Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/2520(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0096/2011

Ingediende teksten :

B7-0096/2011

Debatten :

PV 14/02/2011 - 16
CRE 14/02/2011 - 16

Stemmingen :

PV 16/02/2011 - 6.2
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0057

Debatten
Maandag 14 februari 2011 - Straatsburg Uitgave PB

16. Praktische aspecten van de herziening van de EU-instrumenten voor de ondersteuning van de financiering van KMO’s in de volgende programmeringsperiode (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de verklaring van de Commissie: Praktische aspecten van de herziening van de EU-instrumenten voor de ondersteuning van de financiering van KMO's in de volgende programmeringsperiode.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Tajani, vicevoorzitter van de Commissie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, hier is de volgende vraag aan de orde: op welke wijze is de Commissie van plan kleine bedrijven te helpen om hun groei te financieren? In het kader van de strategie Europa-2020 heeft de Commissie beloofd zich te concentreren op groei die is gebaseerd op kennis en innovatie. Ondernemers die nieuwe bedrijven starten en nieuwe ideeën lanceren scheppen arbeidsplaatsen en zorgen voor groei. We moeten ons ervoor inzetten dat die bedrijven over de noodzakelijke middelen beschikken, waaronder natuurlijk in het bijzonder middelen ter financiering van innovatie. Ik zal namelijk nooit genoeg kunnen herhalen dat groei en concurrentievermogen niet mogelijk zijn zonder innovatie!

In de allereerste plaats is de Commissie voornemens in haar voorstellen het accent te leggen op onderzoek en innovatie. Zoals is aangegeven in het groenboek over de toekomst van Europese programma’s voor de financiering van onderzoek en innovatie, dat de Commissie de vorige week heeft goedgekeurd, zal de Commissie het beheer van die programma’s proberen te vereenvoudigen door gebruik te maken van gemeenschappelijke instrumenten. Die instrumenten zullen het beheer en de contacten met onze partners vereenvoudigen en tevens kunnen zorgen voor meer transparantie op de markt. Vereenvoudiging en flexibiliteit zullen dus de sleutelwoorden zijn voor onze toekomstige werkzaamheden die tot doel hebben kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) te steunen en in staat te stellen te groeien.

Voor alle Europese bedrijven moeten de communautaire programma’s en financiële instrumenten makkelijk toegankelijk zijn, vooral voor bedrijven met groeipotentieel. Ik ben ervan overtuigd dat voor het realiseren van dat doel de instrumenten die van belang zijn voor KMO’s, gehergroepeerd moeten worden in een communautair programma voor groei en concurrentievermogen, dat voortbouwt op de tot nu toe opgedane ervaring. Het gaat daarbij met name om het inschatten van de noodzakelijke flexibiliteit om te reageren op veranderingen in de markten en onze economieën gedurende de looptijd van het komend meerjarig financieel kader.

In de tweede plaats is de Commissie van plan in haar voorstellen de nadruk te leggen op de financiële instrumenten. Wij willen de cultuur die gebaseerd is op het verlenen van subsidies verlaten en overschakelen op een cultuur die meer gestoeld is op het verstrekken van leningen aan bedrijven. De aanpak betekent natuurlijk dat bedrijven die een redelijk bedrijfsplan indienen, voorgaan. We zouden ons bijvoorbeeld kunnen baseren op het succes van de garantiefaciliteiten voor investeringen in risicodragend kapitaal die zijn voorzien in het kaderpogramma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP). Die instrumenten hebben veel succes geboekt; tot nu toe hebben we meer dan 100 000 KMO’s geholpen en tegen het eind van het programma zullen dat er meer dan 300 000 zijn.

Voorts zou ik willen onderstrepen dat de eerste generatie investeringen van de Unie in risicodragend kapitaal gezorgd heeft voor 98 procent geïnvesteerd kapitaal. Dat cijfer is nog indrukwekkender als we bedenken dat we met amper 2 procent van het financieringsbedrag veel Europese KMO’s hebben helpen groeien. Het is ook belangrijk dat het niet om bureaucratische instrumenten gaat, daar de instrumenten beschikbaar zijn bij banken en fondsen die risicodragend kapitaal verschaffen. Dat betekent dus dat het geld niet aan Brussel hoeft te worden gevraagd. We weten dat KMO’s het flexibele karakter van deze instrumenten en de makkelijke verkrijgbaarheid op prijs stellen.

Ook zou ik willen benadrukken dat de Europese Raad enkele dagen geleden de Commissie heeft gevraagd een regeling op Europees niveau voor risicodragend kapitaal in te voeren. De Commissie is van plan die regeling tot stand te brengen, daar zij de zorgen van de Raad deelt wat betreft de lacunes in de markten voor risicodragend kapitaal. Bovendien beseffen we ten volle dat garantieregelingen voor leningen die talrijke kleine bedrijven helpen, nuttig zijn. Ik kan u verzekeren dat de Commissie ervan overtuigd is dat garantieregelingen voor leningen noodzakelijk zijn, zowel op Europees als op regionaal niveau. Dat is de reden waarom de Commissie een samenhangend pakket instrumenten voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) zal indienen. Daarom verzoeken we alle lidstaten, die mede beslissen over het gebruik van de structuurfondsen, zich bij deze inspanningen aan onze zijde te scharen. Zover onze plannen in het kader van de toekomstige financiële programmering.

Ik zou evenwel willen preciseren dat in de tussentijd de Commissie niet met de armen over elkaar heeft gezeten. Op 28 oktober 2010 heb ik het MKB-Financieringsforum gelanceerd met als doel het verloop van de financiële steunverlening aan KMO’s te bewaken, beste praktijken te bevorderen en aanzetten te geven tot nieuwe oplossingen. In het kader van dat permanent forum komen KMO’s en kredietinstellingen regelmatig bijeen om de situatie van de markt en de juridische regelgeving voor de toegang van KMO’s tot financiële steun te analyseren. Ook wordt er gesproken over de manier waarop de Europese markt voor mezzaninefinancieringsinstrumenten ontwikkeld kan worden. Het verheugt mij u te kunnen meedelen dat we in dat opzicht vooruitgang boeken.

Tot slot is het ook belangrijk het regelgevingskader opnieuw te bekijken. In dat verband gaat mijn dank in het bijzonder uit naar mijn collega Michel Barnier. Zijn mededeling “Naar een Single Market Act” bevat belangrijke initiatieven die onze regelgeving efficiënter maken, waaronder het voorstel een interne markt voor risicodragend kapitaal te creëren. Dat is nu juist ons gemeenschappelijk doel: het bevorderen van de interne markt en het scheppen van optimale voorwaarden voor groei, concurrentievermogen en ondernemerschap.

