Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2011/2616(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0171/2011

Debatten :

PV 09/03/2011 - 6
CRE 09/03/2011 - 6

Stemmingen :

PV 10/03/2011 - 9.2
CRE 10/03/2011 - 9.2

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0095

Debatten
Woensdag 9 maart 2011 - Straatsburg Uitgave PB

6. De zuidelijke buurlanden, en met name Libië, met inbegrip van humanitaire aspecten (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over de zuidelijke nabuurschapslanden, in het bijzonder Libië, en onder meer de humanitaire aspecten [2011/2616(RSP)].

Zoals u weet, is de situatie in Noord-Afrika een cruciale test voor de Europese Unie. Nu de Europese dienst voor extern optreden er is, beschikken we over nieuwe instrumenten om buiten de grenzen van de Unie op te treden. Natuurlijk zij we ervan overtuigd dat dit optreden volledig gerechtvaardigd is, zowel ten aanzien van Tunesië, als van Egypte en van Libië. Vandaag zullen we het hoofdzakelijk, maar niet uitsluitend, over Libië hebben. We hebben bovendien een verplichting tegenover onze burgers, die verwachten dat we een actieplan presenteren voor de zuidelijke nabuurschapslanden, een samenwerkings- en ondersteuningsprogramma voor de korte, middellange en lange termijn. Daar moeten we nu over nadenken. Bovendien zijn vandaag in het Europees Parlement vertegenwoordigers aanwezig van de Nationale Overgangsraad van Libië. Dit is dus een belangrijke gelegenheid om rechtstreekse contacten aan te knopen en met de Libische oppositie in gesprek te komen. Om te beginnen moeten we de humanitaire crisis overwinnen.

Mevrouw de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger, wij zijn ervan overtuigd dat alle activiteiten van de Europese Unie als geheel een flinke steun in de rug betekenen voor het zuidelijk deel van ons continent en voor onze buren aan de overzijde van de Middellandse Zee.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, dank u voor de gelegenheid om met dit Parlement de omstandigheden in onze zuidelijke nabuurschapslanden te bespreken, uiteraard, zoals de Voorzitter al zei, vooral met betrekking tot de situatie in Libië.

Laat me om te beginnen zeggen wat meer dan duidelijk is, namelijk dat de regio van de zuidelijke nabuurschapslanden snel aan het veranderen is en dat overal in de regio mensen zich sterk maken voor die menselijke basisbehoefte: het eigen leven, in zowel economische als politieke zin, kunnen inrichten. Het gaat hen om politieke participatie met waardigheid, verantwoordingsplicht, rechtvaardigheid en werkgelegenheid. Ik ben van mening dat wij iets moeten doen met die verlangens. Ik meen dat ze gerechtvaardigd zijn en ik geloof dat het nodig is snel te handelen.

Een cruciaal aspect van wat er gaande is, is dat de eisen van binnenuit komen. Tijdens mijn bezoeken aan Tunesië en Egypte, heb ik het heel vaak gehoord: dit is óns land; dit is onze revolutie. We willen het op onze manier doen, maar we willen daarbij contact met u en we hebben hulp nodig.

Dat zijn, naar ik meen, de beginselen die richting moeten geven aan onze acties: deze democratische transities moeten van de mensen zelf zijn; ze moeten van eigen bodem komen. Zij zullen bepalen wat er nu gaat gebeuren. Maar we moeten bereid zijn steun te bieden, klaar staan met creativiteit en vastberadenheid en dat op een schaal die passend is bij het historische karakter van de veranderingen die we zien plaatsvinden.

In een veranderlijke situatie als deze moet ons optreden zijn geworteld in onze kernwaarden en in onze kernbelangen. We hebben alle reden om de huidige veranderingen te steunen. Tunesiërs, Egyptenaren, Libiërs en anderen verlangen eerbiediging van juist die waarden die centraal staan in het Europese ideaal. De opkomst van de democratische samenlevingen zal bijdragen aan de veiligheid en zorgen voor gedeelde welvaart in onze omgeving en daarom hebben we samen, de Commissie en ik, besloten een gezamenlijk document te produceren voor de Europese Raad van vrijdag, met daarin maatregelen waarvan we hopen dat ze daaraan zullen bijdragen: meer financiële steun beschikbaar vanuit de instellingen van de Europese Unie, maar ook het mobiliseren van de Europese Investeringsbank – en ik wil het Parlement complimenteren met de snelheid waarmee het heeft gehandeld en de Investeringsbank het mandaat heeft gegeven de mensen die steun te geven – en dat is uitermate succesvol geweest.

We hebben uw hulp nodig om meer te kunnen doen voor de EIB en tevens voor de EBWO, die allebei met mij hebben gesproken over hun mogelijkheden om hun mandaten te veranderen en nieuwe steun te geven aan deze nabuurschapslanden – niet, moet ik daaraan toevoegen, ten koste van de reeds bestaande werkzaamheden, maar daarnaast. We weten dat we via de Europese Investeringsbank nog eens 1 miljard EUR kunnen mobiliseren. Om u een indruk te geven van hoe substantieel dat is: de huidige activiteiten van de Investeringsbank in Egypte zijn goed voor 488 miljoen EUR. Hiermee zou men in staat zijn het investeringsniveau ten minste te verdubbelen en daarmee zouden enkele van de grote infrastructurele projecten die duidelijk nodig zijn en waar de bevolking echt behoefte aan heeft, kunnen worden uitgevoerd.

In het gezamenlijke document bepleiten we ook steun voor de opleiding en uitwisseling van studenten. Dit zijn jonge bevolkingen. Een van de gedeelde factoren in de zuidelijke nabuurschapslanden is dat het jonge samenlevingen zijn; deze jonge mensen, sommigen hoog opgeleid, anderen nog met een behoefte aan opleidings- en trainingskansen – we moeten ook iets voor hen doen, en we zullen de lidstaten vragen daar over na te denken en ik nodig het Parlement uit dat ook te doen.

De opkomst van een levendig maatschappelijk middenveld: toen ik in Tunesië met maatschappelijke organisaties in aanraking kwam, sprak ik met mensen die nooit eerder in dezelfde ruimte bij elkaar hadden gezeten, omdat dat niet mocht. Het feit dat zij zichzelf zo graag willen neerzetten als volwaardige ngo's, als organisaties die kunnen werken aan kwesties van belang in hun samenleving, en hun regering ter verantwoording willen roepen, dat is zoals u goed weet een uiterst belangrijk aspect van de ontwikkeling van deze samenleving. Dat vormt de springplank voor een meer inclusief bestuur: dat mensen het gevoel hebben dat ze ertoe doen en dat ze een rol spelen bij het bestuur van hun samenleving.

Uiteraard ook voedselzekerheid, een enorm en groeiend probleem in de regio; meer handelsopeningen; mogelijkheden voor betere markttoegang en partnerschappen op het gebied van mobiliteit – al deze zaken zijn opgenomen in het pakket dat aan de Europese Raad zal worden voorgelegd. Ik wil nogmaals benadrukken dat we dit willen zien als een stimulerende benadering waardoor mensen snel verder kunnen, maar dat we ook willen differentiëren. Deze landen zijn allemaal anders en benadrukken dat ook zelf: "Beschouw en behandel ons alstublieft niet allemaal op dezelfde wijze. We zijn verschillende landen; we willen dat onze samenlevingen zich net zo verschillend ontwikkelen als die van u hebben gedaan. Ja, er zijn overeenkomsten, we willen graag dat u ook datgene wat ons van elkaar onderscheidt eerbiedigt en dat u daar rekening mee houdt". We willen kiezen voor een benadering waarin we meer bieden voor meer: dat die partners, die landen die sneller en verder gaan met hun hervormingen, moeten kunnen rekenen op meer steun van de Europese Unie.

Net zoals de afgelopen tijd zullen we de komende dagen en weken met onze internationale partners bespreken hoe we ervoor kunnen zorgen dat onze acties elkaar niet overlappen en dat we sneller kunnen reageren. Op 23 februari heb ik een vergadering van hoge ambtenaren gehouden met functionarissen van de instellingen, de Wereldbank, de Investeringsbank, de EBWO en het IMF, maar ook met hoge ambtenaren uit China, Rusland, Australië, Korea, de 27 lidstaten, de Verenigde Staten en Arabische landen. Het doel van die vergadering was niet om te besluiten wat we zouden gaan doen met deze landen, maar om in staat te zijn snel ondersteuning te kunnen bieden.

De geachte afgevaardigden weten dat we er soms terecht van beschuldigd kunnen worden dat we erg veel tijd nodig hebben om ergens op te reageren. Ik wil dat we klaar zijn voor actie en ik heb in mijn gesprekken met vooral de Arabische Liga en de betreffende landen duidelijk willen maken dat mijn doel is om te zorgen dat we klaar staan voor actie en dat die actie gecoördineerd en doeltreffend zal zijn en gebruik zal maken van het beste wat we beschikbaar hebben, niet alleen in Europa, maar in de hele wereld.

Na de vergadering van de ministers van Buitenlandse Zaken morgen, die van de Europese Raad vrijdag, de NAVO-vergadering waar ik morgen bij ben en vervolgens de informele bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken dit weekend in Hongarije, vlieg ik naar Caïro voor een gesprek met Amr Moussa en de Arabische Liga zodat ik hen op de hoogte kan brengen van de inhoud van onze gesprekken en ook voor een ontmoeting met de nieuwe Egyptische minister van Buitenlandse Zaken met wie ik al heb gesproken. Maar, collega's, ik weet dat er een specifieke wens is het over Libië te hebben, dus laat me na deze achtergrondinformatie over ons werk overgaan op de zaken in Libië die ons allen bezighouden.

Ik zie twee onmiddellijke prioriteiten: ten eerste iets doen aan de humanitaire crisis en helpen bij de evacuatie, en ten tweede ervoor zorgen dat het geweld ophoudt en dat zij die dat geweld plegen, ter verantwoording worden geroepen.

Op het punt van humanitaire hulp hebben we snel gehandeld. De Commissie heeft haar steun opgevoerd tot 30 miljoen EUR; collega commissaris Kristalina Georgieva is vorige week naar de Tunesisch-Libische grens geweest om te zien hoe het er daar aan toe ging en om te zorgen dat onze betrokkenheid goed uitpakt. We hebben uiteraard ook voortdurend in contact gestaan met de VN om onze activiteiten te coördineren en de lidstaten hebben belangrijke middelen ter beschikking gesteld, onder andere via Frontex, om de uitdaging van de voortdurende instroom van mensen het hoofd te kunnen bieden.

Wat betreft de evacuatie van EU-burgers heeft de dienst voor extern optreden geholpen om ervoor te zorgen dat er een vlotte uitwisseling van informatie is en onze middelen zo effectief mogelijk worden ingezet. Samen met het voorzitterschap heb ik op 23 februari het mechanisme voor civiele bescherming van de EU geactiveerd om te helpen de evacuatie van EU-burgers te faciliteren. Zoals de geachte afgevaardigden weten, is het een uitdaging informatie in real time te krijgen, maar we moesten de juiste keuzes maken en daarom is op mijn verzoek Agostino Miozzo, algemeen directeur van de EDEO voor crisisrespons zondag en maandag in Tripoli wezen kijken hoe de situatie daar is.

Hij heeft met functionarissen gesproken en hij heeft met ambassadeurs gesproken, in een sfeer die hij omschreef als kalm maar uiterst gespannen. Onze Europese ambassadeurs waren blij met de mogelijkheid zaken goed door te spreken en met hun analyse van wat er op de grond gebeurt direct van invloed te kunnen zijn op onze werkzaamheden. We hebben hierdoor, en door de contacten die we overal leggen, een helderder beeld van de situatie gekregen.

Natuurlijk hebben we ons in eerste instantie vooral toegelegd op de evacuatie van Europese burgers en we moeten ons solidair tonen met Tunesië, dat de grootste last te dragen heeft van de evacuatie van zoveel mensen, vooral Egyptenaren die terechtkomen aan de grens met Tunesië en naar Egypte gebracht moeten worden. Geachte afgevaardigden, u moet weten dat er zich ongeveer een miljoen Egyptenaren in Libië bevinden, naast nog eens anderhalf tot twee miljoen mensen uit de Libië omringende Afrikaanse landen, en naar we hebben vernomen wachten er in Tripoli zo'n twee- tot drieduizend Afrikanen op de luchthaven op een mogelijkheid om te vertrekken.

We moeten echter klaar staan om onze steun voor de Libische bevolking op een hoger plan te brengen. Zoals ik al zei hebben we te maken met een zeer veranderlijke situatie en we moeten deze heel zorgvuldig inschatten. Ik heb mijn diensten daarom gevraagd om, op basis van een zorgvuldige planning, te kijken naar de mogelijkheden voor GVDB-optreden; dat zou dan gaan om ondersteuning van de huidige evacuatie- en humanitaire inspanningen. Zoals altijd bij GVDB-acties moet dit zorgvuldig worden geanalyseerd en moet er absolute duidelijkheid bestaan met betrekking tot het mandaat, de middelen en de doelen. Dit werk, kan ik u vertellen, wordt deze week uitgevoerd.

Een effectieve aanpak van de humanitaire crisis is van fundamenteel belang, en een beëindiging van het geweld is een voorwaarde voor al het andere. Daarom verheugt het mij dat de internationale gemeenschap als geheel haar standpunt bij monde van de VN-Veiligheidsraad duidelijk heeft gemaakt: dat het geweld onacceptabel is, dat het moet stoppen en dat mensen ter verantwoording moeten worden geroepen.

Ik ben blij dat men het in New York eens is kunnen worden over de Europese eis om Libië ook naar de aanklager van het Internationaal Strafhof te verwijzen. Dit was een Europees initiatief en er is al begonnen met inleidend onderzoek naar vermeende oorlogsmisdaden.

Het is geen verrassing dat we zeer nauw samenwerken met onze partners: met de VN, met de NAVO, met de VS, met Turkije, met de Arabische Liga en met vele, vele andere landen waarmee we in dagelijks contact staan. We bespreken met hen alle kwesties in de zuidelijke nabuurschapslanden, vooral om te waarborgen dat we effectief samenwerken bij onze aanpak in deze regio, en zoals ik al zei gaat het daarbij om al onze partners. We hebben, en u verwacht van me dat ik dat zeg, onze eigen verantwoordelijkheid.

