Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/0197(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0148/2011

Ingediende teksten :

A7-0148/2011

Debatten :

PV 09/05/2011 - 22
CRE 09/05/2011 - 22
PV 09/06/2011 - 3
CRE 09/06/2011 - 3

Stemmingen :

PV 10/05/2011 - 11.13
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0206

Debatten
Waarschuwing
Maandag 9 mei 2011 - Straatsburg Uitgave PB

22. Overgangsregelingen voor bilaterale investeringsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van overgangsregelingen voor bilaterale investeringsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen [COM(2010)0344 - C7-0172/2010 - 2010/0197(COD)] - Commissie internationale handel. Rapporteur: Carl Schlyter (A7-0148/2011).

 
  
MPphoto
 

  Carl Schlyter, rapporteur. (SV) Mevrouw de Voorzitter, de behandeling van deze materie is ingewikkeld geweest. We hebben meer dan duizend bilaterale investeringsovereenkomsten. Volgens het Verdrag van Lissabon vallen deze onder de bevoegdheid van de EU. Hoe moeten we deze situatie aanpakken?

Dat blijkt niet gemakkelijk. We hebben een groot aantal vergaderingen gehouden en we hebben geprobeerd een gemeenschappelijk standpunt te formuleren, maar zonder succes. Laat ik daar maar gewoon eerlijk over zijn. We zullen hierover moeten stemmen om te zien wat het standpunt van het Parlement wordt. Ik had liever gezien dat we consensus hadden bereikt, zodat we de onderhandelingen met de Raad vanuit een betere positie hadden kunnen ingaan. Dan hadden we de in het Verdrag neergelegde beginselen en bevoegdheden van het Parlement kunnen verdedigen. Dat is niet gelukt, omdat dit een gevoelig onderwerp is, vooral waar het gaat om de vraag wat we moeten doen met de oude overeenkomsten. Met betrekking tot de nieuwe overeenkomsten die blijven voortbestaan en die de lidstaten gemachtigd zijn te sluiten, hadden we ongetwijfeld overeenstemming kunnen bereiken over een beleid waarin een redelijk evenwicht wordt bewaard tussen de rechten van investeerders en andere rechten.

Dat lag echter moeilijker bij de oude overeenkomsten, en daarom heb ik de compromissen die we in de commissie hebben voorgesteld in de tekst gehandhaafd. De voor- en tegenstemmen ontliepen elkaar namelijk maar nauwelijks. Ik hoop wel dat we nu een visie op de investeringsovereenkomsten hebben die meer up-to-date is dan het geval was in veel van de oude overeenkomsten, waarbij wij degenen waren die in andere landen investeerden. Nu worden er minstens evenveel buitenlandse investeringen in onze lidstaten gepleegd. Daarom moeten we ervoor zorgen dat ons beleid de nodige reikwijdte heeft en ook dat investeringen worden aangepast aan meer ontwikkelde, moderne sociale en milieunormen. Dat gedeelte van het Verdrag moeten we verdedigen. Ook in het investeringsbeleid moet daar rekening mee worden gehouden. Zoals ik al zei, zullen we zien hoe er morgen gestemd zal worden.

Een ander probleem dat we hierbij hebben is het feit dat we niet eens het argument van maximale bescherming van investeerders kunnen gebruiken. Dat is niet de juiste manier om rechtszekerheid te scheppen. Aangezien het nieuwe handelsbeleid evenwichtiger is, moet ook onze visie op wat maximale bescherming inhoudt, evenwichtiger worden. We willen hier natuurlijk geen maximale bescherming bieden aan buitenlandse staatsondernemingen of aan ondernemingen die bijvoorbeeld het eigendom van dictators zijn, ten koste van het milieu en de mensenrechten. Dat is een evenwicht dat we hopelijk zullen bereiken. Het idee is niet dat we investeringsovereenkomsten moeten gebruiken om sociale doelstellingen te verwezenlijken, maar ze hoeven ons ook niet te beletten om sociale doelstellingen te verwezenlijken. Dit is een verreikend debat.

Een ander belangrijk debat betreft het punt van de transparantie. We erkennen dat het Parlement en de EU nieuwe bevoegdheden hebben gekregen. De Commissie is nu verantwoordelijk. Die moet daarom toegang tot de documenten hebben. We moeten de transparantie vergroten. Veel van deze overeenkomsten zijn opgesteld in een tijd waarin er nauwelijks gevallen van geschillenbeslechting waren. Nu lopen er meer dan driehonderd procedures. Daar moet dus meer controle op komen. Die totale geslotenheid kunnen we niet meer hebben, en ik hoop zeer dat we, ongeacht wat we denken over dit verband tussen beleid en investeringen, op het punt van de transparantie als een eenheid kunnen opereren en openheid en de nieuwe bevoegdheden die de Verdragen ons hebben toegekend, kunnen verdedigen. Ik hoop echt dat dat mogelijk zal zijn. Daarom hoop ik dat amendement 13 zal worden aangenomen. Zonder dat amendement zal er totaal geen democratische controle op deze procedures zijn. Als we rechtszekerheid willen houden en verdedigen, hebben we dit nodig.

