Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/0197(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0148/2011

Debatten :

PV 09/05/2011 - 22
CRE 09/05/2011 - 22
PV 09/06/2011 - 3
CRE 09/06/2011 - 3

Stemmingen :

PV 10/05/2011 - 11.13
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0206

Debatten
Waarschuwing
Donderdag 9 juni 2011 - Straatsburg Uitgave PB

3. Toepassing van de MEB-richtlijn in Oostenrijk (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de mondelinge vraag (O-000084/2011) van Erminia Mazzoni, namens de Commissie PETI, aan de Commissie: Toepassing van de MEB-richtlijn in Oostenrijk (Β7-0314/2011).

 
  
MPphoto
 

  Richard Howitt (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, zoals vooraf met de Voorzitter afgestemd neem ik het woord voor een motie van orde uit hoofde van artikel 96. Ik wil de Voorzitter verzoeken de Formula One Teams Association – waarbij ook Lotus, uit mijn eigen kiesdistrict, is aangesloten – aan te schrijven, aangezien deze organisatie gisteren in een brief heeft laten weten dat zij er om logistieke redenen bezwaar tegen heeft dat de Grand Prix in Bahrein alsnog doorgang vindt op een andere datum.

Ik verzoek de Voorzitter deze teams er in dat schrijven aan te herinneren dat we een prachtige traditie kennen van sportmensen die wegens de mensenrechtensituatie in een land afzien van deelname aan evenementen – denk aan Mohammed Ali en Vietnam, de cricketspelers die weigerden in Zuid-Afrika te spelen wegens de apartheid en de atleten die de Olympische Spelen in Moskou links lieten liggen.

Daarnaast wil ik de Voorzitter vragen namens het Europees Parlement duidelijk te maken dat deze teams, mochten zij besluiten zich terug te trekken vanwege de mensenrechtensituatie, kunnen rekenen op de steun van dit Parlement, en dat de met bloed besmeurde naam Bahrein dit jaar niet mag prijken naast de glorierijke Europese namen Nürburgring, Monza, Monaco en Silverstone.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Wij hebben nota genomen van uw opmerking, mijnheer Howitt, en wij zullen het doorgeven.

 
  
MPphoto
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE). - (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik ben rapporteur voor het verslag over overgangsmaatregelen voor bilaterale investeringsovereenkomsten na het Verdrag van Lissabon en na de stemming van het Parlement en het voorstel van de Raad grondig te hebben overwogen zou ik mij willen terugtrekken als rapporteur voor dit rapport, omdat de positie van zowel de Raad als van het Parlement zo eenzijdig de belangen van de investeerders begunstigt en geen rekening houdt met de noodzaak van transparantie. Bovendien houden de oude lidstaten geen rekening met de behoefte van de nieuwe lidstaten aan nieuwe overeenkomsten en zijn de rechten van de investeerders op geen enkele manier in evenwicht met milieueisen, sociale eisen en andere juridische eisen. Derhalve voel ik mij niet in staat de positie van het Parlement te verdedigen en ik ben evenmin in staat om deze besprekingen naar een succesvol resultaat te leiden. Ik verzoek dan ook mijn opdracht als rapporteur over te mogen dragen aan de voorzitter van de commissie.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dat is een procedurele kwestie, die u zou moeten voorleggen aan de bevoegde commissie.

 
  
MPphoto
 

  Rainer Wieland, auteur.(DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris, dames en heren, ik spreek hier namens mevrouw Mazzoni, de voorzitter van de Commissie verzoekschriften, die vandaag helaas niet aanwezig kan zijn. Ongetwijfeld zijn er veel belangrijkere verzoekschriften dan dit. Dit verzoekschrift heeft geen betrekking op 30 000 mensen, zoals het geval is bij andere verzoekschriften die in dit Parlement in behandeling zijn. Vanuit het perspectief van de Commissie verzoekschriften, wordt deze vraag gesteld omwille van de natuur (dit is ter plaatse een controversiële kwestie), de wijze waarop de lokale economie zich kan ontwikkelen en, met name de uniforme toepassing van het recht in de Europese Unie. Op dat laatste punt kom ik zo meteen nog terug.

Sta mij toe om nog een andere opmerking te maken voordat ik verder ga. Uit het verslag over deze zaak – over dit skiliftproject – blijkt dat de lokale media er plezier in hebben als deze of gene in het stof bijt. Het maakt daarbij niet uit of het om een lobbyist voor de natuur of voor het bedrijfsleven gaat of om lokale of nationale instanties. Dat is in dit geval niet gepast. Ik heb in gezelschap van mevrouw Lichtenberger een lokale onderzoeksmissie uitgevoerd. De indruk die er bestaat dat de Europese Unie als een soort hogere raad van beroep kan fungeren, is echter volledig misplaatst.

Wij moeten er in bepaalde mate op vertrouwen dat de lokale autoriteiten de wetgeving adequaat ten uitvoer leggen. Hiermee komen wij bij de kern van het verzoekschrift. De indieners van het verzoekschrift stellen dat de lokale drempel voor het uitvoeren van een milieueffectbeoordeling (MEB), die toentertijd 20 hectare bedroeg, niet in acht is genomen. Zij stellen dat het project in kleinere onderdelen is opgesplitst en dat het in de praktijk die drempel van 20 hectare wel degelijk overschrijdt. Terzijde zij opgemerkt dat er sindsdien in Oostenrijk een nieuwe drempel van 10 hectare is ingevoerd. Er zijn dus in ieder geval wel wat dingen veranderd.