We hebben onmiddellijk de onderhandelingen over de kaderovereenkomst EU-Libië opgeschort, net als alle vormen van samenwerking van meer technische aard.

(Applaus)

We zijn al voorafgaand aan de VN-Veiligheidsraad begonnen met de voorbereiding van restrictieve maatregelen. Naast de VN-sancties hebben we op 28 februari verdere beperkende maatregelen afgekondigd, zoals een embargo op uitrusting die kan worden gebruikt voor binnenlandse repressie en autonome aanwijzingen in het kader van de reisbeperkingen en de bevriezing van tegoeden. We zijn nu bezig verschillende door Khadafi en zijn naaste medewerkers gecontroleerde entiteiten aan de lijst toe te voegen.

Geachte afgevaardigden, we zullen voorop blijven lopen wat betreft de internationale inspanningen om de vrede en stabiliteit in Libië te herstellen. Wanneer er eenmaal een eind is gebracht aan het geweld, moeten we ons richten op de ondersteuning van de ontwikkeling van een nieuw Libië, met democratisch gekozen leiders, waar de rechten van mensen worden geëerbiedigd. In overeenstemming met wat ik vanaf het allereerste begin heb gezegd: we schrijven geen uitkomsten voor, maar ondersteunen pluralisme, verantwoording, diepgewortelde democratie en gedeelde welvaart.

Crises vormen, vanuit hun aard, een beproeving van ons beleid, onze middelen en ons vermogen om direct in actie te komen, en de gebeurtenissen in de zuidelijke nabuurschapslanden vormen een enorme uitdaging voor de Europese Unie. Ik ben als vicevoorzitter van de Commissie van mening dat hoe we nu reageren jarenlang van bepalende invloed zal zijn voor deze Commissie.

En zo kijk ik naar het Europees Parlement; ik heb uw steun nodig, omdat we allen met gezamenlijke inzet de Europese Unie samen kunnen brengen, om een stevig standpunt in te nemen. We kunnen ons niet veroorloven klein te denken, we kunnen ons niet veroorloven inflexibiliteit een obstakel te laten zijn. We kunnen en moeten reageren op een strategische en verenigde wijze. Maar ik geloof dat als we dat doen, we echt iets kunnen betekenen, door de mensen in de regio te steunen die om onze steun vragen, maar wel zodanig dat zij hun eigen toekomst vorm kunnen geven.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, namens de PPE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie worstelt ten aanzien van de crisis in Libië met het frustrerende probleem dat wat wenselijk is – het zo snel mogelijk verdwijnen van een misdadig regime dat in zijn doodsstrijd zoveel mogelijk mensen wil meesleuren – wellicht niet helemaal realiseerbaar is.

Als wij eerlijk zijn, mijnheer de Voorzitter, moeten wij erkennen dat de Europese Unie ondanks alle inspanningen niet aan de verwachtingen van haar burgers heeft voldaan. Dat is geen kritiek, mevrouw Ashton, maar een kwestie van competenties.

Binnen onze competenties hebben wij snel en goed opgetreden door als Europese Unie vóór resolutie 1970 van de VN-Veiligheidsraad te stemmen. Maar wij zijn geen militaire unie. We streven ernaar een politieke unie te zijn, maar de EU is op het internationale politieke toneel nog niet echt een speler van formaat.

Terwijl wij hier dit debat voeren, mijnheer de Voorzitter, terwijl de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in vergadering bijeen is, en op het moment dat morgen de Raad van ministers van Defensie, de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken en de Europese Raad vergaderen, gaat het moorden in Libië gewoon door. Tegen die achtergrond moeten wij ons de vraag stellen wat wij kunnen doen.

Kunnen wij onverschillig toekijken hoe onschuldige burgers worden afgeslacht? Kunnen wij onverschillig blijven tegenover de "somalisering" van Libië en het gedraal van de VN-Veiligheidsraad die zijn besluiten in slow motion aanneemt?

De Europese Unie moet een heldere en unanieme boodschap formuleren: "het regime van Khadafi moet opstappen, nu meteen". Om dat te bereiken, moet die boodschap vergezeld gaan van een reeks maatregelen die de druk op het regime steeds verder opvoeren. Dat betekent om te beginnen, mijnheer de Voorzitter, dat een vliegverbod moet worden ingesteld, dat de communicatiemogelijkheden van de heer Khadafi moeten worden uitgeschakeld − ik vind trouwens dat de ALDE-Fractie onze lof verdient voor haar initiatief om de vertegenwoordigers van de Libische oppositie naar het Europees Parlement te halen − en natuurlijk dat wij op internationaal niveau eensgezind moeten optreden, en dan dank ik met name aan de Afrikaanse Unie en de Arabische Liga.

Dat is wat onze burgers van ons verwachten, mijnheer de Voorzitter, en daarvoor kunt u, mevrouw Ashton, natuurlijk rekenen op de volledige steun van onze fractie.

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz, namens de S&D-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil u hartelijk danken, mevrouw Ashton, voor uw uiteenzetting en voor de briljante, op zichzelf staande wijze waarop u uw standpunt en uw analyse van de situatie in de regio van het zuidelijk nabuurschap en Libië hebt verwoord.

We zijn met een enorme uitdaging geconfronteerd. We zijn getuige van een historische verandering van de politieke machtsverhoudingen in de wereld, in het bijzonder in de directe omgeving van de EU. De ontwikkelingen verlopen zeer verschillend. We kunnen niet zeggen dat het proces volgens dezelfde patronen verloopt. De algemene tendens is dat er een omwenteling plaatsvindt, maar hoe die zich voltrekt is per land zeer specifiek en telkens anders. De situatie in Marokko is anders dan in Tunesië, en in Algerije anders dan in Egypte. Libië is een geval apart dat we scherp in de gaten houden. Khadafi is een misdadiger, een moordenaar die voor een internationaal straftribunaal moet worden gebracht. We zullen het er allemaal wel over eens zijn dat deze man zijn straf niet mag ontlopen. Het beste zou zijn als het Libische volk het probleem zelf zou kunnen oplossen.

Nu we met deze grote uitdaging zijn geconfronteerd, is het zaak het hoofd koel te houden. Er zal namelijk een keuze moeten worden gemaakt, ook bij wat er hier wordt gezegd. Vanuit onze emotie zeggen we dat deze misdadiger moet worden gestopt, dat de broedermoord in eigen land een halt moet worden toegeroepen en dat we daarbij geen enkele noodzakelijke maatregel kunnen uitsluiten, ook de militaire optie niet. Het is ons geweten dat ons dit dicteert. Anderzijds weten we allemaal hoe de internationale politiek werkt en dat een verkeerde beslissing op dat terrein vergaande en langdurige gevolgen kan hebben.

Natuurlijk is het niet moeilijk om te zeggen: "we grijpen snel in", maar alleen al de instelling van het vliegverbod boven Libië vereist dat we de beslissing nemen gevechtsvliegtuigen in te zetten en de Libische luchtmacht op de grond te vernietigen. Dat zijn oorlogshandelingen, uitgevoerd door de NAVO, die misschien een probleem in Libië oplossen, maar tal van andere problemen in de regio als geheel zullen oproepen.

Ik raad daarom dringend aan uitsluitend te handelen in het kader van het internationale recht, meer bepaald op basis van een resolutie van de VN-Veiligheidsraad en – en dat is de grote gemeenschappelijke noemer – met de steun van de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie. We nemen dit in de resolutie op, wat een verstandige daad is. Ingrijpen in Libië is slechts verantwoord als het gebeurt op basis van een besluit van de Veiligheidsraad en als de Arabische landen erbij betrokken zijn. Ik herhaal: we moeten niets uitsluiten, maar laten we ons niet onder het slaken van gemeenplaatsen laten meeslepen door onderbuikgevoelens en primaire emoties van het moment, die op de lange termijn – ik zeg het nog maar eens – gevaarlijk kunnen uitpakken. Daarmee zouden we ons op glad ijs begeven.

In de Europese Raad – ik wend mij nu tot u, mijnheer Buzek, omdat u de komende dagen bij de zitting van de Europese Raad het Parlement zult vertegenwoordigen – is de vraag opgeworpen of we geen Marshallplan voor de gehele regio nodig hebben. Mijn antwoord luidt: inderdaad, we hebben een dergelijk plan voor de gehele regio nodig. Ik wil echter in herinnering roepen wat het Marshallplan voor Europa heeft betekend: het betekende dat George Marshall de Verenigde Staten voorstelde één procent van de gehele economie van dat land voor Europa beschikbaar te stellen. Het resultaat van deze maatregel is bekend: we noemen het de Europese Unie, die een welvaart, een vredesdividend en een democratische ontwikkeling kent die dit continent nooit eerder heeft meegemaakt.

Ik constateer echter dat diezelfde regeringen die hierover aan het beraadslagen zijn, één procent van de gehele economie een te hoge prijs vinden voor de EU. Maar eerst ronkende eisen stellen en vervolgens niets doen, dat kan natuurlijk niet. Als we stabiliteit wensen in de regio van het zuidelijk nabuurschap, zullen we flink moeten betalen. Wat de mensen daar nodig hebben, is een perspectief, een bestaan in vrede en welstand, in een democratie. Ook zij streven naar onze verworvenheden. Daar moeten we ons op richten in de komende dagen, weken en maanden hier, in het Europees Parlement. De mensen daar schieten niets op met al die mooie woorden en fraaie resoluties die we gezamenlijk aannemen. Wat zij nodig hebben, zijn concrete daden. Daarom moeten we gezamenlijk streven naar de instelling van een vrijhandelszone, gericht op economische pariteit tussen noordelijk Afrika en de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Guy Verhofstadt, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat wat we nu van u, mevrouw Ashton en de Europese Raad, nodig hebben een zeer duidelijke boodschap en verklaring over Libië is. Ik geloof dat daarbij aan drie zaken gedacht moet worden. Er worden nog steeds mensen gedood en wat wij zeggen is dus niet neutraal: wat we zeggen kan een reëel verschil uitmaken.

Om te beginnen moeten we de Libische Nationale Overgangsraad erkennen als de vertegenwoordiger van het Libische volk – of in ieder geval beginnen met het erkenningsproces. Ik ben van mening dat iemand die zijn eigen bevolking in groten getale doodt alle legitimiteit kwijt is. We moeten daarom beginnen met het erkenningsproces, omdat dat de oppositie ook kan helpen de strijd tegen Khadafi in politieke zin te winnen.

Het tweede wat we moeten doen – en de tweede boodschap die u moet afgeven – is dat we alle soorten hulp moeten vergroten. De oppositie heeft medicijnen nodig, voedsel, telefoonverbindingen; allemaal zaken waar wij voor kunnen zorgen.

Ten derde moeten we het vermogen van Khadafi om dood en verderf te zaaien zo snel mogelijk aan banden leggen. Er is een duidelijke consensus in Libië: er moet geen directe militaire interventie komen. Dit is een Libische revolutie en het moet een Libische revolutie blijven. Wat zij nodig hebben, is een vliegverbod. De Europese Unie – de Raad en u – moet de VN zo snel mogelijk vragen een resolutie aan te nemen over de instelling van een vliegverbod en het stoppen van de bombardementen van steden die in handen van de oppositie zijn.

Dat zijn de drie duidelijk boodschappen die we nodig hebben, die we nú nodig hebben. Niet over een week of over twee weken, maar vandaag, morgen en zeker vrijdag wanneer de Europese Raad zijn eerste politieke uitspraak over deze kwestie zal doen. Dat zijn de drie cruciale elementen die op dit moment nodig zijn.

(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil van deze interventie gebruikmaken om iets te zeggen in een tamelijk brede context, omdat de gebeurtenissen van nu uit de aard der zaak historisch zijn en mij essentieel lijken.

Ik ben ervan overtuigd dat de huidige gebeurtenissen in Libië, Tunesië en Egypte een compleet nieuw perspectief bieden dat de noodzakelijke voorwaarden schept voor de vreedzame oplossing van het nu al decennialange Israëlisch-Palestijnse conflict.

Ik spoor Israël aan om nu de politieke stappen te zetten en snel een begin te maken met een vredesproces met de Palestijnse Staat. Zij moeten nu de gelegenheid met beide handen aangrijpen om te laten zien dat de huidige dynamiek van democratisering in deze regio een cadeau van de geschiedenis is dat de regio en de wereld kan bevrijden van een conflict dat al zoveel pijn, misverstanden en drama’s heeft veroorzaakt. Dat is het signaal dat we nu aan deze regio moeten afgeven.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, u, mevrouw de hoge vertegenwoordiger, hebt zojuist gezegd dat we respect moeten hebben voor de volkeren en voor hun verlangen naar vrijheid.

Laten we eerlijk zijn. Jarenlang hebben we daar geen enkel respect voor opgebracht. We waren medeplichtig aan dictaturen, wij, de Europese Unie en alle lidstaten. Dat u vandaag de onderhandelingen met mijnheer Khadafi hebt stopgezet – mazzeltov! – nou en? Denkt u nu echt dat u door had kunnen gaan? Jarenlang onderhandelden deze Europese Unie, deze lidstaten, mijnheer Berlusconi bijvoorbeeld over het terugsturen van vluchtelingen naar Libië. En niemand maakte zich druk over hoe mijnheer Khadafi met die vluchtelingen omging.

(Applaus)

We moeten in dit hele verhaal wel een beetje kritisch op onszelf blijven.

En nu is er een volk in opstand gekomen. Zij hebben vertegenwoordigers. Toen het Poolse volk in opstand kwam, vroeg niemand of Solidarność wel democratisch gekozen was, nee, Solidarność werd meteen erkend en geholpen. Ik wil dat u deze voorlopige regering erkent, omdat dit de enige kracht is die democratie kan brengen. En inderdaad mijnheer Schulz, we moeten het hoofd koel houden, maar we moeten ook partij kiezen.

