4. Governance en partnerschap op de interne markt – De interne markt voor Europeanen – Een interne markt voor ondernemingen en groei – Overheidsopdrachten (debat)
De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van de verslagen over de interne markt: het verslag over governance en partnerschap op de interne markt [2010/2289(INI)] - Commissie interne markt en consumentenbescherming. Rapporteur: Sandra Kalniete (A7-0083/2011); het verslag over de interne markt voor Europeanen [2010/2278(INI)] - Commissie interne markt en consumentenbescherming. Rapporteur: António Fernando Correia De Campos (A7-0072/2011); het verslag over een interne markt voor ondernemingen en groei [2010/2277(INI)] - Commissie interne markt en consumentenbescherming. Rapporteur: Cristian Silviu Buşoi (A7-0071/2011), en de verklaring van de Commissie over overheidsopdrachten.
Ik heet commissaris Barnier en de fungerend voorzitter van de Raad, mevrouw Győri, welkom. Ik geef nu het woord aan de rapporteurs. Mevrouw Kalniete zal als eerste het woord voeren.
Sandra Kalniete, rapporteur. – (LV) Mijnheer de Voorzitter, als we het hebben over governance en partnerschap op de interne markt, zijn wij in het Parlement van mening dat een van de belangrijkste vereisten om de interne markt in de praktijk te brengen is om ervoor te zorgen dat er politiek leiderschap op het hoogste niveau voor is. De voorzitter van de Commissie moet in samenwerking met de voorzitter van de Raad de verantwoordelijkheid op zich nemen voor de consolidering van de interne markt. Ook de lidstaten moeten bijzonder actief aan dit proces deelnemen. Anders zullen veel ideeën over wat we kunnen doen om de groei in Europa opnieuw op gang te brengen, om nieuwe banen te scheppen en het concurrentievermogen van Europa in de geglobaliseerde wereld te verhogen alleen bij goede bedoelingen blijven, en zo zou Europa wel eens heel gemakkelijk de ‘zieke man van de wereld’ kunnen worden. Daarom roepen we in deze resolutie de voorzitter van de Commissie en de leiders van de lidstaten op zich bezig te houden met en de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor het invoeren van de wetgeving en beleidswijzigingen die de interne markt behoeft. De resoluties die vandaag zullen worden aangenomen, geven duidelijk aan waar de Commissie volgens het Parlement moet optreden. Ik noem een paar van de belangrijkste prioriteiten waar de werkzaamheden op gericht moeten zijn: een interne digitale markt en een eengemaakte ruimte voor intellectuele eigendom, arbeidsmobiliteit voor Europese burgers, stimulering van grensoverschrijdende overheidsopdrachten en -diensten, en synchronisatie van de belastingstelsels. Wat betreft governance op de interne markt vind ik vier richtingen van beslissend belang. Ten eerste moet ervoor worden gezorgd dat de regelgeving voor de interne markt die al is aangenomen ten uitvoer wordt gelegd. Alle lidstaten moeten de regelgeving voor de interne markt tijdig en op transparante wijze invoeren, en de Commissie heeft tot taak zorgvuldig en consequent toe te zien op de tenuitvoerlegging daarvan. Ten tweede moet de neiging tot protectionisme worden beperkt. Bescherming zal slechts fragmentering van de Europese markt in de hand werken en ons totale concurrentievermogen verminderen. Ten derde moeten diverse transactiekosten die de vlotte werking van de Europese economie in de weg staan worden verminderd. Dit betreft niet alleen mechanismen zoals een doeltreffende, eenvoudige en buitengerechtelijke procedure voor het oplossen van geschillen, maar ook gebruiksvriendelijk grensoverschrijdend e-management met een functionerende elektronische uitwisseling van de benodigde informatie en documenten. De vierde richting is een grotere betrokkenheid van maatschappelijke groeperingen bij de vorming en uitvoering van beleid overeenkomstig de in het Verdrag van Lissabon vervatte beginselen.
Tot slot, mijnheer de Voorzitter, wil ik graag alle schaduwrapporteurs en coördinatoren bedanken voor hun bijdrage en de doelmatige samenwerking die daaruit is voortgevloeid, die het ons vandaag hopelijk mogelijk zal maken resoluties over de interne markt met een overtuigende meerderheid aan te nemen, en de werkzaamheden voort te zetten die de laatste jaren zijn uitgevoerd voor de ontwikkeling van wetgeving die de interne markt werkelijk zal consolideren en er een instrument van zal maken om groei en banen in Europa te scheppen.
António Fernando Correia De Campos , rapporteur. – (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barnier, dames en heren, het Parlement heeft gereageerd op het verzoek van de Commissie betreffende de maatregelen die nodig zijn voor revitalisering van de interne markt middels het verslag waarover we vandaag debatteren en stemmen.
Uit de negentien voorstellen in verband met de Single Market Act voor Europeanen, waarvoor ik rapporteur ben geweest, hebben we vijf prioriteiten vastgesteld volgens de criteria tastbaarheid en haalbaarheid binnen een relatief kort tijdsbestek.
Ten eerste moeten we de mobiliteit van de Europese burgers vergroten middels wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties, beroepsbewijzen, het Europese vaardighedenpaspoort en de regelmatige meting van mobiliteit binnen de EU.
Ten tweede moeten we de grenscontroles op ingevoerde goederen uit derde landen verbeteren en een meerjarenactieplan opstellen voor markttoezicht en productveiligheid.
Ten derde moet de termijn van de verordening over roaming worden verlengd tot juni 2015, met prijsplafonds voor roaming om de kosten voor burgers en bedrijven te verminderen.
Ten vierde moeten we de toegang tot basisbankdiensten waarborgen en de transparantie en vergelijkbaarheid verbeteren.
Ten vijfde moeten de obstakels worden weggenomen waarmee mobiele werknemers worden geconfronteerd, teneinde te zorgen voor de volledige overdraagbaarheid van hun pensioenrechten.
Hierover waren we het al snel eens. Lastiger was het overeenstemming te bereiken over maatregelen om wat te doen aan de in het verslag-Monti genoemde moeheid van de Europeanen met betrekking tot de interne markt en om te komen tot de holistische, gezamenlijke benadering als antwoord op de behoeften en het wantrouwen van de burgers, die onmiskenbaar werden vastgesteld in het verslag-Grech dat in mei vorig jaar is goedgekeurd door dit Huis.
Wij zijn stellig van mening dat het kunstmatig is het werk van het Parlement te verdelen in drie afzonderlijke verslagen, ondanks de inspanningen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming om de analyses en acties te verenigen. Met de drie componenten – ondernemingen, Europeanen en bestuur – zal gelijktijdig vooruitgang moeten worden geboekt willen we kunnen zorgen voor een competitieve interne markt, met slimme, inclusieve en duurzame groei en waarin de Europeanen centraal staan.
Wij zijn ons er verder van bewust dat het als gevolg van de proliferatie van initiatieven van de Commissie op dit gebied, samen met Europa 2020, het industriebeleid en het Europa van de innovatie, niet meer goed duidelijk is waar de revitalisering in feite voor is bedoeld, namelijk dat we het idee van een interne markt niet alleen vriendelijker maar ook aantrekkelijker maken voor de Europeanen.