Ook de kapitaaleisen voor banken (Bazel III) vallen onder de bevoegdheden van commissaris Barnier. Wat dat hoofdstuk betreft, zal de Commissie in juni dit jaar de wetsvoorstellen goedkeuren. De voorstellen van de Commissie zullen een grondige beoordeling van de micro- en macro-economische effecten van die bepalingen omvatten. Dat zal een waarborg zijn voor een juist evenwicht van onze voorstellen wat betreft het tijdpad en de effecten. Daarbij zal ook rekening worden gehouden met wat er in andere delen van de wereld gebeurt.

Ter afsluiting wil ik opmerken dat het de taak is van de begrotingsautoriteit, het Europees Parlement en de Raad, te besluiten hoe de beperkte beschikbare middelen op Europees niveau te gebruiken. In deze tijd van schaarse middelen is het steeds belangrijker die middelen op een verstandiger manier uit te geven. Het is mijn overtuiging dat de financiële instrumenten een bijdrage zullen leveren aan het vergroten van de middelen van de Europese Unie en het beschikbaar stellen van particuliere investeringen.

U kunt er zeker van zijn dat de Commissie ervoor zal zorgen dat onze voorstellen steeds meer gericht zullen zijn op het belang van de ontwikkeling van KMO’s voor de toekomst van Europa. We zijn er immers van overtuigd dat bij alle werkzaamheden die de komende maanden verricht zullen moeten worden om definitief uit de crisis te geraken, met inbegrip van de herstructurering van belangrijke industrieën, rekening zal moeten worden gehouden met de rol die kleine en middelgrote bedrijven kunnen spelen. Alleen die bedrijven kunnen volgens mij nieuwe arbeidsplaatsen scheppen en daarmee de sociale effecten opvangen van de financiële crisis die we hebben ondergaan. Die bedrijven zijn natuurlijk ook een belangrijke springplank voor het starten van de nieuwe fase na de economische crisis.

 
  
MPphoto
 

  Bendt Bendtsen, namens de PPE-Fractie. – (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik wil om te beginnen commissaris Tajani danken voor zijn toespraak. We hebben dit onderwerp vandaag op de agenda gezet, omdat het meer dan ooit belangrijk is om onze aandacht te richten op de financiering van onze kleine en middelgrote ondernemingen in Europa. Er kan geen twijfel over bestaan dat de beperkte toegang van KMO's tot financiering een grote belemmering vormt voor het creëren van groei en het ontstaan van nieuwe bedrijven en dit wordt verergerd door de huidige economische crisis. Het is veel moeilijker geworden om voldoende financiering te verkrijgen bij Europese banken. KMO’s in Europa zijn in hoge mate afhankelijk van financiering door banken, in vergelijking met bijvoorbeeld Amerikaanse ondernemingen.

Daar komt bij dat we op het punt staan de Basel III-regels in te voeren, wat met andere woorden betekent dat we een nieuwe kapitaalvereistenrichtlijn moeten uitvoeren. Dit houdt het risico in van nog grotere moeilijkheden wat betreft de beschikbaarstelling van durfkapitaal aan onze kleine en middelgrote ondernemingen. Het is zorgwekkend dat de steeds meer kapitaal- en risicogevoelige banksector nu hogere zakelijke zekerheden en hogere risicopremies eist. In beide gevallen is het gevolg ontoereikende financiering en het verlies van commerciële kansen, wat uiteindelijk leidt tot verlies van arbeidsplaatsen.

Europa heeft behoefte aan een beter concurrentievermogen. Daarom is er ook behoefte aan een versterking van de EU-instrumenten die kunnen helpen te zorgen voor meer investeringen, innovatie en ontwikkeling van KMO’s en ik wil graag oproepen tot een verhoging van de begrotingsmiddelen voor innovatieve financiering en voor de instrumenten die we reeds kennen. De Commissie moet er uiteraard voor zorgen dat bij de volgende generatie van programma’s groter belang wordt gehecht aan mezzaninefinanciering en dat een grotere samenhang wordt gecreëerd binnen de steunmaatregelen voor KMO’s die we op dit moment al kennen, dat wil zeggen programma's zoals het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP), de structuurfondsen, het zevende kaderprogramma voor onderzoek, enz. Daarom rest mij nog slechts te zeggen dat dit een onderwerp is waaraan het Parlement in de komende maanden veel aandacht zal schenken.

 
  
MPphoto
 

  Edit Herczog, namens de S&D-Fractie. – (HU) Voorzitter, commissaris, vanavond wil ook ik in mijn moedertaal spreken, zodat de kleine- en middelgrote ondernemingen mijn toespraak op de voet kunnen volgen. Toentertijd stelde het pakket wetten inzake kleine- en middelgrote ondernemingen zich drie hoofddoelen. Het eerste doel was om de KMO’s te helpen grotere opbrengsten te genereren, toegang tot de Europese markten te verwerven en innovatieve producten op de markt te brengen. Het tweede doel was om tot een kostenverlaging te komen door een vermindering van de bureaucratie. Een uitstekend voorbeeld hiervoor vormt de dienstenrichtlijn. Onze derde doelstelling was om de toegang tot financiële instrumenten te vergemakkelijken en te vereenvoudigen voor de KMO-sector.

Binnen de Europese Unie produceren de kleine- en middelgrote ondernemingen een derde van het bbp. Als we zo rekenen, draagt de KMO-sector ook met een derde van het bedrag bij aan de Europese begroting. Als we in contrast hiermee kijken naar het percentage van de EU-begroting dat de KMO’s vertegenwoordigen, kunnen we niet tevreden zijn. We zien dat tot het einde van 2010 ongeveer 100 000 KMO’s in het kader van het CIP-programma een bankgarantie hebben gekregen, wat een heel groot aantal is, maar op 23 miljoen ondernemingen erg weinig is. Dit aantal zal naar verwachting nog stijgen met 200 000 KMO’s, maar ook dat is nog weinig op 23 miljoen ondernemingen. Het is gelukt 1,3 miljard aan durfkapitaal te mobiliseren, maar ook dit is, als ik het vergelijk met de 23 miljoen ondernemingen en hun economische waarde, extreem weinig. We moeten zien te bereiken, commissaris, dat we een procedure uitwerken binnen de Europese Unie, die het enerzijds mogelijk maakt de instrumenten die in de EIB zijn gereserveerd, veel gemakkelijker en veel effectiever te besteden dan nu het geval is. Anderzijds moeten we er, door jaarverslagen te bevorderen, in slagen dat de lidstaten zelf ook de sector van kleine en middelgrote ondernemingen steunen, niet alleen met woorden maar ook met daden.

Commissaris, door middel van het verzoek dat we namens vijf fracties hebben ingediend, in de brief waarin we ons tot u hebben gewend, willen we u vragen deze kring van ondernemers niet te verwaarlozen, want het is vooral deze kring van ondernemers die na de bezuinigingsmaatregelen in een moeilijke situatie terecht is gekomen en probeert overeind te blijven. Hier is als eerste de opleving van de groei en een toename van de werkgelegenheid te verwachten. Hieraan zullen wij in het Parlement onze steun betuigen.