Ook zien we een tendens dat veel andere landen, zoals de Verenigde Staten, Australië en Canada, nadenken over het vernieuwen van hun overeenkomsten. Het zou goed zijn als we overeenstemming zouden kunnen bereiken over het actualiseren van de bestaande geschillenbeslechtingsmechanismen en gerechtelijke procedures, omdat die verouderd zijn en up-to-date en transparanter moeten worden gemaakt. Dan zullen we een investeringsbeleid voor de toekomst hebben. Dat zal in een andere context worden behandeld – het debat over de toekomst zelf.

 
  
MPphoto
 

  Karel De Gucht, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, het voorstel voor een verordening tot vaststelling van overgangsregelingen voor bilaterale investeringsovereenkomsten is een belangrijk wetgevingsinitiatief. Het Verdrag van Lissabon heeft de Unie een nieuwe exclusieve bevoegdheid gegeven op het gebied van de buitenlandse directe investeringen.

Er worden in het internationale recht geen vraagtekens geplaatst bij het voortgezette bestaan, sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, van meer dan 1 200 investeringsgerelateerde internationale overeenkomsten die door de lidstaten zijn gesloten. Het is volgens het EU-recht echter wel onverenigbaar met de nieuwe exclusieve bevoegdheid op het gebied van de buitenlandse directe investeringen. Tegelijkertijd zijn deze overeenkomsten een waardevolle bron van rechtsbescherming voor Europese investeerders die actief zijn in het buitenland. Omdat het Verdrag van Lissabon geen regelingen bevat die de status van bilaterale overeenkomsten verduidelijken, moeten we investeerders die van deze overeenkomsten profiteren, rechtszekerheid bieden door het voortgezette bestaan van deze overeenkomsten goed te keuren.

Het is weliswaar belangrijk de bestaande investeringsovereenkomsten toe te laten, maar het is ook belangrijk om te voorzien in de mogelijkheid om op coöperatieve wijze actie te ondernemen om belangrijke problemen aan te pakken die zich zouden kunnen voordoen in verband met de inhoud van de overeenkomsten en hun interactie met het Europees investeringsbeleid. We moeten ons passende mechanismen voor communautaire actie voorbehouden om de ontwikkeling en de tenuitvoerlegging van het beleid op Europees niveau mogelijk te maken. Ik begrijp dat, met betrekking tot het voorstel van de Commissie, de ruimte voor zulke actie het moeilijkste punt is – voor het Parlement en nog meer voor de Raad.

De uitdaging waarvoor we hier dus gesteld staan, is een oplossing te vinden die de zojuist door mij uiteengezette beginselen beschermt en die aanvaardbaar is voor zowel het Parlement als de Raad. We beseffen dat er in dit verband nog een aantal forse kloven tussen de instellingen moet worden overbrugd, maar uiteindelijk zullen we een compromis moeten vinden, in het belang van de EU en dat van haar investeerders.

We denken dat de door de Commissie internationale handel goedgekeurde amendementen een basis vormen voor het vinden van zo’n oplossing. Zij geven blijk van fundamenteel vertrouwen in het voorstel van de Commissie, maar zoeken tegelijkertijd naar een mogelijk compromis. We constateren hier met tevredenheid dat de artikelen 5 en 6 de Commissie nog steeds de bevoegdheid geven om investeringsovereenkomsten te herzien en machtigingen in te trekken, indien zulke overeenkomsten grote problemen veroorzaken.

Gezien de standpunten van de belangrijkste spelers in dit proces, zullen we allemaal enige flexibiliteit moeten tonen. De Commissie is bereid om haar rol te spelen, om flexibel te zijn en een overeenkomst te vergemakkelijken tussen het Parlement en de Raad, maar dit kan niet koste wat het kost gebeuren. We zullen waken over de grondbeginselen van ons voorstel. Het bestaan van de bilaterale investeringsovereenkomsten moet worden beschermd, maar tegelijkertijd kunnen we niet onvoorwaardelijk overeenkomsten goedkeuren, als deze aanzienlijke problemen veroorzaken.