Consensus, mijnheer de Voorzitter, dames en heren, was het lastigst te bereiken over twee kwesties. De eerste betreft de eerbiediging van sociale waarden en rechten. Leden ter rechterzijde en van de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa aanvaardden slechts schoorvoetend dat het noodzakelijk is de sociale rechten van de Europeanen permanent te waarborgen om hen te behoeden voor de gevolgen van marktoverwegingen in toekomstige wetgeving. We betreuren in het bijzonder dat een verwijzing naar de herziening van de richtlijn betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers niet is aanvaard als prioriteit.
De tweede kwestie betreft de waarborging van maatschappelijke diensten van algemeen economisch belang. Op dit punt beoogden we te voorkomen dat de activiteiten van die diensten inhoudelijk onderworpen zouden worden aan louter marktoverwegingen of in ieder geval dat het mogelijk zou zijn openbare maatschappelijke diensten om te vormen tot particuliere monopoliën of oligopoliën op zulke gebieden als watervoorziening, stadsvervoer, onderwijs, gezondheid en sociale dienstverlening.
Hoewel de invoering van concurrrentiegericht beheer en internemarktmechanismen in die diensten nuttig kan blijken, zullen de sociale waarden die samengaan met universele toegang moeten worden gewaarborgd, aangezien de beginselen van solidariteit in dergelijke gevallen zwaarder wegen dan louter marktoverwegingen.
Op dit punt ondervonden we verzet van de fracties ter rechterzijde in dit Huis tegen de aanvaarding van Europese wetgeving over dit onderwerp en het enige waarmee zij instemden was dat de Commissie “alle mogelijke opties moet aanwenden, in overeenstemming met artikel 14 [en] Protocol 26” van het Verdrag.
De fractie waartoe ik behoor, heeft zich onthouden van de eindstemming over de drie verslagen in de commissie, aangezien er geen vooruitgang was geboekt met de sociale dimensie van de interne markt. Na de stemming in de commissie zijn er echter wel enkele positieve punten opgenomen waarmee het verslag aanzienlijk is verbeterd. Er is overeenstemming bereikt via een reeks compromissen, waarbij de definitieve amendementen werden onderschreven door de belangrijkste fracties en er geen winnaars of verliezers waren.
Alle fracties hebben bijgedragen tot het eindresultaat – wat de Commissie interne markt en consumentenbescherming en degenen die aan het verslag hebben gewerkt tot eer strekt – via 266 amendementen, evenals de adviezen van vijf commissies. Alle bijdragen waren nuttig. Ik wil de schaduwrapporteurs, mevrouw Róża Gräfin von Thun, de heer Jürgen Creutzmann, de heer Malcolm Harbour, mevrouw Emilie Turunen en de heer Kyriacos Triantaphyllides, evenals de fractiecoördinatoren, bedanken voor de opbouwende kritiek en geest van samenwerking die een positieve uitkomst van de besprekingen mogelijk maakten. In het bijzonder wil ik de heer Harbour danken voor het stempel van ruimhartigheid en toekomstgerichtheid dat hij de afgelopen vier maanden steeds op het werk van de commissie heeft gedrukt.
Christian Silviu Buşoi , rapporteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, geachte collega’s, de interne markt is waarschijnlijk een van de grootste successen van de Europese Unie en behoort ontegenzeggelijk tot haar sterke punten, en iets waar we allemaal trots op mogen zijn. Ik denk dat we rustig mogen stellen dat de interne markt centraal staat in de Europese integratie. De interne markt heeft mettertijd zijn voordelen aangetoond voor de consument en voor Europese bedrijven, en heeft bijgedragen aan onze economische groei.
De afgelopen tijd constateren we echter dat de animo voor de integratie van de markt verflauwt. We moeten de interne markt dan ook een nieuwe impuls geven. We moeten het vertrouwen van de Europese burger in de markt herstellen. We hebben behoefte aan een nieuwe start. Ik ben heel blij met de initiatieven van de Commissie in deze richting, en met name het goede werk van commissaris Barnier, die ik eens te meer wil bedanken voor zijn vastberadenheid en zijn inspanningen om de interne markt nieuw leven in te blazen. De Commissie heeft ons een ambitieus en tegelijkertijd realistisch en hoognodig programma voorgelegd om de interne markt weer sterk te maken. Ik ben ervan overtuigd dat als deze maatregelen ten uitvoer worden gelegd, ze de interne markt aantrekkelijker zullen maken voor onze burgers en bedrijven en ertoe zullen bijdragen dat deze over de gehele linie efficiënter functioneert.
(EN) Het maken van dit verslag was geen eenvoudige taak. Onze opdracht was ambitieus, omdat wij een consensus moesten zien te vinden over maatregelen waarmee de basis wordt gelegd voor een krachtige en moderne interne markt die bijdraagt aan toekomstige groei en die bovenal voldoet aan de verwachtingen van onze burgers en ondernemingen.
Wij dachten na over de vraag of prioriteit moest worden gegeven aan innovatie en vroegen ons af wat op het terrein van de intellectuele eigendomsrechten moest gebeuren en welke fiscale maatregelen geschikt waren om de interne markt te bevorderen zonder afbreuk te doen aan de soevereiniteit van de lidstaten.
Na afloop van onze discussies – ik wil alle schaduwrapporteurs en rapporteurs bij deze gelegenheid danken voor hun uitgebreide inbreng en adviezen, alsook de andere collega’s voor de ingediende amendementen – hebben wij vijf prioriteiten vastgesteld die naar onze mening onmiddellijk moeten worden uitgevoerd.
De eerste prioriteit is het ondersteunen van innovatie en creativiteit in de interne markt, wat voor een krachtigere en meer duurzame groei van essentieel belang is. De invoering van een EU-octrooi en een uniform systeem voor geschillenbeslechting, waarmee al is begonnen, alsook een beter systeem voor het beheer van auteursrechten, zijn in dit verband van het allergrootste belang.
Als wij innovatie willen, moeten wij ook een oplossing vinden voor de problemen rond de financiering daarvan, bijvoorbeeld door het faciliteren van langetermijninvesteringen en het creëren van een kader waardoor risicokapitaalfondsen effectiever kunnen investeren. EU-projectobligaties bieden ook geweldige kansen voor infrastructuurinvesteringen op het terrein van energie en telecommunicatie.
De derde prioriteit is om de interne markt in overeenstemming te brengen met onze digitale agenda door e-handel te stimuleren. Dit vraagt om maatregelen die het vertrouwen van consumenten en bedrijven in e-handel vergroten, zoals het bestrijden van namaak en piraterij en het faciliteren van grensoverschrijdende leveringen en schuldinvordering over grenzen heen.
De vierde prioriteit moet zijn om de interne markt voor het mkb aantrekkelijker te maken, vanwege het belang van het mkb voor economische groei en omdat het een groot werkgelegenheidspotentieel heeft. Het mkb moet betere toegang tot kapitaalmarkten krijgen. Fiscale maatregelen als de invoering van een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting, een duidelijk btw-kader en verlichting van administratieve lasten zouden kleine en middelgrote ondernemingen kunnen stimuleren om in de grensoverschrijdende handel te gaan.
De vijfde prioriteit is het rationaliseren van de procedures voor overheidsopdrachten. Deze procedures moeten vereenvoudigd worden zodat ook kleine en middelgrote ondernemingen kunnen deelnemen en er moet beter gebruik van worden gemaakt om slimme, duurzame en inclusieve groei te ondersteunen.