Bij ons onderzoek ter plaatse hebben wij geconcludeerd dat de voorschriften met betrekking tot milieueffectbeoordelingen zoals die in Oostenrijk van toepassing waren, toentertijd – in ieder geval in essentie –in acht zijn genomen. Er zou getwist kunnen worden over een vierkante meter meer of minder of over andere meetmethoden, maar naar ons idee heeft het geschil geen betrekking op omvangrijke oppervlakten. Daarnaast geloven wij ook niet dat het in aanmerking nemen van afzonderlijke aspecten van de ontwikkeling automatisch tot een andere conclusie zou leiden. Ik doel daarmee bijvoorbeeld op de kwestie van aangelegde meer met het oog op de beschikbaarheid van water om kunstsneeuw te maken, op de kwestie van de parkeervoorzieningen in het kader van het project en op andere aspecten.

Wij hebben echter ook geconstateerd dat wij meer aandacht moesten besteden aan de achtergronden van deze zaak. Zo hebben wij ons afgevraagd of de nationale overheid de MEB-wetgeving op correcte wijze en in overeenstemming met de geest van de Europese regelgeving heeft toegepast. Wij hebben toen al snel gemerkt dat het in bepaalde mate ook mogelijk was om de voorschriften op andere manieren toe te passen – niet alleen in Oostenrijk, maar ook in andere lidstaten, met inbegrip van mijn eigen land.

De vraag dient zich aan of wij altijd zouden moeten toestaan dat projecten op lokaal niveau opgesplitst worden. Daarnaast dient de vraag zich aan of wij moeten toestaan dat de uitvoering van projecten in verschillende tijdfasen wordt opgesplitst als achteraf geconcludeerd kan worden dat alle onderdelen eigenlijk deel uitmaakten van een en hetzelfde overkoepelende plan en dus vanaf het begin ook als één geheel beoordeeld hadden moeten worden. Er zijn ook gevallen bekend waarin projecten lokaal zijn opgesplitst wat de juridisch-technische aspecten betreft. Dat is weer aanleiding voor de vraag wat er eigenlijk op grond van onze Europese wetgeving – bewust of anderszins – is toegestaan en of de voorschriften op dit vlak niet aangescherpt moeten worden.

Met betrekking tot dergelijke voorzieningen is één ding ons met name opgevallen. Kunnen wij eigenlijk wel toestaat dat skipistes – nieuwe skigebieden van 1, 2, 3 of 10 hectare die toegevoegd worden aan de reeds aanwezige skigebieden en die veel drukker bezocht zullen worden als gevolg van de uitbreiding van de bestaande skifaciliteiten – in de berekeningen volledig buiten beschouwing worden gelaten? Op basis van de Europese regelgeving ben ik persoonlijk van mening dat alle gebieden die voor het totale project gebruikt gaan worden, in aanmerking moeten worden genomen. Dat is de reden voor onze specifieke vraag aan de Commissie of zij van mening is dat wij de Europese voorschriften op dit punt moeten aanscherpen.

 
  
MPphoto
 

  Günther Oettinger, lid van de Commissie.(DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte afgevaardigden, de heer Potočnik en ik zijn verheugd dat dit Parlement het toezicht op de milieuvoorschriften als een van de prioriteiten van zijn werkzaamheden beschouwt, hetgeen ook in dit geval weer is aangetoond. De MEB-richtlijn is van grote waarde voor de ecologische ontwikkeling van de Europese Unie. Die richtlijn vormt voor ons een belangrijk instrument voor het realiseren van een duurzame ontwikkeling.

In de MEB-richtlijn is vastgelegd dat projecten met een aanzienlijke invloed op het milieu aan een beoordeling onderworpen moeten worden waarin alle directe en indirecte effecten op het milieu worden geëvalueerd. Het gaat om categorieën projecten waarbij de lidstaten aan de hand van drempelwaarden moeten besluiten of er op basis van de resultaten van die eerste evaluatie een MEB moet worden uitgevoerd. De omstandigheden in uw skigebied behoren tot een categorie projecten waarvoor de lidstaten al lange tijd een besluit moeten nemen over de noodzaak van een MEB.

De Oostenrijkse wettelijke regeling was in het verleden niet echt bevredigend. Het ging daarbij om gebieden van 10 hectare of van 20 hectare of meer. Na ontvangst van het verzoekschrift heeft de Commissie de Oostenrijkse regering gevraagd hoe deze gewaarborgd heeft dat de richtlijn adequaat op dit project is toegepast. Oostenrijk heeft daarop geantwoord dat er geen MEB nodig was omdat de drempel van 20 hectare niet was overschreden. Van onze kant hebben wij daarover officiële twijfels geuit. Wij hebben erop gewezen dat bij het vaststellen van de omvang van het gebied, en dus bij het nemen van een besluit of er een MEB uitgevoerd moet worden, er een overkoepelend perspectief gehanteerd had moeten worden in plaats van een beperkte kijk op het betreffende gebied.

Vervolgens heeft Oostenrijk zijn wetgeving inzake MEB’s herzien. Dat is volgens mij het belangrijkste resultaat van dit specifieke geval. Vanuit juridisch standpunt voldoet die wetgeving nu op alle punten aan de vereisten van de Europese MEB-richtlijn. Het besluit of er een MEB noodzakelijk is voor de uitbreiding van een skigebied, is nu afhankelijk van de totale oppervlakte van de uitbreiding en van de vraag of dat gebied zich in een zone bevindt die als natuurgebied is aangemerkt. Bovendien moeten eerdere uitbreidingen ook bij de beoordeling worden betrokken.