Er moeten twee dingen gebeuren.

Ten eerste mag Khadafi niet winnen, want een overwinning van hem boort meteen elk sprankje hoop op democratie in een heleboel regio’s de grond in en komt neer op een beloning voor de dictator. Dus de hoofdlijn van ons beleid moet zijn: Khadafi moet verliezen, de Libiërs moeten van Khadafi winnen.

Ten tweede willen de Libiërs geen buitenlands militair ingrijpen, dat klopt. Maar ze zeggen wel: "wij willen een vliegverbod". De Afrikaanse Unie heeft het over een vliegverbod. De Arabische Liga heeft het over een vliegverbod. Dat is dus niet de NAVO.

Een vliegverbod waar iedereen het mee eens is, dat komt in de eerste plaats neer op het tot stand brengen van een nieuwe politieke machtsverhouding, en verder op het isoleren van Khadafi in de VN, hetzij via de Veiligheidsraad of via de Algemene Vergadering, die unaniem voor de verwijdering van Libië uit de Mensenrechtenraad heeft gestemd. Dat wil zeggen dat hij helemaal alleen staat. Dat maakt mijnheer Khadafi het volgende duidelijk: "Jij hebt geen toekomst meer, je bent kansloos!".

De kwestie van een gesloten militaire zone is in de eerste plaats een kwestie van politieke keuzes. Hoe dit te realiseren? Hier zijn een heleboel ideeën over. Het is duidelijk dat we Libië niet gaan platgooien, maar wat wel zou kunnen is bijvoorbeeld een vliegtuig neerhalen dat is opgestegen. We moeten Khadafi duidelijk maken dat we hem geen Libische steden laten bombarderen. Mogelijkheden genoeg. Dit is gewoon een politieke keuze die we moeten maken.

(Applaus)

Ik ben er echt van overtuigd dat wij, als we de koe maar bij de hoorns vatten en deze voorlopige regering erkennen, de Europese Unie, de VN en de Arabische Liga in beweging krijgen. Als we toewerken naar het isolement zijn volgens mij de dagen van Khadafi als dictator in Libië geteld.

Dan is er ook nog de humanitaire hulp, waarbij artsen nodig zijn en gewonden uit Libië weggehaald moeten kunnen worden. Er zijn nog havens open; alle humanitaire hulp moet via het oosten van Libië lopen. Tot slot is er ook voedselhulp én militaire hulp nodig. We moeten een keuze maken: als Khadafi moet verliezen, moeten de anderen winnen.

Laten we het niet weer zo aanpakken zoals we in Bosnië hebben gedaan. Toen was er een embargo voor de Bosniërs én de Serviërs. Iedereen was het ermee eens. Nee, we staan nu aan de kant van de een en zijn tegen de ander, we willen een militair embargo, een wapenembargo tegen Khadafi, en de Libiërs juist de mogelijkheid geven zich met wapens te bevrijden omdat dat de situatie is, omdat dit is wat mijnheer Khadafi heeft gewild.

Tot slot nog iets over vluchtelingen en humanitaire hulp. Laten we alle instrumenten van de Europese Unie gebruiken voor de tijdelijke opvang van de vluchtelingen en om ervoor te zorgen dat de vluchtelingen door de UNHCR worden erkend. Er bevinden zich duizenden als zodanig door de UNHCR erkende vluchtelingen in de kampen. We moeten hen Europa binnenlaten! Daarmee zullen we een zeer krachtig humanitair en politiek signaal afgeven, en zullen Europa en de Europese waarden eindelijk worden erkend omdat we ons inzetten voor deze waarden, voor de vrijheid in Libië, in Tunesië en in Egypte.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is een buitengewoon debat. Ik ben het eens met bijna alles wat Daniel Cohn-Bendit vandaag heeft gezegd en dat baart me wel enige zorgen. Zoals ik al zei, blijft Khadafi de Fidel Castro van Afrika, hoewel zelfs Castro zich niet zou hebben verlaagd tot het barbaarse geweld dat het regime van Khadafi en zijn psychopathische zoons de laatste tijd op protesterende burgers hebben losgelaten.

Afgelopen januari heb ik erop gewezen dat Khadafi een belangrijke steunpilaar van terrorisme was. Nu wordt hij er dus van beschuldigd zijn eigen bevolking te terroriseren. Khadafi heeft veel geld uitgegeven om bij het Westen in het gevlei te komen, door ons te laten geloven dat hij veranderd was. Dat was natuurlijk niet het geval. Doordat hij de beschikking had over enorme olie-inkomsten, kon hij gemakkelijk vrijgevig zijn in ruil voor politieke acceptatie in Europa en Afrika; niet in het minst in mijn eigen land, het Verenigd Koninkrijk, met name onder de vorige regering.

Onze eerste prioriteit is nu een eind te helpen maken aan het zinloze geweld in Libië. Ik was een van de eersten in dit Parlement die opriep tot een vliegverbod. Ik bedank Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk voor het krachtdadig nastreven hiervan boven het hele land, zodat Khadafi zijn eigen bevolking niet meer kan bombarderen en geen huurlingen meer kan invliegen vanuit vooral Algerije en de landen ten zuiden van de Sahara. Ik vrees dat de Veiligheidsraad – vooral omdat de Russen en de Chinezen een veto kunnen uitspreken – het vliegverbod mogelijk niet zal sanctioneren.

We moeten nu serieus overwegen de Nationale Overgangsraad in Benghazi te erkennen als de legitieme Libische regering, zodat deze om militaire hulp kan vragen zonder dat daar een VN-resolutie voor nodig is. Dit zou verder bloedvergieten onder de burgerbevolking voorkomen en de democratisch gezinde rebellen een echte kans geven.

Gelukkig zijn de meeste EU-burgers die zich in Libië bevonden, veilig geëvacueerd – en op efficiënte wijze – maar het was mij duidelijk dat de meeste EU-lidstaten alleen maar waren geïnteresseerd in het helpen van hun eigen onderdanen. De bepalingen van het Verdrag van Maastricht die het EU-burgers mogelijk maken om in geval van nood, waar zij ook zijn, consulaire bescherming te krijgen van iedere lidstaat, leken tijdens het evacuatieproces geheel te zijn vergeten.

 
  
MPphoto
 

  Miguel Portas, namens de GUE/NGL-Fractie. – (PT) Mijnheer de Voorzitter, men kan de opstand in Libië niet begrijpen zonder inzicht te hebben in de revoluties in Tunesië en Egypte. De opstand in Libië maakt immers deel uit van een breed historisch, revolutionair en volksgedragen proces op weg naar democratie in het gebied ten zuiden van de Middellandse Zee en in de gehele Arabische wereld. Daarom is de positie van Europa en de verandering van de omgang met Libië van bijzonder groot belang.

De dagen van het regime-Khadafi zijn geteld omdat het een dictatuur is en het volk zijn angst is verloren. Omdat het geen mogelijkheden heeft te overleven met buurlanden die in de democratische overgangsfase verkeren en ook omdat het binnen de internationale gemeenschap geïsoleerd staat.

Ten aanzien van de verandering van Europa's positie is het noodzakelijk om iets over het verleden te zeggen, aangezien de Europese Unie een van de steunpilaren was van het oude regime. De resolutie maakt daar geen melding van, maar de wapens waarmee het Libische volk wordt onderdrukt zijn grotendeels wapens en bommen uit Europa.

Juist hierom wil ik duidelijk zijn. Links is vóór het bevriezen van de tegoeden, het wapenembargo, de relatie met de opstand, en alle maatregelen voor humanitaire hulp, maar het moet duidelijk zijn dat wij tegen elke militaire interventie zijn, inclusief de maatregel die voor deze interventie de deuren opent: het vliegverbod.

Men heeft hierover in duidelijke bewoordingen gesproken. We hebben ervaring, we weten hoe militaire interventies beginnen en dat als ze eenmaal begonnen zijn, er geen einde meer aan komt.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder, namens de EFD-Fractie. – Voorzitter, voor Europese ogen speelt zich aan onze zuidgrens een waar Libisch drama af, want Khadafi's schrikbewind houdt niet alleen stand, maar is volop in de aanval gegaan tegen afvallige Libische landsdelen. Ondertussen is moord in de hoofdstad Tripoli aan de orde van de dag en verdwijnen er talloze burgers spoorloos. Een tragische situatie die de mening onderstreept van een ervaren Libië-reiziger: het enige effectieve middel is waarschijnlijk gewapend ingrijpen.

Voorzitter, de westerse huiver voor dit ultieme middel kan ik echter plaatsen. Aanzienlijk minder begrip kan ik echter opbrengen voor het talmen, het vertragen bij de instelling van een vliegverbod boven Libisch grondgebied. Inactiviteit in dezen heeft immers een hoge prijs: verlenging van het grote lijden van de Libische burgerbevolking. Voor een Libië na Khadafi, voor een beter toekomstperspectief van deze stammenstaat kan en moet de Europese Unie mede de grondslag leggen. Maak broeder-commandant, zoals Khadafi zich noemt, vooraleerst letterlijk vleugellam.

 
  
MPphoto
 

  Bruno Gollnisch (NI). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, volgens mij moet die zeer lange periode waarin we blijk hebben gegeven van lankmoedigheid en onmacht, nu niet ineens gevolgd worden door een overhaaste wens tot ingrijpen waarvan de negatieve gevolgen onmiddellijk voelbaar zouden zijn.

Eenmaal gedaan is nog geen gewoonte, maar op hoofdlijnen ben ik het eens met de verstandige woorden van de heer Schulz. Ik denk namelijk dat de goede bedoelingen waar dit Parlement van overloopt, de wens om in te grijpen vanuit humanitaire overwegingen, de bemoeienis met andermans zaken helemaal verkeerd uit zullen pakken. U wilt dat dictators het veld ruimen, en u hebt gelijk. Maar als u dat echt wilt, moet er voor hen wel een uitweg zijn. We moeten hun niet meteen al uitreisvisa ontzeggen waarmee ze het land kunnen verlaten. Ook moeten we hun niet, als enig toekomstbeeld, in het vooruitzicht stellen dat zij de rest van hun dagen in de gevangenis zullen slijten. Zo niet – en dat is zonneklaar, mijnheer Cohn-Bendit –, dan rest hun niets anders dan te blijven vechten tot de laatste druppel bloed van hun volk is vergoten. Dat is duidelijk! Daarom was het klassieke internationale recht ver verheven boven alles wat hier vandaag te beluisteren valt, en het is spijtig dat het in de vergetelheid is geraakt, vooral bij degenen die, nog niet zo lang geleden, deze dictators bewierookten! Het is niet ondergetekende die mijnheer Ben Ali hier uitnodigde en vol ontzag naar zijn toespraak luisterde. Nee, dat waren jullie, waarde collega’s, en op dat moment heb ik nauwelijks tot geen protesten gehoord!

 
  
MPphoto
 

  Ioannis Kasoulides (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, in het begin had de opstand in Libië dezelfde motieven en kenmerken als die in Tunesië en Egypte. Het Khadafi-regime ondernam echter een ongekende vorm van dodelijke repressie met inzet van luchtstrijdkrachten, bewapende helikopters en meedogenloze huurlingen die op onbewapende burgers schoten. De slachting leidde ertoe dat mensen uit het leger, de regering en diplomatieke diensten overliepen. De mensen in Benghazi en elders hebben wapens overgenomen van het leeglopende leger en de opstand is nu een gewapend conflict, waarbij de verhoudingen onevenwichtig verdeeld zijn.

Khadafi heeft iedere legitimiteit als leider verloren, nu hij misdaden tegen de menselijkheid heeft gepleegd tegen zijn eigen bevolking. Het aanhoudende conflict veroorzaakt een grote humanitaire ramp binnen en langs de Libische grenzen. Het risico bestaat dat er migratiestromen naar de EU tot stand komen, met name richting de zuidelijke lidstaten. Bovendien stijgen de olieprijzen naar niveaus die gevaarlijk zijn voor de wereldeconomie.

Het is daarom van het grootste belang dat het conflict onmiddellijk beëindigd wordt, maar zonder dat Khadafi zegeviert. Het vliegverbod moet dringend worden ingesteld en we moeten alle mogelijke andere middelen benutten om de democratisch gezinde Libiërs te helpen de strijdkrachten te verslaan die, dankzij omkoping, intimidatie en tribale manipulatie, Khadafi nog steeds steunen.

We kunnen ons een voorstelling maken van wat het betekent als Khadafi wint. We zullen dan terechtkomen in een situatie die erger is dan Rwanda, hetgeen een schande voor de mensheid zou zijn. Er moet nu resoluut worden opgetreden.

 
  
MPphoto
 

  Ana Gomes (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, het Europees Parlement steunt de Verenigde Naties in hun unanieme boodschap aan de Libische dictator: treed af, stop het bloedvergieten en zie gerechtigheid onder ogen.

Gezien Khadafi’s vergeldingsmaatregelen tegen zijn volk moet de EU haar verantwoordelijkheid om bescherming te bieden opnemen door te helpen bij het afdwingen van een vliegverbod, zoals de Arabische Liga, de OIC en de Afrikaanse Unie overwegen, en de andere maatregelen waartoe de Veiligheidsraad heeft besloten, met alle beschikbare middelen, ook die van het GBVB – let wel, mevrouw Ashton – namelijk om het wapenembargo af te dwingen.

De EU moet meer doen om hulp te bieden aan degenen die trachten te vluchten of die in Libië zijn gestrand, door de UNHCR en humanitaire organisaties ter plekke te ondersteunen en door vluchtelingen die niet gerepatrieerd kunnen worden, zoals de inwoners van Somalië, Eritrea en Ethiopië, helpen te huisvesten. Een kostendelend actieplan om vluchtelingen onderdak te bieden, een gemeenschappelijk asielbeleid, tijdelijke beschermingsmaatregelen – het zou allemaal met spoed door de Europese Unie moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de solidariteitsclausule en het beginsel van non-refoulement, en als onderdeel van een samenhangend en langetermijnbeleid om om te gaan met de gevolgen van een politieke overgang in Noord-Afrika, waarbij de oorzaak van migratie bij de wortel wordt aangepakt.