Michel Barnier , lid van de Commissie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren afgevaardigden, ik denk dat we zijn aanbeland op een cruciaal moment in dit werk dat we samen hebben verricht naar aanleiding van het duidelijke, volledige en nauwkeurige onderzoek dat de heer Monti aan de interne markt heeft gewijd, naar aanleiding van het verslag van de heer Grech, dat u met een zeer grote meerderheid hebt aangenomen, en op een moment, als we goed luisteren naar de burgers in al onze lidstaten, dat het tijd is de balans op te maken als het gaat om groei, werkgelegenheid en sociale samenhang.
Wat zijn de boodschappen die de mensen vanuit Brussel en Straatsburg te horen krijgen? Momenteel zijn de boodschappen noodzakelijk, maar ze zijn steevast moeilijk verteerbaar of beperkend. Het zijn boodschappen over regulering of, zoals in mijn werkveld, over governance, supervisie, vermindering van het tekort en schuldsanering. Het zijn dan ook cruciale boodschappen, maar wel beperkend en moeilijk verteerbaar. Ik denk dat we andere boodschappen moeten toevoegen, en vooral andere acties, om het vertrouwen in het Europese eenwordingsproject te herstellen, en in de redenen om de krachten te bundelen in plaats van dat iedereen probeert de uitdagingen van de mondialisering op eigen houtje het hoofd te bieden.
Dat is in hoofdzaak waar het bij ons werk om gaat, en ik wilde een persoonlijk dankwoord richten aan onze drie rapporteurs die zojuist het woord hebben gevoerd: mevrouw Kalniete, de heer Correia de Campos en daarnet de heer Buşoi. Ook wilde ik de voorzitter, de heer Harbour bedanken, die er, zoals reeds is gezegd, met een hoge mate van efficiëntie en door aandachtig te luisteren wonderwel in is geslaagd bijna elf parlementaire commissies in een korte tijdsspanne aan het werk te zetten. Daarnaast wil ik mijn erkentelijkheid betuigen aan de coördinatoren van de diverse politieke fracties, want er viel heel wat te coördineren tussen u, gezien de vele onderwerpen die we aan de orde hebben gesteld. Hiermee gaat u een zeer krachtig signaal afgeven aan de andere instellingen, maar ook aan bedrijven en burgers.
Naar aanleiding van het verslag-Monti en het verslag-Grech heeft voorzitter Barroso mij gevraagd me samen met twaalf van mijn collega’s – als een gezamenlijke taak binnen het college – te buigen over manieren om de interne markt een nieuwe impuls te geven, en over de structurele hervormingen die noodzakelijk zijn om de twee, drie of vier procentpunten groei te bewerkstelligen die de markt in zich heeft.
Ik herinner u eraan, dames en heren afgevaardigden, dat op deze grote markt, die overigens de basis van de Europese politieke unie vormt, 60 procent van onze export bestemd is voor de zesentwintig andere lidstaten. Elke lidstaat, van Duitsland, de grootste, tot aan de kleinste lidstaten, exporteert gemiddeld 60 procent van zijn goederen en diensten naar het buurland, binnen de grote markt zelf. Deze markt biedt nog meer groeimogelijkheden als hij beter zou functioneren. Dat was het idee achter de Single Market Act. Dat was het idee achter de vijftig voorstellen in dit kleine blauwboek dat ik aan alle lidstaten, in de drieëntwintig EU-talen, aan alle nationale parlementsleden en vakbonden en aan alle brancheorganisaties heb doen toekomen.
Vervolgens hebben we in onze beraadslagingen de tijd genomen om uit deze voorstellen diegene te distilleren die het meest effectief zullen zijn om het leven van bedrijven en burgers te verbeteren. In het verlengde van deze beraadslagingen zal het college volgende week woensdag de Single Market Act bespreken, rekening houdend met uw overleg en debatten vandaag, alvorens actie te ondernemen.
Dames en heren, het is mijn stellige overtuiging dat we elke regio, elk bedrijf en elke burger nodig hebben om de strijd om concurrentievermogen en groei te winnen. Elke regio: dat verklaart waarom, helemaal aan het begin van de interne markt en van de Single Market Act, Jacques Delors, de voorzitter van de Commissie, de totstandbrenging van de interne markt kracht wilde bijzetten met een cohesiebeleid zodat zelfs regio’s met een ontwikkelingsachterstand hun steentje kunnen bijdragen aan de strijd om groei en concurrentievermogen: alle regio’s, waaronder de meest afgelegen, ultraperifere regio’s. We hebben elk bedrijf nodig als het gaat om innovatie en creatie – ik denk aan de octrooien waarmee we aan de weg timmeren –, als het gaat om kleine en middelgrote ondernemingen die financiering verkrijgen en met minder administratieve obstakels en bureaucratie worden geconfronteerd, als het gaat om veilig zakendoen op internet, en als het gaat om deelname aan overheidsopdrachten – daar zal ik zo dadelijk op terugkomen.
We hebben elke regio, elk bedrijf en elke burger nodig. In ons dagelijks leven zijn wij allemaal, afwisselend, consumenten, gebruikers van diensten, spaarders, aandeelhouders, werknemers, ambachtslieden, en de bedoeling is dat grensoverschrijdende mobiliteit wordt vergemakkelijkt, dat beroepskwalificaties, vaardigheden en sociale rechten worden gerespecteerd en erkend, dat we toegang hebben tot kwalitatief hoogwaardige overheidsdiensten, dat we met een gerust hart producten kunnen kopen via internet of anderszins, en dat we niet dubbel belasting hoeven te betalen. Dat zijn slechts enkele voorbeelden waar we mee aan de slag moeten om ervoor te zorgen dat de interne markt effectiever gaat functioneren.
Wat is nu de volgende stap na uw debat? De Europese Raad heeft zich op 24 en 25 maart jongstleden lovend uitgelaten over deze aanpak die we hanteren en de aanpak die de Raad zelf hanteert uit hoofde van de medewetgeving. Ons is gevraagd prioriteiten te formuleren, en daarom zal ik zoals gezegd volgende week, samen met mijn collega’s, die keihard hebben gewerkt en die ik wil bedanken, voorstellen dat het college twaalf hefbomen kiest om de interne markt effectiever te laten functioneren voor bedrijven en burgers.
Voor elk van deze hefbomen, zoals mobiliteit, financiering van kleine ondernemingen, intellectuele eigendom, fiscaliteit, openbare diensten of sociale samenhang, zullen we een vlaggenschipinitiatief voorstellen dat nieuw zal zijn, dat naar we hopen zoden aan de dijk zal zetten voor bedrijven en burgers, en dat binnen twee jaar ‘deliverable’ is. ‘Deliverable’ betekent dat de Commissie het initiatief indient en dat het Parlement en de Raad er in 2011 en 2012 een stemming aan kunnen wijden om het goed te keuren.
In 2012 is het twintig jaar geleden dat de Single Market Act en de interne markt het licht zagen. Als we goed begrijpen wat de Europese burgers aan ons kenbaar maken, hebben wij niet het recht, geachte Parlementsleden, om deze verjaardag een nostalgisch of melancholisch karakter te geven. Het moet een proactieve verjaardag worden, die in het teken staat van stimulering van de groei, en zo willen wij hem vieren via de Single Market Act.