De eisen die de MEB-richtlijn stelt, zijn in feite duidelijk en strikt geformuleerd. Het omzeilen van die eisen door projecten in fasen, onderdelen of tranches op te splitsen, is gewoonweg niet mogelijk. Wij hechten een groot belang aan de overkoepelende analyse van de effecten van projecten op de natuur. Het Europees Hof van Justitie heeft onze interpretatie van de wetgeving ook bekrachtigd. Dat Hof heeft in meerdere gevallen duidelijk gemaakt dat de doelstellingen van de MEB-richtlijn niet omzeild kunnen worden door een opsplitsing van projecten. Wat de drempeloppervlakte betreft, is het uitsluitend in aanmerking nemen van die delen waar daadwerkelijk werkzaamheden worden uitgevoerd, te beperkt. Onze bezorgdheid heeft namelijk niet alleen op de bouwwerkzaamheden betrekking, maar ook op de integratie ervan in de nabije omgeving. Met andere woorden, bij het vaststellen of de drempelwaarde wel of niet is overschreden, moet ook rekening worden gehouden met gebieden waarin geen concrete werkzaamheden worden uitgevoerd maar die onmiskenbaar deel uitmaken van het project en van de effecten van het project.

Dat is de reden dat wij van mening zijn dat er in het skigebied Damüls-Mellau een screening uitgevoerd had moeten worden om vast te stellen of er voor dit project een MEB noodzakelijk was. Dat besluit had ook openbaar gemaakt moeten worden gezien de redenen die eraan ten grondslag hebben gelgen. Dat zijn de verplichtingen die de Oostenrijkse autoriteiten niet zijn nagekomen. Zij hebben nagelaten om een dergelijke screening uit te voeren hoewel die naar ons idee wel vereist was.

Het project speelt zich af in het verleden: het besluit ertoe is vijf jaar geleden genomen en ook de goedkeuring dateert van die tijd. De aanleg is inmiddels voltooid. Wij hebben de autoriteiten in Wenen daarom om nadere informatie verzocht over de effecten van de werkzaamheden. Wij hebben bovendien nagevraagd of er maatregelen genomen moeten worden om de negatieve gevolgen te beperken en of dergelijke maatregelen nog steeds tot de mogelijkheden behoren. Zodra wij die informatie in ons bezit hebben, zullen wij onderzoeken welke vervolgstappen gezet kunnen worden om de negatieve effecten op de natuur in dit gebied in zijn geheel, te beperken.

Wij hebben de autoriteiten in Oostenrijk ook gevraagd om te bevestigen dat er bij toekomstige uitbreidingen van dit of andere skigebieden die op grond van de oude versie van de Oostenrijkse Wet op de Milieueffectbeoordelingen aan de criteria voldeden, er eerst een screening zal worden uitgevoerd om vast te stellen of er een MEB noodzakelijk is. De heer Potočnik is op dit moment bezig met een herziening van de MEB-richtlijn. Wij zijn allebei voornemens om een nieuwe tekst te overleggen waardoor de milieubescherming nog verder verbeterd wordt. In die tekst zal meer in het bijzonder aandacht worden besteed aan aspecten als de klimaatverandering, energie en biodiversiteit. Daarnaast zullen de relevante belangrijke arresten van het Europees Hof van Justitie in aanmerking worden genomen en worden de bestaande procedures zo weel mogelijk geharmoniseerd en vereenvoudigd. Daardoor zal het omzeilen van de regels nog moeilijker worden dan voorheen.

De heer Potočnik zit dus midden in het proces van de herschikking van deze richtlijn en hij heeft hiervoor het afgelopen jaar op grote schaal het publiek en de relevante belangengroepen geraadpleegd. De resultaten worden op dit moment geëvalueerd en wij zullen uiterlijk in 2012 een daartoe strekkend voorstel indienen. De foutieve uitvoering van deze bouwwerkzaamheden zal in ieder geval een positief effect voor de toekomst hebben, omdat de Europese regelgeving duidelijker geformuleerd zal zijn, waardoor het moeilijker wordt om de voorschriften te ontduiken. Wij zijn verheugd dat de Oostenrijkse Wet op de Milieueffectbeoordelingen nu in overeenstemming is met de MEB-richtlijn.

De Commissie zal actie ondernemen om te waarborgen dat de Oostenrijkse autoriteiten de milieugevolgen van de reeds uitgevoerde werkzaamheden zullen beoordelen teneinde te zorgen dat bij toekomstige uitbreidingen van het sikgebied in de regio rond Damüls-Mellau de vereisten van onze richtlijn conform de regels worden toegepast. Met andere woorden, wij hebben allemaal lering getrokken uit de fouten die er in dit specifieke geval zijn gemaakt.

 
  
MPphoto
 

  Peter Jahr, namens de PPE-Fractie.(DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris, de heer Wieland heeft de feiten van deze zaak al zeer duidelijk uiteengezet. Sta mij toe om hieraan een paar politieke beoordelingen toe te voegen.