De Commissie deelt volledig het gevoel van het Parlement dat de bevoegdheid op het gebied van investeringen primair moet worden uitgeoefend op het niveau van de EU, en wij ondersteunen de doelstelling van europeanisering van investeringsonderhandelingen. Ik moet echter duidelijk maken dat de Commissie geen onderhandelingen zal voeren met alle landen waarvoor de lidstaten investeringsbescherming willen. Onze lidstaten hebben investeringsverdragen met meer dan honderd landen. Het zal een heel geleidelijk proces zijn, dat jaren in beslag neemt, om deze overeenkomsten allemaal te vervangen. Het is daarom belangrijk om een effectief mechanisme in te stellen dat de lidstaten machtigt om onder bepaalde omstandigheden door te gaan met het voeren van onderhandelingen voor bilaterale investeringsovereenkomsten en zulke overeenkomsten te sluiten. Zo’n mechanisme moet de procedures en voorrechten van de betrokken instellingen respecteren.

Tot slot moet worden benadrukt dat we in een beslissende fase van het wetgevingsproces komen, en tijd begint een belangrijke factor te worden. Dit is belangrijk omdat, hoe langer de aanneming van de verordening duurt, hoe langer de onzekerheid duurt, met het risico dat dit rechtsonzekerheid schept voor investeerders. Ik hoop dat het Parlement en de Raad, na de stemming, samen om de tafel kunnen gaan zitten om snel tot overeenstemming te komen over dit onderwerp. We staan klaar om hen daarin actief te steunen.

 
  
MPphoto
 

  Paweł Zalewski, namens de PPE-Fractie. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, om te beginnen wil ik mijnheer Schlyter bedanken, die als hoofdrapporteur een aangepast werkkader heeft gecreëerd om in de commissie een meerderheid te vormen zodat er een voorstel kon worden uitgewerkt dat in de commissie een meerderheid kon behalen, en die ook heeft behaald. Zoals mijnheer Schlyter zei – wat er morgen zal gebeuren, de uitslag van de stemming, is nog onbekend – maar ik hoop dat het een weerspiegeling zal zijn van hetgeen we in de commissie hebben uitgewerkt. Het uitwerken van een gemeenschappelijk investeringsbeleid voor de Europese Unie is een belangrijke stap voorwaarts in de integratie van de Europese Unie. Als firma's binnen de Europese Unie samen kunnen concurreren binnen hetzelfde kader, volgens dezelfde regels, dan moet dat ook buiten de Unie zo zijn. Ze moeten eenzelfde systeem van wettelijke bescherming hebben.

Ik ben het hier ook eens met mijnheer De Gucht. Ik ben erg blij dat hij het in de commissie uitonderhandelde voorstel steunt, want het is echt een zeer goed compromis tussen verschillende standpunten: enerzijds een compromis tussen het standpunt van de Commissie en de opinies van de lidstaten, en anderzijds in overeenstemming met de belangen van de investeerders, maar het voorstel opent in de eerste plaats goede perspectieven voor het investeringsbeleid van de Unie in de toekomst, een beleid dat de Unie als geheel moet dienen. Het is erg belangrijk dat we een nieuw systeem vormen, en dat we beginnen bij een degelijke wettelijke basis van de reeds bestaande akkoorden, waarover door de lidstaten is onderhandeld, zodat er eindelijk een gemeenschappelijk beschermingssysteem voor de hele Europese Unie wordt opgericht. Het is belangrijk dat er met de Raad snel een akkoord komt over deze resolutie, waarover morgen zal worden gestemd. Dit is erg belangrijk. Ik hoop dat dat dit jaar zal gebeuren, met actieve deelname en steun van de Commissie.

 
  
MPphoto
 

  Monika Flašíková Beňová, namens de S&D-Fractie.(SK) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, in deze tijd van een geglobaliseerde economie lijkt ons een gemeenschappelijk handelsbeleid van de Europese Unie volstrekt vanzelfsprekend.

In dit licht lijkt het initiatief om het investeringsbeleid op Europees niveau te coördineren even gewoon. Het huidige systeem dat stoelt op vele elkaar overlappende en soms tegensprekende bilaterale investeringsovereenkomsten van de lidstaten, zou binnen afzienbare tijd moeten worden vervangen door een nieuw kader van investeringsovereenkomsten van de Europese Unie die in overeenstemming zouden moeten zijn met de horizontale doelen van het beleid van de Europese Unie. Persoonlijk zou ik er voor zijn om vooral de nadruk te leggen op het ontwikkelingsbeleid. Ik ben het eens met de rapporteur dat de overgang naar het nieuwe systeem niet van de ene op de andere dag zou moeten plaatsvinden maar in het kader van een vooraf geplande overgangsperiode, waarvan de duur en de regels vooraf bekend moeten zijn om elk verlies van rechtszekerheid te voorkomen. Zonder een dergelijk tijdsplan zou de verordening namelijk mogelijk kunnen maken dat er parallelle, potentieel conflicterende investeringssystemen ontstaan.