We zullen beschikken over twaalf hefbomen, twaalf specifieke, maar niet wederzijds uitsluitende voorstellen. Voor elk van deze hefbomen zullen we andere ideeën, acties en andere voorstellen in kaart brengen die de Commissie gelijktijdig zal uitwerken, maar twaalf vlaggenschipinitiatieven zullen dit werk symboliseren. Ik hoop dat de Europese Raad op het hoogste niveau, het Parlement dat u vertegenwoordigt, de Commissie wat ons betreft, en het Hongaarse voorzitterschap – dat ik wil bedanken, mevrouw Győri, voor zijn inbreng – in een positie zal verkeren om deze Single Market Act vóór eind juni of juli, naar wij hopen met enig ceremonieel, te presenteren. Voorzitter, dat is alles wat ik hierover kan zeggen.
U hebt me gevraagd een van deze aspecten aan de orde te stellen in een verklaring van de Commissie. Ik wil dat nu graag doen, om tijd over te houden voor het debat later. Dit aspect, dat terug te vinden is in de Single Market Act, heeft betrekking op 17 procent van de Europese economie, namelijk overheidsopdrachten. Ik wil ook kort iets zeggen over de vier projecten op het gebied van overheidsopdrachten die we momenteel samen met u uitvoeren, en die worden genoemd in het verslag-Buşoi.
Het eerste project is de algehele herziening van de richtlijnen uit 2004 die bedoeld zijn om optimaal gebruik van overheidsgelden te garanderen, waardoor zoveel mogelijk bedrijven kunnen deelnemen aan overheidsopdrachten en hoogwaardige producten en diensten kunnen worden ingekocht met minder bureaucreatie. In de praktijk zou ik de procedures graag willen vereenvoudigen en flexibeler willen maken, en ook willen kijken hoe we rekening kunnen houden met de specifieke behoeften van bijvoorbeeld kleine lokale overheden, door hun toegang te bieden tot vereenvoudigde procedures. Daarnaast zou ik het gebruik van overheidsopdrachten eenvoudiger willen maken, met name als het gaat om grensoverschrijdende deelname door kleine en middelgrote ondernemingen. Tot slot zou ik verantwoordere en milieubewustere of groenere overheidsopdrachten die tevens bevorderlijk zijn voor innovatie of sociale integratie op alle mogelijke manieren willen aanmoedigen, zoals benadrukt door commissievoorzitter Harbour en door uw commissie.
De diverse hervormingsdoelstellingen zullen nu worden vertaald in eenvoudige en evenwichtigere regels. We hebben een zeer uitgebreide raadpleging en economische beoordeling in de praktijk uitgevoerd, zij het nog niet afgerond. We hebben een groenboek en we buigen ons momenteel over de meest effectieve voorstellen. De wetten zullen niet alles regelen. Daarom zal de Commissie tegelijkertijd sectorale initiatieven ontwikkelen om beter gebruik te maken van overheidsopdrachten en om doelstellingen als die welke zijn vastgelegd in de Europa 2020-strategie te bevorderen. Deze initiatieven zullen uiteenlopen van het actualiseren van het Handboek inzake groene overheidsopdrachten, waarvan ik samen met mijn collega, de heer Potočnik, de redactie verzorg, tot aan het Europees Actieplan voor energie-efficiëntie, waaraan we momenteel werken met de heer Oettinger en mevrouw Hedegaard, of het bevorderen van plannen voor precommerciële inkoop en plannen voor innovatieve inkoopactiviteiten in het algemeen, die we momenteel samen met de heer Tajani en mevrouw Geoghegan-Quinn coördineren. Tot zover voor wat het eerste project betreft.
Het tweede project betreft concessies. Ik wil graag snel tastbare vooruitgang boeken op het punt van concessies, zonder te wachten tot de modernisering van het wettelijk kader voor overheidsopdrachten, een zaak van lange adem, een feit is. Dames en heren, concessies spelen een steeds belangrijkere rol bij de totstandkoming van infrastructuur voor de verlening van openbare diensten. Bij 60 procent van de publiekprivate partnerschappen in Europa wordt gebruik gemaakt van concessies.
Behalve concessies voor openbare werken is er momenteel echter geen Europese wet inzake concessies, en hoewel de algemene beginselen van het Verdrag van toepassing zijn, is op dit gebied zonder meer sprake van rechtsonzekerheid, waardoor de ontwikkeling van deze contractvorm wordt geremd. Ter illustratie kan ik verwijzen naar de 24 arresten van het Hof van Justitie in de afgelopen jaren. Ik pleit voor de totstandbrenging van een vereenvoudigd kader, beperkt tot een aantal basisregels, die nationale wettelijke kaders ongemoeid laten voor zover deze goed functioneren. Het zal geen buitensporige administratieve verplichtingen met zich meebrengen voor lokale overheden, voornamelijk vanwege de vrijstellingen die ik zal voorstellen.
Ik weet dat er binnen diverse fracties twijfels en discussies zijn. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd, als ik iedereen beluister, dat we misverstanden kunnen voorkomen door onze doelen zorgvuldig te formuleren. Overheidsinstanties zullen nog altijd de mogelijkheid hebben zelf openbare diensten te organiseren, maar als ze besluiten deze uit te besteden, denk ik niet dat iemand bezwaar zal maken tegen een basisniveau van transparantie en regels die discriminatie uitsluiten. Ik denk dat dit cruciaal is om het gebruik van overheidsgelden te optimaliseren, gunning van opdrachten zonder voldoende publiciteit of zonder daadwerkelijk regresrecht te beperken, en om bepaalde risico’s van corruptie te beperken.
Als we het hebben over pogingen om de interne markt nieuw leven in te blazen, welk bedrijf kan er bezwaar tegen hebben dit in de praktijk te brengen op het gebied van concessies? Ik denk met name aan kleine en middelgrote ondernemingen die momenteel niet de middelen hebben die grote bedrijven wel hebben om opdrachten in het buitenland in kaart te brengen en in de wacht te slepen als ze niet worden gepubliceerd. Beschikken over een minimaal rechtskader inzake concessies staat garant voor transparantie en informatie, en zal het derhalve voor kleinere bedrijven eenvoudiger maken om toegang te krijgen tot enkele van de opdrachten. Het is ook een kwestie van beter regelgeven. Gerichte, weldoordachte wetgeving is een betere optie die minder zal kosten dan proberen problemen te verhelpen door enkel de inbreukregel.
Het derde project, dat ik kort zal bespreken, betreft de Europese defensiemarkt. We zullen samenwerken met lidstaten in verband met de uitvoering van de richtlijn uit 2009, waarvan de omzettingstermijn over een paar weken verstrijkt. Het is een kwestie van het aanpassen van betalingsregels, die vaak in strijd zijn met Europese wetgeving. Samen met de heer Tajani zal ik op 23 mei een conferentie over dit aspect van de Europese defensie-industrie organiseren in de Parlementsgebouwen in Brussel.
Tot slot wil ik kort ingaan op een kwestie die al te lang terzijde is geschoven, namelijk de internationale dimensie van overheidsopdrachten. Het doel is duidelijk: betere toegang tot markten voor onze ondernemingen, en ook wij zijn uiteraard bereid meer aan te bieden, in een geest van wederkerigheid en wederzijds voordeel. More trade will benefit all.
In verband met dit uitgangspunt van open handel en de daaraan gekoppelde voordelen hebben we momenteel te maken met een probleem, waar ik op wil wijzen. De waarheid is dat onze voornaamste partners – de Verenigde Staten, Japan op grond van de overeenkomst inzake overheidsopdrachten (GPA), en China, krachtens een bilaterale overeenkomst – zich niet echt willen vastleggen op het verder openstellen van hun markten. Van onze kant hebben we nauwelijks manoeuvreerruimte bij onderhandelingen, aangezien onze eigen markten reeds worden beschouwd als open, bijna als iets vanzelfsprekends. Dames en heren, de internationale verbintenissen op grond van de GPA en de akkoorden binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zijn nog niet omgezet in EU-wetgeving.