 
  
MPphoto
 

  Olle Schmidt, namens de ALDE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, de Commissie heeft alle reden om ambitieus te zijn aangezien u, en ook wij, geconfronteerd worden met een bijzonder grote uitdaging. We hebben twintig miljoen kleine en middelgrote ondernemingen die samen goed zijn voor 99 procent van alle Europese ondernemingen. We zeggen vaak dat de kleine ondernemingen in Europa het hart van de Europese economie zijn. Dat klopt, maar dat mag niet betekenen dat kleine ondernemingen niet zouden mogen groeien. Om te kunnen groeien, hebben ze financieringsmogelijkheden nodig, zoals mijn collega's hebben gezegd, en wat u, commissaris Tajani, zelf ook aanstipte. We zouden onder andere de bestaande financieringsmogelijkheden moeten gebruiken en ik zou er een lans voor willen breken om bijvoorbeeld de structuurfondsen in grotere mate te gebruiken.

Zoals de heer Bendtsen zei, nemen de problemen waarmee de Europese kleine en middelgrote ondernemingen worden geconfronteerd, toe. Het Parlement heeft een heleboel regels vastgesteld voor de financiële markt. Het leeuwendeel van die regels was noodzakelijk, maar ze hebben de kredietkosten voor kleine ondernemingen doen stijgen. Daar moeten we ons van bewust zijn en we zouden voorzichtig moeten zijn wanneer we diverse regels voorstellen. We zouden ons in ieder geval bewust moeten zijn van wat het uiteindelijke prijskaartje zal zijn.

De heer Bendtsen verwees ook naar de bekende criteria van Bazel. Commissaris Tajani, u had het over eenvoud en flexibiliteit en vindt dat die twee elementen kenmerkend moeten zijn voor de programma’s en financieringsmogelijkheden van de EU. U wilt dat we een einde maken aan bureaucratie en complexe procedures. Maar gelooft u nu echt dat kleine ondernemingen en hun werknemers inderdaad vinden dat de Europese Unie daarmee bezig is? Is het niet veeleer zo dat we voor meer bureaucratie en complexe procedures zorgen? In dat opzicht denk ik dat we totaal van houding moeten veranderen.

Zoals ik al zei, hebben we in Europa twintig miljoen kleine ondernemingen, maar tezelfdertijd hebben we in Europa ook twintig miljoen werklozen. We weten dat de sociale uitsluiting en armoede toenemen, en om daar iets aan te doen, moeten wij, en ook de Commissie, op een resolute manier kunnen optreden om financieringsmogelijkheden ter beschikking te stellen van de kleine en middelgrote ondernemingen, want het is in die ondernemingen dat er in Europa banen worden gecreëerd.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki, namens de ECR-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, we hebben het hier over een economische sector die absoluut van cruciaal belang is, aangezien alle kleine en middelgrote ondernemingen samen eigenlijk de grootste werkgever zijn in de Europese Unie. Het MKB creëert veel meer banen dan grotere bedrijven. Daarenboven hebben deze kleine en middelgrote ondernemingen – vaak gaat het om familiebedrijven – het zwaarst geleden onder de economische crisis. Ik wil nog een stap verder gaan en erop wijzen dat de sociale kosten van de verzwakking van deze sector van fundamenteel belang zijn. Natuurlijk is het mogelijk dat de grootste bedrijven en de sterkste industrielobby’s hun belangen efficiënter kunnen verdedigen, maar wij moeten ervoor zorgen dat kleine en middelgrote ondernemingen worden beschermd. Het beschermen van het MKB staat immers synoniem met het beschermen van de burgers en de belastingbetalers in de lidstaten van de Europese Unie. Ik wil afronden met een laatste opmerking. Ik wil met klem benadrukken dat de lidstaten de verantwoordelijkheid voor alle problemen niet op de Europese Unie moeten afschuiven. Zij zouden zelf voor het MKB moeten zorgen en dat doen ze eigenlijk nauwelijks. Ik ben het dan ook eens met wat mevrouw Herczog heeft gezegd.

 
  
MPphoto
 

  Claudio Morganti, namens de EFD-Fractie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de afgelopen jaren is het mede ten gevolge van de wereldwijde financiële crisis voor kleine en middelgrote bedrijven steeds moeilijker geworden leningen te krijgen en gemakkelijk toegang te hebben tot krediet wanneer dat essentieel is.

De instrumenten die de Europese Unie tot nu toe gedurende het meerjarig financieel kader 2007-2013 in stelling heeft gebracht hebben enkele ernstige tekortkomingen laten zien, zoals schaarse middelen en dekking, zwaarwegende administratieve verplichtingen en versnippering over talrijke verschillende acties. Bij de nieuwe financiële programmering moeten we ons ten behoeve van kleine en middelgrote ondernemingen richten op vereenvoudiging van de regelgeving complexe regels vormen met name voor kleinere bedrijven een ernstige hinderpaal en bijvoorbeeld denken aan de introductie van één enkel loket voor toegang tot Europese financiering.

We moeten nieuwe financiële instrumenten stimuleren die makkelijker toegang geven tot krediet, precieze garantieregelingen omvatten en, vooral ten behoeve van de meest innoverende en technologische bedrijven, reële steun bieden in de moeilijke opstartfase. Concreet gesteld betekent het dat er gepoogd moet worden het traject zo makkelijk mogelijk te maken voor deze bedrijven, die in Europa werk geven aan meer dan 100 miljoen mensen en zonder meer de krachtigste motor voor groei en ontwikkeling zijn.

 
  
MPphoto
 

  Dimitar Stoyanov (NI).(BG) Mijnheer de Voorzitter, ik schaar mij achter het algemene standpunt dat ik in dit Parlement bespeur ten aanzien van het midden- en kleinbedrijf. Ik onderschrijf volledig wat zojuist is gezegd, met andere woorden, dat de bedrijven die het hardst door de economische crisis worden getroffen, tot het midden- en kleinbedrijf behoren.

Ik ben het ook eens met de heer Czarnecki, die heeft gezegd dat dit over het algemeen kleine bedrijven zijn waaruit families het grootste deel van hun inkomen putten. Wanneer een grote onderneming wordt getroffen – ook dergelijke bedrijven hebben geleden onder de crisis – dan gaat het alleen om de winsten. Maar wanneer een klein bedrijf wordt getroffen, verliest de familie die van het bedrijf afhankelijk is, een essentiële inkomstenbron.

Daarom zeg ik dat we zorgvuldig te werk moeten gaan bij het doorvoeren van veranderingen, omdat zowel rechtse als naar links neigende politieke maatregelen een nadelige invloed kunnen hebben op middelgrote en kleine ondernemingen, afhankelijk van de wijze waarop deze maatregelen hen treffen.

