof niet dat Tunesië en Egypte dromen van een democratie naar Westers model. De mensen dromen simpelweg van een beter leven en dat betekent voor hen niet automatisch democratie. Verdienen zij een beter leven? Absoluut, iedereen heeft recht op een beter leven, recht op respect voor de menselijke waardigheid, recht op vrijheid en ontwikkeling. Laten we hopen dat die dromen snel en zonder bloedvergieten uitkomen. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE), schriftelijk. – (EN) De eerste conclusie die getrokken moet worden uit de ingrijpende veranderingen die plaatsvinden in Tunesië, Egypte en elders is dat de democratische wereld er totaal niet op voorbereid was. Zowel de EU als de Verenigde Staten werden erdoor verrast en moeten nog steeds improviseren in hun reacties en zich op deze revolutionaire ontwikkelingen instellen.

Hetzelfde gebeurde twintig jaar geleden, toen de Sovjet-Unie ineenstortte. Duizenden sovjetologen bleken in hun analyses geen rekening te hebben gehouden met de omvangrijke latente kracht die uiteindelijk een einde maakte aan de sovjetdictatuur, namelijk de wil van de geknechte bevolking naar vrijheid.

De huidige situatie heeft een inherent zwak punt van het jonge gemeenschappelijke buitenlandse beleid blootgelegd en heeft aangetoond dat er een chronische crisis is wat betreft de waarden waarop de EU officieel gebaseerd is. Binnen de realpolitik zijn deze waarden systematisch genegeerd of ondergewaardeerd ten gunste van stabiliteit of pragmatische, kortzichtige betrekkingen.

Dit is het moment om in te zien dat wanneer we wegkijken als de vrijheid wordt onderdrukt, met als rechtvaardiging het waarborgen van stabiliteit en economische belangen, dit alleen maar kan leiden tot vernietigende politieke missers. Alleen werkelijke democratie kan voorzien in stabiliteit op de lange termijn. Vertrouwen op autocratische regimes betekent dat de luchtbel van zelfdeceptie verder wordt opgeblazen, terwijl die luchtbel vroeg of laat toch zal barsten, met als gevolg zware morele verliezen voor hun democratische partners.

 
  
MPphoto
 
 

  Krzysztof Lisek (PPE), schriftelijk.(PL) Experts geloven dat de onlusten in Tunesië een domino-effect in gang hebben gezet. Hoogstwaarschijnlijk zal Jemen, na Tunesië en Egypte, het volgende land zijn in deze regio waar veranderingen gaan plaatsvinden. Ook Libië, Algerije¸ Jordanië, Syrië en Marokko worden genoemd. De ogen van de burgers van deze regimes zijn geopend door de globalisering die het gevolg is van de vrije uitwisseling van informatie. Zij willen verandering, een waardig leven in moderne, democratische rechtsstaten met transparante regelgeving. In dit soort situaties moet Europa deze waarden propageren en er alles aan doen om in Arabische landen het uitbreken van burgeroorlogen of een machtsovername door extremisten te voorkomen. Ik wil daarbij benadrukken dat onze steun beperkt moet blijven tot politieke maatregelen. Militair ingrijpen is uitgesloten. Als EU moeten we de Arabische landen steunen bij de invoering van vreedzame hervormingen. Er bestaat een duidelijke behoefte aan een dialoog met zowel vertegenwoordigers van de terugtredende machthebbers, als met de oppositie, inclusief de islamitische bewegingen. Versterking van de aanwezigheid van de EU in de regio en hervorming van het complete Europese nabuurschapsbeleid zijn noodzakelijk. Hierdoor kunnen we de democratie beter bevorderen, niet alleen in de Arabische landen, maar ook bij onze buren in het oosten, zoals Wit-Rusland. We hebben effectieve, strategische plannen nodig, inclusief passende financiële steun van de EU voor de bevordering van democratie, het maatschappelijk middenveld en de mensenrechten. Ik ben van mening dat de EU met één stem moet spreken en de antidemocratische regimes moet veroordelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk.(PT) De huidige ontwikkelingen in talloze Arabische landen, met name in Tunesië en Egypte, zijn demonstraties die een plaats zullen krijgen in de geschiedenis van de bevrijding van volkeren uit de klauwen van autoritaire regimes die geen respect opbrengen voor de grondregels van de democratische samenleving: rechtsstaat en bescherming van de mensenrechten.