Allereerst is het evalueren van besstaande verordeningen of richtlijnen om vasts te stellen hoe goed zij hun doelstellingen realiseren om deze waar nodig vervolgens te verbeteren of nauwkeuriger te interpreteren, geen argument tegen het Europese beleid, maar veeleer een argument vóór dat beleid. Er zal altijd frictie blijven bestaan tussen de Europese verordeningen en richtlijnen en de vorm waarin zij op lokaal niveau in bepaalde instrumenten worden omgezet. Het betreffende verzoekschrift heeft aan het licht gebracht dat bepaalde dingen op lokaal niveau anders werden geïnterpreteerd dan de oorspronkelijke intentie op Europees niveau was. De Commissie verzoekschriften is dan misschien geen raad van beroep, maar door mijn indruk van het werk dat wij in die commissie verrichten – met andere woorden, door de indruk die ik zelf heb in mijn hoedanigheid als lid van de Commissie verzoekschriften – ben ik er behoorlijk trots op dat dit verzoekschrift, in combinatie met het advies van de Commissie verzoekschriften, uiteindelijk geleid heeft tot de verandering van de wetgeving in een lidstaat van de EU. Naar mijn idee is dat een groot succes en wel meer in het bijzonder een succes van het Europese beleid.

Naar mijn idee houdt het probleem in het algemeen verband met de vraag die ik nu aan de commissaris ga stellen. Veel burgers maken zich zorgen over de wijze waarop de Europese milieuwetgeving in de lidstaten ten uitvoer wordt gelegd. Wij ontvangen hier veel verzoekschriften over waarvan een groot aantal betrekking heeft op grensoverschrijdende kwesties. Veel verzoekschriften gaan echter ook over de omstandigheden in de lidstaten. Steeds weer worden wij echter met het probleem geconfronteerd dat wanneer wij vragen aan de Commissie stellen over projecten in uitvoering, wij het volgende te horen krijgen: “Wij gaan ervan uit dat lidstaat X de bestaande richtlijnen en verordeningen van de Europese Unie op adequate wijze ten uitvoer legt en toepast. Wij zien dan ook geen noodzaak om te interveniëren.” Indien er aanwijzingen zijn dat er iets verkeerd gaat, hebben wij dan ook een instrument nodig dat wij kunnen gebruiken om een serieuze dialoog met de lidstaten aan te gaan over projecten waarvan de uitvoering al is begonnen. Wij willen toch niet weer in eenzelfde situatie terechtkomen als in het onderhavige geval? Daarin zijn de dingen niet optimaal verlopen, maar dat project is inmiddels afgerond. Wij hebben nu dus wel een oplossing voor de toekomst, maar helaas niet voor het verleden.

 
  
MPphoto
 

  Jörg Leichtfried, namens de S&D-Fractie.(DE) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat wat er allemaal is gebeurd het beste omschreven kan worden als een les waar wij lering uit hebben getrokken. Wij Oostenrijkers zijn fanatieke skiërs. Voor die hobby heb je natuurlijk skipistes nodig. Wij moeten er ons echter bewust van zijn en er rekening mee houden dat een mooie, intacte omgeving ook onderdeel vormt van het skiën. Wanneer een dergelijke omgeving verdwijnt, gaan mensen ook niet meer skiën.

Tegen die achtergrond zijn er in het Oostenrijkse beleid in het verleden veel fouten gemakt. Er zijn unilateraal nieuwe skipistes aangelegd, zonder dat overwogen werd of dat eigenlijk wel een goed idee was. Ook de administratieve praktijken en de juridische situatie waren op die leest geschoeid. Wat er nu hier de afgelopen tijd is gebeurd, vormt een illustratie van de toegevoegde waarde van de Europese Unie en het Europees Parlement. Het lijkt erop dat in het onderhavige geval de dingen verkeerd zijn gelopen. Wanneer er iets fout gaat, gebeurt er echter in veel gevallen niets. In dit geval is er echter een verzoekschrift ingediend, hebben de relevante mensen adequaat gereageerd en heeft Oostenrijk zijn zaakjes op orde gebracht. Wat mij betreft, is dit een goed voorbeeld van hoe de dingen aangepakt moeten worden.

 
  
MPphoto
 

  Eva Lichtenberger, namens de Verts/ALE-Fractie.(DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris, ik ben u erg dankbaar voor de informatie die u heeft vershaft. Ik vind datgene wat u heeft gezegd, bijzonder belangrijk. Ik heb alleen nog één aanvullende vraag. U zei dat de Commissie volledig tevreden is over de wijze waarop Oostenrijk thans de milieueffectbeoordelingen uitvoert. Er is echter nog steeds een arrest van het Europees Hof van Justitie van kracht dat voorschrijft dat de burgers bij de procedure betrokken moeten worden waarin vastgesteld wordt of er een MEB noodzakelijk is. Dat voorschrift is niet opgenomen in de betreffende Oostenrijkse wet en dit zou toch als een soort vroegtijdig waarschuwingssysteem kunnen functioneren om te waarborgen dat wat wij in Mellau hebben meegemaakt, niet nog een keer kan gebeuren.

Ik zou graag nogmaals willen benadrukken dat ik het ietwat absurd vind als pistes niet in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de omvang van een skigebied alleen omdat de hele berg niet omgespit is. Ik vind juist dat dit de gebieden zijn die ertoe doen en dat zij dus wel degelijk mee moeten tellen. Het is zonneklaar dat wij te maken hebben met een zaak waarin het project in kleinere onderdelen is opgesplitst om de voorschriften te omzeilen. Ik hoop dat u bij toekomstige procedures deze zaak in uw achterhoofd houdt.