Er is weliswaar een voldoende lange overgangsperiode nodig, maar dualiteit van onbeperkte duur in het investeringsbeleid van de Europese Unie is voor het Parlement onaanvaardbaar. Het investeringsbeleid valt namelijk volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie geheel onder de bevoegdheid van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Niccolò Rinaldi, namens de ALDE-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ik bedank de heer Schlyter voor zijn uitstekende verslag over een gevoelig onderwerp dat veel gezond verstand vereist. Niet alle investeringsovereenkomsten kunnen worden vervangen door overeenkomsten van de Unie, maar de Commissie mag ook geen overeenkomsten negeren die in strijd zijn met Europese bepalingen en we zijn het met de rapporteur eens dat de nadruk op de transparantie moet worden gelegd.

Idealiter zouden we een clausule moeten hebben om automatisch een einde te maken aan de 1 200 overeenkomsten die thans van kracht zijn, maar helaas zou dat rechtsonzekerheid creëren voor de investeerders en een wellicht te zware taak zijn voor de Commissie zelf. Dankzij onze amendementen in de Commissie internationale handel is het enerzijds gelukt om te garanderen dat de bevoegdheden van de Commissie volledig worden gerespecteerd en anderzijds om ervoor te zorgen dat de rechtszekerheid is gewaarborgd.

Enkele amendementen waarover we morgen tijdens de plenaire vergadering zullen stemmen kunnen dit compromis en evenwicht nog veranderen en ik wend mij tot de collega’s, en in het bijzonder tot de rapporteur en de schaduwrapporteurs, om ervoor te zorgen dat er een verordening komt die zowel evenwichtig als aanvaardbaar is voor iedereen.

 
  
MPphoto
 

  Helmut Scholz, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer De Gucht, dames en heren, ook ik zou Carl Schlyter van harte willen danken voor zijn werk. De rapporteur heeft in de geest van het Europees Parlement geprobeerd om een compromis tot stand te brengen dat voor alle betrokken partijen aanvaardbaar is en op basis van samenwerking naar een een optimale oplossing gezocht. Dat was zeker niet makkelijk.

Het gaat om een gezamenlijk investeringsbeleid van de Europese Unie in het kader van het internationale handelsbeleid, met alle gevolgen van dien voor de sociale en economische situatie, maar ook voor de werkgelegenheid in de EU en in de lidstaten. Daarbij moeten we een goed evenwicht vinden tussen de belangen van de financiële sector en het bedrijfsleven enerzijds, en de vakbonden en de werknemers anderzijds.

Daarom is het belangrijk dat een dergelijke overeenkomst op democratische wijze tot stand komt, zodat de burgers erop kunnen vertrouwen dat het Parlement zijn controlerende rol speelt. Daarom hoop ik dat morgen tijdens de stemming zal blijken dat het Parlement achter dit compromis staat.

 
  
MPphoto
 

  William (The Earl of) Dartmouth, namens de EFD-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, het Verdrag van Lissabon wordt qua werkingssfeer doorgaans beschouwd als een grondwettelijk verdrag; maar wat we hier hebben, is een voorbeeld van hoe het Verdrag van Lissabon invloed, een negatieve invloed, zal uitoefenen op de handel van de lidstaten. Ik weet dat we het hebben over overgangsregelingen, maar waar het om gaat, is dat het Verdrag van Lissabon de lidstaten het recht heeft ontnomen om onderhandelingen te voeren over bilaterale investeringsverdragen.

Over enige tijd, en het is nog niet duidelijk wanneer, zullen bilaterale investeringsovereenkomsten onder de Commissie komen te vallen. Door Lissabon kunnen investeringsovereenkomsten een instrument worden voor de politieke doelstellingen van de Commissie – en niet alleen die van de Commissie: we kunnen er absoluut zeker van zijn dat De Groenen zullen proberen om hun politieke programma te bevorderen, en we hebben dit keer op keer al gezien in de handelsverdragen. Er zal worden geprobeerd om aan elke investeringsovereenkomst de volledige agenda van De Groenen te hechten.

Nu zijn De Groenen getalenteerde politici – en ik zeg dit met bewondering. Ze zullen vaak succes hebben, en als gevolg daarvan zullen investeringen en dus de handel in alle lidstaten worden verlamd en belemmerd. Landen buiten de EU zullen zich daarentegen niet hoeven te onderwerpen aan de "pantomime van de Enten" van De Groenen, als u zich deze wezens uit The Lord of the Rings nog herinnert. Het is allemaal zeer, zeer deprimerend.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Caspary (PPE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, de zekerheid van investeringen in binnen- en buitenland is belangrijk voor de economische ontwikkeling in Europa, maar ook in onze partnerlanden. Alleen wanneer investeringen zeker zijn en bescherming genieten, worden die ook gepleegd, en kunnen ze banen beschermen, of nieuwe banen creëren.

Daarom vind ik twee punten belangrijk. Ten eerste moeten de meer dan duizend bestaande overeenkomsten blijven bestaan. Het is niet zinvol wanneer investeerders, lidstaten en anderen in een toestand van rechtsonzekerheid terecht komen.