Wat ik wil zeggen is dat simpelweg de uitgifte van financiële garanties en bankgaranties niet zal volstaan en dat de wetgeving zich meer moet ontwikkelen – er moet een grotere regulering van het bankwezen komen, zo u wilt – om geld voor kleine bedrijven veilig te stellen en om eindelijk op te houden het probleem in een niet-bestaand speelveld aan de orde te stellen – want kleine bedrijven kunnen nooit gelijk zijn aan grote ondernemingen – maar om ze te helpen werkelijk concurrerend te zijn wanneer ze met een groot bedrijf te maken krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, allereerst zou ik Bendt Bendtsen willen bedanken, omdat het CIP natuurlijk een belangrijke pijler is voor ondernemers en voor de financiering van deze sector. Ook de programma's Jeremie, Jasmine en vooral Erasmus voor jonge ondernemers zijn heel belangrijk, en stellen de deelnemers in staat om andere markten te leren kennen. Ik zou mevrouw Herczog willen bedanken, omdat ze heeft gestreden voor de rol van de EIB en van het EIF, het Europees Investeringsfonds, en voor een grotere bijdrage. Bij de doelstellingen voor 2020 moeten we er echter ook voor zorgen dat we van de KMO's eisen dat twintig procent van het vermogen eigen vermogen moet zijn, dat is mijn verzoek aan commissaris Tajani. Dat doen we bij de banken, en dat moeten we ook doen bij de KMO's. Dat is voor beide sectoren belangrijk.

Een andere eis is dat alleen winst die uit het bedrijf wordt gehaald belast zou moeten worden. Dat betekent dat het verdiende geld ter beschikking zou moeten staan om het eigen vermogen te verhogen. Alleen wanneer een ondernemer of een werknemer geld uit het bedrijf haalt, moet hij daar gewoon belasting over betalen.

Een laatste punt, dat ik heel belangrijk vind, is de mogelijkheid om ten minste vijfduizend euro af te schrijven. Wij zijn van mening dat wanneer er winst is geboekt een bedrag van vijfduizend euro mag worden afgeschreven, een zogenaamd depreciation-right. Dat is de beste manier om de beschikbaarheid van risicokapitaal en van eigenkapitaal te bevorderen, waardoor kredieten makkelijker te verkrijgen zijn.

 
  
MPphoto
 

  George Sabin Cutaş (S&D). - (RO) Het principe om eerst op kleine schaal te denken, dat aan de basis staat van het beleid van de Europese Commissie voor het ondernemerschap, is zeer belangrijk. We moeten niet vergeten dat twee derde van de arbeidsplaatsen in de Europese Unie wordt verschaft door het MKB. Desondanks is vanwege de crisis de toegang van het MKB tot financiering moeizaam, aangezien de banken hen als risicovol beschouwen. Zodoende moet de bevordering van programma’s voor overheidsgaranties in de lidstaten worden gemonitord, evenals de toegang tot garanties van de EIB-groep voor het compenseren van de investeringsbeperkingen.

Daarnaast is het moeilijk om informatie te krijgen over de voorwaarden voor het toekennen van financiering, en in bepaalde gevallen is er zelfs sprake van onvoldoende overheidscapaciteit op lokaal niveau voor het bemiddelen bij de toegang tot leningen.

In de periode 2014 - 2020 moet de Europese Commissie het accent leggen op grotere transparantie in de relaties tussen financiers en ondernemers, en op de toegang tot adviesdiensten voor de mogelijkheden en voorwaarden voor leningen aan het MKB. Daarnaast heeft de Europese Investeringsbank in het kader van haar rol ter bevordering van Europees beleid de taak om technische ondersteuning te verlenen aan nationale en lokale overheden, om de toegang voor ondernemers tot financiering te vereenvoudigen.

 
  
MPphoto
 

  Elisabetta Gardini (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, meer inzet op Europees niveau voor steunverlening aan kleine en middelgrote bedrijven is van fundamenteel belang. Zoals reeds gezegd vervullen die bedrijven met hun gewicht een doorslaggevende rol in het communautaire sociale weefsel en zijn zij de echte hoofdrolspelers van het economisch herstel. In dat verband wil ik erop wijzen dat tussen 2002 en 2008 die bedrijven met hun sterke groei in de 27 lidstaten hebben gezorgd voor 9 400 000 nieuwe arbeidsplaatsen, waarmee zij de echte motor van de werkgelegenheid zijn. Ten gevolge van de crisis is er nu een derde van die nieuwe banen verloren gegaan.

Het is dus noodzakelijk aan concrete instrumenten te denken die kleine en middelgrote bedrijven weer in staat stellen te produceren en nieuwe arbeidsplaatsen te scheppen, zodat de hele samenleving er baat bij heeft. De toegang tot krediet is ongetwijfeld een van de sleutelproblemen waar ondernemers de meeste hinder van ondervinden. Volgens een onderzoek van de Europese Centrale Bank is in de eerste helft van 2010 18 procent van de kleine en middelgrote ondernemingen een lening geweigerd, terwijl dat percentage in 2009 12 procent was.

Een juiste toegang tot krediet, evenals administratieve vereenvoudiging en markttoegang, zullen bepalende onderdelen zijn van de Small Business Act, die commissaris Tajani komende week in Rome zal presenteren en waar wij zeer positief tegenover staan. Tot slot wil ik erop wijzen dat ik afkomstig ben uit Noordoost-Italië. Dat gebied heeft een enorme ontwikkeling en groei doorgemaakt dankzij een intelligent kredietstelsel, dat de groei van kleine en middelgrote bedrijven heeft weten te begeleiden. Laten we dat voorbeeld volgen.

 
  
MPphoto
 

  Zoran Thaler (S&D).(SL) Mijnheer de Voorzitter, ik sluit mij aan bij het voorstel van andere Parlementsleden dat politici, lidstaten en de Europese Unie kleine en middelgrote ondernemingen centraal zouden moeten stellen bij hun pogingen om economisch herstel te bewerkstelligen.

Negenennegentig procent van alle bedrijven in de Europese Unie valt in deze categorie en biedt werk aan meer dan 100 miljoen mensen. Waar maakt een kleine of middelgrote onderneming in de Europese Unie zich zorgen om? Laten we deze vraag in het debat van vandaag niet vergeten.

Allereerst zitten deze bedrijven met de niet-betaling van facturen, met een gebrek aan betalingsdiscipline. Facturen van bedrijven worden pas na 90 of 120 dagen of soms helemaal niet betaald. De financiële en economische crisis heeft dit probleem dramatisch verergerd, en het midden- en kleinbedrijf is het meest kwetsbaar als het op dit soort problemen aankomt.

We hebben in de Europese Unie nieuwe wetgeving aangenomen. Daarom is nu het moment daar dat lidstaten hun discipline, hun betalingsdiscipline moeten verbeteren. Want daar begint het, en vervolgens verspreidt het zich door de hele keten.