 
  
MPphoto
 

  Willy Meyer, namens de GUE/NGL-Fractie. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, we hebben een geval dat ons kan helpen om een kwestie op te lossen die de Commissie feitelijk erkend heeft, die ook de heer Jahr aan de orde heeft gesteld, en die we zullen opnemen in het jaarverslag dat zal worden voorgelegd door de Commissie verzoekschriften bij de beraadslagingen over 2010.

De situatie is als volgt - en we hebben het voorbeeld van Damüls in de Alpen, en ook dat van de Pyreneeën -: het komt vaak voor dat de tijd die verloopt tussen het moment dat een aantal Europese burgers een klacht indienen totdat het probleem is opgelost, zo lang is dat het probleem niet kan worden opgelost zonder onherstelbare schade aan te richten. Ik refereer hier aan het vermogen van vele lidstaten om zich te onttrekken aan de Europese richtlijn die hen verplicht de milieu-effecten te beoordelen van openbare en particuliere projecten in bijzonder kwetsbare gebieden van het Europese ecosysteem, zoals de Alpen in dit geval, of de Pyreneeën in Spanje. In dit geval gaat het om een project dat is gesplitst en opgedeeld om de richtlijn te omzeilen, wat het onmogelijk maakt een milieu-effectrapportage op te stellen.

Dames en heren van de Commissie, als u werkelijk vindt dat milieu-effectrapportages strikt moeten worden uitgevoerd, dan dient u naar mijn idee sneller te reageren om projecten te stoppen die worden voortgezet ondanks verslagen waaruit blijkt dat die projecten eerst een milieu-effectrapportage behoeven. Daarom is het heel belangrijk dat we de duur van de tijd veranderen die het neemt om een klacht te behandelen, en dat de Commissie verzoekschriften en de Europese Commissie zich ervoor inzetten om die tijd te verkorten, zodat lidstaten niet de noodzaak omzeilen om uitvoering te geven aan die richtlijn betreffende milieu-effectrapportages. In vele lidstaten is zij ontdoken, zoals hier is opgemerkt, niet alleen in Oostenrijk. In mijn land, Spanje, staat nu een project op stapel in de Pyreneeën. Het gaat ook om een skioord, in de Valle de Castanesa, en de Spaanse staat zal weer hetzelfde doen. In dit geval zullen de verantwoordelijke autoriteiten in Aragón het project opsplitsen om te voorkomen dat er een milieu-effectrapportage wordt uitgevoerd.

Ik denk dat we ons er zowel in het Europees Parlement als in de Europese Commissie voor moeten inzetten dat die procedure versneld wordt.

 
  
MPphoto
 

  Angelika Werthmann (NI).(DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris Oettinger, dames en heren, het doel van de milieueffectbeoordeling is om, in overeenstemming met het voorzorgsbeginsel, zowel het directe als het indirecte effect van projecten op het milieu vast te stellen en te beoordelen. Het uitsluiten van geplande ontwikkelingswerkzaamheden die duidelijk verband houden met een project in geografische of andere zin, kan het rechtskader alleen maar ondermijnen. Al in 1996 was het Europees Hof van Justitie van oordeel dat lidstaten moeten waarborgen dat het doel van de richtlijn niet ontdoken kan worden door het opsplitsen van projecten.

In haar verslag van 2003 over de toepassing en effectiviteit van de MEB-richtlijn, concludeerde de Commissie dat de wortels van de meervoudige problematiek die een belemmering vormde voor de effectiviteit van de MEB-voorschriften, niet noodzakelijkerwijs terug te voeren waren op de omzetting van de richtlijn op nationaal niveau, maar veeleer op de praktische toepassing ervan. Een van de opmerkingen die toentertijd geformuleerd zijn, was specifiek gericht aan het adres van de lidstaten die bindende drempels hadden vastgesteld, waaronder Oostenrijk. Aanbevolen werd om bij projecten met een mogelijk aanzienlijk milieueffect, een adequate screening uit te voeren, met name met betrekking tot bijzonder gevoelige gebieden en de eventuele cumulatieve impact van projecten. U noemde dat screeningproces al in uw inleiding; wij zijn nu in afwachting van de resultaten.

De Oostenrijkse burgers protesteren steeds vaker tegen het feit dat er geen rekening wordt gehouden met hun twijfels. Het Europees Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de specifieke wetgeving op nationaal niveau voldoende gedetailleerd moet zijn en de mogelijkheid voor een adequate participatie van de burgers moet bieden. Wat is de beoordeling van de Commissie van dit aspect van de Oostenrijkse Wet op de Milieueffectbeoordelingen?

In vrijwel alle lidstaten wordt kritiek geleverd op het gebrek aan publieke participatie. Daarom dient in het kader van de huidige herziening van de MEB-richtlijn ook een debat gevoerd te worden over een uniforme procedure voor die publieksparticipatie, iets wat feitelijk ook gewoon al in de richtlijn is vastgelegd.

 
  
MPphoto
 

  Richard Seeber (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris, kijkend naar de lijst met sprekers zou de indruk kunnen ontstaan dat de Gemeenschap en ook de Commissie verzoekschriften in deze procedure als een soort hooggerechtshof worden beschouwd. Ik wil daar graag aan toevoegen dat dit soort projecten niet bedoeld zijn om politieke punten te scoren.