Ten tweede, en dat is voor ons nog belangrijker, moeten er van nu af aan veel gezamenlijke Europese overeenkomsten worden gesloten die dan bindend zijn voor alle 27 lidstaten en voor de investeerders uit die lidstaten. Dat leidt tot dezelfde mate van bescherming in het kader van de Europese interne markt.

Daarom ben ik de heer Schlyter, maar ook de heren Zalewski, Sturdy en Rinaldi, heel dankbaar dat ze hebben geprobeerd om een brede consensus tot stand te brengen. Ze zijn daar ook in geslaagd. Ik hoop dat ook de andere fracties nog eens overwegen of ze niet toch vinden dat dit compromis een uitstekende oplossing is, waarin geprobeerd is om rekening te houden met alle verschillende belangen.

Namens mijn fractie wil ik nogmaals in alle duidelijkheid zeggen dat we streven naar een goede oplossing voor de investeerders, voor de werknemers en voor de lidstaten. Wij willen snel met de Raad onderhandelen, zodat er snel een oplossing komt, en niet pas met sint-juttemis.

Aangezien er tussen de fracties meningsverschillen bestaan pleit mijn fractie ervoor om de eerste lezing nog deze week af te sluiten. Tot slot wil ik erop wijzen dat we het zeer zouden waarderen, en er absoluut voorstander van zouden zijn, wanneer we het in de tweede lezing snel met elkaar eens zouden kunnen worden. We willen liever niet de normale procedure van de tweede lezing volgen, maar als het enigszins kan een zogenaamde early second reading agreement sluiten.

Ik zou alle betrokken collega's nogmaals van harte willen bedanken. De Commissie internationale handel heeft met deze wetgevingsprocedure volgens mij aangetoond dat we wel degelijk in staat zijn om ook ingewikkelde projecten en dossiers snel af te handelen.

 
  
MPphoto
 

  George Sabin Cutaş (S&D). - (RO) Mevrouw de Voorzitter, sinds 2009 is het handelsbeleid een exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie. Voor het buitenlandse investeringsbeleid moet er nu in belangrijke mate een gelijke noemer worden gevonden.

Zo zal er een overgangsperiode zijn waarin de bevoegdheden met betrekking tot de bilaterale investeringsovereenkomsten tussen de lidstaten en derde landen worden overgedragen naar de EU. Tegen deze achtergrond ben ik van mening dat het aannemen van een gemeenschappelijke procedure voor controle en herziening van de bilaterale investeringsovereenkomsten de voorkeur heeft boven intergouvernementele regelingen. De Europese Commissie – niet de lidstaten – moet de taak hebben om in het algemeen belang de transformaties tot een goed einde te brengen.

Zodoende moet de Commissie zowel de rechtszekerheid garanderen van investeerders die getroffen worden door het overgangsproces als ook gelijkwaardige omstandigheden voor investeringen creëren voor alle lidstaten van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder (EFD). - Mevrouw de Voorzitter, Nederland, mijn lidstaat, is een eeuwenoude handelsnatie en de commissaris zal dit moeten beamen, want we hebben zelfs nog samen één land gevormd; het Nederlandse bedrijfsleven behoort wereldwijd tot de grootste investeerders. Daarom heeft Nederland 98 bilaterale investeringsverdragen afgesloten met een zeer hoog beschermingsniveau.

Het voorgestelde autorisatiesysteem geeft de Commissie te ruime bevoegdheden om haar goedkeuring aan bestaande investeringsakkoorden te onthouden en te weinig zekerheid voor bestaande akkoorden. De dreigende mogelijkheid dat lidstaten hun bestaande bilaterale investeringsverdragen op instigatie van de Commissie moeten opzeggen, voordat een nieuw akkoord met een gelijkwaardig niveau van bescherming door de EU is gesloten, is onaanvaardbaar. De intrekking van autorisatie mag alleen plaatsvinden, wanneer de EU een nieuw akkoord heeft uitonderhandeld met eenzelfde beschermingsniveau.

 
  
MPphoto
 

  Godelieve Quisthoudt-Rowohl (PPE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik zou in het kort op vier punten in willen gaan. Ten eerste: ik zou een vette kop willen plaatsen boven dit project – zekerheid, rechtszekerheid voor beleggers die in de EU willen investeren, en voor Europese beleggers die in het buitenland willen investeren. Ze moeten allemaal beschermd worden door de bestaande verdragen.

Ten tweede: ik dank de rapporteur natuurlijk voor zijn werkelijk heel volledige verslag, maar we mogen in die handelsovereenkomsten niet te veel willen regelen. Ik ben het in dat verband niet met de rapporteur eens. Dit is een heel gebruikelijke procedure wanneer er in een commissie of in een parlement meningsverschillen bestaan, en niet voor alles een compromis kan worden gevonden. Ik dank de rapporteur in ieder geval voor de faire samenwerking. We zullen morgen zien hoe de stemming verloopt.