Tegen deze achtergrond passen lidstaten de regels op hele verschillende manieren toe, en dat werkt concurrentievervalsing op de interne markt in de hand. Daarom gaan onze bedrijven in Europa momenteel gebukt onder een oneerlijke situatie – ik herinner me het geval van autosnelwegen in Polen. Buitenlandse bedrijven hebben op zeer brede schaal toegang tot Europa, hetgeen vaak veel verder gaat dan wat de EU heeft toegezegd, terwijl onze eigen ondernemingen tegen obstakels aanlopen als ze proberen deel te nemen aan overheidsopdrachten die door een aantal van onze grote partners worden uitgeschreven.
Daarom willen we dit jaar, samen met mijn collega, de heer De Gucht, wetgevingsvoorstellen indienen die onze internationale verplichtingen inzake overheidsopdrachten omzetten in EU-wetgeving, en dit zal ons de onderhandelingsruimte geven die we nodig hebben. Wij zijn voor openheid, maar we hebben niets op met goedgelovigheid. Het is zaak Europese afnemers een degelijke, duidelijke rechtsgrondslag te bieden, zodat ze anders kunnen omgaan met inschrijvingen van ondernemingen uit een land waarmee we een overeenkomst hebben dan met inschrijvingen uit een land waarmee de EU nog geen overeenkomst heeft, en meer rechtszekerheid tot stand te brengen. Voor alle duidelijkheid: het gaat er niet om van Europa een fort te maken. We moeten voor onze ondernemingen een omgeving creëren die realistisch, eerlijk en open is, maar niet naïef.
Ziezo. Zoals u en uw Parlement mij hadden gevraagd, mijnheer de Voorzitter, wilde ik dit debat over het vlottrekken van de interne markt aangrijpen om in te gaan op deze belangrijke sector, die bovendien een van de twaalf hefbomen zal vormen om de interne markt nieuw leven in te blazen waarover ik het aan het begin had, namelijk de modernisering van het EU-beleid inzake overheidsopdrachten die we in de komende weken aan u zullen voorleggen.
Enikő Győri, fungerend voorzitter van de Raad. – (HU) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, zoals mevrouw Kalniete al zei, hebben de Europese Unie en de economie een locomotief nodig. Dat is zo, ik deel dit inzicht van harte. Misschien herinnert u zich nog dat de Hongaarse premier aan het begin van het Hongaarse voorzitterschap in deze zaal ook duidelijk maakte dat het niet genoeg is om de effecten van de crisis te behandelen en aan te pakken, en de lidstaten tot een strakker begrotingsbeleid aan te zetten en dit ook te controleren. Ook nu werken we aan een groot aantal richtlijnen op dit gebied. Er is tevens een alomvattend pakket voor de aanpak van de economische crisis vervaardigd. We moeten er ook op letten dat we geloofwaardig blijven in de ogen van onze burgers. En dat kan alleen als we in staat zijn om banen te creëren.
We zijn op zoek naar fondsen om deze banen te kunnen creëren, de middelen waarmee we dit probleem kunnen oplossen. Ik ben ervan overtuigd dat de interne markt deze oplossing is: een onbenutte mogelijkheid waarin onze toekomst ligt, in combinatie met de verwezenlijking van de Europa 2020-strategie. Langs al deze lijnen verwelkom ik dus expliciet het engagement van zowel de Europese Commissie als het Europees Parlement om de interne markt opnieuw te lanceren, evenals de prioriteiten die de Commissie heeft aangegeven en die ook worden genoemd in de drie uitstekende verslagen van het Parlement. We hebben al een debat kunnen voeren over de verschillende ideeën en standpunten over het al eerder opgestelde verslag van uw collega, de heer Grech.
Ik ben er verder van overtuigd dat de voorliggende drie verslagen ook zullen bijdragen aan een doelgericht debat, als resultaat waarvan we gezamenlijk concrete maatregelen kunnen treffen tot 2012, de twintigste verjaardag die ook door commissaris Barnier werd genoemd. Zoals u weet, en zoals ook de commissaris heeft aangestipt, heeft de Raad Concurrentievermogen tijdens de bijeenkomst op 10 maart een gedachtewisseling gehouden over de uitkomst van het sociale overleg, waarbij de criteria centraal stonden op grond waarvan de terreinen moesten worden bepaald waarop de instellingen en de lidstaten hun belangrijkste toezeggingen moesten doen. Voortbordurend op dit debat maakt het Hongaarse voorzitterschap zich op om tijdens de bijeenkomst van de Raad Concurrentievermogen van 30 mei conclusies aan te nemen over de voorgestelde belangrijkste maatregelen.
Graag wijs ik u ook op de bredere context. In de huidige situatie geniet de interne markt vanwege de politieke en economische druk en de maatregelen om die druk te verlichten, niet zonder meer populariteit bij burgers, ondernemingen en instellingen. De woorden van professor Monti indachtig ben ik echter van mening dat we juist nu de interne markt het hardst nodig hebben, nu we ons onder invloed van de crisis instinctief proberen te verschansen achter nauwe, maar welbekende nationale beperkingen. Ik ben er echter van overtuigd dat we niet voor deze verleiding mogen zwichten. Daarom is duidelijk de tijd gekomen om een politieke impuls te geven aan de interne markt. Zoals u, dames en heren, in uw eerdere verslag over de totstandbrenging van een interne markt voor consumenten en staatsburgers al onderstreepte, en zoals ook in het verslag van professor Monti te lezen valt: de interne markt wordt op de proef gesteld.
Zal de interne markt een instrument worden waarmee de Europese Unie dichter bij haar burgers komt te staan omdat daardoor een merkbare verbetering optreedt in hun dagelijks leven? Of zal het slechts als strijdtoneel dienen ter bescherming van de knelpunten die de werking van de interne markt belemmeren, en van de gehandhaafde sectoren? Het antwoord op deze vragen hangt af van het engagement waarmee we de komende maanden onze werkzaamheden uitvoeren. Nadat het Europees Parlement vandaag zijn resolutie heeft aangenomen, zal de Commissie half april haar herziene mededeling kunnen aannemen, zoals we hier vandaag al hebben kunnen horen. We hopen dat alle politieke boodschappen en de zaken waarvoor ook u in uw verslag hebt gepleit, in het document van de Commissie zullen worden opgenomen. Nadat de wetgevingsvoorstellen tot stand zijn gekomen, rekenen we erop dat we een bijzonder partnerschap met u en de Commissie kunnen aangaan, waarmee het mogelijk wordt om de belangrijkste maatregelen die zijn vastgelegd in de definitieve Akte voor de interne markt snel te onderzoeken en aan te nemen.
Graag zal ik nu ingaan op enkele elementen uit de voorliggende drie verslagen, zonder uitputtend te reageren op alle aspecten daarvan. Het voorzitterschap verwelkomt het feit dat de rapporteur de interne markt op de agenda van de Europese Raad wil zetten. We denken dat de vooruitgang bij de Akte voor de interne markt onder het aandachtsgebied valt van de in het Verdrag genoemde algemene politieke richtsnoeren van de Europese Unie. Het aangeven van politieke richtsnoeren is echter zonder meer de taak van de Europese Raad. De agenda daarvan wordt bepaald door de voorzitter van de Europese Raad, maar ik wil iedereen eraan herinneren dat er in de conclusies van de Europese Raad van 24 en 25 maart ook werd gerefereerd aan het belang van de interne markt.