Verder maken deze kleine en middelgrote ondernemingen zich zorgen over hun financiën. Veel bedrijven zouden geen financiële problemen hebben als hun facturen zouden worden betaald. De banken zijn in hun schulp gekropen en kwijten zich niet van hun taak. Daarom is de economische groei in de Europese Unie veel lager dan hij zou kunnen zijn. Ik sta achter de maatregelen van de Commissie, zoals voorgestaan door commissaris Tajani, en ik roep de Commissie op de belangen van kleine en middelgrote ondernemingen centraal te stellen. De tijd is gekomen om gezamenlijk de aanbevelingen uit de ‘Small Business Act’ ten uitvoer te leggen.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is een goede middag voor het Europees Parlement en de Europese Unie als het gaat om de onderwerpen die we bespreken en die echt van invloed zijn op de echte economie. We hebben de dienstenrichtlijn besproken, het eenheidsoctrooi en nu nieuwe instrumenten voor de ondersteuning van KMO’s. Er is gezegd dat KMO’s van groot belang zijn en dat er geen werkloosheid in Europa meer zou zijn als iedere KMO één extra baan schept. Voor veel KMO’s is het niet zo moeilijk om één extra baan te scheppen, vooral niet als ze krediet krijgen, maar dat blijkt nu juist het probleem te zijn.

Ieder weekeinde ontmoet ik zakenlieden die geen krediet krijgen, met name in mijn eigen land. Ik sprak afgelopen weekeinde iemand die 4 000 euro nodig had als kasstroom voor een KMO en dat niet kreeg. De situatie in mijn land is dus niet best. De ECB heeft de banken dan wel van kapitaal voorzien, maar dit komt niet ten goed aan hun klanten. Daar moet zeker naar gekeken worden. Dat deugt niet.

We hebben de mantra gehoord dat banken te groot zijn om ze te laten omvallen. Dat zouden we moeten veranderen in de mantra dat KMO’s te belangrijk zijn om ze te laten omvallen. Als we krediet en steun geven, zouden ze stuk voor stuk één extra baan kunnen scheppen en één extra baan zou ons uit de huidige economische recessie helpen. Dat is niet te veel gevraagd en vanavond kunnen we door middel van de discussie over de nieuwe instrumenten voor de ondersteuning van KMO’s een hoop doen om het voor elkaar te krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE). - (RO) Mijnheer de Voorzitter, de ondersteuning van het MKB en ondernemers biedt een uitweg uit de financiële crisis. De toegang tot de gemeenschappelijke markt en het verbeteren van de toepassing van de Wet voor kleine ondernemingen moeten zowel op nationaal als op communautair niveau prioriteit krijgen. Ik merk op dat de huidige maatregelen de moeilijkheden voor het MKB nog niet hebben weggenomen: 23 miljoen kleine en middelgrote Europese ondernemingen wachten op positieve acties van de Commissie.

Een ander aspect van belang is de ontwikkeling van alternatieve financieringsmogelijkheden. Er moeten initiatieven worden genomen ter verbetering van de toegang tot de kapitaalmarkt en het creëren van een betere fiscale prikkels voor investeerders. Er moet veel aandacht worden besteed aan de steun voor grootschalige financiering van innovatiegerichte bedrijven. De Roemeense regering zal een programma aannemen ter stimulering van de oprichting en ontwikkeling van microbedrijven door jonge ondernemers. Dit is een concrete nieuwe maatregel uit het pakket regeringsinitiatieven voor het stimuleren van het bedrijfsleven.

 
  
MPphoto
 

  Zigmantas Balčytis (S&D).(LT) Mijnheer de Voorzitter, de financiering van kleine en middelgrote bedrijven blijft een groot probleem. Ondanks de genomen maatregelen is de toestand in deze belangrijke sector nog altijd kritiek.

Ik meen dat u bekend bent met het analytische verslag van de internationale organisatie Bankwatch, die een teruggang van leningen van de Europese Investeringsbank in vier lidstaten heeft geanalyseerd. Het verslag toont aan dat tot dusver, de leningen van de Europese Investeringsbank in wezen alleen in het voordeel waren van de banken zelf, die 15 miljard EUR kregen toegewezen en binnen een bepaalde termijn bedrijven moesten vinden die deze steun nodig hadden.

De vrees bestaat dat hoewel er geld is ontvangen van de Europese Investeringsbank, de commerciële banken hun kredieten voor kleine bedrijven hebben ingeperkt en dat het geld vooral is gebruikt om grote en welvarende bedrijven te financieren.

Ik meen dat uit een dergelijke situatie blijkt dat er op dit gebied behoefte is aan een veel strengere controle van commerciële banken. De Europese Commissie moet ook een grotere rol spelen, zodat deze steun niet wordt misbruikt.

 
  
MPphoto
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij met de verklaring van de Commissie over de herziening van EU-instrumenten voor de ondersteuning van de financiering van de KMO’s. Het is heel duidelijk dat de kosten, en vooral de beschikbaarheid, van krediet de grootste uitdaging blijft voor de KMO-sector in Europa en zeker ook in mijn eigen land Ierland.

Veel levensvatbare bedrijven hebben nog steeds moeite om betaalbare kredieten van de banken te krijgen. Dat is onaanvaardbaar. Ik kan alleen maar voor mijn eigen land spreken, maar zonder daarbij te vergeten dat de KMO-sector in Ierland veel steun van de belastingbetaler heeft ontvangen, kunnen we stellen dat die sector de motor van de economische groei is. Het is de particuliere sector die zorgt voor de banen. Het enige wat wij in de Commissie, het Parlement en de Raad doen, is een economische omgeving creëren die investeringen bevordert en dat moeten we blijven doen.

Ik ben heel blij dat de commissaris het had over flexibiliteit en zei dat de toegang tot kapitaal niet te bureaucratisch mag zijn, maar hij haakte gewoon in op de verklaring van de voorzitter van de Commissie in zijn State of the Union. We moeten nauwlettend volgen wat er speelt, want de voorzitter zei dat er jaarlijks 38 miljard euro kan worden bespaart bij Europese bedrijven. We moeten ervoor zorgen dat we die kleine ondernemingen helpen, want zij zorgen voor de banen en het terugdringen van de werkloosheid.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, vele KMO’s in verschillende lidstaten van de Europese Unie verkeren in een deplorabele toestand. Zij zijn hard getroffen door de crisis en het neoliberale beleid. In Portugal hebben ettelijke tienduizenden kleine familiebedrijven hun activiteiten moeten staken in zeer uiteenlopende sectoren: industrie, handel, diensten en landbouw. Dat heeft geleid tot stijgende werkloosheid en meer armoede.