De EU moet het beleid voor de zuidelijke nabuurschapslanden herzien en prioriteit geven aan steun voor de opbouw van capaciteit en instellingen tot handhaving van de rechtsstaat, mensenrechten, vrouwenrechten inbegrepen, en ter voorbereiding van echte verkiezingen. De EU moet onmiddellijk contacten leggen met opkomende politieke machten in Libië, namelijk de Nationale Overgangsraad, om de democratische overgang te bevorderen en te garanderen dat de democratie de vrijheden, ontwikkeling en waardigheid brengt waar het Libische volk duidelijk naar streeft.

 
  
MPphoto
 

  Alexander Graf Lambsdorff (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, als dit debat iets duidelijk maakt, dan is het wel dat wij niet neutraal zijn in dit conflict. Wij staan aan de kant van de democratische revolutie. Khadafi moet vertrekken en Europa moet daarbij een actieve rol spelen.

We hebben te maken met een taakverdeling op internationaal niveau. Er is gewag gemaakt van een vliegverbod boven Libië, waarvoor we – Martin Schulz heeft gelijk – eigenlijk een mandaat van de VN-Veiligheidsraad nodig hebben. Wat doen we echter als Moskou en Peking gaan dwarsliggen? De lacune in het internationaal recht moet dan worden opgevuld. De verantwoordelijkheid voor de bescherming van de weerloze bevolking moeten wij hoe dan ook op onze schouders nemen, met hulp van de Arabische Liga, met hulp van de Afrikaanse Unie, maar ook met de hulp, met een actieve rol, van de Europese Unie. De militaire inzet laten we over aan de NAVO en haar partners, maar op politiek en economisch gebied zal de Europese Unie een centrale rol moeten blijven vervullen, lang nadat in een dergelijk scenario de rol van de NAVO en de Verenigde Naties zal zijn uitgespeeld.

Het moet mij van het hart dat ik zeer verheugd was, mijnheer Schulz, toen ik u hoorde zeggen dat wij een vrijhandelszone nodig hebben. Als de EU namelijk haar deuren sluit voor de producten van de mensen aldaar, zullen ze de Middellandse Zee massaal blijven oversteken in hun notendopjes, op weg naar Lampedusa. Dat is wat we absoluut niet willen. Laten we dus werk maken van een vrijhandelszone, laten we de EU openstellen voor hun producten, zodat de bevolking daar niet alleen democratisch, maar ook economisch een toekomst heeft.

 
  
MPphoto
 

  Mirosław Piotrowski (ECR). - (PL) De ontwikkelingen in Libië zijn een volgende stap in een reeks gebeurtenissen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Op grond van het Verdrag van Lissabon beschikt de Europese Unie over een Dienst voor extern optreden, die tot op heden traag heeft gereageerd op de gebeurtenissen in deze regio. Tweemaal heb ik haar opgeroepen om ten minste een missie daarheen te zenden. Dat zo'n missie er in het geval van Libië gekomen is, valt te verwelkomen. Ze heeft als doel de humanitaire acties te beoordelen. Er zijn echter ook concrete politieke acties nodig. Volgens de VN zijn er in Libië tot nu toe duizend doden gevallen, en volgens mensenrechtenorganisaties kan dat cijfer zelfs oplopen tot zesduizend. De onlusten in deze regio vertalen zich in een stijging van de olieprijzen op de wereldmarkten, hetgeen duidelijk merkbare gevolgen heeft voor iedere inwoner van de Europese Unie. Het is voor ons van vitaal belang dat de Unie op de komende top een duidelijk standpunt inneemt en samen optrekt met de diplomatie van de Verenigde Staten. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten (EFD). (EN) Mijnheer de Voorzitter, de ernstige gebeurtenissen in Noord-Afrika kunnen vergaande, gunstige of ongunstige, gevolgen hebben voor de toekomstige welvaart en vrede van de westerse beschaving, maar we zien nu het resultaat van een proces dat veertig jaar geleden al is begonnen. De olieproducerende landen hebben het Westen gegijzeld en wij hebben vele miljoenen dollar overgemaakt naar corrupte, despotische regimes. Zonder olie was kolonel Khadafi niet meer geworden dan een ordinaire lokale dictator.

We moeten hopen dat er in landen als Libië democratische en vooruitstrevende regimes komen – voor hun bestwil en voor de onze – maar daar mogen we niet op vertrouwen. Westerse landen moeten daarom geld vrijmaken voor wetenschappelijk onderzoek om een alternatief te vinden voor olie. Als er één les is die we bovenal moeten leren uit deze crisis, dan is het wel dat de westerse beschaving niet van anderen afhankelijk mag zijn voor haar vitale energievoorziening.

 
  
  

VOORZITTER: GIANNI PITTELLA
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Elmar Brok (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, dames en heren, ik wil de hoge vertegenwoordiger oprecht danken voor haar uiteenzetting en voor haar inspanningen in de afgelopen weken, die Europa weer wat verder op de kaart zouden kunnen zetten als we de zaak met de nodige moed blijven aanpakken en de noodzakelijke stappen ondernemen.

De gebeurtenissen in Noord-Afrika – hoe verschillend ze ook zijn – doen sterk denken aan wat zich in 1989 afspeelde. De mensen roepen om vrijheid en een beter bestaan. Afgezien van de humanitaire hulp die we moeten verlenen moeten we hen, zo ze dat willen, de hand reiken bij het opbouwen van een democratie. Echter, democratie kan pas wortelen als de levensomstandigheden verbeteren. Er is al gewag gemaakt van een Marshallplan en een vrijhandelszone – die noodzakelijk zijn, omdat het voor ons een positieve ontwikkeling van ingrijpende en historische proporties kan betekenen als in dit gebied democratie, vrijheid en een beter leven tot stand zouden komen. We moeten dit daarom niet als een gewone zaak behandelen en we moeten snel optreden.

Om te voorkomen dat Khadafi weer de overhand krijgt, moeten we de mensen daar een hart onder de riem steken en laten zien dat we aan hun kant staan. Het is daarom belangrijk om betrekkingen met de Nationale Overgangsraad van Libië aan te knopen. We moeten opereren als aanspreekpartner om duidelijk te maken dat er een andere wind waait. We moeten helpen Khadafi volledig te isoleren, hem te scheiden van zijn eigen mensen om een toekomst zonder Khadafi mogelijk te maken, zodat de mensen zich van hem afkeren. Daar hoort bij dat het Khadafi wordt belet zijn eigen bevolking te bombarderen. Daarom is een vliegverbod boven Libië – of wat er verder wordt ingesteld – noodzakelijk om bescherming en steun te bieden, zodat de mensen die voor hun vrijheid vechten niet hun moed verliezen. En aangezien we dit samen met de Arabische Liga kunnen doen, in overeenstemming met het handvest van de Verenigde Naties, is er geen besluit van de Verenigde Naties nodig als Rusland meedoet. We moeten de bevolking van dit land helpen haar vrijheid te bevechten, ook om te voorkomen dat er een slepende burgeroorlog met deze moordenaar uitbreekt.

(Spreker gaat in op een "blauwe kaart"-vraag overeenkomstig artikel 49, lid 8 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 

  Miguel Portas (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag verifiëren of ik collega Brok goed heb begrepen, namelijk, dat een militaire oplossing, een besluit van militaire aard, naar zijn opvatting geen besluit van de Verenigde Naties vergt. Want als dat inderdaad zo is, dan moet ik zeggen dat ik volstrekt met u van mening verschil.

 
  
MPphoto
 

  Elmar Brok (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb onderstreept dat dit in samenwerking met de Arabische Liga en met Arabische landen moet gebeuren.

Ten tweede is het wenselijk dat acties door een besluit van de Verenigde Naties worden gelegitimeerd. Als een resolutie echter door een veto van een van de permanente leden van de Veiligheidsraad wordt getroffen, zijn er genoeg voorbeelden van hoe er een beroep op het handvest van de Verenigde Naties kan worden gedaan. Het kan niet zo zijn dat een land met vetorecht verhindert dat er wordt opgetreden tegen moord op de eigen bevolking.

 
  
MPphoto
 

  Adrian Severin (S&D). (EN) Mijnheer de Voorzitter, de recente gebeurtenissen van historisch belang in onze zuidelijke nabuurschapslanden vragen om een herziening van ons beleid ter zake, maar eerst moeten we er de lessen uit trekken.

Ten eerste moeten we inzien dat het verkeerd is om op autoritaire leiders te vertrouwen of onze manier van leven op te leggen. Wij moeten deze mensen hun democratie op hun manier en op hun voorwaarden laten opbouwen.

Ten tweede moeten we begrijpen dat de nationale versnippering van ons beleid van ontwikkelingshulp, waarbij soms nationale geopolitieke belangen worden gediend, ons en de landen in het gebied berooft van de voordelen van veiligheid door ontwikkeling.

Ten derde leidt ons gebrek aan visie en aan politieke wil om de veiligheidsproblemen in de regio, met name de Israëlisch-Palestijnse kwestie, aan te pakken tot almaar ernstiger crises.

Wat Libië, en ook andere landen, betreft, moeten we voor ogen houden dat niet iedereen die een dictator bestrijdt per se een democraat is en verandering op zich niet altijd een verbetering is.

We kunnen het daarom wel hebben over dialoog, betrokkenheid en humanitaire hulp, maar voor erkenning kan het nog te vroeg zijn. Het inzetten van militaire middelen moet worden uitgesloten of ten minste afhangen van de goedkeuring van de Verenigde Naties en de samenwerking met de Arabische Liga. Anders kan ons dat leiden naar een avontuur waarvan de uitkomst wel eens zou kunnen tegenvallen.

 
  
MPphoto
 

  Marielle De Sarnez (ALDE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, deze keer moet Europa zorgen dat het er bij is. Bij de top van vrijdag moet ondubbelzinnig en zonder enig voorbehoud de legitimiteit van de nationale raad worden erkend, waarvan de eisen simpel zijn. In de eerste plaats gaat het om de humanitaire urgentie. Er woedt een burgeroorlog in Libië. Wij moeten veel en veel meer werk maken van het zenden van voedsel, medicijnen en artsen, en hulp bieden aan de duizenden vluchtelingen die samendrommen in Tunesië en Egypte. Europa mag het echter niet bij een humanitair antwoord alleen laten. De Europese Raad moet zijn verantwoordelijkheden nemen en in het kader van een VN-besluit waar ook de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie zich achter scharen, het voortouw nemen bij de uitvoering van het plan voor een vliegverbod om te voorkomen dat de luchtmacht van Khadafi een slachting aanricht onder de eigen bevolking.

En ik wil de leiders die op alle angstgevoelens inspelen nog even dit zeggen: de migranten die Libië ontvluchten willen maar één ding, naar huis terugkeren. De mensen die nu hun leven riskeren voor de vrijheid en de democratie, willen leven en werken in een vrij land waar ze trots op zijn, en zodra de fase van de wederopbouw aanbreekt zal de Europese Unie zich dus met de nodige moed en vastberadenheid moeten wijden aan hun economische ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 

  Dirk Jan Eppink (ECR). (EN) Mijnheer de Voorzitter, we zijn het er allemaal over eens dat Khadafi een moordenaar is en ik ben het met de heer Schultz eens. Ik vraag me alleen af waarom onze EU-leiders de afgelopen jaren bij hem in het gevlei probeerden te komen.

Ik heb hier een foto van de heer Van Rompuy, nog maar pas op zijn post en meteen al in het verkeerde gezelschap; hier zien we de heer Verhofstadt die de dictator met militaire eer ontvangt, wat deze zeker zal waarderen. Hier, mijnheer Cohn-Bendit, zien we de heer Berlusconi. We weten dat de heer Berlusconi van zoenen houdt, maar hier zoent hij de verkeerde. En, mevrouw Ashton, dan heb ik hier Tony Blair nog, uw voormalige chef, die de dictator kust.

Wat ik wil zeggen is dit: ik begrijp dat u mensen moet ontmoeten die gemener zijn dan uzelf, maar u hoeft ze niet te zoenen. U hoeft ze niet te omhelzen, u hoeft ze niet te vleien.

U hebt het monster gevoed waar mensen nu tegen strijden en daarom worden ze gedood. En dus zeg ik tegen al die EU-leiders die Khadafi hebben gekust en omhelsd: schaam u!

 
  
MPphoto
 

  Mario Mauro (PPE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, hij was de juiste man op het juiste moment. De heer Cohn-Bendit heeft gezegd: Khadafi is een crimineel en hij heeft akkoorden gesloten met Berlusconi.

Ik zeg, Khadafi is een crimineel, hij heeft overeenkomsten gesloten met de Europese Commissie van Romano Prodi, met de Italiaanse regering van Massimo D’Alema, met de Labour-regering van Tony Blair en met nog honderd andere regeringen. Khadafi is een crimineel die al meer dan twintig jaar aan het hoofd staat van een land dat strategisch en cruciaal blijft voor de belangen van de halve wereld. We moeten realistisch genoeg zijn om dat te zeggen, want hoe kunnen we anders beginnen aan het Marshallplan waartoe de heer Schulz heeft opgeroepen?

Het Marshallplan is uitgevoerd, de Amerikanen hebben ons geld gegeven, maar daarbij hebben ze geëist dat de Europese regeringen de communisten uit de landelijke politiek verjoegen, ze hebben ons dus voorwaarden gesteld. Welke voorwaarden willen wij stellen aan de landen ten zuiden van de Middellandse Zee, om ook met een Marshallplan te komen? Willen we de dictators van deze jaren vervangen door andere dictators om onze eigen belangen te behartigen, of willen me, met ons eigen Marshallplan, gezonde en sterke instellingen stichten, die de weerspiegeling zijn van wat er in de samenlevingen leeft en van wat men de afgelopen dagen in deze landen tot leven heeft zien komen?

Dat is de vraag die we onszelf moeten stellen, en de voorstellen die we moeten doen, de voorstellen die we moeten doen aan de Raad, inclusief een vliegverbod en patrouilleren aan de Libische kust, wat door Europa gedaan moet worden en niet door Amerikaanse schepen in de Golf van Sidra. Dat moet het passende antwoord van Europa zijn op dit moment.