Het voorzitterschap wil graag zijn dank betuigen aan het Parlement voor de consequente steun aan de Raad Concurrentievermogen om concrete maatregelen te treffen voor de totstandbrenging van een geharmoniseerd octrooistelsel. We zijn ons er allen van bewust dat het geharmoniseerde octrooistelsel het concurrentievermogen van bedrijven aanzienlijk zou doen toenemen. We hebben hier een zeer goed debat over gevoerd in deze zaal, en ik dank het Parlement voor de samenwerking door de Raad de volmacht te geven om dit in het kader van nauwere samenwerking op de rails te krijgen. We zijn het er ook over eens dat de afronding van de interne digitale markt, de versterking van kleine en middelgrote ondernemingen en de verbetering van hun situatie cruciaal zijn om de Europese innovatie naar een hoger plan te tillen.
Door de mobiliteit van burgers, met name de erkenning van beroepsopleidingen, kunnen we verdere kwesties behandelen die de Europese burgers bezighouden. Daarom zijn we het eens met de constatering dat onze belangrijkste taken op dit gebied intensiever EU-optreden en het behalen van directe, tastbare resultaten zijn. Het voorzitterschap heeft ook vastgesteld dat in bijna alle geanalyseerde verslagen, inclusief het eerdere verslag-Grech en het verslag-Correia De Campos, er speciale nadruk op gelegd wordt dat de uitoefening van de rechten van de interne markt wordt gegarandeerd aan EU-onderdanen. In samenhang hiermee verwelkomen we de resultaten die op dit vlak zijn behaald en die te danken zijn aan door de Commissie getroffen maatregelen: onder andere het Uw Europa-portaal, het SOLVIT-netwerk en de oprichting van de centrale contactpunten onder de dienstenrichtlijn.
We delen hoe dan ook uw visie dat er nog meer kan worden gedaan om EU-onderdanen hun rechten te laten uitoefenen. Staat u mij ten slotte nog een uitweiding toe over de andere prioriteit op de agenda van het Hongaarse voorzitterschap. Bij mijn beraadslagingen met het Parlement tot nu toe over het pakket van zes wetgevingsvoorstellen over de economie, het zogenaamde sixpack, heb ik vaak de kritiek gehoord dat de lidstaten, waaronder dus de Raad moet worden verstaan, en de Europese Raad doordat ze gefocust zijn op de financiële stabiliteit, de stimulering van groei en het herstel van de reële economie uit de crisis verwaarlozen, of dat, mocht dat niet het geval zijn, de Raad aan deze laatste doelen slechts zachte instrumenten toekent waarover geen verantwoording hoeft te worden afgelegd, en dat dit de voornaamste inhoud is van de Europa 2020-strategie. Welnu, ik ben van mening, en daar heb ik in mijn inleiding ook al aan gerefereerd, dat de interne markt en het enorme groeipotentieel dat daarin schuilt het juiste antwoord kan geven op deze angsten, en een garantie vormt voor evenwichtig optreden van de Europese Unie.
Ik denk dat het onze belangrijkste taak is om dit hele proces, de versterking van de interne markt, op de meest transparante wijze en in nauwe samenwerking met het Europees Parlement uit te voeren. De Raad is bereid om op deze manier samen te werken, in een volwaardig partnerschap met de Commissie, het Parlement en hun leden. Ik dank u zeer, mijnheer de Voorzitter.
De Voorzitter. – (PL) Dames en heren, deze vijf toespraken – drie toespraken namens de Commissie, de toespraak van de commissaris en die van mevrouw Győri – luiden een groot debat in dat bijzonder belangrijk is voor de toekomst van de Europese Unie en haar burgers en ook voor onze snelle ontwikkeling. Ik breng nogmaals in herinnering dat het idee om de interne markt te vernieuwen afkomstig is uit de Commissie interne markt en consumentenbescherming. Ik bedank alle afgevaardigden van deze commissie en vraag de heer Harbour om namens hen mijn dank en felicitaties te accepteren.
Deze commissie is ook initiatiefnemer van het verslag van de heer Monti, een uitmuntend verslag dat ons dagelijks bijzonder goed van pas komt. Ik bedank ook commissaris Barnier voor zijn uitgebreide en uitstekende presentatie van de voorstellen van de Europese Commissie als antwoord op onze verslagen. Overheidsopdrachten vormen inderdaad vaak de achilleshiel van ons werk in de lidstaten. Het is daarom van het grootste belang dat we vooruitgang boeken op dit terrein. Het Hongaarse voorzitterschap zal ons hierin zeker steunen. Wij zijn ervan overtuigd dat dit onderwerp voor de Europeanen bijzonder belangrijk is.
Het aantal parlementaire commissies dat een advies heeft opgesteld, getuigt eveneens van het belang van deze verslagen en deze discussie. Het gaat om acht commissies en u weet net zo goed als ik dat het maar zelden voorkomt dat zoveel commissies een advies opstellen over één set verslagen. Deze commissies zullen nu een voor een het woord voeren. Ik geef het woord aan mevrouw Andrés Barea namens de Commissie internationale handel.
Josefa Andrés Barea, rapporteur voor advies van de Commissie internationale handel. − (ES) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie internationale handel is een van de acht commissies die aan het verslag hebben meegewerkt. Ik dank al haar leden voor hun bijdrage hieraan.
De consolidatie van de interne markt is een van de doelstellingen van Europa 2020, de groeistrategie van de Europese Unie. De EU is de belangrijkste internationale speler. Zij moet het hoofd bieden aan de uitdagingen van een geglobaliseerde markt.
In die internationale, geglobaliseerde markt staan onze ondernemingen voor de uitdaging om de grote verwachtingen waar te maken die in verband met die markt bestaan en de geweldige kansen aan te grijpen die erdoor worden gecreëerd, maar daarnaast hebben zij ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid: zorgen voor sociale groei met garanties voor werknemers en overheidsdiensten.
Ook met de ontwikkelingslanden gaan wij een verbintenis aan: de strijd tegen de armoede is een van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. In de toekomst moeten wij onze industrie en ondernemingen meer op kennis baseren en hard optreden tegen namaak als een schending van het intellectuele-eigendomsrecht.
Wij moeten onze ondernemingen verdedigen volgens onderzoeks- en ontwikkelingscriteria en sociale criteria, alsook onze buitenlandse belangen, zowel voor de Europese burgers als voor degenen buiten de Europese Unie.
Diogo Feio, rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken. – (PT) Mijnheer de Voorzitter, allereerst zou ik commissaris Barnier, de vertegenwoordiger van de Raad en, in het bijzonder, mijn collega’s van de Commissie economische en monetaire zaken lof willen toezwaaien.
Namens de Commissie economische en monetaire zaken wil ik nadrukkelijk wijzen op het belang van de verslagen die we hier vandaag bespreken. Zij zijn duidelijk geschreven in de geest van het verslag-Monti, vanuit het idee een succesvolle liberale economie, concurrentie en een dynamische, innovatieve markt te bevorderen.