Problemen bij kredietverlening door banken, bureaucratie en moeilijke toegang tot communautaire steun met name voor KMO’s verstikken de economische ontwikkeling van hele regio’s en zijn een belemmering voor het scheppen van nieuwe banen. Daarom moet het roer van het beleid op deze terreinen volledig om, zodat deze kleine en middelgrote bedrijven daadwerkelijk kunnen worden gesteund. Bij de financiële instellingen moet erop worden aangedrongen te zorgen voor toegankelijk krediet voor kleine en middelgrote bedrijven, terwijl er daarnaast ook voldoende communautaire steun beschikbaar moet worden gesteld.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de Unie is altijd vol lof voor kleine en middelgrote ondernemingen als motor voor de economie en als grootste werkgever, een werkgever die de werknemers niet meteen aan de deur zet wanneer er een recessie dreigt. Tegelijkertijd gaan die zelfde ondernemingen al tientallen jaren gebukt onder administratieve lasten, en worden ze benadeeld wanneer de EU steunmaatregelen aanbiedt. Al even lang wordt het ene KMO-initiatief na het andere genomen, maar dat is theorie, in de praktijk wordt de kleine en middelgrote ondernemingen de toegang tot kredieten afgesneden, door Basel 2, en intussen zelfs door Basel 3.

Innovatie is van levensbelang voor de toekomst van de KMO's, maar daarvoor is ook geld nodig, en onderzoek. Het is natuurlijk prachtig dat KMO's van nu af aan meer kansen krijgen door de nieuwe regels voor opdrachten van de EU, of bij de toegang tot onderzoeksgeld van de EU, maar veel KMO's zullen de uitvoering van deze maatregelen, die al heel lang worden besproken, misschien niet meer meemaken, omdat ze helaas al eerder financieel het loodje leggen.

 
  
MPphoto
 

  Petru Constantin Luhan (PPE). - (RO) Zoals u weet, worden bedrijven in het MKB in Roemenië geconfronteerd met min of meer dezelfde problemen als die in andere lidstaten, gegeven de bijzondere kenmerken van deze moeilijke periode. De verbetering van de financieringsmogelijkheden van het MKB kent echter een aantal aspecten die in de eerste plaats verband houden met de technische ondersteuning bij het toegang krijgen tot financiële instrumenten, met name de instrumenten die gewijd zijn aan het vergroten van de onderzoeks- en ontwikkelingscapaciteit.

Ik ben van mening dat er behoefte is aan een betere toegang tot kwaliteitsinformatie en competente dienstverlening. Ik breng in herinnering dat de vertegenwoordiger van de Commissie in de plenaire sessie van vorig jaar september heeft aangegeven dat naar verwachting in 2011 een platform voor educatie op internet verschijnt, gewijd aan het MKB. Dit platform faciliteert de toegang van het MKB tot onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten en het exploiteren van de resultaten daarvan, door het bieden van gratis educatie, gepersonaliseerde informatie en een communicatieforum via internet. Het opleiden van leidinggevenden in het MKB in het gebruik maken van de financieringsinstrumenten kan naast ondersteuning bij de procedure en terugdringen van de bureaucratie leiden tot veel doeltreffender resultaten.

 
  
MPphoto
 

  Giovanni Collino (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb het betoog van commissaris Tajani ten zeerste op prijs gesteld. Hij heeft eens te meer de nadruk gelegd op de primaire rol van kleine en middelgrote bedrijven als productiemodel en ook als sociaal model, daar zij een onmisbaar element vormen voor de werkgelegenheid.

De huidige economische crisis is niet tijdelijk maar structureel van aard en heeft te maken met de verandering van de markten ten gevolge van de mondialisering. De Europese industrie bestaat voor 99 procent uit kleine en middelgrote bedrijven. De ontwerpresolutie bevat een aantal onontbeerlijke eisen: meer informatie over kredietverstrekking en eenvoudiger toegang tot krediet en minder bureaucratische verplichtingen, zodat de instrumenten om toegang te krijgen tot middelen van de Europese Unie makkelijker gebruikt kunnen worden.

Zoals de commissaris net heeft gezegd, zijn meer vereenvoudiging en flexibiliteit nodig, evenals meer middelen voor innovatie en onderzoek. De Europese Commissie dient duidelijker en begrijpelijker nieuwe richtsnoeren op te stellen zodat de toegang tot nuttige informatie voor kleine en middelgrote bedrijven makkelijker wordt. Tevens dient er een nieuwe visie te komen op kredietverlening. In tijden van crisis is het niet aanvaardbaar dat alleen kleine en middelgrote bedrijven de rekening betalen, terwijl banken gewoon winst blijven maken en hun winsten zelfs vergroten.

Het is belangrijk ervoor te zorgen dat de Commissie bij het nieuwe financiële kader rekening houdt met deze eisen, zodat de strategie Europa-2020 niet beperkt blijft tot een lege dop maar de juiste instrumenten bevat voor het bereiken van de gestelde doelstellingen.

 
  
MPphoto
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D). - (RO) Ik wil onderstrepen dat de obstakels voor de ontwikkeling van het MKB, het creëren van banen en innovatie in Europa nog niet zijn weggenomen. Daarom ben ik van mening dat het nodig is om de strategieën, maatregelen en concrete actieplannen van de Commissie te verbeteren – 23 miljoen kleine en middelgrote Europese bedrijven wachten op positieve acties, zoals in verband met overheidsopdrachten, bestrijding van vertraagde betalingen, toegang tot beroepsopleidingen, ondersteuning van ondernemerschap en verbeteringen op fiscaal en financieringsgebied.

Het ondersteunen van het MKB en van ondernemers vormt een uitweg uit de financiële crisis. Het verbeteren van de regelgeving, van de toegang van het MKB tot de gemeenschappelijke markt en tot financiering moet, net als verbetering van de toepassing van de Small Business Act, op nationaal en Europees niveau prioriteit krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de voornaamste voorwaarde voor een succesvol ondernemingsbeleid, dat ook van toepassing is op kleine en middelgrote ondernemingen, is het waarborgen van de goede werking van de interne markt. Vrij verkeer van goederen betekent enerzijds dat alle ondernemingen toegang hebben tot een groter aantal potentiële consumenten, maar anderzijds ook dat ze klaar moeten zijn voor meer concurrentie. De wetgeving in verband met de interne markt moet voortdurend worden aangepast om ervoor te zorgen dat alle bedrijven in de Unie op gelijke voet worden behandeld. Het is van essentieel belang om nauwlettend toe te zien op de neiging van de EU-lidstaten om hun eigen nationale industrie te beschermen.

We zeggen allemaal dat kleine en middelgrote ondernemingen de basis vormen van moderne Europese economieën, dat ze van essentieel belang zijn voor de economische groei, dat de sector werk biedt aan twee derde van alle burgers in de werkzame leeftijd in de Unie en dat het MKB goed is voor een derde van het bbp van de EU. We moeten in gedachten houden dat de moeilijke situatie van kleine en middelgrote ondernemingen in de eerste plaats gevolgen heeft voor de toekomst van de personen die er werkzaam zijn, omdat het grotendeels om familiebedrijven gaat. Het duurt alleen langer voor deze bedrijven failliet gaan. Daarom lijkt het alsof het merendeel van deze ondernemingen traag op de crisis heeft gereageerd. Dit betekent echter niet dat de crisis geen invloed heeft gehad op hun economische situatie.