 
  
MPphoto
 

  Juan Fernando López Aguilar (S&D). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, dit debat maakt duidelijk dat iedereen in het Europees Parlement zich ervan bewust is dat met de transformatiecrisis in Noord-Afrika niet langer alleen de geloofwaardigheid maar ook de levensvatbaarheid van het buitenlands beleid van de Europese Unie op de proef wordt gesteld. Daarom is het absoluut cruciaal dat de Europese Unie de internationale gemeenschap met een enkele en herkenbare boodschap toespreekt.

Ik wil mijn minuut spreektijd gebruiken om mij aan te sluiten bij degenen die op het belang van de humanitaire dimensie van deze transformatiecrisis hebben gewezen, zodat Europa zich een beeld gaat vormen van de effecten die deze crisis op het humanitaire vlak heeft, waarbij met name moet worden gedacht aan de ontheemden en aan de asielzoekers die uit het conflictgebied naar de dichtstbijzijnde grens vluchten, wat de grens met de Europese Unie is.

Daarom is het dringend noodzakelijk dat het nog steeds aanhangige asielpakket wordt voltooid, dat Richtlijn 2001/55/EG wordt herzien − betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequentie van de opvang van deze personen −, dat prioriteit wordt gegeven aan de asielinstrumenten waarover de Europese Unie beschikt, namelijk Frontex en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, en vooral dat daadwerkelijk invulling wordt gegeven aan de mensenrechtenclausule van het buitenlandse beleid, zodat het niet louter een breedsprakige clausule is, maar een reden voor het bestaan van dat beleid.

 
  
MPphoto
 

  Kristiina Ojuland (ALDE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, gisteren hebben veel leden van dit huis de afgevaardigden van de Nationale Overgangsraad van Libië ontmoet en hun boodschap was overduidelijk: ze hebben onmiddellijk internationale steun en hulp nodig.

Daarom is, zoals vele collega’s al hebben gezegd, het eerste wat we moeten doen het aanknopen van betrekkingen met de overgangsraad teneinde hun activiteiten te legitimeren. Wij moeten hen erkennen.

Ten tweede: we weten allemaal, en veel collega’s hebben het al gezegd, dat er nog steeds, elke minuut weer, mensen door Khadafi’s luchtstrijdkrachten in Libië worden gedood en daarop moeten we als Europese Unie voorbereid zijn en samen met de Verenigde Naties en de Arabische Liga snel handelen om het vliegverbod in te stellen.

Mijn laatste punt betreft humanitaire aangelegenheden. Deze mensen hebben eenvoudige elementaire zaken nodig zoals voedsel, water, medische voorzieningen en ook technische hulp. Zelfs de strijdkrachten aan de kant van de oppositie moeten technische hulp krijgen zodat ze online met elkaar in contact kunnen komen.

 
  
MPphoto
 

  Paweł Robert Kowal (ECR). (PL) Gelukkig is het niet zo dat de afgelopen jaren heel Europa en alle politici van de wereld Khadafi hebben gekust, zoals collega Eppink zei. Vijfentwintig jaar geleden wist Ronald Reagan al heel goed wat voor iemand Khadafi is. Het kostte ons vijfentwintig jaar eer wij zover waren. Die kussen waren natuurlijk niet geheel zonder reden: de reden ervoor was, in een woord: stabiliteit. Vandaag moeten we het woord "stabiliteit" vervangen door "democratie". Dit is een kans die we nu moeten grijpen. We staan aan de vooravond van een top. We verwachten dat daar iets uit komt. We kunnen niet nog eens vijfentwintig jaar voorbij laten gaan. Ons probleem is niet dat we de tijdgeest niet begrijpen. Wat hier gezegd wordt is vaak volkomen juist. Ons probleem is dat we traag handelen. Ons probleem is dat ons optreden niet effectief is. Dit is misschien wel de grootste kans en de grootste mogelijkheid ten aanzien van al onze buren, ook Loekasjenko. Waar het om gaat is dat we tijdig reageren, want anders zitten we over vijfentwintig jaar weer naar kusfoto's te kijken. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Michael Gahler (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij willen de mensen in Noord-Afrika helpen bij de verwezenlijking van hun legitieme doelen. Zij bepalen de in te slagen weg maar wij moeten direct humanitaire hulp verlenen als ze daarom vragen. Het is daarom goed dat ECHO, het Bureau voor humanitaire hulp van de Europese Gemeenschap, al aanwezig is in Tunesië en Egypte.

De capaciteiten en vermogens van de EU en haar lidstaten worden zwaar op de proef gesteld, omdat we alles tegelijk moeten doen: eigen burgers repatriëren, vluchtelingen uit de buurlanden opvangen en op weg naar huis helpen, ons bekommeren om de bootvluchtelingen die de EU binnenkomen en verzet bieden tegen de illegale machtshonger van een dictator.

Wat zijn de concrete stappen om Khadafi uit zijn macht te ontzetten?

Om te beginnen moeten we eendrachtig onze ambassadeurs uit Tripolis terugroepen.

Ten tweede moeten we de Nationale Overgangsraad van Libië als onze legitieme gesprekspartner erkennen en afspraken maken over de verlening van humanitaire hulp.

Ten derde moeten de EU-lidstaten die zitting hebben in de Veiligheidsraad gezamenlijk een voorstel indienen voor de instelling van een vliegverbod boven Libië, waar dan op korte termijn over gestemd wordt.

Ten vierde: als er in de Veiligheidsraad een veto wordt uitgesproken, moeten we de ontwikkeling van regionaal volkenrecht steunen. Dat betekent dat wanneer de Afrikaanse Unie, de Arabische Liga en de EU overeenstemming hebben bereikt, we gezamenlijk een weg in de regio moeten uitstippelen om met passende middelen het vliegverbod te implementeren.

Op middellange termijn zullen we inderdaad moeten bespreken hoe we, bijvoorbeeld door instelling van een vrijhandelszone, de landen mogelijkheden kunnen bieden tot ontwikkeling zodat de bevolking in haar eigen land een toekomst op kan bouwen.

 
  
MPphoto
 

  Sylvie Guillaume (S&D). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik wil mijn steun betuigen aan de stap die ons Parlement heeft gezet, namelijk de resolutie over de situatie in Libië. Deze is in feite de inspiratiebron voor de reactie van de Europese instellingen. De resolutie verwoordt even helder als vastberaden hoe wij kunnen helpen de problemen te boven te komen op een moment dat de situatie in Libië met de dag erger wordt.

Ik wil twee uitdagingen in het bijzonder noemen: in de eerste plaats is het op korte termijn inderdaad onze prioriteit om de burgers te beschermen, of het nu gaat om ontheemden die de gevechten ontvluchten of om Libiërs die onder vuur liggen van de aanvallen van Khadafi op zijn eigen volk. We moeten alle middelen investeren in humanitaire noodhulp en met name de buurlanden te hulp schieten die de belangrijkste rol spelen bij de opvang van de bevolking: Tunesië, Egypte en Niger.

En daarna moeten wij onze verantwoordelijkheid nemen op de middellange en lange termijn. Hier gaat het om het aangrijpen van de historische gelegenheid die ons wordt geboden om, in het directe verlengde van deze opstanden, ondersteuning te bieden aan het proces van democratische overgang en vervolgens verder te kijken met het oog op de herformulering van het gemeenschappelijk Europees asiel- en immigratiebeleid op basis van een evenwichtig partnerschap dat die naam echt verdient en dat definitief een eind maakt aan het gebruiken, zo niet misbruiken van landen rond de Middellandse Zee als politieagenten van Europa.

 
  
MPphoto
 

  Edward Mc Millan-Scott (ALDE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, al zolang als ik ben aangesteld als vicevoorzitter voor democratie en mensenrechten heb ik getracht de spreekbuis te zijn voor hen die dat zelf niet kunnen. We hebben vandaag in het Parlement gasten van de Nationale Overgangsraad van Libië, die gisteravond een ontmoeting hadden met de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger, maar die niet kunnen deelnemen aan het debat. Naar mijn mening, en ik denk naar de mening van velen in dit Parlement, moet de Europese Unie de Nationale Overgangsraad van Libië vóór het weekend erkennen, wat er verder ook nog moet gebeuren, en ik heb enkele van de ideeën die mevrouw Ashton naar voren wil brengen, gezien.

De uitschakeling van Khadafi is van vitaal belang, en niet alleen voor Libië: deze is ook van belang voor de miljoenen Arabieren die elders in de Arabische wereld strijden voor vrijheid. Als we de overgangsraad officieel erkennen, kan humanitaire en andere hulp, evenals de strategische benodigdheden van het ogenblik, naar die overgangsraad gaan. De EU moet ondubbelzinnig zijn in haar steun aan de democratie, overal waar die opbloeit.

 
  
MPphoto
 

  Tokia Saïfi (PPE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, in deze dramatische uren waarin de toekomst van Libië op het spel staat, is humanitaire hulp belangrijk maar niet genoeg. De Europese Unie moet een helder standpunt bepalen over een militaire optie in de lucht om een eind te maken aan de ongebreidelde repressie die neerdaalt op de bevolking. Wij begrijpen de terughoudendheid en de risico’s, maar deze kwestie gaat verder dan Libië. Zij raakt aan de politieke toekomst van de gehele regio en de politieke toekomst van Europa.

De Europese Unie moet ook zo snel mogelijk overgaan tot de erkenning van de Nationale raad als legitieme autoriteit van Libië. Wij hebben de kans om een krachtige boodschap over te brengen aan alle volkeren die strijden voor hun vrijheid: "Europa staat aan uw kant, omdat uw strijd ook onze strijd is".

Ook moeten we het nabuurschapsbeleid bijsturen in de richting van ondersteuning van de overgang naar de democratie, ondersteuning van de economie en het aanhalen van de banden met de andere landen en organisaties in de regio.

Tot slot moeten we deze landen zo spoedig mogelijk te hulp schieten bij het beheren van hun migratiestromen. De beelden van de exodus zijn het bewijs dat dit niet alleen een kwestie van Noord-Zuid is, maar ook van Zuid-Zuid.

Beste collega’s, mevrouw Ashton, het is tijd om keuzes te maken. Ofwel Europa brengt een heldere boodschap over van steun en inzet van middelen om deze mensen te helpen, ofwel het bouwt een muur om zich heen en neemt de gedaante aan van een illusoir en egoïstisch fort.

 
  
MPphoto
 

  Pier Antonio Panzeri (S&D). (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de aard van dit debat staat mij toe om u, mevrouw Ashton, eraan te herinneren dat de Parlementaire Vergadering van de Unie voor het Middellandse Zeegebied haar werkzaamheden vorige week in Rome heeft beëindigd, en enkele te volgen paden heeft aangeduid waarvan het nuttig zou zijn dat de Europese Commissie daarop terug komt, vooral daar waar wordt gesuggereerd hoe de huidige democratische overgangsprocessen moeten worden gesteund.

Daarom verzoek ik u en de Commissie om de ontwikkelingen in Tunesië aandachtig te volgen. Dit land kan een stuwende kracht zijn voor de democratie en een referentiepunt voor de hele regio.

Voor wat betreft Libië moeten we ons ten volle beseffen dat het feit dat een deel van de internationale gemeenschap heeft aangekondigd alle banden met het Khadafi-regime te verbreken, gevolgen zal hebben, vooral als we bedenken dat dit regime meer weerstand biedt dan dat van Ben Alì en Mubarak.

Dat houdt in dat we nu, en timing is doorslaggevend in de politiek, geloofwaardig, serieus en consequent op moeten treden op vier punten: een passend Europees financieel plan. Ik snap de associaties die het oproept, maar wij hebben een Ashtonplan nodig, en geen Marshallplan; een immigratie- en asielbeleid op Europees niveau; een afschrikkingsbeleid dat ook een vliegverbod omvat; en de volle steun aan wie zich tegen het Khadafi-regime keert.

Het is nu aan u, mevrouw Ashton, aan uw buitenlands beleid, om tijdens het overleg met de Raad de komende dagen deze punten te verzilveren, ook om te voorkomen dat datzelfde Europees buitenlands beleid nogmaals wordt verrast door de gebeurtenissen die het Middellandse Zeegebied veranderen.

 
  
MPphoto
 

  Cristian Dan Preda (PPE).(RO) Mijnheer de Voorzitter, een aantal dagen geleden heeft het Khadafi-regime een brief gestuurd naar de VN-Veiligheidsraad waarin het zijn verbazing uit over de op 26 februari aangenomen sancties. Men beweerde namelijk dat er slechts – in de woorden van Khadafi – ‘middelmatig’ geweld was gebruikt tegen een aantal ‘subversieve activiteiten’. Dit is duidelijk een dictator die weet dat hij het spel verloren heeft en niet langer de ernst van zijn acties kan erkennen. Hier wordt op ongelooflijk cynische wijze het grove geweld in Libië van de afgelopen drie weken gebagatelliseerd.

Aan de andere kant laat de reactie van het Khadafi-regime zien dat hij niet geheel ongevoelig is voor de tot nu toe opgelegde sancties. Daarom ben ik van mening dat we de zwaarst mogelijke sancties moeten toepassen, uiteraard onder mandaat van de VN. Ik ben echter van mening dat we verder moeten gaan dan handhaving van een vliegverbod, en steun moeten geven aan degenen die Khadafi moeten verslaan. Daarbij moeten we ons ook solidair tonen met de zuidelijke lidstaten die een golf van vluchtelingen zullen krijgen. Het is zonneklaar dat dat gaat gebeuren.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil (PPE).(MT) Mijnheer de Voorzitter, de gebeurtenissen die in de Arabische wereld en in alle landen van de Arabische wereld plaatsvinden, zijn een mooie droom die uitkomt. Om echter te voorkomen dat deze droom een nachtmerrie wordt, moeten we onze plicht vervullen en ervoor zorgen dat deze volkeren zich niet alleen van hun dictators bevrijden, maar ook de dictatuur uitroeien. Daarvoor moeten zij een overgangsfase doorlopen, wat om grote steun van onze kant vraagt.