Wij hebben het vandaag over een project in Damüls-Mellau, twee kleine gemeenschappen. De provinciale regering in Voralberg en de lokale overheid hebben naar beste vermogen getracht om de Oostenrijkse milieuwetgeving toe te passen. Ik geloof niet dar er een reden is om deze autoriteiten verwijten te maken. De juridische vraag dient zich echter aan of de Republiek Oostenrijk de MEB-richtlijn correct heeft omgezet. Op dit punt moet bedacht worden dat de rechtstradities in Oostenrijk (en ook elders binnen de Europese Unie) aanzienlijk verschillen. Ik moet mijn geachte collega erop wijzen dat ik van mening ben dat Oostenrijk de betreffende zaken goed wilde regelen. In de loop van dit proces hebben juristen geconstateerd dat er wellicht een paar fouten zijn gemaakt. Ik wil graag nogmaals benadrukken dat slechts de laatste paar procenten ter discussie staan. In dit project zijn hiervoor ook op vrijwillige basis compensatiemaatregelen genomen en dat lijkt ook te worden vergeten. Er zijn substantiële betalingen verricht. Dat moet ook gezegd worden.

Tot slot moeten wij waarschijnlijk ook een politieke beoordeling uitvoeren. Wetende dat er compensatiemaatregelen binnen dit project zijn uitgevoerd en dat er een poging is ondernomen om alles recht te zetten, moet dit project toch eigenlijk een hamerstuk zijn. Helaas moet ik de Commissie in deze fase vragen om iedereen gelijk te behandelen en ook buiten onze grenzen een aantal gevallen in andere lidstaten nader te bestuderen waar eigenlijk veel grotere schade aan natuurlijke hulpbronnen wordt toegebracht. De Commissie zou echter op dit punt met een bepaalde mate aan behoedzaamheid te werk moeten gaan. Die behoedzaamheid is met name belangrijk bij het milieubeleid omdat wij op dit gebied immers ook een grotere acceptatie willen bewerkstelligen.

 
  
MPphoto
 

  Heinz K. Becker (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris, dames en heren, ik wil graag een van de aspecten benadrukken die de commissaris heeft genoemd, en wel dat “de nationale autoriteiten hier iets van geleerd hebben”. Ik ben namelijk van mening dat de manier waarop de Oostenrijkse centrale overheid – en meer in het bijzonder de minister die voor milieuzaken verantwoordelijk is – de herziening van de Oostenrijkse Wet op de Milieueffectbeoordelingen heeft aangepakt, als zeer positief aangemerkt moet worden. Die aanpak zou als voorbeeld, als benchmark, gebruikt kunnen worden voor veel andere zaken die bij een groot aantal mensen aanzienlijk minder bekend zijn.

Tot slot wil ik graag mijn steun uitspreken voor het gewijzigde verzoekschrift van de heer Jahr, waarin om specifieke en effectieve instrumenten wordt verzocht om al tijdens de planning en de eerste stadia van dergelijke projecten invloed en controle uit te kunnen oefenen en eventueel corrigerende maatregelen te kunnen nemen.

 
  
MPphoto
 

  João Ferreira (GUE/NGL). - (PT) Mevrouw de Voorzitter, ik wil kort enkele opmerkingen maken over dit proces. De ervaringen met de uitvoering van milieueffectbeoordelingen (MEB) zijn op enkele punten positief, maar tonen ook aan dat deze voor verbetering vatbaar zijn. Er moet op een andere manier gekeken worden naar de analyse van de cumulatieve effecten van projecten, ongeacht of deze op verschillende vlakken liggen of op hetzelfde vlak. Er wordt te vaak naar de bomen gekeken, en dan zie je het bos niet meer. Het is van belang dat er breder wordt gekeken naar de enorme en cumulatieve gevolgen van het menselijk handelen voor de natuur.

Ook moet er meer aandacht komen voor de fase na de effectbeoordeling, die vaak verwaarloosd wordt. Het is belangrijk dat achteraf geëvalueerd wordt in hoeverre de beoogde effecten gerealiseerd zijn, in hoeverre eventuele mitigatie- of compensatiemaatregelen effectief geweest zijn en in hoeverre deze geïmplementeerd zijn. Overheidsinstanties op het gebied van het milieu spelen daarbij een belangrijke rol en moeten in staat gesteld worden deze rol te vervullen.

En tot slot is het van fundamenteel belang dat de procedure transparant is, en dat overheidsinstanties hierbij betrokken worden en de gang van zaken bewaken, om transparantie, kwaliteit en de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE).(LT) Mevrouw de Voorzitter, vandaag debatteren we over zeer specifieke kwesties van een specifiek land, maar milieueffectbeoordelingen zijn nog steeds, zowel op nationaal als op internationaal niveau, nogal ingewikkeld en moeilijk. Het grootste probleem is waarschijnlijk een vertrouwenscrisis in de maatschappij in verband met de uitgevoerde onderzoeken voor de milieueffectbeoordeling, dat wil zeggen het feit dat het onderzoek wordt verricht door uitvoerders van projecten, etc. Het publiek zou daarom actiever bij dit proces betrokken moeten worden, maar we moeten natuurlijk een evenwicht vinden zodat projecten niet zonder geldige reden worden gestopt. Een ander probleem is het concept van de beoordeling na afloop van het project, wanneer bepaalde zaken, met inbegrip van de milieueffectbeoordeling, niet worden genoemd en er later neveneffecten opduiken.