Mijns inziens is het nu belangrijk om op de korte en de middellange termijn nieuwe strategieën op te zetten voor Tunesië en Egypte, in het kader van het langdurige overgangsproces naar de democratie, teneinde te voorkomen dat extremistische groeperingen de macht in handen krijgen. Ik ben ingenomen met zowel de EU-missie in Tunesië om de rechtstoestand te beoordelen in de fase die voorafgaat aan de verkiezingen als de waarnemingsmissie bij de verkiezingen. Zodra de situatie in Egypte weer stabiel is, moeten daar identieke maatregelen worden genomen.

Desalniettemin ben ik van oordeel dat het buitengewoon belangrijk is om het nabuurschapsbeleid te herzien, aangezien we hebben kunnen vaststellen dat het huidige beleid ontoereikend is om een van de doelstellingen te verwezenlijken, namelijk het bevorderen van de democratie en de mensenrechten. Volgens mij moeten de Euromediterrane overeenkomsten voorzien in een meer gediversifieerde aanpak en moeten zij directe gevolgen hebben voor het maatschappelijk middenveld. De dialoog met Tunesië, Egypte en hun buurlanden moet gericht zijn op het waarborgen van democratische stabiliteit. Om deze doelstelling te verwezenlijken moeten strategieën worden uitgezet en moeten meer middelen beschikbaar worden gesteld voor de sociaaleconomische en politieke hervormingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Traian Ungureanu (PPE), schriftelijk. (EN) Hoewel de vooruitgang op het gebied van democratie in de Arabische wereld moet worden aangemoedigd, mogen de strategische belangen van de EU niet in gevaar worden gebracht. De gebeurtenissen in Tunesië en Egypte hebben bewezen dat autocratie geen oplossing is. Deze gebeurtenissen garanderen echter geen democratische uitkomst. De recente geschiedenis heeft aangetoond dat democratische revoluties gekaapt kunnen worden door een goed georganiseerde, militante islam. De Iraanse revolutie van 1979 is een welbekend voorbeeld van democratische agitatie die in autocratie verviel. We moeten een precies evenwicht zien te vinden tussen het sociale beleid van president Mubarak en het strategische beleid van Egypte. Egypte is een veerkrachtige bondgenoot, die zich aansloot bij de machten die Koeweit bevrijdden en die garant stond voor meer dan 30 jaar vrede met Israël. Er schuilt hoop, maar ook gevaar in de huidige gebeurtenissen in Egypte. De demonstranten en hun legitieme eisen zijn een oprechte uitdrukking van de noodzaak om het debat te openen. Er bestaat echter ook een enorm potentieel voor onderdrukkend gedrag en beleid en onderdrukkende praktijken binnen de Egyptische samenleving. Vrouwelijke besnijdenis, goedkeuring van openbare terechtstellingen, foltering en een strikte uitlegging van de islamitische wetgeving zijn wijdverbreid. De Moslimbroederschap spreekt deze agenda openlijk uit en wordt naar verluidt gesteund door 20 procent van de kiezers. Om de democratie in Egypte kans van slagen te geven moeten we nu voorzichtig zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Antonio Masip Hidalgo (S&D).(ES) De onstabiliteit in het Middellandse-Zeegebied en Suez maakt onze argumenten over het belang van steenkool des te relevanter.

Laten we onze steun geven aan de energie die in de Europese Unie zelf geproduceerd wordt, want dat is een veilige hulpbron.

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (S&D), schriftelijk.(RO) Het oproer dat uitbrak in de Arabische wereld nadat de jonge Mohamed Bouazizi zichzelf in brand stak, vertoont geen openlijk religieus of ideologisch element. Sociaaleconomische behoeften zijn natuurlijk de belangrijkste zorg als, zoals in Egypte, de stijging van de voedselprijzen een extra verzwaring betekenen van de moeilijke omstandigheden waarin de helft van de 80 miljoen inwoners van het land probeert te overleven, onder de armoedegrens met twee dollar per dag. Ik ben van mening dat wij in onze houding ten opzichte van de gebeurtenissen van dit moment in de Arabische wereld aan de ene kant rekening moet houden met de natuurlijke steun voor het verlangen naar vrijheid maar aan de andere kant niet mogen negeren dat er bedreigingen bestaan voor de wereldwijde stabiliteit, die het gevolg kunnen zijn van de ineenstorting van deze regio, die steeds onvoorspelbaarder en chaotischer wordt of onder invloed van islamisten komt. Uit de alarmsignalen blijkt dat veel demonstranten helemaal niet streven naar het Westerse model van democratie, integendeel. Tot slot kan ik alleen maar verwijzen naar de Russische invasie van Georgië twee jaar geleden, toen de Westerse wereld verrast werd, in stilte toekeek en de kwestie negeerde. Nu zijn er opnieuw belangrijke ontwikkelingen gaande aan de grenzen van de EU, waardoor wij worden verrast, en opnieuw zijn we niet betrokken bij deze ontwikkelingen, hoewel de gebeurtenissen de Europese stabiliteit op vele aspecten beïnvloeden.