Dat is de weg die ons leidt naar het punt waar de Europa 2020-strategie in feite meer kan zijn dan een initiatief op papier en realiteit kan worden door steun te verlenen aan kleine en middelgrote ondernemingen, die voor de meeste werkgelegenheid zorgen in de Europese economie, door bedrijven in het algemeen te ondersteunen, en door te zorgen voor een gevoel van aanhoudende groei in de economie, die in toenemende mate kan worden gebaseerd op de interne markt, op economisch bestuur dat echt werkt en, in wezen, op een idee van echte groei voor onze economie.
Raffaele Baldassarre, rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de Single Market Act is belangrijk omdat daarmee tegemoet wordt gekomen aan de behoeften van de interne markt, doordat alle betrokkenen – bedrijven, consumenten en werknemers – eenvoudiger toegang krijgen tot en deel kunnen nemen aan die markt. Dit is een ambitieus doel en ik ben blij met de maatregelen die de heer Barnier heeft voorgesteld en met de suggesties die het Parlement heeft gedaan.
Naar mijn mening kunnen de doelstellingen die de Europese Unie zich gesteld heeft, alleen worden gehaald aan de hand van een aantal prioriteiten: we moeten de toegang van kmo’s tot de interne markt verbeteren door de administratieve lasten te verminderen en hun deelname aan aanbestedingen te vergemakkelijken, alle hindernissen wegnemen die de onlineverkoop in de weg staan en innovatie bevorderen via de uitgifte van obligaties voor EU-projecten in met name de sectoren energie, transport en telecommunicatie.
Tot slot kan wat ik zie als de doelstelling van dit document – het creëren van een sociale markteconomie die gestoeld is op groei, concurrentie en duurzaamheid – alleen worden bereikt als de ontwikkeling van en de steun aan het bedrijfsleven worden gekoppeld aan de werkgelegenheidsdoelstellingen van de Europa 2020-strategie.
Liisa Jaakonsaari, rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. – (FI) Mijnheer de Voorzitter, gezien de vele warme gevoelens die in dit debat worden geuit, had Jacques Delors ongelijk toen hij beweerde dat je niet verliefd kon worden op de interne markt.
De aanpak van de Commissie is ambitieus en er zijn enkele zeer belangrijke projecten in gang gezet, zoals het Europees octrooi en de gemeenschappelijke energiemarkt. Eén zaak blijft echter problematisch: de sociale bijdrage van dit verslag is zeer gering. Er staat bijvoorbeeld nauwelijks iets in over ter beschikking gestelde werknemers en er wordt helaas slechts in vage bewoordingen gerept over diensten van algemeen belang en de sociale clausule met betrekking tot de interne markt.
Het is voor mij een mysterie waarom sterke en geïntegreerde sociale rechten in eerste instantie als een probleem worden gezien. Ik wil iedereen erop wijzen dat men in de noordelijke landen sterke sociale rechten kan combineren met een grote concurrentiekracht en arbeidsproductiviteit. Is dat niet een veel slimmere aanpak, mijnheer de commissaris?
Jürgen Creutzmann, rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Barnier, ik wil even op de opmerkingen van onze collega ingaan. Wij hebben in de commissie, in plaats van een sociale clausule, voorgesteld om onderzoek te doen naar de effecten die de maatregelen in de interne markt op de werkgelegenheid hebben. Dat is veel belangrijker dan het toepassen van algemene formules. Indien we de interne markt verder willen ontwikkelen, moeten we bij alles wat we doen de sociale aspecten in het oog houden en benadrukken. Daarom is een effectbeoordeling die vooral hierop gericht is, van groot belang.
Ik wil nog een opmerking maken. Ik was verbaasd dat economic governance waar de Voorzitter over sprak, in het Duits nog altijd met Wirtschaftslenkung (geleide economie) wordt vertaald. We hebben in een deel van Duitsland geen goede ervaringen met geleide economie gehad. Ik weet zeker dat we de interne markt alleen maar verder kunnen ontwikkelen, als we onze economieën goed op elkaar afstemmen. Dat is volkomen duidelijk. Maar we zullen de interne markt niet verder brengen met het propageren van een geleide economie.
We discussiëren er vandaag over hoe we de Europese interne markt weer op gang kunnen helpen. Dat wordt tijd, omdat we volgend jaar het twintigjarig jubileum van de interne markt vieren. Daarom ben ik verheugd over de verklaringen van commissaris Barnier die zegt dat hij zich wil concentreren op een paar maatregelen die tot nu toe niet zijn genomen en die de interne markt een nieuwe impuls kunnen geven. De interne markt biedt ons allemaal een enorme kans en hierdoor kan meer werkgelegenheid ontstaan. Dat moet het doel zijn: mensen aan een baan helpen. Dat is voor ons het allerbeste sociale beleid, want mensen die werk hebben, ontlenen daaraan ook ten dele hun gevoel van eigenwaarde. Daarom moeten we alles doen om dat te bevorderen.
We hebben een evenwichtig pakket van maatregelen nodig, dat zowel de ondernemers als de burgers ten goede komt. Enerzijds willen we bereiken dat vooral middelgrote ondernemingen meer dan voorheen van de interne markt profiteren. We hebben daarom dringend behoefte aan het EU-octrooi, waardoor ondernemingen hun innovatieve producten eindelijk in heel Europa tegen redelijke kosten kunnen beschermen en verkopen. Bovendien hebben ondernemingen meer financiële middelen nodig voor de ontwikkeling van innovaties. Een Europese markt voor risicokapitaal is een van de vele maatregelen. De btw-harmonisatie en de heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting waarover we nu debatteren, kunnen de interne markt een impuls geven.
Anderzijds willen we met concrete maatregelen het vertrouwen van de burger in de interne markt vergroten. We moeten het erkennen van beroepskwalificaties verbeteren, eventueel ook door middel van Europese beroepskaarten. Hiermee zal het gemakkelijker worden om in een andere lidstaat te werken en creëren we ook voor de burgers meer mobiliteit in de interne markt.
Bovendien hebben we een Europees markttoezicht nodig en ik zeg dit met nadruk, omdat we steeds weer moeten vaststellen dat de lidstaten dit dossier niet toepassen. We willen niet dat er in de interne markt gevaarlijke producten in omloop komen.
Indien we dit voorstel met een grote meerderheid kunnen aannemen, krijgt de interne markt een nieuwe impuls.
Francesco De Angelis, rapporteur voor advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, als wij het vertrouwen in de markt willen herstellen, dan moeten wij de behoeften van de consumenten, de werknemers en de bedrijven centraal stellen.
Als wij de rechten van de burgers, de werknemers en van degenen die gebruikmaken van overheidsdiensten, willen versterken, moeten wij veel aandacht besteden aan de sociale aspecten van de toekomstige interne markt. Groei, ontwikkeling en sociale aspecten moeten hand in hand gaan. De groei van de economie moet ten dienste staan van de burgers.
Het maatregelenpakket voor het bedrijfsleven bevat op dit vlak een aantal goede voorstellen, waaronder het actieplan om de toegang van kleine en middelgrote ondernemingen tot de kapitaalmarkten te verbeteren en de nieuwe financieringsmogelijkheden voor innovatieve bedrijven en regionale ontwikkeling. De kleine en middelgrote ondernemingen vormen het hart van onze economie en de motor van de groei van de interne markt. Mijnheer de Voorzitter, het is aan ons om deze doelstellingen te halen teneinde de crisis achter ons te kunnen laten en een nieuw, duurzaam ontwikkelingsmodel en hoogwaardige nieuwe banen te bevorderen.