Gisteren hebben we voor het principe van onafhankelijkheid in het milieueffectbeoordelingssysteem gestemd. Dit zou ook moeten worden toegepast in het milieurecht en bij de herziening van de milieueffectbeoordelingsrichtlijn moeten we ons juist hierop richten.

(Spreker verklaart zich bereid een “blauwe kaart”-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Jörg Leichtfried (S&D).(DE) Mevrouw de Voorzitter, wellicht dat ik mevrouw Morkūnaitė-Mikulėnienė verkeerd heb begrepen, dus daarom vraag ik het even na. Ik vind het belangrijk dat de regels die op dit moment van kracht zijn, ook nageleefd worden. Wij moeten niet altijd proberen om ons ergens uit te praten door te zeggen dat wij ons niet zo strikt aan de regels hoeven te houden omdat de omstandigheden zijn veranderd. Regels moeten te allen tijde strikt nageleefd worden en dat is niet meer dan terecht.

Ik zou graag willen weten of u bedoelde dat de regels, ongeacht de situatie, nageleefd moeten worden en dat mensen zich niet altijd door de omstandigheden moeten laten leiden.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE).(LT) Mevrouw de Voorzitter, ik wil benadrukken dat het van groot belang is om de regels in acht te nemen, maar in sommige gevallen proberen belangengroepen, misschien door het manipuleren van de publieke opinie, de uitvoering van bepaalde projecten te beïnvloeden. Zoals ik al heb onderstreept, moeten echter de autonomie, de juiste analyse en de onafhankelijkheid van de deskundigen worden gewaarborgd en dient alles volgens de regels, zoals het in de wetten staat, te worden gedaan.

 
  
MPphoto
 

  Karin Kadenbach (S&D).(DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte heer Oettinger, dames en heren, deze discussie onderstreept eens te meer dat wij op het hele milieugebied te maken hebben met één groot communicatieprobleem. Het milieu, de economie en de regionale belangen worden voortdurend tegen elkaar uitgespeeld. En daar ligt het grote probleem. Wij hebben steun van de Commissie nodig om te waarborgen dat het milieu als een essentieel onderdeel van de economie wordt gezien. Op dit moment wordt er veel te weinig nadruk gelegd op het feit dat de maatregelen om het milieu en de natuurlijke omgeving te beschermen ook banen kunnen creëren en in stand houden.

De discussie is tegenwoordig nog steeds gepolariseerd: het gaat of om de natuur of om de werkgelegenheid. Wij politici gebruiken helaas altijd dit soort argumentatie. Ik roep iedereen daarom op om op dit punt een betere bewustwording te bevorderen. Aan beide kanten moet daarnaast erkend worden dat wij het milieu in stand moeten houden zodat de economie in de toekomst effectief kan blijven functioneren.

 
  
MPphoto
 

  Miloslav Ransdorf (GUE/NGL). - (CS) Mevrouw de Voorzitter, Oostenrijk stemde ooit tegen de kerncentrale van Zwentendorf om zich te ontdoen van een regionale kanselier. Dat leidde tot een Europees unicum: een model van een kerncentrale op een schaal van 1:1. Dat lijkt me een nogal duur experiment en dus niet iets dat de Oostenrijkers kunnen opdringen aan anderen.

 
  
MPphoto
 

  Rainer Wieland (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, ik ben eigenlijk heel tevreden over de reacties, maar ik wil graag op één punt nog wat meer duidelijkheid krijgen. Op grond van de huidige regelgeving hoeven skipistes uitsluitend in de berekeningen van de drempels opgenomen te worden wanneer er tijdens de ontwikkeling van de betreffende faciliteit structurele veranderingen zijn gepland. Alle andere gebieden die door skiërs, “zwartrijders” of andere mensen worden gebruikt, worden buiten beschouwing gelaten. Ik ben van mening dat de effecten van het gebruik van een gebied waarvan de natuurlijke staat wordt veranderd, ook in die berekeningen opgenomen moet worden.

Nog één kort punt tot slot: in een bepaald gedeelte van een lidstaat waarmee de heer Oettinger en ondergetekende heel goed bekend zijn, heeft de Commissie verzoekschriften in geselecteerde gevallen de mogelijkheid om een blokkeringsprocedure toe te passen. Ik denk dat het een goed idee zou zijn als wij, samen met de Commissie en de Raad, afspreken dat het mogelijk moet zijn om projecten te bevriezen, mits deze optie op een verantwoorde wijze wordt toegepast.

(Spreker verklaart zich bereid een “blauwe kaart”-vraag krachtens artikel 149, lid 8, van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Richard Seeber (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, aangezien de heer Wieland jurist is, zou ik hem graag willen vragen of hij de bergwandelaars en de klimmers die op ski’s rondtrekken en soms van de skiliften gebruik maken omdat zij de hele afstand niet te voet willen afleggen, ook in de MEB wil betrekken? En geldt dat ook voor mensen die andere sportuitrustingen gebruiken? Betekent dit dat de gehele Alpine regio aan een milieueffectbeoordeling moet worden onderworpen? Ik vind dat hij de criteria wat nauwkeuriger moet definiëren en precies moet uitleggen wat hij bedoelt.