Ten derde ben ik heel blij dat de Commissie niet tornt aan de bestaande verdragen, dat heeft de heer De Gucht net aangeduid. Natuurlijk kunnen we als EU nu op basis van het Verdrag van Lissabon als zodanig snel nieuwe overeenkomsten sluiten wanneer die nodig zijn, maar gezien het standpunt van de heer De Gucht zal hij ongetwijfeld instemmen met de duidelijke afzwakking van het instrument voor het toetsen van bestaande overeenkomsten, dat is geregeld in een amendement waarover we gestemd hebben. Hij zal dan ook instemmen met het vastleggen van slechts vier duidelijke criteria voor het intrekken van een machtiging.

Ten vierde: tijdens deze discussie, maar ook tijdens de gesprekken in de commissie, is heel duidelijk gebleken dat er verschillende belangen op het spel staan, dat hangt af van het aantal bilaterale overeenkomsten die het eigen land al heeft gesloten. Daarom is het goed dat deze richtlijn een duidelijke definitie van de overgangsperiode bevat.

 
  
MPphoto
 

  John Bufton (EFD).(EN) Mevrouw de Voorzitter, van de circa 2 500 bilaterale investeringsovereenkomsten in de wereld hebben er 1 500 betrekking op lidstaten van de EU. Externe handel en investeringen zijn onontbeerlijk voor economisch herstel. Ik betwijfel of veel externe markten vertrouwen hebben in handelspakketten met de EU, gezien de falende euro en de knoeierige pogingen van de Commissie om de economie van drie van haar lidstaten te redden. Wat voor effect zal de exclusieve bevoegdheid van de EU op het gebied van de bilaterale investeringen hebben op de lidstaten?

Het Verenigd Koninkrijk heeft een handelstekort met de EU en vertrouwt op onderhandelingen en overeenkomsten met derde landen, waarvan vele al jaren van kracht zijn en betrekking hebben op ons Gemenebest van Naties.

Ik ben ontzet dat de EU probeert om een instrument ten uitvoer te leggen om nationale pakketten op Europees niveau aan te bieden via besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid, wat het vermogen van individuele lidstaten ondermijnt om voordelen te behalen of te behouden die binnenlandse economieën wezenlijk zouden kunnen ondersteunen. Ik wil de Commissie vragen of zij het basisbeginsel pacta sunt servanda in het internationaal recht eigenlijk wel erkent.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Papastamkos (PPE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, het is bijzonder belangrijk een gemeenschappelijk extern investeringsbeleid vast te stellen waarmee alle Europese investeerders gelijke behandelingsvoorwaarden worden verzekerd. Zolang het echter niet mogelijk is om investeringsovereenkomsten op EU-niveau te sluiten, moet ten minste worden voorkomen dat een rechtsvacuüm – of rechtsonzekerheid, zoals de heer Caspary dat noemde – ontstaat. De Europese investeerders moeten de vereiste rechtszekerheid hebben. Ik wil erop wijzen dat de wetgeving van de EU-lidstaten, in combinatie met de EU-wetgeving, investeerders uit derde landen elke noodzakelijke garantie biedt. Om echter, omgekeerd, ook Europeanen die in derde landen investeren een hoog beschermingsniveau te kunnen verzekeren, is het noodzakelijk de huidige bilaterale, door EU-lidstaten gesloten overeenkomsten te handhaven.

De ontwerpverordening waarborgt mijns inziens in geen enkel opzicht de vereiste rechtszekerheid. Daarbij denk ik met name aan de volgende punten. Ten eerste behoudt de Commissie de discretionaire mogelijkheid om de machtiging voor het handhaven van bestaande overeenkomsten in te trekken of om machtiging te verlenen voor het openen van onderhandelingen over de wijziging van bestaande overeenkomsten of de sluiting van nieuwe overeenkomsten. Ten tweede is er een bepaling op grond waarvan het rechtskader binnen een tijdsbestek van vijf jaar wordt herzien, en ten derde zijn de procedures voor sluiting van nieuwe overeenkomsten uitermate tijdrovend. De in de Commissie internationale handel goedgekeurde amendementen gaan mijns inziens de juiste richting uit. Nogmaals, ons doel moet zijn de bestaande overeenkomsten te handhaven en de procedure voor de sluiting en inwerkingtreding van nieuwe bilaterale overeenkomsten te vereenvoudigen.