Sophie Auconie, rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Győri, commissaris, geachte collega’s, ik heb één ding te zeggen, een woord dat wellicht in schril contrast staat met de huidige conjunctuur, maar dat daarom des te meer moet worden benadrukt, en dat is ‘ambitie’: ambitie voor de interne markt, commissaris, ambitie voor Europa, ambitie om de burgers te laten zien dat Europese eenwording een stap vooruit is voor hun rechten, als werknemer, als consument, als toerist, maar meer in algemene zin ook als individu. Ik wil mijn complimenten overbrengen aan de heer Barnier, die deze ambitie belichaamt via alle projecten die hij ten uitvoer wil leggen.
Als rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling verheug ik me over de ideeën die te berde zijn gebracht: de noodzaak van specifieke actie voor regio’s met specifieke geografische kenmerken, zoals de ultraperifere regio’s, de invoering van een Europees octrooi voor bedrijven, een Europees statuut voor stichtingen, onderlinge maatschappijen en ook verenigingen, de uitgifte van obligaties voor de financiering van specifieke projecten en de noodzaak om duurzame ontwikkeling binnen de interne markt te stimuleren.
Piotr Borys, rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, we zullen de doelen van de strategie Europa 2020 niet bereiken en geen innovatieve en concurrerende economie creëren, wanneer we de interne markt niet als een geheel behandelen. Ik bedank daarom de heer Barnier voor zijn alomvattende benadering van de interne markt en professor Monti voor het uitstekende verslag.
Ik wil de aandacht vestigen op vier belangrijke aspecten. Ten eerste: het EU-octrooi dat misschien volgend jaar al ingevoerd kan worden, het jaar van de twintigste verjaardag van de inwerkingtreding van de interne markt. Ten tweede: de serieuze behandeling van auteursrechten. De creatieve markt moet gemeenschappelijk gereguleerd worden en auteursrechten bieden grote hoop en ontwikkelingskansen voor die markt. Ik denk hierbij vooral aan een gemeenschappelijk systeem voor het beheer van auteursrechten, serieuze behandeling van verweesde werken en tevens lastenverlichting voor kleine en middelgrote ondernemingen. Dit betreft concrete maatregelen als het vereenvoudigen van jaarrekeningen, bescherming van handelsmerken, een Europees statuut voor stichtingen en vooral de mogelijkheid om de ondernemingsregisters aan elkaar te koppelen. Met de invoering van de genoemde maatregelen hoop ik dat twintig miljoen kleine ondernemingen doeltreffend en vrij kunnen functioneren op de Europese interne markt.
Toine Manders, rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken. − Dank u wel, Voorzitter, dat betekent dus dat ik extra minuten krijg van de heer Lehne. Ik wil graag de commissaris en iedereen bedanken voor hetgeen wij hier besproken hebben. Ik mis echter een paar zaken die ik ontzettend belangrijk vind en die ik in het verslag heb gezet. Ik hoop dat de commissaris eraan gaat meewerken deze te verwezenlijken.
Wij prijzen professor Monti de hemel in, maar zijn conclusie was dat de omzetting van de richtlijn het grote probleem van de interne markt is. Hij zegt dat wij meer met verordeningen moeten werken. Ik denk less is more, minder wetgeving vanuit Europa. Wat wij doen, moeten wij echter op dezelfde manier doen, omdat wij moeten voorkomen dat er een lappendeken komt van 27 lidstaten, die de wetgeving op een verschillende manier hebben omgezet, hetgeen voor het midden- en kleinbedrijf een enorme barrière is om over de grens te gaan werken.
Vervolgens mis ik, Voorzitter, – en dat is misschien nog wel het ergste – het woord marketing. Wij hebben hier topjuristen. Wij maken geweldige wetgeving. Wij vinden dat wij voor de burgers de markt moeten verbeteren. Alleen, de burger weet het niet. Wij hebben namelijk het probleem dat wij de brug niet kunnen slaan. Wij spreken met juridische termen, maar wij zijn kennelijk niet bekwaam tot rechtstreekse communicatie met de burger. Wat er dreigt te gebeuren – en ik hoop het niet – is dat wij als Europese Unie steeds verder afdrijven van de burgers in Europa. Ik denk dat wij de komende jaren echt moeten gaan focussen en investeren in de wijze waarop wij de individuele burger om ondersteuning kunnen vragen voor de Europese Unie en voor wat wij doen. Ik denk dat daar heel veel te doen is, dat wij daarin moeten investeren en dat wij aan communicatiemanagers moeten vragen hoe wij dat het beste kunnen doen.
Vervolgens zie ik dat de burger het verschil niet weet tussen de Europese Commissie, het Parlement en de Raad. In elke lidstaat hebben wij drie vertegenwoordigers zitten, die uiteindelijk niets mogen doen, want zij werken voor ambtelijke organisaties. Als er in de lidstaten negativisme bestaat over de Europese Unie is er niemand die dat kan pareren. Ik denk dat het zinvol is om eens te overwegen één vertegenwoordiger namens de Europese Unie in de lidstaten te hebben – noem het maar een ambassadeur – die uiteindelijk kan reageren als er negatief over de Europese Unie wordt gesproken. Als wij dat doen, voorkomen wij dat wij de Titanic worden, want in de Titanic dacht iedereen dat alles geweldig was, maar uiteindelijk dreigde het gevaar van buiten.
Wim van de Camp, rapporteur voor advies van de Commissie burgerlijke vrijheden en binnenlandse zaken. − Ik bedank de Commissie en de Raad voor de inleiding van hedenochtend. Ik heb met buitengewoon veel belangstelling vanuit de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken het advies over de interne markt geschreven.
Ik denk dat de interne markt breed gedragen moet worden door het Europees Parlement, maar zeker door de Commissie burgerlijke vrijheden, omdat het vrije verkeer van met name personen belangrijk is binnen de Unie, van de arbeidsmigranten en de kennismigranten die wij nodig hebben om de arbeidsmarkt in die interne markt te vergroten. Maar, Voorzitter, wel heel veel intenties, maar nog te weinig resultaten.
Ik ben zeer blij met de twaalf hefbomen van commissaris Barnier en ik hoop dat wij de komende maanden de zaak kunnen versnellen, want de concurrentie buiten de EU wacht niet op de interne markt binnen de EU.
VOORZITTER: GIANNI PITTELLA Ondervoorzitter
Erminia Mazzoni, rapporteur voor advies van de Commissie verzoekschriften. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Győri, commissaris, dames en heren, ik mag wel stellen dat de rapporteurs uitstekend werk hebben geleverd en dat de Commissie en de Raad goede en bemoedigende woorden hebben gesproken.
In deze drie verslagen blijven de geest en de brede benadering van de nieuwe strategie voor de interne markt van Mario Monti overeind, evenals de gemeenschappelijke doelstelling om de interne markt aan de hand van vijftig maatregelen te herstellen, maatregelen die dit Parlement heeft vertaald naar en samengevat in veertien prioriteiten.
Negentien van deze maatregelen zijn gericht op het afstemmen van de interne markt op de burgers. Om de interne markt volledig te kunnen verwezenlijken is het in mijn ogen van groot belang om de kloof tussen de burgers en de interne markt te dichten via maatregelen om het vertrouwen van de burgers in de interne markt te herstellen. Daartoe moeten – meer nog dan het economische – het politieke en sociale integratieproces worden bevorderd teneinde het beeld dat de EU-burgers van de interne markt hebben, te veranderen. Naar mijn mening hebben al deze doelstellingen hun beslag gevonden in de maatregelen die in de drie verslagen zijn opgenomen.