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (S&D), schriftelijk. – (EN) Het eerste buitenlandse bezoek van de Tunesische premier was een bezoek aan de Europese Unie. Barones Ashton verwelkomde de premier en het werd duidelijk gewaardeerd dat de EU het doel was van zijn eerste buitenlandse bezoek. De keuze op zich is belangrijk, aangezien de Tunesische premier een duidelijke boodschap wilde overbrengen ten aanzien van de weg die zijn land volgens hem zou moeten inslaan. De EU staat voor democratie, rechtsstaat, eerbiediging van de mensenrechten en grondbeginselen. De EU staat ook voor stabiliteit en veiligheid, in dit geval in het Middellandse Zeegebied. Tunesië is een van de meest nabijgelegen Noord-Afrikaanse buurlanden van Malta. Wat er tijdens deze overgangsperiode gebeurt, is niet alleen belangrijk voor mijn land maar ook voor heel de regio. Gezien het feit dat Tunesië als een gematigd land wordt beschouwd, ben ik optimistisch dat het buitenlands beleid van Tunesië in dezelfde richting zal worden voortgezet. Ik heb tevens goede hoop dat de binnenlandse situatie zal verbeteren. Het is belangrijk dat de EU zichtbaar is in haar verschillende steun- en ontwikkelingsprogramma’s ten behoeve van Tunesië. Landen die democratische waarden omarmen en bijdragen aan stabiliteit en veiligheid in hun regio moeten voor hun inspanningen erkend worden. Daarom is het van cruciaal belang dat de EU deze erkenning op zowel zichtbare als tastbare wijze laat zien.

 
  
MPphoto
 
 

  Rafał Trzaskowski (PPE), schriftelijk. (PL) De VN heeft gisteren bekend gemaakt dat meer dan 200 personen om het leven zijn gekomen bij de onlusten die gepaard gingen met de revolutie in Tunesië. Deze tragische kant van de bijzonder verrassende gebeurtenissen in het zuiden verplicht ons om onze inspanningen voor democratisering van dit land en de rest van deze regio te intensiveren, vooral omdat ook in Egypte de oude orde voor onze ogen ineenstort. Helaas was het niet mogelijk dat de Europese Unie één geluid liet horen. Het is een illusie te denken dat de nieuw gevormde EU-diplomatie meteen de eerste viool speelt, wanneer de verschillende lidstaten zulke grote individuele belangen hebben. In het geval van Tunesië hebben we echter instrumenten in handen die wellicht niet erg spectaculair zijn maar wel tastbare resultaten opleveren. Een ervan is het EU-nabuurschapsbeleid dat juist op dit moment herzien en aangepast moet worden in het licht van de actuele gebeurtenissen. Een andere mogelijkheid waar niemand meer van overtuigd hoeft te worden, zijn de EU-waarnemingsmissies. Het Europees Parlement moet zich nu richten op die concrete taken.

 
  
MPphoto
 
 

  Kristiina Ojuland (ALDE), schriftelijk. (EN) Ik wil me graag aansluiten bij de bewondering die tijdens het debat is uitgesproken voor de moed waarmee de bevolking van zowel Tunesië als Egypte haar ontevredenheid en teleurstelling over de respectievelijke regimes heeft laten blijken. Inmiddels is de onrust zo geëscaleerd dat er geen weg terug meer is. De Europese Unie moet dan ook bijdragen aan het overgangsproces dat in gang is gezet. Er waren enkele voorzichtige stemmen die opriepen tot het in stand houden van de status quo, vooral in Egypte, met als argument dat de omverwerping van het regime zou kunnen leiden tot een burgeroorlog, waardoor vervolgens religieuze fundamentalisten aan de macht zouden kunnen komen. Naar mijn mening is het niet onze taak om de mogelijke ontwikkelingen in deze landen te voorspellen. Ik wil u er graag aan herinneren dat toen het Oostblok op het punt stond om ineen te storten, er nog altijd enkelen waren die de status quo wilden behouden uit angst voor toekomstige instabiliteit van de regio. Laten we die fout niet maken. Laten we in plaats daarvan de bevolking van Tunesië en Egypte zo goed mogelijk helpen bij het leggen van de fundamenten voor een ware democratie. Ik ben ervan overtuigd dat islam en democratie niet onverenigbaar zijn: Indonesië is een democratie en heeft de grootste moslimbevolking ter wereld.

 
  

(1) Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 31 mei 2011Juridische mededeling