naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Maria Martens, Nirj Deva, John Bowis, Anders Wijkman en Mario Mantovani
namens de PPE-DE-Fractie
over schuldverlichting ten behoeve van ontwikkelingslanden
Resolutie van het Europees Parlement over schuldverlichting ten behoeve van ontwikkelingslanden
B6‑0023/2005
Het Europees Parlement,
–
gezien het nieuwe partnerschap voor de ontwikkeling van Afrika (NEPAD), een initiatief dat in oktober 2001 in Abuja (Nigeria) werd goedgekeurd en vervolgens door de Afrikaanse Unie werd erkend als deel van haar sociaal-economisch ontwikkelingsprogramma,
–
gezien het actieplan dat op 27 juni 2002 door de G8-groep van industrielanden in Kananaskis werd goedgekeurd en de conclusies van het voorzitterschap van de G8 die op 3 juni 2003 in Evian werden goedgekeurd,
–
gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A.
overwegende dat de schuldenlast van Afrika wordt geraamd op ongeveer 230 miljard Amerikaanse dollar,
B.
overwegende dat Afrikaanse landen met weinig inkomsten volgens schattingen zo'n $ 39 miljard dollar per jaar aan schuldaflossing betalen, terwijl zij slechts $ 27 miljard aan steun ontvangen,
C.
overwegende dat dankzij het versterkte HIPC-initiatief de schuld van zo'n 23 Afrikaanse landen die een gedegen economisch beleid voeren en voor goed bestuur zorgen, met $ 25,3 miljard zal worden verminderd; overwegende dat dit samen met de traditionele schuldverlichting en de bijkomende bilaterale kwijtschelding van schulden een vermindering van zo'n $ 30 miljard inhoudt - meer dan tweederde van hun totale schuldenlast - hetgeen het mogelijk maakt aanzienlijke middelen voor onderwijs, gezondheidszorg en andere sociale en productieve aanwendingen vrij te maken;
D.
overwegende dat schuldverlichting geen wondermiddel is en op zichzelf geen middelen creëert, de armoede terugdringt of de ontwikkeling bevordert; overwegende dat de belangrijkste verantwoordelijkheid voor Afrika's toekomst bij Afrika zelf ligt en dat deze toekomst grotendeels afhangt van de inzet van Afrikaanse landen om op rechtvaardige wijze te regeren, in hun eigen bevolking te investeren en de economische vrijheid te stimuleren,
E.
overwegende dat schuldverlichting een van de streefdoelen van millenniumdoelstelling 8 is, die met name erop is gericht de schuldproblemen van de ontwikkelingslanden breed aan te pakken middels nationale en internationale maatregelen om de schuld op de lange termijn draaglijk te maken,
1.
is verheugd over het NEPAD-initiatief en de plechtige belofte van de Afrikaanse leiders aan de bevolking van Afrika om de democratie te bestendigen en een gedegen economisch beleid te voeren, en de vrede, de veiligheid en een op de bevolking gerichte ontwikkeling te bevorderen;
2.
is verheugd over de tijdens de G8-top in Evian aangekondigde maatregelen inzake het verlenen van schuldverlichting en het streven naar de houdbaarheid van de schuldenlast op de lange termijn;
3.
juicht de inspanningen van de Commissie toe om de schuldenlast in het kader van het versterkte HIPC-initiatief te verlichten, maar doet een beroep op de Commissie en de lidstaten om verder te gaan dan de bestaande maatregelen ten einde een houdbaar schuldenniveau voor Afrikaanse landen met weinig inkomsten te bereiken;
4.
is van oordeel dat het versterkte HIPC-initiatief in de huidige context van de economische mundialisering nog ontoereikend is, zelfs wanneer hierin wordt erkend dat eerdere, louter op macro-economische strategieën gebaseerde programma's gefaald hebben en het zo is opgezet dat een verband wordt gelegd tussen schuldverlichting en het terugdringen van de armoede (een formule die is gebaseerd op de Strategiedocumenten voor armoedebestrijding) door de criteria voor het in aanmerking komen flexibeler te maken;
5.
onderstreept de noodzaak om het huidige HIPC-initiatief af te stemmen op de behoeften van de in aanmerking komende landen die nog niet het besluitvormingspunt hebben bereikt ten gevolge van extreme politieke instabiliteit, en ook op andere gebieden voor meer flexibiliteit te zorgen, zoals de duur van de periode waarin de prestaties worden beoordeeld, de inhoud van deze "staat van dienst" en de tussentijdse Strategiedocumenten voor armoedebestrijding, alsmede het toekennen van schuldverlichting tijdens de tussentijdse periode;
6.
juicht in dit verband het opschuiven van de sunsetclausule van het HIPC-initiatief naar eind 2006 toe, waardoor een aantal in aanmerking komende landen die zich net aan een conflict hebben ontworsteld, de gelegenheid krijgen om de nodige staat van dienst op te bouwen om aan het initiatief te kunnen deelnemen; verzoekt om extra schuldverlichting die is gericht op verzoening en het herstel van de infrastructuur in deze landen ten einde het risico van nieuwe conflicten te verminderen;
7.
is van oordeel dat het proces inzake de verlichting van overheidsschulden dient te worden bespoedigd en verdiept in landen waarvan de regeringen de mensenrechten en de beginselen van gedegen bestuur respecteren, en voorrang geven aan het uitroeien van de armoede;
8.
onderstreept dat de schuldhoudbaarheid op de lange termijn zal afhangen van het handhaven van een gedegen economisch beleid, een geïntensiveerd schuldbeheer en het aanbieden van gepaste financiering, alsmede de exportprestaties en vooral de exportdiversificatie;
9.
is van mening dat de regeringen alle extra middelen waarover zij dankzij de schuldverlichting kunnen beschikken, moeten gebruiken voor sociale projecten via met donoren en maatschappelijke organisaties vastgelegde plannen, opdat de sociale uitgaven worden verhoogd op gebieden zoals basisonderwijs en eerstelijnsgezondheidszorg, AIDS en andere maatregelen ter bestrijding van de armoede;
10.
onderstreept dat een strikt toezicht op de werking van de HIPC-mechanismen en de voorgestelde bijkomende maatregelen voor schuldverlichting onontbeerlijk is voor de strijd tegen de corruptie en het misbruik van gelden, en noodzakelijk is om een billijke, doelmatige en werkbare schuldverlichting te waarborgen;
11.
doet een beroep op de Commissie en de lidstaten om, via een doelmatige coördinatie binnen de G8-groep, de Wereldbank en het IMF, ervoor te zorgen dat geen enkel land dat zich oprecht inzet voor de bestrijding van de armoede, goed bestuur en economische hervormingen wordt uitgesloten van de kans om de millenniumdoelstellingen te verwezenlijken ten gevolge van een gebrek aan financiële middelen;
12.
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de ACS-EU-Raad, de Afrikaanse Unie, de Verenigde Naties, het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank.