Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/0276(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A7-0179/2011

Debatten :

PV 22/06/2011 - 16
PV 22/06/2011 - 18
CRE 22/06/2011 - 15

Stemmingen :

PV 23/06/2011 - 12.13
PV 23/06/2011 - 12.14
CRE 23/06/2011 - 12.13
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen
PV 28/09/2011 - 4.12
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0288
P7_TA(2011)0425

Debatten
Donderdag 23 juni 2011 - Brussel Uitgave PB

14. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde zijn de stemverklaringen.

 
  
  

Verslag: Miroslav Mikolášik (A7-0111/2011)

 
  
MPphoto
 

  Marco Scurria (PPE).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik stem voor dit verslag, omdat er enkele fundamentele elementen voor het cohesiebeleid en voor de financieringen in worden uiteengezet.

Dit zijn ten eerste de stroomlijning van de procedures voor nationale middelen en ten tweede de stelling dat sport en cultuur ook een element van cohesie vormen dat belangrijk en doorslaggevend is.

Het enige negatieve aspect van dit verslag is dat slechts drie werktalen – Engels, Frans en Duits – worden voorzien als de talen die moeten worden gebruikt voor het verzoek naast de oorspronkelijke taal. Hoe dan ook, om genoemde redenen en om meer algemene redenen heb ik voorgestemd en wil ik de rapporteur complimenteren.

 
  
MPphoto
 

  Alfredo Antoniozzi (PPE).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ondanks het belang van dit verslag hebben slechts negentien lidstaten gerapporteerd over hun kernindicatoren. In zo’n situatie kunnen we geen duidelijk beeld krijgen van de werking van het cohesiebeleid op lokaal niveau.

Ik ben het eens met de maatregelen en goede praktijken die de heer Mikolášik voorstelt, en ik ben van oordeel dat het voorstel voor een ruimere toepassing van de kernindicatoren bijzonder nuttig is, net zoals de opstelling van verslagen over de resultaten en de synergieën tussen nationaal beleid en EU-beleid.

Het organiseren van publieke debatten en raadplegingen van belanghebbende partijen, alsook de indiening van verslagen bij de nationale parlementen voor advies, zijn in die zin verdere positieve maatregelen. We moeten ons inzetten om te voorkomen dat de middelen bestemd voor het cohesiebeleid in de volgende programmeringsperiode niet worden verlaagd. Om die reden heb ik mijn steun gegeven aan dit verslag.

 
  
MPphoto
 

  Sergej Kozlík (ALDE).(SK) Mevrouw de Voorzitter, de toekenning van middelen uit Europese fondsen in de nieuwe lidstaten, met inbegrip van Slowakije, wordt negatief beïnvloed door onnodige complexiteit, buitensporige bureaucratie, onduidelijke regels en verborgen belangenbehartiging. Velen die proberen geld te krijgen uit de Europese fondsen klagen over de slepende bureaucratische kwelling met een onzekere afloop. De bureaucratie en veel belemmeringen komen echter niet uit Brussel, maar uit de individuele lidstaten. Terwijl de Europese regelgeving mede onder druk van het Europees Parlement wordt vereenvoudigd, maken de regels die in de individuele lidstaten worden ingevoerd de situatie vaak aanzienlijk ingewikkelder. Hoewel de Europese regels relatief eenvoudig zijn, maakt de nationale tenuitvoerlegging ze gecompliceerd. De regel is dat het systeem ingewikkelder wordt naarmate je lager in de bestuurlijke piramide komt. Een groot probleem is ook dat de autoriteiten vaak niet helpen gebruik te maken van de Europese fondsen, maar zich concentreren op controle die veel verder gaat dan wat de wet oplegt. Het probleem zit hem dus vooral in de lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Peter Jahr (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, er is een reden waarom wij een cohesiebeleid hebben. Een dergelijk beleid heeft een duidelijk begin en moet ook een einde hebben. Ik geloof dat de reden achter het cohesiebeleid is dat wij met een dergelijk beleid proberen de levensstandaard en de economische ontwikkeling binnen de gehele Europese Unie in evenwicht te brengen. Dat is waarom het goed is dat wij regio’s die zich onder de algemeen economische norm bevinden, subsidiëren en ondersteunen. Het is echter even belangrijk om te zorgen dat deze financiële middelen goed worden gebruikt, met andere woorden, dat zij het gewenste effect sorteren. Dit verslag is belangrijk voor mij omdat het ook een analyse bevat, waarmee het fundament wordt geboden voor de volgende twee ondersteuningsperioden. Ik zou één voorbeeld willen noemen: in mijn specifieke regio in Oost-Duitsland heeft het cohesiebeleid sinds 1990 belangrijke resultaten. Wij hebben de ontwikkeling die zich daar heeft voltrokken, kunnen zien en ik beschouw het als een absoluut succes als wij het punt bereiken waarop wij kunnen zeggen dat deze regio’s nu een programma voor geleidelijke beëindiging nodig hebben, omdat dit betekent dat de levensstandaard daar omhoog is gegaan.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Grzyb (PPE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, het cohesiebeleid in zijn huidige vorm wordt positief beoordeeld en ook de resultaten worden positief beoordeeld. In de lidstaten zijn de voordelen van dit beleid duidelijk voelbaar, dat in combinatie met het gemeenschappelijke landbouwbeleid de ongelijkheden in de ontwikkeling binnen de Unie, zowel tussen regio's als binnen regio's, vermindert. Ik ga ermee akkoord dat de doelen en ook de financiering van het cohesiebeleid moeten worden behouden, natuurlijk in een vorm die wordt aangepast aan de invoering van de tussenliggende regio's.

We moeten opmerken dat dit beleid positief wordt beoordeeld door de lidstaten en de lokale bestuursorganen en ik wil ook wijzen op de positieve beoordeling door het Comité van de Regio's. Er zijn wel bepaalde verwachtingen wat de bureaucratisering van het cohesiebeleid betreft. Zoals reeds is opgemerkt, vloeien deze verwachtingen vaak voort uit bijkomende beperkingen die door de lidstaten worden opgelegd. We kunnen de huidige economische crisis echter bestrijden door bepaalde maatregelen, onder andere de voortzetting van dit beleid, dat duurzame groei garandeert. Dit is van essentieel belang voor de hele Unie.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR).(EN) Mevrouw de Voorzitter, Ayn Rand schreef: "De realiteit kan je ontlopen, maar niet de gevolgen van het ontlopen van de realiteit".

Wij hebben genoeg pogingen ondernomen om de markten in beweging te krijgen met overheidsgeld. Iedereen beseft dat Griekenland eigenlijk bankroet is, behalve de ministers van Financiën van de eurozone, die de laatste dertien maanden vergeefs een bedrag van 110 miljard euro in het land hebben gepompt en nu kennelijk opnieuw een bijna even groot bedrag willen vrijmaken. Deze aanpak is niet alleen vergeefs. Behalve nutteloos is hij ook ronduit schadelijk, want op deze manier zorgen wij ervoor dat het bankroet des te groter zal zijn en dat de klap niet beperkt zal blijven tot een kleine groep bankiers en obligatiehouders, maar ons allemaal zal treffen als belastingbetalers.

Anders gezegd: de belangen van de Griekse werknemers en de belangen van de Europese belastingbetalers worden opgeofferd aan de ambities van een kleine groep rijke, vorstelijke eurocraten.

 
  
  

Verslag: Georgios Stavrakakis (A7-0141/2011)

 
  
MPphoto
 

  Mario Pirillo (S&D).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik ben overtuigd voorstander van het idee om horizontale meerfondsenprogramma’s in het leven te roepen met duidelijke doelstellingen en gestroomlijnde toegangsmechanismen. Ik ben het eens met het verslag van professor Barca volgens hetwelk een benadering die gebaseerd is op lokale ontwikkeling de manier is om de werkzaamheid en efficiëntie te verbeteren en om op een meer geïntegreerde manier te werken. De aandacht moet worden gevestigd op de stedelijke dimensie en we moeten zorgen voor coördinatie tussen fondsen en de andere financiële instrumenten van de Europese Centrale Bank (ECB) en het Europees Investeringsfonds (EIF). In een situatie waarin de begroting krap is, kunnen deze instrumenten, samen met revolverende fondsen, ervoor zorgen dat de resultaten kunnen worden gecontroleerd. Dit zou de beschikbare middelen verveelvoudigen en het aantal begunstigden doen toenemen, wat als gevolg weer meer resultaat zou opleveren.

 
  
MPphoto
 

  Peter Jahr (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, wij zullen een grotere doelmatigheid moeten bereiken tussen het Europees Regionaal Ontwikkelingsfonds (EFRO) en de overige structuurfondsen. Ik geloof dat het uiterst belangrijk is dat wij deze verschillende fondsen hebben. En uiteraard moet elk fonds zijn eigen doelstellingen en zijn eigen gerichte benadering hebben. Ik geloof dat het zeer belangrijk is dat wij de regio’s in dit programma opnemen en dat de Europese Unie richtsnoeren opstelt die in de regio’s kunnen worden uitgevoerd en dienovereenkomstig kunnen worden toegepast. Het is echter even belangrijk dat wij binnen deze gerichte aanpak kijken naar hoe dingen in de regio’s worden uitgevoerd, zodat deze fondsen elkaar niet in de weg staan, zodat wij geen dubbele subsidies verstrekken, zodat wij geen onzinnige programma’s steunen – anders gezegd, wij moeten de doelstellingen die met deze fondsen worden nagestreefd, coördineren. Ik ga ervan uit dat wij op dit vlak zullen blijven samenwerken en dat er nog veel meer verslagen en resultaten aan ons zullen worden voorgelegd.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE). (LT) Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij dat we het vandaag hebben over het eenvoudiger en efficiënter maken van het cohesiebeleid. Ik heb herhaaldelijk gezegd dat het ontwikkelen van de lidstaten, gesteund door communautair geld, en het verbeteren van de levenskwaliteit doeltreffender zou zijn wanneer we de planningsmethode efficiënter zouden gebruiken en ervoor zouden zorgen dat de horizontale doelen worden bereikt door gebruik te maken van geld uit verschillende fondsen.

Herziening van de regels die de fondsen reguleren is echter net zo belangrijk. Het is nu vaak zo dat een probleem onmogelijk kan worden opgelost door gebrek aan geld. Een ander programma, gefinancierd uit een ander fonds, kan niet worden gebruikt, ook al worden daarin dezelfde doelen nagestreefd. Door verschillende regels is het in zo’n geval helaas onmogelijk om geld van het ene naar het andere fonds over te hevelen. Terwijl ik de oproep in de resolutie steun om een coördinatiemechanisme met een grotere impact in te voeren, verzoek ik u daarom ook de regels voor het overhevelen van fondsgeld te wijzigen en ze zo flexibel mogelijk te maken.

 
  
  

Verslag: Corien Wortmann-Kool (A7-0178/2011)

 
  
MPphoto
 

  Gianluca Susta (S&D).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik heb voor de verslagen gestemd, behalve dat van mevrouw Wortmann-Kool. Bij dat verslag heb ik me van stemming onthouden, ondanks mijn steun aan de amendementen van mijn fractie. Daarom heb ik bij het stemmen niet de algemene aanwijzingen van mijn fractie gevolgd, omdat ik van mening ben dat we voor zulke grote problemen staan dat we op dit moment de cohesie van de Europese instellingen moeten laten zien, alsook ons vermogen om de problemen die voor ons liggen aan te pakken. En ondanks een zekere schroom en arrogantie van de Raad ten opzichte van de crisis, vind ik dat wij die cohesie moeten laten zien.

Ik ben het ook niet eens met het uitstel, omdat we in een positie verkeren waarin we onze burgers snelle antwoorden moeten geven op de economische crisis, die niet alleen het resultaat is van financiële speculaties, maar ook van ons onvermogen om de problemen omtrent herstel en groei aan te pakken. Wij hebben de plicht om de openbare financiën van Europa weer gezond te maken, en we hebben de plicht om antwoorden te formuleren, die moeten beginnen bij de betrokkenheid van ondernemingen en de arbeidssector, met verschillende en meer open regels om de interne markt te voltooien en om in een betere positie te verkeren om te concurreren op de mondiale markt. Daarom heb ik voor de verslagen gestemd, behalve voor dat van mevrouw Wortmann-Kool.

 
  
  

Verslag: Elisa Ferreira (A7-0183/2011)

 
  
MPphoto
 

  Sergej Kozlík (ALDE).(SK) Mevrouw de Voorzitter, de eerste tien jaar van het bestaan van de Economische en Monetaire Unie hebben de noodzaak aangetoond van verbetering van het economische bestuurskader. Het nieuwe kader zou gestoeld moeten zijn op sterkere verantwoordelijkheid van de individuele lidstaten voor de gezamenlijk overeengekomen regels en beleidsmaatregelen, evenals op een betrouwbaarder kader voor toezicht op Europees niveau op het nationale economische beleid.

Vooral de ervaringen van de afgelopen twee jaar hebben bevestigd dat het bereiken van een sterk concurrentievermogen, duurzame economische groei en beschikbaarheid van arbeidsplaatsen een duurzaam niveau van overheidstekorten en -schulden vereist, evenals hervormingen om macro-economische onevenwichtigheden weg te nemen en een daadkrachtige Europese strategie voor groei en werkgelegenheid. Ik moet toegeven dat ik persoonlijk wat ongemakkelijk aankijk tegen het invoeren van administratieve elementen in economische mechanismen. Aan de andere kant blijkt uit de ervaring tot nu toe dat marktmechanismen niet snel en flexibel genoeg kunnen reageren op de negatieve ontwikkelingen, als gevolg waarvan de financiële crisis overgaat in een schuldencrisis.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik groet mijn vrienden in de Communistische Fractie en de Groenen. Op één punt hebben ze gelijk. Als we ook maar een tiende van hun beleid zouden aannemen, zouden we ernstig in de problemen raken, maar in één ding hebben ze gelijk, namelijk dat we met deze reddingsoperaties het merendeel van de bevolking straffen om een paar heel rijke personen te belonen. Als we banken die gevaar lopen in verband met Griekenland, met name Franse en Duitse banken, willen redden, is het veel goedkoper om ze het geld gewoon rechtstreeks te geven dan om het via de toeristische route door Griekenland door te sluizen.

Maar terug redenerend heb ik zo mijn vraagtekens bij deze vooronderstelling. Waarom wordt, gelet op het mislukken van de eerste ronde reddingsoperaties voor de banken, opnieuw van belastingbetalers verwacht dat ze over de brug komen om een paar heel rijke personen te behoeden voor de gevolgen van hun eigen fout?

Onze generatie kijkt terug op het Ancien Régime in Europa en we vragen ons af hoe zo’n systeem heeft kunnen bestaan. We vragen ons af hoe het ooit mogelijk geweest is dat alleen de adel vrijgesteld was van belasting? Hoe kan het dat we een systeem konden tolereren waarbij alleen de kleine man belasting betaalde? Maar – weet je? – we roepen precies zo’n zelfde systeem in het leven door overheidsgeld rond te pompen om een paar gevestigde belangen te redden. Kortom "hasta la victoria siempre".

 
  
  

Verslag: Diogo Feio (A7-0179/2011)

 
  
MPphoto
 

  Francisca Sosa Wagner (NI). – (ES) Mevrouw de Voorzitter, het is met aarzeling en met grote voorbehouden, maar het pakket als geheel gaat in een richting die ik als pro-Europeaan en federalist ondersteun. Bovendien bevat het pakket wijze lessen voor het politieke bestuur van Spanje. Daarom heb ik voor vier van de vijf verslagen over economische governance gestemd.

Ik heb tegen het verslag-Feio gestemd omdat daarin een procyclisch beleid bepleit wordt, dat in het gunstigste geval niet zal helpen om uit de crisis te komen, en waardoor in het slechtste geval de economische stagnatie en de werkeloosheid alleen maar zullen toenemen.

Ik heb ook niet voor het verslag-Wortmann-Kool gestemd – ik heb tegengestemd – omdat daarin geen rekening gehouden wordt met het stabiliteits- en groeipact, met de Europese werkgelegenheidstrategie of met de doelstellingen van de Europa 2020-strategie, waar miljoenen Europeanen hun hoop op gevestigd hebben, vooral jongeren.

 
  
MPphoto
 

  Peter Jahr (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, ik geloof dat de aanpak van de buitensporige tekorten een beetje als een voetbalwedstrijd is: als wij een aantal regels hebben afgesproken, dan moeten wij ons er ook aan houden. Het is niet voldoende om elkaar in de ogen te kijken en te zeggen: "Wij beloven dat wij ons aan alle regels houden." Zo zit het leven niet meer in elkaar. Anders gezegd, als de spelregels worden overtreden, dan moeten daar ook sancties en straffen op volgen. Dit kan natuurlijk niet worden gedaan op basis van een democratisch besluit. Laat ik nogmaals het beeld van een voetbalwedstrijd aanhalen. Stelt u zich voor: er wordt een overtreding begaan. De scheidsrechter neemt dan een beslissing. Maar denkt u zich eens in wat er zou gebeuren als de scheidsrechter elke keer onder de spelers een stemming moest houden om te bepalen of het echt wel overtreding was. Dit zou onmogelijk zijn. Daarom moeten wij beschikken over een helder besluitvormingsproces. Wat doen wij als iemand de regels overtreedt? Ten slotte zou ik willen benadrukken dat wij uiteraard ook behoefte hebben aan solidariteit. Behalve dat wij iemand alleen maar straffen omdat deze de regels heeft overtreden, moeten wij hem ook helpen weer terug te komen op het rechte pad.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Hannan, u mag het woord voeren over het verslag-Feio, maar u staat ook en als enige op de lijst voor het verslag-Goulard. Ik geef u daarom twee minuten om op beide verslagen in te gaan.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, u bent niet alleen een goede Voorzitter maar ook nog eens uitermate grootmoedig.

Ik wil graag ingaan op de onhandige woordkeuze waarvan de laatste weken sprake was in discussies over deze financiële reddingspakketten. Onze media hebben het over het redden van Griekenland en steun voor Portugal en Ierland, maar dat is niet hoe de bevolking in de ontvangende landen het ziet.

De Grieken gaan de straat op om te protesteren omdat ze heel goed begrijpen wat de gevolgen van deze overname door de EU en het IMF zijn. Het geld gaat niet naar de gewone bevolking van Griekenland maar naar de financiële instellingen die de Griekse staatsschuld beheren. Maar de gewone belastingbetaler zal de aflossing moeten gaan ophoesten: met andere woorden, Ierland, Portugal en Griekenland krijgen de rekening gepresenteerd voor het overeind houden van het gehele Europese bankenstelsel.

Waarom? Omdat we niet willen toegeven dat de monetaire unie een vergissing was. We willen de logica ervan niet inzien: als je landen met wijd uiteenlopende omstandigheden en behoeften in een gemeenschappelijke munt samenpropt, moet dat wel leiden tot de spanningen die sommigen van ons al voorspelden toen het project tien jaar geleden werd gelanceerd.

Door nog meer integratie na te streven en ook door al die zaken waarover we gisteren tijdens het debat over dit verslag hebben gehoord – "er moet een financiële unie komen", "we hebben economische governance nodig" – verergeren we de crisis alleen maar. U ziet hoe krom de redenering is, vrienden. De Europese integratie is mislukt, dus laten we er nog een schepje bovenop doen! De monetaire unie is niet genoeg. Wat we nodig hebben is meer economische unie.

De realiteit is dat dit gaat over het redden van gezichten: het redden van de gezichten van eurocraten die het project om te beginnen hebben gelanceerd en die bereid zijn om de bevolking van de perifere landen en de belastingbetalers van de arme landen op te offeren om in hun ongelijk te volharden.

Dit moet haast wel de duurste reddingsoperatie zijn sinds de redding van Helena van Troje toen er duizend schepen werden ingezet.

 
  
  

Verslag: Corien Wortmann-Kool (A7-0178/2011)

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb vóór uitstel van de eindstemming gestemd omdat ik denk dat de mogelijkheid bestaat dat we overeenstemming bereiken met de Raad.

De verslagen over de economische governance zijn volgens mij over het geheel genomen niet de beste optie, maar in de situatie waarin we ons nu bevinden, zijn ze waarschijnlijk wel de minst slechte.

Het is momenteel zo dat de euro steunt op een inherent breekbare structuur. Het Stabiliteits- en groeipact heeft niet gewerkt. Het was al vanaf het allereerste begin een mislukking. Nu verkeren we in een positie dat we of de gemeenschappelijke munt moeten opgeven of moeten proberen een zekere vorm van economische governance tot stand te brengen om het fundament te verstevigen en de infrastructuur op de een of andere manier opnieuw op te bouwen.

Ik ben het eens met Mario Monti, die zei dat te veel ontzag voor grote lidstaten enigszins heeft bijgedragen aan de huidige economische crisis en dat onze voorstellen er in ieder geval voor zouden kunnen zorgen dat dat in de toekomst niet meer gebeurt. Ik hoop alleen dat dit niet zo’n geval is waarbij we de put dempen als het kalf verdronken is.

 
  
  

Verslag: Andreas Schwab (A7-0038/2011)

 
  
MPphoto
 

  Robert Rochefort (ALDE). – (FR) Mevrouw de Voorzitter, na drie jaar werk hebben we vanmorgen gestemd over een tekst die zeer belangrijk is voor de vooruitgang van de consumentenbescherming in Europa. De tekst richt zich terecht op aankopen via internet, die mogelijk binnen twintig jaar 25 procent van de handel zullen uitmaken in Europa, wat aanzienlijk is.

Sommige van deze aankopen zullen grensoverschrijdend zijn. Zij bieden consumenten een ruimere keuze en lagere prijzen. Dat is een echte vooruitgang. Voor kleine en middelgrote ondernemingen en voor alle ambachtslieden is het ook een zeer belangrijke mogelijkheid om hun afzetgebied te vergroten.

Ik zou twee van de belangrijkste voordelen willen noemen: de herroepingstermijn, die is verlengd tot veertien dagen, en de samenvatting van alle informatie en het totaal te betalen bedrag, voordat op de laatste knop moet worden gedrukt om de bestelling te bevestigen.

Tot slot, in het kader van de stemverklaringen, ben ik er trots op te zeggen dat ik en de collega's van alle fracties unaniem voor dit verslag hebben gestemd, omdat we ten aanzien van een dergelijk onderwerp natuurlijk geen behoefte hebben aan polemiek, maar aan consensus. Die hebben we bereikt.

 
  
MPphoto
 

  María Irigoyen Pérez (S&D). – (ES) Mevrouw de Voorzitter, staat u mij toe om kort te reageren op wat ik gehoord heb in de toespraken van degenen die voor mij hebben gesproken.

Het gaat er niet om de reputatie te redden van de oprichters van de Unie maar om verder te bouwen aan Europa en zaken tot stand te brengen die in het belang zijn van de Europese burgers.

Ik ga nu over tot de toelichting van mijn stem met betrekking tot de richtlijn betreffende consumentenrechten. Ik ben verheugd over de aanneming van deze richtlijn, die een stap vooruit betekent voor de integratie van Europa en voor de bescherming van de consumentenrechten, Tegelijkertijd betreur ik het dat door de aanneming van enkele artikelen veel Spaanse consumenten en gebruikers juist bescherming kwijtraken omdat hun bepaalde rechten zullen worden ontnomen die al verankerd lagen in de Spaanse wetgeving.

Om die reden hebben de Spaanse socialisten tegen verschillende artikelen gestemd: artikel 9, betreffende de maximale harmonisatie van vereiste informatie voor op afstand gesloten overeenkomsten; artikel 17, lid 2, de mogelijkheid om de consument aansprakelijk te stellen voor het normaal gebruik van de goederen tijdens de herroepingstermijn; artikel 22, lid 2, de introductie van een aanvullende termijn voor de levering van de goederen wanneer de handelaar niet voldoet aan zijn verplichtingen inzake levering binnen de termijn zoals die was voorzien in de overeenkomst.

 
  
MPphoto
 

  Ville Itälä (PPE). (FI) Mevrouw de Voorzitter, zojuist wees de heer Hannan er in een ander verband op dat er minder integratie nodig is en in geen geval meer integratie. Dit voorstel inzake consumentenbescherming ging echter om meer integratie en dat is zeer terecht. We steunen de rechten van de burgers en de bescherming van de consumenten wanneer we internationale, Europese handel drijven. We weten dat internetwinkelen een hedendaags verschijnsel is, terwijl de regels ervoor ouderwets zijn, en dat het nu de hoogste tijd is om vooruitgang te boeken.

In mijn land Finland is deze wetgeving al in een vergevorderd stadium en soms vragen we ons natuurlijk af of we niet achteruitgaan wanneer we gemeenschappelijke regelgeving opstellen. De handel is nu echter Europees en daarom moeten ook de wetten Europees zijn, en op die weg moeten we voortgaan.

 
  
MPphoto
 

  Alfredo Antoniozzi (PPE).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het voorstel voor een richtlijn van de Commissie betreffende consumentenrechten verdient lof omdat de vier eerdere richtlijnen op dit vlak tot één wetgevingsinstrument worden gecombineerd.

Ik sluit mij aan bij de doelstellingen van het verslag. Het is van groot belang om de consumenten in de 27 lidstaten een hoog niveau van bescherming te bieden en om tegelijkertijd rekening te houden met de behoefte van de producenten – groot of klein – om zonder onnodige juridische hindernissen hun goederen en diensten aan de Europese consumenten te kunnen leveren.

Op dit moment is het moeilijk om een einde te maken aan de juridische versnippering. In het verslag van mevrouw Wortmann-Kool wordt terecht in twijfel getrokken of volledige harmonisering tot andere resultaten zou kunnen leiden dan wat verwacht wordt.

Toch heb ik voorgestemd, omdat ik ervan overtuigd ben dat het nuttig is om het voorstel van de Commissie te wijzigen door minimale harmonisering te realiseren en tegelijkertijd toch een hoog niveau van dienstverlening aan de consumenten te waarborgen.

 
  
MPphoto
 

  Adam Bielan (ECR).(PL) Mevrouw de Voorzitter, met de stemming van vandaag ronden we de werkzaamheden aan het voorstel voor een richtlijn betreffende consumentenrechten af, die meer dan drie jaar hebben geduurd. Dit document waarborgt een hoog niveau van consumentenbescherming in alle lidstaten en regelt bepaalde onduidelijke kwesties betreffende de detailhandel tussen ondernemingen en consumenten uit verschillende landen. Het horizontale karakter van deze richtlijn laat toe om de huidige Europese wetgeving op dit gebied in zijn geheel op te nemen.

De voorschriften van de richtlijn moeten een specifieke rol vervullen op het gebied van allerlei soorten onlinetransacties. Ik hoop dat de voorgestelde regelgeving het vertrouwen van de consumenten in deze vorm van aankoop van producten zal vergroten. Voor de consument is het ook belangrijk dat het recht is vastgelegd om binnen een termijn van veertien dagen een overeenkomst zonder opgave van redenen te herroepen, en het hiermee verbonden recht op terugbetaling van alle betaalde bedragen. Ik ben ook tevreden over de definitieve bepalingen van hoofdstuk vijf betreffende oneerlijke bedingen. Ik ben ervan overtuigd dat de richtlijn de consumentrechten in de Europese Unie aanzienlijk zal verbeteren, en daarom heb ik voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Peter Jahr (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, vergeeft u mij dat ik zo vaak uw aandacht vraag. Helaas was dit qua "catch-the-eye"-procedure niet mijn week. Ik werd de hele tijd maar over het hoofd gezien. Ik zou een aantal dingen op dit vlak willen zeggen, al ben ik al met al blij dat wij deze richtlijn hebben goedgekeurd. Ik heb dan ook voorgestemd.

Ook ben ik verheugd dat wij de consumentenrechten hebben kunnen versterken en dat de zogeheten colportage daar nu onder valt, aangezien er op dit vlak een hoop schimmige praktijken voorkomen. Ik zou echter nogmaals willen vragen om bij de uitvoering van deze wet niet het probleem van de bureaucratie te vergeten. In Duitsland hebben wij een bijzonder groot aantal kleine en middelgrote ondernemingen. Hoewel deze ondernemingen zich niet bezig houden met colportage, sluiten zij natuurlijk maar al te vaak transacties met de klant op basis van een handdruk. Dit is al honderden jaren de gangbare praktijk. Wij moeten oppassen dat wij de kleine en middelgrote ondernemingen niet overbelasten met buitensporige bureaucratie. Om mijn punt te herhalen, ik ben verheugd en heb voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Mevrouw de Voorzitter, ik waardeer het zeer dat de heer Schwab een compromis met de Raad heeft weten te sluiten, als gevolg waarvan de rechten van de consument zullen worden uitgebreid, en dat mijn voorstellen op het gebied van e-commerce in het compromis zijn opgenomen. Ik heb uiteraard voor het verslag gestemd, maar het spijt me te moeten constateren dat het Hongaarse voorzitterschap mijn voorstel heeft geblokkeerd, dat door het hele Parlement werd gesteund, om consumenten het recht te geven goederen uit een ander land conform de overeengekomen voorwaarden te ontvangen.

Helaas blijkt uit gegevens van Eurostat dat een derde van de grensoverschrijdende bestellingen op deze manier wordt geweigerd. Veel internetbedrijven, waaronder iTunes, leveren hun goederen en diensten niet aan de nieuwe lidstaten. Op deze manier worden Tsjechische klanten gediscrimineerd ten opzichte van klanten uit bijvoorbeeld Frankrijk of Nederland. De interne markt is op het gebied van de digitale omgeving nog steeds geen eenheid en de Raad heeft hier een uitgelezen kans laten liggen.

 
  
  

Verslag: Romana Jordan Cizelj (A7-0214/2011)

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE). (LT) Mevrouw de Voorzitter, het beheer van verbruikte splijtstoffen en radioactief afval is uitermate belangrijk voor de veiligheid van het milieu, de mensen en de samenleving. Ik verzoek de Raad derhalve om bij het aannemen van de richtlijn ook aandacht te schenken aan het standpunt van het Europees Parlement, dat een steeds grotere rol speelt bij het aanpakken van milieukwesties. Helaas is het soms zo dat we politieke spelletjes spelen en een aantal bepalingen in documenten willen opnemen die contraproductief zijn.

Toen ze lid werden van de Europese Unie bracht een aantal lidstaten de last van kerncentrales met zich mee, een last die hun tegen hun wil was opgelegd. De ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina was een van de voorwaarden voor de toetreding van Litouwen tot de Europese Unie. Op haar beurt verbond de Europese Unie zich eraan om de ontmanteling te financieren. De Europese Unie deed dit vooral, omdat het voor een land als Litouwen onmogelijk is om zelf de hele ontmanteling van de kerncentrale te financieren. De ontmanteling houdt ook de omgang in met verbruikte splijtstoffen en radioactief afval.

Daarom zijn verzoeken om deze last op de schouders van de betrokken lidstaten te leggen contraproductief. Als Litouwen de benodigde financiering niet krijgt, dan is het onmogelijk voor dat land om de veiligheid te garanderen. In de komende financiële vooruitzichten moet de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina dus een zaak blijven van zowel Litouwen als de hele Europese Unie.

 
  
  

Verslag: Francesca Balzani (A7-0230/2011)

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik stond volledig achter alinea 25 van deze resolutie met de zinsnede "betreurt het dat de Commissie met de beperkte verhoging die in de ontwerpbegroting 2012 is voorzien voor het PROGRESS-programma ...", omdat de Commissie in 2010 had toegezegd de 20 miljoen euro uit PROGRESS te herschikken ten gunste van de microfinancieringsfaciliteit. Dat gaat duidelijk niet gebeuren.

De microfinancieringsfaciliteit is weliswaar heel klein, maar speelt zelf een heel belangrijke rol door toegang tot kredieten voor micro-ondernemingen in de sociale economie te waarborgen en dat is van cruciaal belang nu financiële instellingen geen geld uitlenen.

Dat moet echter niet ten koste van het PROGRESS-programma gaan. Wat mij betreft, is het gewoon stelen van Jantje om Pietje te kunnen betalen.

Maar ik wil wel zeggen dat ik een groot voorstander ben van de extra steun voor Grundtvig, het programma levenslang leren, en ik verwelkom met name de extra steun voor het Life+-programma.

 
  
  

Verslag: Albert Deβ (A7-0202/2011)

 
  
MPphoto
 

  Ville Itälä (PPE). (FI) Mevrouw de Voorzitter, dit uitermate belangrijke verslag is nu aangenomen en allereerst moeten we de rapporteur, de heer Deß bedanken en complimenteren. Hij heeft enorm hard gewerkt om deze compromissen te bereiken, zodat de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) op deze veelbetekenende wijze kan worden voortgezet.

Ik realiseer me hoe lastig het is als er in elke lidstaat zeer verschillende eisen zijn voor wat de GLB-hervorming zou moeten inhouden, maar één belangrijke zaak is hier relevant en dat is natuurlijk vergroening. Het is belangrijk dat landbouwproducenten betrokken worden bij duurzaam milieubeleid, maar hoe vindt vergroening plaats? Het moet gebeuren op de wijze die de heer Deß heeft beschreven. Het mag niet meer bureaucratie creëren en de kosten voor de producenten niet verhogen. Bovendien moeten we rekening houden met de verschillende situaties in de lidstaten. Als het op deze manier lukt en als de Commissie naderhand gedetailleerde voorstellen doet, dan zijn we op de goede weg en kunnen we allemaal blij zijn dat boeren betrokken zijn bij vrijwillige acties om het milieu te beschermen.

 
  
  

VOORZITTER: ISABELLE DURANT
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE). – (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik heb voor dit initiatiefverslag gestemd omdat Europa een sterk gemeenschappelijk landbouwbeleid nodig heeft zonder bezuinigingen, een beleid dat gericht is op het bevorderen van rendabele boerenbedrijven en op het garanderen van de veiligheid, toereikendheid en kwaliteit van voedingsproducten.

De landbouw heeft bovendien steun nodig om te vernieuwen en om deze inspanningen te richten op een efficiënter gebruik van energie, water en bodem.

Dit alles moet gecombineerd worden met andere vormen van bedrijfsvoering die een eerlijker beloning mogelijk maken van het werk dat de beroepskrachten in deze sector tot stand brengen, een groep mensen die vooruitgang moeten maken en die gedurende hun hele werkende leven blijven leren. Deze mensen moeten kunnen rekenen op eenvoudiger procedures, minder bureaucratie en meer transparantie in termen van doelstellingen en gereedschap.

Om die reden moet het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid (CAP) zich extra inzetten voor actieve boeren en voor de bijdrage die zij leveren in termen van productie en een evenwichtige ontwikkeling van agrarische gebieden. Rendement houdt bovendien in dat het beleid in deze sector op één lijn moet worden gebracht met de doelstellingen van de Europa 2020-strategie. Om die reden moeten budgettaire impulsen ook blijven plaatsvinden.

 
  
MPphoto
 

  Sergej Kozlík (ALDE).(SK) Mevrouw de Voorzitter, het huidige voorstel van de Europese Commissie voor hervorming van het gemeenschappelijke landbouwbeleid is slechts een cosmetische verandering en niet een hervorming die gericht is op verbetering van de markt en het concurrentievermogen van de Europese landbouwproductie.

Tegen deze achtergrond heb ik de talloze bevindingen en kritische standpunten van het Europees Parlement gesteund. Ik ben fundamenteel tegen verdere toepassing van de historische aanpak van het subsidiesysteem en ben voorstander van de invoering van verdere objectieve criteria waarbij rekening wordt gehouden met de eisen voor landbouwsubsidies in het kader van het uitgebreide Europa, bestaande uit 27 lidstaten. Het zogenaamde subsidieplafond zie ik als een complicatie die de omstandigheden voor de boeren in de nieuwe lidstaten niet verbetert. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid zou moeten berusten op twee pijlers, waarvan de eerste volledig wordt gefinancierd uit Europese middelen. De tweede pijler moet gericht zijn op modernisering van de landbouw, concurrentievermogen en ontwikkeling van het platteland met medefinanciering uit nationale middelen.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, het Europees Parlement heeft het verslag betreffende het GLB tot 2020 goedgekeurd. Ik heb tegengestemd omdat de voorgestelde maatregelen geen echte hervormingen zijn, maar enkel cosmetische, kleine veranderingen, die het huidige onrechtvaardige GLB bevestigen en behouden. Twintig jaar stagnatie van de voedselproductie in Europa en lage inkomsten voor landbouwers volstaan.

We zijn vergeten dat de Unie zeven en vijf jaar geleden is uitgebreid met nieuwe lidstaten, die minder steun ontvingen en aan wie werd beloofd dat de betalingen na 2013 zouden worden gelijkgesteld. Ik wil duidelijk benadrukken dat we een sterke tweede pijler moeten behouden met de huidige verdelingscriteria voor de middelen, die rekening houden met de verschillen in ontwikkeling van de verschillende lidstaten. Bovendien is een betere coördinatie van het regionale beleid en het gemeenschappelijke landbouwbeleid in plattelandsgebieden noodzakelijk. Een deel van de taken van de tweede pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moet worden overgebracht naar het cohesiebeleid. Het platteland heeft het recht om gebruik te maken van de middelen van het regionale beleid voor ontwikkeling van plattelandsgebieden.

Ik wil nog opmerken dat de uitspraak van de heer Barroso over de mogelijkheid om te bezuinigen in de tweede pijler erop wijst dat de voorzitter de ernst van dit probleem niet kent.

 
  
MPphoto
 

  Peter Jahr (PPE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, ook ik zou de rapporteur, de heer Deß, willen bedanken. Als wij onze landbouw concurrerend en tevens milieuvriendelijker willen maken, zullen wij ons beleid ook moeten voorzien van passende financiering. Ik zou in dit opzicht het woord ‘passend’ willen benadrukken. ‘Passend’ betreft evenzeer de boeren als de belastingbetalers. Ik geloof dat het opzetten van concurrentiestructuren in de landbouwsector uitermate welkom is. Binnen deze context is echter de plafonnering van rechtstreekse betalingen een contraproductieve maatregel. Het is toch niet onze taak om de concurrentiestructuren kapot te maken. Ik ben opgegroeid in het voormalige Oost-Duitsland, waar de politici aan de boeren tot in de details alle beheersstructuren en productiegegevens oplegden. Dit is uitgemond is een staatsfaillissement. Wij mogen nooit toestaan dat een dergelijke situatie zich herhaalt. Ik wil de Europese Unie een dergelijke ramp besparen, en dat is uiteraard waarom ik tegen de plafonnering heb gestemd en waarom ik mij uiteindelijk van stemming over dit verslag onthouden heb.

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb vóór het verslag-Deß gestemd, maar ik moet zeggen dat ik teleurgesteld was dat amendement 4 het niet gehaald heeft. Het werd door mijn fractie gesteund omdat het specifieke hulp in het kader van de eerste pijler mogelijk maakte ter compensatie van natuurlijke beperkingen en ook om het behoud van landbouwactiviteiten in berggebieden, ecologisch gevoelige gebieden en Natura 2000-gebieden te garanderen.

Ik heb tegen amendement 23 gestemd, niet omdat ik GMO’s steun – want dat doe ik niet – maar omdat ik de subsidiariteit steun en van mening ben dat lidstaten hun eigen keuzes inzake GMO’s moeten kunnen maken.

Ik was vooral blij met onze steun voor amendement 27, waarmee we, heel verstandig, het overhevelen van zware en onduidelijke vereisten uit de kaderrichtlijn water naar het systeem voor cross-compliance afwijzen zolang niet duidelijk is hoe het in de diverse lidstaten met de tenuitvoerlegging van die richtlijn is gesteld.

Ik was ook blij om te zien dat het Parlement een meerdere stappen omvattend vangnet steunt in geval van marktverstoringen en vooral noodgevallen. Dit is een redelijke en evenredige reactie.

Tot slot was ik blij dat we er met een overweldigende meerderheid voor stemden dat de begroting ten minste het niveau van 2013 behoudt. Zonder dat is de rest loos gepraat.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Mevrouw de Voorzitter, het Europees Parlement heeft vandaag het verslag over het gemeenschappelijk landbouwbeleid tot 2020 aangenomen. Ik deel het langetermijndoel van het verslag om eerlijke voorwaarden voor alle boeren in de EU te creëren, hetgeen betekent dat we de historische criteria voor rechtstreekse betalingen moeten loslaten.

Toch heb ik niet voor het verslag gestemd en hiermee wil ik laten blijken dat ik het fundamenteel oneens ben met het aannemen van het voorstel om op grondslag van de oppervlakte van een bedrijf een plafond voor de betalingen in te stellen. Hierdoor worden Tsjechische boeren gediscrimineerd en deze zullen gedwongen worden hun bedrijven kunstmatig in kleinere eenheden op te delen om zo toch subsidie te kunnen krijgen. Persoonlijk steun ik de ontwikkeling van kleine boerenbedrijven, maar in dit geval gaat het om maatregelen die in bepaalde landen zullen leiden tot een slechtere concurrentiepositie voor Europese boeren.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE). - (GA) Mevrouw de Voorzitter, ik verleen graag mijn steun aan dit verslag en prijs de rapporteur, de heer Deß, voor zijn uitstekende werk. Ik heb het debat gisteravond van begin tot eind gevolgd, maar bij de catch-the-eye-procedure ben ik niet in het oog gesprongen - jammer, want ik wilde de commissaris twee vragen stellen. Tegelijkertijd was ik blij dat het Parlement bijna unaniem wil dat de begroting minstens dezelfde omvang als nu behoudt.

(EN) De twee punten die ik onder de aandacht van de commissaris wilde brengen, hadden te maken met de historische referentiejaren en de melkquota.

Deze dienen beide te worden afgeschaft. We willen weten wanneer en wat ervoor in de plaats komt? Als boeren dat niet weten, is het heel moeilijk voor hen om plannen te maken voor de toekomst. Hoe eerder we een antwoord op deze vragen hebben,

(GA) hoe beter het zal zijn voor alle landbouwers in Europa. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE). (LT) Mevrouw de Voorzitter, het gemeenschappelijk landbouwbeleid is een van de grootste en tegelijkertijd gevoeligste onderwerpen van het communautair beleid en relevant voor alle lidstaten. Landbouw is bovenal een sector met aanzienlijke en rechtstreekse invloed op het milieu. Het is daarom belangrijk om bij het opstellen van modellen voor directe steun en het steunen van plattelandsontwikkeling prioriteit te geven aan duurzame landbouw en verscheidene milieuaspecten, met inbegrip van biologische landbouw.

De dimensie van plattelandsontwikkeling is ook belangrijk voor de landen die onlangs lid zijn geworden van de Europese Unie. Helaas is het aantal werknemers dat wegtrekt het hoogst in de plattelandsgebieden. Het is daarom noodzakelijk om die gebieden aantrekkelijk te maken om in te leven en werken, vooral voor jonge mensen. Om dit te bereiken is het nodig om instrumenten voor plattelandsontwikkeling te gebruiken, veelbelovende en dynamische ontwikkelingen in plattelandsgemeenschappen te steunen en de uitvoering van de LEADER-methode verder te ontwikkelen.

Het aantrekken van jonge boeren en jongeren naar plattelandsgebieden voor landbouwproductie en plattelandsontwikkeling is ook belangrijk voor het aanpakken van braakliggende grond, de ontvolking van het platteland, de vergrijzing van de plattelandsbevolking en andere kwesties.

 
  
MPphoto
 

  Mario Borghezio (EFD).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik heb twee kanttekeningen bij het initiatiefverslag over het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Ten eerste moeten de prijzen die de consument moet betalen voor landbouwproducten in verhouding staan tot de kosten, de geleverde inzet en het verrichte werk, alsmede tot de productiekosten, als wij willen dat de Europese consumenten toegang hebben tot gezonde Europese landbouwproducten die afkomstig zijn van de traditionele landbouw, die in stand moet worden gehouden.

De tweede kanttekening is een signaal in de richting van de bevoegde Europese autoriteiten. Zijn zij op de hoogte van het rapport van de carabinieri van het Italiaanse ministerie van Landbouw-, Voedsel- en Bosbeleid inzake melkquota? Uit dit rapport komt helder naar voren dat de melkproductiequota niet zijn overschreden, terwijl dat wel werd vermoed, wat het juridisch mogelijk maakte om boetes op te leggen aan de Italiaanse melkveeboeren. Dit is zeer ernstig, omdat duizenden landbouwbedrijven in Padanië door deze boetes op de knieën dreigen te worden gebracht en failliet dreigen te gaan. Lang leve vrij Padanië!

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Hiermee zijn de stemverklaringen beëindigd.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

Verslag: Sharon Bowles (A7-0229/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Gezien de kennis en vaardigheden van deze kandidaat en de ruime ervaring die hij in de loop van de jaren heeft opgedaan, ondersteun ik deze benoeming van de president van de Europese Centrale Bank.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Angelilli (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik ben trots op de grote steun die het Europees Parlement heeft gegeven aan de benoeming van de nieuwe president van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi. Zijn benoeming zal morgen tijdens de bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders worden bevestigd, maar de benoeming levert Italië nu al veel prestige op, niet alleen vanwege het uitstekende profiel van de heer Draghi, zijn geschiktheid en zijn ervaring op het gebied van de Europese economie, maar ook omdat zijn aanstelling voor de komende acht jaar door alle Europese leiders werd gesteund. Ik wens de heer Draghi veel succes met zijn werkzaamheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Pino Arlacchi (S&D), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór de kandidatuur van de heer Mario Draghi als volgende president van de Europese Centrale Bank gestemd vanwege zijn grote bekwaamheid en zijn vooruitstrevende kijk op de governance van het mondiale financiële systeem. Tijdens de hoorzitting in de Commissie economische zaken vorige week benadrukte hij dat meer Europese economische governance nu noodzakelijk is en dat de ECB onder zijn voorzitterschap zich primair zou blijven richten op de strijd tegen de inflatie. Om al deze redenen ben ik er trots op dat ik hem mijn volledige steun kan geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) De leden van het uitvoerend comité van de Europese Centrale Bank worden benoemd door de staatshoofden en regeringsleiders, op voorstel van de Raad na raadpleging van het Europees Parlement. In dit geval raadpleegt de Raad daarom het Parlement over de benoeming van de heer Mario Draghi als president van de Europese Centrale Bank met ingang van 1 november 2011. De Commissie economische en monetaire zaken, waar ik deel van uitmaak, heeft een hoorzitting gehouden die naar volle tevredenheid is verlopen. Ik steun daarom de kandidatuur van de heer Draghi.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Băsescu (PPE), schriftelijk. – (RO) Ik heb voor de benoeming van Mario Draghi tot president van de Europese Centrale Bank gestemd vanwege zijn enorme deskundigheid. Tijdens de hoorzitting in de Commissie economische en monetaire zaken heeft de heer Draghi alle vragen van de afgevaardigden op bevredigende wijze beantwoord. Ik verwelkom met name zijn constructieve benadering van de gevolgen van de financiële crisis in Griekenland.

Bovendien heeft Mario Draghi de onmiskenbare wens uitgesproken om op Europees niveau een beter model voor economische governance ten uitvoer te leggen teneinde paal en perk te stellen aan het probleem van de staatschuld. Daarom juist neemt inflatiebestrijding in zijn betoog een prioritaire plaats in als onderdeel van de stabiliteitsdoelstelling van de Europese Centrale Bank, alsook de versterking van de mechanismen voor toezicht. Een sterke economie vereist een werkelijk doeltreffend stabiliteits- en groeipact in combinatie met automatische sancties.

 
  
MPphoto
 
 

  Antonio Cancian (PPE), schriftelijk. (IT) Als Italiaans lid van het Europees Parlement ben ik blij met de kandidatuur van Mario Draghi voor de functie van president van de Europese Centrale Bank. Ik was op 14 juni aanwezig bij de hoorzitting in het Europees Parlement. Door zijn imposante carrière – hij is wetenschapper geweest en heeft als voorzitter van de Financiële Stabiliteitsraad aan de top van de economische en financiële wereld gestaan – is hij een topkandidaat voor de functie van ECB-president. In deze voor Europa zeer lastige tijden zal de heer Draghi er zeker in slagen om tegemoet te komen aan de behoeften van het Europees financieel stelsel, om financiële stabiliteit te bewerkstelligen en om economische groei te stimuleren. Zijn kandidatuur is een belangrijk politiek signaal voor Italië, waar hij uitmuntend werk heeft geleverd als directeur-generaal van het ministerie van Financiën en, sinds 2006, als gouverneur van de Italiaanse centrale bank. In die hoedanigheid heeft hij de belangen van Italië in Europa en wereldwijd met succes behartigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nessa Childers (S&D), schriftelijk. (EN) Mijn felicitaties gaan uit naar de heer Draghi voor zijn benoeming. Ik denk dat hij een zeer bekwame kandidaat is. Ik vertrouw erop dat hij het mandaat erkent dat de leden van het Parlement hem hebben gegeven en dat hij als president van de ECB dienovereenkomstig rekening houdt met hun standpunten.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb voor deze aanbeveling gestemd om redenen die veel verder gaan dan de nationaliteit van de kandidaat. Ik denk dat de EU zal profiteren van de benoeming van de heer Draghi, en Italië niet, sterker nog, Italië verliest een gouverneur van de Italiaanse centrale bank die zeer geschikt is en uitstekend op de hoogte is van de economische, monetaire en reële problematiek. De heer Draghi heeft een onberispelijk cv, beschikt over een schat aan internationale ervaring bij publieke en private instellingen en heeft altijd veel initiatief getoond (bijvoorbeeld in de hoedanigheid van voorzitter van de Financiële Stabiliteitsraad). Uit zijn publicaties blijkt dat hij vanuit wetenschappelijk oogpunt absoluut geschikt is voor deze functie, en zijn ervaring op monetair gebied moet alle twijfels wegnemen over zijn competenties. Het is geen toeval dat men het unaniem eens is geworden over zijn benoeming: hij voldoet aan alle eisen die aan een ECB-president worden gesteld. Gezien de situatie zal hij geconfronteerd worden met een aantal grote uitdagingen. Daarom wens ik hem oprecht veel succes.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Delvaux (PPE), schriftelijk. – (FR) In deze tijd van economische en financiële crisis is het van wezenlijk belang om leiders en verantwoordelijken te hebben die blijk geven van zelfbeheersing en onafhankelijkheid. Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank, is er tijdens zijn ambtstermijn in geslaagd om niet toe te geven aan de druk van staatshoofden en regeringsleiders. Zijn opvolger zal van dezelfde kwaliteiten en dezelfde onverzettelijkheid blijk moeten geven. Ik heb ingestemd met de kandidatuur van de Italiaan Mario Draghi, die een uitstekende reputatie geniet en een goede indruk heeft gegeven tijdens de hoorzitting in de Commissie economische en monetaire zaken. Zijn carrière, en in het bijzonder zijn ervaring als bestuurder van de Italiaanse Centrale Bank, zullen hem hopelijk in staat stellen om zo goed mogelijk het hoofd te bieden aan de talrijke uitdagingen die hem als hoofd van de Europese Centrale Bank wachten.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Uit de beroepservaring en het curriculum vitae van Mario Draghi, maar ook uit zijn hoorzitting voor het Europees Parlement, is gebleken dat hij over een grondige kennis beschikt en heldere ideeën heeft over de verdere uitwerking van de economische governance in de Europese Unie, en ook over het belang van de stabilisering van de euro voor het herstel van de groei. Daarom, en gezien het belang van de functie van President van de Europese Centrale Bank, ben ik van mening dat de heer Draghi voldoet aan alle voorwaarden om het mandaat waartoe hij nu benoemd is, met kennis van zaken en inzet te vervullen.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk. − (SK) In mei 2011 hebben het Europees Parlement en de Raad voorgesteld om Mario Draghi te benoemen tot president van de Europese Centrale Bank (ECB) voor een ambtstermijn van acht jaar die op 1 november 2011 ingaat. De Commissie economische en monetaire zaken van het Parlement heeft de kandidaat gehoord en deze heeft vragen van de commissieleden beantwoord. Hij heeft bijvoorbeeld gesproken over de Griekse staatsschuld en onder andere de mening geuit dat de ECB niet mag verslappen in zijn streven om monetaire stabiliteit te behouden. De commissie heeft vervolgens aanbevolen om de heer Draghi te benoemen. Aangezien de kandidaat voldoet aan de eisen voor het vervullen van de functie van president van de ECB, sta ik achter zijn benoeming in deze functie.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Hoewel de stemming over de benoeming van bepaalde Europese oligarchen officieel geheim is, wil ik toch laten weten dat ik tegen de heer Draghi heb gestemd. Ik vind het echt bijzonder ongezond en pervers om midden in de schuldencrisis een voormalig Europees bestuurder van Goldman Sachs te benoemen. Zowel de periode waarin hij deze functie heeft uitgeoefend als de aard van die functie kunnen niet aan uw aandacht ontsnappen. Tenzij hij een middelmatig bestuurder was en zelfs als hij er niet de aanstichter van was, is het onmogelijk dat de heer Draghi niet wist dat het bedrijf waarvoor hij werkte de schijnbaar legale, maar misleidende manipulatie van de Griekse schuld regisseerde om de toetreding van het land tot de eurozone te rechtvaardigen. Bovendien kunt u de rol van Goldman Sachs in de huidige speculatie op de staatsschulden niet ontkennen, evenmin als de verantwoordelijkheden van deze onderneming in de economische en financiële crisis en de onderzoeken waaraan deze onderneming in de Verenigde Staten wordt onderworpen. Goldman Sachs is een onoverkomelijke smet op het CV van de heer Draghi, die hem ongeschikt maakt voor deze functie.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik ben zeer blij met het bereikte resultaat, namelijk dat wij vandaag met een grote meerderheid de aanbeveling van de Raad inzake de benoeming van de president van de Europese Centrale Bank hebben aangenomen. Ik denk dat Italië vereerd mag zijn met de benoeming van een vermaarde landgenoot als president van een strategische instelling als de ECB. De benoeming is een belangrijke erkenning voor het werk en de kwaliteiten van een man die ons vertegenwoordigt en die de moeilijke – en tegelijkertijd prestigieuze – taak zal hebben om de ECB te leiden in een periode waarin Europa het hoofd moet bieden aan de gevolgen van een ernstige economische en financiële crisis. Ik hoop dat zijn benoeming tijdens de komende Europese Raad wordt bekrachtigd en dat hij de komende acht jaar, met ingang van november, aan het hoofd van de ECB, met zijn onbetwiste professionele kwaliteiten net zulk hoogstaand werk zal leveren als hij in het verleden heeft gedaan, en dat hij de EU-economie leidt naar een periode van herstel, die resulteert in stabiele en solide Europese financiën.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. − (IT) Wij zijn blij met de voordracht van Mario Draghi als president van de ECB, omdat hij heeft aangetoond geschikt te zijn voor deze prestigieuze functie en te beschikken over jarenlange ervaring in de internationale financiële en bancaire sector, waarom hij gewaardeerd wordt. Wij feliciteren de voormalige gouverneur van de Italiaanse centrale bank met zijn kandidatuur en met het feit dat hij het Europees Parlement in een hoorzitting heeft weten te overtuigen van zijn kwaliteiten en van zijn vermogen om de problemen waar hij mee te maken krijgt, op te lossen. Zijn benoeming betekent in onze ogen een succes voor Italië, het land dat hij op hoog niveau mag vertegenwoordigen bij een van de meest prestigieuze Europese instellingen. Wij wensen hem veel succes met zijn werk.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (EN) Het Europees Parlement – gezien de aanbeveling van de Raad van 16 juni 2011 (10057/2011), gezien artikel 109 van zijn Reglement, gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A7-0229/2011), overwegende dat de Europese Raad het Europees Parlement bij schrijven van 20 mei 2011 heeft geraadpleegd over de benoeming van Mario Draghi tot president van de Europese Centrale Bank voor een ambtstermijn van acht jaar die op 1 november 2011 ingaat, overwegende dat de Commissie economische en monetaire zaken van het Parlement vervolgens de referenties van de kandidaat heeft beoordeeld, met name tegen de achtergrond van de eisen van artikel 283, lid 2, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en gezien het feit dat de Europese Centrale Bank overeenkomstig artikel 130 VWEU volstrekt onafhankelijk dient te zijn, en overwegende dat de commissie in het kader van de uitvoering van deze beoordeling een curriculum vitae van de kandidaat heeft ontvangen, alsook diens antwoorden op de hem toegezonden vragenlijst – brengt positief advies uit inzake de aanbeveling van de Raad om Mario Draghi tot president van de Europese Centrale Bank te benoemen. Ik ben tegen zijn benoeming.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De heer Draghi is een volstrekt ongeschikte kandidaat voor de toppositie bij de Europese Centrale Bank. Hij was Vicepresident en directeur van de Amerikaanse investeringsbank Goldman Sachs, waar zijn verantwoordelijkheden ook Europa en de contacten met de nationale regeringen aldaar betroffen. Dit was precies de tijd dat Griekenland de EU onjuiste cijfers verschafte over zijn tekort en begroting. In deze context is Goldman Sachs ervan beschuldigd Griekenland te hebben geadviseerd over deze vervalsing. Behalve deze schimmige praktijken verdient de heer Draghi ook in het bijzonder kritiek omwille van zijn onbuigzame houding ten aanzien van een schuldsanering in Griekenland en zijn steun aan de kapitaalinjecties. Als vertegenwoordiger van een zuidelijk euroland dat met enorme financiële problemen te stellen heeft, gaat van zijn benoeming ook een totaal verkeerd signaal uit naar de markten en de burgers, die niet zitten te wachten op een transferunie, maar op een stabiele munteenheid.

De juiste kandidaat zou de Duitse Axel Weber zijn. Hij heeft zich echter niet eens kandidaat gesteld, omdat hij de onverbeterlijkheid van de maatregelen inzag die nu worden genomen met de zegen van de heer Draghi. De benoeming van de heer Draghi kan worden gezien als de zoveelste nagel aan de doodskist van de euro en een bedreiging voor de EU als geheel.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Na zijn briljante hoorzitting in de Commissie economische en monetaire zaken stem ik met overtuiging voor de benoeming van Mario Draghi als president van de ECB. Met deze stemming kiezen wij in deze moeilijke periode van crisis voor de juiste persoon die het best is toegerust om de ECB te leiden. Ik ben ervan overtuigd dat Mario Draghi zijn toekomstige taak van president van de ECB naar behoren zal vervullen, hetgeen hij in zijn jaren bij de Italiaanse centrale bank al heeft aangetoond, en dat hij daarbij zijn grote kwaliteiten en schat aan ervaring zal aanwenden voor Europa. Ik ben blij met de enorme ontwikkeling die de Italiaanse centrale bank doormaakt als gerenommeerd opleidingsinstituut, en wil nogmaals het uitstekende technische profiel van Mario Draghi, de volgende ECB-president, benadrukken. Ik ben ervan overtuigd dat de Raad het standpunt van het Parlement zal bekrachtigen, en als lid van de Commissie economische en monetaire zaken verzeker ik dat Mario Draghi zeer bereid is om een vruchtbare samenwerking met de ECB aan te gaan in deze lastige periode voor de euro en de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken, gezien het feit dat het Europees Parlement is geraadpleegd en de referenties van de kandidaat heeft beoordeeld, met name tegen de achtergrond van de eisen van artikel 283, lid 2, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en gezien het feit dat de Europese Centrale Bank volstrekt onafhankelijk dient te zijn, heb ik voor het verslag inzake de benoeming van de president van de Europese Centrale Bank gestemd, en ben ik ingenomen met de benoeming van de heer Draghi.

 
  
MPphoto
 
 

  Licia Ronzulli (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik kan de voordracht van Mario Draghi als nieuwe president van de Europese Centrale bank voor een periode van acht jaar, met ingang van november, alleen maar steunen. Uit zijn cv blijkt dat hij over enorme professionele en menselijke kwaliteiten beschikt. Hij is een van de belangrijkste Italiaanse economen die in de wereldeconomie actief zijn. Ik vind dat de Europese Centrale Bank in een moeilijke periode, zoals nu het geval is, geleid moet worden door een zeer vooraanstaand persoon, hetgeen op Mario Draghi volledig van toepassing is.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) De belangrijkste strategische doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB) is het handhaven van de prijsstabiliteit in de Europese Unie, en daarmee levert de ECB een belangrijke bijdrage aan de oplossing van de economische en financiële problemen waar de lidstaten mee te kampen hebben. De heer Draghi is afgestudeerd aan de Universiteit Sapienza Rome en heeft zijn PhD in de economie behaald aan het Massachusetts Institute of Technology, en hij is president van de Bank van Italië, lid van de Raad van bestuur en van de Algemene Raad van de Europese Centrale Bank, lid van de Raad van bestuur van de Bank voor Internationale Betalingen, gouverneur voor Italië in de raden van gouverneurs van de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling en de Aziatische Ontwikkelingsbank, en voorzitter van het Forum voor financiële stabiliteit.

Ik heb voor de benoeming van de heer Draghi tot president van de Europese Centrale Bank gestemd, omdat ik van mening ben dat hij over een uitgebreid academisch curriculum beschikt en ruime beroepservaring, en omdat ik er voorstander van ben dat deze Europese instelling een belangrijke rol heeft bij de bestrijding van de inflatie, de versterking van de Europese munt en een duurzame oplossing voor de staatsschuldencrisis. Verder denk ik dat deze nieuwe President van de ECB een duidelijke en stringente cultuur zal doorvoeren, en een bijdrage zal leveren aan het uitwerken van een stevig en samenhangend economisch beleid, en dat er daarmee een duidelijk signaal zal worden afgegeven aan de internationale markten en het vertrouwen weer versterkt wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Dominique Vlasto (PPE), schriftelijk. – (FR) De benoeming van Mario Draghi als hoofd van de Europese Centrale Bank is volgens mij volkomen gerechtvaardigd, want daarmee wordt uitdrukking gegeven aan de wil van de Europese Unie om de door de huidige president Jean-Claude Trichet ingeslagen weg voort te zetten. Nu de economische situatie van sommige landen, zoals Griekenland, de euro in gevaar brengt, zijn de door Mario Draghi getoonde wil en vastberadenheid om een sterke munt te behouden onontbeerlijk om de geloofwaardigheid van onze economie te waarborgen. Ook verwelkom ik de benoeming van een man met alle vereiste kwaliteiten om een dergelijke functie te bekleden. Zijn ervaringen bij de Raad voor financiële stabiliteit en bij het bestuur van de Italiaanse Centrale Bank zijn aanzienlijke troeven voor de zichtbaarheid van de instelling op internationaal niveau en eveneens voor de plaats van de Europese Unie als belangrijkste mondiale economische macht. In het kader van de uitdagingen die wij het hoofd moeten bieden om het herstel van onze economie te waarborgen, ben ik verheugd over de benoeming van iemand die consensus heeft weten te bereiken en in staat is geweest om de weg vrij te maken voor een stabiele, sterke en concurrerende monetaire unie.

 
  
  

Verslag: Barbara Matera (A7-0191/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik stem voor dit verslag, omdat het een duidelijk teken is van de solidariteit van de Europese Unie met het oog op de crisis waar de Europese burgers momenteel mee te kampen hebben. Het gaat om steun uit het Fonds voor ex-werknemers van General Motors Belgium en vier van haar leveranciers die actief zijn in de automobielsector, voor de referentieperiode van juni tot oktober 2010.

Alle betrokkenen kunnen gebruik maken van op het individu afgestemde diensten en hiervoor is in totaal 9,59 miljoen euro uitgetrokken. Dit is de derde aanvraag voor middelen uit het EFG in het kader van de begroting 2011. Ik vind het terecht dat het Fonds in dit geval wordt ingezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE), schriftelijk. – (ES) Ik heb voor dit initiatiefverslag gestemd om de 2 834 mensen die ontslagen zijn bij General Motors Belgium te helpen bij hun re-integratie in de arbeidsmarkt. Dit bedrijf is er ten gevolge van de wereldwijde economische en financiële crisis niet in geslaagd haar productiebedrijf in Antwerpen uit te breiden. Ik ben verheugd over het akkoord dat bereikt is met de sociale partners wat betreft het pakket van voorgestelde maatregelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. − (IT) Ik heb voor het verslag van mevrouw Matera gestemd, omdat de door België ingediende aanvraag om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen voldoet aan de eisen om van het fonds gebruik te kunnen maken. Het bedrag van 9 593 931 euro heeft betrekking op 2 834 gedwongen ontslagen bij General Motors Belgium en vier van haar leveranciers die actief zijn in de automobielsector in de referentieperiode van vier maanden tussen juni en oktober 2010, en zal exclusief worden gebruikt voor de terugkeer op de arbeidsmarkt van deze werknemers, die hun baan verloren hebben als gevolg van de globalisering van de wereldwijde markten, en geenszins ten goede komen aan het bedrijf dat de werknemers ontslagen heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. (EN) Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering kan de druk op werknemers als gevolg van veranderingen in de wereldhandelspatronen, verminderen. In het kader van General Motors Belgium ben ik van mening dat de conclusies die de rapporteur trekt, juist zijn en ik heb dan ook besloten vóór dit dossier te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben blij met de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG), vooral ten behoeve van de automobielindustrie die getroffen is door de economische en financiële crisis. Ik ben dan ook voor dit besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan België, ten behoeve van werknemers uit de automobielsector, door middel van maatregelen die een gecoördineerd pakket met op het individu afgestemde diensten vormen, bedoeld om ontslagen werknemers te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nessa Childers (S&D), schriftelijk. (EN) Het is van belang dat dit Parlement uitdraagt wat de enorme mogelijkheden van het EFG zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Delvaux (PPE), schriftelijk. – (FR) Na de enorme ontslaggolf vorig jaar bij General Motors Belgium en vier van haar leveranciers die actief zijn in de automobielsector, heeft België op 20 december 2010 een verzoek om steun ingediend bij het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor omscholing van 2 834 ontslagen werknemers. Dit Europees Fonds is ingesteld om aanvullende steun te verstrekken aan werknemers die hun baan verliezen als gevolg van veranderingen in de wereldhandel. Ik ben verheugd dat het Parlement vandaag zijn toestemming heeft verleend aan deze steun, die de ontslagen werknemers in staat zal stellen om steun te krijgen voor onder andere het zoeken naar werk en voor opleidingen. Dat is goed nieuws voor de duizenden betrokken gezinnen!

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek, Marit Paulsen, Olle Schmidt en Cecilia Wikström (ALDE), schriftelijk. − (SV) Wij hebben er ook nu weer voor gekozen om middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering beschikbaar te stellen – deze keer om in totaal om en bij de 2 800 personen te helpen die hun baan zijn kwijtgeraakt in België – omdat Europa nog altijd te lijden heeft onder de gevolgen van de economische crisis en uitzonderlijke tijden uitzonderlijke maatregelen vereisen.

Wij zijn echter van mening dat we in de toekomst gebruik moeten maken van reeds bestaande instrumenten – met name het Europees Sociaal Fonds – om de inzetbaarheid te vergroten van diegenen die hun ontslag aangezegd hebben gekregen of die zijn ontslagen. In de volgende begrotingsperiode zal het fonds voor aanpassing aan de globalisering waarschijnlijk niet nodig zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat ik vind dat er middelen uit het EFG beschikbaar moeten worden gesteld in verband met de ontslagen bij General Motors Belgium en vier van haar leveranciers. Daarbij moet benadrukt worden dat de Belgische autoriteiten een pakket belangrijke maatregelen hebben gepresenteerd voor ondersteuning van de getroffen werknemers bij het zoeken naar werk.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Dit fonds is in 2006 opgericht om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, teneinde hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt, en is sinds 2009 ook tijdelijk opengesteld voor aanvragen om bijstand voor werknemers die zijn ontslagen als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis. De aanvraag voor de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 9 593 931 euro uit het EFG is de derde die in het kader van de begroting 2011 wordt behandeld en is bedoeld voor ondersteuning bij de terugkeer op de arbeidsmarkt van 2 834 werknemers en vier van haar leveranciers in de regio Antwerpen. Volgens de beoordeling van de Commissie voldoet de aanvraag aan de in de EFG-verordening vastgelegde subsidiabiliteitscriteria, en zij doet de aanbeveling dat de begrotingsautoriteit de aanvraag goedkeurt. Dit besluit moet snel en efficiënt worden uitgevoerd, zodat de werknemers aan wie deze middelen ten goede komen niet hoeven te wachten.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Dit verslag gaat over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer. Het EFG is in 2006 opgericht om steun te verlenen aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen. Op 20 december 2010 heeft General Motors Belgium, een onderneming in de automobielsector, een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen in verband met gedwongen ontslagen van 2 834 werknemers bij de primaire onderneming en vier van haar leveranciers.

Met het oog op de huidige financiële en economische crisis speelt het EFG een rol van groot belang bij het verzachten van de sociale gevolgen van faillissementen van ondernemingen, die vaak veroorzaakt worden door het agressieve economisch beleid van opkomende markten. Dit is de derde aanvraag die in het kader van de EU-begroting 2011 wordt behandeld. Ik ben van mening dat deze aanvraag voldoet aan de subsidiabiliteitscriteria, en ik steun daarom de aanbevelingen van de rapporteur en stem voor dit voorstel voor een besluit.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Er wordt de ene na de andere aanvraag ingediend voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering in verband met massale ontslagen in heel Europa. In dit geval gaat het om de beschikbaarstelling van meer dan 9 miljoen euro voor België, om financiële steun te verlenen aan ongeveer 2 800 werknemers die ontslagen zijn in de automobielsector. Deze aanvraag is de derde die in het kader van de begroting 2011 wordt behandeld. Na aftrek van het gevraagde bedrag is er nog een bedrag van 489 628 679 euro beschikbaar tot eind 2011, van het jaarlijks maximumbedrag van 500 miljoen euro.

Hoewel we deze beschikbaarstelling steunen, omdat het noodzakelijk is deze werknemers te steunen, herhalen we ons voorbehoud en ons kritische standpunt ten aanzien van dit Fonds, omdat we het belangrijker zouden vinden als er preventiemaatregelen zouden worden genomen om werkloosheid te voorkomen. Dat vraagt om een wijziging van het huidige neoliberale beleid van de EU, waarvan de nadruk op deregulering en liberalisering van de internationale handel een voorbeeld is.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Hoewel wij kritisch blijven ten aanzien van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, omdat we van mening zijn dat er beter preventiemaatregelen kunnen worden getroffen om werkloosheid te voorkómen, stemmen wij voor het beschikbaar stellen van middelen uit dit fonds om bijkomende steun te verlenen aan werknemers die te lijden hebben onder de gevolgen van herstructureringen van ondernemingen en de liberalisering van de wereldhandel. In dit geval gaat het om de beschikbaarstelling van meer dan 9 miljoen euro aan België, om financiële steun te verlenen aan ongeveer 2 800 werknemers die ontslagen zijn in de automobielsector. Deze aanvraag is de derde die in het kader van de begroting 2011 wordt behandeld.

Na aftrek van het gevraagde bedrag is er nog een bedrag van 489 628 679 euro beschikbaar tot eind 2011, van het jaarlijks maximumbedrag van 500 miljoen euro. Het blijft tekenend dat van de geplande middelen slechts ongeveer tien miljoen euro gebruikt wordt, in deze tijd van steeds ernstiger wordende sociale en financiële crisis. Dat alleen al maakt duidelijk dat, ten minste, de regels van dit fonds herzien moeten worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk. − (SK) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is in het leven geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, teneinde hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt. Krachtens het Interinstitutioneel Akkoord over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer mag uit het fonds een jaarlijks maximumbedrag van 500 miljoen euro beschikbaar worden gesteld. In april 2011 heeft de Commissie een voorstel voor een besluit aangenomen betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan België om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis werkloos zijn geworden. Bij haar beoordeling heeft de Commissie rekening gehouden met het verband tussen de gedwongen ontslagen en grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de financiële crisis. Volgens de beoordeling van de Commissie voldoet de aanvraag aan de subsidiabiliteitscriteria en ik ben van mening dat het verzoek zou moeten worden ingewilligd. Met de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die al tijdens een overleg in 2008 werd goedgekeurd, werd het belang bekrachtigd van een snelle procedure voor de goedkeuring van besluiten tot beschikbaarstelling van de middelen van het EFG, met inachtneming van het Interinstitutioneel Akkoord.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. (LT) Ik heb dit verslag gesteund, omdat België steun heeft gevraagd voor gevallen betreffende 2 834 ontslagen (allen aangewezen voor steun) in de primaire onderneming General Motors Belgium en vier van haar leveranciers in de motorrijtuigensector in de NUTS II-regio Antwerpen in België. Op 20 december 2010 diende België een aanvraag in om het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) aan te spreken met betrekking tot ontslagen in de onderneming General Motors Belgium en vier van haar leveranciers en gaf op 24 januari 2011 aanvullende informatie. Deze aanvraag voldoet aan de eisen voor het vaststellen van financiële bijdragen krachtens Artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1927/2006. De Commissie stelt daarom voor een bedrag van 9 593 931 euro beschikbaar te stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb gestemd voor de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) aan België, omdat ik van mening ben dat het EFG een goed instrument is voor de ondersteuning van werknemers die het moeilijk hebben als gevolg van de economische crisis. Zoals meermaals aangegeven ontvangen de Europese werknemers die ten gevolge van de verplaatsing van hun bedrijf zijn ontslagen sinds 2006 steun uit het EFG – steun die sinds de wijziging in 2009 ook geldt voor werknemers die als gevolg van de economische crisis zijn ontslagen – om hun terugkeer op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken. De stemming van vandaag betrof 2 834 gedwongen ontslagen (waarbij voor alle betrokkenen om steun wordt gevraagd) in de primaire onderneming General Motors Belgium en vier van haar leveranciers die actief zijn in de automobielsector in de NUTS II-regio Antwerpen in België, in de referentieperiode van vier maanden van 14 juni tot 14 oktober 2010, voor een totaalbedrag van 9 593 931 euro.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. − (IT) Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

Om werknemers die als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis zijn ontslagen bij General Motors Belgium te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt, heeft de Commissie een nieuw voorstel voor een besluit aangenomen betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan België. Hierbij werd met name verwezen naar de onvoorziene aard van de gedwongen ontslagen en naar de gevolgen van de ontslagen voor de plaatselijke, regionale of nationale werkgelegenheid.

Wij wijzen erop dat het EFG gecreëerd is als een afzonderlijk specifiek instrument met eigen doelstellingen en termijnen, en dat het bijgevolg ook een specifieke toewijzing verdient, waardoor wordt vermeden dat een beroep wordt gedaan op overschrijvingen van ongebruikte begrotingslijnen, die schadelijk kunnen zijn voor de verwezenlijking van de verschillende beleidsdoelen.

Wij zijn van mening dat de aanvraag voldoet aan de criteria voor subsidiabiliteit van de EFG-verordening, en wij pleiten voor goedkeuring ervan door de aanvraag te steunen. Het blijft echter van groot belang dat in de herziening van de EFG-verordening de kwestie aan de orde wordt gesteld van de behandeling van multinationale ondernemingen, waarvan de herstructurering of bedrijfsverplaatsing tot verlies van arbeidsplaatsen en vervolgens tot steunverlening uit het EFG leidt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Ik onthoud me van stemming, met in gedachten de Belgische werknemers van de Opel-fabriek in Antwerpen die zijn opgeofferd in naam van de heilige globalisering. In de situatie waarin zij terecht zijn gekomen als gevolg van het neoliberale beleid waar de Europese Unie voorstander van is, zou je tegen de onbeduidende aalmoes kunnen stemmen die de Europese elite hun toekent. Echter, ook het weinige dat wordt toegekend kan hun leed enigszins verzachten. De logica van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering wordt er niet aanvaardbaarder door. Het Fonds steunt de overplaatsing naar het buitenland die wordt opgedragen door het Amerikaanse General Motors. Het stemt in met de winsthonger van de multinationals en hun steenrijke bestuurders. De werknemers zouden geholpen moeten worden met de winsten die deze mensen binnenhalen, in plaats van met het geld van de Europese belastingbetalers.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (EN) Het is bekend dat het bij de beschikbaarstelling uit het EFG gaat om 2834 gedwongen ontslagen (waarbij voor alle betrokkenen om steun wordt gevraagd) in de primaire onderneming General Motors Belgium en vier van haar leveranciers die actief zijn in de automobielsector in de regio Antwerpen, in de referentieperiode van vier maanden van 14 juni tot 14 oktober 2010. Ontslagen werknemers krijgen dus steun in de vorm van op het individu afgestemde maatregelen in het kader van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, dat 9,59 miljoen euro beschikbaar stelt voor deze maatregelen. Ik ben niet tegen beschikbaarstelling van financiële steun voor ontslagen Belgische werknemers, maar ik denk dat de uitvoeringsbepalingen van het fonds moeten worden aangepast om de steun toegankelijk te maken voor minder ontwikkelde lidstaten van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) wordt jaarlijks gefinancierd met 500 miljoen euro om extra steun te verlenen aan werknemers die te lijden hebben onder door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen. Jaarlijks kunnen naar schatting 35 000 à 50 000 mensen van de steun gebruikmaken. Het geld kan worden gebruikt voor de financiering van hulp bij het vinden van een nieuwe baan, individuele opleiding, steun voor zelfstandigen en voor het opstarten van een bedrijf, mobiliteitstoelagen en toelagen voor kansarme of oudere werknemers. Omdat er bij autofabrikant General Motors Belgium 2 834 werknemers zijn ontslagen, met nog meer ontslagen bij vier toeleveringsbedrijven tot gevolg, moet 9 593 931 euro uit het EFG aan België beschikbaar worden gesteld. Ik heb voor het verslag gestemd omdat dit nu net het doel van het fonds is.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. − (DE) Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) werd in het leven geroepen om werknemers die te lijden hebben onder de gevolgen van ontslag of andere veranderingen die de globalisering van de internationale mededinging met zich meebrengt, bijkomend te steunen. Ik ben ten zeerste ingenomen met het feit dat er, na herhaalde verzoeken van het Parlement, 47 608 950 EUR aan betalingskredieten zijn opgenomen onder begrotingslijn 04 05 01 van het EFG in de begroting. Daarom heb ik voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Rolandas Paksas (EFD), schriftelijk. (LT) Geld uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) moet op doelgerichte en zinvolle wijze worden gebruikt. Financiële steun moet zo snel mogelijk worden toegewezen, vooral in gevallen waarin een enkele onderneming duizenden werknemers heeft ontslagen. Vertragingen in het bieden van financiële steun kunnen zeer pijnlijke en hachelijke gevolgen hebben en daarom is het van cruciaal belang om het EFG aan te spreken en snel op het verzoek van een lidstaat in te gaan. Men moet beseffen dat degenen die zijn ontslagen en hun gezinnen onberekenbare morele en materiële schade ondervinden. Zij hebben vooral te maken met grote problemen om op de arbeidsmarkt terug te keren en hebben geen mogelijkheden voor studie of herscholing. Het is daarom heel belangrijk om ervoor te zorgen dat deze mensen tijdelijk financiële steun krijgen, zodat ze goed op de arbeidsmarkt kunnen integreren. Gezien het belang van deze financiële steun verwelkom ik het voorstel om financiële steun uit het EFG toe te wijzen aan België na de massaontslagen in de onderneming General Motors Belgium. Ik verzoek ook andere lidstaten waar ondernemingen werknemers ontslaan vanwege de financiële crisis om onmiddellijk financiële steun aan te vragen om de negatieve gevolgen te beperken, de werkgelegenheid te verbeteren en het behouden en creëren van banen te stimuleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Helaas moeten wij wederom stemmen over de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG). Helaas, omdat het aanwenden van middelen uit het EFG betekent dat er sprake is van een ernstige situatie. Anderzijds moeten we blij zijn met dit instrument, waarmee lucht wordt verschaft in ernstige crisissituaties die anders industriesectoren en bovenal de werkgelegenheid van velen in gevaar zouden brengen. Ik stem voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG, al moet deze maatregel tijdelijk van aard zijn. Deze oplossing moet gepaard gaan met een langetermijnstrategie waarmee de Europese economie wordt ondersteund, zodat deze gelijke tred kan houden met de wereldmarkt waarin wij leven.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen. Op 14 april 2011 nam de Commissie een nieuw voorstel voor een besluit aan betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering aan België om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis werkloos zijn geworden. De aanvraag voor de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 9 593 931 euro uit het EFG voor België is de derde die in het kader van de begroting 2011 wordt behandeld. Het gaat hier om 2 834 gedwongen ontslagen, waarbij voor alle betrokkenen om steun wordt gevraagd, in de primaire onderneming General Motors Belgium en vier van haar leveranciers. Aangezien deze aanvraag aan de voorwaarden voor de inwerkingstelling van dit mechanisme voor financiële steun voldoet, heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. − (IT) Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt. Op 14 april 2011 nam de Commissie een nieuw voorstel voor een besluit aan betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan België om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van de 2 834 ontslagen werknemers van de primaire onderneming General Motors Belgium en vier van haar leveranciers die actief zijn in de automobielsector in de regio Antwerpen. Bij haar beoordeling heeft de Commissie rekening gehouden met de volgende elementen: het verband tussen de gedwongen ontslagen en grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen; de financiële crisis; de vraag of de ontslagen al dan niet konden worden voorzien; bewijs voor het aantal ontslagen in kwestie; toelichting van de onvoorziene aard van de gedwongen ontslagen; de vraag welke bedrijven werknemers ontslaan en welke werknemers in aanmerking komen voor steun; de betrokken regio en de autoriteiten van en belanghebbenden in deze regio; de gevolgen van de ontslagen voor de plaatselijke, regionale of nationale werkgelegenheid; het te financieren gecoördineerde pakket met op het individu afgestemde diensten. Gelet op de terugkeer van deze werknemers op de arbeidsmarkt heb ik voor het voorstel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacek Protasiewicz (PPE), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat het verslag het voorstel van de Commissie voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan België om 2834 gedwongen ontslagen in de primaire onderneming General Motors Belgium te helpen bij het vinden van werk, steunt, wat overeenkomt met mijn standpunt en dat van de PPE-Fractie. Bovendien wordt in het verslag aangegeven dat voor het eerst 47 608 950 euro aan betalingskredieten zijn opgenomen onder de begrotingslijn van het EFG. Dit betekent dat het EFG erkend wordt als een afzonderlijk specifiek instrument met eigen doelstellingen en termijnen, en dat het bijgevolg ook een specifieke toewijzing verdient, waardoor wordt vermeden dat een beroep wordt gedaan op overschrijvingen van andere begrotingslijnen, die schadelijk kunnen zijn voor de verwezenlijking van de verschillende beleidsdoelen. Ik steun ook het verzoek van de rapporteur om in de komende herziening van de EFG-verordening de kwestie aan de orde te stellen van de behandeling van multinationale ondernemingen, waarvan de herstructurering of bedrijfsverplaatsing tot verlies van arbeidsplaatsen en vervolgens tot steunverlening uit het EFG leidt.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Rochefort (ALDE), schriftelijk. – (FR) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering heeft ten doel om steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden en om hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt. Vanuit dat oogpunt moet daarom snel steun worden verleend aan de 2 834 ontslagen werknemers van General Motors in de regio Antwerpen. We moeten onze steun uitspreken voor het voorstel van het Parlement om 9 593 931 euro beschikbaar te stellen voor de uitvoering van op het individu afgestemde diensten, zoals hulp bij het zoeken naar werk, sollicitatietraining, steun voor zelfstandigen en individuele beroepsopleidingen. Gezien de gevolgen van de economische en financiële crisis moet Europa zich eendrachtig en solidair opstellen, en daarom tegemoet komen aan de oproep van België. De Europese steun mag echter niet verhullen dat ondernemingen verantwoordelijkheden hebben en noodzakelijke inspanningen moeten verrichten in de zin van aanpassing van hun strategieën aan de huidige uitdagingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb voorgestemd. Het Parlement verzoekt de betrokken instellingen zich de nodige inspanningen te getroosten om de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen; waardeert in dit opzicht de verbeterde procedure die de Commissie heeft aangenomen naar aanleiding van het verzoek van het EP voor het versnellen van de toekenning van subsidies, met als doel de begrotingsautoriteit de beoordeling door de Commissie van de subsidiabiliteit van een EFG-aanvraag voor te leggen samen met het voorstel voor de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds; hoopt dat verdere verbeteringen aan de procedure zullen worden aangebracht in het kader van de komende herziening van het fonds; brengt in herinnering dat de instellingen zich ertoe verbonden hebben een probleemloze en snelle procedure te garanderen voor de goedkeuring van de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG, met als doel tijdelijk en eenmalig individuele steun te verlenen aan werknemers die als gevolg van de globalisering en de financiële en economische crisis werkloos geworden zijn. Het Parlement wijst op de rol die het EFG kan vervullen om ontslagen werknemers te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt; vraagt echter een evaluatie van de integratie van deze werknemers op de arbeidsmarkt op lange termijn als rechtstreeks gevolg van de door het EFG gefinancierde maatregelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Licia Ronzulli (PPE), schriftelijk. − (IT) Op 14 april 2011 nam de Commissie een nieuw voorstel voor een besluit aan betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan België om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis werkloos zijn geworden. Het advies betreft 2 834 gedwongen ontslagen (waarbij voor alle betrokkenen om steun wordt gevraagd) in de primaire onderneming General Motors Belgium en vier van haar leveranciers die actief zijn in de automobielsector. Volgens de beoordeling van de Commissie voldoet de aanvraag aan de in de EFG-verordening vastgelegde subsidiabiliteitscriteria. Er wordt bijgevolg aanbevolen dat de begrotingsautoriteit de aanvraag goedkeurt. Het Parlement heeft vandaag een positief advies uitgebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. De voormalige werknemers en de vier toeleveranciers van Opel Antwerpen zijn nog steeds terecht boos om de wijze waarop met hen door GM werd omgegaan. Opel Antwerpen was een modern en performant auto-assemblagebedrijf. Niettemin heeft GM zeer arrogant besloten 2834 arbeidsplaatsen te schrappen. Antwerpen kreeg geen kansen ondanks de vele pogingen tot het zoeken van een overnemer. België vroeg terecht om steun uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) dat werd opgericht om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden. Na gunstig advies van de Commissie besliste het EP vandaag zeer terecht een totaalbedrag van 9 593 931 euro uit het EFG ter beschikking te stellen om de gevolgen van deze gedwongen ontslagen op te vangen. Ik ben blij dat het EP vandaag expliciet zegt dat er een gebrek aan bereidheid was van het OPEL-management om zich aan te passen aan de uitdagingen van het moment. Het EP uit ook terecht kritiek op de manier waarop de Opelcrisis door de betrokken lidstaten is aangepakt. Er was een gebrek aan coördinatie van langetermijnmaatregelen ter ondersteuning van deze sector in de verschillende nationale herstelplannen. Dit alles smaakt bijzonder bitter.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) Met Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 werd het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering opgericht (EGF) om extra steun te verlenen aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen. Het EGF beschikt over een maximumbedrag van 500 miljoen euro voor 2011, en de Commissie stelt daarom voor om een bedrag van 9 593 931 euro beschikbaar te stellen voor België om de gedwongen ontslagen bij de onderneming General Motors Belgium en vier van haar leveranciers en fabrikanten die actief zijn in Antwerpen aan te pakken. Het is de bedoeling dat het EGF maatregelen financiert om ontslagen werknemers te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt, zodat zij nieuwe vaardigheden kunnen verwerven en die vaardigheden kunnen bijschaven zodat zij beter aangepast zijn aan de nieuwe situatie op de arbeidsmarkt waaraan de 2 843 werknemers zich zullen moeten aanpassen. Ik ben van mening dat de Europese instellingen zich de nodige inspanningen moeten getroosten om de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen en dat de lidstaat moet garanderen dat de werknemers die als gevolg van de globalisering ontslagen werden, kunnen terugkeren naar het beroepsleven. Voorts wil ik erop wijzen dat het EGF de wettelijke en financiële verantwoordelijkheden van General Motors niet mag overnemen, maar dat het gezien moet worden als een aanvullende steun die door de Europese Unie wordt toegekend om de sociale moeilijkheden waaraan de werknemers het hoofd zullen moeten bieden, te beperken.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. – (RO) Ik heb voor het verslag over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) met betrekking tot General Motors Belgium gestemd. Het gaat om een onderneming die in de regio Antwerpen is gevestigd en machines en apparaten produceert.

In december 2010 heeft België een aanvraag voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ingediend in verband met 2 834 gedwongen ontslagen in de onderneming General Motors Belgium en vier van haar leveranciers. Tijdens de periode van 14 juni tot 14 oktober 2010 zijn 1 336 gedwongen ontslagen gevallen en voor en na deze referentieperiode zijn nog eens 1 498 werknemers ontslagen.

De economische en financiële crisis heeft geleid tot een serieuze daling in de vraag naar personen- en bedrijfsvoertuigen in Europa en bijgevolg ook tot een aanzienlijke achteruitgang van de productie van motorvoertuigen. In België is de assemblage van motorvoertuigen in 2009 met 23,8 procent gedaald en de productie van personenvoertuigen met 34,8 procent in vergelijking met 2008.

Ik benadruk hier de rol van het EFG als mechanisme om ontslagen werknemers te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt. Ik verzoek echter om een evaluatie van de integratie van deze werknemers op de arbeidsmarkt op lange termijn als rechtstreeks gevolg van de door het EFG gefinancierde maatregelen. Het EGF moet door alle lidstaten op rechtvaardige wijze worden gebruikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Christine Vergiat (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Een zeer grote meerderheid van het Europees Parlement heeft het verslag van mevrouw Matera aangenomen, waarin wordt verzocht om de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering voor een bedrag van 9,5 miljoen euro voor de sluiting van de fabriek van General Motors (GM) - Opel te Antwerpen in België. Ik heb tegen dit verslag gestemd, want hiermee wordt het ontslag gefinancierd van de 2 834 werknemers van een onderneming die in de zomer van 2010 een lening van vijf miljard dollar heeft gekregen van de Amerikaanse overheid. Bovendien heeft de verkoop van veel merken de onderneming in staat gesteld om de financiële situatie te verbeteren vanaf de herfst van 2010 en in november 2010 weer tot de beurs toegelaten te worden. Als Europese, nationale en regionale overheden aanvaarden dat er publieke middelen ter beschikking worden gesteld om de sluiting van een fabriek te verzachten, die tot niets anders leidt dan beursontslagen, doen zij afstand van hun bevoegdheden. Dit besluit is des te onaanvaardbaarder, omdat het komt op een moment dat de Europese Unie en haar lidstaten bezuinigingsmaatregelen en budgetverlagingen aannemen die de economisch recessie, de afbraak van de overheidsdiensten, de werkloosheid, de baanonzekerheid, de salarisverlagingen en de sociale ongelijkheden zullen aanwakkeren.

 
  
  

Verslag: Carlo Casini (A7-0197/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd aangezien met de voorgestelde nieuwe versie van artikel 51 drie dingen beoogd worden: Ten eerste, een betere leesbaarheid en gebruiksvriendelijkheid van het artikel, ten tweede de herdefinitie van de voorwaarden voor de toepassing van het artikel en ten derde de definitie van de normatieve substantie.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Antoniozzi (PPE), schriftelijk. − (IT) Het verslag van de heer Casini betreft de problemen omtrent de interpretatie en toepassing van artikel 51 van het Reglement van het Europees Parlement, en draagt bij aan een oplossing daarvan. Ik schaar mij volledig achter het standpunt van de heer Casini dat een interpretatie van het Reglement of richtsnoeren ter vergemakkelijking van de tenuitvoerlegging ervan niet voldoen. De voorwaarden voor de toepassing van de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen en gezamenlijke stemming – ik doel met name op de criteria van 'bevoegdheid' en 'bijzonder belang' bij een bepaald vraagstuk – zijn duidelijk en volstaan om een einde te maken aan de rechtsonzekerheid. Ik complimenteer de rapporteur met het geleverde werk, en hoop dat het Parlement door dit verslag beter zijn werk kan doen door vaker gebruik te maken van deze procedure.

 
  
MPphoto
 
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE), schriftelijk. – (ES) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat het amendement dat voorgesteld wordt voor artikel 51 niet alleen een innovatieve manier van samenwerking tussen de verschillende commissies met zich meebrengt maar het artikel ook makkelijker te begrijpen en toepasbaar maakt. Het amendement verheldert de voorwaarden waaraan voldaan moet worden voor de toepassing van het artikel en bepaalt de normatieve inhoud ervan.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. − (IT) Dit verslag betreft de wijziging van artikel 51, nadat de Conferentie van voorzitters had gewezen op de beperkingen van het Reglement van het Europees Parlement met betrekking tot gezamenlijke commissievergaderingen. In het verslag wordt een wijziging van het Reglement voorgesteld, aan de hand waarvan, onder meer door de Conferentie van voorzitters, op basis van strengere criteria nauwkeuriger wordt bepaald of is voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing van artikel 51. Door gezamenlijke commissievergaderingen alleen mogelijk te maken als er sprake is van bijzonder belangrijke vraagstukken, wordt voorkomen dat er buitensporig veel gebruik wordt gemaakt van deze buitengewone procedure. Ik stem voor het verslag van de heer Casini.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd aangezien er aanzienlijke verbeteringen werden aangebracht aan de samenwerking tussen commissies, als onderdeel van de noodzakelijke parlementaire hervorming. Dit voorstel neemt de onderliggende twijfels weg wanneer een wetgevingsdossier van bijzonder belang niet duidelijk onder de bevoegdheid van een commissie valt en volgt tegelijkertijd de beginselen van gelijkheid en samenwerking.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Op 6 mei 2009 is het Parlement overgegaan tot herziening van zijn Reglement en heeft het met artikel 51 een nieuwe "procedure met gezamenlijke commissievergaderingen" ingesteld voor gevallen waarin een kwestie niet duidelijk onder de bevoegdheid van een commissie valt. Ondanks het feit dat dit nieuwe artikel volledig geïntegreerd is, werd de Commissie constitutionele zaken opgedragen om de inhoud van het artikel te verduidelijken en te consolideren om het begrip ervan te vergroten, in het bijzonder in het kader van de gewone wetgevingsprocedure. Het spreekt voor zich dat er zich bij de afbakening van de bevoegdheden van de commissies overlappingen kunnen voordoen en dat het op bepaalde gebieden moeilijk te bepalen is welke commissie bevoegd is, dus ik denk dat deze verduidelijking een goede zaak is en dat de nieuwe formulering van het voorstel ervoor zal zorgen dat artikel 51 van het Reglement consequenter wordt toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Dit ontwerpverslag gaat over een aantal wijzigingen die aangebracht moeten worden in artikel 51 van het Reglement over de werking van het Europees Parlement (EP) naar aanleiding van de oprichting van een werkgroep die de werking van het Parlement opnieuw moest bezien en naar aanleiding van een besluit van de Conferentie van voorzitters. Op 6 mei 2009 is het Parlement overgegaan tot herziening van zijn Reglement en heeft met artikel 51 een nieuwe "procedure met gezamenlijke commissievergaderingen" ingesteld, die erop gericht is om de procedures voor het goedkeuren van dossiers die niet duidelijk onder de bevoegdheid van een commissie vallen, te vergemakkelijken, opdat er één enkel verslag met een evenwichtiger karakter aan de plenaire vergadering voorgelegd wordt. De Conferentie van commissievoorzitters heeft een ontwerp van richtsnoeren voor samenwerking tussen commissies overeenkomstig artikel 51 van het Reglement behandeld, waarna de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters de Commissie constitutionele zaken verzocht heeft om de kwestie te bekijken. Dit voorstel verduidelijkt de aspecten waar het betrekking op heeft en verleent de plenaire zitting de bevoegdheid om het goed te keuren, in overeenstemming met het geldende Reglement. Ik ben het daarom eens met de aanbeveling van de rapporteur dat de gezamenlijke commissies voor deze procedure de "ten principale bevoegde commissie" worden in de zin van het Reglement.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk. − (SK) De Conferentie van voorzitters heeft in de vorige zittingsperiode een werkgroep voor parlementaire hervorming opgericht die de werking van het Parlement opnieuw moest bezien en voorstellen moest doen voor verbeteringen. In het kader van het hoofdstuk dat gewijd is aan de samenwerking tussen commissies, heeft de werkgroep voorgesteld om niet alleen de positie van de medeverantwoordelijke commissie te versterken binnen de procedure met medeverantwoordelijke commissies, maar ook om een nieuwe vorm van samenwerking tussen commissies tot stand te brengen, die is ingesteld bij het nieuwe artikel 51. De reden die aan het voorstel ten grondslag lag was dat, in bijzondere gevallen, "wanneer een wetgevingsdossier van bijzonder belang niet duidelijk onder de bevoegdheid van een commissie valt, ook in gelijke mate over meerdere commissies kan worden verdeeld [...], het bevoegdheidsconflict dient te worden opgelost volgens de beginselen van gelijkheid en samenwerking. De betrokken commissies vergaderen gezamenlijk ten einde van tevoren argumenten uit te kunnen wisselen (…) waardoor zij een duidelijker beeld krijgen van de meerderheden en minderheden binnen de respectieve commissies. De leden van de betrokken commissies stemmen vervolgens gezamenlijk over de op het wetgevingsvoorstel ingediende amendementen. Vervolgens wordt één enkel verslag met een evenwichtiger karakter aan de plenaire vergadering voorgelegd." Ik denk dat om de toepassing van de procedure te vergemakkelijken meer nodig is dat alleen een interpretatie van het Reglement of richtsnoeren. Het gaat om een ingewikkelde procedurele kwestie, waarover moet worden besloten met meerderheid van stemmen in de plenaire vergadering. We moeten zorgen voor begrijpelijkere bepalingen, zodat ze meer kans maken te worden toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. (LT) De redenering achter het voorstel was dat in bepaalde specifieke gevallen waarin een wetgevingsdocument niet duidelijk onder de bevoegdheid van één commissie valt, maar vrijwel gelijkwaardig onder twee of meer commissies is verdeeld en tevens van groot belang is, de oplossing voor een bevoegdheidsconflict gebaseerd moet zijn op de beginselen van gelijkwaardigheid en samenwerking. De betrokken commissies moeten samen vergaderen, zodat argumenten van te voren kunnen worden uitgewisseld en meerderheids- en minderheidsstandpunten duidelijker naar voren kunnen komen. De leden van de betrokken commissies moeten vervolgens samen stemmen over de amendementen op het wetgevingsvoorstel. Het resultaat is dan de voorlegging van één enkel evenwichtig verslag aan de plenaire vergadering. Daarom heb ik dit voorstel gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. − (IT) Wij steunen deze wijziging van het Reglement van het Parlement, die inhoudt dat de Conferentie van voorzitters, indien zij een vraagstuk bijzonder belangrijk acht, kan besluiten dat de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen en gezamenlijke stemming van toepassing is. Daarvan kan alleen sprake zijn als het vraagstuk onlosmakelijk verbonden is met de bevoegdheid van meerdere commissies en van bijzonder belang is. Met deze wijziging moet het uitzonderlijke karakter van de procedure met gezamenlijke commissies worden onderstreept; dit uitzonderlijke karakter is gerechtvaardigd onder meer in het licht van de administratieve en technische belasting die deze procedure met zich meebrengt. Wij zijn van mening dat het hiermee makkelijker wordt om in een vroeg stadium argumenten uit te wisselen tussen de betrokken commissies en in gevallen van bijzonder belang "het terrein voor te bereiden" voor de plenaire vergadering.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (EN) Elk artikel van het Reglement van het Europees Parlement dient drie doelstellingen te beogen: betere leesbaarheid en dus gebruiksvriendelijkheid van het artikel; herdefinitie van de voorwaarden voor de toepassing van het artikel; definitie van de normatieve substantie. Ik ben het volkomen eens met de rapporteur.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb gestemd voor het verslag van de heer Casini tot wijziging van artikel 51 van het Reglement van het Europees Parlement, omdat deze wijziging het resultaat is van het samenvoegen van de bepalingen aan de hand waarvan artikel 51 kan worden toegepast. Met de nieuwe tekst wordt het artikel vereenvoudigd door verwijzingen naar andere artikelen te schrappen en door de standaardprocedure op basis waarvan twee commissies gezamenlijk bijeen kunnen om te spreken over belangrijke onderwerpen die een gedeeld belang vertegenwoordigen, te vereenvoudigen. Het doel van de wijziging bestaat erin om voor de betrokken commissies de mogelijkheid te scheppen argumenten uit te wisselen en "het terrein voor te bereiden" voor een debat. Aldus worden de gezamenlijke commissies voor deze procedure de "ten principale bevoegde commissie" in de zin van het Reglement.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) De Conferentie van voorzitters heeft in de vorige zittingsperiode een werkgroep voor parlementaire hervorming opgericht die de werking van het Parlement opnieuw moest bezien en voorstellen moest doen voor verbeteringen. In dat kader heeft de werkgroep voorgesteld om een nieuwe vorm van samenwerking tussen commissies tot stand te brengen, die is ingesteld bij het nieuwe artikel 51. Er rezen twijfels over de tenuitvoerlegging van deze nieuwe vorm van samenwerking tussen commissies, die werden voorgelegd aan de Commissie constitutionele zaken. De Commissie constitutionele zaken is van mening dat in het onderhavige geval een interpretatie van het Reglement of richtsnoeren ter vergemakkelijking van de tenuitvoerlegging ervan niet voldoen. Het gaat om een belangrijke procedurekwestie waarover ter plenaire vergadering met een voor de wijziging van het Reglement vereiste meerderheid, te weten de meerderheid van de leden van het Parlement, moet worden beslist. Ik ga akkoord met de voorgestelde nieuwe versie van artikel 51, die het artikel beter leesbaar en gebruiksvriendelijker maakt, en daarom heb ik voor de wijziging van het artikel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) Het doel is om voor de betrokken commissies de mogelijkheid te scheppen in een vroeg stadium argumenten uit te wisselen en in gevallen van bijzonder belang "het terrein voor te bereiden" voor de plenaire vergadering. De wijziging van artikel 51 blijkt essentieel voor een betere leesbaarheid en gebruiksvriendelijkheid van het artikel, de herdefinitie van de voorwaarden voor de toepassing van het artikel en de definitie van de normatieve substantie. Om deze doelen te bereiken, moeten beide voorwaarden zodanig worden geformuleerd dat zij duidelijk en onmiddellijk te begrijpen zijn. Het is noodzakelijk dat het vraagstuk onlosmakelijk verbonden is met de bevoegdheid van meerdere commissies en het is ten slotte noodzakelijk vast te stellen wat de praktische gevolgen zijn van de toepassing van het artikel voor het verloop van de wetgevingsprocedures. Aldus worden de gezamenlijke commissies voor deze procedure de "ten principale bevoegde commissie" in de zin van het Reglement. Opdat artikel 51 van het Reglement van het Europees Parlement betreffende de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen wordt gewijzigd, heb ik vóór het betreffende ontwerpbesluit gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb voorgestemd. De Conferentie van voorzitters heeft in de vorige zittingsperiode een werkgroep voor parlementaire hervorming opgericht die de werking van het Parlement opnieuw moest bezien en voorstellen moest doen voor verbeteringen. In het kader van het hoofdstuk dat gewijd is aan de samenwerking tussen commissies, heeft de werkgroep voorgesteld om niet alleen de positie van de medeverantwoordelijke commissie te versterken binnen de procedure met medeverantwoordelijke commissies – ex artikel 47, thans artikel 50 van het Reglement –, maar ook om een nieuwe vorm van samenwerking tussen commissies tot stand te brengen –, die is ingesteld bij het nieuwe artikel 51. De reden die aan het voorstel ten grondslag lag was dat, in bijzondere gevallen, "wanneer een wetgevingsdossier van bijzonder belang niet duidelijk onder de bevoegdheid van een commissie valt, maar daarentegen ook in gelijke mate over meerdere commissies kan worden verdeeld [...], het bevoegdheidsconflict dient te worden opgelost volgens de beginselen van gelijkheid en samenwerking. De betrokken commissies vergaderen gezamenlijk teneinde van tevoren argumenten uit te kunnen wisselen (…) waardoor zij een duidelijker beeld krijgen van de meerderheden en minderheden binnen de respectieve commissies. De leden van de betrokken commissies stemmen vervolgens gezamenlijk over de op het wetgevingsvoorstel ingediende amendementen. Vervolgens wordt één enkel verslag met een evenwichtiger karakter aan de plenaire vergadering voorgelegd".

 
  
MPphoto
 
 

  Licia Ronzulli (PPE), schriftelijk. (IT) Uit het verslag blijkt steun voor het ontwerpbesluit tot wijziging van artikel 51 van het Reglement van het Europees Parlement betreffende de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen. Een interpretatie alleen volstaat op geen enkele wijze om geschillen over de tekst op te lossen, aangezien het gaat om een belangrijke procedurekwestie.

Door de nieuwe formulering worden de voorwaarden voor een procedure met gezamenlijke commissievergaderingen duidelijk en onmiddellijk te begrijpen, en hoeft er niet meer naar andere artikelen te worden verwezen. Tevens is de herdefinitie van deze voorwaarden gerechtvaardigd in het licht van de administratieve en technische belasting die deze procedure met zich meebrengt. Het algemeen erkende doel van gezamenlijke commissievergaderingen, dat bestaat uit de mogelijkheid om in een vroeg stadium argumenten en meningen uit te wisselen en in gevallen van bijzonder belang "het terrein voor te bereiden" voor de plenaire vergadering, is ten slotte alleen haalbaar als de commissies gezamenlijk ten principale bevoegd blijven in alle stadia van het wetgevingsproces, tot de vaststelling van het besluit.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. − (DE) De voorgestelde versie van artikel 51 van het Reglement is een poging om de toekomstige samenwerking van meerdere Parlementaire commissies in een juridisch kader te gieten. Het voorstel is gebaseerd op het beginsel van gelijkheid en samenwerking. Ik heb voorgestemd.

 
  
  

Verslag: Enrico Speroni (A7-0242/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik voorstander ben van meer transparantie en van optreden wars van door het rechtsstelsel opgelegde belemmeringen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) Uit het verslag en uit het werk van de Commissie juridische zaken komt behoorlijk duidelijk naar voren dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat de Roemeense autoriteiten een zaak aanhangig hebben gemaakt tegen de heer Severin met de bedoeling hem schade toe te brengen. Ondanks dat door de houding van het fictieve consultancybedrijf in twijfel kan worden getrokken of de media wel fatsoenlijk hebben gehandeld, blijft het een feit dat de betreffende zaak niet lijkt te vallen onder de specifieke gevallen waarin men zich wettelijk op immuniteit kan beroepen. Ik stem vóór de opheffing van immuniteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Delvaux (PPE), schriftelijk. – (FR) Het Europees Parlement heeft ingestemd met de opheffing van de parlementaire immuniteit van de Roemeense afgevaardigde in het Europees Parlement Adrian Severin en dat is terecht. Na beschuldigingen van corruptie aan zijn adres volgend op de verschijning van artikelen in de Sunday Times in maart jongstleden immers (denk aan het corruptieschandaal dat het Parlement aan het wankelen bracht), heeft de Roemeense Nationale Directie tegen corruptie een procedure ingeleid tegen de heer Severin op basis van aanwijzingen dat hij een bedrag van 100 000 euro zou hebben aangenomen van vertegenwoordigers van een zogenoemd consultancybedrijf, opgericht door de Sunday Times, in ruil voor zijn ondersteuning van een ontwerpamendement op de richtlijn inzake depositogarantiestelsels. Wordt vervolgd…

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Dit verslag gaat over het verzoek om opheffing van de immuniteit van het Roemeense Europarlementslid Adrian Severin naar aanleiding van een procedure die door de Roemeense Nationale Directie tegen corruptie tegen hem werd ingeleid op 21 maart 2011, op basis van aanwijzingen dat hij een bedrag van 100 000 euro zou hebben aangenomen van vertegenwoordigers van het consultancybedrijf Taylor Jones Public Affairs in ruil voor zijn ondersteuning in het Europees Parlement van een amendement op Richtlijn 94/19/EG over de termijn voor terugbetaling aan deposanten in geval van faillissement van een bank. Deze vennootschap bood hem bovendien een bezoldigde functie als lid van zijn internationale adviesraad aan. Achteraf bleek dat het om een fictieve vennootschap ging die door de Engelse krant de Sunday Times is opgericht, die verwijtbaar gehandeld heeft. Ondanks het feit dat Severin stelt dat hij betrekkingen heeft onderhouden met een fictieve vennootschap en is misleid en dat hem geen geld overhandigd werd en de wetgeving niet gewijzigd is, wordt dit soort handelen in de Roemeense wetgeving streng bestraft. Daarom, en in het licht van de aanbeveling van de Commissie juridische zaken om de parlementaire immuniteit van Adrian Severin op te heffen, heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk. − (SK) Adrian Severin, de voormalige premier van Roemenië, is geroyeerd uit de sociaaldemocratische partij in zijn land, nadat een corruptieschandaal in het Europees Parlement aan het licht kwam waar hij bij betrokken was. Tevens is hij uit de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement gezet, maar zijn mandaat als Parlementslid duurt voort. Samen met twee collega’s wordt hij beschuldigd van corruptie, omdat hij overeen zou zijn gekomen in ruil voor geld voor een wetswijziging te stemmen. Zelf beweert hij echter dat alle beschuldigingen geconstrueerd zijn. Persoonlijk ben ik van mening dat het gedrag van mijn collega afkeurenswaardig is en dat elke vorm van corruptie, of zelfs maar de zweem ervan, absoluut onaanvaardbaar is. We moeten dergelijke situaties met de beschikbare rechtsmiddelen bestrijden en ik ben ervan overtuigd dat iedereen die een dergelijke overtreding begaat verantwoording zou moeten dragen voor zijn handelen. Ook vind ik dat het in dat soort gevallen correct zou zijn om af te treden als Parlementslid.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (EN) Na onderzoek van de argumenten voor en tegen de opheffing van de immuniteit van het lid, beveelt de Commissie juridische zaken het Europees Parlement overeenkomstig artikel 6, lid 2, van het Reglement aan, de parlementaire immuniteit van Adrian Severin op te heffen. Ik ben het eens met deze optie die de Commissie juridische zaken aanbeveelt. Maar uit principe ben ik tegen de procedure tot opheffing van de immuniteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Het Parlement werd om de opheffing van de immuniteit van Adrian Severin verzocht in verband met vermeende omkoping zoals bedoeld in het Hongaarse strafwetboek. Er zijn geen aanwijzingen van fumus persecutionis door de Roemeense gerechtelijke autoriteiten, d.w.z. een voldoende ernstig en precies vermoeden dat de zaak aanhangig is gemaakt met de bedoeling het lid politieke schade toe te brengen. De Commissie juridische zaken beveelt, na onderzoek van de argumenten voor en tegen de opheffing van de immuniteit van het lid, het Europees Parlement aan de parlementaire immuniteit van Adrian Severin op te heffen, overwegende dat de parlementsleden tot er een definitief vonnis geveld is, niet aangehouden of vastgehouden kunnen worden of aan maatregelen onderworpen kunnen worden die hen verhinderen de taken die hun respectieve mandaat inhoudt, uit te voeren. Om die redenen heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb voorgestemd. Tijdens de vergadering van 6 april 2011 heeft de Voorzitter overeenkomstig artikel 6, lid 2, van het Reglement van het Europees Parlement medegedeeld dat hij op 5 april 2011 een brief had ontvangen van de Direcţia Naţională Anticorupţie (Nationale Directie tegen corruptie) (parket bij de Înaltă Curte de Casaţie şi Justiţie, de Roemeense cassatierechter) houdende een verzoek om opheffing van de parlementaire immuniteit van Adrian Severin. Overeenkomstig artikel 6, lid 2, heeft de Voorzitter het verzoek naar de Commissie juridische zaken verwezen. Gelet op de bovenstaande overwegingen, na onderzoek van de argumenten voor en tegen de opheffing van de immuniteit van het lid, beveelt de Commissie juridische zaken het Europees Parlement overeenkomstig artikel 6, lid 2, van het Reglement aan, de parlementaire immuniteit van Adrian Severin op te heffen.

 
  
  

Aanbeveling: Alain Cadec (A7-0192/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd, aangezien de huidige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Seychellen van kracht is sinds 2006 en het protocol voor deze overeenkomst op 17 januari 2011 afgelopen is.

Er zal voorlopig een nieuw protocol van toepassing zijn voor de periode van 2011-2014, wat volgens mij op dit moment volstaat. Het protocol voorziet in een communautaire bijdrage van 16,8 miljoen euro gedurende drie jaar voor de Seychellen, waarvan 2,22 miljoen euro per jaar voor de steun aan het sectorale visserijbeleid van de Seychellen. Dat zijn gepaste bijdragen.

Voorts ben ik verheugd over het feit dat er in het nieuwe protocol een schorsingsclausule werd toegevoegd die voorziet in de mogelijkheid de overeenkomst op te schorten als wordt vastgesteld dat de mensenrechten worden geschonden.

 
  
MPphoto
 
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE), schriftelijk. – (ES) Ik heb voor deze overeenkomst gestemd omdat deze dienst zal doen om methodes van duurzame visserij over de hele wereld te verbreiden. De overeenkomst garandeert de uitgebreide controle van de omvang van de visvangst en van de vangsttechniek, evenals van de conditie van de vis die uit de zee wordt gehaald en van de traceerbaarheid met het oog op de voedselveiligheid en uit commerciële overwegingen. De Seychellen zullen bovendien 16,8 miljoen euro ontvangen, waardoor de visserijindustrie van deze eilandengroep gestimuleerd en gemoderniseerd zal worden en de lokale ontwikkeling zal worden bevorderd. Dit akkoord zal het eindelijk mogelijk maken voor de 60 Europese tonijnvissers die in dit gebied actief zijn – 48 vaartuigen voor de zegenvisserij en 12 beugvissers – om jaarlijks 56 000 ton tonijn te vangen. Dankzij dit akkoord zou er nu ook een einde moeten komen aan de demagogische betogen die in dit Huis te horen zijn over de visserij door Europese vaartuigen in derde landen. Onze schepen in de Seychellen voeren een gereguleerde activiteit uit die sterk gecontroleerd wordt en waarbij het milieu volledig gerespecteerd wordt. Er is geen sprake van uitputting van natuurlijke bronnen en de lokale ontwikkeling wordt erdoor gesteund. Door dit soort overeenkomsten worden deze principes juist gegarandeerd. Ten slotte heeft de dreiging van piraterij geleid tot een reductie van 25 procent van de visvangst op deze visgronden gedurende het afgelopen jaar en de noodzakelijke maatregelen moeten nog steeds versterkt worden om ervoor te zorgen dat de visserijvaartuigen in goede omstandigheden kunnen vissen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. − (IT) Het verslag van de heer Cadec heeft betrekking op de sluiting van het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Seychellen. Ik steun dit verslag omdat uit de beoordeling achteraf van deze overeenkomst blijkt dat de overeenkomst het mogelijk maakt de aanwezigheid van vloten van de EU in de regio te bevestigen, en het tegelijkertijd mogelijk maakt daar werkgelegenheid te scheppen. Een van de redenen waarom ik deze overeenkomst wil steunen is omdat hiermee een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de stabilisering van de Europese markt van tonijnconserven.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb vóór deze aanbeveling gestemd. De voorgaande Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek der Seychellen liep in januari 2011 af en is door de Commissie met drie jaar verlengd. Deze overeenkomst heeft beide partijen wederzijds voordeel opgeleverd voor wat betreft hun belangen in de visserijsector. Door de overeenkomst is het mogelijk geweest 230 inwoners van de Seychellen aan een baan aan boord van een schip te helpen, en op de Seychellen 2 900 banen en in Europa in bedrijfstakken die verband houden met de sector 760 afgeleide banen te scheppen. De verlenging van de betreffende overeenkomst, waarmee de Europese markt van tonijnconserven gestabiliseerd kan worden, blijkt zinvol, aangezien hierdoor wordt gegarandeerd dat er ter plekke zestig schepen van de Europese tonijnvloot aanwezig mogen zijn en er tegelijkertijd werkgelegenheid kan worden geschapen. Maar dat niet alleen: de overeenkomst is ook doelmatig gebleken doordat het dankzij deze overeenkomst voor de Seychellen mogelijk werd te beschikken over de middelen om een verantwoordelijke visserij tot stand te brengen, door hun vermogen om de bestanden te beheren en toezicht te houden op de visserij uit te breiden. Ik vind het dus een goede zaak om verder te gaan op de ingeslagen weg van partnerschapsovereenkomsten in deze sector, die van levensbelang is voor de Europese economie.

 
  
MPphoto
 
 

  Alain Cadec (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik heb ingestemd met dit verslag, want de bereikte partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Seychellen voor een periode van drie jaar is gunstig voor beide partijen. Het protocol draagt bij aan de stabilisering van de Europese conservenmarkt en het maakt ook de ontwikkeling van een duurzaam visserijbeleid op de Seychellen mogelijk. Deze overeenkomst vertegenwoordigt 2 900 directe en indirecte banen op de Seychellen en 760 afgeleide banen in Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben erg tevreden met de hernieuwing van het protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Seychellen omdat het zowel de visserijbelangen van de EU als die van de Seychellen dient. Door deze overeenkomst is het mogelijk geweest 230 inwoners van de Seychellen aan een baan aan boord van een schip te helpen, op de Seychellen 2 900 banen en in Europa in bedrijfstakken die verband houden met de sector 760 afgeleide banen te scheppen. Deze overeenkomst biedt de Seychellen voorts de mogelijkheid om middelen te ontwikkelen om een duurzame visserij tot stand te brengen. Het nieuwe protocol zal de samenwerking tussen beide partijen uitbreiden en een partnerschapskader bevorderen dat de ontwikkeling van een duurzaam visserijbeleid mogelijk maakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor dit verslag over de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Seychellen gestemd, omdat die voorziet in de voorlopige toepassing van een nieuw protocol opdat de activiteiten van de Europese schepen niet opgeschort zullen worden. Ik ben van mening dat het een goede zaak is dat er aan het protocol een schorsingsclausule is toegevoegd die voorziet in de mogelijkheid de overeenkomst op te schorten indien vastgesteld wordt dat de mensenrechten worden geschonden.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De duurzaamheid van de visbestanden is een van de belangrijkste zorgen van de Unie bij het afsluiten of wijzigen van partnerschapsovereenkomsten voor de visserijsector, net zoals de impact die deze activiteit zal hebben op de lokale ontwikkeling. Zonder een duurzame exploitatie van deze visbestanden stevenen we met rasse schreden op de uitsterving van vissoorten en een toename van de maritieme verontreiniging af. Het nieuwe protocol voorziet in bijkomende vangstmogelijkheden voor de Europese vloten en heeft geleid tot het scheppen van nieuwe banen, zowel op de Seychellen als in Europa. Ik hoop dat de gevallen van piraterij in de regio geen negatieve invloed zullen uitoefenen op deze activiteit.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) In het verslag van Alain Cadec wordt een voorstel gedaan voor een aanbeveling over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Seychellen. De Europese Unie ondertekende in 1987 een bilaterale visserijovereenkomst met de Republiek der Seychellen. Sinds 2006 was er een protocol van kracht dat afliep op 17 januari 2011. De Europese Commissie was zich bewust van het belang van het vernieuwen van dit partnerschap en heeft, overeenkomstig het desbetreffende mandaat van de Raad, een nieuw partnerschapskader uitonderhandeld met de regering van de Seychellen voor de ontwikkeling van een beleid voor duurzame visserij. Overwegende dat visserij en toerisme de belangrijkste economische activiteiten zijn van de Seychellen, dat het gaat om een overeenkomst die zowel voor de EU als voor de Republiek der Seychellen voordelen met zich meebrengt doordat er nieuwe banen gecreëerd worden (3 000 op de Seychellen en 760 in Europa) en dat de controles op de vangsten gegarandeerd worden dankzij een meerjarig sectoraal programma dat voorziet in wetenschappelijke samenwerking en het bevorderen van een verantwoordelijke en duurzame visserij, heb ik voor deze ontwerpaanbeveling gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit protocol voor de visserij verzekert de vangstmogelijkheden in de exclusieve economische zone van de Seychellen voor verschillende vloten van de lidstaten, met inbegrip van vijf Portugese vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug.

De hernieuwing van het protocol is erop gericht om de duurzaamheid van de vloten voor de verre visserij van de lidstaten te ondersteunen, een vlootsegment dat bijzonder zwaar is getroffen door de crisis in de visserijsector de afgelopen jaren. Die doelstelling en die bezorgdheid delen wij natuurlijk. Er bestaan echter ook hier enkele twijfels die voortvloeien uit andere partnerschapsovereenkomsten op het vlak van visserij en waarop wij toch willen wijzen. Het gaat om twijfels over de doeltreffendheid van de gekozen doelstellingen op het vlak van samenwerking met het oog op de duurzame ontwikkeling van de sector in het derde land in kwestie en over de duurzaamheid van en het toezicht op de visserijactiviteiten van dat land. Dat zijn belangrijke vraagstukken die in de toekomst opgehelderd moeten worden.

Wij hebben opgemerkt dat de vangstmogelijkheden voor de vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen met de helft zijn ingeperkt en dat de kosten voor de vergunningen zijn toegenomen met 40 000 euro, ondanks het feit dat het aantal schepen van dit type die onder de overeenkomst vallen, is toegenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Dit protocol schept vangstmogelijkheden in de EEZ van de Seychellen voor de vloten van een aantal lidstaten (waaronder Portugal, met vijf vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug).

Wij zijn voorstander van een voortzetting van dit protocol, dat voor het overleven van de subsector verre-zeevisserij van doorslaggevend belang is. Deze visserij is namelijk bijzonder zwaar getroffen door de crisis die de visserijsector de afgelopen jaren heeft geplaagd. Intussen is het wel zo dat de geldigheidsduur van dit protocol slechts drie jaar bedraagt, wat betekent dat de vangstmogelijkheden met de helft worden teruggebracht. Tegen die achtergerond vinden wij de verhoogde kosten van een vergunning voor de vaartuigen voor zegenvisserij (40 000 euro) zorgwekkend, zeker als je bedenkt dat deze overeenkomst een groter aantal van deze vaartuigen toelaat.

Wij delen de bezorgdheid van de rapporteur met betrekking tot piraterij in de Indische Oceaan, die steeds meer veiligheidsrisico’s inhoudt voor de tonijnvissers. Daarom biedt dit protocol de mogelijkheid een pro rata temporis-betaling toe te passen om de reders te compenseren voor eventuele verliezen als ze zich vanwege bedreigingen van hun veiligheid uit de Indische Oceaan moeten terugtrekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk. − (SK) In 1987 hebben de Europese Unie en de Seychellen een bilaterale visserijovereenkomst gesloten. Sinds 2006 is een partnerschapsovereenkomst voor de visserijsector van kracht. De economie van de Seychellen is voornamelijk gebaseerd op toerisme en visserij. De visserijindustrie, die voornamelijk draait om conserven, genereert 15 procent van het BBP en biedt werk aan 17 procent van de plaatselijke beroepsbevolking. Overeenkomstig het desbetreffende mandaat van de Raad heeft de Commissie namens de Europese Unie met de Republiek der Seychellen onderhandeld met het oog op de verlenging van het protocol bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek der Seychellen. Deze overeenkomst levert de EU en de Seychellen wederzijds voordeel op en heeft het mogelijk gemaakt 2 900 banen te scheppen op de Seychellen en 760 afgeleide banen in Europa in bedrijfstakken die verband houden met de sector. In het kader van de overeenkomst is verbetering bereikt door middel van een sectorieel meerjarenprogramma tot bevordering van verantwoorde en duurzame visserij in de wateren van de Seychellen. Aan het protocol is tevens een schorsingsclausule toegevoegd die voorziet in de mogelijkheid de overeenkomst op te schorten als een van beide partijen vaststelt dat de mensenrechten worden geschonden De overeenkomst levert een belangrijke bijdrage tot de stabilisering van de Europese markt, de ontwikkeling van een duurzaam visserijbeleid en de verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de visserijzone van de Seychellen. Daarom is het raadzaam het voorstel voor een nieuw protocol bij de samenwerkingsovereenkomst in de visserijsector tussen de EU en de Seychellen goed te keuren.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. (LT) Ik heb dit verslag gesteund, omdat daarin wordt voorgesteld het protocol, dat op 27 januari 2011 is verstreken, te vernieuwen. Een ex-post beoordeling van de overeenkomst toont aan dat ze relevant is, omdat ze de aanwezigheid van EU-vloten in de regio helpt te behouden en tegelijkertijd bijdraagt aan het scheppen van lokale arbeidsplaatsen. De tenuitvoerlegging van het protocol is doeltreffend gebleken, omdat de Seychellen zijn voorzien van middelen om een verantwoorde visserijindustrie te ontwikkelen. De goede resultaten van vissen met de zegen hebben het mogelijk gemaakt dat de overeenkomst er op doeltreffende wijze voor zorgt dat de vastgestelde vangstmogelijkheden in economisch opzicht rendabel blijven. Vissen met de zegen is geen bedreiging voor de biologische duurzaamheid van de bestanden waarop wordt gevist. De overeenkomst levert een aanzienlijke bijdrage aan de stabilisatie van de Europese markt voor tonijn in blik. De ontwikkeling van de visserijsector op de Seychellen is in grote mate afhankelijk van deze overeenkomst. Dankzij de tenuitvoerlegging van de sectorale steun van de financiële bijdrage hebben de Seychellen de capaciteit van het bestandenbeheer en de visserijmonitoring vergroot. Het nieuwe protocol is ook in overeenstemming met de doelen van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij, die is gericht op het versterken van de samenwerking tussen de twee partijen en het bevorderen van een partnerschapskader waarin een duurzaam visserijbeleid en een verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de visserijzone van de Seychellen moeten worden ontwikkeld. In het licht hiervan ben ik van mening dat het voorgestelde nieuwe protocol voor de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Seychellen de belangen van beide partijen dient.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Met de stemming van vandaag hebben wij onze goedkeuring gegeven aan het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek der Seychellen. De eerste bilaterale visserijovereenkomst tussen de Europese Unie en de Seychellen werd in 1987 gesloten en de Partnerschapsovereenkomst is sinds 2006 van kracht. Zoals bekend, is de economie van de Seychellen voornamelijk gebaseerd op toerisme en visserij. De visserijindustrie genereert namelijk 15 procent van het BBP en biedt werk aan 17 procent van de plaatselijke beroepsbevolking. Ik denk dat uit de onderhandelingen die de Commissie heeft gevoerd en die de verlenging van de Partnerschapsovereenkomst mogelijk hebben gemaakt, een document is voortgekomen dat wederzijds voordeel oplevert en waarmee de samenwerking tussen de Europese Unie en de Seychellen kan worden uitgebreid en een partnerschapskader kan worden bevorderd dat de ontwikkeling van een duurzaam visserijbeleid op de Seychellen en de verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de visserijzone van de Seychellen mogelijk maakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. − (IT) De nieuwe visserijovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek der Seychellen zal drie jaar geldig zijn en schept gunstige voorwaarden voor het creëren van werkgelegenheid, duurzame exploitatie van de visbestanden en verantwoorde visserij in de visserijzone van de Seychellen, zonder de verschillende vloten die in die wateren actief zijn te discrimineren. De overeenkomst zal tegelijkertijd een beleidsdialoog over de vereiste hervormingen stimuleren, teneinde de samenwerking tussen beide partijen te versterken door een partnerschapskader te bevorderen dat de ontwikkeling van een duurzaam visserijbeleid en de verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de visserijzone van de Seychellen mogelijk maakt.

Partnerschapsovereenkomsten inzake visserij mogen echter niet enkel een juridisch middel zijn om Europese vaartuigen toegang te verlenen tot de visbestanden van derde landen. Zij moeten ook een instrument zijn om een duurzame exploitatie van de visbestanden te bevorderen. Wij vinden het van essentieel belang om de transparantie van de procedures om de totale vangsten vast te stellen, te verbeteren, en ervoor te zorgen dat er geen twijfel bestaat over de eerlijkheid van het hele mechanisme in het licht van het probleem van de corruptie, door de aansprakelijkheid van de plaatselijke overheid te versterken. Er moet regelmatig verslag worden uitgebracht aan de Europese Unie over de uitvoering van de overeenkomst teneinde de controle, transparantie en coherentie van het ontwikkelingsbeleid te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (EN) De werkzaamheden van Europese vaartuigen vinden plaats in het kader van een protocol voor de periode 18 januari 2005 tot 17 januari 2011. De Seychellen beschikken met een landoppervlak van 453 km² over een exclusieve economische zone van 1 374 000 km². Dit uit 115 eilanden bestaande land heeft een bevolking van naar schatting 80 000 inwoners, van wie 88 procent woont op het eiland Mahé, met als hoofdstad Victoria, waar de grootste haven van het land gelegen is. De economie van de Seychellen is voornamelijk gebaseerd op toerisme en visserij. De visserijindustrie, die voornamelijk draait om conserven, genereert 15 procent van het BBP en biedt werk aan 17 procent van de plaatselijke beroepsbevolking. Uit de beoordeling achteraf van deze overeenkomst blijkt dat deze relevant is daar hij het mogelijk maakt de aanwezigheid van vloten van de EU in de regio te bevestigen en het tegelijkertijd mogelijk te maken er werkgelegenheid te scheppen. De toepassing van het protocol is doelmatig gebleken doordat het de Seychellen de middelen heeft verschaft om een verantwoordelijke visserij tot stand te brengen. De overeenkomst levert een belangrijke bijdrage tot de stabilisering van de Europese markt van tonijnconserven. Het nieuwe protocol blijft van kracht van 2011 tot 2014 en is in overeenstemming met de doelstellingen van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij die erop gericht is de samenwerking tussen beide partijen uit te breiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Rolandas Paksas (EFD), schriftelijk. (LT) De Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Seychellen is in het belang van beide partijen. Bovenal verleent ze EU-schepen toegang tot de wateren van de Seychellen om daar te vissen. Deze vaartuigen creëren veel nieuwe banen voor de zeelieden van de Seychellen. De overeenkomst versterkt de samenwerking en bevordert een partnerschapskader en de wetenschappelijke samenwerking op het gebied van verantwoorde en duurzame visserij. Bovendien profiteert de visserijsector van de Seychellen van gunstige ontwikkelingsvoorwaarden door de betrokkenheid bij verantwoord vissen, de doeltreffende strijd tegen illegale, onvermelde en ongereguleerde visserij en door volledig gebruik te maken van zijn systeem van scheepsmonitoring. We moeten beseffen dat de bepalingen van de vernieuwde overeenkomst een positieve invloed zullen hebben op de Europese markt voor tonijn in blik en die markt ongetwijfeld zullen stabiliseren. De overeenkomst bevordert het nemen van conserveringsmaatregelen op open zee en schept voorwaarden om schepen tegen te houden die illegaal vissen. Ik verwelkom het feit dat het mogelijk was een compromis te bereiken tussen de twee partijen en dat het protocol inzake de vernieuwing van de overeenkomst een opschortingsclausule bevat met betrekking tot schendingen van mensenrechten en niet-naleving van de beginselen van de Internationale Arbeidsorganisatie. Er moet aandacht worden besteed aan het feit dat piraterij nog steeds een groot gevaar is voor de veiligheid van schepen in de Indische Oceaan. Daarom moeten beide partijen de nodige maatregelen nemen en actie ondernemen om deze omvangrijke illegale activiteit te stoppen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Het aan de visserijovereenkomst tussen de Europese Unie en de Seychellen gehechte protocol is op 17 januari jongstleden verstreken. Om ervoor te zorgen dat de visserijactiviteiten van Europese schepen in de visserijzone van de Seychellen in de Indische Oceaan, door kunnen blijven gaan, heeft de Europese Unie onderhandelingen gevoerd met het oog op de verlenging van het protocol bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij. Ik heb dus gestemd vóór de aanbevelingen aan de Raad voor het sluiten van een nieuwe partnerschapsovereenkomst met de Seychellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Overeenkomstig het desbetreffende mandaat van de Raad heeft de Commissie namens de Europese Unie met de Republiek der Seychellen onderhandeld met het oog op de verlenging van het protocol bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek der Seychellen. Op basis van deze onderhandelingen is op 3 juni 2010 een nieuw protocol geparafeerd, dat bij briefwisseling van 29 oktober 2010 is gewijzigd. Het beslaat een periode van drie jaar vanaf de aanneming van het besluit van de Raad inzake de ondertekening en voorlopige tenuitvoerlegging van het protocol en na het verstrijken van het huidige protocol op 17 januari 2011.

De overeenkomst is gunstig voor zowel de EU als de Seychellen. Ze levert een belangrijke bijdrage tot de stabilisering van de Europese markt van tonijnconserven: door de toekenning van visvergunningen aan tonijnvissers kunnen er in Europa 760 nieuwe banen worden geschapen. Voor de Seychellen geldt dat ze dankzij de tenuitvoerlegging van de sectoriële steun van de financiële tegenprestatie hun vermogen om de bestanden te beheren en toezicht te houden op de visserij kunnen uitbreiden.

Ik geloof dat dit document de belangen van beide partijen dient, reden waarom ik goedkeuring ervan aanbeveel.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) Het sluiten van een nieuw protocol bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Seychellen is belangrijk voor de economie en de ontwikkeling van de Europese visserijvloot. Het nieuwe protocol is in overeenstemming met de doelstellingen van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij, die erop gericht zijn de samenwerking tussen de EU en de Seychellen uit te breiden en een partnerschapskader te bevorderen dat de ontwikkeling van een duurzaam visserijbeleid en de verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de visserijzone van de Seychellen mogelijk maakt, in het belang van beide partijen. Het nieuwe protocol voorziet in een financiële tegenprestatie gedurende een periode van drie jaar en in jaarlijkse machtigingen om in de wateren van de Seychellen te vissen voor 48 vaartuigen voor de zegenvisserij en 12 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug. Deze mogelijkheden kunnen worden uitgebreid. Het nieuwe protocol geldt voor een periode van drie jaar vanaf de goedkeuring van het besluit van de Raad betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van dat protocol, en na afloop van het geldende protocol op 17 januari 2011. Om die redenen en opdat de samenwerking tussen de EU en de Seychellen wordt uitgebreid met het oog op ontwikkeling, verantwoorde exploitatie en duurzame visvangst, stem ik vóór.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb tegengestemd. Overeenkomstig het desbetreffende mandaat van de Raad heeft de Commissie namens de Europese Unie met de Republiek der Seychellen onderhandeld met het oog op de verlenging van het protocol bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Republiek der Seychellen. Op basis van deze onderhandelingen is op 3 juni 2010 een nieuw protocol geparafeerd, dat bij briefwisseling van 29 oktober 2010 is gewijzigd. Het beslaat een periode van drie jaar vanaf de aanneming van het besluit van de Raad inzake de ondertekening en voorlopige tenuitvoerlegging van het protocol en na het verstrijken van het huidige protocol op 17 januari 2011. Het nieuwe protocol is voorlopig van toepassing sinds 17 januari 2011 teneinde de werkzaamheden van Europese vaartuigen niet te onderbreken. Onze fractie is echter van mening dat dergelijke overeenkomsten schadelijk zijn voor de visbestanden en voor de opbouw van een sociale structuur in derde landen, waardoor ze te afhankelijk worden van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Licia Ronzulli (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik vind dat deze Partnerschapsovereenkomst de visserijsectoren van de EU en de Seychellen wederzijds voordeel oplevert. De voorgaande overeenkomst heeft al talloze banen opgeleverd, niet alleen voor de inwoners van de Seychellen maar ook in Europa, in bedrijfstakken die verband houden met de sector. In deze overeenkomst is tevens voorzien in specifieke schorsingsclausules die kunnen worden aangewend als een van beide partijen vaststelt dat de mensenrechten worden geschonden. Maar er is nog genoeg te doen, vooral wat betreft de piraterij in de Indische Oceaan, waarvan met name de tonijnvisserij steeds meer hinder ondervindt. Maar door de keuze die we vandaag gemaakt hebben, wordt de samenwerking tussen beide partijen uitgebreid en wordt een partnerschapskader bevorderd dat het mogelijk maakt duurzame visserij te ontwikkelen en de visbestanden van de Seychellen weloverwogen te exploiteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Michèle Striffler (PPE), schriftelijk. – (FR) Als rapporteur voor advies van de Commissie visserij heb ik ingestemd met het verslag-Cadec, waarin mijn conclusies zijn opgenomen. Partnerschapsovereenkomsten inzake visserij moeten niet enkel een juridisch middel zijn om Europese vaartuigen toegang te verlenen tot de visbestanden van derde landen. Zij moeten ook een instrument zijn om een duurzame exploitatie van de visbestanden te bevorderen. De financiële tegenprestatie van de Europese belastingbetaler moet uitsluitend bestemd zijn voor ontwikkelingsdoelstellingen. Zij moet dus worden besteed ten gunste van de vissersgemeenschappen, om hun levensomstandigheden te verbeteren, in opleidingsprogramma's te voorzien, de veiligheid op zee te garanderen en nieuwe banen ter plaatse te scheppen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Leszek Wałęsa (PPE), schriftelijk. (PL) Ik heb voor de overeenkomst gestemd omdat ze voordelig is voor de visserijsector van beide partijen. De activiteiten van de Seychelles Fishing Authority, die beschikt over een doelmatig systeem voor de controle van schepen, zijn van groot belang voor die samenwerking. Dit is bijzonder belangrijk met het oog op illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij, waarmee de autoriteiten van deze regio te kampen hebben. De overeenkomst regelt vele kwesties, onder andere het feit van aanwezigheid van waarnemers tijdens het vissen. Europese vaartuigen die gemachtigd zijn tot vissen in de wateren van de Seychellen, nemen door de instanties van de Seychellen aangewezen waarnemers aan boord. Elk vaartuig voor de tonijnvisserij neemt tijdens de visserij ten minste twee zeelieden van de Seychellen aan boord die in overleg met de reder worden geselecteerd uit de door de bevoegde autoriteit van de Seychellen vastgelegde lijst.

Er worden niet alleen strikt pragmatische aspecten vastgelegd, maar ook een sectorieel meerjarenprogramma, dat samenwerking vooropstelt in het kader van verantwoorde en duurzame visserij en gemeenschappelijk wetenschappelijk onderzoek. Het belangrijkste gevolg van deze overeenkomst is dat er 230 banen aan boord van een schip worden geschapen voor inwoners van de Seychellen, 2 900 banen op de Seychellen en 760 afgeleide banen in Europa in bedrijfstakken die verband houden met deze sector, wat ongetwijfeld zal bijdragen tot een economische opleving in de sector.

 
  
  

Aanbeveling: Luis Manuel Capoulas Santos (A7-0194/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor dit verslag gestemd. De huidige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en São Tomé is sinds 2006 van kracht, maar de looptijd van het protocol bij die overeenkomst is op 31 mei 2011 verstreken. Het is dus logisch dat er een nieuw protocol met São Tomé moet komen. Dat is op 15 juni 2010 geparafeerd en geldt voor de periode 2011-2014; het moet nu nog door het Europees Parlement goedgekeurd worden

In het protocol is een communautaire bijdrage van 682 500 euro voor São Tomé vastgelegd, waarvan 227 500 bestemd is voor steun aan het sectorieel visserijbeleid van São Tomé en Príncipe, wat mij een toereikende som lijkt. Ik ben verder ingenomen met het feit dat dit protocol een opschortingsclausule bevat in geval van schendingen van de mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE), schriftelijk. – (ES) Ik heb voor deze overeenkomst gestemd omdat deze voldoet aan de doelstelling om de activiteiten van de visserijvloot van de Europese Unie te handhaven in samenwerking met derde landen, met als doel om de duurzame visserij te stimuleren en waarbij het milieu gerespecteerd wordt, evenals sociale en economische aspecten. São Tomé zal jaarlijks 682 500 euro ontvangen waarvan 227 500 bestemd is om het sectorale visserijbeleid te ondersteunen. Door deze overeenkomst zullen 28 tonijnvissers met vaartuigen voor de zegenvisserij en 12 schepen voor de visserij met de drijvende beug toestemming krijgen om te vissen. Ik wil benadrukken dat niet alle mogelijkheden van de vorige overeenkomst benut werden en dat in dit nieuwe protocol de vismogelijkheden voor de beugvissers zijn beperkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) Ik stem vóór deze ontwerpwetgevingsresolutie van het Parlement over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Democratische Republiek São Tomé en Príncipe. Het ontwerpbesluit is erop gericht de rol van de EU in de tonijnvisserij in de Atlantische Oceaan te versterken door middel van juridische regelgeving voor de visserijactiviteiten van de EU-vloot. Rekening houdend met het belang van de tonijnindustrie voor de EU en Italië, is het van het grootste belang om het operationele kader van de EU-vloot in de Golf van Guinee te versterken. Op basis van deze overwegingen, heb ik besloten vóór deze ontwerpwetgevingsresolutie te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb vóór het verslag van de heer Capoulas Santos gestemd. Het sluiten van partnerschapsovereenkomsten inzake visserij heeft namelijk tot doel de visserijactiviteiten van de EU-vloot in stand te houden en te beschermen. In het bijzonder kan het verlengen van deze Partnerschapsovereenkomst bijdragen aan de levensvatbaarheid van de EU-sector van de tonijnvisserij in de Atlantische Oceaan, door een stabiel juridisch kader te definiëren. In deze overeenkomst, die gesteund moet worden, is de bepaling opgenomen dat de communautaire schepen, waarvan er veertig actief zullen zijn in deze geografische regio, ten minste 20 procent van hun bemanningsleden zullen moeten aantrekken uit São Tomé en Príncipe of een ander ACS-land (een land in Afrika, het Caribisch gebied of de Stille Oceaan). De overeenkomst maakt tevens de aanwezigheid aan boord mogelijk van een door het ministerie van Visserij van São Tomé en Príncipe benoemde waarnemer. Deze Partnerschapsovereenkomst maakt het dus mogelijk samen te werken met de lokale autoriteiten, waardoor belangrijke arbeidsplaatsen worden gecreëerd, en stelt de EU in staat aanwezig te zijn in gebieden die anders voor haar gesloten zouden blijven, zodat zij duurzame visserij tot stand kan brengen en de mogelijkheid heeft de aanwezigheid en omvang van de betreffende visbestanden te monitoren.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk.(PT) Ik ben tevreden over deze vernieuwing van het protocol bij de partnerschapsovereenkomst tussen de EU en São Tomé en Príncipe, aangezien die overeenkomst zowel voor de visserijbelangen van de EU als die van São Tomé gunstig is. De visserijovereenkomst met São Tomé en Príncipe kan bijdragen tot de levensvatbaarheid van de EU-sector van de tonijnvisserij in de Atlantische Oceaan, en vaartuigen en visserijsectoren van de Europese Unie die van dat protocol afhankelijk zijn een stabiel juridisch kader op middellange termijn bieden. Ze zal verder bijdragen tot de handhaving van de continuïteit van de visserijzones die worden bestreken door overeenkomsten in de Golf van Guinee.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek, Marit Paulsen, Olle Schmidt en Cecilia Wikström (ALDE), schriftelijk. − (SV) Wij stemden tegen deze visserijovereenkomsten omdat er geen plafond is voor de vangstquota en omdat uit studies blijkt dat de visbestanden in de wereldzeeën afnemen. In een aantal van de betrokken landen heerst wijdverbreide corruptie, met als gevolg dat het geld van de overeenkomsten niet ten goede komt aan de lokale bevolking. Bovendien wordt de naleving van de overeenkomsten vaak niet gecontroleerd.

De onderhandelingspositie van de Commissie was gebaseerd op, onder andere, de resultaten van een ex-postevaluatie van de huidige protocollen door externe deskundigen. Die evaluaties werden door de Commissie als geheim bestempeld en wij vinden dat ze zo snel mogelijk ter beschikking van het Europees Parlement moeten worden gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb mijn stem uitgebracht vóór dit verslag over de vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Democratische Republiek São Tomé en Príncipe, omdat het de mogelijkheid biedt het nieuwe protocol voorlopig toe te passen, zodat de activiteiten van Europese schepen niet hoeven te worden onderbroken. Ik vind het een goede zaak dat in het protocol een opschortingsclausule is opgenomen die in geval van mensenrechtenschendingen kan worden geactiveerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Dit ontwerpbesluit van de Raad betreft de sluiting van een nieuw protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Democratische Republiek São Tomé en Príncipe. Het nieuwe protocol wordt gezien als gunstig voor beide partijen. Het kan in de eerste plaats bijdragen tot de stabiliteit van de tonijnsector in Europa. Ik hoop dat de inwoners van São Tomé, een land dat historische banden met Portugal heeft en waar ook Portugees gesproken wordt, zichtbaar baat zullen ondervinden bij de juiste toepassing van deze partnerschapsovereenkomst, zodat ze hun activiteiten kunnen diversifiëren om vooruitgang en ontwikkeling te realiseren. Ik hoop verder dat de gemengde commissie vaker bijeen zal komen, om beide partijen in de gelegenheid te stellen de toepassing van de overeenkomst te volgen. Tot slot wil ik de rapporteur bedanken voor zijn werk.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) Het verslag van onze collega Capoulas dos Santos behelst een aanbeveling voor een ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van een protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Democratische Republiek São Tomé en Príncipe. De Europese Raad heeft op 23 juli 2007 zijn goedkeuring gehecht aan de Verordening (EG) nr. 894/2007 betreffende de sluiting van een Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Democratische Republiek São Tomé en Príncipe en de Europese Gemeenschap. Die overeenkomst bevatte een protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie, waarvan de looptijd op 31 mei 2010 is verstreken. De Europese Commissie heeft onderkend dat hernieuwing van dit protocol van groot belang was en heeft vervolgens in opdracht van de Raad onderhandeld over een nieuw protocol, dat op 15 juli 2010 is geparafeerd en dat nu, overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de EU, door het Europees Parlement goedgekeurd moet worden. Ik geloof dat dit protocol de belangen van beide partijen dient en dat het een verantwoordelijke en duurzame visserij bevordert. Ik heb daarom vóór dit voorstel voor een aanbeveling gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Dit visserijprotocol garandeert diverse vloten van de lidstaten vangstmogelijkheden rond de eilanden São Tomé en Príncipe, en wel tot 12 mei 2014. Portugal krijgt op basis van deze overeenkomst een vismachtiging voor drie vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug. Dat is minder dan bij de vorige overeenkomst.

De visserijsector maakt thans een crisis door. Wij vinden het daarom belangrijk dat de visrechten ten laste van de scheepseigenaren niet zijn gewijzigd in vergelijking met de vorige overeenkomst: 35 euro per ton (en dat terwijl de referentievangsten vrij sterk zijn gestegen: met 25 ton voor de tonijnvisserij met de zegen en 10 ton voor vaartuigen met drijvende beug). Een tijdens de loopduur van de vorige overeenkomst uitgevoerde evaluatie heeft echter uitgewezen dat de gemiddelde jaarlijkse vangsten (uitgedrukt in tonnen) lager uitvielen dan het referentietonnage. Volgens deze evaluatie (die de tendens van de afgelopen jaren aangeeft) is het referentietonnage afgenomen. Verder is vastgesteld dat de vangsten van de vaartuigen met drijvende beug achterbleven bij de vangstmogelijkheden, wat geleid heeft tot een verlaging van die mogelijkheden in dit verslag. Net als in andere gevallen blijven er ook hier twijfels bestaan met betrekking tot de doeltreffendheid van de doelstellingen op het gebied van samenwerking en ontwikkeling …

(Verklaring ingekort overeenkomstig artikel 170, lid 1, van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Dit visserijprotocol garandeert diverse vloten van de lidstaten vangstmogelijkheden rond de eilanden São Tomé en Príncipe, en wel tot 12 mei 2014. Portugal krijgt op basis van deze overeenkomst een vismachtiging voor drie vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug. Dat is minder dan bij de vorige overeenkomst.

Wij vinden het een goede zaak dat de te betalen visrechten ten laste van de scheepseigenaren niet zijn gewijzigd in vergelijking met de vorige overeenkomst: ze blijven liggen op 35 euro per ton (terwijl de referentievangsten vrij sterk zijn gestegen). Een tijdens de loopduur van de vorige overeenkomst uitgevoerde evaluatie heeft overigens uitgewezen dat de gemiddelde jaarlijkse vangsten (uitgedrukt in tonnen) lager uitvielen dan het referentietonnage. Volgens deze evaluatie (die de tendens van de afgelopen jaren aangeeft) is het referentietonnage afgenomen. Verder is vastgesteld dat de vangsten van de vaartuigen met drijvende beug achterbleven bij de vangstmogelijkheden, wat geleid heeft tot een verlaging van die mogelijkheden in dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk. – (SK) De onderhandelingen over en de sluiting van partnerschapsovereenkomsten inzake de visserij sluiten aan bij de algemene doelstelling om de visserijactiviteiten van de vloot van de Europese Unie (EU), inclusief de verre vloot, in stand te houden en te beschermen en de betrekkingen in het kader van partnerschap en samenwerking te ontwikkelen om de duurzame exploitatie van de visbestanden buiten de EU-wateren te stimuleren, rekening houdend met ecologische, sociale en economische aspecten. Met dat doel voor ogen heeft de Europese Raad in juli 2007 zijn goedkeuring gehecht aan een verordening betreffende de sluiting van een Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Democratische Republiek São Tomé en Príncipe en de Europese Gemeenschap (EG). De visserijovereenkomst met São Tomé en Príncipe speelt niet alleen in op de behoeften van de Europese vloot maar kan ook bijdragen tot de levensvatbaarheid van de EU-sector van de tonijnvisserij in de Atlantische Oceaan. De visserij van São Tomé en Príncipe is geconcentreerd in de kustwateren en rond de 15 procent van de bevolking is voor haar bestaan afhankelijk van de visserij. Het voorstel dient in grote lijnen het belang van beide partijen en het is dan ook goed om het aan te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. (LT) In de ex ante evaluatie wordt geconcludeerd dat, voor zover het overeenkomt met de criteria van de Europese vloot, de visserijovereenkomst met São Tomé en Príncipe de aanwezigheid van de tonijnschepen van de Europese Unie in de Atlantische Oceaan kan vergroten door de schepen en de communautaire regio’s die ervan afhankelijk zijn op de middellange termijn een stabiel kader te bieden en bij te dragen aan de continuïteit in de visserijzones van de Golf van Guinee. Volgens de ex post evaluatie is er aanzienlijke vooruitgang geboekt met betrekking tot de monitoring van en het toezicht op de visserij (de eerste stappen zijn gemaakt in de richting van een satellietsysteem voor de monitoring van schepen met een nieuwe rechtsgrondslag voor het opzetten van een databank voor schepen). Er is nu een grotere deelname en zichtbaarheid van São Tomé en Príncipe in regionale en subregionale organen, zoals de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (ICCAT) en het Regionaal Comité voor de visserij in de Golf van Guinee (COREP). In de evaluatie staat ook dat 50 procent van de financiële bijdrage van de Europese Unie is toegewezen aan de administratieve begroting van de visserijsector van het land. Dat is in overeenstemming met de afspraak die de nationale autoriteiten krachtens het oude protocol hebben gemaakt. Ik heb dit verslag gesteund, omdat duidelijk uit de geleverde evaluaties blijkt dat dit voorstel in overeenstemming is met de fundamentele belangen van beide partijen.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. (IT) De nieuwe visserijovereenkomst tussen de Europese Unie en de Democratische Republiek São Tomé en Príncipe zal drie jaar geldig zijn en zal de duurzame exploitatie van de visbestanden buiten de EU-wateren stimuleren, rekening houdend met ecologische, sociale en economische aspecten.

Wij staan achter het feit dat het nieuwe protocol opnieuw een exclusiviteitsclausule bevat, alsmede een betere aanduiding van de inhoud van de clausules inzake opschorting en herziening van de betaling van de financiële tegenprestatie en van de opschorting van de toepassing van het protocol in bepaalde omstandigheden.

Daarom zijn wij van mening dat de Commissie het Parlement de conclusies moet doen toekomen van de vergaderingen en de werkzaamheden van de gemengde commissie, het sectorale programma voor de visserij waarvan sprake is in het protocol en de resultaten van de respectievelijke jaarlijkse evaluaties. Ook moet zij het Parlement en de Raad vóór het openen van de onderhandelingen met het oog op de verlenging van de overeenkomst, een volledig verslag over de uitvoering ervan voorleggen, en de deelneming van vertegenwoordigers van het Parlement als waarnemers op de bijeenkomsten van de gemengde commissie vergemakkelijken. Ten slotte dienen de Commissie en de Raad het Parlement binnen de grenzen van hun bevoegdheden te informeren over alle fasen van de procedures betreffende het protocol en de eventuele verlenging ervan.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. − (EN) De onderhandelingen over en de sluiting van partnerschapsovereenkomsten met derde landen inzake de visserij sluiten aan bij de algemene doelstelling om de visserijactiviteiten van de vloot van de Europese Unie (EU), inclusief de verre vloot, in stand te houden en te beschermen en de betrekkingen in het kader van partnerschap en samenwerking te ontwikkelen om de duurzame exploitatie van de visbestanden buiten de EU-wateren te stimuleren, rekening houdend met ecologische, sociale en economische aspecten. Met dat doel voor ogen heeft de Europese Raad op 23 juli 2007 zijn goedkeuring gehecht aan de Verordening (EG) nr. 894/2007 betreffende de sluiting van een Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Democratische Republiek São Tomé en Príncipe en de Europese Gemeenschap (EG). Deze overeenkomst, die geldt voor perioden van vier jaar die stilzwijgend worden verlengd, tenzij een van de partijen de overeenkomst opzegt, komt in de plaats van de eerste, nu afgelopen visserijovereenkomst, die in 1984 tussen de EG en São Tomé en Príncipe is gesloten. Het nieuwe protocol is op 13 mei 2011 ondertekend en dezelfde dag nog heeft de Raad het verzoek om goedkeuring toegezonden aan het Parlement. Ik ben het volledig eens met de rapporteur.

 
  
MPphoto
 
 

  Rolandas Paksas (EFD), schriftelijk. - (LT) Het nieuwe protocol heeft ongetwijfeld voor beide partijen voordelen, doordat het het partnerschap en de samenwerking in de visserijsector versterkt, zodat er door schepen verantwoord en duurzaam zal worden gevist. Bovenal zal het zorgen voor meer vangstmogelijkheden. Vaartuigen van de EU zullen de mogelijkheid blijven behouden om te vissen in de visserijzones van de Golf van Guinee. Dit zal een positief effect hebben op de levensvatbaarheid en het concurrentievermogen van de EU-tonijnvloot in de Atlantische Oceaan. Daarnaast is het zeer belangrijk ervoor te zorgen dat visserijactiviteiten voldoen aan dezelfde duurzaamheidscriteria als visserijactiviteiten in EU-wateren. Opgemerkt moet worden dat de Democratische Republiek São Tome en Príncipe een van de minst ontwikkelde landen is en een hoge schuldenlast heeft. Uit hoofde van de bepalingen van de overeenkomst zal meer financiële steun worden toegekend aan het sectorale visserijbeleid van dit land, wat de ontwikkeling van deze sector zal vergemakkelijken. Gelet op de bijzonder moeilijke positie van het land kunnen we dankzij deze overeenkomst althans een minimale bijdrage leveren aan het economisch welzijn van het land en bijdragen aan het scheppen van nieuwe banen, aan ecologische en sociale duurzaamheid en aan het behoud en herstel van de visstand.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Het protocol betreffende de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en São Tomé en Príncipe is op 31 mei 2010 verstreken. Op 13 mei 2011 is het nieuwe protocol ondertekend en dezelfde dag nog heeft de Raad het verzoek om goedkeuring toegezonden aan het Parlement. Partnerschapovereenkomsten inzake visserij hebben tot doel de visserijactiviteiten van de EU-vloot in stand te houden en te beschermen en de betrekkingen met derde landen te ontwikkelen om de duurzame exploitatie van de visbestanden buiten de EU-wateren te stimuleren. Ik heb gestemd vóór de aanbeveling aan de Raad waarmee het Parlement zijn goedkeuring hecht aan de sluiting van de betreffende overeenkomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) De onderhandelingen over en de sluiting van partnerschapsovereenkomsten met derde landen inzake de visserij sluiten aan bij de algemene doelstelling om de visserijactiviteiten van de vloot van de Europese Unie (EU), inclusief de verre vloot, in stand te houden en te beschermen. Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de externe aspecten van het gemeenschappelijk visserijbeleid is de ondertekening van dit document dan ook van fundamentele betekenis.

Deze overeenkomst dient de belangen van beide partijen. Het Europees Parlement wijst in deze aanbeveling wel op een aantal aspecten van de interinstitutionele communicatie die beter kunnen. Van belang is vooral dat de Europese Commissie de conclusies van de vergaderingen en de werkzaamheden van de gemengde commissie die is voorzien in de overeenkomst, het sectorale programma voor de visserij waarvan sprake is in het protocol en de resultaten van de respectievelijke jaarlijkse evaluaties aan het Parlement doet toekomen.

Het Parlement zou ook graag een volledig verslag over de toepassing van de overeenkomst ontvangen. Het wil verder bij eventuele heronderhandelingen over deze overeenkomst op de hoogte worden gehouden, zodat de afgevaardigden op tijd een positieve bijdrage aan de onderhandelingen kunnen leveren.

Deze aanbeveling kan op mijn steun rekenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) Deze aanbeveling heeft betrekking op het sluiten van een nieuw protocol bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de EU en São Tomé en Príncipe. Het hoofddoel daarvan is het bepalen van de vangstmogelijkheden, die op basis van het beschikbare surplus geboden worden aan de vaartuigen van de EU, en van de financiële tegenprestatie, die bestaat uit een bedrag voor het recht op toegang en een bedrag ter ondersteuning van het sectorale visserijbeleid. 28 vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen en 12 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug zullen een vismachtiging krijgen. De vangstmogelijkheden kunnen naar boven of naar beneden worden bijgesteld naar aanleiding van de jaarlijkse evaluatie van de toestand van de visbestanden, hetgeen tot een overeenkomstige herziening van de financiële tegenprestatie leidt. De jaarlijkse financiële tegenprestatie bedraagt 682 500 euro. Indien de vaartuigen van de EU in totaal meer dan 7 000 ton per jaar vangen, wordt het totale bedrag van de jaarlijkse financiële tegenprestatie met 65 euro per extra ton verhoogd. De overeenkomst is drie jaar geldig. Om bovenstaande redenen en opdat er een bijdrage kan worden geleverd aan de levensvatbaarheid van de EU-sector van de tonijnvisserij, heb ik vóór deze aanbeveling gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) De onderhandelingen over en de sluiting van partnerschapsovereenkomsten met derde landen inzake de visserij sluiten aan bij de algemene doelstelling om de visserijactiviteiten van de vloot van de Europese Unie (EU), inclusief de verre vloot, in stand te houden en te beschermen en de betrekkingen in het kader van partnerschap en samenwerking te ontwikkelen om de duurzame exploitatie van de visbestanden buiten de EU-wateren te stimuleren, rekening houdend met ecologische, sociale en economische aspecten. Met dat doel voor ogen heeft de Europese Raad op 23 juli 2007 zijn goedkeuring gehecht aan de Verordening (EG) nr. 894/2007 betreffende de sluiting van een Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Democratische Republiek São Tomé en Príncipe en de Europese Gemeenschap (EG). Deze overeenkomst, die geldt voor perioden van vier jaar die stilzwijgend worden verlengd, tenzij een van de partijen de overeenkomst opzegt, komt in de plaats van de eerste, nu afgelopen visserijovereenkomst, die in 1984 tussen de EG en São Tomé en Príncipe is gesloten. Onze fractie is echter altijd tegen die procedure geweest, zowel vanwege de vorm als vanwege de inhoud.

 
  
MPphoto
 
 

  Licia Ronzulli (PPE), schriftelijk. − (IT) Ik heb vóór deze aanbeveling gestemd, omdat ik vind dat het voorstel in grote lijnen het belang van beide partijen dient. Deze Partnerschapsovereenkomst kan namelijk bijdragen tot de levensvatbaarheid van de EU-sector van de tonijnvisserij in de Atlantische Oceaan, en tevens de vaartuigen en visserijsectoren van de Europese Unie die van deze overeenkomst afhankelijk zijn, een stabiel juridisch kader op middellange termijn bieden en bijdragen tot de handhaving van de continuïteit van de visserijzones die worden bestreken door alle overeenkomsten in de Golf van Guinee. Het is echter wenselijk dat de gemengde commissie in de toekomst vaker bijeen zal komen en dat vertegenwoordigers van het Parlement als waarnemers worden toegelaten tot de bijeenkomsten van de gemengde commissie.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. – (PT) De onderhandelingen over en de sluiting van partnerschapsovereenkomsten met derde landen inzake de visserij sluiten aan bij de algemene doelstelling om de visserijactiviteiten van de vloot van de Europese Unie (EU), inclusief de verre vloot, in stand te houden en te beschermen. Ik heb voor de aanneming van het protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en de Democratische Republiek São Tomé en Príncipe gestemd, omdat het protocol gericht is op de ontwikkeling van betrekkingen met een derde land in een geest van samenwerking en partnerschap, om de duurzame exploitatie van visbestanden buiten de wateren van de Europese Unie te versterken, maar er tegelijkertijd rekening gehouden wordt met economische, sociale een milieufactoren. Het nieuwe protocol voorziet in een financiële tegenprestatie voor de toegang tot de exclusieve economische zone (EEZ) van São Tomé en Príncipe overeenkomstig vangstmogelijkheden ter waarde van 2 047 500 euro voor een periode van drie jaar. 28 vaartuigen voor de tonijnvisserij met zegen en 12 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug zullen de toelating krijgen om te vissen. Deze vastgelegde vangstmogelijkheden kunnen worden herzien.

 
  
  

Aanbeveling: Vital Moreira (A7-0198/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat ik bijzonder tevreden ben over de bepaling van de overeenkomst die tot doel heeft ervoor te zorgen dat de handel tussen de twee partijen vlot verloopt met een hoge mate van douaneveiligheid, en dat het een reeks bepalingen bevat die garanderen dat de regeling kan meegroeien met het acquis communautaire.

 
  
MPphoto
 
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE), schriftelijk. – (ES) Ik heb voorgestemd omdat deze overeenkomst bedoeld is om te garanderen dat de handel plaatsvindt op een hoog niveau van douaneveiligheid en dat een geheel van normen wordt toegepast dat dicht in de buurt komt van het EU-acquis.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. − (IT) Ik heb gestemd vóór deze maatregel, die erop is gericht de reeds bestaande overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra uit te breiden tot douaneveiligheidsmaatregelen. De behoefte aan deze maatregel is in de loop van de afgelopen jaren steeds groter geworden, aangezien het Vorstendom Andorra inmiddels de rol van knooppunt op zich heeft genomen binnen de illegale handel in producten, met name sigaretten, die vervolgens in de EU-lidstaten in de handel terechtkomen. Het is daarom van essentieel belang dat de EU en het Vorstendom Andorra een samenwerkingskader vaststellen op het gebied van douaneveiligheid. Aangezien het veiligstellen van de grensbewaking altijd al een kernpunt is geweest van de politieke ideologie van Lega Nord, moet ik deze maatregel wel goedkeuren.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor het protocol gestemd waarbij de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Vorstendom Andorra wordt uitgebreid tot douaneveiligheidsmaatregelen, omdat de overeenkomst tot doel heeft ervoor te zorgen dat de handel tussen de twee partijen vlot verloopt met een hoge mate van douaneveiligheid, en dat het een reeks bepalingen bevat die garanderen dat de regeling kan meegroeien met het acquis communautaire.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. – (PT) Het Vorstendom Andorra is historisch verbonden aan de Europese Unie en heeft banden met de Unie op de meest uiteenlopende gebieden. De Douane-unie die in 1990 werd ingesteld, heeft die natuurlijke banden, die reeds erg sterk waren, verder aangehaald. Dit voorstel sluit aan bij de amendementen op het communautair douanewetboek en op de uitvoeringsbepalingen ervan betreffende douaneveiligheidsmaatregelen voor goederen die worden uitgevoerd naar of ingevoerd uit landen die geen lid zijn van de EU. Het voorstel zorgt voor een speciale regeling tussen de EU en Andorra om de handel tussen de twee partijen vlot te laten verlopen en tegelijk een hoog veiligheidsniveau te handhaven. Daartoe moeten beide in hun respectieve douanegebieden eenzelfde veiligheidsniveau handhaven. Ik hoop dat de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en Andorra hun vruchten zullen afwerpen en dat dit voorstel daar aanzienlijk toe zal bijdragen. Tot slot wil ik de rapporteur feliciteren met het werk dat hij geleverd heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Vital Moreira heeft ons een ontwerpaanbeveling voorgelegd over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol waarbij de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Vorstendom Andorra, die afgesloten werd tussen de twee partners op 28 juni 1990, wordt uitgebreid tot douaneveiligheidsmaatregelen. Het is de bedoeling om een nieuwe titel II bis aan de overeenkomst toe te voegen, die van toepassing is op landbouwproducten. Overwegende dat het hier gaat om een bijkomende positieve stap in de al erg uitgebreide betrekkingen tussen de EU en het Vorstendom Andorra in de richting van de mogelijke verdergaande integratie van Andorra in de interne markt, die niet alleen bepalingen omvat om te garanderen dat de overeenkomst in overeenstemming blijft met de ontwikkeling van het betreffende EU-acquis, maar er ook op gericht is om de douaneveiligheid en normale handelsbetrekkingen tussen beide partijen te garanderen, ben ik verheugd over deze aanbeveling, waar ik voor gestemd heb.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Dit protocol heeft tot doel de vastgestelde overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra uit te breiden tot douaneveiligheidsmaatregelen. De overeenkomst tussen de EU en Andorra is reeds van kracht sinds 1990. Er wordt echter nu pas besloten om de overeenkomst, in het kader van de huidige regeling betreffende douaneveiligheidsmaatregelen, ook van toepassing te laten zijn op landbouwproducten.

Op die manier zorgt het voorstel ervoor dat de handel tussen de twee partijen vlot verloopt en dat men tegelijk een hoog veiligheidsniveau kan handhaven. Het voorziet ook in de afschaffing van de verplichting tot voorafgaande aangifte van goederen op voorwaarde dat de EU en Andorra in hun respectieve douanegebieden eenzelfde veiligheidsniveau handhaven, zoals voorzien in het betreffende acquis. Ondanks het feit dat wij voor dit voorstel gestemd hebben, zijn we wel van mening dat de belangen van het verkeer van kapitaal niet bevorderd mogen worden ten nadele van het vrijwaren van de rechten van de bevolking en de werknemers.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Dit protocol heeft tot doel de vastgestelde overeenkomst tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra uit te breiden tot douaneveiligheidsmaatregelen. De overeenkomst tussen de EU en Andorra is reeds van kracht sinds 1990. Er wordt echter nu pas besloten om de overeenkomst, in het kader van de huidige regeling betreffende douaneveiligheidsmaatregelen, ook van toepassing te laten zijn op landbouwproducten. Met de overeenkomst wil men ervoor zorgen dat de handel tussen de twee partijen vlot verloopt en dat men tegelijk een hoog veiligheidsniveau kan handhaven. Het voorziet ook in de afschaffing van de verplichting tot voorafgaande aangifte van goederen op voorwaarde dat de EU en Andorra in hun respectieve douanegebieden eenzelfde veiligheidsniveau handhaven, zoals voorzien in het betreffende acquis.

Bij de herziening van deze overeenkomst, willen wij er nogmaals op wijzen dat de belangen van het verkeer van kapitaal niet bevorderd mogen worden ten nadele van het vrijwaren van de rechten van de bevolking en de werknemers.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk. – (SK) Het besluit van de Raad dat in het kader van de goedkeuringsprocedure bij het Europees Parlement is ingediend, vormt het rechtsinstrument voor de sluiting van het protocol tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra waarbij het toepassingsgebied van de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Vorstendom Andorra wordt uitgebreid tot douaneveiligheidsmaatregelen. De overeenkomst vormde de basis voor de douane-unie tussen beide partijen. Het douaneboek is in principe van toepassing op de handel met alle landen buiten de Unie, en bevat afwijkende regels waar internationale overeenkomsten in speciale veiligheidsregelingen voorzien. Het protocol moet ervoor zorgen dat de handel tussen de twee partijen vlot verloopt met een hoge mate van douaneveiligheid, en het moet een reeks bepalingen omvatten die garanderen dat de regeling kan meegroeien met het acquis communautaire. Ik denk dan ook dat het Parlement moet instemmen met deze overeenkomst. Tegelijkertijd is het echter een feit is dat de betrekkingen tussen de Europese Unie en het Vorstendom weliswaar uitgebreid maar ook gefragmenteerd zijn, waarbij grote delen van het acquis met betrekking tot de interne markt niet zijn opgenomen in de wetgeving van Andorra en derhalve niet van toepassing zijn. Daarom moet er op zo kort mogelijke termijn een analyse worden uitgevoerd van de mogelijkheden en voorwaarden van de eventuele verdergaande integratie van Andorra in de interne markt.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. - (LT) Ik verwelkom dit document, omdat het voorstel aansluit bij de amendementen op het communautair douanewetboek en op de uitvoeringsbepalingen daarvan betreffende douaneveiligheidsmaatregelen voor goederen die worden uitgevoerd naar of ingevoerd uit landen die geen lid zijn van de EU. De belangrijkste wijziging was de invoering van een bepaling dat marktdeelnemers een aantal gegevens moeten verstrekken voorafgaand aan de invoer dan wel de uitvoer van goederen.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. (IT) Wij zijn van mening dat de sluiting van dit protocol tussen de EU en het Vorstendom Andorra, waarmee de douaneveiligheidsmaatregelen worden uitgebreid, ervoor zal zorgen dat de handel tussen de twee partijen vlot verloopt met een hoge mate van douaneveiligheid, en een reeks bepalingen zal opleveren die garanderen dat de overeenkomst kan meegroeien met het acquis communautaire. Wij hebben daarom gestemd vóór goedkeuring van het Parlement. Wij blijven echter van mening dat de Commissie het Parlement de conclusies van de vergaderingen en werkzaamheden van het Gemengd Comité en de resultaten van de periodieke evaluatie moet mededelen en dat zij tevens een evaluatie van de uitvoering van de overeenkomst moet voorleggen aan het Parlement.

Aangezien de betrekkingen tussen de EU en het Vorstendom Andorra uitgebreid, maar gefragmenteerd zijn, raden wij aan dat er op zo kort mogelijke termijn een analyse wordt gemaakt van de mogelijkheden en voorwaarden van de mogelijke verdergaande integratie van Andorra in de interne markt. Dat zal nodig zijn om de handel tussen de twee partijen vlot te laten verlopen en tegelijk een hoog veiligheidsniveau te handhaven. Ten slotte houden wij er rekening mee dat de verplichting tot voorafgaande aangifte van goederen wordt afgeschaft op voorwaarde dat de EU en Andorra in hun respectieve douanegebieden eenzelfde veiligheidsniveau handhaven, zoals voorzien in het betreffende acquis.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (EN) Het is bekend dat de overeenkomst tot doel heeft ervoor te zorgen dat de handel tussen de twee partijen vlot verloopt met een hoge mate van douaneveiligheid, en dat het een reeks bepalingen bevat die garanderen dat de regeling kan meegroeien met het acquis communautaire. Het is derhalve een belangrijk initiatief.

 
  
MPphoto
 
 

  Rolandas Paksas (EFD), schriftelijk. - (LT) De betrekkingen tussen de EU en het Vorstendom Andorra moeten effectief en consistent verder ontwikkeld worden. We moeten daarvoor de juiste voorwaarden scheppen. Om de handel tussen de EU en Andorra te vergemakkelijken is het bovenal belangrijk de douaneveiligheidsmaatregelen correct uit te voeren wat betreft de aangifte van goederen voordat ze dit douanegebied binnenkomen of verlaten, de geautoriseerde marktdeelnemers alsook de douaneveiligheidscontroles en het veiligheidsrisicobeheer. Bovendien is het noodzakelijk een verdere uitbreiding van de interne markt buiten de EU te bevorderen op basis van gemeenschappelijke regelgevende normen. Dit zal burgers en bedrijven in de EU en Andorra tot wederzijds voordeel strekken. Opgemerkt moet worden dat het protocol voorziet in een speciale regeling tussen de EU en Andorra om te zorgen dat de handel tussen de twee partijen vlot verloopt met een hoge mate van douaneveiligheid. Ik verwelkom het voorstel dat het protocol een bepaling moet bevatten dat marktdeelnemers een aantal gegevens moeten verstrekken voorafgaand aan de invoer dan wel de uitvoer van goederen, zodat de douaneveiligheidsmaatregelen correct worden uitgevoerd. Ik acht het raadzaam om de eis te laten vervallen dat van tevoren aangifte van goederen moet worden gedaan op voorwaarde dat de EU en Andorra in hun respectieve douanegebieden eenzelfde veiligheidsniveau handhaven, zoals voorzien in het betreffende acquis.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (S&D), schriftelijk. (EN) Als we de soevereiniteit van onze Unie wensen te behouden en wederzijdse samenwerking tot ontwikkeling willen brengen, moeten we zorgen voor veilige gemeenschappelijke grenzen met buurlanden van de EU. Effectieve controle van de grens tussen de EU en Andorra, een vorstendom gelegen tussen twee grote EU-lidstaten, Frankrijk en Spanje, zal in de toekomst tot vruchtbaarder en vriendschappelijker betrekkingen leiden. Ik heb vóór dit protocol gestemd omdat het de informatie-uitwisseling met Andorra over veiligheidsrisicobeheer en controles alsook de standaardisatie van EU-douaneveiligheidsmaatregelen en het veilig verkeer van goederen tussen Andorra en EU-lidstaten stimuleert. Meer bilaterale handel tussen Andorra en de EU in een veiliger, gestandaardiseerd klimaat zal heel Europa ten goede komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb gestemd voor het verslag van de heer Moreira over de douaneveiligheidsmaatregelen, omdat ik duidelijke regels voor de handel met Andorra belangrijk vind. Hoewel geen lid van de Europese Unie, is Andorra daar wel een enclave in, en het land is dus perfect in onze handel geïntegreerd. Het doel van dit protocol is het versterken van de douaneveiligheidsmaatregelen voor de invoer van goederen uit en de uitvoer van goederen naar derde landen. Het protocol vereist dat deze landen daarbij specifieke informatie verstrekken, zonder dat daarbij het juiste evenwicht tussen de snelheid en de veiligheid van handel wordt verstoord.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik heb gestemd voor dit verslag over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol waarbij de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Vorstendom Andorra wordt uitgebreid tot douaneveiligheidsmaatregelen. Zowel de Commissie internationale handel als de Commissie interne markt en consumentenbescherming bevelen de afsluiting van dit protocol aan. De afsluiting van deze nieuwe overeenkomst is een bijkomende stap in de richting van meer samenwerking tussen het Vorstendom Andorra en de EU. Het is voor beide partijen belangrijk om te garanderen dat de overeenkomst in overeenstemming blijft met de ontwikkeling van het betreffende EU-acquis. Deze zorg wordt ook in de overeenkomst geuit. Ik wil er, net zoals de rapporteur, op wijzen dat het noodzakelijk is dat de Commissie en het Vorstendom Andorra verdere gesprekken voeren zodat er rekening kan worden gehouden met bilaterale overeenkomsten en zodat ze, indien nodig, kunnen worden aangepast aan de lopende uitvoering van het gemoderniseerd douanewetboek, die ten laatste over twee jaar in de EU moet zijn afgerond.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) Met de sluiting van dit protocol wordt de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Vorstendom Andorra, die op 28 juni 1990 in de vorm van een briefwisseling werd gesloten, uitgebreid tot douaneveiligheidsmaatregelen. De overeenkomst vormde de basis voor de douane-unie tussen beide partijen. De huidige regeling betreffende douaneveiligheidsmaatregelen zal worden toegevoegd aan de overeenkomst van 1990 in de vorm van een nieuwe titel II bis en zal, anders dan de douane-unie, van toepassing zijn op landbouwproducten. Het douanewetboek is in principe van toepassing op de handel met alle landen buiten de Unie, en bevat afwijkende regels waar internationale overeenkomsten in speciale veiligheidsregelingen voorzien. Rekening houdend met de wijzigingen in het relevante douane-acquis van de EU, zorgt het voorstel voor een speciale regeling tussen de EU en Andorra om de handel tussen de twee partijen vlot te laten verlopen en tegelijk een hoog veiligheidsniveau te handhaven. Om deze redenen, en om de handel tussen de EU en het Vorstendom Andorra te intensiveren, stem ik voor de nieuwe douaneveiligheidsmaatregelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb voorgestemd. De verwijzing van het besluit van de Raad naar het Europees Parlement voor de goedkeuringsprocedure vormt het rechtsinstrument voor de sluiting van het protocol tussen de Europese Unie en het Vorstendom Andorra waarbij het toepassingsgebied van de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Vorstendom Andorra van 28 juni 1990 wordt uitgebreid tot douaneveiligheidsmaatregelen. De overeenkomst vormde de basis voor de douane-unie tussen beide partijen. De huidige regeling betreffende douaneveiligheidsmaatregelen zal worden toegevoegd aan de overeenkomst van 1990 in de vorm van een nieuwe titel II bis en zal, anders dan de douane-unie, van toepassing zijn op landbouwproducten (artikel 12 ter, lid 2, van het protocol).

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. − (DE) Tussen het Vorstendom Andorra en de Europese Unie bestaat al sinds 1990 een douane-unie die gebaseerd is op de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling. Het onderhavige voorstel voorziet in toezicht op de uitvoering van het protocol door het Gemengd Comité. Voorafgaande aangifte van goederen wordt afgeschaft op voorwaarde dat de EU en Andorra in hun respectieve douanegebieden eenzelfde veiligheidsniveau handhaven. De burgers en bedrijven van zowel de EU als Andorra zijn evenveel gebaat bij de uitbreiding van de in de interne markt gehanteerde norm.

 
  
  

Aanbeveling: Silvia-Adriana Ţicău (A7-0298/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik sluit me aan bij het voorstel dat het Parlement de sluiting van de overeenkomst aanneemt. Europese en Canadese bedrijven zullen jaarlijks miljoenen euro's besparen dankzij kortere en eenvoudigere, dus goedkopere, goedkeuringsprocedures voor producten en de wederzijdse erkenning van certificeringsbevindingen. De overeenkomst levert ook een nettovoordeel op voor de Unie aangezien certificeringsbevindingen op alle gebieden van luchtwaardigheid door alle lidstaten wederzijds zullen worden erkend. De Canadese en Europese markten zullen door de overeenkomst niet enkel concurrerender worden, ze zullen ook veiliger worden, aangezien regelgevende en handhavingsinstanties meer zullen samenwerken op het gebied van certificering, controles en handhaving, teneinde te zorgen voor een zo groot mogelijke veiligheidsgarantie voor passagiers- en vrachtvluchten.

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Bielan (ECR), schriftelijk. (PL) Canada is een van ’s werelds belangrijkste producenten van vliegtuigen en luchtvaartapparatuur. Slechts zes lidstaten hebben momenteel bilaterale overeenkomsten betreffende productcertificering voor luchtvaartdiensten. De voorgestelde overeenkomst inzake de veiligheid van de burgerluchtvaart zal, net zoals de vergelijkbare overeenkomst met de Verenigde Staten, de samenwerking tussen de Unie en Canada verbeteren en deze kwestie in alle Europese lidstaten regelen. De overeenkomst laat toe om de certificeringsystemen te uniformiseren. Op basis van het wederzijds vertrouwen in deze systemen en een vergelijking van de verschillen in regelgeving zullen dubbele testen en controles kunnen worden beperkt. De overeenkomst voorziet in gemeenschappelijke inspecties en onderzoeken en de uitwisseling van veiligheidsinformatie. De wederzijdse erkenning van certificeringsbevindingen zal Europese en Canadese luchtvaartbedrijven aanzienlijke besparingen opleveren. Enerzijds zal de concurrentiekracht van de luchtvaartmarkten door de overeenkomst worden verhoogd, en anderzijds zullen ze ook veiliger worden aangezien de regelgevende instanties meer zullen samenwerken. Daarom ga ik akkoord met het sluiten van de overeenkomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Izaskun Bilbao Barandica (ALDE), schriftelijk. – (ES) Ik heb voorgestemd omdat Europese en Canadese bedrijven voordeel zullen hebben van deze overeenkomst, evenals de luchtvaartmaatschappijen en de passagiers. Er zullen miljoenen euro's bespaard worden door de procedures voor de goedkeuring van producten en het wederzijds aanvaarden van kortere, eenvoudiger en goedkopere certificeringsbevindingen. De overeenkomst voorziet ook in het gebruik en de erkenning van elkaars reparatie- en onderhoudsfaciliteiten. Dit alles zal de markt veiliger en meer concurrerend maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) Ik heb voor het verslag van mevrouw Ţicău gestemd, omdat Canada terecht wordt beschouwd als prioritaire partner voor een dergelijke overeenkomst, aangezien Europa en Canada beide beschikken over producenten van vliegtuigen die behoren tot de wereldtop. Met de overeenkomst kunnen veel dubbele procedures worden vermeden en kunnen beide partijen vertrouwen op elkaars certificeringssystemen. De aanzienlijke besparingen en bureaucratische vereenvoudigingen die hieruit voortkomen zullen een positief effect hebben op onze ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. - (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat naar mijn mening de bilaterale overeenkomst inzake de veiligheid van de burgerluchtvaart tussen de EU en Canada die het tot doel heeft, de Europeanen tot voordeel zal strekken doordat de handel tussen beide partijen erdoor wordt vergemakkelijkt. Met de overeenkomst wordt beoogd dubbele beoordelingen, testen en controles te beperken en zowel de EU als Canada in staat te stellen op de certificeringssystemen van elkaars luchtvaartproducten te vertrouwen. Door de twee reeksen vereisten en regelgevende processen op elkaar af te stemmen kan de importerende autoriteit haar eigen certificaat voor het luchtvaartproduct, het luchtvaartonderdeel of de luchtvaarttoepassing afgeven zonder alle beoordelingen te moeten herhalen die reeds door de exporterende autoriteit zijn uitgevoerd. Europese en Canadese bedrijven zullen jaarlijks miljoenen euro's besparen dankzij kortere en eenvoudigere, dus goedkopere, goedkeuringsprocedures voor producten. Luchtvaartmaatschappijen zullen er ook van profiteren en de Canadese en de Europese luchtvaartmarkten zullen nog veiliger worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. – (PT) Europese en Canadese bedrijven zullen enorme economische voordelen kunnen genieten dankzij kortere en eenvoudigere, dus goedkopere, goedkeuringsprocedures voor producten en de wederzijdse erkenning van certificeringsbevindingen.

Ik steun deze overeenkomst omdat ik van mening ben dat de overeenkomst behalve de economische voordelen die zij met zich meebrengt, het ook mogelijk zal maken dat certificeringsbevindingen op alle gebieden van luchtwaardigheid door alle lidstaten wederzijds zullen worden erkend. De overeenkomst is dus gebaseerd op de wederzijdse erkenning van het systeem van de ander en omvat verplichtingen en samenwerkingsmethoden zodat de importerende autoriteit haar eigen certificaat voor het luchtvaartproduct, het luchtvaartonderdeel of de luchtvaarttoepassing kan afgeven zonder alle beoordelingen te moeten herhalen die reeds door de exporterende autoriteit zijn uitgevoerd. Luchtvaartmaatschappijen zullen er ook voordeel uit halen aangezien de overeenkomst voorziet in het gebruik van elkaars goedgekeurde herstel- en onderhoudsfaciliteiten.

De markten zullen door deze overeenkomst niet enkel concurrerender worden, ze zullen ook veiliger worden, aangezien regelgevende en handhavingsinstanties meer zullen samenwerken op het gebied van certificering, controles en handhaving, teneinde te zorgen voor een zo groot mogelijke veiligheidsgarantie voor passagiers- en vrachtvluchten.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik heb ingestemd met het verslag van mevrouw Ţicău, waarmee het Europees Parlement het groene licht geeft aan de sluiting van een overeenkomst inzake de veiligheid van de burgerluchtvaart tussen de Europese Gemeenschap en Canada. Deze overeenkomst maakt een wederzijdse erkenning mogelijk van certificeringssystemen voor een luchtvaartproduct, -onderdeel of -toepassing op het gebied van luchtwaardigheid en onderhoud. Hiermee moet worden voorkomen dat ondernemingen waarvan de producten in het ene land zijn gecertificeerd alle certificeringsprocedures opnieuw moeten doorlopen in het andere land. Deze vereenvoudiging is welkom voor de handel tussen beide regio´s, die zo´n vijftig miljard euro waard is.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor deze aanbeveling gestemd omdat ik het eens ben met de sluiting van een overeenkomst die enerzijds de Europese en Canadese bedrijven ten goede zal komen, aangezien zij jaarlijks miljoenen euro’s zullen besparen dankzij kortere en eenvoudigere, dus goedkopere, goedkeuringsprocedures voor producten en de wederzijdse erkenning van certificeringsbevindingen, en anderzijds omdat deze overeenkomst zorgt voor een zo groot mogelijke veiligheidsgarantie voor de passagiers.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. – (PT) Het garanderen van de veiligheid in de luchtvaart en geharmoniseerde voorschriften voor de verscheidene marktdeelnemers vormt de centrale doelstelling van deze overeenkomst inzake de veiligheid van de burgerluchtvaart tussen de Europese Gemeenschap en Canada (hierna ‘de overeenkomst’ genoemd).

De overeenkomst is even belangrijk als de luchtvaartsector in deze twee ruimten, want de goedkeuring van gemeenschappelijke voorschriften zal het mogelijk maken om dubbele beoordelingen, testen en controles te voorkomen. Voorts wil ik erop wijzen dat de regel van wederzijdse erkenning en gezamenlijke inspecties en onderzoeken en de uitwisseling van veiligheidsinformatie alle betrokkenen in staat zal stellen om doeltreffender te werken.

Als laatste, maar daarom niet minder belangrijk, zal niet alleen de luchtvaartsector aanzienlijk kunnen besparen, luchtvaartmaatschappijen zullen er ook voordeel uit halen, aangezien de overeenkomst voorziet in het gebruik van elkaars goedgekeurde herstel- en onderhoudsfaciliteiten.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) De economische en politieke betrekkingen tussen de Europese Unie en Canada bestaan al erg lang en hebben aanleiding gegeven tot verschillende bilaterale overeenkomsten op die twee gebieden. Op 6 mei 2009 werd de overeenkomst inzake veiligheid in de luchtvaart tussen de Europese Unie – de (toenmalige) Europese Gemeenschap – en Canada ondertekend, die vergelijkbaar is met de overeenkomst met de VS, die gericht is op de versterking van de samenwerking tussen beide partijen en de beperking van dubbele testen en controles. Ik heb voor deze aanbeveling gestemd en ik ben verheugd over deze versterking van de banden tussen beide partijen. De Canadese en Europese markten zullen door de overeenkomst niet enkel concurrerender worden, ze zullen ook veiliger worden, want deze overeenkomst betekent een belangrijke stap vooruit op het gebied van het vaststellen van internationale normen voor de veiligheid van de burgerluchtvaart. Luchtvaartmaatschappijen zullen er ook voordeel uit halen aangezien de overeenkomst voorziet in het gebruik van elkaars goedgekeurde herstel- en onderhoudsfaciliteiten.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) De overeenkomst die het onderwerp is van dit verslag heeft betrekking op bepaalde aspecten van de veiligheid van de burgerluchtvaart en zal de zes bestaande bilaterale overeenkomsten van de lidstaten met Canada betreffende productcertificering vervangen. Zoals de rapporteur uitdrukkelijk stelt, valt de bedoeling om een volledig open luchtvaartruimte tussen de EU en Canada tot stand te brengen – een thema waar wij, zoals eerder aangegeven, terughoudend tegenover staan – niet binnen de werkingssfeer van deze overeenkomst, en moet zij dus in een afzonderlijke aanbeveling worden besproken.

De belangrijkste doelstellingen van deze overeenkomst zijn de beperking van dubbele beoordelingen, testen en controles en het in staat stellen van zowel de EU als Canada om te vertrouwen op de certificeringssystemen van de ander. Daartoe is het noodzakelijk dat de twee reeksen vereisten en regelgevende processen geleidelijk op elkaar worden afgestemd.

Dankzij deze overeenkomst zullen Europese en Canadese bedrijven jaarlijks miljoenen euro's besparen dankzij kortere en eenvoudigere, dus goedkopere, goedkeuringsprocedures voor producten en de wederzijdse erkenning van certificeringsbevindingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) Deze overeenkomst heeft betrekking op bepaalde aspecten van de veiligheid van de burgerluchtvaart, maar er wordt niet ingegaan op de bedoeling om een volledig open luchtvaartruimte tussen de EU en Canada tot stand te brengen, een thema dat volgens de rapporteur in een afzonderlijke aanbeveling moet worden besproken. De belangrijkste doelstellingen van deze overeenkomst zijn de beperking van dubbele beoordelingen, testen en controles (tenzij het gaat om belangrijke reguleringsverschillen) en het in staat stellen van zowel de EU als Canada om te vertrouwen op de certificeringssystemen van de ander.

Dankzij deze overeenkomst zullen Europese en Canadese bedrijven jaarlijks miljoenen euro's besparen dankzij kortere en eenvoudigere, dus goedkopere, goedkeuringsprocedures voor producten en de wederzijdse erkenning van certificeringsbevindingen. Volgens de rapporteur zou de overeenkomst voorts ook de veiligheid kunnen verhogen, aangezien regelgevende en handhavingsinstanties meer zullen samenwerken op het gebied van certificering, controles en handhaving, teneinde te zorgen voor een zo groot mogelijke veiligheidsgarantie voor passagiers- en vrachtvluchten.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk. – (SK) De aanbeveling heeft betrekking op de overeenkomst inzake luchtveiligheid die in mei 2009 namens de (toenmalige) Europese Gemeenschap werd ondertekend. Het is met recht dat Canada als prioriteit werd beschouwd voor de overeenkomst inzake luchtveiligheid, als aanvulling op de overeenkomst inzake luchtvervoer, aangezien Europa en Canada beide beschikken over producenten van vliegtuigen, motoren en vliegtuigelektronica die behoren tot de wereldtop. Net zoals bij vergelijkbare overeenkomsten inzake luchtveiligheid met de Verenigde Staten, zijn de belangrijkste doelstellingen ook hier de beperking van dubbele beoordelingen, testen en controles, en het in staat stellen van zowel de Europese Unie als Canada om te vertrouwen op de certificeringssystemen van de ander. De overeenkomst volgt in grote lijnen de structuur van de bestaande bilaterale overeenkomsten inzake veiligheid van de luchtvaart tussen de lidstaten en Canada. Hij omvat verplichtingen en samenwerkingsmethoden en is gebaseerd op het wederzijds vertrouwen in het systeem van de ander en op de vergelijking van reguleringsverschillen. Europese en Canadese bedrijven zullen jaarlijks miljoenen euro’s besparen dankzij kortere, meer eenvoudige en dus goedkopere goedkeuringsprocedures voor producten en de wederzijdse erkenning van certificeringsbevindingen. Ook de luchtvaartmaatschappijen zullen hierbij gebaat zijn, daar de overeenkomst een belangrijke stap vooruit betekent op het gebied van het vaststellen van internationale normen voor de veiligheid van de burgerluchtvaart. Daarom ben ik van mening dat het Parlement de sluiting van de overeenkomst moet ondersteunen, daar zowel de Canadese als de Europese markt hierdoor concurrerender en tegelijkertijd veiliger zullen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Lorenzo Fontana (EFD), schriftelijk. (IT) De aanbeveling waarover wij vandaag hebben gestemd heeft betrekking op de overeenkomst inzake veiligheid die op 6 mei 2009 werd ondertekend. Vanwege de hoge mate van samenwerking waarin de overeenkomst voorziet, heb ik mijn steun gegeven.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. - (LT) Ik verwelkom dit document, omdat de belangrijkste in de onderhandelingsrichtsnoeren gestelde doelstellingen zijn de beperking van dubbele beoordelingen, testen en controles (tenzij het gaat om belangrijke reguleringsverschillen) en het in staat stellen van zowel de EU als Canada om te vertrouwen op de certificeringssystemen van de ander. Daartoe is het noodzakelijk dat de twee reeksen vereisten en regelgevende processen geleidelijk op elkaar worden afgestemd, dat de partijen regelmatig overleggen om de permanente geschiktheid en bekwaamheid te controleren van de regelgevende instanties die betrokken zijn bij de tenuitvoerlegging van de overeenkomst, en dat een gemengd comité wordt opgericht dat oplossingen aanbiedt voor problemen in verband met de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. Teneinde het vertrouwen in elkaars systemen te bestendigen, voorziet de overeenkomst in gezamenlijke inspecties en onderzoeken, de uitwisseling van veiligheidsinformatie (controle van vliegtuigen en gegevens in verband met ongevallen), versterkte regelgevende samenwerking en bespreking op technisch niveau om problemen op te lossen voor ze geschillen worden. De overeenkomst voorziet in de oprichting van een gemengd comité en subcomités op het gebied van certificering van luchtwaardigheid en onderhoud. Voorts zijn er sterke vrijwaringsmaatregelen die beide partijen in staat stellen op termijn de erkenning van de bevindingen van de andere bevoegde autoriteit op te schorten of de overeenkomst volledig of gedeeltelijk te beëindigen. Het gehele systeem van overleg, comités en subcomités heeft echter als doel ervoor te zorgen dat problemen worden opgelost voor dit punt wordt bereikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. (IT) De overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de EU en Canada is een eerste stap richting een volledig open luchtvaartruimte tussen de EU en Canada. Teneinde het vertrouwen in elkaars systemen te bestendigen, voorziet de overeenkomst in gezamenlijke inspecties, de uitwisseling van veiligheidsinformatie, versterkte regelgevende samenwerking en bespreking op technisch niveau om problemen op te lossen voor ze ‘geschillen’ worden.

Daarnaast zal de oprichting van een gemengd comité en van subcomités Europese en Canadese bedrijven in staat stellen jaarlijks miljoenen euro’s te besparen dankzij de wederzijdse erkenning van certificeringsbevindingen. De importerende autoriteit kan zo haar eigen certificaat voor het luchtvaartproduct, het luchtvaartonderdeel of de luchtvaarttoepassing afgeven zonder alle beoordelingen te moeten herhalen die reeds door de exporterende autoriteit zijn uitgevoerd.

Luchtvaartmaatschappijen zullen er ook voordeel uit halen aangezien de overeenkomst voorziet in het gebruik van elkaars goedgekeurde herstel- en onderhoudsfaciliteiten. Niet alleen zullen de Canadese en Europese markten door de overeenkomst concurrerender worden, ook zal de mondiale veiligheid toenemen.

Tot slot zijn we van mening dat de overeenkomst belangrijk is op het gebied van het vaststellen van internationale normen voor de veiligheid van de burgerluchtvaart en als uitgangspunt moet dienen voor toekomstige onderhandelingen met andere voorname producenten van vliegtuigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Mirsky (S&D), schriftelijk. (EN) Deze overeenkomst is de meest ambitieuze overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de EU en een belangrijke mondiale partner. De Canadese en Europese markten zullen door de overeenkomst niet enkel concurrerender worden, ze zullen ook veiliger worden, aangezien regelgevende en handhavingsinstanties meer zullen samenwerken op het gebied van certificering, controles en handhaving, teneinde te zorgen voor een zo groot mogelijke veiligheidsgarantie voor passagiers- en vrachtvluchten. De overeenkomst betekent een belangrijke stap vooruit op het gebied van het vaststellen van internationale normen voor de veiligheid van de burgerluchtvaart en moet als uitgangspunt dienen voor toekomstige onderhandelingen met andere voorname producenten van vliegtuigen en luchtvaartapparatuur. Ik steun Silvia-Adriana Ţicău.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) De overeenkomst inzake de veiligheid van de burgerluchtvaart tussen de Europese Gemeenschap en Canada, die een aanvulling is op de overeenkomst inzake luchtvervoer met Canada, heeft ten doel technische handelsbelemmeringen uit de weg te ruimen. In wezen is het de bedoeling om dubbele beoordelingen, testen en controles in de mate van het mogelijke te beperken en uniforme certificering mogelijk te maken. Er wordt een gemengd comité opgericht dat oplossingen voorstelt voor problemen in verband met de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. De gebieden die onder de samenwerking en wederzijdse erkenning van certificeringsbevindingen vallen, zijn luchtwaardigheid en onderhoud. In de toekomst bestaat de mogelijkheid om tot volledige wederzijdse erkenning te komen. Naast het Gemengd Comité, dat zich over praktische problemen moet buigen en disputen moet voorkomen, zijn er ook plannen voor gezamenlijke inspecties en onderzoeken en de uitwisseling van veiligheidsgegevens. Het is positief dat sterke vrijwaringsmaatregelen beide partijen indien nodig in staat stellen om de erkenning van de bevindingen van de andere bevoegde autoriteit op te schorten of de overeenkomst volledig of gedeeltelijk te beëindigen.

Ik sta achter deze overeenkomst op voorwaarde dat de procedures voor toelating van producten korter en eenvoudiger worden zonder dat de veiligheidsnormen hieronder lijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. − (DE) Deze aanbeveling heeft betrekking op de overeenkomst inzake veiligheid die op 6 mei 2009 namens de (toenmalige) Europese Gemeenschap werd ondertekend. Slechts zes lidstaten hebben momenteel bilaterale overeenkomsten met Canada betreffende productcertificering. Deze zullen vervallen bij de inwerkingtreding van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Canada inzake de veiligheid van de burgerluchtvaart. Dankzij de sterke vrijwaringsmaatregelen is het mogelijk om de erkenning van de bevindingen van de andere bevoegde autoriteit op te schorten of de overeenkomst volledig of gedeeltelijk te beëindigen wanneer dat wenselijk zou zijn. Ik sta achter deze overeenkomst op voorwaarde dat de procedures voor toelating van producten korter en eenvoudiger worden zonder dat de veiligheidsnormen hieronder lijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Rolandas Paksas (EFD), schriftelijk. - (LT) Een overeenkomst inzake de veiligheid van de burgerluchtvaart tussen de Europese Gemeenschap en Canada heeft onmiskenbare voordelen voor beide partijen. Opgemerkt moet worden dat de belangrijkste luchtvaarttechnologiefabrikanten zijn gevestigd in de EU en Canada. Voor beide partijen is het niveau van de handel en export op dit gebied enorm. Om op het gebied van luchtvaartveiligheid tot een effectieve samenwerking te komen, is het zeer belangrijk ervoor te zorgen dat de certificeringssystemen aan de eisen van beide partijen voldoen. Ik ben verheugd dat tijdens de onderhandelingen een akkoord is bereikt over de beperking van dubbele beoordelingen, testen en controles. Ik acht het raadzaam de importerende autoriteit het recht te geven haar eigen certificering af te geven van het luchtvaartproduct om zo dubbele beoordelingen door de exporterende autoriteit te voorkomen. Wederzijdse erkenning op het gebied van luchtwaardigheid, onderhoud en onderhoudsvergunningen is een bewijs van het vertrouwen dat beide partijen in elkaars systemen hebben. Deze overeenkomst zal een betere samenwerking tussen de regelgevende instanties van beide partijen mogelijk maken op alle terreinen van certificering, inspectie, handhaving en overleg. Het uitvoeren van gezamenlijke inspecties en onderzoeken en de uitwisseling van veiligheidsinformatie zal zorgen voor een zo groot mogelijke veiligheidsgarantie voor passagiers- en vrachtvluchten. Opgemerkt moet worden dat wanneer deze overeenkomst in werking treedt, de goedkeuringsprocedures voor producten en de vergunningsprocedures flexibeler, korter en goedkoper zullen worden. Dit zal de kosten voor de bedrijven in deze sector verlagen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb gestemd voor de sluiting van een overeenkomst inzake de veiligheid van de burgerluchtvaart tussen de Europese Gemeenschap en Canada. Naar mijn mening zal de overeenkomst een nettovoordeel opleveren voor de Unie aangezien certificeringsbevindingen op alle gebieden van luchtwaardigheid door alle lidstaten wederzijds zullen worden erkend. De overeenkomst voorziet in gezamenlijke inspecties en onderzoeken, de uitwisseling van veiligheidsinformatie, versterkte samenwerking en bespreking op technisch niveau. Vertrouwen op de certificeringssystemen van de ander betekent het verbeteren van de veiligheid van het eigen systeem, het voorkomen van tijdsverlies door alle beoordelingen te moeten herhalen die reeds door de exporterende autoriteit zijn uitgevoerd en voordeel halen uit het gebruik van elkaars goedgekeurde herstel- en onderhoudsfaciliteiten. De Canadese en Europese markten zullen zo concurrerender en veiliger worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor dit verslag betreffende het ontwerpbesluit van de Raad inzake de sluiting van een overeenkomst inzake de veiligheid van de burgerluchtvaart tussen de Europese Gemeenschap en Canada gestemd. De belangrijkste in de onderhandelingsrichtsnoeren gestelde doelstellingen zijn, net zoals bij de vergelijkbare overeenkomst inzake luchtveiligheid met de Verenigde Staten, de beperking van dubbele beoordelingen, testen en controles en het in staat stellen van zowel de EU als Canada om te vertrouwen op de certificeringssystemen van de ander. Daartoe is het noodzakelijk dat de twee reeksen vereisten en regelgevende processen geleidelijk op elkaar worden afgestemd en dat de partijen regelmatig overleggen om de permanente geschiktheid en bekwaamheid te controleren van de regelgevende instanties die betrokken zijn bij de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. Europese en Canadese bedrijven zullen jaarlijks miljoenen euro's besparen dankzij kortere en eenvoudigere, dus goedkopere, goedkeuringsprocedures voor producten en de wederzijdse erkenning van certificeringsbevindingen. De wederzijdse erkenning van de certificeringsbevindingen levert ook een nettovoordeel op voor de Unie aangezien certificeringsbevindingen op alle gebieden van luchtwaardigheid door alle lidstaten wederzijds zullen worden erkend.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) Het belangrijkste doel van de overeenkomst is Europa en Canada in staat stellen te kunnen vertrouwen op elkaars certificeringssystemen. Daartoe is het noodzakelijk dat de twee reeksen vereisten en regelgevende processen geleidelijk op elkaar worden afgestemd, dat de partijen regelmatig overleggen om de permanente geschiktheid en bekwaamheid te controleren van de regelgevende instanties die betrokken zijn bij de tenuitvoerlegging van de overeenkomst, en dat een gemengd comité wordt opgericht dat oplossingen aanbiedt voor problemen in verband met de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. De overeenkomst volgt in grote lijnen de structuur van de bestaande bilaterale overeenkomsten inzake veiligheid van de luchtvaart tussen de lidstaten en Canada. De overeenkomst is gebaseerd op de wederzijdse erkenning van het systeem van de ander en op de vergelijking van reguleringsverschillen. De overeenkomst omvat verplichtingen en samenwerkingsmethoden zodat de importerende autoriteit haar eigen certificaat voor het luchtvaartproduct, het luchtvaartonderdeel of de luchtvaarttoepassing kan afgeven zonder alle beoordelingen te moeten herhalen die reeds door de exporterende autoriteit zijn uitgevoerd. Ik stem voor dit voorstel, zodat de Europese en Canadese markten concurrerender en veiliger kunnen worden, en kortere en eenvoudigere, dus goedkopere, goedkeuringsprocedures voor producten mogelijk worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE), schriftelijk. − (CS) Ik heb geen ernstige bezwaren tegen de overeenkomst tussen de EU en Canada betreffende de veiligheid van de burgerluchtvaart. Toch heb ik me van stemming onthouden. De reden hiervoor is de onopgeloste kwestie in de betrekkingen tussen de EU, de Tsjechische Republiek en Canada rond het opheffen van de eenzijdige visumplicht voor Tsjechische burgers. Ik heb er herhaaldelijk op gewezen dat het parlement van de Tsjechische Republiek om dezelfde redenen de ratificatie van het zusterverdrag betreffende het luchtverkeer zal blokkeren. Ik verzoek de Europese Commissie om dit probleem nu eindelijk eens serieus aan te pakken. Door de lauwe houding van commissaris Malmström is deze kwestie na twee jaar nog niet opgelost, wat bijgedragen heeft aan de verslechtering van de betrekkingen tussen de Tsjechische Republiek en Canada.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór gestemd. Deze aanbeveling heeft betrekking op de overeenkomst inzake veiligheid die op 6 mei 2009 namens de (toenmalige) Europese Gemeenschap werd ondertekend. De overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de EU en Canada, die op 17 en 18 december 2009 werd ondertekend en die op termijn een volledig open luchtvaartruimte tussen de EU en Canada tot stand zal brengen, zal in een afzonderlijke aanbeveling worden behandeld. Slechts zes lidstaten hebben momenteel bilaterale overeenkomsten met Canada betreffende productcertificering. Deze zullen vervallen bij de inwerkingtreding van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Canada inzake de veiligheid van de burgerluchtvaart ("de overeenkomst"). Aangezien het wegnemen van technische belemmeringen bij de handel in goederen tot de exclusieve bevoegdheid van de Unie behoort, kan de overeenkomst bij een besluit van de Raad worden gesloten. De overeenkomst inzake veiligheid wordt, in tegenstelling tot de overeenkomst inzake luchtvervoer, niet voorlopig toegepast en moet niet door de lidstaten worden bekrachtigd. Het is met recht dat Canada als prioriteit werd beschouwd voor een overeenkomst inzake luchtveiligheid, als aanvulling bij de overeenkomst inzake luchtvervoer, aangezien Europa en Canada beide beschikken over producenten van vliegtuigen, motoren en vliegtuigelektronica die behoren tot de wereldtop. De gecombineerde uitvoer van burgerluchtvaarttechnologie bedraagt meer dan 50 miljard euro, terwijl de Europese en Canadese totale handel in vliegtuigen, ruimtevaartuigen en luchtvaartonderdelen in 2008 meer dan 49 miljard euro waard was.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. – (PT) Deze overeenkomst inzake de veiligheid van de burgerluchtvaart tussen de Europese Gemeenschap en Canada vloeit voort uit een horizontale overeenkomst die reeds in maart 2011 door het Europees Parlement werd aangenomen. Canada is een land dat op dit vlak van strategisch belang is voor de Europese lidstaten, aangezien beide partijen over de beste fabrieken voor vliegtuigen, motoren en ruimte-elektronica ter wereld beschikken. Het land is momenteel ook de elfde belangrijkste handelspartner van de EU. De doelstellingen van deze overeenkomst zijn gericht op het vergemakkelijken van de handel in goederen en diensten, door handelsbelemmeringen weg te nemen, de beperking van dubbele beoordelingen, testen en controles van de luchtwaardigheid via de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning. De totstandbrenging van een open luchtruim zal economische voordelen met zich meebrengen voor beide partijen. Dankzij een verdere vereenvoudiging en vermindering van de administratieve kosten voor Europese en Canadese bedrijven, zullen die bedrijven niet enkel concurrerender worden, ze zullen ook veiliger worden voor de passagiers. Als plaatsvervangend lid in de Commissie vervoer en toerisme heb ik voor dit verslag gestemd, maar ik wil opnieuw benadrukken dat het Europees Parlement de nieuwe bevoegdheden die het in het Verdrag van Lissabon heeft gekregen, op zich moet nemen en dat het bij internationale overeenkomsten gedurende het hele onderhandelingsproces op de hoogte gehouden moet worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. − (DE) De overeenkomst heeft ten doel om dubbele beoordelingen, testen en controles tot een minimum te beperken doordat het de partijen in staat stelt om gebruik te maken van het certificeringssysteem van de andere. Dit wederzijds vertrouwen in het systeem van de andere overeenkomstsluitende partij is erop gebaseerd dat de twee reeksen vereisten en regelgevende processen geleidelijk op elkaar worden afgestemd, dat de partijen regelmatig overleggen en dat een gemengd comité wordt opgericht. Bedrijven die in deze sector actief zijn, zullen jaarlijks miljoenen euro's besparen dankzij kortere goedkopere goedkeuringsprocedures voor producten en zullen concurrerender kunnen worden. Dankzij deze overeenkomst zal de markt niet enkel concurrerender, maar ook veiliger worden, aangezien handhavingsinstanties verplicht zullen zijn om op grotere schaal samen te werken.

 
  
  

Verslag: Miroslav Mikolášik (A7-0111/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. – (PT) In dit verslag wordt er gewezen op het belang van financiële discipline en transparantie bij de toewijzing van middelen als essentiële voorwaarden voor het verwezenlijken van de algemene doelstellingen van het cohesiebeleid, wat bijdraagt tot een grotere verantwoordingsplicht over de strategische doelstellingen. Er moet iets extra's worden gedaan om buitensporige vertragingen te vermijden en de uitvoeringsprestaties te verbeteren.

Ik wil wijzen op de behoefte om meer synergieën tot stand te brengen met andere beleidsinstrumenten. Het cohesiebeleid moet de armste regio’s blijven helpen om de achterstand in te halen en moet ook doelstellingen behelzen die aangepast zijn aan de bestaande en toekomstige uitdagingen, via een slimme, duurzame en inclusieve groei, zoals vastgelegd in de Europa 2020-strategie.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Angelilli (PPE), schriftelijk. (IT) Het potentieel van het cohesiebeleid is nu groter dan ooit voor de minder ontwikkelde gebieden, die te kampen hebben met permanente geografische of natuurlijke handicaps. Het ongebruikt laten of verspillen van de beschikbare middelen zou zeer ernstig zijn, en we zouden er dus goed aan doen om snel over te gaan op een resultaatgerichte aanpak, door duidelijke en meetbare doelen en resultaatindicatoren vast te stellen. Waar we als eerste naar toe moeten, en dat geldt eigenlijk voor alle Europese middelen, zijn vereenvoudigde procedures en een flexibelere toewijzing van de middelen, door te zorgen voor een vermindering van excessieve administratieve kosten en andere obstakels die de beleidsdoelstellingen inzake de toegang tot werk en armoedebestrijding in de weg staan. We mogen ook niet vergeten dat cohesiebeleid een langetermijnmechanisme is. Een solide basis voor het werk, het vaststellen van duidelijke doelen en het toekennen van duidelijke bevoegdheden aan de respectieve bestuursniveaus zijn allemaal factoren die bijdragen aan de vooruitgang, maar de resultaten daarvan zullen dus pas in het tweede gedeelte van de programmeringsperiode zichtbaar worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Oana Antonescu (PPE), schriftelijk. (RO) Sociale, economische en territoriale cohesie realiseren is één van de belangrijke doelstellingen van het Europese project. Dit is een doel waarnaar alle lidstaten streven in het kader van het Europese integratieproces. En dit is exact de reden waarom ik denk dat het proces voor het financieren van cohesieprojecten gebaseerd moet worden op strenge financiële discipline, tenuitvoerlegging op strategische gebieden en, niet in de laatste plaats, op het beginsel van goed bestuur. Het doel is verschillen tussen de Europese regio's te verkleinen. De hele procedure voor het ten uitvoer leggen van dit beleid moet echter worden vereenvoudigd om dit gewenste doel te bereiken. De fondsen moeten worden gebruikt en ik ben van mening dat we de grootste vijand waardoor dergelijke projecten worden opgehouden of tot stilstand komen moeten bestrijden: overmatige Europese bureaucratie. We mogen bureaucratie niet verwarren met transparantie, want niet alles wat op papier geregistreerd wordt en niet elke goedkeuring die wordt vastgelegd in een dossier draagt bij tot het transparant maken van cohesieprojecten.

De verschillen tussen Europese regio's hebben zich gedurende lange perioden ontwikkeld. Ik steun het voorstel van het verslag dat we, om deze ongelijkheden te verminderen en het Europese integratieproces voor alle lidstaten te stroomlijnen, de vereiste periode voor het goedkeuren van middelen moeten inkorten en bureaucratie en alle daarmee gepaard gaande regels en procedures die het cohesiebeleid van de Europese Unie nodeloos hinderen in plaats van het te ondersteunen, moeten verminderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) In het uitvoeringsverslag dat is opgesteld door mijn collega Miroslav Mikolášik, wordt een uitstekende balans opgemaakt van de resultaten van het cohesiebeleid over de financiële periode 2007-2013. Er wordt gewezen op de doelmatigheid van dit beleid, dat een onbetwistbare bijdrage levert aan de verwezenlijking van de doelstelling van economische, sociale en territoriale cohesie in de Europese Unie. Tot slot wil ik benadrukken dat de aanneming van dit verslag op een ideaal moment komt, want daardoor krijgt het debat over de toekomst van het cohesiebeleid (2014-2020) een extra impuls. De Europese Commissie zal namelijk binnenkort haar voorstellen met betrekking tot een actualisering en daarmee een verbetering van dit beleid presenteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Bennahmias (ALDE), schriftelijk. – (FR) De stemming over het cohesiepakket geeft een duidelijke boodschap met betrekking tot onze wil om een solidair, doeltreffend en ambitieus cohesiebeleid te hebben, aangezien dit een van de belangrijkste Europese beleidsterreinen blijft. Terwijl de internationale crisis de sociaaleconomische situatie van veel regio´s namelijk heeft verslechterd en wij al debatteren over de toekomst van het cohesiebeleid, was het voor het Europees Parlement van essentieel belang om te benadrukken dat het gekant is tegen iedere poging om het cohesiebeleid te nationaliseren of meer sectorspecifiek te maken. In het bijzonder in dit verslag, dat gericht is op de evaluatie van de tenuitvoerlegging van de programma´s, heeft het Europees Parlement een balans opgemaakt en de successen, de moeilijkheden en de eventuele oplossingen benadrukt. Dat zal goed van pas komen in de komende maanden wanneer de Europese Unie een nieuw cohesiebeleid voor de periode vanaf 2013 zal opstellen, waarin de onvolkomenheden van het huidige beleid zullen moeten worden verbeterd. Het zal met name belangrijk zijn om de allocatieprocessen te vereenvoudigen en te versnellen, met name voor de kleine en middelgrote ondernemingen, en financiering uit verschillende fondsen en kruisfinanciering te bevorderen. Ik heb daarom voor dit verslag gestemd, evenals voor de andere drie verslagen, om te tonen dat ik hecht aan dit essentiële beleidsterrein, terwijl ik tegelijkertijd oproep tot bepaalde aanpassingen die onmisbaar zijn om nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sergio Berlato (PPE), schriftelijk. (IT) De lidstaten maken, zoals blijkt uit de feiten in de nationale verslagen, vorderingen bij de verwezenlijking van de cohesiebeleidsdoelstellingen, zij het met een zekere inherente heterogeniteit tussen de diverse landen en regio’s. Ik wil u er ook aan herinneren dat cohesiebeleid een langetermijnmechanisme is en de meeste resultaten pas later in de programmeringsperiode zichtbaar worden. Naar mijn mening zijn financiële discipline en vooral transparantie bij de toewijzing van middelen essentiële voorwaarden voor het verwezenlijken van de algemene doelstellingen. De architectuur van het cohesiebeleid voor het tijdvak 2014-2020 zal een van de kernpunten vormen van het politieke debat in de komende jaren. Voor wat betreft de onderhandelingen over de volgende programmeringsperiode, ben ik van mening dat een sterk en goed gefinancierd Europees regionaal beleid bij de voortdurende territoriale onevenwichtigheden en een aanhoudende crisis een conditio sine qua non vormt voor de verwezenlijking van sociale, economische en territoriale cohesie in de Europese Unie, en dat de begroting voor cohesiebeleid in de volgende programmeringsperiode dus absoluut niet omlaag mag. Daarnaast is vereenvoudiging van het beheer en de uitvoering van het cohesiebeleid noodzakelijk, om te voorkomen dat middelen onbenut blijven als gevolg van overbodige bureaucratie, lastige regels en procedures.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) Deze ontwerpresolutie van het Europees Parlement over het verslag 2010 betreffende de uitvoering van de cohesiebeleidsprogramma’s voor de periode 2007-2013 bevat punten die ons beleid tegenspreken, en kan derhalve niet worden ondersteund. In het voorstel wordt met name de hoop geuit dat de diensten voor de Roma-gemeenschappen, die in het voorstel "gemarginaliseerd" worden genoemd, uitgebreid en verbeterd worden. De Lega Nord heeft altijd al benadrukt dat de Roma-minderheid niet als slachtoffer van eender welke sociale "marginalisering" mag worden gezien, aangezien de minderheid zelf weigert om in onze maatschappij te integreren. Derhalve vind ik dat dit voorstel, waarin de Roma als slachtoffers van marginalisering worden neergezet en waarin voor een voorkeursbehandeling wordt gepleit uitsluitend op basis van deze vermeende marginalisering, niet kan worden aangenomen. Ik stem daarom tegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. - (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat het belang van cohesiebeleid steeds duidelijker wordt, aangezien het in aanzienlijke mate bijdraagt tot de verbetering van het sociaaleconomisch klimaat. Bovendien heeft het cohesiebeleid tot doel ongelijkheden tussen ontwikkelingsniveaus van de Europese regio's weg te werken, helpt het bij het streven naar modernisering en duurzame groei en brengt het de Europese solidariteit tot uiting. Als zodanig is het van wezenlijk belang gebleken voor de vooruitgang in het Europese integratieproces, aangezien het sterke synergetische effecten tussen alle Europese beleidsvormen teweegbrengt. Het is duidelijk dat de Europese regio's nog steeds kampen met ernstige ongelijkheden op economisch, sociaal en milieugebied, deels als gevolg van de laatste twee uitbreidingen, en ook als een rechtstreeks gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis. De lidstaten hebben positief gereageerd op de nieuwe vereisten en maken, zoals blijkt uit de feiten en cijfers in de nationale verslagen, vorderingen bij de uitvoering van de cohesiebeleidsdoelstellingen, zij het met een zekere inherente heterogeniteit tussen de diverse landen en regio's. Indachtig het feit dat het Europees Sociaal Fonds (ESF) een fundamenteel instrument is voor het bestrijden van armoede, sociale uitsluiting, werkeloosheid, genderongelijkheden, sociale discriminatie (van mensen met een handicap, migranten, ouderen, enz.) middels insluiting in de beroepswereld, verzoekt het Europees Parlement de Commissie het potentieel en de financiële autonomie van het ESF te versterken. Verder moeten we het projectbeheer vereenvoudigen en de procedures en controles harmoniseren en verbeteren, en zorgen voor een effectievere follow-up van de lopende projecten.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. (IT) Het cohesiebeleid vormt één van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie en om deze reden moet er meer aandacht worden geschonken aan de coördinatie van de activiteiten tussen de Europese Unie en de lidstaten die van deze sector afhankelijk zijn. Daarom heb ik voor dit document gestemd. De economische crisis, evenals de hervorming die in het beleid is aangebracht voor de periode 2007-2013, hebben geleid tot een vertraging van de Europese activiteiten. Om optimaal te kunnen profiteren van de mogelijkheden die het cohesiebeleid biedt, zoals de rapporteur duidelijk heeft geïllustreerd, is het noodzakelijk om meer vastbesloten aan het werk te gaan, om de kloof tussen de minder en de meer ontwikkelde EU-regio’s te verkleinen. Het nastreven van dit doel is, naar mijn mening, mogelijk via een verhoging van de fondsen bestemd voor het cohesiebeleid, en een betere controle van de goedkeuring van projecten en van de investeringsmethoden van de fondsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Bradbourn (ECR), schriftelijk. (EN) Wat de verslagen van de heer Pieper, mevrouw Sanchez-Schmid, de heer Stavrakakis, de heer Vlasak en de heer Mikolasik betreft: de conservatieve Parlementsleden hebben ervoor gekozen deze verslagen over het toekomstige cohesiebeleid, afgezien van het verslag-Vlasak, waarover wij ons van stemming hebben onthouden, af te wijzen op basis van een aantal fundamentele argumenten: wij zijn van mening dat het in een tijd van begrotingsconsolidatie in alle lidstaten volstrekt onaanvaardbaar is dat de omvangrijke cohesiebegroting van de EU hierbij buiten schot blijft. Over het geheel genomen komen deze verslagen niet tegemoet aan de bezorgdheid van de conservatieven over de wijze waarop de EU het cohesiebeleid beheert. Ze verwerpen alle stappen die rijkere lidstaten in staat stellen hun eigen regionale ontwikkeling te financieren en staan de totstandkoming van een kleiner en efficiënter cohesiebeleid dat meer gericht is op de armste regio’s van Europa, in de weg. In plaats hiervan worden er nieuwe bureaucratische middelen zoals de macroregionale entiteiten voorgesteld en wordt de natiestaat opnieuw ondermijnd door een vastberaden verschuiving in de richting van regionalisme. Deze tijden van bezuinigingen bieden de EU een kans om minder geld aan oude en verkwistende prioriteiten te besteden. Deze verslagen slaan de plank volkomen mis.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. (EN) Dossiers waarin de doeltreffendheid van de omzetting van EU-wetgeving binnen lidstaten wordt geanalyseerd, zijn van cruciaal belang. Ik herhaal de conclusies van de rapporteur, met name het belang van KMO’s voor de Europese economieën en de noodzaak om de toegang van KMO’s tot financiering te vergemakkelijken en hen aan te moedigen meer te innoveren om hun concurrentiekracht te vergroten. Onder andere om deze redenen heb ik besloten om vóór dit dossier te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk. – (FR) In de crisissituatie waarin de Europese Unie zich momenteel bevindt vormt het onlangs ingestelde cohesiebeleid een van de doeltreffende middelen om de gemeenschappelijke economische machine weer op gang te krijgen. Het verslag-Mikolášik over de uitvoering van de cohesiebeleidsprogramma´s 2007-2013, dat ik heb gesteund, is in dat opzicht een nuttige bijdrage voor een herformulering van de doelstellingen van een dergelijk beleid. Door op te roepen tot vereenvoudiging, versterking en transparantie van de toekenning van de steun in het kader van de strategie Europa 2020, wordt in dit verslag voorgesteld om de Europese cohesieprogramma´s te stimuleren om de bureaucratische druk te verlichten, die de oorzaak is van de huidige blokkering van het merendeel van de toegekende middelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor dit verslag over de uitvoering van de cohesiebeleidsprogramma's 2007-2013 gestemd omdat ik van mening ben dat het noodzakelijk is om het cohesiebeleid aan te passen aan de uitdagingen waarmee de Europese regio’s geconfronteerd worden, door een slimme, duurzame en inclusieve groei te stimuleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. – (PT) Het cohesiebeleid blijft een van de belangrijkste pijlers van het beleid van de Europese Unie, aangezien het van fundamenteel belang is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie. Het cohesiebeleid moet daarom alle Europese regio’s blijven ondersteunen en zo bijdragen aan een slimme, duurzame en inclusieve groei.

Nu Europa een ongekende economische, financiële en sociale crisis doormaakt, die vooral een aantal regio’s treft die al kwetsbaar waren, is het van fundamenteel belang voor de toekomst dat het cohesiebeleid zijn fundamentele rol in een evenwichtige en duurzame ontwikkeling blijft vervullen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. – (PT) Het document van rapporteur Miroslav Mikolášik dat hier besproken wordt, is opgesteld naar aanleiding van de mededeling van de Commissie met de titel ‘Cohesiebeleid: strategisch verslag 2010 over de uitvoering van de programma's 2007-2013’, dat een eerste grondige evaluatie inhoudt van de tenuitvoerlegging van de ongeveer 450 operationele programma’s die door de Europese Commissie werden goedgekeurd. Het cohesiebeleid van de Europese Unie (EU) wordt binnen een Europees solidariteitskader dat de 27 lidstaten en hun 271 regio’s behelst en gericht is op het wegwerken van de bestaande economische en sociale ongelijkheden binnen de EU.

Gezien de economische en financiële crisis die Europa doormaakt, wordt dit verslag nog belangrijker, omdat het een instrument moet zijn om de middelen uit het cohesiebeleid opnieuw toe te kennen en ten volle te benutten. Het is, gezien de lage uitvoeringsgraden, noodzakelijk om mechanismen uit te werken die de lidstaten met de grootste moeilijkheden in staat zullen stellen om de middelen die hen worden toegekend, aan te wenden. Indien zij dat niet doen, zullen zij verplicht worden om die middelen terug te geven aan de EU, die de middelen daarna opnieuw zal toekennen aan rijkere landen. Ik ben verheugd over de aanname van dit verslag, waaraan ik mijn steun gehecht had, niet enkel omdat er correctieve maatregelen worden voorgesteld, maar ook vanwege de structuur van het toekomstige cohesiebeleid die erin wordt voorgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) In dit verslag worden de bestaande problemen van het cohesiebeleid erkend, zoals de late afronding van de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader en het wetgevingspakket voor het beleid, waardoor de nationale strategieën en operationele programma's vertraging oplopen. Daarbij komt het feit dat de bedragen voor de periode 2007-2013 niet volstaan, in het bijzonder gezien de uitbreiding van de Europese Unie, het feit dat slechts 27,1 procent van de beschikbare middelen voor de huidige periode besteed werden en het feit dat de cofinanciering door de lidstaten en de bureaucratische rompslomp behouden blijven. Deze situatie legt enkele van de fouten en de tekortkomingen van het cohesiebeleid die wij steeds hebben aangekaart, bloot.

Landen als Portugal zijn steeds verder verwijderd van de beloofde economische en sociale ontwikkeling die hen dichter bij het Europese gemiddelde zou moeten brengen. De cofinanciering door de lidstaten blijft een factor die de toegang tot middelen bemoeilijkt, in het bijzonder voor landen met zwakkere economieën, die nog steeds vele miljoenen euro’s zien terugvloeien naar de landen die het meest begunstigd worden door de belangrijkste beleidslijnen van de EU, met name de Economische en Monetaire Unie en de interne markt. Dit scherpt de ongelijkheden tussen landen aan in plaats van ze te verkleinen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. – (PT) In het verslag worden de bestaande problemen van het cohesiebeleid erkend, zoals de late afronding van de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader en het wetgevingspakket voor het beleid, waardoor de nationale strategieën en operationele programma's vertraging oplopen, het feit dat de bedragen voor de periode 2007-2013 niet volstaan, in het bijzonder gezien de uitbreiding van de Europese Unie, het feit dat slechts 27,1 procent van de beschikbare middelen voor de huidige periode besteed werden en het feit dat de cofinanciering door de lidstaten en de bureaucratische rompslomp behouden blijven. Zo worden enkele van de fouten en de tekortkomingen van het cohesiebeleid die wij steeds hebben aangekaart, blootgelegd.

Landen als Portugal zijn steeds verder verwijderd van de beloofde economische en sociale ontwikkeling die hen dichter bij het Europese gemiddelde zou moeten brengen. Dat alles wordt aangescherpt door de belangrijkste beleidslijnen van de EU, zoals de Economische en Monetaire Unie, de mededinging op de interne markt en de liberalisering van de internationale handel.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk. – (SK) Uitvoeringsverslagen analyseren de tenuitvoerlegging van de EU-wetgeving in nationaal recht en handhaving van die wetgeving in de lidstaten. In het geval van het cohesiebeleid wordt het rechtskader gevormd door rechtstreeks toepasselijke verordeningen. In het verslag van de Commissie "Cohesiebeleid: Strategisch verslag 2010 over de uitvoering van de programma's 2007-2013" wordt dus geanalyseerd of de wetgeving door de lidstaten naar behoren is toegepast en hoe de lidstaten de communautaire strategische richtsnoeren hebben geïnterpreteerd en opgevolgd bij de tenuitvoerlegging van hun nationale strategische kaders en operationele programma's. Het belang van cohesiebeleid wordt steeds duidelijker, aangezien het in aanzienlijke mate bijdraagt tot de verbetering van het sociaal economisch klimaat. De lidstaten maken vorderingen om de doelstellingen van dat beleid te verwezenlijken, zoals blijkt uit de feiten en cijfers in de nationale verslagen. Natuurlijk zijn financiële discipline en transparantie bij de toewijzing van middelen essentiële voorwaarden voor het verwezenlijken van de algemene doelstellingen. Het nieuwe instrument van de strategische verslagen kan in deze zin bijdragen tot meer verantwoordingsplicht met betrekking tot de verwezenlijking van beleidsdoelstellingen. Stappen die leiden tot vereenvoudiging van het beheer en de uitvoering van het cohesiebeleid zijn nog steeds uiterst wenselijk en verantwoord als het erom gaat de doelstellingen van dit beleid te verwezenlijken en op die manier bij te dragen tot de solidariteit in Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Gierek (S&D), schriftelijk. (PL) Ik heb voorgestemd omdat het huidige cohesiebeleid ondanks de problemen bij de benutting van het geld uit het Cohesiefonds met het oog op zijn langetermijndoel consequent moet worden voortgezet. De cohesie van de Unie berust op doeltreffend gebruik van het potentieel van regio's met een economische achterstand en groei op basis van het schaaleffect in de hele Unie. Vandaar dat we ons moeten concentreren op investeringen in communicatie-infrastructuur, die de werking van de gemeenschappelijke markt vergemakkelijken, en ook op ecologie. In de nieuwe financiële vooruitzichten mogen deze fondsen niet worden verspild aan sectorale projecten.

Het is ook nodig om de cohesie binnen de lidstaten te verbeteren en de financiële middelen voor infrastructurele investeringen in verband met de klimaatveranderingen, zoals bijvoorbeeld hydrotechnische constructies, beter te benutten. In Polen wordt het geld uit het Cohesiefonds bijvoorbeeld slecht benut voor projecten rond openbaar vervoer en communicatie, zoals spoorwegen, trams en internet. Er moet aandacht worden besteed aan een doeltreffender gebruik van hulpbronnen door recycling. Er wordt ook een te klein aandeel van de Europese middelen gebruikt voor isolatie van gebouwen, in het bijzonder in Midden- en Oost-Europa. Het is in het belang van de Unie dat de scheiding tussen het belangrijke centrum en de minder ontwikkelde perifere gebieden verdwijnt, zodat die perifere regio’s niet enkel een afzetmarkt en reservoir voor arbeidskrachten blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Gunnar Hökmark (PPE), schriftelijk. − (SV) De Zweedse conservatieven delen het enthousiasme van het verslag met betrekking tot het gebruik van de structuurfondsen in het cohesiebeleid niet. Wij staan kritisch tegenover de huidige vorm en reikwijdte van het stelsel, maar de manier waarop de fondsen worden gebruikt is niettemin belangrijk. In dit initiatiefverslag wordt niet gepleit voor bijkomende middelen voor de fondsen en staat bovendien dat bij het toewijzen van middelen de prioriteit moet liggen op onderzoek en ontwikkeling. Bijgevolg konden wij dit verslag steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. - (LT) Ik verwelkom dit document, omdat er snel herstelmaatregelen moeten worden genomen om zwakke prestaties op bepaalde prioritaire gebieden te verbeteren Het document komt met de aanbeveling een grondige analyse te verrichten van de uitvoeringsproblemen op gebieden waar zich specifieke vertragingen hebben voorgedaan bij de projectselectie. In dit verband roept het de lidstaten op hun inspanningen op te voeren om de selectie van projecten op gebieden waar sprake is van vertraging te verbeteren en vaart te zetten achter de tenuitvoerlegging van alle geselecteerde projecten, teneinde te voorkomen dat de overeengekomen doelstellingen niet gerealiseerd worden. Het verslag onderstreept de belangrijke rol van KMO's als innoverende krachten in de economie en het is daarom noodzakelijk om deze sector te ontwikkelen, onder meer door de uitvoering van de Small Business Act, hun toegang tot financiering en ondernemingskapitaal te vergemakkelijken en hen aan te moedigen aan innovatieve projecten mee te werken om hun concurrentiekracht te vergroten en meer banen te scheppen. Naar mijn mening wordt de effectieve selectie en tenuitvoerlegging van projecten op sommige gebieden gehinderd doordat aan bepaalde belangrijke voorwaarden daarvoor niet is voldaan, zoals eenvoudigere aanvraagprocedures op nationaal niveau, de vaststelling van duidelijke nationale prioriteiten voor bepaalde interventieterreinen, tijdige omzetting van EU-wetgeving en geconsolideerde institutionele en administratieve capaciteit, en door buitensporige nationale bureaucratie. Derhalve worden in het document de lidstaten en regio's verzocht de beleidsuitvoering te vergemakkelijken door deze uitdagingen op te pakken en met name door het juridische kader op het gebied van staatssteun, openbare aanbesteding en milieuregels te verbeteren en institutionele hervormingen na te streven.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Het cohesiebeleid is altijd al een hoeksteen geweest van het Europees economisch herstelplan van de EU, waardoor de rol van de structuurfondsen voor iedereen helder is geworden. Met name voor het kleinbedrijf, dat wordt beschouwd als de lokale ontwikkelingsactor op nationaal niveau, zijn er cohesiebeleidsmaatregelen gestimuleerd die erop gericht zijn om de arbeidsmarkten op regionaal niveau te ondersteunen door het verminderen van genderspecifieke segregatie en ongelijkheid, om het inter-institutionele dialoog te bevorderen, en om de infrastructuur en diensten voor kwetsbare microregio’s met een grote concentratie van sociaal gemarginaliseerde groepen te verbeteren. Deze interventies, die slechts een aantal zijn van de vele, zijn specifiek en noodzakelijk voor het behoud van het onmisbaar territoriaal evenwicht. Mijn steun voor dit verslag is een erkenning van het uitstekende werk dat de heer Mikolášik heeft verricht en een uiting van de hoop dat ook in de volgende programmeringsperiode het cohesiebeleid zijn koers van aggregatie en van ontwikkeling van de grondgebieden en de Europese economie zal vervolgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (S&D), schriftelijk. – (PL) De uitvoering van het cohesiebeleid in de jaren 2007-2013 verdient de aandacht van het Parlement vanwege een aantal belangrijke redenen, namelijk: systematische versterking van de cohesie is van strategisch belang voor de toekomst van de Unie; het Cohesiefonds biedt een kans aan nieuwe lidstaten en regio’s waar zeer zwakke ontwikkelingsomstandigheden heersen; de voorbehouden met betrekking tot de uitvoering van het beleid, die de Commissie begrotingscontrole in de afgelopen jaren gemaakt heeft vanwege het te hoge foutenpercentage. Het verslag-Mikolášik verdient steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. (IT) Dit strategisch verslag vormt een nieuw facet van het cohesiebeleid. Het toont op het juiste moment de vorderingen aan die in de EU-27 zijn geboekt en verbetert de transparantie van de maatregelen door middel van de integratie met de communautaire prioriteiten.

De vooruitgang die door de lidstaten is geboekt, kan redelijk worden geacht tegen de achtergrond van de ernstige verslechtering van de sociaaleconomische situatie als gevolg van de wereldwijde crisis, maar ook gezien de hervorming die in het beleid is aangebracht voor de periode 2007-2013. Er bestaat op vele punten nog steeds een duidelijke kloof tussen de minder en de meer ontwikkelde EU-regio’s en de vooruitgang verschilt sterk van land tot land en van thema tot thema: op bepaalde strategische gebieden doet zich bijzonder veel vertraging voor bij de projectselectie.

De belangrijkste zorgpunten die een grondige analyse van de oorzaken vergen, zijn: de spoorwegsector, bepaalde investeringen in energie- en milieuprojecten, de digitale economie, sociale integratie, bestuur en capaciteitsopbouw. Daarom moet er iets extra’s worden gedaan om buitensporige vertragingen te vermijden, de uitvoeringsprestaties te verbeteren en meer financiële discipline te waarborgen.

Het belang van cohesiebeleid wordt steeds duidelijker, aangezien het in aanzienlijke mate bijdraagt tot de verbetering van het sociaaleconomisch klimaat. Natuurlijk zijn financiële discipline en transparantie bij de toewijzing van middelen essentiële voorwaarden voor het verwezenlijken van de algemene doelstellingen van het cohesiebeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Rolandas Paksas (EFD), schriftelijk. - (LT) Het cohesiebeleid vormt een garantie voor de verbetering van ons sociaaleconomische klimaat; het helpt ongelijkheden tussen ontwikkelingsniveaus van de Europese regio's weg te werken en is een hulp bij het streven naar modernisering en duurzame groei. Het is een doeltreffend en doelmatig middel om een antwoord te vinden op de sociaaleconomische uitdagingen die zijn ontstaan door de financiële crisis. Om de verschillen tussen de minder ontwikkelde en hoogontwikkelde EU-regio's te verminderen, moeten de lidstaten worden aangemoedigd de absorptiecapaciteit van de structuurfondsen en het Cohesiefonds te verbeteren. De lidstaten moeten actiever deelnemen aan de uitvoering van de programma's van het cohesiebeleid. Voor de uitvoering van deze doelstellingen is het belangrijk ervoor te zorgen dat de projecten zonder vertraging worden geselecteerd en correct worden uitgevoerd. Daarom moet er voor een efficiënt mechanisme voor controle en monitoring worden gezorgd en voor een vermindering van de bureaucratie en de administratieve lasten. Opgemerkt moet worden dat bijzondere aandacht moet worden geschonken aan en gelden beschikbaar moeten worden gesteld voor vervoer, dat een cruciale factor is voor de verwezenlijking van territoriale, economische en sociale cohesie. Ik betreur het dat de investeringen in de spoorwegsector onder het niveau van de investeringen in het wegvervoer liggen. Bovendien brengt het achterblijven van investeringen in de spoorwegsector enorme schade toe aan de uitvoering van het TEN-T-netwerk. Opgemerkt moet worden dat voor kleine bedrijven de structuurfondsen een essentieel instrument vormen voor economische stimulering. Het is essentieel dat de mogelijkheden die deze fondsen bieden worden gebruikt om een gunstig ondernemingsklimaat te scheppen voor kleine en middelgrote ondernemingen, en zo de financieringsmogelijkheden te verbeteren en de deelname aan diverse innovatieve projecten en de samenwerking op lokaal en regionaal niveau te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Het cohesiebeleid is een steunpilaar van de sociaaleconomische ontwikkeling. De lidstaten hebben positief gereageerd op de nieuwe vereisten en hebben snel gehoor gegeven aan de aanwijzingen van de EU, door een aanzienlijke vooruitgang te boeken bij de verwezenlijking van de cohesiebeleidsdoelstellingen, zoals naar voren komt uit het rapport over het verslag 2010. In de hoop dat zij deze weg zullen vervolgen, heb ik voor het verslag gestemd over de uitvoering van de cohesiebeleidsprogramma’s 2007 - 2013. Bovendien formuleert het verslag voorstellen en aanbevelingen voor meer transparantie en flexibiliteit bij de toewijzing en het gebruik van Europese subsidies.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk.(EL) Cohesiebeleid is cruciaal voor de verbetering van het sociaaleconomische milieu in Europa en vormt een praktische uitdrukking van solidariteit tussen de lidstaten. In het verslag wordt echter terecht gewezen op de vertragingen bij de voltooiing van strategische en operationele programma's ten gevolge van moeilijke onderhandelingsprocedures; er wordt echter ook vermeld, en dat is belangrijk voor Griekenland, dat de EU manieren moet vinden om deze vertragingen aan te pakken wanneer zij ontstaan wegens gebrek aan publieke middelen voor het cofinancieren van projecten. Tegelijkertijd is het belangrijk om bij elke gelegenheid te benadrukken dat de fundamentele voorwaarde voor een volledige realisatie van de doelstellingen van het cohesiebeleid goed financieel beheer, verantwoording en transparantie bij de toewijzing van de middelen is. Dit kan worden bereikt door regelmatig voortgangsrapporten uit te brengen en de doelmatigheid van het openbaar bestuur te vergroten.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. – (PT) Het cohesiebeleid is een fundamentele pijler van het EU-beleid en een van de motoren van de ontwikkeling van een Europa met één snelheid, aangezien het in aanzienlijke mate bijdraagt tot de verbetering van het sociaaleconomisch klimaat. De lidstaten maken, zoals blijkt uit de nationale verslagen, vorderingen bij de verwezenlijking van de cohesiebeleidsdoelstellingen, zij het met een zekere inherente heterogeniteit tussen de diverse landen en regio's. Maar cohesiebeleid is een langetermijnmechanisme en de meeste resultaten worden pas later in de programmeringsperiode zichtbaar. Het beeld voor het tijdvak 2007-2013 zal pas in 2015, twee jaar na het tweede strategische verslag volledig zijn, want bepaalde landen hebben na 2013 nog twee jaar om alle vastgelegde kredieten te gebruiken. Ik heb voor dit verslag gestemd, waarin er onder andere gewezen wordt op het feit dat effectieve selectie en uitvoering van projecten op sommige gebieden belemmerd wordt door een groot aantal factoren, zoals de late afronding van de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader en het wetgevingspakket voor het beleid, waardoor de nationale strategieën en operationele programma's vertraging oplopen, en de schaarse overheidsmiddelen die in de lidstaten voor cofinanciering beschikbaar zijn. Daar met spoed iets aan worden gedaan om de doelstellingen van het proces volledig te kunnen verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) In dit verslag wordt geanalyseerd of de wetgeving door de lidstaten naar behoren is toegepast en hoe de lidstaten de communautaire strategische richtsnoeren hebben geïnterpreteerd en opgevolgd bij de tenuitvoerlegging van hun nationale strategische kaders en operationele programma’s. Het verslag is hoofdzakelijk gebaseerd op de volgende twee documenten: Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer getiteld "Cohesiebeleid: strategisch verslag 2010 over de uitvoering van de programma's 2007-2013" en het begeleidende werkdocument van de diensten van de commissie. Het kernoordeel betrof de uitvoering van de programma’s, waarbij er bij het opmaken van een vergelijkende analyse rekening is gehouden met een verschil van diverse maanden, aangezien het van invloed zou kunnen zijn op de omvang van de toewijzingen aan een bepaalde sector. Het kernoordeel had ook betrekking op de strategische verslagen die tijdig de vorderingen aantoonden die in heel Europa zijn geboekt, en bieden daarmee een basis voor een debat op hoog niveau, peer review en beleidsleren, alsook een stimulans voor het verbeteren van de kwaliteit van de prestaties, hoewel er enkele belangrijke beperkingen in deze verslagen zijn gesignaleerd. In de hoop meer publiciteit te genereren rondom de presentatie van de resultaten, stem ik voor het voorstel.

 
  
MPphoto
 
 

  Phil Prendergast (S&D), schriftelijk. (EN) Het is belangrijk dat de EU zich blijft richten op kwetsbare regio’s om te voorkomen dat ze nog zwaarder gebukt gaan onder de huidige economische crisis. Hulp aan armere regio’s komt ook de welvarender regio’s ten goede doordat de koopkracht op naburige markten stijgt en dat is een van de zaken waar de interne markt voor bedoeld is. Structurele financiering is van immens belang bij het aanpakken van de problemen in deze regio’s en we moeten ervoor zorgen dat de interne markt effectief blijft functioneren en zorgen voor duurzame en inclusieve groei. In dit verslag werd ingegaan op de vertragingen bij de projectselectie voor terreinen als de spoorwegsector, energie, het milieu, de digitale economie, sociale integratie, bestuur en capaciteitsopbouw. Deze zaken zijn bepalend voor het concurrentievermogen en dus voor de economische groei. De EU moet buitensporige vertragingen bij de toewijzing van middelen zien te voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór gestemd. Het ontwerpverslag was vrij zwak, maar had aanzienlijk kunnen worden verbeterd met behulp van 22 compromisamendementen en een aantal sterkere alinea’s vanuit een ander standpunt, bijvoorbeeld op het gebied van sociale cohesie (alinea’s 7 en 19), gendermainstreaming (alinea 9), het koolstofvrij maken van het vervoer (alinea 11), energie-efficiëntie (alinea 14) en milieubescherming en klimaat (alinea 15). Onze formulering over de synergieën tussen de fondsen ("dat elk fonds zijn eigen regels nodig heeft ", alinea 28) kon worden opgenomen en dat geldt ook voor onze oproep tot meer kruisfinanciering (alinea 29) en versterking van het partnerschap (alinea 33) en transparantie (alinea 3). We hebben ook een goede tekst over de afstemming van programma’s op duurzame ontwikkeling (alinea 35). Maar het gejubel over de Lissabon-earmarking (alinea’s 5 en 20) en een oproep tot betere financiering van TEN-T-projecten (alinea 12) hebben we niet kunnen voorkomen. Meer nadruk op groene maatregelen ter bestrijding van de crisis was ook niet haalbaar (alinea 27).

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. – (PT) In artikel 174 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt bepaald dat de Unie haar optreden gericht op de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang ontwikkelt en vervolgt, waarvoor communautaire middelen werden vrijgemaakt voor de periode 2007-2013 ter waarde van 347 miljard euro, wat overeenkomst met 35,7 procent van de totale begroting van de EU. Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat er een waarheidsgetrouwe analyse wordt gemaakt van de huidige stand van zaken van de communautaire middelen, waarvoor de gebieden waarin tot nu toe projecten ter waarde van 93,4 miljard euro geselecteerd werden, worden aangeduid, omdat er aanbevelingen gedaan worden en verbeteringen voorgesteld worden, omdat het bijdraagt tot een oplossing voor de economische en financiële crisis en omdat het goede praktijken en het leren van elkaar op regionaal niveau bevordert.

Ik wil erop wijzen dat de besteding van communautaire middelen erg ongelijk verloopt in de verschillende lidstaten. Het is daarom belangrijk dat de EU begrijpt welke moeilijkheden bepaalde landen hebben gehad bij het uitwerken van correctieve maatregelen om zo actief bij te dragen tot een betere besteding van de communautaire middelen in overeenstemming met de Europa 2020-strategie. Tot slot wil ik de lidstaten feliciteren met het geleverde werk voor de uitwerking van de eerste nationale strategische verslagen, die actief hebben bijgedragen tot meer transparantie, flexibiliteit, doeltreffendheid en verantwoordingsplicht voor de middelen uit het cohesiebeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. – (RO) Ik heb voor het verslag over de uitvoering van de cohesiebeleidsprogramma's voor 2007-2013 gestemd, omdat cohesiebeleid van essentieel belang is voor het realiseren van de Europa 2020-doelstellingen, met name op de gebieden van werkgelegenheid en sociale zaken. Ik betreur de vertragingen die zich hebben voorgedaan bij de projectselectie voor strategische terreinen als vervoer, bepaalde investeringen in energie- en milieuprojecten, de digitale economie, sociale integratie, bestuur en het versterken van administratieve capaciteiten. Effectieve selectie en tenuitvoerlegging van projecten op sommige gebieden worden gehinderd doordat aan bepaalde belangrijke voorwaarden daarvoor niet is voldaan, zoals eenvoudigere aanvraagprocedures op nationaal niveau, de vaststelling van duidelijke nationale prioriteiten voor bepaalde interventieterreinen, tijdige omzetting van EU-wetgeving, geconsolideerde institutionele en administratieve capaciteit, en door buitensporige nationale bureaucratie.

Ik denk dat het tot stand brengen van een intermodaal Europees vervoerssysteem, op basis van het TEN-T-netwerk, en de onderlinge verbindingen ervan met de nationale projecten voor wegen, spoorwegen en binnenlandse waterwegen, van essentieel belang is voor territoriale, economische en sociale cohesie.

Ik betreur het feit dat er te weinig wordt geïnvesteerd in projecten ter bevordering van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op het vlak van huisvesting en van huisvestingsprojecten gericht op gemarginaliseerde gemeenschappen. In de toekomst dient Europa aanzienlijke investeringen te doen in innovatie, onderwijs en nieuwe technologieën.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. − (DE) Het strategische verslag over de uitvoering van de operationele programma's die in het kader van het cohesiebeleid worden medegefinancierd, is een nieuw instrument dat essentieel zal zijn voor transparantie en het publiek in de toekomst zal helpen om deze complexe kwestie te begrijpen. De Rekenkamer stelt elk jaar enorme onregelmatigheden vast met betrekking tot de betaalde subsidies. Als het correct wordt gebruikt, zou dit instrument essentieel kunnen zijn om daar een einde aan te helpen maken. Daarom ben ik voor de verbetering die de rapporteur heeft voorgesteld, met name de verbeteringen die verband houden met de kwaliteit van de door de lidstaten opgestelde verslagen, waardoor in de toekomst effectieve controle wordt verzekerd.

 
  
  

Verslag: Oldřich Vlasák (A7-0218/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat de behoeften van stedelijke gebieden erin geanalyseerd worden, waarbij in het bijzonder gewezen wordt op twee assen: basisinfrastructuur en slimme investeringen in infrastructuur en diensten die gebaseerd zijn op moderne technologie. Voorts ben ik het eens met het pleidooi voor de beginselen van de geïntegreerde strategische planning en de behoefte aan een flexibelere kruisfinanciering tussen het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en het Europees Sociaal Fonds (ESF).

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Oana Antonescu (PPE), schriftelijk.(RO) Europese stedelijke diversiteit moet voornamelijk worden ondersteund door een flexibel mechanisme voor het uitvoeren van cohesiebeleid en door projecten voor stedelijke ontwikkeling af te stemmen op en aan te passen aan de hand van de ontwikkelingsbehoeften en strategische richtlijnen van elke stad op zich. Er wordt gesproken over slimme stadsontwikkeling en over de noodzaak dat steden hun infrastructuur en de diensten die ze aanbieden verbeteren en moderniseren. Om zeker te stellen dat dit geen leeg concept is, denk ik dat wij ons vertrouwen moeten stellen in de lokale autoriteiten en gekozen vertegenwoordigers van die steden. We moeten luisteren naar wat gemeenschappen willen, eventuele bouw initiëren op basis van hun prioriteitenlijst en erin geloven dat burgemeesters het beste weten wat de prioriteiten voor hun steden zijn of zouden moeten zijn. Daarom ben ik er samen met de rapporteur geheel van overtuigd dat het aanbod aan fondsen van de EU moet aansluiten bij de plaatselijke vraag en de beginselen van de geïntegreerde strategische planning op EU-niveau. Daarom moet de Europese stedelijke agenda bijdragen aan de verkleining van verschillen op de strategische gebieden waaraan elke moderne Europese stad behoefte heeft, namelijk infrastructuur, onderzoek en innovatie, vervoer, milieubescherming, onderwijs, gezondheid en cultuur, omdat het vaststellen van een geïntegreerde benadering voor cohesiebeleid de enige manier is waarop wij de huidige steden zullen helpen zich op een organische, duurzame en milieuvriendelijke manier te ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pino Arlacchi (S&D), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, in het verslag "over een Europese stedelijke agenda en de toekomst van deze agenda in het cohesiebeleid" wordt benadrukt dat er naast de belangrijke bijdrage door de interventies van het cohesiebeleid aan de stedelijke ontwikkeling een groot aantal andere beleidsvormen (zoals het milieu, vervoer en energie) en programma's van de EU zijn, die grote gevolgen hebben voor de stedelijke ontwikkeling. Daarom zou de Commissie een territoriale evaluatie moeten verrichten van de gevolgen van sectorale beleidsvormen, om een doeltreffende stedelijke EU-agenda te bevorderen. In het verslag wordt tevens herhaald dat één van de zwakke punten van de Lissabon-strategie het gebrek aan goed functionerend meerlagig bestuur was en het feit dat regionale en lokale autoriteiten en het maatschappelijk middenveld onvoldoende betrokken waren bij de ontwerp-, uitvoerings-, communicatie- en evaluatiefasen van de strategie. Met dit gebrek in het achterhoofd is het van het grootste belang het bestuurssysteem voor de EU 2020-strategie te verbeteren met een grotere mate van integratie van alle belanghebbenden in alle fasen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk. – (FR) Als ondervoorzitter van de werkgroep van het Europees Parlement voor stedelijke vraagstukken, hecht ik groot belang aan wat het cohesiebeleid van de Europese Unie kan betekenen in onze steden, met name in probleemwijken. Ik heb voor dit verslag gestemd, want daarin bepleit mijn collega Oldřich Vlasák een belangrijke rol voor de stedelijke gebieden en hij heeft een knap compromis gevonden tussen lokale, nationale en Europese verantwoordelijkheden. Tot slot wil ik toevoegen dat ik van plan ben te blijven werken aan de verbindingen die ontwikkeld moeten worden tussen stedelijke gebieden en plattelandsgebieden, die te vaak vergeten worden bij het beleid voor ruimtelijke ordening.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Bennahmias (ALDE), schriftelijk. – (FR) Terwijl het grote merendeel van de Europese bevolking in steden woont, die geconfronteerd worden met nieuwe uitdagingen, bleef de stedelijke agenda in het cohesiebeleid relatief onbekend, ongeregeld en daarmee ontoereikend. De stemming van vandaag was een gelegenheid om te benadrukken dat het noodzakelijk is om de samenwerking tussen steden en voorsteden te versterken en meer rekening te houden met specifieke stedelijke uitdagingen. Als afgevaardigde uit het district Zuid-Oost heb ik extra aandacht voor vraagstukken met betrekking tot steden, in het bijzonder omdat Marseille de tweede Franse stad is qua bevolkingsaantal. Deze stad heeft, zoals veel andere steden, te maken met talrijke uitdagingen, zoals het openbaar vervoer, werkgelegenheid, huisvesting en de bestrijding van sociale uitsluiting, en de Europese Unie kan onder andere door het cohesiebeleid bijdragen aan de oplossing daarvan. Dit verslag gaat met name over drie doelstellingen: de ontwikkeling van een fysieke infrastructuur, de modernisering van economische en sociale structuren en het milieubeleid van steden, en een slimmere stedelijke ontwikkeling. Zonder de plattelandsgebieden te vergeten, gaat het erom de rol van stedelijke gebieden in de Europese regio's te benadrukken en eraan te herinneren dat zij niet vergeten moeten worden als we een evenwichtige regionale ontwikkeling wensen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. - (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat het hoofddoel van de versterkte stedelijke agenda moet zijn bij te dragen aan de ontwikkeling en kwalitatieve aanpassing van de infrastructuur en diensten in de Europese steden. De toekomstige maatregelen moeten nauw verband houden met algemene EU-prioriteiten om een bijdrage uit de EU-begroting te rechtvaardigen. In Europa vormen de steden de centra van economische activiteit, innovatie en werkgelegenheid, en toch worden ze met allerlei uitdagingen geconfronteerd. Complexe problemen, zoals de trend om in de voorsteden te gaan wonen, de concentratie van armoede en werkeloosheid in wijken in het centrum en de toenemende verkeerscongestie, vergen een geïntegreerde aanpak wat betreft vervoer, huisvesting en programma's voor opleiding en werkgelegenheid, die toegesneden moet zijn op wat er ter plaatse nodig is. Deze problemen moeten worden aangepakt in de context van het regionaal beleid en cohesiebeleid van Europa. Bovendien moet de Europese Commissie werken aan de best mogelijke harmonisatie van regels voor bepaalde EU-fondsen en -programma's uit hoofde waarvan stedelijke en lokale ontwikkelingsprojecten in aanmerking komen voor cofinanciering, teneinde de bureaucratische lasten tot het minimum te beperken en potentiële fouten bij de uitvoering te voorkomen. De Commissie moet een onderzoek verrichten om de bestaande praktijken van de lidstaten op het vlak van geïntegreerde strategische planning met elkaar te vergelijken en om, op basis van de uitkomsten van het onderzoek, specifieke EU-richtsnoeren voor de gebruikte methodes voor de planning van de geïntegreerde stadsontwikkeling op te stellen, die efficiënte, juridisch gereglementeerde partnerschappen, waaronder grensoverschrijdende stedelijke partnerschappen, bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. (EN) Dit verslag betreft een aantal kwesties in verband met de stedelijke dimensie van cohesiebeleid die de Commissie regionale ontwikkeling heeft aangeduid als uitdagingen bij uitstek voor het toekomstige cohesiebeleid. De bezuinigingsmaatregelen overal in Europa hebben de druk op alle soorten van overheidsbestedingen verhoogd, en daarom is nu een betere coördinatie van de beschikbare middelen nodig zodat deze zo doeltreffend mogelijk worden ingezet en verdeeld. Er moet ook worden gezorgd voor een doeltreffende stroom van middelen van de EU naar de subnationale niveaus. Ik ben het met de rapporteur eens over dit soort zaken en heb daarom besloten vóór dit dossier te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. – (PT) Het is belangrijk een Europees stedelijk beleid te definiëren dat kan bijdragen tot de duurzame ontwikkeling van stedelijke gebieden overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel. De Europese stedelijke agenda omvat niet alleen de stedelijke dimensie van het EU-beleid, in het bijzonder het cohesiebeleid, maar ook de intergouvernementele benadering tot de inspanningen op Europees niveau, om het stedelijke beleid van de lidstaten, dat toegepast wordt via informele ministerraden, te coördineren.

Het is belangrijk om stedelijke dimensie binnen het cohesiebeleid en de bevordering van duurzame stadsontwikkeling en geïntegreerde benaderingen door versterking en ontwikkeling van de instrumenten voor de uitvoering van het Handvest van Leipzig op alle niveaus te versterken. Tegelijkertijd moet de dynamiek van stedelijke gebieden bevorderd worden door werkelijke synergieën tussen de verschillende Europese financieringsinstrumenten tot stand te brengen, met name op het vlak van onderzoek en innovatie.

Er moet daarom gegarandeerd worden dat de stedelijke gebieden in alle regio’s van de EU, als centra van economische activiteit, innovatie en werkgelegenheid, over de nodige en gepaste middelen kunnen beschikken om de enorme uitdagingen waarmee zij geconfronteerd worden, aan te gaan, zoals de trend om in de voorsteden te gaan wonen, de concentratie van armoede en werkeloosheid in wijken in het centrum, de toenemende opstoppingen en verontreiniging enzovoort.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) Steden vormen de kern van het sociale en economische leven en ze bezitten een fundamentele capaciteit voor sociale integratie, omdat ze enerzijds het behoud van de culturele diversiteit garanderen, en anderzijds een permanente relatie onderhouden tussen het centrum en de periferie. Om deze reden stem ik voor het voorstel om de fondsen uit te breiden die zijn bestemd voor urbane gebieden. Ik ben het ook eens met het idee dat nieuwe investeringen niet uitsluitend op economisch gebied en in specifieke sectoren gedaan moeten worden en het lijkt mij eveneens noodzakelijk om projecten uit te voeren die grotendeels gericht zijn op de sociale samenhang en de integratie van de verschillende delen. Hiertoe is het van essentieel belang projecten naar voren te brengen die duurzaam zijn in termen van kosten en middelen, en flexibel, omdat elke stad anders is en om een andere oplossing vraagt die beter aansluit bij de eigen specifieke eisen. De ontwikkelingsdoelstellingen van een Europese agenda moeten derhalve gericht zijn op: het verbeteren van de sociale samenhang in de stedelijke gebieden, via onder andere, maar niet beperkt tot, economische vooruitgang; de tenuitvoerlegging van een goed gecoördineerd beleid op zowel Europees als lokaal niveau, waarbij de plaatselijke overheden betrokken worden in het strategische besluitvormingsproces; het werven van fondsen en het bevorderen van investeringen om nieuwe projecten uit te voeren in plaats van projecten te creëren om geld te ontvangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Karima Delli (Verts/ALE), schriftelijk.(FR) Ik ben erg blij dat dit verslag is aangenomen, omdat de meeste van onze ideeën (klimaat, sociale cohesie, geïntegreerde en ‘bottom-up’-aanpak, achterstandswijken, kruisfinanciering, enzovoort) erin opgenomen zijn. Ik vind het echter jammer dat er wat betreft de invulling van de stedelijke dimensie geen duidelijker signaal is ten gunste van een breder gebruik van algemene subsidies voor direct beheer door steden. Verder had er in dit verslag meer aandacht besteed moeten worden aan de ontsluiting van achterstandswijken, de rol van middelgrote steden in de stedelijke agenda, alsook de strijd om het klimaat en gemengd wonen in onze steden.

 
  
MPphoto
 
 

  Christine De Veyrac (PPE), schriftelijk.(FR) Hoewel stedelijke gebieden, waar bijna 70 procent van de Europese bevolking woont, bijna vier vijfde van het bbp van de Unie genereren, moeten deze gebieden superconcurrerend worden met een compacte economische structuur en aantrekkelijke kernen voor technologische kwaliteit, en in directe verbinding staan met hun regionale achterban. Door het verslag over de Europese stedelijke agenda en de toekomst van deze agenda in het cohesiebeleid te steunen, wil ik een nieuwe benadering van het stedelijk beleid verdedigen die gebaseerd is op een nauwe samenwerking tussen de spelers op de verschillende niveaus van de besluitvorming (EU, lidstaat, stedelijk gebied, periferie). Het feit dat medeparlementsleden met dergelijke ambities bijna unaniem achter het Europees cohesiebeleid staan, laat zien hoe belangrijk wij het vinden om de ontwikkeling van de verschillende gebieden weer in evenwicht te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor dit verslag over een Europese stedelijke agenda en de toekomst van deze agenda in het cohesiebeleid gestemd, omdat het belang van netwerkactiviteiten van steden, het uitwisselen van beste praktijken en het uitwerken van innovatieve oplossingen, het versterken van de stedelijke dimensie van de doelstelling van territoriale samenwerking in Europa en de zo doeltreffend mogelijke toepassing van het partnerschapsbeginsel in het cohesiebeleid erin wordt benadrukt. Daarmee wil men een duurzamere ontwikkeling van de steden tot stand brengen, in het bijzonder op het vlak van de modernisering van de infrastructuur en de stedelijke vervoersnetwerken.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. – (PT) Een van de belangrijkste dimensies van het cohesiebeleid is de dimensie die specifiek gericht is op steden, aangezien het vooral de stedelijke gebieden zijn die het cohesiebeleid uitvoeren en het in die gebieden is dat de grootste uitdagingen voor de verwezenlijking van de Europa 2020-strategie zich voordoen.

Volgens de gegevens die de rapporteur verstrekt, woont 73 procent van de Europese bevolking in stedelijke gebieden, waar zij ongeveer 80 procent van het BBP genereren en ze tot 70 procent van de energie in de Unie verbruiken. Het is ook in de grote stedelijke gebieden dat de we de belangrijkste centra van innovatie, kennis en cultuur terugvinden en waar de meerderheid van de productieactiviteit, die rijkdom genereert en bijdraagt aan de economische groei, zich afspeelt. Bovendien doen de grootste uitdagingen op het vlak van een doeltreffend beheer van de infrastructuur en het vervoer zich voor in de grote steden, en die uitdagingen hebben een rechtstreekse impact op het milieu- en energiebeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Het cohesiebeleid van de Europese Unie maakt deel uit van een Europees kader van solidariteit die de 27 lidstaten en hun 271 regio’s omvat en beoogt een einde te maken aan de binnen de Europese Unie bestaande economische en sociale verschillen. Het doel van dit verslag van de heer Vlasák is om een vervolg te geven aan zijn voorganger "over de stedelijke dimensie van het cohesiebeleid in de nieuwe programmeringsperiode". De rol van de steden, waar bijna tachtig procent van de Europese bevolking woont, als bron van welvaart en sociale en economische ontwikkelingskern staat buiten kijf.

Maar de steden hebben te kampen met enorme problemen, zoals armoede en sociale uitsluiting, werkeloosheid, huisvesting, criminaliteit, drugsgebruik, die dubbel zo veel aandacht vereisen. Ondanks de door de Europese Commissie en de Europese Investeringsbank ontwikkelde financieringsinstrumenten, zoals Jeremie (gezamenlijke Europese middelen voor micro en middelgrote ondernemingen), Jaspers (gezamenlijke bijstand ter ondersteuning van projecten in Europese regio’s) en Jessica (gezamenlijke Europese steun voor duurzame investeringen in stedelijke gebieden), en andere structuurfondsen blijven de verwachte resultaten uit. Daarom ben ik het eens met de aanbevelingen van de rapporteur voor de voorbereiding van een geïntegreerde en alomvattende financiële planning zodat de fondsen naar projecten gaan die gericht zijn op de verwezenlijking van de in de EU 2020-strategie vervatte doelstellingen en niet naar acties die alleen maar bedoeld zijn om deze fondsen aan te spreken.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De grote tegenstelling in dit verslag is dat de steden weliswaar voldoende in de verf worden gezet, maar dat de burgers worden vergeten. Er wordt nogal wat nadruk gelegd op de versterking van de Europese stedelijke agenda, op de ontwikkeling van fysieke basisinfrastructuren, op de bijdrage van de steden aan het economische weefsel en op energie- en milieuduurzaamheid door middel van investeringen in moderne technologie, maar de mensen verdwijnen naar de achtergrond.

Steden en stedelijke infrastructuur worden door mensen gebouwd. Het zijn mensen die er wonen en die instaan voor het openbaar onderwijs, openbare gezondheid- en vervoersdiensten, handel en industrie, en culturele activiteiten. Het zijn zij die in eender welk stedelijk beleid centraal moeten staan. Maar het zijn zij die in de beleidsmaatregelen van de EU grotendeels vergeten worden.

Wij vinden dat we in een stedelijke agenda voorrang moeten verlenen aan een betere spreiding van de bevolking in bepaalde landen, zoals Portugal, om de steden te ontlasten door aandacht te besteden aan het platteland en aan landbouw die loont, door de productieactiviteit te spreiden over het grondgebied, door aandacht te besteden aan hoogwaardige openbare diensten op het platteland en in de stad, door de werkeloosheid te bestrijden en banen met rechten te verdedigen, door de lonen en de pensioenen op te waarderen en armoede te bestrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit verslag gaat over een Europese stedelijke agenda en de toekomst van deze agenda in het cohesiebeleid. Daarin worden de steden voldoende in de verf gezet, maar wordt een fundamenteel onderdeel van deze steden over het hoofd gezien: de burgers. Dat is een duidelijke tegenstelling in dit verslag. De rapporteur pleit voor een versterking van de Europese stedelijke agenda, voor de ontwikkeling van fysieke basisinfrastructuur, voor de bijdrage van de steden aan het economische weefsel, voor energie- en milieuduurzaamheid door middel van investeringen in moderne technologie, maar de burgers verdwijnen naar de achtergrond. Steden en stedelijke infrastructuren worden echter door mensen gebouwd. Daarom moeten zij de kern zijn van eender welk stedelijk beleid. Maar het zijn zij die in de beleidsmaatregelen van de EU grotendeels vergeten worden.

Wij vinden dat we in een stedelijke agenda voorrang moeten verlenen aan een betere spreiding van de bevolking in bepaalde landen, zoals Portugal, om de steden te ontlasten door aandacht te besteden aan het platteland en aan landbouw die loont, door de productieactiviteit te spreiden over het grondgebied, door aandacht te besteden aan hoogwaardige openbare diensten op het platteland en in de stad, door de werkeloosheid te bestrijden en banen met rechten te verdedigen, door de lonen en de pensioenen op te waarderen en armoede te bestrijden. Maar daarover vinden we niets terug in dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk. – (SK) Het verslag heeft betrekking op diverse aspecten van de stedelijke dimensie van het cohesiebeleid die volgens de Commissie regionale ontwikkeling cruciaal of een uitdaging zijn voor het toekomstige cohesiebeleid, dat tot een volwaardig en doeltreffend beleid ten aanzien van de steden in de EU moet uitgroeien. Europa kan worden gekenschetst door territoriale diversiteit en polycentrische ontwikkeling, en het relatief dichte stedelijke netwerk telt weinig zeer grote steden. Een versterkte stedelijke agenda vereist de ontwikkeling en kwalitatieve modernisering van de infrastructuur en diensten in de Europese steden. Toekomstige maatregelen moeten nauw verband houden met algemene EU-prioriteiten. Ook al zijn de steden in Europa centra van economische activiteit, innovatie en werkgelegenheid, toch worden ze met allerlei uitdagingen geconfronteerd, en voor het oplossen van die problemen is een individuele benadering nodig die rekening houdt met de lokale behoeften. Het regionaal beleid en het cohesiebeleid van Europa gaan deze uitdagingen aan. De problemen die ontstaan zijn, moeten worden opgelost door middel van een geïntegreerde aanpak op nationaal, regionaal en EU-niveau, en de mogelijkheden voor regionale, nationale en EU-financiering moeten worden gecoördineerd om een heel scala aan specifieke behoeftes te bestrijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (S&D), schriftelijk. (EN) Ik stem vóór dit verslag omdat het onderstreept hoe belangrijk het is dat de emissiedoelstelling voor broeikasgassen van een beperking van 20 procent wordt bijgesteld naar 30 procent, in verband met het ambitieuze doel van een maximale temperatuurstijging van 2 °C. Dit is alleen haalbaar wanneer wereldwijd wordt deelgenomen aan de ETS, die alleen maar doeltreffend kan zijn als zij voldoende schaalgrootte heeft. De EU-ETS moet echter flexibel blijven met het oog op de economische crisis en daartoe moeten financiële maatregelen worden getroffen die een kostenefficiënte beperking van de emissie van broeikasgassen in Europa bevorderen. Het is meer dan duidelijk dat uitstel van maatregelen onhoudbaar is en er niet alleen toe zal leiden dat het beperken van de emissie duurder wordt, maar ook dat de EU haar voortrekkersrol in groen onderzoek kwijtraakt. Daarom moet er blijven worden geïnvesteerd in innovatie en stimulering van eco-efficiënte ontwikkeling in de lidstaten. Internationale samenwerking bij deze grote klimaatuitdaging zal ervoor zorgen dat de Europese industrie concurrerend kan blijven en nooit economisch wordt benadeeld. De EU, verantwoordelijk voor 10 procent van de emissies op wereldschaal, kan de klimaatverandering niet in haar eentje bestrijden; dit is een wereldwijd probleem waarvoor wereldwijde actie nodig is.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberto Gualtieri (S&D), schriftelijk. (IT) De stedelijke gebieden, waar 73 procent van de Europese bevolking woont en waar circa 80 procent van het BBP wordt gegenereerd, zijn de belangrijkste centra van innovatie, cultuur en groei van de Europese Unie. Desondanks heeft de stedelijke dimensie tot nu toe onvoldoende erkenning gekregen. Om deze reden is het belangrijk dat het Parlement voorstelt om de Europese stedelijke agenda binnen het kader van het EU-beleid verder uit te breiden, door de bijdrage van het cohesiebeleid aan de stedelijke ontwikkeling te versterken en door de lokale politieke partijen meer te betrekken.

De stedelijke dimensie van het cohesiebeleid moet zijn gericht op het ondersteunen van: de ontwikkeling van de belangrijkste fysieke infrastructuur, de modernisering van de economische en sociale structuren alsmede het milieubeleid van steden, de stedelijke renovatie en de bevordering van de sociale innovatie in achterstandswijken. Hiervoor is een directe participatie nodig van de lokale autoriteiten en het maatschappelijk middenveld, alsmede de betrokkenheid van de politieke leiders van de steden bij de strategische planning en bij het definiëren en onderhandelen van de partnerschapsovereenkomsten. Binnen dit kader is het verzoek aan de Commissie om de oprichting van de stedelijke bewindvoering te bevorderen en een Erasmus in te stellen voor lokale en regionale overheden, veelbetekenend.

Laten we de verplichting van de Commissie om de belangrijke voorstellen van dit verslag te verwelkomen, goed in te gaten houden, in de overtuiging dat een volledige erkenning van de centrale rol die de stedelijke dimensie in het EU-beleid speelt, een absolute voorwaarde vormt voor het succes ervan.

 
  
MPphoto
 
 

  Gunnar Hökmark (PPE), schriftelijk. − (SV) De Zweedse conservatieven delen het in het verslag geformuleerde standpunt met betrekking tot een aantal aspecten niet. Wij zijn ertegen gekant om de Europese Investeringsbank bijkomende controlemogelijkheden te geven en de EU een rol te laten spelen in stadsplanning. In het verslag wordt echter niet gepleit voor bijkomende EU-middelen en wordt de rol van steden als groeicentra vermeld. Bijgevolg konden we voor het verslag in zijn geheel stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Brice Hortefeux (PPE), schriftelijk.(FR) Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat het stedelijk beleid onder de bevoegdheid van de lidstaten valt. De ontwikkeling van onze gebieden kan echter niet volledig zijn zonder dat de stedelijke dimensie op Europees niveau daadwerkelijk in aanmerking wordt genomen. Steden zijn namelijk een stuwende kracht in de verwezenlijking van onze doelstellingen op het gebied van werkgelegenheid, opleiding en energie-efficiëntie...

In dit verslag wordt met succes de nadruk gelegd op de toegevoegde waarde van het Europees beleid, met name het cohesiebeleid, wat betreft de ontwikkeling en modernisering van de infrastructuur en diensten in Europese steden.

Daarom ben ik blij dat dit verslag bij grote meerheid is aangenomen. Nationale belangen en lokale behoeften worden succesvol in overeenstemming gebracht met de Europese prioriteiten van de EU 2020-strategie, met inachtneming van de beginselen van meerlagig bestuur en partnerschap.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. - (LT) Ik verwelkom dit document, omdat het met de aanbeveling komt dat de stedelijke dimensie van het cohesiebeleid gericht wordt op een drievoudige doelstelling: ten eerste moeten de stedelijke gebieden hulp krijgen om hun belangrijkste fysieke infrastructuur te ontwikkelen, als voorwaarde voor groei, zodat ze hun potentiële bijdrage aan de economische groei in Europa volledig kunnen leveren, de economie op een bredere basis kunnen plaatsen en kunnen bijdragen aan energie- en milieuduurzaamheid met name om de gebiedskwaliteit in de stadscentra te behouden en te verbeteren, zonder enige schade te berokkenen aan de rivieren; ten tweede moeten de stedelijke gebieden hulp krijgen om hun economische en sociale structuren alsmede hun milieubeleid te moderniseren door slim te investeren in infrastructuur en diensten die gebaseerd zijn op moderne technologie, en die terdege rekening houden met regionale, lokale en nationale omstandigheden; ten derde moeten de stedelijke gebieden worden gerenoveerd door besmette industriegebieden en terreinen te saneren, zonder daarbij echter de ontwikkeling van dwarsverbanden tussen stedelijke en plattelandsgebieden uit het oog te verliezen, teneinde de inclusieve groei te bevorderen, overeenkomstig de EU 2020-strategie. Stedelijke gebieden zijn geen op zich staande elementen in hun regio, en hun ontwikkeling moet derhalve goed worden gekoppeld aan de functionele gebieden eromheen en aan het platteland. Ik ben het eens met het advies dat de Europese Commissie moet werken aan de best mogelijke harmonisatie van regels voor bepaalde EU-fondsen en -programma's uit hoofde waarvan stedelijke en lokale ontwikkelingsprojecten in aanmerking komen voor cofinanciering, teneinde de bureaucratische lasten tot het minimum te beperken en potentiële fouten bij de uitvoering te voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor dit verslag gestemd dat een belangrijke bijdrage levert aan de communautaire toegevoegde waarde van de kruisfinanciering tussen het EFRO en ESF, met het oog op meer flexibiliteit voor projecten voor sociale insluiting en de plaatselijke programma’s voor geïntegreerde stedelijke ontwikkeling. De aanwezigheid van flexibelere voorwaarden voor deze kruisfinanciering zou naar mijn mening het gebruik van dergelijke plannen of strategieën kunnen optimaliseren, zodat op effectieve en efficiënte wijze gebruik wordt gemaakt van de complementaire synergieën van deze fondsen. Met name in de stedelijke gebieden die bekend staan vanwege problemen met sociale uitsluiting of milieuvervuiling, kan vaak met ESF-financiering steun worden geboden aan gezamenlijke lokale projecten om uitsluiting te voorkomen, die gecoördineerd en gezamenlijk worden uitgevoerd door overheden en particuliere instellingen die als leiders fungeren voor een netwerk van steden. Ik hoop dat de stemming van vandaag leidt tot een betere harmonisatie van regels voor bepaalde EU-fondsen en –programma’s, uit hoofde waarvan stedelijke en lokale ontwikkelingsprojecten in aanmerking komen voor cofinanciering, teneinde de bureaucratie en traagheid bij de uitvoering zo veel mogelijk te beperken.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. (IT) Wij vinden dat het hoofddoel van de Europese stedelijke agenda moet zijn om de ontwikkeling en kwalitatieve aanpassing van de infrastructuur en diensten in Europese steden te stimuleren. Alvorens verdere stappen te zetten moet er daarom een behoorlijke evaluatie van het mainstreamingproces worden uitgevoerd, met een lijst van sterke en zwakke punten. Dit moet leiden tot een lijst van aanbevelingen of normen voor een duidelijker geregelde plaatselijke betrokkenheid bij het opstellen en uitvoeren van beleid.

De ontwikkeling van de stedelijke agenda moet derhalve geen eenrichtingsverkeer zijn, zij dient ook breed te worden gedragen. Het is daarom cruciaal dat de steden hun stem laten horen en dat daar op EU-niveau goed naar wordt geluisterd. Wij vinden bovendien dat de steden genoeg flexibiliteit moet worden geboden om de fondsen te gebruiken voor de echte prioriteiten. Mogelijkheden voor regionale, nationale en EU-financiering moeten worden gecoördineerd om een heel scala aan specifieke behoeften te bestrijken. Ten slotte geloven wij dat het toekomstige cohesiebeleid een effectief beleid moet worden met een hoge toegevoegde waarde voor de EU-steden.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. − (DE) Stedelijke gebieden zijn een van de belangrijkste factoren in de Europese ontwikkeling. Ze groeien zeer snel en brengen economische kracht, industrie en, bovenal, een zeer groot aantal mensen samen, met een groot aantal sociale en infrastructurele vraagstukken tot gevolg. Bijgevolg spelen steden met name ook in het cohesiebeleid een belangrijke rol. Dat aspect krijgt in het verslag de nodige aandacht en daarom heb ik voorgestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Rolandas Paksas (EFD), schriftelijk. - (LT) Steden bevorderen economische groei en ondernemerschap, en dragen bij tot het scheppen van nieuwe duurzame banen. Het uitvoeren van de stedelijke agenda dient vooral de ontwikkeling en kwalitatieve aanpassing van de infrastructuur en diensten in Europese steden ten goede te komen. Om aan het concept van slimme stadsontwikkeling uitvoering te geven, moeten voor de steden de juiste voorwaarden worden geschapen, zodat ze hun infrastructuur goed en effectief kunnen ontwikkelen met behulp van geavanceerde technologieën, met name informatie- en communicatietechnologie (ICT). De toepassing van intelligente systemen zal helpen bij de aanpak van problemen als verkeerscongestie, energie-efficiëntie en de veiligheid in de publieke sector. Gelet op de specifieke behoeften van de individuele regio's, is het noodzakelijk om investeringen in technologische vooruitgang te bevorderen. We moeten sociale innovatie in stedelijke gebieden stimuleren, met name in achterstandswijken, door de mogelijkheden van het cohesiebeleid te benutten. Het is van groot belang stedelijke gebieden te renoveren door industriegebieden en besmette terreinen te saneren, en tegelijk de inclusieve groei van stedelijke en plattelandsgebieden te bevorderen. Om deze doelstelling te verwezenlijken zijn meerlagig bestuur, regionale planning en het partnerschapsprincipe noodzakelijke instrumenten. Opgemerkt moet worden dat op basis van de beste praktijken van de lidstaten op het vlak van strategische planning de Commissie specifieke EU-richtsnoeren dient op te stellen voor geïntegreerde stadsplanning en geïntegreerde stadsplanning bij wet dient voor te schrijven. Bovendien moeten de plaatselijke overheden zich middels initiatieven actief beijveren voor publiek-private partnerschappen en innovatieve strategieën voor de ontwikkeling van de stedelijke infrastructuur toepassen.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papanikolaou (PPE), schriftelijk.(EL) Dit verslag heeft als doel om de moderne uitdagingen te identificeren, met name op het vlak van de levensstandaard, waarmee de burgers van de EU die in stedelijke gebieden leven worden geconfronteerd. In dit verband dient erop te worden gewezen dat er in Europa ongeveer 5 000 steden zijn met een bevolking die tussen de 5 000 en 50 000 inwoners ligt en bijna 1 000 steden met een bevolking van boven de 50 000. Hoewel in de EU slechts 7 procent van de bevolking leeft in steden met meer dan 5 miljoen inwoners, tegenover 25 procent in de Verenigde Staten, neemt in vele stedelijke gebieden, waaronder ook Griekse, de bevolking toe. Hoe het ook zij, de steden van Europa vormen centra van economische bedrijvigheid, innovatie en werkgelegenheid en daarom is de ondersteuning ervan belangrijk, vooral in tijden van economische recessie. In het verslag, waar ik voor heb gestemd, wordt de juiste conclusie getrokken dat deze steun verleend moet worden op vier niveaus (communautair, nationaal, regionaal en lokaal) waarbij de corresponderende economische en politieke instrumenten die per geval beschikbaar zijn (communautaire financiering, nationale strategische programma's, regionale operationele programma's en lokale en particuliere middelen) moeten worden gebruikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) We stellen vast dat er sinds 2009, datum van het eerste verslag "over de stedelijke dimensie van het cohesiebeleid in de nieuwe programmeringsperiode", nieuwe bijdragen zijn geleverd aan de ontwikkeling van dit vraagstuk. Het doel van dit verslag is om een vervolg te geven aan zijn voorganger. De rapporteur benadrukt diverse aspecten van de stedelijke dimensie van het cohesiebeleid die volgens de Commissie regionale ontwikkeling cruciaal of een uitdaging zijn voor het toekomstige cohesiebeleid, dat tot een volwaardig en doeltreffend beleid ten aanzien van de steden in de EU moet uitgroeien. Ik heb voor dit verslag gestemd omdat dit onderwerp van cruciaal belang is voor de waardering van kleine en middelgrote steden. Ik ben het eens met de rapporteur wanneer hij ervoor waarschuwt dat we de "projecten voor geld"-benadering zouden moeten vervangen door een "geld voor projecten"-benadering. Projecten moeten niet worden opgezet om beschikbare fondsen aan te spreken, maar om aan strategische doelen te beantwoorden. De ervaring leert dat in veel gevallen ideeën voor projecten ontstaan op grond van de beschikbaarheid van fondsen, in plaats van dat ze gebaseerd zijn op werkelijke behoeften en strategische prioriteiten. De bestrijding van dit fenomeen is een van de voornaamste uitdagingen voor het ontwikkelingsbeleid en ook voor het cohesiebeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) In Europa zijn de steden de centra van economische activiteit, innovatie en werkgelegenheid, en toch worden ze met allerlei uitdagingen geconfronteerd. Er bestaat een trend om in de voorsteden te gaan wonen, armoede en werkeloosheid zijn geconcentreerd in wijken in het centrum, de opstoppingen nemen toe. Dat zijn ingewikkelde problemen, die een geïntegreerde aanpak vergen. Dat geldt niet alleen voor vervoer en huisvesting, maar ook voor programma's voor opleiding en werkgelegenheid, die gericht moeten zijn op wat er ter plaatse nodig is. Het regionaal beleid en het cohesiebeleid van Europa gaan deze uitdagingen aan. Het hoofddoel van de versterkte stedelijke agenda moet zijn om de ontwikkeling en kwalitatieve aanpassing van de infrastructuur en diensten in Europese steden ten goede te komen. Enerzijds moeten toekomstige maatregelen nauw verband houden met algemene EU-prioriteiten om een bijdrage uit de EU-begroting te rechtvaardigen. De EU 2020-strategie betreft echter voornamelijk toekomstige ontwikkelingen. Van even groot belang is het om verschillen tussen Europese steden te overbruggen. Dit moet naar voren komen in de prioriteiten van het toekomstige cohesiebeleid. De ontwikkeling van de stedelijke agenda moet geen eenrichtingsverkeer zijn, zij dient ook breed te worden gedragen. De ervaringen met de Lissabonstrategie kunnen hierbij tot lering strekken. Ik stem voor dit voorstel, zodat de Europese steden zich altijd zullen kunnen blijven ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Phil Prendergast (S&D), schriftelijk. (EN) Europa heeft bijna 1 000 steden met een inwonertal van boven 50 000 en een samenstelling die voortdurend verandert. Gezien de recente bevolkingsveranderingen en migratiepatronen is het belangrijk om voortdurend te blijven nadenken over hoe we willen dat de steden van de toekomst zich ontwikkelen. Er moeten antwoorden worden geformuleerd op de uitdagingen die worden gesteld op het vlak van vervoer, huisvesting, het groeiende belang van de voorsteden en groene ruimten. Deze antwoorden moeten worden afgestemd op de plaatselijke behoeften, maar zonder uit het oog te verliezen dat problemen als werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting universeel zijn. Het regionale en cohesiebeleid van de EU moet op deze uitdagingen ingaan. De opkomst van steden als de economische motoren van regio's en hele landen betekent dat de stedelijke agenda moet worden gebaseerd op ruimtelijke-ordeningsstrategieën waarin wordt onderkend dat steden niet slechts de plekken zijn waar wordt gewoond en gewerkt, maar die ook diensten verlenen aan hen die in het achterland en daarbuiten wonen.

 
  
MPphoto
 
 

  Fiorello Provera (EFD), schriftelijk. (IT) Europa kan worden gekenschetst door territoriale diversiteit en polycentrische ontwikkeling. In Europa zijn de steden de centra van economische activiteit, innovatie en werkgelegenheid, en toch worden ze met allerlei uitdagingen geconfronteerd. Ik verwelkom het feit dat de rapporteur het definitieprobleem van het begrip ‘stedelijk’, voor wat betreft deze stedelijke agenda, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel overlaat aan de lidstaten. Zo zal de te ondernemen actie beter kunnen worden aangepast aan de behoeften van alle lidstaten. Om die reden heb ik voor deze maatregelen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb VOORGESTEMD. Dit is een nieuw initiatiefverslag over stedelijke ontwikkeling in Europa waarin nog eens herhaald wordt wat hierover in eerder verslagen al is gezegd. De enige relevante vraag op dit moment is die naar de rol van de stedelijke dimensie in de toekomstige structuur van het cohesiebeleid na 2013 – het verslag laat dit punt echter open en bevat geen duidelijke aanbeveling. Het verslag behelst verscheidene aspecten van de stedelijke dimensie van het cohesiebeleid, zoals meerlagig bestuur, het partnerschapsprincipe, subdelegatie van verantwoordelijkheden, geïntegreerde strategische planning en alomvattende financiële planning. Naast enige IBM-vriendelijke tekst over "slimme stadsontwikkeling" (paragraaf 8) waren wij vooral teleurgesteld dat de schaduwrapporteur van de S&D-Fractie erin is geslaagd de goede formulering inzake het partnerschapsprincipe af te zwakken. Het ontwerpverslag was gebaat bij een aantal compromisamendementen, en onze amendementen zijn tamelijk goed in de eindversie opgenomen. We hebben goede teksten over de kosten van economische groei (paragraaf 4), klimaatbescherming (paragraaf 9), interne cohesie (paragraaf 10), geïntegreerde, breed gedragen aanpak (parafen 21 en 23), achterstandswijken (paragraaf 25) en kruisfinanciering (paragraaf 28).

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. (IT) Europa kan worden gekenschetst door territoriale diversiteit. In Europa zijn de steden de centra van economische activiteit, innovatie en werkgelegenheid, en toch worden ze met allerlei uitdagingen geconfronteerd Ik deel de mening van de rapporteur, die stelt dat het cohesiebeleid, inclusief de stedelijke agenda, verschillen tussen Europese steden moet overbruggen, door investeringen in stedelijke ontwikkeling (SMART) om de stedelijke infrastructuur en diensten naar een kwalitatief hoger niveau te tillen. De Europese Commissie en de EIB hebben drie financiële instrumenten ontwikkeld, waarvan er één is bedoeld voor gezamenlijke Europese steun voor duurzame investering in stedelijke gebieden (Jessica). Mogelijkheden voor regionale, nationale en EU-financiering moeten worden gecoördineerd om de specifieke territoriale behoeften te bestrijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Olga Sehnalová (S&D), schriftelijk. – (CS) Ik heb gestemd voor het aannemen van het verslag van de heer Oldřich Vlasák inzake de stedelijke agenda en de toekomst ervan in het cohesiebeleid. Ik verwelkom de belangrijkste doelstellingen van dit verslag, die erop gericht zijn om de stedelijke dimensie van het cohesiebeleid tijdens de nieuwe programmeringsperiode te ondersteunen en rekening te houden met de actuele ontwikkeling van de stedelijke agenda in de Europese Unie. Ik wil echter ook ingaan op het onlangs verschenen Witboek van de toekomst van het vervoer tot 2050 dat de route schetst op weg naar de vorming van een gemeenschappelijke Europese vervoersruimte. Naar mijn mening vormt het verschil in niveau van infrastructuur en vervoersdiensten in de verschillende lidstaten een van de belangrijkste obstakels voor het behalen van de ambitieuze doelstellingen van het witboek. Het cohesiebeleid moet daarom als instrument een belangrijke rol blijven spelen om de verschillende niveaus nader tot elkaar te brengen ten behoeve van een duurzaam en veilig Europees vervoerssyteem. Dit geldt zowel voor steden, als voor plattelandsgebieden en dan vooral voor gebieden in grensstreken, waar de welvaart en werkgelegenheid afhangen van de ontwikkeling van de infrastructuur.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) Voor mij staat het belang van de Europese stedelijke agenda buiten kijf aangezien zeventig procent van de Europese bevolking in de stad woont en de stedelijke gebieden bijna tachtig procent van het bruto binnenlands product van de Europese Unie genereren. Van 2007 tot 2013 is 21,1 miljard euro gereserveerd voor stadsontwikkeling om te investeren in het herstel van industriegebieden en het schoonmaken van vervuilde grond, in herstelprojecten in de steden en op het platteland, in schoon vervoer in de stad en in huisvesting. In de Europese stedelijke agenda wordt de nadruk gelegd op de ontwikkeling van stedelijke infrastructuur en diensten. Momenteel hebben de steden te kampen met uiteenlopende en ongelijke problemen. Daarom zijn we verplicht om gedifferentieerde geïntegreerde modellen voor plaatselijke ontwikkeling toe te passen. Zodra het beleid ten aanzien van de steden geïntegreerd is in de doelstellingen van het cohesiebeleid moeten we er gebruik van maken om een brug te slaan naar de plattelandsgebieden teneinde een inclusieve ontwikkeling te stimuleren. Steden moeten hun mening kunnen geven over de oplossing voor hun problemen door middel van meerlagig bestuur en door de toepassing van het partnerschapsbeginsel. Tot slot wil ik benadrukken dat de vaststelling van een geïntegreerde strategische planning gepaard moet gaan met flexibele financiële engineering zodat de nationale, regionale en plaatselijke overheden de vrijheid hebben om hun prioriteiten uit te voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D), schriftelijk. – (RO) Ik heb voor het verslag over een Europese stedelijke agenda en de toekomst van deze agenda in het cohesiebeleid gestemd. Stedelijke gebieden genereren ongeveer 80 procent van het bbp, verbruiken tot 70 procent van de energie in de EU en zijn de belangrijkste centra van innovatie, kennis en cultuur. Van 2007 tot 2013 is ongeveer 21,1 miljard euro gereserveerd voor stadsontwikkeling, hetgeen 6,1 procent van de totale begroting van de EU voor het cohesiebeleid vertegenwoordigt. 3,4 miljard euro daarvan is bedoeld voor het herstel van industriegebieden en het schoonmaken van vervuilde grond, 9,8 miljard voor herstelprojecten in de steden en op het platteland, 7 miljard voor schoon vervoer in de stad en 917 miljoen voor huisvesting.

Slimme steden vereisen een slimme communicatie-, vervoers- en energie-infrastructuur. Ik steun de ontwikkeling van geïntegreerde stedelijke mobiliteitsplannen en ik roep de lokale autoriteiten op het stedelijk openbaar vervoer te moderniseren zodat het milieuvriendelijker en efficiënter wordt. De tenuitvoerlegging van intelligente vervoerssystemen in stedelijke gebieden zal leiden tot meer energie-efficiëntie en veiliger vervoer.

Aangezien 99 procent van het woningbestand in Europa uit oude gebouwen bestaat, roep ik de Commissie en de lidstaten op het percentage van de toegewezen EFRO-gelden dat elke lidstaat voor het verbeteren van de energie-efficiëntie in huizen kan gebruiken in het toekomstige meerjarige financiële kader van 4 procent naar 15 procent te verhogen.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. - (LT) De rapporteur constateert zeer terecht dat de lidstaten meer inspanningen moeten leveren om ervoor te zorgen dat duurzame stedelijke ontwikkeling een strategische prioriteit wordt. Hoewel bijna zeventig procent van de bevolking van Litouwen in steden en voorstedelijke gebieden woont, ontbreekt het in mijn land aan een duidelijke, geïntegreerde en duurzame aanpak. Dit is het gevolg van verminderde concurrentie.

Het is zeer belangrijk om te zorgen voor een evenwicht tussen de prioriteiten van de EU en de lokale behoeften. De stedelijke agenda van de EU mag geen eenzijdige aangelegenheid zijn; het is van wezenlijk belang dat burgers hun zegje kunnen doen.

Het rapport gaat in op een aantal uitdagingen van de stadsplanning, zoals stedelijke vernieuwing, adequate huisvesting en groen stedelijk vervoer. Helaas is de lijst van maatschappelijke problemen in Litouwse stedelijke gebieden wat langer. Volgens de officiële statistieken van de Litouwse overheid loopt ongeveer achttien procent van de inwoners van de stedelijke gebieden van Litouwen het gevaar onder de armoedegrens te geraken. Litouwen heeft een van de hoogste stedelijke zelfmoordcijfers ter wereld.

Uit EU-statistieken blijkt dat meer dan 25 procent van de jonge Litouwers wordt gedwongen laag betaald werk te verrichten en kortetermijncontracten aan te gaan met onvoldoende socialezekerheidsgaranties. Dit heeft een grote invloed op de onafhankelijkheid van de jonge mensen in de steden en brengt grote demografische problemen met zich mee, omdat in stedelijke gebieden het stichten van een gezin een moeilijke opgaaf aan het worden is.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. − (DE) Ik heb voor het verslag gestemd. Een van de redenen waarom de Lissabonstrategie haar doelstellingen niet kon verwezenlijken, was het feit dat de steden en regio's er niet op een goede manier bij betrokken werden. De rapporteur stelt onder andere een fundamentele wijziging voor in de manier waarop middelen worden toegewezen: "projecten moeten niet worden opgezet om beschikbare fondsen aan te spreken, maar om aan strategische doelen te beantwoorden".

 
  
  

Verslag: Marie-Thérèse Sanchez-Schmid (A7-0110/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Ik stem voor dit verslag omdat de rapporteur erop wijst dat we concrete besluiten moeten nemen over een aantal essentiële onderdelen van het toekomstige cohesiebeleid, zoals de versterking van doelstelling 3. In dat verband is het belangrijk dat de meest afgelegen en ultraperifere regio's niet buiten de boot vallen.

De doelstelling 'territoriale samenwerking' is essentieel voor de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid. Ik zou de nadruk willen leggen op de Europese groeperingen voor territoriale samenwerking, die door middel van territoriale samenwerkingsprogramma's een aanzienlijke bijdrage leveren aan de samenhang.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Angelilli (PPE), schriftelijk. (IT) De bevordering van een harmonieuze ontwikkeling van de Unie als geheel is een van de doelstellingen van het cohesiebeleid, dat een onmisbaar instrument is voor het versterken van de economische, sociale en territoriale situatie in Europa. Daarnaast is het essentieel voor de verwezenlijking van de doelstelling van de Europa 2020-strategie voor inclusieve en slimme groei. Ik steun dit verslag, omdat naar mijn mening meer structuurfondsen moeten worden uitgetrokken voor een toereikende ondersteuning van territoriale cohesie. Ik sta dan ook achter het verzoek van de rapporteur om de begroting voor doelstelling 3 te verhogen van de huidige 2,5 procent tot 7 procent van de totale begroting voor cohesiebeleid, aangezien ongeveer 37,5 procent van de Europese bevolking in een grensstreek woont. Extra toegewezen middelen zouden in de eerste plaats worden gebruikt voor investeringen in trans-Europese vervoersnetwerken (TEN-V), die dringend behoefte hebben aan modernisering, en, in de tweede plaats, voor het wegnemen van de fysieke, culturele en bestuursrechtelijke belemmeringen voor samenwerking en territoriale cohesie.

 
  
MPphoto
 
 

  Pino Arlacchi (S&D), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor dit verslag gestemd omdat erin wordt benadrukt dat de Europese territoriale samenwerking, met haar belangrijke bijdrage aan het model voor bestuur op meerdere niveaus, een van de pijlers van het cohesiebeleid is. In aanmerking nemende dat de territoriale samenwerking bewezen heeft doeltreffend te zijn voor de harmonieuze ontwikkeling van de Unie als geheel, is het nu van fundamenteel belang dat de begroting ervan procent wordt opgeschroefd van de huidige 2,5 procent tot ten minste de 7 procent procent van het totaal aan voor het cohesiebeleid beschikbare middelen voor de volgende programmeringsperiode.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Hoewel de regio's die ik vertegenwoordig, Centre, Auvergne en Limousin, niet grenzen aan andere lidstaten van de Europese Unie, ben ik overtuigd van het nut van transnationale samenwerking – en, meer in het algemeen, van territoriale samenwerking – voor de ontwikkeling van het Europese continent en de toenadering tussen de volkeren. Ik ben het volledig eens met de voorstellen van de rapporteur, mijn collega mevrouw Sanchez-Schmid, vooral wat betreft het versterken van de rol van Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS) en de financiering van deze doelstelling.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Bennahmias (ALDE), schriftelijk.(FR) Doelstelling 3 van het cohesiebeleid is erop gericht alle Europese gebieden, in het bijzonder grensgebieden, dichter bijeen te brengen op economisch, sociaal en milieugebied. Het is daarom belangrijk om de banden tussen deze gebieden aan te halen, vooral wat betreft energie en vervoer. In een tijd van crisis, die een crisis van de Europese gedachte kan worden genoemd, is het goed om de Europese toegevoegde van territoriale samenwerking nog eens te benadrukken. Om ervoor te zorgen dat doelstelling 3 zo goed mogelijk ten uitvoer kan worden gelegd, hebben we daarom gevraagd om een aanmerkelijke verhoging van de structuurfondsen die hiervoor zijn gereserveerd, met name om de transportinfrastructuur te verbeteren en daarmee de mobiliteit van Europeanen binnen en tussen gebieden te vergroten. Als gekozen vertegenwoordiger van een grensgebied had dit onderwerp mijn bijzondere aandacht, en het doet me deugd dat we hebben verzocht om een versterkte samenwerking voor lokale overheden, wat zowel samenwerking tussen overheden als samenwerking met de Europese instellingen betekent. We moeten de dialoog met deze overheden bevorderen om beter te begrijpen welke problemen er spelen, en om de uitdagingen het hoofd te kunnen bieden. Tot slot hebben we, aangezien het nog steeds te ingewikkeld is om de programma's voor territoriale samenwerking ten uitvoer te leggen, verzocht om deze te vereenvoudigen en hebben we de specifieke aard van de programma's in verband met deze doelstelling benadrukt, die door de aard ervan internationale programma's zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) Ik stem voor dit verslag, waarin de voordelen van grotere samenwerking tussen naburige gebieden van verschillende lidstaten worden benadrukt. Ik deel de mening van de rapporteur dat territoriale samenwerking een van de pijlers van het cohesiebeleid van de Europese Unie moet worden, zodra het voor het verbeteren van de synergieën tussen naburige gebieden die dezelfde behoeften en problemen hebben, noodzakelijk is om de capaciteiten te verbeteren en de mogelijkheden tot politieke, economische en administratieve uitwisselingen tussen naburige regio's te vergroten. Ik ben ook tevreden met het voorstel van de rapporteur om de financiële bijdrage van de EU aan deze pijler van het cohesiebeleid te vergroten.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat we de territoriale samenwerking moeten versterken die tot doel heeft gebieden en regio's te laten samenwerken bij de aanpak van hun gemeenschappelijke uitdagingen, fysieke, culturele en bestuursrechtelijke belemmeringen voor dergelijke samenwerking weg te nemen en het grenseffect te verminderen. Grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's zijn tevens van belang om doeltreffend te kunnen optreden en resultaten te boeken op het gebied van armoedebestrijding en integratie van kansarme groepen in de reguliere Europese maatschappij. Daarnaast moeten de van oudsher nauwe culturele en linguïstische banden tussen grensregio's van verschillende lidstaten worden benut om grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden te bevorderen. Ook dient de onderlinge coördinatie tussen de voor het beheer verantwoordelijke autoriteiten en de reeds bestaande grensoverschrijdende instanties zoals Euroregio's tijdens de uitvoering van de grensoverschrijdende programma's te verbeteren, teneinde voor alle projecten een hoge kwaliteit, transparantie en betrokkenheid van de burgers te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vito Bonsignore (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb gestemd voor het initiatiefverslag over territoriale, grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking. De rapporteur wijst terecht op het belang van intensievere politieke samenwerkingen voor de ontwikkeling en verwezenlijking van ambitieuze projecten, waar alle burgers baat bij hebben. Het is een bekend gegeven dat in de grensstreken de bevolking vaker te kampen heeft met slechte infrastructuur. Daarom zou een grotere deelname van alle betrokken partijen ervoor kunnen zorgen dat aan de behoeften van al deze mensen tegemoet wordt gekomen, ook in de gebieden die het verst van het centrum van Europa af liggen. Om die doelstelling te behalen hebben we dus behoefte aan een meer strategische programmering en samenwerking op bestuursniveau, teneinde het gebruik van bepaalde financieringsprogramma's gemakkelijker te maken. Grotere controle voor meer duidelijkheid en traceerbaarheid van de gebruikte middelen zou ook nuttig zijn. Wat dat betreft vind ik het een goede zaak dat de Commissie al deze instrumenten zichtbaarder maakt. Alleen door deze maatregelen meer publiciteit te geven kunnen de betrokken partijen onder duidelijke omstandigheden te werk gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. − (EN) De laatste jaren is het des te belangrijker geworden om bestuursrechtelijke en administratieve belemmeringen voor cohesie te verminderen, zodat verschillende regio's beter in staat zijn gedeelde problemen gezamenlijk aan te pakken. Ik ben het eens met de conclusies van de rapporteur en heb besloten voor dit dossier te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. (IT) Territoriale samenwerking is vandaag zonder twijfel een van de belangrijkste onderwerpen voor de Europese Unie. Het wordt steeds noodzakelijker dat de lidstaten dichterbij elkaar komen te staan en het verbond tussen de verschillende volkeren groeit, temeer daar ongeveer 37,5 procent procent van de Europese bevolking in een grensstreek woont. Territoriale samenwerking is dus vanuit verschillende oogpunten van cruciaal belang. Aan de ene kant zou het de verdieping van de interne markt op effectieve wijze bevorderen, door bij te dragen aan het verminderen van de fysieke en culturele belemmeringen die dat proces afremmen; aan de andere kant zou het bijdragen aan de verdere Europese integratie in verschillende beleidssectoren, door de lidstaten te helpen bij het ontwikkelen van gecoördineerde en gedeelde projecten. Ik ben voorstander van het toewijzen van extra middelen ter ondersteuning van het cohesiebeleid, vooral als het gaat om het toekennen van een groter percentage van de totale begroting aan interregionale samenwerking. Een ander sterk punt dat in het verslag wordt uitgelicht, is de oprichting van Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS). Deze groeperingen kunnen naar mijn mening een positief effect hebben, zowel op het gebied van bestuur, aangezien sprake zou zijn van grensoverschrijdend bestuur, waarbij de eigen inbreng in het beleid op regionaal en lokaal niveau wordt gewaarborgd, als op het gebied van sociale cohesie, omdat het de beste mogelijkheden biedt om verschillende culturele en linguïstische gemeenschappen dichter bij elkaar te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor het verslag gestemd over doelstelling 3: de toekomstige agenda voor grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking, omdat deze onmisbaar is voor een doeltreffend cohesiebeleid. Ik zou het belang willen benadrukken van de oprichting van Europese groeperingen voor territoriale samenwerking als essentieel instrument voor territoriaal bestuur, dat beantwoordt aan de behoefte van structurele samenwerking op het gebied van financiering, juridische status en bestuur op meerdere niveaus.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Zevenendertig en een half procent van de Europese bevolking woont in een grensgebied. Daardoor is territoriale samenwerking in haar drie dimensies – grensoverschrijdend, transnationaal en interregionaal – een essentiële beleidsvorm van de Europese Unie om gebieden, regio's en landen te helpen beter met elkaar samen te werken bij de verwezenlijking van hun gemeenschappelijke doelstellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) Dit verslag van mevrouw Sanchez-Schmid gaat over doelstelling 3: een uitdaging voor territoriale samenwerking: de toekomstige agenda voor grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking. We kunnen doelstelling 3, Europese territoriale samenwerking, beschouwen als het ondergeschoven kindje van de structuurfondsen. Hoewel er bijna tweehonderd miljoen mensen in de grensgebieden wonen, wordt slechts 2,52 procent van de cohesiefondsen voor deze doelstelling gereserveerd. Aangezien het cohesiebeleid van de Europese Unie kadert in de solidariteit tussen de 27 lidstaten en hun 271 regio's en het beoogt een einde te maken aan de bestaande economische en sociale verschillen, is het essentieel dat we in het volgende meerjarig financieel kader de middelen voor deze doelstelling verhogen. Deze regio's hebben immers te kampen met zware problemen op het gebied van het concurrentievermogen, maar zijn essentieel voor de duurzaamheid van de EU. Daarom ben ik het eens met het voorstel van de rapporteur om de doelstelling 'territoriale samenwerking' te versterken door de 2,5 procent van de totale begroting op te trekken tot 7 procent en door maatregelen te nemen om de uitvoering van de programma's en de oprichting van Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS), die onmisbaar zijn voor een goede werking van grensoverschrijdende bestuurssystemen, te vereenvoudigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk. – (SK) Dankzij de basisverordening betreffende de structuurfondsen en de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is het belang van territoriale samenwerking de afgelopen tijd aanzienlijk toegenomen. Het doel is om fysieke, culturele en bestuursrechtelijke belemmeringen weg te nemen en het zogenaamde grenseffect tussen landen en regio's te verminderen, zodat zij gemeenschappelijke uitdagingen gezamenlijk kunnen aanpakken. Het is essentieel om de verhouding tussen de drie basiscomponenten – grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking en interregionale samenwerking – te behouden, want elk van deze componenten heeft zijn eigen bestaansrecht en nut. In onze inspanningen om het principe van territoriale cohesie in de praktijk te brengen moeten wij het doel van territoriale samenwerking en de standaardprocedures beter voor ogen houden. Om succesvol ten uitvoer gelegd en ontwikkeld te kunnen worden, moet de territoriale samenwerking, als belangrijk Europees concept, ook een soort symbolische incarnatie van de EU voor alle burgers zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Nathalie Griesbeck (ALDE), schriftelijk.(FR) Ik wil graag zeggen dat ik verheugd ben met de aanneming van dit verslag en benadrukken hoe belangrijk doelstelling 3, over territoriale samenwerking, is in het cohesiebeleid van de Europese Unie. Ons Parlement vraagt om een verhoging van de structuurfondsen die voor deze doelstelling waren bestemd – van de huidige 2,5 procent tot 7 procent – en ik sta volledig achter dat standpunt. Doelstelling 3 moet worden gehandhaafd en, nog belangrijker, verder worden ontwikkeld, zodat we de integratie van het grondgebied van de Gemeenschap over de nationale grenzen heen kunnen voortzetten. Omdat ik als lid van het Europees Parlement een kiesdistrict vertegenwoordig waar grensoverschrijdende kwesties een grote rol spelen, en ik uit de enige regio in Frankrijk kom die grenst aan drie andere Europese lidstaten, hecht ik bijzonder veel waarde aan kwesties en projecten die met grensoverschrijdende samenwerking te maken hebben. Deze gebieden voor territoriale samenwerking zijn, vooral als de samenwerking grensoverschrijdend is, bevoorrechte gebieden voor Europese samenwerking, waar grenzen, belemmeringen en obstakels minder tastbaar zijn. Bovendien, om echte projectgebieden te kunnen worden, is er voor deze samenwerkingsgebieden een doorslaggevende rol weggelegd in het versterken van de banden op lokaal niveau, tussen partners uit verschillende lidstaten en tussen burgers die bijeenkomen om gezamenlijke problemen op te lossen. Territoriale samenwerking moet worden bevorderd.

 
  
MPphoto
 
 

  Mathieu Grosch (PPE), schriftelijk. − (DE) In grensregio's is grensoverschrijdende samenwerking essentieel. Daarom moeten de Euregio en de SaarLorLux-regio worden versterkt. Ik ben dan ook blij dat grensoverschrijdende samenwerking het belangrijkste element van het structuurbeleid blijft.

Ik ben er met name zeer mee ingenomen dat we er in het verslag enerzijds voor pleiten om ten minste 70 procent procent van de begroting voor territoriale samenwerking te besteden en anderzijds verzoeken om de begroting voor de doelstelling "territoriale samenwerking" voor de volgende programmeringsperiode te verhogen van de huidige 2,5 procent procent tot ten minste 7 procent procent van de totale begroting voor cohesiebeleid.

Daarnaast moet de oprichting van Europese groeperingen voor territoriale samenwerking worden bevorderd, want dankzij dit instrument zal het voor lokale besturen en burgers gemakkelijker zijn om toegang te krijgen tot sterkere samenwerking, iets waar veel regio's en met name grensregio's baat bij zullen hebben.

In zijn geheel is dit verslag een belangrijke stap om de toekomst van grensoverschrijdend beleid veilig te stellen en dankzij dit verslag kan de Duitstalige gemeenschap in België, als grensgebied, haar partnerschap met de grensregio's nog verder versterken en verbeteren.

Wat het cohesiebeleid betreft, doet het me plezier dat de commissie mijn suggestie heeft goedgekeurd om middelen uit de structuurfondsen die voor vervoer worden gebruikt, meer af te stemmen op de algemene EU-oriëntatie van het verkeersbeleid. Ook dat kan in grensgebieden belangrijke projecten versnellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Brice Hortefeux (PPE), schriftelijk.(FR) Grensgebieden zijn van wezenlijk belang voor de integratie en het nader tot elkaar brengen van de Europese burgers. 37,5 procent van de Europese bevolking woont immers in een grensstreek. Het succes van de territoriale samenwerking is een feit. Deze doelstelling, die is vastgesteld in 2007 en waarvoor een begroting van 8,5 miljard euro is bestemd voor de periode 2007-2013, verdeeld over grensoverschrijdende, transnationale en interregionale programma's, stelt 271 Europese regio's in staat om te profiteren van een aanzienlijke financiering die bedoeld is om gezamenlijke projecten te ontwikkelen en te versterken en om natuurlijke grenzen en belemmeringen, zoals land- en zeegrenzen en administratieve belemmeringen, die het dagelijks leven van onze burgers beïnvloeden te overwinnen.

Ik twijfel er niet aan dat het verslag van mevrouw Sanchez-Schmid, dat bij grote meerderheid is aangenomen, van invloed zal zijn op de werkzaamheden van de Europese Commissie bij de voorbereiding van de wetgevingsvoorstellen die zij in september zal voorleggen. In dit verslag wordt vooral de nadruk gelegd op de noodzaak om het overwicht van de grensoverschrijdende pijler te handhaven en stimulansen te ontwikkelen ter bevordering van grote grensoverschrijdende en transnationale projecten, zoals de trans-Europese vervoersnetwerken (TEN-V). Dit zijn aanbevelingen waar ik het helemaal mee eens ben, en daarom wil ik graag nog een keer de kwaliteit benadrukken van dit verslag, waardoor het een brede steun van alle partijen heeft verkregen.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. - (LT) Ik verwelkom dit document, omdat het meerjarig financieel kader voor 2007-2013, dat het communautaire Interreg-initiatief vervangt, de doelstelling territoriale samenwerking tot een van de drie pijlers van het cohesiebeleid van de Europese Unie heeft gemaakt. Sindsdien is territoriale samenhang krachtens artikel 174 van het Verdrag een van de drie componenten van het cohesiebeleid geworden, naast economische en sociale samenhang. Territoriale samenhang is hiermee stevig verankerd als een van de voornaamste prioriteiten van de Europese Unie. Territoriale samenwerking moet erop gericht zijn fysieke, administratieve en bestuursrechtelijke belemmeringen voor cohesie weg te nemen en het grenseffect tussen gebieden en regio's te verminderen, zodat deze gebieden en regio's in staat worden gesteld hun gemeenschappelijke uitdagingen gezamenlijk aan te pakken, ongeacht of het hier om uitdagingen van territoriale (diensten, infrastructuur, stadsontwikkeling en ruimtelijke ordening), mondiale (globalisering, klimaatverandering), economische of maatschappelijke aard gaat. Territoriale samenwerking zorgt voor Europese meerwaarde en speelt een belangrijke rol bij de verdieping van de interne markt en de bevordering van verdere Europese integratie in verschillende beleidssectoren, en ik deel de mening dat territoriale samenwerking een van de pijlers van het cohesiebeleid moet blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Zoals ook in al in de Europa 2020-strategie werd benadrukt, speelt territoriale samenwerking een belangrijke rol bij de verdieping van de interne markt en de bevordering van verdere Europese integratie in verschillende Europese beleidssectoren. Ik heb voor dit verslag gestemd, zodat die doelstellingen in de nabije toekomst gehaald kunnen worden, en zo een harmonieuze groei kunnen stimuleren in de diverse sectoren, maar ook in de Europese gebieden die vaak worden gekenmerkt door een heterogene territoriale ontwikkeling. Daarvoor zijn middelen nodig, die op basis van geharmoniseerde criteria moeten worden toegekend, en een doeltreffende synergie tussen de grensoverschrijdende en transnationale componenten, zodat de locale behoeften kunnen worden gecoördineerd met de behoeften op grotere schaal. Ik ben ervan overtuigd dat het enorme culturele, historische en linguïstische erfgoed van de Europese Unie herkenbaar wordt als de fysieke en territoriale belemmeringen worden overwonnen: deze samenwerking is een uithangbord voor onze visie op democratie en toont aan dat wij in verscheidenheid zijn verenigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Constantin Luhan (PPE), schriftelijk. – (RO) Deze resolutie van het Europees Parlement over doelstelling 3 is belangrijk in de zin van het wegnemen van de belemmeringen op bestuurlijk en wetgevingsgebied die er momenteel tussen lidstaten bestaan.

Het in dit verslag geopperde doel van territoriale samenwerking is lidstaten te laten samenwerken op het gebied van diensten en infrastructuur, evenals op het gebied van stedelijke, regionale, economische en sociale planning. Deze samenwerking kan ertoe leiden dat er een hechter en duurzaam verbond ontstaat tussen EU-lidstaten.

Doelstelling 3 biedt een complex, multidimensioneel model van samenwerking tussen partners in verschillende lidstaten, dat een specifieke, onderscheiden en uniforme benadering en tenuitvoerlegging in lidstaten vereist, hetgeen de cohesie tussen de lidstaten zal verbeteren.

Tenslotte noemt dit verslag één belangrijk feit. Dit is de noodzaak partners uit de private sector aan te trekken, te stimuleren en erbij te betrekken, teneinde deze territoriale samenwerking te realiseren, aangezien veel diensten of infrastructuren door partners in deze sector worden geëxploiteerd of bij hen in bezit zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE), schriftelijk.(PL) Europese grensoverschrijdende samenwerking is momenteel een van de elementen uit het cohesiebeleid. Enerzijds wordt bijgedragen aan het ontwerpen van transnationale projecten en EU-strategieën, anderzijds is de samenwerking van invloed op het slechten van de barrières tussen gebieden en regio's. Ik ben ervan overtuigd dat een effectieve territoriale samenwerking niet alleen binnen de Gemeenschap van belang is, maar vooral in de gebieden die grenzen aan de lidstaten van de Europese Unie. Bovendien zullen we gedurende het Poolse voorzitterschap van de Raad van de EU de gelegenheid hebben om harmonisatiebeginselen voor de tenuitvoerlegging van grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's aan de binnen- en buitengrenzen van de EU te promoten.

In verband met bovenstaande ben ik van mening dat het verslag van Marie-Thérèse Sanchez-Schmid over een uitdaging voor territoriale samenwerking: de toekomstige agenda voor grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking een wezenlijke bijdrage levert aan het regionale beleid en heb ik voor de aanneming ervan gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. (IT) Het belang van territoriale samenwerking is aanzienlijk toegenomen dankzij de basisverordening betreffende de structuurfondsen en de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, waarmee territoriale samenwerking een van de drie pijlers van het cohesiebeleid van de Europese Unie werd. Territoriale samenwerking heeft ten doel fysieke, administratieve en bestuursrechtelijke belemmeringen voor cohesie weg te nemen en het 'grenseffect' tussen gebieden en regio's te verminderen, zodat deze gebieden en regio's in staat worden gesteld hun gemeenschappelijke uitdagingen gezamenlijk aan te pakken, ongeacht of het hier om uitdagingen van territoriale, mondiale, economische of maatschappelijke aard gaat.

We pleiten voor coördinatie van de samenwerkingsmaatregelen op alle bestuurlijke niveaus, in overeenstemming met een Europa 2020-strategie die is afgestemd op de behoeften van de gebieden en op de andere bestaande territoriale strategieën. Teneinde het principe van territoriale cohesie daadwerkelijk in praktijk te brengen en de Europese meerwaarde van in het kader van de doelstellingen 'convergentie' en 'concurrentievermogen en werkgelegenheid' toegekende middelen te vergroten, is een grotere complementariteit tussen de doelstelling 'territoriale samenwerking' en het reguliere beleid noodzakelijk.

We verwelkomen het voorstel om aan het begin van de programmeringsperiode een 'territoriale' benadering te hanteren om voor 'convergentie' en 'concurrentievermogen en werkgelegenheid' bestemde middelen toe te kennen aan een aantal prioritaire projecten, zoals de trans-Europese vervoersnetwerken, die van tevoren in samenspraak met de programmapartners worden geselecteerd en goedgekeurd, overeenkomstig de beginselen van beheer op meerdere niveaus en Europees partnerschap.

 
  
MPphoto
 
 

  Rolandas Paksas (EFD), schriftelijk. - (LT) Er dient meer geld te worden uitgetrokken voor territoriale samenwerking, gezien het belang ervan voor het cohesiebeleid. Wanneer we voor deze programmeringsperiode het budget verhogen, moeten we echter duidelijk de begrotingslijnen van het cohesiebeleid aangeven waarvoor de toegekende middelen zullen worden verminderd, zonder afbreuk te doen aan de uitvoering van de doelstellingen van het cohesiebeleid. Territoriale samenwerking neemt bestuursrechtelijke belemmeringen tussen gebieden en regio's weg en helpt bij de aanpak van problemen met betrekking tot territoriale, economische en sociale cohesie. Bovendien moet samenwerking tussen grensregio's een hogere prioriteit blijven hebben dan samenwerking met andere gebieden. Daarom moet de financiering voor de tenuitvoerlegging ervan worden verhoogd. Naar mijn mening dient er meer flexibiliteit te zijn bij de toepassing van de geografische limiet van 150 km voor kust- en zeegebieden. Er moet met diverse regionale samenwerkingsprogramma's rekening worden gehouden bij de ontwikkeling en uitvoering van grootschalige strategieën. Bovendien moet de Commissie een evaluatie maken van de resultaten van de eerste macroregionale strategieën die ten uitvoer zijn gelegd. Territoriale samenwerking hangt nauw samen met de buitengrenzen van Europa en daarom is het nodig te zorgen voor doeltreffendere synergieën tussen het EFRO en andere regelingen voor samenwerking, gunstiger financieringsmogelijkheden te scheppen en met een nieuw nabuurschapsbeleid te komen. Opgemerkt moet worden dat de tenuitvoerlegging van territoriale samenwerkingsprogramma's momenteel wordt belemmerd door het feit dat hierbij veel verschillende bestuurslagen zijn betrokken. Ook is het nodig de audit- en controleregels te vereenvoudigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (S&D), schriftelijk. − (EN) Verbeterde samenwerking tussen de EU-lidstaten op bilateraal, regionaal en interregionaal niveau is niet alleen een essentieel onderdeel van het mandaat van de Europese Unie, maar, nu we steeds meer problemen aan te pakken hebben, in toenemende mate ook noodzakelijk voor het in stand houden van de communautaire solidariteit. Ik steun deze resolutie, omdat hierin wordt onderkend dat we de uitvoeringsaspecten van deze samenwerkingsniveaus moeten vereenvoudigen en dat we private actoren moeten betrekken bij vooral de samenwerking op het gebied van economische ontwikkeling. De EU-lidstaten zullen in hoge mate blijven profiteren van betere middelen voor samenwerking met andere lidstaten. Samen met de rapporteur verzoek ik de Commissie een diepgravende analyse te maken van de resultaten van de eerste macroregionale strategieën die ten uitvoer zijn gelegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) De toekomstige agenda voor grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking is voor iedere territoriale realiteit van strategisch belang bij het vaststellen van doelstellingen, en van de manier waarop die moeten worden behaald. Territoriale samenwerking is een meerwaarde, die ieder gebied een basis verschaft om het eigen potentieel ten volle te benutten en het concurrentievermogen te vergroten. Ik heb voor het verslag gestemd, omdat het belangrijk is doelen te stellen die een juiste verdeling van de middelen voor de samenwerkingsprogramma's garanderen, en de behoeften van alle gebieden te bevredigen door middel van betrokkenheid bij de belangrijkste regionale projecten.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk.(PT) Na het communautaire Interreg-initiatief is 'territoriale samenwerking' tot een van de drie pijlers van het cohesiebeleid van de Europese Unie gemaakt. Vervolgens is 'territoriale samenhang' krachtens artikel 174 van het Verdrag een van de drie componenten van het cohesiebeleid geworden, naast economische en sociale samenhang. Het is een van de voornaamste prioriteiten van de Europese Unie. Het doel van dit beleid is fysieke, administratieve en bestuursrechtelijke belemmeringen voor cohesie weg te nemen en het 'grenseffect' tussen gebieden en regio's te verminderen, zodat deze gebieden en regio´s in staat worden gesteld hun gemeenschappelijke uitdagingen gezamenlijk aan te pakken, ongeacht of het hier om uitdagingen van territoriale (diensten, infrastructuur, stadsontwikkeling en ruimtelijke ordening), mondiale (globalisering, klimaatverandering), economische of maatschappelijke aard gaat. Ik heb voor het verslag gestemd vanwege de voornaamste programmapijlers in het verslag, in het bijzonder de versterking van de doelstelling 'territoriale samenwerking' door middel van strategische territoriale samenwerking in alle planningsfasen en in overeenstemming met de EU 2020-strategie, de aanneming van een territoriale benadering voor ander EU-beleid, de bevordering van de oprichting van Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS), de vereenvoudiging van de tenuitvoerlegging van dit beleid en de vergroting van de zichtbaarheid van territoriale samenwerking in de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) Gedurende de afgelopen vijf jaar is het belang van territoriale samenwerking aanzienlijk versterkt dankzij wijzigingen van de basisverordening betreffende de structuurfondsen en de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. In het meerjarig financieel kader voor 2007-2013, dat het communautaire Interreg-initiatief vervangt, is de doelstelling 'territoriale samenwerking' tot een van de drie pijlers van het cohesiebeleid van de Europese Unie gemaakt. Vervolgens is 'territoriale samenhang' krachtens artikel 174 van het Verdrag een van de drie componenten van het cohesiebeleid geworden, naast economische en sociale samenhang. 'territoriale samenhang' is hiermee stevig verankerd als een van de voornaamste prioriteiten van de Europese Unie. Territoriale samenwerking heeft ten doel fysieke, administratieve en bestuursrechtelijke belemmeringen voor cohesie weg te nemen en het 'grenseffect' tussen gebieden en regio's te verminderen, zodat deze gebieden en regio's in staat worden gesteld hun gemeenschappelijke uitdagingen gezamenlijk aan te pakken, ongeacht of het hier om uitdagingen van territoriale, mondiale, economische of maatschappelijke aard gaat. Doelstelling 3 voorziet in complexe, multidimensionele samenwerking tussen partners uit verschillende lidstaten. Dit vereist een vereenvoudiging van de audit- en controleregels. Ik stem voor dit voorstel, zodat territoriale samenwerking voor alle burgers de symbolische incarnatie van de EU wordt, en beleidsmakers en ambtenaren op alle niveaus zich vertrouwd kunnen maken met de praktische aspecten van territoriale samenwerking die van invloed kunnen zijn op hun werkzaamheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Fiorello Provera (EFD), schriftelijk. (IT) Net als de rapporteur hecht ik veel waarde aan 'territoriale samenwerking', die ten doel heeft fysieke, administratieve en bestuursrechtelijke belemmeringen voor cohesie tussen gebieden weg te nemen, het 'grenseffect' tussen regio's te verminderen en harmonieuze ontwikkeling te bevorderen. Deze nieuwe aanpak zal ook voor de berggebieden van belang zijn, die ook een hoofdrol kunnen spelen bij het behalen van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie. Om deze doelstellingen te behalen is evenwel een vereenvoudiging nodig van de territoriale samenwerkingsprogramma's en een betere betrokkenheid van het publiek en de plaatselijke autoriteiten, terwijl een grote media- en bewustmakingscampagne moet zorgen voor betere communicatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) VOOR. De ontwerptekst van de rapporteur kwam redelijk overeen met het standpunt van onze fractie met betrekking tot doelstelling 3. Door REGI overgenomen amendementen van onze fractie betreffen: • een pleidooi voor enige flexibiliteit bij de toepassing van de geografische limiet van 150 km die is vastgesteld voor grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma´s in kust- en zeegebieden; • de aanbeveling een eerste evaluatie uit te voeren met betrekking tot de bestaande Europese groeperingen voor territoriale samenwerking, teneinde lessen te trekken uit deze initiële ervaringen; • de opvatting dat de van oudsher nauwe culturele en linguïstische banden tussen grensregio's van verschillende lidstaten moeten worden benut om grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. (IT) Territoriale samenwerking is een van de pijlers van het cohesiebeleid van de Europese Unie, en heeft ten doel fysieke, administratieve en bestuursrechtelijke belemmeringen voor cohesie tussen gebieden weg te nemen en harmonieuze ontwikkeling te bevorderen, zodat de gebieden gemeenschappelijke uitdagingen samen aan kunnen pakken. Volgens de logica van de Europa 2020-strategie is betere toewijzing van de middelen belangrijk voor een adequaat antwoord op de behoeften en de eigenschappen van de Europese gebieden. Om die redenen heb ik voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk.(PT) Het cohesiebeleid beoogt sinds 1986 de economische en sociale samenhang tussen de verschillende lidstaten van de Europese Unie te versterken. Maar in het Verdrag van Lissabon en in de nieuwe EU 2020-strategie is daar een derde dimensie aan toegevoegd, de zogenaamde territoriale samenhang, ter bevordering van een functionele en geïntegreerde benadering van de ontwikkeling van de 271 regio's, die beschouwd worden als de ruimte waar de burgers wonen en werken. Ik ben van mening dat territoriale samenhang moet bijdragen aan het wegnemen van de fysieke, administratieve en bestuursrechtelijke belemmeringen tussen de Europese regio's, een harmonische ontwikkeling van de Europese Unie moet bevorderen en de samenwerking moet verbeteren door middel van gezamenlijke projecten tussen verschillende regio's met soortgelijke kenmerken en ontwikkelingsdoelstellingen. Ik zou ook nog willen benadrukken dat er een direct verband moet zijn tussen de territoriale strategieën en de richtsnoeren voor de trans-Europese vervoersnetwerken, de strategieën voor een geïntegreerd maritiem beleid en de EU 2020-strategie voor een slim, duurzaam en inclusief Europa. Tot slot ben ik het volledig eens met het plan om een actieplan voor de ultraperifere regio's vast te stellen waarin multisectorale beginselen worden vastgelegd die gericht zijn op een harmonische ontwikkeling van de ultraperifere regio's en die ertoe bedragen de territoriale verschillen ten opzichte van de andere Europese regio's te verkleinen.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. − (DE) De cofinanciering van grensoverschrijdende, transnationale en interregionale projecten is de belichaming van de EU. De rapporteur stelt een aantal verbeteringen voor om tot dusver vastgestelde zwakke punten aan te pakken. Ik heb voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Iva Zanicchi (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor de tekst van mevrouw Sanchez-Schmid gestemd. In het verslag wordt de meerwaarde van territoriale samenwerking en het potentieel ervan voor het bevorderen van competitiviteit benadrukt. Hoewel de huidige structuur van doelstelling drie gehandhaafd blijft, wordt in het verslag voorgesteld de middelen te vergroten en gewezen op de specifieke behoeften van bevolkingen in grensstreken. Een strategische aanpak en een gericht antwoord op de behoeften en specifieke eigenschappen van ieder gebied worden gegarandeerd als de verdeling van de financieringen bij ieder territoriaal samenwerkingsprogramma op basis van geharmoniseerde criteria gebeurt.

 
  
  

Verslag: Georgios Stavrakakis (A7-0141/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Ik ben er stellig van overtuigd dat een doeltreffend strategisch kader de mogelijkheid biedt een gezamenlijke aanpak te garanderen en te profiteren van synergieën tussen alle maatregelen die bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het cohesiebeleid die zijn vastgelegd in de Verdragen, om zo de burgers van de EU beter van dienst te zijn en aan hun verwachtingen tegemoet te komen. De rapporteur stuurt aan op het creëren van deze synergievoordelen en daarom keur ik dit verslag goed.

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Oana Antonescu (PPE), schriftelijk.(RO) De noodzaak van meer flexibiliteit bij het gebruik van de fondsen en een bestuurscultuur waarbij een multidisciplinaire benadering en een vereenvoudiging van het papierwerk worden bevorderd, zijn essentieel voor het opstellen van een gemeenschappelijk strategisch kader voor de structuurfondsen. Op het gebied van synergie tussen de structuurfondsen heeft het Europees Parlement erop aangedrongen dat de hoge concentratie van capaciteit in economische clusters en topregio's binnen de EU wordt vermeden. Ik denk dat een geïntegreerde benadering tussen de verschillende sectorale beleidsmaatregelen nodig voor het realiseren van een optimaal resultaat voor groei en ontwikkeling en voor het verminderen van de verschillen in ontwikkeling tussen regio's, het creëren van banen, het verbeteren van de kwaliteit van leven, het opleiden van werknemers voor nieuwe banen, sociale en territoriale cohesie en het verwezenlijken van het Europees sociaal model dat de cohesie en het concurrentievermogen van de Europese economie ten goede komt. Concentratie op de gezamenlijke activiteiten van de fondsen op regionaal of lokaal niveau verhoogt de toegevoegde waarde en stelt belanghebbenden in staat om specifieke acties nauwkeurig af te stemmen op de werkelijke economische en sociale behoeften en daarmee op de werkgelegenheidssituatie in elke specifieke regio. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Iedereen die met het cohesiebeleid te maken heeft, is het erover eens dat het hebben van meerdere Europese fondsen naast elkaar – het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Cohesiefonds, het Europees Visserijfonds (EVF) en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) – een optimaal beheer van de financiële middelen van de Europese Unie soms in de weg staat. Ik heb ingestemd met dit verslag, omdat er interessante manieren worden voorgesteld voor het verwezenlijken van de noodzakelijke doelstelling om deze instrumenten beter op elkaar af te stemmen. Ik heb goede hoop dat deze aanpak, die wordt gesteund door de Europese Commissie, zal worden opgenomen in de aanstaande voorstellen van de Commissie betreffende het regelgevingskader dat van toepassing zal zijn op het toekomstige cohesiebeleid (2014-2020).

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Bennahmias (ALDE), schriftelijk.(FR) Hoewel we nu aan het nadenken en debatteren zijn over het komende meerjarenkader, was het belangrijk om nog eens te zeggen dat het cohesiebeleid een essentiële hefboom voor groei blijft en dat de daarvoor bestemde begroting niet verlaagd moet worden. Een van de manieren om verbeteringen door te voeren is om de verschillende instrumenten en beleidsonderdelen beter op elkaar af te stemmen, vooral ten opzichte van de EU 2020-strategie, om tot een betere synergie tussen de verschillende fondsen te komen, zodat wij een meer resultaatgericht regionaal ontwikkelingsbeleid kunnen hanteren. Een van de gevolgen van al die verschillende fondsen is dat ze minder zichtbaar zijn, wat betekent dat burgers en belanghebbenden zich er minder van bewust zijn; een ander gevolg is dat dit kan leiden tot duplicatie en inconsistentie en daarmee tot een verminderde totale impact van dit beleid. Om die reden hebben we in dit verslag onderscheid gemaakt tussen drie hoofddoelstellingen die volgens ons verwezenlijkt moeten worden: het instellen van multifonds-programma's, het verbeteren van de technische ondersteuning en het uitwerken van een Europese gids. Met het verbeteren van de synergieën zullen wij de Europese meerwaarde van het cohesiebeleid kunnen verhogen voor lokale en regionale partners in de hele Europese Unie, waardoor ook de voordelen voor de burgers zullen toenemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sergio Berlato (PPE), schriftelijk. (IT) Het Europees Parlement heeft in verschillende resoluties aangedrongen op de noodzaak van een synergie en een geïntegreerde benadering tussen de verschillende sectorale beleidsmaatregelen, om zo een optimaal resultaat voor groei en ontwikkeling in Europa te bereiken. Ik ben van mening dat de beweegreden voor een grotere inspanning om te komen tot coördinatie van de activiteiten van EU-fondsen en EU-programma's des te dringender is in deze postcrisisperiode in Europa. Duidelijk is dat de noodzaak tot consolidatie van overheidsfinanciën ons in de komende jaren zal dwingen innovatiever te zijn en meer rendement te zoeken van de beschikbare Europese financiering. Ik denk echter dat de moeilijke periode waarin Europa verkeert ons de gelegenheid biedt om bij de komende onderhandelingen over het volgende meerjarig financieel kader te werken naar meer synergie tussen de EU-fondsen en EU-programma's. De ervaring van de laatste jaren leert dat de EFRO-financiering van economische activiteiten (innovatie, onderzoek, kleine en middelgrote ondernemingen, milieu, enz.) effectiever is wanneer ze strak wordt gecoördineerd en wordt geïntegreerd met de activiteiten van het Europees Sociaal Fonds. Tot slot wil ik hier de Commissie nogmaals verzoeken om zich in te zetten voor de bevordering van een cultuur die is gericht op een vereenvoudiging van het papierwerk met betrekking tot de EU-fondsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) Ik kan niet anders dan dit verslag steunen. In een periode als deze dwingen de economische en financiële crisis ons tot een zuiniger uitgavenpatroon, meer transparantie en innovatieve en veilige financiën. Hulpbronnen worden steeds schaarser en de sociale behoeften steeds groter. Daarom is onderzoek naar doeltreffend gebruik van de structuurfondsen nu niet slechts een doel, maar ook een morele verplichting voor alle bestuurders en vooral voor dit Europa, dat in de ogen van de Europese bevolking steeds abstracter wordt en steeds verder afstaat van wat de mensen echt nodig hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. – (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat de rationalisatie van het uitgavenpatroon een grotere effectiviteit en efficiëntie vergt van het beleid, zowel op EU-niveau als op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Bovendien moet het Europees Parlement bij de interinstitutionele onderhandelingen over de nieuwe financiële vooruitzichten van de EU (2014-2020) met concrete voorstellen komen voor een strategisch kader om de uitvoering van de doelstellingen van het cohesiebeleid van de EU en de effectiviteit van de structuurfondsen te waarborgen. Opgemerkt moet worden dat de economische en financiële crisis de behoefte aan maatregelen in sectoren die onder het Europees Sociaal Fonds (ESF) vallen nog dringender heeft gemaakt, met name maatregelen ter ondersteuning van werkgelegenheid, loopbaanheroriëntering, sociale integratie en armoedebestrijding. Verder wil ik graag benadrukken dat het ESF, als instrument ter ondersteuning van levenslang leren, scholing en omscholing, als een essentieel middel moet worden beschouwd – waarvan het potentieel nog niet ten volle is benut voor de bevordering van een zich tot alle terreinen uitstrekkende, effectieve groei en van een Europa dat zijn concurrentiepositie op kennis baseert. Uitgaven op het gebied van cohesiebeleid moeten worden gerationaliseerd door de versnippering van financieringsinstrumenten en -kanalen te verminderen en een grotere complementariteit tussen de verschillende financieringsinstrumenten te bevorderen. Bovendien moeten we rekening houden met het voorstel van de Commissie om betere prioriteiten te stellen voor EU- en nationale middelen en deze te concentreren rond een aantal thematische prioriteiten om een betere onderlinge afstemming tussen de fondsen te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nessa Childers (S&D), schriftelijk. − (EN) Het is van cruciaal belang de doeltreffendheid van dit fonds en andere Europese fondsen te waarborgen, met het oog op de blijvende steun ervoor vanuit de Europese bevolking.

 
  
MPphoto
 
 

  Karima Delli (Verts/ALE), schriftelijk.(FR) Ik verwelkom de ideeën die met de aanneming van dit verslag naar voren zijn gebracht om de synergieën te versterken tussen beleidslijnen die van invloed zijn op gebieden enerzijds, en tussen fondsen anderzijds, met name door het verhogen van de financiering en het opzetten van multiregionale programma's. Toch vind ik het jammer dat betrokkenheid van lokale en regionale overheden bij de besluitvorming niet als prioriteit wordt beschouwd. Het verbeteren van de governance door de betrokkenheid van overheden met gedecentraliseerde beheercapaciteiten te vergroten is de manier om te voorzien in de behoefte aan benutting, effectiviteit en vereenvoudiging, stuk voor stuk wenselijke aspecten bij de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Luigi Ciriaco De Mita (PPE), schriftelijk. (IT) Het economische, sociale en territoriale cohesiebeleid is een van de belangrijkste pijlers voor de Europese Unie, die veel waarde hecht aan het bevorderen en verbeteren van kennis door een stimulering van innovatie, maar ook aan het creëren van convergenties en het verminderen van discrepanties van en in de minder ontwikkelde gebieden richting de meer ontwikkelde gebieden. Gemeenschappelijke programmering was het vernieuwendste aspect van de periode 2007-2013, en zette de regio's en de lidstaten aan tot het hanteren van een aanpak die het midden hield tussen territoria en middelen in de strategische en operationele programmering. Het belangrijke resultaat van deze aanpak dreigt echter in veel gevallen ongedaan te worden gemaakt door de sterke autonomie en concurrentie tussen de verschillende bestuurlijke instanties van alle eenfondsprogramma's. Door niet effectief samen te werken vormen ze niet alleen een gevaar voor de waardevolle integratie op het operationele en interventionele vlak die bereikt zou kunnen worden, maar ook voor de mogelijke voordelen en invloed die de ingrepen zouden kunnen hebben. In de volgende programmeringsperiode kan het daarom nuttig zijn terug te gaan naar meerfondsenprogramma's, door de ervaring van de gemeenschappelijke programmering te integreren en een betrokken en verantwoordelijk beheer te bevorderen tussen de betrokkenen die verantwoordelijk zijn voor de territoriale ontwikkeling. Het aangenomen verslag is naar mijn mening een goede ondersteuning van deze doelstellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb voor het verslag gestemd over het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en andere structuurfondsen en de synergievoordelen die kunnen worden bereikt door deze beter op elkaar af te stemmen, omdat ik van mening ben dat de ontwikkeling van een strategisch kader de mogelijkheid biedt een gezamenlijke aanpak te garanderen, te profiteren van synergieën tussen alle maatregelen die bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het cohesiebeleid die zijn vastgelegd in de Verdragen, en zo tegemoet te komen aan de verwachtingen van de burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Het Parlement heeft aangedrongen op de noodzaak van een synergie tussen het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en de overige structuurfondsen en van een geïntegreerde benadering tussen de verschillende sectorale beleidsmaatregelen. We mogen geen middelen verspillen, daar zijn we ons in deze crisistijd des te meer van bewust. Het is dan ook raadzaam om zo veel mogelijk te profiteren van de synergievoordelen tussen de middelen van de structuurfondsen en om geen kansen te verspillen doordat de fondsen te hermetisch zijn. We moeten ons inspannen om de beschikbare middelen zo goed mogelijk aan te wenden. Zo zullen we meer mogelijkheden voor duurzame groei creëren, de verschillen tussen de regio's verkleinen en sociale inclusie en samenhang tussen de regio's bevorderen. Maar daarvoor moeten de Europese Unie en de lidstaten duidelijke prioriteiten vaststellen om te voorkomen dat de middelen worden versnipperd en om die doelstellingen te stimuleren die echt essentieel zijn. De gewenste flexibiliteit moet gepaard gaan met een strenge controle op de uitvoering van de fondsen, zodat dit zo correct en transparant mogelijk gebeurt.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) Dit verslag van mijnheer Stavrakakis gaat over de bestaande situatie met betrekking tot het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en andere structuurfondsen en de synergievoordelen die kunnen worden bereikt door deze beter op elkaar af te stemmen. Twee decennia lang hebben we de middelen uit de structuurfondsen in de meest uiteenlopende regio's van Europa geïnvesteerd en dat heeft beslist bijgedragen aan een verbetering van de levenskwaliteit van miljoenen Europeanen. Ze leken een onuitputtelijke bron, waaruit de meest achtergestelde regio's konden putten om aan hun financieringsbehoeften te voldoen. De recente economische en financiële crisis heeft ons tot rede gebracht en heeft ons laten zien wat de gevolgen zijn van ongebreidelde investeringen in niet-duurzame projecten.

Een betere infrastructuur komt in de praktijk immers niet altijd overeen met een grote ontwikkeling. Het is dus hoog tijd dat we een strenge evaluatie maken van de in uitvoering zijnde projecten en dat we bij de voorbereiding van het volgende meerjarig financieel kader (MFK) de strategie herzien voor de bestemming van de nog beschikbare middelen rekening houdend met de verwezenlijking van de in de EU 2020-strategie vervatte doelstellingen. Ik steun de aanbevelingen in dit verslag. De rapporteur stuurt aan op het creëren van synergievoordelen door de vaststelling van een strategisch instrument dat alle structuurfondsen omvat en dat gericht is op innovatie en technologische vernieuwing, waarbij ondernemingen, en vooral kleine en middelgrote ondernemingen, worden ondersteund en administratieve kosten worden verlaagd.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Het doel dat in dit verslag wordt bepleit is duidelijk: al voor de volgende financiële periode na 2013 één strategisch kader op te zetten voor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en voor de andere structuurfondsen, in het bijzonder het Europees Fonds voor Plattelandsontwikkeling en het Europees Visserijfonds, en te voorzien in de coördinatie met andere instrumenten van het externe EU-beleid.

Door één strategisch kader te creëren zouden de bijzondere kenmerken en de diversiteit van de begunstigde gebieden en sectoren verloren kunnen gaan, wat de weg vrijmaakt voor een beperking van de EU-begroting en een verlaging van de middelen van de fondsen, wat de grote EU-mogendheden altijd bepleit hebben. Dit nieuwe kader beoogt de mededinging te bevorderen en de integratie van de EU-beleidsmaatregelen te versterken met het oog op de verwezenlijking van de EU 2020-strategie, wat in het voordeel is van de economische en financiële concerns en concentratie en centralisatie van het kapitaal in de hand werkt.

Wij blijven een volledig gebruik van deze fondsen voorstaan, waarbij ze elkaar aanvullen, teneinde de productie in elk land te verdedigen en te bevorderen, de werkloosheid te bestrijden en werkgelegenheid met rechten te bevorderen, welvaart te creëren en de gecreëerde welvaart beter te verdelen, hoogwaardige openbare diensten te verdedigen, armoede te bestrijden, en de ambachtelijke kustvisserij, de familielandbouwbedrijven en de kleine en middelgrote landbouwers te verdedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Het doel dat in dit verslag wordt bepleit is duidelijk: al voor de volgende financiële periode na 2013 één strategisch kader op te zetten voor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en voor de andere structuurfondsen, in het bijzonder het Europees Fonds voor Plattelandsontwikkeling en het Europees Visserijfonds, en te voorzien in de coördinatie met andere instrumenten van het externe EU-beleid. We moeten er rekening mee houden dat door het creëren van één strategisch kader de bijzondere kenmerken en de diversiteit van de begunstigde gebieden en sectoren verloren kunnen gaan, wat de weg vrijmaakt voor een beperking van de EU-begroting en een verlaging van de middelen van de fondsen, wat de grote EU-mogendheden altijd bepleit hebben.

Dit nieuwe kader beoogt de mededinging te bevorderen en de integratie van de EU-beleidsmaatregelen te versterken met het oog op de verwezenlijking van de EU 2020-strategie, wat zoals altijd in het voordeel is van de economische en financiële concerns en concentratie en centralisatie van het kapitaal in de hand werkt.

Wij blijven een volledig gebruik van deze fondsen voorstaan, waarbij ze elkaar aanvullen, teneinde de productie in elk land te verdedigen en te bevorderen, om gebruik te maken van hun potentieel om de werkloosheid te bestrijden en werkgelegenheid met rechten te bevorderen, welvaart te creëren en de gecreëerde welvaart beter te verdelen, hoogwaardige openbare diensten te verdedigen, armoede te bestrijden, en de ambachtelijke kustvisserij, de familielandbouwbedrijven en de kleine en middelgrote landbouwers te verdedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk. – (SK) Het is goed dat we in deze postcrisisperiode in Europa een nog grotere inspanning doen om te komen tot coördinatie van de activiteiten van EU-fondsen en EU-programma's. Wat het Europees Sociaal Fonds betreft, leert de ervaring dat de financiering van economische maatregelen van het Europees Regionaal Ontwikkelingsfonds effectiever is wanneer ze beter wordt gecoördineerd en wordt geïntegreerd met de activiteiten van het desbetreffende fonds. Het succes van de meeste programma's en maatregelen is immers grotendeels afhankelijk van een succesvolle combinatie van factoren en hierbij is de ontwikkeling van het menselijk potentieel het belangrijkst. Het huidige plannings- en leveringssysteem waarin de verschillende beleidsgebieden voor ontwikkeling van het menselijk potentieel, ontwikkeling van bedrijven, vooral het midden- en kleinbedrijf, en de ontwikkeling van infrastructuur worden samengebracht, heeft ten doel om de regio's die steun ontvangen in staat te stellen de achterstand in te lopen. Met elk van deze beleidsgebieden afzonderlijk zou minder worden bereikt dan wat momenteel met al deze beleidsterreinen in gezamenlijkheid wordt bereikt in een geïntegreerd plannings- en leveringssysteem. Volgens mij moeten we echter een nog verder strekkend coördinatiemechanisme opzetten dat bijdraagt tot onderlinge afstemming van de desbetreffende instrumenten, beleidsgebieden en partijen. Het is wenselijk dat de nauwkeurig geplande interventies en programma's op deze wijze worden uitgevoerd en dat daarbij rekening wordt gehouden met de territoriale bijzonderheden en de voordelen of speciale kenmerken van elke regio in een geïntegreerde, plaatsgebonden benadering.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. - (LT) Ik verwelkom dit document, omdat er daarin op wordt aangedrongen al voor de volgende financiële periode na 2013 één strategisch kader voor te stellen om een gezamenlijke aanpak te garanderen en te profiteren van synergieën tussen alle maatregelen die ter plaatse bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het cohesiebeleid die zijn vastgelegd in de Verdragen en die worden gefinancierd uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Visserijfonds (EVF). Ik ben van mening dat het cohesiebeleid een van de pijlers vormt van het economisch beleid van de EU, dat zich richt op een investeringsstrategie voor de lange termijn en sociale integratie. Het cohesiebeleid staat ook garant voor ondersteuning van de minst ontwikkelde regio's en achtergestelde groepen, hetgeen bijdraagt tot de totstandkoming van een evenwichtige en harmonische ontwikkeling in de Europese Unie. De Europese toegevoegde waarde is erin gelegen dat iedereen kan profiteren van de economische successen van de EU, derhalve moet het cohesiebeleid als zelfstandig beleidsterrein worden gehandhaafd en van ruimere en voldoende financiële middelen worden voorzien.

 
  
MPphoto
 
 

  Lívia Járóka (PPE), schriftelijk. − (EN) Ik ben verheugd over het verslag van de heer Stavrakakis over het EFRO en andere structuurfondsen en de synergievoordelen die kunnen worden bereikt door deze beter op elkaar af te stemmen. Meer flexibiliteit bij het gebruik van de fondsen, de vereenvoudiging van het papierwerk en strategische afstemming tussen instrumenten, beleid en uitvoerders is een oud verlangen en een noodzakelijk hulpmiddel voor de sociale integratie van gemarginaliseerde groepen in een complex beleidskader van geïntegreerde beleidsvormen, dat gebruikmaakt van alle financiële middelen die vanuit de EU-fondsen beschikbaar zijn, met name het EFRO, het ESF en het ELFPO. Het amendement tot wijziging van de verordening betreffende het EFRO waarmee de subsidiabiliteit van huisvestingsprojecten voor gemarginaliseerde gemeenschappen is vergroot, stelt de lidstaten in staat om hun operationele programma's te herzien en nieuwe prioriteiten te bepalen voor hun investeringen, waarbij ze maximaal 2 procent van hun totale EFRO-toewijzing kunnen gebruiken voor huisvestingsprojecten voor gemarginaliseerde gemeenschappen voor zowel vervanging als renovatie. De lidstaten moeten optimaal gebruikmaken van deze mogelijkheid om hun eigen inspanningen aan te vullen en zo te zorgen voor een doelmatige sociale integratie van de meest kwetsbare groepen en de Europese Commissie zou moeten komen met een specifiek actieplan over deze verordening om de benutting van de middelen te versnellen en om een verslag op te stellen over de besteding ervan.

 
  
MPphoto
 
 

  Giovanni La Via (PPE), schriftelijk. (IT) Cohesiebeleid is een van de pijlers onder het economisch beleid van de EU. Het staat garant voor ondersteuning van de minst ontwikkelde regio's en achtergestelde groepen, hetgeen bijdraagt tot de totstandkoming van een evenwichtige maatschappelijke en territoriale ontwikkeling in de Europese Unie. Het cohesiebeleid is een belangrijke stap voor de 27 lidstaten, die strategische richtsnoeren voor territoriale ontwikkeling moeten vastleggen, middels de steeds groter wordende actieve betrokkenheid van de sociale partners. Mijn stem voor dit verslag bevestigt dat ik vertrouwen heb in dit doel, maar ook dat ik me realiseer dat het nodig is voorschriften op nationaal en regionaal niveau te vereenvoudigen om projecten binnen de vastgestelde tijd uit te voeren, bureaucratische vertraging te voorkomen en administratieve lasten te verminderen, waardoor hun absorptiecapaciteit wordt verhoogd.

 
  
MPphoto
 
 

  Constantin Luhan (PPE), schriftelijk. – (RO) Een robuust, goed gefinancierd cohesiebeleid vormt een essentieel instrument voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU 2020-strategie. Dit draagt bij aan een doordachte investeringsstrategie voor de lange termijn, levert meerwaarde op, bevordert sociale insluiting en, tegelijkertijd, harmonieuze ontwikkeling in de hele Europese Unie.

Ik denk dat wij steun moeten verlenen aan lidstaten en regio's door synergie aan te moedigen tussen structureel, sociaal en plattelandsbeleid. Het opstellen van een gemeenschappelijk strategisch kader voor de volgende financiële programmeringsperiode zou een verbeterde benadering bieden en een hefboomeffect hebben op de synergie tussen de maatregelen die ten uitvoer worden gelegd in de Europese regio's en die gericht zijn op het ondersteunen van de beleidsdoelstellingen van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Clemente Mastella (PPE), schriftelijk. (IT) De Europese Unie heeft behoefte aan nieuwe synergieën en een geïntegreerde benadering tussen de verschillende sectorale beleidsmaatregelen, om zo een optimaal resultaat voor groei en ontwikkeling ter plaatse te bereiken. Er moet meer gestreefd worden naar een regionaal beleid dat in toenemende mate flexibel is en geïntegreerd wordt met andere instrumenten en programma's. Wij vinden dat EFRO-financiering van innovatie, onderzoek, milieu en KMO's alleen effectiever kan zijn wanneer ze strak wordt gecoördineerd en wordt geïntegreerd met sociale maatregelen in het algemeen. Dat is de waarde van geïntegreerde planning. Complexe problemen kunnen namelijk niet worden opgelost door ze slechts van één kant te benaderen. Een gefragmenteerde benadering kan leiden tot overlappend of zelfs conflicterend beleid, tegenstrijdige overheidsmaatregelen en, erger nog, het dubbel inzetten van middelen.

Wij vinden dat het bijeenhouden van de planning van de structuurfondsen en het Cohesiefonds en de betere re-integratie van deze fondsen met het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Visserijfonds, een manier is om het potentieel van de achtergebleven regio's ten volle te benutten. Meer flexibiliteit, een nieuwe multidisciplinaire benadering en een vereenvoudiging van het papierwerk kunnen de sleutel vormen tot succes van ons plattelandsontwikkelingsbeleid en cohesiebeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Barbara Matera (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor het verslag-Stavrakakis gestemd, omdat ik vind dat de diverse EU-fondsen die beschikbaar zijn voor het uitvoeren van regionaal beleid, eenvoudiger te gebruiken moeten worden gemaakt. Ik wijs met name op het tot stand brengen van synergieën voor een geïntegreerde benadering tussen de verschillende sectorale beleidsmaatregelen die er zijn op het gebied van regionaal beleid, zoals in het verslag wordt benadrukt. De noodzaak om het rendement van beschikbare financiering te vergroten is nog dringender geworden door de huidige economische en financiële crisis. Wat dat betreft, wordt in het verslag een gemeenschappelijk strategisch kader voorgesteld voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO), het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Europees Visserijfonds (EVF). Door een gezamenlijke aanpak van deze verschillende regionale fondsen te garanderen, kan ook overlapping worden voorkomen en kan worden voorkomen dat er verwarring ontstaat onder marktdeelnemers op regionaal en lokaal niveau die geïnteresseerd zijn in Europese financiering voor een bepaald project. Daarnaast zal het aannemen van een systematische en synergetische benadering tussen de diverse Europese regionale fondsen bijdragen aan het overnemen van de doelstellingen van het cohesiebeleid en zodoende tevens aan het verminderen van verschillen in ontwikkeling tussen de Europese regio's en het verwezenlijken van sociale integratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Rolandas Paksas (EFD), schriftelijk. - (LT) We moeten alles in het werk stellen om te zorgen voor een gunstig klimaat dat alle lidstaten in staat stelt te profiteren van de steun die het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en andere structuurfondsen bieden. Om de cohesiebeleidsdoelstellingen ten uitvoer te leggen, moeten we de synergieën tussen deze fondsen verduidelijken, kwesties rond de coördinatie ervan aanpakken en de beheersvoorschriften van de fondsen vereenvoudigen. Het is derhalve zeer belangrijk dat we ons na 2013 aan de gezamenlijke aanpak en het overeengekomen ene strategische kader houden. Ook is het noodzakelijk de versnippering van de financieringsinstrumenten te verminderen teneinde de uitgaven in het kader van het cohesiebeleid te rationaliseren. Opgemerkt moet worden dat het cohesiebeleid een duurzame en langdurige ontwikkeling van de Europese Unie waarborgt en derhalve als onafhankelijk beleidsterrein gehandhaafd moet blijven en moet worden voorzien van ruimere financiële middelen. Meer aandacht moet worden besteed aan het Europees Sociaal Fonds (ESF), dat een belangrijke bijdrage levert aan effectieve groei en op kennis gebaseerd concurrentievermogen. Ik ben van mening dat het cohesiebeleid meer gericht moet zijn op het resultaat en minder op de regelmatigheid van de uitgaven en procedures.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Het Europese cohesiebeleid is en blijft een hoeksteen van de concrete acties van de EU in haar regio's, en tevens de belangrijkste bron van investeringen in de reële economie, waarmee Europa en zijn regio's geholpen kunnen worden bij het te boven komen van de crisis en het herstellen van hun concurrentievermogen. Er is al veel bereikt met het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) en de andere structuurfondsen, maar met deze fondsen kunnen meer en betere resultaten worden behaald voor de Europese Unie. Gelet daarop, steun ik de inhoud en opbouw van het verslag-Stavrakakis en stem ik voor dit verslag. Ik ben het met name eens met de aanbevelingen en voorstellen van de heer Stavrakakis met betrekking tot het doeltreffender gebruik van de EU-fondsen. Ik hoop dat de Commissie het verzoek van het Parlement in aanmerking zal nemen, vooral met het oog op de nieuwe financiële vooruitzichten voor 2014-2020.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) De huidige situatie moet worden gezien als een kans om alles wat efficiënter zou kunnen opnieuw te formuleren, waarbij elke situatie waarin tijd en middelen worden verspild krachtig en met een grotere legitimiteit wordt aangepakt. De noodzaak om overheidsbegrotingen te consolideren houdt in dat we innovatiever moeten zijn en moeten proberen het effect van de bestaande fondsen te vergroten. Ik heb voor dit verslag gestemd. Het is een weerspiegeling van de huidige situatie en het geeft aan dat synergieën in de toekomst nodig zijn om de fondsen doelmatiger op elkaar te kunnen afstemmen. De coördinatie van deze fondsen moet worden verbeterd.

De EU-beleidsinstrumenten voor cohesie worden beheerd in een gemeenschappelijk kader, dat uiteenloopt van de strategische richtsnoeren tot betalingen en rapportage. Maar de coördinatie tussen de beleidsinstrumenten voor cohesie en overige instrumenten moet worden vergroot. Ik ben het ermee eens een geïntegreerd plannings- en leveringssysteem voor alle beleidsgebieden te creëren. De waarde van een geïntegreerde planning ligt in het inzicht dat complexe problemen alleen kunnen worden opgelost door ze tegelijkertijd van verschillende kanten te benaderen. Zo kan werkloosheid niet alleen worden opgelost door het aanbieden van een opleiding aan werklozen: ook werkgelegenheidsbeleid is nodig, zoals ondersteuning aan het midden- en kleinbedrijf of start-ups.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) De hervorming van het structuurbeleid voor de programmeringsperiode 2007-2013 heeft geleid tot de afsplitsing van het fonds voor plattelandsontwikkeling van het overkoepelende raamwerk van structuurfondsen. Deze afsplitsing mag niet leiden tot het dupliceren of juist verdwijnen van doelstellingen en er moeten ontwikkelingsmogelijkheden worden gegarandeerd, zowel op het platteland als in een stedelijke omgeving, maar de praktijk levert tegenstrijdige gegevens op. Een efficiënt plattelandsontwikkelingsbeleid vereist nauwe coördinatie, zowel bij de uitvoering van maatregelen binnen het ELFPO-kader als bij de implementatie van regionale beleidsinstrumenten. Er is een gemeenschappelijk strategisch kader nodig voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Visserijfonds (EVF), om een gezamenlijke aanpak te garanderen en om de synergie tussen alle genoemde financieringsinstrumenten te vergroten. Het doel van het cohesiebeleid is het verminderen van verschillen tussen regio's en het bevorderen van sociale integratie, met het oog op een evenwichtige en harmonische ontwikkeling. Ik heb voor het verslag gestemd, opdat de fondsen beter zullen worden gecoördineerd en lokale en regionale overheden betrokken zullen worden bij het opstellen en uitvoeren van partnerschapscontracten.

 
  
MPphoto
 
 

  Fiorello Provera (EFD), schriftelijk. (IT) Economische, sociale en territoriale cohesie zijn de grondbeginselen waarvan bij de vaststelling van alle beleidsmaatregelen en activiteiten van de Unie moet worden uitgegaan. Ik deel de mening van de rapporteur dat de economische crisis ons zal dwingen innovatiever te zijn en meer rendement te zoeken van de beschikbare financiering. Innovatie betekent het creëren van synergie en een geïntegreerde benadering tussen de verschillende sectorale beleidsmaatregelen, om zo een optimaal resultaat voor groei en ontwikkeling ter plaatse te bereiken.

Ik ben het met name eens met de stelling van de rapporteur dat synergieën en coördinatie niet in alle gevallen leiden tot eenzelfde aanpak, maar juist vragen om een nauwgezette strategische afstemming tussen instrumenten, beleid en uitvoerders, teneinde te komen tot nauwkeurig geplande interventies en programma's, waarbij rekening wordt gehouden met de territoriale bijzonderheden en de voordelen of speciale kenmerken van elke regio in een geïntegreerde, plaatsgebonden benaderinghttp://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+REPORT+A7-2011-0141+0+DOC+XML+V0//NL" \l "_part2_def5" .

 
  
MPphoto
 
 

  Crescenzio Rivellini (PPE), schriftelijk. (IT) Vandaag, tijdens de plenaire zitting van het Europees Parlement in Brussel, hebben we gestemd over het verslag inzake het beter op elkaar afstemmen van het EFRO en andere structuurfondsen. In de resolutie die is goedgekeurd door de Commissie regionale ontwikkeling, wordt voorgesteld om, al voor de volgende financiële periode na 2013, één strategisch kader te creëren om een gezamenlijke aanpak te garanderen en te profiteren van synergieën tussen alle maatregelen die bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het cohesiebeleid die zijn vastgelegd in de Verdragen en die worden gefinancierd uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Cohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Visserijfonds (EVF).

Er wordt op gewezen dat grotere synergie tussen de structuurfondsen niet alleen van cruciaal belang is voor het verwezenlijken van de Europa 2020-doelstellingen, maar ook en vooral voor het verwezenlijken van de cohesiedoelstellingen. In het verslag-Stavrakakis wordt ervoor gepleit de plattelandsontwikkelingsmaatregelen in het kader van het ELFPO en de duurzame-ontwikkelingsacties voor visserijgebieden in het kader van het EVF in één kader te integreren met de overige structuurfondsen, en de coördinatie verder te versterken tussen cohesiebeleidsinstrumenten op zich en activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van het zevende kaderprogramma en het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP).

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Ik heb voorgestemd. De kern van deze tekst is een oproep om één strategisch kader voor te stellen, teneinde een gezamenlijke aanpak te garanderen en te profiteren van synergieën tussen alle maatregelen die ter plaatse bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het cohesiebeleid die zijn vastgelegd in de Verdragen en die worden gefinancierd uit het EFRO, het Cohesiefonds, het ESF, het ELFPO en het EVF. Bovendien wordt opgemerkt dat het cohesiebeleid gericht moet zijn op slimme, duurzame en integratiegerichte economische groei, die zowel in geografisch als maatschappelijk opzicht gelijkmatig moet zijn verdeeld, op het verminderen van verschillen in ontwikkeling tussen de regio's, op het creëren van banen, verbetering van de kwaliteit van het bestaan, opleiding van werknemers voor nieuwe banen, ook in de sector duurzame economie, maatschappelijke en territoriale samenhang en de verwezenlijking van het Europees sociaal model, dat de cohesie en het concurrentievermogen van de Europese economie ten goede komt.

 
  
MPphoto
 
 

  Oreste Rossi (EFD), schriftelijk. (IT) Cohesiebeleid is gericht op duurzame en integratiegerichte economische groei die gelijkmatig verdeeld moet zijn over Europa en op het verminderen van verschillen tussen regio's. Om synergieën te vergroten, moet er één strategisch kader worden vastgesteld waarmee de integratie van EU-beleidsmaatregelen voor de uitvoering van de Europa 2020-strategie, wordt versterkt. Het is duidelijk dat een geïntegreerde planning een zodanig gebruik van de structuurfondsen mogelijk maakt dat ze zullen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het Europese cohesiebeleid. Een van de doelen die moeten worden bereikt, is het herverdelen van de Europese middelen die in bepaalde regio's niet gebruikt zijn, ten gunste van andere, deugdzamere regio's, die echter wel in hetzelfde land liggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Joanna Senysyn (S&D), schriftelijk.(PL) Ik heb voor de resolutie over de actuele situatie en de toekomstige synergie ten gunste van een grotere effectiviteit van het EFRO en de andere structuurfondsen gestemd. Uit in Polen verricht onderzoek ter vaststelling van de barrières bij het gebruik van de structuurfondsen blijkt dat er twee belangrijke obstakels zijn: het gebrek aan systematische informatie en het bureaucratische systeem voor de aanwending en verantwoording van EU-middelen.

Ik vraag met name aandacht voor vereenvoudiging van de procedure waarmee een beroep op de fondsen gedaan kan worden, zowel op nationaal als op regionaal niveau. Dat is een prioriteit voor het effectief benutten van alle fondsen. Ik doe ook een beroep op de Commissie om het begrip cohesiebeleid te vereenvoudigen en te focussen op resultaten en niet op ingewikkelde controleprocedures. Het nieuwe beleid moet gekarakteriseerd worden door een grotere elasticiteit, proportionaliteit en transparantie bij het gebruik van de fondsen. Vereenvoudiging van de procedures zou bevorderd kunnen worden door standaardisering van de voorschriften ten aanzien van beheer, toepasselijkheid, audit en rapportage van initiatieven die gefinancierd worden uit het EFRO, het ESF, het Cohesiefonds, het ELFPO en het Europees Visserijfonds.

Een grotere coördinatie van de steun uit de verschillende fondsen maakt het zoeken naar oplossingen voor complexe problemen effectiever. Het werkeloosheidsprobleem vraagt bijvoorbeeld om zowel het opleiden van werkelozen en het bevorderen van ondernemerschap, als het ondersteunen van de structurele infrastructuur. Hier komen verschillende fondsen in beeld. Alleen effectieve synergie tussen deze fondsen zal leiden tot afname van de werkeloosheid. Zo'n systematische aanpak kan ook van invloed zijn op verbetering van de toegang van potentiële begunstigden tot essentiële informatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) De kwestie van een grotere doelmatigheid en meer synergieën tussen de diverse structuurfondsen is van groot belang in debatten over toekomstig cohesiebeleid. Dit moet eenvoudiger en meer geïntegreerd worden. De toekomstige benadering moet daarom gebaseerd zijn op een gemeenschappelijk strategisch kader voor de diverse structuurfondsen, teneinde een gemeenschappelijk perspectief te garanderen en de synergievoordelen die tussen de diverse fondsen kunnen worden gerealiseerd, te optimaliseren. Alleen met een geïntegreerde visie, die gericht is op resultaten en in lijn is met de doelstellingen van slimme, duurzame en inclusieve groei, zullen we over een versterkte doelmatigheid tussen de diverse structuurfondsen kunnen spreken.

Als schaduwrapporteur namens de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) vind ik dat we regionale en lokale overheden moeten meenemen in de voorbereiding en uitvoering van partnerschappen en ons moeten bewegen in de richting van een thematische concentratie van prioriteiten en in de toekomst toe te wijzen financiële middelen. Er moet een regionale dimensie zijn, die het voordeel van het cohesiebeleid van de EU over het voetlicht moet brengen. Met betrekking tot financieringsinstrumenten moet de mogelijkheid van het gebruik van instrumenten voor financieringstechnieken worden versterkt, terwijl er tevens een voorziening moet worden getroffen waardoor lidstaten en hun regio's gebruik kunnen maken van programma's die meerdere fondsen omvatten.

 
  
MPphoto
 
 

  Angelika Werthmann (NI), schriftelijk. − (DE) De rapporteur benadrukt herhaaldelijk dat meer coördinatie en een geïntegreerd plannings- en leveringssysteem essentieel zijn om met de subsidies van de drie cohesiebeleidsfondsen de best mogelijke resultaten te behalen. Dankzij onze jarenlange ervaring beschikken we over voldoende gegevens om de huidige kans te benutten en het Europees cohesiebeleid aanzienlijk te verbeteren voor de toekomst.

 
  
  

Verslagen: Miroslav Mikolášik (A7-0111/2011) - Oldřich Vlasák (A7-0218/2011) - Marie-Thérèse Sanchez-Schmid (A7-0110/2011) - Georgios Stavrakakis (A7-0141/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Bradbourn (ECR), schriftelijk. − (EN) Wat betreft de verslagen Sanchez-Schmid, Stavrakakis, Vlasak en Mikolasik: de conservatieve leden van het EP hebben ervoor gekozen deze verslagen over de toekomstige richting van het cohesiebeleid af te wijzen, met uitzondering van het verslag-Vlasak waarover we ons van stemming hebben onthouden. Dit heeft een aantal fundamentele redenen: wij zijn van mening dat het op een moment dat er in alle lidstaten sprake is van begrotingsconsolidatie, volkomen onacceptabel is de grote cohesiebegroting van de EU onaangetast te laten. In algemene zin komen deze verslagen niet betekenisvol tegemoet aan de zorgen die de conservatieven hebben met betrekking tot het beheer door de EU van het cohesiebeleid. Zij wijzen alle stappen af die de rijkere lidstaten in staat stellen hun eigen regionale ontwikkeling te financieren en die de ontwikkeling van een kleiner, efficiënter en doelgerichter cohesiebeleid ten behoeve van de armste regio's in Europa belemmeren. In plaats daarvan worden nieuwe bureaucratische organen voorgesteld, zoals de macroregionale entiteiten, en wordt de natiestaat andermaal ondermijnd door een doelbewuste beweging richting regionalisme. Dit tijdperk van bezuinigingen biedt de EU een kans om minder uit te geven aan oude, verkwistende prioriteiten. Deze verslagen gaan volkomen de verkeerde kant op.

 
  
  

Verslag: Elisa Ferreira (A7-0183/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Pino Arlacchi (S&D), schriftelijk. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor dit verslag gestemd, omdat erin wordt benadrukt dat het kader ter voorkoming en correctie van macro-economische onevenwichtigheden een aanvulling moet zijn op de EU-strategie voor groei en arbeidsplaatsen, die ten doel heeft het concurrentievermogen en de sociale stabiliteit van de Unie te vergroten. Ook wordt in de tekst duidelijk gesteld dat de Commissie in de procedure voor scherper toezicht een krachtiger en onafhankelijker rol moet spelen met betrekking tot inspectiebezoeken, aanbevelingen en waarschuwingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Recente gebeurtenissen hebben laten zien dat het Europees groei- en stabiliteitspact niet erg effectief is en dat het een aantal lidstaten niet heeft kunnen behoeden voor ernstige problemen met hun betalingsbalans en het aflossen van hun schulden. Naast de hulp die deze landen ontvangen van de EU, werken de instellingen aan de versterking van het groei- en stabiliteitspact om dergelijke crises in de toekomst te voorkomen. Dat is het doel van het pakket inzake het economisch bestuur, waarvan het verslag van mijn medeparlementslid, mevrouw Ferreira, deel uitmaakt. In dit verslag komen de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden aan bod en wordt er gepleit voor meer toezicht. Ik sta achter deze principes, net als dat ik het pakket inzake het economisch bestuur in zijn geheel steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Regina Bastos (PPE), schriftelijk. (PT) Op 29 september 2010 heeft de Commissie een wetgevingspakket ingediend met als doel de economische governance in de Europese Unie en het eurogebied te versterken. Het versterken van economische governance moet worden gekoppeld aan het versterken van de democratische legitimiteit van de genomen besluiten. Met andere woorden, een nauwere en meer bijtijdse betrokkenheid van de geïnteresseerde partijen en van de nationale parlementen en het Europees Parlement is daarbij vereist. In dit verslag wordt gesteld dat het plan met corrigerende maatregelen de specifieke beleidsmaatregelen moet omvatten die de betrokken lidstaat heeft uitgevoerd of voornemens is uit te voeren, evenals een tijdschema daarvoor. Ik heb voor dit verslag gestemd.

Een net zo belangrijke corrigerende maatregel is dat de Commissie de mogelijkheid heeft verscherpte toezichtmissies in de betrokken lidstaat uit te voeren teneinde de uitvoering van het schema te controleren. Tot slot zou ik de nadruk willen vestigen op de bevoegdheid van het Parlement om op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat te handelen en derhalve de voorzitter van de Raad, de Commissie en, indien daar aanleiding toe is, de voorzitter van de Eurogroep uit te nodigen voor de bevoegde parlementaire commissie te verschijnen om het besluit waarin de niet-naleving wordt geconstateerd, te bespreken.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) Ik heb besloten mij van stemming te onthouden, omdat het onmogelijk is met zekerheid vast te stellen wat de gevolgen zijn van de richtlijnen die worden voorgesteld in dit verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden. Het lijdt geen twijfel dat er vanwege de ernst van de economische crisis in Griekenland, in combinatie met het risico dat vele andere lidstaten door een dergelijke crisis worden getroffen, dringend behoefte is aan een strategie waarmee kan worden voorkomen dat er nogmaals een dergelijke crisis ontstaat. Aan de andere kant mag deze strategie niet leiden tot willekeurige inmenging van de centrale autoriteit van de EU in de economie van de afzonderlijke lidstaten. De bescherming van nationale bevoegdheden en vrijheden vormt een garantie voor het correct functioneren van de EU en mag daarom niet worden opgeofferd, zelfs niet onder omstandigheden zoals de Griekse crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. - (LT) Ik heb voor dit amendement gestemd, omdat ik vind dat het, na de financiële en economische crisis die Europa en de rest van de wereld heeft getroffen, zeer belangrijk is om de kwesties van Europa's macro-economische ontwikkeling en begrotingsdiscipline opnieuw te bezien. Het is een moeilijke tijd, maar ook de juiste tijd om het bestaande model aan te vullen en te corrigeren in het licht van de gegevens van nu en die van het verleden, en voor het eerst is het Europees Parlement betrokken bij deze belangrijke besluitvorming. De preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden is een nieuwe disciplinaire maatregel voor lidstaten van de eurozone, waarbij boetes worden opgelegd wanneer er sprake is van fraude of van onwil om in overeenstemming met overeengekomen aanbevelingen op te treden, zonder dat daarvoor een aanvaardbare reden is, maar niet wanneer er sprak is van onvermogen om de voorgestelde doelstellingen te bereiken. Deze disciplinaire maatregel houdt rekening met het totaal van de aan de lidstaat opgelegde boetes, en voor het totale bedrag daarvan geldt een maximum. Betaalde boetes leveren inkomsten op voor het centrale fonds van het permanente crisismechanisme.

 
  
MPphoto
 
 

  Antonio Cancian (PPE), schriftelijk. (IT) Het verslag-Ferreira maakt deel uit van het wetgevingspakket inzake de hervorming van het economisch bestuur, dat bestaat uit zes verslagen die het resultaat zijn van maandenlang overleg. Het Parlement heeft een duidelijk signaal afgegeven aan iedereen, en met name aan de Raad. Daarom hoop ik dat dit pakket definitief zal worden goedgekeurd vóór het zomerreces en vooral dat het zo snel mogelijk ten uitvoer wordt gelegd, zodat de Europese Unie niet, zoals in het verleden, onvoorbereid is op het aangaan van de uitdagingen waarbij haar stabiliteit op het spel staat. Ik heb met name voor het verslag-Ferreira gestemd omdat ik van mening ben dat de aandacht voor de rol van het scorebord, als instrument om mogelijke onevenwichtigheden vast te stellen aan de hand van specifieke criteria, een uitstekende basis vormt voor het analyseren van het probleem. Ik denk namelijk dat de eerste stap die moet worden gezet bij het voorkómen van toekomstige economische crises, bestaat uit een grondige analyse van de risicofactoren die kunnen leiden tot budgettaire onevenwichtigheden, en in dit verslag wordt dit onderwerp naar behoren behandeld. Daarnaast zijn deze criteria algemeen en meetbaar, en kunnen dus in heel Europa uniform worden beoordeeld en vergeleken.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag gestemd omdat ik het ermee eens ben dat, als de Commissie haar economische aflezing van het scoreboard uitvoert in verband met het waarschuwingsmechanisme, zij bijzondere aandacht moet besteden aan de ontwikkeling van de echte economie, inclusief economische groei en werkgelegenheids- en werkloosheidscijfers, nominale en reële convergentie binnen en buiten het eurogebied, de ontwikkeling van de productiviteit en de voornaamste drijvende krachten daarachter, zoals onderzoek en ontwikkeling en externe of interne investeringen en trends op sectorniveau, inclusief energie, die de prestaties van zowel het bruto binnenlands product als het huidige rekeningsaldo beïnvloeden.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) De huidige economische, financiële en sociale crisis heeft aangetoond dat het huidige model voor economische governance van de Europese Unie niet heeft gewerkt: het toezichtskader blijkt zelf erg zwak te zijn en de regels van het stabiliteits- en groeipact zijn niet gerespecteerd. Daarom ondersteun ik het pakket aan maatregelen dat de Europese Commissie over economische governance heeft ingediend. Ik steun het verslag van mevrouw Ferreira betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden. Ik feliciteer de Commissie met het idee van de introductie van een scorebord, dat al goede resultaten heeft laten zien op het gebied van de interne markt en op het terrein van vrijheid, veiligheid en recht. Ik zou graag zien dat het Europees Parlement de Commissie deskundige hulp kan bieden bij het definiëren van de indicatoren op het scorebord. Naar verwachting zal het aantal indicatoren vrij groot zijn, maar deze moeten voornamelijk gericht zijn op die factoren die relevant zijn voor macro-economische onevenwichtigheden. Ik ben het eens met de mogelijkheid om structurele hervormingen te verlangen in landen met een overschot, maar de meeste aandacht moet uitgaan naar landen met een tekort.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Het belang van deze verordening kan niet genoeg worden benadrukt. Hoewel geheel nieuw binnen het wettelijk kader van de EU, is deze verordening inhoudelijk en in wat zij voorstelt, het vaststellen en corrigeren van macro-economische onevenwichtigheden in de Unie, beslist innovatief.

Dit verslag maakt gebruik van de lessen die uit de recente crisis kunnen worden getrokken, en het is opmerkelijk dat het omwille van een sterke, uitgebalanceerde economische unie prioriteit probeert te geven aan de controle en coördinatie van de economische beleidslijnen die in de diverse lidstaten zijn aangenomen. Het beoogt een waarschuwingsmechanisme in te stellen voor mogelijke toekomstige onevenwichtigheden in een bepaalde lidstaat, zodat deze onmiddellijk doelmatig kunnen worden aangepakt.

Tot slot zou ik mijn landgenote mevrouw Ferreira willen feliciteren met haar enorme betrokkenheid en toewijding. Het was niet altijd eenvoudig, maar zij heeft zich zeer verdienstelijk gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Ik denk dat de Commissie in de procedure voor scherper toezicht met betrekking tot beoordelingen van afzonderlijke lidstaten, monitoring, inspectiebezoeken en aanbevelingen een krachtiger en onafhankelijker rol moet spelen. Ik steun de Uniemethode en daarom ben ik het ermee eens dat de rol van de Raad kleiner moet worden bij de stappen die tot mogelijke sancties leiden. Het belangrijkste is echter vooruitgang in de richting van economische governance met sterke preventieve en corrigerende elementen, zodat sancties kunnen worden vermeden.

Het kader van preventie en correctie en het gehele economisch governancekader moeten groei en banen stimuleren en het concurrentievermogen en de sociale stabiliteit van de Unie bevorderen. Daarom ben ik het ermee eens dat toezicht op het economisch beleid van de lidstaten moet worden verruimd tot meer dan louter budgettair toezicht om buitensporige macro-economische onevenwichtigheden en kwetsbaarheden binnen de Unie te voorkomen. Het is ook belangrijk om interne onevenwichtigheden in aanmerking te nemen, waaronder openbare en particuliere schuld, de ontwikkeling en oorsprong daarvan (binnenlands of internationaal) en tardieve betalingen door het land, met name vanuit de openbare sector en van grote multinationals aan kleine en middelgrote bedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit verslag maakt deel uit van het pakket van zes stukken wetgeving over de zogenaamde economische governance. Hoewel het de intentie van de rapporteur en haar politieke fractie was dat dit zich zou onderscheiden van de andere vijf, is het een feit dat het in hoge mate de tegenstrijdigheden onthult, die binnen deze Europese Unie bestaan.

Feitelijk is het niet genoeg om de macro-economische onevenwichtigheden in de lidstaten vast te stellen bij het ontbreken van een alternatief voor het huidige EU-beleid, gebaseerd op solidariteit en economische en sociale samenhang, om de onevenwichtigheden aan te pakken. Mooie woorden met goede bedoelingen over het beschermen van banen en arbeiders en over sociale rechten zijn fundamenteel in tegenspraak met verklaringen over het handhaven van het stabiliteits- en groeipact (wat 'stom' is genoemd), inclusief het verzwaren van sancties tegen die landen met kwetsbaarder economieën die slachtoffer zijn geworden van neoliberaal beleid en het Europluspact.

De rapporteur en haar politieke fractie dringen tevens aan op erkenning van het feit dat het beleid dat zij hebben gesteund en goedgekeurd, de fundamentele oorzaak van de crisis is en dat het creëren van de eenheidsmunt naar het evenbeeld van de Duitse mark was gebaseerd op onjuiste aannamen, die alleen de belangen van economische en financiële groeperingen in de sterkste economieën dienden. Als we op deze manier doorgaan, zullen we onvermijdelijk getuige zijn van een nog ernstiger verslechtering van de economische, sociale en politieke situatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit verslag maakt deel uit van het pakket van zes stukken wetgeving over economische governance en onthult de tegenstrijdigheden die in de Europese Unie bestaan. Het feit is dat het niet genoeg is om de macro-economische onevenwichtigheden in de lidstaten vast te stellen als er geen alternatief EU-beleid, gebaseerd op solidariteit en economische en sociale samenhang, is om de onevenwichtigheden aan te pakken. Daarom is het onvoldoende verklaringen met goede bedoelingen over het beschermen van banen en arbeiders en over sociale rechten af te leggen, indien deze vervolgens geen einde maken aan het stabiliteits- en groeipact en het europact door deze te vervangen door een werkelijk pact voor vooruitgang en sociale ontwikkeling, maar in plaats daarvan uitgebreidere en zwaardere sancties opleggen aan landen en mensen die slachtoffer zijn geworden van neoliberaal beleid.

Totdat de Europese leiders erkennen dat hun beleid de fundamentele oorzaak van de aanhoudende crises is, zullen we getuige zijn van een verslechtering van de economische, sociale en politieke situatie, hetgeen onvermijdelijk tot verdere sociale spanningen en meer conflicten zal leiden, met onvoorspelbare gevolgen. Dat zal gebeuren totdat zij erkennen dat het creëren van de eenheidsmunt naar het evenbeeld van de Duitse mark was gebaseerd op onjuiste aannamen, die alleen de belangen van sterke economische en financiële groeperingen dienden en dat dat de fundamentele oorzaak is van het verergeren van de crises …

(Verklaring ingekort overeenkomstig artikel 170 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D), schriftelijk. – (SK) De poging om macro-economische onevenwichtigheden te corrigeren is van bijzonder groot belang voor de toekomst van de eurozone en de EU. Het Parlement wil de Commissievoorstellen verder verbeteren, teneinde voor de komende decennia een robuust en consistent wetgevingskader te creëren en compatibiliteit tussen de in de Unie en in alle lidstaten te handhaven begrotingsdiscipline en de economische groei- en werkgelegenheidsdoelstellingen te garanderen. Alleen op die voorwaarde kunnen stabiliteit en duurzaamheid voor de Unie en de euro worden gewaarborgd. Verbetering van de economische governance moet gepaard gaan met versterking van de democratische legitimiteit van de genomen besluiten, die nopen tot nauwere en directere betrokkenheid gedurende het hele proces van niet alleen de belanghebbende partijen, maar in het bijzonder de nationale parlementen en het Europees Parlement. Het is juist dat het stabiliteits- en groeipact en het complete economische governancemodel moeten aanleunen bij en verenigbaar zijn met de EU-strategieën voor groei en werkgelegenheid en met de doelstelling om het concurrentievermogen van alle lidstaten te versterken en de sociale stabiliteit te verbeteren in alle regio's van de Unie. De preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden is een krachtig instrument om precaire situaties aan te pakken die met name het gevolg zijn van structurele tendensen op middellange en lange termijn, van de toenemende divergenties binnen de Unie (en met name de eurozone) en de overloopeffecten van het beleid van individuele lidstaten. We moeten het kader voor economische governance verbeteren en zo duurzame en evenwichtige groei van de Unie als geheel tot stand brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marietta Giannakou (PPE), schriftelijk. – (EL) De groep afgevaardigden van de Nea Dimokratia heeft vandaag voor de zes voorstellen in het pakket economische governance gestemd. De voorstellen van het Europees Parlement leggen het fundament voor een omgeving van economische stabiliteit en laten tegelijkertijd de ontwikkeling van innovatieve mechanisme als euro-obligaties en Europese projectobligaties toe.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik stem voor het verslag-Ferreira, aangezien dat het enige is waarin nadrukkelijk het cruciale belang wordt onderstreept van een breed macro-economisch perspectief waarin rekening wordt gehouden met de uiteenlopende productiviteitsniveaus in de lidstaten en tegelijk de sociale en grondrechten worden gewaarborgd middels de 'Monti-clausule'. Het economische pakket dat in alle andere verslagen wordt voorgesteld, houdt daarentegen slechts vast aan de verdere tenuitvoerlegging van verregaande bezuinigingsmaatregelen, maatregelen die schadelijk zijn geweest voor de economische groei en dat vermoedelijk zullen blijven. Beleid dat puur is gericht op bezuinigingsmaatregelen en slechts verdere besnoeiingen bevordert zonder enige vorm van investeringsplan, staat het scheppen van banen in de weg. Daarom zal ik tegen alle andere verslagen stemmen en mij van stemming onthouden bij het verslag-Haglund. We moeten een alternatieve manier vinden om de huidige crisis tegemoet te treden waarin de uitvoering van verantwoorde bezuinigingsmaatregelen gepaard gaat met een krachtig investeringsplan dat ervoor zorgt dat zij die in deze crisis het kwetsbaarst zijn, steun ontvangen. Veranderingen als structurele hervorming van de financiële sector en hervorming van de regelgeving in die sector zijn inderdaad noodzakelijk, maar verbetering van de huidige situatie is slechts mogelijk wanneer er ook stimuleringsmaatregelen komen alsmede een radicale, alomvattend moderniseringsbeleid en gerichte investeringen.

 
  
MPphoto
 
 

  Juozas Imbrasas (EFD), schriftelijk. - (LT) Ik verwelkom dit document, omdat deze procedure moet voorzien in een waarschuwingsmechanisme voor vroegtijdige detectie van zich aandienende macro-economische onevenwichtigheden. Daarbij moet gebruik worden gemaakt van een indicatief en transparant scorebord, met indicatieve drempelwaarden, in combinatie met economische oordeelsvorming. Deze evaluatie moet onder meer rekening houden met nominale en reële convergentie in de eurozone en daarbuiten. Bij vaststelling van ernstige macro-economische onevenwichtigheden, waaronder onevenwichtigheden die de goede werking van de economische en monetaire unie in gevaar brengen, moet een procedure bij buitensporige onevenwichtigheden worden ingeleid die het doen van aanbevelingen aan de lidstaat en verscherpte vereisten voor toezicht en bewaking kan omvatten alsmede, ten aanzien van de lidstaten die de euro als munt hebben, de mogelijkheid tot handhaving (boetes) in geval van blijvend nalaten corrigerende maatregelen te nemen. Ik ben van mening dat dit een goed instrument is ter voorkoming van macro-economische onevenwichtigheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Cătălin Sorin Ivan (S&D), schriftelijk. − (EN) Wat Europa nodig heeft is een stabilliteitspact. Het pakket is van groot belang voor de toekomst van de EU, en vooral die van de eurozone. Ik steun dit verslag omdat het de basis legt voor een gestructureerde economische dialoog. De preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden is een krachtig instrument om precaire situaties aan te pakken die met name het gevolg zijn van structurele tendensen op middellange en lange termijn, van de toenemende divergenties binnen de Unie. Corrigerende mechanismen moeten op het juiste moment ten uitvoer worden gelegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk. (RO) Dit voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden moet de voorstellen van de Commissie voor het creëren van een krachtig instrument waarbij financiële discipline, economische groei en werkgelegenheid in de EU aan elkaar zijn gekoppeld, verbeteren en een cruciale bijdrage leveren aan de stabiliteit van de Europese Unie en de euro, teneinde toekomstige financiële crises als die van nu te voorkomen. Deze verordening moet een standaardinstrument vormen voor de preventie van macro-economische onevenwichtigheden die kunnen optreden als gevolg van de economische kloof tussen EU-lidstaten en het afzonderlijke beleid dat op nationaal niveau ten uitvoer wordt gelegd.

Er zij op gewezen dat dit verslag wordt opgesteld op basis van eerdere ervaringen die binnen de EU zijn opgedaan met de werking van de Economische en Monetaire Unie, wat wijst op de noodzaak van een versterkt kader voor de economische governance, zoals in dit verslag wordt voorgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd aangezien het een verbetering inhoudt van de oorspronkelijke tekst van de Commissie. Ik ben vooral blij met de bepalingen betreffende de handhaving van de rechten van werknemers en het belang van een brede evaluatie van de economische prestaties, vooral op het gebied van de werkgelegenheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Arlene McCarthy (S&D), schriftelijk. − (EN) De EP-leden van Labour zijn fundamenteel tegen de huidige, uitsluitend op bezuinigingen gerichte, richting van het pakket inzake het economisch bestuur. Een betere samenwerking op het vlak van economisch en begrotingsbeleid, met name binnen de eurozone, zou goed zijn voor de economische groei van Europa op de lange termijn, maar moet wel zijn gebaseerd op de juiste regels. In de tekst zoals uitonderhandeld door de rechtse meerderheden in het Parlement, de Raad en de Commissie, wordt te zeer de nadruk gelegd op het op de korte termijn stevig terugdringen van de tekorten, en niet op de groei op de lange termijn. Men wil deze regels opleggen aan de gehele Europese Unie, waarmee nationale regeringen de flexibiliteit zouden verliezen om in de toekomst nog te kunnen kiezen uit verschillende beleidsopties. Langetermijngroei zorgt voor lagere schulden als percentage van het bbp, en is bovendien essentieel voor de werkgelegenheid en het economische welzijn en voor de financiering van een openbare dienstverlening van hoog niveau. Om te waarborgen dat dit pakket economische groei bevordert, moeten de investeringsuitgaven worden beschermd. Investeringen in wetenschappelijk onderzoek, essentiële infrastructuur en de nieuwe groene economie zijn cruciaal voor langetermijngroei en hier moet nooit in worden gesneden ten behoeve van EU-doelen op de korte termijn. Snijden in dergelijke uitgaven tijdens een recessie kan de economische neergang alleen maar verergeren. De EP-leden van Labour steunen de verbeteringen die in het verslag-Ferreira zijn toegevoegd aan het voorstel van de Commissie betreffende macro-economische onevenwichtigheden, die betrekking hebben op de handhaving van de rechten van werknemers en het belang van een brede evaluatie van de economische prestaties, met inbegrip van de werkgelegenheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) De Commissie kan nu naar eigen goeddunken goede en slechte cijfers geven. Zij zal zelf de indicatoren aanreiken aan de hand waarvan zij de lidstaten kan beoordelen. Er zullen ook sancties komen voor de lidstaten die de 'aanbevelingen' die zij vervolgens zal opleggen, niet opvolgen. De Commissie zal ze semi-automatisch ten uitvoer kunnen leggen dankzij het stemmen met omgekeerd gekwalificeerde meerderheid. De Commissie zal zelf de besluiten nemen voor het opleggen van de sancties. Dit is een knap staaltje autoritarisme. Ik stem tegen deze democratische dwaling en keur deze af.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Omdat de economische ontwikkeling van de lidstaten wordt verstikt, zullen we met de geplande maatregelen de doelstellingen met betrekking tot economische groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen niet kunnen halen. Een kader voor economische governance kan misschien door de nationale staten worden toegepast, maar niet door de EU in haar geheel, omdat de sterkte van de nationale economie te veel verschilt van lidstaat tot lidstaat. Om deze reden zou de eurozone zo snel mogelijk ontbonden moeten worden. De sterke landen zouden zich moeten verenigen in een nieuwe monetaire unie en de andere zouden weer hun eigen munt moeten invoeren. Een oproep tot toezicht op het nationaal economisch beleid zou in de huidige situatie neerkomen op staatsdirigisme en dat is in het verleden meer dan een mislukking gebleken en is een van de oorzaken van de huidige financiële moeilijkheden in de eurozone. Zulke maatregelen ontberen democratische legitimiteit en daarom heb ik tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. − (DE) De voorstellen van de Commissie hebben in de eerste plaats ten doel om de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact aan te scherpen. Tezelfdertijd roept men voor de 'begrotingszondaars' het ene steunmechanisme na het andere in het leven, telkens met geld van de belastingbetalers. Het is de hoogste tijd dat we ons toespitsen op stabiele, soevereine nationale economieën en op het reduceren van de staatsschuld van de individuele landen. Het is een schande dat altijd dezelfde hardwerkende landen moeten opdraaien voor de fouten van andere. Wat we nodig hebben zijn geen bureaucratische maar democratische procedures om op EU-niveau betekenisvolle en effectieve coördinatie te verzekeren die ten goede komt aan alle mensen in Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Rolandas Paksas (EFD), schriftelijk. - (LT) Het is zeer belangrijk een goed functionerend, volwaardig mechanisme in het leven te roepen voor de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden, die waarschuwen voor en prompt reageren op het risico van macro-economische onevenwichtigheden. Het is zeer belangrijk dat daarbij gebruik wordt gemaakt van een indicatief en transparant scorebord. De Commissie moet samen met de Raad en het Europees Parlement dit scorebord samenstellen uit macro-economische en macrofinanciële indicatoren voor de lidstaten. Ik ben van mening dat in het geval van bijzondere economische omstandigheden het scorebord van indicatoren en alarmdrempels symmetrisch moet zijn en verschillend voor lidstaten die wel en lidstaten die geen deel uitmaken van de eurozone. Bovendien moet de Raad regelmatig verslag uitbrengen over de uitgevoerde maatregelen die ertoe geleid hebben dat in een bepaalde lidstaat de procedure voor buitensporige onevenwichtigheden is opgeschort. Ik ben het eens met het voorstel om de Commissie het recht te geven verscherpte toezichtsmissies uit te voeren in overleg met de Europese Centrale Bank (ECB), de sociale partners en andere nationale belanghebbenden. Het risico van onevenwichtigheden moet voortdurend worden geëvalueerd om te voorkomen dat ze ontstaan, en de lidstaten moeten tijdig aanbevelingen krijgen om een mogelijke verstoring van de werking van de economische en monetaire unie te voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Justas Vincas Paleckis (S&D), schriftelijk. − (EN) Ik heb voor dit verslag over macro-economische onevenwichtigheden gestemd, omdat het ingaat op de details van de huidige schuldenproblematiek in bepaalde lidstaten en vooral omdat het daarbij een stapsgewijze methode biedt om dit ernstige probleem met zowel kortetermijn- als langetermijngevolgen op te lossen. Ik geloof dat Europa progressieve investeringen nodig heeft om economische groei en groei van de werkgelegenheid op gang te brengen, en dat het eenvoudigweg snijden in begrotingen alleen maar kan leiden tot ondermijning op de lange termijn van de gehele economie en het politieke stelsel. Als sociaaldemocraat die het accent legt op de sociale en grondrechten van mensen en op het maatschappelijke welzijn op de lange termijn, steun ik dit voorstel vanwege de diepgang en volledigheid ervan bij het aan de orde stellen van deze vraagstukken.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor het verslag van mevrouw Ferreira gestemd, omdat ik van mening ben dat een op EU-niveau gecoördineerd toezichtsmechanisme voor de detectie en preventie van macro-economische onevenwichtigheden, belangrijk is, net als een procedure voor de correctie van buitensporige onevenwichtigheden. Het detectiemechanisme, dat 'waarschuwingsmechanisme' wordt genoemd, maakt gebruik van zowel een scorebord met kwantitatieve indicatoren als van kwalitatieve beoordelingen. Ik ben van mening dat dit scorebord belangrijk is aangezien het ons een algemeen en compleet overzicht geeft, en daarom vind ik dat het een flexibel en aanpasbaar instrument moet zijn, zodat het kan worden gewijzigd en kan worden aangepast aan de verschillende vereisten en situaties, waardoor het duidelijk een degelijk juridisch kader waarborgt. Ik hoop dat het Parlement tot een definitief akkoord komt en zo snel mogelijk het volledige pakket voor economische governance goedkeurt, om een sterk en eensluidend signaal af te geven aan de burgers en de markten en een eind te maken aan speculaties.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria do Céu Patrão Neves (PPE), schriftelijk. (PT) Op 29 september 2010 heeft de Commissie een wetgevingspakket ingediend dat tot doel had het economisch bestuur in de EU en het eurogebied te versterken. Dit pakket is samengesteld uit zes voorstellen: vier daarvan hebben betrekking op begrotingsaangelegenheden, met inbegrip van een uitgebreide hervorming van het stabiliteits- en groeipact (SGP), terwijl twee nieuwe verordeningen gericht zijn op het opsporen en oplossen van opduikende macro-economische onevenwichtigheden binnen de EU en het eurogebied. Dit ontwerpadvies betreft het door de Commissie ingediende voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid. Men is het er algemeen over eens dat het SGP heeft gefaald in de zin van zowel preventie als correctie en dat dit moet worden hervormd.

Ik ben het eens met de amendementen op het oorspronkelijk door de Commissie ingediende voorstel, die door een brede meerderheid in het Europees Parlement werden gesteund. Ik zou willen stellen dat het belangrijk is rekening te houden met de ervaringen die in de jaren van het oude SGP zijn opgedaan, naast het feit dat economische governance dankzij de betrokkenheid van het Europees Parlement gedurende het gehele proces van toezicht democratischer is geworden. Ik heb daarom voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) De ervaringen die in de eerste tien jaar van de Economische en Monetaire Unie zijn opgedaan laten zien dat er duidelijk behoefte is aan een beter economisch governancemodel. Het Parlement zal de wetgevingsvoorstellen inzake economische governance die de Commissie in september 2010 heeft aangenomen, zorgvuldig bestuderen en aanpassen, aangezien ze van essentieel belang zijn voor de toekomst van de EU, en met name voor de eurozone. Verbetering van de economische governance moet gepaard gaan met versterking van de democratische legitimiteit van de genomen besluiten, want economische governance kan niet los worden gezien van de regelgeving voor de financiële markten en het toezicht daarop. Krachtens het Verdrag van Lissabon heeft de Raad de instemming van het Parlement nodig om te komen tot een definitieve consensus. Dit is de eerste keer dat het Parlement samen met de Raad als medewetgever beslist over de macro-economische ontwikkelingen en de begrotingsdiscipline in de Unie. Ik heb gestemd voor een breed opgezette hervorming van het governancemodel op basis van de communautaire methode, om ervoor te zorgen dat het Parlement de Commissievoorstellen inzake het creëren van een robuust en consistent wetgevingskader voor de komende decennia verbetert, en de compatibiliteit tussen begrotingsdiscipline en economische groei waarborgt.

 
  
MPphoto
 
 

  Miguel Portas (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit is het enige verslag dat tegen de heersende trend voor het pakket voor de economische governance als geheel probeert in te gaan. Ik heb mij van stemming onthouden om dit aspect te benadrukken en de waarde ervan te erkennen. Het verslag van mevrouw Ferreira heeft betrekking op het voorkomen van ernstige macro-economische onevenwichtigheden. Daarbij zijn tekort en schuld van niet meer belang dan overschotten en handelstekorten, dan werkgelegenheid en werkloosheid, of dan welke kwalitatieve uitdaging dan ook die een duurzame groeistrategie zou kunnen garanderen. Dit type breed opgezette coördinatie, gebaseerd op een scorebord van diverse indicatoren die onevenwichtigheden in een vroeg stadium vaststellen, is verstandig. Wat me ervan weerhouden heeft om voor dit verslag te stemmen is het feit dat het het arme broertje is van een vorm van coördinatie waarvan alfa en omega nog altijd tekort en schuld zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Phil Prendergast (S&D), schriftelijk. − (EN) De economische crisis waar Europa mee te maken heeft vereist een nieuwe aanpak. De crisis is zowel een politieke als een economische crisis en we hebben keer op keer gezien dat Europa op haar best is wanneer zij eendrachtig optreedt, en een eendrachtige reactie op deze crisis is de beste reactie. Zelfs de werkwijze van de EU is nieuw. aangezien het de eerste keer is dat het Parlement met de Raad medebeslist over macro-economische ontwikkelingen en de Raad de instemming van het Parlement nodig heeft voor een definitieve overeenstemming. In dit verslag wordt een groot aantal compromissen gepresenteerd die beide zijden van het debat vertegenwoordigen. Het is uiterst belangrijk om aan de markten en de burgers een krachtig signaal af te geven van zowel de intentie van de EU om deze financiële crisis te bestrijden als van haar vermogen om verschillen van opvatting te boven te komen en cruciale kwesties aan te pakken. Ik verwelkom tevens de gekozen aanpak van fraude en onwil om overeengekomen aanbevelingen na te komen zonder dat daar een aanvaardbare reden tegenoverstaat. Het is belangrijk dat er dergelijke sancties zijn, maar het is net zo belangrijk dat we geen staten straffen die niet in staat zijn om voorgestelde doelstellingen te realiseren, en op dit punt ben ik ingenomen met het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE), schriftelijk. – (ES) Ik heb voorgestemd. In dit verslag wordt ernaar gestreefd preventie- en correctiemechanismen op te nemen voor lidstaten die geconfronteerd worden met fiscale onevenwichtigheden. Op het preventieve vlak bevat het verslag mechanismen zoals een jaarlijkse herziening van de begrotingsbalansen, vroegtijdige waarschuwingsmechanismen van de kant van de Europese Commissie en preventieve aanbevelingen voor het aanpakken van kleinere onevenwichtigheden. Als corrigerende maatregel zal een procedure ingevoerd worden voor de aanpak van buitensporige onevenwichtigheden, namelijk de procedure bij buitensporige onevenwichtigheden (PBO), en ook de verplichting voor lidstaten waartegen een PBO loopt om een concreet actieplan in te dienen. Ik heb vooral voor dit verslag gestemd, omdat het de economische onevenwichtigheden introduceert in het stabiliteits- en groeipact, in de Europa 2020-strategie en in het Europees semester. Met andere woorden, de reële economie wordt geïntegreerd in economische controle- en coördinatieprocedures. Daarnaast bevat het verslag ook een aantal indicatoren om economische onevenwichtigheden vast te stellen en ook, omwille van de consistentie, aanbevelingen en indicatoren zoals investeringen in O&O en in de energiesector.

 
  
MPphoto
 
 

  Licia Ronzulli (PPE), schriftelijk. (IT) Ik ben van mening dat het pakket maatregelen in het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad doeltreffend kan zijn bij de preventie van macro-economische onevenwichtigheden, met name in de eurozone. Daarnaast is het Parlement van plan de Commissievoorstellen verder te verbeteren, teneinde een robuust en consistent wetgevingskader te creëren en economische groei en werkgelegenheid voor de komende decennia te waarborgen. In deze, voor de EU bijzonder moeilijke tijd, is het van essentieel belang actie te ondernemen door het huidige model van duurzame groei aan te passen, aan te vullen en te corrigeren, en door de economische governance en de democratische legitimiteit van de genomen besluiten te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Kay Swinburne (ECR), schriftelijk. − (EN) De Fractie Europese Conservatieven en Hervormers heeft zich altijd constructief opgesteld met het oog op de formulering van een blijvende oplossing van de eurozone voor haar staatsschuldencrisis. De tekortkomingen van het stabiliteits- en groeipact, zowel wat betreft de inhoud als de handhaving ervan, zijn al enige tijd duidelijk; het is terecht dat er nu wordt gewerkt aan een blijvende regeling die werkt. We hebben tijdens het werk in de commissie en de trialoogprocedure bijdragen geleverd om te waarborgen dat de door het Parlement geprefereerde uitkomst realistisch, werkbaar en blijvend is. We betreuren echter dat wat door de Commissie is voorgesteld en door het Parlement wordt gesteund, geen oplossing betreft die slechts van toepassing is op de eurozone, maar een die ook de landen betreft die de euro niet als munt hebben. Hoe je er ook naar kijkt, het pakket waarover we hebben gestemd vergroot de bevoegdheden van de EU ten koste van de lidstaten. Het bevat innovatieve concepten, zoals stemming bij omgekeerd gekwalificeerde meerderheid en de oplegging van boetes aan lidstaten, en zorgt dat de nationale begrotingen niet langer enkel door de nationale parlementen worden behandeld. Dus, ondanks het feit dat we de langetermijndoelen ondersteunen, kunnen we ons niet achter de middelen stellen en hebben we tegen die verslagen gestemd die zich niet beperken tot de eurozone.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) De stabiliteit van het eurogebied in het bijzonder en van Europa in zijn geheel vereist een herstructurering van preventie- en toezichtinstrumenten om macro-economische onevenwichtigheden te herstellen. Financiële consolidatie is essentieel om de fouten uit het verleden te corrigeren en omwille van een duurzame groei van de Europese economieën die niet door overheids- en buitenlandse schulden, maar door de bevordering van werkgelegenheid en concurrentievermogen wordt gesteund. Dit verslag legt de nadruk op het scoreboard van macro-economische en structurele statistische indicatoren, die vergelijkingen tussen de lidstaten mogelijk maken met het weergeven van structurele en kortetermijn-, middellange- en langetermijntrends.

Het opnemen van nieuwe indicatoren en het vaststellen van onderste en bovenste drempelwaarden die waar nodig symmetrisch zijn, maakt het mogelijk dat deze indicatoren als waarschuwingsniveaus kunnen dienen om de financiële reddingsacties die nu door de Commissie en het Internationaal Monetair Fonds worden ondernomen te vermijden. Dit nieuwe slimme, symmetrische systeem zal tot een rigoureuzer toezicht, tot grondiger beoordelingen door de Commissie, het Europees Parlement, de Raad en de Europese Centrale Bank en tot het opstellen van aanbevelingen voor aanvullende hervormingen en corrigerende plannen leiden. Het Europese project is op een kritiek punt aanbeland en daarom beschouw ik de betrokkenheid van alle Europese en nationale overheden als essentieel om tijdig de noodzakelijke maatregelen te kunnen nemen.

 
  
  

Verslag: Diogo Feio (A7-0179/2011)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Recente gebeurtenissen hebben laten zien dat het Europees groei- en stabiliteitspact niet erg effectief is en dat het een aantal lidstaten niet heeft kunnen behoeden voor ernstige problemen met hun betalingsbalans en het aflossen van hun schulden. Naast de hulp die deze landen ontvangen van de EU, werken de instellingen aan de versterking van het groei- en stabiliteitspact om dergelijke crises in de toekomst te voorkomen. Dat is het doel van het pakket inzake het economisch bestuur, waarvan het verslag van mijn collega, de heer Feio, deel uitmaakt. Dit verslag gaat over de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten. Ik ben met name voor het berekenen van de schuldreductie op basis van een gemiddelde dat berekend is over een periode van drie jaar, en niet op basis een vast percentage elk jaar over een periode van drie jaar. Ik heb ingestemd met dit verslag en sta achter het gehele pakket inzake het economisch bestuur.

 
  
MPphoto
 
 

  Regina Bastos (PPE), schriftelijk. (PT) De economische en financiële crisis heeft de noodzaak van coördinatie en verbeterd toezicht op het economisch beleid binnen de economische en monetaire unie duidelijk gemaakt en versterkt. Deze recente ervaringen hebben tevens gebreken en tekortkomingen in het huidige systeem van coördinatie en in bestaande toezichtprocedures aan het licht gebracht. De crisis heeft op dramatische wijze voor een kentering gezorgd in de gunstige omstandigheden waarin de economische en financiële sector tot 2007 heeft geopereerd, en de meeste lidstaten moeten een proces van consolideren van hun rekeningen ondergaan om de overheidsschuld te verminderen. Voor de meeste landen is schuldreductie een essentieel punt, gezien de negatieve gevolgen van schulden voor economische prikkels en voor de groei van de economie dankzij hogere belastingen en risicopremies. Dit verslag stelt dat de Commissie en de Raad een uitgebalanceerde en uitgebreide beoordeling van alle relevante factoren moeten maken, met name van de mate waarin zij als verzwarende of verlichtende omstandigheden van invloed zijn op de beoordeling in hoeverre aan de tekort- en/of schuldcriteria wordt voldaan. De Raad verlangt dat de lidstaat voldoet aan zijn jaarlijkse begrotingsdoelstellingen, waarmee een minimale jaarlijkse groei van 0,5 procent van het bbp wordt gegarandeerd. Om bovengenoemde redenen heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. (IT) Ik heb ervoor gekozen mij te onthouden van stemming over dit verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten. De verstrengeling van de economieën van de afzonderlijke lidstaten en van de lidstaten en de EU, moet worden herzien, met name met het oog op de gebeurtenissen in Griekenland en het feit dat diverse andere lidstaten tekenen vertonen van een naderende financiële crisis van dezelfde omvang als die in Griekenland. Een dergelijke herziening kan echter niet worden uitgevoerd met behulp van de methoden die in dit verslag worden aangedragen. Met dit verslag wordt een poging gedaan de nationale economieën minder kwetsbaar te maken door het gezag van de EU over de lidstaten (naar mijn mening buitensporig) te vergroten, waardoor de lidstaten hun vrijheid en bevoegdheden op het gebied van financiën moeten opgeven. Daarom kan ik niet voor dit verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Antonio Cancian (PPE), schriftelijk. (IT) Het verslag-Feio maakt deel uit van het wetgevingspakket inzake de hervorming van het economisch bestuur, dat bestaat uit zes verslagen die het resultaat zijn van maandenlang overleg. Het Parlement heeft een duidelijk signaal afgegeven aan iedereen, en met name aan de Raad. Daarom hoop ik dat dit pakket definitief zal worden goedgekeurd vóór het zomerreces en vooral dat het zo snel mogelijk ten uitvoer wordt gelegd, zodat de Europese Unie niet, zoals in het verleden, onvoorbereid is op het aangaan van de uitdagingen die een bedreiging vormen voor haar stabiliteit. Ik heb met name voor het verslag-Feio gestemd omdat ik van mening ben dat in het verslag terecht aandacht wordt besteed aan de essentiële rol die het Parlement moet spelen bij het voorkómen van toekomstige economische crises. In de tekst wordt het fundamentele belang benadrukt van de dialoog die het Parlement tot stand moet brengen met de vertegenwoordigers van de nationale parlementen, teneinde het democratisch proces te waarborgen indien er problemen ontstaan die betrekking hebben op de economische stabiliteit van de EU. Daarnaast wordt in het verslag een periode van drie jaar voorgesteld waarbinnen de totale schuld moet worden teruggebracht, en dat vind ik redelijk en toereikend.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag gestemd omdat ik het er mee eens ben dat wanneer de verhouding tussen de overheidsschuld en het bruto binnenlands product (bbp) de referentiewaarde overschrijdt, deze verhouding in overeenstemming met artikel 126, lid 2, onder b), van het Verdrag geacht wordt in voldoende mate af te nemen en de referentiewaarde in een bevredigend tempo te benaderen indien het verschil ten opzichte van de referentiewaarde in de voorafgaande drie jaren met gemiddeld een twintigste per jaar is verminderd, berekend op basis van de evolutie in de loop van de laatste drie jaren waarvoor deze gegevens beschikbaar zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) De huidige economische, financiële en sociale crisis heeft aangetoond dat het model voor economische bestuur dat in de Unie wordt gehanteerd, niet functioneert: het toezichtkader zelf is blijkbaar zeer zwak en de regels van het stabiliteits- en groeipact worden niet nageleefd. Daarom steun ik het maatregelenpakket inzake economisch bestuur dat de Europese Commissie heeft ingediend. Ik stem voor het uitstekende verslag van mijnheer Feio over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten. Ik sta achter de oproep aan de Commissie om haar procedures voor het opstellen van aanbevelingen te bespoedigen. Ik ben het eens met het voorstel dat het Europees Parlement het recht moet hebben om vertegenwoordigers van de lidstaten uit te nodigen, en ik betreur dat de Raad dit voorstel nog niet heeft aangenomen. Ik ben verheugd dat de Commissie de mogelijkheid krijgt om meer toezichtmissies uit te voeren en dat de Europese Centrale Bank bij die missies kan worden betrokken.

 
  
MPphoto
 
 

  George Sabin Cutaş (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb besloten om tegen vier van de zes voorstellen te stemmen die deel uitmaken van het pakket van economische governance, omdat ze naar mijn mening slechts bezuinigingsmaatregelen behelzen die de Europese economie nog veel brozer zouden maken. Om de economische groei te hervatten hebben we een alternatief nodig voor het in het pakket voorgestelde model, namelijk een model dat gebaseerd is op strategische investeringen en het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Göran Färm, Anna Hedh, Marita Ulvskog en Åsa Westlund (S&D), schriftelijk. − (SV) Als Zweedse sociaaldemocraten beschouwen wij het brede hervormingspakket voor een sterker economisch bestuur in de EU als een belangrijk instrument om orde te brengen in de Europese economie. Een stringenter stabiliteits- en groeipact, striktere eisen inzake transparantie en discipline met betrekking tot de nationale begrotingskaders en een nieuw systeem om economische onevenwichtigheden te voorkomen zijn stuk voor stuk belangrijke elementen in de werkzaamheden voor het stabiliseren van de overheidsfinanciën en de financiële markten.

Het is niet omdat wij tegen een stringenter regelgevend kader zouden zijn dat wij er vandaag voor kozen om vijf van de zes verslagen niet te steunen. Integendeel, volgens ons moeten we snel zo'n regelgevend kader hebben. Onze stemstrategie had in plaats daarvan ten doel om een duidelijk signaal te sturen dat bepaalde tendensen in het pakket om té verregaande besparingen op te leggen plaats moeten maken voor een evenwichtigere benadering in de laatste onderhandelingsronden. Een regelgevend kader waarin toekomstgerichte investeringen en gezonde groei onvoldoende ruimte krijgen, kan op lange termijn niet duurzaam zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) De regels voor de begrotingsdiscipline en voor de naleving en handhaving ervan dienen te worden aangescherpt, met name door een prominentere rol toe te bedelen aan het niveau en de ontwikkeling van de schuld en aan de algemene houdbaarheid. Ik ben daarom voor een evaluatie van de duurzaamheid van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, met inbegrip van het schuldniveau, het schuldprofiel (inclusief vervaldata) en de schulddynamiek. In dit verband mogen particuliere schulden niet worden vergeten, voor zover zij voor de overheid een latente impliciete verplichting vormen. Het toezichtskader voor particuliere en overheidsschuld moet langetermijngroei steunen en terdege rekening houden met de anticyclische rol van het begrotingsbeleid, en het moet het investeringsklimaat verbeteren en de interne markt helpen ontwikkelen, wat van essentieel belang om de goede werking en versterking van de economische en monetaire unie te kunnen waarborgen. Een Europees Monetair Fonds, dat beheerd wordt uit hoofde van voorschriften van de Europese Unie en voor een groot deel gefinancierd wordt met de inkomsten uit boetes, moet worden opgericht om de financiële stabiliteit van de eurozone in haar totaliteit te handhaven.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit verslag is opgesteld in het kader van een wetgevingspakket inzake economisch bestuur, waarvan het een wezenlijk onderdeel vormt. Het behelst een verordening over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten.

Het verslag is gebaseerd op het uitgangspunt dat er in de eurozone sprake is van een crisis en dat er – gezien de ineffectiviteit van de tot dusver gehanteerde versnipperde aanpak – behoefte bestaat aan een breed opgezette en integrale oplossing voor de schuldencrisis in de eurozone. Toch wordt in het verslag uiteindelijk weer opgeroepen tot de toepassing van dezelfde monetaristische en neoliberale beleidsmaatregelen en criteria die de crisis veroorzaakt hebben. Door deze maatregelen wordt de wurggreep waarin de lidstaten worden gehouden, voortgezet en nog strakker aangetrokken, zonder dat aandacht wordt besteed aan de oorzaken van de problemen of aan alternatieve beleidsopties die rekening houden met de verschillen in het ontwikkelingsniveau van de lidstaten.

Wij hebben gepleit voor een pact voor vooruitgang en sociale ontwikkeling dat gebaseerd is op solidariteit en een effectief beleid voor economische en sociale cohesie, maar in plaats daarvan wordt in het verslag aangedrongen op een versterking van het stabiliteits- en groeipact en inmiddels ook van het Euro Plus-pact. Daarnaast wordt voorgesteld meer en zwaardere sancties en boetes op te leggen voor het geval lidstaten niet aan de verplichtingen voldoen. Dit betekent een onaanvaardbare inmenging waarbij de lidstaten op welke deze procedure bij buitensporige tekorten van toepassing is, als koloniën worden onderworpen aan het Europese gezag.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit is een van de belangrijkste onderdelen van het wetgevingspakket inzake economisch bestuur. Het behelst een verordening over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten.

In het verslag wordt ervan uitgegaan er in de eurozone sprake is van een crisis en wordt zelfs erkend dat er – gezien de ineffectiviteit van de tot dusver gehanteerde versnipperde aanpak – behoefte bestaat aan een breed opgezette en integrale oplossing voor de schuldencrisis in de eurozone. Toch wordt in het verslag uiteindelijk weer opgeroepen tot de toepassing van dezelfde monetaristische en neoliberale beleidsmaatregelen en criteria die d