Het is waar dat wij allemaal betrekkingen met deze landen en hun regime zijn aangegaan. Maar toen we eenmaal getuige waren geweest van het schokkende geweld dat er plaatsvindt, hebben we ons luid en met één stem uitgesproken tegen het geweld en tegen het regime dat het toebrengt. De volgende stap is om korte metten te maken met dit geweld, niet alleen met woorden, maar ook met onze daden. Elke dag die voorbijgaat en die geweld met zich meebrengt is weer een dag waarin we hebben toegestaan dat er moorden hebben plaatsgevonden en bloed is vergoten.

We moeten de humanitaire aanwezigheid van de Europese Unie versterken. Dat wordt op dit moment al gedaan en Cathy Ashton doet goed werk, maar wij moeten meer humanitaire hulp verstrekken, zowel aan het Libische volk, als aan degenen die nu voor het regime naar Tunesië en Egypte vluchten. Als deze toestroom zich bovendien een weg naar Europa baant, dan moeten wij daar op voorbereid zijn. Het is prima om te zeggen dat we onze deuren voor Libische vluchtelingen moeten openen, maar het staat te bezien of wij die verantwoordelijkheid allemaal willen dragen wanneer het zover is.

 
  
MPphoto
 

  Ernst Strasser (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, u stuit in deze zaal regelmatig op kritiek maar nu wil ik deze discussie te baat nemen om te zeggen dat de Europese Unie, en met name u als persoon en uw medewerkers, snel, kordaat en doelmatig hebben opgetreden in deze crisis. Dit optreden brengt Europa dichter bij de rol die wij gezamenlijk als medevormgever van een mondiale wereld voor ogen hebben.

Het is niet alleen waar, maar ook belangrijk om te zien dat de situatie per land verschilt en met name in Libië heel specifiek is. De Europese Unie heeft op tijd politiek stelling genomen tegen de volkerenmoord en zich achter de burgerbevolking geschaard. Het is goed dat samen met de NAVO, de VN en andere partijen de druk op het regime van Khadafi is opgevoerd. Vanzelfsprekend mag ook militair optreden niet worden uitgesloten, mits het plaatsvindt in het kader van afspraken op het gebied van het internationaal recht. Voorts moet humanitaire hulp worden verleend. Dat betekent dat mensen die het oorlogsgebied zijn ontvlucht levensmiddelen, geneesmiddelen en een onderkomen moeten krijgen.

Ook moeten we nadenken over wat er gebeurt als Khadafi eenmaal weg is. In dit verband wijs ik op de Euromediterrane Parlementaire Vergadering in Rome, die een aantal belangrijke positieve voorstellen heeft gedaan die betrekking hebben op, ten eerste, persoonlijke zekerheid voor de burgers, ten tweede, politieke zekerheid – wat ook met zich meebrengt dat er nauw met de overgangsregering wordt samengewerkt – en, ten derde, economische zekerheid.

We moeten al het mogelijke doen om een situatie te scheppen waarin de landen de economische draad weer kunnen oppakken en de mensen werk vinden.

 
  
MPphoto
 

  Krzysztof Lisek (PPE). (PL) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, ik denk dat we deze gebeurtenissen in Noord-Afrika vooral moeten beschouwen als onderdeel van een historisch proces. Nog niet zo lang geleden waren wij allen getuigen van de moordpartijen op de Balkan – en helaas hebben we er in zeker mate ook zelf aan meegedaan – een situatie waarin mensen in Europa elkaar om het leven brachten. Vandaag moeten we alles in het werk stellen om herhaling van een dergelijk scenario te vermijden. Daarom hoop ik dat de we op de komende EU-top blijk geven van de vastberadenheid om snel te reageren. Maatregelen als een vliegverbod of het de facto verbreken van de diplomatieke betrekkingen met het regime-Khadafi en met Khadafi zelf als zijnde een misdadiger, lijken me noodzakelijk.

Ik denk dat we ook moeten kijken naar wat er in 1989 in Polen en andere landen is gebeurd. Dit is een kans, want vandaag willen de jonge mensen die demonstreren in de straten van Libië en andere landen van Afrika echt democratie. Wij moeten hen daarbij helpen.

 
  
MPphoto
 

  Tunne Kelam (PPE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik was blij met uw inleidende toespraak, mevrouw Ashton, met name waar u zei dat onze acties hun wortels moeten hebben in de kernwaarden van de EU, want spontane protesten in Noord-Afrika hebben al laten zien dat ondemocratische heersers geen werkelijke stabiliteit kunnen bieden. We moeten beseffen dat de pogingen om wrede dictators als Khadafi te beteugelen, mislukt zijn, en dat is gênant genoeg. De mensen in Libië vechten voor waarden die wij met hen delen en we moeten duidelijk hun kant kiezen.

Dezelfde op gedeelde waarden gebaseerde benadering moet ons toekomstige beleid jegens staten als Iran, Belarus, Cuba, China en Rusland bepalen.

Wat we in twee dagen tijd moeten doen is een vliegverbod steunen, de Nationale Overgangsraad onmiddellijk erkennen en de sociale en economische oorzaken van deze revoluties aanpakken.

Ik geloof niet dat we het zonder een soort langetermijn-Marshallplan kunnen stellen.

 
  
MPphoto
 

  Nadezhda Neynsky (PPE).(BG) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Ashton, in 1999 had Khaddafi, om onrust in de hem vijandig gezinde stad Benghazi te voorkomen, zondebokken nodig die hij de verantwoordelijkheid in de voeten kon schuiven voor het feit dat een aantal kinderen besmet was geraakt met het aidsvirus, terwijl dit het gevolg was van de slechte gezondheidszorg in Libië. Voor dat doel vond hij zes Bulgaarse artsen en een Palestijnse dokter, die lange, verschrikkelijke jaren in Libische gevangenissen hebben doorgebracht.

Khaddafi’s manipulatie van deze situatie is echter mislukt in zijn eigen land, wat blijkt uit het feit dat Benghazi de plaats was waar de revolutie begon. De verpleegsters, die het slachtoffer van de dictatuur van Khaddafi waren, werden een duidelijk symbool van Europese solidariteit. Deze Europese solidariteit wordt nu door de Libische burgers en de Libische jongeren verwacht. Deze solidariteit wordt verwacht door mensen die niet gevangen zijn in het beeld dat er in de Arabische wereld maar één keuze is, die tussen dictators of islamisme, en die elke dag bewijzen, ook met hun bloed, dat er ook plaats voor democratie is in deze wereld.

Dat is de reden waarom wij Europeanen, nu we over de toekomst van Libië debatteren, onpartijdig in onze oordelen, vastbesloten in onze acties, en, het belangrijkst van allemaal, verenigd in onze besluiten moeten zijn. We moeten onze steun geven aan principes, vrijheid en democratie in deze wereld.

 
  
MPphoto
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra (PPE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, er zijn duizenden vluchtelingen en duizenden ontheemden. De oplossing voor deze noodsituatie is evacuatie. Daarvoor zijn vervoermiddelen nodig. Zoals de heer Guterres terecht opmerkt, willen deze mensen niet naar de Europese Unie, maar naar huis.

Er zijn twee miljoen immigranten, waaronder een miljoen Egyptenaren en tachtigduizend Bengalezen. We moeten onze aandacht richten op de allerzwaksten: de Eritreeërs, de Somaliërs, de Afrikanen van beneden de Sahara die ten onrechte voor huurlingen worden aangezien, en de Palestijnen. Het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen (UNHCR) zegt dat het binnen drie maanden 160 miljoen dollar nodig heeft voor water, medicijnen, voedsel en transport.

Vrijdag verwachten wij een duidelijk antwoord van de Unie. Khadafi mag niet ontkomen aan berechting voor het Internationaal Strafhof: de massale aanslagen tegen de bevolking vormen misdrijven tegen de menselijkheid. De openbare aanklager Luis Moreno-Ocampo is al bezig met het nemen van maatregelen.

Mijnheer de Voorzitter, het Europees Parlement moet in het conflictgebied aanwezig zijn. Want wij zijn ook een democratisch instrument voor het uitoefenen van druk en het verschaffen van informatie aan de vrije wereld. Daarvoor hebben wij een mandaat van het Parlement nodig, zodat een parlementaire delegatie de vluchtelingenkampen van het UNHCR, het Internationale Rode Kruis en de Rode Halve Maan kan bezoeken.

 
  
MPphoto
 

  Salvatore Iacolino (PPE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de steeds sterker wordende en wijdverspreidere opstanden die nu aan de gang zijn in het Middellandse Zeegebied geven zonder twijfel uitdrukking aan een sterke wens naar democratie, vooral van de jongeren, die door Facebook en Twitter naar een andere dimensie worden gestuwd die beter past bij hun aspiraties.

De gebieden die aan de Middellandse Zee liggen, zijn andere werelden die, vandaag meer dan ooit, lijden onder de bloederige en gewelddadige onderdrukkingen van dictators waar, dat moet gezegd worden, zo’n beetje alle wereldmachten ooit wel eens banden mee hebben onderhouden.

Ik wil op enkele belangrijke punten wijzen: de humanitaire noodsituatie, bescherming van de waardigheid van vluchtelingen en tegelijkertijd het besef dat deze noodsituatie in korte tijd zou kunnen uitmonden in een crisissituatie op volksgezondheidsgebied. De buitensporige concentratie van ontheemden zonder voldoende gezondheidszorg. Het geweld waar een einde aan moet komen, het voorgestelde vliegverbod, een nieuwe en andere solidariteit, Voorzitter, mevrouw Ashton, voor een beleid voor het Middellandse Zeegebied dat echte bescherming biedt aan de belangrijke groep mensen die in dat gebied blijven volhouden. Herziening van Frontex en, waarom niet, ik wil de Raad, die er vandaag niet is. eraan herinneren dat er twee richtlijnen zijn voor de bescherming van seizoenarbeiders en voor de overplaatsing van werknemers tussen bedrijven van burgers uit derde landen, die ook op het gebied van arbeid een antwoord zouden kunnen vormen op deze uitzonderlijke behoefte waar wij op doeltreffender wijze mee om moeten gaan.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – We beginnen nu met de "catch-the-eye"-procedure. Ik zal meteen maar zeggen dat ik negentien verzoeken heb om het woord te mogen voeren en dat ik niet aan al die verzoeken kan voldoen; ik kan aan vijf of zes leden het woord geven. Ik wil de andere leden niet beledigen, maar het debat duurde nogal lang en barones Ashton hield een zeer lange inleidende toespraak. Het volgende debat mag daar echter niet onder lijden. Excuses hiervoor. Ik geef het woord aan de afgevaardigden die zich het eerst hebben ingeschreven. Het spreekt vanzelf dat ik zal zorgen voor een eerlijke spreiding over alle fracties.

 
  
MPphoto
 

  Arnaud Danjean (PPE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de hoge vertegenwoordiger, u hebt benadrukt dat we zo snel mogelijk in actie moeten komen om iets te doen aan de crisis in Libië, dat is voor ons allen duidelijk. U hebt terecht gewezen op wat de Europese Unie heeft gedaan, en vooral goed heeft gedaan op humanitair gebied en op het vlak van de evacuatie van Europese burgers.

Ik denk overigens dat de Europese Unie er ook goed aan gedaan zou hebben om dit optreden zichtbaarder te maken, omdat altijd te veel de indruk bestaat dat deze operaties alleen maar door de lidstaten worden uitgevoerd, terwijl u erop hebt gewezen dat de Europese mechanismen hebben gefunctioneerd.

Over naar het politiek-militaire vlak: wijzen op de noodzaak van een vliegverbod is zeker nodig, politiek én militair gezien moet die zone er komen. Maar dit is niet genoeg, omdat we niet mogen vergeten dat de no-flyzones in Bosnië en Kosovo niet hebben voorkomen dat er aan de grond allerlei wreedheden plaatsvonden, terwijl wat het overvliegen betreft toch zeer strikt de hand werd gehouden aan die zones.

In afwachting van de besluiten van de VN-Veiligheidsraad beschikken wij over de Europese instrumenten van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, wij kunnen die gebruiken voor surveillances op zee, controle op de naleving van het embargo en aanvoer van humanitaire-hulpgoederen. Europa moet zich op dat punt laten horen, u hebt er de instrumenten voor.

 
  
MPphoto
 

  Richard Howitt (S&D). (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het eens met iedereen in dit debat die de Europese Unie vraagt maatregelen te treffen, op te treden en haar verantwoordelijkheid tot bescherming op te nemen. Ik ben ook blij dat hoge vertegenwoordiger Ashton een missie naar Libië stuurt die minder impact heeft dan een missie uit een van onze lidstaten bij voorbeeld.

Maar tegen al degenen die in dit debat gespierde taal laten horen, was uw taal ook zo gespierd tijdens de 42-jarige, wrede militaire dictatuur? Hebt u geprotesteerd toen meer dan tien jaar geleden 1 200 gevangenen in koelen bloede werden vermoord? Hebt u geprotesteerd tegen Khadafi’s al lang bekende lijst van martelingen, gedwongen verdwijningen en buitengerechtelijke executies?

Hebt u geklaagd toen de Europese Commissie onderhandelingen startte voor een kaderovereenkomst met Libië die dit jaar tot een goede afloop hadden moeten leiden? Harde sancties tegen opstappende dictators in crisistijd vallen goed in de Europese publieke opinie, maar strenge normen vóór het tot een crisis komt, vallen nog beter bij de mensen van wie wij zeggen dat wij ze willen helpen.

 
  
MPphoto
 

  Sonia Alfano (ALDE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, mevrouw Ashton, zoals iemand al heeft opgemerkt heeft u in deze zaak veel moed getoond, door de koe bij de horens te vatten, maar naar mijn mening moeten er nog een aantal belangrijke stappen worden genomen.

Intussen heeft u gesproken over het vervolgen van de schuldigen. Laten we hem bij naam en toenaam noemen, we moeten Khadafi vervolgen. U heeft ook gesproken over geweld. Naar mijn mening kunnen we echter spreken van een genocide die zich in die gebieden afspeelt, de zoveelste.