Ten slotte zou ik nog willen zeggen dat deze sector behoefte heeft aan speciale steun om de invoering van innovatieve oplossingen te bevorderen. Deze steun zou afkomstig moeten zijn van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Tajani, vicevoorzitter van de Commissie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, het debat van vanavond heeft duidelijk gemaakt dat het Parlement en de Commissie het volledig met elkaar eens zijn dat om uit de crisis te geraken de reële economie centraal moet staan bij het economisch beleid. Die eensgezindheid viel overigens al op te maken uit de tekst van de ontwerpresolutie. Beide instellingen willen speciale aandacht besteden aan kleine en middelgrote ondernemingen die het levenssap van onze economie vormen.

De Europese Commissie zet zich er absoluut voor in om deze politieke keuze om te zetten in concrete daden. Het is dan ook geen toeval dat we mede dankzij de steun van het Parlement en de Raad de richtlijn betreffende betalingsachterstanden die van fundamenteel belang is voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) hebben kunnen goedkeuren. Nu moeten wij er bij de lidstaten op aandringen de richtlijn sneller om te zetten in nationaal recht; vanaf oktober hebben zij daar 24 maanden de tijd voor. Persoonlijk hoop ik echter dat zij de richtlijn eerder zullen omzetten, daar de richtlijn mede bepalend is voor de mogelijkheid van bedrijven om uitstaande schulden te kunnen invorderen zodat zij die gelden vervolgens kunnen gebruiken voor innovatie. Wanneer de richtlijn van kracht wordt, zal er zo’n 180 miljard euro in omloop worden gebracht.

Maar dat is niet voldoende. Wat betreft steunverlening aan kleine en middelgrote bedrijven zal de Commissie op 23 februari de geactualiseerde versie van de Small Business Act goedkeuren. Daarin zullen een aantal belangrijke keuzes gemaakt worden en het invoeren van één enkel loket voor de toegang tot financiering maakt deel uit van onze voorstellen aan de lidstaten. Bovendien zullen we alle lidstaten en lokale overheden verzoeken een ‘Mister MKB’ of een ‘Miss MKB’ te benoemen.

Op 16 februari zal ik Adjunct-directeur-generaal Daniel Calleja benoemen tot de nieuwe verantwoordelijke voor de controle op de tenuitvoerlegging van de Small Business Act en tot contactpersoon voor het Commissiebeleid ten aanzien van kleine en middelgrote ondernemingen. In de tekst van de Small Business Act, die we dus op 23 februari zullen goedkeuren, wordt alle lidstaten, evenals lagere overheden met wetgevende bevoegdheden, gevraagd ook een dergelijke figuur te benoemen.

Financieringsproblemen als moeilijkheden bij het invorderen van schulden van debiteuren (waar we al over hebben gesproken in het kader van de richtlijn betalingsachterstanden) en de toegang tot krediet dat bedrijven willen aanvragen of al hebben aangevraagd kunnen slechts worden opgelost door de contacten tussen kredietinstellingen en bedrijven makkelijker te maken. Dat geldt ook voor de contacten met de Europese Investeringsbank en ik ben het dan ook eens met degenen die gesteld hebben dat de contacten met die bank intensiever dienen te zijn. Voorts dienen de knelpunten te worden weggenomen die in het verleden, met name aan het einde van de crisis, hebben geleid tot vertraging bij de uitbetaling van de befaamde 30 miljard ten behoeve van kleine en middelgrote ondernemingen. Vanwege moeilijkheden bij het overmaken van het geld naar nationale kredietinstellingen hebben kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) dat geld met vertraging ontvangen.

Tijdens de eerste vergadering van het MKB-Financieringsforum is juist de aandacht gevestigd op het knelpunt dat bestaat tussen de Europese Investeringsbank en de nationale kredietinstellingen. Er wordt aan dit probleem gewerkt en de komende vergadering zal er een pakket voorstellen worden gepresenteerd om de toegang tot krediet voor kleine bedrijven te stroomlijnen.

Wat betreft vereenvoudiging werken we natuurlijk ook aan heel concrete zaken, waarbij REACH als voorbeeld kan dienen. Ik heb de uitvoeringsverordeningen van deze zeer technische verordening in alle talen van de Europese Unie laten vertalen. Dat is een belangrijk signaal voor de KMO’s die nu geen expert in technisch Engels of chemische techniek in dienst hoeven te nemen. Voor dit soort bedrijven hebben we de registratieheffing voor REACH drastisch verlaagd: voor microbedrijven is de heffing met 90 procent gereduceerd en voor kleine bedrijven met 60 procent. Dat zijn een aantal concrete voorbeelden van vereenvoudiging.

Natuurlijk zal de test voor kleine en middelgrote bedrijven die met de Small Business Act is ingevoerd, blijven bestaan. Die test zullen wij blijven steunen en op serieuze wijze blijven toepassen. De test voor het concurrentievermogen (fitness check) die we hebben ingevoerd met het document over het industriebeleid waarin ook de effecten voor het concurrentievermogen en de bestaande wetgeving worden behandeld zal zeker een hulpmiddel zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen. Ik ben natuurlijk ook de heer Rübig dankbaar en spreek mijn voldoening uit over de oproep van het Parlement steun te geven aan voorstellen om meer kredieten voor het komend CIP II uit te trekken.