 
  
MPphoto
 

  Elena Băsescu (PPE). - (RO) Mevrouw de Voorzitter, het investeringsbeleid van de lidstaten moet op Europees niveau worden geharmoniseerd, als onderdeel van het gemeenschappelijke handelsbeleid. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de bilaterale investeringsovereenkomsten verenigbaar zijn met het ontwikkelingsbeleid van de Unie. De Commissie moet de bestaande overeenkomsten geleidelijk vervangen door nieuwe, die een optimale bescherming bieden aan investeringen. Vanwege het riskante karakter van directe buitenlandse investeringen is een hoog niveau van rechtszekerheid in de overgangsperiode noodzakelijk.

Zodoende verwelkom ik de aanpak van de Commissie en van de rapporteur op basis van co-existentie. Het is van groot belang dat de bilaterale verdragen van kracht blijven en dat de lidstaten nieuwe onderhandelingen kunnen openen of afronden. Tot slot steun ik het vaststellen van een tijdschema voor de overgang van bilaterale overeenkomsten van de lidstaten naar EU-overeenkomsten.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD).(SK) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, de bescherming van grensoverschrijdende investeringen van de Europese lidstaten is na de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon een enorm ingewikkelde en precaire kwestie geworden.

Meer dan 1 200 bilaterale investeringsovereenkomsten die tussen de lidstaten zijn gesloten onder verschillende, in veel gevallen conflicterende rechtssystemen moeten integraal onder auspiciën van de Europese Unie worden geplaatst zonder dat de rechten van de betrokken partijen worden aangetast. De enige manier om uit deze juridische patstelling te komen, die is ontstaan door de overdracht van bevoegdheden van de lidstaten naar de Europese Unie, lijkt een beginsel waardoor de overeenkomsten naast elkaar blijven bestaan tijdens een overgangsperiode die de lidstaten de gelegenheid geeft om opnieuw te onderhandelen over bestaande bilaterale overeenkomsten of om, in overeenstemming met het investeringsbeleid van de Europese Unie, de besprekingen af te ronden over nieuwe overeenkomsten.

Tevens is er gedurende dit hele proces goede samenwerking nodig tussen de Commissie en de lidstaten, zodat er absoluut geen verlies van rechtszekerheid van de investeerders en de verdragssluitende partijen ontstaat.

 
  
MPphoto
 

  Karel De Gucht, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil alleen kort ingaan op de vraag die door meerdere leden van dit Parlement is gesteld over de verenigbaarheid met het EU-beleid. We willen flexibel zijn en een goed compromis voor de overgangsregeling bereiken.

Deze amendementen gaan nog verder dan het aanvankelijke voorstel van de Commissie voor de verordening, omdat ze de werkingssfeer van de herzienings- en intrekkingsmechanismen, die voor de lidstaten en veel leden van het Parlement toch al een bron van grote zorg zijn, aanzienlijk verruimen. Deze nieuwe criteria, die betrekking hebben op de onverenigbaarheden met bestaand beleid van de Unie of met algemene beginselen van de Unie als uiteengezet in artikel 21 van het Verdrag, zouden kunnen worden opgevat als het openzetten van de deur voor allerlei aanvullende eisen waaraan bestaande investeringsovereenkomsten zouden moeten voldoen. Ik denk dat de lidstaten fel gekant zouden zijn tegen zo’n aanpak, omdat ze de mate van rechtsonzekerheid voor investeerders die van deze overeenkomsten profiteren, aanzienlijk vergroten.

Terugkomend op de volgende stappen in deze procedure, denk ik dat de stemming van morgen een belangrijk signaal zal afgeven aan alle belanghebbenden bij dit proces, en in het bijzonder ook aan de Raad wat betreft de wetgevingsprocedure. De uitslag van de stemming van morgen zal komende vrijdag met de ministers worden besproken tijdens het openbaar debat. Komende vrijdag hebben we een zitting van de Raad Buitenlandse Zaken over handel, en dit zal dan een van de onderwerpen zijn waarover we zullen spreken.

Ik hoop – en ik heb er alle vertrouwen in – dat uw stemmingen de basis voor een overeenkomst zullen bieden. Ik begrijp dat er morgen een stemming plaatsvindt over de amendementen en over het verslag als geheel, maar – zoals onder andere de heer Caspary zei – ik hoop dat dit ons niet zal beletten om in tweede lezing snel tot overeenstemming te komen.

 
  