We mogen niet langer als struisvogels onze kop in het zand blijven steken, en ik denk dat we allereerst de Nationale Libische Raad moeten erkennen, een overgangsraad. We hebben een gesprekspartner nodig, we kunnen niet slechts blijven praten over tot een minimum beperkte humanitaire hulp.

We moeten zonder meer een vliegverbod eisen. We kunnen de veto’s van Rusland en China, dictaturen, niet langer accepteren. China censureert het internet, en Rusland laat journalisten, zoals Anna Politkovskaya, ombrengen. Om te beginnen moeten we een duidelijke koers uitzetten en de Nationale Libische Raad erkennen.

 
  
MPphoto
 

  Franziska Katharina Brantner (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil nog enige woorden wijden aan het beleid voor de zuidelijke nabuurschapslanden

(EN) en ingaan op de voorstellen die gisteren door de Commissie en mevrouw Ashton zijn gedaan. Ik denk dat wat we missen, een duidelijk besef is van wat nog steeds gaande is, bijvoorbeeld in verband met onze betrekkingen met Saoedi-Arabië en de onderhandelingen met Syrië. Hoe denkt u deze te veranderen? Hoe worden zij veranderd? Handhaaft u de status-quo van de onderhandelingen met Syrië, en wat gaat u doen met Saoedi-Arabië? Hoe gaan we om met deze landen?

Wat er volgens mij ontbreekt in uw voorstel – dat ik over het algemeen goed vind – is een procedure voor de wijze waarop we criteria gaan vaststellen voor het verbeteren van de betrekkingen. Hoe gaat u het ‘we zullen meer betalen’ vormgeven: op basis van welke criteria, en geverifieerd door wie? Ik denk dat we een procedure nodig hebben zoals een uitbreidingsproces, met een commissie die criteria vaststelt en een commissie die deze verifieert.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, we zijn solidair met de Arabische volkeren die voor hun vrijheid vechten, voor de democratie en voor de sociale vooruitgang in Tunesië, Egypte en Libië, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van elk land. We mogen echter niet de steun vergeten die de regeringen en leiders van de Europese Unie aan de dictators hebben gegeven door hun de wapens te verkopen die nu worden gebruikt om hun volk te doden.

Evenzo kunnen we in de strijd van de bevolking van deze landen geen enkele buitenlandse militaire interventie of bemoeienis accepteren. We weten hoe buitenlandse bemoeienis begint, maar we weten nooit hoe het zal eindigen, zoals onder meer in Irak, Afghanistan en vele andere regio's gebleken is. De politieke en sociale keuzes in de nabije toekomst van de inwoners van deze landen moeten worden gerespecteerd, en zij moeten alle humanitaire hulp krijgen waarom zij vragen, zonder voorwaarden vooraf of wat voor bemoeienis dan ook.

 
  
MPphoto
 

  Mario Borghezio (EFD). (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, we moeten zeker toegeven dat we in het Westen ernstig de fout in zijn gegaan. In Italië hebben we de fout gemaakt om Khadafi te beschouwen als “our son of a bitch”, zoals president Roosevelt zou hebben gezegd, maar uiteindelijk bleek hij gewoon een van de vele “...” die over hun volk regeren, en tegenwoordig zelfs op hun eigen volk schieten, of laten schieten.

Hoe kan het dat er niet één iemand is hier in het Europees Parlement die de verantwoordelijkheid legt bij de Afrikaanse staatshoofden en regeringen? Zij beschouwden Khadafi tot gisterochtend als een broer, zij hebben hem vertroeteld, hem naar de VN gestuurd als vertegenwoordigend leider voor de bescherming van de mensenrechten, wat zelfs heeft geleid tot zijn zelfverheerlijking als koning der koningen in Afrika. Of heb ik nu de verkeerde voor me?

Nu gaat Europa opnieuw in de fout, door te doen alsof het een duidelijk gevaar niet ziet, namelijk dat van een massale uittocht van Somaliërs, Eritreërs, en anderen die Libië ontvluchten. We moeten met veel energie te werk gaan, en niet door wapens te sturen, maar door deze volkeren te helpen met een Marshallplan, waarbij ook het systeem van kleine en middelgrote ondernemingen betrokken is.

***

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Alvorens ik het woord verleen aan barones Ashton voor haar reactie wil ik u laten weten dat twee afgezanten van de Nationale Overgangsraad van Libië, Mahmoud Jebril Ibrahim El-Welfali en Ali Aziz Al-Eisawi, op de officiële tribune hebben plaatsgenomen. Wij heten hen welkom.

Uw uitbundige applaus spreekt boekdelen over de ondersteuning en solidariteit van het Parlement en geeft blijk van de sterke steun in het debat voor vrijheid en democratie in Libië. Dank u wel en veel succes. Wij staan pal achter u.

***

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. (EN) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, dank u wel voor wat een belangrijk en, denk ik, zeer betekenisvol debat is geweest in dit Parlement.

Het gemeenschappelijke thema is natuurlijk de wens om in Libië een verandering te zien, die de wensen van de bevolking in het centrum van de aandacht van de Europese Unie en de internationale gemeenschap plaatst.

Ik denk dat de heer Schulz dit als eerste zei, maar het is heel vaak herhaald: we moeten helder blijven denken bij wat we doen, en we moeten heel vastbesloten zijn met betrekking tot wat we moeten doen. We moeten er op de eerste plaats voor zorgen dat de humanitaire hulp en steun het land binnenkomt en op de juiste plaatsen terechtkomt. We hebben door het hele land, van Benghazi tot Tripoli, contact met Artsen zonder Grenzen en het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRK). Maar ik weet uit mijn gesprekken dat er gebieden zijn waar het uiterst moeilijk is om hulp en medicijnen het land in te krijgen, vanwege de gevechten die er plaatsvinden en doordat mensen er niet doorheen komen.

Dit is iets waar mevrouw Georgieva, als commissaris voor Internationale samenwerking, humanitaire hulp en crisisbestrijding, aan werkt, en mevrouw Amos coördineert de inspanningen van de kant van de VN. Het goede nieuws is dat we op sommige plaatsen berichten krijgen dat ze het goed weten te redden en dat de steun arriveert, maar er is natuurlijk nog veel te doen.

Ik heb ook geluisterd naar wat de geachte afgevaardigden hebben gezegd over de problemen van vluchtelingen. We hebben er met de lidstaten hard aan gewerkt om mensen te helpen naar huis terug te keren. Veel vluchtelingen die bij de Tunesische grens zijn aangekomen, komen uit Egypte, en sommige lidstaten werken nauw samen met de Tunesiërs om vervoer over zee of door de lucht te verzorgen om deze mensen terug naar huis te brengen, en ook om degenen in de gaten te houden die teruggaan naar Afrika.

Er is echter nog veel meer te doen. Ik denk dat als we het land stabieler kunnen maken, mensen thuis kunnen blijven – wat de plaats is waar ze willen zijn. Een van de uitdagingen voor de EU – en ik ben hier heel open over – is dat we, door te zorgen voor stabiliteit in onze zuidelijke nabuurschap, mensen in staat stellen om te blijven waar ze willen zijn, met economische welvaart en democratie, in plaats van dat ze het gevoel hebben dat ze moeten vluchten vanwege geweld, een gebrek aan kansen of andere problemen.

Dan is er nog de vraag van een vliegverbod en de rol van militaire opties. Ik heb het gehad over het werk aan wat we hebben aangeduid als verstandige planning, dat momenteel plaatsvindt met het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) en dat afgelopen nacht is doorgegaan. Aan deze gesprekken wordt gerefereerd in onze besprekingen met de Verenigde Naties, waarvan ik ook heb aangegeven dat ze plaatsvinden, en met de NAVO, waar ik morgen een vergadering van zal bijwonen. Natuurlijk vinden deze besprekingen plaats in samenwerking met onze partners. De Arabische Liga zal zaterdag praten over een vliegverbod.

Maar wat ik ook heel stevig in gedachten houdt, is iets dat de secretaris-generaal van de Arabische Liga zei toen mijn delegatie hem gisteren bezocht: we moeten vaststellen wat we nodig hebben, want een vliegverbod betekent per definitie verschillende dingen voor verschillende mensen. Ik denk dat dit Parlement heel graag zou zien dat we waarborgen dat wat er wordt gedaan, goed kan worden gedaan. We moeten er zeker van zijn dat welke opties ook worden gekozen, ze worden gekozen in het volle besef van waar we mee bezig zijn, en met de steun van de mensen die er de gevolgen van zullen ondervinden. In dat verband refereer ik opnieuw aan de noodzaak van onze doorlopende discussies en dialogen met de Afrikaanse Unie en de Arabische Liga.

We zouden een groot debat kunnen houden – en misschien zouden we dat moeten doen – over een onderwerp waarover ik geschreven heb in de pers, namelijk isolationisme versus betrokkenheid. Het is een echte uitdaging, en wat ik wil zeggen tegen de man die de foto´s omhooghield, is natuurlijk dat je, als je de voorzitter van de Europese Raad bent en als voorzitter naar de Afrikaanse Top gaat die in Libië wordt gehouden, zult merken dat er een foto wordt gemaakt van de voorzitter met Khaddafi. Natuurlijk. Er zijn foto´s van veel mensen. In dezelfde groep werd een foto getoond van de geachte leider van onze ALDE-Fractie. Er zijn foto´s van elke gelegenheid waar degenen onder ons die een verantwoordelijke functie hebben gekregen, moeten omgaan met mensen met wie we dat waarschijnlijk liever niet zouden doen.

Ik denk dus dat het niet eerlijk is om een foto te tonen van Herman Van Rompuy terwijl hij zich in het gastland namens ons allemaal kwijt van zijn verantwoordelijkheden als voorzitter van de Europese Raad, met de persoon die de gastheer van het evenement was. Of we liever hadden gezien dat de Afrikaanse Unie haar top elders had gehouden, is een andere vraag, net als de vraag of we hen hierop gewezen hebben tijdens verschillende gelegenheden. Maar uiteindelijk gaan we doorgaans naar de locaties die de Afrikaanse Unie voorstelt als plek om de Afrikaanse Unie te ontmoeten. We vinden dat misschien niet leuk, en het is een echt debat. Ik denk dat we ons daar op een zeker moment mee moeten bezighouden, want mijn algemene uitgangspunt is dat betrokkenheid beter is dan isolatie. Isolatie is in bepaalde situaties effectief, maar betrokkenheid is beter.

Dit gezegd zijnde, hebben we, zoals ik ook duidelijk heb gemaakt, Khadafi misschien wel uit zijn isolement gehaald, maar het is nu tijd om hem opnieuw volledig te negeren. Verder moeten we weten waarmee we ons inlaten, hoe we dat doen, en we moeten bereid zijn om onze aanpak te herzien en op te staan en te zeggen: we hebben zo gehandeld om meerdere redenen waarvan wij menen dat ze juist zijn, welk land het ook betreft; dat we menen dat betrokkenheid in deze situatie beter is, maar dat er omstandigheden zijn waarin dat niet passend is, en omstandigheden waarin het, zelfs als dat is wat we in het verleden wel hebben gedaan, op dat moment niet passend is.

Maar laten we eerlijk zijn, laten we geen problemen creëren rond foto´s of andere dingen, waar mensen dit of dat hebben gedaan. Mensen doen grotendeels heel hard hun best onder omstandigheden die heel moeilijk zijn, en ik vind dat we trots moeten zijn op de voorzitter van de Raad, die probeert de vertegenwoordiger van de lidstaten te zijn.

Ik wil ook even iets zeggen over etiketten. We horen veel over een Marshallplan: iemand heeft het zelfs een Ashtonplan genoemd. Nee, laten we een Libisch plan of een Egyptisch plan of een Tunesisch plan hebben, dat is van de bevolking van de landen waarmee we ons bezighouden en die we onze steun bieden.

Ik wil geen eigen plan maken en dat met u uitwerken, en het vervolgens overhandigen onder het motto ‘zie hier ons plan voor uw land’. Nee, laten we dat niet doen. Laten we onze steun bieden om te waarborgen dat hun plan alles kan zijn dat wij zouden willen om de democratie te steunen.

Er zijn mensen in dit Parlement die jaren ervaring hebben, die revolutie en verandering hebben meegemaakt en die heel veel te bieden hebben. Ik hoop van harte – en ik heb dit in deze landen gezegd – dat zij (als zij denken dat het waardevol is) een beroep zullen doen op de mensen die het zelf hebben meegemaakt en die niet alleen weten wat werkte, maar ook kunnen vertellen wat niet werkte. Misschien zijn de dingen die moeten worden vermeden, wel net zo belangrijk als de dingen die moeten worden gedaan.

Ik ben het ermee eens dat we moeten evalueren wat de EU doet, welke instrumenten we tot onze beschikking hebben, of we voldoende hebben, of we opnieuw moeten nadenken over wat we kunnen doen. Want u hebt gelijk, ik opereer binnen een mandaat dat ik krijg, en ik kan alleen binnen dat mandaat werken. Dat maakt het mij mogelijk om bepaalde dingen te doen, maar het vraagt vooral van me dat ik de instellingen en de 27 landen bijeenbreng in een gecoördineerde en gezamenlijke actie.

Een laatste punt over publiciteit en luisteren. Ik heb, denk ik, met betrekking tot dit alles meer contact gehad met de pers dan wie dan ook in de wereld. Ik ben uitgebreid op radio en televisie geweest. Wij waren de eersten die reageerden op het aftreden van Moebarak, en ik heb heel veel met de pers gesproken. Maar ik heb nog veel meer gedaan zonder pers in de kamer. Nogmaals, dat is wat volgens mij belangrijk is, want meer dan wat ook, moeten we luisteren. We bezoeken allemaal deze landen, en ze krijgen veel bezoekers van over de hele wereld, wat fantastisch is – ook al denk ik soms dat we ze wat ruimte en tijd moeten gunnen om samen plannen te kunnen maken en daarna een nog beter geïnformeerd gesprek met ons te kunnen voeren. Maar we moeten ook luisteren, en als er iets is waartoe ik ons allemaal wil aansporen, is het wel dat we de tijd moeten nemen om echt te luisteren – en ik zeg dit ook tegen de lidstaten – naar wat de mensen ter plaatse zeggen, om naar het Tahrirplein te gaan, zoals ik heb gedaan, om met de jongeren in Egypte te praten, om te praten met het maatschappelijk middenveld in Tunesië en om ons in te laten met de bevolking van Libië, wanneer we maar kunnen: om te praten over wat zij willen voor hun toekomst, en alles te doen wat in ons vermogen ligt om hen te steunen.