Tot slot kan ik u verzekeren dat ik mij voor deze zaak zal inzetten, daar ik het met alle gemaakte opmerkingen eens ben. Ik herhaal hier wat ik steeds zeg als ik het woord neem over het beleid voor kleine en middelgrote ondernemingen: maatregelen voor deze bedrijven zijn voor mij een prioriteit, zodat het wegnemen van bureaucratische hinderpalen, de toegang tot krediet en beleid ter ondersteuning van kleine en middelgrote bedrijven de komende jaren, dat wil zeggen tot aan het eind van deze zittingsperiode, kenmerkend zullen zijn voor de activiteiten van de commissaris voor industrie en ondernemerschap. De steun van het Europees Parlement is voor mij van fundamenteel belang daar, zoals ik al heb gezegd bij het begin van mijn repliek, wij volledig op dezelfde lijn zitten.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Tot besluit van het debat is er een ontwerpresolutie(1) ingediend, overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag, 16 februari 2011, om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk. (EN) Het is in de Europese Unie algemeen aanvaard dat KMO’s een betere, meer rechtstreekse toegang tot financiering moeten krijgen. Zoals in de mededeling over Europa 2020 naar voren werd gebracht, heeft de financiële crisis het groeipotentieel van Europa gehalveerd. Men zou kunnen zeggen dat het effect op de echte economische activiteit in Europa uitgesprokener is als gevolg van de sterke afhankelijkheid van KMO’s van bankleningen. We kunnen KMO’s uit deze crisis helpen door aandelenmarkten en kleine innovatieve ondernemingen verder te steunen en te ontwikkelen. De oprichting van een KMO-financieringsforum afgelopen mei was een positieve stap gericht op verbetering van de financiële vooruitzichten voor KMO’s en hun toekomstige levensvatbaarheid in Europa. Ik meen dat meer dan 1,8 miljoen KMO’s in 2009 gebruik hebben gemaakt van leninggaranties. Laten we niet vergeten dat KMO’s de bestaansgrond van de Europese economie zijn. Het is van cruciaal belang dat banken zo snel mogelijk weer op het normale niveau leningen verstrekken. Europa moet prioriteit geven aan de vorming van een levensvatbare durfkapitaalmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE), schriftelijk. (PL) Ten gevolge van de crisis op de financiële markten krijgt het MKB vandaag moeilijker toegang tot financiering. Vooral pas opgerichte of innovatieve bedrijven waarvan de activiteiten als risicovol worden beschouwd, ondervinden problemen bij het verkrijgen van financiële steun. Het economische herstel zal in grote mate afhangen van de ontwikkelingsmogelijkheden voor kleine en middelgrote ondernemingen, die bijna 99 procent van alle bedrijven in de Unie uitmaken. Ik ben daarom bijzonder ingenomen met het vandaag voorgestelde initiatief in verband met de herziening van de EU-instrumenten voor de ondersteuning van de financiering van kleine en middelgrote ondernemingen in de volgende programmeringsperiode. Vooral bedrijven die zich bezighouden met het uitwerken van innovatieve oplossingen zouden toegang moeten krijgen tot nieuwe financieringsvormen. Ik ben eveneens van mening dat de vereenvoudiging van administratieve procedures en van de bestaande regelgeving niet alleen zal bijdragen tot een efficiënter beheer van de Europese programma’s die speciaal voor het MKB in het leven zijn geroepen, maar ook zal leiden tot aanzienlijke besparingen voor deze kleine en middelgrote ondernemingen zelf, aangezien ze minder tijd zullen moeten besteden aan administratieve formaliteiten en dus meer tijd kunnen vrijmaken voor de projecten waar ze aan werken.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE), schriftelijk. (PL) Ik ben zeer blij met de ontwerpresolutie en het debat over de herziening van de EU-instrumenten voor de ondersteuning van de financiering van KMO's. De steun voor kleine en middelgrote ondernemingen is belangrijk, aangezien deze bedrijven belangrijk zijn voor het heden en de toekomst van Europa. Kleine en middelgrote ondernemingen zijn van cruciaal belang voor het behouden van onze concurrentiepositie, het vinden van een uitweg uit de crisis, het scheppen van nieuwe banen en het versterken van het innovatievermogen van de Europese economie. Wij moeten het MKB financieel ondersteunen, maar de Europese Unie kan en moet ook andere maatregelen nemen om deze sector te steunen. Ik doel onder meer op de noodzaak om de administratieve belemmeringen en bureaucratische rompslomp te beperken. Kleine en middelgrote ondernemingen moeten onbelemmerd kunnen functioneren en in staat zijn om snel te handelen. In de Verenigde Staten zijn er plaatsen waar het amper tien minuten duurt om een bedrijf op te richten. Indien we gebruik willen maken van het potentieel van onze Europese ondernemers, moeten we er niet alleen voor zorgen dat zij hun bedrijfsactiviteiten gemakkelijker kunnen uitvoeren, maar dienen we ook een einde te maken aan de talrijke beperkingen op de Europese markt, die er vandaag toe leiden dat niet alle ontwikkelingsmogelijkheden worden benut. Het MKB vertegenwoordigt een economisch model dat zeer doeltreffend en gunstig is voor de sociale ontwikkeling. In de meeste arme landen en ontwikkelingslanden bestaat deze sector niet of nauwelijks. Dit is een indirect bewijs voor het grote belang van deze sector voor de hele economie en voor de levenskwaliteit in de verschillende landen. Ik dank u.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilja Savisaar-Toomast (ALDE), schriftelijk. (FI) Het is goed om te zien dat de Europese Commissie zich bezighoudt met de herziening van de EU-instrumenten ter ondersteuning van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s), vooral met het oog op de volgende programmeringsperiode. Er moet echter worden gezegd dat KMO’s vooral in de afgelopen tweeënhalf jaar aanvullende ondersteuning nodig hadden, omdat veel ervan liquiditeitsproblemen hadden vanwege de recessie. Ronduit gezegd weigerden banken leningen te geven aan KMO’s of deden dat met extreem hoge rentetarieven, wat de situatie van die ondernemingen verder verslechterde. Zowel in Estland als in de hele Europese Unie maken KMO’s 99 procent uit van alle ondernemingen, terwijl micro-ondernemingen 83 procent van alle ondernemingen in Estland uitmaken en ongeveer 92 procent van alle ondernemingen in de hele Europese Unie. Het is daarom belangrijk dat er financiële middelen ter beschikking staan van deze grote meerderheid, vooral in moeilijke crisisjaren. Ik hoop van harte dat zowel de Europese Unie als KMO’s de Europese economie binnenkort weer laten groeien en dat wij in de toekomst beter voorbereid zijn op nieuwe crises. De huidige economische crisis, voorafgegaan door de financiële crisis, werd aanzienlijk verergerd door de verminderde liquiditeit van KMO’s ten gevolge van het gedrag van de banken. Meer dan twee derde van de mensen in ondernemingen werkt in KMO’s en twee derde van de aanvullende inkomsten is afkomstig uit deze ondernemingen. Dit mag niet worden vergeten en wij moeten daarom opkomen voor het welzijn van deze ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Olga Sehnalová (S&D), schriftelijk. (CS) De instrumenten voor de ondersteuning van de financiering van KMO’s door de EU moeten eerst en vooral flexibel zijn en met zo min mogelijk rompslomp gepaard gaan. Banken zijn steeds minder bereid om meer risicovolle ondernemingsactiviteiten te financieren, dus ook minder bereid om pas opgerichte ondernemingen en innovatieve producten te financieren. En zo vormt de toegang tot financiering een van de grootste obstakels voor KMO’s. Het is dan ook van groot belang dat de uiteenlopende vormen van microfinanciering voor ondernemingen beter ondersteund worden en dat de reeds bestaande programma's beter onderling worden gecoördineerd en op elkaar afgestemd. De toegang tot dergelijke programma's wordt echter verhinderd door het feit dat er in verhouding tot de relatief lage bedragen die door middel van microfinanciering verkregen kunnen worden, onevenredig veel tijd, moeite, papierwerk en zelfs geld nodig is. Verder acht ik het van groot belang dat de geïnformeerdheid over de bestaande door de EU geboden mogelijkheden en ondersteuningsinstrumenten voor KMO’s wordt verbeterd.

 
  

(1) Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 29 juni 2011Juridische mededeling