 
  
MPphoto
 

  Rainer Wieland (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, ik wil één ding graag heel duidelijk stellen om de indruk die is ontstaan, weg te nemen. De natuur is geen eigendom van de organisaties voor natuurbescherming. De natuur is er om door mensen gebruikt te worden. Dat betekent dat ik niet van mening ben dat Damüls-Mellau, en daar werd zojuist aan gerefereerd, een geval is waarin wij die blokkeringsprocedure moeten toepassen.

 
  
MPphoto
 

  Günther Oettinger, lid van de Commissie.(DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte afgevaardigden, het mag voor ons allemaal duidelijk zijn dat deze zaak niet goed is afgehandeld. De herwaardering van deze zaak zal echter wel een bijdrage leveren om binnen Europa vooruitgang te boeken. Wij hebben geconstateerd dat de drempelwaarden niet correct zijn toegepast, dat er geen screeningprocedure is uitgevoerd en dat de milieueffecten daardoor niet objectief genoeg zijn beoordeeld.

In de tweede plaats moet de Oostenrijkse Wet op de Milieueffectbeoordelingen gewijzigd of uitgebreid worden om te waarborgen dat deze in overeenstemming is met de richtlijnen van de Europese Unie, met andere woorden, met de eisen die u stelt. Wanneer er nieuwe maatregelen in deze regio worden genomen – ongeacht of het om extra parkeerplaatsen of om andere ontwikkelingen gaat – vinden wij het in de derde plaats van belang dat er een speciale screening van het gehele project wordt uitgevoerd, ook van de aanwezige ontwikkelde gebieden en van de reeds bestaande bouwprojecten. Je zou kunnen zeggen dat de regio nu onder scherper toezicht staat.

Iedereen die van skiën houdt, weet dat de geluidsoverlast in deze regio rond 3 uur ’s middags een groter probleem vormt dan de schade aan de natuurlijke omgeving. Uiteraard moet deze opmerking niet helemaal serieus worden genomen. De Commissie heeft thans de mogelijkheid om een inbreukprocedure in te leiden. Wij dreigen er niet mee niet dat wij dat ook daadwerkelijk gaan doen, maar de mogelijkheid is er wel. Vervolgens moeten wij ook in meer algemene zin naar de herziening van de MEB-richtlijn kijken. Wat is de bedoeling van de heer Potočnik?

In de eerste plaats gaat het om het integreren van nieuwe beleidsdoelen, zoals de klimaatverandering, biodiversiteit, energie, trans-Europese netwerken en het cohesiebeleid. In de tweede plaats moet ook het arrest van het Europees Hof van Justitie in aanmerking worden genomen. Dat arrest heeft immers tot veel meer duidelijkheid rondom deze kwestie geleid. In antwoord op de vraag van de heer Lichtenberger, kan ik zeggen dat wij vastgesteld hebben dat de Oostenrijkse MEB-wet nu aan de drempelvereisten voldoet. Op dit moment evalueren wij of die wet ook, naar vorm en inhoud, in toereikende mate voldoet aan de vereisten op het gebied van de transparantie, burgerparticipatie en openbare raadpleging. Ik kan hierbij bevestigen dat de heer Potočnik, de commissaris voor Milieu, u de komende weken zal voorzien van een uitgebreid schriftelijk antwoord op de vraag of die wet in overeenstemming is met de eisen die in onze richtlijn aan de transparantie en burgerparticipatie worden gesteld.

Ik denk dat dit het geval is. Mede op basis van andere bevindingen zullen wij vervolgens in staat zijn om volgend jaar een bevredigende herziening van deze Europese richtlijn tot stand te brengen. De heer Wieland heeft gevraagd hoe de definitie van het gebied geïnterpreteerd moet worden. Wij zullen u op deze vraag een schriftelijk antwoord doen toekomen. Wanneer er een transportvoorziening wordt gebouwd, ben ik van mening dat wij niet alleen moeten kijken naar de grond die zich onder de kabel bevindt. Met andere woorden, het gaat niet alleen om het traject van de skilift, want dat is slechts één meter breed en een aantal kilometers lang. Aan de andere kant moet ook weer niet de hele berg bij de beoordeling worden betrokken, hoewel de “zwartrijders” vaak de beste skiërs op de zwarte pistes zijn. Meer op detailniveau moeten in ieder geval alle gebieden die als piste te boek staan bij de beoordeling worden betrokken. Met andere woorden, alle geëxploiteerde pistes en gebieden waar sneeuwmachines worden gebruikt, behoren naar mijn idee tot het ontwikkelde gebied van de berg en moeten daarom in de drempelwaarde meegenomen worden. Indien nodig moet dit in het kader van de herziening van de richtlijn duidelijk worden gedefinieerd.

Hadden wij niet in een eerder stadium invloed op dit proces kunnen uitoefenen? De huidige discussies spelen zich uiteraard in een relatief laat stadium af; de bouwvergunning is immers al vijf jaar geleden afgegeven. Dit vormt een fundamenteel probleem. Op grond van het Verdrag is namelijk het subsidiariteitsbeginsel van toepassing. De verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van Europese wetgeving berust primair bij de lidstaten die de voorschriften op lokaal niveau moeten toepassen en handhaven. Ik hoop dat er, zeker in Oostenrijk, lering uit de zaak wordt getrokken zodat wij straks meer oog en oor hebben voor een adequate afweging van de economische en de ecologische belangen en dat deze zaak dus een positief effect op de toekomst heeft gehad.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

 
Laatst bijgewerkt op: 8 november 2011Juridische mededeling