 
  
MPphoto
 

  Edward McMillan-Scott (ALDE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, misschien kan barones Ashton hier commentaar op geven. Vrijwel iedereen in het Parlement is het erover eens dat erkenning van de Voorlopige Nationale Overgangsraad, die momenteel zijn basis heeft in Benghazi, door de Europese Unie een uiterst belangrijk politiek signaal zou zijn dat het mogelijk zou maken om humanitaire en andere strategische hulp het land binnen te brengen. Zij heeft nog niet gereageerd op dit punt. Veel sprekers hebben het genoemd. Misschien kan zij ons vertellen wat haar mening is en of zij vrijdag de boodschap kan overbrengen aan Raad.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb hier niet op gereageerd, maar ik heb het wel gehoord en ik ben me er terdege van bewust. Er zijn twee redenen waarom ik niet heb gereageerd. Een daarvan is dat ik aanneem dat de Voorzitter van het Europees Parlement, die in de Europese Raad zal spreken, zal overbrengen wat het Parlement heeft gezegd en wat het in zijn resoluties is overeengekomen, zoals hij altijd doet. Ik denk dat dit voor het Parlement een geschikte manier is om goed te worden vertegenwoordigd. De tweede reden is dat het aan de lidstaten is om te beslissen. Het was dus geen verzuim om de vraag te erkennen; ik heb gisteravond inderdaad een ontmoeting gehad met een heer. Ik probeerde eenvoudigweg respect te tonen voor het Parlement door de rol van zijn Voorzitter te erkennen.

 
  
MPphoto
 

  Mario Mauro (PPE). (IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de Commissaris, dames en heren, in het licht van wat de heer McMillan-Scott heeft gezegd heb ik niet begrepen of het voorstel tot erkenning van de Nationale Libische Raad één van de voorstellen zal zijn die de Commissie en uzelf aan de Raad zullen doen.

Ik heb begrepen dat u tevreden bent dat het Parlement erover praat, maar zullen de Commissie en commissaris Ashton het op 11 maart voorstellen aan de Raad, als een van de voorstellen uit uw initiatief? Dat is onze vraag.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik kan slechts doen wat ik mag doen binnen mijn mandaat. Mijn persoonlijke standpunten doen er hier niet toe. De geachte afgevaardigden moeten dit begrijpen.

Ik heb een bijeenkomst gehad met de Raad en ik heb gehoord wat het Parlement heeft gezegd. De Voorzitter van het Parlement zal verslag uitbrengen. Zoals de heer Cohn-Bendit zegt, is het heel belangrijk, maar ik kan hier vandaag niet zeggen dat ik dus wel een aanbeveling zal doen. We moeten verdergaan met wat het Parlement overeenkomt, wanneer het zijn ontwerpresolutie aanneemt, en ik heb gezien wat deze voorstelt. We brengen vervolgens verslag uit aan de voorzitter van de Europese Raad, voor de conclusies van de Europese Raad, die in zijn eigen handen liggen, voor de Raad Buitenlandse Zaken om in zijn zitting te bespreken, en voor het Parlement om dit, via zijn Voorzitter, voor te stellen. Vervolgens zal de Europese Raad een besluit nemen.

Ik probeer het onderwerp niet uit de weg te gaan. Ik zeg alleen maar dat we al deze zaken samen moeten nemen en dan een besluit moeten nemen. Ik wil niet onbeleefd zijn tegenover de overgangsraad, maar nogmaals, we moeten dit op de juiste wijze doen en ervoor zorgen dat we vertrouwen hebben in en overtuigd zijn van wat we doen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Ik geef het woord aan de heer Cohn-Bendit voor de laatste toespraak. Daarna ronden we af. Ik wil nog even barones Ashton erop wijzen – hoewel ze er ongetwijfeld van op de hoogte zal zijn – dat zij haar mandaat van vicevoorzitter van de Europese Commissie niet alleen van de Raad, maar ook van het Parlement heeft gekregen.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Cohn-Bendit (Verts/ALE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil tegen barones Ashton zeggen – en ik kan dit in het Engels zeggen – dat het ook in haar mandaat staat dat zij voorstellen moet doen aan de lidstaten. Het staat in haar mandaat, en we willen dat zij haar opdracht serieus neemt. Barones Ashton, na een debat in het Parlement en na een resolutie die u zult lezen, weet u dat er een overweldigende meerderheid zal zijn om dit serieus te nemen en dit voorstel te doen aan de Raad. Zo niet, dan kunt u een grote crisis tussen u en het Europees Parlement verwachten.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik accepteer deze gedachte van een grote crisis niet. Mijnheer Cohn-Bendit, ik ben heel duidelijk tegen u geweest over wat mijn mandaat precies inhoudt. De erkenning van een regering is de erkenning die wordt gegeven door de Europese Raad. Het mandaat van de hoge vertegenwoordiger is de ideeën te presenteren die haar worden aangereikt, deze van te voren te bespreken met de instellingen, en de zienswijzen die worden geuit, vrijdag in de Europese Raad naar voren te brengen. Het is aan de lidstaten om het besluit te nemen.

Ik ga nu praten met de voorzitter van de Europese Raad, waarvan de vertegenwoordiger hier aanwezig is, en ik zal dit bespreken met de voorzitter van de Commissie. We zullen ook de zienswijzen meenemen, via de instellingen, klaar voor vrijdag en de Raad Buitenlandse Zaken, die morgen zitting houdt. Ik ga dit niet uit de weg, maar het is volstrekt juist en passend dat de lidstaten beslissen over de erkenning van een regering. Ik hoor heel goed wat het Parlement zegt.

Laten we hier geen crisis van maken. Ik ga niets uit de weg. Ik vertel u alleen maar dat de manier waarop we dit moeten doen, is het goed doen, in het belang van deze mensen en de bevolking van Libië.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Tot besluit van het debat zijn er zes ontwerpresoluties(1) ingediend, overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 10 maart 2011 plaats.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (S&D), schriftelijk. − (EN) Het is jammer dat Europa weinig lessen heeft geleerd van zijn verleden. De vertraagde reactie van de Unie op Libië is een teken dat Europa tot op de dag van vandaag de landen ten zuiden van de Middellandse Zee op een onsamenhangende en versnipperde wijze benadert. Als Europa vasthoudt aan deze houding, bestaat de kans dat zich nog eens een humanitaire crisis van deze omvang zal voordoen. Europa moet op twee fronten handelen:

1) Politieke en humanitaire respons: waarborgen dat de legitieme aspiraties van het Libische volk worden verwezenlijkt door democratie van eigen bodem, waardoor het regime zijn plaats afstaat om de mensen van de regio de gelegenheid te geven om actief de overgang van het land naar democratie te bewerkstelligen;

2) Migratiestromen: momenteel is de eventualiteit van grote migratiestromen vanuit de regio slechts een ondergeschikt punt van zorg, maar zij moet wel worden besproken. De Unie heeft haar in het verleden erkend, maar nagelaten om een gecoördineerd en veelomvattend plan in werking te stellen. Ik vraag daarom om een Marshallachtig plan op te zetten, een plan dat een geïntegreerd immigratiebeleid omvat dat is gebaseerd op de beginselen van solidariteit en het delen van lasten, waardoor alle lidstaten erkennen dat geen enkel land in zijn eentje de grote en ingewikkelde problemen kan oplossen die het gevolg zijn van grote migratiestromen, in het bijzonder in het geval van kleinere lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De revoltes in de Maghreb hebben inmiddels ook hun weerslag in Europa – in de vorm van boten met vluchtelingen, dalende aandelenkoersen en torenhoge prijzen aan de pomp, waarbij de EU zo naïef was om alleen met dat laatste rekening te houden. Met de gestegen prijzen voor ruwe olie in combinatie met een sterke euro en de verhoging door de ECB van de rente bestaat weinig kans op dalende prijzen voor stookolie. Opnieuw blijkt hoe afhankelijk wij van aardolieleveranties zijn en dat we vaart moeten zetten achter alternatieven.

Met het verzoek van de rebellen om een vliegverbod boven Libië staan we voor een dilemma. Voorwaarde is dat de VN deze rechtstreekse ingreep in de soevereiniteit van een land goedkeurt en vervolgens dat de luchtafweer wordt vernietigd – zo waarschuwen deskundigen. De lidstaten van de EU moeten niet alleen hierover nadenken, maar ook over de gevolgen van een open burgeroorlog. En hoe zal de EU zich opstellen als Khadafi een andere koers gaat varen? Het staat vast dat een dictator zich niet door enkel dreigementen laat intimideren. Khadafi heeft laten zien hoe je met het Westen de vloer kan aanvegen en de andere dictators kijken met interesse toe hoe de zaak verloopt. Nu moet de EU op het gebied van het buitenlands beleid haar kracht bewijzen en duidelijke stappen zetten naar de-escalatie en democratisering in Libië.

 
  
MPphoto
 
 

  Mariya Nedelcheva (PPE), schriftelijk. – (FR) Het vertrek van Moammar Khadafi staat op dit moment voorop. Maar al het andere rest dan nog, en wat belangrijk is, is het volk. Wij concentreren ons op dictators, maar laten vaak de mensen die als eerste met de gevolgen worden geconfronteerd, aan hun lot over. De mars naar de vrijheid van het Libische volk heeft alleen kans van slagen als er in het land sprake is van een echte politieke transitie. Overgang naar de democratie lukt nooit zonder echte oppositieleiders. Op dit moment is die oppositie vrij zwak. Haar zichtbaarder maken is een eerste, noodzakelijke stap om een impuls te geven aan het hele proces. Verder is er een krachtige regionale strategie nodig. Alleen over het vluchtelingenvraagstuk al kunnen de buurlanden het niet eens worden, om ervoor te zorgen dat de vluchtelingenstromen niet stokken aan de grens. Het gevolg: steeds slechtere hygiënische omstandigheden, wat de spanningen binnen de gemeenschap aanwakkert. Als deze humanitaire crisis niet wordt aangepakt, dreigt de situatie snel oncontroleerbaar te worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Edward Scicluna (S&D), schriftelijk. – (EN) Mijn felicitaties gaan uit naar mijn collega Ana Gomes voor haar ontwerpresolutie. Ik ben echter teleurgesteld over het gebrek aan steun vanuit de PPE-Fractie voor een overeenkomst die de EU aanspoort een plan op te stellen en zichzelf toe te rusten om met de nasleep van de Libische crisis om te kunnen gaan, in het bijzonder ten aanzien van migratiebeleid en hervestiging. We hebben niet eens een plan A, laat staan een plan B.

Tot nu toe heeft een kleine eiland-lidstaat vlakbij Libië op alle mogelijke manieren hulp geboden: Malta. Malta heeft 13 000 mensen van 89 verschillende nationaliteiten geëvacueerd met zijn eigen schepen en zijn eigen vliegtuigen, en heeft beide vloten daarmee aan grote risico’s blootgesteld. De Maltezen deden dit niet uit hoofde van EU-wetgeving en al helemaal niet op grond van Frontex. Ze handelden puur uit humanitaire overwegingen en verleenden om die reden ook ontheffing van de visumplicht. Het beginsel van solidariteit vormde de basis voor hun handelen. We weten niet of ons een immigratiestroom van bijbels formaat te wachten staat. Zeker is wel dat de toestroom naar Malta groot zal zijn en ingrijpende gevolgen zal hebben. Het Maltese volk vraagt niet om toepassing van de Dublin II-verordening of de Frontex-verordening; het verlangt solidariteit en een hervestigingsbeleid dat stoelt op het beginsel van lastenverdeling. Het is uitermate teleurstellend en onbegrijpelijk dat de PPE-Fractie zich aan deze verantwoordelijkheid onttrekt.

 
  
MPphoto
 
 

  Traian Ungureanu (PPE), schriftelijk. – (EN) De gebeurtenissen in Libië en in de zuidelijke nabuurschapslanden van de EU zijn een logenstraffing van eerdere beleidsmaatregelen en een test voor toekomstige beleidsmaatregelen. Bijna 40 jaar lang hebben we de status-quo-benadering toegepast. Voor Europa had die benadering als voordeel dat ze stabiliteit en een veilige toegang tot energie met zich meebracht. De keerzijde was echter dat ze geen aandacht besteedde aan de samenlevingen in Noord-Afrika en de Arabische wereld. Dat weten we omdat deze samenlevingen op spectaculaire wijze weer van zich lieten horen, tot ieders verbazing. Een aanzienlijke beleidsverschuiving is noodzakelijk om actief steun te kunnen verlenen aan het ontluikende maatschappelijke middenveld in de Arabische landen. Dit zou echter geen excuus mogen zijn voor overhaaste beslissingen die het uiteenvallen van ons nabuurschapsbeleid tot gevolg zouden hebben.

Het Europees nabuurschapsbeleid moet overeind blijven en niet worden vervangen door ongecoördineerde maatregelen. Er is geopperd om financiële middelen weg te halen bij de Europese programma’s van het oostelijk partnerschap en deze toe te wijzen aan de zuidelijke nabuurschapslanden. Daarmee zouden we een negatief signaal afgeven aan de samenlevingen in ons oostelijk nabuurschap. Bovendien bestaat er geen rationele grondslag voor deze herverdeling. De uitgaven per hoofd in de zuidelijke en oostelijke buurlanden zijn niet uit balans; ze zijn ongeveer gelijk. Het probleem zit niet in hoeveel geld we uitgeven, maar waaraan we het uitgeven.

 
  

(1)Zie notulen.

Laatst bijgewerkt op: 19 juli 2011Juridische mededeling