MPphoto
 

  Carl Schlyter, rapporteur. (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik wil iedereen bedanken die aan dit debat heeft deelgenomen. Het is moeilijk geweest. Enkele punten die door mevrouw Quisthoudt-Rowohl en anderen naar voren zijn gebracht hebben betrekking op zekerheid en eerlijkheid. Dat is precies waar we het allemaal over eens zijn: investeringen moeten eerlijk zijn, mensen moeten eerlijk worden behandeld en we moeten een redelijk niveau van zekerheid hebben. Tegelijkertijd moeten we ze niet overbeschermen, als moederskindjes. Soms is het als een mijnenveld, je krijgt een tik en krijgt besef. Anderzijds moeten de risico’s redelijk voorspelbaar zijn en moeten we begrijpen welke risico’s we nemen. Als we al te beschermend zijn, zullen we onze oude industrieën in stand houden en zullen de verandering en vernieuwing die we nodig hebben aan ons voorbijgaan omdat we geen nieuwe beslissingen durven te nemen. Dat zou betreurenswaardig zijn. Daarom begrijp ik de kritiek van de commissaris op enkele van de compromissen die hier opnieuw worden ingediend niet helemaal, want we verwijzen naar het Verdrag en u bent degenen die interpreteren hoe dat moet worden toegepast. We zijn ons er heel goed van bewust dat u niet elke afzonderlijke overeenkomst kunt evalueren en overal vraagtekens bij kunt plaatsen, maar alleen ernstige schendingen kunt onderzoeken.

Het is ook goed dat we het erover eens zijn dat de artikelen 5 en 6 moeten worden gehandhaafd. Het zou een slechte zaak zijn wanneer het enige middel van de Commissie om een overeenkomst te beoordelen zou zijn om de zaak bij het Europees Hof van Justitie aanhangig te maken. Als een overeenkomst in twijfel wordt getrokken en het Europees Hof van Justitie zegt dat de overeenkomst ongeldig is, zouden honderden overeenkomsten ineens ongeldig worden, zonder waarschuwing. Dat zou zeker geen praktijk zijn die voor rechtszekerheid zou zorgen. Het is belangrijk dat de artikelen 5 en 6 worden gehandhaafd.

Ik ben het volledig eens met de heer Caspary dat er vaart achter de onderhandelingen moet worden gezet. Ongeacht hoe de stemming morgen uitpakt, is het belangrijk dat er vaart achter de onderhandelingen wordt gezet. Ik heb al met het Hongaarse voorzitterschap gesproken en dat is in staat en bereid om dit op te pakken zodra we hebben gestemd. Het Hongaarse voorzitterschap kan zich ook voorstellen dat er overeenstemming in eerste lezing wordt bereikt, maar het ziet er niet naar uit dat dat zal gebeuren.

Ik denk niet dat de graaf van Dartmouth zich zorgen hoeft te maken dat De Groenen het investeringsbeleid zullen overnemen. Er zijn veel krachten die dat beleid exact hetzelfde willen houden als het de afgelopen vijftig jaar is geweest. Ik moet zeggen dat hoewel u onze politieke vaardigheid om voorstellen aangenomen te krijgen bewondert, overdrijven ook een kunst is. Ik van mijn kant bewonder uw retorische capaciteiten. Misschien kunnen we met behulp daarvan meer groen beleid aangenomen krijgen.

Zoals ik al heb gezegd, gaan we deze week stemmen en zullen we zien hoe dat uitpakt. Ik wil alle betrokkenen bedanken, en ook het Hongaarse voorzitterschap, waar ik een aantal keren mee heb overlegd.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt op dinsdag 10 mei 2011 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI) , schriftelijk. – (DE) Zowel binnen de WTO als binnen de OESO is geprobeerd om uitvoerige en voor alle sectoren van de economie geldende multinationale regelingen uit te werken voor FDI, dat zijn directe buitenlandse investeringen. De bescherming die wordt geboden door bilaterale investeringsovereenkomsten, de zogenaamde BIT's, is belangrijk, anders durft nooit iemand miljoenen in het buitenland te investeren. De EU ontvangt FDI, maar verricht die ook. Het staat te bezien of een poging om de wel tweehonderd in de Europese Unie lopende BIT’s te coördineren ten slotte het probleem kan oplossen dat de uitspraken, die bindend zijn en gebaseerd zijn op het internationale recht, voor de lidstaten verplichtingen jegens investeerders kunnen inhouden die tot een inbreukprocedure in de EU kunnen leiden. Directe investeringen worden aangeprezen als het wondermiddel voor bijvoorbeeld de economische herstructurering van de landen in Midden- en Oost-Europa, maar dat zijn ze zeker niet. Het is weliswaar wenselijk dat beter kan worden overzien welke kansen FDI de Europese investeerders biedt, maar het investeringsbeleid kan ook negatieve gevolgen hebben, met name de angst van de plaatselijke bevolking dat ze door outsourcing of bedrijfsverplaatsingen hun baan kwijt raken, of inkomen moeten inleveren, en die mogen we niet onder het tapijt vegen. We moeten ook de ontwikkelingslanden duidelijk maken dat FDI de welvaart alleen maar kunnen verhogen wanneer is voldaan aan de essentiële institutionele voorwaarden, zoals duidelijke eigendomsrechten, een onafhankelijke rechtspraak en politieke stabiliteit. Al die edele zielen die aan ontwikkelingshulp doen, zijn niet altijd even eerlijk.

 
Laatst bijgewerkt op: 19 september 2011Juridische mededeling